Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Abwärts - Amok Koma (1980) 4,0
31 mei 2025, 08:41 uur
Debuutelpee van het Hamburgse Abwärts, dat met scheurende (post)punk inclusief staccato ritmes in oktober 1980 het felle Amok Koma uitbracht.
Kant 1 heet Amok. Venijnig met boorapparaat (of is het een freesmachine?) is Machinenland, punk in Karo 1/4 08/15 Hoch 2 en dan de monotoon gezongen en tegelijkertijd knotsvrolijke cover van Friday on My Mind, oorspronkelijk van de Australische Easybeats. Toch wel anders dan het origineel of de versie die ik van Gary Moore ken...In Shanghai Stinker postpunk en de rammelgitaar van Frank Z. die één van de twee mannelijke zangers is.
In het kalme Bel Ami staat echter Margit Haberland bij de microfoon, haar stem slaat - bewust - frequent over. De nummers zijn kort, Verzählt is met z'n 3'04" de langste van de eerste helft. Belangrijk is weer de bas van Mark Chung, terwijl F.M. Einheit naast zijn vocalen enkele speciale effecten op zijn synthesizers loslaat. Een snelle baslijn in Softly Softly, na Maschinenland mijn tweede grote favoriet van de plaat.
Kant 2 heet Koma. Duitse radio kon hééél kalm en saai zijn herinner ik me en blijkens het intro van Unfall klopt dat. De muziek die volgt is dat niet, mede dankzij dansende bas en hakkende gitaarriff. Iets dergelijks gebeurt ook in Mehr.
In het schier neurotische Türkenblues wordt in de tekst de halve wereld van New York via Calcutta naar Sahara benoemd, met als gemene deler "einem Arbeitsvertrag in der Bundesrepublik". Als de soundtrack bij het geruchtmakende boek 'Ganz Unten' (1985) van Günter Wallraff, in het Nederlands vertaald als 'Ik (Ali)'; over arbeidsmisstanden in de wereld van gastarbeiders.
In Neon Kind klinkt reggae, waarna in Ich bin stumm nog eens alle eerdere elementen samenkomen, gevolgd door een liveversie van Japan. Discogs vermeldt als slottrack Schlußwort Von Horst Herold, Bundeskriminalamt, maar die kan ik nergens online vinden. Ben nieuwsgierig wat dit is! Al in 1988 werd als bonus toegevoegd de EP Computerstaat dat vóór de LP in 1980 verscheen.
Uit dat jaar herinner ik me dat dit ook zo'n typisch VPRO-bandje voor in de avond was. De Nederlandse oren moesten destijds wennen aan de Duitse taal buiten het schlagergenre...
Mijn reis door new wave kwam van het debuut van Plasmatics. Op mijn afspeellijst kom ik vervolgens singles uit oktober '80 tegen van bekendere albums.
Die besprak ik al eerder: Dog Eat Dog van Adam and the Ants van Kings of the Wild Frontier, Don't Stand So Close to Me van The Police van Zenyatta Mondatta, Enola Gay van O.M.D. van Organisation, Room Service van Fischer-Z van Going Deaf for a Living en het onbekendere Dream Sequence van Pauline Murray & The Invisible Girls.
Dan blijk ik uit te komen bij een ander Duits juweeltje: Monarchie und Alltag van Fehlfarben.
» details » naar bericht » reageer
Stryper - Against the Law (1990) 3,5
30 mei 2025, 13:02 uur
Twee berichten hierboven lees ik zinnen die op de dag van publicatie al verouderd waren: (reactie op ander bericht)
Augustus 1990, ik zag hoe fans zich verbaasd in de ogen wreven: is dit Stryper? Het bandlogo is weg (op de binnenhoes nog wel de driehoek met bijbeltekst), achterop blijken de geel-zwarte pakken vervangen door gevangeniskleding en er is enige baardgroei. Ik grijnsde: de vorige twee albums waren me te glad, hopelijk was dit een signaal dat Against the Law steviger was.
Ben momenteel bezig aan de biografie van zanger/gitarist Michael Sweet, genaamd 'Honestly: My Life and Stryper Revealed'. Op de albums hiervoor schreef hij al 90% van het materiaal en blijkens de bio is naast de cover Shining Star alleen het door Oz Fox geschreven Not That Kind of Guy niet van zijn hand. Over zijn composities op Against the Law: "What came out as I was writing surprised me" (p. 150). Zonder vooropgezet doel is er inderdaad sprake van een stijlverschuiving.
Fans moesten na twee albums met een gepolijstere aanpak wennen: het is rauwer en de teksten zijn niet expliciet christelijk. Wél gaan ze vaak over het maken van de juiste keuzes, waarover Sweet in de bio openhartig schrijft dat dat juist in deze periode nogal eens niet lukte.
In het boek beschrijft hij de moeizame relatie met aanhangers van tv-dominee Jimmy Swaggart die hen bij de ingangen van concertzalen en in de media neerzetten als dienaren van de duivel. Plus de zakelijke jungle, die in toenemende mate een negatief effect op de groepsfinanciën had. De jaren van bikkelen hadden hen murw en boos gemaakt, waarbij het oorspronkelijke heilige vuur was getemperd. De muziek echter is van hoge kwaliteit.
We zijn nu 35 jaar verder en dan valt me op dat Sweets muzikale invloeden duidelijker doorsijpelen in de schrijfstijl, waarin meer rock/blues zit. Zoals in de swingende maar stevige opener Against the Law, het uptempo vervolg Two Time Woman en het midtempo Rock the People. Daarbij klinken de kenmerkende koortjes minder prominent dan op de vorige albums: producer Tom Werman koos voor gitaren, met als volgend detail dat twingitaarlijnen slechts sporadisch worden gespeeld.
Via Two Bodies hoor je enkele muzikale wortels van Sweet, te weten Boston en Styx, met een briljant gezongen refrein. Op Not That Kind of Guy horen we Van Stryper, als een deel 2 van Hot for Teacher; geschreven door gitarist Oz Fox met als oorspronkelijke titel Not Yo Huggy Guy, zo vertelt de bio. Die vermeldt ook dat Sweet bang was om door Van Halen te worden vervolgd, "for it was too close for comfort to being a replica of their hit song".
Kant 2. Shining Star met gastbassist Randy Jackson is een opgerockte versie van het funklied van Earth, Wind & Fire. Moest er destijds aan wennen, nu valt op hoezeer de groep het naar zich toetrok. Ook smakelijk is het soleerwerk van Fox én Michael Sweet. In de riff van Ordinary Man klinkt de invloed van Joe Perry/Aerosmith, Lady is de ballade zoals Stryper die in deze periode steevast afleverde; gelukkig niet op basis van piano maar met akoestische gitaar.
Caught in the Middle is snel met spetterend gitaarwerk, waarbij drummer (en halfbroer) Robert Sweet in zijn element is, net als op het midtempo All for One met fraaie akoestische gitaar á la Boston. Rock the Hell Out of You is het dubbelebasdrumslot waarin de missie van de groep wordt uitgelegd en Sweet de grenzen van zijn stembanden teistert.
Het was voorlopig het laatste volledige album met nieuw werk van de groep. Terwijl het verval doorzette, verscheen in 1991 verzamelaar-met-twee-nieuwe-nummers Can't Stop the Rock, waarna de groep als trio - zonder Michael - voortging, om in 1993 het bijltje erbij neer te gooien.
Vanaf 2000 zoeken de vier elkaar af en toe op (Michael woont inmiddels aan de oostkust), in 2003 leidend tot 7, de volgende verzamelaar-met-twee-nieuwe-nummers. In 2005 is daar comeback-cd Reborn, waarmee de groep hun hardste album tot dan uitbrengt.
Daarom mijn wrevel over het bericht uit 2011, dat gezien de link stamt uit 2008. Toen had het inmiddels veel hardere Stryper alweer één (2008) resp. drie (2011) nieuwe albums uitgebracht, zónder "hitparademateriaal". Fouten maken is menselijk, maar als je een stukje schrijft, doe dan eerst je huiswerk en beluister de muziek alvorens te oordelen.
» details » naar bericht » reageer
Plasmatics - New Hope for the Wretched (1980) 2,5
28 mei 2025, 19:07 uur
Minder snel dan mijn vorige halte in de wereld van new wave en aanverwanten, die van de Circle Jerks, is het debuut van de Plasmatics. Al is dit allesbehalve langzaam. Qua stijl staat het dichter bij de Engelse punk met opvallend melodieus baswerk van Jean Beauvoir en zangeres Wendy O. Williams, die haar teksten niet zingt maar spuugt.
New Hope for the Wretched kwam je destijds wel eens tegen in de platenbakken, maar alhoewel ik nieuwsgierig was naar dat ene nummer met cirkelzaag, waarover ik had gelezen, was dit allesbehalve verleidelijk. Natuurlijk: lachen die tutu die gitarist Richie Stotts draagt, maar dat mevrouw Williams zo met haar twee andere kwaliteiten poseerde wekte juist argwaan bij mij op. Goede muziek heeft dat niet nodig vond ik en bovendien paste het niet bij de geëmancipeerde houding die ik bij haar vrouwelijke collega's zag.
Pas in het streamingtijdperk kwam het ervan de plaat eens helemaal te beluisteren, op zoek naar dat nummer met cirkelzaag. Dat bleek Butcher Baby te zijn en het is inderdaad het beste nummer van de plaat.
En verder snelle punk die me meestal niet raakt. Dat zit 'm in de riffs, die weliswaar snel zijn maar de noodzakelijke hooks missen. Opvallend genoeg lukt dat wel in het langzamere Concrete Shoes dat metal uitstraalt. Maar ondanks de scheurende gitaren, snelheid en zang pakt het me niet. Het lange kakofonische deel in Dream Lover is zelfs ronduit saai, net als het kalmere Sometimes I.
Corruption is dan wél lekker, het duurt bovendien met z'n 2'40" korter dan veel ander werk. Heeft de muziek nodig, zelfs al begint het nummer na 100 seconden opnieuw. Had van mij niet gehoeven.
De volgende halte ligt in West-Duitsland en na het gezaag van Butcher Baby op mijn afspeellijst, volgt daar het boren van Abwärts.
» details » naar bericht » reageer
Circle Jerks - Group Sex (1980) 3,5
28 mei 2025, 18:28 uur
Circle Jerks, zo'n bandje dat je begin jaren '80 slechts bij de VPRO in de avonduren kon horen. Anders dan frolunda in het vorige bericht vind ik het niet achterblijven bij de genregenoten, behalve dan dat dit met z'n dikke kwartier kort duurt. Desondanks komen veertien nummers langs.
Ik kom hier vanaf de tweede van Cockney Rejects en dan valt op dat deze Los Angelanen qua muziek sneller spelen dan de Londense groep, die nog in de traditie van de eerste punkgolf van '76 en '77 stond. Fijn dat er binnen het genre dan weer de nodige variatie is.
Group Sex verscheen op 1 oktober 1980 en wordt, zoals het vorige bericht eveneens aangaf, langzamerhand vinniger en inderdaad: het niveau stijgt en bovendien is de productie inderdaad prima met als troef de stem van Keith Morris. Drie van mijn favorieten zitten op kant 1: Operation met pakkende riff en melodielijn, aardig is Back Against the Wall dankzij het reggae-achtige riffje en de jankende gitaarlijn in Behind the Door.
Op kant 2 is de muziek nog feller. Qua riffs gaat mijn voorkeur uit naar Live Fast Die Young met een regel als "I don't wanna live to be 34, I don't wanna die in a nuclear war." De ironie straalt af van de tekst van Group Sex; één lange advertentie... Zoals de groep al op kant 1 meldde in Beverly Hills had het warme paradijs Los Angeles zijn schaduwkanten.
Meer punk bij mijn volgende halte maar ook daar weer in een ander jasje: op naar New York en de Plasmatics, hun debuut verscheen een dag later.
» details » naar bericht » reageer
Cockney Rejects - Greatest Hits Vol. II (1980) 3,5
28 mei 2025, 07:37 uur
Op reis door de afspeellijsten die ik maakte met daarop new wave en aanverwanten, beluister ik de albums achter die nummers. De muziek staat op chronologische volgorde en zo ging het van de vorige halte U.K. Subs via Bad Manners naar de volgende Londense groep.
Greatest Hits Vol. II is de ironische titel van de tweede Cockney Rejects, de groep die hun albums in 1980 vrijwel gelijktijdig uitbracht met die van de Subs.
Hoogtepunten op deze van de (mede) grondleggers van oi-punk: om te beginnen opener War on the Terraces, een beschrijving van het leven als supporter van West Ham United en tegelijkertijd al die andere voetbalclubs met een rijke historie.
"The local pub, it stands silent and all of this town, will be soon
And you remember the pints we would sink and sing "the fuzz is watching you"
Met het derde nummer Oi! Oi! Oi! legde de groep de basis voor de benaming voor deze punkcultuur, die in beleving verschilt van die van de eerste Britse punkgolf. Geen hanenkammen of veiligheidsspelden, maar wel een herkenbare kledingstijl, verwant aan die rond voetbal: strakke t-shirts of poloshirts, bomberjacks, kistjes en in de teksten rebellie uit East End:
"The kids they come from everywhere, the East End's all around (...)
Put on your boots and Harrington, and kick down that fucking wall
You can listen to politicians, they'll lead you astray
(...) And we're running down the backstreets - Oi! Oi! Oi!"
In With the Boys (On Tour) klinken voetbalkoortjes in de titelregel en wordt expliciet benoemd hoe dat tourleven eruit ziet. Toch net wat anders dan bij een doorsnee voetbalwedstrijd: dit is de wilde wereld van de muziek en kennelijk verschilde die bij punk niet van die van menig andere (rock)groep.
Het leven in East End kan levensgevaarlijk zijn blijkens Urban Guerilla en met The Rocker wordt het dankzij de riff zowaar als hardrock, inclusief twee splijtende gitaarsolo's. Het wordt gevolgd door The Greatest Cockney Rip-off, als single haalde dit in mei #21. Buitenbeentje is On the Waterfront dat kalm en akoestisch aftrapt.
Lekker snel - hardcore? Hardcore! - is Subculture over het noodlottige einde van een punk in de handen van skinheads en slotlied Blockbuster is een cover van glamrockgroep Sweet, dat langzaam begint en na één refrein versnelt in de herkenbare stijl van de Rejects.
Hierboven noemde iemand hun bekendste nummer I'm Forever Blowing Bubbles, tot op de dag van vandaag echter niet op (een heruitgave van) dit album te vinden. De ode aan West Ham United was hun tweede hit die in mei de singlelijst haalde: #35. Ze haalden met de cover (oorspronkelijk uit 1918) Top of the Pops mee.
Wel op Greatest Hits Vol. II staat de kleine hit uit juli We Can Do Anything (#65) en als de elpee in oktober #23 haalt, ontbreekt daarop hitsingle We Are the Firm, diezelfde maand #54.
Punk was in 1980 allesbehalve dood en haalde nog altijd de Britse hit- en albumlijsten. Ter vergelijking: het lukte zelfs de Amerikanen van Dead Kennedys met een iets heftiger vorm van het genre op album Fresh Fruit for Rotting Vegetables. Dat haalde een notering in september, in november gevolgd door hitsingle Kill the Poor.
Laat mijn volgende station nu ook Amerikaanse punk zijn, zij het ongeschikt voor die lijsten. Op naar oktober 1980 als het debuut van de Circle Jerks verschijnt.
» details » naar bericht » reageer
U.K. Subs - Crash Course - Live (1980) 3,5
27 mei 2025, 23:04 uur
New wave in september 1980? Ik heb de releases op chronologische volgorde gezet en word als een balletje in een flipperkast heen en weer gekwakt tussen twee genres: ska en punk. In dit geval: van de tweede van Madness naar de derde van U.K. Subs. Crash Course: Live is vernoemd naar het gelijknamige nummer van hun tweede worp Brand New Age.
Op de plaat twintig nummers die in klassieke punkstijl op hoge snelheid langskomen. Geen hardcore, wel snel. Persoonlijke uitschieters zijn I Live in a Car, New York State Police, Telephone Numbers en Organised Crime.
Waar ik voorheen dacht dat punk in 1980 ook in Engeland passé was, blijkt dat de plaat daar in september op #8 de albumlijst betrad, om daarna gestadig te zakken. Hitsingles waren er niet, maar toch knap die notering voor zo'n tegendraads plaatje.
Verscheen destijds in beperkte oplage met een extra 12" genaamd For Export Only met daarop vier nummers, sinds 1995 als bonussen bij de cd-versie verkrijgbaar.
De flipperkast knalt mij vervolgens naar single Special Brew, ska van het album Ska 'n' B van Bad Manners. Dat album besprak ik al en dus word ik razendsnel terug geflipperd naar punk, in dit geval klassieker Oi! Oi! Oi! van Cockney Rejects, te vinden op het album met de fraaie titel Greatest Hits Vol. II.
» details » naar bericht » reageer
Madness - Absolutely (1980) 4,5
25 mei 2025, 21:51 uur
Herinnering: op een doordeweekse middag Europees voetbal op tv, een unicum. Woensdag 26 november 1980 uit school. Een grauwe, grijze en koude dag, AZ '67 speelt uit tegen het Joegoslaafse (Servische) FK Radnički Niš. Van de wedstrijd weet ik niks meer (eindstand 2-2, even opgezocht), wél dat van tevoren een klok in beeld was, die tikkend naar de uitzending Baggy Trousers als muzikale ondersteuning kreeg. Genieten op de bank, nippend van hete citroen-vitaminedrank uit een zakje, stiekem gemengd met vermouth uit het dressoir van mijn ouders.
Meteen met het debuut en de singles daarvan bleek Madness een onverwachte hitmachine. Niet alleen in het eigen Verenigd Koninkrijk, ook in het kikkerlandje aan de overkant. Baggy Trousers haalde hier eind december #6, Embarrassment in februari #4. Ook Vlaams succes: de drollenvangersbroek kwam in januari '81 tot #23, Embarrassment in maart #11.
In hun eigen land werd Baggy Trousers al in oktober #3, Embarrassment in november #4 en daar bovendien succes voor The Return of the los Palmas 7, in februari '81 #7.
Hierboven berichten van MuMensen die Absolutely na de twee hits die het album aftrappen, van minder allooi vinden. Zó mee oneens. Eigenlijk klinkt de plaat als een best-of, als één lange lijst van hits. Vrolijk, swingend, dansbaar, energiek, soms iets ernstiger... Het gaat maar door.
Zeven nummers per plaatkant, veertien in totaal. In mijn oren had ieder nummer een singlehit kunnen zijn. E.R.N.I.E. bijvoorbeeld, 130 seconden klasse, of het rap gezongen On the Beat Pete met z'n koortjes, orgel, piano, tenorsax en zelfs een (ultrakorte) gitaarsolo of de boogiewoogie rock 'n' roll van Solid Gone.
Op kant 2 zakt het niveau dus niet. Bijna melancholiek in Take It Or Leave It, het swingende Shadow of Fear, pop in Disappear, etcetera etcetera. Genoeg variatie binnen deze ska.
De elpee kwam in Nederland in februari '81 tot #2, van Vlaanderen zijn uit die tijd geen elpeegegevens beschikbaar en in het VK werd Absolutely in oktober #2. Al in 2010 verscheen een 2cd-versie met de nodige extra's, vertelt Discogs.
Mijn reis door new wave en aanverwanten kwam van het Nederlandse The Tapes en vervolgt bij de punk van U.K. Subs en liveplaat Crash Course.
PS In 2009 en 2013 vroeg DjFrankie ons tevergeefs of iemand de film Take It or Leave It heeft gezien. Nooit van gehoord, maar deze 1981-docu over Madness blijkt inmiddels op YouTube te staan. Ga ik deze week bekijken, kom ik hier op terug.
» details » naar bericht » reageer
The Tapes - Party (1980) 3,5
25 mei 2025, 14:44 uur
zaaf in 2018 over Party op streaming: "ook is de tracklist aangepast, volgorde - overgangetjes en dat zal wel wennen zijn. zo vergroeid met het originele product en nu maar klagen dat er meer mee is gebeurd dan nodig."
Op reis door new wave in september 1980 kom ik vanaf XTC's Black Sea bij de tweede van het Amsterdamse The Tapes. Opvolger van You Just Can't Sleep uit 1978, maar omdat die niet op mijn streamingdienst staat, moet ik die overslaan.
Nadere bestudering leerde dat Party eerder in 1980 moet zijn verschenen dan september: de tekst op de binnenhoes bij de heruitgave uit 2018 vermeldt dat deze liveopnamen bevat uit mei en juli dat jaar. En aangezien de boel al in de zomer van '79 werd opgenomen, neem ik aan dat Party in april of mei is verschenen, ondersteund door die optredens. Ik moet het nummer naar een eerdere plek in mijn afspeellijsten gaan verplaatsen.
Op streaming staat de heruitgave, dus met extra nummers in een andere volgorde. Gemakshalve houd ik het bij 2018 met dank aan zaafs uitleg.
Party klinkt glashelder met expressieve zang van Rolf Hermsen, wiens gitaar in opener (I Fall) Head First meteen in gesprek gaat met die van Michiel Brandes. Hetzelfde in The Mating Season, waarna in het ingehoudener Blue Thighs aangenaam tegendraads op gitaar wordt gemorreld.
Nieuw is Bluextract, een kort en vervormd bluesje, waarna met To Assemble de inventieve ritmes terugkeren; drummer Peter Meuris is creatief en een vakman.
Ska in Into Action dat zich daarmee enerzijds makkelijker laat beluisteren, maar anderzijds nog steeds het typische geluid van The Tapes heeft. Ja, dat is knap.
Het gevoel van de jaren '60 in het gitaarintro van titellied Party, zij het dat wederom dat herkenbare groepsgeluid volgt, nu met een vleugje reggae onder de scheurende riff: bassist Igor Roovers is net zo lenig als de anderen. Een tekst over het willen veranderen van de ander, wat met de hoorbare frustratie niet is gelukt.
In Lonesome Max een vleugje funk in de alternatieve rock met een fraaie gitaarsolo, waarna een krokodil advies krijgt de kaken open te houden, er zit een vogeltje In the Crocodile's Mouth. Vast metaforisch bedoeld, of toch het gevolg van een bezoek aan Artis?
Akoestische gitaar in Point Eighty-Eight dat een dreigende sfeer heeft, ondanks de bijna euforische zang van Hermsen. Uptempo en onderkoeld is Lg-Dg, mijn favoriet van het album, net zo venijnig is afsluiter Inside Out.
De vergelijking met Talking Heads die ik hier en elders las is slechts terecht wat betreft het gevoel in de muziek. The Tapes zijn op Party echter een stijl op zichzelf. Op de heruitgave de opnamen van de concerten waarover ik schreef, die duidelijk maken dat ze live waarmaakten wat de plaat beloofde.
Maar sta mij toe verder te reizen door de wave van '80. Omdat ik al eerder schreef over singles I'm an Agent van Gary Numan op Telekon en Stereotype op More Specials van The Specials, vervolg ik bij albumtrack en later ook Britse hitsingle The Return of the los Palmas 7 van Madness. Op naar Absolutely.
» details » naar bericht » reageer
Black Sabbath - The End (2017) 4,5
Alternatieve titel: Live in Birmingham, 4 february 2017, 25 mei 2025, 01:06 uur
Die sukkel van het bericht hierboven dacht dat Black Sabbath met een ballet zou eindigen. Maar er is (opnieuw) een afscheidsconcert: 5 juli aanstaande, zij het dat Osbourne niet meer in staat is om de hele set te zingen. Het wordt afwachten wat zijn bescheiden bijdrage zal zijn te midden van vele gastmuzikanten.
Mijn geliefde is een weekend weg en dan kun je dingen doen die normaliter een beetje raar zijn. In dit geval kijken naar The End, versterker op hárd. Het afscheidsconcert van 2017, dat ik vanavond via beamer in de huiskamer bekeek. Staande, speciaalbiertje in de hand, dan kom ik beter bij livebeleving. In de dagen ervoor draaide ik de bonus-cd waar de groep enkele klassiekers live in de studio doorneemt. Lekker als opwarmer: The Wizard, Wicked World, Sweet Leaf, Tomorrow's Dream en met Moogsynth de ballade Changes.
Buiten regent het na lange tijd. Een teken? Dvd erin, beamer aan. Geen menu, meteen het concert. Drummer is Tommy Clufetos, die zich prima door het oude, klassieke materiaal heenslaat en qua uiterlijk, inclusief haarband, op oorspronkelijke drummer Bill Ward lijkt.
Begin met regen en kerkklokken, de openingsklanken van hun debuut. Osbourne zingt de coupletten in Black Sabbath veel te snel: adrenaline of deden zijn in-ears het niet goed? Uitstraling heeft de man nog altijd en hij is goed bij stem.
Verrassend is dat later Under the Sun van Vol. 4 in de setlist zit, überklasse qua riffs. Het praatje wat Osbourne na afloop houdt, een korte terugblik op het begin in 1968, is persoonlijk en gemeend. Even blij ben ik met After Forever, van dat aparte Master of Reality. Met toetsen vanuit de coulissen van Adam Wakeman. Hierin opvallende teksten van Geezer Butler, die in zijn jonge jaren nogal eens als Jacob met God worstelde, getuige die twee nummers.
Dan ontvluchten we de vervuilde planeet aarde met Into the Void (prangender tekst dan in 1971, helaas!) met al z'n dikke riffs. In Snowblind wordt geworsteld met cocaïne en blijkt Osbourne nog altijd hoge registers te halen - of spelen ze het in een lagere toonsoort? Heb het niet gecheckt, ik sta in de zaal en wordt meegenomen door de riffs. Door close-ups krijg ik goed zicht op de topjes op Iommi's afgesneden vingertoppen. Knap toch, hoe de man zich daar destijds uit heeft gevochten.
Bij het voorstelrondje treedt Wakeman uit de coulissen. Mooi gebaar. Objectief gezien staan de heren vrij statisch op het podium; Osbourne anders dan in de jaren '70 in het midden en afwijkend van zijn soloshows blijft hij bij de microfoonstandaard en smijt hij niet met emmers water.
Op 52 minuten vraagt hij: "Are you having fun? Shall we come back and do it again?" Het publiek (volle hal, formaat Ziggo Dome): "Yeaaaaah!" Osbourne: "Heheh, we're not," om na deze zwarte humor onmiddellijk Behind the Wall of Sleep aan te kondigen, mijn favoriet van het debuut. Ik wil 'm huggen.
Ik zie het wah-wahpedaal van Geezer Butler in diens bassolo, overlopend in het intro van N.I.B. En later het instrumentale deel met achtereenvolgens Supernaut- Sabbath Bloody Sabbath - Megalomania - Rat Salad en aansluitend een drumsolo; zóóó lekker, maar hier zong de madman oorspronkelijk. Lag hij backstage bij te komen met een energydrankje, aangereikt door Sharon?
Opnieuw valt me op hoe sterk Dirty Women als compositie is met onder meer dat jazzdeel halverwege en zo'n typisch Iommi-knappe gitaarsolo in het slot. Geen werk van 13, wél Children of the Grave en de regels: "Show the world that love is still alive, we must be brave." Ware woorden.
Na de enkele toegift (Paranoid, duhuh...) gaat Osbourne op de knieën voor het publiek als blijk van dank en klinken zijn afscheidswoorden: "God bless ye all!" De lieverd. Stiekem toch een priester willen zijn.
Deze live-dvd ga ik de komende tijd vaker draaien. Zonder beeld, audio is voorlopig voldoende. En ik zag dat tijdschrift Classic Rock een exclusief interview heeft met de Sabs in aanloop naar hun (ja, nu echt) afscheidsconcert, opnieuw in Birmingham. Vond 'm vandaag nog niet in de winkel, komende week weer eens proberen. En nu naar bed, wil morgen een beetje fris in de kerk zitten.
» details » naar bericht » reageer
XTC - Black Sea (1980) 4,0
24 mei 2025, 20:31 uur
In 2018 schreef jnkns een fraai en verhelderend epistel bij voorganger Drums and Wires. Daarin o.a. de zin: "De XTC catalogus kun je in drie delen opsplitsen: avontuurlijke new wave (White-Go-Drums), pure pop (Sea-Settlement-Mummer-Express) en tenslotte baroque pop (Sky-Oranges-Nonsuch). Het geeft ook de ontwikkeling aan van XTC; ze werden steeds rustiger, gestileerder, sentimenteler, Paul McCartney-achtiger."
Black Sea is dus niet alleen de vierde van XTC, maar ook de eerste van fase 2, zonder toetsenist Barry Andrews. Aan gitarist Dave Gregory (tevens enige synthesizer, piano en pijporgel/vox humana) de taak zijn voorganger te doen vergeten. Geproduceerd door Steve Lillywhite, herkenbaar aan het grote drumgeluid. Toch klinkt diens productie hier nét even vétter dan het debuut van U2 uit ditzelfde 1980.
Ritmesectie Colin Moulding (bas) en Terry Chambers (drums) slaat zich wederom met befaamde lenigheid door de muziek heen, waarbij opvalt dat iets van de springerigheid van voorheen is verdwenen. Andere rode draad is natuurlijk zanger en gitarist Andy Partridge (tevens enige synths) met zijn herkenbare, krachtige en lenige stem. Eentje waar ik steeds opnieuw voor val, absoluut één van mijn grootste favorieten in de alternatieve rock.
Enkele hoogtepunten mét de vermelding dat Black Sea geen zwak moment kent en dat elf nummers lang (zes op kant 1 en vijf op 2); tevens de vermeldingen uit de Britse hitlijst. Het uitgelaten Generals and Majors haalde als single in september 1980 #32, stemmiger is slotlied van kant 1 No Language in Our Lungs.
Dan de opener van kant 2, het midtempo-swingende Towers of London (als single in oktober #31), extra gecharmeerd van het drumgeluid ben ik in Paper and Iron (Notes and Coins), het vrolijke en swingende Sgt. Rock (Is Going to Help Me) dat als single in februari '81 tot #11 kwam en enkele tegendraadse gitaarakkoorden bevat en mede dankzij de vette percussie het ruim 7 minuten durende slotlied Travels in Nihilon. Daarin een "Tibetaans monnikenkoor", lijkend op hetgeen ik onlangs tegenkwam bij Skids, waar Mick Glossop producer was.
Al vanaf 2001 verkrijgbaar in geremasterde cd-versie met drie bonusnummers die niet onderdoen voor de rest. Met de percussie, dansbare beat en zanglijn van Smokeless Zone moet ik warempel aan Duran Duran denken, Don't Lose Your Temper is aangenaam fel en in het mysterieuze The Somnabulist slechts een sobere synth en ingetogen zang. Qua sfeer á la die befaamde tweede plaatkant van David Bowies Low. In 2017 verscheen een zeer uitgebreide editie met knoppenwerk van Steven Wilson.
En zo blijkt opnieuw: wie XTC zegt, zou niet aan dommakende pilletjes moeten denken, maar aan deze heerlijke groep uit Swindon. Voor de vierde keer op rij geef ik vier sterren.
Mijn reis door new wave kwam van het sterke debuut van het Nederlandse Nasmak en keert terug naar dat koninkrijkje. Op naar Party van The Tapes.
» details » naar bericht » reageer
Nasmak - Nasmak Plus Instruments / Instruments Plus Nasmak (1980) 4,0
24 mei 2025, 20:09 uur
Nasmak kende ik slechts van naam, maar op reis door new wave belandde een (toen nog willekeurige) track op een afspeellijst en de afgelopen dagen bereikte via het streaming het hele Nasmak Plus Instruments / Instruments Plus Nasmak mijn oren.
In het kort: in eerste instantie niet makkelijk. Maar vooral: hoe verder het album vordert, hoe toegankelijker de muziek wordt. En bij vaker draaien wennen ook de moeilijker toegankelijke composities.
Eerst nog een waarschuwing: de oernederlandse namen van de groepsleden zouden tot negatieve vooroordelen kunnen leiden. Wie daar last van heeft, zou ze in het Engels moeten vertalen: dit album staat vér boven spruitjesnostalgie.
Kant 1 heet Nasmak Plus Instruments. Opener (Song to a) Dummy leunt op een midtempo repetitieve riff die niet spannend is; in combinatie met de dwarrelende roepzang van Truus de Groot is het doorbijten; als het lied op 2'46" plotseling versnelt met bovendien een effect op de drums als stuiterballen, is daar toch avontuur. Ook Notions bevat zo'n riff die met hetzelfde gemak uit de vroege rockjaren '70 had kunnen komen (King Crimson, Black Sabbath), maar dan in een wavejasje met een vervreemdende synthsolo.
Met het neurotische Food for Thought landt het wél meteen. Gewone leadzang bovendien van naast De Groot ook Joop van Brakel.
Stratego is aangenaam vanwege de vervlechtende gitaren van Van Brakel en Henk Janssen, wat nog sterker wordt gedaan in het soms groovende, soms tegendraadse Neckermann, mijn eerste kroonjuweel van deze plaat. Slotlied van de eerste kant is Pig Problems, dat de vervormde stem van De Groot bevat en de nodige tempowisselingen en breaks; het creatieve drumwerk van Toon Bressers waar bassist Theo van Eenbergen naadloos bij aansluit, valt steeds meer op.
Kant 2 Instruments Plus Nasmak begint met een lang gitaarakkoord, alsof het pauze is geweest en (hier leadzanger) Van Brakel ons weer naar het podium roept. In dit Eyes blijkt een hupsend - suggestief woord, sorry, maar luister en oordeel zelf - ritme. Het groeit uit naar een scheurende climax. Dan volgt mijn tweede kroonjuweel: het heet kortweg So en doet me aan Oh La La La van TC Matic denken - maar die verscheen een jaar later. Heerlijke neurotische groove en riff.
Uptempo is Big Man (The Soundtrack), met fijne gestoorde synthsgeluiden en De Groot die vocaal fel uithaalt op z'n Siouxsies of Toyahs. Wát een verschil met haar stijl op de eerste twee nummers! In Spy en Special Agreement meer grote uithalen in de zang, in de gitaarlijnen een gejaagde monotonie.
Dan is Heartbeat kalmer en toch zet De Groot haar krachtige longen in; mooie stem, opnieuw denk ik aan de Engelse zangeressen die ik eerder noemde; opnieuw halverwege een andere gitaarriff en versnelling. De Iron Maiden van de new wave? Niet schieten! Met het abstractere, door Van Brakel gezongen Eleven sluit het album af.
Qua nervositeit zou je vergelijkingen met de New Yorkers van Talking Heads en Television kunnen maken. Met de tegendraadse gitaarlijnen en percussieve ritmes moet ik bovendien denken aan hetgeen twee heren van het Londense The Stranglers deden op hun soloalbums, te weten Nosferatu uit 1979 en Euroman Cometh. Plus op hun gezamenlijke wurgerplaat The Meninblack uit '81. Nasmak Plus Instruments / Instruments Plus Nasmak is echter vooral aangenaam eigenwijs en van internationale klasse.
De plaat verscheen in september 1980 en wordt dus binnenkort 45. Tijd voor hernieuwde aandacht voor dit zwarte vinylpareltje. Met graag een applaus voor de hoes, kijk maar eens goed.
Noot: de tracktijden op streaming wijken bij ieder nummer af van wat MuMe vermeldt. Ik ben niet in het bezit van het originele album en zal daarom geen correctie indienen, maar denk dat MuMe ernaast zit: Stratego bijvoorbeeld duurt geen 60 maar 191 seconden...
Mijn reis door new wave kwam van de tweede van Martha and the Muffins, ook al een album dat me destijds ontging maar van klasse is. De volgende halte is bekender en niet minder aangenaam: Black Sea, de vierde van het Engelse XTC.
» details » naar bericht » reageer
Don Airey - Pushed to the Edge (2025) 4,5
21 mei 2025, 18:12 uur
Vorig jaar zomer buitelden op MuMe liefhebbers van Deep Purple over elkaar heen wat betreft hun nieuwe album =1. Hoe kan het dan dat het hier zo stil is bij de nieuwe van hun toetsenist Don Airey waarop bovendien hun gitarist Simon McBride speelt?
In mijn geval: volkomen gemist dat hij met nieuw werk was gekomen. En afgezien van K2 uit 1988 ben ik verder volkomen onbekend met zijn solowerk, terwijl hij als Don Airey & Friends toch menigmaal Nederland heeft aangedaan.
Kortom, een hiaat in mijn muziekbubbel, heb wat in te halen. Pushed to the Edge is steviger en meer uptempo dan =1 en staat bol van de goede ideeën. Daar kan de stilte dus niet aan liggen. Bovendien toegankelijk, aangezien Carl Sentance de microfoon heeft. Heb zijn naam vaak gelezen maar heb hem - alweer vreemd - nooit horen zingen. Een krachtige tenor in staat tot hoge uithalen, perfect voor de vaak ronkende hardrock van dit album.
Tell Me knalt fel de startblokken uit met zowel gierend gitaar- als toetsenwerk, waarna They Keep On Running begint met filmmuziek (trompet) á la Ennio Morricone als opmaat van een stevig midtempo nummer.
Moon Rising is als een kruising tussen de hardrock van Deep Purple en de symforock van Emerson, Lake & Palmer, Rock the Melody valt meer de kant van stevige symforock op.
Flame in the Water begint als een kalme ballade en wordt later stevig, Out of Focus beukt met sterk drumwerk van Jon Finnigan. Op de eerste helft hebben zowel Airey als McBride menig duet gespeeld om de vingers bij af te likken.
Een dreigend begin in Power of Change, voorbode van een stoempend nummer met veel Hammond en enige fusion-/progelementen. Met Girl from Highland Park dient zich een fraaie ballade aan waar Aireys toetsenspel wat jazz bevat; doet me denken op wat hij bij Black Sabbath op Never Say Die! deed.
Godz of War is langzaam en massief, Edge of Reality soortgelijk en met slotlied Finnigan's Awake weer uptempo virtuositeit, waarna Airey de groepsleden voorstelt. Verrassend slot, alsof je erbij zit.
Liefhebbers van het Deep Purple kunnen dit blind aanschaffen om 'm vervolgens de hele zomer rondjes te laten draaien. Geldt ook voor fans van Uriah Heep, ELP, etc., etc., etc. Classic hardrock op z'n best. Ik begin maar eens met een dikke 9 als waardering.
» details » naar bericht » reageer
Martha and the Muffins - Trance and Dance (1980) 4,0
21 mei 2025, 06:59 uur
Er was redelijk succes voor Martha and the Muffins met debuut Metro Music. Nog datzelfde jaar brengen ze Trance and Dance uit, dat - net als de opvolgers - dat succes zou ontberen. Is dat terecht?
Die andere albums ga ik nog beluisteren, maar in het geval van dit album: nee, onterecht! Fris uit de startblokken met Luna Park met daarin bescheiden sax, waarna Suburban Dream met orgeltje; het nummer gaat dankzij een extravagante saxsolo van Andy Haas lós. Was Ezo is eveneens aangenaam wegens de tweestemmige zang van de twee Martha's, Johnson en Ladly. In Teddy the Dink klinkt bijna punk met opnieuw prominent de tenorsax.
Waar ik bij het debuut nogal in de muziek moest komen, blijkt Trance and Dance juist uitnodigend, zo landen Symptomatic Love en Primal Weekend met zijn onstuimige intro eveneens snel, mede dankzij de soms dwarse gitaarpartijen van Mark Gane en het ijle orgeltje, eveneens door de dames Johnson en Ladly gedaan. Kant 1 eindigt bijna kakafonisch.
Op kant 2 eveneens zes nummers. Halfway Through the Week staat symbolisch halverwege het album en Gane sleurt weer op gitaar; hij doet zelfs leadzang. Lichter en appetijtelijk is Am I On? waarna pretliedje Motorbikin' kort de boel laat rocken; opnieuw met lichte punkinvloed.
About Insomnia is dromeriger, de titel ten spijt, fraaie melancholie en melodie. Bijna alsof we The Bangles horen. In Be Blasé wordt naar ska geknipoogd mede dankzij de dansende baslijn en het pompende drumwerk van Tim Gane.
Ruim zeven minuten duurt het titellied van Trance and Dance dat de plaat afsluit. mede dankzij een drumcomputertje zoals ik dat van Gary Numan ken, klinkt sfeervolle new wave in een sterk opgebouwd nummer.
De Canadezen klinken op dit album vooral Brits - niet verrassend, want opgenomen in The Manor Studios van Richard Branson en het slapeloosheidlied in Townhouse in Londen, eveneens van Branson. Oftewel, voor hun tweede album stond men onder contract bij Virgin. Gek toch dat Brits succes ontbrak, ondanks de kwaliteit van de muziek. In 2013 kreeg het bij Cherry Red een fraaie heruitgave, hier te vinden. Dat is de versie waar vigil over schreef.
Waar ik ernaar uitzie om t.z.t. opvolger This Is the Ice Age te beluisteren, ontdek ik dat die niet op mijn streamingkanaal staat. Wél die daarna, Danseparc uit '83. Hopelijk wordt het hiaat opgevuld als ik bij 1981 ben.
Mijn reis door new wave kwam van Graham Parker and the Rumour en hun The Up Escalator en ik vervolg bij het eveneens in september 1980 verschenen debuut van het Nederlandse Nasmak.
» details » naar bericht » reageer
Black Sabbath - 13 (2013) 3,5
20 mei 2025, 22:57 uur
Veel aandacht voor 13 bij de verschijning. Zelfs het degelijke Nieuwsweekend (toen nog bij AVROTROS) op NPO Radio 1 nodigde Robert Haagsma uit voor een gesprek hierover. Hij vertelde nog eens wat de bladen meldden: de terugkeer van Black Sabbath met Ozzy Osbourne bij de microfoon.
Teleurgesteld was ik met het nieuws dat dit helaas helaas helaas zonder drummer Bill Ward was, die zich had teruggetrokken. Gekrenkt door een uitspraak van Osbourne over zijn conditie en ook financieel zou hij zijn benadeeld. Nog in 2015 etterde de ruzie voort.
Producer Rick Rubin pakte het op dezelfde wijze aan als met Johnny Cash (de reeks American Recordings, 1994-2010) en Neil Diamond (12 Songs, 2005): terug naar de wortels. Dat had fraaie albums opgeleverd, bij Rubins Metallica (Death Magnetic, 2008) vond ik de opbrengst magerder. In het geval van Black Sabbath hield hij hen voor: "Vergeet alle lofzangen dat jullie de grondleggers van heavy metal zijn en probeer zo spontaan mogelijk de muziek uit je beginjaren te maken".
Ik kocht de 2cd-versie en mij verging het zoals velen: aanvankelijk vond ik het lekker, na vaker draaien ging de smaak er echter snel vanaf. De voorbije dagen heb ik 'm uit de mottenballen gevist; wat is hier aan de hand?
Wel, de nummers lijken teveel op elkaar. Opener End of the Beginning is sterk: eerst log, dan versnellen met bovendien het typische razendsnelle gepriegel van Iommi in de solo's, ook nu weer meeslepend. Maar met wederom logheid in God is Dead? en een versnelling in het tweede deel is 't minder spannend, ondanks de tekst met de herkenbare hand van bassist Geezer Butler.
Hetzelfde geldt voor The Loner. Als nét iets mindere versies van het startlied, wordt het wat eentonig. Ik had op iets snellers gehoopt als Paranoid, Lord of This World of Symptom of the Universe of Never Say Die... Variatie biedt zich aan middels Zeitgeist, maar dat blijkt een al te opzichtige poging om Planet Caravan uit 1970 nog eens over te doen. De kalme, jazzachtige gitaarsolo redt het nummer echter.
Tweede helft. Age of Reason lijkt aanvankelijk de logge koers te vervolgen, maar op 2'20" tovert Iommi een fraaie melodie tevoorschijn die lucht brengt. Die wordt gevolgd door een volgende riff plus zang. Dankzij meer tempowisselingen, een fraaie gitaarsolo en een subtiel toetsentapijtje (door wie ingespeeld? De hoes zwijgt erover) mijn tweede favoriet.
Een swingende riff in het eerste deel van Live Forever wordt afgewisseld met trage delen. Het heeft opnieuw iets van een herhalingsoefening. Blues in Damaged Soul; de bijna acht minuten hadden bij zes mogen blijven. Desondanks lekkere details op hi-hat van gastdrummer Brad Wilk en pakkend is de jankende mondharmonica van Osbourne, net als de (verwachte) versnelling in het laatste deel. Het wint de bronzen plak.
Met Dear Father meer muziek als menig track hiervoor: eerst traag, dan sneller. Zo flippert het heen en weer tot het slot. Hierin keert de oerriff van Black Sabbath terug mét de regen en kerkklok uit de eerste tonen van het debuut. De cirkel is rond: slim!
Op cd 2 staan drie nummers. Methademic begint akoestisch en blijkt vervolgens uptempo en fel. Had ik wel op de eerste schijf gewenst ten koste van track 2, 3, of 6. In de categorie van die drie nummers zit helaas ook Peace of Mind, waarna het vlottere Pariah eveneens van mij op de eerste cd had gemogen.
Bij dit alles mis ik de swingende drumstijl van Bill Ward en had er bij ten minste één nummer wel iets experimentelers gemogen, zoals Iommi probeerde ten tijde van de elpee Sabbath Bloody Sabbath. Had bijvoorbeeld Rick of Adam Wakeman uitgenodigd...
In 2013 was er een grote mediacampagne met onder meer een verschijning bij tv-serie CSI, die ik inmiddels hier aantref. Opvallend veel vrouwelijk schoon in het publiek, van een leeftijd waarop ze de kleindochters van de Sabs konden zijn. Dit alles maakte 13 tot hun eerste Amerikaanse #1-album.
En toch. Te geforceerd wordt geprobeerd te doen alsof het 1970 is, waarbij Ward node wordt gemist. Spontaan de muziek uit je beginjaren maken, lukte zelfs niet met baardman Rubin. Een krappe 7.
» details » naar bericht » reageer
Greg Lake - Greg Lake (1981) 4,0
20 mei 2025, 20:29 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,0 sterren
» details
Graham Parker and the Rumour - The Up Escalator (1980) 4,0
18 mei 2025, 19:12 uur
Bij mijn streamingdienst maakte ik de nodige lijsten met new wave en aanverwanten, onder de noemer 'New wave & co'. Bij die losse nummers beluister ik de albums daarachter.
En zo gaat het in dit geval van de San Franciscaanse (noem je die inwoners zo?) punk van het debuut van Dead Kennedys naar het vijfde album van de Londense (pub)rockers Graham Parker & The Rumour, met wie de frontman met snauwende stem al sinds diens debuut Howlin' Wind (1976) samenwerkte. The Up Escalator verscheen in mei 1980.
The Rumour bracht in 1980 zelfs twee albums uit, onder eigen vlag verscheen in september dat jaar Purity of Essence. In vergelijking daarmee is deze Graham Parker een stuk vinniger. Dat komt niet alleen door Parkers stem, ook door de composities. Ik houd de volgorde van de Britse persing uit 1980 aan, waar op streaming en MuMe de Amerikaanse wordt aangehouden. Het is immers een Engelse groep.
De plaat is verdeeld in een Up Side en een Down Side. De eerste start met het opgeruimd klinkende No Holding Back, waarna het midtempo en stemmiger Devil's Sidewalk volgt. Met Stupefaction keert zonnigheid terug ("The sun is burning") maar hij moppert over het domme tv-kijkende volk, oproepend tot "turn out the TV, turn up the radio". Dan ontspannenheid in Love Without Greed.
Opvallend in deze nummers is de inbreng van pianist Nicky Hopkins, wiens sobere maar dansende spel bijzonder effectief is. Dat gebeurt opnieuw in Jolie Jolie, dat verder lekker scheurende gitaartjes kent en The Up Side afsluit.
The Down Side vangt aan met Endless Night met op achtergrondzang Bruce Springsteen: the boss in een sterke bijrol op deze uptempo opener met sterk refrein. Met Paralysed opnieuw vrolijke, energieke rock, de gitaar in de hoofdrol in Maneuvres waarbij drummer Stephen Goulding in de coupletten een aparte groove vindt. Met Empty Lives is het opnieuw vinnig en duikt de albumtitel op. The Beating of Another Heart sluit midtempo en beschouwend af, een fraaie beschrijving van de wegen van het hart in relatie tot een dame. In juni '80 klom het album tot #11 in het VK.
In 2016 verscheen een geremasterde cd-versie met als bonus het heerlijke Women in Charge. Parker en zijn Rumour in topvorm. Vreemd is dat dit album niet volledig op mijn streamingplatform staat, al zijn de meeste nummers wel via verzamelaars van Parker te vinden. Als volledige plaat vond ik het onder andere hier op JijBuis.
Dan is daar het vervolg van de reis bij het Canadese Martha and the Muffins, dat er net als The Rumour in slaagde om in 1980 twee albums te baren. Op naar Trance and Dance.
» details » naar bericht » reageer
Stryper - In God We Trust (1988) 3,5
18 mei 2025, 15:52 uur
Bij aankoop in 1988 fronste ik de wenkbrauwen bij het zien van de foto van drummer foto Robert Sweet op de achterzijde van In God We Trust. Maar goed, "Let the Music Do the Talking", hield Joe Perry mij voor sinds ik diens soloplaat leerde kennen en zo zette ik de plaat dan ook op. Met nóg een reserve: inmiddels was ik klaar met de suikerzoete ballades. In het achterhoofd het optreden op Dynamo Open Air in '87, waar de groep tegen de stroom in een ijzersterke set neerzette, zoals ik hoorde bij Vara's Vuurwerk - dát optreden zou eens moeten worden uitgebracht!
Qua productie klonk Stryper sinds voorganger To Hell with the Devil wat ronder dan daarvoor en die trend wordt hier voortgezet. Ik miste dus het fellere geluid van The Yellow 'n' Black Attack en vooral Soldiers under Command, de laatste geproduceerd door Duitser Michael Wagener (o.a. Accept, Raven), die dat album een "Europees" geluid meegaf.
Hier produceerde de groep met Michael Lloyd, die recentelijk aan zijn cv het debuut van Belinda Carlisle en de soundtrack van Dirty Dancing had toegevoegd. Stryper zocht én vond inderdaad een voor het poppubliek acceptabel geluid en slaagde er tegelijkertijd in de gitaren dik in de mix te zetten. Het is vooral het knallende drumgeluid van Soldiers dat ik miste.
Tot mijn eigen verbazing groeide de plaat bij verder draaien. Er is hoorbaar veel aandacht besteed aan de koortjes (denk Sweet, Queen), vier klasbakmusici vormen een krachtig geheel, qua kleffe ballades viel het zowaar mee, wederom lekker gitaarwerk plus enkele sterke nummers. En toch werd de elpee er geleidelijk eentje die stond te verstoffen in de kast.
Vorig jaar er eens uitgehaald en warempel, ik werd aangenaam verrast. Alsof ik een oude vriend na jaren weer zag en we zó weer konden aanhaken. De afgelopen week werd dat alleen maar versterkt, al blijven mijn favorieten dezelfde: op kant 1 de uptempo opener annex het titellied, aan het slot het snelle The Writings on the Wall met splijtend gitaarwerk van de heren Michael Sweet en Oz Fox.
Op kant 2 is The World of You and I lekker dankzij de melodie, gelaagde koortjes en de basis van akoestische gitaar, Lonely is dankzij opnieuw akoestische gitaar en het sterke refrein mijn favoriete ballade van de groep en met The Reign is er het derde heavy en snelle nummer, waarvan ik er meer had willen horen. De rest is "gewoon" lekker, waarbij de herinnering dat ik het vlotte poprocklied Always There for You destijds tijdens een werkpauze tussen 18 en 19 uur op Hilversum 3 hoorde.
Daar staat tegenover dat men met meezinger It's up 2 You onder de ondergrens zakt; een magere herhaling van het toch al matige Sing-Along Song van de vorige plaat. Al met al een 7,5 voor In God We Trust, waarbij ik van de uitschieters erg vrolijk word.
» details » naar bericht » reageer
Peter Magnee - Voodoo Play (1993) 4,0
16 mei 2025, 21:30 uur
Schafte deze in maart aan via internet, waarna de verkoper 'm ultrarap op zijn hardlooprondje kwam brengen. Kijk, zó kan het ook gaan!
De reden dat ik dit album aanschafte was overigens een rare: ik dacht dat dit een bekende van een bekende was, maar de Magnee van Voodoo Play blijkt een naamgenoot te zijn. Een vergissing die echter een leuke cd in huis bracht.
Gitarist (en soms toetsenist) Peter Magnee werkt hier samen met drummer Ernst van Ee; beiden waren al jaren actief in de Nederlandse metalwereld - de eerste bij Impact, de tweede bij Helloïse en Threnody. Instrumentale snarenkunsten van Magnee, gevarieerd ondersteund door Van Ee. Het album kan zó aansluiten bij de albums die het Amerikaanse Shrapnel uitbracht vanaf de tweede helft van de jaren '80. Dan kun je dit zien als een polderkopie, maar dát klopt niet.
Magnee komt namelijk met veel variatie aanzetten en schreef sterke nummers met gevoel voor melodie. Bovendien duren de nummers niet te lang. Vaak uptempo met razendsnel shredwerk, maar in het dansende Nbr. X hoor ik Van Halen terug en in het midtempo Don't Push It speelt hij lange noten op prominente toetsen; muziek die meer naar progrock neigt of het werk van Steve Morse. En in alle metal is de fusionfunk van Roadhouse een welkome afwisseling.
Arabica (vernoemt naar de koffieboon?) begint met een dreigende metalriff en wordt dan melodieuzer met de nodige shredding en afsluiter Dreamstate doet wat de titel belooft op sfeervolle wijze, maar nog altijd stevig.
Vol geproduceerd bovendien is dit een dikke 8, heerlijk voor onderweg en ook in de huiskamer werkt dit goed. Zó goed dat het lastig is een favoriet te kiezen. Dat verschilt per draaibeurt waarbij steeds andere details opvallen: een groeiplaatje bovendien!
» details » naar bericht » reageer
Dio - The Very Beast Of, Vol. 2 (2012) 4,0
16 mei 2025, 17:54 uur
Deel 1 van Dio's The Very Beast of verscheen slechts in de VS en Canada, deze tweede wereldwijd. Overwegend een aangename samenvatting van zijn werk vanaf 1996 met de gitaristen Craig Goldy, Tracy G en Doug Aldrich. Over de liedkeuze valt als altijd bij een compilatie te twisten, maar in deze samenstelling werkt het wél. Verhoudingsgewijs klinkt meer uptempo werk dan op de meeste reguliere albums van de groep in deze jaren.
Degenen die deze albums al kennen of zelfs in hun bezit hebben, kunnen hier echter nieuw werk tegenkomen, wat de reden is dat ik deze verzamelaar bespreek.
Allereerst (track 13) klinkt Electra, oorspronkelijk bedoeld voor een deel 2 van Magica, een album dat er door de dood van Ronnie James Dio nooit kwam. Slepend en uiteraard sterk gezongen, in 2010 verschenen op deze boxset.
Track 16 is Metal Will Never Die, een langzaam nummer dat het laatste nummer schijnt te zijn dat de kleine man met de grote longen ooit inzong. Dat meldde destijds zijn neef David "Rock" Feinstein, bekend van diens werk met The Rods, op wiens soloalbum Bitten by the Beast het lied oorspronkelijk verscheen. Het lijkt wel of de microfoon licht overstuurd raakt van de stem van Ronald Padavona.
Feit is dat Feinstein in 1972 de gitarist was op de eerste elpee die de neven uitbrachten, Elf van Elf. Wat hebben ze sindsdien een ontwikkeling doorgebracht, schiet door me heen tijdens het luisteren. De cirkel kwam daarmee rond.
Slotlied The Prisoner of Paradise is vlotter en afkomstig van de Japanse editie van Master of the Moon. Een aangenaam nummer van een aangename compilatie, handig voor degenen die hun collectie met werk van Dio compleet willen hebben.
» details » naar bericht » reageer
Bernie Marsden - Icons (2025) 4,0
16 mei 2025, 17:32 uur
Een leeswaarschuwing! Hieronder een beschrijving van de nieuwe Bernie Marsden, de bluesgitarist pur sang die in de eerste jaren van Whitesnake hielp om die groep op de kaart te zetten. Postuum uitgegeven, hij overleed in 2023.
Icons is een heerlijk album met blues(rock)covers, maar vermijd de tracklist en luister vooral eerst zelf. Laat je verrassen! Lees pas daarna welke nummers je zult tegenkomen en de spoilers van luisteraars als ik, elders en hieronder.
Verschenen op 9 mei bij zijn eigen Little House Music, het vierde album in de reeks ‘Inspirations’. De titel Icons hint er al op dat hier sprake is van odes aan de groten in Marsdens muzikale wereld. Rory Gallagher, Jimi Hendrix en het Fleetwood Mac met gitarist Peter Green bijvoorbeeld. Bij elkaar één grote ode aan de blues, al zijn er met bijvoorbeeld Jessica (mét viool!) van The Allman Brothers en zijn eigen compositie, afsluiter Barford Blues, kleine uitstapjes naar het land van rock.
Marsden zong op de meeste nummers en hield het soms instrumentaal. Meestal elektrisch, soms akoestisch en altijd ontspannen biedt hij een fraaie samenvatting van het genre. Dit op een wijze die enerzijds geschikt is als laatavondplaat en anderzijds aangenaam terwijl je aan een ingewikkelde klus werkt.
Ja, die Marsden was een klasbak. Aanbevolen voor bluesfans; wie harde rock in de stijl van Whitesnake verwacht, zal bedrogen uitkomen.
» details » naar bericht » reageer
Dead Kennedys - Fresh Fruit for Rotting Vegetables (1980) 4,0
15 mei 2025, 21:43 uur
"Ik word daar zo moe van, van ...!" De vaste oneliner van kabouter Lui, een typetje van Chris Cauwenberghs die vorige maand overleed. Waarom kom ik op dit zinnetje uit de tv-kinderreeks Kabouter Plop bij een punkplaat van de Dead Kennedys? Wel, omdat ik hierboven de volgende uitspraak tegenkom, dat "een beetje muzikant dit met twee vingers in de lucht naspeelt."
Ja, daar word ik moe van. Zelfs nu dat zinnetje alweer elf jaar oud is. Omdat er kennelijk niet wordt geluisterd naar de muziek. De heren van de DK's waren hoorbaar geen beginnelingen. Makkelijk aan te tonen, luistert u mee? Veertien nummers, zeven per plaatkant op dit in september 1980 verschenen album.
De uptempo opener Kill the Poor is mijn minst favoriete nummer vanwege het te blije refrein; met de titel zit 'm daar uiteraard wél de ironie; het lijkt wel Brits, maar de heren komen toch echt uit San Francisco. Forward to Death is een stukkie sneller met razendsnel slagwerk; dat vergt muzikaal vakmanschap. When Ya Get Drafted laat een hecht spelende groep horen met de snijdende stem van Biafra als troef.
In Let's Lynch the Landlord klinken echo's van klassieke rock 'n' roll, zij het dan op z'n punks, met bovendien een lekkere old school gitaarsolo; dat is wel méér dan even wat raggen: gitarist East Bay Ray (Raymond Pepperell) speelt al op dit debuut meer dan alleen punk. Een sneller nummer als Drug Me kwamen we tot dusver niet tegen: hardcore met razendsnelle, strak gespeelde gitaarlicks en zowaar een ijl orgeltje. Je hoort waar onder meer Slayer de mosterd vandaan haalde.
Snelle akkoorden op z'n Ramones in Your Emotions, een bluesschema in het snellere Chemical Warfare, als opgevoerde jaren '50 r&b. Met op 2/3 een gestoord walsje, strak gespeeld.
Op kant 2 komen de Dead Kennedys pas echt op gang. Eerst het bekende California über Alles, een protestlied tegen de skins als ik me goed herinner. Hoe dat was zag ik later in de film American History X. Na enige tijd duikt een doomriff op die geleidelijk versnelt, waarna het einde van het nummer opvallend veel wegheeft van het slot van Black Sabbath van Black Sabbath. De heren kenden ook deze klassieker én slaagden erin die in een geheel eigen jasje te steken.
Hardcore (punk) in I Kill Children, versnelde r&b á la Bo Diddley in Stealing People's Mail met warempel weer dat orgeltje, nu steunend onder het muzikale geweld. Robuust is Funland at the Beach met een snel gespeelde lick in het refrein, waarna het muzikaal pittigste nummer volgt. Rare gitaarlijnen in Ill in the Head, alsof dit progrock of fusionrock is - maar dan op z'n Dead Kennedys': gejaagd en als contrast een brug met cleane gitaar.
Moet ik klassieker Holiday in Cambodia uitleggen? Hier de lange versie, een ijzersterke compositie waarin alle kwaliteiten van de groep samenkomen met die snerpende stem van Biafra als kers op de taart. Hoort u trouwens ook eens cover Blokhut in de Achterhoek van The Bruurkes.
Met de - uiteraard versnelde - Elviscover Viva las Vegas wordt nog eens onderstreept dat de heren de uit Engeland overgewaaide punk bewust in een Amerikaanse muziektraditie plaatsten. Als cover niet heel spannend, wél veelzeggend.
Om Fresh Fruit for Rotting Vegetables in de context te zetten: vanaf 1976 kwam in Engeland de eerste golf punk bovengronds met in '77 elpees van bijvoorbeeld The Damned en The Stranglers en iets later van The Clash, Sex Pistols en X Ray Spex. Vanaf '79 volgde daar een naschok met namen als The Ruts, U.K. Subs en Angelic Upstarts, waarna in 1980 Discharge volgde met hardcore punk, veel sneller dan voorheen. Die laatste groep bracht nog geen album uit, de eerste hardcore op elpee kwam ik tegen op dit Fresh Fruit.
Muziek die in Nederland alleen bij de VPRO in de avond klonk. Muziek die wel degelijk de nodige instrumentbeheersing vereist, waarbij de groep dit live ingespeeld lijkt te hebben in verschillende sessies; je hoort het aan details zoals het gitaargeluid. Muziek die, als de groepsleden niet op elkaar zijn ingespeeld, in een geluidsbrij zou zijn verzand. Dat gebeurt hier dus zeker níet. Muziek die meer als een demo klinkt dan als een professionele studioproductie; toch zou ik het niet anders willen.
Ben op reis door new wave en aanverwanten, de albums achter de muziek op mijn afspeellijsten met dit genre beluisterend. Bij mijn vorige halte sloot ik augustus 1980 af met de derde van The Rumour.
Daar ontdekte ik dat ik hun laatste album met Graham Parker was vergeten: terug naar mei '80 en The Up Escalator.
» details » naar bericht » reageer
Dio - Master of the Moon (2004) 3,5
15 mei 2025, 06:58 uur
Vandaag precies 15 jaar geleden overleed Ronnie James Dio. Master of the Moon was het laatste studioalbum dat zijn groep uitbracht. Met enerzijds de melodie van voorganger Killing the Dragon, anderzijds sterker de logheid van de albums daarvoor.
Bassist Jeff Pilson keerde terug, Craig Goldy maakte zelfs zijn tweede rentree; diens gitaarsolo's blinken uit in frisse aanpak, waarbij hij ook stiltes durft te laten vallen. Kom daar nog maar eens om in deze shredderdagen...
Fel uit de startblokken met One More for the Road, daarna het massieve titellied Master of the Moon dat een contrasterend, melodieus refrein heeft.
The End of the World staat op een riff alsof AC/DC's Malcolm Young die verzon, welke wonderwel samengaat met de typische Diostijl. "Whatever happened to the rock 'n' roll song, breaking your brain, making you stronger?" vraagt Ronnie James zich af.
In het midtempo hakkende Shivers een scheurende toetsenlijn van Scott Warren en een fraai opgebouwde gitaarsolo. De eerste helft sluit af met het dramatische verhaal van The Man Who Would Be King. Een begin met piano en zang, nog eens het buitengewone talent van de zanger benadrukkend. Het nummer heeft dankzij het Hammond en de gitaarlijnen enig jaren '70-gevoel, met de typische logheid van de groep in het vervolg. Het slot ervan had spannender gekund. Tot dusver is duidelijk dat de zanger vaker dan op de voorganger de grom van zijn stem inzet.
De tweede helft is gemiddeld minder boeiend. Meer traagheid in The Eyes waarin een talkbox wordt gebruikt: "ai-ai-ai-ai-ai". Sobere, oosters aandoende toetsenlijnen klinken en een slot met "o-ho-ho". Dankzij Living the Lie wordt het dan toch weer uptempo met weer zo'n pakkende gitaarsolo.
Midtempo is I Am met een refrein dat me in tegenstelling tot de solo snel verveelt, de vijf minuten zijn te lang. Iets sneller maar net zo min spannend is Death by Love en routineus rondt In Dreams het album af, dat bovendien gemakzuchtig wordt weggedraaid.
En verder? Ik mis de compositorische inbreng van bassist Jimmy Bain. Tja, de bezettingswijzigingen... Pilson werd voor de tour alweer vervangen door Rudy Sarzo. Die hoor je op de Deluxe Edition uit 2020. Net als de vorige gitarist Doug Aldrich had Pilson meer werkgevers, wat de bandbaas niet leuk vond, zo zag ik Aldrich hier op 2'30" vertellen.
Het volgende album wat Ronnie James zou uitbrengen was The Devil You Know van Heaven & Hell, het alter ego van Black Sabbath. Wat ik daarvan vind, beschreef ik al eerder. Dan is er nog één interessante Dio te gaan: verzamelaar The Very Beast Of, Vol. 2 .
» details » naar bericht » reageer
The Rumour - Purity of Essence (1980) 3,0
14 mei 2025, 14:35 uur
De derde van The Rumour, Britse veteranen uit de pubrock die meeliftten op de golven van punk en new wave. Dit als begeleidingsgroep van Graham Parker, maar vervolgens vernieuwden ze hun geluid. Het leverde hen zelfs een hit op in het verre Nederland met Frozen Years, afkomstig van Frogs Sprouts Clogs and Krauts.
Mijn streamingdienst biedt qua Purity of Essence alleen de American Edition van Hannibal Records uit 1981, maar liever houd ik het bij de originele Britse uitgave van het label Stiff uit augustus 1980, zoals MuMe die terecht aangeeft. Die met het bloemetjesbehang op de hoes, openend met Little Red Book. Dat in een vinnig arrangement, anders dan het oorspronkelijke liedje van Burt Bacharach, in de film What's New Pussycat? (1965) vertolkt door de groep van Manfred Mann. Een complete metamorfose met sterk resultaat.
Toch klinkt vooral eigen werk van deze veteranen. Jaren '50 rock 'n' roll - of is het de invloed van de vroege beat? - in het vrolijke I Don't Want the Night to End, gevolgd door gitaarpop met beatkoortjes in achtereenvolgens Have You Seen My Baby? van Randy Newman, Falling in Love with a Dream en Tula.
Kant 2 start met de reggae van Writing in the Water, waarna de sfeer van beat en gitaarpop terugkeert dankzij Houston, I Think It's Gonna Work Out Fine en More Than She Will Say.
Pas met Pyramids klinkt weer iets van de wave van de voorganger, waarna met het traag-swingende That's the Way the Ball Rolls wordt afgerond, geschreven door Graham Parker.
Appetijtelijk plaatje voor hen met een voorliefde voor de jaren '60 gitaarbands, ik had echter graag meer wave gehoord zoals op de voorganger.
De plaat miste ook in eigen land de albumlijsten en singlehits ontbraken eveneens. Daarmee bleek het hun laatste langspeler als zelfstandige groep, wel brachten ze eerder in 1980 met Graham Parker nog The Up Escalator uit. Een album dat ik abusievelijk oversloeg, ga ik inhalen.
In 2001 verscheen de sterke compilatie Not So Much a Rumour, More a Way of Life, waarop de heren met de bloemetjesbehangoverhemden van dit Purity of Essence zijn afgebeeld.
De reis door new wave kwam van Laughter van Ian Dury & The Blockheads en omdat ik zowel Freedom of Choice van Devo als Telekon van Gary Numan reeds besprak, ga ik naar het volgende nummer op de afspeellijst: Holiday in Cambodia van Dead Kennedys, te vinden op Fresh Fruit for Rotting Vegetables . Daarna naar Graham Parker!
» details » naar bericht » reageer
Dio - Killing the Dragon (2002) 4,5
13 mei 2025, 18:24 uur
Al vanaf Lock up the Wolves (1990) legde Ronnie James Dio met zijn vernieuwde Dio de nadruk op langzame tracks en vanaf Black Sabbaths Forbidden ('92) ontbraken fantasyteksten. Op voorganger Magica (2000) keerden die lyrieken terug en toch is het verrassend dat hij op Killing the Dragon de draak uit de jaren '80 terughaalt en dat bovendien doet in de stijl van die dagen middels het nodige uptempo werk.
Want uptempo is meteen het titellied dat het album opent, net als Along Comes the Spider, waarna het midtempo Scream heerlijk massief rolt. Herkenbaar in sommige composities is de hand van bassist Jimmy Bain met breaks als op de eerste drie albums van de groep. De flitsende en melodieuze stijl van nieuwe gitarist Doug Aldrich past hier meer dan prima bij.
Dit voelt warempel als een jongehondengroep. Had ik dit als tiener in de jaren '80 gehoord, zoals me met het debuut Holy Diver gebeurde, dan was dit op eenzame hoogte gekomen naast het beste werk van Rainbow en Black Sabbath. De muziek vormt een ideale combinatie van die sferen.
Better in the Dark is dan weer snel, het fraaie akoestische intro van Rock and Roll met daarna z'n massieve riff en sterke refrein doen de eerste plaatkant sterk eindigen. Een compositie die de zanger met de vorige (en volgende!) gitarist Craig Goldy schreef.
Ik had Ronnie James al een soort van afgeschreven met z'n monotone composities, maar hier revancheerde hij zich. En hoe!
Lukt dat ook op de tweede helft? Push (ook mede met Goldy geschreven) blijkt een sterke combinatie van een meezingbaar refrein en een hardrockend nummer, Guilty is midtempo en aangenaam, waarna pas door de indringende tekst van het slepende Throw Away Children met z'n kinderkoor tot me doordringt dat de draak van dit album niet een beest uit de oudheid is, maar symbool staat voor eigentijdse demonen. De derde met inbreng van Goldy.
Before the Fall is niet alleen uptempo en aangenaam, nee, toetsenist Scott Warren mag er zowaar een solo spelen. Ja ja ja, zelfs met Hammondgeluid, een primeur voor Dio die dit soort Rainbowiaanse geluiden tot dan toe negeerde. Slotlied Cold Feet is aardig, ondanks dat het zo inspiratiearm wordt weggedraaid; hier had een laatste climax gemoeten.
De zanger leek geen sleet op de stembanden te hebben, alsof hij nog decennia zou doorgaan. Fijn is dat hij de "grom" in zijn stem bewaart voor de climaxen en uithalen, in plaats van die continu in te zetten. Knap gedaan, hij werd kort na verschijnen al zestig. Een 9 voor dit album, dat ik in mijn tienerjaren een tien had gegeven.
In 2020 verscheen een uitgebreide editie (verpakt in lelijke hoes) met zes opnamen van de tour bij het album. De geluidskwaliteit is goed, maar hoorbaar is dat dit van verschillende concerten komt. Klinkt de ene keer wat ongepolijster (met minder gitaar) dan de andere.
Net als een groep als Saxon slaagde Dio erin zichzelf te hervinden. Althans, voor hen die een voorkeur hebben voor het Dio van de jaren '80...
» details » naar bericht » reageer
Ian Dury & The Blockheads - Laughter (1980) 2,5
13 mei 2025, 14:38 uur
Het enfant terrible in new wave, begonnen met pubrock waarop hij met zwaar Londense tongval al zijn eigen gang ging inclusief calypso. Vervolgens voegde Ian Dury, gesteund door de briljante muzikanten van The Blockheads, de nodige funk en disco toe. Dit alles rijk geïnspireerd door rechterhand en multi-instrumentalist Chaz Jankel.
Het leverde hem in zijn eigen Engeland diverse hits op, soms via non-albumsingles en in Nederland is hij zelfs verantwoordelijk voor de eerste raphit in Nederland met Reasons to Be Cheerful. Ook voorganger Do It Yourself is bijzonder aangenaam. In augustus 1980 is daar zijn volgende hit met wederom een nummer dat niet op de navolgende langspeler stond.
Ten tijde van Laughter is Jankel verdwenen en was Dury door diens gebruik van enige genotsmiddelen niet de makkelijkste persoon om mee te werken. Nieuw is veteraan en gitarist Wilko Johnson, vermaard om zijn hakkende spel bij Dr. Feelgood, een groep die hij verlaat om in '78 een plaat met (Wilko Johnson's) Solid Senders uit te brengen.
Het gekke is dat ik hem nergens in de nummers op Laughter herken als de man van het staccato-slagspel. Wat wél klinkt is een verzameling goede ideeën, die echter zelden de spijker op de kop weten te slaan. Is de groove lekker (disco en funk zijn frequent aanwezig) en zijn de blaaspartijen aangenaam, dan lukt het niet qua melodielijnen, refreinen die niet blijven hangen, nummers die niet tot bloei komen. Op opener Sueperman's Big Sister na, dat verrassend met strijkers begint en dan met aangename beat vervolgt, inclusief Dury's herkenbare rauw-hese stem. Maar met een briljante liedtitel als Take Your Elbow Out Of The Soup You're Sitting On The Chicken verwachtte ik toch meer van de muziek...
Pardon is overigens nog wel aardig, op Delusions of Grandeur, Dance of the Crackpot en Oh Mr. Peanut klinkt doorsnee r&b. Met de titel van Uncoolohol hebben we het leukste van het nummer meteen gehad, Hey, Hey, Take Me Away is geforceerd vrolijk en het relaxte Manic Depression (Jimi) wil evenmin beklijven. En een nummer met praatzang kan leuk zijn, maar dat lukt niet in zowel Yes and No (Paula) (wél leuke blaaspartij!) als Over the Points, ondanks de versnelling in het slot. Eindeloos Fucking Ada zingen toont inspiratiearmoede.
Van tevoren had ik getekend voor de combinatie Dury - Johnson, maar ondanks de aangename, dansbare tracks komt het op de opener na nergens lós. Als een verzameling losse ideeën die niet met elkaar wilden versmelten. Misschien veelzeggend dat Reint in 2011 enthousiast meldde het album te hebben gevonden maar er vervolgens over zweeg?
Zekerder is dat het Britse publiek net als ik minder gecharmeerd was: waar de voorganger tot #2 kwam, komt Laughter in december niet verder dan #48. De titel is een ironische of zelfs sarcastische omdraaiing van de werksfeer ten tijde van de opnamen. The Blockheads vielen vervolgens uit elkaar...
Gezien de boodschap is het opvallend dat Dury vanaf eind augustus met non-albumsingle annex anti-drugslied I Want to Be Straight de Britse hitlijst betreedt, dat half september tot #22 komt. Sueperman's Big Sister tikt in november nog eens #51 aan. Die eerste single verscheen met andere bonussen op de 2004-2cd van Laughter, zie hier.
Mijn reis door new wave kwam van Split Enz' True Colours en vervolgt bij een ander gezelschap met de wortels in pubrock: Purity of Essence van The Rumour.
» details » naar bericht » reageer
Split Enz - True Colours (1980) 4,0
12 mei 2025, 18:04 uur
Half augustus 1980. True Colours is al een half jaar oud als single I Got You de Britse hitlijst betreedt. In Nederland bleef het nog stil rond de groep, al was de recensie in Oor lovend (even scrollen). Split Enz kende ik slechts van een foto met gekke schmink en kapsels, waarschijnlijk in de Hitkrant ergens in '77 of '78.
Met True Colours is daar hun vijfde album, de eerste waar ze volop new wave maken en ook de eerste die enig verkoopsucces in Nederland genereert. Na de foto was er dan ook geluid, waarna bleek dat ze de schmink en maffe kapsels in de prullenbak hadden gedeponeerd.
Split Enz heeft een lange weg afgelegd, zoals bikkel2 in zijn heldere stuk bij voorganger Frenzy van het jaar ervoor uiteenzet. Daarin de zin "Hier en daar flirts met disco/funk beats, de bekende arty eigenzinnigheid, en de eerste treden naar de New- Wave." Dat laatste begrip domineert op True Colours, resulterend in een verzameling frisse liedjes én de introductie van de groep in mijn afspeellijsten genaamd 'New wave & co'.
De veelgemaakte vergelijking van het schrijversduo Tim en Neil Finn met de Beatles is logisch, maar wordt te makkelijk gemaakt. Ik hoor eenvoudigweg liedjes met goede hooks, kop & staart en sterke arrangementen. Wie hen met de Lennon/McCartney vergelijkt zou bijvoorbeeld ook The Hollies kunnen noemen. In Missing Person dankzij het koortje wél duidelijke invloed van The Beach Boys.
De nummervolgorde op MuMe wijkt af van de oorspronkelijke Europese/Nederlandse persing, zie hier. Die laatste houd ik aan.
True Colours is gevarieerd. Eerst kant 1: In I Got You (als single in oktober 1980 #12 in het Verenigd Koninkrijk) melancholische coupletten en een vrolijk refrein in fraai contrast, Shark Attack is rockend en vlot, in het hupsende What's the Matter with You de invloed van jaren '60 beat.
Het instrumentale Double Happy slaagt erin om Amerikaanse r&b te combineren met een dansende sequencer á la Giorgio Moroder; van de hand van toetsenist Eddie Rayner. I Wouldn't Dream of It heeft wel iets van Buddy Holly in het jasje van 1980; omgekeerd aan de opener zijn nu de coupletten vrolijk en is het refrein melancholiek.
Veel verdriet en frustratie in I Hope I Never, dat in Nederland zowaar in februari 1981 #30 haalde. Een rustig poplied, qua stijl anders dan de rest van deze plaat en nog altijd niet mijn ding; ik verwarde hen met The Korgis, die van Everybody's Got to Learn Sometimes dat vanaf juni '80 een hit was en weer later, december '81, gebeurde hetzelfde met Ph. D.'s I Won't Let You Down.
Kant 2 begint met de volgende aangename oorwurm: Nobody Takes Me Seriously is uptempo, pop in Missing Person met alweer zo'n sterk refrein. Interplanetaire liefde in Poor Boy met een fraaie toetsenpartij, een lekker orgeltje in How Can I Resist Her en een sterk instrumentaal slot dankzij The Choral Sea, dat leunt op een discobeat en als geluidseffect zo'n slurf die bij ronddraaien geluid maakt - ik had er als kind één, heb ik vele rondjes mee gedraaid... Als spannende muziek bij een tv-serie, mijn favoriet van de plaat.
In 2020 kreeg het album een Australische 40th Anniversary Remix Edition met bovendien livebonussen: zie daar.
Je zou het popwave kunnen noemen: lekkere liedjes verpakt in frisse geluiden, herkenbaar anders dan die van tijd- en genregenoten. Oftewel, de reis door wave biedt afwisseling.
Mijn vorige album was van de Schotse Skids. Op mijn afspeellijst volgen singles van The Beat (Best Friend), The Cure (A Forest) en The Selecter (The Whisper), afkomstig van albums die ik al besprak. Nog altijd uit augustus 1980 is de volgende halte, album Laughter van Ian Dury & The Blockheads.
» details » naar bericht » reageer
Skids - The Absolute Game (1980) 4,0
11 mei 2025, 20:39 uur
Op reis door new wave van 1980 blijf ik in augustus, als de eerste single van de nieuwe Skids de Britse hitlijst haalt, afkomstig van het nog te verschijnen The Absolute Game. Verschijnt ongeveer gelijktijdig met mijn vorige station, Panorama van The Cars, de eveneens derde langspeler van die groep.
Op The Absolute Game beperkt zanger Richard Jobson zich niet meer tot alleen zang, hij speelt ook gitaar. Daarmee ondersteunt hij leadgitarist Stuart Adamson, die bovendien achtergrondzang, enige percussie en toetsen/synths doet. Dat laatste voorziet sommige nummers van een extra uptempo laagje, zoals de vinnige opener Circus Games dat bovendien een kinderkoor in het refrein heeft.
Waar ik echter vooral door word verrast, is dat de tweestemmige gitaarlicks regelmatig overeenkomsten vertonen met het werk van... Thin Lizzy. Was de Schotse ex-Lizzygitarist Brian Robertson van invloed op deze eveneens Schotse gitaarwavegroep? Ik vond het een vreemde combinatie voor een groep in dit genre, toch zitten zulke twinlijnen niet alleen in de opener maar ook in bijvoorbeeld licks en solo in Out of Town en de Lizzyaanse riff in de coupletten van Happy to Be with You.
Lekker is ook het springerige One Decree en slotlied Arena, dat bijna vooruitloopt op wat The Clash zou gaan doen, met in de refreinen zo'n typisch machtig Skidskoortje. En alweer hoor ik Thin Lizzy terug.
Goodbye Civilian heeft met z'n dansende synths dan weer weg van het vroege werk van Ultravox! en dankzij The Children Saw the Same hoor ik voor het eerst bij de groep iets van Big Country, de volgende groep van Adamson. In Hurry on Boys wordt een blik Tibetaanse monniken opengetrokken, vast een vondst van producer Mick Glossop die het wonderwel laat samensmelten met de folkachtige melodie.
Je kon The Absolute Game bij verschijnen zowel als enkel- als met bonuselpee kopen; geen 12" maar 33 toeren met nog eens acht nummers. Die bonus heet Strength Through Joy. De nummers hiervan zijn experimenteler, trager en wat somberder, of zo je wilt: postpunk. Vanaf Filming in Africa hoor ik zelfs de invloed van Kraftwerk. Alweer verrassend.
Op streaming te horen vanaf track 14, terwijl bonustracks 11 tot en met 13 afkomstig zijn van de 2008-cd, uitgegeven bij Captain Oi!, gespecialiseerd in de heruitgave van punk en wave.
De plaat werd hun grootste succes: #9 in september. Qua singles was er bescheidener succes: Circus Games reikte in de Britse hitlijst half september tot #32, Goodbye Civilian eind oktober 1980 tot #52 en Woman in Winter haalde eind november-begin december #49.
Het zou hun laatste hit blijken te zijn, al volgde in 1981 met Joy nog een vierde album. Ik blijf echter in augustus 1980, als een Nieuw-Zeelandse groep artrock ontgroeit en new wave omarmt: Split Enz en hun vijfde album True Colours.
» details » naar bericht » reageer
Dio - Magica (2000) 3,5
11 mei 2025, 19:03 uur
Pas vier jaar na Angry Machines verscheen opvolger Magica. Toetsenist Scott Warren bleef en levert hier vooral filmmuziek in de vorm van sferische geluiden. Terug is oorspronkelijk Diobassist Jimmy Bain, met wie Ronnie James al in 1976 speelde bij Rainbow.
Met een terugkeer naar fantasyteksten is het niet verrassend dat gitarist Tracy G met zijn modern-hakkende stijl plaatsmaakte voor Craig Goldy, die daarmee terugkeerde naar de groep waarin hij ten tijde van Intermission en Dream Evil speelde. Verrassend - ook anno 2025 - is dat de trouwe drummer Vinny Appice van Dio's zijde week. Hij dook op bij kleinere projecten als Raven Storm en het album Edge of the World van Mark Boals, kennelijk toe aan andere muzikanten en muziekjes. Dat Simon Wright van voorheen AC/DC zijn plaatsvervanger was, verbaasde me al was hij niet nieuw bij Dio: hij drumde al op Lock up the Wolves (1990).
Helaas voor mij is Dio's liefde voor traag en midtempo werk gebleven. Met doom metal heb ik geen problemen, maar bij Dio mis ik steevast variatie. En dat terwijl de man zoveel werk in Magica heeft gestoken, blijkens de 18'26" gortdroog vertelde uitleg van het verhaal, te vinden aan het slot, track 14.
Zo bevlogen als hij zong, had Ronnie James hier wel enige coaching kunnen gebruiken... Een op zich enerverend verhaal in de stijl van Tolkien over strijd tussen goed en kwaad wordt zó eentonig voorgedragen, dat de grootste ADHD'er ervan in slaap valt.
Ach ja, het gaat om de muziek, toch? De hoogtepunten: het vrouwen- en Gregoriaans koor dat volgt ná Lord of This Day en overgaat in het midtempo Fever Dreams, dat een sterke melodie en riff kent. Het snellere Turn to Stone mag er ook zijn, net als Goldy's gitaarwerk in Feed My Head, dat groeit bij vaker draaien - al is het refrein níet mijn favoriete.
Fijn is het als Dio even de grom in zijn stem weglaat en kwetsbaar As Long as It's Not About Love zingt. Ik weet dan weer waarom hij in de jaren '70 naar de absolute rocktop klom, als hij met zijn stem steeds de juiste snaar weet te raken, zowel klein als groot(s) gezongen. De trage riff en Goldy's solo schitteren eveneens.
Verrassend fraai is het akoestische intro van Losing My Insanity, een nummer met zowaar een folkinslag.
Te vaak moet ik gapen. Ter illustratie Eriel, dat begint met een pakkend sferisch intro van Warren, om daarna in een tadada-tadadaritme á la Heaven and Hell van Black Sabbath voort te modderen, zonder de versnelling van die klassieker. Daar verhelpt Dio's passionele zang niets aan: de compositie is te mager, net als de magere 7 voor het geheel. Nog altijd een dikke voldoende, het blijft per slot van rekening Ronnie James Dio.
» details » naar bericht » reageer
Thin Lizzy - Chinatown (1980) 5,0
11 mei 2025, 17:05 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren
» details
Dio - Inferno: The Last in Live (1998) 3,5
9 mei 2025, 17:09 uur
"What would you say if we did something unplugged right now?" Het publiek reageert afwijzend. That's the same thing that I would say: bullshit. Try this, man!"
Chicago, 31 mei 1997. Ronnie James Dio tourt met het Dio met oudgediende drummer Vinny Appice, gitarist Tracy G(rijalva), toetsenist Scott Warren en nieuwe bassist Larry Dennison die hiervoor bij shredder Tony MacAlpine speelde. Diens voorganger Jeff Pilson vertrok namelijk naar MSG en later Foreigner.
En dan: "We want you to sing along, you've done this before. Hey, the first time we played this song with the Sabs was in Chicago en you did it right".
De livedubbel-cd volgt de setlist van dat optreden, maar opnamen komen ook van optredens in New York City, Bremen en Tokyo. Met zo'n discografie doe je altijd iemand tekort. Desondanks bevat Inferno: The Last in Live, opgenomen tijdens de tour voor Angry Machines, een dwarsdoorsnede van 's mans oeuvre inclusief werk uit de tijd bij Rainbow en Black Sabbath.
Dio zingt met dezelfde passie en kwaliteit als in 1983 in Vredenburg, Utrecht, mijn ijkpunt. Verschil is uiteraard dat we veertien jaar en zes studioalbums verder zijn. Dat herken je (te weinig maar toch) in de setlist.
Aan G de de opgave om de schoenen van Ritchie Blackmore, Tony Iommi en Vivian Campbell te vullen; in de setlist geen werk van Craig Goldy en Rowan Robertson. Hij doet het met verve, terwijl zijn eigen stijl hakkender en weerbarstiger is. Méér dan een snelle shredder, zoals ook zijn gitaarsolo halverwege Catch the Rainbow bewijst.
Jammer is dat Dio zijn toetsenisten in de meeste gevallen weinig ruimte bood, noch in de studio, noch op het podium - al zal de pure gitaarliefhebber daar anders over denken: in Dio stond de scheurende, elektrische gitaar centraal.
Qua verkopen was dit de magerste periode in de geschiedenis van de groep en de kleine man met de grote longen haalde de bezem erdoor: iedereen eruit. G kwam ik daarna pas in 2021 tegen bij het album van Gale Force, dat de nodige overeenkomsten met het Dio van deze fase heeft.
Van het album bestaat bovendien een Japanse editie met als bonussen werk van Black Sabbaths Dehumanizer (1992): After All (The Dead) en I plus een interview. Vond de muziek op YouTube, hier en daar.
Trof verder een interview met de man uit 1999 samen met Motörheads Lemmy Kilmister en Manowars Joey DeMaio.
Pas in 2000 kwam er een nieuw album met bekende namen in de bezetting en een bekend thema: terug naar de wondere wereld van fantasy middels Magica.
» details » naar bericht » reageer
Dio - Angry Machines (1996) 3,5
8 mei 2025, 19:07 uur
Was Ronnie James Dio relevant in de jaren '90? Natuurlijk is dat een passende discussie op dit forum bij dit album.
Hij had de tijdgeest niet mee, dat is een feit. Maatje Edo nam een cassettebandje voor me mee met nieuwe muziek (het waren de nadagen van dat medium), waarop Games van Dog Eat Dog staat, afkomstig van het album Play Games. Gastzanger: Ronnie James Dio.
Daar klinkt de muziek die toen wél relevant was: rapmetal. Maar wat vond ik Dio's bijdrage beter dan de rest van het nummer, kreeg prompt heimwee naar mijn puberjaren en zijn werk uit de jaren '70 en '80...
Was echter vooral druk met een jong gezin: flesjes en luiers en gebroken nachten en de oudste naar en van vriendjes brengen; u kent het wellicht. En bovendien was ik klaar met metal. Sackcloth 'n' Ashes van Sixteen Horsepower werd mijn favoriete album van 1996.
De voorbije dagen speelde Angry Machines met die herkenbare hoes. Vandaag zag ik dit filmpje met zo'n angry machine. Maar dan echt! Geen science-fiction, wél harde Chinese realiteit. Dat ziende, dacht ik: Ronnie James Dio liep ver vooruit.
Hij mag gemengde gevoelens hebben gehad over dit album, dat ook nog eens zijn slechtst verkopende ooit zou worden; destijds mogen velen hem als passé hebben beschouwd... Soms blijken zaken in retrospect anders te liggen.
Dat komt mede door die stronteigenwijze Tracy G, die zijn gitaar kan laten knarsen en onverwachte wendingen in zijn spel heeft. Plus monotonie. In maar liefst vier nummers leunen de coupletten op nagenoeg één akkoord: Institutional Man, Black, Big Sister en Dying in America. Bijgevolg zijn Dio's zanglijnen hier eveneens monotoner en ook vaste drummer Vinny Appice speelt anders dan in de jaren '80.
Moest op voorganger Strange Highways tot track 9 worden gewacht op een uptempo nummer, hier knalt het al bij 2 dankzij Don't Tell the Kids, inclusief een eigenwijze solo van G.
Na een basintro van Jeff Pilson (of een ander? Hij ontbreekt op de bandfoto) blijkt Hunter of the Heart massief en midtempo, om aan het einde onverwacht te versnellen. Doom in 6/8-maat in Stay Out of My Mind met na bijna drie minuten sferische thrillermuziek van toegevoegde toetsenist Scott Warren en daarna een hakkende, staccato en bijna machinale riff. Verrassend dit geheel, het lijkt wel progmetal; zó anders dan wat de groep voorheen deed.
Double Monday heeft weer die weerbarstige gitaarstijl van G, waarbij Dio de longen uit zijn tenen zingt - fysiologisch gezien is dat onzin, ik weet het, maar hier raakt Dio me wel, in tegenstelling tot de twee vorige albums. Halverwege een fraaie akoestische brug.
In plaats dat Ronnie in zijn teksten met draken worstelt, doet hij dat met de moderne wereld. De aanzet hiertoe was gegeven door Geezer Butler ten tijde van Black Sabbaths Dehumanizer. Zo blijkt ook weer uit Golden Rules met zijn huppelende riff in de coupletten. Midtempo, swingend en toch log, met tempowisselingen.
Uitsmijter extraordinaire is pianoballade This Is Your Life; alsof we terug zijn in de jaren '70, waarbij de kleine man met veel gevoel terugblikt op de levens van anderen en zichzelf. Buitencategorie goed.
Met de Japanse bonus God Hates Heavy Metal keert in de refreinen iets van de jaren '80 terug: het is wat melodieuzer en vriendelijker, zoals ik ontdekte dankzij JijBuis.
In 2020 verscheen de Deluxe Edition met toegevoegd een concert bij de tour uit 1997. Dan pas valt echt goed op dat de stijl van Dio (man én groep) grimmiger zijn geworden ten opzichte van ouder werk. G blijkt in al die smaken een meer dan competent gitarist. Eens horen of dat eveneens geldt voor Inferno: Last in Live.
» details » naar bericht » reageer
Flying Colors - Third Degree (2019) 4,0
7 mei 2025, 22:25 uur
Vorig jaar kwam ik bij de nieuwe Deep Purple een enkele opmerking tegen dat Steve Morse werd gemist. Wel, vanaf eind maart ben ik door zijn discografie (minus Purple en Kansas) gereisd, te beginnen met Dixie Dregs' Free Fall uit 1977. In totaal 31 albums, inclusief vier livealbums en twee compilaties met daarop bovendien werk dat hij bij anderen speelde. Degenen die meer van hem willen horen, hebben keuze genoeg!
In vergelijking daarmee is opvallend hoe anders zijn werk bij Flying Colors klinkt. Andere harmonieën, andersoortige solo's; het kan niet anders of de chemie met de anderen zorgde daarvoor.
Opvallend aan dit Third Degree is dat de groep iets traditioneler klinkt in de sfeer van de jaren '70, echter zonder retro te worden. Opener The Loss Inside is een voorbeeld daarvan, mede dankzij de gitaar- en toetsensolo.
Gelijkenissen met Muse zijn minder prominent dan voorheen, maar met de elastieken stem en zanglijnen van Casey McPherson in combinatie met sommige baslijnen en -effecten van Dave LaRue nog altijd daar. Vooral in More, dat een kleurige videoclip kreeg.
Cadence is voor mij hét hoogtepunt van het album, omdat melodie en prog hier zo fraai samenkomen met een enkele hint naar Kansas.
Met Guardian meer buitencategorie en lichte progrock, mede dankzij tempo- en maatwisselingen, soms in oneven maatsoort én Morse die práchtige lange noten uit zijn gitaar haalt, waarna LaRue een shreddende bassolo neerzet.
De jaren '70-sfeer van symfonische rock keert terug met Last Train Home.
Funkrock in Geronimo, waarbij het mede door de zang wel iets wegheeft van Steely Dan; BoyOnHeavenHill had dat ook. Morse doet iets wat ik niet eerder bij hem hoorde, namelijk een wegstervend akkoord én er is een whohohokoortje. Een vreemde cocktail die groeit bij vaker draaien.
Verrassenderwijs volgen dan twee nummers met pure pop: ballade You Are Not Alone (mét clip) is weliswaar muzikaal niet spannend, maar met de ingetogenheid hoor ik opeens het hese randje in de stem van McPherson en bovendien is daar een hart-onder-de-riem-tekst.
Tweede popnummer Love Letter is uptempo en bevat een doo-wopkoortje (?!), een noviteit bij de Colorsn. Met Crawl wordt in toegankelijke progrocksfeer afgesloten, zoals de groep vanaf het prille begin in 2012 beoogde.
Ook leuk is dat het mannetje op de hoes van het debuut terugkeert, de groepsnaam verbeeldend.
In 2020 en '21 bracht Morse albums uit met Deep Purple, in juli '22 verliet hij die groep om voor zijn zieke vrouw te zorgen: lange tournees waren niet langer mogelijk. Wel worden Dixie Dregs en de Steve Morse Band weer uit de koelkast gehaald, waarmee korte tours worden gedaan.
In april 2024 deed hij een uitgebreid interview in vlog Sea of Tranquility, waarbij een kijker terecht noteerde: "This man absolutely saved Deep Purple. His playing was incredible and his presence seems to have brought out the best in everyone else in the band. Most importantly he always comes across as a humble gentleman." Van dat interview vond ik een korte, geschreven weergave.
In het interview vertelt hij ook over - nog niet concrete - plannen voor nieuw werk van de Dregs en de Steve Morse Band, met daarin nog altijd LaRue en drummer Van Romaine. En ja, ook ik hoop dat de heren van Flying Colors nog eens tijd vinden voor een vierde album!
» details » naar bericht » reageer
Dio - Strange Highways (1993) 3,0
5 mei 2025, 15:26 uur
Ronnie James Dio kon zijn biografie Rainbow in the Dark niet afronden: hij was te ziek. Daarom geen inside informatie over de jaren '90, toen Dio in kleinere zalen moest spelen en in vele ogen de sticker 'passé' kreeg opgeplakt. Jammer, ik had wel weten hoe hij met deze tegenslagen omging. Voor zover ik zag: stug blijven opnemen en touren.
De gemiddelde fan van Dio (de groep) kun je in twee groepen splitsen. Zij die vooral de jaren '80 waarderen en zij die een voorkeur hebben voor de jaren '90 en daarna, toen de composities en het geluid zwaarder en langzamer werden. Mijn voorkeur ligt bij de jaren '80.
De piepjonge Engelse gitarist Rowan Robertson die op voorganger Lock up the Wolves verdienstelijk debuteerde, maakte plaats voor Tracy G(rijalvo). Mijn eerste indruk was: wat een vreemde voornaam voor een man, maar Dio haalde ondanks zijn voorkeur voor een Britse gitarist met deze Californiër wel degelijk een volgend toptalent aan boord. Bassist Jimmy Bain maakte korte tijd deel uit van de bemanning, maar werd spoedig vervangen door Jeff Pilson van Dokken.
Herkenbaar zijn de woorden van The_CrY over "een gefliptere Dio die zijn frustraties van zich af schreeuwt onder begeleiding van de zwaarste riffs en ditto drumpartijen die hem ooit hebben mogen begeleiden." Inderdaad boos en zoals anderen aangaven, wellicht omdat hij opnieuw op lompe wijze uit Black Sabbath was gewerkt.
Maar ook vind ik me in de woorden van onder meer vielip: "Strange highways begint zeer sterk maar op den duur wordt het me allemaal te langdradig. Teveel uit hetzelfde vaatje. Hierboven wordt al ergens gezegd dat 1 of 2 uptempo songs extra de plaat goed hadden gedaan. Daar kan ik me volledig in vinden."
Net als anderen hierboven vind ik de afwisseling te weinig. Graag had ik snel werk als Neon Knights, Falling of the Edge of the World, Stand up and Shout en We Rock gehoord.
Veel "grom" in de stem van Dio, ik mis het spelen met emoties van voorheen. Soms klinkt hij even ingetogener zoals in Give Her the Gun, waar een versnelling het nummer naar veel grotere hoogte had kunnen stuwen.
In opener Jesus, Mary & the Holy Ghost lijkt een nachtmerrie te klinken met het gevoel van onveiligheid en woorden uit Dio's katholieke jeugd. In de brug en solo excelleert G.
Fraai zijn ook het intro van het titellied en de Iommiaanse riff in Evilution. Verzuimd wordt echter in Iommi's stijl te variëren met dynamiek en snelheid. Opvallend anders is Here's to You, waar de groep eindelijk eens het gaspedaal intrapt.
Ik voel nog steeds de teleurstelling van toen: het werk van mijn voormalige zangheld en -componist kon me niet meer boeien. Een krappe 6 en dat het voldoende is, komt vooral door het werk van Tracy G. Al hoorde ik hem eerder vandaag op het album van WWIII gekkere dingen doen.
» details » naar bericht » reageer
WWIII - WWIII (1990) 3,0
5 mei 2025, 14:31 uur
Afgelopen week was ik onder de indruk van het gitaarwerk van Tracy G op album Subhuman (2021) van de groep Gale Force. Hij werd in 1993 bekend als snarenman bij Dio, maar dit WWIII van de gelijknamige groep uit Los Angeles verscheen in 1990.
In die groep ook de voormalige ritmesectie van Dio: bassist Jimmy Bain (tevens ex-Rainbow) en drummer Vinny Appice (tevens ex-Black Sabbath). Ze zouden terugkeren bij zowel Dio (Bain en Appice) als Black Sabbath (Appice).
Een vriend van me had vroeger een tweetal demo's van The Warning uit de jaren '80, waar ik de naam van Tracy G voor het eerst tegenkwam. Vond er dit artikeltje over, dat ook vertelt over G's werk ná Dio.
Met de namen Bain en Appice is het extra vreemd dat dit album zo obscuur is gebleven, ook vanwege de zangcapaciteiten van zanger Mandy Lion, alias van Duitser Matthias Worch. Je kunt je zó voorstellen dat WWIII in 1990 in het voorprogramma van Priest tourde ten tijde van Painkiller, maar dat is slechts fantasie: de groep ging ondanks dit redelijke album spoedig kopje onder.
Tracy Grijalva wilde nogal eens bijzondere geluiden uit zijn instrument toveren, vergelijkbaar met wat Eddie Van Halen deed in Poundcake (1991). Hoor maar eens de intro's van opener Time for Terror en Love at First Bite, waar hij lekker losgaat. Daarbij soleert hij onvoorspelbaar met soms bonkige wendingen, die me enorm goed bevallen, zoals in het midtempo Atomic Sex Appeal.
Lion heeft een rauwe strot en zingt lekker vrijuit. De man kan zowel hoog krijsen, getuige Love You to Death en het slot van Drive You Crazy, als uit zijn tenen grommen.
WWIII's metal ligt eveneens in het straatje van het Dio van Strange Highways, waar G hierna zou opduiken. De nummers zijn heavy, maar gaan na vaker draaien vervelen, zoals bij Love at First Bite. Gaandeweg verslapt mijn aandacht. Zijstapjes zijn de twee covers: het instrumentale Over the Rainbow en van T-Rex Children of the Revolution met daarin een kinderkoor.
Een carrière kwam niet van de grond. Appice vertrok en werd vervangen door eerst James Kottak (later bij de Scorpions) en vervolgens door Mikkey Dee, die daarna naar Motörhead zou vertrekken. Onenigheid met het platenlabel over het imago leidde er namelijk toe dat Lion de stekker eruit trok.
Hij vervolgde met de groep Wicked Alliance met daarin Jake E. Lee van voorheen de groep van Ozzy Osbourne; verder dan een demo kwam dat niet.
In 2002 keerde Lion terug met een verder nieuwe bezetting van WWIII op album When God Turned Away. In 2008 kwam WWIII nog eens bij elkaar voor een optreden met zowel Bain als Appice.
WWIII staat niet op mijn streamingplatform, wél op YouTube, waar het geluid wel erg gecomprimeerd klinkt.
» details » naar bericht » reageer
Wire - Nine Sevens (2018) 3,5
5 mei 2025, 10:36 uur
Nine Sevens heet de verzamelaar uit 2018, jongstleden april in beperkte oplage als boxset herverschenen ter gelegenheid van Record Store Day. Alleen in het Verenigd Koninkrijk fysiek verkrijgbaar op vinyl: acht 7"-singles plus de EP On 54 die in 1979 verscheen bij elpee 154, track 16 tot en met 19.
Rond RSD zijn zowel hype als vinylprijzen van den gekke geworden, hoezeer ik het zwarte goud ook waardeer. Vermoedelijk zullen de prijzen die nadien voor Nine Sevens worden gevraagd via sites als Discogs helemaal uit de pan rijzen. Doet niets af aan de muziek, leve streaming.
Via de singles hoor je hoe het Londense Wire met als startpunt vinnige gitaarliedjes als Mannequin en I Am the Fly plus pure punk als 12XU en Ex-Lion-Tamer evolueerde. Geleidelijk volgt wat we postpunk noemen in bijvoorbeeld Outdoor Miner, Practice Makes Perfect en Map Ref. 41ºN 93ºW, waarna de muziek steeds avant-gardistischer werd.
Dat begint met de monotonie van Go Ahead, dat bij de Deventer supporterschare nooit tot stadionzang zal leiden, waarna abstractie opduikt vanaf Catapult 30. Andere voorbeelden voor de experimenteerdrift zijn het met valse blokfluit en dito piano opgetuigde Get Down 1 + 2 en de synthscape van slotlied Small Electric Piece.
De hoes toont de prehistorische vis die in de vorige eeuw wel degelijk nog in leven bleek, de coelacanth Latimeria chalumnae. Zelfspot van de heren, die in 2020 hun tot dusver laatste album uitbrachten en hun laatste nieuwsitem op website PinkFlag.com in datzelfde jaar plaatsten?
» details » naar bericht » reageer
Gale Force - Subhuman (2021) 3,5
5 mei 2025, 07:43 uur
Alsof Bruce Dickinson bij de groep Dio zingt. Dat is ruwweg hoe Gale Force uit Los Angeles klinkt. Met zanger Mike Drive, voorheen Mike Lee, bekend van Barren Cross én ex-Diogitarist Tracy G(rijalva), te horen op studioalbums Strange Highways en Angry Machines plus livealbum Inferno: Last in Live. In 2021 verscheen hun (tot dusver) enige album Subhuman.
In de meeste gevallen zingt de enorm getalenteerde Drive (hij is onbekend maar wel degelijk één van de beste zangers in de metalwereld) met alle vermogen in muziek als robuuste metal, die niet verwonderlijk op die van de genoemde albums van Dio lijkt.
Nadeel is dat echte uptempo nummers ontbreken, althans, ík mis dat: voor liefhebbers van het Dio uit de jaren '90 is dat juist een aanbeveling. De productie is aangenaam en helder en vet, de stijl in de voetsporen van onder meer Black Sabbath en Judas Priest.
Ik mag dan uptempo werk missen, binnen de stijlgrenzen is er wel degelijk sprake van variatie. Neem bijvoorbeeld het redelijk vlotte titelnummer met bovendien een apart opgebouwde en pakkende gitaarsolo, het stoempende Rat Race, het lome Where Am I Going, de doomriff van Fire in the Hole en track 10 Alter Ego, waar het tempo dan eindelijk omhoog gaat en een sterk refrein klinkt.
G zet de nodige sterke solo's neer, ook in een saaier nummer als slotlied Riot Act. Zijn knap eigenwijs knarsende en vliegende soleerstijl is een voordeel ten opzichte van Break the Silence, het album van Drives volgende project Human Code uit 2024 met gitarist George Ochoa. Maar die heeft dan weer die ijzersterke opener, een knaller die Subhuman ontbeert.
Buitenbeentje - maar wel juweeltje - is Red Line, waarbij ik aan Dio's This Is Your Life van Angry Machines moet denken. Kippenvel, mede doordat Drive ingetogener zingt, waarmee even wordt gevoeld hóé góéd de vocalist is. Het nummer wordt gedragen door een piano en ja, dat komt binnen.
Mijn 3,5 ster verbeeldt de waardering voor een degelijk album. Met het album van Human Code erbij kan ik vervolgens een lekkere afspeellijst fabriceren met het beste van de twee. Laat onverlet dat het beste album dat Mike Drive/Lee ooit opnam de derde van Barren Cross blijft, State of Control uit 1989. Die is gevarieerder, wat zijn zang alleen maar aantrekkelijker maakt.
» details » naar bericht » reageer
Steve Morse - The Sessions (2016) 3,5
4 mei 2025, 22:59 uur
Anders dan het verzamelde werk van Steve Morse bij label Magna Carta (Prime Cuts en Prime Cuts 2 ) laat The Sessions zich niet als een samenhangend geheel beluisteren. Geeft niks, variatie is er daarmee volop en dát kon op zijn solowerk en dat met de Steve Morse Band weleens een manco zijn.
Steve Morse, de liefhebber, de veelspeler, de guitarholic. In 2016 de man bij Deep Purple, Flying Colors, gitaarclinics en te gast bij anderen. Op dit laatste aspect ligt de nadruk bij The Sessions, dat bovendien de nodige covers bevat, nieuw voor hem.
Blijkens de hoestekst kwam het album voort uit sessies met zanger Joe Lynn Turner van voorheen Rainbow, Deep Purple, Yngwie Malmsteen en veel meer namen. De ritmesectie is dezelfde als die bij de Steve Morse Band, te weten bassist Dave LaRue en drummer Van Romaine.
De ingetogen instrumentale opener Freedom is een samenwerking met gitarist Brian Tarquin en lekker voor wie van shredden houdt. Van Pink Floyd wordt de hit Another Brick in the Wall, Pt. 1 gecoverd, naast Turner gitarist Billy Sherwood die onder meer bij Yes werkte.
Heartbreaker is een cover van Led Zeppelin waar Turner de zanger zou zijn, maar dan vermoed ik dat hij doping heeft gebruikt... Op The Beatles' Here Comes the Sun horen we Richard Page zingen, vooral bekend van Mr. Mister.
Verrassenderwijs zingt op The Doors' Touch Me rock 'n' rollzanger Robert Gordon, die van de hit Red Hot (1978) met Link Wray. Hier zingt hij echter met diepe stem, bijgestaan door Jordan Rudess van Dream Theater en saxofonist Nik Turner van Hawkwind, die een knallende solo neerzet. Verrassend buitenbeentje in het oeuvre van Morse!
Bij Supertramps The Logical Song zing ik vanzelf mee met Mickey Thomas van (Jefferson) Starship, terwijl toetsenist Tony Kaye van onder meer het vroege Yes die heerlijke partij op elektrische piano doet.
De stem van Jimmy Hall klinkt in Whipping Post bekend in de oren, maar wie is die man toch? Van het mij onbekende Wet Willie, succesvol in de jaren '70, leert een korte koekelzoektocht. Ik vermoed dat ik hem van andere muziek ken, maar wát een lekkere stem! Het nummer is oorspronkelijk van The Allman Brothers Band.
Aan het instrumentale jazznummer At the Edge of the Middle doen mee pianist Jim Beard, trompettist Randy Brecker en bassist (hoorbaar op een fretloos exemplaar) Percy Jones. Morse laat zich hier van zijn shreddende kant horen. Mijn grootste favoriet van dit album. Van blueslegende Stevie Ray Vaughan wordt met Kevin Curry het eveneens instrumentale Travis Walk gespeeld.
Op Jungle Love van de Steve Miller Band horen we Joe Lynn Turner en vreemde eend in de bijt is afsluiter New Year's Day van U2. De enige keer dat Morse en zijn collega's een nummer níet naar zich toe weten te trekken, al kan dat ook een kwestie van wennen zijn. Het lijkt een soort van té rond met op zang wederom Turner, afgaande op de genoemde hoestekst...
Nimmer hoorde ik Morse zó buiten zijn comfortzone als op The Sessions het geval is. Zijn lichtst verteerbare werk dat ik ken.
De bezige bij nam in deze jaren studioalbums op met Flying Colors en Deep Purple én tourde met die groepen, waarvan één en ander terechtkwam op diverse livealbums. Die laat ik voor wat ze zijn, maar nadat in 2017 met Deep Purple Infinite was verschenen, volgde in '19 de derde studioplaat van Flying Colors, Third Degree geheten.
» details » naar bericht » reageer
Flying Colors - Second Nature (2014) 4,5
4 mei 2025, 21:21 uur
...al begrijp ik wél wat BoyOnHeavenHill bedoelt. Het is illustratief voor de kracht van melodieën en (gitaar)harmonieën in de muzikale wereld van Flying Colors.
Ik kom hier terwijl ik de carrière van Steve Morse buiten Kansas en Deep Purple volg; dan valt op dat hij bij Flying Colors andere dingen doet dan solo. In deze groep wordt hij op nieuwe manieren uitgedaagd, waarbij het plezier ervanaf spat.
Wat ik aantrekkelijk vond aan het debuut was dat melodie en complexiteit in fraai evenwicht bleven, wat Kansas ook zo goed kon/kan, één van mijn meest favoriete groepen ooit. Hierboven al diverse malen opgemerkt: op Second Nature is de muziek iets gecompliceerder, terwijl het op andere momenten juist emotioneler is. Diverse MuMensen werden erdoor geraakt, meldden zij. Mooi om te lezen!
Met de 12 minuten van Open up Your Eyes is er meteen die balans tussen complexere progrock en toegankelijke melodie. In Mask Machine hoor ik dankzij het scheurende effect op de dansende basgitaar van Dave LaRue en de lenige, cleane stem van Casey McPherson overeenkomsten met Muse; de drumbreaks van Mike Portnoy halverwege verraden iets van diens progachtergrond in een verder pompend rocklied.
Bombs Away is langzaam met een licht funkende baslijn en dankzij gastviolist Shane Borth denk ik aan Dixie Dregs en Kansas. Met het intro van The Fury of My Love zou je een fan van Queen kunnen verrassen, wederom echter duiken daarna elementen uit progrock op. En wát een refrein!
Het stomende A Place in Your World heeft iets weg Kansas/Kerry Livgren, iemand die oorspronkelijk één van de kandidaten was voor Flying Colors maar door diens beroerte moest afhaken, aldus toetsenist en soms tweede leadzanger Neal Morse in een interview met Prog Magazine in 2012.
De tweede helft begint met drums en piano, waarna toetsen en bas bijvallen voor het ontspannen Lost Without You, waar de popkant van de groep prevaleert met opnieuw een ijzersterk refrein. Portnoy drumt in dienst van het nummer en groovet zo meer dan aantrekkelijk.
De accordeon (?) in One Love Forever brengt enige Keltische folk in combinatie met "Emerson, Lake and Palmer", volgens Steve Morse in deze toelichting op YouTube. Rustpuntje is het toepasselijk getitelde Peaceful Harbor, waar Neal Morse uit zijn persoonlijke leven lijkt te delen. Fraai opgebouwd naar de finale met daarin verrassend (spoiler) het vijfhoofdige koor van The McCrary Sisters, dat me bij de lurven greep.
De eerste minuut van Cosmic Symphony doet aan werk van Coldplay of Keane denken. Is dit vloeken in progkringen? Echter met McPhersons stem, de bassolo na anderhalve minuut en de navolgende opbouw - de gevarieerde compositie duurt bijna 12 minuten en groeit en groeit - is dit zwaar genieten. Het vormt geen muzikale maar wel een emotionele climax, zoals user Mindscapes in 2014 en '15 diverse malen benadrukte.
Op streaming staan bovendien twee bonussen; Peaceful Harbor en The Fury of My Love werken ook akoestisch, waarbij de finale in eerstgenoemd nummer is gebleven.
Van liefhebbers van progrock begreep ik dat zij vaak teleurgesteld waren in Flying Colors, dat hen te weinig gecompliceerd was. Een bewuste keuze van de groep die mij juist goed bevalt. Bovendien afwijkend van Steve Morses werk, wiens oeuvre ik op chronologische volgorde beluister.
Volgende album dat de gitarist uitbracht is het twee jaar later verschenen The Sessions.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Living in the Past (1972) 4,5
3 mei 2025, 18:20 uur
Een tijdje geleden kocht ik Living in the Past op tweedehands 2LP in klaphoes. Vinyl in goede staat, hoes in redelijke. Waar ik vroeger dacht dat dit een simpele verzamelaar was, ontdekte ik later dat ie veel meer is. Vandaar de aanschaf én vanwege de prachtige hoes met onder andere de nodige aantrekkelijke foto's.
In 2014 was ik toe aan een hernieuwde kennismaking met Jethro Tull en drie plaatkanten compilatie vormen elf jaar later een geschikte herbeleving daarvan. Zo is dit album een aangenaam mengsel van herkenning en het ontdekken van mij onbekend werk.
Blijkens het boekwerk in de hoes stond het nodige niet op een regulier album, ofwel klinkt hier een andere opname dan die op een eerder verschenen elpee. Nieuw (1972 hè...) dan wel afwijkend op kant 1 zijn Love Story, Christmas Song en Driving Song. Op kant 2 Sweat Dream, Singing All Day, Teacher, Witches Promise (ja, zó wordt ie hier op hoes en label gespeld, ik zal een correctie indienen) en Just Trying to Be.
En op kant 4 Wond'ring Again, Life Is a Long Song, Up the 'pool, Dr. Bogenbroom (lijkt wel een naam uit de reeks Harry Potter), For Later en Nursie. Per nummer wordt aangegeven in welke studio en in welke maand de opname werd gemaakt.
Kant 3 is live, opgenomen in de New Yorkse Carnegie Hall in november 1970. Twee nummers slechts: By Kind Permission of, inclusief een lang pianodeel van John Evan dat soms door Erik Saties Gymnopédies lijkt te zijn geïnspireerd; plus Dharma for One, waarin een lange en toch boeiende drumsolo. Die mogen anno 2025 achterhaald lijken, hier is het genieten: in het spel van Clive Bunker zit de nodige jazz, wat extra swing brengt.
Tja MuMe, of ik ter plekke vier favorieten wil kiezen... Mag ik daar iets meer bedenktijd voor?
» details » naar bericht » reageer
Sweet - Desolation Boulevard (1974) 4,5
2 mei 2025, 15:50 uur
Waarom weet ik niet, maar de voorbije jaren kreeg ik steeds meer belangstelling voor Sweet, qua succesjaren een groep van vóór mijn tijd. En zo plukte ik Desolation Boulevard uit een bak.
Nog vóórdat ik elpees uit de fonotheek mocht lenen (leeftijdsgrens: vanaf 15 jaar) leende ik Oor's Popencyclopedie uit de bieb en las die - nerd! - letterlijk van A tot Z. Zo begreep ik dat (The) Sweet als een teenybopgroep begon, bij producers Nicky Chinn en Mike Chapman een steviger aanpak bepleitte én kreeg, om vanaf het door mij wél bewust meegemaakte Level Headed (1978) helemaal zelfstandig te werken.
Alleen al door het draaien van Desolation Boulevard, uit 1974 met z'n fraaie klaphoes, wordt duidelijk dat ik het niet goed had begrepen. Het vinyl heeft inmiddels de nodige rondjes getold en vertelt iets anders.
Opener The Six Teens is niet minder dan een ijzersterk hardrocknummer, Solid Gold Brass moet even op gang komen maar pakt dan wel, in het riffende Turn It Down horen we bassist Steve Priest net als in hit The Ballroom Blitz praten tijdens het nummer, wat om één of andere reden zo lekker is. Het intro van Medusa brengt me terug naar Uriah Heeps Return to Fantasy maar wordt meteen daarna een nummer met een eigen geluid, inclusief akoestische gitaar en een jazzachtig deel met heerlijke gitaarsolo van Andy Scott. Lady Starlight is een ballade die groeit bij vaker draaien.
Kant 2 begint verrassend met bigband alsof dit Shirley Bassey is, waarna hetzelfde Man with the Golden Arm een progressief hardrocknummer wordt met een riff op z'n Black Sabbaths en een heerlijk (!) lange drumsolo. Mick Tucker laat zijn dubbele basdrum rollen alsof hij al wist dat er een bandje met de naam Motörhead zou komen. En pauken in het slot!
Het nummer bouwt tevens fraai toe naar Fox on the Run, anders dan de singleversie zonder toetsen; nog steeds een pakkend nummer, leunend op gitaar en groove.
Breakdown bevat ook al van die robuuste hardrock in de voetsporen van Cream en Mountain, waarna het (wegens tijdnood gekozen?) van The Who gecoverde My Generation de plaat afsluit inclusief véél ruimte voor de bas van Priest. Met de bekende tekst die zanger Brian Connolly, die op dit album verschillende registers van zijn stembanden vindt, helaas iets te letterlijk nam: "Hope I die before I get old." Lekker, maar nog liever had ik eigen werk gehoord. Suggestie van ChinniChap?
Dit is een creatieve (hard)rockklassieker. Niet meer en niet minder.
» details » naar bericht » reageer
The Cars - Panorama (1980) 3,0
2 mei 2025, 13:47 uur
Panorama is de derde van The Cars uit Boston, verschenen in augustus 1980. Na de succesvolle voorgangers The Cars (1978) en Candy-O ('79) was er alleen in de VS succes: single Touch and Go haalde half oktober 1980 #37 in de Billboard Hot 100 en het album stond vanaf 19 september enkele weken #5 in de Billboard 200.
Al vanaf het debuut was de vernieuwende productie opvallend en op Panorama wordt dat verengd tot iets als een koele, witte koelkast op een zomerse dag, het duidelijkst te horen in het strakke drumgeluid.
Dat is lekker, maar teveel composities blijven achter door een gebrek aan pakkende melodieën. Het titelnummer dat de plaat opent is prima, nog iets beter is Gimme Some Slack dankzij de riff in combinatie met de zanglijn.
Don't Tell Me No is mager, ondanks de opvallende bariton in het refrein; moet daar aan 10 CC's Dreadlock Holiday denken. In het snelle Getting Through vallen vooral de Star Warsgeluidjes uit de synths van Greg Hawkes op.
Kant 2 opent met Misfit Kid dat eindelijk zo'n pakkend refrein als voorheen bevat, maar wat zijn die coupletten lang en saai, zeker als het nummer 4'32" duurt... In het ingetogenYou Wear Those Eyes een bescheiden drumcomputer met wederom coupletten die te lang doorgaan zonder memorabele melodie. Running to You heeft met de synths iets weg van het Engelse Tubeway Army / Gary Numan. Een goed refrein, alweer zijn de coupletten te mager.
Als Elliot Easton en zanger Ric Ocasek in slotlied Up and Down hun gitaren opeens laten scheuren, blijkt dat noodzakelijk venijn wordt toegevoegd. Mijn tweede favoriet van de plaat.
Hierboven beschrijven MuMensen het als "ongepolijst". In mijn oren juist zó strak, mede door de zakelijke coupletten, dat ik opwinding mis. In 2017 verscheen deze cd met vier bonustracks. Voor het originele album geef ik een mager zesje.
Mijn reis door new wave van 1980 kwam van het Nederlandse The Press en vervolgt bij het Schotse Skids, dat ongeveer tegelijkertijd met The Cars hun derde album The Absolute Game uitbracht.
» details » naar bericht » reageer
The Press - Press Here (1981) 4,0
2 mei 2025, 13:35 uur
Driemaal verbazing. Destijds in 1980 toen ik ontdekte dat dit Nederlands was. Plus recent toen ik hierboven las dat dit een vervolg was van de groep The Walkers uit Maastricht, waarvan ik slechts hun zomerse hit uit 1977 Ramona te Quiero ken, hier op tv.
Derde verbazing is van afgelopen week, onderweg in de auto - ben door familie-omstandigheden (te) veel op het asfalt - dat dit niet een skagroep was, maar dat meer genres klinken.
Ben bovendien op reis door de new wave van 1980. Binnen dat begrip kwam ik meer niet-wavers tegen die tóch die muziek maakten: het Australische Flash and the Pan, een project van producersduo Vanda & Young (Vanda van Nederlandse komaf) of de Britse Buggles, het duo met Trevor Horn en Geoff Downes, die spoedig daarna bij progrockgroep Yes terecht kwamen. In de ogen van punk en wave een muzikale tegenpool.
The Press slaagde er eveneens in om eigentijds te klinken. Op het pas in 1981 uitgebrachte Press Here klinkt eerst de ska van I'm Gonna Shoot the Deejay, een hit van begin augustus tot en met begin oktober 1980, in september op #15 piekend in de Nationale Hitparade. Ik plaatste het onmiddellijk in het rijtje The Specials, The Selecter, Madness... Knap gedaan. Toen Morrissey in 1986 bij The Smiths in Panic "Hang the dj" zong, verdacht ik hem bijna van jatwerk van The Press...
Lang niet alles is ska; ongeveer de helft valt onder die paraplu, het overige biedt kwaliteitspop. Doet soms denken aan 10CC of Buggles met kekke melodietjes en fijne arrangementen met afwisselend toetsen en blazers, ingebed in pop en reggae.
Crossing the Line is een stuwend nummer op een bedje van een Hammondorgel, dat meteen pakt. Soulblazers in het rockende Rescue Me, ska bij In the Quiet of the Night.
No Message (Wreath or Rose) bevat in de coupletten dat vleugje reggae in de sfeer van 10CC's Dreadlock Holiday en in het pompende refrein hoor ik Buggles terug, waarbij een saxofoon de boel verfraait. Op It Takes a Sherrif to Cry klinkt vrolijke reggae, kennelijk geïnspireerd door het sheriffliedje van Eric Clapton.
Kant 2: op streaming is de oorspronkelijke opener van de tweede helft als laatste geplaatst. Cantara Pepe heeft meer weg van de single van The Walkers die ik in de inleiding noemde dan van The Press: zomerse, vrolijke pop, in augustus '81 #8. Liever hoor ik de reggaepop van Gipsy Love en de melodie in poplied Alaskan Nights.
En zo gaat het maar door met kwaliteitsliedjes waarin slim wordt "gejat". Want probeer maar eens zoveel goede liedjes te schrijven! Write-off bevat uptempo ska, Boys Check Your Toys rockende pop met een vlammende Hammondsolo plus in één gitaarlijn een vleugje country (!) en Hit the Headline bevat ska/reggae.
Smakelijke kwaliteitspop in de mode van die tijd. Andere singles flopten, net als non-albumsingle Rub-a-Dub. Overigens wil Discogs de hoes van Press Here niet tonen, fijn dat MuMe daar niet moeilijk over doet. Al kun je je afvragen hoe grappig hij is...
In 1983 keerde The Press terug met album Don't Loose the Beat, (nog?) niet op MuMe te vinden en evenmin op streaming.
Op reis door new wave, ben ik in augustus 1980. Ik kwam van de Engelse Pauline Murray & The Invisible Girls en vervolg bij de Amerikanen van The Cars en hun Panorama.
» details » naar bericht » reageer
Flying Colors - Flying Colors (2012) 4,5
2 mei 2025, 10:49 uur
Net als OzzyLoud heb ik het niet zo op "supergroepen": de uitkomst is in de meeste gevallen minder dan het meeste materiaal van de leden bij hun andere bezigheden. Van tevoren had ik dus géén zin in Flying Colors (mooie groepsnaam, slaat ongetwijfeld op hun ontstaan) en hun gelijknamige debuut.
Beluistering leert echter onmiddellijk dat het geen album is geworden van "kijk eens hoe virtuoos we zijn", maar eentje waarin de individuele capaciteiten steevast ten dienste staan van het liedje en dán heb je me.
Daar komt bij dat de mij onbekende Casey McPherson een lenige stem heeft, niet zo opvallend maar uitermate geschikt voor deze melodieuze hardrock met een randje van progrock. De genrenaam adult oriented rock die Broem in 2012 liet vallen, klopt. Net als zijn constatering "deze heren kunnen meer dan ze laten horen." In mijn beleving valt dat juist goed uit. Wel verraden de gitaarsolo's en details in toetsen, bas en drums dat de vijf klasbakken zijn.
Om nog een andere reden is dit album opvallend: na jaren van dominantie van de cd, verscheen Flying Colors gelijktijdig op cd en vinyl. De getijdenwisseling was ingezet.
Zwakke nummers kom ik niet tegen. De stevige opener Blue Ocean start verrassend met de pratende heren bij aanvang van de opname; oftewel, een album dat in takes is opgenomen en niet in afzonderlijke lagen met eerst drums, dan bas, dan... etcetera.
Hierna verstrengelt Shoulda Coulda Woulda op dezelfde wijze energie en melodie. Uit details blijkt de voorliefde voor progrock, maar het blijft toegankelijk. Kayla opent akoestisch om uptempo te vervolgen waarbij alweer een pakkend refrein volgt met soms zingende gitaarlijnen.
Symfonische bombast in The Storm. Misschien is dát wel de juiste muzikale term: niet aor maar symfonische (hard)rock, toegankelijker dan we tegenwoordig onder progrock verstaan. Het nodige slappende baswerk van Dave LaRue in het rockende Forever in a Daze en met de pianoklanken van Neal Morse (leuk, de twee Morses bij elkaar, geen familie geloof ik) in het intro van Love Is What I’m Waiting for volgt edelpop, alsof dit 10CC of Muse is. Vergelijkingen die TheInvisibleMan meteen in 2012 terecht maakte.
Melancholie klinkt in Everything Changes, een onverwacht pareltje met nogmaals warme jaren '70-sfeer, mede dankzij de (bijna) Moogklanken die (door gasttoetsenist Brian Moritz?) uit het klavier worden getoverd.
Better than Walking Away is verrassend klein en brengt daarmee een rustpunt; voor een ballade best lekker, sterker nog, de melodie blijft zo hangen, waarna ik met de dubbele basdrums van All Falls Down overeind veer, waarbij dat nummer iets van Muse wegheeft.
Daarna overkomt me met Fool in My Heart wat in de beschrijving van OzzyLoud staat: "wel wat aan de veilige kant en had wat meer progressiviteit verwacht en gehoopt". Voor de 3'48" die het duurt is het nummer echter nog altijd okay. Zeker als vervolgens Infinite Fire het album sterk besluit, dat pas echt op gang komt bij de gitaar- en toetsensolo. Fraai opgebouwd, deze 12 minuten die desondanks pakkend blijven.
Op reis door het oeuvre van Steve Morse is het lekker om de man na Dixie Dregs en al zijn instrumentale solowerk eens met een vocalist aan het werk horen, wat bij zijn vorige project Angelfire met de piepjonge zangeres Sarah Spencer ook al het geval was. Zijn werk met Kansas en Deep Purple laat ik deze weken buiten beschouwing en dan kom je eenvoudigweg vooral instrumentaal werk tegen.
Ben benieuwd of MuMensen als vielip en gaucho dit album kennen, dit past wellicht in hun smaak. Zo ja, wat vinden jullie ervan?
Een jaar later bracht Morse met Deep Purple het sterke Now What?! uit en het jaar dáárop was er al de tweede Flying Colors.
» details » naar bericht » reageer
Steve Morse & Sarah Spencer - Angelfire (2010)
2 mei 2025, 09:37 uur
Folkpop uit 2010, ergens halverwege Clannad en Lorde. Album Angelfire betekende de eenmalige samenwerking tussen twee Amerikanen: gitarist Steve Morse (Dixie Dregs, Kansas, Deep Purple en véél solo) en de dan zestienjarige zangeres Sarah Spencer.
Aangezien ik via streaming (de eerste nummers van deze afspeellijst op YouTube) slechts drie nummers heb kunnen vinden, zal ik me van een sterrenwaardering onthouden.
Far Gone Now bevat de dromerige stem van Spencer, die een alternatief randje heeft - vandaar mijn vergelijking met Lorde. Morse speelt akoestische gitaar en aan het slot heel kort een elektrische solo. Het ademt de sfeer van Keltische folkpop, zie daar mijn vergelijking met Clannad.
What Made You Think? is in wiegende 6/8-maat en net iets ingetogener, Take It or LeaveIt is juist pittiger: vlot met lichte percussie en een vlammende gitaarsolo van Morse, tegelijkertijd passend bij de folkpop. Het refrein is ijzersterk, net als de pakkende stem van Spencer in deze drie nummers. Bas en drums werden overigens gespeeld door Dave LaRue van de Steve Morse Band.
Een andere associatie die ik had, is met Française Cécile Corbel, die iets dergelijks doet op zang en harp. Muziek die ik weleens in de auto draai, als ik daar gezelschap heb dat niet zit te wachten op luide gitaren.
Spencer bracht in 2014 album Freshman Year uit, te vinden op Bandcamp. Rondgooglend krijg ik de indruk dat Angelfire moeilijk is te verkrijgen in Nederland. Maar toch, mocht ik de cd hier of elders tegenkomen, dan neem ik 'm mee: ben nieuwsgierig naar de rest en als de rest net zo pakkend is als deze drie nummers, kunnen dat mooie autoritjes worden!
Makkelijker te vinden is het volgende project waar Morse in participeerde: het debuut van Flying Colors dat twee jaar later verscheen.
» details » naar bericht » reageer
Steve Morse - Prime Cuts Volume 2 (2009) 4,0
1 mei 2025, 08:31 uur
Prime Cuts Volume 2 is de tweede verzamelaar van Steve Morse. We horen werk van de Steve Morse Band, zijn soloplaten én gastoptredens bij anderen, afkomstig van albums die bij label Magna Carta werden gemaakt. Het verscheen in 2009.
Van zijn solowerk komt van Major Impacts (2000) TruthOla; van Major Impacts 2 (2004) het bluesrockende Zig Zags en de cajun van Ghost Of The Bayou. Van de Steve Morse Band werden van Split Decision (2002) gehaald Great Mountain Spirits en Midnight Daydream.
Ik ben hier vooral voor de gastoptredens, waarvan er twee bij fusionproject School of the Arts werden gedaan. Op On Fire speelt tevens de toetsenist van Dixie Dregs T. Lavitz, die hier ook de bas hanteert. Op Portrait horen we tevens bassist John Patitucci.
Progrock bij toetsenist Jordan Rudess van Dream Theater, we krijgen Bar Hopping With Mr. Picky van diens album Rhythm of Time (2004). Op dat nummer speelt tevens de drummer van Dixie Dregs en Winger, Rod Morgenstein, alsmede bassist Dave LaRue van de Steve Morse Band én (daar zijn ze weer) Dixie Dregs.
Akoestisch speelde hij in zijn eentje Mood for a Day, afkomstig van Tales from Yesterday (Tribute to Yes) uit 1995.
En help: er klinkt zang! Dankzij James LaBrie van Dream Theater op Red Barchetta, gehaald van Working Man: Tribute to Rush (1996). Lekker.
Gevarieerder dan Morses solowerk, ook met zijn eigen Band, vind ik beide delen van Prime Cuts bijzonder aangenaam. Volgende werk van de man was met Sarah Spencer op Angelfire van het jaar erna.
» details » naar bericht » reageer
Steve Morse Band - Out Standing in Their Field (2009) 3,0
1 mei 2025, 07:43 uur
De laatste van de Steve Morse Band tot dusver, schrijf ik zestien jaar na verschijning. Dit in de vaste bezetting met naast gitarist Steve Morse, bassist Dave LaRue en drummer Van Romaine. Het zesde album van de groep in deze bezetting, nadat het trio in 1991 op Southern Steel voor het eerst samenkwam. LaRue en Romaine begeleidden hun baas overigens ook op diens solowerkjes Major Impacts en Major Impacts 2. De heren kennen elkaar dus van haver tot gort.
Uiteraard weer geheel instrumentaal en ten opzichte van vorig werk is Out Standing in Their Field net wat steviger dankzij de nodige scheurende gitaar en de diverse duellen tussen gitaar en bas. Het verscheen vier jaar na Rapture of the Deep, tot dan toe de laatste van Deep Purple, zijn belangrijkste muzikale onderneming. Morse een guitarholic noemen is wellicht een understatement, zo bezig als de man was.
In de stevige, midtempo opener Name Dropping een ingetogen bassolo, in het loom swingende Brink of the Edge de nodige shredding en een snelle basssolo, waarna Here and Now and Then ingetogener is met de melodie voorop. Met Relentless Encroachment keert de groep naar het recept van de eerste twee nummers, in John Deere Letter klinkt vrolijke countryrock met onder meer een duet tussen gitaar en bas. Die laatste titel is weer zo'n woordgrapje: een 'Dear John letter' is een brief waarin de relatie wordt verbroken en een John Deere is een trekker.
De tweede helft van de cd - het album verscheen nog niet op vinyl: More to the Point bevat de nodige shredding en slappende basgitaar, in Time Junction strijden gitaar en bas wederom een fijn duelletje en klinkt een vleugje folk in een gitaarlijn; mijn favoriet van dit album.
Unnamed Sources is ingetogener en draait om lange, zingende gitaarlijnen; Flight of the Osprey begint met Spaanse gitaar, gevolgd door een rockende, swingende riff en weer veel melodie en een gitaar-versus-bas-duel in het slot. Het is mijn tweede favoriet. Het akoestische Baroque 'n Dreams sluit het album verstild af met de polyfonie van barok, mijn derde favo.
Als bonus krijgen we een dikke 9 minuten van Rising Power (live), oorspronkelijk op StressFest. Hier wordt alle souplesse van de groepsleden nog eens herhaald. Morse speelt er ook een ingetogen synthesizerpartij.
Voor degenen die bekend zijn met het werk van Steve Morse klinken hier geen verrassingen of noviteiten. Echter voor de fanatieke liefhebber van (rock)gitaar en -bas en shredding, plús degenen die weinig of onbekend zijn met zijn werk: hier kunt u de oren laten flapperen van vreugde!
In hetzelfde 2009 verscheen de tweede verzamelaar van Morse met bovendien gastklussen bij derden: Prime Cuts Volume 2 .
» details » naar bericht » reageer
