MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van RonaldjK. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026

Virgin Steele - The Book of Burning (2002) 4,0

30 juni 2025, 22:41 uur

Virgin Steele maakte vanaf hun derde album Noble Savage (1985) enige furore met verhalende metal, waarin frontman David DeFeis voluit zijn fascinatie voor de antieke wereld en klassieke muziek combineerde met U.S. metal. Pas later gingen we dit power metal noemen, een subgenre dat een hele eigen aanhang heeft. Bij Virgin Steele leidde het tot een reeks albums die, als ik het goed heb gevolgd, tot en met The Black Light Bacchanalia (2010) enthousiast werd ontvangen. Daarna trad wisselvalligheid in. Of erger. Áls ik het goed heb gevolgd.

Nieuw in 1985 was gitarist Edward Pursino, die weliswaar razendsnel kan snarenracen, maar iedere robuustheid, timing, klassieke invulling en eigenwijsheid van zijn voorganger Jack Starr mist. Toch had ik zo'n tien jaar geleden ernstige heimwee naar de betere nummers uit de periode Jack Starr. Ik nam de gok en schafte The Book of Burning aan. Dit voor de acht tracks met nieuwe versies van nummers van de albums Virgin Steele (1982) en Guardians of the Flame (1983).
Qua productie waren die platen van (weliswaar betere) demokwaliteit, maar op ieder album werd ik steevast omver geblazen door de helft van de nummers. Die met verhalende metal en mythologische teksten, terwijl de groep daarnaast een bepaald soort partymetal opnam, waar ik dan weer niks mee had.

De helft van dit album bestaat uit heropnames van de eerste twee platen. DeFeis wijzigde zijn zanglijnen (niet verkeerd: minder gilletjes, meer laag, meer rauw) en toetsenarrangementen. Pursino is van het type shredder en zijn invulling is daarmee vloeiender en ronder dan die van zijn voorganger. Het geluid van de slaggitaren mist daardoor een echt rauw randje.

De cd ging al snel de kast in: de nieuwe arrangementen vond ik niks en vooral de invulling van Starr miste ik node. De remakes die ik tegenkwam zijn van Don't Say Goodbye, Children of the Storm, J.S. Bachs Minuet in G Minor (in 1982 het anonieme intro van Danger Zone), The Redeemer, instrumentaaltje Birth Through Fire, Guardians of the Flame en een akoestische versie van A Cry in the Night. Oorspronkelijk op de EP A Cry in the Night uit 1983 is de herbewerking van het majestueuze I Am the One.

Maar goed, een maand terug blies ik het stof van de cd en dan moet je ook je best doen. Dus heb ik het nog eens en nog eens en nog eens geprobeerd. En verrek, langzamerhand wenden de nieuwe jasjes.
Bijkomend voordeel is dat er mij onbekend werk op staat, dat meteen goed landde: de felle opener Conjuration of the Watcher op z'n speedmetals, een soortgelijke aanpak in Rain of Fire en The Succubus.

Soms werkt het totaal niet. Het spannendste deel van The Chosen Ones is het intro, want daarna komt een monotoon ritme en het slagwerk is dat van een saai geprogrammeerde drumcomputer. Hier hadden, net als in de eerste jaren, enkele tempowisselingen moeten worden toegevoegd. Ook Hellfire Woman kabbelt maar door, in Hot & Wild een ode aan de motor, mij te party. In The Final Days Defeis' apocalyptische visie op de wereld, verpakt in soms platte taal. Dan mis ik de epische lyrieken van weleer.

Voordeel is zeker dat de productie in tegenstelling tot die eerste twee albums in orde is. Fans van latere datum (dat zijn de meesten) zullen waarschijnlijk weinig kunnen met de jaren Jack Starr. Het is weer eens een smaakdingetje. Nu ik ben gewend, noteer ik een krappe 8.

» details   » naar bericht  » reageer  

Vengeance Rising - Human Sacrifice (1988) 4,5

29 juni 2025, 15:45 uur

Gisteren appte een vriend mij dat Roger Martinez van Vengeance Rising is overleden. In de jaren 1988 - 1992 bracht deze Californische, christelijke thrashmetalgroep vier albums uit. De eerste twee van niveau plus origineel in aanpak, in de oorspronkelijke bezetting. Die viel uit elkaar, alleen Martinez bleef over. Met nieuwe muzikanten nam hij nog eens twee albums op, die in mijn beleving in de verste verte niet in de buurt kwamen van de eerste twee.

Vond debuut Human Sacrifice destijds fantastisch, vervolgens raakte het uit mijn bubbel. In recente jaren werd ik er weer nieuwsgierig naar en heb uiteindelijk vorige maand via Discogs deze heruitgave aangeschaft. Komt vervolgens het overlijdensbericht binnen...
Ik zit dus vers in het album. Destijds beleefde ik dit als één van Bay Area thrashbands uit die tijd, zij het dat bij Vengeance Rising de teksten duidelijk een andere inslag hadden. De afgelopen weken viel me veel meer dan vroeger de kwaliteit van de groep op. Destijds vond ik dit simpelweg brute thrash met invloeden uit hardcore punk (Receive Him van 6 seconden, Salvation van 16, He Is God van 52).

Inmiddels hoor ik dat gitaristen Doug Thieme en Larry Farkas de nodige klassieke hardrock en daarmee blues doen doorsijpelen in hun solo's en intro's: ze laten tussen alle topsnelheden regelmatig hun gitaren huilen met lange noten. Een contrast wat me goed bevalt. Die combinatie van thrash, hardcore, klassieke hardrock en blues hoor je het duidelijkst in de ruim 5 minuten van het instrumentale Ascension.
Bassist Roger Dale Martin en drummer Glenn Mancaruso leiden daar de rest bekwaam door alle tempowisselingen heen, net als op de overige nummers. Nóg een reden dat Human Sacrifice nog altijd een favoriet is: verschillende riffs en tempo's binnen één nummer.
Op mijn favorieten klinkt steevast snelle thrash: opener Human Sacrifice, I Love Hating Evil met een intro vol gitaargetokkel á la Scorpions om dan genadeloos te versnellen, het machtige duo White Throne en From the Dead en het met dramatisch gekrijs eindigende slotlied Beheaded. De teksten zijn dito in je smoel, in het geval van de afsluiter zeer plastisch met die climax aan het einde.

Van de grunt van Martinez moet je houden en dat doe ik. Een herkenbaar geluid, waarbij hij af en toe de hoogte in gaat. Wat me tegenwoordig nog steeds opvalt: in Burn hoor je op 2'02" hoe hij een nieuwe regel inzet, maar abrupt stopt omdat er zo'n huilende gitaarsolo komt. Toeval of opzettelijk? Waarom door producer Caesar Kalinowski zo gelaten?
Mijn bonusversie bevat drie nummers van matige audiokwaliteit die tegelijkertijd een indruk van de moshpits geven. Daarbij Prodigal Son, kennelijk een vroege versie van track 3 Mulligan Stew. Track 15 is volgens de hoes White Throne, maar het is Beheaded. Slordig maar ach, eigenlijk heeft dit album geen bonussen nodig. Het origineel is helemaal goed, zonder zwakke momenten.

Na het definitieve einde van de groep ontstond veel controverse rond Roger Martinez, te veel om hier te beschrijven. Eerder dit jaar kwam echter het bericht dat de groep komende 27 juli gaat optreden met Luke Easter (ex-Tourniquet) als nieuwe frontman; zie hier.

Roger Martinez, rust in vrede.

» details   » naar bericht  » reageer  

Stryper - Fallen (2015) 4,0

29 juni 2025, 09:22 uur

Stryper en Fallen, kunnen ze nog verrassen? Jazeker.

Met opener Yahweh zet Stryper één van zijn beste nummers ooit neer. Meteen een massief a capella intro, dan een heerlijk stoempende riff, gevolgd door een snel deel en dan juist een log thema, pakkend gitaarduel en de terugkeer van de beginriff. Instant klassieker.
Dan volgen het eveneens sterke titellied Fallen en Pride is eveneens massief, gevolgd door het iets kalmere Big Screen Lies.

Met de drie volgende nummers zijn ze me even kwijt. Het stevige Heaven en Love You Like I Do vind ik mindere composities en ballade All Over Again is me te klef.
Daarna echter laait het vuur fel op. Eerst de cover van Black Sabbaths After Forever (hier zou eens een doedelzakversie van moeten worden gemaakt, die gitaarlijn blijft me toch mooi!), Till I Get What I Need is heerlijk uptempo, Let There Be Light begint slepend maar komt spoedig op gang, met The Calling meer aangenaam uptempo werk en King of Kings houdt het onwaarschijnlijke midden tussen vette metal en een aflevering van BBC Songs of Praise en doet dat nog pakkend ook.

Zanger-gitarist-producer Michael Sweet schreef op de cover na alle nummers, waarvan twee met gitarist Oz Fox. Zijn productie staat als een huis; heavy en toch transparant, dus niet dichtgesmeerd. Sterk album, op dat blokje van drie na.

Nog een opmerking op die van Schnee (niet meer op MuMe) uit 2015: (reactie op ander bericht)

Ik had collega's van zo'n 25 jaar jonger die fanatiek en getalenteerd musiceerden in diverse metalgroepen. Van hen begreep ik dat ze in blackmetalkringen nogal wat racisme waren tegengekomen. Eén van de redenen dat ze op een gegeven moment helemaal klaar waren met het wereldje.

» details   » naar bericht  » reageer  

Whitesnake - Slip of the Tongue (1989) 3,5

28 juni 2025, 12:13 uur

In 1989 was ik inmiddels vertrouwd met de situatie dat Whitesnake mainstream was geworden. Sterker nog, ik vond het oprecht jammer dat "onze" Adje groot blessureleed meemaakte en enige tijd niet meer kon spelen. De stijl van volgende nieuwe gitarist Steve Vai was enigszins wennen, maar vooral klinkt hier een Whitesnake in topvorm in lijn met voorganger 1987.

Mijn favorieten: met titellied Slip of the Tongue zingt Coverdale op de toppen van zijn longen, Now You're Gone heeft mooie melancholie, de rockende ode aan het sterke geslacht via Kittens Got Claws, het vergelijkbare maar meer open klinkende Wings of the Storm en natuurlijk het juweel annex slotlied Sailing Ships.
Toen ik nog jong en fris was, kon ik de vele kleine lettertjes goed lezen. Zo ontwaarde ik dat er bijdragen klonken van twee voormalige toetsenisten van Rainbow, te weten Don Airey en David Rosenthal. Achtergrondzang was er onder andere van Tommy Funderburk, die ik toen kende van The Front en vorig jaar solo tegenkwam.

Dat ik in '89 al een grumpy old man werd, bewees de remake van Fool for Your Loving; ik was/ben te gehecht aan de versie op Ready An' Willing van negen jaar eerder. Een verschijnsel dat ik op 1987 al tweemaal eerder meemaakte. Dat je dit album steeds vaker op het kleine formaat van cd tegenkwam, was ook wel wennen: die kleine plastic doosjes haalden het niet bij de grote hoezen van elpees...
Met verzamelaar Greatest Hits uit 1994 kwam er een B-kantje bij, dat wel op het originele album had gemogen: Sweet Lady Luck. Uiteraard dook het ook op latere heruitgaven van Slip of the Tongue op.

Een lekker album en was ik tien jaar jonger geweest, dan was ik omvergeblazen. Maar ja, al in 1989 voelde deze twintiger enige bezadigdheid. Iets wat ik trouwens bij latere albums van Whitesnake weer kwijt zou raken. Desondanks houd ik wat gemengde gevoelens bij deze Whitesnake, net als hun eerste albums "gewoon voor de helft hartstikke lekker".

» details   » naar bericht  » reageer  

The Psychedelic Furs - The Psychedelic Furs (1980) 3,5

28 juni 2025, 09:00 uur

Op reis door new wave vergeet ik weleens een album. Ik bevond me in november 1980, maar de vorige halte, het vinnige debuut van Maanam, bleek niet uit die maand te stammen. Plus dat ik door het boek Surrender van U2's Bono erachter dat ik het titelloze debuut van The Psychedelic Furs heb overgeslagen.
Bono vertelt bij hun debuut Boy dat de vorige klus van producer Steve Lillywhite dit The Psychedelic Furs was, verschenen in maart 1980. En ja, dat is te horen: India begint met een fade-in en versnelt na het verstilde intro tot groovende wavegalm met volop ruimte voor de toms van drummer Vince Ely. Zanger Richard Butler gaat met zijn stem in de richting van Bruce Springsteen, alsof die new wave doet. Apart én prachtig!

Invloeden van David Bowie en Roxy Music (Roxy6, ken je deze van de Furs?) domineren in het midtempo Sister Europe, ook in Butlers zang. Niet voor niets de favoriet van menigeen, zo begrijp ik met de bijdragen hierboven. Ook voor mij, mede dankzij de bijna mystieke sfeer in deze liefdesverklaring aan Europa, 'sister of mine'. In het huidige tijdsgewricht bijna een politieke uitspraak. Én er is de tenorsaxofoon van Duncan Kilburn.
Dan melancholie en kritiek op de politieke macht van de kerk, poëtisch verpakt in Imitation of Christ, waar de sax terugkeert. De liedtitel verwijst naar het boek De imitatio Christi (1424) van Thomas a Kempis.

Met Fall wordt het verrassenderwijs vrolijker, inclusief blazers die de boel richting Dexys Midnight Runners blazen, Butler doet weer wat schuurpapier in zijn stem. Pulse heeft een aangename, felle groove met dominante baspartij van Tim Butler, echter niet geproduceerd door Lillywhite maar door de groep met twee anderen.

Met We Love You wordt alles waarvan wordt gehouden toegezongen in de stijl van 1973 van Bowie en Roxy Music, een bijna melig begin van kant 2 met weer eens aangenaam saxspel. Donkerder is Wedding Song, sferisch en indringend.
In de daaropvolgende nummers blijft het in deze sferen, zij het dat de nummers me minder pakken. Een sterke kant 1 en een iets mindere kant 2. Bij binnenkomst in de Britse albumlijst piekte het debuut meteen op #18.
De bonustracks die in 2002 op cd verschenen, versterken het nachtkaarseffect. Dat producer Martin Hannet ook nog eens aanschoof, kan dat niet verhelpen.

De reis door new wave vervolgt. Terug naar november 1980 en Tom Robinson, die solo Sector 27 uitbracht.

» details   » naar bericht  » reageer  

Maanam - Maanam (1981) 4,0

26 juni 2025, 22:46 uur

Vorig jaar zomer was ik in Sczcecin voor een Poolse bruiloft - nazdrowie! Het was daar dat ik de groep Maanam ontdekte, op zoek naar Poolse muziek bij een filmpje dat ik er schoot.
De groep kwam uit Krakau (?) en had als ijkpunten zangeres Kora (Olga Jackowski) en gitarist (toen nog haar echtgenoot) Marek Jakowski. Diens cleane maar felle spel jaagt in de meeste gevallen de muziek op, waarbij Kora een ongekend expressieve stem heeft die ze bovendien perfect timet.
Ik kocht er hun tweede album (op cd), maar de eigenaar van een volgende platenzaak vertelde me dat dit debuut nog veel beter zou zijn: "It's punk!" zei hij enthousiast. Qua stijl klopt dat niet, wel is de beschrijving van Manfield helemaal terecht: "vol met gejaagde, energieke maar ook catchy post-punk nummers."

En dat in een land waar westerse muziek vol afgrijzen door de communistische overheid werd bekeken, waar eigen initiatief buiten de officiële kanalen werd tegengewerkt. Niet makkelijk om dan met zelfgeschreven, felle gitaarliedjes op te treden. Toch waren ze er in korte tijd heel populair met talloze optredens als gevolg.

In juni 1980 verschijnt single Boskie Buenos, track 2 op het album. In juli 1981 volgt album Maanam. De meeste muziek is fel als de debuutsingle en opener Stoję, Stoję, Czuję Się Świetnie zelfs nog meer. In Biegnij Razem Ze Mną voegt gastsaxofonist Zbigniew Namysłowski (ja, vaak breek ik mijn tong) een extra dimensie toe aan de felheid.
Verrassend is dan het instrumentale kleinood Miłość Jest Cudowna, om met Żądza Pieniądza weer bijtend de eerste helft af te sluiten.

Kant 2 kent dezelfde aanpak, met verrassenderwijs pure blues in Szał Niebieskich Ciał. Dat zou een westerse newwavegroep absoluut nooit hebben gedaan, maar wat zingt Kora fraai ingetogen en wat speelt die Jackowski ook in deze stijl sterk gitaar. De 7'53" vervelen zelfs geen moment, waarna Kora haar stem in Szare Miraże weer laat bijten en snauwen en Jackowski zijn gitaar allerlei lenige capriolen laat uithalen.

De twee plaatkanten zijn gelijksoortig opgebouwd: drie (kant 2: twee) felle nummers, dan een rustig moment om met het laatste nummer weer energiek te eindigen. Goede tot sterke composities en na een tijdje was ook deze kaaskop gewend aan de taal, zonder dat ik er iets van snap.
Weet dan ook niet waar de teksten over gaan; van kritische politieke teksten kon in het Polen van toen geen sprake zijn, zoveel is zeker. Inmiddels kun je de teksten makkelijk online vertalen, maar van wat ik dan lees, snap ik nog steeds de bedoeling niet.
Wél ontdekte ik dat de groep is te zien in de film Wielka Majówka. Die is echter niet ondertiteld en de taalbarrière is opnieuw daar.

Ach, doet er ook niet toe... De muziek is zeer aangenaam en 45 jaar later nog altijd fris en vinnig. Groot respect voor hen die in deze communistische dictatuur met zulke creativiteit voor de dag kwamen en bovendien is de productie hartstikke lekker. Ik begrijp het enthousiasme van de eigenaar van de platenzaak inmiddels goed.
Op reis door de new wave van 1980 kom ik momenteel veel debuutplaten tegen. De vorige was van The Sound en Jeopardy en de volgende is het debuut van het Engelse The Psychedelic Furs.

» details   » naar bericht  » reageer  

Heart - Heart (1985) 4,0

26 juni 2025, 22:24 uur

In Nederland was het succes van Heart niet groot, maar op tv (Sky Channel, MTV Europe kwam er pas in 1987) kwamen clips frequent langs. Die riepen hetzelfde beeld op als de hoes met rococo kleding, grote kapsels en felle kleuren. Ik was onder de indruk.
Bijkomend voordeel was dat de dorpsbieb 'm had staan. Anders dan op voorganger Passionworks komen vooral sterke nummers voorbij, meestal stevig en onderling gevarieerd. Op z'n stevigst hardrock, op z'n rustigst pop. Bovendien is de zang van Ann Wilson beter getimed van klein naar groot en omgekeerd.
If Looks Could Kill is met z'n boosheid en tempo een ijzersterke opener, in What About Love? heerst de hartstocht. Met het kalmere Never en nog rustiger These Dreams had en heb ik minder. Dan liever The Wolf waar gitarist Howard Leese zijn distortion intrapt en kant 1 stevig afsluit.

Met All Eyes klinkt opgewekte rock op z'n Bryan Adams', Nobody Home is een zwoele ballade die - met mijn smaak - alleen Ann Wilson naar een voldoende kan zingen. Meer kan ik met de lichte doch vlotte nummers Nothin' at All en What He Don't Know. Gelukkig wordt de boel met Shell Shock stevig afgesloten.
Mijn zusje blèrde dit album frequent mee op haar kamer met een vriendin, waarbij ze de nummers die ik minder vond juist wél waardeerde. Over de opener waren we het echter eens: If Looks Could Kill vind ik een klassieker in het oeuvre van Heart.

In hun eigen Verenigde Staten was het herstel daar, na de relatief matige verkopen van de vorige plaat: Heart betrad in juli 1985 de Album 200 en klom er in december naar #1. Singlehits van Heart waren er gedurende twee jaar. What About Love? was al #10 in januari 1985, Never #4 in december '85, These Dreams zelfs #1 in januari '86, Nothin' at All #10 in juni '86 en If Looks Could Kill bescheiden #54 in augustus '86.

Zeer herkenbare jaren '80 aor/hardrock op maat geschreven voor Ann Wilson, die met haar zus Nancy een sterke groep om zich heen had verzameld. Daarin naast oudgediende Howard Leese de veteranen Mark Andes (bas) en drummer Denny Carmassi (drums). Onderschat bij dit alles de invloed van (het Amerikaanse) MTV niet. Heart zette ook daar de volmaakt ronde puntjes op de juiste i's: die clipzender leek, net als bij ons Sky Channel, gemaakt voor deze groep.

» details   » naar bericht  » reageer  

Heart - Passionworks (1983) 2,5

24 juni 2025, 22:32 uur

Met de twee vorige albums was Heart zoekende naar een stijl, waarbij folk werd losgelaten en de rock in toenemende mate een aor-jasje kreeg. Op Passionworks is naast drummer Michael Derosier tevens bassist Steve Fossen weg. De laatste was samen met ex-gitarist Roger Fisher oprichter van een oerversie van Heart, toen nog White Heart geheten. Jazeker, de zusjes Wilson zijn er pas later bijgekomen, ontdekte ik pas onlangs!

Nieuw zijn bassist Mark Andes (ex-Spirit, ex-Firefall) en drummer Denny Carmassi (ex-Montrose, ex-Sammy Hagar band, ex-Gamma). Met hen aan boord wordt adult oriented rock volledig omarmd, bovendien door producer Keith Olsen lekker vol en toch transparant geproduceerd. In retrospect weten we dat deze bezetting en stijl vanaf de opvolger grote successen zouden brengen, maar Passionworks was in de VS hun slechtst genoteerde album ooit: het kwam slechts tot #39.
Alhoewel het geluid van "comebackalbum" Heart van twee jaar later volledig aanwezig is, ontbreekt het belangrijkste: veel goede liedjes. Ze zijn er wel: opener How Can I Refuse en Sleep Alone. Wie van ballades houdt, kan het door Jonathan Cain (Journey, ex-Babys) geschreven Allies wellicht waarderen, voor mij echter het dieptepunt van de plaat. De overige nummers missen goede melodieën en/of sterke opbouw, ondanks de wederom nodige schrijversbijdragen van Sue Ennis.

Met de opvolger werd het imago opgepoetst: weg zijn de zwart-wit hoezen, terug is de kleurrijke hoes, waarbij de dames in grote jurken en - net als de heren - met grote kapsels kekke MTV-clips maakten. Toen klopte alles opeens wél. Op Passionworks is het 'm meestal net niet, waar zelfs Ann Wilsons gepassioneerde zang niet de compositorische armoede kan verhullen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Whitesnake - The Purple Album (2015) 4,0

22 juni 2025, 14:50 uur

Bij 1987 van Whitesnake ontstond een discussie over The Purple Album. Met jullie goedvinden verplaats ik 'm hierheen en dan mijn reactie. Het begon gisteren, 21 juni, met Hans Brouwer:(reactie op ander bericht)

waarop vielip vandaag reageerde met(reactie op ander bericht)

bijgevallen door milesdavisjr die noteerde: (reactie op ander bericht)

met daarop Hans' reactie:(reactie op ander bericht)

Laten we feiten en meningen niet verwarren. Qua feiten heeft Hans gelijk. Op The Purple Album nam David Coverdale immers nieuwe versies op van muziek uit zijn eigen periode bij de groep. De term verzamelalbum is daarmee onjuist, de term "odealbum" dekt de lading beter. Ik schreef er vorig jaar juli uitgebreider over.

Qua meningen is duidelijk dat sommigen The Purple Album niks vinden. Meestal ben ik het eens met vielip en miles, nu een keertje niet. Net als Hans geniet ik oprecht van de klassiekers in dit moderne, flitsende jasje van Whitesnake met soms andere arrangementen en vele gitaarsolo's: anders dan de versies met Blackmore, maar nog steeds smullen voor mij. Wat ik afgelopen vrijdagavond tijdens het afspelen besefte, was dat Coverdales stem het hier nog redt; inmiddels lukt hem dat niet meer - tenzij er inmiddels een wonder is gebeurd.
Overigens weet ik nog dat Hans vorig jaar nog uitermate sceptisch was over The Purple Album. Hij is toen echter van mening veranderd, zie zijn bericht van 14 juli 2024.

Kortom, over smaak valt zeer wel te twisten! En daar hebben we een belangrijke meerwaarde van MuMe: de lezer kan aan de hand van tegengestelde meningen zijn eigen oordeel vormen. Dank dus aan Hans, vielip, miles en anderen! Dat kom je op reguliere muzieksites niet tegen, leve een forum als dit.

» details   » naar bericht  » reageer  

Whitesnake - 1987 (1987) 3,5

Alternatieve titel: Whitesnake, 21 juni 2025, 13:29 uur

Met alle berichten uit maart ben ik 1987 gaan herbeluisteren. Voor velen hét album van Whitesnake, zo vond ook mijn broer die 'm destijds aanschafte en de cd nog altijd in de kast heeft staan. De elpee was op de terugtocht en dit was zijn tweede cd, na Guns N’ Roses’ Appetite for Destruction uit hetzelfde jaar. Ik hield het nog bij vinyl.

Op de hoes zien we het nieuwe logo, maar een vriend kocht de elpee met op het label nog het oude logo met de slang. Fans en media waren wild-enthousiast: zie bijvoorbeeld bij MuMe-thread Oordelen van dazzler. Hij plaatste een deel van de recensie die Hans van den Heuvel schreef.

Ik was echter minder enthousiast omdat er met Crying in the Rain en Here I Go Again maar liefst twee heropnames op stonden: zónde! Ik wilde nieuwe liedjes. Zelfs tekstueel was er gesleuteld: in Here I Go Again niet meer "Like a hobo I was born to walk alone" (1982, Saints & Sinners) maar "Like a drifter". Bovendien vond ik zowel het gitaar- als het drumgeluid (basdrums!) te wollig.
Plus dat ik leed aan een oneigenlijk sentiment: het was onwerkelijk dat één van mijn favoriete bandjes – tot dan toe alleen bij ‘ons hardrockers’ bekend - nu plotseling zo megapopulair was. Gelikte videoclips op tv en zelfs in Nederland hitparadesuccessen. Whitesnake was "van iedereen". Raarrr...

Ach, natuurlijk deed het er niet toe dat ik voorgangers Saint & Sinners en Slide It In prefereerde. Het vernieuwde Whitesnake stootte onverwacht plotseling door naar de absolute top en bereikte wat Coverdales voormalige Deep Purple-bandmaatje Ritchie Blackmore niet was gelukt. Die had vanaf 1979 met Rainbow tevergeefs gepoogd om door te breken in de VS.
1987 bleek een onbetwiste mijlpaal in de historie van Whitesnake en de hardrock in het algemeen, waarbij dat genre de verkoopcijfers van pop haalde. Dat gunde ik Coverdale na alle jaren buffelen.

Nieuwe nummers die ik omarmde: Bad Boys, Give Me All Your Love, Children of the Night en You're Gonna Break My Heart Again. Niet mijn favoriet (te langzaam) maar vernuftig in elkaar geknutseld is Still of the Night; zoals het stillere deel met de hi-hat vanaf 2'01" - opeens herken ik plotseling iets van Zeppelins Whole Lotta Love. Coverdale zingt er ma-gi-straal en qua snelle gitaarsolo's valt er steeds weer veel te genieten. Dank u John Sykes!

Na drie jaar wachten op de nieuwe Whitesnake werden mijn verwachtingen niet ingelost, mede door mijn voorkeur voor een hardere productie waarin de gitaren en drums feller van zich afbijten. Dat gevoel is gebleven. Mijn waardering van een 7,5 (3,5 ster) is daarmee wat lager dan die van de heren hierboven.

Mijn broer is het overigens nog altijd met mij oneens: de beste Whitesnake ooit volgens hem.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Sound - Jeopardy (1980) 4,0

20 juni 2025, 18:40 uur

Ik heb de jaren '80 hartstikke bewust meegemaakt, hongerig om "alles" te weten van de muziek die ik hoorde en/of waarover ik las. In de eerste helft van het decennium waren radio, Oor plus later Aardschok de media die mij de weg wezen.
Tegelijkertijd miste ik veel: zoals The Sound, dat ik slechts van lezen kende. Maatje JeKo groef en graaft vaak een spade dieper en verder: zo zie ik op zijn Discogs dat hij zes elpees van The Sound heeft staan. Bovendien is zijn voorkeur voor tegendraadse muziek groter dan de mijne.
45 jaar later is daar mijn kans om iets van mijn achterstand in te halen. In mijn chronologische reis door new wave bevond ik me in oktober 1980 bij verzamelaar Life in the Gladhouse van Modern English. Ik steek over naar november en Jeopardy van The Sound.

Zovele jaren later is daar als voordeel dat veel informatie op internet is te vinden. In dit geval vond ik dat zanger-gitarist Adrian Borland al in 1977 debuteerde met (het Wimbledonse) The Outsiders en Calling on Youth. Een plaatje dat zowaar op streaming staat en ik ook maar eens moet gaan proberen. Ze maakten twee elpees, waarna Borland in '79 The Sound begint. EP Physical World verschijnt nog datzelfde jaar.

Op Jeopardy richt hij zich nog altijd gitaarliedjes, dankzij Bi Marshall klinken echter ook desolate toetsenpartijen die veelal de gitaarlijnen volgen. Met mijn voorkeur voor uptempo werk vind ik I Can't Escape Myself een wat moeizame opener, waar ik vermoed dat JeKo daar anders in zit. Of zoals Arbeidsdeskundige (niet meer actief op MuMe) in 2020 schreef: "De wanhoop druipt van dit album af. De muziek is donker, puur en oprecht. Hierdoor weet het mij tot diep in mijn ziel te raken."
In mijn oren sprongen andere nummers er onmiddelijk uit: het nerveuze Heartland, anti-oorlogslied Missiles (momenteel weer akelig actueel...), de geflopte single Heyday doet denken aan Echo and The Bunnymen maar dan ruiger, het felle Resistance zette ik als vertegenwoordiger van dit album op mijn afspeellijst met new wave en in Unwritten Law komen gitaar en melancholie perfect samen.
Daartussen klinkt soms verlatenheid, herinnerend aan Ian Curtis. Doomwave noemden wij dat destijds: Hour of Need groeit bij vaker draaien, net als Night Versus Day.

In commercieel opzicht was The Sound geen hoogvlieger, zij het wereldberoemd in Nederland waar mijn persoontje desondanks slechts via verhalen in Oor werd bereikt. In hun eigen land geen enkele single- of albumhit, tot 2024 via een verlate notering voor opvolger From the Lion's Mouth.
Bij Jeopardy noteer ik zeven favorietjes. Binnenkort JeKo eens vragen hoe hij erin zit.
Dankzij het bericht van Alicia van vier jaar geleden ontdek ik de achtergrond van de hoes en daarmee het werk van de gebroeders Stenberg: dank! Zie ook deze blogspot voor meer van hun grafische kunst.

Mijn reis door new wave vervolgt in Polen met de groep Maanam en hun titelloze debuut, waarvan ik aannam dat dit uit november 1980 stamt. Eens nader bezien of dat klopt, maar één ding is zeker: een onbekend pareltje!

» details   » naar bericht  » reageer  

Heart - Private Audition (1982) 3,5

19 juni 2025, 21:18 uur

Toen ik enkele jaren geleden door de discografie van Heart reisde, was ik benieuwd naar de tussenperiode, de eerste helft van de jaren '80. De albums dat de groep van de rock-met-folk van de jaren '70 transformeerde naar de aor waarmee ze nieuwe internationale successen vierde.

Wie de hoes omdraait ziet dat de heren hun haren hebben laten kortwieken, conform de mode van 1982. Gestoken in smoking is daar de sfeer van de jaren '20 en '30 van de twintigste eeuw. Verder valt op dat niet-groepslid Sue Ennis de nodige compositorische bijdragen leverde en in het slotlied op piano aanschuift. Een album met enerzijds stevige rock en anderzijds diverse zijpaden.

Klonk op voorganger Bébé Le Strange (1980) soms nog Led Zeppelinachtige hardrock, op Private Audition is dat voorbij. Zo is de hardrock van de sterke opener City's Burning rechttoe, zij het met subtiele akoestische gitaar. Swingende hardrock'n'roll in het vrolijke Bright Light Girl met harmonieus gezongen refrein en dan Perfect Stranger: licht mysterieuze sfeer én strijkers, gearrangeerd door gitarist Howard Leese. Juweeltje dat teruggrijpt op de jaren '70 van de groep.

De rest van kant 1 is voor muzikale zijstapjes. Ik heb er minder mee, ondanks de capaciteiten van Ann Wilson als zangeres. Private Audition bevat akoestische swingjazz, in stijl met de achterzijde van de hoes. Angels is een ingetogen ballade met meer akoestische gitaar van Nancy Wilson, This Man Is Mine is een popnummer met de nodige closeharmonyzang.

Dan liever de doordringende synthesizer in The Situation, een stevig nummer dat kant 2 aftrapt. Ja ja, Leese brengt met zijn Moogs voor het eerst een voorproefje van aor!
Ragtime en de geluiden van tapdance in het intro van Hey Darlin Darlin, waarna een weemoedige ballade in jaren '70-sfeer volgt, compleet met strijkers en fluit. Meer kalmte in One Word, nu gedragen door piano en met een fraaie gitaarsolo.
Toch schrik ik aangenaam wakker met Fast Times, dat uptempo en scheurend doet wat het belooft; Ann Wilson zingt voluit, venijnige poprock/aor op de wijze van Pat Benatar in die jaren. Slotlied America klinkt met piano en vele strijkers alsof het uit een film komt, is licht geleend van traditional America the Beautiful maar nu met kritische tekst: "America, America, are you losing your mind?"

Heart op zoek naar nieuwe wegen en identiteit. Dat levert sterke rocknummers op maar ook minder pakkende zijwegen. Anders dan de voorganger klinkt nu toegankelijker rock. Inderdaad een overgangsalbum. De verkoopresultaten in de VS waren echter een stukje minder: haalde Bébé Le Strange #5 en compilatie Greatest Hits #13, Private Audition kwam tot #25.

» details   » naar bericht  » reageer  

Stryper - No More Hell to Pay (2013) 4,5

18 juni 2025, 22:27 uur

Te zien aan het aantal reacties op MuMe bij dit album, is No More Hell to Pay de eerste van ná de comeback die (in Nederland en Vlaanderen) groeiende aandacht geniet. Met een hernieuwd contract bij het Italiaanse Frontiers, waar eveneens in 2013 Second Coming met heropnamen van eigen werk verscheen, is dit hun derde album met nieuw werk sinds 2005.

Het geluid is niet veranderd en toch is het anders. Zit het hem in de gitaartwins? In het midtempo Revelation en het stoempende No More Hell to Pay hoor ik overeenkomsten met de twins van Judas Priest, waarvan frontman Michael Sweet een liefhebber is, zoals ik hem bij een interview over laatste album When We Were Kings (2024) zag vertellen. Dan het snelle Saved by Love en het geherarrangeerde Jesus Is Just Alright, oorspronkelijk (1972) van The Doobie Brothers.
The One is langzaam, bij Legacy wordt het gaspedaal weer ingetrapt. Opvallend is dat Michaels gitaarspel niet onderdoet voor dat van leadgitarist Oz Fox, allesbehalve een prutser. Net als bij Priest twee snarenracers die tevens sterke melodielijnen neerzetten.

Tweede helft. Het slepende Marching Into Battle, het uptempo Te Amo met zijn Spaanse titel (klinkt beter dan 'I love you', nietwaar?), Sticks & Stones bevat in de coupletten aparte gitaarakkoorden en een sterk refrein. Met Water Into Wine keren we aangenaam terug naar de jaren '80 - Rock You Like a Hurricane van Scorpions bijvoorbeeld - en bij Sympathy moet ik zelfs aan de riffs van Randy Rhoads denken, dit alles in eigentijdse productie.
Met afsluiter Renewed nog eenmaal het gas erop in Priestiaans gitaargeweld, zij het dat de heldere stem van Michael Sweet bewijst dat dit toch echt Stryper is.
De ritmesectie van Tim Gaines en Robert Sweet is hecht en robuust als nooit tevoren en de groep is qua teksten consequent duidelijk wat betreft hun christelijke identiteit.

Discogs laat zien dat omstreeks deze tijd de comeback van de elpee serieus werd: al in 2014, het jaar erop, verscheen No More Hell to Pay voor het eerst op 2LP.
Enerzijds vertrouwd en bekend wat betreft stijl, anderzijds anders dan hun vorige-met-nieuw-werk, Murder by Pride uit 2009.

Omdat een Nederlander als ik graag luid klaagt, heb ik toch nog iets gevonden om te mopperen. Jammer dat Michael in zijn biografie 'Honestly: My Life and Stryper Revealed' (2014) niets over dit album vertelt, terwijl ik de hernieuwde editie uit 2021 heb. Daar hadden één of meer hoofdstukken bij gemoeten, want nadien verschenen meer sterke albums, zoals opvolger Fallen van twee jaar later.

» details   » naar bericht  » reageer  

Modern English - Life in the Gladhouse (2001) 4,0

Alternatieve titel: The Best of 1980-1984, 18 juni 2025, 20:57 uur

Nou, eigenlijk best wel een lékkere verzamelaar, dit Life in the Gladhouse: The Best of 1980-1984 !

Een groep die blijkens site OfficialCharts.com nooit de Britse hitlijst haalde en de bijbehorende albumlijst evenzo miste - huh, hoe dan? Een groep die ik verwarde met Modern Talking - domdomdom... Een groep die blijkens menige bio begon als imitators van Joy Division - beter goed gejat dan slecht zelf bedacht.

Ben bezig de albums achter mijn afspeellijsten met new wave te beluisteren. Ik kende Modern English niet, maar las over de groep uit Colchester, ten noord-oosten van Londen. Zo belandde nonalbum-debuutsingle Gathering Dust uit oktober 1980 op op zo'n lijst. Jazeker, duidelijk jatwerk van Joy Division.
Desondanks namen ze, kort na het noodlottige einde van die groep, een heerlijk denderend werkje op. Het komt langzaam op gang en wordt allengs steviger, waarbij zanger Robbie Grey over een lichtere stem blijkt te beschikken dan Ian Curtis van de illustere inspiratiegroep. De groep zit dan al meteen bij het gerespecteerde label 4AD.

Modern English grossiert op de overige nummers vooral in lichter en origineler werk, zoals de akoestische gitaar in I Melt With You. Smiles and Laughter is dan weer intenser, maar ook klinkt soms een breekbare klarinet (of is het een hobo of fagot?), zoals in het gevoelige Ricochet Days, bewijzend dat dit meer dan imitators waren. Het krijgt daarmee iets van gothic en doet me aan het latere werk van The Mission denken. De stem van Grey is intens, gevoelig en aangenaam.
Nee, ik snap niet dat zij nooit een notering in een Britse hitsingle- of albumlijst haalden. Deze compilatie is namelijk een dikke vier sterren waard. Blue Waves bijvoorbeeld, dansend als Echo and The Bunnymen. Is dat wellicht de reden dat ze nooit doorbraken? Te veel lijkend op anderen? Maar dat is toch veel vaker het geval, dat groepen op elkaar lijken?

Hoe dan ook, ik zoek niet naar verklaringen als ik kan genieten van de muziek. Origineel of niet, deze heren schreven hele goede liedjes en daar komt bij dat Modern English nog altijd actief is, ook over hun landsgrenzen. Zo staan ze blijkens hun website vanavond in Toronto, Canada.
Gathering Dust verscheen niet alleen op dit Life in the Gladhouse uit 2001, het verscheen in 1992 als bonustrack op de cd-versie van album Mesh & Lace van het jaar erna. Saillant detail: het lied trapt het schijfje af en werd dus niet slechts aan het einde toegevoegd.
Aan dat album kom ik over enkele maanden toe. Reizende vanaf Grin & Bear It van The Ruts komt mijn afspeellijst bij single Give Me an Inch van Hazel O'Connor. Omdat ik het bijbehorende album Breaking Glass al besprak, beland ik in de maand november van 1980: The Sound en Jeopardy.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Ruts - Grin & Bear It (1980) 3,0

17 juni 2025, 23:18 uur

Van de popwave van The Teardrop Explodes naar reggaepunk. Oftewel The Ruts en Grin & Bear It, de Engelse variant van 'niet klagen maar dragen'. De titel verwijst naar het verdergaan na het overlijden van zanger Malcolm Owen. Dat na slechts één album: The Crack uit 1979 maakte indruk dankzij de mix van punk en reggae.
Op 14 juli 1980 overlijdt Owen aan een overdosis heroïne en op 24 augustus betreedt West One (Shine on Me) de Britse hitlijst, om een week later op #43 te pieken. Het is de vierde en laatste hit van de groep, waarna verzamelaar Grin & Bear It in oktober #28 haalt in de albumlijst.

Op het album vooral rock-en-rollende punk. In West One (Shine on Me) wordt een saxofoonsolo (te gast is Gary Barnacle) gevolgd door dubeffecten, waarmee het ook wel iets van een ruigere versie van The Police heeft. Met meer effecten rockt het nummer vervolgens naar z'n slot. Het stevige Staring at the Rude Boys doet aan The Clash denken, net als Demolition Dancing, Secret Soldier (beide bij John Peel van BBC1 opgenomen) en H-Eyes.

Op kant 2 meer scheurende gitaar via In a Rut, waarna een gebroken liefde op reggaebeat in dubsaus volgt in Love in Vain. De laatste drie nummers zijn live, eind '79 opgenomen: S.U.S. mixt reggae en punk perfect met Owens rauwe stem eroverheen, dan klassieker Babylon's Burning en ten slotte het snelle Society. Alles bij elkaar iets meer dan een half uur muziek.

Over Owen kwam ik dit fraaie portret uit 2022 tegen, waarin onder meer zijn plotselinge overlijden wordt vergeleken met de dood van Ian Curtis van Joy Division, niet lang daarvoor. De groep ging verder als Ruts DC en keerde in 1981 terug met Animal Now. Daar ben ik nog lang niet.
Volgende nummer op mijn afspeellijst is single Towers of London van XTC, maar omdat ik het bijbehorende album Black Sea al besprak, vervolg ik bij de eind oktober 1980 verschenen single Gathering Dust van Modern English, te vinden op hun verzamelaar Life in the Gladhouse.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Teardrop Explodes - Kilimanjaro (1980) 3,5

16 juni 2025, 20:36 uur

Vanaf single Pick It Up van The Employees (compilatie Bel 80) kom ik in de wondere wereld van new wave bij dit debuut van The Teardrop Explodes. Met de context van de andere namen waarvan werk in die maand verscheen (o.a. Talking Heads, Joe Jackson, The Monochrome Set, Japan, O.M.D. en The Police) valt het geluid van Kilimanjaro enorm op. Sterker nog: in vergelijking met álle andere namen die ik tegenkwam, is dit compleet anders.

Voor het eerst hoor ik een volle, gladdere popproductie. Alsof je hoort wat namen als Duran Duran, Spandau Ballet, The Stranglers, Feargal Sharkey of Tears for Fears zouden gaan doen. Ja, het is een vorm van new wave; tegelijkertijd is het geschikt voor een poppubliek en daarmee voor radio en hitlijst.
In Nederland lukte dat laatste trouwens niet, maar met When I Dream (op de elpee in lange versie) betraden ze eind september 1980 de Britse hitlijst, om in oktober twee weken op #47 te pieken. Diezelfde maand verschijnt de elpee Kilimanjaro. Die piekt op #34 en verdwijnt uit de albumlijst, keert in maart '81 terug tot #36 om wederom te verdwijnen en in mei begint 't pas echt. Piekend op #24 komt de plaat tot in totaal vijfendertig weken notering.
De comebacks van Kilimanjaro hebben te maken met het succes van non-albumsingle Reward (#6 in maart) en het wél op de elpee te vinden Treason (It's Just a Story) (#18 in mei).

Dat zijn de cijfertjes van toen. Met de oren van nu is duidelijk dat ze voorop lagen met die frisse wave waarin blazers nogal eens een vrolijk popgeluid helpen neerzetten. Dit in contrast met de volle stem van Julian Cope en de postpunkachtige gitaar- en toetsenpartijen.
Heb nooit geweten dat de wortels van de groep zijn verweven met Echo and the Bunnymen, zozeer zelfs dat Echo's Read It in Books in feite hetzelfde liedje is als Books bij The Teardrop Explodes. Dank divart voor je bericht uit 2008, waarbij ik me bovendien heel goed kan vinden in het allereerste bericht bij dit album van tondeman (niet meer actief): "Ik blijf me erover verbazen dat dit uit 1980 stamt... Deze groep was veel tijdgenoten een paar stapjes voor!"

Als album is het ook sterk, al ben ik steevast na één keer afspelen dringend aan wat anders toe. Alsof ik plotseling verzadigd ben na het eten van een besuikerde donut. Maar twee uur later zet ik 'm dan toch weer op.
Extra memorabel zijn naast de singles opener Ha Ha I'm Drowning, Went Crazy en Bouncing Babies. Bij die laatste is het omgekeerd: alsof The Stranglers van invloed waren. In 2005 verscheen een uitgebreide heruitgave met daarop ook de non-albumsingle.

Volgende halte in oktober 1980: The Ruts en hun tweede album Grin & Bear It.

» details   » naar bericht  » reageer  

U2 - Three (1979) 4,5

16 juni 2025, 07:23 uur

Kort na de naamswijziging van The Hype naar U2, maart 1978, verscheen de groep op de Ierse tv met het nummer Street Mission. Ze ogen heel enthousiast, je ziet een verlegen-trots glimlachende Larry Mullen jr. en The Edge die nog niet zijn karakteristieke geluid heeft ontwikkeld: zie hier.

Las erover in Bono's boek Surrender (2022) op p. 70-71. Eén van de redenen dat ik dit soort bio's graag lees, kende dit feitje niet.
Iets verderop, p. 76, beschrijft hij hoe hij Public Image van Public Image Ltd. hoort en vervolgens op de gitaar van The Edge dat geluid van een (ik lees het in Nederlandse vertaling) "elektrische boor die een ruggengraat aanvalt" voordoet. Althans, dat probeert hij, Bono speelt geen enkel instrument. De blues voorbij, net als PiL.
The Edge probeert het dan ook en ter plekke ontstaat niet alleen I Will Follow, maar vooral het befaamde gitaargeluid dat ook op deze EP Three klinkt. Dat lezende word ik benieuwd hoe The Edge zich dit moment en de ontwikkeling van zijn speelstijl herinnert. Net zo?

» details   » naar bericht  » reageer  

Bel 80 - 1980 (2005)

Alternatieve titel: Het Beste Uit de Belpop van 1980, 15 juni 2025, 23:05 uur

Op reis door de new wave van 1980 reis ik van de EP met de bijnaam Yellow van het Engelse Gang of Four naar de single Pick It Up van The Employees. Die hoorde je destijds op de Nederlandse radio, waarbij ik me herinnerde dat The Employees uit Nederland kwamen. FOUT. Hartstikke uit België.
Uiterst aanstekelijke ska, vrolijk, pakkend, in staat om de grootste chagrijn een glimlach op de lippen te toveren. Het haalde begin november '80 zijn hoogste positie in de Tipparade van Veronica: #19. Eén plaats hoger stond die week Baggy Trousers van Madness en wie weet waarom die drollenvangersbroeken wél een grote hit werden en het pareltje van The Employees niet, mag het zeggen. De nummers doen niet voor elkaar onder.

Ik ontdekte dat Pick It Up vrij moeilijk te vinden is; het duurde enige tijd voordat ik verzamelaar Bel 80 ontdekte. Pas twee jaar na de radiohit verscheen hun albumdebuut, The Employees geheten. Daarop ontbreekt dit liedje. Sterker nog, het nummer is, voor zover ik kan nagaan, nooit op een album van The Employees gekomen; niet als bonus bij een regulier album en evenmin op een compilatie.

Op oudjaarsdag 2008 postte freddze een helder nummer-na-nummer-overzicht van deze compilatie, waaruit blijkt dat er meer wave uit België kwam in die dagen. Toch is het slechts het liedje van The Employees dat - weliswaar bescheiden - de weg naar de Nederlandse hitlijsten vond, uitgezonderd het slotlied van Raymond Van Het Groenewoud natuurlijk. De naam van groepslid Kloot Per W (Claude Perwez) is er eentje waarover ik weleens las (Oor?); dat hij deel uitmaakte van The Employees was mij onbekend.

Mijn reis door new wave vervolgt bij een groep waarbij ik voor het eerst het volle, geliktere geluid van jaren '80 new wave hoor: op naar The Teardrop Explodes en hun debuut Kilimanjaro.

» details   » naar bericht  » reageer  

Gang of Four - Yellow (1980) 3,5

15 juni 2025, 08:35 uur

Op reis door new wave in oktober 1980, een maand waarin veel, véél wave verscheen. Van vorige halte Love Zombies van The Monochrome Set kom ik bij Gang Of Four. Een EP die officieel titelloos is en dus Gang of Four heet, maar meestal als Yellow EP wordt aangemerkt. Of kortweg Yellow, zoals hier op MuMe.

Op albumdebuut Entertainment! viel hun maatschappelijke betrokkenheid op, waarbij het viertal uit Leeds marxistische sympathieën had. De EP is eigenlijk een tussendoortje. Kennelijk slaagde men er niet in om in 1980 een volledig album neer te zetten en dus werd gekozen voor opnamen uit maart 1980 (kant 1, track 1-2) en 1979 (kant 2), waarvan It's Her Factory de B-kant van single At Home He's a Tourist was geweest, hun enige hit(je) tot dan toe.

De muziek op kant 1 is een mengsel van postpunk en funk: dominant is de bijtende gitaar van Andy Gill in de stijl van Wilko Johnson. De heldere stem van Jon King verwoordt duidelijk verstaanbaar in rond Engels: "Discipline is his passion" en "It's his castle he wants his wife to run and fix order. His obsession: order! Order!".
He'd Send in the Army is minder melodieus, meer op de groove gericht: belangrijk is het ritmetandem van bassist Dave Allen en drummer Hugo Burnham, al laat Gill zijn gitaar weer heerlijk knarsen.

Een melodica, het kinderinstrument, blaast lichtelijk irritant in It's Her Factory, waarbij niet wordt gezongen maar gesproken.
Anders dan ik bij anderen springt Armalite Rifle er bij mij wél positief uit. Geen funk maar Buzzcocksachtige punk, melodieus en in de tekst een aanklacht over de combinatie van "the holy Trinity" en wapengeweld.: "Do your damage". Na dertien minuten is het dan alweer stil.

In maart 1981 volgde de elpee Solid Gold met daarop een heropname van Outside the Trains Don't Run on Time. Zoals Reint al in 2008 noemde, volgde in 1995 een cd-heruitgave van Entertainment! met deze EP als bonus.

Mijn afspeellijst met new wave en aanverwanten had moeten vervolgen met Seconds of Pleasure van Rockpile, de groep met pubrockers Dave Edmunds en Nick Lowe. Die staat echter niet op mijn streamingplatform en dus vervolg ik met ska van het Belgische The Employees, oftewel single Pick It Up. Die vond ik op MuMe op verzamelaar Bel 80: Het Beste uit de Belpop van 1980.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Monochrome Set - Love Zombies (1980) 3,5

14 juni 2025, 16:30 uur

Verwijzend naar de namen van Klein Orkest, The Specials, Madness, The Adicts, Toy Dolls, The Kinks en The Doors, noteerde Titmeister in 2020: "Ik heb al behoorlijk wat referenties voorbij zien komen," waarna hij de vergelijking met Caravan maakte, daarmee de reeks vergelijkingen nog kakelbonter makend. Want wat moet je nu verwachten, dacht ik bij het lezen van die en andere bijdragen? Maar verrek, de MuMensen hebben gelijk!

Vorig jaar zomer leerde ik de groep kennen via de gothic van single Eine Symphonie des Grauens uit 1979, te vinden op Compendium: A History 1979-1995. In februari beluisterde ik albumdebuut Strange Boutique uit 1980.
Nog in datzelfde jaar verscheen dit Love Zombies, waar de sferen gaan van neurotische postpunk (opener Love Zombies) via vrolijke pop (het instrumentale 405 Lines) naar jaren '60 Westcoastrock (klavecimbel in B-I-D Spells Bid) tot gekruide gitaarrock met Franse knipoog in R.S.V.P, met een wat vervreemdend slot.
Rode draden zijn de keurig-Engels-geaffecteerde zang van Bid (aha, dáárom de associatie met de progressieve rock van Caravan!), alias van Ganesh Seshadri, plus de creatieve klaviervondsten van Alvin Clark.

Genoeg variatie beleefd? Nou, kant 2 gaat ermee door, al biedt die in mijn oren minder verrassingen: Apocalypso bezingt vrolijk en ironisch hoe je in in moeilijke tijden luxe kunt leven, waarna gitaarliedjes volgen. Bij The Man with the Black Moustache voeg ik nóg een associatie toe: doet denken aan hetgeen The Housemartins later dat decennium deden en met de akoestische gitaarsolo in The Weird and Wonderful World of Tony Potts lijkt het wel folkrock op de wijze van Al Stewart. Melancholie sluit het album af middels het instrumentale "In Love, Cancer?"

'Very English' en juist daarom zeer aangenaam. Inderdaad, je moet het zelf horen om te constateren dat alle vergelijkingen niet uit de lucht komen vallen en tegelijkertijd klinkt dit onmiskenbaar als The Monochrome Set. Licht verteerbaar en toch meer dan dat.

Mijn reis door new wave kwam van de "spartaanse grootstadfunk" van Killing Joke en blijft in oktober 1980, dankzij de "Yellow-EP" van Gang of Four.

» details   » naar bericht  » reageer  

Killing Joke - Killing Joke (1980) 2,5

13 juni 2025, 21:40 uur

Er zijn groepen die een relatief kleine, maar trouwe achterban hebben die de naam in kwestie door dik en dun steunen. Ik denk aan bijvoorbeeld New Model Army en dit Killing Joke.

Toen destijds hun eerste album in de platenbakken landde, was ik nét zo ver dat ik zelfstandig naar de platenzaak in de Grote Stad ging. Over het titelloze debuut van Killing Joke las ik in het toen tweewekelijks verschijnende Oor. Het werd daar gelijktijdig gerecenseerd met Ace of Spaces van Motörhead, Live... In the Heart of the City van Whitesnake, Strong Arm of the Law van Saxon, Sound Affects van The Jam, Organisation van O.M.D, Autoamerican van Blondie en Visage van Visage.
Killing Joke was kennelijk hard, zo las ik, maar geen hardrock of metal. En evenmin was het reguliere new (doom) wave of punk, al suggereert de hoes dat laatste genre. Ik heb de hoes in de platenbak in de winkel in handen gehad, zonder enige intentie 'm te kopen. Gewoon een interessante naam, waarbij het tot Die Ene Hit van enkele jaren later zou duren voordat ik hen daadwerkelijk hoorde.

De voorbije dagen kwam ik maar niet in dit album, waarna ik besloot om mijn vijftien-zestienjarige ik in te schakelen. Doe ik altijd, werkt feilloos als ik mijn muzikale intuïtie wil volgen. Dan sla ik tweemaal aan: met de dreigende synths en intense groove van The Wait en het iets minder indringende Complications.
Voor het overige gebeurt er te weinig, al vind ik de DDR-radiostem in S.O. 36 sterk om de koude sfeer van een dictatuur te brengen. De riff van Requiem bijvoorbeeld wordt te vaak herhaald, Wardance met zijn vervormde stem pakt me evenmin, de riff van Bloodsport is me te bikerrock en Change is me te funk.
Met de oren van nu hoor ik wel de kracht in de variatie. Met de stijlkenmerken die ik zojuist beschreef klinkt een unieke en tegelijkertijd stevige combinatie. Het is echter grotendeels niet mijn ding.

Trekt u zich dus niets van mij aan, want dazzler sloeg de spijker op de kop toen hij noteerde "De spartaanse grootstadsfunk van dit album". Mijn reis door de wereld van new wave bevindt zich in oktober 1980. Ik kwam van The Chords en So Far Away en vervolg bij The Monochrome Set en Love Zombies.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Chords - So Far Away (1980) 4,5

12 juni 2025, 18:33 uur

... of anders geformuleerd: het beste album dat The Jam nooit maakte. Ik geef het een negen.

Waren de Londenaren van The Chords inderdaad sterk onder invloed van The Jam? Dit was mod: new wave rock in de geest van The Who in hun jaren '60. Onmiddellijk wordt duidelijk dat de heren konden spelen en bovendien sterke liedjes schreven. Daarbij lijkt het of drummer Brett Ascott acht armen heeft en de energie van een roedel jonge wolven. Niet normaal!
Andere kwaliteiten en verschillen: de stem van slaggitarist Bill Hassett is wat ronder en lichter dan die van Paul Weller bij The Jam, maar net zo krachtig. Zeer geschikt voor de wervelende liedjes. The Chords zijn daarbij een kwartet, met leadgitarist Chris Pope en bassist Martin Mason. De laatste twee zingen bovendien pakkende koortjes, waarmee de modrock soms naar powerpop neigt.

De groep scoorde in het VK vanaf september 1979 zijn eerste hitje met Now It's Gone (bescheiden #63), in oktober 1980 was daar hun vijfde en laatste hit met In My Street (#50). Drie van hun hits staan niet op dit album, maar Maybe Tomorrow en Something's Missing wel, ieder een plaatkant openend. Het complete hitsingleoverzicht staat hier, terwijl dit So Far Away in mei 1980 #30 haalde.

Veel variatie maar steeds uptempo en stevig. Wie daarvan houdt, krijgt keuzestress als hij een favoriet moet kiezen. Mij lukt het niet!
Het Byrdsachtige getokkel in het intro van Happy Families bijvoorbeeld, waarna een pakkende melodie volgt. In What Are We Gonna Do Now? speelt Pope een lickje waarvan het geluid lijkt op dat van The Status Quo in 1968. De piano die hier en daar opduikt is van gastmuzikant Mick Talbot, later met Paul Weller oprichter van The Style Council.

So Far Away verscheen in het VK in bescheiden oplage met een gratis bonussingle. De Duitse persing gaf de plaat een andere hoes. In 1999 kreeg het een uitgebreide cd-heruitgave. De groep heeft daarbij een interessant verhaal, te lezen bij A fan site on mod punk. Zo viel de groep al in 1981 uit elkaar, om in 2010 terug te keren.

Allerliefste MuMe-bazen, mag ik voor één keer twaalf favorieten aanwijzen? In afwachting van uw ongetwijfeld positieve antwoord de vermelding dat mijn reis door het land van new wave kwam van oktober 1980, The Black Album van The Damned. Ik keer terug naar die maand: op naar het debuut van Killing Joke.

» details   » naar bericht  » reageer  

Stryper - Second Coming (2013) 4,0

11 juni 2025, 23:09 uur

Kronos schreef in 2013: (reactie op ander bericht)



Twaalf jaar later mijn reactie. Blijkens de biografie van Michael Sweet hadden ze vooral teveel op onze lieve moeder vertrouwd, waarmee ik niet Maria bedoel maar wel Janice Sweet. Haar management was er mede de oorzaak van dat de groep eind jaren '80 in financieel drijfzand belandde. Hij windt er wat dat betreft geen doekjes om en spaart zijn moeder niet, zonder haar af te fakkelen. De intenties waren goed, het zakelijke inzicht ontbrak.
Tweede reden is platenmaatschappij Frontier Records. Die bracht van Stryper al in 2009 Murder by Pride uit, maar in 2012 volgt een nieuw contract "which enabled us to release three records and a DVD within two years". In hetzelfde 2013 verscheen eveneens bij deze Italianen No More Hell to Pay. Wat extra tromgeroffel middels Second Coming bij een groep die dan eindelijk financieel gezond werd.

Ik vind de heropnamen prima. Alhoewel inderdaad werk van In God We Trust wordt gemist (op Reborn uit 2005 staat overigens een snoeiharde remake van het titelnummer), is het wél fijn dat de muziek uit deze jaren nu eens in eensluidende productie klinkt.
Ben deze dagen van een andere groep een soortgelijke remake-cd aan het draaien: The Book of Burning (2002) van Virgin Steele. Dan winnen de heren Stryper het wel degelijk, al is de groep van David DeFeis eveneens goed bezig. Voor beide albums geldt: wie de oude versies kent, moet minimaal altijd weer aan het nieuwe geluid wennen. Dit door de vertrouwdheid met de oude productie die plaatsmaakt voor andere details of meer dan dat, zoals gewijzigde gitaarsolo's.
Second Coming is daarmee zowel een verwijzing naar Christus' terugkeer als naar de comeback van Stryper, die in de beleving van Michael Sweet vanaf dit jaar pas echt goed doorzette met zowel deze remakes als nieuw werk.

Mijn favorieten zijn onveranderd de snellere, zwaardere nummers in het repertoire van de groep. Genieten is het van het drumspel van Robert Sweet, zoals altijd en daarom paradoxaal te weinig door mij vermeld.
Nieuw zijn Bleeding from Inside Out met een stoempend ritme á la Stargazer van Rainbow, alsmede Blackened, waarbij ik eerst dacht dat Metallica werd gecoverd. Nee dus, het is een eigen compositie, uptempo en zeer geschikt om op te kopklutsen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Stryper - The Covering (2011) 4,0

11 juni 2025, 21:57 uur

Verder lezend in de biografie 'Honestly: My Life and Stryper Revealed' van zanger-gitarist Michael Sweet lees ik bij 2011 over het nieuwe management dat er vooralsnog niet in slaagde om de financiële moeilijkheden te boven te komen. De verkopen van The Covering waren okay "for today's standards" maar de daaropvolgende tournees bleken verliesgevend, ondanks de terugkeer van originele bassist Tim Gaines.

Hierboven louter positieve verhalen over The Covering en ik ga er helemaal in mee. Vooral Europese namen bij de groepen die worden gecoverd, waarvan Set Me Free van Sweet leuk is als knipoog naar de achternamen van twee van de heren Stryper. Verrassend voor een Amerikaanse groep vond ik ook de keuze voor Blackout van Scorpions uit Duitsland; kennelijk was de invloed van dat album/nummer net zo groot als destijds bij mij. Muzikaal buitenbeentje is Kiss' Shout It Out Loud, popachtiger dan de overige nummers.

De productie van Michael is lekker vet en bij de arrangementen en gitaarsolo's (van zowel Oz Fox als Michael) valt op dat ze enerzijds het origineel respecteren en anderzijds hun eigen invulling geven. Zo kent Highway Star plotseling een twingitaarsolo die goed werkt.
Bescheiden toetsenbijdragen zijn er van Charles Foley, die ook met Michael aan diens soloplaten werkte. Ze vallen vooral op in Kansas' Carry on Wayward Son en Deep Purples Highway Star. Met Fox deed Foley bovendien de achtergrondzang.
Eigen nummer God doet bepaald niet onder voor de overige klasbaknummers op dit album, dat uptempo voortdendert; géén ballades, hoera!

Minder een jaar nadat men in zee ging met een nieuw management, scheidden de wegen alweer. Stryper vindt een nieuwe manager in Michaels nieuwe echtgenote Lisa, die erin slaagt om sterk te bezuinigen op kantoorkosten door vanuit huis te werken. Ze voert met succes meer zakelijke wijzigingen in, waarna men afkoerst op een volgend album met heropnames, nu van eigen werk: Second Coming.

» details   » naar bericht  » reageer  

Heart - Bébé le Strange (1980) 3,0

11 juni 2025, 20:15 uur

PS - toch opvallend hoe de beleving van een radioluisteraar in Nederland verschilde van die van leeftijdsgenoten in de VS. Dankzij internet worden dit soort verschillen duidelijk: de stille jaren van Heart zoals ik die beleefde (of sterker nog: Heart was passé!) waren aan de overkant van de Grote Plas allesbehalve stil en bovendien zeer succesvol...

» details   » naar bericht  » reageer  

Black Sabbath - Reunion (1998) 3,5

11 juni 2025, 19:57 uur

Begin jaren '80 was deze kersverse fan van Black Sabbath teleurgesteld met Live at Last, om redenen die ik daar beschreef. Dat album kreeg weliswaar in 2002 een opfrisbeurt middels Past Lives, maar toen was Reunion alweer vier jaar oud. Het is de livedubbelaar die in 1980 - of eigenlijk eerder - had moeten verschijnen.

De klassiekers uit het oeuvre komen allemaal langs: in 1980 was ik omver geblazen. En toch. Inmiddels behoor ik tot een kleine groep fans die jarenlang droomde van een livealbum met ándere nummers uit hun discografie. Wéér War Pigs, wéér Paranoid... Wellicht kwestie van verzadiging, maar ik zou het zo leuk vinden als deep cuts van later zouden worden gespeeld, het progressievere werk. Daarbij zou ik als eerste Electric Funeral laten sneuvelen. Blijf lkkr dromen Ronaldje, dát gaat nooit gebeuren: Iommi & co zijn behoorlijk keuzevast, volgens zijn bio mede omdat de fans erom vragen.

Toch hoop ik dat ik me vergis, gezien dit bericht over het Back to the Beginning concert van 5 juli aanstaande. Uitverkocht maar online te zien voor 30 pond. Dan hoop ik op nummers van Sabotage, Technical Ecstacy, Never Say Die! en iets van 13.
Terug naar Reunion. Mijn favo's zijn tegenwoordig Spiral Architect, Into the Void, Sabbath Bloody Sabbath, Orchid - Lord of This World en Dirty Women (gitaarsolo!). Geinig is dat na NIB een overenthousiaste (beschonken?) fan bij de microfoon komt en daar wat in roept. "What was that?" reageert Osbourne, die met de anderen in uitstekende vorm stak.

Bij de nieuwe studionummers Psycho Man en Selling My Soul valt op dat ze stilistisch teruggrijpen op hun eerste twee albums. Doom dus, waarvan vooral de eerste mij goed bevalt dankzij de tempowisselingen en Osbournes laag-hese stem. Hij was hoorbaar ouder geworden.
Door de aanwezigheid van drummer Bill Ward is Reunion een logischer afscheid dan The End uit 2017. Maar goed, inmiddels is daar het - nu echt, ja ja - slot op 5 juli aanstaande. Ik ben dan te druk met werk en andere zaken, maar zal de berichtgeving met belangstelling volgen. Bovendien lijkt het niet meer dan logisch dat ook daarvan een dvd/bluray zal verschijnen, al heb ik van tevoren niet zo'n zin in de all-star cast die mee zal doen en las ik vreeswekkende berichten over de conditie van de madman.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Damned - The Black Album (1980) 4,0

10 juni 2025, 23:38 uur

(reactie op ander bericht)


Stel dat E-Clect-Eddy dit niet in 2006, maar in 1980 in Oor bij verschijnen had geschreven. En stel dat deze toen onzekere, puisterige puber dat had gelezen. Stel dat ik na het lezen The Black Album van The Damned vervolgens uit de dorpsfonotheek had geleend.
Dan was ik minimaal zwáár verrast en vermoedelijk enigszins teleurgesteld geweest. Bij 'punk' immers denk ik aan scheurende gitaren en snelle nummers. Op hun vierde album slaan de verdoemden echter nieuwe paden in. Verkrijgbaar als fraai verpakte dubbelaar maar ook als enkelaar, waarbij kant 3 en 4 zijn weggelaten en de hoes is versoberd.

Opener Wait for the Blackout en Lively Arts zijn weliswaar uptempo en energiek, maar punk? Dave Vanian zet zijn bariton in, niet de boosheid van voorheen. Met Silly Kid's Games klinkt een lekker Brits popliedje met hammondorgel en BeachBoyskoortje.
Drinking about My Baby begint met de piano van Captain Sensible; zoals Madness (!) dat deed en voor het eerst klinkt scheurende gitaar. Vooral grappig vanwege de titel, verder een standaard rockend liedje met rollend drumwerk van Rat Scabies plus handgeklap in het slot.
Twisted Nerve gaat met de dominante baslijnen van nieuweling Paul Gray (ex-Eddie & The Hot Rods) de kant van postpunk op, vergelijkbaar met de vroege The Cure en Joy Division. Tegelijkertijd melodieus en vrij ingetogen gezongen, trompetten komen erbij, met het rockende Hit or Miss gaat het weer de punkkant op - mét blazers.

Op kant 2 wordt het geluid verbreed. Akoestische gitaar en melancholie in het bariton-gezongen Dr. Jeckyll and Mr. Hyde, met een intro dat me aan - sorry punkpuristen! - Led Zeppelins Stairway to Heaven herinnert.
Het punkverleden keert terug met Sick of This and That dat een dikke 100 seconden doordendert, waarna The Damned zich onmiddellijk ver van die stijl verwijdert met The History of the World (Part 1). Als single werd het in het Verenigd Koninkrijk in oktober 1980 #51. Blijkens de hoes "overproduced by Hans Zimmer" : dansende piano en strakke synths, het heeft weg The Stranglers die na punk nieuwe wegen verkenden, op weg naar pop. 13th Floor Vendetta doet iets soortgelijks, inclusief akoestische gitaar en pianoassociaties met Madness. Grays basspel brengt tevens wat postpunk.
Bijna-hardrock in het intro van Therapy, waarna Gray zijn bas heerlijk laat grommen en het bijna op z'n Motörheads snel vervolgt, zij het dat Vanian weer diep zingt. Na drie minuten "loopt de boel vast" om een dikke twee minuten later met knarsende gitaar van Sensible bloedeloos te eindigen.

Kant 3 bevat slechts Curtain Call, waar op z'n psychedelisch' wordt geëxperimenteerd, inclusief sequencerende synthesizer en ruimteschipgeluiden. De verbreding van het geluid gaat "where no Damned has gone before", om de tv-serie Star Trek te parafraseren. Het wérkt.
Terug naar aarde met livekant 4. Was ik nog puber geweest dan had ik het gitaargeluid bedroevend gevonden. Veel te clean voor punk: zelfs het extra snel gespeelde New Rose redt het niet in vergelijking met de single uit '76. Van de voorganger komen we titellied Machine Gun Etiquette tegen, nu echter Second Time Around geheten. Mijn favoriet is het breed uitwaaierende gitaarslot Plan 9 Channel 7.

De dubbelaar haalde in het VK in november 1980 slechts #29 en stond daar een schamele drie weken in de albumlijst. De muziek waardeer ik echter met een 8.
In 2005 verscheen een Deluxe-editie met de nodige bonussen. Daarbij single White Rabbit, gecoverd van Jefferson Airplane, eind maart '83 #82 bij de Britten.

Mijn reis door new wave en aanverwanten vervolgt. Ik kwam van de Duitse groep The Stripes en reis terug naar mei 1980, als het debuut van het Engelse The Chords verschijnt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Heart - Dog & Butterfly (1978) 3,5

10 juni 2025, 19:40 uur

Zelfs de gouden keel van Ann Wilson kan niet voorkomen dat ik Dog & Butterfly enigszins vind tegenvallen. Cook with Fire is een stevige en aardige opener (pseudo live, had niet gehoeven) en High Time vervolgt op soortgelijke wijze en niveau.
Met de blues in het ingehouden rockende Hijinx heb ik minder. De discobeat in Straight On doet me vooral denken aan die van de Rolling Stones in Miss You uit datzelfde 1978, een jaar waarin dat genre vaker door rocknamen zou worden omarmd, van Rod Stewart tot Status Quo. In het geval van Heart is het resultaat aardig.

De akoestische tweede kant van de plaat begint met het kalme titellied en opnieuw kwalificeer ik dit als 'aardig'. Lighter Touch moet op gang komen maar blijkt spannender en op Nada One wordt dat versterkt: akoestische gitaar en ingetogen zang, waarna strijkers een instrumentaal deel volgt met korte halen op cello, daarmee het tweede deel van het nummer inluidend. Dan meer zang, en prachtig akoestisch gitaarspel, om het nummer weg te draaien.
In diezelfde sfeer is daar dan slotlied Mistral Wind, het prijsnummer van deze dubbelelpee met schitterende klaphoes in de stijl van het Verre Oosten. Het wordt allengs steviger en fungeert daarmee tevens als overgang naar de elektrische eerste plaatkant.

Een ietwat saaie 7 voor dit album, tevens het laatste met gitarist Roger Fisher, wiens relatie met Nancy Wilson strandde. Ook drummer Michael Derosier vertrok. De laatste speelt anno 2025 met de later vertrokken bassist Steve Fossen in een groep genaamd Heart by Heart, waarvan je een indruk krijgt op heartbyheart.com.

Vanuit mijn waarneming verdween de groep vervolgens in de stilte, al bleven ze platen maken: in 1980 volgde Bébé le Strange.

» details   » naar bericht  » reageer  

Stryper - Live in Puerto Rico (2006) 3,5

7 juni 2025, 08:51 uur

Zelfde set als op het slechts twee jaar eerder verschenen 7 Weeks: Live in America maar met één nummer meer: You Won't Be Lonely.

In zijn biografie 'Honestly' vertelt Michael Sweet over de verbazing van de heren Stryper wat betreft hun immense populariteit in het land. Waarom juist daar? Het bleef onduidelijk.
Het leidde tot een scène waarin ze op straat moesten wegrennen voor een overenthousiaste menigte, maar ook stonden ze in een klein huisje aan het bed van een doodzieke fan, weer met de voetjes op de grond landend. Mooie anekdotes.

Met het enthousiaste publiek hoor je het effect daarvan op een ingespeelde groep. Energie verzekerd.

» details   » naar bericht  » reageer  

Stryper - Murder by Pride (2009) 4,0

5 juni 2025, 11:01 uur

In 2005 was daar de definitieve comeback van Stryper met het snoeiharde Reborn. Ik maakte de vergelijking met Europe, dat eveneens na een breuk terugkeerde met een veel steviger album dan ooit tevoren, te weten Start from the Dark uit 2004. Die vergelijking is er wederom: was Europes opvolger Secret Society (2006) minder grimmig, ook Murder by Pride is iets kalmer en blijft op de bonus na weg van de zoete ballades.
Met het snelle Eclipse of the Son en het mid- en vervolgens uptempo 4 Leaf Clover gaan we fel uit de startblokken. De koortjes bleven en twingitaren zijn terug (winst voor de melodie) met racende gitaarsolo's van zowel zanger Michael Sweet als Oz Fox.

Het waren bewogen jaren geweest voor de frontman en de keuze voor de cover van Peace of Mind van Boston met als gast hun gitarist Tom Scholz is zeker niet zomaar. In zijn biografie 'Honestly: My Life and Stryper Revelead' (2014/'21) vertelt hij dat kort na een uitgebreide Strypertournee in 2007 bij zijn echtgenote baarmoederhalskanker wordt geconstateerd.
Ze zou niet herstellen, maar als hij niet lang na de diagnose wordt uitgenodigd om als gastzanger mee te doen bij een concert van zijn jeugdhelden van Boston, dat daarmee hun overleden zanger Bred Delp wil herdenken, moedigt zij hem aan dat te dóén. Het gezin woont dan inmiddels alweer meer dan tien jaar in Cape Cod, relatief nabij de stad Boston.
Dat concert vindt plaats in augustus '07, is succesvol en leidt in 2008 tot een lange tournee van Boston met naast Michael de man die kort daarvoor nog bij bouwmarkt Home Depot werkte, Tommy DeCarlo. Gezamenlijk nemen ze Delps vocalen voor hun rekening (hier met Long Time). Michaels vrouw gaat weliswaar achteruit, maar juist zij is degene die hem stimuleert om toch te gaan.
Tussendoor deed Stryper in 2008 slechts één optreden, met daarbij te gast gitaristen Gary Pihl (Boston, ex-Sammy Hagar band) en Tom Scholz. Inclusief introductie van Dee Snider daar te zien.

Als hij terugkeert van de Bostontour wijdt hij zich weer aan de mantelzorg voor zijn vrouw, die bij thuiskomst meer verzwakt blijkt dan hij had gehoopt. In maart 2009 overlijdt ze. Uiteraard is het verdriet groot en Michael besluit een kleine maand later om als remedie te gaan touren. Dit met in het voorprogramma de band Flight Patterns van zijn zoon én bij de merchandise zijn dochter: als gezin de weg op, om de wonden te helpen genezen.
Met die kennis beluister ik de door akoestische piano gedragen ballade Alive met andere oren: "Listen, birds don't sing anymore, Waves don't crash on the shore, 'Cause You don't love me anymore.
See, the morning sun doesn't shine, And the moon's nowhere to find, 'Cause You don't love me anymore.
And then I realize - I'm Alive, I'll survive, I was only dreaming that our love died, I'm Alive, I'll survive, I'll never stop believing."


Dan het stoempende The Plan, altijd lekker voor drummer Robert Sweet, waar de ups en downs in relatie tot de Almachtige worden bezongen, titellied Murder by Pride is eveneens stevig met pakkende twingitaarlijnen. Op streaming volgt Mercy over Blame, een aangenaam stuwende riff en een refrein waarin de koortjes kunnen floreren.
Gitaarballade I Believe wordt spoedig steviger, zoet als in de jaren '80 wordt het zeker níet. Run in You en Love Is Why hebben een akoestische basis, ruimte biedend aan sterke partijen op de elektrische gitaar in de sfeer van... Boston.
Everything en de shuffle van My Love (I'll Always Show) sluiten de plaat stevig af met fraaie twingitaren. Streaming biedt als bonus My Love My Life My Flame, een ingetogen ballade en daar ben ik niet van.

In zijn bio beschrijft Michael dat de verkopen van Murder by Pride tegenvielen: het nieuwtje van de comeback was eraf. Hetzelfde gold voor de opbrengsten van de 2009-2010 tour, die ook naar Europa, Australië en Zuid-Amerika ging. Als bovendien hun bookingagent failliet gaat, wordt een openstaande schuld ondanks een gewonnen rechtszaak niet aan Stryper betaald.
Het is al met al nauwelijks genoeg om van rond te komen. Bassist Tracy Ferrie flirt naar Michaels zin (al te) opzichtig bij een andere naam, maar blijft aan boord. Een nieuw management moet soelaas bieden, plannen voor een nieuw album en tour zijn al in voorbereiding. Ondertussen vindt Michael spoedig een nieuwe liefde; in augustus 2010 trouwen ze. In 2011 volgt coveralbum The Covering.

» details   » naar bericht  » reageer  

The Stripes - The Stripes (1980) 4,0

4 juni 2025, 17:28 uur

Op reis door new wave van 1980 staan er op mijn afspeellijsten nogal wat artiesten die ik slechts van naam kende. En zelfs dat was bij The Stripes te veel; ben de naam vast in een artikel tegengekomen en heb zonder te checken een nummer van hun titelloze album op zo'n lijst gezet.

Lang leve streaming, dé manier om onbekende muziek te ontsluiten! Nietsvermoedend speelde ik de plaat af en oordeelde dat de zangeres een prima stem heeft en dat de muzikanten hun mannetje staan. Frisse gitaarwave ondersteunt aangename popliedjes. Het doet soms aan het vroege Blondie denken. Door het Britse accent van de zangeres en een posh-Engels sprekende man in twee nummers nam ik aan dat dit Engels was.
Pas na tweemaal afspelen ontdek ik dat dit Duits is en dat de zangeres naar de naam Nena Kerner luistert. Dé Nena, zo blijkt. Nooit geweten dat zij haar eerste plaat met The Stripes maakte! En wat een lekker plaatje is dit dus!

Ze kwamen uit Hagen in het Ruhrgebied en op de hoes dragen ze conform de bandnaam strepen: zij verticaal op haar broek, de mannen horizontaal-Bretonsgestreepte shirts. Opgenomen in Duitsland met de Duitse producer Andy Kirnberger. Single- of albumsucces was er niet, wat me gezien de kwaliteit verbaast.
Het album komt wat aarzelend op gang met Strangers, dat echter dankzij melodieën, energie en koortje tot een heerlijk gitaarliedje uitgroeit, waarna Tell Me Your Name nog meer powerpop bevat. De ritmesectie van bassist Frank Röhler en drummer Rolf Brendel staat garant voor strakke ondersteuning.

En zo gaat het door met lekkere melodietjes, ingebed in pittige gitaarliedjes met de expressieve stem van Kerner als kers op de taart. In Don't You Think I'm a Lady klinkt popreggae met dankzij een gastmuzikant voor het eerst op dit album toetsen én een bekakt-Engels sprekende man. Op het strak gedrumde Leaving the Suburbs meer klavieren met een tekst over de trek naar de grote stad. Met I'm Not wordt kant 1 fel afgesloten, heerlijke powerpop met bijtend gitaartje van Rainer Kitzmann. Het nummer wordt op een aparte manier weggedraaid: leuk!

Meer gekruide gitaarwave in Tres Chichi met daarna een volgende buitencategorie: You Must Be Good for Something heeft iets van jaren '70 glamrock in het jasje van 1980. In het pittige On the Telephone nogmaals de spreekstem van technicus Nigel Jobson.
Rock 'n' roll in Weekend Love, het klassieke r&b-Bo Diddleyritme klinkt in Kicks in Berlin. 01:59 duurt inderdaad zo lang en biedt meer powerpop-rock 'n' roll in wavejasje en Radio in Stereo is een ode aan dat medium; heeft weg van Blondies I'm Gonna Love You Too.

Sinds 2004 op cd verkrijgbaar, waarbij drie nummers werden toegevoegd die destijds slechts op single verschenen. Daarvan doet Lose Control nog het meest aan de Nena uit haar hitjaren denken. Maar omdat ze geheel Engelstalig zingt, is dat vooral een constatering achteraf.
Niet alleen interessant voor fans van Nena, maar aanbevolen voor liefhebbers van powerpop én gitaarwave. Dankzij de jaren '60-invloeden zijn er overeenkomsten met Blondie, in het bijzonder hun eerste drie albums.
Succes bleef uit. Nena verliet de groep en ging naar Berlijn, waar haar een grootse carrière wachtte.

Wat kwam er in oktober 1980 bizar veel kwaliteitswave uit... Mijn vorige station was Remain in Light van Talking Heads en nu gaat het terug naar Londen. Omdat ik Beat Crazy van de Joe Jackson Band al besprak, kom ik uit bij The Damned en The Black Album.

» details   » naar bericht  » reageer  

Stryper - Reborn (2005) 4,0

3 juni 2025, 20:01 uur

Dit album was oorspronkelijk als een soloalbum van zanger/gitarist Michael Sweet bedoeld, maar na de reünietournee van 2003 liep het anders. Voor een soloplaat was veel minder belangstelling dan voor een nieuwe Stryper, en aangezien hij voorheen sowieso al 90% of meer van de composities leverde, werd besloten er een bandalbum van te maken.
Tweede reden waarom dit logisch is: solo maakte hij pop-rock, een stuk lichter dan voordien. Reborn past wat dat betreft beter in de discografie van Stryper met z'n harde aanpak, waarbij het klinkt alsof de groep alle frustraties van de voorbije jaren in muziek omzet.

Ik hoor overeenkomsten met Europe: ook zij profiteerden in de jaren '80 van de populariteit van popmetal, om in 2004 met het snoeiharde Start from the Dark getransformeerd terug te keren.

De (fraaie) hoes van Reborn zoals MuMe die toont, is overduidelijk op filmreeks The Matrix gebaseerd, veel mooier dan andere hoesversies zoals deze. Het is even wennen aan de productie, die snoeihard is met een gecomprimeerd gitaargeluid en knallende snaredrum.
Met het felle Open Your Eyes krijgen we echter de hardste opener tot dan op een album van Stryper. Het slepende Reborn en de tempowisselingen in When Did I See You Cry bewijzen dat de heren er vol voor gingen. Naast Michael zijn dat gitarist Oz Fox, nieuwe bassist Tracy Ferrie (oorspronkelijke bassist Tim Gaines kon zich niet motiveren voor de kleine clubs waarnaar de groep was teruggekeerd) en de in topvorm verkerende drummer Robert Sweet.

Make You Mine is een verkapte ballade, hárd uitgevoerd: de groep maakt in de arrangementen compleet andere keuzes dan voorheen. In Passion akoestische gitaar en koortjes, maar de gitaar in het refrein blaast door mijn haar als een stormwind, Live Again is als een stoempend hardrocknummer uit de jaren '70 met de productie van 2005. Een groeibriljantje.

If I Die is weer midtempo en massief. Swingend-opgewekt is Wait for You met een nananakoortje, het zijn de zware gitaren en Roberts drumspel die het hard houden. Een prachtig refrein in het midtempo Rain, 10.000 Years is met z'n staccatoriff lekker. I.G.W.T. blijkt een compleet geherarrangeerde versie van In God We Trust uit 1988 te zijn. Werkt goed. Over het geheel: minder dan voorheen klinken twingitaren of racende gitaarsolo's. Hoorbaar is dat dit 2005 is en nieuwe technologie laat zijn productionele sporen achter.

Reborn staat niet op mijn streamingplatform, maar wel op JijBuis. Daar komt If I Die echter niet als track 7 maar pas op 9 langs. Het duurde vier jaar voordat opvolger Murder by Pride uitkwam.

» details   » naar bericht  » reageer  

Heart - Little Queen (1977) 4,0

3 juni 2025, 16:43 uur

Op de compilaties (eerst cd, later streaming) die ik van Heart maakte, zette ik van Little Queen slechts Barracuda. Dat is veel te weinig.

Het is één van de liedjes die ik in '78 op cassette opnam van Radio Caroline op de middengolf. In de zomervakantie. Eén van de eerste signalen dat deze prille tiener een smaak ontwikkelde voor scheurende gitaren. Gratis erbij: krakend ethergeluid en een Britse dj met diepe stem die het nummer afkondigde.
Nog altijd hoor ik dat in mijn hoofd, mede versterkt door een vakantieherinnering: in 1980 ontdekte ik op vakantie aan de Costa Brava dat daar een hotel stond met de naam Barracuda. De hoes van Little Queen vond ik in de winkels opvallen, een goede zet van nieuwe platenmaatschappij Portrait.

Ook zonder die nostalgie is het een heerlijk nummer met de magistrale stem van Ann Wilson als troef. De rest van het album is meestal in lijn met de hoes op akoestische basis. In Love Alive zelfs enige dwarsfluit, kikkers in het intro van Sylvan Song (ik hoor ze hier momenteel iedere avond en nacht vanuit mijn slaapkamer), gevolgd door mandoline waar daarna een diepe synthesizer bij komt, waarna het naadloos overgaat in Dream of the Archer. Bijzonder toch, deze mix van rock en folk. Pas veel later zou ik ontdekken dat dit de invloed van Led Zeppelin is, met name enkele nummers van Led Zeppelin IV en Physical Graffiti.
Na alle folk klinkt de riff van Kick It Out aanvankelijk als platte rock, maar Anns stem en de melodielijn doen het nummer spoedig groeien en de gitaarsolo van Roger Fisher is van bovenklasse.

Kant 2 begint met het eveneens rockende titelnummer. Aanvankelijk niet spannend, maar met de regels "Now you're hot on the presses today, making your passion play. Little queen, nobody knows your melancholy mind", vermoed ik een kijkje in de zielen van de dame(s) Wilson. Als na twee minuten een trager en melancholiek deel begint, ben ik alsnog bij de lurven gegrepen: "You better shine tonight. Oh and he feels you", waarbij ik me afvraag wie die hij kan zijn. Iemand van platenmaatschappij Mushroom, met wie de groep kort daarvoor had gebroken?
Treat Me Well is dromerig, het opgewekte Say Hello is dan weer verfrissend swingend met een eigenaardig maar fraai gedrumd slot door Michael DeRosier, en dan een dubbele 'cry': Cry to Me is zeer ingetogen en met Go On Cry zijn mysterie en elektrische gitaren terug.

Net als het debuut rustiger dan ik als radioluisteraar had gedacht. Minder rockend, meer folk. Maar wél sterk.

» details   » naar bericht  » reageer  

Talking Heads - Remain in Light (1980) 4,0

2 juni 2025, 20:02 uur

In '77 maakte de hit Psycho Killer indruk op deze piepjonge tiener. Pas met Once in a Lifetime scoorde de groep in Nederland zijn tweede hit: februari 1981 #24.
Op chronologische reis door new wave (in dit geval in oktober '80, vorige station was Monarchie und Alltag van Fehlfarben) valt extra op hoe anders de Pratende Hoofden op Remain in Light klinken. Anders dan wie dan ook. Ja, het is new wave, maar dan Afrikaans. Of: ontzettend dansbaar, maar funk noch disco, in 1980 zeer populair.
Ondanks alle Afrikaanse invloeden snijdt een vergelijking met het destijds redelijk populaire Osibisa uit Ghana evenmin hout. Het is namelijk tegelijkertijd hartstikke "wit" door de eigengereide zang van David Byrne.

Van één groep weet ik dat die iets dergelijks deden: The Blockheads, de begeleidingsgroep van Ian Dury in de dagen dat deze met Chaz Jankel werkte, zoals op Do It Yourself van het jaar ervoor. Maar die hadden dan weer geen invloeden uit de Afrikaanse muziek.
En het spel op de zes snaren! Jerry Harrison en gastgitarist Adrian Belew zetten soms een scherp randje neer als contrast met de diverse percussionisten rond de ritmesectie van bassiste/toetseniste/percussioniste Tina Weymouth en drummer/toetsenist Chris Frantz. Producer Brian Eno smeedde dit alles knap tot een eigenaardig maar pakkend geheel.

Een eigen universumpje, dat nog enigszins ingetogen aftrapt met Born Under Punches (The Heat Goes On) om me met Crosseyed and Painless omver te blazen, sterk gevolgd door The Great Curve. Als radioliedje vind ik Once in a Lifetime nog altijd heerlijk en steeds weer vraag ik me af aan welk nummer van de Rolling Stones ik moet denken als het scheurende orgel tegen het einde bijvalt.
Verrassend is bovendien dat de groep vanaf Houses in Motion geleidelijk de voet van het gaspedaal haalt om werkelijk op z'n Britse doomwave te eindigen met The Overload. Remain in Light haalde in februari '81 #22 in de Nederlandse albumlijst.

Harrison en Belew waren vorige week in Eindhoven op het Bridge Guitar Festival. Heeft iemand hen daar gezien en zo ja, wil die persoon iets daarover delen? In nieuwsgierige afwachting vervolg ik mijn reis door new wave. Terug naar Duitsland, op naar The Stripes met als zangeres ene Nena. Dé Nena?

» details   » naar bericht  » reageer  

Stryper - 7 Weeks: Live in America, 2003 (2004) 3,5

2 juni 2025, 17:21 uur

Strypers eerste liveplaat ooit verscheen na hun reünietour, die werd ondersteund door compilatiealbum 7: The Best of Stryper.

Ik denk terug aan dat cassettebandje waarop ik VARA's Vuurwerk opnam. Stryper live op Dynamo Open Air 1987. Is dit concert vergelijkbaar? Ja, dat is het, al liet de groep het in Eindhoven na om ballades te spelen. In hun eigen VS kon de groep natuurlijk niet om Honestly heen, hun grootste verkoopsucces blijkens de introductie.
Een goed ingespeeld collectief speelt voor de rest een aanzienlijk steviger set, die weliswaar kalmpjes begint met Sing-Along Song, maar daarna volgt energie vergelijkbaar met het optreden van zestien jaar daarvoor.

Blijkens setlist fm begonnen de toegiften met To Hell with the Devil. Laatste nummer is de cover Winter Wonderland, oorspronkelijk op EP verschenen. Een kerstliedje met dubbele basdrum voor de liefhebbers, waarna frontman Michael Sweet het woord tot het publiek richt en met hen bidt. Dat kom je niet altijd op livealbums tegen...

Toch nog onverwacht verscheen twee jaar later een volledig nieuw album van Stryper, waarop de groep harder klonk dan voorheen: Reborn. De reünie die als een waakvlammetje begon, werd een groter vuur.

» details   » naar bericht  » reageer  

Stryper - 7 (2003) 3,5

Alternatieve titel: The Best Of, 2 juni 2025, 16:23 uur

Stryper ging vanaf 1991 uit als een kaarsje met de verzamelaar Can't Stop the Rock, om in 2003 als een waakvlammetje terug te keren.

Oorspronkelijk uit Californië, woonde Michael Sweet alweer jaren in Cape Cod aan de oostkust nabij Boston. In zijn biografie 'Honestly: My Life and Stryper Revealed (2014/'21) vertelt hij dat hij in 2002 zijn solocarrière nieuw leven wilde inblazen, na jarenlang in het bedrijf van zijn schoonfamilie te hebben gewerkt.
Zijn nieuwe zakelijke contacten kwamen echter tot de conclusie dat die alleen levensvatbaar kon zijn als Stryper weer bij elkaar kwam: "...it seemed the only way I could do it would be to get back in the spotlight with Stryper again" (p. 205).

Dan beschrijft hij hoe ze het als ex-geliefden na een relatiebreuk weer met elkaar probeerden. Er waren wonden geslagen en wantrouwen was gezaaid. Het helen hiervan kostte enkele praat- en gebedssessies. Stryper was en is immers een groep met een christelijke boodschap.
In de woorden van de zanger-gitarist: "Rather than putting the past behind us, I felt we should confront the past. If we put it behind us, it would only show up at our doorstep again. But if we faced the past, dealt with it, and healed from it, perhaps God could work through us again."

Dat lukte en een reünietour was het gevolg. Om die te promoten verscheen de tweede verzamelaar van de groep, die de titel 7; The Best of Stryper kreeg. B.Robertson vertelde al dat er twee nieuwe nummers op staan: Something is slepend in de coupletten en versnelt in de refreinen, een heavy nummer met een kenmerkend sterk en meerstemmig refrein plus de kenmerkende twingitaren in het solodeel. For You is eveneens slepend en heavy, met een subtiele synthlijn onder de gitaren.

Daarna nummers van de reguliere albums, inclusief Believe van Can't Stop the Rock. Een prima dwarsdoorsnede van hun werk. De tournee was financieel een succes, "our first profitable tour since Soldiers Under Command" (p. 210). Qua onderlinge verstandhoudingen bleek dat "some of the old ways [were] creeping back in slowly." Sweet is regelmatig schrijnend eerlijk over wat er gebeurde, al benadrukt hij in het begin dat dit zijn visie is, die kan/zal verschillen van de anderen.

Het album vond ik op YouTube. De groep bracht vervolgens hun eerste livealbum uit, 7 Weeks: Live in America, 2003, die wél gewoon op mijn streamingplatform staat.

» details   » naar bericht  » reageer  

Heart - Magazine [Authorized Version] (1978) 3,5

2 juni 2025, 07:02 uur

In april 1977 verscheen Magazine, opvolger van het debuut Dreamboat Annie, dat echter werd teruggetrokken vanwege grote onenigheid tussen de platenmaatschappij en Heart. In april '78 landde de plaat opnieuw in de winkels, nu in een verbeterde versie. Hierboven in 2011 legde Lonesome Crow het voortreffelijk uit en ik noteerde iets bij de editie van '77.
Daar stelde ik de vraag of deze Authorized Version zoveel beter is. Wel, duidelijk hoorbaar is dat vooral toetsen/synths en koortjes een upgrade hebben gekregen waardoor ze veel dominanter klinken én er komen meer details bovendrijven.
Bovendien is de trackvolgorde vele malen logischer: Devil Delight is zoveel passender als tweede nummer, al is het nog steeds geen topcompositie. Ten slotte duurt deze elpee zo'n tweeëneenhalve minuut korter dan de eerste versie, wat de ingekorte nummers wat strakker maakt. Dus ja, dan geef ik de verbeterde versie een halve ster meer, oftewel een krappe 7.

Daarbij een voorkeur voor de eerste helft (de eerste vier nummers), al begint kant 2 prachtig met de folk van het korte Here Song. De livenummers zijn nog altijd niet mijn favootjes, wel bewijzen de muzikanten daar hoe goed ze waren.
Op Little Queen, dat in '77 een maand na de eerste versie van Magazine verscheen, stonden de puntjes weer op de i.

» details   » naar bericht  » reageer  

Fehlfarben - Monarchie und Alltag (1980) 4,5

1 juni 2025, 20:23 uur

Fehlfarben kwam voort uit de as van Mittagspause, waarbij de muziek toegankelijker is geworden.
Daarbij kun je bij deze Düsseldorfers vergelijkingen maken met andere namen. Zo moet ik met het felle gitaarspel in opener Hier und Jetzt denken aan Paul Weller (bij The Jam) en Wilko Johnson (o.a. Dr. Feelgood), terwijl zanger Peter Hein rauw zingt, op het boze af. Verslavend lekker is Grauschleier met het refrein dat Grootfaas vijftien jaar geleden al citeerde. Bovendien een saxsolo, die de gedreven muziek extra diepte geeft.

In Das sind Geschichten kun je qua gitaarriff en groove aan The Cure denken, maar de zang maakt dat dit onmiskenbaar Fehlfarben is. Hetzelfde gebeurt met (het verder Duitstalige) All that Heaven Allows met opnieuw de sax van Frank Fenstermachter. Dan keert de vinnigheid terug in Gottseidank nicht in England, waarna een gereviseerde versie van Millitürk kant 1 afsluit. Het nummer stond in geheel ander jasje op het album van Mittagspause, eigenlijk doen alleen zang en tekst nog aan het origineel denken; de muziek is nu dansbaar als bij Talking Heads.

Een pulserende synthbeat opent kant 2 via Apokalyps, waaraan Tomas Schwebel zijn hakkende gitaarlicks toevoegt. Bekendste nummer is Ein Jahr (Es geht voran), de enige waar ik weinig mee kan. Dat komt door de grote flirt met funk/disco, compleet met de oeiw-oeiwgeluiden. Doet me denken aan In de disco van Noodweer, bij de Duitse collega's is de tekst serieuzer.
Met Angst weer snelle gitaarwave, geen hoogvlieger ondanks de sax die de boel opleukt, met Das war vor Jahren is de wave iets wilder. Afsluiter Paul ist tot draait om een monotone synthlick, ondersteund door saxofoon. Je kunt weer aan The Cure denken, maar ook aan O.M.D. en vooral aan Fehlfarben: de groep trekt ook nu weer de muziek naar zich toe.

Al in 2000 verscheen een uitgebreide en opgepoetste editie van dit album, dat echter een hoes van zo'n kwaliteit heeft dat je de elpee zou moeten willen.

Mijn reis door de new wave van oktober 1980 kwam van Amok Koma van Abwärts, waarna ik diverse Engelstalige albums al bleek te hebben besproken, zodat ik hier uitkwam.
Volgende nummer op mijn afspeellijst met new wave is An Cat Dubh van U2, maar omdat ik het bijbehorende Boy al eerder besprak, kom ik bij een andere klassieker: Remain in Light van Talking Heads.

» details   » naar bericht  » reageer  

Live in Concert (1981) 4,0

Alternatieve titel: Original Live Recordings, 1 juni 2025, 17:08 uur

Stammend uit 1981, heb ik Live In Concert niet al te lang daarna uit de fonotheek geleend. Laatst kwam ik 'm tegen in een bak met tweedehands platen; het sentiment won en zo ging ie mee. Destijds zette ik slechts Heroes op cassettebandje, hier in de coverversie van Blondie met gastgitarist Robert Fripp, plus Dead Man Tell No Tales van Motörhead.

Maar er staan nog twaalf andere nummers op, waarbij de bekende hitversies van Peter Gunn van Emerson, Lake & Palmer, Too Much Too Young van The Specials en Now That We Found Love van Third World. Opvallend op kant 1 is You Really Got Me van The Kinks, hier in de snelste versie die ik ken; het wordt bijna punk.
De plaat doet niet aan bronvermeldingen en daarom kom je niet te weten van welke opnames/albums werd geleend. Een vraagteken qua authenticiteit zet ik echter bij We Gotta Get Out of Here van Ian Hunter. Dit is namelijk gewoon de studio-/hitversie inclusief de stem van Ellen Foley, maar dan met livegeluiden erbij gemixt. Of ze playbackten het destijds, want het keurige applaus klinkt als dat in een tv-studio. Toch leuk om het bijna vergeten liedje weer eens te horen, destijds wel een favorietje.

Sommige nummers klinken alsof ik ze voor het eerst hoor: Rocky Mountain Way van Joe Walsh en Mighty Quinn in de versie van de Manfred Mann's Earth Band.
Al met al een aangenaam overzicht van wat een Nederlands label (Arrival, volgens Discogs onderdeel van K-Tel) destijds commercieel verantwoord achtte om op een verzamelplaat te zetten. Een bonte combinatie van popstijlen met bekend en onbekend werk, wat mij betreft zonder één zwakke plek. En daarmee is dit een lekker verzamelaartje.

» details   » naar bericht  » reageer  

Heart - Magazine (1977) 3,0

1 juni 2025, 14:16 uur

Vandaag kwam ik een berichtje tegen over een recent concert van Heart en kreeg prompt zin in hun werk. Dat associeer ik met de zomer, met het mooie weer van vandaag en (meestal) de afgelopen weken is het dus weer eens tijd voor deze groep.
Dat gebeurde me ook rond 2015, toen ik hun discografie doorploegde en daarvan een compilatie brandde voor in de auto. Een uitgebreidere lijst maakte ik later op streaming.

Me destijds inlezende kwam ik bij hun tweede album Magazine het verhaal tegen over de twee versies van de plaat. Een album dat de groep tussen het debuut en Little Queen opnam. Dankzij de nodige ruzie met de platenbazen van Mushroom kwam het tot een breuk, waarna het label de plaat slechts een maand vóór Little Queen uitbracht, namelijk april '77. Dat zonder toestemming van de groep. In Nederland verschenen in deze versie bij Arista.
In '78 verscheen Magazine echter alsnog met autorisatie van de bandleden, op MuMe te vinden als Magazine [Authorized Version].

Nu gaat het dus over de editie van '77, hier te horen. Een stevige, aangename start met Heartless wordt gevolgd door een cover van Without You, bekend van Harry Nilsson en een internationale hit in 1972. Te vroeg getimed, wat wordt goedgemaakt door de dromerigheid van Just the Wine. Daarna het eveneens trage maar steviger titellied Magazine. Gevarieerd opgebouwd, desondanks te lang voor de bijna 7 minuten.

Met het tweede akoestische lied Here Song begint kant 2 fraai, meer traagheid in het dromerige én elektrische Devil Delight.
Het slot is een dubbele live, ongetwijfeld een noodgreep van Mushroom omdat de groep met alle onenigheid geen zin had nog langer in de studio te zitten. Eerst de Blues Medley, bestaande uit covers van Mother Earth van Memphis Slim en You Shook Me Baby van Willie Dixon. Goed gedaan met onder andere mondharmonica. Minder is I've Got the Music in Me, bekend van The Kiki Dee Band (1974). De vocale vertolking van Nancy Wilson is prima, qua stijl is het nummer niet passend bij Heart.

Alhoewel ik mooie passages hoor, is deze versie van Magazine mij te traag en eentonig en het aantal van vier covers is te veel voor een tweede plaat. Is de versie die wél met toestemming verscheen en veel bekender is, zoveel beter? Op daarnaartoe.

» details   » naar bericht  » reageer  

Stryper - Can't Stop the Rock (1991) 3,5

Alternatieve titel: The Stryper Collection 1984-1991, 1 juni 2025, 08:20 uur

Af en toe kom ik 'm tegen in cd-bak dan wel online advertentie, deze verzamelaar Can't Stop the Rock. Verschenen toen zanger Michael Sweet zo'n beetje klaar was met Stryper, zo schrijft hij in zijn boek 'Honestly: My Life and Stryper Revealed'.
Ondertussen was platenbaas Wesley Hein vertrokken bij Enigma en overgestapt naar Hollywood Records, waar Stryper deze compilatie kon uitbrengen. Een prima verzamelaar, waarbij de groep het bekende logo herintroduceerde, nadat dit op voorganger Against the Law van de buitenhoes was verdwenen.

Zoals hierboven genoemd staan er twee nieuwe nummers op: Believe is een midtempo rocker in de bekende stijl met massieve koortjes; terug naar het bekende geluid, anders dan de voorganger. Alle gitaren in het nummer werden gespeeld door de zanger. Op tweede nummer Can't Stop the Rock werden de gitaarpartijen volledig door Oz Fox ingespeeld, het is uptempo en mijn favoriet van de twee.

Gelukkig niet teveel ballades op dit album, maar de liefhebbers ervan kunnen met Lady, Honestly en Together As One hun hart ophalen. Mijn voorkeur ligt bij de steviger nummers, al is de eerste van die drie goed te doen. Maar ik zeur: als grootste hit mag Honestly hier inderdaad niet ontbreken: mei '88 #23 in de Billboard Hot 100.

In 1992 verlaat Michael Sweet na lang aarzelen de groep, de achtergebleven leden gaan gedrieën door tot ook zij het jaar erop de handdoek in de ring gooien. Michael probeert het nog even solo (poprock op Michael Sweet), maar mismanagement uit de jaren '80 brengt nog altijd zoveel financiële zorgen dat hij het roer omgooit en met zijn gezin naar de oostkust verhuist.

Op het schiereiland Cape Cod heeft de familie van zijn vrouw een camping en een cranberrykwekerij. Hoe zijn leven er daar uitzag, vertelt hij in zijn bio. Daarin meldt hij dat hij tv was te zien in Where Are They Now. Laat die aflevering op YouTube staan: zie hier hoe hij op het terrein bekend stond als 'Ranger Mike'.
In die rol maakt hij mee hoe hij 's avonds laat, als campinggasten luid To Hell with the Devil afspelen, op hen afstapt met de vraag of de muziek uit kan. Sweet wordt herkend en blijft nog een uurtje met de kampeerders rond hun kampvuur zitten. 'From riches to rags' is de teneur, desondanks is dit een goede periode voor hem en zijn gezin.
Terwijl andere ex-leden van Stryper hun carrière vervolgen met onder meer Sin Dizzy en solowerk (Robert Sweet), blijft Michael Sweet incidenteel soloalbums uitbrengen. Langzamerhand herleeft het contact met zijn oude bandmaatjes, in 2003 resulterend in een volgende verzamelaar genaamd 7, dat het vuurtje weer zou aansteken, tot meer leidend.

» details   » naar bericht  » reageer