MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026

Verschwende Deine Jugend (2002) 3,5

Alternatieve titel: Punk und New Wave in Deutschland (1977-83), 30 november 2025, 22:04 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

The Undertones - Positive Touch (1981) 3,5

30 november 2025, 18:59 uur

Geen punkgroep wist zo'n naïviteit in hun muziek te leggen als The Undertones. Al werd reeds vanaf hun tweede album Hypnotised enigszins afgeweken van dat genre en op deze derde Positive Touch zijn de punkveren zo goed uitgevallen. Opener Fascination is nog redelijk stevig, met het lieflijke, dromerige Julie Ocean volgt een kleinood van nog geen twee minuten.
Fraaie melodieën zijn evenzo gebleven, net als die ijle stem van Feargal Sharkey. Plus de korte liedjes: zeven op iedere plaatkant. Met het pianospel van Damian O'Neill en gastmuzikant Paul Carrack moet ik hier en daar warempel aan het popwerk van Madness denken.
Het meest geniet ik naast de opener van Crisis of Mine, het met Hammond opgesierde When Saturday Comes en het vlotte, met soulblazers opgetuigde It's Going to Happen (destijds zo'n liedje voor VARA en KRO, als mijn herinnering klopt) en het wat geheimzinnig klinkende Forever Paradise.
Opvallende nummers die me desondanks minder pakken, zijn er ook: dankzij een slidegitaar klinkt de invloed van blues in His Good Looking Girlfriend en Sharkey zingt apart-ingetogen in Sigh and Explode.

Al met al nét iets minder favorietjes dan op de vorige twee albums, die ik vooral op kant 2 aantref. Daardoor komt mijn waardering op een 7,5, uitgedrukt in 3,5 ster.
It's Going to Happen betrad in april 1981 de Britse hitlijst en haalde in mei #18, in Nederland zowaar één week #49. De singleversie van Julie Ocean - opvallend genoeg tweemaal zo lang als op het album - haalde in het Verenigd Koninkrijk in augustus #41. In 2000 verscheen van Positive Touch de geremasterde cd-versie met bovendien vijf bonustracks.

Het is de laatste dag van november 2025. Ik ben op reis door new wave en bevond me in dat opzicht in april 1981; mijn vorige halte was het debuut van Kim Wilde, waarna ik die maand met The Undertones afsloot.
Alvorens aan de maand mei te beginnen, ga ik in in de laatste maand van het jaar eens denken aan mijn eindejaarslijstje en daarom nog eens luisteren naar muziek die in 2025 verscheen. Verder zijn er albums die ik de voorbije maanden kocht, die om aandacht vragen.
Maar new wave ligt niet stil, er was namelijk bijvangst: ik werd bijvoorbeeld door mijn streamingdienst getipt dat het mij onbekende The Atlantics in 1979 een relevant album uitbracht. Op daarnaartoe.

» details   » naar bericht  » reageer  

Kim Wilde - Kim Wilde (1981) 4,0

26 november 2025, 14:47 uur

Je kunt Kim Wilde afdoen als klapkauwgompop. Het is een term die ik enkele jaren geleden uit de mond van Frits Spits hoorde bij een Nederlandstalig liedje; dit album is, al kan het als gelikt en commercieel worden beleefd, desondanks veel meer dan dat. Sterker nog, anders dan sommigen hierboven staan er voor mij geen fillers op.
De composities kloppen, melodieën blijven hangen, arrangementen zijn lekker (soms veel gitaar, soms veel synthesizers), zijstapjes qua invloeden (reggae in Everything We Know, rock in Young Heroes, ska in 2-6-5-8-0) en altijd weer die nasale en toch charmante stem van mevrouw Wilde.

Ze klonk in het voorjaar van 1981 vaak op de Nederlandse radio. In diezelfde periode dook ik in de historie van Status Quo. Daar ontdekte ik dat op hun debuut drie liedjes stonden, medegeschreven door Kims vader Marty Wilde, waarvan Ice in the Sun een hit was geweest. Voor dit Kim Wilde schreef hij alle liedjes samen met Kims broer Ricky.
Kids in America betrad eind april '81 de Nederlandse Nationale Hitparade, in juni piekend op #8, Chequered Love kwam in juli op #2. Het eerste nummer was en bleef mijn favoriet, albumtrack You'll Never Be So Wrong is met z'n weemoed en toetsendeken mijn andere, dankzij de melodie en het arrangement met ohooo-koortje.

Andere feitjes die ik recent opduikelde: mij onbekend was dat Wildes officiële achternaam Smith is, dat Kids in America in haar eigen Verenigd Koninkrijk al in maart #2 haalde, Chequered Love kwam daar in mei tot #4 en er was een derde hit van dit album met albumopener Water on Glass, in augustus #11. In 2020 verscheen er een uitgebreide heruitgave van Kim Wilde op 2cd+dvd, zie hier op Discogs.

Ik ben op reis door new wave, momenteel in april 1981 en kwam van de derde van het Noord-Ierse punkgezelschap Stiff Little Fingers. Omdat ik single Treason en album Kilimanjaro van The Teardrop Explodes al besprak, keer ik terug naar Noord-Ierland, deze keer voor The Undertones en hun album Positive Touch.

» details   » naar bericht  » reageer  

Stiff Little Fingers - Go for It (1981) 3,5

24 november 2025, 20:12 uur

1981. De derde elpee van Stiff Little Fingers uit Belfast leverde twee singlehits op: Just Fade Away haalde vanaf eind maart twee weken #47 en Silver Lining in juni #68. Anders dan menig andere punkgroep was hun hitgevoeligheid daarmee nog niet opgedroogd. Album Go For It haalde eind april #14.

De Noord-Ieren mengen nogal eens reggae door hun punk, The Only One bijvoorbeeld. De traditionele cover ontbreekt evenmin en ook die komt uit die muzikale hoek: Roots, Radicals, Rockers and Reggae is oorspronkelijk van Jamaicaan Bunny O'Riley / Wailer. Oorspronkelijk Roots, Radics, Rockers & Reggae genaamd herkende hij het wellicht niet in het jasje van Stiff Little Fingers.
Opvallend is het instrumentale titellied, dat klinkt als een soundtrack bij de fraai vormgegeven hoes en al als derde track opduikt. In 2004 verscheen het album in cd-editie met bonussen, waarbij ook een interview met zanger/gitarist Jake Burns, die over dit nummer vertelt dat het eerst als een 'filler' aanvoelde. Jaren later werd dit Go For It echter steeds meer gebruikt op tv, zoals bij Sky Sports. Het groeide daarmee alsnog uit tot een volwaardig nummer. Terecht, de gitaren zingen als later bij Big Country.

Ook tweede single Silver Lining valt op: het is lichter met blazers en een piano. Voor het overige oprecht scheurende punk, stevig en melodieus, plus soms dat vleugje reggae - Mr. Coal Man is een ander voorbeeld daarvan.
Het stevige Piccadilly Circus gaat over een bekende van Burns. De man vertrok van het onveilige Belfast, waar de troubles nog altijd voortwoedden met (bom)aanslagen en vuurwapengeweld, voor zaken naar Londen. Uitgerekend daar werd hij ook hij slachtoffer van geweld, toen hij op het bekende plein zomaar in de rug werd gestoken.

Enfin, Burns heeft weer het nodige interessants te vertellen, waarmee de muziek van Go For It extra goed landt. Het is nergens spectaculair, wél aangenaam. Soms moet ik denken aan een stevige versie van The Alarm, de groep uit Wales die twee jaar later indruk op mij zou maken.

Mijn reis door new wave vervolgt. Ik kwam van een non-albumsingle van U.K. Subs en omdat ik de hit The Magnificent Seven van Sandinista! van The Clash al besprak, zit ik opeens in heel andere sferen: de popwave van Kim Wilde.

» details   » naar bericht  » reageer  

U.K. Subs - The Punk Singles Collection 1978-1982 (1991) 4,0

24 november 2025, 18:31 uur

Ska en punk, ze floreerden samen in 1981 en soms leenden die punks wat van ska en reggae. Mijn vorige halte in newwaveland was bij The Beat en Wha'ppen? en daarvandaan kom ik bij een single die in april 1981 gelijktijdig met één van The Beat de Britse hitlijst betrad. Ik heb het over U.K. Subs en Keep On Running (Til You Burn). Dat nummer stond niet op een elpee van de groep.
Het valt om twee redenen op: ten eerste klinkt hier niet punk maar een fijn powerpopliedje - of is het punkpop? Een soort The Knack of Romantics maar dan een tikkie steviger. Ten tweede zien we de heren op de hoes rococo overhemden dragen, die zomaar van Adam and The Ants hadden kunnen zijn geleend. Ja, de mode was aan het veranderen, de new romantics groeiden in populariteit en de woeste punks van U.K. Subs bleken hier niet ongevoelig voor.

De U.K. Subs wijken af van vorig werk en doen dat niet onverdienstelijk. Er zijn inmiddels diverse verzamelaars van de groep waarop het nummer is te vinden, zoals dit The Punk Singles Collection 1978-1982. Daarop staan meer opvallende zaken, zoals She's Not There van The Zombies / Rod Argent, oorspronkelijk uit 1965 maar ik leerde het nummer in 1978 kennen via Santana.
Of het instrumentale Sabre Dance, oorspronkelijk uit 1942 van componist Aram Khachaturian. Bij de Subs een single in 1988 - en dus kan de albumtitel niet kloppen. Ik kwam het liedje eerder tegen bij Dave Edmunds toen hij het in 1968 met de groep Love Sculpture opnam. Of Hey! Santa dat de groep in 1987 uitbracht. Een lekker stevig kerstliedje.

Hoe dan ook, deze en andere verzamelaars van de groep bevatten opvallende zijweggetjes en Keep on Running is daar een serieuzere variant van. Met leuke videoclip. De vier waren ook bij Top of the Pops, want de single kwam tot #41. Geproduceerd door Peter Collins, die in die periode ook namen als Matchbox, Tygers of Pan Tang, Tracy Ullman en later Nik Kershaw en Gary Moore deed.

Op naar Noord-Ierse punk plus soms reggae bij Stiff Little Fingers en Go for It .

» details   » naar bericht  » reageer  

The Beat - Wha'ppen? (1981) 4,0

24 november 2025, 06:27 uur

Op reis door new wave bevind ik me in april 1981. Nadat The Beat in december 1980 de Britse hitlijst betrad met non-albumsingle Too Nice to Talk to (in januari '81 twee weken #7), volgde in april hun zesde singlehit. Drowning kwam in april bescheiden tot #22, waarna Doors of Your Heart in juni-juli drie weken #33 haalde en non-albumsingle Hit It in december tot #70 komt. De hits werden dus geleidelijk kleiner, het album haalde desondanks in het Verenigd Koninkrijk net als de voorganger #3 (mei) en stond achttien weken, tot en met september, in de albumlijst.

The Beat had dus nog altijd een sterke achterban, waarbij de nummers vaker wat langzamer van tempo zijn en er Afrikaanse invloeden in de muziek binnensijpelen. Het duidelijkst is dat te horen op French Toast (Soleil Trop Chaud) in het gitaarspel, maar ook elders duikt dat hier en daar op. Aan de berichten hierboven valt te zien dat menigeen hier minder mee uit de voeten kan, toch vind ik deze niet minder dan het debuut.
Een iets lomere sfeer voor het geheel, met de tweede plaatkant als favoriete. Zoals de reggae van Dream Home in NZ die kant 2 aftrapt, het midtempo Walk Away en de vlotte ska van afsluiter Get-a-Job. Afwisseling genoeg.
Op Discogs zie ik dat de Britse persing een ansichtkaart bevatte, leuke gadget! Of die ook bij de Nederlandse persing zat, vermeldt de site niet.
In 1999 verscheen deze cd-editie met gewijzigde hoes, waarop Too Nice to Talk to als opener is toegevoegd. In 2012 was daar deze 2cd+dvd waarop onder meer Hit It en een sessie bij BBC-dj John Peel als bonussen staan.

Ik blijf nog even in april 1981; gelijktijdig met Drowning betreedt een single van U.K. Subs de singlelijst: op naar Keep on Running, later te vinden op diverse compilaties van de groep, zoals The Punk Singles Collection 1978-1982.

» details   » naar bericht  » reageer  

Cockney Rejects - Greatest Hits Vol.3 (1981) 3,5

Alternatieve titel: Live & Loud!, 22 november 2025, 16:21 uur

Opgenomen in de vermaarde Abbey Road Studios, geproduceerd door George Martin met Paul McCartney en George Harrison, is dit een lekker luid punkplaatje van het Londense Cockney Rejects. Na studioalbums Greatest Hits Vol. 1 en Vol. II volgde dit deel 3, lekker Live & Loud !
Geen flauw idee of het publiek dat je hoort echt is of er later is bijgemixt, maar live klinkt dit zeker. Zanger Stinky Turner ramt zich vol bravoure met zijn kenmerkende, monotone roeplijnen door de set heen, waarbij je een helder beeld krijgt van wat eerste generatie Engelse punk inhield. Daarbij de kanttekening dat dit geen groep was met grote anarchistische idealen, dit waren schoffies uit East End die het loud wensten.

Mijn favorieten zijn opener The Rocker en cover Motörhead van... juist. Leuk om die in een punkjasje te horen, klinkt toch weer anders dan bij Kilmister, Clarke en Taylor.
Was punk dood, zoals je - al sinds Johnny Rotten de Sex Pistols verliet - kon lezen? Echt niet. Maar hitsingles scoorde de groep niet meer en dit Vol. 3 was hun laatste elpee die de Britse albumlijst zou halen: #27 in april 1981. Nog datzelfde jaar verscheen opvolger The Power and the Glory.

Mijn reis door new wave bevindt zich momenteel in april 1981. Ik kwam van de sombere postpunk van Modern English en album Mesh & Lace en vervolg bij de ska van The Beat en de elpee Wha'ppen?

PS Dat van de producers was natuurlijk volkómen gelogen. Ashley Goodall zat bij de knoppen. De Cockney Rejects in Abbey Road, het is een leuke combinatie. Dat het daar ook rauw kon, bewijst deze plaat.

» details   » naar bericht  » reageer  

Modern English - Mesh & Lace (1981) 4,0

20 november 2025, 21:54 uur

New wave mag een containerbegrip zijn (gelukkig, ik hou van afwisseling!), dat geldt in mindere mate ook voor de tegenwoordig gangbare term postpunk. Die wordt gehanteerd voor mijn vorige halte bij Scars en evenzo voor Modern English en hun debuutelpee Mesh & Lace. Toch klinken de twee heel anders.

Wie vindt dat Joy Division te weinig muziek heeft uitgebracht zal wellicht vrolijk worden van deze Modern English uit april 1981. Ik kwam de groep bij mijn reis door het land van new wave eerder tegen met non-album single Gathering Dust, te vinden op verzamelaar Life in the Gladhouse en op de latere cd-editie (1992) van Mesh & Lace is het de opener. Maar eigenlijk begint het album met de onheilspellende klanken van 16 Days, waarna de drums gaan rollen, net als op volgende nummer Just a Thought. Uptempo doomwave, ik vind het héérlijk!

Slechts twee jaar eerder begon de groep in Colchester, Essex met het drietal van zanger Robbie Grey, gitarist Gary McDowell en bassist Michael Conroy. De twee laatsten doen bovendien de nodige achtergrondzang, waardoor het nogal eens tweestemmig wordt. Later voegen toetsenist Steven Walker en drummer Richard Brown zich bij de groep, die dan onder de naam Modern English vervolgt.
Van die laatste ben ik vooral onder de indruk: hij teistert zijn toms en bekkens, mept de boel zo goed als dicht - hou ik van! Hij doet het ook in Move in Light en pas met Grief dient zich het eerste langzamere nummer aan. De stem van Grey is lang niet zo diep als die van zijn illustere en dan inmiddels overleden collega bij Joy Division, maar gitaargeluiden en baslijnen maken de sfeer en de toetsen onderstrepen die, zoals bij de verwijtende zin "Why did you do this to me?".

Net als kant 1 komt kant 2 langzaam op gang, deze keer met The Token Man. A Viable Commercial herhaalt dat kunstje. Ja, die Richard Brown is weliswaar geen grote naam in de muziek geworden, ik word keer op keer vrolijk van zijn energieke spel; in de auto dringt zich de neiging op om het gaspedaal dieper in te trappen.
Black Houses is wat simpel van opzet, vast een ouder nummer, slotlied Dance of Devotion (A Love Song) is vreemd genoeg om mijn collega, die vanmiddag mijn werkruimte kwam binnenstappen, verbaasd te doen opkijken: een a-typisch slot met vervormde stemmen en piepende gitaar.

De groep werd in het Verenigd Koninkrijk geen grote naam, terwijl hun label 4AD toch muziek uitbracht die uitermate geschikt leek voor het regenachtige land met z'n grote jeugdwerkeloosheid. In de Verenigde Staten ontstond echter een eigen aanhang.
Die ontwikkeling hoop ik later te beschrijven, want eerst is er veel te schrijven over de new wave van 1981. In april dat jaar verscheen véél werk in die stroming en aangezien ik de benaming ruim hanteer, rijdt de trein nu naar de punks van Cockney Rejects en Greatest Hits Vol.3: Live & Loud!

» details   » naar bericht  » reageer  

Scars - Author! Author! (1981) 4,0

19 november 2025, 16:29 uur

Niet te verwarren met die andere groep Scars met gitarist Gary Moore, is dit Schotse gitaarwave uit Edinburgh. frolunda noemde het drie jaar eerder een klassieker. Ik ben er nog niet uit of ik het die waarde moet toekennen, maar positief valt het zeker op, waarbij het verbazingwekkend is dat men met deze kwaliteit niet meer heeft kunnen opnemen. Author! Author! is namelijk meer dan veelbelovend, zoals BBC radio-dj John Peel al vroeg bevroedde.

Die opvallendheid zit 'm in de aanpak van gitarist Paul Research en zanger Robert King. De eerste tovert een gevarieerd palet aan geluiden tevoorschijn, de tweede heeft een aangename, licht-hese stem. Gezamenlijk zorgen ze ervoor dat er - geholpen door de composities en de strakke basis van bassist John Mackie en drummer Steve McLaughlin - een geluid klinkt dat pas later enigszins bij The Smiths zou klinken en meer nog denk ik aan indiegroepen of de huidige postpunkgeneratie. Hun tijd vooruit.
Soms laat Research zijn gitaar huilen als John McGeoch bij Magazine en Siouxsie deed, getuige The Lady In The Car With Glasses On And A Gun! en in Attention Please weent deze traag op een 6/8-maat. Alsof het album niet uit april 1981 maar uit 2025 stamt. We noemen het tegenwoordig postpunk, waarbinnen Scars een unieke plek inneemt.

Vermoedelijk zijn er grote verschillen tussen de liefhebbers over wat de beste nummers zijn. Mijn voorkeur gaat uit naar het uptempo werk: op kant 1 Fear of the Dark en David, de laatste ook omdat McLaughlin daar zo lekker zijn toms laat rollen. Het langzamere Obsessions bevalt mij het beste als het tegen het einde versnelt.

De eerste berichten hier op MuMe bij Author! Author! gaan over de moeilijke verkrijgbaarheid van het album. Het staat weliswaar nog steeds niet op mijn streamingplatform, maar wél op YouTube en sinds 2020 is er de 3cd-uitgave van Cherry Red.

Tijdens mijn reis door new wave bevind ik me momenteel in april 1981, Komende van Public Image Ltd. en Flowers of Romance vervolg ik bij het elpeedebuut van Modern English, Mesh & Lace getiteld.

» details   » naar bericht  » reageer  

Public Image Ltd. - Flowers of Romance (1981) 2,5

18 november 2025, 21:50 uur

Alsof een audio-expeditie naar de binnenlanden van Londen is getrokken om aldaar tribale muziek vast te leggen. Een plaat in die stijl, opgenomen omdat de bassist was vertrokken. Een vriend van me legde me destijds uit hoe het zat met Jah Wobble: "Die man is zó geniaal dat hij onvervangbaar is. Daarom krijgt hij bij PiL géén opvolger!"
Hij voegde eraan toe dat de bassist inmiddels onder meer samen met Holger Czukay op diens On the Way to the Peak of Normal werkte, waar hij een groot liefhebber van was. En dat terwijl Michael Schenker zijn favoriete artiest was; zijn smaak was volop in beweging.

Nou wordt Wobble wel een beetje vervangen. Op Under the House en Go Back bast Keith Levene, de gitarist die ook aan de wieg van The Clash stond. Maar een aparte plaat is The Flowers of Romance zeker.
We grapten dat de muziek weghad van de tune van KRO's Brandpunt. Als concept vond ik deze romantische bloemenplaat aardig, maar een hele plaat lang? De snerpende stem van John Lydon is fijn, maar ik hoor hem te weinig zingen; de drums van Martin Atkins en de percussie van Lydon staan centraal.
De groove van opener Four Enclosed Walls mag er zijn maar het nummer duurde me te lang. Het titellied nestelde zich echter als oorwurm in mijn brein en van de rollende drumrolls van Under the House hield ik als rechtgeaard hardrocker wel. Herkenbaar is daarbij wat Bert van de Kamp in Oor schreef: "Ik bedoel: Lydon's gezonde gevoel voor humor komt hier niet uit de verf." Het is inderdaad wel erg serieus en kunstzinnig, als u begrijpt wat ik bedoel.

1981 was een jaar dat meer experimenteel werk verscheen, zoals ik recentelijk tijdens mijn reis door new wave ontdekte. Zoals op mijn vorige halte The Birthday Party en Prayers on Fire, één van de albums waarvan ik een nummer op mijn afspeellijsten met 'New wave & co' zette.
Door naar iets heel anders, een album uit diezelfde aprilmaand dat niet op mijn streamingplatform staat en dus (nog?) niet op mijn afspeellijsten voorkomt: het Schotse Scars en Author! Author!

» details   » naar bericht  » reageer  

The Birthday Party - Prayers on Fire (1981) 3,0

18 november 2025, 21:11 uur

Officieel gezien de eerste echte van The Birthday Party, nadat de groep op de voorganger nog onder de naam The Boys Next Door opereerde, maar die slim The Birthday Party doopte. De opvolger heet Prayers on Fire - toen al religieuze verwijzingen in het werk van Nick Cave - en in vuur staat de muziek zeker.

Inmiddels vanuit Londen opererend brachten ze in april 1981 een bonte verzameling stevige liedjes uit. Soms postpunk, soms postblues, soms postrockabilly en zo zijn er meer stickertjes op te plakken. Tegelijkertijd dekken die nooit de lading: je moet het horen om te begrijpen hoe deze eigenwijze Australiërs hun Londense omgeving absorbeerden.
Energiek, waarbij opvalt dat Cave zingt als een acteur: hij gebruikt zijn stembanden steeds anders, passend bij de sfeer van het specifieke nummer, zoals een acteur zijn emoties en mimiek aanpast aan een scène. Vergelijk de eerste twee nummers bijvoorbeeld eens met het kermisachtige Capers.

Destijds was dit muziek die op de Nederlandse radio in de avond bij de VPRO klonk; net als later dat jaar bij de muziek van The Gun Club, waar een soortgelijke aanpak werd gekozen, is het alsof muziekgenres zijn gedemonteerd en vervolgens op een alternatieve, soms bijna chaotische wijze weer in elkaar zijn gezet.
Verder valt op dat de hoes niet vermeldt wie er deel uitmaakten van The Birthday Party en dat ze af en toe gebruik maken van blazers. Het is op de nummers waar de echo's van blues klinken, dat ik moet denken aan het werk van Captain Beefheart, die enigszins vergelijkbaar muziek ontleedde en vervolgens op eigen wijze weer in elkaar zette.

The Birthday Party was dus in ontwikkeling en alleen daarom al proef je dat dit voor de new wave een spannende tijd was. Mijn reis door die stroming kwam vanaf Gruppo Sportivo en vervolgt bij een ander eigenwijs Londens muziekgezelschap, dat hun album vier dagen na de Australiërs uitbracht: Public Image Ltd. en Flowers of Romance.

» details   » naar bericht  » reageer  

Gruppo Sportivo - Pop! Goes the Brain (1981) 3,5

17 november 2025, 18:20 uur

Op reis door new wave gaat het soms langs uitersten. Vorige haltes waren de twee ernstige industrialalbums van Dome uit 1980, gevolgd door sombere dansmuziek op To Each... van A Certain Ratio uit april 1981. Ik blijf in die maand met de comebackplaat van Gruppo Sportivo, Pop! Goes the Brain, eveneens op 1 april verschenen. Hier echter is de sfeer juist luchtig en opgewekt.

Gruppo Sportivo maakte indruk in de jaren 1977-'79 waarbij meerdere malen de Nederlandse hitlijsten werd gehaald en ook over de grenzen was belangstelling. Dan stopt de groep plotseling en vervolgt als The Buddy Odor Stop, om in '81 terug te keren met Pop! Goes the Brain, geproduceerd door Robert Jan Stips.
Alhoewel maar liefst vijf singles worden uitgebracht (My Old Cortina en Up To Date in 1980, Holland Now (fraaie hoes!), Rhythmisaconstantbeat en Very Nice in '81) wil een hitparadenotering niet lukken. Was dat omdat de dameskoortjes ontbraken? Of was de mode simpelweg veranderd en was het singlekopende publiek (doorgaans de jongere tiener) inmiddels van andere namen gecharmeerd?
Desondanks was Gruppo Sportivo een vaste waarde in het clubcircuit en Pop! Goes the Brain verscheen in september '81 bovendien via Ariola, Avon en Attic in Europese landen als Duitsland, Italië, Frankrijk en Spanje en ook in Canada werd de plaat geperst.

Vrolijke gitaarliedjes die soms, zoals Dibbel eveneens beleefde, het ene oor in en het andere uitgaan. Tegelijkertijd is er geen muzikaal dieptepunt te vinden op deze elpee vol muzikaal snoepgoed. Frisse rock 'n' roll en steeds die herkenbare, lichte stem van frontman Hans van den Burg.
Rhythmisaconstantbeat is een apart gearrangeerd liedje en menig tekst doet de teksten krullen: in UFO blijkt een alien dagelijks met Hans te praten, de met extra toetsen versierde My Old Cortina is een ode aan het Fordmodel. In Holland Now moet het Verenigd Koninkrijk het in vergelijking met Nederland dík afleggen, ondanks dat wij de "Stars on 45" hadden; een sax (Ruud Brink) zorgt voor extra sjeu. Allemaal potentiële hits.
Bovendien een speciale vermelding voor Christina, een fraai liefdesliedje met staccato groove die tegen ska aanleunt plus lekkere gitaar- en toetsenlijnen. Dat in I'm a Lucky Guy "Starsky & Hutch" rijmt op "too much" verhoogt het pretgehalte.

Twaalf liedjes, zes per plaatkant: aangenaam album. Op streaming staan twee nummers die niet op het originele vinyl staan: My Favourite Song en No Shampoo (Also Very Nice) waar popreggae klinkt.

Ik blijf in april 1981: volgende station is Prayers on Fire van The Birthday Party.

» details   » naar bericht  » reageer  

A Certain Ratio - To Each... (1981) 3,0

17 november 2025, 16:47 uur

Van de fabriekshal waar ik album 2 van Dome beleefde, loop ik een volgende in. Het is er bijna net zo donker maar hier klinken andere ingrediënten, die op papier onmogelijk samen kunnen gaan. Op papier.
We blijken ons in april 1981 te bevinden. Ik hoor een deel funk, een deel zang op de wijze van Ian Curtis, veel ruimte voor de basgitaar met daarop een flangereffect, blazers die achterin de hal hun ijle geluiden brengen waarvan de echo's langs de kale wanden klinken, plus soms luide Latin percussie.
De muziek is ontoegankelijker dan die van debuut The Graveyard and the Ballroom. Er kan volop gedanst worden met Back to the Start en Winter Song als sterkste voorbeelden daarvan, eenmaal slaat de balans uit naar postpunk, te weten in Choir. Toch wil het niet vrolijk worden. Beklemmende, avant-gardistische postpunkfunk.

Muziek voor de liefhebbers, met mijn voorliefde voor gitaren en synthesizers minder van mijn gading. Desalniettemin knap hoe schijnbaar onmogelijk te combineren elementen wel degelijk samengaan.

Volgende halte op reis door de new wave van 1981 is van het Nederlandse Gruppo Sportivo en Pop! Goes the Brain.

» details   » naar bericht  » reageer  

Dome - Dome 2 (1980)

17 november 2025, 16:29 uur

Nadat Bruce Gilbert en Graham Lewis, ex-leden van postpunkgroep Wire, in juli 1980 onder de naam Dome avant-garde/industrial maakte op een titelloos debuut, volgde al drie maanden later opvolger 2.

Alsof je een donkere fabriekshal binnenloopt, die nu wordt gebruikt voor kunstzinnige experimenten. Het is er bovendien koud en ondanks mijn dikke winterjas word ik niet warm. Het zit 'm in de kilte van de muziek, al valt het met de instrumentale opener The Red Tent I dankzij een synthesizer nog wel mee; het lijkt wel de soundtrack bij een thriller. Monotone zang in The Red Tent II, op een eenvoudige drumcomputer, brommende dronegeluiden, plus vervormde gitaar en bas.
Op Long Lost Life klinkt zowaar iets als een herkenbare gitaar. Gedurende 196 seconden wordt een stijgend akkoordenschema van drie akkoorden herhaald, gecombineerd met spraakzang.
In Breathsteps ondefinieerbare, kille industriële geluiden, Reading Prof. B doet iets dergelijks met een hoofdrol voor een lome basgitaar. Kant 2 behoudt die sfeer dankzij Ritual View, Twist Up en soundscape Keep It. Net als bij de voorganger onthoud ik mij van een stem: ik heb het koud en verlang naar warmte.

Dan is daar de volgende fabriekshal, eveneens verduisterd. Die van april 1981, waar mijn muzikale reis mij vanuit post-new wave brengt bij A Certain Ratio en album To Each....

» details   » naar bericht  » reageer  

Dome - Dome (1980)

16 november 2025, 22:37 uur

Maatje JeKo en de negen MuMensen die stemden op dit album zijn het met mij oneens. Ik heb het de eerste trouwens niet gevraagd, maar binnenkort leest hij dit en hopelijk wil hij dan dit album beluisteren. Dan krijg ik ongetwijfeld te horen dat hij dit wél een fijn album vindt. Net als de negen die dit minimaal drie sterren gaven.

De twee leden van Dome zijn gitarist Bruce Gilbert en bassist Graham Lewis, beiden voorheen actief in Wire. Op hun eerste album maakte Wire (ook voor punk) tegendraadse punk, op de twee daarna volgde meer experiment. Dan gaat de groep voorlopig kopje onder. Twee leden gingen verder bij het soloproject van frontman Colin Newman dat véél toegankelijker is dan de audiovondsten van Dome.
Het titelloze debuut verscheen in juli 1980 in eigen beheer en omdat ik afspeellijsten maak met new wave, is een album van twee ex-Wirers zeker interessant. Maar vergeef me dat ik dit buiten het wavekader plaats. Het draait om experimenten met geluid, al bevat het tweede deel van Rolling upon My Day nog de resten van een traditionele compositie. Net als daarna Say Again, dat (deels?) achterstevoren opgenomen lijkt.

Verder zaken als vervormde stemmen en vervormde geluiden. Ampnoise bijvoorbeeld, waarvan de titel spijker-op-de-kop is. Gastzangeres Angel Conway zingt op Cruel When Complete, waar abstractie domineert. Ik ken dit soort fenomenen van bijvoorbeeld een groep als Throbbing Gristle, ook geen lichte kost.
In mijn afspeellijsten met new wave en aanverwanten dissoneert het enorm. Dit is vér voorbij die stroming. Industrial waar de traditionele liedstructuren zijn losgelaten, waar herkenbare melodieën er niet of nauwelijks toe doen, waar experiment en vernieuwing en individuele creativiteit belangrijk zijn.

Tja, wat vind ik hiervan? Respect voor de durf heb ik zeker, maar kan ik er wat mee? Het is een retorische vraag, met als antwoord een volmondig 'nee'. Met de tien eerder genoemde mensen als bewijs dat ik er in tegenstelling tot hen echt niks van begrijp. Net als vroeger wiskunde op school. Laat mijn vertwijfeling een aanbeveling zijn voor hen die van abstracte muziek houden.
Uhm, dan rest mij niets anders dan mij deemoedig van een sterrenwaardering te onthouden en vervolgens toch opvolger Dome 2 te proberen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Colin Newman - A-Z (1980)

16 november 2025, 17:50 uur

Op reis door new wave vergeet ik weleens een album. Zo ontdekte ik, inmiddels in maart 1981 bij een verlate hit van Ultravox, dat ik de heren van Wire uit het oor was verloren. Hoe komt dat?
Wel, na drie albums viel Wire uit elkaar en de naam verdwijnt tot de terugkeer in 1987 van de releaseradar. Het meest toegankelijke werk op hun voorlopige zwanenzang 154 was afkomstig van frontman Colin Newman en juist die liedjes bevielen mij het best. Ze liggen in de sfeer van Buzzcocks en Magazine en tegelijkertijd zijn ze onmiskenbaar Wire.

Newman vervolgde met dit A-Z, in oktober 1980 uitgebracht, waarvan veel materiaal was bedoeld voor de vierde Wire. Omdat het nu 100% Newman is, verdwijnt iets - lang niet alles! - van het weerbarstige van diens vorige albums; de muziek destijds door Oor als "sfeertekeningen" benoemd. Meegekomen uit Wire is drummer Robert Gotobed (echte achternaam Grey) en ook producer en toetsenist Mike Thorne is wederom aan boord.

Vaak is het uptempo met de wat snijdende stem van Newman. Op Image echter overheerst een sferische aanpak met gefluisterde stem. Het groeit in een kleine vier minuten uit naar een modern-klassieke aanpak, pakkumbeet á la Schopenhauer, om rustiek te worden weggedraaid. Het contrast met het daarop volgende Life on Deck met zijn bijna-punkzang is groot en werkt goed.

Met Troisième dat kant 2 opent is daar het volgende contrast: zwaar, donkere synths en dito zang en de monotone baslijn en kopstem van S-S-S-Star Eyes zijn evenmin bedoeld voor de hitlijsten.
Seconds to Last biedt zeven minuten soms dromerige, soms onheilspellende muziek, enigszins in de sferen van albums uit diezelfde tijd: Seventeen Seconds en Faith van The Cure.
Pas bij Inventory is het weer uptempo, wat ook geldt voor But No waar Newmans stem weer de hoogte inschiet en diens gitaarspel en dat van Desmond Simmons unheimisch aanvoelen. Op slotlied B klinken digitale drums, in dat opzicht een buitenbeentje op de plaat. Hebben overige geluiden gediend als inspiratie voor The Cure ten tijde van EP The Walk in 1983?
Een gevarieerde aanpak van toegankelijk en minder makkelijk werk. Mijn voorkeur ligt bij de eerste categorie, de kortere nummers, waarvan & Jury op mijn afspeellijst met 'New wave & co' belandde. In 2016 verscheen een cd-editie met de nodige bonussen, zie hier.

Dan heb ik bovendien twee andere ex-Wires in het vizier: die van Dome, het duo met Bruce Gilbert en Graham Lewis. In 1980 brachten ze maar liefst twee albums uit. Mijn reis door wave vervolgt dus bij hun debuut Dome, dat in vergelijking met A-Z obscuur is gebleven.

» details   » naar bericht  » reageer  

Steve Morse Band - Triangulation (2025) 3,5

15 november 2025, 18:26 uur

Steve Morse verliet Deep Purple om zich te wijden aan zijn vrouw, die ziek was geworden. Ze is inmiddels helaas overleden en het laat zich raden wat deze weduwnaar dan doet: naar zijn gitaar grijpen en nieuwe muziek schrijven. Het resultaat werd Triangulation.

Hij haalde daarvoor de Steve Morse Band van stal, oftewel bassist Dave LaRue en drummer Van Romaine, die ook op diens werk speelden dat niet met 'Band' staat genoteerd. De drie kennen elkaar dus van haver tot gort, met als nadeel dat het resultaat weliswaar knap maar niet verrassend is. Fans van de gitarist zijn desondanks verzekerd van speltechnisch hoogwaardige, instrumentale muziek, waar tussen rock en fusion wordt gelaveerd. LaRue krijgt hier en daar gelegenheid om te laten horen dat ook hij kan soleren, waarbij het de kant van fusion opvalt.

De routiniers zorgen ervoor dat variatie is verzekerd, mede door de gastbijdragen van collega-gitaristen Eric Johnson op TexUS (ja, Morse blijft van de woordspelingen), John Petrucci van Dream Theater op het titellied en bassist Scott Sim op March of the Nomads.
Mijn favorieten zijn The Unexpected door zijn zwevende groove en het ingetogen slotlied; Taken by an Angel werd opgenomen met zoon Kevin en is opgedragen aan hun echtgenote en moeder.

Te vinden op onder meer Bandcamp. Op YouTube vond ik bij Boomerocity een interview met Morse van ruim een half uur. Aanbevolen, de man is open en persoonlijk over hetgeen hem overkwam en hoe hij daarmee omging. Ook praktische zaken als de hoge kosten van touren, concertkaarten en meer komen langs én de gevolgen van artritis, waardoor hij zijn techniek noodgedwongen moet veranderen. Met een boodschap van de interviewer over Triangulation: 'Buy it, don't stream it!'

» details   » naar bericht  » reageer  

Robin Lane & The Chartbusters - Imitation Life (1981) 3,5

15 november 2025, 17:28 uur

...kleine aanvulling: in 1984 bracht Robin Lane solo de EP Heart Connection uit; in 1986 tourde ze en stond daarbij op het Flevo Festival, in 2002 verscheen van de groep Piece of Mind, in 2019 de overzichtsbox Many Years Ago: The Complete Robin Lane & The Chartbusters Collection met daarop tevens EP's en livewerk. Sinds 1995 bracht ze vier soloalbums uit, waarvan de laatste in 2022.

Imitation Life is opvolger van een titelloos debuut. Daarop vielen naast de vaak bronzen stem van Robin Lane de gevarieerde gitaarpartijen op van de twee ex-gitaristen van Jonathan Richman & The Modern Lovers: Leroy Radcliffe en Asa Brebne. Ook hier horen we hoe ze op eigen wijze met inventieve invulling de muziek kleurrijk invullen. Het resultaat is opnieuw aangename gitaarwave, waarbij de liedjes variëren in tempo.
Opener Send Me an Angel opent redelijk vlot en melancholiek, What the People Are Doing is somberder en trager, titellied Imitation Life dendert scheurend voort. Langzaam en romantisch is Say Goodbye, waarna kant 1 stevig afsluit met No Control.
Soms moet ik denken aan de gitaarpartijen van Richard Lloyd en Tom Verlaine bij Television: de partijen van Radcliffe en Brebne verrijken de muziek. Misschien komt dat mede door de voorgeschiedenis van Lane: ze is een stukje ouder is dan menig andere muzikant in de new wave: werd geboren in 1947 en schakelde na een folkcarrière eind jaren '70 over op wave. De melodieuze rijkdom van folk sijpelt door op dit album.

Mijn favoriete nummer is Rather Be Blind dat kant 2 opent, dankzij venijnige gitaarriff en zanglijn-vol-weemoed. Solid Rock is kalmer en lichter, waarna -uiteraard- met Pretty Mala uptempo werk volgt. De twee laatste nummers werken niet: ze doen de plaat als een nachtkaarsje uitgaan. Afgezien van het slot is dit een sterk album, dat groeit bij vaker draaien, zeker voor hen met oor voor gitaar.

Op reis door new wave bevind ik me in maart 1981. Mijn vorige halte was bij het Nieuw-Zeelandse Swingers en de volgende is een kortstondige hervisitatie aan de derde van Ureloze Ultravox, dat dankzij het succes met Midge Ure de geflopte single Slow Motion alsnog tot leven wekte.

» details   » naar bericht  » reageer  

Swingers - Counting the Beat (1982) 4,5

Alternatieve titel: Practical Jokers, 14 november 2025, 21:00 uur

In mei 1980 is er in Nieuw Zeeland een nieuw bandje, dat met single One Good Reason tot #19 komt. Ze noemen zich The Swingers en trekken mede de aandacht omdat Phil Judd erin zit, voorheen van Split Enz.
Hij had deze groep in 1978 voor de tweede maal verlaten om punk te maken met The Suburban Reptiles waarmee twee singles werden uitgebracht. Hij vervolgt met The Swingers, waar new wave klinkt. In die groep zit ook de latere bassist van Midnight Oil, Dwayne 'Bones' Hillman.

Tweede single Counting the Beat wordt in april 1981 een nationale #1, It Ain't What You Dance, It's the Way You Dance It in juli #4 en vierde hitsingle op rij is One Track Mind, dat in oktober nog eens #27 haalt. In diezelfde maand komt de elpee Practical Jokers uit, die begin november een Nieuw-Zeelandse #2 wordt.

Er ontstaat belangstelling vanuit de VS. In 1982 verschijnt de elpee ook daar, waarbij de groepsnaam is ingekort tot Swingers, het album Counting the Beat heet en in een minder vrolijke hoes is gestoken. Dát is de versie die MuMe toont, compleet met andere trackvolgorde. Single Counting the Beat haalt er de lijsten van Billboards Mainstream Rock Airplay, oftewel, het is er een radiohit.

De muziek op Practical Jokers / Counting the Beat is van een vrolijk soort new wave. Pittig en energiek, uptempo en melodieus. De genoemde hitsingles zijn stuk voor stuk kleine briljantjes en de overige nummers doen er eigenlijk niet of nauwelijks voor onder. Aanbevolen voor hen die bijvoorbeeld van de Buzzcocks houden.
Op de NZ-editie staan drie nummers die niet de Amerikaanse versie haalden: Ayatollah, Funny Feeling en Distortion. Daar staat tegenover dat de Amerikaanse twee nummers bevat die niet in Nieuw-Zeeland op de elpee stonden, te weten One Good Reason en The Flak.

Het album staat in de Amerikaanse versie op mijn streamingplatform, waarbij moet worden opgemerkt dat er kennelijk iets is misgegaan met het uploaden van One Good Reason dat op 2'22" overslaat (alsof de oorspronkelijke single is geript) en de overgang naar het daarop volgende The Flak bevat eveneens een digitale misser.
Maarrrr.... Ik word vrólijk van deze muziek, waar spontaniteit en vakmanschap veertien liedjes lang samengaan; MuMe vermeldt tien nummers, maar streaming houdt - hoera! hoera! - de cd-uitgave van 1998 aan.
In maart 1982 vielen (The) Swingers alweer uit elkaar en ging Judd solo. MuMe vermeldt slechts één van de tien albums die hij tot dusver uitbracht, de laatste in 2023.

Kijk, dít soort albums zijn onverwachte vondsten tijdens mijn reis door new wave. Ik bevind me in maart 1981, kwam van de tweede elpee van het Engelse Gang of Four en de volgende halte is de tweede van het Amerikaanse Robin Lane & The Chartbusters.

» details   » naar bericht  » reageer  

Gang of Four - Solid Gold (1981) 3,5

14 november 2025, 05:23 uur

Anderhalf jaar na eersteling Entertainment! verscheen van Gang of Four uit het Engelse Leeds dit Solid Gold, met een titel die suggereert alsof dit allemaal hitsingles betrof. Dat is bij deze eigenwijze gitaarwave natuurlijk niet zo. Sterker nog, anders dan op de voorganger haalde geen single de Britse singlelijst (toen nog een #58). De elpee kwam in maart 1981 desondanks tot #52.

Gitarist Andy Gill laat zijn instrument weer knersen in plaats van scheuren en speelt krakende gitaarakkoorden; Jon King waakt ervoor meezingrefreintjes te brengen en zijn roepzang (op opener Paralysed en Why Theory? zelfs pratend) maakt de herkenbaarheid van de nummers evenmin makkelijk; soms springt één van de groepsleden bij aan de microfoon.
Bassist Dave Allen stijl toont dat hij wel raad zou weten met funk en reggae, maar dát gaat hij me zijn vette geluid lekker niet spelen; samen met drummer Hugo Burnham stoempt hij zich door deze eigenwijze muziek heen. Ondertussen wel opgenomen in één van de studio's van Abbey Road, zelfgeproduceerd mét hulp van engineer Jim Douglass.

Twee nummers zijn heropnames van geflopte singles: Outside the Trains Don't Run on Time (track 4 op de Nederlandse persing, afwijkend van cd en streaming) en het afsluitende nummer van de plaat He'd Send in the Army. Op Cheeseburger klinkt in het begin en slot een plastic melodica als bewijs van Gang of Fours monotone eigenwijsheid, inclusief dubbele leadzang.
De achterzijde van de hoes toont een onthoofding uit de dagen van koningin Elizabeth I, de tekst eronder meldt 'I hope they keep down the price of gas'. De teksten zijn immers wederom politiek geladen. Het klinkt daarmee hartstikke Engels en in alle weerbarstigheid net zo sympathiek. MuMe vermeldt enkele bonustracks, afkomstig van een cd-editie uit 1995 waarop de EP Another Day, Another Dollar van een jaar later is toegevoegd.

Ik ben op reis door de new wave en bevind me in maart 1981. Mijn vorige halte was eveneens van Engelse origine: tweede plaat van The Vapors bleek onverwachte pareltjes te bevatten, net als deze. Voor de volgende halte reis ik naar Nieuw Zeeland, waar The Swingers met single Counting the Beat de hitlijst betraden.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Vapors - Magnets (1981) 4,0

13 november 2025, 16:43 uur

De tweede van The Vapors. Op het debuut staan een top 3- en een top 50-hit, op dit een jaar later (maart '81) verschenen Magnets staat slechts de bescheiden hitsingle Jimmie Jones. De single over sekteleider Jim Jones kwam in juli '81 tot een Britse #44. Het was hun laatste hit, de elpee flopte en de groep zou niet veel later de stekker eruit trekken.

Dat nummer en het daarop volgende Spiders zijn weliswaar aangenaam, pas écht leuk wordt het met Isolated Case, waar gitarist Edward Bazalgette plotseling met gitaarakkoorden en -lijntjes komt die doen denken aan hetgeen John McGeoch in diezelfde periode bij Magazine, Visage en Siouxsie & The Banshees deed. Bazalgette doet dat vaker op dit album: op kant 1 bij Live at the Marquee en op kant 2 bij Daylight Titans, Johnny's in Love (Again).
En ook op kant 2 bij Lenina, gejaagd én melodieus als waren dit de Buzzcocks, het weemoedig stemmende Silver Machines en het dik zes minuten durende Magnets, dat met akoestische gitaar begint en fraai is opgebouwd.

Ze maken dat de sfeer op dit album donkerder is dan op het debuut; niet dat ik dat meteen in de gaten had maar vaker draaien wordt beloond, zeker omdat de aangename nervositeit in de stem van David Fenton daardoor opbloeit.
Dan zijn er buitenissigheden: in Civic Hall zit prominent een blokfluit en in Live at the Marquee een xylofoon - het werkt! Overigens duurt Spiders op streaming een dikke minuut korter dan Discogs vermeldt en dat is prima; liever de postpunk van die andere nummers.

Gebrek aan steun van de platenmaatschappij leidde ertoe dat The Vapors uit elkaar vielen. Bazalgette werd tv-regisseur, Fenton muziekjurist. Bassist Howard Smith en drummer Steve Smith gingen ook door: de eerste begon een platenzaak, de tweede de groep Shoot! Dispute. Die kreeg in 1984 steun van radio-dj John Peel, maar kwam verder niet tot grote verrichtingen.
Vanaf 2016 worden The Vapors echter weer actief, waarna en 2020 en '25 twee albums met nieuw werk verschijnen. Inmiddels ben ik nieuwsgierig genoeg om ook daar binnenkort aandacht aan te besteden. Ze staan op MuMe maar er is tot dusver zelfs nog niet op gestemd: Together en Wasp in a Jar.

Bovendien vervolg ik mijn reis door de new wave van 1981. Ik kwam vanaf het debuut van The Producers en omdat ik het (over)bekende Ghost in the Machine van The Police al besprak (single Every Little Thing She Does Is Magic staat op mijn afspeellijst), vervolg ik bij de postpunks van Gang of Four en hun tweede album Solid Gold.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Producers - The Producers (1981) 3,5

12 november 2025, 16:29 uur

Op reis door de wereld van new wave (vorige halte was The Selecter en album Celebrate the Bullet), ben ik inmiddels in maart 1981. The Producers uit Atlanta, Georgia, staan te boek als één van de powerpopgroepen in deze stroming. Wat mij betreft een randgeval.

'What's in a name'? Een naam zegt vaak niet alles, bij The Producers echter wél. Je verwacht immers van een Amerikaanse groep met die naam dat de sound wat gelikt is. Klopt.
Geldt tevens voor de sterrenwaarderingen, die er tot nu toe stonden. Die zijn van postpunker (2 sterren) en Lying Mouth (3 sterren). Met zulke namen vermoed ik dat deze muziek hen veel te licht is, maar wellicht sla ik de plank mis.
Maatje JeKo kijkt bij een album vaak éérst naar de gemiddelde waardering en dan naar de eventuele berichten erbij. Mij zeggen die waarderingen minder, immers: wat is de smaak van degene die de sterren gaf? Dat weet ik niet van de genoemde MuMensen, al bevestigen hun favoriete albums mijn vermoedens.

The Producers stamt uit maart 1981 en staat vol gladgestreken powerpop, onberispelijk geproduceerd door de ervaren Tom Werman. Gelijk The Buggles (Video Killed the Radio Star) of een popversie van The Romantics of een waveversie van Yes ten tijde van Owner of a Lonely Heart. In de steviger momenten gaat het richting Cheap Trick en het Status Quo van 1986 - 2000.
Bovendien denk ik soms aan Steely Dan, Split Enz en Crowded House: nadruk op melodieën en koortjes, alle vier de groepleden doen eraan mee en soms zet zanger Van Timple een rauw randje in zijn stem. Niet verrassend als je weet dat ze begonnen met coverliedjes van The Beatles.

Geinig feitje is dat toetsenist Wayne Famous (echte naam McNatt) de eerste was die zijn toetsenbord om de nek hing alsof het een gitaar was. Viel destijds op.
Ze beheersen het ambacht van liedjes schrijven. Dat levert vooral in de eerste helft sterke liedjes op zoals I Love Lucy (vast vernoemd naar de vermaarde tv-serie), vanaf Body Language op kant 2 is het minder pakkend. Who Do You Think You Are? rockt vriendelijk, net als The End, dat de elpee alsnog aangenaam afsluit. En er was hitsucces: What She Does to Me (The Diana Song) piekte in november '81 op #61 in de Billboard Hot 100.

Volgende nummers op mijn afspeellijst zijn van Lene Lovich (single New Toy van Flex) en Visage (single Mind of a Toy van Visage), maar omdat ik die albums eerder besprak, is daar de tweede van The Vapors: Magnets.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Selecter - Celebrate the Bullet (1981) 3,5

10 november 2025, 18:14 uur

In 1980 was er binnen The Selecter enige onenigheid over welke producer te kiezen voor het succesvolle debuut Too Much Pressure én ontstond een meningsverschil met platenlabel 2 Tone, dat zomaar merchandise van de groep verkocht. Het leidde ertoe dat de groep verkaste naar moederlabel Chrysalis en toen voor de opvolger opnieuw een producer moest worden gekozen, vond frontvrouwe Pauline Black deze keer wél de meeste stemmen aan haar kant. Zo kwam Roger Lomas achter het mengpaneel te zitten.
Deze zorgde voor een directer, droger geluid én zorgde voor wat invloeden vanuit new wave in de muziek. In de groep zaten echter twee puristen die dit niet zagen zitten en zo verlieten organist Desmond Brown en bassist Charley Anderson de groep uit Coventry.

Het was Ian Dury die vanuit zijn begeleidingsgroep The Blockheads voor tijdelijke bassist Norman Watt-Roy zorgde, definitieve nieuwkomers werden James Mackie (toetsen) en Adam Williams (bas).
Helaas voor The Selecter flopten de singles en de elpee kwam in maart 1981 maar tot #41. Dat floppen kwam mede door het titelnummer dat ook op single verscheen: Celebrate the Bullet verscheen kort voordat er een aanslag op president Reagan werd gepleegd, waardoor zenders weigerden het nummer te draaien. Domme pech en al zet het nummer niet aan tot geweld, titel en tekst zijn suggestief:
"Celebrate the bullet, put your finger on the trigger,
But you don’t have to pull it, 'cos you know it won’t bring them, back to you, back to you."


Los van dit alles willen de nummers niet zo spetteren. Het zit 'm niet in de prima productie en ook niet in de uitvoeringen, maar de composities zijn vaak minder spannend. Tot het laatste nummer Bristol and Miami opduikt, waar opeens alles op zijn plek valt.
Niet dat de rest slecht is, verre van dat. Zo wordt fel geopend met (Who Likes) Facing Situations en Red Reflections heeft een lekkere groove. Wave klinkt vooral in de gitaarpartij van Bombscare; een beetje alsof je naar The Police luistert. Met Washed up and Left for Dead gaat het meer de reggaekant op.

De slechte verkopen, interne onenigheid én - denk ik - het feit dat de skarage die in de nazomer van 1979 begon voorbij was, zorgden ervoor dat de groep uit elkaar viel. Black richtte zich op een carrière als tv-presentatrice en ging acteren.
In 1991 maakte The Selecter een doorstart. In 2003 verscheen een bonuseditie van het album, dat zich geleidelijk mag verheugen in een stijgende waardering. Degenen die het debuut leuk vinden, moeten in deze dagen van streaming toch maar eens proberen of dit iets voor hen is. Een dikke 7 is wat ik ervoor geef.

Mijn reis langs de albums bij mijn afspeellijsten met new wave kwam van het sterke debuut van de new romantics van Classix Nouveaux, ik vervolg bij de powerpop van het Amerikaanse The Producers.

» details   » naar bericht  » reageer  

Classix Nouveaux - Night People (1981) 4,0

9 november 2025, 18:17 uur

...And Don't the Kids Just Love It heet mijn vorige halte in de reis door new wave, waarbij ik me in februari 1980 bevind. Wel, dat album van Television Personalities is een fijn plaatje maar bleef jaren in de obscuriteit. De kids hadden destijds kennelijk ietsjes meer met het debuut van Classix Nouveaux, genaamd Night People.

De groep kwam voort uit de ter ziele gegane punkgroep X-Ray Spex, die enige ophef veroorzaakte dankzij zangeres Polly Styrene. Gitarist Jak Airport en drummer B.P. Hurding vinden zanger Sal Salo en bassist Mik Sweeney, maar Airport kiest al spoedig voor een maatschappelijke carrière en wordt vervangen door Gary Steadman.
Ze laten punk achter zich en kleden zich sjieker, om te worden ingedeeld bij de new romantics, zoals Spandau Ballet, Ultravox en Visage. Er zijn muzikale overeenkomsten én verschillen met die namen.

Guilty (vanaf februari '80 in de Britse hitlijst, in maart piekend op #43) volgt op het debuut na het instrumentale Foreward, dat aan Ultravox doet denken. De eerste hit doet iets soortgelijks, waarbij Sal Solo een krachtige stem etaleert. In Run Away gooit hij er zijn kopstem in, in No Sympathy, No Violins blijkt hij ook een rauw randje te hebben en bovendien zet hij soms een diepe bariton in. Zoals in het stampende Inside Outside, dat in augustus als derde single van dit album verscheen en tot #45 kwam.

Met het semi-instrumentale 623 opent kant 2; er klinkt een stevige synthesizer, die wordt gecombineerd met een fretless bas á la Japan, plús een funkgitaar. Opnieuw klinkt een mix van synths en melodieuze pop, waarbij Solo's expressiviteit opvalt. Op deze helft staat ook Tokyo, als tweede single bescheiden #67 in mei.
Het zijn de albumtracks die avontuurlijker zijn, zoals Everyone Should Have One dat wegheeft van Ultravox, of Or a Movie met zijn invloeden van Brian Eno en David Bowie. In slotlied The Protector of Night klinkt gothic zoals ik die later bij The Sisters of Mercy zou horen.
Een vocaal talent dus, die met zijn opvallende kale hoofd en zwarte kleding een blikvanger was tussen zijn kleurig geklede en gekapte groepsgenoten, zoals in de clip van Guilty valt te zien. Album Night People haalde in mei #66, grotere successen volgden.

Die kom ik later tegen. Volgende nummer op mijn afspeellijsten met new wave is een hit van The Human League, die gelijktijdig met Classix Nouveaux de hitlijst betrad. Ik keer kort terug naar Travelogue.

» details   » naar bericht  » reageer  

Trouble - Run to the Light (1987) 5,0

7 november 2025, 15:49 uur

Nadat ik eerst door The Skull en daarna door het (toen nog titelloze) debuut was omvérgeblazen, verscheen in juni 1987 Run to the Light. Nog altijd associeer ik het licht op de hoes niet alleen met de hemel maar ook met de beginnende zomer. Mooi weer, bijna vakantie maar eerst nog tentamens met deze elpee als soundtrack.
Enkele jaren geleden kocht ik de cd - de elpee was verdwenen in de woelige golven des levens... Inmiddels draait hij hier van nieuw vinyl: ik miste met dat kleine formaat het gevoel van de prachtige hoes.

De kern van de groep uit Chicago bleef dezelfde met zanger Eric Wagner, wiens stem ik meteen in mijn hart sloot; plus gitaristen Bruce Franklin en Rick Wartell die een eigen stijl hebben, al is deze duidelijk geënt op die van Birmingham, te weten Black Sabbath (de riffs) en Judas Priest (de twingitaren).
Nieuw zijn bassist Ron Holzner en drummer Dennis Lesh, net als de antieke toetsen in vintage jaren '70-stijl. Ze worden bespeeld door ene Daniel Long plus eenmaal door ex-drummer Jeff Olson. Het geluid wordt daarmee iets verbreed, mede doordat de gitaristen hier en daar met andere geluiden spelen. Basis blijven echter doom en ouderwets vette metal met véle tempowisselingen.
De productie van Jim Faraci en Trouble is qua drumgeluid iets wolliger ten opzichte van de voorgangers; het was destijds even wennen, nu zou ik niet anders willen.

In opener The Misery Shows herinnert Wagner ons aan hetgeen hij ons op eerder werk onder de neus wreef, mét een oproep: "In these troubled times, you ask me, how can we be saved. Tell all the people, everyone you meet, the answer is love."
In Run to the Light waarschuwt Wagner zelfs: "Why do you love the darkness, how can you see where you are going?" In het zachtere middenstuk van het nummer horen we dat Wartell ook gecharmeerd is van het werk van Michael Schenker en Ulli Roth.
On Borrowed Time begint met de Dodenmars (Marche Funèbre, 1837) van Frédéric Chopin. Dat wisten wij niet, maar maatje JeKo's vader wél: hij vertelde me die bewuste zomer dat deze diens kamer kwam binnenmarcheren toen hij de elpee afspeelde. Een vrolijk moment en ook al was ik er niet bij, het maakte indruk, mede omdat ik dat van Chopin niet wist. Bij Trouble wordt het thema door de gitaristen gespeeld over een retro synthesizer.

Kant 2 dendert evenzo gevarieerd door. De plaat gaat geen moment vervelen, al helemaal niet met het magnum opus In the Beginning, waar het orgel van drummer Jeff Olson klinkt (welke inmiddels filmmuziek studeerde maar later bij de groep zou terugkeren). Het slot ervan laat de plaat versneld eindigen, voor mij menigmaal reden om de plaat van voren af aan te draaien. Verslavend mooi.

Wie de heruitgave op vinyl koopt, krijgt een downloadcode voor het album op Bandcamp. Daar staan ook bonustracks Come Together (oorspronkelijk van The Beatles, minder passend bij Troubles oeuvre) plus een drietal demoversies van nummers van dit Run to The Light. Daar valt op dat die op de elpee sneller worden gespeeld. De bonussen staan ook op de cd-editie van 2023.

In de catalogus van Trouble is dit een beetje een ondergeschoven kindje. Vol-le-dig ten onrechte.

» details   » naar bericht  » reageer  

Television Personalities - ...And Don't the Kids Just Love It (1981) 4,0

6 november 2025, 23:15 uur

Hierboven las ik heldere verhalen over dit album. Ik kende naam noch album, totdat maatje Edo mij tipte. Op de hoes zien we twee acteurs uit tv-serie De Wrekers (The Avengers), die in de jaren '60 zoveel furore maakte dat twee actrices het tot een James Bondfilm schopten en volgden in de volgende decennia herhalingen op tv én nieuwe series met deels andere casts. Ik herinner me dat ik een keer bij de buren was en dat zij dat keken - mijn ouders hielden niet van dit soort spionageseries en bovendien moest ik meestal al op bed liggen, maar het zag er aantrekkelijk uit... Nog altijd eigenlijk.

Enfin, de muziek! Lo-fi gitaarliedjes met de wortels in de jaren '60 beat. Vaak halen ze niet eens de drie minuten, waardoor er zeven liedjes op iedere kant passen, met mijn volgende favorieten op kant 1: het ingetogen gezongen World of Pauline Lewis, het verwijtende Silly Girl en het very English gezongen Geoffrey Ingram.
Op kant 2 mede dankzij vogels én gescheld het charmant-akoestische I Know Where Syd Barrett Lives, de uitnodiging voor Parties in Chelsea met kopstem in het refrein, de stevige weemoed van Le Grande Illusion waar slechts het refrein Franstalig is, plus A Picture of Dorian Gray, uiteraard verwijzend naar de roman van Oscar Wilde.
En was Look Back in Anger de inspiratiebron voor het bijna gelijknamige liedje van Oasis? Dit is indie toen we die term nog niet gebruikten. Zijn tijd vooruit en tijdloos tegelijk.

Op reis door de new wave bevind ik me in februari 1981 en muzikaal gaat het weer "alle" kanten op. Mijn vorige album was de derde van punkgezelschap U.K. Subs, de volgende is het debuut van new romanticgroep Classix Nouveaux.

» details   » naar bericht  » reageer  

U.K. Subs - Diminished Responsibility (1981) 3,5

6 november 2025, 17:14 uur

Op hun debuut van U.K. Subs klonken nog pubrockwortels, die echter op de opvolger waren verdwenen. Diminished Responsiblity is de derde langspeler van de groep en de laatste die een hitsingle opleverde; al was er nog wel een non-albumhitje in april '81, die ik bij die maand zal bespreken.
De muziek is van het kaliber recht-voor-je-raap: scheurende gitaren en brulboei Charlie Harper die ons het nodige toewerpt. Captain Sensible van The Damned springt bij als toetsenist op Party in Paris, dat als single al in oktober '80 tot #37 kwam, terwijl Woman in Love van Barbara Streisand op 1 stond. De single is extra grappig omdat aan het einde bovendien een accordeon klinkt - bij de Subs dan hè, niet bij Streisand... Zie ook de clip met daarin gogo-danseressen.

Soms is het te vierkant met Harper die al te makkelijk meezingt met de riff. Naast de single valt er echter genoeg te genieten: op kant 1 opener You Don't Belong dat leunt op jaren '50 rock 'n' roll, Time and Matter scheurt op z'n Ramones' en afsluiter So What is bijna snel als hardcore punk.
Kant 2 is sterker: Time & Matter met pakkende gitaarlijnen en dito zanglijn, met Too Tired verbreken ze hun eigen snelheidsrecord, in Gangster een korte solo van Nicky Garratt op z'n heavy metals (!), een soms furieus riffje in New Order en Just Another Jungle heeft qua volle riff wederom weg van de Ramones.
Het was de laatste keer dat een elpee van U.K. Subs de Britse albumlijst haalde: #18 in februari '81. In '95 verscheen een editie met de nodige bonussen.

Ik vervolg mijn reis door new wave. Vorige station was de EP Four from Toyah, nu op naar de gitaarliedjes van Television Personalities.

» details   » naar bericht  » reageer  

Toyah - The Safari Records Singles Collection Part 1: 1979-81 (2005) 4,0

6 november 2025, 16:13 uur

Stammend uit 2005 is dit singleoverzicht een boeiende samenvatting van de eerste jaren van de groep Toyah. Als je iemand moet uitleggen wat new wave is, dan is The Safari Records Singles Collection Part 1 1979-81 een prima uitleg. Een cd met 19 tracks. Hierboven wordt aangegeven dat er ook twee bonustracks bestaan; deze zijn echter slechts via streaming te vinden.

Het succes kwam de groep niet aanwaaien. Stap voor stap groeide de populariteit, dankzij hard werken én natuurlijk de pakkende muziek, geholpen door het opvallende uiterlijk van de frontvrouwe. De bezetting van de groep wisselde hier al enigszins, maar vaste waarden bleven Joel Bogen op gitaar en Adrian Lee op toetsen. Toegankelijk en toch alternatief. Het kan.

Verschenen bij het om zijn heruitgaven vermaarde label Cherry Red, dat in hetzelfde jaar al Part 2: 1981-83 uitbracht.

» details   » naar bericht  » reageer  

Toyah - Four from Toyah (1980) 4,5

6 november 2025, 15:55 uur

Op reis door new wave kwam ik vanaf de eerste Londense plaat van The Boys Next Door / The Birthday Party en beland in februari 1981 als de EP Four from Toyah de Britse hitsingleslijst betreedt. De verbazing van Saldek dat een 7" op MuMe staat is begrijpelijk en toch staat ie hier helemaal terecht. Het schijfje duurt een dikke 18 minuten en is met zijn vier nummers een volwaardige EP; dit verscheen destijds vaker op het kleine vinyl.

Omdat EP's ook in de hitlijst mochten, kwam deze op 8 februari de Britse variant binnen op #59, om op 22 maart op #4 te pieken. Na deelname aan tv-serie Shoestring (twee jaar eerder, zie hier) en vooral veel opnemen en optreden werd hard werken beloond met een eerste notering in die lijst.
In mijn herinnering staat Toyah een beetje te boek als een soort tweede Siouxsie Sioux. Overeenkomsten in uiterlijk en stijl zijn er zeker, tegelijkertijd heeft Toyah (hier nog een band en niet "slechts" Toyah Willcox) een eigen smoel. Iets meer pop, maar wel degelijk energiek met soms wat excentrieke zang.
Gitarist Joel Bogen zorgt voor de stevige inbreng, Adrian Lee brengt met zijn toetsen en synthesizers digitale geluiden en vooral veel sfeer. Dankzij nieuwe ritmesectie Phil Spalding (bas) en Nigel Glockler (drums) ligt er een uiterst dynamische basis.

Nigel Glockler? Fans van metalgroep Saxon kennen die naam, omdat de man zich later in datzelfde 1981 aan hen verbond; ondanks periodes van absentie zit hij er anno 2025 nog altijd. Alleen daarom al is het leuk om hem hier aan het werk te horen. Ik geef een 9 voor de vier nummers die verschillen in tempo en sfeer, in 2005 tevens op dit Toyah-singleoverzicht verschenen.

Een week later betrad een elpee de Britse albumlijst die interessant is voor mijn queeste in het land van new wave en aanverwanten: op naar Diminished Responsibility van punkgroep U.K. Subs.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Boys Next Door - The Birthday Party (1980) 3,5

5 november 2025, 17:58 uur

Dit is de tweede langspeler van The Boys Next Door, die in 1979 debuteerden met Door, Door. Én het is het debuut van The Birthday Party. Hoe zit dat?
In februari 1980 emigreren De Buurjongens van Melbourne naar Londen, waar men aan de tweede langspeler gaat werken én de stad opsnuift, zowel letterlijk als figuurlijk. Hoe het zit met de groepen waarin Nick Cave actief was en wat zijn thuisbases waren, begreep ik pas echt door het lezen van stripbio Mercy on Me van Reinhard Kleist.
De verwarring begint hier al, want alhoewel men overstapte op nieuwe groepsnaam The Birthday Party, deed men nog niet volledig afstand van de oude naam. Zie zelf hoe dat op het label van de elpee zichtbaar is met beide namen vermeld.
Het album staat niet direct op mijn streamingplatform, maar wél indirect doordat nummers van EP Hee-Haw uit december 1979 worden gecombineerd met die van deze elpee The Birthday Party uit november 1980. Ik heb er maar een aparte afspeellijst van gemaakt met de nummers op volgorde van de langspeler.

De muziek is heftiger en eigenzinniger dan op het debuut: een groep in ontwikkeling. Geen rustig nummer te bekennen met de herkenbare stem van Nick Cave als ijkpunt, waarbij de invloeden van jaren '70 artrock hebben plaatsgemaakt voor een eigenwijs en stevig geluid met veel ruimte voor de gitaren van Mick Harvey en Rowland Howard en de sax - is dat bassist Tracy Pew? Hij en drummer Phil Calvert hebben het druk met alle nerveuze ritmes, waar de energie vanaf barst.
Maar dit is geen punk en al helemaal niet zoals in diezelfde dagen een groep als Generation X deed. Geen koortjes, geen verlengde rock 'n' roll, geen liefdesliedjes. Dit gaat expressief en uitbundig verder dan dat. Bij Happy Birthday dat het album afsluit moet ik qua gitaarwerk denken aan hetgeen Jean-Marie Aerts niet veel later bij TC Matic zou doen. Er klinkt zowaar tegenzang en Cave blaft.

Het bovenstaande in terugblik, realiseer ik me hoe revolutionair dit in 1980 klonk. Vernieuwend en verre van makkelijk. Destijds op Hilversum 3 zelfs nauwelijks aan KRO en VARA besteed; dit was VPRO-materiaal, bedoeld voor de avonduren. Niet mijn ding eigenlijk, maar ik hoor hoe knap dit is. Vraag maar aan mijn maatje JeKo hoe lekker hij dit vindt!

Mijn reis door new wave kwam van de gitaarliedjes van The Rousers en vervolgt bij de EP Four from Toyah.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Rousers - A Treat of New Beat (1980) 3,5

5 november 2025, 16:33 uur

Uit Broek op Langedijk bij Alkmaar kwamen The Rousers. Op 21 januari 1980 verscheen hun debuut, zo kwam ik tegen in een artikel uit 2004 in het ter ziele gegane tijdschrift Aloha, waar Jan van der Plas een ronkend artikel over ze schreef nadat hij gitaristen Cock de Jong en Wieb Zigtema had geïnterviewd. Overigens een andere Rousers dan deze coverband, maar hier is wel degelijk informatie over de groep te vinden.

De muziek is duidelijk geënt op de beatgitaargroepen van medio 1963, maar dan met de productie en energie van new wave gebracht. Koortjes mogen daarbij ook, zoals Life Is a Song bewijst. Het is dus melodieus, kleurig en fleurig, net als de iconische hoes van striptekenaar Joost Swarte. Verrassend scherp is de productie van Jakob Klaasse, bekend van onder meer Bram Vermeulen en De Toekomst.
De radiohit was Magazine Girl, dat ik 45 jaar later onmiddellijk herken aan dat sterke refrein. In 1979 zo'n fijne single voor VARA en KRO, maar de Tipparade haalde het niet. In Face the Day rost Jan de Jong zijn drumstel af alsof Keith Moon van The Who op de kruk zit: een volgend aangenaam groeiliedje op de plaat. Slotlied Lost and Broken Hearted is stevig als powerpop.

In 2016 herverschenen bij Concerto op zowel vinyl als cd, zoals hierboven door DjFrankie gemeld; zie daar op Discogs, want inmiddels hartstikke uitverkocht, is een nieuwe persing bepaald niet overbodig. En op streaming zou ook handig zijn...

Ik ben op reis door de new wave van begin jaren '80. Vorige halte was Thirst van Clock DVA. Alvorens ik terugkeer naar 1981, doe ik eerst nog de tweede / het debuut van The Boys Next Door / The Birthday Party uit november 1980. Ja ja, een groep met twee namen!

» details   » naar bericht  » reageer  

Clock DVA - Thirst (1981) 3,5

5 november 2025, 15:47 uur

Uit Sheffield kwam Clock DVA. Ik dacht dat je die laatste letters als een afkorting moest uitspreken, maar het is bedoeld als het Russische woord voor 'twee'. Men bracht vanaf 1978 al tien cassettes uit die in undergroundkringen voor reuring zorgden, Thirst uit januari 1981 was hun eerste op vinyl en daarmee voor een groter publiek beschikbaar.
Hier is Clock DVA een vijftal dat een gevarieerd palet aan muzikale kleuren serveert. Verschenen bij Fetish, dat toen bekend was van hun uitgaven van het eveneens abstract klinkende Throbbing Gristle.

Waar rock en jazz botsen. Of, waar een rockgroep het experiment zoekt. Wat je krijgt zijn soms vrij abstracte geluidspartijen met invloeden uit de free jazz, drie keren is het verrassend toegankelijk: Sensorium, Piano Pain en 4 Hours. De eerste en de laatste hiervan verschenen zelfs op single met een iets afwijkende mix, te vinden op de cd-heruitgave die al in 1992 verscheen en op op streaming staat.

De vocalen van Adi Newton (tevens klarinet en tape) zijn veelal half gesproken, half gezongen en de bijdragen van Charlie Collins op saxofoon en fluit maken het niet makkelijker. De basis van gitarist Paul Widger, bassist Steven Turner en drummer Roger Quail zijn echter als die van een (post)punkgroep: charmant rammelend en stuwend.
Die combinatie werkt. Mij bevalt vooral het afsluitende Impressions of African Winter, dat in een dikke 5 minuten het gehele spectrum van Clock DVA toont én fraai is opgebouwd.

De vorige halte in het land van new wave was bij de zwanenzang van Gen(eration) X, de volgende staat helaas niet op mijn streamingplatform maar is te interessant om te laten liggen: ik ga twaalf maanden terug naar het Nederlandse The Rousers en hun A Treat of New Beat.

» details   » naar bericht  » reageer  

Gen X - Kiss Me Deadly (1981) 3,0

4 november 2025, 16:50 uur

Het eerste bericht bij dit album was in 2008 en Jumperjack maakt me nieuwsgierig: "Net 18 jaar en met mijn vrienden op zaterdagmiddag in Dordrecht bij Simpele Fons ( Dirk, R.I.P.) als kado gekregen voor mijn 18e verjaardag." Wat een mooie anekdote! En dan vraag ik me af: hoe beleef je dit album zovele jaren later?

De derde van Generation X kwam niet makkelijk. Na de voorganger lag de groep op apegapen. Gitarist Derwood Andrews en drummer Matt Laff verlaten de groep en bovendien loopt het tussen bassist Tony James en zanger Billy Idol ook stroever. Met nieuwe gitarist James Stevenson en drummer Terry Chimes wordt evenwel aan een opvolger gewerkt, waarbij de groepsnaam wordt ingekort tot Gen X.
Nieuwe frictie ontstaat met Stevenson, die hierdoor niet op Kiss Me Deadly is te horen, al suggereert de hoes dat anders. Zijn partijen werden ingespeeld door vooral John McGeoch (Magazine, Siouxsie) en Steve Jones (Sex Pistols).
Het hitsucces is uiterst bescheiden. Dancing with Myself staat in januari-februari 1981 in het VK twee weken #60 (ik ken het nummer van De Kreuners, die met de cover Ik dans wel met mijzelf het jaar erop een Vlaams hitje scoorden) en de elpee haalt de albumlijst niet eens.

Al blijft dit voor punk lichte muziek, de teksten zijn minder naïef dan voorheen. Idol benoemt in zijn biografie Dancing With Myself uit 2014 "troubled complexities of life in the metropolitan Western World at the end of the 20th century, with reflections on city life, social isolation, narcotic abuse and drug dependency, and the ambition and exhilaration of youth."
In de muziek hoor je nogal eens de invloed van jaren '70 glamrock, zoals in de swing van de hitsingle, of Untouchables dat een vleugje T-Rex heeft en Oh Mother. Of powerpop, zoals in Heavens Inside en Stars Look Down. Hier en daar kun je in de hardrockende pop zelfs wat Cheap Trick horen, zoals in Triumph. Producer Keith Forsey verwerkte bovendien wat dub in de muziek.
Die laatste invloed blijkt helemaal uit de bonustracks, te vinden op de cd-editie van 2005 met een nummer als Hubble, Bubble, Toil and Dubble.

Opnieuw viel Generation X uit elkaar en deze keer definitief. Idol keerde nog datzelfde jaar met Forsey achter de knoppen terug met de solo-EP Don't Stop en het jaar erop met elpee Billy Idol.
De anderen zitten evenmin bij de pakken neer. Derwood (Bob) Andrews begint met Laff de groep Empire, Tony James landt bij Sigue Sigue Sputnik en Sisters of Mercy, James Stevenson is te horen op het debuut van Kim Wilde en daarna bij John Watts van Fischer-Z en nog véél meer namen: van Gene Loves Jezebel tot The Alarm. Terry Chimes ten slotte komt bij Hanoi Rocks en vervolgens Black Sabbath.

Op reis door de new wave van 1981 kwam ik vanaf The Saints en album The Monkey Puzzle. De volgende nummers op mijn afspeellijsten besprak ik al bij de bijbehorende albums: die van Spandau Ballet (The Freeze van Journeys to Glory), The Clash (Ivan Meets G.I. Joe van Sandinista!) en XTC (Sgt. Rock van Black Sea). Daarom is de volgende halte van experimenteler aard: Thirst van Clock DVA.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Saints - The Monkey Puzzle (1981) 4,0

4 november 2025, 08:36 uur

Ten opzichte van voorganger en tevens EP Paralytic Tonight Dublin Tomorrow zijn The Saints terug naar een kwartet: tweede gitarist Bruce Callaway is alweer weg en bovendien is oorspronkelijke drummer Ivor Hay vervangen door Mark Birmingham, die in het intro van opener Miss Wonderful meteen laat merken wel iets te kunnen met twee stokken en potten plus pannen. Het blijkt een lekker gitaarliedje. Hay is trouwens nog wel te gast als toetsenist, al vallen zijn bijdragen nauwelijks op.

De hoes die MuMe toont is die van de Australische editie, die bovendien een nummer meer telt dan de Europese/Franse: op de B-kant staat In the Mirror. De Franse heeft bovendien een andere hoes, zie hier en er is zelfs een versie met een bonussingle, zie daar.

Op Always klinken bescheiden blazers en Barrington Francis zet een gitaarsolo neer die in de classic rock niet had misstaan. Ja, The Saints zijn duidelijk anders dan voorheen, maar liedjes schrijven kunnen ze. Op streaming heet het nummer trouwens inmiddels dubbelop Always, Always.
Paradise is opnieuw een lekker gitaarliedje en dát blijkt de rode draad van dit album, waarbij frontman en oprichter Chris Bailey over melodieuze capaciteiten blijkt te beschikken. In het opnieuw uptempo Let's Pretend een prominente akoestische gitaar, je gaat bijna denken aan het werk dat The Byrds twee decennia eerder maakten. Met Somebody dan weer elektrische gitaarwave.

Op kant 2 wordt soortgelijk gewerkt: stevige maar vriendelijke rock met een alternatief randje. Monkeys (Let's Go) heeft een vrij lang intro, dan het vlotte gitaarlied Mystery Dream en Europa miste dus In the Mirror waar blazers en een scheurend gitaarsolootje klinken.
Het fraaie Simple Love stond in een andere opname ook op de EP, The Ballad start verrassend met een altsaxofoon. Slotlied Dizzy Miss Lizzy is een cover van Larry Williams, oorspronkelijk uit 1958 en wordt opgesierd met een huilende mondharmonica.

Ik vervolg mijn reis door de albums achter mijn afspeellijsten met new wave en bevind me in januari 1981. Vorige halte was de genoemde EP van The Saints, het volgende nummer op de afspeellijst is Vienna van Ultravox. Het gelijknamige album van deze synthpopgroep besprak ik echter al eerder, net als die andere synthpop uit januari 1981, Amoureux Solitaires van Lio, verschenen op haar Lio. Dan kom ik uit bij de punk van Generation X en album Kiss Me Deadly.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Saints - Paralytic Tonight Dublin Tomorrow (1980) 3,5

4 november 2025, 00:00 uur

Een tussendoor-EP van de Australische punkpioniers The Saints. De groep is in 1977 verkast naar Engeland. Gitarist Ed Kuepper verlaat na album Prehistoric Sounds de groep, keert eind '78 terug naar Australië en begint Laughing Clowns. Ook bassist Algy Ward zwaait gedag om te gaan spelen bij The Damned (Machine Gun Etiquette, 1979) en vervolgens metalgroep Tank op te richten.

Drie nieuwe leden treden toe: gitaristen Barrington Francis en Bruce "Cub" Callaway, plus bassiste Janine Hall, de laatste afkomstig uit de Australische punkscene. Het kwintet kiest voor een melodieuzere benadering dan voorheen. Geen harde punk meer maar wat kalmer en melodieuzer, nog meer dan op Prehistoric Sounds het geval was.
De vijf nummers op Paralytic Tonight Dublin Tomorrow moeten groeien. Aanvankelijk mis ik de monotone snauw die Chris Bailey voorheen tentoonspreidde, maar de nummers blijken inderdaad een "sfeervol geheel", zoals het vorige bericht het noemde. Zo groeit de melodie van opener Simple Love,
(Don't Send Me) Flowers is wel erg kalm, Miss Wonderful is rockender, On the Waterfront is stevig met blazers als op Prehistoric Sounds en Call It Mine is sferisch als de opener.

Is dit album prijzig, zoals hierboven wordt vermoed? Wel, je moet er inderdaad wat voor neerleggen: momenteel bij Discogs begint het met zo'n €30.

Op reis door new wave kwam ik van het Amerikaanse The B-52's en hun tweede langspeler Wild Planet, ik vervolg bij de elpee die The Saints in 1981 uitbrachten: The Monkey Puzzle.

» details   » naar bericht  » reageer  

The B-52's - Wild Planet (1980) 4,0

3 november 2025, 22:29 uur

De tweede van The B-52's is net wat pakkender dan het debuut. Lekker uptempo, swingend, melodieus en fel. Beste voorbeeld is Private Idaho, dat als single in november 1980 in de Billboard Hot 100 tot #52 kwam.
Grinniken moet ik bij Quiche Lorraine. Niet alleen omdat ik die uit de koelcellen van de supermarkt ken, maar ook omdat het ronde fenomeen als een buitenaards ruimteschip ten tonele verschijnt op de tweede plaatkant. De volgende keer dat ik weer eens bij zo'n schap sta, zal ik aan dit malle liedje moeten denken.

De jaren '60 zitten 'm niet alleen in de kapsels van Kate Pierson en Cindy Wilson, maar ook in hun koortjes. Soms zijn er digitale effecten, zoals in Give Me Back My Man, waarbij de gitaren van Keith Strickland en Ricky Wilson soms stevig, soms krasserig kunnen hakken. Met de herkenbare spreekzang van Fred Schneider heb ik minder, als tegenwicht ten opzichte van de dames is het hier echter steeds in balans.
Enige nadeel is dat een echte uitschieter ontbreekt, de single uitgezonderd. Al ben ik wel extra gecharmeerd van het ietwat zweverige 53 Miles West of Venus, met zang alsof is geleend van Atomic van Blondie.

Ik kwam vanaf het derde album van het West-Duitse DAF en reis naar maart 1980: het Australische The Saints brengt dan de EP Paralytic Tonight Dublin Tomorrow uit.

» details   » naar bericht  » reageer  

Deutsch Amerikanische Freundschaft - Alles Ist Gut (1981) 3,5

3 november 2025, 21:58 uur

De derde van Deutsch Amerikanische Freundschaft heet Alles Ist Gut en is hun meest toegankelijke tot dan, zij het nog steeds absurdistisch. Opgenomen in de studio van producer Conny Plank in Wolperath nabij Keulen, uitgebracht bij het Engelse Virgin. Als datum van uitgave geldt 6 januari 1981. Het kwartet van voorganger Die Kleinen und Die Bösen is uitgedund tot duo Gabi Delgado-López (zang) en Robert Görl (elektronica en soms akoestische drums).

Hierboven viel bij diverse MuMensen een vorm van het werkwoord 'dansen', wat inderdaad van toepassing is. Dat hierboven enige verwarring opduikt omtrent de teksten, zoals rond Der Mussolini, is logisch. In 2017 verscheen biografie Das ist DAF, waarin één en ander wordt opgehelderd en in dit artikel noemt auteur Martin Rehfeldt het "Die perfekte Provokation". Inderdaad, DAF steekt de draak met de '-ismes' (fascisme, sociaal-nationalisme en communisme) en meteen ook het christendom. Iets met individuele vrijheid zoals die beleefd kan worden op de dansvloer, tevens passend bij de anarchistische kringen waar het duo uit voortkwam. Althans, zo schat ik dat in.

Dit soort steken nemen niet weg dat de synthesizers kunnen ronken, zoals in opener Sato-Sato. Görl is drummer en dat valt te horen in Mein Herz Macht Bum en Alles Ist Gut, waar aangename, tegendraadse beats klinken; hij combineert zijn akoestische drums met de digitale synthesizers.
In Der Räuber und der Prinz klinkt dan weer een übersimpele groove als basis voor een sprookje met een homoseksuele lading. Via Als wär's das letzte Mal klinkt wanhopig verlangen naar de ander, qua sfeer vergelijkbaar met het meest sombere werk van Joy Division. Vervolgens klinkt een geruststellend advies in Verlier nicht den Kopf.

Het album stond in Duitsland van juni '81 tot en met mei '82 in de verkooplijst, in september 1981 twee weken piekend op #15; in Oostenrijk #16. In Engeland echter geen albumnotering.

Komend vanaf Trust van Elvis Costello & The Attractions vervolg ik mijn reis door new wave. Uiteraard blijk ik weer een album te hebben overgeslagen en dus moet ik terug in de tijd. Op naar de tweede helft van 1980, als Wild Planet van The B-52's verschijnt

» details   » naar bericht  » reageer  

Elvis Costello & The Attractions - Trust (1981) 4,5

3 november 2025, 20:07 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

The Clash - Sandinista! (1980) 3,0

3 november 2025, 19:19 uur

Net als een jaar eerder met London Calling verscheen Sandinista! aan het einde van het jaar. De voorganger was een dubbelelpee en de opvolger bevat zelfs drie schijven, waarvoor de band bereid was om iets minder inkomsten te krijgen zodat ie niet voor de drievoudige prijs in de winkel verkrijgbaar zou zijn.
In januari 1981 stond in Oor de recensie van Martijn Stoffer, die meldde: "Heel veel en van alles wat dus, en dat is geenszins een garantie voor kwaliteit," maar ook "ik kan echter niets anders zeggen dan dat de eerste twee plagen van Sandinista! bol staan van de kwaliteit" en "op plaat no. drie zakt de kwaliteit beduidend: hier zijn, enkele uitzonderingen daargelaten de restjes terechtgekomen, waaronder een aantal dubversies van al op plaat no één en en twee voorkomende songs". "De eindconclusie is echter onverdeeld positief [...] en dat voor nog geen f. 30,-".

Opgenomen in Manchester en New York hoor je de invloeden van respectievelijk het VK, de VS en Jamaica. Het eerste land brengt de van de groep bekende scheurende gitaren, het tweede funk en het derde dub met veel bas en echo-effecten. Reggae hing sowieso al in de Britse lucht met naast de talrijke zwarte namen ook de nodige witte, zoals in 1978 The Police, in '79 Fischer-Z en The Ruts en in '80 UB40. Maar met alle dub is The Clash in hun crossover toch een stuk radicaler.
Je zou Sandinista! ook kunnen zien als een voorloper van hetgeen U2 in 1988 met Rattle and Hum zou doen: Amerikaanse cultuur integreren in de eigen muziek. Het opvallendst gebeurt dat in The Sound of Sinners, dat kant 3 met black gospel afsluit.

Qua verkoopsucces valt het in eigen land wat tegen. Sandinista! piekte in de eerste week (december '80) meteen op #19 en verdween in februari alweer uit de Britse albumlijst.
De singlehits waren nog kleiner. Eerst was daar The Call Up, dat bij entree op 30 november 1980 meteen z'n hoogste plek sprong: #42. Hitsville U.K. kwam in januari '81 tot een bescheiden #56 en The Magnificent Seven in april tot #34.
De site van het Amerikaanse Billboard is inmiddels moeilijker toegankelijk - eerst inloggen is nu het devies, maar ik wil er geen account. Zeker is dat hitsingles ontbraken en dat Sandinista! er in maart 1981 #20 haalde, wat dan wél heel behoorlijk is.

Andere opvallende zaken in de muziek? Allereerst zijn er vele gastbijdragen. Zoals toetsenist Mickey Gallagher en bassist Norman Watt-Roy, beiden van Ian Dury & The Blockheads. De mondharmonica van Lew Lewis van Eddie & The Hot Rods klinkt op maar liefst vijf nummers.
Meer bezoekers bij Hitsville UK, een duet met zangeres Ellen Foley, dezelfde als van Paradise by the Dashboard Light (1978) van Meatloaf, soloalbum Nightout van het jaar erna en het duet We Gotta Get outta Here met Ian Hunter uit 1980. Ze was erbij vanwege haar relatie met zanger-gitarist Mick Jones. In Lose That Skin werkt de groep met violist Tymon Dogg, een oud maatje van zanger-gitarist Joe Strummer, wat een vrolijk fiddlenummer oplevert.
Jongste gast is Maria Gallagher, dochtertje van Mickey, die ná Broadway op een verborgen track zingt. Ze doet klassieker Guns of Brixton van The Clash nog eens dunnetjes over. Geinig, net als wanneer haar broers Luke en Ben een andere Clashklassieker doen terugkeren, leidend tot het vrolijke en charmant-valse Career Opportunities.

Behalve funk, rock, reggae en gospel is er rockabilly in The Leader en het met marimba versierde Look Here, drummer Topper Headon zingt de sterke spacegunpop van Ivan Meets G.I. Joe, psychedelische pop in Rebel Waltz, wave/powerpop in Somebody Got Murdered en Up in Heaven, in Police on my Back klinkt The Clash stevig als op hun eerste twee albums, Midnight Log is als gothic rockabilly, calypso via Washington Bullets waarin tevens de albumtitel klinkt en in Mensforth Hill wordt geëxperimenteerd met geluidscollages, backward opgenomen geluiden en synthesizer. Ik vermoed dat davevr hier verdrinkt in de chaos. Dominante synthesizers in Sillicone on Sapphire.

Drie plaatkanten die de nodige kanten opgaan. Het is bij vlagen intens, maar voor degenen die van dub-reggae en funk houden, valt er het nodige te genieten. Bij die groep hoor ik niet, vandaar mijn bescheiden waardering. De funk van The Magnificent Seven en de popsoul van Hitsville U.K. bijvoorbeeld duren me te lang.
Tot slot nog een vraag: hoor ik in het intro van Lightning Strikes dj Habte Selassie van het New Yorkse radiostation WBAI zeggen: "Okay, okay, dankjewel"?

Mijn reis door new wave kwam van single Bankrobber van The Clash en de compilatie Hits Back; ik vervolg bij een album waar ik drie jaar geleden ook was: Trust van Elvis Costello & The Attractions.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Clash - Hits Back (2013) 3,5

3 november 2025, 12:30 uur

Non-albumsingles, dat was wel een dingetje in de tijd dat ik als prille tiener in de popmuziek rolde. Kende je van de radio een leuk liedje en vond je singletjes te duur (7 á 8 gulden voor slechts twee liedjes), dan wilde je de elpee. Kopen of liever nog lenen uit de bieb, want mijn beurs was klein. Soms gebeurde het dat nét dat éne liedje daarop ontbrak. Balen.

Misschien verging dat ook menig Britse tiener zo met de reggaerock van Bankrobber van The Clash. Het haalde eind augustus 1980 #12 in de hitlijst daar, een #14 in Ierland en Nieuw-Zeeland (oktober). Geproduceerd door Jamaicaan Mikey Dread, kreeg de single extra aandacht omdat de politie had ingegrepen bij de opnamen van de videoclip, in de veronderstelling dat het echt was.

De eerste verzamelaar van The Clash met Bankrobber erop was de elpee Black Market Cash uit datzelfde jaar, maar daarvoor moest je naar de VS/Canada: de groep was bezig daar door te breken en men had behoefte aan meer muziek dan de tot dan toe verschenen albums. Pas acht jaar later was daar The Story Of, Volume 1 en kon men elders het liedje aan zijn collectie toevoegen.
Op streaming kom ik hem inmiddels tegen op deze compilatie Hits Back uit 2013. Daar valt nogmaals op dat dub/reggae één van de regelmatig gekozen zijpaadjes was waarop The Clash zich waagde, waarbij het viertal hun liedjes nogal eens voorzag van geëngageerde teksten. Politiek bewust en daarmee voortbordurend op de sociaal bewogen punk waarmee de groep enkele jaren eerder begon. Door de muzikale variatie en de gepassioneerde zang van voornamelijk Joe Strummer en Mick Jones, vormt deze compilatie een fijne samenvatting van de carrière van The Clash.

Bankrobber is één van de nummers op mijn afspeellijsten met new wave en aanverwanten, waarbij ik de albums erachter beschrijf. Ik kwam vanaf de vaak sombere synthwave van The Passage op hun album Pindrop en vervolg bij een regulier album van The Clash dat eveneens (bijna) als een verzamelaar klinkt, opnieuw vanwege de zijweggetjes: Sandinista!

» details   » naar bericht  » reageer  

The Passage - Pindrop (1980) 3,0

3 november 2025, 11:52 uur

Donkere, soms wat rudimentaire synthesizerpop uit Manchester. The Passage is het geesteskind van Richard Witts, die vanaf midden jaren '70 als journalist over klassieke muziek schrijft en in 1978 een ander pad inslaat. In datzelfde jaar wordt gedebuteerd met de EP New Love Songs, het jaar erop gevolgd door het eveneens vier nummers tellende About Time. Bassist is Tony Friel, die eveneens in The Fall speelt.

Als debuutelpee Pindrop in 1980 verschijnt is de groep van een kwartet via een trio naar een éénmansgroep geëvolueerd: Witts is inmiddels driftig aan het experimenteren met synths, zingt en spreekt en maakt het de luisteraar niet per se gemakkelijk. Al zijn de eerste twee nummers Fear en Troops Out nog licht verteerbaar, maar vanaf het op piano rollende Carnal is het qua tekst pittiger en vanaf Watching Your Dance is sombere doomwave daar. In Locust meer donkere vleermuis..., eh sprinkhaanpop. Nee, het Manchester van 1980 was niet zo'n vrolijke stad, is de indruk die je krijgt op Pindrop dat in november dat jaar verscheen.

In 2003 kwam een heruitgave op cd, waarbij de twee EP's als bonussen werden toegevoegd. Te horen is dat The Passage in dezelfde scene actief was als Warsaw/Joy Division, met wie ook werd opgetreden. De groep maakte hierna nog eens drie albums, die ik bij de bijbehorende jaren hoop te behandelen.
Witts legde zich daarna wederom toe op zijn journalistieke werk, doceerde aan enkele Britse universiteiten en schreef biografieën over The Velvet Underground, Kraftwerk en Mark E. Smith/The Fall.

komende vanaf het West-Duitse Spliff wilde ik eigenlijk door naar de new wave van 1981, maar eerst is daar nog non-albumsingle Bankrobber van The Clash, later verschenen op onder andere verzamelaar Hits Back.

» details   » naar bericht  » reageer  

Spliff - Spliff Radio Show (1980) 3,5

3 november 2025, 09:24 uur

Vanaf 1972 wint de West-Berlijnse groep Lokomotiv Kreuzberg steeds meer aan populariteit met hun Politrock, waar via vier albums geëngageerde teksten klinken. Nieuw is dat ze in het Duits zingen. In 1977 besluiten ze te stoppen en gedurende een week spelen ze afscheidsconcerten, waar zo'n 10.000 mensen op af komen.

Als in de herfst van 1977 voormalig DDR'er Nina Hagen terugkeert uit Londen, vormt de zangeres met enkele voormalige leden van die groep, te weten gitarist Bernhard Potschka, toetsenist Reinhold Heil, bassist Manfred Praeker en drummer Herwig Mitteregger de Nina Hagen Band.
Die samenwerking stopt na twee jaar en evenveel succesvolle elpees. De mannen zitten niet bij de pakken neer. Een doorstart als Spliff volgt en de daarop volgende veertien maanden wordt gewerkt aan het concept Spliff Radio Show. Die wordt in mei 1980 voor het eerst live uitgevoerd met gastbijdragen van twee buitenlandse vocalisten, te weten de Nederlandse Lisa Biallek (ex-Gruppo Sportivo) en Australiër Alf Klimek. Als verteller/radio-dj fungeert Rik DeLisle van American Forces Network Radio. Men werkt inmiddels Engelstalig.
Eind oktober 1980 verschijnt Spliff Radio Show op elpee, waarna een West-Duitse zomertour in 1981 flopt. Wél volgt in december '81 een succesvol optreden voor het nieuwe tv-programma Rockpop in Concert.

Het album is een samenvatting van de twee uur durende live-radioshow met daarin jingles (in de eerste een Nederlandse nieuwslezer) en diverse stijlen muziek zoals die in 1980 klonken. Van rock naar reggae. Duidelijk is hoe geolied Spliff als band is: als een kameleon werken ze zich door de muziekstijlen heen.
Soms moet ik denken aan hetgeen Herman Brood & His Wild Romance deden, die ook op de grens van rock en new wave balanceerden. Deep in the City heeft weg van de poprock van de Amerikaanse Pat Benatar en op de ironische tekst van Producers klinkt reggae, alsof 10 CC's Dreadlock Holiday een parodie krijgt.

Mijn reis door new wave kwam vanaf het debuut van Spandau Ballet en vervolgt bij donkere synthpop van het Engelse The Passage.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Last Dinner Party - From the Pyre (2025) 4,0

2 november 2025, 21:27 uur

The Last Dinner Party en hun tweede album From the Pyre: het wennen is voorbij, het genieten zeker niet. Eerst de wiegende 6/8-maat van opener Agnus Dei: de ode aan countryzanger Lee Hazlewood die wordt gekoppeld aan het Lam Gods, bekend bij gelovigen, kunstliefhebbers en Gentenaren.
Bij het debuut klonken vergelijkingen over kruisbestuivingen van pakkumbeet Abba tot Queen. Pop en rock. Die vergelijkingen kun je hier opnieuw doen en al ligt de balans wat meer op rock, met zang en soms uitbundige arrangementen is dit herkenbaar The Last Dinner Party.
Hoe liefde omsloeg in haat vertelt het eveneens popachtige Count the Ways, Second Best heeft iets van Roxy Music en is met het daarop volgende Rifle mijn favoriet. Op kant 2 een rustpuntje met Sail Away, gevolgd door volle radiopop van The Skythe. Meer religieuze verwijzingen in het fladderende slot Inferno.

Ik waag me niet aan vergelijkingen met hetgeen Kate Bush en Siouxsie Sioux eind jaren '70 deden via hun eerste twee albums, die eveneens succesvol waren: Bush haalde de Britse #3 en 6, Siouxsie #12 en 13. Maar dat was een heel ander, analoog tijdsgewricht en alleen daarom is hen naast TLDP leggen als appels met peren vergelijken.
Of moet ik TLDP met het nu vergelijken? In dat geval zie ik dat ze zich qua verkoop- en streamingcijfers en fanschare (nog?) niet kunnen meten met popkoningin Taylor Swift. Of is een vergelijking met Billie Eilish passender? Opnieuw 'appels met peren', al is het maar de muziekstijlen.
Ik vergelijk maar niet. Laat de muziek het werk doen. From the Pyre blaast me weliswaar niet omver maar brengt wél een eigen geluid. Creatief en fris met meestal sterke liedjes. Een krappe vier sterren.

» details   » naar bericht  » reageer