Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
The Low Anthem - Eyeland (2016)

4,5
0
geplaatst: 21 juni 2016, 15:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Low Anthem - eyeland - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Providence, Rhode Island, afkomstige band The Low Anthem timmerde al even aan de weg toen het in de zomer van 2009 wereldwijd doorbrak met het verrassende Oh My God, Charlie Darwin.
Op deze nog altijd fascinerende plaat gaf de band, mede door een opvallend rijk instrumentarium, een geheel eigen draai aan haar door invloeden uit de blues, country en folk gedomineerde Americana.
De lijn werd doorgetrokken op het in 2011 verschenen Smart Flesh, dat lang niet zoveel aandacht trok als zijn voorganger, maar in muzikaal opzicht wat mij betreft nog net wat overtuigender was.
Na een stilte van vijf jaar keerde The Low Anthem onlangs terug met eyeland en wat is dit een bijzondere plaat. eyeland is enerzijds bijzonder omdat de plaat voor een groot deel totaal niet aansluit op zijn twee voorgangers, maar de nieuwe plaat van The Low Anthem valt ook op door muziek die geen moment van plan is om binnen de lijntjes te kleuren.
Op haar nieuwe plaat heeft The Low Anthem de ingetogen en bijzonder gearrangeerde Americana zeker niet helemaal opgegeven. De plaat bevat een aantal songs die met enige fantasie ook best op een van de twee voorgangers had kunnen staan, maar hiernaast experimenteert The Low Anthem er driftig op los en schiet het in 11 songs en 42 minuten alle kanten op.
In een aantal songs op de plaat krijgt de folk van weleer een rauwe of juist bijna verstilde impuls, maar eyeland bevat ook flink wat songs waarin elektronica en invloeden uit de psychedelica en neo-psychedelica de hoofdrol spelen. Dat slaat soms door in de richting van behoorlijk ongrijpbare soundscapes of experimenten, maar The Low Anthem grijpt in de wat meer psychedelische tracks net zo makkelijk terug op het werk van The Beatles van decennia geleden.
Voor een ieder die de vorige twee albums van de band koesterde, ligt eyeland zeker in eerste instantie waarschijnlijk wat zwaar op de maag, maar eyeland is ook een plaat waarin de ruimdenkende muziekliefhebber zich compleet kan verliezen. In de 42 minuten die eyeland duurt gebeurt er zoveel dat het je soms duizelt. Lang niet alles is even mooi of indrukwekkend, maar de plaat staat ook vol met muziek om van te watertanden.
Ik merk zelf dat bij herhaalde beluistering steeds meer puzzelstukjes op hun plek vallen, waardoor eyeland behoorlijk begint te groeien. Het levert een plaat op die nauwelijks is te vergelijken met zijn twee indrukwekkende voorgangers, maar die zeker niet minder mooi en bovendien een stuk avontuurlijker is. Ik ben uiteindelijk toch weer diep onder de indruk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Low Anthem - eyeland - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De uit Providence, Rhode Island, afkomstige band The Low Anthem timmerde al even aan de weg toen het in de zomer van 2009 wereldwijd doorbrak met het verrassende Oh My God, Charlie Darwin.
Op deze nog altijd fascinerende plaat gaf de band, mede door een opvallend rijk instrumentarium, een geheel eigen draai aan haar door invloeden uit de blues, country en folk gedomineerde Americana.
De lijn werd doorgetrokken op het in 2011 verschenen Smart Flesh, dat lang niet zoveel aandacht trok als zijn voorganger, maar in muzikaal opzicht wat mij betreft nog net wat overtuigender was.
Na een stilte van vijf jaar keerde The Low Anthem onlangs terug met eyeland en wat is dit een bijzondere plaat. eyeland is enerzijds bijzonder omdat de plaat voor een groot deel totaal niet aansluit op zijn twee voorgangers, maar de nieuwe plaat van The Low Anthem valt ook op door muziek die geen moment van plan is om binnen de lijntjes te kleuren.
Op haar nieuwe plaat heeft The Low Anthem de ingetogen en bijzonder gearrangeerde Americana zeker niet helemaal opgegeven. De plaat bevat een aantal songs die met enige fantasie ook best op een van de twee voorgangers had kunnen staan, maar hiernaast experimenteert The Low Anthem er driftig op los en schiet het in 11 songs en 42 minuten alle kanten op.
In een aantal songs op de plaat krijgt de folk van weleer een rauwe of juist bijna verstilde impuls, maar eyeland bevat ook flink wat songs waarin elektronica en invloeden uit de psychedelica en neo-psychedelica de hoofdrol spelen. Dat slaat soms door in de richting van behoorlijk ongrijpbare soundscapes of experimenten, maar The Low Anthem grijpt in de wat meer psychedelische tracks net zo makkelijk terug op het werk van The Beatles van decennia geleden.
Voor een ieder die de vorige twee albums van de band koesterde, ligt eyeland zeker in eerste instantie waarschijnlijk wat zwaar op de maag, maar eyeland is ook een plaat waarin de ruimdenkende muziekliefhebber zich compleet kan verliezen. In de 42 minuten die eyeland duurt gebeurt er zoveel dat het je soms duizelt. Lang niet alles is even mooi of indrukwekkend, maar de plaat staat ook vol met muziek om van te watertanden.
Ik merk zelf dat bij herhaalde beluistering steeds meer puzzelstukjes op hun plek vallen, waardoor eyeland behoorlijk begint te groeien. Het levert een plaat op die nauwelijks is te vergelijken met zijn twee indrukwekkende voorgangers, maar die zeker niet minder mooi en bovendien een stuk avontuurlijker is. Ik ben uiteindelijk toch weer diep onder de indruk. Erwin Zijleman
The Low Anthem - The Salt Doll Went to Measure the Depth of the Sea (2018)

4,0
1
geplaatst: 1 maart 2018, 12:50 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Low Anthem - The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse band The Low Anthem veroverde in 2009 de harten van de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, door op het in dat jaar verschenen Oh My God, Charlie Darwin een geheel eigen draai te geven aan alles dat onder de noemer Americana valt.
De band consolideerde de verworven status met het in 2011 verschenen Smart Flesh, maar liet liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek flink schrikken door op het in 2016 verschenen Eyeland de Americana te verruilen voor muziek die vooral werd beïnvloed door psychedelica en zelfs prog-rock.
Kort na de release van de plaat sloeg het noodlot toe voor de band. Een ongeluk met de tourbus van de band verwoeste het uitgebreide instrumentarium dat de band meesleepte en verwondde een aantal leden en crew members van de band ernstig.
Voorman Ben Knox Miller kwam er als enige zonder serieuze verwondingen af en nam in de twee weken die volgden op het ongeluk met wat oude instrumenten die hij thuis had liggen een eerste versie van de nu verschenen nieuwe plaat van The Low Anthem op.
De ruwe demo’s die bij Ben Knox Miller thuis werden opgenomen werden uiteindelijk nog wat opgepoetst met de herstelde bandleden, maar The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea is een intieme en ingetogen plaat gebleven.
Het is een plaat die voortborduurt op alle vorige platen van de band, maar het is ook een plaat die totaal anders klinkt dan zijn voorgangers. Veel songs op de plaat hebben een folky basis, maar worden vervolgens ingekleurd met wat ouderwets klinkende elektronica uit het apparaat dat de voorman van de band nog thuis had staan.
The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea laat zich, net als zijn voorganger, niet alleen inspireren door folk, maar ook door psychedelica, prog-rock en soft-rock, maar waar Eyeland bij vlagen behoorlijk uitbundig klonk, is de nieuwe plaat van The Low Anthem een erg sobere, maar ook stemmige plaat, die zich mede heeft laten inspireren door het boeddhisme.
Ik kon beide kanten van The Low Anthem wel waarderen en ook The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea is een plaat die me onmiddellijk wist te overtuigen. De mix van uiterst ingetogen folky songs met dromerige vocalen en bijpassende elektronica is tegenwoordig gemeengoed, maar waar ik bij de meeste platen waarop deze combinatie domineert makkelijk in slaap val, prikkelt The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea van The Low Anthem genadeloos de fantasie.
De nieuwe plaat van de Amerikaanse band valt op door bijzonder lekker klinkende songs en een vaak oorstrelend mooie instrumentatie, maar de plaat is ook getekend door het ongeluk dat Ben Knox Miller nog volop aan het verwerken was toen hij de ruwe schets van de plaat tekende.
The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea lijkt een plaat die het moet hebben van stilte en intimiteit, maar wanneer je de plaat wat aandachtiger beluistert, hoor je dat The Low Anthem haar songs heeft voorzien van vele lagen en een enkele dubbele bodem.
Het is lastig om je voor te stellen dat dit dezelfde band is als de band die een jaar of negen geleden de traditionele Amerikaanse rootsmuziek opnieuw uitvond, maar muziekliefhebbers met een brede smaak zullen ook de 2018 versie van The Low Anthem zeer kunnen waarderen.
The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea is een plaat van een band die durft te vernieuwen, wat respect afdwingt, maar de nieuwe plaat van de band uit Providence, Rhode Island, is ook een wonderschone plaat vol songs die zich langzaam, maar zeer zeker opdringen, waarna je hem niet meer wilt missen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Low Anthem - The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse band The Low Anthem veroverde in 2009 de harten van de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, door op het in dat jaar verschenen Oh My God, Charlie Darwin een geheel eigen draai te geven aan alles dat onder de noemer Americana valt.
De band consolideerde de verworven status met het in 2011 verschenen Smart Flesh, maar liet liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek flink schrikken door op het in 2016 verschenen Eyeland de Americana te verruilen voor muziek die vooral werd beïnvloed door psychedelica en zelfs prog-rock.
Kort na de release van de plaat sloeg het noodlot toe voor de band. Een ongeluk met de tourbus van de band verwoeste het uitgebreide instrumentarium dat de band meesleepte en verwondde een aantal leden en crew members van de band ernstig.
Voorman Ben Knox Miller kwam er als enige zonder serieuze verwondingen af en nam in de twee weken die volgden op het ongeluk met wat oude instrumenten die hij thuis had liggen een eerste versie van de nu verschenen nieuwe plaat van The Low Anthem op.
De ruwe demo’s die bij Ben Knox Miller thuis werden opgenomen werden uiteindelijk nog wat opgepoetst met de herstelde bandleden, maar The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea is een intieme en ingetogen plaat gebleven.
Het is een plaat die voortborduurt op alle vorige platen van de band, maar het is ook een plaat die totaal anders klinkt dan zijn voorgangers. Veel songs op de plaat hebben een folky basis, maar worden vervolgens ingekleurd met wat ouderwets klinkende elektronica uit het apparaat dat de voorman van de band nog thuis had staan.
The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea laat zich, net als zijn voorganger, niet alleen inspireren door folk, maar ook door psychedelica, prog-rock en soft-rock, maar waar Eyeland bij vlagen behoorlijk uitbundig klonk, is de nieuwe plaat van The Low Anthem een erg sobere, maar ook stemmige plaat, die zich mede heeft laten inspireren door het boeddhisme.
Ik kon beide kanten van The Low Anthem wel waarderen en ook The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea is een plaat die me onmiddellijk wist te overtuigen. De mix van uiterst ingetogen folky songs met dromerige vocalen en bijpassende elektronica is tegenwoordig gemeengoed, maar waar ik bij de meeste platen waarop deze combinatie domineert makkelijk in slaap val, prikkelt The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea van The Low Anthem genadeloos de fantasie.
De nieuwe plaat van de Amerikaanse band valt op door bijzonder lekker klinkende songs en een vaak oorstrelend mooie instrumentatie, maar de plaat is ook getekend door het ongeluk dat Ben Knox Miller nog volop aan het verwerken was toen hij de ruwe schets van de plaat tekende.
The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea lijkt een plaat die het moet hebben van stilte en intimiteit, maar wanneer je de plaat wat aandachtiger beluistert, hoor je dat The Low Anthem haar songs heeft voorzien van vele lagen en een enkele dubbele bodem.
Het is lastig om je voor te stellen dat dit dezelfde band is als de band die een jaar of negen geleden de traditionele Amerikaanse rootsmuziek opnieuw uitvond, maar muziekliefhebbers met een brede smaak zullen ook de 2018 versie van The Low Anthem zeer kunnen waarderen.
The Salt Doll Went To Measure The Depth Of The Sea is een plaat van een band die durft te vernieuwen, wat respect afdwingt, maar de nieuwe plaat van de band uit Providence, Rhode Island, is ook een wonderschone plaat vol songs die zich langzaam, maar zeer zeker opdringen, waarna je hem niet meer wilt missen. Erwin Zijleman
The Lowest Pair - The Sacred Heart Sessions (2015)

4,0
0
geplaatst: 19 juli 2015, 13:32 uur
Recensie op de krenten uit de stop:
De krenten uit de pop: The Lowest Pair - The Sacred Heart Sessions - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Lowest Pair is een uit Olympia, Washington, afkomstig duo dat bestaat uit Kendl Winter en Palmer T. Lee. Beiden kunnen uitstekend overweg op de banjo en zijn ook nog eens gezegend met een prima stem.
Voor hun tweede plaat The Sacred Heart Sessions trokken Kendl Winter en Palmer T. Lee naar een oude kerk in Duluth, Minnesota, waar ze vervolgens in twee dagen tien songs opnamen.
Het zijn uiterst sobere songs, die het moeten doen met twee banjo’s, twee stemmen en heel af en toe een extra gitaar, maar wat zijn het mooie en krachtige songs.
The Lowest Pair maakt op The Sacred Heart Sessions vooral ouderwets aandoende folk zonder opsmuk. De twee banjo’s leggen niet veel meer dan een ruwe basis waarop de stemmen mogen schitteren.
Met name Kendl Winter maakt op The Sacred Heart Sessions indruk met vocalen die overlopen van emotie en melancholie, waarna Palmer T. Lee deze vocalen verder mag versterken.
The Lowest Pair profiteert verder optimaal van de locatie die is gekozen voor het opnemen van deze plaat. De kerk in Duluth zorgt voor flink wat extra galm, wat de muziek van The Lowest Pair een bijzonder geluid geeft.
Het valt niet mee om met zulke eenvoudige middelen muziek te maken die niet alleen de aandacht vast weet te houden maar ook nog eens diepe indruk maakt, maar voor The Lowest Pair is het geen probleem.
The Sacred Heart Sessions is een pure en eerlijke rootsplaat zonder tierelantijntjes. The Lowest Pair brengt haar muziek terug tot de essentie en laat horen dat de essentie meer dan genoeg is om een onuitwisbare indruk te maken.
The Sacred Heart Sessions is ondanks alle eenvoud een knappe en gevarieerde plaat, die eigenlijk alleen maar mooier en indrukwekkender wordt. Geen plaat om de wereld mee te veroveren, maar zeker voor liefhebbers van traditionele Amerikaanse rootsmuziek is het smullen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Lowest Pair - The Sacred Heart Sessions - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Lowest Pair is een uit Olympia, Washington, afkomstig duo dat bestaat uit Kendl Winter en Palmer T. Lee. Beiden kunnen uitstekend overweg op de banjo en zijn ook nog eens gezegend met een prima stem.
Voor hun tweede plaat The Sacred Heart Sessions trokken Kendl Winter en Palmer T. Lee naar een oude kerk in Duluth, Minnesota, waar ze vervolgens in twee dagen tien songs opnamen.
Het zijn uiterst sobere songs, die het moeten doen met twee banjo’s, twee stemmen en heel af en toe een extra gitaar, maar wat zijn het mooie en krachtige songs.
The Lowest Pair maakt op The Sacred Heart Sessions vooral ouderwets aandoende folk zonder opsmuk. De twee banjo’s leggen niet veel meer dan een ruwe basis waarop de stemmen mogen schitteren.
Met name Kendl Winter maakt op The Sacred Heart Sessions indruk met vocalen die overlopen van emotie en melancholie, waarna Palmer T. Lee deze vocalen verder mag versterken.
The Lowest Pair profiteert verder optimaal van de locatie die is gekozen voor het opnemen van deze plaat. De kerk in Duluth zorgt voor flink wat extra galm, wat de muziek van The Lowest Pair een bijzonder geluid geeft.
Het valt niet mee om met zulke eenvoudige middelen muziek te maken die niet alleen de aandacht vast weet te houden maar ook nog eens diepe indruk maakt, maar voor The Lowest Pair is het geen probleem.
The Sacred Heart Sessions is een pure en eerlijke rootsplaat zonder tierelantijntjes. The Lowest Pair brengt haar muziek terug tot de essentie en laat horen dat de essentie meer dan genoeg is om een onuitwisbare indruk te maken.
The Sacred Heart Sessions is ondanks alle eenvoud een knappe en gevarieerde plaat, die eigenlijk alleen maar mooier en indrukwekkender wordt. Geen plaat om de wereld mee te veroveren, maar zeker voor liefhebbers van traditionele Amerikaanse rootsmuziek is het smullen. Erwin Zijleman
The Lumineers - Automatic (2025)

4,5
0
geplaatst: 16 februari 2025, 10:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Lumineers - Automatic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Lumineers - Automatic
Ik heb al jaren een enorm zwak voor de muziek van de Amerikaanse band The Lumineers en ook met album nummer vijf, Automatic, stelt de band rond Wesley Schultz en Jeremiah Fraites me echt geen moment teleur
The Lumineers is in de Verenigde Staten echt een hele grote band, maar ook in Nederland beginnen we de muziek va de Amerikaanse band langzaam maar zeker op de juiste waarde te schatten. Dat doe ik zelf al sinds het tweede album van de band en vooral sinds het geweldige III, dat wat mij betreft een van de allerbeste albums van 2019 was. Ook met Automatic hebben Wesley Schultz en Jeremiah Fraites weer een uitstekend album afgeleverd. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, de songs zijn stuk voor stuk aansprekend en dan is er ook nog de geweldige stem van Wesley Schultz, die de songs van The Lumineers omtovert in pareltjes. III blijft onaantastbaar, maar Automatic komt dicht in de buurt.
Toen de Amerikaanse band The Lumineers in 2012 opdook met de single Hey Ho vond ik het eerlijk gezegd maar een flauw bandje, maar het titelloze debuutalbum van de band uit Denver, Colorado, bleek een stuk beter. Toch had ik op dat moment niet verwacht dat de band tot grootse dingen in staat zou zijn.
Dat bleek de band echter wel, want Cleopatra uit 2016 en met name III uit 2019, overigens allebei geproduceerd door Simone Felice, vond ik echt fantastische albums. III eindigde aan het eind van 2019 zelfs op de tweede plek van mijn jaarlijstje en het is een album dat ik nog altijd met enige regelmaat beluister.
Het in 2022 verschenen BRIGHTSIDE was niet zo goed als III, maar ik vond het nog altijd goed genoeg voor mijn jaarlijstje. Alle reden dus om erg nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe album van de Amerikaanse band, die in de basis bestaat uit Wesley Schultz en Jeremiah Fraites. De twee worden ook dit keer bijgestaan door producers David Baron en Simone Felice, maar Automatic is zeker geen fantasieloos vervolg op de vorige albums van de Amerikaanse band.
Het album, dat overigens volgt op het prima live-album Live From Wrigley Field van vorig jaar, liet zich voor het opnameproces inspireren door de Beatles documentaire Get Back. Wesley Schultz, Jeremiah Fraites en de twee producers van de band propten de studio in Woodstock, New York, vol met instrumenten en gingen vol enthousiasme aan de slag. Dat hoor je, want Automatic is een album waar veel vaart en energie in zit.
Het klinkt vanaf de eerste noten onmiskenbaar als The Lumineers, maar ook Automatic voegt iets toe aan het fraaie oeuvre van de band. Centraal staat nog altijd de zo herkenbare stem van Wesley Schultz, die ook dit keer het geluid van de band voor een belangrijk deel bepaalt. De door piano gedragen songs klinken dit keer zowel ingetogen als behoorlijk uitbundig, wat bijdraagt aan de vaart die in het album zit.
Als ik Automatic vergelijk met het titelloze debuutalbum van dertien jaar geleden valt op hoezeer Wesley Schultz en Jeremiah Fraites gegroeid zijn. Automatic klinkt in vocaal opzicht nog aansprekender dan het debuutalbum, maar vooral in muzikaal opzicht is sprake van een muzikale aardverschuiving. De songs op Automatic zijn gevarieerd, bestaan uit vele lagen en verraden niet alleen een enorme muzikaliteit, maar ook het vermogen om zeer aansprekende songs te schrijven.
Heel af en toe hoor ik een vleugje Beatles in de songs op Automatic, maar de Amerikaanse band heeft toch vooral haar eigen geluid geperfectioneerd. Ik hou altijd wel van de wat meer ingetogen en wat intiemere songs van The Lumineers en die liefde wordt op Automatic uitvoerig bevredigd. Het album bevat flink wat door piano gedomineerde songs en het zijn songs waarin Wesley Schultz de sterren van de hemel zingt.
De band verkoopt inmiddels ook in Nederland de AFAS Live uit, maar met albums als III, Cleopatra en Automatic moet er nog veel meer mogelijk zijn. Sinds III is mijn liefde voor de muziek van The Lumineers onvoorwaardelijk en ook met Automatic, dat ik aansprekender vind dan BRIGHTSIDE, stelt de band uit Denver, Colorado, me geen moment teleur. Dat had ik dertien jaar geleden echt niet verwacht van het bandje van Hey Ho. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: The Lumineers - Automatic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: The Lumineers - Automatic
Ik heb al jaren een enorm zwak voor de muziek van de Amerikaanse band The Lumineers en ook met album nummer vijf, Automatic, stelt de band rond Wesley Schultz en Jeremiah Fraites me echt geen moment teleur
The Lumineers is in de Verenigde Staten echt een hele grote band, maar ook in Nederland beginnen we de muziek va de Amerikaanse band langzaam maar zeker op de juiste waarde te schatten. Dat doe ik zelf al sinds het tweede album van de band en vooral sinds het geweldige III, dat wat mij betreft een van de allerbeste albums van 2019 was. Ook met Automatic hebben Wesley Schultz en Jeremiah Fraites weer een uitstekend album afgeleverd. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, de songs zijn stuk voor stuk aansprekend en dan is er ook nog de geweldige stem van Wesley Schultz, die de songs van The Lumineers omtovert in pareltjes. III blijft onaantastbaar, maar Automatic komt dicht in de buurt.
Toen de Amerikaanse band The Lumineers in 2012 opdook met de single Hey Ho vond ik het eerlijk gezegd maar een flauw bandje, maar het titelloze debuutalbum van de band uit Denver, Colorado, bleek een stuk beter. Toch had ik op dat moment niet verwacht dat de band tot grootse dingen in staat zou zijn.
Dat bleek de band echter wel, want Cleopatra uit 2016 en met name III uit 2019, overigens allebei geproduceerd door Simone Felice, vond ik echt fantastische albums. III eindigde aan het eind van 2019 zelfs op de tweede plek van mijn jaarlijstje en het is een album dat ik nog altijd met enige regelmaat beluister.
Het in 2022 verschenen BRIGHTSIDE was niet zo goed als III, maar ik vond het nog altijd goed genoeg voor mijn jaarlijstje. Alle reden dus om erg nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe album van de Amerikaanse band, die in de basis bestaat uit Wesley Schultz en Jeremiah Fraites. De twee worden ook dit keer bijgestaan door producers David Baron en Simone Felice, maar Automatic is zeker geen fantasieloos vervolg op de vorige albums van de Amerikaanse band.
Het album, dat overigens volgt op het prima live-album Live From Wrigley Field van vorig jaar, liet zich voor het opnameproces inspireren door de Beatles documentaire Get Back. Wesley Schultz, Jeremiah Fraites en de twee producers van de band propten de studio in Woodstock, New York, vol met instrumenten en gingen vol enthousiasme aan de slag. Dat hoor je, want Automatic is een album waar veel vaart en energie in zit.
Het klinkt vanaf de eerste noten onmiskenbaar als The Lumineers, maar ook Automatic voegt iets toe aan het fraaie oeuvre van de band. Centraal staat nog altijd de zo herkenbare stem van Wesley Schultz, die ook dit keer het geluid van de band voor een belangrijk deel bepaalt. De door piano gedragen songs klinken dit keer zowel ingetogen als behoorlijk uitbundig, wat bijdraagt aan de vaart die in het album zit.
Als ik Automatic vergelijk met het titelloze debuutalbum van dertien jaar geleden valt op hoezeer Wesley Schultz en Jeremiah Fraites gegroeid zijn. Automatic klinkt in vocaal opzicht nog aansprekender dan het debuutalbum, maar vooral in muzikaal opzicht is sprake van een muzikale aardverschuiving. De songs op Automatic zijn gevarieerd, bestaan uit vele lagen en verraden niet alleen een enorme muzikaliteit, maar ook het vermogen om zeer aansprekende songs te schrijven.
Heel af en toe hoor ik een vleugje Beatles in de songs op Automatic, maar de Amerikaanse band heeft toch vooral haar eigen geluid geperfectioneerd. Ik hou altijd wel van de wat meer ingetogen en wat intiemere songs van The Lumineers en die liefde wordt op Automatic uitvoerig bevredigd. Het album bevat flink wat door piano gedomineerde songs en het zijn songs waarin Wesley Schultz de sterren van de hemel zingt.
De band verkoopt inmiddels ook in Nederland de AFAS Live uit, maar met albums als III, Cleopatra en Automatic moet er nog veel meer mogelijk zijn. Sinds III is mijn liefde voor de muziek van The Lumineers onvoorwaardelijk en ook met Automatic, dat ik aansprekender vind dan BRIGHTSIDE, stelt de band uit Denver, Colorado, me geen moment teleur. Dat had ik dertien jaar geleden echt niet verwacht van het bandje van Hey Ho. Erwin Zijleman
The Lumineers - Brightside (2022)

4,0
0
geplaatst: 16 januari 2022, 09:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Lumineers - BRIGHTSIDE - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Lumineers - BRIGHTSIDE
De Amerikaanse band The Lumineers opent het muziekjaar 2022 met een serie geweldige songs, die het inmiddels vertrouwde geluid van de band laten horen, maar die ook net wat anders klinken
Met III maakte de uit Denver, Colorado, afkomstige band The Lumineers wat mij betreft een van de allerbeste albums van 2019. De lat lag daarom hoog voor album nummer vier, maar ook Brightside is een geweldig album. De tot een duo uitgedunde band musiceert wat losser dan op de vorige twee albums, maar door de instrumentatie en vooral door de zang is het vanaf de eerste noten weer typisch The Lumineers. Hier en daar hoor je een vleugje van The Beatles, maar je hoort toch vooral de buitengewoon lekker in het gehoor liggende folkpop van de Amerikaanse band, die met Brightside het feelgood album heeft gemaakt dat we zo hard nodig hebben, al duurt het helaas maar een half uurtje.
De Amerikaanse band The Lumineers dook in 2012 op met de meezinger Ho Hey, wat ik persoonlijk nou niet zo’n sterkte track vond (en na verloop van tijd zelfs een behoorlijk irritante track). Het in hetzelfde jaar verschenen titelloze debuutalbum van de band uit Denver, Colorado, was gelukkig een stuk beter, maar ik raakte pas echt onder de indruk van de muziek van The Lumineers toen in 2016 het ijzersterke Cleopatra verscheen. De lat lag nog wat hoger op het in 2019 verschenen III, dat zelfs de tweede plek van mijn jaarlijstje over het betreffende jaar wist te halen.
The Lumineers zijn inmiddels uitgedund tot een duo en keren helemaal aan het begin van het muziekjaar 2022 terug met hun vierde album. BRIGHTSIDE (het moet kennelijk met hoofdletters, maar dat doe ik maar één keer) heb ik inmiddels al een aantal weken in mijn bezit en is in die weken, net als zijn twee voorgangers, uitgegroeid tot een persoonlijke favoriet.
Laat ik echter beginnen met een flinke tegenvaller. Brightside bevat slechts dertig minuten en zes seconden muziek en dat is voor een volwaardig album wel erg weinig. In dat half uur doen Jeremiah Fraites en Wesley Schultz gelukkig wel weer mooie dingen. Brightside laat, met name door de zo karakteristieke stem van Wesley Schultz, weer het herkenbare The Lumineers geluid horen en dat voelt aan als een warm bad.
Ik was op de vorige drie albums zeer gecharmeerd van de stem van de Amerikaanse muzikant en ook op Brightside is de zang wat mij betreft prachtig, zeker wanneer Wesley Schultz de noten uit zijn tenen haalt. Ook in muzikaal opzicht laat het vierde album van de Amerikaanse band een inmiddels bekend horen, al legt het duo uit Colorado ook wel wat andere accenten.
Net als op de vorige twee album koos de band voor producer Simone Felice en mocht technicus en co-producer David Baron het geluid nog wat verder versieren. Vergeleken met het terecht bejubelde III is Brightside een wat minder uitbundig en ook wat minder theatraal album. Het vierde album van The Lumineers bevat een aantal behoorlijk ingetogen en spaarzaam ingekleurde songs, die vooral vertrouwen op de zang van Wesley Schultz, zoals in het prachtige door gitaren en zang gedragen Never Really Mine.
Ook in de meer ingetogen songs hoor je meestal het inmiddels zeer herkenbare pianospel waarmee de albums van The Lumineers zich makkelijk weten te onderscheiden, maar Jeremiah Fraites en Wesley Schultz, die zelf tekenen voor de meeste instrumenten op Brightside, kiezen incidenteel ook voor wat stevigere songs, die weer een nieuwe kant van The Lumineers laten horen.
Ik had bij beluistering van het album overigens meerdere keren associaties met de muziek van The Beatles en dat is me niet bijgebleven van de vorige drie albums van The Lumineers. Ook op Brightside maakt de Amerikaanse band weer buitengewoon aangenaam en makkelijk in het gehoor liggende folkpop, maar zowel in vocaal als in muzikaal opzicht vind ik ook dit album weer een stuk beter dan die van de concurrenten in het genre.
Er is zoals gezegd maar één ding jammer en dat is dat het album er na net iets meer dan 30 minuten alweer op zit. Ik ben na die dertig minuten nog lang niet verzadigd, waardoor er niets anders opzit dan het album nogmaals opzetten of een van de voorgangers uit de kast te trekken. Wanneer ik Brightside niet beoordeel op de kwantiteit maar op de kwaliteit heb ik echter niets te klagen. Weer een prima album van een van mijn favoriete bands van deze tijd en wat word ik vrolijk van dit album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Lumineers - BRIGHTSIDE - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Lumineers - BRIGHTSIDE
De Amerikaanse band The Lumineers opent het muziekjaar 2022 met een serie geweldige songs, die het inmiddels vertrouwde geluid van de band laten horen, maar die ook net wat anders klinken
Met III maakte de uit Denver, Colorado, afkomstige band The Lumineers wat mij betreft een van de allerbeste albums van 2019. De lat lag daarom hoog voor album nummer vier, maar ook Brightside is een geweldig album. De tot een duo uitgedunde band musiceert wat losser dan op de vorige twee albums, maar door de instrumentatie en vooral door de zang is het vanaf de eerste noten weer typisch The Lumineers. Hier en daar hoor je een vleugje van The Beatles, maar je hoort toch vooral de buitengewoon lekker in het gehoor liggende folkpop van de Amerikaanse band, die met Brightside het feelgood album heeft gemaakt dat we zo hard nodig hebben, al duurt het helaas maar een half uurtje.
De Amerikaanse band The Lumineers dook in 2012 op met de meezinger Ho Hey, wat ik persoonlijk nou niet zo’n sterkte track vond (en na verloop van tijd zelfs een behoorlijk irritante track). Het in hetzelfde jaar verschenen titelloze debuutalbum van de band uit Denver, Colorado, was gelukkig een stuk beter, maar ik raakte pas echt onder de indruk van de muziek van The Lumineers toen in 2016 het ijzersterke Cleopatra verscheen. De lat lag nog wat hoger op het in 2019 verschenen III, dat zelfs de tweede plek van mijn jaarlijstje over het betreffende jaar wist te halen.
The Lumineers zijn inmiddels uitgedund tot een duo en keren helemaal aan het begin van het muziekjaar 2022 terug met hun vierde album. BRIGHTSIDE (het moet kennelijk met hoofdletters, maar dat doe ik maar één keer) heb ik inmiddels al een aantal weken in mijn bezit en is in die weken, net als zijn twee voorgangers, uitgegroeid tot een persoonlijke favoriet.
Laat ik echter beginnen met een flinke tegenvaller. Brightside bevat slechts dertig minuten en zes seconden muziek en dat is voor een volwaardig album wel erg weinig. In dat half uur doen Jeremiah Fraites en Wesley Schultz gelukkig wel weer mooie dingen. Brightside laat, met name door de zo karakteristieke stem van Wesley Schultz, weer het herkenbare The Lumineers geluid horen en dat voelt aan als een warm bad.
Ik was op de vorige drie albums zeer gecharmeerd van de stem van de Amerikaanse muzikant en ook op Brightside is de zang wat mij betreft prachtig, zeker wanneer Wesley Schultz de noten uit zijn tenen haalt. Ook in muzikaal opzicht laat het vierde album van de Amerikaanse band een inmiddels bekend horen, al legt het duo uit Colorado ook wel wat andere accenten.
Net als op de vorige twee album koos de band voor producer Simone Felice en mocht technicus en co-producer David Baron het geluid nog wat verder versieren. Vergeleken met het terecht bejubelde III is Brightside een wat minder uitbundig en ook wat minder theatraal album. Het vierde album van The Lumineers bevat een aantal behoorlijk ingetogen en spaarzaam ingekleurde songs, die vooral vertrouwen op de zang van Wesley Schultz, zoals in het prachtige door gitaren en zang gedragen Never Really Mine.
Ook in de meer ingetogen songs hoor je meestal het inmiddels zeer herkenbare pianospel waarmee de albums van The Lumineers zich makkelijk weten te onderscheiden, maar Jeremiah Fraites en Wesley Schultz, die zelf tekenen voor de meeste instrumenten op Brightside, kiezen incidenteel ook voor wat stevigere songs, die weer een nieuwe kant van The Lumineers laten horen.
Ik had bij beluistering van het album overigens meerdere keren associaties met de muziek van The Beatles en dat is me niet bijgebleven van de vorige drie albums van The Lumineers. Ook op Brightside maakt de Amerikaanse band weer buitengewoon aangenaam en makkelijk in het gehoor liggende folkpop, maar zowel in vocaal als in muzikaal opzicht vind ik ook dit album weer een stuk beter dan die van de concurrenten in het genre.
Er is zoals gezegd maar één ding jammer en dat is dat het album er na net iets meer dan 30 minuten alweer op zit. Ik ben na die dertig minuten nog lang niet verzadigd, waardoor er niets anders opzit dan het album nogmaals opzetten of een van de voorgangers uit de kast te trekken. Wanneer ik Brightside niet beoordeel op de kwantiteit maar op de kwaliteit heb ik echter niets te klagen. Weer een prima album van een van mijn favoriete bands van deze tijd en wat word ik vrolijk van dit album. Erwin Zijleman
The Lumineers - Cleopatra (2016)

4,5
0
geplaatst: 12 april 2016, 15:43 uur
Recensie op de krenten ut de pop:
De krenten uit de pop: The Lumineers - Cleopatra - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was een paar jaar geleden best onder de indruk van het debuut van de uit Denver, Colorado, afkomstige band The Lumineers, maar de plaat werd uiteindelijk compleet stuk gedraaid door de in eerste instantie best vermakelijke maar uiteindelijk toch vooral bloedirritante single Ho Hey.
Ho Hey degradeerde The Lumineers tot een one trick pony, tot een Sky Radio band en tot het Amerikaanse antwoord op Mumford & Sons. Probeer daar vervolgens maar weer eens van af te komen op je tweede plaat; het is een lastige zo niet onmogelijke opgave.
Toch zijn The Lumineers er wat mij betreft glansrijk in geslaagd. De band heeft dit niet gedaan door afstand te nemen van het geluid van haar debuut. Ook op Cleopatra geeft de band een geheel eigen invulling aan Amerikaanse rootsmuziek en vermengt het traditionele rootsklanken met pop en rock; voor een belangrijk deel op dezelfde wijze als op het in commercieel opzicht zo succesvolle debuut.
Cleopatra bevat flink wat tracks die ook best op het debuut hadden kunnen staan. Hiertussen een aantal aanstekelijke songs die bijna schreeuwen om een paar hey’s of ho’s, maar gelukkig laat de band zich hier niet toe verleiden.
Cleopatra is wat meer ingetogen dan het debuut en een stuk minder eenvormig. Zeker naarmate de plaat vordert klinkt de muziek steeds subtieler en intiemer, waarbij het prachtige gitaarwerk en de piano een hoofdrol vervullen. De bijzondere percussie, die zo’n belangrijke rol speelde op het debuut van de band, duikt nog een aantal keren op, maar wordt nog veel vaker achterwege gelaten.
Het komt de intensiteit van de muziek van The Lumineers zeer ten goede. Zeker wanneer de instrumentatie wat meer ingetogen en wat donkerder is, vertrouwt de band volledig op de vocalen van Wesley Schultz en hoe vaker ik naar Cleopatra luister, hoe meer ik onder de indruk ben van deze vocalen. Het zijn vocalen die prachtig getergd kunnen klinken, maar het zijn ook vocalen die de soms wat vlak klinkende songs van The Lumineers kunnen voorzien van heel veel diepgang.
Cleopatra bevat, ondanks de kleinere rol voor de stuwende percussie, ook veel meer dynamiek dan zijn voorganger. De band durft klein en intiem te klinken, maar is ook niet bang voor stevigere uithalen.
Het gekke is dat ik na vele keren horen nog steeds bang bent dat de band opeens weer een Hey Ho uit de speakers laat komen, maar van die angst moet ik maar snel af. Cleopatra van The Lumineers is immers een hele mooie en toch ook eigenzinnige rootsplaat, die het zo succesvolle debuut in artistiek opzicht op alle fronten overtreft. Of dat in commercieel opzicht ook zo zal zijn durf ik te betwijfelen, maar dat komt de muziek van The Lumineers alleen maar ten goede. Cleopatra is een prachtplaat, waar ik steeds meer van ga houden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Lumineers - Cleopatra - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik was een paar jaar geleden best onder de indruk van het debuut van de uit Denver, Colorado, afkomstige band The Lumineers, maar de plaat werd uiteindelijk compleet stuk gedraaid door de in eerste instantie best vermakelijke maar uiteindelijk toch vooral bloedirritante single Ho Hey.
Ho Hey degradeerde The Lumineers tot een one trick pony, tot een Sky Radio band en tot het Amerikaanse antwoord op Mumford & Sons. Probeer daar vervolgens maar weer eens van af te komen op je tweede plaat; het is een lastige zo niet onmogelijke opgave.
Toch zijn The Lumineers er wat mij betreft glansrijk in geslaagd. De band heeft dit niet gedaan door afstand te nemen van het geluid van haar debuut. Ook op Cleopatra geeft de band een geheel eigen invulling aan Amerikaanse rootsmuziek en vermengt het traditionele rootsklanken met pop en rock; voor een belangrijk deel op dezelfde wijze als op het in commercieel opzicht zo succesvolle debuut.
Cleopatra bevat flink wat tracks die ook best op het debuut hadden kunnen staan. Hiertussen een aantal aanstekelijke songs die bijna schreeuwen om een paar hey’s of ho’s, maar gelukkig laat de band zich hier niet toe verleiden.
Cleopatra is wat meer ingetogen dan het debuut en een stuk minder eenvormig. Zeker naarmate de plaat vordert klinkt de muziek steeds subtieler en intiemer, waarbij het prachtige gitaarwerk en de piano een hoofdrol vervullen. De bijzondere percussie, die zo’n belangrijke rol speelde op het debuut van de band, duikt nog een aantal keren op, maar wordt nog veel vaker achterwege gelaten.
Het komt de intensiteit van de muziek van The Lumineers zeer ten goede. Zeker wanneer de instrumentatie wat meer ingetogen en wat donkerder is, vertrouwt de band volledig op de vocalen van Wesley Schultz en hoe vaker ik naar Cleopatra luister, hoe meer ik onder de indruk ben van deze vocalen. Het zijn vocalen die prachtig getergd kunnen klinken, maar het zijn ook vocalen die de soms wat vlak klinkende songs van The Lumineers kunnen voorzien van heel veel diepgang.
Cleopatra bevat, ondanks de kleinere rol voor de stuwende percussie, ook veel meer dynamiek dan zijn voorganger. De band durft klein en intiem te klinken, maar is ook niet bang voor stevigere uithalen.
Het gekke is dat ik na vele keren horen nog steeds bang bent dat de band opeens weer een Hey Ho uit de speakers laat komen, maar van die angst moet ik maar snel af. Cleopatra van The Lumineers is immers een hele mooie en toch ook eigenzinnige rootsplaat, die het zo succesvolle debuut in artistiek opzicht op alle fronten overtreft. Of dat in commercieel opzicht ook zo zal zijn durf ik te betwijfelen, maar dat komt de muziek van The Lumineers alleen maar ten goede. Cleopatra is een prachtplaat, waar ik steeds meer van ga houden. Erwin Zijleman
The Lumineers - III (2019)

4,5
0
geplaatst: 15 september 2019, 12:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Lumineers - III - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Lumineers - III
The Lumineers worden vaak versleten als eendagsvlieg, maar maken nu diepe indruk met een gedurfd en bloedmooi album van jaarlijstjesniveau
Denk aan The Lumineers en vrijwel iedereen zal op de proppen komen met het niemendalletje Ho Hey. Je zou bijna vergeten dat de Amerikaanse band al twee uitstekende albums maakte en deze twee albums worden nu op alle fronten overtroffen door het prachtige III. III vertelt een aantal prachtige verhalen, maar maakt vooral indruk met een uiterst sobere instrumentatie en met zang waar de emotie en melancholie van af spat. III is een introspectief album zonder enige opsmuk, maar het is ook een album met songs die stuk voor stuk onder de huid kruipen en die je na één keer horen alleen maar wilt koesteren. Voor mij een van de mooiste en meest indrukwekkende albums van 2019 tot dusver.
De Amerikaanse band The Lumineers dook in 2012 op met het niemendalletje Ho Hey. De eerste single van de band uit Denver, Colorado, klonk op het eerste gehoor misschien nog wel aardig, maar na een paar keer horen werd het bloedirritant. Helaas wordt de band sindsdien vereenzelvigd met het eerste wapenfeit en dat is zonde, doodzonde zelfs.
Het titelloze debuut van The Lumineers was buiten Ho Hey een prima album en het door de critici volledig afgebrande Cleopatra vond ik nog veel beter en zelfs bijna van jaarlijstjesniveau. Deze week verscheen III en ik vrees dat ook het derde album van The Lumineers op weinig positieve woorden van de critici hoeft te rekenen. Ik begrijp er helemaal niets van, want ook het derde album van de Amerikaanse band is van hoog niveau.
III is niet alleen het derde album van de band, maar ook een album dat bestaat uit drie delen. III opent fraai ingetogen met het door piano gedomineerde Donna, dat uiteindelijk vooral wordt gedragen door de vocalen vol emotie. Zanger Wesley Schultz maakte indruk op de vorige twee albums van de band, maar zingt nog veel beter op het derde album van de band.
The Lumineers doken ooit op in het kielzog van bands die oude folk omarmden en invloeden uit de folk zijn ook op III nadrukkelijk aanwezig. De band uit Denver, Colorado, laat zich op haar nieuwe album echter minstens net zo stevig beïnvloeden door de tijdloze popmuziek uit de jaren 70 en creëert een geluid dat zich lastig laat vergelijken met de muziek van anderen, al komt het af en toe in de buurt van het eveneens door mij bewonderde The Love Bellow.
Vergeleken met zijn twee voorgangers is III een nog wat meer ingetogen plaat. De meeste songs op het album zijn voorzien van spaarzame akoestische klanken met hier en daar fraaie pianoaccenten maar verder zonder al te veel opsmuk. Het accent ligt daarom op de zang en op de songs en beiden zijn op III van hoog niveau. Wesley Schultz heeft een bijzonder stemgeluid en zingt op het nieuwe album van The Lumineers vol gevoel, terwijl de songs op het album, ondanks het sobere geluid, makkelijk overtuigen en even makkelijk blijven hangen.
De ingetogen songs vertellen mooie verhalen over verschillende personages die het leed in bakken krijgen aangedragen. Het voorziet de ingetogen songs op het album van extra lading en gevoel en dat laat je als luisteraar niet onberoerd. Iedere keer dat ik naar III luistert maakt het album meer indruk en iedere keer komen de songs van de band wat meer aan. The Lumineers zullen waarschijnlijk voor eeuwig worden geassocieerd met de meezinger Ho Hey, maar iedereen die het nieuwe album van de band om die reden laat liggen doet zichzelf flink tekort.
III is een donker album vol ruwe emotie en schoonheid dat na drie delen ook nog wat extra’s biedt, waaronder een hele fraaie versie van Leonard Cohen’s Democracy. Cleopatra, het vorige album van The Lumineers, noemde ik eerder al een album van bijna jaarlijstjesniveau. Dat jaarlijstjesniveau wordt op III 50 minuten lang gehaald en ik heb het idee dat de sobere songs van de Amerikaanse band nog lang niet zijn uitgegroeid. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Lumineers - III - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Lumineers - III
The Lumineers worden vaak versleten als eendagsvlieg, maar maken nu diepe indruk met een gedurfd en bloedmooi album van jaarlijstjesniveau
Denk aan The Lumineers en vrijwel iedereen zal op de proppen komen met het niemendalletje Ho Hey. Je zou bijna vergeten dat de Amerikaanse band al twee uitstekende albums maakte en deze twee albums worden nu op alle fronten overtroffen door het prachtige III. III vertelt een aantal prachtige verhalen, maar maakt vooral indruk met een uiterst sobere instrumentatie en met zang waar de emotie en melancholie van af spat. III is een introspectief album zonder enige opsmuk, maar het is ook een album met songs die stuk voor stuk onder de huid kruipen en die je na één keer horen alleen maar wilt koesteren. Voor mij een van de mooiste en meest indrukwekkende albums van 2019 tot dusver.
De Amerikaanse band The Lumineers dook in 2012 op met het niemendalletje Ho Hey. De eerste single van de band uit Denver, Colorado, klonk op het eerste gehoor misschien nog wel aardig, maar na een paar keer horen werd het bloedirritant. Helaas wordt de band sindsdien vereenzelvigd met het eerste wapenfeit en dat is zonde, doodzonde zelfs.
Het titelloze debuut van The Lumineers was buiten Ho Hey een prima album en het door de critici volledig afgebrande Cleopatra vond ik nog veel beter en zelfs bijna van jaarlijstjesniveau. Deze week verscheen III en ik vrees dat ook het derde album van The Lumineers op weinig positieve woorden van de critici hoeft te rekenen. Ik begrijp er helemaal niets van, want ook het derde album van de Amerikaanse band is van hoog niveau.
III is niet alleen het derde album van de band, maar ook een album dat bestaat uit drie delen. III opent fraai ingetogen met het door piano gedomineerde Donna, dat uiteindelijk vooral wordt gedragen door de vocalen vol emotie. Zanger Wesley Schultz maakte indruk op de vorige twee albums van de band, maar zingt nog veel beter op het derde album van de band.
The Lumineers doken ooit op in het kielzog van bands die oude folk omarmden en invloeden uit de folk zijn ook op III nadrukkelijk aanwezig. De band uit Denver, Colorado, laat zich op haar nieuwe album echter minstens net zo stevig beïnvloeden door de tijdloze popmuziek uit de jaren 70 en creëert een geluid dat zich lastig laat vergelijken met de muziek van anderen, al komt het af en toe in de buurt van het eveneens door mij bewonderde The Love Bellow.
Vergeleken met zijn twee voorgangers is III een nog wat meer ingetogen plaat. De meeste songs op het album zijn voorzien van spaarzame akoestische klanken met hier en daar fraaie pianoaccenten maar verder zonder al te veel opsmuk. Het accent ligt daarom op de zang en op de songs en beiden zijn op III van hoog niveau. Wesley Schultz heeft een bijzonder stemgeluid en zingt op het nieuwe album van The Lumineers vol gevoel, terwijl de songs op het album, ondanks het sobere geluid, makkelijk overtuigen en even makkelijk blijven hangen.
De ingetogen songs vertellen mooie verhalen over verschillende personages die het leed in bakken krijgen aangedragen. Het voorziet de ingetogen songs op het album van extra lading en gevoel en dat laat je als luisteraar niet onberoerd. Iedere keer dat ik naar III luistert maakt het album meer indruk en iedere keer komen de songs van de band wat meer aan. The Lumineers zullen waarschijnlijk voor eeuwig worden geassocieerd met de meezinger Ho Hey, maar iedereen die het nieuwe album van de band om die reden laat liggen doet zichzelf flink tekort.
III is een donker album vol ruwe emotie en schoonheid dat na drie delen ook nog wat extra’s biedt, waaronder een hele fraaie versie van Leonard Cohen’s Democracy. Cleopatra, het vorige album van The Lumineers, noemde ik eerder al een album van bijna jaarlijstjesniveau. Dat jaarlijstjesniveau wordt op III 50 minuten lang gehaald en ik heb het idee dat de sobere songs van de Amerikaanse band nog lang niet zijn uitgegroeid. Erwin Zijleman
The LVE - Heartbreak Hi (2018)

4,5
0
geplaatst: 1 november 2018, 17:25 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The LVE - Heartbreak Hi - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The LVE - Heartbreak Hi
Het zijn helaas maar zes nieuwe songs van The LVE, maar ach wat zijn ze weer onweerstaanbaar lekker
The LVR maakte een van de leukste platen van 2015, maar helaas had vrijwel niemand dat door omdat de plaat in december werd uitgebracht. Dit keer is de band wel op tijd met een plaat, maar helaas is het slechts een EP met zes nieuwe songs. Niet te lang om treuren, want de zes popliedjes van The LVE zijn zes popliedjes om zielsgelukkig van te worden. Zes popliedjes in de stijl van hun debuut, maar subtiel voorzien van een 80s en elektronica injectie. Ik hou nog steeds zielsveel van het debuut van The LVE en inmiddels hou ik ook van Heartbreak Hi, dat misschien nog wel meer dan het debuut doet uitzien naar veel en veel meer.
De Vlaamse band The LVE maakte in 2015 een echte jaarlijstjeplaat. Het was een jaarlijstjesplaat die uiteindelijk echter in vrijwel geen enkel jaarlijstje opdook, want dat krijg je als je een plaat uitbrengt in december. Vraag me echter nu naar mijn favoriete platen van 2015 en het titelloze debuut van The LVE scoort hoog, heel hoog.
Het is een plaat die ik destijds met man en macht in een hokje probeerde te duwen, maar het lukte me niet. Ik hoorde op het debuut van The LVE elf nagenoeg perfecte popliedjes, die allemaal anders klonken.
Vaak hoorde ik flarden uit hoogtijdagen van de lo-fi, maar ik hoorde ook uitstapjes richting de gitaarlijnen van de dreampop, richting de melodieën van The Beatles of richting de donkere melancholie van Eels, maar hiermee was ik er nog lang niet.
Sinds de laatste dagen van 2015 kijk ik uit naar een nieuwe plaat van The LVE en na bijna drie jaar wachten is deze dan eindelijk verschenen. Bij een blik op de tracklist van de nieuwe plaat overheerste in eerste instantie de teleurstelling. Heartbreak Hi telt immers slechts zes songs en duurt maar 18 minuten, waarmee de nieuwe plaat van The LVE meer een EP dan een album is. De teleurstelling verdween echter als sneeuw voor de zon toen de nieuwe songs van de band uit Antwerpen uit de speakers kwamen.
Ook Heartbreak Hi bevat alleen maar nagenoeg perfecte popliedjes, zoals we die inmiddels van de band kennen. Nagenoeg perfect, want de songs van The LVE mogen ook voorzichtig rammelen, zij het wat minder dan op het debuut.
Ook veel van de andere ingrediënten die het debuut van The LVE zo aangenaam, nee onweerstaanbaar maakten zijn van de partij op Heartbreak Hi. De wonderschone gitaarlijnen, de avontuurlijk klinkende synths, de mooi bij elkaar passende stemmen van Gerrit Van Dyck en Sara Raes,de onderkoelde melancholie en vooral het goede gevoel voor popliedjes die de fantasie prikkelen, maar die ook zorgen voor zonnestralen in het hoofd en vlinders in de buik.
Heartbreak Hi borduurt deels voort op het zo geweldige debuut, maar de Vlaamse band legt ook andere accenten. Ik hoor dit keer net wat minder van Eels, wat meer soul en veel meer zwoele of op zijn minst warme klanken, die herinneringen oproepen aan de elektronica uit de jaren 80. Het zijn klanken die perfect passen bij het jaargetijde waar we opeens middenin zitten of het jaargetijde dat er aan komt.
Het is wederom zinloos om de muziek van The LVE in een hokje te duwen, want steeds doet de band weer dingen die je niet verwacht, waardoor je het ene moment midden in de jaren 80 zit en het volgende moment toch weer helemaal in het heden.
Het zijn zoals gezegd maar zes nieuwe songs van The LVE, maar wat zijn ze lekker. Ik neem EP’s meestal wat minder serieus dan albums, maar in een week dat de EP’s van Boygenius en The LVE me het meest gelukkig maken moet ik dat maar even vergeten. Ook de vraag of een EP in een jaarlijstje mag schuif ik nog maar even voor me uit, zodat ik alleen maar kan genieten van de zes sprankelende popliedjes die ons Nederlanders weer even heel jaloers maken op onze Zuiderburen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The LVE - Heartbreak Hi - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The LVE - Heartbreak Hi
Het zijn helaas maar zes nieuwe songs van The LVE, maar ach wat zijn ze weer onweerstaanbaar lekker
The LVR maakte een van de leukste platen van 2015, maar helaas had vrijwel niemand dat door omdat de plaat in december werd uitgebracht. Dit keer is de band wel op tijd met een plaat, maar helaas is het slechts een EP met zes nieuwe songs. Niet te lang om treuren, want de zes popliedjes van The LVE zijn zes popliedjes om zielsgelukkig van te worden. Zes popliedjes in de stijl van hun debuut, maar subtiel voorzien van een 80s en elektronica injectie. Ik hou nog steeds zielsveel van het debuut van The LVE en inmiddels hou ik ook van Heartbreak Hi, dat misschien nog wel meer dan het debuut doet uitzien naar veel en veel meer.
De Vlaamse band The LVE maakte in 2015 een echte jaarlijstjeplaat. Het was een jaarlijstjesplaat die uiteindelijk echter in vrijwel geen enkel jaarlijstje opdook, want dat krijg je als je een plaat uitbrengt in december. Vraag me echter nu naar mijn favoriete platen van 2015 en het titelloze debuut van The LVE scoort hoog, heel hoog.
Het is een plaat die ik destijds met man en macht in een hokje probeerde te duwen, maar het lukte me niet. Ik hoorde op het debuut van The LVE elf nagenoeg perfecte popliedjes, die allemaal anders klonken.
Vaak hoorde ik flarden uit hoogtijdagen van de lo-fi, maar ik hoorde ook uitstapjes richting de gitaarlijnen van de dreampop, richting de melodieën van The Beatles of richting de donkere melancholie van Eels, maar hiermee was ik er nog lang niet.
Sinds de laatste dagen van 2015 kijk ik uit naar een nieuwe plaat van The LVE en na bijna drie jaar wachten is deze dan eindelijk verschenen. Bij een blik op de tracklist van de nieuwe plaat overheerste in eerste instantie de teleurstelling. Heartbreak Hi telt immers slechts zes songs en duurt maar 18 minuten, waarmee de nieuwe plaat van The LVE meer een EP dan een album is. De teleurstelling verdween echter als sneeuw voor de zon toen de nieuwe songs van de band uit Antwerpen uit de speakers kwamen.
Ook Heartbreak Hi bevat alleen maar nagenoeg perfecte popliedjes, zoals we die inmiddels van de band kennen. Nagenoeg perfect, want de songs van The LVE mogen ook voorzichtig rammelen, zij het wat minder dan op het debuut.
Ook veel van de andere ingrediënten die het debuut van The LVE zo aangenaam, nee onweerstaanbaar maakten zijn van de partij op Heartbreak Hi. De wonderschone gitaarlijnen, de avontuurlijk klinkende synths, de mooi bij elkaar passende stemmen van Gerrit Van Dyck en Sara Raes,de onderkoelde melancholie en vooral het goede gevoel voor popliedjes die de fantasie prikkelen, maar die ook zorgen voor zonnestralen in het hoofd en vlinders in de buik.
Heartbreak Hi borduurt deels voort op het zo geweldige debuut, maar de Vlaamse band legt ook andere accenten. Ik hoor dit keer net wat minder van Eels, wat meer soul en veel meer zwoele of op zijn minst warme klanken, die herinneringen oproepen aan de elektronica uit de jaren 80. Het zijn klanken die perfect passen bij het jaargetijde waar we opeens middenin zitten of het jaargetijde dat er aan komt.
Het is wederom zinloos om de muziek van The LVE in een hokje te duwen, want steeds doet de band weer dingen die je niet verwacht, waardoor je het ene moment midden in de jaren 80 zit en het volgende moment toch weer helemaal in het heden.
Het zijn zoals gezegd maar zes nieuwe songs van The LVE, maar wat zijn ze lekker. Ik neem EP’s meestal wat minder serieus dan albums, maar in een week dat de EP’s van Boygenius en The LVE me het meest gelukkig maken moet ik dat maar even vergeten. Ook de vraag of een EP in een jaarlijstje mag schuif ik nog maar even voor me uit, zodat ik alleen maar kan genieten van de zes sprankelende popliedjes die ons Nederlanders weer even heel jaloers maken op onze Zuiderburen. Erwin Zijleman
The LVE - The LVE (2015)

5,0
0
geplaatst: 30 december 2015, 17:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The LVE - The LVE - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The LVE is een band uit België, die in het verleden als Lightning Vishwa Experience door het leven ging.
Onlangs verscheen op I Have A Tiger Records, dat eerder al wist te verrassen met briljante platen van Radio Carver en TMGS, het debuut van de band uit Antwerpen en wat is het een leuk debuut geworden.
Het titelloze debuut van The LVE bevat elf popliedjes en het zijn elf nagenoeg perfecte popliedjes.
Het zijn popliedjes die zich niet direct laten vergelijken met de popliedjes van andere bands. Wanneer Gerrit Van Dyck de meeste vocalen voor zijn rekening neemt, hebben de songs van The LVE wel iets van Eels, maar deze vergelijking moeten we weer los laten wanneer het geluid van The LVE wordt verrijkt met de prachtige vocalen van zangeres Sara Raes.
Het debuut van The LVE bevat zoals gezegd elf nagenoeg perfecte popliedjes en ze zijn ook nog eens allemaal anders. Een aantal songs refereert naar de hoogtijdagen van de lo-fi, terwijl andere songs haakjes uitgooien richting dreampop (de gitaarlijnen), richting The Beatles (de melodieën), toch weer even richting Eels (de melancholie) en richting wat eigenlijk niet?
The LVE maakt honingzoete en lieve popliedjes, maar maakt ook popliedjes met een laagje gruis, waardoor je steeds heen en weer wordt geslingerd tussen verschillende klankkleuren en sferen. Het feit dat de popliedjes van The LVE net niet helemaal perfect zijn en ook wel eens een steekje laten vallen, maakt ze alleen maar onweerstaanbaarder.
The LVE verrast niet alleen met perfecte popliedjes die stuk voor stuk anders klinken, maar heeft ook een plaat gemaakt die overloopt van intimiteit. Bij beluistering van de songs van The LVE heb je steeds weer het idee dat de band uit Antwerpen de songs stuk voor stuk speciaal voor jou heeft gemaakt, waardoor de al zo mooie popliedjes op de plaat nog wat dierbaarder worden.
Omdat het debuut van The LVE ook nog eens vol staat met groeibriljanten is het een plaat die nog heel lang door groeit. Iedere keer als je de plaat hoort, hoor je weer wat ander moois dat is verstopt in de gelaagde popliedjes van de band en iedere keer als je de plaat hoort ben je nog wat verliefder op de unieke muziek van The LVE, die tot in de kleinste details trefzeker is.
Iedereen verbaast zich momenteel over een winter die veel te warm is. Je kunt allerlei oorzaken bedenken, maar ik denk zelf dat het gewoon aan de hartverwarmende popliedjes van The LVE ligt.
Te laat voor mijn jaarlijstje natuurlijk, maar dat ik deze plaat de komende tijd ga koesteren is zeker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The LVE - The LVE - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The LVE is een band uit België, die in het verleden als Lightning Vishwa Experience door het leven ging.
Onlangs verscheen op I Have A Tiger Records, dat eerder al wist te verrassen met briljante platen van Radio Carver en TMGS, het debuut van de band uit Antwerpen en wat is het een leuk debuut geworden.
Het titelloze debuut van The LVE bevat elf popliedjes en het zijn elf nagenoeg perfecte popliedjes.
Het zijn popliedjes die zich niet direct laten vergelijken met de popliedjes van andere bands. Wanneer Gerrit Van Dyck de meeste vocalen voor zijn rekening neemt, hebben de songs van The LVE wel iets van Eels, maar deze vergelijking moeten we weer los laten wanneer het geluid van The LVE wordt verrijkt met de prachtige vocalen van zangeres Sara Raes.
Het debuut van The LVE bevat zoals gezegd elf nagenoeg perfecte popliedjes en ze zijn ook nog eens allemaal anders. Een aantal songs refereert naar de hoogtijdagen van de lo-fi, terwijl andere songs haakjes uitgooien richting dreampop (de gitaarlijnen), richting The Beatles (de melodieën), toch weer even richting Eels (de melancholie) en richting wat eigenlijk niet?
The LVE maakt honingzoete en lieve popliedjes, maar maakt ook popliedjes met een laagje gruis, waardoor je steeds heen en weer wordt geslingerd tussen verschillende klankkleuren en sferen. Het feit dat de popliedjes van The LVE net niet helemaal perfect zijn en ook wel eens een steekje laten vallen, maakt ze alleen maar onweerstaanbaarder.
The LVE verrast niet alleen met perfecte popliedjes die stuk voor stuk anders klinken, maar heeft ook een plaat gemaakt die overloopt van intimiteit. Bij beluistering van de songs van The LVE heb je steeds weer het idee dat de band uit Antwerpen de songs stuk voor stuk speciaal voor jou heeft gemaakt, waardoor de al zo mooie popliedjes op de plaat nog wat dierbaarder worden.
Omdat het debuut van The LVE ook nog eens vol staat met groeibriljanten is het een plaat die nog heel lang door groeit. Iedere keer als je de plaat hoort, hoor je weer wat ander moois dat is verstopt in de gelaagde popliedjes van de band en iedere keer als je de plaat hoort ben je nog wat verliefder op de unieke muziek van The LVE, die tot in de kleinste details trefzeker is.
Iedereen verbaast zich momenteel over een winter die veel te warm is. Je kunt allerlei oorzaken bedenken, maar ik denk zelf dat het gewoon aan de hartverwarmende popliedjes van The LVE ligt.
Te laat voor mijn jaarlijstje natuurlijk, maar dat ik deze plaat de komende tijd ga koesteren is zeker. Erwin Zijleman
The Maldives - Muscle for the Wing (2012)

0
geplaatst: 23 januari 2013, 18:39 uur
Een aantal decennia countryrock en alt-country verpakt in nagenoeg onweerstaanbare songs. The Maldives waren al heel erg goed, maar worden alleen maar beter.
Lees mijn volledige recensie op:
De krenten uit de pop: The Maldives - Muscle For The Wing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Erwin
Lees mijn volledige recensie op:
De krenten uit de pop: The Maldives - Muscle For The Wing - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Erwin
The Marías - CINEMA (2021)

4,0
0
geplaatst: 7 januari 2022, 15:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Marías - CINEMA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Marías - CINEMA
Op het eerste gehoor klinkt CINEMA van The Marías behoorlijk gepolijst of zelfs glad, maar luister net wat beter en je hoort een prachtig album dat steeds meer bijzondere geheimen prijs geeft
CINEMA van de Amerikaanse band The Marías kreeg vorig jaar niet heel veel aandacht, maar dankzij één obscuur jaarlijstje pikte ik het album toch nog op. Het is een album dat in eerste instantie wel erg zoet en gepolijst klinkt. The Marías lijken een album gemaakt te hebben om lekker bij weg te dromen, maar de broeierige pop van de band uit Los Angeles blijkt al snel veel interessanter. In muzikaal opzicht steekt het allemaal knap in elkaar, waarbij flink wat invloeden worden verwerkt en ook in vocaal opzicht is het smullen. Wat begon als een flinke dosis zoete verleiding blijkt een ijzersterk album dat alleen maar beter en beter wordt. Een vergeten parel uit 2021.
Nog een album uit de archieven van 2021: CINEMA van The Marías. Het is een album dat me vorig jaar niet is opgevallen, maar dat ik in welgeteld één jaarlijstje tegen kwam. The Marías is een band uit Los Angeles, die in de Californische stad al een jaar of vijf aan de weg timmert met een bijzondere mix van invloeden. Naar verluidt bevatte de muziek van The Marías vooral invloeden uit de Latin, psychedelica en lounge, maar CINEMA is vooral een popalbum.
Het is een popalbum dat is ingekleurd met zwoele elektronische klanken, die het geluid van de band voorzien van een wat broeierige sfeer. De zwoele en vaak beeldende klanken op het album waren oorspronkelijk bedoeld ter ondersteuning van films, maar CINEMA doet het prima zonder extra beelden. De lome elektronische klanken worden ondersteund door al even lome beats, waarna boegbeeld María Zardoya mag zorgen voor de zwoele verleiding met haar vaak fluisterzachte maar ook broeierige vocalen.
The Marías maken op CINEMA lekker in het gehoor liggende pop met een vleugje R&B. In productioneel opzicht klinkt het allemaal behoorlijk gepolijst, maar op een of andere manier bevalt het zwoele geluid van de band uit Los Angeles me wel. In muzikaal opzicht klinkt het bijzonder lekker en ook met de zang van María Zardoya kan ik uit de voeten.
The Marías citeren op dit debuutalbum uit de pop en R&B van dit moment, Maar ik hoor ook wel wat invloeden uit de muziek die in de voorgaande decennia in Los Angeles werd gemaakt. Zeker wanneer de suikerpot niet volledig wordt omgekeerd en CINEMA benevelt met elektronische klankentapijten en een vleugje softpop, klinkt het album van The Marías als een album dat de nieuwsgierigheid van Prince zou kunnen hebben gewekt. Het genie uit Minneapolis is helaas niet meer onder ons, maar liefhebbers van goed gemaakte popmuziek moeten niet te makkelijk om dit album heen lopen.
The Marías verwerken op CINEMA invloeden uit meerdere genres. De ene keer zwoele pop of R&B, de volgende keer toch een vleugje Latin of bossanova, dan weer flirts met elektronische popmuziek en jazzy softpop. Bij eerste beluistering had ik het liever net wat minder gepolijst gehoord, want het glazuur sprong zo af en toe van mijn tanden bij eerste beluistering van dit album, maar ik moet zeggen dat het ook wel een aangenaam sfeertje is dat de band uit Los Angeles creëert, zeker wanneer María Zardoya er ook nog wat Spaans tegenaan gooit of wanneer de band flirt met zwoele folkpop of juist voorzichtig met de dansvloer.
CINEMA is een album waarbij het heerlijk onderuit zakken is, maar het is ook een album dat het verdient te worden uitgeplozen met een flink volume of beter nog met de koptelefoon. Dan pas hoor je immers hoe de knap de muziek van de band rond María Zardoya en Josh Conway in elkaar steekt, hoe subtiel invloeden uit nogal uiteenlopende genres worden verwerkt en hoe trefzeker zowel de instrumentatie als de zang op het album is.
Het levert een album op dat niet had misstaan tussen de albums vol broeierige pop die in 2021 wel in ruime mate over de toonbank gingen of die wel in brede kring werden bejubeld. Vergeleken met deze albums klinkt CINEMA van The Marías misschien nog wel net wat lekkerder, terwijl de band uit Los Angeles is kwalitatief opzicht klassen beter is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Marías - CINEMA - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Marías - CINEMA
Op het eerste gehoor klinkt CINEMA van The Marías behoorlijk gepolijst of zelfs glad, maar luister net wat beter en je hoort een prachtig album dat steeds meer bijzondere geheimen prijs geeft
CINEMA van de Amerikaanse band The Marías kreeg vorig jaar niet heel veel aandacht, maar dankzij één obscuur jaarlijstje pikte ik het album toch nog op. Het is een album dat in eerste instantie wel erg zoet en gepolijst klinkt. The Marías lijken een album gemaakt te hebben om lekker bij weg te dromen, maar de broeierige pop van de band uit Los Angeles blijkt al snel veel interessanter. In muzikaal opzicht steekt het allemaal knap in elkaar, waarbij flink wat invloeden worden verwerkt en ook in vocaal opzicht is het smullen. Wat begon als een flinke dosis zoete verleiding blijkt een ijzersterk album dat alleen maar beter en beter wordt. Een vergeten parel uit 2021.
Nog een album uit de archieven van 2021: CINEMA van The Marías. Het is een album dat me vorig jaar niet is opgevallen, maar dat ik in welgeteld één jaarlijstje tegen kwam. The Marías is een band uit Los Angeles, die in de Californische stad al een jaar of vijf aan de weg timmert met een bijzondere mix van invloeden. Naar verluidt bevatte de muziek van The Marías vooral invloeden uit de Latin, psychedelica en lounge, maar CINEMA is vooral een popalbum.
Het is een popalbum dat is ingekleurd met zwoele elektronische klanken, die het geluid van de band voorzien van een wat broeierige sfeer. De zwoele en vaak beeldende klanken op het album waren oorspronkelijk bedoeld ter ondersteuning van films, maar CINEMA doet het prima zonder extra beelden. De lome elektronische klanken worden ondersteund door al even lome beats, waarna boegbeeld María Zardoya mag zorgen voor de zwoele verleiding met haar vaak fluisterzachte maar ook broeierige vocalen.
The Marías maken op CINEMA lekker in het gehoor liggende pop met een vleugje R&B. In productioneel opzicht klinkt het allemaal behoorlijk gepolijst, maar op een of andere manier bevalt het zwoele geluid van de band uit Los Angeles me wel. In muzikaal opzicht klinkt het bijzonder lekker en ook met de zang van María Zardoya kan ik uit de voeten.
The Marías citeren op dit debuutalbum uit de pop en R&B van dit moment, Maar ik hoor ook wel wat invloeden uit de muziek die in de voorgaande decennia in Los Angeles werd gemaakt. Zeker wanneer de suikerpot niet volledig wordt omgekeerd en CINEMA benevelt met elektronische klankentapijten en een vleugje softpop, klinkt het album van The Marías als een album dat de nieuwsgierigheid van Prince zou kunnen hebben gewekt. Het genie uit Minneapolis is helaas niet meer onder ons, maar liefhebbers van goed gemaakte popmuziek moeten niet te makkelijk om dit album heen lopen.
The Marías verwerken op CINEMA invloeden uit meerdere genres. De ene keer zwoele pop of R&B, de volgende keer toch een vleugje Latin of bossanova, dan weer flirts met elektronische popmuziek en jazzy softpop. Bij eerste beluistering had ik het liever net wat minder gepolijst gehoord, want het glazuur sprong zo af en toe van mijn tanden bij eerste beluistering van dit album, maar ik moet zeggen dat het ook wel een aangenaam sfeertje is dat de band uit Los Angeles creëert, zeker wanneer María Zardoya er ook nog wat Spaans tegenaan gooit of wanneer de band flirt met zwoele folkpop of juist voorzichtig met de dansvloer.
CINEMA is een album waarbij het heerlijk onderuit zakken is, maar het is ook een album dat het verdient te worden uitgeplozen met een flink volume of beter nog met de koptelefoon. Dan pas hoor je immers hoe de knap de muziek van de band rond María Zardoya en Josh Conway in elkaar steekt, hoe subtiel invloeden uit nogal uiteenlopende genres worden verwerkt en hoe trefzeker zowel de instrumentatie als de zang op het album is.
Het levert een album op dat niet had misstaan tussen de albums vol broeierige pop die in 2021 wel in ruime mate over de toonbank gingen of die wel in brede kring werden bejubeld. Vergeleken met deze albums klinkt CINEMA van The Marías misschien nog wel net wat lekkerder, terwijl de band uit Los Angeles is kwalitatief opzicht klassen beter is. Erwin Zijleman
The Marías - Submarine (2024)

4,0
0
geplaatst: 9 augustus 2024, 15:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Marías - Submarine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Marías - Submarine
De Amerikaanse band The Marías lijkt ook op Submarine weer een meester in het maken van heerlijk zwoele zomerpop, maar de songs van de band zitten ook dit keer vol bijzondere invloeden en accenten
Submarine, het tweede album van de Amerikaanse band The Marías kreeg ruim twee maanden geleden niet heel veel aandacht, maar de recensies die wel verschenen waren vaak lyrisch over het album. Dat was ik aan het begin van 2022 ook over het debuutalbum van de band rond María Zardoya en Josh Conway, al duurde het toen wel even voor alles op zijn plek viel. Dat is dit keer niet anders, want ook Submarine is veel meer dan de aangename zomersoundtrack die het direct bij eerste beluistering is. De popsongs van The Marías zijn ook dit keer verrassend veelkleurig en worden verder opgetild door de mooie stem van María Zardoya. Bijzondere band is dit.
CINEMA, het debuutalbum van The Marías haalde ik aan het eind van 2021 uit een aantal wat obscure jaarlijstjes. Bij eerste beluistering vond ik het een nogal glad popalbum, maar langzaam maar zeker raakte ik geïntrigeerd door de popliedjes van The Marías en riep ik het album aan het begin van 2022 alsnog uit tot krent uit de pop.
Ik was de wijze les van tweeënhalf jaar geleden helaas alweer vergeten, want toen ik een paar weken geleden luisterde naar het nieuwe album van The Marías vond ik ook Submarine in eerste instantie maar een glad popalbum. Een paar keer luisteren deed ook dit keer wonderen, want ook op Submarine blijkt er heel veel moois en bijzonders verstopt in de popliedjes van The Marías.
In de band uit Los Angeles draait nog altijd veel om zangeres María Zardoya en drummer en producer Josh Conway. De twee waren nog geliefden toen ze het debuutalbum van The Marías opnamen, maar de relatie liep helaas op de klippen. Het heeft van Submarine een wat donkerder en ook wat melancholischer breakup album gemaakt, maar gelukkig weten María Zardoya en Josh Conway elkaar in artistiek opzicht nog altijd te inspireren.
Ook op Submarine is de muziek van The Marías, zeker bij vluchtige beluistering te omschrijven als zwoele pop met een vleugje R&B. De muziek van de band klinkt aangenaam broeierig en past perfect bij de verleidelijke stem van de van oorsprong Puerto Ricaanse María Zardoya, die vooral in het Engels zingt, maar hier en daar uitwijkt naar het Spaans, wat het zwoele karakter van de muziek van haar band versterkt.
Net als op CINEMA draait het op Submarine om de details. Wanneer je de muziek van The Marías met wat meer aandacht beluistert hoor je ook op het tweede album van de band weer de veelheid aan invloeden en fraaie accenten. De popsongs op Submarine bevatten naast invloeden uit de R&B ook invloeden uit de jazz, funk, bossa nova, disco, softrock en dreampop en dit is slechts het topje van de ijsberg.
De mooie stem van María Zardoya staat centraal in de songs van The Marías, maar de fraaie instrumentatie, de bijzondere ritmes en de trefzekere productie zijn minstens even belangrijk. CINEMA vond ik uiteindelijk een album vol parels en die kwalificatie gaat ook op voor Submarine, dat minstens net zo mooi is.
Wanneer je het tweede album van The Marías vaker hoort worden de songs van de band uit Los Angeles alleen maar verslavender, maar valt ook steeds meer op hoe mooi de arrangementen zijn en hoe knap het allemaal in elkaar steekt. Wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en de ogen sluit, valt bovendien op hoe beeldend de muziek van de band is.
Het einde van de relatie tussen María Zardoya en Josh Conway zal ongetwijfeld een bom hebben gelegd onder het voortbestaan van The Marías, maar de bitterzoete sfeer in veel songs op het album maakt de songs van de band alleen maar interessanter en onweerstaanbaarder. Ik weet uit eigen ervaring dat je de muziek van de band niet moet beoordelen na oppervlakkige beluistering, dus duik wat dieper in dit album voordat je het oordeel velt. Grote kans dat dit de lovende woorden gaat opleveren die gemeengoed zijn in de meeste recensies van het album. Daar valt echt niets op af te dingen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Marías - Submarine - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Marías - Submarine
De Amerikaanse band The Marías lijkt ook op Submarine weer een meester in het maken van heerlijk zwoele zomerpop, maar de songs van de band zitten ook dit keer vol bijzondere invloeden en accenten
Submarine, het tweede album van de Amerikaanse band The Marías kreeg ruim twee maanden geleden niet heel veel aandacht, maar de recensies die wel verschenen waren vaak lyrisch over het album. Dat was ik aan het begin van 2022 ook over het debuutalbum van de band rond María Zardoya en Josh Conway, al duurde het toen wel even voor alles op zijn plek viel. Dat is dit keer niet anders, want ook Submarine is veel meer dan de aangename zomersoundtrack die het direct bij eerste beluistering is. De popsongs van The Marías zijn ook dit keer verrassend veelkleurig en worden verder opgetild door de mooie stem van María Zardoya. Bijzondere band is dit.
CINEMA, het debuutalbum van The Marías haalde ik aan het eind van 2021 uit een aantal wat obscure jaarlijstjes. Bij eerste beluistering vond ik het een nogal glad popalbum, maar langzaam maar zeker raakte ik geïntrigeerd door de popliedjes van The Marías en riep ik het album aan het begin van 2022 alsnog uit tot krent uit de pop.
Ik was de wijze les van tweeënhalf jaar geleden helaas alweer vergeten, want toen ik een paar weken geleden luisterde naar het nieuwe album van The Marías vond ik ook Submarine in eerste instantie maar een glad popalbum. Een paar keer luisteren deed ook dit keer wonderen, want ook op Submarine blijkt er heel veel moois en bijzonders verstopt in de popliedjes van The Marías.
In de band uit Los Angeles draait nog altijd veel om zangeres María Zardoya en drummer en producer Josh Conway. De twee waren nog geliefden toen ze het debuutalbum van The Marías opnamen, maar de relatie liep helaas op de klippen. Het heeft van Submarine een wat donkerder en ook wat melancholischer breakup album gemaakt, maar gelukkig weten María Zardoya en Josh Conway elkaar in artistiek opzicht nog altijd te inspireren.
Ook op Submarine is de muziek van The Marías, zeker bij vluchtige beluistering te omschrijven als zwoele pop met een vleugje R&B. De muziek van de band klinkt aangenaam broeierig en past perfect bij de verleidelijke stem van de van oorsprong Puerto Ricaanse María Zardoya, die vooral in het Engels zingt, maar hier en daar uitwijkt naar het Spaans, wat het zwoele karakter van de muziek van haar band versterkt.
Net als op CINEMA draait het op Submarine om de details. Wanneer je de muziek van The Marías met wat meer aandacht beluistert hoor je ook op het tweede album van de band weer de veelheid aan invloeden en fraaie accenten. De popsongs op Submarine bevatten naast invloeden uit de R&B ook invloeden uit de jazz, funk, bossa nova, disco, softrock en dreampop en dit is slechts het topje van de ijsberg.
De mooie stem van María Zardoya staat centraal in de songs van The Marías, maar de fraaie instrumentatie, de bijzondere ritmes en de trefzekere productie zijn minstens even belangrijk. CINEMA vond ik uiteindelijk een album vol parels en die kwalificatie gaat ook op voor Submarine, dat minstens net zo mooi is.
Wanneer je het tweede album van The Marías vaker hoort worden de songs van de band uit Los Angeles alleen maar verslavender, maar valt ook steeds meer op hoe mooi de arrangementen zijn en hoe knap het allemaal in elkaar steekt. Wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en de ogen sluit, valt bovendien op hoe beeldend de muziek van de band is.
Het einde van de relatie tussen María Zardoya en Josh Conway zal ongetwijfeld een bom hebben gelegd onder het voortbestaan van The Marías, maar de bitterzoete sfeer in veel songs op het album maakt de songs van de band alleen maar interessanter en onweerstaanbaarder. Ik weet uit eigen ervaring dat je de muziek van de band niet moet beoordelen na oppervlakkige beluistering, dus duik wat dieper in dit album voordat je het oordeel velt. Grote kans dat dit de lovende woorden gaat opleveren die gemeengoed zijn in de meeste recensies van het album. Daar valt echt niets op af te dingen. Erwin Zijleman
The Mastersons - Good Luck Charm (2014)

4,0
0
geplaatst: 11 oktober 2014, 10:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Mastersons - Good Luck Charm - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Precies twee jaar geleden doken Chris Masterson en Eleanor Whitmore voor het eerst op als The Mastersons. De twee hadden jarenlang in dienst van anderen gespeeld (uiteenlopend van Regina Spektor tot Steve Earle), maar toen ze eenmaal hadden besloten om in de liefde samen verder te gaan. lag het voor de hand om ook in muzikaal opzicht de krachten te bundelen.
Het debuut van het Texaanse (maar tegenwoordig vanuit New York opererende) tweetal, Birds Fly South, had bij mij even wat tijd nodig, maar toen ik eenmaal was gevallen voor de plaat was mijn liefde voor The Mastersons ook onvoorwaardelijk.
Ik omschreef Birds Fly South twee jaar geleden als een eerbetoon aan de platen van Gram Parsons en Emmylou Harris en als The Jayhawks met een zangeres. Beide omschrijvingen zijn ook van toepassing op het onlangs verschenen Good Luck Charm, al klinken The Mastersons op hun tweede plaat ook wat poppier en schuwen ze hiernaast de net wat stevigere tracks niet.
Good Luck Charm werd onder leiding van producer Jim Scott (Wilco, Tom Petty, The Dixie Chicks) en een aantal bevriende muzikanten, onder wie pedal steel guru Greg Leisz, opgenomen in California.
Het is een warmbloedige plaat geworden met songs die het goed zullen doen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar die ook zomaar aan zouden kunnen slaan bij de liefhebbers van Amerikaanse countrypop. In een aantal songs schurken Chris Masterson en Eleanor Whitmore dicht tegen de muziek van de in de Verenigde Staten razend populaire band Lady Antebellum of tegen onze eigen Common Linnets aan, maar The Mastersons bewaken de grens tussen kunst en kitsch zorgvuldig en zorgen ervoor dat de balans nooit doorslaat in de verkeerde richting.
Chris Masterson en Eleanor Whitmore schreven dit keer alle songs samen en laten horen dat het met de muzikale chemie tussen de twee wel goed zit. Good Luck Charm verrast misschien in eerste instantie met opvallend toegankelijke rootspopsongs, maar overtuigt uiteindelijk met prachtig bij elkaar kleurende vocalen die overlopen van intensiteit en passie.
Waar ik betrekkelijk lang moest wennen aan het debuut van The Mastersons had Good Luck Charm me vrijwel onmiddellijk te pakken. Good Luck Charm is een rootsplaat die een autorit door de Nederlandse regen verandert in een road trip met de eindeloze vergezichten uit het zuiden van de Verenigde Staten. Het is bovendien een plaat die doet verlangen naar oude klassiekers.
De plaat is het mooist wanneer Chris Masterson en Eleanor Whitmore samen de vocalen voor hun rekening nemen, maar ook de songs waarin Eleanor Whitmore het voortouw nemen mogen er zijn, terwijl de tracks met Chris Materson in de vocale hoofdrol de vergelijking met The Jayhawks weer van stal haalt en ook daar is niets mis mee.
Het zijn de opvallend toegankelijke popsongs op Good Luck Charm die in eerste instantie het makkelijkst verleiden, maar het zijn de meer ingetogen rootssongs die uiteindelijk zorgen voor het meeste kippenvel. Het is de combinatie van de twee die van Good Luck Charm zo’n heerlijke en bij vlagen zelfs onweerstaanbare plaat maakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Mastersons - Good Luck Charm - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Precies twee jaar geleden doken Chris Masterson en Eleanor Whitmore voor het eerst op als The Mastersons. De twee hadden jarenlang in dienst van anderen gespeeld (uiteenlopend van Regina Spektor tot Steve Earle), maar toen ze eenmaal hadden besloten om in de liefde samen verder te gaan. lag het voor de hand om ook in muzikaal opzicht de krachten te bundelen.
Het debuut van het Texaanse (maar tegenwoordig vanuit New York opererende) tweetal, Birds Fly South, had bij mij even wat tijd nodig, maar toen ik eenmaal was gevallen voor de plaat was mijn liefde voor The Mastersons ook onvoorwaardelijk.
Ik omschreef Birds Fly South twee jaar geleden als een eerbetoon aan de platen van Gram Parsons en Emmylou Harris en als The Jayhawks met een zangeres. Beide omschrijvingen zijn ook van toepassing op het onlangs verschenen Good Luck Charm, al klinken The Mastersons op hun tweede plaat ook wat poppier en schuwen ze hiernaast de net wat stevigere tracks niet.
Good Luck Charm werd onder leiding van producer Jim Scott (Wilco, Tom Petty, The Dixie Chicks) en een aantal bevriende muzikanten, onder wie pedal steel guru Greg Leisz, opgenomen in California.
Het is een warmbloedige plaat geworden met songs die het goed zullen doen bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar die ook zomaar aan zouden kunnen slaan bij de liefhebbers van Amerikaanse countrypop. In een aantal songs schurken Chris Masterson en Eleanor Whitmore dicht tegen de muziek van de in de Verenigde Staten razend populaire band Lady Antebellum of tegen onze eigen Common Linnets aan, maar The Mastersons bewaken de grens tussen kunst en kitsch zorgvuldig en zorgen ervoor dat de balans nooit doorslaat in de verkeerde richting.
Chris Masterson en Eleanor Whitmore schreven dit keer alle songs samen en laten horen dat het met de muzikale chemie tussen de twee wel goed zit. Good Luck Charm verrast misschien in eerste instantie met opvallend toegankelijke rootspopsongs, maar overtuigt uiteindelijk met prachtig bij elkaar kleurende vocalen die overlopen van intensiteit en passie.
Waar ik betrekkelijk lang moest wennen aan het debuut van The Mastersons had Good Luck Charm me vrijwel onmiddellijk te pakken. Good Luck Charm is een rootsplaat die een autorit door de Nederlandse regen verandert in een road trip met de eindeloze vergezichten uit het zuiden van de Verenigde Staten. Het is bovendien een plaat die doet verlangen naar oude klassiekers.
De plaat is het mooist wanneer Chris Masterson en Eleanor Whitmore samen de vocalen voor hun rekening nemen, maar ook de songs waarin Eleanor Whitmore het voortouw nemen mogen er zijn, terwijl de tracks met Chris Materson in de vocale hoofdrol de vergelijking met The Jayhawks weer van stal haalt en ook daar is niets mis mee.
Het zijn de opvallend toegankelijke popsongs op Good Luck Charm die in eerste instantie het makkelijkst verleiden, maar het zijn de meer ingetogen rootssongs die uiteindelijk zorgen voor het meeste kippenvel. Het is de combinatie van de twee die van Good Luck Charm zo’n heerlijke en bij vlagen zelfs onweerstaanbare plaat maakt. Erwin Zijleman
The Mastersons - No Time for Love Songs (2020)

4,0
0
geplaatst: 12 maart 2020, 16:30 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Mastersons - No Time For Love Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Mastersons - No Time For Love Songs
Ik was The Mastersons wat uit het oog verloren, maar deze geweldige mix van countryrock en westcoast pop met geweldige zang en prachtige harmonieën eist de aandacht nadrukkelijk op
No Time For Love Songs is alweer het vierde album van het Amerikaanse duo The Mastersons, dat ook deel uitmaakt van de band van Steve Earle. Het is ook direct het beste album van het duo dat zich inmiddels in Los Angeles heeft gevestigd. Net als op hun vorige albums vermengen The Mastersons roots en met name countryrock met pop en dit keer is gekozen voor de westcoast pop uit de nieuwe thuisbasis. Het levert een tijdloos album op dat bijzonder aangenaam klinkt en dat met name in vocaal opzicht opzien baart. De zang op het album is prachtig en tilt No Time For Love Songs nog een stukje verder op.
Ik was zeer gecharmeerd van de eerste twee albums van het Amerikaanse duo The Mastersons. Zowel Birds Fly South uit 2012 als Good Luck Charm uit 2014 dwongen een plekje op deze BLOG af en deden dat met muziek die ik afwisselend omschreef als een eerbetoon aan de duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris of als The Jayhawks met een zangeres. Veel Americana, een beetje pop en twee goed bij elkaar passende stemmen vol gevoel.
Ondanks mijn liefde voor de eerste twee albums van The Mastersons heb ik het in 2017 verschenen Transient Lullaby gemist of vond ik het album niet goed genoeg, ik weet het echt niet meer. Het deze week verschenen No Time For Love Songs lag echter direct op de goede stapel en meteen bij eerste beluistering viel ik weer als een blok voor de muziek van het Amerikaanse tweetal.
Chris Masterson en Eleanor Whitmore maken inmiddels een jaar of tien samen muziek, zijn geliefden en maken ook nog eens deel uit van The Dukes, de band van Steve Earle. De twee Amerikaanse muzikanten leefden de afgelopen jaren als nomaden en hebben zich na een verblijf in Austin, Brooklyn en Terlingua nu in Los Angeles gevestigd. In Los Angeles namen ze, samen met producer Shooter Jennings hun nieuwe album op en het is een uitstekend album geworden.
Ook No Time For Love Songs is een album dat in het hokje Americana past, want ook dit keer maken Chris Masterson en Eleanor Whitmore geen geheim voor hun liefde voor Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en countryrock in het bijzonder. No Time For Love Songs is een warm klinkend album vol echo’s uit het verleden en dan met name echo’s van de countryrock uit de jaren 70.
De muzikanten op het album spelen competent en de productie van Shooter Jennings is mooi en tijdloos, maar het zijn ook dit keer Chris Masterson en Eleanor Whitmore die de meeste aandacht opeisen. Beiden zijn voorzien van een mooie stem, maar het zijn ook nog eens stemmen die elkaar prachtig weten te versterken.
Het roept ook dit keer associaties op met de duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris, maar The Mastersons hebben ook hun zwak voor pop niet verloren. Invloeden uit de pop zoeken ze dicht keer dicht bij huis in Los Angeles, maar wel een flink stuk terug in de tijd. No Time For Love Songs bevat flink wat invloeden uit de 70s Westcoast pop en klinkt meer dan eens als een rootsy versie van Fleetwood Mac in haar meest succesvolle jaren.
Het levert een album op dat bijzonder makkelijk vermaakt, maar No Time For Love Songs van The Mastersons is ook een heel goed album. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en bovendien zeer gevarieerd, maar het is met name de stem van Eleanor Whitmore die indruk maakt in de tijdloze popsongs op het album. Zeker de songs die zwaar leunen op haar zang eisen de aandacht nadrukkelijk op, maar ook wanneer The Mastersons kiezen voor prachtig melodieuze popliedjes met een beetje roots, een beetje pop en een klein beetje psychedelica houdt het Amerikaanse tweetal de aandacht makkelijk vast.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik The Mastersons na hun eerste twee albums wat uit het oog was verloren, maar met hun vierde en beste album heb ik het tweetal weer op het netvlies (en het trommelvlies). Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Mastersons - No Time For Love Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Mastersons - No Time For Love Songs
Ik was The Mastersons wat uit het oog verloren, maar deze geweldige mix van countryrock en westcoast pop met geweldige zang en prachtige harmonieën eist de aandacht nadrukkelijk op
No Time For Love Songs is alweer het vierde album van het Amerikaanse duo The Mastersons, dat ook deel uitmaakt van de band van Steve Earle. Het is ook direct het beste album van het duo dat zich inmiddels in Los Angeles heeft gevestigd. Net als op hun vorige albums vermengen The Mastersons roots en met name countryrock met pop en dit keer is gekozen voor de westcoast pop uit de nieuwe thuisbasis. Het levert een tijdloos album op dat bijzonder aangenaam klinkt en dat met name in vocaal opzicht opzien baart. De zang op het album is prachtig en tilt No Time For Love Songs nog een stukje verder op.
Ik was zeer gecharmeerd van de eerste twee albums van het Amerikaanse duo The Mastersons. Zowel Birds Fly South uit 2012 als Good Luck Charm uit 2014 dwongen een plekje op deze BLOG af en deden dat met muziek die ik afwisselend omschreef als een eerbetoon aan de duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris of als The Jayhawks met een zangeres. Veel Americana, een beetje pop en twee goed bij elkaar passende stemmen vol gevoel.
Ondanks mijn liefde voor de eerste twee albums van The Mastersons heb ik het in 2017 verschenen Transient Lullaby gemist of vond ik het album niet goed genoeg, ik weet het echt niet meer. Het deze week verschenen No Time For Love Songs lag echter direct op de goede stapel en meteen bij eerste beluistering viel ik weer als een blok voor de muziek van het Amerikaanse tweetal.
Chris Masterson en Eleanor Whitmore maken inmiddels een jaar of tien samen muziek, zijn geliefden en maken ook nog eens deel uit van The Dukes, de band van Steve Earle. De twee Amerikaanse muzikanten leefden de afgelopen jaren als nomaden en hebben zich na een verblijf in Austin, Brooklyn en Terlingua nu in Los Angeles gevestigd. In Los Angeles namen ze, samen met producer Shooter Jennings hun nieuwe album op en het is een uitstekend album geworden.
Ook No Time For Love Songs is een album dat in het hokje Americana past, want ook dit keer maken Chris Masterson en Eleanor Whitmore geen geheim voor hun liefde voor Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en countryrock in het bijzonder. No Time For Love Songs is een warm klinkend album vol echo’s uit het verleden en dan met name echo’s van de countryrock uit de jaren 70.
De muzikanten op het album spelen competent en de productie van Shooter Jennings is mooi en tijdloos, maar het zijn ook dit keer Chris Masterson en Eleanor Whitmore die de meeste aandacht opeisen. Beiden zijn voorzien van een mooie stem, maar het zijn ook nog eens stemmen die elkaar prachtig weten te versterken.
Het roept ook dit keer associaties op met de duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris, maar The Mastersons hebben ook hun zwak voor pop niet verloren. Invloeden uit de pop zoeken ze dicht keer dicht bij huis in Los Angeles, maar wel een flink stuk terug in de tijd. No Time For Love Songs bevat flink wat invloeden uit de 70s Westcoast pop en klinkt meer dan eens als een rootsy versie van Fleetwood Mac in haar meest succesvolle jaren.
Het levert een album op dat bijzonder makkelijk vermaakt, maar No Time For Love Songs van The Mastersons is ook een heel goed album. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker en bovendien zeer gevarieerd, maar het is met name de stem van Eleanor Whitmore die indruk maakt in de tijdloze popsongs op het album. Zeker de songs die zwaar leunen op haar zang eisen de aandacht nadrukkelijk op, maar ook wanneer The Mastersons kiezen voor prachtig melodieuze popliedjes met een beetje roots, een beetje pop en een klein beetje psychedelica houdt het Amerikaanse tweetal de aandacht makkelijk vast.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik The Mastersons na hun eerste twee albums wat uit het oog was verloren, maar met hun vierde en beste album heb ik het tweetal weer op het netvlies (en het trommelvlies). Erwin Zijleman
The Meltdown - The Meltdown (2017)

4,5
0
geplaatst: 12 juni 2017, 20:02 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Meltdown - The Meltdown - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij Melbourne denk ik niet direct aan broeierige Amerikaanse soul, maar dat is wel precies het soort muziek dat de uit deze Australische stad afkomstige band The Meltdown maakt.
Het titelloze debuut van The Meltdown neemt je mee terug naar de hoogtijdagen van de Amerikaanse soulmuziek en imponeert met een gloedvol geluid vol passie, beleving en natuurlijk soul.
The Meltdown zet voor haar soulmuziek geen bescheiden middelen in. De Australische band kiest voor een groots en meeslepend geluid waarin gitaren, orgels en blazers afwisselend de hoofdrol opeisen.
Het is een imposant geluid dat vraagt om een nog imposantere stem en daarover beschikt voorman Simon Burke, die op het debuut van The Meltdown met grote regelmaat de sterren van de hemel zingt. Om de feestvreugde compleet te maken is het debuut van The Meltdown ook nog eens voorzien van al even overtuigende vrouwenstemmen, die garant staan voor zeer effectieve koortjes.
Natuurlijk zijn er al heel veel bands die proberen om de soul van weleer te doen herleven, maar zo goed als op het debuut van The Meltdown hoor je het echt maar zelden.
Dat heeft voor een deel te maken met het instrumentarium dat groots en meeslepend klinkt, maar ook opvallend open en verrassend subtiel klinkt. De ene keer krijgen de heerlijke bluesy gitaren, die soms rauw mogen uithalen, net wat meer ruimte, de volgende keer zijn het de stuwende orgels die alle aandacht opeisen of mogen de blazers (met een hoofdrol voor de saxofoon en de trompet) een deel van de ontstane ruimte opvullen.
Hoewel de verleiding bij dit soort muziek groot is om enorm uit te pakken, is de instrumentatie op het debuut van The Meltdown ondanks het grootste totaalgeluid opvallend subtiel. De gitaarlijnen op de plaat zijn werkelijk wonderschoon en ook de orgels en de blazers spelen geen noot te veel. De oerdegelijk maar ook swingend spelende ritmesectie breidt alles razendknap aan elkaar en zorgt er bovendien voor dat stil zitten onmogelijk is bij beluistering van het debuut van de Australische band.
Dat alle onderdelen van het totaalgeluid van The Meltdown zo prachtig zijn te horen is overigens ook een compliment voor de producer van de plaat, die een waar kunststukje heeft afgeleverd.
The Meltdown laat zich vooral inspireren door vintage soul, maar verwerkt ook invloeden uit de country, blues, gospel, jazz, rock en rhythm & blues in haar muziek, waardoor het debuut van de band veelzijdiger is dan de gemiddelde plaat in het genre.
Bij een goede soulplaat gaat het uiteindelijk om de zang en ook die is op het debuut van The Meltdown van hoog niveau. Simon Burke kan fantastisch uithalen, maar zingt ook prachtig ingetogen. De stem van de Australiër roept herinneringen op aan de grote soulzangers uit de jaren 60, maar heeft ook een mooi eigen geluid met een onweerstaanbaar rauw randje.
En zo maken een stel Australiërs in het momenteel overvolle genre van de retro-soul een plaat waar geen enkele soulliefhebber omheen kan en die het predicaat retro aan alle kanten overstijgt. Het debuut van The Meltdown is in alle opzichten een fantastische plaat. Mis hem niet! Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Meltdown - The Meltdown - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij Melbourne denk ik niet direct aan broeierige Amerikaanse soul, maar dat is wel precies het soort muziek dat de uit deze Australische stad afkomstige band The Meltdown maakt.
Het titelloze debuut van The Meltdown neemt je mee terug naar de hoogtijdagen van de Amerikaanse soulmuziek en imponeert met een gloedvol geluid vol passie, beleving en natuurlijk soul.
The Meltdown zet voor haar soulmuziek geen bescheiden middelen in. De Australische band kiest voor een groots en meeslepend geluid waarin gitaren, orgels en blazers afwisselend de hoofdrol opeisen.
Het is een imposant geluid dat vraagt om een nog imposantere stem en daarover beschikt voorman Simon Burke, die op het debuut van The Meltdown met grote regelmaat de sterren van de hemel zingt. Om de feestvreugde compleet te maken is het debuut van The Meltdown ook nog eens voorzien van al even overtuigende vrouwenstemmen, die garant staan voor zeer effectieve koortjes.
Natuurlijk zijn er al heel veel bands die proberen om de soul van weleer te doen herleven, maar zo goed als op het debuut van The Meltdown hoor je het echt maar zelden.
Dat heeft voor een deel te maken met het instrumentarium dat groots en meeslepend klinkt, maar ook opvallend open en verrassend subtiel klinkt. De ene keer krijgen de heerlijke bluesy gitaren, die soms rauw mogen uithalen, net wat meer ruimte, de volgende keer zijn het de stuwende orgels die alle aandacht opeisen of mogen de blazers (met een hoofdrol voor de saxofoon en de trompet) een deel van de ontstane ruimte opvullen.
Hoewel de verleiding bij dit soort muziek groot is om enorm uit te pakken, is de instrumentatie op het debuut van The Meltdown ondanks het grootste totaalgeluid opvallend subtiel. De gitaarlijnen op de plaat zijn werkelijk wonderschoon en ook de orgels en de blazers spelen geen noot te veel. De oerdegelijk maar ook swingend spelende ritmesectie breidt alles razendknap aan elkaar en zorgt er bovendien voor dat stil zitten onmogelijk is bij beluistering van het debuut van de Australische band.
Dat alle onderdelen van het totaalgeluid van The Meltdown zo prachtig zijn te horen is overigens ook een compliment voor de producer van de plaat, die een waar kunststukje heeft afgeleverd.
The Meltdown laat zich vooral inspireren door vintage soul, maar verwerkt ook invloeden uit de country, blues, gospel, jazz, rock en rhythm & blues in haar muziek, waardoor het debuut van de band veelzijdiger is dan de gemiddelde plaat in het genre.
Bij een goede soulplaat gaat het uiteindelijk om de zang en ook die is op het debuut van The Meltdown van hoog niveau. Simon Burke kan fantastisch uithalen, maar zingt ook prachtig ingetogen. De stem van de Australiër roept herinneringen op aan de grote soulzangers uit de jaren 60, maar heeft ook een mooi eigen geluid met een onweerstaanbaar rauw randje.
En zo maken een stel Australiërs in het momenteel overvolle genre van de retro-soul een plaat waar geen enkele soulliefhebber omheen kan en die het predicaat retro aan alle kanten overstijgt. Het debuut van The Meltdown is in alle opzichten een fantastische plaat. Mis hem niet! Erwin Zijleman
The Milk - Favourite Worry (2015)

4,0
0
geplaatst: 26 oktober 2015, 11:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Milk - Favourite Worry - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Milk is een Britse band die een jaar of drie geleden debuteerde met het heel aardige Tales From The Thames Delta.
Op dit debuut klonk The Milk niet erg Brits en dat is op de nieuwe plaat van de band, Favourite Worry, niet anders.
Ook op haar nieuwe plaat gaat The Milk immers aan de haal met Amerikaans klinkende soul. Het is 70s soul die herinnert aan de hoogtijdagen van Stax, aan de platen van Bill Withers en zeker ook aan de muziek van The Isley Brothers. Daarmee ligt de lat direct griezelig hoog, maar The Milk kan het aan.
Favourite Worry is een zwoele en broeierige plaat vol tijdloze soulmuziek. De band speelt heerlijk ingetogen en bijzonder smaakvol, terwijl de mooie en soulvolle vocalen naar nog grotere hoogten worden gestuwd door fraaie harmonieën.
Favourite Worry lijkt zo weggelopen uit de jaren 70 en doet niet onder voor de betere platen die destijds in het genre werden afgeleverd. In muzikaal en vocaal opzicht klopt alles, maar The Milk durft ook te verrassen en weet boven alles te ontroeren met soulmuziek die uit het hart komt.
De plaat klinkt ook nog eens fantastisch, wat de verdienste is van producer Paul Butler. Butler laat The Milk zeer ingetogen spelen en benadrukt de subtiele accenten in de muziek van de band, waardoor The Milk ver verwijderd blijft van de schreeuwerige en overvol klinkende soulmuziek die tegenwoordig het genre domineert.
Luister naar de prachtige gitaarlijnen die af en toe op de voorgrond treden, naar de subtiele blazers, strijkers en pianolijnen, naar de fantastische ritmesectie en naar de geweldige zang; dit alles gegoten in werkelijk geweldige songs. Favourite Worry van The Milk is drie kwartier lang intens genieten van soulmuziek zoals die tegenwoordig helaas veel te weinig wordt gemaakt. Wat een pure klasse, wat een heerlijke plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Milk - Favourite Worry - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Milk is een Britse band die een jaar of drie geleden debuteerde met het heel aardige Tales From The Thames Delta.
Op dit debuut klonk The Milk niet erg Brits en dat is op de nieuwe plaat van de band, Favourite Worry, niet anders.
Ook op haar nieuwe plaat gaat The Milk immers aan de haal met Amerikaans klinkende soul. Het is 70s soul die herinnert aan de hoogtijdagen van Stax, aan de platen van Bill Withers en zeker ook aan de muziek van The Isley Brothers. Daarmee ligt de lat direct griezelig hoog, maar The Milk kan het aan.
Favourite Worry is een zwoele en broeierige plaat vol tijdloze soulmuziek. De band speelt heerlijk ingetogen en bijzonder smaakvol, terwijl de mooie en soulvolle vocalen naar nog grotere hoogten worden gestuwd door fraaie harmonieën.
Favourite Worry lijkt zo weggelopen uit de jaren 70 en doet niet onder voor de betere platen die destijds in het genre werden afgeleverd. In muzikaal en vocaal opzicht klopt alles, maar The Milk durft ook te verrassen en weet boven alles te ontroeren met soulmuziek die uit het hart komt.
De plaat klinkt ook nog eens fantastisch, wat de verdienste is van producer Paul Butler. Butler laat The Milk zeer ingetogen spelen en benadrukt de subtiele accenten in de muziek van de band, waardoor The Milk ver verwijderd blijft van de schreeuwerige en overvol klinkende soulmuziek die tegenwoordig het genre domineert.
Luister naar de prachtige gitaarlijnen die af en toe op de voorgrond treden, naar de subtiele blazers, strijkers en pianolijnen, naar de fantastische ritmesectie en naar de geweldige zang; dit alles gegoten in werkelijk geweldige songs. Favourite Worry van The Milk is drie kwartier lang intens genieten van soulmuziek zoals die tegenwoordig helaas veel te weinig wordt gemaakt. Wat een pure klasse, wat een heerlijke plaat. Erwin Zijleman
The Milk Carton Kids - All the Things That I Did and All the Things That I Didn't Do (2018)

4,0
0
geplaatst: 1 juli 2018, 10:04 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Milk Carton Kids - All The Things That I Did And All The Things That I Didn’t Do - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tot voor kort begreep ik maar weinig van de hype rond het Amerikaanse duo The Milk Carton Kids. Met name in de Verenigde Staten werden de platen van het duo uit Los Angeles overladen met superlatieven en genomineerd voor zeer prestigieuze muziekprijzen, maar ook in Nederland kon het tweetal hier en daar rekenen op zeer positieve recensies.
Ik hoorde wel wat talent op de platen die Kenneth Pattengale en Joey Ryan tot dusver afleverden, maar de akoestische songs met stevig door The Everly Brothers geïnspireerde vocalen, gingen me na een paar tracks vervelen. In het genre hoorde ik het ook nog eens beter, onder andere op het debuut van The Cactus Blossoms en natuurlijk bij Don en Phil Everly zelf, waardoor de platen van The Milk Carton Kids voor mij geen blijvertjes waren.
De nieuwe plaat van het duo uit Los Angeles zou eens wel een blijvertje kunnen zijn, want op All The Things That I Did And All The Things That I Didn’t Do gooien de twee Californische muzikanten het roer voorzichtig om. Zo laten The Milk Carton Kids zich op hun nieuwe plaat begeleiden door een geweldige band en tekenen ze bovendien zelf voor de productie, al werd hiervoor ook een beroep gedaan op de gelouterde Joe Henry.
Het levert een plaat op die in het verlengde ligt van de vorige platen van The Milk Carton Kids, maar die toch ook duidelijk anders klinkt. Gebleven zijn het warme akoestische gitaarspel, dat hier en daar flink door mag pielen, en de fraaie vocalen van Kenneth Pattengale en Joey Ryan, maar door de toevoeging van een flink wat andere instrumenten is het geluid van het duo uit Los Angeles ook voller, warmer en broeieriger.
Door het succes van de vorige platen kon het tweetal naast topproducer Joe Henry ook topmuzikanten inhuren en dat is te horen. Het geluid op de plaat is ingetogen en prachtig stemmig. Het is een geluid dat zich niet heel erg opdringt, maar de muziek van The Milk Carton Kids wel voorziet van een bijzondere sfeer en hier en daar onderhuidse spanning. Het maakt de muziek van Kenneth Pattengale en Joey Ryan gevarieerder, maar voor mij ook krachtiger en doorleefder.
Ook in vocaal opzicht maken de twee Amerikanen meer indruk dan in het verleden. In een aantal songs wordt geen geheim gemaakt van de liefde voor de hemeltergend mooie harmonieën van The Everly Brothers, maar ook Roy Orbison duikt op als vergelijkingsmateriaal, net als Simon & Garfunkel. Hiernaast sluiten The Milk Carton Kids aan bij vocale krachtpatsers als The Lone Bellow, waardoor de muziek van het tweetal ook voor liefhebbers van Americana interessanter is geworden.
Hier en daar vind ik de muziek van The Milk Carton Kids nog net wat te braafjes klinken of zeurt de muziek van het tweetal me te lang door, maar in een aantal songs weten Kenneth Pattengale en Joey Ryan me echt te raken met prachtige songs en vocalen die iets met je doen, of je dat nu wilt of niet.
Ik ben benieuwd hoe dit album en de koerswijziging van het tweetal ontvangen gaan worden, maar voor het eerst ben ik flink onder de indruk van de muziek van The Milk Carton Kids. All The Things That I Did And All The Things That I Didn’t Do is in ieder geval een plaat die je niet zomaar aan de kant kunt schuiven. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Milk Carton Kids - All The Things That I Did And All The Things That I Didn’t Do - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Tot voor kort begreep ik maar weinig van de hype rond het Amerikaanse duo The Milk Carton Kids. Met name in de Verenigde Staten werden de platen van het duo uit Los Angeles overladen met superlatieven en genomineerd voor zeer prestigieuze muziekprijzen, maar ook in Nederland kon het tweetal hier en daar rekenen op zeer positieve recensies.
Ik hoorde wel wat talent op de platen die Kenneth Pattengale en Joey Ryan tot dusver afleverden, maar de akoestische songs met stevig door The Everly Brothers geïnspireerde vocalen, gingen me na een paar tracks vervelen. In het genre hoorde ik het ook nog eens beter, onder andere op het debuut van The Cactus Blossoms en natuurlijk bij Don en Phil Everly zelf, waardoor de platen van The Milk Carton Kids voor mij geen blijvertjes waren.
De nieuwe plaat van het duo uit Los Angeles zou eens wel een blijvertje kunnen zijn, want op All The Things That I Did And All The Things That I Didn’t Do gooien de twee Californische muzikanten het roer voorzichtig om. Zo laten The Milk Carton Kids zich op hun nieuwe plaat begeleiden door een geweldige band en tekenen ze bovendien zelf voor de productie, al werd hiervoor ook een beroep gedaan op de gelouterde Joe Henry.
Het levert een plaat op die in het verlengde ligt van de vorige platen van The Milk Carton Kids, maar die toch ook duidelijk anders klinkt. Gebleven zijn het warme akoestische gitaarspel, dat hier en daar flink door mag pielen, en de fraaie vocalen van Kenneth Pattengale en Joey Ryan, maar door de toevoeging van een flink wat andere instrumenten is het geluid van het duo uit Los Angeles ook voller, warmer en broeieriger.
Door het succes van de vorige platen kon het tweetal naast topproducer Joe Henry ook topmuzikanten inhuren en dat is te horen. Het geluid op de plaat is ingetogen en prachtig stemmig. Het is een geluid dat zich niet heel erg opdringt, maar de muziek van The Milk Carton Kids wel voorziet van een bijzondere sfeer en hier en daar onderhuidse spanning. Het maakt de muziek van Kenneth Pattengale en Joey Ryan gevarieerder, maar voor mij ook krachtiger en doorleefder.
Ook in vocaal opzicht maken de twee Amerikanen meer indruk dan in het verleden. In een aantal songs wordt geen geheim gemaakt van de liefde voor de hemeltergend mooie harmonieën van The Everly Brothers, maar ook Roy Orbison duikt op als vergelijkingsmateriaal, net als Simon & Garfunkel. Hiernaast sluiten The Milk Carton Kids aan bij vocale krachtpatsers als The Lone Bellow, waardoor de muziek van het tweetal ook voor liefhebbers van Americana interessanter is geworden.
Hier en daar vind ik de muziek van The Milk Carton Kids nog net wat te braafjes klinken of zeurt de muziek van het tweetal me te lang door, maar in een aantal songs weten Kenneth Pattengale en Joey Ryan me echt te raken met prachtige songs en vocalen die iets met je doen, of je dat nu wilt of niet.
Ik ben benieuwd hoe dit album en de koerswijziging van het tweetal ontvangen gaan worden, maar voor het eerst ben ik flink onder de indruk van de muziek van The Milk Carton Kids. All The Things That I Did And All The Things That I Didn’t Do is in ieder geval een plaat die je niet zomaar aan de kant kunt schuiven. Erwin Zijleman
The Milk Carton Kids - I Only See the Moon (2023)

4,0
1
geplaatst: 24 mei 2023, 13:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Milk Carton Kids - I Only See The Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Milk Carton Kids - I Only See The Moon
Het Amerikaanse duo The Milk Carton Kids staat nog altijd garant voor wonderschone harmonieën vol echo’s uit het verleden, maar verrast op I Only See The Moon ook met een meer eigen geluid
Er zijn de afgelopen jaren nogal wat albums verschenen van duo’s en bands die zich lieten inspireren door de weergaloze harmonieën van met name Don en Phil Everly. The Milk Carton Kids uit Los Angeles behoorden wat mij betreft tot de besten van het stel, maar de afgelopen jaren was het stil rond Ken Pattengale en Joey Ryan. Deze week keren ze terug met I Only See The Moon is de zang van het tweetal wonderschoon. Vergeleken met het vorige album laat I Only See The Moon een wat meer ingetogen geluid horen en bovendien vertrouwt het Amerikaanse duo wat minder op hun sterkste wapen, de harmonieën. Het levert desondanks een betoverend mooi album op.
Het Amerikaanse duo The Milk Carton Kids staat inmiddels al ruim tien jaar garant voor wonderschone harmonieën, die afwisselend aan Simon & Garfunkel en The Everly Brothers doen denken. Het leverde tussen 2011 en 2018 vier albums op, waarvan ik het in 2018 verschenen All The Things That I Did And All The Things That I Didn’t Do de meest geslaagde vond. In 2019 verscheen nog een prima en fraai ingetogen EP van Ken Pattengale en Joey Ryan, maar sindsdien was het stil rond The Milk Carton Kids.
Voor liefhebbers van de harmonieën van onder andere The Everly Brothers en Simon & Garfunkel viel er echter genoeg te genieten, want de afgelopen jaren verschenen er nogal wat album die zich lieten inspireren door de gouden keeltjes uit het verleden. Ik was The Milk Carton Kids daarom alweer bijna vergeten, maar deze week verscheen het vijfde albums van het Amerikaanse tweetal. Ik heb I Only See The Moon inmiddels flink wat keren beluisterd en durf het nieuwe album van The Milk Carton Kids inmiddels wel hun beste album tot dusver te noemen.
Op All The Things That I Did And All The Things That I Didn’t Do kozen de twee muzikanten uit Los Angeles voor bijdragen van flink wat gastmuzikanten, wat een voller geluid opleverde. Ik vond het destijds prachtig, maar het uiterst ingetogen geluid op I Only See The Moon vind ik toch nog net wat indrukwekkender. Op hun nieuwe album vertrouwen Ken Pattengale en Joey Ryan weer vooral op hun fraaie akoestische gitaarspel, waarna er hier en daar strijkers zijn toegevoegd. Het levert een sober maar mooi geluid op en het is een geluid dat de stemmen en de harmonieën van de twee centraal stelt.
Zoals gezegd verschenen er de afgelopen jaren nogal wat albums vol echo’s uit het verleden van The Everly Brothers en Simon & Garfunkel en ook The Milk Carton Kids bleven op hun vorige albums vrij dicht bij de originelen. Op I Only See The Moon heeft het Amerikaanse tweetal een meer eigen geluid. In een aantal tracks worden de twee unieke duo’s uit het verleden geëerd, maar I Only See The Moon bevat ook een aantal tracks die opschuiven richting de Appalachen folk of richting de crooners uit de jaren 50 en 60.
In een aantal tracks worden de harmonieën zelfs helemaal achterwege gelaten en moeten we het doen met solozang. Het is een gewaagde stap, want juist die harmonieën waren het sterkste wapen van Ken Pattengale en Joey Ryan, maar het siert het tweetal dat het ook nieuwe richtingen durft te verkennen. De songs van The Milk Carton Kids hebben ondanks de koerswijziging niet ingeboet aan schoonheid, want ook als de harmonieën achterwege worden gelaten, is de zang op I Only See The Moon van een bijzondere schoonheid.
In de harmonieën doen de twee Amerikaanse muzikanten er nog een schepje bovenop en zijn ze goed voor kippenvel, zeker als je gevoelig bent voor meerstemmige zang. Vooral liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die te weinig invloeden uit het genre hoorden op de vorige albums van The Milk Carton Kids zullen aangenaam verrast worden door de nieuwe wegen van Ken Pattengale en Joey Ryan, maar ook de fans van het eerste uur worden zeker niet teleurgesteld door een album dat The Milk Carton Kids weer onder de koplopers in het genre schaart. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Milk Carton Kids - I Only See The Moon - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Milk Carton Kids - I Only See The Moon
Het Amerikaanse duo The Milk Carton Kids staat nog altijd garant voor wonderschone harmonieën vol echo’s uit het verleden, maar verrast op I Only See The Moon ook met een meer eigen geluid
Er zijn de afgelopen jaren nogal wat albums verschenen van duo’s en bands die zich lieten inspireren door de weergaloze harmonieën van met name Don en Phil Everly. The Milk Carton Kids uit Los Angeles behoorden wat mij betreft tot de besten van het stel, maar de afgelopen jaren was het stil rond Ken Pattengale en Joey Ryan. Deze week keren ze terug met I Only See The Moon is de zang van het tweetal wonderschoon. Vergeleken met het vorige album laat I Only See The Moon een wat meer ingetogen geluid horen en bovendien vertrouwt het Amerikaanse duo wat minder op hun sterkste wapen, de harmonieën. Het levert desondanks een betoverend mooi album op.
Het Amerikaanse duo The Milk Carton Kids staat inmiddels al ruim tien jaar garant voor wonderschone harmonieën, die afwisselend aan Simon & Garfunkel en The Everly Brothers doen denken. Het leverde tussen 2011 en 2018 vier albums op, waarvan ik het in 2018 verschenen All The Things That I Did And All The Things That I Didn’t Do de meest geslaagde vond. In 2019 verscheen nog een prima en fraai ingetogen EP van Ken Pattengale en Joey Ryan, maar sindsdien was het stil rond The Milk Carton Kids.
Voor liefhebbers van de harmonieën van onder andere The Everly Brothers en Simon & Garfunkel viel er echter genoeg te genieten, want de afgelopen jaren verschenen er nogal wat album die zich lieten inspireren door de gouden keeltjes uit het verleden. Ik was The Milk Carton Kids daarom alweer bijna vergeten, maar deze week verscheen het vijfde albums van het Amerikaanse tweetal. Ik heb I Only See The Moon inmiddels flink wat keren beluisterd en durf het nieuwe album van The Milk Carton Kids inmiddels wel hun beste album tot dusver te noemen.
Op All The Things That I Did And All The Things That I Didn’t Do kozen de twee muzikanten uit Los Angeles voor bijdragen van flink wat gastmuzikanten, wat een voller geluid opleverde. Ik vond het destijds prachtig, maar het uiterst ingetogen geluid op I Only See The Moon vind ik toch nog net wat indrukwekkender. Op hun nieuwe album vertrouwen Ken Pattengale en Joey Ryan weer vooral op hun fraaie akoestische gitaarspel, waarna er hier en daar strijkers zijn toegevoegd. Het levert een sober maar mooi geluid op en het is een geluid dat de stemmen en de harmonieën van de twee centraal stelt.
Zoals gezegd verschenen er de afgelopen jaren nogal wat albums vol echo’s uit het verleden van The Everly Brothers en Simon & Garfunkel en ook The Milk Carton Kids bleven op hun vorige albums vrij dicht bij de originelen. Op I Only See The Moon heeft het Amerikaanse tweetal een meer eigen geluid. In een aantal tracks worden de twee unieke duo’s uit het verleden geëerd, maar I Only See The Moon bevat ook een aantal tracks die opschuiven richting de Appalachen folk of richting de crooners uit de jaren 50 en 60.
In een aantal tracks worden de harmonieën zelfs helemaal achterwege gelaten en moeten we het doen met solozang. Het is een gewaagde stap, want juist die harmonieën waren het sterkste wapen van Ken Pattengale en Joey Ryan, maar het siert het tweetal dat het ook nieuwe richtingen durft te verkennen. De songs van The Milk Carton Kids hebben ondanks de koerswijziging niet ingeboet aan schoonheid, want ook als de harmonieën achterwege worden gelaten, is de zang op I Only See The Moon van een bijzondere schoonheid.
In de harmonieën doen de twee Amerikaanse muzikanten er nog een schepje bovenop en zijn ze goed voor kippenvel, zeker als je gevoelig bent voor meerstemmige zang. Vooral liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek die te weinig invloeden uit het genre hoorden op de vorige albums van The Milk Carton Kids zullen aangenaam verrast worden door de nieuwe wegen van Ken Pattengale en Joey Ryan, maar ook de fans van het eerste uur worden zeker niet teleurgesteld door een album dat The Milk Carton Kids weer onder de koplopers in het genre schaart. Erwin Zijleman
The Molochs - America's Velvet Glory (2017)

4,5
0
geplaatst: 19 januari 2017, 15:04 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Molochs - America's Velvet Glory - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het maken van een compleet onweerstaanbare popplaat kan zo makkelijk zijn.
Neem wat heerlijk jengelende gitaren, voeg af en toe een aangenaam zeurend orgeltje toe, zorg voor nonchalante vocalen, maar kies boven alles voor geweldige melodieën en voor refreinen die je na een keer horen echt niet meer vergeet.
Giet dit alles vervolgens in stekelige popliedjes van hooguit drie minuten en je hebt een plaat als America’s Velvet Glory van The Molochs.
Ik weet eigenlijk niets over The Molochs. Op hun bandcamp pagina dragen ze de tags rock’ n roll en California aan. Dat zijn tags die ik goed kan plaatsen na beluistering naar het debuut van het duo (?) uit Los Angeles.
The Molochs hebben goed geluisterd naar de Amerikaanse garagerock uit de jaren 60, maar zijn ook niet vies van zonnige Westcoast pop uit dezelfde periode en overgieten hun songs bovendien met invloeden uit een aantal andere decennia.
Zo neemt America’s Velvet Glory je het ene moment mee terug naar de jaren 60 in California, maar wordt je het volgende moment naar de deprimerende Britse industriesteden uit de jaren 90 gesleurd. In deze momenten doet de muziek van The Molochs me flink denken aan die van de zwaar onderschatte The Inspiral Carpets, maar bij de meeste songs domineren namen uit de jaren 60 en 70, variërend van The Byrds tot Television, van The Stones tot The Only Ones of van The Velvet Underground tot Violent Femmes.
America’s Velvet Glory is een tijdloze rockplaat, maar het is vooral een onweerstaanbare rockplaat. De songs van The Molochs zijn goed voor een brede glimlach, maar het zijn ook songs die prikkelen, buiten de gebaande paden treden en hierdoor keer op keer verrassen.
De ene keer klinken The Molochs zorgeloos, de andere keer bezorgd, waardoor America’s Velvet Glory een lekker veelzijdige plaat is. Het heeft soms ook wel wat van de muziek van Jonathan Richman, maar waar deze cultheld het schrijven van perfecte popliedjes slechts met mate deed, grossieren The Molochs er in.
Het was natuurlijk pas echt bijzonder geweest wanneer The Molochs in de jaren 60 deze baanbrekende plaat zouden hebben gemaakt, maar het klinkt allemaal zo aangenaam dat je The Molochs een af en toe opduikend gebrek aan originaliteit graag vergeeft.
In 33 minuten jaagt de Amerikaanse band er een elftal popliedjes doorheen en ze zijn allemaal even lekker. Ik was even bang dat het snel zou gaan vervelen of dat ik snel op zoek zou gaan naar originelen uit de jaren 60, maar voorlopig blijft America’s Velvet Glory een plaat die ik eigenlijk niet kan weerstaan. Zo eenvoudig, maar zo lekker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Molochs - America's Velvet Glory - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het maken van een compleet onweerstaanbare popplaat kan zo makkelijk zijn.
Neem wat heerlijk jengelende gitaren, voeg af en toe een aangenaam zeurend orgeltje toe, zorg voor nonchalante vocalen, maar kies boven alles voor geweldige melodieën en voor refreinen die je na een keer horen echt niet meer vergeet.
Giet dit alles vervolgens in stekelige popliedjes van hooguit drie minuten en je hebt een plaat als America’s Velvet Glory van The Molochs.
Ik weet eigenlijk niets over The Molochs. Op hun bandcamp pagina dragen ze de tags rock’ n roll en California aan. Dat zijn tags die ik goed kan plaatsen na beluistering naar het debuut van het duo (?) uit Los Angeles.
The Molochs hebben goed geluisterd naar de Amerikaanse garagerock uit de jaren 60, maar zijn ook niet vies van zonnige Westcoast pop uit dezelfde periode en overgieten hun songs bovendien met invloeden uit een aantal andere decennia.
Zo neemt America’s Velvet Glory je het ene moment mee terug naar de jaren 60 in California, maar wordt je het volgende moment naar de deprimerende Britse industriesteden uit de jaren 90 gesleurd. In deze momenten doet de muziek van The Molochs me flink denken aan die van de zwaar onderschatte The Inspiral Carpets, maar bij de meeste songs domineren namen uit de jaren 60 en 70, variërend van The Byrds tot Television, van The Stones tot The Only Ones of van The Velvet Underground tot Violent Femmes.
America’s Velvet Glory is een tijdloze rockplaat, maar het is vooral een onweerstaanbare rockplaat. De songs van The Molochs zijn goed voor een brede glimlach, maar het zijn ook songs die prikkelen, buiten de gebaande paden treden en hierdoor keer op keer verrassen.
De ene keer klinken The Molochs zorgeloos, de andere keer bezorgd, waardoor America’s Velvet Glory een lekker veelzijdige plaat is. Het heeft soms ook wel wat van de muziek van Jonathan Richman, maar waar deze cultheld het schrijven van perfecte popliedjes slechts met mate deed, grossieren The Molochs er in.
Het was natuurlijk pas echt bijzonder geweest wanneer The Molochs in de jaren 60 deze baanbrekende plaat zouden hebben gemaakt, maar het klinkt allemaal zo aangenaam dat je The Molochs een af en toe opduikend gebrek aan originaliteit graag vergeeft.
In 33 minuten jaagt de Amerikaanse band er een elftal popliedjes doorheen en ze zijn allemaal even lekker. Ik was even bang dat het snel zou gaan vervelen of dat ik snel op zoek zou gaan naar originelen uit de jaren 60, maar voorlopig blijft America’s Velvet Glory een plaat die ik eigenlijk niet kan weerstaan. Zo eenvoudig, maar zo lekker. Erwin Zijleman
The Molochs - Flowers in the Spring (2018)

4,0
0
geplaatst: 13 september 2018, 16:20 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Molochs - Flowers In The Spring - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Volstrekt onweerstaanbare retro met een heerlijk eigenwijze twist
Het debuut van The Molochs deed aan het begin van 2017 niet zo gek veel, maar ik vond het een onweerstaanbare plaat. Dat geldt ook weer voor de tweede plaat van de band, die net als zijn voorganger stevig put uit de archieven van de gitaarmuziek uit de jaren 60, maar er stiekem ook allerlei invloeden bij sleept uit de decennia die volgden. De plaat schiet hierdoor met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en strooit driftige met geweldige popliedjes. Het zijn volstrekt tijdloze popliedjes, maar The Molochs doen veel meer dan het reproduceren van de betere gitaarmuziek uit het verleden. Net als zijn voorganger een geweldige plaat die de zomer nog even verlengt.
Ik was ruim anderhalf jaar geleden zeer enthousiast over America's Velvet Glory van de Amerikaanse band The Molochs. De band, of eigenlijk het duo, uit Los Angeles stapte op haar debuut met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en bleef uiteindelijk vooral in de jaren 60 hangen.
Van retro was echter zeker geen sprake, want The Molochs sleepten er ook allerlei invloeden uit de volgende decennia bij, waardoor de popliedjes van de band niet alleen onweerstaanbaar lekker maar ook prikkelend en stekelig waren.
Ik schreef er destijds het volgende over en dat is wat mij betreft ook voor 100% van toepassing op de nieuwe plaat van de band. “America’s Velvet Glory neemt je het ene moment mee terug naar de jaren 60 in California, maar het volgende moment word je naar de deprimerende Britse industriesteden uit de jaren 90 gesleurd. In deze momenten doet de muziek van The Molochs me flink denken aan die van de zwaar onderschatte The Inspiral Carpets, maar bij de meeste songs domineren namen uit de jaren 60 en 70, variërend van The Byrds tot Television, van The Stones tot The Only Ones of van The Velvet Underground tot Violent Femmes. America’s Velvet Glory is een volstrekt tijdloze gitaarplaat, maar het is vooral een onweerstaanbare gitaarplaat. De songs van The Molochs zijn goed voor een brede glimlach, maar het zijn ook songs die prikkelen, buiten de gebaande paden treden en hierdoor keer op keer verrassen.”
Het gaat allemaal op voor Flowers In The Spring, maar toch is de tweede plaat van The Molochs niet meer van hetzelfde. De band schiet op haar nieuwe plaat nog wat grilliger door de geschiedenis van de popmuziek en combineert haar voorliefde voor popmuziek uit de jaren 60 met net wat andere invloeden.
Flowers In The Spring klinkt hierdoor net wat anders dan zijn voorganger, waardoor er ook net wat andere namen opduiken bij beluistering van de nieuwe plaat van de band uit Los Angeles. The Molochs beginnen dit keer vaker bij The Kinks en komen via The La’s en R.E.M. bij Pavement uit. Omdat het duo ook dit keer de invloeden uit het eigen Californië trouw is gebleven, klinkt ook de nieuwe plaat van The Molochs zonnig en zorgeloos, al is een donkere wolk nooit heel ver weg en bekijkt de band het leven niet alleen door een roze bril.
Sommige dingen zijn gelukkig niet veranderd, waardoor invloeden uit de jaren 60 ook dit keer fraai worden gecombineerd met jengelende gitaren en orgeltjes die in de jaren 90 populair waren en met invloeden uit de 70s new wave.
Nu zijn er wel meer bands als The Molochs en natuurlijk kan ik ook teruggrijpen op al het moois dat in het verleden al gemaakt is, maar ook de tweede plaat van de Amerikaanse band heeft wat mij betreft het volste bestaansrecht. The Molochs borduren fraai voort op een roemrucht verleden, maar herschrijven hier en daar op subtiele wijze de geschiedenis, waardoor Flowers In The Spring niet alleen goed is voor een glimlach, maar ook tot nadenken stemt.
Het is niet eens zo makkelijk om uit te leggen wat de muziek van The Molochs zo leuk maakt, maar ik kan het ook dit keer niet weerstaan. Met geen mogelijkheid. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Molochs - Flowers In The Spring - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Volstrekt onweerstaanbare retro met een heerlijk eigenwijze twist
Het debuut van The Molochs deed aan het begin van 2017 niet zo gek veel, maar ik vond het een onweerstaanbare plaat. Dat geldt ook weer voor de tweede plaat van de band, die net als zijn voorganger stevig put uit de archieven van de gitaarmuziek uit de jaren 60, maar er stiekem ook allerlei invloeden bij sleept uit de decennia die volgden. De plaat schiet hierdoor met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en strooit driftige met geweldige popliedjes. Het zijn volstrekt tijdloze popliedjes, maar The Molochs doen veel meer dan het reproduceren van de betere gitaarmuziek uit het verleden. Net als zijn voorganger een geweldige plaat die de zomer nog even verlengt.
Ik was ruim anderhalf jaar geleden zeer enthousiast over America's Velvet Glory van de Amerikaanse band The Molochs. De band, of eigenlijk het duo, uit Los Angeles stapte op haar debuut met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en bleef uiteindelijk vooral in de jaren 60 hangen.
Van retro was echter zeker geen sprake, want The Molochs sleepten er ook allerlei invloeden uit de volgende decennia bij, waardoor de popliedjes van de band niet alleen onweerstaanbaar lekker maar ook prikkelend en stekelig waren.
Ik schreef er destijds het volgende over en dat is wat mij betreft ook voor 100% van toepassing op de nieuwe plaat van de band. “America’s Velvet Glory neemt je het ene moment mee terug naar de jaren 60 in California, maar het volgende moment word je naar de deprimerende Britse industriesteden uit de jaren 90 gesleurd. In deze momenten doet de muziek van The Molochs me flink denken aan die van de zwaar onderschatte The Inspiral Carpets, maar bij de meeste songs domineren namen uit de jaren 60 en 70, variërend van The Byrds tot Television, van The Stones tot The Only Ones of van The Velvet Underground tot Violent Femmes. America’s Velvet Glory is een volstrekt tijdloze gitaarplaat, maar het is vooral een onweerstaanbare gitaarplaat. De songs van The Molochs zijn goed voor een brede glimlach, maar het zijn ook songs die prikkelen, buiten de gebaande paden treden en hierdoor keer op keer verrassen.”
Het gaat allemaal op voor Flowers In The Spring, maar toch is de tweede plaat van The Molochs niet meer van hetzelfde. De band schiet op haar nieuwe plaat nog wat grilliger door de geschiedenis van de popmuziek en combineert haar voorliefde voor popmuziek uit de jaren 60 met net wat andere invloeden.
Flowers In The Spring klinkt hierdoor net wat anders dan zijn voorganger, waardoor er ook net wat andere namen opduiken bij beluistering van de nieuwe plaat van de band uit Los Angeles. The Molochs beginnen dit keer vaker bij The Kinks en komen via The La’s en R.E.M. bij Pavement uit. Omdat het duo ook dit keer de invloeden uit het eigen Californië trouw is gebleven, klinkt ook de nieuwe plaat van The Molochs zonnig en zorgeloos, al is een donkere wolk nooit heel ver weg en bekijkt de band het leven niet alleen door een roze bril.
Sommige dingen zijn gelukkig niet veranderd, waardoor invloeden uit de jaren 60 ook dit keer fraai worden gecombineerd met jengelende gitaren en orgeltjes die in de jaren 90 populair waren en met invloeden uit de 70s new wave.
Nu zijn er wel meer bands als The Molochs en natuurlijk kan ik ook teruggrijpen op al het moois dat in het verleden al gemaakt is, maar ook de tweede plaat van de Amerikaanse band heeft wat mij betreft het volste bestaansrecht. The Molochs borduren fraai voort op een roemrucht verleden, maar herschrijven hier en daar op subtiele wijze de geschiedenis, waardoor Flowers In The Spring niet alleen goed is voor een glimlach, maar ook tot nadenken stemt.
Het is niet eens zo makkelijk om uit te leggen wat de muziek van The Molochs zo leuk maakt, maar ik kan het ook dit keer niet weerstaan. Met geen mogelijkheid. Erwin Zijleman
The Monkees - Good Times! (2016)

4,0
0
geplaatst: 3 juni 2016, 14:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Monkees - Good Times - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Monkees werden halverwege de jaren 60 bij elkaar gezocht om het Amerikaanse antwoord op The Beatles te gaan vormen.
In commercieel opzicht was dit een groot succes. De platen van The Monkees waren niet aan te slepen en alles dat door de band werd aangeraakt veranderde in goud.
Opvallend genoeg was het project echter ook in artistiek opzicht succesvol. The Monkees maakten een paar aardige platen en hebben uiteindelijk een flinke verzamelaar met zeer memorabele popsongs volgespeeld en dat kunnen er niet veel zeggen.
Aan het eind van de jaren 60 was het beste er wel af en viel het doek voor de band; overigens vrijwel gelijktijdig met het einde van het grote voorbeeld uit Engeland. Sindsdien moeten we het doen met weinig succesvolle reünies en hele matige platen.
Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van de zoveelste comeback van The Monkees, maar Good Times! blijkt een bijzonder aangename plaat. The Monkees moeten het op hun zoveelste comeback plaat doen zonder de in 2012 overleden Davy Jones, maar Michael Nesmith schoof na een aantal jaren afwezigheid weer aan.
Good Times! werd geproduceerd door Fountains of Wayne lid Adam Schlesinger, die werd bijgestaan door de beheerder van het archief van de band. Voor de songs op de plaat werd geput uit de archieven (waar nog songs van Harry Nilsson en Neil Diamond op de plank lagen), maar er werden ook gloednieuwe songs aangeleverd door onder andere Andy Partridge (XTC), Rivers Cuomo (Weezer), Ben Gibbard (Death Cab For Cutie) en gelegenheidsduo Noel Gallagher en Paul Weller.
Het resultaat klinkt opvallend goed. Natuurlijk zit er wat slijtage op de stembanden van de heren op leeftijd, maar Good Times! klinkt veel geïnspireerder dan alles dat The Monkees na hun gloriejaren maakten. Zowel de songs uit de archieven als de nieuwe songs zijn van hoog niveau en zijn stuk voor stuk goed voor heel veel zonnestralen. Laat de plaat uit de speakers komen en het is zomer.
Het is verder zeker geen eenheidsworst die The Monkees serveren. Een aantal songs grijpt terug op het roemruchte verleden van de band, er zijn uitstapjes richting The Beatles en de Beach Boys, maar The Monkees verrassen op Good Times! ook met psychedelische songs, songs met ander moois uit de jaren 60 en songs die met een beetje fantasie van het label Americana zijn te voorzien.
Het levert een plaat op die onmiddellijk goed is voor een glimlach en het zomergevoel, maar die ook daarna blijft boeien en vermaken. Een enorme verrassing als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Monkees - Good Times - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Monkees werden halverwege de jaren 60 bij elkaar gezocht om het Amerikaanse antwoord op The Beatles te gaan vormen.
In commercieel opzicht was dit een groot succes. De platen van The Monkees waren niet aan te slepen en alles dat door de band werd aangeraakt veranderde in goud.
Opvallend genoeg was het project echter ook in artistiek opzicht succesvol. The Monkees maakten een paar aardige platen en hebben uiteindelijk een flinke verzamelaar met zeer memorabele popsongs volgespeeld en dat kunnen er niet veel zeggen.
Aan het eind van de jaren 60 was het beste er wel af en viel het doek voor de band; overigens vrijwel gelijktijdig met het einde van het grote voorbeeld uit Engeland. Sindsdien moeten we het doen met weinig succesvolle reünies en hele matige platen.
Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van de zoveelste comeback van The Monkees, maar Good Times! blijkt een bijzonder aangename plaat. The Monkees moeten het op hun zoveelste comeback plaat doen zonder de in 2012 overleden Davy Jones, maar Michael Nesmith schoof na een aantal jaren afwezigheid weer aan.
Good Times! werd geproduceerd door Fountains of Wayne lid Adam Schlesinger, die werd bijgestaan door de beheerder van het archief van de band. Voor de songs op de plaat werd geput uit de archieven (waar nog songs van Harry Nilsson en Neil Diamond op de plank lagen), maar er werden ook gloednieuwe songs aangeleverd door onder andere Andy Partridge (XTC), Rivers Cuomo (Weezer), Ben Gibbard (Death Cab For Cutie) en gelegenheidsduo Noel Gallagher en Paul Weller.
Het resultaat klinkt opvallend goed. Natuurlijk zit er wat slijtage op de stembanden van de heren op leeftijd, maar Good Times! klinkt veel geïnspireerder dan alles dat The Monkees na hun gloriejaren maakten. Zowel de songs uit de archieven als de nieuwe songs zijn van hoog niveau en zijn stuk voor stuk goed voor heel veel zonnestralen. Laat de plaat uit de speakers komen en het is zomer.
Het is verder zeker geen eenheidsworst die The Monkees serveren. Een aantal songs grijpt terug op het roemruchte verleden van de band, er zijn uitstapjes richting The Beatles en de Beach Boys, maar The Monkees verrassen op Good Times! ook met psychedelische songs, songs met ander moois uit de jaren 60 en songs die met een beetje fantasie van het label Americana zijn te voorzien.
Het levert een plaat op die onmiddellijk goed is voor een glimlach en het zomergevoel, maar die ook daarna blijft boeien en vermaken. Een enorme verrassing als je het mij vraagt. Erwin Zijleman
The Monochrome Set - Cosmonaut (2016)

4,0
0
geplaatst: 7 november 2016, 19:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Monochrome Set - Cosmonaut - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Monochrome Set werd in 1978 in Londen geformeerd en ken ik alleen vaag van hun in 1980 verschenen debuut Strange Boutique, dat destijds een cultplaat was.
De band bestond een jaar of 20, viel uit elkaar en kreeg een paar jaar geleden nieuw leven in geblazen.
Ik heb het eerlijk gezegd allemaal gemist, maar sinds ik naar het aan het einde van de afgelopen zomer verschenen Cosmonaut heb geluisterd, ben ik heel benieuwd naar alle andere verrichtingen van The Monochrome Set.
Cosmonaut is immers een heerlijke plaat die je via een tijdmachine lijkt terug te werpen naar de eerste helft van de jaren 80, maar af en toe ook nog wat verder terug door de tijd schiet.
The Monochrome Set maakt op Cosmonaut muziek die doet denken aan die van 80s smaakmakers als Lloyd Cole & The Commotions, Aztec Camera, Marc Almond, XTC, Bow Wow Wow, The Smiths en vooral Prefab Sprout. Het maakt bovendien muziek die achteraf bezien kan worden aangemerkt als een van de belangrijkste inspiratiebronnen van Pulp en Richard Hawley.
Cosmonaut staat vol met zorgeloze popliedjes, maar het zijn popliedjes met inhoud. In muzikaal opzicht komt The Monochrome Set vaak uit bij de muziek die werd gemaakt door het genoemde vergelijkingsmateriaal, maar het voegt wel een aantal bijzondere ingrediënten toe.
Zo zijn er de heerlijk zeurende orgeltjes die herinneren aan The Inspiral Carpets, zijn er de gitaarklanken die herinneren aan 50s rock ’n roll en Surf maar ook zwoel en melodieus kunnen verleiden, zijn er de funky injecties, zijn er uitstapjes richting psychedelica, zijn er de bijzondere, typisch Britse, vocalen en zijn er nog talloze andere smaakvolle extra’s die variëren van heerlijk onderkoeld zingende zangeressen tot fluitende vogeltjes.
Met haar muziek manoeuvreert The Monochrome Set constant op de grens van goede smaak en goed gemaakte kitsch. Cosmonaut zal daarom zeker niet bij iedereen in de smaak vallen, maar iedere liefhebber van zorgeloos klinkende 80s pop met een licht cynische ondertoon, is bij The Monochrome Set zeker aan het juiste adres.
De wat vergeten band moet in het genre concurreren met heel wat andere bands, maar de songs op Cosmonaut blijken in de meeste gevallen beter, avontuurlijker en diverser dan die van de concurrentie. The Monochrome Set was bij mij in eerste instantie vooral goed voor een glimlach, maar hoe vaker ik deze bijzondere plaat hoor, hoe beter hij wordt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Monochrome Set - Cosmonaut - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Monochrome Set werd in 1978 in Londen geformeerd en ken ik alleen vaag van hun in 1980 verschenen debuut Strange Boutique, dat destijds een cultplaat was.
De band bestond een jaar of 20, viel uit elkaar en kreeg een paar jaar geleden nieuw leven in geblazen.
Ik heb het eerlijk gezegd allemaal gemist, maar sinds ik naar het aan het einde van de afgelopen zomer verschenen Cosmonaut heb geluisterd, ben ik heel benieuwd naar alle andere verrichtingen van The Monochrome Set.
Cosmonaut is immers een heerlijke plaat die je via een tijdmachine lijkt terug te werpen naar de eerste helft van de jaren 80, maar af en toe ook nog wat verder terug door de tijd schiet.
The Monochrome Set maakt op Cosmonaut muziek die doet denken aan die van 80s smaakmakers als Lloyd Cole & The Commotions, Aztec Camera, Marc Almond, XTC, Bow Wow Wow, The Smiths en vooral Prefab Sprout. Het maakt bovendien muziek die achteraf bezien kan worden aangemerkt als een van de belangrijkste inspiratiebronnen van Pulp en Richard Hawley.
Cosmonaut staat vol met zorgeloze popliedjes, maar het zijn popliedjes met inhoud. In muzikaal opzicht komt The Monochrome Set vaak uit bij de muziek die werd gemaakt door het genoemde vergelijkingsmateriaal, maar het voegt wel een aantal bijzondere ingrediënten toe.
Zo zijn er de heerlijk zeurende orgeltjes die herinneren aan The Inspiral Carpets, zijn er de gitaarklanken die herinneren aan 50s rock ’n roll en Surf maar ook zwoel en melodieus kunnen verleiden, zijn er de funky injecties, zijn er uitstapjes richting psychedelica, zijn er de bijzondere, typisch Britse, vocalen en zijn er nog talloze andere smaakvolle extra’s die variëren van heerlijk onderkoeld zingende zangeressen tot fluitende vogeltjes.
Met haar muziek manoeuvreert The Monochrome Set constant op de grens van goede smaak en goed gemaakte kitsch. Cosmonaut zal daarom zeker niet bij iedereen in de smaak vallen, maar iedere liefhebber van zorgeloos klinkende 80s pop met een licht cynische ondertoon, is bij The Monochrome Set zeker aan het juiste adres.
De wat vergeten band moet in het genre concurreren met heel wat andere bands, maar de songs op Cosmonaut blijken in de meeste gevallen beter, avontuurlijker en diverser dan die van de concurrentie. The Monochrome Set was bij mij in eerste instantie vooral goed voor een glimlach, maar hoe vaker ik deze bijzondere plaat hoor, hoe beter hij wordt. Erwin Zijleman
The Monochrome Set - Maisieworld (2018)

4,5
0
geplaatst: 12 februari 2018, 16:45 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Monochrome Set - Maisieworld - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse band The Monochrome Set werd in 1978 in Londen geformeerd. De band liet zich uiteraard inspireren door de eerste punkgolf van het jaar ervoor en maakte deel uit van de new wave en postpunk beweging die volgde.
De band uit Londen wist zich, mede door wat wisselvallige platen, uiteindelijk niet te scharen onder de allergrootste bands binnen de Britse punk en new wave, maar ik vond het persoonlijk altijd wel een bijzonder buitenbeentje, vooral omdat de band zich niet schaamde voor de grote voorbeelden van voor de punk en flink wat invloeden van Roxy Music, David Bowie, The Kinks en zeker ook The Doors liet doorklinken in haar muziek.
The Monochrome Set verkreeg misschien geen hele prominente plek in de geschiedschrijving rond de Britse punk en new wave, maar bleek, zeker achteraf bezien, een zeer invloedrijke band, die hoorbaar invloed heeft gehad op 80s smaakmakers als Lloyd Cole & The Commotions, The Smiths en Prefab Sprout en 90s bands als Pulp en Franz Ferdinand.
The Monochrome Set is sinds 1978 niet altijd even actief geweest, maar is wel altijd platen blijven maken, wat twee jaar geleden nog het verrassend sterke Cosmonaut opleverde. Die plaat wordt nu gevolgd door Maisieworld, dat wat mij betreft nog veel sterker is.
Eerder gaf ik al aan dat The Monochrome Set nooit vies was van invloeden van The Doors, maar zo duidelijk als op Maisieworld hoorde ik ze nog niet eerder. Een aantal tracks op de plaat sluit naadloos aan op het werk van de roemruchte band uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, zeker wanneer wordt gekozen voor bijzondere ritmes, donkere vocalen en een onweerstaanbaar klinkend orgeltje.
In de net wat minder donker klinkende rocksongs zijn ook dit keer duidelijke invloeden van The Kinks hoorbaar, terwijl The Monochrome Set op Maisieworld wederom een brug slaat tussen rockmuziek uit de jaren 60 en 70 en de muziek van enkele legendarische 80s en 90s bands. Maisieworld klinkt hierdoor niet alleen als de plaat die The Doors nooit hebben gemaakt, maar ook als de plaat die The Smiths nooit hebben gemaakt.
Maisieworld ademt absoluut de sfeer van het verleden, maar maakt ook muziek die nog niet voorkomt in de geschiedenisboeken over de popmuziek. Cosmonaut omarmde ik twee jaar geleden als een plaat vol mooie herinneringen aan de popmuziek uit de jaren 80. Maisieworld gaat nog een stapje verder en bestrijkt een aantal decennia geweldige popmuziek.
Bij eerste beluistering was ik nog vooral aan het zoeken naar vergelijkingsmateriaal, maar de nieuwe plaat van The Monochrome Set werd al snel een eigenzinnige plaat die op bijzonder aangename wijze een greep doet uit een aantal decennia popmuziek.
De songs van de Britten steken nog altijd knap in elkaar, de zang overtuigt op een of andere manier makkelijk, de ritmesectie houdt de vaart er lekker in, terwijl het orgel en de gitaren (met hier en daar een vleugje Santana) veel fraaie duels uitvechten en goed zijn voor flink wat passages die je alleen maar wilt koesteren.
Wereldberoemd gaan ze er vast niet meer mee worden, maar waar The Monochrome Set in haar beginjaren nogal wisselvallig was, houdt de band nu makkelijk een flink hoog niveau vast. Wat een lekkere plaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Monochrome Set - Maisieworld - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse band The Monochrome Set werd in 1978 in Londen geformeerd. De band liet zich uiteraard inspireren door de eerste punkgolf van het jaar ervoor en maakte deel uit van de new wave en postpunk beweging die volgde.
De band uit Londen wist zich, mede door wat wisselvallige platen, uiteindelijk niet te scharen onder de allergrootste bands binnen de Britse punk en new wave, maar ik vond het persoonlijk altijd wel een bijzonder buitenbeentje, vooral omdat de band zich niet schaamde voor de grote voorbeelden van voor de punk en flink wat invloeden van Roxy Music, David Bowie, The Kinks en zeker ook The Doors liet doorklinken in haar muziek.
The Monochrome Set verkreeg misschien geen hele prominente plek in de geschiedschrijving rond de Britse punk en new wave, maar bleek, zeker achteraf bezien, een zeer invloedrijke band, die hoorbaar invloed heeft gehad op 80s smaakmakers als Lloyd Cole & The Commotions, The Smiths en Prefab Sprout en 90s bands als Pulp en Franz Ferdinand.
The Monochrome Set is sinds 1978 niet altijd even actief geweest, maar is wel altijd platen blijven maken, wat twee jaar geleden nog het verrassend sterke Cosmonaut opleverde. Die plaat wordt nu gevolgd door Maisieworld, dat wat mij betreft nog veel sterker is.
Eerder gaf ik al aan dat The Monochrome Set nooit vies was van invloeden van The Doors, maar zo duidelijk als op Maisieworld hoorde ik ze nog niet eerder. Een aantal tracks op de plaat sluit naadloos aan op het werk van de roemruchte band uit de late jaren 60 en vroege jaren 70, zeker wanneer wordt gekozen voor bijzondere ritmes, donkere vocalen en een onweerstaanbaar klinkend orgeltje.
In de net wat minder donker klinkende rocksongs zijn ook dit keer duidelijke invloeden van The Kinks hoorbaar, terwijl The Monochrome Set op Maisieworld wederom een brug slaat tussen rockmuziek uit de jaren 60 en 70 en de muziek van enkele legendarische 80s en 90s bands. Maisieworld klinkt hierdoor niet alleen als de plaat die The Doors nooit hebben gemaakt, maar ook als de plaat die The Smiths nooit hebben gemaakt.
Maisieworld ademt absoluut de sfeer van het verleden, maar maakt ook muziek die nog niet voorkomt in de geschiedenisboeken over de popmuziek. Cosmonaut omarmde ik twee jaar geleden als een plaat vol mooie herinneringen aan de popmuziek uit de jaren 80. Maisieworld gaat nog een stapje verder en bestrijkt een aantal decennia geweldige popmuziek.
Bij eerste beluistering was ik nog vooral aan het zoeken naar vergelijkingsmateriaal, maar de nieuwe plaat van The Monochrome Set werd al snel een eigenzinnige plaat die op bijzonder aangename wijze een greep doet uit een aantal decennia popmuziek.
De songs van de Britten steken nog altijd knap in elkaar, de zang overtuigt op een of andere manier makkelijk, de ritmesectie houdt de vaart er lekker in, terwijl het orgel en de gitaren (met hier en daar een vleugje Santana) veel fraaie duels uitvechten en goed zijn voor flink wat passages die je alleen maar wilt koesteren.
Wereldberoemd gaan ze er vast niet meer mee worden, maar waar The Monochrome Set in haar beginjaren nogal wisselvallig was, houdt de band nu makkelijk een flink hoog niveau vast. Wat een lekkere plaat. Erwin Zijleman
The Mountain Goats - Bleed Out (2022)

4,0
1
geplaatst: 9 september 2022, 15:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Mountain Goats - Bleed Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Mountain Goats - Bleed Out
The Mountain Goats heeft inmiddels meer dan twintig albums op haar naam staan, maar klinkt nog altijd zeer geïnspireerd en heeft bovendien nog altijd het patent op even eigenzinnige als aanstekelijke rocksongs
Ik vergeet iedere keer weer hoe goed de Amerikaanse band The Mountain Goats is, waardoor ik teveel albums van de Californische band heb laten liggen. Het gebeurde me ook weer bijna met het onlangs verschenen Bleed Out, dat net wat steviger klinkt dan de vorige albums van de band. Ook op het nieuwe album doet de muziek van The Mountain Goats me weer meer dan eens denken aan die van de Australische band The Go-Betweens en veel hoger kan ik de lat niet leggen. Het zijn songs die uit de voeten kunnen met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de rockmuziek en die zich niet alleen extreem makkelijk opdringen, maar ook nog lange tijd aan kracht winnen. Geweldig album.
De Amerikaanse band The Mountain Goats heeft inmiddels al meer dan twintig albums op haar naam staan. Het zijn volgens de fans van de band nagenoeg allemaal albums van een zeer hoog niveau en dat is een mening die over het algemeen wordt gedeeld door de critici. The Mountain Goats is ook een band die door mij inmiddels al ruim vijfentwintig jaar hopeloos wordt onderschat. Op de krenten uit de pop kom ik alleen het vorig jaar verschenen Dark In Here tegen en uit de periode voor het bestaan van deze BLOG heb ik volgens mij alleen Tallahassee uit 2002 in de kast staan.
Ik had eerlijk gezegd verwacht dat ik de muziek van The Mountain Goats na het fantastische Dark In Here wel op de juiste waarde zou weten te schatten, zeker nadat ik de muziek van The Mountain Goats vorig jaar vergeleek met het beste van The Go-Betweens, maar ook het nieuwe album van de Californische band, als ik goed heb geteld album nummer 23, kwam in eerste instantie weer op de stapel terecht. Ten onrechte natuurlijk, want toen ik even de tijd nam om Bleed Out goed te beluisteren, was ik onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van het nieuwe album van The Mountain Goats.
Het is een album dat, net als zijn voorganger, meer dan eens herinneringen oproept aan de briljante popsongs van de Australische band The Go-Betweens (over onderschatte bands gesproken). Vergeleken met Dark In Here is het vorige maand verschenen Bleed Out een net wat steviger album, dat thrillers uit de jaren 70 en 80 als centraal thema heeft. The Mountain Goats rocken op hun nieuwe album misschien net wat steviger, maar Bleed Out bevat ook flink wat rustpunten en is bovendien een zeer melodieus album.
Centraal in het geluid van The Mountain Goats staat de karakteristieke stem van voorman John Darnielle, die niet alleen herinnert aan Grant McLennan en met name Robert Forster van The Go-Betweens, maar ook wel wat doet denken aan die van The Waterboys voorman Mike Scott. Het is een stem die zich niet direct zal opdringen als heel mooi, maar het is wel een stem die de muziek van The Mountain Goats voorziet van een duidelijk eigen geluid.
Het is een geluid waarin de Amerikaanse band sinds jaar en dag uiteenlopende invloeden kwijt kan. Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn op Bleed Out net wat minder belangrijk dan invloeden uit de rockmuziek, maar binnen dit genre kan de band uit Claremont, California, alle kanten op. Het zorgt voor prima gitaarwerk, maar ook de rest van de band speelt hecht en geïnspireerd, met de hier en daar toegevoegde en aan Roxy Music herinnerende saxofoon partijen als kers op de taart.
Bleed Out laat in muzikaal en vocaal opzicht een gelouterde band horen, wat ook bijna niet anders kan na een bestaan van meer dan dertig jaar, maar The Mountain Goats maken ook op Bleed Out weer de meeste indruk met hun songs. Het zijn van die songs die je na één keer horen voorgoed gaat onthouden en het zijn op hetzelfde moment songs die nog heel lang beter worden. Nu ik Bleed Out volledig heb omarmd begrijp ik echt niet waarom ik niet direct omver werd geblazen door dit fantastische album, maar dat is in mijn geval kennelijk het trieste lot van The Mountain Goats. Hopelijk ga ik nu eindelijk eens onthouden hoe goed deze band is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Mountain Goats - Bleed Out - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Mountain Goats - Bleed Out
The Mountain Goats heeft inmiddels meer dan twintig albums op haar naam staan, maar klinkt nog altijd zeer geïnspireerd en heeft bovendien nog altijd het patent op even eigenzinnige als aanstekelijke rocksongs
Ik vergeet iedere keer weer hoe goed de Amerikaanse band The Mountain Goats is, waardoor ik teveel albums van de Californische band heb laten liggen. Het gebeurde me ook weer bijna met het onlangs verschenen Bleed Out, dat net wat steviger klinkt dan de vorige albums van de band. Ook op het nieuwe album doet de muziek van The Mountain Goats me weer meer dan eens denken aan die van de Australische band The Go-Betweens en veel hoger kan ik de lat niet leggen. Het zijn songs die uit de voeten kunnen met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en de rockmuziek en die zich niet alleen extreem makkelijk opdringen, maar ook nog lange tijd aan kracht winnen. Geweldig album.
De Amerikaanse band The Mountain Goats heeft inmiddels al meer dan twintig albums op haar naam staan. Het zijn volgens de fans van de band nagenoeg allemaal albums van een zeer hoog niveau en dat is een mening die over het algemeen wordt gedeeld door de critici. The Mountain Goats is ook een band die door mij inmiddels al ruim vijfentwintig jaar hopeloos wordt onderschat. Op de krenten uit de pop kom ik alleen het vorig jaar verschenen Dark In Here tegen en uit de periode voor het bestaan van deze BLOG heb ik volgens mij alleen Tallahassee uit 2002 in de kast staan.
Ik had eerlijk gezegd verwacht dat ik de muziek van The Mountain Goats na het fantastische Dark In Here wel op de juiste waarde zou weten te schatten, zeker nadat ik de muziek van The Mountain Goats vorig jaar vergeleek met het beste van The Go-Betweens, maar ook het nieuwe album van de Californische band, als ik goed heb geteld album nummer 23, kwam in eerste instantie weer op de stapel terecht. Ten onrechte natuurlijk, want toen ik even de tijd nam om Bleed Out goed te beluisteren, was ik onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van het nieuwe album van The Mountain Goats.
Het is een album dat, net als zijn voorganger, meer dan eens herinneringen oproept aan de briljante popsongs van de Australische band The Go-Betweens (over onderschatte bands gesproken). Vergeleken met Dark In Here is het vorige maand verschenen Bleed Out een net wat steviger album, dat thrillers uit de jaren 70 en 80 als centraal thema heeft. The Mountain Goats rocken op hun nieuwe album misschien net wat steviger, maar Bleed Out bevat ook flink wat rustpunten en is bovendien een zeer melodieus album.
Centraal in het geluid van The Mountain Goats staat de karakteristieke stem van voorman John Darnielle, die niet alleen herinnert aan Grant McLennan en met name Robert Forster van The Go-Betweens, maar ook wel wat doet denken aan die van The Waterboys voorman Mike Scott. Het is een stem die zich niet direct zal opdringen als heel mooi, maar het is wel een stem die de muziek van The Mountain Goats voorziet van een duidelijk eigen geluid.
Het is een geluid waarin de Amerikaanse band sinds jaar en dag uiteenlopende invloeden kwijt kan. Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek zijn op Bleed Out net wat minder belangrijk dan invloeden uit de rockmuziek, maar binnen dit genre kan de band uit Claremont, California, alle kanten op. Het zorgt voor prima gitaarwerk, maar ook de rest van de band speelt hecht en geïnspireerd, met de hier en daar toegevoegde en aan Roxy Music herinnerende saxofoon partijen als kers op de taart.
Bleed Out laat in muzikaal en vocaal opzicht een gelouterde band horen, wat ook bijna niet anders kan na een bestaan van meer dan dertig jaar, maar The Mountain Goats maken ook op Bleed Out weer de meeste indruk met hun songs. Het zijn van die songs die je na één keer horen voorgoed gaat onthouden en het zijn op hetzelfde moment songs die nog heel lang beter worden. Nu ik Bleed Out volledig heb omarmd begrijp ik echt niet waarom ik niet direct omver werd geblazen door dit fantastische album, maar dat is in mijn geval kennelijk het trieste lot van The Mountain Goats. Hopelijk ga ik nu eindelijk eens onthouden hoe goed deze band is. Erwin Zijleman
The Mountain Goats - Dark in Here (2021)

4,0
1
geplaatst: 3 juli 2021, 10:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Mountain Goats - Dark In Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Mountain Goats - Dark In Here
De Amerikaanse band The Mountain Goats overtuigt met een album vol muzikale hoogstandjes, maar ook vol memorabele songs, die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet bestrijken
Dark In Here is het zoveelste album van de Amerikaanse band The Mountain Goats, maar de band klinkt na meer dan twintig albums nog altijd geïnspireerd en gedreven. Dark In Here laat het zo herkenbare geluid van The Mountain Goats horen en het is een geluid dat enorm veelzijdig is. De band uit Durham, North Carolina, kan uit de voeten met alles binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar hier blijft het niet mee. In muzikaal opzicht is het smullen van alles fraaie details die aan de oppervlakte komen, maar ook de zang draagt nadrukkelijk bij aan het eigen geluid van de band. En dan zijn er ook nog eens de aangename maar o zo knap in elkaar stekende songs. Heerlijk.
De Amerikaanse band The Mountain Goats werd precies dertig jaar geleden opgericht in Claremont, California, en heeft inmiddels meer dan twintig albums op haar naam staan. Ik was ooit een groot fan van de band en koester prachtalbums als Tallahassee uit 2002 en The Sunset Tree uit 2005, maar de afgelopen vijftien jaar liet ik de albums van de tegenwoordig vanuit Durham, North Carolina, opererende band om onduidelijke redenen meestal links liggen.
Het vorig jaar verschenen Getting Into Knives vond ik wel weer een erg sterk album en ik weet eerlijk gezegd niet waarom het album geen plekje op de krenten uit de pop wist te bemachtigen. Met terugwerkende kracht noem ik Getting Into Knives hierbij alsnog een uitstekend album, maar opvolger Dark In Here vind ik persoonlijk nog net wat beter. Beide albums horen overigens min of meer bij elkaar, want de dag nadat de band in de legendarische Sam Phillips Studio in Memphis, Tennessee, de laatste hand had gelegd aan Getting Into Knives verhuisde het gezelschap naar de fameuze FAME Studio in Muscle Shoals, Alabama, voor het opnemen van Dark In Here.
Dark In Here werd opgenomen op een moment dat de coronapandemie de wereld in zijn greep begon te krijgen en is mede hierdoor een stemmig album. Ik heb het altijd lastig gevonden om de muziek van de band goed te omschrijven en dat valt nog steeds niet mee. The Mountain Goats bestrijkt ook op Dark In Here een zeer breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek en kan uit de voeten met alles van folk tot soul en van rock tot jazz.
Ik moet bij beluistering van Dark In Here ook met enige regelmaat aan The Waterboys denken, maar het niveau van dit album heeft de Schotse band al een tijd niet meer gehaald. Ik hoor overigens ook wel wat van The Go-Betweens, maar dan ondergedompeld in een bad van Amerikaanse rootsmuziek.
The Mountain Goats staan ook dit keer garant voor knap in elkaar stekende songs vol muzikale hoogstandjes, waarvoor dit keer ook nog de legendarische muzikant Spooner Oldham naar de studio in Muscle Shoals werd gehaald voor weergaloos orgelspel. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch. Ieder instrument komt helder uit de speakers en levert een fraaie bijdrage aan het veelzijdige geluid van de band. De ritmesectie speelt werkelijk fantastisch, net als de pianist en ook de jazzy bijdragen van blazers en het gitaarwerk op het album zijn bijzonder fraai.
De zang van voorman John Darnielle voorziet de muziek van The Mountain Goats nog altijd van een uit duizenden herkenbaar geluid en het is geluid dat me dit keer uitstekend bevalt. Het knappe van Dark In Here is dat de muzikale hoogstandjes aaneen worden geregen, maar ondertussen maakt de Amerikaanse band ook lekker in het gehoor liggende songs. Niet alleen muzikale hoogstandjes worden aan elkaar geregen, maar ook genres, want het album dat folky opent wordt na een paar tracks voorzien van jazzy impulsen en eindigt soulvol.
Liefhebbers van tekstuele hoogstandjes worden ook nog eens rijkelijk voorzien van veel moois, wat Dark In Here nog voorziet van een extra dimensie. Ik ben de band de afgelopen 15 jaar wat uit het oog verloren, maar dankzij het bijzonder fraaie Dark In Here ben ik weer volledig bij de les. En met de koptelefoon krijgt het ultieme genieten nog een extra dimensie. Prachtalbum van deze bijzondere band. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Mountain Goats - Dark In Here - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Mountain Goats - Dark In Here
De Amerikaanse band The Mountain Goats overtuigt met een album vol muzikale hoogstandjes, maar ook vol memorabele songs, die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet bestrijken
Dark In Here is het zoveelste album van de Amerikaanse band The Mountain Goats, maar de band klinkt na meer dan twintig albums nog altijd geïnspireerd en gedreven. Dark In Here laat het zo herkenbare geluid van The Mountain Goats horen en het is een geluid dat enorm veelzijdig is. De band uit Durham, North Carolina, kan uit de voeten met alles binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar hier blijft het niet mee. In muzikaal opzicht is het smullen van alles fraaie details die aan de oppervlakte komen, maar ook de zang draagt nadrukkelijk bij aan het eigen geluid van de band. En dan zijn er ook nog eens de aangename maar o zo knap in elkaar stekende songs. Heerlijk.
De Amerikaanse band The Mountain Goats werd precies dertig jaar geleden opgericht in Claremont, California, en heeft inmiddels meer dan twintig albums op haar naam staan. Ik was ooit een groot fan van de band en koester prachtalbums als Tallahassee uit 2002 en The Sunset Tree uit 2005, maar de afgelopen vijftien jaar liet ik de albums van de tegenwoordig vanuit Durham, North Carolina, opererende band om onduidelijke redenen meestal links liggen.
Het vorig jaar verschenen Getting Into Knives vond ik wel weer een erg sterk album en ik weet eerlijk gezegd niet waarom het album geen plekje op de krenten uit de pop wist te bemachtigen. Met terugwerkende kracht noem ik Getting Into Knives hierbij alsnog een uitstekend album, maar opvolger Dark In Here vind ik persoonlijk nog net wat beter. Beide albums horen overigens min of meer bij elkaar, want de dag nadat de band in de legendarische Sam Phillips Studio in Memphis, Tennessee, de laatste hand had gelegd aan Getting Into Knives verhuisde het gezelschap naar de fameuze FAME Studio in Muscle Shoals, Alabama, voor het opnemen van Dark In Here.
Dark In Here werd opgenomen op een moment dat de coronapandemie de wereld in zijn greep begon te krijgen en is mede hierdoor een stemmig album. Ik heb het altijd lastig gevonden om de muziek van de band goed te omschrijven en dat valt nog steeds niet mee. The Mountain Goats bestrijkt ook op Dark In Here een zeer breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek en kan uit de voeten met alles van folk tot soul en van rock tot jazz.
Ik moet bij beluistering van Dark In Here ook met enige regelmaat aan The Waterboys denken, maar het niveau van dit album heeft de Schotse band al een tijd niet meer gehaald. Ik hoor overigens ook wel wat van The Go-Betweens, maar dan ondergedompeld in een bad van Amerikaanse rootsmuziek.
The Mountain Goats staan ook dit keer garant voor knap in elkaar stekende songs vol muzikale hoogstandjes, waarvoor dit keer ook nog de legendarische muzikant Spooner Oldham naar de studio in Muscle Shoals werd gehaald voor weergaloos orgelspel. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch. Ieder instrument komt helder uit de speakers en levert een fraaie bijdrage aan het veelzijdige geluid van de band. De ritmesectie speelt werkelijk fantastisch, net als de pianist en ook de jazzy bijdragen van blazers en het gitaarwerk op het album zijn bijzonder fraai.
De zang van voorman John Darnielle voorziet de muziek van The Mountain Goats nog altijd van een uit duizenden herkenbaar geluid en het is geluid dat me dit keer uitstekend bevalt. Het knappe van Dark In Here is dat de muzikale hoogstandjes aaneen worden geregen, maar ondertussen maakt de Amerikaanse band ook lekker in het gehoor liggende songs. Niet alleen muzikale hoogstandjes worden aan elkaar geregen, maar ook genres, want het album dat folky opent wordt na een paar tracks voorzien van jazzy impulsen en eindigt soulvol.
Liefhebbers van tekstuele hoogstandjes worden ook nog eens rijkelijk voorzien van veel moois, wat Dark In Here nog voorziet van een extra dimensie. Ik ben de band de afgelopen 15 jaar wat uit het oog verloren, maar dankzij het bijzonder fraaie Dark In Here ben ik weer volledig bij de les. En met de koptelefoon krijgt het ultieme genieten nog een extra dimensie. Prachtalbum van deze bijzondere band. Erwin Zijleman
The Mountain Goats - Jenny from Thebes (2023)

4,0
2
geplaatst: 6 december 2023, 13:14 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Mountain Goats - Jenny From Thebes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Mountain Goats - Jenny From Thebes
De Amerikaanse band The Mountain Goats heeft een zeer omvangrijk oeuvre op haar naam staan en voegt er met het onlangs verschenen conceptalbum Jenny From Thebes weer een interessant album aan toe
The Mountain Goats bestaan al meer dan dertig jaar en hebben inmiddels een enorme stapel albums uitgebracht, maar ondanks een aantal uitstekende albums is het nog altijd een wat onderschatte band. Daar doe ik ook zelf vrolijk aan mee, want ook het een tijdje geleden Jenny From Thebes schatte ik in eerste instantie weer te laag in. De band rond singer-songwriter John Darnielle is ook op het 22e (?) album van de band weer in uitstekende vorm en verrast met een serie tijdloze en veelzijdige popsongs. Het zijn popsongs die mij ook dit keer herinneren aan het werk van de Australische band The Go-Betweens. Dat moet genoeg zeggen over de kwaliteiten van The Mountain Goats.
Ik heb naast een zwak vooral een enorme blinde vlek voor de muziek van de Amerikaanse band The Mountain Goats. De band heeft inmiddels een kleine 25 albums op haar naam staan, maar jarenlang bleef ik steken bij het uitstekende Tallahassee uit 2002 en het bijna net zo goede The Sunset Tree uit 2005. Het in 2020 verschenen Getting Into Knives ontdekte ik pas maanden nadat het album was uitgebracht, maar ik was eindelijk bij de les bij de release van Dark In Here in 2021.
Het is een album dat ik, mede door de zang, maar zeker ook door de songs, vergeleek met de muziek van de Australische band The Go-Betweens en de Schotse band The Waterboys en dat zijn twee persoonlijke favorieten. Het vorig jaar verschenen Bleed Out liet ik desondanks weer net wat te lang liggen, waarna ik mijn recensie van het wederom uitstekende album afsloot met de wens om nu eindelijk eens te onthouden hoe goed The Mountain Goats zijn.
Het is helaas niet helemaal gelukt, want het een week of vijf geleden verschenen Jenny From Thebes sneeuwde in eerste instantie toch weer onder. Het is doodzonde, want ook op haar zoveelste studioalbum steekt de Amerikaanse band weer in een uitstekende vorm. Na het wat stevigere Bleed Out ligt het nieuwe album van de band uit Durham, North Carolina, weer wat meer in het verlengde van Dark In Here, dat inmiddels is uitgegroeid tot mijn favoriete album van The Mountain Goats.
Ook Jenny From Thebes roept bij mij weer associaties op met de muziek van The Waterboys en The Go-Betweens. De stem van The Mountain Goats zanger John Darnielle doet me met enige regelmaat denken aan die van The Waterboys voorman Mike Scott, terwijl de geweldige songs en de verhalen van de Amerikaanse muzikant herinneringen oproepen aan de hoogtijdagen van de Australische band The Go-Betweens, een van de meest onderschatte bands alle tijden.
Jenny From Thebes is een heus conceptalbum over ene Jenny, die al eerder opdook in songs van de band. In muzikaal opzicht zijn er volop raakvlakken met het eerdere werk van de Amerikaanse band, maar door de grotere rol voor strijkers en blazers klinkt ook dit album weer net wat anders. Jenny From Thebes is een eigentijdse variant op de rockopera en werd gemaakt met flink wat gastmuzikanten, waardoor het album behoorlijk veelzijdig klinkt.
Een aantal songs zijn wat poppier en lichtvoetiger dan we van de band gewend zijn, maar John Darnielle slaagt er ook dit keer in om met zijn songs een hoog niveau vast te houden en overtuigt ook makkelijk met een aantal meer folky songs. Wie Jenny precies is wordt ook op dit album niet helemaal duidelijk, maar de songs die over haar geschreven zijn, zijn van een hoog niveau. Ik schat Jenny From Thebes vooralsnog net wat lager in dan de twee klassiekers uit het verleden en de uitstekende albums uit 2020 en 2021, maar de albums van The Mountain Goats bleken in het recente verleden vaak groeialbums, dus wie weet hoe ver het album nog rijkt.
Het blijft opmerkelijk dat een band met zo’n omvangrijk en zo'n fraai oeuvre nog zo onbekend is, maar zelf vergeet ik de band ook steeds weer. Na de uitstekende serie albums van de laatste paar jaar heb ik me voorgenomen om dat nu echt niet meer te doen. Op naar het volgende album van The Mountain Goats dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Mountain Goats - Jenny From Thebes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Mountain Goats - Jenny From Thebes
De Amerikaanse band The Mountain Goats heeft een zeer omvangrijk oeuvre op haar naam staan en voegt er met het onlangs verschenen conceptalbum Jenny From Thebes weer een interessant album aan toe
The Mountain Goats bestaan al meer dan dertig jaar en hebben inmiddels een enorme stapel albums uitgebracht, maar ondanks een aantal uitstekende albums is het nog altijd een wat onderschatte band. Daar doe ik ook zelf vrolijk aan mee, want ook het een tijdje geleden Jenny From Thebes schatte ik in eerste instantie weer te laag in. De band rond singer-songwriter John Darnielle is ook op het 22e (?) album van de band weer in uitstekende vorm en verrast met een serie tijdloze en veelzijdige popsongs. Het zijn popsongs die mij ook dit keer herinneren aan het werk van de Australische band The Go-Betweens. Dat moet genoeg zeggen over de kwaliteiten van The Mountain Goats.
Ik heb naast een zwak vooral een enorme blinde vlek voor de muziek van de Amerikaanse band The Mountain Goats. De band heeft inmiddels een kleine 25 albums op haar naam staan, maar jarenlang bleef ik steken bij het uitstekende Tallahassee uit 2002 en het bijna net zo goede The Sunset Tree uit 2005. Het in 2020 verschenen Getting Into Knives ontdekte ik pas maanden nadat het album was uitgebracht, maar ik was eindelijk bij de les bij de release van Dark In Here in 2021.
Het is een album dat ik, mede door de zang, maar zeker ook door de songs, vergeleek met de muziek van de Australische band The Go-Betweens en de Schotse band The Waterboys en dat zijn twee persoonlijke favorieten. Het vorig jaar verschenen Bleed Out liet ik desondanks weer net wat te lang liggen, waarna ik mijn recensie van het wederom uitstekende album afsloot met de wens om nu eindelijk eens te onthouden hoe goed The Mountain Goats zijn.
Het is helaas niet helemaal gelukt, want het een week of vijf geleden verschenen Jenny From Thebes sneeuwde in eerste instantie toch weer onder. Het is doodzonde, want ook op haar zoveelste studioalbum steekt de Amerikaanse band weer in een uitstekende vorm. Na het wat stevigere Bleed Out ligt het nieuwe album van de band uit Durham, North Carolina, weer wat meer in het verlengde van Dark In Here, dat inmiddels is uitgegroeid tot mijn favoriete album van The Mountain Goats.
Ook Jenny From Thebes roept bij mij weer associaties op met de muziek van The Waterboys en The Go-Betweens. De stem van The Mountain Goats zanger John Darnielle doet me met enige regelmaat denken aan die van The Waterboys voorman Mike Scott, terwijl de geweldige songs en de verhalen van de Amerikaanse muzikant herinneringen oproepen aan de hoogtijdagen van de Australische band The Go-Betweens, een van de meest onderschatte bands alle tijden.
Jenny From Thebes is een heus conceptalbum over ene Jenny, die al eerder opdook in songs van de band. In muzikaal opzicht zijn er volop raakvlakken met het eerdere werk van de Amerikaanse band, maar door de grotere rol voor strijkers en blazers klinkt ook dit album weer net wat anders. Jenny From Thebes is een eigentijdse variant op de rockopera en werd gemaakt met flink wat gastmuzikanten, waardoor het album behoorlijk veelzijdig klinkt.
Een aantal songs zijn wat poppier en lichtvoetiger dan we van de band gewend zijn, maar John Darnielle slaagt er ook dit keer in om met zijn songs een hoog niveau vast te houden en overtuigt ook makkelijk met een aantal meer folky songs. Wie Jenny precies is wordt ook op dit album niet helemaal duidelijk, maar de songs die over haar geschreven zijn, zijn van een hoog niveau. Ik schat Jenny From Thebes vooralsnog net wat lager in dan de twee klassiekers uit het verleden en de uitstekende albums uit 2020 en 2021, maar de albums van The Mountain Goats bleken in het recente verleden vaak groeialbums, dus wie weet hoe ver het album nog rijkt.
Het blijft opmerkelijk dat een band met zo’n omvangrijk en zo'n fraai oeuvre nog zo onbekend is, maar zelf vergeet ik de band ook steeds weer. Na de uitstekende serie albums van de laatste paar jaar heb ik me voorgenomen om dat nu echt niet meer te doen. Op naar het volgende album van The Mountain Goats dus. Erwin Zijleman
The Moving Pictures - Fake Books (2021)

4,5
0
geplaatst: 9 januari 2022, 10:22 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Moving Pictures - Fake Books - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Moving Pictures - Fake Books
Fake Books van The Moving Pictures werd vorig jaar door vrijwel niemand opgemerkt, maar ik heb het album inmiddels omarmd als een van de meest indringende en intense albums van 2021
Nadat ik Fake Books van The Moving Pictures was tegengekomen in een interessant jaarlijstje en het voor het eerst uit de speakers liet komen, heb ik een half uur lang met open mond geluisterd naar het album. Het alter ego van de Amerikaanse muzikant Hayes Waring heeft een album gemaakt zonder enige opsmuk, maar met een intensiteit om bang van te worden. De instrumentatie is teruggebracht tot de essentie, zeker wanneer vervormde gitaren domineren, maar in combinatie met de indringende vocalen is het precies wat nodig is voor kippenvel. Fake Books van The Moving Pictures klinkt iedere track weer net iets anders, maar iedere song op het album is raak. En hoe. Met terugwerkende kracht een onbetwist jaarlijstjesalbum.
Het samenstellen van mijn eigen jaarlijstje is altijd een flinke klus, maar het uitpluizen van de jaarlijstjes van anderen vraagt over het algemeen nog veel meer tijd. Het heeft me ook dit jaar weer een aantal hele waardevolle tips opgeleverd, al viel de oogst me vaak wat tegen. Zeker de gerenommeerde jaarlijstjes waren weinig verrassend en moesten het doen zonder obscure parels. Hiertegenover stond het jaarlijstje van Maurice Dielemans, dat een aantal albums bevatte die mij ook dierbaar zijn, maar me ook zeven (!) waardevolle tips opleverde en dat in een lijst met 21 albums.
Er komen er deze week een paar voorbij en ik begin met de voor mij grootste verrassing: Fake Books van The Moving Pictures. The Moving Pictures is een band uit Olympia, Washington, die vijf jaar geleden debuteerde als viertal, maar inmiddels lijkt gereduceerd tot het alter ego van Hayes Waring. Het debuut van de band heb ik ook nog even beluisterd, maar is niet zo indrukwekkend en bovendien mijlenver verwijderd van het wat mij betreft imponerende Fake Books.
Hayes Waring nam Fake Books voor een belangrijk deel thuis op, maar dook ook de studio in met technicus Capt. Tripps Ballsington. Het levert een album op dat je direct bij de eerste noten vastgrijpt en pas na negen songs en 30 minuten los laat. Dit was zo bij eerste beluistering, maar talloze luisterbeurten later is het nog steeds zo.
Fake Books opent met een mokerslag. Loved One heeft genoeg aan een zeer elementair ritme, galmende en vervormde gitaarlijnen en de indringende stem van Hayes Waring. De Amerikaanse muzikant keert in de openingstrack terug naar de essentie van de rock ’n roll en illustreert het begrip ‘less is more’ op prachtige wijze. Zeker wanneer de gitaren steeds meer vervormen en Hayes Waring indringender gaat zingen grijpt Loved One je met al zijn eenvoud genadeloos bij de strot.
The Moving Pictures had van mij een album vol met dit soort songs mogen maken, maar in de tweede track is de instrumentatie voller en warmer. Elektronica vloeit prachtig samen met gitaren en een pedal steel en ook de stem van Hayes Waring klinkt warmer en dromeriger en heeft opeens een vleugje Bryan Ferry. Flowers On The Wall wijkt flink af van de openingstrack, maar het is wederom bloedstollend mooi en bijna beangstigend intens.
In Nothing Fades (Like Love) keren de vervormde gitaren terug, maar Hayes Waring weet er ook een intiem liefdesliedje van te maken door het rauwe gitaargeluid te combineren met melodieuze vocalen. In Raton keren vervolgens de warme klanken uit de tweede track terug, maar meer van hetzelfde is het niet. Ook in deze track regeert de eenvoud, want veel meer dan fraaie gitaarakkoorden en de indringende zang van Hayes Waring krijgen we niet.
The Moving Pictures omarmt op Fake Books de eenvoud en de essentie van de rock ’n roll, maar slaagt er toch in om anders te klinken dan alles dat ik al in de kast heb staan. Ook in Holiday Ennui heeft de Amerikaanse muzikant genoeg aan de essentie. Een tijdloze gitaarriff wordt gecombineerd met spaarzame percussie en wederom maakt de stem van Hayes Waring de muziek van The Moving Pictures melodieus.
In Obliration Room nemen een ritmebox en elektronica het even over van de gitaren en schuift Fake Books even op richting Suicide of Soft Cell om in Crush Box te benevelen met prachtige gitaarlijnen met op de achtergrond wat vocalen. Het tempo gaat nog wat verder omlaag in het instrumentale en bijna folky No Name, waarna het album fraai afsluit met Late Dahlias, dat zeker niet voor de eerste keer invloeden van The Velvet Underground laat horen.
Bij eerste beluistering was ik 30 minuten diep onder de indruk en dat ben ik nog steeds. Wat een weergaloos album en wat is het zonde dat dit album zo weinig aandacht heeft gekregen. Hulde voor Maurice Dielemans, die het album wel oppikte en terecht een ereplaats gaf in zijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Moving Pictures - Fake Books - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Moving Pictures - Fake Books
Fake Books van The Moving Pictures werd vorig jaar door vrijwel niemand opgemerkt, maar ik heb het album inmiddels omarmd als een van de meest indringende en intense albums van 2021
Nadat ik Fake Books van The Moving Pictures was tegengekomen in een interessant jaarlijstje en het voor het eerst uit de speakers liet komen, heb ik een half uur lang met open mond geluisterd naar het album. Het alter ego van de Amerikaanse muzikant Hayes Waring heeft een album gemaakt zonder enige opsmuk, maar met een intensiteit om bang van te worden. De instrumentatie is teruggebracht tot de essentie, zeker wanneer vervormde gitaren domineren, maar in combinatie met de indringende vocalen is het precies wat nodig is voor kippenvel. Fake Books van The Moving Pictures klinkt iedere track weer net iets anders, maar iedere song op het album is raak. En hoe. Met terugwerkende kracht een onbetwist jaarlijstjesalbum.
Het samenstellen van mijn eigen jaarlijstje is altijd een flinke klus, maar het uitpluizen van de jaarlijstjes van anderen vraagt over het algemeen nog veel meer tijd. Het heeft me ook dit jaar weer een aantal hele waardevolle tips opgeleverd, al viel de oogst me vaak wat tegen. Zeker de gerenommeerde jaarlijstjes waren weinig verrassend en moesten het doen zonder obscure parels. Hiertegenover stond het jaarlijstje van Maurice Dielemans, dat een aantal albums bevatte die mij ook dierbaar zijn, maar me ook zeven (!) waardevolle tips opleverde en dat in een lijst met 21 albums.
Er komen er deze week een paar voorbij en ik begin met de voor mij grootste verrassing: Fake Books van The Moving Pictures. The Moving Pictures is een band uit Olympia, Washington, die vijf jaar geleden debuteerde als viertal, maar inmiddels lijkt gereduceerd tot het alter ego van Hayes Waring. Het debuut van de band heb ik ook nog even beluisterd, maar is niet zo indrukwekkend en bovendien mijlenver verwijderd van het wat mij betreft imponerende Fake Books.
Hayes Waring nam Fake Books voor een belangrijk deel thuis op, maar dook ook de studio in met technicus Capt. Tripps Ballsington. Het levert een album op dat je direct bij de eerste noten vastgrijpt en pas na negen songs en 30 minuten los laat. Dit was zo bij eerste beluistering, maar talloze luisterbeurten later is het nog steeds zo.
Fake Books opent met een mokerslag. Loved One heeft genoeg aan een zeer elementair ritme, galmende en vervormde gitaarlijnen en de indringende stem van Hayes Waring. De Amerikaanse muzikant keert in de openingstrack terug naar de essentie van de rock ’n roll en illustreert het begrip ‘less is more’ op prachtige wijze. Zeker wanneer de gitaren steeds meer vervormen en Hayes Waring indringender gaat zingen grijpt Loved One je met al zijn eenvoud genadeloos bij de strot.
The Moving Pictures had van mij een album vol met dit soort songs mogen maken, maar in de tweede track is de instrumentatie voller en warmer. Elektronica vloeit prachtig samen met gitaren en een pedal steel en ook de stem van Hayes Waring klinkt warmer en dromeriger en heeft opeens een vleugje Bryan Ferry. Flowers On The Wall wijkt flink af van de openingstrack, maar het is wederom bloedstollend mooi en bijna beangstigend intens.
In Nothing Fades (Like Love) keren de vervormde gitaren terug, maar Hayes Waring weet er ook een intiem liefdesliedje van te maken door het rauwe gitaargeluid te combineren met melodieuze vocalen. In Raton keren vervolgens de warme klanken uit de tweede track terug, maar meer van hetzelfde is het niet. Ook in deze track regeert de eenvoud, want veel meer dan fraaie gitaarakkoorden en de indringende zang van Hayes Waring krijgen we niet.
The Moving Pictures omarmt op Fake Books de eenvoud en de essentie van de rock ’n roll, maar slaagt er toch in om anders te klinken dan alles dat ik al in de kast heb staan. Ook in Holiday Ennui heeft de Amerikaanse muzikant genoeg aan de essentie. Een tijdloze gitaarriff wordt gecombineerd met spaarzame percussie en wederom maakt de stem van Hayes Waring de muziek van The Moving Pictures melodieus.
In Obliration Room nemen een ritmebox en elektronica het even over van de gitaren en schuift Fake Books even op richting Suicide of Soft Cell om in Crush Box te benevelen met prachtige gitaarlijnen met op de achtergrond wat vocalen. Het tempo gaat nog wat verder omlaag in het instrumentale en bijna folky No Name, waarna het album fraai afsluit met Late Dahlias, dat zeker niet voor de eerste keer invloeden van The Velvet Underground laat horen.
Bij eerste beluistering was ik 30 minuten diep onder de indruk en dat ben ik nog steeds. Wat een weergaloos album en wat is het zonde dat dit album zo weinig aandacht heeft gekregen. Hulde voor Maurice Dielemans, die het album wel oppikte en terecht een ereplaats gaf in zijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
The Mulligan Brothers - Via Portland (2015)

4,0
0
geplaatst: 18 januari 2016, 15:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Mulligan Brothers - Via Portland - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Mulligan Brothers is een Amerikaanse band die zowel vanuit Mobile, Alabama, als vanuit Baton Rouge, Louisiana, opereert. Geen van de leden van de band luistert naar de achternaam Mulligan en boers zijn de vier muzikanten ook al niet.
Ik kan me er niet druk om maken, want Via Portland blijkt een prima plaat. De titel van de plaat ligt overigens wat dichter bij de werkelijkheid dan de naam van de band, want de plaat werd opgenomen in Portland, Oregon, in de studio van de van Los Lobos bekende Steve Berlin.
Portland, Oregon, associeer ik vooral met hippe gitaarbands, maar tot die categorie behoort The Mulligan Brothers zeker niet.
De band uit het diepe Zuiden van de Verenigde Staten maakt lekker in het gehoor liggende Amerikaanse rootsmuziek met invloeden uit de folk, country, Southern rock en een vleugje zydeco.
Bij eerste beluistering van Via Portland vallen vooral de uitstekende zang en het fraaie vioolspel op, maar de plaat van The Mulligan Brothers blijkt over meerdere sterke wapens te beschikken.
Zanger Ross Newell beschikt over een warm en bijzonder aangenaam stemgeluid en het is bovendien een stemgeluid dat de songs van The Mulligan Brothers naar een hoger plan weet te tillen. Newell speelt ook nog eens zeer verdienstelijk gitaar, waarna de mooie gitaarklanken worden ingekleurd en geaccentueerd door een zeer frequent opduikende viool, die prachtig wordt bespeeld door Gram Rae.
The Mulligan Brothers doen in muzikaal opzicht misschien geen hele opzienbarende dingen op Via Portland, maar de songs van de band zijn van zeer hoge kwaliteit. Het zijn songs die zich onmiddellijk lekker tegen je aan vlijen, maar het zijn ook songs die over groeipotentie beschikken; iets wat overigens ook geldt voor de zang en de instrumentatie op de plaat.
Ik heb Via Portland van The Mulligan Brothers al een tijd in huis en vond het lang geen hele bijzondere, maar wel een bijzonder aangename plaat. Met name de laatste weken merk ik dat Via Portland eigenlijk alleen maar aangenamer wordt en een plaat die zo lang groeit wordt vanzelf bijzonder.
Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek gaan zich hier geen buil aan vallen. Integendeel, The Mulligan Brothers hebben een plaat afgeleverd die goed is voor heel veel luisterplezier. Of de band het zo mooie geluid ook op het podium weet te realiseren blijkt volgende maand, dan is de band immers op de Nederlandse podia te bewonderen (zie http://www.themulliganbrothers.com/tour). Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Mulligan Brothers - Via Portland - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
The Mulligan Brothers is een Amerikaanse band die zowel vanuit Mobile, Alabama, als vanuit Baton Rouge, Louisiana, opereert. Geen van de leden van de band luistert naar de achternaam Mulligan en boers zijn de vier muzikanten ook al niet.
Ik kan me er niet druk om maken, want Via Portland blijkt een prima plaat. De titel van de plaat ligt overigens wat dichter bij de werkelijkheid dan de naam van de band, want de plaat werd opgenomen in Portland, Oregon, in de studio van de van Los Lobos bekende Steve Berlin.
Portland, Oregon, associeer ik vooral met hippe gitaarbands, maar tot die categorie behoort The Mulligan Brothers zeker niet.
De band uit het diepe Zuiden van de Verenigde Staten maakt lekker in het gehoor liggende Amerikaanse rootsmuziek met invloeden uit de folk, country, Southern rock en een vleugje zydeco.
Bij eerste beluistering van Via Portland vallen vooral de uitstekende zang en het fraaie vioolspel op, maar de plaat van The Mulligan Brothers blijkt over meerdere sterke wapens te beschikken.
Zanger Ross Newell beschikt over een warm en bijzonder aangenaam stemgeluid en het is bovendien een stemgeluid dat de songs van The Mulligan Brothers naar een hoger plan weet te tillen. Newell speelt ook nog eens zeer verdienstelijk gitaar, waarna de mooie gitaarklanken worden ingekleurd en geaccentueerd door een zeer frequent opduikende viool, die prachtig wordt bespeeld door Gram Rae.
The Mulligan Brothers doen in muzikaal opzicht misschien geen hele opzienbarende dingen op Via Portland, maar de songs van de band zijn van zeer hoge kwaliteit. Het zijn songs die zich onmiddellijk lekker tegen je aan vlijen, maar het zijn ook songs die over groeipotentie beschikken; iets wat overigens ook geldt voor de zang en de instrumentatie op de plaat.
Ik heb Via Portland van The Mulligan Brothers al een tijd in huis en vond het lang geen hele bijzondere, maar wel een bijzonder aangename plaat. Met name de laatste weken merk ik dat Via Portland eigenlijk alleen maar aangenamer wordt en een plaat die zo lang groeit wordt vanzelf bijzonder.
Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek gaan zich hier geen buil aan vallen. Integendeel, The Mulligan Brothers hebben een plaat afgeleverd die goed is voor heel veel luisterplezier. Of de band het zo mooie geluid ook op het podium weet te realiseren blijkt volgende maand, dan is de band immers op de Nederlandse podia te bewonderen (zie http://www.themulliganbrothers.com/tour). Erwin Zijleman
The Murder Capital - Gigi's Recovery (2023)

4,5
3
geplaatst: 26 januari 2023, 17:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Murder Capital - Gigi's Recovery - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Murder Capital - Gigi's Recovery
Het altijd moeilijke tweede album na een bejubeld debuut heeft al heel wat bands de kop gekost, maar de Ierse band The Murder Capital blijft uiteindelijk makkelijk overeind, al vergt dit wel een paar luisterbeurten
Dublin werd in 2019 bijna vanuit het niets de hoofdstad van de postpunk met Fontaines D.C. en The Murder Capital als belangrijkste ambassadeurs. The Murder Capital heeft veel tijd nodig gehad voor de opvolger van haar sensationele debuutalbum When I Have Fears, maar Gigi’s Recovery is deze week dan eindelijk verschenen. De band lijkt op haar tweede album op zoek naar een toegankelijker en grootser geluid, maar schijnt bedriegt. Ook de songs op het tweede album van de Ierse band zitten vol bijzondere wendingen en staan garant voor indrukwekkende spanningsbogen. Het is absoluut even wennen na het sensationele debuut, maar ook Gigi’s Recovery is een geweldig album.
De Ierse band The Murder Capital debuteerde in de zomer van 2019 met het aardedonkere, maar bedwelmend mooie When I Have Fears. Fontaines D.C. had Dublin eerder dat jaar op de kaart gezet als de nieuwe postpunk hoofdstad van Europa en The Murder Capital deed er nog een schepje bovenop met een album dat stevig putte uit de archieven van de postpunk en ook nog eens was geproduceerd door de legendarische producer Flood, die flink wat klassiekers uit het genre op zijn naam heeft staan.
Sindsdien zijn flink wat nieuwe bands met een voorliefde voor postpunk opgedoken, maar het niveau van When I Have Fears van The Murder Capital is maar zeer zelden of misschien zelfs wel helemaal niet geëvenaard. De Ierse band heeft er zelf kennelijk ook wat tegenaan gehikt, want het moeilijke tweede album van The Murder Capital heeft relatief lang op zich laten wachten. Gigi’s Recovery is deze week verschenen en moet opboksen tegen torenhoge of zelfs onrealistisch hoge verwachtingen.
The Murder Capital heeft ook dit keer een producer van naam en faam weten te strikken, want Gigi’s Recovery is geproduceerd door niemand minder dan John Congleton, die het afgelopen jaar onder andere albums van Regina Spektor, Whitney, Midlake, Death Cab For Cutie en Ezra Furman produceerde. Het is niet de naam die ik op voorhand zou hebben verwacht bij The Murder Capital, maar het pakt wat mij betreft goed uit.
Ook op haar tweede album verwerkt The Murder Capital flink wat invloeden uit de postpunk, maar Gigi’s Recovery klinkt anders en hier en daar zelfs totaal anders dan When I Have Fears. Ook het nieuwe album van de band uit Dublin is aan de donkere kant, maar het is niet zo aardedonker als het debuut van de band. Gigi’s Recovery klinkt verder wat toegankelijker dan zijn voorganger, al is dit deels schijn.
The Murder Capital is in een aantal passages wat dichter tegen stadgenoten Fontaines D.C. aan gekropen en begeeft zich bovendien op het terrein dat ontgonnen werd op de vroege albums van bands als Editors en White Lies. The Murder Capital lijkt hiermee te mikken op een wat groter publiek, maar liefhebbers van postpunk vinden nog steeds veel van hun gading op Gigi’s Recovery. De meeste postpunk bands die de afgelopen jaren zijn opgedoken kozen voor praatzang en daar ben ik persoonlijk niet zo gek op. Ook de zanger van The Murder Capital spreekt de teksten af en toe uit, maar er wordt gelukkig ook veel gezongen op Gigi’s Recovery.
Het nieuwe album van de Ierse band deelt, zeker bij eerste beluistering, niet de mokerslag uit die we kregen van het sensationele debuut, waardoor ik Gigi’s Recovery in eerste instantie duidelijk minder vond dan When I Have Fears, maar het album begon al snel aan een inhaalslag. De songs op het nieuwe album klinken hier en daar inderdaad grootser en meeslepender dan die op het debuut, maar The Murder Capital kiest zeker niet voor de makkelijkste weg en experimenteert er hier en daar driftig op los. De band kiest bovendien ook dit keer in het merendeel van de gevallen voor verrassend ingetogen en subtiele songs.
Keer op keer wordt de spanning op fantastische wijze opgebouwd en in alle songs op het album zitten opvallende accenten of verrassende wendingen verstopt, bijvoorbeeld door gebruik te maken van elektronica. In muzikaal opzicht is Gigi’s Recovery veel beter dan het snel gemaakte debuut van de band, maar ook de songs blijven maar aan kracht winnen. Ik ben inmiddels helemaal om. Wereldplaat. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Murder Capital - Gigi's Recovery - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Murder Capital - Gigi's Recovery
Het altijd moeilijke tweede album na een bejubeld debuut heeft al heel wat bands de kop gekost, maar de Ierse band The Murder Capital blijft uiteindelijk makkelijk overeind, al vergt dit wel een paar luisterbeurten
Dublin werd in 2019 bijna vanuit het niets de hoofdstad van de postpunk met Fontaines D.C. en The Murder Capital als belangrijkste ambassadeurs. The Murder Capital heeft veel tijd nodig gehad voor de opvolger van haar sensationele debuutalbum When I Have Fears, maar Gigi’s Recovery is deze week dan eindelijk verschenen. De band lijkt op haar tweede album op zoek naar een toegankelijker en grootser geluid, maar schijnt bedriegt. Ook de songs op het tweede album van de Ierse band zitten vol bijzondere wendingen en staan garant voor indrukwekkende spanningsbogen. Het is absoluut even wennen na het sensationele debuut, maar ook Gigi’s Recovery is een geweldig album.
De Ierse band The Murder Capital debuteerde in de zomer van 2019 met het aardedonkere, maar bedwelmend mooie When I Have Fears. Fontaines D.C. had Dublin eerder dat jaar op de kaart gezet als de nieuwe postpunk hoofdstad van Europa en The Murder Capital deed er nog een schepje bovenop met een album dat stevig putte uit de archieven van de postpunk en ook nog eens was geproduceerd door de legendarische producer Flood, die flink wat klassiekers uit het genre op zijn naam heeft staan.
Sindsdien zijn flink wat nieuwe bands met een voorliefde voor postpunk opgedoken, maar het niveau van When I Have Fears van The Murder Capital is maar zeer zelden of misschien zelfs wel helemaal niet geëvenaard. De Ierse band heeft er zelf kennelijk ook wat tegenaan gehikt, want het moeilijke tweede album van The Murder Capital heeft relatief lang op zich laten wachten. Gigi’s Recovery is deze week verschenen en moet opboksen tegen torenhoge of zelfs onrealistisch hoge verwachtingen.
The Murder Capital heeft ook dit keer een producer van naam en faam weten te strikken, want Gigi’s Recovery is geproduceerd door niemand minder dan John Congleton, die het afgelopen jaar onder andere albums van Regina Spektor, Whitney, Midlake, Death Cab For Cutie en Ezra Furman produceerde. Het is niet de naam die ik op voorhand zou hebben verwacht bij The Murder Capital, maar het pakt wat mij betreft goed uit.
Ook op haar tweede album verwerkt The Murder Capital flink wat invloeden uit de postpunk, maar Gigi’s Recovery klinkt anders en hier en daar zelfs totaal anders dan When I Have Fears. Ook het nieuwe album van de band uit Dublin is aan de donkere kant, maar het is niet zo aardedonker als het debuut van de band. Gigi’s Recovery klinkt verder wat toegankelijker dan zijn voorganger, al is dit deels schijn.
The Murder Capital is in een aantal passages wat dichter tegen stadgenoten Fontaines D.C. aan gekropen en begeeft zich bovendien op het terrein dat ontgonnen werd op de vroege albums van bands als Editors en White Lies. The Murder Capital lijkt hiermee te mikken op een wat groter publiek, maar liefhebbers van postpunk vinden nog steeds veel van hun gading op Gigi’s Recovery. De meeste postpunk bands die de afgelopen jaren zijn opgedoken kozen voor praatzang en daar ben ik persoonlijk niet zo gek op. Ook de zanger van The Murder Capital spreekt de teksten af en toe uit, maar er wordt gelukkig ook veel gezongen op Gigi’s Recovery.
Het nieuwe album van de Ierse band deelt, zeker bij eerste beluistering, niet de mokerslag uit die we kregen van het sensationele debuut, waardoor ik Gigi’s Recovery in eerste instantie duidelijk minder vond dan When I Have Fears, maar het album begon al snel aan een inhaalslag. De songs op het nieuwe album klinken hier en daar inderdaad grootser en meeslepender dan die op het debuut, maar The Murder Capital kiest zeker niet voor de makkelijkste weg en experimenteert er hier en daar driftig op los. De band kiest bovendien ook dit keer in het merendeel van de gevallen voor verrassend ingetogen en subtiele songs.
Keer op keer wordt de spanning op fantastische wijze opgebouwd en in alle songs op het album zitten opvallende accenten of verrassende wendingen verstopt, bijvoorbeeld door gebruik te maken van elektronica. In muzikaal opzicht is Gigi’s Recovery veel beter dan het snel gemaakte debuut van de band, maar ook de songs blijven maar aan kracht winnen. Ik ben inmiddels helemaal om. Wereldplaat. Erwin Zijleman
The Murder Capital - When I Have Fears (2019)

4,5
5
geplaatst: 19 augustus 2019, 17:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Murder Capital - When I Have Fears - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Murder Capital - When I Have Fears
The Murder Capital maakt een met postpunk doordrenkt album dat bij iedere luisterbeurt weer een stukje beter en urgenter klinkt
Met het prachtdebuut van Fontaines D.C. kregen we eerder dit jaar eindelijk weer eens een gitaarplaat in handen die er echt toe deed. Stadgenoten The Murder Capital herhalen dit kunstje nu met een debuut dat makkelijk indruk maakt, maar vervolgens beter en beter wordt. Invloeden uit de postpunk staan centraal op het debuut van de band uit Dublin, maar The Murder Capital laat zich gelukkig niet volledig in het keurslijf van de postpunk dwingen en sleept er ook andere invloeden bij. Het levert een album op dat, net als het album van Fontaines D.C., laat horen dat er gelukkig nog steeds jonge honden zijn die een goede gitaarplaat willen en kunnen maken.
2019 is tot dusver een matig jaar wanneer het gaat om gitaarplaten van jonge honden, al maakt de jaarlijstjesplaat van Fontaines D.C. heel veel goed en is ook het debuut van Black Midi er wat mij betreft een die flink boven het maaiveld uitsteekt.
Net als Fontaines D.C. komt ook The Murder Capital uit het Ierse Dublin en net als Fontaines D.C. heeft ook The Murder Capital een debuut afgeleverd waar de urgentie van af spat.
De twee bands uit Dublin vissen deels in dezelfde vijver. Ook op When I Have Fears van The Murder Capital spelen invloeden uit de postpunk een belangrijke rol. De band uit Dublin begint bij Joy Division, maar ook invloeden van de onderschatte maar minstens even legendarische band The Sound, niet voor niets de favoriete band van de jonge Ieren, zijn duidelijk hoorbaar.
When I Have Fears is geproduceerd door topproducer Flood, die flink wat postpunk klassiekers op zijn naam heeft staan, maar ook werkte met onder andere Depeche Mode, The Smashing Pumpkins, Nick Cave en U2. Het klinkt allemaal door op het debuut van The Murder Capital.
Het breed uitwaaiende gitaarspel heeft af en toe wel wat van U2 in haar jonge jaren, terwijl de ritmesectie en de zang je onmiddellijk mee terugnemen naar de hoogtijdagen van de eerste postpunk golf. The Murder Capital verwerkt echter ook invloeden uit de indie-rock en de post-rock uit de jaren 90 in haar muziek en heeft ook goed geluisterd naar de dynamiek en het drama in de muziek van Nick Cave. When I Have Fear klinkt vaak rauw, maar de Ierse band kan ook prachtig ingetogen klinken of flirten met de grootse en toegankelijke postpunk van bands als Editors en White Lies.
Net als bij Fontaines D.C. moest ik vooral wennen aan de zang, maar de wat onvaste en niet altijd even zuivere zang draagt op een of andere manier ook bij aan de urgentie die van het debuut van de band uit Dublin af spat. Wanneer When I Have Fear uit de speakers knalt neemt The Murder Capital me met grote regelmaat mee terug naar de jaren 80, maar het debuut van de band klinkt geen moment gedateerd.
De Ierse band heeft een album afgeleverd dat vrij makkelijk overtuigt, maar het is ook een album dat nog lang beter wordt. Bij eerste beluistering vond ik When I Have Fear zeker niet van het niveau van Dogrel van Fontaines D.C., maar het debuut van The Murder Capital komt steeds dichter in de buurt. Het gitaarwerk op de plaat is zeer trefzeker, terwijl de drummer van de band zorgt voor de verrassing in het geluid van de band. Wat verder opvalt is dat de band het tempo vaak verrassend laag houdt en veel ruimte open laat in haar geluid, wat When I Have Fear voorziet van een bijzondere en vaak donkere sfeer.
Zeker wanneer de muziek van de band zich wat nadrukkelijker opdringt grijpt The Murder Capital je stevig bij de strot met haar intense muziek. Het is muziek die me steeds meer doet denken aan die van The Sound, wat een goede reden is om de prachtplaten van deze band er ook weer eens bij te pakken. Al met al een bijzonder fraai debuut van deze band uit Dublin, dat dit jaar vooralsnog de hoofdstad van de goede gitaarplaten is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: The Murder Capital - When I Have Fears - dekrentenuitdepop.blogspot.com
The Murder Capital - When I Have Fears
The Murder Capital maakt een met postpunk doordrenkt album dat bij iedere luisterbeurt weer een stukje beter en urgenter klinkt
Met het prachtdebuut van Fontaines D.C. kregen we eerder dit jaar eindelijk weer eens een gitaarplaat in handen die er echt toe deed. Stadgenoten The Murder Capital herhalen dit kunstje nu met een debuut dat makkelijk indruk maakt, maar vervolgens beter en beter wordt. Invloeden uit de postpunk staan centraal op het debuut van de band uit Dublin, maar The Murder Capital laat zich gelukkig niet volledig in het keurslijf van de postpunk dwingen en sleept er ook andere invloeden bij. Het levert een album op dat, net als het album van Fontaines D.C., laat horen dat er gelukkig nog steeds jonge honden zijn die een goede gitaarplaat willen en kunnen maken.
2019 is tot dusver een matig jaar wanneer het gaat om gitaarplaten van jonge honden, al maakt de jaarlijstjesplaat van Fontaines D.C. heel veel goed en is ook het debuut van Black Midi er wat mij betreft een die flink boven het maaiveld uitsteekt.
Net als Fontaines D.C. komt ook The Murder Capital uit het Ierse Dublin en net als Fontaines D.C. heeft ook The Murder Capital een debuut afgeleverd waar de urgentie van af spat.
De twee bands uit Dublin vissen deels in dezelfde vijver. Ook op When I Have Fears van The Murder Capital spelen invloeden uit de postpunk een belangrijke rol. De band uit Dublin begint bij Joy Division, maar ook invloeden van de onderschatte maar minstens even legendarische band The Sound, niet voor niets de favoriete band van de jonge Ieren, zijn duidelijk hoorbaar.
When I Have Fears is geproduceerd door topproducer Flood, die flink wat postpunk klassiekers op zijn naam heeft staan, maar ook werkte met onder andere Depeche Mode, The Smashing Pumpkins, Nick Cave en U2. Het klinkt allemaal door op het debuut van The Murder Capital.
Het breed uitwaaiende gitaarspel heeft af en toe wel wat van U2 in haar jonge jaren, terwijl de ritmesectie en de zang je onmiddellijk mee terugnemen naar de hoogtijdagen van de eerste postpunk golf. The Murder Capital verwerkt echter ook invloeden uit de indie-rock en de post-rock uit de jaren 90 in haar muziek en heeft ook goed geluisterd naar de dynamiek en het drama in de muziek van Nick Cave. When I Have Fear klinkt vaak rauw, maar de Ierse band kan ook prachtig ingetogen klinken of flirten met de grootse en toegankelijke postpunk van bands als Editors en White Lies.
Net als bij Fontaines D.C. moest ik vooral wennen aan de zang, maar de wat onvaste en niet altijd even zuivere zang draagt op een of andere manier ook bij aan de urgentie die van het debuut van de band uit Dublin af spat. Wanneer When I Have Fear uit de speakers knalt neemt The Murder Capital me met grote regelmaat mee terug naar de jaren 80, maar het debuut van de band klinkt geen moment gedateerd.
De Ierse band heeft een album afgeleverd dat vrij makkelijk overtuigt, maar het is ook een album dat nog lang beter wordt. Bij eerste beluistering vond ik When I Have Fear zeker niet van het niveau van Dogrel van Fontaines D.C., maar het debuut van The Murder Capital komt steeds dichter in de buurt. Het gitaarwerk op de plaat is zeer trefzeker, terwijl de drummer van de band zorgt voor de verrassing in het geluid van de band. Wat verder opvalt is dat de band het tempo vaak verrassend laag houdt en veel ruimte open laat in haar geluid, wat When I Have Fear voorziet van een bijzondere en vaak donkere sfeer.
Zeker wanneer de muziek van de band zich wat nadrukkelijker opdringt grijpt The Murder Capital je stevig bij de strot met haar intense muziek. Het is muziek die me steeds meer doet denken aan die van The Sound, wat een goede reden is om de prachtplaten van deze band er ook weer eens bij te pakken. Al met al een bijzonder fraai debuut van deze band uit Dublin, dat dit jaar vooralsnog de hoofdstad van de goede gitaarplaten is. Erwin Zijleman
