MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

St. Vincent - Todos Nacen Gritando (2024)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: St. Vincent - Todos Nacen Gritando - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: St. Vincent - Todos Nacen Gritando
St. Vincent dook vorige maand op met een Spaanstalige versie van haar album All Born Screaming, dat alleen door de Spaanse taal net wat anders klinkt dan de originele versie van het album

Ik ben over het algemeen niet zo gek op Nederlandstalige muziek, want de ene taal leent zich nu eenmaal net wat beter voor popmuziek dan de andere. Wanneer St. Vincent een Nederlandstalige versie van haar laatste album All Born Screaming zou hebben uitgebracht was ik waarschijnlijk niet enthousiast geweest. De Spaanstalige versie van het album bevalt me wel, want de Spaanse taal leent zich uitstekend voor popmuziek en met name voor popmuziek die met veel gevoel wordt vertolkt. Todos Nacen Gritando wijkt qua songs niet af van het Engelstalige album en klinkt ook in muzikaal opzicht identiek, maar toch is het een ander album. Leuk experiment.

Een week of twee geleden dook er opeens een nieuw album van St. Vincent op in de lijsten met nieuwe albums. Het bleek te gaan om een Spaanstalig album en om precies te zijn om een Spaanstalige versie van het eerder dit jaar verschenen All Born Screaming. Hoewel ik dat echt een uitstekend album vind, leek een versie in een andere taal me niet direct interessant. Daar ben ik uiteindelijk wel wat op terug gekomen, maar natuurlijk klinkt er op Todos Nacen Gritando ook heel veel bekend.

Op All Born Screaming liet St. Vincent voor de afwisseling maar weer eens een andere kant van zichzelf horen, iets dat ze zo ongeveer op al haar albums doet. Het stapeltje albums dat de Amerikaanse muzikante Annie Clark inmiddels op haar naam heeft staan is indrukwekkend en zeker Marry Me (2007), Actor (2009), Strange Mercy (2011), het samen met David Byrne gemaakte Love This Giant (2012) en St. Vincent (2014) vond ik direct fantastische albums, al was de muziek van St. Vincent met grote regelmaat behoorlijk ongrijpbaar.

Het in 2017 verschenen MASSEDUCTION, waarmee St. Vincent doorbrak naar een groot publiek, beviel me in eerste instantie minder goed, maar toen de songs van het album in uitgeklede vorm werden vertolkt op het prachtige MassEducation uit 2018, was ik alsnog om. Ook All Born Screaming vond ik eerder dit jaar een bijzonder album en het is een album dat echt alle kanten op schiet.

Het is een album waarop de elektronica, die op voorganger Daddy’s Home schitterde door afwezigheid, weer terug is, al spelen ook de gitaren een dominante rol op het album. Het deels samen Cate Le Bon geproduceerde album moet worden gerekend tot de toegankelijkere albums van St. Vincent, al moet je het begrip toegankelijk in het geval van Annie Clark altijd met een flinke korrel zout nemen.

Het is ook een dynamisch album met hier en daar behoorlijk stevige uitbarstingen, maar ook funky escapades. Ik noemde in mijn recensie van het album Kate Bush, Prince en David Bowie als vergelijkingsmateriaal, wat genoeg moet zeggen over de veelzijdigheid en over de kwaliteit van All Born Screaming. Ook de zang op het album beviel me uitstekend, zeker in de wat meer ingetogen songs op het album.

De Spaanstalige versie van het album bevat dezelfde tien tracks en duurt precies even lang als het Engelstalige album. Ook in muzikaal opzicht hoor ik geen verschillen tussen beide albums, waardoor echt alleen de taal van de teksten afwijkt van het originele album. Toch klinkt Todos Nacen Gritando anders dan All Born Screaming. Spaans klinkt nu eenmaal anders dan Engels en dat heeft effect op de songs.

De Spaanstalige versie van het album klinkt wat emotioneler en dramatischer dan de Engelstalige versie en het heeft wel iets charmants, zeker wanneer je luistert naar het Spaans van Annie Clark dat zeker niet accentloos is. De Amerikaanse muzikante had wel eens wat Spaans geleerd op de middelbare school, maar vijzelde de kennis van de taal verder op met de app Duolingo.

Todos Nacen Gritando levert haar vast extra fans op in Spanje, Mexico en Zuid-Amerika, plaatsen die haar zeer dierbaar zijn, maar ook als je geen woord Spaans spreekt is het leuk om naar Todos Nacen Gritando te luisteren, al is het maar omdat het een reden is om het uitstekende All Born Screaming weer eens op te zetten. Erwin Zijleman

Stacy Antonel - Always the Outsider (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stacy Antonel - Always The Outsider - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Stacy Antonel - Always The Outsider
Stacy Antonel debuteert in een overvolle vijver, maar Always The Outsider ademt kwaliteit en gevoel voor traditie en onderscheidt zich hierdoor makkelijk van de muziek van haar vele soortgenoten

Stacy Antonel leek lange tijd te kiezen voor de klassieke piano en de jazz, maar de verleiding van de traditionele countrysongs bleek uiteindelijk niet te weerstaan. De Amerikaanse muzikante heeft een aantal pittige jaren in Nashville achter de rug, maar deze week verscheen haar debuutalbum Always The Outsider en het is een album van hoge kwaliteit. Stacy Antonel is een uitstekende zangeres die in meerdere hoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan en schrijft prima songs. De fraaie klanken van een aantal gelouterde muzikanten maken dit fraaie en wat traditioneel aandoend rootsalbum compleet. Always The Outsider is op zijn minst een album vol belofte, maar wat mij betreft veel meer.

Ook Nashville is inmiddels weer volledig ontwaakt uit de lange winterslaap waar het door de coronapandemie in was terecht gekomen. Het zorgt wekelijks voor flinke stapels nieuwe releases waarbinnen het lastig opvallen is. Always The Outsider van de Amerikaanse singer-songwriter Stacy Antonel deed dat wat mij betreft wel onmiddellijk en vooral omdat het geen doorsnee Nashville country(pop) album is.

De muzikante, die opgroeide in de buurt van San Diego, heeft voor Nashville begrippen een wat atypische achtergrond. Ze studeerde klassieke piano en jazz aan het prestigieuze Berklee College Of Music, maar raakte verliefd op de oude countryalbums die ze in kringloopwinkels tegen kwam. Na het winnen van de tv talentenjacht 3 Minutes To Stardom besloot Stacy Antonel om haar hart te volgen en vertrok ze richting Nashville, waar ze als Ginger Cowgirl haar songs vertolkte in de vele bars van de Amerikaanse country hoofdstad.

We zijn inmiddels een paar jaar verder en deze week verscheen Always The Outsider, het debuutalbum van Stacy Antonel. Het is een album dat wat traditioneler klinkt dan de meeste andere countryalbums die momenteel uit Nashville komen. Always The Outsider verwerkt voor de afwisseling eens geen invloeden uit de pop, maar verrijkt alle invloeden uit de country met vleugjes folk, jazz en wat andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek.

Stacy Antonel heeft een voorkeur voor sfeervolle en vaak wat ingetogen countrysongs, maar ook een zwierige wals of juist een veel stevigere song met flink wat spetterend gitaarwerk gaat de muzikante uit Nashville niet uit de weg. Always The Outsider is geproduceerd door de ervaren, maar bij niet heel bekende Ben Moore, die het debuutalbum van Stacy Antonel heeft voorzien van een vaak wat traditioneel aandoend, maar ook warm en gloedvol geluid.

Voor het geweldige geluid op het album zijn bovendien een aantal ouwe rotten uit de Nashville scene verantwoordelijk onder wie de onder andere van Lucinda Williams bekende pedal steel virtuoos Doug Pettibone, Merle Haggard bassist Joe Reed en de mij onbekende gitarist Paul Sgroi, die de show steelt met zeer gevarieerd maar altijd trefzeker gitaarspel.

Stacy Antonel is een klassiek geschoold songwriter en dat hoor je in haar songs, die vooral binnen de lijntjes van de countrymuziek kleuren, maar stiekem verrassen met muzikale hoogstandjes en verrassende wendingen. Stacy Antonel is ook nog eens voorzien van een geschoolde stem die het niveau van haar debuutalbum verder optilt.

Het is een stem die in de country getinte songs wel wat doet denken aan die van Jewel, maar die ook heerlijk jazzy kan klinken. Het is een stem die goed uit de voeten kan met de teksten van de songs die vooral gaan over liefdes, gedroomde liefdes en verloren liefdes, maar die ook af en toe stil staan bij de periode van isolement die achter ons ligt. Stacy Antonel vertolkt haar teksten met veel gevoel, wat de impact van haar songs vergroot.

Albums als Always The Outsider vind ik vaak wat te traditioneel, maar het debuutalbum van Stacy Antonel klinkt ondanks de keuze voor traditie fris en urgent en blijkt een zeer aangename metgezel tijdens allerlei momenten op de dag. Als muzikant uit Nashville moet je maar hopen dat jouw album er uit wordt gepikt op het moment, maar het debuut van Stacy Antonel verdient dit absoluut. Erwin Zijleman

Starling Arrow - Cradle (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Starling Arrow - Cradle - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Starling Arrow - Cradle
Leah Song, Chloe Smith, Tina Malia, Ayla Nereo en Marya Stark zijn stuk voor stuk geweldige zangeressen, maar als Starling Arrow weten hun mooie stemmen elkaar op bijzondere wijze te versterken

Cradle van Starling Arrow is een album dat ik ook zomaar opzij had kunnen leggen, bijvoorbeeld als ik bij beluistering van het album bij een van de a capella songs was blijven steken of wanneer ik gewoon niet in de stemming was voor de muziek van het Amerikaanse vijftal. Ik ben blij dat ik Cradle van Starling Arrow wel heb opgepikt, want het album waarop zangeressen Leah Song, Chloe Smith, Tina Malia, Ayla Nereo en Marya Stark de krachten bundelen betovert me steeds meer. Cradle is een album dat indruk maakt door vijf stemmen die bijzonder mooi bij elkaar kleuren en die bovendien steeds op net wat andere wijze worden gecombineerd. Luister met volledige aandacht op een rustig moment en je gaat gegarandeerd voor de bijl.

Starling Arrow is een project van vijf zangeressen, die tijdens de coronapandemie songs schreven en besloten deze gezamenlijk uit te voeren nadat ze elkaar eindelijk weer hadden kunnen ontmoeten. Leah Song, Chloe Smith, Tina Malia, Ayla Nereo en Marya Stark zijn allemaal gezegend met een prachtige stem, maar geen van de namen klonk mij bekend in de oren. Leah Song en Chloe Smith timmerden bovendien al aan de weg als Rising Appalachia, maar ook dat is geen naam die bij mij een belletje deed rinkelen.

Iedereen die de krenten uit de pop met enige regelmaat bezoekt, weet dat ik een zwak heb voor vrouwenstemmen. Bij beluistering van Cradle van Starling Arrow voel ik me dan ook als een kind in een snoepwinkel, al kan het combineren van vijf stemmen ook makkelijk teveel van het goede zijn. Leah Song, Chloe Smith, Tina Malia, Ayla Nereo en Marya Stark combineren hun stemmen af en toe in fraaie harmonieën, maar ze geven elkaar ook flink de ruimte, waardoor het debuutalbum van Starling Arrow wat mij betreft nooit overdadig klinkt.

De vijf zangeressen droegen allemaal twee songs aan voor Cradle, dat verder een traditional en een improvisatie bevat. Starling Arrow laat op haar debuutalbum twee soorten songs horen. In een aantal songs neemt een van de zangeressen het voortouw, is de instrumentatie uiterst sober en zijn er wonderschone harmonieën. In een aantal andere songs kiezen Leah Song, Chloe Smith, Tina Malia, Ayla Nereo en Marya Stark voor a capella songs en worden de stemmen van het vijftal ook gebruikt voor het inkleuren van de songs.

Ik ben normaal gesproken niet gek op a capella songs en heb ook op Cradle een duidelijke voorkeur voor de songs waarin wordt gekozen voor een combinatie van leadzang, sobere klanken en mooie harmonieën, maar de a capella songs van Starling Arrow zijn zo mooi en krachtig, dat ik mijn aversie tegen dit soort songs in vrijwel alle gevallen makkelijk op zij kon zetten.

Cradle van Starling Arrow is een album waarvoor je in de stemming moet zijn of waarvoor je in ieder geval het juiste moment moet zien te vinden, maar als je ervoor in de stemming bent en open staat voor de stemmen van de vijf muzikanten, is Cradle een prachtig album. Het is een album dat de ruimte, ondanks alle mooie stemmen, voorziet van een bijna serene rust. Ook dat geldt overigens met name voor de songs waarin is gekozen voor een sobere instrumentatie en waarin Leah Song, Chloe Smith, Tina Malia, Ayla Nereo en Marya Stark elkaar de ruimte geven.

Cradle maakt me nieuwsgierig naar de individuele verrichtingen van deze vijf uitstekende zangeressen, maar de tijdens de coronapandemie ontstane samenwerking is zeker waardevol. 1+1+1+1+1 is in veel gevallen teveel wanneer het gaat om het combineren van stemmen, maar op het debuutalbum van Starling Arrow vullen deze stemmen elkaar prachtig aan en weten ze elkaar wat mij betreft keer op keer te versterken.

Als ik zou mogen kiezen zou ik op het volgende album minder vaak kiezen voor a capella songs en misschien hier en daar kiezen voor een net wat voller klinkend instrumentarium, maar ook in de huidige vorm smaakt de samenwerking tussen Leah Song, Chloe Smith, Tina Malia, Ayla Nereo en Marya Stark wat mij betreft naar veel meer. Erwin Zijleman

Stars - From Capelton Hill (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stars - From Capelton Hill - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Stars - From Capelton Hill
De Canadese band Stars behoort inmiddels al zo’n twintig jaar tot de best bewaarde geheimen van de popmuziek en laat op haar negende album From Capelton Hill horen waarom dat zo is

Ik ben als sinds het uit 2003 stammende Heart fan van de Canadese band Stars. De band uit Montreal heeft inmiddels minstens zes uitstekende albums op haar naam staan, maar is de cultstatus helaas nog altijd niet ontstegen. Daar gaat het deze week verschenen From Capelton Hill vast geen verandering in brengen, maar ook het negende album van de Canadese band is weer een pareltje. Stars vindt haar inspiratie deels in de jaren 80, maar heeft de invloeden van lang geleden verwerkt in een fris eigen geluid. Het is een prachtig ingekleurd geluid, dat net als de vocalen veel indruk maakt, maar uiteindelijk draait bij Stars alles om de geweldige songs. Hoogste tijd voor wereldfaam.

Stars werd rond de start van het huidige millennium opgericht door de Canadese muzikanten Chris Seligman en Torquil Campbell, die vervolgens ook talentvolle zangeressen als Amy Milan en Emily Haines aan zich wisten te binden. Het in 2001 verschenen debuutalbum van de band uit Montreal was nog niet heel indrukwekkend, maar sinds Heart uit 2003 staat Stars garant voor geweldige albums. Na een stilte van vijf jaar duikt de Canadese band deze week op met From Capelton Hill en blijkt dat Stars het maken van geweldige albums gelukkig nog niet is verleerd.

Op basis van het inmiddels behoorlijk indrukwekkende oeuvre van de Canadese band, durf ik wel te beweren dat Stars een van de meest onderschatte bands van de afgelopen twintig jaar is, waardoor het zo langzamerhand echt wel eens tijd wordt voor erkenning van de vele kwaliteiten van de band. De zeskoppige band speelt inmiddels al heel wat jaren in dezelfde bezetting en dat hoor je op From Capelton Hill, dat een goed ingespeelde band laat horen.

Stars werd ooit geformeerd vanwege een gedeelde liefde voor muziek uit de jaren 80 en die liefde is nog niet gedoofd. From Capelton Hill bevat flink wat songs met in ieder geval een jaren 80 gevoel, al is Stars al sinds jaar een dag een meester in het schrijven van eigentijds klinkende popsongs met hooguit een vleugje nostalgie.

Ook op haar negende album kan het meerdere kanten op. Stars kan uit de voeten met songs die raken aan de chamber pop, maar de band schuwt ook uptempo songs met voorzichtige flirts naar de dansvloer niet. In vocaal opzicht trekt Amy Milan de kar bij Stars, maar ook de mannenstemmen worden niet vergeten, wat een gevarieerd geluid oplevert.

Ook From Capelton Hill bevat weer een aantal ingrediënten die je ook tegenkomt in de muziek van de Britse band Belle & Sebastian, maar Stars slaat ook totaal andere wegen in dan de tegenhangers uit het Verenigd Koninkrijk, die een paar weken geleden nog opdoken met een sterk en verrassend veelkleurig album.

Stars grossiert op haar nieuwe album in bijzonder lekker in het gehoor liggende en vaak aanstekelijke popsongs, maar het zijn ook popsongs die knap in elkaar zijn gesleuteld en in muzikaal opzicht een stuk interessanter zijn dan de songs van concurrerende bands. From Capelton Hill is ook nog eens een fascinerend zoekplaatje, dat steeds weer flarden van andere muzikale helden uit de jaren 80 laat horen, maar dat er toch ook weer in slaagt om te klinken als typisch Stars.

Na vijf jaar wachten zijn de perfecte popliedjes van Stars ruim drie kwartier lang een traktatie. Het is een traktatie die bijzonder smakelijk en licht verteerbaar is, maar vergeet ondertussen niet te luisteren hoe knap het allemaal gemaakt is en hoe mooi organische en elektronische klanken samenvloeien in het geluid van de band uit Montreal.

Ik noemde Stars aan het begin van deze recensie een van de meest onderschatte bands van de afgelopen twintig jaar en het gevoel dat deze band echt veel meer aandacht verdient is na herhaalde beluistering van From Capelton Hill alleen maar sterker geworden. De Canadese band maakt ook op haar negende album popmuziek met een hoofdletter P en slaagt er bovendien in om in iedere track weer anders, maar altijd geweldig te klinken. Erwin Zijleman

Steel Blossoms - Steel Blossoms (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Steel Blossoms - Steel Blossoms - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Steel Blossoms - Steel Blossoms
De vijver met Amerikaanse rootsmuziek zit momenteel overvol, maar de gouden keeltjes van Steel Blossoms zou ik er zeker uitvissen

Het debuut van het Amerikaanse duo Steel Blossoms trok mijn aandacht dankzij de aanstekelijke en vlijmscherpe openingstrack, maar op de rest van het debuutalbum van het Amerikaanse tweetal hoor je pas hoe goed Sara Zebley en Hayley Prosser zijn. Het tweetal uit Pennsylvania, dat een paar jaar geleden een baan voor de klas verruilde voor het onzekere muzikantenbestaan in Nashville, heeft een zwak voor traditionele countrymuziek en honky tonk, maar is ook niet vies voor countrypop of voor songs die net wat buiten de lijntjes van de traditionele countrymuziek kleuren. Prima debuut als je het mij vraagt.

Er verschijnen momenteel zo ontzettend veel albums die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen dat het me soms duizelt. Het betekent dat veel albums in deze categorie bij de eerste noten een onuitwisbare indruk zullen moeten maken om niet voorgoed in de vergetelheid te raken.

Het Amerikaanse duo Steel Blossoms heeft dat goed begrepen. De openingstrack van het titelloze debuut van het tweetal valt op door de fraaie titel, You’re The Reason I Drink, maar ook door twee mooie stemmen, die fraai bij elkaar kleuren.

You’re The Reason I Drink is een buitengewoon aangenaam deuntje met invloeden uit de country en honky tonk, waarin de vriendjes van de twee leden van Steel Blossoms op fraaie wijze worden gefileerd. Het is een deuntje dat in de smaak zal vallen bij de liefhebbers van traditionele countrymuziek, al is het maar omdat de dames van Steel Blossoms een fraaie snik in de stem hebben.

Persoonlijk vond ik het eerste album van Sara Zebley en Hayley Prosser echter pas echt indrukwekkend worden in de tweede track, waarin het tempo laag ligt, de instrumentatie bijzonder subtiel is en alles aankomt op de stemmen van het tweetal. Het is een combinatie die op het debuut van Steel Blossoms vaker terugkomt.

Sara Zebley en Hayley Prosser komen uit Pennsylvania, zijn al lang bevriend en stonden een paar jaar geleden nog voor de klas. Uiteindelijk besloten ze hun dromen na te jagen en verruilden ze Pittsburgh voor Nashville, Tennessee. Het levert nu een album op dat zich wat mij betreft weet te onderscheiden van de meeste andere albums die momenteel in het genre verschijnen.

Steel Blossoms doet dit deels met traditioneel klinkende countrymuziek, die met een beetje fantasie zo uit de jaren 70 zou kunnen stammen. Steel Blossoms blijft echter zeker niet hangen in de jaren 70, maar vindt ook aansluiting bij de Nashville countrypop van het moment. Het duo graaft hiernaast wat dieper in opvallend ingetogen tracks waarin je pas goed hoort hoe mooi de stemmen van Sara Zebley en Hayley Prosser zijn en hoe mooi ze bij elkaar kleuren.

Het nu verschenen titelloze album van Steel Blossoms is het officiële debuut van het tweetal (in eigen beheer brachten ze eerder al eens een album uit), maar je hoort goed dat Sara Zebley en Hayley Prosser al wat langer muziek met elkaar maken. Je hoort ook dat de muziek van Steel Blossoms in de smaak is gevallen bij de platenbazen in Nashville, want het debuut van het tweetal is hoorbaar volgespeeld door gelouterde muzikanten.

Liefhebbers van moderne countrypop of wat alternatievere countryvormen, zullen de muziek van Steel Blossoms mogelijk net wat te traditioneel vinden klinken, maar rootsliefhebbers die niet vies zijn van authentieke country klanken en die een zwak hebben voor vrouwenstemmen met de voor het genre zo kenmerkende emotie, zullen veel van hun gading vinden op het debuut van Steel Blossoms.

Ik bleef zelf in eerste instantie een paar keer hangen bij de geestige openingstrack van het album, maar ook op de rest van het album laten Sara Zebley en Hayley Prosser horen wat ze in huis hebben. Ik heb zomaar het idee dat Steel Blossoms een blijvertje is. Erwin Zijleman

Steely Dan - Aja (1977)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Steely Dan - Aja (1977) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Steely Dan - Aja (1977)
Steely Dan kwam, ondanks het grenzeloze perfectionisme van Walter Becker en Donald Fagen, tussen 1972 en 1980 tot zeven albums, waarvan het in 1977 verschenen Aja wat mij betreft een van de meest memorabele is

Ik luister met enige regelmaat naar de albums die het Amerikaanse duo Steely Dan gedurende de jaren 70 maakte en het zijn albums die het met name wanneer de zon onder is geweldig doen. De vaak wat jazzy klanken van Steely Dan zijn aangenaam en toegankelijk, maar in muzikaal opzicht zochten Walter Becker en Donald Fagen continu naar perfectie. Het is goed te horen op het in 1977 verschenen Aja, wat werd gemaakt met een heel contingent aan gerenommeerde gastmuzikanten. Aja is inmiddels meer dan 45 jaar oud, maar het album heeft de tand des tijds verrassend goed doorstaan en klinkt nog net zo mooi, aangenaam en perfect als in 1977.

Het heeft lang geduurd voor ik iets kon met de muziek van Steely Dan . Ik maakte kennis met de muziek van Walter Becker en Donald Fagen toen mijn voorkeur nog uit ging naar 70s hardrock en symfonische rock. Ik vond de jazzy pop en rock van het Amerikaanse duo destijds veel te soft en ook veel te gepolijst. Inmiddels weet ik beter. Ik luister bijna nooit meer naar symfonische rock uit de jaren 70 en nog veel minder vaak naar hardrock uit dit decennium, maar met grote regelmaat naar de muziek van Steely Dan, dat haar naam overigens ontleende aan een door stoom aangedreven dildo die een rol speelt in het boek Naked Lunch van William S. Burroughs.

Walter Becker en Donald Fagen maakten tussen 1972 en 1980 zeven weergaloze albums, die elkaar in redelijk rap tempo opvolgden. Vervolgens duurde het tot het jaar 2000 voor er weer een album van Steely Dan verscheen (Two Against Nature), waarna in 2003 de zwanenzang van de band volgde (Everything Must Go). De laatste twee albums zijn prima, maar Can't Buy A Thrill (1972), Countdown To Ecstasy (1973), Pretzel Logic (1974), Katy Lied (1975), The Royal Scam (1976), Aja (1977) en Gaucho (1980) zijn stuk voor stuk uitgegroeid tot klassiekers uit de geschiedenis van de popmuziek. Het zijn albums die niet of nauwelijks voor elkaar onder doen, waardoor mijn favoriete Steely Dan album verschilt over de tijd.

Dat de twee Amerikaanse muzikanten tussen 1972 en 1980 nog tot zeven albums kwamen mag een klein wonder worden genoemd, want Walter Becker en Donald Fagen waren perfectionisten die eindeloos sleutelden aan hun muziek. Ik heb zoals gezegd meerdere favoriete Steely Dan albums, maar als ik echt zou moeten kiezen uit het oeuvre van de band, kies ik waarschijnlijk voor Aja uit 1977, al is het verschil met de andere albums van de band uiterst klein.

Walter Becker en Donald Fagen sleutelden lang aan Aja, dat in meerdere studio’s werd opgenomen met flink wat gastmuzikanten. Het is een sterrencast die kwam opdraven voor het zesde Steely Dan album, want naast Walter Becker en Donald Fagen en topproducer Gary Katz zijn onder andere gitaristen Larry Carlton en Lee Ritenouer, drummers Steve Gadd en Jim Keltner, bassist Timothy B. Schmitt en saxofonist Wayne Shorter op het album te horen. Onder andere, want de gastenlijst is zo lang dat ik er een groot deel van deze recensie mee zou kunnen vullen.

Aja laat het zo karakteristieke Steely Dan geluid horen, maar het is in het oeuvre van de band het meest jazzy album. Naast invloeden uit de jazz zijn invloeden uit de soul en de soft-rock te horen, wat een zeer aangenaam en verrassend toegankelijk geluid oplevert. Aja is echter ook een album vol muzikale hoogstandjes. Walter Becker en Donald Fagen namen, mede omdat ze nauwelijks op het podium stonden, de tijd voor aan de zeven tracks op het album en benaderden continu de perfectie. Zeker met de koptelefoon is het genieten van de eindeloze stroom aan muzikale hoogstandjes, die bij Steely Dan nooit leiden tot doelloos gepiel.

De muzikale perfectie van Steely Dan contrasteert altijd wat met de imperfecte stem van Donald Fagen, van wiens stem je moet houden, maar op Aja zingt hij wat mij betreft prachtig. Het album is inmiddels ruim 45 jaar oud, maar de tijdloze muziek van Steely Dan klinkt wat mij betreft nog net zo mooi en net zo perfect als in 1977. Er wordt de laatste jaren met enige regelmaat muziek gemaakt die is geïnspireerd door de wat vergeten albums van Steely Dan, maar het niveau van een album als Aja wordt maar zeer zelden of eigenlijk nooit benaderd. Erwin Zijleman

Stef Chura - Midnight (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stef Chura - Midnight - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Stef Chura - Midnight
Momenteel geen gebrek aan talentvolle jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indie-rock segment, maar Stef Chura uit Detroit is echt een hele goede

Na een aardig maar niet opzienbarend debuut keert Stef Chura terug met Midnight. De singer-songwriter laat op haar tweede album flinke groei horen. Dat is mede de verdienste van Car Seat Headrest voorman Will Toledo, die het album produceerde, maar Stef Chura kan er zelf ook wat van. Het levert een verrassend veelzijdige gitaarplaat op, die het ene moment heerlijk uit de bocht vliegt met veel gitaargeweld, maar ook in de meer ingetogen passages uitstekend uit de verf komt. En als Stef Chura dan ook nog eens een song van good old Billy Idol volledig naar haar hand zet weet je zeker dat ze echt een prima album heeft afgeleverd.

Het is momenteel flink dringen in de vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters in het indie-rock segment, dus probeer de juiste er maar eens uit te vissen.

Stef Chura uit Detroit, Michigan, heeft volgens mij goede papieren. Ze bracht twee jaar geleden een album uit dat het goed deed bij de critici (maar dat mij maar ten dele kon overtuigen) en wist voor haar nieuwe album niemand minder dan Car Seat Headrest's Will Toledo als producer en gastmuzikant te strikken.

Met Will Toledo als producer kun je alleen maar een gitaarplaat maken en dat heeft Stef Chura dan ook gedaan. Haar eerste album vond ik nog wat rommelig en niet over de hele linie overtuigen, maar op Midnight laat Stef Chura horen dat ze sindsdien flink is gegroeid.

Het nieuwe album van de muzikante uit Detroit opent met het zeer aanstekelijke All I Do Is Lie, dat absoluut over hitpotentie beschikt. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de wat nonchalante manier van zingen van Stef Chura, maar de openingstrack van Midnight smaakt wat mij betreft naar meer.

Dat meer is in het geval van Stef Chura verrassend divers. Midnight bevat een aantal indie-rock songs die tegen de pop aan schuren en haar zomaar een breed publiek kunnen opleveren, maar de jonge Amerikaanse singer-songwriter is ook niet vies van veel minder gepolijste songs met op zijn minste een punky attitude. Het bevalt me eerlijk gezegd wel, zeker als Stef Chura er ook nog een wat overstuurde gitaarsolo tegenaan gooit.

Zeker de wat stevigere songs op het album rammelen aan alle kanten. Dat is niet altijd een pre, maar de lo-fi aanpak van Stef Chura heeft iets oprechts en charmants. De singer-songwriter uit Detroit grijpt met enige regelmaat naar gitaargeweld, maar durft ook gas terug te nemen. Het zorgt voor een album vol fraaie dynamiek. Het ene moment is er nog de stilte voor de storm, het volgende moment knallen de gitaren op heerlijke wijze uit de bocht.

Juist wanneer Stef Chura niet vertrouwt op punky energie of op flirts met hitgevoelige refreinen, maakt de jonge Amerikaanse indruk met haar muziek. Bijna bezwerende passages worden afgewisseld met veel gitaargeweld en de steeds weer net wat anders klinkende zang. Niet alle songs op Midnight zijn even goed, maar de schoonheidsfoutjes vergeet je Stef Chura graag, al is het maar omdat je weet dat de meest rammelende en rauwe tracks worden gevolgd door songs die alle twijfel over het talent van Stef Chura direct weer wegnemen.

Zo volgt na een wat onvaste pianosong weer een onweerstaanbaar popliedje vol tegendraads gitaarwerk en zo valt er in vrijwel alle tracks op Midnight veel te genieten en worden de paar net wat mindere songs ruim gecompenseerd door flink wat heerlijke gitaartracks en hier en daar wat geniale vondsten (Sweet Sweet Midnight is in alle opzichten geweldig).

Iedere keer dat ik naar Midnight van Stef Chura luister ben ik net wat meer onder de indruk van de geniale lo-fi gitaarplaat die het is. Het is een gitaarplaat met een fantastisch slot, want Stef Chura’s bijzondere vertolking van Billy Idol’s Eyes Without A Face had me onmiddellijk te pakken en wordt alleen maar indrukwekkender.

Stef Chura heeft in het genre waarin ze beweegt heel veel concurrentie, maar met de hulp van Will Toledo en dankzij een dozijn heerlijk eigenzinnige gitaarsongs zonder compromissen, blijft ze deze concurrentie vooralsnog een paar stappen voor. Erwin Zijleman

Stella Donnelly - Beware of the Dogs (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stella Donnelly - Beware Of The Dogs - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Stella Donnelly maakte de belofte van haar eerste EP waar met een album dat laat horen dat ze meerdere kanten op kan

Ik was ruim twee maanden geleden enorm onder de indruk van de eerste EP van de Australische singer-songwriter Stella Donnelly. Het was een EP die indruk maakte met ruwe en opvallend intieme en persoonlijke popliedjes en deed uitzien naar het debuutalbum van de Australische. Dat album is er nu en laat in een aantal songs een wat voller en verzorgder geluid horen. Het is een aangenaam geluid dat makkelijk verleidt, maar het is een geluid dat gelukkig ook nog wordt afgewisseld door de meer ingetogen songs die haar EP zo bijzonder maakten. Die EP liep over van de belofte en wat mij betreft maakt Stella Donnelly de belofte waar.

In de allerlaatste week van 2018 ontdekte ik Thrush Metal, de eerste EP van de Australische singer-songwriter Stella Donnelly. Thrush Metal maakte zoveel indruk dat ik de singer-songwriter uit het Australische Perth direct een grote toekomst voorspelde in 2019 (of eventueel 2020).

Het in eerste instantie alleen op een cassettebandje verkrijgbare Trush Metal was op dat moment al meer dan een jaar oud was, waardoor het niet zo gek is dat Stella Donnelly iets meer dan twee maanden na mijn lovende recensie al weer opduikt met haar eerste album.

Bij beluistering van Beware Of The Dogs is goed te horen dat er flink wat tijd tussen de EP en het album zit, want op haar debuutalbum klinkt de Australische toch anders dan op haar eerste EP.

Bij beluistering van Thrush Metal was ik vooral onder de indruk van de ruwe eenvoud en intimiteit van haar songs. Het deed me denken aan de muziek die een jonge PJ Harvey ooit maakte, maar Thrush Metal raakte ook aan de muziek van momenteel door mij bewonderde singer-songwriters als Julien Baker en Phoebe Bridgers.

Op Beware Of The Dogs kiest Stella Donnelly in een deel van de songs voor een wat voller geluid en een wat nettere productie. Het zijn songs waarin de Australische muzikante hier en daar opschuift richting de indie-rock uit de jaren 90 of naar de dreampop uit dezelfde periode. Het klinkt absoluut lekker, maar het kruipt net wat minder makkelijk onder de huid dan de ruwe en intieme songs op Thrush Metal.

Van de EP keert alleen het indringende Boys Will Be Boys terug op Beware Of The Dogs. De songs sloot vorig jaar al perfect aan bij de opkomende #MeToo beweging en is alleen maar actueler en urgenter geworden. Beware Of The Dogs bevat gelukkig veel meer van dit soort songs. Het zijn songs waarin we het vooral moeten doen met ruimtelijke gitaarlijnen en met de mooie stem van Stella Donnelly, die haar songs vol gevoel vertolkt.

Het zijn songs waarin de Australische singer-songwriter de persoonlijke thema’s niet schuwt en waarin man-vrouw verhoudingen, seksualiteit en seksueel misbruik met enige regelmaat terugkeren, maar ook iets simpels maar ook vervelends als een aantal allergieën een plek krijgt. Ze doet dit op een manier die herinnert aan Liz Phair op het veelgeprezen Exile in Guyville.

Ook in deze meer ingetogen songs klinkt het geluid van Stella Donnelly net wat mooier en verzorgder dan op haar met eenvoudige middelen opgenomen EP, maar de rauwheid, intensiteit en intimiteit heeft Stella Donnelly weten te behouden. In vocaal opzicht heeft de Australische singer-songwriter overigens flinke stappen gezet. Beware Of The Dogs overtuigt in vocaal opzicht meer dan de EP waarmee Stella Donnelly debuteerde.

De wat lichtvoetigere songs op de plaat verleiden makkelijk, zeker voor een ieder die, net als ik, een zwak heeft van de dreampop van bijvoorbeeld The Sundays, maar de meer ingetogen songs vind ik toch het mooist. Het zijn songs die misschien net wat gepolijster klinken dan op de EP, maar de songs van Stella Donnelly komen nog altijd uit het hart en komen weer behoorlijk aan.

Toen ik Thrush Metal voor het eerst hoorde vond ik het direct een meesterwerk. Beware Of The Dogs hinkt wat op twee gedachten en maakt hierdoor niet direct een onuitwisbare indruk, maar steeds als ik de plaat beluister is hij weer wat beter, al is het maar omdat de lichtvoetigere songs ook vol verrassende en eigenzinnige wendingen blijken te zitten. Al met al maakt het debuutalbum van Stella Donnelly de enorme belofte van haar eerste EP wat mij betreft waar. Erwin Zijleman

Stella Donnelly - Flood (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stella Donnelly - Flood - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Stella Donnelly - Flood
De Australische muzikante Stella Donnelly maakte al diepe indruk met haar debuut EP en debuutalbum en laat weer een hele andere kant van zichzelf horen op het meer ingetogen en introverte Flood

Stella Donnelly is misschien nog niet zo bekend als een aantal andere jonge vrouwelijke singer-songwriters uit de indie scene, maar iedereen die haar eerste EP en haar debuutalbum kent, weet dat de Australische muzikante bulkt van het talent. Het is ook weer te horen op het deze week verschenen Flood. Het is een album dat een wat meer ingetogen en ook wat meer tegen pop aanleunend geluid laat horen, dat een grotere rol kent voor de piano en dat bovendien de wat meer introverte kant van Stella Donnelly laat horen. De Australische muzikante maakt ook dit keer indruk met een serie geweldige songs en overtuigt bovendien als zangeres. Flood krijgt nog niet heel veel aandacht, maar het is een album vol pareltjes.

Ik ben sinds de release van de EP Thrush Metal in 2017 een groot fan van de Australische muzikante Stella Donnelly. Thrush Metal vergeleek ik in 2017 met de muziek van achtereenvolgens Julien Baker, Phoebe Bridgers en PJ Harvey en dat was nogal wat voor het debuut van een muzikante die nauwelijks een jaar eerder haar eerste songs op een cassettebandje had gezet.

Thrush Metal werd in 2019 gevolgd door Beware Of The Dogs, dat me in eerste instantie wat tegenviel, vooral omdat Stella Donnelly op haar debuutalbum koos voor een ander geluid dan op de EP waarmee ze twee jaar eerder opdook. Beware Of The Dogs schoof wat op richting 90s indierock en dreampop. Het beviel me in eerste instantie net wat minder dan de eigentijdse indiepop en indierock op Thrush Metal, maar Beware Of The Dogs bleek een echt groeialbum, dat ook nog eens indruk maakte met stevige teksten, waarin de grote maatschappelijke thema’s en met name de vrouw gerelateerde thema’s niet werden geschuwd. Stella Donnelly bleef zich bovendien onderscheiden met haar eigenzinnigheid en haar expressieve zang.

Deze week keert Stella Donnelly terug met haar tweede album, Flood. Het is een album waar ik met voorzichtige verwachtingen aan begon, want met Stella Donnelly kan het alle kanten op weten we inmiddels. De Australische muzikante begon na drie jaar intensief touren uitgeput aan de opnames van haar tweede album, waarvoor ze de tijd kon nemen vanwege de Australische lockdowns vanwege het coronavirus, die ze deels benutte voor haar nieuwe hobby vogelspotten.

Flood is een album geworden dat weer anders klinkt dan de EP en het album dat aan het nieuwe album van Stella Donnelly vooraf gingen. Invloeden uit de 90s indierock en de dreampop zijn weer grotendeels verdwenen op het tweede album van de muzikante uit Perth, dat toch vooral in het hokje pop past.

Stella Donnelly schreef de meeste songs voor haar nieuwe album achter de piano en deze piano speelt ook in de uiteindelijke versies van de songs een belangrijke rol. Flood bevat een aantal behoorlijk ingetogen en wat meer introverte songs, maar kan ook uit de voeten met meer uptempo songs en hier en daar wat gruizigere passages.

Flood klinkt anders dan de twee voorgangers, maar haar eigenzinnigheid is Stella Donnelly gelukkig niet verloren. Ook Flood blinkt uit door aanstekelijke maar ook voorzichtig stekelige songs en wat zijn het weer goede songs. Het zijn van de songs die makkelijk verleiden, maar die uiteindelijk veel meer te bieden hebben dan zoete verleiding en die het avontuur meer dan eens flink opzoeken. Stella Donnelly schuift misschien wat meer op richting pop, maar het is zeker geen 13 in een dozijn of kauwgomballenpop die ze ons voorschotelt op Flood.

Op de kwaliteit van de songs en de lekker in het gehoor liggende en aangenaam warm klinkende instrumentatie, waarin naast de piano dit keer ook meer synths dan gitaren opduiken en ook nog wat blazers zijn toegevoegd, heb ik echt niets aan te merken. Stella Donnelly viel op haar eerste twee releases op met sterke zang en die is op Flood alleen maar beter geworden. De Australische muzikante beschikt over een mooie en expressieve stem, die soms ook wat schuurt, wat goed past bij haar songs.

Flood is door wat lome klanken een typisch lockdown album en het is een lockdown album waarmee Stella Donnelly zichzelf definitief op de kaart zet als een van de betere jonge vrouwelijke singer-songwriters van het moment. Nu nog even wereldberoemd worden. Ze verdient het. Erwin Zijleman

Stella Donnelly - Love and Fortune (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Stella Donnelly - Love And Fortune - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Stella Donnelly - Love And Fortune
Na haar geweldige debuut EP schiet de muziek van de Australische muzikante Stella Donnelly alle kanten op en dat is niet anders op het verrassend ingetogen en melancholische maar ook bijzonder mooie Love And Fortune

Stella Donnelly geldt al jaren als enorm talent, maar zelf twijfelde ze erg over haar toekomst in de muziek. Met haar nieuwe album Love And Fortune kan ze flink zelfvertrouwen tanken, want wat is het een mooi album geworden. Het is een verrassend ingetogen album, dat vooral vertrouwt op sfeervolle klanken en op de bijzonder mooie stem van de Australische muzikante. Love And Fortune is een zeer persoonlijk en wat weemoedig album geworden, maar het is ook een album wat warmte en hoop uitstraalt. Het oeuvre van Stella Donnelly beweegt zich sinds haar eerste stappen in de muziek alle kanten op, maar het bijzonder mooie Love And Fortune is wat mij betreft een hoogtepunt.

Helemaal aan het eind van 2018 ontdekte ik de aan het begin van dat jaar verschenen eerste EP van de Australische muzikante Stella Donnelly. Ik was echt enorm onder de indruk van Thrush metal, dat ik als volgt omschreef: “Bij beluistering van Thrush Metal denk ik aan Julien Baker, Phoebe Bridgers en een jonge PJ Harvey. Jaarlijstjesmateriaal dus. Thrush Metal is soms loom en folky, maar is net zo makkelijk rauw en stekelig. Een ongelooflijk knappe EP die doet uitzien naar veel en veel meer.”

Op basis van haar eerste EP schaarde ik Stella Donnelly dan ook onder de grote beloften van de indie scene en die belofte heeft ze wat mij betreft waar gemaakt met haar debuutalbum Beware Of The Dogs uit 2019 en opvolger Flood uit 2022, al moest ik aan beide albums wennen. Op haar debuutalbum schoof de Australische muzikante wat op richting indierock en dreampop, terwijl het corona lockdown album Flood een wat meer pop georiënteerd geluid liet horen.

Deze week is het derde album van Stella Donnelly verschenen en ook met Love And Fortune laat de Australische muzikante weer horen dat ze zeer getalenteerd is. Dat talent zit hem voor een deel in haar veelzijdigheid. Ook het derde album van Stella Donnelly klinkt immers weer anders dan de twee vorige albums en de EP waarmee ze in 2018 zo fraai debuteerde.

Love And Fortune is, veel meer dan Beware Of The Dogs en Flood, een singer-songwriter album. Dat is deels een terugkeer naar het genre dat een belangrijke rol speelde op Thrush Metal, al klonken de songs op die EP een stuk ruwer dan de songs die zijn terecht gekomen op Love And Fortune.

Love And Fortune is een verrassend ingetogen en behoorlijk melancholisch album geworden, al staan er ook wel wat voller klinkende songs op. Het is een album over een verloren vriendschap, waarmee het derde album van Stella Donnelly kan worden gezien als een breakup album, al is het een ander soort breakup album dan de talloze albums over verloren liefdes.

Het met muzikale vrienden gemaakte en in Australië opgenomen album is een zeer persoonlijk en intiem album geworden. De muziek op het album is bij vlagen sober met een hoofdrol voor de piano, maar het is zeker geen Spartaans klinkend singer-songwriter album, al is het maar omdat er hier en daar ook wordt geflirt met indierock. Ook aan Love And Fortune moest ik weer even wennen, maar inmiddels hoor ik alleen maar de schoonheid van het bijzondere nieuwe album van de Australische muzikante.

Melancholie speelt een belangrijke rol in de songs op Love And Fortune en het is dan ook niet zo gek dat stemmige klanken domineren op het album, dat verschijnt in de Australische zomer, maar dat beter past in de winter op het noordelijk halfrond. Stella Donnelly laat op haar nieuwe album horen dat ze verder is gegroeid als songwriter en dat is ze ook als zangeres, want wat klinkt haar stem op Love And Fortune prachtig.

In 2018 maakte de muzikante uit Melbourne wat mij betreft een onuitwisbare indruk met haar eerste EP. Aan alles dat sindsdien is verschenen moest ik wennen en dat geldt ook weer voor het derde album van Stella Donnelly, maar eenmaal gewend vind ik Love And Fortune nog wat indrukwekkender en een flink stuk mooier dan Beware Of The Dogs en Flood. Stella Donnelly laat nog maar eens horen dat ze een uniek talent is met een album dat het verdient om gekoesterd te worden. Erwin Zijleman

Stella Donnelly - Thrush Metal (2017)

poster
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stella Donnelly - Trush Metal - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Geweldige EP van een jonge Australische singer-songwriter, die zomaar kan uitgroeien tot een van de sensaties van 2019 (of 2020)

Sinds ik Thrush Metal voor het eerst gehoord heb ben ik in de van van de muziek van de jonge Australische singer-songwriter Stella Donnelly. Bij beluistering van haar eerste EP denk ik aan Julien Baker, Phoebe Bridgers en een jonge PJ Harvey. Jaarlijstjesmateriaal dus. Thrush Metal is soms loom en folky, maar is net zo makkelijk rauw en stekelig. Een ongelooflijk knappe EP die doet uitzien naar veel en veel meer.

Stella Donnelly is een jonge singer-songwriter uit het Australische Perth, die iets meer dan een jaar geleden zes songs op een cassettebandje zette en 30 kopieën maakte, waaronder een voor haar moeder.

Het zal inmiddels een gewild collector’s item zijn, want met deze zes songs maakte Stella Donnelly zoveel indruk dat ze een platencontract mocht tekenen bij het eigenzinnige Secretly Canadian label, dat de zes songs inmiddels heeft uitgebracht als Trush Metal.

De op wit vinyl uitgebrachte eerste oplage is inmiddels ook al een gewild verzamelobject, maar gelukkig kan iedereen genieten van de digitale versie van Trush Metal (of van de versie op zwart vinyl). Ik heb de eerste EP van Stella Donnelly van de week voor het eerst gehoord en ben inmiddels compleet verslingerd aan de zes songs op Trush Metal.

Stella Donnelly maakt muziek die af en toe raakt aan die van de door mij zeer bewonderde Julien Baker en Phoebe Bridgers, maar de muziek van de Australische singer-songwriter is nog net wat eigenzinniger. De singer-songwriter maakt op Trush Metal indruk met bijzonder fraai gitaarspel, maar nog veel meer indruk met haar stem die zacht kan fluisteren, maar ook stevig kan uithalen.

Zeker wanneer Stella Donnely kiest voor de akoestische gitaar kan Trush Metal loom en folky klinken, maar de Australische singer-songwriter schuift makkelijk op richting indie-rock, ook al blijft haar muziek redelijk ingetogen. De singer-songwriter uit Perth kan op Trush Metal zwoel verleiden met mooie luisterliedjes, maar kan ook verrassend rauw klinken, waarbij ik onmiddellijk associaties had met het werk van een jonge PJ Harvey.

Met het noemen van namen als Julien Baker, Phoebe Bridgers en PJ Harvey ligt de lat erg hoog, maar Trush Metal kan de vergelijking aan. De zes songs op de eerste EP van Stella Donnelly hebben allemaal iets bijzonders en iets indringends, waarbij het krachtige Boys Will Be Boys zomaar uit kan groeien tot het lijflied van de #MeToo beweging.

Het is voor een belangrijk deel de verdienste van de mooie, licht hese, maar ook hele bijzondere stem van de Australische, maar ook de sobere maar zeer fraaie instrumentatie op Thrush Metal draagt bij aan het verrassend sterke eindresultaat. Ik ken Trush Metal nu een paar dagen, maar als ik deze EP eerder had opgepikt was het absoluut jaarlijstjesmateriaal geweest. Ik ben heel benieuwd waarmee Stella Donnelly volgend jaar gaat opduiken. Als ze dit niveau vast weet te houden kan ze zomaar een van de sensaties van 2019 (of 2020) worden. Erwin Zijleman

Steph Cameron - Blood Moon (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Steph Cameron - Blood Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Steph Cameron - Blood Moon
De Canadese muzikante Steph Cameron leverde in 2014 en 2017 twee geweldige albums af en keert nu terug met het wederom uitstekende Blood Moon, waarop ze een voller en veelzijdiger geluid laat horen

Sad-Eyed Lonesome Lady uit 2014 en Daybreak Over Jackson Street uit 2017 hebben de Canadese muzikante Steph Cameron op de kaart gezet als groot talent. Het zijn sobere folkalbums vol zeggingskracht, die zich wat mij betreft makkelijk wisten te onderscheiden in het genre. Na de twee albums werd het helaas stil rond de Canadese muzikante, maar deze week keert ze terug met Blood Moon. Het is een album waarop je nog wel iets hoort van de nostalgische folkie van de vorige twee albums, maar Steph Cameron verkent op haar derde album ook een voller geluid met een vleugje pop. Het klinkt anders dan we van haar gewend zijn, maar het resultaat mag er wederom zijn.

De naam Steph Cameron, van wie deze week het album Blood Moon is verschenen, kwam me op een of andere manier wel bekend voor, maar ik kon er niet direct de vinger op leggen. Dat is ook niet zo gek, want het is best lang stil geweest rond de Canadese muzikante. Op de een na laatste dag van 2014 haalde ik haar debuutalbum Sad-Eyed Lonesome Lady uit een obscuur jaarlijstje en kon ik alleen maar concluderen dat het album in veel meer jaarlijstjes had moeten staan, waaronder dat van mij.

Op haar debuutalbum maakte Steph Cameron muziek die herinnerde aan de folk die aan het begin van de jaren 60 in Greenwich Village werd gemaakt. De Canadese muzikante had genoeg aan een akoestische gitaar, haar stem en af en toe een mondharmonica en maakte vooral met haar stem flink wat indruk. Ik ben meestal niet zo gek op sobere en wat traditioneel aandoende folkalbums als Sad-Eyed Lonesome Lady, maar het debuutalbum van Steph Cameron vond ik echt prachtig.

Het aan het eind van 2017 verschenen Daybreak Over Jackson Street vond ik nog wat indrukwekkender. Het tweede album van Steph Cameron lag in het verlengde van het debuutalbum, maar het akoestische gitaarspel was nog wat sprankelender, de zang nog wat mooier en indringender en ook de songs spraken nog meer tot de verbeelding dan de songs op Sad-Eyed Lonesome Lady. Daybreak Over Jackson Street haalde daarom in 2017 wel met overtuiging mijn jaarlijstje, maar sindsdien was het helaas stil rond de Canadese muzikante.

Deze week keert Steph Cameron na een afwezigheid van bijna acht jaar terug met haar derde album, Blood Moon. Het is een album dat ik niet tegen kwam in de releaselijsten die ik gebruik voor het maken van mijn wekelijkse selectie, maar gelukkig schatte de Nederlandse promotor van het album goed in dat de muziek van Steph Cameron wel iets voor mij zou kunnen zijn.

Er is in acht jaar tijd heel veel veranderd in de wereld en ook op het derde album van Steph Cameron is hier en daar een muzikale aardverschuiving te horen. De sobere klanken van haar eerste twee albums hebben in de openingstrack van Blood Moon plaats gemaakt voor een voller geluid vol zonnestralen. Het is een geluid dat niet eens zo heel ver is verwijderd van de tijdloze Westcoast pop die Fleetwood Mac halverwege de jaren 70 maakte.

Dat klinkt, zeker in de bijzonder aangename lentezon van het moment onweerstaanbaar lekker, waardoor ik direct gecharmeerd was van het derde album van Steph Cameron. De Canadese muzikante is het sobere geluid van haar eerste twee albums echter zeker niet vergeten, want Blood Moon bevat ook een aantal meer ingetogen songs die niet zo heel ver verwijderd zijn van de songs op de vorige albums.

Folkpuristen zullen misschien wat moeite hebben met het randje pop dat hier en daar opduikt, maar het album bevat ook genoeg songs waarin dit randje uiterst subtiel is of zelfs afwezig. Zelf heb ik geen moeite met de uitstapjes buiten de gebaande paden, want het klinkt allemaal bijzonder lekker en Steph Cameron tekent nog altijd voor mooi gitaarspel, sterke songs en zeer overtuigende zang. Haar songs hebben ook nog altijd het tot de verbeelding sprekende nostalgische tintje, wat de albums van Steph Cameron zo aangenaam maakt. Alle reden dus om heel blij te zijn met het derde album van de Canadese muzikante. Erwin Zijleman

Steph Cameron - Daybreak Over Jackson Street (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Steph Cameron - Daybreak Over Jackson Street - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Sad-Eyed Lonesome Lady van de oorspronkelijk uit het Canadese British Columbia afkomstige Steph Cameron haalde ik al weer bijna drie jaar geleden bij toeval uit een jaarlijstje met de beste Canadese platen van 2014.
Op haar debuut maakte Steph Cameron indruk met muziek zoals die in de hoogtijdagen van de folk scene in het New Yorkse Greenwich Village werd gemaakt door onder andere een nog jonge Bob Dylan en een al even jonge Joni Mitchell.

Waar het in de jaren zestig gemeengoed was om te vertrouwen op een akoestische gitaar en een stem, is dit tegenwoordig zeldzaam. Zelfs met wat eenvoudige software en een goedkope laptop kun je muziek rijkelijk versieren en de meeste muzikanten doen dat dan ook.

Het is aan Steph Cameron niet besteed. Ook op haar tweede plaat Daybreak Over Jackson Street vertrouwt de Canadese muzikante op de eenvoudige middelen die ze ook op haar in kleine kring bejubelde debuut gebruikte: een akoestische gitaar, een enkele keer een mondharmonica en natuurlijk haar stem.

Dat lijkt eenvoudig, maar dat is het zeker niet. Wanneer je als muzikant moet vertrouwen op eenvoudige middelen, stelt dit hoge eisen aan deze middelen. Ik ben er zeker van dat de meeste muzikanten van het moment genadeloos door de mand vallen wanneer ze het moeten doen met de middelen die Steph Cameron tot haar beschikking heeft, maar de muzikante uit Vancouver blijft ook dit keer met gemak overeind.

Het geluid van Steph Cameron wordt grotendeels bepaald door haar akoestische gitaar, maar het is een verrassend vol geluid. Het is ook een geluid dat intrigeert, want de akkoorden op Daybreak Over Jackson Street zijn soms onnavolgbaar en voorzien de songs op de plaat van veel dynamiek en kracht. De mondharmonica houdt Steph Cameron dit keer voornamelijk in haar zak, maar de incidentele keer dat de mondharmonica door het fraaie gitaarspel heen snijdt komt het aan.

Naast het bijzondere akoestische gitaarspel is er natuurlijk de stem van Steph Cameron. Het is een stem die herinneringen oproept aan de folkies van weleer, maar de stem van de Canadese muzikante heeft ook het aangename dat ook de stem van bijvoorbeeld Suzanne Vega kenmerkt of juist het expressieve van Dar Williams. Het is een stem die de songs op Daybreak Over Jackson Street voorziet van flink wat lading en emotie, wat nog eens wordt versterkt door de mooie, indringende en persoonlijke verhalen die Steph Cameron op haar tweede plaat vertelt.

In een tijd waarin rijke arrangementen en gloedvolle producties overheersen is het absoluut even wennen aan het uiterst sobere geluid waarmee Steph Cameron op de proppen komt, maar werkelijk iedere noot op Daybreak Over Jackson Street is raak en bovendien smeedt de singer-songwriter uit Vancouver op indrukwekkende wijze het verleden en het heden aan elkaar.

Bijna drie jaar geleden was ik behoorlijk onder de indruk van het debuut van Steph Cameron en dat ben ik nu weer, misschien nog wel meer dan drie jaar geleden zelfs, want Daybreak Over Jackson Street is een wonderschone plaat. Erwin Zijleman

Steph Cameron - Sad-Eyed Lonesome Lady (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Steph Cameron - Sad-Eyed Lonesome Lady - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse muzieksite PopMatters publiceerde dit jaar meerdere jaarlijstjes. De algemene lijst vond ik niet zo heel boeiend, maar de lijstjes per ‘genre’ hebben me dit jaar de leukste tips opgeleverd.

Na Hospitality (Indie Rock), HT Heartache (Americana), The Icypoles (Indie Pop) is het nu de beurt aan Steph Cameron, die verrassend de lijst met Canadian Albums aanvoert.

Steph Cameron is een jonge singer-songwriter uit het Canadese British Columbia, die met Sad-Eyed Lonesome Lady een prachtig debuut heeft afgeleverd.

Het is een debuut dat zich laat inspireren door muziek uit een inmiddels ver verleden. Luister naar Sad-Eyed Lonesome Lady en je waant je in de hoogtijdagen van de folkscene van Greenwich Village. Steph Cameron houdt van de muziek die aan het begin van de jaren 60 in Greenwich Village werd gemaakt en maakt hier geen geheim van. Invloeden van Dave Van Ronk, een piepjonge Joni Mitchell en natuurlijk Bob Dylan klinken nadrukkelijk door op het tijdloze debuut van de Canadese singer-songwriter, dat moeiteloos uit dezelfde tijd zou kunnen stammen.

Op haar debuut heeft Steph Cameron niet veel meer nodig dan een akoestische gitaar, incidenteel een mondharmonica en natuurlijk haar stem. Sad-Eyed Lonesome Lady werd met zeer eenvoudige middelen opgenomen en stond in een vloek en een zucht op de band.
Er zijn niet veel muzikanten die met zulke eenvoudige middelen en inspiratiebronnen die inmiddels meer dan 50 jaar oud zijn tegenwoordig nog indruk kunnen maken, maar Steph Cameron slaagt er in.

Moeiteloos durf ik wel te zeggen, want sinds de eerste noten van Sad-Eyed Lonesome Lady uit de speakers kwamen heb ik ademloos naar deze plaat geluisterd. Dat was de eerste keer het geval, maar ook de tweede, derde en vierde keer. Nog wat luisterbeurten verder weet ik dat dit waarschijnlijk niet meer gaat veranderen.

Steph Cameron heeft met Sad-Eyed Lonesome Lady een plaat gemaakt waarvan ik alleen maar zielsveel kan houden. Het is een plaat met mooi en veelzijdig akoestisch gitaarspel, dat varieert van eenvoudig en ondersteunend tot het meer complexe fingerpicking werk.

Het is gitaarspel dat uiteindelijk in dienst staat van de stem van Steph Cameron. Het is een stem die gemaakt lijkt voor de folky songs op Sad-Eyed Lonesome Lady. Steph Cameron heeft een bijzonder aangename stem, maar het is vooral een stem die verhalen kan vertellen. Het debuut van de Canadese singer-songwriter is hierdoor een plaat die de aandacht opeist. Als Steph Cameron verhalen vertelt kan je eigenlijk alleen maar luisteren, waarna de jonge Canadese je weet te vermaken en te ontroeren.

Sad-Eyed Lonesome Lady bevat 13 tracks en het zijn 13 tracks die met dezelfde eenvoudige middelen zijn gemaakt. Toch is het debuut van Steph Cameron een plaat die geen moment verveelt. Steph Cameron varieert haar gitaarspel, varieert haar manier van zingen en vertelt steeds nieuwe verhalen.

Sad-Eyed Lonesome Lady is een plaat waarvan liefhebbers van traditionele folkmuziek onmiddellijk kunnen houden, maar de songs van Steph Cameron worden beter wanneer je ze een paar keer hebt gehoord en alle details kent.

PopMatters gaf er een maand of drie geleden een op de site zeldzame 9 voor en ik kan me daar wel in vinden. Er zijn heel veel platen als Sad-Eyed Lonesome Lady van Steph Cameron. Veel van deze platen weten de aandacht niet vast te houden, een paar zijn hooguit aardig en een klein stapeltje verdient het predicaat goed. Hiernaast zijn er de zeldzame platen in de buitencategorie. In deze categorie valt Sad-Eyed Lonesome Lady van Steph Cameron. Prachtig. Erwin Zijleman

Stéphanie Blanchoud - Les Beaux Jours (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stéphanie Blanchoud - Les Beaux Jours - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Franse zangeressen konden zich een aantal jaren verheugen over flink wat belangstelling vanuit de omringende landen, maar het afgelopen jaar is de aandacht voor het betere dat de Franse popmuziek heeft te bieden flink afgenomen, waardoor zelfs het in Frankrijk luidkeels bejubelde debuut van Christine And The Queens in Nederland nog steeds wacht op een officiële release (inmiddels gelukkig aangekondigd voor medio april).

Ik had me inmiddels dan ook verzoend met een minimale dosering Franse kwaliteitspop dit voorjaar, maar bijna uit het niets dook vorige week Les Beaux Jours van Stéphanie Blanchoud op.

Nu zingt Stéphanie Blanchoud voornamelijk in het Frans, maar ze komt oorspronkelijk uit Zwitserland en opereert tegenwoordig vanuit België (Brussel om precies te zijn). Het doet niets af aan de hoge kwaliteit van Les Beaux Jours, dat overigens niet het debuut van de Zwitserse zangeres is. Stéphanie Blanchoud timmert inmiddels een aantal jaren aan de weg als actrice en zangeres en actrice, maar slaat met Les Beaux Jours haar grote slag.

Op Les Beaux Jours verrast Stéphanie Blanchoud met prachtig geïnstrumenteerde folksongs. De plaat klinkt meerdere keren als de plaat die Natalie Merchant zou maken wanneer deze een Franstalige plaat uit zou brengen en dat is wat mij betreft een groot compliment. Dat de productie van de plaat van T-Bone Burnett had kunnen zijn is een nog groter compliment.

In muzikaal opzicht domineren klanken die zijn te omschrijven als stemmige folk, maar het is wel stemmige folk vol bijzondere en vaak wat onverwachte accenten. Het is muziek die prachtig past bij het bijzondere stemgeluid van Stéphanie Blanchoud. Het is deze stem die van Les Beaux Jours een bijzondere plaat maakt, maar ook de Franstalige songs op de plaat dragen voor een belangrijk deel bij aan het bijzondere geluid van de plaat.

Stéphanie Blanchoud heeft een voorkeur voor betrekkelijk ingetogen songs en brengt in deze meer ingetogen songs ook flink wat invloeden uit de Franse chansons in. Deze wat meer ingetogen songs klinken authentiek, maar zijn ook altijd voorzien van speelse accenten, waardoor Les Beaux Jours binnen het Franse aanbod een toch wat vreemde eend in de bijt is.

Die speelse accenten zitten niet alleen in de muziek, maar ook in de teksten. Blanchoud gooit er in een aantal songs wat Engelse woorden doorheen en zingt een beperkt aantal tracks volledig in het Engels, maar verrast ook met een tweetalig duet met de Belgische muzikant Daan.

Hiernaast is Stéphanie Blanchoud op Les Beaux Jours ook zeker niet vies van een aantal meer up-tempo songs die weer meer richting de folkpop kruipen. Stéphanie Blanchoud blijkt op Les Beaux Jours van vele markten thuis. Van zwoele folk en jazz, tot muziek vol Franse accenten, muziek met een bijna klassiek tintje of zelfs redelijk lichtvoetige pop.

De grote verscheidenheid aan invloeden en de mix van Franstalige en Engelstalige songs kan een doorbraak naar een breed publiek nog wel eens in de weg staan, maar persoonlijk ben ik van mening dat Les Beaux Jours het grootste deel van zijn kracht ontleent aan de neiging van Stéphanie Blanchoud om constant buiten de lijntjes te kleuren.

Les Beaux Jours deed bij mij in eerste instantie vooral goede zaken door het Franse tintje, maar inmiddels waardeer ik de plaat in veel bredere zin. Stéphanie Blanchoud heeft een plaat gemaakt die laat horen dat de Europese muzikale grenzen er zijn om overschreden te worden. Het levert tien popliedjes van een bijzondere schoonheid en eigenzinnigheid op. Ik lees er tot dusver in Nederland maar bar weinig over, maar dit is echt een plaat die heel veel aandacht verdient. Van liefhebbers van Franstalige muziek, van liefhebbers van mooi verzorgde folkpop, maar bovenal van een ieder die open staat voor een plaat die net wat anders doet dan je verwacht. Erwin Zijleman

Stephanie Lambring - Autonomy (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stephanie Lambring - Autonomy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Stephanie Lambring - Autonomy
Stephanie Lambring had de muziek vaarwel gezegd, maar keert terug met een ijzersterk album vol roots en pop, een prachtige instrumentatie en een stem om eindeloos te koesteren

Direct bij de eerste keer horen was ik verkocht. Stephanie Lambring heeft een geweldige stem, schrijft aanstekelijke maar ook persoonlijke songs en heeft haar album Autonomy voorzien van een geluid dat in alle opzichten aansprekend is. De Amerikaanse muzikante heeft zich ontworsteld aan het keurslijf van de muziekindustrie van Nashville en kiest voor een geluid waarin invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek domineren, maar waarin ook ruimte is voor invloeden uit de pop en rock. Het klinkt bij eerste beluistering direct aanstekelijk, maar wat steekt het allemaal knap in elkaar. Het is een van de vele rootsalbums van het moment, maar het buitengewoon fraaie Autonomy verdient echt alle aandacht.

Het aanbod aan nieuwe albums binnen de Amerikaanse rootsmuziek is nog altijd groot. Het zorgt er voor dat ik me in veel gevallen beperk tot de grote namen en de albums van minder bekende muzikanten die kunnen concurreren met deze grote namen. Stephanie Lambring behoort wat mij betreft tot de laatste categorie.

De oorspronkelijk uit Indiana afkomstige muzikante debuteerde op jonge leeftijd met een album, kreeg een contract in Nashville, maar concludeerde al snel dat ze in een strak keurslijf zat en feitelijk vooral songs schreef voor anderen. Stephanie Lambring keerde de muziek de rug toe, maar het bloed kroop waar het niet gaan kon.

Vijf jaar na haar vertrek uit Nashville keert Stephanie Lambring terug met een nieuw album en het is een album waarop ze precies de muziek maakt die ze wil maken. Autonomy is de logische titel van een album dat gemaakt is zonder bemoeienis van anderen. Het is een album dat direct vanaf de eerste noten indruk maakt en dat laat horen dat Stephanie Lambring onmiddellijk moet worden geschaard onder de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek.

Autonomy is een album waarop alles klopt. Zo is het een album dat opvalt door een prachtig geluid. Het album werd geproduceerd door Teddy Morgan, die ik persoonlijk alleen ken van 4th of July van Carl Broemel, maar die Autonomy van Stephanie Lambring heeft voorzien van een opvallend mooi geluid. Het is een geluid dat continu de balans zoekt tussen broeierige en aanstekelijke klanken.

Het is een geluid waaraan Teddy Morgan ook als muzikant nadrukkelijk bijdraagt, want hij tekent ook voor onder andere de gitaar- en toetsenpartijen op het album. Ook de andere muzikanten die hebben bijgedragen aan het album tekenen voor fraaie bijdragen en een geluid dat zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de pop en rock verwerkt.

Stephanie Lambring schreef alle songs op het album en het zijn persoonlijke songs die afrekenen met nare ervaringen uit het verleden en die ook niet bang zijn om misstanden in de samenleving aan de kijk te stellen, waarbij ook de heilige huisjes niet worden gespaard.

De Amerikaanse singer-songwriter heeft op Autonomy een fraai evenwicht gevonden tussen oorspronkelijk klinkende Amerikaanse rootsmuziek en lekker in het gehoor liggende songs, waardoor Autonomy zich makkelijk opdringt. Stephanie Lambring schreef een aantal jaren prima songs voor anderen, maar de songs die ze voor zichzelf schreef zijn door het persoonlijke karakter van deze songs nog een stuk aansprekender.

Ik heb het nog niet gehad over de stem van Stephanie Lambring en ook die is uitstekend. Het is een stem die het zowel goed doet in de Amerikaanse rootsmuziek als in de pop en rock en het is een stem die al even makkelijk de aandacht trekt als de songs en de instrumentatie op Autonomy.

Het levert een album op dat niet alleen een constant hoog niveau heeft, maar dat ook nog eens voldoende varieert, wat Autonomy nog wat verder boven het maaiveld uittrekt. Alle reden dus om dit album een kans te geven, maar voor mij staat inmiddels vast dat Autonomy behoort tot de betere rootsalbums van 2020 en tot de allerbeste debuten, want zo mogen we het album van Stephanie Lambring ook best noemen. Erwin Zijleman

Stephanie Lambring - Hypocrite (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stephanie Lambring - Hypocrite - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Stephanie Lambring - Hypocrite
Stephanie Lambring ontworstelde zich een paar jaar geleden aan het strakke keurslijf uit Nashville en laat ook op Hypocrite weer horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan en bulkt van het talent

Hypocrite van de Amerikaanse singer-songwriter Stephanie Lambring is deze week zeker niet het album dat de meeste aandacht opeist, maar het album is, net als voorganger Autonomy uit 2020, van bijzonder hoge kwaliteit. Het is een album dat afwisselend flirt met Amerikaanse rootsmuziek en indierock, maar Stephanie Lambring is er in geslaagd om deze genres op bijzondere wijze aan elkaar te smeden. Hypocrite is verrassend subtiel maar ook gevarieerd ingekleurd en geeft steeds alle ruimte aan de prachtige stem van Stephanie Lambring, die niet alleen overtuigt met mooie klanken en fraaie zang, maar ook met een serie hele mooie en interessante songs.

De Amerikaanse singer-songwriter Stephanie Lambring leek op jonge leeftijd haar dromen waar te maken toen ze in Nashville een platencontract in de wacht sleepte. Het draaide helaas uit op een enorme teleurstelling, waarna ze de muziekindustrie alweer snel de rug toe keerde. In 2020 keerde Stephanie Lambring terug met het uitstekende Autonomy, waarop ze wel de muziek maakte die ze zelf wilde maken. Het leverde een prachtig album op, dat helaas niet zo heel veel aandacht kreeg, maar dat in kleine kring terecht stevig werd bewierookt.

Ook ik was aan het eind van 2020 heel enthousiast over Autonomy, dat zowel in muzikaal als in vocaal opzicht indruk maakte en dat ook nog eens was gevuld met zeer aansprekende songs. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar de volgende muzikale verrichtingen van Stephanie Lambring. De Amerikaanse muzikante, die inmiddels is teruggekeerd naar Nashville, heeft deze week met Hypocrite haar tweede album uitgebracht.

Net als op Autonomy kiest Stephanie Lambring op Hypocrite voor haar eigen weg en heeft ze lak aan de conventies van de muziekindustrie in Nashville. Hypocrite opent opvallend met subtiele atmosferische elektronische klanken, die op het eerste gehoor ver verwijderd zijn van de Amerikaanse rootsmuziek op Autonomy. De Amerikaanse muzikante wijkt in meerdere songs op haar nieuwe album af van het standaard instrumentarium binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar toch vind ik Hypocrite uiteindelijk toch minimaal voor een deel een rootsalbum.

De wat atmosferisch aandoende elektronische klankentapijten op het album worden gecombineerd met of afgewisseld door rootsy snarenwerk, dat soms subtiel wordt ingezet en soms wat meer op de voorgrond treedt. Wanneer de gitaren wat steviger worden aangezet schuift Hypocrite voorzichtig op richting de indierock van het moment, maar het album bevat ook songs die juist weer zijn te typeren als Amerikaanse rootsmuziek.

Echt goed in een hokje te duwen is de muziek van Stephanie Lambring daarom niet en dat pakt wat mij betreft uitstekend uit. In genres waarin veel muziek op het moment hetzelfde klinkt, laat Stephanie Lambring wat mij betreft een duidelijk eigen geluid en aangenaam divers horen en het is een zeer aansprekend geluid.

De Amerikaanse muzikante heeft haar songs niet volgestopt met instrumenten, maar kies voor een redelijk sober ingekleurd maar avontuurlijk geluid. De ruimte die open blijft neemt Stephanie Lambring in met haar stem. De zang op Hypocrite is echt bijzonder mooi en koppelt kracht aan souplesse. Het is een combinatie die ook terugkeert in de instrumentatie, die het album steeds weer van kleur laat verschieten met de echt bijzonder mooie stem van de Amerikaanse muzikante als constante factor.

Het is een stem die uitstekend tot zijn recht komt in het subtiele instrumentarium op het album, dat echt bijzonder mooi is geproduceerd door Teddy Morgan. Zeker wanneer Stephanie Lambring wat afstand neemt van de Amerikaanse rootsmuziek kan ze zo in de voetsporen van Phoebe Bridgers treden, maar deze blijft ze op Hypocrite nooit lang volgen. Het talent van Stephanie Lambring werd in Nashville vele jaren geleden al ontdekt, maar is pas echt tot bloei gekomen toen ze haar eigen weg kon gaan. Erwin Zijleman

Stephanie Struijk - Dezelfde Zon (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stephanie Struijk - Dezelfde Zon - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Stephanie Struijk - Dezelfde Zon
Stevie Ann verruilde het Engels voor het Nederlands en werd weer Stephanie Struijk, die met Dezelfde Zon het derde prachtige Nederlandstalige album op rij aflevert en wederom indruk maakt met bijzonder mooie songs

Het was een moedige keuze van Stephanie Struijk om te stoppen met het maken van Engelstalige muziek als Stevie Ann en verder te gaan met Nederlandstalig repertoire. Stevie Ann leek immers klaar voor een internationale doorbraak met het uitstekende California Sounds, dat naadloos aansloot bij de succesvolle Nashville countrypop van dat moment. Het is een moedige keuze die in artistiek opzicht goed heeft uitgepakt, want Stephanie Struijk heeft een duidelijker eigen geluid dan Stevie Ann en de Nederlandstalige teksten passen goed bij de mooie stem van de Nederlandse muzikante. Het levert wederom een zeer smaakvol album op vol songs waarvan je alleen maar kunt houden.

Ik heb nooit veel gehad met Nederlandstalige popmuziek en er zijn zelfs periodes geweest dat ik bijna allergisch was voor popmuziek in de eigen taal. Van allergie is al lang geen sprake meer, maar ik heb nog steeds opvallend veel moeite met Nederlandstalige popmuziek. Ook deze week schoof ik een in brede kring bejubeld Nederlandstalig popalbum heel snel terzijde omdat het me niet raakte of pakte of dat iets me in de weg stond, maar er zijn ook uitzonderingen.

Bij beluistering van Dezelfde Zon van Stephanie Struijk zit het Nederlands me echt geen moment in de weg en ik denk zelf dat ik de songs van de Nederlandse muzikante mooier vind wanneer ze zingt in haar moederstaal. Daar is in het geval van Stephanie Struijk ook bewijs voor, want ze brak ooit op jonge leeftijd door met Engelstalige songs die ze uitbracht onder de naam Stevie Ann. Dat deed ze niet zonder succes, waardoor ze uiteindelijk zelfs een album kon opnemen met de zeer gewilde Amerikaanse producer Mitchell Froom.

Uiteindelijk werd Stevie Ann echter weer Stephanie Struijk, wat in 2016 een uitstekend titelloos debuutalbum opleverde. De droom van een internationale carrière was hiermee wel vervlogen, maar het zingen in de eigen taal werd geen eenmalig uitstapje. Na het minstens even mooie Fijn Zo uit 2021 is deze week het derde Nederlandstalige album van Stephanie Struijk verschenen.

Ook Dezelfde Zon maakte ze weer samen met Daniël Lohues, die meeschreef aan een deel van de songs en die het album ook produceerde. Dezelfde Zon is een album zonder veel opsmuk. De songs werden live in de studio opgenomen en stonden in één take op de band, waardoor de opnames er al na drie dagen op zaten. Het is zeker niet ten koste gegaan van de kwaliteit van het album, want Dezelfde Zon klinkt prachtig.

Stephanie Struijk en Daniël Lohues kregen in de studio gezelschap van Bernard Gepken en Reyer Zwart, die subtiele accenten toevoegden aan de songs op het album, die in de basis genoeg hebben aan akoestische gitaar en af en toe een piano. Dezelfde Zon is een relatief sober maar ook warm klinkend album en die warmte wordt versterkt door de mooie stem van Stephanie Struijk.

Het Nederlands klinkt me vaak te hard of te weinig melodieus in popsongs, maar bij Stephanie Struijk vloeien de woorden prachtig samen met de klanken. Het zal deels te maken met haar licht Limburgse tongval, die de harde klanken van het Nederlands verzacht, maar ook de wijze waarop ze haar zinnen samenstelt draagt bij aan het melodieuze karakter van de songs op Dezelfde Zon. Het album staat vol met mooie liefdesliedjes die vaak een wat melancholische inslag hebben, wat goed past bij de songs van Stephanie Struijk.

Ik moet me er bij Nederlandstalige albums meestal toe zetten om te wennen aan popsongs in de eigen taal, maar de fraaie en charmante popliedjes van Stephanie Struijk voelden direct bij eerste beluistering als een warm bad. Ik ben stiekem nog wel eens benieuwd hoe Stevie Ann inmiddels zou hebben geklonken, want wat beschikten haar albums over veel potentie, maar aan de andere kant klinkt de keuze voor het Nederlands bij Stephanie Struijk als heel natuurlijk. Er is een ander Nederlandstalig album dat deze week bijna alle aandacht trekt, maar ik zou het zonde vinden als het prachtige Dezelfde Zon van Stephanie Struijk zou ondersneeuwen. Erwin Zijleman

Stephanie Struijk - Stephanie Struijk (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stephanie Struijk - Stephanie Struijk - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Nederlandse singer-songwriter Stevie Ann maakte tussen 2005 en 2013 vier uitstekende platen (en een prima live-plaat).

De platen werden terecht bejubeld door de Nederlandse muziekpers, maar trokken uiteindelijk ook aandacht in de Verenigde Staten, waardoor Stevie Ann haar derde plaat Light Up (2009) en haar vierde plaat California Sounds (2013) in Los Angeles kon opnemen en hierbij gebruik kon maken van de diensten van producers van naam en faam (onder wie Mitchell Froom).

Na California Sounds rekende ik op de definitieve doorbraak van Stevie Ann, maar de volgende stap in haar carrière is wat dat betreft een onlogische.

Een tijdje geleden maakte Stephanie Struijk (want dat is de echte naam van Stevie Ann) samen met producer Daniël Lohues een flinke road trip door de Verenigde Staten. Tijdens deze road trip werden de duizenden kilometers tussen Los Angeles en Minneapolis afgelegd, werden negen staten doorkruist, bloeide er iets moois op tussen de twee, maar werden ook volop songs geschreven.

De road trip door de Verenigde Staten wordt op de website van Stephanie Struijk geïllustreerd met fraaie beelden en mooie verhalen, maar heeft ook een prachtige plaat opgeleverd.

Het is een plaat die een nieuwe start betekent voor Stephanie Struijk. Het is een plaat met alleen Nederlandstalige songs, waardoor het niet voor de hand lag om de plaat onder de naam Stevie Ann uit te brengen. Het is op dit moment waarschijnlijk dodelijk voor een internationale carrière, maar wat is het titelloze debuut van Stephanie Struijk een mooie en indringende plaat geworden.

De bijzondere beelden van de road trip inspireerden Stephanie Struijk en Daniël Lohues tot 14 prachtige songs, die uiteindelijk in het Drentse Erika werden opgenomen. Het zijn songs die, net als de songs van Stevie Ann, stevig zijn geïnspireerd door de Amerikaanse rootsmuziek, maar de songs van Stephanie Struijk zijn een stuk intenser, intiemer en persoonlijker dan die van haar alter ego.

Ik ben normaal gesproken helemaal niet zo gek op Nederlandstalige muziek, maar de songs van Stephanie Struijk kruipen diep onder de huid en maken je deelgenoot van een bijzondere roadtrip langs bijzondere, maar minder voor de hand liggende plekken in de Verenigde Staten. De beelden heb je bijna op het netvlies. De wens om dezelfde kilometers af te leggen groeit bij iedere luisterbeurt.

Stevie Ann was prachtig, maar Stephanie Struijk is nog een stuk beter. Wat een mooie, bijzondere, intense, intieme en ontroerende plaat. Erwin Zijleman

Stephen Fretwell - Busy Guy (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stephen Fretwell - Busy Guy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Stephen Fretwell - Busy Guy
Bij eerste beluistering vond ik het aardig, maar niets bijzonders, maar hoe vaker ik naar Busy Guy van Stephen Fretwell luister hoe grondiger ik mijn mening over dit album moet bijstellen

De naam Stephen Fretwell deed bij mij geen belletje rinkelen en daar was het bijna bij gebleven, maar langzaam maar zeker begon ik zijn derde album Busy Guy een mooi album te vinden. Het akoestische gitaarspel is aangenaam en hetzelfde geldt voor de zang van de Britse muzikant. Zijn songs klinken vertrouwd en zijn mooi ingekleurd met hier en daar wat elektronica, wat je natuurlijk wel vaker hoort. De ingrediënten zijn misschien niet opzienbarend en het recept is ook bekend, maar het baksel van Stephen Fretwell is uitstekend gelukt en wordt bij iedere beluistering aangenamer. Laat het niet bij een keer vluchtig luisteren, want dit album is een groeier.

Busy Guy is het derde album van de Britse muzikant Stephen Fretwell. Toen ik het album vorige week in handen kreeg, was mijn eerste gedachte dat ik nog nooit van de goede man gehoord had. Dat bleek niet te kloppen, want ook het tweede album van de Britse muzikant, het in 2007 verschenen Man On The Roof, kreeg ik ooit toegestuurd. Bij eerste beluistering van Busy Guy maakte Stephen Fretwell zeker geen onuitwisbare indruk en dat is was bij beluistering van zijn vorige album veertien jaar geleden waarschijnlijk niet anders.

De Britse muzikant begeleidt zichzelf op zijn akoestische gitaar, zingt af en toe zacht en af en toe een stuk expressiever en kleurt zijn muziek hier en daar subtiel verder in met wat elektronische en vaak atmosferisch aandoende klankentapijten. De songs van de Britse muzikant lijken allemaal wat op elkaar en lijken bovendien op de songs van talloze soortgenoten, die ongeveer dezelfde ingrediënten en dezelfde receptuur gebruiken voor hun songs.

Tot zover heb ik weinig opzienbarends te vertellen over de muzikant die de afgelopen veertien jaar ook wel eens getwijfeld zal hebben over zijn bestaan als solomuzikant en daarom een tijd een bijbaan had als bassist van Last Shadow Puppets, dat ik overigens ook geen geweldige band vind.

Busy Guy van Stephen Fretwell had zomaar roemloos kunnen eindigen op de stapel met af te voeren cd’s, maar op een gegeven moment wist de Britse muzikant me toch te raken. Busy Guy van Stephen Fretwell lijkt op van alles en nog wat en doet vrijwel niets dat als nieuw is te bestempelen, maar het zijn vooral mooie associaties die de Britse singer-songwriter oproept.

Het akoestische gitaarspel op het album is niet opzienbarend, maar het staat mooi vooraan in de mix, wat Busy Guy voorziet van een bijzonder geluid. Het is een mooi geproduceerd geluid, waarin de akoestische gitaar van Stephen Fretwell steeds wordt versterkt door bijzondere accenten. Die komen soms van een elektrische gitaar, maar meestal van wat atmosferisch klinkende elektronica, die de muziek op het album voorziet van een bijzondere lading en hier en daar van fraaie onderhuidse spanning.

Ook in vocaal opzicht verricht Stephen Fretwell geen wonderen, maar het is een prima zanger met een aangenaam stemgeluid, dat me eigenlijk steeds beter is gaan bevallen. Ook de songs van de Britse muzikant klinken stuk voor stuk bekend in de oren en lijken geen bijzondere dingen te doen, maar klinken ondertussen wel zeer aangenaam. Net als de zang en de instrumentatie ben ik ook de songs op Busy Guy steeds mooier gaan vinden, waardoor het derde album van de Britse muzikant zich langzaam maar zeker toch flink is gaan opdringen.

De fraaie akoestische klanken doen het uitstekend op de late avond, de zang groeit flink door, terwijl ik me bij alle songs blijf afvragen waar het nu precies op lijkt, om uiteindelijk te concluderen dat het het geluid van Stephen Fretwell moet zijn. Nu is het zo dat ik over het algemeen genomen de vrouwelijke singer-songwriters prefereer boven hun mannelijke collega's, maar desondanks is Busy Guy een trouwe metgezel geworden. Dat moet voor muziekliefhebbers met een voorkeur voor mannelijke troubadours nog veel sterker gelden. Ik zou in dat geval zeker eens gaan luisteren naar dit album. Erwin Zijleman

Stephen Malkmus and the Jicks - Sparkle Hard (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stephen Malkmus & The Jicks - Sparkle Hard - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Tussen 1992 en 1997 maakte Stephen Malkmus met zijn band Pavement vijf zeer memorabele platen. Het is misschien een bescheiden aantal, maar de invloed van de platen van de pioniers van de lo-fi is tot op de dag van vandaag groot.

Stephen Malkmus maakt vanaf 2001 platen onder zijn eigen naam en het deze week verschenen Sparkle Hard is al weer de vijfde waarop ook de naam van zijn band The Jicks op de cover staat vermeld.

Stephen Malkus & The Jicks evenaren hiermee de productie van Pavement en overtreffen die productie wanneer we de twee platen die Stephen Malkmus zonder The Jicks maakte (in ieder geval op de cover) er bij op tellen.

Het debuut van Stephen Malkmus & The Jicks, het in 2003 verschenen Pig Lib, kon nog niet tippen aan het memorabele en invloedrijke oeuvre van Pavement, maar de afgelopen jaren verkeren Stephen Malkmus en zijn band in een uitstekende vorm. Ook Sparkle Hard is weer een geweldige plaat, die ik na een paar keer horen koester.

Stephen Malkmus & The Jicks doen ook op hun vijfde plaat weer deels wat je van de band verwacht, maar er is ook altijd ruimte voor vernieuwing. Sparkle Hard bevat een aantal tracks die putten uit de rijke erfenis van Pavement, maar Stephen Malkmus en zijn band slaan ook meerdere nieuwe wegen in.

Zo flirten de Amerikanen meerdere keren met invloeden uit de countryrock, waarbij de naam van Neil Young meerdere keren opduikt. Het geldt voor een aantal van de meer ingetogen songs op de plaat, maar het geldt opvallend genoeg ook voor een aantal songs waarin het gitaargeweld mag aanzwellen.

Net als Pavement hebben Stephen Malkmus & The Jicks ook nog altijd het patent op rammelende maar ook volstrekt onweerstaanbare pop en rocksongs. Sparkle Hard slingert je, nog meer dan de vorige platen van de band, heen en weer tussen een aantal decennia popmuziek, maar bevat ook altijd het zo herkenbare stempel van Stephen Malkmus.

Beluistering van Sparkle Hard is een bijzonder aangename ervaring, maar waar de songs van de Amerikanen het ene moment verleiden, kunnen ze het volgende moment ruw tegen de haren instrijken, waardoor de nieuwe plaat van Stephen Malkmus en zijn band niet alleen aangenaam maar ook intrigerend is.

Ik grijp de afgelopen jaren nog vaak naar de platen van Pavement, maar concludeerde de afgelopen jaren ook al meerdere keren dat de platen van Stephen Malkmus akelig dicht in de buurt komen van de ruwe diamanten van Pavement. Het geldt zeker voor Sparkle Hard dat laat horen dat Stephen Malkmus nog steeds kan pieken als in zijn beste dagen. Bij achteloze beluistering is Sparkle Hard al een verzameling geweldige popsongs, maar duik wat dieper in deze plaat en alles komt echt tot bloei. Erwin Zijleman

Stephen Wilson Jr. - Søn of Dad (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Stephen Wilson Jr. - søn of dad - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Stephen Wilson Jr. - søn of dad
De Amerikaanse muzikant Stephen Wilson Jr. eert op zijn debuutalbum søn of dad zijn overleden vader en maakt indruk met geweldige songs en een geluid met een intensiteit om bang van te worden

Ondanks het feit dat ik de ontwikkelingen binnen de Amerikaanse rootsmuziek goed probeer bij te houden, kwam het deze week verschenen debuutalbum van de Amerikaanse muzikant Stephen Wilson Jr. voor mij als een totale verrassing. Het is een verrassing die ook nog eens hard binnen kwam, want wat is søn of dad een rauw en intens album. Het album is voorzien van een bijna overweldigend geluid, waarna de indringende stem van Stephen Wilson Jr. dwars door de ziel snijdt. De sfeer op het album varieert van donker tot desolaat, waardoor de songs van Stephen Wilson Jr. nog wat meer kracht en urgentie mee krijgen. Ik lees er nog niet heel veel over, maar wat is dit een sensationeel goed album.

Ik was de naam van de Amerikaanse muzikant Stephen Wilson Jr. nog niet eerder tegen gekomen, maar de min of meer toevallige eerste beluistering van zijn debuutalbum søn of dad kwam aan als een mokerslag. Het is een album dat opent met zwaar aangezette klanken, een aardedonkere sfeer, een stem die door de ziel snijdt en teksten vol diepe emoties. Stephen Wilson Jr. eert op søn of dad zijn vijf jaar geleden overleden vader, die hem alleen opvoedde op het platteland van Indiana. Stephen Wilson Jr. heeft er een bijzonder ambitieus album van gemaakt, want søn of dad bevat maar liefst tweeëntwintig songs en anderhalf uur muziek.

De vader van de Amerikaanse muzikant was een professioneel bokser en bracht zijn zoon ook al op jonge leeftijd de beginselen van de bokssport bij. Stephen Wilson had ook voor een bestaan als bokser kunnen kiezen, maar besloot microbiologie en scheikunde te gaan studeren. Na het afronden van zijn studies koos hij echter niet voor een carrière in het laboratorium, maar voor een onzeker bestaan als muzikant. Hij was een aantal jaren gitarist in de rockband AutoVaughn, maar ging uiteindelijk aan de slag als songwriter in Nashville.

Na een aantal jaren met succes songs voor anderen te hebben geschreven, bracht Stephen Wilson Jr. deze week zijn debuutalbum søn of dad uit. Het is een album waarop goed is te horen dat de Amerikaanse muzikant veel ervaring heeft opgedaan als songwriter in Nashville, want invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek domineren op het album. Het debuutalbum van Stephen Wilson Jr. laat echter ook zijn achtergrond als rockmuzikant horen. De meeste songs op søn of dad zijn voorzien van een redelijk zwaar aangezet geluid met af en toe lekker stevig gitaarwerk. Ook als de Amerikaanse muzikant kiest voor grotendeels akoestische klanken komt het album met veel kracht uit de speakers, wat de verdienste is van de lekker volle productie van Benjamin West.

Door het stevig aangezette en bij vlagen zelfs behoorlijk overweldigende geluid klinkt søn of dad anders dan de meeste andere singer-songwriter albums van het moment. Ook de indringende vocalen en de wat donkere sfeer op het album dragen bij aan het onderscheidend vermogen van het album. Stephen Wilson Jr. vindt met zijn debuutalbum aansluiting bij de wat rauwere singer-songwriters binnen de Americana, maar bij beluistering van søn of dad hoor ik af en toe ook wel wat van een wat jongere Bruce Springsteen.

Anderhalf muziek is veel en normaal gesproken te veel, maar het is geen straf om søn of dad van de eerste tot de laatste noot te ondergaan. Stephen Wilson Jr. laat op zijn debuutalbum horen dat hij een zeer getalenteerd songwriter is, die zowel binnen als buiten de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten kan. Hij vertolkt zijn songs bovendien met heel veel emotie en passie, waardoor de meeste songs op søn of dad keihard binnen komen.

De mooiste track op het album is wat mij betreft het duet met Hailey Whitters, American Gothic, dat laat horen dat de rauwe strot van Stephen Wilson Jr. het ook uitstekend doet in combinatie met vrouwenstemmen. Dit smaakt naar meer. Het is echter slechts een van de vele geweldige tracks op een debuutalbum dat hier vooralsnog geen aandacht krijgt, maar dat zomaar kan uitgroeien tot de grote albums in het genre dit jaar. Erwin Zijleman

Stereolab - Instant Holograms on Metal Film (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Stereolab - Instant Holograms On Metal Film - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Stereolab - Instant Holograms On Metal Film
Ik ben nooit een groot Stereolab fan geweest, maar misschien moet ik het alsnog worden, want hoe vaker ik naar Instant Holograms On Metal Film, het nieuwe album van de band, luister, hoe fascinerender het wordt

Het is heel lang stil geweest rond de Britse band Stereolab, maar een week of zes geleden was er eindelijk een nieuw album van de band, die al sinds de vroege jaren 90 bestaat. Op Instant Holograms On Metal Film lijkt het af en toe of de tijd heeft stil gestaan, maar Stereolab voegt ook wel degelijk nieuwe ingrediënten toe aan haar songs. Het zijn songs die over het algemeen lekker in het gehoor liggen, maar desondanks zijn volgestopt met verrassende wendingen en invloeden uit meerdere genres. Ik noem Stereolab in mijn recensies meer dan eens als vergelijkingsmateriaal, maar Instant Holograms On Metal Film laat nog maar eens horen dat het echt een unieke band is.

De Britse band Stereolab wordt op de krenten uit de pop meerdere keren aangedragen als relevant vergelijkingsmateriaal, maar van de albums van de band besprak ik tot dusver alleen een uit 2018 stammende en uit drie delen bestaande verzamelaar (Switched On), die later nog met twee delen werd uitgebreid).

Dat ik nog geen reguliere albums van de band heb besproken is overigens niet zo vreemd, want gedurende het bestaan van de krenten uit de pop verscheen alleen het in 2010 uitgebrachte Not Music, dat zeker niet tot de beste albums van de band wordt gerekend. Ik ben overigens nooit een groot Stereolab fan geweest, want ook van de stapel albums die de band tussen 1992 en 2008 maakte staat er bijna niets in mijn platenkast.

Stereolab keerde eind mei terug met haar eerste reguliere album in vijftien jaar tijd en Instant Holograms On Metal Film kreeg vrijwel zonder uitzondering zeer positieve recensies. Ik vond het zelf zeker geen slecht album, maar in de betreffende week was de concurrentie moordend en Stereolab viel uiteindelijk buiten de boot.

Ik pik het album nu echter toch nog op en niet alleen omdat de oogst aan nieuwe albums deze week wat tegenvalt. Gestimuleerd door al die positieve recensies heb ik Instant Holograms On Metal Film de laatste tijd meer dan eens beluisterd en hoe vaker ik naar het comeback album van Stereolab luister, hoe mooier en interessanter het wordt.

Stereolab leek de dood van zangeres Mary Hansen in 2002 lange tijd niet te boven te komen, maar op Instant Holograms On Metal Film klinkt de band zeer geïnspireerd. Het klinkt allemaal redelijk bekend, want veel ingrediënten uit het vintage Stereolab zijn ook op het nieuwe album, dat overigens bijna een uur duurt, weer te horen.

De Britse band verwerkt invloeden uit de elektronische popmuziek met invloeden uit de Krautrock en de jazz en voegt er wat exotische invloeden aan toe. Dit alles wordt gecombineerd in voorzichtig zonnig klinkende popliedjes, die ook wel wat doen denken aan Franse filmmuziek uit de jaren 70, zeker wanneer zangeres Laetitia Sadier de vocalen voor haar rekening neemt.

Het knappe van de songs van Stereolab op Instant Holograms On Metal Film is dat de band aan de ene kant zoet, lichtvoetig en nostalgisch klinkt, maar op hetzelfde moment allerlei bijzondere wendingen en accenten heeft toegevoegd aan haar muziek die ook iets futuristisch heeft. Zeker wanneer je het album met de koptelefoon beluistert hoor je hoe knap het allemaal in elkaar zit en hoeveel bijzonders Stereolab in haar songs heeft verstopt.

In het verleden wisselden perioden waarin de muziek van de Britse band iets met me deed en momenten waarop het allemaal wat voortkabbelde elkaar af en dat heb ik ook wel wat bij beluistering van Instant Holograms On Metal Film. Het ligt er voor mij maar net aan met hoeveel aandacht ik naar de songs op het album luister. Ergens op de achtergrond kabbelt het bijzonder aangenaam maar niet heel bijzonder voort, maar wanneer ik veel aandachtiger luister naar Instant Holograms On Metal Film komt het album tot leven.

Dat komt het album ook wanneer je het vaker hoort, want een album van Stereolab moet je vaker horen om het volledig te laten landen. Instant Holograms On Metal Film is inmiddels een week of zes uit, maar ik hoor eigenlijk nu pas wat een bijzonder het album het is. Goed dat Stereolab terug is dus. Erwin Zijleman

Steve Earle & The Dukes - Ghosts of West Virginia (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Steve Earle & The Dukes - Ghosts Of West Virginia - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Steve Earle & The Dukes - Ghosts Of West Virginia
Steve Earle en zijn band The Dukes gaan gedreven te werk op een geëngageerd rootsalbum dat op fraaie wijze stil staat bij een mijnramp van opvallend recente datum

Steve Earle verkeert al twee decennia in topvorm, want een imposant stapeltje uitstekende albums heeft opgeleverd. Het deze week verschenen Ghosts Of West Virgina kan binnen dit stapeltje met de beste albums mee. De songs op het album werden geschreven voor een mijnramp uit 2010, die Steve Earle nog steeds boos maakt. Het levert een geëngageerd album op dat onrecht aan de kaak stelt, maar dat ook vol prachtige rootsmuziek staat. Prachtig gespeeld door zijn band The Dukes en met veel doorleving gezongen door de ouwe rot, die het opneemt voor de kansarmen binnen de Amerikaanse samenleving. Een van zijn beste albums wat mij betreft.

Steve Earle vierde eerder dit jaar zijn 65e verjaardag, maar verkeert de afgelopen jaren in een betere vorm dan in zijn jonge jaren (zijn debuut Guitar Town uit 1986 natuurlijk uitgezonderd). Na het fraaie eerbetoon aan zijn vriend Guy Clark op het vorig jaar verschenen Guy, laat Steve Earle zich nu van zijn geëngageerde kant zien.

De songs op Ghosts Of West Virgina schreef de Amerikaanse muzikant voor het toneelstuk Coal Country, dat stil staat bij de Upper Big Branch Mine Disaster in Raleigh County, West Virginia, waarbij 29 mijnwerkers het leven verloren omdat de mijnbazen bewust de veiligheidsregels aan hun laars lapten. Wat deze ramp extra schokkend maakte is dat het allemaal plaatsvond in 2010 en niet honderd of honderdvijftig jaar eerder.

Ghosts Of West Virgina opent met een a-capella track waarin Steve Earle vocaal wordt bijgestaan door zijn band The Dukes en waarin zijn rauwe strot fraai wordt gecontrasteerd door die van violiste en zangeres Eleanor Whitmore. Steve Earle beperkt zich op zijn nieuwe album niet alleen tot de ramp uit 2010, maar plaatst de positie van mijnwerkers ook in een historisch perspectief en staat ook stil bij de grote groep Amerikaanse arbeiders die de American Dream al lang uit het oog zijn verloren.

Wat past hier beter bij dan traditioneel aandoende rootsmuziek met afwisselend invloeden uit de folk, country, bluegrass, rock ‘n roll en rootsrock? Zeker de songs met invloeden uit de folk doen qua sfeer wel wat denken aan Bruce Springsteen’s We Shall Overcome: The Seeger Sessions, maar Ghosts Of West Virgina bestrijkt een veel breder palet en kan ook behoorlijk stevig uitpakken.

Ghosts Of West Virginia imponeert door de rauwe strot van Steve Earle, die de maatschappijkritische teksten met veel gevoel vertolkt, maar het album laat ook duidelijk horen hoe goed de band van de Amerikaanse muzikant is. The Dukes hebben het album voorzien van een fraai geluid dat zowel traditioneel als modern kan klinken. Gitarist Chris Masterson, pedal steel speler Ricky Jay Jackson, violist Eleanor Whitmore en de uit bassist Jeff Hill en drummer Brad Pemberton bestaande ritmesectie verdienen het stuk voor stuk om genoemd te worden, maar uiteraard trekt de doorleefde strot van Steve Earle de meeste aandacht.

Het klinkt allemaal geweldig, maar ook de songs en de verhalen op Ghosts Of West Virgina zijn van een bijzonder hoog niveau en zullen niemand onberoerd laten. Het is bovendien knap hoe Steve Earle en zijn band steeds een andere uithoek van de Amerikaanse rootsmuziek verkennen.

Een van de hoogtepunten voor mij is het bijzonder fraaie geheel door Eleanor Whitmore gezongen If I Could See Your Face Again, waarin het leed van de dierbaren die achter bleven na de mijnramp bijna tastbaar wordt. Minstens even indrukwekkend is het gejaagde It’s About Blood waarin Steve Earle de namen van de omgekomen mijnwerkers opnoemt. En zo hebben alle songs op het albums wel wat en bevat Ghosts Of West Virgina een serie songs die zo goed zijn dat het niet gek is om het album te scharen onder de beste albums van Steve Earle.

Goed, als ik toch een minpunt moet bedenken is dat het album er na 29 minuten alweer op zit en dat is op een moment dat het punt van verzadiging nog lang niet bereikt is. Wel een goede reden om het album direct nogmaals op te zetten. Erwin Zijleman

Steve Earle & The Dukes - Guy (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Steve Earle & The Dukes - GUY - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Steve Earle & The Dukes - GUY
Steve Earle eert zijn vriend en mentor Guy Clark, die overleed in 2016, en doet dit op even liefdevolle als indrukwekkende wijze

Steve Earle liet tien jaar geleden op het fraaie en intieme Townes al eens horen dat hij het op muzikale wijze eren van een overleden vriend en mentor uitstekend beheerst en doet dat nu nogmaals op Guy. Guy bevat een fraaie selectie uit het oeuvre van de drie jaar geleden overleden Guy Clark. De songs van de oude meester worden op gloedvolle wijze vertolkt door de in topvorm verkerende band van Steve Earle, waarna Steve Earle zelf mag tekenen voor rauwe, doorleefde en emotievolle vocalen. Het levert een eerbetoon op dat hoorbaar met veel liefde en respect is gemaakt, maar dat ook nog eens vol staat met songs, muziek en vocalen om te koesteren.

Tien jaar geleden eerde Steve Earle op bijzonder fraaie wijze zijn vriend en mentor Townes van Zandt op het prachtige Townes. Op GUY eert Steve Earle een andere vriend en inspiratiebron, Guy Clark.

Guy Clark overleed drie jaar geleden en liet zo’n 15 albums en honderden songs na. Van deze songs keren er 16 terug op GUY, dat een speeltijd heeft van precies een uur.

Waar Steve Earle het eerbetoon aan Townes van Zandt maakte met een beperkt aantal sessiemuzikanten, is GUY gemaakt met zijn vaste band The Dukes, waardoor de plaat voller klinkt dan Townes.

Townes werd uiteindelijk naar grote hoogten getild door Steve Earle’s liefde en respect voor de muziek van Townes van Zandt en ook zijn eerbetoon aan Guy Clark is een met veel liefde en aandacht gemaakt album.

Steve Earle speelt inmiddels al flink wat jaren met The Dukes, waardoor de band ook op GUY een warm, gloedvol en hecht geluid laat horen. Net als op de vorige platen van Steve Earle en zijn band springt het snarenwerk er uit op GUY. De band beschikt over meerdere getalenteerde gitaristen, strooit driftig met mandolines en dan zijn er ook nog eens de pedal steel van Ricky Ray Jackson en de viool van Eleanor Whitmore, die prachtig door het volle geluid heen snijden, waarbij met name de pedal steel diepe indruk maakt.

Steve Earle maakt inmiddels al een aantal decennia muziek en dat hoor je in zijn zang. De vocalen van de ouwe rot klinken inmiddels rauw en doorleefd en zijn wat mij betreft alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Het zijn vocalen die uitstekend passen bij de songs van Guy Clark, die hoorbaar met veel respect en liefde worden vertolkt.

Steve Earle heeft een mooie selectie gemaakt uit het rijke oeuvre van Guy Clark en brengt de songs van de invloedrijke singer-songwriter op gepassioneerde wijze tot leven. Het zijn songs die tijdens het leven van Guy Clark niet altijd de aandacht kregen die ze verdienden, maar hopelijk geeft Steve Earle het oeuvre van zijn vriend en voorbeeld nog een zetje richting de spotlights.

Guy Clark vertelde met zijn songs mooie verhalen en Steve Earle brengt deze verhalen op mooie wijze tot leven en drukt ook nog zijn eigen stempel op de prachtige songs van Guy Clark. Op GUY horen we vooral Steve Earle en zijn band, maar muzikale vrienden als Emmylou Harris, Jerry Jeff Walker, Rodney Crowell en Terry Allen konden natuurlijk niet achterblijven en zorgen voor de kers op de taart.

Het maken van een muzikaal eerbetoon aan een muzikale held lijkt makkelijk, maar is in de praktijk een flinke opgave. Steve Earle liet tien jaar geleden op Townes horen dat hij het maken van een muzikaal eerbetoon beheerst en doet dat nu nogmaals met het uitstekende, emotionele en meer dan eens prachtige GUY. Erwin Zijleman

Steve Earle & The Dukes - J.T. (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Steve Earle & The Dukes - J.T. - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Steve Earle & The Dukes - J.T.
Steve Earle maakte al een mooi eerbetoon aan Townes van Zandt en Guy Clark, maar brengt nu een indringend eerbetoon aan zijn vorig jaar veel te vroeg overleden zoon Justin Townes Earle uit

Steve Earle heeft een indrukwekkende stapel geweldige albums op zijn naam staan en voegt er helemaal aan het begin van 2021 weer een aan toe. J.T. is een eerbetoon aan zijn vorig jaar overleden zoon Justin Townes Earle, die helaas niet ouder werd dan 38 jaar. Vader Steve vertolkt een selectie songs van zijn zoon met veel gevoel, maar ook op volledig eigen wijze, Bijgestaan door zijn vaste band klinken de Steve Earle versies lekker vol, maar nog altijd relatief sober, wat goed past bij rauwe strot van de Amerikaanse muzikant. Na een eerbetoon aan Townes van Zandt en een aan Guy Clark, is ook het eerbetoon aan J.T. weer wonderschoon.

Steve Earle maakte in 2009 met Townes een bijzonder fraai en indringend eerbetoon aan zijn muzikale mentor en goede vriend Townes van Zandt, die in 1997 overleed. In 2019 volgde met Guy een minstens even indrukwekkend eerbetoon aan zijn vriend en tijdgenoot Guy Clark, die in 2016 het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde.

Nog geen twee jaar later is het helaas alweer tijd voor het volgende eerbetoon van Steve Earle. Het deze week plotseling verschenen J.T. is een eerbetoon aan Justin Townes Earle, de zoon van Steve Earle die afgelopen zomer onverwacht overleed op slechts 38-jarige leeftijd.

Het zal voor Steve Earle niet makkelijk zijn geweest om zijn zoon muzikaal te eren, maar de gelouterde Amerikaanse muzikant doet het op fraaie wijze. J.T. verscheen op 4 januari omdat dit de dag is waarop Justin Townes Earle onder gelukkigere omstandigheden zijn 39e verjaardag had moeten vieren.

Het album bevat tien songs die we kennen van de albums van Justin Townes Earle en één nieuwe song van vader Steve. De opbrengst van het album komt volledig ten goede aan Etta St. James Earle, de pas drie jaar oude dochter van Justin Townes Earle.

Door de moed van Steve Earle om zijn zoon al zo snel muzikaal te eren en de mooie bestemming van de opbrengst is het lastig om iets negatiefs te zeggen over het album, maar dat is gelukkig ook niet nodig.

Steve Earle heeft tien songs geselecteerd uit het fraaie oeuvre van zijn zoon, die tussen 2008 en 2019 kwam tot elf, stuk voor stuk uitstekende, albums. Steve Earle maakte Townes in 2009 in zijn uppie, maar schakelde voor het eerbetoon aan Guy Clark zijn band in.

Zijn band The Dukes is ook te horen op J.T. dat bijdragen bevat van gitarist Chris Masterson, violist Eleanor Whitmore, pedal steel vituoos Ricky Ray Jackson en een ritmesectie die bestaat uit drummer Brad Pemberton en bassist Jeff Hill.

J.T. is hierdoor zeker geen ingetogen album geworden en veel van de songs klinken wat voller dan de originelen van Justin Townes Earle. Op hetzelfde moment is J.T. een album zonder opsmuk, hoe mooi de bijdragen van de verschillende muzikanten ook zijn.

J.T. is vooral een album vol gevoel en weemoed. Steve Earle legt hart en ziel in de songs van zijn zoon, waarbij de vroegere albums van Justin Townes Earle wat sterker zijn vertegenwoordigd dan het nieuwere werk.

Door de rauwe en doorleefde strot maakt Steve Earle er zijn songs van, maar het valt op met hoeveel liefde en zorg maar ook hoe losjes de ouwe rot de songs van zijn veel te vroeg overleden zoon uitvoert. Na een duik van elf songs uit de catalogus van Justin Townes Earle is de koek bijna op, maar volgt nog het fraaie en indringende Last Words, dat Steve Earle schreef voor zijn.

Steve Earle is sinds zijn in 1986 verschenen debuut Guitar Town goed voor vrijwel uitsluitend geweldige albums en ook J.T. is weer een fraaie verrijking van zijn oeuvre. Het is er bovendien een met een bijzondere lading, die misschien nog wel meer wordt gevoeld dan bij beluistering van zijn eerbetoon aan Townes van Zandt of Guy Clark. Het is bovendien een eerbetoon dat laat horen hoe groot te talent van Justin Townes Earle was, wat het trieste en veel te jonge overleden van de jonge Earle telg alleen maar schrijnender maakt. Erwin Zijleman

Steve Earle & The Dukes - Terraplane (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Steve Earle & The Dukes - Terraplane - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Steve Earle vierde eerder dit jaar zijn zestigste verjaardag en tekende bovendien voor de zevende keer (!) de papieren om zijn huwelijk te ontbinden. Heel vrolijk is de ouwe rot er niet van geworden en hoe kun je dit beter uiten dan met een onvervalste bluesplaat.

Ook Terraplane werd weer gemaakt met zijn band The Dukes, al speelt de band dit keer meer ingetogen dan op de vorige platen en schittert ex-vrouw Allison Moorer dit keer uiteraard door afwezigheid.

Terraplane is zeker geen typische breakup plaat, wat overigens niet betekent dat er geen verwijzingen naar de liefdesbreuk met Allison Moorer zijn te vinden op de plaat. Steve Earle heeft inmiddels echter te vaak met dit bijltje gehakt om zich volledig van slag te laten brengen door een vrouw en bezingt direct ook maar een heleboel andere ellende.

Terraplane is uiteindelijk vooral een terugkeer naar de roots van Steve Earle. De Texaanse muzikant grijpt op Terraplane terug op de folk en blues van zijn geboortegrond en kiest voornamelijk voor rauwe en behoorlijk donkere songs.

Hoewel de combinatie van Steve Earle en blues zeker geen nieuwe combinatie is, vind ik het nog steeds een bijzondere. Steve Earle is in vocaal opzicht geen typische blues muzikant en vertolkt zijn blues songs alsof het stokoude folksongs zijn. Het zal met name voor de blues puristen even wennen blijven, maar persoonlijk vind ik het prachtig.

Steve Earle stak sinds de komst van zijn muze Allison Moorer in een uitstekende vorm en wat mij betreft heeft hij deze weten te behouden. Terraplane laat een gedreven muzikant horen, die het maken van bovengemiddeld goede platen nog steeds niet is verleerd.

Vergeleken met zijn vorige platen is Terraplane een betrekkelijk eenvoudige plaat. Steve Earle beperkt zich dit keer tot de essentie en vertolkt blues songs en folk songs die ook in zijn geboortejaar gemaakt hadden kunnen zijn of zelfs decennia ervoor.

Op Terraplane wordt zoals gezegd betrekkelijk ingetogen gespeeld, al worden ingetogen akoestische songs afgewisseld met rauwe elektrisch versterkte songs. Terraplane is een plaat zonder poespas en zonder uitstapjes buiten de gebaande paden. De meeste songs volgen het stramien van de Zuidelijke blues song en Steve Earle blijkt er een meester in.

Als er al ruimte is voor muzikale uitspattingen komen die van de gitaren van Earle en Chris Masterson, een scheurende mondharmonica of een enkele keer van de viool van Eleanor Whitmore, die ook nog act de présence geeft in een mooi duet en de duetten met Allison Moorer doet vergeten.

Terraplane van Steve Earle wordt nogal wisselend ontvangen en dat verbaasd me. Met Terraplane heeft de ouwe rot immers een ruwe en goudeerlijke rootsplaat afgeleverd, die niet onder doet voor de vele andere prachtplaten in zijn inmiddels zeer imposante oeuvre. Erwin Zijleman

Steve Gunn - Eyes on the Lines (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Steve Gunn - Eyes On The Lines - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Way Out Of Weather was al weer bijna twee jaar geleden mijn eerste kennismaking met het solowerk van Steve Gunn, die ik daarvoor alleen kende als gitarist in de band van Kurt Vile.

Het was een kennismaking die naar veel meer smaakte en dat meer is nu voorhanden. De Amerikaanse gitarist bracht vorig jaar al een tussendoortje uit, maar Eyes On The Lines is de echter opvolger van Way Out Of Weather en bovendien Steve Gunn’s eerste plaat op het legendarische Matador label.

Het is een plaat die zeker de liefhebbers van het betere gitaarwerk enthousiast zal doen opveren, want alleen in de zes minuten durende openingstrack komen al meerdere fantastische gitaarsolo’s voorbij.

Ook in de tracks die volgen gebeurt er van alles op gitaargebied, waardoor Steve Gunn de handen van de gitaarliefhebbers zeker op elkaar zal krijgen. Misschien gebeurt er zelfs wel wat teveel. Zeker als je de plaat met de koptelefoon beluistert en het gitaarwerk probeert te volgen, gebeurt er zoveel dat er van de rest van de songs niet veel blijft hangen en het je soms duizelt.

Ook met die rest van de songs is helemaal niets mis. Eyes On The Lines laat zich inspireren door een aantal decennia rockmuziek, al domineren ook dit keer invloeden uit de jaren 60 en 70. Steve Gunn maakt songs die klinken als psychedelische jams en het zijn songs die bijzonder aangenaam klinken.

Zonder het gitaarwerk van Steve Gunn zou Eyes On The Lines aangenaam maar niet heel bijzonder zijn, maar het geweldige gitaarwerk van de Amerikaan tilt ook deze plaat weer naar grote hoogten. Veel tracks op de plaat doen wat psychedelisch aan en klinken heerlijk loom. Tijd om weg te dromen is er echter niet, want vrijwel ieder gitaarloopje op de plaat schreeuwt om aandacht. Het zijn gitaarloopjes die steeds weer anders klinken en steeds weer andere dingen doen, wat van Eyes On The Lines een heerlijk veelzijdige gitaarplaat maakt.

Zeker bij de eerste luisterbeurten was ik gefascineerd door de gitaren van Steve Gunn, maar inmiddels kan ik de plaat ook heerlijk op de achtergrond laten voortkabbelen. Het zegt wat over de kwaliteit van de nieuwe plaat van Steve Gunn, die wat mij betreft de ook al uitstekende voorganger makkelijk overtreft. Erwin Zijleman

Steve Gunn - Way Out Weather (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Steve Gunn - Way Out Weather - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Steve Gunn kende ik tot voor kort eigenlijk alleen als de gitarist in de band van Kurt Vile (The Violators), maar de gitarist uit New York blijkt ook zelf al een aantal jaren platen te maken. Zijn laatste, het vorige maand verschenen Way Out Weather, blijkt een hele mooie.

Het is een plaat die laat horen dat we in het geval van Steve Gunn te maken hebben met een werkelijk geweldige gitarist, maar de Amerikaan kan meer. Veel meer.

Way Out Weather opent met een dromerige track waarin een akoestische gitaar en een lap steel elkaar op bijzonder fraaie wijze versterken, waarna Steve Gunn je met lome en dromerige vocalen mee terug neemt naar de psychedelische muziek van de jaren 60. Het is een beeldende track die langzaam maar zeker hypnotiseert, zeker wanneer Gunn ook nog eens schitterende elektrische gitaarlijnen toevoegt aan het al zo rijke snarenpalet.

Na de openingstrack en titeltrack van Way Out Weather was ik direct om, maar de muziek van Steve Gunn beschikt over vele gezichten. In de tweede track wordt fingerpicking (de Nederlandse vertaling ‘tokkelen’ vind ik toch minder treffend) in de stijl van grootheden als John Fahey en Bert Jansch gecombineerd met breed uitwaaiende bluesy gitaarlijnen, die wederom een hypnotiserend of op zijn minst bedwelmend effect hebben.

Het is gitaarwerk waar ik uren naar zou kunnen luisteren, maar Steve Gunn verpakt ze in songs met vocalen die enerzijds afleiden van alle snarenpracht, maar op hetzelfde moment de impact van al het gitaarwerk alleen maar vergroot.

Het hoge niveau van de eerste twee tracks houdt Steve Gunn vervolgens moeiteloos vast. Way Out Weather staat vol met prima songs vol invloeden uit de blues, folk en psychedelica. Het zijn songs die herinneren aan vervlogen tijden waarin bluesrock en psychedelica de popmuziek domineerden. Het zijn songs met vocalen die niet altijd even vast en bijzonder zijn, zonder dat dit overigens ook maar een moment stoort. En het zijn natuurlijk songs met keer op keer gitaarwerk om van te watertanden.

In eerste instantie had ik vooral oor voor dit gitaarwerk, maar uiteindelijk is Way Out Weather van Steve Gunn veel meer dan alleen een goede gitaarplaat. Het is het totale plaatje dat uiteindelijk vrijwel onweerstaanbaar blijkt. Steeds als ik Way Out Weather van Steve Gunn uit de speakers laat komen volgt een periode van 45 minuten vol ultieme ontspanning. Steve Gunn bedwelmt en hypnotiseert, maar weet ook te betoveren en te imponeren.

Way Out Weather is een plaat die je meeneemt naar surrealistische landschappen, maar het is ook een muzikale reis die begint in het Californië van de jaren 60 en eindigt in de Malinese woestijn van Tinariwen (check de laatste track). Way Out Weather is een plaat die soms voorbij gaat zonder dat je er erg in hebt, maar wanneer de stilte aanbreekt weet je dat je een hele bijzondere plaat hebt gehoord.

Het knappe van de plaat is dat je nog heel lang nieuwe dingen blijft horen en steeds weer kunt verdwalen in het waanzinnig mooie en razend knappe gitaarwerk op de plaat. De ware liefhebber weet het waarschijnlijk al een aantal jaren, maar ik weet het nu ook. Steve Gunn is een uniek talent die zomaar meesterwerken uit de hoge hoed kan toveren. Way Out Weather is er in ieder geval een. Erwin Zijleman

Steve Hackett - The Night Siren (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Steve Hackett - The Night Siren - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Steve Hackett maakte van 1971 tot 1977 deel uit van Genesis en was te horen op de in artistiek opzicht meest interessante platen van de band. Na zijn vertrek uit Genesis begon de gitarist aan een solocarrière, die inmiddels al 40 jaar duurt.

De soloplaten van Steve Hackett heb ik de eerste jaren nog wel gevolgd, maar toen mijn interesse voor symfonische rock verdween, verloor ik ook Steve Hackett uit het oog. De Britse gitarist heeft inmiddels zo’n 25 soloplaten op zijn naam staan, maar buiten de eerste zes ken ik ze niet.

The Night Siren, de nieuwe plaat van Steve Hackett, trok in eerste instantie vooral mijn aandacht vanwege de mooie foto op de cover, maar bleek ook al snel een in muzikaal opzicht interessante plaat.

Het is een plaat met een boodschap, want door alle ellende in de wereld is het volgens Steve Hackett 5 voor 12. Steve Hackett verpakt deze boodschap in bijzondere en vaak wonderschone muziek.

Om van The Night Siren te kunnen genieten is enige liefde voor de symfonische rock van vroeger of de progrock van nu wel vereist, want Steve Hackett pakt hier en daar stevig uit en kijkt met name in de epische tracks niet op een minuutje meer of minder muzikaal vuurwerk.

In muzikaal opzicht is The Night Siren echter veel diverser dan de gemiddelde progrock plaat. Steve Hackett heeft zijn nieuwe plaat voorzien van flink wat invloeden uit de klassieke muziek, hier en daar stevige ritmes en ook nog eens flink wat invloeden uit de folk en de wereldmuziek, waaronder flink wat muziek uit het Midden-Oosten.

Een aantal tracks op de plaat zijn redelijk rechttoe rechtaan en hebben voor Steve Hackett begrippen een erg duidelijke kop en staart, maar de Britse meestergitarist gaat gelukkig ook een paar keer los in lange tracks vol dynamiek, die hier en daar herinneren aan de hoogtepunten uit het oeuvre van zijn oude werkgever Genesis (en misschien nog wel meer aan die van soortgenoot Yes).

De inzet van impulsen uit de klassieke muziek en het gebruik van exotische instrumenten levert een heel bijzonder geluid op, dat zich door alle dynamiek makkelijk opdringt. Steve Hackett maakt er vervolgens zijn eigen geluid van door zijn bijzondere, en zeker voor de Genesis fan, uit duizenden herkenbare gitaarspel.

Steve Hackett kan betoveren met subtiele gitaaraccenten, maar kan ook volledig los gaan in gitaarsolo’s die herinneren aan de hoogtijdagen van de symfonische rock en de hardrock uit de jaren 70.

Ik was bij eerste beluistering bang dat ik The Night Siren snel te bombastisch, te overdadig en te pretentieus zou gaan vinden, maar dat is niet gebeurd. De nieuwe plaat van Steve Hackett heeft in plaats hiervan snel aan kracht gewonnen en laat steeds meer dingen horen die ik prachtig vind, met het fantastische gitaarwerk als kers op de taart.

Wat in eerste instantie nog behoorlijk overweldigend klinkt, klinkt het volgende moment betoverend mooi. Het is knap hoe Steve Hackett zijn muziek heeft volgestopt met invloeden en instrumenten, maar er toch in slaagt om muziek te maken die vol met ruimte zit. Het is ruimte waarin je heerlijk kunt wegzweven, al zet de boodschap van Steve Hackett je ook wel af en toe hardhandig met beide benen op de grond.

Ik had het eerlijk gezegd niet verwacht, maar The Night Siren van Steve Hackett is een prachtige plaat. Erwin Zijleman