Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Rush - Permanent Waves (1980)

3,5
0
geplaatst: 19 augustus 2018, 19:27 uur
Permanent Waves begint op de meest toegankelijke manier die we tot nu toe bij Rush hebben gehoord.
The Spirit of Radio is gericht voor de radio, niet vreemd dat ze de verzamelaar dezelfde titel geven.
Oke, er zitten nog genoeg eigenzinnigheden in het nummer verwerkt, maar zo fris als hier hebben ze tot nu toe nog niet geklonken.
De Fischer-Z en Police reggae invloeden zijn natuurlijk een vette knipoog naar de heersende Top 40 muziek, maar het past wel in het geheel, zonder als een parodie over te komen.
Het klinkt allemaal een stuk positiever, terwijl in het Verenigd Koninkrijk wordt getreurd om de werkeloosheid en invloeden van Thatcher, is die invloed begrijpelijk bij deze Canadese band niet terug te horen.
Maar Rush past hier wel degelijk in het tijdsbeeld.
IQ en Marillion zijn rond deze periode begonnen, en ook die mengen het symfonische geluid met meer Top 40 gerichte stukken.
Niet dat het hele album zo toegankelijk is; Jacob’s Ladder is een heel stuk zwaarder, en wordt ondersteund door gillende gitaarsolo’s.
De wat tragere bas en drum geven het een donkerder sfeertje, maar voor metal begrippen blijft het redelijk luchtig.
Als een slangenbezweerder mengt Lee er een subtiel synthesizertje doorheen; al moet hij uitkijken dat het niet zo’n deuntje wordt als Aurora van Nova, dat wil natuurlijk niemand.
Different Strings heeft weer wat postpunk invloeden, maar voor mij net wat aan de saaie kant, ondanks het geslaagde gitaarwerk op het einde.
De afsluiter Natural Science is weer sterk, Fish heeft duidelijk naar Lee geluisterd, zijn manier van zingen komt aardig in de buurt van deze song.
Toch niet helemaal tevreden; geweldige opener, uiteraard Jacob’s Ladder en de afsluiter zijn de prachtstukken , maar de rest wil niet altijd overtuigen; maar het voor mij geliefde werk komt steeds meer in zicht.
The Spirit of Radio is gericht voor de radio, niet vreemd dat ze de verzamelaar dezelfde titel geven.
Oke, er zitten nog genoeg eigenzinnigheden in het nummer verwerkt, maar zo fris als hier hebben ze tot nu toe nog niet geklonken.
De Fischer-Z en Police reggae invloeden zijn natuurlijk een vette knipoog naar de heersende Top 40 muziek, maar het past wel in het geheel, zonder als een parodie over te komen.
Het klinkt allemaal een stuk positiever, terwijl in het Verenigd Koninkrijk wordt getreurd om de werkeloosheid en invloeden van Thatcher, is die invloed begrijpelijk bij deze Canadese band niet terug te horen.
Maar Rush past hier wel degelijk in het tijdsbeeld.
IQ en Marillion zijn rond deze periode begonnen, en ook die mengen het symfonische geluid met meer Top 40 gerichte stukken.
Niet dat het hele album zo toegankelijk is; Jacob’s Ladder is een heel stuk zwaarder, en wordt ondersteund door gillende gitaarsolo’s.
De wat tragere bas en drum geven het een donkerder sfeertje, maar voor metal begrippen blijft het redelijk luchtig.
Als een slangenbezweerder mengt Lee er een subtiel synthesizertje doorheen; al moet hij uitkijken dat het niet zo’n deuntje wordt als Aurora van Nova, dat wil natuurlijk niemand.
Different Strings heeft weer wat postpunk invloeden, maar voor mij net wat aan de saaie kant, ondanks het geslaagde gitaarwerk op het einde.
De afsluiter Natural Science is weer sterk, Fish heeft duidelijk naar Lee geluisterd, zijn manier van zingen komt aardig in de buurt van deze song.
Toch niet helemaal tevreden; geweldige opener, uiteraard Jacob’s Ladder en de afsluiter zijn de prachtstukken , maar de rest wil niet altijd overtuigen; maar het voor mij geliefde werk komt steeds meer in zicht.
Rush - Power Windows (1985)

3,0
0
geplaatst: 21 augustus 2018, 19:08 uur
Power Windows was min eerste kennismaking met de naam Rush, de muziek zou pas jaren later volgen.
Mijn buurjongen had een shirt van Rush, met daarop de jongen die door een verrekijker kijkt; hetzelfde schilderij, welke ook op de achterkant van het cd boekje staat.
Hij had verder niks met de muziek, maar had het gekocht omdat hij het een mooi opvallend shirtje vond.
Maar in de buurt werd het al snel een geliefd opject, want daar woonden verschillende Marillion en Pink Floyd liefhebbers, die mij ook overtuigden om mee naar de Goffert in Nijmegen te gaan, voor mijn eerste echte popconcert; van Pink Floyd, maar dat is een ander verhaal; ik dwaal af, terug naar Power Windows.
The Big Money heeft een Peter Gabriel Shock The Monkey achtige begin, en heeft de heldere gitaarsound wel raakvlakken met Boy van U2.
Toch lijkt het alsof Rush hier weer een andere periode ingaat, het is allemaal wel een stuk minder gericht op het Wave publiek als bij de twee voorgangers, met een overtuigende hoofdrol voor Signals.
Progrock wordt publiekelijk ook weer meer omarmt; waarschijnlijk ook door de opkomst van de compact disc, wat ik bij Grace Under Pressure al aanhaalde, en het was blijkbaar weer cool om in een Rush shirtje rond te lopen.
Meer terug naar de sound van voorheen, maar dan compacter, zonder de heel lange stukken, al zit de gemiddelde lengte weer ruim per song boven de 5 minuten.
Alleen Manhattan Project begint wel heel erg glad, maar het Tears For Fears achtige tussenstuk maakt veel goed, later krijg je nog een Electric Light Orchestral impuls, maar als geheel is dit niet geheel geslaagd.
Ik heb geen ervaring met hardlopen, maar ik zou waarschijnlijk eerder dan kiezen voor The Loneliness of the Long Distance Runner van Iron Maiden dan voor Marathon.
Toch is Power Windows het laatste album welke zeer hoog wordt gewaardeerd, voor mij is hij minder dan de twee voorgangers.
Territories begint Pink Floyd/Marillion achtig, maar krijgt een Trevor Horn achtige behandeling (Frankie Goes To Hollywood, Propaganda), toevallig was hij in deze periode ook bepalende in het geluid van progrockers Yes, dus de scheidingslijn is erg dun; soortgelijke sound hier ook aanwezig; tevens productioneel gezien.
Producer Peter Collins werkte ook samen met wave acts als Nik Kershaw en Blancmange, en dat hoor je ook wel terug.
Zijn samenwerking met Rush zou nog langer voort duren, ook bij sterke jaren 90 producties.
Het hoogtepunt is het zwaarder aangezette Mystic Rhythms, met inderdaad mysterieuze drumpartijen, een single die wel weer het Wave geluid laat horen, en de drum doet mij ook aan Nits (Nescio) denken; deze afsluiter is voor mij het hoogtepunt van Power Windows.
Mijn buurjongen had een shirt van Rush, met daarop de jongen die door een verrekijker kijkt; hetzelfde schilderij, welke ook op de achterkant van het cd boekje staat.
Hij had verder niks met de muziek, maar had het gekocht omdat hij het een mooi opvallend shirtje vond.
Maar in de buurt werd het al snel een geliefd opject, want daar woonden verschillende Marillion en Pink Floyd liefhebbers, die mij ook overtuigden om mee naar de Goffert in Nijmegen te gaan, voor mijn eerste echte popconcert; van Pink Floyd, maar dat is een ander verhaal; ik dwaal af, terug naar Power Windows.
The Big Money heeft een Peter Gabriel Shock The Monkey achtige begin, en heeft de heldere gitaarsound wel raakvlakken met Boy van U2.
Toch lijkt het alsof Rush hier weer een andere periode ingaat, het is allemaal wel een stuk minder gericht op het Wave publiek als bij de twee voorgangers, met een overtuigende hoofdrol voor Signals.
Progrock wordt publiekelijk ook weer meer omarmt; waarschijnlijk ook door de opkomst van de compact disc, wat ik bij Grace Under Pressure al aanhaalde, en het was blijkbaar weer cool om in een Rush shirtje rond te lopen.
Meer terug naar de sound van voorheen, maar dan compacter, zonder de heel lange stukken, al zit de gemiddelde lengte weer ruim per song boven de 5 minuten.
Alleen Manhattan Project begint wel heel erg glad, maar het Tears For Fears achtige tussenstuk maakt veel goed, later krijg je nog een Electric Light Orchestral impuls, maar als geheel is dit niet geheel geslaagd.
Ik heb geen ervaring met hardlopen, maar ik zou waarschijnlijk eerder dan kiezen voor The Loneliness of the Long Distance Runner van Iron Maiden dan voor Marathon.
Toch is Power Windows het laatste album welke zeer hoog wordt gewaardeerd, voor mij is hij minder dan de twee voorgangers.
Territories begint Pink Floyd/Marillion achtig, maar krijgt een Trevor Horn achtige behandeling (Frankie Goes To Hollywood, Propaganda), toevallig was hij in deze periode ook bepalende in het geluid van progrockers Yes, dus de scheidingslijn is erg dun; soortgelijke sound hier ook aanwezig; tevens productioneel gezien.
Producer Peter Collins werkte ook samen met wave acts als Nik Kershaw en Blancmange, en dat hoor je ook wel terug.
Zijn samenwerking met Rush zou nog langer voort duren, ook bij sterke jaren 90 producties.
Het hoogtepunt is het zwaarder aangezette Mystic Rhythms, met inderdaad mysterieuze drumpartijen, een single die wel weer het Wave geluid laat horen, en de drum doet mij ook aan Nits (Nescio) denken; deze afsluiter is voor mij het hoogtepunt van Power Windows.
Rush - Presto (1989)

3,0
1
geplaatst: 24 augustus 2018, 00:53 uur
Wel een redelijk goed album, al komt voor mij Show Me Don’t Tell Me over als een verontschuldiging dat het hier wat ontbreekt aan inspiratie.
Tekstueel lijkt het alsof Geddy Lee gelijk al in de verdediging gaat.
De hele muziekwereld zat op dit moment een beetje op een dood spoor, maar daar zou al snel verandering in komen.
In de UK zou Britpop al snel domineren, en in de USA de opkomst van de gitaarbands; met de Grunge als duidelijkste voorbeeld.
Presto is best nog wel avontuurlijk, maar het klinkt tevens als een album waar op safe is gespeeld.
Dus eigenlijk zou deze een stuk lager moeten scoren, maar ik heb een zwak voor een nummer als The Pass, en dan komt de beoordeling dus weer in de buurt van de overige albums.
Wat maakt een nummer als The Pass dan bijzonder; voor mij is het de treurnis die door de gitaar wordt vorm gegeven, en het nostalgisch gevoel dat het mij geeft.
Dit is de sound welke een band als Big Country ongeveer vijf jaar geleden gebruikte, en ondanks dat ik het echt niet hun beste song vind, is het voor mij waarschijnlijk wel degene die mij het meeste ontroerd; bijna met tranen in de ogen, en een misselijke knoop in mijn buik geeft.
Puur een gevoel.
Scars klinkt als een Frankie Goes To Hollywood nummer; hoe zou Rush geklonken hebben als Trevor Horne in de jaren 80 hun geproduceerd zou hebben?
De kans is groot dat deze ze wel degelijk een grote hit kon bezorgen, maar we zullen het nooit weten.
Misschien is het minpunt van de plaat wel dat de drie-eenheid teveel ondersteuning krijgt van Jason Sniderman en Rupert Hine, die met hun keyboardspel een te grote stempel op het geheel drukken, waardoor het niet helemaal een Rush album is geworden, maar meer een soort van Rush and Friends.
Presto is over het algemeen gezien je netjes aan de regels houden op de snelweg; niet harder dan 120 kilometer per uur, terwijl je wel de drang hebt om vol gas te gaan.
Tekstueel lijkt het alsof Geddy Lee gelijk al in de verdediging gaat.
De hele muziekwereld zat op dit moment een beetje op een dood spoor, maar daar zou al snel verandering in komen.
In de UK zou Britpop al snel domineren, en in de USA de opkomst van de gitaarbands; met de Grunge als duidelijkste voorbeeld.
Presto is best nog wel avontuurlijk, maar het klinkt tevens als een album waar op safe is gespeeld.
Dus eigenlijk zou deze een stuk lager moeten scoren, maar ik heb een zwak voor een nummer als The Pass, en dan komt de beoordeling dus weer in de buurt van de overige albums.
Wat maakt een nummer als The Pass dan bijzonder; voor mij is het de treurnis die door de gitaar wordt vorm gegeven, en het nostalgisch gevoel dat het mij geeft.
Dit is de sound welke een band als Big Country ongeveer vijf jaar geleden gebruikte, en ondanks dat ik het echt niet hun beste song vind, is het voor mij waarschijnlijk wel degene die mij het meeste ontroerd; bijna met tranen in de ogen, en een misselijke knoop in mijn buik geeft.
Puur een gevoel.
Scars klinkt als een Frankie Goes To Hollywood nummer; hoe zou Rush geklonken hebben als Trevor Horne in de jaren 80 hun geproduceerd zou hebben?
De kans is groot dat deze ze wel degelijk een grote hit kon bezorgen, maar we zullen het nooit weten.
Misschien is het minpunt van de plaat wel dat de drie-eenheid teveel ondersteuning krijgt van Jason Sniderman en Rupert Hine, die met hun keyboardspel een te grote stempel op het geheel drukken, waardoor het niet helemaal een Rush album is geworden, maar meer een soort van Rush and Friends.
Presto is over het algemeen gezien je netjes aan de regels houden op de snelweg; niet harder dan 120 kilometer per uur, terwijl je wel de drang hebt om vol gas te gaan.
Rush - Roll the Bones (1991)

3,5
0
geplaatst: 26 augustus 2018, 19:31 uur
Bij deze ontbreekt in het begin het kenmerkende Rush geluid; het gaat veel meer richting de commerciële Simple Minds en Icehouse.
Het geluid is te haastig, te vol, een overdosis aan onafgewerkte ideeën verwerkt in een geheel.
Ik kan mij goed voorstellen dat men de nieuwe Rush blindelings koopt, en dan thuis denkt dat er een verkeerde cd in het doosje is gestopt, en hiermee terug naar de winkel gaat, dat gevoel heb ik bij opener Dreamline.
Helaas brengt Bravado hier niet echt verandering in.
Het is allemaal zeker niet slecht, maar ik kan het geheel tot nu toe niet echt plaatsen bij een band als Rush; hun eigen identiteit is ver te zoeken.
Het geeft mij bijna het gevoel alsof John De Mol het product Rush heeft overgekocht, en deze in een ander jasje heeft gestopt om ze te presenteren aan een RTL publiek.
Het rappen op Roll the Bones is pijnlijk; ik moet hierbij zelfs aan het duet van Ali B en Marco Borsato denken (Wat Zou Je Doen).
Als je na gaat dat de eerste twee nummers nog als redelijk tot goed wordt gewaardeerd, dan ben ik huiverig voor de rest, en het Live achtige Face Up is inderdaad niet veel beter.
Where's My Thing? Is Simple Minds, maar dan met een funk bassist, gevolgd door het enigszins geslaagde The Big Wheel, maar ook voor Rush begrippen is dit slappe kost.
Heresy mag zich nog een waardig nummer noemen; dit ligt lekker in het gehoor, maar ook hier hoor ik weinig van Rush in terug.
Ghost of a Chance is weer net zo kunstmatig als een Prodent glimlach, mij wil het niet overtuigen.
Toch nog een van de betere songs op Roll The Bones.
Neurotica heeft een redelijk stevige ondersteunende beat, en ook wel mooie muzikale stukken, maar de achtergrondzang remt het gebeuren weer af.
You Bet Your Life klinkt weer als de band Live, maar ik denk dat deze zelfs voor die band te zwak zou zijn bevonden.
Blijkbaar deed deze plaat het niet eens zo beroerd in de hitlijsten; verkocht nog behoorlijk goed in de Staten, en ook niet slecht bij de Britten, voor mij is dit tot nu toe het eerste slechte album van Rush.
Ik kan mij goed voorstellen dat men nu definitief afhaakt, wat jammer is want de opvolger Counterparts is stukken beter.
Het geluid is te haastig, te vol, een overdosis aan onafgewerkte ideeën verwerkt in een geheel.
Ik kan mij goed voorstellen dat men de nieuwe Rush blindelings koopt, en dan thuis denkt dat er een verkeerde cd in het doosje is gestopt, en hiermee terug naar de winkel gaat, dat gevoel heb ik bij opener Dreamline.
Helaas brengt Bravado hier niet echt verandering in.
Het is allemaal zeker niet slecht, maar ik kan het geheel tot nu toe niet echt plaatsen bij een band als Rush; hun eigen identiteit is ver te zoeken.
Het geeft mij bijna het gevoel alsof John De Mol het product Rush heeft overgekocht, en deze in een ander jasje heeft gestopt om ze te presenteren aan een RTL publiek.
Het rappen op Roll the Bones is pijnlijk; ik moet hierbij zelfs aan het duet van Ali B en Marco Borsato denken (Wat Zou Je Doen).
Als je na gaat dat de eerste twee nummers nog als redelijk tot goed wordt gewaardeerd, dan ben ik huiverig voor de rest, en het Live achtige Face Up is inderdaad niet veel beter.
Where's My Thing? Is Simple Minds, maar dan met een funk bassist, gevolgd door het enigszins geslaagde The Big Wheel, maar ook voor Rush begrippen is dit slappe kost.
Heresy mag zich nog een waardig nummer noemen; dit ligt lekker in het gehoor, maar ook hier hoor ik weinig van Rush in terug.
Ghost of a Chance is weer net zo kunstmatig als een Prodent glimlach, mij wil het niet overtuigen.
Toch nog een van de betere songs op Roll The Bones.
Neurotica heeft een redelijk stevige ondersteunende beat, en ook wel mooie muzikale stukken, maar de achtergrondzang remt het gebeuren weer af.
You Bet Your Life klinkt weer als de band Live, maar ik denk dat deze zelfs voor die band te zwak zou zijn bevonden.
Blijkbaar deed deze plaat het niet eens zo beroerd in de hitlijsten; verkocht nog behoorlijk goed in de Staten, en ook niet slecht bij de Britten, voor mij is dit tot nu toe het eerste slechte album van Rush.
Ik kan mij goed voorstellen dat men nu definitief afhaakt, wat jammer is want de opvolger Counterparts is stukken beter.
Rush - Rush (1974)

3,0
0
geplaatst: 14 augustus 2018, 23:43 uur
Deze zit ergens tussen Led Zeppelin en AC/DC in, en dan wel de oude AC/DC met Bon Scott.
Sterker nog, Rush is zelfs langer actief als AC/DC, dus eigenlijk is het zelfs omgekeerd.
AC/DC heeft raakvlakken met het al langer actieve Rush.
Maar dan terug naar Led Zeppelin.
Deze invloeden zijn duidelijk hoorbaar, al lijkt het alsof Rush hier net wat sneller klinkt; een Led Zeppelin plaat op 45 toeren.
Prima debuut, die misschien nu wel als minder wordt weg gezet, vanwege de verdere ontwikkeling van Rush, maar hier hoor je een gretige, nog jonge band terug, die een prima eersteling maakte.
Bij Here Again gaat het tempo omlaag en hoor je al die sterke bas terug.
Geddy Lee moet zich nog ontwikkelen als zanger, maar zijn genialiteit in zijn spel is absoluut al aanwezig, helemaal als Alex Lifeson op het einde zijn kunsten laat horen; Lee is dan opeens de stabiele begeleider, netjes op de achtergrond.
Het enige minpunt, waar ik mij aan stoor, is dat er in de nummers zelf te vaak herhalende stukken worden gespeeld, een basisriff die soms tot het vervelende blijft terug komen.
Bij Working Man gebeurd er net na de 2 minuten iets bijzonders, het nummer gaat opeens de andere kant op, en wordt erg vet.
Sterker nog, misschien is deze break wel het belangrijkste moment in de hele carrière van Rush geweest, bepalende voor hun verdere sound.
Bij de vijfeneenhalve minuut gaan we gewoon weer verder, maar die drieënhalve minuten daarvoor zijn geweldig.
Sterker nog, Rush is zelfs langer actief als AC/DC, dus eigenlijk is het zelfs omgekeerd.
AC/DC heeft raakvlakken met het al langer actieve Rush.
Maar dan terug naar Led Zeppelin.
Deze invloeden zijn duidelijk hoorbaar, al lijkt het alsof Rush hier net wat sneller klinkt; een Led Zeppelin plaat op 45 toeren.
Prima debuut, die misschien nu wel als minder wordt weg gezet, vanwege de verdere ontwikkeling van Rush, maar hier hoor je een gretige, nog jonge band terug, die een prima eersteling maakte.
Bij Here Again gaat het tempo omlaag en hoor je al die sterke bas terug.
Geddy Lee moet zich nog ontwikkelen als zanger, maar zijn genialiteit in zijn spel is absoluut al aanwezig, helemaal als Alex Lifeson op het einde zijn kunsten laat horen; Lee is dan opeens de stabiele begeleider, netjes op de achtergrond.
Het enige minpunt, waar ik mij aan stoor, is dat er in de nummers zelf te vaak herhalende stukken worden gespeeld, een basisriff die soms tot het vervelende blijft terug komen.
Bij Working Man gebeurd er net na de 2 minuten iets bijzonders, het nummer gaat opeens de andere kant op, en wordt erg vet.
Sterker nog, misschien is deze break wel het belangrijkste moment in de hele carrière van Rush geweest, bepalende voor hun verdere sound.
Bij de vijfeneenhalve minuut gaan we gewoon weer verder, maar die drieënhalve minuten daarvoor zijn geweldig.
Rush - Signals (1982)

3,5
1
geplaatst: 21 augustus 2018, 15:22 uur
Signals opent fris; de synths klinken als een gitaar op Subdivisions; iets wat je een paar jaar later ook hoorde op de grote hit van Van Halen; Jump.
En na wat zoeken op internet komt dit geluid waarschijnlijk van de Oberheim OB-X synthesizer, welke door beide bands gebruikt wordt, Van Halen inderdaad op hun album 1984.
Blijkt weer eens dat Rush mee gaat met de tijd, en open staat voor vernieuwing; op Moving Pictures werd dit instrument ook al gebruikt, maar persoonlijk vind ik het hier sterker over komen.
Volgens mij is de opzet van het album ook om aansluiting te vinden bij het meer computer gerichte tijdperk, titels als The Analog Kid, Digital Man en New World Man wijzen tenminste in die richting.
Het geluid klinkt helderder, en de New Wave invloeden zijn duidelijk aanwezig.
Signals staat hier nog niet in de kast, maar staat wel in het nog aan te schaffen lijstje, ik hou wel van dit meer bombastische geluid; doet mij ook denken aan bij mij geliefde Wave bands als Simple Minds; Killing Joke en Propaganda.
Als je als muziekliefhebber minder met dit soort bands hebt, en meer met Pink Floyd en de oude Genesis, dan zal deze periode minder aanspreken, maar als kind opgegroeid in de jaren 80, zou dit voor mij de perfecte instapperiode zijn geweest.
Ik kan hier wel elk nummer apart behandelen, maar dat lijkt mij overbodig.
Als geheel sluit het perfect op elkaar aan, en blijft de aandacht continu aanwezig, hier staat voor mijn gevoel geen slechte song op; misschien voor sommige wat minder avontuurlijk, al is de reggae overgang in Digital Man natuurlijk wel heel mooi gedaan.
Nou ga ik dus toch wat dieper op een nummer in, wat dus niet de opzet was.
Voor mij tot nu toe het meest geslaagde Rush album, jammer dat ik deze niet eerder heb gehoord.
Waarschijnlijk speelt de ietwat gewone saaie hoes een rol dat ik deze niet eerder in mijn handen heb gehad.
Lang leve Spotify!
En na wat zoeken op internet komt dit geluid waarschijnlijk van de Oberheim OB-X synthesizer, welke door beide bands gebruikt wordt, Van Halen inderdaad op hun album 1984.
Blijkt weer eens dat Rush mee gaat met de tijd, en open staat voor vernieuwing; op Moving Pictures werd dit instrument ook al gebruikt, maar persoonlijk vind ik het hier sterker over komen.
Volgens mij is de opzet van het album ook om aansluiting te vinden bij het meer computer gerichte tijdperk, titels als The Analog Kid, Digital Man en New World Man wijzen tenminste in die richting.
Het geluid klinkt helderder, en de New Wave invloeden zijn duidelijk aanwezig.
Signals staat hier nog niet in de kast, maar staat wel in het nog aan te schaffen lijstje, ik hou wel van dit meer bombastische geluid; doet mij ook denken aan bij mij geliefde Wave bands als Simple Minds; Killing Joke en Propaganda.
Als je als muziekliefhebber minder met dit soort bands hebt, en meer met Pink Floyd en de oude Genesis, dan zal deze periode minder aanspreken, maar als kind opgegroeid in de jaren 80, zou dit voor mij de perfecte instapperiode zijn geweest.
Ik kan hier wel elk nummer apart behandelen, maar dat lijkt mij overbodig.
Als geheel sluit het perfect op elkaar aan, en blijft de aandacht continu aanwezig, hier staat voor mijn gevoel geen slechte song op; misschien voor sommige wat minder avontuurlijk, al is de reggae overgang in Digital Man natuurlijk wel heel mooi gedaan.
Nou ga ik dus toch wat dieper op een nummer in, wat dus niet de opzet was.
Voor mij tot nu toe het meest geslaagde Rush album, jammer dat ik deze niet eerder heb gehoord.
Waarschijnlijk speelt de ietwat gewone saaie hoes een rol dat ik deze niet eerder in mijn handen heb gehad.
Lang leve Spotify!
Rush - Snakes & Arrows (2007)

3,0
0
geplaatst: 3 september 2018, 18:25 uur
Rush zet in op dezelfde lijn als voorganger Vapor Trails.
Het begint net zo lomp, maar al snel gaat het de meer melodieuze kant op, zeker ook vanwege het achtergrondkoortje bij Far Cry.
Heerlijke opener weer, het geluid klinkt vol en aangenaam.
Een prima keuze om toch een doorstart te maken na het meer persoonlijk gerichte Vapor Trails.
Armor and Sword heeft van die mysterieuze Oosterse invloeden zoals een band als The Mission deze in de jaren 80 wist te gebruiken; ik ben hier absoluut een groot liefhebber van.
Workin' Them Angels is ook sterk, maar net wat minder dan de eerste twee nummers, wel een meer opbeurende sound.
Bij The Larger Bowl is het moeilijker om mijn aandacht erbij te houden, het wowwowwow had voor mij achterwege mogen blijven, had hier een sterke tekst geplaatst, toch echt een van de mindere Rush nummers, al maakt de Fleetwood Mac achtige solo aardig wat goed.
Spindrift begint mooi mysterieus, en ook hier zijn de Oosterse invloeden weer aanwezig; het is allemaal net wat zwaarder aangezet dan Armor and Sword, en bevalt mij net zo goed.
Blijkbaar als single uitgebracht, al vind ik het persoonlijk niet echt een single track.
Het instrumentale tussenstuk The Main Monkey Business doet mij denken aan de Moving Pictures periode, maar dan net wat steviger, mooi geheel.
Vervolgens een heus blues begin bij The Way the Wind Blows, van mij had het helemaal in die stijl door mogen gaan, beviel mij prima.
Dit is ook niet verkeerd hoor, maar was wel benieuwd hoe dat zou uitvallen.
Vervolgens in Hope weer een instrumenteel nummer, nu in de folkstijl; ik weet het niet, er volgt blijkbaar nog een instrumenteel nummer; drie vind ik wel veel, misschien toch een gebrek aan inspiratie?
Na een pauze van 5 jaar verwacht je meer.
Faithless geeft mij ook niet het WOW gevoel, na het sterke begin van het album zakt het later voor mijn gevoel wel steeds meer weg; maar ik denk dat ik gewoon teveel verwachtte.
Bravest Face heeft een leuke start, maar vervolgens komt er geen beweging in, hopelijk sluit het nog sterk af, want tot nu toe zitten de toppers vooral bij de eerste 5 songs.
Helaas vind ik Good News First nog zwakker dan de voorganger.
Van de instrumentale nummers vind ik Malignant Narcissism nog de beste; een mooi samenspel tussen drums, gitaar en bas, dit miste ik dus, al doet het toch wat jamsessie aan.
We Hold On is een wat rommelige afsluiter, al wil het nog wel aardig knallen.
Snakes & Arrows spreekt mij iets meer aan dan Roll the Bones, maar voor mij behoort deze ook tot de minste Rush albums.
Het begint net zo lomp, maar al snel gaat het de meer melodieuze kant op, zeker ook vanwege het achtergrondkoortje bij Far Cry.
Heerlijke opener weer, het geluid klinkt vol en aangenaam.
Een prima keuze om toch een doorstart te maken na het meer persoonlijk gerichte Vapor Trails.
Armor and Sword heeft van die mysterieuze Oosterse invloeden zoals een band als The Mission deze in de jaren 80 wist te gebruiken; ik ben hier absoluut een groot liefhebber van.
Workin' Them Angels is ook sterk, maar net wat minder dan de eerste twee nummers, wel een meer opbeurende sound.
Bij The Larger Bowl is het moeilijker om mijn aandacht erbij te houden, het wowwowwow had voor mij achterwege mogen blijven, had hier een sterke tekst geplaatst, toch echt een van de mindere Rush nummers, al maakt de Fleetwood Mac achtige solo aardig wat goed.
Spindrift begint mooi mysterieus, en ook hier zijn de Oosterse invloeden weer aanwezig; het is allemaal net wat zwaarder aangezet dan Armor and Sword, en bevalt mij net zo goed.
Blijkbaar als single uitgebracht, al vind ik het persoonlijk niet echt een single track.
Het instrumentale tussenstuk The Main Monkey Business doet mij denken aan de Moving Pictures periode, maar dan net wat steviger, mooi geheel.
Vervolgens een heus blues begin bij The Way the Wind Blows, van mij had het helemaal in die stijl door mogen gaan, beviel mij prima.
Dit is ook niet verkeerd hoor, maar was wel benieuwd hoe dat zou uitvallen.
Vervolgens in Hope weer een instrumenteel nummer, nu in de folkstijl; ik weet het niet, er volgt blijkbaar nog een instrumenteel nummer; drie vind ik wel veel, misschien toch een gebrek aan inspiratie?
Na een pauze van 5 jaar verwacht je meer.
Faithless geeft mij ook niet het WOW gevoel, na het sterke begin van het album zakt het later voor mijn gevoel wel steeds meer weg; maar ik denk dat ik gewoon teveel verwachtte.
Bravest Face heeft een leuke start, maar vervolgens komt er geen beweging in, hopelijk sluit het nog sterk af, want tot nu toe zitten de toppers vooral bij de eerste 5 songs.
Helaas vind ik Good News First nog zwakker dan de voorganger.
Van de instrumentale nummers vind ik Malignant Narcissism nog de beste; een mooi samenspel tussen drums, gitaar en bas, dit miste ik dus, al doet het toch wat jamsessie aan.
We Hold On is een wat rommelige afsluiter, al wil het nog wel aardig knallen.
Snakes & Arrows spreekt mij iets meer aan dan Roll the Bones, maar voor mij behoort deze ook tot de minste Rush albums.
Rush - Test for Echo (1996)

3,0
0
geplaatst: 28 augustus 2018, 16:24 uur
Deze wordt vaak als minder album van Rush genoemd, maar mij overtuigd deze wel.
Tekstueel hebben ze beter werk afgeleverd, ik kan mij goed voorstellen dat de inspiratie in de loop van jaren minder is geworden, maar muzikaal gezien doen ze het nog steeds prima.
Het geluid is al gelijk vanaf opener Test For Echo wat steviger; al snel valt een Red Hot Chili Peppers achtige switch in, om vervolgens weer verder te gaan in een harder rockgeluid.
Geddy Lee gaat los met zijn bas voluit, en zo hoor ik hem het liefste.
Mijn indruk is dat hij gedurende de jaren steeds lager is gaan zingen, en zijn zwaarder aangezette stem bevalt mij erg goed.
Driven hakt hier stevig op in, weer een hardere sound, maar nu gevolgd door een akoestisch gedeelte, maar de hoofdrol is toch weer weg gelegd voor het spel van Geddy Lee, heerlijk lomp speelt hij hier, ondersteund door het altijd geslaagde gitaarspel van Alex Lifeson.
Half The World is een stapje terug, een wat meer gangbaar geluid, gericht op het grote publiek, een duidelijke single.
Maar ook hiervan wordt ik nog zeker blij.
The Color of Right heeft weer een harder begin, maar sluit verder weer meer aan bij de voorganger.
Deze vind ik net wat minder, het lijkt net of de zang van Geddy Lee er later in de mix is toegevoegd, deze steekt er een beetje vreemd boven uit.
Time and Motion lijkt wat rustiger te beginnen, maar ook hierbij wordt de sound al snel wat duisterder, en de solo halverwege laat horen dat ze in de jaren 90 perfect aansluiten bij de heersende gitaarbands, over het algemeen gaat het meer richting metal, de grunge is vooral hoorbaar in de onvoorspelbare donkere kronkels.
Totem past eigenlijk totaal niet tussen de rest, en mij trekt het ook een stuk minder; het heeft net een te optimistisch geluid.
Vanaf de drie minuten veer ik wel weer op, want die overgang zit wel weer heel sterk in elkaar; helaas gaat het vervolgens weer verder in het peace, love and happiness gevoel.
Dat past Dog Years er weer beter tussen met de bijna hardcore punk stukken, leuk gedaan!
Virtuality is in het begin wat Enter Sandman achtig, maar krijgt al snel een eigen wending, het refrein is simpel, maar blijft daardoor wel hangen.
Resist heeft een Crowded House achtige zang, anders kan ik het niet noemen, maar is voor mij na het titelnummer Test For Echo en Driven het derde hoogtepunt, al gaat Geddy Lee soms met zijn stem hier ook wel richting Bon Jovi.
Limbo is een prima instrumentaal stuk, maar eigenlijk gewoon een opvullertje, had voor mij niet perse gehoeven; het gejammer van Geddy Lee klinkt alsof hij met het Limbo dansen zijn edele delen aan de vlammende stok heeft verbrand.
Carve Away the Stone is niet heel bijzonder, maar kan er wel mee door, en hierdoor kom ik tot de conclusie dat Test For Echo absoluut geen slechte plaat is, met drie goede uitschieters naar boven.
Tekstueel hebben ze beter werk afgeleverd, ik kan mij goed voorstellen dat de inspiratie in de loop van jaren minder is geworden, maar muzikaal gezien doen ze het nog steeds prima.
Het geluid is al gelijk vanaf opener Test For Echo wat steviger; al snel valt een Red Hot Chili Peppers achtige switch in, om vervolgens weer verder te gaan in een harder rockgeluid.
Geddy Lee gaat los met zijn bas voluit, en zo hoor ik hem het liefste.
Mijn indruk is dat hij gedurende de jaren steeds lager is gaan zingen, en zijn zwaarder aangezette stem bevalt mij erg goed.
Driven hakt hier stevig op in, weer een hardere sound, maar nu gevolgd door een akoestisch gedeelte, maar de hoofdrol is toch weer weg gelegd voor het spel van Geddy Lee, heerlijk lomp speelt hij hier, ondersteund door het altijd geslaagde gitaarspel van Alex Lifeson.
Half The World is een stapje terug, een wat meer gangbaar geluid, gericht op het grote publiek, een duidelijke single.
Maar ook hiervan wordt ik nog zeker blij.
The Color of Right heeft weer een harder begin, maar sluit verder weer meer aan bij de voorganger.
Deze vind ik net wat minder, het lijkt net of de zang van Geddy Lee er later in de mix is toegevoegd, deze steekt er een beetje vreemd boven uit.
Time and Motion lijkt wat rustiger te beginnen, maar ook hierbij wordt de sound al snel wat duisterder, en de solo halverwege laat horen dat ze in de jaren 90 perfect aansluiten bij de heersende gitaarbands, over het algemeen gaat het meer richting metal, de grunge is vooral hoorbaar in de onvoorspelbare donkere kronkels.
Totem past eigenlijk totaal niet tussen de rest, en mij trekt het ook een stuk minder; het heeft net een te optimistisch geluid.
Vanaf de drie minuten veer ik wel weer op, want die overgang zit wel weer heel sterk in elkaar; helaas gaat het vervolgens weer verder in het peace, love and happiness gevoel.
Dat past Dog Years er weer beter tussen met de bijna hardcore punk stukken, leuk gedaan!
Virtuality is in het begin wat Enter Sandman achtig, maar krijgt al snel een eigen wending, het refrein is simpel, maar blijft daardoor wel hangen.
Resist heeft een Crowded House achtige zang, anders kan ik het niet noemen, maar is voor mij na het titelnummer Test For Echo en Driven het derde hoogtepunt, al gaat Geddy Lee soms met zijn stem hier ook wel richting Bon Jovi.
Limbo is een prima instrumentaal stuk, maar eigenlijk gewoon een opvullertje, had voor mij niet perse gehoeven; het gejammer van Geddy Lee klinkt alsof hij met het Limbo dansen zijn edele delen aan de vlammende stok heeft verbrand.
Carve Away the Stone is niet heel bijzonder, maar kan er wel mee door, en hierdoor kom ik tot de conclusie dat Test For Echo absoluut geen slechte plaat is, met drie goede uitschieters naar boven.
Rush - Vapor Trails (2002)
Alternatieve titel: Vapor Trails Remixed

3,0
0
geplaatst: 2 september 2018, 16:12 uur
Stevig geluid; eerst die drums dan het overstuurde surfgitaar, en dan die logge donkere sound.
Lee gilt er vervolgens heerlijk op los, One Little Victory hakt er lekker in, voor mij een meer dan prima opener, ook als die gitaar op het einde nog even er op los gaat in die hoge solo.
Ceiling Unlimited klinkt een stuk toegankelijker, meer U2 achtig (I Will Follow), dat folkgitaartje op de achtergrond is ook lekker.
Ghost Rider heeft ook zeker die U2 sound, maar wel met een mooie Rush opbouw; die krassende bas maakt het verschil, wel eigen, al blijft de U2 sound terug komen.
Hier erg geliefd, maar ik vind het toch minder sterk als de eerste twee nummers, ondanks de uitbarsting tegen het einde aan.
Vervolgens prima nummers, maar het blijft niet echt hangen, en echt opveren doe ik ook niet.
Een combinatie van dromerige melodieën, maar dan met een hardere begeleiding.
Ondanks het mooie duistere geluid, is het vaak net te lang uitgerekt; waardoor het ook weer wat saai en inspiratieloos over komt; een compacter geheel was hier denk ik meer op zijn plek geweest, want eigenlijk spreekt de sound mij wel erg aan.
Ik denk dat de verwachtingen na een pauze van 6 jaar groter waren geweest; het overlijden van vrouw en dochter van Neil Peart zijn daar uiteraard de oorzaak van; en als deze plaat bedoeld is als verwerkingsproces, dan is het natuurlijk een mooi eerbetoon.
Waarschijnlijk is het vluchten achter het drumstel ook een therapeutisch doel, ik kan mij voorstellen dat je op die manier je leven weer probeert op te pakken, de rol van de overige bandleden is dan voornamelijk ondersteunend.
Die donkerheid en een soort van agressie hoor je, vermengd met ook iets hoopvols.
Soms is een persoonlijk doeleinde belangrijker dan een hoge waardering.
Eigenlijk denk ik dat het na die tragedie na Test for Echo klaar was, al ben ik benieuwd hoe de laatste albums mij gaan bevallen.
Waarom dan nog die hoge waardering?
Omdat hier nog steeds een band staat die als eenheid functioneert, ik verwacht dat de onderlinge relaties met elkaar goed in elkaar zitten, misschien is Vapor Trails wel een product vorm gegeven door vriendschap.
Als de gedachte hier achter anders is, dan blijf ik toch liever vast houden aan dat beeld.
Lee gilt er vervolgens heerlijk op los, One Little Victory hakt er lekker in, voor mij een meer dan prima opener, ook als die gitaar op het einde nog even er op los gaat in die hoge solo.
Ceiling Unlimited klinkt een stuk toegankelijker, meer U2 achtig (I Will Follow), dat folkgitaartje op de achtergrond is ook lekker.
Ghost Rider heeft ook zeker die U2 sound, maar wel met een mooie Rush opbouw; die krassende bas maakt het verschil, wel eigen, al blijft de U2 sound terug komen.
Hier erg geliefd, maar ik vind het toch minder sterk als de eerste twee nummers, ondanks de uitbarsting tegen het einde aan.
Vervolgens prima nummers, maar het blijft niet echt hangen, en echt opveren doe ik ook niet.
Een combinatie van dromerige melodieën, maar dan met een hardere begeleiding.
Ondanks het mooie duistere geluid, is het vaak net te lang uitgerekt; waardoor het ook weer wat saai en inspiratieloos over komt; een compacter geheel was hier denk ik meer op zijn plek geweest, want eigenlijk spreekt de sound mij wel erg aan.
Ik denk dat de verwachtingen na een pauze van 6 jaar groter waren geweest; het overlijden van vrouw en dochter van Neil Peart zijn daar uiteraard de oorzaak van; en als deze plaat bedoeld is als verwerkingsproces, dan is het natuurlijk een mooi eerbetoon.
Waarschijnlijk is het vluchten achter het drumstel ook een therapeutisch doel, ik kan mij voorstellen dat je op die manier je leven weer probeert op te pakken, de rol van de overige bandleden is dan voornamelijk ondersteunend.
Die donkerheid en een soort van agressie hoor je, vermengd met ook iets hoopvols.
Soms is een persoonlijk doeleinde belangrijker dan een hoge waardering.
Eigenlijk denk ik dat het na die tragedie na Test for Echo klaar was, al ben ik benieuwd hoe de laatste albums mij gaan bevallen.
Waarom dan nog die hoge waardering?
Omdat hier nog steeds een band staat die als eenheid functioneert, ik verwacht dat de onderlinge relaties met elkaar goed in elkaar zitten, misschien is Vapor Trails wel een product vorm gegeven door vriendschap.
Als de gedachte hier achter anders is, dan blijf ik toch liever vast houden aan dat beeld.
Rustin Man - Drift Code (2019)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 15:06 uur
De nostalgische fotoalbums van weleer kunnen je helemaal herplaatsen in een tijdperk waarin de rust nog domineerde en er geen ruimte was voor de haastige medemens. De auto was een luxeproduct welke voornamelijk in het weekend gebruik werd voor het verplicht aanschaffen van de nieuwe zomercollectie aan kleding of familiaire uitstapjes.
In dat beeld valt Drift Code het beste onder te brengen. Een vergeelde ansichtkaart met daarop een draaiorgel uit Den Haag staat hierbij centraal. Zou Paul Webb deze gescoord hebben tijdens een bezoekje met zijn band Talk Talk aan Nederland, waar de tussenliggende tijd gedood wordt met een bezichtiging van een knus souvenirwinkeltje. Feit is wel dat dit typische Hollandse product als een mechanische reus de eerste soloplaat van de voormalige bassist van Talk Talk opsiert, duidelijk geaccentueerd met het bordje Rijswijk op de achtergrond.
Het alias Rustin Man gebruikte hij ook al ten tijden van de indrukwekkende samenwerking met Beth Gibbons van Portishead, wat resulteerde in het geslaagde Out Of Season. Daar borduurde hij voort op de minimalistische sound van de latere Talk Talk platen, en is zijn rol vooral die van muzikaal arrangeur. Een basis die hij samen met Tim Friese Greene en Mark Hollis gelegd heeft bij albums, waarvan pas later hun monumentale waarde juist werd ingeschat.
Na een stilte van zowat 17 jaar is daar totaal onverwachts het volledig op eigen artiestennaam verschenen Drift Code. Vanuit het typerende Britse graafschap Essex wordt er vanuit een geïmproviseerde studio in een landelijke stuur zorgvuldig gewerkt aan het veelzijdige eindresultaat. Paul Webb heeft zijn baspartijen uitgebreid met sfeervol toetsenwerk, waarbij hij gebruik maakt van instrumenten als de accordeon, keyboard en piano. Voor de jazzy percussie heeft hij de hulp ingeroepen van zijn voormalige collega Lee Harris, waarmee hij samen met Mark Hollis het basistrio van Talk Talk vormde. Hij weet dat opzwepende af te wisselen met het licht koesteren van het drumstel.
De enige connectie met het postpunk verleden is de karakteriserende stem van Webb, verder is het nergens meer te linken aan het synthpop verleden. De prachtige piano opbouw van Vanishing Heart eist net zo sterk als de albumhoes de aandacht op, en wil symmetrisch hierop aansluiten. Een eenheid die versterkt wordt als het sferische gitaarspel invalt. De gemene geluidsexplosies die uit het instrument ontsnappen geven zijn zachte stemgeluid dat extra stukje kracht wat deze verdiend. Hiermee laat hij een stuk respect horen voor Adrian Utley, die als smaakmaker bepalend is voor de film noir klanken van Portishead. Een band die hij na zijn project met Beth Gibbons duidelijk niet uit het oog verloren is.
Vanuit het station worden we te woord gestaan in Judgement Train. Weg stervende treinen vormen de introductie tot een dansbaar funky jaren zeventig sound. Waar verschillende gemixte vocalen gebroederlijk door elkaar heen wandelen, als druk bewegende passagiers op doorreis. De trage zang van Webb heeft dat hypnotiserende effect van een afremmende stoptrein in zich en neemt je mee in deze trip langs vergeten vintage kauwgumballen psychedelica.
Vredige engelenzang omlijst de soulvolle diepere eenmansgospel van Brings Me Joy, waarmee Webb de grens tussen kunst en kitsch lijkt op te zoeken, en welke in het voordeel van het eerste uitvalt. Het uit minimale begeleiding opbouwende Our Tomorrows mixt meerdere persoonlijke stemcollages tot een mooi duet wat hij hierdoor met zichzelf aangaat. Stoere blazers geven het een heerlijke duistere dimensie mee, waardoor het iets episch heeft. De aankondiging tot muzikale ontwrichting.
Dat onheilspellende gevoel komt nog sterker tot uiting in het instrumentale Euphonium Dream, met liefdevol accordeonspel wat uitmond in een angstaanjagende geluidshoorspel. Van totaal andere orde is The World’s in Town, dat met een oude stoffige sentimentele voordracht een prachtige emotionele lading weet toe te voegen. Tegen alle verwachtingen in eindigt het met een sfeervolle kosmische lichtgevoeligheid die je laat wegzweven in seventies psychedelica.
Het geschoolde pianotoetsenwerk op het lekkere uptempo Light the Light wordt vervolgd door filmische klanken. Een geestverruimende sluier van hallucinerende expressieve waarneming neemt je hierin aan de hand mee in de breed georiënteerde belevingswereld van Paul Webb. Als zanger past hij zijn stemhoogte aan bij het spookachtige Martian Garden. Lee Harris bezit de kwaliteiten om de track naar een hoger level op te drillen. Gegroeid in zijn slagvaardigheid voelt hij zich totaal in zijn element, en krijgt hij ook alle ruimte om die te benutten. Het einde hint op indrukwekkende wijze muzikaal aan het draaiorgel welke prominent op de albumhoes opgesteld staat.
Vervolgens durft hij zich kwetsbaar op te stellen in All Summer, wat in alles bijdraagt in de zomerse beleving welke ook in de titel verscholen zit. De ondergaande zon, en het beschutting zoeken in het versleten vest welke uit de kast tevoorschijn wordt gehaald. Drift Code is het terughalen van een stukje verlangen naar de jeugd, toen het onverwachte grote succes van Talk Talk nog nergens meespeelde.
Rustin Man - Drift Code | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
In dat beeld valt Drift Code het beste onder te brengen. Een vergeelde ansichtkaart met daarop een draaiorgel uit Den Haag staat hierbij centraal. Zou Paul Webb deze gescoord hebben tijdens een bezoekje met zijn band Talk Talk aan Nederland, waar de tussenliggende tijd gedood wordt met een bezichtiging van een knus souvenirwinkeltje. Feit is wel dat dit typische Hollandse product als een mechanische reus de eerste soloplaat van de voormalige bassist van Talk Talk opsiert, duidelijk geaccentueerd met het bordje Rijswijk op de achtergrond.
Het alias Rustin Man gebruikte hij ook al ten tijden van de indrukwekkende samenwerking met Beth Gibbons van Portishead, wat resulteerde in het geslaagde Out Of Season. Daar borduurde hij voort op de minimalistische sound van de latere Talk Talk platen, en is zijn rol vooral die van muzikaal arrangeur. Een basis die hij samen met Tim Friese Greene en Mark Hollis gelegd heeft bij albums, waarvan pas later hun monumentale waarde juist werd ingeschat.
Na een stilte van zowat 17 jaar is daar totaal onverwachts het volledig op eigen artiestennaam verschenen Drift Code. Vanuit het typerende Britse graafschap Essex wordt er vanuit een geïmproviseerde studio in een landelijke stuur zorgvuldig gewerkt aan het veelzijdige eindresultaat. Paul Webb heeft zijn baspartijen uitgebreid met sfeervol toetsenwerk, waarbij hij gebruik maakt van instrumenten als de accordeon, keyboard en piano. Voor de jazzy percussie heeft hij de hulp ingeroepen van zijn voormalige collega Lee Harris, waarmee hij samen met Mark Hollis het basistrio van Talk Talk vormde. Hij weet dat opzwepende af te wisselen met het licht koesteren van het drumstel.
De enige connectie met het postpunk verleden is de karakteriserende stem van Webb, verder is het nergens meer te linken aan het synthpop verleden. De prachtige piano opbouw van Vanishing Heart eist net zo sterk als de albumhoes de aandacht op, en wil symmetrisch hierop aansluiten. Een eenheid die versterkt wordt als het sferische gitaarspel invalt. De gemene geluidsexplosies die uit het instrument ontsnappen geven zijn zachte stemgeluid dat extra stukje kracht wat deze verdiend. Hiermee laat hij een stuk respect horen voor Adrian Utley, die als smaakmaker bepalend is voor de film noir klanken van Portishead. Een band die hij na zijn project met Beth Gibbons duidelijk niet uit het oog verloren is.
Vanuit het station worden we te woord gestaan in Judgement Train. Weg stervende treinen vormen de introductie tot een dansbaar funky jaren zeventig sound. Waar verschillende gemixte vocalen gebroederlijk door elkaar heen wandelen, als druk bewegende passagiers op doorreis. De trage zang van Webb heeft dat hypnotiserende effect van een afremmende stoptrein in zich en neemt je mee in deze trip langs vergeten vintage kauwgumballen psychedelica.
Vredige engelenzang omlijst de soulvolle diepere eenmansgospel van Brings Me Joy, waarmee Webb de grens tussen kunst en kitsch lijkt op te zoeken, en welke in het voordeel van het eerste uitvalt. Het uit minimale begeleiding opbouwende Our Tomorrows mixt meerdere persoonlijke stemcollages tot een mooi duet wat hij hierdoor met zichzelf aangaat. Stoere blazers geven het een heerlijke duistere dimensie mee, waardoor het iets episch heeft. De aankondiging tot muzikale ontwrichting.
Dat onheilspellende gevoel komt nog sterker tot uiting in het instrumentale Euphonium Dream, met liefdevol accordeonspel wat uitmond in een angstaanjagende geluidshoorspel. Van totaal andere orde is The World’s in Town, dat met een oude stoffige sentimentele voordracht een prachtige emotionele lading weet toe te voegen. Tegen alle verwachtingen in eindigt het met een sfeervolle kosmische lichtgevoeligheid die je laat wegzweven in seventies psychedelica.
Het geschoolde pianotoetsenwerk op het lekkere uptempo Light the Light wordt vervolgd door filmische klanken. Een geestverruimende sluier van hallucinerende expressieve waarneming neemt je hierin aan de hand mee in de breed georiënteerde belevingswereld van Paul Webb. Als zanger past hij zijn stemhoogte aan bij het spookachtige Martian Garden. Lee Harris bezit de kwaliteiten om de track naar een hoger level op te drillen. Gegroeid in zijn slagvaardigheid voelt hij zich totaal in zijn element, en krijgt hij ook alle ruimte om die te benutten. Het einde hint op indrukwekkende wijze muzikaal aan het draaiorgel welke prominent op de albumhoes opgesteld staat.
Vervolgens durft hij zich kwetsbaar op te stellen in All Summer, wat in alles bijdraagt in de zomerse beleving welke ook in de titel verscholen zit. De ondergaande zon, en het beschutting zoeken in het versleten vest welke uit de kast tevoorschijn wordt gehaald. Drift Code is het terughalen van een stukje verlangen naar de jeugd, toen het onverwachte grote succes van Talk Talk nog nergens meespeelde.
Rustin Man - Drift Code | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
RVDS - Moods and Dances 2021 (2021)

3,5
0
geplaatst: 23 maart 2021, 16:01 uur
De adelaar staat voor schoonheid, macht en vooral onafhankelijkheid. Als gevangen prooi zijn ze in drievoud terug te vinden op het wapen van de uit Brandenburg afkomstige adellijke Schulenburg familie. Een vooraanstaand groepje eigenzinnige bloedverwanten die zich inmengen in bestuurlijke functies en succesvol leiding geven in legerposities. Richard Von Der Schulenburg behoort tot de jongste generatie en mag zich daadwerkelijk graaf noemen.
Toch kiest hij voor een bescheidenere rol als muzikant en house DJ waarbij zijn initialen RVDS tevens zijn artiestennaam vormen. Sinds 2008 brengt hij als RVDS op bescheiden schaal remixen en EP’s uit. Het volwaardige Moods and Dances verschijnt als studioplaat op Bureau B, een overeenkomst welke voor beide partijen een aanwinst is, en welke hopelijk in de toekomst nog veel moois zal opleveren. Thuisbasis voor Richard Von Der Schulenburg is ondertussen de Golden Pudel club in Hamburg waar ook de tevens bij het Bureau B gesettelde Helena Ratka van Pose Dia haar oorsprong heeft.
Deze in de duistere Reeperbahn gelegen ontmoetingsplek heeft een rijk muzikaal verleden. Eind jaren tachtig ontstaat vanuit dit broeinest De Hamburgse School, met invloedrijke namen als Blumfeld, Tocotronic en Die Sterne. Indie popbands die ook internationaal al snel bij een geselecteerd rockpubliek bekend worden. Bij laatstgenoemde Die Sterne vervult Richard Von Der Schulenburg in de periode van 2000 tot 2009 de rol van keyboardspeler, waarna hij zich steeds meer als solo artiest richt op de elektronica. Zijn voorliefde gaat terug naar de oude gedateerde instrumenten waarmee vooral de synthpop beweging uit de jaren tachtig zichzelf activeerde. Niet voor niks wordt er in de songtitels gememoreerd aan Yamaha (DX7), Farfisa, Roland, Pentax en de Wersimatic drumcomputer.
Dat snufje nostalgie is een belangrijk accent in zijn hedendaagse geluidsbeleving, en vormt een terugkerend patroon op Moods and Dances. De nadruk ligt hierbij meer op de sfeervolle stemmige begeleiding, dan op het daadwerkelijke bewegen en dansen. De geluidskunstenaar gaat niet op zoek naar de kenmerkende schoonheden van het afgeschreven apparatuur, maar vraagt juist het uiterste van deze ooit baanbrekende instrumenten. Ze laten zich frontaal in de mix naar voren brengen, waardoor er een soort van mechanische regenval op het gehoor wordt losgelaten. De melodieën kletteren keihard stuiterend neer. De dolgedraaide knoppen worden bijna pijnlijk aangeschroefd totdat de kapot gespeelde elektronica zich in volle overgave in trance hulpeloos tot de luisteraar wendt. Een onwaarschijnlijke lijdensweg waarbij Richard Von Der Schulenburg als een hedendaagse Victor Frankenstein zijn eigen afschrikkende monster uit de schrootresten creëert.
Mrs. Yamahas Summer Tune begeeft zich in het schemergebied tussen levendige dagdromen en een kinderlijk speels liedje en herplaatst zich eenvoudig naar een zomerse strandwandeling. Op de achtergrond is het natuurlijk gevecht tussen aanspoelend en afstompend zeewater in de begrippen van eb en vloed gaande. Waarbij de meeuwen als luidruchtige ordebewakers van bovenaf het herhalende schouwspel nauwkeurig in de gaten houden. Door de geopende poriën dringen ijle synthesizers binnen die het illustratieve decor laten verkleven tot hardnekkige gothic dreampop welke een muzikale trombose veroorzaken en de track afsluiten van andere voedingsrijke invloeden.
Als een voortvarend oorlogsslagschip marcheert het blikkerige Caravan of the Pentamatics zich moeizaam voort in een zwaar verzandde woestijn. Richard Von Der Schulenburg laat als een bijbeunende kwakzalver log en vrijwel bewegingloos hypnotiserend door middel van Perzische voortwaaiende onderlagen deze het verdoofde brein binnendringen. In datzelfde tijdvlak bivakkeert het zwaarmoedige Flowers for the Farfisa Sphinx, al zijn daarbij op de horizon duidelijke harde Krautrock gebergtes zichtbaar. Dichte vernevelende mistklanken verleiden als norse sirenen met doordringende lokzang de langzaam wegzinkende soundervaring.
Rolands Night Walk is een sensationeel samenspel tussen natuurlijke samplers en warme elektronische jazzsoul. Een ontdekkingstocht die elke luisterbeurt meer geheimen blootgeeft en waarbij deze nachtelijke wandeling sterk het dierlijke aspect oproept. Tegen het berustende slaap wiegende aan met een bijna gefloten outro. Klassieke hemelse eighties synthpop kondigt met DX7s Broken Hearts het vervolg Dance of the Space Pentax aan. Er wordt aardig gestoeid met de elektronica die zich ergens tussen emotionele jazzblazers en bezwerende didgeridoo geluiden nestelt. Een monniken postpunkkoor zorgt voor die minimale vocale dreiging welke op Moods and Dances 2021 beperkt aanwezig is, maar die hier op de percussierijke track optimaal benut wordt.
Jammer dat hij vervolgens grootmoeders voorgeprogrammeerde elektronische orgel van zolder af halen, en het lichtelijke demente geklooi op de memory stick gebruiken om het geheel van Wersimatic Space Bar op te leuken. Foei! In het vervolg nooit meer doen. De duivelse Electric Body Music van Planet Dragon begeeft zich in het schaduwkabinet der kunstbeleving, waarbij de titel in harde mantra backing vocalen bevrijdend wordt uitgeschreeuwd. Het sensuele The End (La La) is een openbare liefdesverklaring aan al die opgepoetste keyboards, afgestofte synthesizers en ander vintage prullerij. De irritante piepende geluiden doen hierbij afbreuk aan het eindresultaat, maar hebben hoogstwaarschijnlijk een hogere functie in het geheel, ik hoor het niet terug. Al met al weer een indrukwekkende artiest uit die steeds maar verder uitbreidende Bureau B stal.
RVDS - Moods and Dances 2021 | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Toch kiest hij voor een bescheidenere rol als muzikant en house DJ waarbij zijn initialen RVDS tevens zijn artiestennaam vormen. Sinds 2008 brengt hij als RVDS op bescheiden schaal remixen en EP’s uit. Het volwaardige Moods and Dances verschijnt als studioplaat op Bureau B, een overeenkomst welke voor beide partijen een aanwinst is, en welke hopelijk in de toekomst nog veel moois zal opleveren. Thuisbasis voor Richard Von Der Schulenburg is ondertussen de Golden Pudel club in Hamburg waar ook de tevens bij het Bureau B gesettelde Helena Ratka van Pose Dia haar oorsprong heeft.
Deze in de duistere Reeperbahn gelegen ontmoetingsplek heeft een rijk muzikaal verleden. Eind jaren tachtig ontstaat vanuit dit broeinest De Hamburgse School, met invloedrijke namen als Blumfeld, Tocotronic en Die Sterne. Indie popbands die ook internationaal al snel bij een geselecteerd rockpubliek bekend worden. Bij laatstgenoemde Die Sterne vervult Richard Von Der Schulenburg in de periode van 2000 tot 2009 de rol van keyboardspeler, waarna hij zich steeds meer als solo artiest richt op de elektronica. Zijn voorliefde gaat terug naar de oude gedateerde instrumenten waarmee vooral de synthpop beweging uit de jaren tachtig zichzelf activeerde. Niet voor niks wordt er in de songtitels gememoreerd aan Yamaha (DX7), Farfisa, Roland, Pentax en de Wersimatic drumcomputer.
Dat snufje nostalgie is een belangrijk accent in zijn hedendaagse geluidsbeleving, en vormt een terugkerend patroon op Moods and Dances. De nadruk ligt hierbij meer op de sfeervolle stemmige begeleiding, dan op het daadwerkelijke bewegen en dansen. De geluidskunstenaar gaat niet op zoek naar de kenmerkende schoonheden van het afgeschreven apparatuur, maar vraagt juist het uiterste van deze ooit baanbrekende instrumenten. Ze laten zich frontaal in de mix naar voren brengen, waardoor er een soort van mechanische regenval op het gehoor wordt losgelaten. De melodieën kletteren keihard stuiterend neer. De dolgedraaide knoppen worden bijna pijnlijk aangeschroefd totdat de kapot gespeelde elektronica zich in volle overgave in trance hulpeloos tot de luisteraar wendt. Een onwaarschijnlijke lijdensweg waarbij Richard Von Der Schulenburg als een hedendaagse Victor Frankenstein zijn eigen afschrikkende monster uit de schrootresten creëert.
Mrs. Yamahas Summer Tune begeeft zich in het schemergebied tussen levendige dagdromen en een kinderlijk speels liedje en herplaatst zich eenvoudig naar een zomerse strandwandeling. Op de achtergrond is het natuurlijk gevecht tussen aanspoelend en afstompend zeewater in de begrippen van eb en vloed gaande. Waarbij de meeuwen als luidruchtige ordebewakers van bovenaf het herhalende schouwspel nauwkeurig in de gaten houden. Door de geopende poriën dringen ijle synthesizers binnen die het illustratieve decor laten verkleven tot hardnekkige gothic dreampop welke een muzikale trombose veroorzaken en de track afsluiten van andere voedingsrijke invloeden.
Als een voortvarend oorlogsslagschip marcheert het blikkerige Caravan of the Pentamatics zich moeizaam voort in een zwaar verzandde woestijn. Richard Von Der Schulenburg laat als een bijbeunende kwakzalver log en vrijwel bewegingloos hypnotiserend door middel van Perzische voortwaaiende onderlagen deze het verdoofde brein binnendringen. In datzelfde tijdvlak bivakkeert het zwaarmoedige Flowers for the Farfisa Sphinx, al zijn daarbij op de horizon duidelijke harde Krautrock gebergtes zichtbaar. Dichte vernevelende mistklanken verleiden als norse sirenen met doordringende lokzang de langzaam wegzinkende soundervaring.
Rolands Night Walk is een sensationeel samenspel tussen natuurlijke samplers en warme elektronische jazzsoul. Een ontdekkingstocht die elke luisterbeurt meer geheimen blootgeeft en waarbij deze nachtelijke wandeling sterk het dierlijke aspect oproept. Tegen het berustende slaap wiegende aan met een bijna gefloten outro. Klassieke hemelse eighties synthpop kondigt met DX7s Broken Hearts het vervolg Dance of the Space Pentax aan. Er wordt aardig gestoeid met de elektronica die zich ergens tussen emotionele jazzblazers en bezwerende didgeridoo geluiden nestelt. Een monniken postpunkkoor zorgt voor die minimale vocale dreiging welke op Moods and Dances 2021 beperkt aanwezig is, maar die hier op de percussierijke track optimaal benut wordt.
Jammer dat hij vervolgens grootmoeders voorgeprogrammeerde elektronische orgel van zolder af halen, en het lichtelijke demente geklooi op de memory stick gebruiken om het geheel van Wersimatic Space Bar op te leuken. Foei! In het vervolg nooit meer doen. De duivelse Electric Body Music van Planet Dragon begeeft zich in het schaduwkabinet der kunstbeleving, waarbij de titel in harde mantra backing vocalen bevrijdend wordt uitgeschreeuwd. Het sensuele The End (La La) is een openbare liefdesverklaring aan al die opgepoetste keyboards, afgestofte synthesizers en ander vintage prullerij. De irritante piepende geluiden doen hierbij afbreuk aan het eindresultaat, maar hebben hoogstwaarschijnlijk een hogere functie in het geheel, ik hoor het niet terug. Al met al weer een indrukwekkende artiest uit die steeds maar verder uitbreidende Bureau B stal.
RVDS - Moods and Dances 2021 | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
RVG - Brain Worms (2023)

4,0
1
geplaatst: 1 juni 2023, 06:26 uur
Ik weet bij aanvang van het RVG concert in Merleyn al dat het met dat nieuwe RVG materiaal wel goed zit, maar ik hou mezelf bewust wat in. Toch betrap ik mij erop dat ik uit enthousiasme een aantal onbekende nummers luidkeels meezing. Dit is de mazzel als je over muziek schrijft en het geluk hebt dat die Brain Worms plaat verschillende keren thuis gedraaid wordt. Normaal leg ik zo’n album netjes aan de kant, en pak ik deze tijdens de releaseweek pas op. Nu kan ik mij amper bedwingen, want wat is dit toch een heerlijke schijf met een lekkere retro eighties sound. Natuurlijk ben ik bevooroordeeld omdat ik helemaal met dit geluid wegloop, maar wat geeft dat?
Over het transgender verhaal van Romy Vager ben ik kort en bondig. Ze zit in ieder geval in dat opzicht nu lekker in haar vel, maar dat neemt niet weg dat ze nog steeds met onbeantwoorde liefde moet handelen. Deze pijn wordt niet minder, en de kans is groot dat die nooit helemaal verdwijnt. Ondanks dat het Australische RVG op het A Quality of Mercy zeer maatschappelijk betrokken is, en bij opvolger Feral veelal in andere karakters kruipen, leggen ze nu juist de nadruk op het persoonlijke leed. Welke gevolgen hebben de sociale gevolgen op dat onvaste zelfbeeld, hoe staan de privé relaties hierin, wat brengt de nabije toekomst ons. Romy Vager offert haar ziel aan de muzikale wetenschap, naakt, bloot, intiem. Zeker in haar geval een grote gedurfde stap, welke nogmaals benadrukt hoe zelfverzekerd ze in het leven staat. Toch blijven innerlijke kwellingen zeer doen.
De opgefokte Brain Worms orgel gekkigheid, ze vreten zich vol aan gekmakende negatieve gedachtes. Brain Worms is de overduidelijke onvermijdelijke post pandemie plaat, met de nodige fake news verwijzingen, en andere angstcultuur aanduidingen. Brain Worms staat voor het nieuwe Nu isolement, waarbij je de vragen vooral tot jezelf richt, wetende dat een buitenstander hier net zo goed geen raad mee weet. Normaal, tja wat is normaal, maakt iemand zich door een gebonden ketting sterk. Wat doe je als deze niet meer schakelt en als een neerwaartse spiraal duizelingwekkend de afgrond in tolt. Zet je dan de handrem erop, of vertrouw je op die vrije val. RVG kiest veilig voor die onzekerheid, en laat zich mee de diepte in sleuren.
Is het vreemd dat ik bij Common Ground aan Courtney Love moet denken? Nee toch? Een ander soort van worsteling, maar dan wel met dezelfde vergelijkbare verbitterdheid. Ingehouden teleurstellingen, die zich in opgekropte woede openbaren. De klaagzang geeft de slachtofferrol vrij spel, waarbij de slopende depressie alle levenslust ontneemt. Geef je definitief op, of kies je toch voor een kanskaart. Op het muzikale vlak stagneert RVG nog steeds in de jaren tachtig, waar dromerige postpunk een verstikkende smog laag over de mistige regensongs draperen. Die vergelijking met die grijze grunge uitzichtloosheid is dus niet eens zo verkeerd, welke nogmaals door de wurgende Giant Snake strop benadrukt wordt.
Het voortvluchtende Midnight Sun is nog leger, nog killer en memoreert net als de studentikoze liefdeloze Tambourine eenzaamheid aan die Koude Oorlog winters. RVG accentueert dit gegeven nogmaals, al is dit niet noodzakelijk. De verwarmingsarme repetitieruimtes worden alleen door het bescheiden Midnight Sun maanlicht verwarmd. Eigenlijk staat dit haaks tegenover de achtergrond van de tekst, omdat daarin juist de allesvernietigende Australische bosbranden centraal staan. De ontvlambare wereld is ziek en staat in brand. Ondanks de vrolijke onbevangen wegkijkende dromerige It’s Not Easy gitaarakkoorden camoufleren deze juist de diepgang van de song. Zo staat de maatschappij er dus voor. We lachen de problemen weg en strompelen met de niets aan de hand houding verder. Een beetje lef wordt niet getolereerd en al snel monddood gemaakt.
De vreemde duistere Squid single keuze is nog vager, vermijdt aangespoelde inktvissen, als je in aanraking met hun giftige tentakels komt, beland je in een vreemde hallucinerende trip. Muzikaal zeer aantrekkelijk en oh zo dansbaar, maar tekstueel een groot vraagteken. Met de realistische You’re the Reason klanken bestrijden ze die ziekmakende liefdeskoorts, waarbij je het sociale contact vermijdt, en de uren doelloos in bed doorbrengt. Een puberdipje, niet aanstellen en gewoon de dag oppakken. De kracht van het puntige Nothing Really Changes synthpop zit hem juist in de zelfverzekerde antireactie, zo kan het dus ook. Het berustende Tropic of Cancer is de omslag, en benadrukt nogmaals die seksuele vrijheid waar Romy Vager jarenlang voor vecht. Uiteindelijk haalt ze daar haar winst uit. Voor mijn gevoel is dit een vijf sterren album. Maar dan moet ik wel reëel zijn. Waarom vind ik de plaat zo goed. Puur vanwege de herkenbaarheid, de basis die andere voorgangers al in de jaren tachtig reeds leggen. Dan kijk je jezelf eerlijk aan en concludeer je dat een vier sterren beoordeling hier het beste op aansluit.
RVG - Brain Worms | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Over het transgender verhaal van Romy Vager ben ik kort en bondig. Ze zit in ieder geval in dat opzicht nu lekker in haar vel, maar dat neemt niet weg dat ze nog steeds met onbeantwoorde liefde moet handelen. Deze pijn wordt niet minder, en de kans is groot dat die nooit helemaal verdwijnt. Ondanks dat het Australische RVG op het A Quality of Mercy zeer maatschappelijk betrokken is, en bij opvolger Feral veelal in andere karakters kruipen, leggen ze nu juist de nadruk op het persoonlijke leed. Welke gevolgen hebben de sociale gevolgen op dat onvaste zelfbeeld, hoe staan de privé relaties hierin, wat brengt de nabije toekomst ons. Romy Vager offert haar ziel aan de muzikale wetenschap, naakt, bloot, intiem. Zeker in haar geval een grote gedurfde stap, welke nogmaals benadrukt hoe zelfverzekerd ze in het leven staat. Toch blijven innerlijke kwellingen zeer doen.
De opgefokte Brain Worms orgel gekkigheid, ze vreten zich vol aan gekmakende negatieve gedachtes. Brain Worms is de overduidelijke onvermijdelijke post pandemie plaat, met de nodige fake news verwijzingen, en andere angstcultuur aanduidingen. Brain Worms staat voor het nieuwe Nu isolement, waarbij je de vragen vooral tot jezelf richt, wetende dat een buitenstander hier net zo goed geen raad mee weet. Normaal, tja wat is normaal, maakt iemand zich door een gebonden ketting sterk. Wat doe je als deze niet meer schakelt en als een neerwaartse spiraal duizelingwekkend de afgrond in tolt. Zet je dan de handrem erop, of vertrouw je op die vrije val. RVG kiest veilig voor die onzekerheid, en laat zich mee de diepte in sleuren.
Is het vreemd dat ik bij Common Ground aan Courtney Love moet denken? Nee toch? Een ander soort van worsteling, maar dan wel met dezelfde vergelijkbare verbitterdheid. Ingehouden teleurstellingen, die zich in opgekropte woede openbaren. De klaagzang geeft de slachtofferrol vrij spel, waarbij de slopende depressie alle levenslust ontneemt. Geef je definitief op, of kies je toch voor een kanskaart. Op het muzikale vlak stagneert RVG nog steeds in de jaren tachtig, waar dromerige postpunk een verstikkende smog laag over de mistige regensongs draperen. Die vergelijking met die grijze grunge uitzichtloosheid is dus niet eens zo verkeerd, welke nogmaals door de wurgende Giant Snake strop benadrukt wordt.
Het voortvluchtende Midnight Sun is nog leger, nog killer en memoreert net als de studentikoze liefdeloze Tambourine eenzaamheid aan die Koude Oorlog winters. RVG accentueert dit gegeven nogmaals, al is dit niet noodzakelijk. De verwarmingsarme repetitieruimtes worden alleen door het bescheiden Midnight Sun maanlicht verwarmd. Eigenlijk staat dit haaks tegenover de achtergrond van de tekst, omdat daarin juist de allesvernietigende Australische bosbranden centraal staan. De ontvlambare wereld is ziek en staat in brand. Ondanks de vrolijke onbevangen wegkijkende dromerige It’s Not Easy gitaarakkoorden camoufleren deze juist de diepgang van de song. Zo staat de maatschappij er dus voor. We lachen de problemen weg en strompelen met de niets aan de hand houding verder. Een beetje lef wordt niet getolereerd en al snel monddood gemaakt.
De vreemde duistere Squid single keuze is nog vager, vermijdt aangespoelde inktvissen, als je in aanraking met hun giftige tentakels komt, beland je in een vreemde hallucinerende trip. Muzikaal zeer aantrekkelijk en oh zo dansbaar, maar tekstueel een groot vraagteken. Met de realistische You’re the Reason klanken bestrijden ze die ziekmakende liefdeskoorts, waarbij je het sociale contact vermijdt, en de uren doelloos in bed doorbrengt. Een puberdipje, niet aanstellen en gewoon de dag oppakken. De kracht van het puntige Nothing Really Changes synthpop zit hem juist in de zelfverzekerde antireactie, zo kan het dus ook. Het berustende Tropic of Cancer is de omslag, en benadrukt nogmaals die seksuele vrijheid waar Romy Vager jarenlang voor vecht. Uiteindelijk haalt ze daar haar winst uit. Voor mijn gevoel is dit een vijf sterren album. Maar dan moet ik wel reëel zijn. Waarom vind ik de plaat zo goed. Puur vanwege de herkenbaarheid, de basis die andere voorgangers al in de jaren tachtig reeds leggen. Dan kijk je jezelf eerlijk aan en concludeer je dat een vier sterren beoordeling hier het beste op aansluit.
RVG - Brain Worms | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
