Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Apartments - That's What the Music Is For (2025)

4,5
1
geplaatst: 19 oktober 2025, 07:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Apartments - That's What the Music Is For - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Apartments - That's What the Music Is For
De Australische band The Apartments gaat al een aantal decennia mee, maar met name sinds de terugkeer van de band in 2015 zijn de albums van de band rond Peter Milton Walsh van een ontzettend hoog niveau en bijzondere schoonheid
De afgelopen drie jaar moesten we het doen zonder een herfstalbum van de Australische band The Apartments, maar deze week keert de band rond de eigenzinnige Peter Milton Walsh terug met een nieuw album. Aan de muziek van The Apartments is gelukkig niets veranderd, wat betekent dat ook That's What the Music Is For weer een album is dat de nodige herfst- en winteravonden gaat verwarmen met stemmige klanken en een aangename dosis melancholie. Peter Milton Walsh gaat al vele decennia mee, maar hij schrijft nog altijd prachtige songs, die That's What the Music Is For nog wat verder optillen. Ga dat horen en doe er je voordeel mee de komende herfst en winter.
Peter Milton Walsh is al sinds het eind van de jaren 70 actief in de Australische muziekscene en heeft een wonderlijke carrière achter de rug. Zijn band The Apartments werd al in 1978 geformeerd, maar toen Peter Milton Walsh aan het begin van de jaren 80 de kans kreeg om toe te treden tot de roemruchte Australische band The Go-Betweens, liet hij deze kans niet lopen. Hij bleek echter al snel te botsen met Robert Forster en Grant McLennan, de Lennon en McCartney van de Australische popmuziek die geen behoefte hadden aan een George Harrison, en keerde al snel terug naar The Apartments.
De band maakte een aantal prima albums, maar wist de cultstatus nooit echt te ontstijgen. De band raakte in de vergetelheid, tot een Frans label wel wat zag in The Apartments, waarna in 2015 het echt prachtige No Song, No Spell, No Madrigal verscheen. Het album kreeg terecht behoorlijk wat aandacht en werd overladen met zeer positieve recensies.
Ik pak het album er zelf ook nog regelmatig bij, zeker wanneer de herfst zijn intrede doet. Dat geldt overigens ook voor het in de herfst van 2021 verschenen In And Out Of The Light, dat niet onder deed voor zijn voorganger. De onlangs begonnen herfst wakkerde het verlangen naar een nieuw album van The Apartments weer aan en dit jaar worden we gelukkig niet teleurgesteld.
Het wederom in een zeer sfeervolle hoes gestoken That's What The Music Is For is een album dat direct aanvoelt als een warm bad, want Peter Milton Walsh heeft niets veranderd aan het geluid van zijn band. That's What the Music Is For ligt in het verlengde van voorgangers No Song, No Spell, No Madrigal en In And Out Of The Light en doet uitzien naar een gure herfst en een lange en koude winter.
De Australische band maakt nog altijd muziek die perfect past bij het huidige seizoen en het seizoen dat er aan komt en verwarmt de ruimte vanaf de eerste noten met fraaie en zeer sfeervolle klanken. De muziek van The Apartments is mooi maar ook wat weemoedig en het melancholische karakter van de muziek van de band wordt ook dit keer versterkt door de stem van Peter Milton Walsh, die zich twee keer laat bijstaan door een vrouwenstem. Het is een mooie en warme stem, maar ook een stem die de melancholie in bakken over je heen schept.
Het wordt op de Britse muziekwebsite Louder Than War fraai beschreven als: “The Apartments play mood music for moody people. Tunes for all the dive bars in all the heartbreak hotels of the world. Songs for those nights when you know you’re going to have the mother of all hangovers in the morning”, maar ook als je het leven wel door een roze bril bekijkt en ’s ochtends weer fris aan de slag gaat, is het nieuwe album van The Apartments weer een prachtalbum.
Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van de Schotse band The Blue Nile, maar ook That's What the Music Is For klinkt weer vooral als The Apartments. Het budget zal ook dit keer karig zijn geweest, maar wordt er met veel zorg en smaak gemusiceerd en wat heeft Peter Milton Walsh weer mooie songs geschreven. Ik wist zelf bij voorbaat al dat dit album de soundtrack van mijn herfst en winter gaat worden en ik hoop dat dat dit keer in veel bredere kring navolging krijgt. Ook het derde album sinds de wederopstanding van The Apartments is immers weer wonderschoon. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: The Apartments - That's What the Music Is For - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Apartments - That's What the Music Is For
De Australische band The Apartments gaat al een aantal decennia mee, maar met name sinds de terugkeer van de band in 2015 zijn de albums van de band rond Peter Milton Walsh van een ontzettend hoog niveau en bijzondere schoonheid
De afgelopen drie jaar moesten we het doen zonder een herfstalbum van de Australische band The Apartments, maar deze week keert de band rond de eigenzinnige Peter Milton Walsh terug met een nieuw album. Aan de muziek van The Apartments is gelukkig niets veranderd, wat betekent dat ook That's What the Music Is For weer een album is dat de nodige herfst- en winteravonden gaat verwarmen met stemmige klanken en een aangename dosis melancholie. Peter Milton Walsh gaat al vele decennia mee, maar hij schrijft nog altijd prachtige songs, die That's What the Music Is For nog wat verder optillen. Ga dat horen en doe er je voordeel mee de komende herfst en winter.
Peter Milton Walsh is al sinds het eind van de jaren 70 actief in de Australische muziekscene en heeft een wonderlijke carrière achter de rug. Zijn band The Apartments werd al in 1978 geformeerd, maar toen Peter Milton Walsh aan het begin van de jaren 80 de kans kreeg om toe te treden tot de roemruchte Australische band The Go-Betweens, liet hij deze kans niet lopen. Hij bleek echter al snel te botsen met Robert Forster en Grant McLennan, de Lennon en McCartney van de Australische popmuziek die geen behoefte hadden aan een George Harrison, en keerde al snel terug naar The Apartments.
De band maakte een aantal prima albums, maar wist de cultstatus nooit echt te ontstijgen. De band raakte in de vergetelheid, tot een Frans label wel wat zag in The Apartments, waarna in 2015 het echt prachtige No Song, No Spell, No Madrigal verscheen. Het album kreeg terecht behoorlijk wat aandacht en werd overladen met zeer positieve recensies.
Ik pak het album er zelf ook nog regelmatig bij, zeker wanneer de herfst zijn intrede doet. Dat geldt overigens ook voor het in de herfst van 2021 verschenen In And Out Of The Light, dat niet onder deed voor zijn voorganger. De onlangs begonnen herfst wakkerde het verlangen naar een nieuw album van The Apartments weer aan en dit jaar worden we gelukkig niet teleurgesteld.
Het wederom in een zeer sfeervolle hoes gestoken That's What The Music Is For is een album dat direct aanvoelt als een warm bad, want Peter Milton Walsh heeft niets veranderd aan het geluid van zijn band. That's What the Music Is For ligt in het verlengde van voorgangers No Song, No Spell, No Madrigal en In And Out Of The Light en doet uitzien naar een gure herfst en een lange en koude winter.
De Australische band maakt nog altijd muziek die perfect past bij het huidige seizoen en het seizoen dat er aan komt en verwarmt de ruimte vanaf de eerste noten met fraaie en zeer sfeervolle klanken. De muziek van The Apartments is mooi maar ook wat weemoedig en het melancholische karakter van de muziek van de band wordt ook dit keer versterkt door de stem van Peter Milton Walsh, die zich twee keer laat bijstaan door een vrouwenstem. Het is een mooie en warme stem, maar ook een stem die de melancholie in bakken over je heen schept.
Het wordt op de Britse muziekwebsite Louder Than War fraai beschreven als: “The Apartments play mood music for moody people. Tunes for all the dive bars in all the heartbreak hotels of the world. Songs for those nights when you know you’re going to have the mother of all hangovers in the morning”, maar ook als je het leven wel door een roze bril bekijkt en ’s ochtends weer fris aan de slag gaat, is het nieuwe album van The Apartments weer een prachtalbum.
Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van de Schotse band The Blue Nile, maar ook That's What the Music Is For klinkt weer vooral als The Apartments. Het budget zal ook dit keer karig zijn geweest, maar wordt er met veel zorg en smaak gemusiceerd en wat heeft Peter Milton Walsh weer mooie songs geschreven. Ik wist zelf bij voorbaat al dat dit album de soundtrack van mijn herfst en winter gaat worden en ik hoop dat dat dit keer in veel bredere kring navolging krijgt. Ook het derde album sinds de wederopstanding van The Apartments is immers weer wonderschoon. Erwin Zijleman
The Artisanals - Zia (2021)

4,0
1
geplaatst: 6 september 2021, 16:16 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Artisanals - Zia - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Artisanals - Zia
Zia van The Artisanals is goed voor een nostalgische, zorgeloze en zonnige roadtrip door de Verenigde Staten, maar de Amerikaanse band slaagt er ook in om de rootsmuziek uit het verleden te vernieuwen
Het tweede album van de Amerikaanse band The Artisanals is een album dat je direct vanaf de eerste noten wilt koesteren. Het is een album dat je met grote regelmaat mee terugneemt naar de rootsmuziek uit de jaren 60 en 70 en alleen maar zonnestralen over je uitstort, maar de band uit North Carolina staat zeker niet met twee benen in het verleden. Zeker de wat stevigere songs op het album klinken zeer eigentijds en passen verrassend goed bij de wat meer door countryrock beïnvloede songs op het album. Het gitaarwerk op het album is zonder uitzondering prachtig, de accenten van keyboards zijn trefzeker en ook op de zang is niets aan te merken, integendeel. Wat een heerlijk album.
Zia is het tweede album van de Amerikaanse band The Artisanals en de opvolger van het titelloze debuut uit 2018. Het is een album dat je direct vanaf de eerste noten meeneemt op een roadtrip door de Verenigde Staten.
Het is een roadtrip die wordt begeleid door prachtig snarenwerk van gitarist Clay Houle en door de krachtige stem van zanger Johnny Delaware. In de openingstrack duurt het nog even voor de snaren en vocalen gezelschap krijgen van atmosferische keyboards, maar op de rest van het album klinkt de muziek van The Artisanals wat voller.
De relatief sobere start is wat mij betreft een indrukwekkende. Het veelkleurige gitaarspel van Clay Houle is prachtig, de keyboards vullen de ruimte op fraaie wijze en Johnny Delaware laat horen dat hij een geweldig zanger is, die gevoelig kan zingen, maar ook flink kan uithalen.
De stem van de Amerikaanse muzikant is inmiddels vergeleken met flink wat getalenteerde zangers, maar de vergelijking met een jonge Neil Diamond ben ik nog niet tegengekomen en daar hoor ik wel wat flarden van, al hoor ik toch vooral een eigen geluid, met hier en daar zelfs een vleugje Bono, al is dat waarschijnlijk vloeken in de kerk.
Wanneer in de tweede track ook de ritmesectie en een orgel invallen en koortjes worden toegevoegd is de verleiding wat mij betreft compleet en begint de roadtrip door het zuiden van de Verenigde Staten. Het is een roadtrip die je niet alleen meeneemt naar uitgestrekte landschappen en bloedhete woestijnen, maar The Artisanals nemen je ook mee terug in de tijd.
De songs op Zia herinneren nadrukkelijk aan de Amerikaanse rootsmuziek die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt en vrijwel alle songs op het album zijn van het zonnige soort. Wanneer het tweede album van The Artisanals uit de speakers komt begint de zon vrijwel onmiddellijk intens te schijnen en slaat Zia een deken van zorgeloosheid om je heen.
Het tweede album van de band uit Charleston, South Carolina, is een album dat je door alle zonnestralen onmiddellijk wilt omarmen, zeker als je een zwak voor rootsmuziek uit het verleden hebt, maar het is ook een album dat leuk blijft en steeds interessanter wordt.
De songs van The Artisanals nemen je met enige regelmaat mee terug naar de countryrock uit de jaren 70, met steeds de gitaren en incidenteel de pedal steel als sfeerbepalende instrumenten, maar Zia klinkt eigentijdser dan de meeste andere albums in het genre.
Dat is deels de verdienste van de atmosferische keyboards, die de muziek van de Amerikaanse band van een bijzondere sfeer voorzien, maar de band laat zich bovendien zeker niet alleen beïnvloeden door de countryrock van weleer.
Zia laat met grote regelmaat invloeden uit omliggende genres horen en springt dan opeens een aantal decennia vooruit in de tijd. De band doet dit zonder het nostalgische gevoel van haar muziek overboord te gooien en dat is knap.
Wanneer de gitaren opeens wat steviger klinken schuift Zia succesvol op richting rock, maar het album kan ook heerlijk psychedelisch klinken. Alles klinkt even lekker en in iedere song klinkt de band weer wat anders, maar het zit allemaal ook knap in elkaar. Ik heb de roadtrip van The Artisanals inmiddels flink wat keren beleefd, maar dit album wordt me alleen maar dierbaarder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Artisanals - Zia - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Artisanals - Zia
Zia van The Artisanals is goed voor een nostalgische, zorgeloze en zonnige roadtrip door de Verenigde Staten, maar de Amerikaanse band slaagt er ook in om de rootsmuziek uit het verleden te vernieuwen
Het tweede album van de Amerikaanse band The Artisanals is een album dat je direct vanaf de eerste noten wilt koesteren. Het is een album dat je met grote regelmaat mee terugneemt naar de rootsmuziek uit de jaren 60 en 70 en alleen maar zonnestralen over je uitstort, maar de band uit North Carolina staat zeker niet met twee benen in het verleden. Zeker de wat stevigere songs op het album klinken zeer eigentijds en passen verrassend goed bij de wat meer door countryrock beïnvloede songs op het album. Het gitaarwerk op het album is zonder uitzondering prachtig, de accenten van keyboards zijn trefzeker en ook op de zang is niets aan te merken, integendeel. Wat een heerlijk album.
Zia is het tweede album van de Amerikaanse band The Artisanals en de opvolger van het titelloze debuut uit 2018. Het is een album dat je direct vanaf de eerste noten meeneemt op een roadtrip door de Verenigde Staten.
Het is een roadtrip die wordt begeleid door prachtig snarenwerk van gitarist Clay Houle en door de krachtige stem van zanger Johnny Delaware. In de openingstrack duurt het nog even voor de snaren en vocalen gezelschap krijgen van atmosferische keyboards, maar op de rest van het album klinkt de muziek van The Artisanals wat voller.
De relatief sobere start is wat mij betreft een indrukwekkende. Het veelkleurige gitaarspel van Clay Houle is prachtig, de keyboards vullen de ruimte op fraaie wijze en Johnny Delaware laat horen dat hij een geweldig zanger is, die gevoelig kan zingen, maar ook flink kan uithalen.
De stem van de Amerikaanse muzikant is inmiddels vergeleken met flink wat getalenteerde zangers, maar de vergelijking met een jonge Neil Diamond ben ik nog niet tegengekomen en daar hoor ik wel wat flarden van, al hoor ik toch vooral een eigen geluid, met hier en daar zelfs een vleugje Bono, al is dat waarschijnlijk vloeken in de kerk.
Wanneer in de tweede track ook de ritmesectie en een orgel invallen en koortjes worden toegevoegd is de verleiding wat mij betreft compleet en begint de roadtrip door het zuiden van de Verenigde Staten. Het is een roadtrip die je niet alleen meeneemt naar uitgestrekte landschappen en bloedhete woestijnen, maar The Artisanals nemen je ook mee terug in de tijd.
De songs op Zia herinneren nadrukkelijk aan de Amerikaanse rootsmuziek die in de jaren 60 en 70 werd gemaakt en vrijwel alle songs op het album zijn van het zonnige soort. Wanneer het tweede album van The Artisanals uit de speakers komt begint de zon vrijwel onmiddellijk intens te schijnen en slaat Zia een deken van zorgeloosheid om je heen.
Het tweede album van de band uit Charleston, South Carolina, is een album dat je door alle zonnestralen onmiddellijk wilt omarmen, zeker als je een zwak voor rootsmuziek uit het verleden hebt, maar het is ook een album dat leuk blijft en steeds interessanter wordt.
De songs van The Artisanals nemen je met enige regelmaat mee terug naar de countryrock uit de jaren 70, met steeds de gitaren en incidenteel de pedal steel als sfeerbepalende instrumenten, maar Zia klinkt eigentijdser dan de meeste andere albums in het genre.
Dat is deels de verdienste van de atmosferische keyboards, die de muziek van de Amerikaanse band van een bijzondere sfeer voorzien, maar de band laat zich bovendien zeker niet alleen beïnvloeden door de countryrock van weleer.
Zia laat met grote regelmaat invloeden uit omliggende genres horen en springt dan opeens een aantal decennia vooruit in de tijd. De band doet dit zonder het nostalgische gevoel van haar muziek overboord te gooien en dat is knap.
Wanneer de gitaren opeens wat steviger klinken schuift Zia succesvol op richting rock, maar het album kan ook heerlijk psychedelisch klinken. Alles klinkt even lekker en in iedere song klinkt de band weer wat anders, maar het zit allemaal ook knap in elkaar. Ik heb de roadtrip van The Artisanals inmiddels flink wat keren beleefd, maar dit album wordt me alleen maar dierbaarder. Erwin Zijleman
The Auteurs - New Wave (1993)

4,5
2
geplaatst: 20 februari 2022, 19:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Auteurs - New Wave (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Auteurs - New Wave (1993)
De Britse muzikant Luke Haines heeft inmiddels stapels albums op zijn naam staan, maar zo memorabel als op het debuutalbum van zijn band The Auteurs wordt het waarschijnlijk nooit meer
New Wave van The Auteurs prijkte aan het eind van 1993 helemaal bovenaan mijn jaarlijstje en liet flink wat albums die nu klassiekers worden genoemd achter zich. Het debuutalbum van de band rond Luke Haines verdient het predicaat klassieker wat mij betreft ook. Het is een gitaaralbum dat haar klassiekers kent, maar het album heeft ook alles dat een goed Britpop album moet hebben. New Wave ligt lekker in het gehoor, maar heeft ook scherpe kantjes, die bijvoorbeeld komen van de zang van Luke Haines. New Wave is boven alles een album met geweldige songs. Het zijn songs die zowel melodieus als stekelig kunnen zijn en als je ze één keer hebt gehoord vergeet je ze nooit meer. Prachtalbum.
De naam Luke Haines zal niet bij iedere muziekliefhebber een belletje doen rinkelen, maar de Britse muzikant is actief sinds de tweede helft van de jaren 80 en heeft inmiddels een zeer imposant oeuvre op zijn naam staan. Luke Haines maakte in de jaren 80 muziek met zijn band The Servants, die gedurende haar zesjarig bestaan niet verder kwam dan een paar EP’s. Vanaf de tweede helft van de jaren 90 was de Britse muzikant actief met zijn bands Baader Meinhof en Black Box Recorder en in het huidige millennium bracht hij ook nog eens een zeer indrukwekkende stapel albums onder zijn eigen naam uit, waarvan het samen met R.E.M. gitarist Peter Buck gemaakte Beat Poetry For Survivalists de meeste aandacht trok.
Het is vrijwel altijd interessante muziek die Luke Haines maakt, al gaat de kwantiteit wel eens ten koste van de kwaliteit, waardoor veel van zijn albums zich niet aan de obscuriteit wisten te ontworstelen. Ik vind Luke Haines persoonlijk op zijn best in de jaren dat hij de band The Auteurs aanvoerde. Deze band bracht tussen 1993 en 2003 vijf uitstekende albums uit.
Now I'm a Cowboy uit 1994, After Murder Park uit 1996, How I Learned To Love The Bootboys uit 1999 en Das Capital uit 2003 zijn stuk voor stuk geweldige albums. Het zijn albums die allemaal in mijn jaarlijstje terecht kwamen, maar het beste album van The Auteurs en het beste album uit het oeuvre van Luke Haines vind ik, zonder enige twijfel, het debuutalbum van de Britse band.
New Wave van The Auteurs verscheen in 1993 en ontdekte ik toen het album op stond in de lokale platenzaak die ik met grote regelmaat bezocht, want zo ontdekte je in het pre-Internet en pre-streaming tijdperk vaak nieuwe muziek. Het is een album dat direct een onuitwisbare indruk op me maakte en uiteindelijk uitgroeide tot mijn favoriete album uit 1993.
Luke Haines zou later in zijn carrière de aanstekelijke rocksongs wel eens uit het oog verliezen, maar New Wave staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende rocksongs. New Wave was niet alleen mijn favoriete album van 1993 (wat geen misselijk muziekjaar was), maar is ook een van mijn favoriete gitaarplaten uit de jaren 90 (waarin er nogal wat gemaakt werden) en ook een album dat ik mee zou nemen in het koffertje bij verbanning naar een onbewoond eiland.
De band rond Luke Haines laat zich op New Wave beïnvloeden door Britse rockmuziek uit de jaren 60, 70 en 80, maar het album is ook een kind van de Britpop van de jaren 90. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prima en Luke Haines blijft ook als zanger vrij makkelijk overeind (met name op zijn latere albums heb ik nog wel eens moeite met zijn stem), maar het zijn vooral de songs die van New Wave zo’n geweldig album maken.
De songs van The Auteurs zijn op New Wave zeer melodieus, maar hebben hier en daar ook een gruizig of stekelig randje. Het is muziek die citeert uit de archieven van de betere Britse gitaarmuziek, maar in veel songs hoor je ook flink wat invloeden uit de altijd wat onderschatte glamrock. New Wave bevat een aantal uptempo songs, maar de Britse band neemt ook met grote regelmaat gas terug, wat de schoonheid van New Wave nog wat verder vergroot.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik het album sinds de helaas ondergesneeuwde reissue van zeven jaar geleden niet vaak meer beluisterd had, maar wat is en blijft het debuut van The Auteurs een pareltje. Het is een vergeten album dat niet mag ontbreken in de platenkast van een ieder met een voorliefde voor Britse gitaarmuziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Auteurs - New Wave (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Auteurs - New Wave (1993)
De Britse muzikant Luke Haines heeft inmiddels stapels albums op zijn naam staan, maar zo memorabel als op het debuutalbum van zijn band The Auteurs wordt het waarschijnlijk nooit meer
New Wave van The Auteurs prijkte aan het eind van 1993 helemaal bovenaan mijn jaarlijstje en liet flink wat albums die nu klassiekers worden genoemd achter zich. Het debuutalbum van de band rond Luke Haines verdient het predicaat klassieker wat mij betreft ook. Het is een gitaaralbum dat haar klassiekers kent, maar het album heeft ook alles dat een goed Britpop album moet hebben. New Wave ligt lekker in het gehoor, maar heeft ook scherpe kantjes, die bijvoorbeeld komen van de zang van Luke Haines. New Wave is boven alles een album met geweldige songs. Het zijn songs die zowel melodieus als stekelig kunnen zijn en als je ze één keer hebt gehoord vergeet je ze nooit meer. Prachtalbum.
De naam Luke Haines zal niet bij iedere muziekliefhebber een belletje doen rinkelen, maar de Britse muzikant is actief sinds de tweede helft van de jaren 80 en heeft inmiddels een zeer imposant oeuvre op zijn naam staan. Luke Haines maakte in de jaren 80 muziek met zijn band The Servants, die gedurende haar zesjarig bestaan niet verder kwam dan een paar EP’s. Vanaf de tweede helft van de jaren 90 was de Britse muzikant actief met zijn bands Baader Meinhof en Black Box Recorder en in het huidige millennium bracht hij ook nog eens een zeer indrukwekkende stapel albums onder zijn eigen naam uit, waarvan het samen met R.E.M. gitarist Peter Buck gemaakte Beat Poetry For Survivalists de meeste aandacht trok.
Het is vrijwel altijd interessante muziek die Luke Haines maakt, al gaat de kwantiteit wel eens ten koste van de kwaliteit, waardoor veel van zijn albums zich niet aan de obscuriteit wisten te ontworstelen. Ik vind Luke Haines persoonlijk op zijn best in de jaren dat hij de band The Auteurs aanvoerde. Deze band bracht tussen 1993 en 2003 vijf uitstekende albums uit.
Now I'm a Cowboy uit 1994, After Murder Park uit 1996, How I Learned To Love The Bootboys uit 1999 en Das Capital uit 2003 zijn stuk voor stuk geweldige albums. Het zijn albums die allemaal in mijn jaarlijstje terecht kwamen, maar het beste album van The Auteurs en het beste album uit het oeuvre van Luke Haines vind ik, zonder enige twijfel, het debuutalbum van de Britse band.
New Wave van The Auteurs verscheen in 1993 en ontdekte ik toen het album op stond in de lokale platenzaak die ik met grote regelmaat bezocht, want zo ontdekte je in het pre-Internet en pre-streaming tijdperk vaak nieuwe muziek. Het is een album dat direct een onuitwisbare indruk op me maakte en uiteindelijk uitgroeide tot mijn favoriete album uit 1993.
Luke Haines zou later in zijn carrière de aanstekelijke rocksongs wel eens uit het oog verliezen, maar New Wave staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende rocksongs. New Wave was niet alleen mijn favoriete album van 1993 (wat geen misselijk muziekjaar was), maar is ook een van mijn favoriete gitaarplaten uit de jaren 90 (waarin er nogal wat gemaakt werden) en ook een album dat ik mee zou nemen in het koffertje bij verbanning naar een onbewoond eiland.
De band rond Luke Haines laat zich op New Wave beïnvloeden door Britse rockmuziek uit de jaren 60, 70 en 80, maar het album is ook een kind van de Britpop van de jaren 90. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prima en Luke Haines blijft ook als zanger vrij makkelijk overeind (met name op zijn latere albums heb ik nog wel eens moeite met zijn stem), maar het zijn vooral de songs die van New Wave zo’n geweldig album maken.
De songs van The Auteurs zijn op New Wave zeer melodieus, maar hebben hier en daar ook een gruizig of stekelig randje. Het is muziek die citeert uit de archieven van de betere Britse gitaarmuziek, maar in veel songs hoor je ook flink wat invloeden uit de altijd wat onderschatte glamrock. New Wave bevat een aantal uptempo songs, maar de Britse band neemt ook met grote regelmaat gas terug, wat de schoonheid van New Wave nog wat verder vergroot.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik het album sinds de helaas ondergesneeuwde reissue van zeven jaar geleden niet vaak meer beluisterd had, maar wat is en blijft het debuut van The Auteurs een pareltje. Het is een vergeten album dat niet mag ontbreken in de platenkast van een ieder met een voorliefde voor Britse gitaarmuziek. Erwin Zijleman
The Bad Ends - The Power and the Glory (2023)

4,0
0
geplaatst: 25 januari 2023, 15:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bad Ends - The Power And The Glory - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bad Ends - The Power And The Glory
The Bad Ends bestaat uit een aantal oude rotten uit de muziekscene van Athens, Georgia, onder wie R.E.M. drummer Bill Berry, maar de songs op het debuutalbum van de band klinken verrassend fris en energiek
Voormalig R.E.M. drummer Bill Berry ging in 1997 noodgedwongen met vervroegd pensioen, maar ruim 25 jaar later keert hij terug in de muziek. Samen met een aantal andere muzikanten uit de muziekscene van Athens, Georgia, maakt Bill Berry deel uit van The Bad Ends, dat met The Power And The Glory een verrassend sterk debuutalbum heeft afgeleverd. Het is een debuutalbum vol echo’s naar de muziek die R.E.M. in haar jonge jaren maakte. De mix van American Underground, rootsmuziek en jangle pop klinkt onmiddellijk vertrouwd in de oren, maar het klinkt geen moment gedateerd. Dit soort gelegenheidsbands vallen meestal tegen, maar The Bad Ends maakt indruk met dit sterke debuut.
Bill Berry zat tot 1997 achter de drumkit bij R.E.M. en zag de band uitgroeien van een cultband tot een van de grootste bands van de jaren 90. Nadat Bill Berry de band om gezondheidsredenen had verlaten was het beste bij R.E.M. er ook wel af, al leverde de band pas in 2011 met Collapse Into Now haar zwanenzang af. Sindsdien horen we af en toe nog wat van gitarist Peter Buck, maar verder is het stil rond de leden van de band.
R.E.M. is zonder de enige twijfel de grootste band die Athens, Georgia, heeft voortgebracht, maar de Amerikaanse studentenstad had ook zijn culthelden. De band Five Eight timmerde gedurende drie decennia aan de weg en bracht een aantal prima albums uit, maar buiten de eigen thuisbasis werden ze nauwelijks gehoord. Voorman Mike Mantione begon een paar jaar geleden met een nieuw project, dat min of meer bij toeval onder de aandacht kwam van Bill Berry.
De voormalige drummer van R.E.M. leek zijn drumstokken in 1997 voorgoed te hebben opgeborgen, maar door de songs van Mike Mantione ging het toch weer kriebelen. Het was de start van The Bad Ends, dat deze week debuteert met The Power And The Glory. Ik ken de muziek van Five Eight, de band van Mike Matione niet, maar het debuutalbum van The Bad Ends heeft absoluut iets van R.E.M. in haar jonge jaren.
Mike Matione heeft in zijn stem wel iets van Michael Stipe, al vond ik de voormalige R.E.M. voorman een betere en vooral charismatischere zanger. Mike Matione klinkt af en toe wat onvast, maar het zit me niet echt in de weg. In muzikaal opzicht maken de leden van The Bad Ends makkelijker indruk. De band uit Athens, Georgia, neemt je mee terug naar de vroege jaren 90 met een mix van American Underground, Amerikaanse rootsmuziek, indierock en janglepop. Hier en daar duiken echo’s van de vroege en wat mij betreft beste albums van R.E.M. op, maar de songs van The Bad Ends klinken ook fris genoeg om in 2023 overeind te blijven.
The Power And The Glory bevat een aantal uptempo songs en een aantal meer ingetogen songs. De uptempo songs overtuigden mij het makkelijkst, maar door af en toe gas terug te nemen, biedt The Power And The Glory voldoende afwisseling, wat de kracht van het album ten goede komt.
De band, die naast Bill Berry en Mike Mantione, bestaat uit drie ervaren en minder ervaren muzikanten uit de muziekscene van Athens, Georgia, maakt hoorbaar met veel plezier muziek, maar de songs van The Bad Ends beschikken ook absoluut over de potentie om van The Power And The Glory meer te maken dan een aardig debuutalbum van een gelegenheidsband.
Ik vond het debuut van de band in eerste instantie vooral een leuk album, dat me ook inspireerde om de oude albums van R.E.M. weer eens uit de kast te trekken, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord schaar ik het onder de beter gitaarplaten van het moment, en er zijn er deze week nogal wat verschenen.
De vraag of er leven is na R.E.M. leek voor Bill Berry sinds 1997 niet meer positief te beantwoorden, maar de drummer laat ruim 25 jaar na zijn vervroegde pensionering horen dat de muziekwereld hem te vroeg had afgeschreven. Het geldt misschien ook wel voor het talent van Mike Mantione, die laat horen dat in hem een uitstekende songwriter schuilt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bad Ends - The Power And The Glory - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bad Ends - The Power And The Glory
The Bad Ends bestaat uit een aantal oude rotten uit de muziekscene van Athens, Georgia, onder wie R.E.M. drummer Bill Berry, maar de songs op het debuutalbum van de band klinken verrassend fris en energiek
Voormalig R.E.M. drummer Bill Berry ging in 1997 noodgedwongen met vervroegd pensioen, maar ruim 25 jaar later keert hij terug in de muziek. Samen met een aantal andere muzikanten uit de muziekscene van Athens, Georgia, maakt Bill Berry deel uit van The Bad Ends, dat met The Power And The Glory een verrassend sterk debuutalbum heeft afgeleverd. Het is een debuutalbum vol echo’s naar de muziek die R.E.M. in haar jonge jaren maakte. De mix van American Underground, rootsmuziek en jangle pop klinkt onmiddellijk vertrouwd in de oren, maar het klinkt geen moment gedateerd. Dit soort gelegenheidsbands vallen meestal tegen, maar The Bad Ends maakt indruk met dit sterke debuut.
Bill Berry zat tot 1997 achter de drumkit bij R.E.M. en zag de band uitgroeien van een cultband tot een van de grootste bands van de jaren 90. Nadat Bill Berry de band om gezondheidsredenen had verlaten was het beste bij R.E.M. er ook wel af, al leverde de band pas in 2011 met Collapse Into Now haar zwanenzang af. Sindsdien horen we af en toe nog wat van gitarist Peter Buck, maar verder is het stil rond de leden van de band.
R.E.M. is zonder de enige twijfel de grootste band die Athens, Georgia, heeft voortgebracht, maar de Amerikaanse studentenstad had ook zijn culthelden. De band Five Eight timmerde gedurende drie decennia aan de weg en bracht een aantal prima albums uit, maar buiten de eigen thuisbasis werden ze nauwelijks gehoord. Voorman Mike Mantione begon een paar jaar geleden met een nieuw project, dat min of meer bij toeval onder de aandacht kwam van Bill Berry.
De voormalige drummer van R.E.M. leek zijn drumstokken in 1997 voorgoed te hebben opgeborgen, maar door de songs van Mike Mantione ging het toch weer kriebelen. Het was de start van The Bad Ends, dat deze week debuteert met The Power And The Glory. Ik ken de muziek van Five Eight, de band van Mike Matione niet, maar het debuutalbum van The Bad Ends heeft absoluut iets van R.E.M. in haar jonge jaren.
Mike Matione heeft in zijn stem wel iets van Michael Stipe, al vond ik de voormalige R.E.M. voorman een betere en vooral charismatischere zanger. Mike Matione klinkt af en toe wat onvast, maar het zit me niet echt in de weg. In muzikaal opzicht maken de leden van The Bad Ends makkelijker indruk. De band uit Athens, Georgia, neemt je mee terug naar de vroege jaren 90 met een mix van American Underground, Amerikaanse rootsmuziek, indierock en janglepop. Hier en daar duiken echo’s van de vroege en wat mij betreft beste albums van R.E.M. op, maar de songs van The Bad Ends klinken ook fris genoeg om in 2023 overeind te blijven.
The Power And The Glory bevat een aantal uptempo songs en een aantal meer ingetogen songs. De uptempo songs overtuigden mij het makkelijkst, maar door af en toe gas terug te nemen, biedt The Power And The Glory voldoende afwisseling, wat de kracht van het album ten goede komt.
De band, die naast Bill Berry en Mike Mantione, bestaat uit drie ervaren en minder ervaren muzikanten uit de muziekscene van Athens, Georgia, maakt hoorbaar met veel plezier muziek, maar de songs van The Bad Ends beschikken ook absoluut over de potentie om van The Power And The Glory meer te maken dan een aardig debuutalbum van een gelegenheidsband.
Ik vond het debuut van de band in eerste instantie vooral een leuk album, dat me ook inspireerde om de oude albums van R.E.M. weer eens uit de kast te trekken, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord schaar ik het onder de beter gitaarplaten van het moment, en er zijn er deze week nogal wat verschenen.
De vraag of er leven is na R.E.M. leek voor Bill Berry sinds 1997 niet meer positief te beantwoorden, maar de drummer laat ruim 25 jaar na zijn vervroegde pensionering horen dat de muziekwereld hem te vroeg had afgeschreven. Het geldt misschien ook wel voor het talent van Mike Mantione, die laat horen dat in hem een uitstekende songwriter schuilt. Erwin Zijleman
The Baseball Project - 3rd (2014)

4,0
0
geplaatst: 10 april 2014, 14:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Baseball Project - 3rd - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ruim drie jaar geleden besloot ik mijn recensie van de tweede plaat van de gelegenheidsband The Baseball Project met de opmerking dat de derde plaat van de band maar snel moest volgen. Dit heeft wat langer geduurd dan gehoopt, maar er zit gelukkig nog altijd leven in The Baseball Project. De oorsprong van The Baseball Project ligt in 1992 toen muzikanten Scott McCaughey (The Minus 5) en Steve Wynn (The Dream Syndicate) hun gezamenlijke passie voor baseball ontdekten en besloten om een plaat te maken met uitsluitend songs over de in de Verenigde Staten zo populaire sport. Deze plaat kwam er uiteindelijk pas 16 jaar later. The Baseball Project bestond op dat moment naast McCaughey en Wynn inmiddels ook uit collega baseball liefhebbers en muzikanten Linda Pitmon (Miracle Three, Golden Smog) en Peter Buck (R.E.M.). Samen met flink wat muzikale gasten verraste het viertal met een gloedvolle mix van folk, rock en powerpop en natuurlijk mooie verhalen over de rijke baseball historie (The Baseball Project, Vol. 1: Frozen Ropes And Dying Quails). Het drie jaar later verschenen tweede deel in de serie, Baseball Project, Vol. 2: High And Inside, volgde grotendeels hetzelfde recept, al leken invloeden uit de rootsmuziek wat aan terrein te hebben gewonnen. Inmiddels zijn we weer drie jaar verder. The Baseball Project heeft inmiddels een vijfde baseball liefhebber gevonden, voormalig R.E.M. bassist Mike Mills, en put nog altijd inspiratie uit de rijke archieven van de Amerikaanse volkssport nummer 1. De derde plaat van The Baseball Project heet eenvoudigweg 3rd en laat horen dat The Baseball Project nog altijd in topvorm verkeert. Ik weet persoonlijk niets over baseball, maar de verhalen op 3rd zijn wederom prachtig, waarbij het niet zoveel uit maakt of het gaat over grote spelers en legendarische wedstrijden of persoonlijke herinneringen en iets triviaals (voor mij dan) als baseball plaatjes of baseball statistieken. Nog veel aansprekender is wat mij betreft de muziek. The Baseball Project bestaat uit gelouterde muzikanten, die het zich kunnen veroorloven om te doen waar ze zin in hebben. Ook op 3rd heeft Steve Wynn het meest in de melk te brokkelen. Een aantal songs ligt in het verlengde van de American Underground muziek die Wynn ooit op de kaart zette, maar op 3rd is ook plaats voor meer ingetogen songs en voor songs waarin invloeden uit de roots domineren. 3rd doet niet alleen regelmatig aan The Dream Syndicate denken, maar heeft ook veel van R.E.M., wat ook niet zo gek is nu de helft van de roemruchte band deel uit maakt van The Baseball Project (Michael Stipe houdt vast niet van baseball). Een baseball liefhebber ga ik er waarschijnlijk niet van worden, maar wanneer het gaat om de muziek is mijn conclusie gelijk aan die bij de vorige twee delen: laat het volgende deel in de serie maar heel snel komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Baseball Project - 3rd - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ruim drie jaar geleden besloot ik mijn recensie van de tweede plaat van de gelegenheidsband The Baseball Project met de opmerking dat de derde plaat van de band maar snel moest volgen. Dit heeft wat langer geduurd dan gehoopt, maar er zit gelukkig nog altijd leven in The Baseball Project. De oorsprong van The Baseball Project ligt in 1992 toen muzikanten Scott McCaughey (The Minus 5) en Steve Wynn (The Dream Syndicate) hun gezamenlijke passie voor baseball ontdekten en besloten om een plaat te maken met uitsluitend songs over de in de Verenigde Staten zo populaire sport. Deze plaat kwam er uiteindelijk pas 16 jaar later. The Baseball Project bestond op dat moment naast McCaughey en Wynn inmiddels ook uit collega baseball liefhebbers en muzikanten Linda Pitmon (Miracle Three, Golden Smog) en Peter Buck (R.E.M.). Samen met flink wat muzikale gasten verraste het viertal met een gloedvolle mix van folk, rock en powerpop en natuurlijk mooie verhalen over de rijke baseball historie (The Baseball Project, Vol. 1: Frozen Ropes And Dying Quails). Het drie jaar later verschenen tweede deel in de serie, Baseball Project, Vol. 2: High And Inside, volgde grotendeels hetzelfde recept, al leken invloeden uit de rootsmuziek wat aan terrein te hebben gewonnen. Inmiddels zijn we weer drie jaar verder. The Baseball Project heeft inmiddels een vijfde baseball liefhebber gevonden, voormalig R.E.M. bassist Mike Mills, en put nog altijd inspiratie uit de rijke archieven van de Amerikaanse volkssport nummer 1. De derde plaat van The Baseball Project heet eenvoudigweg 3rd en laat horen dat The Baseball Project nog altijd in topvorm verkeert. Ik weet persoonlijk niets over baseball, maar de verhalen op 3rd zijn wederom prachtig, waarbij het niet zoveel uit maakt of het gaat over grote spelers en legendarische wedstrijden of persoonlijke herinneringen en iets triviaals (voor mij dan) als baseball plaatjes of baseball statistieken. Nog veel aansprekender is wat mij betreft de muziek. The Baseball Project bestaat uit gelouterde muzikanten, die het zich kunnen veroorloven om te doen waar ze zin in hebben. Ook op 3rd heeft Steve Wynn het meest in de melk te brokkelen. Een aantal songs ligt in het verlengde van de American Underground muziek die Wynn ooit op de kaart zette, maar op 3rd is ook plaats voor meer ingetogen songs en voor songs waarin invloeden uit de roots domineren. 3rd doet niet alleen regelmatig aan The Dream Syndicate denken, maar heeft ook veel van R.E.M., wat ook niet zo gek is nu de helft van de roemruchte band deel uit maakt van The Baseball Project (Michael Stipe houdt vast niet van baseball). Een baseball liefhebber ga ik er waarschijnlijk niet van worden, maar wanneer het gaat om de muziek is mijn conclusie gelijk aan die bij de vorige twee delen: laat het volgende deel in de serie maar heel snel komen. Erwin Zijleman
The Bats - Foothills (2020)

4,0
1
geplaatst: 15 november 2020, 11:43 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bats - Foothills - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bats - Foothills
Voor verrassingen ben je bij The Bats aan het verkeerde adres, maar als je vatbaar bent voor de muziek van de Nieuw-Zeelandse band is ook Foothills weer een uitstekend album
Ik heb vaak een zwak voor muziek uit Australië en vooral Nieuw-Zeeland. Het laatstgenoemde land beschikt over aan aantal bands die al een hele tijd meegaan, waaronder The Bats. Die band bestaat inmiddels 38 jaar, maar is pas aanbeland bij album nummer 10. The Bats is misschien geen hele productieve band, maar ieder album dat is uitgebracht is goed. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Foothills, dat van de eerste tot en met de laatste tracks het uit duizenden herkenbare geluid van The Bats laat horen. Het zal voor iedereen die de band niet kent misschien wat gedateerd klinken, maar ik was en blijf gek op het geluid van The Bats.
The Bats is een band uit Nieuw-Zeeland, die al sinds het begin van de jaren 80 actief is, maar desondanks pas toe is aan haar tiende album. De band rond singer-songwriter Robert Scott, die samen met David Kilgour ook aan de basis stond van de al even legendarische Nieuw-Zeelandse band The Clean, neemt de tijd voor haar albums, maar een slecht album heeft de band nog niet gemaakt.
The Deep Set, het vorige album van de Nieuw-Zeelandse band, omschreef ik ruim vierenhalf jaar geleden als “de perfecte gitaarpop van The Go-Betweens, verrijkt met het meest aansprekende van R.E.M., het hypnotiserende van Yo La Tengo, het ongrijpbare van Split Enz, het lichtvoetige van Crowded House en een beetje van het donkere van The Smiths.” Het is een omschrijving die ook kan worden gebruikt voor het omschrijven van Foothills, want ook het tiende album van de band is een typisch The Bats album.
The Deep Sets omschreef ik ook als een album vol zonnestralen en ook die omschrijving gaat op voor Foothills, als schijnt de zon wel net wat minder uitbundig en is er met name in de zich wat langzamer voortslepende tracks ook ruimte voor melancholie.
Net als de vorige albums van The Bats is ook Foothills een album dat ongetwijfeld gemengde reacties gaat oproepen. Het vorige album van de band werd hier en daar onthaald als een waar meesterwerk, maar ook als een wat gezapig album dat wat fantasieloos voortborduurde op muziek uit de late jaren 80 en vroege jaren 90. Voor beide meningen is wat te zeggen, maar zelf ben ik toch weer vooral onder de indruk van de nieuwe muziek van The Bats.
Ook Foothills laat zich weer goed vergelijken met de geweldige albums die de Australische band The Go-Betweens maakte in de jaren 80, al klinkt de muziek van The Bats zo nu en dan wel iets folkier. Voor een band die 38 jaar bestaat en nog nooit van samenstelling is veranderd klinkt ook Foothills weer verrassend fris. Het tiende album van The Bats laat weliswaar een vertrouwd geluid horen, maar voor liefhebbers van dit geluid valt er op Foothills genoeg nieuws te ontdekken.
Robert Scott is een getalenteerd songwriter, die de geweldige popliedjes nog altijd uit zijn mouw schudt. Het zijn popliedjes die uit de voeten kunnen met invloeden uit de folk, psychedelica, rock en jangle pop en het zijn popliedjes die over het algemeen licht verteerbaar zijn, wat zeker niet betekent dat de diepgang ontbreekt.
Ook Foothills is weer fraai ingekleurd met uiteraard veel mooi en veelkleurig gitaarwerk, maar ook de keyboards op het album klinken prachtig. Robert Scott is geen hele bijzondere zanger, maar hij heeft wel een herkenbaar eigen geluid en laat zijn stem bovendien fraai ondersteunen door de heldere vrouwenstem van Kaye Woodward, die de muziek van The Bats vaak een folky karakter geeft.
Foothills komt hier inmiddels voor de zoveelste keer uit de speakers, maar mijn enorme zwak voor de muziek van The Bats neemt eerder toe dan af. Tien albums in 38 jaar is niet veel, maar zolang The Bats albums blijft maken van een constant en wat mij betreft hoog niveau, vergeef ik de band de matige productiviteit graag. In Europa en de Verenigde Staten domineren de herfstalbums op het moment, maar er is ook een deel van de wereld waarop het zomer wordt. Nog een reden om het nieuwe album van The Bats te omarmen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bats - Foothills - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bats - Foothills
Voor verrassingen ben je bij The Bats aan het verkeerde adres, maar als je vatbaar bent voor de muziek van de Nieuw-Zeelandse band is ook Foothills weer een uitstekend album
Ik heb vaak een zwak voor muziek uit Australië en vooral Nieuw-Zeeland. Het laatstgenoemde land beschikt over aan aantal bands die al een hele tijd meegaan, waaronder The Bats. Die band bestaat inmiddels 38 jaar, maar is pas aanbeland bij album nummer 10. The Bats is misschien geen hele productieve band, maar ieder album dat is uitgebracht is goed. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Foothills, dat van de eerste tot en met de laatste tracks het uit duizenden herkenbare geluid van The Bats laat horen. Het zal voor iedereen die de band niet kent misschien wat gedateerd klinken, maar ik was en blijf gek op het geluid van The Bats.
The Bats is een band uit Nieuw-Zeeland, die al sinds het begin van de jaren 80 actief is, maar desondanks pas toe is aan haar tiende album. De band rond singer-songwriter Robert Scott, die samen met David Kilgour ook aan de basis stond van de al even legendarische Nieuw-Zeelandse band The Clean, neemt de tijd voor haar albums, maar een slecht album heeft de band nog niet gemaakt.
The Deep Set, het vorige album van de Nieuw-Zeelandse band, omschreef ik ruim vierenhalf jaar geleden als “de perfecte gitaarpop van The Go-Betweens, verrijkt met het meest aansprekende van R.E.M., het hypnotiserende van Yo La Tengo, het ongrijpbare van Split Enz, het lichtvoetige van Crowded House en een beetje van het donkere van The Smiths.” Het is een omschrijving die ook kan worden gebruikt voor het omschrijven van Foothills, want ook het tiende album van de band is een typisch The Bats album.
The Deep Sets omschreef ik ook als een album vol zonnestralen en ook die omschrijving gaat op voor Foothills, als schijnt de zon wel net wat minder uitbundig en is er met name in de zich wat langzamer voortslepende tracks ook ruimte voor melancholie.
Net als de vorige albums van The Bats is ook Foothills een album dat ongetwijfeld gemengde reacties gaat oproepen. Het vorige album van de band werd hier en daar onthaald als een waar meesterwerk, maar ook als een wat gezapig album dat wat fantasieloos voortborduurde op muziek uit de late jaren 80 en vroege jaren 90. Voor beide meningen is wat te zeggen, maar zelf ben ik toch weer vooral onder de indruk van de nieuwe muziek van The Bats.
Ook Foothills laat zich weer goed vergelijken met de geweldige albums die de Australische band The Go-Betweens maakte in de jaren 80, al klinkt de muziek van The Bats zo nu en dan wel iets folkier. Voor een band die 38 jaar bestaat en nog nooit van samenstelling is veranderd klinkt ook Foothills weer verrassend fris. Het tiende album van The Bats laat weliswaar een vertrouwd geluid horen, maar voor liefhebbers van dit geluid valt er op Foothills genoeg nieuws te ontdekken.
Robert Scott is een getalenteerd songwriter, die de geweldige popliedjes nog altijd uit zijn mouw schudt. Het zijn popliedjes die uit de voeten kunnen met invloeden uit de folk, psychedelica, rock en jangle pop en het zijn popliedjes die over het algemeen licht verteerbaar zijn, wat zeker niet betekent dat de diepgang ontbreekt.
Ook Foothills is weer fraai ingekleurd met uiteraard veel mooi en veelkleurig gitaarwerk, maar ook de keyboards op het album klinken prachtig. Robert Scott is geen hele bijzondere zanger, maar hij heeft wel een herkenbaar eigen geluid en laat zijn stem bovendien fraai ondersteunen door de heldere vrouwenstem van Kaye Woodward, die de muziek van The Bats vaak een folky karakter geeft.
Foothills komt hier inmiddels voor de zoveelste keer uit de speakers, maar mijn enorme zwak voor de muziek van The Bats neemt eerder toe dan af. Tien albums in 38 jaar is niet veel, maar zolang The Bats albums blijft maken van een constant en wat mij betreft hoog niveau, vergeef ik de band de matige productiviteit graag. In Europa en de Verenigde Staten domineren de herfstalbums op het moment, maar er is ook een deel van de wereld waarop het zomer wordt. Nog een reden om het nieuwe album van The Bats te omarmen. Erwin Zijleman
The Bats - The Deep Set (2017)

4,5
1
geplaatst: 10 februari 2017, 15:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bats - The Deep Set (+ The Clean - Getaway) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Iets meer dan twee jaar geleden schreef ik op deze BLOG over The Green House van de uit Nieuw-Zeeland afkomstige muzikant Robert Scott.
Deze Robert Scott voerde in het verleden twee legendarische bands uit dit land aan, The Clean en The Bats, maar maakte ook solo flink wat indruk met het werkelijk geweldige The Green House.
De soloplaat van Robert Scott trok in Nederland helaas maar heel weinig aandacht, maar vorige week lag er, voor mij uit het niets, opeens weer een nieuwe plaat van The Bats op de mat en deze is wel gewoon uit in Nederland.
The Deep Set is de opvolger van het zes jaar oude Free All The Monsters en klinkt alsof de tijd jaren heeft stil gestaan. The Bats was altijd al goed voor zonnig klinkende of zelfs compleet onweerstaanbare gitaarpop en de band uit Christchurch is het kunstje niet verleerd.
Laat The Deep Set uit de speakers komen en de lente is begonnen. Denk aan de perfecte gitaarpop van The Go-Betweens, verrijkt met het meest aansprekende van R.E.M., het hypnotiserende van Yo La Tengo, het ongrijpbare van Split Enz, het lichtvoetige van Crowded House en een beetje van het donkere van The Smiths.
De ritmesectie voert het tempo lekker op, de gitarist van de band strooit vrijwel continu met briljante, zonnige of heerlijk jengelende gitaarloopjes, de harmonieën en toegevoegde vrouwenstemmen zijn af en toe suikerzoet, terwijl Robert Scott de aangename klanken van The Bats voorziet van een beetje melancholie.
Het is een recept dat al mee gaat sinds de eerste platen van de band uit de jaren 80, maar het is ook een recept dat nog steeds werkt. Net als de soloplaat van Robert Scott bevat The Deep Sets van The Bats veel herkenbare elementen, maar The Bats klinken ook anders dan bands van de andere kant van de wereld.
Het is niet eens heel makkelijk om te omschrijven wat er zo bijzonder is aan de popliedjes van The Bats, maar probeer ze maar eens te weerstaan. Het lukt mij niet, met geen mogelijkheid zelfs. De gitaarlijnen halen niet alleen de zon tevoorschijn, maar geven ook je humeur een boost om bang van te worden. Het klinkt allemaal eenvoudig en soms bijna vanzelfsprekend, maar de songs van The Bats zitten geweldig in elkaar en worden eigenlijk alleen maar beter. Wereldplaat dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bats - The Deep Set (+ The Clean - Getaway) - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Iets meer dan twee jaar geleden schreef ik op deze BLOG over The Green House van de uit Nieuw-Zeeland afkomstige muzikant Robert Scott.
Deze Robert Scott voerde in het verleden twee legendarische bands uit dit land aan, The Clean en The Bats, maar maakte ook solo flink wat indruk met het werkelijk geweldige The Green House.
De soloplaat van Robert Scott trok in Nederland helaas maar heel weinig aandacht, maar vorige week lag er, voor mij uit het niets, opeens weer een nieuwe plaat van The Bats op de mat en deze is wel gewoon uit in Nederland.
The Deep Set is de opvolger van het zes jaar oude Free All The Monsters en klinkt alsof de tijd jaren heeft stil gestaan. The Bats was altijd al goed voor zonnig klinkende of zelfs compleet onweerstaanbare gitaarpop en de band uit Christchurch is het kunstje niet verleerd.
Laat The Deep Set uit de speakers komen en de lente is begonnen. Denk aan de perfecte gitaarpop van The Go-Betweens, verrijkt met het meest aansprekende van R.E.M., het hypnotiserende van Yo La Tengo, het ongrijpbare van Split Enz, het lichtvoetige van Crowded House en een beetje van het donkere van The Smiths.
De ritmesectie voert het tempo lekker op, de gitarist van de band strooit vrijwel continu met briljante, zonnige of heerlijk jengelende gitaarloopjes, de harmonieën en toegevoegde vrouwenstemmen zijn af en toe suikerzoet, terwijl Robert Scott de aangename klanken van The Bats voorziet van een beetje melancholie.
Het is een recept dat al mee gaat sinds de eerste platen van de band uit de jaren 80, maar het is ook een recept dat nog steeds werkt. Net als de soloplaat van Robert Scott bevat The Deep Sets van The Bats veel herkenbare elementen, maar The Bats klinken ook anders dan bands van de andere kant van de wereld.
Het is niet eens heel makkelijk om te omschrijven wat er zo bijzonder is aan de popliedjes van The Bats, maar probeer ze maar eens te weerstaan. Het lukt mij niet, met geen mogelijkheid zelfs. De gitaarlijnen halen niet alleen de zon tevoorschijn, maar geven ook je humeur een boost om bang van te worden. Het klinkt allemaal eenvoudig en soms bijna vanzelfsprekend, maar de songs van The Bats zitten geweldig in elkaar en worden eigenlijk alleen maar beter. Wereldplaat dus. Erwin Zijleman
The Beach Boys - Pet Sounds (1966)

5,0
4
geplaatst: 15 juni 2025, 20:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Beach Boys - Pet Sounds (1966) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Beach Boys - Pet Sounds (1966)
De vorige week overleden Amerikaanse muzikant Brian Wilson heeft ons veel mooie muziek nagelaten, maar op het volgend jaar alweer 60 jaar oude Pet Sounds van The Beach Boys hoor je hem op zijn allerbest
Hoeveel popsongs zijn er van het kaliber van God Only Knows, dat je ook bij de duizendste keer horen nog weet te ontroeren? Het is een song die afkomstig is van het album Pet Sounds van The Beach Boys, dat gezien wordt als het meesterwerk van Brian Wilson. Daar valt niets op af te dingen want Pet Sounds was en is een sensationeel album en zal dat ook altijd blijven. Dat heeft alles te maken met de kwaliteit van de songs, maar ook de arrangementen en orkestraties en de prachtige zang en harmonieën op het album hebben bijgedragen aan de mythische status die het album zo langzamerhand heeft. Brian Wilson is niet meer, maar zijn muziek zal altijd voortleven.
Afgelopen week overleed Brian Wilson op 82-jarige leeftijd. De Amerikaanse songwriter en muzikant had al langer een broze gezondheid, maar desondanks kwam het nieuws van zijn overlijden hard aan. Brian Wilson moet immers worden gerekend tot de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek. Zijn leven als popmuzikant speelde zich grotendeels buiten de schijnwerpers af, maar zonder Brian Wilson had de popmuziek van nu er ongetwijfeld anders uit gezien.
Bij Brian Wilson denk je aan The Beach Boys en bij The Beach Boys denk ik aan Pet Sounds, maar de Amerikaanse muzikant heeft meer moois op zijn naam staan. Het verloren album SMiLE bijvoorbeeld, dat hij onder zijn eigen naam uitbracht, maar ook albums van The Beach Boys als Wild Honey, Friends, Sunflower en zeker ook Surf’s Up zijn albums die een plekje verdienen in de eregalerij van de popmuziek, al kregen ze niet allemaal de waardering die ze verdienden.
Toen Brian Wilson te maken kreeg met mentale problemen was het gedaan met The Beach Boys en het zou ook even duren voor hij als solomuzikant weer boven kwam drijven, maar in de jaren dat Brian Wilson actief was in de popmuziek leverde hij een bijdrage die niet vergeten mag worden. Ik wilde voor de afwisseling eens niet stil staan bij Pet Sounds, maar het is voor mij toch met afstand het beste dat Brian Wilson heeft gemaakt, waardoor ik toch weer bij dit album uit kom.
Pet Sounds verscheen in 1966. The Beach Boys timmerden op dat moment al een aantal jaren aan de weg met songs die in eerste instantie vooral over surfen en meisjes gingen, maar in de loop der jaren aan diepgang hadden gewonnen. The Beach Boys waren groot in de Verenigde Staten, maar Brian Wilson keek ook naar het Verenigd Koninkrijk, waar ook een interessant bandje aan de weg timmerde.
Dat bandje zou in 1967 met Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band een sensationeel album afleveren, maar The Beach Boys deden dit al een jaar eerder met Pet Sounds. Het is een album dat vergeleken met de meeste andere muziek van dat moment een aantal reuzenstappen zette. Pet Sounds is in productioneel en muzikaal opzicht een fascinerend album en ook de songs op het album zijn van een bijzonder hoog niveau.
Brian Wilson voorzag Pet Sounds van een geluid dat nog steeds uniek klinkt en dat heel veel invloed zou hebben, onder andere op het eerder genoemde Britse bandje. Het geluid op Pet Sounds valt op door de bijzondere en vaak stevig aangezette orkestraties, het gebruik van zeer uiteenlopende klanken en zeker ook de fantastisch klinkende stemmen, koortjes en harmonieën.
Maar het album bevat ook een serie geweldige songs. Het zijn zeer melodieuze songs en vaak ook complex in elkaar stekende songs, maar het album bevat met God Only Knows ook een op het eerste gehoor misschien betrekkelijk eenvoudige popsong, die echter wel uitgeroeide tot een van de mooiste popsongs aller tijden en iedere keer weer goed is voor kippenvel.
Als ik nu naar Pet Sounds luister vind ik de rijke orkestraties, de complexe arrangementen en de bijzonder mooie zang nog altijd bijzonder indrukwekkend of zelfs overweldigend, maar hoe moet dat in 1966 zijn geweest, toen het album zorgde voor een muzikale aardverschuiving, voor iedereen die het destijds horen wilde natuurlijk. Pet Sounds is zeker niet het enige mooie dat de vorige week overleden Brain Wilson ons heeft nagelaten, maar is wel het meest indrukwekkende bewijs van zijn genialiteit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: The Beach Boys - Pet Sounds (1966) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Beach Boys - Pet Sounds (1966)
De vorige week overleden Amerikaanse muzikant Brian Wilson heeft ons veel mooie muziek nagelaten, maar op het volgend jaar alweer 60 jaar oude Pet Sounds van The Beach Boys hoor je hem op zijn allerbest
Hoeveel popsongs zijn er van het kaliber van God Only Knows, dat je ook bij de duizendste keer horen nog weet te ontroeren? Het is een song die afkomstig is van het album Pet Sounds van The Beach Boys, dat gezien wordt als het meesterwerk van Brian Wilson. Daar valt niets op af te dingen want Pet Sounds was en is een sensationeel album en zal dat ook altijd blijven. Dat heeft alles te maken met de kwaliteit van de songs, maar ook de arrangementen en orkestraties en de prachtige zang en harmonieën op het album hebben bijgedragen aan de mythische status die het album zo langzamerhand heeft. Brian Wilson is niet meer, maar zijn muziek zal altijd voortleven.
Afgelopen week overleed Brian Wilson op 82-jarige leeftijd. De Amerikaanse songwriter en muzikant had al langer een broze gezondheid, maar desondanks kwam het nieuws van zijn overlijden hard aan. Brian Wilson moet immers worden gerekend tot de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek. Zijn leven als popmuzikant speelde zich grotendeels buiten de schijnwerpers af, maar zonder Brian Wilson had de popmuziek van nu er ongetwijfeld anders uit gezien.
Bij Brian Wilson denk je aan The Beach Boys en bij The Beach Boys denk ik aan Pet Sounds, maar de Amerikaanse muzikant heeft meer moois op zijn naam staan. Het verloren album SMiLE bijvoorbeeld, dat hij onder zijn eigen naam uitbracht, maar ook albums van The Beach Boys als Wild Honey, Friends, Sunflower en zeker ook Surf’s Up zijn albums die een plekje verdienen in de eregalerij van de popmuziek, al kregen ze niet allemaal de waardering die ze verdienden.
Toen Brian Wilson te maken kreeg met mentale problemen was het gedaan met The Beach Boys en het zou ook even duren voor hij als solomuzikant weer boven kwam drijven, maar in de jaren dat Brian Wilson actief was in de popmuziek leverde hij een bijdrage die niet vergeten mag worden. Ik wilde voor de afwisseling eens niet stil staan bij Pet Sounds, maar het is voor mij toch met afstand het beste dat Brian Wilson heeft gemaakt, waardoor ik toch weer bij dit album uit kom.
Pet Sounds verscheen in 1966. The Beach Boys timmerden op dat moment al een aantal jaren aan de weg met songs die in eerste instantie vooral over surfen en meisjes gingen, maar in de loop der jaren aan diepgang hadden gewonnen. The Beach Boys waren groot in de Verenigde Staten, maar Brian Wilson keek ook naar het Verenigd Koninkrijk, waar ook een interessant bandje aan de weg timmerde.
Dat bandje zou in 1967 met Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band een sensationeel album afleveren, maar The Beach Boys deden dit al een jaar eerder met Pet Sounds. Het is een album dat vergeleken met de meeste andere muziek van dat moment een aantal reuzenstappen zette. Pet Sounds is in productioneel en muzikaal opzicht een fascinerend album en ook de songs op het album zijn van een bijzonder hoog niveau.
Brian Wilson voorzag Pet Sounds van een geluid dat nog steeds uniek klinkt en dat heel veel invloed zou hebben, onder andere op het eerder genoemde Britse bandje. Het geluid op Pet Sounds valt op door de bijzondere en vaak stevig aangezette orkestraties, het gebruik van zeer uiteenlopende klanken en zeker ook de fantastisch klinkende stemmen, koortjes en harmonieën.
Maar het album bevat ook een serie geweldige songs. Het zijn zeer melodieuze songs en vaak ook complex in elkaar stekende songs, maar het album bevat met God Only Knows ook een op het eerste gehoor misschien betrekkelijk eenvoudige popsong, die echter wel uitgeroeide tot een van de mooiste popsongs aller tijden en iedere keer weer goed is voor kippenvel.
Als ik nu naar Pet Sounds luister vind ik de rijke orkestraties, de complexe arrangementen en de bijzonder mooie zang nog altijd bijzonder indrukwekkend of zelfs overweldigend, maar hoe moet dat in 1966 zijn geweest, toen het album zorgde voor een muzikale aardverschuiving, voor iedereen die het destijds horen wilde natuurlijk. Pet Sounds is zeker niet het enige mooie dat de vorige week overleden Brain Wilson ons heeft nagelaten, maar is wel het meest indrukwekkende bewijs van zijn genialiteit. Erwin Zijleman
The Beatles - 1962-1966 / 1967-1970 (2023)

4,0
2
geplaatst: 12 november 2023, 19:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Beatles 1962-1966 / The Beatles 1967-1970 (1973/2023) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Beatles 1962-1966 / The Beatles 1967-1970 (1973/2023)
Drie jaar na het uit elkaar vallen van The Beatles verschenen in 1973 de iconische verzamelaars in de rode en blauwe hoes en vijftig jaar later duiken ze opnieuw op met een fraaie nieuwe mix en flink wat extra tracks
De afgelopen jaren werd zo ongeveer alles wat The Beatles tussen 1962 en 1970 maakten opnieuw uitgebracht. Het was nog niet alles, want twee weken na de release van een ‘nieuwe’ Beatles single duiken ook The Beatles 1962-1966 en The Beatles 1967-1970 op in een nieuwe versie. De verzamelaars die bekend werden als het rode en het blauwe album zijn flink opgepoetst met voor veel tracks een nieuwe mix van Giles Martin (de zoon van George). Het klinkt allemaal prachtig, maar na alle andere reissues van de laatste jaren hebben het rode en het blauwe album vooral een sentimentele waarde. Een waarde die hoog kan zijn, zeker voor iedereen die opgroeide met deze twee iconische albums.
Toen The Beatles in 1970 uit elkaar gingen was ik de kleuterjaren pas net ontgroeid, maar toen mijn interesse voor de popmuziek later in de jaren 70 begon te groeien, moest ik natuurlijk ook kennismaken met de muziek van de grootste Britse band aller tijden. Dat deed ik niet via de reguliere albums van de band, maar met de verzamelaars The Beatles 1962-1966 en The Beatles 1967-1970. Via het rode en het blauwe album leerde ik in ieder geval de singles van The Beatles kennen en raakte ik verknocht aan het werk van de band. Een hele generatie leerde het werk van The Beatles in deze jaren kennen via het rode en het blauwe album, want andere albums van de band zag ik destijds nauwelijks.
De originele versies van de twee dubbele verzamelalbums heb ik volgens mij al lang niet meer, maar ik heb nog wel erbarmelijk klinkende illegale cd-versies, die ik ergens in de jaren 90 in een winkeltje in Hanoi op de kop tikte. De rode en de blauwe verzamelaar werden in 1993 op cd uitgebracht, maar trokken pas de aandacht met de in 2010 verschenen reissues, die verschenen op een moment dat ook al de twee delen Past Masters en de verzamelaar met alle nummer 1 hits van de Britse band (1) waren uitgebracht.
Deze week verschijnen The Beatles 1962-1966 en The Beatles 1967-1970, uiteraard gestoken in de iconische rode en blauwe hoes, op cd en vinyl. Het komt vlak na de release van de ‘nieuwe’ single Now And Then, waardoor er in de maand na het alom geprezen nieuwe album van The Rolling Stones, ook weer sprake is van een heuse Beatles mania.
Op voorhand had ik wel wat twijfels bij de noodzaak van de reissue van de iconische verzamelaars uit 1973. Er zijn zoals gezegd prima andere verzamelaars verschenen, er is een box-set met het complete studiowerk van The Beatles (in stereo en mono), er zijn de drie Anthology delen en bovendien verschenen er de afgelopen jaren al reissues van de studio albums van de band, steeds aangevuld met een schat aan extra materiaal. Het rode en het blauwe verzamelalbum hebben daarom vooral een sentimentele waarde, maar die is waarschijnlijk goed voor prima verkoopcijfers zo aan het einde van het jaar.
Ik was in eerste instantie sceptisch over de deze week verschenen reissues, maar ik ben uiteindelijk toch gezwicht. Enerzijds omdat de sentimentele waarde van de iconische verzamelaars ook voor mij hoog is en anderzijds omdat de nieuwe uitvoeringen prachtig zijn. De meeste tracks op de albums zijn voorzien van een nieuwe mix, waardoor The Beatles 1962-1966 en The Beatles 1967-1970 in de nieuwe versie veel beter klinken dan de originelen. Ik ben lang niet altijd gek op nieuwe mixen, maar vooral de 2023 mixen van Giles Martin, de zoon van de legendarische Beatles producer George Martin, klinken fantastisch en laten details horen die me eerder zijn ontgaan.
De originele verzamelaars zijn uitgebreid met een aantal extra tracks, maar grote verrassingen zitten er, buiten de nieuwe single Now And Then, niet tussen. Het toevoegen van de single is een milde vorm van geschiedvervalsing, maar het scheelt de aanschaf van de behoorlijk prijzige single. De digitale versies van de verzamelaars klinken overigens ook prima en bieden een goed alternatief voor de cd’s en het vinyl, al heeft het natuurlijk wel wat om na al die jaren die rode en blauwe hoes weer eens in handen te hebben. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Beatles 1962-1966 / The Beatles 1967-1970 (1973/2023) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Beatles 1962-1966 / The Beatles 1967-1970 (1973/2023)
Drie jaar na het uit elkaar vallen van The Beatles verschenen in 1973 de iconische verzamelaars in de rode en blauwe hoes en vijftig jaar later duiken ze opnieuw op met een fraaie nieuwe mix en flink wat extra tracks
De afgelopen jaren werd zo ongeveer alles wat The Beatles tussen 1962 en 1970 maakten opnieuw uitgebracht. Het was nog niet alles, want twee weken na de release van een ‘nieuwe’ Beatles single duiken ook The Beatles 1962-1966 en The Beatles 1967-1970 op in een nieuwe versie. De verzamelaars die bekend werden als het rode en het blauwe album zijn flink opgepoetst met voor veel tracks een nieuwe mix van Giles Martin (de zoon van George). Het klinkt allemaal prachtig, maar na alle andere reissues van de laatste jaren hebben het rode en het blauwe album vooral een sentimentele waarde. Een waarde die hoog kan zijn, zeker voor iedereen die opgroeide met deze twee iconische albums.
Toen The Beatles in 1970 uit elkaar gingen was ik de kleuterjaren pas net ontgroeid, maar toen mijn interesse voor de popmuziek later in de jaren 70 begon te groeien, moest ik natuurlijk ook kennismaken met de muziek van de grootste Britse band aller tijden. Dat deed ik niet via de reguliere albums van de band, maar met de verzamelaars The Beatles 1962-1966 en The Beatles 1967-1970. Via het rode en het blauwe album leerde ik in ieder geval de singles van The Beatles kennen en raakte ik verknocht aan het werk van de band. Een hele generatie leerde het werk van The Beatles in deze jaren kennen via het rode en het blauwe album, want andere albums van de band zag ik destijds nauwelijks.
De originele versies van de twee dubbele verzamelalbums heb ik volgens mij al lang niet meer, maar ik heb nog wel erbarmelijk klinkende illegale cd-versies, die ik ergens in de jaren 90 in een winkeltje in Hanoi op de kop tikte. De rode en de blauwe verzamelaar werden in 1993 op cd uitgebracht, maar trokken pas de aandacht met de in 2010 verschenen reissues, die verschenen op een moment dat ook al de twee delen Past Masters en de verzamelaar met alle nummer 1 hits van de Britse band (1) waren uitgebracht.
Deze week verschijnen The Beatles 1962-1966 en The Beatles 1967-1970, uiteraard gestoken in de iconische rode en blauwe hoes, op cd en vinyl. Het komt vlak na de release van de ‘nieuwe’ single Now And Then, waardoor er in de maand na het alom geprezen nieuwe album van The Rolling Stones, ook weer sprake is van een heuse Beatles mania.
Op voorhand had ik wel wat twijfels bij de noodzaak van de reissue van de iconische verzamelaars uit 1973. Er zijn zoals gezegd prima andere verzamelaars verschenen, er is een box-set met het complete studiowerk van The Beatles (in stereo en mono), er zijn de drie Anthology delen en bovendien verschenen er de afgelopen jaren al reissues van de studio albums van de band, steeds aangevuld met een schat aan extra materiaal. Het rode en het blauwe verzamelalbum hebben daarom vooral een sentimentele waarde, maar die is waarschijnlijk goed voor prima verkoopcijfers zo aan het einde van het jaar.
Ik was in eerste instantie sceptisch over de deze week verschenen reissues, maar ik ben uiteindelijk toch gezwicht. Enerzijds omdat de sentimentele waarde van de iconische verzamelaars ook voor mij hoog is en anderzijds omdat de nieuwe uitvoeringen prachtig zijn. De meeste tracks op de albums zijn voorzien van een nieuwe mix, waardoor The Beatles 1962-1966 en The Beatles 1967-1970 in de nieuwe versie veel beter klinken dan de originelen. Ik ben lang niet altijd gek op nieuwe mixen, maar vooral de 2023 mixen van Giles Martin, de zoon van de legendarische Beatles producer George Martin, klinken fantastisch en laten details horen die me eerder zijn ontgaan.
De originele verzamelaars zijn uitgebreid met een aantal extra tracks, maar grote verrassingen zitten er, buiten de nieuwe single Now And Then, niet tussen. Het toevoegen van de single is een milde vorm van geschiedvervalsing, maar het scheelt de aanschaf van de behoorlijk prijzige single. De digitale versies van de verzamelaars klinken overigens ook prima en bieden een goed alternatief voor de cd’s en het vinyl, al heeft het natuurlijk wel wat om na al die jaren die rode en blauwe hoes weer eens in handen te hebben. Erwin Zijleman
The Belair Lip Bombs - Again (2025)

4,0
0
geplaatst: 12 november 2025, 16:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Belair Lip Bombs - Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Belair Lip Bombs - Again
Er zijn dit jaar niet heel veel frisse, interessante en leuke nieuwe gitaarbandjes opgedoken, maar de Australische band The Belair Lip Bombs laat op haar uitstekende tweede album Again horen dat het er zeker een is
Direct bij de eerste noten van de openingstrack van Again van The Belair Lip Bombs heb je het gevoel dat je een band hoort die wel eens heel groot kan gaan worden. Dat zijn grote schoenen om te vullen en dat lukt de Australische band dan ook niet altijd, maar Again is absoluut een leuk album. The Belair Lip Bombs maakt op haar tweede album aanstekelijke en soms licht tegendraadse gitaarpop zoals alleen Australische bands die maken. De band beschikt in de persoon van Maisie Everett over een aansprekend boegbeeld en laat op Again ook nog eens horen dat het kan variëren, waardoor het album misschien niet de hele tijd zorgt voor een jubelstemming, maar wel laat horen dat er nog veel meer in zit.
Lush Life, het eerste album van de Australische band The Belair Lip Bombs, was in de zomer van 2023 een album waar ik in eerste instantie heel vrolijk van werd, maar dat ik na een paar keer horen toch weer opzij legde. Het overkwam me een week of twee geleden ook weer met Again, het tweede album van de band uit Melbourne.
Door een aantal zeer lovende recensies in de Britse muziektijdschriften was ik op voorhand al heel nieuwsgierig geworden naar het album en bij eerste beluistering was ik direct enthousiast. Uiteindelijk selecteerde ik het album echter niet omdat het goede gevoel om onduidelijke redenen niet bleef, waarbij ik niet uitsluit dat het te maken had met het stevig opkomende herfstweer van dat moment.
Omdat het positieve recensies bleef regenen probeerde ik het de afgelopen week toch nog een keer en nu hield de Australische band mijn aandacht wel vast. Ook tijdens het typen van deze recensie word ik alleen maar heel vrolijk van het nieuwe album van The Belair Lip Bombs, dat ik inmiddels dan ook als een blijvertje zie.
De band rond frontvrouw Maisie Everett vermaakt ook op haar tweede album met een aantal onweerstaanbaar lekkere gitaarsongs, maar gooit er af en toe ook een wat meer ingehouden popsong tegenaan. Het debuutalbum van de band werd niet heel opvallend geproduceerd door Nao Anzai, die onder andere werkte met The Teskey Brothers, maar hij mocht toch terugkeren voor het tweede album. Hij kreeg wel gezelschap van Joe White van de band Rolling Blackouts Coastal Fever, die de band een flinke impuls heeft gegeven.
Rolling Blackouts Coastal Fever heeft het patent op typisch Australische en bijzonder aanstekelijke gitaarsongs en die maakt The Belair Lip Bombs ook op haar tweede album. Wanneer het gitaarwerk wat tegendraads is heeft het wel wat van de muziek waarmee de New Yorkse band The Strokes ooit debuteerde, maar de band rond Maisie Everett varieert er op Again ook flink op los. Een aantal songs op het album past in de hokjes indierock, maar ook jangle pop en pop komen voorbij op het tweede album van de band.
Op het ruim twee jaar oude debuutalbum van The Belair Lip Bombs rammelde het nog aan alle kanten, maar op Again heeft de Australische band in een aantal opzichten stappen gezet. Again laat een hecht spelende band horen, die vooral indruk maakt met veelkleurig gitaarwerk, maar ook de ritmesectie van de band stuwt de songs van The Belair Lip Bombs steeds weer naar een net wat hoger niveau.
De meeste van dit soort bandjes beschikken over een zanger met veel of zelfs net wat teveel branie, maar de songs van The Belair Lip Bombs klinken anders door de zang van frontvrouw Maisie Everett. Again klinkt wat liever en charmanter dan albums van vergelijkbare gitaarbands, maar Maisie Everett kan ook zeker rocken.
Bij mij viel het kwartje misschien niet direct, maar nu de zon de afgelopen dagen weer wat vaker scheen blijkt Again een album om de zomer van in je kop te krijgen en voorlopig nog even te houden. Jack White was direct fan toen hij het debuut van de band hoorde en bood de band een platencontract aan en daar gaat hij volgens mij geen spijt van krijgen, al is het maar omdat ik het idee heb dat de Australische band nog wel wat groeipotentie heeft. In de gaten houden deze band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: The Belair Lip Bombs - Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Belair Lip Bombs - Again
Er zijn dit jaar niet heel veel frisse, interessante en leuke nieuwe gitaarbandjes opgedoken, maar de Australische band The Belair Lip Bombs laat op haar uitstekende tweede album Again horen dat het er zeker een is
Direct bij de eerste noten van de openingstrack van Again van The Belair Lip Bombs heb je het gevoel dat je een band hoort die wel eens heel groot kan gaan worden. Dat zijn grote schoenen om te vullen en dat lukt de Australische band dan ook niet altijd, maar Again is absoluut een leuk album. The Belair Lip Bombs maakt op haar tweede album aanstekelijke en soms licht tegendraadse gitaarpop zoals alleen Australische bands die maken. De band beschikt in de persoon van Maisie Everett over een aansprekend boegbeeld en laat op Again ook nog eens horen dat het kan variëren, waardoor het album misschien niet de hele tijd zorgt voor een jubelstemming, maar wel laat horen dat er nog veel meer in zit.
Lush Life, het eerste album van de Australische band The Belair Lip Bombs, was in de zomer van 2023 een album waar ik in eerste instantie heel vrolijk van werd, maar dat ik na een paar keer horen toch weer opzij legde. Het overkwam me een week of twee geleden ook weer met Again, het tweede album van de band uit Melbourne.
Door een aantal zeer lovende recensies in de Britse muziektijdschriften was ik op voorhand al heel nieuwsgierig geworden naar het album en bij eerste beluistering was ik direct enthousiast. Uiteindelijk selecteerde ik het album echter niet omdat het goede gevoel om onduidelijke redenen niet bleef, waarbij ik niet uitsluit dat het te maken had met het stevig opkomende herfstweer van dat moment.
Omdat het positieve recensies bleef regenen probeerde ik het de afgelopen week toch nog een keer en nu hield de Australische band mijn aandacht wel vast. Ook tijdens het typen van deze recensie word ik alleen maar heel vrolijk van het nieuwe album van The Belair Lip Bombs, dat ik inmiddels dan ook als een blijvertje zie.
De band rond frontvrouw Maisie Everett vermaakt ook op haar tweede album met een aantal onweerstaanbaar lekkere gitaarsongs, maar gooit er af en toe ook een wat meer ingehouden popsong tegenaan. Het debuutalbum van de band werd niet heel opvallend geproduceerd door Nao Anzai, die onder andere werkte met The Teskey Brothers, maar hij mocht toch terugkeren voor het tweede album. Hij kreeg wel gezelschap van Joe White van de band Rolling Blackouts Coastal Fever, die de band een flinke impuls heeft gegeven.
Rolling Blackouts Coastal Fever heeft het patent op typisch Australische en bijzonder aanstekelijke gitaarsongs en die maakt The Belair Lip Bombs ook op haar tweede album. Wanneer het gitaarwerk wat tegendraads is heeft het wel wat van de muziek waarmee de New Yorkse band The Strokes ooit debuteerde, maar de band rond Maisie Everett varieert er op Again ook flink op los. Een aantal songs op het album past in de hokjes indierock, maar ook jangle pop en pop komen voorbij op het tweede album van de band.
Op het ruim twee jaar oude debuutalbum van The Belair Lip Bombs rammelde het nog aan alle kanten, maar op Again heeft de Australische band in een aantal opzichten stappen gezet. Again laat een hecht spelende band horen, die vooral indruk maakt met veelkleurig gitaarwerk, maar ook de ritmesectie van de band stuwt de songs van The Belair Lip Bombs steeds weer naar een net wat hoger niveau.
De meeste van dit soort bandjes beschikken over een zanger met veel of zelfs net wat teveel branie, maar de songs van The Belair Lip Bombs klinken anders door de zang van frontvrouw Maisie Everett. Again klinkt wat liever en charmanter dan albums van vergelijkbare gitaarbands, maar Maisie Everett kan ook zeker rocken.
Bij mij viel het kwartje misschien niet direct, maar nu de zon de afgelopen dagen weer wat vaker scheen blijkt Again een album om de zomer van in je kop te krijgen en voorlopig nog even te houden. Jack White was direct fan toen hij het debuut van de band hoorde en bood de band een platencontract aan en daar gaat hij volgens mij geen spijt van krijgen, al is het maar omdat ik het idee heb dat de Australische band nog wel wat groeipotentie heeft. In de gaten houden deze band. Erwin Zijleman
The Besnard Lakes - A Coliseum Complex Museum (2016)

4,5
1
geplaatst: 23 januari 2016, 10:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bernard Lakes - A Coliseum Complex Museum - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Canadese band The Besnard Lakes weet zich tot dusver nauwelijks te ontworstelen aan de vergelijking met stadgenoten The Arcade Fire, maar de band uit Montreal maakte de afgelopen jaren wel drie hele mooie en bijzondere platen.
Het zijn platen die eerlijk gezegd maar zelden aan die van The Arcade Fire doen denken en ook bij beluistering van A Coliseum Complex Museum vind ik het meestal geen relevant vergelijkingsmateriaal.
Op haar nieuwe plaat kiest The Besnard Lakes voor een wat ander geluid dan we van de band gewend zijn. A Coliseum Complex laat zich nadrukkelijk inspireren door de psychedelica uit de jaren 60 en verraadt hiernaast liefde voor de muziek van The Beach Boys. Dat laatste hoor je in de verrassend sterke harmonieën en de bijzondere structuur van de songs; het eerste in de breed uitwaaiende en heerlijke dromerige muur van klanken.
The Besnard Lakes is echter niet het zoveelste bandje dat psychedelische muziek uit de jaren 60 probeert te reproduceren. De invloeden uit onder andere de slowcore, de indie-rock en de shoegaze en dreampop, die een voorname rol speelden op de vorige platen van de band, worden subtiel verweven met de door de jaren 60 geïnspireerde klanken. De liefhebber van prog-rock uit de jaren 60 en 70 zal bovendien nog wat invloeden uit dit genre horen.
A Coliseum Complex laat zich beluisteren als één lange track, maar ook in behapbare songs van een minuut of vier weet The Besnard Lakes makkelijk te overtuigen. A Coliseum Complex overtuigt overigens het makkelijkst wanneer je je volledig overgeeft aan deze plaat en je laat meevoeren op de tapijten van authentieke syths of betoverend mooie gitaarlijnen.
Vervolgens is het genieten van de klanken van weleer, van songs die zomaar van Brian Wilson zouden kunnen zijn en van de vele meer eigentijdse details die The Besnard Lakes in haar muziek heeft verstopt.
Uit de schaduw van The Arcade Fire komen ze waarschijnlijk nog steeds niet, maar dat deze mooie en bijzondere plaat heel veel respect en aandacht verdient is wat mij betreft zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bernard Lakes - A Coliseum Complex Museum - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Canadese band The Besnard Lakes weet zich tot dusver nauwelijks te ontworstelen aan de vergelijking met stadgenoten The Arcade Fire, maar de band uit Montreal maakte de afgelopen jaren wel drie hele mooie en bijzondere platen.
Het zijn platen die eerlijk gezegd maar zelden aan die van The Arcade Fire doen denken en ook bij beluistering van A Coliseum Complex Museum vind ik het meestal geen relevant vergelijkingsmateriaal.
Op haar nieuwe plaat kiest The Besnard Lakes voor een wat ander geluid dan we van de band gewend zijn. A Coliseum Complex laat zich nadrukkelijk inspireren door de psychedelica uit de jaren 60 en verraadt hiernaast liefde voor de muziek van The Beach Boys. Dat laatste hoor je in de verrassend sterke harmonieën en de bijzondere structuur van de songs; het eerste in de breed uitwaaiende en heerlijke dromerige muur van klanken.
The Besnard Lakes is echter niet het zoveelste bandje dat psychedelische muziek uit de jaren 60 probeert te reproduceren. De invloeden uit onder andere de slowcore, de indie-rock en de shoegaze en dreampop, die een voorname rol speelden op de vorige platen van de band, worden subtiel verweven met de door de jaren 60 geïnspireerde klanken. De liefhebber van prog-rock uit de jaren 60 en 70 zal bovendien nog wat invloeden uit dit genre horen.
A Coliseum Complex laat zich beluisteren als één lange track, maar ook in behapbare songs van een minuut of vier weet The Besnard Lakes makkelijk te overtuigen. A Coliseum Complex overtuigt overigens het makkelijkst wanneer je je volledig overgeeft aan deze plaat en je laat meevoeren op de tapijten van authentieke syths of betoverend mooie gitaarlijnen.
Vervolgens is het genieten van de klanken van weleer, van songs die zomaar van Brian Wilson zouden kunnen zijn en van de vele meer eigentijdse details die The Besnard Lakes in haar muziek heeft verstopt.
Uit de schaduw van The Arcade Fire komen ze waarschijnlijk nog steeds niet, maar dat deze mooie en bijzondere plaat heel veel respect en aandacht verdient is wat mij betreft zeker. Erwin Zijleman
The Besnard Lakes - The Besnard Lakes Are the Ghost Nation (2025)

4,5
1
geplaatst: 16 oktober 2025, 20:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Besnard Lakes - The Besnard Lakes Are The Ghost Nation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Besnard Lakes - The Besnard Lakes Are The Ghost Nation
De Canadese band The Besnard Lakes bouwt langzaam maar gestaag aan een fascinerend oeuvre en voegt met het zeer melodieuze en bedwelmend mooie The Besnard Lakes Are The Ghost Nation een volgend prachtalbum toe aan dit oeuvre
Ik ben de afgelopen drie jaar enorm verslingerd geraakt aan The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings van de Canadese band The Besnard Lakes. De band uit Montreal schotelt de luisteraar op dit album een wonderschone maar ook avontuurlijke luistertrip van 70 minuten voor. Ook op het deze week verschenen The Besnard Lakes Are The Ghost Nation is de muziek van de Canadese band weer prachtig. Het is wederom muziek die prima kan worden omschreven als psychedelica of neo-psychedelica, maar het kan meerdere kanten op. Gemene deler is het zeer melodieuze karakter van de muziek van The Besnard Lakes in zowel de muziek als de zang. Het levert wederom een prachtalbum op.
Ik heb op deze website al een aantal keren stil gestaan bij het werk van de Canadese band The Besnard Lakes. De band debuteerde in 2003, maar ik maakte voor het eerst kennis met de muziek van The Besnard Lakes toen in 2007 het fascinerende The Besnard Lakes Are The Dark Horse verscheen. Ook met The Besnard Lakes Are the Roaring Night (2010), Until In Excess, Imperceptible UFO (2013), A Coliseum Complex Museum (2016) en The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings (2021) maakten de Canadezen flink wat indruk.
Ik was aan het begin van 2021 al behoorlijk positief over het laatstgenoemde album, maar mijn liefde voor het album groeide pas veel later. Met de kennis van nu vind ik The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings een van de onbetwiste meesterwerken van de afgelopen jaren. De mix van neo-psychedelica en psychedelica, aangelengd met flarden hardrock, postrock en progrock is goed voor een 70 minuten durende luistertrip, die me ook na talloze keren horen nog niet verveeld.
Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe album van de Canadese band, dat na een stilte van ruim vier jaar is verschenen. Ondanks de misschien wel wat te hooggespannen verwachtingen had The Besnard Lakes Are The Ghost Nation maar heel weinig tijd nodig om me te betoveren en overrompelen. De band uit Montreal komt na de 70 minuten van The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings met ‘slechts’ 45 minuten muziek op de proppen, maar het is 45 minuten heel goed.
Centraal thema op het nieuwe album van de Canadese band is nationale identiteit, wat gezien de wens van Donald Trump om Canada in te lijven als 51e staat een heel actueel thema is. De band heeft er echter geen zwaar politiek album van gemaakt en combineert de wat donkere ondertoon in de teksten met wonderschone muziek. The Besnard Lakes Are The Ghost Nation is nog wat melodieuzer dan de vorige albums van The Besnard Lakes en betovert continu met wonderschone melodieën.
In muzikaal opzicht past de muziek van de Canadezen ook dit keer uitstekend in hokjes als psychedelica en neo-psychedelica, maar andere invloeden worden ook dit keer niet geschuwd, waardoor ook liefhebbers van progrock en postrock gecharmeerd zullen zijn van de muziek van The Besnard Lakes.
Ook op haar nieuwe album strooit de band driftig met bedwelmende geluidstapijten waarvoor zowel keyboards als gitaren worden ingezet. Het klinkt allemaal heerlijk zweverig en dromerig en dit wordt versterkt door de zang van Jace Lasek en Olga Goreas, die ook tekenden voor de prachtige productie van het album.
Het is allemaal zo bedwelmend mooi dat het album nauwelijks te vangen is in woorden, al doet het het Britse Rough Trade een aardige poging: “Unique among their furrowed brow peers, The Besnard Lakes are unafraid to marry textured, questing headphone sonics to the honeyed pleasure of radio hits past: the rapture of My Bloody Valentine entwined with the romance of Fleetwood Mac. Imagine dreamy Beach House riding Led Zeppelin dynamics, with unabashedly androgynous vocal harmonies; a melodic yet mountainous sound world”.
Ik heb er eigenlijk weinig aan toe te voegen, buiten het feit dat ik The Besnard Lakes Are The Ghost Nation inmiddels al wel durf uit te roepen tot het beste album van The Besnard Lakes tot dusver, wat gezien de vorige albums een prestatie van formaat is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: The Besnard Lakes - The Besnard Lakes Are The Ghost Nation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Besnard Lakes - The Besnard Lakes Are The Ghost Nation
De Canadese band The Besnard Lakes bouwt langzaam maar gestaag aan een fascinerend oeuvre en voegt met het zeer melodieuze en bedwelmend mooie The Besnard Lakes Are The Ghost Nation een volgend prachtalbum toe aan dit oeuvre
Ik ben de afgelopen drie jaar enorm verslingerd geraakt aan The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings van de Canadese band The Besnard Lakes. De band uit Montreal schotelt de luisteraar op dit album een wonderschone maar ook avontuurlijke luistertrip van 70 minuten voor. Ook op het deze week verschenen The Besnard Lakes Are The Ghost Nation is de muziek van de Canadese band weer prachtig. Het is wederom muziek die prima kan worden omschreven als psychedelica of neo-psychedelica, maar het kan meerdere kanten op. Gemene deler is het zeer melodieuze karakter van de muziek van The Besnard Lakes in zowel de muziek als de zang. Het levert wederom een prachtalbum op.
Ik heb op deze website al een aantal keren stil gestaan bij het werk van de Canadese band The Besnard Lakes. De band debuteerde in 2003, maar ik maakte voor het eerst kennis met de muziek van The Besnard Lakes toen in 2007 het fascinerende The Besnard Lakes Are The Dark Horse verscheen. Ook met The Besnard Lakes Are the Roaring Night (2010), Until In Excess, Imperceptible UFO (2013), A Coliseum Complex Museum (2016) en The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings (2021) maakten de Canadezen flink wat indruk.
Ik was aan het begin van 2021 al behoorlijk positief over het laatstgenoemde album, maar mijn liefde voor het album groeide pas veel later. Met de kennis van nu vind ik The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings een van de onbetwiste meesterwerken van de afgelopen jaren. De mix van neo-psychedelica en psychedelica, aangelengd met flarden hardrock, postrock en progrock is goed voor een 70 minuten durende luistertrip, die me ook na talloze keren horen nog niet verveeld.
Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe album van de Canadese band, dat na een stilte van ruim vier jaar is verschenen. Ondanks de misschien wel wat te hooggespannen verwachtingen had The Besnard Lakes Are The Ghost Nation maar heel weinig tijd nodig om me te betoveren en overrompelen. De band uit Montreal komt na de 70 minuten van The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings met ‘slechts’ 45 minuten muziek op de proppen, maar het is 45 minuten heel goed.
Centraal thema op het nieuwe album van de Canadese band is nationale identiteit, wat gezien de wens van Donald Trump om Canada in te lijven als 51e staat een heel actueel thema is. De band heeft er echter geen zwaar politiek album van gemaakt en combineert de wat donkere ondertoon in de teksten met wonderschone muziek. The Besnard Lakes Are The Ghost Nation is nog wat melodieuzer dan de vorige albums van The Besnard Lakes en betovert continu met wonderschone melodieën.
In muzikaal opzicht past de muziek van de Canadezen ook dit keer uitstekend in hokjes als psychedelica en neo-psychedelica, maar andere invloeden worden ook dit keer niet geschuwd, waardoor ook liefhebbers van progrock en postrock gecharmeerd zullen zijn van de muziek van The Besnard Lakes.
Ook op haar nieuwe album strooit de band driftig met bedwelmende geluidstapijten waarvoor zowel keyboards als gitaren worden ingezet. Het klinkt allemaal heerlijk zweverig en dromerig en dit wordt versterkt door de zang van Jace Lasek en Olga Goreas, die ook tekenden voor de prachtige productie van het album.
Het is allemaal zo bedwelmend mooi dat het album nauwelijks te vangen is in woorden, al doet het het Britse Rough Trade een aardige poging: “Unique among their furrowed brow peers, The Besnard Lakes are unafraid to marry textured, questing headphone sonics to the honeyed pleasure of radio hits past: the rapture of My Bloody Valentine entwined with the romance of Fleetwood Mac. Imagine dreamy Beach House riding Led Zeppelin dynamics, with unabashedly androgynous vocal harmonies; a melodic yet mountainous sound world”.
Ik heb er eigenlijk weinig aan toe te voegen, buiten het feit dat ik The Besnard Lakes Are The Ghost Nation inmiddels al wel durf uit te roepen tot het beste album van The Besnard Lakes tot dusver, wat gezien de vorige albums een prestatie van formaat is. Erwin Zijleman
The Besnard Lakes - The Besnard Lakes Are the Last of the Great Thunderstorm Warnings (2021)

4,5
4
geplaatst: 1 februari 2021, 15:58 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Besnard Lakes - The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Besnard Lakes - The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings
De Canadese band The Besnard Lakes kon al overweg met lange luistertrips, maar doet er nog een flinke schep bovenop op het nieuwe album van de band, dat 70 minuten lang benevelt en betovert
De Canadese band The Besnard Lakes opereert ondanks een aantal geweldige albums nog steeds wat in de marge. Dat moet gaan veranderen met de release van het nieuwe album van de band, want The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings is een even mooie als indrukwekkende luistertrip. Het is een luistertrip waarop absoluut het etiket psychedelica kan worden geplakt, waarbij de Canadese band zowel uit de archieven van de psychedelica als de neo-psychedelica citeert. Invloeden uit de 70s hardrock en symfonische rock maken het album nog wat fascinerender. 70 minuten smullen vanaf het puntje van de stoel als je het mij vraagt
Ik heb wel wat met de muziek van de Canadese band The Besnard Lakes. Mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Montreal, het in 2007 verschenen The Besnard Lakes Are The Dark Horse, was direct een voltreffer, maar ook opvolgers The Besnard Lakes Are The Roaring Night (2010), Until In Excess, Imperceptible UFO (2013) en A Coliseum Complex Museum (2016) vond ik stuk voor stuk bijzonder fascinerende albums.
Deze week verscheen eindelijk weer eens een nieuw album van de Canadese band, The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings. Het is niet alleen het album met de langste titel tot dusver, maar ook het album met de langste speelduur.
Het nieuwe album van The Besnard Lakes bevat ruim 70 minuten muziek en is een heus conceptalbum. Voorman Jace Lasek geeft op het nieuwe album van de band de dood van zijn vader een plekje, waardoor het niet zo vreemd is dat The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings bij vlagen een donker album is. De Canadese band bespreekt de dood overigens ook conceptueel en trekt steeds een plaatkant uit voor de opeenvolgende thema’s Near Death, Death, After Death en Life, waardoor het toch weer positief eindigt.
De band ging er overigens zelf ook bijna aan onderdoor de afgelopen jaren, want ondanks een aantal geweldige albums en bijzonder imponerende concerten, bleef het grote succes helaas uit. The Besnard Lakes was ooit een van de vaandeldragers van het prachtige label Jagjaguwar, maar slaat met haar nieuwe album een andere weg in op een nieuw label.
In muzikaal opzicht valt dat een andere weg in slaan gelukkig wel mee. Iedereen die The Besnard Lakes kent van bijzonder fraaie psychedelische luistertrips, kan ook met The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings zijn of haar hart ophalen. De band uit Montreal schotelt ons zoals gezegd ruim 70 minuten muziek voor en levert in deze 70 minuten negen tracks af, waarvan de kortste ruim vier minuten en de langste bijna 18 minuten duurt (al eindigt die track met 10 minuten waarin niet zo gek veel meer gebeurt).
Het album opent heerlijk zweverig met wolken elektronica en hier en daar de opvallende hoge zang. De gitaren houden zich redelijk gedeisd in muziek die past in het hokje psychedelica, maar die ook flink wat invloeden uit de spacerock en de progrock bevat.
Zeker wanneer het tempo laag wordt gehouden en de elektronica een bijna bezwerende uitwerking heeft, hoor je flink wat invloeden uit de symfonische rock van de jaren 70, waarin men ook niet bang was voor een conceptalbum van 70 minuten of meer, maar wanneer de gitaren incidenteel toch aan mogen zwellen, schuift The Besnard Lakes toch weer wat op richting (neo-)psychedelica of juist hardrock, al blijft The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings over de hele linie een behoorlijk ingetogen album.
Het is een album dat waarschijnlijk door velen langdradig of zelfs saai zal worden genoemd, maar als je eenmaal wordt gegrepen door de fascinerende luistertrip die The Besnard Lakes ons voorschotelt, is het geen enkel probleem om 70 minuten lang onder te duiken in de muziek van de Canadese band. Integendeel zelfs. Bij intensieve beluistering van het album komt steeds meer moois aan de oppervlakte, waardoor je je maar blijft afvragen waarom The Besnard Lakes niet al lang wereldberoemd is. Dat moet dan maar gebeuren met dit album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Besnard Lakes - The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Besnard Lakes - The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings
De Canadese band The Besnard Lakes kon al overweg met lange luistertrips, maar doet er nog een flinke schep bovenop op het nieuwe album van de band, dat 70 minuten lang benevelt en betovert
De Canadese band The Besnard Lakes opereert ondanks een aantal geweldige albums nog steeds wat in de marge. Dat moet gaan veranderen met de release van het nieuwe album van de band, want The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings is een even mooie als indrukwekkende luistertrip. Het is een luistertrip waarop absoluut het etiket psychedelica kan worden geplakt, waarbij de Canadese band zowel uit de archieven van de psychedelica als de neo-psychedelica citeert. Invloeden uit de 70s hardrock en symfonische rock maken het album nog wat fascinerender. 70 minuten smullen vanaf het puntje van de stoel als je het mij vraagt
Ik heb wel wat met de muziek van de Canadese band The Besnard Lakes. Mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Montreal, het in 2007 verschenen The Besnard Lakes Are The Dark Horse, was direct een voltreffer, maar ook opvolgers The Besnard Lakes Are The Roaring Night (2010), Until In Excess, Imperceptible UFO (2013) en A Coliseum Complex Museum (2016) vond ik stuk voor stuk bijzonder fascinerende albums.
Deze week verscheen eindelijk weer eens een nieuw album van de Canadese band, The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings. Het is niet alleen het album met de langste titel tot dusver, maar ook het album met de langste speelduur.
Het nieuwe album van The Besnard Lakes bevat ruim 70 minuten muziek en is een heus conceptalbum. Voorman Jace Lasek geeft op het nieuwe album van de band de dood van zijn vader een plekje, waardoor het niet zo vreemd is dat The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings bij vlagen een donker album is. De Canadese band bespreekt de dood overigens ook conceptueel en trekt steeds een plaatkant uit voor de opeenvolgende thema’s Near Death, Death, After Death en Life, waardoor het toch weer positief eindigt.
De band ging er overigens zelf ook bijna aan onderdoor de afgelopen jaren, want ondanks een aantal geweldige albums en bijzonder imponerende concerten, bleef het grote succes helaas uit. The Besnard Lakes was ooit een van de vaandeldragers van het prachtige label Jagjaguwar, maar slaat met haar nieuwe album een andere weg in op een nieuw label.
In muzikaal opzicht valt dat een andere weg in slaan gelukkig wel mee. Iedereen die The Besnard Lakes kent van bijzonder fraaie psychedelische luistertrips, kan ook met The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings zijn of haar hart ophalen. De band uit Montreal schotelt ons zoals gezegd ruim 70 minuten muziek voor en levert in deze 70 minuten negen tracks af, waarvan de kortste ruim vier minuten en de langste bijna 18 minuten duurt (al eindigt die track met 10 minuten waarin niet zo gek veel meer gebeurt).
Het album opent heerlijk zweverig met wolken elektronica en hier en daar de opvallende hoge zang. De gitaren houden zich redelijk gedeisd in muziek die past in het hokje psychedelica, maar die ook flink wat invloeden uit de spacerock en de progrock bevat.
Zeker wanneer het tempo laag wordt gehouden en de elektronica een bijna bezwerende uitwerking heeft, hoor je flink wat invloeden uit de symfonische rock van de jaren 70, waarin men ook niet bang was voor een conceptalbum van 70 minuten of meer, maar wanneer de gitaren incidenteel toch aan mogen zwellen, schuift The Besnard Lakes toch weer wat op richting (neo-)psychedelica of juist hardrock, al blijft The Besnard Lakes Are The Last Of The Great Thunderstorm Warnings over de hele linie een behoorlijk ingetogen album.
Het is een album dat waarschijnlijk door velen langdradig of zelfs saai zal worden genoemd, maar als je eenmaal wordt gegrepen door de fascinerende luistertrip die The Besnard Lakes ons voorschotelt, is het geen enkel probleem om 70 minuten lang onder te duiken in de muziek van de Canadese band. Integendeel zelfs. Bij intensieve beluistering van het album komt steeds meer moois aan de oppervlakte, waardoor je je maar blijft afvragen waarom The Besnard Lakes niet al lang wereldberoemd is. Dat moet dan maar gebeuren met dit album. Erwin Zijleman
The Beths - Expert in a Dying Field (2022)

4,5
0
geplaatst: 18 september 2022, 10:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Beths - Expert In A Dying Field - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Beths - Expert In A Dying Field
De Nieuw-Zeelandse band The Beths gaat op Expert In A Dying Field verder waar de twee voorgangers ophielden en vermaakt meedogenloos met onweerstaanbaar lekkere en goed gemaakte gitaarpop
Vanuit Auckland, Nieuw-Zeeland, de wereld veroveren is niet zo makkelijk, maar The Beths proberen het vanaf 2018 en met succes. Het deze week verschenen Expert In A Dying Field trekt de lijn van de vorige twee albums door en laat de zon schijnen met aanstekelijke maar ook interessante gitaarpop. Het lijkt zo makkelijk wat de band doet, maar echt iedere track op het derde album van The Beths is raak. In muzikaal opzicht klinkt het lekker, de zang van Elizabeth Stokes is geweldig en de songs van de band zijn stuk voor stuk van het soort dat je na een paar noten voorgoed wilt omarmen. The Beths was al een van mijn favoriete bands van het moment, maar Expert In A Dying Field wakkert de liefde nog wat verder aan.
Min of meer bij toeval ben ik een paar jaar geleden de Nieuw-Zeelandse popmuziek wat beter gaan volgen, wat een aantal geweldige albums heeft opgeleverd. Mijn favoriete Nieuw-Zeelandse band is zonder enige twijfel The Beths, dat met Future Me Hates Me uit 2018 en Jump Rope Gazers uit 2020 twee jaarlijstjesalbums heeft afgeleverd. Vorig jaar moesten we het doen met het live-album Auckland, New Zealand, 2020, dat vooral een aardig tussendoortje was, maar deze week rammelt de band uit Auckland weer aan de deur met een nieuw album, Expert In A Dying Field.
Ik hou normaal gesproken wel van enige muzikale vernieuwing, maar The Beths mag van mij nog heel lang hetzelfde blijven doen als op Future Me Hates Me en Jump Rope Gazers. Dat doet de band gelukkig ook weer op Expert In A Dying Field, dat direct vanaf de eerste noten een feest van herkenning is. Ook op het derde album verrast de Nieuw-Zeelandse band met het ene na het andere onweerstaanbare popliedje.
De songs van The Beths zijn voorzichtig gruizig en licht stekelig, maar het zijn ook uiterst melodieuze en zeer aanstekelijke popliedjes. Ook op Expert In A Dying Field opereert The Beths weer op het snijvalk van gitaarpop en rock, waarbij flarden uit de 90s indierock opduiken. Het doet meer dan eens denken aan de onweerstaanbare gitaarpop van de Amerikaanse band Rilo Kiley, maar ook ons eigen Bettie Serveert draagt met enige regelmaat relevant vergelijkingsmateriaal aan.
Gitaren domineren in de muziek van The Beths, maar echt uit de bocht vliegen ze nooit, al klinken ze de ene keer wat ruwer en gruiziger dan de andere keer. De band uit Auckland combineert het gitaargeluid met refreinen en melodieën met een hoog popgehalte, waardoor ook Expert In A Dying Field weer bijzonder lekker in het gehoor ligt. Je bent bij The Beths aan het verkeerde adres voor muzikale hoogstandjes, maar voor liefhebbers van wat stekelige gitaarpop valt er in muzikaal opzicht voldoende te genieten van het nieuwe album van de band.
In vocaal opzicht vind ik de muziek van de Nieuw-Zeelandse band nog wat meer onderscheidend. Frontvrouw Elizabeth Stokes beschikt over een mooie stem die gemaakt lijkt voor de gitaarpop van de band, maar ze kleurt de zanglijnen ook fantasierijk in, zonder in vocaal opzicht uit de bocht te vliegen.
De uitstekende zang van Elizabeth Stokes wordt fraai ondersteund door de koortjes van de andere leden van de band, wat de muziek van The Beths voorziet van een zonnig karakter. Dat zonnige karakter wordt in de teksten van de songs overigens fraai gecontrasteerd met de nodige melancholie, wat de gitaarpop van The Beths een bitterzoet karakter geeft. Het is muziek zoals die in het verleden veel vaker is gemaakt, maar de songs van The Beths zijn echt allemaal raak en worden met name door de zang van Elizabeth Stokes flink boven de middelmaat uit getild.
Net als de vorige twee albums van The Beths, had ook Expert In A Dying Field me onmiddellijk te pakken met songs die zich vrijwel direct meedogenloos opdringen, maar ook het derde album van The Beths is een album dat bij meerdere keren horen alleen maar leuker, lekkerder en onweerstaanbaarder wordt. In Nederland lijkt de herfst inmiddels begonnen, maar met het nieuwe album van The Beths door de speakers houdt de zomer binnenshuis nog even aan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Beths - Expert In A Dying Field - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Beths - Expert In A Dying Field
De Nieuw-Zeelandse band The Beths gaat op Expert In A Dying Field verder waar de twee voorgangers ophielden en vermaakt meedogenloos met onweerstaanbaar lekkere en goed gemaakte gitaarpop
Vanuit Auckland, Nieuw-Zeeland, de wereld veroveren is niet zo makkelijk, maar The Beths proberen het vanaf 2018 en met succes. Het deze week verschenen Expert In A Dying Field trekt de lijn van de vorige twee albums door en laat de zon schijnen met aanstekelijke maar ook interessante gitaarpop. Het lijkt zo makkelijk wat de band doet, maar echt iedere track op het derde album van The Beths is raak. In muzikaal opzicht klinkt het lekker, de zang van Elizabeth Stokes is geweldig en de songs van de band zijn stuk voor stuk van het soort dat je na een paar noten voorgoed wilt omarmen. The Beths was al een van mijn favoriete bands van het moment, maar Expert In A Dying Field wakkert de liefde nog wat verder aan.
Min of meer bij toeval ben ik een paar jaar geleden de Nieuw-Zeelandse popmuziek wat beter gaan volgen, wat een aantal geweldige albums heeft opgeleverd. Mijn favoriete Nieuw-Zeelandse band is zonder enige twijfel The Beths, dat met Future Me Hates Me uit 2018 en Jump Rope Gazers uit 2020 twee jaarlijstjesalbums heeft afgeleverd. Vorig jaar moesten we het doen met het live-album Auckland, New Zealand, 2020, dat vooral een aardig tussendoortje was, maar deze week rammelt de band uit Auckland weer aan de deur met een nieuw album, Expert In A Dying Field.
Ik hou normaal gesproken wel van enige muzikale vernieuwing, maar The Beths mag van mij nog heel lang hetzelfde blijven doen als op Future Me Hates Me en Jump Rope Gazers. Dat doet de band gelukkig ook weer op Expert In A Dying Field, dat direct vanaf de eerste noten een feest van herkenning is. Ook op het derde album verrast de Nieuw-Zeelandse band met het ene na het andere onweerstaanbare popliedje.
De songs van The Beths zijn voorzichtig gruizig en licht stekelig, maar het zijn ook uiterst melodieuze en zeer aanstekelijke popliedjes. Ook op Expert In A Dying Field opereert The Beths weer op het snijvalk van gitaarpop en rock, waarbij flarden uit de 90s indierock opduiken. Het doet meer dan eens denken aan de onweerstaanbare gitaarpop van de Amerikaanse band Rilo Kiley, maar ook ons eigen Bettie Serveert draagt met enige regelmaat relevant vergelijkingsmateriaal aan.
Gitaren domineren in de muziek van The Beths, maar echt uit de bocht vliegen ze nooit, al klinken ze de ene keer wat ruwer en gruiziger dan de andere keer. De band uit Auckland combineert het gitaargeluid met refreinen en melodieën met een hoog popgehalte, waardoor ook Expert In A Dying Field weer bijzonder lekker in het gehoor ligt. Je bent bij The Beths aan het verkeerde adres voor muzikale hoogstandjes, maar voor liefhebbers van wat stekelige gitaarpop valt er in muzikaal opzicht voldoende te genieten van het nieuwe album van de band.
In vocaal opzicht vind ik de muziek van de Nieuw-Zeelandse band nog wat meer onderscheidend. Frontvrouw Elizabeth Stokes beschikt over een mooie stem die gemaakt lijkt voor de gitaarpop van de band, maar ze kleurt de zanglijnen ook fantasierijk in, zonder in vocaal opzicht uit de bocht te vliegen.
De uitstekende zang van Elizabeth Stokes wordt fraai ondersteund door de koortjes van de andere leden van de band, wat de muziek van The Beths voorziet van een zonnig karakter. Dat zonnige karakter wordt in de teksten van de songs overigens fraai gecontrasteerd met de nodige melancholie, wat de gitaarpop van The Beths een bitterzoet karakter geeft. Het is muziek zoals die in het verleden veel vaker is gemaakt, maar de songs van The Beths zijn echt allemaal raak en worden met name door de zang van Elizabeth Stokes flink boven de middelmaat uit getild.
Net als de vorige twee albums van The Beths, had ook Expert In A Dying Field me onmiddellijk te pakken met songs die zich vrijwel direct meedogenloos opdringen, maar ook het derde album van The Beths is een album dat bij meerdere keren horen alleen maar leuker, lekkerder en onweerstaanbaarder wordt. In Nederland lijkt de herfst inmiddels begonnen, maar met het nieuwe album van The Beths door de speakers houdt de zomer binnenshuis nog even aan. Erwin Zijleman
The Beths - Future Me Hates Me (2018)

4,5
0
geplaatst: 14 augustus 2018, 15:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Beths - Future Me Hates Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Een paar dagen geleden was ik nog vol lof over het debuut van de uit Auckland, Nieuw-Zeeland, afkomstige singer-songwriter Julia Deans. Uit datzelfde Auckland komt The Beths; de band rond zangeres Elizabeth Stokes.
Eerder deze week beweerde ik nog dat wat je van ver haalt niet altijd lekkerder is, maar wanneer het gaat om even gruizige als zonnige popliedjes die zich al na één keer horen genadeloos opdringen, heb ik het de laatste tijd niet veel beter gehoord dan op het debuut van The Beths.
Future Me Hates Me is een plaat vol zonnestralen, maar het is ook een lekker gruizige plaat, die ook de stekeligere songs niet schuwt.
De gitarist van de band strooit driftig met zonnige gitaarlijnen en gooit er af en toe wat vervorming doorheen om je bij de les te houden. Zangeres Elizabeth Stokes heeft een aangename stem die meisjesachtig maar ook rauw klinkt en verrast hier en daar ook nog eens met geweldige koortjes. De ritmesectie geeft het geluid power en een energie boost.
The Beths combineert het stekelige van Throwing Muses met het zwoele van The Bangles, het gevoel voor grootse popliedjes van Belly en de verleiding van Juliana Hatfield. Invloeden uit de jaren 90 spelen een belangrijke rol op de plaat, maar The Beths schuiven ook makkelijk op richting zonnige Westcoast pop, richting het beste van powerpop of komen opeens op de proppen met songs met een punky attitude.
Qua invloeden en geluid heb ik het allemaal vaker gehoord, maar het zijn de geweldige popliedjes waarmee The Beths zich onderscheiden van alles dat er al is. Het zijn onweerstaanbare popliedjes met geweldige melodieën, aanstekelijke refreinen en jeugdige energie en onbevangenheid.
De meeste popliedjes van The Beths zijn redelijk rechttoe rechtaan, maar de leden van de band, die allemaal zijn opgeleid tot jazzmuzikant, kunnen prima uit de voeten op hun instrumenten en kennen bovendien hun klassiekers. De songs van The Beths graven daarom veel dieper dan je bij eerste beluistering zal vermoeden en worden eigenlijk alleen maar leuker.
Future Me Hates Me blijkt bovendien steeds veelzijdiger. The Beths kunnen uit de voeten met rauwe gitaarsongs zoals Sleater-Kinney die maakt, maar maken net zo makkelijk honingzoete popliedjes die opschuiven richting The Sundays of The Cardigans. Future Me Hates Me heeft bovendien het frisse en eigenzinnige dat veel Schotse bands hebben.
Het debuut van The Beths is al met al een plaat om heel gelukkig van te worden, maar het is ook een plaat die de fantasie prikkelt en die op ieder moment nieuwsgierig maakt naar hetgeen dat komen gaat. Iedere keer als ik de plaat op zet ben ik nog wat verliefder op het debuut van The Beths en bij iedere beluistering duikt er weer een andere omgevallen platenkast op. Het lijkt allemaal zo eenvoudig wat Elizabeth Stokes en haar medemuzikanten doen, maar ondertussen is Future Me Hates Me een razend knappe en volstrekt onweerstaanbare plaat. Heerlijk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Beths - Future Me Hates Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Een paar dagen geleden was ik nog vol lof over het debuut van de uit Auckland, Nieuw-Zeeland, afkomstige singer-songwriter Julia Deans. Uit datzelfde Auckland komt The Beths; de band rond zangeres Elizabeth Stokes.
Eerder deze week beweerde ik nog dat wat je van ver haalt niet altijd lekkerder is, maar wanneer het gaat om even gruizige als zonnige popliedjes die zich al na één keer horen genadeloos opdringen, heb ik het de laatste tijd niet veel beter gehoord dan op het debuut van The Beths.
Future Me Hates Me is een plaat vol zonnestralen, maar het is ook een lekker gruizige plaat, die ook de stekeligere songs niet schuwt.
De gitarist van de band strooit driftig met zonnige gitaarlijnen en gooit er af en toe wat vervorming doorheen om je bij de les te houden. Zangeres Elizabeth Stokes heeft een aangename stem die meisjesachtig maar ook rauw klinkt en verrast hier en daar ook nog eens met geweldige koortjes. De ritmesectie geeft het geluid power en een energie boost.
The Beths combineert het stekelige van Throwing Muses met het zwoele van The Bangles, het gevoel voor grootse popliedjes van Belly en de verleiding van Juliana Hatfield. Invloeden uit de jaren 90 spelen een belangrijke rol op de plaat, maar The Beths schuiven ook makkelijk op richting zonnige Westcoast pop, richting het beste van powerpop of komen opeens op de proppen met songs met een punky attitude.
Qua invloeden en geluid heb ik het allemaal vaker gehoord, maar het zijn de geweldige popliedjes waarmee The Beths zich onderscheiden van alles dat er al is. Het zijn onweerstaanbare popliedjes met geweldige melodieën, aanstekelijke refreinen en jeugdige energie en onbevangenheid.
De meeste popliedjes van The Beths zijn redelijk rechttoe rechtaan, maar de leden van de band, die allemaal zijn opgeleid tot jazzmuzikant, kunnen prima uit de voeten op hun instrumenten en kennen bovendien hun klassiekers. De songs van The Beths graven daarom veel dieper dan je bij eerste beluistering zal vermoeden en worden eigenlijk alleen maar leuker.
Future Me Hates Me blijkt bovendien steeds veelzijdiger. The Beths kunnen uit de voeten met rauwe gitaarsongs zoals Sleater-Kinney die maakt, maar maken net zo makkelijk honingzoete popliedjes die opschuiven richting The Sundays of The Cardigans. Future Me Hates Me heeft bovendien het frisse en eigenzinnige dat veel Schotse bands hebben.
Het debuut van The Beths is al met al een plaat om heel gelukkig van te worden, maar het is ook een plaat die de fantasie prikkelt en die op ieder moment nieuwsgierig maakt naar hetgeen dat komen gaat. Iedere keer als ik de plaat op zet ben ik nog wat verliefder op het debuut van The Beths en bij iedere beluistering duikt er weer een andere omgevallen platenkast op. Het lijkt allemaal zo eenvoudig wat Elizabeth Stokes en haar medemuzikanten doen, maar ondertussen is Future Me Hates Me een razend knappe en volstrekt onweerstaanbare plaat. Heerlijk. Erwin Zijleman
The Beths - Jump Rope Gazers (2020)

4,5
1
geplaatst: 15 juli 2020, 17:30 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Beths - Jump Rope Gazers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Beths - Jump Rope Gazers
Wat je van ver haalt is niet altijd lekkerder, maar het gaat absoluut op voor de muziek van de Nieuw-Zeelandse band The Beths, die ook op hun tweede album weer goed zijn voor genadeloze verleiding
Het debuut van de Nieuw-Zeelandse band The Beths hoort wat mij betreft bij de leukste albums van 2018, waardoor ik met hoge verwachtingen uitkeek naar album nummer 2. Dat album is er nu en borduurt deels voort op het zo energieke en aanstekelijke debuut. Aan de andere kant hebben The Beths hun geluid verrijkt met net wat meer ingetogen songs, die niet zo energiek, maar wel net zo verleidelijk zijn als de uptempo songs. De Beths jagen er in 38 minuten tien songs doorheen en ze zijn allemaal even leuk, aanstekelijk en onweerstaanbaar. Het debuut van de band liep over van de belofte en die wordt waargemaakt met album nummer 2.
In de zomer van 2018 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Nieuw-Zeelandse band The Beths. Future Me Hates Me vond ik zo leuk en zo onweerstaanbaar dat het debuut van de band uit Auckland in december van het betreffende jaar opdook in mijn jaarlijstje en daar sta ik nog steeds volledig achter.
Alle reden dus om uit te kijken naar het tweede album van de Nieuw-Zeelandse band en dat album verscheen deze week. Jump Rope Gazers volgt op twee jaren waarin er van alles veranderde in het leven van de leden van The Beths. Door het succes van het debuutalbum kon worden gekozen voor een leven als professioneel muzikant en volgde een lange periode waarin podia in alle uithoeken van de wereld werden beklommen. Al die nieuwe levenservaring heeft zijn sporen nagelaten op Jump Rope Gazers, dat terugkijkt op het niet altijd makkelijke bestaan van een muzikant op tournee, maar ook de successen viert.
The Beths leggen op hun tweede album net wat andere accenten, waaronder de keuze voor een aantal wat meer ingetogen songs, maar Jump Rope Gazers gaat ook verder waar het uitstekende Future Me Hates Me twee jaar geleden ophield. Het feest van herkenning is het duidelijkst in de wat meer uptempo songs, waarin The Beths ook dit keer driftig strooien met aanstekelijke gitaarloopjes, memorabele melodieën en refreinen, onweerstaanbare koortjes, een punky attitude en natuurlijk de uitstekende zang van frontvrouw Elizabeth Stokes, die de onweerstaanbare popliedjes van de band naar een nog wat hoger plan tilt.
Het riep twee jaar geleden bij mij associaties op met de muziek uit de jaren 90 van Throwing Muses, The Bangles, Belly, Juliana Hatfield, The Sundays, Magnapop, The Cranberries en The Cardigans, om de belangrijkste namen maar eens te noemen. Het zijn ook de namen die het vaakst opduiken bij beluistering van Jump Rope Gazers.
Toch is het tweede album van The Beths zoals gezegd geen kopie van het debuut van de band. Het tweede album van de band uit Auckland klinkt net zo fris en onbevangen als het terecht bewierookte debuut, maar de band heeft zich ook ontwikkeld. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal nog wat hechter, maar Jump Rope Gazers is in muzikaal en vocaal opzicht ook net wat interessanter dan het debuut van de band. Dat hoor je in de uptempo songs op het album, maar je hoort het vooral in de songs waarin The Beths wat gas terugnemen.
Het zijn songs die keer op keer prachtig zijn ingekleurd, die prachtig worden gezongen door Elizabeth Strokes en die wat melancholie toevoegen aan alle zonnestralen in de muziek van The Beths. Omdat het tempo op Jump Rope Gazers vaak wat lager ligt dan op het debuut van de band is het niet zo’n brok ruwe energie als dit debuut, maar in de uptempo songs gaat de band er nog altijd vol tegenaan en worden geen concessies gedaan, terwijl de wat meer ingetogen songs strooien met prachtige klanken.
Persoonlijk bevat de dynamiek op het tweede album van The Beths me wel. De uptempo songs zijn nog net zo onweerstaanbaar als die op Future Me Hates Me, maar de net wat minder uitbundige songs vroegen een mooie extra dimensie toe aan de muziek van The Beths, die wederom de soundtrack voor een mooie zomer hebben aangedragen. Wat is dit toch een leuke band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Beths - Jump Rope Gazers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Beths - Jump Rope Gazers
Wat je van ver haalt is niet altijd lekkerder, maar het gaat absoluut op voor de muziek van de Nieuw-Zeelandse band The Beths, die ook op hun tweede album weer goed zijn voor genadeloze verleiding
Het debuut van de Nieuw-Zeelandse band The Beths hoort wat mij betreft bij de leukste albums van 2018, waardoor ik met hoge verwachtingen uitkeek naar album nummer 2. Dat album is er nu en borduurt deels voort op het zo energieke en aanstekelijke debuut. Aan de andere kant hebben The Beths hun geluid verrijkt met net wat meer ingetogen songs, die niet zo energiek, maar wel net zo verleidelijk zijn als de uptempo songs. De Beths jagen er in 38 minuten tien songs doorheen en ze zijn allemaal even leuk, aanstekelijk en onweerstaanbaar. Het debuut van de band liep over van de belofte en die wordt waargemaakt met album nummer 2.
In de zomer van 2018 maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Nieuw-Zeelandse band The Beths. Future Me Hates Me vond ik zo leuk en zo onweerstaanbaar dat het debuut van de band uit Auckland in december van het betreffende jaar opdook in mijn jaarlijstje en daar sta ik nog steeds volledig achter.
Alle reden dus om uit te kijken naar het tweede album van de Nieuw-Zeelandse band en dat album verscheen deze week. Jump Rope Gazers volgt op twee jaren waarin er van alles veranderde in het leven van de leden van The Beths. Door het succes van het debuutalbum kon worden gekozen voor een leven als professioneel muzikant en volgde een lange periode waarin podia in alle uithoeken van de wereld werden beklommen. Al die nieuwe levenservaring heeft zijn sporen nagelaten op Jump Rope Gazers, dat terugkijkt op het niet altijd makkelijke bestaan van een muzikant op tournee, maar ook de successen viert.
The Beths leggen op hun tweede album net wat andere accenten, waaronder de keuze voor een aantal wat meer ingetogen songs, maar Jump Rope Gazers gaat ook verder waar het uitstekende Future Me Hates Me twee jaar geleden ophield. Het feest van herkenning is het duidelijkst in de wat meer uptempo songs, waarin The Beths ook dit keer driftig strooien met aanstekelijke gitaarloopjes, memorabele melodieën en refreinen, onweerstaanbare koortjes, een punky attitude en natuurlijk de uitstekende zang van frontvrouw Elizabeth Stokes, die de onweerstaanbare popliedjes van de band naar een nog wat hoger plan tilt.
Het riep twee jaar geleden bij mij associaties op met de muziek uit de jaren 90 van Throwing Muses, The Bangles, Belly, Juliana Hatfield, The Sundays, Magnapop, The Cranberries en The Cardigans, om de belangrijkste namen maar eens te noemen. Het zijn ook de namen die het vaakst opduiken bij beluistering van Jump Rope Gazers.
Toch is het tweede album van The Beths zoals gezegd geen kopie van het debuut van de band. Het tweede album van de band uit Auckland klinkt net zo fris en onbevangen als het terecht bewierookte debuut, maar de band heeft zich ook ontwikkeld. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal nog wat hechter, maar Jump Rope Gazers is in muzikaal en vocaal opzicht ook net wat interessanter dan het debuut van de band. Dat hoor je in de uptempo songs op het album, maar je hoort het vooral in de songs waarin The Beths wat gas terugnemen.
Het zijn songs die keer op keer prachtig zijn ingekleurd, die prachtig worden gezongen door Elizabeth Strokes en die wat melancholie toevoegen aan alle zonnestralen in de muziek van The Beths. Omdat het tempo op Jump Rope Gazers vaak wat lager ligt dan op het debuut van de band is het niet zo’n brok ruwe energie als dit debuut, maar in de uptempo songs gaat de band er nog altijd vol tegenaan en worden geen concessies gedaan, terwijl de wat meer ingetogen songs strooien met prachtige klanken.
Persoonlijk bevat de dynamiek op het tweede album van The Beths me wel. De uptempo songs zijn nog net zo onweerstaanbaar als die op Future Me Hates Me, maar de net wat minder uitbundige songs vroegen een mooie extra dimensie toe aan de muziek van The Beths, die wederom de soundtrack voor een mooie zomer hebben aangedragen. Wat is dit toch een leuke band. Erwin Zijleman
The Beths - Straight Line Was a Lie (2025)

4,5
3
geplaatst: 4 september 2025, 21:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Beths - Straight Line Was A Lie - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Beths - Straight Line Was A Lie
De Nieuw-Zeelandse band The Beths gooit er op Straight Line Was A Lie nog een serie geweldige popsongs tegenaan en het zijn popsongs die meedogenloos vermaken, maar ook in artistiek opzicht zeer interessant zijn
Wekelijks krijg ik via een geliefde Nieuw-Zeelandse muziekwinkel de hoogtepunten uit de Nieuw-Zeelandse muziekscene voorgeschoteld. Zo kwam ik ook ooit op het spoor van The Beths, maar inmiddels is de band uit Auckland ook ver buiten de eigen landsgrenzen bekend. En terecht, want de eerste drie albums van de band waren geweldig en ook het deze week verschenen Straight Line Was A Lie spreekt weer zeer tot de verbeelding. De band doet dit met aanstekelijke gitaarsongs, maar op het nieuwe album neemt de band ook met enige regelmaat gas terug, wat heerlijk klinkt, zeker in combinatie met de uitstekende stem van Elizabeth Stokes. Met een nieuw album van The Beths kan de Nieuw-Zeelandse zomer beginnen en wij genieten hier stiekem mee.
De echte zomer zit er hier zo langzamerhand wel op, maar in Nieuw-Zeeland breekt nu de lente aan en is de zomer in aantocht. Hoogste tijd dus voor wat zonnige en zomerse albums vanaf de andere kant van de wereld. Voor dit soort albums ben je de afgelopen jaren absoluut aan het juiste adres bij de Nieuw-Zeelandse band The Beths.
De band uit Auckland maakte met Future Me Hates Me (2018), Jump Rope Gazers (2020) en Expert In A Dying Field (2022) drie geweldige albums, die gelukkig ook buiten de Nieuw-Zeelandse landsgrenzen flink wat aandacht hebben gekregen. Het zijn albums met afwisselend zonnige, wat meer ingetogen of voorzichtig stekelige of gruizige songs, waarin heerlijke gitaarakkoorden en de bijzonder aangename stem van frontvrouw Elizabeth Stokes de belangrijkste ingrediënten zijn.
Het zijn albums die ik in eerste instantie omschreef als een mix van Throwing Muses, The Bangles, Belly, Juliana Hatfield, Magnapop, The Sundays, The Cardigans en wat eigenzinnige Schotse bands, maar uiteindelijk noemde ik vooral Rilo Kiley en ons eigen Bettie Serveert als relevant vergelijkingsmateriaal. Je hoort het allemaal ook weer terug op het deze week verschenen Straight Line Was A Lie, maar na drie uitstekende albums is de Nieuw-Zeelandse band op haar vierde album vooral zichzelf.
De muziek van The Beths klinkt op Straight Line Was A Lie direct vertrouwd. In de openingstrack en titeltrack vermaakt de band onmiddellijk met zonnige gitaarlijnen, de onweerstaanbare stem van Elizabeth Stokes en heerlijke koortjes met een vleugje Westcoast pop. De band uit Auckland combineert op prachtige wijze gruizige gitaarmuurtjes met aanstekelijke refreinen en subtiele wendingen, wat direct een memorabele popsong oplevert.
Straight Line Was A Lie staat vol met dit soort popsongs en net als op de vorige albums van The Beths is het geluid van de band verrassend veelzijdig. Na de uitbundige openingstrack vervolgt de band haar weg met een ingetogen folkpop songs met echt prachtige zang van Elizabeth Stokes en stiekem toch ook weer een gitaarsolo.
De muziek van The Beths rammelde nog flink op het debuutalbum, maar klinkt op Straight Line Was A Lie echt prachtig. Het album werd geproduceerd door de gitarist van de band en hij heeft vakwerk afgeleverd met een zowel spontaan als vakkundig klinkend geluid, dat niet onder doet voor dat van een producer van naam en faam.
Het blijft knap hoe de muziek van The Beths het ene moment bijna zoet en lieflijk kan klinken, maar er het volgende moment toch weer een ruwe en stekelige popsong tegenaan gooit. Ik ben inmiddels zeer verknocht aan de wat meer ingetogen songs op het album, maar ook de uptempo songs op het album zijn niet te weerstaan, zeker als de band er bijna Beach Boys achtige intermezzo’s tegenaan gooit.
Helemaal aan het begin van deze recensie sprak ik het verlangen naar (na)zomerse albums uit en dit verlangen wordt volledig vervuld door The Beths. Zeker wanneer de gitaarakkoorden vol zonnestralen zitten laat Straight Line Was A Lie de gevoelstemperatuur stijgen en krijgt je humeur direct een positieve boost.
De Nieuw-Zeelandse band is dankzij haar vorige albums inmiddels een vaste waarde in mijn jaarlijstje en dat gaat dit jaar zeker niet veranderen, want ik sla Straight Line Was A Lie nog wat hoger aan dan de vorige albums, al is het maar omdat de zang van Elizabeth Stokes op het nieuwe album nog wat mooier is en de diversiteit van de songs nog wat verder is toegenomen. Wat een geweldige band is dit toch. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: The Beths - Straight Line Was A Lie - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Beths - Straight Line Was A Lie
De Nieuw-Zeelandse band The Beths gooit er op Straight Line Was A Lie nog een serie geweldige popsongs tegenaan en het zijn popsongs die meedogenloos vermaken, maar ook in artistiek opzicht zeer interessant zijn
Wekelijks krijg ik via een geliefde Nieuw-Zeelandse muziekwinkel de hoogtepunten uit de Nieuw-Zeelandse muziekscene voorgeschoteld. Zo kwam ik ook ooit op het spoor van The Beths, maar inmiddels is de band uit Auckland ook ver buiten de eigen landsgrenzen bekend. En terecht, want de eerste drie albums van de band waren geweldig en ook het deze week verschenen Straight Line Was A Lie spreekt weer zeer tot de verbeelding. De band doet dit met aanstekelijke gitaarsongs, maar op het nieuwe album neemt de band ook met enige regelmaat gas terug, wat heerlijk klinkt, zeker in combinatie met de uitstekende stem van Elizabeth Stokes. Met een nieuw album van The Beths kan de Nieuw-Zeelandse zomer beginnen en wij genieten hier stiekem mee.
De echte zomer zit er hier zo langzamerhand wel op, maar in Nieuw-Zeeland breekt nu de lente aan en is de zomer in aantocht. Hoogste tijd dus voor wat zonnige en zomerse albums vanaf de andere kant van de wereld. Voor dit soort albums ben je de afgelopen jaren absoluut aan het juiste adres bij de Nieuw-Zeelandse band The Beths.
De band uit Auckland maakte met Future Me Hates Me (2018), Jump Rope Gazers (2020) en Expert In A Dying Field (2022) drie geweldige albums, die gelukkig ook buiten de Nieuw-Zeelandse landsgrenzen flink wat aandacht hebben gekregen. Het zijn albums met afwisselend zonnige, wat meer ingetogen of voorzichtig stekelige of gruizige songs, waarin heerlijke gitaarakkoorden en de bijzonder aangename stem van frontvrouw Elizabeth Stokes de belangrijkste ingrediënten zijn.
Het zijn albums die ik in eerste instantie omschreef als een mix van Throwing Muses, The Bangles, Belly, Juliana Hatfield, Magnapop, The Sundays, The Cardigans en wat eigenzinnige Schotse bands, maar uiteindelijk noemde ik vooral Rilo Kiley en ons eigen Bettie Serveert als relevant vergelijkingsmateriaal. Je hoort het allemaal ook weer terug op het deze week verschenen Straight Line Was A Lie, maar na drie uitstekende albums is de Nieuw-Zeelandse band op haar vierde album vooral zichzelf.
De muziek van The Beths klinkt op Straight Line Was A Lie direct vertrouwd. In de openingstrack en titeltrack vermaakt de band onmiddellijk met zonnige gitaarlijnen, de onweerstaanbare stem van Elizabeth Stokes en heerlijke koortjes met een vleugje Westcoast pop. De band uit Auckland combineert op prachtige wijze gruizige gitaarmuurtjes met aanstekelijke refreinen en subtiele wendingen, wat direct een memorabele popsong oplevert.
Straight Line Was A Lie staat vol met dit soort popsongs en net als op de vorige albums van The Beths is het geluid van de band verrassend veelzijdig. Na de uitbundige openingstrack vervolgt de band haar weg met een ingetogen folkpop songs met echt prachtige zang van Elizabeth Stokes en stiekem toch ook weer een gitaarsolo.
De muziek van The Beths rammelde nog flink op het debuutalbum, maar klinkt op Straight Line Was A Lie echt prachtig. Het album werd geproduceerd door de gitarist van de band en hij heeft vakwerk afgeleverd met een zowel spontaan als vakkundig klinkend geluid, dat niet onder doet voor dat van een producer van naam en faam.
Het blijft knap hoe de muziek van The Beths het ene moment bijna zoet en lieflijk kan klinken, maar er het volgende moment toch weer een ruwe en stekelige popsong tegenaan gooit. Ik ben inmiddels zeer verknocht aan de wat meer ingetogen songs op het album, maar ook de uptempo songs op het album zijn niet te weerstaan, zeker als de band er bijna Beach Boys achtige intermezzo’s tegenaan gooit.
Helemaal aan het begin van deze recensie sprak ik het verlangen naar (na)zomerse albums uit en dit verlangen wordt volledig vervuld door The Beths. Zeker wanneer de gitaarakkoorden vol zonnestralen zitten laat Straight Line Was A Lie de gevoelstemperatuur stijgen en krijgt je humeur direct een positieve boost.
De Nieuw-Zeelandse band is dankzij haar vorige albums inmiddels een vaste waarde in mijn jaarlijstje en dat gaat dit jaar zeker niet veranderen, want ik sla Straight Line Was A Lie nog wat hoger aan dan de vorige albums, al is het maar omdat de zang van Elizabeth Stokes op het nieuwe album nog wat mooier is en de diversiteit van de songs nog wat verder is toegenomen. Wat een geweldige band is dit toch. Erwin Zijleman
The Bevis Frond - Focus on Nature (2024)

4,0
2
geplaatst: 5 maart 2024, 15:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bevis Frond - Focus On Nature - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bevis Frond - Focus On Nature
Nick Saloman gooit er met zijn band The Bevis Frond nog maar eens vijf kwartier rockmuziek tegenaan en het is ook dit keer rockmuziek vol echo’s uit het verleden, maar ook rockmuziek met een eigentijdse twist
De Britse band The Bevis Frond leverde in 2021 met Little Eden misschien wel haar beste album af. Het was een razend knappe prestatie van een band die al sinds de jaren 80 bestaat. Ook op het deze week verschenen Focus On Nature slaagt de band rond Nick Saloman er in om een bijzonder hoog niveau vast te houden. De Britse muzikant maakt geen moment een geheim van zijn liefde voor muzikale helden uit het verleden, maar ook Focus On Nature klinkt geen moment als een belegen rockalbum. Nick Saloman soleert er heerlijk op los, maar verliest de compacte rocksongs ook niet uit het oog. Het levert vijf kwartier tijdloze rockmuziek op en het is muziek van een niveau waarvan de jonge honden van het moment alleen maar kunnen dromen.
De Britse band The Bevis Frond ontdekte ik een jaar of acht geleden, toen een aantal oude albums van de band opnieuw werden uitgebracht. De band bleek, toch wel enigszins tot mijn verbazing, al sinds de jaren 80 te bestaan en had op dat moment al zo’n twintig albums op haar naam staan. Het oeuvre van de band bleek een ware schatkist, waarin het uit 1991 stammende New River Head wat mij betreft het indrukwekkendst blonk. Dat veranderde in 2018 met het uitstekende We’re Your Friends, Man, dat in 2021 weer werd overtroffen door het geweldige Little Eden, dat uiteindelijk mijn jaarlijstje haalde. Alle reden dus om uit te zien naar het nieuwe album van de band, dat deze week is verschenen.
In The Bevis Frond draait alles om Nick Saloman, die vorig jaar zijn zeventigste verjaardag vierde. Op Focus On Nature laat de Britse muzikant horen dat hij nog lang niet klaar is voor een plekje achter de geraniums, want The Bevis Frond rockt nog altijd als in haar beste dagen. Het knappe van de vorige albums van de Britse band was dat Nick Salomon geen geheim maakt van zijn liefde voor uiteenlopende soorten rockmuziek uit de jaren 60 en 70, maar zeker niet is blijven steken in het verleden.
Op de albums van The Bevis Frond hoor je volop echo’s van met name de psychedelische rockmuziek uit het verre verleden, maar de songs van Nick Saloman sluiten net zo makkelijk aan bij de indierock uit de jaren 90. De albums van de Britse band klinken daarom zeker niet als retroalbums, maar juist verrassend fris en urgent. Het is ook weer het geval op Focus On Nature, dat verder gaat waar Little Eden in de herfst van 2021 ophield.
Ook op zijn nieuwe album laat Nick Saloman zich weer inspireren door zijn muzikale helden uit de jaren 60 en 70, wat je vooral hoort wanneer de Britse muzikant kiest voor langer uitgesponnen passages met heerlijke gitaarsolo’s. Het is gitaarwerk van een soort dat je tegenwoordig nauwelijks meer hoort, maar het klinkt echt geweldig.
Focus On Nature overtuigt bijzonder makkelijk wanneer je wordt ondergedompeld in rockmuziek uit het verre verleden, maar Nick Saloman laat ook op het nieuwe album van The Bevis Frond horen dat hij ook uit de voeten kan met moderner klinkende rocksongs. Focus On Nature laat, net als zijn voorgangers, ook flink wat invloeden uit de 90s indierock horen, bijvoorbeeld van een band als Dinosaur Jr., dat eveneens beschikt over een gitarist die niet vies is van lekker lange gitaarsolo’s.
Nick Saloman maakt zich er ook dit keer niet makkelijk van af, want Focus On Nature bevat maar liefst negentien tracks en is goed voor vijf kwartier muziek. Het is muziek die klinkt als een omgevallen platenkast en het is een platenkast waarin Britse en Amerikaanse rockmuziek uit de jaren 60, 70, 80 en 90 goed vertegenwoordigd is, maar waarin ook enkele omliggende genres niet zijn vergeten.
In muzikaal opzicht is het smullen op het album dat werd opgenomen met een volledige band, de zang van Nick Saloman klinkt nog altijd uitstekend en de Britse muzikant is ook in tekstueel opzicht nog vlijmscherp en zet een pijnlijk beeld neer van de huidige samenleving. The Bevis Frond opereerde een groot deel van haar bestaan wat in de marge, maar behoort momenteel tot het beste dat de rockmuziek te bieden heeft. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bevis Frond - Focus On Nature - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bevis Frond - Focus On Nature
Nick Saloman gooit er met zijn band The Bevis Frond nog maar eens vijf kwartier rockmuziek tegenaan en het is ook dit keer rockmuziek vol echo’s uit het verleden, maar ook rockmuziek met een eigentijdse twist
De Britse band The Bevis Frond leverde in 2021 met Little Eden misschien wel haar beste album af. Het was een razend knappe prestatie van een band die al sinds de jaren 80 bestaat. Ook op het deze week verschenen Focus On Nature slaagt de band rond Nick Saloman er in om een bijzonder hoog niveau vast te houden. De Britse muzikant maakt geen moment een geheim van zijn liefde voor muzikale helden uit het verleden, maar ook Focus On Nature klinkt geen moment als een belegen rockalbum. Nick Saloman soleert er heerlijk op los, maar verliest de compacte rocksongs ook niet uit het oog. Het levert vijf kwartier tijdloze rockmuziek op en het is muziek van een niveau waarvan de jonge honden van het moment alleen maar kunnen dromen.
De Britse band The Bevis Frond ontdekte ik een jaar of acht geleden, toen een aantal oude albums van de band opnieuw werden uitgebracht. De band bleek, toch wel enigszins tot mijn verbazing, al sinds de jaren 80 te bestaan en had op dat moment al zo’n twintig albums op haar naam staan. Het oeuvre van de band bleek een ware schatkist, waarin het uit 1991 stammende New River Head wat mij betreft het indrukwekkendst blonk. Dat veranderde in 2018 met het uitstekende We’re Your Friends, Man, dat in 2021 weer werd overtroffen door het geweldige Little Eden, dat uiteindelijk mijn jaarlijstje haalde. Alle reden dus om uit te zien naar het nieuwe album van de band, dat deze week is verschenen.
In The Bevis Frond draait alles om Nick Saloman, die vorig jaar zijn zeventigste verjaardag vierde. Op Focus On Nature laat de Britse muzikant horen dat hij nog lang niet klaar is voor een plekje achter de geraniums, want The Bevis Frond rockt nog altijd als in haar beste dagen. Het knappe van de vorige albums van de Britse band was dat Nick Salomon geen geheim maakt van zijn liefde voor uiteenlopende soorten rockmuziek uit de jaren 60 en 70, maar zeker niet is blijven steken in het verleden.
Op de albums van The Bevis Frond hoor je volop echo’s van met name de psychedelische rockmuziek uit het verre verleden, maar de songs van Nick Saloman sluiten net zo makkelijk aan bij de indierock uit de jaren 90. De albums van de Britse band klinken daarom zeker niet als retroalbums, maar juist verrassend fris en urgent. Het is ook weer het geval op Focus On Nature, dat verder gaat waar Little Eden in de herfst van 2021 ophield.
Ook op zijn nieuwe album laat Nick Saloman zich weer inspireren door zijn muzikale helden uit de jaren 60 en 70, wat je vooral hoort wanneer de Britse muzikant kiest voor langer uitgesponnen passages met heerlijke gitaarsolo’s. Het is gitaarwerk van een soort dat je tegenwoordig nauwelijks meer hoort, maar het klinkt echt geweldig.
Focus On Nature overtuigt bijzonder makkelijk wanneer je wordt ondergedompeld in rockmuziek uit het verre verleden, maar Nick Saloman laat ook op het nieuwe album van The Bevis Frond horen dat hij ook uit de voeten kan met moderner klinkende rocksongs. Focus On Nature laat, net als zijn voorgangers, ook flink wat invloeden uit de 90s indierock horen, bijvoorbeeld van een band als Dinosaur Jr., dat eveneens beschikt over een gitarist die niet vies is van lekker lange gitaarsolo’s.
Nick Saloman maakt zich er ook dit keer niet makkelijk van af, want Focus On Nature bevat maar liefst negentien tracks en is goed voor vijf kwartier muziek. Het is muziek die klinkt als een omgevallen platenkast en het is een platenkast waarin Britse en Amerikaanse rockmuziek uit de jaren 60, 70, 80 en 90 goed vertegenwoordigd is, maar waarin ook enkele omliggende genres niet zijn vergeten.
In muzikaal opzicht is het smullen op het album dat werd opgenomen met een volledige band, de zang van Nick Saloman klinkt nog altijd uitstekend en de Britse muzikant is ook in tekstueel opzicht nog vlijmscherp en zet een pijnlijk beeld neer van de huidige samenleving. The Bevis Frond opereerde een groot deel van haar bestaan wat in de marge, maar behoort momenteel tot het beste dat de rockmuziek te bieden heeft. Erwin Zijleman
The Bevis Frond - Little Eden (2021)

4,5
0
geplaatst: 16 september 2021, 16:08 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bevis Frond - Little Eden - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bevis Frond - Little Eden
Bij het grote publiek nog altijd onbekend, maar The Bevis Frond levert met Little Eden wederom een memorabele en onweerstaanbaar lekkere gitaarplaat op, die werkelijk alle kanten op kan
Ik ontdekte The Bevis Frond zelf ook pas een paar jaar geleden, maar sindsdien heb ik een fascinerend oeuvre ontdekt, dat inmiddels bijna 35 jaar bestrijkt. Ook na die 35 jaar is The Bevis Frond, de band van Nick Saloman, nog niet uitgeblust, want ook het deze week verschenen Little Eden is weer een fenomenale gitaarplaat, die je bijna anderhalf uur lang op het puntje van de stoel houdt. The Bevis Frond sleept de geschiedenis van de Britse en Amerikaanse rockmuziek met zich mee en kijkt niet op een genre meer of minder. Het klinkt allemaal bijzonder aanstekelijk en Nick Saloman strooit ook nog eens met geweldige riffs en onweerstaanbare gitaarsolo’s. Gitaarplaat van het jaar? Het zou zomaar kunnen.
The Bevis Frond is een Britse band, die in 1986 werd geformeerd en vanaf 1987 albums uitbrengt. Mijn eerste kennismaking met de muziek van de band stamt echter pas uit 2016, toen een aantal oude albums opnieuw werd uitgebracht en ik onder andere kennis maakte met het briljante New River Head uit 1991.
Dankzij de fraaie reissues is het stapeltje The Bevis Frond albums in mijn platenkast sindsdien flink gegroeid en drie jaar geleden kon ik ook een gloednieuw album van de Britse band toevoegen. Het in 2018 verschenen We’re Your Friends, Man liet bijna anderhalf uur lang horen dat The Bevis Frond er ook ruim dertig jaar na de oprichting van de band nog toe deed en hierin slaagt de band ook op het deze week verschenen Little Eden.
De band rond muzikant Nick Saloman, die overigens tekent voor bijna alle instrumenten op het album, maakt zich er ook dit keer niet makkelijk van af met twintig songs en wederom bijna anderhalf uur muziek. Het is muziek die zich laat omschrijven als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een zeer goed gevulde platenkast.
Ook op Little Eden laat The Bevis Frond zich weer door van alles en nog wat beïnvloeden. De band rond Nick Saloman eert nadrukkelijk een aantal helden uit de Britse muziekgeschiedenis, maar Little Eden blijft zeker niet hangen in het verleden en klinkt ook regelmatig als een Dinosaur Jr. album dat de Amerikaanse band nog niet gemaakt heeft.
Het levert een heerlijke gitaarplaat op, die natuurlijk opvalt door geweldige riffs en heerlijke solo’s, maar het gitaarspel van Nick Saloman staat altijd in dienst van de songs. Het zijn songs die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, maar ook Little Eden is weer een album dat je blijft verrassen. Het is knap hoe The Bevis Frond het ene moment typisch Brits klinkt, maar een song later de Atlantische oceaan alweer is overgestoken en aansluit bij de indierock uit de jaren 90.
Net als voorganger We’re Your Friends, Man is Little Eden een onweerstaanbaar lekker album, dat niet alleen put uit de archieven van zowel de Britse als de Amerikaanse rootsmuziek, maar zich bovendien kriskras door de tijd beweegt en invloeden vanuit de jaren 60 tot en met het heden meeneemt in haar muziek.
Het klinkt zoals gezegd onweerstaanbaar lekker, het gitaarwerk is fantastisch, de zang is prima met hier en daar een charmante onvaste noot, maar de songs van The Bevis Front zijn ook nog eens van hoog niveau en blijven strooien met heerlijke melodieën en aanstekelijke refreinen.
Soms klinkt het lekker ruw en direct, maar Nick Saloman heeft ook nog altijd een zwak voor de psychedelica zoals die in de late jaren 60 werd gemaakt en draait ook zijn hand niet om voor een folky track of een uitstapje richting punk.
Ik ken The Bevis Frond zelf pas een jaar of vijf, maar bij het grote publiek is de Britse band nog altijd volslagen onbekend. Het is doodzonde, want The Bevis Frond klinkt ook op Little Eden weer als een aantal van jouw favoriete gitaarbands uit verleden en heden, die samen jammen en boven zichzelf uitstijgen.
Pak die luchtgitaar er maar bij, laat Little Eden lekker hard uit de speakers komen en je kunt bijna anderhalf uur aan de slag met heerlijke songs en gitaarwerk om je vingers bij af te likken. Wat een geweldige band is dit toch en wat heeft de band weer een fantastisch album afgeleverd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bevis Frond - Little Eden - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bevis Frond - Little Eden
Bij het grote publiek nog altijd onbekend, maar The Bevis Frond levert met Little Eden wederom een memorabele en onweerstaanbaar lekkere gitaarplaat op, die werkelijk alle kanten op kan
Ik ontdekte The Bevis Frond zelf ook pas een paar jaar geleden, maar sindsdien heb ik een fascinerend oeuvre ontdekt, dat inmiddels bijna 35 jaar bestrijkt. Ook na die 35 jaar is The Bevis Frond, de band van Nick Saloman, nog niet uitgeblust, want ook het deze week verschenen Little Eden is weer een fenomenale gitaarplaat, die je bijna anderhalf uur lang op het puntje van de stoel houdt. The Bevis Frond sleept de geschiedenis van de Britse en Amerikaanse rockmuziek met zich mee en kijkt niet op een genre meer of minder. Het klinkt allemaal bijzonder aanstekelijk en Nick Saloman strooit ook nog eens met geweldige riffs en onweerstaanbare gitaarsolo’s. Gitaarplaat van het jaar? Het zou zomaar kunnen.
The Bevis Frond is een Britse band, die in 1986 werd geformeerd en vanaf 1987 albums uitbrengt. Mijn eerste kennismaking met de muziek van de band stamt echter pas uit 2016, toen een aantal oude albums opnieuw werd uitgebracht en ik onder andere kennis maakte met het briljante New River Head uit 1991.
Dankzij de fraaie reissues is het stapeltje The Bevis Frond albums in mijn platenkast sindsdien flink gegroeid en drie jaar geleden kon ik ook een gloednieuw album van de Britse band toevoegen. Het in 2018 verschenen We’re Your Friends, Man liet bijna anderhalf uur lang horen dat The Bevis Frond er ook ruim dertig jaar na de oprichting van de band nog toe deed en hierin slaagt de band ook op het deze week verschenen Little Eden.
De band rond muzikant Nick Saloman, die overigens tekent voor bijna alle instrumenten op het album, maakt zich er ook dit keer niet makkelijk van af met twintig songs en wederom bijna anderhalf uur muziek. Het is muziek die zich laat omschrijven als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een zeer goed gevulde platenkast.
Ook op Little Eden laat The Bevis Frond zich weer door van alles en nog wat beïnvloeden. De band rond Nick Saloman eert nadrukkelijk een aantal helden uit de Britse muziekgeschiedenis, maar Little Eden blijft zeker niet hangen in het verleden en klinkt ook regelmatig als een Dinosaur Jr. album dat de Amerikaanse band nog niet gemaakt heeft.
Het levert een heerlijke gitaarplaat op, die natuurlijk opvalt door geweldige riffs en heerlijke solo’s, maar het gitaarspel van Nick Saloman staat altijd in dienst van de songs. Het zijn songs die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, maar ook Little Eden is weer een album dat je blijft verrassen. Het is knap hoe The Bevis Frond het ene moment typisch Brits klinkt, maar een song later de Atlantische oceaan alweer is overgestoken en aansluit bij de indierock uit de jaren 90.
Net als voorganger We’re Your Friends, Man is Little Eden een onweerstaanbaar lekker album, dat niet alleen put uit de archieven van zowel de Britse als de Amerikaanse rootsmuziek, maar zich bovendien kriskras door de tijd beweegt en invloeden vanuit de jaren 60 tot en met het heden meeneemt in haar muziek.
Het klinkt zoals gezegd onweerstaanbaar lekker, het gitaarwerk is fantastisch, de zang is prima met hier en daar een charmante onvaste noot, maar de songs van The Bevis Front zijn ook nog eens van hoog niveau en blijven strooien met heerlijke melodieën en aanstekelijke refreinen.
Soms klinkt het lekker ruw en direct, maar Nick Saloman heeft ook nog altijd een zwak voor de psychedelica zoals die in de late jaren 60 werd gemaakt en draait ook zijn hand niet om voor een folky track of een uitstapje richting punk.
Ik ken The Bevis Frond zelf pas een jaar of vijf, maar bij het grote publiek is de Britse band nog altijd volslagen onbekend. Het is doodzonde, want The Bevis Frond klinkt ook op Little Eden weer als een aantal van jouw favoriete gitaarbands uit verleden en heden, die samen jammen en boven zichzelf uitstijgen.
Pak die luchtgitaar er maar bij, laat Little Eden lekker hard uit de speakers komen en je kunt bijna anderhalf uur aan de slag met heerlijke songs en gitaarwerk om je vingers bij af te likken. Wat een geweldige band is dit toch en wat heeft de band weer een fantastisch album afgeleverd. Erwin Zijleman
The Bevis Frond - New River Head (1991)

4,0
0
geplaatst: 22 augustus 2016, 16:57 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bevis Frond - New River Head - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Bevis Frond is een Britse eenmansband die halverwege de jaren 80 debuteerde en inmiddels een enorme stapel platen op haar naam heeft staan.
Het zijn platen waarvan ik er tot voor kort niet één in de kast had staan, maar dankzij een serie reissues heb ik de muziek van Nick Saloman inmiddels op het netvlies en zeker ook het trommelvlies.
Ik heb inmiddels meerdere platen van The Bevis Frond hoog zitten, maar mijn onbetwiste favoriet is vooralsnog New River Head.
Deze uit 1991 stammende plaat laat muziek horen die een aantal decennia voor de jaren 90 lijkt gemaakt. The Bevis Frond laat zich op New River Head stevig beïnvloeden door de muziek van Jimi Hendrix, The Byrds, Captain Beefheart en zeker ook Pink Floyd in haar psychedelische jaren.
Zeker in de wat langere tracks, en daar telt dit album er nogal wat van, is de muziek van Nick Saloman dromerig en bezwerend, maar het is ook muziek vol dynamiek. New River Head viel mij in eerste instantie op door het gitaarspel, maar ook het heerlijk zeurende orgelspel, de hypnotiserende ritmesectie en de vaak wat lome vocalen dragen bij aan het effect dat de muziek van The Bevis Frond op mij heeft.
Het gitaarspel is soms ingetogen en psychedelisch, maar kan ook flink uitpakken. Zeker wanneer wordt gekozen voor rauwere riffs roept de muziek van The Bevis Frond associaties op met het gitaarwerk van Jimi Hendrix, maar zeker bij herhaalde beluistering hoor ik ook veel van het gitaarspel op de platen van een band als Dinosaur Jr. (en dus van gitaarheld J. Mascis).
Bij herhaalde beluistering hoor ik sowieso meer invloeden uit de vroege jaren 90 opduiken (bijvoorbeeld ook van de geweldige band Buffalo Tom), al blijft The Bevis Frond ook altijd met één been stevig in de late jaren 60 staan.
Nick Salomon trekt op de ruim 80 minuten die de originele versie van New River Head duurt van alles uit de kast en maakt muziek die niet in een hokje is te duwen. Ook de bonustracks zijn overigens de moeite waard.
Invloeden uit de psychedelica en rock zijn al benoemd, maar op New River Head kom je ook volop invloeden uit de folk en de new wave tegen en duiken bovendien af en toe invloeden uit de progrock op. Het knappe is dat de muziek van The Bevis Frond misschien alle kanten op schiet, maar uiteindelijk toch een coherente plaat oplevert.
Het is een plaat die ik inmiddels heb omarmd als het uit de jaren 90 stammende broertje van de geweldige gitaarplaat van Car Seat Headrest. Dankzij een mooie serie reissues krijgt deze plaat een terechte herkansing en dat geldt ook voor een aantal andere platen van de band die zeer de moeite waard zijn. Voor mij een enorme ontdekking dit The Bevis Frond. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bevis Frond - New River Head - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Bevis Frond is een Britse eenmansband die halverwege de jaren 80 debuteerde en inmiddels een enorme stapel platen op haar naam heeft staan.
Het zijn platen waarvan ik er tot voor kort niet één in de kast had staan, maar dankzij een serie reissues heb ik de muziek van Nick Saloman inmiddels op het netvlies en zeker ook het trommelvlies.
Ik heb inmiddels meerdere platen van The Bevis Frond hoog zitten, maar mijn onbetwiste favoriet is vooralsnog New River Head.
Deze uit 1991 stammende plaat laat muziek horen die een aantal decennia voor de jaren 90 lijkt gemaakt. The Bevis Frond laat zich op New River Head stevig beïnvloeden door de muziek van Jimi Hendrix, The Byrds, Captain Beefheart en zeker ook Pink Floyd in haar psychedelische jaren.
Zeker in de wat langere tracks, en daar telt dit album er nogal wat van, is de muziek van Nick Saloman dromerig en bezwerend, maar het is ook muziek vol dynamiek. New River Head viel mij in eerste instantie op door het gitaarspel, maar ook het heerlijk zeurende orgelspel, de hypnotiserende ritmesectie en de vaak wat lome vocalen dragen bij aan het effect dat de muziek van The Bevis Frond op mij heeft.
Het gitaarspel is soms ingetogen en psychedelisch, maar kan ook flink uitpakken. Zeker wanneer wordt gekozen voor rauwere riffs roept de muziek van The Bevis Frond associaties op met het gitaarwerk van Jimi Hendrix, maar zeker bij herhaalde beluistering hoor ik ook veel van het gitaarspel op de platen van een band als Dinosaur Jr. (en dus van gitaarheld J. Mascis).
Bij herhaalde beluistering hoor ik sowieso meer invloeden uit de vroege jaren 90 opduiken (bijvoorbeeld ook van de geweldige band Buffalo Tom), al blijft The Bevis Frond ook altijd met één been stevig in de late jaren 60 staan.
Nick Salomon trekt op de ruim 80 minuten die de originele versie van New River Head duurt van alles uit de kast en maakt muziek die niet in een hokje is te duwen. Ook de bonustracks zijn overigens de moeite waard.
Invloeden uit de psychedelica en rock zijn al benoemd, maar op New River Head kom je ook volop invloeden uit de folk en de new wave tegen en duiken bovendien af en toe invloeden uit de progrock op. Het knappe is dat de muziek van The Bevis Frond misschien alle kanten op schiet, maar uiteindelijk toch een coherente plaat oplevert.
Het is een plaat die ik inmiddels heb omarmd als het uit de jaren 90 stammende broertje van de geweldige gitaarplaat van Car Seat Headrest. Dankzij een mooie serie reissues krijgt deze plaat een terechte herkansing en dat geldt ook voor een aantal andere platen van de band die zeer de moeite waard zijn. Voor mij een enorme ontdekking dit The Bevis Frond. Erwin Zijleman
The Bevis Frond - We're Your Friends, Man (2018)

4,0
0
geplaatst: 14 december 2018, 16:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bevis Frond - We’re Your Friends, Man - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bevis Frond had al lang wereldberoemd moeten zijn, maar blijft een obscure maar geweldige rockband die anderhalf uur imponeert
Anderhalf uur rockmuziek vol eindeloze gitaarsolo’s. Er zijn niet veel bands die er mee weg komen, maar The Bevis Frond is na anderhalf uur net opgewarmd. We’re Your Friends, Man is een rockplaat die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen en die goed is voor een anderhalf uur aanhoudende glimlach. Meerdere decennia rockmuziek komen voorbij, maar alles past prachtig in het unieke geluid van deze al even unieke Britse band, die al lang wereldberoemd had moeten zijn, maar nog steeds een cultband is die iedere muziekliefhebber moet koesteren.
The Bevis Frond is een Britse band die al sinds 1986 bestaat en inmiddels een memorabele stapel platen (ik tel er zeker 25) op haar naam heeft staan. Het zijn platen die mij meestal zijn ontgaan, maar gelukkig worden de platen van de band rond Nick Saloman met enige regelmaat opnieuw uitgegeven.
Ruim twee jaar geleden was er een bijzonder fraai stapeltje reissues, waarvan met name de heruitgave van het oorspronkelijk uit 1991 stammende New River Head me bijzonder goed beviel. Op deze plaat begon The Bevis Frond bij de muziek van Jimi Hendrix, The Byrds, Captain Beefheart en zeker ook Pink Floyd in haar psychedelische jaren, maar schoven Nick Saloman en zijn medemuzikanten langzaam maar zeker op richting Dinosaur Jr. en Buffalo Tom; twee van mijn favorieten uit de jaren 90.
Het leverde een spannende en buitengewoon veelzijdige gitaarplaat op, die ik met name in de laatste maanden van 2016 heel vaak heb beluisterd. Vorige week verscheen er weer een plaat van The Bevis Frond en We’re Your Friends, Man blijkt een gloednieuwe plaat.
Ook op de zoveelste plaat van The Bevis Frond hebben Nick Saloman en zijn medemuzikanten er zin in. We’re Your Friends, Man bevat 20 songs en bijna anderhalf uur muziek en het is ook nog eens muziek met enorm veel power.
Ook op de nieuwe plaat eert The Bevis Frond de gitaarhelden uit de jaren 90, maar is het ook zeker niet vies van gitaarmuziek van enkele decennia geleden. In de openingstrack maakt The Bevis Frond direct duidelijk waar het op We’re Your Friends, Man om gaat. Een rechttoe rechtaan rocksong tikt uiteindelijk de 6 minuten aan en eindigt met een gitaarsolo waarop menig gitaargod jaloers zou zijn.
The Bevis Frond bleek op de twee jaar geleden verschenen reissues een opvallend veelzijdige band en dat is het nog steeds. Waar de openingstrack je vooral meesleurt naar de jaren 90, ben je bij de tweede track in de jaren 60 en 70 beland en heeft stevige rock plaats gemaakt voor een track waarop Cat Stevens in zijn jonge jaren best trots op zou zijn geweest.
Hierna ligt de focus weer een tijdje op rock en maakt Nick Saloman in zijn gitaarsolo’s geen geheim van bewondering voor David Gilmour en steekt hij hiernaast menig hardrock gitarist naar de kroon, om uiteindelijk toch weer bij J. Mascis te eindigen. Tussendoor neemt de band af en toe gas terug en laat het weer een heel ander geluid horen.
Veel van de tracks op We’re Your Friends, Man staan met minstens één been in het verleden en verleiden bijzonder makkelijk met grootse riffs en melodieuze refreinen. Ook de nieuwe plaat van The Bevis Frond is weer zo’n plaat die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen en die nadrukkelijk uitnodigt tot het bespelen van de luchtgitaar. Enige conditie is hiervoor wel nodig, want Nick Saloman soleert er op We’re Your Friends, Man driftig op los en kijkt niet op een minuutje meer of minder.
Ik luister de laatste tijd niet al te vaak meer naar platen met langere gitaarsolo’s, maar bij beluistering van We’re Your Friends, Man zit ik op het puntje van de stoel en kan het me niet lang genoeg duren. De vele gitaarsolo’s tillen de nieuwe plaat van The Bevis Frond nog net een stukje verder omhoog, maar ook met de rest van de songs is helemaal niets mis en ook in vocaal opzicht overtuigt Nick Saloman makkelijk met ingetogen vocalen vol gevoel, die ergens tussen Cat Stevens en Peter Gabriel in zijn Genesis jaren in zitten.
The Bevis Frond citeert anderhalf uur nadrukkelijk uit de archieven van de Britse en Amerikaanse rockmuziek en maakt hierbij geen onderscheid tussen Genesis in haar vroege en ingetogen jaren en Dinosaur Jr. in haar beste dagen. Anderhalf uur is idioot veel muziek, maar bijna alles dat Nick Saloman op We’re Your Friends, Man aanraakt verandert in goud. Wederom een uitstekende plaat van een band die al lang wereldberoemd had moeten zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bevis Frond - We’re Your Friends, Man - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bevis Frond had al lang wereldberoemd moeten zijn, maar blijft een obscure maar geweldige rockband die anderhalf uur imponeert
Anderhalf uur rockmuziek vol eindeloze gitaarsolo’s. Er zijn niet veel bands die er mee weg komen, maar The Bevis Frond is na anderhalf uur net opgewarmd. We’re Your Friends, Man is een rockplaat die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen en die goed is voor een anderhalf uur aanhoudende glimlach. Meerdere decennia rockmuziek komen voorbij, maar alles past prachtig in het unieke geluid van deze al even unieke Britse band, die al lang wereldberoemd had moeten zijn, maar nog steeds een cultband is die iedere muziekliefhebber moet koesteren.
The Bevis Frond is een Britse band die al sinds 1986 bestaat en inmiddels een memorabele stapel platen (ik tel er zeker 25) op haar naam heeft staan. Het zijn platen die mij meestal zijn ontgaan, maar gelukkig worden de platen van de band rond Nick Saloman met enige regelmaat opnieuw uitgegeven.
Ruim twee jaar geleden was er een bijzonder fraai stapeltje reissues, waarvan met name de heruitgave van het oorspronkelijk uit 1991 stammende New River Head me bijzonder goed beviel. Op deze plaat begon The Bevis Frond bij de muziek van Jimi Hendrix, The Byrds, Captain Beefheart en zeker ook Pink Floyd in haar psychedelische jaren, maar schoven Nick Saloman en zijn medemuzikanten langzaam maar zeker op richting Dinosaur Jr. en Buffalo Tom; twee van mijn favorieten uit de jaren 90.
Het leverde een spannende en buitengewoon veelzijdige gitaarplaat op, die ik met name in de laatste maanden van 2016 heel vaak heb beluisterd. Vorige week verscheen er weer een plaat van The Bevis Frond en We’re Your Friends, Man blijkt een gloednieuwe plaat.
Ook op de zoveelste plaat van The Bevis Frond hebben Nick Saloman en zijn medemuzikanten er zin in. We’re Your Friends, Man bevat 20 songs en bijna anderhalf uur muziek en het is ook nog eens muziek met enorm veel power.
Ook op de nieuwe plaat eert The Bevis Frond de gitaarhelden uit de jaren 90, maar is het ook zeker niet vies van gitaarmuziek van enkele decennia geleden. In de openingstrack maakt The Bevis Frond direct duidelijk waar het op We’re Your Friends, Man om gaat. Een rechttoe rechtaan rocksong tikt uiteindelijk de 6 minuten aan en eindigt met een gitaarsolo waarop menig gitaargod jaloers zou zijn.
The Bevis Frond bleek op de twee jaar geleden verschenen reissues een opvallend veelzijdige band en dat is het nog steeds. Waar de openingstrack je vooral meesleurt naar de jaren 90, ben je bij de tweede track in de jaren 60 en 70 beland en heeft stevige rock plaats gemaakt voor een track waarop Cat Stevens in zijn jonge jaren best trots op zou zijn geweest.
Hierna ligt de focus weer een tijdje op rock en maakt Nick Saloman in zijn gitaarsolo’s geen geheim van bewondering voor David Gilmour en steekt hij hiernaast menig hardrock gitarist naar de kroon, om uiteindelijk toch weer bij J. Mascis te eindigen. Tussendoor neemt de band af en toe gas terug en laat het weer een heel ander geluid horen.
Veel van de tracks op We’re Your Friends, Man staan met minstens één been in het verleden en verleiden bijzonder makkelijk met grootse riffs en melodieuze refreinen. Ook de nieuwe plaat van The Bevis Frond is weer zo’n plaat die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen en die nadrukkelijk uitnodigt tot het bespelen van de luchtgitaar. Enige conditie is hiervoor wel nodig, want Nick Saloman soleert er op We’re Your Friends, Man driftig op los en kijkt niet op een minuutje meer of minder.
Ik luister de laatste tijd niet al te vaak meer naar platen met langere gitaarsolo’s, maar bij beluistering van We’re Your Friends, Man zit ik op het puntje van de stoel en kan het me niet lang genoeg duren. De vele gitaarsolo’s tillen de nieuwe plaat van The Bevis Frond nog net een stukje verder omhoog, maar ook met de rest van de songs is helemaal niets mis en ook in vocaal opzicht overtuigt Nick Saloman makkelijk met ingetogen vocalen vol gevoel, die ergens tussen Cat Stevens en Peter Gabriel in zijn Genesis jaren in zitten.
The Bevis Frond citeert anderhalf uur nadrukkelijk uit de archieven van de Britse en Amerikaanse rockmuziek en maakt hierbij geen onderscheid tussen Genesis in haar vroege en ingetogen jaren en Dinosaur Jr. in haar beste dagen. Anderhalf uur is idioot veel muziek, maar bijna alles dat Nick Saloman op We’re Your Friends, Man aanraakt verandert in goud. Wederom een uitstekende plaat van een band die al lang wereldberoemd had moeten zijn. Erwin Zijleman
The Big Moon - Here Is Everything (2022)

4,0
0
geplaatst: 18 oktober 2022, 16:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Big Moon - Here Is Everything - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Big Moon - Here Is Everything
The Big Moon maakte aan het begin van 2020 diepe indruk met de aanstekelijke maar ook razend knappe popliedjes op Walking Like We Do en herhaalt dat kunstje op het nog betere Here Is Everything
De vier meiden van The Big Moon zongen ooit over puberliefdes en coming of age perikelen, maar inmiddels staat het moederschap van frontvrouw Juliette Jackson centraal. Ook de popliedjes van The Big Moon klinken volwassener dan in het verleden. The Big Moon begon ooit als postpunk band, maar maakt inmiddels frisse popliedjes, die het verleden van de band overigens niet volledig verloochenen. Alles klinkt even lekker of zelfs onweerstaanbaar, maar de eigenzinnige popliedjes van de band uit Londen zitten ook knap in elkaar en prikkelen de fantasie continu. De vorige twee albums van The Big Moon waren uitstekend, maar deze is nog wat beter.
De Britse band The Big Moon speelde een hoofdrol op het in 2017 verschenen I'm Not Your Man, het tweede album van de eigenzinnige Britse singer-songwriter Marika Hackman. In hetzelfde jaar debuteerden de vier vrouwen uit Londen met het veelbelovende Love In The 4th Dimension, waarop niet geheel ten onrechte het etiket postpunk werd geplakt.
Pas echt onder de indruk van The Big Moon raakte ik echter pas in 2020 toen Walking Like We Do verscheen. Op het tweede album van The Big Moon kozen Juliette Jackson, Celia Archer, Fern Ford en Soph Nathan vooral voor de pop en verdwenen invloeden uit de postpunk naar de achtergrond.
Walking Like We Do verscheen helemaal aan het begin van 2020, in een tijd waarin de eerste berichten over een vreemd virus in China opdoken. Dat virus leek op dat moment nog heel ver van ons bed, waardoor de onweerstaanbaar lekkere popliedjes van The Big Moon er in gingen als koek.
De popliedjes van The Big Moon op Walking Like We Do waren niet alleen nauwelijks (of zelfs helemaal niet) te weerstaan, maar zaten ook vol goede ideeën, verrassende wendingen en op zijn tijd voldoende eigenzinnigheid. Bovendien liet frontvrouw Juliette Jackson horen dat ze een uitstekend zangeres was en ook met de zang van de andere leden van de band was niets mis. De avontuurlijke productie van Ben H. Allen III maakte de smaaksensatie van de popsongs van The Big Moon compleet.
Deze week keert The Big Moon terug met haar derde album, Here Is Everything. Juliette Jackson showt op de cover van het album haar zwangere buik en is inmiddels moeder geworden. Dat heeft zijn sporen nagelaten op het derde album van The Big Moon dat wat lomer en introspectiever klinkt dan zijn voorgangers.
Ook op Here Is Everything maakt The Big Moon weer pop met een hoofdletter P. De aanstekelijke popliedjes op het album dringen zich makkelijk op en zijn stuk voor stuk van het soort dat het humeur een flinke positieve boost geeft. De invloeden die op het debuutalbum domineerden spelen ook dit keer geen hele dominante rol op het album, maar in de diepe baslijnen, de zware drums, de puntige gitaarloopjes en de wolken synths hoor je zo nu en dan de achtergrond van de band uit Londen.
The Big Moon maakt ook dit keer aanstekelijke en hitgevoelige popliedjes zonder te vervallen in dertien in een dozijn pop. Here Is Everything voegt hier en daar een subtiele dosis rock toe aan de onweerstaanbare pop op het album en ook invloeden uit de postpunk en de new wave hebben op subtiele wijze hun weg gevonden naar het nieuwe album van The Big Moon.
Ook op Here Is Everything zitten de aangename popliedjes van de band uit Londen weer vol oorstrelende en trefzekere accenten en ook dit keer hebben de vier vrouwen uit Londen hun songs volgestopt met heel veel goede ideeën, waardoor het album op een bijzondere manier sprankelt.
Door de coronapandemie heeft The Big Moon haar nieuwe album opgenomen in een eenvoudige thuisstudio en vervolgens zelf geproduceerd, maar het Here Is Everything klinkt echt fantastisch en is wat mij betreft een schoolvoorbeeld van een goed klinkende alternatieve popplaat.
Vast niet iedereen zal vatbaar zijn voor de popliedjes van het viertal uit Londen, maar ook na meerdere keren horen kan ik alleen maar zielsgelukkig worden van het nieuwe album van The Big Moon, dat steeds weer andere verleidingen prijsgeeft en stijgt tot grote hoogten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Big Moon - Here Is Everything - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Big Moon - Here Is Everything
The Big Moon maakte aan het begin van 2020 diepe indruk met de aanstekelijke maar ook razend knappe popliedjes op Walking Like We Do en herhaalt dat kunstje op het nog betere Here Is Everything
De vier meiden van The Big Moon zongen ooit over puberliefdes en coming of age perikelen, maar inmiddels staat het moederschap van frontvrouw Juliette Jackson centraal. Ook de popliedjes van The Big Moon klinken volwassener dan in het verleden. The Big Moon begon ooit als postpunk band, maar maakt inmiddels frisse popliedjes, die het verleden van de band overigens niet volledig verloochenen. Alles klinkt even lekker of zelfs onweerstaanbaar, maar de eigenzinnige popliedjes van de band uit Londen zitten ook knap in elkaar en prikkelen de fantasie continu. De vorige twee albums van The Big Moon waren uitstekend, maar deze is nog wat beter.
De Britse band The Big Moon speelde een hoofdrol op het in 2017 verschenen I'm Not Your Man, het tweede album van de eigenzinnige Britse singer-songwriter Marika Hackman. In hetzelfde jaar debuteerden de vier vrouwen uit Londen met het veelbelovende Love In The 4th Dimension, waarop niet geheel ten onrechte het etiket postpunk werd geplakt.
Pas echt onder de indruk van The Big Moon raakte ik echter pas in 2020 toen Walking Like We Do verscheen. Op het tweede album van The Big Moon kozen Juliette Jackson, Celia Archer, Fern Ford en Soph Nathan vooral voor de pop en verdwenen invloeden uit de postpunk naar de achtergrond.
Walking Like We Do verscheen helemaal aan het begin van 2020, in een tijd waarin de eerste berichten over een vreemd virus in China opdoken. Dat virus leek op dat moment nog heel ver van ons bed, waardoor de onweerstaanbaar lekkere popliedjes van The Big Moon er in gingen als koek.
De popliedjes van The Big Moon op Walking Like We Do waren niet alleen nauwelijks (of zelfs helemaal niet) te weerstaan, maar zaten ook vol goede ideeën, verrassende wendingen en op zijn tijd voldoende eigenzinnigheid. Bovendien liet frontvrouw Juliette Jackson horen dat ze een uitstekend zangeres was en ook met de zang van de andere leden van de band was niets mis. De avontuurlijke productie van Ben H. Allen III maakte de smaaksensatie van de popsongs van The Big Moon compleet.
Deze week keert The Big Moon terug met haar derde album, Here Is Everything. Juliette Jackson showt op de cover van het album haar zwangere buik en is inmiddels moeder geworden. Dat heeft zijn sporen nagelaten op het derde album van The Big Moon dat wat lomer en introspectiever klinkt dan zijn voorgangers.
Ook op Here Is Everything maakt The Big Moon weer pop met een hoofdletter P. De aanstekelijke popliedjes op het album dringen zich makkelijk op en zijn stuk voor stuk van het soort dat het humeur een flinke positieve boost geeft. De invloeden die op het debuutalbum domineerden spelen ook dit keer geen hele dominante rol op het album, maar in de diepe baslijnen, de zware drums, de puntige gitaarloopjes en de wolken synths hoor je zo nu en dan de achtergrond van de band uit Londen.
The Big Moon maakt ook dit keer aanstekelijke en hitgevoelige popliedjes zonder te vervallen in dertien in een dozijn pop. Here Is Everything voegt hier en daar een subtiele dosis rock toe aan de onweerstaanbare pop op het album en ook invloeden uit de postpunk en de new wave hebben op subtiele wijze hun weg gevonden naar het nieuwe album van The Big Moon.
Ook op Here Is Everything zitten de aangename popliedjes van de band uit Londen weer vol oorstrelende en trefzekere accenten en ook dit keer hebben de vier vrouwen uit Londen hun songs volgestopt met heel veel goede ideeën, waardoor het album op een bijzondere manier sprankelt.
Door de coronapandemie heeft The Big Moon haar nieuwe album opgenomen in een eenvoudige thuisstudio en vervolgens zelf geproduceerd, maar het Here Is Everything klinkt echt fantastisch en is wat mij betreft een schoolvoorbeeld van een goed klinkende alternatieve popplaat.
Vast niet iedereen zal vatbaar zijn voor de popliedjes van het viertal uit Londen, maar ook na meerdere keren horen kan ik alleen maar zielsgelukkig worden van het nieuwe album van The Big Moon, dat steeds weer andere verleidingen prijsgeeft en stijgt tot grote hoogten. Erwin Zijleman
The Big Moon - Walking Like We Do (2020)

4,5
1
geplaatst: 11 januari 2020, 10:14 uur
The Big Moon - Walking Like We Do
De Britse band The Big Moon kiest dit keer voor de pop, maar verleidt meedogenloos met even aanstekelijke als eigenzinnige popliedjes die alleen maar leuker en onweerstaanbaarder worden
Het Britse viertal The Big Moon krijgt hier en daar nog het label punkpop opgeplakt, maar dat is echt verleden tijd. Op Walking Like We Do kiest de band uit Londen immers vol voor de pop, maar wat zijn de popliedjes van The Big Moon leuk en verslavend. In muzikaal opzicht gebeurt er steeds weer wat anders, in vocaal opzicht maken de vier vrouwen van de Britse band indruk en het niveau van de songs is verrassend hoog. Op hetzelfde moment is het nieuwe album van The Big Moon een album vol popliedjes die je na één keer horen voorgoed wilt koesteren. Van perfecte pop naar indiepop met een vleugje new wave en weer terug. Ik kan het echt met geen mogelijkheid weerstaan.
Deze week is het muziekjaar 2020 dan echt begonnen met een mooi stapeltje interessante releases. Van dit stapeltje word ik het vrolijkst van Walking Like We Do van The Big Moon.
The Big Moon is een uit vier vrouwen bestaande band uit Londen, die in het verleden samenwerkte met Marika Hackman en die bij de release van haar debuut in 2017 nog het label punkpop kreeg opgeplakt.
Op Walking Like We Do, het tweede album van de Britse band, heeft The Big Moon haar wilde haren verloren en kiest het vol voor de pop. Dat is altijd even slikken, maar The Big Moon maakt op haar nieuwe album zeker geen 13 in een dozijn pop.
Walking Like We Do staat vol met popliedjes die je na één keer horen alleen maar wilt koesteren. De band rond frontvrouw Juliette Jackson verrast met aanstekelijke maar interessante popsongs en het zijn popsongs die vooralsnog alleen maar beter worden.
De instrumentatie op Walking Like We Do steekt knapper in elkaar dan op de gemiddelde pure popplaat. Veel songs hebben pianoakkoorden als basis, maar zijn vervolgens rijkelijk versierd met elektronica, waar met enige regelmaat een gitaarakkoord doorheen snijdt. Het klinkt keer op keer bijzonder lekker, maar The Big Moon begeeft zich zeker niet uitsluitend op de platgetreden paden.
De instrumentatie op het album zit vol goede vondsten en zit bovendien vol invloeden. Het zijn voornamelijk invloeden uit de jaren 70 en 80, maar The Big Moon verwerkt ze op subtiele wijze in een geluid dat vooral eigentijds klinkt. Associaties met punk heb ik niet bij beluistering van het album, maar invloeden uit de 70s new wave hebben zeker hun weg gevonden naar het geluid van de band. Het is een geluid dat wat mij betreft het etiket indiepop verdient, maar iedereen die de muziek van The Big Moon pure pop wil noemen heeft ook mijn zegen.
In muzikaal opzicht is het dankzij de aanstekelijke klanken en de stiekem verstopte invloeden smullen, maar ook in vocaal opzicht heeft het viertal uit Londen veel te bieden. Juliette Jackson zingt uitstekend, maar wanneer de vier vrouwen van The Big Moon los gaan in harmonieën is het smullen in de overtreffende trap. Het voorziet de muziek van de Britse band van een bijzondere sfeer, maar ook van veel kracht.
The Big Moon blijkt op Walking Like We Do zeker geen one-trick-pony. Het ene moment word je meegesleurd door een hopeloos aanstekelijk popliedjes met flarden new wave en postpunk, het volgende moment tekent de band voor een klassieke popsong, die niet had misstaan in het oeuvre van een willekeurige grootheid uit de jaren 70 of met een eigentijdse popsong. Na één keer horen was ik verslaafd aan de heerlijke popliedjes van het Londense kwartet, maar sindsdien zijn de heerlijke maar ook eigenwijze popliedjes van The Big Moon alleen maar leuker en onweerstaanbaarder geworden.
Producties van popplaten klinken nogal eendimensionaal op het moment, maar het in het Amerikaanse Atlanta opgenomen en door Ben H. Allen III (Bombay Bicycle Club, Belle & Sebastian, Deerhunter) geproduceerde Walk Like We Do klinkt gelukkig anders en weet song na song te verrassen met een geluid dat het hart verovert en de fantasie prikkelt.
The Big Moon heeft het album gemaakt dat HAIM dit jaar nog maar moet zien te maken. De lente is nog ver weg, tot je dit prima album met flink volume uit de speakers laat komen. Heerlijk. Erwin Zijleman
De Britse band The Big Moon kiest dit keer voor de pop, maar verleidt meedogenloos met even aanstekelijke als eigenzinnige popliedjes die alleen maar leuker en onweerstaanbaarder worden
Het Britse viertal The Big Moon krijgt hier en daar nog het label punkpop opgeplakt, maar dat is echt verleden tijd. Op Walking Like We Do kiest de band uit Londen immers vol voor de pop, maar wat zijn de popliedjes van The Big Moon leuk en verslavend. In muzikaal opzicht gebeurt er steeds weer wat anders, in vocaal opzicht maken de vier vrouwen van de Britse band indruk en het niveau van de songs is verrassend hoog. Op hetzelfde moment is het nieuwe album van The Big Moon een album vol popliedjes die je na één keer horen voorgoed wilt koesteren. Van perfecte pop naar indiepop met een vleugje new wave en weer terug. Ik kan het echt met geen mogelijkheid weerstaan.
Deze week is het muziekjaar 2020 dan echt begonnen met een mooi stapeltje interessante releases. Van dit stapeltje word ik het vrolijkst van Walking Like We Do van The Big Moon.
The Big Moon is een uit vier vrouwen bestaande band uit Londen, die in het verleden samenwerkte met Marika Hackman en die bij de release van haar debuut in 2017 nog het label punkpop kreeg opgeplakt.
Op Walking Like We Do, het tweede album van de Britse band, heeft The Big Moon haar wilde haren verloren en kiest het vol voor de pop. Dat is altijd even slikken, maar The Big Moon maakt op haar nieuwe album zeker geen 13 in een dozijn pop.
Walking Like We Do staat vol met popliedjes die je na één keer horen alleen maar wilt koesteren. De band rond frontvrouw Juliette Jackson verrast met aanstekelijke maar interessante popsongs en het zijn popsongs die vooralsnog alleen maar beter worden.
De instrumentatie op Walking Like We Do steekt knapper in elkaar dan op de gemiddelde pure popplaat. Veel songs hebben pianoakkoorden als basis, maar zijn vervolgens rijkelijk versierd met elektronica, waar met enige regelmaat een gitaarakkoord doorheen snijdt. Het klinkt keer op keer bijzonder lekker, maar The Big Moon begeeft zich zeker niet uitsluitend op de platgetreden paden.
De instrumentatie op het album zit vol goede vondsten en zit bovendien vol invloeden. Het zijn voornamelijk invloeden uit de jaren 70 en 80, maar The Big Moon verwerkt ze op subtiele wijze in een geluid dat vooral eigentijds klinkt. Associaties met punk heb ik niet bij beluistering van het album, maar invloeden uit de 70s new wave hebben zeker hun weg gevonden naar het geluid van de band. Het is een geluid dat wat mij betreft het etiket indiepop verdient, maar iedereen die de muziek van The Big Moon pure pop wil noemen heeft ook mijn zegen.
In muzikaal opzicht is het dankzij de aanstekelijke klanken en de stiekem verstopte invloeden smullen, maar ook in vocaal opzicht heeft het viertal uit Londen veel te bieden. Juliette Jackson zingt uitstekend, maar wanneer de vier vrouwen van The Big Moon los gaan in harmonieën is het smullen in de overtreffende trap. Het voorziet de muziek van de Britse band van een bijzondere sfeer, maar ook van veel kracht.
The Big Moon blijkt op Walking Like We Do zeker geen one-trick-pony. Het ene moment word je meegesleurd door een hopeloos aanstekelijk popliedjes met flarden new wave en postpunk, het volgende moment tekent de band voor een klassieke popsong, die niet had misstaan in het oeuvre van een willekeurige grootheid uit de jaren 70 of met een eigentijdse popsong. Na één keer horen was ik verslaafd aan de heerlijke popliedjes van het Londense kwartet, maar sindsdien zijn de heerlijke maar ook eigenwijze popliedjes van The Big Moon alleen maar leuker en onweerstaanbaarder geworden.
Producties van popplaten klinken nogal eendimensionaal op het moment, maar het in het Amerikaanse Atlanta opgenomen en door Ben H. Allen III (Bombay Bicycle Club, Belle & Sebastian, Deerhunter) geproduceerde Walk Like We Do klinkt gelukkig anders en weet song na song te verrassen met een geluid dat het hart verovert en de fantasie prikkelt.
The Big Moon heeft het album gemaakt dat HAIM dit jaar nog maar moet zien te maken. De lente is nog ver weg, tot je dit prima album met flink volume uit de speakers laat komen. Heerlijk. Erwin Zijleman
The Big Net - In the Service of Song (2021)

4,0
1
geplaatst: 9 februari 2021, 17:49 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Big Net - In The Service Of Song - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Big Net - In The Service Of Song
Gitaarplaten als die van The Big Net worden meestal bejubeld, maar deze wordt vooralsnog verzwegen, wat niets, maar dan ook helemaal niets te maken heeft met de kwaliteit van het album
Na één keer horen was ik overtuigd van de kwaliteit van In The Service Of Song, het debuut van het New Yorkse trio The Big Net. De Amerikaanse band maakt gitaarmuziek zoals die in de jaren 90 zo vaak werd gemaakt, maar schuwt ook uitstapjes richting andere genres niet. Ondanks het beperkte studiobudget klinkt het album fraai en The Big Net schrijft ook nog eens prima songs, die zich niet alleen makkelijk opdringen, maar die ook een andere kant op durven te gaan dan je verwacht. The Service Of Song herinnert me aan heel veel goede gitaarplaten uit de jaren 90, maar het New Yorkse drietal voegt er ook absoluut iets van zichzelf aan toe. Leuke band, heerlijk debuut.
In The Service Of Song van de Amerikaanse band The Big Net verscheen een week of twee geleden en heeft, buiten een beperkt aantal posts op de muzieksite MusicMeter, vooralsnog echt nul komma nul aandacht gekregen. Dat is zonde, want de band uit New York heeft een prima album afgeleverd, dat echt veel meer aandacht verdient dan het tot dusver heeft gekregen.
Ik kan op het Internet nog niet heel veel vinden over The Big Net. Ik weet dat het een trio uit New York is en ik weet dat The Big Net een platencontract heeft gehad bij het aansprekende Saddle Creek label, dat twee singles van de band heeft uitgebracht. Inmiddels zit de band bij een veel kleiner label, waarop onlangs dus het debuutalbum In The Service Of Song is verschenen.
Volgens de bandcamp pagina van de band werd het album voor het grootste deel in slechts twee dagen opgenomen in New York. Dat hoor je overigens niet, want In The Service Of Song is een album dat met veel zorg lijkt opgenomen.
The Big Net bestaat uit zanger en gitarist Kevin Copeland, die af en toe ook de pedal steel bespeelt, drummer Andrew Emge en bassist Logan Miley. In The Service Of Song is hierdoor een echte gitaarplaat en daarvan kunnen we er momenteel niet genoeg hebben.
Het is een gitaarplaat die herinnert aan meerdere goede gitaarplaten uit de jaren 90, waarin de drie-eenheid van gitaar, bas en drums wel vaker wonderen verrichtte. Bij eerste beluistering van het album had ik vooral associaties met de muziek van Buffalo Tom, al is de muziek van The Big Net een stuk ingetogener en bovendien minder explosief dan die van een van de smaakmakers van de jaren 90.
In The Service Of Song herinnert aan de betere gitaar georiënteerde indie-rock uit de jaren 90, maar wanneer de band uit New York het tempo wat lager houdt, hoor ik ook wel wat invloeden uit de slowcore. Ondanks de beperkte tijd in de studio is het debuut van The Big Net voorzien van een mooi helder geluid met hier en daar een duidelijke jaren 90 vibe.
In The Service Of Song sluit echter zeker niet alleen aan bij de gitaarmuziek uit de jaren 90, wat duidelijk wordt wanneer de elektrische gitaar wordt verruild voor een akoestische en The Big Net qua invloeden nog wat verder terug gaat in de tijd, zeker wanneer de muziek van de band ook nog eens wordt voorzien van een psychedelisch jasje.
Ik ga niet beweren dat The Big Net heel veel nieuwe dingen doet op haar debuutalbum. In The Service Of Song is een album dat associaties oproept met van alles en nog wat, maar het zijn wel vrijwel uitsluitend goede herinneringen die het trio uit New York ophaalt. Het is bovendien knap hoeveel invloeden de band verwerkt en er vervolgens nog steeds in slaagt om een consistent klinkend album af te leveren.
90s indie-rock, slowcore, folk, psychedelica en country komen allemaal voorbij, maar The Service Of Song blijft ook een bijzonder lekker klinkend gitaaralbum dat bij een release in de jaren 90 zeker tot grote hoogten was gestegen.
Dat lijkt in 2021 vooralsnog helaas niet te gebeuren, maar persoonlijk geniet ik steeds meer van dit album dat niet alleen prachtig warm en tijdloos klinkt, maar dat ook een aantal geweldige songs bevat. Stuk voor stuk met veel gevoel en precisie gespeeld en dat in slechts twee dagen. Knap. Heel knap zelfs. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Big Net - In The Service Of Song - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Big Net - In The Service Of Song
Gitaarplaten als die van The Big Net worden meestal bejubeld, maar deze wordt vooralsnog verzwegen, wat niets, maar dan ook helemaal niets te maken heeft met de kwaliteit van het album
Na één keer horen was ik overtuigd van de kwaliteit van In The Service Of Song, het debuut van het New Yorkse trio The Big Net. De Amerikaanse band maakt gitaarmuziek zoals die in de jaren 90 zo vaak werd gemaakt, maar schuwt ook uitstapjes richting andere genres niet. Ondanks het beperkte studiobudget klinkt het album fraai en The Big Net schrijft ook nog eens prima songs, die zich niet alleen makkelijk opdringen, maar die ook een andere kant op durven te gaan dan je verwacht. The Service Of Song herinnert me aan heel veel goede gitaarplaten uit de jaren 90, maar het New Yorkse drietal voegt er ook absoluut iets van zichzelf aan toe. Leuke band, heerlijk debuut.
In The Service Of Song van de Amerikaanse band The Big Net verscheen een week of twee geleden en heeft, buiten een beperkt aantal posts op de muzieksite MusicMeter, vooralsnog echt nul komma nul aandacht gekregen. Dat is zonde, want de band uit New York heeft een prima album afgeleverd, dat echt veel meer aandacht verdient dan het tot dusver heeft gekregen.
Ik kan op het Internet nog niet heel veel vinden over The Big Net. Ik weet dat het een trio uit New York is en ik weet dat The Big Net een platencontract heeft gehad bij het aansprekende Saddle Creek label, dat twee singles van de band heeft uitgebracht. Inmiddels zit de band bij een veel kleiner label, waarop onlangs dus het debuutalbum In The Service Of Song is verschenen.
Volgens de bandcamp pagina van de band werd het album voor het grootste deel in slechts twee dagen opgenomen in New York. Dat hoor je overigens niet, want In The Service Of Song is een album dat met veel zorg lijkt opgenomen.
The Big Net bestaat uit zanger en gitarist Kevin Copeland, die af en toe ook de pedal steel bespeelt, drummer Andrew Emge en bassist Logan Miley. In The Service Of Song is hierdoor een echte gitaarplaat en daarvan kunnen we er momenteel niet genoeg hebben.
Het is een gitaarplaat die herinnert aan meerdere goede gitaarplaten uit de jaren 90, waarin de drie-eenheid van gitaar, bas en drums wel vaker wonderen verrichtte. Bij eerste beluistering van het album had ik vooral associaties met de muziek van Buffalo Tom, al is de muziek van The Big Net een stuk ingetogener en bovendien minder explosief dan die van een van de smaakmakers van de jaren 90.
In The Service Of Song herinnert aan de betere gitaar georiënteerde indie-rock uit de jaren 90, maar wanneer de band uit New York het tempo wat lager houdt, hoor ik ook wel wat invloeden uit de slowcore. Ondanks de beperkte tijd in de studio is het debuut van The Big Net voorzien van een mooi helder geluid met hier en daar een duidelijke jaren 90 vibe.
In The Service Of Song sluit echter zeker niet alleen aan bij de gitaarmuziek uit de jaren 90, wat duidelijk wordt wanneer de elektrische gitaar wordt verruild voor een akoestische en The Big Net qua invloeden nog wat verder terug gaat in de tijd, zeker wanneer de muziek van de band ook nog eens wordt voorzien van een psychedelisch jasje.
Ik ga niet beweren dat The Big Net heel veel nieuwe dingen doet op haar debuutalbum. In The Service Of Song is een album dat associaties oproept met van alles en nog wat, maar het zijn wel vrijwel uitsluitend goede herinneringen die het trio uit New York ophaalt. Het is bovendien knap hoeveel invloeden de band verwerkt en er vervolgens nog steeds in slaagt om een consistent klinkend album af te leveren.
90s indie-rock, slowcore, folk, psychedelica en country komen allemaal voorbij, maar The Service Of Song blijft ook een bijzonder lekker klinkend gitaaralbum dat bij een release in de jaren 90 zeker tot grote hoogten was gestegen.
Dat lijkt in 2021 vooralsnog helaas niet te gebeuren, maar persoonlijk geniet ik steeds meer van dit album dat niet alleen prachtig warm en tijdloos klinkt, maar dat ook een aantal geweldige songs bevat. Stuk voor stuk met veel gevoel en precisie gespeeld en dat in slechts twee dagen. Knap. Heel knap zelfs. Erwin Zijleman
The Bird and the Bee - Recreational Love (2015)

4,0
0
geplaatst: 7 september 2015, 15:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bird And The Bee - Recreational Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Bird And The Bee is een duo dat bestaat uit multi-instrumentalist Greg Kurstin en zangeres Inara George (overigens de dochter van Little Feat’s Lowell George).
Ik was een jaar of acht geleden zeer te spreken over het titelloze debuut van het duo, maar de platen die The Bird And The Bee in de jaren erna afleverden zijn me grotendeels ontgaan.
Vijf jaar na de, overigens heel aardige, plaat met vertolkingen van songs van Hall & Oates, zijn Greg Kurstin en Inara George terug met Recreational Love.
The Bird And The Bee vertolkt dit keer weer eigen werk, maar als er op de cover had gestaan dat dit keer het minder bekende werk van Hall & Oates aan de beurt was, had ik het onmiddellijk geloofd. Recreational Love staat immers vol met zonnige en buitengewoon lekker in het gehoor liggende popliedjes met een flinke dosis blue-eyed soul.
The Bird And The Bee koos op haar debuut nog voornamelijk voor een jazzy 70s geluid, maar klinkt op haar nieuwe plaat een stuk moderner. Greg Kurstin was de afgelopen jaren zeer succesvol met het schrijven van songs voor onder andere Sia, Kelly Clarkson, Pink, Ellie Goulding en Lily Allen en dat heeft invloed gehad op het geluid van The Bird And The Bee.
Op Recreational Love zijn meer popinvloeden te horen dan op de vorige platen van het duo en bovendien klinkt The Bird And The Bee elektronischer dan voorheen. In eerste instantie vond ik allemaal wel erg zoet en lichtvoetig, maar als je wat beter luistert steekt het allemaal knap en bij vlagen heerlijk avontuurlijk in elkaar.
Greg Kurstin zorgt voor een zwoel en afwisselend klankentapijt waarin tal van invloeden worden verwerkt en Inara George is een uitstekend zangeres, die de popzangeressen waarmee haar muzikale partner de afgelopen jaren werkt met gemak de baas is.
Het zorgt er voor dat het buitengewoon aangename Recreational Love van The Bird And The Bee toch steeds weer in de cd speler verdwijnt en vervolgens alleen maar lekkerder en onweerstaanbaarder wordt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bird And The Bee - Recreational Love - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Bird And The Bee is een duo dat bestaat uit multi-instrumentalist Greg Kurstin en zangeres Inara George (overigens de dochter van Little Feat’s Lowell George).
Ik was een jaar of acht geleden zeer te spreken over het titelloze debuut van het duo, maar de platen die The Bird And The Bee in de jaren erna afleverden zijn me grotendeels ontgaan.
Vijf jaar na de, overigens heel aardige, plaat met vertolkingen van songs van Hall & Oates, zijn Greg Kurstin en Inara George terug met Recreational Love.
The Bird And The Bee vertolkt dit keer weer eigen werk, maar als er op de cover had gestaan dat dit keer het minder bekende werk van Hall & Oates aan de beurt was, had ik het onmiddellijk geloofd. Recreational Love staat immers vol met zonnige en buitengewoon lekker in het gehoor liggende popliedjes met een flinke dosis blue-eyed soul.
The Bird And The Bee koos op haar debuut nog voornamelijk voor een jazzy 70s geluid, maar klinkt op haar nieuwe plaat een stuk moderner. Greg Kurstin was de afgelopen jaren zeer succesvol met het schrijven van songs voor onder andere Sia, Kelly Clarkson, Pink, Ellie Goulding en Lily Allen en dat heeft invloed gehad op het geluid van The Bird And The Bee.
Op Recreational Love zijn meer popinvloeden te horen dan op de vorige platen van het duo en bovendien klinkt The Bird And The Bee elektronischer dan voorheen. In eerste instantie vond ik allemaal wel erg zoet en lichtvoetig, maar als je wat beter luistert steekt het allemaal knap en bij vlagen heerlijk avontuurlijk in elkaar.
Greg Kurstin zorgt voor een zwoel en afwisselend klankentapijt waarin tal van invloeden worden verwerkt en Inara George is een uitstekend zangeres, die de popzangeressen waarmee haar muzikale partner de afgelopen jaren werkt met gemak de baas is.
Het zorgt er voor dat het buitengewoon aangename Recreational Love van The Bird And The Bee toch steeds weer in de cd speler verdwijnt en vervolgens alleen maar lekkerder en onweerstaanbaarder wordt. Erwin Zijleman
The Black Keys - Delta Kream (2021)

4,0
1
geplaatst: 20 mei 2021, 15:27 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Black Keys - Delta Kream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ik was eerlijk gezegd een beetje uitgekeken op de muziek van The Black Keys, maar de rauwe en energieke ode aan een aantal oude blueshelden op Delta Kream bevalt me echt uitstekend
Na de laatste tour van The Black Keys doken Dan Auerbach en Patrick Carney eind 2019, samen met twee bevriende muzikanten, de studio in, waar vervolgens in twee dagen tijd Delta Kream werd opgenomen. Het is een ode aan oude blueshelden als R.L. Burnside en Junior Kimbrough en klinkt zoals een ode aan oude blueshelden moet klinken. Delta Kream is een album zonder poespas en een album met verschrikkelijk veel energie. Er wordt met veel passie en beleving gemusiceerd en met name het gitaarwerk spat uit de speakers. De vorige albums van The Black Keys vielen me eerlijk gezegd wat tegen, maar dit eerbetoon aan oude helden is een uur lang geweldig.
De krenten uit de pop: The Black Keys - Delta Kream - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ik was eerlijk gezegd een beetje uitgekeken op de muziek van The Black Keys, maar de rauwe en energieke ode aan een aantal oude blueshelden op Delta Kream bevalt me echt uitstekend
Na de laatste tour van The Black Keys doken Dan Auerbach en Patrick Carney eind 2019, samen met twee bevriende muzikanten, de studio in, waar vervolgens in twee dagen tijd Delta Kream werd opgenomen. Het is een ode aan oude blueshelden als R.L. Burnside en Junior Kimbrough en klinkt zoals een ode aan oude blueshelden moet klinken. Delta Kream is een album zonder poespas en een album met verschrikkelijk veel energie. Er wordt met veel passie en beleving gemusiceerd en met name het gitaarwerk spat uit de speakers. De vorige albums van The Black Keys vielen me eerlijk gezegd wat tegen, maar dit eerbetoon aan oude helden is een uur lang geweldig.
The Bloodhounds - Let Loose! (2014)

4,0
0
geplaatst: 28 november 2014, 16:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bloodhounds - Let Loose! - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het maken van een goede plaat is soms zo makkelijk. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het debuut van The Bloodhounds.
De band uit Los Angeles maakt op haar debuut muziek die zo lijkt weggelopen uit de jaren 60. De rauwe en bluesy rock ’n roll van The Bloodhounds doet absoluut denken aan The Rolling Stones en soms ook aan The Beatles, maar nog veel meer aan het smerige broertje The Pretty Things. Zoek je het vergelijkingsmateriaal liever dichter bij huis? Ook dat kan, want de muziek van het viertal uit Los Angeles herinnert ook aan de hoogtijdagen van The Outsiders en vooral Q65.
The Bloodhounds maakt muziek zonder poespas en zonder pretenties en vermengt blues, rock ’n roll en garagerock tot een meedogenloze cocktail. Hier blijft het niet bij, want ook invloeden uit de punk hebben hun weg gevonden in de muziek van The Bloodhounds. Hiernaast verloochenen de leden van de band hun Latijns-Amerikaanse afkomst niet helemaal, zodat af en toe Latin invloeden opduiken en The Bloodhounds klinkt als het jonge en zeer opstandige broertje van Los Lobos of als de gemene broer van Willy Deville.
The Bloodhounds speelden in Los Angeles vaak op straat en dat is te horen. Let Loose! is een rauwe en energieke plaat die klinkt alsof alles in één keer op de band is geslingerd. Het past uitstekend bij de muziek van de band. En wat kunnen deze vier mannen ondertussen spelen. Het piept en het kraakt, maar het loopt als een goed geoliede machine.
Natuurlijk klinkt Let Loose! meer dan eens als een omgevallen platenkast, maar zolang vrijwel alle songs op de plaat raak zijn maak ik me daar niet druk om. Dat de songs op de plaat stuk voor stuk aan komen heeft deels te maken met de tijdloze invloeden die The Bloodhounds verwerkt op haar debuut, maar ook de energie en passie van deze jonge (bloed)honden draagt voor een belangrijk deel bij aan het goede gevoel dat zich van je meester maakt wanneer je naar Let Loose! van The Bloodhounds luistert.
Is Let Loose! van The Bloodhounds een plaat om heel druk over te doen? Nee, dat niet. Hiervoor teert de muziek van The Bloodhounds toch teveel op de grote voorbeelden uit het verleden. Toch is het wel degelijk een plaat die er toe doet, want hoe vaak hoor je nog dit soort muziek en hoe vaak klinkt het vervolgens als een vergeten klassieker uit een ver verleden? Niet heel vaak denk ik.
Direct toen ik Let Loose! van The Bloodhounds uit de speakers liet komen was het feest en dat is het nog steeds. Het is een bekend feestje zonder grote verrassingen en zonder flauwekul, maar zijn dat niet de leukste feestjes die er zijn? Het feestje van Let Loose! wordt eigenlijk alleen maar leuker. Alle dagen feest? Het kan met deze heerlijke plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bloodhounds - Let Loose! - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het maken van een goede plaat is soms zo makkelijk. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het debuut van The Bloodhounds.
De band uit Los Angeles maakt op haar debuut muziek die zo lijkt weggelopen uit de jaren 60. De rauwe en bluesy rock ’n roll van The Bloodhounds doet absoluut denken aan The Rolling Stones en soms ook aan The Beatles, maar nog veel meer aan het smerige broertje The Pretty Things. Zoek je het vergelijkingsmateriaal liever dichter bij huis? Ook dat kan, want de muziek van het viertal uit Los Angeles herinnert ook aan de hoogtijdagen van The Outsiders en vooral Q65.
The Bloodhounds maakt muziek zonder poespas en zonder pretenties en vermengt blues, rock ’n roll en garagerock tot een meedogenloze cocktail. Hier blijft het niet bij, want ook invloeden uit de punk hebben hun weg gevonden in de muziek van The Bloodhounds. Hiernaast verloochenen de leden van de band hun Latijns-Amerikaanse afkomst niet helemaal, zodat af en toe Latin invloeden opduiken en The Bloodhounds klinkt als het jonge en zeer opstandige broertje van Los Lobos of als de gemene broer van Willy Deville.
The Bloodhounds speelden in Los Angeles vaak op straat en dat is te horen. Let Loose! is een rauwe en energieke plaat die klinkt alsof alles in één keer op de band is geslingerd. Het past uitstekend bij de muziek van de band. En wat kunnen deze vier mannen ondertussen spelen. Het piept en het kraakt, maar het loopt als een goed geoliede machine.
Natuurlijk klinkt Let Loose! meer dan eens als een omgevallen platenkast, maar zolang vrijwel alle songs op de plaat raak zijn maak ik me daar niet druk om. Dat de songs op de plaat stuk voor stuk aan komen heeft deels te maken met de tijdloze invloeden die The Bloodhounds verwerkt op haar debuut, maar ook de energie en passie van deze jonge (bloed)honden draagt voor een belangrijk deel bij aan het goede gevoel dat zich van je meester maakt wanneer je naar Let Loose! van The Bloodhounds luistert.
Is Let Loose! van The Bloodhounds een plaat om heel druk over te doen? Nee, dat niet. Hiervoor teert de muziek van The Bloodhounds toch teveel op de grote voorbeelden uit het verleden. Toch is het wel degelijk een plaat die er toe doet, want hoe vaak hoor je nog dit soort muziek en hoe vaak klinkt het vervolgens als een vergeten klassieker uit een ver verleden? Niet heel vaak denk ik.
Direct toen ik Let Loose! van The Bloodhounds uit de speakers liet komen was het feest en dat is het nog steeds. Het is een bekend feestje zonder grote verrassingen en zonder flauwekul, maar zijn dat niet de leukste feestjes die er zijn? Het feestje van Let Loose! wordt eigenlijk alleen maar leuker. Alle dagen feest? Het kan met deze heerlijke plaat. Erwin Zijleman
The Bluebells - In the 21st Century (2023)

4,0
0
geplaatst: 28 november 2023, 22:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bluebells - In The 21st Century - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bluebells - In The 21st Century
De Schotse band The Bluebells scoorde in 1984 een hit met het aanstekelijke Young At Heart, maar laat op het eerder dit jaar verschenen In The 21st Century horen dat het ten onrechte een eendagsvlieg wordt genoemd
Het heeft de Schotse band The Bluebells nooit echt mee gezeten. De band viel uit elkaar voor het in de jaren 80 kon uitgroeien tot een respectabele band, de comeback in 2010 werd nauwelijks opgemerkt en ook het eerder dit jaar verschenen derde album is zeker niet overladen met aandacht. Het is jammer, want de band uit Glasgow heeft absoluut meer te bieden dan die onweerstaanbare oorwurm uit 1984. In The 21st Century staat vol met tijdloze popsongs en het zijn popsongs van hoog niveau. Ik vond het bij eerste beluistering een lekker album voor op de achtergrond, maar de uitstekende songs van The Bluebells verdienen meer aandacht. Verrassend sterk album van deze ondergewaardeerde Schotse band.
Deze week verscheen een reissue van het debuutalbum van de Schotse band The Bluebells. Het is een band die ik tot voor kort eigenlijk alleen kende van de zeer aanstekelijke single Young At Heart uit 1984. De single, die werd geschreven door The Bluebells voorman Robert Hodgens (aka Bobby Bluebell) en zijn toenmalige vriendin Siobhan Fahey, was, mede dankzij veel aandacht op het net gelanceerde MTV, behoorlijk succesvol. Siobhan Fahey zou niet veel later overigens doorbreken met Bananarama, dat een, wat minder geslaagde, versie van Young At Heart op haar debuutalbum zette.
Het in 1984 verschenen debuutalbum van The Bluebells deed het een stuk minder goed. Ten onrechte, want de reissue van Sisters uit 1984 laat horen dat de band uit Glasgow niet onder deed voor een aantal van haar zeer succesvolle tijdgenoten, die vergelijkbare muziek maakten, waaronder bands als Aztec Camera en Lloyd Cole & The Commotions. Sisters had in 1984 zomaar uit kunnen groeien tot een van mijn favoriete albums uit de jaren 80, maar verder dan Young At Heart kwam ik destijds helaas niet.
Ik was destijds niet de enige die de potentie van The Bluebells niet erkende, want het album flopte, waarna snel het doek viel voor de band. Pas in 2010 verscheen het tweede album van de Schotse band, waarna in 2014 nog een album met demo’s en restmateriaal volgde. Ook de eerste comeback van The Bluebells heb ik gemist en ook de tweede comeback van de band eerder dit jaar had zomaar aan me voorbij kunnen gaan. Door de reissue van Sisters kwam ik echter toch nog in aanraking met het afgelopen voorjaar verschenen In The 21st Century.
Gelukkig maar, want ik vind het derde reguliere album van de Schotse band nog een stuk beter dan het debuutalbum uit 1984 of het tweede album uit 2010. Op In The 21st Century bestaan The Bluebells naast voorman Robert Hodgens uit leden van het eerste uur Ken en David McCluskey en voormalig bandlid Russell Irvine. Het zijn inmiddels allemaal gelouterde muzikanten en dat hoor je op het derde album van The Bluebells.
Het is een album dat slechts ten dele terug grijpt op het jaren 80 geluid van de band. Op In The 21st Century klinkt de Schotse band vooral tijdloos en met enige regelmaat verrassend soulvol. The Bluebells klinken in 2023 vooral bijzonder aangenaam, waardoor het nieuwe album van de band het uitstekend doet op de achtergrond, maar de songs van de band verdienen het om gehoord te worden.
De band uit Glasgow doet op haar nieuwe album misschien geen hele spannende dingen, maar de songs op het album zijn stuk voor stuk van hoog niveau en ook op de uitvoering valt niets aan te merken. In The 21st Century kon in de Schotse muziekpers rekenen op lovende recensies en ook in de Engelse muziekpers kreeg het album hier en daar lof toegezwaaid, maar in Nederland bleef het helaas angstvallig stil rond het album.
Misschien dat de reissue van Sisters uit 1984 de aandacht vestigt op het eerder dit jaar verschenen album, maar ook de nieuwe uitgave van het debuutalbum van The Bluebells heeft vooralsnog nog niet voor veel opwinding gezorgd. Persoonlijk ben ik echter wel blij met de ontdekking van de band, die ik in een paar dagen tijd een stuk hoger heb zitten dan de vermeende eendagsvlieg van Young At Heart uit 1984. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bluebells - In The 21st Century - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bluebells - In The 21st Century
De Schotse band The Bluebells scoorde in 1984 een hit met het aanstekelijke Young At Heart, maar laat op het eerder dit jaar verschenen In The 21st Century horen dat het ten onrechte een eendagsvlieg wordt genoemd
Het heeft de Schotse band The Bluebells nooit echt mee gezeten. De band viel uit elkaar voor het in de jaren 80 kon uitgroeien tot een respectabele band, de comeback in 2010 werd nauwelijks opgemerkt en ook het eerder dit jaar verschenen derde album is zeker niet overladen met aandacht. Het is jammer, want de band uit Glasgow heeft absoluut meer te bieden dan die onweerstaanbare oorwurm uit 1984. In The 21st Century staat vol met tijdloze popsongs en het zijn popsongs van hoog niveau. Ik vond het bij eerste beluistering een lekker album voor op de achtergrond, maar de uitstekende songs van The Bluebells verdienen meer aandacht. Verrassend sterk album van deze ondergewaardeerde Schotse band.
Deze week verscheen een reissue van het debuutalbum van de Schotse band The Bluebells. Het is een band die ik tot voor kort eigenlijk alleen kende van de zeer aanstekelijke single Young At Heart uit 1984. De single, die werd geschreven door The Bluebells voorman Robert Hodgens (aka Bobby Bluebell) en zijn toenmalige vriendin Siobhan Fahey, was, mede dankzij veel aandacht op het net gelanceerde MTV, behoorlijk succesvol. Siobhan Fahey zou niet veel later overigens doorbreken met Bananarama, dat een, wat minder geslaagde, versie van Young At Heart op haar debuutalbum zette.
Het in 1984 verschenen debuutalbum van The Bluebells deed het een stuk minder goed. Ten onrechte, want de reissue van Sisters uit 1984 laat horen dat de band uit Glasgow niet onder deed voor een aantal van haar zeer succesvolle tijdgenoten, die vergelijkbare muziek maakten, waaronder bands als Aztec Camera en Lloyd Cole & The Commotions. Sisters had in 1984 zomaar uit kunnen groeien tot een van mijn favoriete albums uit de jaren 80, maar verder dan Young At Heart kwam ik destijds helaas niet.
Ik was destijds niet de enige die de potentie van The Bluebells niet erkende, want het album flopte, waarna snel het doek viel voor de band. Pas in 2010 verscheen het tweede album van de Schotse band, waarna in 2014 nog een album met demo’s en restmateriaal volgde. Ook de eerste comeback van The Bluebells heb ik gemist en ook de tweede comeback van de band eerder dit jaar had zomaar aan me voorbij kunnen gaan. Door de reissue van Sisters kwam ik echter toch nog in aanraking met het afgelopen voorjaar verschenen In The 21st Century.
Gelukkig maar, want ik vind het derde reguliere album van de Schotse band nog een stuk beter dan het debuutalbum uit 1984 of het tweede album uit 2010. Op In The 21st Century bestaan The Bluebells naast voorman Robert Hodgens uit leden van het eerste uur Ken en David McCluskey en voormalig bandlid Russell Irvine. Het zijn inmiddels allemaal gelouterde muzikanten en dat hoor je op het derde album van The Bluebells.
Het is een album dat slechts ten dele terug grijpt op het jaren 80 geluid van de band. Op In The 21st Century klinkt de Schotse band vooral tijdloos en met enige regelmaat verrassend soulvol. The Bluebells klinken in 2023 vooral bijzonder aangenaam, waardoor het nieuwe album van de band het uitstekend doet op de achtergrond, maar de songs van de band verdienen het om gehoord te worden.
De band uit Glasgow doet op haar nieuwe album misschien geen hele spannende dingen, maar de songs op het album zijn stuk voor stuk van hoog niveau en ook op de uitvoering valt niets aan te merken. In The 21st Century kon in de Schotse muziekpers rekenen op lovende recensies en ook in de Engelse muziekpers kreeg het album hier en daar lof toegezwaaid, maar in Nederland bleef het helaas angstvallig stil rond het album.
Misschien dat de reissue van Sisters uit 1984 de aandacht vestigt op het eerder dit jaar verschenen album, maar ook de nieuwe uitgave van het debuutalbum van The Bluebells heeft vooralsnog nog niet voor veel opwinding gezorgd. Persoonlijk ben ik echter wel blij met de ontdekking van de band, die ik in een paar dagen tijd een stuk hoger heb zitten dan de vermeende eendagsvlieg van Young At Heart uit 1984. Erwin Zijleman
The Bohicas - The Making Of (2015)

3,5
0
geplaatst: 26 augustus 2015, 15:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bohicas - The Making Of - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik hou het weliswaar niet dagelijks in de gaten, maar voor mijn gevoel staat de vijver met jonge en veelbelovende Britse gitaarbands al een tijdje vrijwel droog.
Tot nu dan, want met The Making Of heeft de uit Londen afkomstige band The Bohicas een bijzonder leuk debuut afgeleverd.
Het is een debuut dat stevig citeert uit de rijke geschiedenis van de Britse gitaarbands en direct de Amerikaanse geschiedenis meepikt. The Bohicas verrijkt haar tijdloze geluid vervolgens nog met een net wat steviger gitaargeluid met invloeden uit de Stonerrock.
The Making Of klinkt door die laatste invloeden misschien net wat anders dan de grote voorbeelden uit het verleden, maar desondanks voelt beluistering van het debuut van The Bohicas aan als een strooptocht langs het beste uit de platenkast met Britse en Amerikaanse gitaarbands.
The Bohicas laat zich in de toegankelijkere popsongs stevig inspireren door het werk van The Beatles en The Kinks, terwijl de stevigere songs invloeden verraden van onder andere The Strokes en The Arctic Monkeys. De smaakmakers uit de tussenliggende decennia worden uiteraard niet vergeten, waarna wat Amerikaanse new wave het af maakt.
Ik blijf het lastig vinden om een plaat als The Making Of Bohicas objectief langs de maatlat te leggen. De band borduurt immers voort op de muziek van voorbeelden die het nooit gaat benaderen, maar geldt dat niet voor iedere jonge Britse gitaarband?
Geen reden dus om heel druk te doen over The Bohicas, maar ondertussen blijf ik wel luisteren naar het debuut van de Britten. De jonge honden uit Essex kennen hun klassiekers, maar hebben ook een goed gevoel voor het schrijven van popliedjes die lekker blijven hangen. Het zijn popliedjes die soms rauw en puntig zijn, die soms schaamteloos poppy zijn of die benevelen met een flinke snuf psychedelica.
Over een aantal decennia hebben we het nog steeds over The Beatles en The Kinks maar zijn we The Bohicas al lang weer vergeten. In het heden behoort The Bohicas echter wel tot het leukste dat de Britse gitaarpop te bieden heeft en dat is voor mij genoeg. Lekker plaatje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bohicas - The Making Of - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik hou het weliswaar niet dagelijks in de gaten, maar voor mijn gevoel staat de vijver met jonge en veelbelovende Britse gitaarbands al een tijdje vrijwel droog.
Tot nu dan, want met The Making Of heeft de uit Londen afkomstige band The Bohicas een bijzonder leuk debuut afgeleverd.
Het is een debuut dat stevig citeert uit de rijke geschiedenis van de Britse gitaarbands en direct de Amerikaanse geschiedenis meepikt. The Bohicas verrijkt haar tijdloze geluid vervolgens nog met een net wat steviger gitaargeluid met invloeden uit de Stonerrock.
The Making Of klinkt door die laatste invloeden misschien net wat anders dan de grote voorbeelden uit het verleden, maar desondanks voelt beluistering van het debuut van The Bohicas aan als een strooptocht langs het beste uit de platenkast met Britse en Amerikaanse gitaarbands.
The Bohicas laat zich in de toegankelijkere popsongs stevig inspireren door het werk van The Beatles en The Kinks, terwijl de stevigere songs invloeden verraden van onder andere The Strokes en The Arctic Monkeys. De smaakmakers uit de tussenliggende decennia worden uiteraard niet vergeten, waarna wat Amerikaanse new wave het af maakt.
Ik blijf het lastig vinden om een plaat als The Making Of Bohicas objectief langs de maatlat te leggen. De band borduurt immers voort op de muziek van voorbeelden die het nooit gaat benaderen, maar geldt dat niet voor iedere jonge Britse gitaarband?
Geen reden dus om heel druk te doen over The Bohicas, maar ondertussen blijf ik wel luisteren naar het debuut van de Britten. De jonge honden uit Essex kennen hun klassiekers, maar hebben ook een goed gevoel voor het schrijven van popliedjes die lekker blijven hangen. Het zijn popliedjes die soms rauw en puntig zijn, die soms schaamteloos poppy zijn of die benevelen met een flinke snuf psychedelica.
Over een aantal decennia hebben we het nog steeds over The Beatles en The Kinks maar zijn we The Bohicas al lang weer vergeten. In het heden behoort The Bohicas echter wel tot het leukste dat de Britse gitaarpop te bieden heeft en dat is voor mij genoeg. Lekker plaatje. Erwin Zijleman
The Bony King of Nowhere - Everybody Knows (2024)

4,0
0
geplaatst: 6 februari 2024, 15:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Bony King Of Nowhere - Everybody Knows - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bony King Of Nowhere - Everybody Knows
Het is een tijdje stil geweest rond The Bony King Of Nowhere, maar met Everybody Knows levert Bram Vanparys een bijzonder sterk album af, dat naarmate je het vaker hoort steeds interessanter wordt
Ik heb een blinde vlek voor het werk van The Bony King Of Nowhere, maar het nieuwe album van de muzikant uit Gent drong zich onmiddellijk op en is sindsdien alleen maar mooier geworden. Het is een veelkleurig album, waarop razend knap wordt gemusiceerd en waarop steeds meer nieuwe klanken aan de oppervlakte komen. Ook de stem van Bram Vanparys bevalt me uitstekend en hetzelfde geldt voor zijn fantasierijke songs. Everybody Knows roept flink wat associaties op met het werk van Radiohead, maar een album als het nieuwe album van The Bony King Of Nowhere is de Britse band vergeten te maken na The Bends. Everybody Knows is voor mij een enorme verrassing.
Het was voor mijn gevoel een eeuwigheid geleden dat ik voor het laatst had geluisterd naar de muziek van de Belgische muzikant The Bony King Of Nowhere. Dat kan ook wel kloppen, want aan het eind van 2012 recenseerde ik voor het laatst een album van het project van de uit Gent afkomstige Bram Vanparys. Het titelloze derde album van The Bony King Of Nowhere was een vooral ingetogen singer-songwriter album vol echo’s van oude folkmeesters uit de jaren 70, maar door dit album ontdekte ik ook het wat mij betreft nog mooiere Eleonore uit 2011, waarop de muziek van Bram Vanparys wat moderner klonk.
Ondanks mijn liefde voor de albums uit 2011 en 2012 heb ik het in 2015 verschenen Wild Flowers niet opgemerkt. Ik was kennelijk niet de enige want op de drukbezochte muziekwebsite Musicmeter is geen enkel bericht over het album geplaatst. Het in 2018 verschenen en bijzonder sfeervolle Silent Days werd op datzelfde Musicmeter wel stevig bewierookt, maar ook dit album heb ik volgens mij nooit beluisterd. Inmiddels zijn we weer vijfenhalf jaar verder en is het zesde album van The Bony King Of Nowhere verschenen.
Everybody Knows viel me direct op in het aanbod van deze week en schreef ik uiteindelijk als een van de eerste namen op voor een plekje op de krenten uit de pop. Bram Vanparys liet in het verleden horen dat hij zowel uit de voeten kan met behoorlijk ingetogen folksongs als met wat voller klinkende songs die neigen naar rock. Op Everybody Knows slaat de balans duidelijk door in de laatste richting.
Bram Vanparys noemt op zijn bandcamp pagina naast oude helden als Neil Young en Bob Dylan ook PJ Harvey, Blur en Nick Cave als belangrijke inspiratiebronnen. Hij vergeet er ook één te noemen, want als ik luister naar Everybody Knows komt er bij mij echt maar één naam op. Door de zang van Bram Vanparys, maar zeker ook door de zeer sfeervolle klanken en door de complexere songstructuren, moet ik bij beluistering van het nieuwe album van The Bony King Of Nowhere met zeer grote regelmaat aan Radiohead denken en dan met name aan het vroegere werk van de Britse band, dat ik veel beter vind dat het latere werk.
Everybody Knows roept bij mij herinneringen op aan Radiohead’s The Bends en dat zijn zeer aangename herinneringen. De associaties met de muziek van Radiohead zitten me bij beluistering van het nieuwe album van The Bony King Of Nowhere niet in de weg. De zang van Bram Vanparys doet af en toe wat denken aan Thom Yorke, maar hij heeft ook een duidelijk eigen geluid.
Dat eigen geluid hoor je ook in de muziek, waarvoor de muzikant uit Gent een aantal zeer aansprekende muzikanten uit de Belgische muziekscene wist te rekruteren. Op Everybody Knows zijn gitaren, piano en synths fraai in balans en eisen ze afwisselend een hoofdrol op, waarna hier en daar ook nog fraaie strijkersarrangementen of atmosferische soundscapes opduiken, terwijl ook de ritmesectie fraai werk levert. Met name het wat stevigere gitaarwerk past prachtig bij de zang van de Belgische muzikant.
De nieuwe songs van The Bony King Of Nowhere zitten vol dynamiek en zitten zo knap in elkaar dat je steeds weer nieuwe dingen blijft horen op het album, dat terloops ook nog stil staat bij een aantal wereldproblemen. Het levert een prachtig album op, waarmee The Bony King Of Nowhere zichzelf wat mij betreft weer op de kaart zet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Bony King Of Nowhere - Everybody Knows - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Bony King Of Nowhere - Everybody Knows
Het is een tijdje stil geweest rond The Bony King Of Nowhere, maar met Everybody Knows levert Bram Vanparys een bijzonder sterk album af, dat naarmate je het vaker hoort steeds interessanter wordt
Ik heb een blinde vlek voor het werk van The Bony King Of Nowhere, maar het nieuwe album van de muzikant uit Gent drong zich onmiddellijk op en is sindsdien alleen maar mooier geworden. Het is een veelkleurig album, waarop razend knap wordt gemusiceerd en waarop steeds meer nieuwe klanken aan de oppervlakte komen. Ook de stem van Bram Vanparys bevalt me uitstekend en hetzelfde geldt voor zijn fantasierijke songs. Everybody Knows roept flink wat associaties op met het werk van Radiohead, maar een album als het nieuwe album van The Bony King Of Nowhere is de Britse band vergeten te maken na The Bends. Everybody Knows is voor mij een enorme verrassing.
Het was voor mijn gevoel een eeuwigheid geleden dat ik voor het laatst had geluisterd naar de muziek van de Belgische muzikant The Bony King Of Nowhere. Dat kan ook wel kloppen, want aan het eind van 2012 recenseerde ik voor het laatst een album van het project van de uit Gent afkomstige Bram Vanparys. Het titelloze derde album van The Bony King Of Nowhere was een vooral ingetogen singer-songwriter album vol echo’s van oude folkmeesters uit de jaren 70, maar door dit album ontdekte ik ook het wat mij betreft nog mooiere Eleonore uit 2011, waarop de muziek van Bram Vanparys wat moderner klonk.
Ondanks mijn liefde voor de albums uit 2011 en 2012 heb ik het in 2015 verschenen Wild Flowers niet opgemerkt. Ik was kennelijk niet de enige want op de drukbezochte muziekwebsite Musicmeter is geen enkel bericht over het album geplaatst. Het in 2018 verschenen en bijzonder sfeervolle Silent Days werd op datzelfde Musicmeter wel stevig bewierookt, maar ook dit album heb ik volgens mij nooit beluisterd. Inmiddels zijn we weer vijfenhalf jaar verder en is het zesde album van The Bony King Of Nowhere verschenen.
Everybody Knows viel me direct op in het aanbod van deze week en schreef ik uiteindelijk als een van de eerste namen op voor een plekje op de krenten uit de pop. Bram Vanparys liet in het verleden horen dat hij zowel uit de voeten kan met behoorlijk ingetogen folksongs als met wat voller klinkende songs die neigen naar rock. Op Everybody Knows slaat de balans duidelijk door in de laatste richting.
Bram Vanparys noemt op zijn bandcamp pagina naast oude helden als Neil Young en Bob Dylan ook PJ Harvey, Blur en Nick Cave als belangrijke inspiratiebronnen. Hij vergeet er ook één te noemen, want als ik luister naar Everybody Knows komt er bij mij echt maar één naam op. Door de zang van Bram Vanparys, maar zeker ook door de zeer sfeervolle klanken en door de complexere songstructuren, moet ik bij beluistering van het nieuwe album van The Bony King Of Nowhere met zeer grote regelmaat aan Radiohead denken en dan met name aan het vroegere werk van de Britse band, dat ik veel beter vind dat het latere werk.
Everybody Knows roept bij mij herinneringen op aan Radiohead’s The Bends en dat zijn zeer aangename herinneringen. De associaties met de muziek van Radiohead zitten me bij beluistering van het nieuwe album van The Bony King Of Nowhere niet in de weg. De zang van Bram Vanparys doet af en toe wat denken aan Thom Yorke, maar hij heeft ook een duidelijk eigen geluid.
Dat eigen geluid hoor je ook in de muziek, waarvoor de muzikant uit Gent een aantal zeer aansprekende muzikanten uit de Belgische muziekscene wist te rekruteren. Op Everybody Knows zijn gitaren, piano en synths fraai in balans en eisen ze afwisselend een hoofdrol op, waarna hier en daar ook nog fraaie strijkersarrangementen of atmosferische soundscapes opduiken, terwijl ook de ritmesectie fraai werk levert. Met name het wat stevigere gitaarwerk past prachtig bij de zang van de Belgische muzikant.
De nieuwe songs van The Bony King Of Nowhere zitten vol dynamiek en zitten zo knap in elkaar dat je steeds weer nieuwe dingen blijft horen op het album, dat terloops ook nog stil staat bij een aantal wereldproblemen. Het levert een prachtig album op, waarmee The Bony King Of Nowhere zichzelf wat mij betreft weer op de kaart zet. Erwin Zijleman
