Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
Dixie Dregs - Free Fall (1977) 3,5
31 maart 2025, 23:18 uur
Toen ik vorig jaar zomer het werk van Deep Purple langsging, belandde ik op een gegeven moment bij de periode Steve Morse. Bij hun laatste album = 1 kwam ik enig gemopper tegen van MuMensen in de trant van: "Was Morse nog maar bij de groep." Tegelijkertijd viel me op dat Morses eerdere werk door die mensen grotendeels wordt genegeerd. Hopelijk helpt het als ik zijn werk langsreis.
Dat zijn tot op heden 35 studioalbums. Daarvan besprak ik al de twee die hij met Kansas en de 8 die hij met Purple opnam. Liveplaten en compilaties sla ik over, resteren er nog 25.
Free Fall was het debuut van Dixie Dregs, de eerste groep waarmee Morse in de schijnwerpers kwam bij een groter publiek. Eigenlijk was dit hun tweede, men bracht in 1975 in eigen beheer The Great Spectacular uit, dat in 1997 alsnog via een cd-uitgave voor een ieder verkrijgbaar werd. Die plaat "doe" ik waarschijnlijk aan het einde van dit rijtje luistersessies.
Free Fall was destijds (begin jaren '80) voor zover ik wist het debuut van de groep, uitgebracht door Capricorn. Hij kreeg zelfs een Nederlandse persing. Zo kwam ik 'm dus begin jaren '80 tegen in de platenbakken, al sloeg ik dit over: die blije koppies op de hoes? Kon niet spannend zijn...
Wat ik hoor op Free Fall valt in mijn oren in de categorie fusion / jazzrock, al begrijp ik dat B.Robertson het in het bericht hierboven onder progrock schaart: die nummers en sferen zitten er meer dan eens tussen. Mijn associatie is echter vooral met Colosseum II, de groep met onder meer Jon Hiseman, Gary Moore en Don Airey, in dezelfde jaren actief.
Met Allen Sloan had men een violist in de gelederen, wat de Dregs onderscheidt van menig tijdgenoot. Tweede opvallende feit is dat alle nummers instrumentaal zijn.
Opener Free Fall is een vrij ontspannen fusionnummer met lichte funkinvloeden waarin gitaar, viool en toetsen om beurten hun solo krijgen; in Holiday zit een vleugje folk. Hand Jig is zo'n typisch fusionnummer met een strakgespannen snaredrum en dito snelle roffels in de breaks: Rod Morgenstein is een technisch begaafde drummer. In Moe Down dan weer vleugjes folk en zelfs hillbilly, dankzij de banjo van Morse en de dansende vioollijn.
Refried Funky Chicken is wat je denkt wat de titel suggereert: Morse soepele vingers zoeken zowel snelheid als melodie op de elektrische gitaar en met het fraaie Sleep sluit kant 1 ingetogen af.
Op Cruise Control kunnen de solisten in de groep naar hartelust duelleren waarbij toetsenist Stephen Davidowski over razendsnelle vingers blijkt te beschikken, Cosmopolitan Traveler heeft dankzij de vioollijn wel iets weg van Kansas; maar dan met funk.
In Dig the Ditch op gitaar de nodige wahwah en muzikaal klinken funk en fusion, Wages of Weirdness leunt naar funk en scheurende rock op z'n Kansas'. Slotlied Northern Lights begint met Spaanse gitaar waarna Sloan hem spoedig bijvalt; net als kant 1 een rustig einde richting het midden van het zwarte vinyl.
Drie nummers stonden in andere versies al op dat destijds obscure debuut, te weten Refried Funky Chicken, Holiday en Wages of Weirdness.
Free Fall staat niet op mijn streamingplatform, maar gelukkig is er YouTube. De tweede (en dus eigenlijk derde) van Dixie Dregs verscheen het jaar erop en heet What If.
» details » naar bericht » reageer
Jona Lewie - On the Other Hand There's a Fist [1980] (1980) 3,5
31 maart 2025, 13:23 uur
Vond dat destijds zó irritant: leende ik met mijn bescheiden zakgeld + krantenwijk een lp uit de fonotheek, stond de hit er niet op. Bij Jona Lewie werd het nog bonter gemaakt. Zoals dazzler bijna tien jaar geleden schreef: "In 1980 bracht Stiff een verzamelaar van Jona Lewie uit met exact dezelfde titel en hoes als het reguliere album uit 1978."
Het was het eerste album van Lewie waarop You'll Find Me in the Kitchen at Parties was te vinden. Die non-albumsingle haalde in de Nationale Hitparade van juni 1980 een uiterst bescheiden #30, vermoedelijk één van de weinige singlesuccessen die (punk)label Stiff in Nederland haalde. Een heerlijk droogkloterig liedje dat het geluid van new wave had en de onderkoelde humor van Britse comedy.
Het stond dus niet op zijn vorige plaat On the Other Hand There's a Fist (die andere met die titel dus) en zou evenmin op het pas in 1982 verschenen Heart Skips Beat komen. Dat was jammer, want in de categorie aangename buitenbeentjes in de popmuziek is dit er toch één. Een pareltje zelfs, badend in een toetsenarrangement zoals dat bij de new wave van 1980 paste.
Anno 2025 is er natuurlijk streaming en er zijn verzamelaars, met als meest recente The Best of uit 2002. Je vindt het nummer ook als bonustrack op de in 2007 verschenen cd van het 1978-album. De 1980-versie van On the Other Hand wijkt dus af van de oorspronkelijke plaat met die titel maar bevat nog steeds geinige noveltysongs van Engelsman John Lewis, zoals hij eigenlijk heet.
Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave vervolgt. Vorige station was bij aanmerkelijk serieuzer werk van Deutsch Amerikanische Freundschaft en omdat ik Madness' single Night Boat to Cairo en album One Step Beyond... al besprak, is de volgende halte bij de tweede van de groep Toyah.
» details » naar bericht » reageer
Deutsch Amerikanische Freundschaft - Die Kleinen und Die Bösen (1980) 3,5
30 maart 2025, 21:35 uur
Op reis door new wave blijkt weer eens dat dit niet zozeer een benaming voor een genre maar voor een stroming is, passend bij een tijdvak dat meestal met de opkomst van Londense punk wordt geassocieerd, medio najaar 1976. Het kende echter met de Amerikaanse namen Patti Smith en Ramones fenomenen die daaraan vooraf gingen; en vóór hen waren anderen invloedrijk.
Ben inmiddels in juni 1980 en in dit geval reis ik van een skaverzamelaar bij een Duits elektronicagezelschap.
Deutsch Amerikanische Freundschaft, kortweg DAF, uit Düsseldorf. Diverse bezettingswijzigingen vinden in de eerste jaren plaats. De groep debuteerde in 1979 met Produkt der Deutsch Amerikanischen Freundschaft met daarop industrialachtige muziek van demokwaliteit. In 1980 volgt single Kebab Träume, in 1982 in andere versie bekend geworden.
Ten tijde van hun tweede langspeler uit juni '80 is de groep een kwartet, bestaande uit zanger Gabi Delgado-López (de man met Spaanse wortels), gitarist-zanger Wolfgang Spelmans, op synthesizer Chrislo Haas en als drummer en op diverse elektronika Robert Görl. Met Die Kleinen und Die Bösen verandert de koers naar elektronische muziek, enigszins in de voetsporen van Kraftwerk - zoals bijvoorbeeld The Human League ook deed - maar dan op nieuwgebaande paden met een mix van punk, synthpop en industrial, vaak met avant-gardistisch resultaat. Het Londense label Mute ziet er wel brood in en tekent DAF. Producer is Conny Plank, de legendarische naam uit de Duitse krautrock én invloedrijk bij menigeen in de vroege synth- en elektronicapop van alternatieve snit.
Opener Osten Währt am Längsten opent kalm met fluisterstem, waarna het uptempo Essen dann schlafen volgt. Het klinkt als punk 2.0 en doet denken aan hetgeen Jean-Jacques Burnel van The Stranglers het jaar ervoor deed op zijn soloplaat Euroman Cometh. Digitale geluiden domineren op Co Co Pino met daarop meer eigengereide spreek-zang-schreeuw-fluisterzang van Delgado-López.
En zo gaat het verder. Soms luid (Nacht Arbeit), vaker avant-gardistisch (Ich gebe dir ein Stück von mir met elektronische noise als ondersteuning voor wat een kindermelodie lijkt) of het trage De Panne (een verwijzing naar de Belgische badplaats?).
Kant 2, vanaf track 8, werd in februari 1980 live opgenomen toen de groep in het voorprogramma van Wire stond. Hier is het meestal Spelmans die bij de microfoon staat. Meer dan op de A-kant klinkt het geluid van hun debuut met soms vervormde zang, zoals op Gib's Mir of de vijftig seconden van Volkstanz. Op Die lustigen Stiefel scheurt een punkgitaar waarbij wordt geschreeuwd, om de luisteraar vervolgens op een meezingrefrein te trakteren.
Niet toegankelijk, maar aan die kant 2 te horen was er wel degelijk een (bescheiden) publiek voor. Het schilderij op de voorzijde en de foto op de achterzijde lijken te zijn geleend van propaganda uit de Sovjet Unie. Het benadrukt de eigenzinnige aanpak van de groep.
Mijn volgende station is stúkken toegankelijker: Jona Lewie en diens single You'll Always Find Me in the Kitchen at Parties, verschenen op diens verzamelaar met dezelfde titel als zijn vorige langspeler On the Other Hand There's a Fist; in dit geval dus de 1980-versie.
» details » naar bericht » reageer
Al Stewart - The Early Years (1977) 4,0
29 maart 2025, 11:26 uur
In 1977 was Al Stewart dan eindelijk doorgebroken met Year of the Cat van het jaar ervoor, al was er in het Verenigd Koninkrijk wel bescheiden albumsucces (#40) geweest met Zero She Flies. Reden voor RCA om snel een compilatie uit te brengen met eerder werk dat niet het grote publiek had bereikt, afkomstig van Bed Sitter Images (1967, de hoes van de compilatie schrijft deze als Bedsitter Images), Love Chronicles (1969) en Zero She Flies (1970). De hoes werd door ontwerpbureau Hipgnosis in hun herkenbare stijl gestoken.
The Early Years verscheen zowel op 2lp met klaphoes als enkele lp; de laatste is de versie die ik uit een platenbak plukte, te weten deze met als ℗ 1978 plus een effen zwarte binnenhoes met witte letters. De trackvolgorde is bovendien anders dan op de dubbelaar.
Grote orkestraties ontbreken, wél blijken Richard Thompson en Jimmy Page tot de meewerkende gitaristen te hebben behoord. Grote namen zijn echter niet nodig met het liedjestalent van de Schot met diens herkenbare, immer kalme stem.
Persoonlijke favorieten zijn In Brooklyn, Manuscript en Life and Life Only, met als meerwaarde dat The Early Years tevens als geheel zo aangenaam is, dankzij de typisch warme sfeer die de muziek van Al Stewart brengt. Daarbij heb ik niet het gevoel dat dit een compilatie is, integendeel: een homogeen geheel en fijne toevoeging aan mijn collectie. Een album dat vaker op de draaitafel zal komen.
» details » naar bericht » reageer
John Norum - Gone to Stay (2022) 4,0
28 maart 2025, 17:46 uur
Op zijn website noemt John Norum zichzelf "rock and blues guitarist". De blues zit er op zijn latere solowerk inderdaad sterker in, qua rock zit hij in de heavy hoek. Meestal zwaarder dan in moederschip Europe. Zijn stem heeft aan heesheid gewonnen, zijn gitaarwerk spettert onverminderd. Eén van de beste sologitaristen die er rondlopen, omdat hij ertoe in staat is daarmee een liedje in een liedje te construeren. Razendsnel snarenracen, maar opbouw en gevoel zijn altijd het belangrijkste.
Voices of Silences is een ijzersterke, hardrockende opener waar alles klopt: riffs, melodie, gitaarsolo en bovendien een fraai akoestisch slot. Het melancholieke Sail On doet enigszins aan het werk van Whitesnake denken, maar hij werkt met een driemansband, met recht een powertrio.
Wel is hier en daar hulp ingeroepen, zoals toetsenist Mats Schubert in onder meer het titelnummer; diens bijdragen geven de muziek een extra laag. Gone to Stay heeft tot dan toe de sterkste invloed vanuit de blues.
In One by One met gastzanger Åge Nilsen lijkt Norum terug te blikken op de tijd met zijn echtgenote Michelle Meldrum, in 2008 overleden. Een dramatisch hoofdstuk, maar in de categorie shownieuws vertelt zijn website dat hij afgelopen februari na vele jaren samenzijn dan eindelijk met Camilla Wåhlander trouwde.
Daarna volgt meer stevige blues-hardrock, enigszins vergelijkbaar met het werk van Stevie Ray Vaughan. Ik heb daar minder mee, maar met David Bowies Lady Grinning Soul is het weer helemaal ráák. Norma is dan weer voluit rockend met op zang Nilsen, bijgestaan door het Stockholm Philharmonica Orchestra. En wát een solo komt weer voorbij; zwijmel...
Dan is het beste van het album geweest, al is het vlotte Terror over Me aardig. De ingetogen remake van zijn eigen Face the Truth doet me niets. Al met al een prima album, verrassender dan de laatste van Robin McAuley die ik de afgelopen dagen om en om afwisselde met deze. Wel is de bluessaus bij Norum me soms iets te vet en massief.
» details » naar bericht » reageer
Robin McAuley - Soulbound (2025) 4,0
28 maart 2025, 17:09 uur
De derde soloplaat van Robin McAuley in vijf jaar: om het jaar een nieuwe. Solo is het bij de Ier net iets kalmer dan bij Black Swan, zijn groep met Reb Beach - al zijn de laatste twee allènigschijven dan weer steviger dan debuut Standing on the Edge. Ook Soulbound een stevig plaatje.
Hij is weliswaar 70-plus, er zit géén sleet op zijn rauwe stem. Met een bekwame, Italiaanse groep musici achter zich volgt een geenszins verrassend maar alleszins degelijk album. Gitarist Andrea Seveso is een shredder. Snelheid is dus de formule, maar hij mist een eigen stijl.
Dan moet het van de composities en de melodieën komen. Het midtempo en zware Soulbound mag er zijn, mede dankzij een eenvoudig maar effectief toetsenmuurtje onder de gitaren, The Best of Me knalt in de traditie van Van Halens Hot for Teacher maar dan met zwaardere slaggitaar en in Crazy horen we een ingetogener McAuley.
In de tweede helft is Wonder of the World een fraai amalgaam van stevige gitaren en melodie, Paradise swingt, in Born to Die herinnert McAuley ons stevig rockend aan onze sterfelijkheid en in There Was a Man moet ik, voor het eerst op dit album, aan werk en sfeer van Ozzy Osbourne denken. Op de voorganger was dat veel vaker het geval.
Sommige teksten en ook de hoes suggereren dat McAuley een gelovig man is, al formuleert hij dat uiterst subtiel, uit eigen ervaring puttend. In muzikaal opzicht is het enerzijds knap dat hij nu al zijn derde kwaliteitsalbum in relatief korte tijd uitbrengt, anderzijds is de boel gespeend van verrassingen. Wie dat laatste niet per se nodig heeft, zit hier goed.
» details » naar bericht » reageer
Dance Craze (1981) 4,0
Alternatieve titel: The Best of British Ska...Live!, 27 maart 2025, 22:16 uur
Dwarsdoorsnede van label 2 Tone, gespecialiseerd in ska. Op dit album veel werk uit 1980. Het is tevens de soundtrack van een docu-/concertfilm die - hoera! - op YouTube staat.
Tussen de diverse namen vallen me er vandaag twee op: die van de dan alweer ex-2 Toners Bad Manners, mijn vorige station op de reis door new wave, én de singlegroep The Bodysnatchers - niet te verwarren met een gelijknamige Amerikaanse punkgroep.
De Britse Bodysnatchers was een all-female-band waarvan de dames nog maar kort samenspeelden. Ze scoorden twee hits. De eerste was Let's Go Rock Steady, in april 1980 twee weken #22. Numero 2 was Easy Life, in juli dat jaar #50 halend. Naar verluidt was de instrumentenbeheersing van deze prille groep nog niet al te hoog, wat niet gold voor de stembeheersing van frontvrouwe Rhoda Dakar.
De eerste single werd in zesentwintig takes opgenomen. In het boek 'Walls Came Tumbling Down: The Music and Politics of Rock Against Racism, 2 Tone and Red Wedge' van Daniel Rachel noteerde deze uit de mond van groepslid Nicky Summers over producer Roger Lomas: "We did twenty-six takes and he kept saying: "Play faster".
Na twee singles viel de groep alweer uit elkaar. Vijf leden vormden vervolgens The Belle Stars die in 1983 een succesvol album uitbrachten en ook in Nederland scoorden met pop-funk op single Sign of the Times.
Dakar dook op in The Special A.K.A. en is tot op de dag van vandaag actief; in 2015 bracht ze album Sings The Bodysnatchers uit.
In 2023 verscheen van The Bodysnatchers The Lost Album, met hierop naast de singles werk dat door de BBC en radio-dj John Peel werd opgenomen. Eveneens in 2023 verschenen heruitgaven van Dance Craze op 2LP en als 3cd. Inderdaad, met de nodige bonussen.
Ondertussen reis ik verder door de wondere wereld van new wave en wel naar Londen, waar Mute in 1980 een Duitstalig album van het Düsseldorfse Deutsch Amerikanische Freundschaft uitbrengt.
» details » naar bericht » reageer
Far Corporation - Division One (1985) 3,0
27 maart 2025, 20:08 uur
Leuke discussie hierboven over Stairway to Heaven. Ik vind - tip van gaucho - de Boney M-stem halverwege grappig. En om de drumsound op z'n Phil Collins moet ik ook grinniken. Heerlijk jaren '80, voor een keertje best aardig.
Bobby Kimball en Robin McAuley zijn voor mij de troeven, twee prima zangers met een stem geknipt voor dit werk. Andere hoogtepuntjes zijn Live Inside Your Dreams, een lekker poprocknummer, of is het aor? In Fire and Water een stampende synth-rockbeat, dankzij Rock 'n' Roll Connection krijg ik zin om weer eens een Top Gun te bekijken.
Om terug te komen op het coveren van Stairway; kent iemand de versie van Heart? Magistraal.
» details » naar bericht » reageer
Far Corporation - Solitude (1994) 3,5
27 maart 2025, 19:34 uur
Wel gaucho, las je bericht bij Alive van Robin McAuley vlak voor ik naar huis ging fietsen en onderweg deze Far Corporation op de koptelefoon gehad. Ik vond het voor 1994 wel erg 1984 klinken, maar eenmaal thuis snapte ik het waarom: hun eerste stamde uit '85 en dit is de voortzetting.
Onderweg realiseerde ik me dat ik de naam Far Corporation destijds wel degelijk ben tegengekomen - maar heb er nooit iets mee gedaan. Indertijd noemden we dit pomp rock of L.A. rock, benamingen die in onbruik zijn geraakt. Muziek waar Wim van Putten van de elpee- en later cd-show wel van hield, een programma op de TROS-donderdagavond dat ik meestal oversloeg.
Heb onderweg best genoten van Solitude, zonder te denken dat ik dit ooit nogmaals zal opzetten. Daarvoor is het me te glad. Ik wist dat ik Rikki Don't Lose That Number zou gaan horen, maar had niet gezien dat Sebastian van Steve Harley & Cockney Rebel of Stairway to Heaven van Led Zep ook op de menukaart stonden. Ondertussen was het best genieten van de stemmen van Bobby Kimball en Robin McAuley. En dat intro van You Never Have to Say You Love Me; ik dacht dat ik Status Quo's Junior's Wailing in een remake ging horen! Daarna gaat het liedje een beetje de kant van ZZ Top in de jaren '80 op.
Dan zie ik dat Scott Gorham ook meedoet, de voormalige gitarist van Thin Lizzy. Had 'm er niet uitgepikt, maar leuk feitje is het wél.
Deze Solitude staat op streaming, aanbevolen voor fans van Toto én de liefhebber van toegankelijke rock met typische jaren '80-geluiden. Inmiddels speel ik de eerste van Far Corporation af, later vanavond daar nog wat bij noteren. Leuke tips, heer gaucho!
» details » naar bericht » reageer
Bad Manners - Ska 'N' B (1980) 4,0
27 maart 2025, 08:08 uur
Op reis door de new wave van 1980 kom ik van de donkere postpunk van De Brassers bij zonnige ska.
In Nederland scoorde Bad Manners slechts één hit (in 1981 met Can Can), in Engeland was het andere koek. De eerste was Lip up Fatty, dat op 8 juni 1980 de Britse lijst betrad om het vanaf begin augustus drie weken uit te houden op #15 en het veertien weken in de verkooplijst uithield.
Het is te vinden op Ska 'n' B, een titel die de lading dekt: enerzijds ska zoals op de single of het semi-instrumentale King Ska-Fa, maar op covers Caledonia, Magnificent 7 en Wooly Bully keren we terug naar de jaren van big band en rhythm & blues. Het leidt tot een vrolijk en dansbaar album, waarbij op Inner London Violence een maatschappelijk betrokken tekst klinkt.
Slotlied Scruffy the Huffy Chuffy Tug Boat begint met een sample uit een sketch van Monty Pyton, gevolgd door nostalgische vaudeville, sterk lijkend op hetgeen Ian Dury in 1975 deed op zijn debuut met Kilburn & the High Roads.
Meer hitsingles van het album: eind april werd met openingstrack Ne-Ne Na-Na Na-Na Nu-Nu #28 gehaald en Special Brew haalde in november nog eens #3. In april 1980 haalde Ska 'n' B #34 in de Britse albumlijst, in 2011 verscheen een cd-editie met vele bonussen .
Anders dan menig ander skagroep zat de Noord-Londense groep niet bij 2 Tone maar bij Magnet, al waren hun allereerste opnamen wél bij dat befaamde label. Bij dat 2 Tone zat verder een groep die in hun actieve bestaan slechts twee singles uitbracht. De eerste haalde in maart 1980 de Britse hitlijst en is in liveversie te vinden op een befaamde verzamelaar van dat label, waarop ook Bad Manners staan. Op naar Dance Craze en de dames van The Bodysnatchers.
» details » naar bericht » reageer
Robin McAuley - Alive (2023) 4,0
26 maart 2025, 20:59 uur
De tweede soloplaat van Robin McAuley, bij mij voorheen bekend van zijn werk met Michael Schenker en sinds kort van Black Swan.
Nou ja, tweede soloplaat? Op Discogs ontdek ik dat hij in 1985 pop maakte met het nummer Eloise (cover van de klassieker van Barry Ryan uit 1968), waarvan in 1986 een orkestrale versie verscheen, te vinden op YouTube. En in 1994 maakte hij met Frank Farian, die van Boney M en Eruption en Milli Vanilli, een remake van Rikki Don't Lose That Number van Steely Dan; zie hier voor de videoclip.
Om de één of andere reden doen sommige albums het steevast beter bij mij in de auto. Zo ook Alive, dat zittend (thuis of op werk) of op de fiets niet binnenkwam. Wat is het dan dat ik achter het stuur met 100 km/u wél wordt gepakt door het uptempo Bless Me Father, powerballad Can't Go On en The Endless Mile met een lekker aor-synthintro dat vervolgens aangenaam vlot vervolgt?
Of in de tweede helft het midtempo My Only Son, het krachtige When the Time Has Come, het snel riffende Stronger than Before en het vrolijk stoempende Who I Am?
Al met al is dit album iets steviger dan voorganger Standing on the Edge, waarbij McAuley vaker de toppen van zijn longen opzoekt. Maar dát verklaart niet waarom ik toch werd gepakt door de muziek. Nee, het zit 'm in de melodieën die me gek genoeg doen denken aan het beste van Ozzy Osbourne. Sterker nog, zojuist onderweg hoorde ik in mijn hoofd hoe de madman deze nummers zou inzingen.
Regelmatig spetterend gitaarwerk van Andrea Seveso en op Fading Away en My Only Son van Tommy Denander; niet elke solo is even mooi opgebouwd, maar er zit genoeg aangenaams in. Met als grootste troef de melodieën, gezongen door McAuley met zijn rauwe stem; hij is weliswaar niet van een bovenklasse, maar evenmin een prutser. Dankzij de zeven sterke uitschieters is Alive een volle 8 waard.
,
» details » naar bericht » reageer
De Brassers - En Toen Was Er Niets Meer (1980) 4,0
25 maart 2025, 20:32 uur
... vijftien jaar later is er streaming en staan de drie nummers van deze single daarop als onderdeel van 1979 - 1982, een verzamelaar uit 2010. Inderdaad vergelijkbaar met Joy Division maar dan afkomstig uit Hamont in Belgisch-Limburg aan de grens met Nederland, nabij Valkenswaard en Eindhoven.
Ik kwam eerder muziek tegen uit die buurt. Uit die laatste stad kwamen The Flyin' Spiderz, een groep die ik tegenkwam bij mijn reis door new wave met hun twee albums. Jammer genoeg staat het vervolg van deze groep als The Spiderz nog niet op mijn streamingplatform. Uit België kwam ik eerder onder meer de Antwerpse The Kids tegen. Die groepen werkten Engelstalig, De Brassers werken hier (nog) in hun moerstaal.
Bij De Brassers klinkt op single En Toen Was Er Niets Meer voluit new wave / postpunk. Het is somber, monotoon en donker maar tegelijkertijd pakkend. Een nummer kan zomaar op twee akkoorden leunen en toch is het aangenaam. Scheurende gitaar, rudimentaire synthesizer, weeklagende of juist verbeten zang en dat gedragen door een toegewijde bas en drums. Dat werk.
En soms een verrassing, zoals in het titellied waar halverwege opeens wordt versneld en vertraagd. De gitaar in Twijfels is dan weer vetter en zwaarder, de synth ijler. Snel en smerig is ??? (A.K.A. "Ik Wil Eruit"). Vergelijken met Joy Division is eigenlijk onvermijdelijk maar met de teksten in het Nederlands komt het desondanks anders binnen.
Mijn reis door new wave bevindt zich in juni 1980 en kwam van The Soft Boys en op mijn afspeellijst volgen na deze van De Brassers een non-albumsingle van The Stranglers die later op The Collection 1977-1982 verscheen, een single van Elvis Costello van Get Happy!!, van Siouxsie van Kaleidoscope en van The Vapors van New Clear Day. Die albums beschreef ik eerder en dus is het tijd voor ska en meer bij het debuut van Bad Manners getiteld Ska 'n' B en hun eerste hit Lip up Fatty.
» details » naar bericht » reageer
The Soft Boys - Underwater Moonlight (1980) 3,5
Alternatieve titel: Underwater Moonlight ...And How It Got There, 24 maart 2025, 22:38 uur
Op reis door new wave ben ik in juni 1980, waar ik vanaf de tweede van het Nieuw-Zeelandse Mi-Sex bij de tweede van The Soft Boys uit Cambridge beland, nadat die groep in 1979 debuteerde met A Can of Bees.
De groep werd tot new wave gerekend, maar tegelijkertijd klinken op Underwater Moonlight sterke echo's van de jaren '60; soms letterlijk zoals de productie van de zang in Kingdom of Love met bovendien een in reverbeffect badende gitaar. Of de knipoog naar de Beach Boys in Positive Vibrations met bovendien een sitar, zoals in de jaren '90 Kula Shaker dit soort geintjes in Britpop zou introduceren. Een scheutje bluesrock in I Got the Hots, waarna Insanely Jealous of You qua zang aan Steve Harley doet denken.
Of Tonight: met een hangende baslijn en gitaarriff doet het r&b-intro aan een vroege AC/DC denken met Harley als zanger, waarna jaren '60-sferen het overnemen; halverwege vallen nota bene cello's bij.
Bekendste nummer is de briljante opener I Wanna Destroy You, voorzien van een oorwurm van een meerstemmig refrein. Ja, is dit wel new wave? Ach, het is een groep die na een sterk debuut bleef doen wat ze graag en goed deden: muziek als een cocktail van wave van eind jaren '70 met jaren '60-psychedelica. Dan kom je halverwege uit bij muziek die liefhebbers van Steve Harley zullen waarderen, mede dankzij de "verveelde" zanglijnen van Robyn Hitchcock. In 1973 hadden we dit artrock genoemd en had de groep met David Bowie en T-Rex opgetreden. Zoiets.
Maar het was 1980, The Soft Boys oogstten wederom geen succes en vielen uit elkaar. Later zou het een groep voor muzikanten blijken, eentje die invloedrijk werd. Hitchcock was toen allang solo gegaan en gitarist Kimberley Rew startte in 1981 Katrina and the Waves, de groep waarmee hij songfestivalroem zou oogsten.
In 2001 krijgt dit Underwater Moonlight een tweede leven met een sterk uitgebreide versie, zoals deze. Het leidt ertoe dat de groep weer bij elkaar komt en tourt, waarna in 2002 Nextdoorland verschijnt.
Volgende halte in het land van new wave is een primeur in mijn afspeellijsten met new wave: Nederlandstalige muziek. In dit geval van Belgisch-Limburgse bodem. De Brassers en single En toen was er niets meer.
» details » naar bericht » reageer
Europe - Walk the Earth (2017) 4,5
24 maart 2025, 19:21 uur
Voorlopig mijn laatste album in de reis door het werk van Europe, maar er is goed nieuws: dit najaar duiken de heren dan eindelijk de studio in voor een opvolger.
Op de albums ná de comeback werd geleidelijk de invloed van liedschrijvers Mic Michaeli (toetsen) en John Levén (basgitaar) steeds groter, omgekeerd evenredig met de compositorische inbreng van John Norum, die evenwel in zijn gitaarwerk (solo's om te zoenen) kan schitteren. Dat blijkt opnieuw op Walk the Earth.
Je hoort de jeugdhelden van Europe terug: Deep Purple, maar ook Led Zeppelin en qua toetsen Ken Hensley van Uriah Heep.Tegelijkertijd klinkt dit als Europe en als 2017, mede dankzij de knallende productie. Dit album heeft de voorbije weken menig rondje gedraaid, zowel op de fiets, in de auto als in de huiskamer. Met slechts weinig albums heb ik dat die het in alle omstandigheden goed doen.
Europe weet met het titelnummer, het stuwende Kingdom United en Turn to Dust nummers te brengen in de buitencategorie. Bijna net zo goed vind ik het bijna grimmige The Siege, het in seventiessfeer (Moog synth) gestoken Pictures, het Purpleaanse Election Day, de oosterse sferen van Wolves en het snelle GTO; de overige nummers zijn "gewoon" goed; wel heb ik minder met het logge Haze, dat gelukkig onder de 4 minuten aftikt. Slotlied Turn to Dust duurt 6'07" om na enkele momenten stilte een dixielandorkest 26 seconden lang de plaat te laten afsluiten. Geinig!
Walk the Earth mag de laatste Europe tot dusver zijn, één album heb ik nog tegoed: de laatste soloplaat van John Norum, te weten Gone to Stay uit 2022.
» details » naar bericht » reageer
Mi-Sex - Space Race (1980) 3,5
24 maart 2025, 19:03 uur
Verschenen op 1 juni 1980, deze tweede van het Nieuw-Zeelandse Mi-Sex. Hun debuut van het jaar ervoor was aangenaam en leverde in Nederland zowaar een hitje op. Dat lukte met de opvolger niet, maar in eigen land was er wel succes: People haalde er op diezelfde datum #3 en opvolger Space Race haalde in juli nog eens twee weken #19.
Wat klinkt is vriendelijke, dansbare en melodieuze wave. Het is meestal vlot met beschaafd scheurende gitaar en toetsen, vergelijkbaar met bijvoorbeeld A Flock Of Seagulls. People gaat over "genetic engineering" oftewel het sleutelen aan de menselijke dna. Opvallend aan het titelnummer is het aparte drumwerk van Richard Hodgkinson, die zijn snaredrum creatief laat stuiteren.
Andere favorieten zijn Ghosts dat voorzien is van een lekkere sequencer, passend bij wederom een lekker uptempo nummer en Living in September, waar het toetsenwerk weg heeft van hetgeen Dave Greenfield bij The Stranglers deed inclusief een nogal vervreemdende solo.
Al met al een lekker album dat in juni '80 maar liefst vier weken #1 stond in de Nieuw-Zeelandse albumlijst. Niet spectaculair en tegelijkertijd steeds aangenaam. Derhalve een vrolijke 7,5 als schoolcijfer.
Mijn reis door new wave kwam het Amerikaanse Devo en hun Freedom of Choice en vervolgt bij de Engelse The Soft Boys.
» details » naar bericht » reageer
Robin McAuley - Standing on the Edge (2021) 4,0
21 maart 2025, 18:18 uur
Bij Standing on the Edge zit ik er positiever in dan de MuMensen hierboven: solo gaat Robin McAuley wat meer de aor-kant op, al zal dat iemand die onbekend is met hardrock niet opvallen. Het is iets melodieuzer en minder bombastisch dan de (tot dusver) twee albums met Black Swan die in deze zelfde periode werden opgenomen, waar vooral Reb Beach verantwoordelijk is voor de muziek. Gevolg is dat McAuley niet continu op de toppen van zijn longen zingt, wat de variatie ten goede komt.
De toetsengeluiden grijpen soms nadrukkelijk terug op de jaren '80; ik vind het lékker. Ook opvallend is dat gitarist Howard Leese, decennialang de snarenman bij Heart, meeschreef en -speelde aan/op Supposed to Do Now.
Variatie is er tussen uptempo werk zoals opener Thy Will Be Done en Running Out of Time en anderzijds ballades Late December en Run Away. Én er zijn nummers die wat lijken op Bad English, te weten Do You Remember en Wanna Take a Ride, terwijl Chosen Few een gitaarsausje op z'n AC/DC's heeft. Met het al genoemde Supposed to Do Now moet ik inderdaad aan Heart denken en wát een lekkere gitaarsolo zit daarin!
De Italiaanse muzikanten zijn meer dan bekwaam, nadeel is echter dat ze zich niet onderscheiden van collega's; gewoon goede, zij het wat kleurloze musici, ook al kan Andrea Seveso snarenracen als de beste. In Like a Ghost is zijn solo zelfs een juweeltje. Het is echter de fijne stem van McAuley die maakt dat Standing on the Edge zich onderscheidt.
» details » naar bericht » reageer
Bible Black - The Complete Recordings 1981 - 1983 (2022) 4,0
21 maart 2025, 17:58 uur
Alsof je een tijdcapsule vindt, in 1983 verstopt. Dat is The Complete Recordings 1981-1983 van Bible Black, een heavy rockgroep die nooit een platencontract wist te krijgen maar in twee jaar wél de nodige namen zou herbergen die voorheen of juist nadien naam maakten.
In de laatste categorie zitten de drie zangers die in deze groep uit Upstate New York (drie rijden van New York City, vermeldt de binnenhoes) actief waren. Eerst (track 1-3) Louis Marullo, die met het alter ego Eric Adams naam zou maken bij Manowar; dan (track 4-10) Jeff Fenholt, later bij Joshua; tenslotte Joe Belladini, later bij Anthrax bekend als Joey Belladonna.
De binnenhoes van de elpee vertelt het verhaal. In een notendop: dit in 2024 verschenen album is een verzameling van drie opgepoetste demo's. Op vinyl krijg je er bovendien een single bij (track 13 en 14) met nogmaals Fenholt bij de microfoon.
De harde kern werd gevormd door gitarist Andrew McDonald en twee voormalige leden van Elf, de groep met Ronnie James Dio: bassist Craig Gruber en drummer Gary Driscoll, tevens te horen op de eerste elpee van Ritchie Blackmore's Rainbow. Aanvankelijk nog twijfelend over de koers (hardrock of metal, zo is op Back to Back pianist Mickey Lee Soule te horen, eveneens ex-Elf), wordt vanaf de tweede demo, dus vanaf track 4, voor een steviger koers gekozen.
Gruber is getrouwd met de vermogende Jennifer Brooks - later het liefje van John Sykes - waardoor de groep in staat is om op te nemen met Kansas' producer Jeff Glixman en lokale optredens kan doen. Als dat huwelijk strandt, droogt de geldkraan op. Fenholt stapt op maar de drie achterblijvers proberen het het nog enige tijd met Joe Belladini.
Dan vertrekt ook Gruber - hij belandt in Engeland in de groep van Gary Moore - en de onbekende Joe Sopp wordt zijn vervanger. Met Belladini/Belladonna worden track 11 en 12 opgenomen. Helaas helaas, ook die demo brengt geen platencontract en McDonald gooit de handdoek in de ring. Bible Black wordt ontbonden.
Wat de binnenhoes niet vertelt is dat McDonald hierna het project Thrasher deed en bij onder meer Blue Cheer speelde; Driscoll werd in 1987 noodlottig vermoord.
De band wist dus geen platencontract te scoren, maar deze tijdcapsule is wel degelijk de moeite waard. Aanbevolen voor de liefhebbers van klassieke hardrock, new wave of British heavy metal én de Amerikaanse reactie daarop, U.S. metal. Pakkende hardrock/metal, door audiotechnicus Patrick W. Engel adequaat bijgewerkt in een frisse mix.
In de beschrijving van namsaap hierboven kan ik me goed vinden, met als enige verschil dat bij track 1 en 2 versus 13 en 14 mijn voorkeur uitgaat naar Fenholt.
McDonald is een prima gitarist die zijn gitaar zowel kan laten racen als huilen: genieten! Cover Paint It Black, oorspronkelijk van de Rolling Stones, is aangenaam verhardrockt.
De binnenhoes vermeldt ook de bio's van Gruber, McDonald, Driscoll en Fennholt, zoals destijds opgediend: "an unstoppable quartet". Dat bleken slechts woorden, maar neem van mij aan dat deze tijdcapsule zijn geld waard is. Hij staat hier op vinyl in de sobere maar pakkende hoes.
» details » naar bericht » reageer
Devo - Freedom of Choice (1980) 3,5
20 maart 2025, 09:02 uur
Optimistische en energieke new wave, waar de ritmes worden gedragen door een stampende synthesizer en dansend drumwerk. Het was hun derde album en er moest een grote hit worden gescoord, anders was het einde contract, zo kreeg manager Eliot Roberts (welke tevens Neil Young onder zijn hoede had) te horen van Warner Brothers, meldt dit artikel in Magnet Classics.
Dat lukte met Whip It, dat relatief lang na verschijning van het album op 16 mei, in november #14 haalde in de Billboard Hot 100; in het Verenigd Koninkrijk in december #51. Toetsenist Bob Casale omschreef hun stijl als “We were Kraftwerk from the waist up, and Elvis Presley from the hips on down,” en dat snijdt hout. Veel "kille synths" maar ook een scheurend gitaartje en dansbare waverock.
Het titelnummer verwijst naar de politieke situatie van toen en kan naadloos op de huidige situatie in de VS worden geplakt. Girl U Want is dan weer sterk in zijn beschrijving van wat de aandacht van vrouwelijk schoon met de hoofdpersoon doet.
Het album bevat geen zwakke nummers. Andere favorieten zijn It's Not Right met zijn sequencer, Snowball met zijn bijna-discodreun die echter door drummer Alan Myers fraai met franje wordt omhuld, Ton o'Luv met zijn knipoog naar klassieke rock 'n' roll, het wat dreigende Gates of Steel en de snelle bonustrack Turn Around . Lekker album met één nadeel: door de soortgelijke tempo's, ritmes en arrangementen gaat het na enige tijd wel erg op elkaar lijken. Tegelijkertijd is de samengebalde energie van synthesizers, gitaar en bas/drums ieder nummer aangenaam. Ik kom uit op een veilige 7,5 voor het geheel.
De productie is 45 jaar later onverminderd fris en transparant, waarbij de muziek de speakers uitknalt. Sinds 1993 als combi-cd verkrijgbaar op Oh No It's Devo / Freedom of Choice en vanaf 2009 als uitgebreidere cd-versie.
De maffe hoedjes op de hoes werden twee jaar later in de talkshow van David Letterman onderwerp van gesprek. Dat de groep daar zat, zegt iets over de groeiende populariteit van deze eigenwijze wavegroep.
Mijn reis door new wave kwam van het Britse industrialgezelschap Throbbing Gristle en vervolgt bij het tweede album van het Nieuw-Zeelandse Mi-Sex.
» details » naar bericht » reageer
Throbbing Gristle - Heathen Earth (1980)
20 maart 2025, 08:20 uur
Op voorganger 20 Jazz Funk Greats uit 1979 deed Throbbing Gristle met een vriendelijke titel en hoes een misleidende poging tot toegankelijkheid. Het bleef echter industrial met de nodige geluiden uit de elektronica.
Met het live opgenomen Heathen Earth, uitgebracht in juni 1980, wordt het alweer ontoegankelijker. Wat we horen is monotoon, zwaar en donker. Eén nummer op kant 1, één op twee. In het streamingtijdperk zijn deze echter in losse tracks geknipt, de artiesten worden daar immers per track betaald en met twee lange nummers verminderen je inkomsten.
Live maar verwacht geen publieksgeluiden. De hoes is gedetailleerd omtrent het opnameproces: "This album was recorded on Saturday the 16th of February 1980 between 8.10pm and 9.00pm in front of an invited audience at the studios of Industrial Records Limited. The object was to make a record of T.G. performing live without the often unpredictable influence of adverse playing conditions on the music and on the technical quality. In the days following this session a minimum of re-recording was done and the 8-Track master tapes were mixed-down into stereo." Vervolgens wordt verteld welke kanalen werden gebruikt op de mastertape én welke vierentwintig gelukkigen aanwezig waren bij de opnamen.
Eerst de onbestemde geluiden in Cornet, dan de spreekstem met drumcomputer en ontregelende geluiden in The Old Man Smiled. In beide nummers wordt een elektrische gitaar vervormd als wordt deze door de mangel gehaald. In Still Talking voeren vervormde stemmen een gesprek en het ruim zeven minuten durende Don't Do As You're Told, Do As You Think is het alsof ik house-avant-le-lettre hoor. Het afsluitende Painless Child Birth is met zijn rustige stem wellicht nuttig voor de hoogzwangere vrouw en haar kind. Soundscapes voor een select publiek, muziek in de periferie van popmuziek.
Ben op reis door de new wave van voorjaar 1980. Vorige halte was single Going Nowhere Fast van Girls at Our Best!, volgende is album Freedom of Choice van het Amerikaanse Devo.
» details » naar bericht » reageer
Girls at Our Best! - Pleasure (1981)
18 maart 2025, 18:09 uur
Op mijn reis door new wave kom ik langs grote en kleine namen. Girls At Our Best! behoort tot de laatste categorie: slechts drie jaar bestond de groep uit Leeds en zelfs in hun eigen Engeland haalden ze slechts eenmaal de hitlijst. Ik kom hier omdat ik op single Getting Nowhere Fast stuitte, dat in april 1980 verscheen en in de independant charts van het VK #9 zou hebben gehaald volgens Wikipedia. Die lijst is niet online te vinden, wel vond ik dat BBC Radio 1-dj John Peel het nummer op 31 maart in zijn programma speelde; hier de tracklist van die aflevering die ook ergens (waar?) online zou moeten staan.
Getting Nowhere Fast is muziek die ik, had ik die destijds gehoord, meteen zou hebben omarmd. Scheurend gitaartje van James "Jez" Alan (het heeft wel wat weg van Sex Pistols), felle zang van zangeres Judy "Jo" Evans en een melodie die me meteen grijpt. Destijds werden ze omschreven als postpunk en letterlijk gezien klopt dat. Toch staat het nummer dicht bij de punk van 1976 - '77, waarbij ik aan Siouxsie and The Banshees moet denken.
Een jaar later verscheen album Pleasure waar de single niet op stond, maar in 1994 belandde het als openingstrack op de cd-versie. Als ik qua wave bij 1981 ben aanbeland, keer ik hier terug.
Mijn reis door de new wave van 1980 kwam van Gruppo Sportivo en Copy Copy en vervolgt bij de industrial klanken van Throbbing Gristle en hun vierde elpee Heathen Earth.
» details » naar bericht » reageer
The Specials - Singles (1991) 4,5
18 maart 2025, 17:18 uur
Lekkere verzamelaar van (soms non-)albumsingles en B-kanten daarvan. Opvallend is dat de teksten van de groep soms zeer direct zijn. Zoals in Racist Friend toen de groep opereerde onder de naam The Special A.K.A, waarin wordt opgeroepen om alle contact te verbreken met familie en vrienden als ze racistisch zijn. Tegelijkertijd is er ruimte voor pret, zoals in het semi-instrumentale Guns of Navarone, cover van het titellied van de gelijknamige film uit 1961, al in '65 op soortgelijke wijze gecoverd door The Skatalites.
Nog bekender en bovendien politiek geladen is Nelson Mandela, eveneens van The Special A.K.A. met de oproep de ANC-politicus vrij te laten. Eind april 1984 haalde het in de Nederlandse Nationale Hitparade #9. Vond ik destijds opvallend voor een nummer met zo'n nadrukkelijke boodschap en dacht daaraan terug toen hij, inmiddels een vrij man, in 1999 Nederland bezocht. En al helemaal toen ik afgelopen januari in Soweto, Johannesburg in zijn voormalige woning was, tegenwoordig een museum. Aangename oorwurm.
Los van de teksten: een cd met bijna een uur lekkere muziek. Gangsters (met de zin "Don't call me Scarface!"), Rudi a Message to You plus Much Too Young en Ghost Town waren de andere hits in Nederland, de overige muziek doet daar niet voor onder. Genieten. Blij dat ik de cd in een kringloop tegenkwam.
» details » naar bericht » reageer
Gruppo Sportivo - Copy Copy (1980) 3,5
17 maart 2025, 19:50 uur
Door bovenstaande bericht ging ik even twijfelen. Dames eruit, blazers erin? Ja, dat klopt én er kwam nóg een groepslid bij: mevrouw Anne Martin, voorheen zangeres bij Deaf School dat drie albums uitbracht. Dat verklaart waarom ik op diverse nummers vrouwelijke leadzang hoor.
Opgenomen in de befaamde Rockfield Studios in Wales, gemixt in de Hilversumse Wisseloord Studios. Dat leidde evenwel niet tot groot succes, al herinner ik me dat Gruppo Sportivo het onverminderd goed deed in het clubcircuit.
Na het plotselinge einde van Gruppo Sportivo in 1979, daarmee het succes van single Sleeping Bag smorend (aldus mijn herinnering, of dat werkelijk zo was?) volgde datzelfde jaar een soloproject van Hans Vandenburg: het plezante maar minder succesvolle The Buddy Odor Stop.
Toen de Haagse groep in juli 1980 terugkeerde, was het momentum van de groep kennelijk voorbij. Op deze doorstart staan diverse nummers met hitpotentieel, toch blijft Sleeping Bag tot op de dag van vandaag hun laatste hit.
Ik hoor desondanks diverse leuke nummers met eigenwijze new wave, dankzij de stem van Vandenburg en diens regelmatig ironische invallen. Allereerst de stevige opener Don't Count on Me (Hans Vandenburg gaat níet voor u naar Afghanistan!) en de ska van Goodbye Radio; in beide heeft de blazerssectie een belangrijke rol. Dan volgen twee nummers met Anne Martin bij de microfoon, waarvan vooral It's Too Late eruit springt. De groep klinkt plotseling Britser dan ooit.
Dan volgt minder werk, inclusief het door Martin gezongen I Don't Need You. Het swingende instrumentale The Unusual Soup Recipe Blues duurt nog geen minuut en Up to Date is een volwaardig, uptempo poplied met de kenmerkende zang van Vandenburg. Only on Weekends heeft door de blaaspartijen zowaar een vleugje soul, maar melodie en ritme pakken niet.
Met In Love Again volgt dankzij de toetsen van Peter Calicher weer een nummer in wavesfeer; zijn invloed op het geluid van Gruppo Sportivo is groot. Opgewekte reggae in Ramona over het einde van een liefde: "You're my wonder woman and I'm your man of steel, why would we change that, that's how I feel?" Slotlied What Happened to Romance heeft wel iets weg van hun eerste hit Rock 'n' Roll, Vandenburg speelt weer de rol van romantische verliezer.
Met Goodbye Radio, It's Too Late, Up to Date en Ramona hoor ik vier liedjes met hitpotentie. Dit had meer verdiend. Ook leuk is de ontdekking dat de foto's van de groepsleden werden gemaakt door Anton Corbijn. Als album een brave 7 en dat is eigenlijk te weinig voor deze groep. Daar veranderen de sterke blaaspartijen niets aan.
Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave kwam van de Londense pubrockers Eddie & The Hot Rods en Fish 'n' Chips en ik keer terug naar die stad. Op naar de (post-)punks van Girls at Our Best! en de non-albumsingle Getting Nowhere Fast, later verschenen op hun Pleasure.
» details » naar bericht » reageer
Black Swan - Generation Mind (2022) 4,0
17 maart 2025, 14:19 uur
De tweede van Black Swan, een album waar ik niets van kende. Werd door milesdavisjr op het spoor gezet toen ik op het idee kwam het werk van ex-MSG-zanger Robin McAuley eens te verkennen. Hij raadde me deze aan nadat ik de voorganger prima vond, zij het qua melodieën wat eentonig.
Hij had gelijk, met Generation Mind is dat onderdeel verbeterd. Gebleven is het flitsende gitaarspel van Reb Beach, dat heftiger is dan hetgeen ik van de man ken bij Whitesnake. Toch had het album de nodige draaibeurten nodig, maar dankzij track 6 Killer on the Loose met een gitaargeluid en -intro waarbij ik denk naar Scorpions te luisteren, viel de muziek alsnog.
Opeens blijkt het pakkender dan ik het eerst beleefde. Miracle is met z'n slepende melodie als een kruising tussen het solowerk van Ozzy Osbourne en de aor van een groep als H.E.A.T., How Do You Feel is opnieuw een stapje kalmer en bezit een sterk refrein waarin McAuley excelleert, in Long Way Down aan het slot een (spoiler) onverwachte versnelling, de riff van Crown heeft een jaren '80-gevoel waarna Wicked the Day met een felle riff heerlijk knalt en weer denk ik aan de voorbije dagen van Randy Rhoads en Jake E. Lee bij Ozzy, waarna I Will Follow opnieuw een sterk refrein bevat.
Dan beluister ik wederom de robuuste eerste helft. In het sferische en instrumentale Before the Light kun je enige invloed van Michael Schenkers (Lost Horizons) horen, waarna She Hides Behind en Generation Mind lekker uptempo zijn. Eagles Fly blijft niet hangen al musiceren de mannen op hoog niveau en het gevarieerdere See You Cry heeft hetzelfde, al is het refrein prima. Daarbij valt nog eens op hoe goed McAuley bij stem is.
Een aardige eerste en een sterke tweede helft met spetterend gitaarwerk en regelmatig sterke refreinen. Geen muzikale verrassingen maar zó goed gespeeld...
Dan resteren nog de drie soloalbums van McAuley, te beginnen met Standing on the Edge uit 2021.
» details » naar bericht » reageer
Eddie & The Hot Rods - Fish 'n' Chips (1980) 2,5
14 maart 2025, 16:42 uur
Niet één band balanceerde zó op de rand van pubrock en punk als Eddie and The Hot Rods. Na het sterke debuut Teenage Depression (1977) volgden het nog sterkere Life on the Line (1978) en het mattere Thriller (1979). Met Fish 'n' Chips verscheen hun voorlopig laatste album. De releasemaand kon ik niet vinden, vermoedelijk ergens eind 1980 in de VS en Canada, want pas in 1981 verscheen het in hun eigen Verenigd Koninkrijk.
Manco op de voorganger waren de mindere composities op kant 2 en dat euvel is verergerd op hun voorlopige zwanenzang. In drie gevallen werkt het wél: Time Won't Let Me Be heeft wel iets van Buzzcocks en iets dergelijks gebeurt met This Is Today en Call It Quits.
Verder is het aardig maar niet meer dan dat. De pit lijkt eruit en dat gitarist Graeme Douglas is verdwenen is daar mede debet aan: geen lekkere gitaarsolootjes meer. Ook verdwenen is bassist Paul Gray, die inmiddels was overgestapt naar The Damned en later bij onder meer UFO zou spelen. Niet dat zijn opvolger Tony TC Cranney ervoor verantwoordelijk is dat het wat meer mainstream klinkt. Dat zit 'm wellicht in producer Al Kooper, mede verantwoordelijk voor tweede gitaar en wat knullige toetsenpartijtjes. Of het was nieuwe platenbaas EMI dat met het oog op de Amerikaanse markt op de rem trapte? De hoes vermeldt namelijk dat het album nog vóór uitgave werd geremixt.
In 2000 verscheen in het VK een cd-heruitgave met veel, véél bonussen. Sterke bonussen bovendien, zo hoor ik via streaming. In 1985 stopte de groep om in 1996 terug te keren. Al overleed zanger Barrie Masters in 2019, tot de dag van vandaag zijn ze actief, zie daarvoor hun website.
Mijn reis door new wave van 1980 kwam van single Rat Race van The Specials, onder meer te vinden op More Specials. Volgende halte: het Nederlandse Gruppo Sportivo en de elpee Copy Copy.
Terwijl ik dit typ, speelt slotlied Fish 'n' Chips: "I ain't 'arf glad it's Friday night, I get my fish 'n' chips tonite", zoals ook vermeld op de achterzijde van de hoes. Vrolijk alsmede oer-Brits klinkt het zeker en het werkt: ik krijg prompt zin in kibbeling met friet!
» details » naar bericht » reageer
The Halo Effect - March of the Unheard (2025) 4,0
14 maart 2025, 06:49 uur
Zeer melodieuze melodeathmetal is het recept op March of the Unheard van The Halo Effect. Elders kwam ik de nodige vergelijkingen tegen met In Flames, het oude bandje van menig bandlid, maar die met het Dark Tranquility van voorheen is passender.
Soms is het zó melodieus dat het bijna powermetal wordt. Meestal geen probleem: in de dansende, wervelende twingitaarlijnen klinken echo's van wat (ooit) groepen als Wishbone Ash, Thin Lizzy, Judas Priest, Iron Maiden en Trouble doen of deden; verschil zijn uiteraard de massieve deathmetalriffs en de prachtige grunts van Mikael Stanne; heb een zwak daarvoor.
De teksten gaan vooral over de innerlijke kracht waarmee de avonturen en uitdagingen in het leven kunnen worden aangegaan. Soms wordt de muziek me te powerrrrmetal: zoals het korte semi-instrumentale The Curse of Silence met z'n oh-ho-ho-koortje. Of titelnummer/"single" March of the Unheard dat vooraf ging en enige twijfel zaaide of ik dit album wel wilde kopen. Debuut Days of the Lost van tweeëneenhalf jaar geleden is vinniger.
In de winkel viel ik echter onmiddelijk voor de verleiding, waar ik na vele draaibeurten absoluut geen spijt van heb. Dat dankzij felle beukers zoals Our Channel to the Darkness en Forever Astray met in de laatste ook cleane zang. Dat laatste nummer is op mijn cd-hoes (achterzijde) overigens het tweede nummer dat als nummertje VII wordt aangegeven, het moet toch echt VIII zijn.
Gezien de werklust van Stanne is het wellicht een wonder dat de kwaliteit weer zo hoog ligt. Hij werkt immers ook bij Dark Tranquility dat vorig jaar Endtime Signals uitbracht én Cemetery Skyline, vorig jaar debuterend met Nordic Gothic waar hij het bij zang houdt in plaats van grunts.
Toch hoor ik veel liever de nieuwe The Halo Effect, mede door het gitaarwerk van Jesper Strömblad en Niclas Engeling, het soms verrassende drumspel van Daniel Svensson (ik noem opnieuw Forever Astray) en de solide bassist Peter Iwers. De productie van March of the Unheard is vol en warm maar niet dichtgesmeerd.
Tegenwoordig begin ik het album met het afspelen van het laatste nummer Coda, dat door strijkers werd ingespeeld en voluit instrumentaal is. Het vormt een sterke ouverture op track 1. Meer strijkers zitten in het midtempo Between Directions, waar wederom naast gegrunt cleane zang zit. Het gaat fraai samen met de gitaarmuren.
Lekker, desondanks net wat minder spannend dan de voorganger.
» details » naar bericht » reageer
Gary Numan - New Man Numan (1982) 4,0
Alternatieve titel: The Best Of, 11 maart 2025, 20:26 uur
In Nederland haalde Gary Numan alleen in 1979 de hitlijsten, in zijn Verenigd Koninkrijk was dat anders. Zo haalde hij in 1980 met We Are Glass alweer zijn derde hit onder eigen naam. Na de #1 van Cars (1979) en de #5 met Complex (ook 1979) werd wederom de top 10 gehaald, te weten een tweede #5 eind mei, begin juni dat jaar.
De non-albumsingle werd in 1982 op dit New Man Numan gezet, in december dat jaar #45 halend in de Britse albumlijst. Daarop uiteraard meer hits van de man met de Bowieaanse uitstraling, kille stem en stevige synthrock, waarbij ook het nummer van zijn begeleidingsgroep Dramatis, dat in 1981 het album For Future Reference uitbracht. Plus het nummer met Paul Gardiner Stormtrooper in Drag, in augustus 1981 bescheiden #49. Gardiner was bassist in Tubeway Army.
Uiteraard verschenen later meer verzamelaars van Numan, die met veertig titels de Britse top 75 zou halen, de laatste keer in 2007.
Mijn reis door de new wave van mei 1980 kwam vanaf I'm Forever Blowing Bubbles van oi!-punks Cockney Rejects en vervolgt alwéér met een non-albumsingle: Rat Race van The Specials, voor het eerst op album verschenen op de cd-editie van hun tweede album More Specials, dat in 1988 in de VS en Canada verscheen, acht jaar na de oorspronkelijke elpee. Op MusicMeter vinden we dat album hier.
» details » naar bericht » reageer
Black Swan - Shake the World (2020) 4,0
11 maart 2025, 07:06 uur
Ik noteerde bij Robin McAuleys Soulbound dat onlangs verscheen mijn nieuwsgierigheid naar het werk van de man. milesdavisjr tipte Black Swan en zo kom ik hier, nadat ik de drie albums van de McAuley Schenker Group beluisterde.
Binnen het hardrockgenre zijn de verschillen tussen die groepen groot. Tot mijn verrassing herkende ik opener Shake the World. Het nummer zette ik begin 2020 op een afspeellijst met nieuwe muziek en aangezien ik destijds vanaf half maart thuis kwam te werken vanwege de lockdown, was er veel gelegenheid om die te draaien. Het nummer heb ik dat jaar dus vaak gehoord, maar aan het album kwam ik niet toe.
Platenbaas Serafino Perugino van Frontiers had eens een kop koffie gedronken met bassist Jeff Pilson, waarbij het idee was ontstaan dat de laatste een project zou starten. McAuley werd zanger, als gitarist kwam Reb Beach van Whitesnake en op de drumkruk landde de mij onbekende Matt Starr, maar ook hij heeft een stevig cv.
De stijl van Black Swan is veel massiever dan die van destijds MSG, zoals het titelnummer al meteen laat horen. Bij de zwarte zwaan is het massief, uptempo, robuust en voortdenderend. Verbazingwekkend is hoe krachtig McAuley zingt, nog meer dan vroeger.
Enige nadeel is dat bij het afspelen van het album de melodieën niet zo willen groeien, ook niet bij herhaald beluisteren; er sluipt daardoor enige eenvormigheid in, vooral omdat McAuley in dezelfde versnelling zingt. Dat valt pas goed op in het sterke slotlied Divided/United, waarin hij het in het eerste deel kalmer aandoet; had hij meer mogen doen.
Neemt niet weg dat de snelle shuffle van Big Disaster aangenaam is en het logge Johnny Came Marching valt op met een tekst over wapenbezit. Ander sterk nummer is het uptempo The Rock that Rolled Away en het kalmere Sacred Place, drijvend op een heerlijke gitaarlick. Van Beach weet je dat hij bekwaam en gevarieerd speelt, in het volle geluid de nodige variatie aanbrengend.
De ronkende bas van Pilson in het geluid maakt het alleen maar aangenamer. Was dit album in de jaren '80 gemaakt, dan had het mij omver geblazen. Zo hoor ik het graag.
» details » naar bericht » reageer
Herman Brood & His Wild Romance - Shpritsz (1978) 3,5
10 maart 2025, 23:12 uur
Als beginnend tiener beleefde ik Herman Brood & His Wild Romance als de grootste naam van dat moment wat betreft de Nederlandse rock. Natuurlijk was daar Golden Earring, maar single Movin' Down Life was niet opwindend - bepaald geen Radar Love.
Nóg leuker dan Brood en zijn wilde romance vond ik Gruppo Sportivo, maar die misten wat Brood & co wél gingen doen: ze zouden het spoedig in het verre Amerika proberen te maken, waarover ik in Muziek Expres sensationele verhalen las. En dan was er aan het einde van 1978 het album Cha Cha en het jaar erop de film Cha Cha met andere muziek, waarbij de eveneens publiciteitshippe Nina Hagen en Lene Lovich. Brood was goed in het halen van de media. Dan nog vooral met een muziek- (en drugs)imago, anders dan we in de jaren '90 op tv kregen te zien in een volgende levensfase, waarbij zijn schilderkunsten inmiddels tot zijn kwaliteiten behoorden.
Wat hoorde dit pubertje in 1978 op Hilversum 3? Saturday Night was de grote hit die véél op de radio klonk, maar in de Nationale Hitparade niet verder kwam dan twee weken #17. De muziek op Shpritsz (moest altijd aan die koeken denken) vind ik met de oren van nu weghebben van die van Graham Parker & The Rumour en Dr. Feelgood, oftewel steviger varianten van Engelse pubrock. Daarbij was de livereputatie legendarisch, zoals mijn maatje van school zou ontdekken: wild-enthousiaste verhalen hoorde ik van hem, eigenlijk een fervente hardrocker.
Soms rockt het op Shpritsz uptempo zoals in Doin' It en Back (In Y'r Love), maar in bijvoorbeeld de hitsingle en Champagne (& Wine) is het kalmer. Over nummers als Dope Sucks en Rock n' Roll Junkie werd nogal eens geschreven, ongetwijfeld omdat de teksten zo verbonden waren met Broods imago.
Verder valt op dat de nummers meestal kort zijn: er staan maar liefst vijftien nummers op de plaat, waarmee de groep enigszins aansloot bij de punk- en waverevolte. Tegelijkertijd is de rock van Brood traditioneler en staan hier hoorbaar ervaren, vaardige muzikanten. Het maatje was bijvoorbeeld - terecht - enthousiast over de gitaarsolo's van Danny Lademacher. 'Live zijn ze beter dan op de plaat', verzekerde hij me.
Als album lekker maar niet spectaculair. De muziek op kant 1 is met z'n zeven nummers enerverender dan die op kant 2. Alhoewel mijn waardering een 3,5 is, een 7,5 als schoolcijfer bedoelend, is dit in mijn beleving een mijlpaal in de Nederlandse rockhistorie. En ik denk dat de meesten dat laatste met me eens zullen zijn.
» details » naar bericht » reageer
Cockney Rejects - We Are the Firm (1986) 4,0
10 maart 2025, 22:09 uur
Op reis door new wave kom ik van de vierde van Sham 69, de grondleggers/voorlopers van oi!-punk, bij de groep die dat (kleine) subgenre smoel gaf: Cockney Rejects. In maart 1980 verscheen debuutplaat Greatest Hits Vol.1, waarna in mei non-albumsingle I'm Forever Blowing Bubbles verscheen. Een lied ter ere van hun voetbalclub, het Oost-Londense (Stratford) West Ham United.
In de laatste week van mei piekte het nummer op #35. Dan word ik toch benieuwd hoe de Hammers het dat seizoen deden: ze wonnen de FA Cup door Arsenal te verslaan en kwalificeerden zich zo voor de Europacup voor bekerwinnaars, in de competitie eindigend als zevende.
Vervolgens ontdek ik dat het liedje een cover is. Leve internet: gecomponeerd in 1918 en in 1919 een hit voor het Ben Selvin's Novelty Orchestra. Dat in de dagen van "liedjesfabriek" Tin Pan Alley en big bands. Hoe die instrumentale versie klonk is hier te horen. Ik krijg associaties met de geluidsfilms van bijvoorbeeld Laurel & Hardy van enkele jaren later.
Vele versies volgden, waarbij de vocale versie die al in 1918 in musical The Passing Show of 1918 zat. In de jaren '20 werd I'm Forever Blowing Bubbles in Engeland populair gemaakt door Dorothy Ward, later werd het opgenomen door Doris Day & Jack Smith (1951), Vera Lynn (1959) en in 1975 door de West Ham United Cup Squad, dat het tot #31 in de Britse hitlijst zong. De reden dat het lied bij de club past, ligt 'm in de eerste regels: "I'm dreaming dreams, I'm scheming schemes, I'm building castles high", waarin supporters een verwijzing naar de Tower of London zien.
In 1980 slagen Cockney Rejects erin dit in een punkjasje te hijsen. Het eerste album van de Rejects waar dit nummer op verscheen was deze verzamelaar We Are the Firm, waarvan hoes en titel eveneens naar West Ham United verwijzen.
Andere opvallende titels op deze plaat: een cover van ex-Motörheadgitarist Larry Wallis namelijk Police Car plus Hawkwinds/Motörheads Motörhead. En verder zelfgeschreven, energieke oi!
Volgende nummer op mijn afspeellijst is eveneens een non-albumsingle: We Are Glass van Gary Numan, voor het eerst op elpee verschenen op New Man Numan: The Best of Gary Numan.
» details » naar bericht » reageer
The Tubs - Cotton Crown (2025) 4,0
8 maart 2025, 10:47 uur
The Tubs was eind 2023 een toevallige ontdekking van me. Wat vond ik debuut Dead Meat lekker, een indruk die in februari 2024 werd bevestigd bij een concert van de groep in Tivoli Utrecht.
Op de hoes van Cotton Crown een prachtige foto van zanger Owen Williams als baby aan de borst van zijn inmiddels overleden moeder. Het blijkt de etalage van een plaat over gemis.
Alhoewel iets langer dan hun eersteling duurt de plaat nog geen half uur en dat is helemaal goed. Negen lekkere liedjes, uptempo, iets minder gejaagd dan op Dead Meat - jammer, want juist daarvan houd ik wel. Toch is het steevast vlot: The Tubs is geen groep voor midtempo werk, laat staan ballades. Op achtergrondzang laten de vier heren soms een dame toe, zoals in Narcissist.
De groep is op z'n vinnigst in Chain Reaction en One More Day en meest melodieus in Embarrassing, waar liefhebbers van The Smiths en Johnny Marr in het bijzonder van zullen smullen. Fair Enough is boos, iets met een ex, waarna vrij kalm met Strange wordt afgerond.
Waar op Dead Meat enige folkinvloeden in het gitaarspel zaten, is dat hier minder. Gebleven zijn de dansende gitaarlijnen en de ingehouden zang die een stiff upper lip suggereert. Ongetwijfeld een groeiplaatje, dat per draaibeurt beter wordt. Op website Stereogum een interview met Owens over de hoes en de afzonderlijke liedjes; aanbevolen!
» details » naar bericht » reageer
Sham 69 - The Game (1980) 3,0
8 maart 2025, 10:04 uur
De vierde van Sham 69 werd opgenomen in Frankrijk. Waar op de vorige albums met live- of akoestische nummers, piano en een verhalend concept de nodige (humoristische) variatie werd aangebracht, gebeurt dat minder op The Game. Gevolg is dat traditionele, uptempo punk klinkt, volgens het standaardboekje. De melodieën, riffs en/of andere ideeën missen de vonk - althans voor mij.
Hier en daar toch wat afwijkends: in Lord of the Flies een hoog (dames?)koortje in het refrein, in het felle Give a Dog a Bone een grommende hond in het uitro, blazers in Tell the Truth (als single in april '80 tot #45 reikend), Simon is akoestisch met slidegitaar waarbij ik opeens aan Rose Tattoo denk en Poor Cow drijft zozeer op elektrische piano (!) en akoestische gitaar dat het een knipoog-buitenbeentje is.
Voor mij al met al te weinig om The Game van deze uitvinders van oi!-punk innig te omarmen. Sympathiek is het zeker, maar de fut lijkt eruit. Dat kan kloppen: het album haalde de Britse verkooplijst niet en nog in datzelfde 1980 viel Sham 69 uit elkaar.
In 1989 noemde zanger Jimmy Pursey het zelfs a pile of shit, waarmee hij te streng is voor zichzelf en zijn kompanen. In 1988 was de groep teruggekeerd met Volunteer.
Bij dat jaar ben ik nog lang niet. Ben op reis door de new wave van 1980 en kom van Argybargy van Squeeze. Omdat ik het volgende album op mijn afspeellijst al besprak, namelijk de tweede van The Human League, vervolg ik bij geestverwanten van Sham 69: oi!-punk van Cockney Rejects en hun non-albumsingle annex voetballied I'm Forever Blowing Bubbles, voor het eerst op een langspeler op de groep te vinden middels We Are the Firm.
» details » naar bericht » reageer
Squeeze - Argybargy (1980) 3,0
8 maart 2025, 08:37 uur
Op reis door de new wave van mei 1980 kom ik bij een randgeval: de derde langspeler van Squeeze. Op hun eerste (1978) werden ze door producer John Cale gedwongen zich een punkachtig geluid aan te meten, niet passend voor de groep. Met opvolger Cool for Cats uit het jaar erna hoefde dat niet meer, zodat de groep zijn vorm vond. Met als tekstschrijver slaggitarist - zanger Chris Difford en muziekschrijver leadgitarist - zanger Glenn Tilbrook werd een aangename verzameling liedjes neergezet op de grens van onderkoelde new wave en warme pop, die de groep deed doorbreken.
Op ArgyBargy (de titel een Britse uitdrukking voor het op elkaars lippen leven, één van de nadelen van het tourleven) is het minder wave en meer pop of (pub)rock. Op de eerste twee nummers en Here Comes that Feeling klinkt de koele wave en het felle Misadventure heeft zelfs een punksausje.
Voor het overige melodieuze pop zoals Separate Beds en I Think I'm Go Go en het door pianist Jools Holland gezongen Wrong Side of the Moon is een pianorockertje dat zomaar van Elton John had kunnen zijn.
Glimlachen bij de tekst van Separate Beds, mogelijk autobiografisch van de pasgetrouwde Difford: "Her mother didn't like me, she thought that I was on drugs," maar "Her father seemed to like me, I helped him fix his car".
Hierboven wordt opvolger East Side Story aangeprezen. Dat album is inderdaad geschikt voor de liefhebber van edelpop, maar niet meer relevant voor new wave, waarmee dit de laatste van Squeeze is die ik zal bespreken.
Mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten van new wave keert een maand terug naar april 1980. Dit omdat ik The Game van Sham 69 had overgeslagen.
» details » naar bericht » reageer
Martha and the Muffins - Metro Music (1980) 4,0
7 maart 2025, 19:54 uur
De vijf Canadezen van Martha and The Muffins zien eruit zoals mijn klasgenoten én ikzelf in dat jaar: keurige kapsels en kleertjes. Tegelijkertijd klinkt op hun in The Manor nabij het Engelse Oxford opgenomen debuut vooral vlotte new wave met dansende baslijntjes, soms felle gitaarpartijen (Paint By Number Heart), saxspel op de wijze van Roxy Music (getuige Indecision en Cheesies and Gum) én de zang van maar liefst twéé Martha's: Martha Ladly en Martha Johnson. Door de elektrische piano en de vocalen moet ik soms aan Curved Air denken, de artrockgroep van begin jaren '70.
Metro Music had enkele draaibeurten nodig voordat de muziek landde. Het is vooral uptempo, waardoor de nummers in eerste instantie te eenvormig leken en weinig kwam bovendrijven. Het album bevat eigenlijk maar één langzamer nummer, te weten halverwege kant 2 met Sinking Land.
Dat beeld veranderde tijdens een autorit, zoals ik wel vaker beleef. Diverse fraaie details bleken zich te hebben verstopt. Daarbij dus véél energie en nog dansbaar ook.
De teksten zijn leuk, zoals die van de hit Echo Beach, over een saaie kantoorbaan en het verlangen om de zonsondergang aan het strand te zien. Het liedje haalde in mei 1980 de NOS/NCRV-tipparade, maar had meer verdiend: in het VK in maart #10 en voor Metro Music diezelfde maand #34.
Anno 2025 blijkt Metro Music een persoonlijk groeiplaatje, dat ik maar eens op vinyl moet tegenkomen. Al in september datzelfde jaar brachten Martha and The Muffins hun tweede album uit, dat evenwel niet het succes van het debuut haalde. De opvolgers daarvan slaagden er net zo min in dat succes te benaderen.
Mijn reis door de new wave van mei 1980 kwam van Blondie en non-albumsingle Call Me; vervolg bij de derde van Squeeze.
» details » naar bericht » reageer
MSG - Unplugged Live (1992) 3,5
7 maart 2025, 19:05 uur
Najaar 1991 schakelde MTV Amerika over van metal naar grunge. Een belangrijk podium voor deze groepen verdween. Dat betekende dat de talrijke groepen in de hardrock en metal moeilijk aan de bak kwamen, zeker wat betreft de melodieuzere varianten. Zo kwam ik anderhalf jaar geleden bij Jet Red tegen dat zij hierdoor in 1992 de handdoek in de ring moesten gooien.
Later hoorde ik een Amerikaan uit het wereldje vertellen dat de rage rond unplugged ertoe bijdroeg dat menig groep desondanks op de been bleef, of in ieder geval langer kon doorgaan.
Mij is onbekend of de veranderde programmering bij MTV ook voor de McAuley Schenker Group negatieve gevolgen had; logischerwijs heeft dat een rol gespeeld. Evenmin weet ik of dat de reden was voor het opnemen van dit Unplugged Live, wel weten we dat dit de zwanenzang van de groep zou blijken.
Ben niet zo van unplugged volgens de MTV-formule (elektrische groepen gaan akoestisch), toch ben ik aangenaam verrast. Dat gitarist Michael Schenker ook op de akoestische gitaar uit de voeten kan is geen verrassing, wel lijkt het alsof de stem van Robin McAuley het hierbij nog beter doet en de twee zetten een energieke set neer, adequaat ondersteund door Spencer Sercombe.
Extra leuk is dat er viermaal werk in akoestisch jasje uit Schenkers jaren bij UFO langskomt, iets wat die groep nooit deed. Ik had wat dat betreft ook wel werk van de eerste vier studioplaten van MSG willen horen, nu komt alleen Perrier/Courvoisier langs en blijkens setlist fm is de bonusversie van dit album het volledige concert.
Het publiek in Anaheim (Duitse wortels van deze stad in Californië?) was dolenthousiast en iets daarvan straalt uit naar de geluidsdrager. Toch was dit het einde van dit hoofdstuk, waarover ik op internet tegenkom dat McAuley ging trouwen en zich voor enkele jaren terugtrok uit de muziekwereld. In 1993 bracht Michael Schenker zijn eerste soloalbum uit dat hij Thank You noemde. Datzelfde jaar keerde hij terug bij UFO, dat twee jaar later met hem in de gelederen Walk on Water uitbracht.
Die overige albums van Schenker, het zijn er heel wat, ga ik ook eens langs. Dit in de wetenschap dat McAuley in 1999 terugkeerde met de slechts in Japan verschenen solo-cd Business as Usual (nog niet op MuMe vermeld) en in 2006 weer bij Schenker zou opduiken. Nu echter ga ik op aanraden van milesdavisjr naar Black Swan en hun Shake the World, met in de gelederen diezelfde Ier.
» details » naar bericht » reageer
Jethro Tull - Curious Ruminant (2025) 4,0
7 maart 2025, 17:48 uur
Ook ik mis Mssr Renard, die zich eind vorig jaar plotseling bleek te hebben uitgeschreven. Jammer, het was steevast genieten van zijn kennis en inhoudelijke stukken, respectvolle benadering van muziek en mede-MuMensen plus zijn persoonlijke insteek. Zeker bij een nieuwe Jethro Tull voel ik dat gemis.
Later dit jaar hoop ik aan de hand van Jethro Tulls bandbiografie van Scott Allen Nollen door hun discografie te gaan reizen. Nu eerst een korte eerste indruk van Curious Ruminant, waarop Ian Anderson wederom door zijn "nieuwe groep" wordt omringd, ontstaan tijdens zijn solojaren hiervoor: Joe Parrish op gitaren en mandoline, John O'Hara op toetsen, David Goodier op bas en Scott Hammond op drums. Zij worden vergezeld door enkele andere musici.
Wie bekend is met de recente albums van Tull, zal geen nieuwe strapatsen tegenkomen. Maar al mag de oude vos zijn vocale explosiviteit hebben verloren, componeren kan hij nog als de beste. Een unieke, herkenbare mengeling van folk en progrock, toegankelijk voor de luisteraar en stiekem toch gecompliceerd van aard. De melodie regeert namelijk en dwarsfluiten gaat hem nog onverminderd goed af.
Magnum opus is het ruim zestien minuten durende Drink from the Same Well, uit diverse instrumentale delen opgebouwd om pas na bijna acht minuten aan het vocale deel te beginnen. In de tekst beschouwt hij de menselijke aard, zowel in het "gewone" leven als de (wereld)politiek, met observaties als:
"Culture bending, message sending
Shouts of river to the sea
Displaying wilful ignorance
As to shifting tides of history
They drink from the same well as you
Yes, and they drink from the same well as you"
Een nieuwsgierige herkauwer op de hoes, bovendien prachtig verpakt, zoals Anderson droogjes zelf constateerde in de uitpakvideo. Het is niet verrassend, laat staan spectaculair. En toch fris.
» details » naar bericht » reageer
Europe - War of Kings (2015) 5,0
6 maart 2025, 07:59 uur
Op de site van Classic Rock Magazine kwam ik destijds single Days of Rock N Roll tegen. Deze zou de aanzet worden tot (her)ontdekking en -waardering van Europe. Een ouderwetse shuffle, jaren '70 stijl op z'n Status Quo's maar dan alsof gespeeld door Deep Purple.
Geproduceerd door de Amerikaan Dave Cobb met onder meer popnamen als Take That op zijn cv, opgenomen in Stockholm. Hij schreef aan enkele nummers mee. De meeste muziek is van de hand van zanger Joey Tempest, met toetsenist Mic Michaeli als goede tweede en bassist John Levén als derde componist. Gitarist John Norum en drummer Ian Haugland kregen ook schrijfcredits.
Als album biedt War of Kings véél variatie. Het titelnummer opent midtempo stoempend de cd, gevolgd door het felle Hole in My Pocket waarna de elektrische piano van Michaeli het swingende Second Day aftrapt. Tempest zingt nog altijd helder en krachtig maar heeft met het ouder worden iets meer laag in de stem gekregen. Dat past bij de muziek, die ver is verwijderd van de commerciële hoogtijdagen.
Blues en hammondorgel in Praise You, ik moet bij Norums gitaarwerk denken aan het beste subtiele werk van Ritchie Blackmore. Meer hints naar Deep Purple in het vol-vet-log rockende Nothin' to Ya, waar ik Don Airey en wijlen Jon Lord goedkeurend zie knikken, terwijl Norum een geluidsmuur opwerpt. Bovendien blijkt weer eens hoe bedreven Levén en Haugland zijn in het neerzetten van een denderende rockgroove.
California 405 heeft iets dergelijks en behoort tot mijn überfavo's van Europe. Een Hammond, een melodieuze riff en ijzersterke melodielijn: werkelijk álles komt hier samen. Dan mijn Days of Rock N Roll, dat goed is maar nog niet eens tot de absolute topnummers van dit album behoort. Stoempende hardrock inclusief een snelle gitaar- én toetsensolo bij het midtempo Children of the Mind.
Het langzamere Rainbow Bridge doet denken aan... Ritchie Blackmore's Rainbow, mede dankzij een oosterse toetsenlijn á la Gates of Babylon. Hoe pakkend bouwt Norum hier zijn solo op!
Een dikke scheut blues in Angels (with Broken Hearts); ik hoor echo's van Rainbows Catch the Rainbow of Purples Wasted Sunsets. Tegelijkertijd ontzettend Europe; de gelijkenissen op dit album zijn niet gejat van hun jeugdhelden maar door die jeugdhelden geïnspireerd, waarna er wel degelijk een eigen geluid ontstaat. De genen van de Zweden kleuren paars.
De cd sluit af met de swingende grooveriff van Light It Up met een glansrol voor Haugland. Gelukkig heb ik een uitgave met als bonus het instrumentale en ingetogen Vasastan. Als post scriptum keert na enkele seconden stilte een zwaar stukje War of Kings terug met een maf slotakkoord als laatste geluid.
Vijf getalenteerde topmusici in creatieve topvorm. Vijf sterren van mij.
» details » naar bericht » reageer
Contraband - Contraband (1991) 3,0
5 maart 2025, 16:02 uur
Reeds vijftien jaren geleden gaf Sir Spamalot op deze site de relevante details van het project Contraband prijs en in de conclusie van hem en Timk kan ik me vinden: niet spectaculair maar desondanks aangenaam, waarbij het vooral genieten is van de solo's van Michael Schenker. Al is Tracii Guns allesbehalve een prutser, zoals ik nog vorig jaar hoorde op zijn tweede album met Sunbomb, het project met Michael Sweet.
Wel kan ik nog toevoegen dat dit grotendeels een cover- dan wel geschreven-door-gastschrijvers-plaat is. Zo is opener All The Way From Memphis oorspronkelijk (1973) van Ian Hunter, het nieuwe Intimate Outrage (mooie titel) van Dan Huff van Giant en finalelied Hang On to Yourself uit 1971 van David Bowie.
Van de stem van Richard Black moet je houden; mij doet het weinig maar hij bezit de passende strot. Black schreef mee aan If This Is Love, dat aan Whitesnake in diezelfde periode doet denken.
Is het resultaat meer dan de som der groepsleden? Dat niet, al is het leuk dat bassiste Share Pedersen van Vixen hiervoor werd gevraagd. Net zo origineel als de bandnaam (bij Discogs worden 45 Contrabands vermeld!), maar wie houdt van toegankelijke melodieën op scheurende gitaren, zit hier goed en kan zomaar een sterretje meer geven dan ik doe. Te vinden op YouTube.
» details » naar bericht » reageer
McAuley Schenker Group - M.S.G. (1992) 3,0
5 maart 2025, 14:58 uur
1991. De cd krijgt de overhand op vinyl, de wapenwedloop tussen U.S.S.R. / Rusland en de VS loopt op zijn einde dankzij perestrojka en glasnost en in Zuid-Afrika is apartheid officieel afgeschaft. Een periode die in het westen vol optimisme werd beleefd.
Michael Schenker maakte eveneens naar zijn zeggen goede tijden mee. In 1987 keerde hij terug met MSG-in-nieuwe-jas en nadat hij begin 1991 eenmalig een album had gemaakt met het project Contraband, ging de aandacht naar de derde van McAuley-Schenker.
Daaruit waren drie leden verdwenen, waarmee de naamgevers achterbleven. Niet getreurd, Jeff Pilson van Dokken en James Kottak van Kingdom Come waren capabele vervangers. Deze keer geen toetsenist/tweede gitarist, maar voormalig groepslid Steve Mann en Jesse Harms (ex-Sammy Hagar) sprongen bij op klavieren. De laatste schreef bovendien mee aan When I'm Gone.
McAuley Schenker Group werd geleid door een Ier en een Duitser en opereerde vanuit Los Angeles. Bij verschijnen in december 1991 (Verenigde Staten en Japan) en februari 1992 (Europa) is grunge net in de mode. Dat was nog niet zo toen de heren in de studio zaten en MSG drijft dus nog helemaal op de muzikale golven van glam- en sleaze metal. De gitaren zitten dankzij producer Kevin Beamish vetter in de mix dan op de voorgangers.
Onmiskenbaar is de meerwaarde van gitarist Michael Schenker, ook in dit genre een klasbak, mede dankzij de rauwe stem van Robin McAuley naast zich. Qua composities klinkt vooral voorspelbare hardrock; toch weet der Michael een enkele keer een glimlach op mijn lippen te toveren.
Los van zijn solo's, altijd de moeite waard, gebeurt me dat in We Believe in Love, dat aanvankelijk een stevige powerballade is om op 2/3 met een frisse riff te versnellen; de laatste drie nummers hebben allemaal het woordje 'night' in de titel, waarvan het slotlied opvalt. Zes-en-een-halve minuut Never Ending Nightmare (de elpeeversie vermeldt alleen het laatste woord), een fraai op Scorpionsachtige wijze opgebouwde ballade waar Schenker zijn niet misselijke capaciteiten op akoestische gitaar tentoonspreidt om te eindigen met een elektrisch slot.
De toen modieuze vorm van hardrock regeert dus, waarbij McAuley in opener Eve soms op de wijze van Alice Cooper zingt. Ballades zijn talrijk met bovendien When I’m Gone en What Happens to Me, de laatste in 6/8-maat. Het was hun laatste studioalbum, wel verscheen nog Unplugged Live.
» details » naar bericht » reageer
McAuley Schenker Group - Save Yourself (1989) 3,0
4 maart 2025, 17:00 uur
Vergeleken met de eerste vier studioalbums van de Michael Schenker Group is de McAuley Schenker Group op twee punten sterker: een betrouwbare zanger (de stem van Barden en het gedrag van Bonnet waren een manco) en de productie, die vooral op de eerste twee platen tekortschoot.
Wat betreft composities wilde het echter op die eerdere albums nogal eens avontuurlijker zijn.
McAuley Schenker was vervolgens gericht op de Amerikaanse rockmarkt van de tweede helft van de jaren '80, waarmee het zich aan bepaalde regels diende te houden. Effect is dat menig nummer toegankelijker werd voor het grote publiek. Desondanks bevond ik eerder deze week het debuut Perfect Timing avontuurlijker dan indertijd gedacht.
De hoes van Save Yourself lijkt wel het vervolg op die van Built to Destroy uit 1983. Daar begon Schenker, gewapend met zijn Flying-V, met het slopen van een auto en getuige de tekening op Save Yourself is dat meer dan gelukt.
De bezetting veranderde nauwelijks. Bassist Rocky Newton en drummer Bodo Schopf bleven, gitarist Steve Mann verving Mitch Perry en mag net als zijn voorganger een enkele solo spelen. Wel is Perry wel te horen op slaggitaar en toetsen.
Een stormachtige start met Save Yourself, conservatiever is Bad Boys en nog minder spannend is ballade Anytime. Daarna rockt het radiovriendelijk met Get Down to Bizness, goed passend bij de glam metal van die dagen. In het langzame Shadow of the Night klinken neoklassieke invloeden in Schenkers spel, wat ik niet eerder in diens carrière zo sterk hoorde. Doet hij goed.
Ook op kant 2 vooral radiovriendelijke hardrock. Producer Frank Filipetti voorzag het vrolijke refrein van What We Need van een volle koortjesmix, die meteen in het intro opduikt. Meer meezingbaarheid in I Am the Radio, dat niet alleen de radio bezingt maar ook daarvoor gemaakt lijkt. Ook in Europa was in die jaren op enkele radiostations op de late avond een hardrock- en metalshow geprogrammeerd, ik voel aangename nostalgie bij de tekst.
Het semi-instrumentale There Has to Be Another Way duurt ruim 100 seconden en ademt Schenkers stijl van voorheen of zelfs die van de Scorpions. This Is My Heart is me te kazig, waarna vinylafsluiter Destiny sneller en steviger is met een hart-onder-de-riem-tekst.
Cd-bonus Take Me Back is midtempo en wederom moet ik aan Schenkers oude bandje Scorpions denken.
Er was inderdaad Amerikaans succes voor het album: in maart 1990 #92 in de Billboard 200 en single Anytime haalde er in maart #69. Qua succes vergelijkbaar met de voorganger, die ook Billboards top album top 90 haalde. In Europa liep uiteraard Duitsland voorop qua verkoopcijfers.
Robin McAuley heeft een aangename, rauwe stem; weliswaar niet met het bereik van een Ronnie James Dio of Rob Halford, maar betrouwbaar en lenig genoeg. Compositorisch vind ik het echter aanmerkelijk minder spannend dan bij de voorganger, omdat er wel heel erg op veilig wordt gemikt. Echo's van UFO kom ik dan ook niet tegen - of het moeten de opener en de immer prima solo's van de Duitser zijn. Een wat zouteloze 6 als schoolcijfer is het gevolg.
» details » naar bericht » reageer
Blondie - The Best Of (1981) 4,0
Alternatieve titel: Blondie's Hits, 3 maart 2025, 21:58 uur
Call Me betrad in mei 1980 de Nationale Hitparade om later die maand tot #12 te komen. Afkomstig uit de film American Gigolo, waarbij deze lange videoclip is te zien. De eerste keer dat het nummer op een album van Blondie was te horen, was bij deze The Best of die in Nederland in november '81 slechts tot #46 reikte.
Nou meen ik zeker te weten dat ik die op vinyl heb - maar kan 'm niet vinden. In mijn herinnering in de jaren '90 op een Koninginnedagvrijmarkt gekocht, toen vinyl massaal werd vervangen voor cd. Hoe dan ook: een prima samenvatting van het werk van de groep, die na de tegenvallende opvolger The Hunter spoedig uit elkaar zou vallen tot de reünie van 1998 met No Exit. De plaat laat horen hoe dit de eerste groep in de new wave was, die tevens de hitlijsten zo makkelijk wist te halen.
In Nederland overigens geperst en uitgebracht als Blondie's Hits met iets andere nummers erop en toch weet ik dat ik 'm ergens met de reguliere titel heb staan, want zo leerde ik bijvoorbeeld Rip Her to Shreds kennen, een fel en relatief onbekend pareltje. Maar waar is ie dan?
Mijn reis door new wave van 1980 kwam vanaf The Correct Use of Soap van Magazine en omdat ik single Messages van Orchestral Manoeuvres In The Dark en hun titelloze debuut al eerder besprak, vervolg ik bij een andere groep met een frontvrouw: Metro Music van Martha and the Muffins.
» details » naar bericht » reageer
McAuley Schenker Group - Perfect Timing (1987) 3,5
2 maart 2025, 23:18 uur
De bijdragen bij de nieuwe Robin McAuley - Soulbound waren voor mij aanzet om te vervolgen met de carrière van Michael Schenker - plus eens het werk van McAuley te tsjekken.
In 1987 volgde ik vooral de speed- en thrashmetal, waar de ontwikkelingen over elkaar heen buitelden. Toen keerde een oude held terug. Dat de M in MSG plotseling stond voor de onbekende McAuley vond ik be-la-che-lijk: dit is de groep van Der Michael, ex-Scorpions, ex-UFO, één van de beste sologitaristen ter wereld en bovendien uit duizenden herkenbaar met zijn eigen stijl en geluid. De commerciëlere koers vond ik eveneens niks. Veel aandacht heb ik hier dan ook niet aan besteed.
38 jaar later toch maar eens met frisse oren geluisterd en dat verschillende malen. Kan u melden dat het prima arbeidsvitaminen zijn bij het voorjaarsklaar maken van de tuin. Wat opvalt is dat de productie in orde is, wat bij zijn eerste twee soloplaten niet het geval was. Hier echter een vol geluid dankzij veteraan Andy Johns, waarbij ik me niet stoor aan het typische jaren '80-(drums)geluid.
De eerste drie nummers zijn mid- tot bescheiden-uptempo en radiovriendelijk, in mijn oren gericht op de Amerikaanse markt van toen. Ik hoor in de muziek én zangstijl overeenkomsten met Def Leppard en Ratt: McAuleys rauwe stem is alleen net wat lager dan die van Joe Elliott en Stephen Pearcy. Andere associatie: de groep Whitecross met zanger Scott Wenzel, dat in 1987 debuteerde met een titelloos album, hier te horen. Schenker speelt uiteraard prachtige solo's, maar het is te dicht bij de radio- of zelfs glammetal van toen.
Met het vierde nummer van kant 1 No Time for Losers (nee, geen poëzieprijs voor de lyrieken) klinkt echter de wildere kant van Schenker met een riff die zo bij UFO had kunnen worden gespeeld. Na een keer of wat draaien viel op dat de coupletten van Follow the Night in 7/4-maat zijn. Opnieuw iets wat hij in zijn UFO-dagen kon doen: een "rare" maatsoort inzetten.
Met Get Out de tweede knaller op z'n New wave of British heavy metals, wat ik dus liever heb dan de nummers in de stijl van Def Ratt. Love Is Not a Game is dan weer op z'n Amerikaans maar wél met een sterke melodie en Time een ballade met akoestische gitaar, alsof het Scorpions zijn.
Meer akoestische gitaar en echo's van de Scorpions in I Don't Wanna Lose, dat met z'n opbouw mijn vierde favoriet van het album is. Met Rock 'til You're Crazy is daar een vierkant rockende afsluiter, prima op z'n plek.
Maatje Edo is tien jaar jonger dan ik en maakte via dit album kennis met Michael Schenker. Ik snapte zijn enthousiasme nooit, maar dat is veranderd. Valt het me mee? Jazeker. Meer dan dat. Een 7,5 als schoolcijfer.
» details » naar bericht » reageer
Magazine - The Correct Use of Soap (1980) 4,0
2 maart 2025, 22:10 uur
Op reis door de gevarieerde wereld van new wave, kom ik van het debuut van The Cramps bij de derde van Magazine. Als er twee groepen zijn waar ik het voorbije jaar in deze queeste héél vrolijk van ben geworden, zijn het The Buzzcocks en Magazine, die hun ontstaansgeschiedenis delen. Gemeenschappelijke factor is uiteraard Magazines frontman Howard Devoto.
Dit The Correct Use of Soap is wat toegankelijker en ingetogener dan de voorgangers. Met de felle opener Because You're Frightened klinkt weliswaar gedreven, bijna neurotische postpunk die overeenkomsten heeft met bijvoorbeeld Joy Division (vergelijk bijvoorbeeld drumwerk van John Doyle met dat van Stephen Morris bij JD), daarna wordt het aanmerkelijk zonniger. Alleen al het zonnige piano-intro van Model Worker, al blijkt dat nummer niet zo vrolijk als door die klanken gesuggereerd.
Met You Never Knew Me hoor ik echo's van David Bowie en Roxy Music/Bryan Ferry en hetzelfde gebeurt in I Want to Burn Again. Ook heel aangenaam: de toetspartijen van Dave Formula en het gitaarwerk van John McGeoch, die kort na verschijnen van de elpee overstapte naar Siouxsie and The Banshees.
Ik krijg de indruk dat bassist Barry Adamson fretloos speelt. Vooral opvallend in Thank You, een cover van Sly & The Family Stone. Funkwave en daar heb ik dan minder mee. Liever hun eigen werk, zoals Sweet Heart Contract dat in juli 1980 in het Verenigd Koninkrijk slechts tot #54 reikte. Dan deed de elpee het beter, al was dat nog steeds geen klapper: in mei '80 twee weken #28.
Zoals gezegd, Magazine is één van mijn ontdekkingen van vorig jaar. Beter laat dan nooit. Sinds 2007 op cd met bonussen, waarbij het gesproken The Book en drie andere pareltjes. Bij The Light Pours Out of Me is een clip. Nee, geen fretloze bas?!
Volgende halte in waveland stamt ook uit mei 1980: single Call Me van Blondie, onder andere te vinden op hun verzamelaar The Best of Blondie.
» details » naar bericht » reageer
