MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Andy Bell - The View from Halfway Down (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andy Bell - The View From Halfway Down - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Andy Bell - The View From Halfway Down
Andy Bell schreef geschiedenis met het debuut van Ride, speelde tweede viool bij Oasis, maar komt nu op de proppen met een psychedelisch soloalbum dat steeds meer moois laat horen

Een droomdebuut afleveren heeft absoluut een keerzijde. Andy Bell hikt nog steeds tegen het fenomenale debuut van zijn band Ride aan. Ride klimt de afgelopen jaren langzaam overeind, maar het eerste soloalbum van Andy Bell is veel beter. De Britse muzikant laat zijn hele muzikale leven voorbij komen en overgiet dit met een flinke wolk psychedelica. Soms duikt een Britpop song op, soms krijgen we een trippy jam voorgeschoteld, maar The View From Halfway Down is altijd interessant en het is bovendien een album dat nog een flinke tijd door kan groeien. Ik had er eerlijk gezegd niet meer op gerekend, maar dit is echt een prima album van Andy Bell.

Bij de naam Andy Bell moest ik in eerste instantie aan de zanger van Erasure denken, maar zijn naamgenoot kennen we als bassist van de laatste edities van Oasis, van Liam Gallagher’s Beady Eye en natuurlijk als voorman van de bands Hurricane #1 en vooral Ride, dat met haar debuut Nowhere uit 1990 ook direct haar meesterwerk afleverde.

Met Ride heeft Andy Bell de goede vorm van de eerste jaren nooit meer gevonden, al zit er de afgelopen jaren wel een stijgende lijn in. Die stijgende lijn trekt de Britse muzikant stevig door op zijn eerste soloalbum The View From Halfway Down, dat deze week is verschenen en dat de Brit grotendeels alleen maakte, hier en daar bijgestaan door Oasis maatje Gem Archer.

Op zijn eerste soloalbum komt alles dat Andy Bell heeft gedaan in zijn muzikale leven samen. Hier en daar klinken flarden van de shoegaze van Ride door, maar ook de Britpop van Oasis, Beady Eye en Hurricane #1 heeft zijn weg gevonden naar The View From Halfway Down. Andy Bell heeft dit alles overgoten met een flinke dosis psychedelica, die uitstekend past bij zijn muziek en die als een warme deken over alle invloeden heen ligt.

De Britse muzikant heeft ruim veertig minuten uitgetrokken voor zijn solodebuut en levert acht prima songs af. Het zijn in de meeste gevallen wat langere tracks, waarin alle ruimte is voor psychedelische klankentapijten. The View From Halfway Down waaiert hier en daar breed uit, maar Andy Bell doet het dit keer zonder de gitaarmuren van Ride.

De Britse muzikant komt op de proppen met een aantal melodieuze en toegankelijke songs. Dat toegankelijke zit hem voor een belangrijk deel in de instrumentatie, want het album bevat niet heel veel songs met een kop en een staart. Waar Andy Bell met Ride de trommelvliezen schuurde, is The View From Halfway Down voorzien van een mooi geluid waarin gitaren en elektronica allebei een belangrijke rol spelen.

In de lange tracks verliest de Britse muzikant de popsong vaak volledig uit het oog, maar ook de wat meer trippy passages bevallen me uitstekend. The View From Halfway Down klinkt in de basis vaak loom en dromerig met atmosferische synths of soms zelfs fraaie folky gitaarlijnen, maar er komt in iedere track ook veel moois aan de oppervlakte.

Op The View From Halfway Down draait het vooral om klankentapijten, al geven vocalen de songs op het album nog wel enige structuur en heb je geen moment het idee dat je naar eindeloos geëxperimenteer aan het luisteren bent. Zeker wanneer psychedelica de overhand neemt, heeft de muziek van Andy Bell een bijna hypnotiserende uitwerking, maar de Britse muzikant kan verrassend makkelijk schakelen tussen trippy soundscapes en aangename popsongs.

Bij Ride kwam het sinds dat geweldige debuut nooit meer echt uit de verf, maar op The View From Halfway Down verkeert Andy Bell in grootse vorm. Zeker bij eerste beluisteringen klonk het bijzonder lekker op de achtergrond, maar het eerste soloalbum van Andy Bell wordt pas echt goed wanneer je het album volledige aandacht geeft en alle fraaie details op het album kunt ontrafelen. Ik had eerlijk gezegd de hoop dat Andy Bell met iets van het niveau van Nowhere van Ride op de proppen zou komen al lang opgegeven, maar zijn eerste soloalbum is uitstekend. Erwin Zijleman

Andy Shauf - Norm (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andy Shauf - Norm - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Andy Shauf - Norm
De Canadese muzikant Andy Shauf laat op Norm horen dat hij behoort tot de meest getalenteerde verhalenvertellers en songwriters van het moment en het album klinkt ook nog eens bijzonder aangenaam

Andy Shauf maakte in 2020 indruk met het fraaie The Neon Skyline, maar het deze week verschenen Norm sla ik nog wat hoger aan. Norm is niet alleen een conceptalbum met een bijzonder verhaal, maar is bovendien een album dat je direct vanaf de eerste keer horen voorgoed wilt koesteren. Het tempo ligt dromerig laag, de instrumentatie is subtiel maar smaakvol, Andy Shauf zingt fluisterzacht en de songs zijn van een niveau dat alleen de grootste singer-songwriters is gegeven. Andy Shauf laat je op Norm twaalf songs lang ontsnappen naar een wereld waarin alles mooi is en je kunt er zo vaak naar terugkeren als je zelf wilt. Bijzonder knap album.

Mijn eerste kennismaking met de muziek van Andy Shauf stamt uit 2018, toen het debuutalbum van zijn band Foxwarren verscheen. De Canadese muzikant had op dat moment ook al vier soloalbums op zijn naam staan, die in 2020 werden gevolgd door het ijzersterke The Neon Skyline, dat terecht opdook in flink wat jaarlijstjes. Na het tussendoortje Wilds, dat was gevuld met wat ruw restmateriaal van The Neon Skyline, keert Andy Shauf deze week terug met Norm.

Van Foxwarren hebben we al een tijd niets meer gehoord, maar zolang het solowerk van Andy Shauf zo goed is als op The Neon Skyline en nu weer op Norm, mis ik de band absoluut niet. Andy Shauf bleek al eerder een zeer getalenteerd verhalenverteller en dat talent hoor je ook weer op Norm dat een donker verhaal vol bijzondere wendingen vertelt. Het is een verhaal dat een roman verdient, maar het is ook een verhaal dat van de individuele songs op Norm een aaneensluitende luistertrip maakt.

Voor mij nog belangrijker is het feit dat dit verhaal is verpakt in een serie geweldige songs. Andy Shauf maakte Norm grotendeels in zijn eentje, maar het album is zeer smaakvol en met veel oog voor detail ingekleurd. The Neon Skyline herinnerde al aan de grote en hier en daar zelfs de allergrootste singer-songwriters uit de jaren 70 en deze komen ook weer voorbij op Norm.

Andy Shauf maakt op zijn zesde soloalbum vooral ingetogen muziek, maar door alle mooie details in de instrumentatie klinkt het album desondanks zeker niet kaal. De instrumentatie op Norm is song na song van een bijzondere schoonheid en intimiteit. De meeste songs hebben een organische basis slepen zich betrekkelijk langzaam voort. Op de relatief sobere basis zijn steeds fraaie accenten van met name keyboards gestapeld, die ondanks hun subtiliteit maximaal effect hebben. Norm is een album dat na zonsondergang op prachtige wijze tot leven komt, maar ik kan me ook al broeierige zomeravonden met het album als soundtrack voorstellen.

De zwoele klanken passen prachtig bij de bijzondere stem van Andy Shauf, die op Norm vooral fluisterzacht zingt en ook in vocaal opzicht herinnert aan grote singer-songwriters uit de jaren 70. Norm ligt voor een klein deel in het verlengde van het terecht bewierookte The Neon Skyline, maar op zijn nieuwe album klinkt de Canadese muzikant ook anders. De meeste songs op het album klinken jazzier en soulvoller, terwijl ook invloeden uit de softrock en softpop zoals die in de jaren 70 werden gemaakt aan terrein hebben gewonnen.

Norm slaat zich 35 minuten en een dozijn songs lang als een heerlijke warme deken om je heen en in die 35 minuten vergeet je de wereld om je heen. Het is een album dat direct vanaf de eerste noten vertrouwd klinkt, maar het is ook een album waarop veel moois valt te ontdekken. Het klinkt allemaal zo aangenaam dat je bijna vergeet te luisteren hoe knap het allemaal in elkaar zit, maar de songs van Andy Shauf zijn echt kunststukjes, net als het verhaal dat de Canadese muzikant vertelt in zijn nieuwe songs.

Norm is een album zoals de eveneens Canadese muzikant Ron Sexsmith die kon maken en laat die nu net volgende week opduiken met een nieuw album. Ik ben nu al benieuwd hoe dat album zich verhoudt tot Norm van Andy Shauf, maar dat die de lat ontiegelijk hoog heeft gelegd is voor mij zeker. Erwin Zijleman

Andy Shauf - The Neon Skyline (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Andy Shauf - The Neon Skyline - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Andy Shauf - The Neon Skyline
Andy Shauf schudt de perfecte popliedjes op zijn nieuwe album bijna achteloos uit zijn mouw en vermaakt mateloos met warme songs die mooier en mooier worden

Andy Shauf maakte in 2018 indruk met de band Foxwarren, maar zijn nieuwe soloalbum is nog mooier en indrukwekkender. The Neon Skyline bevat het ene na het andere perfecte popliedje en de een is nog mooier dan de ander. De instrumentatie is tijdloos, maar zit ook vol subtiele wendingen, terwijl de stem van de Canadese muzikant bijzonder lekker in het gehoor ligt. Het komt vervolgens aan op de songs en die zijn allemaal van het niveau waarop ook onder andere Ron Sexsmith het patent heeft. The Neon Skyline zorgt onmiddellijk voor een goed gevoel, maar de tijdloze songs op het album winnen ook nog lang aan kracht.

De Canadese muzikant Andy Shauf ken ik vooral van het debuutalbum van de eveneens Canadese band Foxwarren. Deze band was al ruim tien jaar actief toen in 2018 eindelijk een eerste album verscheen.

Het succes van de solocarrière van Andy Shauf speelde naar verluidt een belangrijke rol bij de lange vertraging van de release van het eerste album van Foxwarren, maar de soloalbums van de muzikant die werd geboren in Regina, Saskatchewan, zijn mij eerlijk gezegd ontgaan.

Sinds het zo goede en aangename debuut van Foxwarren heb ik Andy Shauf echter op het netvlies en daarom begon ik met hooggespannen verwachtingen aan de beluistering van zijn nieuwe album The Neon Skyline.

Het debuut van Foxwarren citeerde nadrukkelijk uit de popmuziek uit de jaren 70 en was hierbij zeker niet kieskeurig. Ook het nieuwe album van Andy Shauf is niet vrij van invloeden uit de jaren 70, maar het is ook een eigentijds singer-songwriter album. Het is een album dat me vooral doet denken aan de muziek van de eveneens Canadese singer-songwriter Ron Sexsmith. Het laatste wapenfeit van Ron Sexsmith is alweer bijna drie jaar oud, maar het nieuwe album van Andy Shauf is wat mij betreft een waardig alternatief.

De inmiddels vanuit het Canadese Toronto opererende muzikant schudt op The Neon Skyline de perfecte popliedjes bijna achteloos uit zijn mouw, net als Ron Sexsmith dat al zo lang kan. The Neon Skyline is zo’n album dat zich direct als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat. Alles klinkt even aangenaam, alles klinkt even warm en alles klinkt even tijdloos. Andy Shauf maakt singer-songwriter muziek die het oor streelt en die vrijwel onmiddellijk zorgt voor een goed gevoel.

De Canadese muzikant doet dit met een mooi verzorgde en over het algemeen spaarzame maar ook lekker vol klinkende instrumentatie, die steeds weer weet te verrassen met andere instrumenten of subtiele wendingen. Het is een instrumentatie die herinnert aan heel veel muziek uit het verre verleden, waaronder flink wat countryrock en softrock maar gezapig klinkt het geen moment.

The Neon Skyline overtuigt hiernaast makkelijk door de stem van Andy Shauf. De muzikant uit Toronto beschikt over een lekker in het gehoor liggende stem met een randje Paul Simon. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam, maar Andy Shauf is ook nog eens een getalenteerd songwriter, die mooie verhalen vertelt en ze verpakt in tijdloze popliedjes van hoog niveau. In de wat melancholischer ingekleurde songs doet de muziek van Andy Shauf niet alleen denken aan Ron Sexsmith, maar hoor ik ook wat van Elliott Smith, ook vergelijkingsmateriaal waarvoor Andy Shauf zich niet hoeft te schamen.

Net als bij de albums van Ron Sexsmith heb ik ook bij beluistering van The Neon Skyline soms de neiging om me af te vragen wat er nu precies zo bijzonder is aan het album. Alles klinkt zo aangenaam, zo tijdloos en zo makkelijk dat het haast een koud kunstje lijkt, maar ondertussen is het natuurlijk razendknap wat Andy Shauf doet. The Neon Skyline staat vol met songs waarop je direct bij de eerste keer horen verliefd wordt en het is een liefde die niet verdwijnt wanneer je het album vaker beluisterd. Integendeel zelfs, het nieuwe album van Andy Shauf wordt alleen maar mooier. Erwin Zijleman

Ane Brun - After the Great Storm (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ane Brun - After The Great Storm - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ane Brun - After The Great Storm
Ane Brun komt deze maand met maar liefst twee albums, waarvan het vooral elektronisch ingekleurde en verrassend spannende After The Great Storm alvast zeer de moeite waard is

Ane Brun was de afgelopen jaren niet zo productief, maar komt terug met twee albums in een maand tijd. After The Great Storm blijkt alvast een zeer aangename verrassing. Het elektronische klankentapijt is redelijk nieuw voor de Noorse muzikante, maar het past verrassend goed bij haar stem. Het klinkt niet alleen geweldig, maar After The Great Storm is ook nog eens een zeer avontuurlijk album, waarop Ane Brun flink buiten de haar bekende lijntjes kleurt. Soms aanstekelijk en bijna lichtvoetig, soms atmosferisch en bezwerend, zoals het een Scandinavische ijsprinses betaamt. En dit is ook nog eens een album dat nog wel even door kan groeien.

Het kan haast geen toeval zijn. Op het moment dat de herfst zijn intrede doet in Nederland, komen albums uit Scandinavië als paddenstoelen uit de grond. Het was de afgelopen week niet anders met onder andere een nieuw album van Ane Brun.

De Noorse singer-songwriter was de afgelopen jaren niet overdreven productief, maar brengt nu in een maand tijd maar liefst twee albums uit. Op How Beauty Holds The Hand Of Sorrow moeten we nog een paar weken wachten, maar deze week verscheen al wel After The Great Storm. In de pers wordt hier en daar gesproken over twee EP’s, maar de eerste worp bevat ruim 47 minuten muziek, inclusief bonustracks zelfs meer dan een uur.

Ik heb How Beauty Holds The Hand Of Sorrow nog niet gehoord, maar volgens de eerste berichten heeft Ane Brun twee totaal verschillende albums gemaakt. After The Great Storm klinkt alvast flink anders dan ik van Ane Brun gewend ben. Op haar nieuwe album omgeeft de Noorse muzikante zich met een grotendeels elektronisch klankentapijt dat verder wordt ingekleurd met flink wat strijkers.

Het is ver verwijderd van het sobere en folky geluid waarmee Ane Brun ooit opdook, maar het is prachtig. In de openingstrack wordt elektronica gecombineerd met triphop achtige ritmes en maakt Ane Brun muziek die met een beetje lef als lichtvoetig is te omschrijven, maar wanneer in de tweede track atmosferische synths samenvloeien met strijkers is Ane Brun toch weer een echte Scandinavische ijsprinses.

Ane Brun schreef de songs voor haar nieuwe albums grotendeels tijdens de lockdown en verruilde haar uitvalsbasis Stockholm voor het Noorse platteland. Het heeft een serie ijzersterke songs opgeleverd waarin Ane Brun reflecteert op haar leven dat flink is veranderd sinds haar eerste stappen als muzikant.

Het zijn songs die soms breed uitwaaien en vooral stemmig klinken, maar Ane Brun experimenteert in de vaak lange tracks op het album ook veelvuldig met bijzondere ritmes en verwerkt bovendien flink wat invloeden in haar muziek die niet is te vangen met algemene termen als triphop op elektronica. Soms klinkt het verrassend toegankelijk, soms buitengewoon avontuurlijk, maar het klinkt altijd prachtig.

De elektronische klankentapijten op het album zijn altijd zeer smaakvol en voorzien de songs van Ane Brun van een bijzondere sfeer. Het is een sfeer waarin de stem van Ane Brun uitstekend gedijt. Zeker in de wat lichtvoetigere tracks op het album klinkt ze voorzichtig soulvol, maar de Noorse muzikante kan ook op indringende wijze de Scandinavische winter over je uit storten.

Het levert een album op dat zich onmiddellijk schaart onder de betere albums van Ane Brun, maar After The Great Storm is ook een album waarop zoveel te ontdekken valt dat een lange periode van groei niet valt uit te sluiten.

Op voorhand leek een elektronisch muzikaal landschap me minder geschikt voor Ane Brun, maar het pakt fantastisch. En voor een ieder die Ane Brun liever in een wat soberdere muzikale setting hoort is er over een paar weken How Beauty Holds The Hand Of Sorrow, waarop Ane Brun naar verluidt kiest voor een zeer sober instrumentarium. Haar productie viel zoals gezegd wat tegen de laatste jaren, maar in het vreemde 2020 verkeert de Noorse muzikante in topvorm. Erwin Zijleman

Ane Brun - How Beauty Holds the Hand of Sorrow (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ane Brun - How Beauty Holds The Hand Of Sorrow - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Ane Brun - How Beauty Holds The Hand Of Sorrow
Ane Brun bracht een maand geleden een even verrassend als prachtig album uit en herhaalt dat kunstje nu met een album dat weer totaal anders klinkt maar eveneens wonderschoon is

Ane Brun koos tijdens de lockdown dit voorjaar voor een verblijf op het Noorse platteland en schreef hier voldoende songs voor twee albums. De eerste verscheen een maand geleden en klonk verrassend vol en elektronisch, de tweede verschijnt nu en klinkt juist verrassend sober. Wat is gebleven is de geweldige stem van Ane Brun, die ook de songs op How Beauty Holds The Hand Of Sorrow weer tot grote hoogten optilt. Het levert in een maand tijd twee albums op van jaarlijstjesniveau. Het zijn twee albums waartussen ik niet wil kiezen en dat hoeft dat ook niet. Ik was een beetje uitgekeken op Ane Brun, maar deze twee albums zijn van een angstaanjagend hoog niveau.

Ik was ruim zeventien jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuut van de Noorse singer-songwriter Ane Brun, maar sindsdien werd ik lang niet altijd overtuigd door haar albums en de laatste jaren liet ik er zelfs een aantal liggen. Het eind oktober verschenen After The Great Storm kwam daarom voor mij als een donderslag bij heldere hemel. Ane Brun had me onmiddellijk te pakken met de songs op het album en met haar stem en wist ook nog eens enorm te verrassen met een avontuurlijk en bezwerend elektronisch klankentapijt.

We zijn inmiddels pas een maand verder en wederom zit er een nieuw album van Ane Brun tussen de nieuwe releases. How Beauty Holds The Hand Of Sorrow klinkt flink anders dan After The Great Storm, maar ook dit keer was ik onmiddellijk onder de indruk van de muziek van de Noorse muzikante.

De songs voor After The Great Storm en How Beauty Holds The Hand Of Sorrow werden het afgelopen voorjaar geschreven tijdens de lockdown op het Noorse platteland en een van de songs (Don’t Run And Hide) komt op beide albums terug. Ane Brun wilde eigenlijk maar één album maken, maar toen de songs vorm kregen en de Noorse muzikante experimenteerde met verschillende instrumentaties, werd snel duidelijk dat het twee, behoorlijk verschillende albums, moesten gaan worden.

How Beauty Holds The Hand Of Sorrow opent fraai met Last Breath, waarin subtiele pianoklanken worden gecombineerd met prachtig gearrangeerde strijkers. De fraaie strijkersarrangementen waren er ook op After The Great Storm, maar waar ze op dit album werden gecombineerd met atmosferische elektronische klanken, zijn er nu slechts wat subtiele pianoakkoorden en vooral stilte.

In het volle elektronische geluid van After The Great Storm viel de stem van Ane Brun me in positieve zin op, maar die stem klinkt misschien nog wel mooier op het soberder ingekleurde How Beauty Holds The Hand Of Sorrow. Dat hoor je direct in de openingstrack, maar je hoort het nog beter in de songs waarin ook de strijkers zwijgen en de indringende vocalen van Ane Brun alleen worden begeleid door de piano en hier en daar een akoestische gitaar.

Ik noemde After The Great Storm een paar weken geleden al een typisch herfstalbum, maar ook How Beauty Holds The Hand Of Sorrow lijkt gemaakt voor dit seizoen, al voldoet het album misschien nog wel beter in een ijskoude en donkere winter. Ook op haar nieuwe album kiest Ane Brun voor een wat melancholisch aandoend geluid en zingt ze vol gevoel en weemoed, hier en daar ondersteund door al even fraaie achtergrondzang.

Ik werd een paar weken zoals gezegd enorm aangenaam verrast door het nieuwe geluid van Ane Brun, dat absoluut naar meer smaakte. Dat meer krijgen we niet op How Beauty Holds The Hand Of Sorrow, maar ik vind het nieuwe album van Ane Brun misschien nog wel indrukwekkender dan zijn voorganger.

Er zijn dit jaar al meerdere lockdown albums verschenen, maar Ane Brun weet alle onzekerheid uit deze lockdown het best te vangen in haar muziek. De instrumentatie is prachtig, vooral als deze zo sober mogelijk wordt gehouden en Ane Brun onder de huid kan kruipen met wonderschone zang en indringende klanken.

Het is niet veel muzikanten gegeven om in een jaar twee albums uit te brengen die goed genoeg zijn voor de jaarlijstjes (Big Thief deed het vorig jaar wel overigens), maar Ane Brun doet het en vooralsnog vind ik How Beauty Holds The Hand Of Sorrow nipt de mooiste van de twee. Erwin Zijleman

Ane Brun - Leave Me Breathless (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ane Brun - Leave Me Breathless - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Een paar weken geleden brachten twee vrouwelijke singer-songwriters met een bijna gelijke achternaam een plaat met alleen maar covers uit.

De plaat van Carla Bruni kabbelde weliswaar aangenaam voort op de achtergrond, maar deed echt helemaal niets met me, waardoor ik French Touch snel weer terzijde heb geschoven.

Aan de plaat van Ane Brun begon ik niet eens, deels omdat ik de tracklist wel erg hoog gegrepen vond en deels omdat ik de laatste jaren wat was uitgekeken op de muziek van de Noorse singer-songwriter.

Door het karige nieuwe aanbod van deze week kwam Leave Me Breathless uiteindelijk toch nog uit de speakers en langzaam maar zeker heeft de covers plaat van Ane Brun me veroverd.

Dat ging zeker niet zonder slag of stoot. Leave Me Breathless bevat een aantal klassieke songs waar je eigenlijk met je tengels af moet blijven, een aantal songs die ik bij voorkeur nooit meer hoor, een aantal songs die direct zijn verbonden met mooie of minder mooie herinneringen en een aantal songs die zo zijn vergroeid met de muzikant die het origineel vertolkte dat een nieuwe uitvoering eigenlijk nooit meer kan zijn dan een slap aftreksel.

Ik begon daarom vol scepsis aan de beluistering van de nieuwe plaat van Ane Brun, maar de zachte en uiterst ingetogen versies van Foreigner’s I Want To Know What Love is en de platgetreden klassiekers Always On My Mind en Unchained Melody deden, ondanks de enorme weerstand, toch wat met me. De echte waardering voor de nieuwe plaat van Ane Brun kwam echter pas toen de Noorse singer-songwriter in de vierde track liet horen dat in Maria Carey’s Hero wel degelijk een mooi popliedje schuilt en ze me er vervolgens van overtuigde dat Show Me Heaven misschien toch wel de mooiste popsong is die Maria McKee ooit schreef.

Ane Brun gaat vervolgens onverstoorbaar door met het op zachte en intieme wijze coveren van songs waar de gemiddelde muzikant echt van af moet blijven, maar door haar respect en liefde voor de originelen blijf ik toch luisteren. Ook Ane Brun vertilt zich op Leave Me Breathless wel eens, maar de zachte klanken, de gevoelige vocalen en de intimiteit van de songs zorgen er voor dat de Noorse muzikante uiteindelijk in vrijwel alle songs overeind blijft, ook als ze met haar versie achter blijft bij het origineel.

Leave Me Breathless was oorspronkelijk bedoeld als een verzameling songs voor een nieuwe liefde van Ane Brun, vergelijkbaar met de cassettebandjes die veel van ons vroeger maakten voor nieuwe of vooral onbereikbare liefdes. Ane Brun zingt de songs die ze heeft uitgekozen echter zelf en doet dat met heel veel liefde en gevoel. Die liefde en dat gevoel zal ze op lang niet iedere luisteraar weten over te dragen, maar toen ik me eenmaal gewonnen had gegeven en alle scepsis was verdwenen, begon Leave Me Breathless aan een op voorhand niet verwachte groei.

Ane Brun gaat misschien aan de slag met songs waarmee je niet aan de slag moet gaan, maar langzaam maar zeker maakt ze haar eigen songs van klassiekers of juist draken uit het verleden. Zeker op een lome zondagochtend kabbelt Leave Me Breathless nog veel aangenamer voort dan de plaat van Carla Bruni, maar wanneer de nieuwe plaat van Ane Brun je raakt wordt het verschil tussen de beide covers platen levensgroot.

Het blijft zo dat ik liever nieuwe eigen songs hoor dan platgetreden songs van anderen, maar waar ik een nieuwe plaat van Ane Brun waarschijnlijk snel opzij had gelegd, werd ik op Leave Me Breathless uiteindelijk weer geraakt door de emotie en het talent dat ik zo koesterde toen ik al weer bijna 15 jaar geleden Ane Brun’s debuut Spending Time With Morgan voor het eerst hoorde. De meeste platen met alleen maar covers laat ik graag liggen, maar op een of andere manier vind ik Leave Me Breathless van Ane Brun echt heel mooi. Erwin Zijleman

Angaleena Presley - American Middle Class (2014)

poster
4,5
Nog maar een keer dan:
De krenten uit de pop: Angaleena Presley - American Middle Class - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

American Middle Class van Angaleena Presley stond een paar maanden geleden al op deze BLOG, maar heeft inmiddels dan eindelijk een Nederlandse release gekregen. Het is een goede reden om nogmaals aandacht te besteden aan deze plaat, maar er is nog een veel betere reden. American Middle Class is me bij de hernieuwde kennismaking nog veel dierbaarder geworden dan een paar maanden geleden het geval was en is één van mijn favoriete platen van het moment. Daarom nogmaals aandacht voor het indrukwekkende debuut van Angaleena Presley.

De Amerikaanse (alt-)countryster Miranda Lambert (zo ongeveer met al haar platen vertegenwoordigd op deze BLOG) vormde een paar jaar geleden samen met Ashley Monroe en Angaleena Presley (geen familie van) het met name in de Verenigde Staten zeer succesvolle trio The Pistol Annies. Ashley Monroe trok vorig jaar veel aandacht met het heel aardige, maar wel wat naar mainstream neigende, Like A Rose en nu is het de beurt aan Angaleena Presley.

Angaleena Presley groeide op in Kentucky en is de dochter van een mijnwerker. Dat zijn twee mooie ingrediënten voor een traditioneel aandoende countryplaat, maar Angaleena Presley blijft op American Middle Class voldoende ver verwijderd van de traditionele en over het algemeen aalgladde Nashville country, waardoor ze ook de liefhebbers van alternatieve country zeker zal aanspreken.

American Middle Class valt op door lekker in het gehoor liggende rootssongs die meerdere uithoeken van de Americana verkennen. Angaleena Presley heeft een voorkeur voor donkere songs met invloeden uit de folk, country en blues en kiest hierbij afwisselend voor akoestische songs en songs waarin de elektrische gitaren voorzichtig mogen ronken. Ook haar Zuidelijke roots komen echter met enige regelmaat aan de oppervlakte, bijvoorbeeld wanneer een flinke dosis gospel opduikt of wanneer haar vader een mooi verhaal mag vertellen.

De songs op American Middle Class zijn songs die steeds zijn voorzien van een mooie instrumentatie, met een hoofdrol voor fraai gitaarwerk, maar American Middle Class wordt uiteindelijk vooral gedragen door de aansprekende stem van Angaleena Presley. Alleen de prachtige zuidelijke tongval van Angaleena Presley is voor mij al genoeg om te smelten voor de songs van de Amerikaanse singer-songwriter, maar ze beschikt ook nog eens over een stem die in meerdere soorten songs uitstekend uit de verf komt en je (of in ieder geval mij) weet te raken.

Het is een stem die lijkt gemaakt voor country tear jerkers, maar ook als de gitaren uit mogen halen haakt Angaleena Presley moeiteloos aan, wat ze overigens ook doet wanneer haar songs soulvoller of juist poppier zijn.

Zeker in de wat stevigere en donkerdere songs met mooi zweverige gitaren doet de productie, waarvoor Angaleena Presley overigens zelf tekende, wel wat denken aan die van Daniel Lanois, wat de plaat iets ongrijpbaars geeft. Hiertegenover staan een aantal behoorlijk toegankelijk songs die het goed zullen doen op de Amerikaanse radio en raken aan het werk van Sheryl Crow. De beelden van fraaie roadtrips bedenk je er vervolgens moeiteloos en bijna vanzelfsprekend bij.

American Middle Class is een bijzonder veelzijdige plaat met songs die stuk voor stuk meer indruk maken wanneer je ze vaker hoort. Zeker in vocaal opzicht kan Angaleena Presley zich meten met de allerbesten, maar desondanks kiest ze voor de nodige vocale assistentie, wat er uiteindelijk voor zorgt dat haar stem nog veel meer indruk maakt. Hetzelfde geldt eigenlijk voor de songs op de plaat, die stuk voor stuk prachtig zijn ingekleurd en ook nog eens mooie verhalen vertellen. Stuk voor stuk groeibriljanten.

American Middle Class is een plaat die onmiddellijk indruk weet te maken, maar na verloop van tijd wordt deze indruk onuitwisbaar, al is het maar omdat Angaleena Presley steeds weer fraaie bruggen weet te slaan tussen de traditionele en de meer alternatieve rootsmuziek, waarbij ze het beste van beide werelden weet te combineren. American Middle Class van Angaleena Presley schaar ik inmiddels met terugwerkende kracht onder de betere rootsdebuten van 2014, maar het debuut van de singer-songwriter uit Kentucky is nog niet uitgegroeid. Nog lang niet zelfs. Ik schrijf hem dus ook alvast op voor 2015. Erwin Zijleman

Angaleena Presley - Wrangled (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angaleena Presley - Wrangled - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Angaleena Presley, dochter van een mijnwerker uit Martin County, Kentucky, en geen familie van ene Elvis uit het nabij gelegen Memphis, vormde een aantal jaren geleden samen met Miranda Lambert (toen al een ster) en Ashley Monroe (nog in de categorie jong en veelbelovend) de band The Pistol Annies.

Het drietal timmerde met veel succes aan de weg in de Verenigde Staten, maar kreeg in Nederland helaas nauwelijks aandacht.

Echt indruk maakte Angaleena Presley aan deze kant van de Atlantische oceaan pas met het eind 2014 verschenen American Middle Class, dat in het betreffende jaar wat mij betreft moet worden geschaard onder de betere debuten in het rootssegment.

Op haar debuut maakte Angaleena Presley indruk met een fantastische stem en met een repertoire waarin Nashville country en meer alternatieve country samensmolten met flink wat muzikale invloeden uit het diepe Zuiden van de Verenigde Staten.

Het is een lijn die verder wordt doorgetrokken op Wrangled, de tweede plaat van de Amerikaanse singer-songwriter. Ook op Wrangled maakt Angaleena Presley flink wat indruk met een stem die gemaakt is voor de country, maar in muzikaal opzicht baart de tweede plaat van deze Presley misschien nog wel meer opzien.

Angaleena Presley, die voor de songs op haar nieuwe plaat samenwerkte met een nieuwe countryster als Chris Stapleton, maar ook met oude rotten als Wanda Jackson en Guy Clark, bestrijkt in muzikaal opzicht immers een nog breder palet dan op haar debuut.

In een aantal songs eert de singer-songwriter uit Kentucky de traditionele country, maar minstens net zo vaak begeeft ze zich op het terrein van de alt-country of juist de Nashville countrypop van bijvoorbeeld de geweldige Kacey Musgraves. Hier blijft het niet bij, want op haar tweede plaat flirt Angaleena Presley ook voorzichtig met Zuidelijke soul, blues, folk, pop en onvervalste honky tonk.

Dat Angaleena Presley niet bang is om buiten de lijntjes te kleuren blijkt ook wel uit het feit dat in een van de songs rapper Yelawolf opduikt, waarmee ze zich vrijwel onmogelijk maakt in de uiterst conservatieve country scene rond Nashville.

Het knappe van Wrangled is dat de plaat dankzij de enorme veelzijdigheid aansluit bij meerdere uitersten binnen de Amerikaanse countrymuziek van het moment. Wrangled bevat genoeg moois om het de liefhebbers van lekker in het gehoor liggende Nashville countrypop naar de zin te maken, maar zal ook bij liefhebbers van meer traditionele country of juist alternatieve country in de smaak vallen.

American Middle Class had Angaleena Presley al moeten scharen onder de smaakmakers van de Amerikaanse countrymuziek van het moment, maar met het veel mooiere Wrangled heeft de Amerikaanse pas echt iets in handen waar geen enkele liefhebber van het genre omheen kan. Erwin Zijleman

Angel Olsen - All Mirrors (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angel Olsen - All Mirrors - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Angel Olsen - All Mirrors
Angel Olsen pakt op haar nieuwe album heel stevig uit met elektronica en een flink orkest, maar na enige gewenning valt alles toch weer op zijn plek

Voor een ieder die denkt dat Angel Olsen nog steeds navelstarende folksongs maakt, zal beluistering van All Mirrors even schrikken zijn. Op haar nieuwe album pakt de Amerikaanse singer-songwriter uit met een flinke hoeveelheid bombast. De strijkers zwellen keer op keer stevig aan, waarna een bak synths het nog wat grootser en meeslepender maakt. Angel Olsen schreeuwt zo af en toe de longen uit haar lijf, maar kan op All Mirrors ook fluisterzacht of heerlijk dromerig zingen. Enige gewenning is absoluut noodzakelijk, maar bij iedere beluistering valt er weer meer op zijn plek en dwingt Angel Olsen steeds meer respect af voor dit gewaagde album.

Angel Olsen begon een jaar of negen geleden als authentiek klinkende folkie, brak in 2014 door met het prachtige, nog steeds voornamelijk ingetogen, maar ook wat richting indie-rock opgeschoven Burn Your Fire For No Witness en verraste op het in 2016 verschenen My Woman met een voller en net wat toegankelijker geluid.

Bij Angel Olsen weet je nooit wat je kunt verwachten, wat, in ieder geval bij mij, zorgde voor hooggespannen verwachtingen rond haar nieuwe album. Het deze week verschenen All Mirrors blijkt een album dat je compleet van je sokken blaast en niet alleen omdat Angel Olsen weer totaal anders klinkt dan op haar vorige albums.

All Mirrors werd gemaakt met een flink orkest en het is een orkest dat de bombastische uitbarstingen niet schuwt. Angel Olsen sluit met haar zang zo nu en dan aan bij de volle en vaak wat dramatische klanken van het orkest dat haar begeleidt en trekt alle registers met enige regelmaat open. Holle bombast en compleet over the top was mijn eerste reactie na beluistering van de openingstrack, maar ik heb Angel Olsen hoog zitten en wilde daarom niet te snel oordelen.

Inmiddels komt All Mirrors daarom voor de zoveelste keer voorbij. Ik vind het nog steeds een heftige plaat en een plaat die tegen de lijn tussen functionele en holle bombast aan schuurt. De strijkers zwellen keer op keer stevig aan en om het geluid nog wat grootser en meeslepender te maken heeft co-producer John Congleton, met wie Angel Olsen ook samenwerkte op Burn Your Fire For No Witness, ook nog een flinke batterij synths toegevoegd. Wanneer de ritmesectie vervolgens ook nog eens zwaar aangezette baslijnen en drums toevoegt, klinkt All Mirror als Siouxsie & The Banshees geproduceerd door Phil Spector.

Angel Olsen zou echter Angel Olsen niet zijn als ze de luisteraar niet meerdere malen op het verkeerde been zet. Na het grootse en meeslepende drama van de eerste tracks volgt een bijna lichtvoetig popliedje met synths, die afwisselend lijken weggelopen uit de jaren 80 elektronische pop of uit de progrock uit de jaren 70, waarna Angel Olsen verder gas terugneemt in een ingetogen popsongs met afwisselend fluisterzachte zang en gesproken teksten.

De instrumentatie is in alle tracks zwaar aangezet en wordt gedomineerd door elektronische klanken en door de stevig uitpakkende strijkersarrangementen van Jherek Bischoff en Ben Babbitt. Het waren de net wat minder groots uitpakkende songs die me als eerste wisten te overtuigen. Zeker wanneer Angel Olsen niet de ambitie heeft om aan te sluiten bij de girlpop van Phil Spector of bij het vocale vuurwerk van een zangeres als Ellen Foley, klinkt ze prachtig dromerig of zelfs zweverig, waardoor ook invloeden van een band als Cocteau Twins opduiken in het geluid op All Mirrors, maar ook het naar de jaren 50 hangende geluid van Lana Del Rey is soms niet heel ver weg.

Natuurlijk verlang ook ik bij beluistering van alle elektronica en strijkers met enige regelmaat naar een ingetogen folksong van Angel Olsen, maar het siert de Amerikaanse singer-songwriter dat ze steeds haar grenzen verlegt. Het elektronische geluid schiet bovendien met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en sluit net zo makkelijk aan bij de synthpop uit de jaren 70 en 80 als bij de muziek van de zo bejubelde St. Vincent. De zwaar aangezette orkestratie voorziet All Mirrors niet alleen van veel dynamiek en dramatiek, maar zorgt bovendien voor het altijd bijzondere geluid waarop Angel Olsen inmiddels patent heeft. Even wennen dus, maar vervolgens toch weer genieten. Erwin Zijleman

Angel Olsen - Big Time (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angel Olsen - Big Time - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Angel Olsen - Big Time
Angel Olsen slaagt er tot dusver in om op ieder album weer anders te klinken, maar wel garant te staan voor kwaliteit, wat haar ook weer lukt met het vooral met countrysongs gevulde Big Time

Angel Olsen kreeg het afgelopen jaar te maken met intense vreugde en intens verdriet en waarin kun je dit beter bezingen dan in countrysongs. Het door Jonathan Wilson geproduceerde Big Time wordt Angel Olsen’s countryalbum genoemd en daar valt veel voor te zeggen, al maakt de Amerikaanse muzikante ook wel wat uitstapjes naar andere genres. Jonathan Wilson heeft het door topmuzikanten volgespeelde album fraai geproduceerd, maar het is de zang van Angel Olsen die ook dit keer de meeste indruk maakt. Haar stem riep in het verleden nog wel eens wat weerstand op, maar op haar countryalbum zingt Angel Olsen de sterren van de hemel. Een volgend topalbum in een fascinerend oeuvre.

Het is precies tien jaar geleden dat de Amerikaanse singer-songwriter Angel Olsen haar eerste album uitbracht. Half Way Home trok in 2012 niet heel veel aandacht, maar muziekliefhebbers die wel bij de les waren kregen een voornamelijk ingetogen folkalbum in handen, waarop Angel Olsen als songwriter, maar vooral als zangeres indruk maakte.

De muzikante die opgroeide in St. Louis, Missouri, doorbrak vanuit Chicago en tegenwoordig vanuit Asheville, North Carolina, opereert, heeft de afgelopen tien jaar een fraai stapeltje albums uitgebracht. Het zijn albums die verrassend verschillend klinken, want Angel Olsen maakte de afgelopen tien jaar ingetogen folk, gruizige indierock, rijk georkestreerde pop en vooral elektronisch ingekleurde muziek met een vleugje postpunk.

Het zijn albums die zich bewegen in totaal verschillende genres, maar toch zijn het allemaal typische Angel Olsen albums, wat vooral de verdienste is van haar stem. De Amerikaanse muzikante keert deze week terug met Big Time, dat is aangekondigd als Angel Olsen’s countryalbum en dat ook een opvallend ingetogen album is.

Angel Olsen kreeg het afgelopen jaar te maken met hoge pieken en diepe dalen in haar persoonlijke leven en die hebben zeker sporen nagelaten op haar nieuwe album, al maakt ze van haar nieuwe album geen tranendal en trekken evenmin grote aantallen roze wolken over. De Amerikaanse muzikante vond eindelijk de moed om uit de kast te komen en werd verliefd, maar ze verloor ook in korte tijd haar beide ouders. De vreemde combinatie van geluk en verdriet heeft hier en daar een plek gekregen op Big Time, dat inderdaad Angel Olsen’s countryalbum is, maar ook veel meer dan dat.

Big Time werd opgenomen met muzikant en producer Jonathan Wilson, die Angel Olsen uitnodigde in zijn studio in California. Jonathan Wilson is niet vies van een geluid met flink wat echo’s uit de jaren 70 en heeft bovendien een zwak voor country. Zeker wanneer de muzikanten op het album er flink wat snareninstrumenten bij pakken en de vertrouwde pedal steel (dit keer van niemand minder dan Spencer Cullum) opduikt, schuift Angel Olsen flink op richting country. Het is een kant die we nog niet zo goed kennen van de Amerikaanse muzikante, maar haar stem en emotievolle voordracht met hier en daar een lichte snik passen uitstekend bij het genre.

Big Time heeft zich stevig laten beïnvloeden door de countrymuziek, maar het klinkt toch ook weer als een echt Angel Olsen album. Het is net als zijn voorgangers een veelzijdig album, want country is misschien het belangrijkste bestanddeel van veel songs op het album, maar er zijn ook uitstapjes richting omliggende genres met raakvlakken naar alle vorige albums van de muzikante uit Asheville. In de openingstrack komt bovendien nog wat soul voorbij, terwijl Angel Olsen zich aan het eind van het album een waardig crooner toont in songs die het vooral moeten doen met piano en strijkers.

Ik heb persoonlijk altijd een zwak gehad voor de stem van de Amerikaanse muzikante, maar zo mooi als op Big Time heb ik Angel Olsen nog niet horen zingen, wat ook de verdienste is van het ingetogen maar zeer smaakvolle geluid. Big Time klinkt weer anders dan al zijn voorgangers en is wat mij betreft een zeer waardevolle aanvulling op een prachtig oeuvre. Ik ben nu al benieuwd in welke genres Angel Olsen zich op haar volgende album gaat bewegen, al bevallen de keuzes die ze heeft gemaakt op Big Time me uitstekend, waardoor een pas op de plaats zeker niet vervelend zou zijn. Erwin Zijleman

Angel Olsen - Burn Your Fire for No Witness (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop (met luisterlinks):
De krenten uit de pop: Angel Olsen - Burn Your Fire For No Witness - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er wordt mij met enige regelmaat verweten dat ik veel teveel aandacht besteed aan vrouwelijke muzikanten. Daar probeer ik de laatste tijd zeker op te letten, maar feit blijft dat vrouwelijke muzikanten mij over het algemeen makkelijker verleiden dan hun mannelijke soortgenoten. Zo had ook Angel Olsen maar één poging nodig om mijn hart te winnen. Dat lukte haar vorig jaar niet met haar debuut Halfway Home, om de eenvoudige reden dat ik deze plaat vorig jaar over het hoofd heb gezien, maar met Burn Your Fire For No Witness was het direct raak. Burn Your Fire For No Witness is verschenen op het eigenzinnige Jagjaguwar label. Dit label is vooral bekend vanwege de wat stevigere gitaarbands, maar met Lia Ices en Sharon van Etten heeft Jagjaguwar ook al twee bijzonder eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriters onder contract. Ook op Angel Olsen past het predicaat 'eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriter'. De Amerikaanse muzikante werkte in het verleden met Bonnie ‘Prince’ Billy en heeft op haar tweede plaat de ingetogen folk verruild voor een wat stekeliger en meer band georiënteerd geluid. Burn Your Fire For No Witness is zeker geen zoete verleiding. De muziek van Angel Olsen wordt voor een belangrijk deel bepaald door de stem van de singer-songwriter uit Chicago. Olsen beschikt over een wat onvast en ongepolijst stemgeluid, dat bij een aantal lezers van deze BLOG ongetwijfeld een allergische reactie op zal roepen, maar dat mij op één of andere manier weet te raken. Kindamuzik.net heeft overigens de mooiste omschrijving bedacht voor de stem en de songs van Angel Olsen en deze omschrijving wil ik niemand onthouden: "Singer-songwriter Angel Olsen heeft een stem als een scheermes en ze laat haar liedjes klinken als open wonden". Enig muzikaal masochisme is mij kennelijk niet vreemd, want de stem van Angel Olsen doet iets met me en haar songs vind ik prachtig. Angel Olsen manifesteert zich op Burn Your Fire For No Witness wat mij betreft als een geweldig songwriter in de A-categorie. Ze laat zich in flink wat van haar songs hoorbaar beïnvloeden door PJ Harvey, maar Angel Olsen kan ook klinken als een rauwe versie van Lana Del Rey. Wanneer ze de elektrische gitaar verruild voor de akoestische, zoals in het lange en meeslepende White Fire, komen opeens invloeden uit een ver verleden (veel Leonard Cohen en zeker ook Joni Mitchell) aan de oppervlakte, maar door haar bijzondere manier van zingen en haar aparte stem blijft Angel Olsen een geval apart. Burn Your Fire For No Witness is een directe plaat waarop Angel Olsen geen compromissen sluit. Haar minder gepolijste songs zijn rauw, terwijl haar meer singer-songwriter georiënteerde songs aansluiten bij de tradities van het genre. Met name de wat rauwere songs onderscheiden zich nog niet heel nadrukkelijk van die van veel van haar soortgenoten, maar in combinatie met akoestische songs en songs met meer rootsinvloeden is het aanbod van Angel Olsen behoorlijk uniek. Ik was in eerste instantie bang dat de tweede plaat van Angel Olsen snel zou vervliegen en heb de plaat daarom wat langer laten liggen dan gebruikelijk. Inmiddels kan ik concluderen dat Burn Your Fire For No Witness nog een tijd aan kracht blijft winnen en daarom niet mag ontbreken tussen mijn krenten uit de pop. Erwin Zijleman

Angel Olsen - My Woman (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angel Olsen - My Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Angel Olsen debuteerde een paar jaar geleden met uiterst intieme en ingetogen folksongs, maar heeft sindsdien gekozen voor een steeds voller en gevarieerder geluid.

Het is een lijn die nadrukkelijk wordt doorgetrokken op haar nieuwe plaat My Woman.

Op haar vierde plaat kiest de in St. Louis, Missouri, maar inmiddels al geruime tijd vanuit Chicago, Illinois, opererende singer-songwriter in de openingstrack voor een zwaar ingezet elektronisch geluid, dat in de tweede track wordt vervangen door licht gruizige gitaren. Die gitaren hebben op de rest van de plaat de overhand en mogen bij vlagen stevig uitpakken.

Angel Olsen heeft er voor gekozen om het verrassend stevig rockende bandgeluid zo ongeveer live op de band te slingeren, wat een direct en heerlijk energiek geluid oplevert. My Woman valt echter niet alleen op door een afwisselend en verrassend vol en energiek geluid.

Op haar vierde plaat manifesteert Angel Olsen zich immers ook nadrukkelijk als songwriter en als zangeres. De songs zijn niet alleen bijzonder gevarieerd, maar ook verrassend tijdloos. My Woman citeert uit een aantal decennia popmuziek en verkent hierbij uithoeken als de psychedelische muziek uit de jaren 60 en 70 en de rauwe en compromisloze rock zoals die bijvoorbeeld door Hole en The Breeders werd gemaakt.

De plaat bevat echter ook een aantal songs die aansluiten bij de pop uit de jaren 70 (in minstens een van de tracks hoor ik duidelijk Fleetwood Mac) en dat zijn uitstapjes die ik niet van Angel Olsen had verwacht. Tenslotte vindt Angel Olsen met My Woman aansluiting bij hedendaagse singre-songwriters als Courtney Barnett.

Het pakt allemaal verrassend goed uit, waarbij het zeker helpt dat Angel Olsen veel beter is gaan zingen. My Woman bevat expressieve vocalen met een bijzonder eigen geluid. Het is een geluid dat mogelijk niet bij iedereen in de smaakt zal vallen, maar zelf hou ik wel van vocalen die door expressie en emotie af en toe wat onvast kunnen klinken.

Liefhebbers van de intieme folk die Angel Olsen een paar jaar geleden nog maakte zullen waarschijnlijk flink moeten wennen aan het nieuwe geluid van de Amerikaanse, maar voor liefhebbers van stekelige singer-songwriter muziek met een flinke rock-injectie valt er op My Woman heel veel te genieten. Zelf ben ik in ieder geval zeer gecharmeerd van de nieuwe plaat van Angel Olsen, die niet alleen zijn drie voorgangers makkelijk voor blijft, maar ook in het enorme aanbod van het moment vrij makkelijk overeind blijft. Erwin Zijleman

Angel Olsen - Phases (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angel Olsen - Phases - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Angel Olsen verruilde net iets meer dan een jaar geleden de cultstatus voor een breder publiek met het uitstekend ontvangen My Woman.

Gezien het succes van deze plaat verbaasde het me zeer dat de singer-songwriter uit Chicago, Illinois, nu al weer met een nieuwe plaat op de proppen komt, maar het vorige week verschenen Phases is oneerbiedig gezegd een ‘tussendoortje’.

Het is een tussendoortje dat me wel bevalt, al is het maar omdat Phases anders klinkt dan My Woman vorig jaar.

Op haar doorbraakplaat verruilde Angel Olsen haar door lo-fi, country en folk geïnspireerde muziek voor een wat voller en gepolijster geluid, dat hier en daar zelfs associaties opriep met de muziek van Fleetwood Mac (al waren dat wel de uitersten op de plaat). Ik kon en kan My Woman overigens zeer waarderen, maar Phases heeft ook zeker zijn charmes.

De nieuwe plaat van Angel Olsen is een plaat met een verzameling restjes, waarvan er een aantal al enige tijd op de plank lagen en er een aantal van recentere datum zijn. Waar My Woman vorig jaar was voorzien van een glanzende productie, is Phases een heerlijk rammelende en hier en daar zelfs voorzichtig ontsporende plaat. De meeste songs op de plaat zijn voorzien van een donker of zelfs duister aandoend geluid en het is een geluid waarin de stem van Angel Olsen uitstekend gedijt.

Phases laat, misschien nog wel meer dan de andere platen van de Amerikaanse singer-songwriter, horen hoe veelzijdig Angel Olsen is. De verzameling restmateriaal op Phases schiet kriskras door een aantal decennia popmuziek en door meerdere genres.

In een aantal tracks laat Angel Olsen horen dat ze thuis is in de historie van de Amerikaanse folkmuziek, maar andere tracks nemen je mee naar de beste jaren van The Velvet Underground, naar de hoogtijdagen van de Amerikaanse punk en new wave, naar de geëngageerde anti-folk van de jaren 90, naar de rammelrock van Throwing Muses of naar de pop-noir van onder andere Lana Del Rey. Hier blijft het niet bij, want ik hoor ook nog blues, 60s psychedelica en wat van Mazzy Star en zo is er nog wel meer te horen op Phases.

Vergeleken met de pop-noir van de hierboven genoemde Lana Del Rey klinken de songs van Angel Olsen op Phases een stuk rauwer en rammelender, maar hierdoor hebben haar songs ook meer impact. Dat geldt zeker voor de ingetogen tracks, die makkelijk indruk maken en met mij zeker wat doen.

De genoemde impact hebben de songs op Phases ook door de stem van de singer-songwriter uit Chicago die op deze verzameling restjes minder gepolijst, minder vast, minder netjes, maar ook met meer gevoel en meet intensiteit zingt.

De meeste songs op Phases komen van Angel Olsen zelf, maar de plaat bevat ook een aantal covers, waaronder Roky Erickson’s For You, Bruce Springsteen’s Tougher Than The Rest en country tearjerker Endless Road. Ook in deze covers maakt Angel Olsen indruk met aangenaam rammelende muziek en gepassioneerde vocalen.

Phases is misschien maar een verzameling restjes en het is een plaat die zo af en toe echt voor geen meter klinkt, maar toch vind ik het een waardevolle aanvulling op het oeuvre van Angel Olsen. Het is bovendien een plaat die me nieuwsgierig maakt naar de echte opvolger van My Woman, al is het maar omdat Angel Olsen in deze over het algemeen snel opgenomen en rammelende tracks misschien wel meer indruk maakt dan met de meer opgepoetste tracks op My Woman vorig jaar. Erwin Zijleman

Angel Olsen - Whole New Mess (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angel Olsen - Whole New Mess - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Angel Olsen - Whole New Mess
Angel Olsen doet de songs van het succesvolle All Mirrors nog eens over en imponeert met uiterst sobere versies van de songs die vorig jaar nog zo prachtig opgepoetst werden

Vorig jaar werden de songs van Angel Olsen op All Mirrors rijkelijk aangekleed, maar dezelfde songs worden nu bijna tot op het bot uitgekleed. Het levert een totaal ander album op. Whole New Mess bevat bekende songs, maar ze zijn nauwelijks herkenbaar. Sober gitaarwerk en de stem van Angel Olsen is alles wat we krijgen. Soms mooi opgenomen, maar soms rammelt het aan alle kanten. Het is bijna lo-fi, maar wat komt het diep binnen. Whole New Mess is rauw, puur en eerlijk en wordt alleen maar mooier. Angel Olsen vertolkt de songs van haar zo succesvolle album met hart en ziel en zonder opsmuk. Het resultaat is intiem, intens en wonderschoon.

Angel Olsen leverde vorig jaar met All Mirrors volgens velen haar beste album tot dusver af. Ik vind het persoonlijk lastig kiezen uit het oeuvre van de Amerikaanse singer-songwriter, al is het maar omdat haar albums flink van elkaar verschillen. Dat All Mirrors een uitstekend album is kan ik echter alleen maar onderschrijven. De songs van het vorig jaar stevig bewierookte album komen nu nog eens terug op Whole New Mess.

Op All Mirrors liet Angel Olsen zich begeleiden door flink wat muzikanten, waaronder een 14-koppig orkest, waardoor de muziek van de singer-songwriter uit Asheville, North Carolina, een stuk voller klonk dan op haar eerdere albums. Van de songs op All Mirrors werden echter ook veel kalere versies opgenomen en Angel Olsen speelde vorig jaar met het idee om deze als bonus-disc toe te voegen aan het album of om er een echt dubbelalbum van te maken.

Dat is allebei niet gebeurd, maar door de release van Whole New Mess kunnen we nu alsnog kennis maken met de alternatieve versies van de songs van All Mirrors. Whole New Mess en All Mirrors verschillen van elkaar als dag en nacht. Tegenover de rijk georkestreerde songs van vorig jaar staan de kale of zelfs naakte versies op het deze week verschenen Whole New Mess. De songtitels zijn soms licht aangepast en de volgorde is wat omgegooid, maar het zijn dezelfde songs die we horen.

Een gitaar, een stem en hier en daar wat galm, meer is het niet. Opgenomen in een oude kerk (de kerk die door Phil Elverum (Mount Eerie, The Microphones) werd omgebouwd tot studio), wat de sfeer op Whole New Mess nog wat desolater maakt. Het is mijlenver verwijderd van het succesvolle album van vorig jaar, maar het is ook onmiskenbaar Angel Olsen, die in haar jongere jaren wel vaker uiterst ingetogen muziek maakte.

Whole New Mess doe je zeker niet tekort met het predicaat uiterst ingetogen. Spaarzaam of Spartaans zijn misschien nog wel betere omschrijvingen, want de instrumentatie is echt minimaal en ook aan de zang is in de alternatieve versies van de songs niet gesleuteld. Whole New Mess is hiermee de lo-fi versie van All Mirrors en dat zal even wennen zijn voor een ieder die Angel Olsen pas vorig jaar ontdekte.

Ik hou persoonlijk wel van een lekker volle instrumentatie en een blinkende productie, maar ben desondanks ook zeer onder de indruk van Whole New Mess. De uiterst sobere versies van de songs van All Mirrors komen stuk voor stuk onmiddellijk binnen en hard ook. Zowel de rauwe gitaarlijnen als de ongepolijste zang zijn lang niet altijd mooi, maar het is wel puur en eerlijk.

Het grappige is dat je op de twee albums dezelfde songs hoort, maar dat je geen moment het idee hebt dat je naar dezelfde songs luistert. Ik moet eerlijk toegeven dat All Mirrors de laatste maanden eigenlijk nooit meer uit de speakers is gekomen, maar naar Whole New Mess blijf ik luisteren. In het begin is het even wennen aan het sobere karakter van de songs, maar de fraaie gitaarlijnen en de emotievolle zang van Angel Olsen winnen alleen maar aan kracht.

Ook de variatie in de wijze waarop de songs zijn opgenomen (soms glashelder, soms heel lo-fi) draagt bij aan de kracht van dit album, dat me op voorhand niet overdreven interessant leek en hooguit een tussendoortje, maar dat me echt enorm heeft verrast. Erwin Zijleman

Angela Easterling - Witness (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angela Easterling - Witness - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Angela Easterling - Witness
Angela Easterling was me tot dusver nog niet opgevallen, maar het nieuwe en zesde album van de muzikante uit South Carolina ademt zowel in muzikaal als in vocaal opzicht kwaliteit en staat vol prima songs

Hoe kun je je als muzikante binnen de Amerikaanse rootsmuziek nog onderscheiden binnen het enorme aanbod van het moment. Angela Easterling doet het niet door verrassende muzikale keuzes te maken of te vallen voor de charmes van de Nashville countrypop, maar weet op te vallen door de hoge kwaliteit van haar muziek. Witness klinkt bijzonder aangenaam, verwerkt invloeden uit meerdere genres en valt ook nog eens op door uitstekende vocalen. Witness is een rootsalbum dat direct bijzonder aangenaam klinkt, maar hoe vaker je naar dit album luistert, hoe dierbaarder de persoonlijke songs van de muzikante uit South Carolina je worden.

De Amerikaanse singer-songwriter Angela Easterling heeft al een aardig stapeltje albums op haar naam staan, maar ik ben haar volgens mij nog niet eerder tegengekomen, al komen een aantal covers van eerdere albums me op zijn minst vaag bekend voor. In muzikaal opzicht heeft Angela Easterling in ieder geval nog geen onuitwisbare indruk op mij gemaakt.

Het deze week verschenen Witness, als ik goed heb geteld haar zesde album, viel me wel direct op. Het is een album dat misschien niet heel nadrukkelijk buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek kleurt, maar het is wat mij betreft wel een album dat in muzikaal en vocaal opzicht een hele ruime voldoende verdient en dat ook nog eens een serie prima songs bevat.

Het is overigens lang stil geweest rond de muzikante uit Greer, South Carolina, want voor het laatste wapenfeit van Angela Easterling moesten we tot deze week ruim zeven jaar terug in de tijd. Witness maakte ze samen met haar echtgenoot Brandon Turner en het is een album vol zeer persoonlijke songs.

Het is zoals gezegd een album dat behoorlijk netjes binnen de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek kleurt. Dat vind ik vaak wat saai of op zijn minst weinig onderscheidend, maar Witness is een album dat zich direct makkelijk opdringt en dat ik sindsdien alleen maar aangenamer ben gaan vinden.

Angela Easterling schrijft songs waarvoor de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek zich niet zouden schamen en vertolkt ze vol zelfvertrouwen. Witness valt op door een mooi en tijdloos rootsgeluid met invloeden uit de folk, country, blues en bluegrass. Het is een geluid dat heel traditioneel kan klinken en je mee terugneemt naar de Appalachen folk van het begin van de vorige eeuw, maar Witness kan ook een stuk eigentijdser klinken en bij vlagen ook net wat steviger.

Witness van Angela Easterling is een album zonder hele grote namen, maar er zijn een stel uitstekende muzikanten te horen op het album. Het snarenwerk is over de hele linie prachtig en lekker veelzijdig, maar ook de ritmesectie maakt een uitstekende indruk. Witness is hierdoor een album dat direct lekker weg luistert, maar het is door de uitstekende zang ook veel meer dan dat.

Angela Easterling beschikt over een stem die gemaakt is voor Amerikaanse rootsmuziek en het is niet alleen een hele mooie stem, maar ook een stem vol warmte en gevoel. Met de mooie klanken en de fraaie zang heb ik al twee belangrijke ingrediënten van een goed album te pakken, maar ook de songs van de muzikante uit South Carolina ademen kwaliteit. Het zijn zoals gezegd zeer persoonlijke songs, maar het zijn ook songs die je direct een goed gevoel geven en die op een of andere manier vertrouwd klinken.

Ik kon de afgelopen week kiezen uit een flinke stapel albums die het etiket Amerikaanse rootsmuziek verdienen, maar Witness van Angela Easterling was een van de albums die er wat mij betreft direct uit sprong, wat vast ook te maken heeft met het feit dat de Amerikaanse muzikante voor de afwisseling eens niet vanuit Nashville opereert en hierdoor net wat meer haar eigen weg kiest. Angela Easterling draait al een tijdje mee, maar vanaf nu staat ze bij mij op de radar als een rootsmuzikante die het verdient om in de gaten gehouden te worden. Erwin Zijleman

Angela Strehli - Ace of Blues (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angela Strehli - Ace Of Blues - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Angela Strehli - Ace Of Blues
De Amerikaanse muzikante Angela Strehli maakte de afgelopen 17 jaar geen album meer, maar keerde eind vorig jaar op 76-jarige leeftijd terug met een geweldig bluesalbum, waarop ze de sterren van de hemel zingt

Er zijn niet heel veel muzikanten die op 76-jarige leeftijd nog een album afleveren dat in vocaal opzicht overeind blijft, maar de van oorsprong Texaanse bluesmuzikante Angela Strehli doet het met het eind vorig jaar verschenen Ace Of Blues, waarop ze indruk maakt als zangeres. Bijgestaan door een geweldige band vertolkt de Amerikaanse muzikante een aantal songs van grootheden uit de blues en dit doet ze met veel gevoel en doorleving. Ace Of Blues is een authentiek klinkend album zonder al te veel opsmuk, maar zowel in muzikaal als in vocaal opzicht staat het als een huis. Het levert vooralsnog alleen maar geweldige recensies op en daar valt echt helemaal niets op af te dingen.

De Euro Americana chart (https://www.euroamericanachart.eu) wordt deze maand, in ieder geval voor mij, verrassend aangevoerd door Ace Of Blues van Angela Strehli. Het is een naam die bij mij eerlijk gezegd geen belletje deed rinkelen. Dat is ook niet zo gek, want de in Lubbock, Texas, geboren muzikante timmerde tot dusver vooral aan de weg in de jaren 80 en 90 en deed dat binnen de blues, een genre dat ik destijds nauwelijks volgde. Dat doe ik overigens nog steeds niet heel intensief, maar Ace Of Blues van Angela Strehli is een ijzersterk album, dat ik maar lastig kan weerstaan.

Angela Strehli heeft haar geboortegrond in Texas tijden geleden al verruild voor het Californische San Francisco en nam haar nieuwe album ook op in de Golden State. De Amerikaanse muzikante vierde eind vorig jaar haar 77e verjaardag, maar de stembanden van Angela Strehli verkeren nog altijd in een uitstekende conditie. Het zag er lange tijd overigens niet naar uit dat ze nog een nieuw album zou uitbrengen, want haar laatste wapenfeit stamde tot voor kort uit 2005.

Voor Ace Of Blues werd het roemruchte Texaanse blueslabel Antone’s uit Austin weer tot leven gewekt door de huidige eigenaar New West Records en het is een release waarop het roemruchte label trots kan zijn. Angela Strehli verzamelde flink wat gelouterde muzikanten in de Laughing Tiger Studios in San Rafael, California, wat een uit de kluiten gewassen band opleverde. Aan deze band werd nog een forse blazerssectie toegevoegd, waardoor Ace Of Blues lekker vol klinkt, met een hoofdrol voor de pianist en de blazers, maar ook de gitarist pakt af en toe heerlijk uit met geweldige solo’s.

De hecht spelende band is goed voor een authentiek klinkend en vooral bluesy geluid, maar ook invloeden uit de soul, funk, gospel en rock ’n roll hebben hun weg gevonden naar het album. Het is een album waarop Angela Strehli voornamelijk songs van anderen en met name songs van de groten uit de blues vertolkt, onder wie Elmore James, Chuck Berry, Muddy Waters, Howlin’ Wolf en Otis Clay, maar Ace Of Blues klinkt geen moment als een album met covers.

De band speelt de pannen van het dak en hoewel er geen sprake is van muzikale vernieuwing klinkt het album zeker niet gedateerd. Ondanks al het muzikale vuurwerk is het vooral de zang van Angela Strehli die de aandacht trekt. Voor iemand die inmiddels de respectabele leeftijd van 77 jaar heeft bereikt is ze echt geweldig bij stem. De zang op het album klinkt verrassend soepel, maar Angela Strehli voegt uiteraard ook flink wat gevoel en doorleving toe aan de gloedvolle vertolkingen van blues klassiekers.

Ik ben zoals gezegd niet echt thuis in de blues en luister ook maar zelden naar albums als Ace Of Blues, maar het comeback album van Angela Strehli vond ik direct vanaf de eerste noten fantastisch en gaat bij herhaalde beluistering zeker niet vervelen, integendeel. Ace Of Blues van Angela Strehli heeft misschien wel het mooiste bewaard voor het slot van het album, want SRV, het emotievolle eerbetoon aan meestergitarist Stevie Ray Vaughan, en de enige song die Angela Strehli zelf schreef, ontroert meedogenloos. Dat juist dit album deze maand de Euro Americana Chart aanvoert verbaast me inmiddels al lang niet meer. Erwin Zijleman

Angèle - Nonante-Cinq (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angèle - Nonante-Cinq - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Angèle - Nonante-Cinq
Angèle is al wereldberoemd in België, maar met haar tweede album Nonante-Cinq moet de muzikante uit Brussel ook Nederland kunnen verleiden met haar zwoele en veelzijdige muziek

De Belgische muzikante Angèle heeft met Nonante-Cinq een album afgeleverd dat in meerdere opzichten een fascinerende roller-coaster-ride is. In muzikaal opzicht schakelt Angèle moeiteloos tussen uitbundige en zorgeloze Franse popmuziek en wat intiemere en weemoedigere popliedjes. Het ene moment schijnt de zon volop, het volgende moment trekken donkere wolken over, maar Angèle overtuigt eigenlijk altijd met een zeer smaakvolle instrumentatie en een stem die zowel zwoel en verleidelijk als emotievol en melancholisch kan klinken. Angèle werd met haar debuutalbum een ster in België, maar met dit album moet heel Europa aan haar voeten kunnen liggen.

Het is grappig hoe muziek zich aanpast aan de seizoenen. Wanneer op het noordelijk halfrond de lente aanbreekt of de zomer los begint te barsten, domineren in het nieuwe muziekaanbod de zonnige en lichtvoetige klanken, terwijl we de laatste maanden vooral stemmige, donkere en sfeervolle albums zien verschijnen. Dat zijn albums die het inderdaad goed doen bij de koude en donkere dagen van het moment, maar op een gegeven moment heb ik toch ook behoefte aan een flinke dosis zonnestralen. Je hoort ze volop op Nonante-Cinq van Angèle.

Angèle (Van Laeken) is een muzikante uit Brussel, die in 2018 debuteerde met het fraaie Brol, dat ik destijds niet heb besproken op deze BLOG, maar dat ik wel een tijd lang heb gekoesterd als ‘guilty pleasure’. Angèle is in Nederland volgens mij niet heel bekend, maar bij onze Zuiderburen is ze de afgelopen jaren uitgegroeid tot een grote ster. Met Nonante-Cinq heeft de Belgische muzikante een album afgeleverd dat ook in Nederland hoge ogen moet kunnen gooien.

Nonante-Cinq opent met een heerlijk zwoele ode aan haar thuisbasis Brussel (Bruxelles Je t'Aime) en het is een ode die laat horen dat Angèle uitstekend uit de voeten kan met de broeierige elektropop die ook populair is bij de betere Franse zuchtmeisjes. Nonante-Cinq is direct vanaf de eerste noten een onuitputtelijke bron van zoete verleiding, die de winter met speels gemak het huis uit jaagt.

Angèle had van mij best een album vol met dit soort honingzoete popliedjes kunnen maken, maar het feit dat ze dit niet heeft gedaan heeft van Nonante-Cinq een veel beter album gemaakt. Op haar tweede album maakt de muzikante uit Brussel immers indruk met haar veelzijdigheid.

Na de zwoele openingstrack sleept Angèle je de dansvloer op, maar in de tracks die volgen laat ze horen dat ze ook uit de voeten kan met subtiele Franse popliedjes en met vleugjes R&B en hiphop. Dat Angèle nog veel meer kan laat ze horen in het intieme Taxi, dat veel soberder is ingekleurd met piano en keyboards en dichter tegen het Franse chanson aan kruipt. De Belgische muzikante vertolkt deze track niet alleen met veel gevoel, maar laat ook horen dat ze een uitstekend zangeres, die ook in dit wat serieuzere genre mee kan met de besten.

Het leven van Angèle was de afgelopen jaren een woeste roller-coaster-ride met hoge toppen en diepe dalen en dat heeft zijn weerslag gehad op Nonante-Cinq, dat net zo makkelijk alle kanten op schiet. Met een emotievol popliedje als Taxi en een aantal vergelijkbare tracks op het album had Angèle me echt onmiddellijk te pakken, maar ook in de wat meer uptempo en tegen pop en R&B aanleunende tracks, laat Angèle horen dat ze veel te bieden heeft.

Nonante-Cinq is voor het overgrote deel geen album dat je verwacht in de laatste maanden van het jaar, al komen de paar wat melancholischer aandoende tracks op het album precies op het juiste moment. Met de van melancholie overlopende tracks verwarmt de Belgische muzikante op bijzonder fraaie wijze de ruimte, maar op de rest van het album krijg je ook alvast een voorproefje van de lente en zomer van 2022, die als het aan Angèle ligt weer zonnig en zorgeloos gaan worden.

Een week geleden liet ik me meedogenloos verleiden door het prachtige album van de Belgische muzikante Sylvie Kreusch, maar ook het album van haar landgenote Angèle mag er zijn. Heerlijk. Erwin Zijleman

Angelica Rockne - Queen of San Antonio (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angelica Rockne - Queen Of San Antonio - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Angelica Rockne is een jonge singer-songwriter uit Nevada City, California, en debuteerde vorige maand met Queen Of San Antonio.

Het is een debuut dat tot dusver niet al te veel aandacht krijgt en dat ik bij toeval op bandcamp tegen kwam, maar hoe vaker ik de plaat beluister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Angelica Rockne een heel bijzonder debuut heeft afgeleverd.

Queen Of San Antonio bevat slechts acht songs en duurt net iets meer dan een half uur, maar in dat ruime half uur grijpt Angelica Rockne je bij de strot met een serie geweldige songs.

De Amerikaanse singer-songwriter is nog geen 25, maar klinkt op haar debuut als een oude ziel die met mooie verhalen terugblikt op de popmuziek uit de jaren 60 en 70. Samen met haar band zet Angelica Rockne een geluid neer dat in eerste instantie vooral herinnert aan de hoogtijdagen van The Flying Burrito Brothers en Gram Parsons.

Hier laat Angelica Rockne het niet bij, want ze sluit op haar debuut ook aan bij de muziek die in dezelfde periode in de Laurel Canyon bij Los Angeles werd gemaakt en bij de psychedelische klanken die Jefferson Airplane vanuit het net iets noordelijker gelegen San Francisco de wereld in stuurde. Het hart van Angelica Rockne ligt echter bij de countryrock, wat wordt geaccentueerd door de fraaie pedal steel bijdragen op de plaat en het af en toe opduikende vleugje honky tonk.

Angelica Rockne is nog jong, maar ze vertolkt haar muziek of ze er zelf bij was in de jaren 60. Net als bijvoorbeeld Margo Price slaagt de jonge Amerikaanse singer-songwriter er in om uiteenlopende invloeden uit een ver verleden op te nemen in haar muziek op een manier die volkomen natuurlijk klinkt.

Queen Of San Antonio klinkt als een plaat die ook 50 jaar geleden gemaakt had kunnen worden, al combineert Angelica Rockne op haar debuut invloeden die destijds niet zo vaak gecombineerd werden. Door de invloeden uit de psychedelica en het bij vlagen werkelijk prachtige gitaarwerk is Queen Of San Antonio een benevelende plaat, zeker als de tracks wat langer mogen duren (en de jonge Amerikaanse schuift richting Mazzy Star), maar Angelica Rockne kan ook fel van zich afbijten.

Ik heb het tot dusver nog niet gehad over de stem van Angelica Rockne en die fascineert me bij beluistering van Queen Of San Antonio nog meer dan de bijzondere muziek, de verassende combinatie van invloeden en de mooie verhalen op de plaat.

De jonge Amerikaanse beschikt over een stem die gemaakt lijkt voor de country, maar heeft ook het bezwerende van Jefferson Airplane’s Grace Slick of het doorleefde van Lucinda Williams. Hiernaast doet de stem van de singer-songwriter uit Nevada City me af en toe denken aan een jonge Stevie Nicks, wat Queen Of San Antonio weer een hele andere kant op slingert.

Het ruim een half uur durende debuut van Angelica Rockne overtuigt meer dan genoeg om haar tot koningin van San Antonio te kronen, maar bevat ook genoeg potentie en belofte om de troon van de alt-country binnen handbereik te hebben. Zover rijkt Angelica Rockne nu nog net niet, maar de start van haar carrière smaakt echt naar veel en veel meer en levert wat mij betreft een van de betere debuten van 2017 op. Erwin Zijleman

Angelica Rockne - The Rose Society (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angelica Rockne - The Rose Society - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Angelica Rockne - The Rose Society
Het is lang stil geweest na Queen Of San Antonio, het droomdebuut van de Amerikaanse singer-songwriter Angelica Rockne, maar met het deze week verschenen The Rose Society levert ze een prima opvolger af

Angelica Rockne uit Nevada City, California, zette zichzelf in 2017 nadrukkelijk op de kaart met haar uitstekende debuutalbum, dat indruk maakte met fraai doorleefde vocalen en muziek vol echo’s uit de countryrock en psychedelica uit de jaren 60 en 70. Angelica Rockne heeft de tijd genomen voor haar tweede album, dat anders klinkt dan zijn voorganger. De cosmic country van Queen Of San Antonio heeft plaatsgemaakt voor een wat eigentijdser klinkend rootsgeluid met hier en daar flink wat invloeden uit de Laurel Canyon folk. De nadruk ligt dit keer wat meer op de zang en die is nog mooier dan op het terecht geprezen debuutalbum. Angelica Rockne, onthouden die naam!

The Rose Society is het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter Angelica Rockne, die aan het eind van 2017 met Queen Of San Antonio een bijzonder indrukwekkend debuutalbum afleverde. De Amerikaanse muzikante was bij de release van haar debuutalbum nog geen 25 jaar oud, maar klonk als een oude ziel, die je bij de strot greep met indringende verhalen.

Deze verhalen waren verpakt in songs die zich stevig hadden laten beïnvloeden door de countryrock, psychedelica en cosmic country uit de jaren 60 en 70 en herinnerde aan de roemruchte albums van onder andere Gram Parsons en The Flying Burrito Brothers. De voor countrymuziek gemaakte stem van Angelica Rockne, die op haar debuutalbum bestond uit gelijke delen Lucinda Williams, Grace Slick en Stevie Nicks, tilde het sensationeel goede debuutalbum van de muzikante uit Nevada City, California, nog wat verder op.

Het is te lang stil geweest rond Angelica Rockne, maar deze week keert ze eindelijk terug met The Rose Society. Het is een album dat zeker niet fantasieloos voortborduurt op het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, al had ik daar persoonlijk best mee kunnen leven. Op haar tweede album grijpt Angelica Rockne minder nadrukkelijk terug op de muziek uit het verre verleden, die centraal stond op Queen Of San Antonio. The Rose Society is een wat eigentijdser klinkend album, al heeft Angelica Rockne nog altijd veel respect voor de muziek die in het verleden werd gemaakt en klinken hier en daar nog altijd flink wat echo’s uit de jaren 60 en 70 door.

De songs op het nieuwe album zijn net wat soberder ingekleurd dan die op haar debuutalbum, waardoor er meer ruimte is voor haar stem. Die stem klinkt nog steeds ouder en doorleefder dan gebruikelijk voor een jonge dertiger en het is een stem die er voor zorgt dat Angelica Rockne zich vrij makkelijk weet te onderscheiden van haar concurrenten. Ik vind de zang persoonlijk nog wat mooier dan op het debuutalbum en dat zegt wat.

Ik was erg gecharmeerd van de cosmic country, psychedelica en countryrock die de muzikante, die inmiddels is uitgeweken naar Los Angeles, California, maakte op haar debuutalbum, maar ook de folk, country en singer-songwriter muziek die een plek heeft gekregen op The Rose Society heeft me bijzonder makkelijk overtuigd. Het is folk en country die af en toe flink schatplichtig is aan de Laurel Canyon folk, waardoor het nieuwe album van Angelica Rockne aan de ene kant eigentijdser klinkt, maar aan de andere kant nog altijd een jaren 60 en 70 vibe heeft.

Het gemak waarmee Angelica Rockne overtuigt met haar tweede album is deels de verdienste van de bijzonder fraaie inkleuring van het album, die veelzijdiger is dan die op het debuut. Met name de wat soberder en de met strijkers ingekleurde songs klinken prachtig en versterken de zang van Angelica Rockne op indrukwekkende wijze. Zeker in de intensere en emotievolle songs op het album is d Amerikaanse muzikante goed voor kippenvel en er staan nogal wat songs op het album die flink onder de huid kruipen.

Angelica Rockne leverde bijna zes jaar geleden met Queen Of San Antonio een album af dat bol stond van de belofte en die maakt ze wat mij betreft meer dan waar met The Rose Society, dat de concurrentie met de beste rootsalbums van 2023 aan kan en dat bovendien over flink wat groeipotentie blijkt te beschikken. Indrukwekkend album. Erwin Zijleman

Angelina - Vagabond Saint (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angelina - Vagabond Saint - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Angelina is een jonge Britse singer-songwriter die geboren en getogen is op het Britse eiland The Isle of Wight.

Het is een eiland dat bij de muziekliefhebber vooral bekend zal zijn vanwege popfestival dat er in 1968, 1969 en 1970 werd georganiseerd (en dat de laatste jaren nieuw leven is ingeblazen).

Vooral de 1970 editie van het festival met onder andere Procol Harum, The Doors, The Who, Jimi Hendrix, Joan Baez, Sly & The Family Stone, Joni Mitchell, Emerson, Lake & Palmer en Leonard Cohen op de poster, heeft vrijwel dezelfde status als het fameuze Woodstock festival in de Verenigde Staten een jaar eerder.

Vagabond Saint neemt je deels mee terug naar de fameuze editie van het festival op het Britse Kanaaleiland (die de platenkast van de ouders van Angelina vast heeft gekleurd) en heeft ook absoluut een link met de Verenigde Staten. Bij beluistering van de plaat waan je je af en toe op het Woodstock festival, maar veel vaker verschijnen beelden uit het diepe Zuiden van de Verenigde Staten op het netvlies.

Angelina beschikt immers over een donkere en doorleefde stem, die gemaakt lijkt voor het vertolken van donkere blues op een veranda aan de oevers van de Mississippi. Invloeden uit de blues, soul, gospel en country uit deze regio spelen een belangrijke rol op Vagabond Saint, maar de plaat van Angelina is ook zeker beïnvloedt door Britse folk en 60s psychedelica.

Het levert een opvallend geluid op, dat aan de ene kant refereert naar muziek uit een ver verleden, maar aan de andere kant ook kan aansluiten bij de Britse soulzangeressen van dit moment.

Vagabond Saint is door de veelheid van invloeden en het achterwege laten van de polijstborstel een stuk interessanter dan de platen van de populaire Britse soulzangeressen van het moment, maar is na enige gewenning zeker even aangenaam.

Bij eerste beluistering van Vagabond Saint had ik vooral associaties met de platen van Karen Dalton en Jefferson Airplaine, maar via zwarte blueszangeressen van de Mississippi Delta sluipt de plaat van Angelina na verloop van tijd het heden in. Dit groeiproces maakt van Vagabond Saint een buitengewoon boeiende plaat.

Angelina heeft een plaat gemaakt met muziek die aan van alles en nog wat herinnert, maar op een of andere manier ook volkomen uniek klinkt. Het is een plaat die het moet doen met betrekkelijk weinig aandacht, maar wat mij betreft mogen de spotlights op deze Angelina worden gericht en mag Vagabond Saint worden geschaard onder de bijzondere debuten van 2016. Erwin Zijleman

Angelo De Augustine - Tomb (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angelo De Augustine - Tomb - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Intieme en melancholische plaat die opvalt door een hele mooie instrumentatie en productie en vooral door een fluisterstem die je langzaam maar zeker te pakken krijgt

Tomb van de Amerikaanse singer-songwriter Angelo De Augustine is uitgebracht op het label van Sufjan Stevens en dat hoor je. De Amerikaanse muzikant gooit echter ook lijntjes uit naar de Britse folk van de late jaren 60 en naar de grote singer-songwriters uit de jaren 70. De bijzonder fraaie instrumentatie op de plaat en de prachtige productie van de plaat geven Tomb een flinke zet in de rug, waarna de eigenzinnige en intieme fluistervocalen van de Amerikaan het bijzondere geluid van Angelo De Augustine compleet maken. Het levert een hele mooie op, die put uit het verleden, maar die uiteindelijk met beide benen in het heden staat.

Angelo De Augustine is een Amerikaanse singer-songwriter die een jaar of twee geleden zoveel indruk maakte op Sufjan Stevens dat hij de muzikant uit Los Angeles tekende voor zijn Asthmatic Kitty label.

Op het vorig jaar verschenen en in zijn badkuip opgenomen Swim Inside The Moon wist Angelo
De Augustine me nog niet volledig te overtuigen. De fluisterzang op de plaat stond me wat tegen, de productie kwam niet uit de verf en ook lang niet alle songs op de plaat vond ik even sterk.

Het deze week verschenen Tomb is een stuk beter. Angelo De Augustine fluistert er nog steeds driftig op los en hoewel het niet mijn favoriete manier van zingen is (Franse zuchtmeisjes uitgezonderd) zit de zang op Tomb me niet in de weg.

Dat ligt zeker aan de mooie en trefzekere productie van de plaat, waarvoor de getalenteerde Thomas Bartlett (ook bekend als Doveman) heeft getekend. Waar het geluid op Swim Inside The Moon dof en zompig klonk (wat ook bijna niet anders kan als je de plaat opneemt in een badkuip), klinkt Tomb glashelder. Het contrasteert bijzonder fraai met de fluisterzachte zang van Angelo De Augustine, die dit keer niet verloren gaat in een zompige brei, maar opleeft door alle mooie accenten in de instrumentatie.

De instrumentatie op Tomb klinkt vaak sprookjesachtig mooi, waardoor het niet stoort dat Angelo De Augustine als een engeltje probeert te fluisteren. De instrumentatie en fluistervocalen passen niet alleen prachtig bij elkaar, maar weten elkaar ook te versterken, waardoor ik steeds meer geboeid raakte door de muziek van de Amerikaan. Ook de mix van uiteenlopende stijlen op Tomb fascineert.

Angelo De Augustine schuurt soms dicht tegen zijn platenbaas Sufjan Stevens aan, maar maakt ook tijdloze popliedjes die zo uit de jaren 70 hadden kunnen stammen. Bovendien heeft de muzikant uit Los Angeles een klik met de Britse folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 en laat Tomb flarden Nick Drake horen. Ook in de ingetogen en folky songs is de instrumentatie prachtig, is de productie van Thomas Bartlett glashelder en zorgt de hoge fluisterstem van Angelo De Augustine voor een bijzondere sfeer, die ook wel wat doet denken aan de alt-folk van het begin van het huidige millennium.

Het klinkt allemaal bijzonder mooi, maar Tomb heeft ook een donkere onderlaag. De opnames op de plaat volgden op het stranden van de relatie van Angelo De Augustine en dat heeft zeker zijn sporen nagelaten in de teksten op de plaat. Het was niet de eerste tegenslag in het leven van de Amerikaan en oud zeer werd opgerakeld door de liefdesbreuk. Het heeft er voor gezorgd dat Tomb in tekstueel opzicht een donkere en melancholische plaat is, wat weer op bijzondere wijze contrasteert met de lieflijke en soms bijna sprookjesachtige klanken en vocalen op de plaat.

Tomb is absoluut een plaat die lang niet iedereen zal kunnen bekoren en het is bovendien een plaat die niet altijd goed tot zijn recht zal komen. Op het juiste moment is de nieuwe plaat van Angelo de Augustine echter een bijna rustgevende plaat die steeds meer schoonheid prijs geeft. Heel af en toe kan ik er niets mee, maar meestal vind ik de intimiteit van de plaat bijna overweldigend en hoor ik steeds meer moois op deze bijzondere plaat. Erwin Zijleman

Angharad Drake - Ghost (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angharad Drake - Ghost - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Zo af en toe verhuis ik de stapel met redelijk recente platen die nog een kleine kans maken op een plekje op deze BLOG naar de zolder. Voordat ik dit doe controleer ik nog één keer of ik echt geen plaat heb gemist die ik zeker niet wil missen.

Bijna onder op deze stapel vond ik een paar dagen geleden Ghost van Angharad Drake en dit is zo’n plaat die ik niet wil missen.

Angharad Drake (voor zover bekend geen familie van Nick) is een vrouwelijke singer-songwriter uit het Australische Brisbane, die al een aantal platen op haar naam heeft staan, maar buiten haar vaderland nog betrekkelijk onbekend is. Ghost zou dat moeten veranderen, want wat is het een mooie plaat.

Angharad Drake laat zich op Ghost voornamelijk beïnvloeden door Britse en Amerikaanse folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 en maakt muziek die meer dan eens doet denken aan die van Sandy Denny en Joni Mitchell, maar ook raakvlakken heeft met die van hedendaagse folkies als Laura Marling en Lisa Hannigan, om maar een beperkt aantal namen te noemen.

Ghost werd voor het overgrote deel bij Angharad Drake thuis opgenomen, wat de plaat voorziet van een aangename, ontspannen en intieme sfeer. Ghost is hiernaast een persoonlijke plaat met songs die de gemoedstoestand van Angharad Drake proberen te vangen en teksten die de persoonlijke thema’s zeker niet schuwen.

De openingstrack en de derde track van Ghost kunnen je makkelijk op het verkeerde been zetten met een betrekkelijk vol gitaargeluid en ook flink wat andere instrumenten. Het zijn de enige twee tracks op Ghost die in de studio werden opgenomen, waarna de uitverkoren producer andere verplichtingen had en Angharad Drake de plaat thuis af maakte.

De twee wat voller klinkende tracks contrasteren met de andere songs op de plaat, maar laten ook horen dat Angharad Drake goed uit de voeten kan in een wat voller en geproduceerder klinkend geluid. Het belooft wat voor een volgende plaat, maar persoonlijk kan ik ook uitstekend overweg met het sobere en ingetogen geluid op de rest van de plaat. Het is een geluid waarin Angharad Drake wat dichter tegen de traditionele folk van lang geleden aan schuurt en over het algemeen genoeg heeft aan een akoestische gitaar en een stem.

Met name met haar stem maakt de Australische singer-songwriter flink wat indruk. De stem van Angharad Drake heeft het heldere en pastorale van de folkies van weleer, maar is ook warm en veelkleurig. De muzikante uit Brisbane slaagt er bovendien in om haar songs te voorzien van emotie en dat is in de folk een groot goed. De songs op Ghost zijn bovendien prachtig melodieuze songs, waardoor de plaat zich makkelijk opdringt.

Bij dit soort sobere akoestische folk platen slaat bij mij eerlijk gezegd vaak de verveling toe na een aantal luisterbeurten, maar ook na heel vaak horen blijf ik bij de conclusie dat Angharad Drake met Ghost een prachtplaat heeft gemaakt, die ik steeds steviger tegen me aandruk.

Het is een plaat die al vele maanden uit is, maar volgens mij doet de muziek van de Australische singer-songwriter het in de donkere dagen van het moment nog veel beter dan in de zonnige maanden van de release. Liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters in het folk segment moeten hier absoluut eens naar luisteren. Erwin Zijleman

Angie McMahon - Light, Dark, Light Again (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angie McMahon - Light, Dark, Light Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Angie McMahon - Light, Dark, Light Again
Angie McMahon maakte in de zomer van 2019 indruk met het rauwe en gruizige Salt en doet dat opnieuw met het veel voller en veelzijdiger ingekleurde Light, Dark, Light Again, waarop ze wederom imponeert als zangeres en als songwriter

Ik was in 2019 zeker gecharmeerd van het debuutalbum van Angie McMahon, maar kan me niet herinneren dat het album toen voor net zoveel kippenvel zorgde als bij de hernieuwde kennismaking eerder deze week. Angie McMahon heeft met Light, Dark, Light Again geen Salt 2.0 gemaakt, maar kiest voor een veelzijdiger, voller en verzorgder klinkend geluid. Het klinkt allemaal geweldig en ook dit keer maakt de Australische muzikante indruk met haar gepassioneerde zang. Het is misschien even wennen, maar wat zijn de songs op Light, Dark, Light Again goed. Angie McMahon was in 2019 een nog wat ruwe diamant, maar schittert volop op haar nieuwe album.

Het is alweer ruim vier jaar geleden dat de Australische muzikante Angie McMahon debuteerde met het uitstekende Salt. Het was een album vol ruwe gitaarlijnen en opvallend gepassioneerde zang en het was bovendien een album met intense songs, die soms aangenaam rammelden, maar je meestal ruw bij de strot grepen. Het is een album dat in de zomer van 2019 kon rekenen op zeer positieve recensies, maar dat aan het einde van dat jaar nauwelijks was terug te vinden in de jaarlijstjes.

Toen ik het album er de afgelopen week weer eens bij pakte verbaasde ik me er in ieder geval over dat Salt mijn jaarlijstje niet heeft gehaald in 2019, want wat is het een geweldig album en wat vertolkt Angie McMahon haar songs met veel gevoel en passie op haar uiteindelijk toch wat ondergewaardeerde debuutalbum. In 2020 verscheen vervolgens nog een EP met een aantal tracks van Salt maar dan met alleen een piano en de stem van de Australische muzikante en ook dat smaakte naar veel meer.

Op dat meer hebben we behoorlijk lang moeten wachten, maar deze week is dan eindelijk het tweede album van Angie McMahon verschenen. Nadat ik de afgelopen week toch behoorlijk in de ban was geraakt van het weergaloze Salt, begon ik met hooggespannen verwachtingen aan het tweede album van Angie McMahon en Light, Dark, Light Again heeft me zeker niet teleur gesteld. En dat ondanks het feit dat het tweede album van de Australische muzikante een flink ander album is geworden dan Salt of de Piano Salt EP.

Light, Dark, Light Again opent met een bijna overweldigend geluid, dat buiten de krachtige stem van Angie McMahon nauwelijks herinnert aan haar debuutalbum. Het is een vol ingekleurd geluid, dat is aangevuld met natuurgeluiden. Die duiken ook op in de tweede track, maar dit keer is gekozen voor een net wat meer ingetogen geluid met zowel piano, gitaren en synths. Wanneer de gitaren gruiziger beginnen te klinken hoor je wat voorzichtige echo’s van Salt, maar vergeleken met het debuutalbum van de muzikante uit Melbourne klinkt Light, Dark, Light Again voller en rijker en bovendien een stuk gevarieerder.

Ik moest er na de recente beluisteringen van Salt wel even aan wennen, maar ik was toch snel onder de indruk van het nieuwe geluid van Angie McMahon. De Australische muzikante heeft haar songs voller, maar ook zeer smaakvol ingekleurd en heeft nog altijd een eigenzinnig indie geluid, dat goed aansluit op de indiepop en indierock van het moment. De muzikante uit Melbourne heeft wederom een serie persoonlijke songs geschreven, die ze met hart en ziel vertolkt. De zang klinkt wat minder ruw dan op Salt, maar ook de vocalen op Light, Dark, Light Again komen behoorlijk hard binnen.

Angie McMahon nam de basis van haar nieuwe album op in haar thuisbasis Melbourne, maar toog vervolgens naar Durham, North Carolina, waar ze werkte met de gerenommeerde producer Brad Cook (Waxahatchee, Snail Mail, Jess Williamson, Indigo De Souza), die een aantal topmuzikanten naar zijn studio haalde. Light, Dark, Light Again klinkt een stuk geproduceerder dan Salt, maar het is een prachtige productie, die de songs van Angie McMahon voorziet van een gevarieerder geluid, dat het oor zacht kan strelen, maar gelukkig kan de muziek van de Australische singer-songwriter ook nog incidenteel ontsporen.

Iedereen die voor de bijl ging voor het ruwe Salt, zal waarschijnlijk even moeten wennen aan dit nieuwe album, maar ik sluit zeker niet uit dat dit album mijn jaarlijstje wel gaat halen, zeker als het wederom intense album zo blijft groeien als het na de eerste paar luisterbeurten heeft gedaan. Erwin Zijleman

Angie McMahon - Salt (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angie McMahon - Salt - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Angie McMahon - Salt
De Australische Angie McMahon overtuigt met een rauw en wat rammelend debuut vol persoonlijke songs die met veel gevoel worden vertolkt

Aan jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indie-segment geen gebrek momenteel, maar in de eregalerij is nog plek voor Angie McMahon. De Australische muzikante imponeert met rauwe en intense songs waarin ruwe gitaarlijnen fraai worden gecombineerd met zang vol gevoel en melancholie. Het voorziet Salt van een hele bijzondere sfeer, maar ook van veel zeggingskracht en urgentie. De combinatie van rauwe gitaarlijnen en gepassioneerde zang zorgt voor een album dat je vrij makkelijk bij de strot grijpt en van loslaten is voorlopig geen sprake. Het doet me vooral denken aan een jonge PJ Harvey en dat is vergelijkingsmateriaal waar Angie McMahon mee thuis kan komen.

De naam van Angie McMahon zingt al een tijdje rond, maar deze week is dan eindelijk haar debuut verschenen. De singer-songwriter uit het Australische Melbourne overtuigt direct in de openingstrack, die opvalt door mooie gitaarlijnen en vooral door een stem vol gevoel.

De muziek van Angie McMahon klinkt in deze opening rauw en sorteert met beperkte middelen een maximaal effect. Het legt de lat hoog voor de rest van het album, maar ook de songs die volgen zijn uitstekend.

Salt is een ruw en eerlijk album, waarop Angie McMahon de sterke wapens op steeds net wat andere wijze inzet. De rauwe gitaarlijnen zijn steeds prachtig, maar klinken iedere keer weer net iets anders en ook de stem van de Australische singer-songwriter laat meerdere kanten van Angie McMahon horen.

De gitaarlijnen en vocalen worden hier en daar ondersteund door een basale ritmesectie, die de muziek van de Australische muzikante een lo-fi karakter geeft. Het is muziek die in de smaak zal vallen bij liefhebbers van de muziek van bijvoorbeeld Julien Baker en Phoebe Bridgers, maar Salt doet me misschien nog wel meer denken aan een jonge PJ Harvey. In de songs die net wat voller klinken schuift Angie McMahon wat op richting rock en klinkt er zowel muzikaal als vocaal wat van The Pretenders of een jonge Melissa Etheridge door in haar muziek.

Het is muziek waarmee Angie McMahon moet concurreren met een heel contingent aan jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar wat mij betreft slaagt ze hier makkelijk in. Salt klinkt rauw en onbevangen en de singer-songwriter uit Melbourne beschikt over een stem die makkelijk indruk maakt. Ook in vocaal opzicht is Salt een betrekkelijk ruw album, maar het is ook een album vol emotie.

Angie McMahon vertelt op Salt over het leven van een jonge muzikante on the road en dat is zeker niet alleen een jubelverhaal. De teksten op Salt gaan over slecht eten en weinig slaap, maar ook over eenzaamheid en een zoektocht naar liefde. Het zijn teksten die van extra lading worden voorzien door de bijzondere manier van zingen van Angie McMahon, die emotie laat prevaleren boven techniek.

Ik was bij eerste beluisteringen bang dat Salt na een paar keer horen wat zou gaan vervelen, maar dat is vooralsnog zeker niet het geval. De combinatie van ruwe gitaren en zang vol passie is een combinatie die steeds iets beter gaat werken, waardoor het debuut van Angie McMahon steeds wat meer indruk maakt. Ik ben nu al heel benieuwd hoe dit op het podium klinkt, maar ook uit de speakers thuis is Salt meer dan eens goed voor kippenvel.

Er werd zoals gezegd al een tijdje uitgekeken naar het debuut van Angie McMahon, maar Salt is een stuk beter dan ik had verwacht. Liefhebbers van jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indie-segment hebben de laatste jaren al niets te klagen, maar krijgen er met Angie McMahon weer een topper bij. Niet direct overtuigd? Wacht tot de bijna acht minuten durende slottrack waarin de Australische er nog een schepje bovenop doet qua intensiteit en emotie. Erwin Zijleman

Angie Stone - Dream (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angie Stone - Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Angie Stone behoort tot de pioniers van de zogenaamde Neo-Soul. Haar eerste platen (Black Diamond uit 1999 en Mahogany Soul uit 2001) moeten worden gerekend tot de sleutelplaten in het genre, maar net als bij de meeste van haar soortgenoten verloopt de carrière van Angie Stone nogal moeizaam sinds de Neo-Soul weer wat uit beeld is geraakt.

Neo-Soul werd 15 jaar geleden nog gezien als de vernieuwing die de soulmuziek zo hard nodig had, maar inmiddels wordt Neo-Soul door velen (onder wie de meeste critici) gezien als vlees noch vis. Neo-Soul mist vaak de intensiteit van de oude soul en is net wat minder hitgevoelig dan de R&B pop die de hitlijsten domineert.

Angie Stone zou met haar fenomenale stem makkelijk kunnen kiezen voor het momenteel wel populaire vintage soulgeluid en kan in vocaal opzicht ook de concurrentie met de meeste R&B zangeressen makkelijk aan, maar ook op Dream kiest de zangeres uit Columbia, South Carolina, weer voor de Neo-soul.

Wat wel opvalt is dat Angie Stone, meer dan in het verleden, de grenzen van het genre opzoekt. Dream citeert zo nu en dan letterlijk uit de archieven van de oude soul, met een incidentele flirt naar Motown, maar maakt net zo makkelijk R&B soul die met twee benen in het heden staat. Dit kan natuurlijk worden omschreven als vlees noch vis, maar waarom zou je kiezen als je in beide uitersten van het Neo-Soul genre uit de voeten kan?

Angie Stone deed voor Dream een beroep op een aantal gelouterde songwriters en kon in de studio beschikken oven al even gelouterde muzikanten. Angie Stone kon zich daarom concentreren op het de sterren van de hemel zingen en dat doet ze. En hoe.

In een aantal tracks raakt Dream aan de grote soulzangeressen uit de jaren 60 en 70, maar Angie Stone schuurt net zo makkelijk tegen de R&B prinsesjes van het moment aan en geeft deze in vocaal opzicht het nakijken. Dream laat op zich geen opzienbarende dingen horen, maar wat klinkt het lekker en wat heeft Angie Stone een soulvolle strot. Ik doe het er voor. Erwin Zijleman

Angus & Julia Stone - Angus & Julia Stone (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angus & Julia Stone - Angus & Julia Stone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het is al weer zeven jaar geleden dat het debuut van Angus & Julia Stone verscheen. A Book Like This viel in eerste instantie vooral op vanwege de verpakking in een lijvig boekwerk, maar maakte al snel ook in muzikaal opzicht een onuitwisbare indruk.

Op het debuut van de Australische broer en zus klopte eigenlijk alles, waardoor de lat voor de opvolger ontiegelijk hoog lag. Daar was echter weinig van te merken op het in 2010 verschenen Down The Way dat natuurlijk niet zo verrassend was als het debuut, maar wel beter, al was het maar door het grote aantal stijlen waarmee het tweetal op haar tweede plaat aan de haal ging.

De afgelopen jaren moesten we het doen met een soloproject (Lady Of The Sunshine) en een soloplaat van Angus en met twee soloplaten van Julia Stone. Vier prima platen, maar ze waren geen van allen zo goed als de platen waarop Angus en Julia Stone de krachten bundelden.

Op de titelloze derde plaat van Angus en Julia Stone horen we wat we de afgelopen jaren gemist hebben. Bijna achteloos imponeren Angus en Julia Stone met dertien tracks die zich laten beluisteren als een reis door een aantal decennia popmuziek.

Folk vormt nog altijd een belangrijk bestanddeel van de muziek van broer en zus Stone, maar het is zeker niet het enige bestanddeel. Angus & Julia Stone zijn zeker niet vies van pop, maar gaan net zo makkelijk aan de haal met invloeden uit de 70s rock als de indie van deze tijd.

De derde plaat van Angus & Julia Stone bevat 13 songs die je al decennia lijkt te kennen. Bij eerste beluistering klinkt het direct zo lekker en vertrouwd dat ik even bang was dat er uiteindelijk weinig zou blijven hangen en dat de derde plaat van het Australische duo makkelijk ingeruild zou kunnen worden voor een willekeurige klassieker uit het verleden, maar dat blijkt gelukkig niet het geval.

De songs van Angus en Julia Stone bevatten immers net dat beetje extra dat nodig is om hun songs boven die van de concurrentie uit te tillen. Het is niet eens makkelijk om te beschrijven wat dat beetje extra precies is. Voor mij persoonlijk spelen de heerlijke vocalen van Julia Stone (die dit keer ook als Beth Gibbons en Hope Sandoval kan klinken) een cruciale rol, maar ik ben me zeer bewust van het feit dat deze vocalen waarschijnlijk menigeen flink op de zenuwen zullen werken, waarbij het natuurlijk helpt dat Julia zo nu en dan wordt afgelost door de wat zweverige vocalen van Angus.

Minstens even belangrijk zijn de geweldige melodieën in de muziek van Angus en Julia Stone. Het tweetal schrijft songs die er stuk voor stuk in slagen om een gelukzalig gevoel op te wekken. Angus en Julia Stone schrijven songs met melodieën die klinken als lange zomerdagen waarop alles mag en niets hoeft. Het zijn melodieën die fraai contrasteren met de donkere wolken die in tekstueel opzicht nog wel eens voorbij willen drijven.

Maar er is nog meer dat de derde van Angus en Julia Stone zo goed en onweerstaanbaar maakt. Op hun derde plaat maken Angus en Julia Stone muziek waar het plezier en de passie van af spatten, maar ondertussen lijkt over iedere noot nagedacht en zit alles even knap in elkaar. Dat laatste kan alleen maar de verdienste zijn van topproducer Rick Rubin, die er wederom in is geslaagd om het beste naar boven te halen uit muzikanten.

Het levert een plaat op die keer op keer aanvoelt als een warm bad, maar ook nog wel een tijdje kan groeien. 1+1 is meestal 2, maar bij Angus en Julia Stone is het 3 of misschien zelfs wel 4. Ik schrijf hem alvast op voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman

Angus & Julia Stone - Cape Forestier (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angus & Julia Stone - Cape Forestier - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Angus & Julia Stone - Cape Forestier
De muziek van Angus & Julia Stone dreigde de afgelopen jaren definitief om te slaan richting pop, maar op Cape Forestier klinken de Australische broer en zus weer ouderwets folky en verrassend geïnspireerd

Cape Forestier, het nieuwe album van Angus & Julia Stone is een aangename verrassing. Het Australische duo keert op dit album terug naar het geluid van haar eerste albums en combineert invloeden uit de folk en de country met een subtiel en aangenaam laagje pop. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en ook de wat dromerige stem van Angus Stone komt goed uit de verf. Van de stem van zijn zus Julia moet je houden, maar als je vatbaar bent voor haar meisjesachtige maar op een of andere manier ook ruwe stem valt er op Cape Forestier veel te genieten. Angus & Julia Stone waren door menig folkie al afgeschreven, maar laten horen dat ze nog altijd prima albums kunnen maken.

Er zijn inmiddels zeventien jaren verstreken sinds Angus en Julia Stone opdoken met het bijzonder verpakte debuutalbum A Book Like This. De Australische broer en zus hebben inmiddels flink wat muziek uitgebracht. Naast de albums die ze met zijn tweeën maakten, waren er de soloalbums van zowel Julia als Angus en laatstgenoemde bracht ook nog eens albums uit onder de namen Lady Of The Sunshine en Dope Lemon.

Hoewel mijn zwak voor de muziek van het Australische tweetal nooit helemaal is verdwenen, is de kwaliteit van het werk van broer en zus Stone over de jaren naar mijn mening en smaak wel wat ingezakt. Buiten het laatste soloalbum van Julia Stone wisten zowel Angus als Julia altijd wel een acceptabel niveau te bereiken, maar zeker de wat meer pop georiënteerde albums van Angus & Julia Stone zijn voor mij objectief bezien eerder ‘guilty pleasures’ dan in muzikaal opzicht hoogstaande albums.

Ik had dan ook bescheiden verwachtingen met betrekking tot het nieuwe album van het Australische duo, maar Cape Forestier is een verrassend goed album. Op hun nieuwe album keren Angus en Julia Stone deels terug naar het vooral door folk(rock) beïnvloede geluid van hun eerste albums en dat pakt uitstekend uit. Het betekent overigens niet dat de twee de invloeden uit de pop helemaal zijn vergeten, want in meerdere tracks duikt een aangenaam laagje pop op, wat fraai samenvloeit met de lagen folk en country en wat zorgt voor songs die lekker in het gehoor liggen en makkelijk de aandacht trekken en vasthouden.

Lang niet iedereen kan tegen de stem van Julia Stone, maar ik heb zelf altijd een zwak gehad voor haar bijzondere zang. De Australische muzikante beschikt over een nogal meisjesachtige stem, die zwoel en verleidelijk kan klinken, maar die op een of andere manier ook wel wat ruws en doorleefds heeft. Ondanks mijn voorliefde voor vrouwenstemmen kan ik niet ontkennen dat Angus een mooiere stem heeft dan zijn zus en het is dan ook niet zo gek dat hij in vocaal opzicht het voortouw neemt op het album.

De zang van Angus wordt wat mij betreft echter flink opgetild door de harmonieën met zijn zus, die prima zingt op Cape Forestier en een belangrijk aandeel heeft in het zo herkenbare Angus & Julia Stone geluid. Ook wanneer Julia Stone in vocaal opzicht de lead neemt vind ik de zang overigens prima klinken.

Cape Forestier is een over het algemeen een redelijk laidback album, dat het uitstekend doet bij de zomerse temperaturen van de afgelopen week. Het klinkt allemaal erg aangenaam, maar in muzikaal opzicht vind ik Cape Forestier een stuk interessanter dan zijn voorgangers. Met name het gitaarwerk is mooi en subtiel, maar ook de rest van het geluid heeft iets aangenaam dromerigs en zonnigs, is zeer smaakvol en blijft ver verwijderd van het ‘guilty pleasure’ gevoel dat ik had bij de muziek die de Australische broer en zus, al dan niet samen, maakten de afgelopen jaren.

Cape Forestier klinkt als een album dat ook decennia oud zou kunnen zijn en het is een album dat bijdraagt aan een zorgeloos gevoel. De songs van het Australische tweetal konden in het verleden ook wel eens snel vervliegen, maar ook nu ik Cape Forestier meerdere keren heb gehoord ben ik nog steeds erg gecharmeerd van het album. De conclusie dat Angus & Julia Stone op hun nieuwe album het hoge niveau uit hun jongere jaren aantikken lijkt me dan ook gerechtvaardigd. Erwin Zijleman

Angus & Julia Stone - Life Is Strange (2021)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angus & Julia Stone - Life Is Strange - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Angus & Julia Stone - Life Is Strange
Life Is Strange van broer en zus Angus en Julia Stone is de soundtrack bij een game, maar het is ook een zeer aangename soundtrack voor de ‘Indian summer’ die hopelijk nog gaat komen

Zomaar opeens stond een nieuw album van Angus en Julia Stone op de streaming media platforms. Het blijkt een zeer aangenaam album, dat ook nog eens beter is dan het vorige album van het Australische duo. De instrumentatie is wat interessanter, maar de meeste verleiding komt ook dit keer van de stemmen van Angus en vooral Julia, die met haar zwoele vocalen alle donkere wolken van de afgelopen weken verdrijft. Angus en Julia Stone zijn de sympathie van de critici wat kwijt geraakt na hun eerste albums, maar op Life Is Strange is niet zoveel aan te merken. Het is vooral een heel aangenaam album om bij te luieren, maar het steekt bij net wat meer aandacht ook knap in elkaar.

Afgelopen vrijdag was daar opeens Life Is Strange van Angus en Julia Stone. Het album was zover ik weet pas voor veel later dit jaar aangekondigd en is vooralsnog ook niet fysiek verschenen. Life Is Strange is ook geen gewoon album, maar de soundtrack bij de game Life Is Strange: True Colors, die binnenkort verschijnt.

Ik ben absoluut niet thuis in de gamewereld, maar Life Is Strange kan, als ik naar de bijbehorende soundtrack luister, zeker geen doorsnee game zijn. De muziek van Angus en Julia Stone is immers zo dromerig dat ik me niet kan voorstellen dat het mee zal vallen om lang bij de les te blijven, wat in de meeste games toch een vereiste is. Zelf beluister ik Life Is Strange overigens als een regulier album van broer en zus Stone, want zo klinkt het.

Life Is Strange is de opvolger van het inmiddels vier jaar oude Snow, waarop het geluid van het Australische tweetal wat zoeter en lichtvoetiger was dan op de eerdere albums. Ik was zelf overigens best te spreken over het album, al is het slechts als ‘guilty pleasure’, maar de meeste kritieken waren niet mals.

Sindsdien hebben we het moeten doen met het solowerk van Angus en Julia. Angus timmerde aardig aan de weg met zijn band Dope Lemon en Julia liet eerder dit jaar van zich horen met haar soloalbum Sixty Summers, dat ik persoonlijk een draak van een album vond en vind. Het geluid van Angus en Julia Stone is op Life Is Strange gelukkig niet heel erg veranderd en klinkt direct vanaf de eerste noten vertrouwd.

Waar het soloalbum van Julia Stone me, ondanks haar zwoele vocalen, vooral tegenstond, is Life Is Strange een album dat zich direct aangenaam opdringt. Ook Life Is Strange is niet zo goed als de eerste twee albums van Angus en Julia Stone, maar het kan de concurrentie met Snow makkelijk aan.

Na een paar keer horen vind ik het nieuwe album van het Australische duo een stuk beter dan hun vorige album. In muzikaal opzicht klinkt het net wat minder gepolijst en een stuk interessanter, al is het niet zo puur en folky als op de eerste albums.

Life Is Strange is een heerlijk album om de zomer, of op zijn minst het gevoel het gevoel van de zomer te omarmen. Het is een album vol lome, dromerige en zwoele folkpop met hier en daar wat interessante uitstapjes naar popmuziek uit de jaren 80. De stem van Angus Stone dringt zich makkelijk op, maar de meeste verleiding komt van de zang van Julia, die gelukkig niet zo overdrijft als op haar laatste soloalbum.

Het is zoals gezegd een soundtrack bij een game, maar Life Is Strange laat zich absoluut beluisteren zonder deze game en is een mooie aanvulling op het oeuvre van Angus en Julia Stone. Ik noemde het vorige album van het tweetal hierboven een ‘guilty pleasure’, maar Life Is Strange is hier net wat te goed voor.

De instrumentatie heeft net genoeg scherpe randjes en verrassingen, de songs blijven makkelijk hangen en de zang is uitstekend. Niet iedereen zal gevoelig zijn voor de zwoele verleiding van Angus en Julia Stone, maar muziekliefhebbers die uit de voeten konden met Snow en met het titelloze album dat hier aan vooraf ging, vinden ook op het nieuwe album van Angus en Julia Stone genoeg van hun gading.

Het is bovendien een album dat het geweldig doet met de koptelefoon, die net wat meer details en schoonheid laat horen, wat er voor zorgt dat dit album nog even door groeit en de zon nog wat nadrukkelijker gaat schijnen. Erwin Zijleman

Angus & Julia Stone - Snow (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Angus & Julia Stone - Snow - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Toen Angus en Julia Stone in 2007 debuteerden met de intieme en eigenzinnige folkplaat A Book Like This, kwamen de critici superlatieven tekort.

Het overigens prachtig, als een zeer lijvig boekwerk verpakte debuut van de broer en zus uit het Australische Sydney, dook op in menig jaarlijstje en was voor liefhebbers van lome folkpop lange tijd de ideale soundtrack voor een luie zondagmiddag.

Inmiddels zijn we een flinke stapel platen verder. Angus en Julia maakten er een paar samen en een paar alleen en zagen de waardering van de critici langzaam maar zeker verdampen.

De titelloze en door niemand minder dan Rick Rubin geproduceerde plaat van het Australische tweetal uit 2014 kreeg gelukkig weer wat positievere kritieken en daar viel ook niets op af te dingen. Op de plaat eerden de twee nog altijd de oude liefde folk, maar er werd ook schaamteloos geflirt met pop en rock, waardoor de plaat klonk als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast.

Het deze week verschenen Snow wordt op het eerste gezicht weer lauwtjes ontvangen, maar ik vond het direct bij eerste beluistering bijzonder lekker klinken. Op Snow hoor je af en toe nog wel wat flarden van het inmiddels al weer tien jaar oude debuut van Angus en Julia Stone, maar ook op de nieuwe plaat heeft de muziek van het tweetal weer een flinke popinjectie gekregen.

Angus en Julia Stone produceerden hun plaat dit keer zelf en hebben gekozen voor een opvallend geluid, waarin akoestische en elektronische geluiden op bijzondere wijze samenvloeien. Ook op Snow kiest het Australische duo voornamelijk voor wat lome songs, die omslaan in heerlijk broeierige songs wanneer Julia Stone de vocalen voor haar rekening neemt.

Snow krijgt een wat zweverig karakter wanneer de synths stevig aanzwellen, maar klinkt over het algemeen opvallend direct. Door het veelvuldige gebruik van een ritmebox doet Snow af en toe wat denken aan platen uit de jaren 80, wat wordt versterkt door de bijzondere gitaarlijnen, die af en toe van de hand van U2’s The Edge zouden kunnen zijn. Het is een instrumentarium dat prachtig past bij de zwoele en verleidelijke stem van Julia Stone en de wat onderkoelde vocalen van broer Angus, die elkaar prachtig afwisselen. Vooral voor de stem van Julia heb ik nog steeds een zwak.

Op het eerste gehoor is Snow vooral een plaat vol lekker in het gehoor liggende popliedjes, maar Angus en Julia Stone graven op hun nieuwe plaat ook dieper dan de gemiddelde recensie van de plaat doet vermoeden.

Ondanks de titel is Snow in eerste instantie vooral een plaat die de zon laat schijnen, maar zeker wanneer je het volume wat opschroeft is het ook een bezwerende plaat die snel aan schoonheid wint en die bijvoorbeeld in de teksten ook wel wat scherpe randjes bevat.

Ik heb tot dusver een zwak voor vrijwel alle platen van broer en zus Stone en Snow is zeker geen uitzondering. Sterker nog, persoonlijk bevalt de plaat me nog beter dan de wel goed ontvangen voorganger, zeker nadat ik de op het eerste gehoor wat irritante ritmebox had omarmd. Erwin Zijleman

Ani DiFranco - Binary (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Ani DiFranco - Binary - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Buffalo, New York, afkomstige, maar lange tijd vanuit New York City opererende singer-songwriter Ani DiFranco, was haar tijd ver vooruit.

Toen de nog piepjonge muzikante aan het eind van de jaren 80 haar eerste muziek uitbracht, distribueerde ze deze muziek zelf op cassettebandjes. En toen ze in 1990 haar officiële debuut uitbracht, deed ze dit op haar eigen label Righteous Babe Records.

Met haar titelloze debuut uit 1990 stond Ani DiFranco aan de basis van het anti-folk genre en in de jaren die volgden verbaasde de jonge singer-songwriter uit New York niet alleen met ijzersterke platen, maar bovendien met een bijna onwaarschijnlijke productiviteit.

Alleen in de jaren 90 bracht Ani DiFranco al zo’n 15 platen uit, waaronder Not A Pretty Girl uit 1995, dat ik nog altijd haar sterkste plaat vind. Sinds de start van het nieuwe millennium is Ani DiFranco helaas wat minder productief al bracht ze tussen 2000 en 2010 nog altijd acht platen uit, wat natuurlijk een zeer respectabel aantal is. Het zijn platen waarop Ani DiFranco steeds meer afstand nam van de anti-folk en steeds meer invloeden uit de jazz toe liet in haar muziek.

Red Letter Year uit 2008 was helaas lange tijd de laatste plaat van Ani DiFranco die op Spotify is te vinden. Het prachtige Which Side Are You On? uit 2012 en het nauwelijks opgemerkte Allergic To Water uit 2014 trokken hierdoor minder aandacht dan een muzikant van het kaliber van Ani DiFranco verdient. Gelukkig heeft de tegenwoordig in New Orleans woonachtige muzikante voor haar nieuwe plaat een andere keuze gemaakt.

Binary was sinds de dag van de release, ongeveer een maand geleden, op Spotify beschikbaar en leek me op voorhand een zekerheid voor mijn BLOG. De plaat viel me bij eerste beluistering echter vies tegen. Het van een flinke soulinjectie voorziene Binary kabbelde bij eerste beluistering maar voort en wist me, ondanks mijn bewondering voor het prachtige oeuvre van Ani DiFranco en het respect voor haar eigenzinnigheid, maar niet te grijpen.

Eerder deze week trof ik de cd aan in een envelop met voornamelijk Zweedse promo’s en besloot ik Binary toch nog een kans te geven. Of het ligt aan de net wat hogere temperaturen van het moment of aan een ander verwachtingenkader weet ik niet, maar bij hernieuwde beluistering van Binary vond ik het opeens een mooie en fascinerende plaat.

Ook op Binary laat Ani DiFranco zich weer inspireren door het fascinerende New Orleans en trekt ze de lijn van haar vorige platen door. Bijgestaan door onder andere Ivan Neville, Maceo Parker en Justin Vernon (Bon Iver) combineert Ani DiFranco op Binary folk met flink wat invloeden uit de soul en de jazz.

Binary klinkt warm, zwoel en gloedvol en lang niet zo strijdbaar als de oude platen van Ani DiFranco, maar de Amerikaanse spreekt zich nog altijd nadrukkelijk uit over zaken die haar aan het hart liggen.

Binary kan als een warme deken over je heen liggen, maar wint aan kracht wanneer je de bijzondere songs van Ani DiFranco een voor een ontrafelt. De vaak wat broeierige songs komen dan één voor één tot leven en brengen het enorme talent van Ani DiFranco aan de oppervlakte. Oordeel vooral niet te snel. Ik weet zelf inmiddels dat ik een maand geleden veel te snel een hele mooie en fascinerende plaat aan de kant heb geschoven. Erwin Zijleman