Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Spain - The Morning Becomes Eclectic Session (2013)

4,0
0
geplaatst: 17 november 2014, 15:43 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spain - Sargent Place / The Morning Becomes Eclectic Session - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Morning Becomes Eclectic Session verscheen eind vorig jaar al en laat een voor een Amerikaans radiostation opgenomen live-sessie horen.
De plaat bevat ruim een half uur muziek en laat tracks van de eerste vier platen van Spain horen.
De ingetogen muziek van Spain leek me op voorhand vooral geschikt voor de studio, maar ook in een live-setting komt de muziek van Spain verrassend goed uit de verf. De live-versies van de voor de Spain liefhebber bekende songs zijn net wat ruwer en directer, maar zeker niet minder mooi dan de studio-versies.
In vocaal opzicht weet Josh Haden het geluid van de studioplaten uitstekend te benaderen en ook in muzikaal opzicht staat het als een huis. De bijna verstilde passages van de studioplaten klinken live net wat uitbundiger en hierdoor anders, maar ook live blijft de muziek van Spain buitengewoon stemmig.
The Morning Becomes Eclectic Session is uiteindelijk meer dan een aardig tussendoortje, maar bevat zeven nieuwe versies van songs en het zijn versies die als je het mij vraagt iets toevoegen aan de originelen. The Morning Becomes Eclectic Session doet vooral uitzien naar een mogelijkheid om Spain live aan het werk te zien, maar zolang dat niet kan is deze fraaie live-registratie een uitstekend alternatief. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spain - Sargent Place / The Morning Becomes Eclectic Session - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Morning Becomes Eclectic Session verscheen eind vorig jaar al en laat een voor een Amerikaans radiostation opgenomen live-sessie horen.
De plaat bevat ruim een half uur muziek en laat tracks van de eerste vier platen van Spain horen.
De ingetogen muziek van Spain leek me op voorhand vooral geschikt voor de studio, maar ook in een live-setting komt de muziek van Spain verrassend goed uit de verf. De live-versies van de voor de Spain liefhebber bekende songs zijn net wat ruwer en directer, maar zeker niet minder mooi dan de studio-versies.
In vocaal opzicht weet Josh Haden het geluid van de studioplaten uitstekend te benaderen en ook in muzikaal opzicht staat het als een huis. De bijna verstilde passages van de studioplaten klinken live net wat uitbundiger en hierdoor anders, maar ook live blijft de muziek van Spain buitengewoon stemmig.
The Morning Becomes Eclectic Session is uiteindelijk meer dan een aardig tussendoortje, maar bevat zeven nieuwe versies van songs en het zijn versies die als je het mij vraagt iets toevoegen aan de originelen. The Morning Becomes Eclectic Session doet vooral uitzien naar een mogelijkheid om Spain live aan het werk te zien, maar zolang dat niet kan is deze fraaie live-registratie een uitstekend alternatief. Erwin Zijleman
Spain - World of Blue (2022)

4,0
1
geplaatst: 1 oktober 2022, 10:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spain - World Of Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spain - World Of Blue
World Of Blue bevat de allereerste opnames van de Amerikaanse band Spain, die door het knappe werk van producer Kramer klinken als een volgend hoofdstuk in het bijzondere en wonderschone oeuvre van de band
Josh Haden dook in 1994 met een aantal muzikanten een studio in Los Angeles in voor een nieuw project. Op de opnames uit 1994 horen we de geboorte van de band Spain, die een jaar later haar debuutalbum The Blue Moods Of Spain zou uitbrengen en in de jaren die er op volgden zou bouwen aan een prachtig oeuvre. De ruwe opnamen uit 1994 zijn vorig jaar onder handen genomen door de Amerikaanse producer Kramer, die er iets heel moois van heeft gemaakt. Zo mooi zelfs dat de opnamen nu als World Of Blue zijn uitgebracht. Het is misschien geen echt nieuw album van de band rond Josh Haden, maar het klinkt echt fantastisch. Voor mij gewoon het achtste prachtalbum van deze unieke band.
Ik ben sinds 1995 een groot fan van de Amerikaanse band Spain. De band rond Josh Haden, de zoon van de beroemde jazzmuzikant Charlie Haden, debuteerde in dat jaar met het wonderschone The Blue Moods Of Spain, waarop voor het eerst het later uit duizenden herkenbare geluid van de band uit Los Angeles was te horen.
De band heeft met The Blue Moods Of Spain (1995), She Haunts My Dreams (1999), I Believe (2001), The Soul of Spain (2012), Sargent Place (2014), Carolina (2016) en Mandala Brush (2018) zeven prachtige albums op haar naam staan. Het zijn albums die me allemaal dierbaar zijn en waartussen ik niet wil en ook niet kan kiezen. Ook de twee live-albums die de band op haar naam heeft staan zijn overigens uitstekend.
Vier jaar na het verrassende Mandala Brush, waarop Spain een rauwer, dynamischer, psychedelischer, jazzier en experimenteler geluid liet horen, werd het wel weer eens tijd voor een nieuw album van de Amerikaanse band. Dat album is deze week verschenen, al is World Of Blue geen echt nieuw Spain album. De cover van World Of Blue lijkt sprekend op die van het debuutalbum van de band en een blik op de tracklist leert dat van de vijf songs op World Of Blue er vier bekend zijn van The Blue Moods Of Spain.
Een gevoel van teleurstelling overheerste daarom voor ik begon aan mijn eerste beluistering van World Of Blue, maar deze teleurstelling verdween toen de eerste noten uit de speakers kwamen. De songs op het nieuwe album zijn misschien bekend, maar de versies op World Of Blue klinken fantastisch en behoren absoluut tot het beste dat deze week is verschenen.
World Of Blue is een album met een verhaal. De vijf tracks op het album werden in 1994 opgenomen in Los Angeles en laten de geboorte van het unieke Spain geluid horen. De band experimenteerde in de roemruchte Poop Alley Studio in Los Angeles met songs in het lage tempo dat we kenden van de slowcore, maar Spain verrijkte dit genre met jazzy accenten en een heerlijk dromerige sfeer.
De opnames uit 1994 laten de eerste stappen van Spain horen, die een jaar later zouden worden vervolgd met het opnemen van het debuutalbum van de band. De originele opnamen uit 1994 werden vorig jaar onder handen genomen door de legendarische producer Kramer, die vorige week nog verraste met het nieuwe album van Eerie Wanda, maar die ook verantwoordelijk was voor het hele oeuvre van Galaxie 500.
Kramer heeft de 16-sporen opnamen van de tracks op World Of Blue niet alleen voorzien van een nieuwe mix, maar ook opnieuw uitgevonden (re-imagined) en het klinkt fantastisch. De diepe baslijnen en het subtiele drumwerk contrasteren fraai met de dromerige gitaarlijnen en de even dromerige zang van Josh Haden, die in één van de tracks gezelschap krijgt van de viool van zijn zus Petra Haden.
World Of Blue bevat maar vijf tracks, maar ze zijn samen wel goed voor bijna zesendertig minuten muziek. Het is de muziek die we inmiddels kennen van de band uit Los Angeles, waardoor ook World Of Blue een ontspannende, bezwerende of zelfs hypnotiserende uitwerking heeft op de luisteraar. De langzaam voortslepende muziek van de Amerikaanse band zit echter ook vol prachtige details. De regen klettert momenteel op de ramen, wat de unieke klanken van Spain voorziet van nog een extra dimensie. Geen echt nieuw album van Spain misschien, maar ach wat is het weer mooi en bijzonder. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spain - World Of Blue - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spain - World Of Blue
World Of Blue bevat de allereerste opnames van de Amerikaanse band Spain, die door het knappe werk van producer Kramer klinken als een volgend hoofdstuk in het bijzondere en wonderschone oeuvre van de band
Josh Haden dook in 1994 met een aantal muzikanten een studio in Los Angeles in voor een nieuw project. Op de opnames uit 1994 horen we de geboorte van de band Spain, die een jaar later haar debuutalbum The Blue Moods Of Spain zou uitbrengen en in de jaren die er op volgden zou bouwen aan een prachtig oeuvre. De ruwe opnamen uit 1994 zijn vorig jaar onder handen genomen door de Amerikaanse producer Kramer, die er iets heel moois van heeft gemaakt. Zo mooi zelfs dat de opnamen nu als World Of Blue zijn uitgebracht. Het is misschien geen echt nieuw album van de band rond Josh Haden, maar het klinkt echt fantastisch. Voor mij gewoon het achtste prachtalbum van deze unieke band.
Ik ben sinds 1995 een groot fan van de Amerikaanse band Spain. De band rond Josh Haden, de zoon van de beroemde jazzmuzikant Charlie Haden, debuteerde in dat jaar met het wonderschone The Blue Moods Of Spain, waarop voor het eerst het later uit duizenden herkenbare geluid van de band uit Los Angeles was te horen.
De band heeft met The Blue Moods Of Spain (1995), She Haunts My Dreams (1999), I Believe (2001), The Soul of Spain (2012), Sargent Place (2014), Carolina (2016) en Mandala Brush (2018) zeven prachtige albums op haar naam staan. Het zijn albums die me allemaal dierbaar zijn en waartussen ik niet wil en ook niet kan kiezen. Ook de twee live-albums die de band op haar naam heeft staan zijn overigens uitstekend.
Vier jaar na het verrassende Mandala Brush, waarop Spain een rauwer, dynamischer, psychedelischer, jazzier en experimenteler geluid liet horen, werd het wel weer eens tijd voor een nieuw album van de Amerikaanse band. Dat album is deze week verschenen, al is World Of Blue geen echt nieuw Spain album. De cover van World Of Blue lijkt sprekend op die van het debuutalbum van de band en een blik op de tracklist leert dat van de vijf songs op World Of Blue er vier bekend zijn van The Blue Moods Of Spain.
Een gevoel van teleurstelling overheerste daarom voor ik begon aan mijn eerste beluistering van World Of Blue, maar deze teleurstelling verdween toen de eerste noten uit de speakers kwamen. De songs op het nieuwe album zijn misschien bekend, maar de versies op World Of Blue klinken fantastisch en behoren absoluut tot het beste dat deze week is verschenen.
World Of Blue is een album met een verhaal. De vijf tracks op het album werden in 1994 opgenomen in Los Angeles en laten de geboorte van het unieke Spain geluid horen. De band experimenteerde in de roemruchte Poop Alley Studio in Los Angeles met songs in het lage tempo dat we kenden van de slowcore, maar Spain verrijkte dit genre met jazzy accenten en een heerlijk dromerige sfeer.
De opnames uit 1994 laten de eerste stappen van Spain horen, die een jaar later zouden worden vervolgd met het opnemen van het debuutalbum van de band. De originele opnamen uit 1994 werden vorig jaar onder handen genomen door de legendarische producer Kramer, die vorige week nog verraste met het nieuwe album van Eerie Wanda, maar die ook verantwoordelijk was voor het hele oeuvre van Galaxie 500.
Kramer heeft de 16-sporen opnamen van de tracks op World Of Blue niet alleen voorzien van een nieuwe mix, maar ook opnieuw uitgevonden (re-imagined) en het klinkt fantastisch. De diepe baslijnen en het subtiele drumwerk contrasteren fraai met de dromerige gitaarlijnen en de even dromerige zang van Josh Haden, die in één van de tracks gezelschap krijgt van de viool van zijn zus Petra Haden.
World Of Blue bevat maar vijf tracks, maar ze zijn samen wel goed voor bijna zesendertig minuten muziek. Het is de muziek die we inmiddels kennen van de band uit Los Angeles, waardoor ook World Of Blue een ontspannende, bezwerende of zelfs hypnotiserende uitwerking heeft op de luisteraar. De langzaam voortslepende muziek van de Amerikaanse band zit echter ook vol prachtige details. De regen klettert momenteel op de ramen, wat de unieke klanken van Spain voorziet van nog een extra dimensie. Geen echt nieuw album van Spain misschien, maar ach wat is het weer mooi en bijzonder. Erwin Zijleman
Sparklehorse - Bird Machine (2023)

4,5
3
geplaatst: 13 september 2023, 18:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Sparklehorse - Bird Machine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sparklehorse - Bird Machine
Met Bird Machine wordt het oeuvre van Sparklehorse, ruim dertien jaar na de dood van Mark Linkous, uitgebreid met een vijfde album en Bird Machine doet niet onder voor de andere albums van de band
Wat doe je met een slechts deels afgerond album van een groot muzikant? De nabestaanden van Mark Linkous hebben lang met deze vraag geworsteld, maar uiteindelijk besloten ze om het vijfde album van Sparklehorse af te maken. Hoe Bird Machine zou hebben geklonken als Mark Linkous zich niet van het leven had beroofd zullen we nooit weten, maar het nu verschenen album misstaat zeker niet in het helaas slechts beperkte oeuvre van de Amerikaanse band. Bird Machine klinkt als een Sparklehorse album en bevat een aantal van de mooiste songs van Mark Linkous. Bird Machine komt ruim dertien jaar na de dood van de Amerikaanse muzikant, maar was het wachten en alle moeite zeker waard.
Ruim dertien jaar na de dood van voorman Mark Linkous keert zijn band Sparklehorse nog één keer terug met een nieuw album. Het is een album dat een paar maanden geleden werd aangekondigd, maar deze week is Bird Machine dan echt verschenen, waardoor het oeuvre van de band vanaf nu bestaat uit vijf reguliere albums.
Sparklehorse debuteerde in 1995 met een album met de onmogelijke titel Vivadixiesubmarinetransmissionplot. De band maakte vooral indruk met uiterst ingetogen en zich langzaam voortslepende songs, die werden gedragen door subtiele gitaarakkoorden en de fluisterzachte stem van Mark Linkous, maar Sparklehorse had op haar debuutalbum ook een gruizigere kant en kon ook opschuiven richting Amerikaanse rootsmuziek. Het is een lijn die werd doorgetrokken op Good Morning Spider uit 1998, It's A Wonderful Life uit 2001 en Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain uit 2006. Het zijn albums die me allemaal dierbaar zijn, maar als ik er één moet kiezen, kies ik voor Good Morning Spider.
De carrière van Sparklehorse werd getekend door de persoonlijke strubbelingen van voorman Mark Linkous. De Amerikaanse muzikant verloor bijna het leven door het mixen van medicijnen in 1996, wat zijn mobiliteit lange tijd belemmerde, een ook de donkere kijk op het leven van Mark Linkous drukte zijn stempel op de muziek van zijn band. In 2009 verscheen een album dat Sparklehorse maakte met Fennesz (In The Fishtank) en een jaar later een album dat de band opnam met Danger Mouse (Dark Night Of The Soul), maar toen dat album verscheen was Mark Linkous al niet meer in leven.
In het voorjaar van 2010 maakte Mark Linkous een einde aan zijn leven en viel het doek voor Sparklehorse. Voor zijn dood werkte hij nog wel aan een nieuw Sparklehorse album en zijn broer Matt en schoonzus Melissa waren in 2010 al van plan om het album uit te brengen. Bird Machine was echter nog niet af en de nog wat ruwe tracks deden geen recht aan het geweldige album dat Mark Linkous voor ogen moet hebben gehad.
Uiteindelijk werd besloten om het album af te maken met muzikanten en producers die dicht bij Mark Linkous stonden. Of Bird Music zo klinkt als Mark Linkous in 2010 voor ogen had blijft natuurlijk de vraag, maar ik vind het een prachtig album, dat zeker niet misstaat in het oeuvre van de band en hierin bovendien zeker niet het minste album is.
Ook Bird Machine bevat weer de mix van gruizige tracks, tracks die opschuiven richting Amerikaanse rootsmuziek en de zich langzaam voortslepende songs die zo karakteristiek zijn voor Sparklehorse. De laatste tracks zijn ook dit keer in de meerderheid en het zijn stuk voor stuk prachtige tracks. Een aantal tracks klinkt wat melodieuzer dan we van Mark Linkous gewend waren, al maakte hij nooit een geheim van zijn liefde voor de muziek van The Beatles. Die liefde klinkt met enige regelmaat door op Bird Machine en voorziet het album van een wat nostalgisch klinkend geluid.
Het blijft doodzonde dat Sparklehorse gedurende haar bestaat kwam tot slechts vier reguliere albums, maar dit maakt de release van Bird Machine extra waardevol. Ik had op voorhand gerekend op een met een beetje geluk hele aardige verzameling restmateriaal, maar Bird Machine is veel meer dan dat. Hier en daar wordt het zelfs al het beste Sparklehorse album genoemd, maar ik hou het er vooralsnog op dat het een van de beste albums van de Amerikaanse band is. Hoogste tijd overigens om de vorige albums van de band weer uit te brengen, want er is helaas maar weinig verkrijgbaar van deze unieke band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Sparklehorse - Bird Machine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Sparklehorse - Bird Machine
Met Bird Machine wordt het oeuvre van Sparklehorse, ruim dertien jaar na de dood van Mark Linkous, uitgebreid met een vijfde album en Bird Machine doet niet onder voor de andere albums van de band
Wat doe je met een slechts deels afgerond album van een groot muzikant? De nabestaanden van Mark Linkous hebben lang met deze vraag geworsteld, maar uiteindelijk besloten ze om het vijfde album van Sparklehorse af te maken. Hoe Bird Machine zou hebben geklonken als Mark Linkous zich niet van het leven had beroofd zullen we nooit weten, maar het nu verschenen album misstaat zeker niet in het helaas slechts beperkte oeuvre van de Amerikaanse band. Bird Machine klinkt als een Sparklehorse album en bevat een aantal van de mooiste songs van Mark Linkous. Bird Machine komt ruim dertien jaar na de dood van de Amerikaanse muzikant, maar was het wachten en alle moeite zeker waard.
Ruim dertien jaar na de dood van voorman Mark Linkous keert zijn band Sparklehorse nog één keer terug met een nieuw album. Het is een album dat een paar maanden geleden werd aangekondigd, maar deze week is Bird Machine dan echt verschenen, waardoor het oeuvre van de band vanaf nu bestaat uit vijf reguliere albums.
Sparklehorse debuteerde in 1995 met een album met de onmogelijke titel Vivadixiesubmarinetransmissionplot. De band maakte vooral indruk met uiterst ingetogen en zich langzaam voortslepende songs, die werden gedragen door subtiele gitaarakkoorden en de fluisterzachte stem van Mark Linkous, maar Sparklehorse had op haar debuutalbum ook een gruizigere kant en kon ook opschuiven richting Amerikaanse rootsmuziek. Het is een lijn die werd doorgetrokken op Good Morning Spider uit 1998, It's A Wonderful Life uit 2001 en Dreamt For Light Years In The Belly Of A Mountain uit 2006. Het zijn albums die me allemaal dierbaar zijn, maar als ik er één moet kiezen, kies ik voor Good Morning Spider.
De carrière van Sparklehorse werd getekend door de persoonlijke strubbelingen van voorman Mark Linkous. De Amerikaanse muzikant verloor bijna het leven door het mixen van medicijnen in 1996, wat zijn mobiliteit lange tijd belemmerde, een ook de donkere kijk op het leven van Mark Linkous drukte zijn stempel op de muziek van zijn band. In 2009 verscheen een album dat Sparklehorse maakte met Fennesz (In The Fishtank) en een jaar later een album dat de band opnam met Danger Mouse (Dark Night Of The Soul), maar toen dat album verscheen was Mark Linkous al niet meer in leven.
In het voorjaar van 2010 maakte Mark Linkous een einde aan zijn leven en viel het doek voor Sparklehorse. Voor zijn dood werkte hij nog wel aan een nieuw Sparklehorse album en zijn broer Matt en schoonzus Melissa waren in 2010 al van plan om het album uit te brengen. Bird Machine was echter nog niet af en de nog wat ruwe tracks deden geen recht aan het geweldige album dat Mark Linkous voor ogen moet hebben gehad.
Uiteindelijk werd besloten om het album af te maken met muzikanten en producers die dicht bij Mark Linkous stonden. Of Bird Music zo klinkt als Mark Linkous in 2010 voor ogen had blijft natuurlijk de vraag, maar ik vind het een prachtig album, dat zeker niet misstaat in het oeuvre van de band en hierin bovendien zeker niet het minste album is.
Ook Bird Machine bevat weer de mix van gruizige tracks, tracks die opschuiven richting Amerikaanse rootsmuziek en de zich langzaam voortslepende songs die zo karakteristiek zijn voor Sparklehorse. De laatste tracks zijn ook dit keer in de meerderheid en het zijn stuk voor stuk prachtige tracks. Een aantal tracks klinkt wat melodieuzer dan we van Mark Linkous gewend waren, al maakte hij nooit een geheim van zijn liefde voor de muziek van The Beatles. Die liefde klinkt met enige regelmaat door op Bird Machine en voorziet het album van een wat nostalgisch klinkend geluid.
Het blijft doodzonde dat Sparklehorse gedurende haar bestaat kwam tot slechts vier reguliere albums, maar dit maakt de release van Bird Machine extra waardevol. Ik had op voorhand gerekend op een met een beetje geluk hele aardige verzameling restmateriaal, maar Bird Machine is veel meer dan dat. Hier en daar wordt het zelfs al het beste Sparklehorse album genoemd, maar ik hou het er vooralsnog op dat het een van de beste albums van de Amerikaanse band is. Hoogste tijd overigens om de vorige albums van de band weer uit te brengen, want er is helaas maar weinig verkrijgbaar van deze unieke band. Erwin Zijleman
Sparklehorse - Vivadixiesubmarinetransmissionplot (1995)

4,5
2
geplaatst: 11 mei 2025, 19:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Sparklehorse - Vivadixiesubmarinetransmissionplot (1995) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sparklehorse - Vivadixiesubmarinetransmissionplot (1995)
Het is moeilijk te geloven dat het debuutalbum van de Amerikaanse band Sparklehorse alweer dertig jaar oud is, maar het bijzondere Vivadixiesubmarinetransmissionplot mag inmiddels wel een klassieker worden genoemd
Vijftien jaar geleden kwam er met de zelfverkozen dood van voorman Mark Linkous een einde aan het bestaan van de Amerikaanse band Sparklehorse. Vijftien jaar daarvoor debuteerde de band met Vivadixiesubmarinetransmissionplot. Het is wat mij betreft het beste album van Sparklehorse, vooral om dat de band op haar debuutalbum voornamelijk kiest voor redelijk ingetogen songs. Het zijn songs die aan alle kanten rammelen, maar het zijn ook songs die bijzondere dingen met je doen. Vivadixiesubmarinetransmissionplot werd in 1995 warm ontvangen, maar inmiddels wordt het album nog hoger ingeschat. Een mooie herinnering of een album om te ontdekken als je van jaren 90 gitaaralbums houdt.
Bijna twee jaar geleden verscheen met Bird Machine postuum toch nog een vijfde album van de Amerikaanse band Sparklehorse. Door het album werd mijn interesse voor de rest van het oeuvre van de band weer aangewakkerd, want voor de release van Bird Machine was ik de band eerlijk gezegd vergeten.
Ik weet bijna zeker dat ik Sparklehorse in 1997 of 1998 als support-act in Paradiso of de Melkweg heb gezien, maar weet echt niet meer bij welke band dit was en kan er ook niets over vinden. Het was in ieder geval na de bijna fatale overdosis medicijnen van voorman Mark Linkous, want hij liep met een stok. Ik weet ook nog dat ik vervolgens het debuutalbum van Sparklehorse heb aangeschaft en de band hierna ben blijven volgen tot de dood van de voorman van de band in 2010.
Van de albums die Sparklehorse tijdens de 15 jaar van haar bestaan maakte is Vivadixiesubmarinetransmissionplot nog steeds mijn favoriete album. Het debuutalbum van de band uit Richmond, Virginia, verscheen in de zomer van 1995 en kreeg uitstekende recensies. Het is vergeleken met de andere albums van Sparklehorse een behoorlijk ingehouden album en dat is de kant van de band die mij met afstand het best bevalt.
Mark Linkous had de jaren voor 1995 vooral doorgebracht in Los Angeles met zijn band Dancing Hoods, wat hem niet veel succes maar wel een ernstige drugsverslaving had opgeleverd. Om de drugsverslaving onder controle te krijgen keerde hij terug naar zijn geboortegrond in Virginia, waar Vivadixiesubmarinetransmissionplot werd opgenomen.
In Richmond liep Mark Linkous de van Camper Van Beethoven en Cracker bekende David Lowery tegen het lijf en de twee besloten samen te gaan werken. Ze namen uiteindelijk met zijn tweeën het merendeel van Vivadixiesubmarinetransmissionplot voor hun rekening. David Lowery deed dit overigens niet onder zijn eigen naam maar onder de naam David Charles.
Het debuutalbum van Sparklehorse is zoals gezegd een vooral ingetogen album met slechts een enkele uitbarsting. De instrumentatie is behoorlijk sober, al is de lijst met voor het album gebruikte instrumenten nog best indrukwekkend. Vivadixiesubmarinetransmissionplot is een album met vooral invloeden uit de indierock, de lo-fi en de Amerikaanse rootsmuziek, maar een aantal songs op het album doet ook wat psychedelisch aan. Dat geldt zeker voor de songs met bedwelmende gitaarakkoorden en de fluisterstem van Mark Linkous.
De Amerikaanse muzikant was niet de vrolijkste toen hij Vivadixiesubmarinetransmissionplot opnam, want het debuutalbum van Sparklehorse is een donker of zelfs wat deprimerend album. Het is vaak een wat eenvoudig klinkend album, maar de eenvoud is ook de kracht van de songs op het debuutalbum van Sparklehorse. Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht heeft het album een wat lo-fi karakter, maar de songs op Vivadixiesubmarinetransmissionplot hebben wat, waardoor het album kon uitgroeien tot een van de belangrijke gitaaralbums van de jaren 90.
Ik heb er de afgelopen twee jaar weer veel vaker naar geluisterd dan in de jaren er voor en koester Vivadixiesubmarinetransmissionplot inmiddels als een klassieker en dat is een predicaat dat het debuutalbum van de Amerikaanse band absoluut verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Sparklehorse - Vivadixiesubmarinetransmissionplot (1995) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Sparklehorse - Vivadixiesubmarinetransmissionplot (1995)
Het is moeilijk te geloven dat het debuutalbum van de Amerikaanse band Sparklehorse alweer dertig jaar oud is, maar het bijzondere Vivadixiesubmarinetransmissionplot mag inmiddels wel een klassieker worden genoemd
Vijftien jaar geleden kwam er met de zelfverkozen dood van voorman Mark Linkous een einde aan het bestaan van de Amerikaanse band Sparklehorse. Vijftien jaar daarvoor debuteerde de band met Vivadixiesubmarinetransmissionplot. Het is wat mij betreft het beste album van Sparklehorse, vooral om dat de band op haar debuutalbum voornamelijk kiest voor redelijk ingetogen songs. Het zijn songs die aan alle kanten rammelen, maar het zijn ook songs die bijzondere dingen met je doen. Vivadixiesubmarinetransmissionplot werd in 1995 warm ontvangen, maar inmiddels wordt het album nog hoger ingeschat. Een mooie herinnering of een album om te ontdekken als je van jaren 90 gitaaralbums houdt.
Bijna twee jaar geleden verscheen met Bird Machine postuum toch nog een vijfde album van de Amerikaanse band Sparklehorse. Door het album werd mijn interesse voor de rest van het oeuvre van de band weer aangewakkerd, want voor de release van Bird Machine was ik de band eerlijk gezegd vergeten.
Ik weet bijna zeker dat ik Sparklehorse in 1997 of 1998 als support-act in Paradiso of de Melkweg heb gezien, maar weet echt niet meer bij welke band dit was en kan er ook niets over vinden. Het was in ieder geval na de bijna fatale overdosis medicijnen van voorman Mark Linkous, want hij liep met een stok. Ik weet ook nog dat ik vervolgens het debuutalbum van Sparklehorse heb aangeschaft en de band hierna ben blijven volgen tot de dood van de voorman van de band in 2010.
Van de albums die Sparklehorse tijdens de 15 jaar van haar bestaan maakte is Vivadixiesubmarinetransmissionplot nog steeds mijn favoriete album. Het debuutalbum van de band uit Richmond, Virginia, verscheen in de zomer van 1995 en kreeg uitstekende recensies. Het is vergeleken met de andere albums van Sparklehorse een behoorlijk ingehouden album en dat is de kant van de band die mij met afstand het best bevalt.
Mark Linkous had de jaren voor 1995 vooral doorgebracht in Los Angeles met zijn band Dancing Hoods, wat hem niet veel succes maar wel een ernstige drugsverslaving had opgeleverd. Om de drugsverslaving onder controle te krijgen keerde hij terug naar zijn geboortegrond in Virginia, waar Vivadixiesubmarinetransmissionplot werd opgenomen.
In Richmond liep Mark Linkous de van Camper Van Beethoven en Cracker bekende David Lowery tegen het lijf en de twee besloten samen te gaan werken. Ze namen uiteindelijk met zijn tweeën het merendeel van Vivadixiesubmarinetransmissionplot voor hun rekening. David Lowery deed dit overigens niet onder zijn eigen naam maar onder de naam David Charles.
Het debuutalbum van Sparklehorse is zoals gezegd een vooral ingetogen album met slechts een enkele uitbarsting. De instrumentatie is behoorlijk sober, al is de lijst met voor het album gebruikte instrumenten nog best indrukwekkend. Vivadixiesubmarinetransmissionplot is een album met vooral invloeden uit de indierock, de lo-fi en de Amerikaanse rootsmuziek, maar een aantal songs op het album doet ook wat psychedelisch aan. Dat geldt zeker voor de songs met bedwelmende gitaarakkoorden en de fluisterstem van Mark Linkous.
De Amerikaanse muzikant was niet de vrolijkste toen hij Vivadixiesubmarinetransmissionplot opnam, want het debuutalbum van Sparklehorse is een donker of zelfs wat deprimerend album. Het is vaak een wat eenvoudig klinkend album, maar de eenvoud is ook de kracht van de songs op het debuutalbum van Sparklehorse. Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht heeft het album een wat lo-fi karakter, maar de songs op Vivadixiesubmarinetransmissionplot hebben wat, waardoor het album kon uitgroeien tot een van de belangrijke gitaaralbums van de jaren 90.
Ik heb er de afgelopen twee jaar weer veel vaker naar geluisterd dan in de jaren er voor en koester Vivadixiesubmarinetransmissionplot inmiddels als een klassieker en dat is een predicaat dat het debuutalbum van de Amerikaanse band absoluut verdient. Erwin Zijleman
Special Friend - Ennemi Commun (2021)

3,5
0
geplaatst: 9 april 2021, 19:30 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Special Friend - Ennemi Commun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ennemi Commun van het Frans-Amerikaanse duo Special Friend is de tweede muzikale verrassing uit Parijs deze week en dit keer is het een lo-fi en vrij minimalistisch gitaaralbum
Ik hou wel van gitaarplaten zonder al te veel poespas en zo kun je het debuutalbum van Special Friend best omschrijven. Het duo uit Parijs heeft genoeg aan gitaar, drums en zang, maar slaagt er in om verrassend veelzijdig te klinken. Soms rauw, soms dromerig, soms met wat invloeden uit de shoegaze en dreampop, maar vaak lekker lo-fi. De instrumentatie, de zang en de songs klinken op het eerste gehoor niet bijzonder, maar de combinatie van de verschillende ingrediënten is meer dan de som der delen. Ennemi Commun van Special Friend is een lekker gitaaralbum zonder opsmuk dat eigenlijk alleen maar leuker wordt.
De krenten uit de pop: Special Friend - Ennemi Commun - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ennemi Commun van het Frans-Amerikaanse duo Special Friend is de tweede muzikale verrassing uit Parijs deze week en dit keer is het een lo-fi en vrij minimalistisch gitaaralbum
Ik hou wel van gitaarplaten zonder al te veel poespas en zo kun je het debuutalbum van Special Friend best omschrijven. Het duo uit Parijs heeft genoeg aan gitaar, drums en zang, maar slaagt er in om verrassend veelzijdig te klinken. Soms rauw, soms dromerig, soms met wat invloeden uit de shoegaze en dreampop, maar vaak lekker lo-fi. De instrumentatie, de zang en de songs klinken op het eerste gehoor niet bijzonder, maar de combinatie van de verschillende ingrediënten is meer dan de som der delen. Ennemi Commun van Special Friend is een lekker gitaaralbum zonder opsmuk dat eigenlijk alleen maar leuker wordt.
Spellling - Mazy Fly (2019)

4,5
0
geplaatst: 27 februari 2019, 15:34 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spellling - Mazy Fly - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spellling - Mazy Fly
Spellling vermengt op Mazy Fly zoveel invloeden dat het pijn doet, tot het moment waarop alle puzzelstukjes in elkaar vallen
Mazy Fly van Spellling is een vat vol tegenstrijdigheden. Triphop, synthpop, soul, R&B, avant garde, filmmuziek en nog veel meer worden aan elkaar verbonden op een manier die ik nog niet eerder had gehoord. Het ene moment streelt het zachtjes, het volgende moment strijkt het ruw tegen de haren in. Het ene moment klinkt het bijna minimalistisch, het volgende moment knalt het uit de speakers. Als ik niet direct geïntrigeerd was geweest door Mazy Fly had ik de plaat waarschijnlijk snel aan de kant geschoven, maar wat ben ik blij dat ik dit niet gedaan heb. Een van de spannendste en meest baanbrekende platen van dit moment. Luister en huiver.
Spellling (inderdaad met drie keer een l) is het alter ego van de uit Oakland, California, afkomstige Chrystia (Tia) Cabral.
Deze Chrystia Cabral ligt op de cover van Mazy Fly (volgens de cover “An LP Recorded In 2018) in een hagelwitte trouwjurk in een stal tussen de koeien. Het illustreert fraai met welk vat vol tegenstrijdigheden we in muzikaal opzicht te maken krijgen bij beluistering van de muziek van Spellling.
Spellling maakt muziek vol invloeden. Het is muziek die soms bijzonder lekker in het gehoor ligt, maar het is ook muziek die af en toe flink tegen de haren instrijkt. Het is muziek die af en toe raakvlakken heeft met muziek uit het verleden, maar de muziek van Spellling klinkt ook anders dan de andere muziek van het moment en laat muziek van de toekomst horen.
Spellling laat zich op Mazy Fly vooral beïnvloeden door triphop en synthpop. Donkere en bezwerende triphop ritmes worden gecombineerd met onderkoelde synths en het is een combinatie die fraai uitpakt. Spellling combineert dit met soulvolle vocalen, flink wat muzikale uitstapjes die het experiment niet schuwen en uiteindelijk ook flink wat invloeden uit de R&B, waarbij vergelijkingsmateriaal vooral is te vinden bij avonturiers in het genre als Solange en Janelle Monáe.
Net als deze twee muzikanten doet Spellling zo nadrukkelijk haar eigen ding, dat uiteindelijk geen enkel hokje voldoet. Het ene moment is er de bezwering van duistere triphop ritmes, het volgende moment is er de verleiding van 80s synthpop, maar Mazy Fly maakt net zo makkelijk indruk met donkere en filmische muziek, met soulvolle pop of met muziek die opschuift richting avant garde of richting de elektronische muziek die Kraftwerk ooit op de kaart zette.
In bijna drie kwartier word je zo vaak heen en weer geslingerd dat het je duizelt. Bij eerste beluistering was ik daarom zeker niet overtuigd van de kwaliteiten van Mazy Fly van Spellling, maar intrigeerde de plaat me wel hopeloos. Inmiddels heb ik veel vaker naar de plaat geluisterd en ben ik diep onder de indruk van de fascinerende muziek van het alter ego van Chrystia Cabral.
De muzikante uit Oakland citeert op Mazy Fly uit een aantal decennia popmuziek en verbindt een aantal uitersten aan elkaar. Vervolgens zet ze ook nog eens een volgende stap en durft ze muziek te maken die je constant op het verkeerde been zet. Van bijna minimalistisch (met geweldige bijdragen van blazers) naar meeslepend en bombastisch en weer terug. Spellling doet het op Mazy Fly op zeer indrukwekkende wijze.
Bij eerste beluistering kreeg ik een stapel puzzelstukjes die niet onmiddellijk tot een compleet beeld waren te combineren, maar hoe vaker ik naar de plaat luister hoe meer er op zijn plek valt. Mazy Fly slingert me nog steeds alle kanten op, maar het is inmiddels een roller coaster ride die doet verlangen naar veel en veel meer en die zo langzamerhand onweerstaanbaar is. Wat een bijzondere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spellling - Mazy Fly - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spellling - Mazy Fly
Spellling vermengt op Mazy Fly zoveel invloeden dat het pijn doet, tot het moment waarop alle puzzelstukjes in elkaar vallen
Mazy Fly van Spellling is een vat vol tegenstrijdigheden. Triphop, synthpop, soul, R&B, avant garde, filmmuziek en nog veel meer worden aan elkaar verbonden op een manier die ik nog niet eerder had gehoord. Het ene moment streelt het zachtjes, het volgende moment strijkt het ruw tegen de haren in. Het ene moment klinkt het bijna minimalistisch, het volgende moment knalt het uit de speakers. Als ik niet direct geïntrigeerd was geweest door Mazy Fly had ik de plaat waarschijnlijk snel aan de kant geschoven, maar wat ben ik blij dat ik dit niet gedaan heb. Een van de spannendste en meest baanbrekende platen van dit moment. Luister en huiver.
Spellling (inderdaad met drie keer een l) is het alter ego van de uit Oakland, California, afkomstige Chrystia (Tia) Cabral.
Deze Chrystia Cabral ligt op de cover van Mazy Fly (volgens de cover “An LP Recorded In 2018) in een hagelwitte trouwjurk in een stal tussen de koeien. Het illustreert fraai met welk vat vol tegenstrijdigheden we in muzikaal opzicht te maken krijgen bij beluistering van de muziek van Spellling.
Spellling maakt muziek vol invloeden. Het is muziek die soms bijzonder lekker in het gehoor ligt, maar het is ook muziek die af en toe flink tegen de haren instrijkt. Het is muziek die af en toe raakvlakken heeft met muziek uit het verleden, maar de muziek van Spellling klinkt ook anders dan de andere muziek van het moment en laat muziek van de toekomst horen.
Spellling laat zich op Mazy Fly vooral beïnvloeden door triphop en synthpop. Donkere en bezwerende triphop ritmes worden gecombineerd met onderkoelde synths en het is een combinatie die fraai uitpakt. Spellling combineert dit met soulvolle vocalen, flink wat muzikale uitstapjes die het experiment niet schuwen en uiteindelijk ook flink wat invloeden uit de R&B, waarbij vergelijkingsmateriaal vooral is te vinden bij avonturiers in het genre als Solange en Janelle Monáe.
Net als deze twee muzikanten doet Spellling zo nadrukkelijk haar eigen ding, dat uiteindelijk geen enkel hokje voldoet. Het ene moment is er de bezwering van duistere triphop ritmes, het volgende moment is er de verleiding van 80s synthpop, maar Mazy Fly maakt net zo makkelijk indruk met donkere en filmische muziek, met soulvolle pop of met muziek die opschuift richting avant garde of richting de elektronische muziek die Kraftwerk ooit op de kaart zette.
In bijna drie kwartier word je zo vaak heen en weer geslingerd dat het je duizelt. Bij eerste beluistering was ik daarom zeker niet overtuigd van de kwaliteiten van Mazy Fly van Spellling, maar intrigeerde de plaat me wel hopeloos. Inmiddels heb ik veel vaker naar de plaat geluisterd en ben ik diep onder de indruk van de fascinerende muziek van het alter ego van Chrystia Cabral.
De muzikante uit Oakland citeert op Mazy Fly uit een aantal decennia popmuziek en verbindt een aantal uitersten aan elkaar. Vervolgens zet ze ook nog eens een volgende stap en durft ze muziek te maken die je constant op het verkeerde been zet. Van bijna minimalistisch (met geweldige bijdragen van blazers) naar meeslepend en bombastisch en weer terug. Spellling doet het op Mazy Fly op zeer indrukwekkende wijze.
Bij eerste beluistering kreeg ik een stapel puzzelstukjes die niet onmiddellijk tot een compleet beeld waren te combineren, maar hoe vaker ik naar de plaat luister hoe meer er op zijn plek valt. Mazy Fly slingert me nog steeds alle kanten op, maar het is inmiddels een roller coaster ride die doet verlangen naar veel en veel meer en die zo langzamerhand onweerstaanbaar is. Wat een bijzondere plaat. Erwin Zijleman
Spellling - Portrait of My Heart (2025)

0
geplaatst: 2 april 2025, 16:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: SPELLLING - Portrait Of My Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: SPELLLING - Portrait Of My Heart
Bij de Amerikaanse muzikante SPELLLING moet je altijd rekenen op het onverwachte, maar het zeer toegankelijke pop en rock geluid dat ze laat horen op Portrait Of My Heart had ik toch niet van haar verwacht
De muziek van SPELLLING was tot dusver vooral avontuurlijk en intrigerend. Het nieuwe album van het alter ego van Chrystia (Tia) Cabral klinkt op het eerste gehoor minder avontuurlijk, maar intrigerend blijft het. De Amerikaanse muzikante vermengde in het verleden allerlei invloeden door elkaar heen, maar kiest op haar nieuwe album vooral voor verrassend toegankelijke pop en rock met hier en daar een vleugje R&B. Het zorgt meer dan eens voor flashbacks naar de jaren 90, maar Portrait Of My Heart laat zich wel beluisteren als een serie hits uit de jaren 90. Ik heb van die jaren 90 playlists met onweerstaanbare oorwurmen, maar de nieuwe SPELLLING is een uitstekend alternatief.
Van de Amerikaanse muzikante SPELLLING (inderdaad met deze afwijkende spelling) besprak ik tot dusver twee albums. Zowel Mazy Fly uit 2019 als SPELLLING & The Mystery School uit 2023 vond ik buitengewoon intrigerende albums. Het debuutalbum van het alter ego van de Amerikaanse muzikante Chrystia (Tia) Cabral omschreef ik zes jaar geleden met de oneliner “Spellling vermengt op Mazy Fly zoveel invloeden dat het pijn doet, tot het moment waarop alle puzzelstukjes in elkaar vallen”.
Mazy Fly schakelde moeiteloos tussen zeer uiteenlopende genres en wisselde bijna minimalistische passages af met bombastische passages, die uit de speakers knalden. Op SPELLLING & The Mystery School herbewerkte SPELLLING songs van de eerste drie albums, waarvan ik er twee had gemist, waardoor het album voor mij toch grotendeels nieuw was. Voor het echte nieuwe werk van SPELLLING hebben we moeten wachten tot deze week, want Portrait Of My Heart bevat elf gloednieuwe songs van de muzikante uit Oakland, California.
Het geluid van SPELLLING verschoot op Mazy Fly talloze malen van kleur, maar met triphop, synthpop en R&B had je wat mij betreft drie belangrijke ingrediënten van de muziek van SPELLLING te pakken. Het zijn ingrediënten die een veel minder belangrijke rol spelen op Portrait Of My Heart. Op haar nieuwe album uit de Amerikaanse muzikante haar liefde voor de pop en rock en het is pop en rock van het stevig aangezette soort.
SPELLLING werd in het verleden nogal eens met Kate Bush vergeleken, wat niets te maken had met haar stem of haar muziek, maar alles met de hoeveelheid muzikaal avontuur die in haar songs was verstopt. Veel songs op Portrait Of My Heart klinken veel minder avontuurlijk en verrassend toegankelijk.
Zeker bij oppervlakkige beluistering klinkt Portrait Of My Heart als een willekeurige selectie van een Amerikaans radiostation uit de jaren 90, zeker als SPELLLING kiest voor rock. Ook de wat meer R&B getinte songs op het album klinken veel toegankelijker dan we van SPELLLING gewend zijn en ook bij deze songs hoor ik meer dan eens jaren 90 vibe en zou de naam van Kate Bush niet bij me op komen als vergelijkingsmateriaal.
Portrait Of My Heart is een album vol pop- en rockhits, maar als je goed luistert is het toch ook een typisch SPELLLING album. De bijzondere mix van stijlen, de vele verrassende wendingen, de experimenteerdrift en de angstaanjagende dynamiek zijn naar de achtergrond verdwenen en hebben plaats gemaakt voor een serie verrassend toegankelijke maar ook razend knappe popsongs en rocksongs.
Het zal even slikken zijn voor de liefhebbers van het wat minder toegankelijke werk van de Amerikaanse muzikante, maar voor mij klinkt het album minstens net zo aangenaam als een playlist met favorieten en enkele guilty pleasures uit de jaren 90. Het glazuur springt hier en daar van je tanden, maar niet veel later is er toch altijd weer die geniale vondst die het muzikale hart sneller laat kloppen.
Tien songs lang verrast SPELLLING met songs die ik echt niet van haar had verwacht, waarna ze er een minstens even onverwachte My Bloody Valentine cover tegenaan gooit. De volgende keer klinkt SPELLLING vast weer totaal anders, maar ook dit uitstapje bevalt me wel. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: SPELLLING - Portrait Of My Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: SPELLLING - Portrait Of My Heart
Bij de Amerikaanse muzikante SPELLLING moet je altijd rekenen op het onverwachte, maar het zeer toegankelijke pop en rock geluid dat ze laat horen op Portrait Of My Heart had ik toch niet van haar verwacht
De muziek van SPELLLING was tot dusver vooral avontuurlijk en intrigerend. Het nieuwe album van het alter ego van Chrystia (Tia) Cabral klinkt op het eerste gehoor minder avontuurlijk, maar intrigerend blijft het. De Amerikaanse muzikante vermengde in het verleden allerlei invloeden door elkaar heen, maar kiest op haar nieuwe album vooral voor verrassend toegankelijke pop en rock met hier en daar een vleugje R&B. Het zorgt meer dan eens voor flashbacks naar de jaren 90, maar Portrait Of My Heart laat zich wel beluisteren als een serie hits uit de jaren 90. Ik heb van die jaren 90 playlists met onweerstaanbare oorwurmen, maar de nieuwe SPELLLING is een uitstekend alternatief.
Van de Amerikaanse muzikante SPELLLING (inderdaad met deze afwijkende spelling) besprak ik tot dusver twee albums. Zowel Mazy Fly uit 2019 als SPELLLING & The Mystery School uit 2023 vond ik buitengewoon intrigerende albums. Het debuutalbum van het alter ego van de Amerikaanse muzikante Chrystia (Tia) Cabral omschreef ik zes jaar geleden met de oneliner “Spellling vermengt op Mazy Fly zoveel invloeden dat het pijn doet, tot het moment waarop alle puzzelstukjes in elkaar vallen”.
Mazy Fly schakelde moeiteloos tussen zeer uiteenlopende genres en wisselde bijna minimalistische passages af met bombastische passages, die uit de speakers knalden. Op SPELLLING & The Mystery School herbewerkte SPELLLING songs van de eerste drie albums, waarvan ik er twee had gemist, waardoor het album voor mij toch grotendeels nieuw was. Voor het echte nieuwe werk van SPELLLING hebben we moeten wachten tot deze week, want Portrait Of My Heart bevat elf gloednieuwe songs van de muzikante uit Oakland, California.
Het geluid van SPELLLING verschoot op Mazy Fly talloze malen van kleur, maar met triphop, synthpop en R&B had je wat mij betreft drie belangrijke ingrediënten van de muziek van SPELLLING te pakken. Het zijn ingrediënten die een veel minder belangrijke rol spelen op Portrait Of My Heart. Op haar nieuwe album uit de Amerikaanse muzikante haar liefde voor de pop en rock en het is pop en rock van het stevig aangezette soort.
SPELLLING werd in het verleden nogal eens met Kate Bush vergeleken, wat niets te maken had met haar stem of haar muziek, maar alles met de hoeveelheid muzikaal avontuur die in haar songs was verstopt. Veel songs op Portrait Of My Heart klinken veel minder avontuurlijk en verrassend toegankelijk.
Zeker bij oppervlakkige beluistering klinkt Portrait Of My Heart als een willekeurige selectie van een Amerikaans radiostation uit de jaren 90, zeker als SPELLLING kiest voor rock. Ook de wat meer R&B getinte songs op het album klinken veel toegankelijker dan we van SPELLLING gewend zijn en ook bij deze songs hoor ik meer dan eens jaren 90 vibe en zou de naam van Kate Bush niet bij me op komen als vergelijkingsmateriaal.
Portrait Of My Heart is een album vol pop- en rockhits, maar als je goed luistert is het toch ook een typisch SPELLLING album. De bijzondere mix van stijlen, de vele verrassende wendingen, de experimenteerdrift en de angstaanjagende dynamiek zijn naar de achtergrond verdwenen en hebben plaats gemaakt voor een serie verrassend toegankelijke maar ook razend knappe popsongs en rocksongs.
Het zal even slikken zijn voor de liefhebbers van het wat minder toegankelijke werk van de Amerikaanse muzikante, maar voor mij klinkt het album minstens net zo aangenaam als een playlist met favorieten en enkele guilty pleasures uit de jaren 90. Het glazuur springt hier en daar van je tanden, maar niet veel later is er toch altijd weer die geniale vondst die het muzikale hart sneller laat kloppen.
Tien songs lang verrast SPELLLING met songs die ik echt niet van haar had verwacht, waarna ze er een minstens even onverwachte My Bloody Valentine cover tegenaan gooit. De volgende keer klinkt SPELLLING vast weer totaal anders, maar ook dit uitstapje bevalt me wel. Erwin Zijleman
Spellling - Spellling & the Mystery School (2023)

4,0
0
geplaatst: 6 september 2023, 15:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: SPELLLING - SPELLLING & The Mystery School - dekrentenuitdepop.blogspot.com
SPELLLING - SPELLLING & The Mystery School
SPELLLING waagt zich op SPELLLING & The Mystery School aan het herbewerken van de songs van haar vorige drie albums, wat meestal risicovol is, maar niet bij de eigenzinnige Californische muzikante
De Amerikaanse muzikante SPELLLING slaagde er de afgelopen jaren in om een bijzonder eigen geluid te creëren. Het is een geluid dat bol staat van de invloeden, maar het is ook een geluid dat steeds weer net doet wat je niet had verwacht. Met name op haar tweede album Mazy Fly steeg SPELLLING tot grote hoogten, maar ook haar twee andere albums mochten er zijn. Een aantal songs van de drie albums zijn terecht gekomen op SPELLLING & The Mystery School, waarop Chrystia Cabral en haar live-band tekenen voor nieuwe versies. Het zijn versies die stuk voor stuk de moeite waard zijn, want de songs van SPELLLING staan nooit stil en blijven interessant. Fascinerend album weer.
Mazy Fly, het tweede album van de Amerikaanse muzikante SPELLLING (inderdaad met drie keer een l en met hoofdletters), omschreef ik in 2019 als een album waarop zoveel invloeden werden verwerkt dat het bijna pijn deed, totdat alle puzzelstukjes in elkaar vielen. Mazy Fly was niet alleen vanwege alle invloeden een album van uitersten en vaak een vat vol tegenstrijdigheden. SPELLLING sprong op haar tweede album van de hak op de tak, ging van zacht naar hard en van sober naar bombastisch. Mazy Fly was een album dat ik zomaar aan de kant had kunnen schuiven, maar het kon net zo goed een jaarlijstjesalbum worden.
Het alter ego van de Amerikaanse muzikante Chrystia Cabral keerde in 2021 terug met The Turning Wheel, dat minstens net zo intrigerend was als zijn voorganger, maar dat op mij toch net wat minder indruk maakte, al ben ik het album later veel meer gaan waarderen. Onlangs verscheen SPELLLING & The Mystery School en bij beluistering kwamen een aantal tracks me wel heel bekend voor. Dat kan kloppen, want het nieuwe album van SPELLLING bevat herbewerkingen van een aantal songs van de eerste drie albums van SPELLLING. Het zijn herbewerkingen die Chrystia Cabral maakte met de band waarmee ze inmiddels een aantal jaren optreedt.
Nu ben ik over het algemeen eerlijk gezegd niet zo gek op albums met herbewerkingen van oude songs en dat is een understatement. De originele versie van een song blijkt in de praktijk nu eenmaal ook vaak de beste, waardoor ik maar weinig albums met herbewerkingen ken die net zo goed of zelfs beter zijn dan de originelen. Hiertegenover staat een flinke stapel albums met totaal overbodige herbewerkingen.
SPELLLING & The Mystery School zou wel eens tot de kleine groep albums met waardevolle herbewerkingen kunnen behoren, want de songs van SPELLLING zijn de afgelopen jaren flink doorontwikkeld. Dat geldt vooral voor de songs van het debuutalbum van SPELLLING en in veel mindere mate voor de songs van het pas twee jaar oude The Turning Wheel. De vroege songs van SPELLLING zijn op SPELLLING & The Mystery School een stuk uitbundiger gearrangeerd, terwijl de songs van The Turning Wheel misschien net wat compacter klinken, al zijn de verschillen relatief klein.
Als je de muziek van SPELLLING niet kent is SPELLLING & The Mystery School een hele mooie kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikante, die als geen ander genres aan elkaar weet te smeden en combineert tot een uniek eigen en vaak lekker soulvol geluid. Maar ook als je de drie albums van het alter ego van Chrystia Cabral koestert is SPELLLING & The Mystery School een interessant album. Van een briljante song als Boys At School kan SPELLLING wat mij betreft 100 versies opnemen die allemaal goed zijn en ook de andere herbewerkingen op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante zijn wat mij betreft raak.
SPELLLING bewijst nog maar eens dat ze behoort tot de meest eigenzinnige muzikanten van dit moment. De songs van de muzikante uit Oakland, California, zitten vol verrassende wendingen, verschieten continu van kleur en vallen op door wonderschone arrangementen, muzikaal vuurwerk en uitstekende vocalen. Het zorgt er voor dat ook een vaak wat overbodig tussendoortje met herbewerkingen in de handen van SPELLLING vrijwel onmiddellijk in goud verandert. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: SPELLLING - SPELLLING & The Mystery School - dekrentenuitdepop.blogspot.com
SPELLLING - SPELLLING & The Mystery School
SPELLLING waagt zich op SPELLLING & The Mystery School aan het herbewerken van de songs van haar vorige drie albums, wat meestal risicovol is, maar niet bij de eigenzinnige Californische muzikante
De Amerikaanse muzikante SPELLLING slaagde er de afgelopen jaren in om een bijzonder eigen geluid te creëren. Het is een geluid dat bol staat van de invloeden, maar het is ook een geluid dat steeds weer net doet wat je niet had verwacht. Met name op haar tweede album Mazy Fly steeg SPELLLING tot grote hoogten, maar ook haar twee andere albums mochten er zijn. Een aantal songs van de drie albums zijn terecht gekomen op SPELLLING & The Mystery School, waarop Chrystia Cabral en haar live-band tekenen voor nieuwe versies. Het zijn versies die stuk voor stuk de moeite waard zijn, want de songs van SPELLLING staan nooit stil en blijven interessant. Fascinerend album weer.
Mazy Fly, het tweede album van de Amerikaanse muzikante SPELLLING (inderdaad met drie keer een l en met hoofdletters), omschreef ik in 2019 als een album waarop zoveel invloeden werden verwerkt dat het bijna pijn deed, totdat alle puzzelstukjes in elkaar vielen. Mazy Fly was niet alleen vanwege alle invloeden een album van uitersten en vaak een vat vol tegenstrijdigheden. SPELLLING sprong op haar tweede album van de hak op de tak, ging van zacht naar hard en van sober naar bombastisch. Mazy Fly was een album dat ik zomaar aan de kant had kunnen schuiven, maar het kon net zo goed een jaarlijstjesalbum worden.
Het alter ego van de Amerikaanse muzikante Chrystia Cabral keerde in 2021 terug met The Turning Wheel, dat minstens net zo intrigerend was als zijn voorganger, maar dat op mij toch net wat minder indruk maakte, al ben ik het album later veel meer gaan waarderen. Onlangs verscheen SPELLLING & The Mystery School en bij beluistering kwamen een aantal tracks me wel heel bekend voor. Dat kan kloppen, want het nieuwe album van SPELLLING bevat herbewerkingen van een aantal songs van de eerste drie albums van SPELLLING. Het zijn herbewerkingen die Chrystia Cabral maakte met de band waarmee ze inmiddels een aantal jaren optreedt.
Nu ben ik over het algemeen eerlijk gezegd niet zo gek op albums met herbewerkingen van oude songs en dat is een understatement. De originele versie van een song blijkt in de praktijk nu eenmaal ook vaak de beste, waardoor ik maar weinig albums met herbewerkingen ken die net zo goed of zelfs beter zijn dan de originelen. Hiertegenover staat een flinke stapel albums met totaal overbodige herbewerkingen.
SPELLLING & The Mystery School zou wel eens tot de kleine groep albums met waardevolle herbewerkingen kunnen behoren, want de songs van SPELLLING zijn de afgelopen jaren flink doorontwikkeld. Dat geldt vooral voor de songs van het debuutalbum van SPELLLING en in veel mindere mate voor de songs van het pas twee jaar oude The Turning Wheel. De vroege songs van SPELLLING zijn op SPELLLING & The Mystery School een stuk uitbundiger gearrangeerd, terwijl de songs van The Turning Wheel misschien net wat compacter klinken, al zijn de verschillen relatief klein.
Als je de muziek van SPELLLING niet kent is SPELLLING & The Mystery School een hele mooie kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikante, die als geen ander genres aan elkaar weet te smeden en combineert tot een uniek eigen en vaak lekker soulvol geluid. Maar ook als je de drie albums van het alter ego van Chrystia Cabral koestert is SPELLLING & The Mystery School een interessant album. Van een briljante song als Boys At School kan SPELLLING wat mij betreft 100 versies opnemen die allemaal goed zijn en ook de andere herbewerkingen op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante zijn wat mij betreft raak.
SPELLLING bewijst nog maar eens dat ze behoort tot de meest eigenzinnige muzikanten van dit moment. De songs van de muzikante uit Oakland, California, zitten vol verrassende wendingen, verschieten continu van kleur en vallen op door wonderschone arrangementen, muzikaal vuurwerk en uitstekende vocalen. Het zorgt er voor dat ook een vaak wat overbodig tussendoortje met herbewerkingen in de handen van SPELLLING vrijwel onmiddellijk in goud verandert. Erwin Zijleman
Spencer Cullum's Coin Collector - Spencer Cullum's Coin Collector (2020)

4,5
1
geplaatst: 5 december 2021, 10:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spencer Cullum - Spencer Cullum's Coin Collection - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spencer Cullum - Spencer Cullum's Coin Collection
De Britse muzikant Spencer Cullum trekt maar lastig aandacht met Spencer Cullum’s Coin Collection, maar wat is dit album met flarden folk, jazz, psychedelica en progrock wonderschoon
Je hebt albums die zich direct bij eerste beluistering genadeloos opdringen, maar je hebt ook albums die je langzaam maar zeker veroveren. Spencer Cullum’s Coin Collection van de Britse muzikant Spencer Cullum is er zo een. De Brit was tot dusver vooral een geslaagd sessiemuzikant in Nashville, maar met zijn eerste soloalbum eist hij zijn eigen plekje in de spotlights op. Spencer Cullum doet dit met een bijzondere mix van folk, jazz, psychedelica en progrock, die je mee terug neemt naar het Londen van de late jaren 60 en vroege jaren 70. De songs zijn aangenaam, maar ook complex. De instrumentatie en de zang van een hoog niveau. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.
Spencer Cullum’s Coin Collection van de Britse muzikant Spencer Cullum verscheen precies een jaar geleden, kreeg toen nauwelijks aandacht, maar kreeg aan het begin van de herfst van dit jaar een nieuwe kans. Ik heb het album vorig jaar niet opgemerkt, maar het ligt inmiddels al een maand of twee op de stapel met albums voor deze BLOG en op een of andere manier kwam het album hier maar niet af.
Dat heeft niets te maken met de kwaliteit van het album, want het debuut van de Britse muzikant zou er zomaar een kunnen zijn voor de jaarlijstjes. Sinds een week of twee ben ik volkomen in de ban van dit fascinerende album en draait Spencer Cullum’s Coin Collection hier eindeloos zijn rondjes.
Spencer Cullum komt oorspronkelijk uit Londen, maar hij werkt inmiddels al een aantal jaren in Nashville, waar hij een veelgevraagd sessiemuzikant is. De Britse muzikant is met zijn pedal steel te horen op flink wat countryalbums, maar op zijn soloalbum gooit Spencer Cullum het over een andere boeg.
Ondanks zijn verblijf in Nashville klinkt Spencer Cullum’s Coin Collection vooral Brits. Spencer Cullum’s Coin Collection neemt je mee terug naar het Londen van de late jaren 60 en vroege jaren 70 en heeft zich vooral laten beïnvloeden door de Britse folk uit deze periode. Hier blijft het niet bij, want de Britse muzikant verwerkt ook flink wat invloeden uit de jazz in zijn muziek en schuwt hiernaast een vleugje psychedelica en progrock niet.
De Britse muzikant is in Nashville onlosmakelijk verbonden met zijn pedal steel, maar op zijn soloalbum speelt hij vooral akoestische gitaar en keyboards, tekent hij voor de zang en voegt de pedal steel hier en daar wat accenten toe. Spencer Cullum heeft zijn soloalbum zeker niet in zijn uppie gemaakt. Voor gastvocalen deed hij een beroep op onder andere Caitlin Rose, Erin Rae en Herman Düne, terwijl een flinke groep gastmuzikanten tekent voor onder andere bas, drums, piano, gitaren, keyboards, mellotron, klarinet, saxofoon en cello.
Het levert een bont gekleurd geluid op, dat vaak lekker zweverig of psychedelisch klinkt. Spencer Cullum’s Coin Collection is een complex album. Aan de ene kant is het een album dat een lome zondagochtend voorziet van prachtig stemmige klanken, maar aan de andere kant gebeurt er zoveel in de songs van de Britse muzikant dat het uitpluizen van de negen songs op het album een hele klus is.
Bijna veertig minuten maakt Spencer Cullum indruk met muziek die alle kanten op kan gaan. Soms is het zoet, dromerig en folky, soms experimenteel en jazzy, maar wanneer opeens flink wat elektronica opduikt kan het ook zomaar de kant van psychedelisch aandoende progrock op gaan.
De muziek van Spencer Cullum klinkt zoals gezegd vooral Brits, waarbij onder andere Nick Drake, Soft Machine en Pink Floyd in haar jonge jaren vergelijkingsmateriaal aandragen, al blijft de muziek van Spencer Cullum lastig te vergelijken met de muziek van anderen, al is het maar door het bijzondere instrumentarium op het album. De Britse muzikant beschikt ook nog eens over een aangename stem, die hier en daar fraai wordt ondersteund door vrouwenstemmen, waardoor het album ook in vocaal opzicht zeer geslaagd is.
Ik heb het album vorig jaar zoals gezegd niet opgemerkt en heb het dit jaar veel te lang laten liggen, maar op de valreep is het een kandidaat voor een hele hoge positie in mijn jaarlijstje. En ondertussen blijf ik nieuwe dingen horen op dit bijzondere album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spencer Cullum - Spencer Cullum's Coin Collection - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spencer Cullum - Spencer Cullum's Coin Collection
De Britse muzikant Spencer Cullum trekt maar lastig aandacht met Spencer Cullum’s Coin Collection, maar wat is dit album met flarden folk, jazz, psychedelica en progrock wonderschoon
Je hebt albums die zich direct bij eerste beluistering genadeloos opdringen, maar je hebt ook albums die je langzaam maar zeker veroveren. Spencer Cullum’s Coin Collection van de Britse muzikant Spencer Cullum is er zo een. De Brit was tot dusver vooral een geslaagd sessiemuzikant in Nashville, maar met zijn eerste soloalbum eist hij zijn eigen plekje in de spotlights op. Spencer Cullum doet dit met een bijzondere mix van folk, jazz, psychedelica en progrock, die je mee terug neemt naar het Londen van de late jaren 60 en vroege jaren 70. De songs zijn aangenaam, maar ook complex. De instrumentatie en de zang van een hoog niveau. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.
Spencer Cullum’s Coin Collection van de Britse muzikant Spencer Cullum verscheen precies een jaar geleden, kreeg toen nauwelijks aandacht, maar kreeg aan het begin van de herfst van dit jaar een nieuwe kans. Ik heb het album vorig jaar niet opgemerkt, maar het ligt inmiddels al een maand of twee op de stapel met albums voor deze BLOG en op een of andere manier kwam het album hier maar niet af.
Dat heeft niets te maken met de kwaliteit van het album, want het debuut van de Britse muzikant zou er zomaar een kunnen zijn voor de jaarlijstjes. Sinds een week of twee ben ik volkomen in de ban van dit fascinerende album en draait Spencer Cullum’s Coin Collection hier eindeloos zijn rondjes.
Spencer Cullum komt oorspronkelijk uit Londen, maar hij werkt inmiddels al een aantal jaren in Nashville, waar hij een veelgevraagd sessiemuzikant is. De Britse muzikant is met zijn pedal steel te horen op flink wat countryalbums, maar op zijn soloalbum gooit Spencer Cullum het over een andere boeg.
Ondanks zijn verblijf in Nashville klinkt Spencer Cullum’s Coin Collection vooral Brits. Spencer Cullum’s Coin Collection neemt je mee terug naar het Londen van de late jaren 60 en vroege jaren 70 en heeft zich vooral laten beïnvloeden door de Britse folk uit deze periode. Hier blijft het niet bij, want de Britse muzikant verwerkt ook flink wat invloeden uit de jazz in zijn muziek en schuwt hiernaast een vleugje psychedelica en progrock niet.
De Britse muzikant is in Nashville onlosmakelijk verbonden met zijn pedal steel, maar op zijn soloalbum speelt hij vooral akoestische gitaar en keyboards, tekent hij voor de zang en voegt de pedal steel hier en daar wat accenten toe. Spencer Cullum heeft zijn soloalbum zeker niet in zijn uppie gemaakt. Voor gastvocalen deed hij een beroep op onder andere Caitlin Rose, Erin Rae en Herman Düne, terwijl een flinke groep gastmuzikanten tekent voor onder andere bas, drums, piano, gitaren, keyboards, mellotron, klarinet, saxofoon en cello.
Het levert een bont gekleurd geluid op, dat vaak lekker zweverig of psychedelisch klinkt. Spencer Cullum’s Coin Collection is een complex album. Aan de ene kant is het een album dat een lome zondagochtend voorziet van prachtig stemmige klanken, maar aan de andere kant gebeurt er zoveel in de songs van de Britse muzikant dat het uitpluizen van de negen songs op het album een hele klus is.
Bijna veertig minuten maakt Spencer Cullum indruk met muziek die alle kanten op kan gaan. Soms is het zoet, dromerig en folky, soms experimenteel en jazzy, maar wanneer opeens flink wat elektronica opduikt kan het ook zomaar de kant van psychedelisch aandoende progrock op gaan.
De muziek van Spencer Cullum klinkt zoals gezegd vooral Brits, waarbij onder andere Nick Drake, Soft Machine en Pink Floyd in haar jonge jaren vergelijkingsmateriaal aandragen, al blijft de muziek van Spencer Cullum lastig te vergelijken met de muziek van anderen, al is het maar door het bijzondere instrumentarium op het album. De Britse muzikant beschikt ook nog eens over een aangename stem, die hier en daar fraai wordt ondersteund door vrouwenstemmen, waardoor het album ook in vocaal opzicht zeer geslaagd is.
Ik heb het album vorig jaar zoals gezegd niet opgemerkt en heb het dit jaar veel te lang laten liggen, maar op de valreep is het een kandidaat voor een hele hoge positie in mijn jaarlijstje. En ondertussen blijf ik nieuwe dingen horen op dit bijzondere album. Erwin Zijleman
Spidergawd - Spidergawd V (2019)

4,0
1
geplaatst: 16 januari 2019, 16:30 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spidergawd - Spidergawd V - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Noorse band reproduceert de melodieuze hardrock uit de jaren 70 en voegt er een aantal opvallende accenten aan toe
Ik heb vooral vanuit jeugdsentiment een zwak voor de melodieuze hardrock uit de jaren 70 en het is een sentiment dat de Noorse band Spidergawd weet te raken met haar muziek. Een loodzware ritmesectie, de ene na de andere melodieuze gitaarsolo, onweerstaanbare riffs en een zanger die de veters uit zijn schoenen zingt. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar de Noren zijn niet van plan om zich te beperken tot de groten uit de jaren 70, door ook de Britse rock uit de jaren 80 en de metal er bij te pakken. En dan is er ook de nog voor het genre zo atypische saxofoon.
Ik was tot voor kort niet bekend met de muziek van de Noorse band Spidergawd en pakte hun nieuwe plaat er eigenlijk alleen maar bij omdat de spoeling op het moment nog dun is en omdat ik er achter kwam dat de band in het verleden twee leden van de Noorse alleskunners Motorpsycho in de gelederen had.
Bent Sæther heeft Spidergawd inmiddels verlaten, terwijl Kenneth Kapstad Motorpsycho definitief achter zich heeft gelaten. Genoeg gezegd over Motorpsycho dus en alle aandacht voor Spidergawd.
Spidergawd V, inderdaad de vijfde plaat van de band uit het Noorse Trondheim, opent met anderhalve minuut durende uithalen op de saxofoon. Ik dacht even met een free jazz band te maken te hebben, want die zijn in Noorwegen in ruimte mate beschikbaar, maar na anderhalve minuut laat Spidergawd haar ware gezicht zien.
De Noren overtuigen vanaf dat moment met heerlijke melodieuze hardrock. Het is de hardrock zoals die in de jaren 70 werd gemaakt door bands als Deep Purple, AC/DC, Judas Priest, Uriah Heep, Black Sabbath, Van Halen en zeker ook Thin Lizzy, om er maar een aantal te noemen. Het is hardrock vol prachtig uit de bocht vliegend maar ook zeer melodieus gitaarwerk, een stevig aangezette ritmesectie en een krachtige rockzanger van het type Ronnie James Dio, om het aantal namen maar eens tot één te beperken.
Het is de muziek waar ik van hield toen ik “Alle 13 goed” verruilde voor serieuzere popmuziek. Het is ook muziek waar ik niet al te vaak meer naar luister en als ik het doe kies ik voor de klassiekers in de platenkast. De vijfde plaat van Spidergawd kan hier zomaar aan worden toegevoegd, want wat klinkt de muziek van de Noren lekker.
Bij beluistering van Spidergawd V ben ik onmiddellijk terug bij mijn eerste stapjes in de popmuziek, maar het siert de band uit Trondheim dat ze niet zijn blijven hangen in de jaren 70. Spidergawd V flirt niet alleen met 70s hardrock, maar ook met de New wave of British heavy metal, die eind jaren 70 ontstond als reactie op de punk en bands als Iron Maiden, Def Leppard en Saxon opleverde. Ook hier laat Spidergawd het niet bij, want ook de metal en meedogenloze riffs van Metallica en invloeden van rockbands uit het heden hebben hun sporen nagelaten in de muziek van de Noren. En dan is er ook nog de saxofoon die zo nu en dan opduikt en de muziek van Spidergawd uniek maakt.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik het vijfde album van Spidergawd na eerste beluistering vooral uit de speakers heb laten komen vanwege jeugdsentiment, maar als ik net wat beter luister hoor ik ook dat de muziek van de Noren knap in elkaar steekt en dat de band veel meer doet dan het reproduceren van de melodieuze hardrock van een aantal decennia geleden.
Spidergawd V is verschenen op het fameuze Noorse label Stickman Records. Het is het label dat me de afgelopen twee jaar op het spoor bracht van Soup en het is het label dat ons binnenkort gaat verblijden met een nieuwe Motorpsycho plaat, maar ook de vijfde van Spidergawd is een plaat die er mag zijn. Verplichte kost voor liefhebbers van 70s hardrock, maar ook zeker interessant voor liefhebbers van rockmuziek in wat bredere zin. Pak de luchtgitaar er maar bij en genieten maar, bijna 40 minuten lang. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spidergawd - Spidergawd V - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Noorse band reproduceert de melodieuze hardrock uit de jaren 70 en voegt er een aantal opvallende accenten aan toe
Ik heb vooral vanuit jeugdsentiment een zwak voor de melodieuze hardrock uit de jaren 70 en het is een sentiment dat de Noorse band Spidergawd weet te raken met haar muziek. Een loodzware ritmesectie, de ene na de andere melodieuze gitaarsolo, onweerstaanbare riffs en een zanger die de veters uit zijn schoenen zingt. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar de Noren zijn niet van plan om zich te beperken tot de groten uit de jaren 70, door ook de Britse rock uit de jaren 80 en de metal er bij te pakken. En dan is er ook de nog voor het genre zo atypische saxofoon.
Ik was tot voor kort niet bekend met de muziek van de Noorse band Spidergawd en pakte hun nieuwe plaat er eigenlijk alleen maar bij omdat de spoeling op het moment nog dun is en omdat ik er achter kwam dat de band in het verleden twee leden van de Noorse alleskunners Motorpsycho in de gelederen had.
Bent Sæther heeft Spidergawd inmiddels verlaten, terwijl Kenneth Kapstad Motorpsycho definitief achter zich heeft gelaten. Genoeg gezegd over Motorpsycho dus en alle aandacht voor Spidergawd.
Spidergawd V, inderdaad de vijfde plaat van de band uit het Noorse Trondheim, opent met anderhalve minuut durende uithalen op de saxofoon. Ik dacht even met een free jazz band te maken te hebben, want die zijn in Noorwegen in ruimte mate beschikbaar, maar na anderhalve minuut laat Spidergawd haar ware gezicht zien.
De Noren overtuigen vanaf dat moment met heerlijke melodieuze hardrock. Het is de hardrock zoals die in de jaren 70 werd gemaakt door bands als Deep Purple, AC/DC, Judas Priest, Uriah Heep, Black Sabbath, Van Halen en zeker ook Thin Lizzy, om er maar een aantal te noemen. Het is hardrock vol prachtig uit de bocht vliegend maar ook zeer melodieus gitaarwerk, een stevig aangezette ritmesectie en een krachtige rockzanger van het type Ronnie James Dio, om het aantal namen maar eens tot één te beperken.
Het is de muziek waar ik van hield toen ik “Alle 13 goed” verruilde voor serieuzere popmuziek. Het is ook muziek waar ik niet al te vaak meer naar luister en als ik het doe kies ik voor de klassiekers in de platenkast. De vijfde plaat van Spidergawd kan hier zomaar aan worden toegevoegd, want wat klinkt de muziek van de Noren lekker.
Bij beluistering van Spidergawd V ben ik onmiddellijk terug bij mijn eerste stapjes in de popmuziek, maar het siert de band uit Trondheim dat ze niet zijn blijven hangen in de jaren 70. Spidergawd V flirt niet alleen met 70s hardrock, maar ook met de New wave of British heavy metal, die eind jaren 70 ontstond als reactie op de punk en bands als Iron Maiden, Def Leppard en Saxon opleverde. Ook hier laat Spidergawd het niet bij, want ook de metal en meedogenloze riffs van Metallica en invloeden van rockbands uit het heden hebben hun sporen nagelaten in de muziek van de Noren. En dan is er ook nog de saxofoon die zo nu en dan opduikt en de muziek van Spidergawd uniek maakt.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik het vijfde album van Spidergawd na eerste beluistering vooral uit de speakers heb laten komen vanwege jeugdsentiment, maar als ik net wat beter luister hoor ik ook dat de muziek van de Noren knap in elkaar steekt en dat de band veel meer doet dan het reproduceren van de melodieuze hardrock van een aantal decennia geleden.
Spidergawd V is verschenen op het fameuze Noorse label Stickman Records. Het is het label dat me de afgelopen twee jaar op het spoor bracht van Soup en het is het label dat ons binnenkort gaat verblijden met een nieuwe Motorpsycho plaat, maar ook de vijfde van Spidergawd is een plaat die er mag zijn. Verplichte kost voor liefhebbers van 70s hardrock, maar ook zeker interessant voor liefhebbers van rockmuziek in wat bredere zin. Pak de luchtgitaar er maar bij en genieten maar, bijna 40 minuten lang. Erwin Zijleman
Spidergawd - Spidergawd VI (2021)

3,5
1
geplaatst: 15 december 2021, 14:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spidergawd - Spidergawd VI - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spidergawd - Spidergawd VI
De Noorse band Spidergawd neemt je ook op haar zesde album weer mee op een nostalgische trip langs de archieven van de hardrock uit de jaren 70 en 80 en dat klinkt ook dit keer heerlijk
Voor verrassingen ben je bij Spidergawd niet aan het juiste adres. De band heeft haar zesde album uiteraard gewoon Spidergawd VI genoemd en ook in muzikaal opzicht levert de band uit het Noorse Trondheim precies wat je verwacht. Het betekent dat we ook dit keer worden getrakteerd op een melodieuze portie hardrock, die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70. Spidergawd VI haalt herinneringen op aan zo ongeveer alle grote hardrock bands van weleer en verpakt deze herinneringen in lekker melodieuze songs. De ritmesectie legt een solide basis, waarna de zanger en de gitaristen van de band de show mogen stelen met zowel vocaal als muzikaal spierballenvertoon. Zware kost, maar het is verrassend licht verteerbaar.
De Noorse band Spidergawd houdt het vooralsnog lekker overzichtelijk. De band uit Trondheim debuteerde in 2014 met een titelloos album en nummert de albums sindsdien vrolijk door. Ik stapte zelf in bij het in het begin van 2019 verschenen Spidergawd V, dat deze week wordt opgevolgd door Spidergawd VI.
Ik kwam Spidergawd bijna drie jaar geleden voor het eerst tegen op de website van Stickman Records, sinds jaar en dag het label van de eveneens Noorse band Motorpsycho. Spidergawd heeft wat links met Motorpsycho, dat ook uit Trondheim komt. Waar Motorpsycho met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de rockmuziek stapt, is Spidergawd vooralsnog echter redelijk stijlvast.
Op Spidergawd V maakte de band indruk met een portie hardrock die zo leek weggelopen uit de jaren 70, al waren er incidenteel wel wat uitstapjes richting andere varianten op stevige rockmuziek, variërend van metal tot 80s heavy metal. Het is niet anders op Spidergawd VI, dat de 70s hardrock misschien nog wel wat steviger omarmt.
Toen ik als puber de top 40 verruilde voor wat serieuzere muziek, was 70s hardrock mijn eerste liefde. Het zesde album van Spidergawd is dan ook een feest van herkenning. Laat Spidergawd VI uit de speakers knallen en een heel legioen aan oude hardrock liefdes komt voorbij. Deep Purple, AC/DC, Judas Priest, Uriah Heep, Black Sabbath, Van Halen en Thin Lizzy noemde ik in mijn bespreking van het vijfde album van Spidergawd als vergelijkingsmateriaal en dat is een lijstje dat ook dit keer uitstekend voldoet.
Spidergawd vertrouwt ook op album nummer zes op de inmiddels bekende wapens: een solide ritmesectie, heel veel gitaren en een zanger met een stem die is gemaakt voor het genre. De gitaristen van Spidergawd tekenen voor lekker stevige riffs, maar zo nu en dan mag er ook lekker gesoleerd worden. Dat laatste had van mij nog best wat uitgebreider gemogen, want de meeste solo’s op Spidergawd VI zijn redelijk compact.
Spidergawd kiest op haar zesde album vooral voor lekker melodieuze songs met een kop en een staart. Het klinkt allemaal lekker toegankelijk, al is er hier en daar ook net wat meer ruimte voor muzikaal vuurwerk en met name voor spetterend gitaarwerk. In plaats van VI van Spidergawd had ik natuurlijk ook een aantal oude hardrock liefdes uit de kast kunnen trekken, maar de Noorse band vat de hoogtepunten uit het genre mooi samen, waarbij ook de Britse hardrock die in de jaren 80 opdook nog wordt meegenomen.
70s hardrock is zoals gezegd een oude liefde en het is een liefde die inmiddels wel wat is bekoeld, waardoor ik ook het zesde album van Spidergawd niet heel vaak uit de speakers zal laten komen, maar zo op zijn tijd is het lekker. Met een speelduur van ruim 35 minuten en vooral melodieuze songs zijn de zware metalen van Spidergawd bovendien verrassend licht verteerbaar, al is enige liefde voor hardrock wel nodig om te kunnen genieten van de muziek van de band uit Trondheim.
De muziek van Spidergawd is zeer geschikt voor een flinke workout op de luchtgitaar, maar Spidergawd VI is ook een prima album om even al het sombere nieuws van het moment het huis mee uit te blazen. Waar Spidergawd V voor mij vooral een enorme verrassing was, is Spidergawd VI vooral een bevestiging van de talenten van de Noorse band. Spidergawd krijgt geen bonuspunten voor muzikale vernieuwing, maar voor de uitvoering is er ook dit keer een prima rapportcijfer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spidergawd - Spidergawd VI - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spidergawd - Spidergawd VI
De Noorse band Spidergawd neemt je ook op haar zesde album weer mee op een nostalgische trip langs de archieven van de hardrock uit de jaren 70 en 80 en dat klinkt ook dit keer heerlijk
Voor verrassingen ben je bij Spidergawd niet aan het juiste adres. De band heeft haar zesde album uiteraard gewoon Spidergawd VI genoemd en ook in muzikaal opzicht levert de band uit het Noorse Trondheim precies wat je verwacht. Het betekent dat we ook dit keer worden getrakteerd op een melodieuze portie hardrock, die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70. Spidergawd VI haalt herinneringen op aan zo ongeveer alle grote hardrock bands van weleer en verpakt deze herinneringen in lekker melodieuze songs. De ritmesectie legt een solide basis, waarna de zanger en de gitaristen van de band de show mogen stelen met zowel vocaal als muzikaal spierballenvertoon. Zware kost, maar het is verrassend licht verteerbaar.
De Noorse band Spidergawd houdt het vooralsnog lekker overzichtelijk. De band uit Trondheim debuteerde in 2014 met een titelloos album en nummert de albums sindsdien vrolijk door. Ik stapte zelf in bij het in het begin van 2019 verschenen Spidergawd V, dat deze week wordt opgevolgd door Spidergawd VI.
Ik kwam Spidergawd bijna drie jaar geleden voor het eerst tegen op de website van Stickman Records, sinds jaar en dag het label van de eveneens Noorse band Motorpsycho. Spidergawd heeft wat links met Motorpsycho, dat ook uit Trondheim komt. Waar Motorpsycho met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de rockmuziek stapt, is Spidergawd vooralsnog echter redelijk stijlvast.
Op Spidergawd V maakte de band indruk met een portie hardrock die zo leek weggelopen uit de jaren 70, al waren er incidenteel wel wat uitstapjes richting andere varianten op stevige rockmuziek, variërend van metal tot 80s heavy metal. Het is niet anders op Spidergawd VI, dat de 70s hardrock misschien nog wel wat steviger omarmt.
Toen ik als puber de top 40 verruilde voor wat serieuzere muziek, was 70s hardrock mijn eerste liefde. Het zesde album van Spidergawd is dan ook een feest van herkenning. Laat Spidergawd VI uit de speakers knallen en een heel legioen aan oude hardrock liefdes komt voorbij. Deep Purple, AC/DC, Judas Priest, Uriah Heep, Black Sabbath, Van Halen en Thin Lizzy noemde ik in mijn bespreking van het vijfde album van Spidergawd als vergelijkingsmateriaal en dat is een lijstje dat ook dit keer uitstekend voldoet.
Spidergawd vertrouwt ook op album nummer zes op de inmiddels bekende wapens: een solide ritmesectie, heel veel gitaren en een zanger met een stem die is gemaakt voor het genre. De gitaristen van Spidergawd tekenen voor lekker stevige riffs, maar zo nu en dan mag er ook lekker gesoleerd worden. Dat laatste had van mij nog best wat uitgebreider gemogen, want de meeste solo’s op Spidergawd VI zijn redelijk compact.
Spidergawd kiest op haar zesde album vooral voor lekker melodieuze songs met een kop en een staart. Het klinkt allemaal lekker toegankelijk, al is er hier en daar ook net wat meer ruimte voor muzikaal vuurwerk en met name voor spetterend gitaarwerk. In plaats van VI van Spidergawd had ik natuurlijk ook een aantal oude hardrock liefdes uit de kast kunnen trekken, maar de Noorse band vat de hoogtepunten uit het genre mooi samen, waarbij ook de Britse hardrock die in de jaren 80 opdook nog wordt meegenomen.
70s hardrock is zoals gezegd een oude liefde en het is een liefde die inmiddels wel wat is bekoeld, waardoor ik ook het zesde album van Spidergawd niet heel vaak uit de speakers zal laten komen, maar zo op zijn tijd is het lekker. Met een speelduur van ruim 35 minuten en vooral melodieuze songs zijn de zware metalen van Spidergawd bovendien verrassend licht verteerbaar, al is enige liefde voor hardrock wel nodig om te kunnen genieten van de muziek van de band uit Trondheim.
De muziek van Spidergawd is zeer geschikt voor een flinke workout op de luchtgitaar, maar Spidergawd VI is ook een prima album om even al het sombere nieuws van het moment het huis mee uit te blazen. Waar Spidergawd V voor mij vooral een enorme verrassing was, is Spidergawd VI vooral een bevestiging van de talenten van de Noorse band. Spidergawd krijgt geen bonuspunten voor muzikale vernieuwing, maar voor de uitvoering is er ook dit keer een prima rapportcijfer. Erwin Zijleman
Spielbergs - This Is Not The End (2019)

1
geplaatst: 7 februari 2019, 17:23 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spielbergs - This Is Not The End - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Noorse band Spielbergs imponeert met een enorme bak herrie, maar ook met tijdloze rocksongs vol invloeden en een goed gevoel voor melodie
Het aantal echt goede gitaarplaten was vorig jaar op de vingers van één hand te tellen, zeker wanneer ik me beperkte tot de jonge honden. 2019 begint prachtig met het debuut van de Noorse band Spielbergs, die ontzagwekkend hoge gitaarmuren opbouwt en haar muziek af en toe volledig laat ontsporen, maar ook verrast met een bonte mix aan invloeden uit een aantal decennia rockmuziek. Spielbergs komt op de proppen met een aantal songs die de zon laten schijnen, maar maakt ook apocalyptische muziek waarin het einde van de wereld nabij is. Soms is het net wat te veel, maar meestal zijn de songs van de Noorse band uitermate trefzeker. Een bijzonder veelbelovend debuut.
In een week waarin Guided by Voices met de zoveelste geweldige gitaarplaat op de proppen komt, hoop je op een stel jonge honden dat op zijn minst in de voetsporen treedt van de oude meesters.
Die jonge honden zijn helaas schaars op het moment, maar het ook afgelopen week verschenen debuut van Spielbergs komt aardig in de buurt.
Spielbergs is een band uit Noorwegen en direct in de openingstrack laten de Noorse jonge honden horen dat ze een prima rocksong kunnen schrijven.
De band uit Oslo werd tot dusver vooral in het hokje punk geduwd, maar dat is slechts een van de vele invloeden die op This Is Not The End is te horen. Hier en daar hoor ik zoals gezegd een vleugje punk, maar invloeden uit de indierock en de noiserock zijn veel dominanter aanwezig. De rockmuziek uit de jaren 90 heeft flink wat invloed gehad op het debuut van de Noorse band, maar Spielbergs heeft ook goed geluisterd naar de metaalmakers uit het heden en haalt uit de jaren 70 niet alleen een vleugje punk en post-punk, maar ook wat invloeden uit de melodieuze hardrock.
De songs op This Is Not The End zijn vaak rauw en meedogenloos en groots en meeslepend, maar Spielbergs verliest de melodieën nergens uit het oog, waardoor de hier en daar torenhoge gitaarmuren niet op zichzelf staan, maar altijd weer terugkeren naar de rocksong met een kop en een staart. Voor liefhebbers van melodieuze rocksongs is het af en toe ook wel even doorbuiten, want de band uit Oslo pakt af en toe uit met gitaarmuren die tot in de hemel lijken te reiken.
Noorse popmuziek is, zeker in de wintermaanden, over het algemeen aardedonker, maar Spielbergs verrast met flink wat rocksongs die de zon laten schijnen. Zeker wanneer de ritmesectie loodzwaar maar superstrak speelt en hier en daar mitrailleursalvo’s afvuurt, de gitaren alle kanten op mogen schieten en ook nadrukkelijk mogen ontsporen en de Noren overtuigen met geweldige melodieën en refreinen, is het genieten van muziek die zich prima laat omschrijven als tijdloos.
Spielbergs laat de zon echter niet de hele tijd schijnen en kiest ook voor een aantal songs die donkerder en veel steviger of juist experimenteler zijn. Daar moet je van houden, maar omdat de band uit Oslo ook in de zware of lastiger te doorgronden songs gas terugneemt hou ik het moeiteloos vol, zeker wanneer de Noren de angstaanjagend hoge gitaarmuren tijdelijk verruilen voor een heerlijk melodieuze gitaarsolo.
In een aantal songs flirt Spielbergs ook nog wat met de grunge, waarmee het palet dat men binnen de rockmuziek bestrijkt nog wat breder wordt. Het wordt nog wat breder wanneer op de tweede helft van de plaat ook de archieven van de post-rock worden verkend en de muziek van Noren opeens avontuurlijker en mysterieuzer wordt.
2018 bracht een aantal geweldige gitaarplaten, maar ik moest ook steeds concluderen dat de spoeling wel erg dun was. 2019 is pas net begonnen, maar het debuut van Spielbergs is alvast een gitaarplaat die er mag zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spielbergs - This Is Not The End - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Noorse band Spielbergs imponeert met een enorme bak herrie, maar ook met tijdloze rocksongs vol invloeden en een goed gevoel voor melodie
Het aantal echt goede gitaarplaten was vorig jaar op de vingers van één hand te tellen, zeker wanneer ik me beperkte tot de jonge honden. 2019 begint prachtig met het debuut van de Noorse band Spielbergs, die ontzagwekkend hoge gitaarmuren opbouwt en haar muziek af en toe volledig laat ontsporen, maar ook verrast met een bonte mix aan invloeden uit een aantal decennia rockmuziek. Spielbergs komt op de proppen met een aantal songs die de zon laten schijnen, maar maakt ook apocalyptische muziek waarin het einde van de wereld nabij is. Soms is het net wat te veel, maar meestal zijn de songs van de Noorse band uitermate trefzeker. Een bijzonder veelbelovend debuut.
In een week waarin Guided by Voices met de zoveelste geweldige gitaarplaat op de proppen komt, hoop je op een stel jonge honden dat op zijn minst in de voetsporen treedt van de oude meesters.
Die jonge honden zijn helaas schaars op het moment, maar het ook afgelopen week verschenen debuut van Spielbergs komt aardig in de buurt.
Spielbergs is een band uit Noorwegen en direct in de openingstrack laten de Noorse jonge honden horen dat ze een prima rocksong kunnen schrijven.
De band uit Oslo werd tot dusver vooral in het hokje punk geduwd, maar dat is slechts een van de vele invloeden die op This Is Not The End is te horen. Hier en daar hoor ik zoals gezegd een vleugje punk, maar invloeden uit de indierock en de noiserock zijn veel dominanter aanwezig. De rockmuziek uit de jaren 90 heeft flink wat invloed gehad op het debuut van de Noorse band, maar Spielbergs heeft ook goed geluisterd naar de metaalmakers uit het heden en haalt uit de jaren 70 niet alleen een vleugje punk en post-punk, maar ook wat invloeden uit de melodieuze hardrock.
De songs op This Is Not The End zijn vaak rauw en meedogenloos en groots en meeslepend, maar Spielbergs verliest de melodieën nergens uit het oog, waardoor de hier en daar torenhoge gitaarmuren niet op zichzelf staan, maar altijd weer terugkeren naar de rocksong met een kop en een staart. Voor liefhebbers van melodieuze rocksongs is het af en toe ook wel even doorbuiten, want de band uit Oslo pakt af en toe uit met gitaarmuren die tot in de hemel lijken te reiken.
Noorse popmuziek is, zeker in de wintermaanden, over het algemeen aardedonker, maar Spielbergs verrast met flink wat rocksongs die de zon laten schijnen. Zeker wanneer de ritmesectie loodzwaar maar superstrak speelt en hier en daar mitrailleursalvo’s afvuurt, de gitaren alle kanten op mogen schieten en ook nadrukkelijk mogen ontsporen en de Noren overtuigen met geweldige melodieën en refreinen, is het genieten van muziek die zich prima laat omschrijven als tijdloos.
Spielbergs laat de zon echter niet de hele tijd schijnen en kiest ook voor een aantal songs die donkerder en veel steviger of juist experimenteler zijn. Daar moet je van houden, maar omdat de band uit Oslo ook in de zware of lastiger te doorgronden songs gas terugneemt hou ik het moeiteloos vol, zeker wanneer de Noren de angstaanjagend hoge gitaarmuren tijdelijk verruilen voor een heerlijk melodieuze gitaarsolo.
In een aantal songs flirt Spielbergs ook nog wat met de grunge, waarmee het palet dat men binnen de rockmuziek bestrijkt nog wat breder wordt. Het wordt nog wat breder wanneer op de tweede helft van de plaat ook de archieven van de post-rock worden verkend en de muziek van Noren opeens avontuurlijker en mysterieuzer wordt.
2018 bracht een aantal geweldige gitaarplaten, maar ik moest ook steeds concluderen dat de spoeling wel erg dun was. 2019 is pas net begonnen, maar het debuut van Spielbergs is alvast een gitaarplaat die er mag zijn. Erwin Zijleman
Spill Gold - Highway Hypnosis (2020)

4,5
0
geplaatst: 1 december 2020, 17:01 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spill Gold - Highway Hynosis - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spill Gold - Highway Hynosis
Spill Gold is een Amsterdams duo dat met Highway Hypnosis een bijzonder fascinerend album heeft afgeleverd, dat op avontuurlijke wijze invloeden uit onder andere de elektronica, postpunk, Krautrock en psychedelica aan elkaar smeedt
Nina de Jong en Rosa Ronsdorf maakten al eens diepe indruk met Elephanta van Bird On The Wire en herhalen dit kunstje met het totaal anders klinkende maar eveneens indrukwekkend mooie Highway Hypnosis van Spill Gold. De twee Amsterdamse muzikanten maken indruk met een eigenzinnig elektronisch geluid dat hier en daar een voorliefde voor Kraftwerk verraadt en combineren dit met avontuurlijk drumwerk, prima zang en songs die je direct overtuigen, maar die ook altijd iets ongrijpbaars houden. Soms kil en bijna industrieel, soms donker en dreigend, soms zweverig en veelkleurig. Spill Gold heeft met Highway Hypnosis een even intrigerend als prachtig album afgeleverd.
Nina de Jong en Rosa Ronsdorf zijn twee Amsterdamse muzikanten die hun sporen in de muziek al ruimschoots verdiend hebben en nu de krachten hebben gebundeld in het duo Spill Gold. Het is overigens niet de eerste keer dat we de twee muzikanten samen op een album tegenkomen, want Rosa Ronsdorf en Nina de Jong maakten een paar jaar geleden deel uit van de Amsterdamse band Bird On The Wire, die in 2016 met Elephanta, zeker achteraf bezien, een van de allermooiste albums van 2016 maakte.
Bird On The Wire omschreef haar muziek in 2016 als “dreamkraut” wat gezien de invloeden uit zowel de dreampop als de krautrock geen gekke omschrijving was, al sleepte de band er op Elephanta nog veel meer bij. Voor de muziek van Spill Gold is gekozen voor een wat minder krachtige omschrijving: “Spill Gold masterfully juxtapose darkness and light, playfulness and control, enhancing the transcendental character of the material at hand”. Het zegt mij niet zoveel en dit in tegenstelling tot de muziek van het tweetal dat met Highway Hypnosis een bescheiden meesterwerk heeft afgeleverd.
Ik heb zelf nog even nagedacht over een beter alternatief, maar iets als “postKraftKraut” is net zo nietszeggend. Laten we het er maar op houden dat de muziek van het Amsterdamse duo niet met een paar woorden is te vangen.
Highway Hypnosis, tot mijn verrassing al het tweede album van Spill Gold, opent direct fantastisch met Beast Machine Alien, dat flarden postpunk combineert met buitengewoon inventief drumwerk, elektronische klanken en wat onderkoelde vocalen. Spill Gold laat zich, net als Bird On The Wire beïnvloeden door muziek uit de hoogtijdagen van de Krautrock, maar wanneer de elektronica aan het einde van de track aanzwelt hoor je flarden Kraftwerk voorbij komen en wordt de muziek van de Duitse elektronica pioniers definitief de 21e eeuw in getrokken.
Ik hoor wel wat raakvlakken met de muziek van Bird On The Wire, maar waar de Amsterdamse band vaak warm en dromerig klonk, schudt Spill Gold je steeds ruw wakker met muziek die meer dan eens industrieel klinkt. Dat heeft deels te maken met de elektronica op het album die lijkt weggelopen uit het verleden en ruwer klinkt dan de elektronica uit het heden.
Het wordt steeds weer prachtig gecombineerd met avontuurlijk drumwerk en met vocalen die naadloos opgaan in de muziek. Highway Hypnosis klinkt soms groots en koud, maar kan ook zeker lichtvoetig en warm klinken. Spill Gold citeert overigens bedoeld of onbedoeld met grote regelmaat uit de catalogus van Kraftwerk, maar voegt hier op fraaie wijze de eigen identiteit aan toe.
Het prachtalbum van Bird On The Wire wist ik pas na tijden op de juiste waarde te schatten en toen ik het album eerder vandaag beluisterde was het nog veel beter dan in mijn beleving. Highway Hypnosis van Spill Gold zou wel eens net zo’n album kunnen zijn. Het is een album waarop iedere track weer anders klinkt en het zijn tracks die overlopen van avontuur, zeker als het Amsterdamse duo haar elektronische geluid ook nog eens overgiet met flarden psychedelica.
Iedere keer als ik naar dit album luister hoor ik weer nieuwe dingen en ben ik nog wat meer onder de indruk van het bijzondere muzikale universum dat Nina de Jong en Rosa Ronsdorf hebben gecreëerd. Het zal niet meevallen om aan het einde van het jaar op te vallen met nieuwe muziek, maar als er een album is dat dit verdient is het Highway Hypnosis van Spill Gold. Wat een geweldige verrassing. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spill Gold - Highway Hynosis - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spill Gold - Highway Hynosis
Spill Gold is een Amsterdams duo dat met Highway Hypnosis een bijzonder fascinerend album heeft afgeleverd, dat op avontuurlijke wijze invloeden uit onder andere de elektronica, postpunk, Krautrock en psychedelica aan elkaar smeedt
Nina de Jong en Rosa Ronsdorf maakten al eens diepe indruk met Elephanta van Bird On The Wire en herhalen dit kunstje met het totaal anders klinkende maar eveneens indrukwekkend mooie Highway Hypnosis van Spill Gold. De twee Amsterdamse muzikanten maken indruk met een eigenzinnig elektronisch geluid dat hier en daar een voorliefde voor Kraftwerk verraadt en combineren dit met avontuurlijk drumwerk, prima zang en songs die je direct overtuigen, maar die ook altijd iets ongrijpbaars houden. Soms kil en bijna industrieel, soms donker en dreigend, soms zweverig en veelkleurig. Spill Gold heeft met Highway Hypnosis een even intrigerend als prachtig album afgeleverd.
Nina de Jong en Rosa Ronsdorf zijn twee Amsterdamse muzikanten die hun sporen in de muziek al ruimschoots verdiend hebben en nu de krachten hebben gebundeld in het duo Spill Gold. Het is overigens niet de eerste keer dat we de twee muzikanten samen op een album tegenkomen, want Rosa Ronsdorf en Nina de Jong maakten een paar jaar geleden deel uit van de Amsterdamse band Bird On The Wire, die in 2016 met Elephanta, zeker achteraf bezien, een van de allermooiste albums van 2016 maakte.
Bird On The Wire omschreef haar muziek in 2016 als “dreamkraut” wat gezien de invloeden uit zowel de dreampop als de krautrock geen gekke omschrijving was, al sleepte de band er op Elephanta nog veel meer bij. Voor de muziek van Spill Gold is gekozen voor een wat minder krachtige omschrijving: “Spill Gold masterfully juxtapose darkness and light, playfulness and control, enhancing the transcendental character of the material at hand”. Het zegt mij niet zoveel en dit in tegenstelling tot de muziek van het tweetal dat met Highway Hypnosis een bescheiden meesterwerk heeft afgeleverd.
Ik heb zelf nog even nagedacht over een beter alternatief, maar iets als “postKraftKraut” is net zo nietszeggend. Laten we het er maar op houden dat de muziek van het Amsterdamse duo niet met een paar woorden is te vangen.
Highway Hypnosis, tot mijn verrassing al het tweede album van Spill Gold, opent direct fantastisch met Beast Machine Alien, dat flarden postpunk combineert met buitengewoon inventief drumwerk, elektronische klanken en wat onderkoelde vocalen. Spill Gold laat zich, net als Bird On The Wire beïnvloeden door muziek uit de hoogtijdagen van de Krautrock, maar wanneer de elektronica aan het einde van de track aanzwelt hoor je flarden Kraftwerk voorbij komen en wordt de muziek van de Duitse elektronica pioniers definitief de 21e eeuw in getrokken.
Ik hoor wel wat raakvlakken met de muziek van Bird On The Wire, maar waar de Amsterdamse band vaak warm en dromerig klonk, schudt Spill Gold je steeds ruw wakker met muziek die meer dan eens industrieel klinkt. Dat heeft deels te maken met de elektronica op het album die lijkt weggelopen uit het verleden en ruwer klinkt dan de elektronica uit het heden.
Het wordt steeds weer prachtig gecombineerd met avontuurlijk drumwerk en met vocalen die naadloos opgaan in de muziek. Highway Hypnosis klinkt soms groots en koud, maar kan ook zeker lichtvoetig en warm klinken. Spill Gold citeert overigens bedoeld of onbedoeld met grote regelmaat uit de catalogus van Kraftwerk, maar voegt hier op fraaie wijze de eigen identiteit aan toe.
Het prachtalbum van Bird On The Wire wist ik pas na tijden op de juiste waarde te schatten en toen ik het album eerder vandaag beluisterde was het nog veel beter dan in mijn beleving. Highway Hypnosis van Spill Gold zou wel eens net zo’n album kunnen zijn. Het is een album waarop iedere track weer anders klinkt en het zijn tracks die overlopen van avontuur, zeker als het Amsterdamse duo haar elektronische geluid ook nog eens overgiet met flarden psychedelica.
Iedere keer als ik naar dit album luister hoor ik weer nieuwe dingen en ben ik nog wat meer onder de indruk van het bijzondere muzikale universum dat Nina de Jong en Rosa Ronsdorf hebben gecreëerd. Het zal niet meevallen om aan het einde van het jaar op te vallen met nieuwe muziek, maar als er een album is dat dit verdient is het Highway Hypnosis van Spill Gold. Wat een geweldige verrassing. Erwin Zijleman
Spill Gold - Zaza (2024)

4,0
0
geplaatst: 29 mei 2024, 09:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spill Gold - Zaza - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spill Gold - Zaza
Het Amsterdamse duo Spill Gold leverde in 2020 een uitstekend debuutalbum af, maar overtuigt nog wat meer op Zaza, waarop elektronica en spannende ritmes worden gecombineerd in interessante en aantrekkelijke songs
Nina de Jong en Rosa Ronsdorf maakten ooit indruk met de band Bird On The Wire en deden dat een paar jaar geleden ook met hun nieuwe project Spill Gold, dat zich op haar debuutalbum onder andere liet inspireren door Kraftwerk. Die invloeden zijn ook te horen op het nieuwe album van Spill Gold, Zaza. Het nieuwe album van Nina de Jong en Rosa Ronsdorf laat echter ook invloeden uit de jaren 80 horen en valt verder op door bijzondere ritmes en net wat toegankelijkere songs. Op hetzelfde moment heeft Spill Gold haar bijzondere geluid behouden en kiest het nog altijd nadrukkelijk voor het avontuur. Alle reden dus om eens te luisteren naar dit bijzondere album.
Aan het eind van 2020 verscheen Highway Hypnosis, het debuutalbum van het Amsterdamse duo Spill Gold. Het was niet het eerste album waarop Nina de Jong en Rosa Ronsdorf samenwerkten, want ze maakten eerder deel uit van de band Bird On The Wire. Het is een band die helaas nooit erg bekend is geworden, maar die met Our Hands Meet On The Moon uit 2014 en vooral met Elephanta uit 2016 twee fantastische albums maakte, die kunnen worden gerekend tot de miskende kroonjuwelen van de Nederlandse popmuziek.
Het debuutalbum van Spill Gold werd in 2020 zeker niet overladen met aandacht, maar ook Highway Hypnosis was een uitstekend album. Nina de Jong en Rosa Ronsdorf maakten op het album zeker geen geheim van hun bewondering voor de Duitse elektronica pioniers Kraftwerk, maar citeerden ook uit de Krautrock en sleepten beide invloeden uit het verleden op bijzondere wijze het heden in.
Nina de Jong en Rosa Ronsdorf keren deze week terug met het tweede album van Spill Gold, Zaza. Het is een album dat helaas maar net iets meer dan een half uur duurt, maar verder kan ik alleen maar positieve dingen melden over het tweede album van het Amsterdamse duo. Net als op Highway Hypnosis laat Spill Gold zich ook op Zaza beïnvloeden door de pioniers van de elektronische popmuziek in het algemeen en door Kraftwerk in het bijzonder, maar waar het vorige album de sfeer van de jaren 70 combineerde met de sfeer van de jaren 20 van de 21e eeuw, hoor ik op het nieuwe album meer invloeden uit de jaren 80.
Dat betekent overigens niet dat invloeden uit de jaren 70 zijn verdwenen. Integendeel zelfs, want de titeltrack die begint als een popsong uit de jaren 80 eindigt als Giorgio Moroder die I Feel Love van Donna Summer opnieuw uitvindt. Nina de Jong en Rosa Ronsdorf combineren de fraaie klankentapijten van de synths ook dit keer met bijzondere en meestal verrassend inventieve ritmes en met soms wat onderkoelde zang, die alle elektronica laat samenvloeien met melodieuze songs.
De openingstrack duurt maar liefst zes minuten en in een lange track als deze zijn Nina de Jong en Rosa Ronsdorf op hun best. De muziek krijgt de ruimte om te experimenteren en te evolueren, wat zorgt voor bezwerende klanken, die vooral via de zang in het keurslijf van een popsong met een kop en en staart worden geduwd. Zaza borduurt voort op het vorige album van Spill Gold, maar in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Nina de Jong en Rosa Ronsdorf mooier en beter, terwijl de songs aan kracht hebben gewonnen. Door alle elektronica zijn het songs die wat koel klinken, maar de zang geeft de muziek op Zaza uiteindelijk toch een warm karakter.
Net als het debuutalbum van Spill Gold is ook het tweede album een album dat baat heeft bij beluistering met de koptelefoon. Vooral bij beluistering met de koptelefoon hoor je alle details in het elektronische wolkendek dat over je heen trekt en hoor je bovendien hoe mooi de percussie op het album is. Zaza is een net wat toegankelijker album dan zijn voorganger en het is een album dat wat mij betreft een breed publiek aan moet kunnen spreken. Highway Hypnosis werd aan het eind van 2020 vooral in kleine kring geprezen, maar het nog betere Zaza verdient echt een beter lot. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spill Gold - Zaza - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spill Gold - Zaza
Het Amsterdamse duo Spill Gold leverde in 2020 een uitstekend debuutalbum af, maar overtuigt nog wat meer op Zaza, waarop elektronica en spannende ritmes worden gecombineerd in interessante en aantrekkelijke songs
Nina de Jong en Rosa Ronsdorf maakten ooit indruk met de band Bird On The Wire en deden dat een paar jaar geleden ook met hun nieuwe project Spill Gold, dat zich op haar debuutalbum onder andere liet inspireren door Kraftwerk. Die invloeden zijn ook te horen op het nieuwe album van Spill Gold, Zaza. Het nieuwe album van Nina de Jong en Rosa Ronsdorf laat echter ook invloeden uit de jaren 80 horen en valt verder op door bijzondere ritmes en net wat toegankelijkere songs. Op hetzelfde moment heeft Spill Gold haar bijzondere geluid behouden en kiest het nog altijd nadrukkelijk voor het avontuur. Alle reden dus om eens te luisteren naar dit bijzondere album.
Aan het eind van 2020 verscheen Highway Hypnosis, het debuutalbum van het Amsterdamse duo Spill Gold. Het was niet het eerste album waarop Nina de Jong en Rosa Ronsdorf samenwerkten, want ze maakten eerder deel uit van de band Bird On The Wire. Het is een band die helaas nooit erg bekend is geworden, maar die met Our Hands Meet On The Moon uit 2014 en vooral met Elephanta uit 2016 twee fantastische albums maakte, die kunnen worden gerekend tot de miskende kroonjuwelen van de Nederlandse popmuziek.
Het debuutalbum van Spill Gold werd in 2020 zeker niet overladen met aandacht, maar ook Highway Hypnosis was een uitstekend album. Nina de Jong en Rosa Ronsdorf maakten op het album zeker geen geheim van hun bewondering voor de Duitse elektronica pioniers Kraftwerk, maar citeerden ook uit de Krautrock en sleepten beide invloeden uit het verleden op bijzondere wijze het heden in.
Nina de Jong en Rosa Ronsdorf keren deze week terug met het tweede album van Spill Gold, Zaza. Het is een album dat helaas maar net iets meer dan een half uur duurt, maar verder kan ik alleen maar positieve dingen melden over het tweede album van het Amsterdamse duo. Net als op Highway Hypnosis laat Spill Gold zich ook op Zaza beïnvloeden door de pioniers van de elektronische popmuziek in het algemeen en door Kraftwerk in het bijzonder, maar waar het vorige album de sfeer van de jaren 70 combineerde met de sfeer van de jaren 20 van de 21e eeuw, hoor ik op het nieuwe album meer invloeden uit de jaren 80.
Dat betekent overigens niet dat invloeden uit de jaren 70 zijn verdwenen. Integendeel zelfs, want de titeltrack die begint als een popsong uit de jaren 80 eindigt als Giorgio Moroder die I Feel Love van Donna Summer opnieuw uitvindt. Nina de Jong en Rosa Ronsdorf combineren de fraaie klankentapijten van de synths ook dit keer met bijzondere en meestal verrassend inventieve ritmes en met soms wat onderkoelde zang, die alle elektronica laat samenvloeien met melodieuze songs.
De openingstrack duurt maar liefst zes minuten en in een lange track als deze zijn Nina de Jong en Rosa Ronsdorf op hun best. De muziek krijgt de ruimte om te experimenteren en te evolueren, wat zorgt voor bezwerende klanken, die vooral via de zang in het keurslijf van een popsong met een kop en en staart worden geduwd. Zaza borduurt voort op het vorige album van Spill Gold, maar in muzikaal opzicht is het nieuwe album van Nina de Jong en Rosa Ronsdorf mooier en beter, terwijl de songs aan kracht hebben gewonnen. Door alle elektronica zijn het songs die wat koel klinken, maar de zang geeft de muziek op Zaza uiteindelijk toch een warm karakter.
Net als het debuutalbum van Spill Gold is ook het tweede album een album dat baat heeft bij beluistering met de koptelefoon. Vooral bij beluistering met de koptelefoon hoor je alle details in het elektronische wolkendek dat over je heen trekt en hoor je bovendien hoe mooi de percussie op het album is. Zaza is een net wat toegankelijker album dan zijn voorganger en het is een album dat wat mij betreft een breed publiek aan moet kunnen spreken. Highway Hypnosis werd aan het eind van 2020 vooral in kleine kring geprezen, maar het nog betere Zaza verdient echt een beter lot. Erwin Zijleman
spill tab - Angie (2025)

4,5
0
geplaatst: 29 mei 2025, 12:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: spill tab - ANGIE - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: spill tab - ANGIE
Claire Chicha heeft als spill tab een fascinerend debuutalbum afgeleverd, waarop het in muzikaal opzicht alle kanten op kan, maar dat je steeds weer verrast met buitengewoon knappe en avontuurlijke songs
ANGIE van spill tab sneeuwde tussen alle releases van deze maand helaas wat onder en dat is zonde. Doodzonde, want het is een album dat zomaar kan uitgroeien tot een van de memorabele debuutalbums van 2025. Het project van Claire Chicha klinkt op het eerste gehoor misschien als wel erg veelkleurig en op hetzelfde moment wat lo-fi, maar de songs van de muzikante uit Los Angeles zijn stuk voor stuk parels. Het zijn songs die soms toegankelijk en soms wat experimenteler zijn en het zijn songs die niet goed in een hokje passen, maar spill tab weet op ANGIE continu de juiste snaar te raken. Het was voor mij ook een toevalstreffer, maar wat ben ik blij met dit album.
Met name Amerikaanse muziekwebsites zijn behoorlijk enthousiast over het album van spill tab, dat eerder deze maand verscheen. ANGIE, het debuutalbum van spill tab, is een album dat me zeker niet direct overtuigde, want de songs schieten alle kanten op en bewegen zich ook met enige regelmaat buiten mijn comfort zone.
Ik werd wel direct gegrepen door het korte maar bijzonder mooie Adore Me, dat een aangename Billie Eilish vibe heeft en dat is een vibe die ik momenteel niet kan weerstaan. De naam van Billie Eilish is slechts een van de vele namen die opkomt bij beluistering van ANGIE.
De afkomst van de vrouw achter spill tab is net zo veelkleurig als haar muziek. Claire Chicha werd geboren in het Thaise Bangkok en heeft een Frans-Algerijnse vader en een Koreaanse moeder, beiden muzikant. Ze zette haar eerste stapjes in de muziek in de avontuurlijk jazz-scene van Parijs, maar koos uiteindelijk jet Californische Los Angeles als thuisbasis.
Zowel de jazz als haar Franse wortels komen met enige regelmaat voorbij op het debuutalbum van spill tab. De muziek op het album is soms complex, jazzy en onnavolgbaar en hoewel Claire Chicha op het debuutalbum van spill tab vooral in het Engels zingt komt er ook nog wel wat Frans voorbij.
De songs op ANGIE hebben soms jazzy passages, maar bevatten ook flink wat invloeden uit de indiepop, de R&B en de hiphop. Het is een bonte mix van invloeden die soms toegankelijke en zelfs aanstekelijk klinkt, maar die ook het experiment op kan zoeken. Zeker wanneer invloeden uit de soul, funk en R&B domineren en de ritmesectie lekker loom speelt is de muziek van spill aangenaam zwoel, maar met name de elektronica op het album kan ook behoorlijk experimenteel klinken.
Wanneer het experiment het wint wordt de muziek van spill tab een stuk ongrijpbaarder en hoor ik wel wat van yeule in de songs op ANGIE, maar niet veel later is ze hier mijlenver van verwijderd. Zeker bij eerste beluistering lijkt het debuutalbum van het project van Claire Chicha wat van de hak op de tak te springen. Dat wordt versterkt door het feit dat de muzikante uit Los Angeles werkte met een blik vol producers, die de muziek van spill tab meerdere kanten op sturen.
De muzikante uit Los Angeles had zelf gelukkig ook een flinke vinger in de pap en droeg zowel bij aan de muziek op het album als aan de productie van het album. ANGIE is niet alleen aan album dat bol staat van de invloeden, maar dat ook invloeden uit verschillende tijden verwerkt. De muziek van spill tab klinkt fris en eigentijds, maar heeft soms ook een duidelijke jaren 80 sfeer, zeker wanneer ook nog een vleugje new wave wordt toegevoegd aan de muziek.
Het debuutalbum van spill tab is in muzikaal opzicht een mooi en aangenaam, maar ook avontuurlijk en spannend album. Claire Chicha maakt ook zeker indruk als zangeres. In haar zang hoor je af en toe nog wat van de bedroom pop die ze in haar jongere jaren maakte, maar de zang op ANGIE kan ook zwoel en soulvol klinken of juist ruw en elektronisch vervormd.
Ik moest een paar keer naar het debuutalbum van spill tab luisteren om het album op de juiste waarde te schatten, maar inmiddels begrijp ik de zeer lovende woorden van onder andere de Amerikaanse website Paste wel. ANGIE lijkt in Nederland wat tussen wal en schip gevallen, maar het is een buitengewoon interessant album dat zeker een kans verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: spill tab - ANGIE - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: spill tab - ANGIE
Claire Chicha heeft als spill tab een fascinerend debuutalbum afgeleverd, waarop het in muzikaal opzicht alle kanten op kan, maar dat je steeds weer verrast met buitengewoon knappe en avontuurlijke songs
ANGIE van spill tab sneeuwde tussen alle releases van deze maand helaas wat onder en dat is zonde. Doodzonde, want het is een album dat zomaar kan uitgroeien tot een van de memorabele debuutalbums van 2025. Het project van Claire Chicha klinkt op het eerste gehoor misschien als wel erg veelkleurig en op hetzelfde moment wat lo-fi, maar de songs van de muzikante uit Los Angeles zijn stuk voor stuk parels. Het zijn songs die soms toegankelijk en soms wat experimenteler zijn en het zijn songs die niet goed in een hokje passen, maar spill tab weet op ANGIE continu de juiste snaar te raken. Het was voor mij ook een toevalstreffer, maar wat ben ik blij met dit album.
Met name Amerikaanse muziekwebsites zijn behoorlijk enthousiast over het album van spill tab, dat eerder deze maand verscheen. ANGIE, het debuutalbum van spill tab, is een album dat me zeker niet direct overtuigde, want de songs schieten alle kanten op en bewegen zich ook met enige regelmaat buiten mijn comfort zone.
Ik werd wel direct gegrepen door het korte maar bijzonder mooie Adore Me, dat een aangename Billie Eilish vibe heeft en dat is een vibe die ik momenteel niet kan weerstaan. De naam van Billie Eilish is slechts een van de vele namen die opkomt bij beluistering van ANGIE.
De afkomst van de vrouw achter spill tab is net zo veelkleurig als haar muziek. Claire Chicha werd geboren in het Thaise Bangkok en heeft een Frans-Algerijnse vader en een Koreaanse moeder, beiden muzikant. Ze zette haar eerste stapjes in de muziek in de avontuurlijk jazz-scene van Parijs, maar koos uiteindelijk jet Californische Los Angeles als thuisbasis.
Zowel de jazz als haar Franse wortels komen met enige regelmaat voorbij op het debuutalbum van spill tab. De muziek op het album is soms complex, jazzy en onnavolgbaar en hoewel Claire Chicha op het debuutalbum van spill tab vooral in het Engels zingt komt er ook nog wel wat Frans voorbij.
De songs op ANGIE hebben soms jazzy passages, maar bevatten ook flink wat invloeden uit de indiepop, de R&B en de hiphop. Het is een bonte mix van invloeden die soms toegankelijke en zelfs aanstekelijk klinkt, maar die ook het experiment op kan zoeken. Zeker wanneer invloeden uit de soul, funk en R&B domineren en de ritmesectie lekker loom speelt is de muziek van spill aangenaam zwoel, maar met name de elektronica op het album kan ook behoorlijk experimenteel klinken.
Wanneer het experiment het wint wordt de muziek van spill tab een stuk ongrijpbaarder en hoor ik wel wat van yeule in de songs op ANGIE, maar niet veel later is ze hier mijlenver van verwijderd. Zeker bij eerste beluistering lijkt het debuutalbum van het project van Claire Chicha wat van de hak op de tak te springen. Dat wordt versterkt door het feit dat de muzikante uit Los Angeles werkte met een blik vol producers, die de muziek van spill tab meerdere kanten op sturen.
De muzikante uit Los Angeles had zelf gelukkig ook een flinke vinger in de pap en droeg zowel bij aan de muziek op het album als aan de productie van het album. ANGIE is niet alleen aan album dat bol staat van de invloeden, maar dat ook invloeden uit verschillende tijden verwerkt. De muziek van spill tab klinkt fris en eigentijds, maar heeft soms ook een duidelijke jaren 80 sfeer, zeker wanneer ook nog een vleugje new wave wordt toegevoegd aan de muziek.
Het debuutalbum van spill tab is in muzikaal opzicht een mooi en aangenaam, maar ook avontuurlijk en spannend album. Claire Chicha maakt ook zeker indruk als zangeres. In haar zang hoor je af en toe nog wat van de bedroom pop die ze in haar jongere jaren maakte, maar de zang op ANGIE kan ook zwoel en soulvol klinken of juist ruw en elektronisch vervormd.
Ik moest een paar keer naar het debuutalbum van spill tab luisteren om het album op de juiste waarde te schatten, maar inmiddels begrijp ik de zeer lovende woorden van onder andere de Amerikaanse website Paste wel. ANGIE lijkt in Nederland wat tussen wal en schip gevallen, maar het is een buitengewoon interessant album dat zeker een kans verdient. Erwin Zijleman
Spinvis - 7.6.9.6. (2020)

4,5
5
geplaatst: 5 oktober 2020, 16:55 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spinvis - 7.6.9.6. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spinvis - 7.6.9.6.
De Nederlandse muzikant Spinvis kleurt zijn eigenzinnige popliedjes dit keer werkelijk prachtig in en levert een album af dat met name in de avond fraai tot leven komt
Ik was tot dusver geen groot fan van Spinvis, maar ik ben echt onder de indruk van het nieuwe album van de Nederlandse muzikant. 7.6.9.6. valt vooral op door de prachtige instrumentatie, waarin meerdere lagen fraai op elkaar worden gestapeld tot een donker en broeierig klankentapijt. Het is een klankentapijt waarin de zachte stem van Erik de Jong uitstekend gedijt en waarin de bijzondere verhalen die de Nederlandse muzikant vertelt tot leven komen. Ik vond het in het verleden vaak net wat te gekunsteld klinken, maar 7.6.9.6. staat vol met wonderschone popliedjes die ik na één keer horen in het hart heb gesloten. Voor mij een enorme verrassing deze nieuwe Spinvis.
Ik heb het echt heel vaak geprobeerd, maar ik had tot dusver niet zoveel of zelfs helemaal niets met de muziek van Spinvis. Ik vond de songs van het alter ego van de Nederlandse muzikant Erik de Jong altijd wel bijzonder, maar het raakte me niet, waardoor zijn albums weer snel uit beeld verdwenen, alle zeer lovende recensies ten spijt. Dat kan natuurlijk, want smaak is iets heel persoonlijks en Spinvis was kennelijk niets voor mij.
Ik had door de ervaringen uit het verleden dan ook geen hoge verwachtingen van het nieuwe album van Spinvis, maar ook 7.6.9.6. wilde ik wel beluisterd hebben. Waar ik in het verleden keer op keer vrijwel onmiddellijk hoorde dat het niets voor mij was, vond ik het nieuwe album van Spinvis direct mooi. Het is volgens mij niet zo dat Erik de Jong op zijn nieuwe album opeens hele andere muziek maakt, wat mijn totaal andere luisterervaring bijzonder maakt.
Als ik 7.6.9.6. vergelijk met mijn beleving van de vorige albums van Spinvis, vind ik met name de instrumentatie op het nieuwe album veel mooier. 7.6.9.6. is voorzien van een warm geluid dat uit vele lage bestaat. De basis bestaat uit donkere en organische klanken, waarop uiteindelijk nog flink wat andere instrumenten, waaronder strijkers worden gestapeld, wat zeer fraaie klanken oplevert.
In de ruim vijf minuten durende openingstrack Ze Slapen wordt de spanning prachtig opgebouwd en wordt het geluid steeds wat voller, zeker als aan het eind ook nog wat elektronica wordt ingezet. Het kleurt fraai bij de zachte zang van Erik de Jong, die ook voor 7.6.9.6 weer teksten schreef die nieuwsgierig maken. De Nederlandstalige teksten zaten me in het verleden wel eens in de weg, overigens niet alleen bij beluistering van de muziek van Spinvis, maar bij beluistering van 7.6.9.6. is mijn oude weerstand tegen het gebruik van het Nederlands in de popmuziek volledig verdwenen.
Direct in de openingstrack viel de mooie instrumentatie me op en deze is ook in de tracks die volgen van een bijzondere schoonheid. Het is een instrumentatie waarin bijzondere klanken steeds prachtig samenvloeien en het is een instrumentatie waarin van alles gebeurt. Ik vond de muziek van Spinvis in het verleden wel eens net wat te kaal of juist te gekunsteld klinken, maar het geluid op 7.6.9.6. echt wonderschoon.
Het is een geluid dat me wel wat doet denken aan het geluid op Nacht van Henny Vrienten. Dat was, zoals de titel al doet vermoeden, een album van en voor de nacht en dat vind ik 7.6.9.6. van Spinvis ook. Zeker in de avonduren komt het nieuwe album van Spinvis makkelijk tot leven en valt keer op keer niet alleen op hoe mooi Erik de Jong zijn nieuwe album heeft ingekleurd, maar ook hoe bijzonder zijn popliedjes zijn. Het nieuwe album van Spinvis is overigens tijdens de corona pandemie gemaakt en dat hoor je. Het album klinkt vaak wat weemoedig, maar klinkt ook wat minder helder, wat een hoop huisvlijt verraadt.
Als ik luister naar 7.6.9.6. kan ik me bijna niet voorstellen dat ik tot dusver zoveel moeite had met de muziek van Spinvis, want op het nieuwe album vind ik alles mooi. En waar de popliedjes van de Nederlandse muzikant in het verleden nauwelijks één keer de aandacht vast konden houden, blijf ik dit album beluisteren en wordt het echt alleen maar mooier. Ik ben vast niet de enige die in het verleden niet goed overweg kon met de muziek van Spinvis en ik raad daarom iedereen aan om eens te luisteren naar dit prachtig ingekleurde album vol geweldige popliedjes. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spinvis - 7.6.9.6. - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spinvis - 7.6.9.6.
De Nederlandse muzikant Spinvis kleurt zijn eigenzinnige popliedjes dit keer werkelijk prachtig in en levert een album af dat met name in de avond fraai tot leven komt
Ik was tot dusver geen groot fan van Spinvis, maar ik ben echt onder de indruk van het nieuwe album van de Nederlandse muzikant. 7.6.9.6. valt vooral op door de prachtige instrumentatie, waarin meerdere lagen fraai op elkaar worden gestapeld tot een donker en broeierig klankentapijt. Het is een klankentapijt waarin de zachte stem van Erik de Jong uitstekend gedijt en waarin de bijzondere verhalen die de Nederlandse muzikant vertelt tot leven komen. Ik vond het in het verleden vaak net wat te gekunsteld klinken, maar 7.6.9.6. staat vol met wonderschone popliedjes die ik na één keer horen in het hart heb gesloten. Voor mij een enorme verrassing deze nieuwe Spinvis.
Ik heb het echt heel vaak geprobeerd, maar ik had tot dusver niet zoveel of zelfs helemaal niets met de muziek van Spinvis. Ik vond de songs van het alter ego van de Nederlandse muzikant Erik de Jong altijd wel bijzonder, maar het raakte me niet, waardoor zijn albums weer snel uit beeld verdwenen, alle zeer lovende recensies ten spijt. Dat kan natuurlijk, want smaak is iets heel persoonlijks en Spinvis was kennelijk niets voor mij.
Ik had door de ervaringen uit het verleden dan ook geen hoge verwachtingen van het nieuwe album van Spinvis, maar ook 7.6.9.6. wilde ik wel beluisterd hebben. Waar ik in het verleden keer op keer vrijwel onmiddellijk hoorde dat het niets voor mij was, vond ik het nieuwe album van Spinvis direct mooi. Het is volgens mij niet zo dat Erik de Jong op zijn nieuwe album opeens hele andere muziek maakt, wat mijn totaal andere luisterervaring bijzonder maakt.
Als ik 7.6.9.6. vergelijk met mijn beleving van de vorige albums van Spinvis, vind ik met name de instrumentatie op het nieuwe album veel mooier. 7.6.9.6. is voorzien van een warm geluid dat uit vele lage bestaat. De basis bestaat uit donkere en organische klanken, waarop uiteindelijk nog flink wat andere instrumenten, waaronder strijkers worden gestapeld, wat zeer fraaie klanken oplevert.
In de ruim vijf minuten durende openingstrack Ze Slapen wordt de spanning prachtig opgebouwd en wordt het geluid steeds wat voller, zeker als aan het eind ook nog wat elektronica wordt ingezet. Het kleurt fraai bij de zachte zang van Erik de Jong, die ook voor 7.6.9.6 weer teksten schreef die nieuwsgierig maken. De Nederlandstalige teksten zaten me in het verleden wel eens in de weg, overigens niet alleen bij beluistering van de muziek van Spinvis, maar bij beluistering van 7.6.9.6. is mijn oude weerstand tegen het gebruik van het Nederlands in de popmuziek volledig verdwenen.
Direct in de openingstrack viel de mooie instrumentatie me op en deze is ook in de tracks die volgen van een bijzondere schoonheid. Het is een instrumentatie waarin bijzondere klanken steeds prachtig samenvloeien en het is een instrumentatie waarin van alles gebeurt. Ik vond de muziek van Spinvis in het verleden wel eens net wat te kaal of juist te gekunsteld klinken, maar het geluid op 7.6.9.6. echt wonderschoon.
Het is een geluid dat me wel wat doet denken aan het geluid op Nacht van Henny Vrienten. Dat was, zoals de titel al doet vermoeden, een album van en voor de nacht en dat vind ik 7.6.9.6. van Spinvis ook. Zeker in de avonduren komt het nieuwe album van Spinvis makkelijk tot leven en valt keer op keer niet alleen op hoe mooi Erik de Jong zijn nieuwe album heeft ingekleurd, maar ook hoe bijzonder zijn popliedjes zijn. Het nieuwe album van Spinvis is overigens tijdens de corona pandemie gemaakt en dat hoor je. Het album klinkt vaak wat weemoedig, maar klinkt ook wat minder helder, wat een hoop huisvlijt verraadt.
Als ik luister naar 7.6.9.6. kan ik me bijna niet voorstellen dat ik tot dusver zoveel moeite had met de muziek van Spinvis, want op het nieuwe album vind ik alles mooi. En waar de popliedjes van de Nederlandse muzikant in het verleden nauwelijks één keer de aandacht vast konden houden, blijf ik dit album beluisteren en wordt het echt alleen maar mooier. Ik ben vast niet de enige die in het verleden niet goed overweg kon met de muziek van Spinvis en ik raad daarom iedereen aan om eens te luisteren naar dit prachtig ingekleurde album vol geweldige popliedjes. Erwin Zijleman
Spiritualized - And Nothing Hurt (2018)

4,5
1
geplaatst: 11 september 2018, 16:24 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spiritualized - And Nothing Hurt - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Verrassend sterke terugkeer van een band met een 90s klassieker op haar naam
De Britse band Spiritualized heeft met Ladies And Gentlemen… We Are Floating In Space een onbetwiste 90s klassieker op haar naam staan, maar wist het niveau van deze plaat helaas nooit meer te benaderen. Tot nu dan. And Nothing Hurt rijgt op buitengewoon fascinerende wijze genres aan elkaar en betovert, bedwelmt en intrigeert. De band doet dit met een plaat vol flarden van de roemruchte klassieker uit 1997, maar gelukkig slaat Spiritualized ook nieuwe wegen in en verkent het bovendien op fascinerende wijze de archieven van de popmuziek. Het levert de ijzersterke plaat op die ik echt niet meer van Spiritualized had verwacht.
In 1997 kwam ik in de lokale platenzaak Ladies And Gentlemen… We Are Floating In Space van de Britse band Spritualized tegen. Ik kocht de plaat in eerste instantie vooral vanwege de bijzondere verpakking. De plaat zag er uit als een doosje medicijnen, inclusief doordrukstrip en bijsluiter.
De derde plaat van de band rond Jason Pierce bleek echter ook in muzikaal opzicht zeer de moeite waard en groeide uit tot jaarlijstjesplaat en uiteindelijk zelfs tot een 90s klassieker.
Spiritualized maakte sindsdien nog een viertal platen, die zeker niet slecht waren, maar de pure magie van Ladies And Gentlemen… We Are Floating In Space ontbrak, waardoor geen van de platen van de band met Jason Pierce als enige constante factor echt bleef hangen.
Ik had dan ook geen hoge verwachtingen rond het vorige week verschenen And Nothing Hurt, maar wat is het een goede, nee verpletterende plaat geworden. Direct in de openingstrack A Perfect Miracle betovert Jason Pierce de luisteraar met een bijna overdadig vol klinkende track vol blazers en strijkers, maar ook een eenvoudig akkoord op de ukelele. Het doet niet alleen denken aan de muziek waarmee Spiritualized ooit opdook, maar ook flarden Mercury Rev, The Flaming Lips en Eels komen uit de speakers, net als invloeden van The Beatles en misschien nog wel meer The Kinks in hun meest psychedelische jaren.
A Perfect Miracle is een track die meedogenloos betovert en je compleet van je sokken blaast, maar ook als Spiritualized in de tweede track flink gas terug neemt en invloeden van Pink Floyd en wederom The Beatles combineert met flink wat blazers intrigeert de sprookjesachtige muziek van de band rond Jason Pierce genadeloos.
De Brit had naar verluidt geen enorm budget tot zijn bespreking, maar dat is geen moment te horen op And Nothing Hurt. De plaat klinkt alsof tientallen muzikanten de studio in zijn gedoken en kosten nog moeite zijn gespaard om het rijke en veelkleurige geluid zo trefzeker mogelijk uit de speakers te krijgen. Het is iets wat Jason Pierce in het verleden wel deed, maar dit keer moest hij vooral vertrouwen op moderne technologie. Met succes.
Na twee tracks was ik al hopeloos verliefd op de nieuwe plaat van de band die in 1997 zo’n prachtplaat afleverde, maar And Nothing Hurt wordt alleen maar mooier en indrukwekkender. Ook als Jason Pierce het aantal toeters en bellen flink reduceert maakt hij indruk met een prachtig gitaarliedje, dat later toch weer wordt voorzien van zoveel accenten dat het je duizelt.
Overdaad schaadt, maar van overdaad is geen sprake op deze plaat. Alles lijkt functioneel en alles draagt bij aan de grootsheid van de songs op de plaat. Het is grootsheid die fraai wordt gecombineerd met melancholie, die de bijna Phil Spector achtige productie van de plaat voorziet van gevoel.
Psychedelica staat centraal op And Nothing Hurt, maar Jason Pierce sleurt er ook invloeden uit onder andere de blues, gospel, Britpop en rock bij. Alles komt met zoveel kracht en passie uit de speakers dat de spreekwoordelijke mokerslag nooit ver weg is, maar Spiritualized kan ook zomaar ingetogen en intiem klinken, of opeens zeer stevig rocken.
Qua invloeden en instrumentatie is And Nothing Hurt soms een vat vol tegenstrijdigheden, maar uiteindelijk overwint de schoonheid en die schoonheid is groot en soms bijna onwerkelijk. Ik had van Jason Pierce na al die jaren echt geen meesterwerk meer verwacht, maar de Brit heeft dit meesterwerk wel gemaakt. “A glorious sonic daydream” noemt de Britse kwaliteitskrant The Guardian het. Niets van gelogen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spiritualized - And Nothing Hurt - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Verrassend sterke terugkeer van een band met een 90s klassieker op haar naam
De Britse band Spiritualized heeft met Ladies And Gentlemen… We Are Floating In Space een onbetwiste 90s klassieker op haar naam staan, maar wist het niveau van deze plaat helaas nooit meer te benaderen. Tot nu dan. And Nothing Hurt rijgt op buitengewoon fascinerende wijze genres aan elkaar en betovert, bedwelmt en intrigeert. De band doet dit met een plaat vol flarden van de roemruchte klassieker uit 1997, maar gelukkig slaat Spiritualized ook nieuwe wegen in en verkent het bovendien op fascinerende wijze de archieven van de popmuziek. Het levert de ijzersterke plaat op die ik echt niet meer van Spiritualized had verwacht.
In 1997 kwam ik in de lokale platenzaak Ladies And Gentlemen… We Are Floating In Space van de Britse band Spritualized tegen. Ik kocht de plaat in eerste instantie vooral vanwege de bijzondere verpakking. De plaat zag er uit als een doosje medicijnen, inclusief doordrukstrip en bijsluiter.
De derde plaat van de band rond Jason Pierce bleek echter ook in muzikaal opzicht zeer de moeite waard en groeide uit tot jaarlijstjesplaat en uiteindelijk zelfs tot een 90s klassieker.
Spiritualized maakte sindsdien nog een viertal platen, die zeker niet slecht waren, maar de pure magie van Ladies And Gentlemen… We Are Floating In Space ontbrak, waardoor geen van de platen van de band met Jason Pierce als enige constante factor echt bleef hangen.
Ik had dan ook geen hoge verwachtingen rond het vorige week verschenen And Nothing Hurt, maar wat is het een goede, nee verpletterende plaat geworden. Direct in de openingstrack A Perfect Miracle betovert Jason Pierce de luisteraar met een bijna overdadig vol klinkende track vol blazers en strijkers, maar ook een eenvoudig akkoord op de ukelele. Het doet niet alleen denken aan de muziek waarmee Spiritualized ooit opdook, maar ook flarden Mercury Rev, The Flaming Lips en Eels komen uit de speakers, net als invloeden van The Beatles en misschien nog wel meer The Kinks in hun meest psychedelische jaren.
A Perfect Miracle is een track die meedogenloos betovert en je compleet van je sokken blaast, maar ook als Spiritualized in de tweede track flink gas terug neemt en invloeden van Pink Floyd en wederom The Beatles combineert met flink wat blazers intrigeert de sprookjesachtige muziek van de band rond Jason Pierce genadeloos.
De Brit had naar verluidt geen enorm budget tot zijn bespreking, maar dat is geen moment te horen op And Nothing Hurt. De plaat klinkt alsof tientallen muzikanten de studio in zijn gedoken en kosten nog moeite zijn gespaard om het rijke en veelkleurige geluid zo trefzeker mogelijk uit de speakers te krijgen. Het is iets wat Jason Pierce in het verleden wel deed, maar dit keer moest hij vooral vertrouwen op moderne technologie. Met succes.
Na twee tracks was ik al hopeloos verliefd op de nieuwe plaat van de band die in 1997 zo’n prachtplaat afleverde, maar And Nothing Hurt wordt alleen maar mooier en indrukwekkender. Ook als Jason Pierce het aantal toeters en bellen flink reduceert maakt hij indruk met een prachtig gitaarliedje, dat later toch weer wordt voorzien van zoveel accenten dat het je duizelt.
Overdaad schaadt, maar van overdaad is geen sprake op deze plaat. Alles lijkt functioneel en alles draagt bij aan de grootsheid van de songs op de plaat. Het is grootsheid die fraai wordt gecombineerd met melancholie, die de bijna Phil Spector achtige productie van de plaat voorziet van gevoel.
Psychedelica staat centraal op And Nothing Hurt, maar Jason Pierce sleurt er ook invloeden uit onder andere de blues, gospel, Britpop en rock bij. Alles komt met zoveel kracht en passie uit de speakers dat de spreekwoordelijke mokerslag nooit ver weg is, maar Spiritualized kan ook zomaar ingetogen en intiem klinken, of opeens zeer stevig rocken.
Qua invloeden en instrumentatie is And Nothing Hurt soms een vat vol tegenstrijdigheden, maar uiteindelijk overwint de schoonheid en die schoonheid is groot en soms bijna onwerkelijk. Ik had van Jason Pierce na al die jaren echt geen meesterwerk meer verwacht, maar de Brit heeft dit meesterwerk wel gemaakt. “A glorious sonic daydream” noemt de Britse kwaliteitskrant The Guardian het. Niets van gelogen. Erwin Zijleman
Spiritualized - Everything Was Beautiful (2022)

4,5
1
geplaatst: 27 april 2022, 15:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spiritualized - Everything Was Beautiful - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spiritualized - Everything Was Beautiful
Spiritualized leverde met het uit 1997 stammende Ladies And Gentlemen... We Are Floating In Space haar meesterwerk af, maar wat komt het deze week verschenen Everything Was Beautiful dicht in de buurt
Ik was vier jaar geleden diep onder de indruk van And Nothing Hurt van de Britse band Spiritualized. Het deze week verschenen Everything Was Beautiful stamt uit dezelfde periode en is misschien nog wel indrukwekkender. Ook op haar nieuwe album pakt de band rond Jason Pierce flink uit met strijkers, blazers en koortjes, maar het album bevat ook een aantal behoorlijk compacte songs, al is dat in het geval van de Britse band een relatief begrip. Spiritualized was de goede vorm een aantal jaren kwijt, maar zowel And Nothing Hurt en Everything Was Beautiful doen echt niet onder voor het onbetwiste meesterwerk van de band uit 1997.
Bij de Britse band Spiritualized denk ik in eerste instantie aan het prachtige Ladies And Gentlemen... We Are Floating In Space uit 1997. Het album viel destijds niet alleen op door de zeer originele verpakking (een doosje medicijnen, inclusief bijsluiter en de cd in een doordrukstrip) maar maakte ook in muzikaal opzicht indruk. De band rond Jason Pierce fascineerde op haar derde album met een 70 minuten durende en hypnotiserende luistertrip die bol stond van de invloeden.
Het album werd voorzien van het etiket psychedelica, maar Ladies And Gentlemen... We Are Floating In Space bevatte ook invloeden uit de shoegaze, spacerock, jazz, dreampop, post-rock, noiserock en gospel, waarmee ik overigens nog niet alle invloeden die zijn te horen op het album heb genoemd. Dit alles werd ook nog eens overgoten met een Phil Spector achtige productie, wat een imposant klinkend album opleverde.
Na deze 90s klassieker raakte de Britse band bij mij wat uit beeld, maar het in 2018 verschenen And Nothing Hurt bleek een enorme verrassing. Op And Nothing Hurt borduurden Jason Pierce en zijn medemuzikanten niet alleen voort op het vroege werk van de band, maar werden bovendien zowel invloeden uit de neo-psychedelica als invloeden uit het psychedelisch getinte werk van bands als Pink Floyd, The Beatles en vooral The Kinks geïntegreerd. Het leverde een onverwacht, maar wat mij betreft onbetwist jaarlijstjesalbum op.
Alle reden dus om met hoge verwachtingen uit te kijken naar Everything Was Beautiful, dat twee keer werd uitgesteld, maar nu gelukkig dan eindelijk is verschenen. Het nieuwe album van de band rond Jason Pierce bevat slechts zeven tracks, maar deze zijn gezamenlijk wel goed voor bijna 45 minuten muziek.
De tracks op het album stammen uit dezelfde periode als de tracks op voorganger And Nothing Hurt en hier en daar lees ik dat het oorspronkelijk de bedoeling was om de albums gezamenlijk uit te brengen als dubbelalbum. Everything Was Beautiful is in ieder geval nauw verbonden met zijn voorganger en dat is gezien de kwaliteit van deze voorganger goed nieuws. Nog beter nieuws is het feit dat ik het nieuwe album van Spiritualized misschien nog wel indrukwekkender vind dan deze voorganger.
Ook Everything Was Beautiful grijpt terug op de gloriedagen van Ladies And Gentlemen... We Are Floating In Space., maar net als And Nothing Hurt duikt ook Everything Was Beautiful dieper in de archieven van de Britse psychedelica. De muziek van Spiritualized klinkt ook dit keer lekker vol, met hier en daar een verwijzing naar Phil Spector, en ook Everything Was Beautiful is weer een bezwerende of zelfs hypnotiserende luistertrip, al komt Jason Pierce dit keer dichter dan ooit bij de redelijk toegankelijke rocksong in de buurt en draait hij ook zijn hand niet om voor een country duet (met Nikki Lane).
Het zijn songs waarvoor alles uit de kast is getrokken. Jason Pierce huurde eindeloos studio’s af, nodigde hordes gastmuzikanten uit en pakt uit met blazers, strijkers en koortjes. Het zou voor de meeste bands al snel veel te veel zijn, maar op Everything Was Beautiful valt alles keurig op zijn plek.
“A glorious sonic daydream” noemde de Britse kwaliteitskrant The Guardian het vorige album, terwijl de nieuwe worp wordt omschreven als “a sweet din of magnificent melodies”. Er is wederom niets van gelogen. Het einde van Spiritualized is al vaak aangekondigd, maar op Everything Was Beautiful presteert de band echt op de toppen van haar kunnen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spiritualized - Everything Was Beautiful - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spiritualized - Everything Was Beautiful
Spiritualized leverde met het uit 1997 stammende Ladies And Gentlemen... We Are Floating In Space haar meesterwerk af, maar wat komt het deze week verschenen Everything Was Beautiful dicht in de buurt
Ik was vier jaar geleden diep onder de indruk van And Nothing Hurt van de Britse band Spiritualized. Het deze week verschenen Everything Was Beautiful stamt uit dezelfde periode en is misschien nog wel indrukwekkender. Ook op haar nieuwe album pakt de band rond Jason Pierce flink uit met strijkers, blazers en koortjes, maar het album bevat ook een aantal behoorlijk compacte songs, al is dat in het geval van de Britse band een relatief begrip. Spiritualized was de goede vorm een aantal jaren kwijt, maar zowel And Nothing Hurt en Everything Was Beautiful doen echt niet onder voor het onbetwiste meesterwerk van de band uit 1997.
Bij de Britse band Spiritualized denk ik in eerste instantie aan het prachtige Ladies And Gentlemen... We Are Floating In Space uit 1997. Het album viel destijds niet alleen op door de zeer originele verpakking (een doosje medicijnen, inclusief bijsluiter en de cd in een doordrukstrip) maar maakte ook in muzikaal opzicht indruk. De band rond Jason Pierce fascineerde op haar derde album met een 70 minuten durende en hypnotiserende luistertrip die bol stond van de invloeden.
Het album werd voorzien van het etiket psychedelica, maar Ladies And Gentlemen... We Are Floating In Space bevatte ook invloeden uit de shoegaze, spacerock, jazz, dreampop, post-rock, noiserock en gospel, waarmee ik overigens nog niet alle invloeden die zijn te horen op het album heb genoemd. Dit alles werd ook nog eens overgoten met een Phil Spector achtige productie, wat een imposant klinkend album opleverde.
Na deze 90s klassieker raakte de Britse band bij mij wat uit beeld, maar het in 2018 verschenen And Nothing Hurt bleek een enorme verrassing. Op And Nothing Hurt borduurden Jason Pierce en zijn medemuzikanten niet alleen voort op het vroege werk van de band, maar werden bovendien zowel invloeden uit de neo-psychedelica als invloeden uit het psychedelisch getinte werk van bands als Pink Floyd, The Beatles en vooral The Kinks geïntegreerd. Het leverde een onverwacht, maar wat mij betreft onbetwist jaarlijstjesalbum op.
Alle reden dus om met hoge verwachtingen uit te kijken naar Everything Was Beautiful, dat twee keer werd uitgesteld, maar nu gelukkig dan eindelijk is verschenen. Het nieuwe album van de band rond Jason Pierce bevat slechts zeven tracks, maar deze zijn gezamenlijk wel goed voor bijna 45 minuten muziek.
De tracks op het album stammen uit dezelfde periode als de tracks op voorganger And Nothing Hurt en hier en daar lees ik dat het oorspronkelijk de bedoeling was om de albums gezamenlijk uit te brengen als dubbelalbum. Everything Was Beautiful is in ieder geval nauw verbonden met zijn voorganger en dat is gezien de kwaliteit van deze voorganger goed nieuws. Nog beter nieuws is het feit dat ik het nieuwe album van Spiritualized misschien nog wel indrukwekkender vind dan deze voorganger.
Ook Everything Was Beautiful grijpt terug op de gloriedagen van Ladies And Gentlemen... We Are Floating In Space., maar net als And Nothing Hurt duikt ook Everything Was Beautiful dieper in de archieven van de Britse psychedelica. De muziek van Spiritualized klinkt ook dit keer lekker vol, met hier en daar een verwijzing naar Phil Spector, en ook Everything Was Beautiful is weer een bezwerende of zelfs hypnotiserende luistertrip, al komt Jason Pierce dit keer dichter dan ooit bij de redelijk toegankelijke rocksong in de buurt en draait hij ook zijn hand niet om voor een country duet (met Nikki Lane).
Het zijn songs waarvoor alles uit de kast is getrokken. Jason Pierce huurde eindeloos studio’s af, nodigde hordes gastmuzikanten uit en pakt uit met blazers, strijkers en koortjes. Het zou voor de meeste bands al snel veel te veel zijn, maar op Everything Was Beautiful valt alles keurig op zijn plek.
“A glorious sonic daydream” noemde de Britse kwaliteitskrant The Guardian het vorige album, terwijl de nieuwe worp wordt omschreven als “a sweet din of magnificent melodies”. Er is wederom niets van gelogen. Het einde van Spiritualized is al vaak aangekondigd, maar op Everything Was Beautiful presteert de band echt op de toppen van haar kunnen. Erwin Zijleman
Spoon - Lucifer on the Sofa (2022)

4,0
0
geplaatst: 16 februari 2022, 12:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spoon - Lucifer On The Sofa - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spoon - Lucifer On The Sofa
De Amerikaanse band Spoon draait inmiddels al heel wat jaren mee, maar heeft nog nooit een slecht album gemaakt en doet dat ook nu niet, want ook Lucifer On The Sofa is weer van een bijzonder hoge kwaliteit
Het lijkt bijna makkelijk hoe Spoon de nagenoeg perfecte pop- en rocksongs uit de hoge hoed tovert en aanstekelijke songs combineert met hoge kwaliteit. Het was tot dusver niet genoeg om de band te scharen onder de grootste rockbands van dit moment en dat gaat ook niet gebeuren met Lucifer On The Sofa, maar die grootste rockbands van het moment kunnen een puntje zuigen aan het tiende studioalbum van de band uit Austin, Texas. Direct vanaf de eerste noten klinkt het allemaal bijzonder lekker, maar Spoon kiest nooit voor de makkelijkste weg. Lucifer On The Sofa is een album dat onmiddellijk vermaakt, maar dat ook nog veel moois gaat laten horen. Wat een topband.
Wanneer ik een lijstje moet maken met mijn favoriete bands aller tijden, denk ik niet in eerste instantie aan de Amerikaanse band Spoon. Ook niet in tweede en derde instantie overigens en ik heb het idee dat dit niet alleen voor mij geldt. De band is de kleine zalen nog niet ontgroeid en ook in jaarlijstjes kom je Spoon maar zelden tegen.
De band uit Austin, Texas, debuteerde in 1996 en brengt deze week met Lucifer On The Sofa haar tiende studioalbum uit. Het gekke met Spoon is dat de band nog nooit een slecht album heeft gemaakt, maar ook nog geen album dat de band heeft geschaard onder de allergrootste Amerikaanse rockbands.
Dat laatste suggereert misschien dat Spoon behoort tot de middenmoot met vooral middelmatige albums, maar dat is zeker niet het geval. Alle albums die de Amerikaanse band heeft gemaakt zijn goed tot heel goed en ze zijn zo constant dat het lastig kiezen is tussen deze albums. Als het echt moet twijfel ik tussen Girls Can Tell uit 2001 en Ga Ga Ga Ga Ga uit 2007, maar het verschil met de andere albums van de Texaanse band is minimaal.
Ook het deze week verschenen Lucifer On The Sofa is weer een typisch Spoon album en het is een heel goed album. Het is een album dat is gevuld met lekker in het gehoor liggende pop- en rocksongs, maar het zijn zeker geen dertien in een dozijn pop- en rocksongs. Ook op haar tiende album stopt de Amerikaanse band haar songs vol met verrassende wendingen, zonder dat dit ten koste gaat van de aanstekelijkheid van de songs.
De band bestaat uit een stel prima muzikanten, met name het gitaarwerk is dik in orde en ook in vocaal opzicht is er niets aan te merken op de muziek van Spoon. Ook Lucifer On The Sofa is tenslotte weer een lekker veelzijdig album dat zich met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de rockmuziek beweegt en het is bovendien een album dat is voorzien van de energie die Spoon ook op het podium laat horen.
Net als alle vorige albums van Spoon is ook Lucifer On The Sofa een album dat heerlijk vermaakt, wat meer richting rock neigt en bijna veertig minuten pure klasse laat horen, maar toch vind ik het ook dit keer lastig om uit te leggen wat de albums van Spoon nu zo goed maakt. Net zoals alle vorige keren.
De band uit Austin schudt de bijzonder lekker in het gehoor liggende pop- en rocksongs bijna achteloos uit de mouw, waardoor het maken van een Spoon album bijna makkelijk lijkt. Dat is het natuurlijk niet. Lucifer On The Sofa is een album dat kwaliteit ademt. Alle songs op het album zorgen direct bij eerste beluistering voor een goed gevoel, maar het zijn ook songs die bij herhaalde beluistering nog een tijdje nieuwe dingen laten horen.
Spoon is een geweldige liveband en op haar nieuwe album brengt de band haar geluid van het podium naar de woonkamer. Dat is bijna veertig minuten genieten, maar vergeet vooral niet om goed te luisteren naar al het moois dat Spoon heeft verstopt op dit album, want het is allemaal een stuk verfijnder dan het lijkt.
Als ik morgen wordt gevraagd om een lijstje te maken met mijn favoriete bands aller tijden, is de kans groot dat ik Spoon weer ga vergeten, maar een band die topalbums als Lucifer On The Sofa kan maken verdient een beter lot dan dat. Iedereen die nog nooit naar een album van Spoon heeft geluisterd moet dit nieuwe album zeker eens proberen. Iedereen die de eerdere albums van de band kent, weet precies wat je kunt verwachten op Lucifer On The Sofa, dat net als alle voorgangers het kwaliteitsstempel van de Amerikaanse band draagt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spoon - Lucifer On The Sofa - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Spoon - Lucifer On The Sofa
De Amerikaanse band Spoon draait inmiddels al heel wat jaren mee, maar heeft nog nooit een slecht album gemaakt en doet dat ook nu niet, want ook Lucifer On The Sofa is weer van een bijzonder hoge kwaliteit
Het lijkt bijna makkelijk hoe Spoon de nagenoeg perfecte pop- en rocksongs uit de hoge hoed tovert en aanstekelijke songs combineert met hoge kwaliteit. Het was tot dusver niet genoeg om de band te scharen onder de grootste rockbands van dit moment en dat gaat ook niet gebeuren met Lucifer On The Sofa, maar die grootste rockbands van het moment kunnen een puntje zuigen aan het tiende studioalbum van de band uit Austin, Texas. Direct vanaf de eerste noten klinkt het allemaal bijzonder lekker, maar Spoon kiest nooit voor de makkelijkste weg. Lucifer On The Sofa is een album dat onmiddellijk vermaakt, maar dat ook nog veel moois gaat laten horen. Wat een topband.
Wanneer ik een lijstje moet maken met mijn favoriete bands aller tijden, denk ik niet in eerste instantie aan de Amerikaanse band Spoon. Ook niet in tweede en derde instantie overigens en ik heb het idee dat dit niet alleen voor mij geldt. De band is de kleine zalen nog niet ontgroeid en ook in jaarlijstjes kom je Spoon maar zelden tegen.
De band uit Austin, Texas, debuteerde in 1996 en brengt deze week met Lucifer On The Sofa haar tiende studioalbum uit. Het gekke met Spoon is dat de band nog nooit een slecht album heeft gemaakt, maar ook nog geen album dat de band heeft geschaard onder de allergrootste Amerikaanse rockbands.
Dat laatste suggereert misschien dat Spoon behoort tot de middenmoot met vooral middelmatige albums, maar dat is zeker niet het geval. Alle albums die de Amerikaanse band heeft gemaakt zijn goed tot heel goed en ze zijn zo constant dat het lastig kiezen is tussen deze albums. Als het echt moet twijfel ik tussen Girls Can Tell uit 2001 en Ga Ga Ga Ga Ga uit 2007, maar het verschil met de andere albums van de Texaanse band is minimaal.
Ook het deze week verschenen Lucifer On The Sofa is weer een typisch Spoon album en het is een heel goed album. Het is een album dat is gevuld met lekker in het gehoor liggende pop- en rocksongs, maar het zijn zeker geen dertien in een dozijn pop- en rocksongs. Ook op haar tiende album stopt de Amerikaanse band haar songs vol met verrassende wendingen, zonder dat dit ten koste gaat van de aanstekelijkheid van de songs.
De band bestaat uit een stel prima muzikanten, met name het gitaarwerk is dik in orde en ook in vocaal opzicht is er niets aan te merken op de muziek van Spoon. Ook Lucifer On The Sofa is tenslotte weer een lekker veelzijdig album dat zich met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de rockmuziek beweegt en het is bovendien een album dat is voorzien van de energie die Spoon ook op het podium laat horen.
Net als alle vorige albums van Spoon is ook Lucifer On The Sofa een album dat heerlijk vermaakt, wat meer richting rock neigt en bijna veertig minuten pure klasse laat horen, maar toch vind ik het ook dit keer lastig om uit te leggen wat de albums van Spoon nu zo goed maakt. Net zoals alle vorige keren.
De band uit Austin schudt de bijzonder lekker in het gehoor liggende pop- en rocksongs bijna achteloos uit de mouw, waardoor het maken van een Spoon album bijna makkelijk lijkt. Dat is het natuurlijk niet. Lucifer On The Sofa is een album dat kwaliteit ademt. Alle songs op het album zorgen direct bij eerste beluistering voor een goed gevoel, maar het zijn ook songs die bij herhaalde beluistering nog een tijdje nieuwe dingen laten horen.
Spoon is een geweldige liveband en op haar nieuwe album brengt de band haar geluid van het podium naar de woonkamer. Dat is bijna veertig minuten genieten, maar vergeet vooral niet om goed te luisteren naar al het moois dat Spoon heeft verstopt op dit album, want het is allemaal een stuk verfijnder dan het lijkt.
Als ik morgen wordt gevraagd om een lijstje te maken met mijn favoriete bands aller tijden, is de kans groot dat ik Spoon weer ga vergeten, maar een band die topalbums als Lucifer On The Sofa kan maken verdient een beter lot dan dat. Iedereen die nog nooit naar een album van Spoon heeft geluisterd moet dit nieuwe album zeker eens proberen. Iedereen die de eerdere albums van de band kent, weet precies wat je kunt verwachten op Lucifer On The Sofa, dat net als alle voorgangers het kwaliteitsstempel van de Amerikaanse band draagt. Erwin Zijleman
Spoon - They Want My Soul (2014)

4,5
0
geplaatst: 22 augustus 2014, 12:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Spoon - They Want My Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wat is het een fantastisch oeuvre dat de uit Austin, Texas, afkomstige band Spoon inmiddels op haar naam heeft staan. Het is een oeuvre dat de meeste andere rockbands waarschijnlijk al lang in de grote arena’s en stadions had gebracht, maar Spoon is nog altijd een relatief kleine band, zeker in Nederland.
De band is misschien niet meer zo productief als in haar beginjaren en viel een jaar of vier geleden toch wat tegen met haar vorige plaat Transference, maar met haar nieuwe plaat They Want My Soul laat Spoon horen dat het het maken van onweerstaanbare maar tegelijkertijd inventieve rockmuziek nog altijd niet verleerd is.
Het is rockmuziek die het beste van een aantal decennia rockmuziek lijkt te combineren, maar tegelijkertijd fris en eigenzinnig klinkt. They Want My Soul klinkt hierdoor enerzijds als een omgevallen platenkast, maar hiernaast minstens net zoveel als Spoon. De omgevallen platenkast hoor je direct in de openingstrack. Spoon opent als The Rolling Stones in hun beste jaren, schakelt vervolgens over naar Red Hot Chili Peppers en komt uiteindelijk via 10CC in topvorm toch weer bij Spoon uit.
Deze veelkleurigheid hoor je eigenlijk in alle tracks op de plaat. Spoon houdt van monumentale gitaarriffs, maar kleurt haar muziek net zo makkelijk in met dromerige elektronische soundscapes. Spoon houdt van aanstekelijke melodieën, maar is ook niet vies van naar Krautrock neigende experimenten. They Want My Soul is hierdoor een plaat die direct aanmoedigt tot meedeinen op de aangename en aanstekelijke klanken, maar het is ook een plaat die aanvoelt als een ontdekkingsreis langs steeds weer nieuwe maar altijd adembenemende bestemmingen vol verrassende wendingen.
Op haar vorige plaat klonk Spoon zoals gezegd net wat minder geïnspireerd, maar They Want My Soul is er weer een die zich kan meten met de Spoon klassiekers uit het verleden. They Want My Soul is hoorbaar gemaakt met veel plezier, waardoor de chemie tussen de bandleden weer helemaal terug is en de songs stuk voor stuk naar een hoger plan worden getild.
They Want My Soul is een plaat die zoals gezegd associaties oproept met een omgevallen platenkast, maar op hetzelfde moment ken ik eigenlijk geen enkele andere band als Spoon. De muziek van Spoon is een veelkleurige lappendeken, maar het is ook muziek die ondanks zijn grote diversiteit klinkt als een eenheid. Hierbij speelt de fantastische productie van Joe Chiccarelli (My Morning Jacket) en Dave Fridmann (The Flaming Lips) ongetwijfeld een belangrijke rol, want wat klinkt de nieuwe plaat van Spoon strak en urgent. Het is een bij vlagen volle productie, maar iedere noot lijkt functioneel.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, maar het meest ben ik toch weer onder de indruk van de vocalen van Britt Daniel die dit keer het beste van Anthony Kiedis, John Lennon en Kurt Cobain lijkt te verenigen.
They Want My Soul is al met al een mooie en waardevolle aanvulling op het al zo indrukwekkende oeuvre van Spoon. Iedereen die dit oeuvre kent weet inmiddels dat They Want My Soul in de categorie ‘verplichte aanschaf’ valt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Spoon - They Want My Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Wat is het een fantastisch oeuvre dat de uit Austin, Texas, afkomstige band Spoon inmiddels op haar naam heeft staan. Het is een oeuvre dat de meeste andere rockbands waarschijnlijk al lang in de grote arena’s en stadions had gebracht, maar Spoon is nog altijd een relatief kleine band, zeker in Nederland.
De band is misschien niet meer zo productief als in haar beginjaren en viel een jaar of vier geleden toch wat tegen met haar vorige plaat Transference, maar met haar nieuwe plaat They Want My Soul laat Spoon horen dat het het maken van onweerstaanbare maar tegelijkertijd inventieve rockmuziek nog altijd niet verleerd is.
Het is rockmuziek die het beste van een aantal decennia rockmuziek lijkt te combineren, maar tegelijkertijd fris en eigenzinnig klinkt. They Want My Soul klinkt hierdoor enerzijds als een omgevallen platenkast, maar hiernaast minstens net zoveel als Spoon. De omgevallen platenkast hoor je direct in de openingstrack. Spoon opent als The Rolling Stones in hun beste jaren, schakelt vervolgens over naar Red Hot Chili Peppers en komt uiteindelijk via 10CC in topvorm toch weer bij Spoon uit.
Deze veelkleurigheid hoor je eigenlijk in alle tracks op de plaat. Spoon houdt van monumentale gitaarriffs, maar kleurt haar muziek net zo makkelijk in met dromerige elektronische soundscapes. Spoon houdt van aanstekelijke melodieën, maar is ook niet vies van naar Krautrock neigende experimenten. They Want My Soul is hierdoor een plaat die direct aanmoedigt tot meedeinen op de aangename en aanstekelijke klanken, maar het is ook een plaat die aanvoelt als een ontdekkingsreis langs steeds weer nieuwe maar altijd adembenemende bestemmingen vol verrassende wendingen.
Op haar vorige plaat klonk Spoon zoals gezegd net wat minder geïnspireerd, maar They Want My Soul is er weer een die zich kan meten met de Spoon klassiekers uit het verleden. They Want My Soul is hoorbaar gemaakt met veel plezier, waardoor de chemie tussen de bandleden weer helemaal terug is en de songs stuk voor stuk naar een hoger plan worden getild.
They Want My Soul is een plaat die zoals gezegd associaties oproept met een omgevallen platenkast, maar op hetzelfde moment ken ik eigenlijk geen enkele andere band als Spoon. De muziek van Spoon is een veelkleurige lappendeken, maar het is ook muziek die ondanks zijn grote diversiteit klinkt als een eenheid. Hierbij speelt de fantastische productie van Joe Chiccarelli (My Morning Jacket) en Dave Fridmann (The Flaming Lips) ongetwijfeld een belangrijke rol, want wat klinkt de nieuwe plaat van Spoon strak en urgent. Het is een bij vlagen volle productie, maar iedere noot lijkt functioneel.
In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, maar het meest ben ik toch weer onder de indruk van de vocalen van Britt Daniel die dit keer het beste van Anthony Kiedis, John Lennon en Kurt Cobain lijkt te verenigen.
They Want My Soul is al met al een mooie en waardevolle aanvulling op het al zo indrukwekkende oeuvre van Spoon. Iedereen die dit oeuvre kent weet inmiddels dat They Want My Soul in de categorie ‘verplichte aanschaf’ valt. Erwin Zijleman
SPRINTS - Letter to Self (2024)

4,5
6
geplaatst: 6 januari 2024, 11:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: SPRINTS - Letter To Self - dekrentenuitdepop.blogspot.com
SPRINTS - Letter To Self
De Ierse band SPRINT opent het muziekjaar 2024 met haar debuutalbum Letter To Self en het is een overrompelend goed debuutalbum, dat overloopt van energie en urgentie en vol staat met geweldige songs
De Britse muziekpers creëert aan het begin van 2024 een ware hype rond de Ierse band SPRINTS. Dat betekent meestal dat er niet zo veel bijzonders aan de hand is, maar de band uit Dublin heeft met Letter To Self echt een geweldig album afgeleverd. SPRINTS kan uit de voeten met postpunk, maar schuift minstens net zo vaak op richting indierock, garagerock of punk. Letter To Self maakt indruk met fantastisch gitaarwerk en met de alle kanten op schietende zang van Karla Chubb, die kan praten, zingen en schreeuwen, maar het debuutalbum van SPRINTS is ook een album met een aantal direct memorabele songs en een album waar de energie van af spat. Een prachtige start van het muziekjaar 2024!
Een deel van de Britse muziekpers heeft het in de allereerste week van 2024 al serieus over het album van het jaar. Het is een album dat uitvoerig de hemel in wordt geprezen, waarbij superlatieven niet worden geschuwd en waarbij driftig wordt gestrooid met grote namen. Het gaat allemaal om Letter To Self van de Ierse band SPRINTS (met hoofdletters). Na twee veelbelovende EP’s en het opbouwen van een uitstekende live-reputatie, is het helemaal aan het begin van 2024 tijd voor het langverwachte debuutalbum van de Ierse band.
Door de zorgvuldig gecreëerde hype begon ik met enige scepsis aan het album van de band uit Dublin, maar deze scepsis verdween al snel als sneeuw voor de zon. SPRINTS krijgt onder andere het label postpunk opgeplakt en hoewel dit niet helemaal ten onrechte is, klinkt de band uit Dublin zeker niet hetzelfde als al die andere postpunk bands die de afgelopen jaren zijn opgedoken, onder andere uit de Ierse hoofdstad, die dankzij Fontaines D.C. en The Murder Capital uitgroeide tot de hoofdstad van de postpunk.
SPRINTS overtuigde me niet direct, want wanneer in het eerste deel van de openingstrack staccato gitaarakkoorden worden gecombineerd met dwingende basloopjes, wat nerveuze drums en wat onvaste praatzang klinkt de muziek van SPRINTS nog niet heel onderscheidend. Halverwege de openingstrack trapt de Ierse band het gaspedaal echter volledig in en verlaat het de gebaande paden van de postpunk om ergens tussen garagerock, punk en indierock uit te komen.
Frontvrouw Karla Chubb laat horen dat ze ook kan zingen en SPRINTS verrast vrijwel direct met geweldige gitaarriffs, die hier en daar herinneren aan het gitaarwerk van The Edge in zijn jonge jaren, maar dan wat minder geremd, en zo nu en dan met uithalen die flink kunnen ontsporen. De ritmesectie blijft het postpunk keurslijf nog even trouw, maar alles bij elkaar genomen klinkt Letter To Self al snel een stuk spannender dan vrijwel alle postpunk albums die vorig jaar zijn verschenen.
Het is voor een belangrijk deel de verdienste van Karla Chubb, die niet alleen de meeste vocalen voor haar rekening neemt, maar ook de belangrijkste songwriter van de band is en een deel van het gitaarwerk voor haar rekening neemt. De Ierse muzikante vertrouwt deels op praatzang, maar kan ook echt zingen en kan het bovendien heerlijk uitschreeuwen. Het voorziet Letter To Self van heel veel energie en die energie wordt versterkt door het al eerder genoemde geweldige gitaarwerk op het album.
Het is gitaarwerk dat de muziek van SPRINTS ook de kant van de indierock, noiserock, punk of garagerock opduwt, waardoor de band uit Dublin zich definitief ontworstelt aan het hokje postpunk. Het is gitaarwerk dat behoorlijk rauw stevig kan klinken, maar het veelkleurige gitaarwerk op Letter To Self kan bij vlagen ook bijna minimalistisch klinken en herinneren aan het briljante debuutalbum van Young Marble Giants om niet veel later weer een compleet andere kant op te schieten.
Wanneer wolken postpunk overdrijven op Letter To Self raakt SPRINTS aan Siouxsie & The Banshees, maar minstens net zo vaak hoor ik flarden van een jonge PJ Harvey of domineren invloeden uit de 90s indierock. Hole, Elastica en Pixies komen ook voorbij, maar SPRINTS blijft ook zichzelf, waardoor het de vergelijking met anderen al snel ontstijgt.
Elf songs lang staat SPRINTS garant voor een enorme dosis passie, energie en urgentie, maar de Ierse band maakt ook indruk met de ene na de andere geweldige song, die stuk voor stuk makkelijk blijven hangen. Ik ga het in de eerste week van het jaar echt nog niet over jaarlijstjes hebben, maar dat het muziekjaar 2024 fantastisch is gestart met Letter To Self van SPRINTS is ook wat mij betreft zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: SPRINTS - Letter To Self - dekrentenuitdepop.blogspot.com
SPRINTS - Letter To Self
De Ierse band SPRINT opent het muziekjaar 2024 met haar debuutalbum Letter To Self en het is een overrompelend goed debuutalbum, dat overloopt van energie en urgentie en vol staat met geweldige songs
De Britse muziekpers creëert aan het begin van 2024 een ware hype rond de Ierse band SPRINTS. Dat betekent meestal dat er niet zo veel bijzonders aan de hand is, maar de band uit Dublin heeft met Letter To Self echt een geweldig album afgeleverd. SPRINTS kan uit de voeten met postpunk, maar schuift minstens net zo vaak op richting indierock, garagerock of punk. Letter To Self maakt indruk met fantastisch gitaarwerk en met de alle kanten op schietende zang van Karla Chubb, die kan praten, zingen en schreeuwen, maar het debuutalbum van SPRINTS is ook een album met een aantal direct memorabele songs en een album waar de energie van af spat. Een prachtige start van het muziekjaar 2024!
Een deel van de Britse muziekpers heeft het in de allereerste week van 2024 al serieus over het album van het jaar. Het is een album dat uitvoerig de hemel in wordt geprezen, waarbij superlatieven niet worden geschuwd en waarbij driftig wordt gestrooid met grote namen. Het gaat allemaal om Letter To Self van de Ierse band SPRINTS (met hoofdletters). Na twee veelbelovende EP’s en het opbouwen van een uitstekende live-reputatie, is het helemaal aan het begin van 2024 tijd voor het langverwachte debuutalbum van de Ierse band.
Door de zorgvuldig gecreëerde hype begon ik met enige scepsis aan het album van de band uit Dublin, maar deze scepsis verdween al snel als sneeuw voor de zon. SPRINTS krijgt onder andere het label postpunk opgeplakt en hoewel dit niet helemaal ten onrechte is, klinkt de band uit Dublin zeker niet hetzelfde als al die andere postpunk bands die de afgelopen jaren zijn opgedoken, onder andere uit de Ierse hoofdstad, die dankzij Fontaines D.C. en The Murder Capital uitgroeide tot de hoofdstad van de postpunk.
SPRINTS overtuigde me niet direct, want wanneer in het eerste deel van de openingstrack staccato gitaarakkoorden worden gecombineerd met dwingende basloopjes, wat nerveuze drums en wat onvaste praatzang klinkt de muziek van SPRINTS nog niet heel onderscheidend. Halverwege de openingstrack trapt de Ierse band het gaspedaal echter volledig in en verlaat het de gebaande paden van de postpunk om ergens tussen garagerock, punk en indierock uit te komen.
Frontvrouw Karla Chubb laat horen dat ze ook kan zingen en SPRINTS verrast vrijwel direct met geweldige gitaarriffs, die hier en daar herinneren aan het gitaarwerk van The Edge in zijn jonge jaren, maar dan wat minder geremd, en zo nu en dan met uithalen die flink kunnen ontsporen. De ritmesectie blijft het postpunk keurslijf nog even trouw, maar alles bij elkaar genomen klinkt Letter To Self al snel een stuk spannender dan vrijwel alle postpunk albums die vorig jaar zijn verschenen.
Het is voor een belangrijk deel de verdienste van Karla Chubb, die niet alleen de meeste vocalen voor haar rekening neemt, maar ook de belangrijkste songwriter van de band is en een deel van het gitaarwerk voor haar rekening neemt. De Ierse muzikante vertrouwt deels op praatzang, maar kan ook echt zingen en kan het bovendien heerlijk uitschreeuwen. Het voorziet Letter To Self van heel veel energie en die energie wordt versterkt door het al eerder genoemde geweldige gitaarwerk op het album.
Het is gitaarwerk dat de muziek van SPRINTS ook de kant van de indierock, noiserock, punk of garagerock opduwt, waardoor de band uit Dublin zich definitief ontworstelt aan het hokje postpunk. Het is gitaarwerk dat behoorlijk rauw stevig kan klinken, maar het veelkleurige gitaarwerk op Letter To Self kan bij vlagen ook bijna minimalistisch klinken en herinneren aan het briljante debuutalbum van Young Marble Giants om niet veel later weer een compleet andere kant op te schieten.
Wanneer wolken postpunk overdrijven op Letter To Self raakt SPRINTS aan Siouxsie & The Banshees, maar minstens net zo vaak hoor ik flarden van een jonge PJ Harvey of domineren invloeden uit de 90s indierock. Hole, Elastica en Pixies komen ook voorbij, maar SPRINTS blijft ook zichzelf, waardoor het de vergelijking met anderen al snel ontstijgt.
Elf songs lang staat SPRINTS garant voor een enorme dosis passie, energie en urgentie, maar de Ierse band maakt ook indruk met de ene na de andere geweldige song, die stuk voor stuk makkelijk blijven hangen. Ik ga het in de eerste week van het jaar echt nog niet over jaarlijstjes hebben, maar dat het muziekjaar 2024 fantastisch is gestart met Letter To Self van SPRINTS is ook wat mij betreft zeker. Erwin Zijleman
Squirrel Flower - Live at Top Note Theatre (2025)

4,0
0
geplaatst: 1 juni 2025, 11:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Squirrel Flower - Live At Top Note Theatre - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Squirrel Flower - Live At Top Note Theatre
Squirrel Flower heeft al een aantal uitstekende albums op haar naam staan en maakt nu indruk met een live album waarop ze alleen met haar elektrische gitaar en haar stem op indringende wijze haar songs vertolkt
De Amerikaanse muzikante Ella Williams maakte de afgelopen jaren een aantal uitstekende albums onder de naam Squirrel Flowers. Het zijn albums die nog wel wat breder opgepikt hadden mogen worden, maar die terecht konden rekenen op zeer positieve recensies. Dat Ella Williams ook op het podium indruk kan maken is te horen op het deze week verschenen live-album Live At Top Note Theatre. Om haar tienjarig jubileum in de muziek te vieren stond Squirrel Flower in Chicago op het podium voor een indrukwekkend concert. De Amerikaanse muzikante nam alleen haar elektrische gitaar mee, wat zorgt voor een sober maar zeer trefzeker geluid. Het wordt nog wat indrukwekkender door de geweldige stem van Ella Williams.
Toen ik jong was ging er voor mij echt niets boven een live-album en bij voorkeur een dubbel live-album. Het waren de albums waarop de rockbands die ik destijds adoreerde wat mij betreft op hun best waren. Een live-album was een aantal decennia geleden ook iets magisch, want je kreeg niet vaak de kans om jouw muzikale helden live te zien, maar een live-album bracht deze ervaring nog enigszins dichtbij.
Het live-album heeft de magie van destijds grotendeels verloren. Op YouTube kun je van al je favoriete muzikanten eindeloos live-opnamen bekijken, dus waarom zou je je nog wagen aan een live-album. Bovendien klinken veel live-albums van het moment als veredelde studioalbums, die weinig tot niets toevoegen aan de studioalbums. Ik bespreek dan ook vrijwel nooit live-albums, maar maak deze week een uitzondering voor Live At Top Note Theatre van Squirrel Flower.
Squirrel Flower is het alter ego van de uit Boston, Massachusetts, afkomstige Ella Williams, die inmiddels al een tijdje Chicago, Illinois, als thuisbasis heeft. De Amerikaanse muzikante is nog niet heel bekend, maar ze brengt inmiddels al zo’n tien jaar muziek uit. Haar debuutalbum uit 2015 heb ik destijds gemist, maar ik ontdekte Squirrel Flower via de in 2018 verschenen EP Contact Sports en was vervolgens zeer te spreken over I Was Born Swimming (2020), Planet (i) (2021) en Tomorrow's Fire (2023).
Het zijn albums waarop Squirrel Flower indruk maakt met een hele mooie en krachtige stem en waarop ze deze stem soms omringt met folky gitaren, maar veel vaker met gruizige en behoorlijk stevig klinkende gitaren. Om tien jaar in de muziek te vieren trad Squirrel Flower begin dit jaar op in de legendarische concertzaal Metro in Chicago. Het is een niet al te grote zaal met een bijzondere sfeer, die goed past bij de muziek die Squirrel Flower maakt.
De Amerikaanse muzikante staat vaak met een band op het podium, maar eerder dit jaar koos ze voor een solo optreden. Op Live At Top Note Theatre staat Ella Williams er, buiten twee gastoptredens van Sofia Jensen (Free Range) en Alynda Segarra (Hurray For The Riff Raff) helemaal alleen voor en moeten we het doen met haar elektrische gitaar en haar stem.
Squirrel Flower kiest op haar live-album voor behoorlijk ruw elektrisch gitaarwerk en combineert dit met zeer emotievolle vocalen. Het levert bijzonder intieme maar ook behoorlijk heftige muziek op. Met name de zang op het album is zeer intens en eist nadrukkelijk de aandacht op. De wolken elektrische gitaren op de achtergrond ondersteunen de zang en dragen bij aan de wat unheimische of in ieder geval donkere sfeer op het album.
Live At Top Note Theatre bevat een dwarsdoorsnede van het werk van Squirrel Flower en ook nog twee nieuwe songs. Door de sobere instrumentatie en de intense zang klinken de songs op het album totaal anders dan de originele versies, wat het live-album voorziet van meerwaarde.
Het is ongelooflijk knap wat Ella Williams in haar eentje neerzet, maar de songs op Live At Top Note Theatre zijn ook bijzonder mooi. De zang is heftig maar komt ook keihard binnen en hetzelfde geldt voor het gitaarwerk op het album. De songs op Live At Top Note Theatre klinken misschien flink anders dan op de studioalbums, maar je hoort nog steeds de hoge kwaliteit. Live At Top Note Theatre is een gedurfd en opvallend mooi album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Squirrel Flower - Live At Top Note Theatre - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Squirrel Flower - Live At Top Note Theatre
Squirrel Flower heeft al een aantal uitstekende albums op haar naam staan en maakt nu indruk met een live album waarop ze alleen met haar elektrische gitaar en haar stem op indringende wijze haar songs vertolkt
De Amerikaanse muzikante Ella Williams maakte de afgelopen jaren een aantal uitstekende albums onder de naam Squirrel Flowers. Het zijn albums die nog wel wat breder opgepikt hadden mogen worden, maar die terecht konden rekenen op zeer positieve recensies. Dat Ella Williams ook op het podium indruk kan maken is te horen op het deze week verschenen live-album Live At Top Note Theatre. Om haar tienjarig jubileum in de muziek te vieren stond Squirrel Flower in Chicago op het podium voor een indrukwekkend concert. De Amerikaanse muzikante nam alleen haar elektrische gitaar mee, wat zorgt voor een sober maar zeer trefzeker geluid. Het wordt nog wat indrukwekkender door de geweldige stem van Ella Williams.
Toen ik jong was ging er voor mij echt niets boven een live-album en bij voorkeur een dubbel live-album. Het waren de albums waarop de rockbands die ik destijds adoreerde wat mij betreft op hun best waren. Een live-album was een aantal decennia geleden ook iets magisch, want je kreeg niet vaak de kans om jouw muzikale helden live te zien, maar een live-album bracht deze ervaring nog enigszins dichtbij.
Het live-album heeft de magie van destijds grotendeels verloren. Op YouTube kun je van al je favoriete muzikanten eindeloos live-opnamen bekijken, dus waarom zou je je nog wagen aan een live-album. Bovendien klinken veel live-albums van het moment als veredelde studioalbums, die weinig tot niets toevoegen aan de studioalbums. Ik bespreek dan ook vrijwel nooit live-albums, maar maak deze week een uitzondering voor Live At Top Note Theatre van Squirrel Flower.
Squirrel Flower is het alter ego van de uit Boston, Massachusetts, afkomstige Ella Williams, die inmiddels al een tijdje Chicago, Illinois, als thuisbasis heeft. De Amerikaanse muzikante is nog niet heel bekend, maar ze brengt inmiddels al zo’n tien jaar muziek uit. Haar debuutalbum uit 2015 heb ik destijds gemist, maar ik ontdekte Squirrel Flower via de in 2018 verschenen EP Contact Sports en was vervolgens zeer te spreken over I Was Born Swimming (2020), Planet (i) (2021) en Tomorrow's Fire (2023).
Het zijn albums waarop Squirrel Flower indruk maakt met een hele mooie en krachtige stem en waarop ze deze stem soms omringt met folky gitaren, maar veel vaker met gruizige en behoorlijk stevig klinkende gitaren. Om tien jaar in de muziek te vieren trad Squirrel Flower begin dit jaar op in de legendarische concertzaal Metro in Chicago. Het is een niet al te grote zaal met een bijzondere sfeer, die goed past bij de muziek die Squirrel Flower maakt.
De Amerikaanse muzikante staat vaak met een band op het podium, maar eerder dit jaar koos ze voor een solo optreden. Op Live At Top Note Theatre staat Ella Williams er, buiten twee gastoptredens van Sofia Jensen (Free Range) en Alynda Segarra (Hurray For The Riff Raff) helemaal alleen voor en moeten we het doen met haar elektrische gitaar en haar stem.
Squirrel Flower kiest op haar live-album voor behoorlijk ruw elektrisch gitaarwerk en combineert dit met zeer emotievolle vocalen. Het levert bijzonder intieme maar ook behoorlijk heftige muziek op. Met name de zang op het album is zeer intens en eist nadrukkelijk de aandacht op. De wolken elektrische gitaren op de achtergrond ondersteunen de zang en dragen bij aan de wat unheimische of in ieder geval donkere sfeer op het album.
Live At Top Note Theatre bevat een dwarsdoorsnede van het werk van Squirrel Flower en ook nog twee nieuwe songs. Door de sobere instrumentatie en de intense zang klinken de songs op het album totaal anders dan de originele versies, wat het live-album voorziet van meerwaarde.
Het is ongelooflijk knap wat Ella Williams in haar eentje neerzet, maar de songs op Live At Top Note Theatre zijn ook bijzonder mooi. De zang is heftig maar komt ook keihard binnen en hetzelfde geldt voor het gitaarwerk op het album. De songs op Live At Top Note Theatre klinken misschien flink anders dan op de studioalbums, maar je hoort nog steeds de hoge kwaliteit. Live At Top Note Theatre is een gedurfd en opvallend mooi album. Erwin Zijleman
Squirrel Flower - Planet (i) (2021)

4,0
1
geplaatst: 1 juli 2021, 17:03 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Squirrel Flower - Planet (i) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Squirrel Flower - Planet (i)
Squirrel Flower trok niet overdreven veel aandacht met haar prachtdebuut I Was Born Swimming, maar met opvolger Planet (i) schaart ze zich onder de smaakmakers binnen de indie-rock en indie-folk
Ik heb hele goede herinneringen aan het debuutalbum van Squirrel Flower, maar haar tweede album is nog veel beter. De Amerikaanse muzikante nam haar tweede album op in Engeland, waar producer Ali Chant haar geluid op subtiele wijze vol kleurde. De gitaren domineren nog altijd, maar er is dit keer meer variatie. Die variatie is er ook tussen hard en zacht, waardoor Planet (i) zowel binnen de indie-rock als binnen de indie-folk uit de voeten kan. Het klinkt allemaal prachtig en de songs zijn geweldig en dan is er ook nog eens de geweldige stem van Ella O'Connor Williams, die de songs op het album voorziet van emotie, betovering en bezwering. Geweldig album!
Squirrel Flower debuteerde anderhalf jaar geleden met het zeer overtuigende I Was Born Swimming, waarop het alter ego van Ella O'Connor Williams indruk maakte met een donker en broeierig geluid, een veelheid aan stijlen en een indringende stem. Ik vergeleek het album destijds met de muziek van onder andere Julien Baker, Torres, Phoebe Bridgers, Lera Lynn en Big Thief en dat is vergelijkingsmateriaal waar je mee thuis kunt komen. Deze week verscheen het tweede album van Squirrel Flower en ook op Planet (i) laat Ella O'Connor Williams weer horen dat ze veel te bieden heeft.
Het debuut van de muzikante uit Boston werd geproduceerd door de onder andere van Adrianne Lenker, Helena Deland en Soccer Mommy bekende Gabe Wax, die het album voorzag van een donker en door gitaren gedomineerd geluid. Dit keer toog Ella O'Connor Williams naar het Britse Bristol, waar ze het nieuwe Squirrel Flower album maakte met producer Ali Chant, die eerder albums van onder andere Algiers en Katy J Pearson produceerde en als studiotechnicus werkte voor onder andere PJ Harvey en Perfume Genius.
Net als Gabe Wax drukt ook Ali Chant zijn stempel op de muziek van Squirrel Flower, al is het maar door het bespelen van een waslijst aan instrumenten. Planet (i) klinkt hierdoor anders dan I Was Born Swimming, maar naast verschillen hoor ik toch vooral overeenkomsten. Ook Planet (i) heeft hier en daar de desolate sfeer die Lera Lynn zo fraai wist te vangen op de soundtrack van het tweede seizoen van de HBO-serie True Detective en ook de rest van het bovengenoemde vergelijkingsmateriaal is nog met enige regelmaat relevant.
Waar op het debuut van Squirrel Flower de gitaren volledig domineerden en het geluid vooral broeierig en zompig was, is het nieuwe album van de muzikante uit Boston net wat voller ingekleurd en klinkt het geluid wat minder zweverig. Door de subtiele inbreng van keyboards, waarvoor ook Portishead’s Adrian Utley aanschoof, klinkt het tweede album van de Amerikaanse muzikante wat rijker en heeft de muziek ook wat meer diepgang. Het is muziek die nog altijd gitaar georiënteerd is en die hier en daar wat psychedelisch aan doet, maar het is ook muziek waarmee Squirrel Flower mee kan in de voorhoede van de hedendaagse indie-rock en indie-folk, waartussen de Amerikaanse muzikante dit keer niet kiest.
De instrumentatie is mooi, verzorgd en eigenzinnig en de stem van Ella O'Connor Williams is nog wat mooier dan op haar debuut, al is het maar omdat er wat meer gevarieerd wordt in de zang, die dit keer ook fluisterzacht kan klinken. Squirrel Flower schakelt dit keer nog wat makkelijker tussen ingetogen en folky passages en gruizige passages die tegen de rock aanleunen, wat het album van veel dynamiek voorziet.
De grootste progressie zit echter in de songs die spannender en nog aansprekender zijn dan op het debuut van Squirrel Flower. Planet (i) is een fascinerend album dat je langzaam maar zeker opslokt met muziek die meerdere kanten op kan, maar altijd de volledige aandacht opeist en bovendien blijft verrassen met fraaie details. Squirrel Flower moet met haar tweede album opboksen tegen een heel legioen aan vrouwelijke singer-songwriters met een flink zwak voor indie-folk en indie-rock, maar het intense en indringende Planet (i) kan de concurrentie echt makkelijk aan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Squirrel Flower - Planet (i) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Squirrel Flower - Planet (i)
Squirrel Flower trok niet overdreven veel aandacht met haar prachtdebuut I Was Born Swimming, maar met opvolger Planet (i) schaart ze zich onder de smaakmakers binnen de indie-rock en indie-folk
Ik heb hele goede herinneringen aan het debuutalbum van Squirrel Flower, maar haar tweede album is nog veel beter. De Amerikaanse muzikante nam haar tweede album op in Engeland, waar producer Ali Chant haar geluid op subtiele wijze vol kleurde. De gitaren domineren nog altijd, maar er is dit keer meer variatie. Die variatie is er ook tussen hard en zacht, waardoor Planet (i) zowel binnen de indie-rock als binnen de indie-folk uit de voeten kan. Het klinkt allemaal prachtig en de songs zijn geweldig en dan is er ook nog eens de geweldige stem van Ella O'Connor Williams, die de songs op het album voorziet van emotie, betovering en bezwering. Geweldig album!
Squirrel Flower debuteerde anderhalf jaar geleden met het zeer overtuigende I Was Born Swimming, waarop het alter ego van Ella O'Connor Williams indruk maakte met een donker en broeierig geluid, een veelheid aan stijlen en een indringende stem. Ik vergeleek het album destijds met de muziek van onder andere Julien Baker, Torres, Phoebe Bridgers, Lera Lynn en Big Thief en dat is vergelijkingsmateriaal waar je mee thuis kunt komen. Deze week verscheen het tweede album van Squirrel Flower en ook op Planet (i) laat Ella O'Connor Williams weer horen dat ze veel te bieden heeft.
Het debuut van de muzikante uit Boston werd geproduceerd door de onder andere van Adrianne Lenker, Helena Deland en Soccer Mommy bekende Gabe Wax, die het album voorzag van een donker en door gitaren gedomineerd geluid. Dit keer toog Ella O'Connor Williams naar het Britse Bristol, waar ze het nieuwe Squirrel Flower album maakte met producer Ali Chant, die eerder albums van onder andere Algiers en Katy J Pearson produceerde en als studiotechnicus werkte voor onder andere PJ Harvey en Perfume Genius.
Net als Gabe Wax drukt ook Ali Chant zijn stempel op de muziek van Squirrel Flower, al is het maar door het bespelen van een waslijst aan instrumenten. Planet (i) klinkt hierdoor anders dan I Was Born Swimming, maar naast verschillen hoor ik toch vooral overeenkomsten. Ook Planet (i) heeft hier en daar de desolate sfeer die Lera Lynn zo fraai wist te vangen op de soundtrack van het tweede seizoen van de HBO-serie True Detective en ook de rest van het bovengenoemde vergelijkingsmateriaal is nog met enige regelmaat relevant.
Waar op het debuut van Squirrel Flower de gitaren volledig domineerden en het geluid vooral broeierig en zompig was, is het nieuwe album van de muzikante uit Boston net wat voller ingekleurd en klinkt het geluid wat minder zweverig. Door de subtiele inbreng van keyboards, waarvoor ook Portishead’s Adrian Utley aanschoof, klinkt het tweede album van de Amerikaanse muzikante wat rijker en heeft de muziek ook wat meer diepgang. Het is muziek die nog altijd gitaar georiënteerd is en die hier en daar wat psychedelisch aan doet, maar het is ook muziek waarmee Squirrel Flower mee kan in de voorhoede van de hedendaagse indie-rock en indie-folk, waartussen de Amerikaanse muzikante dit keer niet kiest.
De instrumentatie is mooi, verzorgd en eigenzinnig en de stem van Ella O'Connor Williams is nog wat mooier dan op haar debuut, al is het maar omdat er wat meer gevarieerd wordt in de zang, die dit keer ook fluisterzacht kan klinken. Squirrel Flower schakelt dit keer nog wat makkelijker tussen ingetogen en folky passages en gruizige passages die tegen de rock aanleunen, wat het album van veel dynamiek voorziet.
De grootste progressie zit echter in de songs die spannender en nog aansprekender zijn dan op het debuut van Squirrel Flower. Planet (i) is een fascinerend album dat je langzaam maar zeker opslokt met muziek die meerdere kanten op kan, maar altijd de volledige aandacht opeist en bovendien blijft verrassen met fraaie details. Squirrel Flower moet met haar tweede album opboksen tegen een heel legioen aan vrouwelijke singer-songwriters met een flink zwak voor indie-folk en indie-rock, maar het intense en indringende Planet (i) kan de concurrentie echt makkelijk aan. Erwin Zijleman
Squirrel Flower - Tomorrow's Fire (2023)

4,5
2
geplaatst: 15 oktober 2023, 09:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Squirrel Flower - Tomorrow's Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Squirrel Flower - Tomorrow's Fire
Squirrel Flower trok ondanks twee prima albums nog niet veel aandacht, maar dat moet gaan veranderen met het prachtige Tomorrow’s Fire, waarop gruizige gitaren en de prachtstem van Ella Williams fraai samenvloeien
Met I Was Born Swimming uit 2020 en Planet (i) uit 2021 leverde Squirrel Flower al twee keer haar visitekaartje af. Dat doet de Amerikaanse muzikante nog wat nadrukkelijker op haar nieuwe album Tomorrow’s Fire. Het album opent behoorlijk ingetogen met een hoofdrol voor de bijzonder mooie stem van de muzikante uit Chicago, maar al snel krijgen ook de gruizige gitaren alle ruimte. Squirrel Flower heeft het geluid van haar vorige twee albums verder geperfectioneerd en levert een album af dat zich kan meten met de beste albums in het genre, waarin de Amerikaanse muzikante er bovendien in is geslaagd om een bijzonder eigen geluid te creëren.
Ook in 2020 was het al flink dringen binnen de indierock en verschenen er stapels albums van met name jonge vrouwelijke singer-songwriters. I Was Born Swimming van de Amerikaanse muzikante Squirrel Flower was een van deze albums . Het is een album waar ik aan het begin van 2020 zeer over te spreken was en terecht. Het alter ego van de uit Boston, Massachusetts, afkomstige Ella (O'Connor) Williams schuurde af en toe tegen de muziek van vaandeldragers in het genre als Phoebe Bridgers en Julien Baker aan, maar Squirrel Flower wist ook op te vallen met een lekker rauw gitaargeluid en met uitstapjes richting psychedelica, indierock en dreampop.
Ik vergeleek I Was Born Swimming in 2020 zowel met de muziek van de al eerder genoemde Phoebe Bridgers en Julien Baker, maar ook met de muziek van Big Thief en zelfs The War On Drugs, wat genoeg moet zeggen over de veelzijdigheid van het album. Squirrel Flower dook in de zomer van 2021 op met Planet (i), dat de belofte van I Was Born Swimming meer dan waar maakte. Planet (i), waarop de wijze hoe we met onze planeet omgaan centraal stond, lag in het verlengde van zijn voorganger, maar klonk nog net wat smaakvoller en ook net wat donkerder en broeieriger, wat de muziek van de Amerikaanse muzikante voorzag van een bijzondere lading.
Zowel I Was Born Swimming als Planet (i) trok helaas maar weinig aandacht en bij het samenstellen van mijn jaarlijstjes over 2020 en 2021 was ik de albums van Squirrel Flower zelf ook alweer vergeten, terwijl ze hier absoluut in thuis hoorden. Het moet maar eens gaan veranderen met het deze week verschenen Tomorrow’s Fire, dat net als zijn twee voorgangers een uitstekend album is, maar dat ook nog net wat meer indruk maakt.
Voor Tomorrow’s Fire trok Squirrel Flower naar de studio van producer Alex Farrar in Asheville, North Carolina. Het is een verstandige keuze, want Alex Farrar produceerde de afgelopen jaren prachtalbums van onder andere Wednesday, Indigo De Souza, Snail Mail, Waxahatchee en MJ Lenderman. Laatstgenoemde is op Tomorrow’s Fire overigens te horen als gitarist en draagt bij aan het prachtige snarenwerk op het album.
Op haar nieuwe album gaat Squirrel Flower, die inmiddels Chicago, Illinois, als thuisbasis heeft, vol voor de indierock, wat in veel songs zorgt voor lekker gruizig gitaarwerk, al bevat het album ook een aantal veel spaarzamer ingekleurde songs. Alex Farrar heeft het album prachtig geproduceerd en voorzien van veel dynamiek, maar hij heeft er ook voor gezorgd dat het bij vlagen behoorlijk stevige gitaarwerk en de bijzonder mooie stem van Ella Williams elkaar nergens in de weg zitten.
Squirrel Flower maakt op haar vorige twee albums al indruk met mooie en veelzijdige klanken, met prachtige zang en met ijzersterke songs, maar op Tomorrow’s Fire doet ze er nog een flinke schep bovenop. Met name de zang op het album vind ik nog een stuk mooier en indringender dan op de vorige twee albums, maar ook in muzikaal opzicht heeft de Amerikaanse muzikante stappen gezet.
Door het behoorlijk gruizige geluid klinkt ze anders dan de meeste van haar collega’s binnen de indierock van dit moment en ook de songs van Squirrel Flower beschikken over voldoende onderscheidend vermogen. In het genre wordt ieder jaar wel een nieuwe vaandeldrager annex smaakmaker onthaald en dit jaar mag dit van mij Squirrel Flower zijn. Het zou op basis van het gebodene op Tomorrow's Fire niet meer dan terecht zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Squirrel Flower - Tomorrow's Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Squirrel Flower - Tomorrow's Fire
Squirrel Flower trok ondanks twee prima albums nog niet veel aandacht, maar dat moet gaan veranderen met het prachtige Tomorrow’s Fire, waarop gruizige gitaren en de prachtstem van Ella Williams fraai samenvloeien
Met I Was Born Swimming uit 2020 en Planet (i) uit 2021 leverde Squirrel Flower al twee keer haar visitekaartje af. Dat doet de Amerikaanse muzikante nog wat nadrukkelijker op haar nieuwe album Tomorrow’s Fire. Het album opent behoorlijk ingetogen met een hoofdrol voor de bijzonder mooie stem van de muzikante uit Chicago, maar al snel krijgen ook de gruizige gitaren alle ruimte. Squirrel Flower heeft het geluid van haar vorige twee albums verder geperfectioneerd en levert een album af dat zich kan meten met de beste albums in het genre, waarin de Amerikaanse muzikante er bovendien in is geslaagd om een bijzonder eigen geluid te creëren.
Ook in 2020 was het al flink dringen binnen de indierock en verschenen er stapels albums van met name jonge vrouwelijke singer-songwriters. I Was Born Swimming van de Amerikaanse muzikante Squirrel Flower was een van deze albums . Het is een album waar ik aan het begin van 2020 zeer over te spreken was en terecht. Het alter ego van de uit Boston, Massachusetts, afkomstige Ella (O'Connor) Williams schuurde af en toe tegen de muziek van vaandeldragers in het genre als Phoebe Bridgers en Julien Baker aan, maar Squirrel Flower wist ook op te vallen met een lekker rauw gitaargeluid en met uitstapjes richting psychedelica, indierock en dreampop.
Ik vergeleek I Was Born Swimming in 2020 zowel met de muziek van de al eerder genoemde Phoebe Bridgers en Julien Baker, maar ook met de muziek van Big Thief en zelfs The War On Drugs, wat genoeg moet zeggen over de veelzijdigheid van het album. Squirrel Flower dook in de zomer van 2021 op met Planet (i), dat de belofte van I Was Born Swimming meer dan waar maakte. Planet (i), waarop de wijze hoe we met onze planeet omgaan centraal stond, lag in het verlengde van zijn voorganger, maar klonk nog net wat smaakvoller en ook net wat donkerder en broeieriger, wat de muziek van de Amerikaanse muzikante voorzag van een bijzondere lading.
Zowel I Was Born Swimming als Planet (i) trok helaas maar weinig aandacht en bij het samenstellen van mijn jaarlijstjes over 2020 en 2021 was ik de albums van Squirrel Flower zelf ook alweer vergeten, terwijl ze hier absoluut in thuis hoorden. Het moet maar eens gaan veranderen met het deze week verschenen Tomorrow’s Fire, dat net als zijn twee voorgangers een uitstekend album is, maar dat ook nog net wat meer indruk maakt.
Voor Tomorrow’s Fire trok Squirrel Flower naar de studio van producer Alex Farrar in Asheville, North Carolina. Het is een verstandige keuze, want Alex Farrar produceerde de afgelopen jaren prachtalbums van onder andere Wednesday, Indigo De Souza, Snail Mail, Waxahatchee en MJ Lenderman. Laatstgenoemde is op Tomorrow’s Fire overigens te horen als gitarist en draagt bij aan het prachtige snarenwerk op het album.
Op haar nieuwe album gaat Squirrel Flower, die inmiddels Chicago, Illinois, als thuisbasis heeft, vol voor de indierock, wat in veel songs zorgt voor lekker gruizig gitaarwerk, al bevat het album ook een aantal veel spaarzamer ingekleurde songs. Alex Farrar heeft het album prachtig geproduceerd en voorzien van veel dynamiek, maar hij heeft er ook voor gezorgd dat het bij vlagen behoorlijk stevige gitaarwerk en de bijzonder mooie stem van Ella Williams elkaar nergens in de weg zitten.
Squirrel Flower maakt op haar vorige twee albums al indruk met mooie en veelzijdige klanken, met prachtige zang en met ijzersterke songs, maar op Tomorrow’s Fire doet ze er nog een flinke schep bovenop. Met name de zang op het album vind ik nog een stuk mooier en indringender dan op de vorige twee albums, maar ook in muzikaal opzicht heeft de Amerikaanse muzikante stappen gezet.
Door het behoorlijk gruizige geluid klinkt ze anders dan de meeste van haar collega’s binnen de indierock van dit moment en ook de songs van Squirrel Flower beschikken over voldoende onderscheidend vermogen. In het genre wordt ieder jaar wel een nieuwe vaandeldrager annex smaakmaker onthaald en dit jaar mag dit van mij Squirrel Flower zijn. Het zou op basis van het gebodene op Tomorrow's Fire niet meer dan terecht zijn. Erwin Zijleman
St. Catherine's Child - This Might Affect You (2025)

4,5
1
geplaatst: 2 december 2025, 16:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: St. Catherine's Child - This Might Affect You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: St. Catherine's Child - This Might Affect You
Zonder een toevallig opgemerkte tip van Spotify had ik This Might Affect You van de Britse band St. Catherine’s Child waarschijnlijk nooit ontdekt en was ik een intiem en werkelijk wonderschoon album misgelopen
Het debuutalbum van de Britse band St. Catherine’s Child verscheen in de zomer. Dat is misschien niet de beste tijd voor de release van een debuutalbum, maar je verwacht dat de grote Britse muziektijdschriften en muziekwebsites blijven opletten. Dat hebben ze maar in beperkte mate gedaan, waardoor This Might Affect You niet de aandacht heeft gekregen die het album zo verdient. De band rond zangeres Ilana Zsigmond heeft een donker en melancholisch, maar ook bijzonder mooi album gemaakt met invloeden uit de Britse folk, Amerikaanse rootsmuziek en de pop. Het klinkt allemaal prachtig en dan is er ook nog eens de geweldige stem van Ilana Zsigmond, die keer op keer goed is voor kippenvel.
Ik was tot dusver nog niet zo onder de indruk van de algoritmes van Spotify, dat me in de meeste gevallen albums tipt die ik al eerder op het platform heb beluisterd of komt met albums waar ik echt niets aan vind. De algoritmes hebben kennelijk een update gehad, want vorige week kwam Spotify in één keer met een ruime handvol tips die eigenlijk allemaal raak waren.
Het zijn stuk voor stuk albums die ik niet eerder ben tegen gekomen, terwijl ik wekelijks toch een aardig stapeltje releaselijsten doorneem. De meeste albums die Spotify me tipte verschenen deze maand, maar er zat ook een album tussen dat net wat ouder is en dus prima past op de zondagavond van de krenten uit de pop. Heel oud is het album overigens niet, want This Might Affect You van St. Catherine’s Child verscheen afgelopen zomer.
St. Catherine’s Child is een band uit het Britse Liverpool en is gevormd rond zangeres en boegbeeld Ilana Zsigmond. Het is echt verbazingwekkend dat ik eerder dit jaar niets over het album heb gelezen, want dit is nu echt zo’n album dat ik normaal gesproken zou ontdekken via Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut., die over het algemeen een zwak hebben voor albums als This Might Affect You van St. Catherine’s Child.
De Britse band verwerkt op haar debuutalbum zowel invloeden uit de Britse folk als de Amerikaanse rootsmuziek en verwerkt alle invloeden in een wat donker en beeldend geluid. Dat This Might Affect You een wat donker album is, is niet zo gek, want het album staat in het teken van het overlijden van de vader van Ilana Zsigmond.
De eerste helft van het album staat stil bij het ziekteproces en het overlijden van haar vader, terwijl op het tweede deel van het album plaats is voor verdriet en rouw. Het zorgt voor flink wat melancholie in de teksten, maar in muzikaal opzicht klinkt het debuutalbum van St. Catherine’s Child niet altijd donker.
Een aantal songs op het album blijven dicht bij de kaders van de Britse folk en de Amerikaanse rootsmuziek, maar This Might Affect You bevat ook een aantal meer pop georiënteerd songs, waarin de donkere teksten worden gecombineerd met lekker in het gehoor liggende invloeden uit de pop, wat zorgt voor een bijzonder contrast. Het album schuift een enkele keer ook nog op richting rock, wat het album nog wat veelzijdiger maakt.
Ik had nog niet eerder van Ilana Zsigmond gehoord en ook de andere muzikanten die zijn te horen op het album ken ik niet, maar This Might Affect You klinkt eigenlijk geen moment als een debuutalbum. Ilana Zsigmond schrijft zeer aansprekende songs en het zijn songs die zijn voorzien van zeer smaakvolle klanken, die vooral van gitaren en synths komen.
Door de verschillende invloeden schiet de muziek meerdere kanten op, maar het debuutalbum van St. Catherine’s Child heeft vaak een jaren 70 vibe. Het klinkt bijzonder aangenaam, maar in combinatie met de aansprekende songs en de indringende teksten is This Might Affect You al snel veel meer dan aangenaam.
Het mooiste heb ik nog niet eens benoemd, want dat is de stem van Ilana Zsigmond. De Britse muzikant zingt, mede door de zeer persoonlijke teksten, met heel veel emotie, maar de zang op het debuutalbum van St. Catherine’s Child is ook heel mooi en ook de zang op This Might Affect You maakt het moeilijk te geloven dat het gaat om een debuutalbum. Doodzonde dus als dit wonderschone en intieme album onopgemerkt zou passeren. Wat mij betreft jaarlijstjesmateriaal. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: St. Catherine's Child - This Might Affect You - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: St. Catherine's Child - This Might Affect You
Zonder een toevallig opgemerkte tip van Spotify had ik This Might Affect You van de Britse band St. Catherine’s Child waarschijnlijk nooit ontdekt en was ik een intiem en werkelijk wonderschoon album misgelopen
Het debuutalbum van de Britse band St. Catherine’s Child verscheen in de zomer. Dat is misschien niet de beste tijd voor de release van een debuutalbum, maar je verwacht dat de grote Britse muziektijdschriften en muziekwebsites blijven opletten. Dat hebben ze maar in beperkte mate gedaan, waardoor This Might Affect You niet de aandacht heeft gekregen die het album zo verdient. De band rond zangeres Ilana Zsigmond heeft een donker en melancholisch, maar ook bijzonder mooi album gemaakt met invloeden uit de Britse folk, Amerikaanse rootsmuziek en de pop. Het klinkt allemaal prachtig en dan is er ook nog eens de geweldige stem van Ilana Zsigmond, die keer op keer goed is voor kippenvel.
Ik was tot dusver nog niet zo onder de indruk van de algoritmes van Spotify, dat me in de meeste gevallen albums tipt die ik al eerder op het platform heb beluisterd of komt met albums waar ik echt niets aan vind. De algoritmes hebben kennelijk een update gehad, want vorige week kwam Spotify in één keer met een ruime handvol tips die eigenlijk allemaal raak waren.
Het zijn stuk voor stuk albums die ik niet eerder ben tegen gekomen, terwijl ik wekelijks toch een aardig stapeltje releaselijsten doorneem. De meeste albums die Spotify me tipte verschenen deze maand, maar er zat ook een album tussen dat net wat ouder is en dus prima past op de zondagavond van de krenten uit de pop. Heel oud is het album overigens niet, want This Might Affect You van St. Catherine’s Child verscheen afgelopen zomer.
St. Catherine’s Child is een band uit het Britse Liverpool en is gevormd rond zangeres en boegbeeld Ilana Zsigmond. Het is echt verbazingwekkend dat ik eerder dit jaar niets over het album heb gelezen, want dit is nu echt zo’n album dat ik normaal gesproken zou ontdekken via Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut., die over het algemeen een zwak hebben voor albums als This Might Affect You van St. Catherine’s Child.
De Britse band verwerkt op haar debuutalbum zowel invloeden uit de Britse folk als de Amerikaanse rootsmuziek en verwerkt alle invloeden in een wat donker en beeldend geluid. Dat This Might Affect You een wat donker album is, is niet zo gek, want het album staat in het teken van het overlijden van de vader van Ilana Zsigmond.
De eerste helft van het album staat stil bij het ziekteproces en het overlijden van haar vader, terwijl op het tweede deel van het album plaats is voor verdriet en rouw. Het zorgt voor flink wat melancholie in de teksten, maar in muzikaal opzicht klinkt het debuutalbum van St. Catherine’s Child niet altijd donker.
Een aantal songs op het album blijven dicht bij de kaders van de Britse folk en de Amerikaanse rootsmuziek, maar This Might Affect You bevat ook een aantal meer pop georiënteerd songs, waarin de donkere teksten worden gecombineerd met lekker in het gehoor liggende invloeden uit de pop, wat zorgt voor een bijzonder contrast. Het album schuift een enkele keer ook nog op richting rock, wat het album nog wat veelzijdiger maakt.
Ik had nog niet eerder van Ilana Zsigmond gehoord en ook de andere muzikanten die zijn te horen op het album ken ik niet, maar This Might Affect You klinkt eigenlijk geen moment als een debuutalbum. Ilana Zsigmond schrijft zeer aansprekende songs en het zijn songs die zijn voorzien van zeer smaakvolle klanken, die vooral van gitaren en synths komen.
Door de verschillende invloeden schiet de muziek meerdere kanten op, maar het debuutalbum van St. Catherine’s Child heeft vaak een jaren 70 vibe. Het klinkt bijzonder aangenaam, maar in combinatie met de aansprekende songs en de indringende teksten is This Might Affect You al snel veel meer dan aangenaam.
Het mooiste heb ik nog niet eens benoemd, want dat is de stem van Ilana Zsigmond. De Britse muzikant zingt, mede door de zeer persoonlijke teksten, met heel veel emotie, maar de zang op het debuutalbum van St. Catherine’s Child is ook heel mooi en ook de zang op This Might Affect You maakt het moeilijk te geloven dat het gaat om een debuutalbum. Doodzonde dus als dit wonderschone en intieme album onopgemerkt zou passeren. Wat mij betreft jaarlijstjesmateriaal. Erwin Zijleman
St. Paul & The Broken Bones - Half the City (2014)

4,0
0
geplaatst: 19 mei 2014, 15:20 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: St. Paul & The Broken Bones - Half The City - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Blanke mannen die gitzwarte soul maken. Het is de afgelopen decennia al meerdere malen vertoond, maar helaas roept het nog altijd verbazing en scepsis op.
Ik maak me hier overigens zelf ook schuldig aan, want in eerste instantie had ik niet veel trek in Half The City van St. Paul & The Broken Bones. De band bestaat uit zeven blanke, wat studentikoos ogende, mannen, die je op het eerste gezicht niet van het bezitten van ook maar een greintje soul zult verdenken.
Die mening moet onmiddellijk worden herzien wanneer de eerste klanken van Half The City uit de speakers komen, of beter gezegd uit de speakers spatten. St. Paul & The Broken Bones heeft een heerlijk soulvol geluid dat opvalt door een swingende ritmesectie, authentiek klinkende gitaarloopjes en lekker vol klinkende blazers.
De meeste opzien baart echter de geweldige soulstem van frontman Paul Janeway. Janeway, die naar verluid opgeroeide op een dieet van soul en gospel en niet mocht luisteren naar Nirvana's Nevermind, klinkt als een mix van James Brown en Al Green en imponeert van de eerste tot de laatste noot van de plaat.
St. Paul & The Broken Bones komt uit Birmingham, Alabama, en kent de muzikale tradities van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten als haar broekzak. Op Half The City domineren soulklanken uit een ver verleden. Het is een plaat die zo lijkt weggelopen uit de hoogtijdagen van de Southern Soul, al hadden deze blanke jongens destijds natuurlijk geen schijn van kans gehad.
Bij veel van dit soort platen begin ik na een paar tracks toch te verlangen naar de soulklassiekers van weleer, maar Half The City van St. Paul & The Broken Bones houdt de aandacht moeiteloos vast. Dit heeft de band voor een belangrijk deel te danken aan de buitengewoon soulvolle strot van haar voorman, maar ook het prachtig vol klinkende geluid van de band en de loepzuivere productie (van Ben Tanner van Alabama Shakes, dat in hetzelfde straatje opereert met een al even indrukwekkende frontvrouw) dragen nadrukkelijk bij aan de kracht van het debuut van St. Paul & The Broken Bones. Hierbij komen nog eens de geweldige songs, die zich laten beluisteren als een verzameling gearriveerde soulklassiekers.
De enorme dosis soul van Half The City is al meer dan genoeg om deze plaat te omarmen, maar hij wordt alleen maar beter als je net wat beter luistert en op zoek gaat naar de subtiel toegevoegde afwijkende invloeden, als een beetje rock ’n roll of gospel. Wanneer Paul Janeway zingt ben ik compleet in de ban van deze plaat, maar ook in muzikaal opzicht ben ik steeds meer onder de indruk van deze plaat. Het gitaarwerk is afwisselend en van hoog niveau, het orgeltje klinkt onweerstaanbaar en het is razend knap hoe de blazers lange tijd op de achtergrond kunnen sluimeren om opeens aan de oppervlakte te komen.
Achteraf bezien schaam ik me diep dat ik de plaat in eerste instantie aan de kant schoof omdat ik geen zin had in blue-eyed soul. St. Paul & The Broken Bones heeft met Half The City immers met afstand de beste soulplaat van het moment gemaakt en het is er een die zwarter dan zwart is. Omdat scepsis met betrekking tot blanke soulzangers ook de critici niet vreemd is, betwijfel ik dat deze plaat de jaarlijstjes gaat halen, maar het zou wel terecht zijn. Ja, want zo goed is deze plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: St. Paul & The Broken Bones - Half The City - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Blanke mannen die gitzwarte soul maken. Het is de afgelopen decennia al meerdere malen vertoond, maar helaas roept het nog altijd verbazing en scepsis op.
Ik maak me hier overigens zelf ook schuldig aan, want in eerste instantie had ik niet veel trek in Half The City van St. Paul & The Broken Bones. De band bestaat uit zeven blanke, wat studentikoos ogende, mannen, die je op het eerste gezicht niet van het bezitten van ook maar een greintje soul zult verdenken.
Die mening moet onmiddellijk worden herzien wanneer de eerste klanken van Half The City uit de speakers komen, of beter gezegd uit de speakers spatten. St. Paul & The Broken Bones heeft een heerlijk soulvol geluid dat opvalt door een swingende ritmesectie, authentiek klinkende gitaarloopjes en lekker vol klinkende blazers.
De meeste opzien baart echter de geweldige soulstem van frontman Paul Janeway. Janeway, die naar verluid opgeroeide op een dieet van soul en gospel en niet mocht luisteren naar Nirvana's Nevermind, klinkt als een mix van James Brown en Al Green en imponeert van de eerste tot de laatste noot van de plaat.
St. Paul & The Broken Bones komt uit Birmingham, Alabama, en kent de muzikale tradities van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten als haar broekzak. Op Half The City domineren soulklanken uit een ver verleden. Het is een plaat die zo lijkt weggelopen uit de hoogtijdagen van de Southern Soul, al hadden deze blanke jongens destijds natuurlijk geen schijn van kans gehad.
Bij veel van dit soort platen begin ik na een paar tracks toch te verlangen naar de soulklassiekers van weleer, maar Half The City van St. Paul & The Broken Bones houdt de aandacht moeiteloos vast. Dit heeft de band voor een belangrijk deel te danken aan de buitengewoon soulvolle strot van haar voorman, maar ook het prachtig vol klinkende geluid van de band en de loepzuivere productie (van Ben Tanner van Alabama Shakes, dat in hetzelfde straatje opereert met een al even indrukwekkende frontvrouw) dragen nadrukkelijk bij aan de kracht van het debuut van St. Paul & The Broken Bones. Hierbij komen nog eens de geweldige songs, die zich laten beluisteren als een verzameling gearriveerde soulklassiekers.
De enorme dosis soul van Half The City is al meer dan genoeg om deze plaat te omarmen, maar hij wordt alleen maar beter als je net wat beter luistert en op zoek gaat naar de subtiel toegevoegde afwijkende invloeden, als een beetje rock ’n roll of gospel. Wanneer Paul Janeway zingt ben ik compleet in de ban van deze plaat, maar ook in muzikaal opzicht ben ik steeds meer onder de indruk van deze plaat. Het gitaarwerk is afwisselend en van hoog niveau, het orgeltje klinkt onweerstaanbaar en het is razend knap hoe de blazers lange tijd op de achtergrond kunnen sluimeren om opeens aan de oppervlakte te komen.
Achteraf bezien schaam ik me diep dat ik de plaat in eerste instantie aan de kant schoof omdat ik geen zin had in blue-eyed soul. St. Paul & The Broken Bones heeft met Half The City immers met afstand de beste soulplaat van het moment gemaakt en het is er een die zwarter dan zwart is. Omdat scepsis met betrekking tot blanke soulzangers ook de critici niet vreemd is, betwijfel ik dat deze plaat de jaarlijstjes gaat halen, maar het zou wel terecht zijn. Ja, want zo goed is deze plaat. Erwin Zijleman
St. Vincent - All Born Screaming (2024)

4,0
2
geplaatst: 28 april 2024, 17:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: St. Vincent - All Born Screaming - dekrentenuitdepop.blogspot.com
St. Vincent - All Born Screaming
Natuurlijk klinkt de muziek van Annie Clark op haar nieuwe album All Born Screaming weer anders dan op alle vorige albums, maar je hoort in alle songs ook onmiskenbaar het unieke stempel van St. Vincent
Annie Clarke heeft zich de afgelopen vijftien jaar ontwikkeld tot een muzikale kameleon die vaker en indrukwekkender van kleur verschiet dan haar soortgenoten. Het is dus altijd weer even afwachten waarmee ze op de proppen komt en ik denk niet dat velen op voorhand een album als All Born Screaming zouden hebben voorspeld. Het is een album dat in alle opzichten een St. Vincent album is, maar toch klinkt het weer flink anders dan op bijvoorbeeld MASSEDUCTION of Daddy’s Home. Het kan op All Born Screaming alle kanten op, want St. Vincent beperkt zich zeker niet tot één genre en kan haar songs net zo makkelijk verrijken met invloeden uit de industrial als met invloeden uit de funk. Fascinerend album weer.
De Amerikaanse muzikante Annie Clark maakt inmiddels ruim vijftien jaar buitengewoon fascinerende muziek als St. Vincent. Met Marry Me (2007), Actor (2009), Strange Mercy (2011), het samen met David Byrne gemaakte Love This Giant (2012) en St. Vincent (2014) leverde ze een handvol behoorlijk ongrijpbare albums af, die steeds weer net wat anders klonken.
Met het met heel veel synths opgetuigde MASSEDUCTION trok Annie Clark in 2017 zowaar de aandacht van een groot publiek, dat massaal viel voor de grootse podium act van de Amerikaanse muzikante. De songs van MASSEDUCTION werden in uitgeklede vorm vertolkt op het prachtige MassEducation uit 2018, dat goed liet horen hoe knap de songs van St. Vincent zijn. In 2021 ging de muziek van St. Vincent vervolgens weer een hele andere kant op, want samen met producer Jack Antonoff nam de Amerikaanse muzikante de luisteraar op Daddy’s Home mee terug naar de jaren 70.
St. Vincent keert deze week terug met haar nieuwe album All Born Screaming en het zal niemand verbazen dat de muziek van St. Vincent weer anders klinkt dan in het verleden. Direct vanaf de eerste noten van het album is duidelijk dat Annie Clark na twee wat organischer klinkende albums de synths weer van stal heeft gehaald. De Amerikaanse muzikante produceerde haar nieuwe album grotendeels zelf, al schoof Cate Le Bon voor een aantal tracks aan.
De muziek van St. Vincent is vaak ongrijpbaar, maar All Born Screaming is, zeker voor St. Vincent begrippen, een behoorlijk toegankelijk album. Het is een album met een serie aansprekende songs, die op fraaie wijze zijn ingekleurd. Veel songs zijn rijkelijk versierd met synths, maar het geluid van St. Vincent blijft eigenzinnig.
Zeker de door piano en synths gedomineerde tracks op het album doen me in muzikaal opzicht wel wat denken aan de latere albums van Kate Bush, maar de stem van Annie Clarke zorgt er voor dat de songs in vocaal opzicht totaal anders klinken. De Amerikaanse muzikante zingt zoals altijd zeer expressief, maar ik vind de zang op het album erg mooi.
De instrumentatie is in een aantal songs zeer sfeervol, maar All Born Screaming is ook een album vol dynamiek, met een aantal bijna industriële uitbarstingen met een hoop lawaai en zwaar aangezette drums, maar ook volop ruimte voor experiment en wat soulvolle en funky uitstapjes, waarvoor Prince zich niet zou hebben geschaamd. Ook de muziek van David Bowie heeft absoluut invloed gehad op het nieuwe album van St. Vincent, dat ook stevig kan rocken, maar Annie Clark drukt zelf het meest nadrukkelijk haar stempel op het album dat hier en daar teruggrijpt op de muziek die ze in het verleden heeft gemaakt, maar ook weer nieuwe stappen vooruit zet.
Ik heb persoonlijk het meest met de toegankelijke, wat ingehouden en melodieuze songs op het album, al ontleent ook All Born Screaming een deel van zijn kracht aan de onvoorspelbaarheid, gekte en dynamiek in de songs. Er gebeurt van alles op het album, waardoor je All Born Screaming meerdere keren moet horen voor alles op zijn plek valt, maar sinds ik het album de afgelopen twee weken meerdere keren heb beluisterd ben ik absoluut onder de indruk van het nieuwe album van St. Vincent, die in het verleden vaak veel meer tijd nodig had om me te overtuigen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: St. Vincent - All Born Screaming - dekrentenuitdepop.blogspot.com
St. Vincent - All Born Screaming
Natuurlijk klinkt de muziek van Annie Clark op haar nieuwe album All Born Screaming weer anders dan op alle vorige albums, maar je hoort in alle songs ook onmiskenbaar het unieke stempel van St. Vincent
Annie Clarke heeft zich de afgelopen vijftien jaar ontwikkeld tot een muzikale kameleon die vaker en indrukwekkender van kleur verschiet dan haar soortgenoten. Het is dus altijd weer even afwachten waarmee ze op de proppen komt en ik denk niet dat velen op voorhand een album als All Born Screaming zouden hebben voorspeld. Het is een album dat in alle opzichten een St. Vincent album is, maar toch klinkt het weer flink anders dan op bijvoorbeeld MASSEDUCTION of Daddy’s Home. Het kan op All Born Screaming alle kanten op, want St. Vincent beperkt zich zeker niet tot één genre en kan haar songs net zo makkelijk verrijken met invloeden uit de industrial als met invloeden uit de funk. Fascinerend album weer.
De Amerikaanse muzikante Annie Clark maakt inmiddels ruim vijftien jaar buitengewoon fascinerende muziek als St. Vincent. Met Marry Me (2007), Actor (2009), Strange Mercy (2011), het samen met David Byrne gemaakte Love This Giant (2012) en St. Vincent (2014) leverde ze een handvol behoorlijk ongrijpbare albums af, die steeds weer net wat anders klonken.
Met het met heel veel synths opgetuigde MASSEDUCTION trok Annie Clark in 2017 zowaar de aandacht van een groot publiek, dat massaal viel voor de grootse podium act van de Amerikaanse muzikante. De songs van MASSEDUCTION werden in uitgeklede vorm vertolkt op het prachtige MassEducation uit 2018, dat goed liet horen hoe knap de songs van St. Vincent zijn. In 2021 ging de muziek van St. Vincent vervolgens weer een hele andere kant op, want samen met producer Jack Antonoff nam de Amerikaanse muzikante de luisteraar op Daddy’s Home mee terug naar de jaren 70.
St. Vincent keert deze week terug met haar nieuwe album All Born Screaming en het zal niemand verbazen dat de muziek van St. Vincent weer anders klinkt dan in het verleden. Direct vanaf de eerste noten van het album is duidelijk dat Annie Clark na twee wat organischer klinkende albums de synths weer van stal heeft gehaald. De Amerikaanse muzikante produceerde haar nieuwe album grotendeels zelf, al schoof Cate Le Bon voor een aantal tracks aan.
De muziek van St. Vincent is vaak ongrijpbaar, maar All Born Screaming is, zeker voor St. Vincent begrippen, een behoorlijk toegankelijk album. Het is een album met een serie aansprekende songs, die op fraaie wijze zijn ingekleurd. Veel songs zijn rijkelijk versierd met synths, maar het geluid van St. Vincent blijft eigenzinnig.
Zeker de door piano en synths gedomineerde tracks op het album doen me in muzikaal opzicht wel wat denken aan de latere albums van Kate Bush, maar de stem van Annie Clarke zorgt er voor dat de songs in vocaal opzicht totaal anders klinken. De Amerikaanse muzikante zingt zoals altijd zeer expressief, maar ik vind de zang op het album erg mooi.
De instrumentatie is in een aantal songs zeer sfeervol, maar All Born Screaming is ook een album vol dynamiek, met een aantal bijna industriële uitbarstingen met een hoop lawaai en zwaar aangezette drums, maar ook volop ruimte voor experiment en wat soulvolle en funky uitstapjes, waarvoor Prince zich niet zou hebben geschaamd. Ook de muziek van David Bowie heeft absoluut invloed gehad op het nieuwe album van St. Vincent, dat ook stevig kan rocken, maar Annie Clark drukt zelf het meest nadrukkelijk haar stempel op het album dat hier en daar teruggrijpt op de muziek die ze in het verleden heeft gemaakt, maar ook weer nieuwe stappen vooruit zet.
Ik heb persoonlijk het meest met de toegankelijke, wat ingehouden en melodieuze songs op het album, al ontleent ook All Born Screaming een deel van zijn kracht aan de onvoorspelbaarheid, gekte en dynamiek in de songs. Er gebeurt van alles op het album, waardoor je All Born Screaming meerdere keren moet horen voor alles op zijn plek valt, maar sinds ik het album de afgelopen twee weken meerdere keren heb beluisterd ben ik absoluut onder de indruk van het nieuwe album van St. Vincent, die in het verleden vaak veel meer tijd nodig had om me te overtuigen. Erwin Zijleman
St. Vincent - Daddy's Home (2021)

4,0
1
geplaatst: 19 mei 2021, 16:07 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: St. Vincent - Daddy's Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
St. Vincent heeft uiterlijk gezien weer eens een metamorfose ondergaan, maar ook in muzikaal opzicht slaat ze nieuwe wegen in, wat dit keer een soulvol geluid vol invloeden uit de jaren 70 oplevert
Bij eerste beluistering moet ik altijd wennen aan de muziek van St. Vincent en dat was bij beluistering van Daddy’s Home niet anders. Met alle invloeden uit de jaren 70 en een verrassend soulvol geluid, is het nieuwe album van St. Vincent zeker geen ontoegankelijk album, maar de Amerikaanse muzikante geeft toch altijd een bijzondere twist aan haar albums en dat is dit keer niet anders. De invloed kwam dit keer uit de platenkast van haar vader, die was gevuld met alles tussen Stevie Wonder en Steely Dan, maar ook de Amerikaanse albums van David Bowie, net als St. Vincent een muzikale kameleon, hebben flink wat invloed gehad op dit bijzondere album.
De krenten uit de pop: St. Vincent - Daddy's Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com
St. Vincent heeft uiterlijk gezien weer eens een metamorfose ondergaan, maar ook in muzikaal opzicht slaat ze nieuwe wegen in, wat dit keer een soulvol geluid vol invloeden uit de jaren 70 oplevert
Bij eerste beluistering moet ik altijd wennen aan de muziek van St. Vincent en dat was bij beluistering van Daddy’s Home niet anders. Met alle invloeden uit de jaren 70 en een verrassend soulvol geluid, is het nieuwe album van St. Vincent zeker geen ontoegankelijk album, maar de Amerikaanse muzikante geeft toch altijd een bijzondere twist aan haar albums en dat is dit keer niet anders. De invloed kwam dit keer uit de platenkast van haar vader, die was gevuld met alles tussen Stevie Wonder en Steely Dan, maar ook de Amerikaanse albums van David Bowie, net als St. Vincent een muzikale kameleon, hebben flink wat invloed gehad op dit bijzondere album.
St. Vincent - MassEducation (2018)

4,0
0
geplaatst: 15 oktober 2018, 17:04 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: St. Vincent - MassEducation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Van groots en bijna overdadig naar ruw en vrijwel naakt. St. Vincent maakt het je niet makkelijk maar overtuigt wederom
St. Vincent moest het op MASSEDUCTION hebben van een groots klinkend elektronisch klankentapijt. Op MassEducation komen de songs van de vorige plaat nog eens voorbij, maar nu moeten we het doen met een piano en een stem. Het klinkt ruw en dat is even wennen. Na enige tijd valt echter veel op zijn plek, zeker wanneer je de zo verschillende versies van de songs na elkaar beluisterd. Wat je de ene keer mist is er de andere keer en vice versa. St. Vincent laat nog maar eens horen wat een uniek en onconventioneel talent ze is. Ik ben nu al benieuwd naar haar volgende stap.
Ik had vorig jaar een paar maanden nodig om te kunnen genieten van MASSEDUCTION van St. Vincent. Ik vond de muziek van het alter ego van de vanuit New York opererende Amerikaanse muzikante Annie Clark in eerste instantie veel te zwaar aangezet en veel te elektronisch.
Pas na vele keren proberen hoorde ik de schoonheid in de popliedjes van St. Vincent, die zeer uiteenlopende invloeden uit een aantal decennia popmuziek bleken te verwerken en net zo makkelijk aansloten bij de Berlijnse jaren van Bowie en de funk van Prince als bij de elektronische muziek van het moment.
Het duurde overigens ook een paar maanden voor ik door had dat de titel van de plaat MASSEDUCTION was en niet MASSEDUCATION. Dat was destijds niet zo erg, maar door de release van MassEducation wordt het nu wel belangrijk om het beestje bij de juiste naam te noemen.
Ik was vorig jaar erg nieuwsgierig naar al hetgeen dat St. Vincent had verstopt onder het stevig aangezette elektronische klankentapijt en vond na flink wennen veel moois. Het is het moois dat op MassEducation wordt aangeboden zonder enige opsmuk en gek genoeg is ook dat weer wennen.
Op MassEducation vertolkt St. Vincent de songs van MASSEDUCTION, maar dit keer heeft ze genoeg aan haar stem en het pianospel van Thomas Bartlett, aka Doveman. MassEducation bevat de naakte versies van de grootse songs op de vorige plaat van de in Dallas, Texas, geboren muzikante en voor de gelegenheid heeft Annie Clark op de cover ook nog wat kledingstukken uitgetrokken.
Het is zoals gezegd wennen. Het pianospel van Thomas Bartlett is prachtig, maar zeker de stem van St. Vincent komt nogal ruw uit de speakers. MassEducation klinkt in eerste instantie als een serie outtakes van Tori Amos in haar beginjaren. Daar is niet zoveel mis mee, maar van St. Vincent verwacht ik inmiddels toch net wat meer.
MassEducation vraagt, net als MASSEDUCTION, de nodige tijd, maar langzaam maar zeker begin ik overtuigd te raken van de waarde van de naakte versies van de songs van de vorige plaat van St. Vincent. De associatie met Tori Amos blijft, zeker door alle emotie in de stem van Annie Clark, maar de Amerikaanse muzikante kan ook opschuiven richting de onderkoeling van Fiona Apple, zeker wanneer Thomas Bartlett wat opschuift richting de linkerkant van zijn klavier.
De songs op MassEducation zijn zo ruw en basaal dat je verlangt naar wat meer inkleuring. Hier en daar een extra instrument of hier en daar toch wat elektronica, het had best gemogen. Je bereikt dit effect overigens door de twee albums van St. Vincent aan elkaar te plakken en steeds eerst de uitgeklede versie van een song te beluisteren en hierna de aangeklede variant.
Het leert je twee dingen. Allereerst hoor je hoe goed de songs van St. Vincent zijn en met hoeveel gevoel Annie Clark zingt. Hiernaast hoor je wat een volle productie en een stevig aangezet elektronisch klankentapijt met songs kan doen. Een aantal songs van St. Vincent wordt platgeslagen door al het elektronische geweld, terwijl andere songs juist tot leven komen. Het wachten is op een plaat die het beste van beide werelden bied, maar ook de ruwe songs op MassEducation komen met enige regelmaat aan, net als de songs op de zo rijk ingekleurde voorganger. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: St. Vincent - MassEducation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Van groots en bijna overdadig naar ruw en vrijwel naakt. St. Vincent maakt het je niet makkelijk maar overtuigt wederom
St. Vincent moest het op MASSEDUCTION hebben van een groots klinkend elektronisch klankentapijt. Op MassEducation komen de songs van de vorige plaat nog eens voorbij, maar nu moeten we het doen met een piano en een stem. Het klinkt ruw en dat is even wennen. Na enige tijd valt echter veel op zijn plek, zeker wanneer je de zo verschillende versies van de songs na elkaar beluisterd. Wat je de ene keer mist is er de andere keer en vice versa. St. Vincent laat nog maar eens horen wat een uniek en onconventioneel talent ze is. Ik ben nu al benieuwd naar haar volgende stap.
Ik had vorig jaar een paar maanden nodig om te kunnen genieten van MASSEDUCTION van St. Vincent. Ik vond de muziek van het alter ego van de vanuit New York opererende Amerikaanse muzikante Annie Clark in eerste instantie veel te zwaar aangezet en veel te elektronisch.
Pas na vele keren proberen hoorde ik de schoonheid in de popliedjes van St. Vincent, die zeer uiteenlopende invloeden uit een aantal decennia popmuziek bleken te verwerken en net zo makkelijk aansloten bij de Berlijnse jaren van Bowie en de funk van Prince als bij de elektronische muziek van het moment.
Het duurde overigens ook een paar maanden voor ik door had dat de titel van de plaat MASSEDUCTION was en niet MASSEDUCATION. Dat was destijds niet zo erg, maar door de release van MassEducation wordt het nu wel belangrijk om het beestje bij de juiste naam te noemen.
Ik was vorig jaar erg nieuwsgierig naar al hetgeen dat St. Vincent had verstopt onder het stevig aangezette elektronische klankentapijt en vond na flink wennen veel moois. Het is het moois dat op MassEducation wordt aangeboden zonder enige opsmuk en gek genoeg is ook dat weer wennen.
Op MassEducation vertolkt St. Vincent de songs van MASSEDUCTION, maar dit keer heeft ze genoeg aan haar stem en het pianospel van Thomas Bartlett, aka Doveman. MassEducation bevat de naakte versies van de grootse songs op de vorige plaat van de in Dallas, Texas, geboren muzikante en voor de gelegenheid heeft Annie Clark op de cover ook nog wat kledingstukken uitgetrokken.
Het is zoals gezegd wennen. Het pianospel van Thomas Bartlett is prachtig, maar zeker de stem van St. Vincent komt nogal ruw uit de speakers. MassEducation klinkt in eerste instantie als een serie outtakes van Tori Amos in haar beginjaren. Daar is niet zoveel mis mee, maar van St. Vincent verwacht ik inmiddels toch net wat meer.
MassEducation vraagt, net als MASSEDUCTION, de nodige tijd, maar langzaam maar zeker begin ik overtuigd te raken van de waarde van de naakte versies van de songs van de vorige plaat van St. Vincent. De associatie met Tori Amos blijft, zeker door alle emotie in de stem van Annie Clark, maar de Amerikaanse muzikante kan ook opschuiven richting de onderkoeling van Fiona Apple, zeker wanneer Thomas Bartlett wat opschuift richting de linkerkant van zijn klavier.
De songs op MassEducation zijn zo ruw en basaal dat je verlangt naar wat meer inkleuring. Hier en daar een extra instrument of hier en daar toch wat elektronica, het had best gemogen. Je bereikt dit effect overigens door de twee albums van St. Vincent aan elkaar te plakken en steeds eerst de uitgeklede versie van een song te beluisteren en hierna de aangeklede variant.
Het leert je twee dingen. Allereerst hoor je hoe goed de songs van St. Vincent zijn en met hoeveel gevoel Annie Clark zingt. Hiernaast hoor je wat een volle productie en een stevig aangezet elektronisch klankentapijt met songs kan doen. Een aantal songs van St. Vincent wordt platgeslagen door al het elektronische geweld, terwijl andere songs juist tot leven komen. Het wachten is op een plaat die het beste van beide werelden bied, maar ook de ruwe songs op MassEducation komen met enige regelmaat aan, net als de songs op de zo rijk ingekleurde voorganger. Erwin Zijleman
St. Vincent - MASSEDUCTION (2017)

4,0
0
geplaatst: 28 december 2017, 13:06 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: St. Vincent - MASSEDUCTION - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
St. Vincent, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Anne Erin Clark, is dit jaar precies 10 jaar actief in de popmuziek. Ze is in die 10 jaar altijd het lievelingetje van de critici geweest en ook het dit jaar verschenen MASSEDUCTION werd weer zeer warm onthaald door de pers en dook uiteindelijk op in flink wat jaarlijstjes.
Tussen St. Vincent en mij wil het op een of andere manier echter niet echt lukken. Ik was acht jaar geleden nog wel onder de indruk van St. Vincent’s tweede plaat Actor, maar sindsdien pakt haar werk me niet.
MASSEDUCTION heb ik een paar maanden geleden vluchtig beluisterd maar deed toen vrijwel niets met me, waarna ik de plaat snel terzijde heb geschoven. Toen ik deze week bij het opruimen de cd weer tegen kwam heb ik het toch nog maar eens geprobeerd en langzaam maar zeker raakte ik dit keer toch geboeid door de muziek van de eigenzinnige Amerikaanse muzikante.
Bij St. Vincent denk ik altijd aan muziek die flink tegen de haren instrijkt, maar MASSEDUCTION is een behoorlijk toegankelijke plaat. Dat geldt zeker voor de openingstrack, waarin St. Vincent de luisteraar trakteert op een aantrekkelijk elektronisch popliedje vol bijzondere klanken en met prima zang. De tweede track is weer wat tegendraadser en geeft een moderne draai aan het begrip funky.
De funky ritmes keren vaker terug en doen, zeker wanneer de synths wat ouderwets klinken, wel wat denken aan het werk van Prince of aan het werk van zijn protegees Wendy & Lisa. St. Vincent geeft wel een eigen draai aan de invloeden van Prince door ook moderne elektronica in te zetten of door de elektronica te combineren met de vervormde gitaren die Bowie in de jaren 70 omarmde.
St. Vincent speelt op MASSEDUCTION met ouderwets aandoende elektronica (die terug gaat tot de 70s disco van Giorgio Moroder), maar ze maakt ook de elektronische popmuziek van de toekomst. Toen ik de plaat een paar maanden geleden vluchtig beluisterde vond ik het allemaal wat gewoontjes, maar bij de hernieuwde kennismaking met de nieuwe plaat van St. Vincent hoorde ik ook opeens de genialiteit in haar songs.
Het is knap hoe St. Vincent op MASSEDUCTION driftig experiment met geluiden, invloeden en tempowisselingen, maar op hetzelfde moment muziek maakt die lekker in het gehoor ligt of zelfs hitgevoelig genoemd mag worden. Voor het scoren van hits is de muziek van de Amerikaanse muzikante misschien nog net wat te eigenzinnig, maar ik begrijp inmiddels wel dat ze een breed publiek aan zich weet te binden en ook nog steeds de onvoorwaardelijke steun van de critici heeft.
MASSEDUCTION doet me wel wat denken aan de briljante plaat van Lorde die uiteindelijk de top 3 van mijn jaarlijstje haalde. Ook St. Vincent maakt muziek die in het hokje pop kan worden geduwd, maar het is pop die niet alleen vermaakt maar die ook intrigeert en betovert.
Zeker wanneer St. Vincent kiest voor meer ingetogen songs en songs die voorzichtig opschuiven richting singer-songwriter muziek, overtuigt ze met bloedmooie popliedjes, maar ook de uptempo songs met een flinke dosis warmbloedige funk of juist een flinke schep onderkoelde elektronica zijn veel en veel beter dan ik een paar maanden geleden bij vluchtige beluistering kon vermoeden.
St. Vincent heeft met MASSEDUCTION een popplaat gemaakt vol geweldige songs maar ook vol avontuur. Het duurde even voor ik het door had, maar nu laat ik St. Vincent echt niet meer los. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: St. Vincent - MASSEDUCTION - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
St. Vincent, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Anne Erin Clark, is dit jaar precies 10 jaar actief in de popmuziek. Ze is in die 10 jaar altijd het lievelingetje van de critici geweest en ook het dit jaar verschenen MASSEDUCTION werd weer zeer warm onthaald door de pers en dook uiteindelijk op in flink wat jaarlijstjes.
Tussen St. Vincent en mij wil het op een of andere manier echter niet echt lukken. Ik was acht jaar geleden nog wel onder de indruk van St. Vincent’s tweede plaat Actor, maar sindsdien pakt haar werk me niet.
MASSEDUCTION heb ik een paar maanden geleden vluchtig beluisterd maar deed toen vrijwel niets met me, waarna ik de plaat snel terzijde heb geschoven. Toen ik deze week bij het opruimen de cd weer tegen kwam heb ik het toch nog maar eens geprobeerd en langzaam maar zeker raakte ik dit keer toch geboeid door de muziek van de eigenzinnige Amerikaanse muzikante.
Bij St. Vincent denk ik altijd aan muziek die flink tegen de haren instrijkt, maar MASSEDUCTION is een behoorlijk toegankelijke plaat. Dat geldt zeker voor de openingstrack, waarin St. Vincent de luisteraar trakteert op een aantrekkelijk elektronisch popliedje vol bijzondere klanken en met prima zang. De tweede track is weer wat tegendraadser en geeft een moderne draai aan het begrip funky.
De funky ritmes keren vaker terug en doen, zeker wanneer de synths wat ouderwets klinken, wel wat denken aan het werk van Prince of aan het werk van zijn protegees Wendy & Lisa. St. Vincent geeft wel een eigen draai aan de invloeden van Prince door ook moderne elektronica in te zetten of door de elektronica te combineren met de vervormde gitaren die Bowie in de jaren 70 omarmde.
St. Vincent speelt op MASSEDUCTION met ouderwets aandoende elektronica (die terug gaat tot de 70s disco van Giorgio Moroder), maar ze maakt ook de elektronische popmuziek van de toekomst. Toen ik de plaat een paar maanden geleden vluchtig beluisterde vond ik het allemaal wat gewoontjes, maar bij de hernieuwde kennismaking met de nieuwe plaat van St. Vincent hoorde ik ook opeens de genialiteit in haar songs.
Het is knap hoe St. Vincent op MASSEDUCTION driftig experiment met geluiden, invloeden en tempowisselingen, maar op hetzelfde moment muziek maakt die lekker in het gehoor ligt of zelfs hitgevoelig genoemd mag worden. Voor het scoren van hits is de muziek van de Amerikaanse muzikante misschien nog net wat te eigenzinnig, maar ik begrijp inmiddels wel dat ze een breed publiek aan zich weet te binden en ook nog steeds de onvoorwaardelijke steun van de critici heeft.
MASSEDUCTION doet me wel wat denken aan de briljante plaat van Lorde die uiteindelijk de top 3 van mijn jaarlijstje haalde. Ook St. Vincent maakt muziek die in het hokje pop kan worden geduwd, maar het is pop die niet alleen vermaakt maar die ook intrigeert en betovert.
Zeker wanneer St. Vincent kiest voor meer ingetogen songs en songs die voorzichtig opschuiven richting singer-songwriter muziek, overtuigt ze met bloedmooie popliedjes, maar ook de uptempo songs met een flinke dosis warmbloedige funk of juist een flinke schep onderkoelde elektronica zijn veel en veel beter dan ik een paar maanden geleden bij vluchtige beluistering kon vermoeden.
St. Vincent heeft met MASSEDUCTION een popplaat gemaakt vol geweldige songs maar ook vol avontuur. Het duurde even voor ik het door had, maar nu laat ik St. Vincent echt niet meer los. Erwin Zijleman
