Hier kun je zien welke berichten Sir Spamalot als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Tiles - Fence the Clear (1997)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 19 april 2009, 16:25 uur
En op een dag kwam Sir Spamalot in bezit van deze Fence the Clear van de Amerikaanse groep Tiles, dit is het tweede album en ik heb ook nummer drie Presents of Mind. Aanleiding van deze aankoop was jaren geleden een artikel en meerdere verwijzingen in een Engels fanmagazine van Rush, de titel van het tijdschrift ben ik jammer genoeg vergeten.
Tiles werd omschreven als de Amerikaanse Rush en dat klopt wel deels, er zijn parallellen tussen beider hun muziek, zanglijnen alsmede de mix van Terry Brown natuurlijk, die lang genoeg met Rush heeft gewerkt. Virtuoze muzikanten zijn het en het is progrock maar met scherpere tanden (Another’s Hand). De zang kan een beetje eentonig klinken, maar is wel zuiver. Er zijn ook gelijkenissen met het overbekende Dream Theater, maar meer song en minder gefreak, zoals u kunt zien tien nummers in één uur dus geen ellenlang gewauwel. The Wading Pool is volledig akoestisch en Fallen Pieces is een kort keyboard intro op Changing the Guard. Checkerboard is weliswaar een kanjer van bijna vijftien minuten maar verveelt geen seconde: prachtnummer.
Eigenlijk kan ik ze nog het beste vergelijken met de fantastische Nederlandse progrock van Marathon (The First Run – luistertip!). Vele hoogtepunten hier, maar mijn favorieten zijn en blijven: Beneath the Surface, Cactus Valley (subliem middenstuk) en Changing the Guard. Ik ben geen progrock kenner noch liefhebber maar als ze van het niveau van Marathon en/of Tiles zijn, mag je mij er altijd op attenderen. Ik verhoog gevoelig.
Te ontdekken album voor de fans van Dream Theater, Rush en Marathon. In 2004 is hiervan een remaster verschenen (met bonustracks – correctie ingediend), dus goed opletten voor aankoop.
Tiles werd omschreven als de Amerikaanse Rush en dat klopt wel deels, er zijn parallellen tussen beider hun muziek, zanglijnen alsmede de mix van Terry Brown natuurlijk, die lang genoeg met Rush heeft gewerkt. Virtuoze muzikanten zijn het en het is progrock maar met scherpere tanden (Another’s Hand). De zang kan een beetje eentonig klinken, maar is wel zuiver. Er zijn ook gelijkenissen met het overbekende Dream Theater, maar meer song en minder gefreak, zoals u kunt zien tien nummers in één uur dus geen ellenlang gewauwel. The Wading Pool is volledig akoestisch en Fallen Pieces is een kort keyboard intro op Changing the Guard. Checkerboard is weliswaar een kanjer van bijna vijftien minuten maar verveelt geen seconde: prachtnummer.
Eigenlijk kan ik ze nog het beste vergelijken met de fantastische Nederlandse progrock van Marathon (The First Run – luistertip!). Vele hoogtepunten hier, maar mijn favorieten zijn en blijven: Beneath the Surface, Cactus Valley (subliem middenstuk) en Changing the Guard. Ik ben geen progrock kenner noch liefhebber maar als ze van het niveau van Marathon en/of Tiles zijn, mag je mij er altijd op attenderen. Ik verhoog gevoelig.
Te ontdekken album voor de fans van Dream Theater, Rush en Marathon. In 2004 is hiervan een remaster verschenen (met bonustracks – correctie ingediend), dus goed opletten voor aankoop.
Tiles - Presents of Mind (1999)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 25 april 2009, 15:28 uur
Derde album van deze Amerikaanse progrock/metal formatie met een duidelijk Rush tintje, ook al vanwege de aanwezigheid van Terry Brown die hier de mix heeft verzorgd. Hier vind ik ze soms als Fates Warning klinken (het tweede nummer Modification) en ik vind het een tikkeltje zwaarder maar daarom niet slechter dan hun tweede album Fence the Clear. Crossing Swords en The Sandtrap Jig zijn twee korte instrumentaaltjes. Ballad of the Sacred Cows is een dijk van een instrumentaal nummer van zo’n zeven minuten: een instrumentaal nummer zoals enkel Rush ze nog maakt. Mijn favorieten hierop zijn Facing Failure, Taking Control (topper!) en Resonable Doubt. Een mix van Rush, Fates Warning en Dream Theater, maar met een betere zanger (zeker in het geval van Dream Theater).
Titan - Titan (1986)

3,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 13 september 2013, 18:02 uur
Zoek eens de naam “Titan” op de website Metal Archives en je gaat een aanzienlijk aantal zoekresultaten hebben. Dit vijftal komt uit Frankrijk en speelt een combinatie van Heavy Metal en Speed Metal, ze waren mij bekend via mijn tapetrading periode in de mooie jaren tachtig, het jaartal van dit album is 1986, mooi jaar…
Van alle subgenres hoor ik het liefst Speed Metal en het liefst uit dat mooie jaar of dat mooie decennium. Onbekommerd, enthousiast en misschien naïef zijn die groepen tijdens hun eerste studio-ervaring, “gewoon spelen en we zien wel wat er gebeurt”. Nu ik er over nadenk, waren de platenhoezen nog niet zo vunzig als wat je de dag van vandaag ziet. Aha, het is dan nog één van mijn toevoegingen!
Na een winderig intro barst de eerste helft van dit korte album los met bondige speedy songs en met een zanger die in het Frans zijn keelgat openzet, niet aan iedereen besteed maar zijn tamelijk rauw stemgeluid valt mee. Soms denk ik aan tijdgenoot Udo Dirkschneider van Accept. Wel lekker vind ik opnieuw het gitaarwerk, elk apart en samen als het kan, doet me meer dan eens denken aan de geliefde NWoBHM. Full throttle, heet zoiets. Enkel sommige effecten in de chorussen doen me soms fronsen. Er staat ook een ferme mid-tempo zeperd op in de vorm van Black Power. Enfant de la Guerre is een redelijk misbaksel dat voor mij aantoont dat de tweede helft van dit album beduidend lichter uitvalt, zelfs ontgoochelend vandaar maar mijn “drieke”.
Eén studioalbum hebben ze maar gemaakt en twee jaartjes later kwam een livealbum uit, het afscheid. Een aantal groepsleden zijn terug te vinden in de tevens Franse Speed Metal groep Killers. Vele groepen kwamen niet verder dan de eerste, maar ze hebben het toch maar gedaan. Nu is dit misschien ouderwets maar… et alors?
Van alle subgenres hoor ik het liefst Speed Metal en het liefst uit dat mooie jaar of dat mooie decennium. Onbekommerd, enthousiast en misschien naïef zijn die groepen tijdens hun eerste studio-ervaring, “gewoon spelen en we zien wel wat er gebeurt”. Nu ik er over nadenk, waren de platenhoezen nog niet zo vunzig als wat je de dag van vandaag ziet. Aha, het is dan nog één van mijn toevoegingen!
Na een winderig intro barst de eerste helft van dit korte album los met bondige speedy songs en met een zanger die in het Frans zijn keelgat openzet, niet aan iedereen besteed maar zijn tamelijk rauw stemgeluid valt mee. Soms denk ik aan tijdgenoot Udo Dirkschneider van Accept. Wel lekker vind ik opnieuw het gitaarwerk, elk apart en samen als het kan, doet me meer dan eens denken aan de geliefde NWoBHM. Full throttle, heet zoiets. Enkel sommige effecten in de chorussen doen me soms fronsen. Er staat ook een ferme mid-tempo zeperd op in de vorm van Black Power. Enfant de la Guerre is een redelijk misbaksel dat voor mij aantoont dat de tweede helft van dit album beduidend lichter uitvalt, zelfs ontgoochelend vandaar maar mijn “drieke”.
Eén studioalbum hebben ze maar gemaakt en twee jaartjes later kwam een livealbum uit, het afscheid. Een aantal groepsleden zijn terug te vinden in de tevens Franse Speed Metal groep Killers. Vele groepen kwamen niet verder dan de eerste, maar ze hebben het toch maar gedaan. Nu is dit misschien ouderwets maar… et alors?
TKO - In Your Face (1984)

0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 28 november 2009, 13:55 uur
TKO betekent voor mij zoveel als “technical knock out”, een boksterm, en dit is hun tweede album na het debuut uit 1979 (!). Hoe ben ik bij deze groep gekomen: het jaartal 1984 was nogal een vet metaljaar in mijn beleving.
Bij deze groep heeft nog schoon volk meegespeeld: Ken Mary (drums en o.a. Fifth Angel, House of Lords), Kjartan Kristoffersen (gitaar) en Scott Earl (bass), beiden bekend van Culprit.
De muziek is traditionele metal uit die periode, niet echt mijn ding meer omdat in dat jaar zoveel mooie albums uitkwamen. Het is zeer stevige Amerikaanse hardrock / metal in het straatje van Mötley Crüe en Ratt met een schreeuwerige zanger, wat ik vandaag de dag niet zo goed meer kan verdragen. Die zanger werkt soms zelfs op mijn zenuwen. Een kleine voldoende vind ik passen.
Bij deze groep heeft nog schoon volk meegespeeld: Ken Mary (drums en o.a. Fifth Angel, House of Lords), Kjartan Kristoffersen (gitaar) en Scott Earl (bass), beiden bekend van Culprit.
De muziek is traditionele metal uit die periode, niet echt mijn ding meer omdat in dat jaar zoveel mooie albums uitkwamen. Het is zeer stevige Amerikaanse hardrock / metal in het straatje van Mötley Crüe en Ratt met een schreeuwerige zanger, wat ik vandaag de dag niet zo goed meer kan verdragen. Die zanger werkt soms zelfs op mijn zenuwen. Een kleine voldoende vind ik passen.
Tobruk - Wild on the Run (1985)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 3 mei 2009, 10:38 uur
In 1985 kwam het debuut van de Britse band Tobruk uit, een band waarover destijds het één en het ander te doen was: de leden kwamen van verschillende andere (onbekende) bands, ze brachten een single uit, verschenen op de radio. Om een contract bij een major te krijgen deden ze een dure showcase maar ze kregen dan ook een contract bij Parlophone.
Geld was dan ook geen probleem en Lance Quinn (producer van o.a. Bon Jovi en Lita Ford) mocht samen met de band de plaat produceren. Voor Europa waren ze te Amerikaans klinkend en voor Amerika vielen ze niet genoeg op, vandaar dat de grote doorbraak niet gebeurde.
Er zijn raakvlakken met Bon Jovi en Lita Ford, maar deze band bevat iets meer ballen door de twee gitaristen, die in het eerste en beste nummer Wild On the Run elk hun solo’s mogen spelen. De rest van de A-kant, het is te zeggen de eerste vijf nummers, ligt in dezelfde lijn en hetzelfde tempo, en laat ik dat nu net de Achilleshiel van kant B vinden: het lijkt toch erg op elkaar. Positief is wel dat er geen van die beruchte powerballads opstaan, dus conclusie: geen dipjes, mooi evenwichtig melodieus album en voor mij een beetje het Britse antwoord op Night Ranger uit de US of A. Het is melodieuze stampende rock met verzorgde muziek, zanglijnen en koortjes, maar ook met goed gitaarwerk.
Nummer tien The Show Must Go was oorspronkelijk de B-kant van de single Wild On the Run en is tevens te vinden als bonustrack op de cd-uitgave van 2001.
Nog een herinnering: dit album heb ik op vinyl, gewonnen met een prijsvraag van een vrije radiozender (nou ja prijsvraag, de eerste die belde had prijs). In 1985 toerde Tobruk in het voorprogramma van UFO en speelde dan ook op het Heavy Sound Festival in Poperinge (België), andere groepen waren: Crossfire, Warlock, Lee Aaron, Tokyo Blade, Pretty Maids en Slayer. Opvolger Pleasure + Pain uit 1987 ken ik (voorlopig nog) niet…
Geld was dan ook geen probleem en Lance Quinn (producer van o.a. Bon Jovi en Lita Ford) mocht samen met de band de plaat produceren. Voor Europa waren ze te Amerikaans klinkend en voor Amerika vielen ze niet genoeg op, vandaar dat de grote doorbraak niet gebeurde.
Er zijn raakvlakken met Bon Jovi en Lita Ford, maar deze band bevat iets meer ballen door de twee gitaristen, die in het eerste en beste nummer Wild On the Run elk hun solo’s mogen spelen. De rest van de A-kant, het is te zeggen de eerste vijf nummers, ligt in dezelfde lijn en hetzelfde tempo, en laat ik dat nu net de Achilleshiel van kant B vinden: het lijkt toch erg op elkaar. Positief is wel dat er geen van die beruchte powerballads opstaan, dus conclusie: geen dipjes, mooi evenwichtig melodieus album en voor mij een beetje het Britse antwoord op Night Ranger uit de US of A. Het is melodieuze stampende rock met verzorgde muziek, zanglijnen en koortjes, maar ook met goed gitaarwerk.
Nummer tien The Show Must Go was oorspronkelijk de B-kant van de single Wild On the Run en is tevens te vinden als bonustrack op de cd-uitgave van 2001.
Nog een herinnering: dit album heb ik op vinyl, gewonnen met een prijsvraag van een vrije radiozender (nou ja prijsvraag, de eerste die belde had prijs). In 1985 toerde Tobruk in het voorprogramma van UFO en speelde dan ook op het Heavy Sound Festival in Poperinge (België), andere groepen waren: Crossfire, Warlock, Lee Aaron, Tokyo Blade, Pretty Maids en Slayer. Opvolger Pleasure + Pain uit 1987 ken ik (voorlopig nog) niet…
Tokyo Blade - Blackhearts & Jaded Spades (1985)

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 16 februari 2013, 08:51 uur
Ik beschouw deze Blackhearts & Jaded Spades als het derde album van Tokyo Blade, het full album Midnight Rendezvous uit 1984 is een speciaal geval, meer uitleg heeft Cabeza Borradora daar gegeven.
Opmerkelijk is de belangrijkere rol van zanger Vicki James Wright, op het vorige album Night of the Blade zong hij de nummers in waaraan zijn voorganger Alan Marsh meeschreef. Hij schreef enkel mee aan Rock Me to the Limit. Op dit album schreef hij met gitarist Andy Boulton aan alle nummers mee.
Over het gitaarwerk ben ik tevreden, over de uitstekende zang van Vicki Wright ook, ik heb een aantal bedenkingen bij het overwegend midtempo karakter en de sporadisch opduikende antieke keyboards die spinnenwebben van ouderdom op een aantal songs neerwerpen. Toch durven ze ook eens een zijstap te zetten in het speelse Lovin' You Is an Easy Thing to Do waar een mondharmonicasolo voor de verrassing zorgt. Er is ook een uitschieter in negatieve zin, het verwerpelijk slijmerige You Are the Heart, de beruchte ballad. Het venijn zit in de staart met het langere Playroom of Poison Dreams en het snellere Monkeys Blood met schreeuwerige zang.
Eind 1985 werd deze groep ontbonden en ging elkeen zijn eigen weg. Gitarist Andy Boulton maakte er dan maar Andy Boulton’s Tokyo Blade van. Twee albums verschenen nog met Ain’t Misbehaving en No Remorse, in 1989 was het opnieuw gedaan met Tokyo Blade tot in 1995 althans…... Niet alleen katten hebben negen levens.
Opmerkelijk is de belangrijkere rol van zanger Vicki James Wright, op het vorige album Night of the Blade zong hij de nummers in waaraan zijn voorganger Alan Marsh meeschreef. Hij schreef enkel mee aan Rock Me to the Limit. Op dit album schreef hij met gitarist Andy Boulton aan alle nummers mee.
Over het gitaarwerk ben ik tevreden, over de uitstekende zang van Vicki Wright ook, ik heb een aantal bedenkingen bij het overwegend midtempo karakter en de sporadisch opduikende antieke keyboards die spinnenwebben van ouderdom op een aantal songs neerwerpen. Toch durven ze ook eens een zijstap te zetten in het speelse Lovin' You Is an Easy Thing to Do waar een mondharmonicasolo voor de verrassing zorgt. Er is ook een uitschieter in negatieve zin, het verwerpelijk slijmerige You Are the Heart, de beruchte ballad. Het venijn zit in de staart met het langere Playroom of Poison Dreams en het snellere Monkeys Blood met schreeuwerige zang.
Eind 1985 werd deze groep ontbonden en ging elkeen zijn eigen weg. Gitarist Andy Boulton maakte er dan maar Andy Boulton’s Tokyo Blade van. Twee albums verschenen nog met Ain’t Misbehaving en No Remorse, in 1989 was het opnieuw gedaan met Tokyo Blade tot in 1995 althans…... Niet alleen katten hebben negen levens.
Tokyo Blade - Burning Down Paradise (1995)

3,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 16 mei 2015, 11:33 uur
Tokyo Blade is één van die groepen die me nauw aan het hart ligt, ze stammen uit de periode van de NWoBHM waarin mijn bijzondere interesse ligt en ze hebben een paar aardige albums op hun conto, waarbij het debuutalbum een geweldige klassieker bevat in het nummer Heaven and Hell. En dan glimlach je...
Verrassend is de terugkeer van zanger van het eerste uur, Alan Marsh, die op dat debuutalbum bijzonder nasaal zangwerk liet horen, niet geholpen door een flauwe productie. Nu is het andere koek want zijn zang is heel degelijk op deze Burning Down Paradise. Grote baas is nog steeds gitarist Andy Boulton en opmerkelijk is tevens de terugkeer van tweede gitarist John Wiggins. En dan hoop je...
Met drie van de vijf originele leden op post denk je dan dat oude tijden zullen herleven, zeker zovele jaren later, maar jammer genoeg vind ik dat niet zo. Het album bevat iets te veel midtempo werk en iets te veel meezingers om een indruk te maken. Het duurt ook te lang en bevat weinig sprankelende nummers, soms stoort dat pseudo-funky basswerk. Iets te veel geluisterd naar Infectious Grooves? En dan schud je het hoofd...
Kort en bondig, geen enkele van deze nummers zou van mij een selectie overleven om op hun eerste albums, Tokyo Blade en Night of the Blade, te figureren. Hier en daar doet het gitaarwerk van de heren Boulton en Wiggings maar al te veel verlangen naar vervlogen tijden. En dan is het net niet genoeg...
Verrassend is de terugkeer van zanger van het eerste uur, Alan Marsh, die op dat debuutalbum bijzonder nasaal zangwerk liet horen, niet geholpen door een flauwe productie. Nu is het andere koek want zijn zang is heel degelijk op deze Burning Down Paradise. Grote baas is nog steeds gitarist Andy Boulton en opmerkelijk is tevens de terugkeer van tweede gitarist John Wiggins. En dan hoop je...
Met drie van de vijf originele leden op post denk je dan dat oude tijden zullen herleven, zeker zovele jaren later, maar jammer genoeg vind ik dat niet zo. Het album bevat iets te veel midtempo werk en iets te veel meezingers om een indruk te maken. Het duurt ook te lang en bevat weinig sprankelende nummers, soms stoort dat pseudo-funky basswerk. Iets te veel geluisterd naar Infectious Grooves? En dan schud je het hoofd...
Kort en bondig, geen enkele van deze nummers zou van mij een selectie overleven om op hun eerste albums, Tokyo Blade en Night of the Blade, te figureren. Hier en daar doet het gitaarwerk van de heren Boulton en Wiggings maar al te veel verlangen naar vervlogen tijden. En dan is het net niet genoeg...
Tokyo Blade - Madame Guillotine (1985)

0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 16 januari 2010, 17:13 uur
Joepie, hiervan zijn ook alweer verschillende versies beschikbaar, maar volgens mij staat op de originele versie (Roadrunner RR 125498) volgende vier nummers: Madame Guillotine, Break Out, Love Struck en Attack Attack. Voor de andere versies laat ik iedereen vrij om dit zelf uit te zoeken: blijkbaar is er een Duitse uitgave op vinyl en op de cd-heruitgave staat weeral een andere tracklist. Iemand meer informatie, u weze welkom.
Anyway, NWOBHM met goede zanger met hoge stem en twee prachtig op elkaar ingespeelde gitaristen. Geluid is een beetje discutabel, tamelijk veel galm maar de nummers zijn heel goed, vandaag de dag ook nog althans in mijn belevingswereld. Uptempo metal met fikse solo's, zo hoor ik ze graag.
Anyway, NWOBHM met goede zanger met hoge stem en twee prachtig op elkaar ingespeelde gitaristen. Geluid is een beetje discutabel, tamelijk veel galm maar de nummers zijn heel goed, vandaag de dag ook nog althans in mijn belevingswereld. Uptempo metal met fikse solo's, zo hoor ik ze graag.
Tokyo Blade - Midnight Rendezvous (1984)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 20 februari 2011, 21:10 uur
Dergelijke releases herinneren me aan de kracht van EP's: pats, boem, patat en gedaan. Op de originele Powerstation versie gaat het om 18 minuten kort en krachtig, de Roadrunner versie (RR 125514) welke ik afgelopen weekend te pakken heb gekregen voor een miezerige 5 eurokes bevat nog een extra track, nummer 5 Death On Main Street, zo klokken we af op een kleine 22 minuten. Het blijft heerlijke NWOBHM muziek in het straatje van Iron Maiden en consoorten met als lekkerste brok If Heaven is Hell. Ik ben heel blij om deze EP in mijn bezit te hebben. Jammer dat deze groep destijds de grote doorbraak niet heeft gemaakt, ook al door mismanagement van het grootste kaliber.
Tokyo Blade - Night of the Blade (1984)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 6 januari 2011, 17:21 uur
Dit tweede album van Tokyo Blade heb ik gisteren ook kunnen bemachtigen tijdens mijn bescheiden plundertocht in Antwerpen, ik had die voordien enkel op cassette. Ik zeg "hun tweede" want Midnight Rendezvous uit hetzelfde prachtjaar 1984 is een specialleke, zie aldaar het bericht van collega Cabeza Borradora. Ik heb het originele vinylexemplaar, weliswaar Roadrunner RR 9826 en niet Combat zoals hier vermeld, ik zoek dit nog wel eens uit.
Het is opnieuw een bijoutje uit het NWOBHM-tijdperk, echter met twee enorme verschillen ten opzichte van het debuut, een andere zanger - Vic Wright - en een veel betere productie dat het aanwezige talent op dit album ruim bevestigt. De uptempo nummers zijn nog altijd even goed als toen: Night of the Blade en Unleash the Beast. De andere nummers liggen een versnelling lager maar bevatten genoeg lekkersmakend gitaarwerk om te kunnen boeien. Het titelnummer bevat een mooie break en is opnieuw een toppertje. Dead of the Night begint en eindigt als een trage maar het instrumentale middenstuk bevat veel vet gitaarwerk. De zang van Vic Wright raakt de hogere regionen maar blijft Brits, hoe moet ik dat nu weer uitleggen? Oerbrits en oerdegelijk blijft het gitaarwerk van de heren John Wiggins en Andy Boulton. Op de achterkant van deze plaat staat een grote foto van beide gitaristen, de gelijkenissen tussen John Wiggins en Dave Murray (gitarist Iron Maiden) zijn treffend, zelfs de lach-met-bolle-kaken.
In de winkel kaapte een jonge dame Wiped Out van Raven voor mijn neus weg, dedju, één minuut te laat maar toen zij en haar vriend me zagen met deze plaat in mijn pollen werd goedkeurend in mijn richting geknikt en zeiden ze: "Dat is een goeie". Zo horen jullie het ook eens van een ander!
Het is opnieuw een bijoutje uit het NWOBHM-tijdperk, echter met twee enorme verschillen ten opzichte van het debuut, een andere zanger - Vic Wright - en een veel betere productie dat het aanwezige talent op dit album ruim bevestigt. De uptempo nummers zijn nog altijd even goed als toen: Night of the Blade en Unleash the Beast. De andere nummers liggen een versnelling lager maar bevatten genoeg lekkersmakend gitaarwerk om te kunnen boeien. Het titelnummer bevat een mooie break en is opnieuw een toppertje. Dead of the Night begint en eindigt als een trage maar het instrumentale middenstuk bevat veel vet gitaarwerk. De zang van Vic Wright raakt de hogere regionen maar blijft Brits, hoe moet ik dat nu weer uitleggen? Oerbrits en oerdegelijk blijft het gitaarwerk van de heren John Wiggins en Andy Boulton. Op de achterkant van deze plaat staat een grote foto van beide gitaristen, de gelijkenissen tussen John Wiggins en Dave Murray (gitarist Iron Maiden) zijn treffend, zelfs de lach-met-bolle-kaken.
In de winkel kaapte een jonge dame Wiped Out van Raven voor mijn neus weg, dedju, één minuut te laat maar toen zij en haar vriend me zagen met deze plaat in mijn pollen werd goedkeurend in mijn richting geknikt en zeiden ze: "Dat is een goeie". Zo horen jullie het ook eens van een ander!
Tokyo Blade - Tokyo Blade (1983)

4,0
1
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 4 oktober 2009, 10:55 uur
NWOBHM-band uit het Verenigde Koninkrijk waarvan ik dit debuutalbum ook al op vinyl heb, je weet wel, het zijn mijn jaren. Ik geef ook even de line-up mee: Alan Marsh (zang), Andy Boulton (gitaar), John Wiggins (gitaar), Andy Robbins (gitaar) en Steve Pierce (drums).
Solide ritmesectie, twee gitaristen die mooie solo’s en twinsolo’s spelen maar een ietwat matige (nasale) zanger. De productie is matig dus volumeknop omhoog: tijdens de solo’s van de ene gitarist hoor je soms met moeite de andere gitarist (On Throught the Night) en bepaalde drumparts (hi-hat) staan te veel op de voorgrond. Bestaat er hiervan een remaster?
De snellere nummers zoals Powergame en Killer City dragen mijn voorkeur weg want er staan ook een aantal missers op (Break the Chains en Tonight). If Heaven is Hell moet je toch eens in je leven gehoord hebben, het prijsbeest op dit album! Sunrise in Tokyo is de mooie officieuze afsluiter. Het laatste nummer Blue Ridge Mountains of Virginia mag je niet te serieus nemen, glaasje op en dat was het resultaat zullen we maar zeggen.
Solide ritmesectie, twee gitaristen die mooie solo’s en twinsolo’s spelen maar een ietwat matige (nasale) zanger. De productie is matig dus volumeknop omhoog: tijdens de solo’s van de ene gitarist hoor je soms met moeite de andere gitarist (On Throught the Night) en bepaalde drumparts (hi-hat) staan te veel op de voorgrond. Bestaat er hiervan een remaster?
De snellere nummers zoals Powergame en Killer City dragen mijn voorkeur weg want er staan ook een aantal missers op (Break the Chains en Tonight). If Heaven is Hell moet je toch eens in je leven gehoord hebben, het prijsbeest op dit album! Sunrise in Tokyo is de mooie officieuze afsluiter. Het laatste nummer Blue Ridge Mountains of Virginia mag je niet te serieus nemen, glaasje op en dat was het resultaat zullen we maar zeggen.
Tormentor - Goddess of Love (1984)

3,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 23 april 2017, 19:11 uur
Tormentor is een vijftal uit Brussel en brengt in 1984 hun enige plaat uit, op het beruchte Mausoleum label, waarbij je vaak ijdel mocht hopen op een deftig albumgeluid. Hier is dat dik in orde en de vier heren muzikanten spelen aardige nummers in de beste Hard Rock / Heavy Metal stijl, waar vaak de keyboards meehelpen. Probleem is misschien de matige tot soms redelijke zang.
Dat goede zangers dun gezaaid zijn, blijkt maar nog eens. Als men het gaspedaal met verstand beroert, i.e. intrapt, dan is dit best genieten bij de nummers No They Ain't Gonna Catch Me, Recompence en Night of Shadows. Toch mis ik een beetje risico, een beetje gevaar. Hell is for Children is het balladachtige dieptepunt voor mij en Infernal Downtrip is een instrumentaal spookachtig bedoeld niemendalletje. Mooi uitgewerkt vind ik de prima gitaarsolo's op een aantal andere nummers.
Metal Archives plakt hier het etiket Heavy Metal / Power Metal op, schrap dat tweede maar, nergens voor nodig. In 1984 kwamen een aantal beresterke Metal albums uit, deze is dat niet. Een heruitgave op cd in 1994 bevat geen extra nummers, deze negen nummers waren het voor Tormentor, waarvan er volgens MA een stuk of twintig rondlopen in de Metal wereld.
Dat goede zangers dun gezaaid zijn, blijkt maar nog eens. Als men het gaspedaal met verstand beroert, i.e. intrapt, dan is dit best genieten bij de nummers No They Ain't Gonna Catch Me, Recompence en Night of Shadows. Toch mis ik een beetje risico, een beetje gevaar. Hell is for Children is het balladachtige dieptepunt voor mij en Infernal Downtrip is een instrumentaal spookachtig bedoeld niemendalletje. Mooi uitgewerkt vind ik de prima gitaarsolo's op een aantal andere nummers.
Metal Archives plakt hier het etiket Heavy Metal / Power Metal op, schrap dat tweede maar, nergens voor nodig. In 1984 kwamen een aantal beresterke Metal albums uit, deze is dat niet. Een heruitgave op cd in 1994 bevat geen extra nummers, deze negen nummers waren het voor Tormentor, waarvan er volgens MA een stuk of twintig rondlopen in de Metal wereld.
Toxik - World Circus (1987)

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 25 april 2009, 18:01 uur
Als thema-week ten huize Sir Spamalot was het “Draai eens dat album dat je al zo lang niet meer gehoord hebt” en dit debuutalbum van Toxik zit er ook bij. Mijn eerste kennismaking met Toxik was het nummer World Circus op een krakkemikkig radiootje toen ik op “kot” zat in mijn studententijd in Gent. Een tijdje later was een goeie kameraad zo vriendelijk om dit eens op cassette te zetten en ik heb nog altijd die cassette, dus deze week digitaal ontleend en een paar keren met volle teugen van genoten. Dit is thrash metal meets speed metal: de gitarist, Josh Christian, strooit vinnig rond met supersnelle solo’s en riffs en de zanger, Mike Sanders haalt hoge uithalen à la King Diamond (Mercyful Fate) of John Cyriis (Agent Steel), je houdt ervan of niet maar dat was de tijdsgeest, mijn tijdsgeest ook. Knappe nummers vind ik Heart Attack, Door to Hell en World Circus. De andere nummers zijn zeer ok door het waanzinnige gitaarwerk, maar deze drie steken er voor mij met kop en schouders uit. Enkel jammer van het gammele geluid (de toms van de drummer klinken nergens naar).
Traitors Gate - Devil Takes the High Road (1985)

3,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 18 oktober 2015, 09:24 uur
En dik drie jaar na mijn toevoeging kom ik dit dan toevallig op het (virtuele) spoor, een beetje tegen mijn verwachtingen in, want dit schijnt een wreed obscure EP te zijn in de bekende New Wave of British Heavy Metal stijl. Logischerwijs is dit obscuur want hoeveel van die groepen zijn de NWoBHM oersoep ontstegen?
Vier jonge kerels uit Wales nemen een EP op, het gaat om vier onbekend gebleven muzikanten want (volgens Metal Archives) is dit hun enige stempel op de muziekwereld: Steve Colley (bass), Paul House (drums), Andy Turner (gitaar) en Hugh Jones (zang). Niet echt een denderend geluid natuurlijk met wat galm op de zang én met een goede gitarist. De songs vind ik iets te gewoontjes of misschien niet Shoot to Kill.
Verre van verkeerd als eerste en enige kennismaking, maar niet genoeg om het maaiveld te ontstijgen. Heeft iemand er al eens op gelet hoeveel groepsnamen of albumtitels misspeld zijn? Volgens mij is het Traitor's Gate of Traitors' Gate, de Anglofiel in mij.
Vier jonge kerels uit Wales nemen een EP op, het gaat om vier onbekend gebleven muzikanten want (volgens Metal Archives) is dit hun enige stempel op de muziekwereld: Steve Colley (bass), Paul House (drums), Andy Turner (gitaar) en Hugh Jones (zang). Niet echt een denderend geluid natuurlijk met wat galm op de zang én met een goede gitarist. De songs vind ik iets te gewoontjes of misschien niet Shoot to Kill.
Verre van verkeerd als eerste en enige kennismaking, maar niet genoeg om het maaiveld te ontstijgen. Heeft iemand er al eens op gelet hoeveel groepsnamen of albumtitels misspeld zijn? Volgens mij is het Traitor's Gate of Traitors' Gate, de Anglofiel in mij.
Trash Talk - Trash Talk (2008)

3,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 3 juli 2011, 14:08 uur
Hoor ik het woord “hardcore”, denk ik aan kortharige of geenharige stoere mensen die o zo boos in de lens van de fotograaf kunnen kijken, een vooroordeel van mijnentwege. Het is een genre dat met hier en daar een uitzondering grotendeels aan mij is voorbijgegaan, ik amuseer(de) me wel genoeg met de archetypische metal.
Dit is opnieuw een heftig plaatje gebleken, het begint een stijlkenmerk van bennerd te worden, dus vooraf zat de schrik erin. Elf korte nummers bepalen het overgrote plezier aan dit album. De productie op mijn exemplaar is echt bizar, in bepaalde nummers dacht ik zelfs dat er iets aan mijn luidsprekers en/of koptelefoon scheelde. De alsmaar toenemende ruis halverwege afsluiter Revelation doet zelfs pijn aan mijn oren.
Toffe zaken hoorde ik in Birth Plague Die, Dig, het instrumentale Onward and Upward en het lekkere korte uptempo All the Kings Men De afsluiter is inderdaad de zeer vreemde eend in de bijt.
Dit is opnieuw een heftig plaatje gebleken, het begint een stijlkenmerk van bennerd te worden, dus vooraf zat de schrik erin. Elf korte nummers bepalen het overgrote plezier aan dit album. De productie op mijn exemplaar is echt bizar, in bepaalde nummers dacht ik zelfs dat er iets aan mijn luidsprekers en/of koptelefoon scheelde. De alsmaar toenemende ruis halverwege afsluiter Revelation doet zelfs pijn aan mijn oren.
Toffe zaken hoorde ik in Birth Plague Die, Dig, het instrumentale Onward and Upward en het lekkere korte uptempo All the Kings Men De afsluiter is inderdaad de zeer vreemde eend in de bijt.
Trespass - Footprints in the Rock (2018)

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 20 februari 2018, 06:52 uur
De prijs van de originaliteit zal deze NWoBHM groep met een lange staat van verdienste niet winnen, maar het bereikt bij mij hetzelfde gevoel als mijn heilig filterke koffie 's morgens al te vroeg: het doet deugd. En daarbij: dit spelen ze nu eenmaal sinds 1979.
Ik ken ze van twee nummers op de verzamelaar Metal for Muthas Volume II (1980), One of These Days en Storm Child, alsook later van de verzamelaar Trespass - The Works (1992).
Getemperd waren vooraf mijn verwachtingen, ok was mijn gevoel actheraf over dit album dat natuurlijk die geest van de NWoBHM uitademt met talrijke kubieke meters tegelijk: de riffs, de gitaarsolo's, de melodieën en die archetypisch Britse zang. Een klein voorbehoud bij het ietwat saaie The Green Man en nadien laat men het tempo toch iets te veel zakken waarbij ik het laatste nummer Music of the Waves het liefst van al vergeet.
Denk aan andere Britse subtoppers zoals Jaguar, Praying Mantis (maar dan iets pittiger) en vooral Tygers of Pan Tang. Redelijke, ambachtelijke plaat van een stel oudstrijders, waaronder nog twee leden van het eerste uur, gitarist Dave Crawte en zanger Mark Sutcliffe. Iets meer pit en snelheid op de tweede helft van dit album was welkom geweest.
Ik ken ze van twee nummers op de verzamelaar Metal for Muthas Volume II (1980), One of These Days en Storm Child, alsook later van de verzamelaar Trespass - The Works (1992).
Getemperd waren vooraf mijn verwachtingen, ok was mijn gevoel actheraf over dit album dat natuurlijk die geest van de NWoBHM uitademt met talrijke kubieke meters tegelijk: de riffs, de gitaarsolo's, de melodieën en die archetypisch Britse zang. Een klein voorbehoud bij het ietwat saaie The Green Man en nadien laat men het tempo toch iets te veel zakken waarbij ik het laatste nummer Music of the Waves het liefst van al vergeet.
Denk aan andere Britse subtoppers zoals Jaguar, Praying Mantis (maar dan iets pittiger) en vooral Tygers of Pan Tang. Redelijke, ambachtelijke plaat van een stel oudstrijders, waaronder nog twee leden van het eerste uur, gitarist Dave Crawte en zanger Mark Sutcliffe. Iets meer pit en snelheid op de tweede helft van dit album was welkom geweest.
Trial - Scream for Mercy (1985)

3,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 3 november 2015, 07:07 uur
Dit viertal uit Zele, Oost-Vlaanderen en Belgenland neemt in 1985 een EP op met een kruising tussen Heavy Metal en Speed Metal, zegt ook Metal Archives. Voor Speed Metal uit de jaren tachtig mag je mij altijd storen. Het blijft bij deze plaat dat met een kort intro Victim of the Earth start.
Tamelijk rauw is de low budget productie met veel galm op de redelijke prestaties van de zanger. Lord of Darkness is best een snel doch niet zo spectaculair nummer. Gauw gaat het tempo omlaag met het trage Master of the Valley en natuurlijk moeten ze weer mijn favoriete soort nummer hebben, het “I Love You, I Need You, I Miss You”-nummer met de ballad Lost in Love. Veel Speed Metal hoor ik trouwens niet want de volgende nummers ontberen ook dat hoge tempo, misschien nog Don't Say Goodbye en Heavy Rock in Town dat een versnelling kent naar het einde toe.
Interessant is alles om minstens één keer te beluisteren. Of dit de aanschaf waard is, moet elk voor zichzelf uitmaken. Trouwens, waar en wanneer ga je een EP uit 1985 van Trial tegenkomen en hoe groot gaat die aanslag op je geldbeugel zijn? Soms is het beter zo.
Tamelijk rauw is de low budget productie met veel galm op de redelijke prestaties van de zanger. Lord of Darkness is best een snel doch niet zo spectaculair nummer. Gauw gaat het tempo omlaag met het trage Master of the Valley en natuurlijk moeten ze weer mijn favoriete soort nummer hebben, het “I Love You, I Need You, I Miss You”-nummer met de ballad Lost in Love. Veel Speed Metal hoor ik trouwens niet want de volgende nummers ontberen ook dat hoge tempo, misschien nog Don't Say Goodbye en Heavy Rock in Town dat een versnelling kent naar het einde toe.
Interessant is alles om minstens één keer te beluisteren. Of dit de aanschaf waard is, moet elk voor zichzelf uitmaken. Trouwens, waar en wanneer ga je een EP uit 1985 van Trial tegenkomen en hoe groot gaat die aanslag op je geldbeugel zijn? Soms is het beter zo.
Triarchy - Live to Fight Again (2007)

2,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 15 april 2017, 08:29 uur
Knap hoe deze groep aan drie compilaties is geraakt tot op heden: Before Your Very Eyes (1994), deze Live to Fight Again (2007) en Save the Khan (2015). Nochtans hebben ze in loopbaan maar twee singles en een demo uitgebracht met in totaal acht nummers. Het nummer Marionette staat hier niet altijd op (wel als bonustrack op een versie die ik heb) en de herkomst van Hiroshima, Wheel of Samsara en Rockchild is mij onduidelijk. Hellhound on My Trail is een cover van Robert Johson en over de muziek kan ik zeggen dat dit weinig spektakel oplevert met een begrijpelijk minder geluid. Rockchild is aardig qua tempo maar één zwaluw maakt de lente niet.
Tröjan - Chasing the Storm (1985)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 19 december 2009, 08:58 uur
Opgericht in 1982 bracht deze Britse metalgroep vier demo’s uit tot ze in 1985 hun debuutalbum mochten uitbrengen bij Roadrunner. Nobele onbekenden zijn het want het is bij dat debuutalbum met de bijzonder mooie hoes gebleven. Ik durf wedden dat niemand hier ooit van deze band heeft gehoord.
Het is een mix van NWOBHM en speedmetal (Raven, Jaguar, iemand?) aangevoerd door de vette gitaarriffs en spetterende solo’s van Pete Wadeson, de zang is hoog en vol energie, de ritmesectie is oerdegelijk Brits. De productie is, laten we dit voorzichtig zeggen, very eighties (veel galm en dun, zeker de drums, wat jammer) en kan wellicht een pijnpunt voor sommigen onder jullie worden, maar de songs zijn zeer uptempo: niet nadenken en vlammen maar (Chasing the Storm, Tonight We’ve Got It Made). Een eerste maal wordt gas teruggenomen bij Only the Strong Survive. Dan gaan het tempo weer omhoog maar het is niet zo snel meer als bij de eerste twee nummers. Kenmerkend blijft wel het uitstekende gitaarspel van Pete Wadeson, een openbaring voor mij. Icehouse doet mij aan Iron Maiden denken: wat een prachtige uitgesponnen solo! Take No Prisoners, Hot and Ready en Help Me zijn meer tradionele NWOBHM nummers en Aggressor is een waardige snelle afsluiter.
Fans van NWOBHM en zeker de vroege Iron Maiden mogen dit album blind aanschaffen als ze hem ergens zien liggen en deze krijgt van mij een mooi verdiende vier ondanks het povere galmende geluid en de zanger die de hoge noten soms net haalt.
Het is een mix van NWOBHM en speedmetal (Raven, Jaguar, iemand?) aangevoerd door de vette gitaarriffs en spetterende solo’s van Pete Wadeson, de zang is hoog en vol energie, de ritmesectie is oerdegelijk Brits. De productie is, laten we dit voorzichtig zeggen, very eighties (veel galm en dun, zeker de drums, wat jammer) en kan wellicht een pijnpunt voor sommigen onder jullie worden, maar de songs zijn zeer uptempo: niet nadenken en vlammen maar (Chasing the Storm, Tonight We’ve Got It Made). Een eerste maal wordt gas teruggenomen bij Only the Strong Survive. Dan gaan het tempo weer omhoog maar het is niet zo snel meer als bij de eerste twee nummers. Kenmerkend blijft wel het uitstekende gitaarspel van Pete Wadeson, een openbaring voor mij. Icehouse doet mij aan Iron Maiden denken: wat een prachtige uitgesponnen solo! Take No Prisoners, Hot and Ready en Help Me zijn meer tradionele NWOBHM nummers en Aggressor is een waardige snelle afsluiter.
Fans van NWOBHM en zeker de vroege Iron Maiden mogen dit album blind aanschaffen als ze hem ergens zien liggen en deze krijgt van mij een mooi verdiende vier ondanks het povere galmende geluid en de zanger die de hoge noten soms net haalt.
Trust - A L' Olympia (2009)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 23 maart 2019, 18:47 uur
Met uitzondering van een aantal albums in de vroege jaren tachtig is Trust overwegend een viermansformatie geweest, waarbij frontman en zanger Bernard “Bernie” Bonvoisin en gitarist Norbert “Nono” Krief het vaak aan de stok kregen met elkaar, twee kemphanen op een erf.
Ik had er ook niet op gelet maar op het voorgaande studioalbum 13 à Table bestond de line-up uit zes muzikanten, opnieuw een tweede gitarist maar ook ene DJ Deck, aka Bruno Le Goff. Deze laatste speelt ook mee op deze dubbelaar met opnames van 4 december 2007, het jaar waarin Trust zijn dertigste verjaardag vierde.
Geef toe: met zijn 23 nummers in twee uren en één kwartier én een overvloed aan nummers van hun eerste periode, i.e. 1977 tot en met 1984, is dit een album om aanvankelijk bij te likkebaarden ondanks de vaak – in mijn ogen en oren – ongelukkige tussenkomsten of scratches van DJ Deck welke het rumoerige publiek ook niet altijd kan waarderen tot het punt dat zanger Bernie hen tot de orde roept. Voor wat het waard is, ik vind dat scratching ook overbodig, maar wie ben ik? Ik ben het wezen dat graag albums hoort waarop het vooruitgaat, zoals het spetterende einde met Bosser Huit Heures (hier afgekort) en de klassieker Antisocial (nog geleend door Anthrax).
Meerdere versies zijn beschikbaar waarvoor ik jullie verwijs naar Discogs: Trust - A L'Olympia | Releases, Reviews, Credits | Discogs. En voor wie de taal van Molière machtig is, presenteer ik u nog een review op een uitstekende website qua Franse Rock en Metal: TRUST : TRUST A L'OLYMPIA (2009) - fp.nightfall.fr. Nog altijd heb ik het gevoel dat hier veel meer in zat (met veel minder of liefst geen scratching). Toch '”mijn” vier.
Ik had er ook niet op gelet maar op het voorgaande studioalbum 13 à Table bestond de line-up uit zes muzikanten, opnieuw een tweede gitarist maar ook ene DJ Deck, aka Bruno Le Goff. Deze laatste speelt ook mee op deze dubbelaar met opnames van 4 december 2007, het jaar waarin Trust zijn dertigste verjaardag vierde.
Geef toe: met zijn 23 nummers in twee uren en één kwartier én een overvloed aan nummers van hun eerste periode, i.e. 1977 tot en met 1984, is dit een album om aanvankelijk bij te likkebaarden ondanks de vaak – in mijn ogen en oren – ongelukkige tussenkomsten of scratches van DJ Deck welke het rumoerige publiek ook niet altijd kan waarderen tot het punt dat zanger Bernie hen tot de orde roept. Voor wat het waard is, ik vind dat scratching ook overbodig, maar wie ben ik? Ik ben het wezen dat graag albums hoort waarop het vooruitgaat, zoals het spetterende einde met Bosser Huit Heures (hier afgekort) en de klassieker Antisocial (nog geleend door Anthrax).
Meerdere versies zijn beschikbaar waarvoor ik jullie verwijs naar Discogs: Trust - A L'Olympia | Releases, Reviews, Credits | Discogs. En voor wie de taal van Molière machtig is, presenteer ik u nog een review op een uitstekende website qua Franse Rock en Metal: TRUST : TRUST A L'OLYMPIA (2009) - fp.nightfall.fr. Nog altijd heb ik het gevoel dat hier veel meer in zat (met veel minder of liefst geen scratching). Toch '”mijn” vier.
Trust - Live Hellfest 2017 (2017)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 15 oktober 2018, 07:08 uur
Datum van de opnames: 17 juni 2017. Plaats van de opnames: Val de Moine in Clisson, Frankrijk tijdens het jaarlijkse Hellfest festival, waarvan dit album het volledig concert bevat in een combo cd en dvd: Trust (2) - Live Hellfest 2017 (CD, Album) at Discogs.
Typische festival passage met mix aan klassieke nummers met publiekslieveling Antisocial natuurlijk, twee nummers van het toen recente album Europe et Haines, maar ook met een tweetal nieuwe nummers (L'Archange en Démocrassie). Prima optreden opnieuw met een bevlogen zanger Bernie Bonvoisin en een heel luidruchtig en opgezweept publiek tijdens het slotnummer.
Typische festival passage met mix aan klassieke nummers met publiekslieveling Antisocial natuurlijk, twee nummers van het toen recente album Europe et Haines, maar ook met een tweetal nieuwe nummers (L'Archange en Démocrassie). Prima optreden opnieuw met een bevlogen zanger Bernie Bonvoisin en een heel luidruchtig en opgezweept publiek tijdens het slotnummer.
Trust - Man's Trap (1984)

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 22 januari 2013, 18:34 uur
Waarom maakt een Franse groep die in zijn moedertaal zingt een Engelstalige versie van een bestaand Franstalig album? Beste mensen, om door te breken in de Engelstalige landen want als fan die het Frans niet machtig is, kun je moeilijk meezingen en als platenmaatschappij die geld wil verdienen, wil je de markt openbreken. Simple fact of life: het moet opbrengen. Hoewel Frankrijk geen klein land is, lagen de echte vetpotten in de jaren tachtig in het buitenland.
Nog een belangrijke opmerking betreft de drummer, zowel op de Engelstalige versie (deze Man’s Trap) als op de Franstalige versie (Trust, alternatieve titel Idéal) drumt de geweldige ex-Iron Maiden drummer Clive Burr die de drumkit wisselde met Nicko McBrain. Nicko verhuisde op zijn beurt naar Iron Maiden! Een simpele ruil. Verwacht hier niet het swingende drumwerk van Clive Burr bij Maiden, het is iets simpeler.
Het album zelf dan maar? Ik kan nog niet vergelijken met de oorspronkelijk Franstalige versie want ik heb die niet in mijn bezit en ik heb die nog nooit gehoord. Op het album staat alleszins “English version by Alex Young”. Twee opmerkingen heb ik zeker – zagevent die ik soms kan zijn – het Engels van zanger Bernie Bonvoisin is aardig maar met haperingen. Geen probleem. Ook zijn de teksten redelijk banaal voor een sociaal bevlogen zanger als hij: zijn Franstalige teksten kunnen echte vitriool spuwen. Ik mis zijn venijn. Voorbeeld: “The eagle’s going vicious and it’s killing the dove?” Qua muziek is het Trustiaans tof, een aantal gelijkenissen met AC/DC zijn niet uit sluiten: Against the Law, iemand? Wel doet op het verder toffe Fireball een saxofoon zijn intrede en bevat Power of the Knife een prachtige doch te korte tempoversnelling met gitaarsolo’s. “84” is een waardige afsluiter van een goed album.
Ik ga nog meer albums van Trust trachten te pakken te krijgen want als het iets vooruit gaat met de nodige gitaarsolo’s is het zeker de moeite waard. Ik twijfel tussen 3,50 en 4,00. Ach, die vier sterren ga ik ongetwijfeld kunnen gebruiken voor de oorspronkelijke Franstalige versie.
Nog een belangrijke opmerking betreft de drummer, zowel op de Engelstalige versie (deze Man’s Trap) als op de Franstalige versie (Trust, alternatieve titel Idéal) drumt de geweldige ex-Iron Maiden drummer Clive Burr die de drumkit wisselde met Nicko McBrain. Nicko verhuisde op zijn beurt naar Iron Maiden! Een simpele ruil. Verwacht hier niet het swingende drumwerk van Clive Burr bij Maiden, het is iets simpeler.
Het album zelf dan maar? Ik kan nog niet vergelijken met de oorspronkelijk Franstalige versie want ik heb die niet in mijn bezit en ik heb die nog nooit gehoord. Op het album staat alleszins “English version by Alex Young”. Twee opmerkingen heb ik zeker – zagevent die ik soms kan zijn – het Engels van zanger Bernie Bonvoisin is aardig maar met haperingen. Geen probleem. Ook zijn de teksten redelijk banaal voor een sociaal bevlogen zanger als hij: zijn Franstalige teksten kunnen echte vitriool spuwen. Ik mis zijn venijn. Voorbeeld: “The eagle’s going vicious and it’s killing the dove?” Qua muziek is het Trustiaans tof, een aantal gelijkenissen met AC/DC zijn niet uit sluiten: Against the Law, iemand? Wel doet op het verder toffe Fireball een saxofoon zijn intrede en bevat Power of the Knife een prachtige doch te korte tempoversnelling met gitaarsolo’s. “84” is een waardige afsluiter van een goed album.
Ik ga nog meer albums van Trust trachten te pakken te krijgen want als het iets vooruit gaat met de nodige gitaarsolo’s is het zeker de moeite waard. Ik twijfel tussen 3,50 en 4,00. Ach, die vier sterren ga ik ongetwijfeld kunnen gebruiken voor de oorspronkelijke Franstalige versie.
Trust - Trust (1979)
Alternatieve titel: L'Élite

3,5
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 24 juni 2012, 20:51 uur
Debuut van een tamelijk legendarische Franse Heavy Metal groep, legendarisch om twee redenen. De eerste is zanger en charismatische frontman Bernard “Bernie” Bonvoisin, de tweede is de cover van hun nummer Antisocial afkomstig van hun tweede album Répression door Anthrax. Alle teksten zijn in het Frans maar voor mij als meertalige metalhead is dat geen probleem.
Ik heb deze vorige week kunnen kopen op vinyl op een rommelmarkt bij ons in Oostende, Stad Aan Zee. Het hapert hier en daar wel, jammer, maar ik ben blij. Vroeger zei Franse Metal me weinig maar ik ben langzaam mijn schade aan het inhalen: H-Bomb, Sortilège, Trust, Warning, ik vergeet er ongetwijfeld nog.
Kenmerken van Trust? Zoals gezegd, een charismatische zanger die (vaak sociaal en politiek bewogen) teksten met veel venijn kan uitspuwen, een gebeitelde ritmesectie en toffe gitaarpartijen. Een favoriet is Bosser Huit Heures, “acht uren kloppen”. Op het haast punky Dialogue de Sourds gaat het geweldig goed vooruit. Toffe rauwe plaat en ik vermeld nog even dat nummer tien, Ride On, een cover van AC/DC is. Frankrijk, hun chauffeurs vertrouw ik voor geen haar maar hun metalgroepen zijn wel de moeite waard.
Ik heb deze vorige week kunnen kopen op vinyl op een rommelmarkt bij ons in Oostende, Stad Aan Zee. Het hapert hier en daar wel, jammer, maar ik ben blij. Vroeger zei Franse Metal me weinig maar ik ben langzaam mijn schade aan het inhalen: H-Bomb, Sortilège, Trust, Warning, ik vergeet er ongetwijfeld nog.
Kenmerken van Trust? Zoals gezegd, een charismatische zanger die (vaak sociaal en politiek bewogen) teksten met veel venijn kan uitspuwen, een gebeitelde ritmesectie en toffe gitaarpartijen. Een favoriet is Bosser Huit Heures, “acht uren kloppen”. Op het haast punky Dialogue de Sourds gaat het geweldig goed vooruit. Toffe rauwe plaat en ik vermeld nog even dat nummer tien, Ride On, een cover van AC/DC is. Frankrijk, hun chauffeurs vertrouw ik voor geen haar maar hun metalgroepen zijn wel de moeite waard.
Twisted Sister - Club Daze Volume I (1999)
Alternatieve titel: The Studio Sessions

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 1 januari 2015, 09:54 uur
De link op Wikipedia geeft meer uitleg over deze uitgave, maar vergeet er bij te zeggen dat de meeste nummers later nooit in deze vorm zijn verschenen op officiële studio-albums, behalve op het eerste zicht Leader of the Pack, Under the Blade en Shoot 'Em Down. Wie kan aanvullen of verbeteren, be my guest.
Het is een iets hardere en vooral scherpere Twisted Sister die je hier aan het werk hoort, meer Hard Rock dan de latere Glam Metal van de grote succesjaren, waarvan het nummer I'll Never Grow Up al een goede indicatie is. Goed uitgewerkte nummers met uitstekende gitaarsolo's van beide gitaristen en een geweldige frontman in spe, Dee Snider, die opvallend bescheiden zijn partijen inzingt. Vurig is de versie van Under the Blade.
Het zijn allemaal toffe nummers met uitzondering van het flauwe T.V. Wife, dat volgens mij door gitarist Jay Jay French wordt ingezongen. Het maakt me razend benieuwd naar de “partner” van dit album, Club Daze Volume 2 (Live in the Bars). Het talent is aanwezig.
Het is een iets hardere en vooral scherpere Twisted Sister die je hier aan het werk hoort, meer Hard Rock dan de latere Glam Metal van de grote succesjaren, waarvan het nummer I'll Never Grow Up al een goede indicatie is. Goed uitgewerkte nummers met uitstekende gitaarsolo's van beide gitaristen en een geweldige frontman in spe, Dee Snider, die opvallend bescheiden zijn partijen inzingt. Vurig is de versie van Under the Blade.
Het zijn allemaal toffe nummers met uitzondering van het flauwe T.V. Wife, dat volgens mij door gitarist Jay Jay French wordt ingezongen. Het maakt me razend benieuwd naar de “partner” van dit album, Club Daze Volume 2 (Live in the Bars). Het talent is aanwezig.
Twisted Sister - Club Daze Volume II (2001)
Alternatieve titel: Live in the Bars

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 1 februari 2015, 10:50 uur
Begin januari 2015 liet ik mijn licht schijnen over het album Club Daze Volume 1 (The Studio Sessions), deze Volume 2 ging gauw volgen maar het kwam er niet meer van... tot ik deze vorige week op cd zag liggen op de platenbeurs in Brugge. Ik heb er zelfs twee verschillende versies zien liggen wat betreft de verpakking hopelijk niet wat betreft de tracklist. Ik heb de 2012 Duitse heruitgave op Armoury Records.
Opnieuw geeft de link op Wikipedia meer uitleg maar deze is verre van volledig, dus ik het neem het boekje er bij om de achtergronden bij deze plaat te schetsen en iets vollediger te zijn dan Wikipedia. De opnames zijn afkomstig van drie verschillende bronnen en verschillen in geluidskwaliteit, ik citeer verder even.
Tracks 1 & 2 are studio recordings. The drum tracks were taken from the master tapes recorded for the “Stay Hungy” sessions in 1984. All the guitars, bass and vocals were added last year (i.e. 2000) especially for this project. The songs were recorded and mixed by Mark Mendoza and engineered by Denny McNerney. The fidelilty is excellent.
Het zijn twee prima nummers met een geweldige Dee Snider, Never Say Never is ongewoon krachtig. De drums op beide nummers werden ingespeeld door A.J. Pero, de andere nummers op deze cd werden ingespeeld door Tony Petri, want het is het tijdperk vóór 1982.
Tracks 3 thru 9 were from a radio show that was never broadcast on Halloween 1979. The master tapes were discovered after sitting around in a closet for 21 years! … This is the very first performance of “You Know I Cry” and “Honey, Look Three Times”! The fideltiy is good.
Laat dit nu opnames zijn dit ik kan koesteren, of ik nu de groep zelf graag heb of niet. Het is lekker live, lekker rauw en lekker zweterig. Nu al lijkt geboren frontman Dee Snider het podium te adopteren als een natuurlijke biotoop. Op nummer zeven Can't Stand Still neemt gitarist Jay Jay French even het zangwerk van hem over, hij doet dat beter niet. Het duurt nog tot 1982 vooraleer ze een contract kunnen tekenen, ik hoor hier jonge, hongerige muzikanten aan het werk. De nummers zijn best leuk, maar Under the Blade is de kraker, een hint naar wat komen zou. Tweede hoogtepunt is You Know I Cry met scherp gitaarwerk.
Tracks 10 thru 13 are from off the air, first generation cassette copies. We have spent several years trying to locate the original WLIR and WBAB recordings, but have not been succesful. … The compression of the radio broadcasts compromises the fidelity.
Inderdaad, het geluid is tamelijk zompig, moerassig, wollig maar eerlijk zijn ze wel hierover en ze hebben zich moeten behelpen met kopies. Van die laatste vier nummers zijn er twee covers: Long Tall Sally (Little Richard) en Johnny B. Goode (Chuck Berry).
Ik vind dergelijke albums best wel interessant en het spoort me aan om Club Daze Volume 1 ook op cd binnen te doen voor de volledigheid, hoewel ik geen rabiate fan ben van Twisted Sister. Ze hebben een aantal mooie nummers uitgebracht en ze hebben één van de meest charismatische frontmannen in de geschiedenis van Rock 'n Roll!
Opnieuw geeft de link op Wikipedia meer uitleg maar deze is verre van volledig, dus ik het neem het boekje er bij om de achtergronden bij deze plaat te schetsen en iets vollediger te zijn dan Wikipedia. De opnames zijn afkomstig van drie verschillende bronnen en verschillen in geluidskwaliteit, ik citeer verder even.
Tracks 1 & 2 are studio recordings. The drum tracks were taken from the master tapes recorded for the “Stay Hungy” sessions in 1984. All the guitars, bass and vocals were added last year (i.e. 2000) especially for this project. The songs were recorded and mixed by Mark Mendoza and engineered by Denny McNerney. The fidelilty is excellent.
Het zijn twee prima nummers met een geweldige Dee Snider, Never Say Never is ongewoon krachtig. De drums op beide nummers werden ingespeeld door A.J. Pero, de andere nummers op deze cd werden ingespeeld door Tony Petri, want het is het tijdperk vóór 1982.
Tracks 3 thru 9 were from a radio show that was never broadcast on Halloween 1979. The master tapes were discovered after sitting around in a closet for 21 years! … This is the very first performance of “You Know I Cry” and “Honey, Look Three Times”! The fideltiy is good.
Laat dit nu opnames zijn dit ik kan koesteren, of ik nu de groep zelf graag heb of niet. Het is lekker live, lekker rauw en lekker zweterig. Nu al lijkt geboren frontman Dee Snider het podium te adopteren als een natuurlijke biotoop. Op nummer zeven Can't Stand Still neemt gitarist Jay Jay French even het zangwerk van hem over, hij doet dat beter niet. Het duurt nog tot 1982 vooraleer ze een contract kunnen tekenen, ik hoor hier jonge, hongerige muzikanten aan het werk. De nummers zijn best leuk, maar Under the Blade is de kraker, een hint naar wat komen zou. Tweede hoogtepunt is You Know I Cry met scherp gitaarwerk.
Tracks 10 thru 13 are from off the air, first generation cassette copies. We have spent several years trying to locate the original WLIR and WBAB recordings, but have not been succesful. … The compression of the radio broadcasts compromises the fidelity.
Inderdaad, het geluid is tamelijk zompig, moerassig, wollig maar eerlijk zijn ze wel hierover en ze hebben zich moeten behelpen met kopies. Van die laatste vier nummers zijn er twee covers: Long Tall Sally (Little Richard) en Johnny B. Goode (Chuck Berry).
Ik vind dergelijke albums best wel interessant en het spoort me aan om Club Daze Volume 1 ook op cd binnen te doen voor de volledigheid, hoewel ik geen rabiate fan ben van Twisted Sister. Ze hebben een aantal mooie nummers uitgebracht en ze hebben één van de meest charismatische frontmannen in de geschiedenis van Rock 'n Roll!
Twisted Sister - Under the Blade (1982)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 22 mei 2009, 00:42 uur
Bij Twisted Sister heb ik altijd al en nu nog een dubbel gevoel: is dit glamrock of hardrock? Het imago van de groep doet er verder weinig toe, want iedereen had één of ander imago en jeansfabrikanten hebben goud verdiend in die tijden. Als groep moest je nu eenmaal opvallen middels je frontman en Dee Snider is een frontman in de ware betekenis van het woord. Geloof het of niet maar deze groep had een grote trouwe aanhang in het begin van de jaren tachtig.
Ok, u bent nog niet in slaap gevallen en vraagt mij: welke albums van Twisted Sister moet ik eens uitproberen? Mijn antwoord is: dit debuut en opvolgers You Can’t Stop Rock ‘n’ Roll en Come Out And Play. Ideaal is eigenlijk een zelf samengestelde verzamelaar van die drie albums. Of neem gewoonweg de verzamelaar Big Hits And Nasty Cuts als prima startpunt.
Bepaalde nummers op dit album bevallen me geweldig: What You Don’t Know, Run For Your Life, Sin After Sin, Under the Blade (topper), want meer hardrock dan glamrock. De andere nummers zijn wel ok maar doorstaan de tand des tijd niet, omdat daar het glamrock element de overhand krijgt: vooral Bad Boys, Shoot ‘Em Down, I’ll Never Grow Up Now!, Day of the Rocker (rechtstreeks gejat van AC/DC). Eigenlijk is dit een half-half album: half hardrock en half glamrock.
Ok, u bent nog niet in slaap gevallen en vraagt mij: welke albums van Twisted Sister moet ik eens uitproberen? Mijn antwoord is: dit debuut en opvolgers You Can’t Stop Rock ‘n’ Roll en Come Out And Play. Ideaal is eigenlijk een zelf samengestelde verzamelaar van die drie albums. Of neem gewoonweg de verzamelaar Big Hits And Nasty Cuts als prima startpunt.
Bepaalde nummers op dit album bevallen me geweldig: What You Don’t Know, Run For Your Life, Sin After Sin, Under the Blade (topper), want meer hardrock dan glamrock. De andere nummers zijn wel ok maar doorstaan de tand des tijd niet, omdat daar het glamrock element de overhand krijgt: vooral Bad Boys, Shoot ‘Em Down, I’ll Never Grow Up Now!, Day of the Rocker (rechtstreeks gejat van AC/DC). Eigenlijk is dit een half-half album: half hardrock en half glamrock.
Tygers of Pan Tang - Crazy Nights (1982)

3,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 26 april 2009, 09:26 uur
Na het matige debuut Wild Cat (slechte zanger) en het lekkere Spellbound volgde deze derde worp met een ongewijzigde line-up, maar dit werd tevens het laatste album met gitarist John Sykes. Een opmerking over de productie: ze stamt uit 1982 maar de drums ontbreken een beetje ballen aan hun lijf, wellicht geen probleem voor 1982 maar nu valt het op. Het gitaarwerk van beide gitaristen is mooi en voldoende afwisselend en ze mogen tijdens de nummers gerust hun gang gaan. Geen uitschieters op dit album waarvan je een beetje zegt “wow” of het zou Running Out of Time of Stormlands moeten zijn. De rest is matig tot zeer matig (Crazy Nights, Down and Out). Het is een matig album dat grotendeels wordt gered door het gitaarwerk. Een zeer krappe drie.
Tygers of Pan Tang - Don't Touch Me There (1979)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 2 januari 2019, 08:14 uur
Dit is een single uitgekomen rond 24/08/1979 met drie tracks, waarvan Don't Touch Me There in een langere versie terechtkwam op het debuutalbum Wild Cat (1980). De overige twee nummers verschenen later nog als bonustrack bij hetzelfde debuutalbum. Toffe nummers in de NWoBHM stijl met een ietwat speciale zanger, maar met dat lekkere gitaarwerk van de toen enige gitarist Robb Weir die nog altijd deel uitmaakt van Tygers of Pan Tang. Iron Maiden had hun Eddie, de Tygers hadden een ander gevaarlijk individu op hun albumhoezen.
Tygers of Pan Tang - Leg of the Boot (2005)
Alternatieve titel: Live in Holland

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 2 april 2016, 08:32 uur
Leg of the Boot is natuurlijk een woordspelletje, men verwijst naar de bekende term bootleg, hier een verzamelnaam voor illegale opnames maar het begrip omvat veel meer: Bootleg - Wikipedia - nl.wikipedia.org. Over naar het album zelf.
Bij het toevoegen had ik ook twijfels of deze erop mocht maar Angel Air verkoopt dit op zijn website, echter Discogs kent deze niet en er is weinig info beschikbaar. De opnames dateren van 2004 in Nederland, echter waar en wanneer precies en met wie? Volgens mij is dit de toer voor het album Noises from the Cathouse uit 2003 met hierop drie nummers. Nog één nummer van het album Mystical uit 2001 staat hierop, maar de andere livenummers zijn afkomstig van de eerste drie albums Wild Cat, Spellbound en Crazy Nights. Opnames klinken goed en zuiver. De laatste drie nummers zijn of andere of nieuwe versies, en laten me volledig koud want nog altijd snap ik niet de toevoeging van studionummers op een livealbum.
Van de vier livealbums tot op vandaag blijft mijn voorkeur uitgaan naar Live at Nothingham Rock City ('81) wegens het jong enthousiast ongebreideld speelplezier. Deze is best ook goed. Tygers of Pan Tang geven mij nog altijd de indruk dat ze meer dan de moeite waard zijn om eens live mee te maken.
Bij het toevoegen had ik ook twijfels of deze erop mocht maar Angel Air verkoopt dit op zijn website, echter Discogs kent deze niet en er is weinig info beschikbaar. De opnames dateren van 2004 in Nederland, echter waar en wanneer precies en met wie? Volgens mij is dit de toer voor het album Noises from the Cathouse uit 2003 met hierop drie nummers. Nog één nummer van het album Mystical uit 2001 staat hierop, maar de andere livenummers zijn afkomstig van de eerste drie albums Wild Cat, Spellbound en Crazy Nights. Opnames klinken goed en zuiver. De laatste drie nummers zijn of andere of nieuwe versies, en laten me volledig koud want nog altijd snap ik niet de toevoeging van studionummers op een livealbum.
Van de vier livealbums tot op vandaag blijft mijn voorkeur uitgaan naar Live at Nothingham Rock City ('81) wegens het jong enthousiast ongebreideld speelplezier. Deze is best ook goed. Tygers of Pan Tang geven mij nog altijd de indruk dat ze meer dan de moeite waard zijn om eens live mee te maken.
Tygers of Pan Tang - Live at Nottingham Rock City ('81) (2001)

4,0
0
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 7 augustus 2009, 16:23 uur
Ik ben niet altijd even vriendelijk geweest over deze groep, maar het is gemeengoed geworden in onze kleine knusse metalgemeenschap dat de eerste twee albums meer dan de moeite waard zijn: Wild Cat uit 1980 (die enigszins verpest werd door de zeer matige zang van Jess Cox) en Spellbound uit 1981.
Dit live-album dateert van 1981, dus opgenomen tijdens de toer voor het tweede album en dat betekent natuurlijk volgende line-up: Jon Deverill (zang), Robb Weir (gitaar), John Sykes (gitaar), Richard “Rocky” Laws (bass) en Brian Dick (drums).
Dit album ademt de sfeer in van het livealbum Strangers in the Night van UFO en is voor mij een groot feest: alles staat prima op band, de groep is geweldig op dreef en het publiek doet zijn duit in het zakje. Rob Weir en John Sykes zorgen voor veel vuurwerk.
Critici zullen wijzen dat het niet altijd even strak is en dat John Deverill niet altijd zijn ademhaling onder controle heeft. Stop met zagen, zeg ik, en geniet van een spetterend live-album waarvan het plezier afdruipt en waarop er tenminste sfeer is.
Dit live-album dateert van 1981, dus opgenomen tijdens de toer voor het tweede album en dat betekent natuurlijk volgende line-up: Jon Deverill (zang), Robb Weir (gitaar), John Sykes (gitaar), Richard “Rocky” Laws (bass) en Brian Dick (drums).
Dit album ademt de sfeer in van het livealbum Strangers in the Night van UFO en is voor mij een groot feest: alles staat prima op band, de groep is geweldig op dreef en het publiek doet zijn duit in het zakje. Rob Weir en John Sykes zorgen voor veel vuurwerk.
Critici zullen wijzen dat het niet altijd even strak is en dat John Deverill niet altijd zijn ademhaling onder controle heeft. Stop met zagen, zeg ik, en geniet van een spetterend live-album waarvan het plezier afdruipt en waarop er tenminste sfeer is.
