Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026
UFO - Misdemeanor (1985) 4,0
31 december 2025, 13:03 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
AC/DC - Stiff Upper Lip (2000) 3,5
31 december 2025, 09:19 uur
Een nieuw millennium en al in februari 2000 een nieuwe AC/DC. Opvallend in de aanloop naar Stiff Upper Lip was de wisseling van producer: Bruce Fairbairn van The Razors Edge was de beoogde knoppenman, maar overleed onverwacht. Zo kwam de groep weer eens terecht bij George Young, de oudste broer van Malcolm en Angus. Deze keer zonder Harry Vanda, werd Canadees Mike Fraser van AC/DC's vorige album Ballbreaker, diens assistent.
De droge en toch warme productie van Young en Fraser is passend bij de muziek, sterker dan voorheen gedrenkt in de blues. In 2000 was de cd oppermachtig (jammer met deze hoes!), toch verscheen Stiff Upper Lip tegelijkertijd ook op vinyl. De cd kwam je overal tegen, tot benzinestations toe, wat iets zegt over de status die de groep had opgebouwd.
Ik leerde er meteen een nieuwe uitdrukking bij. Stiff Upper Lip oftewel het stug doorgaan ondanks tegenslag. Nooit was de start van een plaat van AC/DC slap en dat geldt ook voor het titellied dat aftrapt met z'n bluesintro, een ijzersterke riff en de sterke zang van Brian Johnson. De blues druipt verder door in Meltdown, net als in het minder pakkende House of Jazz.
Het vrolijke Hold Me Back is vlotter met zijn springende gitaarspel, van het soort dat vaak op For Those About to Rock (1981) klonk. Het stomende Safe in New York City was mijn onmiddellijke favoriet, maar de tekst smaakt anders sinds de aanslagen van 9/11, het jaar erop. Can't Stand Still sluit kant 1 midtempo maar stuwend af.
Op kant 2 zijn het de twee uptempo nummers die pakkend zijn, Satellite Blues en Give It Up. De overige nummers zijn degelijk, langzamer en in een bluessausje gedrenkt. De spanningsboog blijft echter niet gespannen, anders dan AC/DC's werk van eind jaren '77-'79 waar de muziek met alle blues erin naar terugverwijst.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Rock in a Hard Place (1988) 4,0
31 december 2025, 07:55 uur
Albumtitel Rock in a Hard Place verwijst naar de felle kritiek die de christelijke groep Bloodgood in die tijd vanuit conservatieve christelijke hoek kreeg. Tegelijkertijd kwam je in de hardrockende metalen wereld de opinie tegen dat hun teksten niet samen zouden gaan met metal. Van beide kampen is de argumentatie erg zwak.
Voor mij geldt: laat de muziek het werk doen. Daarbij hoor ik inderdaad graag teksten met een positieve inslag, er is al teveel ellende in de wereld. Om die reden vind ik bijvoorbeeld War Pigs, Into the Void en After Forever van Black Sabbath zulke lekkere nummers. Of de conceptalbums van Queensrÿche, die me tot nadenken aanzetten.
Bloodgood slaat op hun derde album een iets melodieuzer pad in, voor mij nog pakkend genoeg. Ik hoorde de plaat voor het eerst in een winkel in de zomer van '88 in Engeland en bij thuiskomst heb ik 'm meteen gekocht. De productie van Terry Shelton is prima, Bloodgoods best geproduceerde album tot dan toe.
Op Shakin' It klinkt meer rock 'n' roll dan voorheen, zij het stevig. De schuurpapieren stem van Les Carlsen doet het daar goed op, terwijl David Zaffiro weer een solo met zowel snelheid als melodie neerzet. Spannender vind ik echter de akkoordenopbouw van Never Be the Same, geschreven door bassist Michael Bloodgood, waar Zaffiro opnieuw zo'n lekkere gitaarsolo neerzet; ik proef de echo van Randy Rhoads. Heel voorzichtig klinken toetsen.
The Presence is een ijzersterke compositie dankzij de sterke melodie, uptempo metal met opnieuw fraai gitaarwerk inclusief subtiele accenten. Altijd een favoriet geweest. Met het langzamere What Have I Done? heb ik minder, al is het meer dan degelijk. Gelukkig is het slot met Heaven on Earth stevig: opnieuw komen stevige metal en een pakkende melodie fraai samen, met alweer een pakkende solo. Zaffiro is een klasbak.
Kant 2 opent met de het stampende Do Or Die, maar met te simpele riffs. De weliswaar stevige ballade She's Gone maakt het niet beter, maar wellicht dat fans van Scorpions er meer mee kunnen waarbij Carlsens stem een tikkie rauwer is dan die van zijn Duitse collega.
Liever het uptempo en verrassend semi-akoestische The World (Keeps Movin' Around) met z'n heerlijke groove, bovendien lekker gedrumd door Mark Welling met open hi-hat.
Van Seven weet ik inmiddels dat de groep twijfelde of dit nummer wel voldoende niveau had. Wel, dat hééft het. Het is een aparte eend in de bijt: langzaam en beginnend met een toetsenintro, bijna statig in melodie en tegelijkertijd stevig, met een mystieke tekst die binnenkwam.
Hierna vertrok Zaffiro, naar ik destijds las omdat hij een melodieuzer koers zou willen. Die koers sloeg de groep echter hierna in: dát kon het probleem dus niet zijn. Recent hoorde ik in podcast Metal Geeks echter dat hij het touren niet meer kon combineren met de zorg voor zijn gezin. Een papa die thuis is in plaats van te vaak van huis? Als die twee niet langer zijn te combineren, geef ik hem groot gelijk. Zijn vervanger werd een oude vriend van de band, Paul Jackson.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - Ballbreaker (1995) 4,0
31 december 2025, 00:04 uur
Drummer Phil Rudd keerde terug bij AC/DC en producer Rick Rubin poogde de groep terug te brengen naar z'n oergevoel, zoals hij dat enkele jaren later met Black Sabbaths 13 zou proberen én natuurlijk met Johnny Cash en diens American Recordings.
De terugkeer van Rudd zal vast zijn goed geweest voor de sfeer van de goede oude tijd, uiteindelijk zijn het echter de muzikale ideeën die het moeten doen. Dat sommigen moeite hebben met Rubins productie, snap ik niet. Die is droog en helder, zonder onnodige drumgalm: terug naar de productie uit de periode Vanda & Young, met name de jaren '77-'78.
Op kant 1 zijn geslaagd Hard as a Rock met z'n rake riff, The Furor waar de gebroeders Young zich aan ongewoon melodieuze gitaargeluiden wagen en de blues van Boogie Man. Burnin' Alive combineert een sterke riff met een voor AC/DC ongewone, bijna dansende baslijn.
Kant 2 start met Hail Caesar dat overduidelijk mikt op een meebrullend publiek en profiteert van een versnelling halverwege; het refrein lijkt warempel op klassieker TNT. De andere hoogtepunten op die helft zijn Love Bomb dat dankzij een opnieuw melodieuze riff groeit bij vaker draaien, het vlotte Caught with Your Pants Down is mede vanwege de tekst aardig en Ballbreaker is weliswaar verre van verrassend maar vormt een degelijk slot. Dan heb ik zeven á acht nummers die goed bevallen met kant 1 als favoriete, kom ik op vier sterren.
Bij voorganger The Razors Edge mopperde ik over de fantasieloze hoes. Hier juist een compliment voor dat onderdeel, door de makers van Marvel gemaakt. Kijk die achterzijde!
» details » naar bericht » reageer
Orion the Hunter - Orion the Hunter (1984) 4,0
30 december 2025, 21:59 uur
Ik kwam gisteren de elpee tegen bij Wim's Muziekkelder in Doetinchem en zo komt het dat hij hier nu draait.
Heb ondertussen mijn eigen stukje van drie jaar geleden eens herlezen om tot de conclusie te komen dat ik er inmiddels meer van kan genieten. De stem van Fran Cosmo is vrij hoog, even wennen. Toch zit ik al spoedig in de muziek. Wat me vooral opvalt is dat het gitaargeluid niet zo groots en ruim is als bij Boston; maar juist op het einde met I Call It Love pakt het mij bij de lurven. Lekker!
Zoals vielip en gaucho al aangaven, als je het vergelijken nalaat is dit gewoon een prima album. Met aor zoals Amerikanen dat zo goed kunnen. Vanavond was ik kennelijk in de juiste stemming, of deed de muziek dat? Hoe dan ook, ik verhoog met een halve ster naar vier stuks.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Detonation (1987) 4,5
30 december 2025, 08:18 uur
Met hun titelloze debuut maakte Bloodgood in 1986 indruk op mij, met Detonation ging er nog schepje bovenop. Zoals Sir Spamalot schrijft, een "mix tussen traditionele heavy metal en speed(y) metal", waarbij de whiskeystem van Les Carlsen een extra rafelrandje geeft.
Wel was het destijds even wennen aan de eigen, rauwe productie, zoals ik vier jaar eerder moest wennen aan de productie van Dio's Holy Diver. Enkele draaibeurten later was ik definitief om: dit was simpelweg ijzersterk, zéker met die hoes (voor- en achterzijde) erbij, ook al herinnerend aan Dio.
Bij podcast Metal Geeks kwam ik een interview tegen met de zanger, inmiddels 76 jaar maar nog volop actief. Hij vertelt er dat ze van platenmaatschappij Frontline $20.000 kregen voor alles, opnames én "sandwiches", wat het ruwere geluid verklaart.
Bovendien ontstond het idee om er een theaterproductie van te maken, wat enkele jaren later werd gerealiseerd; Carlsen startte namelijk zijn professionele carrière begin jaren '70 in rockmusical Hair, mogelijk de kiem om iets dergelijks in de hardere vorm van hardrock/metal te realiseren.
Verder leer ik dat Carlsen met zijn vrouw begin jaren '80 nog pop maakten onder de vlaggen Carlsen-Macek en Sticker, bekende namen in de regio Seattle. Via hun zoon ontdekten ze heavy metal. Kijk, zó kan het ook gaan!
Die dingen waren mij in 1987 onbekend. Ik hoorde simpelweg metal zoals ik die graag hoorde: hard, snel en passievol. Nieuw is drummer Mark Welling die hard mag werken, belangrijkste troef blijft gitarist David Zaffiro die alle ruimte krijgt voor zijn snelle solo's en een groot gevoel voor melodie heeft.
Hoogtepunten zijn er te over, met de snelle nummers Battle of the Flesh, Crucify (een knallend hoorspel met familieleden in gastrollen) en Live Wire als favorieten; Eat the Flesh en het emotionele Alone in Suicide zijn andere toppers. Zwakke nummers ontbreken, al had/heb ik minder met het langzame The Messiah.
White metal groeide in omvang en kwaliteit, ondanks de kritiek vanuit vooral christelijke hoek. Anders dan Stryper kreeg Bloodgood geen release via seculiere kanalen, waardoor de groep buiten de VS minder bekend bleef, al is er in Duitsland wél een redelijke fanschare. Voor mij hun beste album.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - Live (1992) 4,0
30 december 2025, 08:12 uur
Hierboven is het meeste gezegd over de tweede liveplaat van AC/DC. Herkenbaar is wat wordt genoemd over het irritante van de fade-outs, net als de vergelijkingen tussen If You Want Blood You've Got It (1978) en veertien jaar later het simpelweg getitelde Live.
Van een hongerige, ambitieuze groep, al wel een geoliede machine, naar inmiddels een gevestigde en geroutineerd kwintet. Van zalen naar stadions en de stem van Brian Johnson als grootste en het groovy werk van drummer Chris Slade als kleinste verschil; hij speelt in de lijn van Phil Rudd. Anno 2025 kun je met nostalgie terugblikken: Malcolm Young nog in leven, Cliff Williams nog niet met pensioen...
Toen ook al op 2LP verschenen, in 2024 in een 50th Anniversary Edition (de groep was jarig, het album slechts 32 jaar) met twintig nummers, moet je natuurlijk de langst mogelijke versie van dit album hebben en die heeft drieëntwintig nummers - of zelfs eentje meer.
Wat je krijgt zijn hoogtepunten uit de jaren Johnson met af en toe een zijstapje naar het verleden toen Bon Scott bij de microfoon stond. Zo'n "best-of" werkt goed, de opnamen van diverse Engelse en Canadese optredens.
Bruce Fairbairn die ook The Razors Edge deed, zat achter de knoppen om er één geheel van te maken. Leuk is de uitgebreide terugkeer van Jailbreak in de set, het krijgt maar liefst 14 minuten. Of High Voltage met een dikke 10 minuten. Dat is nóg een verschil met de eerste liveplaat, waar géén uitgesponnen versies op staan.
Niet alle nummers uit de setlist staan op de 2cd. Hell Ain't No Bad Place to Be kwam in 2009 op verzamelaar Backtracks, waar meer livewerk op staat.
Slade nam - zeer tegen zijn zin - afscheid van de groep met een nummer dat voor een film werd opgenomen. Big Gun verscheen bij Last Action Hero en belandde eveneens op Backtracks. Voor album Ballbreaker keerde namelijk oudgediende Phil Rudd terug.
» details » naar bericht » reageer
AC/DC - The Razors Edge (1990) 3,5
29 december 2025, 22:55 uur
Bijna twee jaar geleden pauzeerde ik van mijn reis door AC/DC's discografie en plotseling heb ik er weer zin in. Toen bleek Blow up Your Video uit 1988 een onverwachte meevaller na wat kwakkelende jaren: wie denkt dat de groep zich steeds herhaalt, heeft het mis. Nieuw op The Razors Edge is drummer Chris Slade, die ik eerder vandaag bij Manfred Mann's Earth Band tegenkwam.
Twaalf nummers, waar men vroeger met tien volstond. Komt vast door de langere duur van de cd, waarvan het formaat wellicht ook z'n invloed had op de hoes. Op de fantasieloze achterzijde had ik graag de traditionele groepsfoto of afzonderlijke portretten gezien; wellicht dat de art director besloot dat dit op cd-grootte soberder moest.
Voor het eerst is Canadees Bruce Fairbairn hun producer, eerder furore makend met Bon Jovi en Aerosmith. Hij weet de sfeer van Vanda & Young neer te zetten.
Overbekend maar onverwoestbaar is Thunderstruck dat ik in 1990 als hun comeback omarmde, mede door het succes in de Nederlandse hitlijst: #3 bij de TROS en #6 bij Veronica's Top 40. Ooit las ik dat een Aaltense buurman van Angus Young hoorde hoe deze het nummer thuis op zijn piano speelde, maar of ik me dat goed herinner?
Zeker is dat de videoclip meehielp aan het succes en dat dit inmiddels het meestgecoverde nummer van de groep is, met de meest uiteenlopende versies; van banjo tot strijkkwartet. Ook op YouTube zijn diverse filmpjes via de zoekterm 'Thunderstruck drum cover' te vinden. Leuk om te zien: je beseft wat een drummachine Chris Slade is, net als zijn voorgangers Simon Wright en Phil Rudd.
Het snelle Fire Your Guns (Chuck Berry in AC/DC-jasje) en het vrolijke Moneytalks volgen, waarna de riff van The Razors Edge ongewoon ernstig lijkt. Dan wordt 't minder opwindend. Van Mistress for Christmas is de titel het spannendst, Rock Your Heart Out sluit de eerste helft swingend af met een voor AC/DC ongewoon springerige baslijn, alsof een vlo op de snaren van Cliff Williams zat.
Eveneens aardig is Are You Ready, toch hoor ik liever het aangenaam slepende Got You by the Balls. Het tempo gaat omhoog met Shot of Love, Let's Make It slaagt dankzij het koortje, waarna met Goodbye & Good Riddance to Bad Luck de middelmatigheid terugkeert. If You Dare begint apart maar wordt dan weer te standaard.
Met zes echt sterke nummers (de eerste vier, Got You by the Balls en Let's Make It) is twaalf nummers wat veel. Een groep als AC/DC is in mijn oren op z'n best op een album met tien nummers. En toch duurt The Razors Edge maar drie kwartier...
» details » naar bericht » reageer
Manfred Mann's Earth Band - The Roaring Silence (1976) 3,5
29 december 2025, 19:21 uur
Opgepikt op vinyl in Wageningen bij WWRecords, nieuwsgierig geworden door Somewhere in Afrika van dezelfde Manfred Mann's Earth Band. Daar schreef ik dat ik hen leerde kennen via de single Davy's on the Road Again. Ik vergiste me.
Van dit The Roaring Silence werd Blinded by the Light eerder een hit, namelijk oktober 1976. Ik herken vanaf die maand opeens veel muziek als ik door de oude hitlijsten struin. Het moet dus die maand zijn geweest dat ik van mijn ouders een klein radiootje te leen kreeg, waarmee ik naar Hilversum 3 luisterde. En dus moet dit mijn eerste kennismaking met de Earth Band zijn geweest. Het haalde in de singleversie drie weken notering in de Nationale Hitparade die op de vrijdagmiddag klonk, waar hij op #19 piekte.
Bijna vijftig jaar later (!) heb ik dus de elpee in huis. In deze bezetting twee leden die ik later elders zou tegenkomen: Dave Flett werd in 1979 tourgitarist van Thin Lizzy, waar Gary Moore de groep had verlaten en Midge Ure niet de ideale vervanger bleek; Flett had er willen blijven, maar Snowy White werd de definitieve opvolger. Wel keerde Flett live terug als gastgitarist tijdens de tour voor Renegade en hij staat afgebeeld op de hoes van afscheidsalbum Life Live. Een meer dan bekwaam gitarist, waarover dadelijk meer.
Bekender werd drummer Chris Slade, die bij de nodige grote namen speelde en daarbij het meest opviel als drummer van AC/DC ten tijde van The Razors Edge (1990).
Hierboven valt uitgebreid te lezen dat deze elpee de eerste was met zanger Chris Thompson en verder is Colin Pattenden bassist en groepsleider Manfred Mann toetsenist en tweede zanger.
Een enigszins moeizame start: de albumversie van Blinded by the Light duurt met z'n zeven minuten te lang, wat al helemaal geldt voor de dikke acht minuten van het kalme Singing the Dolphin Through. Met het instrumentale Waiter, There's a Yawn in My Ear spits ik voor het eerst de oren. Hier wordt het spannender, wat zich voortzet op kant 2.
Die begint met een klassiek koraal, als een twaalfhoofdig koor a capella het intro van The Road to Babylon inzet, waarna Fletts huilende uithalen opvallen. Hij soleert sterk, zowel stevig als subtiel. Later vallen blazers en strijkers bij: Manfred Mann is als toetsenist tevens een bekwaam arrangeur met hoorbaar een klassieke achtergrond. Toegankelijke, lenige symfonische rock is het gevolg.
Dit niveau wordt volgehouden met This Side of Paradise en Starbird, al wordt de laatste wel abrupt weggedraaid om plaats te maken voor de sterke finale met Questions, waar ik echter een slotclimax mis. Thompsons rauwe en emotionele zangpartijen passen uitstekend bij dit alles en Fletts bijdragen brengen de nodige fraaie details. Wat maakte toch dat het bij Lizzy niet werkte?
The Roaring Silence is, mede met die opvallende hoes, een prima album, ondanks dat het soms op details wat mist. Dat geldt dus zeker niet voor de bijdragen van Flett. Her en der moet ik denken aan War of the Worlds van Jeff Wayne, eerder door BoyOnHeavenHill aangehaald. Dank ook aan Teacher voor de achtergrondinformatie. En nu eens zien of ik de komende maanden vaker werk van de Earth Band met Chris Thompson tegenkom: zijn stem is de peper in de pot.
» details » naar bericht » reageer
Bloodgood - Bloodgood (1986) 4,0
29 december 2025, 11:26 uur
Bloodgood was in 1986 één van de Amerikaanse groepen die in de slipstream van Stryper opkwamen. De term 'white metal' was kort tevoren geïntroduceerd en zeker van toepassing op dit kwartet uit Seattle rond bassist Michael Bloodgood. Met verder zanger Les Carlsen, gitarist David Zaffiro en drummer JT Taylor.
Bloodgood start overtuigend met Accept the Lamb, dat verrassenderwijs a capella begint en vervolgens midtempo vervolgt. Carlsen heeft een aangenaam rauwe stem, wat Zaffiro aan solocapaciteiten in petto heeft, houdt deze nog even geheim. Waar je verwacht - en deze puber was daar destijds op gebrand - dat een snel nummer zou volgen, volgt het eveneens midtempo Stand in the Light.
Producer Darrell Mansfield - een zanger uit de (blues)rocktraditie - heeft de boel capabel vastgelegd, maar verzuimde bij sommige nummers een echt vette metalproductie te creëren. Dat blijkt bijvoorbeeld op het eindelijk snellere Demon on the Run, waar Zaffiro weliswaar voor het eerst zijn vingervlugheid bewijst, er had echter een hakkende slagpartij onder gemoeten.
Met Anguish and Pain komt het album dan eindelijk echt op gang. Was het track 2 geweest, dan had de plaat eerder overtuigd met z'n basis van rollende basdrums op de manier van de New wave of British heavy metal. Het iets langzamere maar snel riffende Awake! sluit kant 1 sterk af, mede dankzij de sterke brug halverwege, die fraai in contrast staat met de Randy Rhoadsachtige riff.
Op kant 2 is de wisselvalligheid verdwenen. Soldier of Peace stoempt aangenaam, met You Lose gaat het gaspedaal dieper in: Zaffiro racet een enkele keer zijn gitaarhals af en halverwege opnieuw een pakkende brug. What's Following the Grave sleept aangenaam met een sterke melodie en Killing the Beast doet wat het belooft. Met afsluiter Black Snake werd destijds het snelheidsrecord binnen de white metal gehaald.
Weinig stemmen op MuMe bij dit debuut, maar verkijk je niet op het lage gemiddelde: een grapjas gaf een halve ster en gezien zijn overige stemmen vermoed ik dat dit niet geheel serieus was of wellicht met minder nobele intenties gedaan. Tja, white metal hè, dat vinden sommigen wat moeilijk...
De productie is bij sommige nummers wat te ingetogen, maar de meeste composities overtuigen. Zaffiro combineert fraai snelheid en melodie én heeft een neusje voor riffs, waarbij hij de Brits klinkende metal van begin jaren '80 een Amerikaans (shredder)snufje geeft. Daarbij gaat de gepassioneerde whiskeystem van Carlsen nooit vervelen. Een krappe 4 sterren geven een realistischer beeld.
Net als de eveneens in 1986 verschenen debuutelpees van Barren Cross (Rock for the King), Saint (Time's End) en Bride (Show No Mercy) ging Bloodgood muzikaal nét wat verder dan Stryper. Met opvolger Detonation werd het opnieuw een stapje steviger, zeer naar mijn zin.
» details » naar bericht » reageer
Metalmania (1980) 4,5
Alternatieve titel: Metal Mania, 27 december 2025, 12:48 uur
Heb laatst deze elpee gekocht op glanzend zwart vinyl, bijna drie jaar nadat ik erover schreef. Een uitgave van EMI/Harvest.
Wat valt op? Onder meer de binnenhoes met interessante bio's, want hoe keek men in 1980 tegen deze namen aan en de albums/singles waarvan de nummers werden gehaald? Een tijdcapsule, die indertijd niet meer bij mijn leenexemplaar uit de fonotheek zat.
Ik leer bijvoorbeeld dat de ster van Whitesnake rijzende was (voor het eerst een top 10 notering dankzij Ready an' Willing), Speed King van Deep Purple blijkt afkomstig van een BBC-liveopname en een lang epistel over Scorpions vertelt dat ze in 1975 door België en Duitsland tourden als voorprogramma van Sweet (o ja?) en dat ze met nieuwe album Animal Magnetism in 1981 door de VS en Europa de weg op zullen gaan.
Opvallendste muzikale zaken: Criminal Tendencies van Wild Horses met in de groep Neil Carter, later bij UFO en tegenwoordig Mogg's Motel, is een lekker aor-nummer; Atomic Rooster klinkt op hun comeback via Do You Know Who's Looking for You? als het prettig gestoorde neefje van Purple met dat orgel en de malle zang; de singlemix van Iron Maidens Sanctuary is net effe anders dan die ik in mijn brein heb opgeslagen - maar net zo smakelijk met DiAnno's stem in een wolkje echo.
De nummers van Sammy Hagar, April Wine en Riot zijn daarbij té lekker om ongenoemd te laten. 'Smullen' is hierbij de ouderwetse term voor ouderwets knallende hardrock!
Alle twaalf goed, mijn waardering groeit naar een 9.
» details » naar bericht » reageer
The Sick Man Of Europe - The Sick Man of Europe (2025) 3,0
26 december 2025, 10:29 uur
jeanmaurice, dank voor de tip! Al ben ik met mijn drie sterren niet overenthousiast, het is oprecht leuk dat je aan me dacht!
'The sick man of Europe' is een uitdrukking die ik ken uit de economie, hier is het kennelijk een eenmansproject. Qua sfeer ga ik terug naar begin jaren '80 als wapenwedloop en economische recessie de sfeer bepalen en ik word opgeleid om na het voltooien van de studie werkloos te worden. Althans, dat was de sfeer, ik had gelukkig al na twee weken werk en de man van de Sociale Dienst meldde mij na enkele maanden dat hij mij uit zijn papierbak ging verwijderen.
Enfin, The Sick Man of Europe brengt onmiddellijk die herinneringen terug. Als een groep die inspiratie vond in Joy Division, zoals indertijd Modern English dat pad volgde als groep, doet deze "zieke man" dat solo. De nadruk ligt op een basis van sequencers die worden omgeven door ijle synthesizers, een basgitaar die gitaarachtige partijen brengt zoals in Sanguine, plus lekkere gitaarlicks.
Ik vind dit vooral lekker als het voluit uptempo is, wat drie keer gebeurt: in Obsolete, Transactional en Movement. De bijna spraakzang brengt een monotonie die aanvankelijk lekker is, maar bij track 3 begin ik toch naar meer melodie te verlangen, hoe lekker de instrumenten ook klinken, ik houd namelijk van die warme productie.
Is vooral een kwestie van smaak: soms vind ik muziek te melodieus, wat dan binnenkomt als "te lief". Dat effect benoemde ik eerder vandaag bij de laatste van H.E.A.T. Heel ander genre en toch. Maar teveel monotonie trek ik kennelijk ook niet. Zeurkous...
In een enigszins gelijksoortig muzikaal universum als The Sick Man Of Europe bevindt zich Vive La Fête, dat eerder dit jaar, na jaren zonder nieuw werk, de EP Les Sauvages uitbracht. Die ga ik nu eens opzetten.
» details » naar bericht » reageer
H.e.a.t - Welcome to the Future (2025) 3,0
26 december 2025, 09:27 uur
Ultimate Classic Rock publiceerde een lijst van de tien beste hardrockalbums van 2025. Niet alles is mijn glas bier, maar nieuwsgierig werd ik wel. Op 10 staat H.E.A.T. met Welcome to the Future.
Eind augustus was hier op MuMe een verkiezing van de beste Adult Oriented Rock en deze Zweden hadden daar makkelijk met één of meerdere nummers tussen gepast. Muzikaal is het net iets steviger dan dat genre, maar als ze de voet van het gaspedaal halen zoals bij In Disguise...
Stevige hardrock op de rand van pop, zoals die midden jaren '80 in zwang kwam: melodieus met herkenbare refreinen, flitsende gitaarsolo's, krachtige zang en dat alles met de nodige toetsentapijten. Vijf topmusici die alles geven in een optimistische sfeer, waarbij soms ohoho-koortjes langskomen.
Die laatste dingetjes zijn echter precies die reden dat het mij snel te zoet wordt. Twee á drie nummers is nog okay, maar dan ben ik ook verzadigd. Retro-hardrock met veel glucose.
Favorieten die ik aanvinkte: opener Disaster, Running to You en In the End.
» details » naar bericht » reageer
UFO - Mechanix (1982) 4,0
23 december 2025, 11:55 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Panic - 13 (1978) 3,5
23 december 2025, 09:05 uur
Op reis door new wave en punk, kwam ik door het overlijdensbericht in Oor van zanger Peter ten Seldam bij dit enige album van zijn groep Panic. 13 had ik gemist, toen (te jong) en later (slechts in 1978 en 2011 verschenen heruitgaves en die laatste alleen in de VS).
Wel kan ik me vaag herinneren destijds over de groep te hebben gelezen. Iets met chaotische concerten en een geduchte livereputatie. 13 is echter compleet nieuw voor me. Geproduceerd door de groep met (KRO-dj en journalist) Peter van Bruggen, die in Oor een vroege chroniqueur van punk was. Rondkoeklend ontdek ik dat Panic ook belangrijk was voor Paradiso, dat in die jaren veranderde van een wat ingedut hippie-etablissement naar een eigentijdse concertzaal.
De hoes is veelzeggend 1978: de kleurige inrichting van de ruimte, veel oranje; de kleding van de dames met onder andere een lange bruine rok en caramelkleurige legging (ik moet denken aan de foto's in Libelle die mijn moeder destijds las). Aan de muur echter de zwart-witposter van de groep. Diezelfde foto staat op de achterkant, waar als bezetting wordt genoemd Peter Penthouse op zang, Mike Decourt (Michiel van 't Hof) op gitaar, Pete Passion (Piet van Dijk) op bas en Rheinhard Roffel (Rein de Graaf) op drums. De eerste persing was meteen op rood vinyl.
Met de oren van toen klonk 13 ongetwijfeld ontzettend rauw en rudimentair, al vermoed ik dat degenen die erbij waren zullen beamen dat ze live pas echt tot hun recht kwamen. Een directe productie zonder toeters en bellen, zes nummers op kant 1 en zeven op 2. Tot op het bot uitgeklede rock 'n' roll zoals punk beoogde te zijn, met Baby Please als duidelijkst voorbeeld dankzij een rockabillyriff.
En verder begint de plaat met het geluid van een rochel, is schuttingtaal niet uitgesloten, waarbij het titellied uitlegt wat een dertienjarige allemaal nog niet mag, verlangend naar het moment dat hij zestien wordt.
Hierboven wordt als grootste favoriet Requiem for Martin Heidegger genoemd, inderdaad de knallende afsluiter van dit album over de Duitse filosoof, tevens NSDAP-lid. Hierna eindigt de elpee met de vervormde en versnelde klanken van de diverse zangsporen, op streaming helaas tot een aparte track gebombardeerd.
Op mijn afspeellijst met wave uit dat jaar, de muziek op chronologische volgorde van verschijnen gezet, staat het titelnummer tussen Wayne County and the Electric Chairs (28 Model T) en Elvis Costello (I Don't Want to Go to) Chelsea. Toen punk en new wave nieuw en vaak onvoorspelbaar waren.
Mijn reis kwam van de live-elpee Hanx! van het Noord-Ierse Stiff Little Fingers uit 1980. Ik keer terug naar waar ik was gebleven: mei 1981 waar qua mode en beleving één en ander is veranderd, single Stand and Deliver van Adam and the Ants.
» details » naar bericht » reageer
Stiff Little Fingers - Hanx! (1980) 3,5
18 december 2025, 22:38 uur
Ik heb best een pittig jaar achter de rug met enkele grote veranderingen in de privésfeer. Toch kan ik me nog steeds boos maken om onbenulligheden. Zoals over iets wat ik las in het platenwinkelblad Mania, het novembernummer (#422) van dit jaar bij een stukje over 154 van Wire. Alinea 2 begint met de woorden: "Tussen 1977 en 1979, het jaar waarin punk overleed..."
'Punk overleed'? Ik ben geen punk (geweest) maar kan in 1979 diverse albums aanwijzen van (vaak nieuwe) punkgroepen die met fris elan musiceerden: het Noord-Ierse Stiff Little Fingers met muziek uit de oorlogszone aldaar (album Inflammable Material), The Members (At the Chelsea Night Club), arbeiderspunk van Sham 69 (het malle The Adventures of the Hersham Boys), The Ruts die punk met reggae combineerden (The Crack) en natuurlijk was daar het titelloze debuut van The Undertones, ook uit Ulster.
Hanx! (oftewel 'thanks') was in 1980 het liveresultaat van de eerste twee albums van Stiff Little Fingers, mede bedoeld om de groep in de VS te introduceren, zo vertelt zanger Jake Burns in het interview op de bonusversie-cd. Wat we horen is - met de oren van nu - weliswaar muzikaal niet vernieuwende punk, maar wie in de achtergronden van de groep duikt en van Burns' inzet weet om reggae te integreren in deze rechttoe-rechtaan rauwe rock, proeft dat er méér is dan het eerste gehoor doet vermoeden. Met als persoonlijke favoriet Alternative Ulster.
Het verpunkte White Christmas (een bonustrack op de cd-editie van 2001) mag met de oren van nu cliché lijken, ook bij mij; toen echter was het oppunken van traditionals hartstikke fris; vergelijk dit met Sid Vicious' My Way.
Nee, punk stierf niet in 1979. De eerste golf was weliswaar (soms tijdelijk) uitgeblust of overgestapt naar andersoortige muziek, een tweede golf nam echter het stokje over. Die haalde inderdaad niet meer de megasuccessen van hun voorgangers (alhoewel: Hanx! kwam in het VK in september '80 tot #9), buiten de hitlijsten bleef de lava wel degelijk bubbelen.
Mijn reis door new wave kwam van de powerpop van The Atlantics en vervolgt bij een opnieuw door mij gemist album: het Nederlandse Panic en hun enige album 13; punk uit 1978.
» details » naar bericht » reageer
Glenn Hughes - Resonate (2016) 4,0
18 december 2025, 22:11 uur
Ik schreef laatst iets bij de nieuwe van Glenn Hughes, Chosen uit 2025. De reactie van milesdavisjr prikkelde mij om de voorganger te gaan beluisteren.
Dit Resonate is dus van negen jaar eerder en warempel, het is langzamerhand gegroeid en gegroeid. Qua funkinvloeden vind ik het nogal meevallen, het is een voluit rockend album met op Landmines een vleugje funk. Echter, waar die stijl er vroeger toe leidde dat Hughes ad libs en gilletjes zong - die werken op mijn humeur als dezelfde dingetjes van bijvoorbeeld Mariah Carey, kwestie van smaak - laat hij die hier achterwege. Het nummer hoort zelfs bij mijn favorieten.
Hughes zingt robuust en anders dan op Chosen duikt af en toe het geluid van het Hammond op. Dat orgel past goed bij zowel de historie als de composities van de voormalige Deep Purpleaan.
Andere favorieten: bij Let It Shine word ik voor het eerst vol geraakt. Wat een bizar korte, maar effectieve en heavy riff. In combinatie met het lichtere refrein werkt dat érg goed.
In Steady duikt Jon Lord, excuseer Lachy Doley op met zijn orgel: een heerlijk intro gevolgd door een dansende riff. Het ingetogener When I Fall draagt een fraaie melancholie met zich mee en Stumble & Go heeft een pakkende riff en aparte bruggen. Long Time Gone tenslotte begint akoestisch en wordt dan stevig met - toch nog - enige scheurende funkgitaar. Lekkerrr.
Anders dan bij Chosen heb ik in de tweede helft dus totaal geen last van verzadiging, integendeel, de sterke nummers bevinden zich vooral aan die kant. Miles, bedankt voor je aanzet!
» details » naar bericht » reageer
Cheap Trick - All Washed Up (2025) 4,0
16 december 2025, 15:52 uur
Eergisteren stond ik stil in 1979: Dream Police van Cheap Trick. In het interview in Muziek Expres uit dat jaar vertelde gitarist Rick Nielsen 26 jaar te zijn en als dat klopte is hij inmiddels 72. En toch komt de groep, waar zanger-gitarist Robin Zander en bassist Tom Petterson de andere oudgedienden zijn, met studioplaat numero 21. Een hele prestatie. Drummer is opnieuw hun "touring drummer" Daxx Nielsen, zoon van Rick.
Zanders stem is - verrassend met de 46 jaren die zijn verstreken - iets minder diep dan toen, heeft een aangenaam hees randje en nog altijd volop bereik. De heren brengen traditiegetrouw liedjes met kop en staart in een meestal stevig (hard)rockend jasje. In retrospect worden ze een powerpopband genoemd, waar Cheap Trick ooit voor hardrock doorging. Ach ja, plak er het labeltje op dat u wenst, feit is dat de heren liedjes kunnen schrijven en dat de gitaren meestal scheuren.
Uiteraard doet het ene nummer meer dan de ander. In de auto was ik het meest gecharmeerd van de uptempo opener All Washed Up, de melancholie van het kalmere All Wrong Long Gone en iets dergelijks met Twelve Gates, het swingende en rockende Dancing with the Band met pakkend hoog hoo-hoo-koortje en vooral A Long Way to Worcester, dat een persoonlijke tekst heeft; in mijn geval helaas enigszins actueel, waardoor hij extra binnenkomt.
Tevens uw aandacht voor de knotsgekke gitaarsolo's die Nielsen kan spelen: hoor ze maar eens in A Long Way to Worcester en vooral The Riff that Won't Quit.
Contrasten zijn er ook: Bet It All heeft een doomriff alsof Black Sabbaths Tony Iommi die schreef, The Best Thing is een midtempo rockballade met rijke koortjes en met slotlied Wham Boom Bang klinkt jazzswing in popjasje. Toch horen die zijstapjes niet bij mijn favorieten: het liefst hoor ik nummers waar de groep zowel rockt als een sterke melodie heeft.
» details » naar bericht » reageer
Lone Star - Lone Star (1976) 3,5
15 december 2025, 18:12 uur
Laat ik deze plaat nou begin november in een platenbak zijn tegengekomen. Uiteraard meegenomen en de omschrijving van Arjan Hut klopt helemaal. Je hoort invloeden van Led Zeppelin en ook zou je aan Free of Bad Company kunnen denken: de wortels stevig in de blues, is dit ouderwetse hardrock volgens het boekje, sterk uitgevoerd.
Nou ben ik niet de grootste fan van die namen, maar de heren uit Cardiff, Wales doen niet voor hen onder. Omdat ik gitarist Paul Chapman van UFO ken, luisterde ik aanvankelijk met die oren en verrek, hier en daar kun je je voorstellen dat Phil Mogg een nummer had kunnen zingen. Maar al schemert ook bij die groep vaak de schaduw van de blues, toch ligt het resultaat veel dichter bij Zep. Sterkste bewijs daarvan is slotlied Illusions, dat tokkelend-sferisch begint met Driscolls herkenbare hees-rauwe stem centraal.
Chapman heeft in Tony Smith een capabele collega, de toetsen van Rick Worsnop (bijzondere naam, het lijkt wel Spinal Tap) zijn daarentegen meestal bescheiden. Alhoewel, in She Said krijgt hij een solo. Verder valt links en rechts op dat drummer Dixie Lee een dubbele basdrum inzet zoals in opener She Said, in 1976 nog vrij zeldzaam in de wereld van luide rock. Leuk om de elpee tegen te komen (Nederlandse persing) en om te horen waar Chapman en Driscoll voor stonden. Beste voorbeeld daarvan is A Million Stars, waar één en ander het meest spettert.
Wellicht interessant voor de fans van UFO en andere namen die ik noemde. Ook liefhebbers van het Thin Lizzy van midden jaren '70 zouden dit kunnen waarderen. Het album staat niet op mijn streamingplatform, wél op JijBuis.
» details » naar bericht » reageer
Arkona - Slovo (2011) 4,0
15 december 2025, 17:40 uur
Een lofzang op de Russische historie van lang geleden, uitgebracht in 2011, toen het wereldtoneel anders was: ik schijn me inmiddels te moeten voorbereiden op een wereldoorlog, volgens ome Mark. Arkona bracht tot dusver negen studioalbums uit, de laatste in 2023 en volgens Facebook was men onlangs nog in Bogotá, Colombia. Hopelijk kan deze groep eraan meewerken dat de spanningen tussen de machtsblokken niet verder oplopen, denk ik in een naïeve bui.
Vorige maand totaal op de gok gekocht, toen ik de cd tweedehands zag staan: vond het schilderij op de voorzijde van Slovo zo mooi. De vorige eigenaar was de muziekbieb van de NPO, ik moest wat stickertjes verwijderen waarbij het boekje iets beschadigde. Pas thuis kon ik de groepsnaam ontcijferen: Arkona. Het is een kwintet dat met een batterij anderen, waarbij het Kamerorkest van het Kazan Staats Conservatorium en het Studentenkoor van de Moskou Staats Conservatorium.
Aangezien het label Napalm is, schatte ik in dat dit heftig zou zijn en de liedtitels verraden Oost-Europese oorsprong. Dat klopt. Folk- en paganmetal, een klassiek orkest, accordeon, snelle blackmetalriffs en blastbeats, fluit, diepe grunts, massieve koor- en pakkende vrouwenzang, powermetal, viool; het komt op Slovo allemaal samen. De teksten zijn in het Russisch en verhalen over de Russische oorsprong en tradities, zoals de Aryanen en de stad Arkaim.
Het lukt me meestal niet om het uur muziek in één keer te behappen. Vaak heb ik na een half uur genoeg gehoord, ook al omdat ik het gitaargeluid (direct in mengpaneel ingeplugd) niet helemaal lekker vind. Maar speel ik een dag later de tweede helft af, dan luister ik weer aandachtig. Dit zijn de jaren van pro-tooltechnologie en de combinatie van folk en de afwisselende composities biedt een fraaie metalsymfonie.
De Engelstalige teksten in het boekje leggen kort uit waar de afzonderlijke nummers over gaan. Zo gaat het van het rustige Predor (voorouder) naar het beukende koorlied Nikogda, waarna het afwisselend ingetogen en heavy Tam Za Tumanami volgt.
Aanbevolen voor fans van bijvoorbeeld Eluveitie en andere zwaargewichten, de namen die de combinatie van loodzware riffs met Slavische folk niet schuwen. De kunstwerken in het boekje - van de Belg Kris Verwimp - zijn een mooie bonus bij dit audioverhaal. Slovo is een krachtig album voor wie veel uiteenlopende stijlen aankan.
» details » naar bericht » reageer
Status Quo - Driving to Glory (2024) 3,5
14 december 2025, 21:26 uur
Eigenlijk was ik niet van plan Driving to Glory aan te schaffen, maar de woorden van vielip bleven hangen: "Dit is best een leuke release! Veel b-kantjes en non albumtracks. En daar zitten een aantal gave nummers tussen zoals de eerste vier nummers." En dus een jaar later alsnog gekocht; op cd, zodat ik alle veertien onbekendere nummers kon toevoegen aan mijn verzameling.
De verpakking is dik in orde met daarbij een begeleidend schrijven van producer Mike Paxman, die ieder nummer kort toelicht. Leuk is dat hij ook twee vertrokken oerleden noemt, namelijk Alan Lancaster en John Coghlan, belangrijk voor de grondlegging van het typische Quogeluid. Hierboven gemopper over de hoes; wat is er mis met een hot rod?
De muziek begint in 1999 (het titelnummer en Fighting with the Pack komen van de Duitse tv-serie / soundtrack Benzin in Blut) en eindigt in 2004 met een B-kant. Het was de periode dat Status Quo na enkele kleffe jaren de rug rechtte en weer redelijk in vorm kwam. Tussendoor onder meer werk dat als bonustrack alleen in Australië of het Verenigd Koninkrijk verscheen.
Enkele opvallende details. In Fighting with the Pack op twee derde een tempowisseling zoals Quo ten tijde van album Whatever You Want deed, helemaal op z'n Rick Parfitts. In Obstruction Day scheurende mondharmonica van toetsenist Andy Bown. Ballade You Let Me Down is vrij saai, maar aan het einde duikt een nieuwe riff op en het nummer versnelt; waarom wordt dat weggedraaid??? Zo leuk!
Dan het rockende The Madness met een strak koortje, de folkachtige gitaarriff van Thinking of You mag er ook zijn. De tekst van Lucinda (muzikaal een vervolg van Rockers Rollin' uit 1977) lijkt pijnlijk autobiografisch, Parfitt zingt er: "Lucinda, you made me a sinner. (...) You drive me wild, gotta meet my wife and child".
Driemaal komt muziek langs die overbodig is. Het zijn alle drie covers, waarvan twee van zichzelf. Dat zijn op deze cd bonustracks, 1998-heropnames van de Duitse single Whatever You Want / Don't Waste My Time, die afgezien van de productie niks nieuws brengen. De plichtmatige cover van ELO's Don't Bring Me Down, een Britse bonustrack op Quoalbum Riffs, voegt eveneens niets toe aan het origineel.
Favorieten: Fighting with the Pack, het door Parfitt gezongen The Madness en het felle Lucinda. Is dit album een must? Nee. Toch heb ik ervan genoten, een album dat een verrassend goede aanvulling op mijn Quoverzameling bleek.
In april hoop ik Francis Rossi solo in Utrecht te zien optreden. Hoogstwaarschijnlijk geen muziek van dit album, maar aangezien de verhalen achter de liedjes dan ook belangrijk zijn, is het evenmin onmogelijk.
» details » naar bericht » reageer
Cheap Trick - Dream Police (1979) 4,0
14 december 2025, 20:51 uur
November 1979. De NOS was zo dom geweest om hun Hilversum 3-vrijdagmiddag aan aspirantomroep Veronica te geven, waarmee de Nationale Hitparade plaatsmaakte voor de Top 40. Annet van Trigt, later bij Studio Sport, las halverwege het programma het Popjournaal en halverwege die maand kwam single Dream Police binnen op #38, een week later steeg ie één plek en was dan alweer foetsie.
Bij de Nationale Hitparade iets succesvoller: in het eerste weekend van november bij binnenkomst op #28 piekend.
Cheap Trick. Ik associeerde die groep dankzij single I Want You to Want Me en elpee At Budokan met de zomer en echt waar, het was even schakelen: Dream Police klonk tijdens snel korter wordende dagen. Diezelfde novembermaand kocht ik Muziek Expres, een nummer dat ik begin dit jaar via Marktplaats heraanschafte.
Daarin een interview met gitarist Rick Nielsen. De anonieme journalist beschrijft onder meer het uiterlijk: zanger/gitarist Robin Zander een "sexobject", bassist Tom Petterson "redelijk goedogend", gitarist Rick Nielsen "stelt zich op het podium constant aan", drummer Bun E. Carlos "niet te onderschatten, (...) vormt met Nielsen het maffe stel" én citeert de 14-jarige fan Jackie uit Driebergen: "Ik heb helemaal niets gehoord joh, maar hij heeft drie keer naar me gekeken". Dat laatste over Zander.
Nielsen vertelt ook over de videoclip en scriptschrijver David Numan van Superman en Bonnie and Clyde: "Hij schrijft een verhaal over de groep speciaal over ons. En we maken natuurlijk muziek voor andere films." De clip zag ik pas gisteren voor het eerst en inderdaad, die mag er zijn.
Album Dream Police heeft een fraaie klaphoes en bovendien een tekstvel, dat leert dat Nielsen de hoofdcomponist is. Het begint met het titelnummer, dat altijd een favorietje bleef en halverwege dat Beatlesiaanse deel heeft, gevolgd door het swingende Way of the World en The House Is Rockin' (with Domestic Problems).
Misschien omdat ik vorige week Nirvana's Nevermind draaide, maar bij Gonna Raise Hell moet ik qua refrein en rauwe zangstijl nogal aan die groep denken; Zander is een onderschatte zanger, die verschillende sferen uit zijn stembanden kan toveren; hier met overslaande stem. Is hij van invloed geweest op Kurt Cobain? Het gekke is alleen dat drummer Carlos er een discobeat onderzet en aan het einde van het vrij monotone nummer wordt een blik violen opengetrokken, een primeur voor de groep; een nummer dat weliswaar niet mijn favoriet is, maar wel groeit bij vaker draaien.
Op kant 2 wordt afgetrapt met het vrolijke en vlotte I'll Be with You Tonight, dan het midtempo Voices waar Zander zoet zingt, een verrassend fraai liedje. Met het rockende Writing on the Wall is de swing daar en het door Petterson gezongen I Know What I Want heeft qua riffs weg van het AC/DC in diezelfde periode. Na de liveversie van At Budokan staat op Dream Police de studioversie van Need Your Love. Misschien wat makkelijk, maar ook in de studio beklijft dit sterk opgebouwde nummer met de in dit geval zweverige zang van Zander en opnieuw iets van de riffs van AC/DC.
Muziek Expres was in recensierubriek 'Longplaylook' bij de pen van Jaap Bubenik (tevens scenarist van de stripreeks over voetballer Roel Dijkstra) kritisch op het album en gaf 3,5 sterren: "De composities zijn allemaal eender opgebouwd". Ik doe er een halve meer bij, want de groep overtuigt met hun hard rock 'n' roll wel degelijk, de mafheid van Nielsen en Carlos ten spijt.
» details » naar bericht » reageer
Gillan - Future Shock (1981) 4,5
14 december 2025, 17:51 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Al Stewart - Modern Times (1975) 4,0
14 december 2025, 16:58 uur
Ik kwam weer eens in de bakken met tweedehands elpees een Al Stewart tegen, in dit geval Modern Times. De afspraak met mijzelf is dat ik als ik er één van hem tegenkom die nog niet in mijn bezit is, ik die blind koop en tot dusver heb ik daar nooit spijt van gekregen.
Het is de plaat die het jaar vóór zijn doorbraakalbum Year of the Cat verscheen, met een hoes passend bij deze grijze dagen voor Kerst. De arrangementen zijn iets minder uitbundig dan bij de opvolger, maar de herkenbare vriendelijkheid en kalmte van Stewarts stem en composities brengen onmiddellijk weer de tijdloze kwaliteit die hem eigen is.
De Schot staat volop in de Britse folktraditie en tegelijkertijd is het tijdloze pop. Hij wordt begeleid door zestien musici, waarbij de dobro en gitaar van Stuart Cowell, de gitaar van Tim Renwick, drummers Barry de Souza en Gerry Conway en de percussie van Tony Carr.
Kies maar eens favorieten. Moeilijk, moeilijk, alles is aangenaam... De productie van Alan Parsons is warm en soms zijn er muzikale zijweggetjes: Spaanse invloeden inclusief castagnetten in Sirens of Titan; op Next Time dat kant 1 afsluit, klinkt kalme blues; slotnummer Modern Times is voorzien van een bak strijkers en een heerlijke gitaarsolo in een wolkje echo.
Perfect passend bij de duisternis die ik tijdens het typen de grauwe hemel zie vervangen, maar de vrolijke akoestische gitaarsolo in What's Goin' On? en de jazzinvloeden op de elektrische piano in Not the One, plus het vlotte Apple Cider Re-Constitution suggereren dat de plaat ook op een zomeravond op zijn plek zou vallen.
Heerlijke plaat met kant 2 als mijn favoriete, ondanks dat daar slechts drie - uiteraard langere - nummers op staan. Wat is die Al Stewart toch een vaste waarde...
» details » naar bericht » reageer
Jefferson Starship - Freedom at Point Zero (1979) 4,0
13 december 2025, 14:18 uur
In 1979 begon het KRO-hardrockprogramma Stampij met Hanneke Kappen. Ik herinner me nog haar afkondiging van een bepaald plaatje, omdat ik die in de kerstvakantie van dat jaar van de radio had opgenomen en vervolgens in mijn geheugen opsloeg dankzij het vele draaien: "Dat was Jefferson Starship en het mooie liedje Jane".
Je hoort dit nummer in Nederland nooit meer op de radio en afgelopen augustus in forum 'Greatest hits of' bleek bij de verkiezing van de beste aor, georganiseerd door 50tracks, dat dit liedje geen enkele kans maakte, al droeg gigage het wel aan. Voor liefhebbers van aor en melodieuze hardrock in klassiek-Amerikaanse stijl is er met Freedom at Point Zero een meer dan aardig pareltje dat kennelijk in de vergetelheid is geraakt.
Ik kocht de elpee in de week vóórdat die verkiezing startte, maar had toen nog problemen met de versterker, die niet matchte met mijn nieuwe platenspeler. De kennismaking kwam pas in november.
Een hiaat in mijn kennis was dat ik dacht dat Grace Slick Jane zong. Maar neen. Sterker nog, ten tijde van Freedom at Point Zero maakte ze geen deel uit van de groep. De hoge stem is van Mickey Thomas, die ik pas in 1985 bij We Built This City van Starship bewust zou ontwaren.
Tweede ontdekking was dat ik destijds ook het slotlied van kant 1 moet hebben gehoord, want Awakening herkende ik vaag; nooit geweten dat het van hetzelfde sterrenschip is.
Opvallend is het drumwerk van Aynsley Dunbar. Zijn naam kende ik vooral als componist, te vinden op het debuut van Black Sabbath dat in 1970 diens Warning coverde. Een drummer in de bluestraditie, van dezelfde generatie als Mick Fleetwood, die net als hij bij John Mayall speelde. Die ging met Fleetwood Mac de popkant op, Dunbar werd een rockdrummer, onder meer als de Aynsley Dunbar Retaliation en vanaf 1970 bij Frank Zappa. Verder speelde hij bij vele andere namen, zoals in '76 bij Sammy Hagar en in 1987 bij Whitesnake.
Zijn werk op Freedom at Point Zero is práchtig! Het zit 'm niet in grootse drumsolo's maar in de fraaie breaks en fills, die in de productie van Ron Nevison heerlijk vol klinken.
De andere twee nummers van kant 1 Lightning Rose en Things to Come bevatten stevige poprock in de richting van Toto en bovendien klinkt een saxofoon. Met Awakening keert weer de aor/hardrock (waar ligt de grens?) terug, vergelijkbaar met werk van Boston of Styx. Hierbij een hoofdrol voor de lange gitaarlijnen van Paul Kanter. Het nummer belandde in mijn playlist met honderd favoriete gitaarsolo's.
Op kant 2 meer van dit fraais, met daarbij een aanstekelijk popachtig refrein in Rock Music (vreemd genoeg geen klassieker in rockland geworden) en als minpunt de ballade Fading Lady Light. Gelukkig is het slot ijzersterk dankzij het stevige titellied met een korte drumsolo als intro.
Jammer dat mijn exemplaar geen binnenhoes meer heeft; daardoor mis ik de nodige informatie. Van Billboard leer ik dat Jane in de VS januari 1980 op #14 piekte, de elpee kwam er een maand later tot #10. Een album dat groeit bij vaker draaien dankzij de talrijke sterke details. Zo heb ik ze graag.
» details » naar bericht » reageer
Nirvana - Nevermind (1991) 4,0
11 december 2025, 22:41 uur
En nu ga ik iets melden wat superorigineel is op dit topic met z'n 2088 berichten. Grapje
.
Trok de cd (die met de bonustrack Endless, Nameless, het enige nummer waar ik echt niks aan vind) uit de kast na het beluisteren van podcast De Platenclub op Spotify. Daarin wordt steeds een album uit de Recensiebijbel van Oor besproken, de laatste aflevering over Nevermind. Leuk om te horen hoe twee generaties naar de plaat luisteren: en passant leerde ik toch nog zaken die ik niet wist.
Destijds was Nirvana voor mij een volgende generatie punk, anders in kledingstijl maar qua muziek nauw verwant. Namen als Sonic Youth, Pixies en The Melvins gingen hen voor, toch was dit weer verschillend daarvan. Bovendien anders dan andere grungenamen als Soundgarden en Alice In Chains die meer aan metal hadden geroken en Pearl Jam waarbij ik classic rock meende te ontwaren.
Een pakkend voortdenderend album. In tegenstelling tot menig ander vind ik Polly best okay, een aardig rustpuntje waarna het geweld van Territorial Pissings extra heftig binnenkomt. Dave Grohls punkverleden komt in dat laatste nummer het beste tot uiting.
Kurt Cobain, Kris Novoselic, Dave Grohl; op Nevermind werkte het prima, ook al was ik als gevorderde twintiger inmiddels te oud om écht omver geblazen te worden. Hierboven kwam ik mooie persoonlijke verhalen tegen van aERodynamIC (zie zijn bijdrage uit 2007), Sandokan-veld (uit 2009) en AreYouThere (uit 2024) die er prachtige anekdotes bij weten te vertellen. Aanbevolen! Mij staat vooral de videoclip van Smells Like Teen Spirit op het netvlies, niet van MTV af te branden. Maar dat is allesbehalve een spannend verhaal.
Something in the Way is het ingetogen slot van een luid album dat er zowat in z'n eentje voor zorgde dat we najaar '91 in één klap van die nare glam metal waren verlost. Dag make-up, welkom terug rock 'n' roll. Daar kon ik met favorieten als The Stranglers, Black Sabbath, Trouble en (de eerste albums van) Saxon goed mee uit de voeten.
PS De mooiste cover van een nummer van Nirvana blijft die van Come As You Are in de versie van de Ierse postbode The King op Gravelands.
» details » naar bericht » reageer
The Atlantics - Big City Rock (1979) 3,5
10 december 2025, 15:15 uur
Er zijn meer groepen die als naam The Atlantics kregen, de bekendste een Australische surfrockgroep uit de jaren '60. The Atlantics van dit Big City Rock zijn echter afkomstig uit de VS, om precies te zijn de Tufts University in Medford, Massachusetts, nabij Boston; opgericht in maart 1976.
Al twee maamden later openden ze voor de Ramones en ook werd gespeeld in de New Yorkse club CBGB én Max's Kansas City. De groep nam enkele singles op, ging door bezettingswijzigingen heen, opende opnieuw voor de Ramones en bovendien voor Boston, The Cars, Cheap Trick en Graham Parker.
In '79 verschijnt Big City Rock, waar opvalt dat de groep hier en daar nadrukkelijk inspiratie vindt in jaren '50 rock 'n' roll, inclusief de zoetgevooisdere jaren '60-versies vóór de beatgolf. Het brengt een aparte vorm van powerpop, een genre dat normaliter uit jaren '60 beat put. In When You're Young wordt die rock 'n' roll gekoppeld aan een denderend ritme á la Ramones. Bij dit alles zijn gitaarsolo's bepaald géén taboe. Sterker nog, die klinken dan weer in de stijl van jaren '70-rock.
Bij Modern Times Girl is mijn verbazing over al deze invloeden helemaal groot, als de groep in het tweede deel onvervalste aor in de stijl van Styx maakt, om in Teenage Flu nadrukkelijk te lenen van Eddie Cochrans klassieker Summertime Blues.
Alhoewel de elpee geen doorslaand succes werd, behield de groep in hun eigen New England een goede livereputatie. In 1980 waren ze op tv met single Lonelyheart, helaas niet op deze elpee te vinden; hier te zien.
In 1983 viel de groep uit elkaar, maar in 2006 verscheen een heruitgave van enkele singles uit de periode '79 - '82 op een album dat simpelweg Atlantics was genoemd. Die werd in '07 gevolgd door de cd Live, opgenomen in de periode dat de groep Big City Rock promootte. In 2009 tenslotte verscheen verzamelaar Powerpop, met werk opgenomen in de jaren '77-'83.
Mijn reis door new wave kwam vanaf 1981 en album Positive Touch van de Noord-Ieren van The Undertones. Ik vervolg bij een livealbum uit 1980 uit diezelfde regio, namelijk Stiff Little Fingers en Hanx!
» details » naar bericht » reageer
Donna Summer - The Best Of (1990) 3,5
8 december 2025, 21:41 uur
Titel The Best of mag dan wel eens vaker zijn gegeven aan een album waarop desondanks een enkel hoogtepunt ontbrak, deze van Donna Summer komt een heel eind. Als piepjong pubertje was I Feel Love het nummer waardoor ik niet alleen voor haar stem, maar ook voor de sequencer viel, al is deze in dit geval eerste generatie. Maar wel wárm, een kwaliteit die Giorgio Moroder zeer wel toepaste.
Jammer genoeg ontbreekt haar vroege hit The Hostage, maar enkele jaren geleden maakte ik aan de hand van dit album een uitgebreidere afspeellijst van la Summer, waarop dat nummer wél staat. Ander hoogtepunt is McArthur Parc, waarvan ik me herinner dat het nummer op de radio klonk toen ik op een bar koude winterochtend eigenlijk naar school moest, maar door de schoonheid ervan met gesloten ogen in bed bleef genieten. Of wat te denken van het pseudo-oriëntaalse Love's Unkind of de vreemde akkoordenreeks in de brug van Dinner with Gershwin?
Ook al is haar muziek buiten mijn comfortzone, het was altijd interessant om haar carrière te volgen. De zangeres werd ziek, naar zij aannam doordat ze vervuilde lucht had ingeademd van de ingestorte Twin Towers, waar zij kennelijk niet al te ver vandaan verbleef. Met haar voortijdige overlijden kwam aan een boeiende carrière een abrupt einde. Wat had ze in latere jaren nog kunnen opnemen?
» details » naar bericht » reageer
The Sweet - Starke Zeiten (1988) 4,0
8 december 2025, 20:42 uur
Eeeeh, weledele heer CHIEP, bedoelt u te zeggen dat hier ook een stukje bij moet? Ik weet dat ik ergens op MuMe heb genoemd dat de cd in mijn kast staat en na je bericht heb ik 'm er maar eens uitgehaald. Starke Zeiten uit 1988 richt zich op de singlesuccessen, zowel die in de beginjaren met pop als de daarop volgende glamrockperiode. Niet meegenomen is hun laatste singlehit in Nederland, Love Is Like Oxygene.
Eigenlijk ongelooflijk dat een groep na de calypsopop van Co-Co, hun tweede hit uit juni 1971 compleet met steeldrums, vanaf januari '73 met Block Buster een rockcarrière wist te creëren. Al is er een soortgelijk voorbeeld met The Status Quo, dat na twee popalbums in '68 en '69 in 1970 als Status Quo terugkeerde met luide boogierock.
Wat valt mij op? De Britse hitlijst Official Charts registreerde achttien hits, de laatste twee verrassenderwijs in 1985, lang na hun laatste Nederlandse hit; zie hier. De Duitse verzamelaar Starke Zeiten richt zich echter volledig op de jaren '70, van hun eerste hit Funny Funny (mei 1971) tot de laatste die deze compilatie haalde: Lies in Your Eyes (januari 1976).
Je hoort hoe in de eerste periode af en toe een vriendelijk scheurend gitaartje opduikt, om vanaf '73 definitief voor een steviger geluid te kiezen met Block Buster. Pas in 1974 verscheen hun eerste serieuze studioalbum, Sweet Fanny Adams; daarvoor was er Funny How Sweet Co-Co Can Be (1971).
Hoe zat het eigenlijk met het Amerikaanse succes van (The) Sweet? Tot voor kort wist ik niet eens dat ze daar ook bekend waren, maar kijk eens wat Billboard vertelt: zes hits, waarvan zowel Ballroom Blitz als Fox on the Run in 1975 #5 haalden.
En aangezien dit een Duitse verzamelaar is, heb ik ook maar eens bij de Offizielle Deutsche Charts gekeken hoe vaak de groep daar in de hitlijst belandde: 21 keer, te vinden onder het kopje Top Titel. Wie de groep live wil zien, kan daarvoor nog altijd buiten hun eigen Engeland prima terecht bij onze oosterburen. Althans, zolang gitarist Andy Scott het nog volhoudt: vorig jaar vertelde hij ziek te zijn, maar niet van plan te stoppen met optreden; lees zelf zijn relaas.
Ten slotte: Poppa Joe ken ik ook als cover van Brabants trots WC Experience, dan heet het Bossche bol. Starke Zeiten is een aangenaam schijfje met een goed beeld van de hitkant van de groep. Maar vergeet dus niet dat er ook een indrukwekkende heavy kant is met een geduchte livereputatie, zoals ik laatst bij Strung Up tegenkwam.
» details » naar bericht » reageer
Sweet - Strung Up (1975) 4,5
6 december 2025, 09:04 uur
Strung Up staat te boek als een compilatie, maar is eigenlijk meer dan dat. Zoals Dibbel en Larzz schreven is dit oorspronkelijk een dubbelelpee: kant 1 en 2 live, kant 3 en 4 de compilatie. Ik kwam 'm laatst op cd tegen, ook dan een dubbelaar. Het livedeel is opgenomen tijdens optredens in 1973, kort nadat de groep de transitie had gemaakt van tienerpop naar glamrock, maar nog vóórdat hun eerste heavy album Sweet Fanny Adams uitkwam
De oorspronkelijke dubbelelpee verscheen pas in november 1975 en gaat muzikaal veel verder dan de rockende singles: er is ruimte voor improvisatie en de groep staat bol van energie. Dit kan zich meten met het beste van tijdgenoten als Deep Purple en Black Sabbath, mede omdat gitarist Andy Scott gitaarmuren bouwt om u tegen te zeggen en verder gaat dan het spelen van de gebruikelijke akkoorden, zoals zijn lange gitaarsolo in Done Me Wrong All Right bevestigt.
Voor de cd-editie zijn drie livebonussen toegevoegd: The Ballroom Blitz, Teenage Rampage dat wordt geïntroduceerd als de binnenkort te verschijnen single, en Blockbuster. Alle drie hitsingles, maar wát een spetterend livegebeuren vormen zij met de andere nummers. Hoor bijvoorbeeld hoe drummer Mick Tucker losgaat in Burning / Someone Else Will, een nummer met expliciete tekst dat ik begin jaren '80 op de radio hoorde. Ik was 'm totaal vergeten, maar de herinnering was er onmiddellijk weer...
De meedogenloosheid waarmee Tucker in Ballroom Blitz om zich heen mept doet denken aan hetgeen de Ramones vanaf '76 de wereld in zouden slingeren, zanger Brian Connolly is daarbij in goede doen. Ook live was de groep in staat om de koortjes zuiver neer te zetten.
Akoestische uitzondering op het al rockgeweld is You're Not Wrong for Loving Me, waarbij Connolly met de anderen schittert op zang, het heeft warempel weg van Amerikaanse westcoastrock. Voor het overige domineren de decibellen, waarbij een intro- en slottape met klassieke muziek het concert omgeeft.
The Man with the Golden Gun duurt een dikke 8 minuten inclusief uitgebreide drumsolo, live nog robuuster dan de studioversie van Desolation Boulevard.
Kortom, een onbekend maar overwegend furieus livealbum. Wat een ontdekking, vijftig jaar na dato!
De tweede elpee bevat een studiocompilatie, met op cd de bonussen The Lies in Your Eyes, Fever of Love, Teenage Rampage en Hell Raiser. Miss Demeanour en I Wanna Be Committed gaan daarbij iets verder dan slechts singleduur; in Solid Gold Brass komt Scott warempel met jazzakkoorden op de proppen, knap gedaan in een nummer waarin de invloed van Jimi Hendrix en Mountain doorklinkt. Dit alles voorzien van een informatieve hoestekst van Tony Prince, is dit een méér dan aangename tijdcapsule. En hárd bovendien.
» details » naar bericht » reageer
Manfred Mann's Earth Band - Somewhere in Afrika (1982) 4,0
4 december 2025, 22:53 uur
Mijn eerste kennismaking met Manfred Mann's Earth Band was als prille tiener in augustus 1977 toen Davy's on the Road Again een hit werd. Sindsdien een favoriet van me. Nooit schafte ik een plaat van ze aan, tot ik afgelopen juli in Antwerpen toevallig tegen een platenzaak in het centrum aanliep. Daar kwam ik net zo toevallig dit Somewhere in Afrika tegen. Die elpee schafte ik aan, vooral uit nieuwsgierigheid.
De spelling van 'Afrika' laat al zien dat hiermee Zuid-Afrika wordt bedoeld, het land waar Mann oorspronkelijk vandaan komt. Al in 1961 vestigde hij zich, toen nog jazzpianist, in Londen. Daar begon hij een journalistieke carrière om spoedig muzikant in de ontluikende beatscene te worden.
Ik heb wel wat met Zuid-Afrika (als ik tijd heb bezoek ik zelfs het jaarlijkse optreden van Fokofpolisiekar in de Melkweg) en uit nieuwsgierigheid kocht ik deze van de Earth Band.
Net als op de kennismakingshit is Chris Thompson zanger, waarbij Steve Waller en Shona Laing regelmatig bij de microfoon aanschuiven. Zijn rauwe stem is passend op dit album dat vijf jaar later verscheen. Hoorbaar is dat de wereld van digitale toetsen in 1983 in beweging was, door Manfred Mann geïntegreerd in de klassieke rock die zijn groep speelt.
Qua teksten gaat het over zijn moederland en ik kan me voorstellen dat de rechtse regering aldaar niet vrolijk werd van zijn duidelijke afkeer van apartheid, zelfs al legt hij zijn kritiek er niet duimendik bovenop: het gaat om de muziek. Maar de teksten - en titels - van composities als Tribal Statistics of de cover van Bob Marleys Redemption Song, hier met de ondertitel No Kwazulu, spreken boekdelen. De hoestekst achterop (linksonder) is bovendien niets verhullend.
Ze vertellen een boodschap waarvoor menig witte criticaster destijds in een psychiatrische inrichting werd weggestopt. Ik kan me voorstellen dat het tot 1990 heeft geduurd - op 11 februari dat jaar werd Nelson Mandela vrijgelaten van Robbeneiland - voordat Mann weer terug kon naar Johannesburg.
Sommige zangpartijen werden in Zuid-Afrika opgenomen en later in de studio in Londen aan de muziek toegevoegd. Het resulteert in een kruisbestuiving tussen (Zuid-)Afrikaanse traditionele muziek en westerse rock. De ervaren muzikanten zijn lenig op hun instrumenten, wat resulteert in een album dat een soort voorloper lijkt van Paul Simons succesplaat Graceland van vier jaar later.
Bij Manfred Mann's Earth Band ligt echter de nadruk op rock, die soms op het randje van symfonische rock balanceert en dat bevalt mij prima. De muziek groeit bij vaker draaien, melodieën worden steeds sterker en dit alles is vernuftig in elkaar gezet.
Sterkste voorbeeld hiervan is de uit vier delen bestaande Africa Suite die kant 2 opent (track 6 - 9), maar ook de verafrikaanste Redemption Song is knap gedaan. Een plaat die steeds weer op de draaitafel landt.
» details » naar bericht » reageer
Sweet - Sweet Fanny Adams (1974) 4,0
2 december 2025, 19:07 uur
LucM noteerde:(reactie op ander bericht)
Klopt helemaal: in opener Set Me Free zit een break die één op één is gekopieerd door Saxon in hun livecombi van Machine Gun en Fire in the Sky, te vinden op Saxons The Eagle Has Landed (1982).
Ik heb mij voorgenomen om, als ik er één tegenkom, een ontbrekend album van Sweet aan mijn verzameling toe te voegen. Opvolger Desolation Boulevard gaf ik in mei een 9 en toen ik kort geleden Sweet Fanny Adams op vinyl oppikte, was snel duidelijk dat dit net zo verrassend is. Zelfs vaak veel steviger dan hun hardrockende hits zoals Ballroom Blitz.
Na het donderende Set Me Free volgt het bijna even stevige Heartbreak Today en ook No You Don't is heavy met een geinige celloriff als bonus. Is dit echt 1974? Glamrock in Rebel Rouser wordt gevolgd door de doo-wop rock 'n' roll van Peppermint Twist, waarmee je toch weer zeker weet dat het inderdaad '74 is.
Alhoewel: met Sweet F.A. dat kant 2 opent ga ik alweer twijfelen: de riffs (á la Still I'm Sad in de versie van Rainbow) en de wijze waarop Andy Scott tegen het einde zijn gitaar teistert... Dit op zo'n voortdenderende wijze, zijn tijd vooruit; bij Restless moet ik aan Uriah Heep denken of de Amerikaanse hardrock van de jaren '70. In to the Night is wat rauwer en slotlied AC / DC is een swingende glamrocker.
Extra interessant voor hen die de New Wave of British heavy metal waarderen. AOVV, B.Robertson, BlauweVla, Broem, Brutus, Dream Theater, EvilDrSmith, gigage, Hans Brouwer, iggy, Kronos, Larzz, Lau1986, Mr. Rock, Neal Peart, Queebus, Rinus, Rockfan, ricardo, Roxy6, Sir Spamalot, vielip, Wolfmother, ZAP! en anderen, kennen jullie deze of de opvolger, die ik nog nét iets beter vind? Mijn favoriete nummers: Set Me Free en en Sweet F.A.
» details » naar bericht » reageer
Wreckless Eric - England Screaming (2025) 4,0
2 december 2025, 06:45 uur
In de beginperiode van pub rock en new wave kom je in 1976, '77 onvermijdelijk de naam van Wreckless Eric tegen. Toen al een vreemde eend in de bijt: ouder dan zijn labelgenoten bij Stiff en bovendien puttend uit de rijke bron van de jaren '60, werd hij in het Verenigd Koninkrijk bekend met Whole Wide World, hier te beluisteren. Ter vergelijking: Jona Lewie was destijds ook zo'n originele eigenheimer in die kringen.
De voorzijde van de hoes van England Screaming vermeldt dat hij liedjes uit de periode '82-'84 opnieuw opnam omdat ze een nieuwe kans verdienden. We zijn 43 jaar verder, maar wat zijn stem betreft hoor ik geen verschil. Die is jong gebleven en met een juweeltje als Lady of the Manor hoor je de ambachtsman-liedjesschrijver die hij is. The Lucky Ones heeft met zijn onbezorgde gevoel iets weg van de jaren '60 van The Small Faces of net daarna namen als Humble Pie en Mott the Hoople. Iets dergelijks lukt eveneens met het rockende Our Neck of the Woods.
Op England Screaming geen zwakke liedjes, wel ambachtelijke edelpoprock.
» details » naar bericht » reageer
Spidergawd - From 8 to ∞ (2025) 3,5
Alternatieve titel: From Eight to Infinity, 1 december 2025, 22:37 uur
De hoes is er eentje waar David Coverdale vrolijk van wordt: een fraaie damesbips en een (in dit geval roze) slang kronkelend over de blote rug van deze vrouwe. From Eight to Infinity van Spidergawd. De groep uit Trondheim, Noorwegen maakt ook luide rock, maar dan wel wat moderner dan Whitesnake en tegelijkertijd met de poten stevig in de traditie. Hun achtste album alweer en de eerste die níet Spidergawd (gevolgd door een nummer in Romeinse cijfers) heet.
Het doet vooral door de stem en zangstijl van Per Borten soms aan Foo Fighters denken, getuige opener The Grand Slam, dat na een kalme start-met-sitar stevig doorknalt en het eveneens uptempo 200 Miles High. Maar dit is heftiger, zoals The Hunter dat dankzij tempo en gitaarsolo uitgroeit van pakweg harde aor naar gejaagde metal. Of The Ghost of Eirik Raude, dat met zijn twingitaren de muziek van Thin Lizzy een update geeft.
De gitaarsolo's kunnen snel zijn en altijd met gevoel voor melodie. Hetzelfde gevoel dat Amerikaanse hardrockgroepen uit de jaren '70 konden grijpen. Die in Revolution gaat voor langere noten en ik denk qua riff aan het debuut van Def Leppard. Melancholieke gitaarlijnen over een slepende riff in Winter Song, soms huilen beide zessnaren van Borten en Brynjar Takle Ohr.
Aangename kennismaking, al biedt Bortens zangstijl voor een heel album te weinig variatie in clean versus rauw, ingetogen versus uithalen. Waar ik aanvankelijk voor een dikke 8 ging, wordt het allengs een dikke 7.
» details » naar bericht » reageer
Glenn Hughes - Chosen (2025) 3,5
1 december 2025, 18:31 uur
Vorige maand meldden kort na elkaar twee zangers uit de historie van Deep Purple ermee te gaan stoppen. David Coverdale met onmiddellijke ingang wegens falende stembanden en Ian Gillan doet nog één tournee met Purple, waar diens toenemende gezichtsbeperking hem kennelijk zal dwingen daarna een punt achter zijn carrière te zetten.
Glenn Hughes was tweede zanger bij Purple in de dagen met Coverdale. Hij is ondanks diens voorbije drugsverslavingen echter nog altijd zeer actief én beschikt over lenige stembanden. Ik ben niet 's mans grootste fan, had altijd moeite met diens funkkant, die zich vocaal uitte in gilletjes en ad libs. Als ik dan lees dat dat aspect hier ontbreekt, raak ik echter geïnteresseerd.
Chosen biedt inderdaad robuuste hardrock, waar zijn stem, riffs en ander gitaarwerk plus een ronkend basgeluid samengaan. Daarbij geniet ik vooral van de melodieën in opener Voice in My Head, titellied Chosen dat ingetogen en stevige delen kent, Heal heeft een pakkende melodielijn en riff, In the Golden heeft een onverwacht fel start en slot, met tussendoor een slepende groove. Daarna treedt bij mij een verzadiging op en word ik nergens echt bij de lurven gepakt, terwijl het niveau nergens is gezakt. Ligt dat aan mij?
Producer en gitarist is de Deen Søren Andersen, die niet uit is op lange solo's maar wél in dienste van de composities speelt. Toch had ik wel iets meer spetterend gitaarwerk willen horen.
Chosen is minimaal degelijk met soms wat extra's; voor de pure rocker waarschijnlijk meer dan dat. De sfeer van feel-good maakt dat ik er uiteindelijk een 7 aan geef.
» details » naar bericht » reageer
Fischer-Z - Punkt! (2025) 2,5
1 december 2025, 17:17 uur
Punkt! Verschenen in september en deze fan van Fischer-Z is er zeker in geïnteresseerd. Tot dusver kwam ik hem niet in fysieke vorm tegen, tenzij ik online ging winkelen. Groepsbaas John Watts legt op de site van de groep uit hoe het zit: "PUNKT! is not just music; it includes a collection of 10 artworks and a short film. The music will initially be released as series of limited edition bespoke vinyl records."
Wel, voor de elpee moet je 55 euro neertellen. Ik frons de wenkbrauwen. Toch maar eens via streaming gaan luisteren. Punkt! klinkt vervolgens als solowerk van Watts met uiteenlopende stijlen en sferen. Soms scheurt het stevig, soms domineren etherische toetsentapijten.
Normaliter houd ik wel van die variatie, hier echter wil het te vaak niet beklijven. Drie keer lukt dat wel: Wonder, 100 Wised up Monkeys en Too Much zijn mijn favorietjes.
De overige hebben kennelijk nodig dat de kunstwerken erbij worden getoond, willen ze beter doordringen. De gebrekkige distributie en absurd hoge prijs helpen daarbij niet: met een fysiek exemplaar in handen zou ik wellicht positiever gestemd raken.
Hopelijk komt dit soort-van-tussendoortje later alsnog redelijk geprijsd uit en anders heb ik pech. Want meer dan vijf euro per liedje betalen voor een verzameling van 36 minuten die te vaak te mager is, dat is te veel. Dan veel liever een leuk concert van Fischer-Z, een groep (sinds 1987 eigenlijk het soloproject van Watts) die immers veel moois heeft gebracht.
» details » naar bericht » reageer
