MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026

Rock 'n' Roll High School (1979) 3,5

31 januari 2025, 07:57 uur

Met het bericht hierboven kan ik helemaal meegaan. De muziek van de Ramones is aangenaam en krijgt het grootste aandeel op deze soundtrack. Daarbij een knallend liveblokje annex medley met vijf nummers op hoog tempo. Het is tevens de eerste plaat waarop nieuwe drummer Marky Ramone (ex-Richard Hell & The Voidoids) is te horen - én te zien in de videoclip. Hij is degene met de ghettoblaster.

Twee nummers van Ramones worden door anderen gezongen: powerpop bij de Paley Brothers (echte broers) die tweestemmig op z'n Beach Boys Let's Go Again doen en actrice annex latere 'scream queen' P.J. Soles kreeg eveneens het titelnummer, dat we daarmee twee keer tegenkomen.
Verder vooral oudere nummers rond het thema school, waarbij een instrumentaal van Brian Eno, new wave van Devo en pubrock van Nick Lowe en de vinnige Eddie and the Hot Rods, het door mij vergeten Smoking in the Boys' Room van Brownsville Station en een pareltje van Todd Rundgren.
Als dessert School's Out van Alice Cooper, mij dierbaar vanwege de herinnering: héél hard gedraaid toen ik in de derde klas het bericht kreeg dat ik was blijven zitten. Tja, dat gebeurt als je je huiswerk twee jaar achter elkaar verwaarloost...

En de film? Ik heb 'm nooit gezien, maar stel je een alternatieve versie van de film Grease voor, te zien aan de trailer. Op zusje Moviemeter kom ik een positieve recensie tegen.

Ik kwam hier op reis door de wereld van new wave. Vorige station was Ramones' It's Alive en ik keer terug naar februari 1980, toen Soldier van Iggy Pop verscheen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ramones - It's Alive (1979) 4,5

30 januari 2025, 19:55 uur

Bij mijn reis door new wave realiseerde ik me bij Ramones' End of the Century dat ik deze livedubbelaar niet mocht overslaan. Opgenomen op Oudjaarsavond van 1977 en tevens het afscheidsalbum van drummer Tommy Ramone, die eigenlijk manager was maar bijna per ongeluk op de drumkruk belandde. Onstuimige muziek van hun eerste drie albums klinkt hier live beter dan elders.
Dit is simpele muziek. Zegt men. O ja? Stel je voor dat je gitarist of bassist bent en dat je in 53 minuten maar liefst 21 verschillende nummers eruit moet knallen. Ja, de riffs lijken inderdaad op elkaar, maar dat is nu juist de opgave: probeer ze maar op hoog tempo achter elkaar te spelen waarbij je steeds de juiste akkoordenschema's pakt. Helemaal níet makkelijk.

Toen was dit knalhard, tegenwoordig zijn de oren meer gewend aan scheurende gitaren. Tegelijkertijd is het hartstikke melodieus. Dankzij Roxy6 heb ik een grote stapel krantenknipsels liggen waarbij ook artikelen in Oor over de Ramones. Grote dank!
Daarbij een stuk van Willem Bemboom uit 2016, waarin hij een briefschrijver uit 1976 vanuit het Engelse blad Melody Maker citeert: "De Ramones zijn de laatste aanwinst der talentloze branieschoppers (...)" schreef de toen 17-jarige Steve Morrissey uit Stretford, Manchester. Juist ja, de latere zanger van The Smiths. Deze realiseerde zich blijkens het artikel drie dagen na verzending dat hij zich vergiste: de Ramones waren juist heel goed! Hij werd er desondanks 'brief van de week' mee en won een elpee.

Een herinnering aan het feit dat menigeen moest wennen - ook bij Oor trouwens, zo beschrijft Bemboom aan de hand van de ervaringen van ex-Oorjournalist Peter van Bruggen. Als beginnende puber en startende liefhebber van scheurende gitaren was ik onmiddelijk fan, waarbij het me in die dagen onverschillig was of ik naar Status Quo of Ramones luisterde. Als het maar hard was. En dat ís It's Alive, met slechts een enkel rustpuntje zoals Here Today, Gone Tomorrow.

Punk op snelheid. Bij Today Your Love, Tomorrow the World wordt in het Duits afgeteld want dat bezingt een nazisoldaat. Of zoiets, want bedoelde Joey dat er wel mee?
In het Verenigd Koninkrijk waren de Ramones veel groter dan in hun eigen Verenigde Staten. In Londen ontstaken ze de punkvonk nog vóór de Pistols en anderen dat deden.
Dat deden ze met een tweetal Londense concerten rond de Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag, 4 juli 1976. De liefdesverhouding met de stad klinkt door op dit album, dat in het VK in juni '79 #27 haalde terwijl het in de VS compleet de Billboard 200 miste.
Favorieten kiezen is met deze overdaad eigenlijk onmogelijk, een zwak moment is namelijk niet te horen. Bovendien volvet uit de speakers knallend en superstrak gespeeld. Nee hoor, dat is níet simpel.

De Ramones verschenen in 1979 nogmaals op een elpee: de soundtrack van film Rock 'n' Roll High School, mijn volgende halte.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ramones - End of the Century (1980) 3,5

30 januari 2025, 17:32 uur

16 februari 1980. Rapper's Delight van Sugarhill Gang staat op #1 in Veronica's Top 40 en op 37 komt Rock 'n' Roll High School van Ramones binnen, waarmee de groep voor het eerst een Nederlandse hitlijst haalt. Vijf weken later piekt ie daar op 8, terwijl de Nationale Hitparade hem twee weken #5 gunt. In Muziek Expres en Oor lees ik dat dit dan eindelijk hun Nederlandse hit is: hier had het schrijvende volk op zitten wachten.
Dat de inbreng van de legendarische producer Phil Spector tot de nodige airplay heeft geleid, lijkt logisch. Hij leidt de woeste punk regelmatig naar toegankelijker wateren, maar vlot was Nederland inderdaad niet: al in september '79 haalt deze in het Verenigd Koninkrijk de singlelijst, zij het een uiterst bescheiden 67e positie. Het is dan onderdeel van de gelijknamige film, in 1980 is het nummer vooral onderdeel van End of the Century.

Helaas nog altijd niet via streaming te vinden is de singleversie: die van de videoclip, die begint met een schoolbel en een gitaarakkoord dat wegsterft terwijl de drums inzetten. Het eindigt met pubergejoel en een ontploffing. Op YouTube vond ik trouwens ook deze beelden bij Veronica's Countdown.

Als album is End of the Century wat tweeslachtig. Soms ontzettend pop zoals opener Do You Remember Rock 'n' Roll Radio, als single bij de Britten #54 in april en de met een overdosis Spectorsound overgoten Baby I Love You, dat met z'n violen de enige Britse toptienhit van de groep ooit werd: #8 in januari. Zanger Joey Ramone was dé grote fan van Spector en stond veel toe, waar de anderen er kritischer in zaten. Ook Danny Says appeleert met z'n akoestische gitaar aan een poppubliek.
De oude fans fronsten de wenkbrauwtjes, maar constateerden ook dat de overige acht nummers wél stevig waren of zelfs ouderwets rammen. In die laatste categorie zitten Chinese Rock (in 1977 verschenen op L.A.M.F. van Johnny Thunders & The Heartbreakers), Let's Go, This Ain't Havana en High Risk Insurance.
Het succes in hun thuisland bleef beperkt: géén singlehits (!) en terwijl Pink Floyd er al weken op #1 stond met The Wall, wordt End of The Century met een bescheiden #44 hun best genoteerde langspeler in de VS tot de dag van vandaag. De beloofde punkrevolutie, in 1977 gepredikt, kwam bepaald niet uit. In Nederland trouwens in maart 1980 #27 en in het Verenigd Koninkrijk in februari #14.

Het was niet hun eerste album dat op twee gedachten hinkte: al op hun tweede elpee Leave Home klinkt eenzelfde flirt richting een poppubliek. Dat wordt op End of the Century in dat ene geval op het kleffe af gedaan. Ach, op latere platen zou het soms steviger dan ooit worden: de Ramones kenden een ijzeren werkdiscipline met ups en downs.

Ik ben op reis door new wave en aanverwanten in 1980, afkomstig van skagroep The Selecter. Pas bij deze Ramones besef ik dat dit vrij commerciële album een meedogenloze voorganger kent: livedubbelaar It's Alive. Daarom terug naar 1979 en vervolgens ook naar de soundtrack van Rock 'n' Roll High School, alvorens verder te gaan met 1980.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Selecter - Too Much Pressure (1980) 4,5

29 januari 2025, 15:45 uur

Bij het debuutalbum van mede ska'ers The Specials staan tot vandaag 270 stemmen en 43 berichten. Het debuut van The Selecter verscheen rond diezelfde tijd, maar kreeg op MuMe slechts 54 stemmen en 5 berichten. Mag ik verbaasd zijn? In mijn oren doet Too Much Pressure niet onder voor die van de concullega's.

De productie die ik via streaming hoor, is helder en strak en drie nummers springen er meteen uit: de Britse hit en albumopener Three Minute Hero (#16 in februari 1980), de Brits/Nederlandse hit Missing Words (#23 in het VK in april, in de Nationale Hitparade #32 in april, in de Top 40 #29 in mei) en het titelnummer. De elpee haalde half februari in het VK in de week van verschijning meteen #5, #43 in Nederland in maart.

Ook de overige nummers mogen er zijn. Meestal uptempo, energiek en altijd charmant, zoals de sirene-op-orgel in het intro van Danger, waarin bovendien de straatcultuur in thuisstad Coventry wordt geduid. Met heldere zang legt Pauline Black uit wat er gebeurde: "I was only having some fun, when they come and take me away. They cause disstress and terrible pain. That was in the month of May. Oh danger, when the red light's shining bright. Oh danger, there's gonna be a terrible fight".

En dan is daar het langzamere Black and Blue met een aangrijpende tekst over iemand die zichzelf in de spiegel ziet en besluit dat het anders moet - maar hoe? De peuken zijn op en vrienden komen niet langs.
Met een titel als James Bond zit ik bij voorbaat op het puntje van de stoel en word niet teleurgesteld; het thema van de filmserie is erin verwerkt terwijl "tha killah" wordt gezongen. Vrolijke ska die eventjes minder serieus van thema is.
In het gitaarwerk klinkt wat door van punk: het is strak en stevig, op het simplistische af. Zo is menig gitaarsolo een lijntje dat vier maal wordt herhaald. Maar het wérkt!

Doorbraakhit On My Radio uit 1979 stond niet op de Britse persing, wél op de Nederlandse. En uiteraard op latere verzamelaars en cd-edities.
Vanaf het najaar van 1979 vond ska ook in Nederland een redelijk groot publiek. Too Much Pressure is een heerlijke plaat die, ik herhaal het nog maar eens, niet onderdoet voor albums van genregenoten die in diezelfde tijd verschenen zoals van Bad Manners, The Beat, The Specials of Madness...

Mijn reis door de new wave van 1980 kwam vanaf de debuutelpee van The Specials en vervolgt bij de vijfde van Ramones én hun doorbraak naar een hitgevoelig, singlekopend publiek: Rock 'n' Roll High School.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Specials - Too Much Too Young (1980) 4,5

Alternatieve titel: The Special A.K.A. Live!, 28 januari 2025, 20:30 uur

Bij het album Specials van The Specials ontdek ik dat Too Much Too Young niet onder die naam werd uitgebracht, maar door The Special A.K.A. feat. Rico. Die hitversie is een tikkie vlotter dan op album.

In Nederland en Vlaanderen een hit in maart 1980, in het Verenigd Koninkrijk twee weken #1 in januari-februari plus een hitje rond de jaarwisseling van 2022-2023, toen het er tot #36 reikte. Dan inmiddels wél onder Specialsvlag.

In 2015 verschenen op deze speciale editie van The Specials' Specials. En terecht. Dit is een heerlijk plaatje...

» details   » naar bericht  » reageer  

John Foxx - Metamatic (1980) 3,0

28 januari 2025, 19:30 uur

Dennis Leigh alias John Foxx bracht in 1975 zijn eerste single uit met de groep Tiger Lily, die via enkele naamwijzigingen transformeerde met Ultravox! dat in 1977 twee albums uitbracht en in '78 een volgende, waarbij de uitroepteken uit de groepsnaam is verdwenen. In 'Ultravox' zit de naam Foxx verscholen, een alias dat hij sinds oktober 1976 gebruikt.
De invloed van synthesizers werd per album sterker en met solodebuut Metamatic is niet meer sprake van een hybride synthband, waar deze nieuwigheden worden gecombineerd met conventionele instrumenten. Solo schakelt hij volledig over op de synthesizer. Anders dan zijn oude bandje, waar ene Midge Ure zijn plek innam en de groep meer tijd nodig had voor een nieuw album: Vienna verscheen in juli 1980, Metamatic al in januari dat jaar.

Ter promotie waren daar singles Underpass (#31 in februari in de Britse hitlijst) en No-One Driving (#32 in maart-april).
De koele sferen van de instrumenten stammen goed bij Foxx' stem, maar de melodieën willen niet zo beklijven. Slechts bij opener Plaza, A New Kind of Man en Blurred Girl vind ik het gehele nummer pakkend, bij de overige nummers zijn er weliswaar aangename synthgeluiden, maar als composities niet voldoende om me bij de lurven te pakken. Dat het album half februari #18 haalde, laat echter zien dat menigeen dat anders ervaarde en hierboven staan de nodige berichten waarin de MuMensen dat ook zo beleven.

Op reis door new wave bevind ik me in januari 1980. Ik kwam van de derde van 999; volgende nummer op mijn afspeellijst is Dance Stance van Dexys Midnight Runners, maar omdat ik hun debuut Searching for the Young Soul Rebels al besprak, vervolg ik bij The Special A.K.A. en dat bij het debuut van The Specials.

» details   » naar bericht  » reageer  

999 - The Biggest Prize in Sport (1980) 3,0

28 januari 2025, 17:05 uur

Op reis door new wave van 1980 kom ik van de postpunk van het wat sombere A Certain Ratio bij het vrolijke 999. De groep behoorde tot de eerste golf Britse punk en na twee albums in 1978 volgde op 18 januari 1980 hun derde.
Single Found out too Late was in oktober 1979 vooruitgeschoven en haalde in de Britse lijst slechts #69. Het kwam niet op de U.K.-versie van The Biggest Prize in Sport, dat de albumlijst niet haalde; wél op de Noorse persing te vinden, leert Discogs.

De eerste twee van 999 leunden al sterk op powerpop en dat geldt ook voor deze. Sterker nog: is dit nog wel punk? Vriendelijke melodietjes met scheurende gitaartjes is namelijk de formule en in Trouble een vleugje reggae. Boos is het zeker níét.
Van powerpop houd ik zéker, maar zang en melodieën zijn in dit geval nog eens niet zo pakkend. Hoogtepunten zijn de stoempende opener Boys in the Gang, het springerige Fun Thing, het vlotte titelnummer met z'n hoge koortjes, het vrindelijk rockende Stranger dat wat Beatlesachtig is én het grimmigste nummer van de plaat English Wipeout. Die laatste lijkt in de coupletten wel geïnspireerd lijkt op Steppenwolfs Born to Be Wild.

Je zou de groep kunnen vergelijken met voorgangers als glamrockers Sweet en Mud. Of tijdgenoten The Boys, eveneens van de eerste punkgolf. Of je ziet ze als een voorloper van Weezer, dat veertien jaar later debuteerde met hun "nerdgrunge".
Duidelijk is dat de sfeer meestal van optimisme overloopt, met aan het slot enige dikke knipogen naar jaren '50 rock 'n' roll middels Shake en Boiler. Het lijkt daar bijna op het Status Quo van de jaren '80. In 1995 verscheen het op cd met als bonussen de non-albumsingles. Een 6,5 als schoolcijfer, in drie sterren uitgedrukt, is het resultaat. De hoesfoto vind ik dan weer helemaal geslaagd.

Volgende station op mijn muzikale reis is het solodebuut van de ex-frontman van Ultravox, te weten John Foxx.

» details   » naar bericht  » reageer  

A Certain Ratio - The Graveyard and the Ballroom (1979) 3,5

27 januari 2025, 17:06 uur

De eersteling van A Certain Ratio uit de regio Manchester. Volgens MuMe verschenen via Factory in 1979, volgens Discogs in februari 1980. Waar ken ik die verwarring van? Juist, vorige maand leerde ik bij het debuut van The Durutti Column via dit en latere bericht(en) van enkele kenners hoe het eraan toeging bij het piepjonge Factory, dat in september hun eerste muziek ooit had uitgebracht, single All Night Party van eveneens ACR.
Daarom ga ik ervan uit dat het album eigenlijk al klaar lag aan het einde van 1979, maar door zaken als de fabricage van de diverse oplages niet meteen verscheen. Die hebben ieder een andere kleur; werd ook deze ACR door één of meer leden van Joy Division in elkaar geknutseld? Het verscheen slechts op cassette en niet op vinyl; pas in 1994 op cd, in 2004 was daar dan eindelijk de vinyleditie. Geproduceerd door de befaamde Martin Hannett.

Zoals de titel aangeeft is het album verdeeld in een zijde Graveyard (vernoemd naar de studio) en een zijde Ballroom (live, vernoemd naar de zaal). Sommige nummers staan daardoor zowel op de eerste als op de tweede helft.
Qua muziek klinkt dit als een iets lichtere variant van Joy Division met als voornaamste overeenkomst de fraaie monotone zanglijnen. Houd ik van.
Bij onder meer Faceless en Choir doet de stem van Simon Topping bovendien aan die van David Bowie ten tijde van Low denken, waarbij het gitaarspel en ritme wel wat van funk hebben. Wat zegt u? Nee, FUNK, niet punk, al is die laatste stijl hier eveneens aanwezig op z'n postpunks. Maar de funk maakt dat de overwegend korte nummers nogal eens swingen; heerlijk in vleermuizenjas rondjes draaien op de dansvloer.
Bij de tekst van Crippled Child moet ik bovendien denken aan de verlangende teksten die Morrissey vanaf drie jaar ging delen via The Smiths: "A home, I've always wanted a home (...) of my own, a wife with eyes of green." Zelfmedelijden en verlangen strijden om voorrang. Onverwacht is de trompet die opduikt in The Fox, bespeeld door Peter Terrell; ja, dit ACR was alwéér een eigenwijs bandje in de periode eind jaren '70, begin '80.

Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave kwam van single White Mice van Mo-dettes en vervolgt bij de derde van 999, in januari 1980 verschenen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Throbbing Gristle - 20 Jazz Funk Greats (1979) 3,0

23 januari 2025, 21:25 uur

De vier van Throbbing Gristle zijn degenen die eigenhandig het genre industrial uitvonden en in 1977 op vinyl debuteerden met het grauwe, zware The Second Annual Report, een jaar later gevolgd door het al even avant-gardistische D.o.A. The Third and Final Report , waarop werd begonnen met de mogelijkheden van elektronica te verkennen.
De soundscapes / composities / experimenten zijn ernstig van aard en meestal een aardige aanslag op de trommelvliezen dankzij de nodige zware geluiden. Industrial! Dat het viertal niet van humor is gespeend, bewijst het met de hoes en titel van 20 Funk Jazz Greats, waarop ze misleidend staan afgebeeld als was dit een folk-/zanggroep á la The (New) Seekers.

Desondanks is dit album uit december 1979 hun meest toegankelijke tot dan toe. Deze keer richten ze zich volop op digitale, elektronische geluiden, als was dit het laboratorium van namen als Brian Eno, Giorgio Moroder, Gary Numan, The Human League en Orchestral Manoeuvres in the Dark. Bovendien houden ze de nummers kort, met Persuasion als lange uitschieter.
Soms is het tot dromerig toe zoals in Exotica en Walkabout; op Hot on Heels of Love is het dankzij een sequencer zelfs dansbaar, zij het vrij monotoon. Op What a Day en Six Six Sixties wint de rauwheid het dan weer, dankzij geschreeuwde vocalen of vervormde synths.

De live-opvolger Heathen Earth uit 1980 bevat meer zwaardere kost. Maar aan dat album van het kloppende kraakbeen ben ik nog niet toe tijdens mijn reis door new wave en aanverwanten: Ik was bij het debuut van Adam and the Ants en vervolg bij de debuutsingle van Mo-dettes, later als bonustrack verschenen op hun enige album.

» details   » naar bericht  » reageer  

Adam and the Ants - Dirk Wears White Søx (1979) 3,5

Alternatieve titel: Dirk Wears White Sox, 22 januari 2025, 17:52 uur

Een mij onbekend album van Adam & The Ants, wat me in 1979 en de jaren erna nooit is opgevallen. Toch belandden al in 2006 en '07 hier op MuMe de nodige berichten over Dirk Wears White Sox, waarbij het gesprek ging over de originele hoes en de (oorspronkelijke) bandnaam: Antz of Ants?

Inmiddels is er het gezaghebbende Discogs, dat meldt dat het album op 30 november 1979 verscheen bij het Britse Do It Records met de zwart-witfoto van de dame op de rug gezien en de groepsnaam als 'Ants' gespeld, zie hier. Dit geldt eveneens voor deze variant die op dezelfde dag verscheen en hetzelfde geldt voor hun heruitgaven van 1980 en '81.
In 1983 werd het album door CBS (VK) en Epic (VS) uitgebracht met een foto van de frontman op de hoes, waarbij de naam nog altijd als 'Ants' werd weergegeven. Dat geldt ook voor hun cd-heruitgave van 1992.
Voor de cd-heruitgave van 2004 keerde men terug naar de oorspronkelijke hoes met de dame erop; de groepsnaam opnieuw met een 's' gespeld.
Waar komt dan de hoes vandaan die MuMe toont, waar ik wel degelijk 'Antz' lees? Het is me vooralsnog een raadsel. Gezien de oorspronkelijke uitgaven denk ik dat MuMe er goed aan doet om de groepsnaam ook hier met een 's' te spellen. Tijd om een correctie in te dienen? Iemand die meer weet, wellicht indiener van dit album aERodynamIC?

Over de muziek op dit naar acteur Dirk Bogarde verwijzende album: hier klinkt nog niet de dubbele percussie / Burundi drums waarmee ik de groep via hun hits in 1980 leerde kennen. Wel muziek in de voetsporen van punk, waarmee de voor die jaren gebruikelijke benaming new wave toepasselijk is. Wie het postpunk wil noemen slaat eveneens de spijker hard op den kop.
Zonder uitzondering aardige liedjes, die me evenwel nooit écht pakken. Car Trouble bestaat uit twee delen, Digital Tenderness heeft een fel gitaarriffje, melancholie klinkt in Nine Plan Failed en Siouxsie-achtige gitaren maken The Day I Met God lekker vlot. Mijn favoriet is Catholic Day over de moord op J.F. Kennedy met marsmuziek in het intro, maar de weemoed van Never Trust a Man (With Egg on His Face) mag er ook zijn en de verwijzing in de reggaerock-met-mondharmonica van Family of Noise naar She Loves You van The Beatles is grappig.
Het uptempo The Idea dat de originele plaat afsluit is een fraai voorbeeld van wave ná punk, met een verhaal over een bezoek aan de dierentuin. Frontman en liedschrijver Adam Ant is er zo van onder de indruk dat hij er bijna gelovig van wordt...

Op streaming vinden we de bonussen van de heruitgave van 2004 met de muziek van twee singles en een 12-inch. Hier en daar (koortjes, drukke percussie) klinken vooruitwijzingen naar de hitgroep die Adam & The Ants in 1980 zo plotseling zou worden.
Een amusant album in mijn queste waarin ik, bij mijn afspeellijsten met new wave, de albums achter die afzonderlijke tracks aan het ontdekken ben. Het vorige station was het debuut van het avant-gardistische Cabaret Voltaire en meer in die smaak klinkt op de derde van Throbbing Gristle, enkele dagen na deze van Adam and The Ants verschenen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Cabaret Voltaire - "Mix-Up" (1979) 3,0

21 januari 2025, 19:26 uur

Waar punk en new wave vanaf 1975 een nieuwe wind door de popmuziek deden waaien, ontwikkelden zich parallel daaraan groepen en collectieven die gráág experimenteerden met geluiden en liedstructuren. Uit Sheffield kwam Cabaret Voltaire, een groep voor een selecte groep fijnproevers.

Op "Mix-Up" wordt de nodige huiskamervlijt met electronica gecombineerd met al dan niet vervormde stemmen, vervormde gitaren en primitieve drumcomputers. Interessant is het zeker, maar ik ben teveel een liedjesman om hier enthousiast van te worden. Melodieën zijn namelijk niet zo belangrijk, resulterend in sferen die net zo kil-grijs zijn als deze januarimaand tot dusver.
Gelukkig voor mij duren de nummers niet extreem lang en ook als album houden de vier het op een keurige 43 minuten. Soms met drumcomputer, maar met Haydn Boyes Weston is ook een menselijke drummer aanwezig.

Neemt niet weg dat dit interessant én baanbrekend was, muzikaal ergens tussen Throbbing Gristle en Joy Division in. De bescheiden drie sterren die ik geef, komen dus vooral door hun vooruitstrevendheid met als favo's No Escape en Fourth Shot.
Mijn muzikale reis door new wave en aanverwanten kwam vanaf de tweede PiL en omdat ik Flex van Lene Lovich al eerder besprak, beland ik bij Adam & The Ants, nog vóórdat deze met hun herkenbare dubbele drumstel aan de weg timmerden: het album Dirk Wears White Sox.

» details   » naar bericht  » reageer  

PiL - Metal Box (1979) 2,5

Alternatieve titel: Second Edition, 21 januari 2025, 17:19 uur

De tweede van PiL ging bij verschijning in november 1979 behoorlijk geruisloos langs mij heen. Deze puber was afhankelijk van radio. Daar was de geoormerkte omroep voor dit soort muziek de VPRO, toen echter nog een miniomroepje met de C-status, waar de andere alternativo's VARA en KRO hun uitzendtijd voor dit soort muziek tot de avonduren beperkten en in mijn beleving andere namen belangrijker vonden. Maar wie weet, was daar wél aandacht voor PiL en was ik er simpelweg niet rijp voor.

Meer nog dan op PiL's voorganger verwijdert John Lydon zich hier van de muziek van Sex Pistols, die tegelijkertijd - 1979 - nog altijd de Britse hitlijst haalden met singles van hun tweede worp The Great Rock 'n' Roll Swindle.
Zuchtend heeft Lydon hen de rug toegekeerd: hij wilde vooral verder en had al helemaal geen zin in de commerciële plannen van manager Malcolm McLaren. Dat doet Lydon op een album vol onderkoelde, repetitieve en alternatieve rock, onder meer geholpen door het bassende talent Jah Wobble. Een naam die ik in de jaren daarna wel degelijk in de avonduren bij VPRO (Bram van Splunteren was daar mijn gids) zou tegenkomen.
Dat betekent echter niet dat ik enthousiast ben over dit album. Te vaak duren de zich herhalende riffs / thema's te lang, zoals in opener Albatross met zijn dikke tien minuten. Wel pakkend is het daaropvolgende Memories, waarop Lydons stem weer heerlijk de lucht in schiet en de productie aangenaam onderscheid aanbrengt tussen koele en warmere andere delen. Bijna had ik 'coupletten en refreinen' geschreven, maar zulke structuren worden zoveel mogelijk vermeden.

Toch vind ik slechts twee nummers écht goed: Careering dankzij de dreigende synths en bassende dublijnen en het licht neurotische, instrumentale The Socialist, mede door de synthbliepjes van tevens gitarist Keith Levene en de stuwende percussie van Richard Dudanski. Het nummer doet enigszins denken aan de stijl van Devo.
En los van hoe de muziek bij mij binnenkomt: prijzenswaardig is de vernieuwingsdrang van Lydon en zijn kompanen, waarmee de frontman opnieuw een waardig volgend hoofdstuk in zijn discografie schreef.

Mijn reis door new wave blijft nog even in het zeer creatieve én productieve 1979. Ik kwam van het debuut van de net-zo-eigenwijze-maar-dan-anders The Soft Boys. Omdat ik Reproduction van The Human League al eerder besprak, beland ik bij het debuut van Cabaret Voltaire.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Soft Boys - A Can of Bees (1979) 4,0

21 januari 2025, 13:33 uur

Op reis door new wave kom ik bij dit tot vandaag berichtloze debuut van The Soft Boys met bovendien slechts twaalf stemmen. Dankzij streaming komt dit voorheen obscure plaatje bij een groter publiek beschikbaar. Onbekend maakt onbemind, wat in het geval van A Can of Bees bepaald onterecht is. Dankzij muziekmaatje Edo leerde ik de groep kennen.

De alternatieve popwereld van Engeland in 1979? Punk is qua populariteit en nieuwswaarde over zijn hoogtepunt heen; de muziekpers heeft het hoofdzakelijk over new wave, waarvoor in 2025 vooral de term postpunk wordt gebezigd. De zes heren van The Soft Boys uit Cambridge maken op dit album alternatieve gitaarmuziek, zij het heel anders dan die van tijdgenoten, groepen als Magazine, Wire en The Fall. Op A Can of Bees klinkt muziek die we tegenwoordig onmiddellijk als indie herkennen.
Opener Give It to the Soft Boys scheurt stevig op z'n psychedelische blues, alsof dit 1999 is; bij The Pigworker is het met de funkrock alsof je een blauwdruk van Red Hot Chili Peppers hoort inclusief jankende gitaarsolo; en in de melancholie van Human Music klinkt iets van folk of Steve Harley, muziek uit de eerste helft van de jaren '70. Het is mijn favoriet van deze plaat.
Het zijn gevarieerde stijlverschillen binnen de veelal scheurende gitaarmuziek, waarbij dit als een voorloper van menig alt. gitaargroep van de latere jaren '80 en daarna klinkt. The Soft Boys waren hun tijd vér vooruit en schreven bovendien sterke composities.

Mijn andere grote favoriet is The Rat's Prayer, mede dankzij het slot waarin als surprise koortjes in jaren '60-sfeer klinken, de psychedelische sfeer benadrukkend. En dat zonder in ellenlange improvisaties te belanden: de nummers blijven vrij kort en bondig met in totaal elf nummers, waarbij ook het van een lang intro voorziene Do the Chisel met aan het slot kort zang. Verrassend dat dit uit 1979 stamt.

Mijn vorige halte was de tweede van Devo, de volgende wordt de tweede van PiL.

» details   » naar bericht  » reageer  

Devo - Duty Now for the Future (1979) 3,5

20 januari 2025, 22:41 uur

De tweede van Devo verscheen in juni 1979 met de fraaie titel Duty Now for the Future. Het bevat net als het debuut dat eigenwijs-drukke, bijna neurotische geluid van de groep. Als een volkslied klinkt de instrumentale opener Devo Corporate Anthem, waarna de knijpzang van Mark Mothersbaugh met drukke, stevige new wave het overneemt.
Hoogtepunten zijn het volgende instrumentale Timing X, Blockhead met z'n grommende bas en dansende toetsen, vergelijkbaar met wat The Stranglers in 1981 deden met The Meninblack. En Strange Pursuits klinkt dan als science-fiction wave, ware het muziek bij een tv-serie uit die jaren.

Op kant 2 is Triumph of the Will als een vocaal vervolg op hun anthem. Dit met nadruk op de toetsen, waarna een beschaafd scheurend gitaartje The Day My Baby Gave Me a Surprise ondersteunt. De sfeer van prettig gestoorde nervositeit blijft, typisch voor de stijl van Devo. Zoals in Secret Agent Man, als de soundtrack bij een komische spionagefilm die zich afspeelt in de jaren '50 en '60 van de vorige eeuw.

Gekanaliseerde gekte met talloze frisse ideeën. Probleem is dat het wat steriel klinkt, of is het juist messcherp geproduceerd? Want tegelijkertijd vormt dit de kracht van Devo. Als een heel album iets teveel van het goede voor mij. Zoals anderen beschreven, kreeg de Europese editie een andere hoes, te weten deze.
Geen hitsingles, wél albumsucces voor Duty Now for the Future. In het Verenigd Koninkrijk haalde de plaat #49, in hun eigen VS #73.

Mijn reis door new wave van 1979 kwam van Squeezing Out Sparks van Graham Parker and the Rumour en vervolgt bij het debuut van The Soft Boys.

» details   » naar bericht  » reageer  

Graham Parker and the Rumour - Squeezing Out Sparks (1979) 3,5

17 januari 2025, 11:13 uur

Wat vervelend dat mijn streamingdienst niet alle nummers van Squeezing Out Sparks van Graham Parker and The Rumour wil afspelen! Heeft vast iets met de rechten te maken, al is ook dat verwonderlijk: alle nummers werden door Parker geschreven.

Hoe dan ook, dankzij YouTube kan ik het volledige album draaien, al blijft het jammer dat mijn grote favoriet, opener Discovering Japan, "grijs" is op mijn streamingdienst en dus niet in mijn afspeellijst met new wave kan.
Puntige gitaarliedjes met de gedreven, bijtende stem van Parker en zijn betrouwbare begeleidingsgroep, die in het jaar ervoor bovendien hun tweede album zonder Parker had uitgebracht. Dat de laatste zo tijd kreeg om nieuwe liedjes te schrijven, blijkt op dit sterke album waar inderdaad vonken worden uitgeperst.
Andere hoogtepunten: Local Girls, Nobody Hurts You, het felle Saturday Nite is Dead, Waiting for the UFO's en livebonus Mercury Poisoning met een heerlijk orgeltje op z'n Elvis Costello's.
Die bonus is afkomstig van de cd-editie uit 2001, waar als tweede extraatje een cover van I Want You Back van The Jackson 5 staat. Verrassende keuze die goed uitpakt.

Hitsingles wist Parker hiermee niet te scoren, maar als album haalde het in de eerste week van april 1979 #18 in de Britse albumlijst. Wellicht kom ik ook ooit nog de 2cd Squeezing Out Sparks & Live Sparks uit 1996 tegen met daarop veel meer livemateriaal. Voor het originele album geef ik een 7,5 als schoolcijfer.

Ik ben bezig aan een ontdekkingsreis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave en aanverwante muziek. De tocht kwam van industrial klanken van Throbbing Gristle en vervolgt bij de tweede langspeler van het Amerikaanse Devo.

» details   » naar bericht  » reageer  

Throbbing Gristle - D.o.A. The Third and Final Report (1978) 2,5

17 januari 2025, 09:05 uur

Alsof je de soundtrack bij een expositie hoort. Waar het op voorganger The Second Annual Report was alsof die expositie in een hoogoven plaatsvond, krijg ik in opener I.B.M. het idee dat ik een modem word ingezogen.
Welkom in het digitale tijdperk van 1978, waar geluidscollages klinken met gitaar, elektronica en vervormde stemmen, soms gesproken en soms geschreeuwd. Daarbij is ook een heel gesprek mogelijk, zoals Valley of the Shadow of Death bewijst.

Ik kom hier omdat ik afspeellijsten maak met new wave en deze industrial ook daartoe reken. Maar hier geen liedjes en al helemaal niet met coupletten en refreinen. Het dichtst in de buurt daarvan komt het instrumentale AB/7A met zijn synthesizerloop en kristallen sterrenregen. Plus United, dat zó is versneld dat het nog maar zestien seconden duurt én afsluiter Blood on the Floor, dat klinkt alsof het uit de oefenruimte van Joy Division komt en 66 seconden lang is.
Interessant overigens wat ik aan audioapparatuur in de kast op de hoes zie staan. Het mag soms digitaal klinken, in 1978 was de wereld nog vooral analoog...

Ik bevind me op een inhaalmissie van newwavealbums van vóór 1980, muziek voor mijn afspeellijsten met het beste daarvan. De vorige was On the Other Hand There's a Fist van Jona Lewie, de volgende is van Graham Parker & The Rumour: Squeezing Out Sparks uit 1979.

» details   » naar bericht  » reageer  

Jona Lewie - On the Other Hand There's a Fist (1978) 3,0

16 januari 2025, 23:53 uur

Muzikale uitersten: op reis door new wave en aanverwanten kom ik van de eerste industrial ooit (Throbbing Gristle) bij doe-het-zelver Jona Lewie.

Een man met een uitgebreide muziekcarrière in de dagen vóór punk, door het onafhankelijke label Stiff in de stal opgenomen. Zijn debuut bij hen was dat met de heerlijke titel On the Other Hand There's a Fist. Hierboven staat beschreven dat het album nadien in uitgebreidere edities verscheen. Dit na de oorspronkelijke uitgave van 13 oktober 1978 (ja ja, een vrijdag de dertiende...). Ik beperk me echter tot dat jaar.
In 1978 bleef de naam van Lewie een onopvallende naam in Nederland. Eigenlijk een bescheiden wonder dat hij nadien überhaupt hits scoorde, gezien de eigenwijze synthpop, soms met drums en soms met primitieve, eerste generatie drummachine ondersteund.

Tegelijkertijd klinkt hier heerlijk eigenwijze synthesizer-/piano-/orgelpop, want zo zou je het ook kunnen noemen. En met Hallelujah Europa was hij Europapa van Joost Klein mooi 46 jaar vóór. Meest pakkend vind ik Vous et Moi, met Lewies kenmerkende lichte stem, synthesizer en dameskoortje. Dat Lewie veelvuldig uit de popgeschiedenis graait is eveneens aangenaam, zoals de pianoblues in I'll Get By in Pitsburgh.

Volgende halte in mijn reis door wave: meer industrial van Throbbing Gristle op het eveneens in 1978 verschenen D.o.A. The Third and Final Report.

» details   » naar bericht  » reageer  

Throbbing Gristle - The Second Annual Report (1977) 3,0

16 januari 2025, 23:14 uur

En dit is dus het begin van industrial? In ieder geval geen muziek die je des morgens opzet om lekker op mee te zingen bij het douchen. Dystopische soundscapes, als zijn we op een plek waar metaal, hoogovens, fijnstof, zwart roet en grijs beton overheersen.

Ik kom hier op reis door new wave, waarbij ik mijn afspeellijsten met muziek in die stroming in de breedste zin des woords volg. Hiertoe reken ik ook industrial, waardoor de queste mij leidt vanaf het debuut van de Pretenders naar dit The Second Annual Report. Op streaming te vinden in de heruitgave uit 2008 genaamd Thirty-Second Annual Report.
Muziek waar maatje JeKo waarschijnlijk meer mee kan dan ik. En dat weten we van elkaar, daarom is het leuk om bij onze bezoeken aan musea en platenzaken binnen die interesses grote verschillen te hebben. Ik beleef dit album als één groot experiment, een bijzondere, zij het verre van gemakkelijke kunstexpressie. Ongelooflijk dat dit uit 1977 komt.
Zoals Ataloona hierboven treffend verwoordde: "Een bijeenraapsel van vage electronics, geluiden die ze zomaar zijn tegen gekomen, vervormde gitaren en fragmenten van live-optredens". Bovendien zijn daar de vervormde spreekstemmen, zoals in Slug Bait.

Tsja, dan wil ik hier een waardering aan hangen... Voor durf, originaliteit ende lef vijf sterren, voor de pakkendheid één en gemiddeld is dat drie sterren. Hartstikke arbitrair, ik weet het, schiet mij maar lek. JeKo, hoeveel sterren van jouw kant?

De volgende halte op mijn queste is van geheel andere koek: On the Other Hand There's a Fist (1978) van een eveneens eigenwijze kunstenaar genaamd Jona Lewie.

» details   » naar bericht  » reageer  

Pretenders - Pretenders (1980) 3,5

16 januari 2025, 22:34 uur

Na enkele weken pauze vervolg ik mijn reis door het land van new wave. Mijn vorige album was het debuut van The Durutti Column en mijn volgende stamt eveneens uit januari 1980.

Single Brass in Pocket van de Pretenders betrad in februari 1980 de Nationale Hitparade. In mijn herinnering destijds te vaak gehoord op Hilversum 3, waar het kennelijk een favoriet was bij zowel de alternatievere (KRO, VARA) als de commerciëlere omroepen (AVRO, TROS).
Net zo tot vervelens toe las en hoorde ik het verhaal dat de Amerikaanse Hynde in Engeland als rockjournalist was begonnen en zo haar kennis van de muziekwereld had opgedaan, alvorens in Londen zelf een groep te beginnen.
En de hit? Noch met de melodie, noch met de muziek, noch met de stem van frontvrouw Chrissie Hynde kon ik iets. Bovendien was ik in lichte verwarring: waar media dit bij new wave indeelden, beleefde ik dit vooral als saaie poprock, ook al gezien het uiterlijk van de groepsleden, waarvan één een vetkuif á la de heren van Stray Cats had. En 45 jaar later?

Het staat op het titelloze debuut, verschenen op 11 januari 1980. Op kant A zeven, op kant B vijf nummers, waarvan A de steviger helft is; zoals de felle opener Precious, die ik destijds wél waardeerde - opgenomen van de VARA-radio. Extra opvallend is het inventieve gitaarwerk van James Honeyman-Scott, ondersteund door de slaggitaren van Hynde.
Zo zitten er leuke details in het vreemdsoortige The Phone Call en is het instrumentale Space Invader een pakkende aanloop naar The Wait. Een combinatie van traditionelere (pub)rock met frisse scheutjes punk. Ook is de tekst van Tatooed Love Boys over plastische chirurgie verrassend actueel.

Vanaf Stop Your Sobbing van Ray Davies van The Kinks, gestoken in jaren '60 wall of sound, wordt het echter kalmer en traditioneler. Al is de reggae in Private Life herkenbaar uit die periode - vergelijkbaar met wat Fischer-Z en The Police deden. Goed gedaan, waarbij Hyndes stem goed past, al duurt het me met z'n dikke zes minuten te lang. Pretenders sluit af in de felle stijl van kant A met het uptempo Mystery Achievement.
Britse wave begon door te dringen tot de Amerikaanse verkooplijsten. Twee weken vóór The Clash en London Calling betraden Pretenders het Amerikaanse Billboard en overtroffen het succes van die klassieker. De single (daar Brass in Pocket (I'm Special) gedoopt) reikte er tot #14, het album haalde er in juni #9.
Een knappe prestatie, ik geef het graag toe. Als liefhebber van felle gitaarliedjes bevalt de helft van hun debuut mij goed, het laat zich raden dat het gros van de mensen daar positiever in zit.

Mijn reis door new wave vervolgt en omdat ik - wederom - ontdekte dat ik enkele albums had gemist, moet ik terug naar 1977, voordat ik verder kan met 1980. Op naar het debuut van Throbbing Gristle, waar ik me ver buiten mijn comfortzone begeef.

» details   » naar bericht  » reageer  

Grand Slam - Wheel of Fortune (2024) 3,5

15 januari 2025, 17:43 uur

Het tweede officiële studioalbum van Grand Slam, de groep ooit door Phil Lynott (Thin Lizzy) en Mark Stanway opgericht en in 2019 dankzij gitarist Laurence Archer uit de as herrezen voor Hit the Ground.
Op de opvolger geen grote verwijzingen naar Lynott of Lizzy, afgezien van de twingitaarlijnen van de lekkere opener There Goes My Heart. Archer speelde in 1992 bij UFO en wat betreft de melodieuze hardrock van Grand Slam zou je ook een vergelijking met die groep kunnen maken, of de hardrockplaten van Gary Moore.

Grote verschil is echter de vrij zware stem van Mike Dyer, die weliswaar gezegend is met een rauw randje maar tegelijkertijd spanning mist - in mijn beleving, zeg ik er nederig bij. Tegelijkertijd kan Archer volop ouderwets schitteren met afwisselend melodieus of flitsend gitaarwerk, dankzij de solide basis van nieuwe bassist Rocky Newton en drummer Benjy Reid. Lekkere gitaarlijntjes bijvoorbeeld in Trail of Tears, heavy én swingend is het in Pirate Song en vooral het beschouwende en gevarieerde Afterlife valt op.

Het leidt tot een aangenaam album dat evenwel toch iets mist: een compositie die er qua melodie uitspringt. Zo'n nummer dat echt wat extra's heeft. Wat langskomt is desondanks zonder uitzondering degelijk en aangenaam, leidend tot een wat saaie 7,5 als schoolcijfer. Vooral een plaat voor de fanatiekere gitaarliefhebber, eentje die bovendien lekker vet is geproduceerd, mede dankzij (Nederlander?) Pieter Rietkerk.

2 maart staat Grand Slam in Tilburg in het voorprogramma van Saxon. Eens kijken hoe mijn agenda er dan uitziet, nieuwsgierig ben ik namelijk wél.

» details   » naar bericht  » reageer  

Grand Slam - Hit the Ground (2019) 4,0

14 januari 2025, 17:54 uur

In 2019 miste ik dat gitarist Laurence Archer het voortijdig gestopte Grand Slam nieuw leven had ingeblazen. De groep die Phil Lynott ná zijn dagen met Thin Lizzy startte, actief in 1983 en '84. Gestopt omdat men er niet in slaagde een platencontract te versieren. Aan de kwaliteit van de muziek lag dat niet, wel aan de onbetrouwbare reputatie die de frontman inmiddels had opgebouwd als heroïneverslaafde. Pas vorige maand ontdekte ik de comeback via dit Hit the Ground toen ik deze box besprak.
Dan snap ik dat Archer zovele jaren later vond dat het werk nogmaals onder de aandacht moest worden gebracht. Aangevuld met een enkel nieuw nummer, waarbij de snarenracer in de sterke opener Gone Are the Days en de instrumentale (bonus)afsluiter Grand Slam laat horen bovendien gevoel te hebben voor melodie en lange noten, inclusief het gebruik van een Spaanse gitaar. Het album heeft zo de stijl van de Britse hardrock van begin jaren '80, vastgelegd in de spetterende productiestandaard van 2019.

Hobbel die dan moet worden genomen: wie zet je bij de microfoon? Wie moet de kenmerkende dictie en herkenbare stem van Phil Lynott gaan vervangen? De keus viel op ene Mike Dyer, die weliswaar een prima stem heeft, maar mij niet zo kan raken als Lynott deed en doet. Neemt niet weg dat deze bezetting van Grand Slam met bassist Dave Boyce en drummer Benjy Reid zich met verve van hun taak kwijt, lenig zowel het oude als het recentere werk vertolkend.
In dit Grand Slam zit geen vaste toetsenist: ten opzichte van toen is toetsenist en medeoprichter Mark Stanway er niet meer bij. Ik las op internet dat een teleurgestelde fan daarom vond dat dit geen Grand Slam mag heten. Daar is Stanway het niet mee eens, blijkens zijn bescheiden gastbijdragen op een vijftal nummers; ik mis op deze voluit hardrockende gitaarplaat diens destijds dominante bijdragen niet.

Fraai is ook de loom swingende ballade Long Gone, die zich prima kan meten met de muziek en teksten van Lynott uit de jaren '80 (Nineteen, Military Man, Dedication, Sisters of Mercy en Crime Rate).
Bij verschijnen in november 2019 plaatste Classic Rock een uitgebreid interview met Archer over het album, die daarbij inging op de afzonderlijke tracks en hun historie; zie hier. In 2024 herverschenen als Hit The Ground - Revised met een track extra.

Kortom, lekker album, maar zo intens als Lynott destijds kon roepen naar zijn moeder in Sisters of Mercy ; dát lukt Dyers niet. Valt er desondanks nog altijd véél te genieten, wat is die Archer een klasbak op de zes snaren... Vorig jaar verscheen opvolger Wheel of Fortune, komende 2 maart is Grand Slam in Tilburg als voorprogramma van Saxon te zien.

» details   » naar bericht  » reageer  

Stampede - Hurricane Town (1983) 3,5

14 januari 2025, 00:18 uur

Omdat ik laatst een cd-box van Grand Slam aanschafte, de groep die Phil Lynott na het stoppen van Thin Lizzy startte, kwam ik bij Stampede terecht. Dit is namelijk het albumdebuut van gitarist Laurence Archer, zoals de waarde Sir Spamalot hierboven reeds elf jaar eerder beschreef.
In de rockregisters wordt dit debuut van het Britse Stampede tot de New wave of British heavy metal gerekend, waarbij het tot de melodieuzere variant daarvan behoort. Prima nummers met soms een vleugje Thin Lizzy (de twingitaren in opener I've Been Told), het flitsende gitaarspel van Laurence en de degelijke, zij het ook wel vrij doorsnee vocalen van Rueben Archer.

Het levert een aardig album op, dat mij desondanks nergens bij de lurven grijpt. Hurricane Town laveert tussen heavy metal (zoals in The Runner) en aor (Love Letters). Bij dat laatste genre spelen de klavieren van gasttoetsenist Mark Stanway (in diezelfde dagen actief bij de melohardrockers van Magnum) een belangrijke rol.
Het werk dat Laurence Archer nog in datzelfde 1983 bij Grand Slam (opnieuw met Stanway) en UFO (High Stakes and Dangerous Men uit 1992) opnam is echter spannender dan deze Stampede.
Tegenwoordig is hij weer actief onder de vlag van Grand Slam, dat in 2019 met Hit the Ground terugkeerde.

» details   » naar bericht  » reageer