Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026
Future Islands - From a Hole in the Floor to a Fountain of Youth (2026) 4,0
gisteren om 21:03 uur
Future Islands ontdekte ik in 2015 toen zanger Samuel Herring over een afzetting sprong op een Nederlands festival, beelden die viraal (?) gingen en mij bereikten.
Een triviale kennismaking wellicht, maar daarachter bleek een fijne synthpopgroep te opereren.
Het eerste nummer dat ik van hen hoorde was Seasons, dat echter op From a Hole in the Floor to a Fountain of Youth ontbreekt.
Toch is met deze verzamelaar een fraai overzicht gemaakt. Future Islands heeft een herkenbaar geluid en de band schrijft bovendien pakkende liedjes. Wie beweert dat het retromuziek is, heeft gelijk. Popstructuren met coupletten en refreinen, niks bijzonders. Alsof Human League of Ultravox of Depeche Mode of Soft Cell er een bondgenoot bij kregen. Tegelijkertijd neemt Future Islands een eigen plek in met warme liedjes vol rijke melodieën en sfeervolle geluiden.
Ten opzichte van die namen zijn we inmiddels veertig jaar verder en is Future Islands alweer twintig jaren onderweg. Laat onverlet dat slechts één ding telt: mooie liedjes zijn mooie liedjes.
» details » naar bericht » reageer
Alan Vega - Collision Drive (1981) 2,5
afgelopen vrijdag om 08:59 uur
Amerikaanse new wave in 1981. Ik zit even in een konijnenhol kennelijk, want na The Wigs die stevig uit de beat van vroege jaren '60 putten, is hier Alan Vega die veel inspiratie vindt in de rock 'n' roll van de jaren '50.
Anders dan zijn vorige album met Suicide is dat de electronika is verdwenen, de drums zijn fysiek. Ook foetsie zijn de experimenten met geluidseffecten. Daarvoor in de plaats klinkt doenkende rock 'n' roll, monotoon gezongen in een wolkje echo en bij elkaar een bijna hypnotiserend effect hebbend. Hierbij een nieuwe versie van Ghost Rider, oorspronkelijk op Suicides debuut.
Een dame met de naam Magdalena krijgt maar liefst twee liedjes met haar naam in de titel, te weten opener Magdalena 82 en Magdalena 83. In Rebel klinkt een mondharmonica.
Uitzonderingen op de hoge tempo's zijn het kalme I Believe en de dikke twaalf minuten van slotnummer Viet Vet, waar opnieuw monotonie en rauwe zang domineren.
Is dit leuke muziek? Dát is zoals altijd uiteindelijk een kwestie van smaak. Het eerste bericht bij dit album vertelt kort en krachtig hoe iemand erdoor werd gegrepen, mooi verteld! De melding van deric raven dat dit mogelijk van invloed was op het latere Sigue Sigue Sputnik snijdt hout. Maar geniet ik ervan? Er is weliswaar de eigenwijsheid van de muziek, maar deze monotone gerecyclede rockabilly is niet mijn kopje thee. Misschien is dat voor anderen juist een aanbeveling.
Mijn reis door new wave vervolgt. Ik ben in de laatste maanden van 1981. Op mijn afspeellijsten staan volgende singles van albums die ik eerder besprak, te weten Colours Fly Away van Wilder van The Teardrop Explodes en Good Year for the Roses van Almost Blue van Elvis Costello & The Attractions. De volgende halte wordt daarom de elpee Joy van de Schotse Skids.
» details » naar bericht » reageer
The Wigs - File Under: Pop Vocal (1981)
afgelopen vrijdag om 08:45 uur
Van Minneapolis en punk van The Replacements naar Milwaukee en The Wigs. Nooit van gehoord, totdat onlangs maatje Edo mij tipte. In 1981 brachten ze hun enige album uit, File Under: Pop Vocal genaamd.
Hier klinkt powerpop: uiterst melodieuze, energieke gitaarliedjes met de nodige meerstemmige zang. De wortels stevig in vroege jaren '60 beat en rock 'n' roll. Op sommige nummers schemert rock 'n' roll stevig door, te weten First Time en Tijuana, waar echo's van bijvoorbeeld I Saw Her Standing There van The Beatles klinken.
Popular Girl is - toch wel verrassend voor powerpop - een ballade te zijn met akoestische gitaar, het sluit kant 1 af.
Kant 2 opent met de rollende toms van Mony, Mony en ook What I Got houdt het uptempo, waarbij kort een blazerssectie meespeelt. Iets kalmer is pareltje It's Over, waarna het weer steviger wordt. Van de laatste nummers is You Say Ono mijn favoriet dankzij vinnig drumwerk en pakkende koortjes.
Koeklen leert dat de plaat in hun regio een succes was, maar omdat The Wigs reeds kort na verschijnen van de plaat uit elkaar vielen, was de naam spoedig met stof bedekt. Een doorstart in 1984 zakte spoedig door de hoeven, wel proberen enkele leden het nog in Los Angeles en duikt hun muziek op in de film My Chauffeur uit 1986, waarvan hier de trailer. Ook dat baatte niet. In 2009 verschijnt File Under: Pop Vocal op cd met twee bonusnummers.
NB Mijn streamingdienst geeft aan dat er nóg een The Wigs is/was. Uit Vlaanderen, hun albums heten Beste Vrienden, Wakker Geschud en Dance with Me. De kans op verwarring lijkt me echter niet zo groot... Wie meer wil weten over de Amerikaanse groep, kan terecht bij Shepherd Express.
Ik beluister de albums uit de wondere wereld van new wave en ben momenteel in 1981. Opnieuw een Amerikaanse naam, door naar de tegendraadse rock 'n' roll van Alan Vega, voorheen bij de groep Suicide.
» details » naar bericht » reageer
The Replacements - Sorry Ma, Forgot to Take Out the Trash (1981) 3,5
afgelopen donderdag om 20:08 uur
The Replacements is een naam die ik vaak las maar waarvan ik nooit muziek hoorde. Het beeld dat ik had is dat van een wat intellectuele groep uit Minneapolis. Op reis door de new wave van 1981 - de vorige halte was Movement van New Order - is daar de eerste kennismaking en die valt anders uit. Een luide plaat waarvan ik vermoed dat ie live - in takes - in de studio is opgenomen.
Op Sorry Ma, Forgot to Take Out the Trash maakt de groep punk met enkele opvallende melodieuze elementen. Zo zitten in opener Takin' a Ride en het daarop Careless zingende gitaarlicks die doen vermoeden dat dit meer was dan een poging om in de stijl van Ramones te spelen. Customer ruikt dan weer naar de dan opkomende intensere hardcorepunk en heeft een vrij lange gitaarsolo. Het felle Otto eindigt onverwacht met blues, I Bought a Headache met publieksgeluiden.
Met de grommende bas van I Hate Music opent kant 2, waarna Johnny's Gonna Die aanzienlijk ingetogener is. De stem van zanger-gitarist Paul Westerberg was al charmant en wint nog meer aan sympathie, terwijl leadgitarist Bob Stinson her en der fraai soleert. Een vleugje rock 'n' roll op de wijze van Ramones in I'm in Trouble, waarna met een trits rauwe punk wordt geëindigd.
Bij mijn volgende halte, eveneens Amerikaans, klinkt powerpop. Op naar het onbekende The Wigs.
» details » naar bericht » reageer
Status Quo - The Singles Collection 1966-73 (1998) 4,5
afgelopen donderdag om 19:32 uur
Al een tijdje was ik op zoek naar een album met ouder werk van Quo, dat zowel de allereerste werk uit de dagen vanpre-Quo bevat als de geleidelijke groei naar boogierock. Die vond ik begin mei: The Singles Collection 1966-73 met daarop werk uitgebracht bij PYE. en opgenomen met producer John Schroeder. Daarmee heb ik niet de albumnummers van debuutelpee Picturesque Matchstickable Messages from The Status Quo (1968) en Spare Parts (1969) en tegelijkertijd heb ik veel meer dan die platen. Dit mede dankzij het informatieve boekje met beschrijvingen van elke A -en B-kant plus de nodige informatie over de outtakes.
Cd1 bevat de reguliere singles van (The) Status Quo, steeds eerst de A- en dan de B-kant. Aanvankelijk klinkt psychedelische pop, toegankelijk voor een groot publiek. De groep had mazzel dat de eerste single als The Status Quo meteen een hit was: Pictures of Matchstick Men stond in het Verenigd Koninkrijk drie weken #7, maar Black Veils of Melancholy flopt er; het is te opzichtig een kopie van Pictures.
Dan brengen ze het door popzanger Marty Wilde (de vader van Kim!) geschreven Ice in the Sun uit, het haalt in oktober '68 #8. Nadat Technicolour Dreams en Make Me Stay a Little Bit Longer (de gitaren worden iets steviger, vooral het tweede nummer is aangenaam) zijn geflopt, wordt ballade Are You Growing Tired of My Love in juni 1969 flauwtjes #46. Daarin een hoofdrol voor Roy Lynes met zijn piano en moogsynthesizer.
De zang op de singles en hun B-kanten is afwisselend voor oerleden Alan Lancaster en Francis Rossi mét de kort daarvoor toegetreden Rick Parfitt. Steviger is het van The Everly Brothers (!) gecoverde The Price of Love met bovendien een mondharmonicasolo. De single flopt, maar je voorvoelt de naderende boogierock.
Dan wordt de naam ingekort tot Status Quo. Maart 1970 verschijnt Down the Dustpipe en voor het eerst is daar de befaamde shufflerock. Maar liefst zeventien weken in de Britse hitlijst, piekend op #17. Op de B-kant staat Face without a Soul, waar nog steeds psychedelische poprock het motto is, ondersteund door blazers.
Lynes verruilt de groep voor zijn lief in Nieuw-Zeeland, Status Quo wordt weer een kwartet, net als in de dagen voordat Parfitt erbij kwam, zij het nu met twee gitaristen. In My Chair haalt in november '70 #21, maar Tune to the Music flopt in juni 1971. De B-kant was een primeur, namelijk een instrumentaal nummer genaamd Good Thinking (Batman). In 1972 brengt de groep geen singles uit.
Deze verzamelaar bevat niet Paper Plane, de eerste single bij Vertigo. Die blauwdrukversie van Down Down haalde in februari 1973 #8. PYE brengt dan het al eerder opgenomen Mean Girl uit. Ze zien het in mei '73 #20 worden. PYE poogt dat kunstje te herhalen met de folk van Gerdundula en de luide shuffle (op de B-kant het langzame tweede bluesdeel) van Railroad, die echter de hitlijst missen.
Cd 2 bevat op de eerste helft het werk van pre-Quo, toen men singles uitbracht onder de namen The Spectres. De zang wordt hier gedeeld door Alan Lancaster en Francis Rossi.
Daarvan is I (Who Have Nothing) een aanrader, oorspronkelijk uitgebracht door Shirley Bassey, bekend van titelnummers uit de reeks James Bond. Hier is nog geen sprake van psychedelische rock, maar klinkt veeleer beat/pop. (We Ain't Got) Nothing Yet lijkt echter dankzij Lynes' toetsenspel op het vroege Deep Purple.
Uit de fase dat de groep Traffic Jam heette stamt single Almost But Not Quite There, door de BBC geboycot omdat het precies bezingt wat de titel suggereert. Dan nog eens drie eerdere opnamen onder Spectresvlag, waarbij Spics and Specs, bekend van The Beegees.
Op de tweede helft van de cd (track 38 en verder) volgen alternatieve versies uit de jaren '68 - '71. Daarvan is track 45 Laughing Machine de "enge lach" die ik ken van het outro van Spinning Wheel Blues op Ma Kelly's Greasy Spoon. Bij de instrumentale versies is het extra genieten van de grooves van drummer John Coghlan.
Overigens ook meteen succes in de Nederlandse Top 40: Pictures haalde in maart '68 #4, Black Veils wordt in Nederland wél een hit in mei '68 met twee weken #18, Ice in the Sun in oktober #8 en in Vlaanderen diezelfde maand #19. Technicolour Dreams haalt in december de Tipparade.
Gedurende vier jaren lukt het Status Quo niet om hier de hitlijsten te halen. De eerste boogierockhit die men in Nederland scoort is Mean Girl, ooit mijn eerste single, zeven jaar later cadeau gekregen; #19 in juli '73.
» details » naar bericht » reageer
Magnus - Where Neon Goes to Die (2014) 4,0
afgelopen donderdag om 07:36 uur
De podcast van platenzaak De Groeverij heeft een rubriek met daarin "de winkeldochter": een plaat die in de bakken staat en maar niet verkocht wordt. Ze draaiden daar in Mixcloud van Where Neon Goes to Die van het mij onbekende Magnus het nummer Singing Man, een nummer dat onmiddellijk bleef hangen. Het gevolg laat zich raden: de elpee draait nu in mijn huiskamer rondjes.
Vooraf dacht ik dat dit van Zweedse afkomst was, maar het blijkt een project te zijn van Tom Barman van Deus met dj CJ Bolland, zo las ik hierboven. Belgisch dus. Dank vooral aERodynamIC, Kaaasgaaf en pet voor jullie bijdragen met achtergronden!
De podcast en de achterzijde van de hoes maken duidelijk dat de nodige gastmusici werden binnengevlogen en bovendien hebben Barman & Bolland voor diverse muzikale stijlen gekozen. Ze werden bijgestaan door onder meer toetsenist Joris Caluwaerts. In het verlengde daarvan staat Barman soms zingend, dan weer rappend bij de microfoon. Hierdoor gaat het uiteenlopende kanten op.
Mijn voorkeur ligt bij waar het de kant van synthpop opgaat: op kant 1 opener Puppy met Tim Vanhamel én tubular bells plus Trouble on a Par met Mina Tindle.
Na enkele draaibeurten echter begon Future Postponed te groeien. Barman rapt hier en langzamerhand vallen de warme beats en hetzelfde overkomt me bij Catlike dat kant 1 afsluit, mede dankzij de gitaarpartij van Vanhamel.
Kant 2 opent met Regulate, dat met z'n dancegroove wel iets van Stef Kamil Carlens heeft en wie diens naam noemt, zou ook Prince kunnen noemen. Normaliter niet mijn comfortzone, maar omdat zangeres Billie Kawende in de achtergrond knallende vocalen neerzet, wenden mijn oren geleidelijk.
De herkenbare stem van Selah Sue duikt op in Everybody Loves Repetition en met de synthpop was ik meteen om.
Banjo in het intro van Getting Ready? Ah, dat moet David Eugene Edwards van Sixteen Horsepower en Wovenhand zijn. Een ingetogener nummer met zang van Barman en Edwards, strijkers en zelfs een klarinet, bespeeld door Peter Vermeersch. Volgens de binnenhoes speelde Barman hier zelf ook banjo. Mijn laatste favoriet is de kennismaking Singing Man, een uptempo track met gastzanger Thomas Smith van Editors. Is een blijver gebleken.
Het album uit 2014 kreeg het jaar erop een online bonusversie waarop de hoes in kleur is afgebeeld. Twaalf jaar na verschijning probeer ik de bijgesloten 'digital download card' met "unique code" uit. Helaas pindakaas, de site bestaat niet meer... Hij staat wél zonder bonussen op streaming en vooral: lang leve vinyl!
» details » naar bericht » reageer
Hawkwind - Quark Strangeness and Charm (1977) 4,5
afgelopen woensdag om 23:44 uur
Er verschijnt zo veel nieuwe muziek die interessant is, maar ik ontdek ook steeds meer antiek werk dat me pakt. Zoals deze elpee! Inmiddels heb ik Quark Strangeness and Charm een paar keer beluisterd, onder andere zojuist op een natte snelweg. Heerlijke muziek voor onderweg, want Hawkwind knalt door.
Ik ken de groep op een enkel nummer na niet. Bij die uitzonderingen hoort de eerste versie van Motörhead (1975), toen Lemmy Kilmister nog lid van Hawkwind was. Toen ik vorige week Spirit of the Age hoorde, leek het wel of de Buzzcocks of Magazine hoorde. Of beter: de oudere broer van die pionier-punkgroepen. De vocalen, het uptempo werk, het heeft de nodige overeenkomsten.
De zanglijnen - is dat Dave Brock? - hebben met hun "gezwabber" wel iets weg van David Bowie en Bryan Ferry ten tijde van de glamrockdagen. Denk Jean Genie en Virginia Plane. Maar Hawkwind houdt de voet op het gaspedaal en tegelijkertijd is het nét wat zweveriger dankzij orgel, Moog, andere toetsen en viool. Vergelijk ook eens I Believe van de Buzzcocks met bijvoorbeeld Damnation Alley; de gelijkenissen zijn duidelijk. Slechts in Fable of a Failed Race wordt in een lagere versnelling gereden.
Enigszins een buitenbeentje op dit album is het titelnummer, dat op de pubrock van Dr. Feelgood en Graham Parker & The Rumour lijkt. Hassan I Sabbah is het bekendste nummer van de elpee, eentje dat ik weleens eerder hoorde. Maar niet mijn favoriet.
Dan trok ook de hoes mijn aandacht: ik herken de stijl van UFO's Lights Out uit hetzelfde 1977. Dat blijkt geen toeval, ze komen beide uit de studio van Hipgnosis.
Kortom, deze hippierockband heeft me afgelopen week, 49 jaar nadat de plaat verscheen, ontzettend verrast met alle energie en sterke nummers. Zijn er MuMensen die net als ik de overeenkomsten met pubrock en de genoemde punkpioniers horen? Roxy6, is Hawkwind ooit op jouw radar verschenen?
» details » naar bericht » reageer
Ed O'Brien - Blue Morpho (2026) 4,0
afgelopen woensdag om 12:14 uur
Er is iets met zogenaamde supergroepen én met het omgekeerde, mensen uit een gerenommeerde groep die solowerk uitbrengen. De eerste categorie vind ik vaak tegenvallen: de som der delen is minder dan de namen van de losse leden suggereren.
Bij de tweede categorie is het onvoorspelbaarder. Zo kan het zijn dat de desbetreffende artiest werk uitbrengt omdat er simpelweg tijd over is; een andere reden kan zijn dat de geschreven liedjes niet zo passend zijn voor het moederschip. Ik vermoed dat in het geval van Ed O'Brien beide redenen geldig zijn, al zijn er natuurlijk méér redenen te verzinnen voor een project als Blue Morpho.
Via een tip van maatje Edo ("orkestratie is Nick Drake-achtig, zeer fraai") haakte ik aan. Zijn indruk deel ik. In combinatie met de vogelgeluiden die hier en daar opduiken, is dit een kalm album dat inderdaad wel ergens in de eerste helft van de jaren '70 had kunnen zijn opgenomen.
Rijke strijkers, akoestische gitaar en ingetogen, kalme vocalen voeren aanvankelijk de boventoon. Het totaal klinkt vol en rijk, precies goed voor de bijna 40 minuten die het album duurt, ouderwets op één elpee.
Niet alles luistert even makkelijk; ik denk althans dat het slot van Sweet Spot met zijn wat onrustige soloviool niet iedereen kan bekoren. Het wordt gevolgd door Teachers. Daarin meteen een drumcomputer, waarmee dan toch duidelijk wordt dat Blue Morpho niet uit 1971 stamt, mede door O'Briens ietwat vervormde zang. Ongeschikt voor de liefhebbers van pure singer-songwriter-met-gitaar.
Twee nummers zijn kort en instrumentaal: Solfeggio én Thin Places zijn gebouwd op lange klanken. Ritme en zang keren terug op het lange slotlied Obrigado, dat met de vrouwenzang Latininvloeden krijgt, verrassend én aangenaam, zweverige gitaar- en toetsenklanken in echo's gehuld. Halverwege wordt het roer omgegooid, is de drumcomputer stil en zingen toetsen traag. Sluw bouwt het op naar een climax, waarna de muziek geleidelijk wegsterft. Prachtig einde en die kwaliteit geldt ook voor het totale album, dankzij alle - meestal - rustieke variatie.
» details » naar bericht » reageer
Mo Foster - Bel Assis (1988) 3,5
afgelopen maandag om 14:18 uur
De eerste keer dat ik de naam Mo Foster tegenkwam, was bij het debuut van de Michael Schenker Group, maar zijn naam viel mij pas echt op in 1983 via Victims of the Future van Gary Moore, waar hij op twee nummers bassist van dienst is.
Ik wist toen niet dat ik hem voor het eerst hoorde op Don't Cry for Me Argentina van Julie Covington, een nummer dat vanaf december 1977 niet van Hilversum 3 af te branden was en dat ik toen zo váák heb gehoord dat het me de oren uitkwam. Het biedt weer een geheel andere muziekstijl. Rondkoeklen leert dat de lijst aan albums en singles waarop hij te horen is, zeer lang is en de variatie aan genres en stijlen groot: Mo Foster was een alleskunner (hij overleed in 2023).
Wat ik niet wist is dat Moore op zijn beurt bij Foster te gast is geweest. Zoals het vorige bericht meldt is Bel Assis een instrumentaal album, dat rustige fusion brengt met veel lange noten. Na Moores gitaarwerk op opener The Light in Your Eyes, blijkt de hoofdrol in A Walk in the Country gereserveerd voor Fosters fretloze bas en op Gaia is die plek voor de sopraansax van Stan Sulzman.
Fusion is sterk aanwezig in Crete Revisited, het kalme So Far Away klinkt als de tune van tv-serie A Touch of Frost, met wederom Sulzmans sax plus gitaar van Ray Russell, eveneens subtiel maar elke noot raak spelend.
Dat de sessiemuzikant enkele collega's vroeg hem te assisteren, is bepaald niet vreemd. Simon Phillips is drummer, toetsen worden behalve door Foster zelf ook gedaan door Rod Argent, bekend van The Zombies en bij mijn generatie nog meer van zijn eigen Argent.
Op de tweede plaatkant is Pump II het stevige nummer, het wordt gevolgd door het ingetogen en akoestische Jaco, ongetwijfeld opgedragen aan de het jaar ervoor overleden meesterbassist Jaco Pastorius.
1988 was het jaar dat de verkoopcijfers van vinyl steeds lager werden ten gunste van die van cd. Ik hoorde bij de eerste groep, maar Bel Assis is zo'n album dat dankzij een extra nummer (track 11 Nomad) hielp om óók over te stappen op het kleine formaat. Toch is dit album nog analoog opgenomen, getuige de hoestekst "This music was recorded on 24-track analogue at 30 IPS without noise reduction, and mixed to 2-track analogue using Dolby SR. Subsequent mastering to the 1610 format and PQ editing at EMI Abbey Road."
Laatavondmuziek of voor de zondagochtend, maar binnen die grenzen wel degelijk afwisselend met daarbij enkele volume-erupties. En mocht Don't Cry for Me Argentina weer eens op radio langskomen, dan zal ik met extra aandacht luisteren...
» details » naar bericht » reageer
