Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
The Cramps - Songs the Lord Taught Us (1980) 3,5
28 februari 2025, 13:42 uur
In 1980 was ik met mijn ouders verhuisd naar een groter dorp en iets verder in de puberteit. Mijn smaak had zich ontwikkeld met als favoriete stijlen hardrock/metal én new wave, die laatste in de breedste zin van het woord. Want ook de hitparade bleef ik volgen, gewoon door Hilversum 3 te luisteren waar van alles langskwam van underground tot hitparadewerk. Én de Muzikale Fruitmand!
, het genre van mijn (groot)ouders en oudoom en -tante.
Oor verscheen nog iedere twee weken op groot formaat en daarom was ik minimaal elke veertien dagen in de bieb te vinden waar ik oude nummers én de nieuwe spelde. Ik was dus een redelijke allesvreter wat popmuziek betrof, al hoorde ik minder namen dan ik las. Zoals The Cramps.
In het voorjaar van 1980 moet ik de recensie van Songs the Lord Taught Us zijn tegengekomen, een plaat die in mei uitkwam. Dankzij dazzler staat een fragment van die recensie uit Oor 6 van dat jaar hier op MuMe met als openingszin "De grootste rock and roll sensatie sinds de Ramones." Toe maar.
In de jaren daarna volgden meer albums en werd ik de bijbehorende psychobillyscene gewaar: een selecte groep liefhebbers met een retro kledingstijl die tegelijkertijd een eigentijds jasje had. Dat gold dus ook voor de muziek: klassieke rock 'n' roll was door een punkmolen gehaald, waarbij tevens ingrediënten uit horror en sm werden toegevoegd. Die laatste twee zijn bepaald niet mijn ding; alhoewel ik vanuit hardrock en metal wel gewend was aan het imago van doodskoppen en skeletten, was dit toch anders.
45 jaar later hoor ik dan eindelijk het gehele album. Ik herken onmiddelijk de psychobilly: zang en gitaren in echo en reverb gedrenkt, akkoordenschema's op z'n rock 'n' rolls. Overeenkomsten zijn er met L.A.M.F. van Johnny Thunders & The Heartbreakers en qua zang met Suicide, beide groepen eveneens uit New York en beide debuten uit 1977. Bij The Cramps is het echter véél meer retro. Sterker nog, op Discogs vind ik dat het album enkele covers en bewerkingen van r&r- en surfoudjes bevat, allemaal nummers die ik niet ken. Heb de jaartallen van de originele versies erbij gezocht.
TV Set is een bewerking van Sundown (1960) van Don And The Galaxies, Rock On The Moon is oorspronkelijk (1959) van Jimmy Stewart, Garbageman komt van Boss (1962) van The Rumblers, I Was A Teenage Werewolf van Strolling After Dark (1962) van The Shades, Sunglasses After Dark is oorspronkelijk (1958) van Dwight Pullen, What's Behind The Mask is een bewerking van Tornado (1958) van Dale Hawkins en I'm Cramped is geleend van Bust Out (1963) van The Busters.
Allemaal namen waar ik nooit eerder van had gehoord en dat zegt iets over The Cramps, die duidelijk studie van hun muzikale wortels hadden gemaakt en dat knap omzetten in eigen werk.
Het is niet mijn kopje thee, maar wél leuk om eens een keer in te duiken. Daarom petje af voor de groep en hun originele invalshoek, waarmee ze een nieuw genre creëerden. Op mijn afspeellijst zette ik echter Strychnine, een eigen compositie waar vooral postpunk klinkt.
De oorspronkelijke elpee sluit af met Fever, in 1956 uitgebracht door r&b-zanger Little Willie Johnson maar vooral bekend in de versie van Peggy Lee van twee jaar later. Bij The Cramps krijgt het een enigszins griezelig sfeertje op een plaat die verder vooral uptempo rockt en rollt. Het orgel wordt hier bespeeld door Booker C oftewel Alex Chilton van Big Star.
In 1998 verscheen de cd-editie met de nodige bonussen, inclusief een ruzie in de studio bij I Was a Teenage Werewolf (with false start). Plezant en gelukkig ook op streaming te vinden.
Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten vervolgt. In dit land van new wave kwam ik van de Duitse elektronica-avant garde van Der Plan, volgende station is The Correct Use of Soap van het Engelse Magazine.
» details » naar bericht » reageer
Der Plan - Geri Reig (1980) 3,0
27 februari 2025, 22:10 uur
Het Düsseldorfse Der Plan debuteerde in 1979 met een titelloze EP, waar twee nummers op staan. Live opgenomen in het oefenhok met een dictafoon, zo'n eenvoudige cassetterecorder om gesprekken en interviews mee op te nemen. Low budget en lo-fi, voordat die laatste term bestond. Twee van de leden zijn ook aktief in DAF, Deutsch Amerikanische Freundschaft.
In mei 1980 verschijnt hun eerste album Geri Reig. Wat ik hierop aantref heeft eveneens een hoog experimenteel gehalte. Opener Adrenalin Lässt das Blut Kochen bevat een basis van een snel, galmend sequencerthema; daaromheen geluidseffecten en een spreekstem. Tweede nummer Geri Regi is nog wel het meest toegankelijk met een drumcomputertje, dat doet denken aan de muziek van het New Yorkse Suicide. Daarover een mannenstem en allerlei versnelde stemmen met een tekst waarin het woord 'reggae' continu wordt herhaald.
Daarna wordt het experimenteler. Soms heeft een nummer geen ritme zoals in de 77 seconden van geluidscollage Persisches Cowboy Golf, soms wel zoals in Der Weltaufstandsplan, wat de oorspronkelijke naam van de groep was.
De nummers duren niet al te lang, waardoor in totaal vijftien nummers in de groef passen. Daarbij andere malligheden, zoals minimalistische casiopop in Commerce Extérieur Mondial Sentimentale. Met vleugjes humor, alleen al de tekst en zang in Was Ich von Mir Denke of de digitale watergeluiden in Nessie, ongetwijfeld knipogend naar het befaamde monster van Loch Ness.
Elektronische avant-garde, het levert grappige momenten op - maar om de plaat voor je lol vaak te draaien? Dát lukt mij niet. Dus ook niet met de heruitgave die in 2012 verscheen met daarbij enkele bonussen, tevens op streaming te vinden.
Mijn reis door new wave en aanverwanten kwam van het muzikaal verwante Suicide uit New York. Omdat ik Mirror in the Bathroom van The Beat al besprak via album I Just Can't Stop It, is het volgende station van weer heel andere aard: het debuut van The Cramps.
» details » naar bericht » reageer
Suicide - Alan Vega / Martin Rev (1980) 3,5
Alternatieve titel: Second Album + First Rehearsal Tapes, 27 februari 2025, 17:32 uur
Bij mijn reis door new wave en aanverwanten kom ik van alles tegen. In dit geval vanaf de postpunk van Abwärts bij dit duo Amerikaanse electronicapioniers. Opvolger van het december 1977 verschenen debuut is het in mei 1980 verschenen Alan Vega · Martin Rev. De muziek van het debuut vond ik pittig, hier echter heb ik minder moeite. Is het omdat ik inmiddels namen als Throbbing Gristle tegenkwam? Vergeleken daarmee is Suicide een oase van geordende digitale rust.
Hierboven lees ik de nodige vergelijkingen, in mijn oren klinkt de muziek als die van Britse sciencefictionseries uit die tijd, denk aan Doctor Who en Blake's Seven; deze wordt gecombineerd met de ietwat klagelijke, maar ook rockabilly-achtige zang van Alan Vega. Muzikaal worden ze tot no wave gerekend, de eigenwijze stroming die in New York opgang maakte. Dat Ric Ocasek van The Cars zich achter de producerstafel zette, verklaart wellicht waarom het in de meeste gevallen toegankelijk klinkt.
De drumcomputers zijn net als op het debuut primitief, wat dat betreft lijkt het alsof Suicide in de ruim twee jaar tussen de albums heeft stilgestaan. Soms is het uptempo, andere keren is het kalm. In die laatste categorie valt Sweetheart; hierbij moet ik warempel aan de rustige werkjes van een ander duo denken, te weten Sparks, in die jaren inmiddels ook met synths aan de slag.
Shadazz heeft warempel iets weg van de loungepop die in de jaren '90 opgang maakte, ontspannen en swingend. Dance is dan weer vierkant en pittiger te verteren. Ja, er is genoeg variatie in deze wereld van primitieve, herhalende synths en beats van de hand van Martin Rev.
Sinds 1999 verkrijgbaar als The Second Album + The First Rehearsal Tapes met de nodige bonussen.
Ik blijf in mei 1980. Volgende halte: Der Plan uit Düsseldorf en hun debuut Geri Reig, waar meer digitale bliepjes klinken.
» details » naar bericht » reageer
Abwärts - Computerstaat (1980) 3,5
27 februari 2025, 15:24 uur
Voor de tweede maal in mijn reis door new wave kom ik muziek tegen uit de neue Deutsche Welle, nadat ik eerder de in juni 1979 verschenen EP Mittagspause van de gelijknamige groep besprak.
Dit is het debuut van de Hamburgse postpunkgroep Abwärts. Opgericht in 1979 op de resten van een tweetal andere groepen, treedt deze eind december 1979 voor het eerst op en brengt eind april 1980 debuut-EP Computerstaat uit. Abwärts bestaat dan uit zanger-gitarist Frank Z (Ziegert), drummer Axel D (Dill), diens vriendin Margitta (Margita Haberland) op zang en op het podium tevens viool, bassist Gibo (Kellersmann) en voor synthgeluiden en andere effecten Frank S (Strauß).
Van het bij het piepjonge label Zickzack uitgebrachte Computerstaat, een 7" met twee nummers op kant 1 en drie op 2, groeide het titelnummer uit tot één van hun bekendste titels. Dit dankzij een snel, neurotisch ritme, scheurende gitaar en monotone maar indringende zang.
De andere nummers zijn kalmer, maar Japan met een pseudo-reggaejasje mag er ook zijn, Moon of Alabama is uptempo en wordt uitbundig gezongen door Margitta, in Wir Warten worden machines en sex met elkaar vermengd tot één verhaal en zit opnieuw reggae, slotlied Nach Haus is langzaam en duurt slechts 96 seconden.
De band gaat touren en bouwt een reputatie op, resulterend in 22.000 verkochte exemplaren van Computerstaat, zo meldde het magazine SPEX in oktober '81. De bladen Musikexpress en het Engelse Sounds vergelijken de groep met Wire, aldus de Duitse Wikipedia.
In oktober 1980 brengt de groep in opnieuw gewijzigde bezetting hun eerste langspeelplaat uit, genaamd Amok Koma. In 1988 verschijnt deze op cd met als bonussen de vijf nummers van EP Computerstaat. Aan dat album kom ik later toe.
NB Op Spotify staan track 3 tot en met 5 met de verkeerde liedtitels vermeld.
Mijn reis door new wave en aanverwanten kwam van het debuut van Iron Maiden en vervolgt bij de tweede van het Amerikaanse Suicide.
» details » naar bericht » reageer
Europe - Bag of Bones (2012) 4,5
27 februari 2025, 11:41 uur
Kritische geluiden hierboven, dat het niet meer is als toen en bovendien te veel blues. Ben juist blij dat het niet is als de succesjaren '86 - '91; véél liever deze doorleefde hardrock met gitarist John Norum. Qua blues valt het ook mee, wat verrassenderwijs ook gold voor Play Yard Blues, de soloplaat van Norum uit 2010. Bag of Bones bevat vooral robuuste hardrock in de voetsporen van hun jeugdhelden uit de jaren '70 en begin '80.
Ook deze Europe werd weer in Stockholm opgenomen, waarschijnlijk om de opnames te kunnen combineren met hun privélevens. Een vette productie van de ervaren Zuid-Afrikaan Kevin Shirley, die de boel gelukkig niet dichtsmeert.
Vanaf Secret Society (2006) kwamen de composities tot stand door de hele groep, waarbij de inbreng van Tempest het grootst is. De zanger schreef daarbij afwisselend met Michaeli, Levén en Norum. Ondertussen klinken de massieve riffs van Norum en soleert deze her en der alsof zijn leven ervan af hangt.
Bezig aan een inhaalslag qua Europe, kende ik van Bag of Bones alleen het filmische intermezzo Requiem, het akoestische Drink and a Smile met verrassenderwijs invloed van Led Zeppelin en het kalme slotlied Bring It All Home. Ik was niet omvergeblazen.
Dat gebeurt me wél met opener Riches to Ashes met z'n pakkende versnelling en heerlijke gitaarwerk. En ook met het log rockende Not Supposed to Sing the Blues, waarin zanger Joey Tempest verwijst naar zijn geboortejaar 1963 "In the shadow of Kennedy", zijn afkomst en jeugdhelden als Zeppelin ("I am still a kid when the levy breaks") en AC/DC ("Back in black and I am seventeen"). Een Zweeds jongetje dat niet werd geacht de blues te zingen, maar "All I know is what I feel - And it can't be wrong". En ook met het bijna progmetalintro van Firebox, dat een sterk, stevig en uptempo nummer blijkt te zijn met alweer pakkende melodieën en halverwege een sitar.
Bag of Bones bezingt de vergankelijkheid en is fraai verwoord; Levén bast hier het nummer bovendien knap naar een bijna-swing. Na het intermezzo Requiem (van de hand van toetsenist Mic Michaeli) volgt het log-massieve My Woman My Friend. De riff ervan heeft iets van Black Sabbath ten tijde van Seventh Star (1986): melodieus en doom(metal) tegelijk.
Ook daarna blijft het niveau van de composities hoog. Zoals het denderende Demon Head, dat de verdoving door alcohol bezingt, gevolgd door de 141 seconden van het akoestische Drink and a Smile waar de gitaarmuren even pauze krijgen. Dat wérkt. Daarna het rockende Doghouse, waar drummer Ian Haugland in het refrein de geest van Zeppelins John Bonham laat rondwaren. Klasbak!
Ik heb een Europees exemplaar en mis dus die sterke Japan-only bonustrack Beautiful Disaster; op JijBuis met beelden uit de studio. Die sluit in tegenstelling tot ballade Bring It All Home het album knallend af.
Lang verhaal kort: waarom toch al dat gemopper hierboven?
» details » naar bericht » reageer
Sue Saad and the Next - Sue Saad and the Next (1980) 4,0
26 februari 2025, 08:20 uur
Ruim tien jaar stilte op MuMe bij dit uitstekende album. Inmiddels valt iets meer te melden over hetgeen gebeurde na de elpee Sue Saad and the Next. Maar eerst de naald in de groef.
Zangeres Sue Saad heeft een krachtige strot, vergelijkbaar met die van Pat Benatar. Waar de laatste in die periode meer aan de (hard)rockkant zat, kruipt The Next in muziek en vooral imago/uiterlijk onder de paraplu van new wave. Alhoewel dit hun debuut was, is te horen dat dit ervaren musici waren, hun instrumenten goed beheersend. In de bezetting twee gitaristen en een even lenige bassist en drummer. De arrangementen, gitaar- en baslijnen laten horen wat ze kunnen en dat is veel.
Fraai voorbeeld hiervan is het afsluitende Danger Love, dat eigenlijk gewoon heavy rock is. Bovendien steevast sterk songmateriaal. Producer is een opvallende naam: Richard Perry maakte hiervoor naam bij onder meer Barbara Streisand en Carly Simon en had later The Pointer Sisters in de studio. Het resulteerde in een transparant, dynamisch klinkende plaat.
Mijn kennismaking met de groep was uiteraard via single Young Girl, dat half april 1980 in de Nationale Hitparade #18 haalde. Het begint kalm met een vleugje reggae, waarna felle wave volgt. Te zien bij TopPop.
De single werd in juni bescheiden gevolgd door (tevens albumopener) Gimme Love / Gimme Pain, dat het tot één week #43 schopte.
Toen ik de plaat zo'n tien jaar geleden tweedehands op de kop tikte, ontdekte ik dat hier het origineel van Prisoner op staat, mij welbekend van Uriah Heep, te vinden op hun comebackplaat Abominog (1982). Een meer dan aangename oorwurm, ook als Saad het zingt.
Andere hoogtepunten op de plaat die geen missers kent: pareltje It's Gotcha dat knap in elkaar is gezet; de powerpop van I Want Him; en het pittige Won't Give It Up. Op alledrie is het label new wave begrijpelijk, al schuurt het elders tegen de traditionele rock aan. Dat komt ook door het lekkere gitaargesoleer, zoals in Won't Give It Up en Danger Love.
Sue Saad and the Next was vooral succesvol in Nederland, maar in hun eigen VS haalde de elpee in april 1980 #131. Ze tourden door de VS, openend voor Tom Petty, The Babys en UFO en deden ook Europa aan. Daarbij een bezoek aan Veronica's Countdown om Baby It’s You te playbacken.
En daarna? Een slecht management verhinderde dat de groep doorgroeide. Wel gingen Sue en haar kompanen muziek voor films maken. Eerst was daar de film Roadie (1980) met onder meer Meatloaf en Debbie Harry, in de hoofdrol. Van Sue Saad and the Next is halverwege Double Yellow Line te horen. De film is in zijn geheel op YouTube zien. (Roxy6, voor een verregende middag!)
In 1981 maakte de groep het titelnummer bij de thriller Looker, ook op YouTube te zien.
Dan maakt de groep kennis met filmmaker Albert Pyun, waarmee gitarist Tony Riparetti de volgende drie decennia zal samenwerken. Eerst is er de dystopische film Radioactive Dreams (1984), waarin Saad een filmrol heeft. Vier liedjes komen in de rolprent, waarbij Guilty Pleasure, Radioactive en Save Me. Ook deze film staat in z’n geheel op JijBuis.
Met Pyun volgde in 1986 de sci-fi/fantasyfilm Vicious Lips, waarin Save Me is te horen en zien, zij het nu geplaybackt door een actrice. Ook deze film staat op YouTube, te zien mits je daar inlogt.
Vervolgens valt de groep uit elkaar, tot spijt van Saad die o zo jammer niet opduikt in andere groepen of projecten. Wat ze sindsdien heeft gedaan, blijft onder de radar. Riparetti bleef actief in de filmwereld.
In het nieuwe millennium verschenen alsnog albums van de groep. Allereerst in 2007 een concert als download, getiteld Alive in America, en in 2016 op cd-rom Long Way Home met onuitgegeven werk uit de jaren ’80.
Zoals genoemd door gaucho verscheen Sue Saad and the Next in 2013 bij Renaissance op cd. In 2021 kwam het opnieuw bij die maatschappij uit met bovendien tien bonusnummers, nu onder de titel Seconds. De ultieme cd voor wie het werk van de groep compleet wil hebben. Meer van het verhaal van Sue Saad and the Next is te vinden bij websites crookedmarquee en Medium.
Bij mijn rondreis door new wave & co kwam ik van de enige plaat van de Schotse The Rezillos en omdat ik single High Fidelity van Elvis Costello op diens Get Happy!! al besprak, ga ik twee nummers op mijn afspeellijst verder. Als Sue Saad and the Next een randgeval in de new wave zouden zijn, begeef ik me met de volgende stap al helemaal buiten het genre - en toch... Op naar het debuut van Iron Maiden.
» details » naar bericht » reageer
The Rezillos - Can't Stand the Rezillos (1978) 3,5
Alternatieve titel: The (Almost) Complete Rezillos, 25 februari 2025, 22:48 uur
Bij mijn afspeellijsten met 'New wave & co' maakte ik enkele jaren geleden voor mezelf een overzicht van de liedjes die ik me uit de periode 1976 - 1990 met muziek die - ruwweg - tot die stroming kan worden gerekend. Een arbitraire genreduiding wellicht, maar dankzij '& co' kan ik van alles onder die paraplu vatten. Ik was gebleven in april 1980 bij de elpee Hypnotised toen Spotify het nummer Top of the Pops van The Rezillos aanbeval.
Dat nummer is er inderdaad bij gekomen en warempel: er zijn overeenkomsten met The Undertones. Schotse pretpunk uit Edinburgh die met dat vrolijke nummer hun enige hit scoorde: het stond van half augustus tot begin oktober in de Britse hitlijst, in september twee weken op #17 piekend.
Haalt langspeler Can't Stand the Rezillos dat niveau? Gebouwd op de fundamenten van jaren '50 en '60 rock 'n' roll wordt vrolijke scheurpop gemaakt. De leadzang wordt gedeeld door zangeres Fay Fife en zanger Eugene Reynolds; dankzij citaten uit oudere populaire muziekstijlen kun je eveneens overeenkomsten met de B52's horen.
Opener The Flying Saucer Attack is gebouwd op een stuwende baslijn en de zang van Fife, No bevat zang van Reynolds en in de gitaarpartijen onvervalste punk. Dan hebben we meteen de twee ijkpunten van de elpee, met als persoonlijke favorieten het vinnige I Can't Stand My Baby en Cold Wars met dezelfde sfeer.
Op kant 2 staan twee covers: Glad All Over, oorspronkelijk van de Dave Clark Five en I Like It van het Stax-soulduo Clarence & Calvin. Ze benadrukken de invloeden uit de jaren '60.
Reeds in datzelfde 1978 viel de groep uit elkaar, om in 1980 een doorstart te maken als The Revillos, waarbij new wave / punk plaatsmaakte voor ouderwetsche rock 'n' roll met dikke knipoog. Zij maakten twee albums.
In 2023 verscheen een uitgebreide heruitgave onder de titel Can't Stand The Rezillos: The (Almost) Complete Rezillos. Dit nadat de groep sinds 2001 weer actief was. Eerlijke pretpunk, geen maatschappijkritiek of iets dergelijks, maar wél over de lol in het leven en de kleinemensentroebelen die we daarin tegenkomen.
Ik keer terug naar april 1980, als Nederland kennismaakt met Sue Saad and the Next.
» details » naar bericht » reageer
The Undertones - Hypnotised (1980) 4,0
25 februari 2025, 21:02 uur
Mijn vorige halte in de reis door new wave was bij het debuut Los Angeles van het Californische X, waar de vraag rees of dat pop of punk was. Wel, die vraag kan eveneens worden gesteld bij de tweede van The Undertones.
Waar dit vroeger duidelijk ruig klonk, noemen we dit tegenwoordig poppunk. Tsja, de muziek werd na 1980 geleidelijk steeds harder en sneller, ook binnen de punkwereld. Dan schaar je muziek als die van The Undertones al snel onder pop. Maar los van die stickertjes: iets minder ruig klinkend dan debuut The Undertones van het jaar ervoor, worden we getrakteerd op heerlijke melodieën, verpakt in korte nummers.
Favorieten: More Songs about Chocolate and Girls, het snellere There Goes Norman, popliedje See That Girl, het pittige Whizz Kids met z'n koortjes, The Way Girls Talk met z'n antiheldtekst, Hard Luck met een drumpartij die regelrecht van glamrocker Gary Glitter lijkt te komen, mijn kennismaking met de groep My Perfect Cousin (destijds via tv gehoord en gezien en zich on-mid-del-lijk in mijn brein vastgehecht), het triomfantelijke Boys Will Be Boys en het afwijkende, weemoedige en newwaverige Wednesday Week.
Niet alles is zo sterk en cover Under the Boardwalk, in 1964 een hit voor The Drifters, is ronduit overbodig. Maar wie moppert daarover als je zomaar vijftien liedjes in de schoot geworpen krijgt? Met de heruitgave van 2004 krijg je er bovendien fijne bonussen bij, zoals pareltje You've Got My Number (Why Don't You Use It?) en die van 2000 had weer andere, zoals het semi-instrumentale Hard Luck dat eveneens een forse scheut glamrock bevat. Ten slotte is daar de editie van van 2016 met nog meer extra's. Nee, dit is voluit genieten.
Begin april 1980 betrad My Perfect Cousin de Britse hitlijst om half mei op #9 te pieken. Wednesday Week haalde er eind juli #11 en elpee Hypnotised in de week van verschijnen, eind april '80, meteen #6.
Poppunk? Powerpop? New wave? Plak er maar een genrestickertje op. Maakt mij niet uit, zolang de ronkende gitaren, vinnige tempo's en de dunne stem van Feargal Sharkey maar in vorm zijn.
Mijn volgende station is iets soortgelijks, maar dan van Schotse origine; een groep die ik over het hoofd had gezien. Terug naar 1978 en wederom meer vrolijke punk bij The Rezillos.
» details » naar bericht » reageer
X - Los Angeles (1980) 3,5
25 februari 2025, 09:42 uur
Leuke berichten hierboven: stap voor stap geven ze prijs waar dit debuut van het Californische X voor staat. Maakt de groep op Los Angeles punk? 'Nee' lees ik in het tweede bericht, 'ja' volgens de reacties daarna. Dat Ray Manzarek van The Doors de plaat produceerde wist ik niet en evenmin kende ik van die groep Soul Kitchen, dat bij X een heerlijk grommend punknummer werd. Dat hij de toetsenpartijen speelde, was mij ook al onbekend. Het verscheen eind april 1980.
Dat dit punk is, is overduidelijk. Niet alleen mijn oren vertellen dat, het wordt bevestigd door derden, zoals hier bij Pitchfork en daar bij Rolling Stone. Inmiddels staat dit album op MuMe qua genre inderdaad op 'punk-rock'.
Nou kwam ik recent meer punk uit 1980 tegen (zie mijn vorige halte door de wereld van new wave, te weten het tweede album van de Engelse groep Angelic Upstarts), waarbij dit X fris afsteekt.
Dat komt vooral omdat zangeres Exene Cervenka de nodige partijen voor haar rekening neemt, afgewisseld met bassist John Doe, plus de puntige riffjes van gitarist Billy Zoom. En onderschat het vinnige drumwerk van D.J. Bonebrake niet. Het doet dan ook denken aan een album van twee jaar eerder van de Londense X-Ray Spex. Als Manzarek op The World's a Mess losgaat op zijn orgel, dringen zich onweerstaanbaar associaties met The Stranglers op.
Ik hoor X het liefst uptempo, zoals in opener Your Phone's off the Hook, but You're Not en Johnny Hit and Run Paulene, dat getuige het intro een vervolg is op Johnny B. Goode van Chuck Berry. De oeropeningsriff uit dat nummer wordt slim gevolgd door een tweeakkoordenriff op z'n punks, om in de gitaarsolo weer naar Berry te knipogen. Soul Kitchen is aangenaam ver-X't waarbij je niet de indruk krijgt naar een cover te luisteren, Nausea met dreinend orgeltje zwaar en slepend, waarna in Sugarlight weer hakkende riff volgt. The Unheard Music is verrassend met z'n slepende ritme en dito zanglijn, ondersteund door een staccato gitaarpartij.
Het album duurt nog geen half uur, maar kreeg in 2017 via Rhino een uitgebreidere cd-editie. De lijsten van Billboard werden niet gehaald, invloedrijk bleek het wél. In april 2013 (!) haalde Soul Kitchen warempel de Britse hitlijst, waar het #20 haalde.
Volgende station op mijn queste: omdat ik single Atomic en album Eat to the Beat van Blondie al eerder beschreef, vervolg ik in Noord-Ierland. Op naar de tweede van The Undertones.
» details » naar bericht » reageer
John Norum - Play Yard Blues (2010) 4,0
24 februari 2025, 18:46 uur
Verrassend en dat in dubbel opzicht! De eerste omdat John Norum op zijn vorige soloalbums zijn gitaren nogal eens laag stemde en voor een donkere aanpak koos. Dat laat hij hier na.
Tweede verrassing is dat je met de titel Play Yard Blues een voluit bluesalbum zou verwachten in de lijn van hetgeen Gary Moore menigmaal deed, één van Norums grote voorbeelden - dat is dus níet het geval.
Jazeker, de blues druipt ervan af, maar Norum gaat op bijna het gehele album een stap verder. Dit is blues die soms aan een stevige versie van Cream met dezelfde slepende melancholie als die groep kon doen. Je zou ook aan BBM, de groep met Gary Moore kunnen denken. Of vaker gewoon knallende hardrock. Of aan de steviger varianten van southern rock, zoals Blackfoot en Molly Hatchet. Ondertussen soleert hij als een malle.
Zoals in It's Only Money, gecoverd van Norums andere helden Thin Lizzy. Hij speelt ook op dit album in triobezetting, in het stoempende eigen nummer Got My Eyes on You met toegevoegd gastzanger Leif Sundin.
Op de tweede helft van de cd meer covers: eerst Ditch Queen van Frank Marino en daarna Travel in the Dark van Mountain, waar het in 1971 Travellin' in the Dark (To E.M.P.) heette. Grommend en snel is het zelfgeschreven Born Again over een verloren liefde, waar Sundins stem net tekort komt. Ach, het gitaarwerk maakt dat goed.
Op het instrumentale titellied dat de plaat afsluit klinkt warempel toch nog een traditioneel bluesschema. Norum laat nog eens horen wat hij vermag. Dat is véél, al zullen bluespuristen dit veel te hardrock vinden.
» details » naar bericht » reageer
Angelic Upstarts - We Gotta Get Out of This Place (1980) 3,5
24 februari 2025, 17:28 uur
In mijn herinnering was in 1980 de Britse punkgolf voorbij en namen de VS het stokje over. Nu ik echter systematisch door new wave en aanverwanten reis, blijkt dat onjuist. In 1980 kwam ik tot dusver Britse punk tegen van 999 met album The Biggest Prize in Sport, Stiff Little Fingers met Nobody's Heroes, Cockney Rejects met Greatest Hits Vol. 1, U.K. Subs met Brand New Age, Discharge met single Realities of War, later op hun compilatie 1980-1986 te vinden, en The Members met 1980 - The Choice Is Yours.
Na die laatstgenoemde was We Gotta Get out of Here de tweede punkplaat in april van Britse origine. Angelic Upstarts maakt net als op hun debuut robuuste punk in de voetsporen van Ramones en Sex Pistols. Anders dan bij tijdgenoten wordt niet uit andere genres geleend: de Upstarts brengen pure punk. Probleem is alleen dat het in de twaalf nummers, net als op de eersteling, niet erg blijft hangen.
Het Britse publiek was het met mij oneens. Single Out of Control klom in februari 1980 naar #58 en het titelnummer kwam eind maart als single tot #62. Bovendien was daar non-albumsingle Last Night Another Soldier, in augustus #51. De elpee haalde in april #54.
Opvallend is de tekst van Lonely Man of Spandau. Het is een pleidooi om nazi Rudolf Hess, in 1980 nog de enige gevangene in die instelling, vrij te laten. Muzikaal op z'n stevigst zijn Their Destiny Is Coming en Out of Control. In Ronnie Is a Rocker zit een boogiepiano, het intro van Listen to the Steps lijkt wel postpunk en afsluiter We Gotta Get out of This Place is een cover van The Animals.
In 2003 verscheen via Captain Oi! een cd-editie met twee bonustracks, die goed bij de overige tracks passen en welke ik ook op streaming aantref.
Mijn vorige halte door de wereld van new wave - waarbij momenteel nogal eens punk - was "Strange Boutique" van The Monochrome Set. De volgende wordt Los Angeles van het Amerikaanse punkgezelschap X.
» details » naar bericht » reageer
The Monochrome Set - "Strange Boutique" (1980) 3,5
24 februari 2025, 16:38 uur
In mijn reis door de new wave van 1980 belandde ik met het vorige station in april van dat jaar, dankzij toegankelijke punk van de tweede van The Members. Het debuut van Londenaren The Monochrome Set is mijn tweede kennismaking met die groep, nadat ik vanwege postpunksingle Eine Symphonie Des Grauens, dat ik op dit album met verzameld werk van de groep beluisterde.
Het lijkt wel of we met het debuut Strange Boutique met een heel andere groep hebben te maken. De "doomwave" zoals mijn vrienden en ik de muziek op z'n Joy Divisions destijds noemden, heeft bijna helemaal plaatsgemaakt voor zonniger muziek.
De opener heeft met z'n burundidrums raakvlakken met Adam & The Ants (in 2007 legde Jan Wessels uit hoe dat kwam); een lang intro, pas halverwege wordt er gezongen. De zang van Bid, alias van Ganesh Seshadri, is in keurig geaffecteerd Engels. Met nummers als The Lighter Side of Dating en Espresso (door Spotify abusievelijk Expresso genoemd) wordt de sfeer extra luchtig met dansende gitaarlijntjes, waarna het instrumentale The Puerto Rican Fence Climber voor meer daarvan zorgt. Martians Go Home dat kant 1 afsluit is mijn favoriet met enkele aparte tempowisselingen en een tekst prettig-absurde tekst over sterrenbeelden.
Kant 2 behoudt die sfeer met Love Goes Down the Drain, waarna lichte melodie volgt in Ici Les Enfants en zich met The Etcetera Stroll het tweede instrumentale nummer aandient. Goodbye Joe is slechts voor zang en elektrische gitaar, waarna de plaat op z'n Strangleriaans afsluit met The Strange Boutique, vooral omdat producer Bob Sargeant zijn orgeltje dominant laat meedoen. Voor mij het sterkste nummer van de plaat, omdat deze het vinnigst is.
Toch doet de muziek vooral denken aan zowel The Smiths van enkele jaren later als daarna The Housemartins: heel Engels, vrolijk met een ondertoontje van gekweldheid: de befaamde 'stiff upper lip'. Al met al een aangenaam, licht verteerbaar plaatje in dikke Engelse sfeer. Geen hitsingles, maar in mei 1980 klom het in de Britse albumlijst tot #62.
Nieuwsgierig vraagje aan Tonio n.a.v. diens bovenstaande bericht: welke albums uit deze periode vallen voor jou zovele jaren later door de mand?
Even Engels maar van heftiger kaliber is mijn volgende halte, de tweede van Angelic Upstarts.
» details » naar bericht » reageer
The Members - 1980 - the Choice Is Yours (1980) 4,0
20 februari 2025, 12:53 uur
Op reis door punk en new wave kom ik vanaf de powerpop van het debuut van The Romantics bij de tweede van The Members. Behorend tot de eerste golf punks in Londen, debuteerden ze pas in 1979 met At the Chelsea Nightclub om in maart 1980 terug te keren met 1980 - The Choice Is Yours. De groep behoort tot de categorie punks die hun muziek nadrukkelijk verbreedt: het album begint met ska via het instrumentale The Ayatollah Harmony, op Clean Man klinkt reggae met blazers, Romance is een stevig en swingend popliedje met koortjes, slotlied Gang War is in de stijl van Bruce Springsteen en The Boomtown Rats, compleet met saxofoon.
Tussendoor klinken vrolijke, melodieze scheurgitaarliedjes met teksten die blij stemmen. Zoals Goodbye to the Job met het nodige gemopper over de baas, die het mooi kan bekijken: doei! En zo volgt het ene na het andere lekkere nummer. Geen van allen wereldschokkend maar steeds plezant. Brian Was heeft een akoestisch intro en ontvouwt zich tot een klein pareltje, Police Car is een cover van Larry Wallis, pionier-producer bij Stiff en daarvoor de allereerste gitarist bij Motörhead.
Album en singles flopten. Ten onrechte, dit blijkt een aangename ontdekking: lieve punk met popsaus. Aanbevolen voor liefhebbers van The Undertones en The Clash en liefhebbers van ska kunnen ook genieten.
En nu naar naar de volgende halte: de debuutelpee van het eigenwijze The Monochrome Set
» details » naar bericht » reageer
The Romantics - The Romantics (1980) 3,5
19 februari 2025, 22:12 uur
Powerpop 1980. Overeenkomsten tussen The Romantics en The Knack? Beide groepen maakten powerpop met pittige gitaarriffs. Beide groepen worden herinnerd door een grote hit (of beter: in het geval van The Romantics twee) waarbij de overige nummers in de schaduw daarvan staan.
Wie tiener was in 1980 moet de groep kennen van What I Like About You, dat in Nederland eind maart de Nationale Hitparade betrad om begin mei op #5 te toppen. Met een pakkend fluisterzangdeel op 2/3, waarna het refrein luid wordt herhaald. Slim, effectief en leuk trucje.
Waar de Californiërs van The Knack begin 1980 hun tweede album ...But the Little Girls Understand uitbrachten, waren The Romantics uit Detroit kort daarna toe aan hun titelloze debuut. Gekleed in glimmend roze en kekke stropdasjes - dezelfde foto op single - klinkt onvervalste jaren '60 rock in modern jasje. De riff staat centraal.
Soms werkt dat, vaker minder. Dat heeft mede met de zangers te maken: zowel gitarist Wally Palmar, bassist Rich Cole als drummer Jimmy Marinos doen de leadzang, de laatste op de doorbraakhit. Zijn stem is de prettigste, de andere twee hebben het nét niet. Bovendien is de ene compositie pakkend en de andere minder.
Opener When I Look in Your Eyes is aangenaam, hetzelfde geldt voor het gitaargeluid in Keep in Touch dat als compositie echter minder pakt; afsluiter Gimme One More Chance (Spotisaai vermeldt de titel als Gimme Me
) is een lekkere afsluiter van de plaat. She's Got Everything, oorspronkelijk van Ray Davies en zijn Kinks, heeft vanzelfsprekend een sixtiesgevoel. Toch liever eigen werk van de groep. Maakt wél duidelijk dat The Romantics in deze geest muziek schreven.
Dat laatste ligt niet in mijn smaakzone. Het is me te sixties, ondanks de inventieve drumpartijen van Marinos. Een matte 7 als schoolcijfer. Laat onverlet dat als de radio What I Like About You laat horen, de volumeknop bijna vanzelf omhoog gaat en ik luid meebrul: "Hey!"
Ik kwam hier op reis door de wondere wereld van new wave en co. Vorige halte was de debuutsingle/EP van de Britse hardcorepunks Discharge. Volgende liedje op mijn afspeellijst met new wave is Missing Words van The Selecter, maar omdat ik het bijbehorende album Too Much Pressure al besprak, ga ik terug naar Engeland. Op naar punk-met-frisse-ingrediënten van The Members en hun tweede elpee 1980 - the Choice Is Yours.
» details » naar bericht » reageer
Europe - Last Look at Eden (2009) 4,0
19 februari 2025, 17:19 uur
Mijn broer reageerde zaterdag verbaasd toen ik vertelde in een Europefase te zitten. "Europe, dat is toch voor meisjes?" vroeg hij met gefronste wenkbrauwen. "Jazeker, voor meisjes die van steviger werk houden," had ik moeten antwoorden.
Kende sommige nummers van dit album enkele jaren; met hulp van MuMe stelde ik een cd samen met het beste van Europe ná de hereniging in 2003. Dat waren van dit album Prelude / Last Look at Eden, het grommende The Beast, No Stone Unturned en afsluiter In My Time.
Mijn zelfgebrande disc beviel met de jaren nog beter dan ie al deed en dankzij vielip en Henk van No Dust Records kon ik in één klap een stapeltje cd's van de groep aanschaffen, benieuwd naar de rest van die albums.
Last Look at Eden had inmiddels vele rondjes gedraaid toen opeens het eurootje viel: veel nummers hebben een midtempo, swingende maar toch harde groove. Waar deed me dat toch aan denken? Juist: Deep Purple. Die groep kon in de jaren '70 maar ook daarna een vol-vet ritme neerzetten. Zwaar en toch swingend. In het geval van Europe spelen de ronkende klavieren van Mic Michaeli (die sinds de hereniging nimmer zoveel ruimte kreeg als hier) en het basspel van John Levén een uiterst belangrijke rol, zoals Jon Lord, Roger Glover en Glenn Hughes die rol bij Purple hadden - Glover nog altijd.
Dat betekent dat er stiekem een beetje funk in de muziek zit verscholen. Je komt dit tegen op Gonna Get Ready, Catch That Plane, Mojito Girl, U Devil U en Run with the Angels.
Bovendien is er symfonische hardrockbombast die aan Ritchie Blackmore's Rainbow ten tijde van album Rising doet denken. Dit in het titelnummer plus het magistrale No Stone Unturned, mede dankzij de strijkers van het Czech National Symphony Orchestra. Die strijkers zitten ook in rockballade New Love in Town en het sterk opgebouwde Only Young Twice.
Het album verscheen ná tussendoortje Almost Unplugged: Live at Nalen (2008), waarop de groep naast eigen werk ook muziek van onder meer UFO en Thin Lizzy in een nieuw jasje stak. In datzelfde jaar was de echtgenote van gitarist John Norum overleden, wat terugkeert in slotlied In My Time, dat sterk aan het blueswerk van Gary Moore doet denken.
Het is in dit nummer dat Norum, wiens solo's ingetogener zijn dan op de voorganger, volledig losgaat. Eerder op dit album kwam ik dat slechts bij The Beast en Run with the Angels écht tegen. Hij kiest vaak voor een langzamere benadering, gemarineerd in de blues en wahwah en dat vooral in de groovenummers.
Niet zo goed als voorganger Secret Society, desondanks sterk. Al moest ik beter mijn best doen het album te doorgronden. Bovendien weer anders dan de eerste twee studioalbums die sinds 2004 verschenen. Wat dat betreft wordt wederom níet op de automatische piloot gevlogen.
» details » naar bericht » reageer
Discharge - 1980-1986 (1987) 3,5
19 februari 2025, 00:53 uur
Discharge uit Stoke-on-Trent debuteerde in maart 1980 met single Realities of War. Begonnen in 1977 was hun muziek geleidelijk harder en sneller geworden; je hoort invloeden van Motörhead en op hun beurt werden ze van invloed op thrash metal.
Politiek bewust, aanhangers van het anarchisme en pacifisme. Als luisteraar werd je gebombardeerd met een mitrailleurvuur aan decibellen, voor die tijd ongekend. Waar veel punk van voordien inmiddels bijna als braaf wordt ervaren, is dat hier anders.
Realities of War is een 7" met op iedere zijde twee nummers. Er wordt gebeukt met snel riffwerk, zo wordt vanaf de eerste seconden duidelijk: op YouTube volledig te vinden. Het titelnummer duurt 70 seconden, het langste is But After the Gig dat er zes langer duurt.
In tegenstelling tot wat ik soms lees als zou echte punk geen gitaarsolo's mogen bevatten, mag dat hier wél, zo bewijst datzelfde nummer. Alsof je een voorproefje van Slayer krijgt.
Het zou nog twee jaar duren voor ze op langspeelplaat debuteerden, maar de toon was gezet... Datzelfde jaar nog verscheen de tweede single; Decontrol bevat drie nummers. Landelijke bekendheid kwam dankzij BBC Radio 1-dj John Peel, die de groep eind maart 1980 voor het eerst draaide.
In 1984 verschenen maar liefst drie compilatie-elpees van Discharge met daarop vooral non-albumwerk, maar qua volledigheid prefereer ik 1980-1986, die echter niet in z'n geheel op streaming is te vinden. Rauw en meedogenloos, dat is hetgeen deze hardcore punkgroep serveerde.
De reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave en aanverwanten vervolgt. Ik kwam van deze verzamelaar van The Stranglers en omdat ik Flex van Lene Lovich al behandelde, vervolg ik bij de powerpop op het debuut van The Romantics.
» details » naar bericht » reageer
The Stranglers - The Collection 1977-1982 (1982) 4,5
18 februari 2025, 17:47 uur
Op reis door new wave in het jaar 1980 stuit ik op Bear Cage van The Stranglers. Een non-albumsingle die op 16 maart 1980 op #55 binnenkwam in de Britse hitlijst, terwijl diezelfde dag de hoogste nieuwe binnenkomer op #1 landde: Goin' Underground van The Jam, mijn vorige halte op deze queste. The Stranglers piekten een week later op #36.
Vroeger haalde ik mijn neus op voor verzamelaars als deze: "liever de originele albums". Maar dan mis je mooi de non-albumsingles, Ronaldje! Zoals de ruim zes minuten van Walk on by, dat niet lang ná album Black and White verscheen, in september 1978 piekend op #21. Of het aardige Who Wants the World dat in juni 1980 tot #39 kwam. Plus natuurlijk parel Strange Little Girl, in augustus 1982 in het VK #7 . In Nederland minimaal de top 10 verdienend maar zelfs de tipparades niet halend - het werd hier overigens wél gedraaid op de radio en zelfs op tv was het vreemde kleine meisje te zien - bij Sky Channel. Sindsdien een überfavo van me.
Dit album verscheen in twee hoezen, de ene zoals MuMe die toont en de andere werd door dazzler al in 2008 genoemd. Die versie werd op het Europese continent uitgebracht, uitgezonderd Frankrijk dat de gangbare, Britse hoes gebruikte. Zie bij Discogs hoe het zit, scroll daar naar beneden voor de diverse uitgaven.
Hoe een toch al eigenwijze en (ook muzikaal) tegendraadse punkband het rauwe imago geleidelijk van zich afschudde en naar sferische droompop - wij noemden ook dit new wave - overschakelde.
Sommigen vonden het jammer dat dit bandje, net als andere collega's, met punk stopte. Gelukkig voor hen was er vers bloed: op naar de debuutsingle van Discharge, tevens verschenen op 1980-1986.
Als uitsmijter nog kort uw aandacht voor de hoes van single Walk on by: op het hoofd van Hugh Cornwell is dat van Dionne Warwick geplakt, de oorspronkelijke vertolkster. En let ook eens op het handje van Dave Greenfield...
» details » naar bericht » reageer
John Norum - Optimus (2005) 3,0
17 februari 2025, 22:03 uur
Wat doe je als je oude bandje weer bij elkaar is, maar niet al je materiaal kan gebruiken? Je brengt een volgend soloalbum uit. Tussen comeback Start from the Dark (2004) en Secret Society (2006) van Europe, bracht gitarist John Norum Optimus uit.
Hierboven verwoordt milesdavisjr precies hoe ik het beleef, waarbij de kleine toevoeging dat Phantom Blue, van wie het nummer Time to Run wordt gecoverd, de groep was van zijn Amerikaanse echtgenote Michelle Meldrum. Dan snap ik hoe het nummer in Zweden terecht kwam. Norum is een prima zanger met een vrij rauwe stem en dit leentjebuur past bij de rest van het album. Dit is dus tevens het nummer dat mede door ex-Purpleman en vriend-van-John Glenn Hughes werd geschreven, zoals Kronos reeds in 2011 opmerkte.
Tegelijkertijd kan ik mee met miles' kritiek op de doffe productie, die gecomprimeerd aanvoelt. Dat mede door de laaggestemde gitaren, het kritiekpunt van vielip.
Mijn favorieten: de niet eens zo vlotte opener Chase Down the Moon, het lichtere One More Time, het instrumentale Optimus, Takin' the Blame met zijn zware en tegelijkertijd melodieuze intro, alsof hier Thin Lizzy en Black Sabbath elkaar ontmoeten én het optimistische en lichtere Change Will Come.
Het tweede instrumentaal is de afsluiter Solitude, waar Norum (weer) eens laat horen hoe goed hij als sologitarist is. Een eigen compositie, niet een cover van het gelijknamige nummer van de Sabs.
Degelijk, verdienstelijk maar nergens verrassend, ontroerend of iets anders wat me echt raakt. Een 6,5 als schoolcijfer en dat is toch meer dan de 5 die ik voorganger Slipped Into Tomorrow uit 1999 gaf. Met de mannen van Europe wordt Norum echter naar grotere hoogten gestuwd.
» details » naar bericht » reageer
The Jam - Snap! (1983) 4,0
Alternatieve titel: Compact Snap, 17 februari 2025, 18:29 uur
Ben op newwavereis in maart 1980, als The Jam in het VK met hun tiende hitsingle voor het eerst #1 haalt: Going Underground. Sterker nog, de eerste drie weken dat het schijfje de hitlijst haalt, staat het op die plek. Een non-albumsingle, voor het eerst op 33 1/3 toeren verschenen in 1983. Dit via Snap!, dat met 28 tracks veel heeft te melden. Was in het Verenigd Koninkrijk bovendien in speciale editie met bonus-live-EP te verkrijgen.
Een heerlijke verzamelaar om hun ontwikkeling te volgen, zeker geschikt voor hen die frontman Paul Weller ontdekten als godfather van de generatie Oasis, Blur en noem maar op. Passionele zang en hartstocht zijn termen die van toepassing zijn, of is dat te klef? Denk het niet, gezien de sociaal-maatschappelijke onderwerpen die door The Jam worden aangesneden.
Muzikaal nét geen punk: de gitaren zijn fel maar scheuren niet en geen geschreeuw maar "gewone", zij het gedreven zang. En natuurlijk hadden de drie in de begintijd het jaren '60 het imago van mod met vrij keurige kleertjes, zich daarmee onderscheidend van de rattenkapsels, gescheurde t-shirts, leren jassen en veiligheidsspelden.
Misschien dat een ander het wél punk vindt: steevast uptempo met spetterend drumwerk in combinatie met de diverse sociale onderwerpen die worden aangesneden. Qua energie is er geen verschil! Al zijn er zijpaadjes in hun oeuvre, het muzikale spectrum werd geleidelijk iets breder.
De dubbelaar haalde in oktober 1983 meteen #2 en bleef daar een week staan. Een bestseller. Vanaf 2004 verscheen de volledige Snap! op 2- dan wel 3cd, maar al in 1984 was er een ingekorte versie onder de titel Compact Snap!
Vorige week maandag kwam het bericht van het overlijden van voormalig Hilversum 3-dj Vincent van Engelen. Tien jaar eerder was hij te gast in podcast Dit Was De Radio en laat daarin nou een fragment zitten uit 1980 waarin hij Goin' Underground op de draaitafel heeft! Luister hier vanaf 46'10" hoe het liedje werd gedraaid na een livereportage over een kraakactie. Het album staat op JijBuis.
Mijn muzikale reis kwam The Pop Group en vervolgt bij een andere non-albumsingle: The Stranglers met Bear Cage, dat twee jaar later belandde op verzamelaar The Collection 1977-1982.
» details » naar bericht » reageer
Metallica - ...And Justice for All (1988) 4,5
16 februari 2025, 20:43 uur
...And Justice for All. De laatste Metallica die me écht wat deed. De eerste zonder de betreurde Cliff Burton, met het opmerkelijke verhaal van de baspartijen van Jason Newsted die zo goed als geheel zijn weggemixt. Man van de mix Steve Thompson legde bij Loudwire uit waarom. Op YouTube kun je versies vinden waarbij ze Newsteds partijen hebben gerepareerd. Ik vind ze beter klinken dan de officiële dubbelaar.
Wie goed luistert, kan hier en daar horen dat het vel van de snaredrum halverwege een track is vervangen, zo las ik ooit in een interview met drummer Lars Ulrich. Dit omdat het vel het tijdens lange tracks begaf onder zijn geweld. Zou best kunnen, al hoor ik het niet.
De dubbelaar was een favoriet bij radioprogramma Vara's Vuurwerk, gepresenteerd door droogkloot Henk Westbroek. Een album dat ik daarom met dat programma associeer.
Het songmateriaal is sterk en gevarieerd, zo blijkt al snel als na het snelle Blackened het gitaargetokkel van het titelnummer komt. One was de eerste videoclip van de groep die voorheen anti-videoclip was en het bleek een aangrijpende.
De plaat duurt lang, wat zich wreekt op kant 3 met The Frayed Ends of Sanity. Dat is niet slecht, maar ik hield/houd de aandacht er niet meer goed bij. Het akoestische getokkel waarmee kant 4 begint bij To Live Is to Die is dan weer fraai, maar ook dit nummer houdt mijn aandacht niet vast, ondanks de fraaie twingitaren in het tweede deel. Gelukkig laat Dyers Eve de plaat snel eindigen.
Een 9 als schoolcijfer, ondanks mijn gemengde gevoelens: goede composities - zij het twee teveel van het goede - en dat vermaledijde besluit om de bas slechts licht hoorbaar te laten. Hierna kwam het titelloze zwarte album, waarmee de groep doorstootte naar de internationale Champion's League van rock en metal. Ik gunde het ze, maar veel liever de eerste vier...
» details » naar bericht » reageer
The Pop Group - For How Much Longer Do We Tolerate Mass Murder? (1980) 3,0
16 februari 2025, 19:15 uur
Opvolger van het kortgetitelde Y van het jaar ervoor, bracht The Pop Group uit Bristol in maart 1980 For How Much Longer Do We Tolerate Mass Murder? uit. De hoes is uiterst ongemakkelijk: waar kijk ik naar? Is dit echt? Wat gebeurt hier? In welke omgeving staat deze twee elkaar kussende kinderen? De muziek is dat eveneens. Een basis van soms "gestoorde" funk met dominant de basgitaar van Dan Catsis en de grom-, schreeuw- en kreunzang van Mark Stewart die gruwelijk boos is op het diverse onrecht in de wereld.
Al luisterend herinner ik me het wereldnieuws van die periode met de bijbehorende journaalbeelden. Mark Stewart draait er als docent wereldcrisissen geen doekjes om en bovendien schuurt de muziek nogal eens langs hetgeen de oren als aangenaam ervaren, dankzij zijn zang én het tegendraadse, scheurende gitaarspel van Gareth Sader en John Waddington. Bovendien zitten er in het saxofoonspel van Sager invloeden van atonale free jazz. Aan het eind van dat decennium leerde ik van een collega de Nederlandse bijnaam hiervoor: piep-piep-knor, wat exact uitdrukt hoe het klinkt.
Ondertussen klinkt in Feed the Hungry een groove die aan werk van Talking Heads doet denken. Het vijftal doet dus aan meer dan alleen ongemakkelijkheid.
Als Bob Dylan als een protestzanger gold, hoe moeten we dan Stewart kwalificeren? Hij is veel directer dan de illustere grootheid, getuige bijvoorbeeld de boodschap over twee grootheden van de Amerikaanse politiek in aanklacht How Much Longer: "Nixon and Kissinger should be tried for war crimes, for the secret bombing of Cambodja", waarna net zo makkelijk het verwijt "P.L.O. spells plutonium" volgt.
In de James Brownachtige funk van Justice komen andere geografische oorden langs: het gaat van Zimbabwe naar Ierland en vooral klassenjustitie in zijn eigen Verenigd Koninkrijk.
Hierna wordt in There Are No Spectators muzikaal uit dub geput, nooit een poging doende om het de luisteraar makkelijk te maken. Rob a Bank is de plezante uitsmijter.
De hoes bevat de nodige krantenknipsels, een document op zichzelf in de stijl van punk-/kraak-/anarchistische publicaties uit diezelfde tijd - zoals in Engeland het blad Sniffin' Glue en in Nederland de Koecrandt.
In 2016 verscheen het album op cd met als nieuwe track non-albumsingle We Are All Prostitutes, waarvoor vreemd genoeg het aangename buitenbeentje We Are One out of Many sneuvelde, dat echter op YouTube is te vinden. Het is de 2016-editie die ik op streaming aantrof.
The Pop Group stopte in 1981, nadat nog in juni van datzelfde 1980 verzamelaar We Are Time was verschenen. Leden doken op in groepen New Age Steppers en Rip Rig + Panic, waarna The Pop Group in 2010 weer bij elkaar kwam. Opmerkelijk is dat in 2016 single We Are All Prostitutes nog eens #3 haalde in de Britse hitlijst. Stewart overleed in 2023.
Mijn reis door new wave en aanverwanten bevindt zich in maart 1980 en kwam van de eerste elpee van Tuxedomoon. Volgende nummer op mijn afspeellijst is Geno van Dexy's Midnight Runners, maar omdat ik het bijbehorende album Searching for the Young Soul Rebels al besprak, is het volgende station single Going Underground van The Jam, voor het eerst op een album van de groep te vinden op de verzamelaar Snap!
» details » naar bericht » reageer
Tuxedomoon - Scream with a View (1979) 3,5
15 februari 2025, 15:03 uur
Bij het beluisteren van Tuxedomoons elpeedebuut Half-Mute uit 1980 bleken op streaming als bonus de vier nummers van voorganger Scream with a View te staan. In onbekend jaar op deze cd-editie verschenen.
Veertien jaar geleden noteerde Paalhaas een terechte constatering. Net als op de langspeler van het jaar erna klinken de Amerikanen sterk Europees / Engels: muziek in de voetsporen van Kraftwerk en Brian Eno met drumcomputers, spreekzang met vervormde stem, ijle synths en in het geval van Tuxedomoon ook een scheurend gitaartje (Nervous Guy), al dan niet vergezeld door viool en/of altsaxofoon (Where Interest Lie en Family Man).
Je kunt parallellen trekken met tijdgenoten als Tubeway Army / Gary Numan en The Human League, ook hoor ik er flarden sombere postpunk in. Tegelijkertijd maakt Tuxedomoon het de luisteraar moeilijker dan die namen: dit is duidelijk níet gericht op het grote publiek. Even wennen aan de soms bijna-filmmuziek, maar zeker aangenaam.
» details » naar bericht » reageer
Tuxedomoon - Half-Mute (1980) 4,0
15 februari 2025, 14:51 uur
Contrasten genoeg in de wereld van new wave en aanverwanten van 1980. Van de rechttoe punk van U.K. Subs kom ik bij de grensverleggers van Tuxedomoon.
In 1978 en 1979 had Tuxedomoon, dan nog uit San Francisco, al een EP uitgebracht. In maart 1980 verscheen de eerste langspeler genaamd Half-Mute. De groep klinkt hierop in mijn oren ontzettend Engels, waarbij diverse Europese stijlen samenkomen, van elektronica in de lijn van Kraftwerk tot postpunk. Op de hoes geen groepsfoto maar abstracte, zij het speelse kunst van Patrick Roques.
Veel nummers zijn instrumentaal, qua sfeer nogal eens iets lijkend op wat David Bowie en Brian Eno voorheen knutselden, zoals op hun gezamenlijke album Low (1977). Opener Nazca is er zo één. Een verstilde start van de plaat met onheilspellende klanken, passend bij een thrillerserie. Zanger Steven Brown speelt hier sopraansaxofoon, waardoor het cinematische effect nog groter is. 59 to 1 is vervolgens voorzien van zang en heeft een funkachtige baslijn, waarna met Fifth Column weer de synths domineren, deze keer met altsax en een bijna grommende baslijn van Peter Principle; qua sfeer moet ik denken aan Orchestral Manoeuvres In The Dark.
Met de drumcomputer, viool en meer is daar het derde instrumentale lied, wat de sfeer van een Joy Division ademt: somber en introvert. Deze keer is de hoofdrol voor violist Blaine L. Reininger. Die sfeer blijft in het gezongen Loneliness.
Verrassenderwijs deed dit album het goed onderweg in de auto, waar ik normaliter liever uptempo rock beluister. De grensverleggende geluiden van Tuxedomoon landden bovendien bij elke draaibeurt beter. Meer onheilspellende thrillermuziek in het instrumentale James Whale, postpunk in het vocale What Use, Volo Vivace is instrumentaal met een hoofdrol voor de viool, 7 Years ademt postpunk en de ruim 11 minuten van afsluiter Km/Seeding the Clouds zijn eerst instrumentaal en tegen het einde voorzien van spreekzang.
Op streaming volgen de vier tracks van voorganger EP Scream with a View (1979) die in dezelfde lijn liggen. Te vinden op deze cd.
Na een Europese tournee in het najaar van 1980 verkaste de groep naar New York, waar ze in de kringen van no wave belandden, zo vind ik in het archief van Athens News. In 1997 zouden ze iets dergelijks herhalen, maar dan in Tel Aviv. In 2016 verscheen een tribute aan dit Half-Mute, zie hier.
Zo ver ben ik bepaald niet: ik blijf in maart 1980 en reis naar het Engelse Bristol, waar The Pop Group op hun tweede langspeler aan nog pittiger experimenten doet.
» details » naar bericht » reageer
Avatarium - Between You, God, The Devil and The Dead (2025) 4,5
14 februari 2025, 18:11 uur
Woensdag was ik op bezoek bij een lieve, oude tante. Sneller dan gepland zocht ik haar op, omdat ze waarschijnlijk niet lang meer te leven heeft. Ze is heel helder en kon goed verwoorden dat het leven goed, lang en vol is geweest; maar haar levenskaars brandt steeds zwakker en ze verlangt naar de punt erachter.
Met dit waardevolle en warme gesprek in het geheugen draai ik vanavond de nieuwe Avatarium. Op hun debuut zetten de Zweden vooral doom neer, wat op de twee albums daarna werd uitgebreid naar een toenemend gevarieerde stijl. Met album 4 keerden ze terug naar doom, om die op de opvolger wederom met snellere varianten of andere zaken te verbreden. Dus vroeg ik me af of de groep op album 6 opnieuw met veel variatie te komen.
Het antwoord is nee én ja. Nee omdat het 'm deze keer niet zit in tempowisselingen en Hammondgeluiden. Het blijft vooral langzaam tot midtempo. Daarbinnen is echter veel afwisseling dankzij akoestische gitaren, vrij spaarzaam orgel of piano en andere arrangementen met de nodige jaren '70 (hard)rock. Soms wordt uitgebreid de tijd genomen voor een huilende gitaarsolo, zoals in Lovers Give a Kingdom to Each Other. Met de expressiviteit van zangeres Jennie-Ann Smith is kwaliteit gewaarborgd en riffs en andere ideeën van de hand van gitarist-toetsenist-producer Markus Jidell, zijn wederom van hoge kwaliteit.
De riffs van opener Long Black Waves doen denken aan het vroege werk van Black Sabbath, maar zonder te kopiëren of makkelijk te lenen. "I will tell my soul to sing there is no end ahead - I'm alive and I'm living, being with the dead", luiden dichtregels van Smith in Being with the Dead, alsof het een psalm is. Maar ook het instrumentale Notes from Underground mag er zijn dankzij gitaarcapriolen, net als het sfeervolle titellied dat de plaat als een eigenzinnige ballade afsluit.
Avatarium blijft één van de meest interessante en creatieve verschijningen in de hardrock en metal. Er schiet mij geen actieve hardrockende / metalen groep te binnen die zoveel sfeer oproept. Wat ik niet had verwacht, was dat het thema van dit album zo dichtbij zou komen, passend bij de situatie van die lieve tante.
» details » naar bericht » reageer
Europe - Secret Society (2006) 5,0
14 februari 2025, 00:05 uur
Waar op comebackalbum Start from the Dark enerzijds de zware, donkere gitaarmuren van John Norum domineren met anderzijds de lichte, melodieuze benadering van Joey Tempest, zijn die contrasten op Secret Society samengevloeid tot een kleurrijk en afwisselend album. Kristalhelder en door de band zelf geproduceerd.
De beschrijvingen hierboven zijn spijker-op-de-kop. Indertijd maakte ik aan de hand van dat soort notities een verzamel-cd van Europe waarop veel van Secret Society stond. Nu ik het hele album heb - dank vielip! - blijken bovendien de overige nummers stuk voor stuk heul sterk.
Ben een grote fan van Norums riffs en solo's. Modern met hoorbaar invloeden van Uli Jon Roth, Michael Schenker, Ritchie Blackmore en de diverse gitaristen van Thin Lizzy. Sterke opbouw van zijn solo's met soms onverwachte wendingen in plaats van alleen maar toonladders racen; wel zet hij perfect getimed zijn snelheidstroeven in. Wat vindt Sir Spamalot hiervan, vraag ik me ineens af?!
Ook lekker is dat het meeste werk uptempo of sneller is met Wish I Could Believe en A Mother's Son als sterke uitzonderingen. Verder stuwend drumwerk van Ian Haugland waarbij toetsenist Mic Michaeli helderder geluiden brengt dan op de voorganger, zodat hij iets meer ruimte inneemt. Toch is dit voluit een gitaaralbum. In Brave and Beautiful Soul klinkt Norum in de coupletten warempel een beetje á la The Edge van U2 - en het wérkt!
Dank aan rkdev voor de informatie over de hoes: "(...) gemaakt door mijn favoriete hoesontwerpers, namelijk StormStudios. StormStudios is een ontwerpbureau dat in 1990 werd opgericht door Storm Thorgerson. Hiervoor van het iconische ontwerpduo Hipgnosis." Ik zag twee jaar geleden de tentoonstelling over Hipgnosis in het Groninger Museum, maar wist niet van StormStudios en al helemaal niet dat resultaat daarvan op deze Europe belandde.
Devil Sings the Blues is wat mij betreft het beste nummer van Europe ooit. Tekst, opbouw en een gitaarsolo die helaas te snel wordt weggedraaid. Wat kan die Norum toch naar een climax opbouwen, Iommiaans goed! Ongelooflijk dat dit dezelfde bezetting is als die van de pophardrock van The Final Countdown, dezelfde verbazing die ik bij Start from the Dark had.
In het weekend van Hemelvaart staan ze op vrijdag 30 mei in Eindhoven. Zin an!
» details » naar bericht » reageer
U.K. Subs - Brand New Age (1980) 3,0
13 februari 2025, 22:51 uur
Contrasten. Op reis door new wave kom ik van het kalme debuut van UB40 bij woeste punk.
De pubrock die op het debuut van U.K. Subs nog enigszins doorklonk, is op deze tweede verdwenen. Op postpunkerige wijze wordt afgetrapt met You Can't Take It Anymore, dat een vrij ingetogen inleiding vormt op de rest.
Mijn favoriet is titelnummer Brand New Age over het bespied worden door camera's. Toen al, wie had kunnen denken dat menige deurbel tevens camera zou worden? Het ene nummer is sneller dan het andere, waarbij ik soms moet grimlachen. Zo snap ik waarom Barbie's Dead niet de soundtrack van de Barbiefilm haalde en op ambtenaren hebben ze het evenmin, die zijn Organised Crime. Ik weet nooit hoe serieus ik teksten als deze moet nemen, maar ze brullen lekker mee.
Beter kan ik me invoelen in de tekst van Rat Race, zeker met de recente berichten over vele daklozen in Nederland. Binnen de krappe muzikale grenzen van punk is de sfeer steevast die van boosheid en strijdlust, waarbij Charlie Harper de hese keel als krachtig wapen inzet.
In Teenage klinkt verrassenderwijs nostalgie naar de jaren '60, waarbij de gitaar van Nicky Garratt onverstoorbaar doorgromt. 500 CC is een ode aan de motor en in Bomb Factory een opsomming van landen en steden waar bomaanslagen plaatsvinden - tegenwoordig helaas ook in uw gemeente dankzij vuurwerkknutsels... 45 jaar later zijn veel teksten verrassend actueel. De muziek kent minder verrassingen: in de auto doet het album het aardig, in de huiskamer kan ik er minder mee.
In het Verenigd Koninkrijk leverde dit twee hits op: Warhead in maart #30 en Teenage in mei twee weken #32. De elpee haalde in april #18. De eerste golf punks mocht zijn gestopt of met getemperde muziekstijlen verdergaan, punk was allesbehalve dood.
En dat was niet alles: na een eerste liveplaat in '79 met opnamen van twee jaar eerder, verscheen al in 1980 een tweede van U.K. Subs, Crash Course genaamd. Die kom ik later tegen, nu eerst wat "beschaafdere" muziek: de eerste langspeler van Tuxedomoon.
» details » naar bericht » reageer
UB40 - Signing Off (1980) 2,5
11 februari 2025, 23:19 uur
Ik verkeer in lichte gewetensnood. Terwijl ik hoor dat dit album goed in elkaar zit, vind ik het meestal helemaal niks. Het is me slechts 2,5 ster waard. Bij deze de bijsluiter en relativering van die score.
Op reis door de wereld van new wave en aanverwanten kan ik dit niet overslaan. Een gemengde (zwart-witte) groep, goed gespeelde reggae, teksten, groepsnaam en albumtitel verwijzend naar de economische malaise van die jaren. De tijd dat industriële veroudering door Margaret Thatcher en de Conservatives zo keihard te lijf werd gegaan door in de economie te snijden, met grote werkloosheid tot gevolg.
Signing Off begint aangenaam met de kalme reggae van Tyler, waarna het ene na het andere kalme reggaelied volgt. En dat vind ik dan saai: reggae is in de meeste gevallen niet mijn ding, ook niet als het in Birmingham door een muzikale molen is gehaald.
Maar dan kan ik wel beweren dat het allemaal op elkaar lijkt, mijn vorige halte was het debuut van Cockney Rejects en ook daar lijken de nummers op elkaar. Mijn oordeel zegt dus veel over mijn smaak en die is - uiteraard - subjectief. En toch. Het is me op Signing Off te lounge, te kabbelend.
Twee andere nummers vallen me positief op: de blazers in King zijn lekker en Food for Thought vind ik vanaf het moment dat ik het hoorde in de Nederlandse hitlijst (te weten juni 1980, één week in de Nationale Hitparade op #46 en verrassenderwijs in liveversie in mei '83 #5 in Nederland en in Vlaanderen diezelfde maand twee weken #20) wél een lekker nummer. Het is ook nét wat vlotter, passend bij mijn smaak.
Ik weet dat het hierna al spoedig commerciëler werd, muziek gemaakt om hits te scoren. Dat deden ze echter erg effectief, UB40 groeide uit tot één van de bestverkopende Britse groepen van het land ooit. Drie keer haalden ze de Britse #1 en maar liefst 40 singles haalden er de Top 40.
Maar liever de volgende haltes in het land van new wave: non-albumsingle Happy House van Siouxsie & The Banshees, later verschenen op Kaleidoscope. Omdat ik dat album al besprak, is de volgende halte bij de tweede van U.K. Subs.
» details » naar bericht » reageer
Cockney Rejects - Greatest Hits Vol.1 (1980) 4,0
11 februari 2025, 23:12 uur
Ooit maakte ik afspeellijsten met new wave, geordend per jaar. Daar kwamen steeds nieuwe liedjes bij en opeens was daar het plan om de albums achter die nummers te gaan beluisteren. Omdat punk het wilde broertje van wave is en eigenlijk meer dan dat, neem ik dat genre ook mee met andere stijlen die eveneens (het containerbegrip) new wave raken.
En zo ga ik opeens van het debuut van U.K. Subs uit 1979 naar dat van Cockney Rejects, verschenen op 7 maart 1980. Qua stijl lijken ze sterk op elkaar, met als voornaamste verschil dat zanger Stinky Turner (in zijn paspoort staat Jeffrey Geggus) nog rauwer zingt dan zijn collega Charlie Harper bij de Subs. En misschien ook wel dat drummer Andy Scott wild als eerder Keith Moon bij The Who om zich heen mept. Zoals in het intro van Shitter, mooie titel bovendien.
Rauw, puur, hard, direct. Dat soort termen voor deze muziek zijn zowel cliché als waar. Erg origineel is het dus niet, maar dat kun je ook van een willekeurige singer-songwriter met akoestische gitaar of digitale geluiden schrijven.
Wat me dan blij verbaast, is dat dit de British Charts haalde, zij het bescheiden. Albumopener I'm Not a Fool kwam als single in december '79 tot #65 en Bad Man! haalde in februari '80 dezelfde positie. In maart kwam elpee Greatest Hits Vol. 1 maar liefst tot #22, om een respectabele tien weken in de albumlijst te blijven staan.
Ook 45 jaar later valt de energie op, waarbij ik groot respect heb voor de stem van Turner. U dacht dat grunten moeilijk was? Probeer eens een kwartiertje op zijn manier te zingen. Dikke kans dat u uw stem enkele dagen kwijt bent. Maar deze man...
Verrassinkjes zijn er ook: behalve sommige heerlijke drumpartijen is er in Join the Rejects een akoestisch intro en een heerlijk meezingrefrein, gezongen op de wijze van voetbalsupporters. In East End wordt bovendien op z'n supporters in de handen geklapt en Police Car is een punkklassiekertje. Mijn favoriet is echter Fighting in the Street. Slotlied Where the Hell is Babylon begint met reggae in dubstijl, al wordt het al spoedig snel en scheurend. Eigenlijk klopt de hilarische albumtitel best wel.
Working class punk. Hierboven wordt dan ook genoemd dat de heren fanatieke supporters van West Ham United zijn. Up the hammers! Mijn volgende station biedt een heel ander recept: het debuut van UB40.
» details » naar bericht » reageer
U.K. Subs - Another Kind of Blues (1979) 3,5
10 februari 2025, 23:14 uur
In 1979 kwam een tweede Britse punkgolf, die muzikaal verwant was aan die van de eerste golf. Beide worden tot de eerste generatie gerekend, om hen te onderscheiden van de hardcore punk die inmiddels in de VS aan het broeien was.
In het geval van de U.K. Subs en Another Kind of Blues geldt dat de groep ooit als pubrockers The Marauders al actief was: men deed er simpelweg lang over om een platencontract te scoren. Dit bij GEM, een sublabel van grote baas RCA.
De muziek doet af en toe denken aan een heftiger versie van Dr. Feelgood, zoals Tomorrow's Girls bewijst. In I Couldn't Be You wordt bovendien de link gelegd met pubrock als een mondharmonica klinkt. Het is op de plaat ongecompliceerd, oprecht en uptempo met als meest opvallende kenmerk de rauwe en plat-Engelse voordracht van zanger Charlie Harper.
In juli 1979 reikt in het VK single Stranglehold tot #26 en in september haalt Tomorrow's Girls nog eens #28, waarna de elpee in oktober #21 aantikt. Met andere nieuwe namen als The Ruts en Stiff Little Fingers bleek punk in 1979 nog altijd de nodige verkoopcijfers te kunnen halen, ondanks dat het nieuwtje er inmiddels echt wel af was of sterker nog, punk als passé werd beschouwd.
Deze strak spelende band klinkt daarbij niet alleen gedreven maar soms ook zwaar, zoals in Rockers en Crash Course. Acht nummers op kant 1 en negen op 2 knallen voorbij: punk uit het boekje en bovendien spontaan.
Verrassend is de vermelding van John McCoy als schrijver van Young Criminals: ik ken de man als bassist van Gillan, de groep van de ex-Purplezanger Ian Gillan, waar het er in diezelfde jaren overigens ook hard en snel aan kon toegaan.
Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave en aanverwanten kwam van de debuutelpee van skagroep The Beat en leidt terug naar 1980. Op naar een ander punkdebuut: dat van Cockney Rejects.
» details » naar bericht » reageer
The Beat - I Just Can't Stop It (1980) 4,0
10 februari 2025, 21:47 uur
In april 1980 maakte ik kennis met The Beat via Hands off... She's Mine, dat gedurende vier weken in de onderste regionen van de Nationale Hitparade van de NOS bivakkeerde met #41 als hoogtepunt.
In hun eigen Verenigd Koninkrijk was er meer succes met de singles van debuutelpee I Just Can't Stop It. Hun eerste hit Tears of a Clown staat er niet op (pas in 1983 voor het eerst op een verzamelaar van de groep verschenen), maar Hands Off werd er in maart #9, het heerlijke Mirror in the Bathroom in mei twee weken #4 en de dubbele A-kant Best Friend / Stand Now Margaret haalde er in augustus #22.
Sterke nummers in de hoek van ska en soms wat reggae en dub, met als sprankelende buitenbeentjes Click Click en Noise in This World waar new wave / postpunk zijn geïntegreerd. De composities mogen er stuk voor stuk zijn en bovendien vol geproduceerd, anders dan bij The Specials en The Selecter, waar het wat meer hol klinkt. Met centraal in het geluid de zang van Ranking Roger en de saxofoon van Saxa. 1980 was een goed jaar voor ska, zo bewijst ook The Beat.
Mijn reis door new wave kwam van het debuut van The Feelies en omdat ik ontdek dat ik de punks van U.K. Subs heb overgeslagen, ga ik terug naar juni 1979 als die groep hun eerste hit scoort met Stranglehold van de elpee Another Kind of Blues.
» details » naar bericht » reageer
The Feelies - Crazy Rhythms (1980) 4,0
10 februari 2025, 07:36 uur
... ben naar dat verhaal op zoek gegaan, maar kon weinig vinden. Op de site over wijlen BBC-dj John Peel vond ik info waaruit blijkt dat The Feelies op 3 oktober 1979 bij Rough Trade debuteerden met single Raised Eyebrows. Waarschijnlijk heeft Peel die gedraaid en zo zal de groep onder de aandacht van Stiff zijn gekomen.
Ik herinner me een artikeltje in Muziek Expres in (februari?) 1980 over de neurotische muziek en het nerdy imago van de groep, maar op de radio kwam ik ze destijds niet tegen. De naam bleef echter hangen, pas in het streamingtijdperk hoorde ik dit album in z'n geheel.
De vier heren (frontman Glenn Mercer, gitarist Bill Million, bassist Keith Nunzio en de nijvere drummer Anton Fier) worden elders terecht omschreven als een tweeakkoordengroep ("punk heeft drie akkoorden, The Feelies twee!") die juist zonder (scheurende) gitaareffecten werkte. De nerveuze muziek en bijpassende zang hebben iets weg van Talking Heads, die nabij het New Jersey van The Feelies werkten.
Anders dan tijd- en genregenoten durfden ze langere nummers te maken, waarbij de composities soms traag op gang te komen. 'Hypnotiserend' is nóg een term die vaak in beschrijvingen opduikt en wie het lange titelnummer hoort, zal begrijpen waarom de muziek zo wordt beschreven. Uptempo, gedreven, monotoon maar allesbehalve saai. Als het leven in New York. Moscow Nights is mijn andere grote favoriet, maar eigenlijk is alles minimaal lekker.
Toch was dit geen hit- of albumlijstenmateriaal. Daarvoor was het kennelijk té afwijkend, té vreemd. Wel invloedrijk en inspiratievol, zo zou later blijken bij onder meer Sonic Youth.
De reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave en aanverwanten kwam van het Noord-Ierse Stiff Little Fingers. In februari 1980 betrad de Nina Hagen Band met Unbehagen de Nederlandse albumlijst, maar omdat ik dat album al besprak vervolg ik bij de ska van The Beat en hun langspeler I Just Can't Stop It.
» details » naar bericht » reageer
Stiff Little Fingers - Nobody's Heroes (1980) 3,0
10 februari 2025, 07:15 uur
Heb indertijd de tweede plaat van het Noord-Ierse Stiff Little Fingers menigmaal in de bakken zien staan, maar de streepjescodehoes trok me totaal niet aan, ondanks de knipoog van het ontwerp van Nobody's Heroes. Verschenen bij Chrysalis, een grote speler in Europa, nadat het debuut bij Rough Trade was verschenen.
Afgelopen augustus beschreef ik dat album, dat me goed beviel. Om de één of andere reden willen de liedjes van deze opvolger niet landen, terwijl de groep nog even oprecht en gedreven klinkt. Ik krijg de vinger niet achter het waarom hiervan en ontdek dat de singles het in het Verenigd Koninkrijk best goed deden. In maart haalde At the Edge er #15 en in mei-juni single-met-dubbele-A-kant Nobody's Heroes/Tin Soldiers twee weken #36. Dat is best veel voor compromisloze, gepassioneerde punk, melodieus en rauw gezongen.
Op kant 2 staan het instrumentale Bloody Dub en cover Doesn't Make It Allright, oorspronkelijk van The Specials die zich gelijkertijd regelmatig in de schijnwerpers speelden. In beide nummers worden reggae en punk naadloos aaneen gesmeed. Sympathiek is Nobody's Heroes zeker, in mijn geval desondanks niet beklijvend.
In 2001 verscheen een uitgebreidere cd-editie met vier bonustracks, die niet onderdoen voor de rest. Plus een interview met frontman Jake Burns met daarin enkele hilarische anekdotes, vervolg van het interview dat op de bonusversie van Inflammable Material staat - grinniken hoe de groep onderhandelde met het label Virgin en hun baas Richard Branson! Burns is een goede verteller. Die versie-met-bonussen staat ook op streaming.
Mijn reis door new wave en aanverwanten kwam van de tweede van powerpopgroep The Knack en gaat terug naar de VS: het debuut van The Feelies.
» details » naar bericht » reageer
The Knack - ...But the Little Girls Understand (1980) 3,0
8 februari 2025, 12:07 uur
De opvolger van de grote voorganger Get the Knack met daarop instanthit My Sharona. Kun je een stukje over de groep tegenkomen zonder dat dat nummer wordt genoemd?
Ook ik ontkom er niet aan. Belangrijker is dat de groep er niet aan ontkwam: een nummer moeten schrijven met dezelfde urgentie als De Hit. En zo staan er op ...But the Little Girls Understand - alweer een verwijzing naar veel jongere meisjes, was dat hun gevoel voor humor? - twee nummers die erop lijken: Baby Talks Dirty haalde in de VS in maart #38 en Can't Put a Price on Love in april #62. Bij ons en de omringende landen geen succes. Wel herinner ik me dat Veronica in hun beperkte zendtijd aandacht besteedden door af en toe een single te draaien. Het paste bij hun imago: jong, wild én catchy.
Veel valt te genieten van het drumwerk van Bruce Gary. Net als op het debuut enorm energiek en gevarieerd. Dat geldt helaas niet voor overige composities, al hoor je dat ze het hard probeerden. Sterker nog, de tekst op de achterzijde van de hoes doet z'n best daar een grap van te maken.
Zo zitten in Mr. Handleman piano en castagnetten, pogingen om hun geluid te verbreden. Best aardig. Het snelle Hold on Tight and Don't Let Go hebben eveneens iets geforceerds, net als het tweestemmige It's You. Al zijn dit echt geen slechte nummers, ze pakken me niet. Andere aardige nummers: I Want Ya dat kant 2 aftrapt en The Hard Way, dat eveneens iets van My Sharona heeft.
In The Feeling I Get en vooral How Can Love Hurt So Much haalt producer Mike Chapman een jaren '60 wall of sound van stal, waarbij ook strijkers. Werkt niet, tenzij je smaak bij een zoete Gerry & The Pacemakers ligt. In maart 1980 piekte het in de VS op #15.
Net als de voorganger is het album als geheel toch nét iets beter dan ik verwachtte. Een krappe 6 als schoolcijfer. Ik ben op reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave. Deze kwam van de Britse powerpop van The Vapors en omdat ik Get Happy!! van Elvis Costello & The Attractions eerder besprak, vervolg ik bij de tweede van de Noord-Ierse punkgroep Stiff Little Fingers.
» details » naar bericht » reageer
The Vapors - New Clear Days (1980) 4,0
8 februari 2025, 10:47 uur
Powerpop met ietwat onderkoelde zang, zo zou ik The Vapors en hun debuutplaat New Clear Days willen omschrijven. Destijds helemaal langs mij heen gegaan - welk een neusje had gaucho kennelijk destijds al... Dat terwijl single Turning Japanese op 9 februari 1980 de Britse hitlijst betrad, om eind maart op #3 te pieken. De nummer 1 die week: The Jam met Going Underground en zoals hierboven door Tramps like us gemeld is er muzikale verwantschap tussen die twee. Na vaker draaien hoor ik bovendien overeenkomsten met Sparks, maar dan zonder de falsettozang van die groep.
Het grote verschil zit 'm in de zang van Vapors' David Fenton, die een bepaalde gereserveerdheid bevat. Aan grote, luide uithalen doet hij niet, maar de uptempo muziek en lenige melodielijnen zorgen ervoor dat New Clear Days heerlijk energiek is.
Favorieten zijn opener Spring Collection, de al genoemde single met zijn oosterse knipogen in de muziek, het felle America en soortgelijke Bunkers, de tweede single News at Ten die in juli tot #44 reikte, het wat onheilspellende Somehow, de ode aan vrije tijd Waiting for the Weekend dat zowaar koortjes bevat én slotlied Letter from Hiro. Grommende baslijntjes, strak gedrumd plus dansende gitaren van Edward Bazalgette, ondersteund door Fenton. In een strakke, droge productie. In de teksten kruipt wat door van de beklemmende sfeer van het Groot-Brittannië in depressie, de jaren Thatcher.
In 1981 verscheen de opvolger Magnets, waar ik later aan toe kom: nu bevind ik me nog in februari 1980. De vorige halte was het debuut van Orchestral Manoeuvres in the Dark en het volgende album bevat meer powerpop: ...But the Little Girls Understand van The Knack.
» details » naar bericht » reageer
Europe - Start from the Dark (2004) 3,5
7 februari 2025, 19:18 uur
Nadat de Zweedse belastingdienst enkele jaren beslag had gehouden op bezittingen en inkomens van de voormalige leden van Europe (zie website wingsoftomorrow.com onder The band > History > 1988-2002 over die zwarte bladzijden), keerde de groep in 2003 terug. Gelouterd en ernstiger dan voorheen, zo straalt de muziek van een jaar later uit. Dit in de bezetting van de internationale doorbraak The Final Countdown.
Dat geluid komt vooral door gitarist John Norum, die echter geen last had gehad van de financiële perikelen omdat hij toen allang ex-lid was. Op zijn soloalbums was hij zijn gitaren gaan downtunen, waardoor ze in combinatie met donkere riffs zwaarder klinken; op Start from the Dark soms alsof er een snufje death metal of nu metal in zijn spel zit.
Tegelijkertijd blijft dit de groep met de heldere vocalen van Joey Tempest, verrassend goed passend bij het nieuwe Europe. Toetsenist Mic Michaeli, klaar met vrolijk jaren '80 klaterspel, speelt eveneens donkerder en heeft een bescheidener rol: dit is voluit een gitaaralbum, vet geproduceerd door Kevin Elson, opgenomen in Stockholm.
Norum en Tempest schreven de eerste nummers voor Start from the Dark. Uitblinken doen vooral het titelnummer met een tekst verwijzend naar de staat waarin de groep verkeerde, Wake up Call met grommend basspel van John Levén en een heerlijke solo van Norum, het rockende Sucker over een fan die kennelijk de inspiratie voor de tekst vormde, het autobiografische Spirit of the Underdog en het felle en tegelijkertijd melodieuze America.
De rest is weliswaar niet spectaculair maar altijd lekker. Zoals Hero, getuige de clip een ode aan hun - en mijn - jeugdheld Phil Lynott met daarin een passende twingitaarsolo; en het akoestische slot Settle for Love.
Bepaald géén herhaling van de stijl van The Final Countdown of de "Amerikaanse" albums met Kee Marcello daarna. Evenmin een terugkeer naar de directe hardrock / metal van hun eerste twee albums. De groep vond zichzelf opnieuw uit en juist dat geluid maakte dat ik de groep (pas in 2017) herontdekte. Met dank aan de grotere rol voor John Norum en diens riffs.
» details » naar bericht » reageer
Thin Lizzy - The Acoustic Sessions (2025) 3,5
7 februari 2025, 17:58 uur
"In the land of Erin where sat the high king - Faced with a problem: the dreaded Viking. Gather all the manfolk speaking the Celtic tongue. The land is Erin, the land is young."
De jonge Phil Lynott verwerkte zijn voorliefde voor geschiedenis in zijn teksten en trad met Eric Bell op in kroegen, om zo wat bij te verdienen naast Thin Lizzy. Soms werden die liedjes het startpunt voor elektrische versies bij hun groep.
In dit geval horen we ongebruikte demo's, voor Acoustic Sessions fraai opgewerkt naar een volledig album. Originele gitarist Eric Bell leverde nieuwe akoestische bijdragen, opgenomen in zijn thuisstad Belfast. Dit alles gestoken in een fraaie hoes, in mijn geval cd met klaphoesje. De tekeningen zijn van ene Noel Panchal maar lijken op die van Jim Fitzpatrick destijds.
Het werk op dit album bevat andere versies van negen nummers, te vinden op de drie albums die Lizzy met Bell uitbracht in de jaren 1971-1973 en de EP New Day uit '71. Zonder elektrische gitaar is het soms wat kaaltjes, andere keren wint een nummer aan intensiteit. Dat kan zijn door een afwijkende zanglijn, fraai basspel en door Bells invullingen, oud én nieuw.
Anders dan de titel suggereert, duikt hier en daar een elektrische gitaar op, zij het in bescheiden rol, zoals in Slow Blues. Drummer Brian Downey horen we in Slow Blues, Whiskey in the Jar en in Remembering Part 2 (New Day), plus zeer summier in Here I Go Again.
Mijn favoriete nummers blijven dezelfde: A Song for While I'm Away dat zijn orkestrale arrangement behield, Eire (waaruit het citaat aan het begin) en Dublin dat ik zelfs als gesproken gedicht (hoor hier) zo mooi vind. Shades of a Blue Orphanage daarentegen blijft langdradig.
Op mijn cd ontbreekt bonus Slow Blues G.M. oftewel Gary Moore. Geeft niks, met negen nummers is deze folkkant van Thin Lizzy helemaal okay. Alsof je in een Ierse kroeg zit met een donkere stout in het glas. Sláinte!
» details » naar bericht » reageer
Kim Wilde - Closer (2025) 4,0
5 februari 2025, 07:33 uur
Een nieuwe Kim Wilde en in oktober komt ze ook nog eens op tournee naar Nederland en België! Closer bevat - gelukkig - haar vaste koers van muziek op de rand van pop en wave met die immer herkenbare, wat monotone stem. De eerste vier nummers knallen erin: Midnight Train als pompende opener, in Scorpio een laagje scheurgitaar, Trail of Destruction met moderne dancegeluidjes in de synths en het melancholische Sorrow Replaced is een fraai duet met Midge Ure.
Er zit geen sleet op haar stem, die weliswaar nooit zal uitbarsten in rauwe uithalen maar o zo passend is bij deze popwave. Met het langzame Lighthouse kan ik minder, maar het stampende Love Is Love is aangenaam en het dreunende Rocket to the Moon heeft met z'n scheursynths zowaar weg van Muse.
Daarna haak ik enigszins af, maar dankzij de tekst van het openhartige slotlied Savasana over zelfacceptatie - "I'm embracing myself once again" - wordt een uitroepteken achter Closer gezet. De onweergeluiden werken hier bovendien goed.
Een lekker album, overigens niet te verwarren met haar Close (1988).
» details » naar bericht » reageer
Orchestral Manoeuvres in the Dark - Orchestral Manoeuvres in the Dark (1980) 4,0
3 februari 2025, 19:22 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Iggy Pop - Soldier (1980) 2,5
3 februari 2025, 18:44 uur
Wie ben ik en wat ligt mij het beste? Zo voelt zijn vijfde langspeler Soldier uit februari 1980 aan, alsof Iggy Pop niet meer wist hoe het moest. Vooraf: ik beluister vanaf streaming met de nummers op de volgorde van de Amerikaanse persing, maar in Europa/Nederland verscheen Soldier met I'm a Conservative niet op de B-kant maar als slotnummer van kant A.
Voorganger New Values waardeerde ik met vier sterren, waarbij ik me verbaasde over hoe veelzijdig Pops stem zich met zijn vertolkingen aanpast aan de sfeer van de nummers. Dat gebeurt hier veel minder, al speelt zijn sterrenensemble de sterren van de hemel. Ik heb het over gitarist Steve New, ex-Rich Kids (de groep met Midge Ure), ex-XTC-toetsenist Barry Andrews, ex-bassist van Sex Pistols Glen Matlock, gitarist Ivan Kral van Patti Smith Group en de terugkerende drummer Klaus Krüger doen. Zoals de vreemde opener Loco Mosquito en daarna in de meer mainstream rock van Ambition (van de hand van Matlock) en Knockin' em Down (in the City) bewijzen.
Maar gaandeweg hoor ik Pop toch vaak knijpen met zijn stem of zelfs overschakelen op spreekzang (Play it Safe, geschreven door David Bowie), dat echter muziek als lekkere 1980-synthwave bevat en onopvallend op achtergrondzang de stemmen van David Bowie en de heren Simple Minds.
Het is niet dat Pop beperkte stembanden heeft, maar hij lijkt te zoeken naar passende zanglijnen en hoe zijn stem te gebruiken. Alsof je een toptennisser ziet zwoegen om de juiste vorm te bereiken, zo werkt Pop keihard, maar het resultaat is te vaak benedenmaats. Te vaak zakt een nummer door het ijs: in Get Up & Get Out meer spreekzang maar wel een leuke observatie: "She's the kind of girl who wants to know your deepest secret world". De melodieuze armoede van het navolgende Mr. Dynamite wordt enigszins gered door het trompetspel en in Dog Food en I Need More blijft Pop zwoegen zonder de vorm te vinden.
Tot Take Care of Me opduikt: sterke melodie en gevoelige tekst. I'm a Conservative doet na een klein intro rockend hetzelfde. Pop (her)vindt plotseling de lagere regio van zijn stem en bijt ons een tekst toe die - helaas - verrassend goed past bij het populisme en hypocrisie in de huidige politiek.
I Snub You (van de hand van Andrews) bevat snauwerige zang en keert muzikaal terug naar punk.
Met de bonustracks (cd-versie uit 2000) lukt het opeens helemaal wél: Low Life bevat Pops diepe stem, een mooie melodie en is verrassenderwijs akoestisch, waarbij lekker uptempo. Afsluiter Drop a Hook is een stevig en instrumentaal nummer waarop je hoort dat de muzikanten het probleem niet waren.
Wisselvallig album dat echter na vaker draaien een drietal aardige nummers kent en één die een dikke voldoende haalt. Vooral op de eerste helft (US-persing) is het behelpen, de twee bonusnummers redden de boel enigszins. Op vlogkanaal Poetic Wax verscheen onlangs een aflevering over Soldier, interessant om te zien.
Mijn muzikale reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave vervolgt. Hij kwam van soundtrack Rock 'n' Roll High School. Voor de derde keer kom ik terecht bij het debuut van Orchestral Manoeuvres in the Dark.
» details » naar bericht » reageer
