Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Rome - Parlez-Vous Hate? (2021)

4,0
1
geplaatst: 8 april 2021, 15:48 uur
Zolang de wereld zich in de rottende staat van ontbinding bevind zal Jérôme Reuter in de gedaante van Rome zijn legereenheid van de in treurnis ondergedoopte neofolk goth songs op de mensheid loslaten. Uit de asresten van The Lone Furrow herrijst al binnen een half jaar de feniks Parlez-Vous Hate?. Een krachtige wedergeboorte die de onsterfelijkheid van Rome nogmaals bekrachtigt. Als er geen ruimte is voor hoop op een stabiele toekomst blijft Jérôme Reuter alleenheerser in zijn gecreëerde midden aarde wereld van het duistere mierennest Europa, waar sprookjes en realiteit dwars door elkaar heen lopen.
Het zal geen verrassing zijn dat Tom Gatti weer verantwoordelijk is voor het eindgeluid. Deze producer weet als geen ander hoe hij de sound van Rome vorm kan geven. Als veelzijdig muzikant speelt hij ook de baspartijen in, en geeft hij de uiteindelijke finishing touch met zijn kille postpunk keyboardpartijen. Net als op de voorganger The Lone Furrow is Eric Becker aangeschoven om tegengas te geven aan het dromerige akoestische gitaarspel van Jérôme Reuter door de noodzakelijke elektrische uithalen toe te voegen. Om het geheel nog krachtiger te maken is daar verder nog de aanwezigheid van Laurent Fuchs met zijn stevig drumwerk.
De oorsprong van het geluid zit hem nog steeds in de klassieke neofolk van Toll in the Great Death. Melancholische slepende poëtische zangpartijen die door het semi-akoestische spel die traditionele binding met eeuwenoude Europese folklore naar boven laten komen. Uit soortgelijke basis ontstaat Blood For All, een nachtelijke romantische eighties ballad met Jérôme Reuter in de rol van vredelievende bloedzuigende vampier.
Om de materiaal moeheid van de laatste stabiele, maar eenzijdige platen te bestrijden is er ruimte voor commerciële luchtigheid in de new wave track Born in the E.U. Een nostalgisch stukje zelfbewustzijn met de theatrale emotionele uithalen van Jérôme Reuter en hoge gedateerde jaren tachtig backing vocals. Wankelend staat hij opnieuw bovenop de barricades en zoekt hij een meer toegankelijke manier om zijn profetische boodschap te verkondigen. Het lichtvoetige sfeervolle Der Adler Trägt Kein Lied werkt zich in alle rust naar een gepassioneerd vol schreeuwend slotakkoord toe, en mag zich bij dit hitgevoelige geluid voegen.
Een gigantisch contrast met de muzikale afbrokkelende vernielzucht in het zwaar ritmische Panzerschokolade. De meerwaarde van een geoliede Viking slagwerker als Laurent Fuchs bereikt hier zijn climax, om de ziel van Jérôme Reuter binnenstebuiten te keren en zijn bevreesde nachtmerries als bange vleermuizen de duisternis in te jagen. De doodse synthesizerklanken in Feral Agents openen het mistige doemgordijn van postpunk dreampop en bevind zich in het moerassige vaarwater van de opgetooide warhoofden van The Cure.
Allemaal net wat minder zwaar dan de voorgangers, al blijven die donkere kanten uiteraard boven drijven, en dat is maar goed ook. Het onheilspellende titelstuk Parlez-Vous Hate? wordt omringt door een soortgelijk zwart raamwerk waarmee Michael Gira zijn Swans in de jaren negentig loslaat. Dezelfde naargeestige maar tevens indrukwekkende avontuurlijke sfeer met het uitzicht op hel en verdoemenis. Een typerende corona strijdlied, inclusief het beangstigend gevoel om geketend van je vrijheid te genieten. Er wordt onverwacht sterk afgesloten met de opbeurende new wave klanken van het instrumentale noisy soundscape Fort Nera, Eumesville. Een hemelse hoopvolle openbaring, die misschien wel de sleutel vormt van een zijde die Rome nog niet van zichzelf heeft laten zien.
Rome - Parlez-Vous Hate? | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het zal geen verrassing zijn dat Tom Gatti weer verantwoordelijk is voor het eindgeluid. Deze producer weet als geen ander hoe hij de sound van Rome vorm kan geven. Als veelzijdig muzikant speelt hij ook de baspartijen in, en geeft hij de uiteindelijke finishing touch met zijn kille postpunk keyboardpartijen. Net als op de voorganger The Lone Furrow is Eric Becker aangeschoven om tegengas te geven aan het dromerige akoestische gitaarspel van Jérôme Reuter door de noodzakelijke elektrische uithalen toe te voegen. Om het geheel nog krachtiger te maken is daar verder nog de aanwezigheid van Laurent Fuchs met zijn stevig drumwerk.
De oorsprong van het geluid zit hem nog steeds in de klassieke neofolk van Toll in the Great Death. Melancholische slepende poëtische zangpartijen die door het semi-akoestische spel die traditionele binding met eeuwenoude Europese folklore naar boven laten komen. Uit soortgelijke basis ontstaat Blood For All, een nachtelijke romantische eighties ballad met Jérôme Reuter in de rol van vredelievende bloedzuigende vampier.
Om de materiaal moeheid van de laatste stabiele, maar eenzijdige platen te bestrijden is er ruimte voor commerciële luchtigheid in de new wave track Born in the E.U. Een nostalgisch stukje zelfbewustzijn met de theatrale emotionele uithalen van Jérôme Reuter en hoge gedateerde jaren tachtig backing vocals. Wankelend staat hij opnieuw bovenop de barricades en zoekt hij een meer toegankelijke manier om zijn profetische boodschap te verkondigen. Het lichtvoetige sfeervolle Der Adler Trägt Kein Lied werkt zich in alle rust naar een gepassioneerd vol schreeuwend slotakkoord toe, en mag zich bij dit hitgevoelige geluid voegen.
Een gigantisch contrast met de muzikale afbrokkelende vernielzucht in het zwaar ritmische Panzerschokolade. De meerwaarde van een geoliede Viking slagwerker als Laurent Fuchs bereikt hier zijn climax, om de ziel van Jérôme Reuter binnenstebuiten te keren en zijn bevreesde nachtmerries als bange vleermuizen de duisternis in te jagen. De doodse synthesizerklanken in Feral Agents openen het mistige doemgordijn van postpunk dreampop en bevind zich in het moerassige vaarwater van de opgetooide warhoofden van The Cure.
Allemaal net wat minder zwaar dan de voorgangers, al blijven die donkere kanten uiteraard boven drijven, en dat is maar goed ook. Het onheilspellende titelstuk Parlez-Vous Hate? wordt omringt door een soortgelijk zwart raamwerk waarmee Michael Gira zijn Swans in de jaren negentig loslaat. Dezelfde naargeestige maar tevens indrukwekkende avontuurlijke sfeer met het uitzicht op hel en verdoemenis. Een typerende corona strijdlied, inclusief het beangstigend gevoel om geketend van je vrijheid te genieten. Er wordt onverwacht sterk afgesloten met de opbeurende new wave klanken van het instrumentale noisy soundscape Fort Nera, Eumesville. Een hemelse hoopvolle openbaring, die misschien wel de sleutel vormt van een zijde die Rome nog niet van zichzelf heeft laten zien.
Rome - Parlez-Vous Hate? | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Rome - The Dublin Session (2019)
Alternatieve titel: Eire 2019

3,5
1
geplaatst: 6 oktober 2020, 14:44 uur
Door gebruik te maken van extreme symboliek en zeer nationalistische teksten maakt Jérôme Reuter het zichzelf niet gemakkelijk. De toon is geregeld erg hard en confronterend, terwijl Rome zich op andere momenten romantisch en sprookjesachtig opstelt. Juist als deze prachtige neofolk kant zich openbaart, maak je kennis met een mooie gedragen voorstelling van de realistische droomwereld van Rome.
Als een naar zijn roots zoekende troubadour zwerft de Luxemburger Jérôme Reuter in Europa rond. Was zijn vorige standplaats nog Italië wat met zijn donkere politieke achtergrond de inspiratie vormde voor Le Ceneri di Heliodoro. De Ierse pubs en het woeste landschap vormen de basis voor The Dublin Session, waar hij samen met plaatselijke muzikanten op zoek gaat naar de verbintenis en raakvlakken tussen de verschillende achtergronden. Het sterke familiaire verlangen om samen met de gepassioneerde ruwe doorleefde inwoners muziek te maken staat hierbij op de voorgrond.
De Ierse traditie hoor je terug in de doorleefde sound. Door het gebruik van bouzouki, fluit, viool en Ierse doedelzak krijgen de songs van Rome juist de begeleiding die het beste bij de band past. De aandacht richt zich nu veel meer op de structuur van de nummers, en veel minder op de lyrics. Toch zijn deze ook weer overtuigend genoeg. Vaterland sluit perfect aan bij het onafhankelijks gevoel waarvoor jaren gestreden is. Dat eeuwige gevecht en het incasseren van het verlies en vol trots zich staande houden komt thematisch ook terug in Mann Für Mann.
Het is juist de kracht om de teleurstelling en somberheid niet om te buigen in haat en agressie. De verboden boodschap moet rijpen, en heeft dan wel meerdere luisterbeurten nodig voordat hij doel treft, maar dan blijft deze wel hangen. The Dublin Session komt in eerste instantie binnen als een veredelde unplugged plaat, maar is absoluut veel meer dan dat. Het vriendschappelijke karakter overheerst, want als eenmaal het vertrouwen gewonnen is, dan vloeit de drank, en is er tijd voor stoere verhalen.
Met de speeltijd van een klein half uurtje moet dit een tussenstation zijn in de zoektocht naar de geschiedenis van de Europese folklore. De tot koning gekroonde felle leeuw op de hoes wordt beschermd door de Shamrocks. Normaal gesymboliseerd in de vader, de zoon en de Heilige geest. Vreemd genoeg gebruikt Rome hier geen klavertje drie, maar juist een klavertje vier. Geluk zal hier wel gelijk staan aan positieve hoop.
Rome - The Dublin Session | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Als een naar zijn roots zoekende troubadour zwerft de Luxemburger Jérôme Reuter in Europa rond. Was zijn vorige standplaats nog Italië wat met zijn donkere politieke achtergrond de inspiratie vormde voor Le Ceneri di Heliodoro. De Ierse pubs en het woeste landschap vormen de basis voor The Dublin Session, waar hij samen met plaatselijke muzikanten op zoek gaat naar de verbintenis en raakvlakken tussen de verschillende achtergronden. Het sterke familiaire verlangen om samen met de gepassioneerde ruwe doorleefde inwoners muziek te maken staat hierbij op de voorgrond.
De Ierse traditie hoor je terug in de doorleefde sound. Door het gebruik van bouzouki, fluit, viool en Ierse doedelzak krijgen de songs van Rome juist de begeleiding die het beste bij de band past. De aandacht richt zich nu veel meer op de structuur van de nummers, en veel minder op de lyrics. Toch zijn deze ook weer overtuigend genoeg. Vaterland sluit perfect aan bij het onafhankelijks gevoel waarvoor jaren gestreden is. Dat eeuwige gevecht en het incasseren van het verlies en vol trots zich staande houden komt thematisch ook terug in Mann Für Mann.
Het is juist de kracht om de teleurstelling en somberheid niet om te buigen in haat en agressie. De verboden boodschap moet rijpen, en heeft dan wel meerdere luisterbeurten nodig voordat hij doel treft, maar dan blijft deze wel hangen. The Dublin Session komt in eerste instantie binnen als een veredelde unplugged plaat, maar is absoluut veel meer dan dat. Het vriendschappelijke karakter overheerst, want als eenmaal het vertrouwen gewonnen is, dan vloeit de drank, en is er tijd voor stoere verhalen.
Met de speeltijd van een klein half uurtje moet dit een tussenstation zijn in de zoektocht naar de geschiedenis van de Europese folklore. De tot koning gekroonde felle leeuw op de hoes wordt beschermd door de Shamrocks. Normaal gesymboliseerd in de vader, de zoon en de Heilige geest. Vreemd genoeg gebruikt Rome hier geen klavertje drie, maar juist een klavertje vier. Geluk zal hier wel gelijk staan aan positieve hoop.
Rome - The Dublin Session | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Rome - The Lone Furrow (2020)

4,0
1
geplaatst: 23 november 2020, 17:43 uur
Als een hedendaagse minstreel combineert Jérôme Reuter mythische sages en legendes met een actuele kijk op de wereld. Hij zoekt hierbij de meest duistere kant van de melodieuze neofolk op, en confronteert daarbij ook de mensheid met de meest donkere kant van het leven. Tekstueel bevind hij zich daarmee op de rand van de darkmetal, niet vreemd dus dat deze gelijkgezinde bloedbroeders van Behemoth, Harakiri For The Sky en Primordial hun medewerking verlenen aan The Lone Furrow.
De gemiddelde metalfan zal hooguit nieuwsgierig worden, maar behoort verder niet echt tot het potentiële publiek welke Rome wil bereiken. Ondanks de bijdrages van cultfiguren uit de scene blijft het een typische Rome plaat. Jérôme Reuter houdt zich vast aan die heldhaftige struikroversromantiek en middeleeuwse dramatiek. De melodielijn van On Albion’s Plain lijkt geleend te zijn van John Lennon’s Working Class Hero en ademt de sfeer van een traditionele arbeiderssong uit. Met het gesproken woord als voornamelijk wapen, trotseert hij de puinhopen van de barricades die de mensheid zelf heeft gecreëerd.
The Lone Furrow schets geen mooi toekomstbeeld van de aarde. De vernietiging is onbewust al eeuwen geleden in werking gesteld, en de definitieve ondergang laat niet lang meer op zich wachten. De beschaving is verplicht tot boetedoening, wat de nodige offers met zich meebrengt. Verhalend introduceert hij zichzelf in Masters of the Earth, waarbij de verziekende rol van fake news in Social Media en het herindelen van de geschiedenisfeiten de nieuwe waarheden lijken te worden.
Een verontrustende gedachtegang die hij een weerwoord geeft in bekende citaten en de ideologie van Gustav Mahler, George Orwell, Johann Wolfgang Goethe en Friedrich Nietzsche. Inspirerende grootheden uit de literatuur die net als de uitspraken van Nostradamus een voorspellende juiste kijk op de toekomst waarborgen. Op de achtergrond zijn ritmische donderslagen hoorbaar die herinneren aan het krachtige roeiritme van slagvaardige schepen die in het verre verleden de aanval op de vijand openden.
Nog steeds gebruikt hij zijn meertalige thuisbasis van Luxemburg om er een universele dimensie aan toe te voegen. De afwisseling van Engels, Duits, Frans en nu zelfs Pools en Fins zorgt ervoor dat hij een breed publiek kan bereiken. In het strijdbare dranklied Tyriat Sig Tyrias zijn de invloeden van The Dublin Sessions nog merkbaar, verder ligt het veel meer in het verlengde van Le Ceneri di Heliodoro.
De provocerende houding is wat afgevlakt in zijn scherpte. Hierdoor is de doordringende toon minder conflict gericht en lang niet zo hardzinnig, al vormt het dreigende Kali Yuga über Alles hierop wel een uitzondering. Het schemergebied tussen goed en kwaad vormt hierbij net als op zijn vorige werk het ethische grondbeginsel waar vanuit gedacht wordt. The Lone Furrow is een toegankelijke voortzetting van de visie van Jérôme Reuter, die stukken doordachter te werk gaat, en minder de opruiende grens opzoekt.
Rome - The Lone Furrow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
De gemiddelde metalfan zal hooguit nieuwsgierig worden, maar behoort verder niet echt tot het potentiële publiek welke Rome wil bereiken. Ondanks de bijdrages van cultfiguren uit de scene blijft het een typische Rome plaat. Jérôme Reuter houdt zich vast aan die heldhaftige struikroversromantiek en middeleeuwse dramatiek. De melodielijn van On Albion’s Plain lijkt geleend te zijn van John Lennon’s Working Class Hero en ademt de sfeer van een traditionele arbeiderssong uit. Met het gesproken woord als voornamelijk wapen, trotseert hij de puinhopen van de barricades die de mensheid zelf heeft gecreëerd.
The Lone Furrow schets geen mooi toekomstbeeld van de aarde. De vernietiging is onbewust al eeuwen geleden in werking gesteld, en de definitieve ondergang laat niet lang meer op zich wachten. De beschaving is verplicht tot boetedoening, wat de nodige offers met zich meebrengt. Verhalend introduceert hij zichzelf in Masters of the Earth, waarbij de verziekende rol van fake news in Social Media en het herindelen van de geschiedenisfeiten de nieuwe waarheden lijken te worden.
Een verontrustende gedachtegang die hij een weerwoord geeft in bekende citaten en de ideologie van Gustav Mahler, George Orwell, Johann Wolfgang Goethe en Friedrich Nietzsche. Inspirerende grootheden uit de literatuur die net als de uitspraken van Nostradamus een voorspellende juiste kijk op de toekomst waarborgen. Op de achtergrond zijn ritmische donderslagen hoorbaar die herinneren aan het krachtige roeiritme van slagvaardige schepen die in het verre verleden de aanval op de vijand openden.
Nog steeds gebruikt hij zijn meertalige thuisbasis van Luxemburg om er een universele dimensie aan toe te voegen. De afwisseling van Engels, Duits, Frans en nu zelfs Pools en Fins zorgt ervoor dat hij een breed publiek kan bereiken. In het strijdbare dranklied Tyriat Sig Tyrias zijn de invloeden van The Dublin Sessions nog merkbaar, verder ligt het veel meer in het verlengde van Le Ceneri di Heliodoro.
De provocerende houding is wat afgevlakt in zijn scherpte. Hierdoor is de doordringende toon minder conflict gericht en lang niet zo hardzinnig, al vormt het dreigende Kali Yuga über Alles hierop wel een uitzondering. Het schemergebied tussen goed en kwaad vormt hierbij net als op zijn vorige werk het ethische grondbeginsel waar vanuit gedacht wordt. The Lone Furrow is een toegankelijke voortzetting van de visie van Jérôme Reuter, die stukken doordachter te werk gaat, en minder de opruiende grens opzoekt.
Rome - The Lone Furrow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Roosbeef - Kalf (2015)

3,0
0
geplaatst: 6 februari 2015, 15:35 uur
Het debuut van Roosbeef vond ik erg goed.
Dat kinderlijke met die woordgrapjes sprak mij wel aan.
Beetje cabaret muziek in de stijl van Andre Manuel.
En dan vervolgens haar tweede album.
Meer in de stijl van Spinvis, live met muzikanten van niveau die haar begeleiden.
Dat speelse, in elkaar geknutselde is grotendeels verdwenen.
Op Kalf probeert Roos Rebergen nog steeds als dat onbevangen pubermeisje te klinken, maar je hoort er toch duidelijk een volwassen vrouw door heen.
Eigenlijk vind ik dat wel jammer, want ik hoor wel een soort van sensualiteit in haar stem, en ik denk dat ze er rijp voor is, om met dat geluid aan de slag te gaan.
Denk zelf dat het een meerwaarde voor de muziek zal zijn.
Muzikaal ligt het erg in de lijn van haar tweede album.
De Schelde klinkt zelfs bijna als een dEUS nummer, dus dat zit wel goed.
Nu nog dat jeugdige wat meer van zich af schudden.
Dit kennen we nu ondertussen wel.
Dat kinderlijke met die woordgrapjes sprak mij wel aan.
Beetje cabaret muziek in de stijl van Andre Manuel.
En dan vervolgens haar tweede album.
Meer in de stijl van Spinvis, live met muzikanten van niveau die haar begeleiden.
Dat speelse, in elkaar geknutselde is grotendeels verdwenen.
Op Kalf probeert Roos Rebergen nog steeds als dat onbevangen pubermeisje te klinken, maar je hoort er toch duidelijk een volwassen vrouw door heen.
Eigenlijk vind ik dat wel jammer, want ik hoor wel een soort van sensualiteit in haar stem, en ik denk dat ze er rijp voor is, om met dat geluid aan de slag te gaan.
Denk zelf dat het een meerwaarde voor de muziek zal zijn.
Muzikaal ligt het erg in de lijn van haar tweede album.
De Schelde klinkt zelfs bijna als een dEUS nummer, dus dat zit wel goed.
Nu nog dat jeugdige wat meer van zich af schudden.
Dit kennen we nu ondertussen wel.
Roosbeef - Omdat Ik Dat Wil (2011)

3,0
0
geplaatst: 1 september 2011, 00:42 uur
Klonk Roosbeef op haar debuut nog als een vrouwelijke Andre Manuel, de opvolger laat een zangeres horen waarbij ik moet denken aan die Franse zuchtmeisjes.
De naïeve onschuld heeft plaats gemaakt voor erotische onschuld.
Als band zeker meer een geheel, maar te koste gegaan van de verstaanbaarheid van de zang.
Roosbeef cijfert zichzelf weg, om meer speelruimte te creëren.
Juist in het eigenwijze gedrag en de mooie woordspelingen ligt haar kracht, nu komen ze niet meer tot haar recht. Het is allemaal te klein.
Ik moet gedurende de luistertrip steeds meer denken aan de gemaakte luchtigheid van Lucky Fonz III, en als er een irritante Nederlander niet welkom is in mijn gedachtes, is hij het wel.
Sluit jezelf voor het derde album op in een studentenkamer, leef drie maanden op water en brood, en laat jouw bandleden de rol vervullen die je hun wilt laten spelen.
Dan komt het allemaal weer goed.
Niet Uitmaken is een positieve uitzondering op het geheel, en klinkt als een prettig huwelijk tussen Blondie en dEUS.
Toch hoop ik Roosbeef snel live te zien, daar op het podium hoort ze gewoon thuis, en zal deze persoonlijkheid zeker haar mannetje staan.
De naïeve onschuld heeft plaats gemaakt voor erotische onschuld.
Als band zeker meer een geheel, maar te koste gegaan van de verstaanbaarheid van de zang.
Roosbeef cijfert zichzelf weg, om meer speelruimte te creëren.
Juist in het eigenwijze gedrag en de mooie woordspelingen ligt haar kracht, nu komen ze niet meer tot haar recht. Het is allemaal te klein.
Ik moet gedurende de luistertrip steeds meer denken aan de gemaakte luchtigheid van Lucky Fonz III, en als er een irritante Nederlander niet welkom is in mijn gedachtes, is hij het wel.
Sluit jezelf voor het derde album op in een studentenkamer, leef drie maanden op water en brood, en laat jouw bandleden de rol vervullen die je hun wilt laten spelen.
Dan komt het allemaal weer goed.
Niet Uitmaken is een positieve uitzondering op het geheel, en klinkt als een prettig huwelijk tussen Blondie en dEUS.
Toch hoop ik Roosbeef snel live te zien, daar op het podium hoort ze gewoon thuis, en zal deze persoonlijkheid zeker haar mannetje staan.
Roosevelt - Polydans (2021)

3,0
0
geplaatst: 25 februari 2021, 15:04 uur
Het verlangen naar een liefdevolle toekomst wordt in de opkomende Indian Summer van 2018 al uitgedragen door de onschuldig ogende Marius Lauber die onder zijn alter ego Roosevelt zijn tweede soloplaat Young Romance lanceert. Geheel losgekoppeld van zijn boyband verleden in Beat!Beat!Beat! brengt hij daadwerkelijk de jeugdige romantiek over bij het publiek, waarbij hij shopt tussen de dromerige jaren tachtig new wave.
Het is dan nog allemaal wat onwennig, maar hij loopt hiermee ruim voor op de meer bekendere commerciële artiesten die in 2020 steeds meer teruggrijpen naar die kleurrijke abstracte Rubiks kubus periode waardoor Roosevelt weer helemaal hip is. Het grote verschil is dat hij er niet letterlijk voor kiest om oude beats te recyclen, en de zanglijnen aan te passen om bij die klassiekers in de buurt te komen. Maar laten we wel eerlijk zijn, die herkenbaarheid scoort natuurlijk ontiegelijk goed, en de bescheiden creativiteit van Roosevelt blijft daar wel wat bij achter.
Bijzonder dat deze bijna tegen het Venlo aangrenzende Vlierzen afkomstige Duitse muzikant niet terug grijpt naar de in die periode populaire Neue Deutsche Welle, maar alles in werking stelt om juist zo internationaal mogelijk te klinken. Polydans is zoals de titel al aangeeft een stuk veelzijdiger, al blijft Marius Lauber een vreemde eend in de gedurfde avontuurlijke catalogus van het City Slang label.
De ingetogen nachtelijke sfeer vertaalt zich in de teksten, die daardoor bijna iets heimelijks duisters van verboden liefdeservaringen hebben. De scherpte zit hem gelijk al in de futuristische synthesizers, gedreven door de harde ritmische motor welke als een ervaren chauffeur Easy Way Out aanstuurt. Krachtig wordt de elektronische autoweg bereden, met meeliftende afdwingende gitaarakkoorden. Jaren negentig robotfunk zorgen voor de afwisseling in het gelikte dansbare Strangers en het net wat eerder gedateerde eightiesdisco van Feels Right.
Toch is het pas vanaf het zware Montjuic dat ik echt geraakt wordt. Gepassioneerde afstompende keyboards dringen dieper de ziel binnen om vervolgens in Forget als prille fladderende synthklanken het moedernest te verlaten. Een nieuw leven openbaart zich in herboren geluidsgolven die de muzikale lente aankondigen. De toon is vervolgens luchtiger en swingender, een moeilijke bevalling die uiteindelijk toch genoeg levendigheid toevoegt in het zonnige See You Again. De klassieke synthpop van Lovers is brutaal hitgevoelig en zou zowaar een potentiele single kandidaat kunnen zijn voor een onbezorgde zwoele zomer.
Roosevelt hunkert erna om het ultieme genot van verbondenheid met zijn publiek weer te ervaren, See You Again! Het verlangen hierna vormt de grote leidraad in zijn werk. Persoonlijk ervaren hoe er gereageerd wordt op zijn clubhouse uitspattingen in Echoes, de emotie te voelen in zijn eenzame melancholische avondstad track Sign en vooral getuige te zijn van de overgang van het geïsoleerde studiowerk naar die uiteindelijke concertbeleving. Had ik bij Young Romance nog wat moeite om de dromerige belevingswereld van Roosevelt binnen te dringen, hier vind ik wel die gehoopte aansluiting.
Roosevelt - Polydans | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het is dan nog allemaal wat onwennig, maar hij loopt hiermee ruim voor op de meer bekendere commerciële artiesten die in 2020 steeds meer teruggrijpen naar die kleurrijke abstracte Rubiks kubus periode waardoor Roosevelt weer helemaal hip is. Het grote verschil is dat hij er niet letterlijk voor kiest om oude beats te recyclen, en de zanglijnen aan te passen om bij die klassiekers in de buurt te komen. Maar laten we wel eerlijk zijn, die herkenbaarheid scoort natuurlijk ontiegelijk goed, en de bescheiden creativiteit van Roosevelt blijft daar wel wat bij achter.
Bijzonder dat deze bijna tegen het Venlo aangrenzende Vlierzen afkomstige Duitse muzikant niet terug grijpt naar de in die periode populaire Neue Deutsche Welle, maar alles in werking stelt om juist zo internationaal mogelijk te klinken. Polydans is zoals de titel al aangeeft een stuk veelzijdiger, al blijft Marius Lauber een vreemde eend in de gedurfde avontuurlijke catalogus van het City Slang label.
De ingetogen nachtelijke sfeer vertaalt zich in de teksten, die daardoor bijna iets heimelijks duisters van verboden liefdeservaringen hebben. De scherpte zit hem gelijk al in de futuristische synthesizers, gedreven door de harde ritmische motor welke als een ervaren chauffeur Easy Way Out aanstuurt. Krachtig wordt de elektronische autoweg bereden, met meeliftende afdwingende gitaarakkoorden. Jaren negentig robotfunk zorgen voor de afwisseling in het gelikte dansbare Strangers en het net wat eerder gedateerde eightiesdisco van Feels Right.
Toch is het pas vanaf het zware Montjuic dat ik echt geraakt wordt. Gepassioneerde afstompende keyboards dringen dieper de ziel binnen om vervolgens in Forget als prille fladderende synthklanken het moedernest te verlaten. Een nieuw leven openbaart zich in herboren geluidsgolven die de muzikale lente aankondigen. De toon is vervolgens luchtiger en swingender, een moeilijke bevalling die uiteindelijk toch genoeg levendigheid toevoegt in het zonnige See You Again. De klassieke synthpop van Lovers is brutaal hitgevoelig en zou zowaar een potentiele single kandidaat kunnen zijn voor een onbezorgde zwoele zomer.
Roosevelt hunkert erna om het ultieme genot van verbondenheid met zijn publiek weer te ervaren, See You Again! Het verlangen hierna vormt de grote leidraad in zijn werk. Persoonlijk ervaren hoe er gereageerd wordt op zijn clubhouse uitspattingen in Echoes, de emotie te voelen in zijn eenzame melancholische avondstad track Sign en vooral getuige te zijn van de overgang van het geïsoleerde studiowerk naar die uiteindelijke concertbeleving. Had ik bij Young Romance nog wat moeite om de dromerige belevingswereld van Roosevelt binnen te dringen, hier vind ik wel die gehoopte aansluiting.
Roosevelt - Polydans | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Roosevelt - Young Romance (2018)

3,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 15:06 uur
Er zijn tig van voorbeelden te noemen van boybands waarbij na het uiteen vallen een van de bandleden een succesvolle carrière begint. Maar die garantie is er niet altijd. Verder blijft het opgelegd stigma regelmatig hangen, wat ook niet in het voordeel werkt. Veel idolen uit glorieuze jaren worden niet serieus genomen, ondanks het feit dat ze wel degelijk de instrumenten beheersen. Beat!Beat!Beat! heeft bij de tiener doelgroep wat naam opgebouwd in Duitsland, maar de houdbaarheid is beperkt. Dan kun je een serieuze poging ondernemen om mee te groeien met het publiek, of om dit helemaal los te laten, en je eigen weg in te slaan. De uit Viersen afkomstige Marius Lauber start opnieuw onder de naam Roosevelt, en weet vrijwel direct te scoren met het Second Summer Of Love jaren negentig getinte Elliot. Of de titel een knipoog is naar de broer van de Amerikaanse president, is mogelijk maar verder niet van belang. Deze stampende discoknaller heeft een aanstekelige zomerse beat. Met het naamloze debuut voldeed hij aan de verwachtingen, en Roosevelt wist zich gelijk te settelen in het hedendaagse popklimaat, en de nodige indruk te maken. Twee jaar later wordt er reikhalzend uitgekeken naar de opvolger, welke als Young Romance in 2018 verschijnt.
De eerste klanken van Take Me Back weten te boeien. De aanpak is een stuk zwaarder en meer experimenteel gericht. Zelfs heuse donkere industriële invloeden zijn aanwezig. Maar deze trip wordt al na een paar secondes onderdrukt door een jaren tachtig keyboard sound. De periode dat synthesizer acts met een alternatief popgeluid de hitlijsten domineren, maar hun eigen revolutionaire karakter wisten te behouden. Krachtige statements met betrekking tot koude oorlog, homoseksualiteit en milieuvervuiling waren met regelmaat de onderliggende gedachte. Dat laatste wordt hier pijnlijk gemist. Wat overblijft is dan een leeg omhulsel, zonder de deprimerende New Wave romantica. De toegankelijke dance van eerste single Under the Sun wil nog imponeren, qua sound sluit deze aan bij het opgezette geluid van de eersteling. Toch is het allemaal net wat minder verfrissend, en de aanpak doet mij wat denken aan de Italo Disco, waar over het algemeen de zware thema’s ook werden vermeden. Een album met een hit succes, en daar omheen zijn de overige songs geplaatst.
Dat er ook zomerse zonnestralen uit een mechanisch kastje getoverd kunnen worden bewijst Yr Love. Het perfecte vakantie eiland bij uitstek hierbij passend is Ibiza. Daar wanen we ons bij Illusions. Al werd daar in de hoogtijd dagen de inspiratie gehaald bij plaatselijke illegale farmaceutische shops. Die luxe dat alles financieel mogelijk leek te zijn hoor je terug bij deze opportunistische track. Over geldschieters gesproken, Losing Touch heeft gevaarlijk veel Stock, Aitken & Waterman invloeden. Gelukkig laat het dromerige vocaal hoog en sterke Pangea meer een eigen sound horen. De swing heerst absoluut in de pakkende begeleiding. Blijkbaar maken ze in Duitsland ook gebruik van een rijmwoordenboek, veel diepgang hoef je vervolgens niet te verwachten in het liefdesliedje Lucia. Het subtiele gebruik van de bas zo ook de Caribische gitaarklanken die invallen bij Better Days is een aangename aanvulling. Op deze manier lukt het ook om de zomer binnen te halen, daar is niet alleen elektronica voor nodig. Shadows heeft niet veel meer inhoud dan de gemiddelde mobiele telefonie reclame. Gooi er een paar gebruinde jongeren bij, die trots op verschillende locaties selfies maken met de desbetreffende smartphone en je bent klaar.
Bij Last to Know weet Roosevelt vooral indruk te maken met het pakkende drummende intro, welke wel in je hoofd blijft zitten. Vakkundig laat hij het vervolgens terug komen, maar weet het niet uit te bouwen in het verder saaie geheel. Forgive krijgt hulp van de Amerikaan Ernest Greene, opererend onder het alias Washed Out, maar van zijn aanpak hoor je weinig terug. Het avontuurlijke eigen indie geluid weet hij niet toe te voegen. Het cyberpunk achtige gedragen Getaway is het absolute hoogtepunt van Young Romance. Unieke postpunk invloeden met krachtige beats omlijst door prachtige synths en doordringende gitaar uitlopen. Toch weet Roosevelt met zijn tweede plaat niet echt te overtuigen. De gedurfdheid tot ontwikkeling hoor je bij het begin en einde terug. Verder is het een combinatie van Top 40 songs die aansluiten op het succes van Elliot, en op safe gespeelde dance invloeden uit de laatste twee decennia van de vorige eeuw. Fans die hopen op een aansluitend vervolg van het debuut komen bedrogen uit, en degene die hopen op meer diepgang, komen ook te weinig aan hun trekken.
Roosevelt - Young Romance | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
De eerste klanken van Take Me Back weten te boeien. De aanpak is een stuk zwaarder en meer experimenteel gericht. Zelfs heuse donkere industriële invloeden zijn aanwezig. Maar deze trip wordt al na een paar secondes onderdrukt door een jaren tachtig keyboard sound. De periode dat synthesizer acts met een alternatief popgeluid de hitlijsten domineren, maar hun eigen revolutionaire karakter wisten te behouden. Krachtige statements met betrekking tot koude oorlog, homoseksualiteit en milieuvervuiling waren met regelmaat de onderliggende gedachte. Dat laatste wordt hier pijnlijk gemist. Wat overblijft is dan een leeg omhulsel, zonder de deprimerende New Wave romantica. De toegankelijke dance van eerste single Under the Sun wil nog imponeren, qua sound sluit deze aan bij het opgezette geluid van de eersteling. Toch is het allemaal net wat minder verfrissend, en de aanpak doet mij wat denken aan de Italo Disco, waar over het algemeen de zware thema’s ook werden vermeden. Een album met een hit succes, en daar omheen zijn de overige songs geplaatst.
Dat er ook zomerse zonnestralen uit een mechanisch kastje getoverd kunnen worden bewijst Yr Love. Het perfecte vakantie eiland bij uitstek hierbij passend is Ibiza. Daar wanen we ons bij Illusions. Al werd daar in de hoogtijd dagen de inspiratie gehaald bij plaatselijke illegale farmaceutische shops. Die luxe dat alles financieel mogelijk leek te zijn hoor je terug bij deze opportunistische track. Over geldschieters gesproken, Losing Touch heeft gevaarlijk veel Stock, Aitken & Waterman invloeden. Gelukkig laat het dromerige vocaal hoog en sterke Pangea meer een eigen sound horen. De swing heerst absoluut in de pakkende begeleiding. Blijkbaar maken ze in Duitsland ook gebruik van een rijmwoordenboek, veel diepgang hoef je vervolgens niet te verwachten in het liefdesliedje Lucia. Het subtiele gebruik van de bas zo ook de Caribische gitaarklanken die invallen bij Better Days is een aangename aanvulling. Op deze manier lukt het ook om de zomer binnen te halen, daar is niet alleen elektronica voor nodig. Shadows heeft niet veel meer inhoud dan de gemiddelde mobiele telefonie reclame. Gooi er een paar gebruinde jongeren bij, die trots op verschillende locaties selfies maken met de desbetreffende smartphone en je bent klaar.
Bij Last to Know weet Roosevelt vooral indruk te maken met het pakkende drummende intro, welke wel in je hoofd blijft zitten. Vakkundig laat hij het vervolgens terug komen, maar weet het niet uit te bouwen in het verder saaie geheel. Forgive krijgt hulp van de Amerikaan Ernest Greene, opererend onder het alias Washed Out, maar van zijn aanpak hoor je weinig terug. Het avontuurlijke eigen indie geluid weet hij niet toe te voegen. Het cyberpunk achtige gedragen Getaway is het absolute hoogtepunt van Young Romance. Unieke postpunk invloeden met krachtige beats omlijst door prachtige synths en doordringende gitaar uitlopen. Toch weet Roosevelt met zijn tweede plaat niet echt te overtuigen. De gedurfdheid tot ontwikkeling hoor je bij het begin en einde terug. Verder is het een combinatie van Top 40 songs die aansluiten op het succes van Elliot, en op safe gespeelde dance invloeden uit de laatste twee decennia van de vorige eeuw. Fans die hopen op een aansluitend vervolg van het debuut komen bedrogen uit, en degene die hopen op meer diepgang, komen ook te weinig aan hun trekken.
Roosevelt - Young Romance | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Rose City Band - Earth Trip (2021)

4,0
1
geplaatst: 18 mei 2021, 15:39 uur
Het zal niet vreemd zijn dat de muziek van Wooden Shjips mij terugbrengt naar die beroemde woestijnscene uit de biografische The Doors verfilming van Oliver Stone. De band zoekt daar in alle rust al trippend op drugs naar inspiratie. Het experimentele zit ook diep in het hart van deze psychedelische spacerockers van Wooden Chips, en openbaart zich in prachtige repeterende drones met een overdosering van echo’s over de zanglijnen heen en een gitaar die heerlijk aan het onderdompelen is in een bad van fuzz effecten.
Als liedjesschrijver Erik “Ripley” Johnson vanaf 2019 de volledige tijdsindeling op het nieuwe project Rose City Band richt, vervlakt zijn aandacht rondom Wooden Chips. In principe slaat hij dezelfde weg in als hun laatste plaat V., al gaat zijn voorkeur steeds meer uit naar de countrykant. Het gelijknamige Rose City Band is een nog wat voorzichtige start, hij zet het geluid verder door in de gewaagde psych-country van Summerlong. Op het eerste gehoor is het toegankelijke huppel muziek, het zijn die onverwachte psychedelische uitstapjes die voor het verrassende effect zorgen. Alsof de onschuldige kampvuurliederen verzuipen in het overtollige consumeren van het goedje wat in illegale drankstokerijen geproduceerd wordt.
Earth Trip is letterlijk en figuurlijk stukken aardser. Het plattelandsbestaan wordt bezongen in rondzwervende songs en gaat veel dieper op zoek naar die kern van de country folk. Hierdoor is het lang niet zo spannend meer, het avontuur zit hem vooral in het kleiner en intiemer houden. Noodgedwongen gaat Erik “Ripley” Johnson tijdens het corona gebeuren in de natuurlijke omgeving op zoek naar die mediterende spirituele rust, om er vervolgens als een verrijkt persoon uit te komen. Onderweg wordt echter stil gestaan bij het verleden, het heden en de toekomst. De uitgewerkte ideeën construeren zich als drummer John Jeffrey aanschuift.
Melancholiek is hierbij het kernwoord wat aan het verleden gekoppeld wordt. In The Rain gaat terug naar regenachtige postpunk uit de jaren tachtig. Zo zou Darklands van The Jesus and Mary Chain ongeveer geklonken hebben als die pluizenbollen zich een half jaar lang hadden opgesloten in een hutje op de heide. Deprimerende donkere avondromantiek met een sfeervolle hang naar escapisme. Doordat de zwaar bebaarde muzikant vrijwel alleen werkt zal de eenzaamheid ervoor gezorgd hebben dat de nostalgische heimwee een grote rol vervult op de jankende slidegitaar werkstukken Silver Roses en Feel Of Love.
Toch is het niet allemaal zwaarmoedig. Metamorfose staat toch wel voor het heden. World Is Turning handelt over verandering en de bevrijdende tussenfase. Wat er ook gebeurt, de wereld zal gewoon door blijven draaien. Een beetje zweverig en wat hippie achtig, maar het klopt wel allemaal. Het genot en de herontdekking van de natuur staat centraal in het bevrijdende Lonely Places. De zonnestralen in het dag openende Ramblin’ with the Day verwelkomen het prachtige opgewekte gitaarspel al ligt op de achtergrond die typerende landelijke slidegitaar als een sluipschutter op de loer om op het juiste moment toe te slaan.
De positieve herboren stemmigheid wat sterk in de teksten terug komt is een mooi veelbelovend toekomstbeeld. Met de meeslepende afsluiter grijpt Erik “Ripley” Johnson terug naar die broeierige seventies psychedelica van Wooden Chips. Man, wat legt hij daar met zijn gitaar toch een heerlijk klankentapijt neer. De aarde wiegt zichzelf in een denkbeeldige winterslaap bij Rabbit om te ontwaken in een felrode hemel van Dawn Patrol. De aarzeling slaat nog eventjes toe. Staat de wereld in brand, of is het toch die prachtige ochtendglorie? We zullen het allemaal meemaken.
Rose City Band - Earth Trip | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Als liedjesschrijver Erik “Ripley” Johnson vanaf 2019 de volledige tijdsindeling op het nieuwe project Rose City Band richt, vervlakt zijn aandacht rondom Wooden Chips. In principe slaat hij dezelfde weg in als hun laatste plaat V., al gaat zijn voorkeur steeds meer uit naar de countrykant. Het gelijknamige Rose City Band is een nog wat voorzichtige start, hij zet het geluid verder door in de gewaagde psych-country van Summerlong. Op het eerste gehoor is het toegankelijke huppel muziek, het zijn die onverwachte psychedelische uitstapjes die voor het verrassende effect zorgen. Alsof de onschuldige kampvuurliederen verzuipen in het overtollige consumeren van het goedje wat in illegale drankstokerijen geproduceerd wordt.
Earth Trip is letterlijk en figuurlijk stukken aardser. Het plattelandsbestaan wordt bezongen in rondzwervende songs en gaat veel dieper op zoek naar die kern van de country folk. Hierdoor is het lang niet zo spannend meer, het avontuur zit hem vooral in het kleiner en intiemer houden. Noodgedwongen gaat Erik “Ripley” Johnson tijdens het corona gebeuren in de natuurlijke omgeving op zoek naar die mediterende spirituele rust, om er vervolgens als een verrijkt persoon uit te komen. Onderweg wordt echter stil gestaan bij het verleden, het heden en de toekomst. De uitgewerkte ideeën construeren zich als drummer John Jeffrey aanschuift.
Melancholiek is hierbij het kernwoord wat aan het verleden gekoppeld wordt. In The Rain gaat terug naar regenachtige postpunk uit de jaren tachtig. Zo zou Darklands van The Jesus and Mary Chain ongeveer geklonken hebben als die pluizenbollen zich een half jaar lang hadden opgesloten in een hutje op de heide. Deprimerende donkere avondromantiek met een sfeervolle hang naar escapisme. Doordat de zwaar bebaarde muzikant vrijwel alleen werkt zal de eenzaamheid ervoor gezorgd hebben dat de nostalgische heimwee een grote rol vervult op de jankende slidegitaar werkstukken Silver Roses en Feel Of Love.
Toch is het niet allemaal zwaarmoedig. Metamorfose staat toch wel voor het heden. World Is Turning handelt over verandering en de bevrijdende tussenfase. Wat er ook gebeurt, de wereld zal gewoon door blijven draaien. Een beetje zweverig en wat hippie achtig, maar het klopt wel allemaal. Het genot en de herontdekking van de natuur staat centraal in het bevrijdende Lonely Places. De zonnestralen in het dag openende Ramblin’ with the Day verwelkomen het prachtige opgewekte gitaarspel al ligt op de achtergrond die typerende landelijke slidegitaar als een sluipschutter op de loer om op het juiste moment toe te slaan.
De positieve herboren stemmigheid wat sterk in de teksten terug komt is een mooi veelbelovend toekomstbeeld. Met de meeslepende afsluiter grijpt Erik “Ripley” Johnson terug naar die broeierige seventies psychedelica van Wooden Chips. Man, wat legt hij daar met zijn gitaar toch een heerlijk klankentapijt neer. De aarde wiegt zichzelf in een denkbeeldige winterslaap bij Rabbit om te ontwaken in een felrode hemel van Dawn Patrol. De aarzeling slaat nog eventjes toe. Staat de wereld in brand, of is het toch die prachtige ochtendglorie? We zullen het allemaal meemaken.
Rose City Band - Earth Trip | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Rose Gray - Louder, Please (2025)

3,5
0
geplaatst: 25 januari 2025, 22:48 uur
Met haar catchy popdeuntjes en open uitstraling bezit Rose Gray twee belangrijke elementen om zich als de volgende grote belofte te ontplooien. Al op jeugdige leeftijd jaagt de Britse zangeres deze doelstelling na. Vanuit de Londense underground scene gaat het balletje zodanig aan het rollen dat Spice Girl Mel C de zangeres op haar vijftigste verjaardag uitnodigt. Niet zozeer als gast, maar voornamelijk om op te treden. Dan moet je in staat zijn om meer dan een handvol aan EP’s en singles te leveren. Met deze gedachte in haar achterhoofd klopt Rose Gray bij een aantal jonge danceproducers aan.
Zo werkte Pat Alvarez al eerder met Neil Tennant van Pet Shop Boys samen en maakte hij remixen voor clubtracks van Dua Lipa en Florence + The Machine. Ruim vertegenwoordigd op Louder, Please, legt hij daar een indrukwekkende basis neer welke aftrapt met Damn. Damn is ochtend aerobic hyperjungle met de nodige EDM invloeden om de kater verdringen, waarmee Rose Gray sensueel agressief een forse kopstoot uitdeelt. Ze maait keihard een ex neer, die haar gemakkelijk voor een ander verruilt. Zo ga je niet met vrouwen om en dit krachtige statement staat voor de toon van Louder, Please. Rose Gray laat niet met zich sollen en presenteert zich als een hedendaagse girlpower zangeres.
Just Two is ook van de hand van Pat Alvarez en ademt in alles het hitgevoelige voorwerk van Kylie Minogue uit. We vechten de strijd op de dansvloer uit, overbluffen elkaar met moves en laten ons door de beats leiden. Twee zielen op zoek naar vrijdagavond escapisme, zat de wereld maar zo eenvoudig in elkaar. Bij de hypnotiserende Hackney Wick deephouse trance levert hij de instrumentale basis aan. Dit herinnert Rose Gray aan de zorgeloze liefdevolle stapdagen in deze Londense wijk. Een feestende menigte die doorgaat totdat de zon weer opkomt. Dan laat een nummer zichzelf schrijven en hoef je er verder weinig aan toe te voegen.
Sur Back doet dat dus wel met prachtige strijkerspartijen en dit alter ego van Caroline Sans is ook degene met wie Rose Gray aan de uptempo acid-house van Wet & Wild werkt. Een doldwaas weekend in New York dat ze samen beleven en dus ook gezamenlijk dragen. Heerlijk dansen in de warmte van de regen. Ze heeft ook de eer om met het spacende Louder, Please titelstuk af te sluiten. Woorden zijn hierbij bijzaak en laten zich tot universele klanken vervormen. De kunst van het weglaten. De veelzijdige Zhone heeft al een verleden met de groten der aarde opgebouwd, in zijn curriculum vitae zijn namen als Kesha, Loreen, Kylie Minogue, Charli xcx maar ook Adam Lambert en Paris Hilton te vinden. Het bevrijdende Free zet zich tegen de gevestigde orde af en biedt Rose Gray de kans om te shinen.
Rob Milton gaat samen met Alex Metric aan de slag en gezamenlijk ontfermen zij zich over Tectonic. Een gedurfde zet, waarbij ze beiden iets inleveren om tot een gewenst resultaat te komen. In dit geval komt Alex Metric als winnaar uit de bus. Alex Metric heerst en voegt er de invloeden van zijn persoonlijke held William Orbit aan toe. Het is de opzet om er een Ray of Light achtige Madonna track van te maken. Daar slagen ze niet helemaal in, al komt het euforische verlangen dat Rose Gray wil oproepen wel goed uit de verf. Shawn Wasabi leeft zich op afgedankte retro elektronische prullaria uit en brengt Rose Gray bij Everything Changes (But I Won’t) terug naar die kernliefde voor de muziek. Vasthouden aan dat gevoel, terwijl de omgeving haastig vooruitsnelt. Voor haar leveren de drugs geen voldoening meer en ze zoekt het dichter bij het aardse.
De Ierse Sega Bodega is een alleskunner die zelf verschillende instrumenten bespeelt. Daardoor stralen zijn producties iets humaans uit en legt hij de nadruk op de ziel van een track. Party People bezit het onschuldige kinderlijke enthousiasme en is rijkelijk gevuld met zoete klanken. Sega Bodega laat Rose Gray haar meerdere zanglagen ontdekken en blijft zo dicht mogelijk bij dat pure belevingsgevoel. Angel of Satisfaction heeft een mondiale songfestival vibe. Vaughn Oliver werkt voor de afwisseling eens niet met zijn maatje Oliver Goldstein samen, maar laat zich door punkrock- en folk-gitarist Ryland Blackinton inspireren. De duistere ondertoon richt zich op jongere fantaserende meiden die zich tot prostitutie laten verleiden en zo hun toekomstdromen vergooien.
In het veelzijdige gevarieerde maar ook overgeproduceerde Louder, Please komt Rose Gray ondergesneeuwd over. De producers plaatsen zichzelf zo prominent op de voorgrond waardoor het aanvoelt dat juist Rose telkens weer een ondergeschikte rol als goede gastzangeres lijkt aan te nemen. Bij het opgefokte First dubstep jungle komt dit pijnlijk tot uiting. Omdat hier maar liefst drie man (Pat Alvarez, Frank Colucci en Joe Brown) zich met haar bemoeien en er allemaal hun territorium plasje bij doen, verdwijnt haar aandeel in het niets. Op zich geeft dit niet, omdat de succesgarantie zeker aanwezig is. Het is juist slim om eerst naam te maken en zo meer ruimte voor eigenheid te creëren. Misschien geeft het samen met Sam Homaee geschreven Switch dit wel het beste weer. Aanpassen en schakelen om dromen te verwezenlijken.
Rose Gray - Louder, Please | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Zo werkte Pat Alvarez al eerder met Neil Tennant van Pet Shop Boys samen en maakte hij remixen voor clubtracks van Dua Lipa en Florence + The Machine. Ruim vertegenwoordigd op Louder, Please, legt hij daar een indrukwekkende basis neer welke aftrapt met Damn. Damn is ochtend aerobic hyperjungle met de nodige EDM invloeden om de kater verdringen, waarmee Rose Gray sensueel agressief een forse kopstoot uitdeelt. Ze maait keihard een ex neer, die haar gemakkelijk voor een ander verruilt. Zo ga je niet met vrouwen om en dit krachtige statement staat voor de toon van Louder, Please. Rose Gray laat niet met zich sollen en presenteert zich als een hedendaagse girlpower zangeres.
Just Two is ook van de hand van Pat Alvarez en ademt in alles het hitgevoelige voorwerk van Kylie Minogue uit. We vechten de strijd op de dansvloer uit, overbluffen elkaar met moves en laten ons door de beats leiden. Twee zielen op zoek naar vrijdagavond escapisme, zat de wereld maar zo eenvoudig in elkaar. Bij de hypnotiserende Hackney Wick deephouse trance levert hij de instrumentale basis aan. Dit herinnert Rose Gray aan de zorgeloze liefdevolle stapdagen in deze Londense wijk. Een feestende menigte die doorgaat totdat de zon weer opkomt. Dan laat een nummer zichzelf schrijven en hoef je er verder weinig aan toe te voegen.
Sur Back doet dat dus wel met prachtige strijkerspartijen en dit alter ego van Caroline Sans is ook degene met wie Rose Gray aan de uptempo acid-house van Wet & Wild werkt. Een doldwaas weekend in New York dat ze samen beleven en dus ook gezamenlijk dragen. Heerlijk dansen in de warmte van de regen. Ze heeft ook de eer om met het spacende Louder, Please titelstuk af te sluiten. Woorden zijn hierbij bijzaak en laten zich tot universele klanken vervormen. De kunst van het weglaten. De veelzijdige Zhone heeft al een verleden met de groten der aarde opgebouwd, in zijn curriculum vitae zijn namen als Kesha, Loreen, Kylie Minogue, Charli xcx maar ook Adam Lambert en Paris Hilton te vinden. Het bevrijdende Free zet zich tegen de gevestigde orde af en biedt Rose Gray de kans om te shinen.
Rob Milton gaat samen met Alex Metric aan de slag en gezamenlijk ontfermen zij zich over Tectonic. Een gedurfde zet, waarbij ze beiden iets inleveren om tot een gewenst resultaat te komen. In dit geval komt Alex Metric als winnaar uit de bus. Alex Metric heerst en voegt er de invloeden van zijn persoonlijke held William Orbit aan toe. Het is de opzet om er een Ray of Light achtige Madonna track van te maken. Daar slagen ze niet helemaal in, al komt het euforische verlangen dat Rose Gray wil oproepen wel goed uit de verf. Shawn Wasabi leeft zich op afgedankte retro elektronische prullaria uit en brengt Rose Gray bij Everything Changes (But I Won’t) terug naar die kernliefde voor de muziek. Vasthouden aan dat gevoel, terwijl de omgeving haastig vooruitsnelt. Voor haar leveren de drugs geen voldoening meer en ze zoekt het dichter bij het aardse.
De Ierse Sega Bodega is een alleskunner die zelf verschillende instrumenten bespeelt. Daardoor stralen zijn producties iets humaans uit en legt hij de nadruk op de ziel van een track. Party People bezit het onschuldige kinderlijke enthousiasme en is rijkelijk gevuld met zoete klanken. Sega Bodega laat Rose Gray haar meerdere zanglagen ontdekken en blijft zo dicht mogelijk bij dat pure belevingsgevoel. Angel of Satisfaction heeft een mondiale songfestival vibe. Vaughn Oliver werkt voor de afwisseling eens niet met zijn maatje Oliver Goldstein samen, maar laat zich door punkrock- en folk-gitarist Ryland Blackinton inspireren. De duistere ondertoon richt zich op jongere fantaserende meiden die zich tot prostitutie laten verleiden en zo hun toekomstdromen vergooien.
In het veelzijdige gevarieerde maar ook overgeproduceerde Louder, Please komt Rose Gray ondergesneeuwd over. De producers plaatsen zichzelf zo prominent op de voorgrond waardoor het aanvoelt dat juist Rose telkens weer een ondergeschikte rol als goede gastzangeres lijkt aan te nemen. Bij het opgefokte First dubstep jungle komt dit pijnlijk tot uiting. Omdat hier maar liefst drie man (Pat Alvarez, Frank Colucci en Joe Brown) zich met haar bemoeien en er allemaal hun territorium plasje bij doen, verdwijnt haar aandeel in het niets. Op zich geeft dit niet, omdat de succesgarantie zeker aanwezig is. Het is juist slim om eerst naam te maken en zo meer ruimte voor eigenheid te creëren. Misschien geeft het samen met Sam Homaee geschreven Switch dit wel het beste weer. Aanpassen en schakelen om dromen te verwezenlijken.
Rose Gray - Louder, Please | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Rosie Carney - Bare (2019)

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2020, 14:42 uur
Een zware bevalling, is de eerste indruk die Bare van Rosie Carney oproept. De trots om moeder te zijn geworden van maar liefst elf nieuw geboren zuigelingen. En trots mag ze ook wezen. Ze heeft in haar puberteit op persoonlijk vlak de nodige obstakels overwonnen. Misschien wel daarom levert deze pas eenentwintigjarige singer-songwriter uit het Britse Hampshire een geloofwaardig volwassen debuut af. De basis krijg je vanuit thuis maar de ontwikkeling van het uiteindelijke zelf ontstaat veelal tussen de twaalf en twintig jaar. Bare heeft iets gevoeligs en puurs in zich. Fijn dat ze dit met ons wil delen. Wist een paar weken geleden de jonge zangeres Fenne Lily mij te raken, nu gebeurd iets soortgelijks met Rosie Carney.
Orchid springt er tekstueel gelijk sterk uit. Het zou een verbloeming kunnen zijn van de relatie met haar dementerende oma. Symbool staande aan het kwijt raken en stil afsterven als woorden niet meer binnen lijken te komen. Elke dag weer opnieuw het kontact proberen op te zoeken door middel met muziek. Een behoorlijk heftig zwaar nummer. Ook bij Thousand lijkt dit thema centraal te staan. Dan is daar opeens de ervaren Lisa Hannigan in een bemoederlijke rol. Prachtig, alsof ze Carney voorzichtig loslaat, en het nemen van haar eerste zelfstandige stappen. Ondersteunend op de achtergrond toekijkend. Alsof ze samen stil staan bij de steeds kwetsbaardere ouder en grootmoeder. Stilzwijgend naast elkaar toekijkend naar een persoon die steeds dieper in haar gesloten wereldje verzinkt. Omgeven door liefde van haar naasten, waarbij de zorg een onhoudbare situatie begint te worden. Krampachtig vast houden. Ook zo kan een familieband benoemd worden. De liefdesliedjes hebben ook te kampen met het nodige verdriet, maar zijn minder interessant. Tienertranen zijn al zo vaak geuit, dan val ik meer voor de lastig te verwoorden thuissituatie.
Carney houdt het graag klein, zo close mogelijk bij haarzelf. Minimaal begeleid, zodat haar stem de ruimte krijgt. Het overtuigende aan What You’ve Been Looking For zijn niet zozeer de lyrics, maar meer de jammerende, bijna huilerige woordloze zang tussendoor. Soms weet dat meer emoties op te roepen, en komt het binnen in je hart. Geen hysterische gejank vol met opgekropte woede. Vocaal zou je prima passen tussen de grootheden van de dreampop. De rust die ze hier uitstraalt is het gevolg van wat ze heeft mee gemaakt. Maar wel heeft het bij haar een plekje gekregen. Met volle overgave gunt ze ons een kijkje in haar openheid. Vaak met de gitaar in de rol van haar muzikale partner, soms mag de piano naast haar plaats nemen. De zuiverheid waarmee ze met gemak de hoogte in gaat bij titelsong Bare, toont haar sterkte. Veel artiesten weten dit absoluut niet te halen en dan wordt het getroffen diepgang genoemd. Eigenlijk een gebrek aan kwaliteit die ze wel kan oproepen. Met gemak, lijkt wel.
Rosie Carney zal Bare waarschijnlijk zien als een verslag van een proces tot het voltooien van volwassenwording. De mogelijkheid bestaat ook dat ze over twintig jaar terugblikt en concludeert dat het vooral een ode aan haar familie is.
Rosie Carney - Bare | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Orchid springt er tekstueel gelijk sterk uit. Het zou een verbloeming kunnen zijn van de relatie met haar dementerende oma. Symbool staande aan het kwijt raken en stil afsterven als woorden niet meer binnen lijken te komen. Elke dag weer opnieuw het kontact proberen op te zoeken door middel met muziek. Een behoorlijk heftig zwaar nummer. Ook bij Thousand lijkt dit thema centraal te staan. Dan is daar opeens de ervaren Lisa Hannigan in een bemoederlijke rol. Prachtig, alsof ze Carney voorzichtig loslaat, en het nemen van haar eerste zelfstandige stappen. Ondersteunend op de achtergrond toekijkend. Alsof ze samen stil staan bij de steeds kwetsbaardere ouder en grootmoeder. Stilzwijgend naast elkaar toekijkend naar een persoon die steeds dieper in haar gesloten wereldje verzinkt. Omgeven door liefde van haar naasten, waarbij de zorg een onhoudbare situatie begint te worden. Krampachtig vast houden. Ook zo kan een familieband benoemd worden. De liefdesliedjes hebben ook te kampen met het nodige verdriet, maar zijn minder interessant. Tienertranen zijn al zo vaak geuit, dan val ik meer voor de lastig te verwoorden thuissituatie.
Carney houdt het graag klein, zo close mogelijk bij haarzelf. Minimaal begeleid, zodat haar stem de ruimte krijgt. Het overtuigende aan What You’ve Been Looking For zijn niet zozeer de lyrics, maar meer de jammerende, bijna huilerige woordloze zang tussendoor. Soms weet dat meer emoties op te roepen, en komt het binnen in je hart. Geen hysterische gejank vol met opgekropte woede. Vocaal zou je prima passen tussen de grootheden van de dreampop. De rust die ze hier uitstraalt is het gevolg van wat ze heeft mee gemaakt. Maar wel heeft het bij haar een plekje gekregen. Met volle overgave gunt ze ons een kijkje in haar openheid. Vaak met de gitaar in de rol van haar muzikale partner, soms mag de piano naast haar plaats nemen. De zuiverheid waarmee ze met gemak de hoogte in gaat bij titelsong Bare, toont haar sterkte. Veel artiesten weten dit absoluut niet te halen en dan wordt het getroffen diepgang genoemd. Eigenlijk een gebrek aan kwaliteit die ze wel kan oproepen. Met gemak, lijkt wel.
Rosie Carney zal Bare waarschijnlijk zien als een verslag van een proces tot het voltooien van volwassenwording. De mogelijkheid bestaat ook dat ze over twintig jaar terugblikt en concludeert dat het vooral een ode aan haar familie is.
Rosie Carney - Bare | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Rostam - Changephobia (2021)

3,5
0
geplaatst: 7 juni 2021, 17:02 uur
Het is bijzonder hoe de snikhete strandballenpop van Vampire Weekend al in de nawinter van 2008 zoveel warmte oproept. Met de aanstekelijke mix van zomerse Afrikaanse polyritmiek en rondfladderend new wave gitaarspel zet het hyperactieve studentikoze New Yorkse indie gezelschap flinke badslipperstappen in het alternatieve rockcircuit. Het springerige A-Punk is een mooi visitekaartje en vervolgt de weg naar het eerder verschenen debuut Vampire Weekend. Het spil wordt gevormd door het hyperactieve schrijversduo Ezra Koenig en Rostam Batmanglij die hun immense creativiteit en speelplezier vervolgens over Contra en Modern Vampires of the City breed belegd uitsmeren.
De veelzijdigheid van de twee bandleiders is tevens een groot struikelblok waardoor ze de taken binnen Vampire Weekend herverdelen. Ezra Koenig eigent zich de rol van boegbeeld op, en Rostam Batmanglij is steeds nadrukkelijker achter de schermen werkzaam. Al vanaf de eerste plaat is hij als producer grotendeels verantwoordelijk voor het eindresultaat. Deze dubbeltaak binnen Vampire Weekend is vrijwel niet meer te combineren waardoor Rostam Batmanglij de gewaagde stap maakt om zijn rol van co-writer op te offeren. Een gezonde keuze die de goede vriendschappelijke verstandhouding tussen hem en Ezra Koenig niet in de weg zit, want op de achtergrond blijft hij wel degelijk verbonden met Vampire Weekend.
In zijn thuisstudio gaat hij in de tussentijd aan de slag met losse tracks wat uiteindelijk leidt tot het dromerige Half-Light. De overstap naar een meer op de synthpop gericht geluid wordt ondanks die persoonlijke handtekening vreemd genoeg lang niet zo breed opgepakt. Een aangenaam vrijwel onopgemerkt werkstuk die ergens tussen de kale experimentele songs van The Beatles en het eighties postpunk gezelschap XTC in balanceert en waarmee hij zich los wurgt van het Vampire Weekend geluid.
Als dan uiteindelijk de vierde Vampire Weekend plaat Father Of The Bride verschijnt blijkt dat Rostam Batmanglij definitief gekozen heeft voor een solo carrière. Hij staat niet meer genoemd als bandlid, al blijven de lijntjes dun en hopen de liefhebbers stiekem wel op een terugkeer. Ondanks de valse start krijgt Half-Light nu een waardig vervolg met de zonnige lome jazzuitspattingen van Changephobia. De liefde voor een positieve herboren zomer heeft ook hier de overhand, al zit de broeierigheid vooral in het relaxte afterparty gevoel.
Changephobia staat voor de vernieuwingsdrang en opgeëiste vrijheden, het succesvolle verleden afschuddend en verfrissende kansen pakken. Changephobia is tevens het onzekere toekomstbeeld, waarbij alle houvast verdwenen is. Niet alleen muzikanten en de cultuursector bereiden zich voor op een doorstart, de hele mensheid zal aan dit idee moeten wennen. Op ruimtelijk gebied is er veel gebeurd. Nog steeds is de sfeer klein en intiem maar de connectie tussen subtiel gitaarspel en hedendaagse elektronica heeft zich verfijnd. De onstuimige ritmische tempowisselingen van Vampire Weekend treden sterk op de voorgrond in de drum and bass van Kinney.
De specialisatie zit hem in de zwoele nachtclub pianotoetsen en is verder vooral terug te horen in het ondersteunende mellow slaperige baritonsaxofoonspel van Henry Solomon. Deze sessiemuzikant is regelmatig op het podium van de gezusters Haim terug te vinden. Danielle Haim verleent op Changephobia een vriendendienst door haar drumpartijen uit te lenen aan opwarmingstrack These Kids We Knew.
Een andere vorm van luchtigheid zit hem in de veilige soul van Next Thing of de knipoog naar de typische jaren tachtig new wave van 4Runner, welke meer in de lijn ligt van het hedendaagse Coldplay werk. En juist die band vat Changephobia aardig samen. Vernieuwingsdrang staat niet altijd gelijk aan het begrip avontuurlijk. Toch krijgt Rostam het voordeel van de twijfel. De een vind het heerlijk om te loungen bij de ondergaande zon, nippend aan een halfvol glaasje whisky on the rocks. Mijn voorkeur gaat meer uit naar een energiek gifgroen cocktail likeurtje en ik zet vervolgens toch die overdonderende eersteling van Vampire Weekend maar weer op.
Rostam - Changephobia | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
De veelzijdigheid van de twee bandleiders is tevens een groot struikelblok waardoor ze de taken binnen Vampire Weekend herverdelen. Ezra Koenig eigent zich de rol van boegbeeld op, en Rostam Batmanglij is steeds nadrukkelijker achter de schermen werkzaam. Al vanaf de eerste plaat is hij als producer grotendeels verantwoordelijk voor het eindresultaat. Deze dubbeltaak binnen Vampire Weekend is vrijwel niet meer te combineren waardoor Rostam Batmanglij de gewaagde stap maakt om zijn rol van co-writer op te offeren. Een gezonde keuze die de goede vriendschappelijke verstandhouding tussen hem en Ezra Koenig niet in de weg zit, want op de achtergrond blijft hij wel degelijk verbonden met Vampire Weekend.
In zijn thuisstudio gaat hij in de tussentijd aan de slag met losse tracks wat uiteindelijk leidt tot het dromerige Half-Light. De overstap naar een meer op de synthpop gericht geluid wordt ondanks die persoonlijke handtekening vreemd genoeg lang niet zo breed opgepakt. Een aangenaam vrijwel onopgemerkt werkstuk die ergens tussen de kale experimentele songs van The Beatles en het eighties postpunk gezelschap XTC in balanceert en waarmee hij zich los wurgt van het Vampire Weekend geluid.
Als dan uiteindelijk de vierde Vampire Weekend plaat Father Of The Bride verschijnt blijkt dat Rostam Batmanglij definitief gekozen heeft voor een solo carrière. Hij staat niet meer genoemd als bandlid, al blijven de lijntjes dun en hopen de liefhebbers stiekem wel op een terugkeer. Ondanks de valse start krijgt Half-Light nu een waardig vervolg met de zonnige lome jazzuitspattingen van Changephobia. De liefde voor een positieve herboren zomer heeft ook hier de overhand, al zit de broeierigheid vooral in het relaxte afterparty gevoel.
Changephobia staat voor de vernieuwingsdrang en opgeëiste vrijheden, het succesvolle verleden afschuddend en verfrissende kansen pakken. Changephobia is tevens het onzekere toekomstbeeld, waarbij alle houvast verdwenen is. Niet alleen muzikanten en de cultuursector bereiden zich voor op een doorstart, de hele mensheid zal aan dit idee moeten wennen. Op ruimtelijk gebied is er veel gebeurd. Nog steeds is de sfeer klein en intiem maar de connectie tussen subtiel gitaarspel en hedendaagse elektronica heeft zich verfijnd. De onstuimige ritmische tempowisselingen van Vampire Weekend treden sterk op de voorgrond in de drum and bass van Kinney.
De specialisatie zit hem in de zwoele nachtclub pianotoetsen en is verder vooral terug te horen in het ondersteunende mellow slaperige baritonsaxofoonspel van Henry Solomon. Deze sessiemuzikant is regelmatig op het podium van de gezusters Haim terug te vinden. Danielle Haim verleent op Changephobia een vriendendienst door haar drumpartijen uit te lenen aan opwarmingstrack These Kids We Knew.
Een andere vorm van luchtigheid zit hem in de veilige soul van Next Thing of de knipoog naar de typische jaren tachtig new wave van 4Runner, welke meer in de lijn ligt van het hedendaagse Coldplay werk. En juist die band vat Changephobia aardig samen. Vernieuwingsdrang staat niet altijd gelijk aan het begrip avontuurlijk. Toch krijgt Rostam het voordeel van de twijfel. De een vind het heerlijk om te loungen bij de ondergaande zon, nippend aan een halfvol glaasje whisky on the rocks. Mijn voorkeur gaat meer uit naar een energiek gifgroen cocktail likeurtje en ik zet vervolgens toch die overdonderende eersteling van Vampire Weekend maar weer op.
Rostam - Changephobia | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
Roxeanne Hazes - De Tijd Gaat Mooie Dingen Doen (2023)

4,5
2
geplaatst: 23 oktober 2024, 16:51 uur
Ik heb sinds het Ballade Van De Moord duet met Thijs Boontjes een zwak voor Roxeanne Hazes. Het eerdere werk met haar broer boeide mij niet, maar hier hoor ik een zangeres die het levenslied kan dragen, en tot meer in staat is. Ze heeft het geloofwaardige van haar vader in zijn beginjaren, en geeft hier een overtuigende eigen twist aan. Op In Mijn Bloed ontwikkelt ze al een eigen stijl en wisselt ze popdeuntjes met melancholische stukken af. Met het persoonlijke Ik Was Toch Je Meisje weet ze mij al te raken, en bewijst ze dat ze verbaal haar nummers met gemak kan dragen. Mijn jongste dochter deelt deze liefde en al snel heeft Roxeanne er twee fans bij.
Uiteraard volgt er in 2023 het eerste concert, en ondanks dat ze een prima show neerzet is er nog niks bijzonders gaande. Dat veranderd als een half jaar later De Tijd Gaat Mooie Dingen Doen verschijnt. Dit is de plaat die Roxeanne na de zoveelste tegenslag moet maken om haar verdriet te verwerken. Een therapeutisch proces om haar sterker te maken. Vervolgens deelt ze bij het eerstvolgende concert haar pijn met het aanwezige publiek, en blijft de diva maar groeien in haar voordracht. Collega’s verontschuldigen zich voor de valse tonen en onzuiverheden, bij Roxeanne Hazes is dit niet nodig, omdat ze simpelweg live geen misstappen maakt. Ik heb totaal niks met de Eefjes, S10s, Froukjes en Meaus. Ik voel het niet, bij mij komt het niet oprecht over, bij Roxeanne Hazes heb ik dat gevoel wel. Ik heb ze nu ook een paar keer na afloop gesproken en ervaren dat ze een warme amicale persoonlijkheid is, die liever naar anderen luistert als dat ze zelf aan het woord is. Een voorbeeld voor velen.
Op Wie Ik Niet Mis proost op een nieuwe start, de afsluiting van het verleden. Telkens als Roxeanne Hazes het optreden hiermee begint, zie je de podiumvrees in haar ogen. Het denkbeeldige slokje helpt haar verder. Hier staat een sterke vrouw, volledig in de kracht van haar leven. En we voelen elk woord met haar mee. Een flinke trap na, aan iedereen die haar vernedert en bedrogen heeft. Met het De Tijd Gaat Mooie Dingen Doen titelstuk herpakt ze zich en deelt ze de toekomstige hoop met de luisteraar. Er zitten elementen van de feelgood song Millennium van Robbie Williams in verwerkt. Ze weet nu waar ze in het leven staat, en bij haar geloof ik het ook. Natuurlijk heeft ze de nodige mensen naast haar staan die haar in het opnameproces helpen, voor de woorden is ze grotendeels zelf verantwoordelijk. Het is haar verhaal, zonder iemand persoonlijk aan te vallen.
Het uptempo swingende 1234 is luchtiger, dat komt mede door de vriendendienst van collega Kraantje Pappie, die met zijn rappende lyrics iets stoers zelfverzekerds toevoegt. De Wereld Draait Door hoorde ik al bij die eerste live kennismaking, waar ze de toen nog nieuwe track schuchter te gehore bracht. Ondertussen is deze dus voltooid en bezingt ze de liefde voor haar vriend. Prachtig om samen in het moment stil te staan, intiem en bijzonder dat ze dit deelt. Het zwaardere Geen Sorry is de angst dat de dromen uit elkaar spatten, en dat ze in het oude negatieve patroon terugvalt. Moet je jezelf kwetsbaar opstellen, of je hoofd vier overeind houden. Juist door die twijfel overstijgt ze haar zingende collega’s. Het is allemaal zo persoonlijk, zo puur.
Nu Voorbij handelt over vervagende vriendschappen en een wisselend toekomstperspectief. Mes in Mijn Hart staat nog eenmaal bij het bedrog stil. Juist door de krachtig gezongen passages krijgt de melancholische ondertoon meer zeggingskracht. De uptempo beats wuiven het verdriet weg, daaronder is deze nog steeds voelbaar. Dat haar vriend Roxeanne in alles steunt hoor je letterlijk in het voor hem gezongen High terug. Het is een bijzondere verbintenis, die in alles merkbaar is. Zelfs tijdens concerten is hij altijd op de achtergrond aanwezig, en staat hij op de juiste momenten naast haar. Toch ligt het verdriet en het bedrog nog steeds op de loer. Dat ze hier nog steeds gevoelig voor is, bemerk je in het wantrouwende Vals Beschuldigd.
Wat Ik Niet Moet Doen bekijkt de wereld door de jeugdige onschuld. Het onbegrip en het leren van andermans fouten en de angst om in dezelfde valkuil te vallen. Juist door zich zo menselijk in deze hedendaagse smartlap op te stellen houdt ze de muzikale erfenis van haar vader in ere, zonder zich als een kopie van hem te presenteren. Kans gaat letterlijk over het pakken van momenten. Elke Kans biedt mogelijkheden. Toch overstijgt ze ver boven zichzelf uit in het verleidende Van Niemand Anders. Een sensuele duistere triphop track die je als man klein en onderdanig maakt. Toch is de onderliggende gedachte juist dat ze zich maar een iemand laat binden en de touwtjes strak in handen houdt.
De poppy elektrobeat van Signalen benadrukken weer een andere kant van de zangeres, het is allemaal zo gevarieerd en veelzijdig. Vreemde Voor Mij ligt in het verlengde van de In Mijn Bloed nummers, al is deze tranentrekker net wat volgroeider en beeldender. Het melancholische Ik Ben Vrij heeft een optimistische vrijgevochten twist, loslaten en verder ontplooien. Jammer dat De Tijd Gaat Mooie Dingen Doen zo minimaal wordt opgepakt, deze plaat verdient zoveel meer aandacht.
Uiteraard volgt er in 2023 het eerste concert, en ondanks dat ze een prima show neerzet is er nog niks bijzonders gaande. Dat veranderd als een half jaar later De Tijd Gaat Mooie Dingen Doen verschijnt. Dit is de plaat die Roxeanne na de zoveelste tegenslag moet maken om haar verdriet te verwerken. Een therapeutisch proces om haar sterker te maken. Vervolgens deelt ze bij het eerstvolgende concert haar pijn met het aanwezige publiek, en blijft de diva maar groeien in haar voordracht. Collega’s verontschuldigen zich voor de valse tonen en onzuiverheden, bij Roxeanne Hazes is dit niet nodig, omdat ze simpelweg live geen misstappen maakt. Ik heb totaal niks met de Eefjes, S10s, Froukjes en Meaus. Ik voel het niet, bij mij komt het niet oprecht over, bij Roxeanne Hazes heb ik dat gevoel wel. Ik heb ze nu ook een paar keer na afloop gesproken en ervaren dat ze een warme amicale persoonlijkheid is, die liever naar anderen luistert als dat ze zelf aan het woord is. Een voorbeeld voor velen.
Op Wie Ik Niet Mis proost op een nieuwe start, de afsluiting van het verleden. Telkens als Roxeanne Hazes het optreden hiermee begint, zie je de podiumvrees in haar ogen. Het denkbeeldige slokje helpt haar verder. Hier staat een sterke vrouw, volledig in de kracht van haar leven. En we voelen elk woord met haar mee. Een flinke trap na, aan iedereen die haar vernedert en bedrogen heeft. Met het De Tijd Gaat Mooie Dingen Doen titelstuk herpakt ze zich en deelt ze de toekomstige hoop met de luisteraar. Er zitten elementen van de feelgood song Millennium van Robbie Williams in verwerkt. Ze weet nu waar ze in het leven staat, en bij haar geloof ik het ook. Natuurlijk heeft ze de nodige mensen naast haar staan die haar in het opnameproces helpen, voor de woorden is ze grotendeels zelf verantwoordelijk. Het is haar verhaal, zonder iemand persoonlijk aan te vallen.
Het uptempo swingende 1234 is luchtiger, dat komt mede door de vriendendienst van collega Kraantje Pappie, die met zijn rappende lyrics iets stoers zelfverzekerds toevoegt. De Wereld Draait Door hoorde ik al bij die eerste live kennismaking, waar ze de toen nog nieuwe track schuchter te gehore bracht. Ondertussen is deze dus voltooid en bezingt ze de liefde voor haar vriend. Prachtig om samen in het moment stil te staan, intiem en bijzonder dat ze dit deelt. Het zwaardere Geen Sorry is de angst dat de dromen uit elkaar spatten, en dat ze in het oude negatieve patroon terugvalt. Moet je jezelf kwetsbaar opstellen, of je hoofd vier overeind houden. Juist door die twijfel overstijgt ze haar zingende collega’s. Het is allemaal zo persoonlijk, zo puur.
Nu Voorbij handelt over vervagende vriendschappen en een wisselend toekomstperspectief. Mes in Mijn Hart staat nog eenmaal bij het bedrog stil. Juist door de krachtig gezongen passages krijgt de melancholische ondertoon meer zeggingskracht. De uptempo beats wuiven het verdriet weg, daaronder is deze nog steeds voelbaar. Dat haar vriend Roxeanne in alles steunt hoor je letterlijk in het voor hem gezongen High terug. Het is een bijzondere verbintenis, die in alles merkbaar is. Zelfs tijdens concerten is hij altijd op de achtergrond aanwezig, en staat hij op de juiste momenten naast haar. Toch ligt het verdriet en het bedrog nog steeds op de loer. Dat ze hier nog steeds gevoelig voor is, bemerk je in het wantrouwende Vals Beschuldigd.
Wat Ik Niet Moet Doen bekijkt de wereld door de jeugdige onschuld. Het onbegrip en het leren van andermans fouten en de angst om in dezelfde valkuil te vallen. Juist door zich zo menselijk in deze hedendaagse smartlap op te stellen houdt ze de muzikale erfenis van haar vader in ere, zonder zich als een kopie van hem te presenteren. Kans gaat letterlijk over het pakken van momenten. Elke Kans biedt mogelijkheden. Toch overstijgt ze ver boven zichzelf uit in het verleidende Van Niemand Anders. Een sensuele duistere triphop track die je als man klein en onderdanig maakt. Toch is de onderliggende gedachte juist dat ze zich maar een iemand laat binden en de touwtjes strak in handen houdt.
De poppy elektrobeat van Signalen benadrukken weer een andere kant van de zangeres, het is allemaal zo gevarieerd en veelzijdig. Vreemde Voor Mij ligt in het verlengde van de In Mijn Bloed nummers, al is deze tranentrekker net wat volgroeider en beeldender. Het melancholische Ik Ben Vrij heeft een optimistische vrijgevochten twist, loslaten en verder ontplooien. Jammer dat De Tijd Gaat Mooie Dingen Doen zo minimaal wordt opgepakt, deze plaat verdient zoveel meer aandacht.
Roxette - Joyride (1991)

3,0
0
geplaatst: 30 juni 2010, 16:23 uur
Zomerliefde.
Laatst een mapje gevonden met oude foto’s.
Tienertoer, de eerste dansavonden.
Je kent het wel.
Heerlijk puberen.
Samen met een vriendengroep op vakantie.
Tentje op een camping in Renesse.
Foute discotheken gericht op het Top 40 publiek.
Taxiritjes die veels te duur uitvallen.
Vanwege het postuur van de chauffeur probleemloos afrekenen.
Op jacht naar knappe gebruinde meisjes.
Scorelijst bijhouden.
Volgens een verzonnen ranglijst.
Laatste pagina van het gevonden boekje.
Lichtelijk verkleurde Polaroid.
Glimlach die het ijzer van een beugel bloot legt.
Flinke worstelpartijen veroorzakend.
In de nachtelijke uurtjes.
Mooi natuurlijke krullen en sproetjes.
Mijn overwinning van 1991.
Haar naam is helaas vervaagd.
Sonja of Silvia?
In ieder geval iets met een S.
Vreemd genoeg is het volgende moment wel bij gebleven.
Het bewuste nummer wat die avond gedraaid werd.
Waarbij onze ogen elkaar troffen.
Alles veranderde in slow motion.
Alleen het moment.
Die avond viel ik niet voor het vergeten vrouwtje.
De echte zomerliefde kwam uit Zweden.
Roxette met Fading Like A Flower.
Vreemd dat muziek altijd in je gedachtes blijft overheersen.
Laatst een mapje gevonden met oude foto’s.
Tienertoer, de eerste dansavonden.
Je kent het wel.
Heerlijk puberen.
Samen met een vriendengroep op vakantie.
Tentje op een camping in Renesse.
Foute discotheken gericht op het Top 40 publiek.
Taxiritjes die veels te duur uitvallen.
Vanwege het postuur van de chauffeur probleemloos afrekenen.
Op jacht naar knappe gebruinde meisjes.
Scorelijst bijhouden.
Volgens een verzonnen ranglijst.
Laatste pagina van het gevonden boekje.
Lichtelijk verkleurde Polaroid.
Glimlach die het ijzer van een beugel bloot legt.
Flinke worstelpartijen veroorzakend.
In de nachtelijke uurtjes.
Mooi natuurlijke krullen en sproetjes.
Mijn overwinning van 1991.
Haar naam is helaas vervaagd.
Sonja of Silvia?
In ieder geval iets met een S.
Vreemd genoeg is het volgende moment wel bij gebleven.
Het bewuste nummer wat die avond gedraaid werd.
Waarbij onze ogen elkaar troffen.
Alles veranderde in slow motion.
Alleen het moment.
Die avond viel ik niet voor het vergeten vrouwtje.
De echte zomerliefde kwam uit Zweden.
Roxette met Fading Like A Flower.
Vreemd dat muziek altijd in je gedachtes blijft overheersen.
Roxy Music - Avalon (1982)

4,0
1
geplaatst: 31 mei 2015, 20:00 uur
Avalon is eigenlijk een reactie op de soulmuziek van Barry White, Marvin Gaye en Al Green.
Bryan Ferry had ook soul, en vervolgens kreeg je acts als Simply Red, Black en Spandau Ballet.
Allemaal muziek die het goed in de slaapkamer deden.
Al was het wel zo dat er bij de donkere artiesten meer een gevoel van tederheid in zat, terwijl er bij de blanke artiesten veel bijzaken werden bij gehaald zoals de sigaret na de seks, en in de ochtend met pantoffels en ochtendjas naar beneden gaan om een kopje koffie te zetten.
Minder passie en overtuigingskracht, waardoor het waarschijnlijk wat gespeeld en nep aanvoelde.
Ondertussen ben ik een veertiger, en heb ik al ruim 10 jaar geleden de sigaret vaarwel gezegd, maar ben ik nog steeds de liefhebber van het kopje koffie op de zondagochtend, en daar hoort deze muziek toevallig ook bij.
Bryan Ferry liep ook al aardig richting de veertig toen hij dit album maakte.
Hij heeft ook een stuk sneller geleefd dan ik, denk ik, dus ik kan mij goed voorstellen dat hij toe was aan een album als deze.
Waarom ik verder de naam Roxy Music niet noem?
Dat was de band uit de jaren 70, vanaf 1980 was het gewoon de begeleidingsband van Bryan Ferry, die pas een paar jaar later durfde te zeggen dat hij al een tijdje solo was gegaan.
Deze ligt in de lijn van Boys and Girls en Bête Noire.
Bryan Ferry had ook soul, en vervolgens kreeg je acts als Simply Red, Black en Spandau Ballet.
Allemaal muziek die het goed in de slaapkamer deden.
Al was het wel zo dat er bij de donkere artiesten meer een gevoel van tederheid in zat, terwijl er bij de blanke artiesten veel bijzaken werden bij gehaald zoals de sigaret na de seks, en in de ochtend met pantoffels en ochtendjas naar beneden gaan om een kopje koffie te zetten.
Minder passie en overtuigingskracht, waardoor het waarschijnlijk wat gespeeld en nep aanvoelde.
Ondertussen ben ik een veertiger, en heb ik al ruim 10 jaar geleden de sigaret vaarwel gezegd, maar ben ik nog steeds de liefhebber van het kopje koffie op de zondagochtend, en daar hoort deze muziek toevallig ook bij.
Bryan Ferry liep ook al aardig richting de veertig toen hij dit album maakte.
Hij heeft ook een stuk sneller geleefd dan ik, denk ik, dus ik kan mij goed voorstellen dat hij toe was aan een album als deze.
Waarom ik verder de naam Roxy Music niet noem?
Dat was de band uit de jaren 70, vanaf 1980 was het gewoon de begeleidingsband van Bryan Ferry, die pas een paar jaar later durfde te zeggen dat hij al een tijdje solo was gegaan.
Deze ligt in de lijn van Boys and Girls en Bête Noire.
Roxy Music - Flesh + Blood (1980)

4,0
0
geplaatst: 4 februari 2011, 16:21 uur
Mijn definitie voor gentlemen;
Bryan Ferry.
Oké, en John Steed van The Avengers.
Ferry met zijn gelikte, iets wat gladde uiterlijk.
Mooie, nette meneer.
Iemand die je volledig vertrouwd.
Geliefd bij de vrouwtjes.
Lady Killer.
Warm uitnodigend stemgeluid.
Kan in mijn ogen niks fout doen.
Vanaf vorig album Manifesto is voor mij Roxy Music synoniem aan Bryan Ferry.
Het avontuurlijke is naar de achtergrond gebleven.
Residu is romantiek.
Voorloper van de Knuffelrock.
Ik hou hier wel van.
Er moet ook muziek gemaakt worden voor een gezellig avondje.
Diner voor twee.
Flesje wijn erbij.
Voorheen verwarde ik Ferry vaak met David Byrne van Talking Heads.
Psycho Killer was van Roxy Music.
In dezelfde lijn met Love Is The Drug.
Meer funk, minder soul.
Toch is het belang van Flesh + Blood groter dan verwacht.
Spandau Ballet gooide hun imago om.
Kleding en uitstraling sloten aan bij de visie van Roxy Music.
Artiesten als Simply Red en Sade kwamen meer op de voorgrond.
Paul Weller verruilde zijn punky The Jam voor het soulvolle Style Counsil.
Icehouse maakte Hey Little Girl.
Feel Good muziek.
Vanwege de koude oorlog was de sfeer grimmig.
Depressief klinkende wave bandjes in opkomst.
Terwijl er juist behoefte was aan warmte.
Na het werk de schoenen in de gang.
Tot rust komen op een versleten bankstel.
Roxy Music die je helpt ontspannen.
Het hoogtepunt van mij blijft Same Old Scene.
Flesh + Blood is dan voor mijn gevoel geen Roxy Music meer.
Iets wat bij opvolger Avalon totaal verdwenen is.
Ik ben dan ook een liefhebber van Ferrys solowerk.
Wat hier goed op aansluit.
Dus ik begrijp de puristen.
Die vanaf hier afhaakten.
Daarvoor kwamen weer liefhebbers als ik voor in de plaats.
Bryan Ferry.
Oké, en John Steed van The Avengers.
Ferry met zijn gelikte, iets wat gladde uiterlijk.
Mooie, nette meneer.
Iemand die je volledig vertrouwd.
Geliefd bij de vrouwtjes.
Lady Killer.
Warm uitnodigend stemgeluid.
Kan in mijn ogen niks fout doen.
Vanaf vorig album Manifesto is voor mij Roxy Music synoniem aan Bryan Ferry.
Het avontuurlijke is naar de achtergrond gebleven.
Residu is romantiek.
Voorloper van de Knuffelrock.
Ik hou hier wel van.
Er moet ook muziek gemaakt worden voor een gezellig avondje.
Diner voor twee.
Flesje wijn erbij.
Voorheen verwarde ik Ferry vaak met David Byrne van Talking Heads.
Psycho Killer was van Roxy Music.
In dezelfde lijn met Love Is The Drug.
Meer funk, minder soul.
Toch is het belang van Flesh + Blood groter dan verwacht.
Spandau Ballet gooide hun imago om.
Kleding en uitstraling sloten aan bij de visie van Roxy Music.
Artiesten als Simply Red en Sade kwamen meer op de voorgrond.
Paul Weller verruilde zijn punky The Jam voor het soulvolle Style Counsil.
Icehouse maakte Hey Little Girl.
Feel Good muziek.
Vanwege de koude oorlog was de sfeer grimmig.
Depressief klinkende wave bandjes in opkomst.
Terwijl er juist behoefte was aan warmte.
Na het werk de schoenen in de gang.
Tot rust komen op een versleten bankstel.
Roxy Music die je helpt ontspannen.
Het hoogtepunt van mij blijft Same Old Scene.
Flesh + Blood is dan voor mijn gevoel geen Roxy Music meer.
Iets wat bij opvolger Avalon totaal verdwenen is.
Ik ben dan ook een liefhebber van Ferrys solowerk.
Wat hier goed op aansluit.
Dus ik begrijp de puristen.
Die vanaf hier afhaakten.
Daarvoor kwamen weer liefhebbers als ik voor in de plaats.
Roxy Music - Roxy Music (1972)

4,0
0
geplaatst: 1 augustus 2013, 16:58 uur
Re-Make Re-Model, de eerste keer dat ik het hoorde vond ik het klinken als een ongestructureerd, rommelig geheel, maar tijdens een concert van Bryan Ferry solo viel het kwartje wel.
Kregen we eerst een uur lang luistermuziek voorgeschoteld, bij de eerste klanken van Re-Make Re-Model gingen de stoelen letterlijk aan de kant.
We mengden ons met z’n tweeën tussen de dansende menigte.
Een voorbode van wat verder die avond zou volgen; veel dansende zwetende lichamen, met Ferry op het podium als oppergod, netjes binnen de lijntjes bewegend, op zijn al overbekende heupwiegende manier.
Natuurlijk heeft het nummer totaal geen effect bij een laag volume, dit mag best hard gedraaid worden.
Eigenlijk wel behoorlijk hard.
Roxy Music zet zichzelf op de kaart.
Verwelkoming van een mooi debuut.
Ladytron is Oosters, maar ook de psychedelica van Hawkwind, en zelfs Pink Floyd is hoorbaar.
Heerlijk pulserend om vervolgens als een goede massage los te gaan.
Toch staan beide nummers voor mij in de schaduw van If There Is Something; het country geluid met een vleugje Rock & Roll doet mij denken aan The Rolling Stones, maar zo rond de 1 minuut 40 gaat het roer totaal om.
Ferry klinkt steeds gekwelder, en nooit zou zijn stemgeluid zo dicht bij David Bowie komen als nu, maar de echte ommezwaai komt door die keyboard partijen bij die 1:40.
Postpunk van het tijdperk van voor de punk, van New Wave had men nog niet gehoord.
Hoe vaker ik het hoor, des te meer heb ik het besef dat we hier met misschien wel de sterkste song van Roxy Music te maken hebben.
Niet het meest gangbare, maar zo heerlijk in het gehoor.
When You Were Young
Here Are The Young Men zou Ian Curtis een paar jaar later zingen.
Virginia Plane is duidelijk de single; pakkend, kort, en verantwoord.
Al lang niet meer mijn favoriet van dit album, al blijft het prettig in het gehoor liggen.
2HB is een mooie ode aan een goed acteur (To Humphrey Bogart), maar heeft minder zeggingskracht dan de eerste vier nummers. Dromerig als een slaapliedje.
Die zwerm bijen of iets dergelijks aan het begin van The Bob mochten van mij achterwege blijven.
De oorlog bezongen alsof het een gepassioneerde vrouw zou zijn.
Die Ferry denkt ook maar aan een ding.
Wel het nummer waarbij de vergelijking met glamrock te leggen is, zeker als het koor invalt bij Too Many Times…..
Change Meeting is bijna Berlijns klinkende cabaret.
Muzikaal gezien zeker spannend, leg het maar naast het debuut van Joy Division, en je hoort zeker raakvlakken in het kille geheel.
Country, Rock & Roll en Glamrock vermengen zich tot Would You Believe?
Deze driehoeksverhouding valt niet geheel in goede aarde bij mij.
Sea Breezes maakt veel goed.
De rust van de zee is voelbaar.
Degene die ooit zelf de zee hebben opgezocht om tot bezinning te komen, begrijpen waarschijnlijk het gevoel.
Lopend door het water, en voor dat ene moment het denken afsluiten van de buitenwereld; er gewoon maar zijn, verder niks.
Hierdoor valt die break niet geheel goed, te snel weer met beide voeten terug op aarde; beseffend dat het water toch wel aan de koude kant is.
Het einde maakt alles weer goed.
En dan zijn we helaas alweer bij het laatste nummer beland, welke voor mij ook niet veel toevoegt.
De cabaret is weer aanwezig bij Bitters End, maar een beetje op een flauwe manier.
Is dit een grap, of bedoeld als serieus nummer?
Kregen we eerst een uur lang luistermuziek voorgeschoteld, bij de eerste klanken van Re-Make Re-Model gingen de stoelen letterlijk aan de kant.
We mengden ons met z’n tweeën tussen de dansende menigte.
Een voorbode van wat verder die avond zou volgen; veel dansende zwetende lichamen, met Ferry op het podium als oppergod, netjes binnen de lijntjes bewegend, op zijn al overbekende heupwiegende manier.
Natuurlijk heeft het nummer totaal geen effect bij een laag volume, dit mag best hard gedraaid worden.
Eigenlijk wel behoorlijk hard.
Roxy Music zet zichzelf op de kaart.
Verwelkoming van een mooi debuut.
Ladytron is Oosters, maar ook de psychedelica van Hawkwind, en zelfs Pink Floyd is hoorbaar.
Heerlijk pulserend om vervolgens als een goede massage los te gaan.
Toch staan beide nummers voor mij in de schaduw van If There Is Something; het country geluid met een vleugje Rock & Roll doet mij denken aan The Rolling Stones, maar zo rond de 1 minuut 40 gaat het roer totaal om.
Ferry klinkt steeds gekwelder, en nooit zou zijn stemgeluid zo dicht bij David Bowie komen als nu, maar de echte ommezwaai komt door die keyboard partijen bij die 1:40.
Postpunk van het tijdperk van voor de punk, van New Wave had men nog niet gehoord.
Hoe vaker ik het hoor, des te meer heb ik het besef dat we hier met misschien wel de sterkste song van Roxy Music te maken hebben.
Niet het meest gangbare, maar zo heerlijk in het gehoor.
When You Were Young
Here Are The Young Men zou Ian Curtis een paar jaar later zingen.
Virginia Plane is duidelijk de single; pakkend, kort, en verantwoord.
Al lang niet meer mijn favoriet van dit album, al blijft het prettig in het gehoor liggen.
2HB is een mooie ode aan een goed acteur (To Humphrey Bogart), maar heeft minder zeggingskracht dan de eerste vier nummers. Dromerig als een slaapliedje.
Die zwerm bijen of iets dergelijks aan het begin van The Bob mochten van mij achterwege blijven.
De oorlog bezongen alsof het een gepassioneerde vrouw zou zijn.
Die Ferry denkt ook maar aan een ding.
Wel het nummer waarbij de vergelijking met glamrock te leggen is, zeker als het koor invalt bij Too Many Times…..
Change Meeting is bijna Berlijns klinkende cabaret.
Muzikaal gezien zeker spannend, leg het maar naast het debuut van Joy Division, en je hoort zeker raakvlakken in het kille geheel.
Country, Rock & Roll en Glamrock vermengen zich tot Would You Believe?
Deze driehoeksverhouding valt niet geheel in goede aarde bij mij.
Sea Breezes maakt veel goed.
De rust van de zee is voelbaar.
Degene die ooit zelf de zee hebben opgezocht om tot bezinning te komen, begrijpen waarschijnlijk het gevoel.
Lopend door het water, en voor dat ene moment het denken afsluiten van de buitenwereld; er gewoon maar zijn, verder niks.
Hierdoor valt die break niet geheel goed, te snel weer met beide voeten terug op aarde; beseffend dat het water toch wel aan de koude kant is.
Het einde maakt alles weer goed.
En dan zijn we helaas alweer bij het laatste nummer beland, welke voor mij ook niet veel toevoegt.
De cabaret is weer aanwezig bij Bitters End, maar een beetje op een flauwe manier.
Is dit een grap, of bedoeld als serieus nummer?
Royal Republic - Lovecop (2024)

3,5
0
geplaatst: 18 juni 2024, 16:22 uur
Het Zweedse Royal Republic gooit de nodige rock clichés in de betonmolen en mengt deze met een hoog New wave of British heavy metal gehalte, catchy koortjes, funky riffs en aanstekelijke disco deuntjes. Alles waar de gemiddelde muziekliefhebber zich normaal aan stoort komt hier samen. Bij een band als Royal Republic accepteer je dit, omdat ze in alles geloofwaardig blijven en gewoon erg overtuigend spelen. Tussen al die flauwekul is genoeg ruimte voor echte liedjes, en stiekem is het bij deze geoliede band vooral genieten. Maakte de band voorheen nog snoeiharde hardcore punk, tegenwoordig staat de melodieuze verfijning centraal en zijn ze nog het beste met de landgenoten van Ghost te vergelijken, al is Royal Republic net wat toegankelijker.
Je moet het maar durven om direct na sensuele slaapkamer saxofoonpartijen genadeloos naar harde therapeutische metal screams en Iron Maiden gitaar synthesizer solo’s over te schakelen. Dit alles onder het genot van een funkende elektropop discobeat. Zanger Adam Grahn is een ras entertainer, een showman pur sang. Hij croont, is rechtstreeks, daagt uit, maar draagt vooral in My House de liefde voor de muziek uit. Hij voelt zich op het podium op zijn gemak, dit is zijn thuis, zijn Hotel California, zijn Highway to Hell. Een gastheer die niet de verantwoording voor de consequenties met zich meesleurt. Je bent dus gewaarschuwd.
Met de potige Lovecop rockballad zoekt Royal Republic de grens van het verdraagzaamheid op. Juist in het MeToo tijdperk verheerlijkt Adam Grahn de machtpositie als muzikant, opent hij de deuren voor groupies. Er zijn nog genoeg vrouwen die voor dit soort foute mannen vallen, het blijft een essentieel onderdeel van die aantrekkelijke rocksterrendroom, al is het een goed teken dat men dit tegenwoordig kritisch afweegt. Met het mysterieuze zwoele Electra liefdesliedje verschuiven ze de aandacht naar de eighties postpunk. Het absurde Sha – La – La – Lady is een vreemd funkend driehoeksrelatie nummer, waarin moeder en dochter centraal staan. De melancholische Lazerlove powerpop benadrukt de magnetische afstotingskracht tussen man en vrouw. Afhankelijk van elkaar zijn, maar samen geen ruimte kunnen delen.
Wow! Wow! Wow! is de keerzijde van het succes. Het live fast die young principe. Maar wat gebeurt er als je die fase overleeft en uitgerangeerd de rest van het bestaan kleine zaaltjes moet vullen. Je bent een parodie op een schaduw welke de muur wil ontvluchten, een gezichtsbedrog, een illusie. Treiterende koortjes eigenen zich het refrein toe en geven Royal Republic een trap na, dit is ook rock and roll. Het is slecht om een voorbeeld te noemen, maar met die cross-over omlijsting ligt de vergelijking met het Amerikaanse Extreme er wel heel dik bovenop. Freakshow is de gekte met dikke lagen make-up, getoupeerde haren en een strakke legging. We trapten er allemaal in, hoe stoerder hoe vrouwelijker.
Vervolgens wordt het stukken luchtiger. Boots is een ritmisch uptempo dansfeestje waarbij drummer Per Andreasson alle mogelijkheden aangrijpt om zich uit te leven. Het reactiverende Love Somebody is tevens een aanzet om in beweging te komen, stilstand leidt immers tot stagnatie. Hier worden de rock and roll dooddoeners wel uit de kast getrokken, Royal Republic komt er in ieder geval goed mee weg. Die verspilde tijd kan je echter niet inhalen, Ain’t Got Time bevestigt dit alleen maar. Lovecop is zo fout als een hedendaagse Zweedse Songfestival inzending, een feest der herkenning. Niet vreemd dat dit Scandinavische land daar het beste scoort en de meeste winnaarstitels op hun naam hebben staan. Lovecop belichaamt de veelzijdigheid van Royal Republic anno 2024, en daar valt niks op af te dingen.
Royal Republic - Lovecop | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Je moet het maar durven om direct na sensuele slaapkamer saxofoonpartijen genadeloos naar harde therapeutische metal screams en Iron Maiden gitaar synthesizer solo’s over te schakelen. Dit alles onder het genot van een funkende elektropop discobeat. Zanger Adam Grahn is een ras entertainer, een showman pur sang. Hij croont, is rechtstreeks, daagt uit, maar draagt vooral in My House de liefde voor de muziek uit. Hij voelt zich op het podium op zijn gemak, dit is zijn thuis, zijn Hotel California, zijn Highway to Hell. Een gastheer die niet de verantwoording voor de consequenties met zich meesleurt. Je bent dus gewaarschuwd.
Met de potige Lovecop rockballad zoekt Royal Republic de grens van het verdraagzaamheid op. Juist in het MeToo tijdperk verheerlijkt Adam Grahn de machtpositie als muzikant, opent hij de deuren voor groupies. Er zijn nog genoeg vrouwen die voor dit soort foute mannen vallen, het blijft een essentieel onderdeel van die aantrekkelijke rocksterrendroom, al is het een goed teken dat men dit tegenwoordig kritisch afweegt. Met het mysterieuze zwoele Electra liefdesliedje verschuiven ze de aandacht naar de eighties postpunk. Het absurde Sha – La – La – Lady is een vreemd funkend driehoeksrelatie nummer, waarin moeder en dochter centraal staan. De melancholische Lazerlove powerpop benadrukt de magnetische afstotingskracht tussen man en vrouw. Afhankelijk van elkaar zijn, maar samen geen ruimte kunnen delen.
Wow! Wow! Wow! is de keerzijde van het succes. Het live fast die young principe. Maar wat gebeurt er als je die fase overleeft en uitgerangeerd de rest van het bestaan kleine zaaltjes moet vullen. Je bent een parodie op een schaduw welke de muur wil ontvluchten, een gezichtsbedrog, een illusie. Treiterende koortjes eigenen zich het refrein toe en geven Royal Republic een trap na, dit is ook rock and roll. Het is slecht om een voorbeeld te noemen, maar met die cross-over omlijsting ligt de vergelijking met het Amerikaanse Extreme er wel heel dik bovenop. Freakshow is de gekte met dikke lagen make-up, getoupeerde haren en een strakke legging. We trapten er allemaal in, hoe stoerder hoe vrouwelijker.
Vervolgens wordt het stukken luchtiger. Boots is een ritmisch uptempo dansfeestje waarbij drummer Per Andreasson alle mogelijkheden aangrijpt om zich uit te leven. Het reactiverende Love Somebody is tevens een aanzet om in beweging te komen, stilstand leidt immers tot stagnatie. Hier worden de rock and roll dooddoeners wel uit de kast getrokken, Royal Republic komt er in ieder geval goed mee weg. Die verspilde tijd kan je echter niet inhalen, Ain’t Got Time bevestigt dit alleen maar. Lovecop is zo fout als een hedendaagse Zweedse Songfestival inzending, een feest der herkenning. Niet vreemd dat dit Scandinavische land daar het beste scoort en de meeste winnaarstitels op hun naam hebben staan. Lovecop belichaamt de veelzijdigheid van Royal Republic anno 2024, en daar valt niks op af te dingen.
Royal Republic - Lovecop | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
Royal Trux - Twin Infinitives (1990)

4,0
1
geplaatst: 18 juni 2024, 16:27 uur
Pussy Galore mixt het compromisloze van MC5 met de rockabilly psychedelica van The Cramps en giet er een overdosis aan The Birthday Party gekte overheen. Garagerock volgens de blues principes. Het drukt op de zere plekken totdat puisterige etter zich een weg naar buiten waant. Als deze onnavolgbare kamikazetrip in 1990 ten einde loopt, gaat het rock and roll echtpaar Jon Spencer en Cristina Martinez verder als Boss Hog, Neil Hagerty maakt met zijn liefdespartner Jennifer Herrema een doorstart als het reeds in 1985 opgestarte Royal Trux.
Na een potje muzikaal voetje vrijen verschijnt al voor het einde van Pussy Galore het zwaar ritmische gelijknamige debuut, waarop ze zichzelf als de voorlopers van The White Stripes presenteren, met als grote verschil dat daar de genialiteit wel tot compacte nummers leidt. Jennifer Herrema introduceert zich als het grungenichtje van Courtney Love, inclusief de druggy uitspattingen. Er wordt geflirt met country, duivelse Robert Johnson blues, sixties psychedelica en de basis principes van rock and roll. Stiekem verwacht men dat de band en hoogst waarschijnlijk ook het beruchte duo een stille dood sterft, totdat twee jaar later Twin Infinitives verschijnt. Het is ondertussen 1990, Pixies en Sonic Youth zijn het voorprogramma van de jaren negentig gitaarnoise, Nirvana heeft net Bleach gelanceerd, de oerknal is in aantocht. Al snel vechten Kurt Cobain en Thom Yorke om die befaamde weirdo helden geuzenpositie.
Twin Infinitives versterkt de lo-fi positie van het tweetal. Drag City geeft ze vrij spel en zit ze nergens in de weg, waardoor ze zonder toezicht maar wat heen mogen klooien. Royal Trux gaat verder waar de no wave ophoudt, Twin Infinitives groeit uit tot een alternatieve avantgardistische cultklassieker. Dat Neil Hagerty en Jennifer Herrema zich live als gedrogeerde junkiegeraamtes presenteren versterkt de mythologische sterrenstatus alleen maar. Het is slechts een kwestie van tijd totdat ze definitief omvallen. Toch loopt het anders en vijfendertig jaar later houden ze zich nog steeds staande.
In eerste instantie is het de bedoeling dat een herziende versie van de plaat speciaal voor Record Store Day wordt uitgebracht, maar na ruim een jaar tafelgesprekken met het Fire platenlabel wordt besloten om de release voor een groter publiek toegankelijk te maken. En zo het geschiedde. Op 14 juli verschijnt de plaat op vinyl. Twin Infinitives is een gewild verzamelobject en die glans is er dan snel vanaf. Waarschijnlijk is er slechts een beperkt aantal alternatieve rockliefhebbers in dit album geïnteresseerd. Er opent zich ook geen schatkist met onopgemerkt restmateriaal, geen probeersels of andere bijzondere opnames. Waarschijnlijk is alles van die opnamesessie op het experimentele Twin Infinitives belandt.
Pokkeherrie eerste klas met een zilverpapieren gebruikers randje. Een manische verdovende roes met hysterische demonische cold turkey exorcisme. Het is de Lou Reed verheerlijking in de onovertroffen drugstrip van Velvet Undergrounds Heroin. Het zijn de geopende deuren van Jim Morrison die de duistere kanten aftasten. Twin Infinitives is een shockerende bijna dood ervaring, en de ironie van dit alles is toch wel dat Neil Hagerty en Jennifer Herrema beweren dat ze clean tijdens het opnameproces waren. Is de paus katholiek? Geloven in zelfspot is in dit geval een grote grap. De onverschillige attitude is hierin een noodgedwongen beroepshouding, die je ze amper kwalijk kan nemen. Twin Infinitives is een drenkeling die telkens kopje onder gaat, wij zijn de stuurlui aan wal die zich na de noodlottige doodsstrijd melden. Twin Infinitives is het genot van andermans ellende.
Royal Trux - Twin Infinitives (2024 reissue) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Na een potje muzikaal voetje vrijen verschijnt al voor het einde van Pussy Galore het zwaar ritmische gelijknamige debuut, waarop ze zichzelf als de voorlopers van The White Stripes presenteren, met als grote verschil dat daar de genialiteit wel tot compacte nummers leidt. Jennifer Herrema introduceert zich als het grungenichtje van Courtney Love, inclusief de druggy uitspattingen. Er wordt geflirt met country, duivelse Robert Johnson blues, sixties psychedelica en de basis principes van rock and roll. Stiekem verwacht men dat de band en hoogst waarschijnlijk ook het beruchte duo een stille dood sterft, totdat twee jaar later Twin Infinitives verschijnt. Het is ondertussen 1990, Pixies en Sonic Youth zijn het voorprogramma van de jaren negentig gitaarnoise, Nirvana heeft net Bleach gelanceerd, de oerknal is in aantocht. Al snel vechten Kurt Cobain en Thom Yorke om die befaamde weirdo helden geuzenpositie.
Twin Infinitives versterkt de lo-fi positie van het tweetal. Drag City geeft ze vrij spel en zit ze nergens in de weg, waardoor ze zonder toezicht maar wat heen mogen klooien. Royal Trux gaat verder waar de no wave ophoudt, Twin Infinitives groeit uit tot een alternatieve avantgardistische cultklassieker. Dat Neil Hagerty en Jennifer Herrema zich live als gedrogeerde junkiegeraamtes presenteren versterkt de mythologische sterrenstatus alleen maar. Het is slechts een kwestie van tijd totdat ze definitief omvallen. Toch loopt het anders en vijfendertig jaar later houden ze zich nog steeds staande.
In eerste instantie is het de bedoeling dat een herziende versie van de plaat speciaal voor Record Store Day wordt uitgebracht, maar na ruim een jaar tafelgesprekken met het Fire platenlabel wordt besloten om de release voor een groter publiek toegankelijk te maken. En zo het geschiedde. Op 14 juli verschijnt de plaat op vinyl. Twin Infinitives is een gewild verzamelobject en die glans is er dan snel vanaf. Waarschijnlijk is er slechts een beperkt aantal alternatieve rockliefhebbers in dit album geïnteresseerd. Er opent zich ook geen schatkist met onopgemerkt restmateriaal, geen probeersels of andere bijzondere opnames. Waarschijnlijk is alles van die opnamesessie op het experimentele Twin Infinitives belandt.
Pokkeherrie eerste klas met een zilverpapieren gebruikers randje. Een manische verdovende roes met hysterische demonische cold turkey exorcisme. Het is de Lou Reed verheerlijking in de onovertroffen drugstrip van Velvet Undergrounds Heroin. Het zijn de geopende deuren van Jim Morrison die de duistere kanten aftasten. Twin Infinitives is een shockerende bijna dood ervaring, en de ironie van dit alles is toch wel dat Neil Hagerty en Jennifer Herrema beweren dat ze clean tijdens het opnameproces waren. Is de paus katholiek? Geloven in zelfspot is in dit geval een grote grap. De onverschillige attitude is hierin een noodgedwongen beroepshouding, die je ze amper kwalijk kan nemen. Twin Infinitives is een drenkeling die telkens kopje onder gaat, wij zijn de stuurlui aan wal die zich na de noodlottige doodsstrijd melden. Twin Infinitives is het genot van andermans ellende.
Royal Trux - Twin Infinitives (2024 reissue) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Ruby Throat - Stone Dress (2018)

4,5
0
geplaatst: 4 oktober 2020, 16:56 uur
KatieJane Garside is vooral bekend als frontvrouw van Daisy Chainsaw, een iets wat hysterischen en opgefokte Britse noiseband uit de jaren 90. Vervolgens niks meer van gehoord, met heel wat minder ruis verdween deze al snel naar de achtergrond. Blijkbaar werd er een doorstart gemaakt met Queenadreena, waarbij ze bleef samenwerken met gitarist Crispin Gray. Haar uiterlijk werkte niet echt in het voordeel, vaak werd ze neer gezet als een drugs adorerend popsterretje, totaal de weg kwijt, waarbij het onduidelijk was of dit de realiteit was, of een gimmick. Min of meer verbaasd dat ze nog steeds actief is in de muziek business, een voortijdig overlijden lag meer binnen het verwachtingspatroon van deze dame. Stone Dress is echter alweer het vijfde album onder de naam Ruby Throat, een samenwerking met de Amerikaanse gitarist Chris Whittingham. Hij is niet alleen muzikaal haar partner, maar tevens de vader van haar twee kinderen. Privé heeft KatieJane Garside in ieder geval meer rust in haar leven gevonden.
Het is allemaal wat kleiner en intiemer van opzet, bijna folky, zonder aan kracht te verliezen. Als een onschuldig eendagsvlindertje dartelt ze rond in de titelsong Stone Dress. De muzikale begeleiding doet wat alt-country aan door het lap steel gitaarspel van Whittingham. Toch overheerst hier nog steeds het donkere gevoel, maar is mevrouw Garside ondertussen tot het besef gekomen dat ze niet haar demonen de hele tijd van zich af hoeft te schreeuwen. Maar zo gauw de duisternis zijn intrede doet zoals in het bedrieglijke Dog Song veranderd ze al snel in een verraderlijke nachtmot. De cocon waar ze een weg naar buiten heeft gevochten, ligt erbij als een bebloed karkas. Er hangt een gruwelijk sfeertje over heen, alsof een rottend lijk in de moerassen van de Great Dismal Swamp in Virginia, een gedetailleerd verslag doet van haar laatste levensuren met haar wantrouwende minnaar. De stemverheffing wordt onverwachts ingezet, met het effect dat het intenser over komt, en levert daardoor meer resultaat op dan in een heel nummer overstuur te klinken. Toch ligt de kracht wel degelijk in de vocalen, welke eigenlijk vrijwel kapot gezongen zijn, en hierdoor een breekbaarheid bezitten die alleen maar veroorzaakt kunnen zijn door een roekeloze levensstijl. Stone Dress laat zich openbaren als een soort van Murder Ballads plaat, maar dan beleeft vanuit de niet geheel onschuldige slachtofferrol. De Britse invloeden zijn vrijwel geheel verdwenen, en het Amerikaanse broeierige gevoel overheerst. De perfecte soundtrack voor een film noir, ontstaan uit een David Lynch achtige verhaallijn. Vreemd eigenlijk dat het stel zich wel gesetteld heeft in Londen, muzikaal gezien hoor je dit dus totaal niet terug.
KatieJane Garside laat hier met Stone Dress horen dat ze zich kan meten met de rockchicks die in de jaren 90 het alternatieve circuit domineren, en waarbij het merendeel gekozen heeft voor een rustiger vervolg. Ruby Throat bijt als zout in een open wond, maar is vervolgens weer zalvend als honing. Ze weet een intens gevoel over te brengen, wat intieme maar ook confronterende reacties oproept. Eigenlijk is het prachtig hoe ze juist zo dicht bij zichzelf probeert te blijven. Het clichématige welke ze bij mij op een minder prettige manier opriep bij Daisy Chainsaw, is nu vervangen door een geloofwaardige puurheid, al moet de rol van Chris Whittingham ook niet onderschat worden. Ondanks dat zijn roots in Hawaii liggen klinkt hij hier als een doorleefde stadscowboy.
Ruby Throat - Stone Dress | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Het is allemaal wat kleiner en intiemer van opzet, bijna folky, zonder aan kracht te verliezen. Als een onschuldig eendagsvlindertje dartelt ze rond in de titelsong Stone Dress. De muzikale begeleiding doet wat alt-country aan door het lap steel gitaarspel van Whittingham. Toch overheerst hier nog steeds het donkere gevoel, maar is mevrouw Garside ondertussen tot het besef gekomen dat ze niet haar demonen de hele tijd van zich af hoeft te schreeuwen. Maar zo gauw de duisternis zijn intrede doet zoals in het bedrieglijke Dog Song veranderd ze al snel in een verraderlijke nachtmot. De cocon waar ze een weg naar buiten heeft gevochten, ligt erbij als een bebloed karkas. Er hangt een gruwelijk sfeertje over heen, alsof een rottend lijk in de moerassen van de Great Dismal Swamp in Virginia, een gedetailleerd verslag doet van haar laatste levensuren met haar wantrouwende minnaar. De stemverheffing wordt onverwachts ingezet, met het effect dat het intenser over komt, en levert daardoor meer resultaat op dan in een heel nummer overstuur te klinken. Toch ligt de kracht wel degelijk in de vocalen, welke eigenlijk vrijwel kapot gezongen zijn, en hierdoor een breekbaarheid bezitten die alleen maar veroorzaakt kunnen zijn door een roekeloze levensstijl. Stone Dress laat zich openbaren als een soort van Murder Ballads plaat, maar dan beleeft vanuit de niet geheel onschuldige slachtofferrol. De Britse invloeden zijn vrijwel geheel verdwenen, en het Amerikaanse broeierige gevoel overheerst. De perfecte soundtrack voor een film noir, ontstaan uit een David Lynch achtige verhaallijn. Vreemd eigenlijk dat het stel zich wel gesetteld heeft in Londen, muzikaal gezien hoor je dit dus totaal niet terug.
KatieJane Garside laat hier met Stone Dress horen dat ze zich kan meten met de rockchicks die in de jaren 90 het alternatieve circuit domineren, en waarbij het merendeel gekozen heeft voor een rustiger vervolg. Ruby Throat bijt als zout in een open wond, maar is vervolgens weer zalvend als honing. Ze weet een intens gevoel over te brengen, wat intieme maar ook confronterende reacties oproept. Eigenlijk is het prachtig hoe ze juist zo dicht bij zichzelf probeert te blijven. Het clichématige welke ze bij mij op een minder prettige manier opriep bij Daisy Chainsaw, is nu vervangen door een geloofwaardige puurheid, al moet de rol van Chris Whittingham ook niet onderschat worden. Ondanks dat zijn roots in Hawaii liggen klinkt hij hier als een doorleefde stadscowboy.
Ruby Throat - Stone Dress | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
Rufus Wainwright & Amsterdam Sinfonietta - Rufus Wainwright & Amsterdam Sinfonietta Live (2021)

4,0
1
geplaatst: 17 januari 2022, 17:09 uur
Buitenlandse artiesten zijn dol op Nederland. Niet alleen vanwege de rossige buurten en het soepele drugsbeleid, ook het brede assortiment aan optreedbare concertzalen zijn geliefde locaties die erg aanspreken. Naast het wereldberoemde Metropole Orkest bezitten we tevens het jongere Amsterdam Sinfonietta, een strijkersensemble welke in het verleden al een geslaagde samenwerking met De Dijk aangaat. De licht melancholische tragiek in de slepende Rufus Wainwright songs smeken om zo’n theatrale aanpak. Niet zo verwonderlijk dus dat ze de krachten bundelen en samen op tournee gaan. Na de succesvolle vier jaar geleden afgesloten concertenreeks is het de opzet om 2022 af te trappen met een prachtig aanbod aan landelijke optredens. Helaas laat het huidige landelijke coronabeleid dit niet toe, wederom een domper voor de toch al zeer hard getroffen cultuursector.
Natuurlijk is het in eind november verschenen Rufus Wainwright & Amsterdam Sinfonietta Live bedoelt om als opwarmertje voor een tiental voorstellingen te functioneren. We verkeren nu in de zoveelste teleurstelling, en deze prachtige liveregistratie maakt duidelijk dat het pijnlijke gemis nog een tijdje voortduurt. Ook al ben je in het bezit van de mooiste soundinstallatie, het gevoel en de beleving is toch anders. Het overbekende Going To A Town ontbreekt, dus er wordt hoe dan ook niet voor de gemakkelijkste weg gekozen. Daarvoor in de plaats trakteert Rufus Wainwright de luisteraar op het gloednieuwe beeldende reisverslag Argentina en het strenge Latin dansbare Arachne. Genoeg ruimte dus om overige eigen composities als het swingjazz debuutplaatopener Foolish Love en het met Bijbelse verwijzingen in cocaïne grootheidswaan ondergedoopte Gay Messiah te laten schitteren.
Rufus Wainwright zet met het dood gecoverde How Deep Is The Ocean een aangename luie performance neer. Het arrangement van deze Irving Berlin klassieker blijft echter zeer dicht bij het originele jaren dertig familiare Disney musical sfeertje. De singer-songwriter ademt rust uit, en voelt zich gruwelijk op het gemak als hij de Nederlandse podia betreedt. Het loopt allemaal feilloos soepeltjes in elkaar over en nergens bespeur je dat er hier van vijf afzonderlijke avondvullende programma’s gebruik is gemaakt. Zijn hemels gezongen versie van het eeuwenoude Jean-Philippe Rameau barokwerkstuk Tristes Apprêts en de warme Hector Berlioz L’île Inconnue romantiek getuigen nogmaals van de veelzijdigheid en royale interesse die in dit grote talent schuilt.
Zijn tante Anna McGarrigle schrijft het opgewekte met Québécoise tongval gezongen (Frans met een Engels accent) countryfolk stuk Excursion à Venise. Waarschijnlijk kan de New Yorkse zanger het in eenvoud gedragen Go Leave wel dromen. Zijn moeder Kate McGarrigle componeerde dit prettige wiegelied als de zanger amper de wieg ontgroeid is. Doordat Rufus samen met zijn zus Martha al op jeugdige leeftijd mee op tournee gaat, bezitten deze waardige tracks zeker een emotionele lading. Zinnen als Go, leave, She’s better than me, Or at least she is stronger, She will make it last longer, That’s nice for you krijgen later een diepere betekenis en symboliseren met een treurend rouwrandje het slopende betrokken ziekteproces van zijn aan kanker overleden moeder. Als je dan als vocalist de mogelijkheid krijgt om dit zo memorabel vast te leggen, dan moet je die kans nooit laten liggen. Deze zwarte levenspagina kleurt nog donkerder als in dezelfde periode zielsgenoot Lhasa de Sela sterft. Het meer dan waardige sobere hoogtepunt I’m Going In laat een verstillende indruk achter. Kippenvel hoe de biografische woorden van haar naderende einde nog steeds zo in pijn en verdriet weten te raken.
De grootste singer-songwriters die er op de wereld ooit rondgelopen hebben worden ook met een mooi eerbetoon geëerd. Rufus Wainwright levert in het verleden al twee songs af voor de Leonard Cohen tribuut I’m Your Man (Everybody Knows en Chelsea Hotel No. 2) maar kiest hier voor de pracht van een met mystieke Oosterse klanken gearrangeerde Who By Fire. Ook het van Blue afkomstige Joni Mitchell prijsnummer All I Want is zonder de blikken en pannen percussie van een ongekende schoonheid, die nergens het iconische origineel aantast, maar zo eigen gemaakt wordt. Eigenlijk is het best wel vreemd dat een buitenlandse muzikant als de uit België afkomstige Jacques Brel in een ware liefdesverklaring onze hoofdstad Amsterdam zo mooi bezingt en de woorden jaren na zijn dood aan Rufus Wainwright uitleent. Het bewijst in ieder geval dat geen enkele smartlap aan dit meesterwerk kan tippen. Waardig een avond afsluiten, laat dat maar aan Rufus Wainwright over.
Rufus Wainwright & Amsterdam Sinfonietta - Rufus Wainwright & Amsterdam Sinfonietta Live | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Natuurlijk is het in eind november verschenen Rufus Wainwright & Amsterdam Sinfonietta Live bedoelt om als opwarmertje voor een tiental voorstellingen te functioneren. We verkeren nu in de zoveelste teleurstelling, en deze prachtige liveregistratie maakt duidelijk dat het pijnlijke gemis nog een tijdje voortduurt. Ook al ben je in het bezit van de mooiste soundinstallatie, het gevoel en de beleving is toch anders. Het overbekende Going To A Town ontbreekt, dus er wordt hoe dan ook niet voor de gemakkelijkste weg gekozen. Daarvoor in de plaats trakteert Rufus Wainwright de luisteraar op het gloednieuwe beeldende reisverslag Argentina en het strenge Latin dansbare Arachne. Genoeg ruimte dus om overige eigen composities als het swingjazz debuutplaatopener Foolish Love en het met Bijbelse verwijzingen in cocaïne grootheidswaan ondergedoopte Gay Messiah te laten schitteren.
Rufus Wainwright zet met het dood gecoverde How Deep Is The Ocean een aangename luie performance neer. Het arrangement van deze Irving Berlin klassieker blijft echter zeer dicht bij het originele jaren dertig familiare Disney musical sfeertje. De singer-songwriter ademt rust uit, en voelt zich gruwelijk op het gemak als hij de Nederlandse podia betreedt. Het loopt allemaal feilloos soepeltjes in elkaar over en nergens bespeur je dat er hier van vijf afzonderlijke avondvullende programma’s gebruik is gemaakt. Zijn hemels gezongen versie van het eeuwenoude Jean-Philippe Rameau barokwerkstuk Tristes Apprêts en de warme Hector Berlioz L’île Inconnue romantiek getuigen nogmaals van de veelzijdigheid en royale interesse die in dit grote talent schuilt.
Zijn tante Anna McGarrigle schrijft het opgewekte met Québécoise tongval gezongen (Frans met een Engels accent) countryfolk stuk Excursion à Venise. Waarschijnlijk kan de New Yorkse zanger het in eenvoud gedragen Go Leave wel dromen. Zijn moeder Kate McGarrigle componeerde dit prettige wiegelied als de zanger amper de wieg ontgroeid is. Doordat Rufus samen met zijn zus Martha al op jeugdige leeftijd mee op tournee gaat, bezitten deze waardige tracks zeker een emotionele lading. Zinnen als Go, leave, She’s better than me, Or at least she is stronger, She will make it last longer, That’s nice for you krijgen later een diepere betekenis en symboliseren met een treurend rouwrandje het slopende betrokken ziekteproces van zijn aan kanker overleden moeder. Als je dan als vocalist de mogelijkheid krijgt om dit zo memorabel vast te leggen, dan moet je die kans nooit laten liggen. Deze zwarte levenspagina kleurt nog donkerder als in dezelfde periode zielsgenoot Lhasa de Sela sterft. Het meer dan waardige sobere hoogtepunt I’m Going In laat een verstillende indruk achter. Kippenvel hoe de biografische woorden van haar naderende einde nog steeds zo in pijn en verdriet weten te raken.
De grootste singer-songwriters die er op de wereld ooit rondgelopen hebben worden ook met een mooi eerbetoon geëerd. Rufus Wainwright levert in het verleden al twee songs af voor de Leonard Cohen tribuut I’m Your Man (Everybody Knows en Chelsea Hotel No. 2) maar kiest hier voor de pracht van een met mystieke Oosterse klanken gearrangeerde Who By Fire. Ook het van Blue afkomstige Joni Mitchell prijsnummer All I Want is zonder de blikken en pannen percussie van een ongekende schoonheid, die nergens het iconische origineel aantast, maar zo eigen gemaakt wordt. Eigenlijk is het best wel vreemd dat een buitenlandse muzikant als de uit België afkomstige Jacques Brel in een ware liefdesverklaring onze hoofdstad Amsterdam zo mooi bezingt en de woorden jaren na zijn dood aan Rufus Wainwright uitleent. Het bewijst in ieder geval dat geen enkele smartlap aan dit meesterwerk kan tippen. Waardig een avond afsluiten, laat dat maar aan Rufus Wainwright over.
Rufus Wainwright & Amsterdam Sinfonietta - Rufus Wainwright & Amsterdam Sinfonietta Live | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
Rush - 2112 (1976)

3,0
1
geplaatst: 15 augustus 2018, 23:45 uur
Eigenlijk zou nu Caress Of Steel aan de beurt zijn, maar ik zit meer met 2112 in de maag, dus eerst wat zaken voor mijn gevoel recht zetten.
3 jaar geleden kon ik alleen maar Het is dat de middelste van de 3 leden op de bandfoto op de achterkant van het boekje een snor heeft, anders zou je denken dat je een album van Pussycat in handen hebt. over dit album zeggen.
Er werd gevraagd of ik verder nog wat zinnigs te melden had, maar echt diepgaand was mijn reactie niet.
Nu blijft mijn mening over de bandfoto hetzelfde, al ben ikzelf in de jaren 80 opgegroeid, en heb ik nooit een opmerking over de make-up van Duran Duran, The Cure en Depeche Mode gemaakt, zo ook niet over de kapsels in deze periode (op A Flock Of Seagulls na, maar die zagen er dan ook echt niet uit).
Dit vooroordeel over de kleding en haardracht van Rush ten tijden van 2112 is dus totaal niet belangrijk.
Verder ben ik over het algemeen niet zo’n groot liefhebber van lange muziekstukken; bij Marillion, Yes en Genesis hou ik meer van het jaren 80 werk; de wat commerciële succesvolle singles.
Alhoewel ik bij Golden Earring de elpee versie van Twilight Zone wel weer beter vind dan de kortere single.
Ook bij Rush vind ik de jaren 80 en 90 er bovenuit steken; mede door een paar compacte nummers, maar daarover later meer.
Een wat lange introductie, maar voor mij noodzakelijk.
Het lange titelstuk opent met echo’s die ook al gebruikt werden bij Anthem van Fly By Night, gevolgd door een rockstuk welke voor mij vergelijkbaar is met Barracuda van Heart; Little Queen verscheen een jaar later, en noemde ik al bij eerdere stukken Seattle (Grunge en Queensryche), Heart komt toevallig ook uit………
Toch wil deze opener, ondanks de goede opbouw mij niet de hele tijd boeien; de gitaarsolo’s blijven mij het beste bij, die zijn gewoon erg sterk, maar het blijft een lange zit, en dan ben ik niet eens van de zapp generatie.
Natuurlijk wordt ik blij van de zang, die voor mijn gevoel steeds minder als Robert Plant klinkt, en zeker van invloed is geweest bij Axl Rose (al wordt de naam Rush in de Guns N' Roses biografie Last of the Giants volgens mij niet genoemd).
Het Discovery gedeelte heeft wel nog steeds raakvlakken met Led Zeppelin, maar ik denk dat de helft van de rockbands uit de jaren 70 beïnvloed is door Led Zeppelin, dus laat ik maar ophouden met deze vergelijking.
Dan ga ik maar verder met Guns N' Roses, wat heeft die band niet alleen qua zang, maar ook qua gitaarspel goed naar Rush geluisterd.
Toch blijf ik het nummer 2112 niet als een lang geheel zien, maar als kortere songs, daarvoor zitten er te lange pauzes in het geheel; niet helemaal geslaagd, maar grotendeels erg boeiend.
Het intro van A Passage To Bangkok is een leuk geintje, al wordt dit vaker in nummers van bands toegepast; gelukkig blijft het bij dit riedeltje.
Voor mij had het niet gehoeven, zonder vind ik het misschien zelfs nog sterker, de gong is mooi achterwege gelaten.
The Twilight Zone heeft een swingend jazzy achtig gedeelte, en vooral een sterk gitaarstuk, beetje Big Log achtig, van een zanger waarvan de naam mij is ontschoten.
Lessons is misschien wel wat gewoontjes, maar Tears is wel weer prachtig, deze kwam mij bij de eerste luisterbeurt al bekend voor, maar ik kan nog steeds niet achterhalen waar ik deze eerder heb gehoord.
Something For Nothing begint rustig; die versnelling zag ik niet aankomen, en ik ga steeds meer van de stem van Geddy Lee houden; wat heeft hij toch een geweldige strot.
Voor mijn gevoel is de invloed van Neil Peart op deze plaat hier minder aanwezig dan bij Fly By Night, of de band is beter op elkaar ingespeeld, waardoor ik het anders ervaar.
Zo, de voor mij meest lastige plaat van Rush is beschreven, al komt dit voornamelijk door mijn eigen eerder geplaatste opmerking.
3 jaar geleden kon ik alleen maar Het is dat de middelste van de 3 leden op de bandfoto op de achterkant van het boekje een snor heeft, anders zou je denken dat je een album van Pussycat in handen hebt. over dit album zeggen.
Er werd gevraagd of ik verder nog wat zinnigs te melden had, maar echt diepgaand was mijn reactie niet.
Nu blijft mijn mening over de bandfoto hetzelfde, al ben ikzelf in de jaren 80 opgegroeid, en heb ik nooit een opmerking over de make-up van Duran Duran, The Cure en Depeche Mode gemaakt, zo ook niet over de kapsels in deze periode (op A Flock Of Seagulls na, maar die zagen er dan ook echt niet uit).
Dit vooroordeel over de kleding en haardracht van Rush ten tijden van 2112 is dus totaal niet belangrijk.
Verder ben ik over het algemeen niet zo’n groot liefhebber van lange muziekstukken; bij Marillion, Yes en Genesis hou ik meer van het jaren 80 werk; de wat commerciële succesvolle singles.
Alhoewel ik bij Golden Earring de elpee versie van Twilight Zone wel weer beter vind dan de kortere single.
Ook bij Rush vind ik de jaren 80 en 90 er bovenuit steken; mede door een paar compacte nummers, maar daarover later meer.
Een wat lange introductie, maar voor mij noodzakelijk.
Het lange titelstuk opent met echo’s die ook al gebruikt werden bij Anthem van Fly By Night, gevolgd door een rockstuk welke voor mij vergelijkbaar is met Barracuda van Heart; Little Queen verscheen een jaar later, en noemde ik al bij eerdere stukken Seattle (Grunge en Queensryche), Heart komt toevallig ook uit………
Toch wil deze opener, ondanks de goede opbouw mij niet de hele tijd boeien; de gitaarsolo’s blijven mij het beste bij, die zijn gewoon erg sterk, maar het blijft een lange zit, en dan ben ik niet eens van de zapp generatie.
Natuurlijk wordt ik blij van de zang, die voor mijn gevoel steeds minder als Robert Plant klinkt, en zeker van invloed is geweest bij Axl Rose (al wordt de naam Rush in de Guns N' Roses biografie Last of the Giants volgens mij niet genoemd).
Het Discovery gedeelte heeft wel nog steeds raakvlakken met Led Zeppelin, maar ik denk dat de helft van de rockbands uit de jaren 70 beïnvloed is door Led Zeppelin, dus laat ik maar ophouden met deze vergelijking.
Dan ga ik maar verder met Guns N' Roses, wat heeft die band niet alleen qua zang, maar ook qua gitaarspel goed naar Rush geluisterd.
Toch blijf ik het nummer 2112 niet als een lang geheel zien, maar als kortere songs, daarvoor zitten er te lange pauzes in het geheel; niet helemaal geslaagd, maar grotendeels erg boeiend.
Het intro van A Passage To Bangkok is een leuk geintje, al wordt dit vaker in nummers van bands toegepast; gelukkig blijft het bij dit riedeltje.
Voor mij had het niet gehoeven, zonder vind ik het misschien zelfs nog sterker, de gong is mooi achterwege gelaten.
The Twilight Zone heeft een swingend jazzy achtig gedeelte, en vooral een sterk gitaarstuk, beetje Big Log achtig, van een zanger waarvan de naam mij is ontschoten.
Lessons is misschien wel wat gewoontjes, maar Tears is wel weer prachtig, deze kwam mij bij de eerste luisterbeurt al bekend voor, maar ik kan nog steeds niet achterhalen waar ik deze eerder heb gehoord.
Something For Nothing begint rustig; die versnelling zag ik niet aankomen, en ik ga steeds meer van de stem van Geddy Lee houden; wat heeft hij toch een geweldige strot.
Voor mijn gevoel is de invloed van Neil Peart op deze plaat hier minder aanwezig dan bij Fly By Night, of de band is beter op elkaar ingespeeld, waardoor ik het anders ervaar.
Zo, de voor mij meest lastige plaat van Rush is beschreven, al komt dit voornamelijk door mijn eigen eerder geplaatste opmerking.
Rush - A Farewell to Kings (1977)

3,5
2
geplaatst: 17 augustus 2018, 01:38 uur
Terecht genoemd als eerste echte hoogtepunt van Rush.
Hier loopt het allemaal gesmeerder, zonder vreemde overgangen bij de langere nummers, en eindelijk een eigen geluid.
Hierna zou het alleen nog maar beter worden.
Verlost van het jaren 60 geluid, en nog meer avontuurlijke intro’s.
Xanadu is hiervan al een duidelijk voorbeeld.
Hier vormt een gedicht van Samuel Taylor Coleridge de basis voor deze song.
Gelukkig wordt er niet gekozen voor een muzikale voordracht, maar is het een geheel geworden.
Blijkt dat Rush mij voor het eerste mij van begin tot einde weet te boeien met een lang werkstuk, iets waar ze op de vorige albums nog niet in slaagden.
Is het daarom voor mij zoveel beter?
Waarschijnlijk hou ik wel van het experiment, maar is mijn gehoor wat commerciëler ingesteld, want toegankelijk is het zeker.
Meer een rol voor het gitaarspel, de drum en bas is minder op de voorgrond, en ondanks dat deze elementen zeer bepalend zijn voor het geluid van Rush, is hun rol hier op de achtergrond, totaal niet vervelend.
Closer To The Heart begin klein, maar ontwikkeld zich heerlijk, het einde is minder met die fade-out op het einde; moeten ze niet doen bij een single.
Live zal dit waarschijnlijk een stuk beter uitpakken.
Cinderella Man en Madrigal zijn wat gewoontjes, maar afsluiter Cygnus X-1 maakt veel goed; bijna spookachtig futuristisch komt deze binnen.
Hier wil je direct verder naar luisteren; het meest duistere stuk wat ik tot nu toe van Rush heb gehoord.
De magie daarvan is wel weg als de bas invalt, maar wat volgt is grootst, bijna naar het bombastische neigend.
Een soort van The War of the Worlds, maar dan samengevat door Rush, zo komt het bij mij over.
Eerst de introductie tot iets vreemds, onbekends, dreigends, vervolgens de razendsnelle overheersing van iets, waarvan het nog steeds niet helemaal duidelijk is wat het daadwerkelijk is.
Hier komen de twee lange stukken duidelijk beter over dan op de vorige albums.
Hier loopt het allemaal gesmeerder, zonder vreemde overgangen bij de langere nummers, en eindelijk een eigen geluid.
Hierna zou het alleen nog maar beter worden.
Verlost van het jaren 60 geluid, en nog meer avontuurlijke intro’s.
Xanadu is hiervan al een duidelijk voorbeeld.
Hier vormt een gedicht van Samuel Taylor Coleridge de basis voor deze song.
Gelukkig wordt er niet gekozen voor een muzikale voordracht, maar is het een geheel geworden.
Blijkt dat Rush mij voor het eerste mij van begin tot einde weet te boeien met een lang werkstuk, iets waar ze op de vorige albums nog niet in slaagden.
Is het daarom voor mij zoveel beter?
Waarschijnlijk hou ik wel van het experiment, maar is mijn gehoor wat commerciëler ingesteld, want toegankelijk is het zeker.
Meer een rol voor het gitaarspel, de drum en bas is minder op de voorgrond, en ondanks dat deze elementen zeer bepalend zijn voor het geluid van Rush, is hun rol hier op de achtergrond, totaal niet vervelend.
Closer To The Heart begin klein, maar ontwikkeld zich heerlijk, het einde is minder met die fade-out op het einde; moeten ze niet doen bij een single.
Live zal dit waarschijnlijk een stuk beter uitpakken.
Cinderella Man en Madrigal zijn wat gewoontjes, maar afsluiter Cygnus X-1 maakt veel goed; bijna spookachtig futuristisch komt deze binnen.
Hier wil je direct verder naar luisteren; het meest duistere stuk wat ik tot nu toe van Rush heb gehoord.
De magie daarvan is wel weg als de bas invalt, maar wat volgt is grootst, bijna naar het bombastische neigend.
Een soort van The War of the Worlds, maar dan samengevat door Rush, zo komt het bij mij over.
Eerst de introductie tot iets vreemds, onbekends, dreigends, vervolgens de razendsnelle overheersing van iets, waarvan het nog steeds niet helemaal duidelijk is wat het daadwerkelijk is.
Hier komen de twee lange stukken duidelijk beter over dan op de vorige albums.
Rush - Caress of Steel (1975)

3,5
0
geplaatst: 16 augustus 2018, 15:20 uur
Niet geheel mijn ding, deze plaat, veel hardrock invloeden, maar niet helemaal boeiend.
De drum klinkt wat dof en slap, misschien hadden ze het vel eerst aan moeten spannen.
Deze komt denk ik te snel na Fly By Night, het beste materiaal is al gebruikt voor dat album, maar er was nog genoeg over om een plaat te vullen.
The Necromancer is een lange psychedelische trip met de nodige Pink Floyd invloeden, maar dan de nadruk gelegd op hardrock.
Het vertraagde pratende haalt het tempo omlaag, en is zeker geen toevoegende waarde.
De gitaar klinkt fris, maar zoals ik al aangaf, ik ben niet echt een liefhebber van het drumgeluid.
Halverwege horen we heel duidelijk Deep Purple terug, maar dan zonder het kenmerkende orgeltje.
Hier komt het wat rommelig over, maar ik luister het album via Spotify, de cd versie heb ik niet, het zou natuurlijk kunnen dat deze een andere waarneming geeft.
Voordat Lee gaat zingen lijkt het wel alsof Lou Reed een stukje meespeelt, tenminste mij doet het aan Sweet Jane denken, wel een sterk element.
The Fountain Of Lamneth loopt in het begin al lekkerder dan The Necromancer, al gaat daar de versnelling voor mij te snel in, de overgangen zijn niet altijd even mooi, wat volgt dan weer wel.
Nog steeds ben ik van mening dat het beter onderverdeeld kon worden in losse stukken, maar ik ben dus zoals eerder gezegd niet echt een liefhebber van lange nummers.
En dat is gewoon een persoonlijke kwestie.
De drum klinkt wat dof en slap, misschien hadden ze het vel eerst aan moeten spannen.
Deze komt denk ik te snel na Fly By Night, het beste materiaal is al gebruikt voor dat album, maar er was nog genoeg over om een plaat te vullen.
The Necromancer is een lange psychedelische trip met de nodige Pink Floyd invloeden, maar dan de nadruk gelegd op hardrock.
Het vertraagde pratende haalt het tempo omlaag, en is zeker geen toevoegende waarde.
De gitaar klinkt fris, maar zoals ik al aangaf, ik ben niet echt een liefhebber van het drumgeluid.
Halverwege horen we heel duidelijk Deep Purple terug, maar dan zonder het kenmerkende orgeltje.
Hier komt het wat rommelig over, maar ik luister het album via Spotify, de cd versie heb ik niet, het zou natuurlijk kunnen dat deze een andere waarneming geeft.
Voordat Lee gaat zingen lijkt het wel alsof Lou Reed een stukje meespeelt, tenminste mij doet het aan Sweet Jane denken, wel een sterk element.
The Fountain Of Lamneth loopt in het begin al lekkerder dan The Necromancer, al gaat daar de versnelling voor mij te snel in, de overgangen zijn niet altijd even mooi, wat volgt dan weer wel.
Nog steeds ben ik van mening dat het beter onderverdeeld kon worden in losse stukken, maar ik ben dus zoals eerder gezegd niet echt een liefhebber van lange nummers.
En dat is gewoon een persoonlijke kwestie.
Rush - Clockwork Angels (2012)

3,0
0
geplaatst: 3 september 2018, 19:44 uur
Het is ondertussen algemeen bekend dat Rush is gestopt met toeren en het opnemen van albums, dus is Clockwork Angels definitief hun laatste album.
Is het te beschrijven als een waardig afscheid, of is het juist duidelijk dat het beter is om te stoppen, zodat men vooral hun goede werk blijft herinneren.
Deze begint goed met Caravan, maar over het begin van de voorganger was ik ook te spreken; de vraag is meer, lukt het ze om dit niveau vast te houden.
BU2B heeft een vaag begin, maar weet op die manier wel gelijk mijn aandacht te trekken, ik merk dat ik ondertussen onbewust met mijn hoofd op het ritme aan het mee bewegen ben, en dat is een goed teken.
Deze stereotype bewegingen zijn vaak een reactie van mijn lichaam op muziek die mij goed bevalt.
Het album wordt weer aangevuld met keyboards, en die miste ik toch wel bij het latere werk, hier zijn ze meestal subtiel aanwezig.
Het titelnummer Clockwork Angels doet mij in het begin wat denken aan Time van Pink Floyd, alleen zonder zenuwachtig riedeltje.
Het openbaart zich tot een groots geheel, en is nog beter dan de vorige nummers; op dit soort songs zit ik te wachten.
Vroeger was ik wel een beetje een Anarchist; overal tegen aan schoppen en op kleine schaal opschudding veroorzaken, tegenwoordig alweer jaren een brave huisvader; dus ben ik wel benieuwd of Anarchist van Rush mij dat opruierige gevoel geeft, ik verwacht een dwars en tegendraads geheel.
Het schopt in ieder geval alle kanten op, en dat hoopte ik dus ook, ik was ook een lieve, ingecalculeerde anarchist, en dit is ook allemaal binnen de lijntjes, de enige actie buiten de lijntjes die ik uitte was een grote beschildering van het anarchistenteken ergens onder een verlaten brug.
Anarchie voor beginners, net als bij dit nummer van Rush.
De titel beloofde in ieder geval meer.
Carnies heeft het betere lompe hakwerk in het begin, Neil Peart The Butcher, al gaat hij al snel over in het verfijnd snijden van Carpaccio, ik hou er meer van dat een groot stuk vlees wordt geserveerd, en dan met de groente van HAK.
Halo Effect is een eenvoudige rocker met geslaagde akoestische gitaarstukjes, zou prima kunnen functioneren als single, alleen dan in de jaren 90; zang zit tegen Bon Jovi aan.
Seven Cities of Gold heeft dus wel die spanning die ik zocht bij Anarchist; mooie opbouw, zang die heerlijk de hoogte ingaat en de onverwachte wendingen waar Rush toch wel bekend mee is geworden.
Bij The Wreckers moet ik weer aan Bon Jovi denken; Lee is in de loop der jaren een stuk lager gaan zingen, maar klinkt wel een stuk krachtiger dan in het begin; feit is wel dat het hier steeds meer richting de gangbare rock als Bon Jovi en Bryan Adams gaat.
Gelukkig hebben we de muzikale omlijsting nog, en klinkt niet het hele nummer zo; echter wel in de lagere stukken, maar ik stoor mij er verder niet aan.
Sterker nog, voor mij een van de betere tracks op deze plaat.
Gevolgd door het hardere en door drums dominerende Headlong Flight, weer een andere kant van Rush, maar hier past het wel.
BU2B2 is een kort intrigerend geheel, heel mooi eigenlijk.
Het trampoline verende Wish Them Well krijgt waarschijnlijk wel een hele festivalweide aan het springen; jammer dat ze niet meer optreden; deze zou het live bij jong en oud goed gedaan hebben.
Hier wel een goede afsluiter met The Garden, welke ook echt klinkt als een definitieve afsluiter, je hebt ook echt het gevoel van, en nu is het klaar, tenminste wel de gedachte die door mij heen gaat, doet mij wat aan Silent Lucidity van Queensryche denken.
De track is een mooi einde van een indrukwekkend oeuvre, de plaat is dit helaas bij vlagen.
Is het te beschrijven als een waardig afscheid, of is het juist duidelijk dat het beter is om te stoppen, zodat men vooral hun goede werk blijft herinneren.
Deze begint goed met Caravan, maar over het begin van de voorganger was ik ook te spreken; de vraag is meer, lukt het ze om dit niveau vast te houden.
BU2B heeft een vaag begin, maar weet op die manier wel gelijk mijn aandacht te trekken, ik merk dat ik ondertussen onbewust met mijn hoofd op het ritme aan het mee bewegen ben, en dat is een goed teken.
Deze stereotype bewegingen zijn vaak een reactie van mijn lichaam op muziek die mij goed bevalt.
Het album wordt weer aangevuld met keyboards, en die miste ik toch wel bij het latere werk, hier zijn ze meestal subtiel aanwezig.
Het titelnummer Clockwork Angels doet mij in het begin wat denken aan Time van Pink Floyd, alleen zonder zenuwachtig riedeltje.
Het openbaart zich tot een groots geheel, en is nog beter dan de vorige nummers; op dit soort songs zit ik te wachten.
Vroeger was ik wel een beetje een Anarchist; overal tegen aan schoppen en op kleine schaal opschudding veroorzaken, tegenwoordig alweer jaren een brave huisvader; dus ben ik wel benieuwd of Anarchist van Rush mij dat opruierige gevoel geeft, ik verwacht een dwars en tegendraads geheel.
Het schopt in ieder geval alle kanten op, en dat hoopte ik dus ook, ik was ook een lieve, ingecalculeerde anarchist, en dit is ook allemaal binnen de lijntjes, de enige actie buiten de lijntjes die ik uitte was een grote beschildering van het anarchistenteken ergens onder een verlaten brug.
Anarchie voor beginners, net als bij dit nummer van Rush.
De titel beloofde in ieder geval meer.
Carnies heeft het betere lompe hakwerk in het begin, Neil Peart The Butcher, al gaat hij al snel over in het verfijnd snijden van Carpaccio, ik hou er meer van dat een groot stuk vlees wordt geserveerd, en dan met de groente van HAK.
Halo Effect is een eenvoudige rocker met geslaagde akoestische gitaarstukjes, zou prima kunnen functioneren als single, alleen dan in de jaren 90; zang zit tegen Bon Jovi aan.
Seven Cities of Gold heeft dus wel die spanning die ik zocht bij Anarchist; mooie opbouw, zang die heerlijk de hoogte ingaat en de onverwachte wendingen waar Rush toch wel bekend mee is geworden.
Bij The Wreckers moet ik weer aan Bon Jovi denken; Lee is in de loop der jaren een stuk lager gaan zingen, maar klinkt wel een stuk krachtiger dan in het begin; feit is wel dat het hier steeds meer richting de gangbare rock als Bon Jovi en Bryan Adams gaat.
Gelukkig hebben we de muzikale omlijsting nog, en klinkt niet het hele nummer zo; echter wel in de lagere stukken, maar ik stoor mij er verder niet aan.
Sterker nog, voor mij een van de betere tracks op deze plaat.
Gevolgd door het hardere en door drums dominerende Headlong Flight, weer een andere kant van Rush, maar hier past het wel.
BU2B2 is een kort intrigerend geheel, heel mooi eigenlijk.
Het trampoline verende Wish Them Well krijgt waarschijnlijk wel een hele festivalweide aan het springen; jammer dat ze niet meer optreden; deze zou het live bij jong en oud goed gedaan hebben.
Hier wel een goede afsluiter met The Garden, welke ook echt klinkt als een definitieve afsluiter, je hebt ook echt het gevoel van, en nu is het klaar, tenminste wel de gedachte die door mij heen gaat, doet mij wat aan Silent Lucidity van Queensryche denken.
De track is een mooi einde van een indrukwekkend oeuvre, de plaat is dit helaas bij vlagen.
Rush - Counterparts (1993)

4,0
0
geplaatst: 27 augustus 2018, 00:47 uur
Met Rush was ik uiteraard al langer bekend, maar het beste nummer van ze hoorde ik bij het NPO programma Radio Gaga.
Vanuit het Oude Rooms Katholieke Ziekenhuis in Groningen, welke jaren terug gekraakt werd, draaiden ze Animate van Rush, wat heeft dat nummer alleen al een geweldig intro!
Tot nu toe bleef het bij het album Moving Pictures, waar ik de genialiteit niet van begreep en het nummer Afterimage.
Bij een tweedehandszaak had ik wel een aantal cd’s voor een Euro per stuk kunnen scoren, en net over de grens bij Saturn ook wel wat aangeschaft goedkoop aangeschaft, maar nooit aandachtig naar geluisterd, Animate was voor mij het definitieve omslagpunt.
Ondertussen al 15 albums in bezit; Signals pas gekocht, maar nu terug naar Counterparts.
Animate geeft mij zoveel positieve energie, een oppepper voor de momenten wanneer je er doorheen zit.
Zo’n nummer wat topsporters op hun koptelefoon afspelen ter voorbereiding tot het leveren van hun beste prestaties.
Zou Rocky in 1993 gemaakt worden, dan zou deze domineren op de soundtrack, en niet Eye Of The Tiger van Survivor, dat kan gewoon niet anders; want dat is tegenover deze maar een suffe track.
Ik zie Sylvester Stallone zelfs in mijn gedachten nog sneller die eindeloze trappen op rennen.
Zelf ben ik geen sporter, heb twee jaar noodgedwongen onder voetballen gezeten, maar stond voornamelijk links buiten veld; reserve dus.
Echt een geweldige opener.
Vervolgens valt het meer duistere Black Sabbath achtige begin van Stick It Out in, en je weet dat Rush de nodige moeite heeft gedaan om de misstap Roll The Bones te doen vergeten.
Stick It Out heeft ook dat lompe doemgeluid van Alice In Chains en Soundgarden, en haakt zeker in op de heersende trends, maar hier klopt het wel weer allemaal, je hoort gewoon duidelijk Rush.
Cut To The Case is weer hoopvol, en ondanks dat dit wel wat van Live weg heeft, zijn er raakvlakken met hun betere werk, niet de afdankertjes zoals in hun vorige album.
Als je goed luistert, dan hoor je een mooie opbouw, er komen steeds meer elementen bij om uiteindelijk naar een soort van climax toe te werken.
Rush bewijst hier dat ze zich prima thuis voelen tussen de heersende gitaarrock van de jaren 90.
De overgang naar Nobody’s Hero verloopt niet geheel vlekkeloos, maar dat ben je al snel vergeten, na het prima akoestische begin, gaat het weer aardig los.
Het subtiele gitaarstukje had voor mij wat langer mogen duren, maar het getuigd ook wel van lef om juist in deze tijd niet helemaal los te gaan.
Between Sun & Moon is een heerlijke rocker, de gitaar gaat voluit, maar dan op de ouderwetse zeg maar AC/DC en ZZ Top manier, een beetje zoals The Cult deed op Electric en Sonic Temple.
Toch vind ik deze minder dan de vorige 5 nummers.
Dan maar een stuk meer knallen zoals bij Alien Shore; het is door de drums net weer een stuk meer dreigend en opgefokter, en dat komt bij mij beter binnen.
The Speed of Love sluit hier aardig op aan, hier zijn het net als bij de voorganger de drums die het geheel dragen; vooral de tempowisseling even halverwege; toch nog net niet het WOW! gevoel van de eerste vier nummers, waardoor Counterparts net wat onstabieler over komt dan Signs.
Double Agent hakt er weer een stuk steviger in, ook die lage stem past goed in het geheel, hier komt het weer absoluut in de buurt van het begin.
Leave That Thing Alone is voor mij een vette knipoog naar de jaren 80 sound, eigenlijk hoort het qua stijl helemaal niet thuis op de plaat, maar het is wel een instrumentaal hoogtepunt, dus dan vergeef je ze het al snel.
Cold Fire is dromerig en de zang heeft een soort van twijfel in zich, Geddy Lee is hier rond de veertig jaar, en dan openbaren zich vaak persoonlijke onzekerheden, die als demonen bevochten dienen te worden; tenminste zo ervaarde ik mijn 40ste levensjaar, een soort van 2e puberteit, maar dan meer als besef van langzame lichamelijke aftakeling; een soort van midlife crisis.
Everyday Glory is de triomf, het muzikale slagveld overwonnen, waarbij veel wordt terug gekeken op de eigen jeugd, maar ook de jeugd die aan de eigen kinderen is geschonken, tenminste zo komt de tekst van Geddy Lee op mij over.
Misschien vind ik daarom de laatste twee nummers weer erg sterk, ze lijken voor mijn gevoel zo mooi op elkaar aan te sluiten.
Vanuit het Oude Rooms Katholieke Ziekenhuis in Groningen, welke jaren terug gekraakt werd, draaiden ze Animate van Rush, wat heeft dat nummer alleen al een geweldig intro!
Tot nu toe bleef het bij het album Moving Pictures, waar ik de genialiteit niet van begreep en het nummer Afterimage.
Bij een tweedehandszaak had ik wel een aantal cd’s voor een Euro per stuk kunnen scoren, en net over de grens bij Saturn ook wel wat aangeschaft goedkoop aangeschaft, maar nooit aandachtig naar geluisterd, Animate was voor mij het definitieve omslagpunt.
Ondertussen al 15 albums in bezit; Signals pas gekocht, maar nu terug naar Counterparts.
Animate geeft mij zoveel positieve energie, een oppepper voor de momenten wanneer je er doorheen zit.
Zo’n nummer wat topsporters op hun koptelefoon afspelen ter voorbereiding tot het leveren van hun beste prestaties.
Zou Rocky in 1993 gemaakt worden, dan zou deze domineren op de soundtrack, en niet Eye Of The Tiger van Survivor, dat kan gewoon niet anders; want dat is tegenover deze maar een suffe track.
Ik zie Sylvester Stallone zelfs in mijn gedachten nog sneller die eindeloze trappen op rennen.
Zelf ben ik geen sporter, heb twee jaar noodgedwongen onder voetballen gezeten, maar stond voornamelijk links buiten veld; reserve dus.
Echt een geweldige opener.
Vervolgens valt het meer duistere Black Sabbath achtige begin van Stick It Out in, en je weet dat Rush de nodige moeite heeft gedaan om de misstap Roll The Bones te doen vergeten.
Stick It Out heeft ook dat lompe doemgeluid van Alice In Chains en Soundgarden, en haakt zeker in op de heersende trends, maar hier klopt het wel weer allemaal, je hoort gewoon duidelijk Rush.
Cut To The Case is weer hoopvol, en ondanks dat dit wel wat van Live weg heeft, zijn er raakvlakken met hun betere werk, niet de afdankertjes zoals in hun vorige album.
Als je goed luistert, dan hoor je een mooie opbouw, er komen steeds meer elementen bij om uiteindelijk naar een soort van climax toe te werken.
Rush bewijst hier dat ze zich prima thuis voelen tussen de heersende gitaarrock van de jaren 90.
De overgang naar Nobody’s Hero verloopt niet geheel vlekkeloos, maar dat ben je al snel vergeten, na het prima akoestische begin, gaat het weer aardig los.
Het subtiele gitaarstukje had voor mij wat langer mogen duren, maar het getuigd ook wel van lef om juist in deze tijd niet helemaal los te gaan.
Between Sun & Moon is een heerlijke rocker, de gitaar gaat voluit, maar dan op de ouderwetse zeg maar AC/DC en ZZ Top manier, een beetje zoals The Cult deed op Electric en Sonic Temple.
Toch vind ik deze minder dan de vorige 5 nummers.
Dan maar een stuk meer knallen zoals bij Alien Shore; het is door de drums net weer een stuk meer dreigend en opgefokter, en dat komt bij mij beter binnen.
The Speed of Love sluit hier aardig op aan, hier zijn het net als bij de voorganger de drums die het geheel dragen; vooral de tempowisseling even halverwege; toch nog net niet het WOW! gevoel van de eerste vier nummers, waardoor Counterparts net wat onstabieler over komt dan Signs.
Double Agent hakt er weer een stuk steviger in, ook die lage stem past goed in het geheel, hier komt het weer absoluut in de buurt van het begin.
Leave That Thing Alone is voor mij een vette knipoog naar de jaren 80 sound, eigenlijk hoort het qua stijl helemaal niet thuis op de plaat, maar het is wel een instrumentaal hoogtepunt, dus dan vergeef je ze het al snel.
Cold Fire is dromerig en de zang heeft een soort van twijfel in zich, Geddy Lee is hier rond de veertig jaar, en dan openbaren zich vaak persoonlijke onzekerheden, die als demonen bevochten dienen te worden; tenminste zo ervaarde ik mijn 40ste levensjaar, een soort van 2e puberteit, maar dan meer als besef van langzame lichamelijke aftakeling; een soort van midlife crisis.
Everyday Glory is de triomf, het muzikale slagveld overwonnen, waarbij veel wordt terug gekeken op de eigen jeugd, maar ook de jeugd die aan de eigen kinderen is geschonken, tenminste zo komt de tekst van Geddy Lee op mij over.
Misschien vind ik daarom de laatste twee nummers weer erg sterk, ze lijken voor mijn gevoel zo mooi op elkaar aan te sluiten.
Rush - Fly by Night (1975)

3,5
3
geplaatst: 15 augustus 2018, 00:28 uur
Nog behoorlijk voorzichtig wordt het geluid van Rush hier uitgebouwd, meer ruimte voor het experiment, zonder echt in herhaling te vallen.
Geddy Lee klinkt al minder als een Robert Plant op 45 toeren, in zijn stem is nu ook een oerschreeuw te horen, waar jaren later Axl Rose succesvol mee zou worden.
Mooi gebruik van echo’s in de opener Anthem.
Door het bruisende, opzwepende spel van Neil Peart is het voor de rest niet nodig om snel te spelen, hij schopt de band wel de juiste richting in.
Misschien klonk het debuut door zijn ontbreken wel als een band op high voltage, puur om het gemis van denderend drumwerk in te vullen.
By-Tor and the Snow Dog is verrassend sterk, zeker vanaf het rustmoment halverwege.
Ik hoor dit nummer vandaag voor het eerst, en het trekt gelijk mijn aandacht, veel albums van Rush in bezit, maar Fly By Night ontbreekt nog.
Het titelnummer Fly By Night zou zo in de jaren 90 passen, een band als Soul Asylum heeft zeker naar dit nummer geluisterd.
Ook veel grungebands grijpen terug naar het jaren 70 geluid, en ook Making Memories past zeker in dat latere geluid.
Als je nagaat dat Queensryche uit Seattle komt, en dat die ook zeker naar Rush hebben geluisterd, sta ik er niet van te kijken als de Seattle scene van toen via Queensryche kennis met Rush hebben gemaakt.
Met een nummer als Rivendell heb ik minder, al past die wel prima in dit tijdsbeeld.
Mooi om via deze site mij meer in Rush te verdiepen, maar dan in chronologische volgorde, komt de waardering voor deze band zeker ten goede.
Geddy Lee klinkt al minder als een Robert Plant op 45 toeren, in zijn stem is nu ook een oerschreeuw te horen, waar jaren later Axl Rose succesvol mee zou worden.
Mooi gebruik van echo’s in de opener Anthem.
Door het bruisende, opzwepende spel van Neil Peart is het voor de rest niet nodig om snel te spelen, hij schopt de band wel de juiste richting in.
Misschien klonk het debuut door zijn ontbreken wel als een band op high voltage, puur om het gemis van denderend drumwerk in te vullen.
By-Tor and the Snow Dog is verrassend sterk, zeker vanaf het rustmoment halverwege.
Ik hoor dit nummer vandaag voor het eerst, en het trekt gelijk mijn aandacht, veel albums van Rush in bezit, maar Fly By Night ontbreekt nog.
Het titelnummer Fly By Night zou zo in de jaren 90 passen, een band als Soul Asylum heeft zeker naar dit nummer geluisterd.
Ook veel grungebands grijpen terug naar het jaren 70 geluid, en ook Making Memories past zeker in dat latere geluid.
Als je nagaat dat Queensryche uit Seattle komt, en dat die ook zeker naar Rush hebben geluisterd, sta ik er niet van te kijken als de Seattle scene van toen via Queensryche kennis met Rush hebben gemaakt.
Met een nummer als Rivendell heb ik minder, al past die wel prima in dit tijdsbeeld.
Mooi om via deze site mij meer in Rush te verdiepen, maar dan in chronologische volgorde, komt de waardering voor deze band zeker ten goede.
Rush - Grace Under Pressure (1984)

4,0
2
geplaatst: 21 augustus 2018, 16:26 uur
Afterimage werd mij een aantal jaren geleden getipt, en ik schat de kans groot in dat ik mij zonder die tip niet in Rush zou verdiepen.
Nog steeds vind ik dit een van hun twee beste nummers, en misschien lag hierdoor mijn verwachting wel te hoog bij de rest van hun werk, maar het chronologisch luisteren naar het werk van Rush heeft in het begrijpen van deze band absoluut een meerwaarde.
Helaas zijn de New Wave invloeden minder aanwezig bij Grace Under Pressure dan bij voorganger Signals, maar Rush blijft voornamelijk een progrock band, en dat is al gelijk bij Distant Early Warning hoorbaar.
Waarschijnlijk wordt dit door de oude bands meer toegejuicht.
Afterimage is het nummer dat Supertramp na School had moeten maken; dezelfde dramatiek in het begin, maar Rush klinkt dan wel een stuk frisser.
Geddy Lee heeft in de clip het uiterlijk van de oudere broer van Bono, en Rush heeft het meer hippie uiterlijk al lang achter zich gelaten.
Net als een band als Yes beseffen ze goed dat de looks in de jaren 80 ook belangrijk zijn, zeker ook voor het platen kopende publiek.
Retecommercieel, maar oh zo lekker.
De opkomst van het cleane compact disc geluid is ook hier aanwezig.
Volgens mij had je in deze tijd ook 2 soorten albumlijsten, eentje met de gewone verkopen, maar ook een gericht op de cd verkoop (Top 25?), en domineerde daarbij vooral progrock (Genesis, Pink Floyd, Marillion) en Dire Straits.
Red Sector 'A' zou qua song prima passen op Into The Electric Castle van Ayreon, dat herkenbare is voor mij dus een stukje Rush; volgens mij zou er een dik boek over de ontwikkeling van de sound van Rush geschreven kunnen worden, met de invloeden op latere projecten.
Het rommelige drumwerk (niet verkeerd bedoeld, maar juist op een positieve manier) op The Enemy Within hoor je in deze tijd ook terug bij The Cure en U2, zonder de Reggae invloeden, zou het bijna een U2 nummer kunnen zijn; ook die hoge gitaaruithalen hoor je bij beide bands in deze periode terug.
The Body Electric heeft een geweldig opzwepend intro, met de hoofdrol voor bas en drum; een perfecte opener.
Hiermee richten ze zich ook nog duidelijk op de vinyl liefhebbers, want het is ook zeker bewust gekozen als eerste nummer van de b kant.
De experimenteerdrang is weer aanwezig; vooral bij Lee, nu hij de synthesizers meer achterwege laat, komt de bas weer meer aan bod.
Hij blijft ook voornamelijk bekend als een geweldige bassist, en dat laat hij hier wel weer eens overduidelijk horen, zonder in het overheersende Mark King (Level 42) achtige dominerend geluid terug te vallen; hier is het meer eventjes het gevoel van; gelukkig, hij kan het nog steeds, om vervolgens weer rustig verder te gaan.
Red Lenses onderscheid zich door de verwerkte Afrikaanse ritmes en de Miami Vice achtige sound later in het nummer, en zo heeft elke song wel iets onderscheidend.
Zo kan je bij elk album van Rush terug horen in welke periode deze gemaakt is, maar je hoort ook telkens weer dat het een Rush plaat is, iets waar ook David Bowie een meester in is, maar die schakelt dan de geschikte muzikanten in, bij Rush is het steeds dezelfde drie-eenheid die dit mogelijk maakt.
Dit album eigenlijk altijd beoordeeld als hun beste, maar nu ik vandaag Signals heb leren kennen, zou hier goed verandering in kunnen komen.
Nog steeds vind ik dit een van hun twee beste nummers, en misschien lag hierdoor mijn verwachting wel te hoog bij de rest van hun werk, maar het chronologisch luisteren naar het werk van Rush heeft in het begrijpen van deze band absoluut een meerwaarde.
Helaas zijn de New Wave invloeden minder aanwezig bij Grace Under Pressure dan bij voorganger Signals, maar Rush blijft voornamelijk een progrock band, en dat is al gelijk bij Distant Early Warning hoorbaar.
Waarschijnlijk wordt dit door de oude bands meer toegejuicht.
Afterimage is het nummer dat Supertramp na School had moeten maken; dezelfde dramatiek in het begin, maar Rush klinkt dan wel een stuk frisser.
Geddy Lee heeft in de clip het uiterlijk van de oudere broer van Bono, en Rush heeft het meer hippie uiterlijk al lang achter zich gelaten.
Net als een band als Yes beseffen ze goed dat de looks in de jaren 80 ook belangrijk zijn, zeker ook voor het platen kopende publiek.
Retecommercieel, maar oh zo lekker.
De opkomst van het cleane compact disc geluid is ook hier aanwezig.
Volgens mij had je in deze tijd ook 2 soorten albumlijsten, eentje met de gewone verkopen, maar ook een gericht op de cd verkoop (Top 25?), en domineerde daarbij vooral progrock (Genesis, Pink Floyd, Marillion) en Dire Straits.
Red Sector 'A' zou qua song prima passen op Into The Electric Castle van Ayreon, dat herkenbare is voor mij dus een stukje Rush; volgens mij zou er een dik boek over de ontwikkeling van de sound van Rush geschreven kunnen worden, met de invloeden op latere projecten.
Het rommelige drumwerk (niet verkeerd bedoeld, maar juist op een positieve manier) op The Enemy Within hoor je in deze tijd ook terug bij The Cure en U2, zonder de Reggae invloeden, zou het bijna een U2 nummer kunnen zijn; ook die hoge gitaaruithalen hoor je bij beide bands in deze periode terug.
The Body Electric heeft een geweldig opzwepend intro, met de hoofdrol voor bas en drum; een perfecte opener.
Hiermee richten ze zich ook nog duidelijk op de vinyl liefhebbers, want het is ook zeker bewust gekozen als eerste nummer van de b kant.
De experimenteerdrang is weer aanwezig; vooral bij Lee, nu hij de synthesizers meer achterwege laat, komt de bas weer meer aan bod.
Hij blijft ook voornamelijk bekend als een geweldige bassist, en dat laat hij hier wel weer eens overduidelijk horen, zonder in het overheersende Mark King (Level 42) achtige dominerend geluid terug te vallen; hier is het meer eventjes het gevoel van; gelukkig, hij kan het nog steeds, om vervolgens weer rustig verder te gaan.
Red Lenses onderscheid zich door de verwerkte Afrikaanse ritmes en de Miami Vice achtige sound later in het nummer, en zo heeft elke song wel iets onderscheidend.
Zo kan je bij elk album van Rush terug horen in welke periode deze gemaakt is, maar je hoort ook telkens weer dat het een Rush plaat is, iets waar ook David Bowie een meester in is, maar die schakelt dan de geschikte muzikanten in, bij Rush is het steeds dezelfde drie-eenheid die dit mogelijk maakt.
Dit album eigenlijk altijd beoordeeld als hun beste, maar nu ik vandaag Signals heb leren kennen, zou hier goed verandering in kunnen komen.
Rush - Hemispheres (1978)

3,5
1
geplaatst: 19 augustus 2018, 18:13 uur
Aan de ene kant jammer dat ze Cygnus X-1 verdelen over twee albums; anderzijds vind ik om eerlijk te zijn stukken als Shine On You Crazy Diamond van Pink Floyd en Tubular Bells van Mike Oldfield te lang.
Cygnus X-1 Book II Hemispheres vind ik minder dan Cygnus X-1 van A Farewell to Kings, ik mis hier de dreiging die het eerste deel zo sterk maakte.
Voor mijn gevoel zijn er niet veel raakvlakken.
Wat mij wel heel erg opvalt is het postpunk geluid in het gitaarspel; iets wat een paar jaren later door veel bands wordt geïmiteerd.
Je hoort wel duidelijk dat Rush hier de Led Zeppelin invloeden van zich af heeft geschud, en een totaal eigen geluid heeft neer gezet.
De zang van Lee is zich op een prettige manier aan het ontwikkelen; iets meer gecontroleerd in de hoogtes; zeg maar een volwassenere stem.
Het dromerige gedeelte halverwege vind ik stukken fijner om naar te luisteren; heerlijk dat ruststuk.
Circumstances knalt er meer in, maar vind ik minder sterk.
The Trees heeft weer dat postpunk gitaarspel welke ik ook in de opener terug hoorde, en dat bevalt mij beter.
Rush lijkt klaar te zijn voor de jaren 80.
Het instrumentale La Villa Strangiato heeft een geweldige opbouw, zeker hoe het hardere geluid invalt, na rustig te openen.
Drum en bas samenwerkend als een perfect huwelijk.
Absoluut het hoogtepunt van de plaat, ondanks de Shine On You Crazy Diamond achtige invloeden.
Cygnus X-1 Book II Hemispheres vind ik minder dan Cygnus X-1 van A Farewell to Kings, ik mis hier de dreiging die het eerste deel zo sterk maakte.
Voor mijn gevoel zijn er niet veel raakvlakken.
Wat mij wel heel erg opvalt is het postpunk geluid in het gitaarspel; iets wat een paar jaren later door veel bands wordt geïmiteerd.
Je hoort wel duidelijk dat Rush hier de Led Zeppelin invloeden van zich af heeft geschud, en een totaal eigen geluid heeft neer gezet.
De zang van Lee is zich op een prettige manier aan het ontwikkelen; iets meer gecontroleerd in de hoogtes; zeg maar een volwassenere stem.
Het dromerige gedeelte halverwege vind ik stukken fijner om naar te luisteren; heerlijk dat ruststuk.
Circumstances knalt er meer in, maar vind ik minder sterk.
The Trees heeft weer dat postpunk gitaarspel welke ik ook in de opener terug hoorde, en dat bevalt mij beter.
Rush lijkt klaar te zijn voor de jaren 80.
Het instrumentale La Villa Strangiato heeft een geweldige opbouw, zeker hoe het hardere geluid invalt, na rustig te openen.
Drum en bas samenwerkend als een perfect huwelijk.
Absoluut het hoogtepunt van de plaat, ondanks de Shine On You Crazy Diamond achtige invloeden.
Rush - Hold Your Fire (1987)

3,0
1
geplaatst: 23 augustus 2018, 00:25 uur
Bij Force Ten gaat het volume gelijk een stuk omhoog, nog steeds hoor je wave invloeden terug, maar de nadruk ligt hier duidelijk al meer op de metal; bij de eerste paar secondes denk je zelfs dat het zich nog kan ontwikkelen tot een Iron Maiden achtig gebeuren; dat gevoel komt vervolgens niet meer terug, Rush draagt nog steeds hetzelfde jasje als op de vorige albums, maar nu zit het weer een stuk strakker.
Als ik raakvlakken moet noemen met een waveband, dan gaat het op Hold Your Fire meer richting Ultravox.
Aimee Mann is een aangename toevoeging bij Time Stand Still, bijna Clannad achtig is haar bijdrage te noemen.
Het evenwicht blijft op Hold Your Fire aanwezig; al de nummers hebben dat wat steviger meer gitaar gerichte sfeertje.
Second Nature past voor mijn gevoel wat minder in het geheel, net een iets te toegankelijk popdeuntje, net als Turn The Page; laat Phil Collins het zingen, en het is een Genesis song.
Zelfs Tai Shan met het Nescafe achtige riedeltje past beter op deze plaat.
Ik heb het idee dat het geluid hier voller klinkt, meer met een soort van galm, ik weet niet op meerdere dat ook zo ervaren?
Alsof het in een kerk of iets dergelijks is opgenomen.
Voor mij is het een meerwaarde op het geluid; een album als Sparkle In The Rain van Simple Minds heeft dat ook, ik hou van dit soort productie, al is lang niet iedereen hiervan gecharmeerd.
Misschien wel een te toegankelijk klinkende plaat voor velen, maar ik kan mij voorstellen dat ook zelfs een band als Rush in deze periode hoopte op een echt groot hit succes, wat tijdsgenoten als Yes, Genesis en Marillion wel lukte.
Staat natuurlijk ook leuk in de cv.
Lock And Key en Time Stand Still waren daarvoor absoluut geschikte kandidaten geweest.
Second Nature ook wel, maar zoals ik al aangaf, wat te glad voor mij.
Als ik raakvlakken moet noemen met een waveband, dan gaat het op Hold Your Fire meer richting Ultravox.
Aimee Mann is een aangename toevoeging bij Time Stand Still, bijna Clannad achtig is haar bijdrage te noemen.
Het evenwicht blijft op Hold Your Fire aanwezig; al de nummers hebben dat wat steviger meer gitaar gerichte sfeertje.
Second Nature past voor mijn gevoel wat minder in het geheel, net een iets te toegankelijk popdeuntje, net als Turn The Page; laat Phil Collins het zingen, en het is een Genesis song.
Zelfs Tai Shan met het Nescafe achtige riedeltje past beter op deze plaat.
Ik heb het idee dat het geluid hier voller klinkt, meer met een soort van galm, ik weet niet op meerdere dat ook zo ervaren?
Alsof het in een kerk of iets dergelijks is opgenomen.
Voor mij is het een meerwaarde op het geluid; een album als Sparkle In The Rain van Simple Minds heeft dat ook, ik hou van dit soort productie, al is lang niet iedereen hiervan gecharmeerd.
Misschien wel een te toegankelijk klinkende plaat voor velen, maar ik kan mij voorstellen dat ook zelfs een band als Rush in deze periode hoopte op een echt groot hit succes, wat tijdsgenoten als Yes, Genesis en Marillion wel lukte.
Staat natuurlijk ook leuk in de cv.
Lock And Key en Time Stand Still waren daarvoor absoluut geschikte kandidaten geweest.
Second Nature ook wel, maar zoals ik al aangaf, wat te glad voor mij.
Rush - Moving Pictures (1981)

3,5
1
geplaatst: 20 augustus 2018, 15:43 uur
Tom Sawyer zal wel het bekendste Rush nummer zijn; en die is dan ook erg sterk.
Eigenlijk al vanaf het begin als de bas invalt is het genieten.
Dat het als single minder scoorde, heeft waarschijnlijk te maken met dat het minder tussen de heersende wave van dat moment past.
De drum is zowat perfect te noemen, maar ik val vooral voor het loopje wat je hoort bij de 45 secondes, deze blijft urenlang domineren in mijn hoofd; het gaat maar om een klein moment, maar zo heeft dit nummer voor iedereen wel een stuk wat hem bijblijft.
Ondanks het complexe geluid is dit toch echt een prima single, welke dus helaas niet door een groter publiek werd opgepakt.
Red Barchetta doet mij meer denken aan de eerste albums van Marillion; Misplaced Childhood blijft voor mij dan ook het ultieme meesterwerk in dit genre.
De A kant van Moving Pictures is meer gericht op het singles kopende publiek, ik denk dat dit wel een bewuste keuze is geweest; in het verleden werd wel eens gekozen voor een lang nummer in het begin, maar er zijn genoeg mensen die dan juist afhaken.
Alhoewel; toegankelijk is YYZ zeker niet te noemen; gaat dit meer richting de Fusion kant?
Moeilijk te plaatsen; er zit ook iets van Ska in verwerkt; eigenlijk stoppen ze alles in dit nummer; maar wat mij het meeste aanspreekt is toch de bas.
Geddy Lee gaat hier helemaal los, en ik ben een groot liefhebber van Les Claypool van Primus, en het kan gewoon niet anders dan dat hij beïnvloed is door juist dit specifieke nummer.
Limelight is weer wat meer toegankelijker.
Dan het steeds terugkerende lange nummer, al zal van deze formule al snel afgeweken worden; hier nog aanwezig in The Camera Eye.
Ikzelf ben er wel klaar mee, al wordt deze over het algemeen wel erg hoog gewaardeerd.
Voor mij is de opbouw in het begin aan de lange kant, en de keyboards voegen voor mijn gevoel weinig toe.
Ook lijkt het halverwege alsof ze het nummer weer opnieuw beginnen; live zal het allemaal geweldig klinken; hier komt het bij mij zo niet over.
Witch Hunt (Part III of "Fear") heeft een spookachtig; beangstigend begin; beetje Lord Of The Rings achtig; van mij had het hele nummer wel deze stijl mogen hebben; al past het marcherende drumwerk er ook wel bij.
Geeft toch wel een middeleeuws gevoel; een soort van kruistocht idee; anders kan ik het niet verwoorden.
Misschien had deze beter op de A kant gepast, in plaats van Limelight; deze vind ik beter achter de eerste drie nummers passen; kwalitatief gezien is die even sterk.
Afsluiter Vital Signs is een stap terug, bijna een The Police achtig nummer; ach, die zijn ook met z’n drieën, en ook allemaal goede muzikanten.
Eigenlijk hebben ze best wel raakvlakken; avontuurlijke drum, breed geschoolde gitarist, en een onderscheidend basgeluid, en ook daar verzorgd de bassist de bepalende zang.
Al was daar bij een handvol albums de chemie verdwenen; Rush bewijst zich langer staande te houden in deze setting.
Eigenlijk al vanaf het begin als de bas invalt is het genieten.
Dat het als single minder scoorde, heeft waarschijnlijk te maken met dat het minder tussen de heersende wave van dat moment past.
De drum is zowat perfect te noemen, maar ik val vooral voor het loopje wat je hoort bij de 45 secondes, deze blijft urenlang domineren in mijn hoofd; het gaat maar om een klein moment, maar zo heeft dit nummer voor iedereen wel een stuk wat hem bijblijft.
Ondanks het complexe geluid is dit toch echt een prima single, welke dus helaas niet door een groter publiek werd opgepakt.
Red Barchetta doet mij meer denken aan de eerste albums van Marillion; Misplaced Childhood blijft voor mij dan ook het ultieme meesterwerk in dit genre.
De A kant van Moving Pictures is meer gericht op het singles kopende publiek, ik denk dat dit wel een bewuste keuze is geweest; in het verleden werd wel eens gekozen voor een lang nummer in het begin, maar er zijn genoeg mensen die dan juist afhaken.
Alhoewel; toegankelijk is YYZ zeker niet te noemen; gaat dit meer richting de Fusion kant?
Moeilijk te plaatsen; er zit ook iets van Ska in verwerkt; eigenlijk stoppen ze alles in dit nummer; maar wat mij het meeste aanspreekt is toch de bas.
Geddy Lee gaat hier helemaal los, en ik ben een groot liefhebber van Les Claypool van Primus, en het kan gewoon niet anders dan dat hij beïnvloed is door juist dit specifieke nummer.
Limelight is weer wat meer toegankelijker.
Dan het steeds terugkerende lange nummer, al zal van deze formule al snel afgeweken worden; hier nog aanwezig in The Camera Eye.
Ikzelf ben er wel klaar mee, al wordt deze over het algemeen wel erg hoog gewaardeerd.
Voor mij is de opbouw in het begin aan de lange kant, en de keyboards voegen voor mijn gevoel weinig toe.
Ook lijkt het halverwege alsof ze het nummer weer opnieuw beginnen; live zal het allemaal geweldig klinken; hier komt het bij mij zo niet over.
Witch Hunt (Part III of "Fear") heeft een spookachtig; beangstigend begin; beetje Lord Of The Rings achtig; van mij had het hele nummer wel deze stijl mogen hebben; al past het marcherende drumwerk er ook wel bij.
Geeft toch wel een middeleeuws gevoel; een soort van kruistocht idee; anders kan ik het niet verwoorden.
Misschien had deze beter op de A kant gepast, in plaats van Limelight; deze vind ik beter achter de eerste drie nummers passen; kwalitatief gezien is die even sterk.
Afsluiter Vital Signs is een stap terug, bijna een The Police achtig nummer; ach, die zijn ook met z’n drieën, en ook allemaal goede muzikanten.
Eigenlijk hebben ze best wel raakvlakken; avontuurlijke drum, breed geschoolde gitarist, en een onderscheidend basgeluid, en ook daar verzorgd de bassist de bepalende zang.
Al was daar bij een handvol albums de chemie verdwenen; Rush bewijst zich langer staande te houden in deze setting.
