MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Elton John - Peachtree Road (2004)

poster
3,5
"You know I'm no longer thirty, these days I'm happy to play one or two hands of cards." Dat Elton wat ouder wordt kun je vooral aan zijn stem horen, want die is op dit album hier en daar wat rafeliger en ook niet meer zo vol. Geen enkel probleem wat mij betreft, want zolang die stem zóveel karakter blijft houden kan hij nog wel een jaar of twintig mee, en bovendien krijgt hij daardoor in nummers als My elusive drug bijna "zwarte" allure. Daarnaast klinkt de piano op dit album (schijnbaar het enige dat hij ooit in z'n eentje heeft geproduceerd) warmer dan op voorganger Songs from the West Coast, en in combinatie met een aantal sterke teksten, de Amerikaanse invalshoek van veel nummers (getuige de vele plaatsnamen waar hier en daar naar verwezen wordt) en de knappe fotografie van het boekje levert dat in ieder geval een zeer sfeervol album op.
        Waar ik helaas wèl een probleem mee heb is het topzware gospelkoor dat de nummers regelmatig opzadelt met een portie drama die de van zichzelf al vrij beeldende muziek niet nodig heeft. Bovendien begint er ongeveer halverwege de plaat een reeks middelmatige nummers die mijn oorspronkelijke enthousiasme grotendeels laat verdampen; de eerste vijf nummers van dit album vind ik echt geweldig (zelfs de country-tranentrekker Turn the lights out when you leave houdt het hoofd ruimschoots boven water dankzij de onverwachte onsentimentele insteek van de tekst), maar They call her the cat is werkelijk te flauw voor woorden, en daarna vind ik eigenlijk alleen de laatste drie nummers nog de moeite waard (zonder dat die het niveau van de eerste vijf halen). En waar de nummers minder interessant zijn (mede dankzij de beperkte input van Davey Johnstone's gitaar) gaat het ook opvallen dat ze vaak te lang duren, en zo duurt eigenlijk de hele plaat dankzij die middelmatige nummers nèt te lang. Ik draai Peachtree Road eigenlijk best vaak vanwege die eerste vijf en laatste drie nummers, maar het tevreden gevoel dat ik na Songs of the West Coast had vanwege de ervaring daarbij van geleverde kwaliteit en ondergane intensiteit mis ik bij dít album toch een beetje.

Elton John - Rock of the Westies (1975)

poster
4,5
Ik heb dit zelf altijd beschouwd als een soort tussenalbum, net als Caribou, met dit verschil dat Elton John op déze plaat misschien ook wel vooral wilde uitproberen wat hij met zijn nieuwe band (extra gitarist, extra toetsenist, nieuwe ritmesectie) allemaal zou kunnen doen. En dat is niet niks, want Caleb Quaye vormt een mooi rockend koppel met de onvolprezen Davey Johnstone, "part-time telephonist" James Newton Howard is een zeer inventieve keyboardplayer (die later in Hollywood nog veel succes zou hebben: 9 Oscarnominaties en samenwerkingen met onder andere Christopher Nolan, Peter Jackson en M. Night Shyamalan), en de drumpartijen van Roger Pope hebben een lenigheid die Nigel Olsson maar zelden kon opbrengen.
        Bovendien biedt Johns songmateriaal hier zijn muzikanten alle gelegenheid om te zorgen voor diverse grappige momenten: de swingende herstart van de openingsmedley, het koortje dat na het einde van Dan Dare nog even voor eigen succes gaat, de lichtvoetige mellotronsolo van Newton Howard op Island girl, Ray Coopers hilarische vibrafoonsolo op de fade-out van Grow some funk of your own, Johns opwindende pianoloopje dat zich een stiekeme weg onder het Layla-achtige gitaarintro van Street kids baant, de manier waarop de band na het eerste refrein van Hard luck story weer net als bij het intro wat gas terugneemt, de jazzy inslag van het aangrijpende Feed me, en het moeiteloze schakelen van de band tussen het Bo Diddley-ritme van de coupletten en de oceaan-golfbeweging van de "Oh your majesty"-brug van Billy Bones.
        Nee, hoewel dit album de opvolger was van het briljante Captain Fantastic heb ik Rock of the Westies nooit als een teleurstelling ervaren, in 1975 niet en in 2022 niet. Een lekker eclectische verzameling songs met een superswingende band – wát een "tussendoortje".

Elton John - Songs from the West Coast (2001)

poster
4,0
Na jarenlang niet meer naar Elton John geluisterd te hebben pikte ik dit album indertijd op naar aanleiding van de prachtige single I want love, die ik dan weer leerde kennen via de fraaie videoclip met Robert Downey Jr. Na een aantal keer draaien vond ik Songs from the West Coast eigenlijk op hetzelfde niveau staan als Johns beste werk uit de jaren 70, met als absolute uitschieters de single, Dark diamond en This train don't stop there anymore. Die drie nummers springen er voor mij nog steeds uit, maar mijn oorspronkelijke enthousiasme is toch een klein beetje bekoeld, want naast een achttal kwalitatief hoogwaardige nummers bevat deze plaat toch ook vier nummers die niet echt willen beklijven, en die halen het gemiddelde niveau natuurlijk toch wel omlaag. Met name het trio Ballad of the boy in the red shoes / Love her like me / Mansfield laten dit album op het einde een beetje tot stilstand komen, hoewel dan meteen gezegd moet worden dat het prachtige slotnummer in mijn persoonlijke top-10 van Elton John-tracks staat, dus dat is wel een waardige afsluiter.
        Een tweede minpunt aan Songs from the West Coast vind ik de sound: de drums klinken heerlijk en de bas laat zich af en toe mooi gelden, maar Johns piano klinkt wat klinisch, zijn solo's springen er niet echt uit, en de gitaren van Davey Johnstone en/of Rusty Anderson krijgen weinig ruimte, waardoor Johns muziek gewoon niet zo kleurrijk en afwisselend is als tijdens die beroemde eerste helft van de jaren 70. Daardoor krijgen de vier matige composities die ik noemde ook niet wat extra leven ingeblazen, terwijl dat toch juist wèl lukt bij de lekkere arrangementen van Birds en The wasteland (heerlijk refrein trouwens, lang leve Robert Johnson – sowieso heeft Bernie Taupin hier weer een aantal uitstekende en soms ook treffend-erotische teksten afgeleverd).
        Dus al met al een goede plaat, maar ik ben er niet meer zo spectaculair van onder de indruk als twintig jaar geleden. Wel nog een leuk detail: volgens de Engelse wikipedia is die cowboy met hoed rechts aan de bar op de hoes David Furnish, Johns partner.

Elton John - The Captain & the Kid (2006)

poster
5,0
Een soort vervolg op Captain Fantastic and the Brown Dirt Cowboy uit 1975, met ditmaal niet een terugblik op de jaren van vóór het succes, maar juist op de jaren daarna, toen voor Elton en Bernie de bomen tot in de hemel groeiden (tussen 1972 en 1976 zeven elpees op rij op de eerste plaats van de Amerikaanse albumlijsten, en dat was ook de periode waarin John de held van de jonge BoyOnHeavenHill was). Het zware koor van Peachtree Road keert hier niet meer terug, nu neemt de band net als vroeger de achtergrondzang voor z'n rekening, en met deze sobere aanpak en de strakke begeleiding komt de nadruk nog meer op de composities te liggen. En wat dat betreft vind ik het nog steeds wonderbaarlijk hoe John na een kleine 40 jaar in de business nog altijd sterke coupletten, gevarieerde bruggetjes en pakkende refreinen weet te produceren, op dit album zelfs zonder één enkele misser en zonder dat mijn aandacht ook maar èrgens afdwaalt. De autobiografische vignetjes van Bernie Taupin zijn steeds interessant, het geluid is perfect, de muziek wisselt af tussen intiem (The bridge) en vunzig (Just like Noah's ark) en tussen country (I must have lost it on the wind) en pop (And the house fell down met z'n geniale pianoloopje), en bij de tekst van The Captain and the Kid hou ik het niet droog. "No lies at all, just one more tale about the Captain and the Kid..." Niks jeugdsentiment, gewoon glorieuze klasse.

Elton John - Tumbleweed Connection (1970)

poster
4,5
Elton Johns Americana-plaat, of is het voornamelijk die van Bernie Taupin? Hoe dan ook, geïnspireerd door Music from Big Pink, het debuutalbum van The Band van twee jaar eerder, lijkt dit hun (beider) poging te zijn om hun fascinatie met het Amerikaanse Westen in een conceptplaat om te zetten, met gebruikmaking van countryinvloeden en wat lossere manieren van musiceren. Een interessant uitgangspunt, maar het resultaat doet me af en toe wat geforceerd aan: uiteindelijk is dit album toch gewoon opgenomen in Londen met Britse muzikanten voordat John en Taupin nog maar een voet op Amerikaanse bodem hadden gezet, met in de teksten stoere "authentieke" Amerikaanse namen als Deacon Lee, old Clay, Reno en Van Bushell, en ook nog eens af en toe een gemaakt-Amerikaanse "folksy" uitspraak ("Well that ain't nachural"). Bovendien gaan verschillende nummers veel te lang door, zoals Ballad of a well-know gun dat anderhalve minuut korter had mogen zijn, maar ook het verder geweldige My father's gun, en zeker Country comfort, dat na een couplet-refrein-couplet-refrein-solo-refrein-structuur opeens met nóg een couplet en een refrein op de proppen komt en zo geen 3'45 maar 5'07 duurt. (Ik moet ook zeggen dat die down-home-thematiek me niet zo interesseert, als ik dat wil horen zet ik John Denvers Thank God I'm a country boy wel op.)
        Dat alles laat echter onverlet dat Johns gevoel voor melodie en dramatiek op sommige omenten wederom ongeëvenaard is, zoals bij het krachtige refrein van het al genoemde My father's gun (met dat mooie bluesy gitaartje dat mij doet denken aan Stephen Stills' gitaargeluid op Déjà vu), waarbij de melodie superbe ondersteund wordt door de gespannen (en spannende) situatie die Taupin in de tekst schetst. En die andere plaatkantafsluiter Burn down the mission is zo mogelijk nog sterker, met z'n climax met hamerende piano, strijkers en blazers en tenslotte Paul Buckmasters vurig kolkende violen... Ik kan me de hectiek tijdens de live-uitvoeringen indertijd heel goed voorstellen.
        Ook de nummers met kleinere arrangementen zitten soms geweldig in elkaar. Na de vormeloze plaatopener met z'n irritant-vrijblijvende "opvul"-gitaarloopje is daar bijvoorbeeld Come down in time, waarin ik door de combinatie van contrabas, subtiele drums en orkestraal arrangement (is dat een klarinet of een hobo?) de schemer waardoorheen de ik-figuur loopt op weg naar zijn vermeende rendez-vous bijna kan zien, en bovendien zingt John zijn regels op aparte wijze door in de coupletten aan de einde van elke regel al één of twee woorden van de volgende regel te zingen, hetgeen een soort ademloos en daardoor smachtend effect geeft. (Qua sfeer doet dit nummer me sterk denken aan de herfstige muziek van Nick Drake.) En een ander klein meesterwerk is Amoreena, sowieso al een mooi nummer met een fraaie en tedere tekst dat nog eens een niveau hoger wordt getild door de subtiele gitaareffecten in de laatste regel van het refrein. En dan natuurlijk het werkelijk perfecte en bijzonder ontroerende Talking old soldiers...
        Al met al een plaat uit Johns "vroege" periode die ik nooit helemaal in mijn hart heb kunnen sluiten, maar die bij nadere beschouwing op z'n beste momenten eigenlijk toch al het niveau haalt van de platen die ikzelf beschouw als zijn absolute meesterwerken, Goodbye yellow brick road en Captain Fantastic. En de bonustracks zijn overigens eveneens de moeite waard : Into the old man's shoes is een knappe ballade, en Madman across the water is niet alleen interessant als vroege versie van het titelnummer van Johns volgende plaat maar ook vanwege de aanwezigheid van opper-Spider From Mars Mick Ronson.

Elvis Costello - My Aim Is True (1977)

poster
3,5
Voor Elvis Costello heb ik nooit compleet warm kunnen lopen. Ik heb het vier elpees lang geprobeerd, en ik kan zijn belang als song- en tekstschrijver helemaal begrijpen, maar voor mij persoonlijk vormen zijn penetrante stemgeluid en de soms te volle arrangementen van de Attractions ernstige hobbels. Zijn debuutplaat vormde en vormt daarop nog altijd een uitzondering, en dan vooral vanwege de sound: een helder geluid met een slaggitaar met slimme patroontjes die klinken als solo's, een bonkende bas en gortdroge drums – dit klinkt tegelijk perfect en rommelig, lekker stoffig en toch ideaal voor de sterke songs die Costello hier paraat heeft, met naast Clover natuurlijk ook veel dank aan Nick Lowe. Dat ik toch niet hoger kom dan deze score van 3½* komt omdat er naast een aantal briljante nummers toch ook wel wat nietszeggend materiaal op deze plaat staat. Het openingstrio is wat mij betreft qua puntigheid boven elke kritiek verheven, Alison zal wel van bijna iedereen de favoriete track zijn en Red shoes is onweerstaanbaar poppy-swingend, maar dingen als Sneaky feelings, Mystery dance en Pay it back zijn in muzikaal opzicht in vergelijking met de rest nogal onbenullig en doen naar mijn smaak behoorlijk afbreuk aan de impact van de plaat als geheel.

Elvis Presley - The Definitive Rock & Roll Album (1987)

poster
5,0
Te laat, spinout! Net (eindelijk) aangeschaft, voor een schappelijk prijsje (want tweedehands). Schandalig natuurlijk dat ik nú pas een Elvis-compilatie in huis heb – maar had niemand mij kunnen waarschuwen voor deze versie van That's all right (mama) ? Dat de originele Sun-single hier vanwege licensing-problemen niet op staat, daar kan ik inkomen, maar een live-versie die begint met een minuut Also sprach Zarathustra ?!?
        Overigens, spinout, ik wil je kennis niet in twijfel trekken, maar als ik de tracktijden van deze compilatie vergelijk met de opgegeven tracktijden van een aantal Elvis-albums uit de All Music Guide-discografie (met name zijn debuutalbum Elvis Presley, zijn tweede album Elvis en de latere compilaties The 50 greatest hits en 50 worldwide gold award hits volume 1), dan vind ik bij de aldus gevonden 19 gemeenschappelijke nummers qua tracktijd steeds maar 2 of 3 seconden verschil (hetgeen al verklaarbaar kan zijn wanneer de AMG-site de paar seconden pauze tussen de nummers steeds bij de tracktijd optelt), met als enige uitzondering A big hunk o' love (10 seconden verschil, maar als ik een paar versies download zijn die 10 seconden verschil met de versie van The definitive r&r album steeds afwezig). Dus ik weet niet of jouw waarschuwing wel klopt.
        En wat ook nog opvalt is dat deze plaat in Elvis' AMG-discografie in twee versies staat: één keer met BMG als label en 30 tracks (= déze uitgave), en één keer met RCA als label en slechts 22 tracks (de eerste 23 van déze uitgave minus track 10 – waarom juist Good rockin' tonight ertussenuit is geplukt weet ik ook niet).
 

Emerson, Lake & Palmer - Brain Salad Surgery (1973)

poster
4,0
Ik heb nooit zo'n moeite gehad met Emersons bombast, om de eenvoudige reden dat ik die niet zie – de goede man speelt gewoon veel nootjes op veel toetseninstrumenten en op hoog volume, maar ik heb nooit het idee dat hij dat alleen maar doet om zijn fabuleuze techniek te etaleren of om te laten zien welke speeltjes hij nu weer naar de studio heeft gesleept. Bovendien zorgt hij er altijd voor dat het allemaal rockt, en als hij het stokje eens zou laten vallen zouden Lake en Palmer het wel oppakken.
        Dat is dus niet mijn probleem met ELP en zéker niet met Brain salad surgery. Wèl een probleem vind ik het dat lang niet alles op dit album even sterk is. Toccata bijvoorbeeld doet me niet veel en bevat bovendien een solo op elektronische drums die gewoon vervelend is, en Benny the Bouncer heeft als voornaamste kwaliteit dat het maar 140 seconden duurt (dat het trio altijd wat luchtigers op hun albums wilde vind ik prima, maar waarom moeten het altijd zulke flauwe nummers zijn?).
        Karn evil 9 wordt door de meeste gebruikers hier genoemd als het hoogtepunt van het album of zelfs van het hele oeuvre van ELP, maar merkwaardig genoeg krijgen bij de Statistieken de eerste drie nummers van de plaat meer stemmen dan de vier onderdelen van KE9 (waar je dus apart op kunt stemmen, hoewel het op mijn Sanctuary-CD uit 2001 één track van 29:44 is). Zelf kan ik daar wel inkomen, want de First impression vind ik voornamelijk heel druk en vol (hoewel de gitaarsolo van Lake vanaf 07:30 wel een hoogtepunt is) en de Third impression wel sterk maar ook geen meesterwerk, hoewel daar wel een fascinerende passage op zit wanneer Emerson op 6:45 (of 27:22) onder zijn Hammond opeens bizarre synthesizerloopjes tevoorschijn tovert die als een slang van links naar rechts en weer terug door mijn geluidsbeeld kruipen, hetgeen voor mij altijd aanvoelt alsof er een toon plotseling "opgetrokken" wordt.
        Hoe dan ook, de Second impression daarentegen vind ik echt subliem, met prachtig pianospel, een subtiele begeleiding van de ritmesectie en een geweldige verstilde passage; als ik toch de aparte onderdelen als favorieten kan aanvinken kies ik naast Jerusalem voor dit middenstuk.
        Eerlijk is eerlijk, na de eerste vier albums weer in mijn hart te hebben gesloten zag ik een beetje op tegen het massieve Karn evil 9, maar de lengte ervan was uiteindelijk geen probleem, want de band zorgt er wel voor dat alles keurig in beweging blijft en dat er genoeg afwisseling is. Maar Karn evil 9 blijft voor mij gewoon niet gedurende de hele speelduur boeiend, en daarom is dit voor mij niet het absolute meesterwerk van deze band (ik sla het debuut en Trilogy hoger aan) maar "gewoon" een sterk ELP-album. Hetgeen ook niet niks is natuurlijk, vandaar nog altijd 4*.

Emerson, Lake & Palmer - Emerson, Lake & Palmer (1970)

poster
5,0
Om maar meteen al mijn kaarten op tafel te leggen : ik herken me eigenlijk in alle loftuitingen en in geen enkel kritiekpunt hier. Vooral vind ik het bizar hoe fris dit album bijna een halve eeuw later nog klinkt; ik lees hier wel dat mensen vinden dat Emerson het album teveel domineert en dat met name kant 2 eerder als een verzameling van drie solostukken dan als een "group effort" klinkt, maar door al die verschillende sounds en keyboards van Emerson, de ondersteuning van Lake's bas, het gevarieerde drumspel van Palmer, de overdaad aan sterke melodieën en de enorm energieke attack van het totaalgeluid van de band krijgt dit album toch een rijkheid waardoor ik The three fates en Tank eigenlijk nauwelijks als solonummers ervaar èn een enorme afwisseling waardoor de plaat geen seconde verveelt. Tekenend voor dat laatste is dat ik de eerste twee nummers als favorieten heb aangevinkt, maar dat de rest daar kwalitatief zó weinig voor onderdoet dat ik hier niet minder dan ***** voor kan geven. Zoals gezegd nog altijd een enorm fris album dat ik bijna onbeperkt kan draaien.

Emerson, Lake & Palmer - Pictures at an Exhibition (1971)

poster
4,0
Met de originelen van Mussorgsky en Ravel ben ik geheel onbekend, en ook ná deze bewerking heb ik verder geen behoefte om die in welke versie dan ook te leren kennen, maar als losstaand en onafhankelijk werk vind ik deze liveplaat van ELP uiterst genietbaar. De eerste helft is al aardig, met een mooie ballade van Lake en heerlijk Hammondwerk van Emerson op de Blues variation, maar wanneer bij de tweede helft het gas er volledig op gaat bereikt de plaat pas echt z'n hoogtepunt, met een paar stevige baspartijen van Lake en geweldig drumwerk van Palmer dat de hele zaak bijna achteloos bij elkaar houdt.
        De toevoeging van Nutrocker slaat nergens op, maar de manier waarop het trio hun energie door het nummer sluist tovert toch steeds een brede glimlach op mijn gezicht, en de studioversie van Pictures uit 1993 die als bonusnummer op mijn Sanctuary-rerelease uit 2004 is geplaatst klinkt goed maar voegt verder weinig toe en maakt bovendien vooral duidelijk dat Lake's stem de tussenliggende 22 jaar helaas bepaald niet ongeschonden doorgekomen was, en daar kan een (al dan niet synthetisch) dameskoortje niet veel aan veranderen. Maakt niet uit, we hebben nog altijd het origineel, en wat een furieuze plaat blijft dat toch.

Emerson, Lake & Palmer - Tarkus (1971)

poster
3,5
Tarkus was de eerste plaat die ik van ELP leerde kennen, en vaak betekent dat dat zo'n plaat een speciale (en vaak zelfs de hoogste) plek in mijn waardering blijft behouden, maar dat is hier niet het geval. Toch vind ik de plaat als geheel niet "slechter geworden", want de titeltrack is nog steeds indrukwekkend met geweldige composities, melodieën en keyboardsounds, en kant B heb ik nooit zoveel minder gevonden. Natuurlijk is Jeremy Bender een vreemde eend in de bijt (wellicht om even adem te halen na de overweldigende eerste kant?) en is het slotnummer bijna de definitie van meligheid (hoewel voor mij nooit reden genoeg om de plaat eerder af te zetten) maar het tussenliggende kwartet vind ik qua zeggingskracht eigenlijk niet veel minder dan de onderdelen van het titelnummer.
        Vermoedelijk ligt het voor mij toch in het te fragmentarische karakter van het album. Kant 1 staat dan wel als één nummer op de CD maar voelt voor mij toch aan als een collage van zeven composities die fraai aan elkaar zijn gebreid, en met kant 2 erbij zou je dit album kunnen beschouwen als een verzameling van dertien nummers die gemiddeld nog geen drie minuten lang zijn. Het gevolg is, besef ik nu, dat ik feitelijk de lang uitgesponnen instrumentale passages mis die enerzijds alle kanten op kunnen gaan en anderzijds een meeslepend gevoel van vrijheid geven (denk aan Take a pebble van het debuut, Awaken van Yes, The cinema show van Genesis...). Gek genoeg lijkt het nu alsof ik dit album bijna te toegankelijk vind, terwijl de luisteraars van 1971 hier toch wel even met hun oren zullen hebben zitten klapperen – maar zou het titelnummer nou zoveel experimenteler hebben geklonken dan bijvoorbeeld In the court of the Crimson King (1969), het eerste ELP-album (1970) of het uit hetzelfde jaar als Tarkus stammende The Yes album?
        Conclusie: ik vind Tarkus nog steeds een prima plaat, maar voor mij heeft het niet meer de impact die het bij de eerste keer beluisteren had (niet in 1971 maar veel later). En ik moet bekennen dat ik Lake liever hoor en overtuigender vind in ballades als Stones of years en The battlefield dan in rocknummers waarin hij zichzelf soms lijkt te forceren (zoals op "Evil learning, people burning..." van Bitches crystal).
        Overigens wel opmerkelijk dat er in 1971 op de eerste plaats van de Engelse albumlijsten een plaat kon staan met teksten als "Can you believe God makes you breathe? Why did he lose six million Jews?" en "Don't need the Word now that you've heard: don't be afraid, man is man-made." Op Aqualung wilde Ian Anderson de relatie tussen mens en God tenminste nog "privatiseren" ("He's not the kind you have to wind up on Sunday"), maar Lake gaat wel een stapje verder. Weet iemand of daar geen problemen mee zijn geweest, bijvoorbeeld radiostations die weigerden om The only way te draaien?

Emerson, Lake & Palmer - Trilogy (1972)

poster
4,5
Een uitstekende ELP-plaat met ijzersterk samenspel, qua sound heerlijk vol en qua composities bijzonder afwisselend. Hoogtepunten zijn voor mij The endless enigma (part one) (met die mooie passage vanaf 1'40 met conga's/bonga's + bas + keys die klinken als Arabische fluit, gevolgd door de toevoeging van Palmers swingende drums en Emersons geweldige Hammond op 2'00), de werkelijk knállende versie van Hoedown, en het strakke titelnummer. Dat ik niet voor de volle 5* ga komt door een paar mindere momenten: The sheriff vind ik erg flauw met die zeer voorspelbare honky-tonk-piano-coda (het ontbreekt er alleen nog maar aan dat er na de laatste muzieknoot een voorbijfluitende kogel van links naar rechts door het stereobeeld vliegt), Living sin voelt een beetje aan als opvullertje tussen de twee lange tracks op vinylkant 2, en Abaddons bolero duurt mij wat te lang voor z'n vrij beperkte muzikale spanningsboog. Maar goed, dat zijn slechts kleine minpuntjes, en het is ook niet voor niets dat ik uiteindelijk toch op 4½* uitkom, want over het geheel genomen vind ik dit een warm en beheerst album met een zeer hoge draaibaarheidsfactor.
        Gekocht als Sanctuary-remaster uit 2001/2004 met een live-versie van Hoedown als bonustrack. Zoals gebruikelijk in deze serie bevat deze uitgave ook een redelijk informatief uitvouwblad, dat ditmaal echter ook wel enige vragen oproept omdat de schrijvers van de twee essays (manager Bruce Pilato en ELP-biograaf Martyn Hanson) elkaar tot driemaal toe tegenspreken. Over de hoes zegt Pilato: "Originally, Trilogy was to have an original painting by avant-garde artist Salvador Dali", terwijl Hanson stelt: "It was rumoured that Salvador Dali was asked but this is false." Daarnaast werd Hoedown volgens Pilato "done with [de oorspronkelijke componist Aaron] Copland's blessing", terwijl Hanson zegt dat "Copland always hated this version." En over de ontvangst door de pers zegt Pilato: "After the release of Trilogy the band found widespread critical acclaim", en hij citeert Greg Lake: "you couldn't pick up a newspaper that didn't have ELP on the front page", terwijl Hanson over de critici juist meent dat "it was around this time when it all started to go sour. [...] Trilogy was the first album that was really savaged." De luisteraar mag het zelf uitzoeken.
        O, trouwens, kent iemand de Propellerheads nog? Een Brits keyboards-en-drums-duo in de big-beat-stijl met als hit(je)s Take California, Spybreak en (met Sirley Bassey) History repeating (1996-1998). Zouden zij goed naar de laatste minuut van Hoedown hebben geluisterd?

Emerson, Lake & Palmer - Works, Vol. 1 (1977)

poster
3,5
Moeilijke plaat om te beoordelen: ambitieus maar ook breedsprakig, chaotisch maar ook gevarieerd, melodieus maar ook ongestructureerd, intelligent maar ook banaal... het doet me eigenlijk vaak aan Umma gumma denken. Kant 1 is om te beginnen een vrij behoorlijk pianoconcert waar je je niet echt aan buil aan kan vallen dankzij Emersons mooie pianopartijen. De plaatkant van Greg Lake (en van Pete Sinfield en zijn propvolle teksten) wisselt zoete ballades af met de cynische dronkemanswijsheid van Hallowed be thy name. Carl Palmer toont in ieder geval meer ambitie dan Nick Mason, en dankzij zijn lekkere drumwerk en de grote variatie in composities en muziekstijlen ben ik door zíjn plaatkant eigenlijk het meest verrast. Toch bevalt de groepskant me het beste, met Fanfare for the common man dat ondanks z'n enorme lengte toch steeds boeiend blijft en Pirates dat profiteert van een mooi gedetailleerde tekst van Pete Sinfield en sterke (zij het soms iets te nadrukkelijke) zang van Lake. Het is, kortom, een zootje, maar een sympathiek zootje; ik zou het voor geen der vijf voorafgaande platen willen inruilen, maar ik kan het ook niet echt slecht vinden. (Beluisterd via de remaster uit 2017, zonder bonustracks maar met een mooi gedetailleerd boekje inclusief commentaren van Lake en Palmer.)

Emmylou Harris - Wrecking Ball (1995)

poster
4,0
Van de stem van Emmylou Harris ben ik nooit een liefhebber geweest – wel in combinatie met die van Gram Parsons en Bob Dylan, maar wanneer ze een nummer in haar eentje moet dragen zit er een bepaalde snik in haar stem die ik niet goed kan hebben. Dit album kocht ik indertijd dan ook niet vanwege háár, maar omdat ik totaal verliefd was op de bedwelmende sound die Daniel Lanois mee had gebracht op de platen van U2, Peter Gabriel, Robbie Robertson, de Neville Brothers, Bob Dylan en op zijn onvolprezen eigen eerste twee soloplaten (net als de qua sound vergelijkbare produkties van zijn rechterhand Malcolm Burn). En in de duistere sfeer van dit album bleek die stem van Harris naar mijn smaak wonderwel te passen zonder mij tegen te gaan staan of te ergeren. Ik kan begrijpen dat mensen zich storen aan de gedetailleerde en atmosferische produktie en/of aan de afwezigheid van iets als een "countrysound" (bij de credits kom je eerder een "chant vocal", een "sci-fi synth" en een "Indian hand drum" dan een steel-gitaar of een fiddle tegen), maar temidden van al die mysterieuze klankkleuren houdt Harris zich toch met gemak staande dankzij haar doorleefde zang en de uitmuntende selectie van sterke en melodieuze composities. Hoogtepunten vind ik de bijdragen van Steve Earle (met dat prachtige slot inclusief ijle laatste zangnoot) en Lucinda Williams, en de enige track die ik echt minder vind is het titelnummer, waar ik door die weke tweede stem van Neil Young helemaal flauw van word. Verder is dit zowel qua produktie als qua muziek een prachtige plaat; ik heb nooit de behoefte gehad om me hierna toch maar eens in Harris' andere werk te gaan verdiepen, maar Wrecking ball komt nog regelmatig uit de kast.

Eric Clapton - 461 Ocean Boulevard (1974)

poster
4,5
De single in Amerika één week op nummer 1, het album daar zelfs vier weken #1, Clapton nu ook solo een superster. En terecht: uitstekend songmateriaal, heldere produktie, prima muzikanten (met Dick Sims op orgel voorop), en Clapton op z'n gemak met z'n zangstem en hoe hij die goed kan inzetten in deze laid-back-muziek, alles klopt. Dat het soms wat saai en/of inspiratieloos klinkt na de spetterende muziek van de vijf bands waar hij in de jaren 60 in zat, was een verwijt waar Clapton de rest van zijn carrière niet meer vanaf zou komen, maar ik geloof niet dat hij daar nog wakker van ligt. Voor mij een plaat van jeugdsentiment, maar nu ik hem weer draai valt me vooral op hoe goed hij eigenlijk is en hoe zijn impact dus die nostalgische waarde overstijgt.
        Let it grow deed Madjack71 en Wandelaar al aan Stairway to Heaven denken. Zelf heb ik dat er nooit aan afgehoord, maar in zijn autobiografie schreef Clapton zelf: "Een van de nummers waaraan ik was begonnen klonk aardig goed, en ik was trots op mijn inventieve teksten. Dat was Let it grow, en pas jaren later besefte ik dat het een rip-off was van Stairway to Heaven, het beroemde Led Zeppelin-nummer – een ontnuchterende ontdekking, gezien het feit dat ik hun muziek altijd zeer kritisch tegemoet trad." Dus voornoemde gebruikers hadden toch gelijk (of hebben hun berichten hier Clapton misschien op het idee gebracht?)

Eric Clapton - E.C. Was Here (1975)

poster
3,5
jurado schreef:
Jaren na het verschijnen van deze lp bekende Eric dat deze plaat beter niet uitgebracht had kunnen worden.

Ja, dat heb ik ook eens ergens gelezen, en ik ben zelf ook niet echt gek op zijn "laid-back"-periode, maar ik vind dit toch een erg lekker live-album met een soepele en warm klinkende band en goede ontspannen (maar niet "laid-back"  ) uitvoeringen.
 

Eric Clapton - Eric Clapton (1970)

poster
4,0
De som lijkt me hier meer dan het geheel der delen: de nummers apart zijn misschien niet altijd even bijzonder, maar het speelplezier, de sound en de algehele losheid maken hier toch een zeer aanstekelijke plaat van.

Voor wie de versie met bonusnummers heeft: ik lees op internet dat And she rides gewoon de backing-track van Let it rain met een andere tekst is, maar klinkt het nou niet of ook die backing-track anders is? De drums (en dan vooral het bekkenwerk) van And she rides lijken bijvoorbeeld veel swingender en "all over the place" te klinken dan op Let it rain... of bedriegen mijn oren me en verkijk ik me op wat een goede remix zoal niet vermag?

Eric Clapton - Eric Clapton's Rainbow Concert (1973)

poster
3,5
Stel, je bent 13 jaar en iemand die in Amerika is geweest heeft deze plaat voor je meegenomen. De ene helft van deze mensen ken je alleen van naam, de andere helft helemaal niet, en van de nummers ken je er geen enkele omdat je je tot dan nou eenmaal in heel andere (en een stuk poppier) muzikale sferen hebt bewogen. En dan krijg je dus déze plaat voor je kiezen.

Zonder dus ook maar enig besef te hebben van de historische waarde van deze nummers vond ik ze ook toen al in muzikaal opzicht redelijk interessant, vooral opener Badge en afsluiter Presence of the Lord, maar de voornaamste indruk die de plaat op me maakte was die van rommel, chaos, overkill. Drie gitaristen, twee drummers èn een percussionist, dat was niet zozeer een vol alswel een óvervol geluid, en dat allemaal om Clapton op de been te houden?

Vijfendertig jaar later zijn Cream, Traffic, Blind Faith, J.J. Cale, Hendrix en Claptons solowerk natuurlijk veel meer gesneden koek en kan ik het veel beter waarderen. Sfeervol en ongepolijst, met een uitstekende setlist (uiteraard, waar konden ze allemaal niet uit kiezen?), en eigenlijk zijn veel van deze versies nog steeds een aardige introductie op het werk van deze mensen.

Uitzondering is Little wing, dat aan zijn eigen overdaad ten onder gaat. Hendrix' eigen ingetogen versie is nooit verbeterd, zéker ook niet door Stings bombastische verkrachting op Nothing like the sun, hoewel er van Jeffrey Lee Pierce een fraaie versie op internet circuleert.

Eurythmics - Greatest Hits (1991)

poster
4,5
Uitstekende compilatie met alle nummers die in Nederland en/of Engeland en/of Amerika de top-10 hebben gehaald, tenzij je de oorspronkelijke vinyl-versie zonder Would I lie to you (USA #5) hebt. Het vóórdeel van die elpee is dat vervelende nummers als Missionary man en I need a man je daarop bespaard blijven, want van bovenstaande tracklisting is de eerste helft toch wel aanzienlijk sterker dan de tweede (op een enkele uitzondering na). Maar, eerlijk is eerlijk, op die eerste helft wordt wel voldoende duidelijk gemaakt wat een klasse dit duo inbracht, niet alleen qua knappe melodieën en afwisselende arrangementen maar ook en vooral met een stem die ik tot de beste en krachtigste van de popmuziek reken, van het soort "schandalig dat iemand zó goed kan zingen" (zoals bijvoorbeeld goed te horen op het hemelse The miracle of love, één van die uitzonderingen waar ik het hierboven over had). Wat mij betreft één van de leukste acts in de top-40 van de jaren 80. (O, en die 12"-versie van Sweet dreams vind ik dit album echt ontsieren.)

Eurythmics - Sweet Dreams (Are Made of This) (1983)

poster
4,0
Toen deze plaat uitkwam heb ik hem wel een paar keer gehoord, maar door de kaalheid van het toetsengeluid en de simpele elektronische drums had ik er eigenlijk al spoedig geen zin meer in (net zoals ik ook redelijk snel afhaakte bij Depeche Mode, Yazoo en Alphaville). Vreemd genoeg bleven sommige gezongen regeltjes van de albumtracks in de decennia daarna toch steeds in mijn hoofd rondzingen: "Power of imagination goes right to my head", "Wrap it up - I'll take it" (dat ik in deze versie eerder kende dan het origineel van Sam & Dave), "Step away (step away) - walk away - all I want is the real thing", "Underneath the water. . . Underneath the water. . ."
        Dus heb ik dit album dertig jaar na dato toch maar eens een tweede kans gegeven (ook al omdat ik het titelnummer altijd geweldig ben blijven vinden), en het is eigenlijk een nog altijd fris en open klinkende plaat met bijna alleen maar pakkende melodieën, arrangementen die stiekem nog wel wat meer instrumenten dan alleen maar synthesizers en drumcomputers herbergen, een "digitaal" maar zeer vol geluid (ook op de ongeremasterde CD die ik heb) dat daardoor de gedateerdheid voor mij overstijgt, grappige afwijkende nummers die de variëteit waarborgen (zoals Wrap it up en This is the house) en boven alles uit natuurlijk die Stem als een klok, één van de krachtigste en expressieve uit de popmuziek.
        Ik ben er de afgelopen jaren achter gekomen dat ik veel muziek uit de eerste helft van de tachtiger jaren die ik toentertijd geweldig vond (Echo & the Bunnymen, Nick Cave, David Sylvian) nú eigenlijk zelden of nooit meer beluister, terwijl ik muziek die voor mij toen slechts in de marge bestond (Scars, New Musik) nu beter dan ooit vind, en mijn herontdekking van dit album ligt ook wel een beetje in die lijn. Een ontzettend leuke plaat die z'n 50 eurocent die ik er op de Meimarkt voor betaalde wel waard is, dunkt me.
        Grappig feitje van Wikipedia : wie de lange versie (6'41) van This city never sleeps op zijn persing heeft staan, kan David A. Stewart gedurende de laatste seconden daarvan achterstevoren "I enjoyed making that there record. Very good." horen zeggen.

Everything but the Girl - Eden (1984)

poster
4,0
Zeker twintig jaar niet meer gehoord (in ieder geval sinds ik mijn vinylcollectie heb weggedaan), dus aangenaam verrast toen ik dit album op (niet-uitgebreide) CD bij een kringloopwinkel (à €0,95) tegenkwam, en nog extra leuk dat er een tekstboekje bij zit, iets dat mijn ten tijde van de oorspronkelijke release aangeschafte LP niet had. (Geen nieuwe tekstuele inzichten, hoewel ik altijd dacht dat Thorn op het einde van Each and every one "different guys" zong – dat blijkt dus "guise" te zijn, en ik sta er toch wel van te kijken dat ze niet "Whereas all I like is frost and fire" zingt maar "We're as unlike as frost and fire".) Eden is nog altijd een mooie plaat, niet echt het zonnetje in huis vanwege de teksten (somber en/of over geknapte relaties) en Thorns lage en voor sommigen storend-monotone stem, maar het duo weet de eenvormigheid goed te vermijden door afwisselende arrangementen en kleine instrumentale verrassingen (een stiekeme elektrische gitaar op Another bridge, castagnetten op Even so, het orgel als basisinstrument plus de "echoënde" gitaren op Frost and fire, de fretloze bas en het mooie piano-outro op het slotnummer, en de incidentele zang van Ben Watt), en het lichte en heldere geluid en de korte speelduur doen de rest. Niet een plaat die ik nu weer vaak zal gaan draaien (of die broertjes in de platenkast zal krijgen), maar door de knappe composities en het karakter van regenachtige melancholie nog altijd (of weer) dierbaar.