Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026
Jethro Tull - Bursting Out (1978) 5,0
Alternatieve titel: Jethro Tull Live, gisteren om 22:04 uur
Tien kaarsjes blies Jethro Tull in 1978 uit en dus was het tijd voor een liveplaat. Elf studioalbums bracht de groep uit in de periode 1968 - 1978, ieder jaar één, de laatste was Heavy Horses in april dat jaar. Die platen werden steevast gevolgd door een Engelse, Europese en Amerikaanse tour - in de VS waren ze nog populairder dan in eigen land.
Bovendien kwam in '72 de meer-dan-verzamelaar Living in the Past uit en in het toch al drukke 1978 ondersteunt de groep Maddy Prior op Woman in the Wings. Je zou je kunnen voorstellen dat de groep in 1979 een jaartje rust zou nemen en ter overbrugging deze livedubbelaar uitbracht. Maar nee, al in september '78 lag Bursting Out in de winkels en sterker nog, zelfs dit livealbum werd gevolgd door een tournee.
Opgenomen "somewhere in Europe", maar de introductie van Claude Nobs van het Montreux Jazz Festival verwijst naar Zwitserland, waarbij opnamen van andere concerten zijn gebruikt, onder meer in Duitsland. In de praatjes tussen de nummers door klinkt Anderson als een enigszins strenge en toch vriendelijke schoolmeester met ironie, onder andere een Amerikaanse groep concertgangers bedankend dat ze - net als Jethro Tull - zo ver van huis zijn.
Bursting Out biedt een fraaie dwarsdoorsnede van het oeuvre van de groep. Nooit eerder hoorde ik gitarist Martin Barre zó stevig soleren: hij kan zich in heavy opzicht meten met Tony Iommi. Maar ook in akoestisch opzicht laat hij zich gelden, net als frontman Ian Anderson op zang, fluit, saxofoon en wat hij nog meer heeft liggen. Op toetsen laten Dave Evans en voor de extra's David Palmer zich horen, bassist John Glaslock is de betrouwbare brug tussen drums en de andere muzikanten, waarbij Barrie Barlow weer eens een meer dan fantastisch drummer blijkt, diens tijd vooruit met snelle partijen op dubbele basdrum nog vóór Phil Taylor bij Motörhead hiervan zijn handelsmerk zou maken.
Muziek op het kruispunt van progrock, hardrock, folk en daarbij elementen uit jazz en klassieke muziek. Het is een enerverend geheel, waarbij de arrangementen nogal eens afwijken van wat op de studioplaten staat.
De uitgebreide heruitgave uit 2024 waarover Mssr Renard schreef, is ook op streaming te vinden en doet de verbazing over het vakmanschap, spelplezier en veelzijdigheid alleen nog maar groeien. Dit alles in een opnamekwaliteit om bij de likkebaarden.
In de jaren van voorheen waren er enkele bezettingswijzigingen geweest: al sinds het vertrek van drummer Clive Bunker in 1971 (die ging trouwen en minder van huis wilde zijn) was Ian Anderson het enige groepslid dat er vanaf het begin bij was. Noodgedwongen diende de volgende verandering zich aan voor de tournee bij Bursting Out: bassist John Glaslock was door hartproblemen verhinderd om mee te gaan en werd tijdelijk vervangen door Tony Williams.
Die kreeg de baspartijen aangeleerd van zijn maatje, Barrie Barlow. Deze neemt in zijn cottage nabij Blackpool alle partijen met Williams door, geholpen door een remix van Martin Barre waarbij de baspartijen naar voren waren gehaald, zo vertelt Scott Allen Nollen in zijn bandbio 'Jethro Tull: A history of the band, 1968-2001'.
Hierna wordt de set nog eens twee maanden lang grondig doorgenomen. Dat laatste is niet vreemd als je weet dat Barre zeer kritisch was op zijn eigen spel: al ten tijde van Thick as a Brick maakte hij bij ieder optreden fouten, zo vertelt hij in het boek; omdat de muziek zo ingewikkeld in elkaar zat...
» details » naar bericht » reageer
Telex - "Sex" (1981) 3,0
Alternatieve titel: Birds and Bees, gisteren om 18:30 uur
Op reis door new wave, bevind ik me in 1981. In welke maand de derde van Telex genaamd "Sex" verscheen, kon ik niet vinden. Wél is duidelijk dat de gebroeders Mael van het Amerikaanse Sparks meewerkten aan het album door het schrijven van teksten. Ze werden aan elkaar gekoppeld door een wederzijdse vriendin, synthpopzangeres Lio. De minimalistische aanpak van Telex wordt daardoor gecombineerd met rijkere teksten dan voorheen: voor Sparks is immers Engels de moedertaal.
Waar de Belgen meesters waren in het uitkleden van muziek (zoals de covers op de twee voorgangers bewezen, net als hun bijdrage aan het Eurovisie Songfestival Euro-Vision), hadden de Maeltjes zich in de jaren ervoor op dansbare synthpop gericht.
Ze vinden elkaar op een album vol ironie. Covers ontbreken deze mael, waarbij alle muziek werd geschreven door Michel Moers. Per album werd de "lulligheid" van de muziek minder en groeide de kwaliteit. Die betere muzikale aanpak maakt echter dat, ondanks de teksten, die plezante banaliteit wordt gemist.
De meeste muziek is kalmpjes uptempo, waarbij met Long Holiday schlagerachtige synthpop klinkt. Hoogtepunten zijn The Man with the Answer en Excercise Is Good for You. Met tapdans-showmuziek van slotnummer Sigmund Freud's Party weet de groep ouderwets aangenaam kitscherig te klinken.
In 1982 verscheen "Sex" op zowel de Britse als de Amerikaanse markt met de verhullende titel Birds and Bees. Nieuw is daarop Mata Hari, dat ik slechts via JijBuis kan vinden. Een prima nummer, in 1993 meegenomen op hun verzamelaar Belgium... One Point. De titel van die compilatie verwijst vol zelfspot naar hun gewenst-desastreuze deelname aan het Eurovisie Songfestival van 1980. Ook nieuw op Birds and Bees zijn L'Amour Toujours en het dansbare Dummy.
Roxy6, als fan van Sparks: heb je deze plaat (de Europese of UK/US-versie) in de kast? Mijn reis door new wave kwam vanaf de tweede X en vervolgt bij de gitaarwave van het Britse Josef K.
» details » naar bericht » reageer
X - Wild Gift (1981) 3,0
gisteren om 17:31 uur
De tweede van de Californische punkpioniers van X heet Wild Gift. Alhoewel (of doordat?) de opvolger van het prettige debuut eveneens door Ray Manzarek van The Doors is geproduceerd, maakt de muziek op Wild Gift een iets kalmere indruk. Alsof er meer tijd was om na te denken en minder werd gemikt op sec het punkpubliek.
In de twee berichten hierboven kan ik me goed vinden. "Lichtgewicht punkmuziek" en de vergelijking met de B-52's? Ja, ik hoor het, net als de mogelijke invloed op de dan nog niet bestaande Pixies. Exene Cervenka deelt weer de leadzang met bassist John Doe, waarbij in een dik half uur dertien nummers langskomen.
Dan sluit ik me ook aan bij de twee eerdere bijdragen wat betreft de kwaliteit van Wild Gift: het is niet zo spannend... De liedjes, riffs en melodieën, ze willen niet beklijven. Drie nummers springen er desondanks uit: het Ramonesaanse I'm Coming Over, Some Other Time en Back 2 the Base. Wellicht dat een ander meer kan met bijvoorbeeld de rockabillypunk van Beyond and Back?
Mijn reis door new wave kwam van de tweede van het Londense Landscape en van Los Angeles vlieg ik naar Brussel waar we het Belgische Telex tegenkomen in gezelschap van de twee Californische broers van Sparks.
» details » naar bericht » reageer
Landscape - From the Tea-Rooms of Mars... to the Hell-Holes of Uranus (1981) 3,5
gisteren om 17:10 uur
Het Londense Landscape begon in 1975 en, experimenterend met synthesizers, debuteerde men in 1979 met Landscape. Omdat ik op reis ben door het land van new wave, sla ik dat album in die context over: pop met jazzelementen, dit alles in de digitale wereld van toen. Met de opvolger werd new wave omarmd, waarbij de popelementen bleven.
Op From the Tea-Rooms of Mars .... to the Hell-Holes of Uranus (de titel ná de puntjes is te vinden op de achterzijde van de hoes) klinkt een groep die liefhebbers van Visage, Ultravox en de debuutplaten van Depeche Mode, Duran Duran, Spandau Ballet en Yazoo zal kunnen smaken. Landscape legt echter de nadruk op instrumentale muziek, al klinken hier en daar zang of andersoortige vocalen.
Niet dat alles even spannend is, zoals het ietwat tuttebollige Computer Person met z'n vocoder en bijna schlagerachtige melodie. Maar opener European Man en Shake the West Awake trappen het album fris af.
Vreemde eend in de bijt is Alpine Tragedy Sisters, waarvan het eerste deel als goedkope muziek bij een tv-serie uit 1981 klinkt, om vervolgens te versnellen en z'n eigen ding te doen.
Landscape heeft een wat conservatievere aanpak dan de namen die ik zojuist noemde, maar weet toch te verrassen. Dat gebeurt eveneens in Face of the 80's, dat na een ietwat kitscherige eerste helft door het gezongen tweede deel toch indruk maakt. Via Einstein a Go-Go sluit Landscape weer aan bij andere namen uit die tijd. En inderdaad, #5 in de Britse hitlijst in april 1981. Net als in Norman Bates, als verkorte single #40 in juni dat jaar.
Zoals genoemd zijn er soms overeenkomsten met film- of tv-muziek, nadrukkelijk in de sfeer van die tijd. De heren durven zelfs langdurig met absurdisme te eindigen; het titelnummer duurt een dikke zeven minuten.
In mijn reis door new wave bevind ik me momenteel in 1981. Vorige halte was het verrassende The Pop Theory van Klang, het vervolg is bij de tweede van de punks uit Los Angeles genaamd X.
» details » naar bericht » reageer
Klang - The Pop Theory (1981) 4,0
gisteren om 16:08 uur
(Nog?) niet op mijn streamingplatform te vinden, wel op YouTube is het debuut van het Brusselse Klang, de groep rond Klaus Klang. Deze Claude Ongena begon in het slechts enkele maanden actieve X-Pulsion, een punkgroep uit zijn woonplaats (1977-1978) en koos met Klang voor een veel melodieuzer koers. Daarvan getuigt The Pop Theory, verschenen bij het Nederlandse label Back Door en grotendeels opgenomen in de Hilversumse Wisseloord Studios.
Daarop klinkt energieke, popachtige new wave met de nodige echo's van David Bowie en Steve Harley & Cockney Rebel. Overwegend een uptempo album, is ballade Angry Young Men een uitzondering. Het heeft weg van een All the Young Dudes van Mott the Hoople, geschreven door Bowie. In Beat It past Klang ska in de muziek.
Sterke melodieën dito composities doen me alweer verbaasd afvragen waarom ik deze groep alleen van naam kende. Zo is er de sterke opener van kant 2 Virgins and I, in de sfeer van Steve Harley, oftewel de kwaliteitspop die aan new wave vooraf ging. Er zit iets klaaglijks in de uitbundige zang van Klaus Klang, die ook slaggitaar en enige toetsen speelde én verantwoordelijk was voor de hoes, met Robert Frankson als gitarist, broer Kurt als bassist en Denis Rufin op de drumkruk.
Een vleugje punk op de wijze van The Adverts in het pakkende I Wish You'd Call Me a Red, een nummer dat drie jaar eerder geknipt was geweest voor de Britse hitlijst. Met de reggae van Wailing in the Moonlight is er de associatie met Ian Dury & The Blockheads. Music for the East is het tweede buitenbeentje op de plaat met vooral ingetogen piano en zang.
En is het Engels hier tenenkrommend? Ach, Britten uit Wales zingen ook anders dan zij die in plat Londens zingen of over een sterk Schotse tongval beschikken. Nee hoor, de afwisseling, energie en composities maken dat ik oprecht enthousiast ben over The Pop Theory.
Ik beluister de albums achter mijn afspeellijsten met losse nummers uit de new wave. Helaas moet afwachten of dit album op streaming komt. Mijn reis door wave kwam van het donderende EP-debuut van Red Zebra, ik vervolg bij het Britse Landscape dat net als Klang in februari 1981 debuteerde, in hun geval met From the Tea-Rooms of Mars... to the Hell-Holes of Uranus.
» details » naar bericht » reageer
Red Zebra - Bastogne (1981) 4,0
gisteren om 15:44 uur
Donderende drums met dito baslijnen, fladderende gitaarpartijen als spreeuwenzwermen, holle zang... Deze kaaskop van boven de grote rivieren kende Red Zebra slechts van naam, door deze EP Bastogne betreur ik dat het 45 jaar - vijf-en-veertig! - daarbij bleef.
Zoals hierboven werd genoteerd, "in een vlijmscherpe productie van TC Matic-gitarist Jean-Marie Aerts." Alsof niet hij maar Martin Hannett in Londen met de Bruggenaren in een opnamekot bivakkeerde. Associaties met zowel Joy Division (de wilde nummers) en Echo and the Bunnymen (de kalmere delen). Vijf sterke liedjes met The Art of Conversation als mijn favoriet.
Na de start met het felle, instrumentale titelnummer volgt The Ultimate Stranger dat evenzo voortdendert. Hierbij valt de jongensachtige zang van Peter Slabbynck op, inclusief een kleine rafel in zijn stem. In slotlied Man Comes from Ape imiteert hij bovendien blaffende apen.
Is er iemand die weet hoe het komt dat Bastogne 43 jaar later alsnog in de Vlaamse albumlijst kwam, zomaar tussen tussen Lana del Rey en Zwangere Guy? In ieder geval omdat het toen opnieuw verscheen, zij het deze keer als volledig album met elf nummers, waarvan kant B "live at Jeugdhuis LODEJO, 1994".
Ik ben op reis door new wave, mijn vorige halte was in juni 1981 toen You van Scooter een hit werd. Volgende halte is The Pop Theory van het Brusselse Klang.
» details » naar bericht » reageer
Scooter - One by One (1981) 4,0
afgelopen zaterdag om 14:20 uur
Op reis door new wave wilde ik juli 1981 afronden, toen ik op het forum BELPOP (the fradzler files) stuitte. Daarbij ook de nodige wave en dus kon ik niet anders doen dan een inhaalslagje maken. Zie hier wat in 2009 in het genoemde forum over dit album werd geschreven.
Met One by One van Scooter ben ik terug in '81. Dit is dus een andere Scooter dan die happy hardcore-act. Deze Scooter kwam uit Antwerpen en biedt new wave op de rand van pop.
Blijkens website Ultratop betrad single You in juni dat jaar de Vlaamse hitlijsten om in juli op #18 te pieken. Een echte zomerhit dus.
Maar eigenlijk zijn alle nummers wel gemaakt voor radio dankzij pakkende melodieën en koortjes. In Easy gaat het richting powerpop, inclusief een orgel op z'n Stranglers'. Slechts éénmaal heb ik een 'mwah-beleving' en wel bij Beatlescover Eight Days a Week; hun eigen liedjes zijn spannender. Zo grijpt Beggars Can't Be Choosers de luisteraar meteen bij de oren dankzij gitaarwerk en toetsen.
New wave is een containerbegrip. In All You Gotta Do hoor ik echo's van Steely Dan, een heel ander muzikaal vat. En toch, in de korte en puntige aanpak van Scooter past het wonderwel. Perfect popliedje, waarna met felle drumslagen in Peppermint Girl energiek wordt afgesloten.
Mijn reis door new wave kwam van de tweede van Jo Lemaire + Flouze en vervolgt bij de debuut-EP van Red Zebra uit Brugge.
» details » naar bericht » reageer
Maddy Prior - Woman in the Wings (1978) 4,0
afgelopen zaterdag om 13:30 uur
Het solodebuut van Maddy Prior, sinds 1970 te horen bij Steeleye Span. Daarbij valt op de grote bemoeienis van de groep Jethro Tull bij deze elpee. De productie werd gedaan door hun frontman Ian Anderson die ook dwarsfluit speelt op Gutter Geese en een enkele keer (Rollercoaster) op achtergrondzang is te horen, Martin Barre speelde de gitaarsolo op Cold Flame, toetsenist David Palmer is te horen op Woman in the Wings en Mother and Child, bassist John Glascock begeleidt op vier nummers en drummer Barrie Barlow op zeven.
Tegelijkertijd geldt dat ook zonder het spelletje 'Wie is te horen op welk nummer?' dit simpelweg een zeer aangenaam album is . Minder folk dan bij Steeleye Span, in plaats daarvan meer pop. Het is echter altijd de stem van Prior die de sfeer bepaalt.
En zo volgt nummer na nummer met aangename muziek in zeer warme sfeer. Zoals een vriend van me zou zeggen: 'Ik ruik meteen het brood dat mijn moeder bakte en dat we nog warm met basterdsuiker bestrooiden en opaten.' Knusse huiselijkheid als versgebakken brood.
Uiteraard schemert folk wél door, het blijft de herkenbare stem van Steeleye Span. Op Woman in the Wings grijpt ze echter geleidelijk steeds meer de kans om buiten die kaders te zingen. De strijkers in Rollercoaster maken bijvoorbeeld dat een "Amerikaans" orkestgeluid ontstaat, geschikt voor de FM-radio van die tijd met kwaliteitspop en -rock.
Op kant 2 wordt het qua muzikale kleuren breder. Mooi zijn de subtiele blazers in Long Shadows, buitenbeentje is de swingjazz van I Told you So, halverwege kant 2. De wiegende 6/8 maat van Rosettes nodigt uit tot dansen, een vleugje reggae (!) in Catseyes (op Jethro Tulls Heavy Horses uit datzelfde 1978 speelde dat dier ook al een rol) en zowaar nóg eens jazzswing in afsluiter Baggy Pants, waar Shona Anderson, echtgenote van Ian, achtergrondzang doet. In het nummer een brassgroep voor extra swing; inspireerde de titel de groep Madness niet veel later voor een bijna gelijknamig nummer? Vast niet, maar kennelijk was er iets met drollenvangerbroeken die terugkeerden in liedjes.
Mag ik potjandosie eens vragen om hier bij gelegenheid zijn tanden in te zetten? Net als in het oeuvre van Steeleye Span?
» details » naar bericht » reageer
Jo Lemaire + Flouze - Precious Time (1980) 3,5
afgelopen donderdag om 18:45 uur
New wave in 1980. Op mijn afspeellijst staat onder meer mijn vorige halte Machiavel met hun vierde album genaamd New Lines dat wordt vertegenwoordigd met Fly, waarna Computerstaat van Abwärts komt en dan titelnummer Precious Time van deze tweede van Jo Lemaire + Flouze.
Die klinkt anders dan hun debuut. Gitaren zijn minder prominent, net als de saxofoon. In plaats daarvan een wat koelere sfeer, minder uitbundig, wat wordt benadrukt door een grotere invloed voor toetsen en synthesizers plus de vaak slappende bas van Ferdinand Philippot. Maar nog altijd hartstikke new wave.
Dat werkt goed in opener Precious Time, alsof we hier al dat fijne bandje Altered Images horen. Maar die debuteerden het jaar erna. The Happy Song is meer van de funk, het felle The Code drijft op een bijtende gitaar. Het kalmere Hands and Words pakt minder, Till the Fall sluit echter sterk én onderkoeld af dankzij toetsen en cleane gitaar.
Bij de zang van Jo Lemaire en de muziek van Flouze in Freudian Slips denk ik aan het vroege werk van The Pretenders, Far Cry heeft weer een aangename koele sfeer om wat heftiger in Siouxsiesfeer te eindigen. Twee vergelijkingen in één zin, tegelijkertijd benadruk ik de eigen plek van Lemaire en haar Flouzemannen.
Punkachtig gitaarwerk en een stuiterende saxofoon in Family Cell, pop in No Tears Allowed met scheurende gitaar in het refrein. Dankzij het midtempo Wake Up keert ten slotte funk terug met veel slappende basgitaar.
Alles bij elkaar is dit een album dat nog altijd fris en gevarieerd klinkt. Volgende halte in het land van new wave is van het eveneens Belgische Scooter. Nee, níet de Duitse happy hardcore-act!
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Heavy Horses (1978) 4,0
afgelopen donderdag om 17:27 uur
In 1978 was deze jonge puber inmiddels heel erg van de radio en ontstond langzamerhand een voorkeur voor snelle liedjes, liefst met scheurende gitaar. Van een groep als Jethro Tull had ik geen benul. Wellicht dat ik de hoes van Heavy Horses wel eens voorbij heb zien komen; mijn ouders hadden de driemaandelijkse catalogus van Boek en Plaat, mogelijk stond hij daarin. Áls dat zo was, was de foto van een bebaarde man met in bruin pak, mal hoedje op het hoofd en twee paarden aan de handen me niet aantrekkelijk voorgekomen.
Toen ik in 2014 door de discografie van de groep heenging, ontdekte ik echter dat er met Acres Wild, Moths en Rover drie appetijtelijke liedjes op staan. De bijzondere combinatie van progrock en folk, de ingewikkelde maatsoorten, akkoordenreeksen en overgangen in combinatie met folkelementen als mandoline en viool (de laatste van gastmuzikant Darryl Way) maakt dat Jethro Tull een unieke plek inneemt.
Inmiddels blijkt opener ...And the Mouse Police Never Sleeps een groeidiamantje, zeker met die extatische climax. Geldt tevens voor One Brown Mouse, titellied Heavy Horses met z'n strijkers en de progfolk van Weathercock: lekker tot onweerstaanbaar. Muziek die bij het klimmen van de jaren steeds beter bevalt.
Heeft Scott Allen Nollen in zijn groepsbio uit 2002 nog leuke details? Uiteraard. Zo lees ik dat frontman Ian Anderson in aanloop naar Heavy Horses in zuid-Londen studio Maison Rouge bouwde en dat de groep zangeres Maddy Prior van Steeleye Span begeleidde op haar soloplaat Woman in the Wings.
In een interview vertelde Anderson: "I don't listen to music", "My whole record collection consists of twenty or thirty albums" en "Beethoven is my only idol".
Hij beschreef destijds de elpee als "Songs from the Wood, Part II, plus a little more Jethro Tull." In 1993 was hij minder positief: "Songs from the wood had the fun, the humor. (...) Heavy Horses is missing that warmth." Is dát wat me opvalt aan de zang? Hij klinkt af en toe onnodig venijnig, met een ietwat geforceerd rauw randje in de stem. Al is dat in contrast met de akoestische gitaren van Martin Barre en hemzelf nog altijd okay.
Bassist John Glaslock voelde zich steeds vaker onwel. Diens vriendin sleurde hem, terug van tournee in Groot-Brittannië, met grote haast naar het ziekenhuis. Het bleek dat een verwaarloosde tandontsteking voor problemen bij een toch al zwakke hartklep had gezorgd, een erfelijke aandoening. Hij onderging onmiddellijk een openhartoperatie.
Verscheen Heavy Horses in april 1978, al in september volgde Bursting Out: Live.
» details » naar bericht » reageer
Machiavel - New Lines (1980) 4,0
afgelopen woensdag om 18:31 uur
New Lines, new wave uit Brussel. Vorig jaar zomer kwam ik in het Belgische Doornik/Tournai, Franstalig nabij de Westhoek en het Franse Lille, in de lokale platenzaak enkele elpees van Machiavel tegen. Ik kende ze niet maar nam op goed geluk de opvolger van dit New Lines uit 1980 mee. Daarop klinkt onder meer adult oriented rock en toen ik in de geschiedenis van de groep dook, bleek men een avontuurlijke koers te hebben gevaren.
Machiavel debuteert in 1976 met Machiavel en net als op de twee albums die volgden, klinkt daar symfonische rock. In 1979 wordt met Urban Games echter voor compactere nummers gekozen en als twee groepsleden plaatsmaken voor anderen, volgt in 1980 via New Lines stevige new wave. Geproduceerd door Dany Lademacher van Herman Brood & His Wild Romance. Het album kon ik niet in zijn geheel op streaming vinden, maar enkele nummers belandden op Anthology, dat daar wel staat.
Radiohit Fly is lekker stevig en uptempo, Lying World is eveneens uptempo en heeft tegelijkertijd weg van de kalmere zijde van The Police, in Relax reggaepop en slapt de basgitaar, Playboy is midtempo, stevig met hoge uithalen in de zang van Mario Guccio.
Voor de overige nummers brengt YouTube uitkomst. Stevige gitaren in Champagne in Amsterdam, Memories is eveneens vlot maar met uitwaaierend gitaarspel, Turn Off rockt stevig alsof we de Groningse New Adventures horen, eveneens een groep op de rand van rock en wave.
Echo's van The Police in A Life, niet online en dus vooralsnog onbekend blijft So Clear, slotlied Fade Away bouwt kalm op naar een stevig slot. Van Fly vond ik op JijBuis de videoclip.
Een groep met diverse invloeden die de luisteraar die al te zeer in muzikale hokjes denkt in verwarring zouden kunnen brengen. Want wat voor stijl is dit nou? Ach, wave in diverse smaakjes, denk ik dan. Stond deze ook in de platenzaak in Tournai? Zo ja, dan had ik 'm moeten meenemen. De opvolger is eveneens prima maar weer anders in stijl. David Bowie was een kameleon en deze Walen konden er ook wat van.
Machiavel bestaat overigens nog steeds en bracht tot dusver 13 albums uit, verzamelaars en liveplaten niet meegerekend. De laatste verscheen in 2022 en heet Phoenix.
Ik ben op reis door new wave en maak een inhaalslag met gemiste albums van Belgische origine. De vorige halte was het debuut van Jo Lemaire + Flouze en de volgende halte is eveneens van die groep: op naar hun tweede album genaamd Precious Time.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Songs from the Wood (1977) 4,5
Alternatieve titel: Jethro Tull with Kitchen Prose, Gutter Rhymes and Divers Songs from the Wood, afgelopen woensdag om 16:58 uur
Na een uitgebreide rustpauze keerde Jethro Tull in 1977 terug. De haren korter dan voorheen poseert Ian Anderson op de hoes van Songs from the Wood. Als laatste Tullenaar was hij verhuisd van Londen naar het platteland. Maar dan niet naar een dorp, nee, meteen naar een boerderij ten westen van Londen, zo vertelt de bandbiografie van Scott Allen Nollen uit 2002.
Anders dan voorheen liet hij compositorische inbreng van anderen toe: "I deliberately would leave the studio and let them come up with some arrangements and ideas." Iets wat eigenlijk alleen eerder het geval was op Thick as a Brick.
Samen met de landelijke omgeving waar hij nu woonde, leidde dat tot een album waar de folkinvloed groter is dan ooit tevoren.
Bij het woord 'folk' keken de heren overigens vaak vies. Dit vanwege de associatie met de "1960s American coffeehouse style of bad singing and even worse musicianship." Op Songs from the Wood wordt echter op eigenzinnige wijze geput uit de Britse folkhistorie, ook wat betreft thematiek. Hunting Girl en de latere bonustrack Beltane bijvoorbeeld hebben seksuele connotaties, verwijzend naar het Keltische zomerfeest waarbij meisjes zich in het open veld aan een man mochten aanbieden - zo vertelt althans de overlevering. De oude bronnen werden gegoten in groot muzikaal vakmanschap: opnieuw klinkt vaak gecompliceerd werk.
Toen ik in 2014 de discografie van Jethro Tull langsging, belandde menig nummer op mijn afspeellijst: naast het titelnummer Cup of Wonder (dat het tot single schopte aan beide zijden van de oceaan, aldus Nollen), kerstlied Ring Out, Solstice Bells met daarin buisklokken, het aan Renaissancemuziek herinnerende Velvet Green en het eveneens op single verschenen The Whistler, een kruising tussen oude folk en marsmuziek, dat op de B-kant de non-albumtrack Strip Cartoon kreeg.
Inmiddels landen ook goed de stevige progrock met barokke toetsenpartijen van Hunting Girl en Pibroch (Cap in Hand), ongetwijfeld de inbreng van toetsenist John Evans, die ondanks zijn verminderde belangstelling voor rock nog altijd bij de groep bleef. En anders is die invloed het werk van David Palmer, die deze keer een portatief, een draagbaar pijporgel meenam.
Het album en bijbehorende uitgebreide tour door het VK, het Europese continent en de VS brachten Jethro Tull terug naar de absolute top, waar de vorige albums en tournees soms tekort schoten. In de setlist keerde folkgeoriënteerd materiaal van voorheen terug in de setlist: Skating Away, To Cry You a Song, Minstrel in the Gallery, Cross-Eyed Mary en Backdoor Angels.
Eenmaal terug thuis, koopt Anderson de 15.300 hectare van Strathaird Estate op Isle of Skye. Zijn nieuwe buren protesteerden aanvankelijk, want wat moet zo'n rockster hier? Maar hij begint er een zalmboerderij en bouwt geleidelijk een goede band met hen op, geholpen door het feit dat zijn boerderij banen voor de regio brengt.
» details » naar bericht » reageer
Jo Lemaire + Flouze - Jo Lemaire + Flouze (1979) 3,5
afgelopen woensdag om 00:13 uur
Jo Lemaire, dat bleek de dame achter het mysterieus klinkende Je suis venue te dire que je m’en vais, een hit in 1981. Een liedje dat ik vergat, in de jaren '90 herontdekte en als ik het dan hoorde, kreeg ik prompt zin in zomervakantie. Ik wist alleen niet meer wie dat was, laat staan hoe het nummer heette. In het pre-internettijdperk moest je het hebben van laten horen aan anderen en navraag doen. Pas via internet, zo rond 1999 (Windows 98 weet u nog, mijn eerste pc), kwam ik erachter.
De Jo Lemaire van debuut Jo Lemaire + Flouze maakt echter muziek in andere sferen. Ik kan ter vergelijking allerlei namen van tijdgenotes noemen, het vaakst denk ik aan Nina Hagen. Pittige gitaren, veel ruimte voor saxofoon en verder piano, felle Engelstalige zang en meestal uptempo. Jaaaaa, lekker!
Ze was jong gehuwd en haar toenmalige echtgenote Philippe Depireux is de drummer. Flouze telde nóg eens vier muzikanten: gitarist en tevens klarinettist Attilio Bortolin, gitarist Daniel François, saxofonist en pianist is Giovanni Bortolin, de bassist heet Marc Santkin.
Met de diverse instrumenten en vrolijke new wave creëerde het zestal een fris debuut. Zoals vaker word ik vooral enthousiast van het uptempo werk: Running Time en Big Buick Boogie op kant 1 en het aangenaam nerveuze Keep Step op kant 2.
Afwijkend zijn het Italiaanstalige en zomerse popliedje Tintarella di Luna met het meep-meep van cartoonfiguur Roadrunner erin, plus het kalmere Something's Gonna Change. De saxofoon geeft de muziek af en toe de sfeer van het wilde Roxy Music van enkele jaren eerder.
De groep uit de regio Namen in Wallonië kwam in 1980 met een non-albumnummer op de wijdverspreide verzamelaar Get Sprouts.
Mijn reis door new wave kwam van de tweede van Telex uit 1980. In datzelfde jaar schakelde de groep Machiavel op hun vierde langspeler over op wave, getuige album New Lines.
» details » naar bericht » reageer
Status Quo - Greatest Hits and More (1999) 3,5
10 maart, 23:14 uur
Status Quo heeft bij mij tweemaal een renaissance doorgemaakt. Dat besef ik pas nu ik jullie epistels over deze Greatest Hits lees.
Aanvankelijk (vanaf 1977) één van mijn favoriete groepen, werd ik later door het metalvirus gegrepen en kwam Quo steeds meer op de achtergrond, mede omdat de groep steeds meer de popkant opging.
Renaissance 1 kwam door deze verzamelaar. In aanloop daarnaartoe hoorde ik in '94 I Didn't Mean It op de radio, maart '99 haalde The Way It Goes zelfs de hitparade en dat vond ik warempel wel geinig. Rond diezelfde tijd verscheen Greatest Hits, waar dat laatste nummer trouwens niet op is meegenomen: te nieuw. De compilatie stond voor een vrij lage prijs in de bakken van de Free Record Shop en al zat ik in die dagen financieel krap, ik heb 'm toch gekocht.
Het was hier en daar een feest van herkenning, andere momenten wist ik weer waarom ik was afgehaakt. Maar Slow Train kende ik nog niet, dat werd onmiddellijk een favoriet. Hm, moest ik toch eens in hun oudere werk duiken van vóór '77, zoals ook Softer Ride op cd 2 bewees. Zo kocht ik in diezelfde tijd op een vrijmarkt Blue for You met de poster er nog in.
Renaissance 2 kwam toen internet en YouTube gemeengoed waren geworden, terwijl kinderen en andere besognes minder aandacht vroegen. Via MusicMeter las ik over de albums die ik nog niet kende en bepaalde wat mogelijk mijn favoriete nummers waren om op cd te branden - "pindakazen" heette dat proces hier op MuMe. Dat vond ik een handige site, waarbij ik ontdekte dat vielips smaak ontzettend met de mijne overeenkwam: op zijn mening kon ik bouwen.
Langzamerhand herleefde mijn liefde voor Quo en nu we zo'n zestien jaar verder zijn, heb ik het meeste werk van de groep in huis staan. Komende april hoop ik Francis Rossi solo te zien en mijn favoriete Nederlandse band is Status Quotes. Er zijn talloze liedjes en namen en groepen en stijlen die ik óók leuk vind, maar Quo hoort bij mijn eerste favorieten - nadat ik de fase Boney M en Smokie achter me had gelaten!
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Too Old to Rock 'N' Roll: Too Young to Die! (1976) 3,5
10 maart, 21:44 uur
Alhoewel het geluid van Jethro Tull herkenbaar is, dwingt Ian Anderson zichzelf en zijn groepsleden om de muziek per album te doen evolueren. Niet omdat het moet: ideeën komen simpelweg boven en brengen vanzelf nieuwe dingen.
Zoals op Too Old to Rock 'N' Roll: Too Young to Die! nadat hij rond Kerstmis 1975 tijdens een vakantie in Zwitserland het titelnummer schrijft. Hij laat dit aan dirigent en arrangeur David Palmer horen, met wie hij op de twee laatste Tulls samenwerkte. Zo ontstaat het idee voor een volgende conceptplaat, in dit geval over een ouder wordende popster.
Bij verschijnen wordt onmiddellijk aangenomen dat het verhaal over Ray Lomas autobiografisch is. Geen wonder met Andersons persoon op de felgele hoes. Maar nee, dit is fictie, zoals het fraaie stripverhaal aan de binnenzijde van de klaphoes toont. In een tekenstijl die me doet denken aan die van Nederlander Hans Kresse, bekend van Eric de Noorman.
Het zal schrikken zijn geweest voor menig fan van Jethro Tull. Nooit tevoren klonken zoveel pop- en bluesinvloeden. Nu ja, op het debuut zat ook veel blues, zij het anders dan hier. Al is het nog niet zo ver op opener Quizz Kid en het sterkere Crazed Institution. En Salamander blijkt een prachtig akoestisch juweeltje.
Maar dan. Vertelde Anderson bij voorganger Minstrel in the Gallery dat hij inmiddels de blues verre van Jethro Tull houdt, bij het luide Taxi Grab klinkt juist die muziek sterk door. De bijdragen op mondharmonica zijn nota bene van hemzelf!
In het kalme From a Deadbeat to an Old Greaser klinken strijkers en saxofoon op een wijze die liefhebbers van Al Stewart zal bevallen; mij zeker. Vervolgens akoestische blues in Bad-Eyed and Loveless, kant 1 afsluitend.
Big Dipper brengt het bekende geluid van de groep maar pakt me niet, Too Old to Rock 'N' Roll: Too Young to Die! heeft een showorkestachtig arrangement - op z'n Tulls hè... Toch liever het hypnotiserende Pied Piper, dat groeit bij vaker afspelen. The Chequered Flag (Dead or Alive) sluit de plaat grotendeels dromerig af.
Vertelt bandbio 'Jethro Tull' van Scott Allen Nollen nog leuke details? Zeker wel, ik houd het echter kort: nieuwe bassist was John Glascock, Maddy Prior van Steeleye Span is op achtergrondzang te horen en in de categorie shownieuws, passend bij het thema van dit album: onderweg in de VS ontwaarde gitarist Martin Barre een schone dame op het vliegveld van Jackson, Mississippi. Hij geeft haar een kaartje met backstagepas voor het concert die avond, "an unsual move for the reserved and gentlemanly Martin". Het jaar erop trouwt hij met deze Julie Weems!
» details » naar bericht » reageer
Telex - Neurovision (1980) 3,5
10 maart, 21:09 uur
De tweede Telex. De drie heren lijken iets serieuzer in de wedstrijd te zitten, want halfslachtige covers zoals die op mijn vorige station in newwaveland, het debuut van Telex, ontbreken. Wél een geslaagde cover, waarover dadelijk meer.
Eveneens in 1980 verscheen compilatie Get Sprouts, waar het nodige uit de borrelende nieuwe golf uit België is te horen. Daarbij enkele namen die later daadwerkelijk doorbraken. In het MuMe-forum Belpop (the fradzler files) vond ik daarvan deze recensie. Aanbevolen, al is het maar omdat ik zo op het spoor van Telex kwam.
Telex is dan al toe aan z'n tweede langspeler. Op Neurovision klinkt meestal eigen werk, in sfeer en tempo's afwisselend. De verrassing van het debuut mag er af zijn, het klonk in die tijd absoluut vernieuwend. Dan Lacksman, Michel Moers en Marc Moulin slagen er goed in om digitale geluiden om te zetten in toegankelijke popliedjes. De teksten mogen er ook zijn: is het gemeend of ironie? In ieder geval zijn het minibeschouwingen op de wereld inclusief het persoonlijke leven. Alsof je in de spiegel van het dagelijkse bestaan van 1980 kijkt, want de synthesizers van toen zijn immers allang hartstikke vintage. Maar laat vintage in deze tijd van duurzaamheid en een circulaire samenleving juist helemaal trendy zijn!
Ironie kreeg de bovenhand toen omroep RTBF het trio afvaardigde naar het Eurovisie Songfestival 1980. In maart dat jaar verscheen single Euro-Vision op single. Of het in België een hit werd, kon ik niet vinden, wél deze volstrekt droogkloterige tv-beelden van het optreden. En dat in een tijd dat het liedjesfestival nog vooral voor serieuze liedjesmakers was. Temidden van deze sfeer is hetgeen Telex brengt een absurdistische tegenstoot, ondersteund door een simplistische "choreografie". Naar verluidt hadden de heren als doel om als laatste te eindigen, waar liedje en optreden echter te goed voor bleken. Telex werd daarmee een grappige voetnoot in de geschiedenis van het festival.
En verder resteert een aangenaam album. Favorieten zijn We Are All Getting Old dat lekker uptempo aftrapt, de ode aan de tijd in My Time is bedachtzamer maar "the best there's ever been", Tour de France is níet dezelfde als die van Kraftwerk maar wel vrolijk.
Kant 2 start met de geslaagde cover Dance to the Music van Sly & The Family Stone wat in Brussel een gortdroog jasje kreeg aangemeten, Réalité bevat een warme groove, in slotlied En Route vers de Nouvelles Avontures zit een vleugje soul verstopt en keert de vocoder terug.
Ook opvallend is de fraaie hoes van Eddy Flippo en Ever Meulen; grafische kunstwerkjes in de stijl van Hergé's klare lijn - net als de muziek geüpdatet naar 1980. In 1993 verscheen een uitgebreide cd-versie, de versie die ik op streaming aantrof heeft de volgorde van het album omgegooid. Helaas.
Ik ben op reis door new wave en beluister de albums achter de losse nummers op mijn afspeellijsten. Regelmatig ontdek ik een album en artiest te hebben gemist, zoals met Telex gebeurde. Opnieuw ga ik terug naar 1979, naar het nog altijd frisse debuut van Jo Lemaire + Flouze.
» details » naar bericht » reageer
Telex - Looking for Saint Tropez (1979) 3,5
10 maart, 18:51 uur
Goedenavond, welkom bij 'Tussen kunst en kitsch'. Ook vanavond ontvangen wij mensen die mogelijk een waardevol kunstvoorwerp in huis hebben. Onze deskundigen zullen beoordelen of het kunst dan wel kitsch betreft.
Mevrouw De Bruyckere, wat heeft u meegenomen?
'Een elpee uit 1979 van de groep Telex met de titel Looking for Saint Tropez. Deze heb ik geërfd van mijn vader, die er destijds op menig feestje zijn beste dansbewegingen heeft getoond. Ik vind het aparte muziek en wilde weleens weten of het wat waard is.'
Aha, duidelijk! Aan mijn andere zijde staat Roger De Vlaeminck, kenner van de betere new wave uit die tijd. Kunt u uw licht hierover doen schijnen?
'Maar natuurlijk... Op de hoes zien we een testbeeld, zoals dat toentertijd op tv werd getoond als er geen uitzending was. Handig om te controleren of uw televisie het goed deed. Het geeft aan dat Telex een groep van zijn tijd was. De groep bestond uit Brusselaren Dan Lacksman, Michel Moers en Marc Moulin. Misschien ook leuk om te vertellen is dat ze een jaar later België zouden vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival.
Nu moet u weten dat ze zichzelf niet al te serieus namen en tegelijkertijd een logische volgende stap waren op de veel ernstiger heren van het Duitse Kraftwerk. Dat betekent dat er werd geëxperimenteerd met synthesizers.
'Is dit kunst?' vroeg u mij. 'Wat is kunst?' stel ik als wedervraag, om een liedje van Noordkaap te citeren. De groep zoekt én vindt een bepaald soort lulligheid die echter wonderwel werkt. Behalve op de twee covers, te weten Ça Plane Pour Moi van Plastic Bertrand en Rock Around the Clock van Bill Haley, al blijft het grappig om eens te horen hoe deze twee liedjes compleet zijn verbouwd in het primitieve synthesizerjasje van 1979 plus een vocoder.
De eigen nummers mogen er echter zijn. Men zingt zowel Frans- als Engelstalig en er is de nodige variatie in de sfeer van de nummers. Vaak dansbaar, Moskow Diskow was een ware culthit. Soms lounge zoals het korte Café de la Jungle en het snelle Something to Say lijkt warempel wel een voorproefje van de latere house. Om uw vraag te beantwoorden: ja, dit is kunst.
Dát is fijn, óók voor mevrouw De Bruyckere! Dan willen zij en onze kijkers uiteraard ook weten wat deze plaat waard is?!
'Wel, momenteel moet u op platenmarkten, al dan niet online, rekenen op een prijs tussen de 13 en 75 euro. De muziek heeft namelijk een cultstatus verkregen en geldt als een mijlpaal in de Belpop.'
Tot zover deze uitzending. Bedankt voor het kijken!
(Ik ben op reis door new wave. Mijn vorige halte was een qua wavegehalte mislukt bezoek aan het debuut van de Franse groep Téléphone. De reis wordt vervolgd bij de opvolger van Looking for Saint Tropez, genaamd Neurovision. Meer Telex dus.)
» details » naar bericht » reageer
Boston - Greatest Hits (1997) 3,5
10 maart, 17:42 uur
Soms pluk ik een verstofte cd uit de kast om in de auto te draaien - ja, de mijne heeft er nog één, wat ik zeer prettig vind! Schijfje in de speler en onderweg eens luisteren naar een half vergeten album.
Bostons Greatest Hits viste ik ooit uit een kringloopbak. De compilatie werd samengesteld door bandleider Tom Scholz, die op de nieuwe tracks bijna alle instrumenten speelt, en tweede gitarist Gary Pihl, die ooit bij Sammy Hagar speelde.
Wat vandaag opviel was dat de nadruk sterk ligt op de eerste twee albums, die ieder afzonderlijk spannender zijn dan deze compilatie. Het (toen nieuwe) Tell Me dat de cd opent is een powerballad. Die vind ik meestal niet zo boeiend en dan eentje als opener? Werkt niet.
Zanger op het nummer is bassist David Sikes, die tevens co-componist is van track 2 én 16 Higher Power. Het eveneens nieuwe nummer staat er namelijk in twee mixen op en was beter geweest als opener met een prima riff en dat bekende, breed uitwaaierende gitaargeluid.
Dan gaan we terug naar de dagen van toen en klinkt werk van de eerste drie albums en slechts éénmaal van Walk On, namelijk Livin' for You. Dat album ken ik niet en het nummer blijkt een prima aanvulling op deze Greatest Hits, waarbij opvalt dat de nadruk op de eerste twee albums wel érg groot is. Maar goed, dat zijn dan ook klassiekers!
Net als de opener had het instrumentale The Star-Spangled Banner/4th of July weggelaten mogen worden; ze werken op de geeuwspieren.
In 2008 ging Boston op tournee met als tijdelijke zangers Michael Sweet van Stryper en de onbekende Tommy DeCarlo, die samen de overleden Brad Delp vervingen. Die tour werd ondersteund door een nieuwe versie van Greatest Hits waarop Tell Me terecht is vervangen door I Had a Good Time van Corporate America. De trackvolgorde van deze versie is pakkender.
In Duitstalige landen kun je de 1997-versie tegenkomen met een gele hoes onder de titel All Time Best. Al met al een leuke verzamelaar, waarvan versie 1 ook op streaming is te vinden.
» details » naar bericht » reageer
Téléphone - Téléphone (1977) 3,5
Alternatieve titel: Anna, 9 maart, 23:29 uur
New wave is een containerbegrip, zoals het vorige station in mijn queeste weer eens aantoonde: bij het debuut van Debbie Harry zaten we in New York waar wave en funk in elkaar overlopen.
In mijn geheugen zat Téléphone opgeslagen als het Franse antwoord op de Britse punk en new wave. Zát. Want nu ik het album hoor, constateer ik dat áls dat al zo was, de drie heren en ene dame vooral goed hebben geluisterd naar de Rolling Stones en The Faces. Vuige rock 'n' roll met Hygiaphone als eerbetoon aan Chuck Berry.
Mijn oude beeld van de groep was snel bijgesteld, al kun je zeggen dat ze wél de energie van de nieuwe golf bezitten. Wellicht plaatste men het destijds in de traditie van pubrock, maar ook dan is duidelijk dat dit kinderen van de Britse r&b zijn. Of in Nederlandse termen: de felle evenknieën van Herman Brood & His Wild Romance.
Want ze kunnen spélen, in Londen met producer Mike Thorne in een messcherpe productie gestoken vol bijtende gitaren. Sur la Route bijvoorbeeld, dat kalmpjes begint om dan te versnellen. In Téléphomme doet Téléphone iets soortgelijks maar dan in een nog groter contrast. Emotionele zang van gitarist Jean-Louis Albert, die zijn zes snaren kruist met die van Louis Bertignac. Met de ritmesectie van bassiste Corine Marienneau en drummer Richard Kolinka spat de energie uit de boxen. Een favoriet kiezen is lastig, de keuze is te groot. Wellicht Métro (C'est Trop)?
Overigens noemt Oor's Popencyclopedie (editie 1990) wel degelijk dat de muziek geënt is op die van de Stones; in mijn brein kennelijk opgeslagen in het verkeerde vakje. Lekker album, zij het niet passend in mijn afspeellijsten met new wave. Na deze omissie moet ik terug naar echte wave. Van Parijs naar Brussel, van Téléphone naar Telex.
NB Hier op MuMe heet dit album (nog?) 'Anna', het nummer dat de plaat opent, maar de hoes en alle andere bronnen houden het op een titelloos album - of anders gezegd, Téléphone van Téléphone.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Minstrel in the Gallery (1975) 3,5
9 maart, 23:25 uur
Opgenomen in de mobiele studio die Jethro Tull kort daarvoor had aangeschaft. En zo kon de groep april 1975 het nog frisse Engeland verruilen voor het warmere Monte Carlo. De 24-sporenstudio was te vinden in een truck die bij het plaatselijke radiostation werd geparkeerd. De opnames vonden plaats in een galerie, te zien op de achterzijde van de hoes, zo vertelt Scott Allen Nollen in zijn groepsbiografie. Titel Minstrel in the Gallery kunnen we dus letterlijk nemen.
Muzikaal valt op dat het enigszins teruggrijpt op Aqualung, wat betreft het contrast tussen ingetogen akoestische en luide elektrische delen. Anders dan de vorige drie albums. Zo horen we in Black Satin Dancer rock en dwarsfluit fraai samengaan, al dan niet luid.
Dirigent en arrangeur David Palmer werd net als op de voorganger uitgenodigd, deze keer met een strijkkwintet onder diens hoede. Het duidelijkst is dat op het dikke kwartier van Baker St. Muse, dat uit vier delen bestaat. Miniatuur Grace laat Anderson solo de oorspronkelijke plaat afsluiten.
Nollen deelt weer interessante achtergronden. Hoorbaar is dat Anderson in die fase geen zin meer had in jazz. Folk en klassieke muziek behoren tot de kern van zijn muzikale ziel, zo vertelde deze in een interview. En ook al houdt hij enorm van Amerikaanse blues als Muddy Waters en Howlin' Wolf, Anderson deed geen pogingen die te integreren in zijn muziek met Jethro Tull.
Minstrel in the Gallery was het vijfde album in de bezetting Anderson - Barre - Evans - Hammond - Barlowe en inmiddels sluipt er slijtage in de onderlinge verhoudingen. Anderson vertelde later: "Evans was really going off the boil. He had lost interest in rock music (...). Barrie Barlow is a bit of a dissident type who was always picking fights and arguments."
Barlow echter legde uit: "I became a sort of spokesman for the group whenever we were unhappy about something. (...) I always ended up having to confront Ian."
Na weer een maandenlange tour is bassist Jeffrey Hammond toe aan wat nieuws. Om niet door Anderson te worden overgehaald tóch bij Jethro Tull te blijven, doet hij dat ruw. "I wanted to express myself, (...) I had to make the decision, and it was an awful business because I had to do it in a rather blunt way".
» details » naar bericht » reageer
Sweet - Off the Record (1977) 4,0
9 maart, 13:58 uur
Off the Record vond ik begin dit jaar in puntgave klaphoes. Opvallend is dat de buitenhoes niet vermeldt welke nummers erop staan. Het is 1977 en Sweet is getransformeerd naar een serieuze, hardrockende groep die de glitters in de prullenbak had gesmeten.
Sweets vijfde "serieuze" album, opvolger van Give Us a Wink, die ik vroeg of laat in het wild op vinyl hoop tegen te komen. Tevens opvolger van compilatie-plus-liveplaat Strung Up. Geen singlehits in Nederland, maar de stampende opener Fever of Love haalde in Duitsland de top 10 met de kenmerkende koortjes en rauwe stem van Brian Connolloy.
Lost Angels heeft lekker gitaarwerk, synthesizers van de hand van gitarist Andy Scott, halverwege een versnelling en tegen het einde buisklokken. Het gitaargeluid doet soms aan Queen denken en de gestapelde groepszang ontbreekt evenmin. Midnight to Daylight drijft op een swingende shuffle en Scott speelt bovendien mondharmonica.
Hierboven en elders valt te lezen over de connectie tussen Deep Purples Woman from Tokyo en Sweets Windy City. Qua gitaargeluid moet ik echter aan Black Sabbaths Never Say Die! van het jaar erop denken en de loepzuivere refreinen hebben weg van Uriah Heep. Nooit eerder hoorde ik die drie samengevoegd en tegelijkertijd is dit hártstikke Sweet.
Kant 2 start uptempo met Live for Today en de gil van Connolly in het intro herinnert aan Deep Purples Highway Star. Drummer Mick Tucker gaat met dubbele basdrum los in het intro van She Gimme Lovin', waar valt te horen waarom de groep invloedrijk was op de New wave of British heavy metal die vanaf 1980 bovengronds kwam.
Het grotendeels akoestische Laura Lee is vervolgens een onverwachte stap. Een sterk nummer waar Connolly ijl zingt en dat pas tegen het einde steviger wordt. Je zou er Led Zeppelin in kunnen horen.
Midtempo stoempt Hard Times inclusief een snelle gitaarsolo en Funk It Up is wat de titel suggereert: funkrock. Wat is Tucker toch goed! Hij zet een strakke groove neer met fraaie fills en andere details. Een onverwacht slot, zeker met het handgeklap; een geslaagd zijweggetje naar de discotheek, zij het ongeschikt voor hardrockpuristen.
De elpee kreeg later nog uiteenlopende cd-versies met bonussen, wellicht dat ik er daar ook nog wel eentje van aanschaf. Zo zie ik een editie uit 2017 met daarop de Amerikaanse mix van Fever of Love, die een licht afwijkend intro kreeg.
Je kunt horen dat "links en rechts het nodige wordt gespiekt", zoals vielip in het vorige bericht terecht opmerkt, toch ben ik net als hij content met het resultaat. Sterker nog, de groep heeft ondanks alle overeenkomsten met collega's een eigen geluid. Een dikke 8 van mij.
» details » naar bericht » reageer
Angel - On Earth as It Is in Heaven (1977) 4,0
8 maart, 08:41 uur
Angel nummer 3 en in zekere zin zijn tijd vooruit: het grote drumgeluid van Barry Brandt werd in de jaren '80 populair. Het eist met de eerste galmende geluiden meteen de aandacht op. Een knallend begin met Can You Feel It met een dito gitaarsolo van Punky Meadows en de op-de-top-van-zijn-longen-zang van Frank DiMino.
Meer naar de popkant gaat She's a Mover, met de melodie en piano een stevige versie van wat destijds vaak op de radio klonk en Big Boy (Let's Do It Again) heeft een vleugje boogierock, voor mij het zwakste nummer van de plaat.
Dankzij Telephone Exchange volgt adult oriented rock die met de akoestische gitaar halverwege ook wel aan de hardrock van Boston doet denken.
Dat met de gitaarlick van White Lightning funk klinkt, is verrassend, in de refreinen scheurt Meadows' gitaar. Daarmee loopt het vooruit op de funkrock en -metal zoals die vanaf eind jaren '80 opdook met namen als 24/7 Spyz en Living Colour.
Kant 2 opent met het uptempo On the Rocks, DiMino zingt uiteraard voluit maar de bijdragen van de nadien bekend geworden toetsenist Gregg Giuffra (o.a. House of Lords) blijven net als op kant 1 sober voor diens doen sober. Zelfs in de solo die hij hier heeft. You're Not Fooling Me is een powerballad en zou fans van Queen kunnen aanspreken.
Is het gek dat ik met de piano en de ingetogener zang van That Magic Touch aan de kwaliteitspop van Engelsman Gilbert O' Sullivan moet denken? Na zo'n ingetogener nummer volgt uiteraard een rocker, te weten Cast the First Stone met warempel iets meer toetsen in brug en solo's. Dan is het hopen dat de groep in het slotnummer dan eindelijk ouderwets los zal gaan en het intro van Just a Dream laat inderdaad die bombastische, symfonische kant horen, verwachtingen die de rest van het midtempo nummer worden waargemaakt. Aor zoals ik die graag hoor.
De hoes is net als het logo ondersteboven te lezen, zaken waaraan is te zien dat de groep en label Casablanca de nodige zorg aan het imago besteedden. Dat is herkenbaar in combinatie met de witte kleding waarin de groepsleden zich presenteerden.
Waar ik overal lees dat het echte vuur na twee albums was gedoofd, vind ik On Earth as It Is in Heaven warempel beter dan de voorganger. Partyrockers ontbreken namelijk en op de momenten dat poprock klinkt, doet Angel dat goed. Gek dat deze band nooit groot is geworden in hun eigen VS, al is een albumnotering van #76 bij de Billboard Album 200 natuurlijk niet slecht. Mogelijk omdat ze tien jaar te vroeg waren?
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - War Child (1974) 3,5
7 maart, 12:39 uur
War Child, opvolger van A Passion Play. De verkopen van die laatste waren goed en desondanks een stuk minder dan die van Thick as a Brick. Het opnameproces van de voorganger was moeizaam verlopen en als blijkt dat twee conceptelpees na elkaar te veel van het goede is... Met bovendien een manager die de opmerking maakt dat Jethro Tull met "retirement" gaat wat betreft optreden...
Dan maak je vervolgens een "gewoon" album met tien losse nummers én je kondigt een tournee aan. De plaat niet in Zwitserland voorbereid en evenmin in Frankrijk opgenomen, maar gewoon in de Londense Morgan Studios tot stand gekomen. Alle muziek werd door Ian Anderson geschreven.
Tegelijkertijd zit de muziek nog altijd vol vernuftige ingrediënten. Onvervalste symfonische rock, zoals we dat toen noemden. Bepaald géén drie akkoordenmuziek. Noviteiten zijn dat dirigent David Palmer en de Philomusica of London meedoen, dat doedelzakken in The Third Hoorah klinken, het midden houdend tussen folk- en marsmuziek én dat John Evans aan zijn klavieren een accordeon toevoegt. Menig fan zal opgelucht hebben gezucht toen bleek dat Ian Anderson vaker zijn dwarsfluit gebruikt, waar hij op A Passion Play veel sopraan- en sopraninosaxofoon speelde.
Het zit dus knap in elkaar, toch word ik slechts bij het kalme Skating Away on the Thin Ice of the New Day echt enthousiast, het gevolg van de prachtige melodie. Ik vind de zes voorgangers spannender...
Met David Allen Nollens bandbio 'Jethro Tull' uit 2002 in de hand ga ik op zoek naar interessante achtergronden. Zo lees ik dat Anderson de voorbereidingen van War Child combineerde met het produceren van Now We Are Six van Steeleye Span.
De tekst van Queen and Empire is een veroordeling van het Britse imperialisme: "They build schools and they build factories - with the spoils of battles won".
Eerdere berichten gingen over de tekst van Sea Lion, waarbij Nollen Andersons uitleg aanhaalt: "Slightly ecological in content, probably influenced through being brought up in Blackpool, where the sea was dirty gray, largely because of the dumping of all the town's sewage a very short distance off the shore. (...) We used to dodge the waves coming over the promenade there. Little did we know then that what we were dodging was every kind of variation of E. coli bacteria known to man...". Nollen voegt daaraan toe dat in de bredere betekenis "the tale of the circus Sea Lion is a metaphor for the uncertainty, chaos and often utter helpnessness of humanity (...)"
De Amerikaan noteert ook dat Bungle in the Jungle een a-typische FM-radiofavoriet werd in zijn land. Skating Away on the Thin Ice of the New Day stamt nog van de opnames voor A Passion Play in Chateau d'Herouville en kreeg een nieuwe mix voor War Child. Hetzelfde geldt voor Only Solitaire.
Op 25 juli 1974 eindigt na tien maanden de "livepensionering" met een Australische tournee en de nodige landen volgen, tot Japan toe. Op 1 april '75 verzwikt Anderson zijn enkel tijdens een concert in in het Duitse Kiel en doet de navolgende concerten zittend in een rolstoel.
Ook van War Child verschenen nadien uitgebreide versies met de nodige bonussen en achtergrondinformatie. Hierdoor maakten we alsnog kennis met de klassieke War Child Waltz, die het originele album niet haalde.
Vanaf 1968 jaarlijks een album uitbrengen en het nodige materiaal dat die elpees in eerste instantie niet haalde: zeggen dat Jethro Tull productief was, is een understatement.
» details » naar bericht » reageer
Angel - Helluva Band (1976) 3,5
7 maart, 09:28 uur
Eigenlijk is hierboven alles al gezegd over Helluva Band, al kan het geen kwaad om te benadrukken dat Angel in 2019 verrassend goed terugkeerde met Risen.
In 1976 bracht de groep adult oriented rock (voor progressive rock/symfonische rock is het te rechttoe) zoals ik die graag hoor. Je kunt het ook omschrijven als hardrock met heul veul klavieren. Zoals het toetsen-versus-gitaarduel in opener Feelin' Right.
Het lange toetsenintro van The Fortune bevalt eveneens, in de sfeer van Tony Careys klavieren in het intro van Rainbows Tarot Woman. In tegenstelling tot dat nummer toomt Angel na de toetsenbombast in met akoestische gitaar. Dan pas wordt scheurend vervolgd en de pauken die na een dikke vijf minuten opduiken zijn goed getimed.
Dan twee eenvoudiger nummers in de sfeer van party-hardrock'n'roll, waarbij toetsen duidelijk maken dat dit nog altijd Angel is. Ze worden gevolgd door het robuuste Mirrors met een tekst zoals Ronnie James Dio die schreef en de ballade Feelings waar ik niet zo van ben, al past de uitgelaten zangstijl van Frank Dimino (hier als DiMino gespeld) er goed bij: als je iets doet, doe het dan vóluit! Wellicht kan dit fans van het Queen van de jaren '70 bekoren?
Gejaagde rock 'n' roll met de nadruk op gitaar volgt via Pressure Point, Kissachtige hardrock in Chicken Soup dat echter een interessante climax bevat, om met de terugkeer van het Angel Theme te besluiten. Hier in bandversie en langer dan op het debuut.
Voor mij wisselvalliger dan die plaat, nog altijd smakelijk.
» details » naar bericht » reageer
The Vapors - Wasp in a Jar (2025) 4,0
7 maart, 08:14 uur
Wie zoals ik van new wave houdt, kan zijn hart ophalen aan Wasp in a Jar van The Vapors. Hier klinkt wave in de categorie 'uptempo liedjes vol melodie en scheurende gitaren', Na twee sterke albums in 1980 en '81 inclusief de hit Turning Japanese, verdween de groep van het front om in 2016 weer bij elkaar te komen. Dat werd vier jaar later bezegeld met hun derde, waarop de groep vervolgde alsof we in 1982 waren aanbeland. Twaalf sterke liedjes en Wasp in a Jar van vijf jaar later moet dat nog eens dunnetjes overdoen. Lukt dat?
Ja, dat lúkt! En overtuigend bovendien! Gitaarwave met veel energie, af en toe moet ik denken aan Buzzcocks of The Jam en powerpop is nooit ver weg. De gitaren zijn bijtend, de ritmesectie jaagt de boel op en er zit vrolijkheid in de melodielijnen. Geen album uit 2025 klinkt zo overtuigend alsof het begin jaren '80 werd opgenomen, inclusief knisperende gitaarlijnen.
Over de arrangementen is goed nagedacht. Met de herkenbare, licht melancholische stem van frontman David Fenton, de stuwende baslijnen van Steven Smith en tegenwoordig zoon Danny Fenton als tweede gitarist en Michael Bowes als drummer, slagen de twee oorspronkelijke en twee nieuwe leden erin om het beste van toen om te zetten in een geluid dat prima bij 2025 past.
En bij 2026, waarbij het aanwijzen van favorieten lastig blijkt. Te veel keuze. Nou vooruit, Idiot Creature klinkt weliswaar vrolijk, maar is hartstikke Brits-bijtend over een bepaalde politicus: "God Bless America" klinkt het vol ironie. En ook al zit je niet in die situatie, bij het beluisteren van Miss You Girl ga je vanzelf een dame missen, alsof je het dán pas beseft.
Leuk feitje: oorspronkelijke drummer Howard Smith is tegenwoordig burgemeester van Guildford, de stad waar The Vapors eind jaren '70 begonnen.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - A Passion Play (1973) 4,0
6 maart, 21:58 uur
In reactie op de opmerking van Sikken Berend:"Bij A Passion Play zijn er twee mogelijkheden. Of je vindt het helemaal niks, of je vindt het geweldig", vermoed ik dat ik de uitzondering ben. Ik ben zeker positief, een krappe 8 zeg maar, maar niet wild enthousiast.
De muziek is klassieker van opzet dan voorganger Thick as a Brick, eveneens een conceptalbum dat eigenlijk uit één lang nummer bestaat. De bezetting van Jethro Tull bleef ongewijzigd, de muziek complex, de hoes bevatte weer een fictieverhaal over de plaat, waar onder andere een fabel klinkt over een haas en diens bril.
Pas aan het einde van kant 1, na twintig minuten, klinkt voor het eerst de dwarsfluit van Ian Anderson die echter wél het nodige op saxofoons doet. Toetsenist John Evans laat in datzelfde deel horen dat hij nieuwe synthesizers voor zijn verjaardag heeft gekregen. Kant 2 begint met de sfeer van een sketch van Monty Python met gesproken delen van Evans; bassist Jeffrey Hammond zingt een weinig.
Anders dan Thick as a Brick werd de muziek van A Passion Play later in losse tracks verdeeld; dit ten tijde van de cd-release van 1998.
De groep verdiende een goede boterham aan hun albums en tournees, wat vooral voor de belangrijkste songschrijver Ian Anderson gold. In de biografie 'Jethro Tull' van Scott Allen Nollen valt zelfs te lezen dat de zanger van de opbrengst van de meer-dan-een-compilatie Living in the Past een huis voor zijn ouders kocht, na enkele moeizame jaren tussen hen en hun zoon.
Tegelijkertijd met Jethro Tull veroverde ook Monty Python de VS, waardoor menig Amerikaan wel iets van de humor op A Passion Play begreep.
Desondanks kwam het album moeizaam tot stand, aldus Allen: Anderson was om de belastingdruk te ontvluchten (83% in het Verenigd Koninkrijk!) naar Zwitserland vertrokken (slechts 20%...) om daar het album in de steigers te zetten. Later werd hij door de groep vergezeld. De papieren om hen een officiële Zwitserse belastingstatus te geven vergden de nodige aandacht en die bureaucratische molen draaide inmiddels bijna een jaar.
De repetities vonden plaats nabij Montreux, de wekenlange opnamen in Chateau d'Herouville nabij Parijs. Dit alles verliep moeizaam, "recording an entire album's worth of material that eventually was abandoned". De studio werd door Anderson omgedoopt tot "Chateau d'Isaster".
Dan echter delen twee anoniem gebleven leden dat ze niet in Zwitserland willen wonen. Mocht dat definitief worden, dan zullen ze de groep verlaten: "The money isn't important, we just have to go home". Anderson wil geen breuk en stemt met hen in. Nog geen vierentwintig uur later komt een telefoontje dat de leden nu "ingezetenen van Zwitserland zijn".
Het eten was er ook niet lekker, vond gitarist Martin Barre, die vertelde dat hij "baked sparrows" kreeg voorgezet. Kennelijk was hij vergeten wat hen bij de opnames van de voorganger op culinair vlak was overkomen.
Menig fan is onder de indruk van het album, al is de verkoop minder. Bewondering is er voor de deels cinematografische concerten. Een documentaire volgt, tegenwoordig hier te zien.
In de omvangrijke tournee zijn slechts twee Britse concerten opgenomen, beide in het Wembley stadion. Het leidt tot de nodige kritiek van pers en fans, waarop manager Terry Ellis bekend maakt dat de groep hierna definitief stopt met optreden.
Dat klopt niet én beschadigt de reputatie van Jethro Tull. De groepsleden zijn boos. Zoals Hammond verwoordt: "That was the most catastrophic thing he could say, and I just did not understand it."
» details » naar bericht » reageer
Angel - Angel (1975) 4,5
6 maart, 17:33 uur
Afgelopen augustus organiseerde 50tracks in het topic Greatest Hits of een verkiezing van adult oriented rock. Eén van de nummers die langskwamen is Angel met Tower.
Dat nummer opent hun titelloze debuut uit 1975 en knalt als een malle. Misschien met de oren van nu over de top, maar ik kan het goed hebben. Na de recente berichten bij hun Sinful van vier jaar later is het leuk om deze er bij te pakken.
Was de muziek in '79 verwaterd - al ben ik positiever dan sommigen - duidelijk is dat Angel hier volop knalde. Toegankelijk en luid op heel andere wijze dan de Britse glamrock uit die dagen, al denk ik soms enigszins aan Sweet.
Verschillen zijn echter de cleane en vaak hoge, uitgelaten zang van Frank Dimino en de overdadige toetsenpartijen van Greg Giuffra, die fraai om voorrang vechten met de gitaren van Punky Meadows. Dit is zo Amerikaans als wat en afgezien van Mariner ramt de groep er nummer na nummer op los: drummer Barry Brandt heeft het druk.
Tower is met z'n bijna zeven minuten een aor-klassieker, de overige nummers volgen in het kielzog. Apart is het kleinood Angel (Theme) dat de plaat afsluit met dikke mellotron, waarmee ik aan de symfonische rock van toen moet denken. Bij Angel is het echter weliswaar goed doordacht, maar nooit complex met bijvoorbeeld aparte maatsoorten.
Voor mij is dit aor, de muziek is toegankelijk zoals het bombastische intro van Broken Dreams bewijst: dichtgesmeerd maar begrijpelijk. Of wat in Long Time gebeurt: klein beginnen met klavecimbelgeluiden om stapsgewijs steeds luider met stijgende energie te vervolgen inclusief een heerlijke gitaarsolo; ook dat ontvouwt zich in zeven boeiende minuten. Vanaf 3'59" een knipoogje naar Led Zeppelins Babe I'm Gonna Leave You, waarbij Giuffra's klavieren het Amerikaans houden.
Sterk debuut dat bij ons in Nederland relatief onbekend is. Aanrader!
» details » naar bericht » reageer
The Vapors - Together (2020) 4,5
5 maart, 20:48 uur
De Engelsen van The Vapors waren in 1980 en '81 één van de smaakmakers in de new wave, die zich op dat moment in diverse richtingen ontwikkelde. Bij hun tweede album beschreef ik waarom de groep in of kort na 1982 de handdoek in de ring gooide. In 2016 keerde de groep terug, resulterend in tot dusver twee albums.
De eerste is dit Together uit 2020 en ik ben meer dan aangenaam verrast. Melodieuze gitaarliedjes die klinken alsof het nog altijd 1982 is, de punkexplosie vers in het geheugen. Dankzij de naïviteit en onbezorgdheid die vaak van de liedjes druipt, doet het soms denken aan het vroege werk van The Undertones. Twaalf liedjes in een krappe 45 minuten. Niet één duurt te lang en gaandeweg sluipt er bovendien een zekere melancholie in liedjes, sfeer, teksten en melodieën.
Laat ik nu eens níet afzonderlijke nummers benoemen, maar volstaan met de mededeling dat alles minimaal midtempo is en meestal vlotter. Together op repeat zetten leidt steeds weer tot een aangename drie kwartier vol vriendelijk scheurende gitaren, waarbij ik niet anders kan dan geamuseerd meehummen.
Vorig jaar volgde Wasp in a Jar.
» details » naar bericht » reageer
Debbie Harry - KooKoo (1981) 3,5
5 maart, 20:23 uur
Ergens in Muziekstad ligt een plein tussen de wijken New Wave en Funk. Midden op dat plein onmoetten Deborah Harry en Chris Stein twee vertegenwoordigers van de andere kant, te weten Nile Rodgers en Bernard Edwards.
Dankzij maatje JeKo heb ik sinds kort Harry's biografie 'Face It' uit 2019. Stein en Harry ontmoetten elkaar in de groep Stilettoes en verlieten die om Blondie te beginnen. Daarmee werden ze trendsetters in de New Yorkse punk/wave rond zaal CBGB en slaagden er tevens in om uiterst succesvol te zijn in de internationale hitparades.
In 1980 brengt Blondie hun vijfde album Autoamerican uit. Een tournee blijft uit: Stein vindt het zonde van zijn tijd, vertelt Harry in haar bio vanaf pagina 226: "Chris en ik wilden een album maken waarop witte en zwarte muziek samenkwamen." In 1981 zetten de twee Blondie op pauze, om zich te richten op Harry's eerste soloplaat.
Destijds had ik geen belangstelling voor de plaat vanwege de samenwerking met de heren van Chic. Die vond ik weliswaar knappe, originele muziek maken, maar hun funk en disco waren niet mijn kop thee. Bezig met de new wave kan ik desondanks moeilijk om KooKoo heen, aangespoord door Roxy6.
Oor was negatief: toen het jaar erop Hunter van Blondie verscheen, luidde de boodschap: "Na KooKoo is de plaat een verademing." Waarschijnlijk had ik toen iets soortgelijks gevonden, echter met de oren van nu vind ik dat te streng. Niet alleen reikt Harry uit naar Chic, omgekeerd reiken de heren Chic uit naar de twee Blondieleden. Of het resultaat geslaagd is, hangt mede af van de smaak van de luisteraar.
Harry vertelt dat de hoes van Hans Giger, gevraagd door Stein, op boycots stuitte: te gewelddadig met die "reusachtige acupunctuurnaalden". Diverse platenzaken weigerden promotie en posters in de Londense metro mochten evenmin.
En de muziek in de zwarte schijf geperst? Soms ligt de nadruk op wave: dat gebeurt in Chrome met een scheurend gitaartje en zwoele zang, de reggaepop van Inner City Spillover en Under Arrest. Andere keren op funk/disco: in Surrender zijn we vol in Chicsferen, Backfired en ballade Now I Know You Know.
Toch slaagt het viertal er wel degelijk vaak in om een geheel te maken van de twee stromingen: Jump Jump doet dat slim, bij The Jam Was Moving moet ik steeds denken aan de hit Word Up van Cameo van vijf jaar later.
Military Rap valt extra op vanwege de actualiteit, dankzij de plotseling dichtbij komende regels "Ayatollah rock the house - Book them with Minnie Mouse" en "Free vacation in Iran - Stop and see the Middle East - Miles and miles of lovely beach". Gejaagde funk waar zowel David Byrne als The Feelies blij van worden. En er is danspop via het aangename Oasis met pseudo-Arabische invloeden in harmonieën en arrangement.
Met het ouder worden, is mijn smaak breder en milder. Destijds had ik dit zeer flauw gevonden, nu lijkt een 7,5 passender. Niet dat ik alles even pakkend vind, maar het is knap en ambachtelijk in elkaar gezet, waarbij Stein en Harry in hun opzet zijn geslaagd. En leuk feitje voor de liefhebbers van new wave: twee heren van Devo zingen in een achtergrondkoortje onder de namen Spud en Pud Devo.
Ik bespreek de albums achter mijn afspeellijsten met new wave. Vorige station was het bij vlagen pakkende Shanghaied van Mi-Sex. Het volgende nummer op mijn lijst is Stoję, Stoję, Czuję Się Świetnie van het Poolse Maanam. Omdat ik hun verrassende debuut al besprak, ben ik klaar met de maand juli van 1981.
Daarmee ben ik toe aan een volgende inhaalslag. Alweer!
Steeds ontdek ik dat ik namen en albums miste. De komende retour brengt de nodige niet-Angelsaksische wave. Om te beginnen terug naar 1977 en het debuut van het Franse Téléphone, ook al is dat eigenlijk geen wave - té interessant om ongenoemd te laten. On y va!
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Thick as a Brick (1972) 3,5
5 maart, 17:11 uur
Maart '24 schreef Mssr Renard zijn prachtige epistel over dit album - zo jammer dat hij niet meer actief is op dit forum! De historie die hij met Thick as a Brick heeft, ontbeer ik. In 2014 ben ik eens behoorlijk in de discografie van Jethro Tull gedoken en zo dit album tegengekomen, maar nimmer zal ik de band met de plaat opbouwen zoals hij deed.
Auteur Scott Allen Nollen publiceerde in 2002 'Jethro Tull: A History of the band, 1968-2001'. Aan de hand van interviews met de betrokkenen door derden, persoonlijke gesprekken van hemzelf met groepsleden gaat hij door de historie van de groep; album na album, tournee na tournee.
Mij valt op dat Jethro Tull hier niet de riffgroep van voorganger Aqualung is, maar zich werpt op één lang muziekstuk, in 1972 door de fysieke beperkingen van vinyl noodgedwongen gescheiden in twee delen, waarbij de muziek naar onvervalste progrock is gegroeid.
Tijdens de tour voor Aqualung was Barrie Barlow toegetreden als drummer. Diens voorganger Clive Bunker was namelijk in toenemende mate ontevreden en besloot te vertrekken: "A drummer more interested in feel than technique". Het is mede daarom dat Jethro Tull dit complexe niveau aankan.
De muziek opent klein met indringende woorden die de '"boodschap" van het album bevatten, aldus Nollen:
"Really don't mind if you sit this one out - My word's but a whisper, your deafness a shout
I may make you feel, but I can't make you think - Your sperm's in the gutter, your love's in the sink.
So you ride yourselves over the fields - Then you make all your animal deals
And your wise men don't know how it feels - To be thick as a brick."
De term 'thick as a brick' komt uit Noord-Engelse slang uit die dagen, voegt hij toe. De regels sluiten het album ook af. Verder meldt hij: "Thick as a Brick truly is a musical smorgasbord comprising elements from the medieval, classical, folk, jazz, theatrical and rock 'n' roll genres."
Over de concerten meldde frontman Ian Anderson: "The difficulty (...) was trying to play the acoustic music we didn't have to play when we were doing the heavy rock music of the Aqualung album. (...) The audiences, particulary in America, were not sympathetic to the concert atmosphere (...)."
Gitarist Martin Barre herinnerde zich dat "...there is so much to remember, so many odd time signatures, 7/4s and 6/8s (...)" Over hoe de muziek ontstond, vertelt hij: "On a Friday we'd finish off with a sort of soft acoustic thing, and then Saturday morning Ian would turn up and say, 'Right, we'll go into guitar solo here, and a riff or whatever, or 'We'll change the key from E-flat to B-flat." In tegenstelling tot de voorgangers schreef niet Anderson alle muziek maar was iedereen betrokken bij de totstandkoming van de composities.
Opnieuw in de dagen richting Kerstmis opgenomen, waren de repetitie-omstandigheden verre van romantisch, zo vertelt de gitarist: "We went down to this disgusting,smelly, dark, dirty basement, (...) filthy." Het eten in de pub "served by this gross, huge woman (...) whose hygiene was definitely questionable."
Over de tournee wordt verteld dat de groep van hun voormalige bassist Glenn Cornick in het voorprogramma speelde, diens nieuwe groep Wild Turkey deelde namelijk het management. Andere openers waren Captain Beefheart, Gentle Giant en The Eagles.
Thick as a Brick werd live integraal gespeeld, maar "to give themselves a break between the two lengthy 'Brick' sides, the band incorporated an interval of comedy skits based on articles in the album's newspaper."
Over die hoes vertelt maker Roy Eldridge: "(...) which took longer to produce than the recording itself." Wie niet begrijpt wat daarvan de reden is, verwijs ik naar Mssr Renards epistel. 
Een album dat zich niet zo makkelijk laat doorgronden, vaker draaien doet de muziek groeien. Aangezien ik meer een riff- dan een progman ben, een iets lagere waardering van mij. Wie juist wél van symfonische rock houdt, mag dat als een warme aanbeveling zien dit hoger te waarderen.
» details » naar bericht » reageer
Angel - Sinful (1979) 3,0
4 maart, 21:49 uur
Soms is de waarheid vreemder dan fictie, stranger than fiction. Zo ook het bericht achter je link! Een grijns op het gezicht om een feitje waar ik weliswaar niks aan heb, maar wel lang om zal grinniken én dat ik bij gelegenheid zal doorvertellen. De albums van Giuffra, daar was Gerd Jan Vleugels in Aardschok altijd wel positief over, als mijn geheugen me niet bedriegt.
Wat Angel betreft: het hierboven genoemde The Winter Song vind ik werkelijk fantastisch, nog altijd - te vinden op voorganger White Hot. De groep keerde in 2019 terug met het bij vlagen prima Risen en bracht drie jaar geleden Once Upon a Time uit, maar die ken ik niet. Binnenkort eens online luisteren.
Van dit Sinful kan ik aanbevelen Don't Take Your Love (prima aor met heerlijke marsepeinen koortjes), Just Can't Take It (zelfde recept, geknipt voor de Amerikaanse FM-radio van toen) en You Can't Buy Love heeft weg van de Britse glamrock van 1973.
Kant 2 is de mindere helft, maar het langzame I'll Never Fall in Love Again is mede dankzij Giuffra's toetsentapijt aardig, opnieuw glamrock op Wild and Hot en de gitaarsolo van Lovers Live On is eenvoudig maar heeft een mooie melodie.
Wat betreft de rock-en-rollende nummers vermoed ik dat liefhebbers van Kiss wel wat kunnen met L.A. Lady en Bad Time. Hartstikke Amerikaans dit alles, de term 'poprock' die vaak valt is helemaal terecht.
Ik heb hun Live without a Net hier op vinyl staan, die moet ik binnenkort maar weer eens draaien; als ik me goed herinner is die steviger. En heb zojuist White Hot op elpee besteld: het winterlied blijft trekken, ook al is de lente in aantocht.
» details » naar bericht » reageer
Mi-Sex - Shanghaied (1981) 4,0
4 maart, 19:41 uur
De derde van Mi-Sex uit Nieuw Zeeland, dat in 1979 in Nederland een hitje scoorde met Computer Games van debuut Graffiti Crimes. Mijn vorige station in het land van new wave was de wat verwaterde punk van Ramones, die in 1981 naar wegen zochten naar een groter publiek. Dat laatste gebeurt hier overtuigender dankzij frisse new wave, waarbij je de invloed van de groep Sparks zou kunnen herkennen.
Aangename pop met pittige gitaarpartijen (Kevin Stanton), steeds geflankeerd door hippe synthesizers (Murray Burns) en verpakt in popliedjes. Daarbij de voor de muziek vrij robuuste stem van Steve Gilpin. Zoals de aftrap met Jungle en daarna Be Quiet. In Mystery enige invloed van ska.
Missing Person opent kant 2 sterk, Tears in Her Wine heeft iets van The Police, Caught in the Act bevat een pompende baslijn. Bijzonder fraai is de piano in Shanghaied, alsof we bij het beste werk van de new romantics zitten of de vroege Talk Talk.
Het hitsucces was vreemd genoeg uiterst bescheiden, zelfs in hun eigen land: Falling in and Out haalde er in juli '81 slechts één week #48 en het album miste de charts. Onbekend maakt onbemind, maar dit is echt lekkere, energieke wave, zeker voor hen die van de genoemde vergelijkingen houden. Een krappe 8 als schoolcijfer.
De volgende halte in juli 1981? Omdat ik singles Arabian Nights van Siouxsie and The Banshees en Tainted Love van Soft Cell eerder besprak, beland ik bij het solodebuut van de frontvrouw van Blondie, Debbie Harry.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Benefit (1970) 4,0
4 maart, 19:22 uur
Reizend door de discografie van de groep met de biografie 'Jethro Tull' (2002) van David Scott Nollen erbij, kom ik bij het vaak cruciale derde album. Leukste anekdote is hetgeen frontman Ian Anderson in 1992 vertelde over het slotstuk van de plaat: "The title 'Sossity' was a pun on the word 'society', but Martin Barre didn't know that. He thought it was a girl's name. He actually had a boat which he called 'Sossity'. (...) I said: 'Martin, that was just a joke about society!' So he sold the boat!"
Opnieuw een bezettingswijziging, zij het dat het een toevoeging betreft. Student en toetsenist John Evan (eigenlijk Evans) is bij verschijnen van Benefit in april 1970 tweeëntwintig lentes en aanvankelijk nog geen vast lid. In de woorden van Nollen: [Anderson] asked old mate John Evans, who now was doing well at the Chelsea College of Science (...)".
Waren de nummers op voorganger Stand Up afgeronde composities ten tijde van de opnamen, dat was volgens bassist Glenn Cornick niet het geval op Benefit: "It tended to be just backing tracks".
Ian Andersons stem is niet per se mooi maar wel karakteristiek met een zekere dreiging in zich; of is het cynisme? Het is de tweede met gitarist Martin Barre en ondanks de soms sterke nadruk op gitaarriffs zijn alle composities van de hand van Anderson, die ondertussen ook aan zijn gitaarspel werkte. Sommige nummers op Benefit bevatten gitaarbijdragen van beiden.
Nothing to Say leunt op zo'n riff, waarna het eveneens sterke Alive and Well and Living in jazzpiano in het intro heeft. Met Evan groeit het muzikale kleurenpalet op een album dat de derde sterke op rij is.
Son heeft halverwege een afwijkend akoestisch deel en de tekst van een zoon die boos is op zijn vader. Dankzij For Michael Collins, Jeffrey and Me is daar voor het eerst op Benefit volop folkrock. Het bezingt de astronaut die weliswaar bij de eerste maanlanding en -wandeling was, maar achterbleef in de cabine.
Kant 2 opent met alweer zo'n pakkende gitaarriff in To Cry You a Song. Alsof die uit de hand van Tony Iommi komt, de ex-Jethro Tullgitarist die twee maanden eerder debuteerde met zijn maatjes van Black Sabbath. Nee, met "Flying so high" bezingt Anderson géén drugs; daar had men in Tull een hekel aan, vertelt Nollen, al was er niemand die hen geloofde.
In A Time for Everything is het alsof Anderson het Bijbelboek Prediker citeert, wellicht een echo van de Presbyteriaanse kerk uit zijn jeugd. Opvallend dat dit al het derde nummer is dat korter dan drie minuten duurt.
Typerend voor Tull groeit de muziek bij vaker draaien, zoals Inside lukt. Sossity; You're a Woman is een bijzondere afsluiter, kalm en folkachtig beginnend, leunend op de gitaarcompositie van Anderson die door gitarist Martin Barre knap wordt versterkt.
Het boek vertelt over de van elkaar verschillende VK- en VS-versies, de laatste met de nummers op andere volgorde en Alive and Well and Living In ingeruild voor Teacher, volgens Cornick "a throwaway song for us". De groep repeteert in Duitsland voor de naderende tour en belt Evans in Londen, die zich laat overhalen om zijn studie voorlopig op te geven en zich bij Tull te voegen.
Men tourt uitgebreid door Europa en de VS, waarna Cornick bij een kop koffie krijgt te horen dat hij niet met de band naar huis zal vliegen. Dit verhaal noteerde ik in december '23 bij diens volgende band Wild Turkey. Bij opvolger Aqualung is hij vervangen door Jeffrey Hammond.
Zoals al het oude werk van Tull verschenen later de nodige bonusversies, hartstikke interessant voor de liefhebber en - gelukkig - slechts deels op streaming te vinden. Muziek met een intrigerende sfeer, mijn derde vier sterren op rij.
» details » naar bericht » reageer
Ramones - Pleasant Dreams (1981) 3,0
2 maart, 21:59 uur
Ramones' album nummer zes is nogal gepolijst. Geproduceerd door Graham Gouldman van 10CC, die daarover in 2023 aan The Guardian vertelde: "When I was asked by their manager to do it, my first question was: “Why me?” De gitaren zitten wat zacht in de mix en op de één of andere manier willen ook de melodieën van deze popliedjes niet pakken. Ik mis spanning en opwinding en dat zit 'm dus niet alleen in de productie. Al is opener We Want the Airwaves aardig - maar indien dit een poging tot powerpop was, dan was die van een groep als 20/20 stukken opwindender. Zoals bijvoorbeeld op 7-11 een sober keyboardje wordt ingezet - nee, zó pakt dat niet.
Glimlachen is titel The KKK Took My Baby Away toen ik bij een docu (deze?) over de groep ontdekte dat dit frontman Joey's visie betrof op Johnny Ramone, die zijn vriendin had afgepakt. De heren zouden vanaf toen nauwelijks meer met elkaar communiceren...
Tegen het einde wordt het warempel wat pittiger. Met You Didn't Mean Anything to Me ligt het tempo dan eindelijk wat hoger en ook Come on Now werkt goed, inclusief het koortje. De toetsen in This Business Is Killing Me werken wél, zeker in combinatie met de opbouw en in Sitting in My Room klinkt het oude vuur.
Een uitgebreide cd-versie met de nodige bonussen verscheen in 2002, zie hier. Daarbij Chop Suey. Nee, niet dezelfde als van System of a Down. Aangenaam vanwege de herkenbare stemmen in het koortje van de beide B-52's-zangeressen plús Debbie Harry.
In 2023 verscheen met Record Store Day Pleasant Dreams (The New York Mixes), waarop je ruwe mixen van het album hoort. Zoals trackingangle.com het beschrijft: "The vocals tend to be less manipulated yet more dry sounding and the arrangements are straight-forward with no frills." Die versie heeft als bonussen Sleeping Troubles plus de op latere albums verschenen I Can’t Get You Off Of My Mind (in '89 op Brain Drain) en Touring (in '92 op Mondo Bizarro).
New wave in 1981. Het is een behoorlijk allegaartje aan stijlen binnen dat containerbegrip. Ik kwam van Fransman Charlélie Couture en vervolg bij de derde van het Nieuw-Zeelandse Mi-Sex; onbekend maar smakelijk.
» details » naar bericht » reageer
Charlélie Couture - Pochette Surprise (1981) 3,5
2 maart, 19:50 uur
Op reis door de new wave van 1981 kom ik van de eerste hits van Duran Duran bij een onbekend album, dat ik onlangs op de gok uit de kringloop viste. Er stond geen prijs op en na lange onderhandelingen mocht ik 'm voor twee euro meenemen.
De hoes oogde new wave, vandaar de gok: dat kapsel, de speldjes. En uitgebracht bij het befaamde Island. MuMe vermeldde slechts twee albums van hem uit 1987 en '88. Discogs liet weten dat Pochette Surprise het derde album is van Bertrand Charles Élie Couture, nadat hij in 1956 in het Franse Nancy werd geboren en in 1978 debuteerde.
Titellied Pochette Surprise opent met aangename reggaepop en de vrij rauwe stem van Couture, inderdaad in de sfeer van new wave. Karaté (Do) Rock is meer richting pop, terwijl het stevige Le Jour de la Dernière Heure naar rock neigt. Met T'Inquiète Pas pour Moi volgt meer relaxte reggae, om blues te introduceren op M'Enfermer avec Toi. Veel meer dan de Engelse tijdgenoten (hipper) of die uit Duitsland (experimenteler) slaat Couture een brug tussen eigentijdse pop en traditionelere vormen daarvan. Als een jongere broer van Serge Gainsbourg; verwacht echter géén chanson.
Dat wordt versterkt op Les Pianistes d'Ambiance, waar hij vooral praat en de geluiden ons naar een restaurant of club brengen. Het gaat hier bijna naar kleinkunst. Ondertussen bekeek hij nauwkeurig de gedragingen van hen aan de overkant van het Kanaal, getuige Les Anglais en Vacances, pop met opnieuw een bluessaus in gitaar- en pianospel.
Funkpop op het swingende Je Suis Dans Mes Poches, licht dromerig swingt La Ballade du Mois d'Août 75 waarmee hij terugblikt op zes jaar terug. Rien a l'Horizon (2e) doet denken aan de muziek van Robert Palmer, die er eveneens in slaagde om new wave in een hem passend popjasje te krijgen. Na de opener is het slotlied mijn tweede favoriet op een consistent aangenaam album, dat met pittig drumwerk eindigt.
Een randgevalletje new wave wellicht, maar in de Franse context is dit duidelijk veel Angelsaksischer dan de muziek in het land doorgaans leverde. Veel van zijn werk staat op streaming, Pochette Surprise echter niet; wél op JijBuis. Aangenaam album.
Volgende album in newwaveland is de zesde van één van de grote ontstekers van new wave: Ramones en Pleasant Dreams.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Stand Up (1969) 4,0
2 maart, 18:50 uur
Van dit album kende ik vroeger slechts Bourée: het kwam in de tweede helft van de jaren '70 regelmatig voorbij in Arbeidsvitaminen. Ik hoorde dat het leek op klassieke muziek en leerde pas veel later dat frontman Ian Anderson leende van Johann Sebastian Bachs BWV 996, Suite in E minor für Lautenclavier. Bach liet speciaal hiervoor een door hem ontworpen luitklavier bouwen, Jethro Tull ontwikkelt de compositie dóór voor dwarsfluit én weet er jazz aan te verbinden.
In zijn biografie over de groep vertelt auteur David Scott Nollen dat hetgeen we horen qua dwarsfluit het resultaat was van het nodige knip- en plakwerk, samengesteld uit diverse takes.
De tweede Jethro Tull. Mick Abrahams is vertrokken en nadat Tony Iommi korte tijd diens vervanger was, wordt Martin Barre de definitieve.
Op opener A New Day Yesterday klinkt de groep steviger dan voorheen met de muziek in blues gemarineerd. Het debuut was op vier sporen opgenomen en Stand Up op acht: zo ontstond de mogelijkheid om bijvoorbeeld de gitaar te dubbelen, vertelt Nollen.
Hij houdt de lezer eveneens voor dat op met Jeffrey Goes to Leicester Square de invloed van folk zich voor het eerst sterk doet gelden én er klinkt een vervormde, driesnarige balalaika, resultaat van het zoeken naar nieuwe geluiden.
Is We Used to Know de inspiratiebron geweest voor Hotel California van The Eagles? Don Felder van de laatste groep ontkent het. Toch hebben de groepen elkaar ontmoet tijdens het touren, zoals Anderson bij Far Out Magazine vertelde, onmogelijk is het niet.
Opnieuw valt op hoe goed de ritmesectie Glenn Cornick - Clive Bunker is en dat Martin Barre prima invoegde, ook al was het meeste materiaal al geschreven voor zijn komst. Het stevige slot For a Thousand Mothers heeft weer de sfeer van een jamsessie, zoals vaker op deze plaat.
Single Living in the Past stond niet op de elpee maar haalde met zijn aparte groove wel in juni '69 de derde plek in de Britse hitlijst, nadat de eveneens non-albumsingle Love Story, afkomstig van de sessies voor het debuut, vier maanden eerder #29 haalde. Gek genoeg werd Bourée daar geen hit, waar het in Nederland bij De Daverende 30 in december '69 naar #5 klom.
Een groep in ontwikkeling. Iets meer folk en verder blues en jazz, op z'n Tulls tot een sterk geheel geroerd en Martin Barre die zijn plek snel aan het vinden is. Had ik dit destijds meegemaakt, dan had ik dit één van de meest veelbelovende groepen genoemd met nu al twee sterke langspeelplaten op rij, plus sterk non-album singlemateriaal.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - This Was (1968) 4,0
1 maart, 20:51 uur
Zo'n twee jaar geleden was ik aan het lezen in de bandbiografie 'Jethro Tull: A History of the band, 1968-2001 van de Amerikaan Scott Allen Nollen. Door allerlei drukte belandde het boek van het nachtkastje op de boekenplank, maar vandaag heb ik hem eraf gehaald om een oud plannetje te gaan doen: met behulp van dit boek de albums van Jethro Tull bespreken, voor zover ik dat nog niet deed.
Na een introductie begint hij op p. 33 de albums met de bijbehorende tournees te beschrijven. Bassist Glenn Cornick vertelt een bladzijde verder hoe het platencontract tot stand kwam: "We'd go to Nice gigs whenever they'd be playing, and they'd come and see us. We were all good friends with Spooky Tooth.
And Spooky Tooth (...) went to Island Records, their record company, and told them that they should sign us. There really was a closeness between all the bands."
Hierboven en in het boek worden de nummers één voor één beschreven. Laat ik dat een keer niet doen. Wel kan ik melden dat op deze zondagavond opener My Sunday Feeling extra lekker binnenkomt. Daarin meteen enige jazz- en bluesinvloeden, waarover Nollen noteert: "[they] give the album an improvisational edge that later, more polished efforts often lack."
Droge humor druipt door in de titel Serenade to a Cuckoo, waar inderdaad jazz en blues de sfeer van een jamsessie sfeer creëren. Oorspronkelijk van jazzmusicus Roland Kirk, combineert Anderson hier reeds zijn fluitspel met uitroepen tussendoor.
Verschillende tinten blues klinken over het gehele album dankzij gitarist Mick Abrahams, door drummer Clive Bunker swingend bijeengehouden. In zijn slagen weerklinkt véél jazz, zoals generatiegenoot Bill Ward dat bij Black Sabbath deed.
Voor mij is het debuut extra interessant omdat de gitarist van Black Sabbath, Tony Iommi, kort na verschijnen deel uitmaakte van Jethro Tull als vervanger van Abrahams, die was vertrokken mede omdat hij niet kon opschieten met Cornick.
Ik hoor duidelijke overeenkomsten tussen This Was en debuutplaat Black Sabbath. Het zit 'm - alweer - in de jazz en blues die doorschemeren, bij Tull sterker dan bij Sabbath. Neem bijvoorbeeld de lange gitaarsolo die Cat's Squirrel is; doet sterk denken aan Black Sabbaths Warning van het debuut, de laatste overigens een cover van Aynsley Dunbar's Retaliation. Op zijn beurt is Cat's Squirrel een volksliedje, al in 1966 door Cream onder handen genomen op hun Fresh Cream.
Er is meer: hoor Bunkers drumsolo in Dharma for One eens! Drumsolo's saai? Hier níet! Mijn favoriet van het album blijft A Song for Jeffrey, waar de diverse invloeden sterk worden aaneengesmeed tot het herkenbare geluid van Jethro Tull. En als je denkt dat het album voorbij is, volgt nog het korte instrumentaaltje Round, dat wel langer had mogen duren.
Dat de luisteraar wellicht méér wil, werd later gehonoreerd met diverse edities waarop extra werk is te horen: in 2008 en 2018 verschenen respectievelijk 40- en 50-jarige jubileumversies. Al met al een album dat enerzijds herkenbaar is voor de periode waarin het verscheen, anderzijds beleef ik dit steeds weer als fris, spannend en creatief.
» details » naar bericht » reageer
The Specials - Stereo-Typical (2000) 4,0
Alternatieve titel: A's, B's & Rarities, 1 maart, 20:08 uur
Juni 1981 betreedt Ghost Town, over het verval van een stad, de Britse hitlijst. In de Grote Stad waar ik kwam voor mijn elpeeaankopen was tegen het centrum ook zo'n wijkje met dichtgespijkerde ramen en veel hondenpoep.
Het nummer staat in juli drie weken #1. Ook in Nederland succesvol, zij het bescheidener: bij de Nationale Hitparade #12 in augustus, in de Top 40 in augustus-september twee weken #8. De sfeervolle videoclip van een versteende stad maakte enige indruk.
Ghost Town was één van de nodige non-albumsingles en dan blijkt deze 3cd-compilatie Stereo-Typical zeer volledig. Ook handig omdat The Specials tijdens hun carrière regelmatig heen en weer pingpongden van die groepsnaam naar The Special A.K.A, zoals de tracklist op Discogs duidelijk laat zien. Zelf heb ik de bescheidener cd Singles staan die op zich helemaal okay is. Én ik heb Ghost Town zowaar op origineel vinyl! Eén van de weinige singles in mijn bezit.
Mijn reis door new wave bevindt zich in juni 1981, kwam van de film-noir van Modern Eon en vervolgt bij de malle muziek van het Amerikaanse Oingo Boingo.
» details » naar bericht » reageer
