Hier kun je zien welke berichten RonaldjK als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Dr. Feelgood - Stupidity (1976)

3,0
0
geplaatst: 20 maart 2024, 18:30 uur
In 2011 noteerde Stijn_Slayer: "Ik erger me alleen wel een beetje aan de term pub-rock. Gewoon een mediaterm, want met genres en stijlkenmerken heeft het in ieder geval niets te maken. Ik hoor hier namelijk simpelweg een op R&B leunende bluesrock band, met de 'back to basics approach' die de punkers gelijktijdig hanteerde."
Ja, dat klopt helemaal. Maar toch heet(te) het pubrock en dat al vóórdat de termen punk en new wave in zwang raakten. Sterker nog, bij verschijnen in september 1976 steeg Stupidity in de tweede week van 8 naar 1 in de Britse albumlijst. Het is dan 3 oktober en zie zelf welke grote namen ze die ene week achter zich lieten (een week later zakte de plaat naar #5).
Net als jorro hierboven word ik niet omver geblazen, maar lekker is het wel. Opvallend is dat het publiek vrij zacht in de mix zit. Het draait om de muziek, die vooral in de r&b-traditie zit. Het liefst hoor ik ze echter in de hakkende composities van gitarist Wilko Johnson. Ik bedoel dan Twenty Yards Behind dat dankzij zijn spel zelfs ska met r&b weet te kruisen en verder All Through the City, She Does It Right en natuurlijk Roxette.
Soms ook is het saai, zoals de langzame blues van I'm a Man en het daarop volgende Walking the Dog, waar het te traditioneel voor mij is.
In 1991 verscheen de plaat met de nodige extra nummers als Stupidity + (Dr. Feelgood Live 1976-1990), op streaming te vinden als Stupidity + Live.
Mijn reis door (de periferie van) punk en new wave kwam van andere pubrockers, namelijk de tweede van Graham Parker & The Rumour. Op naar het volgende station, single Anarchy in the UK uit november '76, pas in oktober '77 op debuutelpee Never Mind the Bollocks verkrijgbaar. Here's the Sex Pistols!
Ja, dat klopt helemaal. Maar toch heet(te) het pubrock en dat al vóórdat de termen punk en new wave in zwang raakten. Sterker nog, bij verschijnen in september 1976 steeg Stupidity in de tweede week van 8 naar 1 in de Britse albumlijst. Het is dan 3 oktober en zie zelf welke grote namen ze die ene week achter zich lieten (een week later zakte de plaat naar #5).
Net als jorro hierboven word ik niet omver geblazen, maar lekker is het wel. Opvallend is dat het publiek vrij zacht in de mix zit. Het draait om de muziek, die vooral in de r&b-traditie zit. Het liefst hoor ik ze echter in de hakkende composities van gitarist Wilko Johnson. Ik bedoel dan Twenty Yards Behind dat dankzij zijn spel zelfs ska met r&b weet te kruisen en verder All Through the City, She Does It Right en natuurlijk Roxette.
Soms ook is het saai, zoals de langzame blues van I'm a Man en het daarop volgende Walking the Dog, waar het te traditioneel voor mij is.
In 1991 verscheen de plaat met de nodige extra nummers als Stupidity + (Dr. Feelgood Live 1976-1990), op streaming te vinden als Stupidity + Live.
Mijn reis door (de periferie van) punk en new wave kwam van andere pubrockers, namelijk de tweede van Graham Parker & The Rumour. Op naar het volgende station, single Anarchy in the UK uit november '76, pas in oktober '77 op debuutelpee Never Mind the Bollocks verkrijgbaar. Here's the Sex Pistols!
Dr. Strangely Strange - Alternative Medicine (1997)
Alternatieve titel: The Difficult Third Album

3,5
0
geplaatst: 13 oktober 2023, 19:03 uur
Tot de alternatieve muziekscene die in de tweede helft van de jaren '60 in Dublin ontstond behoorden bekende namen als Gary Moore, Phil Lynott en Thin Lizzy. Minder bekend zijn Granny's Intentions dat slechts één album maakte en Dr. Strangely Strange, dat in 1970 hun tweede en laatste album uitbracht. Te gast op deze twee elpees was Gary Moore, die in 1968 als zestienjarige in Dublin arriveerde. Geld had hij niet maar het supertalent op gitaar sliep bij zijn vrienden op de vloer.
De Strangelies gingen hun eigen weg. Tim Goulding bijvoorbeeld wijdde zich aan zijn andere liefde, de beeldende kunst. In 1996 besluiten ze echter alsnog het Difficult Third Album op te nemen.
Hoe klinken de folkrockers 27 jaar na hun laatste plaat? Alternative Medicine werd in eigen beheer opgenomen, met pre-opnamen in Londen, gevolgd door Ierse opnamen in County Cork. Dat laatste was in 1970 nog onmogelijk, maar de technologische achterstand die de republiek toen had, was inmiddels verdwenen.
Het album klinkt minder akoestisch dan de voorganger, waarbij als nieuwe geluiden een synthesizer en een enkel vleugje reggae klinken. De sfeer is doorgaans vrij rustig, met folk als meest dominante stijl. Zo horen we viool in de instrumentale opener Lilty's dat overgaat naar Darksome Burn; in het eveneens instrumentale Planxty Road klinkt ook een fluit. Net als in 1970 is country nooit ver weg, zoals in Hames and Traces. In het fraaie Epilog wordt teruggeblikt op de goede oude tijd, waarbij Phil Lynott expliciet wordt genoemd.
Met die titel denk je dat het de afsluiter is, maar worden gevolgd door het swingende, ruim 5 minuten durende Strange World en de 46 seconden garagegitaar van Pulp Kayak.
De band bestaat op dit album, dat bovendien een vrij uitgebreid cd-boekje kent, uit zanger Tim Boothe, toetsenist Tim Goulding, gitarist Ivan Pawle en nieuwkomer Bruno Staehelin op drums. Gastrollen zijn er onder meer voor Davy McFarlane op mondharmonica en violist Joe Thoma; Gary Moore had het naar zijn zin als gastgitarist, te weten op The Heat Came Down, Whatever Happened to the Blues en Hard as Nails. Hij vroeg geen geld voor zijn bijdragen aan zijn oude maatjes. Op de liedjes speelt hij ingetogen.
In 2007 volgde nog Halcyon Days, met onuitgegeven materiaal uit 1969-1970 en in 2022 was daar Radio Sessions met opnamen uit '70-'71.
Op dit alles steevast een levendige combinatie van folk- en psychedelische rock, waarbij dit Alternative Medicine iets minder avontuurlijk is. Het album is te beluisteren op JijBuis en wellicht ook elders.
De Strangelies gingen hun eigen weg. Tim Goulding bijvoorbeeld wijdde zich aan zijn andere liefde, de beeldende kunst. In 1996 besluiten ze echter alsnog het Difficult Third Album op te nemen.
Hoe klinken de folkrockers 27 jaar na hun laatste plaat? Alternative Medicine werd in eigen beheer opgenomen, met pre-opnamen in Londen, gevolgd door Ierse opnamen in County Cork. Dat laatste was in 1970 nog onmogelijk, maar de technologische achterstand die de republiek toen had, was inmiddels verdwenen.
Het album klinkt minder akoestisch dan de voorganger, waarbij als nieuwe geluiden een synthesizer en een enkel vleugje reggae klinken. De sfeer is doorgaans vrij rustig, met folk als meest dominante stijl. Zo horen we viool in de instrumentale opener Lilty's dat overgaat naar Darksome Burn; in het eveneens instrumentale Planxty Road klinkt ook een fluit. Net als in 1970 is country nooit ver weg, zoals in Hames and Traces. In het fraaie Epilog wordt teruggeblikt op de goede oude tijd, waarbij Phil Lynott expliciet wordt genoemd.
Met die titel denk je dat het de afsluiter is, maar worden gevolgd door het swingende, ruim 5 minuten durende Strange World en de 46 seconden garagegitaar van Pulp Kayak.
De band bestaat op dit album, dat bovendien een vrij uitgebreid cd-boekje kent, uit zanger Tim Boothe, toetsenist Tim Goulding, gitarist Ivan Pawle en nieuwkomer Bruno Staehelin op drums. Gastrollen zijn er onder meer voor Davy McFarlane op mondharmonica en violist Joe Thoma; Gary Moore had het naar zijn zin als gastgitarist, te weten op The Heat Came Down, Whatever Happened to the Blues en Hard as Nails. Hij vroeg geen geld voor zijn bijdragen aan zijn oude maatjes. Op de liedjes speelt hij ingetogen.
In 2007 volgde nog Halcyon Days, met onuitgegeven materiaal uit 1969-1970 en in 2022 was daar Radio Sessions met opnamen uit '70-'71.
Op dit alles steevast een levendige combinatie van folk- en psychedelische rock, waarbij dit Alternative Medicine iets minder avontuurlijk is. Het album is te beluisteren op JijBuis en wellicht ook elders.
Dr. Strangely Strange - Anti-Inflammatory (2025)

4,0
1
geplaatst: 25 april 2025, 12:33 uur
De folkies uit Dublin van Dr. Strangely Strange stonden aan de wieg van folkrock in die stad, eind jaren '60. In 1969 en '70 werd een tweetal albums uitgebracht, de tweede met gastgitarist Gary Moore, dezelfde die later als snelspelende hardrocker en bluesman te boek zou staan. Ook Philip Lynott en diens Thin Lizzy hadden de nodige raakvlakken met Dr. Strangely Strange.
Pas in 1997 volgde Alternative Medicine: The Difficult Third Album, gevolgd door twee albums met onuitgegeven materiaal uit de eerste jaren. Inmiddels zijn de leden achterin de zeventig of zelfs tachtigers, maar plotseling meldde mijn streamingplatform dat hun zesde album Anti-Inflammatory is verschenen.
In de groep spelen nog altijd zanger Tim Booth, gitarist Ivan Pawle, toetsenist Tim Goulding en violist Joe Thoma. Plus enkele gasten, waarbij een dameskoortje en een drummer. Wat klinkt is vriendelijke folk(rock) waarbij in de teksten nogal eens wordt verwezen naar de tijdelijkheid van het bestaan.
Up with the Lark begint stemmig en klein met piano en zang, waar later viool en fluit bijvallen. Het nummer trekt je langzaam in een Ierse sfeer en groeit bij vaker afspelen. Baby Bunting swingt daarop vrolijk en kreeg een visualiser, Like Water Like Wind begint met elektrische piano en is zo'n nummer over vergankelijkheid. In het instrumentale en akoestische Sulán brengt de viool melancholische, Keltische sferen.
Met Rosenallis Two-Step scheurt een elektrische gitaar ingetogen; het is vrolijk en een dameskoortje brengt extra sjeu.
Op Drive 'em Down meer milde folkrock, Murmuration is een ballade met akoestische gitaar en viool, waarbij wordt gemijmerd over het leven, terwijl het buiten winter is; een seizoen dat vaker voorkomt in de liedjes, terwijl het album toch echt afgelopen 11 april verscheen. Morning Song is het tweede instrumentale nummer: bijna plechtig wordt het gedragen door piano en viool.
Met Back in the Day wordt teruggeblikt: "Who would have thought back in the day we would still be here?" klinkt het verbaasd, waarna de jonge jaren worden beschreven. Ik zie bijna hoe Lynott en Moore vanaf een wolk de leden van Dr. Strangely Strange minzaam toeknikken.
Het instrumentale Vienna is het slotlied met slechts piano. Het is te snel voorbij, wat voor het gehele album (31 minuten) geldt. Dat is een goed teken. Een lief album, teder en speels.
Uitgebracht door label Think Like A Key is het onwaarschijnlijk dat je de plaat zomaar in een platenbak tegenkomt, maar even rondzoeken leert dat ie ook in Nederland is te bestellen op zowel cd als vinyl (alhoewel, die laatste is momenteel bij het label uitverkocht). En dus op streaming aanwezig.
Pas in 1997 volgde Alternative Medicine: The Difficult Third Album, gevolgd door twee albums met onuitgegeven materiaal uit de eerste jaren. Inmiddels zijn de leden achterin de zeventig of zelfs tachtigers, maar plotseling meldde mijn streamingplatform dat hun zesde album Anti-Inflammatory is verschenen.
In de groep spelen nog altijd zanger Tim Booth, gitarist Ivan Pawle, toetsenist Tim Goulding en violist Joe Thoma. Plus enkele gasten, waarbij een dameskoortje en een drummer. Wat klinkt is vriendelijke folk(rock) waarbij in de teksten nogal eens wordt verwezen naar de tijdelijkheid van het bestaan.
Up with the Lark begint stemmig en klein met piano en zang, waar later viool en fluit bijvallen. Het nummer trekt je langzaam in een Ierse sfeer en groeit bij vaker afspelen. Baby Bunting swingt daarop vrolijk en kreeg een visualiser, Like Water Like Wind begint met elektrische piano en is zo'n nummer over vergankelijkheid. In het instrumentale en akoestische Sulán brengt de viool melancholische, Keltische sferen.
Met Rosenallis Two-Step scheurt een elektrische gitaar ingetogen; het is vrolijk en een dameskoortje brengt extra sjeu.
Op Drive 'em Down meer milde folkrock, Murmuration is een ballade met akoestische gitaar en viool, waarbij wordt gemijmerd over het leven, terwijl het buiten winter is; een seizoen dat vaker voorkomt in de liedjes, terwijl het album toch echt afgelopen 11 april verscheen. Morning Song is het tweede instrumentale nummer: bijna plechtig wordt het gedragen door piano en viool.
Met Back in the Day wordt teruggeblikt: "Who would have thought back in the day we would still be here?" klinkt het verbaasd, waarna de jonge jaren worden beschreven. Ik zie bijna hoe Lynott en Moore vanaf een wolk de leden van Dr. Strangely Strange minzaam toeknikken.
Het instrumentale Vienna is het slotlied met slechts piano. Het is te snel voorbij, wat voor het gehele album (31 minuten) geldt. Dat is een goed teken. Een lief album, teder en speels.
Uitgebracht door label Think Like A Key is het onwaarschijnlijk dat je de plaat zomaar in een platenbak tegenkomt, maar even rondzoeken leert dat ie ook in Nederland is te bestellen op zowel cd als vinyl (alhoewel, die laatste is momenteel bij het label uitverkocht). En dus op streaming aanwezig.
Dr. Strangely Strange - Heavy Petting (1970)

4,0
1
geplaatst: 8 oktober 2023, 18:23 uur
Nadat Gary Moore tijdelijk was ingesprongen bij het debuut van Granny's Intentions, was daar de volgende groep uit Dublin die hem graag bij een plaat wilde betrekken. Deze keer was de klus voor de tweede elpee van Dr. Strangely Strange. Met de hoes van Heavy Petting, ontworpen door Roger Dean, wordt terecht de indruk gewekt dat hier progressieve folkrock klinkt.
Dr. Strangely Strange (wat een vrolijke bandnaam!) was volgens de biografie 'Gary Moore' (2022) van Harry Shapiro beïnvloed door The Incredible String Band. Liefkozend The Strangelies genoemd, bestond de groep in 1970 uit zanger, fluitist en toetsenist Tim Goulding, gitarist Tim Booth en bassist en mandolinespeler Ivan Pawle. Niet afgebeeld op de hoes is gastdrummer Dave Mattacks van Fairport Convention, na de opnamen werd Neil Hopwood zijn permanente vervanger.
Ze debuteerden live in 1968 met The Incredible String Band, waarna in 1969 debuutelpee Kip of the Serenes verscheen.
Waar Moore bekendheid geniet met blues, hardrock of fusion zou je wellicht niet verwachten dat hij in deze folkrock kon gedijen. De piepjonge gitarist (in 1970 werd hij achttien) was in zijn periode in Dublin echter zowel in de progressive/psychedelic rockscene als in de folkscene actief. In de laatste vriendenkring ging het er volgens de bio vrolijk en creatief aan toe. Zo logeerde Moore regelmatig bij Booth en door hem raakt hij betrokken bij een zelfgemaakte 8mm-speelfilm van de groep, met een hilarische foto in de bio als bewijs. De zeer verlegen maar ook humoristische gitarist voelde zich thuis bij de Strangelies en beleeft dankzij Pawle zijn eerste lsd-trip.
Heavy Petting verscheen in oktober 1970 en bevat sterke folkrock, die nergens verwijst naar de Iers-Keltische traditie maar vooral in de Engelse lijn staat. Tegelijkertijd klinkt het eigenzinnig en eigenwijs. Soms ingetogen, soms uitbundig. Soms akoestisch, dan weer elektrisch.
Alternatief kerstlied Jove Was at Home bevat een muzikaal citaat van kerklied Gloria in Excelsis Deo, maar evengoed wordt er gerockt (opener Ballad of the Wasps bijvoorbeeld) of klinkt een klein instrumentaal nummer (When Adam Delved).
Mijn absolute favoriet is Sign on My Mind, waar de folk van de groep perfect samensmelt in een verrukkelijke, ingetogen en bij vlagen snelle gitaarsolo met prachtige climaxen. Hier klinkt de groep als datzelfde jaar Thin Lizzy zou doen op hun titelloze debuut, waar Eric Bell tot soortgelijke kunststukjes in staat bleek.
Als Goulding in 1971 Dr. Strangely Strange verlaat, probeert de band nog even door te gaan met twee vervangers, om in mei 1971 te stoppen. Door de decennia heen vinden enkele kortstondige reünies plaats, in 1997 (!) gevolgd door de opvolger met de droogkloterige titel Alternative Medicine: The Always Difficult Third Album. Gastgitarist? Wederom Gary Moore, dan een hele grote muzieknaam geworden.
Dr. Strangely Strange (wat een vrolijke bandnaam!) was volgens de biografie 'Gary Moore' (2022) van Harry Shapiro beïnvloed door The Incredible String Band. Liefkozend The Strangelies genoemd, bestond de groep in 1970 uit zanger, fluitist en toetsenist Tim Goulding, gitarist Tim Booth en bassist en mandolinespeler Ivan Pawle. Niet afgebeeld op de hoes is gastdrummer Dave Mattacks van Fairport Convention, na de opnamen werd Neil Hopwood zijn permanente vervanger.
Ze debuteerden live in 1968 met The Incredible String Band, waarna in 1969 debuutelpee Kip of the Serenes verscheen.
Waar Moore bekendheid geniet met blues, hardrock of fusion zou je wellicht niet verwachten dat hij in deze folkrock kon gedijen. De piepjonge gitarist (in 1970 werd hij achttien) was in zijn periode in Dublin echter zowel in de progressive/psychedelic rockscene als in de folkscene actief. In de laatste vriendenkring ging het er volgens de bio vrolijk en creatief aan toe. Zo logeerde Moore regelmatig bij Booth en door hem raakt hij betrokken bij een zelfgemaakte 8mm-speelfilm van de groep, met een hilarische foto in de bio als bewijs. De zeer verlegen maar ook humoristische gitarist voelde zich thuis bij de Strangelies en beleeft dankzij Pawle zijn eerste lsd-trip.
Heavy Petting verscheen in oktober 1970 en bevat sterke folkrock, die nergens verwijst naar de Iers-Keltische traditie maar vooral in de Engelse lijn staat. Tegelijkertijd klinkt het eigenzinnig en eigenwijs. Soms ingetogen, soms uitbundig. Soms akoestisch, dan weer elektrisch.
Alternatief kerstlied Jove Was at Home bevat een muzikaal citaat van kerklied Gloria in Excelsis Deo, maar evengoed wordt er gerockt (opener Ballad of the Wasps bijvoorbeeld) of klinkt een klein instrumentaal nummer (When Adam Delved).
Mijn absolute favoriet is Sign on My Mind, waar de folk van de groep perfect samensmelt in een verrukkelijke, ingetogen en bij vlagen snelle gitaarsolo met prachtige climaxen. Hier klinkt de groep als datzelfde jaar Thin Lizzy zou doen op hun titelloze debuut, waar Eric Bell tot soortgelijke kunststukjes in staat bleek.
Als Goulding in 1971 Dr. Strangely Strange verlaat, probeert de band nog even door te gaan met twee vervangers, om in mei 1971 te stoppen. Door de decennia heen vinden enkele kortstondige reünies plaats, in 1997 (!) gevolgd door de opvolger met de droogkloterige titel Alternative Medicine: The Always Difficult Third Album. Gastgitarist? Wederom Gary Moore, dan een hele grote muzieknaam geworden.
Dramatis - For Future Reference (1981)

3,5
0
geplaatst: 20 april 2023, 16:26 uur
Leuke en onverwachte ontdekking bij mijn reis door het land van synthwave.
In april 1981 trok synthesizer-new wavepionier Gary Numan zich na drie succesvolle jaren met internationale hits terug na succesvolle optredens in het Wembleystadion. De frontman had ofwel geen concrete plannen, ofwel hij was klaar met optreden, ofwel het was een marketingtruc. Hoe dan ook, zijn bandleden maakten een doorstart als Dramatis. Later dat jaar verscheen hun debuut For Future Reference. Dit bij het label The Rocket Record Company van Elton John.
We horen hybride synthesizerwave, met zowel gitaar, bas, drums als een grote rol voor synthesizers. De zang werd gedaan door Chris Payne, al vermeldt de hoes net als bij andere groepsleden slechts 'backing vocals'. Wat klinkt is muziek die zich nog het beste laat vergelijken met Ultravox, dat ook een hybride concept hanteerde.
Vier nummers blijven vooral hangen: opener Oh! 2025, dat met een kleine twee jaar werkelijkheid gaat worden, is uptempo en zet meteen de toon; I Only Find Rewind is wat ernstiger met een repeterende synthesizerloop en een heel melodieus en pakkend refrein dat invloeden uit de symfonische rock bevat; Turn bevat in het intro vioolspel van Payne, wat de gelijkenis met Ultravox doet groeien, gevolgd door een uptempo beat en opnieuw symfonische invloeden, deze keer in het gitaarwerk; hoogtepunt is het afsluitende Ex Luna Scientia, een bijzonder gevarieerd nummer met een drukke, klassiek-beïnvloede pianosolo. Op het bombastische af.
Single Love Needs no Disguise, met gastzanger Gary Numan (hoe sympathiek) haalde in december '81 twee weken #33 in de British Charts. I Can See Her Now werd in november '82 nog eens #57.
De leden van Dramatis waren ondertussen in twee groepen actief. Want al in datzelfde 1981 besloot Gary Numan zijn carrière te vervolgen met het album Dance, waarna de groepsleden bij hem terugkeerden en Dramatis even makkelijk werd opgedoekt. Daarmee is For Future Reference een onopvallend album in de new wave, echter te fraai om te vergeten.
Zoals Ceasar al noemde, in 2022 met de nodige extra nummers verschenen, meer details hier op Discogs. Deels ook op uw streamingplatform.
In april 1981 trok synthesizer-new wavepionier Gary Numan zich na drie succesvolle jaren met internationale hits terug na succesvolle optredens in het Wembleystadion. De frontman had ofwel geen concrete plannen, ofwel hij was klaar met optreden, ofwel het was een marketingtruc. Hoe dan ook, zijn bandleden maakten een doorstart als Dramatis. Later dat jaar verscheen hun debuut For Future Reference. Dit bij het label The Rocket Record Company van Elton John.
We horen hybride synthesizerwave, met zowel gitaar, bas, drums als een grote rol voor synthesizers. De zang werd gedaan door Chris Payne, al vermeldt de hoes net als bij andere groepsleden slechts 'backing vocals'. Wat klinkt is muziek die zich nog het beste laat vergelijken met Ultravox, dat ook een hybride concept hanteerde.
Vier nummers blijven vooral hangen: opener Oh! 2025, dat met een kleine twee jaar werkelijkheid gaat worden, is uptempo en zet meteen de toon; I Only Find Rewind is wat ernstiger met een repeterende synthesizerloop en een heel melodieus en pakkend refrein dat invloeden uit de symfonische rock bevat; Turn bevat in het intro vioolspel van Payne, wat de gelijkenis met Ultravox doet groeien, gevolgd door een uptempo beat en opnieuw symfonische invloeden, deze keer in het gitaarwerk; hoogtepunt is het afsluitende Ex Luna Scientia, een bijzonder gevarieerd nummer met een drukke, klassiek-beïnvloede pianosolo. Op het bombastische af.
Single Love Needs no Disguise, met gastzanger Gary Numan (hoe sympathiek) haalde in december '81 twee weken #33 in de British Charts. I Can See Her Now werd in november '82 nog eens #57.
De leden van Dramatis waren ondertussen in twee groepen actief. Want al in datzelfde 1981 besloot Gary Numan zijn carrière te vervolgen met het album Dance, waarna de groepsleden bij hem terugkeerden en Dramatis even makkelijk werd opgedoekt. Daarmee is For Future Reference een onopvallend album in de new wave, echter te fraai om te vergeten.
Zoals Ceasar al noemde, in 2022 met de nodige extra nummers verschenen, meer details hier op Discogs. Deels ook op uw streamingplatform.
Ducks Deluxe - Coast to Coast: The Anthology (2017)

4,0
0
geplaatst: 24 maart 2024, 08:51 uur
Slechts twee albums brachten de Londense pubrockers Ducks Deluxe uit, waarna de heren huns weegs gingen. Twee kwamen bij het niet onsuccesvolle The Motors (hit met Airport in 1978), eentje bij The Rumour als begeleider van Graham Parker en frontman Sean Tyla ging solo.
In 2017 verscheen retrospectief Coast to Coast. Op deze verzamelaar een breed overzicht van de groep, inclusief iets van hetgeen gebeurde ná ontbinding. De groep doet dan alweer enkele jaren reünie-optredens én neemt weer op. De weerslag hiervan staat op deze 3-cd, waarbij ook de single die Sean Tyla & His Gang in 1976 uitbracht bij het Nederlandse label Dynamo, een sublabel van het mij eveneens onbekende Dynamite. Hierop gaat hij door met hetgeen hij deed bij Ducks Deluxe.
Dat betekent toegankelijke rock ('n' roll), waarbij je soms vergelijkingen met Nick Lowe, Dave Edmunds, Tom Petty of Bruce Springsteen zou kunnen maken. En bij sommige shuffles moet ik toch echt aan het ingetogener werk van Status Quo denken. De wortels in de r&b van de jaren '50, swingend en puur met de licht weemoedige stem van Tyla.
De eerste van de drie schijfjes bevat het titelloze debuut, de tweede cd bevat opvolger Taxi To The Terminal Zone en de derde de EP Box of Shorts uit 2009. Verder op iedere cd de nodige bonussen waarbij diverse liveopnamen. Hetgeen ik op streaming tegenkom wijkt echter af en laat het nodige weg.
Pubrock was tot de doorbraak van de Britse punk in het najaar van 1976 de onafhankelijke tegenpool van de grote namen in de eerste helft van de jaren '70. Uitgebracht bij kleine platenmaatschappijen, spelend voor een minder groot publiek. Uiteraard zijn dat generalisaties: Dr. Feelgood én Graham Parker & The Rumour bereikten wel degelijk een groter publiek, met buitenlands successen als extraatjes. Ducks Deluxe bereikte die status dus niet, eerlijke muziek klinkt er wél.
De B-kant van de single van Sean Tyla belandde overigens ook op de 3cd-verzamelaar Surrender to the Rhythm, dat een fraai overzicht-in-vogelvlucht biedt van pubrock in de breedste zin van het woord, inclusief enkele namen die later "groot" werden. Eveneens in uitgedund aantal op streaming te vinden.
Ik reis verder door de punk, new wave en pubrock van 1976. Komend vanaf Sex Pistols gaat het nu naar de Amerikaanse The Nerves.
In 2017 verscheen retrospectief Coast to Coast. Op deze verzamelaar een breed overzicht van de groep, inclusief iets van hetgeen gebeurde ná ontbinding. De groep doet dan alweer enkele jaren reünie-optredens én neemt weer op. De weerslag hiervan staat op deze 3-cd, waarbij ook de single die Sean Tyla & His Gang in 1976 uitbracht bij het Nederlandse label Dynamo, een sublabel van het mij eveneens onbekende Dynamite. Hierop gaat hij door met hetgeen hij deed bij Ducks Deluxe.
Dat betekent toegankelijke rock ('n' roll), waarbij je soms vergelijkingen met Nick Lowe, Dave Edmunds, Tom Petty of Bruce Springsteen zou kunnen maken. En bij sommige shuffles moet ik toch echt aan het ingetogener werk van Status Quo denken. De wortels in de r&b van de jaren '50, swingend en puur met de licht weemoedige stem van Tyla.
De eerste van de drie schijfjes bevat het titelloze debuut, de tweede cd bevat opvolger Taxi To The Terminal Zone en de derde de EP Box of Shorts uit 2009. Verder op iedere cd de nodige bonussen waarbij diverse liveopnamen. Hetgeen ik op streaming tegenkom wijkt echter af en laat het nodige weg.
Pubrock was tot de doorbraak van de Britse punk in het najaar van 1976 de onafhankelijke tegenpool van de grote namen in de eerste helft van de jaren '70. Uitgebracht bij kleine platenmaatschappijen, spelend voor een minder groot publiek. Uiteraard zijn dat generalisaties: Dr. Feelgood én Graham Parker & The Rumour bereikten wel degelijk een groter publiek, met buitenlands successen als extraatjes. Ducks Deluxe bereikte die status dus niet, eerlijke muziek klinkt er wél.
De B-kant van de single van Sean Tyla belandde overigens ook op de 3cd-verzamelaar Surrender to the Rhythm, dat een fraai overzicht-in-vogelvlucht biedt van pubrock in de breedste zin van het woord, inclusief enkele namen die later "groot" werden. Eveneens in uitgedund aantal op streaming te vinden.
Ik reis verder door de punk, new wave en pubrock van 1976. Komend vanaf Sex Pistols gaat het nu naar de Amerikaanse The Nerves.
Ducks Deluxe - Ducks Deluxe (1974)

4,0
0
geplaatst: 21 februari 2024, 16:38 uur
Mijn reis door proto-punk en -new wave gaat van The Modern Lovers naar Ducks Deluxe.
Een pubrockgroep met muziek alsof ze in 1974 midden op een Londens muziekplein staan, waar van alle kanten invloeden komen aanrijden. Tegelijkertijd heeft het onmiskenbaar het eerlijke geluid van een getalenteerde groep die in een kleine zaal staat te spelen.
De plaat opent met hun eerste single (1973) Coast to Coast. Het ronkende gitaargeluid doet niet alleen aan de debuutsingle van The Damned New Rose (1976) denken, maar heeft ook weg van Status Quo ten tijde van On the Level (1975): compromisloos luid.
Meer luide rock op Don't Mind Rockin' Tonite. Ingetogener rock klinkt frequent, die met de melodieën en zang soms bij de keel pakt (West Texas Trucking Board en Daddy Put The Bomp) en waarin bovendien invloeden uit blues, pop, soul met blazers (Falling for That Woman) of beat (het zelfgeschreven Please Please Please) kunnen langskomen. Daarbij ook een aangename uptempo versie van It's All over Now van de Rolling Stones. Een kruispunt van invloeden, in je smoel uitgevoerd door eersteklas muzikanten.
Helaas niet op mijn streaming te vinden, al staat daar iets hiervan op Coast to Coast: The Anthology. Wél op YouTube waar echter de trackvolgorde afwijkt.
Voor de opvolger werd de groep uitgebreid met een toetsenist (al op tv te zien in Coast to Coast), maar als dit Taxi to the Terminal Zone in 1975 flopt, stopt Ducks Deluxe.
Twee leden vormen The Motors, dat in de zomer van '78 ook in Nederland een hit scoort met Airport. Sean Tyla vormt The Tyla Gang, dat in Duitsland succes krijgt. Frontman Martin Belmont komt bij Graham Parker & The Rumour.
En zo wordt de groep in retrospect beroemder dan tijdens hun bestaan, vanaf 2007 resulterend in reünie-optredens én nieuw werk. Anno 2024 zet ik deze groep op mijn lijstje, die twee eerste albums wil ik wel op vinyl hebben.
Voor mijn muzikale reis vlieg ik terug naar de Verenigde Staten met meer wave- en punkwortels bij New York Dolls.
Een pubrockgroep met muziek alsof ze in 1974 midden op een Londens muziekplein staan, waar van alle kanten invloeden komen aanrijden. Tegelijkertijd heeft het onmiskenbaar het eerlijke geluid van een getalenteerde groep die in een kleine zaal staat te spelen.
De plaat opent met hun eerste single (1973) Coast to Coast. Het ronkende gitaargeluid doet niet alleen aan de debuutsingle van The Damned New Rose (1976) denken, maar heeft ook weg van Status Quo ten tijde van On the Level (1975): compromisloos luid.
Meer luide rock op Don't Mind Rockin' Tonite. Ingetogener rock klinkt frequent, die met de melodieën en zang soms bij de keel pakt (West Texas Trucking Board en Daddy Put The Bomp) en waarin bovendien invloeden uit blues, pop, soul met blazers (Falling for That Woman) of beat (het zelfgeschreven Please Please Please) kunnen langskomen. Daarbij ook een aangename uptempo versie van It's All over Now van de Rolling Stones. Een kruispunt van invloeden, in je smoel uitgevoerd door eersteklas muzikanten.
Helaas niet op mijn streaming te vinden, al staat daar iets hiervan op Coast to Coast: The Anthology. Wél op YouTube waar echter de trackvolgorde afwijkt.
Voor de opvolger werd de groep uitgebreid met een toetsenist (al op tv te zien in Coast to Coast), maar als dit Taxi to the Terminal Zone in 1975 flopt, stopt Ducks Deluxe.
Twee leden vormen The Motors, dat in de zomer van '78 ook in Nederland een hit scoort met Airport. Sean Tyla vormt The Tyla Gang, dat in Duitsland succes krijgt. Frontman Martin Belmont komt bij Graham Parker & The Rumour.
En zo wordt de groep in retrospect beroemder dan tijdens hun bestaan, vanaf 2007 resulterend in reünie-optredens én nieuw werk. Anno 2024 zet ik deze groep op mijn lijstje, die twee eerste albums wil ik wel op vinyl hebben.
Voor mijn muzikale reis vlieg ik terug naar de Verenigde Staten met meer wave- en punkwortels bij New York Dolls.
Duran Duran - Danse Macabre (2023)

3,5
3
geplaatst: 27 oktober 2023, 23:36 uur
De nieuwe Duran Duran is uit maar hier is het nu ruim een maand stil. Tijd voor een eerste indruk van Danse Macabre.
Andy Taylor is terug wat vrolijk stemt en dan kan ik heul zuur gaan luisteren naar dit halloweenplaatje (feest waarmee ik niks heb, pompoenensoep sla ik echter niet over, mits gekruid), toch hoor ik een leuk plaatje. Dit alles in griezelthema, kijk maar naar de liedtitels.
Deels nieuw werk, deels covert men zichzelf, deels anderen. Covers van Billy Eilish (Bury a Friend), disco-oudje Cerrone (Supernature), The Specials (Ghost Town), Rolling Stones (Paint It Black), Siouxsie (Spellbound), Talking Heads (Psycho Killer met de dame van Måneskin) en Rick James (Super Freak zit verstopt in Super Lonely Freak) vormen met de eigen composities een homogeen geheel dankzij de herkenbare Duransound.
Duran Duran doet het wéér: commercie combineren met lekkere popsongs. Vindt u het niks? Koop dan de nieuwe Asterix, een dag eerder verschenen, over sociale media en influencers. Genoot ik ook van.
Oudjes met niet onverdienstelijk nieuw werk. Met een dekentje op de bank en de kat op schoot is het najaar knus, zodat ik even kan vergeten dat het met al het oorlogsnieuws en klimaatberichten eigenlijk droevig is gesteld. Díé berichten zijn pas griezelig.
Andy Taylor is terug wat vrolijk stemt en dan kan ik heul zuur gaan luisteren naar dit halloweenplaatje (feest waarmee ik niks heb, pompoenensoep sla ik echter niet over, mits gekruid), toch hoor ik een leuk plaatje. Dit alles in griezelthema, kijk maar naar de liedtitels.
Deels nieuw werk, deels covert men zichzelf, deels anderen. Covers van Billy Eilish (Bury a Friend), disco-oudje Cerrone (Supernature), The Specials (Ghost Town), Rolling Stones (Paint It Black), Siouxsie (Spellbound), Talking Heads (Psycho Killer met de dame van Måneskin) en Rick James (Super Freak zit verstopt in Super Lonely Freak) vormen met de eigen composities een homogeen geheel dankzij de herkenbare Duransound.
Duran Duran doet het wéér: commercie combineren met lekkere popsongs. Vindt u het niks? Koop dan de nieuwe Asterix, een dag eerder verschenen, over sociale media en influencers. Genoot ik ook van.
Oudjes met niet onverdienstelijk nieuw werk. Met een dekentje op de bank en de kat op schoot is het najaar knus, zodat ik even kan vergeten dat het met al het oorlogsnieuws en klimaatberichten eigenlijk droevig is gesteld. Díé berichten zijn pas griezelig.
Duran Duran - Duran Duran (1981)

5,0
0
geplaatst: 21 mei 2023, 15:05 uur
Volgens mij hebben zowel LucM als Edwynn gelijk. Het is (denk ik) namelijk niet een kwestie van of-of, maar van en-en. Om niet off-topic te geraken, houd ik het bij de context van dit debuut van Duran Duran.
Wat je hierbij in het oog moet houden is het tijdperk van de fysieke geluidsdrager in de popmuziek, dus vanaf de jaren '50 tot pakweg 2018, toen streaming dominant werd. Oftewel, de rol van de platenmaatschappijen. Hun belang: geld verdienen.
Toen in het najaar van 1976 punk losbarstte met zijn ruige muziek en houding van anti-establishment, moesten de platenmaatschappijen snel reageren. Het onafhankelijke Stiff was de plek waar veel nieuwe namen tekenden, maar het waren Virgin (in Groot-Britannië) en Warner Bros. (in de Verenigde Staten) die koploper Sex Pistols tekenden. De Ramones zaten bij het kleine Sire dat prompt (1977) een distributiedeal met Warner tekende. Het was plotseling een gouden tijd voor nieuwe namen met kortere kapsels in moderne kleding, want iedere platenmaatschappij wilde zijn eigen Pistols of Ramones hebben.
Tegelijkertijd zochten deze bedrijven wegen om deze muziek voor een breder publiek attractief te maken, zodat er méér kon worden verdiend. Conversatief als ze zijn, wordt gedacht in meer melodie en/of geschikt voor de dansvloer. Dan zie je al in 1978 als Britse namen als Elvis Costello, Ian Dury, The Police en XTC hits scoren, net als Amerikaanse artiesten als Blondie, The Shirts en Talking Heads. Geschikt voor tieners zoals ik in die dagen. In mijn geval: gekluisterd aan de radio en als ik kon van mijn zakgeld tijdschrift Muziek Expres kopen.
Als in 1979 de nieuwe loot van synthwave hitgevoelig blijkt (Gary Numan scoorde twee hits en twee hitalbums) krijgt dit subgenre eveneens een kans: platenmaatschappijen gaan op zoek naar nieuwe Gary Numans. Duran Duran, huisband van de Birminghamse club Rum Runner, krijgt na enkele bezettingswijzigingen een managementscontract met de eigenaren van die club. De pure synthwave van het debuut verkoopt niet onaardig, maar de grote internationale klapper volgt met de opvolger Rio, die veel meer popgericht is, geschikt voor een breder publiek.
Onderschat hierbij ook niet de invloed van videoclipkanalen, zoals ten tijde van Rio MTV (vanaf 1981), in Nederland keek ik bij Sky Channel vanaf '84 mijn ogen uit. De jongens van Duran Duran hadden pakkende liedjes die ook door minder muziekgekke tieners werden gewaardeerd en zagen er ook nog eens goed uit. Alles klopte in die fase.
Dus ja, enerzijds schaven platenmaatschappijen de scherpe kantjes van muziek als men de indruk heeft dat dit tot hogere verkoopcijfers kan leiden. Anderzijds ontstaan er steevast nieuwe ontwikkelingen, die lak hebben aan commercie. In het geval van 'hardcore' zie je dat laatste zelfs dubbel: deze term wordt zowel gebruikt voor het heftige kind dat punk in 1979 in Californië kreeg, als voor het extremere kind dat in 1990 in Nederland uit dance/house ontstond.
Daarbij levert het commerciële denken van platenmaatschappijen niet altijd de gehoopte verkoopsuccessen op, waar onconventionelere stijlen het soms plotseling goed doen. Daarom denk ik dat Edwynn en LucM beiden gelijk hebben. Beide trends bestaan naast elkaar, botsen soms hevig of versterken elkaar juist.
Een zeer lezenswaardig boek over dit onderwerp verscheen in 2014 van de hand van Bob Stanley. In 'Yeah Yeah Yeah: The Story of Modern Pop (from Bill Haley to Beyoncé)' behandelt hij systematisch (bijna) alle stromingen die vanaf de jaren 1950 in de popmuziek ontstonden en verklaart de lijnen tussen die ontwikkelingen. Een standaardwerk dat in Nederland en Vlaanderen voor nog geen twee tientjes verkrijgbaar is.
Deze Duran Duran is een prima voorbeeld van een groep die, gesteund door financieel krachtig management en de verwachtingsvolle platenmaatschappij EMI, sterk debuteerde met aanstekelijke synthwave, om reeds 11 maanden later uiterst succesvol een breder geluid te omarmen. Of dit louter hun eigen keuze was, of dat dit mede door de managers en platenbazen werd gestimuleerd, weet ik niet. Maar de muzikale koers zal zeker zijn besproken, met alle te investeren bedragen voor marketing erbij.
Wat je hierbij in het oog moet houden is het tijdperk van de fysieke geluidsdrager in de popmuziek, dus vanaf de jaren '50 tot pakweg 2018, toen streaming dominant werd. Oftewel, de rol van de platenmaatschappijen. Hun belang: geld verdienen.
Toen in het najaar van 1976 punk losbarstte met zijn ruige muziek en houding van anti-establishment, moesten de platenmaatschappijen snel reageren. Het onafhankelijke Stiff was de plek waar veel nieuwe namen tekenden, maar het waren Virgin (in Groot-Britannië) en Warner Bros. (in de Verenigde Staten) die koploper Sex Pistols tekenden. De Ramones zaten bij het kleine Sire dat prompt (1977) een distributiedeal met Warner tekende. Het was plotseling een gouden tijd voor nieuwe namen met kortere kapsels in moderne kleding, want iedere platenmaatschappij wilde zijn eigen Pistols of Ramones hebben.
Tegelijkertijd zochten deze bedrijven wegen om deze muziek voor een breder publiek attractief te maken, zodat er méér kon worden verdiend. Conversatief als ze zijn, wordt gedacht in meer melodie en/of geschikt voor de dansvloer. Dan zie je al in 1978 als Britse namen als Elvis Costello, Ian Dury, The Police en XTC hits scoren, net als Amerikaanse artiesten als Blondie, The Shirts en Talking Heads. Geschikt voor tieners zoals ik in die dagen. In mijn geval: gekluisterd aan de radio en als ik kon van mijn zakgeld tijdschrift Muziek Expres kopen.
Als in 1979 de nieuwe loot van synthwave hitgevoelig blijkt (Gary Numan scoorde twee hits en twee hitalbums) krijgt dit subgenre eveneens een kans: platenmaatschappijen gaan op zoek naar nieuwe Gary Numans. Duran Duran, huisband van de Birminghamse club Rum Runner, krijgt na enkele bezettingswijzigingen een managementscontract met de eigenaren van die club. De pure synthwave van het debuut verkoopt niet onaardig, maar de grote internationale klapper volgt met de opvolger Rio, die veel meer popgericht is, geschikt voor een breder publiek.
Onderschat hierbij ook niet de invloed van videoclipkanalen, zoals ten tijde van Rio MTV (vanaf 1981), in Nederland keek ik bij Sky Channel vanaf '84 mijn ogen uit. De jongens van Duran Duran hadden pakkende liedjes die ook door minder muziekgekke tieners werden gewaardeerd en zagen er ook nog eens goed uit. Alles klopte in die fase.
Dus ja, enerzijds schaven platenmaatschappijen de scherpe kantjes van muziek als men de indruk heeft dat dit tot hogere verkoopcijfers kan leiden. Anderzijds ontstaan er steevast nieuwe ontwikkelingen, die lak hebben aan commercie. In het geval van 'hardcore' zie je dat laatste zelfs dubbel: deze term wordt zowel gebruikt voor het heftige kind dat punk in 1979 in Californië kreeg, als voor het extremere kind dat in 1990 in Nederland uit dance/house ontstond.
Daarbij levert het commerciële denken van platenmaatschappijen niet altijd de gehoopte verkoopsuccessen op, waar onconventionelere stijlen het soms plotseling goed doen. Daarom denk ik dat Edwynn en LucM beiden gelijk hebben. Beide trends bestaan naast elkaar, botsen soms hevig of versterken elkaar juist.
Een zeer lezenswaardig boek over dit onderwerp verscheen in 2014 van de hand van Bob Stanley. In 'Yeah Yeah Yeah: The Story of Modern Pop (from Bill Haley to Beyoncé)' behandelt hij systematisch (bijna) alle stromingen die vanaf de jaren 1950 in de popmuziek ontstonden en verklaart de lijnen tussen die ontwikkelingen. Een standaardwerk dat in Nederland en Vlaanderen voor nog geen twee tientjes verkrijgbaar is.
Deze Duran Duran is een prima voorbeeld van een groep die, gesteund door financieel krachtig management en de verwachtingsvolle platenmaatschappij EMI, sterk debuteerde met aanstekelijke synthwave, om reeds 11 maanden later uiterst succesvol een breder geluid te omarmen. Of dit louter hun eigen keuze was, of dat dit mede door de managers en platenbazen werd gestimuleerd, weet ik niet. Maar de muzikale koers zal zeker zijn besproken, met alle te investeren bedragen voor marketing erbij.
