MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026

The Spotnicks - Out-a Space (1962) 4,0

Alternatieve titel: The Spotnicks in London, 30 oktober 2025, 17:00 uur

Muziek buiten mijn gewoonlijke bubbel. Afgelopen zomer verbleef ik enkele dagen in Tournai, in de Nederlandstalige wereld Doornik genoemd. Dat om het graf te zien van de eerste koning van het Frankische rijk, Childerik I. Dát viel wat tegen (zou de plaatselijke VVV veel meer mee kunnen en moeten doen), maar platenzaak Only-D was plezant.
Bij het afrekenen van een tweetal elpees meldde ik dat ik de hoes zo leuk vond van Out-a Space; The Spotnicks in London. Hij stond in de bak met afgeprijsde platen, ik kreeg 'm prompt voor niks mee.

Op de achterzijde staat een verhaal van ene Derek Johnson. Het blijkt hun eerste studioplaat te zijn, die kennelijk is voorafgegaan door livewerk. Opgenomen in de late zomer van 1962, toen The Spotnicks uit Götheborg, Zweden, bezig waren aan hun eerste Britse tournee. Ze gingen om 14.30 uur de studio in en kwamen er om 7.30 uur de volgende ochtend uit met veertien nummers op band.
Verder leer ik dat de groep werd ontdekt door John Schroeder, recording manager bij Oriole. De naam van Schroeder ken ik van de eerste platen van Status Quo bij Pye.

Elf instrumentale nummers, categorie surfmuziek maar vrij pittig. Vergelijkbaar met een Dick Dale, als er wordt gezongen moet ik ook wel aan het werk van Cliff Richard & The Shadows denken. Leadgitarist is Bo Winberg, die wordt ondersteund door slaggitarist en tevens zanger Bob Lander, bassist Björn Thelin en drummer Ove Johansson. Verschenen bij Karusell, een Zweeds label.

Voor mij dus een nieuwe groep, maar gezien Wikipedia is dat een hiaat in mijn kennis: zo was het kwartet tevens succesvol in Duitsland en Japan, waarbij gedurende hun carrière 43 albums werden uitgebracht, de laatste in 2011.
Ik zie dat LucM elf jaar geleden zijn stem uitbracht, tot zojuist tevens de enige. Kan hij misschien vertellen waar hij The Spotnicks van kent?

» details   » naar bericht  » reageer  

Spandau Ballet - Journeys to Glory (1981) 3,5

29 oktober 2025, 17:10 uur

Op reis door new wave was ik gebleven bij The Spiderz en hun derde album Pressure. Inmiddels heb ik 1980 afgerond - alhoewel, ik liet daar wat liggen, dadelijk meer daarover - en sta ik op de drempel van 1981.

Een verhelderende BBC-documentaire over de New Romantics staat op YouTube. Hoe deze modebewuste, extravagante en kleurige stroming zich afzette tegen de grauwe sfeer van de Britse steden, waar veel werkeloosheid was. En daarmee ook tegen punk. Het was een middel tot ontsnappen en centrum hiervan werd de Londense club The Blitz. In de docu uiteraard veel betrokkenen, waaronder Mike Kemp van Spandau Ballet, de huisband daar.

Hun eerste single To Cut a Long Story Short reikte op 30 november 1980 tot #5 in de Britse hitlijst, The Freeze in februari '80 #17 en Muscle Bound/Glow kwam in mei '80 op #10.
De betrokkenen duiden Spandau Ballet als een kruising tussen disco en rock. Het was geen van beiden, die combinatie was nieuw. Dat herken ik. Weliswaar een vriendelijk scheurende gitaar, maar de beat? Een basdrum die twee en vaker viermaal per maat slaat: four to the floor disco, op elke tel de basdrum. Dankzij de meestal dominante synthesizer moet ik ook denken aan Yazoo. Sterker nog, de zangstijl van Tony Hadley doet denken aan die van Alison Moyet.
Spandau Ballet sloeg dus spoedig bij een groter publiek aan dan slechts de bezoekers van The Blitz. Het album haalde in maart 1980 #5. Al met al is het een aardig album, al is het soms wel wat monotoon, mede door de overstrakke drumpartijen van John Keeble. Een ander Spandau Ballet dan dat van de latere succcessen, desalniettemin wel degelijk succesvol in eigen land. Nog geen succes in Nederland of Vlaanderen.

Volgende halte in mijn reis door new wave is Spliff Radio Show van Spliff, de voormalige begeleidingsgroep van Nina Hagen. MuMe dateert dit op 1981, maar hij schijnt al in 1980 te zijn verschenen. Hoe dat zit, ga ik uitzoeken.

» details   » naar bericht  » reageer  

Sparks - MAD! (2025) 3,0

28 oktober 2025, 19:02 uur

De muziek op de sterke voorganger The Girl Is Crying in Her Latte deelde ik in vier categorieën in: dancepop, introvertere luisterpop op synthbasis, rock en de nummers met klassieke invloeden.
De tweede categorie is op MAD! het sterkst vertegenwoordigd, het totaal aan pakkende liedjes ligt echter lager. Dat komt mede door de monotonie van openers van kant 1 en 2, Do Things My Own Way en In Daylight, die grotendeels op twee akkoorden zijn gebouwd. Ping pong, gaat het tussen zo'n duo.
De overige nummers op kant 1 groeien echter geleidelijk, vooral Running Up a Tab at the Hotel for the Fab en Don't Dog It zijn wat opwindender. Toch had ik meer van de stevige kant van de groep willen horen, zoals op de voorganger. Het blijft te vaak dicht bij luister-synthesizerpop.

Op het moment dat op kant 2 in I-405 Rules een rijk strijkersarrangement klinkt plus een klassiek-beïnvloede melodie, dient zich een eigentijdse aria aan. Hè hè, eindelijk gaat het los. A Long Red Light ligt in het verlengde hiervan, als het titelnummer van een thriller. Pianopop in het lekkere Drowned in a Sea of Tears, vrolijk en licht scheurend is A Little Bit of Light Banter en het kalme Lord Have Mercy sluit de plaat af.

Écht enthousiast wil ik niet worden, ondanks de ironie in de teksten en het feit dat MAD! de voorbije weken regelmatig zijn rondjes op mijn draaitafel tolde. Te weinig bandgevoel, te kabbelend, te weinig rock. Een dikke 6 is het gevolg en dat valt tegen. Of ik de EP MADDER! eveneens wil aanschaffen, blijft nog even een punt van twijfel.

» details   » naar bericht  » reageer  

Roxy Music - Greatest Hits (1977) 5,0

25 oktober 2025, 21:27 uur

Met het gekibbel hierboven en vervolgens twaalf jaar stilte, ging het allang niet meer over Greatest Hits zelf maar over de beoordelingen door MuMensen. Toch verwoordt lennon helder waarom hij tot zijn lage waardering komt en dat mag. Iemand die wél van drukke muziek houdt, zoals ik, leest er een aanbeveling in. En zo helpen wij elkaar op MuMe.

Terug naar de muziek. Wie in 1977 een kleine beurs had, kon op deze manier in éénmaal een lekkere samenvatting van Roxy Music aanschaffen. Ter promotie verscheen Virginia Plain opnieuw op single, zo leerde ik vorig jaar februari van gaucho, zie zijn reactie bij Roxy's debuut.
Virginia Plain was mijn eerste kennismaking met de groep, al had ik mogelijk Love Is the Drug ook wel eens voorbij horen komen op Hilversum 3. Het nummer haalde in november '77 in de Nationale Hitparade van Felix Meurders twee weken #24. Ik was gehypnotiseerd door de groove en de "rare" zanglijn.
Dat gejaagde, dat vreemde, het zijn precies de elementen van Roxy Music waar ik voor val. En waarvan ik veel terughoor in menig nummer in de punk- en wavegolf die vanaf '76 de kop opstak. In '72 kwam Virginia Plain overigens niet veel hoger: slechts #18.

Ik was al een tijdje op zoek naar een goed vinylexemplaar en kwam die afgelopen juli tegen bij platenzaak Only-D in Doornik/Tournai, België. Jammer dat de eigenaar, van origine uit Parijs, zo slecht Engels sprak: mijn Frans is te slecht voor een echte conversatie. Net als vorig jaar in het Poolse Sczcecin merkte ik dat de vinylprijzen niet slechts in Nederland zo hoog zijn, maar dat is deze Greatest Hits wel waard. Ook tweedehands: op de voorzijde zit nog de stickerstrip met daarin de naam van de vorige eigenaar afgedrukt: Hermans B.

Enfin, op dit album een energieke samenvatting van de eerste jaren Roxy Music, inclusief het majesteuze A Song for Europe, waar Roxy6 al meer dan 50 jaar verliefd op is. Met deze plaat en eentje van The Stranglers onder de arm verliet ik verheugd het pand om een heerlijk Belgisch speciaalbiertje op de Grand-Place te gaan drinken. O ja, omdat ik de hoes zo grappig vond, kreeg ik Out-a Space van The Spotnicks er gratis bij!

Herinneringen als deze reisden met de plaat mee naar huis. Om de laatste regels van A Song for Europe te citeren: "Tous ces moments - Perdus dans l`enchantement - Qui ne reviendront - jamais
Pas d´aujourd´hui pour nous - Pour nous il n´y a rien - Á partager - Sauf le passé"

(Al die momenten - Verloren in betovering - Die nooit meer terugkomen
Geen vandaag voor ons - Voor ons is er niets - Om te delen - Behalve het verleden)

Merci et au revoir, je vais revenir!

» details   » naar bericht  » reageer  

Wings of Steel - Winds of Time (2025) 3,5

25 oktober 2025, 19:34 uur

Winds of Time is de tweede van Wings of Steel, een eigenbeheer-EP niet meegerekend. Net als bij de voorganger snap ik de enthousiaste reacties, al had het meer mogen beuken. De pure ballade Crying zit me te vroeg op het album en ontbeert een tempowisseling, gelukkig is het met Burning Sands dan weer uptempo en ontbreekt daarin de wisseling niet.
Op de tweede helft ligt het tempo laag bij achtereenvolgens Lights Go Out, We Rise én Flight of the Eagle. Dat die laatste na dik 6 minuten alsnog snel wordt, is wat laat en duurt nog geen twee minuten.

Wie geen problemen heeft met vier langzamere nummers zal Winds of Time hoger waarderen dan de 7,5 die ik geef. Ter vergelijking: momenteel heb ik Run to the Light van Trouble dagelijks opstaan, waar véél tempowisselingen voorkomen, zowel in het uptempo als het langzamere werk. Hetzelfde beviel me zo goed op Gates of Twilight van Wings of Steel. Al met al sterke, melodieuze progressive metal van deze groep uit Los Angeles.
En nu de concertagenda in de gaten houden, want deze groep wil ik wel live zien. Ondertussen Live in France tsjekken.

» details   » naar bericht  » reageer  

Roxy Music - Country Life (1974) 4,5

25 oktober 2025, 13:21 uur

1979 had een verregende zomer en omdat mijn ouders bezig waren met de verkoop van hun huis, konden we niet Nederland uit naar zonniger oorden. Wel gingen we twee weken naar het huis van vrienden in 's Gravenzande, dicht bij zee.
In een stad in de buurt (Delft?) kocht ik een popagenda voor het nieuwe schooljaar. Daarin stonden platenhoezen met korte beschrijvingen afgedrukt, zo ook Country Life van Roxy Music. Mijn moeder had echter enige argwaan en controleerde de boel: deze moest eruit worden geknipt - net als een andere hoes met bloot, al weet ik niet meer welke. Ik was bang dat vrienden kritische vragen zouden stellen waarom ik in mijn agenda had geknipt en nam me voor dan een smoes te bedenken. Die situatie deed zich gelukkig nooit voor.

En nu staat ie hier dus op elpee, in kleuren en veel groter dan in die agenda. Twee berichten hierboven wordt dit treffend met de Wehkampcatalogus vergeleken... Mijn moeder leeft niet meer, maar ik weet zeker dat ik haar de aanblik zou onthouden. Overigens doet Discogs aan dezelfde censuur! .

Op hun vierde album kan Roxy Music nog altijd wild uit de hoek komen, getuige de onstuimige start met The Thrill of It All, dat naast huilende gitaaruithalen van Phil Manzanera opvallend genoeg ook een strijkersarrangement heeft. Ik hoor er pre-new wave en -punk in, denk bijvoorbeeld aan Siouxsie and the Banshees of The Buzzcocks. In het kalmere Three and Nine onder meer de hobo van Andrew Mackay en mondharmonica van een anoniem iemand (Roxy6, weet jij meer?).
All I Want Is You heeft dan weer weg van protowave met de opvallende zangstijl van Bryan Ferry, net als Out of the Blue waar Edwin Jobson zijn viool laat huilen: in 1974 kon nog niet worden vermoed hoe invloedrijk de groep zou zijn. Met de boogierock van If It Takes All Night sluit kant 1 minder spannend af.

Theatraal-ingetogen én robuust is Bitter-Sweet met één van de coupletten in het Duits vertaald door de hoesdames, Ferry zet zijn bijzondere stembuigingen in. Bijna deftig is Triptych mede dankzij het klavecimbel van Jobson, langzaam bromt Casanova. A Really Good Time houdt de statigheid van de tweede plaatkant vast; opvallend is hoe een "gewoon" popliedje door de invulling van instrumenten en zang alternatief wordt. Prairie Rose sluit Country Life stevig af, Manzanera's lange gitaarlijnen klinken bijna als een steelguitar terwijl Mackay nog eenmaal zijn sax inzet.
In al deze eigenheid zou je bijna bassist John Gustafson en drummer Paul Thompson over het oog zien / het oor horen, maar het zijn hun lenigheid en swing die mogelijk maken dat de overige vier zich zo kunnen geven.

Met een stevige eerste plaatkant en rustiger tweede helft is dit een plaat vol variatie, een groep met een uniek, herkenbaar én pakkend geluid. Daardoor meer dan vijftig jaar later nog steeds niet verouderd. Is dit de eigenheid die een hedendaagse groep als The Last Dinner Party ook zoekt?

Kwam van de week dit TopPop jaaroverzicht 1976 tegen. Roxy Music wordt een paar keer genoemd in deze hilarisch bedoelde aflevering, wat iets zegt over hun populariteit.
En de dames op de hoes? Eveline Grunwald poseerde jaren later hier en Constanze Karoli daar bij de foto. Ze bleven plaatjes.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Southern River Band - Easier Said Than Done (2025) 4,0

25 oktober 2025, 09:34 uur

Dit was zeker een aangename kennismaking! The Southern River Band met Easier Said than Done bleek een goede tip! Met de sfeer van de hoes erbij moest ik denken aan Blackfoot vanaf 1979, toen die groep hun southern rock á la Lynyrd Skynyrd verruilde voor een steviger aanpak. Blijkens Discogs bracht The Southern River Band hiervoor al vier albums uit, deels in eigen beheer en deels live. De voorganger waar vielip het over heeft (?), staat nog niet op MuMe.

Hardrockende southern rock uit Australië van het soort waarvan wij in Nederland Bökkers hebben. Soms uptempo zoals de eerste twee nummers, soms midtempo zoals Bad Luck Baby, Bye Bye of kalm als It's What's It's. De stem van zanger-gitarist Callum Kramer is licht-rauw en de band is hecht. Daarbij wordt gevarieerd in arrangementen, zoals het vriendelijke en swingende One Last Dance, geschikt voor Nederlandse radio.

All Over Town begint met akoestische blues en gaat dan vet rocken, Fuck Youk, Pay Me is ongetwijfeld een livefavoriet en heeft fraaie twingitaren met andere gitarist Dan Carroll, een huilende mondharmonicasolo in de boogie van We've Got Plans Tonight.

Azijnpissers kunnen klagen dat dit retro is, maar liedjes schrijven kunnen ze. Net als spelen. Bijkomend pluspunt: de productie is open in plaats van dichtgepropt met pro-tool. Wie hiervan houdt, zal net als ik prompt zin krijgen in Strikes van Blackfoot of hun albums daarna. Bij The Southern River Band floreert dezelfde, eerlijke hardrock 'n' roll, maar dan uit 2025. Hölt wi-j van!

» details   » naar bericht  » reageer  

The Stranglers - Laid Black (2002) 4,0

24 oktober 2025, 09:55 uur

Ooit kwam ik dit LaidBlack (de hoes laat de spatie weg) min of meer toevallig tegen bij een online-aankoop van een andere cd. Als je voor hetzelfde portobedrag twee cd's in een envelop kunt laten doen, heb ik de bijvangst er graag bij.

Verschenen in 2002 tussen de reguliere albums Coup de Grace (1998) en Norfolk Coast (2004) in. Uit de jaren '90 weet ik dat menig rockgroep van vóór grunge de rage van unplugged nodig had om überhaupt te kunnen overleven. Of dat bij The Stranglers het geval was, weet ik niet, maar op 21 juli 2008 legde bastens uit wat de directe aanleiding voor LaidBlack was.
Het album is hoorbaar live in de studio opgenomen, dus iedereen tegelijk in één of meer takes. Het geluid is namelijk in vergelijking met andere albums vrij kaal en dat komt niet doordat de elektrische gitaar is vervangen door een akoestische. Geen gejuich, geklap en gepraat: er was geen publiek aanwezig om te zien hoe nieuwe gitarist Baz Warne voor het eerst in de studio als wurger deelnam.

Normaliter raak ik na uiterlijk drie nummers verveeld van rockgroepen die unplugged gaan. Hier zit ik er anders in en dat is omdat de toetsen van Dave Greenfield hartstikke elektrisch zijn: synthesizers en Hammondgeluiden, de geluiden die zo essentieel zijn voor het geluid van The Stranglers.
Paul Roberts zingt ingetogen zowel het werk van vóór zijn tijd (tienmaal) als dat van de vier albums met hem (viermaal). Hij doet dat aangenaam. Jean-Jacques Burnels bas gromt niet maar pomt vriendelijk, passend bij de akoestische gitaar.

Zo krijgen we een zelfgekozen dwarsdoorsnede van het werk van de groep, waarbij het boekje aangeeft van welk(e) album/single en uit welk jaar het origineel stamt. Daar zit ook onbekender werk bij. Meest obscure bewerking is die van Mony Mony, oorspronkelijk A-kant van een single uit 1977 van zangeres Celia Gollin, die met The Stranglers als Celia and The Mutations naar buiten trad; het origineel stamt uit 1968 van Tommy James and the Shondells.
Op Old Codger, oorspronkelijk uit '78, klinkt een mondharmonica en keren we terug naar de pre-punkdagen van The Stranglers, toen die hun eerste schreden in het pubrockcircuit zetten.

Had de cd lang niet gedraaid, maar ben net als kort na aanschaf aangenaam verrast. Zo springt Let Me Down Easy eruit, oorspronkelijk op Aural Sculpture, net als European Female van Feline; Always the Sun van Dreamtime was sowieso al geknipt voor een akoestische uitvoering. Van het latere werk doen vooral Still Life en In the End het goed en let eens op de toetsensolo in Face !

» details   » naar bericht  » reageer  

The Stranglers - Giants (2012) 3,5

24 oktober 2025, 07:15 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Wings of Steel - Gates of Twilight (2023) 4,0

24 oktober 2025, 03:48 uur

Alsof het 1988 is. VARA's Vuurwerk klinkt op mijn zolderkamer en progressieve metal van Queensrÿche, Crimson Glory, Fates Warning en Sacred Warrior brengt een gecompliceerdere benadering van het genre.

Wings Of Steel doet op Gates of Twilight aan gevarieerde en toch toegankelijke metal vol tempowisselingen, rijke melodieën, pakkende twingitaren of spetterende solo's. De kenmerkende hoge zang ontbreekt niet maar kan ook zakken en soms is er wat blues vanwege een shuffle.

Al vind ik de eerste helft net wat sterker dan de tweede, toch is het album te vlug voorbij. Afwisseling troef, ouderwets goed.

» details   » naar bericht  » reageer  

Trouble - Trouble (1984) 5,0

Alternatieve titel: Psalm 9, 23 oktober 2025, 23:12 uur

Kort nadat mijn schoolmaatje mij in 1985 had laten kennismaken met The Skull, de tweede van Trouble, vond ik het titelloze debuut in de gespecialiseerde platenzaak in de Grote Stad. Wat was ik blij: alleen de hoes al!

Thuis werd ik omvergeblazen, ik vond dit nog beter dan de tweede en die was al zo goed. Hier geen ellenlang nummer (The Wish op de opvolger) maar nog meer variatie. Uiteraard loodzware metal, Black Sabbathiaanse doom met christelijke teksten en veel tempowisselingen. De dreigende eerste seconden van opener The Tempter en dan de bijzondere zang en beukende groove, de riff van Assassin die ik nog altijd vind klinken alsof Randy Rhoads ermee op de proppen kwam, het tráááge met subtiel orgel opgeluisterde Victim of the Insane, het midtempo rammende Revelation. Wat een plaatkant, ik hapte naar adem.
Op kant 2 het furieuze Bastards Will Pay, de tempowisselingen van The Fall of Lucifer die doorgaan met het instrumentale Endtime en slotlied Psalm 9 met z'n stoempende riffs.

Toen in 1990 hun vierde opnieuw Trouble werd gedoopt, vanwege de tweede fase met producer Rick Rubin, kreeg dit debuut een tweede doop met als titel Psalm 9. In het cd-tijdperk werd als bonus de cover van Cream Tales of Brave Ulysses toegevoegd, in maart '84 B-kant van single Assassin.
Met de zware en huilende gitaarpartijen van Rick Wartell en man-met-de-hoofdband Bruce Franklin, de massieve ritmesectie van bassist Sean McAllister en Jeff Olson, plus de met een bizar mooie cirkelzaagstem-die-ook-diep-kan Eric Wagner was dit vele jaren lang mijn favoriet, mede dankzij de productie van de bekende Brian Slagel.

Mijn oorspronkelijke elpee verloor ik ergens in een tumultueuze fase, later kocht ik de cd en sinds kort heb ik de heruitgave van het Nederlandse Hammerheart met de bonustrack in het vinyl geperst, dit alles geremasterd door Erwin Hermsen. "The Lord will be a refuge for the oppressed, a refuge in times of trouble", luidt het citaat op de achterzijde van de hoes. Met de iconische voorzijde erbij geef ik nog steeds een dikke vijf sterren.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Stranglers - Suite XVI (2006) 4,0

22 oktober 2025, 16:20 uur

Hij stond op m'n lijstje voor als ik in platenzaken ben en eind vorige maand was het in Delft bij Plexus dan eindelijk raak: Suite XVI. Aanbevolen die winkel, want er stond meer interessants.

Met voorganger Norfolk Coast van twee jaar eerder werd teruggekeerd naar de grommende bas en de vliegende toetsenpartijen van de eerste drie albums en dat wordt op Suite XVI (leuke woordspeling) voortgezet. Daarmee waren ook de bezoekersaantallen voor de concerten weer gaan stijgen: The Stranglers werden relevant, juist door een terugkeer naar het oude geluid.
Baz Warne is inmiddels naast gitarist ook zanger van de groep, vanaf dit album weer een kwartet. Met origineel groepslid bassist/tweede zanger/co-componist Jean-Jacques Burnel als kwaliteitsbewaker staat er een robuuste vorm van de groep. Het boze Summa Outanowt is daar het toppunt van: nooit hoorde ik Burnel zo boos zingen als op het debuut - tot hier! Vervolgens klinkt echter het ingehouden See Me Coming met akoestische gitaar en een bossa-novaritme.

De stem van Warne kan prima het werk uit de hoogtijdagen aan, toen Hugh Cornwell frontman was. Die bezat niet de kenmerkende stem van tijdgenoten als een Elvis Costello of John Lydon; toen al viel ik vooral voor bas en toetsen, in combinatie met de sterke composities. Gelukkig zijn The Stranglers daarmee weer de groep met het eigenwijze, herkenbare geluid, inclusief de soms afgebeten zang, waarbij de te ronde zang van voorganger Paul Roberts (vibrato...) tot het verleden behoort.
Voeg daaraan de gevarieerde composities toe en je weet dat Warne ook in dat opzicht een aanwinst is. En hoor eens hoe Greenfield zijn klavecimbel laat zingen in bijvoorbeeld Bless You!

Aan de foto in het tekstboek bij het felle A Soldier's Diary is te zien dat het nummer is geïnspireerd door de Eerste Wereldoorlog. Opnieuw in de stijl van de jaren '70, vilein en robuust. Barbara is dan weer melodieuzer, I Hate You verwoordt wat de titel zegt, dankzij z'n ontspannen country-tsjakkeboem een ironisch buitenbeentje. Met Relentless wordt uptempo en sfeervol afgesloten.

Veertien jaar na het vorige bericht zijn zowel drummer Jet Black als toetsenist Dave Greenfield overleden. Toch klinkt de groep, ook live, nog altijd als The Stranglers. Een dikke 8 van mij voor Suite XVI, op naar opvolger Giants.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deraps - Viva Rock N' Roll! (2025) 4,0

18 oktober 2025, 06:11 uur

De twee berichten hierboven kloppen als een bus. De tweede van Deraps heet Viva Rock 'n' Roll! en hierop wederom sterke invloeden van Van Halen, maar nu met een meer eigen geluid. Anders dan het debuut van drie jaar eerder. Daardoor klinkt het in mijn oren als een kruising tussen VH en Tesla, waarbij er vele andere vergelijkingen zijn te maken.

Vier hoogtepunten. Opener Viva Rock N’ Roll heeft als titellied nog wel het meeste weg van het VH van hun eerste twee albums; The Legend of Larrikin Laddie rockt als een malle, aan het slot als Rose Tattoo; Equinox is een fraai miniatuurtje, waarna Last Fall het prachtige hoogtepunt van dit album vormt. Eén van de beste nummers ooit in de wereld van hardrock gemaakt, een instant-klassieker dankzij riff, melodie, zang en het spetterende gitaarspel.
Later op het album moet ik aan hardrock van eind jaren '70 denken. Als het melodieus is aan Styx, als de blues aan invloed wint aan Frank Marino & The Mahogany Rush.

Met het spelplezier dat uit de speakers spat erbij is dit een allemaggies lekker plaatje, vol vakmanschap en enthousiasme. Retro met een Gouden Rand, een tweemansband die naar Europa moet afreizen - liefst met een bassist met een talent voor koortjes zingen, want ook dat aspect staat in de studio als een huis.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Stranglers - Norfolk Coast (2004) 4,0

17 oktober 2025, 18:29 uur

Nooit eerder een basgitaar zó gemeen horen grommen als op opener Norfolk Coast. Zelfs niet bij The Stranglers.

Na zes jaar albumstilte volgde de drievoudige terugkeer van The Stranglers: eerst dus het basgeluid, voor het laatst intens grommend op Black and White uit 1978. In de typografie van Norfolk Coast keert het thema van Vikingen terug, voor het laatst te zien ten tijde van The Raven uit 1979, waarop nummers als Longships staan en de groep op een vikingschip poseerde. En terug is de groep bij label EMI, voor het eerst sinds La Folie uit 1981.
In het VK zelfs een viervoudige terugkeer: in februari '04 haalt men voor het eerst sinds 1992 de Britse top 50 en wel met Big Thing Coming ( slechts #31 maar toch).

Gitarist John Ellis is verdwenen, hij vroeg wel erg veel gage voor een concert in Kosovo, blijkens dit interview op de website van The Stranglers. Zijn vervanger is Baz Warne, van wie op dit album nog niet kon worden vermoed hoe belangrijk hij voor de groep zou worden.
Hier is Warne "slechts" gitarist, waarbij de stem van Paul Roberts geschikt blijkt voor het stevige materiaal dat oerlid en bassist Jean-Jacques Burnel schreef. Die kreeg andermaal de gelegenheid om het meeste werk te schrijven, waarin net als op voorganger Coup de Grace diens echtscheiding echoot. Toen echter vooral als verdriet, nu in woede en energie. Zoals in het titelnummer dat de plaat opent.
Big Thing Coming is stevig maar vriendelijker en Long Black Veil opnieuw een stapje kalmer. Met I've Been Wild is het bijtende terug; Roberts zingt laag en de breaks klinken massief als in de jaren '70.

Dat in Dutch Moon de sfeer van swingjazz zijn entree doet is ronduit verrassend en werkt goed. Lost Control en Into the Fire zijn weer steviger en in beide gevallen lekker, Tucker's Grave weliswaar ingetogen maar toetsenist Dave Greenfield laat zijn watermerk horen.
Dan weer gas erop via het sterke I Don't Agree, bij Sanfte Kuss assisteert Jon Sevink van The Levellers op viool; gypsy jazz en Franstalig (merci á J-J Burnel!), opnieuw een noviteit én aangenaam! Tenslotte stevige pop met Mine All Mine. Dit alles verpakt met met een informatief en leuk vormgegeven cd-boekje, een album dat niet op mijn streamingplatform staat.

Hierna verliet Paul Roberts in goede verstandhouding de groep. Zijn soms te gepolijste zangstijl stoort me hier nergens, anders dan op de vier voorgangers met hem. In zekere zin was hij "te goed" voor The Stranglers. Kijk maar eens op Wikipedia wat hij sindsdien deed: een man die vele stijlen aankan. Alleen: mooi zingen past niet bij deze voormalige punks.
Baz Warne werd leadzanger, The Stranglers weer een kwartet en meer moois volgde.

Bij hun concert op Sinterklaasavond 2019 in de Melkweg had ik op weg ernaartoe continu Norfolk Coast in het hoofd. Na de traditionele intromuziek van Waltzinblack volgden de ijle synths van dit titellied, gevolgd door die grombas. Zoals één van mijn vrienden opmerkte: normaal gesproken maakt de gitaar het heavy, hier is dat bas! En zo is het maar net.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deraps - Deraps (2022) 4,0

16 oktober 2025, 21:33 uur

Het was vielip die laatst bij de opvolger een bericht plaatste en zo kwam ik Deraps op het spoor.

Eerst waren daar een paar autoritten met dit album via streaming. Bij de eerste klanken, Invasion duurt veertien seconden, denk ik onmiddellijk aan Eddie van Halen en het intro van Sex, Drugs & Rock N’ Roll bevestigt dat. Knallende, vrolijke, testosteronhardrock 'n' roll zoals Van Halen die op z'n eerste twee albums maakte en in iets mindere mate de drie erna. Dat niet alleen, ook het drumgeluid doet aan Van Halen denken: Alex dus. De zanger is evenmin níet mis: als een combinatie van de jonge versies van Jeff Keith (Tesla) en Steven Tyler (Aerosmith). Het mag allemaal gejat lijken, Deraps zit goed in elkaar.

Het iets langzamere My Side of Town swingt op een hakkende riff en opnieuw valt op hoezeer gitaargeluid- en stijl op dat van het grote voorbeeld lijken, net als Live Fast Die Slow en Veins of My Heart met het lieve regeltje in het refrein: "She says it's just for fun - but I can feel her tongue - Wrapped around the veins of my heart." Met Élizabeth dient zich de volgende verrassing aan: een heerlijk akoestisch en drumloos instrumentaal van 200 seconden met meer vingervlugheid op de zes snaren.

Zoals het menig elpee uit vroeger dagen betaamde, is de tweede helft minder sterk, al blijft het spel fantastisch. Vanzelf ging ik ook op de koortjes letten die eveneens op z'n Van Halens zijn. Ze zijn pakkend, maar dan zonder de überklasse van VH; Michael Anthony vervangen is kennelijk heel moeilijk. Ondertussen zijn het licht funkbeïnvloede Make Ya Groove, een vleugje bluesrock van Wild to the Woman en het kalmere On My Mind langsgekomen.
Dan word ik toch weer gepakt door het boze Fuck Off en een cover van Sweet, Ballroom Blitz. Plotseling vraag ik me af waarom de Californiërs dat nummer nooit hebben gecoverd, zó passend is dit in de jas van Van Halen. Maar dit is Deraps! Gitaarsolo's die buitelen als watervallen en enthousiasme dat ervanaf spát.

Pas zojuist heb ik eens gekoekeld hoe het zit met deze groep. Eerst de gitarist. Hij heet Jacob Deraps en komt uit Canada. Dan alweer verbazing, want wie is de zanger? Alweer Jacob Deraps?! En de drummer? Dat is Australiër Josh Gallagher die ook de achtergrondzang doet. Allemaal geleerd op de About-sectie van hun website. Dit blijkt dus een tweekoppige groep?!
Aanbevolen voor iggy, Gamma123, milesdavisjr, OzzyLoud, namsaap, hnzm, rider on the storm, freakey, Zagato, LucM, ricardo, orbit, Bollieblauw, Edwynn, Satriani/vai, Ronald5150, Von Helsing, teus, gigage, shrink1972, De buurman, AstroRocker en ieder ander die wel van de vrolijke kant van Van Halen houdt. Vervolgens kreeg ik zin in Women and Children First, dat hier nu van vinyl draait en waar ik de zojuist genoemde namen uit de laatste reacties plukte.

Dan ga ik door naar opvolger Viva Rock N' Roll!, waar het eerste bericht van jailhouserocker1 meteen veelbelovend is! Enne, níet luisteren als je nu al weet dat het goedkoop jatwerk is... Daar zit ik anders in: dit is dúúr jatwerk, heerlijk voor onderweg.

» details   » naar bericht  » reageer  

Sign of the Wolf - Sign of the Wolf (2025) 3,5

15 oktober 2025, 18:14 uur

De Britse journalist Bruce Mee heeft dezelfde muzikale voorkeur voor Ronnie James Dio als ik. Verschil is dat hij erin slaagde om muzikanten die met de legendarische zanger werkten te verzamelen voor project Sign of the Wolf, die gezamenlijk de muziek van de Zweedse gitarist Fredrik Folkare (ik ken hem van Nordic Union) uit te voeren.

Welke musici dan? Wel, onder meer gitarist Doug Aldrich (Dio) drummer Vinny Appice (Black Sabbath, Dio, Heaven and Hell, Dio) en grootste verrassing is toetsenist Tony Carey (Rainbow).
Dat alles wist ik niet toen ik ging luisteren, nieuwsgierig gemaakt door vielips enthousiasme. Het album opent met ijle klavieren die me onmiddellijk deden denken aan Tarot Woman van Rainbow. Wat volgt is een sterk en uptempo nummer genaamd The Last Unicorn. Het vervolg is er met het Dioaanse en nét iets snellere Arbeit Macht Frei. Heb geen tekst kunnen vinden, maar ik mag hopen dat er enig begrip is van de historische schanddaad die achter die titel schuilgaat; al luisterend haal ik het er niet uit. Wel hoor ik dat de riff aan het werk van Vivian Campbell bij Dio doet denken. Zanger Andrew Freeman van Dio-tributegroep Last in Line zingt in die en navolgende nummers vooral op volle kracht.

Still Me is midtempo en bevat een mooie tekst over je unieke ik, met het slepende Silent Killer is daar het vierde sterke nummer op rij en Rainbows End heeft met de gitaarharmonieën meer weg van de Scorpions dan van de groepen waarin Dio zong.
Dat is een prima nummer, maar ik begin variatie te missen. Verschillen in dynamiek, hard-zacht, tempowisselingen in een nummer. Iets waar Ritchie Blackmore en Tony Iommi zo in schitterden. Het wordt me te power metal dat vaak aan hetzelfde euvel lijdt.

Dan mag Carey nog eens flonkeren in het intro van Rage of Angels, waar die power metal vervolgens domineert. Het is nog altijd een stuk beter dan het felle Murder at Midnight, dat bovendien inspiratieloos wordt weggedraaid. Ook Bouncing Betty lijdt aan de weinige afwisseling in composities, met de dikke 7 minuten van Sign of the Wolf wordt echter sterk afgesloten.

En toch raak ik steeds vanaf track nummer 5 steeds meer verzadigd, mede omdat Freeman bijna uitsluitend voor vol gas kiest. Het zit 'm in de composities, niet in zijn stem. Wat meer ruimte voor toetsen had ook gemogen, al is het smullen voor de fans van snel gitaarsoleren.
Misschien komt mijn reserve mede omdat er maar liefst twaalf muzikanten meedoen die allen hun plek behoeven. Het is me te veel van hetzelfde, soms bereik je immers meer met weglaten dan met volstoppen. Een dikke 7 is het resultaat.

» details   » naar bericht  » reageer  

MSG - Don't Sell Your Soul (2025) 3,5

14 oktober 2025, 22:35 uur

Qua gitaarspel is het weer smullen op deze nieuwe Michael Schenker Group met de zang van respectievelijk Erik Grönwall (vijfmaal), Michael Voss (driemaal), Robin McAuley (tweemaal) en de mij onbekende Roberto Dimitri Liapakis (eenmaal).

Hier op MuMe kwam ik bij UFO nogal eens tegen dat die groep alleen wat voorstelde met Schenker in de gelederen. Daarbij valt op dat zijn terugkeer bij de groep in de jaren '90 en '00 op minder enthousiasme kan rekenen van diezelfde fans, die al helemaal stil blijven bij het nodige solowerk van Der Michael. Er staan hier op MuMe diverse albums van Schenker waarbij je nauwelijks berichten leest of stemmen vindt. Zijn de fans van UFO's illustere albums uit de jaren '70 lichtelijk afgehaakt? En kan dit plaatje die tendens ombuigen?

Qua composities is het minder spannend. Coupletje, refreintje, een kunst die de gitarist aanvankelijk nog niet meester was, wat vijftig jaar geleden leidde tot onconventioneler werk als Rock Bottom en Love to Love. Nu schrijft hij keurig in dit format, waarmee het wat voorspelbaar is.
Laat onverlet dat ik geniet van de compositie Danger Zone met Grönwall, de bijdragen van McAuley, het (opnieuw een voormalige groep van Schenker) Scorpionsachtige I Can't Stand Waiting had een single kunnen zijn in de jaren '80, heerlijk! - en het fellere Sign of the Times.

Waar je speciaal voor moet gaan zitten, is het spel van de meester zelf. Je concentreren op diens loopjes en solo's. Verrassend is het enerzijds niet, maar de liefde voor de gitaar druipt van zijn spel af, net als zijn gevoel voor melodie en een warm geluid. Dan blijkt dat Don't Sell Your Soul, dat ik aanvankelijk te mak vond, toch aan glans wint.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ozzy Osbourne - Ordinary Man (2020) 4,0

13 oktober 2025, 20:22 uur

Tien jaar na zijn laatste soloalbum en zeven jaar na 13 bij Black Sabbath kwam Ozzy Osbourne met nieuw werk. Op zijn coveralbum Under Cover uit 2005 stond In My Life en in de clip daarbij blikte hij al terug op zijn leven en carrière.
Die sfeer keert terug op Ordinary Man, al gaat hij ouderwets luid en rebels van start met de muziek en tekst van opener Straight to Hell, waarin een koortje zit alsof we bij Uriah Heep zijn. In het kalmere All My Life een ontmoeting tussen de kleine en de oude (dan 71 jaar) Ozzy. Hij beschrijft invoelbaar hoe zijn onzekerheid continu aanwezig bleef: "He said: 'I know all the lies that you hide behind every fake smile." Oef.
Hierna vecht hij met zijn angsten in Goodbye. Die persoonlijke sfeer blijft met de ballade Ordinary Man. Hier komt de Beatlesliefhebber naar voren, bijgestaan op piano en zang door Elton John. Hij kijkt in de spiegel en is allesbehalve tevreden met wat hij ziet. In het slot strijkers en een koor alsof we hier bij die andere groep uit Birmingham zijn: ELO!

De clip van Under the Graveyard maakte indruk als minispeelfilm; ik herkende het verhaal over hoe Osbourne aan de grond zat nadat hij door Black Sabbath was ontslagen. We zien zijn verblijf in een hotel in 1979, waar hij zichzelf verdoofde om de pijn niet te voelen en vervolgens werd gered door Sharon Osbourne en haar broer (niet in de clip neergezet), die hem opraapten en als managers een groep rond hem bouwden.
Met de mondharmonica en bluesachtige monsterriff van Eat Me zijn we terug in de sfeer van het Black Sabbath van de jaren '70. Sterk.

Today Is the End is even log maar bevat een verrassend melodieus refrein, waarna in Scary Little Green Men opnieuw angsten worden verwoord in een afwisselend licht en heavy nummer. Holy for Tonight is licht en popachtig met Osbournes herkenbare stem in vorm: "What will I think of when I take my final breath? I'm running out of time forever." Jazeker, dit is geen spielerei of stoerdoenerij; hij voelt dat de dood naderbij treedt. Opnieuw strijkers en een koortje aan het slot.

Aan het slot twee nummers met Post Malone, die hij op het spoor kwam dankzij dochter Kelly. Ze voelen aan als bonusnummers. Eerst het snelle en harde It's a Raid, waarna de volgende rapper, ene Travi$ Scott, ruimte krijgt in het rustiger Take What You Want. Met die vorige negen nummers heb ik voldoende maar ook deze twee groeien geleidelijk.
Dat gitaristen Slash en Tom Morello meedoen op het album is eigenlijk een overbodige luxe. De kwetsbare Ozzy Osbourne maakt op mij al indruk genoeg, wat hij nog eens zou overtreffen op zwanenzang Patient Number 9.
Anders dan op zijn vorige soloalbums overheerst op Ordinary Man niet de dichtgesmeerde invloed van nu metal; er is ruimte in de arrangementen, er wordt gas teruggenomen. Al hoor ik nog veel liever de natuurlijker productie van zijn werk uit de jaren '81 - '86; toch was dit mij de tien jaren wachten waard, mede omdat we dichter bij de mens John Osbourne komen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ozzy Osbourne - Scream (2010) 3,5

11 oktober 2025, 20:08 uur

Bij verschijnen van Scream kwam er een grappig filmpje online van Ozzy Osbourne in Madame Tussauds in Londen, die zittend als wassen beeld plotseling in beweging kwam en bezoekers liet schrikken. Gegil alom: scream! Ook al vonden mijn kinderen Ozzy 'een griezel', dít vonden ze leuk. Het staat inmiddels op Dailymotion.

Opgenomen in de thuisstudio van de zanger is nieuw de Griekse gitarist Gus G (Karamitroudis), die ik nadien tweemaal solo zag. Dan zit hij in de hoek van power metal: melodieus en uptempo.
Bij Osbourne echter klinken net als op voorganger Black Rain nogal wat logge invloeden uit nu metal. Van dat laatste subgenre ben ik geen liefhebber en daarmee vallen die nummers af, vooral omdat de zanglijnen er niet beklijven. Neem bijvoorbeeld Latimer's Mercy, dat veel te lang, heavy maar saai doorkeutelt.

Wat doet het wél goed? Het vlotte Let Me Hear You Scream, het lichtere Life Won't Wait; met het klassiek-akoestische Diggin' Me Down waan je je terug in de dagen met Randy Rhoads waarna een heerlijk heavy nummer met Sabbathiaanse riffs volgt, mijn favoriet van dit album; in het kalmere Time met z'n koortje is de melodie aangenaam; ronduit lief is het korte afscheid met I Love You All. De drie bonusnummers die nadien verschenen zijn prettig.

Her en der wordt in de teksten met de Almachtige geworsteld, zoals in Diggin' Me Down, of wordt hypocrisie aangekaart (Crucify).
Schreef Osbourne deze teksten zelf? Zou kunnen, maar omdat hij voorheen die credits onterecht claimde, ben ik in het ongewisse of dat hier wél het geval is; herinnert u zich zijn eerste soloalbums waar Bob Daisley al dan niet als muzikant meewerkte. Wellicht toch wel hier, omdat hij nadien op Patient Number 9 zelfs autobiografisch werd en zijn gevoelens verwoordde.

Soul Sucker is nog wel aardig door de tempowisseling, van de monotone riff moet je houden. Jammer dat G niet de nodige compositorische ruimte kreeg. Zelf weet de gitarist niet eens waarom hij nadien niet meer werd gevraagd. Ik denk dat hij meer voor Osbourne had kunnen betekenen dan de zanger toestond, wat vermoedelijk de kwaliteit van de muziek had verbeterd.
G's gitaarsolo's zijn evenwel spectaculair: een sterke combinatie van snelheid, melodie en eigenwijze wendingen. Daarom toch nog een 7 in plaats van een 6 voor Scream.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ozzy Osbourne - Black Rain (2007) 3,5

9 oktober 2025, 22:29 uur

Vooraf: ik zag dat de documentaire die zoon Jack over zijn vader maakte op YouTube staat. Hopelijk kom ik er dit weekend aan toe: Coming Home.

Terug naar 2007. Metal is veel zwaarder dan ten tijde van Ozzy Osbournes eerste soloplaten. Hakkende riffs die via thrash hun entree maakten, zijn gemeengoed geworden en dat hoor je. Black Rain was zijn eerste album met nieuw werk in zes jaar.
De zanger was dankzij tv-serie The Osbournes ook buiten de metalwereld een bekende naam geworden; deze volger was blij dat het weer eens over zijn muziek ging. Osbourne zingt weliswaar krachtig, toch zijn veel melodieën minder pakkend dan op pakweg de eerste vier studioalbums. Die met Randy Rhoads en Jake E. Lee, waarop veel materiaal door bassist Bob Daisley werd geschreven.

Op #10 Black Rain is Zakk Wylde gitarist, Rob Nicholson bassist en Mike Bordin drummer. Het refrein van opener Not Going Away gaat al bij de eerste afspeelbeurt vervelen. Het werkt wél op I Don't Wanna Stop, waar ik bovendien geniet van Wyldes solo. Het daaropvolgende titelnummer is eveneens prima en bevat een onverwacht fel slot. Goe gedaon.
Verrassend is het intro van Lay Your World on Me, alsof er doomwave of grunge gaat volgen. Het past goed bij dit introvertere nummer.

Met The Almighty Dollar en het snelle 11 Silver is het stevig, waarbij de refreinen niet pakken, wat juist Osbournes kracht hoort te zijn. Heavy is het zéker!
Ook in Civilize the Universe gitaargeluiden die je eerder aan postpunk of grunge zou verbinden, denk Killing Joke. Gunt de madman ons een kijkje in zijn hart in ballade Here for You? Goede melodie! Dat is niet het geval op het zware Countdown's Begun, op Trap Door is het gitaarwerk lekker, mede dankzij de pakkende tempowisseling.

Bij dit alles klinkt een geoliede band. Dat laatste was altijd iets waarin de zanger slaagde: goede muzikanten om zich heen verzamelen. Een ietwat saaie 7 is wat ik aan de zwarte regen geef, wat meer blijkt dan menig ander schonk.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Stranglers - Coup de Grace (1998) 3,0

9 oktober 2025, 19:15 uur

Bassist-zanger Jean-Jacques Burnel was door echtscheidingssores weinig betrokken geweest bij de totstandkoming van voorganger Written in Red. Toen hij zich realiseerde dat de twee "nieuwe" leden Paul Roberts en John Ellis daardoor een draai aan The Stranglers hadden gegeven die hem niet beviel, speet dat hem ontzettend. Of zoals hij dat op de bandsite verwoordt: "I then decided that I should write the whole of the next album Coup De Grace which wasn’t necessarily the best idea! I thought ‘I can’t let these fuckers take over this band, they don’t know what they’re doing and the band needs to get back to what it should be, I’ve got to sort this out".
The Stranglers keren op Coupe de Grace inderdaad terug naar hun eigen geluid, waarbij het Burnel zélf is die zich in de wielen rijdt: te veel ballades, wellicht ingegeven door een neerslachtigheid die - niet verwonderlijk - bij zijn echtscheiding opdook.

Er is meer dan persoonlijk leed. In God Is Good klinkt Burnel, die zelf zingt, cynisch als hij God koppelt aan oorlog, ongetwijfeld met de situatie in voormalig Joegoslavië in gedachten. De groep zou er gaan optreden voor Britse troepen. De melodie is monotoon, een sitar klinkt. Hij zingt eveneens de persoonlijke tekst van You Don't Think that What You've Done Is Wrong met een melodie als een vrolijk popliedje uit Liverpool uit midden jaren '60.

Met die twee nummers is de weerbarstigheid van The Stranglers terug en pas op Tonight staat Paul Roberts bij de microfoon; het blijkt een weeïg liedje met een mistroostige tekst over de goede oude tijd. Wél geslaagd is het vlotte Jump Over My Shadow waar Dave Greenfield enkele fraaie toetsenpartijen neerzet, gevolgd door het kalme Miss You, waarin Burnel bezingt dat hij z'n ex toch nog... juist.

Op zich geen onaardig liedje, toch veel liever Coup de Grace (S-O-S) waarin het dna van The Stranglers het duidelijkst klinkt. Logisch met een tekst die de genadeslag bezingt. Dan het zeer ingetogen In the End, het enige nummer van dit album dat ik enkele jaren geleden op een persoonlijke verzamel-cd brandde. Het bevat net als Miss You de nodige pijn en is het beste nummer van dit album als ik in de stemming ben.

Waar ik daarna nog wat gekruider werk verwachtte, zijn No Reason, Known Only unto God (geschreven bij het graf van een anonieme soldaat?) en The Light ook al rustig. De boel gaat als een waxinelichtje uit, Stranglers onwaardig.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Stranglers - Written in Red (1997) 2,5

7 oktober 2025, 16:12 uur

Sinds ik The Stranglers in 1977 ontdekte dankzij de hit No More Heroes, ben ik een bewonderaar van deze (punk)rock/wavegroep, waar nu eens niet de gitaar maar bas en toetsen in combinatie met een eigen schrijfstijl de sfeer bepaalden. Vanaf 1979 ging de bas geleidelijk minder grommen, vanaf '82 werd de schrijfstijl gepolijster en vanaf '86 verloren toetsen eigenzinnigheid.
Met voorganger About Time leken de nieuwe groepsleden Paul en John (ja ja, net als de fab four...) goed ingepast en keerde de vitaliteit terug, ingepast in een Stranglers-van-de-jaren-'90 geluid. Op Written in Red is de start met het uptempo Valley of the Birds dankzij toetsen en zanglijn veelbelovend, daarna echter loopt de boel snel leeg.

De drie volgende nummers op Written in Red zijn nog wel aardig, al herken ik het niet meer als muziek van The Stranglers. Het lijkt wel een hele andere groep. Vanaf track 5 ...Blue Sky wordt de soep wel erg waterig, mede dankzij de inspiratieloze digidrums, om met de slappe cover van Summer in the City van The Lovin' Spoonful compleet door het ijs te zakken. Kleurloze liedjes waarin nauwelijks iets van het Stranglers-dna klinkt. Of het moet het te keurige vibrato van Paul Roberts zijn, inmiddels op zijn derde van de groep te horen. Waar John Ellis op de voorganger nog leuke gitaarlickjes had, is zelfs dat voorbij.

Het werd hun slechtst verkopende album in eigen land ooit. Nu kun je Paul en John de schuld geven, feit is dat oudgedienden Jean-Jacques Burnel, Dave Greenfield en Jet Black zich lieten gebruiken als vertolkers van andermans liedjes. Van hen was het vooral Burnel die voorheen de nodige muziek schreef, wat hier door privéproblemen niet lukte.
Op de site van de band blikte hij in 2014 terug: "Written In Red I think, it had nothing to do with me apart from one or two songs. I’ve got no feelings about it as an album as I was disconnected from it all. I had given up on the band, it wasn’t a band anymore, just John & Paul and a guy with Protools. It was horrible, I had hardly anything to do with it.
It was around that time that John said we should change the name of the band from The Stranglers. I was kind of zombiefied then, I wasn’t interested and I just let things happen for a while as I had my own problems at the time."


Bijna 20 jaar geleden, in 2006, was c-moon best enthousiast. Ik snap dat enigszins: de eerste vier nummers zijn op zich aardig. Tegelijkertijd niet of nauwelijks klinkend als de wurgers, regeert de compositorische bloedarmoede die al vanaf het vijfde nummer doet zuchten. Daar verandert de goede livereputatie van de groep, ook in die dagen, niets aan.

» details   » naar bericht  » reageer  

Biff Byford - School of Hard Knocks (2020) 4,0

6 oktober 2025, 19:49 uur

In mei 1980 blies Biff Byford mij met zijn Saxon omver via Motorcycle Man, dat ik op een zaterdagavond voorbij hoorde komen in een programma met muziek van nieuw verschenen albums. Vele Saxons volgden, hoog- en laagtijdagen, altijd weer interessant.

Toen (eind 2019?) de mededeling kwam dat er een soloalbum van hem aankwam in combinatie met een solotour, kocht ik dan ook een kaartje voor het optreden in 013. Helaas helaas, nog vóór corona zijn tanden volop liet zien, werd de tour gecanceld wegens lage verkopen - al had het één vast met het ander te maken. Ik had gehoopt op enkele persoonlijke verhalen bij deze en andere liedjes: een kijkje in de ziel van Peter "Biff" Byford.

Met de naïeve kunst van de hoes zou je verwachten dat hij op School of Hard Knocks de nodige afstand zou nemen van Saxon. Dat blijkt slechts weinig het geval. Enigszins afwijkend is de akoestische gitaar in Inquisitor en The Pit and the Pendulum, maar spoedig rockt het vertrouwd met metalen aanpak; bovendien wordt ook bij Saxon soms voor deze aanpak gekozen. Maar mooi is het zeker!
Echt afwijkend is het bij folkrocklied Scarborough Fair met een prachtige melodie. Van Wishbone Ash wordt de ballade Throw Down the Sword gecoverd, dat uitgroeit tot een volbloed hardrocklied.
Pure pop mét saxofoon biedt Me and You, een primeur in de wereld van Byford die verder met zijn kompanen (meestal gitarist Fredrik Åkesson van Opeth, bassist Kostas Makrikostas en drummer Christian Lundqvist) hardrock/metal serveert.
Tweemaal deed bassist Nibbs Carter van Saxon mee en gitarist Phil Campbell, ex-Motörhead, assisteert op titellied School of Hard Knocks, waar klassieke hardrock klinkt. Byford bezingt hier de "universiteit van het leven" of eigenlijk zijn persoonlijke ervaringen. Een heerlijk nummer.

Al met al iets avontuurlijker dan het werk dat de laatste jaren bij Saxon is geserveerd. In ieder geval recht uit het hart en ondanks de kleine zijstapjes weet ik het nu zeker: Byford is een volbloed liefhebber van luide rock en metal.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Stranglers - About Time (1995) 4,0

6 oktober 2025, 18:40 uur

De tweede van The Stranglers in vijfmansbezetting met nieuwe leden zanger Paul Roberts en gitarist John Ellis. Op voorganger In the Night klonk het nog alsof de twee moesten wennen aan de oudgedienden en vice versa, maar op About Time klinken de vernieuwde Stranglers als een eenheid. De oude en nieuwe leden zijn naar elkaar toegegroeid en terug is het typische Stranglersgeluid, dat eigenlijk al vanaf Dreamtime (1986) grotendeels was verdwenen.
De muziek is dus weerbarstiger dan op de vorige drie langspelers, wat meteen opvalt bij opener Golden Boy met zijn oneven 9/4 maat. Money is eveneens kruidig, waarna Face wat meer de popkant opgaat.
Sinister begint met een lome beat en een cello met in het refrein een... dameskoortje? Warempel, het wérkt. Little Blue Lies is dan weer uptempo en de zanglijn gaat soms de hoogte in: Roberts is technisch gezien een vaardiger zanger dan zijn illustere voorganger Hugh Cornwell en weet zich hier wél te conformeren aan het typische geluid van The Stranglers.

Still Life is mijn favoriet van het album met een uitgebreid strijkersintro. Dit deed de band nooit en ook al krijg ik bij een deel ervan steeds kerstlied "'Tis the season to be jolly" in het hoofd, het nummer bouwt zich spoedig op tot een meer dan aangenaam midtempo en dreigend ding, mede door de toetsen van Dave Greenfield. Via Paradise Row volgt krachtige pop met dat typische orgeltje op z'n Stranglers'.

In She Gave It All eist Ellis de aandacht op, anders dan op het vorige album passend bij het groepsgeluid. Hij komt met zowel vileine akkoorden als een bijzondere solo, die dankzij diverse capriolen niet gaat vervelen. Melancholie en toetsen domineren in Lies and Deception, Lucky Finger is te (?) pop of is het sterke wave in popjasje? Dankzij slotlied And The Boat Sails By wordt een statig slot aan het album gebreid.

Een groep die in de nieuwe bezetting tijd nodig had om warm te draaien. Een dikke 8 voor About Time dat aangenaam verrast. Zoals de titel suggereert: het werd tijd.

» details   » naar bericht  » reageer  

Saxon - The Eagle Has Landed 40 (2019) 4,5

Alternatieve titel: Live, 4 oktober 2025, 10:28 uur

Het laatste livealbum dat ik tot dusver van Saxon kocht. Verder staan hier in de kast The Eagle Has Landed (1982) en The Eagle Has Landed III (2006). Met deze 3cd The Eagle Has Landed 40 erbij een sterke samenvatting van hun werk waarbij onvermijdelijk enkele nummers dubbel.
Daarmee is bijvoorbeeld hun pasgeleden verschenen livealbum Eagles Over Hellfest voor mij een overbodige aanvulling. Een soortgelijke constatering kwam ik eveneens tegen in het eerste nummer van de NL-editie van Classic Rock.

Op cd 1 opnamen uit de jaren 2007-2011, op 2 2013-2014 en op 3 2015-2018. Ook geografisch een brede aanpak: de concerten vonden plaats op diverse locaties in Europa en de VS, waarbij Eye of the Storm vanuit onze eigen Boerderij.
De routiniers knallen als een Battering Ram, niet geheel toevallig het slotlied van het album. Fijn dat Machine Gun erop staat, op cd 2 brengen de strijkers op de Wackennummers (track 5-11, op MuMe 21-27) extra's bij (over)bekende klassiekers.
Op cd 3 drie gasten: eerst Motörheads Phil Campbell op 747 (Strangers in the Night) en later Fast Eddie Clarke op hun eigen Ace of Spades. Producer en gitarist Andy Sneap komt assisteren bij 20,000 Ft. Bovendien horen we Johan Hegg grunten op Predator, vermoedelijk vanaf meelopende audio.

Het vet klinkende album werd door Jacky Lehmann in Berlijn gemixt en gemasterd.
In het boekje ook de nodige foto's van de oerbezetting met Graham Oliver, Steve Dawson (die momenteel een gevangenisstraf uitzit) en Pete Gill, die dus niet op deze 40-jarige editie zijn te horen. Desalniettemin sympathiek.

Nog één album in het oeuvre van Saxon resteert mij: de soloplaat van zanger Biff. Op naar School of Hard Knocks.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Spiderz - Pressure (1979) 4,5

4 oktober 2025, 07:59 uur

Afgelopen juli was ik voor het werk in Antwerpen en tijdens de middagpauze liep ik onverwacht tegen platenzaak Tune Up aan. Daar kwam ik de derde van The (Flyin') Spiderz tegen, Pressure genaamd, oorspronkelijke persing.
Deze staat niet op mijn streamingkanaal en daarom kan ik van dit sterke album, verschenen ergens in 1979, geen track in mijn afspeellijst met new wave plaatsen. Dat is héél jammer.

The Flyin' Spiderz begonnen als stevige kroegrockgroep, met debuut The Flyin' Spiderz (1977) werd overgeschakeld op punk en al met opvolger Let It Crawl ('78) werd voor een ruimere aanpak gekozen. Die trend zet zich voort op derde album Pressure, reden om de groepsnaam in te korten tot The Spiderz.

Maar liefst elf aangename nummers, opgenomen in de Rockfield Studios in Wales en geproduceerd door Laurie Latham, die dan onder meer Manfred Mann's Earth Band en Ian Dury & The Blockheads op zijn cv heeft staan. De groep is uitgegroeid tot een kwintet: Guus Boers liet de gitaar los en concentreerde zich op zang, gebleven zijn gitarist Koos Cornelissen, bassist John Snep en drummer Henri Hoeymans, nieuw is toetsenist Bart Brouwer.
Frisse new wave is het gevolg dankzij sterke composities, een warme productie en de grotere mogelijkheden die via de klavieren binnenwaaien. Net als op de voorganger zijn er gastbijdragen van saxofonist Appie Baars.

Een pompende start met Do You Feel The Pressure Too? met eigenwijze gitaarlijnen en warme toetsen wordt gevolgd door onderkoelde spraakzang in Not Sensitive en het springerige I Wanna Be Used for Love waar Cornelissens galmende gitaar opvalt, gesteund door een Stranglersachtig orgel.
De voet gaat van het gaspedaal in het midtempo I Want to Believe, als contrast volgt het punkachtige Shake Your Head waar Boers heerlijk lijzig zingt en Cornelissen gruizig soleert. Het orgel in het sferische The Fall sluit kant 1 weer geheel anders af, zoals The Damned het jaar erop ging doen.

Birthday trapt kant 2 vlotjes af en At Night I Call Your Name doet hetzelfde. Let's Stick to Dancing baadt in warmte en een pakkende drumcomputer, spoedig vergezeld door echte drums. Opnieuw valt de productie van Laurie op. Het vlotte Yours Tonight heeft een sterk refrein, pakkende gitaarlijn en gehak op de piano. (She's a) Teaser sluit de boel bijna mystiek af: gothic avant-le-lettre.

De namen van de muzikanten zijn Nederlands en wij kaaskoppen hebben dan vaak een reflex dat het niet goed zou zijn. Onterecht. Sterke nummers die doen denken aan Magazine en de vroege Simple Minds, zoals twee berichten hierboven terecht staat aangegeven. Ook moet ik denken aan Ultravox! toen John Foxx daar nog de scepter zwaaide. De ruimere aanpak zorgt voor variatie en Boers vindt wederom diverse registers en sferen in zijn stem. The Spiderz is een naam die meer bekendheid verdient.
Op het eenzijdig bedrukte inlegvel staan de liedteksten en een groepsfoto. Een album dat per draaibeurt groeit en met koptelefoon valt extra op hoe goed dit album is geproduceerd. Daarom zonder enige twijfel een waardering van 4,5 ster.

Website Written In Music publiceerde in 2014 een helder carrièreartikel over de groep. In 2020 verscheen een heruitgave van het het debuut op vinyl en 31 augustus 2025 stond de groep in Paradiso, Amsterdam op het Nederpunk Festival.
Pressure is een vergeten wavepareltje. Oorspronkelijk verschenen bij WEA hoop ik dat Warner hem spoedig op streaming zet, een heruitgave op vinyl zou even passend zijn. Daarbij moet ik ook op zoek naar de opvolger, Lines of Lust uit 1980.

Tot zover mijn inhaalslag van new wave in de jaren '77-'79, die begon nadat ik single Is Vic There? van het Engelse Department S uit december 1980 besprak.
Mijn reis door new wave vervolgt bij 1981, maar dan moet ik eerst die nummers in chronologische volgorde zetten. De eerste halte is al bekend: single To Cut a Long Story Short, afkomstig van Journeys to Glory van Spandau Ballet.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ozzy Osbourne - Under Cover (2005) 3,5

3 oktober 2025, 19:48 uur

Under Cover verscheen in november 2005, vier jaar na Down to Earth en drie jaar na het begin van tv-serie The Osbournes. Verbaasd en geamuseerd zag ik een chaotisch huishouden inclusief poepende hondjes, een villa met volgepropte kamers en de mompelende madman die zelfs de afstandsbediening niet snapte en zich wankel voortbewoog. Wel had ik meer van de muzikant Ozzy Osbourne willen zien: repetities, tours; dat werk. Maar goed, het ging hier om het familieleven en alhoewel de vader des huizes aanvankelijk tegen was, overreedde manager en echtgenote Sharon hem.
Het leverde hen in financieel opzicht geen windeieren op, plus grote bekendheid buiten de metalwereld. Wel koos (de uit dit huwelijk geboren oudste) dochter Aimee ervoor om buiten de camera's te blijven, waarvoor ik veel begrip had. En dan verschijnt Under Cover, waarbij Osbourne inmiddels zo bekend was dat de voorzijde van de hoes slechts zijn voornaam vermeldt.

Een coveralbum an sich vond ik geen verrassing. Al in augustus 1981 zinspeelde de zanger erop, wat ik had onthouden. Kees Baars vroeg hem in Oor 17: "Wat ben je precies van plan op die tweede elpee?"
Hij antwoordt: "Nou, gewoon, mooie songs met een melodie en niet dat stomme Sabbath-gebeuk. Misschien doe ik wel een compilatie van Beatles-songs".
Hij maakte er dus nooit een geheim van dat hij melodieuzer wilde werken en op Under Cover is duidelijk wat zijn favorieten uit de jaren '60 en '70 zijn/waren. Je komt dichter bij de mens Ozzy, of moet ik juist daarom schrijven: John Osbourne? Het is tevens muziek die eind jaren '70 en begin jaren '80 op Nederlands enige popzender Hilversum 3 klonk als er oudjes werden gedraaid. Muziek van voor mijn tijd waarmee ik alsnog opgroeide.

Stevige nummers worden afgewisseld met ingetogener werk. Van The Beatles komt In My Life langs, van John Lennon solo Woman en het hem op het lijf geschreven Working Class Hero. Ander melodieus, ingetogener werk vormen Go Now van Moody Blues, All the Young Dudes werd geschreven door David Bowie en bekend via Mott The Hoople, For What It's Worth van de hand van Stephen Stills en bekend via Buffalo Springfield en Good Times van Eric Burdon van The Animals.
De stevige nummers bevatten de nodige blues: Rocky Mountain Way van Joe Walsh, Mississippi Queen van Mountain, 21st Century Schizoid Man van King Crimson, het Osbourne goed passende Sunshine of Your Love van Cream, Fire van Arthur Brown en Sympathy for the Devil van de Rolling Stones. Met die laatste twee nummers hint hij naar zijn imago van boosaardige rockster.

Momenteel een gemiddelde MuMe-waardering van 1,87 ster? Ik geef wat ik ook deed bij de coverplaten die Deep Purple en Saxon tijdens de coronalockdowns maakten: een degelijke 3,5 ster.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ozzy Osbourne - Down to Earth (2001) 3,0

2 oktober 2025, 21:23 uur

Oktober 1991. Een nieuw millennium. De toen al metallegende Ozzy Osbourne heeft dankzij het reizende festival Ozzfest een nieuw publiek aangeboord en werkte voor dit eerste studioalbum in zes jaar met nieuwe co-schrijvers, waarbij moeilijk valt na te gaan hoe groot zijn aandeel was.

Afgetrapt wordt met Gets Me Through: een spannend intro en een matig, log nummer, waarna het spannender, vlotte Facing Hell en vooral het gitaargeluid duidelijk maken dat smaken en productietechnieken waren geupdatet naar de standaard van 2001. Ook gitarist Zakk Wylde gaat mee in deze vernieuwing, toetsenist Geoff Nicholls van Black Sabbath schreef eraan mee.

Dan Dreaming, de voor mij onweerstaanbare kerstballade dankzij de clip - waarin de aanwezigen géén wolkjes uitblazen, bewijzend dat die sneeuw hartstikke nep is. Toch denk ik dan terug aan een oudjaars-midweek met familie in een bungalowpark, waarbij de clip op tv kwam en ik invloeden van The Beatles hoorde, Osbournes favoriete groep aller tijden. Medegeschreven door Mick Jones van Foreigner.
De eerste gitaarklanken van No Easy Way Out zijn aangenaam, maar de logheid die volgt kan zelfs niet door bassist Robert Trujillo en drummer Mike Bordin tot een pakkend nummer worden gemaakt, al is de zanglijn best aardig.

En zo vergaat het mij de rest van het album. Regelmatig aangenaam qua zanglijnen en bovendien door goede muzikanten ingespeeld, maar de inspiratie ontbreekt. Schaarse uitzonderingen: het 76 seconden durende en ingetogen You Know... (Part 1) waarin hij spijt betuigt over zijn slechte vaderschap. Kippenvel. En Running Out of Time, ook al een ballade, geschreven met producer Marti Frederiksen (onder meer Aerosmith) plus wederom Jones. Voor het eerst vind ik Osbourne in de (rock)ballades op z'n best en dat noteert iemand die niet veel heeft met dit subgenre.

Met clips, kleding en oogschaduw behoudt de madman zijn duistere imago, wat hier tot een krampachtige poging leidt om heavy, evil en doom te klinken. Een jaar later gaat dit imago dankzij tv-serie The Osbournes in een oogwenk naar de gallemiezen.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Stranglers - In the Night (1992) 3,0

2 oktober 2025, 20:23 uur

De titel een knipoog naar Frank Sinatra: Stranglers in the Night in plaats van 'Strangers'. De wurgers laten na jaren iets van hun tanden zien.
Ze braken in 1977 door met eigenwijze punk, schakelden vanaf '79 (The Raven) over op net zulke eigenwijze new wave die vanaf '81 met La Folie geleidelijk plaatsmaakte voor eigengereide pop. Dat eigene verdween echter: met Dreamtime uit 1986 werd het te zoetgevooisd en opvolger 10 leed aan hetzelfde manco.

Dan verlaat frontman Hugh Cornwell de groep en wordt vervangen door zowel zanger Paul Roberts als gitarist John Ellis. Als de vernieuwde Stranglers in september '92 terugkeren, is grunge de mode, terwijl in hun Engeland house steeds populairder wordt; stijlen die weinig raakvlakken hebben met de groep.
Die kiest voor een popkoers waarin de lenige stem van Roberts goed gedijt en Ellis blijkt een uitstekend en veelzijdig gitarist. Alleen: klinkt dit nog als de Stranglers?

Te weinig. Opener Time to Die bevat na een lang intro slechts gesproken of gefluisterde vocalen, prima liedje, waarna via Sugar Bullets pittige pop klinkt met overbodige conga's. Roberts is een zanger met een behoorlijk bereik, maar zijn vibrato? Hij zingt te mooi voor de groep - alsubegrijptwatikbedoel.
Als composities dan ook te vlak worden, zoals Heaven or Hell, dan... Met Laughing at the Rain denk ik bijna naar Duran Duran te luisteren, net als This Town: alsof die groep een nieuwe zanger heeft. Op zich prima, maar hier niet passend.
Brainbox is pittiger met slidegitaar (!) van Ellis en dankzij de toetsenpartijen van Dave Greenfield in Southern Mountains herken ik voor het eerst iets van hun oorspronkelijke kracht.

Gain Entry to Your Soul bevat verantwoorde pop in de stijl van hun hit Nice in Nice, waarna dankzij Ellis' spel een Amerikaans klinkend Grand Canyon volgt.
Véél liever Wet Afternoon waarin Greenfield voor de tweede maal een hoofdrol opeist dankzij eenvoudige maar doeltreffende synthgeluiden en een pakkende groove. Akoestische slide- en elektrische wahwahgitaar in het swingende Never See, waar Roberts opnieuw te keurig zingt. Melancholie domineert Leave It to the Dogs dat groeit bij vaker draaien.

Gemengde gevoelens van mijn kant, maar in tegenstelling tot de vorige twee albums deze keer wél een voldoende, mede omdat de productie van Mike Kemp aardser is dan die van de vermaledijde twee voorgangers.

» details   » naar bericht  » reageer  

Ozzy Osbourne - Ozzmosis (1995) 3,5

1 oktober 2025, 19:00 uur

Najaar 1995. Een maatje brengt een cassettebandje mee, waarop hij enkele nummers van nieuwe albums heeft opgenomen. Ik herinner me van die tape alleen nog de twee die van Ozzmosis afkomstig waren: eerst Perry Mason met z'n pakkende intro en refrein en dan My Little Man met sitar, beide nummers zeer aangenaam.

Waarschijnlijk was ik niet de enige die verrast was met nieuw studiowerk van Ozzy Osbourne: na voorganger No More Tears had hij immers afscheid genomen met de concertreeks No More Tours, waarvan Live & Loud twee jaar eerder ter herinnering was verschenen. De bezetting met bassist Geezer Butler uit Osbournes jaren bij Black Sabbath, de als superdrummer bekende Deen Castronovo (o.a. ex-Bad English) en toetsenist Rick Wakeman (in 1973 ook op Sabbath Bloody Sabbath) was eveneens een onverwacht cadeautje, net als het feit dat enkele bekende namen meeschreven aan de nummers.

Osbourne keek niet zo positief terug op de opnamen. Eerst moest originele producer Michael Wagener van de platenbazen vertrekken en de navolgende opnamen met Michael Beinhorn omschreef hij in 2002 bij Classic Rock als "mind games".

Hierboven kom ik vaak dezelfde opinie tegen: opener Perry Mason is erg sterk, daarna is het minder omdat de nummers midtempo zijn, wat eentonigheid in de hand werkt. Ik kan er deels in mee. Er zijn vier nummers die de vaart uit het album halen doordat ze te lang log doorgaan: Thunder Underground, Tomorrow, Denial en My Jeckyll Doesn't Hide.
Op de 2002-heruitgave verschenen echter twee bonusnummers uit de fase met producer Wagener, die het niveau omhoog halen: Whole World's Falling Down (geschreven met Jack Blades van Night Ranger en Tommy Shaw van Styx) en ballade Aimee. Met de ongenoemde nummers resteren er acht nummers die wél de toets der kritiek kunnen doorstaan en meestal meer dan dat.
Dat co-componisten Steve Vai (My Little Man), Lemmy (met diens werk voor Osbourne zoals dit See You on the Other Side schijnt deze beter te hebben verdiend dan met menig album van Motörhead) en broodschrijver Jim Vallance (I Just Want You) acte de presence geven, maakt het extra interessant.

In de VS haalde het album meteen bij binnenkomst in november #4, in het VK de maand ervoor "slechts" #22 als hoogste notering. Muziek die het beter doet op de Amerikaanse markt. Van mij een 7,5 als schoolcijfer, uitgedrukt in 3,5 ster.

» details   » naar bericht  » reageer