Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
She Drew the Gun - Howl (2024)

4,5
0
geplaatst: 24 november 2024, 20:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: She Drew The Gun - Howl - dekrentenuitdepop.blogspot.com
She Drew The Gun - Howl
De muziek van She Drew The Gun was me nog niet eerder opgevallen, maar met Howl heeft het project van de Britse muzikante Louisa Roach een verrassend veelzijdig en in kwalitatief opzicht uitstekend album afgeleverd
Howl van She Drew The Gun is een album dat vaker van kleur verschiet dan de gemiddelde kameleon en als het even kan doet het project van de Britse muzikante Louisa Roach dat niet alleen tussen songs maar ook binnen songs. Het zijn songs die direct aanspreken, maar die in muzikaal opzicht ook knap in elkaar steken. Het combineert mooi met de al even veelzijdige stem van Louisa Roach, die de kwaliteit van haar songs nog wat verder optilt. She Drew The Gun gaat al vier albums mee, maar met Howl moet de Britse muzikante toch echt gaan doorbreken naar een groter publiek. Ik had nog nooit van She Drew The Gun gehoord, maar wat is Howl een goed album.
Howl, het vierde album van She Drew The Gun, kwam ik de afgelopen week alleen in de nieuwsbrief van de Britse muziekwinkel Rough Trade tegen. Ondanks de opvallende naam kan ik me ook niet herinneren dat ik eerder van She Drew The Gun had gehoord, maar Howl is een opvallend album. She Drew The Gun is een project van de Britse muzikante Louisa Roach uit Liverpool, die inmiddels dus vier albums op haar naam heeft staan. De vorige drie moet ik nog beluisteren, maar ik ben inmiddels behoorlijk verslingerd geraakt aan Howl.
Het is een album waarop Louisa Roach laat horen dat ze zich met geen mogelijk in een hokje laat duwen. Howl is een album dat continu van kleur verschiet en meerdere genres bestrijkt. Het album opent met een track die in eerste instantie neigt naar indierock, maar uiteindelijk omslaat richting synthpop, terwijl de in eerste instantie wat ruwe zang van Louisa Roach langzaam maar zeker transformeert in bijna gesproken tekst. Ik heb het alleen nog maar over de openingstrack van Howl, maar hierin gebeurt al meer dan op het gemiddelde album.
Het is een openingstrack die niet alleen laat horen dat Louisa Roach qua invloeden verrassende keuzes maakt, maar bovendien duidelijk maakt dat de Britse muzikante een uitstekende zangeres is en in muzikaal en productioneel opzicht (waarvoor de van Christine & The Queens beknde Ash Workman tekende) een eigen geluid laat horen. Na de openingstrack schiet Howl nog veel meer kanten op. She Drew The Gun kan uit de voeten met 80s pop, met naar glamrock neigende songs, met triphop, met hiphop, met R&B en met nog veel meer. Het zorgt er voor dat je track na track wordt verrast door de Britse muzikante.
She Drew The Gun heeft niet alleen een album gemaakt dat verrast, maar het is ook een album dat imponeert. De kwaliteit van de uitvoering heb ik al benoemd, maar ook de kwaliteit van de songs op Howl is hoog. Het grappige van het vierde album van She Drew The Gun is dat het een album is dat op een of andere manier de hele tijd bekend klinkt, maar dat op hetzelfde moment totaal anders klinkt dan andere albums. Wanneer Howl bekend klinkt hoor ik vooral het invloeden uit het verleden, waardoor het album klinkt als een omgevallen platenkast, maar She Drew The Gun heeft ook een album gemaakt dat met beide benen in het heden staat.
Ik heb niet zo heel veel informatie over de muzikanten die hebben meegewerkt aan het album, maar in muzikaal opzicht houdt Howl je op het puntje van de stoel, waarbij ik voor de afwisseling eerst eens de ritmesectie in het zonnetje wil zetten. De stevig aangezette baslijnen en de inventieve ritmes geven de songs op het vierde album van She Drew The Gun veel energie, waarna gitaren en synths het geluid vrijwel volledig vullen, maar ook nog wat ruimte houden voor uiteenlopende accenten, waaronder een fraai psychedelische fluit.
De zang is al even divers, want Louisa Rouch is een prima popzangeres met een soulvol geluid, maar ze kan ook verdienstelijk rappen, iets waar ik niet gek op ben, maar op Howl klinkt het allemaal geweldig. Heel af en toe doet het me denken aan Raw Like Sushi, het geweldige debuutalbum van Neneh Cherry, maar She Drew The Gun laat wel horen dat het inmiddels 2024 is in plaats van 1989. En iedere keer als je naar het album van She Drew The Gun luistert hoor je weer nieuwe dingen. Een zeer aangename ontdekking. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: She Drew The Gun - Howl - dekrentenuitdepop.blogspot.com
She Drew The Gun - Howl
De muziek van She Drew The Gun was me nog niet eerder opgevallen, maar met Howl heeft het project van de Britse muzikante Louisa Roach een verrassend veelzijdig en in kwalitatief opzicht uitstekend album afgeleverd
Howl van She Drew The Gun is een album dat vaker van kleur verschiet dan de gemiddelde kameleon en als het even kan doet het project van de Britse muzikante Louisa Roach dat niet alleen tussen songs maar ook binnen songs. Het zijn songs die direct aanspreken, maar die in muzikaal opzicht ook knap in elkaar steken. Het combineert mooi met de al even veelzijdige stem van Louisa Roach, die de kwaliteit van haar songs nog wat verder optilt. She Drew The Gun gaat al vier albums mee, maar met Howl moet de Britse muzikante toch echt gaan doorbreken naar een groter publiek. Ik had nog nooit van She Drew The Gun gehoord, maar wat is Howl een goed album.
Howl, het vierde album van She Drew The Gun, kwam ik de afgelopen week alleen in de nieuwsbrief van de Britse muziekwinkel Rough Trade tegen. Ondanks de opvallende naam kan ik me ook niet herinneren dat ik eerder van She Drew The Gun had gehoord, maar Howl is een opvallend album. She Drew The Gun is een project van de Britse muzikante Louisa Roach uit Liverpool, die inmiddels dus vier albums op haar naam heeft staan. De vorige drie moet ik nog beluisteren, maar ik ben inmiddels behoorlijk verslingerd geraakt aan Howl.
Het is een album waarop Louisa Roach laat horen dat ze zich met geen mogelijk in een hokje laat duwen. Howl is een album dat continu van kleur verschiet en meerdere genres bestrijkt. Het album opent met een track die in eerste instantie neigt naar indierock, maar uiteindelijk omslaat richting synthpop, terwijl de in eerste instantie wat ruwe zang van Louisa Roach langzaam maar zeker transformeert in bijna gesproken tekst. Ik heb het alleen nog maar over de openingstrack van Howl, maar hierin gebeurt al meer dan op het gemiddelde album.
Het is een openingstrack die niet alleen laat horen dat Louisa Roach qua invloeden verrassende keuzes maakt, maar bovendien duidelijk maakt dat de Britse muzikante een uitstekende zangeres is en in muzikaal en productioneel opzicht (waarvoor de van Christine & The Queens beknde Ash Workman tekende) een eigen geluid laat horen. Na de openingstrack schiet Howl nog veel meer kanten op. She Drew The Gun kan uit de voeten met 80s pop, met naar glamrock neigende songs, met triphop, met hiphop, met R&B en met nog veel meer. Het zorgt er voor dat je track na track wordt verrast door de Britse muzikante.
She Drew The Gun heeft niet alleen een album gemaakt dat verrast, maar het is ook een album dat imponeert. De kwaliteit van de uitvoering heb ik al benoemd, maar ook de kwaliteit van de songs op Howl is hoog. Het grappige van het vierde album van She Drew The Gun is dat het een album is dat op een of andere manier de hele tijd bekend klinkt, maar dat op hetzelfde moment totaal anders klinkt dan andere albums. Wanneer Howl bekend klinkt hoor ik vooral het invloeden uit het verleden, waardoor het album klinkt als een omgevallen platenkast, maar She Drew The Gun heeft ook een album gemaakt dat met beide benen in het heden staat.
Ik heb niet zo heel veel informatie over de muzikanten die hebben meegewerkt aan het album, maar in muzikaal opzicht houdt Howl je op het puntje van de stoel, waarbij ik voor de afwisseling eerst eens de ritmesectie in het zonnetje wil zetten. De stevig aangezette baslijnen en de inventieve ritmes geven de songs op het vierde album van She Drew The Gun veel energie, waarna gitaren en synths het geluid vrijwel volledig vullen, maar ook nog wat ruimte houden voor uiteenlopende accenten, waaronder een fraai psychedelische fluit.
De zang is al even divers, want Louisa Rouch is een prima popzangeres met een soulvol geluid, maar ze kan ook verdienstelijk rappen, iets waar ik niet gek op ben, maar op Howl klinkt het allemaal geweldig. Heel af en toe doet het me denken aan Raw Like Sushi, het geweldige debuutalbum van Neneh Cherry, maar She Drew The Gun laat wel horen dat het inmiddels 2024 is in plaats van 1989. En iedere keer als je naar het album van She Drew The Gun luistert hoor je weer nieuwe dingen. Een zeer aangename ontdekking. Erwin Zijleman
She Keeps Bees - Kinship (2019)

4,5
2
geplaatst: 11 mei 2019, 10:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: She Keeps Bees - Kinship - dekrentenuitdepop.blogspot.com
She Keeps Bees - Kinship
She Keeps Bees is een momenteel nog wat obscuur duo, dat met haar nieuwe album ver boven zichzelf uitstijgt en een album aflevert waarvan je alleen maar zielsveel kunt houden
Het vorige album van She Keeps Bees ontdekte ik pas toen het album al anderhalf jaar uit was, maar uiteindelijk werd het album me zeer dierbaar. Met haar nieuwe album zet het duo uit Brooklyn, New York, een reuzenstap. Kinship heeft het sobere en intieme van het vorige album behouden, maar voegt er ook een warm bad vol invloeden uit de triphop aan toe. Het levert een fascinerend geluid op dat vervolgens naar grote hoogten wordt getild door de intense en vaak bijna bezwerende zang van Jessica Larrabee, die nog veel beter is gaan zingen dan op het al zo fraaie vorige album.
Bij het bekijken van het stapeltje nieuwe releases van deze week pikte ik het nieuwe album van She Keeps Bees er direct uit. Het album van het duo uit Brooklyn, New York, was op voorhand een van de weinige zekerheden in een op het eerste gezicht niet heel uitbundige releaseweek en dat is best bijzonder.
She Keeps Bees dwong met haar vorige albums immers geen plekje af op de krenten uit de pop, terwijl het duo, dat wordt gevormd door singer-songwriter Jessica Larrabee en producer Andy LaPlant, inmiddels alweer 13 jaar bestaat en toe is aan haar vijfde album.
Kinship van She Keeps Bees leek me op voorhand een zekerheid omdat ik het vorige album van het duo, het in 2014 verschenen Eight Houses, inmiddels een aantal jaren koester. Het is een album dat ik pas ruim anderhalf jaar na de release ontdekte, maar sindsdien volg ik She Keeps Bees met veel aandacht.
Omdat het duo in eerste instantie wat bluesy klonk en zich vaak beperkte tot gitaar en drums, werd She Keeps Bees lange tijd vergeleken met The White Stripes, maar aan die vergelijking hebben Jessica Larrabee en producer Andy LaPlant zich inmiddels ontworsteld. Kinship opent met een korte en uiterst sobere track, waarin She Keeps Bees nog lijkt te kiezen voor de blues, maar op de rest van het album schiet het New Yorkse duo meerdere kanten op.
Het prachtige Coyote, waarmee het album vervolgt, opent ook met ingetogen gitaarakkoorden en de bijzondere stem van Jessica Larrabee, die in deze track wel wat doet denken aan PJ Harvey. Het is een track die langzaam maar zeker verder wordt ingekleurd met drums, strijkers en elektronica en opvalt door fraaie spanningsbogen. Coyote is voor mij direct ook de beste track op het album, maar ook in de andere tracks op Kinship valt er veel te genieten.
She Keeps Bees hield haar muziek in het verleden altijd behoorlijk sober, maar op het nieuwe album is een voller geluid te horen. De gitaarlijnen en drums zijn nog altijd bescheiden, maar met name de elektronica heeft aan terrein gewonnen. Wanneer subtiele gitaarlijnen in Dominance gezelschap krijgen van fraai ingezette elektronica en een wat springerig ritme, haakt She Keeps Bees aan bij de triphop en dat is een genre dat vaak terugkeert op Kinship. Het werkt wat mij betreft uitstekend.
She Keeps Bees slaagt er in om een tegelijkertijd warm en onderkoeld geluid neer te zetten, waarna Jessica Larrabee de songs met haar indringende vocalen naar een hoger plan tilt. Het zorgt voor een album dat best lekker voortkabbelt op de achtergrond, maar dat net zo makkelijk een bijna bezwerende uitwerking heeft. De ingetogen en bluesy songs op de eerste albums van She Keeps Bees hadden absoluut hun charme, maar persoonlijk prefereer ik toch het wat vollere en opvallend intense geluid op Kinship, dat overigens voor een deel in het verlengde ligt van Eight Houses.
Kinship flirt hier en daar met een voller geluid, maar strooit ook nog steeds driftig met meer ingetogen en folky songs. Ook in deze songs weten een subtiele instrumentatie en de geweldige vocalen van Jessica Larrabee elkaar genadeloos te versterken. Het voorziet Kinship van een enorme urgentie, waarbij wederom de vergelijking met het vroege werk van PJ Harvey opduikt.
Het vorige album van de band ontdekte is zoals gezegd pas lang na de release, maar dit keer ben ik onmiddellijk bij de les. Dat zouden meer muziekliefhebbers moeten zijn, want het tot dusver vrij onbekende She Keeps Bees zet met haar nieuwe album een reuzenstap en levert een serie songs af die steeds makkelijker en dieper onder de huid kruipen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: She Keeps Bees - Kinship - dekrentenuitdepop.blogspot.com
She Keeps Bees - Kinship
She Keeps Bees is een momenteel nog wat obscuur duo, dat met haar nieuwe album ver boven zichzelf uitstijgt en een album aflevert waarvan je alleen maar zielsveel kunt houden
Het vorige album van She Keeps Bees ontdekte ik pas toen het album al anderhalf jaar uit was, maar uiteindelijk werd het album me zeer dierbaar. Met haar nieuwe album zet het duo uit Brooklyn, New York, een reuzenstap. Kinship heeft het sobere en intieme van het vorige album behouden, maar voegt er ook een warm bad vol invloeden uit de triphop aan toe. Het levert een fascinerend geluid op dat vervolgens naar grote hoogten wordt getild door de intense en vaak bijna bezwerende zang van Jessica Larrabee, die nog veel beter is gaan zingen dan op het al zo fraaie vorige album.
Bij het bekijken van het stapeltje nieuwe releases van deze week pikte ik het nieuwe album van She Keeps Bees er direct uit. Het album van het duo uit Brooklyn, New York, was op voorhand een van de weinige zekerheden in een op het eerste gezicht niet heel uitbundige releaseweek en dat is best bijzonder.
She Keeps Bees dwong met haar vorige albums immers geen plekje af op de krenten uit de pop, terwijl het duo, dat wordt gevormd door singer-songwriter Jessica Larrabee en producer Andy LaPlant, inmiddels alweer 13 jaar bestaat en toe is aan haar vijfde album.
Kinship van She Keeps Bees leek me op voorhand een zekerheid omdat ik het vorige album van het duo, het in 2014 verschenen Eight Houses, inmiddels een aantal jaren koester. Het is een album dat ik pas ruim anderhalf jaar na de release ontdekte, maar sindsdien volg ik She Keeps Bees met veel aandacht.
Omdat het duo in eerste instantie wat bluesy klonk en zich vaak beperkte tot gitaar en drums, werd She Keeps Bees lange tijd vergeleken met The White Stripes, maar aan die vergelijking hebben Jessica Larrabee en producer Andy LaPlant zich inmiddels ontworsteld. Kinship opent met een korte en uiterst sobere track, waarin She Keeps Bees nog lijkt te kiezen voor de blues, maar op de rest van het album schiet het New Yorkse duo meerdere kanten op.
Het prachtige Coyote, waarmee het album vervolgt, opent ook met ingetogen gitaarakkoorden en de bijzondere stem van Jessica Larrabee, die in deze track wel wat doet denken aan PJ Harvey. Het is een track die langzaam maar zeker verder wordt ingekleurd met drums, strijkers en elektronica en opvalt door fraaie spanningsbogen. Coyote is voor mij direct ook de beste track op het album, maar ook in de andere tracks op Kinship valt er veel te genieten.
She Keeps Bees hield haar muziek in het verleden altijd behoorlijk sober, maar op het nieuwe album is een voller geluid te horen. De gitaarlijnen en drums zijn nog altijd bescheiden, maar met name de elektronica heeft aan terrein gewonnen. Wanneer subtiele gitaarlijnen in Dominance gezelschap krijgen van fraai ingezette elektronica en een wat springerig ritme, haakt She Keeps Bees aan bij de triphop en dat is een genre dat vaak terugkeert op Kinship. Het werkt wat mij betreft uitstekend.
She Keeps Bees slaagt er in om een tegelijkertijd warm en onderkoeld geluid neer te zetten, waarna Jessica Larrabee de songs met haar indringende vocalen naar een hoger plan tilt. Het zorgt voor een album dat best lekker voortkabbelt op de achtergrond, maar dat net zo makkelijk een bijna bezwerende uitwerking heeft. De ingetogen en bluesy songs op de eerste albums van She Keeps Bees hadden absoluut hun charme, maar persoonlijk prefereer ik toch het wat vollere en opvallend intense geluid op Kinship, dat overigens voor een deel in het verlengde ligt van Eight Houses.
Kinship flirt hier en daar met een voller geluid, maar strooit ook nog steeds driftig met meer ingetogen en folky songs. Ook in deze songs weten een subtiele instrumentatie en de geweldige vocalen van Jessica Larrabee elkaar genadeloos te versterken. Het voorziet Kinship van een enorme urgentie, waarbij wederom de vergelijking met het vroege werk van PJ Harvey opduikt.
Het vorige album van de band ontdekte is zoals gezegd pas lang na de release, maar dit keer ben ik onmiddellijk bij de les. Dat zouden meer muziekliefhebbers moeten zijn, want het tot dusver vrij onbekende She Keeps Bees zet met haar nieuwe album een reuzenstap en levert een serie songs af die steeds makkelijker en dieper onder de huid kruipen. Erwin Zijleman
Shearwater - The Great Awakening (2022)

4,5
4
geplaatst: 11 juni 2022, 10:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shearwater - The Great Awakening - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shearwater - The Great Awakening
Shearwater leek de afgelopen jaren wat van de radar, maar keert deze week terug met het werkelijk prachtige The Great Awakening, dat een betoverend mooi en zeer sfeervol geluid laat horen
Shearwater bracht de afgelopen zes jaar geen regulier album uit, maar keert deze week terug met het fraaie The Great Awakening. Het is een sfeervol album dat opvalt door prachtige klankentapijten en een uit vele lage bestaande productie. Shearwater doet op haar nieuwe album af en toe wel wat denken aan Talk Talk in haar meer experimentele dagen en dat is zeker geen straf. De songs van de band uit Austin, Texas, kiezen op het nieuwe album nooit voor de makkelijkste weg en dat doet ook de zang van voorman Jonathan Meiburg niet, maar desondanks imponeert het album vrijwel onmiddellijk, waarna de luistertrip van The Great Awakening alleen maar fascinerender wordt.
De Amerikaanse band Shearwater maakte tussen 2001 en 2016 negen uitstekende albums, waarvan het in 2008 uitgebrachte Rook mijn favoriete album is. Shearwater begon ooit met de samenwerking tussen de Amerikaanse muzikanten Will Sheff van de band Okkervil River en Jonathan Meiburg van de band Kingfisher. Okkervil River, waarvan Jonathan Meiburg ook deel ging uitmaken, en Shearwater bestonden lange tijd naast elkaar en zijn samen goed voor een flinke stapel prachtige albums.
Sinds 2016 was het op het eerste gezicht stil rond Shearwater (en ook van Okkervil River hebben we al een jaar of vier niets meer gehoord). Jonathan Meiburg heeft sinds 2016 echter zeker niet stil gezeten. Tijdens een Shearwater tour raakte hij zo onder de indruk van support act Cross Record, dat hij Emily Cross en Dan Duszynski, de twee leden van deze band, uitnodigde om samen een band te formeren. Het leverde tot dusver twee uitstekende albums van de band Loma op.
Shearwater voerde hiernaast de Berlijn trilogie van Bowie live uit (de registratie is uitsluitend te verkrijgen via een prijzige bandcamp download), luisterde de coronapandemie op met een aantal instrumentale albums met quarantaine muziek en Jonathan Meiburg schreef bovendien een veelgeprezen boek. En nu is er dus een nieuw album, The Great Awakening.
Van de terugkeer van Shearwater had ik overigens geen hele hoge verwachtingen. Het in 2016 verschenen Jet Plane And Oxbow beviel me echt een stuk minder dan de andere albums van de band uit Austin, Texas. Shearwater koos op het politiek getinte album voor wat steviger en hier en daar 80s pop georiënteerd geluid. Jet Plane And Oxbow had, zeker in de wat meer ingetogen en sfeervolle songs, zijn momenten, maar over het algemeen genomen was mijn oordeel niet heel positief.
The Great Awakening klinkt gelukkig heel anders dan zijn voorganger. Het is een behoorlijk ingetogen en zeer sfeervol album geworden, dat veel meer dan zijn voorganger het experiment zoekt en veelvuldig buiten de lijntjes van de standaard popsong kleurt. In de eerste recensies van het album wordt het nieuwe album van Shearwater met Talk Talk vergeleken en dat begrijp ik wel. The Great Awakening is met een beetje fantasie te typeren als Shearwater’s Spirit Of Eden en dat moet de Amerikaanse band zien als een groot compliment.
Shearwater kiest op haar nieuwe album vooral voor sfeervolle en vaak atmosferische klanken, die fraai kleuren bij de bijzondere stem van Jonathan Meiburg, die altijd wat plechtig over komt, maar me dit keer totaal niet in de weg zit. De instrumentatie op het album is ruimtelijk en open en is over het algemeen genomen zeer subtiel, al zijn een uitbarsting of aanzwellende strijkers nooit ver weg.
Shearwater zoekt op haar nieuwe album meer het experiment dan op haar vorige album, maar The Great Awakening is zeker geen ontoegankelijk album. Integendeel. Ik moest in het verleden altijd even wennen aan nieuwe muziek van de Amerikaanse band, maar het prachtig ingekleurde The Great Awakening wist me onmiddellijk te betoveren.
Het is bovendien een album waarop heel veel te ontdekken valt, want wat is er veel moois verstopt in de rijke instrumentatie, in de prachtige productie (van de band en Loma’s Dan Duszynski) en in de bijzondere songs. Hoewel het de afgelopen jaren niet zo stil was rond Shearwater als het leek, durf ik het ook nog eens bijna een uur durende The Great Awakening best een glorieuze comeback te noemen. Prachtalbum. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Shearwater - The Great Awakening - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shearwater - The Great Awakening
Shearwater leek de afgelopen jaren wat van de radar, maar keert deze week terug met het werkelijk prachtige The Great Awakening, dat een betoverend mooi en zeer sfeervol geluid laat horen
Shearwater bracht de afgelopen zes jaar geen regulier album uit, maar keert deze week terug met het fraaie The Great Awakening. Het is een sfeervol album dat opvalt door prachtige klankentapijten en een uit vele lage bestaande productie. Shearwater doet op haar nieuwe album af en toe wel wat denken aan Talk Talk in haar meer experimentele dagen en dat is zeker geen straf. De songs van de band uit Austin, Texas, kiezen op het nieuwe album nooit voor de makkelijkste weg en dat doet ook de zang van voorman Jonathan Meiburg niet, maar desondanks imponeert het album vrijwel onmiddellijk, waarna de luistertrip van The Great Awakening alleen maar fascinerender wordt.
De Amerikaanse band Shearwater maakte tussen 2001 en 2016 negen uitstekende albums, waarvan het in 2008 uitgebrachte Rook mijn favoriete album is. Shearwater begon ooit met de samenwerking tussen de Amerikaanse muzikanten Will Sheff van de band Okkervil River en Jonathan Meiburg van de band Kingfisher. Okkervil River, waarvan Jonathan Meiburg ook deel ging uitmaken, en Shearwater bestonden lange tijd naast elkaar en zijn samen goed voor een flinke stapel prachtige albums.
Sinds 2016 was het op het eerste gezicht stil rond Shearwater (en ook van Okkervil River hebben we al een jaar of vier niets meer gehoord). Jonathan Meiburg heeft sinds 2016 echter zeker niet stil gezeten. Tijdens een Shearwater tour raakte hij zo onder de indruk van support act Cross Record, dat hij Emily Cross en Dan Duszynski, de twee leden van deze band, uitnodigde om samen een band te formeren. Het leverde tot dusver twee uitstekende albums van de band Loma op.
Shearwater voerde hiernaast de Berlijn trilogie van Bowie live uit (de registratie is uitsluitend te verkrijgen via een prijzige bandcamp download), luisterde de coronapandemie op met een aantal instrumentale albums met quarantaine muziek en Jonathan Meiburg schreef bovendien een veelgeprezen boek. En nu is er dus een nieuw album, The Great Awakening.
Van de terugkeer van Shearwater had ik overigens geen hele hoge verwachtingen. Het in 2016 verschenen Jet Plane And Oxbow beviel me echt een stuk minder dan de andere albums van de band uit Austin, Texas. Shearwater koos op het politiek getinte album voor wat steviger en hier en daar 80s pop georiënteerd geluid. Jet Plane And Oxbow had, zeker in de wat meer ingetogen en sfeervolle songs, zijn momenten, maar over het algemeen genomen was mijn oordeel niet heel positief.
The Great Awakening klinkt gelukkig heel anders dan zijn voorganger. Het is een behoorlijk ingetogen en zeer sfeervol album geworden, dat veel meer dan zijn voorganger het experiment zoekt en veelvuldig buiten de lijntjes van de standaard popsong kleurt. In de eerste recensies van het album wordt het nieuwe album van Shearwater met Talk Talk vergeleken en dat begrijp ik wel. The Great Awakening is met een beetje fantasie te typeren als Shearwater’s Spirit Of Eden en dat moet de Amerikaanse band zien als een groot compliment.
Shearwater kiest op haar nieuwe album vooral voor sfeervolle en vaak atmosferische klanken, die fraai kleuren bij de bijzondere stem van Jonathan Meiburg, die altijd wat plechtig over komt, maar me dit keer totaal niet in de weg zit. De instrumentatie op het album is ruimtelijk en open en is over het algemeen genomen zeer subtiel, al zijn een uitbarsting of aanzwellende strijkers nooit ver weg.
Shearwater zoekt op haar nieuwe album meer het experiment dan op haar vorige album, maar The Great Awakening is zeker geen ontoegankelijk album. Integendeel. Ik moest in het verleden altijd even wennen aan nieuwe muziek van de Amerikaanse band, maar het prachtig ingekleurde The Great Awakening wist me onmiddellijk te betoveren.
Het is bovendien een album waarop heel veel te ontdekken valt, want wat is er veel moois verstopt in de rijke instrumentatie, in de prachtige productie (van de band en Loma’s Dan Duszynski) en in de bijzondere songs. Hoewel het de afgelopen jaren niet zo stil was rond Shearwater als het leek, durf ik het ook nog eens bijna een uur durende The Great Awakening best een glorieuze comeback te noemen. Prachtalbum. Erwin Zijleman
Shelby Lynne - Consequences of the Crown (2024)

4,0
0
geplaatst: 20 augustus 2024, 15:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shelby Lynne - Consequences Of The Crown - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shelby Lynne - Consequences Of The Crown
Na een aantal moeilijke jaren keert Shelby Lynne terug in Nashville, zoekt ze de samenwerking met een aantal zeer getalenteerde vrouwen uit de stad, maar maakt ze een album dat anders klinkt dan verwacht
Shelby Lynne heeft zich nooit lasten vastpinnen op een genre en laat ook op haar nieuwe album Consequences Of The Crown weer horen, dat ze op meerdere terreinen uit de voeten kan. Ondanks haar terugkeer naar Nashville, kleurt Consequences Of The Crown nadrukkelijk buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, met hier en daar flink wat invloeden uit de soul en de R&B. Door de samenwerking met een aantal gerenommeerde vrouwelijke muzikanten uit Nashville is de kwaliteit van de songs op het nieuwe album van Shelby Lynne dik in orde en zoals altijd maakt de Amerikaanse muzikante indruk met haar geweldige en zeer soulvolle stem. Consequences Of The Crown klinkt totaal anders dan verwacht, maar valt zeker niet tegen.
Een maand of twee geleden stond ik bij het bespreken van een album ‘uit de oude doos’ stil bij I Am Shelby Lynne uit 1999. Het is het album waarmee Shelby Lynne, na een traumatische jeugd en een jarenlang kwakkelend bestaan in Nashville, dat overigens wel vijf albums opleverde, eindelijk de waardering kreeg die ze zo verdiende. I Am Shelby Lynne mag inmiddels best een klassieker worden genoemd en heeft de afgelopen vijfentwintig jaar alleen maar aan kracht gewonnen.
Shelby Lynne maakte het zichzelf vervolgens niet makkelijk door in 2001 op de proppen te komen met het zwaar tegenvallende Love, Shelby. Het zorgde ervoor dat ze weer terug was bij af, maar gelukkig heeft de Amerikaanse muzikante zich in de jaren die volgden herpakt, al kreeg geen van haar latere albums de waardering die I Am Shelby Lynne wist te oogsten. Dat is jammer, want met name Suit Yourself uit 2005 en Just A Little Lovin' uit 2008 doen niet onder voor I Am Shelby Lynne en dat hetzelfde geldt voor Not Dark Yet, het album dat ze in 2017 maakte met haar zus Allison Moorer.
Het afgelopen decennium staat Shelby Lynne flink in de schaduw van haar jongere zus en kost het haar steeds meer moeite om albums uit te brengen. Met het titelloze album dat in 2000 verscheen liet ze horen dat ze nog steeds uitstekende albums kan maken en dat deed Shelby Lynne misschien nog wel duidelijker met de alleen digitaal uitgebrachte albums The Healing (2020) en The Servant (2021), waarop ze liet horen dat soul en gospel bij haar in uitstekende handen zijn.
Deze week keert de muzikante, die Californië weer heeft verruild voor Nashville, terug met Consequences Of The Crown, dat weer een volwaardige release is. Op haar nieuwe album tekent Shelby Lynne voor een groot deel van de instrumenten en uiteraard voor de zang, maar ze maakte het album zeker niet in haar eentje. Voor de productie van het album en het schrijven van de songs deed ze een beroep op Ashley Monroe, Karen Fairchild (Little Big Town) en de van Jason Isbell bekende Gena Johnson en hiernaast schoven ook nog wat jonge countrysterren aan voor een bijdrage.
Het heeft gezorgd voor nieuwe energie en die doet Shelby Lynne hoorbaar goed, net als de kracht die uitgaat van de volledig vrouwelijke samenwerking op het album. Shelby Lynne is gezegend met een geweldige stem, maar de kwaliteit van de songs liet op in ieder geval een deel van haar albums wel wat te wensen over. Op Consequences Of The Crown profiteert Shelby Lynne nadrukkelijk van de songwriting skills van met name Ashley Monroe en Karen Fairchild, maar ook de zeer getalenteerde Angaleena Presley doet een duit in het zakje.
Met Consequences Of The Crown keert Shelby Lynne terug naar Nashville, maar het album klinkt zeker niet als een standaard folk- of countryalbum uit Nashville. Zowel de zang als de muziek op het album neigt af en toe naar R&B, zeker als Shelby Lynne haar teksten uitspreekt in plaats van zingt. Shelby Lynne zingt nog altijd fantastisch en laat horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan, want ook invloeden uit de jazz, soul, gospel en blues hebben een plekje gekregen op Consequences Of The Crown.
Het is, net als veel van zijn voorgangers, een album vol melancholie, want Shelby Lynne gaat de vele demonen uit haar verleden zeker niet uit de weg. Het levert een gewaagd album op, maar het pakt allemaal uitstekend uit. Shelby Lynne is terug met een verassend maar ook verrassend goed album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Shelby Lynne - Consequences Of The Crown - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shelby Lynne - Consequences Of The Crown
Na een aantal moeilijke jaren keert Shelby Lynne terug in Nashville, zoekt ze de samenwerking met een aantal zeer getalenteerde vrouwen uit de stad, maar maakt ze een album dat anders klinkt dan verwacht
Shelby Lynne heeft zich nooit lasten vastpinnen op een genre en laat ook op haar nieuwe album Consequences Of The Crown weer horen, dat ze op meerdere terreinen uit de voeten kan. Ondanks haar terugkeer naar Nashville, kleurt Consequences Of The Crown nadrukkelijk buiten de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, met hier en daar flink wat invloeden uit de soul en de R&B. Door de samenwerking met een aantal gerenommeerde vrouwelijke muzikanten uit Nashville is de kwaliteit van de songs op het nieuwe album van Shelby Lynne dik in orde en zoals altijd maakt de Amerikaanse muzikante indruk met haar geweldige en zeer soulvolle stem. Consequences Of The Crown klinkt totaal anders dan verwacht, maar valt zeker niet tegen.
Een maand of twee geleden stond ik bij het bespreken van een album ‘uit de oude doos’ stil bij I Am Shelby Lynne uit 1999. Het is het album waarmee Shelby Lynne, na een traumatische jeugd en een jarenlang kwakkelend bestaan in Nashville, dat overigens wel vijf albums opleverde, eindelijk de waardering kreeg die ze zo verdiende. I Am Shelby Lynne mag inmiddels best een klassieker worden genoemd en heeft de afgelopen vijfentwintig jaar alleen maar aan kracht gewonnen.
Shelby Lynne maakte het zichzelf vervolgens niet makkelijk door in 2001 op de proppen te komen met het zwaar tegenvallende Love, Shelby. Het zorgde ervoor dat ze weer terug was bij af, maar gelukkig heeft de Amerikaanse muzikante zich in de jaren die volgden herpakt, al kreeg geen van haar latere albums de waardering die I Am Shelby Lynne wist te oogsten. Dat is jammer, want met name Suit Yourself uit 2005 en Just A Little Lovin' uit 2008 doen niet onder voor I Am Shelby Lynne en dat hetzelfde geldt voor Not Dark Yet, het album dat ze in 2017 maakte met haar zus Allison Moorer.
Het afgelopen decennium staat Shelby Lynne flink in de schaduw van haar jongere zus en kost het haar steeds meer moeite om albums uit te brengen. Met het titelloze album dat in 2000 verscheen liet ze horen dat ze nog steeds uitstekende albums kan maken en dat deed Shelby Lynne misschien nog wel duidelijker met de alleen digitaal uitgebrachte albums The Healing (2020) en The Servant (2021), waarop ze liet horen dat soul en gospel bij haar in uitstekende handen zijn.
Deze week keert de muzikante, die Californië weer heeft verruild voor Nashville, terug met Consequences Of The Crown, dat weer een volwaardige release is. Op haar nieuwe album tekent Shelby Lynne voor een groot deel van de instrumenten en uiteraard voor de zang, maar ze maakte het album zeker niet in haar eentje. Voor de productie van het album en het schrijven van de songs deed ze een beroep op Ashley Monroe, Karen Fairchild (Little Big Town) en de van Jason Isbell bekende Gena Johnson en hiernaast schoven ook nog wat jonge countrysterren aan voor een bijdrage.
Het heeft gezorgd voor nieuwe energie en die doet Shelby Lynne hoorbaar goed, net als de kracht die uitgaat van de volledig vrouwelijke samenwerking op het album. Shelby Lynne is gezegend met een geweldige stem, maar de kwaliteit van de songs liet op in ieder geval een deel van haar albums wel wat te wensen over. Op Consequences Of The Crown profiteert Shelby Lynne nadrukkelijk van de songwriting skills van met name Ashley Monroe en Karen Fairchild, maar ook de zeer getalenteerde Angaleena Presley doet een duit in het zakje.
Met Consequences Of The Crown keert Shelby Lynne terug naar Nashville, maar het album klinkt zeker niet als een standaard folk- of countryalbum uit Nashville. Zowel de zang als de muziek op het album neigt af en toe naar R&B, zeker als Shelby Lynne haar teksten uitspreekt in plaats van zingt. Shelby Lynne zingt nog altijd fantastisch en laat horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan, want ook invloeden uit de jazz, soul, gospel en blues hebben een plekje gekregen op Consequences Of The Crown.
Het is, net als veel van zijn voorgangers, een album vol melancholie, want Shelby Lynne gaat de vele demonen uit haar verleden zeker niet uit de weg. Het levert een gewaagd album op, maar het pakt allemaal uitstekend uit. Shelby Lynne is terug met een verassend maar ook verrassend goed album. Erwin Zijleman
Shelby Lynne - I Am Shelby Lynne (1999)

4,5
0
geplaatst: 16 juni 2024, 20:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shelby Lynne - I Am Shelby Lynne (1999) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shelby Lynne - I Am Shelby Lynne (1999)
Na een traumatische jeugd in Alabama leed Shelby Lynne een kwakkelend bestaan in Nashville, tot ze in 1999 op de proppen kwam met het in alle opzichten legendarische album I Am Shelby Lynne
De Amerikaanse muzikante Shelby Lynne heeft een fraai stapeltje albums op haar naam staan, maar met afstand haar beste album is wat mij betreft I Am Shelby Lynne uit 1999. Het is een album dat volgde op een aantal matig ontvangen Nashville country albums. Op I Am Shelby Lynne kiest Shelby Lynne voor de Amerikaanse rootsmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Het album is voorzien van een tijdloos en warm klinkend geluid, dat prachtig is geproduceerd door Bill Bottrell. De grootste kracht van I Am Shelby Lynne schuilt echter in de prachtige stem van Shelby Lynne, die de songs op haar doorbraakalbum met veel gevoel vertolkt. Het levert wat mij betreft een klassieker op.
Shelby Lynne Moorer was pas zeventien jaar oud toen haar vader voor haar ogen haar moeder doodschoot en hierna zijn eigen leven beëindigde. Ze nam de verzorging van haar vier jaar jongere zus Allison op zich en verruilde, toen die ook op eigen benen kon staan, het ouderlijk huis in Jackson, Alabama, voor Nashville, Tennessee, om in de voetsporen van haar muzikale ouders te treden.
In Nashville kreeg de talentvolle muzikante, die zich vanaf dat moment Shelby Lynne noemde, vrijwel onmiddellijk een platencontract, maar echt van de grond kwam haar carrière niet. Tussen 1989 en 1995 maakte Shelby Lynne maar liefst vijf albums, die allemaal in de onderste regionen van de country charts terecht kwamen. Haar carrière leek in de tweede helft van de jaren 90 min of meer ten einde, maar in 1999 sloeg Shelby Lynne keihard terug met het album I Am Shelby Lynne.
Er zouden nog elf studioalbums volgen en Shelby Lynne maakte bovendien een prachtig album met haar ook in de muziek actieve en eveneens succesvolle Allison Moorer, maar wat mij betreft steekt I Am Shelby Lynne er flink bovenuit in het fraaie oeuvre van de Amerikaanse muzikante.
Voor I Am Shelby Lynne liet Shelby Lynne haar thuisbasis Nashville tijdelijk achter zich en keerde ze terug naar Alabama, waar ze met de op dat moment vooral van Sheryl Crow bekende producer Bill Bottrell de studio in dook. In deze studio verdween Nashville ook in muzikaal opzicht uit beeld, want op I Am Shelby Lynne eert de Amerikaanse muzikante de muziek die in de jaren 70 in het diepe zuiden van de Verenigde Staten werd gemaakt.
I Am Shelby Lynne bevat nog wel wat invloeden uit de country, maar is ook geworteld in de soul en rhythm & blues, met hier en daar ook nog een vleugje jazz en rock ‘n roll. Het album moet haast wel beïnvloed zijn door het album dat Dusty Springfield aan het eind van de jaren 60 in Memphis maakte, maar Shelby Lynne eert ook de rijke muziekgeschiedenis van de staat waarin ze opgroeide.
Bill Bottrell tekent op I Am Shelby Lynne niet alleen voor een prachtige en opvallend warm klinkende productie, maar nam bovendien flink wat koffers met instrumenten mee naar de studio, waarna een aantal gastmuzikanten het album nog wat voller inkleurden. Ik vind vooral het gitaarwerk op het album heel erg mooi, maar ook de sfeervolle bijdragen van strijkers zijn zeer trefzeker. I Am Shelby Lynne werd door de productie van Bill Bottrell vergeleken met Sheryl Crow’s Tuesday Night Music Club, maar het album van Shelby Lynne klinkt authentieker en had ook decennia eerder kunnen zijn gemaakt.
De songs op het album zijn indrukwekkend en het geluid is prachtig, maar I Am Shelby Lynne is vooral een album waarop de stem van Shelby Lynne imponeert. De Amerikaanse muzikante zingt met veel gevoel en minstens evenveel soul en levert wat mij betreft in vocaal opzicht een van de beste albums aller tijden af. De stem van Shelby Lynne zou nog veel vaker prachtig klinken, maar de zang op I Am Shelby Lynne is me net wat dierbaarder en dat geldt ook voor de songs en de muziek op het album.
Shelby Lynne trok de afgelopen jaren niet heel veel aandacht met haar albums, maar die aandacht verdient ze wel, want zeker haar laatste albums zijn weer uitstekend. I Am Shelby Lynne verdient nog veel meer, want dit is een album dat eigenlijk iedereen gehoord moet hebben. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Shelby Lynne - I Am Shelby Lynne (1999) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shelby Lynne - I Am Shelby Lynne (1999)
Na een traumatische jeugd in Alabama leed Shelby Lynne een kwakkelend bestaan in Nashville, tot ze in 1999 op de proppen kwam met het in alle opzichten legendarische album I Am Shelby Lynne
De Amerikaanse muzikante Shelby Lynne heeft een fraai stapeltje albums op haar naam staan, maar met afstand haar beste album is wat mij betreft I Am Shelby Lynne uit 1999. Het is een album dat volgde op een aantal matig ontvangen Nashville country albums. Op I Am Shelby Lynne kiest Shelby Lynne voor de Amerikaanse rootsmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Het album is voorzien van een tijdloos en warm klinkend geluid, dat prachtig is geproduceerd door Bill Bottrell. De grootste kracht van I Am Shelby Lynne schuilt echter in de prachtige stem van Shelby Lynne, die de songs op haar doorbraakalbum met veel gevoel vertolkt. Het levert wat mij betreft een klassieker op.
Shelby Lynne Moorer was pas zeventien jaar oud toen haar vader voor haar ogen haar moeder doodschoot en hierna zijn eigen leven beëindigde. Ze nam de verzorging van haar vier jaar jongere zus Allison op zich en verruilde, toen die ook op eigen benen kon staan, het ouderlijk huis in Jackson, Alabama, voor Nashville, Tennessee, om in de voetsporen van haar muzikale ouders te treden.
In Nashville kreeg de talentvolle muzikante, die zich vanaf dat moment Shelby Lynne noemde, vrijwel onmiddellijk een platencontract, maar echt van de grond kwam haar carrière niet. Tussen 1989 en 1995 maakte Shelby Lynne maar liefst vijf albums, die allemaal in de onderste regionen van de country charts terecht kwamen. Haar carrière leek in de tweede helft van de jaren 90 min of meer ten einde, maar in 1999 sloeg Shelby Lynne keihard terug met het album I Am Shelby Lynne.
Er zouden nog elf studioalbums volgen en Shelby Lynne maakte bovendien een prachtig album met haar ook in de muziek actieve en eveneens succesvolle Allison Moorer, maar wat mij betreft steekt I Am Shelby Lynne er flink bovenuit in het fraaie oeuvre van de Amerikaanse muzikante.
Voor I Am Shelby Lynne liet Shelby Lynne haar thuisbasis Nashville tijdelijk achter zich en keerde ze terug naar Alabama, waar ze met de op dat moment vooral van Sheryl Crow bekende producer Bill Bottrell de studio in dook. In deze studio verdween Nashville ook in muzikaal opzicht uit beeld, want op I Am Shelby Lynne eert de Amerikaanse muzikante de muziek die in de jaren 70 in het diepe zuiden van de Verenigde Staten werd gemaakt.
I Am Shelby Lynne bevat nog wel wat invloeden uit de country, maar is ook geworteld in de soul en rhythm & blues, met hier en daar ook nog een vleugje jazz en rock ‘n roll. Het album moet haast wel beïnvloed zijn door het album dat Dusty Springfield aan het eind van de jaren 60 in Memphis maakte, maar Shelby Lynne eert ook de rijke muziekgeschiedenis van de staat waarin ze opgroeide.
Bill Bottrell tekent op I Am Shelby Lynne niet alleen voor een prachtige en opvallend warm klinkende productie, maar nam bovendien flink wat koffers met instrumenten mee naar de studio, waarna een aantal gastmuzikanten het album nog wat voller inkleurden. Ik vind vooral het gitaarwerk op het album heel erg mooi, maar ook de sfeervolle bijdragen van strijkers zijn zeer trefzeker. I Am Shelby Lynne werd door de productie van Bill Bottrell vergeleken met Sheryl Crow’s Tuesday Night Music Club, maar het album van Shelby Lynne klinkt authentieker en had ook decennia eerder kunnen zijn gemaakt.
De songs op het album zijn indrukwekkend en het geluid is prachtig, maar I Am Shelby Lynne is vooral een album waarop de stem van Shelby Lynne imponeert. De Amerikaanse muzikante zingt met veel gevoel en minstens evenveel soul en levert wat mij betreft in vocaal opzicht een van de beste albums aller tijden af. De stem van Shelby Lynne zou nog veel vaker prachtig klinken, maar de zang op I Am Shelby Lynne is me net wat dierbaarder en dat geldt ook voor de songs en de muziek op het album.
Shelby Lynne trok de afgelopen jaren niet heel veel aandacht met haar albums, maar die aandacht verdient ze wel, want zeker haar laatste albums zijn weer uitstekend. I Am Shelby Lynne verdient nog veel meer, want dit is een album dat eigenlijk iedereen gehoord moet hebben. Erwin Zijleman
Shelby Lynne - I Can't Imagine (2015)

4,5
0
geplaatst: 25 mei 2015, 12:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shelby Lynne - I Can't Imagine - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Shelby Lynne (Moorer) had al een heel (overigens niet overdreven interessant) muzikaal leven achter zich toen ze in 2000 toch nog doorbrak met het prachtige I Am Shelby Lynne, dat werd omarmd door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en werd vergeleken met het beste van Dusty Springfield.
De Amerikaanse singer-songwriter leek even verzekerd van een hele mooie toekomst, maar toen I Am Shelby Lynne ruim een jaar later werd gevolgd door het uiterst zwakke Love, Shelby, was Shelby Lynne het opgebouwde krediet weer snel kwijt.
Dat blijft jammer, want Love, Shelby is achteraf bezien de enige zwakke plaat die Shelby Lynne sinds I Am Shelby Lynne heeft gemaakt. De afgelopen jaren was het wat stil rond de Amerikaanse singer-songwriter, maar vier jaar na het bijzonder fraaie Revelation Road is Shelby Lynne gelukkig terug met een nieuwe plaat.
Shelby Lynne bracht een paar jaar lang platen uit op haar eigen label, maar is nu toch weer teruggekeerd bij een grotere platenmaatschappij. Het opnamebudget lag hierdoor weer net wat hoger en dat hoor je. Voor I Can’t Imagine wist Shelby Lynne een aantal prima muzikanten te strikken en bovendien schreef ze twee songs voor de plaat samen met Ron Sexsmith; wat mij betreft één van de betere songwriters van het moment.
I Can’t Imagine laat vooral een lekker laid back geluid horen en dat is een geluid dat uitstekend past bij de krachtige, maar ook soulvolle stem van Shelby Lynne. Het is een stem die in de wat krachtigere uithalen lijkt op die van haar zus Allison Moorer, maar Shelby Lynne heeft vergeleken met Allison Moorer wat minder country en wat meer soul in haar stem.
Invloeden uit de soul zijn dan ook nadrukkelijk aanwezig in de muziek van Shelby Lynne, maar de Amerikaanse flirt op I Can’t Imagine ook met tal van andere genres, waaronder folk, country, jazz en rhythm & blues, maar ook rock en psychedelica.
Waar Shelby Lynne in het verleden in vocaal opzicht behoorlijk van leer trok is I Can’t Imagine in vocaal opzicht een lome, ontspannen en ingetogen plaat. De instrumentatie is sfeervol en kabbelt over het algemeen rustig voort, waardoor Shelby Lynne geen capriolen hoeft uit te halen om de instrumentatie te overstemmen. Dit betekent overigens niet dat I Can’t Imagine over de hele linie een ingetogen plaat is, want zo af en toe mogen de gitaren los gaan en rockt Shelby Lynne net zo stevig als haar zus deed op The Duel.
Het levert een plaat op waarmee Shelby Lynne in commercieel opzicht geen potten gaat breken en waarmee ze waarschijnlijk ook niet veel nieuwe zieltjes gaat winnen, maar voor de liefhebbers van haar muziek is het smullen.
I Can’t Imagine bevat een serie bijzonder fraaie songs. Het zijn zeker geen songs die na één keer horen in het geheugen zijn gegrift, maar na een paar keer horen zijn ze je allemaal dierbaar.
Allison Moorer maakte eerder dit jaar met Down To Believing misschien wel haar beste plaat tot dusver (al hou ik zelf een zwak voor The Duel). Haar zus Shelby Lynne doet nu met I Can’t Imagine hetzelfde. Het levert een plaat p die het verdient om gehoord te worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Shelby Lynne - I Can't Imagine - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Shelby Lynne (Moorer) had al een heel (overigens niet overdreven interessant) muzikaal leven achter zich toen ze in 2000 toch nog doorbrak met het prachtige I Am Shelby Lynne, dat werd omarmd door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en werd vergeleken met het beste van Dusty Springfield.
De Amerikaanse singer-songwriter leek even verzekerd van een hele mooie toekomst, maar toen I Am Shelby Lynne ruim een jaar later werd gevolgd door het uiterst zwakke Love, Shelby, was Shelby Lynne het opgebouwde krediet weer snel kwijt.
Dat blijft jammer, want Love, Shelby is achteraf bezien de enige zwakke plaat die Shelby Lynne sinds I Am Shelby Lynne heeft gemaakt. De afgelopen jaren was het wat stil rond de Amerikaanse singer-songwriter, maar vier jaar na het bijzonder fraaie Revelation Road is Shelby Lynne gelukkig terug met een nieuwe plaat.
Shelby Lynne bracht een paar jaar lang platen uit op haar eigen label, maar is nu toch weer teruggekeerd bij een grotere platenmaatschappij. Het opnamebudget lag hierdoor weer net wat hoger en dat hoor je. Voor I Can’t Imagine wist Shelby Lynne een aantal prima muzikanten te strikken en bovendien schreef ze twee songs voor de plaat samen met Ron Sexsmith; wat mij betreft één van de betere songwriters van het moment.
I Can’t Imagine laat vooral een lekker laid back geluid horen en dat is een geluid dat uitstekend past bij de krachtige, maar ook soulvolle stem van Shelby Lynne. Het is een stem die in de wat krachtigere uithalen lijkt op die van haar zus Allison Moorer, maar Shelby Lynne heeft vergeleken met Allison Moorer wat minder country en wat meer soul in haar stem.
Invloeden uit de soul zijn dan ook nadrukkelijk aanwezig in de muziek van Shelby Lynne, maar de Amerikaanse flirt op I Can’t Imagine ook met tal van andere genres, waaronder folk, country, jazz en rhythm & blues, maar ook rock en psychedelica.
Waar Shelby Lynne in het verleden in vocaal opzicht behoorlijk van leer trok is I Can’t Imagine in vocaal opzicht een lome, ontspannen en ingetogen plaat. De instrumentatie is sfeervol en kabbelt over het algemeen rustig voort, waardoor Shelby Lynne geen capriolen hoeft uit te halen om de instrumentatie te overstemmen. Dit betekent overigens niet dat I Can’t Imagine over de hele linie een ingetogen plaat is, want zo af en toe mogen de gitaren los gaan en rockt Shelby Lynne net zo stevig als haar zus deed op The Duel.
Het levert een plaat op waarmee Shelby Lynne in commercieel opzicht geen potten gaat breken en waarmee ze waarschijnlijk ook niet veel nieuwe zieltjes gaat winnen, maar voor de liefhebbers van haar muziek is het smullen.
I Can’t Imagine bevat een serie bijzonder fraaie songs. Het zijn zeker geen songs die na één keer horen in het geheugen zijn gegrift, maar na een paar keer horen zijn ze je allemaal dierbaar.
Allison Moorer maakte eerder dit jaar met Down To Believing misschien wel haar beste plaat tot dusver (al hou ik zelf een zwak voor The Duel). Haar zus Shelby Lynne doet nu met I Can’t Imagine hetzelfde. Het levert een plaat p die het verdient om gehoord te worden. Erwin Zijleman
Shelby Lynne - Shelby Lynne (2020)

4,0
0
geplaatst: 20 april 2020, 15:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shelby Lynne - Shelby Lynne - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shelby Lynne - Shelby Lynne
Het was een tijdje stil rond Shelby Lynne, maar ze is terug met een veelzijdig album dat het uitstekend doet in de kleine uurtjes en dat indruk maakt met zwoele klanken en uitstekende zang
Ik vond Shelby Lynne in eerste instantie beter dan haar jongere zus Allison Moorer, maar waar Shelby Lynne wat mindere albums uitbracht steeg haar zus naar grote hoogten. Met een titelloos nieuw album laat Shelby Lynne horen dat ook zij zeer getalenteerd is. Het album is gevuld met lome en broeierige klanken en schakelt makkelijk tussen roots, soul en jazz. De instrumentatie is subtiel, de stem van Shelby Lynne prachtig en haar songs bijzonder aangenaam. Heerlijk voor op de achtergrond tot je hoort dat dit album daar te goed voor is.
Shelby Lynne maakte aan het eind van de jaren 80 en het begin van de jaren 90 een aantal weinig opvallende albums, maar brak pas echt door met het in 2000 verschenen I Am Shelby Lynne. Met I Am Shelby Lynne schaarde de in Jackson, Alabama, opgegroeide singer-songwriter zich in één keer onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek en leek een glanzende carrière een zekerheid.
De kansen op deze glanzende carrière vergooide Shelby Lynne helaas een jaar later met de release van het uiterst zwakke en eendimensionale Love, Shelby. Sindsdien maakte Shelby Lynne een aantal prima albums, al staat ze wat mij betreft volledig in de schaduw van haar jongere zus Allison Moorer, die de afgelopen jaren tot indrukwekkende hoogten is gestegen en alleen maar jaarlijstjesalbums heeft afgeleverd.
I Am Shelby Lynne kon in 2000 worden gezien als een nieuwe start en dat geldt misschien ook wel voor het deze week verschenen titelloze album van Shelby Lynne, waarop ze haar trui, toevallig of niet, als een mondkapje over haar gezicht heeft getrokken. Het is de opvolger van het in 2017 uitgebrachte Not Dark Yet, dat Shelby Lynne samen maakte met haar zus. Waar deze zus vorig jaar een persoonlijk, zeer emotioneel en bijzonder indrukwekkend album afleverde, klinkt het nieuwe album van Shelby Lynne hier en daar verrassend licht.
Het album bevat voornamelijk uiterst ingetogen rootssongs, maar ook een aantal net wat meer uptempo songs die vooral soulvol klinken. Hiernaast kan Shelby Lynne op haar nieuwe album uit de voeten met jazz en Westcoast pop, maar het album klinkt ondanks de verscheidenheid aan stijlen verrassend consistent.
Op haar nieuwe album kiest Shelby Lynne zoals gezegd voornamelijk voor een ingetogen geluid. Het is een geluid met subtiele gitaar en pianoklanken, met hier en daar wat extra versiersels. Shelby Lynne maakte haar nieuwe album met een kleine groep muzikanten, onder wie toetsenwonder Benmont Tench, maar bespeelde de meeste instrumenten op het album zelf. Als je goed luistert naar de zang op het nieuwe album van Shelby Lynne hoor je dat Alison Moorer haar zus is, maar waar Allison Moorer meestal alle registers open gooit, zingt Shelby Lynne vooral zwoel en zacht, al haalt ze hier en daar prachtig uit.
Het levert een album op dat bijzonder aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, bijvoorbeeld in de kleine uurtjes, maar daarvoor is het album van de Amerikaanse muzikante eigenlijk te goed. Shelby Lynne maakte nooit een geheim van haar bewondering voor Dusty Springfield en die bewondering klinkt op haar nieuwe album zo nu en dan door. Hiernaast laat Shelby Lynne op haar nieuwe album horen dat ze uitstekend uit de voeten kan in sober geïnstrumenteerde songs die volledig vertrouwen op haar stem.
Het levert een album dat zeker niet de impact heeft van het adembenemende Blood van zus Allison Moorer, maar het intieme nieuwe album van Shelby Lynne is een groeiplaat, die een plekje op de achtergrond al snel verruilt voor alle aandacht. Zeker in de lome en wat broeierig klinkende songs staat Shelby Lynne garant voor het kippenvel waarin haar jongere zus vorig jaar grossierde en het aantal songs dat iets met je doet groeit bij iedere luisterbeurt. Uitstekend album van Shelby Lynne. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Shelby Lynne - Shelby Lynne - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shelby Lynne - Shelby Lynne
Het was een tijdje stil rond Shelby Lynne, maar ze is terug met een veelzijdig album dat het uitstekend doet in de kleine uurtjes en dat indruk maakt met zwoele klanken en uitstekende zang
Ik vond Shelby Lynne in eerste instantie beter dan haar jongere zus Allison Moorer, maar waar Shelby Lynne wat mindere albums uitbracht steeg haar zus naar grote hoogten. Met een titelloos nieuw album laat Shelby Lynne horen dat ook zij zeer getalenteerd is. Het album is gevuld met lome en broeierige klanken en schakelt makkelijk tussen roots, soul en jazz. De instrumentatie is subtiel, de stem van Shelby Lynne prachtig en haar songs bijzonder aangenaam. Heerlijk voor op de achtergrond tot je hoort dat dit album daar te goed voor is.
Shelby Lynne maakte aan het eind van de jaren 80 en het begin van de jaren 90 een aantal weinig opvallende albums, maar brak pas echt door met het in 2000 verschenen I Am Shelby Lynne. Met I Am Shelby Lynne schaarde de in Jackson, Alabama, opgegroeide singer-songwriter zich in één keer onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek en leek een glanzende carrière een zekerheid.
De kansen op deze glanzende carrière vergooide Shelby Lynne helaas een jaar later met de release van het uiterst zwakke en eendimensionale Love, Shelby. Sindsdien maakte Shelby Lynne een aantal prima albums, al staat ze wat mij betreft volledig in de schaduw van haar jongere zus Allison Moorer, die de afgelopen jaren tot indrukwekkende hoogten is gestegen en alleen maar jaarlijstjesalbums heeft afgeleverd.
I Am Shelby Lynne kon in 2000 worden gezien als een nieuwe start en dat geldt misschien ook wel voor het deze week verschenen titelloze album van Shelby Lynne, waarop ze haar trui, toevallig of niet, als een mondkapje over haar gezicht heeft getrokken. Het is de opvolger van het in 2017 uitgebrachte Not Dark Yet, dat Shelby Lynne samen maakte met haar zus. Waar deze zus vorig jaar een persoonlijk, zeer emotioneel en bijzonder indrukwekkend album afleverde, klinkt het nieuwe album van Shelby Lynne hier en daar verrassend licht.
Het album bevat voornamelijk uiterst ingetogen rootssongs, maar ook een aantal net wat meer uptempo songs die vooral soulvol klinken. Hiernaast kan Shelby Lynne op haar nieuwe album uit de voeten met jazz en Westcoast pop, maar het album klinkt ondanks de verscheidenheid aan stijlen verrassend consistent.
Op haar nieuwe album kiest Shelby Lynne zoals gezegd voornamelijk voor een ingetogen geluid. Het is een geluid met subtiele gitaar en pianoklanken, met hier en daar wat extra versiersels. Shelby Lynne maakte haar nieuwe album met een kleine groep muzikanten, onder wie toetsenwonder Benmont Tench, maar bespeelde de meeste instrumenten op het album zelf. Als je goed luistert naar de zang op het nieuwe album van Shelby Lynne hoor je dat Alison Moorer haar zus is, maar waar Allison Moorer meestal alle registers open gooit, zingt Shelby Lynne vooral zwoel en zacht, al haalt ze hier en daar prachtig uit.
Het levert een album op dat bijzonder aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, bijvoorbeeld in de kleine uurtjes, maar daarvoor is het album van de Amerikaanse muzikante eigenlijk te goed. Shelby Lynne maakte nooit een geheim van haar bewondering voor Dusty Springfield en die bewondering klinkt op haar nieuwe album zo nu en dan door. Hiernaast laat Shelby Lynne op haar nieuwe album horen dat ze uitstekend uit de voeten kan in sober geïnstrumenteerde songs die volledig vertrouwen op haar stem.
Het levert een album dat zeker niet de impact heeft van het adembenemende Blood van zus Allison Moorer, maar het intieme nieuwe album van Shelby Lynne is een groeiplaat, die een plekje op de achtergrond al snel verruilt voor alle aandacht. Zeker in de lome en wat broeierig klinkende songs staat Shelby Lynne garant voor het kippenvel waarin haar jongere zus vorig jaar grossierde en het aantal songs dat iets met je doet groeit bij iedere luisterbeurt. Uitstekend album van Shelby Lynne. Erwin Zijleman
Shelby Lynne - The Servant (2021)

4,0
0
geplaatst: 11 januari 2022, 15:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shelby Lynne - The Servant - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shelby Lynne - The Servant
Shelby Lynne bracht vorig jaar een album uit dat helaas nauwelijks werd opgemerkt, maar ook het gospel getinte The Servant is weer een uitstekend album van de Amerikaanse muzikante
Het blijft opletten wanneer het gaat om het oeuvre van Shelby Lynne, want albums kunnen zomaar opduiken en helaas ook zomaar verdwijnen. Het soulvolle The Healing verdween van de aardbodem vorig jaar, maar we kregen het nog mooiere The Servant er voor terug. Op The Servant vertolkt Shelby Lynne een aantal spirituele songs, waardoor het album een flinke gospel injectie heeft gekregen. De instrumentatie is uiterst sober met een hoofdrol voor fraai snarenwerk, een mannelijk gospelkoortje zorgt voor de vocale accenten, maar het is ook dit keer Shelby Lynne zelf die de show steelt met haar geweldige stem, die nog altijd behoort tot de mooiste stemmen in het genre. Indrukwekkend weer.
De muzikale carrière van Shelby Lynne is vooralsnog een opvallende. De Amerikaanse muzikante maakte aan het eind van de jaren 80 en in de eerste helft van de jaren 90 een aantal typische Nashville 'contemporary country' albums die nauwelijks werden opgemerkt, maar werd zeer warm onthaald door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en muziekliefhebbers met een bredere smaak, toen in 1999 haar album I Am Shelby Lynne verscheen.
Het album werd vergeleken met het legendarische album dat Dusty Springfield aan het eind van de jaren 60 in Memphis maakte en werd terecht overladen met superlatieven. Shelby Lynne imponeerde op I Am Shelby Lynne met haar geweldige stem en met songs die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet bestreken.
I Am Shelby Lynne had de start van een grootse carrière moeten zijn, maar Shelby Lynne verspeelde een groot deel van haar krediet twee jaar later met het beschamend zwakke Love, Shelby. Sindsdien is het helaas vallen en opstaan voor de Amerikaanse muzikante, zeker wanneer het gaat om de aandacht voor haar muziek.
Dat heeft niets te maken met de kwaliteit van haar albums, want sinds het zwakke Love, Shelby uit 2001, tekende Shelby Lynne voor een serie geweldige albums, waarvan Suit Yourself uit 2005 en Just A Little Lovin’ uit 2008 mijn persoonlijke favorieten zijn, al doen de andere albums hier nauwelijks voor onder.
In het tweede decennium van het huidige millennium verslapte de aandacht voor de muziek van Shelby Lynne helaas wederom, maar dankzij het samen met haar zus Allison Moorer gemaakte Not Dark Yet en de zeer positieve recensies voor haar titelloze album uit 2020 stond ze uiteindelijk toch weer in de spotlights.
Het blijft zoals gezegd vallen en opstaan wanneer het gaat om de aandacht voor de muziek van Shelby Lynne, want het ook in 2020 verschenen The Healing werd alleen digitaal uitgebracht, maar verdween net zo snel als het album gekomen was. Zonde, want The Healing liet horen dat Shelby Lynne een geweldige soulzangeres is. Dat laat ze gelukkig ook weer horen op het vorig jaar uitgebrachte The Servant, dat vooralsnog nauwelijks aandacht heeft gekregen en hierdoor bijna aan mijn aandacht was ontsnapt.
Waar The Healing vooral een soulalbum was, is The Servant een soul- en gospelalbum. Shelby Lynne nam voor haar nieuwe album tien spirituele songs op, waaronder klassiekers als Amazing Grace, When The Saints Go Marching In en Wayfaring Stranger. Dat lijken platgetreden paden, maar Shelby Lynne weet er wel raad mee.
The Servant is een behoorlijk sober album. De band die Shelby Lynne bijstaat speelt voor het overgrote deel subtiel, waardoor de instrumentatie fraai wordt gedomineerd door wat rauwe en bluesy klinkende gitaarlijnen. Het klinkt ruw en elementair, maar dat is precies wat de vertolkingen van Shelby Lynne nodig hebben.
Hier en daar wordt de stem van Shelby Lynne fraai ondersteund door een mannelijk gospelkoortje, maar het meeste vocale vuurwerk komt toch van de Amerikaanse muzikante zelf. Shelby Lynne laat op The Servant nog maar eens horen dat ze moet worden gerekend tot de beste zangeressen die momenteel binnen de Amerikaanse rootsmuziek actief zijn, iets dat overigens ook geldt voor haar zus Allison Moorer.
Shelby Lynne vertolkt de spirituele songs op The Servant met heel veel soul en zeggingskracht en is in de kleine veertig minuten die het album duurt meer dan eens goed voor kippenvel. Laten we hopen dat dit album niet zo snel verdwijnt als zijn voorganger, want The Servant is wat mij betreft een volgend hoogtepunt in haar zo boeiende oeuvre, dat echt nog veel meer aandacht verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Shelby Lynne - The Servant - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shelby Lynne - The Servant
Shelby Lynne bracht vorig jaar een album uit dat helaas nauwelijks werd opgemerkt, maar ook het gospel getinte The Servant is weer een uitstekend album van de Amerikaanse muzikante
Het blijft opletten wanneer het gaat om het oeuvre van Shelby Lynne, want albums kunnen zomaar opduiken en helaas ook zomaar verdwijnen. Het soulvolle The Healing verdween van de aardbodem vorig jaar, maar we kregen het nog mooiere The Servant er voor terug. Op The Servant vertolkt Shelby Lynne een aantal spirituele songs, waardoor het album een flinke gospel injectie heeft gekregen. De instrumentatie is uiterst sober met een hoofdrol voor fraai snarenwerk, een mannelijk gospelkoortje zorgt voor de vocale accenten, maar het is ook dit keer Shelby Lynne zelf die de show steelt met haar geweldige stem, die nog altijd behoort tot de mooiste stemmen in het genre. Indrukwekkend weer.
De muzikale carrière van Shelby Lynne is vooralsnog een opvallende. De Amerikaanse muzikante maakte aan het eind van de jaren 80 en in de eerste helft van de jaren 90 een aantal typische Nashville 'contemporary country' albums die nauwelijks werden opgemerkt, maar werd zeer warm onthaald door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en muziekliefhebbers met een bredere smaak, toen in 1999 haar album I Am Shelby Lynne verscheen.
Het album werd vergeleken met het legendarische album dat Dusty Springfield aan het eind van de jaren 60 in Memphis maakte en werd terecht overladen met superlatieven. Shelby Lynne imponeerde op I Am Shelby Lynne met haar geweldige stem en met songs die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet bestreken.
I Am Shelby Lynne had de start van een grootse carrière moeten zijn, maar Shelby Lynne verspeelde een groot deel van haar krediet twee jaar later met het beschamend zwakke Love, Shelby. Sindsdien is het helaas vallen en opstaan voor de Amerikaanse muzikante, zeker wanneer het gaat om de aandacht voor haar muziek.
Dat heeft niets te maken met de kwaliteit van haar albums, want sinds het zwakke Love, Shelby uit 2001, tekende Shelby Lynne voor een serie geweldige albums, waarvan Suit Yourself uit 2005 en Just A Little Lovin’ uit 2008 mijn persoonlijke favorieten zijn, al doen de andere albums hier nauwelijks voor onder.
In het tweede decennium van het huidige millennium verslapte de aandacht voor de muziek van Shelby Lynne helaas wederom, maar dankzij het samen met haar zus Allison Moorer gemaakte Not Dark Yet en de zeer positieve recensies voor haar titelloze album uit 2020 stond ze uiteindelijk toch weer in de spotlights.
Het blijft zoals gezegd vallen en opstaan wanneer het gaat om de aandacht voor de muziek van Shelby Lynne, want het ook in 2020 verschenen The Healing werd alleen digitaal uitgebracht, maar verdween net zo snel als het album gekomen was. Zonde, want The Healing liet horen dat Shelby Lynne een geweldige soulzangeres is. Dat laat ze gelukkig ook weer horen op het vorig jaar uitgebrachte The Servant, dat vooralsnog nauwelijks aandacht heeft gekregen en hierdoor bijna aan mijn aandacht was ontsnapt.
Waar The Healing vooral een soulalbum was, is The Servant een soul- en gospelalbum. Shelby Lynne nam voor haar nieuwe album tien spirituele songs op, waaronder klassiekers als Amazing Grace, When The Saints Go Marching In en Wayfaring Stranger. Dat lijken platgetreden paden, maar Shelby Lynne weet er wel raad mee.
The Servant is een behoorlijk sober album. De band die Shelby Lynne bijstaat speelt voor het overgrote deel subtiel, waardoor de instrumentatie fraai wordt gedomineerd door wat rauwe en bluesy klinkende gitaarlijnen. Het klinkt ruw en elementair, maar dat is precies wat de vertolkingen van Shelby Lynne nodig hebben.
Hier en daar wordt de stem van Shelby Lynne fraai ondersteund door een mannelijk gospelkoortje, maar het meeste vocale vuurwerk komt toch van de Amerikaanse muzikante zelf. Shelby Lynne laat op The Servant nog maar eens horen dat ze moet worden gerekend tot de beste zangeressen die momenteel binnen de Amerikaanse rootsmuziek actief zijn, iets dat overigens ook geldt voor haar zus Allison Moorer.
Shelby Lynne vertolkt de spirituele songs op The Servant met heel veel soul en zeggingskracht en is in de kleine veertig minuten die het album duurt meer dan eens goed voor kippenvel. Laten we hopen dat dit album niet zo snel verdwijnt als zijn voorganger, want The Servant is wat mij betreft een volgend hoogtepunt in haar zo boeiende oeuvre, dat echt nog veel meer aandacht verdient. Erwin Zijleman
Shelby Lynne & Allison Moorer - Not Dark Yet (2017)

4,0
0
geplaatst: 20 augustus 2017, 11:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shelby Lynne & Allison Moorer - Not Dark Yet - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Allison Moorer en Shelby Lynne zongen naar verluid al samen toen ze nog maar net konden praten en als zussen opgroeiden in een zeer muzikaal gezin in Jackson, Alabama.
Een gezamenlijke plaat van de twee zussen zat er vooralsnog helaas niet in, maar hier wordt nu dan eindelijk verandering in gebracht.
Op Not Dark Yet bundelen de twee voor het eerst de krachten op de plaat (ze gingen al wel eens samen op tournee) en het levert een bijzondere plaat op.
Op de door Teddy Thompson geproduceerde plaat vertolken Allison Moorer en Shelby Lynne vrijwel uitsluitend songs van anderen (alleen de prachtige slottrack werd door het tweetal zelf geschreven) en het is een bijzondere collectie songs die de plaat vult.
Covers van songs van country en folk grootheden als Merle Haggard, Townes van Zandt en Bob Dylan en nieuwe Americana held Jason Isbell komen waarschijnlijk niet als een grote verrassing, maar de selectie van songs van onder andere Nick Cave, Nirvana en The Killers had ik persoonlijk niet verwacht van Allison Moorer en Shelby Lynne.
Het resultaat mag er zijn. Producer Teddy Thompson heeft Not Dark Yet voorzien van een mooi en stemmig geluid. Hij draagt hier zelf flink aan bij, maar heeft ook een aantal topkrachten opgetrommeld.
De eerste gezamenlijke plaat van Allison Moorer en Shelby Lynne is voorzien van een niet heel spannend, maar wel mooi en verzorgd klinkend rootsgeluid, waarin wat mij betreft vooral het snarenwerk van een heel legioen gitaristen en het meeslepende toetsenwerk van Benmont Tench opvallen.
Zeker wanneer wordt gekozen voor een wat broeieriger geluid dringt de vergelijking met de producties van Daniel Lanois zich op, maar Teddy Thompson heeft vooral gekozen voor een geluid dat zich niet te nadrukkelijk opdringt.
Dat is ook niet nodig, want in vocaal opzicht zorgen Allison Moorer en Shelby Lynne voor heel veel vuurwerk. De twee maakten in het verleden allebei indruk met vocalen die dwars door de ziel sneden, maar de stemmen van Allison Moorer en Shelby Lynne blijken op Not Dark Yet niet alleen heel verschillend, maar blijken ook prachtig bij elkaar te passen. Dat hoor je in de prachtige harmonieën op de plaat, maar je hoort het misschien nog wel beter wanneer de twee elkaar afwisselen.
Zowel Allison Moorer als Shelby Lynne maakte in het verleden indruk met zang die overliep van emotie, melancholie en soul. Het is ongetwijfeld de erfenis van het familiedrama dat de twee in één klap wees maakte, maar het geeft de platen van de twee ook een enorme kwaliteitsimpuls.
Not Dark Yet kleurt in muzikaal opzicht vooral binnen de lijntjes (al mogen de gitaren hier en daar ontsporen) en vertrouwt vrijwel volledig op de songs van anderen (waarvan wat mij betreft alleen Nirvana’s Lithium niet goed uit de verf komt), maar in vocaal opzicht staan de twee zussen garant voor kippenvel en tillen ze de meerdere songs naar grote hoogten. Voor een ieder die de platen van Allison Moorer en Shelby Lynne hoog heeft zitten is het smullen van de eerste tot en met de laatste noot, maar de eigen song aan het eind laat horen dat er nog veel meer in zit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Shelby Lynne & Allison Moorer - Not Dark Yet - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Allison Moorer en Shelby Lynne zongen naar verluid al samen toen ze nog maar net konden praten en als zussen opgroeiden in een zeer muzikaal gezin in Jackson, Alabama.
Een gezamenlijke plaat van de twee zussen zat er vooralsnog helaas niet in, maar hier wordt nu dan eindelijk verandering in gebracht.
Op Not Dark Yet bundelen de twee voor het eerst de krachten op de plaat (ze gingen al wel eens samen op tournee) en het levert een bijzondere plaat op.
Op de door Teddy Thompson geproduceerde plaat vertolken Allison Moorer en Shelby Lynne vrijwel uitsluitend songs van anderen (alleen de prachtige slottrack werd door het tweetal zelf geschreven) en het is een bijzondere collectie songs die de plaat vult.
Covers van songs van country en folk grootheden als Merle Haggard, Townes van Zandt en Bob Dylan en nieuwe Americana held Jason Isbell komen waarschijnlijk niet als een grote verrassing, maar de selectie van songs van onder andere Nick Cave, Nirvana en The Killers had ik persoonlijk niet verwacht van Allison Moorer en Shelby Lynne.
Het resultaat mag er zijn. Producer Teddy Thompson heeft Not Dark Yet voorzien van een mooi en stemmig geluid. Hij draagt hier zelf flink aan bij, maar heeft ook een aantal topkrachten opgetrommeld.
De eerste gezamenlijke plaat van Allison Moorer en Shelby Lynne is voorzien van een niet heel spannend, maar wel mooi en verzorgd klinkend rootsgeluid, waarin wat mij betreft vooral het snarenwerk van een heel legioen gitaristen en het meeslepende toetsenwerk van Benmont Tench opvallen.
Zeker wanneer wordt gekozen voor een wat broeieriger geluid dringt de vergelijking met de producties van Daniel Lanois zich op, maar Teddy Thompson heeft vooral gekozen voor een geluid dat zich niet te nadrukkelijk opdringt.
Dat is ook niet nodig, want in vocaal opzicht zorgen Allison Moorer en Shelby Lynne voor heel veel vuurwerk. De twee maakten in het verleden allebei indruk met vocalen die dwars door de ziel sneden, maar de stemmen van Allison Moorer en Shelby Lynne blijken op Not Dark Yet niet alleen heel verschillend, maar blijken ook prachtig bij elkaar te passen. Dat hoor je in de prachtige harmonieën op de plaat, maar je hoort het misschien nog wel beter wanneer de twee elkaar afwisselen.
Zowel Allison Moorer als Shelby Lynne maakte in het verleden indruk met zang die overliep van emotie, melancholie en soul. Het is ongetwijfeld de erfenis van het familiedrama dat de twee in één klap wees maakte, maar het geeft de platen van de twee ook een enorme kwaliteitsimpuls.
Not Dark Yet kleurt in muzikaal opzicht vooral binnen de lijntjes (al mogen de gitaren hier en daar ontsporen) en vertrouwt vrijwel volledig op de songs van anderen (waarvan wat mij betreft alleen Nirvana’s Lithium niet goed uit de verf komt), maar in vocaal opzicht staan de twee zussen garant voor kippenvel en tillen ze de meerdere songs naar grote hoogten. Voor een ieder die de platen van Allison Moorer en Shelby Lynne hoog heeft zitten is het smullen van de eerste tot en met de laatste noot, maar de eigen song aan het eind laat horen dat er nog veel meer in zit. Erwin Zijleman
Shirley Hurt - Shirley Hurt (2022)

4,0
0
geplaatst: 4 december 2023, 15:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shirley Hurt - Shirley Hurt - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shirley Hurt - Shirley Hurt
Het debuutalbum van Shirley Hurt is inmiddels een jaar oud, maar krijgt nog een nieuwe kans en daar valt niet op af te dingen, want wat is het debuut van de Canadese muzikante een mooi en bijzonder klinkend album
Ik ging er vanwege een aantal nieuwe recensies van uit dat het titelloze debuutalbum van Shirley Hurt een gloednieuw album was, maar het blijkt al een jaar oud. Het is echter de hoogste tijd dat het debuutalbum van het alter ego van de Canadese muzikante Sophia Ruby Katz aandacht gaat trekken, want het debuutalbum van Shirley Hurt is echt prachtig. Het is de verdienste van de mooie songs en de al even mooie muziek op het album, maar het is vooral de prachtige en ook nog eens bijzondere stem van Sophia Ruby Katz, die het album ver boven het maaiveld uit tilt. Ik was direct onder de indruk van dit mooie album en het wordt echt alleen maar beter.
De Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut besteden in hun januarinummer aandacht aan het titelloze debuutalbum van Shirley Hurt. Ik ging er eerlijk gezegd van uit dat het een release uit 2024 betrof, maar het album bleek al te vinden op de streaming media diensten. Daar staat het overigens al sinds afgelopen zomer, waardoor de timing van de gerenommeerde Britse muziektijdschriften op zijn minst bijzonder is.
Toen ik het album vervolgens opzocht op bandcamp zag ik dat het album precies een jaar geleden al is verschenen, wat de plotselinge aandacht voor het album nog wat opmerkelijker maakt. Kennelijk wilt het tot dusver niet echt lukken met het debuutalbum van Shirley Hurt, maar ik begreep direct waarom haar platenmaatschappij het blijft proberen met het album en begreep ook direct waarom Mojo en Uncut zo enthousiast zijn over het album.
Shirley Hurt is een project van een Canadese singer-songwriter over wie ik niet heel veel kan vertellen. Ik weet dat haar echte naam Sophia Ruby Katz is en dat ze uit Toronto komt, maar verder zal de muziek op het debuutalbum van Shirley Hurt moeten spreken. Dat doet deze muziek verrassend makkelijk, want het debuutalbum van de Canadese muzikante wist mij binnen een paar noten te betoveren en is dat hierna blijven doen.
Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de stem van Sophia Ruby Katz. Het is een warme en wat dromerige stem, maar de Canadese muzikante beschikt ook over een zeer karakteristiek geluid. Het doet me af en toe denken aan de stem van Beth Orton, maar dat is een vergelijking die maar tijdelijk op gaat, al is het maar omdat de Canadese muzikante zowel de hogere als de lagere regionen kan opzoeken met haar stem.
De stem van Sophia Ruby Katz doet het uitstekend in het wat folky getinte materiaal op het debuutalbum van Shirley Hurt, maar ook als het album wat opschuift richting jazz of pop slaagt de muzikante uit Toronto er in om indruk te maken met haar even aangename als karakteristieke stemgeluid.
Het is in eerste instantie vooral de zang die indruk maakt bij beluistering bij het debuutalbum van Shirley Hurt, maar het album heeft meer te bieden. Sophia Ruby Katz laat zich op het debuutalbum van haar project begeleiden door een aantal mij onbekende muzikanten, die zorgen voor een mooi sfeervol en warm geluid. Het is een grotendeels organisch geluid met de akoestische gitaar en piano als basis en bijdragen van onder andere saxofoon, fluit en keyboards als fraaie versiersels.
De combinatie van de warme klanken en de bijzondere zang maken het debuutalbum van Shirley Hurt zeer geschikt voor koude winteravonden, maar ik kan me goed voorstellen dat het album het ook uitstekend doet op lome zomeravonden, wat de release pogingen in december en juli ondersteunt.
Het debuutalbum Shirley Hurt overtuigde me zoals gezegd onmiddellijk, maar het is ook een groeialbum. Sophia Ruby Katz overtuigt makkelijk met haar prachtige stem en de mooie klanken op het album, maar ze schrijft ook uitstekende songs, die zich in meerdere genres bewegen en die, ondanks het feit dat ze niet altijd kiezen voor de makkelijkste weg, buitengewoon lekker in het gehoor liggen. Ik begrijp er echt helemaal niets van dat dit album zo lang is blijven liggen, want ach wat is dit mooi. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Shirley Hurt - Shirley Hurt - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shirley Hurt - Shirley Hurt
Het debuutalbum van Shirley Hurt is inmiddels een jaar oud, maar krijgt nog een nieuwe kans en daar valt niet op af te dingen, want wat is het debuut van de Canadese muzikante een mooi en bijzonder klinkend album
Ik ging er vanwege een aantal nieuwe recensies van uit dat het titelloze debuutalbum van Shirley Hurt een gloednieuw album was, maar het blijkt al een jaar oud. Het is echter de hoogste tijd dat het debuutalbum van het alter ego van de Canadese muzikante Sophia Ruby Katz aandacht gaat trekken, want het debuutalbum van Shirley Hurt is echt prachtig. Het is de verdienste van de mooie songs en de al even mooie muziek op het album, maar het is vooral de prachtige en ook nog eens bijzondere stem van Sophia Ruby Katz, die het album ver boven het maaiveld uit tilt. Ik was direct onder de indruk van dit mooie album en het wordt echt alleen maar beter.
De Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut besteden in hun januarinummer aandacht aan het titelloze debuutalbum van Shirley Hurt. Ik ging er eerlijk gezegd van uit dat het een release uit 2024 betrof, maar het album bleek al te vinden op de streaming media diensten. Daar staat het overigens al sinds afgelopen zomer, waardoor de timing van de gerenommeerde Britse muziektijdschriften op zijn minst bijzonder is.
Toen ik het album vervolgens opzocht op bandcamp zag ik dat het album precies een jaar geleden al is verschenen, wat de plotselinge aandacht voor het album nog wat opmerkelijker maakt. Kennelijk wilt het tot dusver niet echt lukken met het debuutalbum van Shirley Hurt, maar ik begreep direct waarom haar platenmaatschappij het blijft proberen met het album en begreep ook direct waarom Mojo en Uncut zo enthousiast zijn over het album.
Shirley Hurt is een project van een Canadese singer-songwriter over wie ik niet heel veel kan vertellen. Ik weet dat haar echte naam Sophia Ruby Katz is en dat ze uit Toronto komt, maar verder zal de muziek op het debuutalbum van Shirley Hurt moeten spreken. Dat doet deze muziek verrassend makkelijk, want het debuutalbum van de Canadese muzikante wist mij binnen een paar noten te betoveren en is dat hierna blijven doen.
Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de stem van Sophia Ruby Katz. Het is een warme en wat dromerige stem, maar de Canadese muzikante beschikt ook over een zeer karakteristiek geluid. Het doet me af en toe denken aan de stem van Beth Orton, maar dat is een vergelijking die maar tijdelijk op gaat, al is het maar omdat de Canadese muzikante zowel de hogere als de lagere regionen kan opzoeken met haar stem.
De stem van Sophia Ruby Katz doet het uitstekend in het wat folky getinte materiaal op het debuutalbum van Shirley Hurt, maar ook als het album wat opschuift richting jazz of pop slaagt de muzikante uit Toronto er in om indruk te maken met haar even aangename als karakteristieke stemgeluid.
Het is in eerste instantie vooral de zang die indruk maakt bij beluistering bij het debuutalbum van Shirley Hurt, maar het album heeft meer te bieden. Sophia Ruby Katz laat zich op het debuutalbum van haar project begeleiden door een aantal mij onbekende muzikanten, die zorgen voor een mooi sfeervol en warm geluid. Het is een grotendeels organisch geluid met de akoestische gitaar en piano als basis en bijdragen van onder andere saxofoon, fluit en keyboards als fraaie versiersels.
De combinatie van de warme klanken en de bijzondere zang maken het debuutalbum van Shirley Hurt zeer geschikt voor koude winteravonden, maar ik kan me goed voorstellen dat het album het ook uitstekend doet op lome zomeravonden, wat de release pogingen in december en juli ondersteunt.
Het debuutalbum Shirley Hurt overtuigde me zoals gezegd onmiddellijk, maar het is ook een groeialbum. Sophia Ruby Katz overtuigt makkelijk met haar prachtige stem en de mooie klanken op het album, maar ze schrijft ook uitstekende songs, die zich in meerdere genres bewegen en die, ondanks het feit dat ze niet altijd kiezen voor de makkelijkste weg, buitengewoon lekker in het gehoor liggen. Ik begrijp er echt helemaal niets van dat dit album zo lang is blijven liggen, want ach wat is dit mooi. Erwin Zijleman
Shovels & Rope - By Blood (2019)

4,5
0
geplaatst: 13 april 2019, 10:58 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shovels & Rope - By Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shovels & Rope - By Blood
Na het geweldige Little Seeds uit 2016 weer een uitstekend en opvallend energiek en gepassioneerd album van het Amerikaanse duo Shovels & Rope
Wat was ik aan het eind van 2016 onder de indruk van Little Seeds van Shovels & Rope. Het duo uit South Carolina greep me bij de strot met intense songs die met heel veel energie en passie werden vertolkt. Opvolger By Blood laat een inmiddels bekend geluid horen, maar de impact is zeker niet minder groot. Michael Trent en Cary Ann Hearst vermengen ook dit keer invloeden uit de folk en rock ’n roll in even rammelende als opwindende mix die uit de speakers knalt. De meeste energie komt echter uit de gepassioneerde vocalen, die ook dit keer iedere muziekliefhebber aan de zegekar van het Amerikaanse tweetal zullen binden.
Little Seeds was in de herfst van 2016 mijn eerste kennismaking met de muziek van het Amerikaanse duo Shovels & Rope. Het was een kennismaking die aankwam als de spreekwoordelijke mokerslag.
Little Seeds werd me uiteindelijk zelfs zo dierbaar dat het album opdook in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over 2016 (het album eindigde op de 11e plek, maar een plek in de top 10 was ook zeker niet gek geweest).
Pas na de release van Little Seeds ontdekte ik de albums die Michael Trent en Cary Ann Hearst voor hun doorbraakalbum uitbrachten, waaronder het samen met andere muzikanten gemaakte en met covers gevulde Busted Jukebox: Volume 1 uit 2015. Hiervan verscheen in 2017 een tweede deel, dat absoluut aardig klonk maar zeker niet de onuitwisbare indruk maakte die Little Seeds een jaar eerder had gemaakt.
Op de echte opvolger van Little Seeds hebben we een tijd moeten wachten, maar deze week verscheen dan eindelijk By Blood. Little Seeds ontleende een groot deel van zijn kracht aan de rauwe energie in de muziek van Michael Trent en Cary Ann Hearst en hier is gelukkig niets aan veranderd.
Het duo uit Charleston, South Carolina, kiest ook dit keer voor een gepassioneerd en bij vlagen heerlijk rammelend geluid. Ik heb niet zo heel veel informatie over het opnameproces, maar ook By Blood klinkt weer als een album dat nagenoeg live werd opgenomen en dat met heel veel liefde en plezier is gemaakt.
Vergeleken met Little Seeds is het gitaarwerk wat minder rauw, al mag het een enkele keer ontsporen. In muzikaal opzicht klinkt het misschien allemaal net wat verzorgder, maar in vocaal opzicht imponeren Michael Trent en Cary Ann Hearst minstens net zoveel als op hun debuut. De passie, emotie en energie spatten er weer van af, waardoor By Blood, net als zijn voorganger uit de speakers knalt en alles wat het tegen komt meesleurt.
Vanwege de gepassioneerde zang roept ook By Blood bij mij weer associaties op met de albums van The Civil Wars, maar Shovels & Rope is wel het duistere broertje of zusje van het door Joy Williams en John Paul White gevormde duo, dat het helaas maar twee albums vol hield.
By Blood klinkt zoals gezegd net iets minder rauw dan zijn voorganger, maar laat ook een wat veelzijdiger geluid horen. Het is een geluid waarin Amerikaanse rootsmuziek (en dan met name de folk) en rock ’n roll nog altijd domineren, maar Michael Trent en Cary Ann Hearst slepen er dit keer meer invloeden uit, wat geslaagde experimenten als de toevoeging van Mariachi trompetten oplevert.
In muzikaal opzicht is het allemaal dik in orde, de songs van het Amerikaanse tweetal zijn uitstekend en ook dit keer worden mooie en indringende verhalen verteld, maar het zijn de steeds weer uit de tenen komende vocalen van het duo die van een goed album een fantastisch album maken.
Alle passie in de zang zorgt er voor dat By Blood je makkelijk bij de strot grijpt en meesleept, maar luister met net wat andere oren naar het album en je hoort dat werkelijk alles raak is. Michael Trent en Cary Ann Hearst hebben geen behoefte aan tierelantijntjes of overbodige intermezzo’s, maar walsen in net geen veertig minuten met tien geweldige songs over je heen.
Het zijn songs vol flarden uit het verleden, maar het tweetal uit South Carolina staat met beide benen in het heden. De verrassing is dit keer natuurlijk wat minder groot dan bij eerste beluistering van Little Seeds, maar ook By Blood is een album dat me na een paar keer horen dierbaar is. En ik heb het idee dat het nieuwe album van Shovels & Rope nog wel even doorgroeit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Shovels & Rope - By Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shovels & Rope - By Blood
Na het geweldige Little Seeds uit 2016 weer een uitstekend en opvallend energiek en gepassioneerd album van het Amerikaanse duo Shovels & Rope
Wat was ik aan het eind van 2016 onder de indruk van Little Seeds van Shovels & Rope. Het duo uit South Carolina greep me bij de strot met intense songs die met heel veel energie en passie werden vertolkt. Opvolger By Blood laat een inmiddels bekend geluid horen, maar de impact is zeker niet minder groot. Michael Trent en Cary Ann Hearst vermengen ook dit keer invloeden uit de folk en rock ’n roll in even rammelende als opwindende mix die uit de speakers knalt. De meeste energie komt echter uit de gepassioneerde vocalen, die ook dit keer iedere muziekliefhebber aan de zegekar van het Amerikaanse tweetal zullen binden.
Little Seeds was in de herfst van 2016 mijn eerste kennismaking met de muziek van het Amerikaanse duo Shovels & Rope. Het was een kennismaking die aankwam als de spreekwoordelijke mokerslag.
Little Seeds werd me uiteindelijk zelfs zo dierbaar dat het album opdook in de hoogste regionen van mijn jaarlijstje over 2016 (het album eindigde op de 11e plek, maar een plek in de top 10 was ook zeker niet gek geweest).
Pas na de release van Little Seeds ontdekte ik de albums die Michael Trent en Cary Ann Hearst voor hun doorbraakalbum uitbrachten, waaronder het samen met andere muzikanten gemaakte en met covers gevulde Busted Jukebox: Volume 1 uit 2015. Hiervan verscheen in 2017 een tweede deel, dat absoluut aardig klonk maar zeker niet de onuitwisbare indruk maakte die Little Seeds een jaar eerder had gemaakt.
Op de echte opvolger van Little Seeds hebben we een tijd moeten wachten, maar deze week verscheen dan eindelijk By Blood. Little Seeds ontleende een groot deel van zijn kracht aan de rauwe energie in de muziek van Michael Trent en Cary Ann Hearst en hier is gelukkig niets aan veranderd.
Het duo uit Charleston, South Carolina, kiest ook dit keer voor een gepassioneerd en bij vlagen heerlijk rammelend geluid. Ik heb niet zo heel veel informatie over het opnameproces, maar ook By Blood klinkt weer als een album dat nagenoeg live werd opgenomen en dat met heel veel liefde en plezier is gemaakt.
Vergeleken met Little Seeds is het gitaarwerk wat minder rauw, al mag het een enkele keer ontsporen. In muzikaal opzicht klinkt het misschien allemaal net wat verzorgder, maar in vocaal opzicht imponeren Michael Trent en Cary Ann Hearst minstens net zoveel als op hun debuut. De passie, emotie en energie spatten er weer van af, waardoor By Blood, net als zijn voorganger uit de speakers knalt en alles wat het tegen komt meesleurt.
Vanwege de gepassioneerde zang roept ook By Blood bij mij weer associaties op met de albums van The Civil Wars, maar Shovels & Rope is wel het duistere broertje of zusje van het door Joy Williams en John Paul White gevormde duo, dat het helaas maar twee albums vol hield.
By Blood klinkt zoals gezegd net iets minder rauw dan zijn voorganger, maar laat ook een wat veelzijdiger geluid horen. Het is een geluid waarin Amerikaanse rootsmuziek (en dan met name de folk) en rock ’n roll nog altijd domineren, maar Michael Trent en Cary Ann Hearst slepen er dit keer meer invloeden uit, wat geslaagde experimenten als de toevoeging van Mariachi trompetten oplevert.
In muzikaal opzicht is het allemaal dik in orde, de songs van het Amerikaanse tweetal zijn uitstekend en ook dit keer worden mooie en indringende verhalen verteld, maar het zijn de steeds weer uit de tenen komende vocalen van het duo die van een goed album een fantastisch album maken.
Alle passie in de zang zorgt er voor dat By Blood je makkelijk bij de strot grijpt en meesleept, maar luister met net wat andere oren naar het album en je hoort dat werkelijk alles raak is. Michael Trent en Cary Ann Hearst hebben geen behoefte aan tierelantijntjes of overbodige intermezzo’s, maar walsen in net geen veertig minuten met tien geweldige songs over je heen.
Het zijn songs vol flarden uit het verleden, maar het tweetal uit South Carolina staat met beide benen in het heden. De verrassing is dit keer natuurlijk wat minder groot dan bij eerste beluistering van Little Seeds, maar ook By Blood is een album dat me na een paar keer horen dierbaar is. En ik heb het idee dat het nieuwe album van Shovels & Rope nog wel even doorgroeit. Erwin Zijleman
Shovels & Rope - Little Seeds (2016)

4,5
0
geplaatst: 18 oktober 2016, 15:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shovels & Rope - Little Seeds - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Michael Trent en Cary Ann Hearst uit Charleston, South Carolina, zijn niet alleen een paar, maar vormen sinds 2008 ook het duo Shovels & Rope. Dat heeft inmiddels een aantal platen opgeleverd, waaronder het onlangs verschenen Little Seeds.
Little Seeds werd me de afgelopen weken meerdere keren zeer enthousiast aanbevolen, maar de plaat is nog veel beter dan ik op basis van deze aanbevelingen kon vermoeden.
Er zijn binnen de Americana momenteel heel wat man-vrouw duo’s, maar geen van deze duo’s klinkt als Shovels & Rope.
Michael Trent en Cary Ann Hearst overtuigen op Little Seeds met een enorme hoeveelheid passie en energie. Deze wordt in een deel van de tracks ondersteund door opvallend rauw gitaarwerk. Met name in de wat stevigere songs zijn invloeden uit de punk net zo belangrijk als invloeden uit de folk en de country, maar Shovels & Rope kan ook diep onder de huid kruipen met ingetogen en indringende rootssongs vol melancholie. De sprong van garagerock stampers naar countryballads lijkt op het eerste gehoor wat groot, maar het voorziet Little Seeds uiteindelijk van veel energie en dynamiek.
Shovels & Rope moet het op haar vijfde plaat niet hebben van muzikale hoogstandjes. De instrumentatie op Little Seeds is rauw en meedogenloos of sober en intiem en in beide gevallen klinkt het lekker, maar worden vooral de stemmen van Michael Trent en Cary Ann Hearst fraai en trefzeker ondersteund.
Het zijn stemmen die in hun uppie waarschijnlijk niet zo heel bijzonder zijn, maar wanneer de twee muzikanten uit South Carolina samen zingen gebeurt er iets. In de ingetogen songs grijpt de emotie in de stemmen je bij de keel, terwijl de stevigere songs zoveel energie uitstralen dat alle vermoeidheid als sneeuw voor de zon is verdwenen.
In eerste instantie heb ik vooral genoten van de energieke, aanstekelijke en indringende songs van Shovels & Rope, maar omdat ik steeds meer gevoel hoorde in de vocalen, heb ik me uiteindelijk ook wat in de achtergronden van de plaat verdiept.
We maken allemaal wel eens wat mee, maar de verhalen die de basis vormden voor Little Seeds grenzen aan het ongelooflijke. Michael Trent en Cary Ann Hearst werden voor de opnamen van de plaat geconfronteerd met de geboorte van hun kind op de achterbank van een auto, de Alzheimer van de vader van Michael die vervolgens bij hen introk en de moord op een gezamenlijke vriend. Het verklaart de intensiteit van de plaat, die door deze achtergrond nog mooier en indrukwekkender is geworden.
Het heeft er voor gezorgd dat ik inmiddels compleet stuk ben van deze mooie en bijzondere plaat, die het echt verdiend om beluisterd en vervolgens gekoesterd te worden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Shovels & Rope - Little Seeds - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Michael Trent en Cary Ann Hearst uit Charleston, South Carolina, zijn niet alleen een paar, maar vormen sinds 2008 ook het duo Shovels & Rope. Dat heeft inmiddels een aantal platen opgeleverd, waaronder het onlangs verschenen Little Seeds.
Little Seeds werd me de afgelopen weken meerdere keren zeer enthousiast aanbevolen, maar de plaat is nog veel beter dan ik op basis van deze aanbevelingen kon vermoeden.
Er zijn binnen de Americana momenteel heel wat man-vrouw duo’s, maar geen van deze duo’s klinkt als Shovels & Rope.
Michael Trent en Cary Ann Hearst overtuigen op Little Seeds met een enorme hoeveelheid passie en energie. Deze wordt in een deel van de tracks ondersteund door opvallend rauw gitaarwerk. Met name in de wat stevigere songs zijn invloeden uit de punk net zo belangrijk als invloeden uit de folk en de country, maar Shovels & Rope kan ook diep onder de huid kruipen met ingetogen en indringende rootssongs vol melancholie. De sprong van garagerock stampers naar countryballads lijkt op het eerste gehoor wat groot, maar het voorziet Little Seeds uiteindelijk van veel energie en dynamiek.
Shovels & Rope moet het op haar vijfde plaat niet hebben van muzikale hoogstandjes. De instrumentatie op Little Seeds is rauw en meedogenloos of sober en intiem en in beide gevallen klinkt het lekker, maar worden vooral de stemmen van Michael Trent en Cary Ann Hearst fraai en trefzeker ondersteund.
Het zijn stemmen die in hun uppie waarschijnlijk niet zo heel bijzonder zijn, maar wanneer de twee muzikanten uit South Carolina samen zingen gebeurt er iets. In de ingetogen songs grijpt de emotie in de stemmen je bij de keel, terwijl de stevigere songs zoveel energie uitstralen dat alle vermoeidheid als sneeuw voor de zon is verdwenen.
In eerste instantie heb ik vooral genoten van de energieke, aanstekelijke en indringende songs van Shovels & Rope, maar omdat ik steeds meer gevoel hoorde in de vocalen, heb ik me uiteindelijk ook wat in de achtergronden van de plaat verdiept.
We maken allemaal wel eens wat mee, maar de verhalen die de basis vormden voor Little Seeds grenzen aan het ongelooflijke. Michael Trent en Cary Ann Hearst werden voor de opnamen van de plaat geconfronteerd met de geboorte van hun kind op de achterbank van een auto, de Alzheimer van de vader van Michael die vervolgens bij hen introk en de moord op een gezamenlijke vriend. Het verklaart de intensiteit van de plaat, die door deze achtergrond nog mooier en indrukwekkender is geworden.
Het heeft er voor gezorgd dat ik inmiddels compleet stuk ben van deze mooie en bijzondere plaat, die het echt verdiend om beluisterd en vervolgens gekoesterd te worden. Erwin Zijleman
Shura - I Got Too Sad for My Friends (2025)

4,0
0
geplaatst: 6 juni 2025, 18:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Shura - I Got Too Sad For My Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Shura - I Got Too Sad For My Friends
Ik was nog niet heel erg onder de indruk van de muziek van de Britse muzikante Shura, maar op het deze week verschenen I Got Too Sad For My Friends zet ze een reuzenstap met een zeer smaakvol en interessant geluid
Het nieuwe album van Shura werd de afgelopen week hier en daar nog voorzien van het label synthpop, waardoor ik er van uit ging dat ik I Got Too Sad For My Friends best kon laten liggen. De Britse muzikante maakte op haar debuutalbum misschien synthpop, maar dat album is inmiddels negen jaar oud. Op haar nieuwe album maakt Shura muziek die flink wat invloeden laat horen. De muziek is mooi en sfeervol, de zang van Shura is veel mooier dan in het verleden en de songs op I Got Too Sad For My Friends zijn stuk voor stuk interessant en laten bovendien een fris geluid horen. Ik had geen hoge verwachtingen van het album, maar Shura heeft me enorm verrast.
I Got Too Sad For My Friends is het derde album van de Britse muzikante Shura. Het alter ego van Aleksandra Denton debuteerde in 2016 met Nothing’s Real. Het is een album dat ik nog wel even heb omarmd als ‘guilty pleasure’, maar uiteindelijk vond ik de mix van synthpop en pure pop met een vleugje dance toch te weinig om het lijf hebben om het album langer vast te houden.
Ik heb mede daarom in 2019 niet geluisterd naar het tweede album van Shura, maar toen ik van de week alsnog naar het album luisterde kon ik eigenlijk alleen maar concluderen dat ik niet veel heb gemist aan forevher, dat wat glad klinkende popmuziek bevat. Shura werkte in 2019 vanuit de Verenigde Staten en schoof wat op richting mainstream met af en toe een flinke rol voor de irritante autotune.
Ik ging alsnog luisteren naar het vorige album van de Britse muzikante omdat ik zeer te spreken ben over het deze week verschenen I Got Too Sad For My Friends. Het is een album dat is verschenen na een lange periode van stilte en het is een album dat flink anders klinkt dan zijn twee voorgangers. I Got Too Sad For My Friends bevat gastbijdragen van Cassandra Jenkins, Becca Mancari en Helado Negro en dat zijn geen muzikanten die je verwacht op een dertien in een dozijn popalbum, want zo durf ik de vorige twee albums van Shura best te noemen.
Op I Got Too Sad For My Friends is eigenlijk alles anders. De weinig avontuurlijke muziek van de vorige twee albums is vervangen door een heel smaakvol en vooral organisch klinkend geluid. Het is een wat dromerig geluid waarin veel aandacht is besteed aan klanken en arrangementen. Het is ook een behoorlijk subtiel geluid, waarin desondanks flink wat instrumenten opduiken en waarin af en toe een jaren 70 vibe opduikt.
Het is een geluid dat complexer klinkt dan de muziek die Shura op haar vorige twee albums liet horen en het is een geluid dat best lastig te omschrijven is. Ik hoor folk, ik hoor pop en ik hoor soul, maar ik hoor ook wat invloeden uit de jazz of toch weer uit de elektronische muziek, die I Got Too Sad For My Friends dan weer wat richting de jaren 80 trekken. Hier blijft het niet bij, want wanneer fraaie blazers worden ingezet hoor ik ook nog een beetje chamber pop.
Niet alleen in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Shura een ander album dan zijn voorganger, want ook de zang op het album klinkt flink anders dan die op de vorige twee albums van de Britse muzikante. Shura zingt op haar nieuwe album zachter en meer ingehouden en dat past uitstekend bij de sfeervolle maar ook avontuurlijke klanken op het album.
Ik omschreef het debuutalbum van Shura hierboven als een album dat uiteindelijk weinig om het lijf had. I Got Too Sad For My Friends is daarentegen een album dat steeds meer om het lijf heeft. Iedere keer als ik naar het album luister hoor ik weer nieuwe dingen, terwijl de inmiddels bekende dingen die ik hoor steeds mooier en aangenamer worden.
Er zat flink wat tijd tussen het tweede en derde album van Shura en in deze periode heeft de Britse muzikante zichzelf volledig opnieuw uitgevonden. Met I Got Too Sad For My Friends schaart Shura zich zomaar onder de smaakmakers binnen de indiepop van het moment en dat is wat mij betreft echt een enorme verrassing. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Shura - I Got Too Sad For My Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Shura - I Got Too Sad For My Friends
Ik was nog niet heel erg onder de indruk van de muziek van de Britse muzikante Shura, maar op het deze week verschenen I Got Too Sad For My Friends zet ze een reuzenstap met een zeer smaakvol en interessant geluid
Het nieuwe album van Shura werd de afgelopen week hier en daar nog voorzien van het label synthpop, waardoor ik er van uit ging dat ik I Got Too Sad For My Friends best kon laten liggen. De Britse muzikante maakte op haar debuutalbum misschien synthpop, maar dat album is inmiddels negen jaar oud. Op haar nieuwe album maakt Shura muziek die flink wat invloeden laat horen. De muziek is mooi en sfeervol, de zang van Shura is veel mooier dan in het verleden en de songs op I Got Too Sad For My Friends zijn stuk voor stuk interessant en laten bovendien een fris geluid horen. Ik had geen hoge verwachtingen van het album, maar Shura heeft me enorm verrast.
I Got Too Sad For My Friends is het derde album van de Britse muzikante Shura. Het alter ego van Aleksandra Denton debuteerde in 2016 met Nothing’s Real. Het is een album dat ik nog wel even heb omarmd als ‘guilty pleasure’, maar uiteindelijk vond ik de mix van synthpop en pure pop met een vleugje dance toch te weinig om het lijf hebben om het album langer vast te houden.
Ik heb mede daarom in 2019 niet geluisterd naar het tweede album van Shura, maar toen ik van de week alsnog naar het album luisterde kon ik eigenlijk alleen maar concluderen dat ik niet veel heb gemist aan forevher, dat wat glad klinkende popmuziek bevat. Shura werkte in 2019 vanuit de Verenigde Staten en schoof wat op richting mainstream met af en toe een flinke rol voor de irritante autotune.
Ik ging alsnog luisteren naar het vorige album van de Britse muzikante omdat ik zeer te spreken ben over het deze week verschenen I Got Too Sad For My Friends. Het is een album dat is verschenen na een lange periode van stilte en het is een album dat flink anders klinkt dan zijn twee voorgangers. I Got Too Sad For My Friends bevat gastbijdragen van Cassandra Jenkins, Becca Mancari en Helado Negro en dat zijn geen muzikanten die je verwacht op een dertien in een dozijn popalbum, want zo durf ik de vorige twee albums van Shura best te noemen.
Op I Got Too Sad For My Friends is eigenlijk alles anders. De weinig avontuurlijke muziek van de vorige twee albums is vervangen door een heel smaakvol en vooral organisch klinkend geluid. Het is een wat dromerig geluid waarin veel aandacht is besteed aan klanken en arrangementen. Het is ook een behoorlijk subtiel geluid, waarin desondanks flink wat instrumenten opduiken en waarin af en toe een jaren 70 vibe opduikt.
Het is een geluid dat complexer klinkt dan de muziek die Shura op haar vorige twee albums liet horen en het is een geluid dat best lastig te omschrijven is. Ik hoor folk, ik hoor pop en ik hoor soul, maar ik hoor ook wat invloeden uit de jazz of toch weer uit de elektronische muziek, die I Got Too Sad For My Friends dan weer wat richting de jaren 80 trekken. Hier blijft het niet bij, want wanneer fraaie blazers worden ingezet hoor ik ook nog een beetje chamber pop.
Niet alleen in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Shura een ander album dan zijn voorganger, want ook de zang op het album klinkt flink anders dan die op de vorige twee albums van de Britse muzikante. Shura zingt op haar nieuwe album zachter en meer ingehouden en dat past uitstekend bij de sfeervolle maar ook avontuurlijke klanken op het album.
Ik omschreef het debuutalbum van Shura hierboven als een album dat uiteindelijk weinig om het lijf had. I Got Too Sad For My Friends is daarentegen een album dat steeds meer om het lijf heeft. Iedere keer als ik naar het album luister hoor ik weer nieuwe dingen, terwijl de inmiddels bekende dingen die ik hoor steeds mooier en aangenamer worden.
Er zat flink wat tijd tussen het tweede en derde album van Shura en in deze periode heeft de Britse muzikante zichzelf volledig opnieuw uitgevonden. Met I Got Too Sad For My Friends schaart Shura zich zomaar onder de smaakmakers binnen de indiepop van het moment en dat is wat mij betreft echt een enorme verrassing. Erwin Zijleman
Shygirl - Nymph (2022)

4,0
0
geplaatst: 5 oktober 2022, 13:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Shygirl - Nymph - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shygirl - Nymph
De Britse muzikante Blane Muise levert als Shygirl met haar debuutalbum Nymph een vat vol tegenstrijdigheden af, waarin het avontuur nadrukkelijk wordt opgezocht en waarin steeds meer moois valt te ontdekken
Nieuwsgierig geworden door alle jubelrecensies begon ik aan Nymph, het debuut van de Britse DJ, rapper en muzikante Shygirl. Nymph is een album dat in eerste instantie te ver van mijn normale muzieksmaak verwijdert leek, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer moois en bijzonders ik hoor. Shygirl heeft met Nymph een productioneel hoogstandje afgeleverd, dat constant heen en weer springt tussen aangename klanken en wat tegendraads experiment. De Britse muzikante zet een flinke batterij elektronica in, maar Nymph kan ook ingetogen en dromerig klinken. Je moet even wat energie steken in dit album, maar deze wordt dubbel en dwars terugbetaald.
Nymph, het debuutalbum van Shygirl, is de afgelopen weken door de internationale muziekpers overladen met superlatieven. Nadat ik het album een paar keer heb beluisterd begrijp ik dat helemaal en vind ik het ook volkomen terecht, maar dat betekent nog niet dat ik zelf goed uit de voeten kan met de muziek van Shygirl.
Shygirl is het alter ego van de Britse muzikante Blane Muise, die al een tijdje aan de weg timmert als DJ, rapper en singer-songwriter. Op haar debuutalbum Nymph maakt Blane Muise muziek die zich ver buiten mijn muzikale comfort zone beweegt. Het is muziek die me aan de ene kant enorm veel energie kost en die meestal gewoon niet echt mijn muziek is, maar aan de andere kant vind ik Nymph een ongelooflijk knap album dat me hopeloos intrigeert.
Shygirl maakt op haar debuutalbum elektronisch ingekleurde popmuziek met invloeden uit met name de R&B en hiphop. De Britse muzikante voegt hier nog flink wat invloeden en vooral flink wat avontuur en experiment aan toe. Zeker bij eerste beluisteringen is Nymph van Shygirl een vat vol tegenstrijdigheden. De Britse muzikante maakte met enige regelmaat behoorlijk toegankelijke en zeer melodieuze popliedjes, die vaak herinneren aan de pop en R&B uit de jaren 90, maar Blane Muise is ook een kind van deze tijd.
Wanneer de Britse muzikante strooit met bijzondere beats en een flinke batterij elektronica is haar muziek veel minder makkelijk te doorgronden. Lang hoeft dit niet te duren, want Shygirl springt op haar debuutalbum continu van de hak op de tak en komt na flink wat experiment altijd weer uit bij toegankelijkere en vaak heerlijk dromerige passages. Het is razendknap hoe de Britse muzikante dit voor elkaar krijgt, want als de muziek van Shygirl toegankelijker is, is deze muziek ook direct zeer hitgevoelig en streelt de batterij elektronica genadeloos het oor.
Shygirl werkte in het verleden met de door een noodlottig ongeval overleden producer SOPHIE en heeft ook voor haar debuutalbum een blik eigenzinnige producers opengetrokken, onder wie Sega Bodega, Mura Masa en Arca. Nymph is een album vol productionele hoogstandjes, maar ondanks de vele lage beats, elektronica en vocalen, klinkt het album niet overgeproduceerd.
De meeste songs op het album klinken ondanks al het geweld van elektronica verrassend ruimtelijk en Shygirl heeft gelukkig ook de nodige rustmomenten ingebouwd op een album dat de zintuigen in alle opzichten bijna overdadig prikkelt. Nymph van Shygirl is zoals gezegd een album dat zich ver buiten mijn muzikale comfort zone beweegt, maar het is ook een album waarop verschrikkelijk veel te ontdekken valt en waarop steeds meer op zijn plek valt. Ik heb hierbij zelf overigens een duidelijke voorkeur voor de wat meer ingetogen en toegankelijkere songs die vooral tegen de pop en R&B aanleunen.
Of het album mijn jaarlijstje gaat halen is voorlopig de vraag, maar dat dit een van de bijzondere albums van 2022 is, is ook voor mij zeker. Het is een album dat ook absoluut de aandacht verdient van muziekliefhebbers die dit soort albums normaal gesproken links laten liggen, want als Blane Muise eenmaal begint met het raken van de juiste snaar, wordt Nymph een steeds interessanter album, ook als je normaal gesproken niets hebt met de genres waarbinnen Shygirl zich beweegt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Shygirl - Nymph - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Shygirl - Nymph
De Britse muzikante Blane Muise levert als Shygirl met haar debuutalbum Nymph een vat vol tegenstrijdigheden af, waarin het avontuur nadrukkelijk wordt opgezocht en waarin steeds meer moois valt te ontdekken
Nieuwsgierig geworden door alle jubelrecensies begon ik aan Nymph, het debuut van de Britse DJ, rapper en muzikante Shygirl. Nymph is een album dat in eerste instantie te ver van mijn normale muzieksmaak verwijdert leek, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer moois en bijzonders ik hoor. Shygirl heeft met Nymph een productioneel hoogstandje afgeleverd, dat constant heen en weer springt tussen aangename klanken en wat tegendraads experiment. De Britse muzikante zet een flinke batterij elektronica in, maar Nymph kan ook ingetogen en dromerig klinken. Je moet even wat energie steken in dit album, maar deze wordt dubbel en dwars terugbetaald.
Nymph, het debuutalbum van Shygirl, is de afgelopen weken door de internationale muziekpers overladen met superlatieven. Nadat ik het album een paar keer heb beluisterd begrijp ik dat helemaal en vind ik het ook volkomen terecht, maar dat betekent nog niet dat ik zelf goed uit de voeten kan met de muziek van Shygirl.
Shygirl is het alter ego van de Britse muzikante Blane Muise, die al een tijdje aan de weg timmert als DJ, rapper en singer-songwriter. Op haar debuutalbum Nymph maakt Blane Muise muziek die zich ver buiten mijn muzikale comfort zone beweegt. Het is muziek die me aan de ene kant enorm veel energie kost en die meestal gewoon niet echt mijn muziek is, maar aan de andere kant vind ik Nymph een ongelooflijk knap album dat me hopeloos intrigeert.
Shygirl maakt op haar debuutalbum elektronisch ingekleurde popmuziek met invloeden uit met name de R&B en hiphop. De Britse muzikante voegt hier nog flink wat invloeden en vooral flink wat avontuur en experiment aan toe. Zeker bij eerste beluisteringen is Nymph van Shygirl een vat vol tegenstrijdigheden. De Britse muzikante maakte met enige regelmaat behoorlijk toegankelijke en zeer melodieuze popliedjes, die vaak herinneren aan de pop en R&B uit de jaren 90, maar Blane Muise is ook een kind van deze tijd.
Wanneer de Britse muzikante strooit met bijzondere beats en een flinke batterij elektronica is haar muziek veel minder makkelijk te doorgronden. Lang hoeft dit niet te duren, want Shygirl springt op haar debuutalbum continu van de hak op de tak en komt na flink wat experiment altijd weer uit bij toegankelijkere en vaak heerlijk dromerige passages. Het is razendknap hoe de Britse muzikante dit voor elkaar krijgt, want als de muziek van Shygirl toegankelijker is, is deze muziek ook direct zeer hitgevoelig en streelt de batterij elektronica genadeloos het oor.
Shygirl werkte in het verleden met de door een noodlottig ongeval overleden producer SOPHIE en heeft ook voor haar debuutalbum een blik eigenzinnige producers opengetrokken, onder wie Sega Bodega, Mura Masa en Arca. Nymph is een album vol productionele hoogstandjes, maar ondanks de vele lage beats, elektronica en vocalen, klinkt het album niet overgeproduceerd.
De meeste songs op het album klinken ondanks al het geweld van elektronica verrassend ruimtelijk en Shygirl heeft gelukkig ook de nodige rustmomenten ingebouwd op een album dat de zintuigen in alle opzichten bijna overdadig prikkelt. Nymph van Shygirl is zoals gezegd een album dat zich ver buiten mijn muzikale comfort zone beweegt, maar het is ook een album waarop verschrikkelijk veel te ontdekken valt en waarop steeds meer op zijn plek valt. Ik heb hierbij zelf overigens een duidelijke voorkeur voor de wat meer ingetogen en toegankelijkere songs die vooral tegen de pop en R&B aanleunen.
Of het album mijn jaarlijstje gaat halen is voorlopig de vraag, maar dat dit een van de bijzondere albums van 2022 is, is ook voor mij zeker. Het is een album dat ook absoluut de aandacht verdient van muziekliefhebbers die dit soort albums normaal gesproken links laten liggen, want als Blane Muise eenmaal begint met het raken van de juiste snaar, wordt Nymph een steeds interessanter album, ook als je normaal gesproken niets hebt met de genres waarbinnen Shygirl zich beweegt. Erwin Zijleman
Sierra Ferrell - Long Time Coming (2021)

4,5
1
geplaatst: 28 augustus 2021, 10:44 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sierra Ferrell - Long Time Coming - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sierra Ferrell - Long Time Coming
Sierra Ferrell levert met Long Time Coming een droomdebuut af dankzij een aantal geweldige muzikanten, maar ook zeker dankzij haar veelzijdige songs en haar fantastische stem
Het debuut van Sierra Ferrell zal zeer in de smaak vallen bij liefhebbers van wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek, maar ook een ieder die Amerikaanse rootsmuziek liever iets moderner heeft, zou zomaar kunnen vallen voor de vele charmes van de muzikante uit Nashville. Long Time Coming maakt immers makkelijk indruk dankzij alle uitstekende muzikanten die op het album te horen zijn, verrast met steeds weer andere invloeden en imponeert met de stem van Sierra Ferrell, die haar songs als een gelouterde countryzangeres vertolkt. Door het traditionele karakter van de muziek op het album dacht ik even dat het niets voor mij was, maar deze fraaie muzikale roadtrip is echt niet te weerstaan.
Ik ben normaal gesproken niet zo heel gek op hele traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar nadat ik het vorige week verschenen debuut van de Amerikaanse muzikante Sierra Ferrell in eerste instantie aan de kant had geschoven als wat te traditioneel naar mijn smaak, bleef het album vervolgens toch maar weer terug komen, tot ik er alsnog als een blok voor viel.
Sierra Ferrell liet na haar tienerjaren de kleine landelijke gemeenschap in west Virginia waar ze opgroeide achter zich en sloot zich aan bij een groep muzikanten. Via Seattle en New Orleans is ze terecht gekomen in Nashville, Tennessee, waar ze haar debuutalbum opnam.
Dat deed ze samen met de gelouterde producer Gary Paczosa, die eerder werkte met onder andere Alison Krauss, Dolly Parton en Sarah Jarosz. In de studio in Nashville kreeg Sierra Ferrell ook nog eens gezelschap van een heel leger aan muzikanten, onder wie topmuzikanten als Billy Strings, Sarah Jarosz, Dennis Crouch, Jerry Douglas, Tim O’Brien, Nate Leath en Stu Hibberd.
Al deze muzikanten tekenen voor een vol en veelzijdig geluid, waarin gitaren, mandoline, banjo, dobro, lap steel en viool wat mij betreft de show stelen, maar ook de prachtige bijdragen van blazers in een aantal songs mogen niet onvermeld blijven.
De veelzijdigheid blijft niet beperkt tot het instrumentarium op Long Time Coming, want Sierra Ferrell kijkt ook niet om een genre meer of minder. Country, folk en bluegrass domineren op het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, maar ze kan ook uit de voeten met onder andere honky-tonk, western swing, cajun en jazz, om nog maar een paar genres te noemen.
Het is niet overdreven om te stellen dat Sierra Ferrell op haar debuut zo ongeveer het hele palet van de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt, maar ze slaagt er ook nog eens in om flinke stappen door de tijd te zetten.
Long Time Coming is zoals gezegd het debuutalbum van de muzikante uit Nashville, maar ik ken niet zoveel debuutalbums die zo fantastisch klinken als het debuut van Sierra Ferrell. Het leger aan topmuzikanten dat aanschoof voor het album speelt bijna continu de pannen van het dak en neemt je mee op een roadtrip langs de geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek, waarvoor Sierra Ferrell de perfecte soundtrack aanlevert.
Het is aan Sierra Ferrell om de prachtige klanken te voorzien van vocalen en dat doet ze op imponerende wijze. De jonge Amerikaanse muzikante is een fantastische zangeres, die haar songs met veel gevoel, doorleving en expressie vertolkt. Ze houdt zich makkelijk staande in het zo imposant ingekleurde geluid op het album en maakt song na song diepe indruk met haar zang.
Long Time Coming is een album dat ook decennia geleden gemaakt had kunnen worden, maar ondanks het feit dat ik niet zo gek ben op traditionele Amerikaanse rootsmuziek, staat het klassieke geluid op het album me nergens tegen. Sierra Ferrell klinkt op haar debuutalbum als de grote country- en bluegrass zangeressen van heel lang geleden en ze doet er wat mij betreft niet voor onder.
De geweldige zang van de muzikante uit Nashville grijpt je keer op keer bij de strot, waarna de fantastische instrumentatie op het album je de genadeslag geeft. Ik heb geen idee of er een markt is voor de traditionele klanken van Sierra Ferrell, maar een toptalent als dit verdient echt alle aandacht. Droomdebuut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sierra Ferrell - Long Time Coming - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sierra Ferrell - Long Time Coming
Sierra Ferrell levert met Long Time Coming een droomdebuut af dankzij een aantal geweldige muzikanten, maar ook zeker dankzij haar veelzijdige songs en haar fantastische stem
Het debuut van Sierra Ferrell zal zeer in de smaak vallen bij liefhebbers van wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek, maar ook een ieder die Amerikaanse rootsmuziek liever iets moderner heeft, zou zomaar kunnen vallen voor de vele charmes van de muzikante uit Nashville. Long Time Coming maakt immers makkelijk indruk dankzij alle uitstekende muzikanten die op het album te horen zijn, verrast met steeds weer andere invloeden en imponeert met de stem van Sierra Ferrell, die haar songs als een gelouterde countryzangeres vertolkt. Door het traditionele karakter van de muziek op het album dacht ik even dat het niets voor mij was, maar deze fraaie muzikale roadtrip is echt niet te weerstaan.
Ik ben normaal gesproken niet zo heel gek op hele traditionele Amerikaanse rootsmuziek, maar nadat ik het vorige week verschenen debuut van de Amerikaanse muzikante Sierra Ferrell in eerste instantie aan de kant had geschoven als wat te traditioneel naar mijn smaak, bleef het album vervolgens toch maar weer terug komen, tot ik er alsnog als een blok voor viel.
Sierra Ferrell liet na haar tienerjaren de kleine landelijke gemeenschap in west Virginia waar ze opgroeide achter zich en sloot zich aan bij een groep muzikanten. Via Seattle en New Orleans is ze terecht gekomen in Nashville, Tennessee, waar ze haar debuutalbum opnam.
Dat deed ze samen met de gelouterde producer Gary Paczosa, die eerder werkte met onder andere Alison Krauss, Dolly Parton en Sarah Jarosz. In de studio in Nashville kreeg Sierra Ferrell ook nog eens gezelschap van een heel leger aan muzikanten, onder wie topmuzikanten als Billy Strings, Sarah Jarosz, Dennis Crouch, Jerry Douglas, Tim O’Brien, Nate Leath en Stu Hibberd.
Al deze muzikanten tekenen voor een vol en veelzijdig geluid, waarin gitaren, mandoline, banjo, dobro, lap steel en viool wat mij betreft de show stelen, maar ook de prachtige bijdragen van blazers in een aantal songs mogen niet onvermeld blijven.
De veelzijdigheid blijft niet beperkt tot het instrumentarium op Long Time Coming, want Sierra Ferrell kijkt ook niet om een genre meer of minder. Country, folk en bluegrass domineren op het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante, maar ze kan ook uit de voeten met onder andere honky-tonk, western swing, cajun en jazz, om nog maar een paar genres te noemen.
Het is niet overdreven om te stellen dat Sierra Ferrell op haar debuut zo ongeveer het hele palet van de Amerikaanse rootsmuziek bestrijkt, maar ze slaagt er ook nog eens in om flinke stappen door de tijd te zetten.
Long Time Coming is zoals gezegd het debuutalbum van de muzikante uit Nashville, maar ik ken niet zoveel debuutalbums die zo fantastisch klinken als het debuut van Sierra Ferrell. Het leger aan topmuzikanten dat aanschoof voor het album speelt bijna continu de pannen van het dak en neemt je mee op een roadtrip langs de geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek, waarvoor Sierra Ferrell de perfecte soundtrack aanlevert.
Het is aan Sierra Ferrell om de prachtige klanken te voorzien van vocalen en dat doet ze op imponerende wijze. De jonge Amerikaanse muzikante is een fantastische zangeres, die haar songs met veel gevoel, doorleving en expressie vertolkt. Ze houdt zich makkelijk staande in het zo imposant ingekleurde geluid op het album en maakt song na song diepe indruk met haar zang.
Long Time Coming is een album dat ook decennia geleden gemaakt had kunnen worden, maar ondanks het feit dat ik niet zo gek ben op traditionele Amerikaanse rootsmuziek, staat het klassieke geluid op het album me nergens tegen. Sierra Ferrell klinkt op haar debuutalbum als de grote country- en bluegrass zangeressen van heel lang geleden en ze doet er wat mij betreft niet voor onder.
De geweldige zang van de muzikante uit Nashville grijpt je keer op keer bij de strot, waarna de fantastische instrumentatie op het album je de genadeslag geeft. Ik heb geen idee of er een markt is voor de traditionele klanken van Sierra Ferrell, maar een toptalent als dit verdient echt alle aandacht. Droomdebuut. Erwin Zijleman
Sierra Ferrell - Trail of Flowers (2024)

4,5
3
geplaatst: 27 maart 2024, 21:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sierra Ferrell - Trail Of Flowers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sierra Ferrell - Trail Of Flowers
Sierra Ferrell eert op Trail Of Flowers de Amerikaanse rootsmuziek uit het verleden, maar zoekt ook op subtiele wijze de grenzen op en verleidt ondertussen meedogenloos met haar fantastische stem
Het officiële debuutalbum van Sierra Ferrell werd een kleine drie jaar geleden terecht geprezen door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Op haar nieuwe album Trail Of Flowers laat de Amerikaanse muzikante horen dat ze sindsdien flink is gegroeid. Het nieuwe album van Sierra Ferrell is in muzikaal opzicht veelzijdiger, bevat avontuurlijkere songs, staat vol muzikaal vuurwerk en dan is er ook nog eens de prachtstem van de muzikante uit Nashville. Op basis van haar vorige album werd Sierra Ferrell een grote toekomst binnen de Amerikaanse rootsmuziek voorspeld en die voorspelling kan na het beluisteren van het geweldige Trail Of Flowers eigenlijk alleen maar uit komen.
Long Time Coming van de Amerikaanse muzikante Sierra Ferrell noemde ik in de zomer van 2021 een droomdebuut. Daar sta ik nog steeds volledig achter, want het officiële debuutalbum van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, is wat mij betreft een van de betere wat traditionelere countryalbums van de afgelopen jaren.
Voor haar debuutalbum (dat volgde op twee in eigen beheer uitgebrachte en nauwelijks opgemerkte albums) wist Sierra Ferrell een flink aantal topmuzikanten te strikken, waardoor Long Time Coming fantastisch klonk, maar de Amerikaanse muzikante stal uiteindelijk zelf de show met haar heerlijke stem, die de songs op het album ook nog eens met verrassend veel doorleving vertolkte.
Sindsdien moesten we het doen met een paar gastoptredens op albums van anderen, maar deze week keert Sierra Ferrell terug met haar tweede album, Trail Of Flowers. Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat Sierra Ferrell sinds haar terecht zo geprezen debuutalbum alleen maar beter is geworden, want Trail Of Flowers is in alle opzichten een topalbum.
Openingstrack American Dreaming is direct een van de meest indrukwekkende tracks op het album. Het is een track waarin Sierra Ferrell begint bij de traditionele country van haar debuutalbum, maar vervolgens langzaam opschuift richting een grootser klinkend geluid, dat uiteindelijk klinkt alsof de E-Street Band country maakt. American Dreaming is ook in tekstueel opzicht een interessante track en natuurlijk is er de geweldige stem van Sierra Ferrell, die je alleen in de openingstrack al op allerlei manieren raakt.
Trail Of Flowers is in muzikaal opzicht nog veelzijdiger dan het debuutalbum van de muzikante die werd geboren in West-Virginia, maar ook op het tweede album van Sierra Ferrell vormt countrymuziek uit het verleden de basis. Het is een basis die op subtiele wijze wordt gemoderniseerd, maar Sierra Ferrell blijft ver weg van de countrypop die in haar huidige thuisbasis Nashville wordt gemaakt.
Ook op haar tweede album heeft de Amerikaanse muzikante zich omringd met een aantal uitstekende muzikanten en wat muzikale vrienden, onder wie Lukas Nelson en Nikki Lane. Het met flink wat instrumenten gevulde geluid is bovendien fraai geproduceerd door Nashville producers Eddie Spear (Zach Bryan, Brandi Carlile, Chris Stapleton en Gary Paczosa (Alison Krauss, Dwight Yoakam, Gillian Welch), die het album hebben voorzien van een fascinerend geluid.
Het is razend knap hoe de songs op Trail Of Flowers binnen een paar noten kunnen schakelen tussen ingehouden en uitbundige klanken en het is misschien nog wel knapper hoe het redelijk bonte palet aan stijlen en uitstapjes door de tijd tot een eenheid zijn gesmeed. Het levert op hetzelfde moment een fascinerende roller coaster op.
Met zoveel muzikaal vuurwerk en de kwaliteit van de songs op Trail Of Flowers is het al een onderscheidend album, maar het wordt een fantastisch album door de zang van Sierra Ferrell, die twaalf songs lang indruk maakt. De Amerikaanse muzikante verleidt meedogenloos in de ingetogen en wat zachter gezongen ballads, maar ook als ze met wat meer power zingt tilt de zang op Trail Of Flowers de toch al zo goede en fraai ingekleurde songs nog een flink stuk op.
Sierra Ferrell was tot voor kort een countrybelofte met een uitstekend debuutalbum, maar op haar tweede album blijkt ze de belofte heel ver voorbij. In het releasegeweld van deze week is het tweede album van de muzikante uit Nashville helaas niet het album dat de meeste aandacht krijgt, maar ik zou er zeker eens naar luisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sierra Ferrell - Trail Of Flowers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sierra Ferrell - Trail Of Flowers
Sierra Ferrell eert op Trail Of Flowers de Amerikaanse rootsmuziek uit het verleden, maar zoekt ook op subtiele wijze de grenzen op en verleidt ondertussen meedogenloos met haar fantastische stem
Het officiële debuutalbum van Sierra Ferrell werd een kleine drie jaar geleden terecht geprezen door liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Op haar nieuwe album Trail Of Flowers laat de Amerikaanse muzikante horen dat ze sindsdien flink is gegroeid. Het nieuwe album van Sierra Ferrell is in muzikaal opzicht veelzijdiger, bevat avontuurlijkere songs, staat vol muzikaal vuurwerk en dan is er ook nog eens de prachtstem van de muzikante uit Nashville. Op basis van haar vorige album werd Sierra Ferrell een grote toekomst binnen de Amerikaanse rootsmuziek voorspeld en die voorspelling kan na het beluisteren van het geweldige Trail Of Flowers eigenlijk alleen maar uit komen.
Long Time Coming van de Amerikaanse muzikante Sierra Ferrell noemde ik in de zomer van 2021 een droomdebuut. Daar sta ik nog steeds volledig achter, want het officiële debuutalbum van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, is wat mij betreft een van de betere wat traditionelere countryalbums van de afgelopen jaren.
Voor haar debuutalbum (dat volgde op twee in eigen beheer uitgebrachte en nauwelijks opgemerkte albums) wist Sierra Ferrell een flink aantal topmuzikanten te strikken, waardoor Long Time Coming fantastisch klonk, maar de Amerikaanse muzikante stal uiteindelijk zelf de show met haar heerlijke stem, die de songs op het album ook nog eens met verrassend veel doorleving vertolkte.
Sindsdien moesten we het doen met een paar gastoptredens op albums van anderen, maar deze week keert Sierra Ferrell terug met haar tweede album, Trail Of Flowers. Direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat Sierra Ferrell sinds haar terecht zo geprezen debuutalbum alleen maar beter is geworden, want Trail Of Flowers is in alle opzichten een topalbum.
Openingstrack American Dreaming is direct een van de meest indrukwekkende tracks op het album. Het is een track waarin Sierra Ferrell begint bij de traditionele country van haar debuutalbum, maar vervolgens langzaam opschuift richting een grootser klinkend geluid, dat uiteindelijk klinkt alsof de E-Street Band country maakt. American Dreaming is ook in tekstueel opzicht een interessante track en natuurlijk is er de geweldige stem van Sierra Ferrell, die je alleen in de openingstrack al op allerlei manieren raakt.
Trail Of Flowers is in muzikaal opzicht nog veelzijdiger dan het debuutalbum van de muzikante die werd geboren in West-Virginia, maar ook op het tweede album van Sierra Ferrell vormt countrymuziek uit het verleden de basis. Het is een basis die op subtiele wijze wordt gemoderniseerd, maar Sierra Ferrell blijft ver weg van de countrypop die in haar huidige thuisbasis Nashville wordt gemaakt.
Ook op haar tweede album heeft de Amerikaanse muzikante zich omringd met een aantal uitstekende muzikanten en wat muzikale vrienden, onder wie Lukas Nelson en Nikki Lane. Het met flink wat instrumenten gevulde geluid is bovendien fraai geproduceerd door Nashville producers Eddie Spear (Zach Bryan, Brandi Carlile, Chris Stapleton en Gary Paczosa (Alison Krauss, Dwight Yoakam, Gillian Welch), die het album hebben voorzien van een fascinerend geluid.
Het is razend knap hoe de songs op Trail Of Flowers binnen een paar noten kunnen schakelen tussen ingehouden en uitbundige klanken en het is misschien nog wel knapper hoe het redelijk bonte palet aan stijlen en uitstapjes door de tijd tot een eenheid zijn gesmeed. Het levert op hetzelfde moment een fascinerende roller coaster op.
Met zoveel muzikaal vuurwerk en de kwaliteit van de songs op Trail Of Flowers is het al een onderscheidend album, maar het wordt een fantastisch album door de zang van Sierra Ferrell, die twaalf songs lang indruk maakt. De Amerikaanse muzikante verleidt meedogenloos in de ingetogen en wat zachter gezongen ballads, maar ook als ze met wat meer power zingt tilt de zang op Trail Of Flowers de toch al zo goede en fraai ingekleurde songs nog een flink stuk op.
Sierra Ferrell was tot voor kort een countrybelofte met een uitstekend debuutalbum, maar op haar tweede album blijkt ze de belofte heel ver voorbij. In het releasegeweld van deze week is het tweede album van de muzikante uit Nashville helaas niet het album dat de meeste aandacht krijgt, maar ik zou er zeker eens naar luisteren. Erwin Zijleman
Sierra Hull - A Tip Toe High Wire (2025)

3,5
0
geplaatst: 19 maart 2025, 13:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sierra Hull - A Tip Toe High Wire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sierra Hull - A Tip Toe High Wire
Sierra Hull kiest haar eigen weg op haar nieuwe album A Tip Toe High Wire, dat de bluegrass die haar zo dierbaar is trouw blijft, maar ook andere wegen binnen de Amerikaanse rootsmuziek verkent
Het oeuvre van Sierra Hull was me tot dusver grotendeels onbekend, maar haar nieuwe album A Tip Toe High Wire bevalt me wel. De Amerikaanse muzikante maakte in het verleden vooral bluegrass en invloeden uit dit genre spelen ook op haar nieuwe album een belangrijke rol. Je hoort het in het virtuoze snarenwerk van Sierra Hull en haar medemuzikanten en je hoort het in de mooie heldere stem van de Amerikaanse muzikante. Het is echter zeker niet alleen bluegrass dat is te horen op het album, waardoor het album voor een brede groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek interessant is. Een aangename verrassing wat mij betreft dit nieuwe album van Sierra Hull.
Ik heb in het verleden meer dan eens geluisterd naar de albums van de Amerikaanse muzikante Sierra Hull. Ik heb dat waarschijnlijk vooral gedaan op momenten dat ik niet erg vatbaar was voor de verleidingen van door bluegrass gedomineerde Amerikaanse rootsmuziek, want ik besprak nog niet eerder een album van Sierra Hull.
Zeker op haar eerste albums maakte ze muziek met vooral invloeden uit de bluegrass, maar op de wat recentere albums van de Amerikaanse muzikante hoor je ook andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het is niet anders op het onlangs verschenen A Tip Toe High Wire, dat ik bij eerste beluistering liet liggen omdat ik toen kennelijk ook niet in de stemming was voor bluegrass.
Ook op haar nieuwe album maakt Sierra Hull zeker geen geheim van haar liefde voor het genre. Je hoort het in de songs die worden gedomineerd door virtuoos en razendsnel snarenwerk, maar het nieuwe album van Sierra Hull kan meerdere kanten op. Ook met de door invloeden uit de bluegrass gedomineerde songs op A Tip Toe High Wire is overigens helemaal niets mis, want het snarenwerk in deze songs is echt prachtig en hetzelfde kan gezegd worden van de heldere stem van Sierra Hull, die af en toe wel wat doet denken aan die van Alison Krauss.
De Amerikaanse muzikante kan zelf uitstekend uit de voeten op de gitaar en de mandoline, terwijl de leden van haar band, met wie ze het album opnam, ook onder andere extra gitaren en viool toevoegen. Zeker als het snarenwerk de snelheidsrecords breekt en het de kant op gaat van muzikaal spierballenvertoon verlies ik de songs wat uit het oog, maar over het algemeen genomen zijn de songs van Sierra Hull op A Tip Toe High Wire van hoog niveau.
Ook op haar nieuwe album laat Sierra Hull, die ook nog wordt bijgestaan door legendarische muzikanten als Béla Fleck en Tim O’Brien, horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breder terrein uit de voeten kan dan in het verleden, waardoor het album ook interessant is voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die bluegrass bij voorkeur gedoseerd tot zich nemen.
Ik reken mezelf ook tot deze groep, maar ik merk dat ik steeds enthousiaster wordt van het nieuwe album van Sierra Hull. Stiekem raak ik toch wel onder de indruk voor het hoogstaande snarenwerk op het album, maar het zijn vooral de songs van Sierra Hull en haar stem die mij steeds nadrukkelijker overtuigen van de kwaliteit van haar nieuwe album.
Het is een album waar ik overigens naar ging luisteren nadat ik op meerdere websites de kop “Sierra Hull goes indie” was tegengekomen. Ik dacht even dat dit met de muziek op het album te maken had, maar het betekent alleen dat de Amerikaanse muzikante haar nieuwe album zelf heeft uitgebracht, wat overigens wel respect afdwingt.
Met haar vorige album sloeg de Amerikaanse muzikante al een brug naar een breder publiek binnen de Amerikaanse rootsmuziek en dit doet ze nog wat nadrukkelijker op A Tip Toe High Wire, overigens zonder zich te vervreemden van de liefhebbers van bluegrass. Ik liet de albums van Sierra Hull tot dusver liggen, maar dat heeft het voordeel dat ik nu opeens een handvol prima albums heb ontdekt, want ook de pure bluegrass albums van de Amerikaanse muzikante zijn echt prima. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Sierra Hull - A Tip Toe High Wire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sierra Hull - A Tip Toe High Wire
Sierra Hull kiest haar eigen weg op haar nieuwe album A Tip Toe High Wire, dat de bluegrass die haar zo dierbaar is trouw blijft, maar ook andere wegen binnen de Amerikaanse rootsmuziek verkent
Het oeuvre van Sierra Hull was me tot dusver grotendeels onbekend, maar haar nieuwe album A Tip Toe High Wire bevalt me wel. De Amerikaanse muzikante maakte in het verleden vooral bluegrass en invloeden uit dit genre spelen ook op haar nieuwe album een belangrijke rol. Je hoort het in het virtuoze snarenwerk van Sierra Hull en haar medemuzikanten en je hoort het in de mooie heldere stem van de Amerikaanse muzikante. Het is echter zeker niet alleen bluegrass dat is te horen op het album, waardoor het album voor een brede groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek interessant is. Een aangename verrassing wat mij betreft dit nieuwe album van Sierra Hull.
Ik heb in het verleden meer dan eens geluisterd naar de albums van de Amerikaanse muzikante Sierra Hull. Ik heb dat waarschijnlijk vooral gedaan op momenten dat ik niet erg vatbaar was voor de verleidingen van door bluegrass gedomineerde Amerikaanse rootsmuziek, want ik besprak nog niet eerder een album van Sierra Hull.
Zeker op haar eerste albums maakte ze muziek met vooral invloeden uit de bluegrass, maar op de wat recentere albums van de Amerikaanse muzikante hoor je ook andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het is niet anders op het onlangs verschenen A Tip Toe High Wire, dat ik bij eerste beluistering liet liggen omdat ik toen kennelijk ook niet in de stemming was voor bluegrass.
Ook op haar nieuwe album maakt Sierra Hull zeker geen geheim van haar liefde voor het genre. Je hoort het in de songs die worden gedomineerd door virtuoos en razendsnel snarenwerk, maar het nieuwe album van Sierra Hull kan meerdere kanten op. Ook met de door invloeden uit de bluegrass gedomineerde songs op A Tip Toe High Wire is overigens helemaal niets mis, want het snarenwerk in deze songs is echt prachtig en hetzelfde kan gezegd worden van de heldere stem van Sierra Hull, die af en toe wel wat doet denken aan die van Alison Krauss.
De Amerikaanse muzikante kan zelf uitstekend uit de voeten op de gitaar en de mandoline, terwijl de leden van haar band, met wie ze het album opnam, ook onder andere extra gitaren en viool toevoegen. Zeker als het snarenwerk de snelheidsrecords breekt en het de kant op gaat van muzikaal spierballenvertoon verlies ik de songs wat uit het oog, maar over het algemeen genomen zijn de songs van Sierra Hull op A Tip Toe High Wire van hoog niveau.
Ook op haar nieuwe album laat Sierra Hull, die ook nog wordt bijgestaan door legendarische muzikanten als Béla Fleck en Tim O’Brien, horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breder terrein uit de voeten kan dan in het verleden, waardoor het album ook interessant is voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die bluegrass bij voorkeur gedoseerd tot zich nemen.
Ik reken mezelf ook tot deze groep, maar ik merk dat ik steeds enthousiaster wordt van het nieuwe album van Sierra Hull. Stiekem raak ik toch wel onder de indruk voor het hoogstaande snarenwerk op het album, maar het zijn vooral de songs van Sierra Hull en haar stem die mij steeds nadrukkelijker overtuigen van de kwaliteit van haar nieuwe album.
Het is een album waar ik overigens naar ging luisteren nadat ik op meerdere websites de kop “Sierra Hull goes indie” was tegengekomen. Ik dacht even dat dit met de muziek op het album te maken had, maar het betekent alleen dat de Amerikaanse muzikante haar nieuwe album zelf heeft uitgebracht, wat overigens wel respect afdwingt.
Met haar vorige album sloeg de Amerikaanse muzikante al een brug naar een breder publiek binnen de Amerikaanse rootsmuziek en dit doet ze nog wat nadrukkelijker op A Tip Toe High Wire, overigens zonder zich te vervreemden van de liefhebbers van bluegrass. Ik liet de albums van Sierra Hull tot dusver liggen, maar dat heeft het voordeel dat ik nu opeens een handvol prima albums heb ontdekt, want ook de pure bluegrass albums van de Amerikaanse muzikante zijn echt prima. Erwin Zijleman
Signe Marie Rustad - Particles of Faith (2023)

4,0
0
geplaatst: 22 februari 2023, 19:15 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Signe Marie Rustad - Particles Of Faith - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Signe Marie Rustad - Particles Of Faith
De Noorse muzikante Signe Marie Rustad maakt makkelijk indruk met haar karakteristieke stem, maar ook de bijzondere mix van invloeden met een hoofdrol voor Laurel Canyon folk mag er zijn
Particles Of Faith is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Noorse singer-songwriter Signe Marie Rustad, maar het is er een die doet uitzien naar meer. De muzikante uit Oslo is zeker geen typische Scandinavische ijsprinses, maar lijkt haar inspiratie in eerste instantie gevonden te hebben in de jaren 60 en 70 en dan specifiek in de heuvels rond Los Angeles. Signe Marie Rustad verwerkt echter veel meer invloeden in haar muziek, waardoor het album zeker niet blijft hangen in de Laurel Canyon folk. Particles Of Faith is in muzikaal opzicht een interessant album, maar het mooist is toch de emotievolle en bijzondere stem van de Noorse muzikante.
Het deze week verschenen Particles Of Faith is zo te zien al het vierde album van de Noorse singer-songwriter Signe Marie Rustad. Haar vorige drie albums ben ik voor zover ik me kan herinneren niet tegen gekomen, maar Particles Of Faith is een album dat wat mij betreft in brede kring in de smaak moet kunnen vallen.
Signe Marie Rustad komt uit Scandinavië en brengt haar nieuwe album uit in de winter. Dat levert over het algemeen op zijn minst melancholische maar meestal licht depressieve albums op. De muzikante uit Oslo is echter zeker geen typische Noorse ijsprinses, maar lijkt zich vooral te hebben laten inspireren door de Laurel Canyon folk die in de late jaren 60 en vroege jaren 70 in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt.
Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht doet Particles Of Faith wel wat denken aan de muziek van Joni Mitchell, maar Signe Marie Rustad is zeker niet de zoveelste singer-songwriter die het Laurel Canyon geluid uit het verleden nauwgezet probeert te reproduceren. De muziek van de Noorse muzikante doet af en toe wat psychedelisch en experimenteel aan en ook jazzy accenten met blazers hebben hun weg gevonden naar het album.
Signe Marie Rustad heeft echter ook een zwak voor pop uit de jaren 80 en 90 en kan hierdoor af en toe ook verrassend lichtvoetig klinken. Toch is Particles Of Faith wat mij betreft vooral een album dat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en liefhebbers van Laurel Canyon folk in het bijzonder zal aanspreken.
Particles Of Faith ontleent wat mij betreft de meeste kracht aan de stem van Signe Marie Rustad. De muzikante uit Oslo beschikt over een karakteristiek stemgeluid en vertolkt haar songs met veel gevoel, waardoor haar songs zich makkelijk opdringen. Het is een stemgeluid dat goed past bij de folky songs op het album, maar dat ook goed past bij de songs op het album die zijn voorzien van een voorzichtige popinjectie.
Particles Of Faith heeft meer te bieden dan aansprekende zang. Het album is bijzonder mooi en ook verrassend veelzijdig ingekleurd. Signe Marie Rustad heeft zich zoals breed laten beïnvloeden en dat hoor je terug in de instrumentatie, die meerdere kanten op kan. Ik hou zelf wel van het vooral organische Laurel Canyon folk geluid, maar ook de enkele flirts met een meer pop georiënteerd geluid klinken bijzonder mooi.
Ook de songs op het vierde album van de Noorse muzikante zijn aansprekend. Het zijn songs die zonder uitzondering lekker in het gehoor liggen, maar ondertussen graaft Signe Marie Rustad dieper dan de meeste van haar collega’s en weet ze steeds de fantasie te prikkelen met verassende uitstapjes en wendingen. Ik vind vooral de wat psychedelische uitstapjes zeer geslaagd, enerzijds omdat ze prachtig klinken en anderzijds omdat ze perfect passen bij de opeens wat dromerig klinkende stem van de muzikante uit Oslo.
Signe Marie Rustad timmert al een aantal jaren aan de weg, maar met het fraaie Particles Of Faith moet ze wat mij betreft flink wat aandacht gaan trekken met een album dat mij wel wat doet denken aan het laatste album van Courtney Marie Andrews (mooie aanbeveling wat mij betreft). Valt er dan helemaal niets te klagen? Ja, met net iets meer dan een half uur muziek en slechts zeven songs is het album van Signe Marie Rustad wat aan de korte kant. Het is wel een half uur bijzonder mooi en ook dat is wat waard. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Signe Marie Rustad - Particles Of Faith - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Signe Marie Rustad - Particles Of Faith
De Noorse muzikante Signe Marie Rustad maakt makkelijk indruk met haar karakteristieke stem, maar ook de bijzondere mix van invloeden met een hoofdrol voor Laurel Canyon folk mag er zijn
Particles Of Faith is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Noorse singer-songwriter Signe Marie Rustad, maar het is er een die doet uitzien naar meer. De muzikante uit Oslo is zeker geen typische Scandinavische ijsprinses, maar lijkt haar inspiratie in eerste instantie gevonden te hebben in de jaren 60 en 70 en dan specifiek in de heuvels rond Los Angeles. Signe Marie Rustad verwerkt echter veel meer invloeden in haar muziek, waardoor het album zeker niet blijft hangen in de Laurel Canyon folk. Particles Of Faith is in muzikaal opzicht een interessant album, maar het mooist is toch de emotievolle en bijzondere stem van de Noorse muzikante.
Het deze week verschenen Particles Of Faith is zo te zien al het vierde album van de Noorse singer-songwriter Signe Marie Rustad. Haar vorige drie albums ben ik voor zover ik me kan herinneren niet tegen gekomen, maar Particles Of Faith is een album dat wat mij betreft in brede kring in de smaak moet kunnen vallen.
Signe Marie Rustad komt uit Scandinavië en brengt haar nieuwe album uit in de winter. Dat levert over het algemeen op zijn minst melancholische maar meestal licht depressieve albums op. De muzikante uit Oslo is echter zeker geen typische Noorse ijsprinses, maar lijkt zich vooral te hebben laten inspireren door de Laurel Canyon folk die in de late jaren 60 en vroege jaren 70 in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt.
Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht doet Particles Of Faith wel wat denken aan de muziek van Joni Mitchell, maar Signe Marie Rustad is zeker niet de zoveelste singer-songwriter die het Laurel Canyon geluid uit het verleden nauwgezet probeert te reproduceren. De muziek van de Noorse muzikante doet af en toe wat psychedelisch en experimenteel aan en ook jazzy accenten met blazers hebben hun weg gevonden naar het album.
Signe Marie Rustad heeft echter ook een zwak voor pop uit de jaren 80 en 90 en kan hierdoor af en toe ook verrassend lichtvoetig klinken. Toch is Particles Of Faith wat mij betreft vooral een album dat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en liefhebbers van Laurel Canyon folk in het bijzonder zal aanspreken.
Particles Of Faith ontleent wat mij betreft de meeste kracht aan de stem van Signe Marie Rustad. De muzikante uit Oslo beschikt over een karakteristiek stemgeluid en vertolkt haar songs met veel gevoel, waardoor haar songs zich makkelijk opdringen. Het is een stemgeluid dat goed past bij de folky songs op het album, maar dat ook goed past bij de songs op het album die zijn voorzien van een voorzichtige popinjectie.
Particles Of Faith heeft meer te bieden dan aansprekende zang. Het album is bijzonder mooi en ook verrassend veelzijdig ingekleurd. Signe Marie Rustad heeft zich zoals breed laten beïnvloeden en dat hoor je terug in de instrumentatie, die meerdere kanten op kan. Ik hou zelf wel van het vooral organische Laurel Canyon folk geluid, maar ook de enkele flirts met een meer pop georiënteerd geluid klinken bijzonder mooi.
Ook de songs op het vierde album van de Noorse muzikante zijn aansprekend. Het zijn songs die zonder uitzondering lekker in het gehoor liggen, maar ondertussen graaft Signe Marie Rustad dieper dan de meeste van haar collega’s en weet ze steeds de fantasie te prikkelen met verassende uitstapjes en wendingen. Ik vind vooral de wat psychedelische uitstapjes zeer geslaagd, enerzijds omdat ze prachtig klinken en anderzijds omdat ze perfect passen bij de opeens wat dromerig klinkende stem van de muzikante uit Oslo.
Signe Marie Rustad timmert al een aantal jaren aan de weg, maar met het fraaie Particles Of Faith moet ze wat mij betreft flink wat aandacht gaan trekken met een album dat mij wel wat doet denken aan het laatste album van Courtney Marie Andrews (mooie aanbeveling wat mij betreft). Valt er dan helemaal niets te klagen? Ja, met net iets meer dan een half uur muziek en slechts zeven songs is het album van Signe Marie Rustad wat aan de korte kant. Het is wel een half uur bijzonder mooi en ook dat is wat waard. Erwin Zijleman
Sigrid - Sucker Punch (2019)

4,0
0
geplaatst: 11 maart 2019, 17:15 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sigrid - Sucker Punch - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sigrid - Sucker Punch
Sigrid maakt op haar debuut pop met een hoofdletter P. Daar moet je van houden, maar als je er van houdt is het smullen met hier en daar een verrassing
De Noorse Sigrid trekt momenteel flink de aandacht met haar debuut Sucker Punch. Daar valt wat mij betreft niet veel op af te dingen. Sucker Punch staat vol met hopeloos aanstekelijke en grotendeels elektronische popliedjes, maar Sigrid durft ook buiten de lijntjes te kleuren en laat horen dat ze meer in huis heeft dan de meeste van haar soortgenoten. Sucker Punch komt precies zo aan als de titel van de plaat doet vermoeden, maar graaft veel en veel dieper dan de gemiddelde plaat in het genre. Dat Sigrid flink gaat scoren met deze plaat lijkt me duidelijk, maar ik heb het idee dat er voor de toekomst nog veel mooiere dingen in het vat zitten.
Er wordt al een tijdje heel druk gedaan over het debuut van de Noorse Sigrid, dat deze week dan eindelijk is verschenen. Sigrid Solbakk Raabe komt uit de Noorse havenstad Ålesund en is niet zo jong als ze er uit ziet (ze wordt dit jaar 23). Ze trok de afgelopen jaren al een paar keer de aandacht met prima popsongs en debuteert nu met Sucker Punch.
Het is vlag die de lading uitstekend dekt, want de aanstekelijke popliedjes van Sigrid zijn goed voor een directe rechtse uit onverwachte hoek.
Sigrid maakt het soort popmuziek dat ook door de Amerikaanse popprinsessen wordt gemaakt, maar op een of andere manier klinken de songs van de Noorse muzikante, die de muziek thuis met de paplepel kreeg ingegoten, net wat interessanter dan die van haar Amerikaanse soortgenoten.
Sigrid maakt het soort elektronische popmuziek dat ook door de Zweedse Robyn wordt gemaakt en waar een jaar of tien geleden ook haar landgenote Annie in grossierde. De muziek van Sigrid zit wat dichter tegen de Amerikaanse popmuziek aan, is absoluut geinspireerd door de twee topalbums van Carly Rae Jepsen en heeft hiernaast wat van de muziek van de Nieuw-Zeelandse Lorde.
Het is muziek waar een ieder die geen zwak heeft voor suikerzoete elektronische popmuziek met een hele grote boog omheen moet lopen. Sigrid maakt op Sucker Punch popmuziek met een hoofdletter P. Het debuut van de Noorse muzikante staat vol met lichtvoetige en aanstekelijke popliedjes, die je na één keer horen mee kunt zingen en die na die ene keer horen voorgoed zijn opgeslagen in het verleden.
Sucker Punch heeft heel goed geluisterd naar de platen van de grote popprinsessen van de afgelopen jaren en heeft nog wat ingrediënten toegevoegd en de receptuur verbeterd. De basis van het debuut van Sigrid wordt gevormd door een imposante batterij elektronica, die vervolgens door een stel gerenommeerde producers is ingezet voor een geluid dat de zon alleen maar doet schijnen. Het is een geluid dat knap in elkaar steekt (met de koptelefoon hoor je twee keer zoveel en intrigeert de elektronica hier en daar meedogenloos), steeds weer verrast met een ander aangenaam accent en het is bovendien een geluid dat uitstekend past bij de prima stem van Sigrid, die laat horen dat ze op meerdere manieren vocaal kan overtuigen.
Sigrid is naar verluid grootgebracht met heel veel hele goede muziek en dat hoor je wanneer Sucker Punch even gas terugneemt en ruimte biedt aan net wat meer subtiliteit, avontuur en intimiteit. Luister maar eens naar het bijzonder fraaie Level Up, waarin Sigrid van een popprinses wordt getransformeerd in een Scandinavische IJsprinses, in het nog fraaiere In Vain, waarmee de Noorse zich schaart onder de smaakmakers binnen de vrouwelijke singer-songwriters van het moment of in de afsluitende pianoballad Dynamite waarin ze opeens rauw en emotievol klinkt.
Sucker Punch is misschien geen plaat voor een ieder die niet houdt van pure pop, maar voor liefhebbers van hopeloos aanstekelijke en nagenoeg perfecte popliedjes is het smullen. Ik reken mezelf absoluut tot deze groep en hoor op Sucker Punch van alles dat de plaat veel interessanter maakt dan de critici zullen beweren. Sigrid deelt met haar debuut een regelrechte Sucker Punch uit en het is er een die bij goed is voor een knock-out, terwijl we het beste van Sigrid volgens mij nog niet hebben gezien. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sigrid - Sucker Punch - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sigrid - Sucker Punch
Sigrid maakt op haar debuut pop met een hoofdletter P. Daar moet je van houden, maar als je er van houdt is het smullen met hier en daar een verrassing
De Noorse Sigrid trekt momenteel flink de aandacht met haar debuut Sucker Punch. Daar valt wat mij betreft niet veel op af te dingen. Sucker Punch staat vol met hopeloos aanstekelijke en grotendeels elektronische popliedjes, maar Sigrid durft ook buiten de lijntjes te kleuren en laat horen dat ze meer in huis heeft dan de meeste van haar soortgenoten. Sucker Punch komt precies zo aan als de titel van de plaat doet vermoeden, maar graaft veel en veel dieper dan de gemiddelde plaat in het genre. Dat Sigrid flink gaat scoren met deze plaat lijkt me duidelijk, maar ik heb het idee dat er voor de toekomst nog veel mooiere dingen in het vat zitten.
Er wordt al een tijdje heel druk gedaan over het debuut van de Noorse Sigrid, dat deze week dan eindelijk is verschenen. Sigrid Solbakk Raabe komt uit de Noorse havenstad Ålesund en is niet zo jong als ze er uit ziet (ze wordt dit jaar 23). Ze trok de afgelopen jaren al een paar keer de aandacht met prima popsongs en debuteert nu met Sucker Punch.
Het is vlag die de lading uitstekend dekt, want de aanstekelijke popliedjes van Sigrid zijn goed voor een directe rechtse uit onverwachte hoek.
Sigrid maakt het soort popmuziek dat ook door de Amerikaanse popprinsessen wordt gemaakt, maar op een of andere manier klinken de songs van de Noorse muzikante, die de muziek thuis met de paplepel kreeg ingegoten, net wat interessanter dan die van haar Amerikaanse soortgenoten.
Sigrid maakt het soort elektronische popmuziek dat ook door de Zweedse Robyn wordt gemaakt en waar een jaar of tien geleden ook haar landgenote Annie in grossierde. De muziek van Sigrid zit wat dichter tegen de Amerikaanse popmuziek aan, is absoluut geinspireerd door de twee topalbums van Carly Rae Jepsen en heeft hiernaast wat van de muziek van de Nieuw-Zeelandse Lorde.
Het is muziek waar een ieder die geen zwak heeft voor suikerzoete elektronische popmuziek met een hele grote boog omheen moet lopen. Sigrid maakt op Sucker Punch popmuziek met een hoofdletter P. Het debuut van de Noorse muzikante staat vol met lichtvoetige en aanstekelijke popliedjes, die je na één keer horen mee kunt zingen en die na die ene keer horen voorgoed zijn opgeslagen in het verleden.
Sucker Punch heeft heel goed geluisterd naar de platen van de grote popprinsessen van de afgelopen jaren en heeft nog wat ingrediënten toegevoegd en de receptuur verbeterd. De basis van het debuut van Sigrid wordt gevormd door een imposante batterij elektronica, die vervolgens door een stel gerenommeerde producers is ingezet voor een geluid dat de zon alleen maar doet schijnen. Het is een geluid dat knap in elkaar steekt (met de koptelefoon hoor je twee keer zoveel en intrigeert de elektronica hier en daar meedogenloos), steeds weer verrast met een ander aangenaam accent en het is bovendien een geluid dat uitstekend past bij de prima stem van Sigrid, die laat horen dat ze op meerdere manieren vocaal kan overtuigen.
Sigrid is naar verluid grootgebracht met heel veel hele goede muziek en dat hoor je wanneer Sucker Punch even gas terugneemt en ruimte biedt aan net wat meer subtiliteit, avontuur en intimiteit. Luister maar eens naar het bijzonder fraaie Level Up, waarin Sigrid van een popprinses wordt getransformeerd in een Scandinavische IJsprinses, in het nog fraaiere In Vain, waarmee de Noorse zich schaart onder de smaakmakers binnen de vrouwelijke singer-songwriters van het moment of in de afsluitende pianoballad Dynamite waarin ze opeens rauw en emotievol klinkt.
Sucker Punch is misschien geen plaat voor een ieder die niet houdt van pure pop, maar voor liefhebbers van hopeloos aanstekelijke en nagenoeg perfecte popliedjes is het smullen. Ik reken mezelf absoluut tot deze groep en hoor op Sucker Punch van alles dat de plaat veel interessanter maakt dan de critici zullen beweren. Sigrid deelt met haar debuut een regelrechte Sucker Punch uit en het is er een die bij goed is voor een knock-out, terwijl we het beste van Sigrid volgens mij nog niet hebben gezien. Erwin Zijleman
Sigrid - There's Always More That I Could Say (2025)

4,5
1
geplaatst: 29 oktober 2025, 15:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sigrid - There's Always More That I Could Say - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sigrid - There's Always More That I Could Say
Ik vond het tweede album van de Noorse popster Sigrid wat tegenvallen, maar het deze week verschenen There's Always More That I Could Say is minstens net zo onweerstaanbaar als haar debuutalbum Sucker Punch
Ik ben redelijk kieskeurig wanneer het gaat om pop, want ik bejubel misschien een aantal popalbums van het moment, maar er zijn er ook een hoop waar ik minder goed mee uit de voeten kan. Het nieuwe album van de Noorse muzikante Sigrid hoort wat mij betreft absoluut in de eerste categorie. Net als op haar debuutalbum Sucker Punch uit 2019 tovert Sigrid op haar derde album There's Always More That I Could Say de ene na de andere onweerstaanbaar lekkere popsong uit de hoge hoed. Sigrid klinkt op haar nieuwe album volwassener dan op haar debuutalbum, maar haar songs hebben nog altijd de frisse energie die Sucker Punch zo leuk maakte.
De Noorse muzikante Sigrid (Solbakk Raabe) maakte in het prille voorjaar van 2019 met Sucker Punch een werkelijk geweldig popalbum. Op haar debuutalbum maakte de destijds 23-jarige muzikante samen met een blik uitstekende producers bijzonder aanstekelijke popmuziek met een hoofdletter P.
De vooral met elektronica ingekleurde songs op Sucker Punch sloten aan bij de mainstream pop van dat moment, maar Sigrid liet ook absoluut een eigen geluid horen op haar terecht stevig bewierookte debuutalbum, dat vol staat met perfecte popsongs, die na één keer horen voorgoed in het geheugen zitten.
In het voorjaar van 2022 verscheen het tweede album van Sigrid, maar How To Let Go maakte op mij niet de verpletterende indruk die Sucker Punch drie jaar eerder wel maakte. Ik heb het heel vaak geprobeerd met het album, dat kon rekenen op geweldige recensies, maar How To Let Go kreeg me maar niet te pakken. Dat lag niet aan de kwaliteit van het album, want die was prima, maar het soort pop op het tweede album van Sigrid beviel me gewoon minder dan de sprankelende popsongs op haar debuutalbum.
Deze week is het derde album van Sigrid verschenen en gezien de minder goede ervaringen met How To Let Go begon ik met bescheiden verwachtingen aan There's Always More That I Could Say. Sigrid heeft wederom de tijd genomen voor haar album en klinkt toch weer flink anders dan op haar vorige twee albums.
There's Always More That I Could Say lijkt niet echt op Sucker Punch, maar het derde album van Sigrid heeft wel precies hetzelfde effect op mij als het debuutalbum van de Noorse muzikante. Direct bij eerste beluistering werd ik meedogenloos verleid door de nieuwe songs van Sigrid en sindsdien zitten de popsongs op There's Always More That I Could Say in mijn hoofd. En ze gaan er niet meer uit vrees ik.
Het betekent overigens niet dat Sigrid op haar nieuwe album continu het soort pop maakt waar ik als een blok voor val, want dat is niet het geval. De Noorse muzikante laat zich op haar nieuwe album inspireren door een aantal decennia popmuziek en maakt iedere keer weer een net wat andere keuze. De ene keer hoor je vooral gitaren, de volgende keer toch weer elektronica of juist een piano. De meeste songs op het derde album van Sigrid klinken groots en meeslepend, maar ook als er even gas terug wordt genomen maakt het album indruk.
De songs op There's Always More That I Could Say klinken volwassener dan de songs op Sucker Punch, maar waar het plezier en de positieve energie wat mij betreft ontbraken op het tweede album van Sigrid, geeft haar nieuwe album mijn humeur weer een enorme boost. Het voorziet de enorm goede songs op There's Always More That I Could Say van nog wat extra glans. Dat doet Sigrid ook met haar stem, want ook de zang van de Noorse muzikante is uitstekend en is gegroeid sinds haar debuutalbum.
Er verschenen ook dit jaar weer heel veel uitstekende popalbums en het zijn popalbums die zich voor een belangrijk deel binnen een vast stramien bewegen. Het album van Sigrid doet dit niet, want There's Always More That I Could Say klinkt echt anders dan de Britse of Amerikaanse popalbums van het moment. Het levert een album op dat alles heeft dat een nagenoeg perfect popalbum moet hebben. Sigrid is terug en hoe. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Sigrid - There's Always More That I Could Say - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sigrid - There's Always More That I Could Say
Ik vond het tweede album van de Noorse popster Sigrid wat tegenvallen, maar het deze week verschenen There's Always More That I Could Say is minstens net zo onweerstaanbaar als haar debuutalbum Sucker Punch
Ik ben redelijk kieskeurig wanneer het gaat om pop, want ik bejubel misschien een aantal popalbums van het moment, maar er zijn er ook een hoop waar ik minder goed mee uit de voeten kan. Het nieuwe album van de Noorse muzikante Sigrid hoort wat mij betreft absoluut in de eerste categorie. Net als op haar debuutalbum Sucker Punch uit 2019 tovert Sigrid op haar derde album There's Always More That I Could Say de ene na de andere onweerstaanbaar lekkere popsong uit de hoge hoed. Sigrid klinkt op haar nieuwe album volwassener dan op haar debuutalbum, maar haar songs hebben nog altijd de frisse energie die Sucker Punch zo leuk maakte.
De Noorse muzikante Sigrid (Solbakk Raabe) maakte in het prille voorjaar van 2019 met Sucker Punch een werkelijk geweldig popalbum. Op haar debuutalbum maakte de destijds 23-jarige muzikante samen met een blik uitstekende producers bijzonder aanstekelijke popmuziek met een hoofdletter P.
De vooral met elektronica ingekleurde songs op Sucker Punch sloten aan bij de mainstream pop van dat moment, maar Sigrid liet ook absoluut een eigen geluid horen op haar terecht stevig bewierookte debuutalbum, dat vol staat met perfecte popsongs, die na één keer horen voorgoed in het geheugen zitten.
In het voorjaar van 2022 verscheen het tweede album van Sigrid, maar How To Let Go maakte op mij niet de verpletterende indruk die Sucker Punch drie jaar eerder wel maakte. Ik heb het heel vaak geprobeerd met het album, dat kon rekenen op geweldige recensies, maar How To Let Go kreeg me maar niet te pakken. Dat lag niet aan de kwaliteit van het album, want die was prima, maar het soort pop op het tweede album van Sigrid beviel me gewoon minder dan de sprankelende popsongs op haar debuutalbum.
Deze week is het derde album van Sigrid verschenen en gezien de minder goede ervaringen met How To Let Go begon ik met bescheiden verwachtingen aan There's Always More That I Could Say. Sigrid heeft wederom de tijd genomen voor haar album en klinkt toch weer flink anders dan op haar vorige twee albums.
There's Always More That I Could Say lijkt niet echt op Sucker Punch, maar het derde album van Sigrid heeft wel precies hetzelfde effect op mij als het debuutalbum van de Noorse muzikante. Direct bij eerste beluistering werd ik meedogenloos verleid door de nieuwe songs van Sigrid en sindsdien zitten de popsongs op There's Always More That I Could Say in mijn hoofd. En ze gaan er niet meer uit vrees ik.
Het betekent overigens niet dat Sigrid op haar nieuwe album continu het soort pop maakt waar ik als een blok voor val, want dat is niet het geval. De Noorse muzikante laat zich op haar nieuwe album inspireren door een aantal decennia popmuziek en maakt iedere keer weer een net wat andere keuze. De ene keer hoor je vooral gitaren, de volgende keer toch weer elektronica of juist een piano. De meeste songs op het derde album van Sigrid klinken groots en meeslepend, maar ook als er even gas terug wordt genomen maakt het album indruk.
De songs op There's Always More That I Could Say klinken volwassener dan de songs op Sucker Punch, maar waar het plezier en de positieve energie wat mij betreft ontbraken op het tweede album van Sigrid, geeft haar nieuwe album mijn humeur weer een enorme boost. Het voorziet de enorm goede songs op There's Always More That I Could Say van nog wat extra glans. Dat doet Sigrid ook met haar stem, want ook de zang van de Noorse muzikante is uitstekend en is gegroeid sinds haar debuutalbum.
Er verschenen ook dit jaar weer heel veel uitstekende popalbums en het zijn popalbums die zich voor een belangrijk deel binnen een vast stramien bewegen. Het album van Sigrid doet dit niet, want There's Always More That I Could Say klinkt echt anders dan de Britse of Amerikaanse popalbums van het moment. Het levert een album op dat alles heeft dat een nagenoeg perfect popalbum moet hebben. Sigrid is terug en hoe. Erwin Zijleman
Sigur Rós - ÁTTA (2023)

4,0
1
geplaatst: 19 juni 2023, 15:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sigur Rós - ÁTTA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sigur Rós - ÁTTA
De IJslandse band Sigur Rós keert terug met een vorige week aangekondigd en direct verschenen album, dat een aangenaam koel briesje laat waaien en je vervolgens meesleept in een fascinerende luistertrip
Ik luister zeker niet naar alles dat de IJslandse band Sigur Rós heeft uitgebracht en koester vooral het spannendere Kveikur uit 2013, maar het deze week verschenen ÁTTA heeft wat. ÁTTA laat het vintage Sigur Rós geluid horen, maar heeft nog een flinke laag orkestraties toegevoegd. Het tempo ligt laag en de dynamiek is dit keer beperkt, maar wanneer je eenmaal wordt meegesleept door de bijzondere klanken op het album overtuigt Sigur Rós makkelijk met sprookjesachtige klanken uit het hoge Noorden. De gevoelstemperatuur daalt weer tot acceptabele waarden, maar ondertussen gebeurt er van alles in de vele lagen van de muziek van de bijzondere IJslandse band.
Nog geen week geleden dook de aankondiging van een nieuw album van de IJslandse band Sigur Rós op en een paar dagen later verscheen ÁTTA al. Het werd zo langzamerhand wel eens tijd ook, want als we live-albums, film scores, reissues, soloalbums en verzamelalbums niet meetellen is ÁTTA de opvolger van het deze maand precies tien jaar oude Kveikur. Dat vond ik persoonlijk een geweldig album, dat wat afstand nam van Ágætis Byrjun, het fascinerende album waarmee de IJslandse band in 1999 doorbrak.
Op Kveikur koos Sigur Rós voor een wat minder zweverig en wat spannender geluid, waarin vooral de prominente ritmes opvielen. Veel van het andere werk van de band zweeft bij mij het ene oor in en het andere oor weer uit. Ik vind het mooi en bijzonder en soms zelfs prachtig, maar over het algemeen vervliegt de muziek van Sigur Rós voor mij snel.
Ik had bij de eerste noten van ÁTTA direct het idee dat ook dit album me niet zou gaan raken, zoals Kveikur dat tien jaar geleden wel deed. Het nieuwe album van Sigur Rós klinkt immers vanaf de eerste noten als de opvolger van het in 2012 verschenen Valtari en roept ook direct associaties op met het onaantastbare Ágætis Byrjun. De heftige uitbarstingen van Kveikur hebben weer plaats gemaakt voor atmosferische klanken, ambient achtige songstructuren en imposante wolkenpartijen van elektronica en strijkers, met hier en daar de ijle zang van Jónsi.
De band heeft lang gewerkt aan het nieuwe album, dat uiteindelijk deels in de Verenigde Staten, deels in IJsland en deels in de fameuze Abbey Road Studios in Londen werd opgenomen. De band werd tijdens de opnames bijgestaan door het London Contemporary Orchestra, wat een behoorlijk rijk georkestreerd album heeft opgeleverd.
Ik ging er bij de eerste noten zoals gezegd van uit dat ik ÁTTA redelijk snel terzijde zou schuiven, maar dat is niet gebeurd. Waar het aan ligt kan ik niet met zekerheid zeggen. Het kan zo zijn dat op de warme, klamme en wat broeierige dagen van de afgelopen weken de behoefte aan een koel IJslands briesje is aangewakkerd. Ik heb het album meerdere keren beluisterd tijdens wandelingen en ervoer steeds nadrukkelijker het bezwerende vermogen van het album.
ÁTTA is echter meer dan een koel briesje op een te warme zomerdag. Sigur Rós heeft lang gesleuteld aan de tracks op het album en dat hoor je. Het zijn tracks die bestaan uit vele lagen, die met name bij beluistering met de koptelefoon prachtig naar de oppervlakte komen. De IJslandse band vertrouwt deels op een inmiddels beproefd concept, maar ÁTTA is zeker geen eenvormig album. De breed uitwaaiende klankentapijten domineren, maar het album klinkt heel af en toe ook net zo donker en dreigend als het geluid op het bijzondere Kveikur, zonder dat de zwaar aangezette accenten van dat album nodig zijn.
De muziek van Sigur Rós blijft voor mij muziek waarvoor ik in de stemming moet zijn en dat ben ik vaker niet dan wel, maar ik heb ÁTTA inmiddels al vaker gehoord dan de meeste voorgangers en het album gaat me nog zeker niet vervelen. Integendeel zelfs, want ik hoor vooralsnog alleen maar meer in de rijk georkestreerde klanken op het album. Het was in de jaren na Kveikur lange tijd de vraag of Sigur Rós nog een nieuw regulier album zou maken, maar ÁTTA laat horen dat de band nog springlevend is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sigur Rós - ÁTTA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sigur Rós - ÁTTA
De IJslandse band Sigur Rós keert terug met een vorige week aangekondigd en direct verschenen album, dat een aangenaam koel briesje laat waaien en je vervolgens meesleept in een fascinerende luistertrip
Ik luister zeker niet naar alles dat de IJslandse band Sigur Rós heeft uitgebracht en koester vooral het spannendere Kveikur uit 2013, maar het deze week verschenen ÁTTA heeft wat. ÁTTA laat het vintage Sigur Rós geluid horen, maar heeft nog een flinke laag orkestraties toegevoegd. Het tempo ligt laag en de dynamiek is dit keer beperkt, maar wanneer je eenmaal wordt meegesleept door de bijzondere klanken op het album overtuigt Sigur Rós makkelijk met sprookjesachtige klanken uit het hoge Noorden. De gevoelstemperatuur daalt weer tot acceptabele waarden, maar ondertussen gebeurt er van alles in de vele lagen van de muziek van de bijzondere IJslandse band.
Nog geen week geleden dook de aankondiging van een nieuw album van de IJslandse band Sigur Rós op en een paar dagen later verscheen ÁTTA al. Het werd zo langzamerhand wel eens tijd ook, want als we live-albums, film scores, reissues, soloalbums en verzamelalbums niet meetellen is ÁTTA de opvolger van het deze maand precies tien jaar oude Kveikur. Dat vond ik persoonlijk een geweldig album, dat wat afstand nam van Ágætis Byrjun, het fascinerende album waarmee de IJslandse band in 1999 doorbrak.
Op Kveikur koos Sigur Rós voor een wat minder zweverig en wat spannender geluid, waarin vooral de prominente ritmes opvielen. Veel van het andere werk van de band zweeft bij mij het ene oor in en het andere oor weer uit. Ik vind het mooi en bijzonder en soms zelfs prachtig, maar over het algemeen vervliegt de muziek van Sigur Rós voor mij snel.
Ik had bij de eerste noten van ÁTTA direct het idee dat ook dit album me niet zou gaan raken, zoals Kveikur dat tien jaar geleden wel deed. Het nieuwe album van Sigur Rós klinkt immers vanaf de eerste noten als de opvolger van het in 2012 verschenen Valtari en roept ook direct associaties op met het onaantastbare Ágætis Byrjun. De heftige uitbarstingen van Kveikur hebben weer plaats gemaakt voor atmosferische klanken, ambient achtige songstructuren en imposante wolkenpartijen van elektronica en strijkers, met hier en daar de ijle zang van Jónsi.
De band heeft lang gewerkt aan het nieuwe album, dat uiteindelijk deels in de Verenigde Staten, deels in IJsland en deels in de fameuze Abbey Road Studios in Londen werd opgenomen. De band werd tijdens de opnames bijgestaan door het London Contemporary Orchestra, wat een behoorlijk rijk georkestreerd album heeft opgeleverd.
Ik ging er bij de eerste noten zoals gezegd van uit dat ik ÁTTA redelijk snel terzijde zou schuiven, maar dat is niet gebeurd. Waar het aan ligt kan ik niet met zekerheid zeggen. Het kan zo zijn dat op de warme, klamme en wat broeierige dagen van de afgelopen weken de behoefte aan een koel IJslands briesje is aangewakkerd. Ik heb het album meerdere keren beluisterd tijdens wandelingen en ervoer steeds nadrukkelijker het bezwerende vermogen van het album.
ÁTTA is echter meer dan een koel briesje op een te warme zomerdag. Sigur Rós heeft lang gesleuteld aan de tracks op het album en dat hoor je. Het zijn tracks die bestaan uit vele lagen, die met name bij beluistering met de koptelefoon prachtig naar de oppervlakte komen. De IJslandse band vertrouwt deels op een inmiddels beproefd concept, maar ÁTTA is zeker geen eenvormig album. De breed uitwaaiende klankentapijten domineren, maar het album klinkt heel af en toe ook net zo donker en dreigend als het geluid op het bijzondere Kveikur, zonder dat de zwaar aangezette accenten van dat album nodig zijn.
De muziek van Sigur Rós blijft voor mij muziek waarvoor ik in de stemming moet zijn en dat ben ik vaker niet dan wel, maar ik heb ÁTTA inmiddels al vaker gehoord dan de meeste voorgangers en het album gaat me nog zeker niet vervelen. Integendeel zelfs, want ik hoor vooralsnog alleen maar meer in de rijk georkestreerde klanken op het album. Het was in de jaren na Kveikur lange tijd de vraag of Sigur Rós nog een nieuw regulier album zou maken, maar ÁTTA laat horen dat de band nog springlevend is. Erwin Zijleman
Siichaq - Catcher (2025)

4,0
0
geplaatst: 13 augustus 2025, 07:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Siichaq - Catcher - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Siichaq - Catcher
Het valt nog niet mee om op te vallen binnen de indierock van het moment, maar de Amerikaanse muzikante Kennie Mason doet het met het debuutalbum van Siichaq, dat op een of andere manier toch anders klinkt
De Amerikaanse muzikante Kennie Mason uit Atlanta, Georgia, heeft Inuit wortels en laat die terug komen in de naam waaronder ze muziek uitbrengt. Met Catcher heeft Siichaq een prima debuutalbum opgeleverd. Het is een album dat op het eerste gehoor wat ruw en lo-fi klinkt, maar de songs van Siichaq blijken in veel gevallen ruwe diamanten. Kennie Mason heeft zich absoluut laten inspireren door indierock, shoegaze en dreampop uit de jaren 90, maar sluit op Catcher ook aan bij de indierock van het moment. Door het wat ruwe karakter van de songs weet de Amerikaanse muzikante zich wel te onderscheiden van haar concurrenten en Catcher is bovendien een album vol groeipotentie.
Siichaq is de band rond of een project van de Amerikaanse muzikante Kennie Mason, die met de naam van haar band of project (het is me op basis van de informatie die ik heb niet helemaal duidelijk) verwijst naar haar Inuit naam. De muzikante uit Atlanta, Georgia, debuteerde vorig jaar met de EP My Dog Ate My Patriotism en heeft deze week haar debuutalbum Catcher uitgebracht.
Het is een debuutalbum dat makkelijk onder had kunnen sneeuwen zo midden in de zomer, maar gelukkig blijft de Amerikaanse muziekwebsite Paste ook tijdens de zomermaanden goed opletten en met interessante tips strooien. Paste heeft al jaren een fijne neus voor de betere indie albums en ook het debuutalbum van Siichaq weet het weer goed in te schatten.
Bij eerste beluistering van Catcher was ik er zelf overigens nog niet helemaal uit en twijfelde ik zelfs even aan de tip van Paste. Het album klinkt absoluut lekker, maar de band rond Kennie Mason opereert in genres waarin de concurrentie moordend is en het niet meevalt om nog op te vallen. Dat laatste lukt de Amerikaanse muzikante wel aardig met een bij vlagen behoorlijk rammelend geluid en met een aantal songs die zeker bij eerste beluistering flink tegen de haren in strijken, maar is dat genoeg om een album zo aan te prijzen als Paste dat doet?
Uiteindelijk moet ik de Amerikaanse muziekwebsite toch weer gelijk geven, want hoe vaker ik naar Catcher luister, hoe meer ik overtuigd raak van de muziek van Siichaq. Kennie Mason tekent op haar debuutalbum voor een half uur muziek en laat in dit half uur meerdere kanten van zichzelf horen. Het album opent met een wat gruizige lo-fi rocksong met een duidelijke jaren 90 vibe, maar wordt gevolgd door een song met vooral invloeden uit de indiepop van het moment. Het schuurt even dicht tegen Phoebe Bridgers aan, maar de muziek van Siichaq kan zomaar ontsporen in een bak herrie.
Uiteindelijk convergeert de mix van invloeden wat en maakt Siichaq muziek met flink wat invloeden uit de dreampop en shoegaze. Catcher klinkt dan als een album dat Mazzy Star met een beetje fantasie zou kunnen hebben gemaakt, al is de muziek van Siichaq wel wat ruwer. Kennie Mason laat zich echter niet zomaar in een hokje duwen en schudt na een aantal wat ruwere tracks een suikerzoete popsong uit de mouw, waarin ze zich omringt met fraaie gitaarlijnen en flink wat strijkers.
Op basis van het bovenstaande lijkt het misschien of Siichaq op Catcher van de hak op de tak springt, maar dat is zeker niet het geval. De muzikante uit Atlanta laat op haar debuutalbum een consistent geluid horen, maar zoekt binnen de genres die ze bestrijkt wel steeds de grenzen op. Op het eerste gehoor rammelt het wat, maar bij herhaalde beluistering blijkt dat er ook veel moois verstopt zit in de muziek op het Catcher. Kennie Mason overtuigt bovendien makkelijk als zangeres met een mooie stem, die op een aangename manier wat onvast kan klinken.
Een half uur is snel om, maar het debuutalbum van Siichaq profiteert absoluut van meerdere keren horen. Ik was bij eerste beluistering zoals gezegd nog wat sceptisch, maar inmiddels ben ik behoorlijk gecharmeerd van het debuutalbum van Siichaq, dat op aangename wijze een brug slaat tussen gruizige rockmuziek uit de jaren 90 en de indierock van dit moment. Catcher van Siichaq bewijst bovendien nog maar eens dat ik tips van Paste altijd serieus moet nemen, want zeker wanneer het gaat om indierock heeft de Amerikaanse website het bijna altijd bij het juiste eind. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Siichaq - Catcher - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Siichaq - Catcher
Het valt nog niet mee om op te vallen binnen de indierock van het moment, maar de Amerikaanse muzikante Kennie Mason doet het met het debuutalbum van Siichaq, dat op een of andere manier toch anders klinkt
De Amerikaanse muzikante Kennie Mason uit Atlanta, Georgia, heeft Inuit wortels en laat die terug komen in de naam waaronder ze muziek uitbrengt. Met Catcher heeft Siichaq een prima debuutalbum opgeleverd. Het is een album dat op het eerste gehoor wat ruw en lo-fi klinkt, maar de songs van Siichaq blijken in veel gevallen ruwe diamanten. Kennie Mason heeft zich absoluut laten inspireren door indierock, shoegaze en dreampop uit de jaren 90, maar sluit op Catcher ook aan bij de indierock van het moment. Door het wat ruwe karakter van de songs weet de Amerikaanse muzikante zich wel te onderscheiden van haar concurrenten en Catcher is bovendien een album vol groeipotentie.
Siichaq is de band rond of een project van de Amerikaanse muzikante Kennie Mason, die met de naam van haar band of project (het is me op basis van de informatie die ik heb niet helemaal duidelijk) verwijst naar haar Inuit naam. De muzikante uit Atlanta, Georgia, debuteerde vorig jaar met de EP My Dog Ate My Patriotism en heeft deze week haar debuutalbum Catcher uitgebracht.
Het is een debuutalbum dat makkelijk onder had kunnen sneeuwen zo midden in de zomer, maar gelukkig blijft de Amerikaanse muziekwebsite Paste ook tijdens de zomermaanden goed opletten en met interessante tips strooien. Paste heeft al jaren een fijne neus voor de betere indie albums en ook het debuutalbum van Siichaq weet het weer goed in te schatten.
Bij eerste beluistering van Catcher was ik er zelf overigens nog niet helemaal uit en twijfelde ik zelfs even aan de tip van Paste. Het album klinkt absoluut lekker, maar de band rond Kennie Mason opereert in genres waarin de concurrentie moordend is en het niet meevalt om nog op te vallen. Dat laatste lukt de Amerikaanse muzikante wel aardig met een bij vlagen behoorlijk rammelend geluid en met een aantal songs die zeker bij eerste beluistering flink tegen de haren in strijken, maar is dat genoeg om een album zo aan te prijzen als Paste dat doet?
Uiteindelijk moet ik de Amerikaanse muziekwebsite toch weer gelijk geven, want hoe vaker ik naar Catcher luister, hoe meer ik overtuigd raak van de muziek van Siichaq. Kennie Mason tekent op haar debuutalbum voor een half uur muziek en laat in dit half uur meerdere kanten van zichzelf horen. Het album opent met een wat gruizige lo-fi rocksong met een duidelijke jaren 90 vibe, maar wordt gevolgd door een song met vooral invloeden uit de indiepop van het moment. Het schuurt even dicht tegen Phoebe Bridgers aan, maar de muziek van Siichaq kan zomaar ontsporen in een bak herrie.
Uiteindelijk convergeert de mix van invloeden wat en maakt Siichaq muziek met flink wat invloeden uit de dreampop en shoegaze. Catcher klinkt dan als een album dat Mazzy Star met een beetje fantasie zou kunnen hebben gemaakt, al is de muziek van Siichaq wel wat ruwer. Kennie Mason laat zich echter niet zomaar in een hokje duwen en schudt na een aantal wat ruwere tracks een suikerzoete popsong uit de mouw, waarin ze zich omringt met fraaie gitaarlijnen en flink wat strijkers.
Op basis van het bovenstaande lijkt het misschien of Siichaq op Catcher van de hak op de tak springt, maar dat is zeker niet het geval. De muzikante uit Atlanta laat op haar debuutalbum een consistent geluid horen, maar zoekt binnen de genres die ze bestrijkt wel steeds de grenzen op. Op het eerste gehoor rammelt het wat, maar bij herhaalde beluistering blijkt dat er ook veel moois verstopt zit in de muziek op het Catcher. Kennie Mason overtuigt bovendien makkelijk als zangeres met een mooie stem, die op een aangename manier wat onvast kan klinken.
Een half uur is snel om, maar het debuutalbum van Siichaq profiteert absoluut van meerdere keren horen. Ik was bij eerste beluistering zoals gezegd nog wat sceptisch, maar inmiddels ben ik behoorlijk gecharmeerd van het debuutalbum van Siichaq, dat op aangename wijze een brug slaat tussen gruizige rockmuziek uit de jaren 90 en de indierock van dit moment. Catcher van Siichaq bewijst bovendien nog maar eens dat ik tips van Paste altijd serieus moet nemen, want zeker wanneer het gaat om indierock heeft de Amerikaanse website het bijna altijd bij het juiste eind. Erwin Zijleman
Silk Rhodes - Silk Rhodes (2014)

3,5
1
geplaatst: 14 januari 2015, 15:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Silk Rhodes - Silk Rhodes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik geef het direct toe: Het heeft even geduurd, maar uiteindelijk ben ik toch nog gevallen voor de zwoele verleiding van Silk Rhodes.
Silk Rhodes is een duo uit Baltimore dat 70s soul en funk op aanstekelijke wijze vermengt met invloeden uit de hip hop, r&b en neo-soul.
Het duo doet dat op uiteenlopende manieren. De ene keer steekt men het beste van Prince naar de kroon, maar Silk Rhodes is ook niet vies van aalgladde soulballads (denk aan Al Green) of van kitscherige 70s disco (al het vergelijkingsmateriaal heb ik verdrongen).
Het titelloze debuut van het duo wist me daarom zeker niet onmiddellijk te overtuigen. Wanneer het duo aan de haal gaat met Prince achtige funk ben ik direct om, maar wanneer het tempo omlaag gaat en Silk Rhodes kiest voor honingzoete soulballads of voor 70s disco soul had ik in eerste instantie toch mijn reserves.
Dat ik uiteindelijk toch voor de bijl ben gegaan heeft alles te maken met de knappe wijze waarop producer Michael Collins en zanger Sasha Desree invloeden uit het verleden combineren met invloeden uit het heden en de al even knappe wijze waarop de muziek is ingekleurd.
Michael Collins is verantwoordelijk voor het klankentapijt waarin subtiele gitaarlijnen en verwarmende orgeltjes worden gecombineerd met speelse ritmes en honingzoete strijkers, terwijl Sasha Desree misschien geen groot zanger is, maar er wel in slaagt om de nogal uiteenlopende songs op het debuut van Silk Rhodes naar zijn hand te zetten.
Het debuut van Silk Rhodes is een plaat die het vooral goed doet in de kleine uurtjes. Het lage tempo krijgt dan een bezwerende uitwerking, terwijl de zwoele funk en soul de dag voorzien van een warmbloedig slot. Het tempo ligt vaak zo laag dat ik het debuut van Silk Rhodes in eerste instantie een wat saaie plaat vond, maar wanneer je eenmaal gewend bent aan de muziek van het tweetal uit Baltimore valt alles op zijn plaats en wordt de muziek van Silk Rhodes steeds mooier.
Een ander ding waaraan ik moest wennen is de lo-fi achtige aanpak van het tweetal. Het debuut van Silk Rhodes jaagt er in nog geen half uur maar liefst 12 songs doorheen en in een aantal gevallen zijn het niet meer dan flarden van songs. De plaat heeft hierdoor wel iets van een soundtrack, waar je vervolgens zelf de zwoele beelden bij mag bedenken. Aan de andere kant is de muziek van Silk Rhodes bij vlagen ook ruwer en ongepolijster dan gebruikelijk in het genre, al kan dit eenvoudig omslaan.
Er verschijnen momenteel nogal wat platen die stevig teruggrijpen op 70s soul en funk, maar Silk Rhodes doet dit op bijzonder originele en ook op bijzonder trefzekere wijze. Het duurt misschien even voor het kwartje is gevallen, maar wanneer dat zo is blijft deze zwoele en ook avontuurlijke plaat een graag geziene gast in de cd speler. Ik ben inmiddels in ieder geval volledig overtuigd van de kwaliteiten van dit Amerikaanse duo. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Silk Rhodes - Silk Rhodes - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik geef het direct toe: Het heeft even geduurd, maar uiteindelijk ben ik toch nog gevallen voor de zwoele verleiding van Silk Rhodes.
Silk Rhodes is een duo uit Baltimore dat 70s soul en funk op aanstekelijke wijze vermengt met invloeden uit de hip hop, r&b en neo-soul.
Het duo doet dat op uiteenlopende manieren. De ene keer steekt men het beste van Prince naar de kroon, maar Silk Rhodes is ook niet vies van aalgladde soulballads (denk aan Al Green) of van kitscherige 70s disco (al het vergelijkingsmateriaal heb ik verdrongen).
Het titelloze debuut van het duo wist me daarom zeker niet onmiddellijk te overtuigen. Wanneer het duo aan de haal gaat met Prince achtige funk ben ik direct om, maar wanneer het tempo omlaag gaat en Silk Rhodes kiest voor honingzoete soulballads of voor 70s disco soul had ik in eerste instantie toch mijn reserves.
Dat ik uiteindelijk toch voor de bijl ben gegaan heeft alles te maken met de knappe wijze waarop producer Michael Collins en zanger Sasha Desree invloeden uit het verleden combineren met invloeden uit het heden en de al even knappe wijze waarop de muziek is ingekleurd.
Michael Collins is verantwoordelijk voor het klankentapijt waarin subtiele gitaarlijnen en verwarmende orgeltjes worden gecombineerd met speelse ritmes en honingzoete strijkers, terwijl Sasha Desree misschien geen groot zanger is, maar er wel in slaagt om de nogal uiteenlopende songs op het debuut van Silk Rhodes naar zijn hand te zetten.
Het debuut van Silk Rhodes is een plaat die het vooral goed doet in de kleine uurtjes. Het lage tempo krijgt dan een bezwerende uitwerking, terwijl de zwoele funk en soul de dag voorzien van een warmbloedig slot. Het tempo ligt vaak zo laag dat ik het debuut van Silk Rhodes in eerste instantie een wat saaie plaat vond, maar wanneer je eenmaal gewend bent aan de muziek van het tweetal uit Baltimore valt alles op zijn plaats en wordt de muziek van Silk Rhodes steeds mooier.
Een ander ding waaraan ik moest wennen is de lo-fi achtige aanpak van het tweetal. Het debuut van Silk Rhodes jaagt er in nog geen half uur maar liefst 12 songs doorheen en in een aantal gevallen zijn het niet meer dan flarden van songs. De plaat heeft hierdoor wel iets van een soundtrack, waar je vervolgens zelf de zwoele beelden bij mag bedenken. Aan de andere kant is de muziek van Silk Rhodes bij vlagen ook ruwer en ongepolijster dan gebruikelijk in het genre, al kan dit eenvoudig omslaan.
Er verschijnen momenteel nogal wat platen die stevig teruggrijpen op 70s soul en funk, maar Silk Rhodes doet dit op bijzonder originele en ook op bijzonder trefzekere wijze. Het duurt misschien even voor het kwartje is gevallen, maar wanneer dat zo is blijft deze zwoele en ook avontuurlijke plaat een graag geziene gast in de cd speler. Ik ben inmiddels in ieder geval volledig overtuigd van de kwaliteiten van dit Amerikaanse duo. Erwin Zijleman
Silvana Estrada - Marchita (2022)

4,0
1
geplaatst: 11 augustus 2022, 15:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Silvana Estrada - Marchita - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Silvana Estrada - Marchita
De Mexicaanse muzikante Silvana Estrada betovert op Marchita met prachtige ingetogen klanken, songs vol weemoed en melancholie en een stem die het nodige hartzeer met veel gevoel over je uitstort
De Britse kwaliteitskrant The Guardian reserveerde in haar halfjaarlijstje een plek voor Marchita van Silvana Estrada en daar valt niets op af te dingen. De Mexicaanse singer-songwriter heeft haar tweede album werkelijk prachtig en verrassend veelzijdig ingekleurd en tekent voor intieme songs over een verloren liefde. Ze vertolkt deze songs met zoveel gevoel dat kippenvel niet te onderdrukken is. Marchita is een heerlijk album voor warme zomerdagen, maar uiteindelijk is een topalbum als dit er een voor alle seizoenen. Mexicaanse muziek krijgt niet veel aandacht in Nederland, maar Marchita van Silvana Estrada is een album van een bijzondere schoonheid.
Nog een mooie tip uit het halfjaarlijstje van The Guardian: Marchita van Silvana Estrada. Silvana Estrada is een Mexicaanse multi-instrumentalist en singer-songwriter, die opgroeide op een streng dieet van traditionele Mexicaanse muziek op het Mexicaanse platteland. Ze kwam al op jonge leeftijd in aanraking met de grote variëteit aan snareninstrumenten die haar ouders maakten en leek in eerste instantie te kiezen voor de jazz en niet voor de traditionele Mexicaanse muziek. Op Marchita zijn invloeden uit de jazz absoluut hoorbaar, maar Silvana Estrada is haar muzikale wortels niet vergeten op haar tweede album.
Ik ben zelf absoluut niet thuis in de Mexicaanse muziek, maar Marchita van Silvana Estrada is een album dat bijzonder makkelijk verleidt. Dat doet de Mexicaanse muzikante in eerste instantie met haar zang. Silvana Estrada beschikt over een mooi en zeer karakteristiek stemgeluid, maar ze zingt met ook heel gevoel en passie, waardoor de songs op het tweede album van de Mexicaanse muzikante zich bijzonder makkelijk opdringen. Silvana Estrada kan prachtig ingetogen zingen, maar kan de noten ook uit haar tenen halen, wat haar vooral sober ingekleurde songs voorziet van de nodige dynamiek.
Ondanks al het gevoel en de Spaanstalige teksten is Marchita ook voor westerse oren een behoorlijk toegankelijk album. De folky songs op het album liggen lekker in het gehoor en doen het uitstekend op de achtergrond op de zomerse dagen van het moment, maar de muziek van Silvana Estrada is het mooist wanneer je er met volledige aandacht naar luistert.
In vocaal opzicht is Marchita een indrukwekkend album, maar ook in muzikaal opzicht legt de Mexicaanse muzikante de lat hoog. Marchita is een vooral sober ingekleurd album, maar het is ook een album dat rijkelijk is versierd met mooie en bijzondere details. Silvana Estrada kan uitstekend uit de voeten met slechts een akoestische gitaar als begeleiding, maar de bijdragen van onder andere piano, blazers en strijkers kleuren de sobere basis zeer fraai in en zorgen bovendien voor de nodige variatie op het album.
Marchita is ook nog eens een album dat overloopt van melancholie. Mijn ooit opgedane kennis van het Spaans is inmiddels volledig weggezakt zodat ik niets kan zeggen over de naar verluidt poëtische teksten van de Mexicaanse muzikante, maar dat Marchita een album is over een verloren liefde voel je ook zonder begrip van het Spaans feilloos aan.
Marchita van Silvana Estrada doet me wel wat denken aan het vorig jaar verschenen SEIS van de Chileense muzikante Mon Laferte, die zich voor dit album liet inspireren door de traditionele Mexicaanse muziek waarmee Silvana Estrada opgroeide. De muziek van de Mexicaanse singer-songwriter komt absoluut tot leven bij de temperaturen van het moment, maar ik kan me nu al voorstellen hoe Marchita koude en donkere winteravonden gaat verwarmen.
Het tweede album van Silvana Estrada is ook een uitstekend album voor een goede koptelefoon, want zowel in muzikaal, vocaal als productioneel opzicht is Marchita een kunststukje. Ik luister zoals gezegd nauwelijks naar Mexicaanse muziek of Latijns-Amerikaanse muziek in het algemeen, maar het werkelijk wonderschone album van Silvana Estrada had ik toch niet graag gemist. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Silvana Estrada - Marchita - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Silvana Estrada - Marchita
De Mexicaanse muzikante Silvana Estrada betovert op Marchita met prachtige ingetogen klanken, songs vol weemoed en melancholie en een stem die het nodige hartzeer met veel gevoel over je uitstort
De Britse kwaliteitskrant The Guardian reserveerde in haar halfjaarlijstje een plek voor Marchita van Silvana Estrada en daar valt niets op af te dingen. De Mexicaanse singer-songwriter heeft haar tweede album werkelijk prachtig en verrassend veelzijdig ingekleurd en tekent voor intieme songs over een verloren liefde. Ze vertolkt deze songs met zoveel gevoel dat kippenvel niet te onderdrukken is. Marchita is een heerlijk album voor warme zomerdagen, maar uiteindelijk is een topalbum als dit er een voor alle seizoenen. Mexicaanse muziek krijgt niet veel aandacht in Nederland, maar Marchita van Silvana Estrada is een album van een bijzondere schoonheid.
Nog een mooie tip uit het halfjaarlijstje van The Guardian: Marchita van Silvana Estrada. Silvana Estrada is een Mexicaanse multi-instrumentalist en singer-songwriter, die opgroeide op een streng dieet van traditionele Mexicaanse muziek op het Mexicaanse platteland. Ze kwam al op jonge leeftijd in aanraking met de grote variëteit aan snareninstrumenten die haar ouders maakten en leek in eerste instantie te kiezen voor de jazz en niet voor de traditionele Mexicaanse muziek. Op Marchita zijn invloeden uit de jazz absoluut hoorbaar, maar Silvana Estrada is haar muzikale wortels niet vergeten op haar tweede album.
Ik ben zelf absoluut niet thuis in de Mexicaanse muziek, maar Marchita van Silvana Estrada is een album dat bijzonder makkelijk verleidt. Dat doet de Mexicaanse muzikante in eerste instantie met haar zang. Silvana Estrada beschikt over een mooi en zeer karakteristiek stemgeluid, maar ze zingt met ook heel gevoel en passie, waardoor de songs op het tweede album van de Mexicaanse muzikante zich bijzonder makkelijk opdringen. Silvana Estrada kan prachtig ingetogen zingen, maar kan de noten ook uit haar tenen halen, wat haar vooral sober ingekleurde songs voorziet van de nodige dynamiek.
Ondanks al het gevoel en de Spaanstalige teksten is Marchita ook voor westerse oren een behoorlijk toegankelijk album. De folky songs op het album liggen lekker in het gehoor en doen het uitstekend op de achtergrond op de zomerse dagen van het moment, maar de muziek van Silvana Estrada is het mooist wanneer je er met volledige aandacht naar luistert.
In vocaal opzicht is Marchita een indrukwekkend album, maar ook in muzikaal opzicht legt de Mexicaanse muzikante de lat hoog. Marchita is een vooral sober ingekleurd album, maar het is ook een album dat rijkelijk is versierd met mooie en bijzondere details. Silvana Estrada kan uitstekend uit de voeten met slechts een akoestische gitaar als begeleiding, maar de bijdragen van onder andere piano, blazers en strijkers kleuren de sobere basis zeer fraai in en zorgen bovendien voor de nodige variatie op het album.
Marchita is ook nog eens een album dat overloopt van melancholie. Mijn ooit opgedane kennis van het Spaans is inmiddels volledig weggezakt zodat ik niets kan zeggen over de naar verluidt poëtische teksten van de Mexicaanse muzikante, maar dat Marchita een album is over een verloren liefde voel je ook zonder begrip van het Spaans feilloos aan.
Marchita van Silvana Estrada doet me wel wat denken aan het vorig jaar verschenen SEIS van de Chileense muzikante Mon Laferte, die zich voor dit album liet inspireren door de traditionele Mexicaanse muziek waarmee Silvana Estrada opgroeide. De muziek van de Mexicaanse singer-songwriter komt absoluut tot leven bij de temperaturen van het moment, maar ik kan me nu al voorstellen hoe Marchita koude en donkere winteravonden gaat verwarmen.
Het tweede album van Silvana Estrada is ook een uitstekend album voor een goede koptelefoon, want zowel in muzikaal, vocaal als productioneel opzicht is Marchita een kunststukje. Ik luister zoals gezegd nauwelijks naar Mexicaanse muziek of Latijns-Amerikaanse muziek in het algemeen, maar het werkelijk wonderschone album van Silvana Estrada had ik toch niet graag gemist. Erwin Zijleman
Silver Jews - American Water (1998)

4,5
0
geplaatst: 11 augustus 2024, 19:31 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Silver Jews - American Water (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Silver Jews - American Water (1998)
David Berman leverde met het album van Purple Mountains helaas zijn zwanenzang af, maar maakte zijn beste muziek met zijn band Silver Jews, met het uit 1998 stammende American Water als hoogtepunt
In de lijstjes met bands die de jaren 90 in muzikaal opzicht kleur gaven kom ik de naam van Silver Jews niet vaak tegen, maar de band van David Berman hoort absoluut thuis in deze lijstjes. De Amerikaanse band kwam uiteindelijk tot zes albums en een slecht album zit er niet tussen. Het zijn albums die deels aansluiten bij de indierock en lo-fi die in de jaren 90 werd gemaakt, maar de muziek van Silver Jews klonk ook altijd anders. American Water bevat een aantal typische jaren 90 rocksongs, maar invloeden gaan ook terug tot de jaren 70. De songs van David Berman rammelden altijd wat en zijn wat vlakke stem kon niet iedereen waarderen, maar wat is American Water nog altijd een sterk album.
De Amerikaanse muzikant David Berman maakte in de zomer van 2019 een einde aan zijn leven. Een maand eerder was hij na lange afwezigheid teruggekeerd met het titelloze debuutalbum van zijn nieuwe band Purple Mountains. Het was een verrassend sterk album, waarop de Amerikaanse muzikant nog maar eens liet horen dat hij een fantastische songwriter was.
Dat liet hij veelvuldig horen op de albums van zijn andere band, Silver Jews. David Berman formeerde Silver Jews in 1989 en deed dit samen met drummer Bob Nastanovich en zanger en gitarist Stephen Malkmus. Laatstgenoemde zou al snel beroemd worden met zijn band Pavement, maar was nog wel te horen op het debuutalbum van Silver Jews. David Berman zou tussen 1994 en 2008 zes albums maken met Silver Jews en het zijn stuk voor stuk uitstekende albums. Het zijn albums die konden rekenen op zeer positieve woorden van de critici, maar de albums van de Amerikaanse band bleven toch vooral cultalbums.
Het is niet makkelijk om het beste album van Silver Jews er uit te pikken, want de band rond David Berman was ondanks de wisselende samenstellingen behoorlijk constant wanneer het gaat om de kwaliteit van haar muziek. Ik heb persoonlijk het meest met het derde album van de band, het in 1998 verschenen American Water. Het is in alle opzichten een typisch Silver Jews album, dat zeker niet alleen door mij als het beste album van de band wordt gezien.
Het was best lang geleden dat ik naar de muziek van Silver Jews had geluisterd en toen ik American Water na al die jaren eindelijk weer eens beluisterde begreep ik aan de ene kant wel waarom Silver Jews de cultstatus nooit echt wist te ontstijgen, maar werd ik aan de andere kant ook direct weer gegrepen door de unieke songs van David Berman.
In de meest toegankelijke momenten doet Silver Jews op American Water niet onder voor de andere bands die de indierock van de jaren 90 kleur gaven, maar David Berman liet zich in muzikaal opzicht breder beïnvloeden en groef in zijn songs bovendien dieper. Een aantal songs is niet zo ver verwijderd van de muziek die zijn maatje Stephen Malkmus maakte met Pavement, maar in de songs van Silver Jews hoor je ook allerlei andere invloeden.
Die variëren van psychedelica uit de jaren 60 en 70 tot Amerikaanse new wave uit de tweede helft van de jaren 70 tot tijdloze Amerikaanse rootsmuziek. Door de ruwe gitaren heeft American Water over de hele linie een 90s indierock gevoel, maar vergeleken met de meeste andere albums in het genre klinkt de muziek van Silver Jews toch duidelijk anders. American Water klinkt ook anders door de bijzondere stem van David Berman, die hier en daar wat aan Lou Reed doet denken en zijn persoonlijke, intense maar ook humoristische songs.
Ondanks het feit dat ik misschien wel 25 jaar niet meer naar de muziek van Silver Jews had geluisterd sprak American Water me direct weer aan en dat geldt ook voor de andere albums van de Amerikaanse band. Op een of andere manier beviel American Water me destijds net wat beter en dat is niet veranderd.
Het blijft doodzonde dat David Berman onze wereld op slechts 50-jarige leeftijd achter zich liet, maar wat maakte hij mooie muziek met Purple Mountains en zeker ook met zijn band Silver Jews, die misschien nooit heel bekend is geworden, maar absoluut invloedrijk is gebleken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Silver Jews - American Water (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Silver Jews - American Water (1998)
David Berman leverde met het album van Purple Mountains helaas zijn zwanenzang af, maar maakte zijn beste muziek met zijn band Silver Jews, met het uit 1998 stammende American Water als hoogtepunt
In de lijstjes met bands die de jaren 90 in muzikaal opzicht kleur gaven kom ik de naam van Silver Jews niet vaak tegen, maar de band van David Berman hoort absoluut thuis in deze lijstjes. De Amerikaanse band kwam uiteindelijk tot zes albums en een slecht album zit er niet tussen. Het zijn albums die deels aansluiten bij de indierock en lo-fi die in de jaren 90 werd gemaakt, maar de muziek van Silver Jews klonk ook altijd anders. American Water bevat een aantal typische jaren 90 rocksongs, maar invloeden gaan ook terug tot de jaren 70. De songs van David Berman rammelden altijd wat en zijn wat vlakke stem kon niet iedereen waarderen, maar wat is American Water nog altijd een sterk album.
De Amerikaanse muzikant David Berman maakte in de zomer van 2019 een einde aan zijn leven. Een maand eerder was hij na lange afwezigheid teruggekeerd met het titelloze debuutalbum van zijn nieuwe band Purple Mountains. Het was een verrassend sterk album, waarop de Amerikaanse muzikant nog maar eens liet horen dat hij een fantastische songwriter was.
Dat liet hij veelvuldig horen op de albums van zijn andere band, Silver Jews. David Berman formeerde Silver Jews in 1989 en deed dit samen met drummer Bob Nastanovich en zanger en gitarist Stephen Malkmus. Laatstgenoemde zou al snel beroemd worden met zijn band Pavement, maar was nog wel te horen op het debuutalbum van Silver Jews. David Berman zou tussen 1994 en 2008 zes albums maken met Silver Jews en het zijn stuk voor stuk uitstekende albums. Het zijn albums die konden rekenen op zeer positieve woorden van de critici, maar de albums van de Amerikaanse band bleven toch vooral cultalbums.
Het is niet makkelijk om het beste album van Silver Jews er uit te pikken, want de band rond David Berman was ondanks de wisselende samenstellingen behoorlijk constant wanneer het gaat om de kwaliteit van haar muziek. Ik heb persoonlijk het meest met het derde album van de band, het in 1998 verschenen American Water. Het is in alle opzichten een typisch Silver Jews album, dat zeker niet alleen door mij als het beste album van de band wordt gezien.
Het was best lang geleden dat ik naar de muziek van Silver Jews had geluisterd en toen ik American Water na al die jaren eindelijk weer eens beluisterde begreep ik aan de ene kant wel waarom Silver Jews de cultstatus nooit echt wist te ontstijgen, maar werd ik aan de andere kant ook direct weer gegrepen door de unieke songs van David Berman.
In de meest toegankelijke momenten doet Silver Jews op American Water niet onder voor de andere bands die de indierock van de jaren 90 kleur gaven, maar David Berman liet zich in muzikaal opzicht breder beïnvloeden en groef in zijn songs bovendien dieper. Een aantal songs is niet zo ver verwijderd van de muziek die zijn maatje Stephen Malkmus maakte met Pavement, maar in de songs van Silver Jews hoor je ook allerlei andere invloeden.
Die variëren van psychedelica uit de jaren 60 en 70 tot Amerikaanse new wave uit de tweede helft van de jaren 70 tot tijdloze Amerikaanse rootsmuziek. Door de ruwe gitaren heeft American Water over de hele linie een 90s indierock gevoel, maar vergeleken met de meeste andere albums in het genre klinkt de muziek van Silver Jews toch duidelijk anders. American Water klinkt ook anders door de bijzondere stem van David Berman, die hier en daar wat aan Lou Reed doet denken en zijn persoonlijke, intense maar ook humoristische songs.
Ondanks het feit dat ik misschien wel 25 jaar niet meer naar de muziek van Silver Jews had geluisterd sprak American Water me direct weer aan en dat geldt ook voor de andere albums van de Amerikaanse band. Op een of andere manier beviel American Water me destijds net wat beter en dat is niet veranderd.
Het blijft doodzonde dat David Berman onze wereld op slechts 50-jarige leeftijd achter zich liet, maar wat maakte hij mooie muziek met Purple Mountains en zeker ook met zijn band Silver Jews, die misschien nooit heel bekend is geworden, maar absoluut invloedrijk is gebleken. Erwin Zijleman
Silver Lining - Go Out Nowhere (2022)

4,0
0
geplaatst: 20 mei 2022, 16:42 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Silver Lining - Go Out Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Silver Lining - Go Out Nowhere
Stine Andreassen maakte vorig jaar enorme indruk met het album van de Noorse band The Northern Belle en doet dit nu samen met Live Miranda Solberg nog eens met de band Silver Lining
Er verschijnen momenteel heel veel albums die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek of Americana passen, waarbij albums uit de Verenigde Staten de meeste aandacht trekken, maar Go Out Nowhere van de Noorse band Silver Lining is misschien wel de mooiste van het stel. Silver Lining combineert de stemmen van Stine Andreassen (The Northern Belle, Darling West) en Live Miranda Solberg (Louien) en de twee tekenen op het tweede album van Silver Lining voor harmonieën die garant staan voor kippenvel. Silver Lining maakt niet alleen in vocaal opzicht indruk, maar tekent ook voor geweldige songs. Het levert een prachtig album op, dat de concurrentie het nakijken geeft.
Bij Amerikaanse rootsmuziek denk je misschien niet direct aan Noorwegen, maar het Scandinavische land heeft absoluut een reputatie hoog te houden wanneer het gaat om goed gemaakte Amerikaanse rootsmuziek. Begin vorig jaar haalde ik uit wat aansprekende jaarlijstjes We Wither, We Bloom van de Noorse band The Northern Belle en dat bleek niet alleen een zeer aangename verrassing, maar inderdaad ook een jaarlijstjeswaardig album. Americana uit het hoge noorden van Europa klinkt over het algemeen stemmig en donker, maar de muziek van The Northern Belle klonk verrassend luchtig en zonnig en was bovendien niet vies van invloeden uit de perfecte jaren 70 pop van Fleetwood Mac.
Bij de band uit Oslo draait er veel om singer-songwriter Stine Andreassen, die ook nog als soloartiest aan de weg timmert en deel uitmaakt(e) van de band Darling West. Het is kennelijk nog niet genoeg om de agenda van de Noorse muzikante volledig te vullen, want deze week duikt ze ook nog op in Silver Lining. In Silver Lining werkt ze samen met collega zangeres Live Miranda Solberg, die we ook weer kennen als Louien. De Noorse muzikanten Halvor Falck Johansen en Bjornar Ekse Brandseth completeren de huidige line-up van Silver Lining, dat met Go Out Nowhere haar tweede album heeft uitgebracht.
Het is een album dat minstens net zo verleidelijk is al het genoemde album van The Northern Belle, maar wel duidelijk anders klinkt. Waar The Northern Belle hier en daar tegen de pop aan schuurt, kruipt Silver Lining juist weer wat dichter tegen de Americana aan. Het is wel een Noorse variant op de Americana, want met name de hier en daar opduikende keyboards kom je in de reguliere Americana niet tegen. Ook het fantastische snarenwerk op het album klinkt hier en daar wat anders dan we in het genre gewend zijn, maar dit snarenwerk maakt op andere momenten een echt Americana album van Go Out Nowhere.
Het nieuwe album van Silver Lining klinkt echt prachtig en ook over de songs op het album ben ik zeer te spreken, maar het sterkste punt van het album van de band vind ik de wonderschone zang. Stine Andreassen en Live Miranda Solberg tekenen keer op keer voor prachtige vocalen en nog mooiere harmonieën, maar ook Halvor Falck Johansen beschikt over een hele mooie stem en kan uitstekend uit de voeten met de al even mooie harmonieën in de titelsong.
Hier en daar is Go Out Nowhere een album vol echo’s uit de jaren 70 en klinkt Silver Lining als The Eagles met twee zangeressen (en heel stiekem af en toe als een rootsy versie van ABBA), maar de Noorse band kan ook uit de voeten met eigentijdse Americana met hier en daar een Scandinavische touch.
De zang is keer op keer van een hele bijzondere schoonheid en intensiteit, die alleen maar wordt versterkt door de variatie die Silver Lining aanbrengt op haar tweede album, al had de stem van Halvor Falck Johansen van mij vaker op mogen duiken (en dat zeg ik niet snel als groot liefhebber van vrouwenstemmen). Go Out Nowhere van Silver Lining staat wat in de schaduw van al die andere nieuwe albums in het genre uit de Verenigde Staten, maar in kwalitatief opzicht is de Noorse band de concurrentie wat mij betreft heel makkelijk de baas. Silver Lining heeft een wonderschoon rootsalbum gemaakt, dat vooral bij liefhebbers van mooie vrouwenstemmen en harmonieën zeer in de smaak zal vallen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Silver Lining - Go Out Nowhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Silver Lining - Go Out Nowhere
Stine Andreassen maakte vorig jaar enorme indruk met het album van de Noorse band The Northern Belle en doet dit nu samen met Live Miranda Solberg nog eens met de band Silver Lining
Er verschijnen momenteel heel veel albums die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek of Americana passen, waarbij albums uit de Verenigde Staten de meeste aandacht trekken, maar Go Out Nowhere van de Noorse band Silver Lining is misschien wel de mooiste van het stel. Silver Lining combineert de stemmen van Stine Andreassen (The Northern Belle, Darling West) en Live Miranda Solberg (Louien) en de twee tekenen op het tweede album van Silver Lining voor harmonieën die garant staan voor kippenvel. Silver Lining maakt niet alleen in vocaal opzicht indruk, maar tekent ook voor geweldige songs. Het levert een prachtig album op, dat de concurrentie het nakijken geeft.
Bij Amerikaanse rootsmuziek denk je misschien niet direct aan Noorwegen, maar het Scandinavische land heeft absoluut een reputatie hoog te houden wanneer het gaat om goed gemaakte Amerikaanse rootsmuziek. Begin vorig jaar haalde ik uit wat aansprekende jaarlijstjes We Wither, We Bloom van de Noorse band The Northern Belle en dat bleek niet alleen een zeer aangename verrassing, maar inderdaad ook een jaarlijstjeswaardig album. Americana uit het hoge noorden van Europa klinkt over het algemeen stemmig en donker, maar de muziek van The Northern Belle klonk verrassend luchtig en zonnig en was bovendien niet vies van invloeden uit de perfecte jaren 70 pop van Fleetwood Mac.
Bij de band uit Oslo draait er veel om singer-songwriter Stine Andreassen, die ook nog als soloartiest aan de weg timmert en deel uitmaakt(e) van de band Darling West. Het is kennelijk nog niet genoeg om de agenda van de Noorse muzikante volledig te vullen, want deze week duikt ze ook nog op in Silver Lining. In Silver Lining werkt ze samen met collega zangeres Live Miranda Solberg, die we ook weer kennen als Louien. De Noorse muzikanten Halvor Falck Johansen en Bjornar Ekse Brandseth completeren de huidige line-up van Silver Lining, dat met Go Out Nowhere haar tweede album heeft uitgebracht.
Het is een album dat minstens net zo verleidelijk is al het genoemde album van The Northern Belle, maar wel duidelijk anders klinkt. Waar The Northern Belle hier en daar tegen de pop aan schuurt, kruipt Silver Lining juist weer wat dichter tegen de Americana aan. Het is wel een Noorse variant op de Americana, want met name de hier en daar opduikende keyboards kom je in de reguliere Americana niet tegen. Ook het fantastische snarenwerk op het album klinkt hier en daar wat anders dan we in het genre gewend zijn, maar dit snarenwerk maakt op andere momenten een echt Americana album van Go Out Nowhere.
Het nieuwe album van Silver Lining klinkt echt prachtig en ook over de songs op het album ben ik zeer te spreken, maar het sterkste punt van het album van de band vind ik de wonderschone zang. Stine Andreassen en Live Miranda Solberg tekenen keer op keer voor prachtige vocalen en nog mooiere harmonieën, maar ook Halvor Falck Johansen beschikt over een hele mooie stem en kan uitstekend uit de voeten met de al even mooie harmonieën in de titelsong.
Hier en daar is Go Out Nowhere een album vol echo’s uit de jaren 70 en klinkt Silver Lining als The Eagles met twee zangeressen (en heel stiekem af en toe als een rootsy versie van ABBA), maar de Noorse band kan ook uit de voeten met eigentijdse Americana met hier en daar een Scandinavische touch.
De zang is keer op keer van een hele bijzondere schoonheid en intensiteit, die alleen maar wordt versterkt door de variatie die Silver Lining aanbrengt op haar tweede album, al had de stem van Halvor Falck Johansen van mij vaker op mogen duiken (en dat zeg ik niet snel als groot liefhebber van vrouwenstemmen). Go Out Nowhere van Silver Lining staat wat in de schaduw van al die andere nieuwe albums in het genre uit de Verenigde Staten, maar in kwalitatief opzicht is de Noorse band de concurrentie wat mij betreft heel makkelijk de baas. Silver Lining heeft een wonderschoon rootsalbum gemaakt, dat vooral bij liefhebbers van mooie vrouwenstemmen en harmonieën zeer in de smaak zal vallen. Erwin Zijleman
Silver Synthetic - Silver Synthetic (2021)

4,0
0
geplaatst: 16 april 2021, 15:30 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Silver Synthetic - Silver Synthetic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amerikaanse band Silver Synthetic klinkt als een goedgevulde maar omgevallen platenkast uit de jaren 70 en wat klinkt het allemaal lekker zonnig, heerlijk nostalgisch en aangenaam zorgeloos
Er zijn talloze bands die hun inspiratie vinden in de jaren 60 en 70. De door het label van Jack White getekende band Silver Synthetic uit New Orleans doet dit ook en doet dit wat mij betreft heel erg goed. De Amerikaanse band laat zich door meerdere genres beïnvloeden en probeert ook nog wat van zichzelf toe te voegen. Het debuut van Silver Synthetic is bovendien een heerlijke gitaarplaat en het is er een die doet verlangen naar een mooie en zorgeloze zomer. Als we die buiten niet kunnen vinden dit jaar zorgt dit album er in ieder geval voor dat de zonnestralen uit de speakers komen en even kan worden gedroomd over andere en vooral betere tijden. Heerlijk album.
De krenten uit de pop: Silver Synthetic - Silver Synthetic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Amerikaanse band Silver Synthetic klinkt als een goedgevulde maar omgevallen platenkast uit de jaren 70 en wat klinkt het allemaal lekker zonnig, heerlijk nostalgisch en aangenaam zorgeloos
Er zijn talloze bands die hun inspiratie vinden in de jaren 60 en 70. De door het label van Jack White getekende band Silver Synthetic uit New Orleans doet dit ook en doet dit wat mij betreft heel erg goed. De Amerikaanse band laat zich door meerdere genres beïnvloeden en probeert ook nog wat van zichzelf toe te voegen. Het debuut van Silver Synthetic is bovendien een heerlijke gitaarplaat en het is er een die doet verlangen naar een mooie en zorgeloze zomer. Als we die buiten niet kunnen vinden dit jaar zorgt dit album er in ieder geval voor dat de zonnestralen uit de speakers komen en even kan worden gedroomd over andere en vooral betere tijden. Heerlijk album.
Silverbacks - Fad (2020)

4,0
0
geplaatst: 24 juli 2020, 18:22 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Silverbacks - Fad - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Silverbacks - Fad
Geen idee wat er in het water zit in Dublin, maar de Ierse hoofdstad levert met Silverbacks nog maar eens een onweerstaanbaar lekker en stronteigenwijs gitaarbandje af
Luister naar de eerste noten van Fad van Silverbacks en je waant je in het geboortejaar van de Britse postpunk. Je blijft daar vervolgens maar even hangen, want het debuut van Silverbacks schiet alle kanten op. Soms is het net zo aanstekelijk als Franz Ferdinand of zelfs The Strokes, maar Silverbacks kiest ook nadrukkelijk voor ruwe randjes en het experiment. Het schuurt dicht tegen stadgenoten Fontaines D.C. en The Murder Capital aan, maar het klinkt allemaal weer net wat anders. Soms onweerstaanbaar lekker en reuze aanstekelijk, soms stekelig en tegendraads, maar altijd fris en urgent. Weer een leuk bandje uit Dublin.
Wanneer het gaat om leuke nieuwe gitaarbands wordt de strijd tussen Engeland en Ierland de afgelopen jaren met glans gewonnen door de Ieren. Met een nieuw album van Fontaines D.C. op komst hebben de Ieren ook dit jaar verreweg de beste papieren, maar Dublin heeft nog meer jonge gitaarbands achter de hand. Vorig jaar waren er het baanbrekende album van Girl Band en het prima album van The Murder Capital en deze week is er het debuut van de eveneens uit Dublin afkomstige band Silverbacks.
Op Fad laat Silverbacks horen dat het deels in dezelfde vijver vist als Fontaines D.C en The Murder Capital. Het debuut van de Ierse band laat immers een duidelijke voorliefde horen voor de postpunk zoals die aan het eind van de jaren 70 in het Verenigd Koninkrijk werd gemaakt. En net als haar stadgenoten kiest Silverbacks niet voor grootse en meeslepende postpunk die (mogelijk ooit weer) stadions kan vullen, maar voor rauwe en stekelige songs vol venijn.
Het album opent direct heerlijk met een springerig ritme en een al even springerig gitaarloopje, dat wordt gecombineerd met lekker nonchalante zang. Het neemt je aan de ene kant mee terug naar de hoogtijdagen van de eerste postpunk golf, maar Silverbacks klinkt ook zeker eigentijds. Bovendien beperkt de Ierse band zich zeker niet tot de vaste kaders en gebaande paden van de postpunk.
Openingstrack Dunkirk kiest na een postpunk start voor flink wat experiment, waarbij uitstapjes richting indiepop, indierock, noiserock, 70s New Wave (hier en daar hoor je flink wat van Television), lo-fi en psychedelica niet uit de weg worden gegaan. Het houdt de muziek van Silverbacks spannend en sprankelend. Fad heeft ook nog eens de ruwe energie en spontaniteit van een stel jonge honden, maar spelen kunnen ze absoluut.
De basloopjes klinken heerlijk donker, de drums zijn even doeltreffend als speels en met name het gitaarwerk schiet alle kanten op, maar weet steeds weer te verleiden met onweerstaanbare loopjes en riffs, die steeds weer genres overstijgen. Ook de zang vind ik dik in orde, zeker wanneer je gewend bent aan de bijna gesproken teksten. De songs van de band zijn absoluut aanstekelijk te noemen en zijn hier en daar niet vies van een vleugje Franz Ferdinand of zelfs The Strokes, maar het blijft toch ook allemaal heerlijk eigenwijs en prikkelend. Als er opeens dromerige vrouwenvocalen opduiken in de muziek van Silverbacks, schuift de band zomaar op richting Belle & Sebastian of toch de Pixies, totdat de zanger de band weer terug sleurt naar de postpunk.
In 35 minuten jaagt de Ierse band er maar liefst dertien tracks doorheen, waartussen een drietal intermezzo’s. Het zijn niet allemaal instant klassiekers, maar het debuut van Silverbacks bevat absoluut een bovengemiddeld aantal geweldige songs. Met name wanneer de band vol kiest voor de postpunk is de overredingskracht van de Ieren groot, maar aan de andere kant zijn het juist de uitstapjes buiten het genre die de band bestaansrecht geven en als de band even U2 naar de kroon steekt, klinkt de muziek van laatstgenoemden opeens wel erg gezapig. Volgende week weten we hoe Fad van Silverbacks zicht verhoudt tot het nieuwe album van Fontaines D.C., maar dat de Britten ook dit jaar weer een flinke nederlaag lijden is wel zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Silverbacks - Fad - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Silverbacks - Fad
Geen idee wat er in het water zit in Dublin, maar de Ierse hoofdstad levert met Silverbacks nog maar eens een onweerstaanbaar lekker en stronteigenwijs gitaarbandje af
Luister naar de eerste noten van Fad van Silverbacks en je waant je in het geboortejaar van de Britse postpunk. Je blijft daar vervolgens maar even hangen, want het debuut van Silverbacks schiet alle kanten op. Soms is het net zo aanstekelijk als Franz Ferdinand of zelfs The Strokes, maar Silverbacks kiest ook nadrukkelijk voor ruwe randjes en het experiment. Het schuurt dicht tegen stadgenoten Fontaines D.C. en The Murder Capital aan, maar het klinkt allemaal weer net wat anders. Soms onweerstaanbaar lekker en reuze aanstekelijk, soms stekelig en tegendraads, maar altijd fris en urgent. Weer een leuk bandje uit Dublin.
Wanneer het gaat om leuke nieuwe gitaarbands wordt de strijd tussen Engeland en Ierland de afgelopen jaren met glans gewonnen door de Ieren. Met een nieuw album van Fontaines D.C. op komst hebben de Ieren ook dit jaar verreweg de beste papieren, maar Dublin heeft nog meer jonge gitaarbands achter de hand. Vorig jaar waren er het baanbrekende album van Girl Band en het prima album van The Murder Capital en deze week is er het debuut van de eveneens uit Dublin afkomstige band Silverbacks.
Op Fad laat Silverbacks horen dat het deels in dezelfde vijver vist als Fontaines D.C en The Murder Capital. Het debuut van de Ierse band laat immers een duidelijke voorliefde horen voor de postpunk zoals die aan het eind van de jaren 70 in het Verenigd Koninkrijk werd gemaakt. En net als haar stadgenoten kiest Silverbacks niet voor grootse en meeslepende postpunk die (mogelijk ooit weer) stadions kan vullen, maar voor rauwe en stekelige songs vol venijn.
Het album opent direct heerlijk met een springerig ritme en een al even springerig gitaarloopje, dat wordt gecombineerd met lekker nonchalante zang. Het neemt je aan de ene kant mee terug naar de hoogtijdagen van de eerste postpunk golf, maar Silverbacks klinkt ook zeker eigentijds. Bovendien beperkt de Ierse band zich zeker niet tot de vaste kaders en gebaande paden van de postpunk.
Openingstrack Dunkirk kiest na een postpunk start voor flink wat experiment, waarbij uitstapjes richting indiepop, indierock, noiserock, 70s New Wave (hier en daar hoor je flink wat van Television), lo-fi en psychedelica niet uit de weg worden gegaan. Het houdt de muziek van Silverbacks spannend en sprankelend. Fad heeft ook nog eens de ruwe energie en spontaniteit van een stel jonge honden, maar spelen kunnen ze absoluut.
De basloopjes klinken heerlijk donker, de drums zijn even doeltreffend als speels en met name het gitaarwerk schiet alle kanten op, maar weet steeds weer te verleiden met onweerstaanbare loopjes en riffs, die steeds weer genres overstijgen. Ook de zang vind ik dik in orde, zeker wanneer je gewend bent aan de bijna gesproken teksten. De songs van de band zijn absoluut aanstekelijk te noemen en zijn hier en daar niet vies van een vleugje Franz Ferdinand of zelfs The Strokes, maar het blijft toch ook allemaal heerlijk eigenwijs en prikkelend. Als er opeens dromerige vrouwenvocalen opduiken in de muziek van Silverbacks, schuift de band zomaar op richting Belle & Sebastian of toch de Pixies, totdat de zanger de band weer terug sleurt naar de postpunk.
In 35 minuten jaagt de Ierse band er maar liefst dertien tracks doorheen, waartussen een drietal intermezzo’s. Het zijn niet allemaal instant klassiekers, maar het debuut van Silverbacks bevat absoluut een bovengemiddeld aantal geweldige songs. Met name wanneer de band vol kiest voor de postpunk is de overredingskracht van de Ieren groot, maar aan de andere kant zijn het juist de uitstapjes buiten het genre die de band bestaansrecht geven en als de band even U2 naar de kroon steekt, klinkt de muziek van laatstgenoemden opeens wel erg gezapig. Volgende week weten we hoe Fad van Silverbacks zicht verhoudt tot het nieuwe album van Fontaines D.C., maar dat de Britten ook dit jaar weer een flinke nederlaag lijden is wel zeker. Erwin Zijleman
Simple Minds - Big Music (2014)

4,5
0
geplaatst: 4 november 2014, 15:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Simple Minds - Big Music - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Tussen 1980 en 1985 was het mijn favoriete 80s band: Simple Minds. Empires And Dance (1980), Sons And Fascination (1981), Sister Feelings Call (1981), New Gold Dream (1982) en Sparkle In The Rain (1984) koester ik nog altijd als de kroonjuwelen van de popmuziek uit de jaren 80, maar vanaf Once Upon A Time (1985) ging het mis.
De vrije val in de tweede helft van de jaren 80 hield eigenlijk aan tot 2005 toen het verrassend sterke Black & White verscheen. Die plaat kreeg vijf jaar een geleden een vervolg met het wat mij betreft nog sterkere Graffiti Soul, dat als je het mij vraagt niet onder doet voor de beste platen van de band uit Glasgow.
Graffiti Soul leek lange tijd de zwanenzang van de Simple Minds, maar vlak na de wederopstanding van tijd- en soortgenoot U2 keren ook de Simple Minds terug met een nieuwe plaat. Waar de nieuwe U2 bij mij het ene oor in gaat en het andere oor direct weer uit, weten de Simple Minds me met Big Music echter voor de derde keer op rij te raken.
Simple Minds bestaat in 2014 nog altijd uit leden van het eerste uur Jim Kerr en Charlie Burchill, maar ook drummer Mel Gaynor draait inmiddels een aantal decennia mee. Voor de productie van Big Music deed de band een beroep op levende legende Steve Hillage. Hillage was in een ver verleden lid van de cultband Gong, maar maakte in de jaren 70 ook een aantal geweldige soloplaten. In de jaren 90 dook Hillage weer op als het brein van System 7, maar hiervoor timmerde hij ook al aan de weg als producer met de productie van Sons And Fascination en Sister Feelings Call van de Simple Minds als een van zijn eerste kunstjes.
Gezien de terugkeer van Steve Hillage als producer wordt hier en daar geroepen dat de Simple Minds op Big Music terugkeren naar het geluid van hun eerste platen, maar dat is maar ten dele het geval. Net als Graffiti Soul is Big Music wat mij betreft een plaat die teruggrijpt op alles wat de Simple Minds de afgelopen decennia hebben gedaan.
De belangrijkste ingrediënten op Big Music zijn ingrediënten die we al heel lang kennen: de breed uitwaaiende gitaarklanken van Charlie Burchill, de beukende maar ook super strakke drums van Mel Gaynor en natuurlijk de altijd wat onvaste en uit duizenden herkenbare stem van Jim Kerr.
Met name de tracks waarin de elektronica de aandacht opeist hoor je inderdaad echo’s uit het verre verleden van de Simple Minds, maar Big Music bevat ook de muziek waarmee de band uit Glasgow ooit stadions wist te vullen en de songs waarmee het ooit tekende voor haar eigen ondergang.
In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis en ik heb Jim Kerr niet vaak zo goed horen zingen als op Big Music, maar ook de songs op Big Music maken indruk en hier ontbrak het tussen 1985 en 2005 wel eens aan. Net als Black & White en Graffiti Soul staat Big Music vol met goede songs. Het zijn zeker niet allemaal instant klassiekers, maar de meeste songs op de plaat zing je na één keer mee en wil je hierna nog heel vaak horen.
Omdat ik de Simple Minds na 1985 talloze malen min of meer definitief heb afgeschreven, verwacht ik niets meer van de band en begin ik al jaren met de nodige scepsis aan de nieuwe platen van de Simple Minds, maar Big Music is raak, net zoals Black & White en Graffiti Soul raak waren. Het knappe hierbij is dat Big Music direct klinkt als vintage Simple Minds, maar dat de band inmiddels toch ook met haar tijd is mee gegaan.
Big Music is al met al een hele aangename en knappe Simple Minds plaat en dat is een hele prestatie voor een band die inmiddels al meer dan 35 jaar bestaat en ooit eens voort kwam uit het wat onbenullige punkbandje Johnny & The Self-Abusers. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Simple Minds - Big Music - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Tussen 1980 en 1985 was het mijn favoriete 80s band: Simple Minds. Empires And Dance (1980), Sons And Fascination (1981), Sister Feelings Call (1981), New Gold Dream (1982) en Sparkle In The Rain (1984) koester ik nog altijd als de kroonjuwelen van de popmuziek uit de jaren 80, maar vanaf Once Upon A Time (1985) ging het mis.
De vrije val in de tweede helft van de jaren 80 hield eigenlijk aan tot 2005 toen het verrassend sterke Black & White verscheen. Die plaat kreeg vijf jaar een geleden een vervolg met het wat mij betreft nog sterkere Graffiti Soul, dat als je het mij vraagt niet onder doet voor de beste platen van de band uit Glasgow.
Graffiti Soul leek lange tijd de zwanenzang van de Simple Minds, maar vlak na de wederopstanding van tijd- en soortgenoot U2 keren ook de Simple Minds terug met een nieuwe plaat. Waar de nieuwe U2 bij mij het ene oor in gaat en het andere oor direct weer uit, weten de Simple Minds me met Big Music echter voor de derde keer op rij te raken.
Simple Minds bestaat in 2014 nog altijd uit leden van het eerste uur Jim Kerr en Charlie Burchill, maar ook drummer Mel Gaynor draait inmiddels een aantal decennia mee. Voor de productie van Big Music deed de band een beroep op levende legende Steve Hillage. Hillage was in een ver verleden lid van de cultband Gong, maar maakte in de jaren 70 ook een aantal geweldige soloplaten. In de jaren 90 dook Hillage weer op als het brein van System 7, maar hiervoor timmerde hij ook al aan de weg als producer met de productie van Sons And Fascination en Sister Feelings Call van de Simple Minds als een van zijn eerste kunstjes.
Gezien de terugkeer van Steve Hillage als producer wordt hier en daar geroepen dat de Simple Minds op Big Music terugkeren naar het geluid van hun eerste platen, maar dat is maar ten dele het geval. Net als Graffiti Soul is Big Music wat mij betreft een plaat die teruggrijpt op alles wat de Simple Minds de afgelopen decennia hebben gedaan.
De belangrijkste ingrediënten op Big Music zijn ingrediënten die we al heel lang kennen: de breed uitwaaiende gitaarklanken van Charlie Burchill, de beukende maar ook super strakke drums van Mel Gaynor en natuurlijk de altijd wat onvaste en uit duizenden herkenbare stem van Jim Kerr.
Met name de tracks waarin de elektronica de aandacht opeist hoor je inderdaad echo’s uit het verre verleden van de Simple Minds, maar Big Music bevat ook de muziek waarmee de band uit Glasgow ooit stadions wist te vullen en de songs waarmee het ooit tekende voor haar eigen ondergang.
In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis en ik heb Jim Kerr niet vaak zo goed horen zingen als op Big Music, maar ook de songs op Big Music maken indruk en hier ontbrak het tussen 1985 en 2005 wel eens aan. Net als Black & White en Graffiti Soul staat Big Music vol met goede songs. Het zijn zeker niet allemaal instant klassiekers, maar de meeste songs op de plaat zing je na één keer mee en wil je hierna nog heel vaak horen.
Omdat ik de Simple Minds na 1985 talloze malen min of meer definitief heb afgeschreven, verwacht ik niets meer van de band en begin ik al jaren met de nodige scepsis aan de nieuwe platen van de Simple Minds, maar Big Music is raak, net zoals Black & White en Graffiti Soul raak waren. Het knappe hierbij is dat Big Music direct klinkt als vintage Simple Minds, maar dat de band inmiddels toch ook met haar tijd is mee gegaan.
Big Music is al met al een hele aangename en knappe Simple Minds plaat en dat is een hele prestatie voor een band die inmiddels al meer dan 35 jaar bestaat en ooit eens voort kwam uit het wat onbenullige punkbandje Johnny & The Self-Abusers. Erwin Zijleman
Simple Minds - Once Upon a Time (1985)

4,0
0
geplaatst: 11 december 2015, 14:53 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Simple Minds - Once Upon A Time, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Schotse band Simple Minds was in de eerste helft van de jaren 80 uitgegroeid van een cultband tot een grote band, die met New Gold Dream en Sparkle In The Rain twee cruciale (80s) platen had afgeleverd.
In 1985 was het tijd om te oogsten en een plekje naast het onaantastbaar geachte U2 af te dwingen. De grote zalen moesten worden verruild voor de stadions en naast Europa zou ook de VS er aan moeten geloven.
Voor de troepen uit kwam de succesvolle single Don’t You (Forget About Me), maar in oktober 1985 verscheen Once Upon A Time.
Once Upon A Time zou er voor zorgen dat Simple Minds zich een jaar of twee a drie kon scharen onder de grote rockbands op aarde, maar de plaat werd ook met gemengde gevoelens ontvangen. De plaat zorgde uiteindelijk voor het gewenste succes, maar zorgde er ook voor dat de rol van Simple Minds na de jaren 80 voor een belangrijk deel was uitgespeeld.
Ik was in 1985 zeker niet gek op Once Upon A Time, maar achteraf bezien is het een sterke plaat. Op Once Upon A Time doet Simple Minds afstand van de laatste restjes van haar indie geschiedenis, maar zegt het ook de (over)dosis galm van haar vorige platen vaarwel.
Once Upon A Time valt op door een mooi helder geluid waarin gitaren en keyboards in balans zijn en waarin de niet altijd even vaste vocalen van Jim Kerr fraai worden ondersteund door de soulvolle strot van zangeres Robin Clark. Sterproducer Jimmy Iovine voorzag de plaat vervolgens van een fris en helder geluid met ballen, waarin plaats was voor new wave, pop en rock.
Once Upon A Time is uiteindelijk een typisch kind van de jaren 80, maar het is ook een plaat die de tand des tijd beter heeft doorstaan dan de meeste andere platen uit deze periode. Simple Minds komt op Once Upon A Time met een serie sterke songs die opvallen door energie en passie. Het zijn songs die 30 jaar later nog altijd staan als een huis en dat is bijzonder.
De luxe edities van Once Upon A Time zijn voorzien van het nodige bonus-materiaal, waaronder uiteraard single Don’t You (Forget About Me) die vreemd genoeg ontbrak op de plaat en flink wat prima live-materiaal. Hoofdmoot blijft natuurlijk het originele album, dat ik na al die jaren toch anders inschat dan in 1985. Destijds deed het album wat pijn, inmiddels durf ik het wel te scharen onder de betere albums van de Schotse band, die de laatste jaren overigens weer wat overeind lijkt te krabbelen en waarom ook niet? Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Simple Minds - Once Upon A Time, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Schotse band Simple Minds was in de eerste helft van de jaren 80 uitgegroeid van een cultband tot een grote band, die met New Gold Dream en Sparkle In The Rain twee cruciale (80s) platen had afgeleverd.
In 1985 was het tijd om te oogsten en een plekje naast het onaantastbaar geachte U2 af te dwingen. De grote zalen moesten worden verruild voor de stadions en naast Europa zou ook de VS er aan moeten geloven.
Voor de troepen uit kwam de succesvolle single Don’t You (Forget About Me), maar in oktober 1985 verscheen Once Upon A Time.
Once Upon A Time zou er voor zorgen dat Simple Minds zich een jaar of twee a drie kon scharen onder de grote rockbands op aarde, maar de plaat werd ook met gemengde gevoelens ontvangen. De plaat zorgde uiteindelijk voor het gewenste succes, maar zorgde er ook voor dat de rol van Simple Minds na de jaren 80 voor een belangrijk deel was uitgespeeld.
Ik was in 1985 zeker niet gek op Once Upon A Time, maar achteraf bezien is het een sterke plaat. Op Once Upon A Time doet Simple Minds afstand van de laatste restjes van haar indie geschiedenis, maar zegt het ook de (over)dosis galm van haar vorige platen vaarwel.
Once Upon A Time valt op door een mooi helder geluid waarin gitaren en keyboards in balans zijn en waarin de niet altijd even vaste vocalen van Jim Kerr fraai worden ondersteund door de soulvolle strot van zangeres Robin Clark. Sterproducer Jimmy Iovine voorzag de plaat vervolgens van een fris en helder geluid met ballen, waarin plaats was voor new wave, pop en rock.
Once Upon A Time is uiteindelijk een typisch kind van de jaren 80, maar het is ook een plaat die de tand des tijd beter heeft doorstaan dan de meeste andere platen uit deze periode. Simple Minds komt op Once Upon A Time met een serie sterke songs die opvallen door energie en passie. Het zijn songs die 30 jaar later nog altijd staan als een huis en dat is bijzonder.
De luxe edities van Once Upon A Time zijn voorzien van het nodige bonus-materiaal, waaronder uiteraard single Don’t You (Forget About Me) die vreemd genoeg ontbrak op de plaat en flink wat prima live-materiaal. Hoofdmoot blijft natuurlijk het originele album, dat ik na al die jaren toch anders inschat dan in 1985. Destijds deed het album wat pijn, inmiddels durf ik het wel te scharen onder de betere albums van de Schotse band, die de laatste jaren overigens weer wat overeind lijkt te krabbelen en waarom ook niet? Erwin Zijleman
