Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026
Stereophonics - Just Enough Education to Perform (2001) 3,5
28 februari, 16:22 uur
Stereophonics, lekker radiobandje voor een los liedje. Toen ik dus Just Enough Education to Perform (de reguliere versie) in een kringloopbak ontwaarde, was er geen twijfel. Vijf nummers stonden weliswaar op Decade in the Sun dat ik al kende, daarmee resteerden zeven onbekende nummers.
Het album opent met het Led Zeppelinaanse Vegas Two Times, ook op de compilatie te vinden en niet mijn favoriet; al denk ik dat liefhebbers van die groep of van het album van Coverdale • Page er goed mee uit de voeten kunnen. Ik heb echter meer met het relaxtere werk van de groep, mits sterke melodieën de overhand hebben.
Daarmee bevallen de volgende nummers me goed: Lying in the Sun (niet op Decade), Step on My Old Size Nines (wel), Have a Nice Day (wel), Nice to Be Out (niet), cover Handbags and Gladrags (wel) en Maybe (niet, overigens niet hetzelfde nummer als Maybe Tomorrow, één van hun hits op Decade).
De ongenoemde tracks zijn aardig, al gaat het mis bij Mr. Writer. Dat viel alsnog door de mand. Op zich aardig maar had het op drie minuten gehouden in plaats van de dikke vijf die tot ongewenste herhaling leidt. Ook kan ik niks met het afsluitende Rooftop: ik hou van scheurende gitaren, maar bij Stereophonics staan die me juist tegen.
» details » naar bericht » reageer
Bad Manners - Gosh It's... Bad Manners (1981) 3,5
28 februari, 16:07 uur
Een album dat ik nooit in Nederlandse platenbakken tegenkom, terwijl hier wel hun enige hit in de lage landen is te vinden: op 1 augustus 1981 piekte Can Can in Nederland op #14 (Nationale Hitparade) en een week later bij de Top 40 #11, in Vlaanderen #13. Dat was echter niet genoeg om elpee Gosh It's... Bad Manners een albumnotering te laten veroveren.
Het was de derde langspeler van de groep en in hun Engeland was het succes van de skagroep veel groter. Het was er hun zesde hit alweer, die vanaf eind juni vier weken #3 stond. In oktober piekte Walking in the Sunshine op #10 en EP Special 'R 'n' B' Party Four E.P. - Featuring Buona Sera in december nog eens drie weken #34.
Wat wellicht ook hielp was een film die in '81 verscheen over het 2-Tonelabel. Daar zat Bad Manners weliswaar niet meer bij, maar in Dance Craze (hier volledig op YouTube) is de groep wel te zien met hun werk uit '79-'80.
Een voorbeeld van de feestsfeer van de groep, frontman Buster Bloodvessel voorop, werd ook gegeven bij een tv-optreden bij de Ierse The Late Late Show, daar de beelden. Let ook op het publiek en het commentaar van de gastheer direct ná het korte tv-optreden!
De eerste nummers van de plaat bevatten de bekende ska, lekker swingend volgens het inmiddels bekende recept. Daarbij Can Can, bekend uit de wereld van vaudeville met zwaaiende rokken waarbij het publiek een blik op de benen van de danseressen werd gegund. Ik ontdek dat de oorsprong van het nummer ligt bij de komische opera Orphée aux Enfers uit 1874 van de Duits-Franse componist Jacques Offenbach. Daaruit werd Galop Infernal aan het eind van de negentiende eeuw door cabarettheaters Moulin Rouge en Folies Bergères geadopteerd voor de dans van de can-can. In de decennia erna groeide het uit tot een bekend straatliedje; een evergreen, door Bad Manners slim in ska gegoten. Kant 1 sluit af met de swing van Don't Be Angry, dat blaast in de beste jaren '50 r&b-stijl, oorspronkelijk uit 1955 van zanger-pianist Nappy Brown.
Op kant 2 louter eigen werk, waarvan Never Will Change extra swingend is en ook Only Funkin' is nét een tikkie afwijkend. Afsluiter Gherkin is met z'n orgelintro en langzamere reggaebeat eveneens anders dan hetgeen deze skagroep meestal serveert.
Sinds 2011 is er de cd met aangename extra's. Daarbij Night Bus To Dalston, de titel vermoedelijk een knipoog naar Madness' Night Boat to Cairo. Ook de EP is hierop meegenomen.
Al met al: lekker en aangenaam, al vond ik de twee voorgangers verrassender. Het werd echter mooi hun hoogst genoteerde album in het VK: oktober '81 #18.
Ik ben op reis door new wave, momenteel bij de singles en achterliggende albums van juli 1981. Daarbij kwam ik van het debuut van de Californische vrouwengroep Go-Go's en omdat ik single Julie Ocean van de derde van The Undertones al besprak, vervolg ik bij het debuut van Duran Duran. Dat besprak ik drie jaar geleden, maar de singles die op mijn afspeellijsten staan, verdienen kortweg enige aandacht.
» details » naar bericht » reageer
Go-Go's - Beauty and the Beat (1981) 3,5
27 februari, 17:53 uur
Vanochtend was bij het spel 'De intro rally' op NPO Radio 2 een kandidaat die koos voor jaren '80 new wave. Ik luisterde extra belangstellend, waarbij me opviel dat de redactie van het programma zich vooral richtte op de synthpop. Maar new wave is zoveel meer. Mijn vorige station Diamond van Spandau Ballet valt daar net zo min onder als dit Beauty and the Beat (mooie titel!) van de Go-Go's.
Klinken bij de Engelsen nog wel eens een toetsen, de Go-Go's zijn voluit een gitaargroep van het lichte soort. Vrolijk, energiek en vaak tweestemmig gezongen. Vreemd dat de groep in Europa nooit zoveel populariteit beleefde, want de liedjes zijn prima, net als de productie van Richard Gottehrer en de opvallende hoes.
Alhoewel... Hoe aardig de nummers ook zijn, er is maar weinig waarvan ik overeind veer. Tegelijkertijd is het nergens matig, laat staan slecht. Liedjes, zanglijnen en productie zitten bij de Californische dames goed in elkaar en energie zit er volop in. Als een punkbandje dat clean is gaan spelen en inderdaad, het eerste begin was door punk geïnspireerd.
Misschien daarom dat mijn favorieten de nét iets pittiger nummers zijn: Tonite, Lust to Love, We Got the Beat, Skidmarks on My Heart en Can't Stop the World. Opvallend hierbij is dat Gina Schock hierbij extra fel haar drumstel geselt.
Voor mij is bijna onbegrijpelijk is dat dit dezelfde Belinda Carlisle is als later van haar solohits; in deze context klinkt ze echt anders, mede door de tweede stemmen van gitariste Charlotte Caffey en slaggitariste Jane Wiedlin. Gezamenlijk maken ze dat de gitaarwave de nodige raakvlakken met powerpop heeft.
In het Verenigd Koninkrijk haalde Our Lips Are Sealed een jaar na verschijning wel in juni 1982 #47. De groep is dan inmiddels op een Britse tournee geweest met Madness.
In de VS echter #20, We Got the Beat (in een eerdere mix, opgenomen voor label Stiff) haalde er #2. Het album werd er een dikke #1, zij het na enige tijd: verschenen in juli '81, belandde het pas in maart 1982 op de eerste plaats van de Billboard Album 200, maar dan wel zes weken lang.
Ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten met new wave. Volgende nummer op de lijst is Can Can van skagroep Bad Manners, een liedje dat echter veel ouder is.
» details » naar bericht » reageer
Bruce Springsteen - Greatest Hits (1995) 3,5
26 februari, 20:43 uur
In de laatste twee weken van 1979 had Frits Spits een radioprogramma waar hij terugblikte op de jaren '70. Het was dáár (Poplijnen heette de tijdelijke show) dat ik voor het eerst Born to Run hoorde. Fan-tas-tisch! Met het verstrijken van de jaren hoorde ik het op steeds betere installaties, waarbij me de bijzonder fraaie productie opviel. En weer later drong de tekst tot me door. Überromantisch over samen weglopen van je rottige leven.
Later volgde via radio het akoestische The River dat enige indruk op Nederland - en mij - maakte. Toch brak hij pas door met Dancing in the Dark en het jaar erop definitief met Born in the U.S.A., single en album. Dat succes had hij mede afgedwongen door zijn bijdrage aan goededoelensingle We Are the World met zijn rauwe stem in de climax. Hè hè, Nederland begreep iets van zijn kunnen...
In de jaren daarna heb ik Springsteen vanzelfsprekend gevolgd. Ik ben geen megafan, maar waardeer hem zeker. Van een vriend kreeg ik rond 1997 een zelfgebrande cd van dit Greatest Hits waar de muziek op chronologische volgorde staat. Ik heb die later weggedaan en onlangs legaal gekocht in een platenzaak.
Eindelijk klinkt Born to Run hier nu op een grote installatie, één van de allerbeste rocknummers die ik ken, mede dankzij die fantastische saxofoonsolo, in een bijna over-de-top-productie. Thunder Road en Badlands werden eind jaren '90 favorieten dankzij die geripte cd.
Brilliant Disguise vond ik meteen mooi toen het in 1987 een hitje was: bijzondere en breekbare tekst, bijzondere clip in één shot. Murder Incorporated ontdekte ik eveneens via die gekregen cd, net als afsluiter This Hard Land.
Met de andere nummers heb ik minder tot niets, al is het fascinerend te horen hoe hij verschillende muzikale jasjes aandoet. Eén hitpareltje ontbreekt: I'm on Fire, maar die staat dan wel op mijn vinyl exemplaar van Born in the U.S.A. Acht favorieten op Greatest Hits met z'n mooie hoesfoto.
» details » naar bericht » reageer
Spandau Ballet - Diamond (1982) 4,0
26 februari, 18:23 uur
Ik ben op mijn reis door new wave in juli 1981 als Chant. No. 1 namens Spandau Ballet in de Britse hitlijst komt. De reden dat ik dan toch dit Diamond uit maart 1982 bespreek, is dat het dít album is waar het nummer op zou staan. Daar zaten dus zo'n acht maanden tussen.
Waarom zo snel een nieuwe, op dat moment nog non-albumsingle uitbrengen? Ongetwijfeld om de hitreeks die was ontstaan rond debuutplaat Journeys to Glory te laten voortduren. Spandau Ballet was een groep uit de Londense clubscene van Soho, sterk verbonden met de new romantics; dat was enerzijds een voordeel, anderzijds bracht het op termijn ook beperkingen. Meesterbrein Gary Kemp, schrijver van alle liedjes en muzikant op gitaar, bas, toetsen en mondharp (!), dacht al na over de toekomst en andere producers, waarmee de groep meer artistieke vrijheid zou hebben, los van de scene. Eerst over de hitfeiten, dan de achtergronden.
Het hitsucces bleef: om te beginnen met het als single van een subtitel voorziene Chant No. 1 (I Don't Need This Pressure On), dat eind juli '81 tot #3 kwam. Er verschenen nóg twee singles van de elpee, lang voordat deze verscheen: Paint Me Down (in november #30) en She Loved Like Diamond (eind januari '82 #49).
In maart verschijnt dus album Diamond, dat diezelfde maand "slechts" tot #15 komt (het debuut kwam tot 5) maar het wel tot begin juli in de albumlijst volhield.
In april betreedt single Instinction de lijst om in mei pas op #10 te stoppen. Al eind september verschijnt Lifeline als voorproefje van album nummertje 3 True, dat eveneens in maart zou uitkomen.
Feitjes en noteringen van toen. Maar de muziek? Wel, het verrassende is wellicht dat Diamond níet een verzameling losse singles blijkt te zijn. Met slechts vier nummers per plaatkant duren de tracks langer, een volwaardig album met een qua stijl afwijkende kant 2.
Dansbare funkwave op kant 1, waar Instinction opvalt met een synthgeluid dat later véél in disco en andere muziekstijlen zou opduiken en bovendien met apart drumwerk van John Keeble. Eveneens opvallend is dat er een bijna Strangleriaanse grom in Kemps bas zit.
Kant 2 begint met het korte She Loved Like Diamond dat de popkant opgaat; Pharaoh bevat onderkoelde funk en dan volgt een dubbel verrassend slot. Op het introverte Innocense and Science is het alsof een Japanse shamisen (een soort luit) wordt gespeeld in de sfeer van het latere solowerk van David Sylvian en in de aparte afsluiter Missionary meen ik een sitar en tabla te horen en de tekst is eveneens niet licht over zonde en verlossing. Hadley zingt onder meer "We are alone against our sins". Niet per se muziek die geschikt is voor een tienerpubliek.
Producer is opnieuw Richard James Burgess, zelf in de weer met synthesizers in zijn groep Landscape. De spanningen tijdens de opnamen groeien, met name tussen zanger Tony Hadley en de producer, die bovendien druk is met de nodige 12"-versies en single-B-kanten. Ze zijn te vinden op de cd-editie van 2010.
De singles deden het niet per se heel goed, wat de reden is dat single Instinction op pakkende wijze werd geremixt door Trevor Horn, die zoals genoemd prompt de top 10 haalde. Zie daar een reden dat Spandau Ballet, Gary Kemp voorop, meer vrijheid zocht.
Een dansbare kant 1, een overwegend introverte kant 2. Een groep die meer was dan de modebewuste new romantics. In Nederland was er succes met Chant No. 1: in augustus '81 bij de Top 40 #29 en met enige moeite in september bij de Nationale Hitparade #32. Lekker blijven de blazers daarin: complete vrolijkheid, geschikt voor uw dansfeesten.
Ik behandel dit in het kader van new wave, waarbinnen ik véél uiteenlopende stijlen ontmoet. Zojuist noemde ik de groep Landscape; stuitte puur door de producer op de groep en via streaming ontdek ik dat ze wel degelijk relevant zijn voor mijn queeste. Ik ga hen later behandelen.
De vorige stop was bij de ernstige Londenaren Department S, op naar de Amerikaanse dames van de Go-Go's en hun Beauty and the Beat.
» details » naar bericht » reageer
Department S - Sub-Stance (2003) 4,0
25 februari, 23:22 uur
Tijdens mijn reis door new wave kwam ik al eerder Department S tegen en wel met single Is Vic There? dat eind maart 1981 de Britse hitlijst betrad en is te vinden op verzamelaar Is Vic There? uit 1993. Tien jaar later verscheen de compilatie Sub-Stance. Ook daarop staan de twee hits die de groep scoorde. De laatste daarvan was namelijk Going Left Right, dat in juli '81 op #55 piekte.
Net als die eerste compilatie laat Sub-Stance horen dat Department S later hun geluid zou verbreden. In 1981 klinkt echter nog de enigszins gejaagde post-punk, of doomwave zoals mijn vriendenkring muziek in de sfeer van Joy Division destijds omschreef. De single verscheen net als de eerste hit bij het vermaarde Stiff.
De groep was in die tijd "slechts" een singleband, die het vooralsnog niet tot een volwaardig album schopte. Tot 2011, toen Mr. Nutley's Strange Delusionarium uitkwam, in 2016 gevolgd door When All Is Said and All Is Done en in 2024 het nog niet op MuMe opgenomen Burn Down Tomorrow.
Mijn reis door new wave bevindt zich in juli 1981. Ik kwam van het debuut van T.C. Matic en omdat ik single It Ain't What You Dance, It's the Way You Dance It van het Nieuw-Zeelandse Swingers al besprak, net als single Visage van Visage, ga ik kort stilstaan bij hitsingle A Promise, te vinden op Heaven Up Here van Echo & The Bunnymen. Dat album besprak ik weliswaar eerder, als single verdient het nummer kort enige aandacht.
» details » naar bericht » reageer
Stereophonics - Decade in the Sun (2008) 4,0
Alternatieve titel: Best Of, 25 februari, 18:25 uur
Gekregen van mijn broer toen we een keer samen een platenzaak binnenliepen en ik opeens een cd mocht uitkiezen! Dat zal rond Kerstmis 2008, 2009 zijn geweest. Ik was de jaren daarvoor steevast aan het genieten van de hits die op 3FM langskwamen en toen mijn oog op deze verzamelaar viel, wist ik wat ik wilde.
Gisterochtend werd Dakota op NPO Radio 2 tegen half 8 uitverkoren om te worden gedraaid via de rubriek 'De Dobbelsteen'. Prompt kreeg ik zin om Decade in the Sun uit de kast te trekken.
Toen ik ze in 2001 via de radio leerde kennen, beleefde ik Stereophonics als een merkwaardige kruising tussen Rod Stewart en Nirvana. Als het mengen van water met olie, alsof de Schot hun nieuwe zanger was. De melodieën overtuigden me uiteindelijk: kennelijk kunnen ze prima liedjes schrijven, was de logische conclusie.
Klopte die indruk toen de cd mijn speler ingleed? Best wel. Favorieten zijn vooral de even nummers, mogelijk omdat die op de eerste helft van de cd vaak een akoestische basis hebben. Al is het steeds de melodie die 't 'm doet.
Stevig is desondanks The Bartender and the Thief, verder hoor ik graag de kalmere hits Have a Nice Day en Maybe Tomorrow, Pick a Part That's New, de swing van I Wouldn't Believe Your Radio, Mr. Writer met z'n elektrische piano, aardig is A Thousand Trees en de eerste keer dat ik Handbags and Gladrags hoorde (op de radio uiteraard) was in de versie van Stereophonics en niet Rod Stewart.
De cover ontstond op initiatief van Jools Holland, die zanger Kelly Jones uitnodigde in diens muziekprogramma. Hier de beelden. Op cd horen we een studioversie met de andere heren Stereophonic en Jools' Rhythm & Blues Orchestra.
Van de oneven nummers bevallen naast de al genoemde opener Dakota ook het luide My Own Worst Enemy, het weemoedige, lichtelijk U2-achtige You're My Star en het eveneens rustiger It Means Nothing.
Met mijn voorkeuren moet ik dus programmeren 1, 2, 4, 6, 8 - 12, 15, 16 en 20. Twaalf van de twintig, een goede score.
» details » naar bericht » reageer
T.C. Matic - T.C. Matic (1981) 4,5
25 februari, 07:15 uur
Dit debuut van het Brusselse T.C. Matic veroorzaakte in 1981 de nodige opwinding. O La La La (C'est Magnifique was in juli 1981 #20 volgens Ultratop en een radiohit in Nederland. Mijn kennismaking met de groep, heb ik destijds de videoclip gezien?
De roep- en schreeuwzang van Arno Hintjes herkende ik enigszins uit de punk, maar hij deed het wél op zijn eigen manier. Engels- én Franstalig, apart voor een kaaskop van boven de grote rivieren. De gitaarpartijen van Jean-Marie Aerts waren onvergelijkbaar en dan die strakke ritmesectie waar funk en four-to-the-floor domineerden, zonder dat het de gangbare funk of disco was. Ferry Baelen en Rudy Cloet als onmisbaar stuwende basis.
Bye Bye Till the Next Time schuurt en is dansbaar, L'Union Fait La Force evenzo op iets kalmere wijze, waarna toetsen van de hand van Serge Feys de basis vormen van het onderkoelde With You. Postpunkerig met opnieuw die aparte zangpartijen van Hintjes.
Stop Rock is geschoeid op een snelle baslijn, net als bij The Parrot Brigade, waar Baelen bovendien veel slapt en Aerts zijn tegendraads scheurende gitaarspel op afvuurt. Wat gebeurt hier toch?
Kant 2 start voortvarend met I'm Not Like That, om met Give Them a Leader een aanklacht tegen te volgzame meelopers te presenteren; helaas weer hartstikke actueel. Meer wavefunkrock in Viva Boema, waarna die instant-favoriet O La La La de boel nog eens opstuwt, om slappend met Pitié pour Lui te eindigen.
Niet alleen in de lage landen viel dit op; in het Verenigd Koninkrijk verscheen de plaat ongeveer tegelijkertijd zelfs met een bonus-EP. In tegenstelling tot wat ik hierboven tegenkwam, vind ik het debuut onverminderd fris. Op volstrekt eigen wijze worden uiteenlopende invloeden samengebald tot een ijzersterk geheel.
Hierboven las ik dat er op MuMe korte tijd een forum draaide over Belgische wave, mij deels onbekend. Te vinden op BELPOP (the fradzler files), ongetwijfeld reden om later een inhaalslag te maken voor mijn afspeellijsten met new wave.
Mijn vorige halte was ook al om een gemist album te bespreken: de tweede van The Shirts. De volgende komt net als deze T.C. Matic uit 1981: het Engelse Department S en single Going Left Right, te vinden op verzamelaar Sub-Stance.
» details » naar bericht » reageer
IST IST - DAGGER (2026) 3,5
24 februari, 22:18 uur
Dit is het eerste album ooit dat ik van de groep hoorde. De post-punk is lekker tot zéér aangenaam, maar ik heb nogal eens het idee dat de zanglijn er nét naast zit. Onzuiver. Alsof Adam Houghton te laag zingt voor wat zijn stembanden aankunnen. Iemand die dit herkent? Laat ik beginnen met een voorzichtige 7.
» details » naar bericht » reageer
U2 - Days of Ash EP (2026) 3,5
24 februari, 21:30 uur
Over de muziek van Days of Ash EP is de gemiddelde MuMens het tot dusver wel eens. Vijf dagen na verschijnen een 3,55 met negentig stemmen. Dat is vrij positief.
Discussie is er wel over Bono’s expliciete teksten over mensenrechten. Neem het refrein "The power of the people is so much - Stronger than the people in power" in opener American Obituary. Je kunt dit doortrekken naar de protesten in Iran, waarvan ik eergisteravond las dat men daar opnieuw de straat opgaat.
Hoe zou een ieder van ons reageren als onze overheid de rechten van zijn burgers op grove wijze overschrijdt? Ik kan me voorstellen dat de tekst me na aan het hart zou zijn. In ieder geval proef ik heilige woede in Bono’s teksten als een overheid zijn macht misbruikt.
Monsieur' houdt niet van het poëtische niveau van het eerste nummer, blijkens zijn bericht:(reactie op ander bericht)
Ik snap wat je bedoelt, maar vermoed dat Bono vooral een statement wilde maken. Literaire teksten worden maar al te snel vaag en dat laatste wilde hij hier zeker níet: de barricaden op! Dit mag niet gebeuren, beste overheid!
The Tears of Things beleef ik als poëtischer waarbij hij zich in zijn hart laat kijken én de luisteraar aan historische misstappen herinnert, zoals het zinnetje "Six millions silenced in just four years". En zo ontvouwt zich nummer na nummer een verhaal over recht en onrecht, zoals het miniatuur Wildpeace.
Qua muziek is naast The Tears of Things slotlied Yours Eternally een favoriet. Ik mis al sinds Rattle and Hum een bepaalde onstuimigheid in U2's muziek en dat heb ik hier met de overige nummers. Kwestie van smaak. De groep evolueerde en dat was goed, ze waren er niet om gestolde muziek te maken.
Dat op deze EP de woede terugkeert in de teksten, doet me denken aan die eerste jaren van U2. Heilig vuur. Compassie. Bewogenheid. Ja hoor, uit maar iets van die (punk)woede, net als toen. U2 zwijgt niet, kijkt niet de andere kant op. De mensheid maakt er soms een puinhoop van, daar mag je als muzikant best tegen protesteren.
» details » naar bericht » reageer
The Shirts - Street Light Shine (1979) 4,0
24 februari, 21:12 uur
Met al het sleutelen aan mijn afspeellijsten met new wave en aanverwanten heb ik Laugh and Walk Away kennelijk per ongeluk verwijderd. Terwijl dit juist één van de eerste liedjes is die mij warm lieten lopen voor new wave. Het haalde in november 1979 #10 in de Nationale Hitparade en de Vlaamse lijst van Ultratop dicht hem in december dat jaar een #17 toe. De enige landen op onze mooie planeet waar The Shirts hitsuccessen hadden, nadat Tell Me Your Plans van hun debuut het jaar ervoor onze hitlijsten haalde. We kregen een videoclip van het liedje erbij.
Ten onrechte noemt het eerste MuMe-bericht bij dit Street Light Shine de groep "een soort imitatie Blondie": de plaat draait hier nu de nodige rondjes op mijn draaitafel en die benaming is echt onjuist. Natuurlijk zijn er overeenkomsten: newwavegroep met een zangeres, gitarist en toetsenist en deels puttend uit de jaren '60. Maar The Shirts hadden wel degelijk een eigen smoel, die makkelijk is aan te wijzen.
Na de sterke start van de elpee met Laugh and Walk Away (alleen al de hi-hat en de hamerende toetsen van het intro en dan die licht-bronzen stem van Annie Golden!) volgt kalmer werk via Love Is a Fiction en het gevoelige Don't You Hesitate.
Dan wordt het roer omgegooid: blazers, swingjazz en tweestemmige leadzang in Milton at Savoy. Wát een verrassend zijstapje... Mijn exemplaar ontbeert de binnenhoes met daarop meer informatie, maar het kan niet anders of naast Golden zingt bassist Robert Baccioco hier.
In Ground Zero is hij de enige bij de microfoon; het nummer heeft een aparte drumpartij van de hand van John Criscione. Kant 1 sluit af met het dromerige Triangulum met Golden in de vocale hoofdrol: ik wist niet dat haar stem zó hoog reikte, zoals in het slot gebeurt.
Kant 2 opent vrij lieflijk met het fraaie Out on the Ropes, mede dankzij dwarsfluit en viool, waarna het pittige Starts with a Handshake en Can't Cry Anymore volgen. Op het midtempo I Feel So Nervous is de microfoon voor Baccioco, waarna de wenkbrauwen opnieuw in blijde verbazing omhoog gaan.
Outside the Cathedral Door heeft namelijk iets van psychedelische rock. Een heel andere muzikale benadering, waarbij beide vocalisten gedurende 5'30" hun krachten bundelen. Niet te psychedelisch, niet te rock, maar wel die sfeer; halverwege wordt het zelfs progrockachtig. En het wérkt! Een beetje raar maar wel lekker, zoals een frisdrankreclame ooit verkondigde. Luister en oordeel zelf.
Die progressieve sfeer blijft in Kensington Gardens. Het is eigenlijk een koorstuk, alsof we een Engelse kathedraal betreden. Een prachtig slot van Street Light Shine. Is dit nog wel new wave? Ach, wat maakt het uit: het is aangenaam, het is muzikaal, het gaat verwachtingen voorbij... het wérkt!
De reis door new wave kwam van juni 1981 en wel de tweede langspeler van punkgroep Plasmatics. Naar dat jaar keer ik terug. Begin juli verscheen toen namelijk het debuut van T.C. Matic.
» details » naar bericht » reageer
Plasmatics - Beyond the Valley of 1984 (1981) 4,0
23 februari, 23:40 uur
Over het debuut van de Plasmatics had ik in 1981 slechts gelezen, maar opvolger Beyond the Valley of 1984 (de titel een verwijzing naar de roman van George Orwell dat tegelijkertijd op school werd behandeld) stond in de dorpsfonotheek. Die leende ik dus, maar thuis hield ik de elpee uit het zicht van mijn moeder. Ze mocht eens gaan mopperen over de dame op de hoes... Verschenen bij Stiff America, het Britse punklabel was inmiddels de grote plas overgestoken.
Deze puber nam de meeste nummers op cassettebandje op en nu ik dit terughoor, weet ik weer welke dat waren: de snellere nummers plus de malle start met kerkklok, orgel en hymne Incantation. Vervolgens gaat de voet op het gaspedaal met Masterplan, dan Headbanger ("huh, deden ze dat in punk ook?" zo vroeg ik me af) en ik riep mee met het "oooh yeah!" in Fast Food Service. Dat is qua onderwerp inmiddels overtroffen door de Australische punks van The Chats met Pub Feed, maar deze mag er ook zijn.
Kant 2 opent met Hitman (Live Milan) (hier leerde ik het Engelse woord voor huurmoordenaar kennen), rock 'n' roll op hoge snelheid en een bassolo (!) in Living Dead. Een titel die mijn moeder niet mocht zien was Sex Junkie, maar: "You're the lowest of the low". Ten slotte mijn favoriet Pig Is a Pig, waarbij ik moest lachen om het begin in countrystijl en de varkens in het slot. Over de mensen aan wie zangeres Wendy O'Williams een bloedhekel had.
Niet op dat bandje zette ik het makke Summer Nite, het wat monotone Nothing en de dikke acht minuten van het instrumentale Plasma Jam (Live Milan). Jammer vond ik dat hier geen nummer met cirkelzaag op stond.
Met de oren van nu: waar ik het debuut vond tegenvallen, spelen de Plasmatics inmiddels sneller en zijn de nummers puntiger. Hier en daar hoor je dat ze melodieuzer denken en in de traditie van rock 'n' roll spelen. Zeker in vergelijking met sommige punk-tijdgenoten, zoals mijn vorige halte in de reis door new wave & co, de hardcore van Minor Threat. Daarmee waren de Plasmatics in muzikaal opzicht conservatiever, maar er kwamen destijds berichten dat Lemmy van Motörhead daar geen problemen mee had...
Zo rond ik de new wave en aanverwanten van juni 1981 af. Alvorens te vervolgen met juli, moet ik een foutje herstellen. Ik heb namelijk Street Light Shine van The Shirts overgeslagen. Eerst terug naar dat pareltje uit 1979 en daarna naar juli en het bijzondere debuut van het Belgische T.C. Matic.
» details » naar bericht » reageer
Minor Threat - Minor Threat (1981) 4,0
23 februari, 22:58 uur
Juni 1981. Dezelfde maand dat punkvader Iggy Pop met Party een album uitbrengt, is daar de debuut-EP van Minor Threat uit de Amerikaanse regeringsstad.
Hierboven lees ik berichten van jongere liefhebbers van hardcorepunk die enigszins verbaasd zijn over de zangstijl van Ian McKaye. Maar écht, zó begon hardcore. Wij vonden dit heftig en ik als metalfan moest het genre ondanks de eenvoud ervan één ding nageven: het was snél. Muziek die in de avond bij de VPRO klonk, als je geluk had. Zelfs Raven kon hier niet tegenop en dat was dé groep die binnen metal voorop liep met versnellen, zoals datzelfde jaar op Rock Until You Drop.
Daarmee was Minor Threat één van de groepen die thrashmetal verwekten, zoals Slayer in '96 aanduidde op coveralbum Undisputed Attitude waar ze twee nummers van deze EP coverden: Filler / I Don't Want to Hear It.
Met Straight Edge legde Minor Threat bovendien de basis voor een nieuw hardcore-subgenre met daarin muzikanten die clean leefden: álle energie in de muziek!
Acht nummers in een dikke negen minuten. Lekker. Nog datzelfde jaar verscheen van hen EP In My Eyes met vier nummers in zeven-en-een-halve minuut. In 1984 werden de EP's bijeengesmeed op - nog steeds een EP - Minor Threat, twaalf nummers in bijna zeventien minuten.
Mijn reis door new wave en aanverwanten heeft als volgende halte een andere vorm van punk: de tweede langspeler van het eveneens Amerikaanse Plasmatics.
» details » naar bericht » reageer
Iggy Pop - Party (1981) 3,0
23 februari, 21:40 uur
Na het succes van Lust for Life en de connectie met David Bowie, volgde begin jaren '80 een magere periode voor Iggy Pop. Ik herinner me uit die periode vooral een veelzeggende (pers)stilte rond hem, ondanks dat hij druk was met opnemen en touren. Party hoort bij die verguisde fase, maar valt mij na alle negatieve verhalen (deels hierboven) alleszins mee.
Strenger was ik over voorganger Soldier, waar nochtans twee nummers met Bowie en diverse andere met ex-Sex Pistol Glen Metlock waren geschreven. Van de bezetting van die plaat is op Party alleen bassist Ivan Kral van de Patti Smith Group over. Hij schreef samen met Pop de nummers, op de twee covers aan het einde van de plaat na.
Met dank aan Roxy6 heb ik de nodige tijdschriftknipsels over de punkpionier gekregen. Die heb ik zojuist doorgespit om te zien of ik informatie over deze plaat kon vinden. Een overzichtsartikel in Mojo van zijn beste werk slaat met opzet Party over, een soortgelijk artikel in Lust For Life van Robert Haagsma moppert over de keuze voor de producer en vervolgt: "De radiovriendelijke mix van de beoogde single Bang Bang bewijst hoe slecht het resultaat was."
In Q iets soortgelijks: "Arista were demanding a genuine hit and, as the drugs took hold once more, they were able to bully their artist into all sorts of indescretions, such as letting Monkees producer Tommy Boyce remix Bang Bang (...)".
Ik ben dus positiever. Party Man blijkt een aangename entree met z'n blazers al bevat het teveel herhaling, Rock and Roll Party doet met scheurende gitaren wat het belooft, met Eggs on Plate kan ik niet veel mede door de zwabberende zang, op Sincerity rock 'n' roll met opnieuw blazers en Houston Is Hot Tonight scheurt met een te magere riff.
Kant 2 start met één van twee geflopte singles: Pumpin' for Jill rockt kalmpjes. Happy Man is 'laten we 143 seconden gek doen' waarna de andere single Bang Bang volgt. Mij onbekend is of dit tevens de singlemix is waarover Q schreef; een ingetogen en toch stevig nummer.
Cover Sea of Love zou in de versie van Robert Plant en zijn Honeydrippers vier jaar later een hit worden, ik wist niet dat Pop zich eraan had gewaagd. Oorspronkelijk uit 1959 van Phil Phillips, leert koeklen. Dankzij de blazers en een orgeltje houdt het een souljasje met Pops herkenbare stem. Time Won't Let Me is oorspronkelijk uit 1965 van de Amerikaanse garagerockers The Outsiders. Een licht verteerbaar wavejasje krijgt het hier. Twee covers aan het einde, het voelt enigszins als creatieve armoede dan wel tijdnood; aardig zijn ze wél.
In 2000 verscheen Party op cd met bonusnummers Speak to Me (aangenaam vrolijk, drijvend op akoestische gitaar en ingetogen zang) en de blues van cover One for My Baby, oorspronkelijk in 1943 gezongen door Fred Astaire.
Een ruime 6 met krul van de juf. Mijn reis door new wave bevindt zich in juni 1981; vorige album was de EP Stahlwerksinfonie van Die Krupps uit Düsseldorf, ik vervolg met enkele heren die de punkfakkel van Iggy Pop overnamen: Minor Threat uit Washington DC en hun gelijknamige EP.
» details » naar bericht » reageer
Status Quo - If You Can't Stand the Heat... (1978) 3,5
22 februari, 20:04 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 2,5 sterren
» details
20/20 - Back to California (2025) 4,0
22 februari, 09:17 uur
Al vanaf het tweede album Look Out! uit 1981 bestaat 20/20 in feite uit de twee frontmannen Steve Allen en Chris Silagyi, waarbij bassist en drummer al na album 1 plaatsmaakten voor anderen, iets wat zich herhaalde. In 2025 keerde 20/20 na 27 jaar (!) terug met nieuw werk. Terug is oorspronkelijke bassist, tevens jeugdvriend van Allen, Ron Flynt. Hij zorgt ook voor enkele toetsenpartijen. Diens zoon (?) Ray speelt drums.
Op de oude albums staat powerpop, scheurende gitaren met rijke melodieën. Geen verrassingen in dat opzicht gelukkig. Titelnummer Back to California trapt pakkend af en met Why Do I Hurt Myself volgt weemoed in optima forma; hoor de gitaarlijn in het solodeel! Je hoort waar menig gitaarbandje (denk aan het Nederlandse Johan bijvoorbeeld) mosterd vandaan haalde. Of niet, want er zijn véél namen die dit soort gitaarrock ma(a)k(t)en, mogelijke invloeden te over. 20/20 maakt daarbij indruk. Opnieuw. Waarom toch zo onbekend gebleven?
Zoals met hun eerdere albums liggen mijn favorieten bij het uptempo werk, dat gelukkig voor mij prominent aanwezig is. Enkele sixtiesinvloeden in The End of the Summer, optimisme in Springtime Love Song, vrolijkheid in Lucky Heart.
Extra aangenaam op de tweede helft zijn mijn grootste favoriet Laurel Canyon (prachtig gitaarspel), Spark waarbij ik qua geluid en sfeer aan The Byrds moet denken, ter afwisseling een mondharmonica in King of the Whole Wide World en afscheidsliedje Farewell is hopelijk niet bedoeld als 'dit was ons laatste album'. Ten opzichte van de albums uit de beginperiode is het minder powerpop, meer gitaarpop. Nog altijd pakkend.
» details » naar bericht » reageer
Die Krupps - Stahlwerksinfonie (1981) 3,5
22 februari, 08:30 uur
Op reis door new wave in 1981 kom ik uitersten tegen, zoals nu van de derde van punks-in-beweging Angelic Upstarts naar het debuut van Die Krupps uit Düsseldorf, West-Duitsland.
Een EP, dus op 45 toeren, bevattend Stahlwerksinfonie A op kant A en Stahlwerksinfonie B op de andere helft. Vernoemd naar de staalfamilie Krupp, berucht voor de wapenproductie voor de Duitse overheden tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Op de hoes zien we een klassiek orkest staan op een roestende golfplatenvloer, terwijl een elektrische boor en twee elektrische zagen boven hen zweven.
De achterzijde van de hoes vermeldt de groepsleden en wat ze doen: Jürgen Engler - Gitarre, Stahl, Stimme; Bernward Malaka - Baß, Stahl, Böhrer, Stimme; Frank Köllges - Schlagzeug, Stahl, Böhrer, Stimme; Ralph Dörper - Syncussion, Stahl, Stimme; Eva Gößling - Saxofon, Stahl.
Naast reguliere instrumenten en zang dus staal en boren als instrumenten. Hoe klinkt dat? Wel, gebouwd op een repetitieve baslijn van één noot die zich gedurende het hele nummer herhaalt - een lage F, pomp-pompom - wordt geleidelijk meer en meer uit de kast getrokken aan geluiden, percussie en stemmen. Enerzijds vrij overzichtelijk, anderzijds soms de grens van kakofonie naderend. In het B-deel zitten echo-effecten die aan dub doen denken.
Ik kwam eerder werk tegen in de industrial van onder meer Throbbing Gristle; dan klinkt bij Die Krupps toch weer een heel andere aanpak, eentje die op zich goed is te volgen. Of je ervan geniet, is een kwestie van smaak. Wellicht leuk om live bij te zijn en de vijf in actie te zien, maar zo in de huiskamer?
In 2010 herverschenen als 2cd met als bonusmateriaal een in Krefeld opgenomen concert uit '81. Omdat de twee nummers op de reguliere versie zo lang duren, zet ik deze keer géén track van een album op mijn afspeellijst. Desondanks te belangrijk om te negeren en bij hun volgende album Volle Kraft Voraus! van het jaar erna moet een los nummer op een afspeellijst zetten wél lukken.
Ik blijf evenwel nog in 1981, volle kracht vooruit naar het in juni dat jaar verschenen Party van Iggy Pop.
» details » naar bericht » reageer
Angelic Upstarts - 2.000.000 Voices (1981) 4,5
21 februari, 17:11 uur
Hun debuut uit 1979 waardeerde ik met 3 sterren, de opvolger van het jaar erna met 3,5 en bij 2,000,000 Voices kom ik zelfs op 4,5. Angelic Upstarts krijgen een volle 9 van mij en dat had ik met het voorspelbare debuut niet verwacht voor een later album. Immers behorend tot de eerste generatie punkgroepen, verwachtte ik dat men zou blijven hangen bij die aanpak. Per album beleef ik dat de kwaliteit van de liedjes toeneemt, terwijl het muzikale spectrum zich verbreedt.
Afkomstig uit het Engelse noordoosten, South Tyneside, is de bezetting dezelfde gebleven: zanger/trompettist/cellist is Thomas 'Mensi' Mensforth, gitarist Raymond 'Mond' Cowie, Glyn Warren speelt bas en wasbord, op de drumdruk zit Decca Wade. Het viertal neemt muzikale risico's, mede dankzij enkele gastmusici.
Afgetrapt wordt met het bijna Motörheadachtige titelnummer, nu in letters geschreven, dat de plaat inclusief een meebrulrefrein aftrapt. In Ghost Town (een heel ander nummer dat het gelijknamige van The Specials) duikt voor het eerst de saxofoon van de onbekende gastmuzikant Simon Wilson en op 2/3 klinkt reggae. You're Nicked is snelle punk met opnieuw de sax; die combinatie had ik in 1981 niks gevonden, inmiddels vind ik het lekker.
Bijna van mijn stoel viel ik bij England. Akoestische gitaar en bevlogen zang op z'n folkies? Hierna wordt het steviger, alsof ik The Pogues hoor. En Heath's Lament blijkt spoken word, een gedicht; opnieuw denk ik aan Shane McGowan van The Pogues, maar dan een noord-Engelse variant. Tweemaal op een onverwachte wijze ráák.
De gitaren ronken vervolgens bij Guns for the Afghan Rebels, niet alleen de titel maar ook de openingszin, die vervolgt met: "And the rest they've got to label - The hammer and the sickle seems so fickle - When the tanks are rolling in - They fight with muskets - But never surrender". Met pure reggae wordt kant 1 afgesloten, het aangename I Understand. Nu al weet de luisteraar dat Angelic Upstarts gevarieerder dan ooit is geworden. Degene die pure punk wilde, zal wellicht teleurgesteld zijn geweest, ik hoor echter het ene na het andere frisse liedje.
Kant 2 begint met alweer het achtste nummer en opnieuw luister ik verbaasd: in Mensi's Marauders wordt snelle punk gecombineerd met de fiddle van John Van Derrick, op dat moment alweer 55 jaar oud en dus uit een andere muzikale wereld komend. Het midtempo Mr. Politician spreekt politici aan op hun verantwoordelijkheid, waarbij het gitaarspel wat folkinvloeden lijkt te hebben: "Mr. Position sitting on your perch - Looking at the numbers - thinking what we're worth - Your price is your conscience - when though is allowed - So put your finger infidel - We're only good when we're down". En sommigen vinden U2 al te uitgesproken op hun pasverschenen as-EP...
Kids on the Street knalt stevig (al in februari als single #57 in het VK), Jimmy is hard en melodieus, alsof de Buzzcocks een liedje hebben nagelaten aan Angelic Upstarts. We're Gonna Take the World is ook stevig en doet qua gitaarspel denken aan hetgeen John McGeoch deed bij Magazine en Siouxsie. Fraaaaai!
Van het kaliber 'snel, hard en mee te brullen' is Last Night Another Soldier, waarna ik met slotlied I Wish alweer blij-verbaasd luister: piano (Mickey Smailes), viool, de stemmen van Mensi en een onbekend meisje; met als thema vrijheid eindigt 2,000,000 Voices verstild en prachtig. De elpee werd in juni '81 een Britse #32.
Al sinds 1993 is er een cd-versie met de nodige bonussen, ook op streaming te vinden. Opnieuw genieten, waarbij reggae klinkt in Never Comeback en kort in Good Boy, de demoversie van Jimmy op de reguliere plaat.
Tja, hoe kies ik dan slechts één favoriet van dit album voor mijn lijstjes met new wave? Moeilijk, moeilijk...
Ik denk nog even na in de wetenschap dat mijn vorige halte de tweede van de Californische powerpopgroep 20/20 was en voor de volgende moet ik naar West-Duitsland: Die Krupps en de Stahlwerksinfonie.
» details » naar bericht » reageer
Gavin Friday - Ecce Homo (2024)
21 februari, 10:51 uur
Ik ken iemand die niet zozeer van stevige muziek is, maar zich door collega's heeft laten overhalen om komende dinsdag mee te gaan naar het concert dat Gavin Friday geeft in Carré, Amsterdam. Ik schoot in de lach: Gavin Friday, het maatje van de heren van U2 en tegelijkertijd veel weerbarstiger muziek makend, eerst met Virgin Prunes en later solo? Wat leuk!
Heb dit album anderhalf jaar geleden wel voorbij horen komen, maar nooit echt aandacht aan besteed. Dat is inmiddels ingehaald, want ondertussen was ik nieuwsgierig geworden. De reguliere versie telt acht tracks waarop Friday soms donker als Leonard Cohen zijn teksten brengt, dat combinerend met donkere synthesizers die me aan het latere werk van Depeche Mode doen denken.
Een ernstig en ingetogen begin met klarinet en piano in Lovesubzero en zijn stem in hogere regionen, gevolgd door een dancebeat, zijn diepste stem én een vocaliste voor de lichtheid.
Tussen die twee polen bevindt zich de rest van het album, waarbij tempo, sfeer en invulling per nummer verschillen. Je hoort Fridays pijn, verdriet en boosheid, te veel om hier uitgebreid over te schrijven maar de teksten zijn afgedrukt bij het album en vertellen het nodige. En er zijn altijd interviews, zoals een vrij kort gesprek bij Lust For Life.
Vrij licht is When the World Was Young en daar ben ik dan wel aan toe met alle donkere luchten in de voorbije nummers. Dat het door nóg een klein nummer wordt gevolgd, The Best Boys of Dublin bestaat uit slechts zang en een kamerstrijkgezelschap, is verrassend. Het miniatuur is met z'n dikke twee minuten ook in lengte bescheiden.
Afsluiter Lamento begint klein en bouwt - niet verrassend - op naar een climax. Maar wel een prachtige, met hoge zang van wederom Lydia Des Dolles, te belangrijk voor dit album om ongenoemd te blijven. Hopelijk voor het publiek staat ze dinsdag op het podium.
Z'n maatjes bij U2 brachten afgelopen aswoensdag de veelzeggend getitelde EP Days of Ash uit. Friday was ze veertien maanden voor met dit Ecce Homo, eveneens verontrust over de staat van de wereld. Muzikaal en tekstueel wederom verschillend van elkaar, wat al zo was ten tijde van de Virgin Prunes.
Bij Friday is het bij vlagen beklemmend wat terugkeert op de bonustracks, door hem tezamen liefdevol Encora getiteld. En nou maar hopen dat de bekende deze muziek live kan verstouwen.
» details » naar bericht » reageer
Maria Muldaur - Sweet Harmony (1976) 4,0
21 februari, 09:45 uur
De derde van Maria Muldaur. Ik leerde haar in 1982 kennen, toen een vriendin haar vrij obscuur gebleven album There Is a Love uit dat jaar voor mij op een cassettebandje zette. Dat bandje heb ik allang niet meer en ook de vriendin is helaas niet meer aan deze zijde van het leven, maar de muziek is mij bijgebleven; een paar jaar geleden eens via streaming opgezocht en dat beviel nog steeds goed. Hopelijk kom ik 'm nog eens tegen...
Wat je wél in het wild kunt ontwaren is Sweet Harmony. Begin vorige maand stond ie bijvoorbeeld in de kringloop in een elpeebak met de "betere" albums en kort daarna kwam ik 'm tegen bij De Groeverij in Houten. Hoe klonk la Muldaur in 1976?
Wel, eigenlijk is het verschil ten opzichte van zes jaar later niet groot. Een mengeling van jazz, blues, bluegrass en wat ten tijde van radio-iconen als Willem Duys en Skip Voogd als "lichte muziek" werd bestempeld, zoals het orkestrale Back by Fall. Geen eigen composities maar met zorg bijeen verzameld, begeleid door een uitgebreide groep sessiemusici, die soms in kleine, dan weer in grote bezetting hun partijen spelen. Alleen lastig dat de nummers zoals die op de achterzijde op de hoes vermeld staan, in een andere volgorde in de groef zijn geperst.
Een vrij ingetogen album, zij het nooit easy-listening. Blues en jazz worden naadloos aaneen geweven. Steviger wordt het pas aan het einde van kant 1 met I Can't Stand It van Smokey McAllister, waar uitgelatener gospel klinkt.
Halverwege kant 2 gaat het helemaal los in het vooral door blazers stevig klinkende Jon the Generator, geschreven door John Herald. Het nummer klonk me bekend in de oren. Na enkele minuten hummen wist ik het: het heeft de nodige overeenkomsten met John the Revelator dat ik ooit hoorde in de versie van gitarist Phil Keaggy. Hier een liveversie voor wie zelf wil vergelijken; voor het eerst verschenen in 1993 op diens EP Revelator. Is diens versie een bewerking van het origineel van John Herald, die het op zijn beurt weer van Blind Willie Johnson zou hebben geleend, zoals de tekst onder de clip schrijft?
Hoe dan ook, het nummer was wél de reden dat mijn lief aangaf dat ze er niet tegen kon; ze werd er onrustig van... Jammer, want zo miste ze het prachtige, ingetogen Wild Bird met dwarsfluit als extra versiering. Via As an Eagle Stirreth Her Nest volgt black gospel, die op There Is a Love vaker zou gaan klinken. Ik had wat dat betreft beter kant 1 kunnen opzetten.
Op de binnenhoes staan op de ene kant de nodige albums van collega's vermeld onder de noemer 'The Warner/Reprise loss leaders', op de andere een prachtige foto, geschoten op zaterdag 11 september 1911 in Burbank, Californië. Een oude foto, passend bij muziek die ook in 1976 teruggreep op veel oudere bronnen. Het zijn de details die zo'n elpee extra sfeer geven.
» details » naar bericht » reageer
20/20 - Look Out! (1981) 3,5
21 februari, 08:52 uur
20/20 maakt opgewekte powerpop: lekkere melodieën, tweestemmige refreinen met scheurende gitaren. Zanger-gitarist Steve Allen en bassist Ron Flynt begonnen ooit in Tulsa, Oklahoma en verkasten naar Los Angeles om hun geluk te beproeven. Met opener Nuclear Boy ("I'm a nuclear boy in a nuclear world") wordt desondanks voelbaar dat de zonnige muziek ontstond onder de dreiging van een atoomoorlog. Bijzonder lekker liedje, waarop het verdergaat op de koers van hun vorige elpee, debuut 20/20.
Je vraagt je af waarom de Californiërs nooit een hit scoorden, of beter: een reeks hits. Ieder liedje is appetijtelijk. Van hun debuut werd Yellow Pills een "radio hit on college stations", het zou hun bekendste nummer blijven.
Vreemd! Alhoewel ik geen mindere liedjes tegenkom - er klinkt altijd een smakelijk refrein - heb ik wel degelijk favootjes. Die zijn zonder uitzondering uptempo: Alien (aan het einde met de uithalen lijkt het wel of ik Robin Zander van Cheap Trick hoor, fijn!), het wat droevige en subtiele A Girl Like You is ook zo'n oorwurm, Beat City rolt heerlijk stevig, Mobile Unit 245 vervolgt iets ingetogener maar nog altijd vlot en slotlied American Dream leunt voor de verandering op toetsen, nog altijd aangenaam.
Discogs vermeldt deze dubbel-cd met daarop zowel 20/20 als Look Out! Bij de laatste zijn als bonussen twee liedjes toegevoegd, destijds te vinden op de B-kant van promo-EP Strange Side of Love: Childs Play en People in Your Life.
Zonnige gitaarpoprock, altijd goed. Heel anders dan de grimmigheid van mijn vorige album in juni 1981, Killing Jokes What's THIS For...!. Ik blijf nog even in die maand, op naar de punks van Angelic Upstarts en hun derde album.
» details » naar bericht » reageer
Colosseum II - War Dance (1977) 4,0
20 februari, 16:42 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Colosseum II - Electric Savage (1977) 4,0
20 februari, 14:44 uur
Het debuut van Colosseum II had ondanks al het muzikale vakmanschap geen notering in de albumlijst gehaald. Wat begin jaren '70 nog wel mogelijk was met groepen als Mahavishnu Orchestra of Gary Moores eigen Skid Row, was in 1976 een brug te ver. Bandleider en drummer Jon Hiseman had een visie, maar zelfs het albumkopende publiek zat daar niet meer op te wachten.
Platenmaatschappij Bronze had eerst geëist dat de zanger zou verdwijnen, waarmee de groep zo goed als instrumentaal werd. Vervolgens werd Colosseum II door de platenbaas op straat gezet. Intern lag het spel van bassist Neil Murray niet goed: zowel Moore als Hiseman vonden het te druk. Murray eruit, John Mole erin, zo lees ik in 'Gary Moore: The Official Biography' (2022) van Harry Shapiro.
Murray treedt vervolgens toe tot jazzrockgroep National Health waarmee hij het debuut (1978) opneemt en tourt, om vervolgens toe te treden tot Whitesnake, waarmee hij de EP Snakebite (eveneens in 1978 verschenen) opneemt.
Het is platenproducer Monty Babson die de groep redt door heen te leiden naar een platencontract met MCA. Eentje met nare clausules, zoals ze later zouden merken. Met de opvallende hoes van Electric Savage doet Colosseum II in 1977 een tweede poging om het albumkopende publiek te verleiden. Het is niet geheel instrumentaal: Moore zingt op Rivers een ode aan vriendin Donna.
De muziek ontstaat tijdens repetities, wordt uitgewerkt tijdens optredens en dan pas opgenomen. Sterkste nummers voor mij: Put It This Way waar Moore excelleert, The Scorch dat begint met een lang toetsenintro van Don Airey, het nerveuze riffje van Desperado en tenslotte Intergalactic Strut dat vrij grimmig klinkt.
Maar ook All Skin and Bone valt op met z'n invloeden uit world music, net als Lament dat met zijn lange gitaarlijnen en klokken klinkt als een een poging tot een instrumentale kersthit, terwijl ook Am I langzaam is. Juist bij dit nummer had een zangstem goed gepast.
Moeilijke instrumentale muziek, ongeschikt voor hitsingles en bovendien was net de punkrevolte begonnen, agerend tegen alle moeilijkdoenerij. Het kon niet anders of ook Electric Savage flopte. De groep heeft het niet druk en Moore krijgt zelfs toestemming om korte tijd bij Thin Lizzy in te vallen als vervanger van de geblesseerde Brian Robertson. Dit tijdens een Amerikaanse tournee in het voorprogramma van Queen, dat menigmaal wordt weggespeeld.
Net als in 1974 probeert Phil Lynott Moore over te halen om te blijven, maar deze bedankt en keert terug naar Colosseum II.
Financiële redding komt uit compleet onverwachte hoek als componist Andrew Lloyd Webber het album Variations wil gaan maken. Dit naar aanleiding van een verloren weddenschap. Het is Colosseum II dat hiervoor wordt ingehuurd.
Electric Savage vormt een sterke muzikale eenheid, meer dan het debuut. Wat dat betreft was het ontslag van de zanger een goede zet, diens goede stem ten spijt. Tegelijkertijd is dit wel heel erg muziek voor muzikanten, waarbij de muzikale trend in het Verenigd Koninkrijk in 1977 het adagio "minder is meer" omhelsde. De groep bleek echter in Duitsland en Scandinavië genoeg aanhang te hebben voor optredens, zodat de schoorsteen kon blijven roken.
» details » naar bericht » reageer
Killing Joke - What's THIS For...! (1981) 3,5
20 februari, 10:56 uur
Als er in een muziekstad een driesprong is waar punk, metal en new wave samenkomen, dan moet dat punt worden aangeduid als een Killing Joke. What's THIS For...! dendert door waarbij drummer Paul Ferguson bovenaan in de mix zit, nog boven de scheurende, dreinende gitaren van Kevin Walker, de in echo's gehulde, klaaglijke zang van Jaz Coleman en de licht-grommende baspartijen van Martin Glover. Soms klinken donkere synths van de hand van Coleman, zoals in Butcher. Met slechts vier nummers per plaatkant staat het verder van punk en wave dan tijdgenoten deden: de nummers vragen al bulderend de nodige ruimte.
Neem bijvoorbeeld Tension: de drumgroove doet enigszins denken aan My Sharona van The Knack, maar Killing Joke zet dit heftiger aan via de gitaarpartij, zodat een massief blok muziek ontstaat. Single was Follow the Leaders (hun eerste hit, #55 in mei '81). Voor de single met 90 seconden ingekort, dankzij een synthloop geschikt voor de hitparade.
Het nummer is op de cd-heruitgave van 2005 bovendien te vinden in een als Dub aangeduide mix; verwacht echter geen reggae maar een pulserende beat, geschikt voor de dansvloer. Had goed in de latere filmserie The Matrix gepast. In juli 1981 haalde What's THIS For...! #42 in de Britse albumlijst.
Ik houd van metal, ik houd van punk, ik houd van wave. En toch word ik op deze driesprong niet enthousiast met als simpele reden dat het met de relatief lange duur van de nummers niet wil pakken; te vaak gaat het te lang door, inclusief menige track die beter bevalt. 'Nu weet ik het wel,' denk ik dan. De boel kakt zelfs in op kant 2 met Madness en Who Told You How? Te log en langzaam. Gelukkig is er een vlotter slot met Exit.
Gemengde gevoelens dus in mijn geval, waarbij ik wel degelijk het enthousiasme uit het vorige bericht begrijp. Don Cappuccino, is het nog van uitpluizen gekomen, al dan niet in de oefenruimte?
De reis door new wave vervolgt. Vorige halte was liveplaat Play. van Magazine, de volgende wordt (alweer een album met een uitroepteken) Look Out!, de tweede van de Amerikaanse powerpopgroep 20/20.
» details » naar bericht » reageer
Kate & Anna McGarrigle - Dancer with Bruised Knees (1977) 4,0
20 februari, 10:18 uur
Wat potjandosie aanprijst, kom ik een enkele keer tegen in de lokale kringloop. Daar staan bakken met "nieuw" werk, waar ze de "betere" muziek van een iets hogere prijs voorzien. Zo ook Dancer with Bruised Knees (mooie titel, mooie hoes!) van Kate & Anne McGarrigle. De elpee die ik heb is een Nederlandse persing. Eigenlijk bijzonder dat er voor de Canadese zussen, die muziek dicht bij hun hart en huid maken, zoveel interesse was aan de andere kant van de oceaan.
De volgorde van de nummers zoals op de achterzijde van de hoes vermeld, wijkt af van de volgorde op plaat. Zo opent Be my Baby kant 2, in plaats van halverwege kant 1 in de zwarte groef te zijn geperst. Naufragée du Tendre staat eveneens niet op kant 1, wel op 2 en The Biscuit Song blijkt zich dan weer op kant 1 te bevinden. Meer verwarring: The Biscuit Song heet op streaming No Biscuit Blues.
Eigenlijk maakt het me hier niet zo uit. Een lekker zaterdag-/zondagochtend- of laatavondplaatje waarbij de muziek steeds warm blijft - mijn geliefde kan weleens klagen als het haar teveel wordt...
Om de één of andere reden heb ik een voorkeur voor hun Franstalige werk en dus veer ik aan het einde van kant 1 extra op met Blanche comme la Neige en Perrine Etait Servante. Toch is het ook in het Engels fraai met als rode draad die soms opvallend rollende 'r'.
Folk en andere rootsstijlen wisselen elkaar af, eigen (singer-songwriter) werk met volksliedjes, die steevast de herkenbare Kate & Anna-aanpak krijgen, al dan niet met muzikale gasten in de kring. Soms verstild, zo is Walking Song een langzame zes-achtstemaat, wiegend en charmant. Mede dankzij de mondharmonica komt hier en daar milde blues doorschijnen. Kitty Come Home is een fraaie ballade op piano en orgel en - het werkt! - kort blokfluit, die ook al op kant 1 bij de Franstalige nummers was te horen. Come a Long Way sluit vrolijk in folksfeer af, mede dankzij banjo.
» details » naar bericht » reageer
Magazine - Play. (1980) 4,5
Alternatieve titel: Play.+, 20 februari, 08:51 uur
De groep van vooral Howard Devoto en John McGeoch ging op tournee ter promotie van The Correct Use of Soap. Alleen jammer dat McGeoch was vertrokken naar Siouxsie and the Banshees; Visage deed hij er ook nog eens bij. Hij werd voor de tournee vervangen door gitarist Robin Simon, dezelfde die hierna opdook bij Ultravox.
Niet onbelangrijk voor het geluid zijn de bas met flangereffect (?) van Barry Adamson en de toetsenpartijen van Dave Formula, waarbij drummer John Doyle een onopvallende maar wel degelijk betrouwbare, stuwende rol heeft.
Play. had oorspronkelijk tien tracks en destijds werd na drie studioplaten wel één en ander gemist. Dat werd in 2009 goedgemaakt met 2cd Play.+, waar we eenentwintig nummers vinden. Niet toevallig ook het jaar dat Magazine na ontbinding in 1982 terugkeerde aan het front.
Zo staat mijn persoonlijke favoriet Shot by Both Sides er nu wel op en er valt uiteraard veel meer te genieten. Simon volgt de gitaarpartijen van McGeoch en wat dat betreft is het gemis hier niet groot. Gewoon een ijzersterke set - of eigenlijk twee, als je uitgaat van de 2cd-editie. De trackvolgorde is ten opzichte van het originele vinyl aangepast, Magazine een herkenbaar en prettig-eigenwijs bandje in de grote vijver van new wave.
De enkelaar Play. stond begin december 1980 één schamele week in de Britse albumlijst en dan slechts #69. Misschien was een dubbelelpee een beter idee geweest. Tegelijkertijd had dat format het imago van mastodontenrock en dát was Magazine bepaald níet. Kan me voorstellen dat dat een brug te ver was.
En toch: de uitgesponnen versie van Parade is met z'n dikke zes minuten prachtig in opbouw en sfeer, de sfeer van artrock uit de jaren '70 ademend. David Bowie, Steve Harley (hoor eens hoe Devoto bonustrack Touch and Go zingt!), dat werk. Because You're Frightened heeft dan weer de sfeer van punk en Devoto's vorige bandje Buzzcocks. Een dubbelelpee was ook in 1980 bepaald níet te veel van het goede geweest.
Dit was een stapje terug in de tijd in mijn reis door new wave, de albums achter mijn afspeellijsten. Ik bevond me in juni 1981 bij Magazines Magic, Murder and the Weather en keer terug naar die maand en de tweede van Killing Joke.
» details » naar bericht » reageer
Magazine - Magic, Murder and the Weather (1981) 3,0
20 februari, 08:25 uur
Magic, Murder and the Weather zoals de typografie op de voorzijde dit album weergeeft. De vierde studioplaat van Magazine en tevens het debuut van gitarist Ben Mendelson. Het verkocht niet best en wellicht was dat omdat frontman Howard Devoto al bij verschijnen wist dat hij de groep zou gaan verlaten.
Iets van de verbetenheid van de drie vorige platen is verdwenen, zo bevat de sterke opener About the Weather (tevens de enige en helaas geflopte single van de elpee) in zowel het muzikale thema als de beat Motowninvloed. Apart maar aangenaam.
Op de volgende nummers is prominent het ronde basgeluid van Barry Adamson aanwezig: So Lucky is vrij fel, The Honeymoon Killers kalmer met bovendien een grote rol voor het pianospel van Dave Formula. De stem van groepsleider Howard Devoto past hier goed bij.
Via Vigilance wordt het nóg iets kalmer met uitwaaierende toetsen, "I'm in love with everything" zingt Devoto als openingszin in een nummer waarin ik de echo van David Bowies in de eerste helft van de jaren '70 meen te herkennen. Ongetwijfeld een artiest van wie het vinyl destijds op de draaitafels van de groepsleden heeft gelegen. Het tempo gaat omhoog met Come Alive, waar synthesizers het intro domineren en de scherpte van de vorige Magazines terugklinkt.
Kant 2 opent midtempo en zelfs dansbaar met The Great Man's Secrets, zwoel swingend met een weinig reggae is This Poison. Naked Eye is als een minifilmscore vol spanning, overwegend instrumentaal met in de tweede helft gesproken vocalen. Vergeleken daarmee klinkt Suburban Rhonda dankzij de toetsenpartij wel erg braaf en kaal, The Garden vormt een bijna uitgelaten slot.
Geen hitsingle, wél een albumnotering in Groot-Brittannië. Bij verschijnen komt het meteen op z'n hoogste plek, op 21 juni 1981 #39. Vanaf 2007 verschenen heruitgaven van Magic, Murder and the Weather op cd met een tweetal bonustracks. Het langzame, dreigende In the Dark was B-kant van de single en 12" van About the Weather en het prettig eigenwijze The Operative stond op de 12". Mooie hoes had die trouwens.
Devoto ging dus solo en Magazine viel uit elkaar om in 2009 terug te keren, in 2011 verzilverd met No Thyself. Maar ik ben in juni 1981 en reisde van de new wave van Oingo Boingo. Sta mij toe kortweg terug te keren naar december 1980, als liveplaat Play. (de titel mét punt) van Magazine de Britse albumlijst aantikt; die had ik over het hoofd gezien. Daarna terug naar juni '81, iets met een Dodelijke Grap...
» details » naar bericht » reageer
Oingo Boingo - Only a Lad (1981) 3,5
19 februari, 18:34 uur
Ik kende de naam Oingo Boingo niet, maar toen ik systematisch ging zoeken naar new wave uit de diverse jaren dook de naam van deze Californische groep op. Begonnen in 1972 met experimenteel theater als The Mystic Knights of the Oingo Boingo, onder meer beïnvloed door Monty Python en Frank Zappa. Eind jaren '70 hoort groepsleider Danny Elfman Britse ska en meer Engelse muziek als XTC; hij besluit het roer om te gooien in de geest van punk. Welkom Oingo Boingo, zo vertelt internet. Genoeg inleiding, wat vertellen mijn oren en ogen?
De hoes van Only a Lad doet denken aan de oude, typisch Amerikaanse posterreclames, de muziek aan tijdgenoten Split Enz en Devo, of iets later Steve Taylor. Absurditeit, satire en ironie, het is opgewekt en op het gekke af met teksten die ergens over gáán. In de muziek veel toetsen inclusief allerlei effecten, een bescheiden scheurende gitaar, dit alles dansbaar.
In Perfect System is het nadenken over wat er wordt beschreven. Was roman '1984' een bron van inspiratie?
"I'm in love with you I know - And I know that you love me too
I'm in love with you I know - I'm in love with everyone too
We're all comrades now you know - We're all brothers under the skin
With a few adjustments now - Living in the perfect system
The adjustment's simple there is really no pain
You'll hardly notice anything has changed
Living in a programmed life never really has ups and downs
There's no need for fighting now - There's no reason to wear a frown"
Muzikale invloeden van XTC en Devo vermoed ik in Capitalism, de tekst vol ironie. Al zullen er misschien zijn die dit letterlijk nemen:
"There's nothing wrong with making some profit - If you ask, I'll say it's just fine
There's nothing wrong with wanting to live nice - So tired of hearing you whine
About the revolution, bringing down the rich - When was the last time you dug a ditch, baby"
You Really Got Me van The Kinks - of Van Halen - is verbouwd zoals Devo deed met (I cån't gèt mé nö) Såtisfactiön van de Rolling Stones. De muziek is uptempo, op het gejaagde af, dankzij de teksten zijn een knipoog of een prik in de zij nooit ver weg.
In Only a Lad klinkt een soortgelijk verhaal als in XTC's Making Plans for Nigel: "His parents gave up, they couldn't change his attitude." In Controller een mengsel van punk en ska, energieke rock in Imposter (over "a couple of assholes of the LA Times", zo vertelden ze in filmdocu Urgh! A Music War (zeven minuten muziek en interview) na een introductie door Engelsman Jools Holland. Ten slotte theatermuziek via Nasty Habits.
Tja, omschrijf dit maar eens... Gejaagde theaterwave, verheldert dat mijn indrukken? Ach, wie nieuwsgierig is, kan het album zó via streaming vinden en zelf oordelen.
Ondertussen vervolgt mijn reis door de new wave van juni 1981. De vorige stop was bij The Specials en Ghost Town en omdat ik album Jumpin' Jive van Joe Jackson al eerder besprak, wordt de volgende er eentje van Magazine. Om precies te zijn hun derde, Magic, Murder and the Weather.
» details » naar bericht » reageer
Hot Chocolate - 20 Hottest Hits (1979) 4,0
Alternatieve titel: 20 Greatest Hits, 19 februari, 17:33 uur
Zoals de meesten op deze Nederlandstalige site heb ik 'm als 20 Greatest Hits staan, onlangs bij de kringloop uit de bak gevist, het prijsstickertje van V&D er nog op. Hierboven gaat het over de lange speelduur, maar daar lette ik bij aanschaf niet op. Verrek, tien nummers op iedere kant... Ik draaide 'm op een zondagmiddag terwijl ik klusjes deed, me op een gegeven moment afvragend wanneer kant 1 afgelopen zou zijn. het gíng maar door. Maar ik klaag niet!
Voordeel is immers dat naast menig hit ook deep cuts klinken, al dan niet horend bij mijn eerste radio- en hitparadeherinneringen. Put Your Love in Me uit 1978 is zo'n vergeten hit, ik hoor het nooit op de radio - ben dan ook geen luisteraar van nostalgische radioprogramma's, al is er een avondprogramma op de regionale zender dat ik in de auto opzoek.
Toen ik drie jaar geleden in de discografie van de groep dook, kwam ik tegen dat Bernie Marsden - later of misschien wel tegelijkertijd gitarist bij Whitesnake - nogal eens sessiewerk voor Hot Chocolate deed. Sterker nog, ik las dit in zijn bio, reden om in het werk van Hot Chocolate te duiken.
Een budgetelpee als deze vermeldt uiteraard nauwelijks credits, dus kan ik lekker dagdromen waar hij speelde. Misschien wel de wah-wahgitaar in Rumours? Of dat scheurende gitaartje in A Child's Prayer? Het stevige intro van Every 1's a Winner of het door Russ Ballard geschreven So You Win Again?
Nummers waar vaak een smakelijke saus van violen is aangebracht door producer Mickie Most, een naam die je op talloze platen tegenkwam. Soms ook blazers. A Child's Prayer met een tekst die verder gaat dan de gebruikelijke liefdeslyrieken.
Zit ik me opeens af te vragen: zanger Errol Brown, leeft hij nog? Nee dus, met pensioen gegaan in 2009, overleden in 2015. Mooie kop, mooie stem. Plus eigenaar van winnende renpaarden, de man had een bijzondere carrière. Een hit-en-meer-elpee als 20 Greatest Hits is weliswaar geen topplaat in mijn collectie, maar leuk voor regenachtige middagen. En meer.
» details » naar bericht » reageer
Francis Rossi - The Accidental (2026) 2,5
19 februari, 13:36 uur
Uit het interview in Classic Rock leer ik dat Rossi bijna per ongeluk aan The Accidental begon nadat ene Hiran Ilangantilike, een gitarist en tevens bevriend van één van zijn zonen, hem benaderde om muziek te schrijven. Journalist Dave Ling schrijft er dolenthousiast over, na de voorbije decennia minder positief te zijn geweest over Rossi's werk.
Voor de fans is het wellicht leuk om te weten dat twee ex-Quomannen meededen: bassist John Edwards en drummer Leon Cave. Nee, géén Andy Bown, de toetsen die klinken zijn van anderen, waarbij Rossi ook de klavieren beroerde.
Quoloog vielip vermoedde het al. En terecht. Nee Dave Ling, hier is níét sprake van een terugkeer naar de jaren '70-boogiehardrock van Status Quo. Maar het is evenmin een terugkeer naar de popjaren '80 en '90 of de pop van Rossi's eerdere solowerk. Hier klinkt een mix van pop en de mildere boogierock die Quo in 1982-'83 (albums 1+9+8+2 en Back to Back) en vanaf 1999 bracht, het zwakke Famous in the Last Century (2000) uitgezonderd.
Vooral vergelijkbaar met de rock zoals Quo in de jaren 1999 - 2019 schreef. Toen Rossi weer sologitaar ging spelen en het plezier terugkeerde. Toen incidenteel de heavy Vonk terugkeerde op Under the Influence, Heavy Traffic, (coveralbum) Riffs, The Party Ain't Over Yet..., In Search of the Fourth Chord, Quid Pro Quo en Backbone. Zij het dat ik de laatste twee in dit rijtje wat slapper vond en met slechts drie sterren waardeerde. Juist op die twee borduurt The Accidental voort.
Tegelijkertijd waren Rossi's soloalbums altijd popgeoriënteerd. Nu Status Quo ter ziele is, blijkt hij toch nog zin te hebben in een scheurend gitaartje. Dat het minder hard is, komt mede door zijn stem: hij zingt ingetogener dan in de wilde jaren en dat mag als 76-jarige. Toch mis ik het testosteron dat soms op latere nummers als Blues & Rhythm (2002), Gotta Get Up and Go (2005) en Gravy Train (2007) wél klonk.
Dus speel ik 'm herhaald af en dan blijken de volgende nummers te komen bovendrijven: Het tweede nummer Go Man Go draait op een shuffle en was een betere opener geweest met bovendien een fraaie brug halverwege. Aardig zijn ook het stoempende Something in the Air (Stormy Weather), Picture Perfect heeft een filmisch intro en snelle shuffle, dreunend is Things Will Get Better (hoe had de jonge Rossi dit gezongen?) en dankzij de opbouw van het dikke zes minuten durende Beautiful World keren we opeens terug naar 1979 en kant 2 van elpee Whatever You Want, zij het wat milder. Mijn favoriet van het album.
De overige nummers zijn richting poprock, al dan niet ondersteund door digitale blazers plus koortjes met daarin naast Amy Newhouse-Smith, klein(?)zonen Fursey en Dominic Rossi. De midtempo opener Much Better is te braaf, liever het vrolijk-pompende Push Comes to Shove met z'n jaren '60-gevoel. Bij Back on Our Home Ground, Dead of Night, de boogiepiano en akoestische gitaar van Going Home en Bye My Love denk ik terug aan het gladdere geluid van de jaren '82-'83. Akoestisch en swingend is November Again, van het vriendelijke Oh So Good word ik niet warm en al helemaal niet van de afsluitende pianoballade Time to Remember.
Ik geef een 5 als schoolcijfer en toch mopper ik niet op deze oude rocker. Niemand verplichtte mij dit te kopen, ik wil hem simpelweg blijven volgen.
Voor hen met heimwee naar de dagen dat Quo nog een jongehondenband was: kwam van de week nog deze livebeelden uit 1977 tegen. Onbekender is het nieuwe werk dat John Coghlan's Quo in 2020 (Lockdown) en 2021 (No Return) postte, waar de oude felheid wél klinkt.
Op livegebied hebben we in Nederland onze eigen Status Quotes (website) en in april hoop ik Francis Rossi te zien bij één van zijn Nederlandse optredens. Nee, geen gemopper ondanks mijn kritische noten: juist mooi om te zien en horen dat Rossi waardig ouder wordt en creatief blijft.
» details » naar bericht » reageer
The Specials - Stereo-Typical (2000) 4,0
Alternatieve titel: A's, B's & Rarities, 19 februari, 08:18 uur
Juni 1981 betreedt Ghost Town, over het verval van een stad, de Britse hitlijst. In de Grote Stad waar ik kwam voor mijn elpeeaankopen was tegen het centrum ook zo'n wijkje met dichtgespijkerde ramen en veel hondenpoep.
Het nummer staat in juli drie weken #1. Ook in Nederland succesvol, zij het bescheidener: bij de Nationale Hitparade #12 in augustus, in de Top 40 in augustus-september twee weken #8. De sfeervolle videoclip van een versteende stad maakte enige indruk.
Ghost Town was één van de nodige non-albumsingles en dan blijkt deze 3cd-compilatie Stereo-Typical zeer volledig. Ook handig omdat The Specials tijdens hun carrière regelmatig heen en weer pingpongden van die groepsnaam naar The Special A.K.A, zoals de tracklist op Discogs duidelijk laat zien. Zelf heb ik de bescheidener cd Singles staan die op zich helemaal okay is. Én ik heb Ghost Town zowaar op origineel vinyl! Eén van de weinige singles in mijn bezit.
Mijn reis door new wave bevindt zich in juni 1981, kwam van de film-noir van Modern Eon en vervolgt bij de malle muziek van het Amerikaanse Oingo Boingo.
» details » naar bericht » reageer
Modern Eon - Fiction Tales (1981) 4,0
Alternatieve titel: Fiction Tales Plus, 19 februari, 07:54 uur
Mijn vorige twee haltes in de new wave van juni 1981 bevatten Afrikaanse invloeden, zoals het debuut van Thompson Twins. Bij het Liverpoolse Modern Eon is de sfeer Brits, of in ieder geval ernstig.
Ze debuteerden in 1979 op verzamelaar Street To Street: A Liverpool Album samen met onder meer Echo & The Bunnymen en brachten vanaf dat jaar tot de uitgave van Fiction Tales enkele singles uit, welke deels op de elpee zijn te vinden. Eén single was een split met Orchestral Manoeuvres in the Dark.
Bij Modern Eon klinkt muziek die liefhebbers van Department S, Joy Division, Modern English, The Monochrome Set en Scars kan aanspreken. Postpunk, of zoals ik het destijds noemde: doompunk. Verschil is echter de ijle, breekbare zang van Alix Johnson. In eerdere berichten op MuMe werd al genoemd dat die enige gewenning vraagt, net als het feit dat vaker afspelen wordt beloond dankzij de afwisselende muziek - binnen de kaders van het genre.
Destijds verkocht het niet zo goed: verschenen in april 1981, was er begin juni slechts een magere #65-notering in de Britse albumlijst. Naar verluidt omdat eerdere singles op de plaat waren te vinden, wat in mijn oren juist een aanwinst is.
Ook als album is het namelijk goed opgebouwd met onderlinge variatie tussen de nummers, als de soundtrack bij verschillende scenes in een zwart-wit thriller. Een verstilde start met Second Still, dat als een trein langzaam op gang komt. Met het daarop volgende The Grass Still Grows valt voor het eerst op hoe druk drummer Cliff Hewitt is met zijn invulling: lekker, net als de spaarzame syntheffecten van Bob Wakelin. Playwrite is dan kalmer, waarna met alle percussie op Watching the Dancers het volume weer omhoog gaat, mede door de mild grommende baslijnen van Danny Hampson. Real Hymn is ingetogener, in Waiting for the Cavalry moet Hewitt weer aan de bak. Dan hebben we nog maar één plaatkant gehad.
Kant 2 biedt meer variatie, waarbij mijn favorieten steevast de drukkere nummers zijn: het uptempo High Noon, Choreography en Euthenics. Buitenbeentje In a Strange Way werkt goed als verstilde opmaat naar slotnummer Mechanic, dat begint met geluiden van de golfslag op een strand. In totaal twaalf nummers, een album dat destijds ten onrechte snel kopje onder ging in de branding, de groep met zich meesleurend. De recensie in Oor van Swie Tio is deels terug te vinden in het MuMe-topic OORdelen; even scrollen.
In 1985 dook Lever op bij Dead or Alive, Hewitt het decennium erop als tourdrummer bij Apollo 440 / Apollo Four Fourty, waar hij nog altijd actief is. In 2023 verscheen bij Cherry Red deze heruitgave van Fiction Tales met de nodige extra's ten opzichte van het originele vinyl.
Het volgende nummer op mijn afspeellijsten met new wave uit juni '81 is van The Beat, maar omdat ik single Doors of Your Heart en album Wha'ppen? al besprak, beland ik bij non-albumsingle Ghost Town van The Specials, onder meer te vinden op hun compilatie Stereo-Typical.
» details » naar bericht » reageer
Thompson Twins - A Product Of... Participation (1981) 3,5
18 februari, 19:53 uur
...en dat heeft vigil goed samengevat. Al met al een aardig album en de potentie van de groep hoor je, zij het dat je A Product of.... .... Participation (de titel loopt door op de achterzijde en bevat maar liefst acht puntjes) vaker moet afspelen om dat te horen. Van snelle hitpotentie (één keer horen en het is raak) is hier nog weinig sprake, tegelijkertijd staat er geen enkele miskleun op.
Bij 1981 denk ik vaak aan sombere new wave in sombere economische tijden. Maar de new romantics maakten opgang en los daarvan waren er de Thompson Twins, oorspronkelijk uit Sheffield maar vertrokken naar Londen, waar ze dankzij het kraakcircuit een woning vonden. De groepsnaam verwijst naar bekende stripfiguren in Kuifje, de detectives Jansen en Janssen in het Nederlandse taalgebied. De kleding van de popgroep is anders dan bij de stripmannen kleurig, zoals ook de hoes bewijst.
In het kraakcircuit is het zestal van het debuut bepaald niet doof voor Afrikaanse muziek, net als mijn vorige halte in newwaveland The Raincoats. Met zanger, bassist, multi-instrumentalist Tom Bailey, gitaristen Peter Dodd (tevens sax) en John Roog, saxofoniste Jane Shorter (tevens percussie), percussionist Joe Leeway en drummer Chris Bell kan een breed instrumentarium worden bestreken.
Als A Product of... in juni 1981 verschijnt, heeft de groep drie geflopte singles uitgebracht, alle te vinden op de tot dusver nooit fysiek verschenen extended edition die ook op streaming staat.
Via When I See You gaat het vlot uit de startblokken, met dit refrein had dit een single moeten zijn. Dan volgt Politics, ook lekker en single nummer 6 die flopte. Veel percussie en een dwarrelende saxofoon in het midtempo Slave Trade en bij Could Be Her... Could Be You vraag ik me voor de tweede maal af waarom dit geen single werd, al dan niet in aangepaste mix met korter intro. Make Believe sluit kant 1 af en dat dit single nummertje 5 was die flopte, snap ik met de irritante falsettozang. Wel is de melodie herkenbaar, slapt de bas en zit er een aangename saxpartij in, vergezeld door een sitar.
Afrikaansachtige percussie in Don't Go Away, het kalme The Price doet dankzij het drumspel aan The Police denken; het derde nummer waarvan ik denk 'Waarom niet op single verschenen?'
Wel op single verscheen Oumma Aularesso (Animal Laugh), op de 7" met het Engelse deel van de titel vooraan dat echter veel te ver van de westerse hitparades af stond door sterke Afrikaanse invloeden.
Middelmatig is de melodie van Anything Is Good Enough maar het is genieten van het akoestische gitaarspel, A Product of had het als single of dance-12" wellicht goed gedaan - ik moet denken aan Talking Heads. Ontbrekend op de streaming editie is het prima Perfect Game, wél te vinden op verzamelaar Box (2009). En er is een mal slot met Vendredi Saint dat zou zijn gebaseerd op Gregoriaanse zang, maar klinkt als Tibetaanse monnikpop.
Bij vlagen experimenteel, bij vlagen met hitpotentie waarbij de groep een ongelukkige keuze van single-kiezen had. Een ruime 7 als schoolcijfer.
Tijdens mijn reis door de wondere wereld van new wave bevind ik me in juni 1981. De volgende halte is bij het enige album van Modern Eon, waar de sfeer een stuk stemmiger was.
» details » naar bericht » reageer
The Raincoats - Odyshape (1981) 3,0
16 februari, 13:31 uur
MuMe vermeldt als stijlen punk/rock. Dan zou je denken dat op Odyshape van The Raincoats scheurende gitaren klinken en/of boze muziek. Nee dus.
Het vrouwentrio kwam weliswaar voort uit de Londense punkscene, maar zoals hierboven diverse anderen al noemden overheersen experiment en akoestische instrumenten. Je zou een nietsvermoedende luisteraar kunnen wijsmaken dat dit psychedelische folk uit het hippie-San Francisco van 1968 is.
De reggae-invloeden van het debuut zijn zo goed als verdwenen. Dat laatste waarschijnlijk omdat drumster Palmolive was vertrokken, waarbij Ana di Silva een tweedehands-Indiase shruti box en Afrikaanse kalimba (duimpiano) opduikelde en Gina Birch een eveneens Afrikaanse balafon. In combinatie met de viool van Vicki Aspinall ontstaat zo een Britse vorm van wereldmuziek, een amalgaam van hetgeen de dames al improviserend in elkaar knutselden.
Dit met de nodige gastmusici, waarbij een overwegend kalme en introspectieve plaat werd gecreëerd. Uitzondering is slotlied Go Away, waar woede klinkt met felle percussie. De dames zingen gedrieën, soms bijna-aarzelend, soms bezwerend. Het levert een plaat op die nergens op lijkt - bedoeld als compliment! Origineel en intuïtief. Nu snap ik ook waar de kleurige hoes naar verwijst.
Ik reis verder door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave en aanverwanten. De vorige halte was de testosteronpunk van The Exploited, de volgende stop is bij het debuut van de Thompson Twins, dat net als Odyshape begin juni 1981 verscheen.
» details » naar bericht » reageer
Joshua - Intense Defense (1988) 4,5
16 februari, 11:56 uur
Twee zaterdagen geleden was ik in de Ziggo Dome bij het triple-concert Charlotte Wessels - Amaranthe - Epica. Bij het spel van Amaranthegitarist Olof Mörck moest ik qua zowel geluid als stijl denken aan dat van Joshua Perahia. Aangezien Mörck van 1981 is, weet ik niet of Perahia werkelijk van invloed is, maar de wervelende solo's van beide mannen hebben in mijn oren de nodige overeenkomsten.
En dus gaat mijn hoofd terug naar een zomerdag in 1988, toen ik het vers verschenen Intense Defense uit de platenbak viste. Voorganger Surrender van drie jaar eerder had grote indruk gemaakt, mede vanwege de berichten over de Europese tournee die de groep per trein ondernam én dat spetterende Nederlandse radioconcert bij Countdown Café.
Zoals de sehr geehrter Herr Von Helsing hierboven schrijft opgenomen in de resturen van de studio van Dieter Derks, als de Scorpions waren vertrokken. Volgens mij waren die bezig Savage Amusement op te nemen, hetzelfde jaar verschenen. Hierdoor duurden de opnamen onnodig lang, waardoor menig bandlid moest afhaken. Althans, dat is hoe ik het me uit de Aardschok herinner. De bezetting is in ieder geval compleet anders dan op Surrender.
Op Intense Defense staat Rob Rock bij de microfoon; ik kende de man van Project: Driver van M.A.R.S. / MacAlpine-Aldridge-Rock-Sarzo en hij zingt ook al vanaf het debuut van Impellitteri. Wát een klasbak. Opnieuw een zanger met een groot bereik en rauw randje, moest enigszins aan Jon Deverill van Tygers of Pan Tang denken.
Toetsenist en bassist waren de mij onbekende Greg Shultz en Roemeen Emil Lech (LechinÈ›eanu Brando), maar de drummer kende ik wél. Tim Gehrt, voorheen bij Streets, de groep van (ex-Kansas)zanger Steve Walsh.
In vergelijking met Streets, waar pure adult oriented rock klinkt, is de muziek van Joshua meer hardrock. Melodieus maar nooit te kalm, uitgezonderd ballade Remembering You. Voor het overige uptempo klassiekertjes, zonder één zwak moment met steeds die ijzersterke combinatie van melodie en snelheid in Perahia's spel.
Look to the Sky werd al gespeeld in Countdown Café, de studioversie is iets gepolijster maar wat een heerlijk nummer blijft dit... Van oud-bandlid Ken Tamplin staan drie co-composities op de plaat: opener Reach Up, I've Been Waiting en Remembering You. Bij de overige nummers was meestal Rob Rock met Perahia co-schrijver. Mijn grootste favoriet werd slotnummer Stand Alone, mooie tekst, sterk arrangement.
De kleine lettertjes op de binnenhoes tonen dat in Duitsland de nodige vriendschappen werden gesloten. Daarbij Gaby Hauke, bekend uit de entourage van Accept. In Nederland was daar platenbaas Sjaak de Bruijn. De gitarist bedankt ook de apocalyptische non-fictieschrijver Hal Lindsey, een bekende auteur uit dat decennium. Inspiratie voor de tekst van Reach Up?
Onderwijl viel ook deze bezetting snel uit elkaar. Rob Rock was het jaar erop gastzanger bij Angelica en vervolgens zou hij onder meer opduiken bij opnieuw Impellitteri, deed solowerk en de nodige gastrollen, onder meer bij het Duitse Avantasia en twee jaar geleden nog bij Empires of Eden.
Van Greg Shultz kwam ik in '91 een instrumentaal soloalbum tegen, Tim Gehrt op cd-bonustracks 11 en 12 van Glenn Hughes' Play Me Out (oorspronkelijk uit 1977) en van Emil Lech leert koeklen dat hij bij Driver en andere namen speelde, in 2024 bij het Roemeense Guts & Grace.
Perahia's carrière werd niet de meest overzichtelijke, maar van zijn groep M-Pire heb ik een cd in de kast staan. Hij overleed najaar 2024. Een onvergetelijk toptalent met fabelachtige capaciteiten.
» details » naar bericht » reageer
Trouble - Revelations of the Insane (2022) 4,0
Alternatieve titel: Demos & Rarities, 15 februari, 17:30 uur
Verzamelaar uit 2022 die voor de fan van Trouble interessante zaken heeft te bieden, al ontstaat mogelijk enige overlap met opnames die deze al in huis heeft. Eigenlijk is Revelations of the Insane: Demos & Rarities de bundeling van de schaars verspreide verzamelaars Revelations (Life Or Death) Demos & Rarities Part 1 en Victim Of The Insane (Demos & Rarities Part 2). Die heb ik niet en zo is er dankzij het Nederlandse label Hammerheart met deze vijfentwintig tracks genoeg te ontdekken.
Dat begint al met de eerste drie tracks, afkomstig van hun eerste demo (1980), als de groep twee jaar bestaat en de leden nog op de middelbare school zitten. Een trio bestaande uit gitarist en zanger (!) Rick Wartell, bassist Mike DiPrima en drummer Mike Slopecki. Verrassend is dat hier onvervalste New wave of British heavy metal klinkt, maar dan uit Chicago, Illinois. Het doet ook denken aan het eerste werk van Metallica, dus ten tijde van demo No Life 'til Leather. Demon's Claw blijkt een voorloper van Assassin te zijn.
Dan volgen de vier nummers van de 1982-demo, als de oude bezetting op Wartell na (die zich nu op gitaar concentreert) is opgelost. Nieuw zijn gitarist Bruce Franklin, drummer Jeff Olson en zanger Eric Wagner. De groep combineert inmiddels hun bekende combi van doom- met Britse metal, alsof Black Sabbath en Judas Priest een kind kregen. Op de opnamen van '81-'82 is bassist ene Ian Brown.
Het wordt gevolgd door het monumentale, uit 1983 stammende The Last Judgment, destijds alleen verschenen op compilatie Metal Massacre IV; Sean McAllister is dat jaar de nieuwe basssist geworden. De tracklist staat niet helemaal op chronologische volgorde: het gaat terug naar 1981 en The Fall of Lucifer, van een tv-show uit 1982 komen Psalm 9 en Victim of the Insane langs.
Op cd 2 de jaren '93-'94, toen Trouble hun commerciële hoogtijdagen beleefde met een stonergeoriënteerde aanpak. Eerst (track 12-19) opnames uit 1994, deels eerder verschenen op de EP One for the Road. Daarbij Heart Full of Soul, oorspronkelijk van The Yardbirds (net zo mooi als de versie van Joshua overigens). Dan opnamen uit '93 met daarbij Mythic Hero wat een eerste versie van Hear the Earth blijkt te zijn, de fraaie semiballade Fly plus Get Back, oorspronkelijk van The Beatles. Afgesloten wordt met het live opgenomen Doom March.
Het fraaie boekje richt zich vooral op de jaren 1982 - 1994 en is daarmee niet compleet. Desondanks de nodige fraaie foto's, songteksten en achtergrondinformatie. Voor informatie die niet is te vinden, biedt de website van de groep uitkomst.
Een moet-je-hebben-boxje/2LP voor de liefhebbers van Trouble en iedereen met een voorliefde voor metal met veel doom daarin.
» details » naar bericht » reageer
The Exploited - Punks Not Dead (1981) 3,5
15 februari, 14:21 uur
Het gaat hierboven drie kanten op. Ofwel over Punks Not Dead van The Exploited, ofwel of die stelling klopt, ofwel we krijgen een showbizzachtig gesprek over welke punk het met de vriendin van welke andere punk deed. Gaap.
Misschien vindt u zo'n gesprek wél relevant, over de tweede stelling is een goede update te geven. De huidige politieke en economische situatie heeft tot een golf nieuwe punkbandjes geleid. Maatje JeKo is druk met het gaan bekijken van een deel van hen en van wat ik begrijp, zijn die lekker oprecht bóós. Zo blijkt maar weer eens: punk is nooit dood, punk gaat hoogstens een tijdje ondergronds om daarna in alle furie weer de kop op te steken.
Die discussie liep al eind jaren '70 toen de de eerste generatie punkgroepen uit elkaar was gevallen of zich op andere stijlen richtte. Zo kwam The Damned terug na te zijn gestopt en zou een kant opgaan die 'gothic' ging heten. Maar werkloosheid en andere zaken om je boos te maken waren onverminderd gebleven en dan krijg je onder meer een groep als The Exploited uit Edinburgh, Schotland. Hun muziek is harder en sneller dan die van de eerste generatie Britse, veelal Londense punks.
Eerder, 1980, waren daar eigen-beheer-EP's Army Life en Barmy Army met op ieder drie nummers. In april '81 halen ze met non-albumsingle Dogs of War bescheiden #63 in de Britse hitlijst.
Punks Not Dead (zonder apostrof) bevat zestien nummers in een kleine 38 minuten. Zoals c-moon in 2008 terecht noteerde, puttend uit zijn geheugen over wat Oor schreef: "Beton punk". Inderdaad, Motörhead en punk lagen niet ver van elkaar. Anders is de thematiek van The Exploited, die zich aan de liedtitels laat aflezen. Zoals mijn favorieten Cop Cars en Dole Q.
De eerste klanken zijn live, maar het titelnummer dat meteen volgt is "gewoon studio", een trucje dat wordt herhaald op Exploited Barmy Army en slotlied I Believe in Arnarchy. In het intro van Cop Cars klinkt een sirene om de sfeer te verhogen, in dat van Army Life horen we marcherende soldaten, in Ripper zit de klassieke Dodenmars van Chopin.
Bassist Gary (McCormack) volgt eenvoudigweg de gitaarlijnen van Big John (Duncan) - of is het omgekeerd - beiden opgejaagd door drummer Dru Stix (Glenn Campbell), zodat de charmante brulboei Wattie (Walter Buchan) alle dekking krijgt voor zijn mitrailleurteksten. Oprechte boosheid over het leven in het Groot-Brittannië van Margaret Thatcher. Alleen in Sex and Violence werkt het niet: die 5'10" hadden ook in zestig seconden hun punt gemaakt. Voor de rest knalt het als een malle. Geen wonder dat de groep in 1999 een eerbetoon kreeg via Punk's Not Dead - A Tribute to The Exploited.
Geen hitsingles van dit album, toch komt het in mei 1981 tot #20. Eind oktober haalt EP Dead Cities met opnieuw drie nummers #31 en al in november volgt de elpee On Stage.
Daarmee is mijn kleine inhaalslag tijdens de reis door new wave afgerond, die begon met The Passions en als vorige halte Tenpole Tudor had.
Ik vervolg met juni 1981 als Odyshape verschijnt, de tweede van vrouwengroep The Raincoats.
» details » naar bericht » reageer
New Musik - Anywhere (1981) 3,5
11 februari, 23:33 uur
Het debuut van New Musik, de groep rond Tony Mansfield die behalve zang, gitaar en toetsen/synths ook de productie deed, leverde in zijn eigen Verenigd Koninkrijk vier hits op. Frisse popwave en met mijn vorige halte in de new wave, The Plimsouls (1981), kreeg ik een Amerikaanse rockversie van popwave. De aanpak van kort geknipte koppies en kortere nummers was inmiddels de trend geworden.
De tweede van New Musik borduurt voort waar de vorige ophield. Anywhere bevat echter langere nummers en de balans slaat door naar kwaliteitspop, die in de meeste gevallen weinig meer met puntige new wave heeft te maken. Bij het debuut had ik allerlei associaties en hier opnieuw: Ph.D (I Won't Let You Down) uit hetzelfde jaar.
Velen hierboven houden ons voor dat deze nog beter is dan het debuut. Voor mij zijn ze gelijkwaardig, al heb ik liever de composities wat korter. Maar uiteraard zit de muziek goed in elkaar, al is een nummer als Peace mij echt te kazig - het heeft wel iets van Phil Collins weg. Dat zal echter voor menigeen als een compliment overkomen en dat mag natuurlijk.
Ach, al die vergelijkingen... Ze dienen slechts om aan te duiden dat behalve de boel, behalve het intro van They All Run After the Carving Knife, behoorlijk hapklaar het binnenoor inglijdt. En dat mág, waarbij ik nummers als Areas en Churches wel erg kalm en laat-avond vind.
Waarom noemt niemand het grapje? Op het debuut stond de hitsingle This World of Water en hier This World of Walter. Ze hebben niks met elkaar te maken en schelen toch maar een 'l'. Grappig toch? Favorieten naast de opener zijn While You Wait met een pulserende beat, het swingende Changing Minds en Design bevatten eveneens een aangename uptempo groove.
Ik reis van februari '81 naar april dat jaar, naar een album dat hier op elpee staat: ridderlijke punk van Tenpole Tudor op Eddie, Old Bob, Dick & Gary. Ik besprak 'm al eerder, maar toch nog eens draaien en een kort berichtje daarbij.
» details » naar bericht » reageer
The Plimsouls - The Plimsouls (1981) 3,5
11 februari, 18:41 uur
Hierboven werd uitgelegd hoe The Nerves uit elkaar vielen in The (Paul Collins) Beat en hier, The Plimsouls. Die laatste groep is het geesteskind van vooral Peter Case die in de Amerikaanse rock 'n' rolltraditie (Chuck Berry is nooit ver weg) pakkende gitaarliedjes brengt. Soms met blazers (opener Lost Time krijgt zo een klassiek r&b-jasje), soms een snufje toetsen (Zero Hour).
Het leidt tot puntige liedjes met kop en staart volgens het boekje: couplet-refrein-couplet-refrein-brug-solo. Hush, Hush heeft een pakkend gitaarintro, I Want What You Got heeft met een orgeltje een melancholieke inslag, in Mini-Skirt Minnie zit dankzij de blazers soul en slotlied Every Day Things is kort maar krachtig. In 2012 verscheen deze bonusversie met onder meer het instrumentale When You Find Out.
Al met al is er niks mis en tegelijkertijd word ik nergens omver geblazen. Het is wel erg veilig en eigenlijk weinig wave, al spat het ambachtelijk talent ervan af. Misschien omdat ik met de oren nog bij mijn vorige halte in newwaveland ben? Die was qua muzikaal avontuur een stuk spannender: Grauzone.
Met het volgende station klinkt opnieuw heel andere muziek: de tweede van New Musik is een randgevalletje qua new wave.
» details » naar bericht » reageer
Grauzone - Grauzone (1981) 4,0
11 februari, 18:20 uur
Bij mijn reis door new wave kom ik de meest uiteenlopende muziek tegen. Zoals nu in 1981, komend van het Engelse The Boys op de grens van punk en tienerpop naar het veel experimentelere Grauzone uit Bern, Zwitserland.
Grauzone bestaat hier uit de multi-instrumentale broers Martin en Stephan Eicher en drummer Marco Repetto. In het najaar van 1980 debuteren ze met twee nummers op verzamelelpee Swiss Wave The Album, waarbij Eisbär. In de zomer van 1981 wordt Grauzone opgenomen waar dit nummer niet op staat, maar als het nummer op single verschijnt, wordt het een onwaarschijnlijke hit: half oktober '81 #9 in Oostenrijk en in Duitsland #12.
Als de elpee Grauzone verschijnt, ontbreekt daarop dus de hit. Desalniettemin een gevarieerd en meestal pakkend album, zoals de instrumentale opener Film 2, waar elektronika domineert, net als op de hit. In die categorie staan meer nummers, namelijk Hinter den Bergen, het monotone maar dansbare Wütendes Glas en idem is Kälte Kriecht en het sferische en korte Kunstgewerbe. Hierboven wordt In der Nacht aangeprezen als juweel om in de donkere nacht af te spelen. Bij mij werkt dat experiment niet...
Er is ook muziek waar postpunk domineert en de gitaar meestal een hoofdrol speelt: Schlachtet!, het introverte en gitaarloze Maikäfer Flieg dat is gebaseerd op een kinderliedje, het romantische (!) Marmelade und Himbeereis en het pakkende en vlotte Der Weg zu Zweit.
In 1991 verscheen de cd-versie waarop Schlachtet! moest plaatsmaken voor Eisbär. Dit werd in 2021 rechtgezet met een dubbelelpee, waarop beide nummers zijn te vinden.
Al met al een album vol vernieuwing en waar ik dat nogal eens beleef als liedjes die niet pakken, is dat hier anders. Van een conservatievere aanpak is mijn volgende halte, het debuut van The Plimsouls.
PS - de cover van Eisbär door Nouvelle Vague uit 2006, die vind ik zó mooi!
» details » naar bericht » reageer
The Boys - Boys Only (1981) 3,5
10 februari, 17:56 uur
Het vijfde en voorlopig laatste album van de Londense punkpioniers The Boys. Alhoewel het met de oren van nu vooral als powerpop klinkt met de popkoortjes en -refreintjes, een hoog meezinggehalte bevattend.
Hun debuut deed in 1977 nauwelijks iets en de twee daarna nog minder, net als het kerstalbum als The Yobs uitgebracht. Daar bracht Boys Only geen verandering in. Weg uit de groep is toetsenist Casino Steel, resteren bassist Duncan (voorheen Kid) Reid, gitaristen Matt Dangerfield en (Honest) John Plain plus drummer Jack Black.
Wederom domineert het tienerleven de teksten, zoals de geneugten van het Weekend en om een titel als Wrong Arm of the Law valt te lachen. Neem dit vooral niet te serieus en toch ken ik het recept inmiddels wel; ik heb even genoeg kauwgom gekauwd, zeker als Wonderful World een zouteloze cover van Sam Cookes klassieker blijkt.
Afhankelijk van mijn stemming een 7 of een 6 als schoolcijfer, maar nog altijd aanbevolen voor wie dit de eerste kennismaking is met De Jongens, die overigens tien jaar later terugkeerden met Xmas II.
Mijn reis door new wave kwam van het zéér serieuze My Life in the Bush of Ghosts van de heren Byrne en Eno. Voor het eerst ga ik naar Zwitserland, om precies te zijn Bern. Eveneens in februari 1981 verscheen daar het debuut van synthpop- / postpunkgroep Grauzone, aanvankelijk nog niet met dat fijne liedje Eisbär.
» details » naar bericht » reageer
Brian Eno – David Byrne - My Life in the Bush of Ghosts (1981) 3,5
9 februari, 22:40 uur
Op reis door new wave kom ik van de warme muziek van de tweede van The Passions bij heel andere sferen.
Mijn maatje van school hield destijds wel van "rare fratsen". Zo had hij opeens On the Way to the Peak of Normal van Holger Czukay ontdekt, wat in mijn ogen een rare stap was voor iemand die zweerde bij Whitesnake en Joe Perry. Tegelijkertijd vond ik het interessant.
Kende hij My Life in the Bush of Ghosts van Brian Eno en David Byrne? Ik ben hier omdat ik door new wave reis en beide heren binnen die stroming hoofdrollen vervulden. Ofwel als bron van invloed (Eno onder meer als lid van Roxy Music en als producer van David Bowies Low) ofwel als één van de angry young man: David Byrne van Talking Heads. Vroeger had ik dit spoedig terzijde gelegd, nu hoor ik enige verwantschap met de elektronische kant van Bowie ten tijde van diens "Berlijnse" albums.
Sterker nog, in Mea Culpa klinken vervormde Duitstalige stemmen, nadat America Is Waiting als een voorloper van The Art of Noise voorging. Als vervolgens funk en een Arabische zanglijn volgen in Regiment, weet je dat zowel Eno als Byrne nieuwe wegen verkenden. Gejaagde funk in Help Me Somebody met een vleugje Afrikaanse gitaar en zo volgt een bonte stoet van elektronische kruisbestuivingen die per nummer anders is. De grooves van Byrne vormen daarbinnen de rode draad.
Muziek in de periferie van new wave, funk als echo's van het leven van New York, de invloeden van de wereld in zich opzuigend. Mountain of Needles is het relatief rustige slot van het oorspronkelijke album, vanaf 2006 in een uitgebreidere versie verkrijgbaar. In 1981 vond Bert van de Kamp in Oor er dit van (even scrollen).
Ik vervolg bij heel wat aardsere muziek: The Boys en hun Boys Only.
» details » naar bericht » reageer
The Passions - Thirty Thousand Feet over China (1981) 3,5
9 februari, 21:24 uur
In vergelijking met het debuut is dit veel ronder en warmer geproduceerd, wat de muziek ten goede komt. De sfeer werd dromeriger, weemoediger zo u belieft. Bassiste Claire Bidwell maakte plaats voor David Agar, producers Peter Wilson en Nigel Gray zorgen ervoor dat de muziek deze keer wél steeds op zijn plek valt, waar ook de stem van gitariste Barbara Gogan van profiteert.
Thirty Thousand Feet over China trapt af met hun enige singlehit: I'm in Love with a German Film Star kwam in februari 1981 tot een Britse #25. Droompop in Someone Special, iets steviger is The Swimmer dat na een kalm intro plots versneld. En zo bevat dit album diverse fraaie details, waar dankzij de productie nu wél aandacht voor was. Zoals de piano in het slot van Small Stones.
Uptempo met ijle zang in Runaway en opeens weet ik aan welke groep ik moet denken: Sixpence None The Richer, ook al was dat een dik decennium later. The Square vervolgt die koers, Alice's Song is een buitenbeentje waarna Bachelor Girls opvallend jolig lijkt, een beetje als later The Bangles zouden doen. Skin Deep is dansbaar met een dieper mannenkoortje dan elders op het album.
Eén schamele week albumlijst voor Thirty Thousand Feet over China in het Verenigd Koninkrijk, eind september 1981 #92. Dit had meer verdiend.
Mijn reis door new wave kwam van het "malle" solodebuut van voormalige punkzangeres Poly Styrene en vervolgt bij de samenwerking tussen Brian Eno en David Byrne, My Life in the Bush of Ghosts.
» details » naar bericht » reageer
Poly Styrene - Translucence (1981) 3,5
9 februari, 20:39 uur
Uhm... Is dit dezelfde zangeres als van punkgroep X-Ray Spex? Ja dus. Mede door de lieflijke dwarsfluit die diverse malen opduikt, is van punk geen sprake en zelfs new wave is ver weg. Dit is pure pop met uitstapjes naar... easy listening en folk. Dat neemt niet weg dat ik mooie liedjes tegenkom, ook al hoort dit eigenlijk niet thuis in mijn reis door new wave.
Ach, van punk naar pop? We zouden het vaker tegenkomen. Later zou bijvoorbeeld Feargal Sharkey van The Undertones eerst met die groep voor een popgerichte koers kiezen om vervolgens solo een vorm van kwalitatief hoogwaardige blue-eyed soul te gaan maken. Het is in Styrenes geval alleen onverwacht en bovendien als een veel radicalere overstap.
De nummers met dwarsfluit brengen zonder uitzondering een dromerige sfeer. Het instrument is bepalend in opener Dreaming, verderop in Shades. Het lijkt dan wel alsof we naar een album uit 1968 luisteren, de tijd dat Debbie Harry van Blondie nog een hippiemeisje was in de groep The Wind In The Willows.
In Talk in Toytown klinken synths zoals bij Yazoo, het blijkt het meest moderne nummer van de plaat te zijn, want popfunk volgt in Skydive en de dwarsfluit van Ted Bunting keert terug in The Day That Time Forgot. Essence doet hetzelfde met bovendien knusse conga's.
Kant 2 opent met de popreggae van Hip City Hip, compleet met saxofoon van opnieuw Bunting. Meer pop in Bicycle Song, dwarsfluit, conga en castagnetten in het zwoele Sub Tropical en dartelende piano in titellied Translucence - plus alweer dwarsfluit, een alleraardigst popliedje.
Iets steviger is Age dankzij saxofoons, via Goodbye is daar met akoestische gitaar een uiterst ontspannen slot.
MuMe noemt het hier bovenaan avant-garde. Dát is vér bezijden de realiteit. New wave dan? Geenszins, maar de loungepop is te leuk om onvermeld te laten.
Mijn queeste door new wave kwam van de New Yorkers van The Shirts en hun Inner Sleeve en vervolgt bij het tweede album van The Passions met daarop hun enige hitje; op naar Thirty Thousand Feet over China.
» details » naar bericht » reageer
The Shirts - Inner Sleeve (1980) 3,5
9 februari, 19:20 uur
De derde van The Shirts uit New York die slechts in het verre en obscure Nederland hitsucces hadden gekend. Een nieuw management deed de groep geen goed, waarbij een beperkte persing van 10.000 stuks niet hielp in eigen land. En dan kun je in de prille jaren in het befaamde CBGB hebben gespeeld, in 1980 was dat niet genoeg en in 1981 stopt de groep.
In welke maand van 1980 Inner Sleeve verscheen heb ik niet kunnen vinden, wél dat ze te gast waren op tv bij New York Dance Stand, een programma waarin blijkens bronnen ook Siouxsie and The Banshees acte de présence gaven.
Uptempo rock 'n' roll met soms (het kalmere Can't Get It Through My Head) een hoofdrol voor piano. In I've Had It staat toetsenist John Piccolo bij de microfoon, waarna Annie Golden weer de hoofdrol heeft in bijvoorbeeld het stevige I Don't Wanna Know.
Geraffineerder is As Long as the Laughter Lasts, een centrale rol voor toetsen in het uptempo Too Much Trouble. En zo heeft ieder nummer wel z'n charme, mede dankzij de heldere, uitgelaten stem van Golden. Dit album had destijds meer aandacht verdient, al is het geen klassieker. Gewoon eerlijke, frisse rock 'n' roll.
Annie Golden vervolgde vervolgens een toch al redelijk succesvolle acteercarrière. De groep keerde zonder haar terug in 2003 en bracht in '06 en '10 nieuw werk uit met een tweetal andere zangeressen.
Ik ben bezig enkele albums die ik binnen de new wave van 1980 en '81 abusievelijk had overgeslagen te beluisteren. Zo kwam ik van het debuut van het Engelse New Musik en voor de volgende ga ik naar het Londen van januari 1981 en het solodebuut van Poly Styrene, voorheen zangeres bij X-Ray Spex.
» details » naar bericht » reageer
New Musik - From A to B (1980) 3,5
9 februari, 18:18 uur
Nou, gedraaid héb ik From A to B. De vergelijkingen die hierboven worden gedaan snap ik echter niet. Voor mij zit New Musik in de hoek van M (Pop Muzik), The Buggles (Video Killed the Radiostar) en Korgis (Everybody's Got to Learn Sometime). Of iets later Yes' Owner of a Lonely Heart. Pop in het jasje van new wave met veel synths en toetsen. Niet alternatief, wél fris. Veel meer gericht op radio, hitparade en herkenbaarheid dan Talk Talk, Duran Duran en Depeche Mode deden. Nou ja, misschien hadden zij net zulke sterke intenties. Hoe dan ook, al hoor ik overeenkomsten in productie en instrumenten met die namen, New Musik is nadrukkelijk pop.
Na het pakkende Straight Lines volgt track 2 Sanctuary, een liedje geconstrueerd om de luisteraar snel bij de kladden te vatten met dat slim opgebouwde intro. Zolang het uptempo is (Science op kant 1), vind ik het aangenaam, al word ik nergens omvergeblazen. Dit is vakkundig geconstrueerde edelpop van de groep rond zanger, gitarist, toetsenist en producer Tony Mansfield.
This World of Water blijkt méér dan een radiohitje te zijn geweest: het kwam augustus 1980 in de Nationale Hitparade binnen, halverwege die maand #23 halend en bij de Top 40 #30. Soms klinkt een akoestisch gitaartje, zoals in Living by Numbers. Is het gek dat ik daar ook de associatie met Sniff 'n' The Tears en Driver's Seat krijg? Meer uptempo werk volgt, met als gekste momenten de modulaties in The Safe Side; een leuk producerstrucje en ik glimlach.
In hun eigen Engeland was het succes groter met vier hits: Straight Lines kwam al in oktober 1979 tot #53, Living in Numbers was daar de grote hit als #13 in februari '80, This World of Water in mei #31 en Sanctuary in juli-augustus diezelfde positie. Dat album From A to B "slechts" #35 haalde (augustus 1980, in Nederland geen notering), geeft wellicht aan dat New Musik vooral aanhang had bij een jonger, singlekopend publiek.
In 2000 herverscheen het album met bonussen als From A to B ...Plus. Die staat ook op streaming.
Mijn vorige station in de wondere wereld van new wave was het debuut van The Passions, de volgende is de derde van The Shirts, ook in 1980 verschenen.
» details » naar bericht » reageer
The Passions - Michael & Miranda (1980) 3,5
9 februari, 12:23 uur
Hierboven las ik over de connectie tussen The Cure en The Passions uit het Londense Shepherd's Bush. Een album en groep die ik destijds, april 1980, heb gemist. Of niet, maar dan zijn Michael & Miranda letterlijk in mijn vergetelheid verdwenen geraakt. Tot onlangs.
Een veelbelovende start van het album met respectievelijk het nerveuze Pedal Fury, het warmere Oh No It's You en meer postpunkachtige sferen in het snelle Snow. De gitaren zijn clean, de akkoorden worden fel gespeeld.
De zanglijnen van gitariste Barbara Gogan zijn echter te vaak niet zo spannend en daar kunnen gitarist-en-meer Claire Timperley, bassiste Claire Bidwell en drummer Richard Williams weinig aan doen. Instrumentaal staat het namelijk goed. Bij de baslijnen van Obsession moet ik trouwens aan Iron Butterfly's In-a-Gadda-da-Vida denken, maar dat is een kronkel. Zeker is dat ik gedurende kant 1 de aandacht ondanks de regelmatig lekkere gitaarpartijen (ik moet soms aan Johnny Marr denken!) niet vasthoud. Pas bij slotnummer Why Me constateer ik weer dat alles samenvalt.
Producer Chris Parry zorgde voor een droog, direct geluid, enigszins vergelijkbaar met het debuut van labelgenoten The Cure. Iets meer met de knoppen spelen had wellicht voor meer spanning kunnen zorgen, al kan dat natuurlijk ook een bewuste keuze van de groep zijn geweest. Als dit stukje niet 46 jaar te laat kwam, had ik The Passions geplaatst in de categorie 'beloftevol, in de gaten houden'.
Ik ben op reis door new wave, de albums achter de afspeellijsten. Vorige halte was de tweede van The Cramps, waarna ik aan enkele ten onrechte overgeslagen albums ben begonnen. Ik ga naar 2 augustus 1980 als New Musik de Nederlandse hitlijst betreedt met This World of Water.
» details » naar bericht » reageer
Trouble - The Distortion Field (2013) 4,0
8 februari, 09:21 uur
De eerste Trouble na Simple Mind Condition van zes jaar eerder. Die vond ik wat tegenvallen door productie en omdat Eric Wagners stem niet meer de hoge krijs bezat. Zijn opvolger Kyle Thomas is een prima zanger, maar heeft een andere klankkleur dan zijn voorganger en ontbeert die krijs. Daarom was het wennen, al vind ik Thomas' directe teksten na alle hippiejaren verfrissend.
Wat helpt is de vette productie door gitaristen Bruce Franklin en Rick Wartell, met hulp van oude vriend Brian Slagel, producer op de eerste twee albums. Hoera, Trouble keert hiermee terug naar metal en gitaarmuren!
Voormalig drummer Jeff Olson schuift weer aan voor gelegenheidstoetsen. Een bassist was niet aan boord, de meeste baspartijen werden door Franklin ingespeeld en Wartell deed de overige twee. Nieuw is drummer Marko Lira, op drie nummers is Michael Aukofer de man op de kruk.
Dertien nummers en een albumlengte van bijna 58 minuten. Met eerst langzame doom en dan fel-grommend op tempo is er de aftrap met When the Sky Comes Down, Paranoia Conspiracy is iets kalmer maar nog altijd fel - met een tekst die ik passend vond bij de covid-19-pandemie van zeven jaar later.
Midtempo is The Broken Have Spoken, met Sink or Swim en One Life volgen twee hoogtepunten met de nodige zwaarte en tempowisselingen, hardere en zachtere passages. Verrassend is Have I Told You, een nummer over diepe spijt met subtiel en ingetogen gitaarspel, om met Hunters of Doom weer los te gaan: Franklin en Wartell bewijzen opnieuw de meesters van de gitaartwins te zijn, doom wordt afgewisseld met Sabbathiaanse uptempo riffs, steeds weer pakkend.
Ik draai 'm vanaf cd en houdt bij track 8 het begin van de tweede helft aan. Sinds ie vanaf 2022 op 2LP uit is, is er een andere indeling, maar het mild-uptempo Glass of Life is hoe dan ook een prima nummer, zeker met dat langzame tweede deel. Butterflies is zowel vriendelijk als hárd, Sucker is uptempo en boos, spannender is The Greying Chill of Autumn dankzij opbouw en gitaargeluiden.
Met het instrumentale Bleeding Alone begint de opmaat naar slotlied Your Reflection, het klinkt als de openingsmuziek van een concert, mede dankzij de toetsen en de hartslag. Die afsluiter is relatief kalm.
Het album had wel iets korter mogen duren, anderzijds is er dus volop keuze qua favorieten en een zwak nummer ontbreekt.
En anno Domini 2026? Er schijnt een nieuw album in de maak te zijn, waarbij Rob Hultz tegenwoordig bassist en Garry Napler drummer is. In afwachting daarvan ga ik naar een verzamelaar van de groep die nog niet op MuMe staat. Heb dus een toevoeging te doen voor Revelations of the Insane: Demos & Rarities, verschenen in 2022.
» details » naar bericht » reageer
Trouble - Live in Stockholm (2022) 4,5
7 februari, 13:26 uur
Live in Stockholm staat inmiddels als bonus-cd bij Simple Mind Condition in mijn platenkast. Daar ontbreekt informatie over de bezetting en opname, die echter elders is te halen. Bassist is Chris Robinson en verder zijn oudgedienden Eric Wagner, Bruce Franklin, Rick Wartell en Jeff Olson aan boord. De groep is in topvorm, al heeft Wagner last van enige sleet in de hogere regionen.
De eerste helft van de set bevat recenter werk van de groep, op de tweede helft staat vooral het vroegere werk. Juist daarvoor heb ik een voorkeur: in die fase was de muziek hoekiger met vele tempowisselingen, meer metal dan de latere hippierock.
Hoogtepunten voor mij zijn onder meer Psalm 9, zeker omdat dat - onvermeld op de hoes - wordt gevolgd door het instrumentale Endtime. En als vervolgens Run to the Light (van dat album hadden ze van mij méér mogen spelen) eveneens ongenoemd in het intro een stukje Supernaut van Black Sabbath meekrijgt, zit ik wéér te glimlachen van oor tot oor. In de toegift The Skull én Revelation (Life or Death) én The Tempter... Zwijmel.
» details » naar bericht » reageer
The Cramps - Psychedelic Jungle (1981) 3,0
7 februari, 12:54 uur
Op reis door new wave in de breedste zin van het woord, kan ik niet om The Cramps heen. Tegelijkertijd kun je je met de enorme retrohang van de groep richting jaren '50 en '60 rockabilly afvragen of de "new" 'm eigenlijk niet vooral in de kleding en het imago zat. Ik krijg het gevoel van mijn vroege puberjaren, toen op de maandagavond op Hilversum 3 Jan Steeman bij de AVRO 'Het steenen tijdperk' presenteerde met daarin precies die periode. In muzikaal opzicht hoor ik The Cramps geen vernieuwende zaken in rockabilly injecteren, of het moet het Beautiful Gardens zijn dat op 2/3 "ontspoort".
Net als het eerste bericht bij dit album van dudehere constateer ik dat de groep voor "een iets langzamere aanpak" kiest. Verder is Psychedelic Jungle goed geproduceerd en de fraaie groepsfoto op de achterzijde is herkenbaar van Anton Corbijn. Van Discogs leer ik dat Don't Eat Stuff Off the Sidewalk een bewerking is van The Fourth Dimension (1964) van The Ventures.
Goed voor te stellen is dat muziek als deze werkt in een serie, zoals de berichten hierboven vertellen. Om als heel album te beluisteren echter, is dit voor mij een te lange retrozit.
In '81 was Herman van der Horst in Oor positief, zie daarvoor het fragment in het MuMe-forum OORdelen. Het jaar daarvoor stonden The Cramps op de coverfoto van het #8-nummer van Oor, daar had men dus wel wat met de groep.
Daarmee ben ik klaar met de de new wave uit mei 1981 (zeventien albums maar liefst, mijn vorige was Animal Now van Ruts DC) en alvorens ik vervolg bij juni, moet ik weer eens een veegronde doen met gemiste albums. Om te beginnen terug naar april 1980, het album Michael & Miranda van The Passions.
» details » naar bericht » reageer
Ruts DC - Animal Now (1981) 4,0
7 februari, 09:03 uur
Verschenen in mei 1981, kun je gaan discussiëren of dit de eerste of de derde van (The) Ruts (DC) was. The Ruts debuteerden in '79 met The Crack, waarna de frontman overlijdt en in '80 het album met restmateriaal Grin & Bear It verschijnt.
Ondertussen hebben de resterende groepsleden een doorstart in de planning en aangezien Animal Now géén herhaling van zetten is van het eerdere werk (punk met reggae) neig ik ertoe dit als een debuut te beluisteren.
Wat we horen is een energieke vorm van gitaarwave met soms dartelende saxofoonlijnen. Zanger, gitarist en toetsenist is Paul Fox, John Jennings op basgitaar en toetsen, Gary Barnacle op allerlei blaasinstrumenten en toetsen en Dave Ruffy op drums en ook hij beroert de toetsen. Het is gejaagd, op het nerveuze af én melodieus, soms meerstemmig gezongen. Soms als het drukke broertje van Ultravox (Dangerous Minds). Verschillende sferen komen langs, zo lijkt het alsof ik in het stevige en vlotte Slow Down iets van David Bowies Berlijntrilogie terughoor, mede dankzij het gitaarwerk.
No Time to Kill opent kant 2 alsof Ultravox en The Police samen een nummer schreven: voor het eerst klinkt een snufje reggae op de plaat, in combinatie met een parmantige toetsenlijn en een felle saxlijn. Op Fools keert reggae volop terug, rockabilly (!) in Walk or Run en donker sluit Parasites de plaat af, een beetje op z'n Killing Joke.
Destijds was de elpee goed verkrijgbaar in Nederland, als mijn geheugen mij niet bedriegt. Toch kom ik 'm nog maar zelden tegen als tweedehands. In hun eigen Verenigd Koninkrijk haalden singles noch album de verkooplijsten. Ten onrechte: eentje om in de gaten te houden als ik weer eens door platenbakken struin.
Een jaar later verscheen Present Rhythm Collision Vol. 1, die op MuMe ontbreekt. Binnenkort eens toevoegen, de groep ging daar voor onvervalste dub.
Mijn reis door new wave kwam van Die Radierer en de maand mei van 1981 sluit ik af met psychobilly via Psychedelic Jungle van The Cramps.
» details » naar bericht » reageer
Trouble - Simple Mind Condition (2007) 3,5
6 februari, 18:36 uur
De discografie van Trouble verdeel ik in periodes van steeds drie qua studioalbums. Met Simple Mind Condition begint de derde periode, tevens de minst overzichtelijke. Kort na Plastic Green Head (1996) vertrok zanger Eric Wagner. Hij werd vervangen door Kyle Thomas, studiowerk bleef uit. In 2000 keerde Wagner terug en pas zeven jaar later is daar Simple Mind Condition. Een gat van elf jaar, nieuw is bassist Chuck Robinson.
Ondertussen waren er zijprojecten: Wagner maakte een stoneralbum met Lid (1997) en was in 2003 één van de gasten op Dave Grohls Probot. In 2000 maakten gitarist Bruce Franklin en drummer Jeff Olson met Doug Pinnick van King's X een album onder de vlag van Supershine.
Kennelijk zat het Trouble niet mee om een platenmaatschappij te vinden, het in Cleveland gedurende vier jaar (!) opgenomen album verscheen aanvankelijk slechts in Europa en wel via Escapi. Pas twee jaar later volgde een Amerikaanse uitgave. Producer is opnieuw Vince Wojno, die de zang wolliger en de gitaren iets scheller doet klinken dan op Plastic Green Head. Helaas.
De eerste keer - enkele jaren later - dat ik iets van het album hoorde, was via internet. Ik meende enige slijtage op Wagners stem te horen, iets wat in diezelfde dagen ook met David Coverdale aan het gebeuren was. Het deed me oprecht pijn, want sinds mijn eerste kennismakingen had ik hen hoog zitten.
Nu draait Simple Mind Condition hier in de 2022-uitgave van Hammerheart met als bonus-cd Live in Stockholm. Al met al valt het me mee qua stem. Wel is opvallend dat Wagner de hogere regionen meestal mijdt en daarmee mis ik die hoge cirkelzaag. Uitzonderingen zijn er kort in de shufflerock van Pictures of Life en het titellied.
Met opener Goin' Home kiest Trouble voor groovende hippiemetal. Midtempo klinkt "Love is in the air, flowers in her hair, your most passionate desires". Dat is jammer voor mij, met mijn voorkeur voor de doommetal van de heren. Alhoewel het gitaargeluid van Franklin en Rick Wartell uit duizenden herkenbaar is, mis ik het écht scherpe randje. Peace man.
Mijn favorieten zitten in de tweede helft, uitgezonderd de stoempende Sabbathiaanse track 2 Mindbender dat een betere opener was geweest, mede dankzij een prachtige gitaarsolo. Simple Mind Condition is als track 8 pas de eerste echt uptempo kraker; cover Ride the Sky is oorspronkelijk van Lucifer's Friend (1970, de groep van de latere Uriah Heepzanger John Lawton) en bevat een riff die me aan Judas Priests Exciter doet denken - en blazers! Die toeteren als in een James Bond film, het werk verrassend goed. Vast mede het werk van drummer Jeff Olson, die een studie filmmuziek op zijn cv heeft staan.
Lekker slepend is de riff van If I Only Had a Reason en het met sobere piano opgeluisterde, trage The Beginning of Sorrows is het verrassende en fraaie slot.
Sympathiek is dat voormalige drummer Barry Stern in het boekje met een R.I.P. wordt herdacht, te midden van zwart-wit afbeeldingen van schilderijen van Hieronymus Bosch en Pieter Breughel de Oudere. Het zou tevens de laatste zijn met Wagner, die zijn weg zou vervolgen met Blackfinger én The Skull en in 2021 kwam te overlijden; Olson en Robinson ontbreken eveneens op opvolger The Distortion Field, de eerste dook op bij The Skull samen met Ron Holzner, een andere voormalige bassist van Trouble.
Zoals MetalMike al constateerde, klopt de huidige trackvolgorde van MuMe niet. Ik zal dadelijk een correctie indienen en ondertussen speel ik cd 2 Live in Stockholm af.
» details » naar bericht » reageer
Die Radierer - Eisbären & Zitronen (1981) 3,0
4 februari, 18:53 uur
Die Radierer oftewel De Uitgummers, wortels in punk en afkomstig uit Limburg an der Lahn. In 1980 debuteerden ze op cassette met Live '80 (Muzik für Hier unt Heute), met Eisbären & Zitronen debuteren ze bij Zickzack, bekend van meer Neue Deutsche Welle, de albumtitel verwijzend naar twee van de nummers op het album. De groep had de wortels in punk, wat echter niet zozeer terugklinkt: het gaat hier niet om hard en boos. Wél kun je het merken aan de nodige korte lengtes van de nummers en wellicht ook de (goede) demokwaliteit van de opnames.
Alhoewel in opener Das Gelobte Land der Mathematik een scheurende gitaar klinkt, houdt de zang van Christian Bodenstein het vriendelijk. Charakterschwein is vrolijk en dansbaar, de titel laat merken dat er wel degelijk enig venijn klinkt.
Autobahn is een monotoon gezongen popnummer, Eisbär-Disco blijkt radiovriendelijke poprock. Het fluisterend gezongen Versteck Dich Nicht Im Kühlschrank (grappige titels zijn één van de kenmerken van Die Radierer) drijft op een funklick en aangezien deze de volle 4'44" wordt herhaald, is het ondanks een xylofoon wat monotoon. Pubertät is een live opgenomen nummer, hoekig en stevig.
Meer popfunk in Probleme, de zang maakt echter dat het radio-onvriendelijk is; en charmant! Langzaam is Automaten met als boodschap "...machen uns das Leben leicht". Het vrolijke Filmjury is vervolgens een euforisch gezongen minifilmsoundtrack waarin Johnny Cash wordt genoemd.
Gib Mir Zitrone is nerveus en uptempo, ontspanning volgt via het bij uitzondering lange Drogentod dat een wat weemoedige sfeer heeft en de diverse populaire drugs van die dagen langsgaat, met in het refrein een waarschuwing. Vergis ik me, of hoor ik hier muzikale invloed van Bowies Berlijntrilogie? In veertig seconden maakt Ob Es So met praatzang een einde aan de plaat.
Dankzij verzamelbox Punk! Pest! Pop! Sammelband 1978-1984 verschenen in 2017 enkele bonussen bij het album waarbij Batman, dat verklaart waarom deze superheld op de hoes is te zien.
Al met al: leuk, grappig, glimlachjes. Niet spectaculair maar zeker charmant. Mijn reis door new wave kwam van het Belgische 1000 Ohm en vervolgt bij het Engelse Ruts DC en hun Animal Now.
» details » naar bericht » reageer
Megadeth - Megadeth (2026) 4,0
2 februari, 22:42 uur
Van de Grote Vier (Amerikaanse thrashbands) van de jaren '80 was Megadeth voor mij altijd duidelijk de nummer 4. Van kwaliteit, zeker wel, maar ik miste echt spetterend werk, al staan er op ieder album steevast twee á drie lekkere nummers. De zang van Dave Mustaine vind ik niet zo spannend en te vaak vond ik het te langzaam - al is A Tout le Monde van Youthanasia een voorbeeld van hoe ik onverwachts werd gepakt door de kwaliteit.
Hierboven veel gemopper op Megadeth, voor mij geldt dat ik dit helemaal niet onaardig vind. Tipping Point en I Don't Care trappen lekker fel af, met Hey God?! geeft Mustaine ons een kijkje in zijn hart, Let There Be Shred is snel en okay, het (drum)intro van Made to Kill is robuust en de rest van het nummer ook, dat van Obey the Call juist gevoelig en dankzij de versnelling op 2/3 van het nummer redt het nummer het, van I Am War kan ik me voorstellen dat iemand aan de frontlinie in bijvoorbeeld Oekraïne de tekst opzuigt, The Last Note is indrukwekkend als afscheidslied en bonus Ride the Lightning evenaart niet het origineel maar is okay.
Sommige nummers noem ik niet, dat zijn de skiptracks. Maar overal lekker snelle gitaarsolo's en af en toe fraai akoestisch werk. De mannen hebben er goed over nagedacht en de productie is níet dichtgesmeerd: fijn!
Een krappe 8, vertaald in vier sterren.
» details » naar bericht » reageer
1000 Ohm - Anthology (2025) 3,5
2 februari, 22:23 uur
Na een korte tussenstop bij twee onbekendere singles van Ultravox' album Vienna brengt de new wave van 1981 mij bij het Belgische 1000 Ohm en single A.G.N.E.S. Toen ik mijn afspeellijsten maakte, was Anthology nog niet uit, inmiddels is het eenvoudig om meer werk van de groep te horen.
Een trio, bestaande uit Frank Van Bogaert, Koen Van Assche en Erwin Vermeulen dat hoorbaar is geïnspireerd door Kraftwerk en tegelijkertijd lonkt naar de dansvloer. A.G.N.E.S. was volgens website Minimal Wave Records een "worldwide hit". Ik herinner me daar niets van, dus vermoed ik de nodige gefantaseerde overdrijving, maar wie het beter weet mag me uiteraard corrigeren. Het zou in mei '81 zijn verschenen.
Soms kan muziek zovele jaren later soms onverwacht fris klinken en dat had ik wél met opener A.G.N.E.S.. Voor mij een obscuur maar aangenaam nummer, waarna ik de rest van het album geleidelijk wat eentonig vind worden. Dan zijn tijdgenoten als Orchestral Manoeuvres in the Dark, Yazoo of New Order spannender.
Tegelijkertijd zegt dat iets over mijn smaak en liefhebbers van dansbare digitale new wave / dark wave met af en toe een gitaartje moeten dit maar eens verkennen. Look Around bijvoorbeeld is een stuk vrolijker, melodieuzer en nog steeds aangenaam. Berlin 33 is met z'n diepe synths ook niet mis. De sax in Don't You Know onderstreept dat de groep steeds meer richting pop opschoof.
Fans kunnen de cd overigens bij de groep bestellen, het lijkt een fraai vormgegeven kunstwerkje te zijn.
Nog meer dan anders zijn reacties op mijn schrijven hartstikke welkom: misschien zijn er met dierbare herinneringen aan 1000 Ohm die veel meer weten? Hoe leuk zou het zijn als de echte liefhebber en/of ervaringsdeskundige hierop zijn/haar/hun licht doet schijnen!
Voor mijn volgende halte in het land van new wave ga ik naar Duitsland en Die Radierer met album Eisbären und Zitronen.
» details » naar bericht » reageer
Trouble - Plastic Green Head (1996) 4,0
1 februari, 18:03 uur
Fan van Trouble sinds 1985 (The Skull) deel ik de discografie van de groep in fases van drie albums in. Fase 1 1984-1987, Trouble/Psalm 9 - The Skull - Run to the Light: Bijbels-geïnspireerde teksten vol hoop in contrast met zware riffs en melodieuze gitaartwins. Muzikaal als een combinatie van Black Sabbath en de heavy kant van Judas Priest.
Fase 2 omvat Trouble, Manic Frustration en ten slotte dit Plastic Greenhead, waarop de katholieke verbeelding van zanger Eric Wagner uit diens teksten is verdwenen. Deze maakte plaats voor psychedelica, waarbij de invloed van rock van de jaren 1968-1971 zijn invloed in teksten én muziek doet gelden. De muziek blijft heavy, maar verschuift van hoekige hardrock met veel tempowisselingen naar eenvoudiger geconstrueerde hardrock.
Terug op de drumkruk op de laatste van deze drieslag is de man van de eerste albums Jeff Olson, die mogelijk ook de sobere toetsenpartijen op dit album verzorgde. De periode Def Jam/Rick Rubin is passé, welkom CEN-Bullet Proof/Vince Wojno.
Als puber was Trouble spoedig mijn favoriete groep, toen Plastic Greenhead elf jaar later verscheen was ik inmiddels vader van twee kinderen. 'Bambi' was de film die ik die jaren het meeste heb gezien terwijl luier op luier werd verschoond en menig beschuit-met-muisjes gesmeerd. Dit album kwam toen op mij over als een vrij ongeïnspireerde herhaling van zetten, al had ik enkele favorieten. De cd draaide ik zelden meer en heb ik weggegeven.
Inmiddels zit ie toch weer in de cd-speler, standje net-niet-burenruzie. Dit dankzij de heruitgave van Hammerheart, waar ik afgelopen najaar ook de overige ontbrekende albums bestelde. Hoe bevalt het dertig jaar later?
De productie is dik in orde, het schelle geluid van de voorganger is door producer Vince Wojno teruggezet naar mijn geliefde warme, heavy geluid.
De groep had inmiddels een lijntje met Nederland opgebouwd. Dat had mogelijk iets te maken met de wijze waarop ons landje coffeeshops faciliteerde, passend bij de psychedelische, blowgeïnspireerde teksten die Wagner inmiddels schreef. Hare Majesteit koningin Beatrix verschijnt zelfs in het cd-doosje met weedbladeren op de achtergrond. Executive producer is André Verhuysen van Aardschok/Dynamo Open Air en fotograaf is Toon van Esch. Dat het huidige label Hammerheart in Nederland resideert, heeft mogelijk met die historie te maken.
Qua teksten borduurt Wagner voort op Manic Frustration: graag wereldvrede voor iedereen, politici zijn stom en de dood is nooit ver weg. Ik vond het toen wat makkelijk en dat heb ik nog steeds.
Het echter vooral om de muziek (toch?) en wat dat betreft hoor ik vooral de psychedelische hardrock van de voorganger, met twee metalen uitzonderingen: Long Shadows Falling Down en Below Me. De hoes vermeldt ze als track 10 en 9, maar zijn ze als 9 en 10 in de cd gebrand. Grimmige riffs met vooral de eerste in de sfeer van Tony Iommi dankzij de drietoon. Wel vreemd dat de twee snelle tracks bij elkaar staan, één op de eerste helft was beter geweest voor de variatie.
Dat betekent dat ik voor de overige nummers de tempowisselingen van de eerste vier albums mis. Niet dat de rest niet goed is. Ze grooven vaak op machtige wijze zoals de vijf nummers op de eerste helft; het langzame Requiem is het langzame, droevige en pakkende vervolg op Memory's Garden van de vorige plaat, Porpoise Song (in 1968 geschreven door Carly Simon en haar toenmalige echtgenoot Gerry Goffin voor beatgroep The Monkees) is voor mij hét juweel van het album. Jammer dat het intro zo lang zo zacht blijft, de toetsen daarin zijn zo zóóó mooi in contrast met de gitaarmuren die daarna opduiken!
Walmend als een dikke, stoffige kaars gaat het album uit met Tomorrow Never Knows, oorspronkelijk van Lennon-McCartney. Mij te psychedelisch ingekleurd en een melodie die echt niet zo goed is als menigeen met deze componisten wil doen geloven.
Dan liever bonus Till the End of The Night, een nummer van Wagner met gitaristen Bruce Franklin en Rick Wartell, dat kennelijk het oorspronkelijke album niet haalde. Midtempo en prima.
Al met al een Trouble die enigszins op de automatische piloot de koers van Manic Frustration voortzet. Wie dat album als favoriet heeft, vindt hier meer in een - gelukkig! - smeuïge productie. Ik mis echter de metalen kant van de groep plus de eigenwijze tekstuele invalshoek van de eerste vier albums. Porpoise Song en Long Shadows Falling Down maken veel goed, Requiem en Below Me vergroten de afwisseling: vier sterren voor het totaal, op naar fase 3.
» details » naar bericht » reageer
