MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026

Bauhaus - In the Flat Field (1980) 3,5

27 augustus 2025, 22:21 uur

Verhuizing achter de rug en bijna hetzelfde geldt voor de zomer. Tijd om mijn reis door new wave te vervolgen. Ik was gebleven in november 1980 bij livealbum Toyah! Toyah! Toyah! van driemaalradenwie en kom in diezelfde maand bij pur sang gothic: Bauhaus uit het Engelse Northampton en In the Flat Field.

Dat album begon oorspronkelijk met track 2 Double Dare en dan gebeurt er iets eigenaardigs in mijn hoofd. Enerzijds moet ik aan een (nog) ruigere versie van Joy Division denken, veroorzaakt door de schreeuwende vocalen van ofwel Daniel Ash, ofwel Peter Murphy. De band kende twee leadzangers, vandaar. Er is vast een MuMe-kenner die dit precies weet.
Wat is er dan eigenaardig? Wel, toen ik dit album de voorbije dagen afspeelde, wisselde ik 'm onder meer af met Billion Dollar Babies (1973) van de groep Alice Cooper, waarvan de zanger eenzelfde soort theatraliteit in zijn vocalen legt. Een ander rockgenre in een andere tijd en tóch.
De muziek van Bauhaus kenmerkt zich door donkerte, zoals de hoes al suggereert - een hoes die op Discogs wordt gecensureerd. Tja, een blote pielemuis...

Waar het album heftig en pakkend begint, is het daarna eventjes wat minder: A God in an Alcove heeft het niet, waarna de rock 'n' roll riff van Dive me nog minder doet. Het ingetogener The Spy in the Cab mag er dan echter weer zijn, wat op kant 2 geldt voor St. Vitus Dance en de diepe zang in Stigmata Martyr (die laatste twee titels, je zou bijna denken met metal van doen te hebben). Nerves sluit met z'n dikke 7 minuten qua muziek bijna frivool af, zij het dat de zang de boel opnieuw naar donkerder oorden brengt.
In 1988 verscheen een cd-editie met als nieuwe opener Dark Entries. Deze keer toont Discogs wél de man-in-saunakledij. En eigenlijk is die destijds geflopte non-albumsingle (verschenen in januari 1980) als opener nog pakkender.

Een groep en album met een legendarische status, zeker in de context van 1980. Zovele jaren later bereikt het niet dat effect bij mij, tegelijkertijd is het sterk in vleermuizensferen die steeds meer de kop opstaken in waveland.

Mijn afspeellijst met new wave vervolgt met Pedestrian van de vier dagen later verschenen synthpopplaat Fireside Favourites van Fad Gadget. Omdat ik die al besprak, net als Laughter van Ian Dury & The Blockheads en Absolutely van Madness, kom ik bij Grotesque (After the Gramme) van The Fall.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - The Eagle Has Landed III (2006) 4,0

27 augustus 2025, 21:31 uur

Hierboven hebben Sinner (wat is er toch dat hij al bijna 10 jaar niet meer actief is, ik lees zijn bijdragen altijd graag!) en B.Robertson eigenlijk alles al gezegd. Wat is alles?

In een notendop: op cd 1 oud werk van de jaren 1979 - '84 en op 2 werk vanaf 1997. Dan prefereer ik toch de eerste, waarop eigenlijk alleen de zoveelste versie van Wheels of Steel overbodig is, zeker in een versie van zowat 9 minuten. Een nummer dat ik node mis, komt van het debuut: Judgement Day. En Machine Gun had ook wel gemogen.

En verder: verschijningsjaar is 2006 via SPV/Steamhammer, de jaren dat Saxon het hoofd boven water hield dankzij de Duitse connectie. Van de tweeëndertig tracks zijn er slechts zes in Engeland opgenomen, één in Zweden, één in Frankrijk en de overige vierentwintig dus im Heimat. Het klinkt echter alsof het één lang optreden betreft.
Met de geluidskwaliteit heb ik, anders dan anderen, geen problemen. Saxon is een liveband pur sang en Suzie Hold On is in deze context opeens weer zó charmant!

De volgende Saxon op deze queeste is voorlopig de laatste en tevens live: The Eagle Has Landed 40 (2019).

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Thunderbolt (2018) 4,0

26 augustus 2025, 11:55 uur

Je hebt muzikanten die muziek zien als een kunstvorm, een uiting van persoonlijke expressie. Je hebt er ook die ambachtelijk werken en muziek uit het hart vóór de fans willen maken. Zoals de warme bakker zijn kwaliteitsbrood maakt. In die laatste categorie valt Saxon.

En dus krijgen we op Thunderbolt de bekende mix van snelle sprinters en massieve midtempo stoempers, die slim worden afgewisseld. En dus opent een vlot titelnummer het album (al hebben we ze wel eens sneller meegemaakt), hakken, wervelen en racen de gitaren van Doug Scarratt en Paul Quinn, klinkt de herkenbare stem van Biff Byford onverminderd hees-krachtig en houden bassist Nibbs Carter en drummer Nigel Glocker dit alles strak op de rails, het geheel volgens de modernste technieken geproduceerd door Andy Sneap.

Geef de fan wat ie wil, waarbij Saxon inmiddels een vollere agenda had dan ooit tevoren met fans van Chili tot Spitsbergen. Om maar wat te noemen. Daarbij loop je wél het gevaar van voorspelbaarheid, waarover soms wordt gemopperd.

Dat weet bandbaas Biff ook, daarom soms een snufje power metal (Nosferatu, voor mij de zwakste track), komt Johan Hegg van Amon Amarth een potje grunten op Predator en klinkt fraai een sample van Lemmy in They Played Rock 'n' Roll. Die laatste knalt opzettelijk in Motörheadstijl, het werd immers geschreven naar aanleiding van diens overlijden in december 2015. Toen het nummer verscheen, werd het opgedragen aan de kort daarvoor overleden Fast Eddy Clarke.
Behalve dat geschiedenisverhaal bezingt Biff meer historie (zoals Vikingen in Sons of Odin), bewierrookt hij de motorfiets (Speed Merchants) en bedankt hij het personeel (Roadies' Song). Bekende ingrediënten in het kwaliteitsbrood van Bakkerij Saxon.

De studioalbums die Saxon hierna uitbracht besprak ik eerder. Hier in huis staat echter tweemaal Saxon-live op cd, nog niet door mij beschreven. Om te beginnen The Eagle Has Landed III (2006).

» details   » naar bericht  » reageer  

Alice Cooper - Billion Dollar Babies (1973) 4,0

25 augustus 2025, 18:39 uur

Bij het nieuwe album van Alice Cooper (de groep) werd herinnerd aan deze klassieker Billion Dollar Babies. Met dank aan rudigers anekdotes nieuwsgierig geworden, heb ik 'm een paar keer gedraaid.

Het eerste wat mij opvalt is de theatraliteit die van deze shockrockplaat afdruipt en dat bedoel ik positief.
Tweede opvallende eigenschap is de muzikale vrijheid: er wordt breder gemusiceerd dan slechts rock. In 1973 was dat nog een jong genre en dat hoor je aan de zijstraatjes die soms worden ingeslagen. Piano en strijkers bijvoorbeeld. Een veel ruigere en avontuurlijkere Alice Cooper dan ik hem solo in '78 leerde kennen met de zwoele hit How You Gonna See Me Now. Vervolgens las deze prille puber over zijn eerdere werk, waarvan ik begreep dat het veel ruiger was.

Glamrock uit het jaar dat de Engelsen van Slade en Sweet hun grootste successen beleefden, bovendien neigend naar de artrock van David Bowie en Roxy Music, die eveneens meegingen in de glitters die rock toen overspoelden. Tegelijkertijd vind ik de composities niet altijd even spannend en had het van mij wel wat sneller en steviger gemogen. Een krappe 8 voor de theatrale vrijheid die dit uitstraalt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Battering Ram (2015) 4,0

25 augustus 2025, 14:27 uur

"Pounding the world like a battering ram" zong Rob Halford al in 1980 op Rapid Fire, een nummer dat grote indruk op mij maakte. Die metalen aanpak was toen nieuw, inmiddels standaard met z'n snelle basdrums. Volgens hetzelfde recept is Battering Ram van Saxon, de groep die ook in 1980 indruk op mij maakte met het donderende Motorcycle Man en Machine Gun.

Bij de kleine lettertjes in het boekje valt op dat de hulp van Harvey Goldsmith in 2006 - '07 zijn vruchten heeft afgeworpen. Waar Saxon toen alleen op het Europese continent een grote naam was, zijn ze dat in 2015 eveneens in Engeland/VK. En meer dan dat.
Wat in 1984 met het gepolijste Crusader en de albums daarna niet werd bereikt, is uiteindelijk toch gelukt: de connecties van Goldsmith leidden ertoe dat het internationale agentschap van Steve Strange Saxon onder zijn vleugels nam, waardoor de groep sindsdien regelmatig door de VS en Zuid-Amerika tourt. Goldsmith had het dus goed gezien, toen hij stelde dat Saxon veel meer kon bereiken dan ze in 2006 deden.

De muzikaal harde aanpak en strakke productie die Saxon sinds Unleash the Beast (1997) toepast, is er ook op Battering Ram. Het album kent drie hoogtepunten met het rammende titellied dat traditiegetrouw de plaat aftrapt, de gitaar- en zanglijnen van Top of the World en vooral de voor Saxon muzikale noviteit Kingdom of the Cross: ingetogen en uitwaaierend gitaarspel ondersteunt de gesproken woorden van David Bower. In Engeland bekend onder zijn acteursnaam David Beckford, tevens van de groep Hell zoals Metalhead99 al vermeldde. In combinatie met kalme zang van Biff Byford klinkt het verhaal van de loopgravenoorlog van WO I. Toen ik begin deze maand door West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk reed, had ik dit eigenlijk moeten afspelen.
Verder valt bij de credits op dat de zoon van gitarist Doug Scarratt gastmuzikant is op Moog synth en dat de zoon van Byford achtergrondzang deed.

De rest van het album is aangenaam en energiek, waarbij up- en midtempo werk elkaar afwisselt. Daarbij het snelle The Devil's Footprint, ondanks een nogal onnozele griezeltekst, echter indrukwekkend ingesproken door opnieuw Bower. Al met al een album dat ik véél liever hoor dan klassieker Denim & Leather, toen de groep na twee knallende voorgangers een kalmere aanpak verkoos. De volgende Saxon volgde drie jaar later: Thunderbolt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Sacrifice (2013) 3,5

21 augustus 2025, 14:41 uur

Vanaf 2010 kreeg ik na jarenlange metaalmoeheid warempel meer zin in het genre, waarbij ik dankzij een live-videoclip van Killing Ground eindelijk had ontdekt dat Saxons magere jaren voorbij waren. Beter laat dan nooit. In 2013 volgde ik inmiddels het releasenieuws actief en zo was ik ook op de hoogte van de komst van Sacrifice.

Wat ik nu bovendien weet, is dat dit hun tweede voor label UDR was en dat de groep niet alleen in eigen land hun populariteit had opgevijzeld met een reeks consistente albums, maar bovendien regelmatig door de VS en Zuid-Amerika tourde. De aanhouder wint en dat gun ik deze groep gráág.
Wat dat betreft heeft de documentaire Heavy Metal Thunder - The Movie (2010) hun carrière nog eens extra opwaarts gestuwd. De dvd staat hier in de kast en eens in de twee, drie jaar bekijk ik 'm. Altijd weer genieten!

Niet dat Sacrifice het beste album in hun catalogus is, al vond ik het titelnummer dat mij als eerste bereikte helemaal lekker. Dat zit 'm deels in de messcherpe productie van Andy Sneap.
Hetzelfde gold voor het tweede nummer dat ik via YouTube hoorde, Made in Belfast met als noviteit een mandoline. Het levert een pakkend intro op, waarbij het qua riffs enigszins afwijkend vervolgt van wat de groep normaliter doet, bij een tekst over de scheepsdokken van die stad.
Lekkere gitaarlijnen in Guardians of the Tomb, groove en hakkende riffs van Stand up and Fight mogen er zijn. Al gaan de overige nummers nergens kopje onder, toch werd - en word - ik daarna niet meegesleept.
Destijds dacht ik dat dit kwam omdat ik te gehecht was aan het oude werk; vooral Wheels of Steel, Strong Arm of the Law en Power & the Glory waren mij dierbaar. Nadien beluisterde ik echter de gemiste albums en dan blijkt dat Saxons albums vanaf 1997 mij meestal een 7,5 waard zijn. Zo ook Sacrifice.

Saxon verzinkt niet meer in te radiovriendelijke rock, zoals in de jaren '84 - '95 nogal eens gebeurde - al ben ik over die albums tegenwoordig iets positiever. Tegelijkertijd is het aantal verrassingen schaars. Maar goed, hoe verras je iemand binnen de vrij enge grenzen van metal, zeker met zoveel muziek op je cv? Dit is niet iets wat ik ze kwalijk kan nemen en bovendien is het bewonderenswaardig dat Saxon zo trouw met nieuw werk aan komt zetten.

Over cd2 met de heropnames schreef B.Robertson in april 2013 een rake beschrijving. Daarom verkas ik naar de eerste Saxon die ik in jaren daadwerkelijk aanschafte: Battering Ram.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Call to Arms (2011) 3,5

21 augustus 2025, 13:20 uur

Lord Kitchener kijkt ons streng aan vanaf de hoes: een verwijzing naar de Britons want you!-poster uit de Eerste Wereldoorlog. Saxon benadrukt hun Britse nationaliteit.
Geen sferische synthesizers als opener, zoals inmiddels de traditie was, maar terug naar de basis. Geen power metal, maar back-to-basics met hardrockend metaal. De sterke opener Hammer of the Gods bezingt inderdaad dat de goden op oorlogspad zijn. Zelfgeproduceerd door zanger Biff Byford, deze keer wél geslaagd - herinnert u zich Forever Free? Wellicht door de hand van co-producer Toby Jepson.
Wel valt het qua composities wat tegen. Back to '79 bijvoorbeeld herhaalt wat Denim and Leather in 1981 deed, al is het koor van fans in het refrein een leuke geste.

Toetsenist Don Airey van (inmiddels) Deep Purple doet tweemaal mee, eerst in het vlotte Mists of Avalon. Titel- én lied-van-de-hoes Call to Arms bevat een indringende tekst van een soldaat uit de loopgraaf, zoals Biff zich dat voorstelt. Muzikaal log, is de orkestrale versie die het album afsluit boeiender.
Het met dikke toms startende Afterburner is op hoog tempo, in het midtempo When Doomsday Comes wederom een sausje van Airey; halverwege een versnelling. Het swingende Ballad of the Working Man is Biffs ode aan de arbeidersklasse, twingitaren herinneren aan Thin Lizzy.

Levert deze kleine muzikale koerswijziging winst op? Wat mij betreft niet, slechter dan voorheen is het evenmin. Pas bij de opvolger haakte ik na jarenlange absentie weer écht aan: Sacrifice.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Into the Labyrinth (2009) 3,5

21 augustus 2025, 09:13 uur

In 2008 had Saxon zichzelf met een indrukwekkend optreden op het Engelse Download Festival weer op de nationale kaart gezet, nadat tv-programma Get Your Act Together het land daarvoor in 2007 had opgewarmd. Alhoewel Into the Labyrinth geen klapper is, bleef de populariteit groeien.

Traditiegetrouw wordt sterk geopend met synths en vervolgens rollende metal, hier middels het midtempo Battalions of Steel. In het radiovriendelijke Live to Rock klinkt voor het eerst in jaren een sequencer; minder spannend.
Het snelle Demon Sweeney Todd bezingt de fictieve moordenaar. Avontuurlijker is het akoestische The Letter dat met Valley of the Kings een verhaal uit de Egyptische oudheid vertelt.
Daarna volgt werk in de categorie 'de vonk ontbreekt', maar met de laatste drie nummers leeft de boel weer op: beuker Hellcat schopt kont, het refrein van Come Rock of Ages (The Circle Is Complete) mag er zijn en de akoestische blues van Coming Home (oorspronkelijk elektrisch op album Killing Ground) is ronduit verrassend.

Into the Labyrinth was de laatste van Saxon voor SPV/Steamhamme en ook het afscheid van producer Charlie Bauerfeind. Door dat laatste werd de Duitse connectie minder en wellicht was dat nodig. Is dat te merken op opvolger Call to Arms?

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - The Inner Sanctum (2007) 4,5

21 augustus 2025, 08:22 uur

Voor het tv-programma Get Your Act Together nam de Engelse concertpromotor/muziekmanager Harvey Goldsmith eind 2006 de uitdaging aan om Saxon in Engeland terug te brengen naar de top. De groep uit Barnsley bij Sheffield was in eigen land na de hoogtijdagen van begin jaren '80 geleidelijk afgezakt naar kleine zaaltjes. Op het Europese continent was dat anders, vandaar dat de groep al jarenlang vanuit Duitsland werkte qua management, boekingskantoor, producer en platenmaatschappij.
Zou het de ervaren Goldsmith (o.a. Live Aid, Prince's Trust, Pavarotti, Wham!) lukken? Het resultaat is terug te vinden op YouTube, zie hier (eerste helft), daar (tweede helft) en de nabespreking.

Onbetwist bandleider Peter 'Biff' Byford is aanvankelijk niet blij met deze bemoeial. De enige reden dat Saxon meedoet aan het programma is omdat ook hij terug wil keren aan de nationale (metal)top. Maar zeg niet dat Saxons nieuwe single "pedestrian" (saai) is! "I don't wanna hear that [bieeep] word again!" roept hij boos. Tegelijkertijd kan hij niet verklaren waarom Iron Maiden wél aan de top is gebleven; de verkoop- en chartcijfers vertellen de feiten. Dat steekt. Wat doet die groep beter?
De kijker krijgt te zien hoe Goldsmith gaandeweg het vertrouwen wint én resultaat boekt. Zo wordt een nieuwe versie van If I Was You opgenomen, de promotie krijgt een oppepper met een perspresentatie van de single welke het tot hun succesvolste in jaren maakt, plus dat de groep voor het eerst de Classic Rock Awards bezoekt. Het imago wordt licht gewijzigd: andere kleding voor iedereen, voor de teruggekeerde drummer Nigel Glockler een kort kapsel en uiteraard nieuwe bandfoto's.
In Sheffield wordt een comebackshow georganiseerd, een zaal die na de hoogtijdagen onbereikbaar groot was geworden. Die wordt redelijk gevuld, het tv-programma brengt vervolgens meer reuring. Zozeer zelfs dat Saxon in 2008 grote indruk maakt op het Download Festival, waardoor populariteit en reputatie in Engeland verder herstellen en ook in de VS en Zuid-Amerika groeit de belangstelling.

The Inner Sanctum profiteert van de schop onder de kont van Goldsmith en tegelijkertijd blijft Saxon trouw aan zichzelf. Met State of Grace gaat een Gregoriaans intro over in knallende metal met rollende basdrums, Need for Speed doet op de wijze van gitarist Doug Scarratt wat het belooft, net als Let Me Feel Your Power. In het slepende Red Star Falling bezingt Biff, die heser en tegelijkertijd krachtiger dan ooit klinkt, de val van het communisme.
Verrassend is dat net als in de oerdagen iets van de invloed van AC/DC terugkeert: I've Got to Rock (to Stay Alive) rifft en groovet machtig als ooit Wheels of Steel. Het was de tweede single en kreeg steun van Lemmy van Motörhead, Angry Anderson van Rose Tattoo en Andi Deris van Helloween; zij zijn niet te horen op het reguliere album, wel in de clip.

Single If I Was You (hier in de mix van producer Charlie Bauerfeind) heeft een afwijkende maar pakkende riff en in Going Nowhere Fast opnieuw een vleugje AC/DC.
Pas met Ashes to Ashes is daar een minder nummer (dat is weleens anders geweest), maar na het instrumentale Empire Rising volgt de geschiedenisles van het knallende Atilla the Hun. Saxon evenaart hiermee Unleash the Beast, meer fraai werk zou volgen. Eerstvolgende studioalbum werd Into the Labyrinth.

Wat ik ook ontdekte: in 2001 brachten Scarratt en Glockler gezamenlijk Mad Men and English Dogs uit, dat op MuMe geen enkele stem krijgt. Iemand die meer weet?

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Lionheart (2004) 4,0

20 augustus 2025, 11:09 uur

Met Jörg Michael zat er een nieuwe Duitser op de Britse drumkruk van Saxon. Wie beseft dat er in Duitsland maar liefst drie deelstaten zijn met 'Sachsen' in de naam, zal weten dat de verwantschap tussen dat land en Engeland groot is. Zelfs Saxons boekingskantoor is dan Duits: Thomas Kreidner in Dörpstedt. Het album werd opgenomen in het Engelse Boston met wederom der producer Herr Charlie Bauerfeind.
Op de hoes zien we Biff in korte broek en bassist Nibbs Carter op blote voeten. Dagje strand beleefd? Ziet er ontspannen uit.

Rond 2015 maakte ik op cd een mp3-afspeellijst met de hoogtepunten uit Saxons werk. Voor op vakantie naar en van het Zwarte Woud. Daarop véél werk van dit Lionheart, waarvoor zanger Biff voor zijn teksten rijkelijk putte uit de Engelse historie.
Bijna hardcorepunk is de hoofdriff van opener Witchfinder General, het synthintro van The Return vormt een fraaie overgang naar Lionheart, in To Live by the Sword hoor je thrashinvloeden, Jack Tars is een prachtig miniatuur in renaissancestijl dat goed werkt als opmaat naar English Man 'o' war.

Met dit Lionheart valt pas goed op hoe goed het vertrek van gitarist Graham Oliver in 1995 heeft gewerkt. Daarmee verdwenen grotendeels de stijl in de voetsporen van Jimi Hendrix en teksten in feestmodus. Steeds sterker werden de fellere, modernere aanpak van Doug Scarratt en de historisch geïnspireerde lyrieken van Biff Byford.
Thrash- en shredinvloeden passen goed bij dit Saxon. Veel energie, zoals het Saxon van 1980 die ook had: vooral op album Wheels of Steel klinkt de energie van punk door, al was het natuurlijk hártstikke metal.

Volgende album werd The Inner Sanctum en wat er toen achter de schermen bij Saxon gebeurde, is heel interessant.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Killing Ground (2001) 4,0

19 augustus 2025, 08:29 uur

Saxon in de jaren tweeduizend-nul. Qua populariteit had de groep het aanvankelijk nog zwaar, wat dankzij een reeks kwalitatieve albums, media-aandacht, trouwe fans en Duitse professionals stapsgewijs zou worden omgebogen.
Derde kwaliteitsalbum op rij is Killing Ground. Het titelnummer ontdekte ik via YouTube in liveversie en ik werd omvergeblazen. Een thrashachtige riff, een sterke melodie en dat op hoog tempo? En die krijs van zanger Biff aan het einde, wist niet dat hij dat in zich had... Ja, ze konden het nog: beuken! Met die ontdekking was ik veelzeggend laat: de beelden stammen uit 2001, maar belandden pas zomer 2008 op JijBuis.

Het album start overrompelend goed met weer zo'n instrumentaal intro, dan het spectaculaire titellied gevolgd door een prachtige cover van Court of the Crimson King. Robert Fripp van King Crimson zal tevreden hebben geglimlacht om de invulling van gitaristen Paul Quinn en Doug Scarrett.
Op de volgende twee nummers kakt het in, met Dragons Lair word ik wakker geschud. Wat volgt is degelijk tot lekker. Spectaculair noch ondermaats en zeker geschikt voor optredens. Meer historie op opvolger Lionheart.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Metalhead (1999) 3,5

19 augustus 2025, 07:39 uur

De eerste van Saxon bij label SPV/Steamhammer, de laatste van de jaren '90. Anders dan bij de overige albums van dat decennium verschillen wij (MuMe-)fans wat meer van mening over de kwaliteit.
Gedwongen door een nekblessure was drummer Nigel Glockler vervangen door Duitser Fritz Randow. Diens nationaliteit lijkt verrassend, maar met label, studio, producers en fanbasis had Saxon in Duitsland al jarenlang een solide tweede fundament.

Producer Charly Bauerfeind (boervijand?) brengt een geluid dat iets directer is dan op voorganger Unleash the Beast. Echter even massief, qua tempo's logger en qua melodieën en riffs vaker monotoon: titel Metalhead doet zijn naam eer aan.
Met zanger Biffs (en mijn) voorliefde voor historie is Conquistador het hoogtepunt, ook al omdat melodie en snelheid zo goed bevallen en omdat er zo'n prachtige contrast met de akoestische gitaar in zit, dankzij gitarist Doug Scarratt.
Song of Evil is Biffs felle aanklacht tegen het geweld in de wereld, de midtempo afsluiter Sea of Life is met zijn dikke 8 minuten durende groove, gitaarsolo en subtiele toetsen mijn tweede favo.

Als geheel is het album me iets te monotoon, met Piss off als gaapmoment. 3,5 of 4 sterren? En dan op naar waar ik Saxon herontdekte: Killing Ground.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Unleash the Beast (1997) 4,5

18 augustus 2025, 23:14 uur

Soms kunnen we op MuMe stevig van mening verschillen over een album. Bij het Saxon van de jaren '90 zie ik vooral eensgezindheid over wat matig en wat goed was.

Van de hoes van Unleash the Beast straalt een nieuw elan, geholpen door de toetreding van gitarist Doug Scarratt. Die brengt naast de introductie van een moderne, razendsnel solerende metalstijl ook de nodige energie (terug).
Een vette productie van Kalle Trapp, die bovendien sfeerversterkende geluidsfragmenten toevoegde - zoals meteen bij de instrumentale opener blijkt - én de stem van Biff in een wolkje echo stak. Zó lekker!

Ministry of Fools is mijn favoriet en afgezien van For Absent Friends is dit album energiek en hard. Precies zoals ik Saxon wil horen sinds ik in mei 1980 kennismaakte met Motorcycle Man. Twee jaar later verscheen Metalhead.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Dogs of War (1995) 3,0

18 augustus 2025, 19:12 uur

De jaren '90 waren bepaald niet makkelijk voor een groep als Saxon. In 1980 één van de koplopers van de New wave of British heavy metal, vanaf 1984 tevergeefs pogend de oversteek naar de VS te maken met een gepolijstere variant, om vanaf najaar '91 door grunge in één klap tot passé te worden verklaard. Daar dacht ik als metalfan anders over, al moest ik wél toegeven dat de laatste keer dat Saxon mij echt raakte in 1983 was met Power & the Glory.

Wat ik begin jaren '80 goed vond aan Saxon, was die eigenwijze combinatie van de rockriffs op z'n AC/DC's in combinatie met knallers op z'n Motörheads. Daarmee knutselden ze een eigen geluid.
Soms hoor ik dat terug op Dogs of War, te vaak echter ontbreekt het heilige vuur. Geslaagd zijn het uptempo titellied, het iets snellere Burning Wheels, de bluesrock van Big Twin Rolling klinkt als een opgefokt ZZ Top en er is het deels slepende The Great White Buffalo.
Demolition Alley redt het dankzij het laatste deel met z'n shuffle en gitaarsolo's. Hold On is wat radiovriendelijker en niet onaardig, het afwijkende Walking through Tokyo heeft een leuke riff in de sfeer van Scorpions inclusief lekker getokkel, maar duurt te lang. De rest van de muziek is als op automatische piloot.

Het was de laatste met gitarist Graham Oliver. In de docu Heavy Metal Thunder (hier de trailer) wordt uit de doeken gedaan dat hij in ongenade viel, door buiten medeweten van de groep liveopnamen uit 1980 proberen uit te brengen. Kennelijk zaten er scheurtjes in de onderlinge chemie; veroorzaakten die de wisselvalligheid? Twee jaar later verscheen Unleash the Beast.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Forever Free (1992) 2,5

18 augustus 2025, 17:56 uur

Over de tweede Saxon van de jaren '90 is hierboven het meeste wel gezegd. Kan ik kort klagen.

Matige eigen productie van zanger Biff en dito nummers inclusief de flauwe cover Just Wanna Make Love to You, al begon het met titelnummer Forever Free nog wel aardig. Bij dit album heb ik hetzelfde gevoel als bij Denim and Leather uit 1981, dat deze fan van NwoBhm wel erg mak vond in vergelijking met de twee voorgangers.

Iron Wheels is met z'n akoestische gitaar en persoonlijke verhaal bij eerste beluistering aardig, maar gaat bij vaker draaien spoedig vervelen. De tweede helft opent wederom aardig met One Step Away ; het snelle Nighthunter lijdt onder de demokwaliteit, net als afsluiter Cloud Nine.

Was het tijdnood, beperkt budget, zelfoverschatting en/of mismanagement dat zowel inspiratie als productie zo tegenvielen? Drie jaar later volgde Dogs of War.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - Solid Ball of Rock (1991) 4,0

18 augustus 2025, 14:33 uur

Gisteren las ik het bericht dat zanger Biff Byford aan de chemo is, na een operatie vanwege prostaatkanker. Reden voor mij om na twee jaar de draad van hun discografie weer op te pakken, waarbij ik bij Solid Ball of Rock was gebleven.

Ik ben het eens met de berichten hierboven dat dit hun comeback was, al was de wisselvalligheid nog niet voorbij. Maar in 1991 was het weer hoorbaar dat de groep afkomstig was uit de New wave of British heavy metal. Dit met een Duitse producer (Kalle Trapp) in een Duitse studio met een stevige productie. De komst van bassist Nibbs Carter zorgde voor nieuwe energie waardoor dit album meteen landt, in tegenstelling tot de vier voorgangers.

Opvallend is dat het midtempo titellied, tevens opener, mede door Bram Tchaikovsky werd geschreven. Die ken ik uit de pubrock en new wave. Met de dubbelebasstamper Altar of the Gods en het wat weemoedige Requiem is het wederom raak. Tot en met instant klassieker Baptism of Fire bevalt het album me goed tot zeer goed.
De tweede helft is iets minder, afgezien van powerballade Overture in B/Minor Refugee en slotlied Crash Dive. Bassolo Bavarian Beaver is aardig voor een keertje en benadrukt het belang van Carter voor deze heropleving. Een krappe vier sterren, op naar Forever Free.

» details   » naar bericht  » reageer  

Whitesnake - Flesh & Blood (2019) 3,5

15 augustus 2025, 08:39 uur

Het laatste studioalbum van Whitesnake. Ik volg de groep vanaf 1980 of '81, geef hun albums soms drie sterren en vaker drieëneenhalf of vier. Op ieder album "killers 'n' fillers", waarbij de killers zo'n album naar (meer dan) een voldoende tillen. Zo ook op Flesh & Blood, dat gezien de conditie van David Coverdales stem waarschijnlijk hun laatste studioplaat zal blijven.
De bezetting is ten opzichte van voorganger The Purple Album ongewijzigd. Toen keerde drummer Tommy Aldridge terug, helemaal nieuw was gitarist Joel Hoekstra.

Good to See You Again is lekker al heb ik ze een album spannender horen aftrappen, Gonna Be Alright is van topklasse met een afwijkende maar pakkende riff plus dito melodie, Shut Up & Kiss Me is de macho (Coverdale blijft een haantje) single die ik destijds een week lang als kickstarter van mijn werkdag gebruikte.

Dan volgt zesmaal middelmatig werk, zij het met steevast heerlijk gitaarspel. Hey You (You Make Me Rock) is degelijk, Always & Forever is een gitaristische knipoog naar het Thin Lizzy van 1979-1981, de jaren met Scott Gorham, Gary Moore en Snowy White.
Anders dan de verkoopsuccesperiode rond albums 1987 en Slip of the Tongue, is de blues steeds aanwezig in deze hardrock. In die stijl gaat verder; er wordt sterk gemusiceerd, toch springen die zes er niet uit.

Maar dit is Whitesnake eigen vanaf hun prille begin: vind je één of meer nummers tegenvallen? Loop niet weg, ze gaan het nog flikken. Dat lukt dan inderdaad met de trage shuffle van Heart of Stone en het vrolijke, uptempo Get Up. Ronduit prachtig is het akoestische miniatuur After All, waar Aldridge even niets hoeft te doen. Slotlied Sands of Time is met z'n dikke zes minuten helaas niet de gedroomde finale, ondanks een groove die geïnspireerd lijkt door Kashmir van Led Zeppelin.
Dan zijn er in blessuretijd de aardige bonussen Can't Do Right for Doing Wrong met daarin prominent een elektrische piano; de ballade beklijft niet. If I Can't Have You rockt vierkant.

Met de zang van de hoorbaar ouder geworden Coverdale heb ik geen moeite, in de studio slaat hij zich er prima doorheen. Totdat hij gaat knijpen in de laatste bonus. Hoekstra is met Reb Beach een prima gitarist, al wordt de grote variatie in gitaargeluiden van Good to be Bad en vooral Forevermore gemist. Kom ik nog altijd uit op een dikke 7.

» details   » naar bericht  » reageer  

Whitesnake - Forevermore (2011) 4,0

13 augustus 2025, 10:45 uur

Het tweede studioalbum van het in 2002 teruggekeerde Whitesnake. Waar anderen moeite hebben met de stem van David Coverdale, heb ik dat minder. Ja, ik hoor dat er sleet op zit en voor de hogere regionen moet hij extra aanzetten. Storend vind ik het wél als hij zich gaat overschreeuwen, zoals op Coverdale-Page uit 1993.
Drummer Chris Frazier werd vervangen door Brian Tichy, de derde drummer van de hernieuwde groep, die bovendien toe was aan de derde bassist: Michael Devin. Spaarzame bijdragen zijn er van sessietoetsenist Timothy Drury.

Zoals in de stampende opener Steal Your Heart Away met daarin een scheurende mondharmonica van een anonieme muzikant. Lekker. All Out of Luck is aardig, het omgekeerde basdrumgeluid bij de start van de gitaarsolo een productioneel pareltje.
Single Love Will Set You Free, het eerste nummer dat ik destijds hoorde, is van ouderwetse klasse. Keer op keer word ik aangenaam verrast door de dansende gitaarpartijen van het duo Doug Aldrich en Reb Beach, die per nummer goed nadachten over wat te doen. Resultaat is de grote variatie per nummer. Mede daardoor is album Forevermore binnen de genregrenzen uiterst gevarieerd.

Het kalme Easier Said than Done is nét te pompend om een ballade te zijn en bevalt mij dankzij de melodie goed. Slidegitaar in het stevige Tell Me How, aan het Whitesnake van 1978-1982 herinnerend.
Dan tweemaal echo's van de jaren '70. Eerst in I Need You (Shine a Light), een licht verteerbaar en uptempo liedje. One of These Days heeft een aangename akoestische basis. In de stijl van ex-Snakeman Bernie Marsden geschreven, compleet met akoestische slaggitaar, heerlijk lange gitaarlijnen en zwoele koortjes. En bovendien in de sfeer van jaren '70-westcoastrock: een vleugje Eagles of Seals & Crofts. Coverdale zingt laag en clean, zonder rauw randje. Een deep cut pareltje.

Dan begint de plaat als het ware opnieuw, de trackvolgorde is zorgvuldig uitgekozen. Eerst het stevige Love & Treat Me Right, gevolgd door het snellere Dogs in the Street.

Fare Thee Well, een liedje over afscheid nemen, komt opeens anders binnen. Ik beluister het sinds elf dagen in de wetenschap dat mijn vader maximaal twee á drie maanden heeft te leven, waarbij hij het fysiek zwaar heeft.
Whitesnake is bepaald geen muziek voor hem (hij vindt Bill Haley al wild), maar toch is het alsof Coverdale mijn vaders woorden naar mijn moeder verwoordt, terwijl hij zich hardop afvraagt wanneer hij naar het hemelse Jeruzalem mag gaan:
"Fare thee well, I'll soon be gone
Fare thee well, back where I belong
We had out moments, our days in the sun
But now it's time I should be moving on
But you'll be in my heart, wherever I go".


Net als op de voorganger komt tegen het einde Coverdales voorliefde voor ruwe bluesrock boven middels het slepende Whipping Boy Blues (met mondharmonica) en het uptempo My Evil Ways. Ik heb er minder mee, mede omdat Coverdale hier te veel op de toppen van zijn longen zingt en de melodieën niet zo sterk zijn, die van de laatste op het tuttige af.
Forevermore blijkt de ijzersterke finale. Het eerste deel is akoestisch, klein, laag gezongen en met een práchtige melodie, waarna een prachtige climax volgt met wederom wervelend gitaarwerk.

Whitesnake ging weer touren en ome Dave zocht tevergeefs contact met Ritchie Blackmore om gezamenlijk nog eenmaal werk van Deep Purple te doen herleven. Ondertussen dook hij in 2014-2015 op als gastzanger bij Vandenberg's Moonkings (Vandenberg's Moonkings), Bernie Marsden (Shine) en Phil Collen (Delta Deep).
In 2015 presenteerde hij met Whitesnake (waar Aldrich inmiddels had plaatsgemaakt voor Joel Hoekstra) werk uit zijn jaren bij Deep Purple, het niet onomstreden The Purple Album. In 2019 volgde Flesh & Blood.

» details   » naar bericht  » reageer  

Whitesnake - Good to Be Bad (2008) 4,0

10 augustus 2025, 17:39 uur

Getuige sommige stukjes hierboven is menigeen er toch ingetrapt: dit was niet de eerste Whitesnake in 11, maar in 19 (!) jaar. De laatste keer dat een groep aantrad om gezamenlijk een album op te nemen was ten tijde van Slip of the Tongue uit 1989.
Nadien werkte David Coverdale eerst solo: het nummer The Last Note of Freedom bij de film Days of Thunder). Vervolgens met Jimmy Page op Coverdale-Page uit 1993, in '97 gevolgd door album Restless Heart. Dat was eigenlijk solo bedoeld, maar vanwege contractuele verplichtingen moest de naam Whitesnake op de hoes erbij. Daarna kwam het voluit soloalbum Into the Light en in 2002 startte een nieuwe Whitesnake, waarmee hij ging touren. Een weerslag van die periode is te vinden op live-dvd Live in the Still of the Night, kortgeleden op vinyl heruitgegeven.

De enige oudgediende in dit Whitesnake is naast Coverdale drummer Tommy Aldridge, van '87 tot '91 bij de groep. Nieuw zijn gitaristen Reb Beach en Doug Aldrich; bassist Marco Mendoza is dan alweer vervangen door Uriah Duffy.
Klinkt dit als Whitesnake? Jazeker. De muziek ligt in het verlengde van 1987 en Slip of the Tongue, waarbij het hoorbaar 2008 is. De speelstijlen en gitaargeluiden van Beach en Aldrich zijn eigentijds, waarbij ze zowel shredden als lange noten spelen, in blues gemarineerd.

De start is fenomenaal met Best Years (Aldridge in topvorm) en Can You Hear the Wind Blow, waar Coverdale steunt en kreunt als hij eind jaren '70 deed.
Minder spannend is het stevige Call on Me, het radiovriendelijke All I Want All I Need had zó op 1987 gepast en titelnummer Good to Be Bad groeit bij vaker draaien, waarbij het einde met dubbele basdrum een heerlijke climax brengt.

Met All for Love is daar het volgende uptempo en stevige nummer met wervelend gitaarspel, gevolgd door iets mindere composities. Eerst de slappe ballade Summer Rain, dan de invloeden van blues via Lay Down Your Love met iets van de Led Zeppelinske hardrock van Still of the Night. A Fool in Love drijft op een trage shuffle.
Got What You Need is uptempo met slidegitaar, zodat ik terugdenk aan het Whitesnake met Micky Moody in de groep; halverwege een ouderwets rockend en soms shreddend gitaarduel. Langzame, akoestische blues in slotlied 'Til the End of Time, dat een ingetogen climax blijkt.

Niet alles is raak, maar dat heb ik evenmin met welke voorganger dan ook. Ik tel vijf topnummers en anders dan ook wel gebeurde, ontbreken missers. Hoorbaar is dat de composities hebben kunnen rijpen én dat Coverdale, inmiddels terug "in het licht" zoals de titel van zijn vorige album suggereerde, erin slaagt om zowel stadionrock te maken als dicht bij zichzelf te blijven.

Zoals Wyverex hierboven schrijft, is ook deze in nieuw jasje verschenen met traditiegetrouw ook de trackvolgorde gewijzigd en de nodige bonussen.

» details   » naar bericht  » reageer  

David Coverdale - Into the Light (2000) 4,0

9 augustus 2025, 22:25 uur

Het jaar 2000. Men was bang voor een digitale crisis, omdat jaren die als 99 waren genoteerd, zouden terugspringen naar 00. Ga preppen, was het devies. Op nieuwjaarsdag constateerde ik bij enige oliebollen dat ik dat terecht niet had gedaan.
Ik was druk met een gezin met vier jonge kinderen, met hardrock en metal was ik al enige jaren klaar. En toch. Als oude vrienden als David Coverdale met nieuw werk komen, is dat interessant.

Na de hoogtijjaren '80 was hij in de jaren '90 in een gat gevallen: wie ben ik, wat kan ik? Het eerste herstel was er met de herontdekking van de loeiharde bluesrock, getuige het album dat hij in 1993 uitbracht met Jimmy Page van ooit Led Zeppelin. Vervolgens maakte hij soloalbum Restless Heart (1997), dat wegens contractuele verplichtingen tevens onder de vlag van Whitesnake moest worden uitgebracht.
Met de titel van het onder eigen naam uitgebrachte Into the Light geeft hij aan dat hij zich had hervonden. Dit met vaak lome blues, waarin hij nauwelijks de toppen van zijn longen zoekt: de hoge schreeuw is schaars. Gelukkig.

Ik kan genieten van dit album. Weliswaar herken ik wat MetalMike in juni '23 schreef, onder meer "Ik had gehoopt op een plaat met Soul en misschien weer een beetje de Gospel-feel die de solo platen hadden (...)". Het is inderdaad niet retro geworden in de stijl van zijn eerste solowerk, direct ná Deep Purple. Maar iets van de loomheid van de eerste jaren Whitesnake (de jaren met gitaristen Moody en Marsden) proef ik wel degelijk.

Het instrumentale titellied opent 77 seconden lang (kort!) de plaat en blijkt de opmaat naar het slepende River Song, dat iets heeft van Purples Mistreated. Coverdale zingt heerlijk ontspannen, bluesgrootheden als Muddy Waters en John Lee Hooker noemend. Hij had deze ode aan Jimi Hendrix al zo'n twintig jaar liggen, getuige dit interview destijds bij Melodic Rock. Gitaarwerk van Doug Bossi en Earl Slick.
Op de old-school bluesstamper She Give Me speelt Reeves Gabrels (ex-David Bowie, nadien bij The Cure) op de zes snaren, met wie het uitgroeit naar een uptempo climax.
Mede dankzij het gitaarspel van Dylan Vaughan en het orgel van Mike Finnigan in Don't You Cry heeft dat nummer een jaren '70-gevoel, alsof het is geïnspireerd door All the Young Dudes van David Bowie / Mott The Hoople.

De strijkers plus mandoline in het akoestische Love Is Blind bevallen mij eveneens goed. Met het stevige Slave hoor ik voor het eerst iets dat lijkt op de harde kant van Whitesnake, heerlijk nummer. Mondharmonica en honkytonkpiano in Cry for Love, blue eyed r&b in de stijl van Frankie Miller. Living on Love is stevig met elektrische slidegitaar in de stijl van Micky Moody, qua zanglijn niet zo pakkend.

Rockballade Midnight Blue is evenmin spannend, de ingetogen remake van Too Many Tears van de voorganger bevalt mij echter goed. Op aangeven van zanger Chris Isaak een poging om het nummer in de stijl van Roy Orbison te doen, getuige dit interview bij Eon Music.
Don't Lie to Me is na alle melancholie een verrassend felle rocker, eentje die goed bevalt bovendien. Eén van de nummers die hij schreef met Earl Slick. Wel valt op hoe snel Coverdales stem schel wordt als hij kracht zet. Het ingetogen slotlied Wherever You May Go is een pareltje, mede dankzij de stem van Linda Rowberry. En dat zegt iemand die niet van ballades houdt...

Ik leerde David Coverdale begin jaren '80 kennen als de romantische, bronstige hengst van Whitesnake. Op Into the Light is hij verrassend kwetsbaar, een kant die hij niet eerder zo sterk liet zien. Ja: fijn!

Ook dit album verscheen nadien onder de vlag van Whitesnake, in dit geval als onderdeel van The Solo Albums in een andere trackvolgorde en zonder het titelnummer. Zie hierboven wat Wyverex op 30 oktober 2024 schreef.

» details   » naar bericht  » reageer  

David Coverdale & Whitesnake - Restless Heart (1997) 3,5

9 augustus 2025, 10:19 uur

Ik herinner me een herfstvakantie in het Zuid-Limburgse Gulpen, waar ik deze in een cd-winkel zag liggen - toen het dorp nog over zo'n soort zaak beschikte. Bedoeld als een solo-cd werd het mede onder de vlag van Whitesnake uitgebracht, in feite is het echter vooral een collaboratie van David Coverdale met Ad van den Berg, alias Adrian Vandenberg. Met toetsenist Brett Tuggle (ex-David Lee Roth), bassist Guy Pratt en drummer Denny Carmassi (ex-Heart). Op achtergrondzang onder meer Tommy Funderburk.

De elpee was ter ziele ten faveure van de cd (dachten we), waarbij ik de omvang van de platenhoes wel miste... Een stukje romantiek was verdwenen.
Er bleek meer veranderd: de zanger wilde het dichter bij zichzelf houden. Dan krijg je een start met een saaie ballade, gevolgd door het relaxt rockende All in the Name of Love. Aardig liedje, maar met Restless Heart en de blues in Too Many Tears volgt werk dat mij beter ligt, namelijk steviger.
Dankzij Crying volgt zwaardere blues, lijkend op zijn werk met Jimmy Page van vier jaar eerder; echter een fraai refrein in de stijl van Whitesnake.
Via Stay with Me is daar een ballade waarin Coverdale de toppen van zijn stem zoekt en Can't Go On volgt eenzelfde stijl maar dan kalmer. Liever het rockende You're So Fine, dat helaas door ballade nummer 4 Your Precious Love wordt gevolgd, zij het dat de gitaarlicks lekker zijn.
Zeppeliaanse blues(hard)rock sluit het album af, getuige Take Me Back Again dat wegheeft van Dazed and Confused op Zeppelins debuut en Woman Trouble Blues met Elk Thunder op mondharmonica.

Vandenberg levert voortreffelijk werk, het zijn echter de composities die me vaak niet pakken. Sinds 2021 is er de 25th Anniversary Edition waarbij de naam van Coverdale opeens van de voorzijde is verdwenen, als was dit een groepsalbum. Toch blijf je horen dat dát niet het geval was. Al met al een aardig album van de man en een wat vreemde slang in het nest als je dit als een Whitesnake beschouwt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Heart - Beautiful Broken (2016) 3,5

4 augustus 2025, 15:07 uur

Na voorganger Fanatic (2012) volgde vier jaar later Beautiful Broken, met naast twee nieuwe nummers bewerkingen van nummers uit de eerste helft van de jaren '80. Het titelnummer komt echter van de 2012-plaat en bevat als enige verschil de toegevoegde stem van co-componist James Hetfield. Geinig en tevens niet meer dan dat: het blijft te dicht bij het origineel.

Wat de overige make-overs betreft: ik maakte een afspeellijst met eerst het origineel en dan de 2016-versie. Dan valt op dat de nieuwe versies iets langzamer en zwaarder zijn, waardoor de aor-sfeer van toen plaatsmaakt voor een eigentijds geluid. Leuk om die minder succesvolle periode op deze wijze te herintroduceren.
Bovendien slaagt de nieuwe context erin om de boel fris te laten klinken, met als extraatje een enkele toevoeging van strijkers.

Van de twee nieuwe nummers wordt de fraaie ballade Two verrassenderwijs gezongen door Nancy Wilson. Enige nadeel is dat het als track 2 wel wat vroeg is voor zo'n rustig nummer. Bij I Jump, dat in de stevige delen wegheeft van Led Zeppelin, staat zus Ann bij de microfoon. Eveneens sterk.

Beautiful Broken is als een leuk tussendoortje, waarbij anno 2025 de vraag blijft: komt er nog nieuw werk? Nu zowel een conflict tussen de zussen als een periode van ziekte van Ann achter de rug zijn en er zelfs wordt opgetreden, is het hopen op minimaal één volwaardige opvolger...

» details   » naar bericht  » reageer