Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Red Hot Chili Peppers - Californication (1999)

4,0
0
geplaatst: 27 juli 2010, 22:01 uur
One Hot Minute leverde ondanks fraaie hitsingles niet het verwachte succes op.
Dave Navarro werd snel de band uit gewipt toen John Frusciante weer in beeld kwam.
Volgens eigen zeggen afgekickt.
Verloren zoon die weer thuis kwam.
Alles vergeven en de vriendenclub was compleet.
Grote onzin natuurlijk.
Anthony Kiedis dacht puur aan eigenbelang.
Toen Hillel Slovak overleed was hij de grote afwezige op de begrafenis.
En ook Frusciante had hij al lang afgeschreven.
Toen deze weer in staat was om een redelijk normaal gesprek te voeren.
Kwamen de dollartekens in beeld.
Commercieel gezien was dit de perfecte stap.
Toch waren de littekens duidelijk zichtbaar.
Opener Around The World en volger Parallel Universe was een knipoog naar het hardere funky oude werk.
Aansluiting zoekend bij Blood Sugar Sex Magik.
Vervolgens het volwassene geluid.
Gitaarspel wat subtieler en breekbaarder klonk.
Paranoia gitarist die als kluizenaar tot mooie resultaten kwam.
Met heroïne in zijn aders.
Scar Tissue is het logische vervolg op Under The Bridge.
Vrijwel hetzelfde intro.
Scoren en gebruiken onder de brug.
Lichaam en geest voor eeuwig aangetast.
Tevens hoop of afsluiting van een verslaafde periode.
Otherside is de gehele afsluiting.
Bandleden die hem terug halen.
Welkom op het keerpunt van het bestaan.
Californication.
Vicieuze cirkel van de Verenigde Staten.
Vastroesten in een zekere toekomst.
Land der dromen en nachtmerries.
Een worden met het systeem.
Albumhoes die het goed verwoord.
Omgekeerde wereld.
Survival Of The Fittest.
Het onbewuste Hotel Californica van The Red Hot Chili Peppers.
Zoals The Eagles het op het einde van dat nummer verwoorden.
We are programmed to receive.
You can checkout any time you like,
But you can never leave!
Dave Navarro werd snel de band uit gewipt toen John Frusciante weer in beeld kwam.
Volgens eigen zeggen afgekickt.
Verloren zoon die weer thuis kwam.
Alles vergeven en de vriendenclub was compleet.
Grote onzin natuurlijk.
Anthony Kiedis dacht puur aan eigenbelang.
Toen Hillel Slovak overleed was hij de grote afwezige op de begrafenis.
En ook Frusciante had hij al lang afgeschreven.
Toen deze weer in staat was om een redelijk normaal gesprek te voeren.
Kwamen de dollartekens in beeld.
Commercieel gezien was dit de perfecte stap.
Toch waren de littekens duidelijk zichtbaar.
Opener Around The World en volger Parallel Universe was een knipoog naar het hardere funky oude werk.
Aansluiting zoekend bij Blood Sugar Sex Magik.
Vervolgens het volwassene geluid.
Gitaarspel wat subtieler en breekbaarder klonk.
Paranoia gitarist die als kluizenaar tot mooie resultaten kwam.
Met heroïne in zijn aders.
Scar Tissue is het logische vervolg op Under The Bridge.
Vrijwel hetzelfde intro.
Scoren en gebruiken onder de brug.
Lichaam en geest voor eeuwig aangetast.
Tevens hoop of afsluiting van een verslaafde periode.
Otherside is de gehele afsluiting.
Bandleden die hem terug halen.
Welkom op het keerpunt van het bestaan.
Californication.
Vicieuze cirkel van de Verenigde Staten.
Vastroesten in een zekere toekomst.
Land der dromen en nachtmerries.
Een worden met het systeem.
Albumhoes die het goed verwoord.
Omgekeerde wereld.
Survival Of The Fittest.
Het onbewuste Hotel Californica van The Red Hot Chili Peppers.
Zoals The Eagles het op het einde van dat nummer verwoorden.
We are programmed to receive.
You can checkout any time you like,
But you can never leave!
Red Hot Chili Peppers - The Getaway (2016)

3,0
0
geplaatst: 17 juni 2016, 18:43 uur
Red Hot Chili Peppers noemde ik samen met de nieuwe Swans en Radiohead de belangrijkste releases van de afgelopen week.
Ik kan mij nog goed herinneren dat ze iedereen in mijn omgeving toch wel aangenaam verrasten met Blood Sugar Sex Magic.
Het magische jaar 1991, de tijd dat ook Nevermind van Nirvana, Ten van Pearl Jam, Metalica met hun Black Album, Achtung Baby van U2 en ook Gish van Smashing Pumpkins uit kwam.
John Frusciante ging ten onder aan het succes, maar kwam later als verloren zoon weer terug.
Nu reeds het tweede album met Josh Klinghoffer.
Josh Klinghoffer die er alles aan doet om als John Frusciante te klinken; gitaarspel, zang en podiumpresentatie.
John Frusciante probeerde zelf op zijn eerste albums Hillel Slovak te imiteren, dus op zich is daar niks mis mee.
Ondanks dat Frusciante na zijn drugsverslaving nog steeds zeer goed gitaar kon spelen, vond ik zijn zang een stuk zwakker, en ook vaak het gitaarspel live rommeliger.
Wil dat nu juist de kant zijn die Klinghoffer laat zien.
Oké, misschien komt hij op The Getaway wel meer tot zijn recht.
Helaas valt dat op een Under The Bridge achtig gitaarspel bij The Longest Wave na gruwelijk tegen.
Ook bij Kiedis zijn de scherpe randjes er wel af, en ook de pompende bas van Flea zit op het niveau flatline.
Misschien kunnen ze voordat ze de studio in gaan voor een volgend album eerst een reanimatiecursus volgen, om er wat meer leven in te blazen.
Ik kan mij nog goed herinneren dat ze iedereen in mijn omgeving toch wel aangenaam verrasten met Blood Sugar Sex Magic.
Het magische jaar 1991, de tijd dat ook Nevermind van Nirvana, Ten van Pearl Jam, Metalica met hun Black Album, Achtung Baby van U2 en ook Gish van Smashing Pumpkins uit kwam.
John Frusciante ging ten onder aan het succes, maar kwam later als verloren zoon weer terug.
Nu reeds het tweede album met Josh Klinghoffer.
Josh Klinghoffer die er alles aan doet om als John Frusciante te klinken; gitaarspel, zang en podiumpresentatie.
John Frusciante probeerde zelf op zijn eerste albums Hillel Slovak te imiteren, dus op zich is daar niks mis mee.
Ondanks dat Frusciante na zijn drugsverslaving nog steeds zeer goed gitaar kon spelen, vond ik zijn zang een stuk zwakker, en ook vaak het gitaarspel live rommeliger.
Wil dat nu juist de kant zijn die Klinghoffer laat zien.
Oké, misschien komt hij op The Getaway wel meer tot zijn recht.
Helaas valt dat op een Under The Bridge achtig gitaarspel bij The Longest Wave na gruwelijk tegen.
Ook bij Kiedis zijn de scherpe randjes er wel af, en ook de pompende bas van Flea zit op het niveau flatline.
Misschien kunnen ze voordat ze de studio in gaan voor een volgend album eerst een reanimatiecursus volgen, om er wat meer leven in te blazen.
Relax! The Ultimate 80's Mix (2001)

4,0
0
geplaatst: 18 augustus 2016, 16:53 uur
Eigenlijk lopen de nummers allemaal best wel lekker in elkaar over, maar als jezelf een paar jaar voor de radio een programma hebt gepresenteerd, weet je dat dit niet zoveel voorstelt.
Het ene schuifje langzaam omhoog, en het andere langzaam omlaag, meer werk is het niet.
Wel gekozen voor mooie hits uit de jaren 80; al is die van Kraftwerk wel net iets ouder.
Het ene schuifje langzaam omhoog, en het andere langzaam omlaag, meer werk is het niet.
Wel gekozen voor mooie hits uit de jaren 80; al is die van Kraftwerk wel net iets ouder.
Reptaliens - Valis (2019)

3,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 18:47 uur
Reptaliens wil ons een futuristische zomersound voorschotelen. Flitsende nummers in een fel schitterend ultraviolette plastiek verpakking. We accepteren de milieuproblematiek en dansen door alsof er niks aan de hand is. Het is toch geweldig dat het klimaat verstoord is. Alle dagen hoge temperaturen, altijd feest in de kunstmatige zonneschijn. Dit is het beeld dat Valis bij mij oproept. Och, het uit Portland afkomstige echtpaar Bambi en Cole Browning leven nog steeds op hun roze suikerspinnenwolk. Ver zwevend boven de aarde kleurt het allemaal heel anders. Hoe mooi zijn dan de verlichtingen van druk bezochte steden, waar de energie zoveel warmte oproept dat men gericht zorgen moet maken voor ons bestaan. De planeet waar Reptaliens op woont heeft dit vraagstuk geen rol. Samen met Julian Kowalski op gitaar en Tyler Verigin achter het drumstel stappen we de dreampop wereld van Valis binnen. Is er dan helemaal geen kritische noot te kraken bij dit vrolijke gezelschap?
De opvolger van FM-2030 is nog een stuk luchtiger dan het debuut. Daar waren de tracks een tikkeltje trager en meer vermengd met donkere postpunk invloeden. Sunset, Sunrise is alles wat de titel aangeeft. Ontwakende synthesizer zonneklanken met een zwoel surfend gitaarbriesje. Daardoorheen wandelt de zwaardere bas als logge voetstappen door het hete zand. Bambi is geen geweldige zangeres, maar haar gereserveerde stem leent zich prima voor de coole ontspannen sound. Het accent ligt op de dromerige New Wave uit de jaren tachtig; licht beïnvloed door de Italodisco uit dezelfde periode.
Sporadisch springt er een track boven uit. Na het al eerder genoemde Sunset, Sunrise is het pas met Baby Come Home dat ze door het prachtige intro indruk weten te maken. Deze zou zich ook thuis voelen op FM-2030, maar is hier de volgroeide zwaan tussen de kwetterende eendjes. Changing is overduidelijk een meer naar de jaren zeventig dromerige Franse zuchtmeisjes gehint nummer, wat qua opzet zich prima staande weet te houden. De herhalende knusse baspartijen van Bambi mogen hier de hoofdrol opeisen. Zelfs het zware verlies van een vriendin door zelfdoding wil in het opgewekte bewierookte Heather weinig indruk maken. Of de vocalist zit nog gevangen in de ontkenningsfase, wat zeker mogelijk kan zijn. Valis is een standaard zomer plaatje, welke net zo gemakkelijk wegsmelt uit je gedachtes als een lekker vanille-ijsje.
Reptaliens - Valis | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De opvolger van FM-2030 is nog een stuk luchtiger dan het debuut. Daar waren de tracks een tikkeltje trager en meer vermengd met donkere postpunk invloeden. Sunset, Sunrise is alles wat de titel aangeeft. Ontwakende synthesizer zonneklanken met een zwoel surfend gitaarbriesje. Daardoorheen wandelt de zwaardere bas als logge voetstappen door het hete zand. Bambi is geen geweldige zangeres, maar haar gereserveerde stem leent zich prima voor de coole ontspannen sound. Het accent ligt op de dromerige New Wave uit de jaren tachtig; licht beïnvloed door de Italodisco uit dezelfde periode.
Sporadisch springt er een track boven uit. Na het al eerder genoemde Sunset, Sunrise is het pas met Baby Come Home dat ze door het prachtige intro indruk weten te maken. Deze zou zich ook thuis voelen op FM-2030, maar is hier de volgroeide zwaan tussen de kwetterende eendjes. Changing is overduidelijk een meer naar de jaren zeventig dromerige Franse zuchtmeisjes gehint nummer, wat qua opzet zich prima staande weet te houden. De herhalende knusse baspartijen van Bambi mogen hier de hoofdrol opeisen. Zelfs het zware verlies van een vriendin door zelfdoding wil in het opgewekte bewierookte Heather weinig indruk maken. Of de vocalist zit nog gevangen in de ontkenningsfase, wat zeker mogelijk kan zijn. Valis is een standaard zomer plaatje, welke net zo gemakkelijk wegsmelt uit je gedachtes als een lekker vanille-ijsje.
Reptaliens - Valis | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Reptile71 - In Dust: 2000-2003 (2009)

3,5
0
geplaatst: 1 januari 2009, 22:37 uur
Ondanks de heersende interesse naar de postpunk, zie ik dit album er helemaal los van staan. Het zijn allemaal nummers uit de periode 2000-2003. Toen was er nog niet echt sprake van een revival. Dus als je een album verwacht in de stijl van Editors of Interpol; dan is dit niet het geval.
Dit album klinkt hoopvoller, en ademt juist niet de sfeer van een koude oorlog en kernraketten uit. Dit is een soort van nieuw vertrouwen.
All Wrong heeft elementen van Dead Can Dance; Paul grapte ooit dat hij het fado achtige stemgeluid van Lisa Gerrard probeerde na te doen. Hier hoor ik inderdaad wel de sfeer van Yulunga (Spirit Dance) in terug. Persoonlijk vind ik dit al gelijk het beste nummer; al doet de rest er niet veel van onder.
De overgang naar Home is erg mooi gemaakt; ook gelijk een andere invalshoek. Ik weet niet hoe Paul het klaar speelt, maar de mooie twee stemmigheid neigt naar een OMD. Terwijl het muzikale gedeelte veel weg heeft van Depeche Mode tijdens de A Broken Frame periode.
Bij New Times overheerst de drumcomputer, Paul zijn stem is ingetogen, en zo halverwege snerpend. Mooi, en met minimale muzikale omlijsting gemaakt.
Vervolgens hoor je in Drag duidelijk Decades van Joy Division in terug, maar dan op een manier uit gevoerd wat weer juist erg in het straatje van Anne Clark past. Veel minder zwaar, maar wel heerlijk dromerig.
Toen ik de eerste keer Justin Curfman hoorde mee zingen bij Always A Way, vroeg ik me af wat de meerwaarde was. Het The Cure geluid lag er al zo duidelijk bovenop ( Disintegration), en dit benadrukte het alleen maar.
Maar het effect op deze mistige nieuwjaarsdag op weg naar mijn vrouw en kind, deed me voor de eerste keer echt ontroeren; het kwartje viel vanmiddag dus wel. Al vind ik persoonlijk Pauls stemgeluid warmer klinken dan dat van Justin. De piano maakt het geheel wel helemaal af.
Bij Upside Down moet ik in eerste instantie aan Gary Numan denken; de keyboardpartijen hebben wat weg van Cars. De krachtige zang klinkt als een mantra dat bijna een hypnotiserende werking heeft. Het gaat terug naar het geluid van All Wrong; dus ik denk dat Upside Down uit dezelfde periode stamt.
Hunger wijkt af van de rest van het album. Het is allemaal wat rustiger, en wat meer Dreampop wat ik hier hoor. De zang is weer meer richting OMD, maar het weet me gelijk de eerste keer te ontroeren; de zang is erg breekbaar, en ik heb het gevoel dat hier echt een ziel open gelegd wordt. Ik heb het idee dat dit een erg persoonlijk nummer is; waarbij getwijfeld is om het juist op het album te plaatsen.
Vervolgens hoor ik bij In Dust (Move On) weer Depeche Mode in terug, maar dan meer het stemgeluid van Martin Gore. Helaas vind ik dit wat minder, maar volgens mij is dit een nummer wat het bij de vrouwtjes goed zal doen.
Bij Harder And Harder wordt weer gebruik gemaakt van een tweestemmigheid, en halverwege komt er muzikaal een mooie toevoeging (gitaar?) wat het wat extra’s geeft. Alleen het einde is te abrupt. Hier had meer uit gehaald kunnen worden.
De opbouw van Crystal klinkt als een tragere versie van Photographic van Depeche Mode; mij spreekt het wel aan. Heerlijk rustpuntje weer. Het geluid wordt steeds voller, de zang verdwijnt naar de achtergrond, en is ondergeschikt aan de rest van de muziek.
Na de twee wat mindere nummers weer een goed sterk nummer.
Wat dus alweer overloopt in het laatste nummer Saved, wat mij de herinneringen op roept naar China Crisis ( King In A Catholic Style).
Mooie afsluiter.
Een uur lang terug grijpen in de tijd; zo ervaart deze dertiger dit album.
Ik ben blij dat Paul de moeite heeft genomen om deze persoonlijke nummers met ons te delen; en verheug me er dan ook op om het daadwerkelijke album binnenkort in mijn handen te hebben.
4,5 ***
Dit album klinkt hoopvoller, en ademt juist niet de sfeer van een koude oorlog en kernraketten uit. Dit is een soort van nieuw vertrouwen.
All Wrong heeft elementen van Dead Can Dance; Paul grapte ooit dat hij het fado achtige stemgeluid van Lisa Gerrard probeerde na te doen. Hier hoor ik inderdaad wel de sfeer van Yulunga (Spirit Dance) in terug. Persoonlijk vind ik dit al gelijk het beste nummer; al doet de rest er niet veel van onder.
De overgang naar Home is erg mooi gemaakt; ook gelijk een andere invalshoek. Ik weet niet hoe Paul het klaar speelt, maar de mooie twee stemmigheid neigt naar een OMD. Terwijl het muzikale gedeelte veel weg heeft van Depeche Mode tijdens de A Broken Frame periode.
Bij New Times overheerst de drumcomputer, Paul zijn stem is ingetogen, en zo halverwege snerpend. Mooi, en met minimale muzikale omlijsting gemaakt.
Vervolgens hoor je in Drag duidelijk Decades van Joy Division in terug, maar dan op een manier uit gevoerd wat weer juist erg in het straatje van Anne Clark past. Veel minder zwaar, maar wel heerlijk dromerig.
Toen ik de eerste keer Justin Curfman hoorde mee zingen bij Always A Way, vroeg ik me af wat de meerwaarde was. Het The Cure geluid lag er al zo duidelijk bovenop ( Disintegration), en dit benadrukte het alleen maar.
Maar het effect op deze mistige nieuwjaarsdag op weg naar mijn vrouw en kind, deed me voor de eerste keer echt ontroeren; het kwartje viel vanmiddag dus wel. Al vind ik persoonlijk Pauls stemgeluid warmer klinken dan dat van Justin. De piano maakt het geheel wel helemaal af.
Bij Upside Down moet ik in eerste instantie aan Gary Numan denken; de keyboardpartijen hebben wat weg van Cars. De krachtige zang klinkt als een mantra dat bijna een hypnotiserende werking heeft. Het gaat terug naar het geluid van All Wrong; dus ik denk dat Upside Down uit dezelfde periode stamt.
Hunger wijkt af van de rest van het album. Het is allemaal wat rustiger, en wat meer Dreampop wat ik hier hoor. De zang is weer meer richting OMD, maar het weet me gelijk de eerste keer te ontroeren; de zang is erg breekbaar, en ik heb het gevoel dat hier echt een ziel open gelegd wordt. Ik heb het idee dat dit een erg persoonlijk nummer is; waarbij getwijfeld is om het juist op het album te plaatsen.
Vervolgens hoor ik bij In Dust (Move On) weer Depeche Mode in terug, maar dan meer het stemgeluid van Martin Gore. Helaas vind ik dit wat minder, maar volgens mij is dit een nummer wat het bij de vrouwtjes goed zal doen.
Bij Harder And Harder wordt weer gebruik gemaakt van een tweestemmigheid, en halverwege komt er muzikaal een mooie toevoeging (gitaar?) wat het wat extra’s geeft. Alleen het einde is te abrupt. Hier had meer uit gehaald kunnen worden.
De opbouw van Crystal klinkt als een tragere versie van Photographic van Depeche Mode; mij spreekt het wel aan. Heerlijk rustpuntje weer. Het geluid wordt steeds voller, de zang verdwijnt naar de achtergrond, en is ondergeschikt aan de rest van de muziek.
Na de twee wat mindere nummers weer een goed sterk nummer.
Wat dus alweer overloopt in het laatste nummer Saved, wat mij de herinneringen op roept naar China Crisis ( King In A Catholic Style).
Mooie afsluiter.
Een uur lang terug grijpen in de tijd; zo ervaart deze dertiger dit album.
Ik ben blij dat Paul de moeite heeft genomen om deze persoonlijke nummers met ons te delen; en verheug me er dan ook op om het daadwerkelijke album binnenkort in mijn handen te hebben.
4,5 ***
Rev Rev Rev - Kykeon (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 16:13 uur
Italië eist steeds meer een vooruitstrevende rol op in het mondiale hedendaagse rockklimaat. Met prachtige, duistere gitaaralbums worden we in 2019 getrakteerd op een veelzeggende nieuwe stroming, die de een na de andere verbazend sterke plaat lanceert. De kettingreactie die in werking gesteld wordt motiveert om met overtreffende resultaten jezelf op deze arbeidsmarkt te presenteren. Het alles verwoestende Rev Rev Rev laat een wispelturige tornado aan omkerende geluidsgolven op je af komen. Deze noise dirigeert de windvlagen richting het hitsige zuiden, waar vanuit Modena het viertallige gezelschap van tegenstrijdige rockers hun derde plaat Kykeon presenteren.
Ze vormen een direct gevaar voor de aanwezige architectuur daar. Betwijfelend of de historische gebouwen bestendigt zijn tegen de nadreunende heerlijke herrie die geproduceerd wordt. Want dit is er eentje die een Play It Loud sticker verdiend. Dit is Shoegazer met gemanipuleerd stofzuigergeluid, waarbij alles in dienst lijkt te staan van de atmosferische fuzzsound die ze hiermee oproepen. Het effectenpedaal wordt ingezet als extra instrument, sterker nog, de rol van de geluidsvervormer is bepalend voor het wegblazend gevoel waarmee ze zich op de kaart zetten. Uitkijken dus op deze rotonde van onvoorspelbaarheid.
Met harde om zich heen meppende mokerslagen van Greta Benatti wordt de weg vrijgemaakt voor het opzuigende moeras van Waiting for Gödel. Ergens ver weg geschoven in het mengpaneel wil Laura Iacuzio met haar psychedelische zang als een hongerige aasgier rondcirculeren om vervolgens als nachtelijk testbeeld ruis in het niets te verdwijnen. Dit is allemaal al eerder en beter gedaan, maar Rev Rev Rev weet er wel hun eigen draai aan te geven. Tussen de explosies, die niet onderdoen aan knallende nieuwjaarsgroeten zit de eigenheid gevangen in een duidelijke basis van postpunk. Met de kristalheldere synthesizers wagen ze zich aan het duistere grensgebied.
De holbewoner drumpartijen en het dolend zielloos baswerk gaan de confrontatie aan met de gewaagde gitaar melodieën van Sebastian Lugli. Die speelsheid en jeugdigheid gaat dwars tegen de zelfverzekerde oer drang van de begeleiding in. Een mooi evenwicht om het lompe karakter wat in te dimmen. Als er zoiets als dreampop bestaat, dan mag dit gekwalificeerd worden als nightmarepop. Het heeft tevens een trippende werking, al wil het net wat avontuurlijker en gejaagder over komen. De knoppen van het opname apparatuur worden dol gedraaid om het vernietigende effect van windkracht 10 op te roepen in het lawaaierige Sealand.
Sporadisch wordt de noiserock nog onderbroken, bij Adrift in the Chaosmos is dat het ronddwalend spaghettiwestern deuntje wat eventjes als ongenodigde gast op bezoek komt. Rev Rev Rev krijgt een tikkeltje meer status als Laura Iacuzio zich als doempriesteres presenteert in het gotisch dicht gemetselde Summer Clouds. Hoe verrassend is het dat er afgesloten wordt met freakende funkrock in het met psychedelica gevoede Cyclopes. Kykeon heeft de onvoorspelbaarheid van een versleten stuk elastiek. Het is wachten op het moment dat de spanning en veerkracht het verliest van de druk die het roekeloos spelen ze oplegt. Hoe ver durven ze hierin te gaan. Die grens is nog niet gevonden.
Rev Rev Rev - Kykeon | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Ze vormen een direct gevaar voor de aanwezige architectuur daar. Betwijfelend of de historische gebouwen bestendigt zijn tegen de nadreunende heerlijke herrie die geproduceerd wordt. Want dit is er eentje die een Play It Loud sticker verdiend. Dit is Shoegazer met gemanipuleerd stofzuigergeluid, waarbij alles in dienst lijkt te staan van de atmosferische fuzzsound die ze hiermee oproepen. Het effectenpedaal wordt ingezet als extra instrument, sterker nog, de rol van de geluidsvervormer is bepalend voor het wegblazend gevoel waarmee ze zich op de kaart zetten. Uitkijken dus op deze rotonde van onvoorspelbaarheid.
Met harde om zich heen meppende mokerslagen van Greta Benatti wordt de weg vrijgemaakt voor het opzuigende moeras van Waiting for Gödel. Ergens ver weg geschoven in het mengpaneel wil Laura Iacuzio met haar psychedelische zang als een hongerige aasgier rondcirculeren om vervolgens als nachtelijk testbeeld ruis in het niets te verdwijnen. Dit is allemaal al eerder en beter gedaan, maar Rev Rev Rev weet er wel hun eigen draai aan te geven. Tussen de explosies, die niet onderdoen aan knallende nieuwjaarsgroeten zit de eigenheid gevangen in een duidelijke basis van postpunk. Met de kristalheldere synthesizers wagen ze zich aan het duistere grensgebied.
De holbewoner drumpartijen en het dolend zielloos baswerk gaan de confrontatie aan met de gewaagde gitaar melodieën van Sebastian Lugli. Die speelsheid en jeugdigheid gaat dwars tegen de zelfverzekerde oer drang van de begeleiding in. Een mooi evenwicht om het lompe karakter wat in te dimmen. Als er zoiets als dreampop bestaat, dan mag dit gekwalificeerd worden als nightmarepop. Het heeft tevens een trippende werking, al wil het net wat avontuurlijker en gejaagder over komen. De knoppen van het opname apparatuur worden dol gedraaid om het vernietigende effect van windkracht 10 op te roepen in het lawaaierige Sealand.
Sporadisch wordt de noiserock nog onderbroken, bij Adrift in the Chaosmos is dat het ronddwalend spaghettiwestern deuntje wat eventjes als ongenodigde gast op bezoek komt. Rev Rev Rev krijgt een tikkeltje meer status als Laura Iacuzio zich als doempriesteres presenteert in het gotisch dicht gemetselde Summer Clouds. Hoe verrassend is het dat er afgesloten wordt met freakende funkrock in het met psychedelica gevoede Cyclopes. Kykeon heeft de onvoorspelbaarheid van een versleten stuk elastiek. Het is wachten op het moment dat de spanning en veerkracht het verliest van de druk die het roekeloos spelen ze oplegt. Hoe ver durven ze hierin te gaan. Die grens is nog niet gevonden.
Rev Rev Rev - Kykeon | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Revere - My Mirror / Your Target (2013)

3,5
0
geplaatst: 7 oktober 2014, 00:02 uur
aERo is al jaren mijn maatje op MusicMeter.
Al vanaf het begin dat ik op deze site actief ben wisselen we via de achterdeur allerlei tips aan elkaar uit.
Een soort van geheim verbond.
Maar sinds een jaar is er een openbaring.
Als een Jehova getuige wordt er een voet tussen de voordeur hier gezet.
Het nieuwe geloof heet Revere.
Eric is She Sells Sanctuary van The Cult, maar dan de mannelijke variant.
Het enthousiasme lijkt op de kinderlijke onschuld van de blijheid van het openen van een verrassingsei.
Iets wat je als jonge ouder regelmatig ervaart.
Zelf moet ik denken aan mijn liefde voor de Levellers.
Jaren heb ik vrienden verteld hoe geweldig deze band was.
Mijn ontdekking!
Maar toen de plaatselijke club Hope St. ging draaien, was ik in eerste instantie zielsgelukkig.
Wauw, en het werd zelfs mee gezongen.
Vervolgens schrok ik hevig.
Levellers was niet meer mijn bandje.
Het was ons bandje geworden.
Eric heeft goed contact met de zanger van Revere.
Spreken elkaar zelfs zo nu en dan.
Toen ik Mark Chadwick van Levellers tijdens een festival tegen kwam, kon ik alleen maar zeggen:
You Are The Singer Of Levellers
Alsof hij dat zelf niet wist.
Maar nu ik Revere en aERo binnenkort daadwerkelijk ga ontmoeten, moet ik wel voorbereid zijn.
Een beetje weten waarover ik praat, en zo.
Ik moet toegeven My Mirror / Your Target klinkt groots.
In eerste instantie moest ik vooral aan Arcade Fire en Blaudzun denken.
Natuurlijk hoor je die overduidelijk terug, maar bij een betere luisterbeurt hoor ik er meer Editors in terug.
De naam die echter overheerst is die van School is Cool.
En als je weet hoe die mij live te pakken kregen.
Als een griepvirus grepen ze mijn strot; vochten een weg naar binnen.
Ik ben bang dat de kans aanwezig is, dat dit binnenkort weer gaat gebeuren.
Maar ik zal proberen mij afzijdig te houden.
Revere is de band van aERo.
Revere is niet onze band.
Wij zijn gewoon toeschouwers.
We Won't Be Here Tomorrow
Maar zaterdag komt steeds dichterbij.
Al vanaf het begin dat ik op deze site actief ben wisselen we via de achterdeur allerlei tips aan elkaar uit.
Een soort van geheim verbond.
Maar sinds een jaar is er een openbaring.
Als een Jehova getuige wordt er een voet tussen de voordeur hier gezet.
Het nieuwe geloof heet Revere.
Eric is She Sells Sanctuary van The Cult, maar dan de mannelijke variant.
Het enthousiasme lijkt op de kinderlijke onschuld van de blijheid van het openen van een verrassingsei.
Iets wat je als jonge ouder regelmatig ervaart.
Zelf moet ik denken aan mijn liefde voor de Levellers.
Jaren heb ik vrienden verteld hoe geweldig deze band was.
Mijn ontdekking!
Maar toen de plaatselijke club Hope St. ging draaien, was ik in eerste instantie zielsgelukkig.
Wauw, en het werd zelfs mee gezongen.
Vervolgens schrok ik hevig.
Levellers was niet meer mijn bandje.
Het was ons bandje geworden.
Eric heeft goed contact met de zanger van Revere.
Spreken elkaar zelfs zo nu en dan.
Toen ik Mark Chadwick van Levellers tijdens een festival tegen kwam, kon ik alleen maar zeggen:
You Are The Singer Of Levellers
Alsof hij dat zelf niet wist.
Maar nu ik Revere en aERo binnenkort daadwerkelijk ga ontmoeten, moet ik wel voorbereid zijn.
Een beetje weten waarover ik praat, en zo.
Ik moet toegeven My Mirror / Your Target klinkt groots.
In eerste instantie moest ik vooral aan Arcade Fire en Blaudzun denken.
Natuurlijk hoor je die overduidelijk terug, maar bij een betere luisterbeurt hoor ik er meer Editors in terug.
De naam die echter overheerst is die van School is Cool.
En als je weet hoe die mij live te pakken kregen.
Als een griepvirus grepen ze mijn strot; vochten een weg naar binnen.
Ik ben bang dat de kans aanwezig is, dat dit binnenkort weer gaat gebeuren.
Maar ik zal proberen mij afzijdig te houden.
Revere is de band van aERo.
Revere is niet onze band.
Wij zijn gewoon toeschouwers.
We Won't Be Here Tomorrow
Maar zaterdag komt steeds dichterbij.
Richard Dawson - End of the Middle (2025)

4,0
0
geplaatst: 16 maart 2025, 19:24 uur
Bij Richard Dawson moet je zijn werk bijna altijd in een groter perspectief zien. Halverwege zijn Peasant, 2020 en The Ruby Cord trilogie wijkt hij naar Finland uit om samen met hardrockers van Circle aan Henki te werken. Uiteindelijk voltooit hij het lichtelijk op het concept van Charles Dickens A Christmas Carol gebaseerde drieluik over het verleden, heden en toekomst. Vervolgens gaat hij weer terug naar de puurheid van de sobere folkrock en schept hij op End of the Middle een kleinschalige micromaatschappij met korte hedendaagse treurige schetsen van hoe de inwoners daar hun tijd invullen. Slechts de dolende achtervolgende geest uit het heftige The Question is nog tot de Charles Dickens vertelling te herleiden, daar blijft het dan ook bij.
Hier stopt hij een aantal voor hem belangrijke gebeurtenissen uit zijn jeugd tussen, die hem min of meer gevormd hebben. Zo maakt hij op Bolt van dichtbij mee dat zijn vader ternauwernood aan een blikseminslag ontsnapt. Bolt staat dus voor het feit dat een kind al snel uit de droom dat ouders onsterfelijk zijn ontwaakt. Het moment dat hij de jeugdige onschuld verliest en te vroeg volwassen wordt. Bolt bezit de muzikale schoonheid van het betere Jason Molina werk, al mist Richard Dawson wel die treursnik in zijn stem. Inleven en verhalen vertellen kan hij als de beste. Bolt geeft het belang van familiebanden aan en staat dus tevens indirect voor verlatingsangst, het eerste zware End of the Middle thema.
Uit die verlatingsangst komt de eenzaamheid van de Gondola new wave folk voort. Door de Britse bezuinigingsmaatregelen verwaarlozen de oudere bewoners zichzelf en komen ze in een isolement terecht, waar goedkope wijn en reality-tv troost biedt. Door vocaal de falset hoogte in te gaan, openbaart zich een onderbewuste kant van de singer-songwriter die in het personage van een aan huis gekluisterde vrouw kruipt. Slachtoffers die vaak een stille dood sterven, en pas weken later ontdekt worden.
Ook het ritmische Bullies is behoorlijk actueel. Het pestgedrag onder de jongeren is van alle tijden en in het geval van Richard Dawson levert het een aantal onverwerkte schooltrauma’s op. Uiteindelijk moet je toch die hemelpoort door waar je opgewacht wordt. Door deze narigheid met zijn zoon te delen, ontplooit deze zich juist tot pestkop, het patroon is niet te doorbreken, maar krijgt een andere wending. Het experimentele Bullies kraakt en schuurt door het toedoen van klarinetspeler Faye MacCalman onwennig van alle kanten. Het fluitketel getinte scharnierspel zoekt de grenzen van aangenaam op, en teistert het gehoor. De boodschap komt in ieder geval duidelijk over.
De Knot knoop in de buik is de angst voor de normalisatie, het veilige terugkerende vooruitzicht. De angst voor de eeuwige trouw, de angst voor de huwelijkse voorwaarden, de angst voor het veilige gezinsleven. Een agressief hoogtepunt met een desperate schreeuwerige Richard Dawson, die ondanks deze uitbarsting juist vlak en hulpbehoevend klinkt. Weinig ruimte voor humor dus deze keer, tenzij je het weglachen daarvan in het grunge grijze Boxing Day Sales als ironie beschouwt. Ook nu weer een voortreffelijke hoofdrol van klarinetspeler Faye MacCalman, die dat instrument een bijna blues achtig antwoord op de stoffige freejazz ritmes van Andrew Cheetham laat uitspreken.
Nou ja, de zelfvoorzienende moestuin ideologie van de posthippie song Polytunnel, is luchtiger qua opzet, maar ademt in alles die eenzaamheid uit. In Removals Van neemt Richard Dawson van de luxes van het bestaan afscheid. Primaire levensbehoeftes welke in principe overbodig zijn. Het ouderlijke huis, stil en verlaten, alleen de beschimmelde herinneringen bewonen het in verval gaande gebouw. We maken het weer eigen, volgens onze herziende waardes en normen, en klaar voor het aankomende vaderschap. We schilderen een flinke laag aan desinformatie over het verleden heen, en stoppen deze ver weg.
En dan komen dood en geboorte in More Than Real samen en herhaalt het patroon zich waar Richard Dawson zich altijd tegen verzet heeft. Samen met schrijfmaatje Sally Pilkington bezingt hij deze intense verandering in het leven, waarna je als het ware een tweede kans krijgt om er iets van te maken. Het gezinnetje lonkt, en als je verder niks nodig hebt, is dat prima zo. End of the Middle is een plaat met veel diepgang en nodigt uit om goed na te denken, en eventueel zelfs de ingeslagen koers te wijzigen.
Richard Dawson - End of the Middle | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Hier stopt hij een aantal voor hem belangrijke gebeurtenissen uit zijn jeugd tussen, die hem min of meer gevormd hebben. Zo maakt hij op Bolt van dichtbij mee dat zijn vader ternauwernood aan een blikseminslag ontsnapt. Bolt staat dus voor het feit dat een kind al snel uit de droom dat ouders onsterfelijk zijn ontwaakt. Het moment dat hij de jeugdige onschuld verliest en te vroeg volwassen wordt. Bolt bezit de muzikale schoonheid van het betere Jason Molina werk, al mist Richard Dawson wel die treursnik in zijn stem. Inleven en verhalen vertellen kan hij als de beste. Bolt geeft het belang van familiebanden aan en staat dus tevens indirect voor verlatingsangst, het eerste zware End of the Middle thema.
Uit die verlatingsangst komt de eenzaamheid van de Gondola new wave folk voort. Door de Britse bezuinigingsmaatregelen verwaarlozen de oudere bewoners zichzelf en komen ze in een isolement terecht, waar goedkope wijn en reality-tv troost biedt. Door vocaal de falset hoogte in te gaan, openbaart zich een onderbewuste kant van de singer-songwriter die in het personage van een aan huis gekluisterde vrouw kruipt. Slachtoffers die vaak een stille dood sterven, en pas weken later ontdekt worden.
Ook het ritmische Bullies is behoorlijk actueel. Het pestgedrag onder de jongeren is van alle tijden en in het geval van Richard Dawson levert het een aantal onverwerkte schooltrauma’s op. Uiteindelijk moet je toch die hemelpoort door waar je opgewacht wordt. Door deze narigheid met zijn zoon te delen, ontplooit deze zich juist tot pestkop, het patroon is niet te doorbreken, maar krijgt een andere wending. Het experimentele Bullies kraakt en schuurt door het toedoen van klarinetspeler Faye MacCalman onwennig van alle kanten. Het fluitketel getinte scharnierspel zoekt de grenzen van aangenaam op, en teistert het gehoor. De boodschap komt in ieder geval duidelijk over.
De Knot knoop in de buik is de angst voor de normalisatie, het veilige terugkerende vooruitzicht. De angst voor de eeuwige trouw, de angst voor de huwelijkse voorwaarden, de angst voor het veilige gezinsleven. Een agressief hoogtepunt met een desperate schreeuwerige Richard Dawson, die ondanks deze uitbarsting juist vlak en hulpbehoevend klinkt. Weinig ruimte voor humor dus deze keer, tenzij je het weglachen daarvan in het grunge grijze Boxing Day Sales als ironie beschouwt. Ook nu weer een voortreffelijke hoofdrol van klarinetspeler Faye MacCalman, die dat instrument een bijna blues achtig antwoord op de stoffige freejazz ritmes van Andrew Cheetham laat uitspreken.
Nou ja, de zelfvoorzienende moestuin ideologie van de posthippie song Polytunnel, is luchtiger qua opzet, maar ademt in alles die eenzaamheid uit. In Removals Van neemt Richard Dawson van de luxes van het bestaan afscheid. Primaire levensbehoeftes welke in principe overbodig zijn. Het ouderlijke huis, stil en verlaten, alleen de beschimmelde herinneringen bewonen het in verval gaande gebouw. We maken het weer eigen, volgens onze herziende waardes en normen, en klaar voor het aankomende vaderschap. We schilderen een flinke laag aan desinformatie over het verleden heen, en stoppen deze ver weg.
En dan komen dood en geboorte in More Than Real samen en herhaalt het patroon zich waar Richard Dawson zich altijd tegen verzet heeft. Samen met schrijfmaatje Sally Pilkington bezingt hij deze intense verandering in het leven, waarna je als het ware een tweede kans krijgt om er iets van te maken. Het gezinnetje lonkt, en als je verder niks nodig hebt, is dat prima zo. End of the Middle is een plaat met veel diepgang en nodigt uit om goed na te denken, en eventueel zelfs de ingeslagen koers te wijzigen.
Richard Dawson - End of the Middle | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
Richard Dawson & Circle - Henki (2021)

4,0
1
geplaatst: 10 december 2021, 13:51 uur
De eigenzinnige gekte rondom de excentrieke muzikant Richard Dawson zorgt nog steeds voor de nodige opschudding. Tekstueel totaal onnavolgbaar verpakt hij waarheden in illusies en illusies in waarheden. De Britse folky lift niet mee op de sfeervolle eighties Americana hype, en laat zich tevens niet verleiden tot het gebruik van stemvervormers die met elektrische schokjes het folk genre reanimeren. De inspiratie van Henki zit voor een groot deel in de duistere New wave of British Heavy Metal uithoek, een interesse die hij deelt met de door hem hoog gewaardeerde Finse rockers van Circle. Dit zeer productieve gezelschap levert gemiddeld vanaf 1994 zeker jaarlijks wel een album af.
De gemeenschappelijke klik levert een mythologisch superhelden schouwspel op, waar sages en legendes de kronkelige hersenspinsels van Richard Dawson bereiken en vervolgens bewonen. Ze herdefiniëren de oudheden en bewateren de bron met nieuwe zijriviertjes en zelf aangelegde kanaaltjes. De stoere krijgsmannen sound vormt met het diepgroene beboste geluid het perfecte decor voor de minstreel Richard Dawson die zich als Keltische druïde op de Midden- Aarde gronden van Scandinavië begeeft. Circle offert een stukje brute kracht op om dichter bij Richard Dawson te komen, die daarvoor in de plaats meer symfonische zangeffecten toevoegt.
Dat de muzikale vertellingen te linken zijn aan de plantenheelkunde werkt ook nog eens in het voordeel. Henki, het borrelende toverketelmengsel waarbij Richard Dawson en Circle verantwoordelijk zijn voor de uitwerking en zich distantiëren van de latere schadelijke gevolgen. Financiële bekostiging en het te vroeg ingezette rottingsproces van de uitheemse flora vervullen een belangrijke rol bij deze informatieve ontdekkingstocht Cooksonia. Als jong opgejaagd wild dartelen de onwetende pianotoetsen door het woeste zeevaardige slagveld aan gitaargeweld en donderslagen gevormde spirituele psychedelica heen.
In het bezwerende freakende epische Methuselah sneuvelt werelds oudste boom als door wetenschappelijk onderzoek aan de hand van jaarringen de oudheid bepaald wordt. Dit soort geniale Britse humoristische vondsten geven deze tracks een typische Blackadder twist. Doldwaze op waarheid gebaseerde feitelijkheden met pijnlijke uitwerkingen. Juist door de aanwezigheid van het stevige Circle is Henki een serieuze aangelegenheid die nergens verzandt tot flauwe zouteloze gimmicks.
De jammerende klaagzang bij de verhalende verslaglegging Ivy houdt je in een ijzingwekkende greep. Een wurgende klimop perst het laatste beetje wijnvocht uit de met doodskreten en lichaamssappen voedende verboden vruchten. Richard Dawson is echter niet het enige familielid die er macabere ideeën op nahoudt. De nineties grunge van Lily ontwikkelt zich als een ware rockopera. Het lugubere verhaaltje voor het slapen gaan, komt voort uit morbide levensechte waanbeelden van ronddolende spookverschijnselen die bij de verpleegwerkplek van zijn moeder zoekende naar rust over de afdelingsgangen zwerven. Richard Dawson misbruikt hierbij zijn hoge kopstem en kruipt in het ontzielde lichaam van de overledene.
Vriendelijk toetsenwerk maakt van het jagende twaalf minuten durende Silphium een prettige luisterervaring. Heerlijk noisy ragwerk afgewisseld met melodieuze sixties psychedelica, kunstzinnige freejazz uitspattingen, slopende new wave gitaren en fluisterende hoorspel taferelen. Rondcirkelende helikoptergeluiden transporteren vanuit Moskou de droomvlucht van het 32.000 jaar oude bevroren eekhoornzaadje Silene naar een laboratorium om daar deze met moderne technieken te ontkiemen. De geboorte van het nieuwe leven, gerecycled uit geconserveerde historische oerbeginselen. De futuristische Krautrock episode Pitcher is met zijn funkende herhalende seventies riffs en lancerende ambient house invloeden de afrondende magnum opus van Henki. Wat zeggen ze toch altijd? Beter een goede buur dan een verre vriend? Dat gaat in ieder geval hier niet op.
Richard Dawson & Circle - Henki | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
De gemeenschappelijke klik levert een mythologisch superhelden schouwspel op, waar sages en legendes de kronkelige hersenspinsels van Richard Dawson bereiken en vervolgens bewonen. Ze herdefiniëren de oudheden en bewateren de bron met nieuwe zijriviertjes en zelf aangelegde kanaaltjes. De stoere krijgsmannen sound vormt met het diepgroene beboste geluid het perfecte decor voor de minstreel Richard Dawson die zich als Keltische druïde op de Midden- Aarde gronden van Scandinavië begeeft. Circle offert een stukje brute kracht op om dichter bij Richard Dawson te komen, die daarvoor in de plaats meer symfonische zangeffecten toevoegt.
Dat de muzikale vertellingen te linken zijn aan de plantenheelkunde werkt ook nog eens in het voordeel. Henki, het borrelende toverketelmengsel waarbij Richard Dawson en Circle verantwoordelijk zijn voor de uitwerking en zich distantiëren van de latere schadelijke gevolgen. Financiële bekostiging en het te vroeg ingezette rottingsproces van de uitheemse flora vervullen een belangrijke rol bij deze informatieve ontdekkingstocht Cooksonia. Als jong opgejaagd wild dartelen de onwetende pianotoetsen door het woeste zeevaardige slagveld aan gitaargeweld en donderslagen gevormde spirituele psychedelica heen.
In het bezwerende freakende epische Methuselah sneuvelt werelds oudste boom als door wetenschappelijk onderzoek aan de hand van jaarringen de oudheid bepaald wordt. Dit soort geniale Britse humoristische vondsten geven deze tracks een typische Blackadder twist. Doldwaze op waarheid gebaseerde feitelijkheden met pijnlijke uitwerkingen. Juist door de aanwezigheid van het stevige Circle is Henki een serieuze aangelegenheid die nergens verzandt tot flauwe zouteloze gimmicks.
De jammerende klaagzang bij de verhalende verslaglegging Ivy houdt je in een ijzingwekkende greep. Een wurgende klimop perst het laatste beetje wijnvocht uit de met doodskreten en lichaamssappen voedende verboden vruchten. Richard Dawson is echter niet het enige familielid die er macabere ideeën op nahoudt. De nineties grunge van Lily ontwikkelt zich als een ware rockopera. Het lugubere verhaaltje voor het slapen gaan, komt voort uit morbide levensechte waanbeelden van ronddolende spookverschijnselen die bij de verpleegwerkplek van zijn moeder zoekende naar rust over de afdelingsgangen zwerven. Richard Dawson misbruikt hierbij zijn hoge kopstem en kruipt in het ontzielde lichaam van de overledene.
Vriendelijk toetsenwerk maakt van het jagende twaalf minuten durende Silphium een prettige luisterervaring. Heerlijk noisy ragwerk afgewisseld met melodieuze sixties psychedelica, kunstzinnige freejazz uitspattingen, slopende new wave gitaren en fluisterende hoorspel taferelen. Rondcirkelende helikoptergeluiden transporteren vanuit Moskou de droomvlucht van het 32.000 jaar oude bevroren eekhoornzaadje Silene naar een laboratorium om daar deze met moderne technieken te ontkiemen. De geboorte van het nieuwe leven, gerecycled uit geconserveerde historische oerbeginselen. De futuristische Krautrock episode Pitcher is met zijn funkende herhalende seventies riffs en lancerende ambient house invloeden de afrondende magnum opus van Henki. Wat zeggen ze toch altijd? Beter een goede buur dan een verre vriend? Dat gaat in ieder geval hier niet op.
Richard Dawson & Circle - Henki | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Richard James Simpson - Sugar the Pill (2021)

4,5
0
geplaatst: 12 april 2022, 17:21 uur
Wow! Met zo’n openingstrack als Evaporating People laat je wel direct een heftig confronterende indruk achter. Verminkende ruis en illuminerende geluidseffecten tasten de vervagende dreigende fluisterende gesproken woorden aan. Genadeloos verdreven door een forse lading aan gillende exorcistische noiserock gitaren. Richard James Simpson heeft schijt aan de gangbare songstructuren, levert een beangstigend sterk werkstuk af, en dat hij hierbij zijn eigen uitgebeitelde verharde wegen volgt mag direct al duidelijk zijn.
Op zijn derde soloplaat, nou ja, soloplaat, Sugar the Pill heeft hij net als op Deep Dream de hulp van een klein legertje aan geroutineerde iconische klasse muzikanten ingeschakeld. Veelal oudgedienden die de anarchistische Californische punkscene van de nodige smerigheid voorzien. Geza X vervult een allesbepalende sleutelrol in het overkoepelende dirigentschap. Deze producer heeft een indrukwekkend grijs verleden met Don Bolles van The Germs opgebouwd. De legendarische punkdrummer draagt hier de verantwoording over de energieke mokerslachtveldregen. Meervoudig inzetbare sterspeler Paul Roessler behoorde tevens tot zijn veelzijdige Geza X and the Mommymen gang. Instrumentenvreter Dustin Boyer is al jarenlang de ondersteunende compagnon van John Cales en Hole oerkracht Jill Emery coördineert wederom de fibrillerende hartslagen baspartijen. Niet de minste werkkrachten dus!
Sugar The Pill is al vanaf 9 december online te luisteren, maar ligt pas vanaf 21 februari in de winkel. Een fragmentarische verslavende conceptplaat, het aardse verval centraal stellend. Onzekere antihelden personages bewaken de gapende afgrond, welke als een pulserend verlokkend zuigend zwarte gat het smerig afvoerputje van Moeder Aarde aan parasiterende buitenwereld ziektekiemen bloot stelt. Richard James Simpson dringt genadeloos manipulerend je gedachtegang binnen, een oorverdovende indruk achterlatend. Hij gebruikt de overgangsfase van jaren negentig industrial noise en uit datzelfde tijdperk daterende gitaarrock als ijkpunt en voegt daar aderrijke nieuwe zijweggetjes aan toe. Gitzwarte kwaststrepen markeren met grimmige bloedrode verfuitspattingen zijn identificerende handtekening .
Richard James Simpson combineert in Starry Hope het druilerige uitzichtloze van de grunge met zonsverduisterende gitaaruitvluchten en voegt daar zijn eigen netwerk van muzikale wreedheden aan toe. Moordende traag ingezette nachtmerrie Sleep ritmes verantwoorden de eeuwigdurende niet ontwakende slaapangst om strak geketend in die eindeloze Time, The River valkuil te verdwijnen. Zelfs de slagvaardige koersbepalende Don Bolles gaat uiteindelijk in dit brede scala aan vervreemdende geluidscollagegolven, chronische muziekdoosjes insomnia en dieppaars kleurende afdekkende lijkwade ruis kopje onder.
Schijnbaar is het daadwerkelijke definitieve toekomstperspectief zelfs nog levensgevaarlijker. Doeltreffend egaliseert Don Bolles het innerlijke We’re in the Wolf’s Mouth kwelgeesten onrustslagveld waar bewapende defensieve gitaren orde scheppend ingezet worden. De morbide brein opruimende Consensual Telepathy mindfulness bodyscan eindigt met een vrijheid en geluk balanskeuze en scheurt vertrouwde zintuigelijke belevingen nog verder in die paranoïde verslindende soundscape draaikolk uiteen. Totaal realiteitswaanzin gedesoriënteerd zoekt John Can’t Hero de goedbedoelde klankenbeleving aansluiting op.
Het psychotisch hallucinerende Sugar The Pill is een herhalende filmische Groundhog Day bad trip ervaring. Theatrale glamrock piano uitspattingen karamelliseren het verdovende mierzoete Take It Back suikersnoeplaagje en ook het dansbare toegankelijke Playing God speelt soepel met die illustrerende duisternisbinding. Hemelse seventies triphop, orkestrale symfonische strijkers en de prachtig uitgespeelde Love Becomes a Stranger jazzrock akkoorden doorbreken uiteindelijk de sloopmachine nachtmerrie en geven doorgang aan die verwrongen menselijke Sugar The Pill kant. Richard James Simpson herplaatst rumoerige jaren negentig terreur naar het onzekere heden, en komt daar verdraaid sterk mee weg.
Richard James Simpson - Sugar the Pill | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Op zijn derde soloplaat, nou ja, soloplaat, Sugar the Pill heeft hij net als op Deep Dream de hulp van een klein legertje aan geroutineerde iconische klasse muzikanten ingeschakeld. Veelal oudgedienden die de anarchistische Californische punkscene van de nodige smerigheid voorzien. Geza X vervult een allesbepalende sleutelrol in het overkoepelende dirigentschap. Deze producer heeft een indrukwekkend grijs verleden met Don Bolles van The Germs opgebouwd. De legendarische punkdrummer draagt hier de verantwoording over de energieke mokerslachtveldregen. Meervoudig inzetbare sterspeler Paul Roessler behoorde tevens tot zijn veelzijdige Geza X and the Mommymen gang. Instrumentenvreter Dustin Boyer is al jarenlang de ondersteunende compagnon van John Cales en Hole oerkracht Jill Emery coördineert wederom de fibrillerende hartslagen baspartijen. Niet de minste werkkrachten dus!
Sugar The Pill is al vanaf 9 december online te luisteren, maar ligt pas vanaf 21 februari in de winkel. Een fragmentarische verslavende conceptplaat, het aardse verval centraal stellend. Onzekere antihelden personages bewaken de gapende afgrond, welke als een pulserend verlokkend zuigend zwarte gat het smerig afvoerputje van Moeder Aarde aan parasiterende buitenwereld ziektekiemen bloot stelt. Richard James Simpson dringt genadeloos manipulerend je gedachtegang binnen, een oorverdovende indruk achterlatend. Hij gebruikt de overgangsfase van jaren negentig industrial noise en uit datzelfde tijdperk daterende gitaarrock als ijkpunt en voegt daar aderrijke nieuwe zijweggetjes aan toe. Gitzwarte kwaststrepen markeren met grimmige bloedrode verfuitspattingen zijn identificerende handtekening .
Richard James Simpson combineert in Starry Hope het druilerige uitzichtloze van de grunge met zonsverduisterende gitaaruitvluchten en voegt daar zijn eigen netwerk van muzikale wreedheden aan toe. Moordende traag ingezette nachtmerrie Sleep ritmes verantwoorden de eeuwigdurende niet ontwakende slaapangst om strak geketend in die eindeloze Time, The River valkuil te verdwijnen. Zelfs de slagvaardige koersbepalende Don Bolles gaat uiteindelijk in dit brede scala aan vervreemdende geluidscollagegolven, chronische muziekdoosjes insomnia en dieppaars kleurende afdekkende lijkwade ruis kopje onder.
Schijnbaar is het daadwerkelijke definitieve toekomstperspectief zelfs nog levensgevaarlijker. Doeltreffend egaliseert Don Bolles het innerlijke We’re in the Wolf’s Mouth kwelgeesten onrustslagveld waar bewapende defensieve gitaren orde scheppend ingezet worden. De morbide brein opruimende Consensual Telepathy mindfulness bodyscan eindigt met een vrijheid en geluk balanskeuze en scheurt vertrouwde zintuigelijke belevingen nog verder in die paranoïde verslindende soundscape draaikolk uiteen. Totaal realiteitswaanzin gedesoriënteerd zoekt John Can’t Hero de goedbedoelde klankenbeleving aansluiting op.
Het psychotisch hallucinerende Sugar The Pill is een herhalende filmische Groundhog Day bad trip ervaring. Theatrale glamrock piano uitspattingen karamelliseren het verdovende mierzoete Take It Back suikersnoeplaagje en ook het dansbare toegankelijke Playing God speelt soepel met die illustrerende duisternisbinding. Hemelse seventies triphop, orkestrale symfonische strijkers en de prachtig uitgespeelde Love Becomes a Stranger jazzrock akkoorden doorbreken uiteindelijk de sloopmachine nachtmerrie en geven doorgang aan die verwrongen menselijke Sugar The Pill kant. Richard James Simpson herplaatst rumoerige jaren negentig terreur naar het onzekere heden, en komt daar verdraaid sterk mee weg.
Richard James Simpson - Sugar the Pill | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Rick de Leeuw - Het Komt Allemaal Goed (2025)
Alternatieve titel: Twaalf Songs op de Schouders van Vlaamse Meesters

4,0
3
geplaatst: 25 januari 2025, 22:47 uur
Het culturele erfgoed heeft het op dit moment zwaar te verduren, zeker nu in verschillende landen de geldkraan langzaamaan dichtgedraaid wordt. Kunst prikkelt de fantasie, maakt het waar om je dromen na te leven. Kunst heeft een positieve invloed op de ontwikkeling van de hersenen. Sterker nog, op langere termijn maakt deze creativiteit de kans op dementie kleiner en dat muziekbeleving lang intact blijft is een feit. Dit is slechts een van de facetten waarom kunst zo belangrijk is, en de waarneming daarvan staat hierbij op de voorgrond. Niet voor niets bracht Written In Music met de Art=Music=Art concertreeks muziek en kunst in het Stedelijk Museum Alkmaar samen.
Rick de Leeuw doet exact hetzelfde voor de Phoebus Foundation in Vlaanderen. Daar laat hij zich door een twaalftal Vlaamse schilderijen prikkelen en inspireren. Zijn poëtische improvisatievermogen wekt de doeken tot leven en nodigt uit om bij de kunstwerken stil te staan, de tijd te nemen, en niet slechts vluchtig een foto te maken om haastig de tocht te vervolgen.
De in Haarlem geboren muzikant maakte naam met het Nederlandstalige Amsterdamse rockgezelschap Tröckener Kecks. Nadat de band in 2001 ophield met bestaan zocht de zanger zijn heil in Vlaanderen. Daar leeft Nederlandstalige luistermuziek meer dan in Nederland en zijn collega’s als Frank Boeijen, Stef Bos en Boudewijn de Groot bijna succesvoller: kleinkunst heeft er een andere beleving. Men toont er het nodige respect voor onze nationale chansonniers.. Het betekent letterlijk liedjesdichters en dat pakt het vakmanschap perfect samen. Sinds zijn vertrek naar België werkt Rick De Leeuw met pianist Jan Hautekiet samen; onder het brede scala aan gastmuzikanten bevinden zich nu ook de uit Nederland afkomstige gitarist JW Roy en toetsenist Thijs Boontjes.
De Het Komt Allemaal Goed albumtitel is uiteraard ook een vette knipoog naar Het Komt Nooit Meer Goed, de openingstune van de In voor- en tegenspoed comedyserie met Rijk de Gooyer. De wanhoop is verdwenen, daarvoor komt vreugde in de plaats. Het gelijknamige titelstuk brengt je namelijk naar de New Orleans Dixieland jazzfolk van dat broeierige Amerikaanse kustgebied. Het is zijn visie op het ruim een eeuw oude Het Nieuwe Model schilderij van Edgard Tytgat. De onwennige eerste kennismaking van twee vreemden, de een geeft zich bloot, terwijl de ander als een voyeur observeert. Het doek komt nog niet tot leven, men neemt de tijd om te acclimatiseren. Juist het wederzijdse respect en de onderliggende schaamte moet nog overwonnen worden, dan komt het vast wel allemaal goed. Het is een schrijversblokkade leegte, die uiteindelijk door woorden ingekleurd wordt.
RICK DE LEEUW - Het is toch je kindRICK DE LEEUW – Het is toch je kind
Het trager aangezette BLABLABLA ligt muzikaal in diezelfde Dixieland lijn, al deelt Rick de Leeuw hier een flinke stoot onder de gordel uit. Het Portret van keizer Karel V gemaakt door Jan Cornelisz Vermeyen schetst een elitaire grootmacht en brengt ons terug bij de Het Komt Allemaal Goed beginselen. Het ontbreken aan subsidies en de (in)directe gevolgen hiervan. Het donkere Obsessie van Frits van den Berghe plaatst een manspersoon zichtbaar op de voorgrond en verhult het vrouwelijk evenbeeld weggestopt in de schimmige achtergrond. Het is de leegte die overblijft als hun zoon Firmin bij een tragisch treinongeval om het leven komt. De stoel die zich nooit meer laat vullen. Heeft een liefdesrelatie nog zin als je het verdriet nooit meer een plek kan geven? De Te Weinig, Te Laat popblues is compromissen sluiten, tegemoetkomingen in tekortkomingen.
Straalt Het Nieuwe Model nog onzekerheid uit, Staand Naakt Bij Een Raam van Gustaaf De Smet is stukken zelfverzekerder. De gesloten blik staat hier voor het hunkerend wegdromen in onbereikbare dromen. Ontsnappen naar een denkbeeldige opwindende wereld waar een beter toekomstperspectief wenkt. Zie Mij Graag is Up On The Catwalk new wave met een flinke dosis jaren tachtig Nederpop. Zing Voor Mij roept net als Treur Niet het Met Hart en Ziel verlangen op. Het is de duisternis als de lichten gedoofd zijn, de evangelische weg naar zelfstandigheid. Een schilder legt zoveel karakter in een portret, zoveel liefde. Stel plannen niet te lang uit, maar geniet van het moment. Rik Wouters en zijn muze overleven de armoede en de Eerste Wereldoorlog, een slopende kanker beëindigt het korte leven van deze schilder. Nel In Het Bos straalt dat prille lentegeluk uit, beschermend tegen de warme zonnestralen, beschermend tegen de dreigende stortvloed aan ellende. Het landelijke zit hem in de Klaar Voor De Toekomst countryklanken.
In het krachtige beeldende Jean Wyts, watergraaf van Vlaanderen, beeldend vormgegeven door Ambrosius Benson schuilt zoveel verdriet en wijsheid. Getekende jaren van een dierbaar persoon. Het hieraan gekoppelde Treur Niet handelt over vriendschap en liefde. De ogen spreken boekdelen, de leegte in de blik gevuld met pijn. Het verhaal is verteld, Rick de Leeuw houdt als een tokkelende troubadour de legende in leven. Het Wachten van Gustave van de Woestyne is een groot mysterie. Waar wachten we eigenlijk op? Waarom wachten we eigenlijk? Rick de Leeuw legt in Liefde Is Mogen de zere vinger op de liefde, de onbeantwoorde zorgvraag. Het is de afwerende houding van het model, de droefheid rond de gesloten lippen. Het is een regelrechte tekstuele verwijzing naar Love van John Lennon. Als woorden maar eerbiedig geleend worden, is daar niks mis mee.
In de Kroezel draagt precies dezelfde songtitel als het schilderij van Frits van den Berghe. Het zijn de zoekende zielen in een gebroken wereld. De romantici zonder liefdesverhaal, de stille zachte genieters in een lawaaierige maatschappij, de gokkers in het realistische kansspel, de feestende kroegbezoekers in hun laatste nadagen. De Herberg van Gustaaf de Smet, die hier met twee schilderijen vertegenwoordigd is, en De Eén Na Laatste ademen dezelfde sfeer uit. Dronken worden in gezelschap van vrienden, waar iedereen je kent, iedereen je in de waarde laat. Een openbaring die Rick de Leeuw ervaart als hij als bekende Nederlander juist die Amsterdamse stadse anonimiteit vaarwel zegt en de dorpse saamhorigheid opzoekt.
Hoe zet je de heftige Onthoofding van Johannes de Doper van Erasmus II Quellinus in luchtigheid om? Rick de Leeuw geeft er in Het Blijft Toch Je Kind een vrolijke twist aan. Het doopt het rauwe volkse Amsterdamse in een zuidelijk mengbadje onder. De tragiek van een moeder die de fouten van haar kind goedpraat. Onder die gemaakte misstappen zit genoeg menselijkheid vertrouwen. Een smartlap in een gek carnavalsjasje. Pinksteren van Hendrick de Clerck is de laatste dag voor het definitieve afscheid. De Zing Voor Mij gospel, we feesten op het leven en drinken op de dood. Het is een tranentrekker volgens de In Tranen principes, met warme orgelklanken en een passerende treurtrompet.
Ook Het Oordeel Van Een Ziel staat bol met Bijbelse verwijzingen. Het is de anonimiteit van een onbekende kunstenaar, het aardse afscheid. Voor Rick de Leeuw is het daaruit voortkomende S.T.O.P. gelijk aan een echtpaar dat de scheidingspapieren klaar heeft liggen. En zo roept elk doek andere emoties op, net als hoe een buitenstaander tegen liederen aankijkt. De kunstenaar schept, de toeschouwer neemt het resultaat tot zich en geeft er een eigen draai aan. En dat laatste vat Het Komt Allemaal Goed treffend samen. Uiteindelijk wordt het kloppend gemaakt.
Rick de Leeuw - Het Komt Allemaal Goed | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Rick de Leeuw doet exact hetzelfde voor de Phoebus Foundation in Vlaanderen. Daar laat hij zich door een twaalftal Vlaamse schilderijen prikkelen en inspireren. Zijn poëtische improvisatievermogen wekt de doeken tot leven en nodigt uit om bij de kunstwerken stil te staan, de tijd te nemen, en niet slechts vluchtig een foto te maken om haastig de tocht te vervolgen.
De in Haarlem geboren muzikant maakte naam met het Nederlandstalige Amsterdamse rockgezelschap Tröckener Kecks. Nadat de band in 2001 ophield met bestaan zocht de zanger zijn heil in Vlaanderen. Daar leeft Nederlandstalige luistermuziek meer dan in Nederland en zijn collega’s als Frank Boeijen, Stef Bos en Boudewijn de Groot bijna succesvoller: kleinkunst heeft er een andere beleving. Men toont er het nodige respect voor onze nationale chansonniers.. Het betekent letterlijk liedjesdichters en dat pakt het vakmanschap perfect samen. Sinds zijn vertrek naar België werkt Rick De Leeuw met pianist Jan Hautekiet samen; onder het brede scala aan gastmuzikanten bevinden zich nu ook de uit Nederland afkomstige gitarist JW Roy en toetsenist Thijs Boontjes.
De Het Komt Allemaal Goed albumtitel is uiteraard ook een vette knipoog naar Het Komt Nooit Meer Goed, de openingstune van de In voor- en tegenspoed comedyserie met Rijk de Gooyer. De wanhoop is verdwenen, daarvoor komt vreugde in de plaats. Het gelijknamige titelstuk brengt je namelijk naar de New Orleans Dixieland jazzfolk van dat broeierige Amerikaanse kustgebied. Het is zijn visie op het ruim een eeuw oude Het Nieuwe Model schilderij van Edgard Tytgat. De onwennige eerste kennismaking van twee vreemden, de een geeft zich bloot, terwijl de ander als een voyeur observeert. Het doek komt nog niet tot leven, men neemt de tijd om te acclimatiseren. Juist het wederzijdse respect en de onderliggende schaamte moet nog overwonnen worden, dan komt het vast wel allemaal goed. Het is een schrijversblokkade leegte, die uiteindelijk door woorden ingekleurd wordt.
RICK DE LEEUW - Het is toch je kindRICK DE LEEUW – Het is toch je kind
Het trager aangezette BLABLABLA ligt muzikaal in diezelfde Dixieland lijn, al deelt Rick de Leeuw hier een flinke stoot onder de gordel uit. Het Portret van keizer Karel V gemaakt door Jan Cornelisz Vermeyen schetst een elitaire grootmacht en brengt ons terug bij de Het Komt Allemaal Goed beginselen. Het ontbreken aan subsidies en de (in)directe gevolgen hiervan. Het donkere Obsessie van Frits van den Berghe plaatst een manspersoon zichtbaar op de voorgrond en verhult het vrouwelijk evenbeeld weggestopt in de schimmige achtergrond. Het is de leegte die overblijft als hun zoon Firmin bij een tragisch treinongeval om het leven komt. De stoel die zich nooit meer laat vullen. Heeft een liefdesrelatie nog zin als je het verdriet nooit meer een plek kan geven? De Te Weinig, Te Laat popblues is compromissen sluiten, tegemoetkomingen in tekortkomingen.
Straalt Het Nieuwe Model nog onzekerheid uit, Staand Naakt Bij Een Raam van Gustaaf De Smet is stukken zelfverzekerder. De gesloten blik staat hier voor het hunkerend wegdromen in onbereikbare dromen. Ontsnappen naar een denkbeeldige opwindende wereld waar een beter toekomstperspectief wenkt. Zie Mij Graag is Up On The Catwalk new wave met een flinke dosis jaren tachtig Nederpop. Zing Voor Mij roept net als Treur Niet het Met Hart en Ziel verlangen op. Het is de duisternis als de lichten gedoofd zijn, de evangelische weg naar zelfstandigheid. Een schilder legt zoveel karakter in een portret, zoveel liefde. Stel plannen niet te lang uit, maar geniet van het moment. Rik Wouters en zijn muze overleven de armoede en de Eerste Wereldoorlog, een slopende kanker beëindigt het korte leven van deze schilder. Nel In Het Bos straalt dat prille lentegeluk uit, beschermend tegen de warme zonnestralen, beschermend tegen de dreigende stortvloed aan ellende. Het landelijke zit hem in de Klaar Voor De Toekomst countryklanken.
In het krachtige beeldende Jean Wyts, watergraaf van Vlaanderen, beeldend vormgegeven door Ambrosius Benson schuilt zoveel verdriet en wijsheid. Getekende jaren van een dierbaar persoon. Het hieraan gekoppelde Treur Niet handelt over vriendschap en liefde. De ogen spreken boekdelen, de leegte in de blik gevuld met pijn. Het verhaal is verteld, Rick de Leeuw houdt als een tokkelende troubadour de legende in leven. Het Wachten van Gustave van de Woestyne is een groot mysterie. Waar wachten we eigenlijk op? Waarom wachten we eigenlijk? Rick de Leeuw legt in Liefde Is Mogen de zere vinger op de liefde, de onbeantwoorde zorgvraag. Het is de afwerende houding van het model, de droefheid rond de gesloten lippen. Het is een regelrechte tekstuele verwijzing naar Love van John Lennon. Als woorden maar eerbiedig geleend worden, is daar niks mis mee.
In de Kroezel draagt precies dezelfde songtitel als het schilderij van Frits van den Berghe. Het zijn de zoekende zielen in een gebroken wereld. De romantici zonder liefdesverhaal, de stille zachte genieters in een lawaaierige maatschappij, de gokkers in het realistische kansspel, de feestende kroegbezoekers in hun laatste nadagen. De Herberg van Gustaaf de Smet, die hier met twee schilderijen vertegenwoordigd is, en De Eén Na Laatste ademen dezelfde sfeer uit. Dronken worden in gezelschap van vrienden, waar iedereen je kent, iedereen je in de waarde laat. Een openbaring die Rick de Leeuw ervaart als hij als bekende Nederlander juist die Amsterdamse stadse anonimiteit vaarwel zegt en de dorpse saamhorigheid opzoekt.
Hoe zet je de heftige Onthoofding van Johannes de Doper van Erasmus II Quellinus in luchtigheid om? Rick de Leeuw geeft er in Het Blijft Toch Je Kind een vrolijke twist aan. Het doopt het rauwe volkse Amsterdamse in een zuidelijk mengbadje onder. De tragiek van een moeder die de fouten van haar kind goedpraat. Onder die gemaakte misstappen zit genoeg menselijkheid vertrouwen. Een smartlap in een gek carnavalsjasje. Pinksteren van Hendrick de Clerck is de laatste dag voor het definitieve afscheid. De Zing Voor Mij gospel, we feesten op het leven en drinken op de dood. Het is een tranentrekker volgens de In Tranen principes, met warme orgelklanken en een passerende treurtrompet.
Ook Het Oordeel Van Een Ziel staat bol met Bijbelse verwijzingen. Het is de anonimiteit van een onbekende kunstenaar, het aardse afscheid. Voor Rick de Leeuw is het daaruit voortkomende S.T.O.P. gelijk aan een echtpaar dat de scheidingspapieren klaar heeft liggen. En zo roept elk doek andere emoties op, net als hoe een buitenstaander tegen liederen aankijkt. De kunstenaar schept, de toeschouwer neemt het resultaat tot zich en geeft er een eigen draai aan. En dat laatste vat Het Komt Allemaal Goed treffend samen. Uiteindelijk wordt het kloppend gemaakt.
Rick de Leeuw - Het Komt Allemaal Goed | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Ride - Nowhere (1990)

3,5
0
geplaatst: 6 juni 2010, 21:24 uur
Vanmiddag in een platenzaak in Nijmegen.
Heerlijke muziek door de luidsprekers.
Wegdromen in deze vreemde mix tussen The Jesus And Mary Chain en The Stone Roses.
Soms vormgegeven met een vleugje The Smiths.
Nieuwsgierig informeren bij de verkoper.
Dit is een oudje.
Nowhere van Ride.
Soms is het leuk om af en toe terug te grijpen naar vroeger.
Moet ik ook eens vaker doen.
Heb deze namelijk ook ergens in de kast staan.
Afgang Deric.
En dat noemt zich een muziekkenner.
Helemaal niet herkend.
Snap de verbaasde blik in de ogen van de persoon tegenover mij.
Zou het door de opener Seagull komen.
Hierbij moet ik telkens weer denken aan Let Forever Be van The Chemical Brothers.
Enthousiast pak ik dan vervolgens hun Singles album te voorschijn.
Ride ligt dan te verstoffen.
Maar vandaag zal ik de rest weer eens beluisteren.
En inderdaad.
Een zeer sterk album.
Te laag door mij gewaardeerd.
Door de gelijktijdige opkomst van The Stone Roses, Charlatans en Happy Mondays deze altijd als vervelend broertje beschouwd.
Het intro van In A Different Place meesterlijk te noemen is.
Valt bij mij dan 20 jaar na data het kwartje.
Terwijl de Euro deze al lang tot het museum der nostalgie heeft verworpen.
Wat bevind zich onder donkerblauw van de albumhoes.
Het monster van Loch Ness?
Of een mooi onbekend schepsel.
Vanaf vandaag ben ik er achter.
Een openbaring.
Met dank aan Peer van De Waaghals.
Heerlijke muziek door de luidsprekers.
Wegdromen in deze vreemde mix tussen The Jesus And Mary Chain en The Stone Roses.
Soms vormgegeven met een vleugje The Smiths.
Nieuwsgierig informeren bij de verkoper.
Dit is een oudje.
Nowhere van Ride.
Soms is het leuk om af en toe terug te grijpen naar vroeger.
Moet ik ook eens vaker doen.
Heb deze namelijk ook ergens in de kast staan.
Afgang Deric.
En dat noemt zich een muziekkenner.
Helemaal niet herkend.
Snap de verbaasde blik in de ogen van de persoon tegenover mij.
Zou het door de opener Seagull komen.
Hierbij moet ik telkens weer denken aan Let Forever Be van The Chemical Brothers.
Enthousiast pak ik dan vervolgens hun Singles album te voorschijn.
Ride ligt dan te verstoffen.
Maar vandaag zal ik de rest weer eens beluisteren.
En inderdaad.
Een zeer sterk album.
Te laag door mij gewaardeerd.
Door de gelijktijdige opkomst van The Stone Roses, Charlatans en Happy Mondays deze altijd als vervelend broertje beschouwd.
Het intro van In A Different Place meesterlijk te noemen is.
Valt bij mij dan 20 jaar na data het kwartje.
Terwijl de Euro deze al lang tot het museum der nostalgie heeft verworpen.
Wat bevind zich onder donkerblauw van de albumhoes.
Het monster van Loch Ness?
Of een mooi onbekend schepsel.
Vanaf vandaag ben ik er achter.
Een openbaring.
Met dank aan Peer van De Waaghals.
Riki - Gold (2021)

3,0
0
geplaatst: 31 december 2021, 01:55 uur
Nadat de anarchistische postpunk band Crimson Scarlet definitief de duisternis opzoekt, treedt keyboardspeelster Niff Nawor naar voren om zich van haar verloren dolende ziel positie te bevrijden. Voortaan zal ze zich niet meer in de schaduw opstellen. Het nieuwe mysterieuze imago vraagt om een ander gedaante, en vanaf nu zal ze zich onder de naam Riki Ladyzhynsky presenteren, gemakshalve afgekort tot Riki. Met haar gelijknamige debuutplaat verlaat ze het destructieve verleden en zoekt ze voorzichtig de aansluiting met de kleurrijke new wave op.
Een jaar later heeft ze haar warrige vogelverschrikker kapsel verruilt voor een strakke damescoupe. De zwarte strenge meesteres dresscode heeft plaats gemaakt voor naakte kwetsbaarheid. Riki gebruikt de femme fatale sensualiteit om de luisteraars haar spinnenweb binnen te lokken, waarna ze als zwarte weduwe genadeloos toeslaat. Lichtelijk ongemakkelijk beweegt ze zich in de videoclip van Marigold voort. Ondanks dat de van Telefon Tel Aviv afkomstige Joshua Eustis zich als zelfverzekerde gastzanger opstelt, is de rol van popdiva voor Riki nog wat onwennig.
Het is mooi hoe waardig Riki teruggrijpt naar haar vroegere jeugdhelden en nostalgische Italodisco klassiekers. Tienerdromen die verwezenlijkt worden. De markt richt zich tegenwoordig veelal op het jaren tachtig geluid, waar de herkenbaarheid van groot belang is. Een gevaarlijk uitgangspunt om juist die identieke sound te recyclen. Bij het stroperige Oil & Metal werken de kinderlijke meisjesstemmen perfect. Lo heeft fraaie duistere echo’s, die echter door toegevoegde huppelende Top 40 vocalen in de diepte van een bodemloze wensput wegzakken. Riki is een prima zangeres als ze met haar melodieuze zang de diepe zomerstrand romantiek van Viktor inkleurt, maar gaat de mist in als ze het van haar hoge uithalen moet hebben.
Gold is verlost van de scherpe rouwrandjes en onderscheidt zich minimaal van het hitgevoelige jaren tachtig werk. Het is zelfs zo in perfectie uitgevoerd dat de nietszeggende leegte zo identiek mogelijk over komt. En daar knelt het een beetje. Synthpop gaat uiteindelijk ten onder aan de bemoeienis van producers, die de sound verlossen van alle oneffenheden, waardoor het uiteindelijk vlak en inspiratieloos overkomt. En als je dan toch voor warmte kiest, vraag dan minstens echte muzikanten en ga niet goedkoop scoren met een kunstmatig in elkaar geflanst Porque Te Vas bossa nova beat.
Gold moet het hebben van de donkere tracks als de in dubwave ondergedompelde It’s No Secret en het met Pino Palladino achtige baslijnen versterkte Florence & Selena. Prachtige tracks waarbij de saxofoonuithalen het helemaal afmaken en waar de eigenzinnigheid nog niet is aangetast. Ik heb er een dubbel gevoel bij. Het is net te fragmentarisch retro knip en plakwerk, waarbij de lijm vaak al snel weer los laat.
Riki - Gold | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Een jaar later heeft ze haar warrige vogelverschrikker kapsel verruilt voor een strakke damescoupe. De zwarte strenge meesteres dresscode heeft plaats gemaakt voor naakte kwetsbaarheid. Riki gebruikt de femme fatale sensualiteit om de luisteraars haar spinnenweb binnen te lokken, waarna ze als zwarte weduwe genadeloos toeslaat. Lichtelijk ongemakkelijk beweegt ze zich in de videoclip van Marigold voort. Ondanks dat de van Telefon Tel Aviv afkomstige Joshua Eustis zich als zelfverzekerde gastzanger opstelt, is de rol van popdiva voor Riki nog wat onwennig.
Het is mooi hoe waardig Riki teruggrijpt naar haar vroegere jeugdhelden en nostalgische Italodisco klassiekers. Tienerdromen die verwezenlijkt worden. De markt richt zich tegenwoordig veelal op het jaren tachtig geluid, waar de herkenbaarheid van groot belang is. Een gevaarlijk uitgangspunt om juist die identieke sound te recyclen. Bij het stroperige Oil & Metal werken de kinderlijke meisjesstemmen perfect. Lo heeft fraaie duistere echo’s, die echter door toegevoegde huppelende Top 40 vocalen in de diepte van een bodemloze wensput wegzakken. Riki is een prima zangeres als ze met haar melodieuze zang de diepe zomerstrand romantiek van Viktor inkleurt, maar gaat de mist in als ze het van haar hoge uithalen moet hebben.
Gold is verlost van de scherpe rouwrandjes en onderscheidt zich minimaal van het hitgevoelige jaren tachtig werk. Het is zelfs zo in perfectie uitgevoerd dat de nietszeggende leegte zo identiek mogelijk over komt. En daar knelt het een beetje. Synthpop gaat uiteindelijk ten onder aan de bemoeienis van producers, die de sound verlossen van alle oneffenheden, waardoor het uiteindelijk vlak en inspiratieloos overkomt. En als je dan toch voor warmte kiest, vraag dan minstens echte muzikanten en ga niet goedkoop scoren met een kunstmatig in elkaar geflanst Porque Te Vas bossa nova beat.
Gold moet het hebben van de donkere tracks als de in dubwave ondergedompelde It’s No Secret en het met Pino Palladino achtige baslijnen versterkte Florence & Selena. Prachtige tracks waarbij de saxofoonuithalen het helemaal afmaken en waar de eigenzinnigheid nog niet is aangetast. Ik heb er een dubbel gevoel bij. Het is net te fragmentarisch retro knip en plakwerk, waarbij de lijm vaak al snel weer los laat.
Riki - Gold | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Riki - Riki (2020)

4,0
0
geplaatst: 5 oktober 2020, 15:58 uur
Wat zal Niff Nawor tevreden zijn geweest toen ze het eerste vinyl exemplaar van Riki in handen had. De hoes staat namelijk zo symbool voor de jaren tachtig sound die er op de plaat terug te horen is. Het gothic lettertype, de bijna versluierde haardracht, het accent op de felle make-up, echt aan alles is er gedacht. Met dit romantiserende postpunk beeld wordt er gelinkt naar de glansjaren uit the eighties, waarbij het mythische verhalende het zwart accentueerde met opvallende paarse pasteltinten.
Dat er ondergronds een levendige postpunk scene in Los Angeles in opmars is, was vorig jaar al duidelijk merkbaar toen Andrew Clinco vrij snel achter elkaar twee belangrijke platen lanceerde. Het duistere Vr Sex werd een paar weken later gevolgd door het lichtvoetige Drab Majesty. Het tevens onder de hoede van platenlabel Dais staande Riki gaat nog meer die commerciële kant op. Niff Nawor schud hardhandig het luide deathrock verleden van Crimson Scarlet van zich af en verruilt de stevige synthesizer begeleiding voor een meer dromerige sound.
Het is verbazingwekkend hoe gemakkelijk donkere dreampop te mixen is met bombastische discoklanken, en dat dit huwelijk zelfs stand houdt. Strohmann is de stap uit het duister, het felle licht omarmend. Dorothy Gale en de vogelverschrikker als de onschuld, terwijl de tovenaar van Oz er alles aan doet om vanachter zijn elektronische toetsenbord er voldoende mechanische onheil in te stoppen.
Het kinderlijke Napoleon wordt vorm gegeven door introbliepjes die zo uit een Japanse retro animatiefilm gestolen kunnen zijn. Wat is het heerlijk dat er door die beperkte mogelijkheden van een oude keyboard voornamelijk treurnis te produceren is, gemotoriseerd door kille drumbeats. Het is stiekem allemaal behoorlijk fout, maar wat hou ik hiervan.
Wel is het jammer dat de maxi singles hun marktaandeel verloren hebben, en de overheersende streaming media zich niet meer richten op uitgewerkte langere versies. Dan is alleen maar de toevoeging Body Mix bij Böse Lügen een rebelse daad. Het verlangen naar het jeugdsentiment van de 12-inch.
De stevige roots zitten oppervlakkig verborgen in het bewegelijke Earth Song, welke door de lieve zanglijnen aansluiting zoeken tot de deugdelijke New Wave en die ook terug te vinden zijn in het Electric Body Music onderdompelende Monumental. Deze diverse uitspattingen ontbreken verder, waardoor het avontuurlijke, want dat is er zeker, ondersneeuwt raakt door voorzichtige windvlagen die helaas niet tot een muzikale lawine leiden.
Riki is een beknopte boeklezing uit de jaren tachtig. Een voltooide studie die een buitenstaander inzicht geeft in een verloren gaande generatie die door middel van een gecreëerde sprookjeswereld zich staande hield in de verhardende maatschappij. Dansen totdat je er bij neervalt.
Riki - Riki | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Dat er ondergronds een levendige postpunk scene in Los Angeles in opmars is, was vorig jaar al duidelijk merkbaar toen Andrew Clinco vrij snel achter elkaar twee belangrijke platen lanceerde. Het duistere Vr Sex werd een paar weken later gevolgd door het lichtvoetige Drab Majesty. Het tevens onder de hoede van platenlabel Dais staande Riki gaat nog meer die commerciële kant op. Niff Nawor schud hardhandig het luide deathrock verleden van Crimson Scarlet van zich af en verruilt de stevige synthesizer begeleiding voor een meer dromerige sound.
Het is verbazingwekkend hoe gemakkelijk donkere dreampop te mixen is met bombastische discoklanken, en dat dit huwelijk zelfs stand houdt. Strohmann is de stap uit het duister, het felle licht omarmend. Dorothy Gale en de vogelverschrikker als de onschuld, terwijl de tovenaar van Oz er alles aan doet om vanachter zijn elektronische toetsenbord er voldoende mechanische onheil in te stoppen.
Het kinderlijke Napoleon wordt vorm gegeven door introbliepjes die zo uit een Japanse retro animatiefilm gestolen kunnen zijn. Wat is het heerlijk dat er door die beperkte mogelijkheden van een oude keyboard voornamelijk treurnis te produceren is, gemotoriseerd door kille drumbeats. Het is stiekem allemaal behoorlijk fout, maar wat hou ik hiervan.
Wel is het jammer dat de maxi singles hun marktaandeel verloren hebben, en de overheersende streaming media zich niet meer richten op uitgewerkte langere versies. Dan is alleen maar de toevoeging Body Mix bij Böse Lügen een rebelse daad. Het verlangen naar het jeugdsentiment van de 12-inch.
De stevige roots zitten oppervlakkig verborgen in het bewegelijke Earth Song, welke door de lieve zanglijnen aansluiting zoeken tot de deugdelijke New Wave en die ook terug te vinden zijn in het Electric Body Music onderdompelende Monumental. Deze diverse uitspattingen ontbreken verder, waardoor het avontuurlijke, want dat is er zeker, ondersneeuwt raakt door voorzichtige windvlagen die helaas niet tot een muzikale lawine leiden.
Riki is een beknopte boeklezing uit de jaren tachtig. Een voltooide studie die een buitenstaander inzicht geeft in een verloren gaande generatie die door middel van een gecreëerde sprookjeswereld zich staande hield in de verhardende maatschappij. Dansen totdat je er bij neervalt.
Riki - Riki | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Riverside - Love, Fear and the Time Machine (2015)

4,0
0
geplaatst: 3 november 2016, 19:01 uur
Wat is dit goede muziek zeg!
Het begint bijna Folk achtig met Lost (Why Should I Be Frightened by a Hat?), en vervolgens gaat het op een prettige manier helemaal los.
Voor mij komt het binnen als symfonische rock, waarbij het gitaarspel ook regelmatig aan jaren 90 grunge doet denken, al overheerst die hier niet; genoeg ruimte voor sfeervolle begeleiding.
Degene die blijkbaar is voor die vette gitaarsound; Piotr Grudziński is dus afgelopen jaar overleden; daar stond mij vaag wel iets van bij, maar heb me toen niet verder in deze band verdiept.
Eigenlijk had ik totaal andere verwachtingen, omdat iemand mij laatst het Tool achtige 02 Panic Room van Rapid Eye Movement tipte; ook geen verkeerd nummer trouwens.
Dezelfde week tipte de Poolse vader van een vriendin van mijn oudste dochter ook al Riverside, dus voelde ik mij min of meer verplicht om mij in deze band te verdiepen.
De zang zweeft regelmatig wat naar a-ha, een totaal andere band, maar wel een naam die in mij opkomt.
Misschien is dit voor mij wel een goede ingang om mij meer aan dit soort bands te wagen; Porcupine Tree - In Absentia beviel mij ook al goed, en naar een band als Anathema ben ik ook wel nieuwsgierig naar.
Het begint bijna Folk achtig met Lost (Why Should I Be Frightened by a Hat?), en vervolgens gaat het op een prettige manier helemaal los.
Voor mij komt het binnen als symfonische rock, waarbij het gitaarspel ook regelmatig aan jaren 90 grunge doet denken, al overheerst die hier niet; genoeg ruimte voor sfeervolle begeleiding.
Degene die blijkbaar is voor die vette gitaarsound; Piotr Grudziński is dus afgelopen jaar overleden; daar stond mij vaag wel iets van bij, maar heb me toen niet verder in deze band verdiept.
Eigenlijk had ik totaal andere verwachtingen, omdat iemand mij laatst het Tool achtige 02 Panic Room van Rapid Eye Movement tipte; ook geen verkeerd nummer trouwens.
Dezelfde week tipte de Poolse vader van een vriendin van mijn oudste dochter ook al Riverside, dus voelde ik mij min of meer verplicht om mij in deze band te verdiepen.
De zang zweeft regelmatig wat naar a-ha, een totaal andere band, maar wel een naam die in mij opkomt.
Misschien is dit voor mij wel een goede ingang om mij meer aan dit soort bands te wagen; Porcupine Tree - In Absentia beviel mij ook al goed, en naar een band als Anathema ben ik ook wel nieuwsgierig naar.
Riverside - Wasteland (2018)

4,0
3
geplaatst: 28 september 2018, 22:49 uur
Riverside treurt nog steeds om het verlies van Piotr Grudziński.
Acid Rain is voor mij gelijk al de sleuteltrack.
Bittere tranen die een ijzeren schild verzwakken en uiteindelijk weten te breken.
De kwetsbaarheid die daaronder schuil gaat openbaart zich hierdoor op een pure, bijna natuurlijke manier.
Hoe je treurnis kan omzetten tot iets dierbaars als een mooi eerbetoon in de vorm van een tijdloos monument.
Meer ruimte voor de diepgang, waar toch wel zeker een heersende gitaar een grote rol speelt.
Eigenlijk had ik verwacht dat deze vervangen zou worden door een meer keyboards gerichte sound.
Geen uitgerekte landschappen, maar meer het kleinere, bijna commune achtige gevoel, waar geborgenheid centraal staat.
Mariusz Duda weet mij nog steeds te verrassen door zijn veelzijdigheid, maar zo ingetogen als hier heb ik hem nooit eerder ervaren.
Goede keuze geweest om toch verder te gaan met Riverside.
Acid Rain is voor mij gelijk al de sleuteltrack.
Bittere tranen die een ijzeren schild verzwakken en uiteindelijk weten te breken.
De kwetsbaarheid die daaronder schuil gaat openbaart zich hierdoor op een pure, bijna natuurlijke manier.
Hoe je treurnis kan omzetten tot iets dierbaars als een mooi eerbetoon in de vorm van een tijdloos monument.
Meer ruimte voor de diepgang, waar toch wel zeker een heersende gitaar een grote rol speelt.
Eigenlijk had ik verwacht dat deze vervangen zou worden door een meer keyboards gerichte sound.
Geen uitgerekte landschappen, maar meer het kleinere, bijna commune achtige gevoel, waar geborgenheid centraal staat.
Mariusz Duda weet mij nog steeds te verrassen door zijn veelzijdigheid, maar zo ingetogen als hier heb ik hem nooit eerder ervaren.
Goede keuze geweest om toch verder te gaan met Riverside.
Rob Burger - Marching with Feathers (2022)

3,5
0
geplaatst: 6 maart 2022, 15:47 uur
Waarom een kale vlakte volledig met begroeiing volplanten als je ook gewoon juist van die leegte kan genieten. De ervaren geluidsillusionist Rob Burger is de schepper van een muzikaal heidens landschap en kleurt met oorfluisterend instrumentale gezichtsbedrog Marching with Feathers in. Figurine, een mediterende bodyscan die realistische geluidservaringen in innerlijke rustmomenten, maar ook in diepe weggestopte angsten omzet. Een unieke beleving waarbij zijn geschoolde klassieke pianospel het hoofdbestanddeel vormt. Lichtgewicht melodietjes die soms door stekelige noise verstoord worden, in het atmosferisch luchtdeel blijven steken, of juist de sensualiteit van ambient soundscapes versterken.
De nadruk ligt veel minder op de synthpop elektronica van The Grid, de vitaliteit van de zielsbeleving staat nu centraal. Hoe openbaren emoties zich in een klankenregenbui aan passerende composities, wat doet kalmerende puurheid met rusteloosheid; werkt deze controlerend of juist aanvallend door. Exotische inheemse ritmes omringen de schimmige Library Science krautrock elektronica, een verbreding van de verbeeldende ontdekkingsreis die Rob Burger ons voorschotelt.
Het Marching with Feathers titelstuk is een vredelievende bedevaart kruistocht. Licht bewapend met mysterieuze drones en afbrokkelende percussie roept het een weidse horizonvervaging op. New Yorker Rob Burger betreed de uitstrekkende vertekende folk panorama, en herintroduceert vlagen aan Oosterse muziekmystiek. Als de lichten tijdens het tedere Night Feet eindspektakel doven, verlaten de speelse toetsen het piano moederschip en wandelen onderzoekend door de kamer. Flarden ruwe schetsmatige noise introduceren het prachtige stadse uit een hemels wolkendek ontsnappende Hotel for Saints. New Age schud New Wave hierbij de hand, en sluit een overeenstemmende compromis.
Met grote olifantspoten stapt Ground Cover de muzikale wereld van Bob Burger binnen. De stroef gestemde cello van Teddy Rankin-Parker roeit er als een uitnodigende ark doorheen, treurend om de ellende, het vaarwater pikzwart door de vervuilende stroperigheid. Waking Up Slowly, de cooling down, geaarde zinsbelevingen rijker, de vrijgekomen hiaten kunnen zich weer vullen met de dagelijkse realiteit. Corona is een boze droom, een nachtmerrie die we achter ons moeten laten.
Still heeft een ongemakkelijke schoonheid, onwennig landen de amper zelfstandige klanken op hun eenzame weg naar verstilling. Langzaam pelt A Robin Egg zich af en openbaart in treurnis opgesloten melancholica, die voorzichtig ontwakend de vrijheid tegenmoed zweeft. Elke onderliggende laag heeft weer een andere geluidstint. De kern blijft echter voor de buitenwereld gesloten, die invulling laat Rob Burger open, en is aan de luisteraar om zelf in te kleuren. Hierdoor zal Marching with Feathers niet bij iedereen in de smaak vallen, zeker niet in een maatschappij waarin voorgekauwde voorspelbaarheid overheerst.
Rob Burger - Marching with Feathers | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
De nadruk ligt veel minder op de synthpop elektronica van The Grid, de vitaliteit van de zielsbeleving staat nu centraal. Hoe openbaren emoties zich in een klankenregenbui aan passerende composities, wat doet kalmerende puurheid met rusteloosheid; werkt deze controlerend of juist aanvallend door. Exotische inheemse ritmes omringen de schimmige Library Science krautrock elektronica, een verbreding van de verbeeldende ontdekkingsreis die Rob Burger ons voorschotelt.
Het Marching with Feathers titelstuk is een vredelievende bedevaart kruistocht. Licht bewapend met mysterieuze drones en afbrokkelende percussie roept het een weidse horizonvervaging op. New Yorker Rob Burger betreed de uitstrekkende vertekende folk panorama, en herintroduceert vlagen aan Oosterse muziekmystiek. Als de lichten tijdens het tedere Night Feet eindspektakel doven, verlaten de speelse toetsen het piano moederschip en wandelen onderzoekend door de kamer. Flarden ruwe schetsmatige noise introduceren het prachtige stadse uit een hemels wolkendek ontsnappende Hotel for Saints. New Age schud New Wave hierbij de hand, en sluit een overeenstemmende compromis.
Met grote olifantspoten stapt Ground Cover de muzikale wereld van Bob Burger binnen. De stroef gestemde cello van Teddy Rankin-Parker roeit er als een uitnodigende ark doorheen, treurend om de ellende, het vaarwater pikzwart door de vervuilende stroperigheid. Waking Up Slowly, de cooling down, geaarde zinsbelevingen rijker, de vrijgekomen hiaten kunnen zich weer vullen met de dagelijkse realiteit. Corona is een boze droom, een nachtmerrie die we achter ons moeten laten.
Still heeft een ongemakkelijke schoonheid, onwennig landen de amper zelfstandige klanken op hun eenzame weg naar verstilling. Langzaam pelt A Robin Egg zich af en openbaart in treurnis opgesloten melancholica, die voorzichtig ontwakend de vrijheid tegenmoed zweeft. Elke onderliggende laag heeft weer een andere geluidstint. De kern blijft echter voor de buitenwereld gesloten, die invulling laat Rob Burger open, en is aan de luisteraar om zelf in te kleuren. Hierdoor zal Marching with Feathers niet bij iedereen in de smaak vallen, zeker niet in een maatschappij waarin voorgekauwde voorspelbaarheid overheerst.
Rob Burger - Marching with Feathers | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Rob Burger - The Grid (2019)

3,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 16:40 uur
Wat is het prachtig om het absorptievermogen van de Amerikaan Rob Burger gade te slaan. Deze allesvreter heeft zijn muzikale bestaan opgebouwd met samenwerkingsverbanden met de grote der aarde. Namen als Norah Jones, Iron & Wine, Rufus Wainwright, Laurie Anderson en tig anderen maakten gebruik van zijn veelzijdige talent om met gepassioneerd pianospel prachtige collages en diepte toe voegt. Het vermogen tot verbijsterend te arrangeren en componeren, geeft hem ook de vrijheid om films van mooie soundtracks te voorzien. Als oprichtend lid van het jazzy Tin Hat Trio, gebruikt hij deze veelzijdige band als leerschool om zichzelf te ontwikkelen. Dit resulteert in het gevarieerde The Grid waar hij als pianist de grenzen tussen klassiek en pop probeert te vervagen.
Met een doordacht inlevingsvermogen koppelt hij filmische geluidsfragmenten aan geschoold toetsenwerk. De inspiratie haalt hij uit het speelveld dat zich tussen de krautrock en dreampop bevind. Zijn speelse benadering laat de psychedelische suspensies mengen tot een lichtgewichtig geheel. Uitzondering hierop vormen het korte donkere werkstuk Bent Moon en het griezelige verwarrende Ghost on a Wire. Het absolute hoogtepunt vormt de openingstrack. Een ieder zal het anders beleven, maar mij raakte het op de volgende wijze. Alternate Star is de stervensweg van een boomblaadje, welke op het moment dat de herfst invalt, vaarwel zegt tegen het leven. Al dwarrelend vervolgt hij zijn laatste reis. De wind poogt hem boven de grond te houden, en met alle kracht blaast deze hem weer omhoog. Na een oneerlijke strijd van bijna vier minuten valt hij met een doffe klap ten aarde. De tijd om in het eeuwige te verdwijnen is alles wat overblijft. Als muziek je zo weet te treffen, waardoor je gedachtes op hol slaan, dan is er iets bijzonders aan de hand.
Het is een onmogelijke opgave om hier alleen garant voor te staan. Met een flinke weggelegde rol voor de cellist Teddy Rankin-Parker, violist Eyvind Kang die op het drone achtige Love Light bijspringt en Doug Wieleman die bij twee tracks klarinet speelt is The Grid meer dan een soloplaat geworden. Ook de bijdrage van Laurie Anderson is een bijzondere aanvulling. Deze zangeres treed na het overlijden van haar overheersende partner Lou Reed veel minder in het openbaar. Rob Burger laat haar vrij in de opvulling van Soul of Winter. Haar typerende verhalende vocoder gebruik maakt er een echte eighties new wave track van, waar ze de verbale tweestrijd aangaat met haar eigen gesamplede stem. Nog meer gerijpt en gemerkt door haar geleefde bestaan weet ze hier te imponeren.
Toch bestaat The Grid uit te weinig magische momenten. Ondanks dat het publiek getrakteerd wordt op een geslaagd samengaan tussen verschillende genres, zijn het voornamelijk de totaal tegenstrijdige openingstrack Alternate Star en het afsluitende Ghost on a Wire die het meeste bijblijven. Maar met twee van zulke songs maak je nog geen meesterwerk.
Rob Burger - The Grid | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Met een doordacht inlevingsvermogen koppelt hij filmische geluidsfragmenten aan geschoold toetsenwerk. De inspiratie haalt hij uit het speelveld dat zich tussen de krautrock en dreampop bevind. Zijn speelse benadering laat de psychedelische suspensies mengen tot een lichtgewichtig geheel. Uitzondering hierop vormen het korte donkere werkstuk Bent Moon en het griezelige verwarrende Ghost on a Wire. Het absolute hoogtepunt vormt de openingstrack. Een ieder zal het anders beleven, maar mij raakte het op de volgende wijze. Alternate Star is de stervensweg van een boomblaadje, welke op het moment dat de herfst invalt, vaarwel zegt tegen het leven. Al dwarrelend vervolgt hij zijn laatste reis. De wind poogt hem boven de grond te houden, en met alle kracht blaast deze hem weer omhoog. Na een oneerlijke strijd van bijna vier minuten valt hij met een doffe klap ten aarde. De tijd om in het eeuwige te verdwijnen is alles wat overblijft. Als muziek je zo weet te treffen, waardoor je gedachtes op hol slaan, dan is er iets bijzonders aan de hand.
Het is een onmogelijke opgave om hier alleen garant voor te staan. Met een flinke weggelegde rol voor de cellist Teddy Rankin-Parker, violist Eyvind Kang die op het drone achtige Love Light bijspringt en Doug Wieleman die bij twee tracks klarinet speelt is The Grid meer dan een soloplaat geworden. Ook de bijdrage van Laurie Anderson is een bijzondere aanvulling. Deze zangeres treed na het overlijden van haar overheersende partner Lou Reed veel minder in het openbaar. Rob Burger laat haar vrij in de opvulling van Soul of Winter. Haar typerende verhalende vocoder gebruik maakt er een echte eighties new wave track van, waar ze de verbale tweestrijd aangaat met haar eigen gesamplede stem. Nog meer gerijpt en gemerkt door haar geleefde bestaan weet ze hier te imponeren.
Toch bestaat The Grid uit te weinig magische momenten. Ondanks dat het publiek getrakteerd wordt op een geslaagd samengaan tussen verschillende genres, zijn het voornamelijk de totaal tegenstrijdige openingstrack Alternate Star en het afsluitende Ghost on a Wire die het meeste bijblijven. Maar met twee van zulke songs maak je nog geen meesterwerk.
Rob Burger - The Grid | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Robbing Millions - Holidays Inside (2021)

3,0
0
geplaatst: 2 juli 2021, 17:04 uur
Welkom in de gekke ontspoorde discowereld van Robbing Millions. De oververhitte Duracell batterij Lucien Fraipont heeft misschien wel de ultieme zomerplaat van 2021 gemaakt. Een Brusselse freakshow met een overschot aan confetti gegoten in een dwaze bruisende zomercarnaval. Een album die bestand is tegen onvoorspelbare weersveranderingen. De tracks zijn net te lang doorbakken, waardoor ze een koortsige zonnesteek opgelopen hebben. Eigenwijs stapt hij buiten de pop principes en wordt de basis vooral uit de free jazz gehaald. Holidays Inside is het schizofrene feestje van een geniale jazzgitarist. Lichtelijk gestoorde verknipte songs losgelaten op de hongerige mensheid die een jaar lang is buitengesloten van clubbezoekjes en dance events en behoefte heeft om een feestje te bouwen.
Werd de manische gekte op het debuut Robbing Millions nog neergezet door een viertal bevriende muzikanten, op Holidays Inside zijn deze vervangen door de gratis muzieksoftware van GarageBand. Dit is een hedendaags computerprogramma, ontwikkeld met ingespeelde samplers waarbij teruggegrepen wordt naar blikkerige drums en vintage keyboard geluiden. Een leuk speels gadget waarmee een retro jaren tachtig sound wordt neergezet, heerlijk amateuristisch. Het zeer grote voordeel hiervan is wel het feit dat Lucien Fraipont het afgelopen jaar in alle afzondering heeft kunnen experimenteren en reproduceren, al mist het de ziel van het groepsverband.
De primaire basis wordt laagje na laagje opgespoten met een veelvoud aan zoete vullingen, waardoor het al snel te vol dreigt te worden. Met de psychedelische ADHD pop trekt hij de aandacht van de trippende indie elektropoppers van MGMT. Sterker nog, Lucien Fraipont verkeerd in de uitzonderlijke positie om Robbing Millions te koppelen aan hun eigen platenlabel waar tot nu toe alleen werk van MGMT op is verschenen. De onnavolgbare knutselwerkstukjes worden in de studio voorzien van de handtekening van Andrew VanWyngarden, die de muzikale stofdeeltjes als een doorgeschudde sneeuwbol omlaag laat dwarrelen. Nog meer onlogica dus, waardoor het achttiental songs dazed and confused de studio in tegenovergestelde richting uit wandelen. Een rariteitenkabinet aan gewaagde ongestructureerde uitspattingen.
Deze heerlijke fruitige cocktail start compromisloos in het zomerse stuiterende Family Dinner; een onverteerbaar mislukt recept, verkeerd gekruid en in de verkeerde verhoudingen samengebracht. Daardoor smaakt het eigenlijk best wel lekker, een beetje zwaar op de maag, maar voor herhaling vatbaar. Het eenmansproject Holidays Inside is de misplaatste soundtrack voor een vergeten retro jaren tachtig film, gedurfd en spannend. De special effecten lijken onprofessioneel uitgevoerd te zijn maar blijken wel een strategisch onderdeel van een goed doordachte plan. Lucien Fraipont bespeelt zijn rol als afgekeurde whizzkid tot in perfectie. Ondanks dat hij de touwtjes zelf in de handen heeft, raakt deze charmante warboel met regelmaat in de knoop.
Het gepeperde Zuid Amerikaans Tiny Tino wordt gepijnigd en gestreeld door kinderelektronica, afstompende beats en een overdosis aan knulligheid. Ritmisch gezien is het exotische Chewie Chewie stukken sterker, al roept de overdub de nodige irritaties op. Het virtuoze gitaarspel in Dynamic Plants en het losbandige freakende Rapa Nui verraden het conservatorium verleden. Ook op het duistere futuristische Overdry overstijgt hij zichzelf. Holidays Inside is een mengelmoes van vintage drankreclame propaganda, orgel Joke kneuterigheid, zonnige eendaagse hitsuccessen, starre donkere postpunk en overstuurde eighties synthpop romantiek. Soms net iets teveel van het goede.
Robbing Millions - Holidays Inside | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Werd de manische gekte op het debuut Robbing Millions nog neergezet door een viertal bevriende muzikanten, op Holidays Inside zijn deze vervangen door de gratis muzieksoftware van GarageBand. Dit is een hedendaags computerprogramma, ontwikkeld met ingespeelde samplers waarbij teruggegrepen wordt naar blikkerige drums en vintage keyboard geluiden. Een leuk speels gadget waarmee een retro jaren tachtig sound wordt neergezet, heerlijk amateuristisch. Het zeer grote voordeel hiervan is wel het feit dat Lucien Fraipont het afgelopen jaar in alle afzondering heeft kunnen experimenteren en reproduceren, al mist het de ziel van het groepsverband.
De primaire basis wordt laagje na laagje opgespoten met een veelvoud aan zoete vullingen, waardoor het al snel te vol dreigt te worden. Met de psychedelische ADHD pop trekt hij de aandacht van de trippende indie elektropoppers van MGMT. Sterker nog, Lucien Fraipont verkeerd in de uitzonderlijke positie om Robbing Millions te koppelen aan hun eigen platenlabel waar tot nu toe alleen werk van MGMT op is verschenen. De onnavolgbare knutselwerkstukjes worden in de studio voorzien van de handtekening van Andrew VanWyngarden, die de muzikale stofdeeltjes als een doorgeschudde sneeuwbol omlaag laat dwarrelen. Nog meer onlogica dus, waardoor het achttiental songs dazed and confused de studio in tegenovergestelde richting uit wandelen. Een rariteitenkabinet aan gewaagde ongestructureerde uitspattingen.
Deze heerlijke fruitige cocktail start compromisloos in het zomerse stuiterende Family Dinner; een onverteerbaar mislukt recept, verkeerd gekruid en in de verkeerde verhoudingen samengebracht. Daardoor smaakt het eigenlijk best wel lekker, een beetje zwaar op de maag, maar voor herhaling vatbaar. Het eenmansproject Holidays Inside is de misplaatste soundtrack voor een vergeten retro jaren tachtig film, gedurfd en spannend. De special effecten lijken onprofessioneel uitgevoerd te zijn maar blijken wel een strategisch onderdeel van een goed doordachte plan. Lucien Fraipont bespeelt zijn rol als afgekeurde whizzkid tot in perfectie. Ondanks dat hij de touwtjes zelf in de handen heeft, raakt deze charmante warboel met regelmaat in de knoop.
Het gepeperde Zuid Amerikaans Tiny Tino wordt gepijnigd en gestreeld door kinderelektronica, afstompende beats en een overdosis aan knulligheid. Ritmisch gezien is het exotische Chewie Chewie stukken sterker, al roept de overdub de nodige irritaties op. Het virtuoze gitaarspel in Dynamic Plants en het losbandige freakende Rapa Nui verraden het conservatorium verleden. Ook op het duistere futuristische Overdry overstijgt hij zichzelf. Holidays Inside is een mengelmoes van vintage drankreclame propaganda, orgel Joke kneuterigheid, zonnige eendaagse hitsuccessen, starre donkere postpunk en overstuurde eighties synthpop romantiek. Soms net iets teveel van het goede.
Robbing Millions - Holidays Inside | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Robert Palmer - Clues (1980)

3,5
0
geplaatst: 6 oktober 2014, 21:30 uur
Het lijkt net alsof Robert Palmer net iets te vroeg met dit album komt.
Titelnummer Looking For Clues heeft de funk vibe waarmee Prince een paar jaar later succesvol zal zijn, al kiest hij niet voor het gebruik van een xylofoon, iets wat Robert Palmer wel doet.
Heerlijk opgefokte funk.
Vervolgens krijgen we een stuk stevigere rock, die mij overduidelijk aan een band als Free doet denken.
Toch mist hij net dat rauwe in zijn stem, het blijft een gentlemen die je hoort zingen in Sulky Girl.
Maar om te zeggen dat hij hier niet mee weg komt, zal zeker ook niet in mij op komen.
Het heeft ook wel wat weg van Cold Turkey van John Lennon.
Johnny and Mary is het hoogtepunt, niet alleen van dit album, maar gewoon het mooiste wat Palmer gemaakt heeft, en wat hij helaas nooit meer kan overtreffen, daarvoor ging hij te vroeg heen.
Echt zo’n New Wave nummer, beetje depri, beetje donker ondersteund door de nodige synths.
Sluit aan bij acts als A Flock of Seagulls en Ultravox (Dancing With Tears in My Eyes).
Klassieker!
What Do You Care is een poging om heel hip te klinken, maar het intro klinkt nu behoorlijk gedateerd.
I Dream of Wires is weer een stuk duisterder, hij klinkt hier dan ook als Gary Numan, waar dit nummer ook van is, maar verder in het geheel hoor je bijna Pink Floyd (Gilmour en Waters in een stem samen gesmolten) er in terug.
Mooi met die spacy geluiden, en steeds weer die terug kerende rust, al vind ik het plotselinge einde een minpunt.
Bij Woke Up Laughing hoor je in de verte Every Kinda People, maar die vind ik sterker.
Ach, misschien hou ik gewoon meer van het meer donkere geluid, maar wat een veelzijdigheid weer.
Helaas nu weer zo’n vreemde overgang naar het volgende meer rockende geluid, al begrijp ik door een Not a Second Time wel waarom leden van Duran Duran hem als zanger voor Power Station vroeger.
Zijn geluid blijft iets te dunnetjes en niet krachtig genoeg voor dat soort songs.
Ik ken de versie van The Beatles niet, en vind het prima om dat zo te houden.
Found You Now lijkt op Fame van David Bowie, maar dan met een Oosters sausje er doorheen.
Laten we zeggen; een satéburger bij de McDonald's.
Niet alles is even goed op dit album, maar er staat meer dan genoeg op om van te genieten.
Titelnummer Looking For Clues heeft de funk vibe waarmee Prince een paar jaar later succesvol zal zijn, al kiest hij niet voor het gebruik van een xylofoon, iets wat Robert Palmer wel doet.
Heerlijk opgefokte funk.
Vervolgens krijgen we een stuk stevigere rock, die mij overduidelijk aan een band als Free doet denken.
Toch mist hij net dat rauwe in zijn stem, het blijft een gentlemen die je hoort zingen in Sulky Girl.
Maar om te zeggen dat hij hier niet mee weg komt, zal zeker ook niet in mij op komen.
Het heeft ook wel wat weg van Cold Turkey van John Lennon.
Johnny and Mary is het hoogtepunt, niet alleen van dit album, maar gewoon het mooiste wat Palmer gemaakt heeft, en wat hij helaas nooit meer kan overtreffen, daarvoor ging hij te vroeg heen.
Echt zo’n New Wave nummer, beetje depri, beetje donker ondersteund door de nodige synths.
Sluit aan bij acts als A Flock of Seagulls en Ultravox (Dancing With Tears in My Eyes).
Klassieker!
What Do You Care is een poging om heel hip te klinken, maar het intro klinkt nu behoorlijk gedateerd.
I Dream of Wires is weer een stuk duisterder, hij klinkt hier dan ook als Gary Numan, waar dit nummer ook van is, maar verder in het geheel hoor je bijna Pink Floyd (Gilmour en Waters in een stem samen gesmolten) er in terug.
Mooi met die spacy geluiden, en steeds weer die terug kerende rust, al vind ik het plotselinge einde een minpunt.
Bij Woke Up Laughing hoor je in de verte Every Kinda People, maar die vind ik sterker.
Ach, misschien hou ik gewoon meer van het meer donkere geluid, maar wat een veelzijdigheid weer.
Helaas nu weer zo’n vreemde overgang naar het volgende meer rockende geluid, al begrijp ik door een Not a Second Time wel waarom leden van Duran Duran hem als zanger voor Power Station vroeger.
Zijn geluid blijft iets te dunnetjes en niet krachtig genoeg voor dat soort songs.
Ik ken de versie van The Beatles niet, en vind het prima om dat zo te houden.
Found You Now lijkt op Fame van David Bowie, maar dan met een Oosters sausje er doorheen.
Laten we zeggen; een satéburger bij de McDonald's.
Niet alles is even goed op dit album, maar er staat meer dan genoeg op om van te genieten.
Robin Trower, Maxi Priest, Livingstone Brown - United State of Mind (2020)

3,5
0
geplaatst: 14 april 2021, 00:54 uur
Als in 1994 het bluesalbum 20th Century Blues verschijnt is Robin Trower voornamelijk bij de oudere rockers een bekende naam. Deze gitarist stond in de jaren zestig aan de wieg van de succesjaren van het iconische Procol Harum. Hij verlaat de band in 1972 en richt zich op zijn eigen Robin Trower Band. Dit gezelschap heeft een wisselende samenstelling, maar werkt vanuit het supergroep-principe waarmee artiesten als Cream en The Jimi Hendrix Experience zichzelf op de kaart zetten. Uitgaande van bas, drums en gitaar wordt er vooral gewerkt vanuit veelbelovende jamsessies.
Vanaf 1994 duikt deze virtuoze muzikant regelmatig met Livingstone Brown de studio in. Deze producer voelt perfect aan hoe hij de oude blues klassiekers in een mooi nieuw passend jasje kan stoppen. Ondanks het geweldige productiewerk van de tevens bas spelende artiest ontbreekt de eigenheid in het project omdat ze minimaal met eigen composities aan de slag gaan. Het mist iets, waar ze dan niet helemaal de vinger op kunnen leggen. Twee jaar later staat reggaelegende Maxi Priest bij hem op de stoep en wordt er gewerkt aan Man With The Fun, waar de mega hitsingle That Girl op staat. Een duet met de op dat moment zeer populaire dancehall zanger Shaggy. Maxi Priest blijkt de missing link te zijn, al zal het nog een tijdje duren voordat die connectie gelegd wordt.
Ook die samenwerking tussen Maxi Priest en Livingstone Brown zet zich voort, maar er wordt in eerste instantie geen moment aan gedacht om deze krachten te bundelen. De commerciële popreggae-sound is namelijk mijlenver verwijderd van de blues die uit de gitaar van Robin Trower tevoorschijn komt. Blijkbaar ligt er bij dit trio wel een gemeenschappelijke interesse voor de soul en gospel, en worden er voorzichtig plannen gemaakt om gezamenlijk een project op te starten. United State Of Mind staat letterlijk voor het moment dat die muzikale gedrevenheid en passie samensmelten en dat er dus een nieuw supertrio ontstaat.
Je hoort in alles de ervarenheid van dit geroutineerde drietal terug. Het titelstuk United State of Mind heeft die unieke eighties soulfunk sound, waarbij een vleugje swinging fusion is toegevoegd. In de loop der jaren is er een rauw schurend randje ontstaan bij de vocalen van Maxi Priest. Het kenmerk van zijn geleefde verleden en het vele optreden, waarbij er soms geforceerd tot het uiterste gegaan wordt. Deze ontwikkelde soulspirit is nu perfect omgezet in een warm stemgeluid. Eigenlijk hoeven Robin Trower en Livingstone Brown alleen maar hun gevoel te volgen, en sluit het spel naadloos aan op de weggelegde hoofdrol van Maxi Priest, die zijn naam zeker waar maakt. Niet als reggaezanger, maar wel als kerkelijke soulpriester die stil staat bij de meest belangrijkste levensvragen.
Toch is hier doorheen al die breed tegen de triphop aanleunende seventies flow van arrangeur Livingstone Brown terug te halen, welke als een overkoepelende warme deken over de plaat heen hangt. Een perfecte onderlaag om vervolgens allerlei stijlen en die heerlijke aanvullende blazers op los te laten. Robin Trower laat in het sensuele Are We Just People zijn gitaar doorschijnen met een stoer donkerbruin funkgeluid en treedt net als Maxi Priest buiten zijn vertrouwde pad door de blues vaker meer op de achtergrond te plaatsen. Pas tegen het einde van de track laat hij zijn huilende instrument lekker gemeen van zich af bijten.
Als Livingstone Brown zich op Walking Wounded volledig overgeeft en met zijn prominente baspartijen een plek naast het tweetal opeist, is de chemie pas helemaal goed voelbaar. Volkomen in zijn element brengt hij een rust over bij de volledig in balans zijnde Maxi Priest. Het relaxte van de reggae openbaart zich in de krachtige voordracht waarbij de zanger een mooie ietwat duistere kant van zichzelf oproept. De late avond blues van Robin Trower grijpt hierbij terug naar het roemrijke verleden van deze zwaar onderschatte gitarist.
Het is allemaal vrij toegankelijke huiskamermuziek. De avontuurlijke randjes zijn in een track als Hands In The Sky wel enigszins aanwezig, maar smeulen als een verraderlijk kampvuurtje wat onschuldig na. Het hoogwaardige karakter van de ingespeelde partijen komen hierdoor net te gewoontjes over terwijl het technisch tot in perfectie is uitgevoerd. De grote verrassing in het geheel blijkt toch absoluut Maxi Priest die zich ontwikkeld heeft van een oppervlakkige popreggae-zanger tot een emotioneel beladen soulvocalist.
Robin Trower, Maxi Priest, Livingstone Brown - United State of Mind | Soul | Written in Music - writteninmusic.com
Vanaf 1994 duikt deze virtuoze muzikant regelmatig met Livingstone Brown de studio in. Deze producer voelt perfect aan hoe hij de oude blues klassiekers in een mooi nieuw passend jasje kan stoppen. Ondanks het geweldige productiewerk van de tevens bas spelende artiest ontbreekt de eigenheid in het project omdat ze minimaal met eigen composities aan de slag gaan. Het mist iets, waar ze dan niet helemaal de vinger op kunnen leggen. Twee jaar later staat reggaelegende Maxi Priest bij hem op de stoep en wordt er gewerkt aan Man With The Fun, waar de mega hitsingle That Girl op staat. Een duet met de op dat moment zeer populaire dancehall zanger Shaggy. Maxi Priest blijkt de missing link te zijn, al zal het nog een tijdje duren voordat die connectie gelegd wordt.
Ook die samenwerking tussen Maxi Priest en Livingstone Brown zet zich voort, maar er wordt in eerste instantie geen moment aan gedacht om deze krachten te bundelen. De commerciële popreggae-sound is namelijk mijlenver verwijderd van de blues die uit de gitaar van Robin Trower tevoorschijn komt. Blijkbaar ligt er bij dit trio wel een gemeenschappelijke interesse voor de soul en gospel, en worden er voorzichtig plannen gemaakt om gezamenlijk een project op te starten. United State Of Mind staat letterlijk voor het moment dat die muzikale gedrevenheid en passie samensmelten en dat er dus een nieuw supertrio ontstaat.
Je hoort in alles de ervarenheid van dit geroutineerde drietal terug. Het titelstuk United State of Mind heeft die unieke eighties soulfunk sound, waarbij een vleugje swinging fusion is toegevoegd. In de loop der jaren is er een rauw schurend randje ontstaan bij de vocalen van Maxi Priest. Het kenmerk van zijn geleefde verleden en het vele optreden, waarbij er soms geforceerd tot het uiterste gegaan wordt. Deze ontwikkelde soulspirit is nu perfect omgezet in een warm stemgeluid. Eigenlijk hoeven Robin Trower en Livingstone Brown alleen maar hun gevoel te volgen, en sluit het spel naadloos aan op de weggelegde hoofdrol van Maxi Priest, die zijn naam zeker waar maakt. Niet als reggaezanger, maar wel als kerkelijke soulpriester die stil staat bij de meest belangrijkste levensvragen.
Toch is hier doorheen al die breed tegen de triphop aanleunende seventies flow van arrangeur Livingstone Brown terug te halen, welke als een overkoepelende warme deken over de plaat heen hangt. Een perfecte onderlaag om vervolgens allerlei stijlen en die heerlijke aanvullende blazers op los te laten. Robin Trower laat in het sensuele Are We Just People zijn gitaar doorschijnen met een stoer donkerbruin funkgeluid en treedt net als Maxi Priest buiten zijn vertrouwde pad door de blues vaker meer op de achtergrond te plaatsen. Pas tegen het einde van de track laat hij zijn huilende instrument lekker gemeen van zich af bijten.
Als Livingstone Brown zich op Walking Wounded volledig overgeeft en met zijn prominente baspartijen een plek naast het tweetal opeist, is de chemie pas helemaal goed voelbaar. Volkomen in zijn element brengt hij een rust over bij de volledig in balans zijnde Maxi Priest. Het relaxte van de reggae openbaart zich in de krachtige voordracht waarbij de zanger een mooie ietwat duistere kant van zichzelf oproept. De late avond blues van Robin Trower grijpt hierbij terug naar het roemrijke verleden van deze zwaar onderschatte gitarist.
Het is allemaal vrij toegankelijke huiskamermuziek. De avontuurlijke randjes zijn in een track als Hands In The Sky wel enigszins aanwezig, maar smeulen als een verraderlijk kampvuurtje wat onschuldig na. Het hoogwaardige karakter van de ingespeelde partijen komen hierdoor net te gewoontjes over terwijl het technisch tot in perfectie is uitgevoerd. De grote verrassing in het geheel blijkt toch absoluut Maxi Priest die zich ontwikkeld heeft van een oppervlakkige popreggae-zanger tot een emotioneel beladen soulvocalist.
Robin Trower, Maxi Priest, Livingstone Brown - United State of Mind | Soul | Written in Music - writteninmusic.com
Robocop Kraus - Smile (2023)

4,0
0
geplaatst: 3 juli 2023, 01:41 uur
Doordat het Duitse The Robocop Kraus zich niet in een enkele specifieke subgenre laten onderbrengen, passen ze prima op het gevarieerde ANTI- de dochtermaatschappij van het grote Epitaph punklabel. Toch zijn ze daar een van de kleinere visjes in de overvolle vijver. Het staat uiteraard netjes op je curriculum vitae, uiteindelijk lopen de lijntjes met het in Hamburg gevestigde Tapete Records net wat soepeler. Logisch dat ze naar een stilte van zo’n vijftien jaar daar het geluk zoeken. De maatschappij is de laatste jaren behoorlijk verhard, en The Robocop Kraus werpt een frisse blik op het hedendaagse postpunk werkveld welke vooral door starre doomdenkers bewoond wordt. Smile, aan die integere glimlach is juist nu zoveel behoefte, het bijtende sarcasme met komische zelfspot bestrijden. De neerslachtige The Boy’s No Good generatie roept om een oppeppend tegenmiddel.
Als The Robocop Kraus zich in 2001 met hun volwaardige Tiger plaat presenteren, wijken ze al van de hoekige funk postpunk af die dan vanuit het Verenigde Koninkrijk de wereld verovert. Thomas Lang heeft de opgefokte angry young man mentaliteit van een jeugdige kritische Joe Jackson, die gepast overal boos tegen aanschopt. Een eigenzinnige schreeuwerige punkhouding in een vervreemde wereld welke amper overeenkomsten met jouw selfmade visie heeft. The Robocop Kraus is door het veelvoudig gebruik van keyboards net wat meer synthpop, en vergeet tevens de invloedrijke krautrock beweging niet. Deze Duitse trots laat overduidelijk hun sporen achter.
Op het in 2007 verschenen Blunders and Mistakes zetten ze een prachtig uitgebalanceerd geluid neer, met een fraaie mix tussen dragende folk emotie, dromerige The Cure depressies en de rauwe punk erfenis. Het levert echter geen vervolg op, en de Neurenbergse indierockers sterven helaas een onopvallende vrijwel onzichtbare dood. Des te verrassend is het dat ze nu weer present zijn. Terwijl stroming gebonden bondgenoten complexere wegen bewandelen, en de experimentele vernieuwingsdrang onderhand groter is dan het uiteindelijke resultaat blijft The Robocop Kraus trouw aan hun basissound. Geen woeste tribal oorlogskleuren hanenkammen , maar het draaglijke neon getinte kameleon veelzijdigheid en Cannonball samenzang duo koortjes. De Giant of Love revolutie met een overdosis aan liefde.
Smile is kansen plukkend retro West Duitsland, en heeft amper raakvlakken met het grijze communistische Oost Duitsland. De klemtoon verschuift hooguit nog meer naar die jaren tachtig new wave, door de internationale aanpak blijven ze wel ver genoeg van het Neue Deutsche Welle geluid verwijdert. Och, je kan erover vallen, dat die Duitse tongval wel sterk hoorbaar is, daar komen ze dan ook vandaan. Laten we eerlijk zijn, Ierse bandjes hebben ook een ander accent dan hun Britse collega’s, zelfs Manchester, Liverpool en Londen zijn amper met elkaar te vergelijken. De ingehouden hemelse All the Ideas powerpop gaat nog een stapje verder en neigt zelfs naar het toegankelijke Bruce Springsteen en Dire Straits werk toe. Het mooie van jezelf geen beperkingen opleggen. Een groot contrast met de afsluitende hardcore The Foul Stench of Our Time punk, waarmee ze bevestigen dat ze het stevig uitpakken zeker niet verleerd zijn.
De psychedelische Young Man echo rammelt de verstofte instrumenten heerlijk los en beantwoordt de dromerige hunkering van een jongere generatie die wat onzeker de toekomst in tuurt. De complexe Under Control krautrock uitspattingen staan hierbij gelijk aan het futurisme. Digitale wegen kruizen het sociale verlangen om de negatieve tendens achter zich te laten. Een titel als Innocent Fun stoeit uiteraard met Unknown Pleasures van Joy Division. Subtiele verwijzingen welke in de ouderwetse punkrock in de Savages blazerspartijen een genadeloos weerwoord krijgen. Innocent Fun is na een onzekere periode het onschuldig herontdekken en voelt als een ontplooibare eerste verliefdheid aan. Een intense ervaring welke ook zoveel moois oplevert. Het staat uiteraard tevens voor de opgeschoonde doorstart van The Robocop Kraus, waar het hervonden speelplezier zo overduidelijk aanwezig is.
De humor zit in het lachwekkende Cradle of Filth horrorscenario verborgen. Dit kwaadaardig ogend deathmetal gezelschap zijn de reisgenoten in een nachtelijke treintrip naar Sint-Petersburg. Onder dat lugubere uiterlijke vertoon schuilt blijkbaar genoeg vriendelijke menselijkheid. Glimlachend memoreer ik aan mijn eigen verleden terug, en bedenk dat jongere dorpsgenoten vanwege mijn zwarte gothic kleding doodsbang een straatje omlopen om mij niet te passeren. Daar was ik mij toen nooit bewust van. Je moet het niet te serieus nemen. Iedereen is anders, en iedereen is hetzelfde. Het is allemaal zo eenvoudig. Door serieuze moeilijkdoenerij wandel je jezelf zo snel voorbij. Smile is zelfverzekerd geaard en zelfbewust eerlijk, er is duidelijk behoefte aan een nieuwe The Robocop Kraus plaat.
Robocop Kraus - Smile | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Als The Robocop Kraus zich in 2001 met hun volwaardige Tiger plaat presenteren, wijken ze al van de hoekige funk postpunk af die dan vanuit het Verenigde Koninkrijk de wereld verovert. Thomas Lang heeft de opgefokte angry young man mentaliteit van een jeugdige kritische Joe Jackson, die gepast overal boos tegen aanschopt. Een eigenzinnige schreeuwerige punkhouding in een vervreemde wereld welke amper overeenkomsten met jouw selfmade visie heeft. The Robocop Kraus is door het veelvoudig gebruik van keyboards net wat meer synthpop, en vergeet tevens de invloedrijke krautrock beweging niet. Deze Duitse trots laat overduidelijk hun sporen achter.
Op het in 2007 verschenen Blunders and Mistakes zetten ze een prachtig uitgebalanceerd geluid neer, met een fraaie mix tussen dragende folk emotie, dromerige The Cure depressies en de rauwe punk erfenis. Het levert echter geen vervolg op, en de Neurenbergse indierockers sterven helaas een onopvallende vrijwel onzichtbare dood. Des te verrassend is het dat ze nu weer present zijn. Terwijl stroming gebonden bondgenoten complexere wegen bewandelen, en de experimentele vernieuwingsdrang onderhand groter is dan het uiteindelijke resultaat blijft The Robocop Kraus trouw aan hun basissound. Geen woeste tribal oorlogskleuren hanenkammen , maar het draaglijke neon getinte kameleon veelzijdigheid en Cannonball samenzang duo koortjes. De Giant of Love revolutie met een overdosis aan liefde.
Smile is kansen plukkend retro West Duitsland, en heeft amper raakvlakken met het grijze communistische Oost Duitsland. De klemtoon verschuift hooguit nog meer naar die jaren tachtig new wave, door de internationale aanpak blijven ze wel ver genoeg van het Neue Deutsche Welle geluid verwijdert. Och, je kan erover vallen, dat die Duitse tongval wel sterk hoorbaar is, daar komen ze dan ook vandaan. Laten we eerlijk zijn, Ierse bandjes hebben ook een ander accent dan hun Britse collega’s, zelfs Manchester, Liverpool en Londen zijn amper met elkaar te vergelijken. De ingehouden hemelse All the Ideas powerpop gaat nog een stapje verder en neigt zelfs naar het toegankelijke Bruce Springsteen en Dire Straits werk toe. Het mooie van jezelf geen beperkingen opleggen. Een groot contrast met de afsluitende hardcore The Foul Stench of Our Time punk, waarmee ze bevestigen dat ze het stevig uitpakken zeker niet verleerd zijn.
De psychedelische Young Man echo rammelt de verstofte instrumenten heerlijk los en beantwoordt de dromerige hunkering van een jongere generatie die wat onzeker de toekomst in tuurt. De complexe Under Control krautrock uitspattingen staan hierbij gelijk aan het futurisme. Digitale wegen kruizen het sociale verlangen om de negatieve tendens achter zich te laten. Een titel als Innocent Fun stoeit uiteraard met Unknown Pleasures van Joy Division. Subtiele verwijzingen welke in de ouderwetse punkrock in de Savages blazerspartijen een genadeloos weerwoord krijgen. Innocent Fun is na een onzekere periode het onschuldig herontdekken en voelt als een ontplooibare eerste verliefdheid aan. Een intense ervaring welke ook zoveel moois oplevert. Het staat uiteraard tevens voor de opgeschoonde doorstart van The Robocop Kraus, waar het hervonden speelplezier zo overduidelijk aanwezig is.
De humor zit in het lachwekkende Cradle of Filth horrorscenario verborgen. Dit kwaadaardig ogend deathmetal gezelschap zijn de reisgenoten in een nachtelijke treintrip naar Sint-Petersburg. Onder dat lugubere uiterlijke vertoon schuilt blijkbaar genoeg vriendelijke menselijkheid. Glimlachend memoreer ik aan mijn eigen verleden terug, en bedenk dat jongere dorpsgenoten vanwege mijn zwarte gothic kleding doodsbang een straatje omlopen om mij niet te passeren. Daar was ik mij toen nooit bewust van. Je moet het niet te serieus nemen. Iedereen is anders, en iedereen is hetzelfde. Het is allemaal zo eenvoudig. Door serieuze moeilijkdoenerij wandel je jezelf zo snel voorbij. Smile is zelfverzekerd geaard en zelfbewust eerlijk, er is duidelijk behoefte aan een nieuwe The Robocop Kraus plaat.
Robocop Kraus - Smile | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Rod Stewart - Every Picture Tells a Story (1971)

3,5
0
geplaatst: 19 november 2016, 23:55 uur
Rod Stewart leerde ik als peuter kennen door Sailing. Volgens mijn ouders was dat samen met Kamahl - The Elephant Song de eerste liedjes die ik mooi vond.
Eind jaren 70 kwam de disco in opkomst, merkbaar in de Top 40. Gevestigde namen als Rolling Stones, Queen, Bee Gees en zeker ook Rod Steward lieten horen dat ook zij klassiekers in dit genre wisten te schrijven.
Verder heb ik mij nooit echt veel in Rod Stewart verdiept.
Nu werd mij het album Every Picture Tells a Story getipt. Zegt mij verder niks, maar nu ik de albumhoes zie, blijkt dat ik die wel degelijk ken.
Deze elpee staat bij mijn ouders in de kast, maar van de muziek kan ik mij verder niks herinneren.
Maggie May ken ik uiteraard wel, je moet wel onder een steen geleefd hebben, wil je deze nooit eerder op de radio gehoord hebben. Al heb ik de indruk dat er daar meestal voor gekozen werd om het intro over te slaan; jammer, want deze heeft zeker een toevoegende waarde.
De rauwe, wat hese zang van Stewart past perfect bij deze muziek, en als liefhebber van het tweede The Black Crowes album The Southern Harmony and Musical Companion moet ik toegeven dat deze band vooral door Every Picture Tells a Story beïnvloed is, en dus veel minder door Free met Fire and Water, iets wat ik altijd gedacht had.
Het liefdeslied Mandolin Wind zou met zijn folkinvloeden een ode aan Engeland kunnen zijn, een mooi nummer, op YouTube zijn zelfs verschillende nog sterkere live versies te vinden.
Zijn bewerking van That's All Right is ook de moeite waard, zoals velen kende ik deze voornamelijk van Elvis Presley met op het laatste Amazing Grace.
Het lijkt wel alsof Robbie Williams de basis van (I Know) I'm Losing You gebruikte voor Let Me Entertain You. Mooi dat dit op het einde overloopt in een jamsessie met de drum in een hoofdrol.
Dit album is een mooie, wat rustige geslaagde mix van blues, folk en rock.
Trouwens nooit geweten dat Rod Stewart op hoog niveau heeft gevoetbald bij Brentford FC.
Eind jaren 70 kwam de disco in opkomst, merkbaar in de Top 40. Gevestigde namen als Rolling Stones, Queen, Bee Gees en zeker ook Rod Steward lieten horen dat ook zij klassiekers in dit genre wisten te schrijven.
Verder heb ik mij nooit echt veel in Rod Stewart verdiept.
Nu werd mij het album Every Picture Tells a Story getipt. Zegt mij verder niks, maar nu ik de albumhoes zie, blijkt dat ik die wel degelijk ken.
Deze elpee staat bij mijn ouders in de kast, maar van de muziek kan ik mij verder niks herinneren.
Maggie May ken ik uiteraard wel, je moet wel onder een steen geleefd hebben, wil je deze nooit eerder op de radio gehoord hebben. Al heb ik de indruk dat er daar meestal voor gekozen werd om het intro over te slaan; jammer, want deze heeft zeker een toevoegende waarde.
De rauwe, wat hese zang van Stewart past perfect bij deze muziek, en als liefhebber van het tweede The Black Crowes album The Southern Harmony and Musical Companion moet ik toegeven dat deze band vooral door Every Picture Tells a Story beïnvloed is, en dus veel minder door Free met Fire and Water, iets wat ik altijd gedacht had.
Het liefdeslied Mandolin Wind zou met zijn folkinvloeden een ode aan Engeland kunnen zijn, een mooi nummer, op YouTube zijn zelfs verschillende nog sterkere live versies te vinden.
Zijn bewerking van That's All Right is ook de moeite waard, zoals velen kende ik deze voornamelijk van Elvis Presley met op het laatste Amazing Grace.
Het lijkt wel alsof Robbie Williams de basis van (I Know) I'm Losing You gebruikte voor Let Me Entertain You. Mooi dat dit op het einde overloopt in een jamsessie met de drum in een hoofdrol.
Dit album is een mooie, wat rustige geslaagde mix van blues, folk en rock.
Trouwens nooit geweten dat Rod Stewart op hoog niveau heeft gevoetbald bij Brentford FC.
Rodrigo Leão - O Método (2020)

4,0
1
geplaatst: 9 december 2020, 08:41 uur
Als de Europese wereld zich in de jaren tachtig steeds meer in rouwend zwart hult, en elk land een opleving heeft met een eigen variant op de new wave, geeft het Portugese Madredeus hier hun specifieke draai aan. Het begrip fado is in zijn beginselen terug te voeren tot de dood en de uiteindelijke lotsbestemming. Een trieste klaagzang die hierdoor zeer dicht tegen de deprimerende postpunk aanleunt. En waarbij de traditionele begeleiding er een sterk folklore omlijsting aan toevoegt waardoor het beeldend muzikale schilderij een prachtig goud randje krijgt. Rodrigo Leão mag met subtiele keyboardklanken hieraan de driedimensionale diepgang toevoegen.
Na drie albums verlaat hij de succesvolle band om steeds vaker voor zijn solo projecten gebruik te maken van de kwaliteiten van typische Westerse artiesten, waarbij de nadruk ligt op de ontroerende slepende zang. Niet vreemd dus dat vocalisten als de fragiel klinkende Stuart A. Staples van Tindersticks, de volop geprezen Neil Hannon van The Divine Comedy en de doorrookte stem van Portisheads Beth Gibbons hun steentje bijdragen aan de indrukwekkende traktatie van prachtige verstillende platen. Verhalenvertellers die een indrukwekkend evenwicht verzorgen tussen de voornamelijk klassieke instrumentale werkstukken.
Ondertussen verbreed hij zijn blik en ontwikkelt Rodrigo Leão zich tot een hoog gewaardeerde soundtrack componist, en ontvangt hij voor het politiek getinte The Butler een ASCAP award. Een film die helemaal in het nu te herplaatsen valt vanwege het aan Black Lives Matter te koppelen thematiek. Een achtergrond die overduidelijk zijn weg vind op het zwaar cineastische O Método, waarbij het fado verleden van zijn nog steeds actieve bondgenoten van Madredeus tot een minimum is terug gebracht.
Dat de creatieve basis gevormd wordt op eenzame hotelkamers, die dienen als illustrerende stillevens hoor je direct terug op het sombere Idea 1. Een verslaglegging van zo’n aan gezelschapsarmoede lijdend moment die de schaduwzijde van het continue touren benadrukt. Ontroostbare pijn die de strijkers nogmaals vorm geven op het maagdelijke winters witte O Convite en het gearrangeerde monnikenkoorzang van Loutolim.
Ondanks uitmuntende gastrollen van twee uitzonderlijke sfeerbepalers, is de meest eruit springende naam niet die van Casper Clausen die normaal op Efterklang de zang verzorgt op het door progressieve rockgeluid gedragen The Boy Inside. Ook de Italiaanse klassiek geschoolde pianist Federico Albanese krijgt die titel niet toegereikt, ondanks dat op het statige sjokkende titelstuk O Método de helende krachten van twee grote musici zo mooi samenkomen.
Die eer komt zijn dochter Sofia Leão toe, al is haar rol beperkt tot A Bailarina, waar ze een persoonlijke invulling geeft aan een zelf verzonnen slaapliedje. Het denkbeeldige goedkeurende liefdevolle kusje op het voorhoofd van haar papa, wanneer hij vanwege werkverplichtingen zijn gezin moet verlaten. Het oplopende ritme geeft de hartslag aan van een vader die herinnert wordt aan dit ultieme geluksmoment.
De familieband geeft hier zoveel warmte cadeau, en benadrukt nogmaals waar het leven daadwerkelijk om draait. Het moederlijke Red Poem met de dromerige zangpoëzie van Ângela Silva en de Russische opengebroken kilte van Viviena Tupikova in het taal wiegende O Cigarro mogen hier bevestigend op aansluiten.
De bonustrack Lula Mistério geeft de verdraaiing van het seizoen weer, na de opruiende storm komen de weerkaatsende verwarmende zonnestralen die het ijs laten smelten. Parte 1 is het afsluitend rustmoment, waarmee benadrukt wordt dat er zonder de twee toevoegende nummers geen afronding plaats vind. De voorkeur gaat dus uit naar het complete plaatje. Een fraai toereikend nieuw hoofdstuk in het muzikale naslagwerk van dhr. Rodrigo Leão.
Rodrigo Leão - O Método | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com
Na drie albums verlaat hij de succesvolle band om steeds vaker voor zijn solo projecten gebruik te maken van de kwaliteiten van typische Westerse artiesten, waarbij de nadruk ligt op de ontroerende slepende zang. Niet vreemd dus dat vocalisten als de fragiel klinkende Stuart A. Staples van Tindersticks, de volop geprezen Neil Hannon van The Divine Comedy en de doorrookte stem van Portisheads Beth Gibbons hun steentje bijdragen aan de indrukwekkende traktatie van prachtige verstillende platen. Verhalenvertellers die een indrukwekkend evenwicht verzorgen tussen de voornamelijk klassieke instrumentale werkstukken.
Ondertussen verbreed hij zijn blik en ontwikkelt Rodrigo Leão zich tot een hoog gewaardeerde soundtrack componist, en ontvangt hij voor het politiek getinte The Butler een ASCAP award. Een film die helemaal in het nu te herplaatsen valt vanwege het aan Black Lives Matter te koppelen thematiek. Een achtergrond die overduidelijk zijn weg vind op het zwaar cineastische O Método, waarbij het fado verleden van zijn nog steeds actieve bondgenoten van Madredeus tot een minimum is terug gebracht.
Dat de creatieve basis gevormd wordt op eenzame hotelkamers, die dienen als illustrerende stillevens hoor je direct terug op het sombere Idea 1. Een verslaglegging van zo’n aan gezelschapsarmoede lijdend moment die de schaduwzijde van het continue touren benadrukt. Ontroostbare pijn die de strijkers nogmaals vorm geven op het maagdelijke winters witte O Convite en het gearrangeerde monnikenkoorzang van Loutolim.
Ondanks uitmuntende gastrollen van twee uitzonderlijke sfeerbepalers, is de meest eruit springende naam niet die van Casper Clausen die normaal op Efterklang de zang verzorgt op het door progressieve rockgeluid gedragen The Boy Inside. Ook de Italiaanse klassiek geschoolde pianist Federico Albanese krijgt die titel niet toegereikt, ondanks dat op het statige sjokkende titelstuk O Método de helende krachten van twee grote musici zo mooi samenkomen.
Die eer komt zijn dochter Sofia Leão toe, al is haar rol beperkt tot A Bailarina, waar ze een persoonlijke invulling geeft aan een zelf verzonnen slaapliedje. Het denkbeeldige goedkeurende liefdevolle kusje op het voorhoofd van haar papa, wanneer hij vanwege werkverplichtingen zijn gezin moet verlaten. Het oplopende ritme geeft de hartslag aan van een vader die herinnert wordt aan dit ultieme geluksmoment.
De familieband geeft hier zoveel warmte cadeau, en benadrukt nogmaals waar het leven daadwerkelijk om draait. Het moederlijke Red Poem met de dromerige zangpoëzie van Ângela Silva en de Russische opengebroken kilte van Viviena Tupikova in het taal wiegende O Cigarro mogen hier bevestigend op aansluiten.
De bonustrack Lula Mistério geeft de verdraaiing van het seizoen weer, na de opruiende storm komen de weerkaatsende verwarmende zonnestralen die het ijs laten smelten. Parte 1 is het afsluitend rustmoment, waarmee benadrukt wordt dat er zonder de twee toevoegende nummers geen afronding plaats vind. De voorkeur gaat dus uit naar het complete plaatje. Een fraai toereikend nieuw hoofdstuk in het muzikale naslagwerk van dhr. Rodrigo Leão.
Rodrigo Leão - O Método | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com
Roger Waters - Is This the Life We Really Want? (2017)

3,5
2
geplaatst: 2 juni 2017, 11:19 uur
Altijd gevaarlijk, oude artiesten die opeens met een heel sterk album komen aanzetten, zeker als het thema een terugblik op het leven is.
Kijk maar naar David Bowie en Leonard Cohen.
Maar Roger Waters heeft altijd al met demonen uit zijn leven gevochten, vooral goed hoorbaar bij The Wall.
Mooi gebruik weer van samplers, maar minder krachtig dan op Amused to Death.
Wat ik wel mis is de boosheid, die hij vaak extra kracht zet door hard te zingen; bijna tegen het maniakale aan.
Ach, de man is ondertussen alweer 73 jaar oud, en muzikaal gezien staat het weer als een huis.
Hij gaat hiermee duidelijk terug naar het oude Pink Floyd geluid; een duidelijk voorbeeld is Picture That.
Toch mis ik een verhaal, bij de latere Pink Floyd albums; en ook zijn solowerk werd ik meer meegezogen in het geheel.
Kijk maar naar David Bowie en Leonard Cohen.
Maar Roger Waters heeft altijd al met demonen uit zijn leven gevochten, vooral goed hoorbaar bij The Wall.
Mooi gebruik weer van samplers, maar minder krachtig dan op Amused to Death.
Wat ik wel mis is de boosheid, die hij vaak extra kracht zet door hard te zingen; bijna tegen het maniakale aan.
Ach, de man is ondertussen alweer 73 jaar oud, en muzikaal gezien staat het weer als een huis.
Hij gaat hiermee duidelijk terug naar het oude Pink Floyd geluid; een duidelijk voorbeeld is Picture That.
Toch mis ik een verhaal, bij de latere Pink Floyd albums; en ook zijn solowerk werd ik meer meegezogen in het geheel.
Rolling Stones - Forty Licks (2002)
Alternatieve titel: 40 Licks

4,0
0
geplaatst: 11 oktober 2015, 00:27 uur
Forty Licks is een postzegelverzameling, alleen ontbreekt er bij mij eentje, waardoor deze is vervangen door een nieuwere exemplaar met daarop een lelijk plaatje van Beatrix, die toen nog koningin was.
Graag had ik hiervoor een oudje met Emma voor in de plaats gehad, maar wat kijkt dat anders vreemd, een leeg vakje op jouw trotse eerste bladzijde van het album.
Zo ervaar ik mijn editie van Forty Licks.
Bij mij ontbreekt She’s Like A Rainbow, en daarvoor in de plaats staat een Neptunis remix van Sympathy For The Devil, terwijl deze al in de originele versie op de plaat staat.
Je gaat toch ook niet naar de Albert Heyn om een voetbalboek aan te schaffen met de beste spelers aller tijden, netjes deze bij elkaar sparen, en dan tot de conclusie komen dat Messi er twee keer in staat; een maal met tatoeage op zijn arm, en een keer zonder.
Je wilt gewoon de pure Messi, zonder de sterallures, de straatvoetballer in opkomst, zonder dat men hem weg zet als belastingfraudeur.
Ik wil daarvoor in de plaats een foto van Zidane, die kopstoot heb ik hem al lang vergeven, maar dan is het pas compleet.
Forty Licks is daardoor een gemiste kans, de remix is het lelijke eendje tussen de mooie zwanen.
Graag had ik hiervoor een oudje met Emma voor in de plaats gehad, maar wat kijkt dat anders vreemd, een leeg vakje op jouw trotse eerste bladzijde van het album.
Zo ervaar ik mijn editie van Forty Licks.
Bij mij ontbreekt She’s Like A Rainbow, en daarvoor in de plaats staat een Neptunis remix van Sympathy For The Devil, terwijl deze al in de originele versie op de plaat staat.
Je gaat toch ook niet naar de Albert Heyn om een voetbalboek aan te schaffen met de beste spelers aller tijden, netjes deze bij elkaar sparen, en dan tot de conclusie komen dat Messi er twee keer in staat; een maal met tatoeage op zijn arm, en een keer zonder.
Je wilt gewoon de pure Messi, zonder de sterallures, de straatvoetballer in opkomst, zonder dat men hem weg zet als belastingfraudeur.
Ik wil daarvoor in de plaats een foto van Zidane, die kopstoot heb ik hem al lang vergeven, maar dan is het pas compleet.
Forty Licks is daardoor een gemiste kans, de remix is het lelijke eendje tussen de mooie zwanen.
Rolling Stones - Let It Bleed (1969)

4,0
0
geplaatst: 24 augustus 2010, 20:46 uur
Bono van U2 heeft het ooit tijdens een interview gezegd.
Angst dat hem iets op het podium overkomt.
Tussen duizenden fans zou zo een doorgedraaide bezoeker kunnen zitten.
The Edge die soms voor hem ging staan.
Zodat hij zich daarachter kon schuilen.
Vriendschap voor de eeuwigheid.
Mick Jagger en Keith Richard hebben een soortgelijke relatie.
Gimme Shelter.
1969, het jaar van Altamont Free Concert.
The Rolling Stones kregen bescherming van Hells Angels.
Escalatie in het publiek.
Waarbij Meredith Hunter de dood vond.
Abrupt einde van het hippietijdperk.
Ondanks protest ging de Vietnam oorlog gewoon door.
Amerika werd zich bewust dat een Staat van Vrede niet haalbaar was.
Welkom in de jaren 70.
War, children, it's just a shot away.
It's just a shot away.
Realistische kijk op de wereld.
Mick Jagger voelde de decadentie aankomen.
Let It Bleed en Country Honk.
Geslaagde flirts op de countrysound.
Elke muzikale stroming kunnen ze aan.
Later nog eens bewezen met het meer disco en funk gerichte werk.
Monkey Man als voorzichtige eerste stap.
Roots in de rock en blues.
Met Midnight Rambler werd dat laatste nog eens bevestigd.
Afsluiter You Can't Always Get What You Want.
Overlijden van Brian Jones eerder dat jaar.
Verwijderd vanwege de ondergang aan drugs.
Roem heeft zijn keerzijde.
Succes kan leiden tot vervreemding.
Grip op het leven is vervaagd.
Gewoon triest als je foto’s uit die periode zag.
Geen weg terug.
Let It Bleed was een zware bevalling.
Gebeurtenissen die overschaduwden.
Opvolger Sticky Fingers was het logische vervolg.
Bandleden die hun inspiratie zochten bij genotsmiddelen.
Littekens veroorzaakt door destructieve overlevingsdrang.
Al bleef de creativiteit aanwezig.
Angst dat hem iets op het podium overkomt.
Tussen duizenden fans zou zo een doorgedraaide bezoeker kunnen zitten.
The Edge die soms voor hem ging staan.
Zodat hij zich daarachter kon schuilen.
Vriendschap voor de eeuwigheid.
Mick Jagger en Keith Richard hebben een soortgelijke relatie.
Gimme Shelter.
1969, het jaar van Altamont Free Concert.
The Rolling Stones kregen bescherming van Hells Angels.
Escalatie in het publiek.
Waarbij Meredith Hunter de dood vond.
Abrupt einde van het hippietijdperk.
Ondanks protest ging de Vietnam oorlog gewoon door.
Amerika werd zich bewust dat een Staat van Vrede niet haalbaar was.
Welkom in de jaren 70.
War, children, it's just a shot away.
It's just a shot away.
Realistische kijk op de wereld.
Mick Jagger voelde de decadentie aankomen.
Let It Bleed en Country Honk.
Geslaagde flirts op de countrysound.
Elke muzikale stroming kunnen ze aan.
Later nog eens bewezen met het meer disco en funk gerichte werk.
Monkey Man als voorzichtige eerste stap.
Roots in de rock en blues.
Met Midnight Rambler werd dat laatste nog eens bevestigd.
Afsluiter You Can't Always Get What You Want.
Overlijden van Brian Jones eerder dat jaar.
Verwijderd vanwege de ondergang aan drugs.
Roem heeft zijn keerzijde.
Succes kan leiden tot vervreemding.
Grip op het leven is vervaagd.
Gewoon triest als je foto’s uit die periode zag.
Geen weg terug.
Let It Bleed was een zware bevalling.
Gebeurtenissen die overschaduwden.
Opvolger Sticky Fingers was het logische vervolg.
Bandleden die hun inspiratie zochten bij genotsmiddelen.
Littekens veroorzaakt door destructieve overlevingsdrang.
Al bleef de creativiteit aanwezig.
Rolling Stones - Tattoo You (1981)

3,5
0
geplaatst: 5 mei 2015, 00:46 uur
Ik heb minder met Tattoo You dan met Undercover.
Undercover opent met het vreemde, opgefokte, Undercover (In The Night).
Tattoo You opent met Start Me Up.
Als ik heel eerlijk ben, dan vind ik Start Me Up niet zo bijzonder.
Het zou bijna een nummer van onze eigen Normaal kunnen zijn.
Begrijp mij niet verkeerd, want ik ben zeker wel een groot liefhebber van The Stones.
Ook Hang Wire wil mij niet helemaal pakken, deze zou ook prima van Nederlandse bodem kunnen zijn, maar dan noem ik een Herman Brood.
Maar Herman Brood had wel Saturday Night gemaakt, Hang Wire is absoluut geen Saturday Night.
Tattoo You komt mij te vaak over als een album met leftovers.
De ziel ontbreekt, en de drang tot experimenteren is helaas ook ver te zoeken.
Slave moet het hebben van een gemiddelde piano stukje, maar eigenlijk werkt het nergens naar toe.
Little T & A kabbelt wat voort, moet ik bij Wanne Hold You nog echt wel glimlachen, nu vind ik toch echt wel dat Keith zich beter niet met zang kan bezig houden.
Black Limousine is blues, en lijkt beïnvloed te zijn door BB King en Little Richard.
Niet verkeerd trouwens.
Neighbours is een hoop geschreeuw en heeft verder voor mij weinig inhoud, de saxofoon is oké, maar red het nummer niet.
De doffe drum is het dieptepunt van het geheel, ik snap niet dat een band als Rolling Stones deze door de mix heeft laten komen.
Worried About You vind ik eigenlijk best wel goed, Mick Jagger klinkt hier als hoe Prince een paar jaar later op Purple Rain zal klinken.
Tops heeft wel wat weg van Don’t Look Back, alleen is Mick Jagger hier volgens mij hoofdzakelijk in duet met zichzelf.
Beetje uitgeblust gebeuren.
Heaven is voor mij het hoogtepunt van Tattoo You, dit is gewoon sensueel te noemen, en kan een vrouw prima in de geschikte stemming brengen, waardoor je je als man zijnde minder hoeft uit te sloven.
Weinig tracks die dit gevoel hebben, een ander voorbeeld is Somewhere Down The Crazy River van Robbie Robertson.
Ook prima te draaien na een avondje flink stappen als voorbereiding voor de komende kater.
We gaan in die zelfde relax sfeer door, en uiteindelijk sluiten we ook zo het album af.
Eerst nog het meer dan prima No Use in Crying.
Afsluiter Waiting on a Friend heeft dat slome druggy, wat Velvet Undergrounds I'm Waiting for the Man ook wel heeft.
Ik sta er niet van te kijken als dit gewoon ook over een dealer gaat.
Het ontspannende gebeuren komt het geheel wel ten goede.
De A –kant is behoort voor mij wel tot het slechtste wat The Stones tot dan toe gemaakt hebben, gelukkig maakt de B-kant nog veel goed.
Ik was dus wel heel erg blij met de opvolger van Tattoo You, voor mij was op Undercover de frisheid wel weer aanwezig.
Undercover opent met het vreemde, opgefokte, Undercover (In The Night).
Tattoo You opent met Start Me Up.
Als ik heel eerlijk ben, dan vind ik Start Me Up niet zo bijzonder.
Het zou bijna een nummer van onze eigen Normaal kunnen zijn.
Begrijp mij niet verkeerd, want ik ben zeker wel een groot liefhebber van The Stones.
Ook Hang Wire wil mij niet helemaal pakken, deze zou ook prima van Nederlandse bodem kunnen zijn, maar dan noem ik een Herman Brood.
Maar Herman Brood had wel Saturday Night gemaakt, Hang Wire is absoluut geen Saturday Night.
Tattoo You komt mij te vaak over als een album met leftovers.
De ziel ontbreekt, en de drang tot experimenteren is helaas ook ver te zoeken.
Slave moet het hebben van een gemiddelde piano stukje, maar eigenlijk werkt het nergens naar toe.
Little T & A kabbelt wat voort, moet ik bij Wanne Hold You nog echt wel glimlachen, nu vind ik toch echt wel dat Keith zich beter niet met zang kan bezig houden.
Black Limousine is blues, en lijkt beïnvloed te zijn door BB King en Little Richard.
Niet verkeerd trouwens.
Neighbours is een hoop geschreeuw en heeft verder voor mij weinig inhoud, de saxofoon is oké, maar red het nummer niet.
De doffe drum is het dieptepunt van het geheel, ik snap niet dat een band als Rolling Stones deze door de mix heeft laten komen.
Worried About You vind ik eigenlijk best wel goed, Mick Jagger klinkt hier als hoe Prince een paar jaar later op Purple Rain zal klinken.
Tops heeft wel wat weg van Don’t Look Back, alleen is Mick Jagger hier volgens mij hoofdzakelijk in duet met zichzelf.
Beetje uitgeblust gebeuren.
Heaven is voor mij het hoogtepunt van Tattoo You, dit is gewoon sensueel te noemen, en kan een vrouw prima in de geschikte stemming brengen, waardoor je je als man zijnde minder hoeft uit te sloven.
Weinig tracks die dit gevoel hebben, een ander voorbeeld is Somewhere Down The Crazy River van Robbie Robertson.
Ook prima te draaien na een avondje flink stappen als voorbereiding voor de komende kater.
We gaan in die zelfde relax sfeer door, en uiteindelijk sluiten we ook zo het album af.
Eerst nog het meer dan prima No Use in Crying.
Afsluiter Waiting on a Friend heeft dat slome druggy, wat Velvet Undergrounds I'm Waiting for the Man ook wel heeft.
Ik sta er niet van te kijken als dit gewoon ook over een dealer gaat.
Het ontspannende gebeuren komt het geheel wel ten goede.
De A –kant is behoort voor mij wel tot het slechtste wat The Stones tot dan toe gemaakt hebben, gelukkig maakt de B-kant nog veel goed.
Ik was dus wel heel erg blij met de opvolger van Tattoo You, voor mij was op Undercover de frisheid wel weer aanwezig.
Rolling Stones - Undercover (1983)

4,0
0
geplaatst: 1 mei 2015, 01:03 uur
Ik vond de single Undercover (Of the Night) wel erg sterk.
Als je als 10 jarige die heftige clip ziet, en een vader hebt die naar de televisie loopt om het geluid voluit te zetten, dan maakt het al gelijk veel indruk.
Undercover was het laatste album van The Stones uit het tijdperk dat er in huize Raven nog geen afstandsbediening aanwezig was.
Razend enthousiast was hij.
Eigenlijk is er bij dit nummer niet echt een riffje, en nog steeds vraag ik het mij af, is dit een sampler, of werd er flink met het geluid geklooid.
De gitaar klinkt op de een of andere manier kunstmatig, maar hierbij past het gewoon prima.
Undercover (Of the Night) heeft dat broeierige jungle gevoel welke Sympathy For The Devil ook heeft; inclusief soortgelijk koortje.
Maar eigenlijk komt ook de drum en bas zeer sterk naar voren, welke het geheel een extra boots geeft.
Een soort van Dextro Energy Drink effect.
Voor mijn gevoel waren The Stones klaar met hun album Tattoo You, en was het bij dit album voor het eerst de vraag of er nog nieuw werk van The Stones zou verschijnen.
Ik heb altijd het idee gehad, dat ze nu alweer 32 jaar bezig zijn om te stoppen, en gunde men ze dat ook wel.
De jaren 60 en 70 hadden hun littekens achter gelaten, en het was een wonder dat vooral Keith Richard zich staande hield; en nog steeds trouwens.
Absoluut niet hun beste werk, maar ik kan hier nog goed van genieten.
De andere single She Was Hot had een clip die zo door Dick Maas gemaakt had kunnen worden.
Ook hier speelt een roodharige vamp een grote rol, en werd er flink wat humor in het geheel verwerkt.
Absoluut vergelijkbaar met When The Lady Smiles van Golden Earring.
She Was Hot is een voor The Stones begrippen wat rustigere rocker, maar wel een typisch Stones nummer.
In Tie You Up (The Pain of Love) zit blues maar ook boogiewoogie, maar hier mis je iets van een piano solo welke Nicky Hopkins in het verleden regelmatig liet horen.
Wanne Hold You is niet zo bijzonder, maar ik moet altijd glimlachen als ik dit nummer hoor, zeker de live versies.
Keith als zanger heeft iets liefs, wat ik eigenlijk niet bij deze duistere rocker vind passen.
Zijn stem is eigenlijk te klein om dit nummer te dragen, maar wel charmant.
Feel on Baby is het reggae lied van het album met de nodige dub, volgens mij is vooral Jagger een groot liefhebber van deze stijl, maar ik hoor hem liever in combinatie met Peter Tosh.
Past wel helemaal in het tijdsbeeld, The Police was groot in Groot Brittannië, en wij hadden uiteraard onze eigen Doe Maar.
Too Much Blood zou ook goed op Some Girls of Emotional Rescue passen, maar op dit moment is Chic en vooral Neil Rodgers groot.
Maar zoals een groot band alleen maar de mogelijkheid heeft, laten ze hier horen dat ze hem niet nodig hebben, zoals een David Bowie of Duran Duran.
Net als een Queen verwerkten ze rond begin jaren 80 de nodige disco in hun muziek, en wisten ze hier mee te scoren.
Voor beide bands niet hun beste muzikale periode, maar ze lieten wel horen dat ze deze kwaliteiten wel bezaten.
Het zit verdorie wel allemaal strak in elkaar.
Pretty Beat Up lijkt veel op de sound waarmee een INXS een paar jaar later succesvol zal zijn.
Heerlijk die saxofoon die het nog meer funky maakt, ook al klinkt het als een lange groove uit een jamsessie.
Too Tough zou prima bij een band als The Black Crowes thuis horen, maar vind ik eigenlijk op die gitaarsolo na, te gewoontjes.
Blijkbaar zitten de minste nummers op het einde, want het Phil Lynott achtig gezongen All the Way Down wil mij niet overtuigen.
It Must Be Hell klinkt lekker, maar is weer niet zo sterk dat het goed blijft hangen, beetje in de stijl van AC/DC.
Undercover is een beter album bij meerdere luisterbeurten.
De invloeden uit de jaren 70 zijn nog aanwezig, en hier en daar een flirt met de jaren 80.
Ach, ze gingen gewoon met de tijd mee.
Als je als 10 jarige die heftige clip ziet, en een vader hebt die naar de televisie loopt om het geluid voluit te zetten, dan maakt het al gelijk veel indruk.
Undercover was het laatste album van The Stones uit het tijdperk dat er in huize Raven nog geen afstandsbediening aanwezig was.
Razend enthousiast was hij.
Eigenlijk is er bij dit nummer niet echt een riffje, en nog steeds vraag ik het mij af, is dit een sampler, of werd er flink met het geluid geklooid.
De gitaar klinkt op de een of andere manier kunstmatig, maar hierbij past het gewoon prima.
Undercover (Of the Night) heeft dat broeierige jungle gevoel welke Sympathy For The Devil ook heeft; inclusief soortgelijk koortje.
Maar eigenlijk komt ook de drum en bas zeer sterk naar voren, welke het geheel een extra boots geeft.
Een soort van Dextro Energy Drink effect.
Voor mijn gevoel waren The Stones klaar met hun album Tattoo You, en was het bij dit album voor het eerst de vraag of er nog nieuw werk van The Stones zou verschijnen.
Ik heb altijd het idee gehad, dat ze nu alweer 32 jaar bezig zijn om te stoppen, en gunde men ze dat ook wel.
De jaren 60 en 70 hadden hun littekens achter gelaten, en het was een wonder dat vooral Keith Richard zich staande hield; en nog steeds trouwens.
Absoluut niet hun beste werk, maar ik kan hier nog goed van genieten.
De andere single She Was Hot had een clip die zo door Dick Maas gemaakt had kunnen worden.
Ook hier speelt een roodharige vamp een grote rol, en werd er flink wat humor in het geheel verwerkt.
Absoluut vergelijkbaar met When The Lady Smiles van Golden Earring.
She Was Hot is een voor The Stones begrippen wat rustigere rocker, maar wel een typisch Stones nummer.
In Tie You Up (The Pain of Love) zit blues maar ook boogiewoogie, maar hier mis je iets van een piano solo welke Nicky Hopkins in het verleden regelmatig liet horen.
Wanne Hold You is niet zo bijzonder, maar ik moet altijd glimlachen als ik dit nummer hoor, zeker de live versies.
Keith als zanger heeft iets liefs, wat ik eigenlijk niet bij deze duistere rocker vind passen.
Zijn stem is eigenlijk te klein om dit nummer te dragen, maar wel charmant.
Feel on Baby is het reggae lied van het album met de nodige dub, volgens mij is vooral Jagger een groot liefhebber van deze stijl, maar ik hoor hem liever in combinatie met Peter Tosh.
Past wel helemaal in het tijdsbeeld, The Police was groot in Groot Brittannië, en wij hadden uiteraard onze eigen Doe Maar.
Too Much Blood zou ook goed op Some Girls of Emotional Rescue passen, maar op dit moment is Chic en vooral Neil Rodgers groot.
Maar zoals een groot band alleen maar de mogelijkheid heeft, laten ze hier horen dat ze hem niet nodig hebben, zoals een David Bowie of Duran Duran.
Net als een Queen verwerkten ze rond begin jaren 80 de nodige disco in hun muziek, en wisten ze hier mee te scoren.
Voor beide bands niet hun beste muzikale periode, maar ze lieten wel horen dat ze deze kwaliteiten wel bezaten.
Het zit verdorie wel allemaal strak in elkaar.
Pretty Beat Up lijkt veel op de sound waarmee een INXS een paar jaar later succesvol zal zijn.
Heerlijk die saxofoon die het nog meer funky maakt, ook al klinkt het als een lange groove uit een jamsessie.
Too Tough zou prima bij een band als The Black Crowes thuis horen, maar vind ik eigenlijk op die gitaarsolo na, te gewoontjes.
Blijkbaar zitten de minste nummers op het einde, want het Phil Lynott achtig gezongen All the Way Down wil mij niet overtuigen.
It Must Be Hell klinkt lekker, maar is weer niet zo sterk dat het goed blijft hangen, beetje in de stijl van AC/DC.
Undercover is een beter album bij meerdere luisterbeurten.
De invloeden uit de jaren 70 zijn nog aanwezig, en hier en daar een flirt met de jaren 80.
Ach, ze gingen gewoon met de tijd mee.
Rome - Le Ceneri di Heliodoro (2019)

4,0
0
geplaatst: 6 oktober 2020, 19:23 uur
Rome is een bijzonder muzikaal project dat zich eigenlijk nergens onder laat plaatsen. En dat benadrukt Jérôme Reuter nogmaals op het schitterende nieuwe vaandel dragende hoofdstuk Le Ceneri di Heliodoro, als een epos over alle vormen van heldhaftigheid, gezien vanuit het communisme, fascisme, maar ook de hedendaagse rechtse westerse maatschappij. Met een overschot aan middeleeuwse neofolk geluiden, stoere Viking rock, en verhalende minstreel zang, weet Rome weer adembenemend te overtuigen. Of je nu een liefhebber bent van het theatrale van Ghost, het confronterende van Type O Negative, meer houdt van het volkse New Model Army of verlangt naar de romantiek van The Mission, dan ligt dit in alle gevallen in je straatje. Met duidelijke linken naar het heden en verleden zet Rome een statisch monument neer. Alsof Nostradamus vanuit de middeleeuwen zijn voorspellende alles vernietigende kijk op de wereld los laat, gedomineerd door onheil en tragiek. De verhalen vertellende bard wordt muzikaal bij gestaan door Tom Gatti. Samen zijn ze verantwoordelijk voor het breed gearrangeerde speelveld.
Het is bijna beangstigend hoe Sacra Entrata wordt aangekondigd. Na de trieste kerkklokken echoot er een harde stem door de luidsprekers. Het doet bijna fascistisch aan, en je moet hierbij onbewust terug denken aan de wereldleiders ten tijden van De Tweede Wereldoorlog. Die indruk wekt ook de adelaar op de albumhoes, deze staat symbool voor een keizerrijk. Niet alleen het Romeinse Rijk, maar dus ook later bij het Duitse Rijk komt deze frontaal terug. Met de slang als tegenpool, die meer als aardse tegenstander het gevecht aangaat, kan het ook beoordeeld worden als het volk wat zich verzet tegen een maatschappij geheerst door dictators. Het provocerende karakter treft je wel direct vol in je gezicht. Over het hele concept is nagedacht. Er wordt gestoeid met Franse, Duitse, Italiaanse passages tussen het verder Engelstalige geheel. Vergeet hierbij niet dat in Luxemburg verschillende talen gesproken worden, dus erg vreemd is dit niet.
Wat overeind blijft staan is de muzikale veelzijdigheid. Het harde begin krijgt navolging van het meer sterfelijke A New Unfolding en Who Only Europe Know, de neo folk is terug te brengen tot het gewone arbeidersvolk, welke zich verzet tegen de dominante leiders. Het koor roept iets strijdbaars op. Tevens is het een aanklacht gericht op het monddood maken van het onderschikte gewone volk. Voorheen werd de propaganda verspreid via pamfletten, tegenwoordig speelt Social Media die rol. Nog meer is men hiervoor gevoelig, ook vanwege het misbruik door nepnieuws te verspreiden, waardoor er steeds meer twijfel ontstaat over wat de waarheid is. Min of meer letterlijk bezongen in het refrein van Feindberührung. Zo sterk weerklinkt I Don’t Believe A Word You Say – Alles Luege. Hierdoor zal de betrouwbaarheid in een eerlijke toekomst alleen maar afnemen, wat waarschijnlijk de uiteindelijke opzet is.
Het euforische gevoel overheerst in het positieve Fliegen Wie Vögel is met gemak te vertalen tot Free Like A Bird, vrijheid van meningsuiting in woord en daad. Het keerpunt op deze indrukwekkende plaat. One Lion’s Roar is een toegankelijk poëtisch popliedje, gevolgd door het krachtig akoestisch gespeelde Black Crane. Dan verwacht je niet dat door harde donderslagen het einde der tijden wordt aangekondigd in het La Fin d’Un Monde. Hierop volgend hoor je de verbitterende vocalen van Jérôme Reuter die zijn volgelingen te woord staat in het door tranen geraakte The Legion of Rome, waar de fado klaagzang zich er doorheen worstelt. Desinvolture rekent af als een nieuw universeel Europees volkslied, inclusief operastem. Le Ceneri di Heliodoro is vrij te vertalen naar de asresten van het geschenk van de zon; wat verder te herleiden is tot de afbreuk van een gouden periode. het einde van het kapitalistische Europa. Wantrouwen in elkaar, Brexit en de instortende economie. Reuter schetst geen rooskleurig realistisch beeld, maar weet wel te beroeren en ontroeren.
Rome - Le Ceneri di Heliodoro | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het is bijna beangstigend hoe Sacra Entrata wordt aangekondigd. Na de trieste kerkklokken echoot er een harde stem door de luidsprekers. Het doet bijna fascistisch aan, en je moet hierbij onbewust terug denken aan de wereldleiders ten tijden van De Tweede Wereldoorlog. Die indruk wekt ook de adelaar op de albumhoes, deze staat symbool voor een keizerrijk. Niet alleen het Romeinse Rijk, maar dus ook later bij het Duitse Rijk komt deze frontaal terug. Met de slang als tegenpool, die meer als aardse tegenstander het gevecht aangaat, kan het ook beoordeeld worden als het volk wat zich verzet tegen een maatschappij geheerst door dictators. Het provocerende karakter treft je wel direct vol in je gezicht. Over het hele concept is nagedacht. Er wordt gestoeid met Franse, Duitse, Italiaanse passages tussen het verder Engelstalige geheel. Vergeet hierbij niet dat in Luxemburg verschillende talen gesproken worden, dus erg vreemd is dit niet.
Wat overeind blijft staan is de muzikale veelzijdigheid. Het harde begin krijgt navolging van het meer sterfelijke A New Unfolding en Who Only Europe Know, de neo folk is terug te brengen tot het gewone arbeidersvolk, welke zich verzet tegen de dominante leiders. Het koor roept iets strijdbaars op. Tevens is het een aanklacht gericht op het monddood maken van het onderschikte gewone volk. Voorheen werd de propaganda verspreid via pamfletten, tegenwoordig speelt Social Media die rol. Nog meer is men hiervoor gevoelig, ook vanwege het misbruik door nepnieuws te verspreiden, waardoor er steeds meer twijfel ontstaat over wat de waarheid is. Min of meer letterlijk bezongen in het refrein van Feindberührung. Zo sterk weerklinkt I Don’t Believe A Word You Say – Alles Luege. Hierdoor zal de betrouwbaarheid in een eerlijke toekomst alleen maar afnemen, wat waarschijnlijk de uiteindelijke opzet is.
Het euforische gevoel overheerst in het positieve Fliegen Wie Vögel is met gemak te vertalen tot Free Like A Bird, vrijheid van meningsuiting in woord en daad. Het keerpunt op deze indrukwekkende plaat. One Lion’s Roar is een toegankelijk poëtisch popliedje, gevolgd door het krachtig akoestisch gespeelde Black Crane. Dan verwacht je niet dat door harde donderslagen het einde der tijden wordt aangekondigd in het La Fin d’Un Monde. Hierop volgend hoor je de verbitterende vocalen van Jérôme Reuter die zijn volgelingen te woord staat in het door tranen geraakte The Legion of Rome, waar de fado klaagzang zich er doorheen worstelt. Desinvolture rekent af als een nieuw universeel Europees volkslied, inclusief operastem. Le Ceneri di Heliodoro is vrij te vertalen naar de asresten van het geschenk van de zon; wat verder te herleiden is tot de afbreuk van een gouden periode. het einde van het kapitalistische Europa. Wantrouwen in elkaar, Brexit en de instortende economie. Reuter schetst geen rooskleurig realistisch beeld, maar weet wel te beroeren en ontroeren.
Rome - Le Ceneri di Heliodoro | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
