MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Joana Serrat - Dripping Springs (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joana Serrat - Dripping Springs - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Barcelona afkomstige Joana Serrat bracht in 2011 al eens in eigen beheer een plaat uit, maar trok buiten haar vaderland voor het eerst serieus de aandacht met het eind 2014 verschenen Dear Great Canyon.

Op deze plaat werkte de Spaanse (of is het Catalaanse?) singer-songwriter samen met de van The Arcade Fire bekende Howard Bilerman en eerde ze nadrukkelijk de goed gevulde platenkast van haar ouders.

In deze platenkast domineerden de Amerikaanse folk- en countryrock uit de jaren 70 en het waren dan ook deze genres die het geluid op Dear Great Canyon bepaalden, al voegde Joana Serrat ook wel wat modernere invloeden toe aan haar sfeervolle muziek, waaronder een snufje elektronica.

Op het vorig jaar verschenen Cross The Verge werkte Joana Serrat wederom samen met Howard Bilerman en schoof ze verder op richting de Amerikaanse rootsmuziek met een stemmig geluid waarin de pedal steel floreerde en waarmee de jonge singer-songwriter nog wat meer indruk maakte.

Op het deze week verschenen Dripping Springs kiest Joana Serrat nog wat nadrukkelijker voor de Amerikaanse rootsmuziek uit de jaren 70 in het algemeen en de countryrock uit deze periode in het bijzonder. Voor haar nieuwe plaat toog de singer-songwriter uit Barcelona naar Dripping Springs, Texas, waar ze samenwerkte met de eigenzinnige rootsmuzikant Israel Nash en geluidsman Ted Young, die met de groten der aarde werkte. Samen met flink wat muzikanten uit de band van Israel Nash werd vervolgens een plaat opgenomen en ik vind het een fascinerende plaat.

Israel Nash drukt nadrukkelijk zijn stempel op de instrumentatie op de plaat en betovert met heerlijke zweverige klanken vol echo’s uit het verleden. De Amerikaanse muzikant claimt hierbij flink wat ruimte en schuwt de lange jams vol prachtig gitaarwerk niet. Het tempo ligt laag, waardoor Dripping Springs over het algemeen loom en dromerig kinkt.

Het is een geluid vol invloeden uit de hoogtijdagen van de Amerikaanse countryrock, maar zeker wanneer het tempo laag ligt en Israel Nash en zijn band alle tijd nemen voor het inkleuren van de songs van Joana Serrat doet Dripping Springs ook flink denken aan Mazzy Star in haar meest dromerige en psychedelische momenten.

Persoonlijk hou ik wel van het lome en zompige geluid dat Israel Nash heeft gekozen voor de nieuwe plaat van Joana Serrat, al gaat het, zeker op het eerste gehoor, wel wat ten koste van de songs op de plaat. Zeker bij eerste beluistering vond ik Dripping Springs vooral klinken als een plaat van Israel Nash met een gastrol voor Joana Serrat in plaat van andersom, maar hoe vaker je Dripping Springs beluistert, hoe groter de rol van de Spaanse singer-songwriter wordt.

Ook op haar nieuwe plaat zingt Joana Serrat weer prachtig en verleidt ze met heerlijk zwoele vocalen met een licht Spaanse tongval. Het zijn vocalen die soms verzuipen in het bijzondere geluid dat Israel Nash heeft gecreëerd, maar op een of andere manier maakt dit de zang op de plaat alleen maar mooier wanneer Joana Serrat de spotlights kiest.

Ik kan me voorstellen dat liefhebbers van de intieme popliedjes van Joana Serrat het grootse geluid op Dripping Springs wat overweldigend vinden, maar uiteindelijk pakt het wat mij betreft prachtig uit en heeft Joanna Serrat wederom een prachtplaat afgeleverd die de herfstavonden op beeldende wijze inkleurt. Erwin Zijleman

Joana Serrat - Hardcore from the Heart (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joana Serrat - Hardcore From The Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Joana Serrat - Hardcore From The Heart
Het was even stil rond de Spaanse muzikante Joana Serrat, maar nu de zomer is begonnen, keert ze terug met een prachtig album dat een nieuwe dimensie geeft aan het begrip heerlijk wegdromen

Joana Serrat klonk op haar drie vorige albums steeds net wat anders, maar op het deze week verschenen Hardcore From The Heart zet ze een reuzenstap. Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hebben een flinke stap terug moeten doen en hebben plaatsgemaakt voor een opvallend vol klinkend geluid waarin zowel elektronica als gitaren opduiken. Het samen met leden van de Amerikaanse band Midlake gemaakte album staat vol met dromerige pop die het uitstekend doet bij alle zonneschijn van het moment. In muzikaal en vocaal opzicht zet Joana Serrat ook nog eens flinke stappen. Hardcore From The Heart is het vierde prachtalbum van de Spaanse muzikante en het is zeker niet de minste. Heerlijk, heerlijk, heerlijk.

De Spaanse muzikante Joana Serrat debuteerde in 2014 met het prachtige Dear Great Canyon, dat ik zelf overigens pas bij de herkansing van het album in 2015 ontdekte. Op het door niemand minder dan Howard Bilerman (die alleen voor zijn productie van Funeral van The Arcade Fire al een standbeeld verdient) geproduceerde album, maakte de Spaanse muzikante geen geheim van haar liefde voor de Amerikaanse rootsmuziek die ze thuis met de paplepel kreeg ingegoten, maar slaagde ze er ook in om fris en eigentijds te klinken met hier en daar een uitstapje richting pop.

Het is een recept dat verder werd verfijnd en geperfectioneerd op het in 2016 verschenen en wederom door Howard Bilerman geproduceerde Cross The Verge en op het in 2017 uitgebrachte Dripping Springs, waarop Joana Serrat samenwerkte met Israel Nash en waarop ze iets opschoof richting countryrock, met nog altijd een eigentijds tintje. De afgelopen jaren was het stil rond Joana Serrat, maar deze week keert ze terug met Hardcore From The Heart.

De Spaanse muzikante schoof op haar laatste album wat op richting de Amerikaanse rootsmuziek, maar op Hardcore From The Heart hebben invloeden uit het genre flink aan terrein verloren. Joana Serrat kiest dit keer vooral voor behoorlijk vol ingekleurde popmuziek en het is popmuziek die vaak een flink dromerig karakter heeft, wat overigens niet direct het etiket dreampop rechtvaardigt.

De Spaanse singer-songwriter werkte dit keer samen met leden van de Amerikaanse band Midlake en wist Ted Young te strikken voor de productie. Deze Ted Young heeft een zeer imposant CV als technicus, maar ook als producer heeft hij vakwerk afgeleverd. Ook de leden van Midlake hebben overigens een zeer fraaie bijdrage geleverd aan het album.

Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hebben zoals gezegd aan terrein verloren, maar ze zijn er nog wel. Hardcore From The Heart klinkt vaak als de gespiegelde versie van voorganger Dripping Springs, waarop Joana Serrat vanaf de basis van country en folk het avontuur opzocht. Op haar nieuwe album domineert heerlijk loom klinkende en prachtig vol ingekleurde pop, maar uitstapjes richting met name de folk zijn nooit heel ver weg.

Hardcore From The Heart is een album vol zwoele verleidingen, waarvan in eerste instantie vooral de prachtige zang van Joana Serrat opvalt. De Spaanse muzikante is nog beter gaan zingen en heeft nog steeds haar lichte Spaanse tongval als extra charme. Ook de instrumentatie is echter van een bijzondere schoonheid en dit geldt zowel voor de prachtige en vaak heerlijk zweverige elektronische klanken als voor het fraaie snarenwerk op het album, waartussen ook nog een keer een pedal steel opduikt.

De volle en veelkleurige instrumentatie en de prachtige zang van de Spaanse singer-songwriter weten elkaar ook nog eens op indrukwekkende wijze te versterken, waardoor de beluistering van Hardcore From The Heart tien songs en drie kwartier lang een genot is en het album zich heel snel en genadeloos opdringt.

Ik was zeer gecharmeerd van de net wat meer door rootsmuziek gedomineerde albums van Joana Serrat, maar ook de heerlijk dromerige klanken op Hardcore From The Heart gaan er uitstekend in, zeker nu de zon zo uitbundig schijnt als op het moment. De Spaanse singer-songwriter levert ondertussen ook nog eens haar vierde prachtalbum in zeven jaar tijd op en dat is een prestatie van formaat. Erwin Zijleman

Joanna Gruesome - Peanut Butter (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joanna Gruesome - Peanut Butter - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik gruwel van pindakaas, maar wat hou ik van de muziek van Joanna Gruesome. De band uit Cardiff, Wales debuteerde anderhalf jaar geleden met het voor mij volstrekt onweerstaanbare Weird Sister. Het is een plaat die ik compleet grijs heb gedraaid en iedere keer als ik de plaat hoorde werd ik er nog weer wat gelukkiger van.

Weird Sister propte tien songs in 28 minuten en stopte deze songs vol met heerlijke noisy gitaarriffs en punky vrouwenvocalen, maar vergat ook de honingzoete onderlaag niet en stopte deze weer vol met gitaarloopjes die zo leken weggelopen uit de dreampop. ‘A hint of Lush and a ton of rush’ werd het op het Internet genoemd en dat was een omschrijving die ik niet kon overtreffen.

Na Weird Sister is er nu dan Peanut Butter en ik had eigenlijk verwacht dat Joanna Gruesome dit keer zou kiezen voor een net wat mildere variant van de muziek op Weird Sister. Joanna Gruesome heeft dat niet gedaan en dat verdient respect.

Het levert ook nog eens een fantastische plaat op, want Peanut Butter is eigenlijk op alle fronten beter dan het al zo goede Weird Sister. Joanna Gruesome heef dit keer maar 21 minuten nodig voor 10 songs en heeft er voor gekozen om er over de hele linie een schepje bovenop te doen.

Peanut Butter klinkt hierdoor alleen maar rauwer en noisier dan zijn voorganger, zonder dat dit ten koste is gegaan van de aanstekelijkheid van de muziek van de band uit Wales. Dat schepje er bovenop is niet vergeten voor de wat zoetere onderlaag van de muziek van Joanna Gruesome. De aan de dreampop ontleende gitaarloopjes zijn nog wat hemelser dan op het debuut en ook de engelachtige vrouwenvocalen zorgen voor nog net wat meer betovering dan op het debuut.

Joanna Gruesome klinkt nog altijd als de perfecte mix van Lush, Sleater Kinney, The Dum Dum Girls, The Ramones, Slumber Party en noem ze maar op. De ingrediënten van de Peanut Butter die Joanna Gruesome op haar tweede plaat bereidt zijn zeker niet nieuw, maar de mix van ingrediënten begeeft zich toch nadrukkelijk buiten de gebaande paden, waardoor Joanna Gruesome zich met speels gemak onderscheid van de inmiddels moordende concurrentie.

Er zijn zat bands die grossieren in gitaarlijnen die kunnen wedijveren met het mooiste dat er in de dreampop gemaakt is en er zijn zat bands die meester zijn in het maken van gruizige popliedjes van maar net twee minuten. Er zijn echter niet veel bands die al dit moois op compromisloze wijze aan elkaar smeden en meerdere uitersten verenigen in muziek die onmiddellijk goed is voor een brede glimlach.

Joanna Gruesome doet het en slaagt er hiernaast ook nog eens in om met tien popliedjes op de proppen te komen die volstrekt onweerstaanbaar zijn. Van Weird Sister word ik nog steeds heel gelukkig, maar ik weet nu al dat Peanut Butter dit geluk gaat overtreffen. De tweede van Joanna Gruesome is immers nog aanstekelijker, nog compromislozer, nog inventiever en nog onweerstaanbaarder.

Ik gruwel nog steeds van pindakaas, maar de Peanut Butter van Joanna Gruesome is voorlopig mijn favoriete kostje, net zoals de Weird Sister van de band dit anderhalf jaar geleden zo lang was. Heerlijke band, heerlijke plaat. Ik zet hem maar weer eens op en verdomd, ik word er weer wat gelukkiger van. Erwin Zijleman

Joanna Newsom - Divers (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joanna Newsom - Divers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Divers, de nieuwe plaat van Joanna Newsom, wordt momenteel overladen met superlatieven en sleept overal het maximum aantal sterren binnen.

De Amerikaanse singer-songwriter gelooft niet in Spotify dus even proberen is er niet bij. Dat is misschien maar goed ook, want Joanna Newsom maakt ook op haar nieuwe plaat weer geen muziek die je even kunt proberen.

Dat heeft vooral te maken met haar stem. Het is een stem die in de jubelrecensies die tot dusver over Divers zijn verschenen wordt vergeleken met die van Kate Bush, Joni Mitchell en Billie Holiday.

Dat is leuk, maar zeker wanneer je nog niet gewend bent aan Divers bevat de plaat vocalen die vooral flink tegen de haren instrijken (“Ik ben Joanna Newsom en ik doe Kate Bush na, maar het lukt nog niet zo erg” ving ik hier thuis op).

Het zijn vocalen die worden gecombineerd met werkelijk prachtige muziek. Het is muziek die soms klassiek aandoet, soms flink theatraal is, maar ook bijzonder ingetogen tegen de rasperige vocalen van Joanna Newsom kan aanschuiven, waarbij de meest uiteenlopende instrumenten worden ingezet.

Joanna Newsom heeft nog nooit een makkelijke plaat gemaakt en ook Divers is weer een buitengewoon ambitieus werkstuk. In muzikaal opzicht ligt de vergelijking met Kate Bush voor de hand, maar ik hoor ook flink wat van de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, van de alternatieve folk van recentere datum en van de unieke platen van Fiona Apple.

Waar ik verliefd ben op de stem van Fiona Apple, is het wennen aan de stem van Joanna Newsom een flinke opgave. Het is een opgave die uiteindelijk wel resultaat oplevert, want nu ik Divers voor de zoveelste keer hoor, stoor ik me niet meer aan de vocalen en geniet ik vooral van de bijzondere schoonheid van de nieuwe plaat van Joanna Newsom.

Divers is een plaat waar je heel diep in moet duiken en waar je ook onbevangen in moet duiken. Het is een riskante combinatie, maar het is het risico meer dan waard. Joanna heeft met Divers een unieke plaat gemaakt, waarvan de puzzelstukjes langzaam maar zeker allemaal op hun plek vallen. Erwin Zijleman

Joanna Sternberg - I've Got Me (2023)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joanna Sternberg - I've Got Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Joanna Sternberg - I've Got Me
Joanna Sternberg haalt ook met haar tweede album I’ve Got Me weer lovende recensies binnen en wanneer je eenmaal gewend bent aan het wat rammelende karakter van haar songs begrijp je waarom

Joanna Sternberg is een muzikant uit New York die een goed gevoel heeft voor tijdloos klinkende popsongs, maar die zich niet in een keurslijf laat persen. Ook haar tweede album I’ve Got Me klinkt hierdoor in vocaal, muzikaal en productioneel opzicht behoorlijk lo-fi, maar ondertussen tekent Joanna Sternberg wel voor een aantal uitstekende songs. Het zijn songs die aan alle kanten rammelen en zich hierdoor misschien niet direct opdringen, maar uiteindelijk blijven ze verrassend goed hangen en zorgt het lo-fi karakter van I’ve Got Me er voor dat de songs van de Amerikaanse muzikant puur, authentiek en verrassend charmant klinken. De lof van de Amerikaanse muziekpers is dan ook meer dan terecht.

Een paar jaar geleden was met name de alternatieve Amerikaanse muziekpers heel enthousiast over Then I Try Some More, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant Joanna Sternberg. Ik hoorde op dit album destijds heel veel goede ideeën, maar de songs van Joanna Sternberg, die zichzelf ziet als non-binair persoon, rammelden ook behoorlijk en wat mij betreft net wat te veel, waardoor ik het album uiteindelijk liet liggen.

Ook de deze week verschenen opvolger van Then I Try Some More is zeer positief ontvangen door met name de Amerikaanse muziekpers, maar bij eerste beluistering was ik ook dit keer niet overtuigd. Op I’ve Got Me schudt Joanna Sternberg de in potentie memorabele popsongs weliswaar uit de mouw, maar ook het tweede album van de Amerikaanse muzikant rammelt behoorlijk.

De twaalf popsongs op I’ve Got Me zijn behoorlijk eenvoudig ingekleurd met vooral gitaren (akoestisch en elektrisch) of piano en klinken of ze in één keer op de band zijn geslingerd. Dat geldt ook voor de zang op het album, die ook nergens perfectie nastreeft en net zo lo-fi klinkt als de muziek. Ik heb het tweede album van Joanna Sternberg vanwege het behoorlijk hoge lo-fi en DIY gehalte een paar keer opzij gelegd, maar uiteindelijk bleven de lovende woorden van bijvoorbeeld Pitchfork en Paste me naar het album trekken. En met succes, want langzaam maar zeker raakte ik toch verslingerd aan de bijzondere songs van de muzikant uit New York.

Inmiddels oordeel ik zowel over Then I Try Some More als over I’ve Got Me positief, maar het nieuwe album vind ik net wat beter. Joanna Sternberg is zelf bescheiden over de gemaakte muziek, wat ook blijkt uit de tekst die op de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant staat: “Hi, my name is Joanna. I am a person who sings songs, writes songs, draws, plays different musical instruments, and watches what the majority of the world would consider "WAY TOO MUCH" TV. You do not have to buy my album but if you do, THANK YOU SO MUCH! And also thank you so much if you are reading this! I love you!”.

Joanna Sternberg maakt op de twee tot dusver verschenen albums muziek zonder pretenties of poespas, maar ondertussen staan beide albums vol tijdloze en verrassend knappe popsongs. Het zijn popsongs die herinneren aan een aantal grote songwriters uit het verleden, waarbij bij mij de naam van Randy Newman het vaakst opduikt. Ik weet zeker dat I’ve Got Me een heel groot publiek aan zou kunnen spreken wanneer meer aandacht zou zijn besteed aan de instrumentatie, de arrangementen en de productie en wanneer de zang net wat minder expressief zou zijn.

Uiteindelijk ben ik echter blij dat I’ve Got Mail niet is opgepoetst tot een toegankelijk singer-songwriter albums. De ruwe instrumentatie en zang op het album geven de songs van Joanna Sternberg een uniek eigen geluid en voorzien de songs van urgentie en charme. Het was overigens wel even doorbijten tot ik tot die conclusie kwam, want af en toe klinkt I’ve Got Mail wel erg ongepolijst. Joanna Sternberg heeft een album gemaakt waarover je vooral niet te snel moet oordelen. Wat op het eerste gehoor erg ruw en basic klinkt, blijkt na enige gewenning een geweldige popsong, die misschien wat rammelt, maar ook in vrijwel alle opzichten klopt. Ik ben inmiddels helemaal om. Erwin Zijleman

Joanne Robertson - Blurrr (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Joanne Robertson - Blurr - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Joanne Robertson - Blurr
Blurr van Joanne Robertson is waarschijnlijk een album dat je moet ontdekken en waarvan je moet leren houden, maar als dat eenmaal gelukt is zou de liefde voor het album zomaar onvoorwaardelijk kunnen zijn

Joanne Robertson heeft al meerdere albums op haar naam staan en het zijn albums waarop het experiment niet wordt geschuwd. Dat doet ze ook zeker niet op haar nieuwe album Blurr, maar toch is het nieuwe album van de Britse muzikante zeker geen heel ontoegankelijk album. Het is misschien even wennen aan de wat minimalistische muziek, aan de bijzondere stem van Joanne Robertson en aan de geïmproviseerde songs, maar eenmaal gewend aan het bijzondere karakter van de songs op Blurr wordt het album steeds mooier, intenser en indringender. Ik ben vast niet altijd in de stemming voor de bijzondere muziek van Joanne Robertson, maar zo op zijn tijd is het echt prachtig.

De Britse muzikante Joanne Robertson heeft al meerdere albums op haar naam staan, waarvan ze er een aantal maakte met de eveneens Britse muzikant Dean Blunt. De meeste van deze albums komen me op geen enkele manier bekend voor, al heb ik vorig jaar mogelijk wel geluisterd naar het samen met Dean Blunt gemaakte album Backstage Raver, waarvan ik de cover meen te herkennen.

Het heeft in ieder geval geen indruk gemaakt, want haar naam deed bij mij geen belletje rinkelen eerder deze week. Joanne Robertson dook deze week op met haar nieuwe album Blurr, dat in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk kan rekenen op zeer positieve recensies. Daar kan ik me inmiddels volledig in vinden, want Blurr is een prachtig album, al duurde het wel even voor ik dat door had.

Op de bandcamp pagina van Joanne Robertson is nauwelijks informatie te vinden over het album. “Blurrr was written in between painting sessions and also whilst raising a child” is alles dat Joanne Robertson wil delen over haar nieuwe album. Het past op zich wel bij het album, want Joanne Robertson maakt muziek waar je het beste zonder al te veel voorkennis aan moet beginnen om er uiteindelijk het meest van te kunnen genieten.

Op Blurr is niet veel meer te horen dan de akoestische gitaar, af en toe een cello en de stem van Joanne Robertson, die zeker bij eerste beluistering maar wat lijkt te improviseren (en dat naar verluidt ook doet). Ik vond het bij eerste beluistering eerlijk gezegd wel erg minimalistisch klinken en miste bovendien de structuur in de songs van de muzikante uit Glasgow.

Op basis van de bovenstaande beschrijving van de muziek zou ik Blurr waarschijnlijk links hebben laten liggen, maar omdat ik zonder voorkennis begon aan het album kon ik er onbevooroordeeld naar luisteren. Natuurlijk heb ik moeten wennen aan het album, al hoorde ik ook bij eerste beluistering al wel wat in het minimalistische gitaarspel van de Britse muzikante en haar bijzondere zang.

Inmiddels ben ik een paar keer luisteren verder en is er veel op zijn plaats gevallen. Het gitaarspel van Joanne Robertson voorziet het album wat mij betreft inmiddels van voldoende structuur en biedt bovendien de perfecte basis voor haar stem. De zang op Blurr doet me af en toe wel wat denken aan de zang van Hope Sandoval bij Mazzy Star, al heeft Joanne Robertson de warme slaapkamer in de stem van Hope Sandoval verruild voor een kille en donkere kelder.

Het doet qua sfeer af en toe ook wel wat denken aan de muziek van Grouper, maar Joanne Robertson heeft ook absoluut een eigen geluid. Iedereen die me van te voren had verteld dat ik zou kunnen genieten van een song van zeven minuten met alleen wat geïmproviseerd akoestisch gitaarspel en wat onderkoeld klinkende zang, had ik waarschijnlijk voor gek verklaard, maar Friendly van Joanne Robertson is zo’n song en ik vind hem prachtig.

Blurr is het mooist wanneer je het album op een kille herfstavond beluisterd en bij voorkeur in het donker en zonder verdere afleiding. Juist in deze setting komen de gitaarakkoorden en de intense zang van de Britse muzikante het best tot zijn recht en valt definitief alles op zijn plek. Lang niet iedereen zal gecharmeerd zijn van dit album, maar het kan ook zomaar een album zijn dat je nog maanden in een wurggreep houdt en dat je eindeloos wilt koesteren. Erwin Zijleman

Jockstrap - I Love You Jennifer B (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jockstrap - I Love You Jennifer B - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jockstrap - I Love You Jennifer B
Georgia Ellery en Taylor Skye zijn twee piepjonge Britse muzikanten, die samen onder de naam Jockstrap een buitengewoon fascinerend debuutalbum hebben afgeleverd, dat werkelijk alle kanten op schiet

Het debuutalbum van Jockstrap is een album dat je in eerste instantie van de ene in de andere verbazing doet vallen, maar wanneer de puzzelstukjes op hun plek vallen is er steeds meer moois en bijzonders te horen op het debuutalbum van de twee jonge muzikanten uit Londen, die er ook nog wat andere muzikale projecten op na houden. Jockstrap gaat op I Love You Jennifer B vol voor het experiment, maar sluit de toegankelijke popsongs zeker niet uit. Vervormde elektronica en lieflijke strijkers gaan hand in hand en altijd is er de prachtige stem van Georgia Ellery. Het kost even wat tijd om de schoonheid van het debuut van Jockstrap te ontdekken, maar vervolgens is het een schatkist vol moois.

I Love You Jennifer B, het debuutalbum van het Britse duo Jockstrap, wordt deze week onthaald met superlatieven en hier en daar is zelfs sprake van een voorzichtige hype. Daar valt niets op af te dingen, want het debuutalbum van Jockstrap is goed voor een even ongrijpbare als indrukwekkende luisterervaring.

Jockstrap bestaat uit Georgia Ellery, die ook deel uitmaakt van de band Black Country, New Road, en Taylor Skye, die elkaar kennen van de prestigieuze Guildhall School of Music & Drama in Londen. De twee jonge Britse muzikanten zijn klassiek geschoold, maar laten op I Love You Jennifer B horen dat ze een brede smaak hebben.

Het debuutalbum van Jockstrap wordt deze week zoals gezegd uitvoerig bewierookt, maar een makkelijk album is het zeker niet. I Love You Jennifer B is een vat vol tegenstrijdigheden dat met enige regelmaat het experiment vol omarmt, maar Georgia Ellery en Taylor Skye zijn ook niet vies van toegankelijke popsongs.

Direct in de openingstrack Neon geeft Jockstrap haar visitekaartje af. De combinatie van donkere en broeierige elektronica herinnert even aan het debuutalbum van Portishead, totdat de vervormde gitaren en elektronica hun intrede doen en Jockstrap weer een hele andere kant op schiet.

Zeker in de eerste tracks op het album is het duo uit Londen niet vies van grootse klanken en eigenzinnige beats, maar na twee vooral elektronisch ingekleurde en behoorlijk schurende tracks, schuift Jockstrap eerst op richting behoorlijk toegankelijke popmuziek met een vleugje Soul II Soul, om vervolgens flink uit te pakken met akoestische gitaren, heel veel strijkers en folky zang. I Love You Jennifer B is dan pas vier tracks onderweg, maar is al alle kanten opgeschoten.

In muzikaal opzicht is het niet alleen uiterst veelzijdig maar ook spannend, terwijl Georgia Ellery met name in de wat meer ingetogen momenten laat horen dat ze een uitstekend zangeres is. Jockstrap gaat een album lang door met experimenteren en verrassen. Het Britse duo kan uit de voeten met atmosferische klanken en een wat zweverige sfeer, maar trekt de elektronische trukendoos hier en daar ook helemaal open en laat zich beïnvloeden door alles tussen de eerste stapjes van Kraftwerk tot en met de elektronische popmuziek van dit moment.

I Love You Jennifer B vermaakt drie kwartier lang met fantastische popliedjes, die aan de ene kant maar heel weinig houvast bieden, maar die je aan de andere kant op het puntje van de stoel houden. Het debuutalbum van Jockstrap verschiet vaker van kleur dan een kameleon in een snoepwinkel en vermaakt net zo makkelijk met tegendraadse elektronica als met lieflijke en sprookjesachtige klanken, maar op een of andere manier klinkt alles op het debuutalbum van Georgia Ellery en Taylor Skye logisch.

I Love You Jennifer B doet me vaak wat denken aan de albums van Kate Bush, waarop muzikaal avontuur en aantrekkelijke popsongs ook hand in hand gingen, maar zowel de instrumentatie als de stem van Georgia Ellery klinkt totaal anders dan die van Kate Bush. I Love You Jennifer B is een album waar je, zeker in eerste instantie, met open mond naar luistert, maar het is ook een album waarop na enige gewenning steeds meer op zijn plek valt.

Mijn oorspronkelijke verbazing heeft daarom inmiddels plaatsgemaakt voor diepe bewondering, al is het nog even afwachten of I Love You Jennifer B een album is dat jaarlijstjes gaat aanvoeren of uiteindelijk toch snel vervliegt. Jammer van die spuuglelijke hoes. trouwens, maar verder alleen maar lof. Erwin Zijleman

Jodymoon - A Love Brand New (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jodymoon - A Love Brand New - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Een van de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek overtuigt met prachtplaat nummer 6

Ik heb al meer dan tien jaar een zwak voor de muziek van het Nederlandse duo Jodymoon. Het is muziek met invloeden uit de 70s singer-songwriter muziek, uit de Britse folk, uit de Amerikaanse rootsmuziek en uit de klassieke muziek. Jodymoon maakt muziek die je al jaren lijkt te kennen, maar het is ook muziek die je keer op keer weet te verrassen. Het duo doet dit met een zeer smaakvolle en warmbloedige instrumentatie en met vocalen die je maar blijven raken. Jodymoon had al lang wereldberoemd moeten zijn in Nederland, maar het blijft helaas een goed bewaard geheim. Het is een geheim om intens te koesteren, maar het is er ook een om van de daken te schreeuwen. Prachtplaat. Nummer zes!

Het Nederlandse duo Jodymoon viert dit jaar haar dertiende verjaardag. Ik ontdekte het tweetal uit Maastricht in 2008, toen Jodymoon’s tweede plaat Never Gonna Find It In Another Story verscheen. Ik was direct bij eerste beluistering overtuigd van de kwaliteiten van het Nederlandse tweetal en verbaas me bij iedere nieuwe release van Jodymoon weer over het feit dat zangeres Digna Janssen en multi-instrumentalist Johan Smeets nog altijd niet wereldberoemd zijn; op zijn minst in Nederland.

Dat deed ik voor het laatst in de lente van 2015 toen het prachtige All Is Waiting verscheen. De vijfde plaat van Jodymoon overtuigde, net als zijn vier voorgangers, met wonderschone en volstrekt tijdloze popsongs.

De plaat kon wederom rekenen op lovende woorden op deze BLOG, maar het was zeker niet de enige recensie vol superlatieven. Ik was er dan ook van overtuigd dat de doorbraak van Jodymoon dit keer niet uit kon blijven, maar bijna vier jaar later moet ik helaas constateren dat Jodymoon nog altijd een van de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek is. Gelukkig is er nu album nummer 6 en ook A Love Brand New is weer een plaat om hopeloos verliefd op te worden.

Heel veel veranderd is er niet. Multi-instrumentalist Johan Smeets zorgt ook dit keer voor een mooi, warmbloedig en veelzijdig klankentapijt. Het is een klankentapijt waarin organische klanken domineren, waarin subtiliteit het wint van grootse arrangementen en waarin strijkers zorgen voor de kers op de taart. Het is bovendien een klankentapijt dat ruimte schept; heel veel ruimte.

Jodymoon begeeft zich ook op A Love Brand New weer veelvuldig op de weg van de tijdloze singer-songwriter pop uit de jaren 70, maar schuift hier en daar ook op richting 70s folk, richting de rootsmuziek van het moment of richting klassiek aandoende songs.

In muzikaal opzicht heeft Jodymoon op haar nieuwe plaat nog wat stappen gezet. A Love Brand New is een prachtig klinkende plaat vol wonderschone klanken. Het snarenwerk op de plaat is van een bijzonder hoog niveau, maar ook de buitengewoon subtiele ritmesectie en de fraaie strijkers dragen nadrukkelijk bij aan het bijzondere geluid van Jodymoon. Het is een geluid dat op hetzelfde moment ontspant en intrigeert.

Het is bovendien een beeldend geluid dat garant staat voor fraaie beelden op het netvlies; zeker wanneer de instrumentale passages wat langer worden opgerekt. Jodymoon sleept je afwisselend mee naar de Amerikaanse woestijn, mysterieuze kloosters in het Limburgse land of een knisperend kampvuur op het strand, om maar eens drie uitersten te noemen.

In muzikaal opzicht is het weer smullen, maar ook in vocaal opzicht laat de nieuwe plaat van Jodymoon weer niets te wensen over. Ik schaarde Digna Janssen in vorige recensies al onder de beste zangeressen in Nederland en ook op A Love Brand New zijn de vocalen weer van een bijzonder hoog niveau. Het klinkt allemaal zo makkelijk en vanzelfsprekend, maar echt iedere noot is raak.

We hebben heel lang moeten wachten op een nieuwe plaat van Jodymoon, maar het Limburgse duo pakt gelukkig flink uit. A Love Brand New bevat maar liefst 13 songs en bijna een uur muziek. Net als op haar vorige platen overtuigen Digna Janssen en Johan Smeets met songs die onmiddellijk een goed gevoel geven. Jodymoon maakt ook dit keer volstrekt tijdloze muziek en overtuigt met songs die je al jaren lijkt te kennen, maar die ook geheimen blijven prijsgeven.

Ook na beluistering van A Love Brand New ben ik er weer van overtuigt dat de muziek van Jodymoon veel meer aandacht verdient dan het Maastrichtse duo tot dusver krijgt. Ik kan me er over blijven verbazen, maar geniet liever van de prachtige muziek die inmiddels al zes platen lang overtuigt en betovert. Er zijn maar weinig bands die dit voor elkaar krijgen, maar Jodymoon flikt het. Prachtplaat. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman

Jodymoon - All Is Waiting (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jodymoon - All Is Waiting - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik ben op deze BLOG tot dusver zeer gecharmeerd van de platen van de Nederlandse band Jodymoon. Zowel Who Are You Now uit 2010 als The Life You Never Planned On uit 2012 maakten diepe indruk en konden rekenen op zeer lovende recensies.

Who Are You Now was overigens niet mijn eerste kennismaking met de muziek van Jodymoon, want ook de tweede plaat van het duo, Never Gonna Find It In Another Story uit 2008 wist ik in een leven voor de krenten uit de pop al zeer te waarderen.

Voor alle platen van Jodymoon geldt dat ze verrassen met prachtige songs, maar voor alle platen van de band geldt ook dat ik ze voor de bespreking op deze BLOG relatief lang had laten liggen.

Dat is ook weer het geval met het vorige maand al verschenen All Is Waiting, maar het heeft absoluut niets te maken met de kwaliteit van de muziek van Jodymoon. Gedurende de jaren is de muziek van zangeres Digna Jansen en multi-instrumentalist Johan Smeets alleen maar mooier geworden, waardoor de band haar vorige platen iedere keer weer weet te overtreffen.

Ook All Is Waiting valt weer op door werkelijk prachtige songs. Het zijn stemmig geïnstrumenteerde en vooral intieme songs en het zijn songs die vaak een tijdloos karakter hebben.

De songs van Jodymoon zijn uiterst ingetogen, maar desondanks valt All Is Waiting op door de prachtige instrumentatie. Deze is vaak uiterst subtiel, maar valt ook op door prachtige accenten van met name strijkers.

Ook als Jodymoon alleen een piano inzet voor de instrumentatie van haar songs klinkt de muziek van het tweetal vol, wat alles heeft te maken met de prachtige stem van zangeres Digna Jansen. In een van mijn eerdere recensies riep ik haar al uit tot één van de beste zangeressen van Nederland en op All Is Waiting is Digna Jansen alleen maar mooier gaan zingen.

De prachtige instrumentatie en de uitstekende vocalen zijn twee hele sterke wapens van Jodymoon, maar het Nederlandse duo heeft nog veel meer te bieden. Zoals eerder aangegeven hebben de songs van Jodymoon een tijdloos karakter, waardoor ze relatief makkelijk overtuigen.

Op hetzelfde moment komen de songs van Jodymoon pas echt tot hun recht wanneer je ze wat vaker hebt gehoord. Mede daarom heb ik All Is Waiting misschien net wat langer laten liggen dan echt nodig was. Het is mijn waardering voor de nieuwe plaat van Jodymoon alleen maar ten goede gekomen. All Is Waiting overtuigde me weliswaar direct bij eerste beluistering, maar inmiddels is het een plaat die ik koester, net als ik de voorgangers van de plaat koester.

De songs van Jodymoon op All Is Waiting zijn niet alleen wonderschoon, maar zitten ook knap in elkaar en zijn in staat om de luisteraar te betoveren en te raken. Bij de eerste keer horen heb je het idee dat je de plaat van Jodymoon al jaren kent; na een paar keer horen heb je het idee dat je al jaren van de plaat houdt en doet de plaat ook echt wat met je.

14 tracks lang houdt All Is Waiting van Jodymoon je op het puntje van de stoel; 14 tracks lang verleidt Jodymoon meedogenloos met popmuziek van het allerhoogste niveau. Hoogste tijd dus om deze band te omarmen als het beste dat Nederland op muziekgebied momenteel te bieden heeft. In DWDD dus en snel. Erwin Zijleman

Jodymoon - Firestone (2021)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Jodymoon - Firestone - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Jodymoon - Firestone
Het Maastrichtse duo Jodymoon timmert inmiddels vijftien jaar aan de weg en levert met het onlangs verschenen Firestone misschien wel haar mooiste en meest indrukwekkende album tot dusver af

Ik ben sinds 2008 diep onder de indruk van de muziek van het Nederlandse duo Jodymoon, wat het extra schrijnend maakt dat ik hun zevende album bijna twee maanden geleden compleet heb gemist. Firestone is misschien wel het beste Jodymoon album tot dusver en hiermee een album dat alle aandacht verdient, nationaal en internationaal. Digna Janssen en Johan Smeets deden dit keer alles zelf en namen de tijd voor het album. Firestone klinkt wat meer ingetogen dan zijn directe voorgangers, maar het komt de kracht van de muziek van Jodymoon alleen maar ten goede. De songs zijn sterk, de instrumentatie is mooi en subtiel en met name Digna Janssen imponeert met haar stem. Wederom een prachtalbum van Jodymoon.

De Nederlandse band Jodymoon viert dit jaar haar vijftiende verjaardag. Ik ontdekte het duo uit Maastricht zelf in 2008, toen het tweede album Never Gonna Find It In Another Story verscheen. Sindsdien zijn Digna Janssen en Johan Smeets vaste gasten op de krenten uit de pop, waarop achtereenvolgens Who Are You Now (2010), The Life You Never Planned On (2012), All Is Waiting (2015) en A Love Brand New (2019) konden rekenen op zeer positieve recensies.

Ik noemde Jodymoon aan het begin van 2019 nog een van de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek en dat was op geen enkele manier overdreven. Op een of andere manier heb ik het nieuwe album van Jodymoon, dat begin oktober is verschenen, echter gemist en dat is doodzonde, want ook op Firestone is de muziek van Digna Jansen en Johan Smeets weer van een bijzonder hoog niveau. Gelukkig is het nog niet te laat om de schade in te halen, want Firestone verdient echt alle aandacht.

Door de coronapandemie kon het tweetal wat meer tijd doorbrengen in de studio in Maastricht en dat hoor je. Firestone klinkt wat soberder dan zijn voorgangers, wat ook niet zo gek is, want Digna Janssen en Johan Smeets deden dit keer alles zelf. Het betekent overigens niet dat het album Spartaans is ingekleurd, want dankzij de piano, het orgel en de percussie van Digna Janssen en de elektrische en akoestische gitaren, de bas, de dobro, de flügelhorn en de percussie van Johan Smeets is ook het zevende album van Jodymoon weer zeer smaakvol ingekleurd.

Vergeleken met het vorige album van het tweetal, het rijkelijk met strijkers versierde A Love Brand New, klinkt Firestone wel wat meer ingetogen. Het heeft zeker geen nadelige invloed op de muziek van Jodymoon, die ook dit keer prachtig uit de speakers komt en makkelijk imponeert.

Ook op Firestone maakt Jodymoon muziek vol invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de Britse folk, maar het tweetal uit Maastricht heeft ook een herkenbaar eigen geluid. Het is een geluid dat op het vorige album af en toe wat klassiek aandeed, maar op Firestone domineren de invloeden uit de rootsmuziek.

Digna Jansen en Johan Smeets hebben hun songs wat subtieler ingekleurd met een hoofdrol voor elementaire gitaarlijnen of subtiele pianoakkoorden, al zijn er nog genoeg bijzondere accenten hoorbaar. Door dit wat subtielere geluid trekken de stemmen van de twee Nederlandse muzikanten wat meer de aandacht en die stemmen zijn ook dit keer prachtig.

De stemmen van de twee kleuren nog altijd prachtig bij elkaar, maar in de meeste songs neemt Digna Janssen het voortouw met lekker krachtige vocalen vol soul en doorleving. Het zijn vocalen die in de net wat subtielere instrumentatie nog wat meer opvallen dan in het verleden en de muziek van Jodymoon ook dit keer voorzien van veel glans.

Ik ben sinds 2008 zeer gesteld op de muziek van het tweetal uit Maastricht en ook Firestone had me na één keer horen te pakken, om me vervolgens steeds dierbaarder te worden. Jodymoon behoort nog altijd tot de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek en dat ondanks een volgend album dat de nationale en internationale concurrentie met speels gemak aan kan.

Firestone is misschien wel het mooiste album van Jodymoon tot dusver. Iedereen die het prachtige oeuvre van Digna Janssen en Johan Smeers kent weet hoeveel dat betekent. Ik ben ook dit keer diep onder de indruk. Erwin Zijleman

Jodymoon - The Machine (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Jodymoon - The Machine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Jodymoon - The Machine
Digna Janssen en Johan Smeets maken als Jodymoon inmiddels al bijna twintig jaar albums geweldige albums die echt veel te weinig aandacht krijgen en ook het onlangs verschenen The Machine is weer een prachtalbum

Sinds 2008 ben ik fan van het Nederlandse duo Jodymoon. De liefde voor de muziek van het duo uit Maastricht gaat inmiddels zes studioalbums en een live-album mee en onlangs werd er met The Machine een volgend studioalbum aan toegevoegd. Het is een album dat ik even uit het oog was verloren, maar gelukkig ben ik nog redelijk op tijd bij de les. Op The Machine vertrouwt Jodymoon wederom op de liefde voor singer-songwriter muziek uit het verleden, op het muzikale vernuft van Johan Smeets en op de prachtige stem van Digna Jansen, maar het tweetal slaat ook nieuwe wegen met een net wat steviger aangezet geluid. Het levert voor de zoveelste keer een album van wereldklasse op.

Het Nederlandse duo Jodymoon dook in 2006 op met haar debuutalbum Look At Me Look At Me Don't Look At Me en heeft sindsdien alleen maar geweldige albums gemaakt. Never Gonna Find It An Another Story (2008), Who Are You Now (2010), The Life You Never Planned On (2012), All Is Waiting (2015), A Love Brand New (2019) en Firestone (2021) zijn allemaal albums waarop zangeres Digna Janssen en multi-instrumentalist Johan Smeets indruk maken met hun muziek, die onder andere invloeden uit de 70s singer-songwriter muziek, de Britse folk, de Amerikaanse rootsmuziek en de klassieke muziek bevat.

Alle albums van het tweetal uit Maastricht zitten in muzikaal opzicht knap in elkaar, waarna de mooie stem van Digna Janssen het muzikale feestje compleet maakt. In vrijwel al mijn recensies van de albums van Jodymoon noem ik het Maastrichtse duo daarom een van de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek en daar valt wat mij betreft niets op af te dingen.

Ik ben niet zo gek op live-albums, maar het vorig jaar verschenen album The Best Of Live 2013-2023 bood niet alleen een fraaie dwarsdoorsnede uit het oeuvre van Jodymoon, maar liet bovendien horen dat Digna Janssen en Johan Smeets ook op het podium uitstekend uit de voeten kunnen. De perscampagne voor het nieuwe studioalbum van Jodymoon werd eind vorig jaar al gestart en ik kreeg het album ook al vroeg in het jaar toegestuurd.

Het album was hierdoor helaas wel wat onder op de stapel terecht gekomen, waardoor ik de releasedatum een aantal weken geleden helemaal heb gemist. Gelukkig kwam ik The Machine bij het doorlopen van de stapel toch nog redelijk op tijd tegen en kon ik al snel concluderen dat ik halverwege maart een van de beste albums van dat moment heb laten liggen.

Ook op The Machine steken Digna Janssen en Johan Smeets weer in een uitstekende vorm. Sinds Firestone, het vorige studioalbum van Jodymoon, zijn alweer bijna vier jaren verstreken, en het zijn jaren waarin de wereld meerdere keren op zijn kop heeft gestaan. Het duo uit Maastricht kiest in de snel veranderende wereld zelf ook voor een net wat ander geluid, wat vorm kreeg toen een vergeten drummachine uit de kast werd getrokken.

In een aantal songs op The Machine heeft Jodymoon haar geluid voorzien van wat steviger aangezette elektrische gitaarlijnen en wat prominentere ritmes. Het levert in een track als Seconds Tick een bezwerend geluid op dat ook wel wat doet denken aan bands als My Baby en Cari Cari (check ook de albums van deze Oostenrijkse band). Het is een geluid dat vaker terug komt op The Machine, maar Jodymoon is ook haar wortels in de tijdloze singer-songwriter muziek niet vergeten.

Digna Jansen laat ook op The Machine weer horen dat ze een geweldige zangeres is, terwijl Johan Smeets de vormgever is van een zeer smaakvol maar dit keer ook prikkelend geluid. Door de interessante koerswijziging in een aantal tracks voegt The Machine absoluut iets toe aan het inmiddels respectabele stapeltje albums dat Jodymoon op haar naam heeft staan en het is wederom een album van hoog niveau.

Jodymoon is helaas nog altijd een van de beste bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek en ook als ik naar The Machine luister begrijp ik daar weer helemaal niets van. Ga echt eens luisteren naar de muziek van het tweetal uit Maastricht, dat inmiddels een imposant oeuvre op haar naam heeft staan. Erwin Zijleman

Joe Bonamassa - Live at Radio City Music Hall (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joe Bonamassa - Live At Radio City Music Hall - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Joe Bonamassa waardeer ik zeer als gitarist, maar zijn soloplaten laat ik eerlijk gezegd meestal liggen. Ik geef dan ook eerlijk toe dat ik Live At Radio City Music Hall in eerste instantie alleen maar vanwege de hoes heb opgepikt.

Eerder dit jaar was ik immers in de Radio City Music Hall in New York en dat is een plek waar je de muziekgeschiedenis met bakken op kunt scheppen (de rondleiding is zeer aan te bevelen en niet zozeer vanwege het fotomoment met één van The Rockettes).

Joe Bonamassa en zijn band stonden er helemaal aan het begin van dit jaar ook twee avonden en voor een ieder die er niet bij was is er nu een fraaie live-registratie.

Ik ken Joe Bonamassa zoals gezegd vooral als een geweldige gitarist, dus dat hij in deze hoedanigheid de pannen van het dak van de oude Radio City Music Hall speelt wekt geen enkele verbazing. Joe Bonamassa overtuigt op deze live-registratie echter ook als zanger en wat heeft hij een competente band om zich heen verzameld.

Live At Radio City Music Hall knalt uit de speakers en imponeert met een gloedvolle mix van blues, soul en rock. Normaal gesproken speelt Bonamassa volgens mij een akoestische en een elektrische set. Op deze live-registratie loopt dit wat door elkaar heen, maar het is in alle gevallen genieten.

De wat rauwere tracks met spetterend gitaarwerk en soulvolle blazers overtuigen heel makkelijk, maar ook wanneer Joe Bonamassa gas terug neemt maakt hij veel indruk, mede door de geweldige percussionist (Lenny Castro) en pianist (Reese Wynans) die hij in de akoestische tracks naast zich heeft staan.

Live At Radio City Music Hall bevat zo’n 5 kwartier muziek en het is 5 kwartier intens genieten. Ik ga de man’s soloplaten er ook maar eens bij pakken, want ook met de songs van Joe Bonamassa is echt helemaal niets mis. De fraaie beelden op de DVD zijn de kers op de taart. Wat een aangename verrassing. Erwin Zijleman

Joe Cocker - Mad Dogs & Englishmen (1970)

poster
4,0
IM op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: I.M. Joe Cocker (1940-2014), Mad Dogs & Englishmen Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik was nooit een groot fan van Joe Cocker. Ik ben ooit eens begonnen met Sheffield Steel uit 1982. Een bij vlagen aardige plaat, maar echt raken deed het me niet. Ik vond vooral de instrumentatie van Sly Dunbar en Robbie Shakespeare mooi en verder stonden er natuurlijk prima songs op de plaat. Deze songs waren echter geen van allen door Joe Cocker geschreven en juist de zang op de plaat deed me niet zo veel, zodat de meerwaarde van Joe Cocker beperkt was of zelfs ontbrak.

De platen die Joe Cocker na Sheffield Steel maakte waren nog veel minder goed en beter zou het helaas nooit meer worden. Op een gegeven moment ging ik op zoek naar klassiekers uit de jaren 60 en kwam Joe Cocker’s debuut With A Little Help From My Friends uit 1969 voorbij. Door velen geroemd als klassieker uit de geschiedenis van de popmuziek, maar mij deed ook deze plaat van Joe Cocker niet zoveel. Het titelnummer vond en vind ik zelfs vreselijk.

Ik ging er vervolgens van uit dat Joe Cocker gewoon niet mijn ding was en was er van overtuigd dat dit ook nooit meer zou gaan veranderen, al was het maar omdat Joe Cocker in de jaren 90 uitsluitend draken van platen afleverde. Toen in 2005 de luxe reissue van Mad Dogs & Englishmen uit 1970 verscheen was ik niet van plan om ook maar iets met deze plaat te gaan doen, maar toen een recensie exemplaar op de mat viel moest ik er toch op zijn minst naar gaan luisteren.

Vervolgens gebeurde iets waar ik geen moment rekening mee had gehouden. De plaat vermaakte niet alleen genadeloos, maar wist me ook te raken. Mad Dogs & Englishmen is een live-plaat die verslag doet van de gelijknamige tour in 1970. Joe Cocker liet zich tijdens deze tour bijstaan door een enorm uit de kluiten gewassen band (meer dan 30 muzikanten), die vakkundig geleid werd door muzikant Leon Russell.

Het is een geweldige band die een heerlijk vol maar ook open geluid neer zet en garant staat voor een feestje. Ook op de keuze van de songs valt niets af te dingen. Allemaal covers en allemaal covers van songs van de groten der aarde. Het is vervolgens aan Joe Cocker om deze songs naar grote hoogten te tillen en daar slaagt hij glansrijk in.

Waar ik tot dat moment absoluut geen fan was van de zang van Joe Cocker, pakte hij me op Mad Dogs & Englishmen meedogenloos in. Mad Dogs & Englishmen is een feestje dat op de luxe editie van de plaat uit 2005 maar liefst 26 tracks duurt. Zo makkelijk kan het maken van goede muziek zijn.

Een jaar of tien geleden maakte Joe Cocker nog twee hele redelijke platen, maar sindsdien hoorde ik niet veel bijzonders meer van hem. Vandaag overleed hij op 70-jarige leeftijd. Ik heb Mad Dogs & Englishmen nog maar eens opgezet en het was direct weer feest. Een feestje dat de rest van de avond zal duren, al is het maar om een groot muzikant uit de geschiedenis van de popmuziek te eren. Die grootheid was Joe Cocker voor mij maar zelden en dat gaat ook niet meer veranderen, maar Mad Dogs & Englishmen is geweldig van de eerste tot de laatste noot. Erwin Zijleman

Joe Henry - All the Eye Can See (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joe Henry - All The Eye Can See - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Joe Henry - All The Eye Can See
Joe Henry staat inmiddels al heel wat albums garant voor topkwaliteit en levert ook met het sobere, intieme en werkelijk prachtig ingekleurde All The Eye Can See weer een betoverend mooi album af

All The Eye Can See is al het zestiende album van de Amerikaanse muzikant Joe Henry, die ook nog stapels topalbums produceerde. Zijn nieuwe album nam hij thuis op, terwijl een flink aantal topmuzikanten van afstand bijdroegen, want een typisch pandemie album oplevert. De songs op het album zijn relatief sober ingekleurd, maar de instrumentatie is van hoog niveau en echt prachtig. Zeker wat later op de avond slaat All The Eye Can See zich als een warme deken om je heen. Het past goed bij het karakteristieke stemgeluid van de Amerikaanse muzikant, die wederom indruk maakt als zanger, als songwriter, als muzikant en als producer. Een van de betere Joe Henry albums tot dusver en dat zegt wat.

De Amerikaanse muzikant Joe Henry brengt al sinds de tweede helft van de jaren 80 albums uit en maakt sinds het begin van de jaren 90 vrijwel uitsluitend uitstekende albums. Het heeft inmiddels ruim een dozijn prachtalbums opgeleverd, met Civilians uit 2007 en Blood From Stars uit 2009 als mijn persoonlijke favorieten.

Ook het tot voor kort laatste wapenfeit van Joe Henry was overigens van een bijzondere schoonheid en intensiteit. De Amerikaanse muzikant keek tijdens de opnamen van het in 2019 uitgebrachte The Gospel According The Water de dood in de ogen en maakte het album met de gedachte dat het zijn laatste zou kunnen zijn, wat een album met een wat beklemmende sfeer opleverde.

Joe Henry heeft als muzikant een fascinerend oeuvre van hoge kwaliteit opgebouwd, maar hij is ook nog eens een zeer gerespecteerd producer, die albums van onder andere Solomon Burke, Bettye LaVette, Aimee Mann, Over The Rhine, Bonnie Raitt en Rhiannon Giddens naar een hoger plan tilde.

Het heeft er voor gezorgd dat het adresboek van Joe Henry de contactgegevens van flink wat muzikanten van naam en faam bevat, wat zorgde voor een zeer indrukwekkende gastenlijst voor zijn nieuwe album, waaraan werd bijgedragen door onder andere Jay Bellerose, Patrick Warren, Bill Frisell, Marc Ribot, Madison Cunningham, Allison Russell, The Milk Carton Kids en Daniel Lanois, die hun bijdragen vanwege de coronapandemie vooral van afstand aanleverden.

Door de bijdragen van zoveel muzikanten van wereldklasse klinkt All The Eye Can See echt fantastisch. De songs op het zestiende album van de Amerikaanse muzikant zijn zeer sfeervol ingekleurd met een veelheid aan instrumenten, waaronder fraai snarenwerk en stemmige bijdragen van strijkers en blazers, waarvan de laatsten worden bespeeld door zijn zoon Levon Henry. Het lijkt wel wat op de muziek die Leonard Cohen in zijn laatste jaren maakte, al bevat de muziek van Joe Henry meer invloeden uit de jazz.

Ondanks het enorme aantal muzikanten dat is te horen op het album, is All The Eye Can See betrekkelijk sober ingekleurd, zodat er veel ruimte overblijft voor de zeer karakteristieke stem van Joe Henry, die hier en daar wordt bijgestaan door al even karakteristieke vrouwenstemmen als die van Madison Cunningham. De Amerikaanse muzikant beschikt over een stem die af en toe wel wat doet denken aan die van Elvis Costello en Randy Newman, maar ik vind de stem van Joe Henry een stuk aangenamer.

De muzikant uit North Carolina heeft ook dit keer een aantal mooie en interessante songs geschreven, die het goed doen op de late avond, maar die nergens voor de makkelijkste weg kiezen. Als producer weet Joe Henry verder precies hoe een album als dit moet klinken, waardoor de muziek op het album niet alleen betoverend mooi is met een geluid waarvoor Daniel Lanois zich niet geschaamd zou hebben, maar ook perfect in balans met de zang.

Net als vrijwel alle andere albums van Joe Henry heeft All The Eye Can See heel weinig tijd nodig om diepe indruk te maken, maar de songs van de muzikant uit North Carolina blijven ook nog lang aan kracht winnen. Het zestiende album van Joe Henry bevat ruim vijftig minuten muziek, maar houdt je ook ruim 50 minuten aan de speakers gekluisterd. Het oeuvre van Joe Henry was al indrukwekkend, maar is met dit wonderschone album nog wat mooier en imposanter geworden. Erwin Zijleman

Joe Henry - Invisible Hour (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop
De krenten uit de pop: Joe Henry - Invisible Hour - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Kijk naar het lijstje platen dat de Amerikaanse muzikant Joe Henry inmiddels op zijn naam heeft staan en je kunt alleen maar concluderen dat het een bijzonder indrukwekkend lijstje is.

Dit lijstje wordt alleen maar indrukwekkender wanneer je er het lijstje met de platen die Joe Henry de afgelopen 15 jaar produceerde aan toevoegt.

Henry maakte zelf prachtplaten als Short Man’s Room, Trampoline, Scar, Tiny Voices, Civilian en Blood From Stars en produceerde ook nog eens sleutelplaten van onder andere Aimee Mann, Solomon Burke, Bettye LaVette, Carolina Chocolate Drops, Ramblin' Jack Elliott, Elvis Costello, Over the Rhine en Lisa Hannigan.

Door zijn productiewerk lijkt Joe Henry wat minder actief als muzikant, maar dat valt eigenlijk erg mee. Invisible Hour is immers al weer de zesde plaat van Joe Henry in het huidige millennium en dat is een zeer acceptabele score.

De muziek van Joe Henry wordt vooralsnog in betrekkelijk kleine kring gewaardeerd en dat zal met Invisible Hour waarschijnlijk niet gaan veranderen. Dat is aan de ene kant jammer, want de platen van Joe Henry zijn van een opvallend hoog niveau. Aan de andere kant is het ook wel goed, want Joe Henry maakt niet alleen muziek van hoog niveau, maar ook muziek die geen concessies doet.

Invisible Hour is in alle opzichten een typische Joe Henry plaat. De songs op Invisible Hour zijn uiterst ingetogen, stemmig en vaak wat weemoedig. Joe Henry is in vocaal opzicht te omschrijven als een mix van Bob Dylan, Tom Waits, Elvis Costello, Van Morrisson en Randy Newman en ook in muzikaal opzicht zijn deze vijf namen relevant.

Ook op Invisible Hour maakt Joe Henry weer muziek met vooral invloeden uit de folk, hier en daar aangevuld met invloeden uit de blues, country, rock en jazz. Het kon in het verleden nog wel eens spoken op de platen van Joe Henry, maar zijn nieuwe plaat is vooral ingetogen. Akoestische gitaar en de steeds mooier wordende stem van Joe Henry staan centraal op de nieuwe plaat van de Amerikaan, maar zoals altijd wordt het sobere geluid vervolgens prachtig ingekleurd met andere instrumenten, waarvoor ook dit keer topmuzikanten als Jay Bellerose en Greg Leisz komen opdraven. Hiernaast maakt Henry’s zoon Levon indruk door prachtige blazers toe te voegen aan het fraaie geluid op Invisble Hour.

Joe Henry is op Invisible Hour naast muzikant ook verhalenverteller en hier neemt hij de tijd voor. Als een song bijna negen minuten moet duren om het hele verhaal te vertellen duurt deze song ook bijna negen minuten. Het zijn verhalen vol emotie die de mooie songs van Joe Henry voorzien van extra diepgang en glans.

Joe Henry maakt nog altijd muziek die tegenwoordig helaas veel te weinig meer wordt gemaakt. Het is muziek waarin alle ruimte is voor muzikaal en vocaal vakmanschap, maar emotie en zeggingskracht zijn minstens even belangrijk.

Zoals altijd moest ik in eerste instantie vooral wennen aan de nieuwe plaat van Joe Henry, maar langzaam maar zeker is het weer een trouwe metgezel geworden die het vooral laat op de avond uitstekend doet. Joe Henry wordt de laatste jaren vooral geprezen als producer, maar zijn eigen platen zijn minstens net zo goed, zo niet beter. Erwin Zijleman

Joe Henry - The Gospel According to Water (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joe Henry - The Gospel According To Water - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Joe Henry - The Gospel According To Water
Joe Henry keek de dood in de ogen, wat een sober, stemmig en melancholisch, maar ook een verpletterend mooi album oplevert dat behoort tot zijn beste werk

Joe Henry heeft een enorme staat van dienst als muzikant en producer, maar zeker zijn albums zijn niet in heel brede kring bekend. The Gospel According To Water verdient een beter lot, want wat is dit een mooi en bijzonder album. Joe Henry vreesde het afgelopen jaar voor zijn leven, maar het weerhield hem er niet van om een prachtig intiem album te maken. Het is een album met een verrassend sobere instrumentatie, die de doorleefde zang van de Amerikaanse muzikant perfect ondersteunt. The Gospel According To Water is een album om heel stil van te worden, maar ook een album dat steeds meer gevoel en schoonheid prijs geeft.

De Amerikaanse muzikant Joe Henry heeft sinds de tweede helft van de jaren 80 meer dan 15 albums uitgebracht, waarvan minstens de helft het predicaat meesterwerk verdient of hier dicht tegenaan schuurt en waarvan Civilians uit 2007 mijn persoonlijke favoriet is.

De erelijst die Joe Henry als producer heeft opgebouwd is nog veel langer en minstens net zo indrukwekkend. De Amerikaanse muzikant produceerde zoveel albums die ik onder mijn persoonlijke favorieten schaar dat het onbegonnen werk is om hier de belangrijkste te noemen en daarom beperk ik me tot één: The Forgotten Arm van Aimee Mann.

De albums van Joe Henry kunnen helaas lang niet altijd op brede aandacht rekenen, maar zelf sla ik er niet één over. Precies een jaar geleden werd bij Joe Henry kanker geconstateerd en in eerste instantie waren de vooruitzichten slecht. Joe Henry begon aan de opnames van The Gospel According To Water met het idee dat het wel eens zijn laatste album zou kunnen zijn, waardoor donkere wolken zich samenpakken boven zijn muziek.

Naar verluidt zijn de vooruitzichten inmiddels weer iets positiever, maar bij beluistering van The Gospel According To Water keren we weer even terug naar het zware jaar dat Joe Henry achter de rug heeft. Een gebroken hart en een naderende of gevreesde dood zijn over het algemeen een goede voedingsbodem voor goede muziek en ook The Gospel According To Water heeft absoluut geprofiteerd van de diepe dalen die Joe Henry door moest het afgelopen jaar.

Het levert een donker en meeslepend album op dat op dat op mij direct diepe indruk maakte. Joe Henry is als producer niet vies van het ruimhartig inkleuren van een album, maar The Gospel According To Water is een uiterst sober album. De meeste songs op het album hebben genoeg aan gitaarwerk en aan de zang van Joe Henry, terwijl incidenteel stemmige blazers en een piano opduiken.

De bijdragen van saxofoon, klarinet en piano zijn uiterst subtiel, maar bijzonder smaakvol en zorgen er voor dat het geluid van Joe Henry ondanks het beperkte instrumentarium warm klinkt. Hetzelfde geldt voor het gitaarwerk dat de ruimte fraai vult en de perfecte basis vormt voor de zang van Joe Henry.

Ik was altijd al gecharmeerd van de stem van de Amerikaanse muzikant, maar op The Gospel According To Water hoor ik nog wat meer emotie en doorleving, wat niet zo gek is al je je probeert voor te stellen in welke mate het leven van Joe Henry het afgelopen jaar op zijn kop stond.

De emotievolle zang en de sobere instrumentatie voorzien het nieuwe album van Joe Henry van een bijzondere en vaak indringende sfeer. Het is een sfeer waarin melancholie prominent aanwezig is, maar The Gospel According To Water verrast ook zo vaak met schoonheid dat je niet alleen verdrietig maar ook blij wordt van de intense muziek op het album.

Joe Henry behoort als producer tot de grootheden, maar ook als singer-songwriter kan hij al heel lang met de besten mee. Met The Gospel According To Water levert hij een album af dat behoort tot zijn beste albums en dat zegt wat. Het is een album dat liefhebbers van bijvoorbeeld Tom Waits zeer zal aanspreken en zo kan ik nog wel wat grootheden noemen. The Gospel According To Water is echter boven alles een Joe Henry album en ik hoop dat hij er nog flink wat mag en zal maken. Erwin Zijleman

Joe Henry - Thrum (2017)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joe Henry - Thrum - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse muzikant Joe Henry heeft de afgelopen 30 jaar een enorme staat van dienst opgebouwd als muzikant en producer.

De muzikant uit Charlotte, North Carolina, heeft inmiddels een flinke stapel uitstekende soloplaten op zijn naam staan en zat bij een nog veel groter aantal prachtplaten als producer achter de knoppen.

Onlangs verscheen Thrum; als ik goed geteld heb de veertiende soloplaat van Joe Henry. Het is een plaat die in een slechts vier sessies werd opgenomen met een aantal gelouterde muzikanten en het is een plaat waarvan de release perfect is getimed aan het begin van de herfst.

Ook Thrum is weer een plaat waar de kwaliteit van afdruipt en dat is inmiddels bijna vanzelfsprekend wanneer Joe Henry een nieuwe plaat uitbrengt. Het zorgt er op een of andere manier voor dat ik bij zijn laatste paar platen nooit meer onmiddellijk onder de indruk ben. Waar ik bij de meeste muzikanten alleen maar kan dromen van platen van het niveau van de platen van Joe Henry, verwacht ik van de Amerikaanse topmuzikant en producer altijd net iets meer. Eerlijk is dat niet, maar het zij zo.

Ook Thrum heeft dat meer overigens weer te bieden, al duurt het misschien even voor het aan de oppervlakte komt. Voordat het zover is maakt Thrum indruk met mooie en stemmige songs vol invloeden uit de folk en de jazz. Het zijn songs die prachtig kleuren bij het herfstlandschap van het moment en die door alle fraaie accenten minstens net zo veelkleurig zijn als dit herfstlandschap.

Met muzikanten als saxofonist Levon Henry (zoon van Joe), pianist Patrick Warren, gitarist John Smith, bassist David Piltch en meesterdrummer Jay Bellerose (absoluut een van de beste en meest avontuurlijke drummers van het moment) kun je alleen maar hele mooie muziek maken en dat doet Joe Henry dan ook op Thrum, waarna de pedal steel van Asa Brosius en een strijkkwartet zorgen voor de kers op de taart.

Thrum bevat met name uiterst ingetogen songs en het zijn songs die warm en stemmig klinken. Joe Henry tekende uiteraard zelf voor de productie en weet inmiddels hoe een plaat moet klinken. Ieder subtiel detail komt glaszuiver uit de speakers, maar Thrum is ook een warm en organisch klinkende plaat.

In muzikaal opzicht is het smullen. Het gitaarwerk is prachtig, de piano zorgt voor heerlijk kabbelende herfstbeekjes, de saxofoon staat garant voor zowel de scherpe als de lome randjes en de ritmesectie speelt zo mooi en avontuurlijk als een ritmesectie moet spelen (maar helaas maar zelden doet). Het klinkt allemaal direct mooi en stemmig, maar er is zoveel schoonheid en avontuur verstopt in de uiterst subtiele instrumentatie dat je steeds weer nieuwe dingen blijft horen en Thrum steeds indrukwekkender wordt.

Ook in vocaal opzicht is de nieuwe plaat van Joe Henry een indrukwekkende plaat. De Amerikaan heeft inmiddels wat gruis op zijn stembanden, maar combineert dit met veel blues en soul in zijn stem. Het doet me meer dan eens denken aan de stem van John Hiatt, soms aan die van Randy Newman, maar ook Van Morrisson is nooit ver weg.

Ook in muzikaal opzicht doet Thrum overigens wel wat denken aan de muziek van de Ierse singer-songwriter, maar als ik moet kiezen tussen de laatste plaat van Van Morrison en Joe Henry weet ik het wel en kies ik voor Thrum. Joe Henry moet met zijn laatste paar platen opboksen tegen irrealistisch hoge verwachtingen, maar ook met Thrum maakt hij ze weer waar. Knap. Erwin Zijleman

Joe Jackson - Fast Forward (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joe Jackson - Fast Forward - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De platen die Joe Jackson tussen 1979 en 1986 maakte heb ik vrijwel allemaal in huis en van deze platen koester ik met name Look Sharp en I’m The Man uit 1979, Night And Day uit 1982 en Big World uit 1986 tot op de dag van vandaag.

Sindsdien heb ik het nog vaak geprobeerd met Joe Jackson, maar geen van de platen die de Britse muzikant sindsdien heeft gemaakt wist me te raken of te boeien.

Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van het onlangs verschenen Fast Forward, maar inmiddels heb ik de nieuwe plaat van Joe Jackson toegevoegd aan het bovenstaande rijtje.

Joe Jackson maakte de afgelopen 30 jaar vooral minder toegankelijke platen, maar op Fast Forward keert hij terug naar het geluid van platen als Night And Day en Big World.

Fast Forward bevat ruim 70 minuten muziek en het is opvallend diverse muziek. Dat heeft alles te maken met het opnameproces. Joe Jackson nam zijn nieuwe plaat op in vier steden en in elke stad werkte hij met andere muzikanten.

Het eerste deel van de plaat werd opgenomen in New York, waarbij Joe Jackson werd bijgestaan door gitarist Bill Frisell en meesterdrummer Brian Blade. Het levert mijn favoriete songs op de plaat op, maar ook de in Amsterdam opgenomen songs met leden van Zuco 103, de in Berlijn op de band geslingerde songs met Greg Cohen en Earl Harvin en de samen met leden van de band Galactic in New Orleans opgenomen songs overtuigen zeer.

Ondanks de wisselende instrumentatie klinken alle songs op de plaat immers als echte Joe Jackson songs en het zijn songs die net zo urgent klinken als de songs op zijn meesterwerken uit de jaren 80.

Met name Night And Day was tot voor kort nog een graag geziene gast in mijn cd-speler, maar de komende tijd hou ik het bij Fast Forward. Of het net zo’n klassieker gaat worden als de eerder genoemde platen durf ik niet te zeggen, maar Fast Forward is zeker goed. Heel goed zelfs. Erwin Zijleman

Joe Jackson - Fool (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joe Jackson - Fool - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Fool is in alles een Joe Jackson plaat en het is een Joe Jackson plaat die natuurlijk niet kan tippen aan zijn klassiekers, maar uiteindelijk toch verrassend dicht in de buurt komt

Tussen 1979 en 1986 was Joe Jackson een van mijn muzikale helden en maakte hij met Night And Day en Big World platen die ik zou overwegen voor het koffertje dat mee mag bij verbanning naar een onbewoond (en Internet-vrij) eiland. Joe Jackson maakte na Big World vooral platen waar ik niets mee kon, maar met Fast Foward wist hij de liefde voor zijn muziek weer aan te wakkeren. Dat doet hij nog veel trefzekerder met zijn nieuwe plaat Fool, die klinkt als vintage Joe Jackson, maar die ook sprankelt, intrigeert en hopeloos vermaakt. Het is een plaat vol flarden uit het verleden, maar het is ook een plaat die met beide benen in het heden staat en de concurrentie met alle andere releases van deze week aan kan.

Joe Jackson viert dit jaar alweer de veertigste verjaardag van zijn debuut Look Sharp! Het is een debuut dat inmiddels is toegevoegd aan het rijtje zeer memorabele en invloedrijke platen uit 1979.

De Britse ‘angry young man’ leverde met Look Sharp! een plaat af die wordt gerekend tot de hoogtepunten uit de eerste golf van de Britse new wave en het is een plaat die nog steeds fris en urgent klinkt.

Lange tijd zag het er overigens naar uit dat Joe Jackson niet zou kiezen voor de pop, maar voor de jazz of voor de klassieke muziek. Joe Jackson speelde al vanaf zijn tienerjaren in jazzbands, was klassiek geschoold en had weinig op met popmuziek.

Dankzij Look Sharp! werd Joe Jackson echter een gevierd popmuzikant en het is een status die hij wist te consolideren met het eveneens in 1979 verschenen I’m The Man. Het zijn platen waarop nauwelijks plaats was voor de jeugdliefdes van Joe Jackson, maar op Beat Crazy (1980) en Jumpin’ Jive (1980) was een prominentere plek ingeruimd voor invloeden uit onder andere de jazz (en hiernaast invloeden uit de reggae, ska en bigband muziek). Het zijn platen waar ik destijds niet al teveel mee kon, al heb ik ze later zeker leren waarderen.

Ik kon wel heel veel met het in 1982 verschenen Night And Day, dat ik schaar onder de allerbeste platen in mijn platenkast. Op Night And Day verraste Joe Jackson met geweldige popsongs met een vleugje jazz en een vleugje Latin. Night And Day is een plaat die ik tot op de dag van vandaag vaak draai en dat geldt ook voor opvolgers Body And Soul (1984) en met name Big World (1986).

Na Big World nam Joe Jackson afstand van de popmuziek. Hij maakte een aantal lastig te doorgronden platen met invloeden uit de klassieke muziek of de jazz en wilde niet herinnerd worden aan zijn jaren als icoon in de popmuziek. Het veranderde pas in 2004 toen hij de Joe Jackson band tot leven wekte en met Volume 4 de echte opvolger van zijn eerste drie albums uitbracht. Het overtuigde me niet en dat veranderde eigenlijk pas met het in 2015 verschenen Fast Foward, dat Joe Jackson in een ouderwetse topvorm liet horen.

Fast Forward riep associaties op met Night And Day en Big World en precies dezelfde associaties heb ik bij beluistering van het deze week verschenen Fool. Ook op Fool grijpt Joe Jackson nadrukkelijk terug op de platen die hij in zijn eerste jaren als popmuzikant maakte. Op Fool hoor ik wat van Look Sharp! en van I’m The Man en hoor ik heel veel van zijn meesterwerken Night And Day en Big World. Het zijn platen waarmee Joe Jackson de lat voor zichzelf op onneembare hoogte heeft gelegd. Fool ga ik dan ook niet vergelijken met de platen uit het verleden, ook al is dat verleidelijk.

Het is knap hoe de Britse muzikant na al die jaren nog steeds platen kan maken die je binnen enkele noten herkent als een Joe Jackson plaat. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van zijn uit duizenden herkenbare stem, maar ook de songstructuren en instrumentatie hebben iets unieks dat op Fool nog steeds urgent klinkt.

Ook op Fool laat Joe Jackson zich niet in een hokje duwen, flirt hij met jazz en Latin, bespeelt hij de piano op een manier die alleen hij beheerst en zet hij je nog net zo vaak op het verkeerde been als in zijn beste dagen. Op hetzelfde moment maakt Joe Jackson nog steeds popliedjes die je na één keer horen niet meer wilt vergeten en die ook na talloze keren horen nog fris en avontuurlijk klinken. Op het eerste gehoor was Fool vooral een herinnering aan een roemrucht verleden, maar de acht songs op de plaat groeien en groeien maar door.

Nog meer dan Fast Forward is Fool een plaat die herinnert aan de hoogtijdagen van Joe Jackson en een plaat die verrassend dicht in de buurt komt bij zijn klassiekers. Deze klassiekers gaan het uiteindelijk winnen van Fool, maar voorlopig laat ik ze in de kast staan en laat ik me steeds iets meer verrassen en vermaken door een hele goede Joe Jackson plaat. Erwin Zijleman

Joe Jackson - Night and Day (1982)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joe Jackson - Night And Day (1982) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Joe Jackson - Night And Day (1982)
Op Night And Day verlegde de Britse muzikant Joe Jackson zijn muzikale koers, wat een baanbrekend en indrukwekkend mooi album opleverde, dat de tand des tijds verrassend goed heeft doorstaan

Joe Jackson dook aan het eind van de jaren 70 op als een van de ‘angry young man’ van de Britse punk en new wave. Op zijn vijfde album, Night And Day, koos de Britse muzikant in 1982 voor een duidelijk ander geluid, waarin invloeden uit de jazz en de Latin werden gecombineerd met een goed gevoel voor tijdloze popsongs. Het leverde een album op dat in 1982 anders klonk dan vrijwel alle andere albums van dat moment, maar Night And Day was ook een groots album met een aantal geweldige songs. Night And Day groeide uiteindelijk uit tot een van de grote albums van de jaren 80, maar de uitstekende songs op het album klinken ook veertig jaar later nog fris en urgent.

Ik was voor de zomer van 1982 geen heel groot fan van de Britse muzikant Joe Jackson. Zijn in 1979 verschenen eerste twee albums Look Sharp! en I'm The Man hadden wat mij betreft zeker hun momenten, maar grijsgedraaid heb ik de albums zeker niet, terwijl ik opvolgers Beat Crazy uit 1980 en Jumpin' Jive uit 1981 niet eens heb aangeschaft.

En toen kwam in de zomer van 1982 Night And Day. Het is een album dat uiteindelijk zou uitgroeien tot één van mijn favoriete albums uit de jaren 80. Het is ook een album dat ik de afgelopen decennia nauwelijks meer heb beluisterd, tot ik het onlangs min of meer bij toeval weer tegen kwam. Muziek uit de jaren 80 heeft de tand des tijds lang niet in alle gevallen goed doorstaan, maar direct bij de eerste noten van Night And Day viel me op hoe fris het album veertig jaar na de release nog klinkt.

Joe Jackson werd, zeker met zijn eerste twee albums, vooral in de hokjes punk en new wave geduwd. Dat was misschien niet helemaal terecht, maar vergeleken met de eerste twee albums is Night And Day een muzikale aardverschuiving. Het album valt op door flink wat invloeden uit de jazz en de Tin Pan Alley traditie en nog veel meer invloeden uit de Latin, die ik tot dat moment op geen enkele wijze had geassocieerd met de Britse muzikant.

Joe Jackson maakte op Night And Day niet alleen indruk met bijzondere muzikale invloeden, maar manifesteerde zich bovendien nadrukkelijk als songwriter en als zanger. Ik was voor de zomer van 1982 niet heel gek op de zanger Joe Jackson, maar op Night And Day komt zijn zeer karakteristieke stem uitstekend tot zijn recht.

Als songwriter excelleert Joe Jackson op wat mij betreft zijn beste album. Steppin' Out, Breaking Us in Two, Real Men en A Slow Song horen wat mij betreft bij de mooiste popsongs uit de jaren 80 en klinken ook veertig jaar later nog net zo urgent en memorabel als op de dag van de release.

Het is knap hoe de Britse muzikant op Night And Day zeer uiteenlopende invloeden aan elkaar smeedt in een geluid dat in 1982 volkomen uniek klonk. Dat klinkt het album wat mij betreft nog steeds. Night And Day klinkt anders dan vrijwel alle andere albums die ik in de kast heb staan, maar de toch behoorlijk bonte mix van invloeden met een Latin sausje klinkt op het zelfde moment negen songs en bijna drie kwartier lang vanzelfsprekend en tijdloos.

Ik had het album zoals gezegd al heel lang niet meer beluisterd, maar bij eerste beluistering bleek ik het album nog noot voor noot te kennen en dat is een gevoel dat ik in deze tijden van een oneindig muzikaal aanbod via de streaming media diensten niet zo goed meer ken, wat wel eens jammer is.

Night And Day is niet alleen album vol geweldige songs, goede zang en een uniek eigen geluid, maar het is ook een album dat een bijzondere sfeer creëert. Op Night And Day probeert Joe Jackson de dag en de nacht te vangen, maar het is wat mij betreft toch vooral een album van de nacht. Zeker bij eerste beluistering van het album was ik weer even terug op mijn studentenkamer, maar ik ga er van uit dat Night And Day ook op de zomeravonden van 2022 met enige regelmaat aangenaam muzikaal gezelschap zal zijn.

Joe Jackson maakte drie jaar geleden nog het interessante Fool en timmert nog steeds aan de weg, maar het fantastische Night And Day steekt er in zijn oeuvre toch met kop en schouders bovenuit, wat prachtig is te horen op de met flink wat bonusmateriaal aangevulde reissue van het album uit 2003. Erwin Zijleman

Joe Pug - The Flood in Color (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joe Pug - The Flood In Color - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Joe Pug - The Flood In Color
Joe Pug maakt een uiterst ingetogen album met tijdloze songs, maar het zijn ook bijzonder fraai versierde songs met impact

Joe Pug maakt al flink wat jaren muziek, maar maakte op mij nog geen onuitwisbare indruk. Dat doet hij wel met het bijzonder fraaie The Flood in Color, dat de vorige albums van de Amerikaanse muzikant makkelijk overtreft. Het nieuwe album van Joe Pug is een tijdloos singer-songwriter album met een basis van een akoestische gitaar en zang, maar het is ook een album dat opvalt door een subtiele maar bijzondere smaakvolle instrumentatie. De songs op het album zijn al even aansprekend en vertellen mooie verhalen. Het is lastig om je met dit soort muziek te onderscheiden van alles dat er al is, maar Joe Pug slaagt er glansrijk in.

Joe Pug werd geboren in Maryland en speelt al vanaf jonge leeftijd gitaar. Sinds een jaar of twaalf brengt hij zijn muziek ook uit en het is muziek waarin de Amerikaanse muzikant geen geheim maakt van zijn bewondering voor oude folkies als Bob Dylan en John Prine.

Tot dusver deed de muziek van Joe Pug me niet heel veel, al was het in 2015 verschenen Windfall een stap in de goede richting. The Flood In Color is de opvolger van het alweer vier jaar oude album en is nog een stuk beter.

Ook op zijn nieuwe album heeft Joe Pug op het eerste gehoor niet heel veel nodig voor zijn songs. Akoestische gitaar, af en toe een mondharmonica en een stem zijn de belangrijkste ingrediënten van vrijwel alle songs op The Flood In Color, die vervolgens op subtiele wijze verder worden ingekleurd.

De songs op het nieuwe album van Joe Pug werden uiteindelijk opgenomen met een aantal topmuzikanten, waarna Kenneth Pattengale van The Milk Carton Kids tekende voor een mooie productie. Op het eerste gehoor klinkt de muziek van Joe Pug zoals gezegd uiterst sober, maar wanneer je wat beter luistert hoor je de mooie versiering van onder andere strijkers, orgels, een pedal steel en een accordeon.

Kenneth Pattengale heeft de akoestische gitaar en de stem van Joe Pug vooraan in de mix gezet, maar de fraaie accenten in de instrumentatie maken de songs van de Amerikaanse muzikant uiteindelijk een stuk mooier en sfeervoller. Het besluit om de stem van Joe Pug flink een prominente rol te geven in de mix is overigens een wijs besluit, want de Amerikaanse muzikant is voorzien van een bijzonder fraai, maar ook doorleefd en emotievol stemgeluid.

Het ingetogen geluid van Joe Pug doet hier en daar wat ouderwets aan, maar het werkt wel. The Flood In Color is een album dat makkelijk verleidt en je vervolgens net zo makkelijk meesleept in de muzikale wereld van Joe Pug, die aanzienlijk meer indruk maakt dan een paar jaar geleden en verhalen vertelt die je makkelijk raken.

Ik ben normaal gesproken niet zo’n liefhebber van dit soort ingetogen singer-songwriter muziek, maar het nieuwe album van Joe Pug dringt zich steeds meer op en wint nog lang aan schoonheid. “Joe Pug Brings Simple Beauty To Life On The Flood In Color” stelt het prachtijdschrift No Depression en dat is precies zoals het is.

Het lijken misschien eenvoudige songs die de Amerikaanse singer-songwriter vertolkt, maar zowel in muzikaal, vocaal als tekstueel opzicht graaft Joe Pug dieper dan je bij eerste beluistering zult vermoeden. Het levert een tijdloos singer-songwriter album op dat herinnert aan vervlogen tijden, maar dat ook in het nu een bijzondere schoonheid en intensiteit heeft.

Het is een album dat rustig voortkabbelt op de achtergrond, maar de ware schoonheid van The Flood In Color komt naar boven als je de tijd neemt voor dit album en de muziek van Joe Pug alle aandacht geeft. Bijzonder fraai album en voor mij een enorme verrassing. Erwin Zijleman

Joel Culpepper - Sgt Culpepper (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Joel Culpepper - Sgt Culpepper - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Joel Culpepper - Sgt Culpepper
De Britse soulmuzikant Joel Culpepper smeedt op het werkelijk geweldige Sgt Culpepper op buitengewoon fascinerende wijze invloeden uit een aantal decennia soulmuziek aan elkaar

Direct bij de eerste noten was ik betoverd door de soulvolle klanken van Sgt Culpepper, maar sindsdien is het album van de Britse muzikant Joel Culpepper me alleen maar dierbaarder geworden. Joel Culpepper laat zich beïnvloeden door al het moois dat de soulmuziek ons de afgelopen decennia heeft opgeleverd en citeert net zo makkelijk uit de grote soulalbums van de late jaren 60 als uit het rijke oeuvre van Prince. In muzikaal opzicht steekt het allemaal knap in elkaar en blijf je je verbazen, maar ook in vocaal opzicht raakt Joel Culpepper steeds weer de juiste snaar. Het levert een memorabel soulalbum op dat het normaal gesproken goed zal gaan doen in de jaarlijstjes.

In het Verenigd Koninkrijk doen ze momenteel behoorlijk druk over Sgt Culpepper, het volwaardige debuutalbum van de Britse soulmuzikant Joel Culpepper. Ik was in eerste instantie sceptisch, want het vier jaar geleden verschenen mini-album van de muzikant uit Londen vond ik niet heel indrukwekkend en bovendien is het, zeker voor een Britse muzikant, wat pretentieus om in de albumtitel een verwijzing op te nemen, of in ieder geval de associatie op te roepen, met een van de meesterwerken of misschien wel het meesterwerk van The Beatles.

Mijn scepsis verdween als sneeuw voor de zon toen het album van Joel Culpepper voor het eerst uit de speakers kwam. De Britse muzikant heeft met Sgt Culpepper een geweldige soulplaat gemaakt en het is er een die geen geheim maakt van alle inspiratie uit het verleden, maar die er ook in slaagt om modern te klinken.

Sgt Culpepper begint ergens in de tweede helft van de jaren 60, maar tikt ook regelmatig het heden aan. In de tussenliggende periode zijn stapels memorabele soulalbums verschenen en Joel Culpepper kent zijn klassiekers. De Britse muzikant begint in de openingstrack bij de klassiekers van Curtis Mayfield en Marvin Gaye, maar in de tweede track krijgt de wat psychedelisch aandoende soul een flinke funkinjectie en hoor je opeens flarden Prince in zijn meest funky dagen.

Joel Culpepper sleept er in iedere track weer een ander memorabel album bij en schakelt moeiteloos tussen vintage soul, funk en de neo-soul en hiphop die in de jaren 90 opdoken. Het klinkt allemaal fantastisch, wat ook haast niet anders kan met gerenommeerde producers als Swindle, Guy Chambers, Raf Rundell, Shawn Lee en Tom Misch achter de knoppen.

Het inzetten van een leger aan producers leidt nogal eens tot een gefragmenteerd klinkend album, maar het geluid op Sgt Culpepper is behoorlijk consistent. De ritmesectie speelt moddervet met diepe bassen en lome ritmes, de gitaren zijn broeierig en funky, de strijkers en blazers vullen de ruimte prachtig, de piano is trefzeker, terwijl de conga’s je blijven herinneren aan klassiekers uit het verleden.

Sgt Culpepper is behoorlijk vol geproduceerd, maar de instrumentatie kan ook subtiel klinken, wat het album voorziet van de dynamiek die zo vaak ontbreekt op de soulalbums van het moment. De instrumentatie en productie zijn van hoog niveau, maar ook in vocaal opzicht houdt Joel Culpepper zich verrassend makkelijk staande en voorziet hij de gevarieerde klanken op zijn album steeds weer van trefzekere vocalen.

Sgt Culpepper bevat bijna 45 minuten muziek en bestaat uit vier delen: The Battle, The Surrender, The Love en The Lesson. Het betekent nog niet dat het album een conceptalbum is, maar het klinkt wat mij betreft wel als een eenheid, zeker door de spoken word intermezzo’s, wat de kracht van het album versterkt.

Sgt Culpepper van Joel Culpepper is een soulalbum dat bij eerste beluistering een onuitwisbare indruk maakt, maar bij herhaalde beluistering wordt de fascinerende luistertrip van Joel Culpepper alleen maar beter. Sgt Culpepper klinkt af en toe als vier favoriete soulalbums die in een keer worden afgespeeld, maar de Britse muzikant kan zijn muziek ook terugbrengen tot de essentie. De laatste week van juli is misschien geen hele handige week voor het uitbrengen van een baanbrekend album, maar Sgt Culpepper is er absoluut een. Erwin Zijleman

Johan - Pull Up (2018)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Johan - Pull Up - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

November 1996 was een koude maand en de voorloper van een voor Nederlandse begrippen strenge winter. Toch is het ook de maand waarin plotseling de lente uitbrak, wat volledig de verdienste was van het debuut van de Nederlandse band Johan.

De band uit Hoorn grossierde op haar titelloze debuut in Beatlesque popliedjes waarvan de zon onmiddellijk ging schijnen en die na één keer horen voorgoed in je kop zaten.

Johan zou het kunstje van haar debuut nog drie keer herhalen, wat memorabele albums als Pergola (2001), Thx Jhn (2004) en 4 (2009) opleverde, waarna voorman Jacob de Greeuw het einde van de band aankondigde.

We zijn inmiddels bijna negen jaar verder en bijna uit het niets is Johan terug met Pull Up. Bijna uit het niets, want sinds de aankondiging van de plaat een paar maanden geleden werd er door velen reikhalzend uitgekeken naar de nieuwe plaat van de band, die ruim een decennium kleur gaf aan de Nederlandse popmuziek en het Excelsior label op de kaart zette.

Pull Up komt inmiddels voor de zoveelste keer uit de speakers en ik kan alleen maar concluderen dat Johan het na al die jaren weer geflikt heeft. In grote lijnen is er niet eens zo veel veranderd sinds de plotselinge lente in het najaar van 1996. Johan maakt nog altijd zonnige popliedjes met een vleugje melancholie en het zijn popliedjes die nog altijd van het predicaat ‘Beatlesque’ kunnen worden voorzien, al zijn invloeden van The Byrds misschien nog wel belangrijker in het geluid van de Nederlandse band.

De popliedjes van Johan zijn nog altijd popliedjes die de gevoelstemperatuur doen stijgen en die goed zijn voor lentekriebels, maar het zijn ook popliedjes met een donkere ondertoon. Die donkere ondertoon komt vooral naar voren in de teksten van Jacob de Greeuw, die ook dit keer de nodige ellende van zich afschrijft, maar ook in muzikaal opzicht laat Pull Up meer horen dan zonnestralen.

Vergeleken met het laatste levensteken van de band (4 uit 2009) klinkt Pull Up mooi helder en laat Johan een veelzijdig geluid horen, waarin ook gas terug kan worden genomen en waarin het ook buiten de lijntjes van het uit duizenden herkenbare Johan geluid kleurt, bijvoorbeeld door net wat gruiziger te klinken of door wat meer lo-fi aan haar geluid toe te voegen.

Het voorziet Pull Up van meer diepgang en hierdoor ook van meer kracht, maar gelukkig zijn de songs van de band nog net zo onweerstaanbaar als in de beginjaren. Pull Up gaat de komende dagen vast verder groeien, maar dat Johan met Pull Up een zeer geslaagde comeback maakt is voor mij al lang zeker. De lente is weer begonnen. Bedankt Johan! Erwin Zijleman

Johan - The Great Vacation (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: JOHAN - The Great Vacation - dekrentenuitdepop.blogspot.com

JOHAN - The Great Vacation
Na zes jaar wachten en maanden regen was het wel weer eens tijd voor een nieuw album van JOHAN en de band stelt wederom niet teleur met een deels vertrouwd maar ook deels nieuw geluid vol zonnestralen

Lange tijd leek het er op dat er geen zesde album van JOHAN zou komen, maar na lang wachten is deze week The Great Vacation verschenen. Het is een album waarop JOHAN nog altijd eindeloos vermaakt met heerlijk melodieuze en tijdloze popsongs, maar de Nederlandse band laat zich dit keer breder beïnvloeden, zonder dat dit ten koste gaat van het zo karakteristieke JOHAN geluid. Het is een geluid dat in muzikaal en vocaal opzicht nog mooier klinkt dan in het verleden en ook de songs van de band hebben nog niets van hun kracht verloren. Het is nog erg vroeg voor de start van de lente, maar met The Great Vacation is het volgende seizoen voor mij al begonnen en wat schijnt de zon heerlijk.

De Nederlandse band JOHAN (tegenwoordig kennelijk met hoofdletters) schaarde zich in de tweede helft van de jaren 90 onder de paradepaardjes van het Nederlandse Excelsior label, dat op dat moment het patent had op albums die de lente per direct lieten beginnen. Het titelloze debuutalbum van JOHAN uit 1996 wat mij betreft worden gerekend tot het beste dat de Nederlandse popmuziek heeft voortgebracht en dat geldt zeker voor het in 2001 verschenen Pergola, dat in brede kring een klassieker wordt genoemd.

JOHAN maakte vanaf haar debuut albums die alleen maar leuker werden wanneer je ze vaker hoorde en dat is maar goed ook, want heel productief is de band rond Jacco de Greeuw nooit geweest. Tussen Johan en Pergola zaten vijf jaren en die periode zat ook tussen het tweede album en THX JHN, dat in 2006 verscheen. Het vierde album met de titel 4 verscheen in 2009 redelijk snel, maar vervolgens was het negen jaar wachten op Pull Up, tot voor kort het laatste wapenfeit van de Nederlandse band.

Na ieder JOHAN album is het maar de vraag of er nog een opvolger komt, maar album nummer zes is er in ieder geval gekomen, want deze week verscheen The Great Vacation. Het is een albumtitel die zomaar kan verwijzen naar de coronapandemie die muzikanten een verplichte vakantie opleverde, maar ook de acht jaren die zijn verstreken sinds Pull Up voelen aan als een (te) lange vakantie.

Ik was na maanden regen absoluut toe aan de zonnestralen van JOHAN en gelukkig voorziet de band hier nog steeds in ruime mate in. The Great Vacation voelt in een aantal tracks aan als het spreekwoordelijke warme bad. Dat is vooral het geval wanneer JOHAN haar inspiratie zoekt in de jaren 60 en 70 en de invloeden uit het verre verleden overgiet met het uit duizenden herkenbare JOHAN sausje.

Op The Great Vacation trekt JOHAN er echter ook op uit en laat het zich ook beïnvloeden door muziek uit de jaren 80 en 90 en verkent het bovendien een aantal andere genres. Het blijft op een of andere manier wel onmiskenbaar JOHAN, maar de band voegt met de diverse uitstapjes wel wat toe aan alles dat er al is.

The Great Vacation laat goed horen dat de Nederlandse band inmiddels al een tijdje mee gaat, want in muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, waarbij voor mij vooral het drumwerk van Jeroen Kleijn en het gitaarwerk van Robin Berlijn in het oor springen. Het combineert allemaal prachtig met de stem van Jacco de Greeuw, die de muziek van JOHAN nog steeds voorziet van een nostalgisch en melancholisch tintje.

Zeker wanneer bijzonder mooie koortjes worden toegevoegd aan de prachtige melodieën op het album gaat de zon onmiddellijk schijnen en geeft The Great Vacation weer het heerlijke gevoel waar JOHAN inmiddels al zo lang het patent op heeft. Ook als de band buiten de lijntjes van haar eigen geluid kleurt, is The Great Vacation een sprankelend album dat onmiddellijk verleidt, maar zoals altijd schrijft Jacco de Greeuw ook nog altijd songs die de tijd moeten krijgen om te groeien, wat ze vervolgens uitbundig doen.

Of er een zevende JOHAN album gaat komen zal de komende jaren waarschijnlijk wel weer de vraag zijn, maar het fantastische The Great Vacation, dat ik nu al reken tot het allerbeste dat JOHAN gemaakt heeft, neemt niemand ons meer af. Laat de lente maar beginnen. En Pitchfork let op, want zo goed als dit wordt het in de VS niet gemaakt op het moment. Erwin Zijleman

Johanna Samuels - Bystander (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Johana Samuels - Bystander - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Johana Samuels - Bystander
De Amerikaanse singer-songwriter Johanna Samuels debuteerde in 2021 knap met het aangenaam en eigenzinnig klinkende Excelsior! en zet nog wat extra stappen op haar nog betere tweede album Bystander

Johanna Samuels is nog niet heel bekend, maar in kleine kring timmert ze al even aan de weg. Haar prachtige debuutalbum Excelsior! had in 2021 wel wat meer aandacht verdiend en ook het deze week verschenen Bystander staat nog niet in de spotlights. Dat verdient het album wel, want het samen met Josh Kaufman gemaakte Bystander is niet alleen een uitstekend album, maar ook een album dat anders klinkt dan het merendeel van de andere albums in het genre. Johanna Samuels schrijft songs vol melancholie, maar ze klinken vaak verrassend zonnig. Het zijn songs die putten uit het verleden en het heden en die niet vies zijn van invloeden buiten de Amerikaanse rootsmuziek. Echt een groot talent deze Johanna Samuels.

Johanna Samuels debuteerde twee jaar geleden met Excelsior!, een album waaraan de muzikante uit Los Angeles lang had gewerkt. Dat was te horen, want Excelsior! was en is een bijzonder knap debuut, dat ook nog eens anders klonk dan alle andere albums die op dat moment in Nashville werden gemaakt. Johanna Samuels nam haar debuutalbum midden in de winter op in de Catskill Mountains in New York State, maar het door Sam Evian geproduceerde album klonk ook Californisch warm. De muzikante uit Los Angeles vermengde op fraaie wijze invloeden uit het verleden en het heden en voorzag haar zeer persoonlijke songs niet alleen van zonnige klanken, maar ook van een flinke dosis melancholie.

Melancholie is ook een belangrijk bestanddeel van de songs op het deze week verschenen nieuwe album van Johanna Samuels. De Amerikaanse muzikante kwam na de korte euforie van de release van haar debuutalbum wederom in de ene na de andere corona lockdown terecht en dat had absoluut zijn invloed op de gemoedstoestand van de muzikante uit Los Angeles.

Vrij snel na de release van Excelsior! vertrok ze samen met producer (Cassandra Jenkins, Anaïs Mitchell, The Hold Steady, Charlotte Cornfield) en muzikant (Bonny Light Horseman) Josh Kaufman naar een studio in Woodstock, New York, waar ze samen met drummer Matt Barick (The Walkmen) de basis van de songs op Bystander opnam. Later werden nog bijdragen van een beperkt aantal gastmuzikanten, onder wie Madison Cunningham en Thomas Bartlett, toegevoegd, maar Bystander is een intiem album gebleven.

Ook het nieuwe album van Johanna Samuels zal het etiket Amerikaanse rootsmuziek opgeplakt krijgen, maar ook op haar tweede album maakt de singer-songwriter uit Los Angeles muziek die ver verwijderd is van de standaard rootsmuziek zoals die in Nashville wordt gemaakt. Net als op Excelsior! schuift Johanna Samuels ook op Bystander met enige regelmaat op richting Californische pop, maar het blijft pop met een rootsy ondertoon.

Het album klinkt net als zijn voorganger warm en gloedvol en verwerkt ook op vergelijkbare wijze invloeden uit het verleden en het heden. De warme klanken contrasteren op bijzondere wijze met de teksten, waarin de nodige persoonlijke strubbelingen de revue passeren. Johanna Samuels laat ook op haar nieuwe album horen dat ze een getalenteerd songwriter en een prima zangeres is, die ook nog eens beschikt over een bijzonder stemgeluid. Net als op Excelsior! profiteert ze ook op Bystander van de vaardigheden van een ervaren producer, want de warm klinkende productie van Josh Kaufman is nog net wat mooier dan die van Sam Evian.

Excelsior! is een album dat uiteindelijk veel te weinig aandacht kreeg en dat gevaar ligt ook de loer voor Bystander, want in de releaselijsten van deze week heeft het album een vrij anonieme plek gekregen. Dat is jammer, want Bystander laat in meerdere opzichten horen dat Johanna Samuels een zeer getalenteerde singer-songwriter is. Ze heeft een album afgeleverd waarbij het heerlijk ontspannen is op de mooie zomerdagen van het moment, maar de songs op het album prikkelen ook de nieuwsgierigheid en kruipen in een aantal gevallen makkelijk onder de huid. Ik was in 2021 heel enthousiast over het debuutalbum van Johanna Samuels, maar album nummer twee is nog een stuk beter. Erwin Zijleman

Johanna Samuels - Excelsior! (2021)

poster
4,5
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Johanna Samuels - Excelsior! - dekrentenuitdepop.blogspot.com

De Amerikaanse muzikante Johanna Samuels heeft de tijd genomen voor haar debuutalbum Excelsior!, maar het lome, broeierige en werkelijk wonderschone resultaat mag er zeker zijn

Johanna Samuels is een singer-songwriter uit Los Angeles, die deze week debuteert met het fraaie Excelsior!. Het is een album dat gelijke delen Amerikaanse rootsmuziek en Californische pop met elkaar vermengt en hier nog een snufje psychedelica aan toevoegt. Zoals je van een muzikante uit Los Angeles kunt verwachten klinkt Excelsior! heerlijk zonnig, wat fraai combineert met de mooie en vaak zachte vocalen van Johanna Samuels. De instrumentatie op het album is subtiel, warm en van een bijzondere schoonheid en ook nog eens prachtig geproduceerd door Sam Evian. Excelsior! is een album om de zomer mee te omarmen, maar het is ook een album dat Johanna Samuels op de kaart zet als groot talent.

Johanna Warren - Lessons for Mutants (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Johanna Warren - Lessons For Mutants - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Johanna Warren - Lessons For Mutants
De Amerikaanse muzikante Johanna Warren heeft de grote Amerikaanse stad inmiddels verruild voor het platteland van Wales, waar ze een verrassend veelzijdig en soms heerlijk ruw album heeft gemaakt

Ik hoorde op de vorige vijf albums van Johanna Warren absoluut het muzikale talent en de kwaliteit van haar stem, maar het waren op een of andere manier geen albums die er bij mij uit sprongen of die me raakten. De Amerikaanse muzikante nam Lessons For Mutants op in haar nieuwe thuisbasis Wales, waar ze het moest doen met eenvoudige middelen. Het zorgt er voor dat het nieuwe album van Johanna Warren anders klinkt dan we van haar gewend zijn, maar het wat ruwere karakter van haar songs en de grotere veelzijdigheid van deze songs spreken mij zeer aan. Lessons For Mutants is een nieuwe stap in de carrière van de Amerikaanse muzikante en ik vind het een zeer geslaagde stap.

Lessons For Mutants, het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante Johanna Warren, werd de afgelopen week wat lauwtjes ontvangen, maar ik ben zelf aangenaam verrast door het album. Het is, als ik goed geteld heb, al het zesde album van de muzikante die werd geboren in St. Petersburg, Florida, maar die via Brooklyn, New York, en Los Angeles, California, is terecht gekomen op het platteland van Wales, te midden van schapen, koeien en ongerepte natuur.

Johanna Warren begon ooit als wat traditioneel aandoende folkie. Ze maakte op haar eerste albums weliswaar indruk met haar mooie stem, maar ik vond haar muziek niet heel erg onderscheidend en ben bovendien lang niet altijd gek op traditionele folk. Op haar latere albums schoof Johanna Warren wat op richting een voller en wat atmosferischer geluid en met name het in 2020 verschenen Chaotic Good vond ik een twijfelgeval.

Zeker de net wat ruwere songs op dit album smaakten wat mij betreft naar meer en het is voor mij dan ook goed nieuws dat Johanna Warren op Lessons For Mutants juist voortborduurt op deze wat ruwere songs. De Amerikaanse muzikante heeft zich gevestigd op het platteland van Wales, waar ze de meeste songs voor haar nieuwe album thuis opnam met een eenvoudige recorder. De meeste songs werden bovendien live ingespeeld met een band, waardoor een aantal songs op het album totaal anders klinkt dan we van Johanna Warren gewend zijn.

In de eerste twee tracks op Lessons For Mutants is Johanna Warren van een ingetogen folkie getransformeerd in een indierock chick. Het is een transformatie die me wel bevalt, al kun je je nog steeds afvragen of Johanna Warren zich weet te onderscheiden van de concurrentie. Het klinkt in ieder geval wel bijzonder lekker en om zich te onderscheiden heeft de Amerikaanse muzikante meerdere wapens in het arsenaal.

Na twee wat ruwere rocktracks laat Johanna Warren horen dat ze ook met licht zweverige pianoballads uit de voeten kan. Ik hoor een vleugje Tori Amos, maar ook meer dan genoeg van Johanna Warren. Lessons For Mutants is een album dat zich uiteindelijk weet te onderscheiden van al die andere albums van vrouwelijke singer-songwriters in het indie segment door de veelzijdigheid van Johanna Warren.

De Amerikaanse muzikante kan immers niet alleen uit de voeten met gruizige rocksongs en zweverige pianoballads, maar haalt ook de wat atmosferisch klinkende en hier en daar wat psychedelisch aandoende folksongs van haar vorige album van stal en kan ook nog eens jazzy klinken. Lessons For Mutants schiet hierdoor alle kanten op, maar het past allemaal prima op één album.

Johanna Warren maakte op mij nog geen onuitwisbare indruk met haar vorige albums, die vooral bij vlagen mooi waren, maar na herhaalde beluistering van haar nieuwe album ben ik onder de indruk van de zangeres, muzikant en songwriter Johanna Warren. Het ver van de grote stad gemaakte Lessons For Mutants is een intiem, persoonlijk en interessant album, waarop Johanna Warren laat horen dat ze in flink wat genres uit de voeten kan en in al die genres aansprekende songs kan schrijven. Zoals gezegd wordt het album vooralsnog lauw ontvangen, maar ik vind het met afstand het beste album van de Amerikaanse muzikante tot dusver. Erwin Zijleman

John Andrews & The Yawns - Bad Posture (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: John Andrews & The Yawns - Bad Posture - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

John Andrews is de toetsenist van de band Woods en de drummer van de band Quilt (die in 2014 het prachtige Held in Splendor uitbracht en vorig jaar een nieuwe plaat maakte die ik heel snel moet gaan beluisteren) en speelt ook nog geregeld mee met Kevin Morby.

De Amerikaanse muzikant heeft kennelijk nog wat tijd over naast zijn twee of drie banen, want met Bad Posture heeft hij een buitengewoon aangename soloplaat gemaakt.

Bad Posture is overigens niet het solodebuut van John Andrews, want twee jaar geleden maakte hij het eveneens goed ontvangen Bit By The Fang.

Ook op deze plaat liet de Amerikaan zich bijstaan door zijn gelegenheidsband The Yawns, die bestaat uit leden van de bands Mmoss en Soft Eyes. Voor Bad Posture trok de band zich terug in een oud huis in New Hampshire en ver van de bewoonde wereld werd in alle rust een bijzonder lekker klinkende plaat in elkaar gesleuteld.

De muziek van John Andrews en zijn band The Yawns combineert invloeden uit de folk, countryrock en psychedelica uit de jaren 60 en 70 met een vleugje lo-fi uit de jaren 90 en een beetje indie-rock uit het heden. Een flinke scheut uit de psychedelische catalogus van The Beatles voegt tenslotte nog onweerstaanbare melodieën toe aan de muziek van de Amerikanen.

Bad Posture klinkt heerlijk dromerig en soms een beetje freaky en is een heerlijke soundtrack voor lome ochtenden. John Andrews en zijn band benevelen de luisteraar met dromerige vocalen en lome en psychedelisch aandoende klanken, die je langzaam maar zeker meevoeren naar het koloniale huis in the middle of nowhere waar de plaat werd opgenomen.

Compleet wegdromen is er echter niet bij, want John Andrews & The Yawns doen meer dan bedwelmen met dromerige klanken. Hier en daar is ruimte voor korte jams die ook doen herinneren aan de jaren 60 en 70, maar John Andrews en zijn medemuzikanten voegen net zo makkelijk gruizige of stekelige gitaarloopjes uit de 90s lo-fi toe aan hun muziek.

Dromerige klanken staan echter centraal op Bad Posture en zijn verpakt in heerlijk tijdloze en vooral rootsy en psychedelische popsongs. Op de tweede soloplaat van John Andrews eren de Amerikaan en zijn gelegenheidsband de goed gevulde platenkast van hun ouders en voegen ze hun eigen muziek toe aan de zo uit het verleden weggelopen klanken.

Door de aangename en dromerige klanken overtuigt Bad Posture bijzonder makkelijk, maar hoe vaker je naar de plaat luistert, hoe meer je er van doordrongen raakt dat John Andrews en zijn band veel meer hebben gemaakt dan een aardig tussendoortje van een half uur.

Bad Posture vermaakt en benevelt, maar is ook een plaat vol onverwachte wendingen en minder voor de hand liggende invloeden, waardoor je constant heen en weer wordt geslingerd. Dit alles wel op een rustige en aangename manier, want ook als je alleen wilt wegdromen voldoet deze plaat meer dan uitstekend. Ik hoor er in Nederland helaas weinig over, maar dit is echt een hele goede plaat. Erwin Zijleman

John Blek - Cheer Up (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: John Blek - Cheer Up - dekrentenuitdepop.blogspot.com

John Blek - Cheer Up
De Ierse muzikant John Blek verrijkt zijn vooral door folk en 70s singer-songwriter muziek geïnspireerde songs dit keer met een aantal wat meer eigentijdse ingrediënten, wat echt geweldig uitpakt

Het duurde even voor ik onder de indruk raakte van de albums van de Ierse muzikant John Blek, maar inmiddels kan ik niet meer om hem heen. Ook op het deze week verschenen Cheer Up laat de muzikant uit Cork horen dat hij zijn klassiekers binnen de folk en singer-songwriter muziek kent, maar hij heeft de songs op zijn nieuwe album ook voorzien van een wat modernere touch. Dat is misschien even wennen, maar het klinkt allemaal prachtig, mede door de toegevoegde accenten van strijkers en de achtergrondzang. John Blek is op Cheer Up bovendien nog verder gegroeid als songwriter en vindt met zijn nieuwe album aansluiting bij de besten van het moment.

Ik had lange tijd niet zo heel veel met de muziek van de Ierse muzikant John Blek, maar het in 2020 verschenen The Embers vond ik echt prachtig. Waar ik zijn eerdere albums wat kil en wat te folky vond klinken, verwarmde The Embers de ruimte met een sfeervol en tijdloos geluid. Het album week overigens ook weer niet zo heel veel af van de andere albums van de Ierse muzikant, waardoor ik inmiddels ook de vroegere albums van John Blek kan waarderen.

Op het vorig jaar verschenen Until The Rivers Run Dry koos de muzikant uit het Ierse Cork voor een net wat ander geluid. Het is een geluid dat wat minder zwaar leunde op de Britse en Ierse folk en wat opschoof richting de singer-songwriter muziek uit de jaren 70. Het is een geluid dat in flink wat recensies werd omschreven als romantisch. Dat is in de praktijk vaak een synoniem voor zoetsappig, maar zoetsappig vond ik Until The Rivers Run Dry zeker niet.

Op het deze week verschenen Cheer Up trekt John Blek de lijn van zijn vorige album deels door, maar hij vindt ook aansluiting bij de folky singer-songwriters van dit moment. De laatste groep is de afgelopen jaren flink gegroeid en over het algemeen heb ik niet zo veel met het mannelijke deel van de groep. Voor John Blek maak ik ook dit keer een uitzondering, want Cheer Up is een sterk album.

Net als op zijn vorige album vindt de Ierse muzikant zijn inspiratie voor een deel in de folk en de singer-songwriter muziek uit het verleden en dan met name uit de jaren 70. Het zijn invloeden die zijn verwerkt in sfeervolle of zelfs warmbloedige songs, die ook dit keer romantisch worden genoemd. Het zijn songs die, net als op de vorige albums van de Ierse muzikant over het algemeen subtiel en grotendeels akoestisch zijn ingekleurd, maar de instrumentatie op Cheer Up is ook smaakvol. Het is een instrumentatie waarin veel aandacht is besteed aan de details, die je vooral hoort wanneer je het album met de koptelefoon beluistert.

Naast invloeden uit het verleden bevat het negende album van John Blek ook invloeden uit het heden. Je hoort het in de songs die net wat voller en steviger klinken, die hier en daar experimenteren met bijzondere ritmes en die in flink wat gevallen zijn verrijkt met flink wat strijkers van het Duitse duo Broken Strings. Nu hou ik persoonlijk wel van authentiek klinkende singer-songwriter albums met een duidelijke jaren 70 vibe, maar ik moet zeggen dat het wat eigentijdser klinkende geluid van John Blek me zeer aanspreekt.

Cheer Up, dat in tekstueel opzicht een zeer persoonlijk album is, klinkt fris en geïnspireerd. De stem van John Blek komt goed tot zijn recht in de wat eigentijdser klinkende songs en het is een stem die in een deel van de tracks prachtig wordt ondersteund door het Nederlandse damestrio Woolf, waar ik nog nooit van had gehoord, maar wat zijn de stemmen van de drie mooi.

Ik heb het nog niet gehad over de kwaliteit van de songs en dat is misschien wel hetgeen waar ik het meest van onder de indruk ben. John Blek was ook op zijn vorige albums al een begenadigd songwriter, maar voor zijn nieuwe album heeft hij een serie zeer aansprekende songs geschreven. Met name de liefhebbers van wat traditioneler klinkende folkmuziek zijn het waarschijnlijk niet met me eens, maar ik vind John Blek echt steeds beter worden. Cheer Up is wat mij betreft dan ook de voorlopige kroon op zijn werk. Erwin Zijleman

John Blek - The Embers (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: John Blek - The Embers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

John Blek - The Embers
Ik had op een of andere manier niets met het vorige album van John Blek, maar zijn The Embers is wonderschoon en wordt alleen maar mooier en indrukwekkender

Bijzonder hoe muziek je de ene keer totaal niet kan raken en de volgende keer weer wel en nog stevig ook. John Blek viel me vorig jaar tegen, maar zijn nieuwe album vond ik direct prachtig en is nog lang niet uitgegroeid. De Ier vertrouwt nog steeds op een akoestisch geluid, maar het klinkt warmer. Zijn songs vond ik wat gewoontjes, maar van de songs op The Embers krijg ik geen genoeg. En omdat John Blek ook nog beter is gaan zingen maakt de Ierse muzikant ook in vocaal opzicht meer indruk. De verschillen tussen de twee albums is waarschijnlijk niet zo groot als ik denk, maar de ervaring is totaal verschillend. Prachtalbum!

De Ierse singer-songwriter John Blek kreeg vorig jaar de handen op elkaar voor zijn album Thistle & Thorn, dat veel breder werd opgepikt dan de vier albums die de Ierse muzikant hiervoor maakte (waarvan de eerste twee met de band The Rats).

Ik heb het echt ontelbare keren geprobeerd met Thistle & Thorn, maar het album pakte me maar niet, hoe lovend de almaar opduikende nieuwe recensies ook waren. De songs op het album vond ik net wat te gewoontjes, terwijl de akoestische begeleiding me op een of andere manier wat te kil klonk. De absoluut mooie stem van de singer-songwriter uit het Ierse Cork en zelfs de prachtige vocale bijdragen van de geweldige Joan Shelley konden het album voor mij niet meer redden.

Ik begrijp het nog steeds niet helemaal, want met zoveel goede ingrediënten moet het eindresultaat normaal gesproken zeker in de smaak vallen, maar het lukte echt niet met Thistle & Thorn. Deze week verscheen alweer een nieuw album van de Ierse muzikant, The Embers. Gezien mijn ervaringen met het vorige album had ik geen hoge verwachtingen, al is het maar omdat John Blek volgens de eerste recensies voortborduurt op zijn vorige album, werkt met dezelfde producer en het dit keer moet doen zonder Joan Shelley.

Het is mooi hoe subtiel het soms kan liggen met het houden van muziek, want The Embers vond ik direct bij eerste beluistering prachtig. De instrumentatie is ook dit keer volledig akoestisch met een hoofdrol voor het fraaie akoestische gitaar van John Blek en hier en daar sfeervolle toevoegingen van andere instrumenten. Waar ik de instrumentatie op Thistle & Thorn kil vond klinken, slaan de klanken op The Embers zich als een warme deken om me heen.

Ook de songs op The Embers ervaar ik totaal anders dan die op het vorige album van John Blek. Waar de Ier op zijn vorige album wat mij betreft wat te gewoontjes klonk, komt hij op zijn nieuwe album op de proppen met songs die volstrekt tijdloos klinken, maar die je ook steeds weer weten te verrassen, zeker in de songs waarin John Blek de spanning prachtig opbouwt en toewerkt naar een climax. De verschillen tussen Thistle & Thorn en The Embers zijn objectief bezien waarschijnlijk helemaal niet zo heel groot, maar de twee albums voelen voor mij aan als dag en nacht.

Ik vond John Blek op zijn vorige album een prima zanger, maar de zang op zijn nieuwe album komt echt aan. Ik ben benieuwd hoe het had geklonken met de fraaie bijdragen van Joan Shelley, maar ook het duet met Mick Flannery is van grote schoonheid.

Waar Thistle & Thorn me steeds maar weer snel verveelde, had The Embers me direct te pakken en sindsdien is het album alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Ik probeer nog steeds te begrijpen hoe twee redelijk vergelijkbare albums zo’n verschillend effect kunnen hebben, maar ik denk niet dat ik er uit ga komen. In de tussentijd geniet ik maar van het nieuwe album van de jonge Ierse muzikant, die inmiddels al enkele jaren een grote belofte wordt genoemd en die belofte voor mij nu helemaal waar maakt. The Embers van John Blek is een prachtig album, dat wat mij betreft de voorganger doet verbleken. Erwin Zijleman