MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten potjandosie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Ry Cooder - Alamo Bay (1985)

poster
4,0
de soundtrack van een Amerikaanse dramafilm uit 1985 geregisseerd door wijlen Louis Malle. kort gezegd gaat de film over de strijd tussen Amerikaanse en Vietnamese (immigranten) garnalenvissers in Texas.
dit werd na "Paris, Texas" de zesde soundtrack die Ry Cooder maakte en het werd wederom een fraai album. 4 nummers (2,3,6 en 7) met zang en 5 instrumentale nummers die van grote schoonheid zijn.

3 Cooder originals (1,4,9), 3 co-written (2,3,8) met Jim Dickinson, 1 co-written (6) met Lee Ving en Texas Fred Taylor en 2 traditionals, 5) "Sail Fish Evening" (Para Ay Que Triste) en 7) "Quatro Vicios".

de opener 1) "Theme from Alamo Bay" is een prachtig instrumentaal nummer met het onnavolgbare slide gitaarspel van de man, een nummer dat dezelfde desolate, weemoedige sfeer oproept als die van "Paris, Texas".

het stevig rockende 2) "Gooks on Main Street" met een "shout" vocal van Ry Cooder en een gierende slide is hieraan tegenover gesteld.

3) "Too Close" is een wonderschone ballad gezongen door hoofdrolspeelster Amy Madigan en John Hiatt, een 1e klas "tearjerker" dat versterkt wordt door de vioolklanken van David Mansfield en wordt gevolgd door de duistere klanken van 4) "Klan Meeting".

dan volgt de verstilde pracht van het instrumentale 5)"Sail Fish Evening", waarna 6) "The Last Stand" er stevig op los rockt met zang van Cesar Rosas en David Hidalgo (van Los Lobos) en een harmonica bijdrage van Lee Ving.

7) "Quatro Vicios" is een Tex-Mex nummer in de beste Los Lobos traditie met een fraaie accordeon partij van Ry Cooder, gevolgd door "Search & Destroy" een onheilspellend instrumentaal nummer, waarbij je de beelden voor je ziet van de Amerikaanse garnalenvissers die de boten, netten en alles wat daarbij hoort van hun Vietnamese collega's vernietigen.

het album sluit met 9) "Glory" af met dezelfde prachtige slide gitaar klanken als die van 1) "Theme from Alamo Bay" aangevuld met een soundscape van Japanse instrumenten en wederom prachtig vioolspel van David Mansfield. een ijzingwekkend mooi instrumentaal nummer.

de muziek ligt grotendeels in het verlengde van die van de voorganger "The Border", waarop iets meer Tex-Mex te horen is. een onderschatte soundtrack dit "Alamo Bay", waarop genoeg te genieten valt, zeker voor de liefhebbers van het slide gitaarspel van Ry Cooder.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Ocean Way Studio, Hollywood, California

Ry Cooder: accordion, baja sexto, guitar, vocals
John Hiatt: guitar, vocals
Van Dyke Parks: piano
Jim Dickinson: organ, piano, synthesizer
Jim Keltner: drums, percussion
Chris Ethridge, Jorge Calderon: bass
David Lindley: saz
David Mansfield: violin, cello
Osamu Kitajima: biwa, koto
Kazu Matsui: shakuhatchi
Gayle Levant: harp
David Cuomo: synthesizers
Steve Douglas: sax
Lee Ving: harmonica
Emil Richards: percussion
Amy Madigan, Cesar Rosas, David Hidalgo, Lee Ving: vocals

Ry Cooder - Blue City (1986)

poster
3,0
na de prachtige soundtrack van "Paris, Texas" verscheen deze score bij de film "Blue City" van regisseuse Michelle Manning.

in dit geval gevuld met merendeels composities van Ry Cooder, waarvan een 2-tal (1,7) co-written met Jim Dickinson, 1 nummer 3) "Marianne" van de cowpunk band True Believers, met o.a. de broers Javier en Alejandro Escovedo en Jon Dee Graham en 1 Johnny Cash cover 9) "Don't Take Your Guns to Town".

er staan 4 nummers met zang op, waarvan 2 met Ry Cooder (tracks 1,9), 1 (track 3) met zang van de True Believers en 1 (track 7) met zang van Bobby King en wijlen Terry Evans, die op veel van Ry Cooder's albums prominent aanwezig waren met hun geweldige duo vocalen.

ondanks dat Ry Cooder schittert op slide, staan er helaas erg weinig memorabele nummers op dit album. een groot aantal nummers wordt ontsierd door die typische eighties synthesizers die het klankbeeld overheersen, zo wordt de op zich mooie melodie van "Billy and Annie" om zeep geholpen door "synths" (David Paich/Steve Porcaro). zo ook bij "Elevation 13 Ft.", waar de steel drums klanken van Robert Greenidge verzuipen in deze geluidsbrij.

bovendien ontbreekt het de up-tempo nummers (1,2,3,5, 7 en aan een goede melodie, waardoor geen enkel van die nummers wil beklijven. de matige versie van het Johnny Cash nummer doet feitelijk alleen maar verlangen naar het origineel van "The Man in Black".

niet toevalligerwijs staan de 2 mooiste nummers (zonder synthesizers) op het eind van dit album, het korte "A Leader of Men" en het absolute prijsnummer "Not Even Key West". een zeer karige "score".

"Blue City" is naar mijn mening een flinke tegenvaller na het geweldige trio soundtracks "The Border", "Alamo Bay" en "Paris, Texas". het voelt als een album dat je als luisteraar uit moet zitten, iets wat ik destijds bij het uitkomen van dit album al zo ervoer en nu vele jaren later nog steeds zo ervaar.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Ocean Way Recording, Hollywood, California
(except track 3, recorded at Arlyn Studios, Austin, Texas

Ry Cooder: vocal, guitars
Bobby King, Terry Evans: background vocals (1), vocals (7)
Jim Keltner: drums
Nathan East: bass
Jim Dickinson: keyboards
Bill Cuomo, David Paich, Steve Porcaro: synthesizers
Robert Greenidge: steel drums
Benmont Tench: organ
MIguel Cruz: percussion
True Believers (track 3)
Jorge Calderon: bass
Gayle Levant: harp

Ry Cooder - Boomer's Story (1972)

poster
5,0
Tonio schreef:
Inderdaad nog altijd een prachtalbum, zoals zovele van zijn albums uit de jaren zeventig die de tand des tijds uitstekend hebben doorstaan.

En ja potjandosie, ook ik werd verrast door The Prodigal Son, waar hij dit hoge niveau weer wist te halen.

Ik heb dezelfde muzikale opvoeding genoten via Jan Donkers, Wim Noordhoek, Rik Zaal en vanaf 1972 een abonnement op de Oor. Met destijds prima journalisten zoals Constant Meijers, Bert van de Kamp, Jan Maarten de Winter en vele anderen.


dat zijn inderdaad bekende namen uit die tijd Tonio. herinner me ook ene Laurie Langenbach van muziekblad Aloha (voorloper van Oor). wijlen Jip Golsteijn was ook een prima muziekrecensent. 1 van mijn favorieten, wiens recensies ik altijd las, was Geert Henderickx (in 2017 op 64 jarige leeftijd overleden). de man schreef sinds 1973 zijn stukjes in muziekkrant Oor, met name over rootsmuziek. je kon bijna blindelings op het oordeel van zulke mensen vertrouwen. wellicht werd er destijds minder muiek "gehyped", maar ik kan me vergissen.

Ry Cooder - Bop Till You Drop (1979)

poster
4,5
een klassieker van ras muzikant Ry Cooder. tijdloos album met voornamelijk R&B nummers. de traditionele roots sound en "dustbowl" tracks van zijn 1e albums maakte plaats voor een meer mainstream sound. de ritmesectie Jim Keltner (drums) en Tim Drummond (bass) staat als een huis, aangevuld met geweldig snarenwerk van de man zelf en de onvolprezen David Lindley, en dat weer aangevuld met heerlijke koortjes van o.a. Bobby King. de krachtige, soulvolle stem van Chaka Khan is te horen op tracks 5 en 8.

heb weinig toe te voegen aan de lovende commentaren die hier al eerder werden geplaatst.
bij deze ga ik eens wat dieper in op de songs van dit album:

1. "Little Sister" van Mortimer Shuman en Doc Pomus een legendarisch songwriters duo. zij maakten samen een oneindig aantal "popular music" nummers, waarvan "Save The Last Dance for Me" van de Drifters 1 van de bekendste hits is. Elvis Presley voor wie zij o.a. de hit "Suspicious" schreven maakte ooit een album dat geheel gewijd was aan hun songs. Mort Shuman schreef meestal de melodie en Doc Pomus de tekst.

2. "Go Home, Girl" van de singer/songwriter Arthur Alexander. hij schreef talloze nummers die in versies van anderen hits werden, o.a. "You Better Move On", groot gemaakt door de Rolling Stones.
maakte ook een aantal prima country/soul albums onder zijn eigen naam

3. "The Very Thing That Makes You Rich" van de obscure Sidney Bailey. de man schreef slechts een handvol nummers, maar wat een heerlijke track is dit in de uitvoering van Ry Cooder

4. "I Think It's Going To Work Out Fine" van Rose Marie McCoy. zij was een singer/songwriter uit Arkansas, die ruim 800 songs op haar naam heeft staan. artiesten die werk van haar opnamen, o.a. Ruth Brown, James Brown, Aretha Franklin, Elvis Presley en Ike & Tina Turner.

5. "Down in Hollywood" het enige Ry Cooder nummer co-written met wijlen bassist Tim Drummond. een sessiemuzikant die in de seventies op tientallen albums prominent aanwezig was, vaak samen met drummer Jim Keltner (het duo Tim & Jim)

6. "Look at Granny Run Run" van Jerry Ragovoy en Mort Shuman. Jerry Ragovoy was een singer/songwriter, platen producer die klassiekers schreef als "Time Is On My Side" (Rolling Stones) en "Stay With Me" van Bette Middler (van de film "The Rose")

7. "Trouble, You Can't Fool Me" van r&b zanger, songwriter, platen producer Frederick Knight. maakte diverse solo albums. Leonard Cohen coverde zijn "Be For Real" op zijn album "The Future".

8. "Don't Mess Up A Good Thing" van Oliver Sain. hij was een sleutelfiguur bij de opkomst van r&b muziek in St. Louis, Missouri.

9. "I Can't Win" van L. Johnson/D. Richardson/C. Knight verscheen oorspronkelijk in een versie van het uit Los Angeles afkomstige r&b vocale trio The Invincibles.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Warner Bros. Recording Studios, North Hollywood

Ry Cooder - Borderline (1980)

poster
4,0
ben een grote fan van Ry Cooder met name zijn 1e 5 albums vanaf het gelijknamige debuut t/m "Chicken Skin Music" bevinden zich regelmatig in mijn speler.

de "roots music" (folk/blues) van die albums met veel oude door hem bewerkte traditionals o.a. "dust bowl ballads", zoals op zijn klassieker "Into the Purple Valley" maakt op dit album plaats voor meer r&b en bluesrock getinte nummers met een echt bandgeluid in een vrij gladde, gepolijste productie, waarop als vanouds geweldig wordt gemusiceerd.

na een 4-tal mindere tracks op kant 1) "634-5789", "Speedo" en de Joe South klassieker "Down in the Boondocks", waarvan "Why Don't You Try Me" het meest kan bekoren, volgt het 1e hoogtepunt met de funky bluesrock van "Johnny Porter" met geweldig slide gitaar werk van Ry Cooder.

kant 2) bevalt mij een stuk beter met het John Hiatt nummer "The Way We Make a Broken Heart", het catchy, vrolijke "The Girls from Texas", de fraaie instrumental "Borderline" en de slow blues "Never Make Your Move Too Soon" met wederom een heerlijke slide gitaar partij.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Warner Bros. Recording Studio, Burbank, California

Ry Cooder: guitar, vibes, vocals
Jim Keltner: drums
George "Baboo" Pierre: percussion
Tim Drummond, Reggie McBride: bass
William D. Smith: piano, organ, vocals
John Hiatt: guitar, vocals
Jesse Harms: synthesizer
Bobby King, Willie Green Jr.: vocals

Ry Cooder - Chávez Ravine (2005)

poster
4,0
fraai concept album van Ry Cooder. het lovenswaardige thema is hierboven al vaker aangehaald. kort samengevat gaat het verhaal over het verdwijnen van de oorspronkelijk Mexicaans/Amerikaanse en Chinees/Amerikaanse wijk Chavez Ravine dat plaats zou maken voor sociale woningbouw, maar waar uiteindelijk een baseball stadion werd gebouwd. kortom de gemeenschap werd uiteen gedreven door de macht van het grote geld. de bulldozers deden hun werk, zoals dat onder woorden wordt gebracht in "It's Just Work for Me" met de opmerking van Ry Cooder "I read that some people tried to stop the machines by throwing rocks and bottles at them. Like spitting at the Sun".

er staan meerdere fraaie nummers op dit album, een soort van "trip down memory lane", o.a. "Onda Callejera" (William Garcia,David Hidalgo), het vrolijke "Chinito, Chinito" gezongen door Juliette en Carla Commagere, het duistere, weemoedige "El U.F.O. Cayo" met vocalen van Juliette Commagere en wijlen Don Tosti (Edmundo Tostado) die als de "godfather" van chicano r&b werd beschouwd, "3rd Base, Dodger Stadium" met zang van de uit Hawai'i afkomstige Bla Pahinui en "Soy Luz y Sombra" (The Cloud Forest Poem), een op muziek bewerkt gedicht uit Costa Rica met aangepaste tekst over het behoud van tropische regenwouden, waarbij Ry Cooder opmerkt "I like the idea that the earth has the last word, telling her side of things as in a love song".

de hoogtepunten zijn wat mij betreft de 3 Tex-Mex of conjunto nummers waar de onvolprezen Flaco Jimenez op accordeon meespeelt "Corrido de Boxeo" een nummer van en met zang van Lalo Guerrero, een zanger/gitarist/activist afkomstig uit Tucson, Arizona, die in 2005 kwam te overlijden.

die andere 2 tracks zijn "Ejercito Militar" een nummer van Rita Arvizu, gezongen door haar dochters Ersi en Rosella en het eveneens door Lalo Guerrero geschreven en gezongen "Barrio Viejo".

het derde nummer van Lalo Guerrero op dit album "Los Chucos Suaves" doet qua stijl sterk denken aan de Cubaanse klanken van de Buena Vista Social Club.

de praatzang partijen van Ry Cooder in nummers als "Don't Call Me Red", "It's Just Work for Me" en "In My Town" bekoren minder en zijn melodieus zwak te noemen.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Village Records, Los Angeles, California & Sound City Studios, Van Nuys, California

Ry Cooder - Chicken Skin Music (1976)

poster
5,0
het vijfde solo album van ras muzikant, snarenvirtuoos en musicoloog Ry Cooder. zijn eerste 3 albums waren voornamelijk gevuld met zijn interpretaties van "dustbowl ballads" (muziek uit de tijd van de Amerikaanse depressie) en andere oude Amerikaanse traditionals.

het was destijds even wennen aan de nieuwe wegen die hij hier insloeg met toevoeging van Tex-Mex (accordeonvirtuoos Flaco Jimenez die later een trouwe muzikale kompaan werd van de man, speelde voor het eerst mee) en zijn keuze voor het toevoegen van muziek uit Hawaii, duidelijk hoorbaar op de tracks "Yellow Roses" en het instrumentale "Chloe" met gastmuzikanten Gabby Pahinui op steel guitar & vocal en Atta Isaacs op slack-key & acoustic guitar. op de overige tracks horen we de vertrouwde sound van andere muzikale invloeden uit o.a. folk, blues, gospel en soul.

een kleine 50 jaar later, blijkt dit album nog steeds als een huis te staan. fris en sprankelend schallen de klassiekers "The Bourgeois Blues" en "Goodnight Irene" beide van de Amerikaanse folk/blues legende Huddie William Ledbetter beter bekend als Lead Belly uit de speakers. het aloude "Goodnight Irene" was eerder in 1950 een nummer 1 hit in de versie van folkgroep The Weavers (met o.a. Pete Seeger).
de heerlijk wiegende melodie van "He'll Have To Go", eerder bekend van versies van Jim Reeves en Elvis Presley, verscheen als single van dit album met als b-side "The Bourgeois Blues". dit nummer werd zijn eerste en enige (bescheiden) hit in Nederland. een sprankelend, geweldig album dat de tand des tijds heeft doorstaan en waarmee je het zonnetje in huis haalt.

heb Ry Cooder 2 keer live mogen zien optreden. 1 keer met de band Little Village (met John Hiatt en Nick Lowe) in de Doelen/Rotterdam, een teleurstellend optreden en vele jaren later (2009?) in Carre Amsterdam, een indrukwekkend solo optreden helaas zonder de ingeplande Flaco Jimenez, die er om gezondheidsredenen niet bij was. in 2018 verscheen het verrassend sterke "rootsy" solo album"The Prodigal Son" en in 2022 verscheen het eveneens sterke duo album "Get On Board" met zijn oude maatje Taj Mahal.

benieuwd of we nog nieuw werk van de inmiddels 76-jarige Ry Cooder tegemoet mogen zien.
feit is, dat de man ons reeds een geweldig muzikaal oeuvre heeft geschonken, ook met zijn vele muzikale samenwerkingen (Buena Vista Social Club, Chieftains, Ali Farka Toure, V.M. Bhatt, etc.) en niet te vergeten de vele soundtracks die hij heeft gemaakt

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Warner Bros. Recording Studios, North Hollywood, California
except "Yellow Roses" & "Chloe" recorded in Hawaii

Ry Cooder - Crossroads (1986)

poster
4,0
na de tegenvallende soundtrack "Blue City" verscheen in hetzelfde jaar de soundtrack van "Crossroads".
heb de film niet gezien, maar kort samengevat gaat deze over de mythe rond Robert Johnson, die zijn ziel aan de duivel verkocht om een bekend blueszanger te worden. ambitie, verleiding en verlossing spelen daarbij een rol.

los van het feit of je wel of niet van het genre (delta) blues houdt, is het op dit album vooral genieten geblazen van het meesterlijke slide- en gitaarspel van Ry Cooder. op dit album staan merendeels bluesklassiekers, aangevuld met 4 Cooder originals (tracks 5,8,10 en 11) waarvan 2 co-written, "Willie Brown Blues" met hoofdrolspeler Joe Seneca en "Walkin Away Blues" met blues legende wijlen Sonny Terry.

de vuige opener "Crossroads" een nummer van Robert Johnson, waar Ry Cooder fel van leer trekt met zijn gitaarspel, hakt er meteen in en wordt gevolgd door het energieke "Down in MIssissippi" (J.B. Lenoir) met fantastische zang van wijlen Terry Evans, Bobby King en Willie Green Jr.
van dit nummer staat ook een prachtige versie op het Mavis Staples album "We'll Never Turn Back", een album dat Ry Cooder eveneens produceerde en waar hij ook op meespeelde.

de "juke-joint" blues van "Cotton Needs Pickin'" met zang van wijlen Frank Frost, een uit Arkansas afkomstige blues harmonica muzikant, knalt eveneens lekker uit de speakers. "Viola Lee Blues", een nummer van country blues muzikant Noah Lewis, met een heerlijke "baritone horn" van George Bohannon had qua sfeer niet misstaan op een album als "Boomer's Story".

de up-tempo nummers "Nitty Gritty Mississippi" met zang van Jim Dickinson, "Willie Brown Blues" met zang van Joe Seneca en de traditional "Somebody's Callin' My Name" met geweldige a-capella zang van het trio eerder genoemde vocalisten, zijn eveneens voltreffers.

een rustpunt is de door actrice Amy Madigan gezongen ballad "He Made a Woman Out of Me" (Fred Burch/Donald Hill), dat ook werd gecoverd door Bobbie Gentry en Bettye Lavette.

van de 3 instrumentale nummers (tracks 5,8 en 11) is het met name op het Cooder nummer "Feelin' Bad Blues" genieten van 's mans slide gitaarpartijen, die veelvuldig op dit album zijn te horen.

kortom een wederom sterke soundtrack, die niet of nauwelijks onder doet voor "The Border" of "Paris, Texas". de niet meer op de site actieve bertus99 heeft het hier al eerder goed verwoord.

een aantal van zijn soundtracks, zoals "Blue City", "Geronimo" en "Johnny Handsome" kunnen hier naar mijn mening niet aan tippen.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Ocean Way Studio, Nashville

Ry Cooder - Election Special (2012)

poster
4,0
een politiek gemotiveerd en geëngageerd album van de sociaal betrokken Ry Cooder, dat voorafging aan de Amerikaanse presidentsverkiezing van 6 november 2012, die gewonnen werd door de zittende president Barack Obama, die herkozen werd voor een tweede termijn.

mis de accordeon klanken van Flaco Jimenez en de koortjes, maar bovenal ervaar ik de kwaliteit van zijn songs als iets minder dan op die op voorganger "Pull Up Some Dust and Sit Down" (2011) en zijn andere albums.

mijn voorkeur gaat naar de akoestische blues van "Mutt Romney Blues" en de folky songs "Brother Is Gone", "Going to Tampa" met geweldig mandoline spel en de akoestische folk van "The 90 and the 9".

ook bevalt de slow blues van "Cold Cold Feeling" dat sterk doet denken aan het Little Feat nummer "Cold, Cold, Cold" en "Kool-Aid" mij beter dan de meer up-tempo gespeelde rauwe blues nummers "Guantanamo", "The Wall Street Part of Town" en "Take Your Hands Of It".

een krappe 4 voor dit toch wat eenvormig klinkende album, dat wat mij betreft iets rijker geïnstrumenteerd had mogen zijn. voor de rest niks dan goeds over de muzikaliteit en de integriteit van Ry Cooder.

de man zal allesbehalve verheugd zijn over de verkiezingsoverwinning van Trump in 2024, maar dat terzijde.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Wireland Studios, Chatsworth, California & Drive-By Studios, North Hollywood, California

All songs written by Ry Cooder except track 9) co-written Joachim Cooder

Ry Cooder: vocals, guitars, mandolin, bass
Joachim Cooder: drums
Arnold McCuller: harmony vocals on "Take Your Hands Off It"

In memoriam: Ken Price, Earl Scruggs, Mike Seeger

Ry Cooder - Geronimo: An American Legend (1993)

poster
2,5
na een aantal geweldige soundtracks ( "The Border", "Alamo Bay" en "Paris, Texas") was dit album een flinke tegenvaller. naar mijn (bescheiden) mening 1 van de minste soundtracks die Ry Cooder maakte.

de zang op een aantal tracks van dit album is afkomstig van de "Hoon-Hoorto" throat singers (keelzangers) van Tuva, een Russische deelrepubliek dat tegen Mongolië aan grenst, waar deze zangtechniek ook wordt beoefend. razendknap maar daar moet je van houden en ook de tracks met "Native chants" ofwel zang van de oorspronkelijk inheemse bevolking willen niet beklijven.

alle overige nummers zijn instrumentaal waarvan een aantal Amerikaanse traditionals als o.a. "Battle Cry of Freedom", onderdeel van het door Van Dyke Parks met strijkers gearrangeerde "The Governor's Ball" en "Wayfaring Stranger", aangevuld met militaire brass band muziek op o.a. "Army Brass Band".

een fragmentarisch, onsamenhangend album met veel nummers die allesbehalve memorabel zijn.
bescheiden hoogtepuntjes zijn het veel te korte "La Visita" met alleen Ry Cooder op solo gitaar, zoals we hem veel te weinig horen op dit album, en het met 2 accordeons gespeelde "Bound for Canaan".

heb de film 2 keer gezien en vond de muziek niet storend, maar zonder de beelden van de film is de soundtrack van "Geronimo: An American Legend" een behoorlijk zware zit.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Sony Recording Studios, Culver City, California

Ry Cooder - Get Rhythm (1987)

poster
4,0
inderdaad een fraaie mix van R&B, soul, Tex-Mex en (blues) rock. album vond ik destijds bij verschijnen 1 van zijn mindere albums, maar vele jaren later moet ik dat toch wat bijstellen.

van de ruige r&b, rockende nummers steken "Get Rhythm" (Johnny Cash), "Low-Commotion" (Ry Cooder/Jim Keltner) en "Going Back to Okinawa" (Ry Cooder) er boven uit.

de andere nummers in dat genre, de covers "All Shook Up" (Elvis Presley/Otis Blackwell), "I Can Tell by the Way You Smell" (Walter Davis) en "Let's Have a Ball" (Allen Bunn) willen niet echt beklijven. niet zozeer vanwege de kwaliteit van deze songs, maar vanwege het fabelachtige slide gitaar spel van Ry Cooder, blijven deze nummers wel overeind staan.

blijven over de 3 rustpunten op dit album. de geweldige akoestische, solo versie van "13 Question Method" (Chuck Berry) en de Tex-Mex klanken van "Women Will Rule the World" (Raymond Quevedo) een nummer dat qua melodie sterk doet denken aan "Bing Crosby" van het album "Discover America" van Van Dyke Parks.

het absolute prijsnummer van dit album is de ballad"Across the Borderline" (Ry Cooder/Jim Dickinson/John Hiatt), waarop hij de vocalen deelt met wijlen acteur/zanger Harry Dean Stanton, die voor kippenvel zorgt met zijn zowel in het Engels en Spaans gezongen tekst.

na dit album zou het 18 jaar duren voordat zijn volgende solo album "Chavez Ravine" in 2005 zou verschijnen. in de tussentijd maakte de productieve Ry Cooder nog 6 soundtrack scores, en werkte hij samen met of had projecten met o.a. de gelegenheidsformatie Little Village (met John HIatt en Nick Lowe (1992), V.M. Bhatt (1993), Ali Farka Toure (1994) en Buena Vista Social Club (1997).

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Ocean Way Studios, Los Angeles, California

Ry Cooder: guitar. vocals
Van Dyke Parks: keyboards
Flaco Jimenez: accordion
Steve Douglas: saxophone
Jorge Calderon: electric bass
Buell Niedlinger: acoustic bass
Jim Keltner: drums
Miguel Cruz: percussion
Bobby King, Terry Evans, Arnold McCuller, Willie Greene Jr.: backing vocals
Larry Blackmon: guest vocal (track 6)
Harry Dean Stanton: guest vocal (track

Ry Cooder - I, Flathead (2008)

Alternatieve titel: The Songs of Kash Buck & the Klowns

poster
3,0
na "Chavez Ravine" en "My Name is Buddy" werd dit het derde concept album van zijn Californië trilogie, de staat waar Ry Cooder opgroeide en waar hij via "I, Flathead" met nostalgische herinneringen terug blikt op het multiculturele Californië uit zijn jeugd. in dit geval via de fictieve blanke "redneck" muzikant Kash Buk en zijn band "The Klowns". mijmeringen over de verloren wereld van een Los Angeles dat al lang niet meer bestaat met verhalen van de uiteindelijk mislukte muzikant "Kash Buk" en de markante figuren die hij tijdens zijn omzwervingen ontmoette. de titel "I, Flathead" refereert aan de flat cylinder V8 motor die de Amerikaanse autofabriek Ford vanaf 1932 in productie nam.

op dit album met een mix van o.a. blues (boogie), western swing en country & western staan 14 Cooder originals, waarvan 3 co-written (tracks 1,12 & 14).

een lichte tegenvaller en wat mij betreft de minste van de trilogie. zoals te verwachten valt er bij iemand als Ry Cooder weinig tot niets op te merken over de muzikale uitvoering van de songs, maar helaas valt het songmateriaal tegen m.a.w. er staan simpelweg te weinig memorabele liedjes op dit album.

de sterke opening met "Drive Like I Never Been Hurt" opgeluisterd met de mariachi (Mexicaans straatorkest) klanken van Mariachi Los Camperos, het up-tempo "Waitin' for Some Girl" en de gelijknamige hommage aan Johnny Cash met dat kenmerkende "Hey Porter" Johnny Cash ritme, wordt niet over de hele linie vastgehouden.

eens met spinout dat de "spoken words" van tracks 4 en 12 en in mindere mate "Fernando Sez" op den duur gaan irriteren, wat zelfs het geweldige gitaarspel van Ry Cooder op die nummers niet kan verhelpen. ook de jazz klanken van "Steel Guitar Heaven", het funky "Pink-O Boogie" en tracks als "Spayed Kooley" en "My Dwarf is Getting Tired" wederom met praatzang, willen niet beklijven.

gelukkig staan er op het eind nog een 3-tal sterkhouders, "Filippino Dance Hall Girl" met de accordeon klanken van Flaco Jimenez, het enige nummer waar hij op te horen is, de c&w song "5000 Country Music Songs" en het mooi klein gehouden "Little Trona Girl" met zang van Juliette Commagere.

kom niet hoger uit dan een waardering van 3 voor dit wisselvallige album, dat inderdaad niet het niveau heeft van zijn albums uit de 70's en 80's, dus tijd om weer eens "Into the Purple Valley" of "Boomer's Story" te beluisteren.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Little Pink Studio, Los Angeles, California

Ry Cooder: vocals, guitars, laud, mandolin, bass, electric piano
Joachim Cooder: drums, timbales
Martin Pradler: drums, electric piano
Rene Camacho: bass
Francisco Torres: trombone
Ron Blake: trumpet
Anthony Girl: bass sax
Gil Bernal: tenor sax
Jon Hassell: trumpet
Jared Smith: keyboards
Flaco Jimenez: accordion (track 10)
Jim Keltner: drums
Juliette Commagere: vocals (track 14)
Mariachi Los Camperos arranged by Jesus Guzman

Ry Cooder - Into the Purple Valley (1972)

poster
5,0
dit album uit 1972 ( by the way geweldige hoes) van het snarenwonder/gitaarvirtuoos Ry Cooder werd destijds, althans in Nederland, als een sensatie ontvangen en de hemel in geprezen door de "betere" muziekrecensenten uit die tijd, zoals Jan Donkers en Wim Noordhoek. volledig terecht. samen met o.a. Boomer's Story zijn dit tijdloze "roots" albums, waarvan de kwaliteit 50 jaar later nog steeds staat als een huis. het thema van de plaat is "the epic journey of Dust Bowl farmers west to California" evoking an almost forgotten period of American history". heeft geen zin om hier hoogtepunten te noemen, want het hele album is een aaneenschakeling hiervan. de man staat bekend om zijn virtuoze spel op diverse snaarinstrumenten, wat hier ook op mandoline goed hoorbaar is in nummers zoals Billy The Kid en Hey Porter. deed ook sessiewerk op het debuutalbum uit 1971 van Little Feat ( bottleneck guitar op de klassieker "Willin" en guitars op "Forty Four Blues"). voor de liefhebbers er staat op YT een geweldige live uitvoering van "Vigilante Man" van een jonge Ry. just the man and his guitar.

Ry Cooder - Jazz (1978)

poster
4,5
op de opvolger van het succesvolle, radiovriendelijke "Chicken Skin Music" slaat Ry Cooder geheel nieuwe wegen in. de Hawaii, Tex-Mex, r&b en blues van dat album zijn hier ver te zoeken. ragtime, vaudeville en vroege jazz uit de vorige eeuw bepalen het geluid. wellicht is dit album om die reden een soort van stiefkind binnen s'mans rijke oeuvre. mijns horens niet terecht, want er staat een groot aantal geweldige nummers op dit grotendeels instrumentale "Jazz".

mijn voorkeur gaat naar de door Joseph Spence bewerkte "gospel" traditionals "Face to Face That I Shall Meet Him", "Happy Meeting in Glory" en het aanstekelijke "We Shall Be Happy" met de heerlijke "brass band" klanken van o.a. cornet, trombone en tuba. ook de medley "The Pearls/Tia Juana", een nummer van Jelly Roll Morton, steekt er boven uit. de 3 complexe Bix Beiderbecke composities "In a Mist", "Flashes" en "Davenport Blues" vragen wel iets van de luisteraar en bekoren minder.

hoogtepunten zijn de 3 nummers met vocalen van Ry Cooder, de ragtime standaard song "Big Bad Bill" (Milton Ager & Jack Yellen), "Shine" (Ford Dabney & Cecil Mack) en "Nobody" (Bert Williams), die niet hadden misstaan op zijn klassieker "Into the Purple Valley".

"Jazz" klinkt puur en authentiek, anders dan de meer gladde en gepolijste producties van latere albums als "Get Rhythm" en "The Slide Area".

Album werd geproduceerd door Ry Cooder & Joseph Byrd
Recorded at Amigo Studios, North Hollywood, California

deelcitaat uit de liner notes:

"More than any contemporary artist, Ry Cooder has rediscovered, and reintroduced, the rich musical traditions of America with a body of work that both celebrate those traditions and reshapes them into a sound distinctly his own. "Jazz" is one of Cooder's most ambitious and satisfying works, a paean to the glorious early days of jazz that captures both the spirit and genius of the pioneering jazz men of the '20s and early '30s. "Jazz" could well be considered as Cooder's first "concept" album. The eleven cuts focus the artist's attention on a single, special musical era: the early ragtime and vaudeville traditions of American jazz"

Ry Cooder - My Name Is Buddy (2007)

poster
4,0
een knap concept album ("Let's join Buddy Red Cat, Lefty Mouse and Reverend Tom Toad as they journey through time and space in the days of labor, big bosses, farm failures, strikes, company cops, sundown towns, hobos, and trains......the America of yesteryear") van de sociaal en maatschappelijk bewogen Ry Cooder.

er wordt kritisch teruggeblikt op een aantal periodes uit de Amerikaanse geschiedenis, o.a. die onder J. Edgar Hoover, een FBI president die bekend stond om zijn jacht op "communisten", bezien door de ogen en met de verhalen van bovengenoemde fictieve karakters. heb altijd bewondering voor mensen als Ry Cooder die kleur durven te bekennen en misstanden aan de kaak durven te stellen.

dit album vormt een trilogie met de voorganger "Chavez Ravine" en zou eindigen met "I, Flathead".
een fraai americana album (folk, country folk, delta blues, honky-tonk en een vleugje blue-grass), met veel Cooder "originals", een 3-tal co-written en 2 traditionals (tracks 5 & 17).

Ry Cooder is een meestergitarist en geen meesterlijke zanger, maar ik vind zijn stem prima passen bij de authentieke sfeer die de nummers uitstralen. zo klinkt het bluesy "Red Cat Till I Die" alsof het 50 jaar geleden met een microfoon in een schuur is opgenomen. deze sound is ook te horen op de "swampy delta blues" van de titeltrack.

er valt genoeg te genieten op dit album, dat bij een aantal nummers zijn albums uit de 70's in herinnering brengt, zoals de prachtige melodie van de ballad "Farm Girl" of de country/folk van "The Dying Truck Driver" met een fraaie harmonica partij van wijlen Mike Seeger, een halfbroer van de inmiddels eveneens overleden folk grootheid Pete Seeger.

zoals altijd is het eveneens genieten van de vertrouwde Tex-Mex accordeon klanken van de onvolprezen Flaco Jimenez, die meespeelde op het up-tempo "Footprints in the Snow", "Christmas in Southgate" dat zomaar op het album "Chicken Skin Music" had kunnen staan en het hoogtepunt van dit album, de afsluitende traditional "There's a Bright Side Somewhere" met een heerlijke slide partij van de man zelf.

het met een honky tonk ritme gespeelde "Hank Williams" zou je een country song kunnen noemen, met o.a. de hilarische tekst van "who says cats can't understand a real good country song?" en "No, you don't know Hank Williams like I do".

een sterk album van Ry Cooder met zoals gezegd een heerlijk authentieke sound, waar wel een aantal mindere nummers op staan, o.a. de "spoken words" op "Green Dog" en "One Cat, One Vote, One Beer" en het melodisch zwakke "Three Chords & the Truth", een aanklacht tegen de KKK en een eerbetoon aan politieke activisten als Paul Robeson en Pete Seeger.

de befaamde Afro-Amerikaanse zanger/acteur Paul Robeson, wiens vader een ontsnapte slaaf was die later predikant werd, en die het opnam voor de onderdrukte zwarte Amerikanen, en in 1946 (nog maar 80 jaar geleden!) een organisatie begon genaamd "American Crusade Against Lynching" werd vanwege deze stellingname en zijn linkse sympathieën vrijwel zijn hele leven lang door de FBI gevolgd.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Sound City Studios, Van Nuys, California

Ry Cooder: vocal, guitar, bass, bajo sexto, keyboard
Roland White: vocal, mandolin
Joachim Cooder: drums, keyboard, percussion
Jim Keltner: drums
Paddy Moloney: whistle, uileann pipes
Mike Seeger: banjo, fiddle, harmonica, jaw harp
Van Dyke Parks: piano
Pete Seeger: banjo
Rene Camacho, Mike Elizondo: bass
Terry Evans, Bobby King: vocals (track 6)
Juliette Commagere: vocal
Stefan Harris: vibes, marimba
Jacky Terrasson: piano
Jon Hassell: trumpet (track 14)

het album sluit hoopvol af met:

"There's a bright side somewhere,
I ain't gonna rest until I find it

There's more love somewhere, there's more peace somewhere,
I ain't gonna rest until I find it

People got a good job somewhere, got a lot of good friends somewhere,
got a little suitcase, got a little family,
over on the bright side somewhere"

Ry Cooder - Paradise and Lunch (1974)

poster
5,0
het vierde album "Paradise and Lunch" van multi-instrumentalist, alleskunner Ry Cooder voelde net als zijn gelijknamige debuut voor mij lang als een soort van stiefkind, vergeleken met de 2 voorgaande meesterwerken "Into The Purple Valley" en "Boomer's Story". wat ik me ervan herinner, werd dit album destijds in de NL muziekpers iets minder bejubeld. niet terecht, want dit album doet er niet of nauwelijks voor onder. in feite kun je in retrospectie al zijn albums uit de seventies klassiekers noemen, wellicht uitgezonderd het "Jazz" album. iets wat in mindere mate geldt voor de 3 albums "Borderline", "The Slide Area" en "Get Rhythm" die hij in de eighties maakte, hetgeen je terug kunt zien in de waardering van deze albums op MuMe.

dit album opent met de akoestisch gespeelde traditional "Tamp "Em Up Solid". de gedragen gospel ballad "Jesus on the Mainline" met een heerlijke slide partij, kornet spel (even gespiekt: dat is geen trompet, maar een koperen blaasinstrument met een warmere klank) en harmonie vocalen van o.a. Bobby King nodigt uit tot meezingen. de aanstekelijke melodie van "Mexican Divorce", alhoewel het thema minder vrolijk is, eveneens. de folk/country blues van "Feelin'Good" voelt inderdaad goed, hetgeen evenzeer geldt voor het luchtige, zwierige "Tattler" met de regels "It's not hard to understand, true love can be such a sweet harmony, if you do the best you can".

overigens is het R&B nummer "It's All Over Now" bekend van de versie van de Rolling Stones, geschreven door soul legende Bobby Womack (& Shirley Womack). het album wordt prachtig afgesloten door het veel gecoverde nummer "Ditty Wah Ditty" van Arthur "Blind" Blake. 1 van de sessiemuzikanten op dit album was Chris Ethridge, mede oprichter van The Flying Burrito Brothers.

Ry Cooder bracht in 2018 na een stilte van 6 jaar aan het platenfront, het sterke "The Prodigal Son" uit. een album dat zich mijns horens kan meten met zijn beste werk uit de 70's.

"P & L" werd geproduceerd door Lenny Waronker en Russ Titelman (recorded N. Hollywood)

de muzikanten op dit album:
Milt Holland: drums, percussion
Jim Keltner: drums
Russ Titelman, Chris Ethridge: electric bass
Ronnie Barron: piano, organ
Red Callender, John Duke: bass
Plas Johnson: alto sax
Earl Hines: piano on "Ditty Wah Ditty"
Voices: Bobby King e.a.

String arrangements: NickDeCaro
Horn arrangement: George Bohanon
Cornet: Oscar Brashear

Ry Cooder - Paris, Texas (1985)

poster
4,0
heb de film destijds bij uitkomen in de bioscoop gezien. een film om stil van te worden, niet alleen vanwege de thema's maar ook vanwege de begeleidende muziek.

knap hoe Ry Cooder de desolate sfeer van deze film weet te vangen met de voornamelijk akoestische, instrumentale nummers op deze soundtrack. dit zijn 7 "originals" van de man zelf.

van de 3 overige tracks is de door Ry Cooder bewerkte Mexicaanse traditionele folksong "Cancion Mixteca" in het Spaans gezongen met de geweldige stem van wijlen acteur/zanger Harry Dean Stanton het onbetwiste hoogtepunt. zelden heb ik zoveel prachtige weemoed in muziek gehoord. dit kun je met recht een nummer noemen dat onder je huid kruipt.

"She's Leaving the Bank" schreef hij samen met Jim Dickinson. een nummer dat langzaam, ingetogen begint met een heerlijke slide en halverwege met een tempowisseling naar een climax toegroeit. de afsluiter "Dark Was the Night" is een door Ry Cooder bewerkt, instrumentaal country/blues nummer van Blind Willie Johnson.

jammer dat de spoken words van de hoofdrolspelers van de film Harry Dean Stanton en Nastassja Kinski in het nummer "I Knew These People" ruim 8 minuten duren, maar verder laat deze fraaie soundtrack zich ook zonder de film te hebben gezien prima beluisteren.

aangezien de "credits" (wie speelde wat) niet bij dit album worden vermeld, is het niet duidelijk of Ry Cooder alle slide gitaar partijen voor zijn rekening nam, want ook wijlen David Lindley was een meester op dit instrument.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Ocean Way Recording, Hollywood, California

Musicians: Ry Cooder - Jim Dickinson - David Lindley

Ry Cooder - Pull Up Some Dust and Sit Down (2011)

poster
4,0
de opvolger van de laatste van zijn trilogie "I, Flathead" (2008) verscheen 3 jaar na dat album.

liefst 14 "originals" van Ry Cooder, waarvan 1 "Lord Tell Me Why" co-written met drummer Jim Keltner, het enige nummer waarop hij meespeelde. op de overige nummers met drums horen we zijn zoon Joachim.

een gevarieerd album met een heerlijk vintage Cooder nummer als opener "No Banker Left Behind", gevolgd door de Tex-Mex wals "El Corrido de Jesse James" met fijn koperwerk en de accordeon van oudgediende Flaco Jimenez, die eveneens "Christmas Time This Year" en "Dreamer" van een fraai Tex-Mex sausje voorziet.

het ingetogen "Dirty Chateau" met backing vocals van Juliette Commagere en de gospelachtige afsluiter "No Hard Feelings" met het koortje van Terry Evans, Arnold McCuller & Willie Green behoren ook bij de sterkhouders. op de iets meer up-tempo nummers "Humpty Dumpty World" en "If There's a God" excelleert Ry Cooder met zijn slide gitaar spel.

persoonlijke favorieten zijn het akoestische "John Lee Hooker for President" met alleen Ry Cooder op zang en gitaar, de opzwepende juke-joint blues van "Lord Tell Me Why" en het melodieuze, zwierige "Simple Tools" met wederom backing vocals van Juliette Commagere.

de zwakke melodie van "Quicksand", het te lange en teveel met "spoken words" gevulde "Baby Joined the Army" en "I Want My Crown" zijn, althans in mijn beleving, 3 "mindere" nummers op dit fraaie, veelzijdige, ouderwets "rootsy" album.

wel degelijk een "return to form" na het ietwat tegenvallende "I, Flathead". de geëngageerde teksten op dit album doen denken aan de "dust bowl ballads" van zijn prijsalbum "Into the Purple Valley". de inmiddels 77-jarige Ry Cooder verraste in 2018 met zijn sterke laatste album "The Prodigal Son", waarna het rond de man stil is gebleven.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Wireland Studios, Chatsworth, CA, Ocean Studios, Burbank, CA & Drive-By Studios, North Hollywood, California

Ry Cooder - Ry Cooder (1970)

poster
4,0
los van het eerdere "Rising Sons" album ( de man was 17 jaar! toen hij lid van deze band werd met o.a. Taj Mahal) is dit het debuutalbum van Ry Cooder uit 1970. A long time ago. geproduceerd door Van Dyke Parks en Lenny Waronker. de 1e (solo) staalkaart van 's mans niet geringe kunnen. niet zo samenhangend als de 2 albums die hierop volgden t.w. Into The Purple Valley en Boomer's Story. er staat 1 "original" van de man zelf op, de fraaie instrumental 7) Available Space. dat nummer vormt een heel fijn trio van instrumentale nummers tezamen met 9) Police Dog Blues en 11) Dark Is The Night, waarop zijn gitaarspel (o.a. bottleneck) al in volle glorie te horen is. hoogtepunt van dit album vind ik zijn bruisende uitvoering van het John Estes nummer 10) Goin' To Brownsville", van wie hij een bewonderaar was. op het album "Boomer's Story" staat het nummer "Ax Sweet Mama" van "Sleepy" John Estes, die tevens zingt op het eveneens door hem geschreven "President Kennedy". hij covert hier 5) My Old Kentucky Home van Randy Newman. zij speelden begin jaren 70 op elkaars albums mee. de strijkers op dit nummer, alsmede op de Woody Guthrie klassieker 5) Do Re Mi en 6) How Can A Poor Man Stand Such Times And Live? hadden wat mij betreft achterwege kunnen blijven. 6) is Ry Cooder kennelijk aan het hart gelegen; een nummer dat heel vaak op zijn setlist stond. onder de muzikanten die op dit debuut meespelen bevinden zich de Little Feat leden van het 1e uur Roy Estrada mede oprichter van de band (ex lid van Frank Zappa's Mothers Of Invention) op bas en Richie Hayward op drums. Ry Cooder speelde op 2 nummers mee op het gelijknamige debuut "Little Feat" uit 1971

Ry Cooder - Show Time (1977)

poster
5,0
heerlijk "feel good" album van de inmiddels 76-jarige Ry Cooder met grotendeels live opnames. dit album heeft menige zomer opgefleurd. het spelplezier van de muzikanten spat met "School Is Out" direct uit de speakers. dit "Show Time" klinkt ruim 45 jaar later nog even sprankelend.

"Alimony", het Woody Guthrie nummer "Do Re Mi" en "How Can a Poor Man Stand Such Times and Live" (van Blind Alfred Reed) dat later ook verscheen op het Bruce Springsteen album "Live in Dublin" (2007), zijn afkomstig van zijn gelijknamige debuut album. de klassieker "The Dark End of the Street" (van Chips Moman en Dan Penn) van Boomer's Story, de traditional "Jesus on the Mainline" van Paradise and Lunch en "Smack Dab in the Middle" van zijn album Chicken Skin Music.

er staan 3 niet eerder uitgebrachte tracks op. "School Is Out" (van Frank Guida, Gene Barge en Gary Anderson (beter bekend als R&B en rock 'n roll zanger Gary U.S. Bonds), "Viva Sequin" van Santiago Jimenez en de Tex-Mex klassieker "Volver, Volver" gezongen door Flaco Jimenez, een Mexicaanse ranchera song van Ray Maldonado. een weemoedige song over verloren liefde.

het akoestische "Jesus on the Mainline" met virtuoos gitaarspel en een lead vocal van Ry Cooder zelf en de prachtig ingetogen versie van "How Can a Poor Man etc." met accenten van accordeon en bajo sexto, zou je rustpunten kunnen noemen, evenals de R&B en gospel mix van "The Dark End of the Street" met schitterende, afwisselende lead vocalen van het zangtrio Eldridge King, Terry Evans en Bobby King.

daar staan aanstekelijke nummers tegenover zoals de Tex-Mex van "Viva Sequin/Do Re Mi" met de accordeon klanken van Flaco Jimenez en de uitbundige afsluiter "Smack Dab in the Middle".

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded December 14th and 15th, 1976 at the Great American Music Hall, San Francisco, California

de muzikanten op dit album:

Flaco Jimenez: accordion
Isaac Garcia: drums
Henry "Big Red" Ojeda: bass
Jesse Ponce: bajo sexto
Frank Villarreal: alto sax
Ry Cooder: electric guitar, acoustic guitar, vocals
Eldridge King, Terry Evans, Bobby King: vocals

aangevuld op "School Is Out" met Pat Rizzo: alto sax (i.p.v. Frank Villarreal) en Milt Holland: percussion

Ry Cooder - The Border (1982)

poster
4,5
prima soundtrack van de indrukwekkende film "The Border" (met o.a. Jack Nicholson, Harvey Keitel en Warren Oates) over de migratie problematiek aan de Amerikaans/Mexicaanse grens (Texas), illegale vluchtelingen, drugs en mensensmokkel.

reken deze samen met "Paris, Texas" tot 1 van zijn beste soundtracks. beide albums kunnen zich meten met de hoge kwaliteit van zijn reguliere solo albums.

een heerlijk, gevarieerd album, met een 5-tal prachtige instrumentale nummers van Ry Cooder (("Maria", "Highway 23", "Rio Grande", "El Scorcho" en "Nino"), waarop deze snarenvirtuoos excelleert met zijn spel op de slide gitaar. nummers met klanken die de melancholieke, weemoedige sfeer van "Paris, Texas" oproepen, dat hij een paar jaar later zou maken.

de vrolijke, aanstekelijke Tex-Mex klanken van "Palomita" en "No Quiero" zorgen voor een fijne afwisseling. beide nummers van Domingo Samudio, voorzien van lead vocalen van Sam Samudio (zijn artiestennaam), bekend van wereldhit "Wooly Bully" uit 1965, die hij maakte onder de naam Sam the Sham & the Pharaohs.

voor afwisseling zorgen ook "Too Late" en "Skin Game", beide nummers van Ry Cooder/John Hiatt/Jim Dickinson, waarop John Hiatt de lead vocalen voor zijn rekening neemt, waarbij het bluesy, funky "Skin Game" er bovenuit springt.

1 van de hoogtepunten op dit album is de prachtige melodie van de country/soul ballad "Building Fires" (J. Dickinson/D. Penn/J. Christopher) gezongen door blueszangeres Brenda Patterson, de echtgenote van Sam Samudio. het andere prijsnummer is het sfeervolle, bekende "Across the Borderline" (Ry Cooder/John Hiatt/Jim Dickinson) dat hier een warme, ingetogen versie krijgt met zang van Freddy Fender.

enige minpuntje aan dit album is wellicht het swingende, up-tempo nummer "Texas Bop" een nummer van Jim Dickinson, dat enigszins uit de toon valt bij de rest van de tracks op dit zeer fraaie album.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Ocean Way Studio, Hollywood, California

Ry Cooder, John Hiatt: guitars
Jim Dickinson: piano
Flaco Jimenez: accordion
Tim Drummond: bass
Jim Keltner: drums
Sam "The Sham" Samudio: organ
Ras Baboo: percussion

Ry Cooder - The End of Violence (1997)

poster
2,5
12 jaar na het geweldige "Paris, Texas" (1985) kreeg Ry Cooder wederom het verzoek van de Duitse regisseur Wim Wenders om een soundtrack te maken, deze keer voor zijn film "The End of Violence".

heb dit album meermalen beluisterd en deze luisterervaring viel me zwaar.
de "drum loops", "programming" en "sampling" zijn niet aan mij besteed. anderen kunnen dit als spannend en avontuurlijk ervaren, maar mijns inziens heeft dit tot een fragmentarisch, onsamenhangend album geleid, met niet of nauwelijks toegankelijke muziek. wellicht dat deze "soundscapes" in combinatie met de beelden van de film wel tot hun recht komen.

los van wat "Allmusic" ervan vind, kom ik ook tot de conclusie dat de muziek op dit instrumentale album, waarvan 1 track voorzien is met "spoken words" van Howie B., allesbehalve memorabel is.

Ry Cooder heeft een aantal geweldige soundtracks gemaakt, o.a. het eerder genoemde "Paris, Texas", "The Border" en "The Long Riders", maar dit is vermoedelijk zijn minste. de flarden van het fameuze spel op accordeon van Flaco Jimenez en de trompet solo's van wijlen Jon Hassell, kunnen dit helaas niet verhelpen.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Ocean Way Studio, Los Angeles, California
All tracks written by Ry Cooder

Joachim Cooder: drums, percussion, programming
Ry Cooder: guitar, piano
Howie B.: mixing
Rick Cox: prepared guitar, bass sax, samples
Sunny D.: programming, sampling
Mark Hunel-Adrian: guitar
Flaco Jimenez: accordion
Jim Keltner: drums, programming
Tonya Ridgely: flute
William Smith: organ
Jacky Terrasson: piano
James "Blood" Ulmer: guitar
Amir Yaghmai: guitar
Jon Hassell: trumpet solos

Ry Cooder - The Long Riders (1980)

poster
4,5
de eerste soundtrack van Ry Cooder voor een film van regisseur Walter Hill, met wie hij nog vele malen zou samenwerken. heb de "Long Riders" ooit gezien, maar die maakte minder indruk op mij dan de muziek.

op deze soundtrack staan 5 traditionals (tracks 2,3,4,6 en 13), 3 Cooder "originals" (1,8,11), 2 tracks (5 & 12) van die andere meestergitarist/multi-instrumentalist wijlen David Lindley, 7) "Wildwood Boys" (J. Dickinson/R. Cooder) en 10) "Cole Younger Polka" (D. Lindley/R.Cooder). 9) "Jesse James" (ondertitel "My Grandfather") zijn spoken words van Harry Carey, Jr., het enige te skippen nummer op dit album.

op dit album staan 9 instrumentale nummers en 4 nummers met zang, t.w. "I'm a Good Old Rebel" met zang van Mitch Greenhill, de "Civil War" ballad " Rally Round the Flag", dat in een andere versie eerder verscheen op het Cooder album "Boomer's Story", "Wildwood Boys" met niet al te beste zang van Jim Keach, 1 van de hoofdrolspelers van de film, en het absolute prijsnummer 13) "Jesse James" met zang van Ry Cooder en de heerlijke klanken van trombone (George Bohannon) en cornet (Oscar Brashear), een nummer dat niet had misstaan op een album als "Boomer's Story".

op de opener de titeltrack "The Long Riders" , worden we gelijk getrakteerd op het geweldige slide gitaar spel van Ry Cooder, waarop hij o.a. ook excelleert in "Archie's Funeral".

de instrumentale nummers "Seneca Square Dance" en "Cole Younger Polka" zijn aanstekelijke nummers met een hoog "feel good" gehalte. daar staan meerdere, eveneens prachtige instrumentale miniatuurtjes tegenover als het weemoedige "Escape from Northfield" (Ry Cooder) en "Leaving Missouri" (David Lindley).

razendknap hoe Ry Cooder de sfeer van de film weet te vangen met de authentieke country, folk blues klanken. je waant jezelf in het Wilde Westen van de 19e eeuw met de muziek op dit nog steeds fris klinkende album, dat niet of nauwelijks onder doet voor zijn latere filmscores "The Border" en "Paris, Texas".

begrijp van neo dat zijn score voor de film "Southern Comfort" nooit op LP of cd is uitgebracht. jammer, want die zou ik graag toevoegen aan mijn Cooder collectie.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Amigo Studios

Curt Bouterse: dulcimer, singing banjo, tin flute
Jim Dickinson: harmonium, piano, organ
Bill Bryson: banjo, bass
David Lindley: banjo, mandolin, fiddle, electric guitar, lap steel, chumbus, tamboura, chord zither
Tom Sauber: banjo, fiddle, guitar, mandola
Milt Holland: percussion, timbales, gong
Ry Cooder: bajo sexto, banjo, guitar, samisen, saz, percussion, vocal
Mitch Greenhill: vocal, guitar
Baboo Pierre: percussion
Jim Keltner: drums
Jim Keach: vocal (track 7)
George Bohannon: trombone, baritone horn
Oscar Brashear: cornet
Pico Payne, Joe Chambers, Lester Chambers, Ry Cooder: vocals "Rally 'Round the Flag"

Ry Cooder - The Prodigal Son (2018)

poster
4,5
waar andere veteranen als bij voorbeeld Neil Young al jarenlang grossieren in het uitbrengen van veelal overbodige re-issues, live opnames en mindere albums (A Letter Home), bracht de inmiddels 76 jarige Ry Cooder in 2018 dit geweldige "The Prodigal Son" uit. zijn zestiende studio album vol met bevlogen, bezielde muziek van deze archivaris van de Amerikaanse muziek. een energiek album van een allesbehalve verzadigde artiest. het spelplezier en de energie spatten uit de speakers. we horen o.a. folk, country "Delta" blues, gospel ballads en up-tempo gospel. waar anderen problemen hebben met zijn zang (niet zijn sterkste punt) vind ik zijn gruizige, doorleefde stem juist prima bij het genre passen. zijn zang komt op dit album goed en overtuigend naar voren. in combinatie met zijn als vanouds virtuoze gitaarspel en vakmanschap en de geweldige harmonie vocalen levert dit 1 van zijn beste platen sinds jaren op. 1 van de hoogtepunten is zijn prachtversie van de aloude traditional "Nobody's Fault But Mine". kaal, ingetogen, sober waarbij de desolate sound van "Paris, Texas" niet ver weg is. een zeer aangename verrassing dit "Prodigal Son".
vorig jaar verscheen het eveneens geweldige duo album "Get On Board" met zijn oude maatje Taj Mahal.

de muzikanten op dit album:
Ry Cooder: vocals, guitar, banjo, mandolin, bass, keyboard
Joachim Cooder: drums, percussion
Robert Francis: bass on "You Must Unload"
Aubrey Haynie: violin on "You Must Unload"
Terry Evans, Arnold McCuller, Bobby King: vocals

saillant detail is dat zowel Robert Francis (1944-2017) als Terry Evans (1937-2018) kort na de opnames kwamen te overlijden

Ry Cooder - The Slide Area (1982)

poster
4,0
het negende reguliere solo album van de onvolprezen Ry Cooder. het zijn niet zozeer de songs, maar eerder de productie en de uitvoering die mij op meerdere nummers tegen staat. veel r&b & blues (rock), waarbij het tevergeefs zoeken is naar de roots (folk) en Tex Mex klanken van zijn eerdere albums.

de "funky" opener "UFO Has Landed in the Ghetto" klinkt een beetje als "Cooder goes disco". ook de dominant aanwezige drums en keyboards op "I'm Drinking Again" en "Which Came First" doen deze nummers geen goed, waardoor deze songs iets teveel dichtgetimmerd klinken en niet lijken te ademen.

als de sterkhouders ervaar ik de covers van "I Need a Woman" (Bob Dylan), "Blue Suede Shoes" (Carl Perkins) en zijn co-written met een soulsausje overgoten ballad "That's the Way Love Turned Out for Me", een fraai transparant klinkend nummer dat meer aanspreekt dan de gospelachtige ietwat gladde cover van "Gypsy Woman" (Curtis Mayfield).

wat blijft is het excellente slide gitaar werk van Cooder op alle nummers, wat ook zijn eigen, lekker vuig gespeelde "Mama, Don't Treat Your Daughter Mean" boven de middelmaat doet uitstijgen.

onder de sessiemuzikanten bevinden zich o.a. Jim Keltner (drums), Tim Drummond/Chuck Rainey (bass) en Jim Dickinson/William D. Smith(keyboards). het koortje (background vocals) met o.a. Bobby King, Willie Greene en John Hiatt is prominent aanwezig op 7 van de 8 nummers.

dit album als een lichte tegenvaller bestempelen is wellicht iets te sterk uitgedrukt en dat komt meer door het feit dat deze geweldenaar in de 70's zulke briljante albums maakte als "Into the Purple Valley" of "Boomer's Story".

de titel "The Slide Area" werd ontleend aan een boek uit 1959 van de schrijver Gavin Lambert. overigens heb ik geen moeite met de lead vocals van Ry Cooder. voor mij klinken die authentiek en karakteristiek behorend tot zijn muziek, iets wat ik ook zo ervaar met iemand als zijn tijdgenoot Randy Newman, die eveneens niet als een geweldig zanger bekend staat.

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Ocean Way Studios, Santa Monica & Hollywood, California

Ry Cooder - Trespass (1992)

poster
2,5
ken de film niet maar wat betreft de muziek op deze soundtrack ervaar ik die als zeer teleurstellend.

een soort van mix van avant garde jazz, blues rock en atmosferische "soundscapes" die als een onsamenhangende brij van stijlen klinkt. het zal wellicht goed hebben gepast bij de beelden van de film, maar deze muziek is "not my cup of tea".

er staat 1 conventioneel nummer op "Party Lights" een nummer van country artiest Junior Brown, een doorsnee C&W nummer met zang van Jr. Brown en o.a. David Lindley (fiddle) en Van Dyke Parks (piano).

dit instrumentale album kan n.m.m. in de verste verte niet tippen aan prima soundtracks als "The Long Riders", "The Border" of "Paris, Texas".

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Ocean Way Studios, Hollywood, California
All selections composed by Ry Cooder

Ry Cooder: guitars, floor slide, array mbira, keyboards
Jim Keltner: drums, percussion
Jon Hassell: trumpet

track 13 "King of the Street" met Nathan East (bass) is co-written & co-produced by Jim Keltner

Ry Cooder & Manuel Galbán - Mambo Sinuendo (2003)

poster
3,5
citeer wijlen "Manuel Galban pioneered a tough rocking guitar style that is considered by Cuban musicians to be unique in their music". Ry Cooder was zeer onder de indruk van zijn unieke gitaarspel en besloot een duo album met hem op te nemen. beiden kenden elkaar al van hun succesvolle samenwerking met de Buena Vista Social Club, met verder o.a. Omara Portuondo en Ibrahim Ferrer, met de laatste speelde Manuel Galban jarenlang in diens band.

op dit album staat een fusie van Latin jazz en Amerikaanse pop jazz vermengd met diverse Cubaanse muziekgenres o.a. mambo, Cubaanse dansmuziek uit de eind jaren 30, een genre dat later populair werd gemaakt door de big band muziek van de Cubaanse bandleider Perez Prado, van wie 1 nummer "Patricia" op dit album werd gecoverd. de overige nummers zijn eveneens covers van oude liedjes van merendeels Cubaanse componisten/muzikanten, uitgezonderd 3 nieuwe nummers (3,6 en 11) die geschreven werden door Manuel Galban en Ry Cooder.

een volledig instrumentaal album met soms vrij complexe songstructuren dat wel het nodige van de luisteraar vraagt dus verwacht geen prettig in het gehoor liggende muziek a la Buena Vista Social Club.

persoonlijk gaat mijn voorkeur naar Cooder's samenwerkingen met bij voorbeeld V.M. Bhatt, Ali Farka Toure of voornoemd BVSC. vanwege het muzikale meesterschap van beide gitaristen aangevuld met diverse Cubaanse muzikanten, zijn zoon Joachim Cooder en drummer Jim Keltner volsta ik met 3,5 sterren.
de vermaarde Amerikaanse trompettist/muziek producer Herp Albert speelde trompet op het titelnummer "Mambo Sinuendo".

Album werd geproduceerd door Ry Cooder
Recorded at Egrem Studios, Havana, Cuba

Ry Cooder & V.M. Bhatt - A Meeting by the River (1993)

poster
4,5
eens met wat Wim D hierboven eerder schreef over dit pareltje, een samenwerking van Ry Cooder met de Indiase hindoe muzikant V.M. Bhatt. wellicht een beetje vreemde eend in de bijt binnen zijn omvangrijke oeuvre en niet de meest voor de hand liggende keuze als je weer eens een album van hem wil beluisteren.

3 nummers die zij samen schreven plus "Isa Lei", een "farewell song" dat wordt toegeschreven aan de uit Fiji afkomstige A.W. Caten. de prachtige klanken van de bottleneck en slide gitaar ondersteund door percussie van Joachim Cooder en het geweldige tabla spel van de Indiase muzikant Sukhvinder Singh zorgen voor een welhaast meditatief album met wonderschone muziek.

Vishwa Mohan Bhatt die meer dan 40 albums op zijn naam heeft staan en Ry Cooder ontvingen destijds beide een "Grammy Award" voor het "best world music album". benieuwd naar de andere samenwerkingen van V.M. Bhatt met Jerry Douglas (album "Bourbon & Rosewater), Taj Mahal (album "Mumtaz Mahal") en Bela Fleck (album "Tabula Rasa").

Ryan Bingham - Tomorrowland (2012)

poster
4,0
mijn eerste kennismaking met de muziek van de 43-jarige uit New Mexico afkomstige Ryan Bingham.

wat mij als eerste opviel bij het beluisteren van dit album, is de geweldige rauwe strot van de man. wat een zeggingskracht! die authentieke stem die je meteen inpakt, in combinatie met sterke songs met teksten, waarin de man van zijn hart geen moordkuil maakt, hebben mij na meerdere luisterbeurten overtuigd van zijn niet geringe kwaliteiten als singer/songwriter.

van de rockende up-tempo songs bevallen mij "Western Shore", "The Road I'm On" en "Neverending Show" het beste, nummers waar wat gas terug wordt genomen. jammer dat de "punky" roots rock van de iets te robuuste opener "Big For Broken Legs" dreigt te verzanden in een geluidsbrij, terwijl ook nummers in diezelfde stijl "Guess Who's Knocking" en "I Heard 'Em Say" als dertien in een dozijn klinken en niet echt overtuigen.

uitgezonderd het mooie, ingetogen "Flower Bomb" is het vanaf track 7) met het prijsnummer "Rising of the Ghetto" volop genieten en volgen er stuk voor stuk sterke roots/americana nummers, waarvan met name het kwartet "Never Far Behind", "The Road I'm On", "Neverending Show" en "Too Deep to Fill" indruk maken.

dit "Tomorrowland" maakt mij in ieder geval zeer benieuwd naar zijn overige albums. twijfel tussen een 3,5 of 4, maar ik gun de man graag het voordeel van de twijfel.

Album werd geproduceerd door Ryan Bingham en Justin Stanley
Recorded at Fred & Anouk's House, Los Angeles, California
All songs written by Ryan Bingham

Ryan Bingham: vocals, guitar
Matt Sherrod: drums
Shawn Davis: bass
Keith Ciancia: keys
Justin Stanley: drums, guitar, mellotron, bass
Richard Bowden: fiddle
Greg Leisz: guitar, mandolin

Ryan Bingham & The Dead Horses - Roadhouse Sun (2009)

poster
4,0
aangezien zijn album "Tomorrowland" (2012) mij goed was bevallen deze "Roadhouse Sun" aangeschaft.

liefhebbers van country-rock a la Byrds, Eagles, Flying Burrito Brothers, Poco etc. zullen bedrogen uitkomen met dit album, want zijn muziek heeft hier weinig mee van doen, laat staan met mainstream Nashville country. zijn muziek rauwe roots/americana? bevat ook elementen van blues rock.

Ryan Bingham schrijft merendeels goede songs, die regelmatig aan de muziek van de Drive-by Truckers doen denken, in tracks als "Day Is Done", "Endless Ways" en "Roadhouse Blues". vuige up-tempo rockers die wringen en schuren.

mijn voorkeur gaat naar zijn "rustigere" nummers als "Dylan's Hard Rain" , "Bluebird", "Snake Eyes" en "Wishing Well", die overigens ook vrij stevig worden uitgevoerd.

de stem van Ryan Bingham is zijn belangrijkste instrument, een authentieke, doorleefde stem met zeggingskracht die je meteen pakt. een onderscheidende stem, die ik enigszins mis bij singer/songwriter collega's als Aaron Boyd, Josh Gray, Daniel Young, William Prince etc. maar dat terzijde.

begrijp de referentie naar iemand als John Mellencamp en moest zelf ook wel denken aan hard-core troubadour Steve Earle die op een aantal albums ook bewees te kunnen rocken, alleen rockt deze Ryan Bingham wat harder. wat hij ook met Steve Earle gemeen heeft is zijn maatschappelijke engagement. hij schuwt het niet om in zijn teksten economische en politieke misstanden aan de kaak te stellen. de man maakt van zijn hart geen moordkuil.

hoewel deze "Roadhouse Sun" mij in 1e instantie wat rauw op mijn dak viel, ben ik deze na verloop van tijd steeds meer gaan waarderen. maakt mij wel benieuwd naar zijn album "Mescalito", dat hier op MuMe iets hoger wordt aangeslagen.

Album werd geproduceerd door Marc Ford
Recorded at The Compound, Long Beach, California
All songs written by Ryan Bingham

de basis band "The Dead Horses" bestond ten tijde van dit album uit:

Ryan Bingham: lead & background vocals, acoustic & electric guitar, electric keys, harp
Corby Schaub: acoustic, electric, slide, lap steel, dobro, sq neck resonator, papoose guitars, mandolin, background vocals
Matt Smith: drums, background vocals
Elijah Ford: 12-string electric, bass, piano, background vocals

Additional musicians: Marc Ford, Anthony Arvizu, Mike Malone, Larry Meyers (violin tracks 2 & 3, viola track 9), Janice Hudgins (accordion track 2,3 & 9)