Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Simple Minds - Sister Feelings Call (1981) 4,5
afgelopen donderdag om 20:03 uur
Mijn afspeellijsten met new wave staan op chronologische volgorde. De albums achter die afzonderlijke tracks ben ik aan het beluisteren, momenteel in mei 1981 als vorige station The Human League zijn eerste grote hit scoort en Simple Minds het met de veel bescheidener notering van The American moeten doen. Het haalde aan het einde van die maand slechts #57.
Desalniettemin een erg lekker liedje, dat in september het tweede nummer op Sister Feelings Call bleek te zijn, na de ijzersterke instrumentale opener Theme for Great Cities. Alsof de Franse synthesizerpionier Jean-Michel Jarre de samenwerking met een rockband zocht, klinken panoramische klanken.
De elpee verscheen in bescheiden oplage als een twee-eiïge tweeling in combinatie met Sons and Fascination, waarna de twee los verkrijgbaar werden. Dat verhaal ontdekte ik pas deze week, ik kende de twee slechts "gewoon los". Recensent Bert van de Kamp had er wél van vernomen, maar ontving slechts het andere tweelingzusje, getuige zijn recensie in Oor (even scrollen).
20th Century Promised Land klinkt in het intro bijna als muziek bij een Amerikaanse tv-serie met enkele funkinvloeden, maar zodra de stem van Jim Kerr bijvalt is het helemaal Simple Minds.
Slechts drie nummers op kant 1, waarna kant 2 sterk opent met het felle Wonderful in Young Life, waarin postpunk wordt gecombineerd met de funklijnen van bassist Derek Forbes en Kerrs galmende zang.
In League of Nations de groove van een bescheiden drumcomputer en donkere baslijn, een Hammond valt bij; toen een ouderwets geluid, hier werkt het dankzij enkele malle fratsen wonderwel.
Opnieuw een nummer dat ik pakkender vind dan hetgeen ik bij de tweelingzus hoorde. Qua groove moet ik deze keer aan Talking Heads denken, een bewijs van de veelzijdigheid en expressiviteit van Simple Minds, die vele gezichten aannam.
Careful in Career leunt op een intens drumpatroon dat ik ken van groepen als Joy Division en A Certain Ratio, waarover de toetsen van Mick MacNeil wijduit waaieren. In het instrumentale slotlied Sound in 70 Cities opnieuw veel ruimte voor MacNeil, waarmee de rol van gitarist Charlie Burchill op dit album vooral ondersteunend blijft.
Volgende halte op de route door waveland is single Grey Day van Madness, te vinden op 7.
» details » naar bericht » reageer
Simple Minds - Sons and Fascination (1981) 3,5
afgelopen donderdag om 00:20 uur
Op reis door new wave kom ik na de vorige Simple Minds Empires and Dance bij hun vierde album Sons and Fascination. Het verscheen gelijktijdig met Sister Feelings Call.
Twee albums tegelijkertijd uitbrengen? Heel bijzonder en de albums daarvoor volgden elkaar ook al in hoog tempo op. Deze Simpele Zielen bleken creatieve én productieve Schotten die bovendien volop in ontwikkeling waren wat betreft hun geluid.
Sons and Fascination had ik eigenlijk beter ná tweelingzus Sisters Feelings Call kunnen bespreken, want die laatste leverde hun tweede Britse hit op, te weten The American in mei '81. Van Sons and Fascination werd Love Song in augustus dat jaar een hit. Maar goed, ik houd me maar even aan de planning...
Mijn kennis van de Simple Minds beperkte zich tot enkele hitsingles, mede daarom het foutje dat ik zojuist benoemde. Toch ben ik verbaasd dat menigeen deze Simple Minds zo superieur acht ten opzichte van de latere jaren. Ik ben namelijk over Sons and Fascination niet zo wild enthousiast, waarover dadelijk meer.
De eerste twee albums vond ik zeer prettig met alle zijsporen, via Empires and Dance werd voorzichtig het begin van een eigen geluid gerealiseerd. Op Sons and Fascination hoor ik wel degelijk voorbodes van wat door sommigen neerbuigend als stadionrock wordt omschreven.
De nummers in vogelvlucht: als een milde Joy Division klinkt lichte postpunk in de 6/4-maat van In Trance as Mission, de riff van Sweat in Bullet klinkt als een voorbode van wat U2 en INXS later zouden doen (stadion!), wat in november '81 een bescheiden #52 opleverde. Ietwat monotoner is 70 Cities as Love Brings the Fall, maar dat heeft wél een uitbundig refrein (stadion!). Kant 1 sluit af met een drumgroove die me aan XTC's Makin' Plans for Nigel doet denken, dit in het lekkere Boys from Brazil.
Love Song opent niet alleen kant 2, het haalde als single in augustus 1981 #47 in het Verenigd Koninkrijk. Voor het eerst hoor ik daar de synths van het vorige album, waar de invloed van Giorgio Moroder zo doorklonk. Ingetogener synths in This Earth That You Walk Upon en ook in titellied Sons and Fascination, alsof ik iets van Depeche Mode of Yazoo hoor. Funkbas en synthesizers in slotnummer Seeing Out the Angel.
Daarbij zijn de composities langer dan voorheen met ruimte voor uitbouwen en herhalen: slechts acht nummers, de kortste 4'30". Op kant 1 meer ruimte voor gitarist Charlie Burchill, op kant 2 is het toetsenist Mick MacNeil die dominanter is. Derek Forbes en Brian McGhee vormen daarbij een lenige ritmesectie die van postpunk naar funk en terug kan laveren en Jim Kerr heeft zijn diepe stem gevonden die aardig kan galmen (stadion!).
Hierboven las ik enthousiaste, vaak mooie verhalen van liefhebbers van dit album. Ik vind de composities echter niet spannend genoeg in verhouding tot de lengte ervan en kom uit op een wat saaie 7 als schoolcijfer. In Oor dacht Bert van de Kamp er het zijne van (even scrollen).
Tezamen met Sister Feelings Call werd in september 1981 #14 gehaald, hun hoogstgenoteerde elpee tot dan toe.
Spoedig kom ik uit bij The American, de eerste hitsingle van dit dubbele album. Tussendoor ga ik kort naar een andere hit uit mei '81: The Sound of the Crowd van The Human League, te vinden op Dare.
» details » naar bericht » reageer
Status Quo - Two (1976) 4,0
afgelopen woensdag om 13:57 uur
O, wat leuk dat deze is toegevoegd! Ik had deze verzamelaar ooit en heb 'm later waarschijnlijk aan mijn broer gegeven toen ik de oorspronkelijke albums had, al dan niet op cd.
Toen ik 'm kocht, ergens in de jaren '90 op een vrijmarkt, was vinyl uit de mode. Op dat moment kende ik nog niet Railroad, Daughter en April, Spring, Summer and Wednesday. Lekkere nummers uit de fase dat Status Quo nog maar kort was overgeschakeld op boogierock. Typische albumtracks met de groep in topvorm. Heavy, slepend, tempowisselingen: zo hoor ik het graag.
In Daughter bovendien een orgelsolo van Roy Lynes, wat sommige Quofans wellicht niks vinden maar ik vind 'm in de stevige context heerlijk. Zeker in dat productiesausje van jaren '60 psychedelica. Op z'n Quo's hè en opgenomen in 1970, dus geen zweefkezerij.
Voor wie het Quo van 1970-'71 niet kent is deze verzamelaar van harte aanbevolen!
» details » naar bericht » reageer
Simple Minds - Empires and Dance (1980) 3,5
afgelopen dinsdag om 22:47 uur
Empires and Dance. Eén van de Simple Minds waar ik wel over las en in de platenzaak tegenkwam, maar nooit hoorde. Wat valt dan op?
Ten eerste dat ik nu Jim Kerr herken als Jim Kerr. Dat klinkt wellicht vreemd, maar hier (september 1980) herken ik zijn stem als dezelfde van de latere doorbraakhits. Op de eerste twee platen vroeg ik me namelijk dankzij productie (?) en de zoektocht van de groep naar een eigen stijl - en Kerr dus naar een eigen zangstijl - of dit werkelijk dezelfde Jim Kerr was.
Het tweede wat opvalt is dat de Simple Minds hier een eigen geluid hebben, minder divers en van-de-hak-op-de-tak dan op de voorgangers. Die vond ik juist daarom wél erg leuk.
Ten derde klinken de echo's van Europa hier door, zoals de Franse en Duitse taal in teksten en liedtitel Kant-Kino. De groep was op tournee geweest en had het continent opgesnoven.
Mogelijk wijk ik af van de standaardopinie, maar niet alles pakt me hier. Opener I Travel is lekker, verderop zijn de muzikale thema's soms eenvoudig en repetitief: waar anderen heel blij worden van This Fear of Gods, vind ik de zeven minuten daarvan wel érg lang.
Aangenaam is dat het soms indirect een injectie van de synths Giorgio Moroder heeft gekregen, vergelijkbaar met wat deze in 1979 bij Sparks (No. 1 in Heaven) en Japan (te vinden op hun verzamelaar Assemblage uit '81) knutselde. In een nummer als Celebrate hoor ik tegelijkertijd overeenkomsten met Depeche Mode en Thirty Frames a Second brengt dankzij het gitaarwerk de associatie met Ultravox.
Het experiment van Twist/Run/Repulsion en de korte afsluiters Kant-Kino en Room gaan dan weer andere kanten op. Een eigen geluid is te midden van deze variatie hoorbaar in de maak.
Ik ben op reis door new wave en nadat mijn vorige halte 1981-album Talk Talk Talk van The Psychedelic Furs was, keer ik terug naar mei 1981 en de dubbele opvolger van Empires and Dance: eerst Sons and Fascination, dan Sister Feelings Call. De Simple Minds waren uiterst productief in deze jaren, ondanks dat dit album en de singles ervan flopten, waarna Arista/Zoom de groep liet vallen.
» details » naar bericht » reageer
The Psychedelic Furs - Talk Talk Talk (1981) 4,0
afgelopen maandag om 19:59 uur
Op reis door de new wave ben ik bezig aan mei 1980, als onder meer deze tweede van The Psychedelic Furs verschijnt. Moest lachen om de anekdote van deric raven:(reactie op ander bericht)
Ach ja, ik snap het misverstand.
Richard Butler zingt weer alsof hij op de wc zit en enige obstipatie heeft. Een ietwat persende zangstijl, uit duizenden herkenbaar. En aangenaam. Talk Talk Talk is simpelweg het sterke vervolg van het toch al aangename debuut. Ergens halverwege Joy Division en Echo & The Bunnymen, maar toch vooral zichzelf.
Soms zijn de zanglijnen monotoon (opener Dumb Waiters, It Goes On), dan weer is het melodieuzer (Pretty in Pink, Mr. Jones, slotlied She Is Mine), soms is het gejaagd (I Wanna Sleep with You, Into You Like a Train, ), soms stevig (Mr. Jones, So Run Down), dan weer ontspannen (No Tears, It Goes On, All of This and Nothing). De saxofoon van Duncan Kilburn brengt bij dit alles regelmatig extra sfeer plus melodie.
Veel variatie dus. Het leverde hen hun eerste hitjes op in het Verenigd Koninkrijk: Dumb Waiters kwam in mei '81 tot #59, Pretty in Pink tikte in juli #43 aan. Het laatste nummer krijgt in 1986 als heropname een tweede leven dankzij de gelijknamige film, Talk Talk Talk haalt in de week van binnenkomst, eveneens in mei '81, meteen zijn hoogste notering op #30.
Er klonk zóveel fraais in mei '81. Red Skies over Paradise van Fischer-Z is één daarvan, maar die favoriet, in mei '81 in de Nederlandse album top 10, besprak ik al eerder. En dan kom ik chronologisch gezien bij de Simple Minds. Logischerwijs zijn hun Sons and Fascination en het tegelijkertijd verschenen Sisters Feelings Call uit die meimaand aan de beurt, maar omdat ik de voorganger daarvan abusievelijk oversloeg, keer ik eerst terug naar september 1980 en Empires and Dance.
» details » naar bericht » reageer
Toyah - Anthem (1981) 3,5
14 januari, 18:37 uur
Mei 1981 haalt voor de tweede maal dat jaar een single van Toyah de Britse hitlijst, nadat EP Four from Toyah in februari voorging. Daarop stond It's a Mystery en het staat als enige nummer ervan ook op Anthem.
Ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten met new wave. Dit op chronologische volgorde. Zo kom ik van Concrete van poppunks 999 bij single I Want to Be Free van Toyah. Die kwam op 10 mei '81 de Britse hitsinglelijst binnen, om op de laatste van die maand op #8 te pieken.
Bij het afspelen van dit album kreeg ik een raar plaatje: alsof Pipi Langkous op volwassen leeftijd was gaan zingen bij Marillion. De punkachtige kleuren zijn namelijk symfonischer geworden met gitaarspel dat me aan dat van Steve Rothery doet denken. Toch is het nog altijd dezelfde Joel Bogen die gitaar speelt. Het gevoel overkomt me bij Pop Star en vooral Marionette.
De hoes toont de zangeres als elf met piramides in het landschap, de achterzijde en binnenhoes zijn in antiek-Egyptische stijl. Een bonte combinatie van stijlen.
Toyah Wilcox' stem is helder, soms heel hoog. Ze kan piepen, schreeuwen, spreken en grommen; de emoties gaan alle kanten op, wat in contrast staat met de harmonieuze symfowave (om een indruk te geven) van Anthem. Nog ongewoner wordt het als ik me realiseer dat op de drumkruk ene Nigel Glockler zit, die nog datzelfde jaar zou overstappen naar metalgroep Saxon.
Afwisseling genoeg, naast dat Wilcox' stem alle kanten opgaat. Rustig is Pop Star waarin de groep als geheel klinkt, Masai Boy leunt volledig op zang met de synthesizers van Adrian Lee. Diens Roland Jupiter 8, Roland Sh7 en Roland CSQ 600 Sequencer domineren eveneens in Marionette. Zit het 'm in diens geluiden dat ik de, overigens aangename associatie met Marillion krijg? Het afsluitende, uptempo We Are is een volgend favorietje van me.
Volgende halte in newwaveland is album Talk Talk Talk van The Psychedelic Furs.
» details » naar bericht » reageer
The Psychedelic Furs - The Psychedelic Furs (1980) 3,5
13 januari, 23:12 uur
Op reis door new wave vergeet ik weleens een album. Ik bevond me in november 1980, maar de vorige halte, het vinnige debuut van Maanam, bleek niet uit die maand te stammen. Plus dat ik door het boek Surrender van U2's Bono erachter dat ik het titelloze debuut van The Psychedelic Furs heb overgeslagen.
Bono vertelt bij hun debuut Boy dat de vorige klus van producer Steve Lillywhite dit The Psychedelic Furs was, verschenen in maart 1980. En ja, dat is te horen: India begint met een fade-in en versnelt na het verstilde intro tot groovende wavegalm met volop ruimte voor de toms van drummer Vince Ely. Zanger Richard Butler gaat met zijn stem in de richting van Bruce Springsteen, alsof die new wave doet. Apart én prachtig!
Invloeden van David Bowie en Roxy Music (Roxy6, ken je deze van de Furs?) domineren in het midtempo Sister Europe, ook in Butlers zang. Niet voor niets de favoriet van menigeen, zo begrijp ik met de bijdragen hierboven. Ook voor mij, mede dankzij de bijna mystieke sfeer in deze liefdesverklaring aan Europa, 'sister of mine'. In het huidige tijdsgewricht bijna een politieke uitspraak. Én er is de tenorsaxofoon van Duncan Kilburn.
Dan melancholie en kritiek op de politieke macht van de kerk, poëtisch verpakt in Imitation of Christ, waar de sax terugkeert. De liedtitel verwijst naar het boek De imitatio Christi (1424) van Thomas a Kempis.
Met Fall wordt het verrassenderwijs vrolijker, inclusief blazers die de boel richting Dexys Midnight Runners blazen, Butler doet weer wat schuurpapier in zijn stem. Pulse heeft een aangename, felle groove met dominante baspartij van Tim Butler, echter niet geproduceerd door Lillywhite maar door de groep met twee anderen.
Met We Love You wordt alles waarvan wordt gehouden toegezongen in de stijl van 1973 van Bowie en Roxy Music, een bijna melig begin van kant 2 met weer eens aangenaam saxspel. Donkerder is Wedding Song, sferisch en indringend.
In de daaropvolgende nummers blijft het in deze sferen, zij het dat de nummers me minder pakken. Een sterke kant 1 en een iets mindere kant 2. Bij binnenkomst in de Britse albumlijst piekte het debuut meteen op #18.
De bonustracks die in 2002 op cd verschenen, versterken het nachtkaarseffect. Dat producer Martin Hannet ook nog eens aanschoof, kan dat niet verhelpen.
De reis door new wave vervolgt. Terug naar november 1980 en Tom Robinson, die solo Sector 27 uitbracht.
» details » naar bericht » reageer
David Bowie - 'Hours...' (1999) 3,5
13 januari, 19:23 uur
'hours...', ja, verrassend! Na de intense muziek van 1.Outside en Earthling komen gitarist Reeves Gabrels en zanger/multi-instrumentalist David Bowie met een ingetogen album. Even wennen, maar menige melodie trekt me over de verbazing heen. Verdwenen zijn de drukke beats en sterk vervormde gitaren. Hoe dat kwam en wat de relatie met computerspel Omikron: a Nomad Soul is, legde Gabrels in 2024 uit.
Verbazing dus. Onmiddellijk. Thursday's Child met z'n warme toetsentapijt en blij-verbaasde tekst: "Everything's falling into place". Is Bowie simpelweg gelukkig? Ik denk het, mede door de warme tweede stem van Holly Palmer. Ieeets meer gitaar (lange lijnen) in Something in the Air en een twaalfsnarige akoestische gitaar trapt Survive af; terug naar de jaren '70, Gabrels in een heel andere rol dan ik hem ken.
Voor het eerst een scheurende gitaar dankzij If I'm Dreaming My Life, zij het heel bescheiden. Het begint namelijk ronduit kalm, om halverwege te versnellen. Pakt me minder, maar nog altijd ruim voldoende. Met Seven dat akoestisch begint sluit de eerste helft kalm af en dankzij de bongo bekruipt me een kampvuursfeertje. Met een autobiografische tekst? Komen we hier dicht bij de mens David Robert Jones?
Lichte uptempo rock via What's Really Happening? waar Gabrels zijn gitaar beschaafd laat scheuren en zingen. Steviger is The Pretty Things Are Going to Hell dat op dit album wat dissoneert.
Dit alles aangenaam, maar wordt het nog spannend, vroeg ik me na enkele draaibeurten af. New Angels of Promise is eveneens stevig maar langzamer; Bowie bewijst weer eens hoe mooi zijn stem is.
Digitale soundscape Brilliant Adventure vormt de opmaat naar naar de sterke finale The Dreamers, dat net als de opener profiteert van het toetsentapijtje, waar Gabrels' gitaarlijnen wonderwel bij passen.
De twee gingen hierna huns weegs. Achteraf zou je kunnen zeggen dat 'hours...' de brug is tussen Gabrels' eerdere werk met Bowie en zijn latere met The Cure. De dromerigheid is de overeenkomst tussen die twee. Maar ik ken zijn solowerk niet, dus dit is een speculatie. En toch.
» details » naar bericht » reageer
999 - Concrete (1981) 3,5
13 januari, 18:22 uur
Mei 1981. Nadat Adam and the Ants met Stand and Deliver de week ervoor meteen op #1 landden, betreedt 999 de Britse hitlijst voor een schamele éénweekse notering op #71.
Op hun vierde album Concrete is de groep een kwartet geworden, nadat men op The Biggest Prize in Sport nog met z'n vijven was - min of meer noodgedwongen met twee drummers, omdat Pablo LaBrittain na een ongeval tijdelijk was vervangen.
De vier beginnen met de vinnige rock 'n' roll van So Greedy, gevolgd door het midtempo en nonchalant gezongen Little Red Riding Hood (#59 in juli), dat bovendien lekkere 'owwwwws' kent. Meer van die nonchalance in Break It Up. Poppunk of powerpop? U zegt het maar.
Ieder nummer is net wat kalmer dan de vorige, zo ook met Taboo, maar dan gaat het tempo omhoog met Mercy Mercy, dat weliswaar weg heeft van The Clash en Rock the Casbah van het jaar erna, maar tegelijkertijd klinkt zoals 999 altijd al deed: licht verteerbare gitaartjes, melodieën, koortjes en een punkattitude. Kant 1 sluit af met het swingende Fortune Teller inclusief oh-ho-ho-koortjes.
Obsessed trapt kant 2 af met zijn roepzang en westernsferen; ik hoor warempel enige overeenkomst met één van de nummers op het album van Adam and the Ants. De vrolijke poppunk van 999 heeft inderdaad enkele overeenkomsten daarmee. Ook aangenaam is Silent Anger met lekkere gitaarlijnen van zanger Nick Cash en Guy Days, inclusief reggae in de brug. Een bescheiden orgeltje in That's the Way It Goes en opnieuw denk ik dat fans van The Clash hier blij van worden.
Bongos on the Nile is een midtempo instrumentaal tussendoortje; de ruimtelijke productie van Vic Maile klinkt op zijn rijkst in Don't You Know I Need You, een nummer als een kruising tussen The Clash en The Romantics en met Public Enemy No. 1 is het alsof we naar het titelnummer van een thrillerfilm luisteren, waarbij enige invloed van de jaren '60 en The Kinks.
Concrete kende net als de voorganger bescheiden succes in de VS: kwam die tot #177, deze haalde er #192. Het staat niet in zijn geheel op mijn streamingdienst, al vond ik enkele nummers ervan op verzameld werk. Wél kwam ik het tegen op YouTube.
Het volgende nummer op mijn afspeellijsten met new wave is Careless Memories van Duran Duran, maar omdat ik hun titelloze debuut al eerder besprak, vervolg ik bij Toyah en Anthem: single I Want to Be Free kwam op 10 mei 1981 mét de genoemde singles van 999 en Duran Duran de Britse hitlijst binnen.
» details » naar bericht » reageer
Al Stewart - Orange (1972) 4,0
12 januari, 22:22 uur
Ja AdrieMeijer, dat neem ik onmiddellijk van je aan, dank voor je mooie beschrijvingen! Ik kocht Orange op elpee in Den Haag bij 3345, aanrader voor wie in de Hofstad een platenzaak zoekt - er zijn er meer, verzekerde Von Helsing mij, maar die bleken dicht op de dinsdag dat ik er was.
De afspraak met mijzelf is, dat als ik een plaat van Al Stewart tegenkom die ik nog niet heb, ik deze aanschaf, mits de prijs redelijk is. Wel, voor de slechts 10 euro's die werden gevraagd kon ik deze Engelse persing van Orange niet laten staan, de originele uit 1972, bovendien in goede staat.
Anders dan Adrie doe ik het met de originele nummers in de originele mix. En weer bleek eens dat een plaat van de Schot nooit teleurstelt. De kalme pop, de serene stem, de combinatie van folk en pop...
Dit alles in een heerlijk warme productie, de kenmerkende stijl van de jaren '70, hier van John Anthony. Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik zijn naam niet kende, maar op zijn cv staan uit diezelfde periode onder meer de namen van Ace, Genesis, Lindisfarne, Queen, Roxy Music en Van Der Graaf Generator. Mea culpa. 
Drie namen van gastmusici ken ik uit de pubrock, die van 1976-1979 op z'n hoogtepunt zou zijn: Brinsley Schwarz speelt twaalfsnarige akoestische gitaar, Bob Andrews speelt piano op Night of the 4th of May; één van de twee bassisten op Orange is Bruce Thomas, die later opdook bij Elvis Costello & The Attractions.
Nu zou je kunnen stellen dat Stewarts platen wel erg op elkaar lijken. Is een beetje waar, maar waar hij vanaf Year of the Cat ('76) een saxofoon inzette, is dat hier nog niet het geval. En er is meer. Acht mooie liedjes, waarvan er twee uitspringen ten opzichte van werk van zijn andere platen - en dit is alweer diens negende in mijn platenbak. De eerste is het slotlied van kant 1, The News from Spain, waarin gastmuzikant Rick Wakeman alle ruimte krijgt om uit te weiden op piano. Prachtig!
Nog meer treedt een nummer op kant 2 voor het voetlicht. Het is het tweede nummer op die kant, het instrumentale Once an Orange, Always an Orange met een hoofdrol voor akoestische gitaar. Aangezien nergens staat vermeld dat één van de gastmusici dit speelde, neem ik aan dat Stewart dat zelf deed, mogelijk met Schwarz; nooit eerder viel me op dat Stewart zo'n vaardig gitarist is.
Dan is er ook nog een cover van Bob Dylan: I Don't Believe You (Dylan) vermeldt de achterzijde van de hoes, alsof diens naam bij de titel van het liedje hoort. Mooie versie.
Gekleed in Afghaanse jas kijkt Stewart, volle bos zwart haar, naar de camera, staande voor het smeedijzeren hek van een park, landgoed of begraafplaats. Die jas paste bij het pak sneeuw van de voorbije anderhalve week, zo beleefde ik.
Hij oogt ernstig, de muziek is aanzienlijk luchtiger. Een dikke 8 zoals ik meestal doe, niet anders kunnend bij deze rasverteller.
» details » naar bericht » reageer
Adam and the Ants - Prince Charming (1981) 2,5
12 januari, 17:33 uur
Op reis door new wave in 1981, momenteel in mei dat jaar, kom ik van alles tegen. Na een inhaalslagje bij de Nederlandse punkgroep Panic in 1978 zit ik opeens bij Adam and the Ants. Die braken vanaf november 1980 groots door in hun eigen Verenigd Koninkrijk met tweede album Kings of the Wild Frontier , dat ik omschreef als "kauwgompunk op z'n charmantst, dansbaar en energiek". Van de weeromstuit werden zowel debuutelpee Dirk Wears White Søx als non-albumsingles alsnog hitlijstmateriaal.
Met deze derde langspeler Prince Charming gaat voor mij geleidelijk de smaak van de kauwgom verloren. Als album onsamenhangend, al heeft het z'n momenten, vooral op de eerste kant. Opzichtig mengt postpunk zich met poppulp, jeanmaurice, kom na de leuke discussie bij The Hurting van Tears for Fears eens hier mopperen!
Bij de blazers in het intro van opener Scorpio dacht ik even dat het verkeerde album opstond, een smakelijk liedje in Spaanse/Mexicaanse sferen. Bij Picasso Vista el Planeta de los Simios is het herkenbare Antgeluid van de hits terug, inclusief enige Burundidrums, net als bij de hit Prince Charming dat als derde nummer op de elpee staat (vanaf half september '81 vier weken #1 in het VK, in Nederland #8, in Vlaanderen in december #8).
De wenkbrauwen gaan verbaasd omhoog bij Five Guns West, als een aangename echo van western-tv-serie Rawhide: gitarist Marc Pirroni blijkt wederom onmisbaar voor Adam. Het ontspannen That Voodoo! werkt minder met z'n "ow-weeh-ma-wéh", geleend van evergreen The Lion Sleeps Tonight. Toch redt het nummer het op het nippertje, dankzij de Mexicaanse Mariachitrompetjes halverwege.
Kant 2 opent hitgevoelig met Stand and Deliver (mei '81 vijf weken #1 in het VK, in juli in Nederland #4 en in Vlaanderen #7), helemaal op z'n Ants', waarna het echter volkomen misgaat.
Zouden de posters van de zanger van de tienerkamermuren zijn afgevallen bij wat er dan gebeurt? Eerst het saaie Mile High Club, dan de mislukte Ant Rap met nare drumcomputer (maar wel in januari '82 #3 in het VK, ik begrijp er weer niks van), waarna de rustige slotnummers Mowhok en S.E.X. elke charme missen.
De plaat bevat een geintje: na dat laatste nummer volgt op 3'45" een korte stilte en dan een ongenoemd spooknummer, dat The Lost Hawaiians zou heten. Met opnieuw ge-ow-weeh-ma-wéh.
De elpee kwam in november '81 in het Verenigd Koninkrijk tot #2 en in Nederland diezelfde maand tot #5. Hun laatste langspeler die de albumlijsten haalde: alhoewel nog enkele hits volgden, begon het succes op te drogen. In 2004 was er deze uitgebreide heruitgave.
Gaandeweg krijg ik een vieze smaak in de mond, waarbij ik me afvraag of de heren Ant en Pirroni vooral hits probeerden te schrijven en daarbij een coherent album uit het oog verloren. Als een verzameling hitsingles met nog snel wat afdankertjes erbij. Kennelijk had ook de (jonge) fan dat door: alhoewel succesvol, waren er niet dezelfde noteringen als bij de voorganger.
De volgende halte is mij liever: poppunk van het in Nederland onbekend gebleven 999, dat in mei 1981 met single Obsessed van album Concrete de Britse hitlijst betrad.
» details » naar bericht » reageer
David Bowie - Earthling (1997) 4,0
Alternatieve titel: EART HL I NG, 9 januari, 16:46 uur
Een vage herinnering: ik loop door V&D Utrecht, destijds de winkel met het grootste vloeroppervlak van Nederland. Alhoewel ik liever een "gewone' platenzaak had, was het altijd leuk om daar rond te lopen, zeker toen op de muziekafdeling in 1997 een lichtgevende tegelvloer was én Little Wonder van David Bowie klonk.
Met single Hallo Spaceboy met Pet Shop Boys (#33 in de TROS-Mega Top 50) keerde Bowie in '96 in mijn oren fris terug aan het hitlijstenfront; ik proefde er iets van Sound and Vision, maar dan bijna twintig jaar verder. Little Wonder (een schamele #50) gaf mij in januari-februari '97 hetzelfde gevoel. Hitparadenoteringen waren twintig jaar later niet meer zo belangrijk voor me als in mijn tienerjaren. Dat Bowie weer relevant was, dát stemde me vrolijk.
Earthling / EART HL I NG werkt het beste als je onderweg bent of een niet te ingewikkeld klusje doet. De muziek knalt niet-bescheiden uit de boxen. In het verlengde van voorganger 1.Outside, al is die heftiger dan deze; Earthling is makkelijker te behappen.
De invloed van drum-'n-bass was meteen te horen en Nine Inch Nails bleek een andere inspiratiebron. Tegelijkertijd is het de stem van Bowie die het helemaal... des Bowies maakt. Het mooie Engels in de single bijvoorbeeld.
De kunstenaar zorgde altijd voor sterke muzikanten om zich heen en koos opnieuw voor innovatie. Op Earthling zijn dat onder meer producer en digikunstjesman Mark Plati, gitarist Reeves Gabrels, een vrije rol voor pianist Mike Garson die weer meanderende pianopartijen speelt met soms een vleugje jazz. Dit in pakkend contrast met alle hogesnelheidsmuziek. En dan zijn daar bassiste/zangeres Gail Dorsey en drummer Zack Alford, die doet wat ik later bij Moby tegenkwam: zowel digitale drumloops als akoestische drums, een combinatie die erg goed werkt.
Voor Bowies stem heb ik een zwak, zeker in dit soort alternatieve sferen. Naast Little Wonder zijn er favorieten Dead Man Walking, dat na een fraaie pianosolo opvallend genoeg met bijna 50 seconden stilte eindigt, plus I'm Afraid of Americans; met alle actuele politieke ontwikkelingen komt dit geheel anders binnen dan in '97. Het kreeg hiernaast een single-/radiomix van Trent Reznor van Nine Inch Nails.
In het kort: Earthling is voor mij het toegankelijker broertje van 1.Outsider. Beide albums smaken goed.
» details » naar bericht » reageer
David Bowie - 1.Outside (1995) 4,0
Alternatieve titel: Outside, 8 januari, 15:03 uur
In de week voor Kerst kwam ik in een Bowiefase, doordat ik zijn dubbelelpee Stage had gedraaid. Pas eergisteren viel me op dat het alweer bijna tien jaar geleden is dat hij overleed. Morgen is er een nieuwe docu over hem te zien op NPO 3, The Final Act genaamd.
Eén van de cd's die ik onlangs aanschafte was dit 1.Outside; volgens andere bronnen is de titel slechts 'Outside' maar op de hoes staat toch echt wat anders. In 1995 was hij nog lang niet toe aan zijn final act, maar wel had hij - weer eens! - behoefte aan een nieuwe start. Dit na soloalbums Black Tie White Noise en The Buddha of Suburbia.
Ik zette de muziek op en probeerde het dagboek te lezen dat Bowie aan de cd toevoegde. Het is geschreven door het fictiekarakter prof. Nathan Adler, "art-crime detective". Inclusief een flashback naar Berlijn in 1977 ontvouwt zich een mysterie achter een lugubere reeks moorden. Tegelijkertijd vroeg de muziek veel aandacht: dit album doorgrond je niet snel.
Bowie vroeg enkele van zijn meest stimulerende muzikale vrienden uit verschillende fases van zijn carrière om met hem nieuwe muziek te schrijven: daarbij pianist Mike Garson (Aladdin Sane, 1973), multi-instrumentalist Brian Eno en gitarist Carlos Alomar (de Berlijntrilogie, 1977-1979) en gitarist Reeves Gabrels (Tin Machine, 1989-1991).
Het resulteert ruwweg in vier categorieën tracks. Ten eerste soundscapes met minihoorspelen in ambient sfeer. Ze scheiden 1.Outside in zes delen, te weten track 1 t/m 4, 5-9, 10-11, 12-14, 15-17 en 18-19.
Eerst is daar de bij het dagboek passende track 1 Leon Takes Us Outside en verderop de tracks die beginnen met het woord 'Segue': 5 Baby Grace (A Horrid Cassette), een stem als in een roman van Dickens in 10 Algeria Touchshriek, 12 Ramona A. Stone: I Am with Name groeit uit tot een onheilspellend miniatuur, en 15 en 18, beide Nathan Adler genaamd.
Ten tweede relatief ingetogen muziek met de melodie voorop: track 2 Outside, 7 The Motel waarin pianospel als een klaterend beekje, 8 en 9 I Have Not Been to Oxford Town en No Control, 13 is het monotone Wishful Beginnings dat contrasteert met 14, het uptempo, door een beat gedragen We Prick You, invloed van drum-‘n-bass in I'm Deranged met opnieuw waaierend pianospel en slottrack 19 Strangers When We Meet.
Ten derde steviger werk. Dit ofwel door luide en vervormde gitaar, ofwel door een felle beat. Track 3 The Heart's Filthy Lesson reken ik tot die categorie, net als 6, de albumversie van Hallo Spaceboy met een veel hardere beat dan de latere singlemix van Pet Shop Boys.
Ten slotte muziek waarin de bovenstaande drie categorieën min of meer samenkomen: de bijna zeven minuten durende track 4 A Small Plot of Land drijft op een beat, druk pianospel en gitaarlijnen, deels ingetogen, deels luid; het uptempo 11 The Voyeur of Utter Destruction (As Beauty) en het midtempo 17 Thru' These Architects Eyes.
Je zou makkelijk een kunst- en/of literatuurcollege dan wel -serie aan dit album kunnen wijden, zeker als je de videoclips erbij neemt. Dat is niet mijn wereld, maar graag zou ik plaatsnemen in de zaal om te luisteren naar wat een echte kenner heeft te doceren over de diepere lagen en thema's op dit album, zoals Bowies visie op dood en hiernamaals. En welke andere kunstenaars/werken of misschien wel filosofen dan wel theologen inspireerden Bowie?
Voor een eenvoudige ziel als ik is dit een album dat slechts zeer geleidelijk iets van zijn schatten prijsgeeft. Misschien moet ik over enkele jaren, als dat dan nog mogelijk is, opnieuw eens noteren wat me opvalt bij 1.Outside?
» details » naar bericht » reageer
Fortress - Hands in the Till (1981) 4,0
7 januari, 15:08 uur
Eind jaren '80 kwam Hands in the Till tweedehands van de bieb met stickers er nog op geplakt in mijn collectie. Niet mooi natuurlijk, maar ik was nieuwsgierig. In diezelfde periode volgde ik vooral de heftiger metalsoorten van dat moment, dus thrash- en deathmetal, grindcore en aanverwanten. Eigenlijk was ik niet meer zo in de stemming voor de oudeschool-hardrock van Fortress. Ook al vond ik het aardig, later heb ik 'm weggegeven. Toen ik 'm echter vorige week bij Wim's Muziekkelder in Doetinchem tegenkwam, schoten me bij het zien van de songtitels onmiddellijk de melodieën van enkele nummers te binnen. En ja, als een album je roept...
Hands in the Till verscheen in 1981 maar was toen al wat ouderwets. Stevige jaren '70 hardrock in Amerikaanse stijl; de groep hanteerde een contactadres in Sun Valley, Californië en twee van de leden werkten eerder samen in Tampa, Florida.
Als een kruising tussen de eerste platen van Y&T/Yesterday & Today en het Uriah Heep met zanger John Lawton. Met de redelijk rauwe stem van Jim West en koortjes van de getalenteerde gitarist Eric Turner met bassist Charlie Souza. Drummer Donny Vosburgh zet af en toe zijn dubbele basdrum in (How Do I Exist), waarbij gastmusici voor spaarzame toetsen en akoestische gitaar zorgden.
De hoes vermeldt de nummers op een andere volgorde dan ze op plaat staan. Geen probleem. Albumtitel en tekening op de achterzijde verraden al dat het in de teksten iets dieper kan gaan dan bij tijdgenoten. Een nummer als Requiem (for a rock 'n' roll star) bijvoorbeeld is kritisch op roem. Er staat slechts één ballade op: Kisses sluit kant 1 af en zelfs die kan ik goed hebben, Turner strooit wederom kwistig met lekkere licks, solo's en loopjes. Helemaal volgens het boekje en tegelijkertijd zó lekker getimed en gespeeld.
Bovendien koester ik Hands in the Till vanwege het groen-oranje-zwarte label van Atlantic in het midden van de elpee én de bruine binnenhoes met het labellogo erop. Classic!
Aanbevolen voor hen die - behalve de genoemde groepen - houden van het stevige werk van tijdgenoten April Wine, Blackfoot, The Godz, Kiss, Frank Marino & The Mahogany Rush, Molly Hatchet, Mother's Finest, Ted Nugent, Ram Jam, Styx en Triumph.
Hoe komt het dat dit album zo onbekend bleef? Wel, ik vermoed dat een opvolger werd verhinderd omwille van zakelijke/praktische redenen en/of de verschuiving van hardrock naar metal in die periode. In 2008 en 2014 verschenen heruitgaven, de laatste bij Rock Candy met een informatief cd-boekje.
Laat de waan van die dagen weg en je hebt gewoon een heerlijk hardrockend album waar alles goed samenvalt. Niet spectaculair maar meer dan aangenaam, hoorbaar met liefde en vakmanschap gemaakt en met oor voor detail. Waar ik er in 1989 een zes(je) voor gaf, ga ik nu voor de volle 8.
» details » naar bericht » reageer
Tin Machine - Tin Machine (1989) 3,0
7 januari, 10:46 uur
Kort voor Kerst kreeg ik zin in David Bowie. Schafte her en der werk van hem aan dat ik nog niet had, waarbij dit debuut van Tin Machine.
Daarvan herinner ik me de verbazing in de pers: Bowie in een band? We kenden hem immers alleen maar solo, op het enigszins obscure werk van vóór zijn debuut in 1967 na.
Bovendien hadden we enkele jaren van popgerichte, minder vernieuwende Bowies achter ons: Let's Dance, Tonight en Never Let Me Down. Verder was hij druk met de nodige filmrollen en succesvolle tournees. In de ogen en oren van velen was hij veranderd van trendsetter in een trendvolger; plotseling klonk hij... ruig?!
Bovendien met teksten waarin hij "fel van leer trekt tegen crackdealers en oprukkend fascisme", zo noteerde Oor's Popencyclopedie later.
Gitarist Reeves Gabrels was in '89 voor mij een nieuwe naam en dat de ritmesectie van Iggy Pops loonlijst kwam, was bij voorbaat interessant. Bovendien assisteert ene Kevin Armstrong op slaggitaar en Hammondorgel.
De eerste indruk is dat ik het album lang vond duren maar ik ben dan ook niet zo van garage rock 'n' roll, compleet met galmend drumgeluid; 14 tracks op cd is wat veel.
Bij vaker draaien valt uiteraard meer op. Zovele jaren later wordt gesteld dat Bowie toch weer trendsetter was geworden, omdat hij vooruitliep op grunge. Al denk ik niet dat de namen uit die stroming daadwerkelijk Tin Machine als invloed noemen, er zit met deze garage rock 'n' roll een kern van waarheid in.
Decibellen gaan de strijd aan met melodie. Dit met wisselend resultaat. Verbazingwekkend is dat met een bluesshuffle wordt gestart via Heaven's in Here en met Tin Machine wordt de boel eens extra opgejaagd. Stevig is het zeker, pakkend nog niet.
De melodie wint het voor het eerst in Prisoner of Love en twee nummers verder in I Can't Read. Melodie en vuige gitaren komen raak samen in het rockende Under the God, waar Gabrels' bijzondere gitaarlijnen klinken.
Opvallende zaken in de tweede helft. John Lennons Working Class Hero is ongewoon in het jasje van Tin Machine, ik heb er opnieuw weinig mee. Bus Stop een aangenaam miniatuurtje met zijn 102 seconden, in Video Crimes zijn rock 'n' roll en melodie aardig in evenwicht; in de periode Let's Dance had dit een funkstamper kunnen zijn geweest en hetzelfde geldt voor bonus Run, op cd track 12.
De nummers die ik niet noem zijn me te garage: melodie of gitaarwerk willen niet beklijven, zoals die andere bonus Sacrifice Yourself op 13. Hetzelfde geldt voor het melodieuzere slotnummer Baby Can Dance, ondanks de tempowisselingen. Kan me voorstellen dat dat destijds live (onder andere in Paradiso, hier beelden) werkte.
Ik ben wel even klaar met holle drumklanken en scheurgitaartjes... Kennelijk ben ik meer van melodie dan van garage, wat mij betreft lukt dat zesmaal.
» details » naar bericht » reageer
UFO - Making Contact (1983) 4,0
6 januari, 21:20 uur
Kwam 'm vorige week tegen op tweedehands vinyl bij WWRecords in Wageningen. Meegenomen. Zoals vaker doe ik er na enkele draaibeurten een halfje bij vanwege de beleving van de elpee en de hoes. Vier sterren dus.
Wel snap ik de teleurstelling die menigeen begin jaren '80 had bij UFO, omdat "we" een luid, hard, gemeen en passioneel vervolg van livealbum Strangers in the Night wilden.
Frontman Phil Mogg echter ging voor een melodieuzere aanpak, die weliswaar stevig kan zijn maar er is ook een koers richting adult oriented rock. Inclusief de typisch jaren '80-toetsen. Grote inbreng hierin had Neil Carter.
Het sterkst merk ik dat bij de ballade You and Me. Daarin een sfeer die aan het Marillion in diezelfde tijd doet denken. Maar via When It's Time to Rock dat daarna komt, is echter een stevig UFO te horen, zij het met een groot stadionrefrein. En toch, hoor de gitaarsolo van Paul Chapman in het slot: die mag er zijn.
Het landt dus beter nu ik een paar decennia ouder ben. Daarbij vind ik het zó leuk dat Carter en Mogg in 2024 de samenwerking hebben hervat bij Moggs Motel!
» details » naar bericht » reageer
UFO - Headstone (1983) 3,5
Alternatieve titel: The Best Of, 6 januari, 20:49 uur
Pas nu valt me op dat ik hier nog Sir Spamalot een antwoord verschuldigd ben. Het ging over de stamboom van UFO en Bernie Marsden, welke je op 5 januari '23 noemde.
Volgens bio 'High Stakes and Dangerous Men' van Neil Daniels ging het zo, te vinden vanaf p. 12: Larry Wallis, bij de groep sinds februari 1972, had na ruzie met Mogg UFO moeten verlaten. In november 1972 wordt Bernie Marsden (21) zijn vervanger.
"Sometime in 1973" nemen ze "a batch of demos" op, lees ik op p. 15, met producer Dave Edmunds in de Rockfield Studio's in Monmouthshire: "As well as 'Oh My', the demos captured the bare bones of what would become 'Doctor Doctor', 'Sixteen' and 'Rock 'n' Roll' and also a cover of 'Move Over' (Janis Joplin)."
Als Marsden in juni 1973 niet op tijd is voor een Duitse tournee, leent UFO de gitarist van voorprogramma Scorpions, Michael Schenker. Deze bevalt zo goed dat, alhoewel Marsden later alsnog opdaagt en Schenker vervangt, hij na de tour de definitieve gitarist van UFO wordt.
De demo-opnamen met Marsden verschenen in 1993 op UFO-compilatie The Decca Years, lees ik tenslotte op p. 16.
Iets uitgebreider noteerde ik dit ook bij UFO - Live (1972) zie ik nu, maar misschien handig dat het ook bij dit Headstone staat vermeld?
» details » naar bericht » reageer
David Bowie - The Singles Collection (1993) 3,5
5 januari, 21:17 uur
Met een dubbel-cd als deze blijkt maar weer eens hoe verrassend en onvoorspelbaar de carrière van David Bowie verstreek. Soms op het grillige af. Afgaande op zijn discografie biedt de 2cd een weliswaar incompleet maar relevant overzicht van zijn singles van 1969 tot en met 1987. En meer dan dat, er staan ook niet-singles op zoals Ziggy Stardust.
Ik weet niet of er fans van Bowie zijn die álles goed vinden. Ik in ieder geval niet: puur een kwestie van smaak. Met menig nummer heb ik weinig tot niets, met andere kan ik meer. Mijn voorkeur ligt bij het werk met Brian Eno, maar er zijn uitzonderingen.
Op cd 1: het vertellende Space Oddity, het bijna spirituele Starman, de glamrock van Suffragette City en Jean Genie. De laatste ontdekte ik eind 1979 als beginnend popliefhebber toen Frits Spits in het programma Poplijnen dagelijks terugblikte op de jaren '70, met iedere aflevering een ander jaar. Als een radiocursus; ik vond het prachtig en zat aan mijn transistorradio gekluisterd.
Het nummer lijkt trouwens sterk op Block Buster! van The Sweet, zo las of hoorde ik kort daarna. Die van Bowie verscheen in november '72 en die van The Sweet in januari '73: áls er al sprake is geweest van leentjebuur, dan was Bowie dus níet de schuldige.
Cd 1 sluit af met Sound and Vision, mijn eerste kennismaking met zowel Bowie als Eno. Alleen al vanwege de opbouw met dat lange intro een opvallend nummer. Over het drumgeluid kan ik enthousiast blijven schrijven...
Kant 2 gaat verder met Bowies Berlijnperiode, waarvan ik Heroes en Boys Keep Swinging waardeer. Volgende nummers die ik graag hoor zijn Ashes to Ashes, groeien moest Wild is the Wind (nooit geweten dat het een cover van Johnny Mathis/Nina Simone is), China Girl vond ik destijds aardig vanwege Bowies stemgebruik én omdat het door Iggy Pop werd geschreven, ook Blue Jean vond ik aardig (die stem!), dankzij de saxofoon in Absolute Beginners kan ik het nummer waarderen, het doet me aan Bruce Springsteens werk denken met Clarence Clemmons; dat Rick Wakeman en Steve Nieve (de laatste befaamd van Elvis Costello) meedoen was mij onbekend.
Roxy6, als Bowieliefhebber én -kenner die het bovendien allemaal bewust heeft meegemaakt, heb jij voorkeur voor bepaalde periodes? En kun je op een verzamelaar als deze van alles genieten, of haak je ook af en toe af?
» details » naar bericht » reageer
Roosbeef - Omdat Ik Dat Wil (2011) 4,0
5 januari, 20:11 uur
Maatje JeKo stuurde me daarstraks een berichtje met daarin de link naar Sneeuw van deze Roosbeef. Wie zich later afvraagt waarom: dit zijn de dagen dat Nederland voor het eerst in jaren weer eens volop kennismaakte met dit weerfenomeen.
Ook ik kroop vanochtend lange tijd over de snelweg en in het stadje waar ik werk, stond ik gedurende lange tijd stil, naar later bleek vanwege een vrachtwagen die op een rotonde niet meer verder kon door de gladheid. Huiswaarts ging het enigszins vlotter, tenminste nadat ik mijn auto had uitgegraven. En zojuist kon ik niet weg van mijn parkeerplaats bij mijn woning, omdat de auto wegslipt. Heb de handrem losgemaakt - tegen bevriezing - en ben teruggekeerd. Dan maar thuis muziekjes draaien! 
Het appberichtje was reden om Omdat ik dat wil, dat ik jarenlang in de kast liet staan, weer eens in de speler te doen. Ik kocht 'm in 2011, onder de indruk van Roos Rebergens creatieve eigenwijsheid. Qua teksten was het bovendien nogal eens poëtisch genieten. De voorbeelden die Liz1978 in 2017 aanhaalde zijn goede voorbeelden daarvan.
Het is niet vreemd dat Rebergen aansluiting vond bij de Vlaamse popscene en dat Wannes Cappelle (van Het Zesde Metaal) en Tom Pintens in haar band speelden. De muziek op het album met zijn observerende of juist openhartige teksten doet me bovendien aan het werk van Gorki denken.
Qua muziek kan ik het meest genieten van opener Twijfelaar, het groovende Niet uitmaken, Als je me zoekt heeft in het lange uittro herkenbaar de stem van Pintens, het lied over vriend Pulpo en het aanvankelijk statige pianolied In het bos met wederom Pintens' stem in het decor.
Over Sneeuw nog het volgende. Rebergen benoemt zaken die vandaag plotseling weer zó herkenbaar zijn. Ik ga met grote stappen door de tekst: "Geen schoolplein (...), Geen parkeerplek (...), Geen voetbalvelden (...), Geen zwerfvuil (...), Geen grenzen (...), Geen bewijzen (...), Geen uitleg".
Alleen met de tekst van het refrein kan ik minder, tenminste, als ik die letterlijk opvat: "Niet strooien". Maar ze vervolgt met "niet schreien meneer, het zout bijt, het doet zoveel zeer", waarmee ze een diepere laag aanboort over wat sneeuw met haar doet. Mooi gedaan met die soms ijle stem van haar. Fijn dat JeKo dit door mij vergeten album weer eens voor het voetlicht bracht!
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Dangerously Close (2013) 3,5
5 januari, 17:17 uur
Na twaalf jaar inactiviteit kwam Bloodgood in 2006 weer bij elkaar. Nieuw was gitarist Oz Fox, dit combinerend met zijn werk in Stryper. Gitarist Paul Jackson bleef, waarmee voor het eerst twee gitaristen aan boord zaten. De groep nam de tijd voor het schrijven van nieuw werk, want pas in 2013 verscheen Dangerously Close, gemasterd door hun eerste gitarist David Zaffiro.
Bloodgood keert hiermee terug naar stevige metal, anders dan de laatste albums voordat de groep uiteen viel. Opvallend is dat de bas van Michael Bloodgood veel vetter in de mix zit dan ooit tevoren. Verder is drummer Kevin Whisler terug op drums en zanger Les Carlsen blijkt niets van zijn kracht te hebben verloren. Het boekje geeft per solo aan of deze door Jackson dan wel Fox wordt gespeeld.
Het resultaat is een aangenaam, heavy album. Nogal wat ritmes zijn slepend zoals bij Child on Earth en Pray, op Bread Alone mag de dubbele basdrum rollen, wat ik wel vaker had willen horen. Meer variatie is er op I Will dankzij een sitar en Crush Me is akoestisch.
De oorspronkelijke uitgave verscheen ook bij een Scandinavisch label en is daarom als geluidsdrager makkelijker verkrijgbaar in Europa. In 2021 verscheen het album opnieuw, deze keer met andere hoes en bovendien voor het eerst op vinyl in diverse varianten.
In 2022 verscheen documentaire Trenches of Rock, waarin de leden van Bloodgood terugblikken op hun roerige eerste jaren, zoals de trailer duidelijk maakt. Ongepland was echter dat Michael Bloodgood in juli dat jaar overleed, waarmee zijn groep tot een einde kwam.
Les Carlsen bracht december '22 het album He's Coming uit, eind '25 gevolgd door Free Will, waarvan het titelnummer in augustus 2025 vooruit ging via streaming. Rondzoeken op internet levert op dat hij het komende februari in Duitsland komt promoten, in maart in Zweden. Samenhangende informatie hierover kon ik echter niet vinden.
» details » naar bericht » reageer
David Bowie - Stage (1978) 3,5
4 januari, 18:02 uur
David Bowie leerde ik als jonge puber in 1977 kennen via de single Sound and Vision. Sindsdien heb ik altijd een zwak gehouden voor diens albums met Brian Eno. Er zit een sfeer en vaak ook geluid in, dat ik bij ander werk van de man mis. David Bowie was immers een kameleon, die niet alleen radicaal van uiterlijk en imago maar ook van muziekstijl kon veranderen. In mijn oren is de som van zijn samenwerking met Eno meer dan 1 + 1 = 2. Ik hoop ze binnenkort langs te lopen, voor zover nog niet gedaan.
Afgelopen najaar kwam ik bij De Groeverij in Houten Stage tegen op geel vinyl. Eind jaren '70, ik had nog niet eens een platenspeler, zag ik iemand daarmee en het maakte indruk: de eerste keer dat ik vinyl anders dan zwart zag. Die lade in mijn geheugen ging open, ik nam de dubbelaar mee.
Anders dan lennon die kennelijk niets met kant 3 kan, heb ik minder met kant 1 en 2. Te rock en niet zo spannend. Juist met kant 3 heb ik meer: de mystiek van Warszawa, hier met de viool van Simon House, dan het uptempo Speed of Life waarbij de grommende studiosynth helaas is veranderd in een geluidseffect uit Star Wars, soit, het sferische en kalme Art Decade, de sci-fi-soundscape Sense of Doubt, de new wave van Breaking Glass; ze klinken weliswaar ronder en minder intens dan op studioplaat, maar qua composities vind ik ze veel spannender dan hetgeen op kant 1 en 2 klinkt. Meer experiment, eigenwijzer en véél meer sfeer.
Op kant 4 is meer ruimte voor uptempo muziek inclusief de gitaarcapriolen van Adrian Belew en Carlos Alomar. En al klinkt "Heroes" minder intens dan de studioversie en wordt What in the World aanvankelijk wel erg traag ingezet, het blijft bijzondere muziek. Alleen Beauty and the Beast, oorspronkelijk op "Heroes", vind ik minder, maar dat is dan ook conservatiever in aanpak.
Ach ja, met alle vormen die David Bowie aannam heeft een ieder zijn voorkeur. Binnenkort ga ik aan de slag met zijn jaren '90 werk met Eno.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - Power Up (2020) 3,5
4 januari, 17:01 uur
November 2020. Nederland bereidt zich voor op een onvermijdelijke tweede covid-19-lockdown, maar tegen alle verwachtingen is daar ineens AC/DC met Power Up. Dit in de bezetting van Rock or Bust (2014) en wederom met producer Brendan O'Brien. Cliff Williams keerde terug van pensioen, Phil Rudd van huisarrest, Brian Johnson van door autoracen veroorzaakte doofheid. AOVV beschreef het meteen die maand treffend, lees hier terug op MuMe.
Destijds volgde ik het nieuws rond AC/DC op de voet: het eerste nieuws in augustus '20 van een ooggetuige dat de groep weer in Vancouver in de studio zou zijn (wel uit het Noors vertalen, sorry) , het tweede nieuws volgde in dezelfde maand: een foto van Rudd en Johnson op een balkon bij de studio, hetgeen het eerste gerucht leek te bevestigen.
AC/DC houdt altijd zijn kaarten voor zich, bij de Schotse Australiërs geen openheid over privézaken zoals Ozzy Osbourne deed in realityshow The Osbournes. Maar deze keer bleken geruchten een keertje waar te zijn en in november was daar PWR/UP, dat ik las als Power Up. Als "Een vuist naar de hemel", zoals Robert van Gijssel bij de Volkskrant neerpende. Hoezo sterfelijk? Wij gaan door. Zoiets.
Voor mij is deze AC/DC als een ouder geworden oom, die je na enkele jaren weer eens ziet. Je kent volop de verhalen over zijn wilde jonge jaren, de tegenslagen en hoe hij tegen-de-klippen-op kwam, zag en overwon. Maar nu is hij op leeftijd. Toch zie je in zijn ogen en in sommige van zijn onaangepaste opmerkingen iets van het oude vuur.
Op Power Up zijn opnieuw de credits voor de in 2017 overleden slaggitarist Malcolm Young en diens springlevende broer Angus. De laatste dook net als voor Rock or Bust in de archieven met ruwe ideeën voor nieuwe nummers, Malcolms vervanger/neef Stevie Young assisteerde bij het arrangeren ervan.
Explosieve, snelle uitspattingen als Whole Lotta Rosie of Riff Raff of Shoot to Kill of Thunderstruck zitten daar niet bij. Het is net wat kalmer, de blues schemert in soms mindere, soms meerdere mate door.
Het vuurtje brandt dus wel degelijk, zij het minder fel. Daarmee is de rol van de groove belangrijker geworden, neergelegd door Williams en Rudd met Stevie. Sterkste voorbeelden zijn opener Realize, de (blues)beat van Through the Mists of Time met z'n bijzondere drumgroove in het intro en een verrassend aaa-hahaa-koortje, het iets snellere Demon Fire en het sluw-swingende Money Shot. Iets van de voorbije tegenslagen lijkt door te klinken in de tekst van Kick You When You're Down, opvallend genoeg een nummer zonder intro.
Touren was kort na de covid-pandemie hoogst onzeker. Vijf jaar later is Williams definitief met pensioen en Rudd verkoos thuis te blijven om zijn eega bij te staan. Met bassist Chris Chaney, drummer Matt Laug en de grijs geworden scholier Angus tourde de groep in 2025 door Europa en Australië, een tour door Zuid- en Noord-Amerika van februari tot en met september 2026 staat gepland.
Zou er nog een nieuw album komen? Hoe leuk zou het zijn als iemand van Angus' Aaltense buren meer weet en het mag laten uitlekken. Maar liever nog heb ik dat iedereen zijn kaken op elkaar houdt en een volgende verrassing zich aandient. Misschien wel een optreden in Lochem of op Zwarte Cross.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - To Germany, with Love! (1993) 3,0
4 januari, 15:03 uur
Een eigenbeheeruitgave van de groep in samenwerking met Stephan's Buchhandlung, van oorsprong een boekhandel die allengs meer was gaan doen. To Germany, with Love is het resultaat een drietal concerten in maart 1993 in Duitsland gegeven. Verrassend genoeg net als hun reguliere werk op streaming te vinden.
Meer dan de twee officiële live-cd's voelt dit als een realistische weergave van hoe Bloodgood in die dagen klonk. Bloodgood was een christelijke groep en dat valt behalve via de teksten te merken aan hetgeen zanger Les Carlsen tussen de nummers in deelt met het publiek. Gitarist is de getalenteerde Paul Jackson, drummer is Paul Rorabeck en tourtoetsenist was David McKay. De geluidskwaliteit is redelijk, als een goede bootleg. Alsof je bij het mengpaneel in de zaal staat, al klinkt de bas van Michael Bloodgood te zacht.
Aan de setlist is te merken dat de groep in die fase voor een melodieuzere aanpak koos. De nadruk ligt daarbij op hun laatste album All Stand Together, nieuw is Holy Spirit Jam, een spontane samenwerking tussen band en publiek. Qua missie is de gedrevenheid onverminderd en het publiek geniet hoorbaar. Grappig is de introductie van de gastheer, die als een filmtypetje met zwaar Duits accent inclusief dunne 'l' het publiek toeroept: "Do you want rock 'n' roooll?"
Het jaar na verschijning viel Bloodgood uit elkaar, waarmee dit lange tijd hun laatstverschenen album zou blijven. In 2000 verscheen een Amerikaanse heruitgave met andere hoes. In 2013 keerde de groep terug met Dangerously Close.
Dat Bloodgood nog altijd geliefd is in Duitsland, blijkt uit het feit dat zanger Les Carlsen er in februari 2026 solo hoopt op te treden, zo vertelde de inmiddels 76-jarige in Christian Geeks Rockcast.
» details » naar bericht » reageer
Vive la Fête - Les Sauvages (2025) 4,0
3 januari, 22:07 uur
Rond 2012 zag ik Vive La Fête tweemaal live. Eénmaal op een bevrijdingsfestival en eenmaal in Tivoli. Als een kruising tussen The Cure en jaren '80 synthwave en dat met een dikke sensuele saus met ironische knipoog. Om het nog vreemder te maken: Vlamingen die Franstalig zongen, oui oui.
Na enkele albums kwam de klad erin, het pakte niet meer zo. Dat vond het duo kennelijk zelf ook, want na Destination Amour (2018) bleef het stil, tot in maart '25 Les Sauvages verscheen.
Dat ontdekte ik pas in december, vandaar dit ietwat late bericht. Bij herhaald draaien groeit het mini-album. Vijf nummers met de bekende combinatie van invloeden en toch fris. Want: goede liedjes met pakkende melodieën, dikke synths met soms een bijtend gitaartje en uiterst dansbaar.
Zoals slotlied Extraordinaire met haakjes in mijn brein slaat: "Il m’a emporté par la musique kitch-pop.
Il m’a rendu heureux, je me sentais tip-top.
On faisait la fête partout, non-stop"
Het klinkt simpel, maar zit geraffineerd in elkaar...
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - All Stand Together (1991) 2,5
3 januari, 18:11 uur
Na vier studioplaten en een tweetal livealbums bracht Bloodgood in september 1991 hun vijfde studioalbum uit, waarvoor de groep overstapte naar het label Broken. All Stand Together bleek een radicale trendbreuk met voorheen, inclusief de toch al afgezwakte muzikale koers van Out of the Darkness. Zo goed als verdwenen zijn de riffs, metal maakt plaats voor melodieuze hardrock of zelfs adult oriented rock.
De groep is uitgebreid met toetsenist Tim Heintz, wiens bijdragen mij te klef zijn. Daarnaast is er nieuwe drummer David Huff. De hoes vermeldt dat beiden met "met toestemming" meedoen, hetgeen suggereert dat ze geen vaste groepsleden waren.
Als oude fan was ik al afgehaakt en had ik dit album destijds gehoord, dan had ik slechts met één nummer wat gekund. De verkopen toonden aan dat ik bepaald niet de enige was.
Daar zit ik nu milder in, maar de bevlogenheid van de eerste albums wordt node gemist. Vier keer lukt het iets neer te zetten dat blijft hangen: opener S.O.S. bevat aardige hardrock, uitschieter Escape from the Fire sterke aor, Fear No Evil doet met zijn hoge koortjes aan het betere werk van Uriah Heep denken en Lies in the Dark heeft een prima opbouw die profiteert van enkele tempowisselingen.
De rest werkt dus niet. Paul Jackson mag een prima gitarist zijn en de whiskeystem van Les Carlsen aangenaam, te vaak klinkt een halfzachte rockriff (zoals het langzame, stevige titelnummer) of een ballade (zoals slotlied I Want to Live in Your Heart, in de geest van Foreigners hit I Want to Know What Love Is geschreven).
In oktober 1991 wordt grunge plotseling groot als MTV Nirvana's Smells Like Teen Spirit op hoge rotatie zet. Melodieuze hardrock van een groep als Bloodgood is plotseling hopeloos uit de mode, al redden sommigen het door de rage rond unplugged muziek die ongeveer gelijktijdig opgang maakt.
En al zegt mode niets over kwaliteit van muziek, bik mij gaan teveel nummers het ene oor in en andere uit. Voor een ander kan dit juist een aanbeveling zijn, pakkumbeet degenen die de Knuffelrock-cd's waardeerden.
Voordat Bloodgood in 1994 de handdoek in de ring gooide, was er eerst nog een curieus liveschijfje genaamd To Germany, with Love. Plus het decennium erop een comeback.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - Rock or Bust (2014) 3,5
3 januari, 17:37 uur
Een AC/DC-album uit 2014. Ik werd nieuwsgierig hoe het zat met neef Stevie Young, de nieuwe slaggitarist van de groep en kwam uit bij de geschiedenis van de familie Young in Glasgow en de winter van 1963.
Dat was een hele strenge met een fameuze Elfstedentocht als Fries ijkpunt, verfilmd als 'De hel van '63'. Ook in Schotland was het bar koud en na het zien van tv-spotjes over emigratie naar Australië, besluit de familie Young te emigreren.
Oudste zoon Alexander blijft achter, verkast naar Londen en maakt onder de naam George Alexander twee albums met de groep Grapefruit, waar psychedelische rock klinkt.
Zijn broertjes George, Malcolm en Angus belanden in Sydney, net als neef Stevie Young. George maakt spoedig faam met de groep The Easybeats, bekend van Friday on My Mind en vervolgens als producer (AC/DC, Rose Tattoo, John Paul Young) én brein van newwavegroep Flash and the Pan. Malcolm en Angus beginnen in 1973 AC/DC.
Stevie keert in 1970 terug naar Schotland en krijgt begin jaren '80 enige bekendheid als gitarist van Starfighters uit Birmingham, dat twee elpees uitbrengt. In 1988 vervangt hij tijdens de tournee voor album Blow Up Your Video oom Malcolm, die afkickt van zijn alcoholverslaving. De twee lijken zó op elkaar dat het nauwelijks wordt opgemerkt.
De groep houdt zijn privéleven altijd strikt gescheiden van de showbusiness, maar in 2014 lukt dat niet meer. In september wordt bekend dat slaggitarist en riffkoning Malcolm, die van het iconische geluid van het merk Gretsch, de handdoek in de ring heeft moeten gooien wegens dementie. Logischerwijs is zijn definitieve vervanger Stevie.
Opnieuw opgenomen in The Warehouse in Vancouver met wederom Brendan O'Brien achter de knoppen, lijkt er voor het oor niets veranderd. De muziek is wederom geschreven door Malcolm en Angus. De laatste in tijdschrift Uncut van januari 2015: "It was stuff we had done in the past together. (...) We did go through a lot of tapes, ideas we'd had from the past, but I do that for every album."
Eigenlijk is ieder nummer raak: met bijna 35 minuten duurt het album niet te lang zoals de voorganger deed. Eerst de kalme groove van opener Rock or Bust, zoals neergezet door Phil Rudd en Cliff Williams: wat een ritmetandem, groots in eenvoud! Het tempo is iets hoger bij Play Ball, Rock the Blues Away en Miss Adventure. Dogs of War heeft iets slepends, maar altijd is daar De Groove. De eerste helft (op elpee met klaphoes) sluit af met Got Some Rock & Roll Thunder.
De tweede helft trapt kalm af met Hard Times en dan wordt het hoog tijd voor iets dat écht op tempo is. Dat is er met Baptism by Fire, waarna het swingende Rock the House plus het slepende Sweet Candy volgen en de bijna-funk van Emission Control de plaat afsluit. Ik mis een voluit snel nummer, maar lekker is Rock or Bust zeker.
Vervolgens struikelt het ogenschijnlijk altijd stabiele AC/DC van de ene naar de andere tegenslag. Phil Rudd, woonachtig in Nieuw Zeeland, haalt eveneens eind 2014 de media en kan niet mee op tournee. Iets met drugs en juridische besognes nadat hij iemand bedreigde. Rudd blikte later in Lust for Life openhartig terug: "Ik kreeg de kans mezelf te verbeteren. Je kunt helemaal ontsporen, zonder het zelf te beseffen, begrijp je?"
Een deel van zijn frustraties ontstond door de gebrekkige distributie van zijn soloproject Head Job dat eerder in 2014 verscheen. Chris Slade, op de drumkruk ten tijde van The Razors Edge, 1989-1994, mag hem vervangen. Angus daarover: "Hij is net zo oud en lelijk als wij."
En dan krijgt Brian Johnson problemen met zijn gehoor. Dat zou nadien op miraculeuze wijze worden gerepareerd, in de tussentijd is Axl Rose van Guns 'n' Roses zijn vervanger tijdens de tour. Ik vreesde voor het definitieve einde van de groep.
Slade over Rose, opnieuw in Lust for Life: “Ze vertelden me: ‘Oh, Axl Rose komt morgen langs. Ik was natuurlijk stomverbaasd, (…) maar toen Axl begon te zingen, besefte ik dat hij de juiste keuze was. Daarnaast bleek hij een heel grappige vent te zijn.”
Rock or Bust. Aangenaam maar zonder verrassingen, of het moet de nadruk op relatief kalme grooves zijn en de eigenlijk naadloze vervanging van Malcolm door Stevie. Een 7,5 als cijfer, uitgedrukt in 3,5 ster.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Shakin' the World (1990) 3,0
Alternatieve titel: Live Volume Two, 2 januari, 09:55 uur
Najaar 1990 bracht Bloodgood twee video’s en cd’s uit genaamd Live Volume 1 en 2, opgenomen in hun Seattle. De eerste heeft als hoofdtitel Alive in America, deze tweede Shakin’ the World. Deel 2 gaat verder waar deel 1 eindigde, ontbeert gelukkig een medley én er is een nieuw nummer, The Sixth Hour. Die laatste een digitale soundscape van zo'n twee minuten, passend bij de set en het verhaal dat wordt verteld.
Zanger Les Carlsen begon zijn professionele carrière begin jaren '70 in de rockmusical Hair en wilde het theateraspect eveneens inzetten bij Bloodgood. Met name het verhaal van de kruisiging en opstanding, te horen bij track 7 tot en met 11. Het vormt het sterkste blok van dit album, ondanks dat Accept the Lamb er slechts 21 seconden in zit, te weten het intro in aangepast arrangement.
Als een moderne versie van J.S. Bachs Mattheus Passion en hippiemusical Jesus Christ Superstar was dit in Seattle wellicht ook geschikt voor een publiek dat minder met metal heeft.
Ik kan me zeker voorstellen dat toeschouwers destijds enthousiast waren, hier in mijn huiskamer met “slechts” audio overkomt me dat niet. Hetgeen ik bij deel 1 schreef, geldt ook voor deel 2 en toch ben ik iets positiever. Een 6,5 als schoolcijfer, omdat Bloodgood een enkele keer wél iets verder gaat dan de studioversies. Wie onbekend is met het vorige werk, zal er frisser instappen.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Alive in America (1990) 3,0
Alternatieve titel: Live Volume I, 2 januari, 07:01 uur
In 1990 verschenen twee livealbums van Bloodgood, als ik me goed herinner tegelijkertijd naar aanleiding van de rocktheatershows die de groep had gedaan. Eveneens verkrijgbaar op video. Naast Alive in America kwam deel 2 Shakin' the World uit.
Ik liet ze destijds links liggen: dat gezwaai met de Amerikaanse vlag wat ik op de achterzijde zag maakte me niet enthousiast en de setlists nodigden niet uit. Alle muziek komt namelijk van de vorige vier albums en die kende ik al. Tezamen komen van hun eerdere vier albums 26 van de 38 nummers voorbij.
Anno 2026 gaan beide albums in de herkansing en wat betreft Alive in America blijkt mijn scepsis niet ten onrechte. De groep deed de productie zelf onder supervisie van ene Steve White. Die is degelijk, maar spetteren wil het niet. Een externe producer had hier meer mee gedaan.
Daarbij komt geen nieuw werk langs en bovendien blijft men dicht bij de studioversies. Alsof je een afspeellijst maakt in een livejasje, waarbij een enkele keer iets tegen het thuispubliek in Seattle wordt gezegd. Je moet bovendien tegen de medley kunnen die track 12 vormt, met daarin precies de drie nummers die ik tot mijn favorieten reken. Altijd zonde om die in een medley te vermalen.
Wie de vier studioalbums van hiervoor niet kent, kan wellicht meer met Alive in America. Klassieke metal en hardrock met sterk gitaarwerk van Paul Jackson en rauw gezongen door Les Carlsen. Het vakmanschap is duidelijk, maar ik mis de opwinding.
Het Britse tijdschrift Cross Rhythms publiceerde destijds deze recensie, waar ik me goed in kan vinden en plakte er desondanks een 8/10 op. Ik houd het bij drie sterren.
Is deel 2 méér dan een best of in livejasje? We gaan het beleven.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - Black Ice (2008) 4,0
1 januari, 22:55 uur
Acht jaar zat er tussen Stiff Upper Lip en Black Ice, al was in 2005 dvd-verzamelaar Family Jewels verschenen. Een vriend van me was zo ijsblij, dat hij me ongevraagd een zelfgebrand kopietje in handen drukte.
In 2008 vond ik het wat tegenvallen. Black Ice was namelijk met 55 minuten hun langste album ooit, iets te veel van het goede. De tijdspanne was de reden dat hij onmiddellijk ook op dubbelelpee verscheen.
Opener Rock N Roll Train was vooruit gegaan en startte mijn pc - eentje met pittige audioboxen inclusief subwoofer - al enkele weken luid op. Met dat nummer was ik dus vertrouwd en nog altijd gaan de mondhoeken omhoog als ik 'm hoor. Drie andere nummers bevatten eveneens het woord 'rock'.
Op deze eerste dag van 2026 landt het beter dan toen. Mijn voorkeur ligt meestal bij uptempo werk, ook bij AC/DC, al snap ik dat je moeilijk alleen maar vlugge nummers kunt opnemen. Aan de kortere tracklengte kan ik vaak zien voor welke nummers ik zal gaan. En zo kan ik goed uit de voeten met Big Jack; op-z'n-jaren-'70-swingend is Anything Goes, melodieuzer dan doorgaans; het bijtende War Machine is zo'n nummer dat meteen blijft hangen; Spoilin' for a Fight werkt goed met z'n staccato riff.
Plaat 2 start vlot met Decibel, waarna een verrassinkje zich aandient in de vorm van slidegitaar in het langzamere Stormy May Day; wie oren heeft om te horen, ontdekt op ieder album van de groep toch iets nieuws, in dit geval iets wat de land- en stijlgenoten van Rose Tattoo nog vetter doen.
Het vleugje blues in het langzamere Rock N Roll Dream smaak ik graag en omdat Rocking All the Way dan iets sneller is, werkt dat goed. Deze keer komt het titelnummer als laatste: Black Ice is niet het gedroomde slot. Dan tel ik negen favorieten, waarmee vier sterren me een redelijke score lijken.
Achteraf steeg de status van de plaat: toen Malcolm Young in 2014 AC/DC wegens dementie moest verlaten, bleek dit zijn laatste album met hen te zijn geweest. Wel verscheen al in 2009 de box Backtracks waarop ook menig ander vertrokken lid is te horen. In januari 2015 blikte Angus terug in tijdschrift Uncut (dank Roxy6 daarvoor!): “Malcolm’s had the illness for a while. He had the onset of it when we were doing the previous album [Black Ice] – he toured. (…) He said: I wanna do this as long as I can keep doing it.”
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Out of the Darkness (1989) 3,5
1 januari, 14:45 uur
De vierde Bloodgood. Nieuw zijn gitarist Paul Jackson, op de vorige drie al te vinden bij de schrijfcredits van een enkel nummer, en drummer Paul Whisler, ex-Watchmen. Die kende ik van de verzamelaar Underground Metal waar ze met een Dio-achtig nummer vertegenwoordigd waren.
De hoes van Out of the Darkness is sober, niet alleen in vergelijking met Detonation van twee jaar daarvoor maar ook met voorganger Rock in a Hard Place. Niet eens een bandfoto, zodat je mocht raden hoe de nieuwe leden eruit zagen.
De groep zat al bij het label Frontline maar dit verscheen bij hun sublabel Intense, gespecialiseerd in stevige rock: de white metalscene was gegroeid. Opnieuw adequaat geproduceerd door Terry Shelton, bleek dat enkele scherpe randjes van de metal waren verwijderd. Ik herinnerde me hoe vóór hen menig groep uit de new wave of British heavy metal zijn geluid gladstreek, eveneens door mij betreurd.
Met Out of the Darkness gaat het fel uit de startblokken met dubbele basdrums, geknipt voor de rauwe stem van Les Carlsen. De melodielijnen van Jackson zorgen ondanks de standaardriff voor een sterk slot. Iets kalmer maar nog altijd op tempo zijn Let My People Go en America, de laatste met sterke melodielijnen. It's Alright moet het vooral van de twee gitaarsolo's hebben en waar Top of the Mountain me aanvankelijk te kalm was, bleek het dankzij melodie en opbouw te groeien bij vaker draaien. Een degelijke eerste helft.
Op kant 2 wordt het minder. Vierkante hardrock met Hey! You wordt gevolgd door het flauw rockende Mad Dog World. Muziek conform de degelijke maar fantasieloze hoes. Met Changing Me is daar de onvermijdelijke ballade, waar op voorganger Rock in a Hard Place mee was begonnen. Voor de stijl een aardig nummer, deels met akoestische gitaar en toetsen, geschikt voor Amerikaanse rockradio. Met afsluiter New Age Illusion is daar het eerste nummer van kant 2 dat een voldoende haalt, al vind ik het opnieuw teveel op automatische piloot.
Geen onaardig album, maar omdat ik mijn metal graag mét scherpe kantjes consumeer, is de 7 die ik geef een magere. Wie metal met ronde randjes prefereert, zal dit hoger waarderen.
In 2015 verscheen een heruitgave met nieuw artwork, in 2023 een volgende editie met weliswaar de oorspronkelijke voorzijde maar met een uitgebreid boekje, inclusief foto's van de groepsleden.
» details » naar bericht » reageer
