MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Waterboys - Where the Action Is (2019)

Alternatieve titel: An Entertainment in Sound by The Waterboys

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Waterboys - Where The Action Is - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Waterboys - Where The Action Is
Where The Action Is is zeker niet het beste album van The Waterboys, maar als fan van het eerste uur schrijf je deze band nu eenmaal nooit af

Heel even dacht ik een Waterboys album in handen te hebben dat me echt niet bevalt, maar track voor track weet Where The Action Is zich toch weer voor me te winnen. The Waterboys flirten op hun nieuwe album op geslaagde wijze met 70s soul en rock, maar slaan de plank ook een paar keer mis met avances met een jong en modern geluid. Hier tussenin grijpt de band rond Mike Scott op aangename wijze terug op haar oude werk, waarbij af en toe de magie het wint van de nostalgie. Where The Action Is is zeker niet het beste album van The Waterboys en misschien zelfs wel een van de slechtste, maar mijn liefde voor de band blijft onvoorwaardelijk.

The Waterboys werden in 1981 geformeerd in Londen door de Schotse muzikant Mike Scott. De band leverde met haar eerste drie albums een prachtige trilogie af en het is een trilogie die zich inmiddels heeft geschaard onder de jaren 80 klassiekers.

Op The Waterboys uit 1983, A Pagan Place uit 1984 en This Is The Sea uit 1985 vermengden The Waterboys het zo karakteristieke en grootse jaren 80 geluid met Keltische invloeden en dat legde de band zeker geen windeieren.

The Waterboys bereikten misschien niet de hoogten van The Simple Minds en U2, maar behoorden gedurende de jaren 80 absoluut tot de subtop. Ook na de jaren 80 bleven The Waterboys prima albums maken, al bleef de pure magie van de eerste albums vaak uit.

Ik heb op een of andere manier altijd een zwak gehouden voor de muziek van The Waterboys, maar het deze week verschenen Where The Action Is viel me in eerste instantie vooral tegen. Omdat je oude helden niet zomaar afschrijft, ben ik het blijven proberen met het nieuwe album van de band en langzaam maar zeker laaide mijn liefde voor de muziek van de band weer op.

Where The Action opent verrassend stevig met de titeltrack waarmee Mike Scott en zijn medemuzikanten zich ergens tussen The Stones en Joe Cocker uit de vroege jaren 70 in wurmen. Door de karakteristieke en herkenbare stem van Mike Scott hoor je onmiddellijk dat het om The Waterboys gaat, maar het volle, stevige en soulvolle geluid lijkt de band toch niet helemaal te liggen, tot de band je opeens wel te pakken heeft.

Where The Action Is klinkt wel vaker soulvol en verwijst ook meer dan eens naar muziek uit de jaren 70. Wanneer The Waterboys na de ode aan Clash gitarist Mick Jones wat gas terugneemt, duiken steeds meer flarden uit het herkenbare Waterboys geluid op, al klinkt de band door blazers, een orgeltje en achtergrondvocalisten nog steeds verrassend soulvol.

Het gekke is dat ook de meer ingetogen tracks me in eerste instantie maar matig bevielen, maar op een gegeven moment werd Where The Action Is een voorzichtige guilty pleasure en uiteindelijk toch weer gewoon een redelijk Waterboys album. De band rond Mike Scott heeft zichzelf in het verleden vaker opnieuw uitgevonden en heeft dat ook nu weer gedaan. Hoe vaker ik het album hoor, hoe mooier ik veel van de songs vind. Where The Action is heeft een mooi ruimtelijk geluid en vaak een 70s feel, maar als je er voor open staat hoor je toch ook weer allerlei echo’s uit het eigen verleden van de band.

Where The Action Is slaat de plank ook wel een paar keer flink mis (bijvoorbeeld wanneer de band met rappers aan de slag gaat), maar de goede songs hebben uiteindelijk de overhand en na enige gewenning heeft ook de door Mike Scott voorgedragen en 9 minuten durende afsluiter Piper At The Gates Of Dawn (nee, geen Pink Floyd cover) me voor zich weten te winnen. De luxe editie van Where The Action Is bevat ook nog een aantal alternatieve versies en remixes van de songs van het album, maar deze bevallen me zonder uitzondering niet.

Where The Action Is heeft een aantal opvallend lovende recensies gekregen. Persoonlijk vind ik het een van de mindere Waterboys albums, maar zelfs van een minder Waterboys album word ik nog altijd vrolijk. Toch weer een leuk album van een band die hard toewerkt naar haar veertigjarig jubileum. Erwin Zijleman

The Weather Station - How Is It That I Should Look at the Stars (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Weather Station - How Is It That I Should Look At The Stars - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Weather Station - How Is It That I Should Look At The Stars
Maar net een jaar na het imponerende Ignorance, keert The Weather Station terug met het flink anders klinkende maar minstens even indrukwekkende How Is It That I Should Look At The Stars

Tamara Lindeman kreeg vorig jaar terecht heel veel lof voor het prachtige Ignorance, het vijfde album van haar project The Weather Station. Tegelijk met de songs voor dit album schreef ze een aantal andere songs die nu zijn terecht gekomen op de ‘companion piece’ How Is It That I Should Look At The Stars. De verrassend volle klanken op het vorige album hebben plaatsgemaakt voor zeer subtiele klanken. In alle tracks staan de piano en de stem van Tamara Lindeman centraal en zijn er verder slechts wat subtiele maar bijzonder trefzekere jazzy accenten. Het levert een intiem en wonderschoon album op, dat uiteindelijk net zo indrukwekkend is als zijn voorganger.

The Weather Station, het project van de Canadese singer-songwriter Tamara Lindeman maakte vorig jaar met Ignorance een van de mooiste albums van het jaar en dook dan ook terecht hoog op in nogal wat jaarlijstjes, waaronder dat van mij. Tamara Lindeman nam in het verleden meestal de tijd voor het opnemen van haar muziek, maar net een jaar na Ignorance is er deze week alweer een nieuw album van The Weather Station verschenen.

Het gerenommeerde Britse muziektijdschrift Uncut, dat Ignorance uitriep tot het beste album van 2021, geeft How Is It That I Should Look At The Stars in het april (!) nummer dat hier deze week op de mat plofte, de perfecte 10, waardoor ik met hoge verwachtingen begon aan het nieuwe album van de Canadese muzikante. Ik kan inmiddels alleen maar beamen dat The Weather Station wederom een prachtalbum heeft afgeleverd.

Tamara Lindeman noemt How Is It That I Should Look At The Stars zelf overigens niet de opvolger van het prachtige Ignorance, maar een aanvulling op dit album. De songs voor het nieuwe album werden gelijk met die voor het vorige album geschreven, maar laten wel een andere kant van Tamara Lindeman horen.

Ignorance viel vorig jaar op door een bijzonder smaakvol, maar voor The Weather Station ook opvallend rijke instrumentatie. Ook op How Is It That I Should Look At The Stars is de instrumentatie bijzonder smaakvol, maar waar Tamara Lindeman haar vorige album redelijk vol inkleurde, zijn de klanken op haar nieuwe album behoorlijk sober.

De Canadese muzikante nam het album op in haar thuisbasis Toronto, waar ze zich liet bijstaan door een aantal jazzmuzikanten, die voor een belangrijk deel mochten improviseren. Tamara Lindeman werkte lang aan Ignorance en streefde op dit album naar perfectie. How Is It That I Should Look At The Stars werd in slechts een paar dagen opgenomen en streeft vooral naar intimiteit. In alle songs op het album moeten we het vooral doen met de piano van Tamara Lindeman en met haar prachtige stem, waarna de jazzmuzikanten die haar begeleiden de muziek op het album mogen versieren met subtiele details van onder andere blaasinstrumenten.

Ondanks het feit dat How Is It That I Should Look At The Stars flink verschilt van het terecht bejubelde Ignorance, horen de albums inderdaad bij elkaar. Op beide albums creëert Tamara Lindeman een bijzondere sfeer, beide albums staan vol sterke songs en op beide albums zingt de Canadese muzikante met heel veel gevoel, wat wonderschone vocalen oplevert. Ignorance deed me vorig jaar op een of andere manier denken aan het verstilde werk van Talk Talk en dat is op How Is It That I Should Look At The Stars niet anders, al staat dit keer het nog meer verstilde werk van de Britse band centraal.

Het is niet veel muzikanten gegeven om de aandacht tien songs en ruim een half uur vast te houden met uiterst sobere klanken en een stem, maar het nieuwe album van The Weather Station grijpt je vrijwel onmiddellijk bij de strot en laat pas weer los wanneer de laatste noten wegsterven. Of How Is It That I Should Look At The Stars net zoveel waardering gaat oogsten als het briljante Ignorance is vooralsnog de vraag, maar na het album meerdere keren gehoord te hebben ben ik diep, diep onder de indruk van deze nieuwe muziek van The Weather Station. Erwin Zijleman

The Weather Station - Humanhood (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Weather Station - Humanhood - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Weather Station - Humanhood
Tamara Lindeman maakte de afgelopen jaren al een aantal bijzondere en echt wonderschone albums, maar laat op het echt prachtige Humanhood horen dat The Weather Station nog altijd beter kan

Ook het nieuwe album van The Weather Station kwam weer deels improviserend tot stand, maar Humanhood klinkt als een album waarop alles klopt. De songs van Tamara Lindeman zijn complex, maar ook toegankelijk en de muziek op het album schuwt het experiment niet, maar klinkt overal even warm en sfeervol. De Canadese muzikante heeft ook dit keer een aantal zeer persoonlijke songs geschreven en ze vertolkt ze met heel veel gevoel en expressie. De zang op Humanhood is nog wat mooier dan die op de vorige albums van The Weather Station, dat op het nieuwe album een ongelooflijk hoog niveau aantikt. Ik bewonder de muziek van Tamara Lindeman al vele jaren, maar toch weet ze me steeds weer te verrassen.

De Canadese muzikante Tamara Lindeman bracht in 2009 in eigen beheer het eerste album van haar project The Weather Station uit. Met het in 2011 verschenen All Of It Was Mine trok ze voor het eerst in kleine kring de aandacht, maar ik ontdekte The Weather Station pas in 2015 toen het prachtige Loyalty verscheen.

Op het terecht stevig bewierookte doorbraakalbum verruilde Tamara Lindeman de wat aan Joni Mitchell herinnerende en bijna verstilde folk van All Of It Was Mine voor een wat voller klinkend en eigenzinniger geluid, dat de fantasie stevig prikkelde maar ook betoverde met bijzondere mooie klanken en arrangementen en de al even mooie stem van de Canadese muzikante.

Sindsdien staat The Weather Station garant voor wat mij betreft onbetwiste jaarlijstjesalbums. Na Loyalty waren immers ook The Weather Station (2017), Ignorance (2021) en How Is It That I Should Look At The Stars (2022) van een bijzondere schoonheid. Alle reden dus om met hoge verwachtingen uit te kijken naar het deze week verschenen Humanhood en ook dit keer maakt Tamara Lindeman de toch hooggespannen verwachtingen makkelijk waar.

Humanhood kwam deels improviserend tot stand en werd in de basis live opgenomen, inmiddels een beproefd concept voor The Weather Station. Ook dit keer is dat niet ten koste gegaan van de kwaliteit van de songs van Tamara Lindeman, die ook op Humanhood zeer persoonlijk van aard en nogal donker getint zijn.

De muziek van The Weather Station klinkt ook op Humanhood zeer sfeervol. Warme pianoklanken worden gecombineerd met prachtige bijdragen van blazers (fluit, klarinet en saxofoon), een geweldig spelende ritmesectie en subtiel maar zeer fraai klinkende synths. In de studio werden later nog onder andere banjo, viool en gitaarpartijen van Jim Elkington toegevoegd.

Ik vergeleek de muziek van The Weather Station de afgelopen jaren al meerdere keren met het latere werk van Talk Talk en dat is wat mij betreft nog altijd relevant vergelijkingsmateriaal, al zit Humanhood ook vol dynamiek, die me in bepaalde opzichten aan de muziek van Kate Bush doet denken.

Nog meer dan op de vorige albums van The Weather Station wordt er in muzikaal opzicht flink geëxperimenteerd. Invloeden uit de jazz spelen een voorname rol in de vaak behoorlijk complexe songs, maar net als op de vorige albums van haar project verliest Tamara Lindeman de toegankelijke popsong nooit helemaal uit het oog. Het zorgt er voor dat er ook dit keer heel veel moois is te ontdekken in de muziek op het album, dat nog wat rijker en avontuurlijker klinkt dan zijn voorgangers.

De muziek is prachtig, maar de stem van Tamara Lindeman is minstens even mooi. Het is een warme stem, die uitstekend gedijt in de spannende en betoverend mooie klankentapijten op het album. Het is ook een stem die de songs van The Weather Station voorziet van een bijzondere lading en van veel gevoel.

Ik weet uit het verleden dat de albums van Tamara Lindeman mooier worden naarmate je ze vaker hoort, maar ook bij eerste beluistering vond ik Humanhood al niet onder doen voor zijn voorgangers. Dat belooft wat voor de volgende beluisteringen van het album. Ik ga niet zeggen dat ik halverwege de eerste maand van 2025 het album van het jaar al heb gehoord, maar Tamara Lindeman heeft absoluut een bijzonder en echt wonderschoon album afgeleverd dat het unieke oeuvre van The Weather Station voorziet van nog wat meer glans. Erwin Zijleman

The Weather Station - Loyalty (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Weather Station - Loyalty - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Kindamuzik.net publiceerde aan het begin van dit jaar een artikel over een zevental vrouwelijke singer-songwriters die het zouden gaan maken in 2015.

Natalie Prass, Jessica Pratt en Kovacs hebben inmiddels in brede kring bejubelde platen uitgebracht, terwijl Joan Shelley en Joana Serrat mij persoonlijk zeer wisten te raken met hele mooie platen.

Liz Cooper en The Weather Station stonden nog even op de wachtlijst, al was ik een paar maanden geleden al diep onder de indruk van de EP What Am I Going To Do With Everything I Know van The Weather Station.

Die EP heeft inmiddels een vervolg kregen in de vorm van Loyalty. Ik ging er van uit dat Loyalty het volwaardige debuut van The Weather Station was, maar het blijkt al de derde plaat van de band rond frontvrouw Tamara Lindeman. De plaat is in Engeland en de Verenigde Staten inmiddels zeer positief ontvangen en terecht, want wat is Loyalty een mooie en bijzondere plaat.

Tamara Lindeman beschikt over een stem die liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters makkelijk zal weten te veroveren. Het is een stem die warmte en helderheid koppelt aan expressie en emotie, waardoor de songs van The Weather Station niet alleen makkelijk vermaken en betoveren, maar ook intrigeren en ontroeren. Een groot goed in dit genre.

De wieg van Tamara Lindeman stond in Canada, maar Loyalty werd opgenomen in Parijs, waarbij Tamara Lindeman zich liet bijstaan door drie subtiel spelende muzikanten. Loyalty staat vol met ingetogen popliedjes met vooral invloeden uit de folk. Het zijn folksongs die nooit voor de makkelijkste weg kiezen, maar desondanks is Loyalty een plaat waarbij het heerlijk wegdromen is.

Loyalty doet me meer dan eens denken aan de vroege platen van Joni Mitchell, maar in zowel in muzikaal als vocaal opzicht is de muziek van The Weather Station net wat lichter verteerbaar. Het knappe aan Loyalty vind ik de intimiteit van de plaat. Tamara Lindeman maakt ingetogen en soms fluisterzachte muziek die mij direct wist te betoveren en te raken.

Het is muziek waarin The Weather Station meer dan eens citeert uit de archieven van de Britse en Amerikaanse folk uit de jaren 60, maar Loyalty geeft ook een geheel eigen draai aan de invloeden uit het verleden, net zoals de Britse singer-songwriter Kathryn Williams dat al jaren zo fraai doet. Net als de folkies uit het verleden vertelt Tamara Lindeman indringende verhalen die bijna dwingen tot luisteren, maar vergeleken met de folkies van weleer kiest The Weather Station voor een veelzijdigere en inventievere instrumentatie.

Het is een instrumentatie die de songs van The Weather Station iets bijzonders en urgents geeft en eenmaal gevangen door de vaak wonderschone instrumentatie, maakt Tamara Lindeman het steeds weer op imponerende wijze af met haar prachtige en opvallend intieme vocalen.

Direct bij eerste beluistering was ik overtuigd van de kwaliteiten van The Weather Station, maar Loyalty heeft sindsdien nog een indrukwekkend groeiproces doorgemaakt. Om het gerenommeerde PopMatters te citeren: “Loyalty is an exceptionally affecting masterpiece, at once timeless and very much of its time, highly personal in its specificity and universal in its emotional accessibility and resonance” Zo is het maar net. Wat een prachtige plaat. Erwin Zijleman

The Weather Station - The Weather Station (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Weather Station - The Weather Station - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Loyalty was al weer bijna tweeënhalf jaar geleden mijn eerste kennismaking met de muziek van The Weather Station.

Het alter ego van de Canadese singer-songwriter Tamara Lindeman verraste op haar derde plaat met intieme songs vol echo’s uit het verleden, maar ook volop eigentijdse invloeden.

Loyalty deed me meer dan eens denken aan de platen van Joni Mitchell en dat zijn platen die ook bij beluistering van de titelloze vierde plaat van The Weather Station weer met enige regelmaat opduiken als referentiemateriaal.

De nieuwe plaat van The Weather Station borduurt voort op het materiaal van Loyalty, maar slaat ook zeker nieuwe wegen in. Tamara Lindeman laat zich nog steeds flink beïnvloeden door de Laurel Canyon folk van Joni Mitchell, maar voegt ook een aantal wat meer uptempo songs aan haar repertoire.

De titelloze nieuwe plaat van The Weather Station staat vol met aangenaam klinkende luisterliedjes, maar je hoort onmiddellijk dat Tamara Lindeman wat dieper graaft dan de meeste van haar soortgenoten.

Dat hoor je allereerst in de bijzonder fraaie arrangementen op de plaat. De vierde plaat van The Weather Station valt op door een warm en stemmig geluid waarin strijkers een belangrijke rol spelen, af en toe voorzichtig gruizige of vervormde gitaren opduiken, maar waarin ook veel ruimte bewust wordt leeg gelaten.

Deze leegte vult Tamara Lindeman met haar bijzondere stem. De singer-songwriter uit het Canadese Toronto beschikt over een stem die me afwisselend doet denken aan Joni Mitchell, Chrissie Hynde, Aimee Mann en de vergeten eendagsvlieg Mary Margaret O'Hara. Ik ben meestal allergisch voor een teveel aan stembuigingen, maar de stembuigingen van Tamara Lindeman vind ik zonder uitzondering prachtig, net als het gevoel dat de Canadese in haar stem legt.

De bijzondere manier van zingen voorziet de nieuwe plaat van The Weather Station van energie, onderhuidse spanning en urgentie, waardoor de plaat zich makkelijk opdringt en ook makkelijk blijft hangen. Tamara Lindeman moet met The Weather Station concurreren met een heel leger aan jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar kan de concurrentie aan.

In muzikaal en vocaal opzicht is de plaat van The Weather Station net wat spannender en aansprekender en ook de songs op de plaat laten een kwaliteit horen die in het genre niet altijd vanzelfsprekend is. De nieuwe plaat van The Weather Station is hierdoor, nog net wat meer dan zijn voorganger, een plaat die makkelijk indruk maakt, maar vervolgens ook nog lang door blijft groeien.

Die groei wordt door een deel veroorzaakt door de steeds fraaier klinkende instrumentatie op de plaat en de trefzekere productie, maar het is de stem van Tamara Lindeman die van de vierde van The Weather Station zo’n bijzondere plaat maakt. Het is een stem waar ik naar moet luisteren en die langzaam maar zeker steeds onmisbaarder wordt, net als songs op de ijzersterke titelloze plaat van The Weather Station. Erwin Zijleman

The Wedding Present - 24 Songs (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Wedding Present - 24 Songs - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Wedding Present - 24 Songs
De Britse band The Wedding Present is mij nooit zo opgevallen, maar het onlangs verschenen 24 Songs, dat bij toeval op mijn pad kwam, is een geweldig album dat ruim twee uur lang strooit met memorabele popsongs

Vorig jaar bracht de Britse band The Wedding Present, die al bestaat sinds halverwege de jaren 80, iedere maand twee nieuwe songs uit. Het is mij vorig jaar ontgaan, want ik volgde de Britse band al sinds haar debuutalbum niet meer, maar wat schreef The Wedding Present voorman David Gedge vorig jaar een geweldige serie songs. Ze staan nu allemaal op 24 Songs, dat met vijf extra bonustracks, meer dan twee uur muziek bevat. Het is twee uur genieten, want David Gedge schudt de onweerstaanbare popliedjes uit zijn mouw. 24 Songs herinnert aan flink wat grote Britse bands, maar het is vooral een album dat laat horen hoe goed The Wedding Present ruim 35 jaar na de release van haar debuutalbum is.

De Britse band The Wedding Present werd geformeerd in 1985 en heeft op een korte periode na eigenlijk altijd bestaan. Desondanks is het stapeltje albums dat The Wedding Present op haar naam heeft staan van een redelijk bescheiden omvang, want ik kom niet verder dan tien reguliere albums. Van deze albums ken ik er eigenlijk maar één en dat is George Best, het in 1987 verschenen debuutalbum van de Britse band. Dat album maakte op mij destijds zeker geen onuitwisbare indruk en sindsdien heb ik de band niet meer gevolgd, tot ik, min of meer toeval, het onlangs verschenen 24 Songs beluisterde.

Naast de tien reguliere albums verschenen overigens ook nog flink wat verzamelalbums en live-albums, want David Gedge, de voorman van de band uit Leeds, is een druk baasje.Vorig jaar besloot hij om iedere maand twee nieuwe tracks van de band uit te brengen op een 12-inch single en deze 24 tracks zijn nu verzameld op 24 Songs, dat met ook nog eens vijf bonustracks goed is voor 29 tracks en ruim twee uur muziek.

Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van de band sinds het inmiddels 36 jaar oude debuutalbum en het is een hernieuwde kennismaking die naar veel en veel meer smaakt. 24 Songs staat immers vol met fantastische popsongs. Het zijn popsongs die samenvatten wat er sinds de late jaren 70 is gebeurd binnen de Britse gitaarpop. Zeker de wat ruwere songs op het album roepen bij mij associaties op met de geweldige albums die The Jam maakte, maar bij beluistering van 24 Songs komen veel meer roemruchte bands voorbij, variërend van The Smiths tot Belle And Sebastian.

The Wedding Present is niet vies van lekker ruwe rocksongs met hier en daar de energie van de punk en de postpunk, maar de band kan haar songs ook gevarieerder inkleuren en voorzien van meer instrumenten en een mooie vrouwenstem. Ruim twee uur lang strooit de band met geweldige popsongs en het zijn popsongs waarvoor de grote bands uit een aantal decennia Britse popmuziek zich niet zouden hebben geschaamd. Het zijn songs die bijzonder makkelijk verleiden met aanstekelijke riffs en hooks, onweerstaanbare melodieën en refreinen en gelukkig ook de nodige eigenzinnigheid, want The Wedding Present klinkt ook op een aangename manier stekelig.

Toen ik het verhaal achter het album nog niet kende, maar het hier en daar wel als verzamelalbum vermeld zag staan, ging ik er van uit dat het album het beste uit ruim 35 jaar The Wedding Present historie bevatte, maar dit zijn de songs die David Gedge er in een jaartje uit wist te persen, wat echt een razend knappe prestatie is.

Het levert een album op dat klinkt als een vergeten klassieker, want ik hoor niet vaak een album dat twee uur lang strooit met memorabele popsongs. Het zijn ook nog eens gevarieerd klinkende popsongs, waardoor 24 Songs niet snel gaat vervelen. Ik heb George Best er ook nog eens bij gepakt, maar ik vind The Wedding Present op 24 Songs beter en niet zo’n klein beetje ook.

David Gedge draait inmiddels heel veel jaren mee, maar 24 Songs klinkt in muzikaal en vocaal opzicht niet alleen mooi maar ook geïnspireerd en bevat songs waarvan menig jonge Britse gitaarband alleen maar kan dromen. Het is puur toeval dat ik besloot om eens naar dit album te luisteren, maar ik weet zeker dat dit heerlijke album nog heel vaak terug gaat komen. Erwin Zijleman

The Weepies - Sirens (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Weepies - Sirens - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

The Weepies is een man-vrouw duo uit Cambridge, Massachusetts, dat inmiddels een jaar of 15 aan de weg timmert. Deb Talan en Steve Tannen maakten tussen 2004 en 2010 vier mooie, vrijwel over het hoofd geziene en wat onderschatte platen vol zonnige popliedjes die over het algemeen in het hokje folkpop werden geduwd.

De afgelopen jaren was het wat stil rond het duo. Dat had deels te maken met de gelukkige omstandigheid dat de twee samen een kind kregen, maar hiernaast werd Deb Talan ook getroffen door borstkanker, wat een donkere schaduw wierp over het prille geluk.

Inmiddels is de kleine telg van de Weepies de luiers ontgroeid en is Deb Talan gelukkig voldoende hersteld om weer muziek te kunnen maken. Het zijn tropenjaren geweest voor The Weepies en dat hoor je op de nieuwe plaat van het tweetal, Sirens.

Ook Sirens bevat een aantal van de uiterst zonnige en zorgeloze folky popliedjes waarop het duo in het verleden het patent had, maar The Weepies klinken op Sirens vooral serieuzer en meer ingetogen dan voorheen. Het zorgt voor een wat afwisselendere plaat dan zijn voorgangers en dat is een pré.

Sirens bevat een aantal songs waarop Deb Talan en Steve Tannen de vocalen delen en een aantal songs waarin een van de twee de vocalen voor zijn of haar rekening neemt. Het zijn buiten een aantal zonnige en wat uitbundigere songs, vooral uiterst ingetogen songs. Deb Talan en Steve Tannen zijn getekend door de zware jaren die achter hen liggen en dat hoor je in de songs die net wat donkerder en emotioneler zijn dan we van het tweetal gewend zijn.

Het gaat zeker niet ten koste van de kwaliteit van de muziek van The Weepies. Integendeel zelfs. Sirens is als je het mij vraagt de meest overtuigende plaat van The Weepies tot dusver, mede omdat de plaat niet alleen vermaakt, maar ook diepgang en emotie laat horen.

Als liefhebber van vrouwenstemmen heb ik een duidelijke voorkeur voor de songs waarin Deb Talan de meeste vocalen voor haar rekening neemt. Het zijn overigens ook de meest intieme en meeslepende songs op de plaat, al is er met de songs met een hoofdrol voor Steve Tannen ook niets mis.

Net als op hun vorige platen grossieren The Weepies ook op Sirens weer in knap in elkaar stekende en makkelijk in het gehoor liggende popsongs. Zelfs wanneer het tweetal aan de haal gaat met Tom Petty’s Learning To Fly, weet het iets toe te voegen, wat knap is.

Sirens is vanwege de toegankelijke songs, de mooie stemmen en de sfeervolle instrumentatie een geweldige plaat voor een lome zondagmorgen, maar meer dan in het verleden komt de muziek van The Weepies ook op andere momenten uitstekend tot zijn recht. De instrumentatie is overigens niet alleen sfeervol, maar ook buitengewoon fraai. The Weepies wisten dit keer een flink aantal zeer gelouterde muzikanten de studio in te krijgen en dat hoor je. De prachtige vocalen maken het in combinatie met goede songs en meer dan voldoende emotie en doorleving helemaal af.

Sirens is de beste van The Weepies tot dusver. Iedereen die de vorige platen van het tweetal kent, weet dat dit iets betekent. Het feit dat Deb Talan inmiddels genezen is verklaard betekent ook nog eens dat The Weepies nog vele jaren vooruit kunnen. Uitstekend nieuws als je het mij vraagt. Erwin Zijleman

The Whigs - Modern Creation (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Whigs - Modern Creation - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Athens, Georgia, afkomstige band The Whigs bestaat al sinds 2002 en maakt sinds 2005 platen. De band is al sinds haar begindagen een veelgevraagde support-act, maar weet met haar platen tot dusver nog geen potten te breken.

Dat de band het goed doet als support-act begrijp ik wel. De stevige, op de muziek van The Replacements geënte, gitaarrock van de band ligt bijzonder lekker in het gehoor en strijkt nergens tegen de haren in.

Over de vorige platen van de band kan ik nog niet zoveel zeggen omdat ik ze slechts vluchtig beluisterd heb, maar het onlangs verschenen Modern Creation vind ik een hele lekkere plaat, die het bestaansrecht van The Whigs absoluut onderstreept.

Ook op Modern Creation maakt The Whigs geen geheim van haar voorliefde voor de muziek van The Replacements, maar ook de wat rauwere muziek uit de beginjaren van stadgenoten R.E.M. heeft zijn sporen nagelaten op Modern Creation. Hiernaast flirt de band, zoals het een band uit Georgia betaamt, met invloeden uit de Southern Rock en hoor ik af en toe ook een vleugje grunge.

The Whigs maakt op Modern Creation muziek zonder poespas. Gitaar, zang, bas en drums; meer heb je niet nodig om een goede rockplaat te maken. De rockplaat van The Whigs valt overigens opvallend donker uit. De zwaar aangezette drums en bas leggen een aardedonkere basis, waarop de gitaren alle kanten op mogen schieten, waarna de aangename vocalen en de lekker in het gehoor liggende songs voor het toegankelijke laagje mogen zorgen.

Dat levert soms rechttoe rechtaan rocksongs op, maar The Whigs flirt zoals gezegd ook met andere genres, waaraan ik het vleugje stoner-rock nog toe wil voegen, en neemt af en toe ook flink gas terug.

Is Modern Creation een plaat om heel druk over te doen? Nee, er zijn in de geschiedenis van de rockmuziek talloze bands die al gedaan hebben wat The Whigs op haar nieuwe plaat doet.

Aan de andere kant is Modern Creation wel een plaat waarop bijna alles goed wordt gedaan. De muziek van The Whigs rockt lekker, biedt voldoende variatie, zit in muzikaal opzicht goed in elkaar, valt op door bijzonder lekker gitaarwerk en is vanwege de aanstekelijke songs vrijwel continu goed voor een goed gevoel.

Dat is misschien niet genoeg om de wereld mee te veroveren, maar het is absoluut goed genoeg om gehoord te worden en in brede kring gewaardeerd te worden. Het verbaast me dan ook niet dat zelfs de alternatieve Amerikaanse muzieksites redelijk positief zijn over de nieuwe plaat van The Whigs. In Nederland verdient de band wat mij betreft net zoveel respect en aandacht.

De band uit Athens, Georgia, doet zoals gezegd geen hele spannende dingen, maar heeft wel een plaat gemaakt die veertig minuten lang boeit en meedogenloos vermaakt. Wees eens eerlijk, hoeveel platen verschijnen er momenteel nog waarover hetzelfde gezegd kan worden? Niet heel veel als je het mij vraagt. Omarmen dus dit sympathieke bandje en deze bijzonder lekkere portie gitaarrock. Erwin Zijleman

The Whiskey Charmers - Streetlights (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Whiskey Charmers - Streetlights - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The Whiskey Charmers - Streetlights
De Amerikaanse band The Whiskey Charmers draait al een tijdje mee, maar zet een flinke stap vooruit op haar nieuwe album Streetlights, dat opvalt door fraaie alt-country met een hoofdrol voor mooi gitaarwerk en uitstekende zang

Carrie Shepard en Lawrence Daversa vormen de basis van de uit Detroit, Michigan, afkomstige band The Whiskey Charmers. Dat leverde de afgelopen negen jaar een aantal prima albums op, maar zo goed als op Streetlights hoorde ik de band nog niet. Op hun nieuwe album klinken Carrie Shepard en Lawrence Daversa net wat moderner en bovendien is de productie mooier dan op de voorgangers. Streetlights trekt direct de aandacht met fraai en bij vlagen lekker stevig gitaarwerk en ook de mooie stem van Carrie Shepard trekt makkelijk de aandacht. Ook de songs op het album liggen bijzonder lekker in het gehoor, waardoor dit zomaar het doorbraakalbum van The Whiskey Charmers zou kunnen worden.

Ik besprak op de krenten uit de pop nog niet eerder een album van de Amerikaanse band The Whiskey Charmers, maar ik volg de band rond Carrie Shepard en Lawrence Daversa al wel een kleine tien jaar. Ik vond de vorige albums van de band uit Detroit, Michigan, zeker niet slecht, maar er waren altijd albums die ik net wat interessanter vond, waardoor de muziek van The Whiskey Charmers steeds tussen wal en schip viel.

Het is dit keer anders, want het deze week verschenen vijfde album van de band sprong er voor mij direct in positieve zin uit. Binnen The Whiskey Charmers draait veel om Carrie Shepard en Lawrence Daversa, van wie laatstgenoemde tekent voor het grootste deel van het gitaarwerk en de achtergrondzang, terwijl Carrie Shepard tekent voor ondersteunend akoestisch gitaarwerk en de leadzang.

De mooie stem van Carrie Shepard, de fraaie ondersteuning van Lawrence Daversa en het uitstekende gitaarwerk van zijn hand trekken nadrukkelijk de aandacht bij beluistering van Streetlights. The Whiskey Charmers maken op hun nieuwe album gitaar georiënteerde Amerikaanse rootsmuziek die af en toe lekker stevig mag klinken en waarin de zang een zeer voorname rol speelt.

Carrie Shepard en Lawrence Daversa doen niet alles met zijn tweeën, want de band bestaat op Streetlights ook uit een zeer competent spelende ritmesectie, waarna het geluid van The Whiskey Charmers nog wordt aangevuld met de bijzondere klanken van de theremin. Streetlight laat vergeleken met de vorige albums van The Whiskey Charmers geen muzikale aardverschuiving horen, maar desondanks vind ik het album een stuk aansprekender dan zijn voorgangers.

Streetlights klinkt wat ruwer dan het vorige werk van de band uit Detroit en dat bevalt me uitstekend. De gitaren krijgen op het album alle ruime en benutten deze op fraaie wijze. Het gitaarwerk op Streetlights is melodieus, maar Lawrence Daversa kan ook flink uithalen. Streetlights klinkt niet alleen ruwer, maar ook wat moderner dan de vorige albums van The Whiskey Charmers. De band maakt nog altijd authentiek klinkende alt-country, maar het soms wat oubollige tintje van de vroege albums is verdwenen.

Het gitaarwerk op het album springt als eerste in het oor bij beluistering van Streetlights, maar ook de prachtige zang van Carrie Shepard draagt stevig bij aan de hoge kwaliteit van het vijfde album van Streetlights. De Amerikaanse muzikante wordt subtiel ondersteund door Lawrence Daversa, die zich vooral concentreert op het snarenwerk, maar de achtergrondzang heeft zeker meerwaarde.

Ik heb de vorige albums van The Whiskey Charmers voor de zekerheid ook nog maar eens beluisterd. Het zijn prima albums, maar de overtuiging en schoonheid die ik hoor op Streetlights hoor ik net niet op de vorige albums van de band. In Nederland is de band uit Detroit volgens mij niet heel erg bekend, maar Streetlights is een album dat ook hier hoge ogen moet kunnen gooien en dat met name bij liefhebbers van wat stevigere en gitaar georiënteerde Americana zeer in de smaak moet kunnen vallen. Toen ik de releaselijst van deze week zag, hield ik rekening met een bijrol voor The Whiskey Charmers, maar Carrie Shepard en Lawrence Daversa eisen dit keer op fraaie wijze de hoofdrol op. Erwin Zijleman

The White Birch - The Weight of Spring (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The White Birch - The Weight Of Spring - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Steeds weer dreigde The Weight Of Spring van The White Birch op de verkeerde stapel platen op mijn bureau te eindigen, maar gelukkig was er ook steeds weer een lezer van deze BLOG die de plaat een zetje in de goede richting gaf.

Het is overigens gek dat de nieuwe plaat van The White Birch dat zetje nodig had, want het in 2002 verschenen Star Is Just A Sun koester ik sinds de release als een meesterwerk.

De muziek van de Noorse band is echter geen muziek die om aandacht schreeuwt en dat is waarschijnlijk de reden dat ik de eerste twee platen die de band aan het eind van de jaren 90 uitbracht en de plaat die in 2006 verscheen (en waarvoor ik nu alsnog de jubelrecensies tegen kom) heb gemist en de nieuwe plaat van de band bijna had laten liggen.

The Weight Of Spring heb ik gelukkig niet gemist, want wat is dit een mooie plaat. The White Birch maakt op haar nieuwe plaat verstilde muziek van een bijna onwerkelijke schoonheid.

Het is muziek die doet denken aan de muziek van Tindersticks en Dakota Suite, soms wat heeft van de muziek van Nick Cave, David Sylvian en Jeff Buckley, maar het is ook muziek die nadrukkelijk doet denken aan de muziek die Talk Talk in haar latere jaren maakte.

De muziek van The White Birch is sober en stemmig en vooral donker van aard. The White Birch maakt nog steeds muziek waarin melancholie uitsluitend in grote porties wordt geserveerd, maar wat is het mooie muziek.

Bij beluistering van de muziek van The White Birch valt in eerste instantie vooral de donkere stem van voorman Ola Fløttum op, maar langzaam maar zeker zuigt The Weight Of Spring je de fascinerende instrumentatie in. Deze instrumentatie is uiterst sober, maar luister net wat beter en je hoort een fascinerend klankentapijt waarin steeds weer nieuwe dingen opduiken.

Het is een uit meerdere lagen bestaand klankentapijt dat fraai kleurt bij de donkere stem van Ola Fløttum en het is bovendien een klankentapijt dat de songs van The White Birch kracht en diepte geeft.

Deze songs zijn ook stuk voor stuk van een bijzonder hoog niveau. The White Birch dompelt je aan de ene kant steeds weer onder in weemoed en melancholie, maar aan de andere kant vallen de songs van The White Birch op door prachtige melodieën en klanken die je bij de strot grijpen.

The White Birch heeft met The Weight Of Spring de zoveelste soundtrack voor de Noorse winters gemaakt, maar het is wat mij betreft één van de mooiste tot dusver. Door de donkere klanken en de soms bijna beklemmende sfeer is The Weight Of Spring van The White Birch geen plaat die het goed doet in de volle zon, maar als deze zon eenmaal onder is, geeft de muziek van The Weight Birch de avond kleur.

Het pianospel op de plaat is weergaloos, maar de subtiele accenten van andere instrumenten en de geweldige zang zijn minstens even belangrijke ingrediënten van de muziek van The Weight Birch.

In 2002 was ik al eens bijzonder onder de indruk van Star Is Just A Sun, maar op The Weight Of Spring hebben de Noren hun bijzondere geluid geperfectioneerd. Het levert een even mooie als indrukwekkende plaat op. Erwin Zijleman

The White Buffalo - Year of the Dark Horse (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The White Buffalo - Year Of The Dark Horse - dekrentenuitdepop.blogspot.com

The White Buffalo - Year Of The Dark Horse
Ik had tot dusver niet zo veel met de muziek van The White Buffalo, maar Year Of The Dark Horse is een verpletterend mooi album, waarop het alter ego van Jake Smith bijzondere nieuwe wegen in slaat

White Buffalo, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Jake Smith, gaat inmiddels al heel wat jaren mee en wist vooral liefhebbers van wat traditioneel aandoende countrymuziek aan zich te binden. Op Year Of The Dark Horse voegt Jake Smith elektronica en vooral flink wat rock aan zijn songs toe. Het levert een bijzonder en vaak fascinerend album op, dat twaalf songs lang intens en urgent klinkt en steeds weer net wat andere kanten op gaat. Op zijn nieuwe album overtreft Jake Smith zichzelf als songwriter en laat hij horen dat The White Buffalo met de besten mee kan. Year Of The Dark Horse is een mooie en soms woeste luistertrip, die alleen maar aan kracht blijft winnen.

Het blijft gek als een muzikant jarenlang weinig tot niets met je doet en je dan opeens verplettert met een nieuw album. Het is me deze week overkomen met Year Of The Dark Horse van The White Buffalo. Het alter ego van de Amerikaanse muzikant Jake Smith debuteerde zo’n twintig jaar geleden en heeft inmiddels een zeer respectabel stapeltje albums op zijn naam staan. Het zijn albums waarvan ik er een aantal heb beluisterd, waaronder het in 2020 verschenen On The Widow’s Walk, waarvan een paar weken geleden nog een luxe reissue verscheen.

The White Buffalo maakte tot Year Of The Dark Horse vooral wat traditioneel aandoende en voornamelijk akoestische country, die mij in ieder geval niet bijzonder raakte. Jake Smith wilde op zijn nieuwe album eens wat anders doen en dat is hem uitstekend gelukt. Op Year Of The Dark Horse zijn de invloeden uit de country zeker niet verdwenen, maar The White Buffalo slaat vooral andere wegen in. Het zijn meerdere wegen, want de muzikant uit California heeft een behoorlijk veelzijdig album gemaakt.

Het is een album dat een groot deel van de speeltijd donker tot aardedonker klinkt en dat is voorzien van een wat voller en elektronischer geluid. Ook op Year Of The Dark Horse maakt The White Buffalo ingetogen songs met invloeden uit de country, waarin de donkere stem van Jake Smith sfeerbepalend is. Ook de meer ingetogen songs van de Amerikaanse muzikant kunnen dit keer echter flink ontsporen in ruwe en woeste klanken, waarbij de duivel Jake Smith soms op de hielen zit en de zang misschien nog wel meer uit de bocht vliegt dan de gitaren.

Jake Smith kan het ene moment nog tekenen voor rustgevende vocalen waarbij het aangenaam wegdromen is, maar kan je het volgende moment ruw wakker schudden met uithalen om bang van te worden. Year Of The Dark Horse is sowieso een album van contrasten. Hard en zacht wisselen elkaar af, net als donker en licht, maar The White Buffalo is dit keer ook niet zo stijlvast als op zijn vorige albums.

Het levert een album op dat zich met geen enkel album laat vergelijken. Steeds weer duiken andere namen op, wat het vergelijken van de muziek van The White Buffalo met de muziek van anderen vrij zinloos maakt. Als ik dan toch namen moet noemen kom ik uit bij Tom Waits en Bruce Springsteen en kan ik alleen maar concluderen dat Year Of The Dark Horse alles heeft dat het nieuwe Springsteen album niet heeft en dat het een album is dat Tom Waits nog moet maken.

Bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten en een topproducer, laat Jake Smith horen dat hij een bijzondere muzikant en zanger is, maar toont hij zich vooral een geweldige songwriter. Year Of The Dark Horse bevat twaalf songs en ik vind ze stuk voor stuk bijzonder. Het zijn songs die met zevenmijlslaarzen door de muziekgeschiedenis springen en het zijn songs die lak hebben aan de grenzen van genres, maar het nieuwe album van The White Buffalo is ondanks alle dynamiek en verscheidenheid een consistent klinkend album, dat ik het liefst van kop tot staart beluister, wat goed is voor een fascinerende luistertrip van drie kwartier.

Ik heb het voor de zekerheid ook nog even geprobeerd met de vorige albums van het alter ego van Jake Smith, maar geen van deze albums doet net zoveel met mij als het briljante Year Of The Dark Horse, ook al staat het album zeker niet volledig los van de rest van het oeuvre van The White Buffalo. Of de fans van het eerste uur uit de voeten kunnen met dit bijzondere album weet ik niet, maar een ieder die, net als ik, tot dusver niet viel voor de muzikale verrichtingen van The White Buffalo, moet Year Of The Dark Horse zeker eens proberen. Erwin Zijleman

The Wildmans - Longtime Friend (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Wildmans - Longtime Friend - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Wildmans - Longtime Friend
De muziek van The Wildmans was tot dusver behoorlijk traditioneel, maar op Longtime Friend laten Aila en Elisha Wildman een moderner geluid horen, dat opvalt door prachtig snarenwerk en hele mooie zang

De vorige albums van The Wildmans spraken me slechts bij vlagen aan, maar het deze week verschenen Longtime Friend bevalt me stukken beter. Waar het op de eerste twee albums van het tweetal uit Virginia vooral draaide om het muzikale vuurwerk op de viool en de mandoline, laat het derde album van The Wildmans een voller geluid horen, dat bovendien invloeden uit meerdere genres verwerkt. Het gaat op Longtime Friend ook meer om de songs en in deze songs trekt vooral de stem van Aila Wildman de aandacht. Ze kan niet alleen uitstekend overweg op de viool, maar beschikt ook over een mooie stem, die is gemaakt voor het over het algemeen wat traditioneler klinkende werk van The Wildmans.

The Wildmans is een duo uit Floyd, Virginia, dat bestaat uit broer en zus Aila en Elisha Wildman. Ik ken het duo van hun vorige twee albums, die ik op zich wel interessant vond, maar ook een stuk te traditioneel naar mijn smaak. Het zijn albums waarop Aila en Elisha vooral in de archieven van de bluegrass en de Appalachen folk doken.

Dat betekent dat het snarenwerk razendsnel was en hier en daar zelfs verbijsterend snel, maar ik was ook zeker onder de indruk van de stem van Aila Wildman, al speelde zang op het grotendeels instrumentale debuutalbum van The Wildman slechts een zeer bescheiden rol.

Aila en Elisha Wildman groeiden op aan de voet van de Appalachen en kennen hun klassiekers. Ze zijn bovendien allebei geschoolde muzikanten die wonderen kunnen verrichten met de viool (Aila) en de mandoline (Elisha). Aan muzikaal vuurwerk derhalve geen gebrek op de eerste twee albums van The Wildmans, maar ik werd uiteindelijk toch vooral onrustig van het jachtige snarenwerk en het wel erg traditionele geluid, al bevatte met name het tweede album van het duo ook een aantal prachtige songs.

Het deze week verschenen derde album van The Wildmans bevalt me een stuk beter. Aila en Elisha Wildman laten zich ook op Longtime Friend beïnvloeden door oude bluegrass en Appalachen folk, maar het album klinkt een stuk eigentijdser en kleurt ook buiten de lijntjes van de genoemde genres.

Aila en Elisha Wildman maken nog steeds geen geheim van hun vaardigheden op respectievelijk de viool en de mandoline, maar de muziek staat op Longtime Friend in dienst van de songs en van de stemmen van de twee, waarbij Aila meestal het voortouw neemt en Elisha de harmonieën compleet maakt.

Vergeleken met de blinkende countrypop uit Nashville klinkt de muziek van The Wildmans nog steeds behoorlijk traditioneel, maar de twee bestrijken dit keer een veel breder palet binnen de Americana en voegen invloeden uit met name de country en hier en daar de gospel toe. In muzikaal opzicht is het nog steeds indrukwekkend, want wat kunnen Aila en Elisha Wildman spelen, maar gelukkig worden er niet de hele tijd snelheidsrecords gebroken en blijft het echte muzikale spierballenvertoon uit.

Zeker in de songs waarin de instrumenten een stapje terug doen maakt met name Aila Wildman indruk met haar stem en laten broer en zus Wildman horen dat ze songs kunnen schrijven die ook een wat minder traditioneel georiënteerd rootspubliek aan kunnen spreken.

The Wildmans maken natuurlijk niet alleen muziek voor mij, maar als het aan mij ligt kiest het duo uit Virginia op haar volgende album voor een nog wat minder traditioneel geluid. Als ik dan toch mag kiezen mag het van mij ook net wat minder braaf, want ik heb het idee dat Aila en Elisha Wildman met een net wat ruwer geluid nog wat meer indruk kunnen maken.

Het neemt niet weg dat Longtime Friend een erg mooi album is, dat zeker met de mooiste songs op het album een behoorlijk hoog niveau aantikt. Vergeleken met de eerste twee albums hoor ik op album nummer drie, dat overigens is verschenen na een stilte van vijf jaar, echt enorm veel groei, waardoor ik nu al benieuwd ben naar de volgende muzikale verrichtingen van The Wildmans. Erwin Zijleman

The Wood Brothers - One Drop of Truth (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Wood Brothers - One Drop Of Truth - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik was tot dusver nog niet heel erg onder de indruk van de platen van The Wood Brothers, maar het productionele werk van Oliver Wood op het debuut Cicada Rhythm viel me precies een week geleden wel in positieve zin op.

Ik heb daarom de onlangs verschenen nieuwe plaat van The Wood Brothers er bij gepakt en wat is dit een heerlijke plaat, zeker bij de zomerse temperaturen van het moment.

The Wood Brothers is een trio uit Boulder, Colorado, en tegenwoordig ook uit Nashville, Tennessee, dat bestaat uit de broers Chris (staande bas en zang) en Oliver Wood (gitaren, zang) en multi-instrumentalist Jano Rix (drums, gitaren, keyboards, zang).

De band brengt inmiddels al een jaar of twaalf platen uit en het zijn platen die met name onder liefhebbers van traditionelere Amerikaanse rootsmuziek worden geprezen. Op haar nieuwe plaat One Drop Of Truth voegt het trio uit Colorado nog wat extra invloeden toe aan haar muziek en verrast het met een plaat die zich laat beluisteren als een bloemlezing uit de geschiedenis van de Amerikaanse rootsmuziek.

One Drop Of Truth herinnert aan de hoogtijdagen van Little Feat en met name The Band, maar The Wood Brothers kunnen ook uit de voeten met ingetogen folksongs die de folkhelden uit de late jaren 60 graag hadden geschreven. Op One Drop Of Truth gaan The Wood Brothers aan de haal met invloeden uit de folk, blues, jazz en nog veel meer.

Het knappe van de plaat is dat al deze invloeden op fraaie wijze aan elkaar worden gesmeed, wat een fraai en consistent geluid oplevert. In muzikaal opzicht klinkt het fantastisch. The Wood Brothers spelen uiterst subtiel en gevoelig, maar wanneer het nodig is mogen de gitaren ook lekker los gaan met bluesy licks.

Het is een geluid dat je onmiddellijk het diepe Zuiden van de Verenigde Staten in sleept en beelden van de Mississippi op het netvlies tovert, maar de klanken van The Wood Brothers doen het ook uitstekend in de Nederlandse lente.

In muzikaal opzicht is het smullen van het warme maar ook ruimtelijke geluid vol mooie details, maar ook in vocaal opzicht maken The Wood Brothers op One Drop Of Truth diepe indruk. De zang op de plaat is niet alleen van hoog niveau, maar klinkt ook precies zo emotievol en doorleefd als je bij dit soort muziek verwacht. De incidenteel opduikende harmonieën zijn de kers op de taart.

Het is knap hoe The Wood Brothers met zijn drieën zo’n mooi en gevarieerd geluid neer weten te zetten en het is een geluid dat ook nog eens prachtig uit de speakers komt. De productie van de plaat is van Daniel Lanois allure, maar ook het produceren van One Drop Of Truth deden The Wood Brothers gewoon zelf.

Het levert een plaat op die wat mij betreft thuis hoort tussen de beste Amerikaanse rootsplaten die tot dusver in 2018 zijn verschenen en de rek is er nog lang niet uit. Wat een aangename verrassing. Erwin Zijleman

The xx - I See You (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The xx - I See You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Het uit Londen afkomstige The xx maakte in 2009 een vliegende start met haar titelloze debuut dat door de critici met louter superlatieven werd onthaald.

Daar viel helemaal niets op af te dingen, want het Britse trio creëerde op haar debuut een heel bijzonder of zelfs uniek geluid.

De combinatie van eenvoudige basloopjes, een monotoon tikkende drumcomputer, stemmige gitaarminiatuurtjes, wat atmosferische toetsen en de ingetogen en vaak wat monotone vocalen van Oliver Sim en Romy Madley Croft intrigeerde mateloos en leek in eerste instantie met vrijwel niets te vergelijken.

Uiteindelijk drong vergelijkingsmateriaal zich aan in de vorm van het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide debuut van het uit Wales afkomstige Young Marble Giants (dat met het uit 1980 stammende Colossal Youth helaas maar één plaat maakte), maar The xx voegde ook volop eigen elementen toe aan haar onderkoelde maar ook zwoele muziek.

Op het in 2012 verschenen Coexist borduurde The xx vooral voort op haar zo succesvolle debuut, al was de rol van Jamie Smith, die inmiddels als Jamie xx met veel succes als producer aan de weg timmerde, wel iets gegroeid.

Dat bleef op Coexist nog beperkt tot een net iets intensiever gebruik van beats, maar op het nu verschenen I See You kiest The xx voor een duidelijk voller geluid. Het is een geluid dat af en toe flink opschuift richting de moderne dansmuziek, maar ook als The xx flink uitpakt met jungle ritmes, samples, breed uitwaaierende synths en ingeblikte blazers, houdt de muziek van het Britse drietal iets onderkoelds en bezwerends.

De uitbundige klanken van de openingstrack houden zeker niet de hele plaat aan, want I See You bevat ook meerdere tracks die goed aansluiten op de vorige twee platen van The xx. Het is knap hoe de band uit Londen haar muziek heeft verrijkt met uitbundigere ritmes en veel vollere klanken, maar op hetzelfde moment het mysterieuze, onderkoelde en minimalistische van haar eerste twee platen vast heeft weten te houden.

Vergeleken met deze eerste twee platen zijn zowel Oliver Sim als Romy Madley Croft veel beter gaan zingen, terwijl Jamie xx inmiddels precies weet hoe een moderne elektronische plaat moet klinken.

Heel even verlangde ik bij beluistering van I See You terug naar de sobere klanken van het debuut van de band, maar de derde plaat van The xx blijkt al snel een enorme groeiplaat. Het lijkt er soms op dat de vollere klanken en de nadrukkelijker aanwezige beats de intimiteit en desolate sfeer van de muziek van The xx alleen maar hebben vergroot.

Verder zijn de popliedjes van het drietal sinds het debuut rijker en mooier geworden, waardoor I See You zich steeds meer opdringt en steeds dierbaarder wordt. Na twee breed bejubelde platen heeft The xx gekozen voor een andere koers. Dat is niet alleen moedig, maar pakt ook fantastisch uit. I See You is een beklemmende prachtplaat die de ruwe diamanten van The xx flink laten fonkelen. Een veelbelovende aftrap van het muziekjaar 2017. Erwin Zijleman

The Yearlings - After All the Party Years (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: The Yearlings - After All The Party Years - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: The Yearlings - After All The Party Years
De Utrechtse band The Yearlings behoort al een jaar of 25 tot de best bewaarde geheimen van de Nederlandse popmuziek en laat ook op After All The Party Years weer horen dat het tot grootse dingen in staat is

Liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek met een stevige gitaarinjectie, die nog niet hebben geluisterd naar After All The Party Years van The Yearlings, lopen het risico een geweldig album te missen. De Utrechtse band maakte sinds de prille start van dit millennium slechts vier albums, maar ze zijn allemaal heel erg goed. Het vorige week verschenen vierde album is wat mij betreft de beste van het stel. De band kan nog altijd uitstekend uit de voeten met de inspiratie uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar is dit keer ook niet vies van een wat stevigere rockinjectie, wat fantastisch uitpakt. Ik heb een mooi rijtje alt-country klassiekers in de kast staan, maar dit album is echt niet minder.

Van de Nederlandse band The Yearlings besprak ik ruim zes jaar geleden het album Skywriting. Ik noemde het na een stilte van een kleine veertien jaar verschenen derde album van de band een rootsplaat met internationale allure en dat was het absoluut. De mix van countryrock, rootsrock en alt-country riep bij mij associaties op met onder andere The Byrds, Big Star, The Eagles, Crosby, Stills, Nash & Young en van iets recentere datum The Jayhawks en dat is nogal wat.

Het is wederom een tijdje stil geweest rond de Utrechtse band, maar met After All The Party Years verscheen vorige week eindelijk weer een nieuw album van The Yearlings, het vierde album in een kleine 25 jaar tijd. Heel productief is de Nederlandse band dus niet, maar met de kwaliteit van de eerste drie albums was niets mis en ook album nummer vier is weer een prachtalbum geworden.

The Yearlings hadden dit keer maar een kleine minuut nodig om me compleet omver te blazen. Na een kleine minuut ontsporen immers de gitaren op het album en maakt de Utrechtse band de mooiste Amerikaanse rootsmuziek met een rockimpuls die ik de laatste tijd heb gehoord. Ook op haar nieuwe album citeert de band weer uit de archieven van de countryrock uit de jaren 70 en de alt-country uit de jaren 90, maar ook het wat stevigere gitaarwerk wordt niet uit de weg gegaan, wat de band ook wat richting American Underground en de muziek van bijvoorbeeld R.E.M. duwt.

Openingstrack Medicine Ball klinkt als het soort Amerikaanse rootsmuziek en rockmuziek dat het in de jaren 90 heel goed deed op de Amerikaanse radiostations die je destijds tijdens een roadtrip opzocht, maar de songs van The Yearlings zijn een stuk memorabeler dan de meeste songs die je destijds op de radio hoorde.

Het is de verdienste van het geweldige gitaarwerk van de gitaristen van de band, maar ook de ritmesectie van de band speelt fantastisch, terwijl de bijdragen van de toetsen en orgels zeer functioneel zijn. After All The Party Years is een album waarvan je alleen maar ongelooflijk blij kunt worden, maar het is ook een heel erg goed album.

In iedere song tekent de band weer voor een net wat ander geluid. Het is over het algemeen een redelijk vol geluid met meerdere lagen gitaren, maar desondanks komt alles helder uit de speakers. Het is razend knap hoe de Utrechtse band schakelt tussen rootsmuziek en rockmuziek en het resultaat klinkt echt bijzonder lekker.

In muzikaal opzicht is After All The Party Years niet te versmaden en de songs zijn allemaal even aansprekend, maar de band heeft nog meer te bieden. The Yearlings kan beschikken over meerdere getalenteerde zangers, die hun stemmen ook prachtig combineren in harmonieën, die me meer dan eens aan The Jayhawks doen denken. De harmonieën van The Jayhawks waren voor mij het hoogtepunt van de eerste alt-country golf, maar hetgeen The Yearlings er ruim 30 jaar tegenover zet is zeker niet minder.

Zeker wanneer je After All The Party Years met wat steviger volume of met de koptelefoon beluistert komen de gitaren van alle kanten en als dan ook nog eens een pedal steel opduikt weet je echt niet meer waar je het moet zoeken. Iedereen die de vorige albums van The Yearlings kent, weet hoe goed de Nederlandse band is, maar op haar vierde album doet de band er ook nog eens een schepje bovenop. Hier moeten ze in de Verenigde Staten maar eens snel naar gaan luisteren, want zo goed als dit heb ik dit soort muziek al tijden niet meer gehoord. Erwin Zijleman

The Yearlings - Skywriting (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Yearlings - Skywriting - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Utrechtse band keert terug na een afwezigheid van een jaar of 14 en levert een rootsplaat met internationale allure af

Ik ontdekte de eerste twee platen van The Yearlings pas toen de band al lang niet meer bestond, maar dit keer ben ik er op tijd bij. Het is maar goed ook, want de derde van de band uit Utrecht is een prachtplaat. Skywriting citeert uit de archieven van de countryrock, rootsrock en alt-country, maar klinkt ook fris en eigentijds. De instrumentatie en productie klinken prachtig, de vocalen zijn uitermate trefzeker en de songs op de plaat zijn van het soort dat je na één keer horen nooit meer wilt vergeten. Het is overvol in dit genre op het moment, maar het is een plaat van eigen bodem die er een flink stuk bovenuit steekt.

In de eerste vijf jaar van het nieuwe millennium leverde de Utrechtse band The Yearlings een tweetal uitstekende platen af.

Het was in een periode dat ik muziek van eigen bodem nog wat lager inschatte dan muziek uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Dat gold zeker voor Amerikaanse rootsmuziek, die ik toch bij voorkeur uit de Verenigde Staten haalde.

Ik heb de eerste twee platen van The Yearlings daarom pas jaren later ontdekt, op een moment dat het doek voor de Nederlandse band al lang was gevallen.

Vorige week dook een nieuwe plaat van The Yearlings op en Skywriting blijkt inderdaad gemaakt door dezelfde band die in 2002 een titelloos debuut afleverde en in 2004 de plaat Utrecht uitbracht.

Skywriting is zo’n plaat die je onmiddellijk een goed gevoel geeft. De Utrechtse band maakt feelgood muziek vol flarden uit een ver verleden. Bij beluistering van de nieuwe plaat van The Yearlings denk je aan de hoogtijdagen van The Byrds, Big Star, The Eagles en Crosby, Stills, Nash & Young, terwijl van iets recentere datum flarden van The Jayhawks opduiken.

Het is een imposant rijtje namen, maar het is ook een rijtje namen dat nog niet het hele verhaal van Skywriting vertelt. De muziek van de band kan immers ook lekker stevig klinken en opschuiven richting Southern Rock, om maar een van de uitstapjes op de plaat te noemen.

Met Skywriting begeven The Yearlings zich op een lastig terrein. Er verschijnen jaarlijks tientallen en misschien zelfs wel honderden platen die zich door hetzelfde rijtje namen hebben laten inspireren, waardoor de concurrentie moordend is. Op voorhand had ik niet verwacht dat een net na lange afwezigheid teruggekeerde band uit Utrecht deze concurrentie aan zou kunnen, maar The Yearlings flikken het wel.

Skywriting is een plaat waarop alles klopt. De Utrechtse band komt met een gloedvol geluid vol fraaie accenten op de proppen. Het is een, overigens prachtig opgenomen, geluid waarin de gitaren en andere snareninstrumenten meestal de show stelen, maar ook de ritmesectie en de toetsenist kleuren het volle geluid van The Yearlings prachtig in en dan zijn er ook nog eens de bijzonder fraaie bijdragen van pedal steel speler René van Barneveld, die in een vorig leven baanbrekende dingen deed met Urban Dance Squad.

Ook in vocaal opzicht is Skywriting een ijzersterke plaat. Oelaf Koeneman en Niels Goudswaard staan individueel hun mannetje, maar tillen elkaar ook naar grote hoogten, net als een aantal van de hierboven genoemde voorbeelden dat deden in een ver verleden. Het zijn al een aantal belangrijke ingrediënten voor een uitstekende plaat, maar Skywriting heeft nog veel meer te bieden.

De plaat staat zoals gezegd vol met songs die onmiddellijk een goed gevoel geven, maar het zijn ook songs die mooi en interessant blijven, ook als je ze voor de zoveelste keer hoort. Het zijn songs vol flarden uit de geschiedenis van de rootsrock, countryrock en alt-country, maar Skywriting heeft ook het frisse en eigenzinnige van een deel van de platen van R.E.M., om nog maar eens een naam te noemen.

Platen van eigen bodem beoordeel ik al lang niet meer op een andere manier dan platen uit de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk. Het is ook niet nodig, want zo goed als The Yearlings klonken het afgelopen jaar maar heel weinig bands in dit genre, misschien zelfs geen enkele band. Prachtplaat. Erwin Zijleman

The Young Folk - First Sign of Morning (2016)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Young Folk - First Sign Of Morning - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Ierse band The Young Folk debuteerde vorig jaar zeer verdienstelijk met The Little Battle, maar kreeg de handen van de critici toch niet volledig op elkaar.

Dat was op zich begrijpelijk. The Young Folk borduurt met haar muziek nadrukkelijk voort op die van Mumford & Sons en haar soortgenoten en daar zijn de critici zo langzamerhand wel een beetje op uitgekeken.

Liefhebbers van eigentijdse folkmuziek hebben The Young Folk vorig jaar overigens wel omarmd, mede dankzij de uitstekende live optredens van de band.

Ook bij beluistering van de tweede plaat van The Young Folk, First Sign Of Morning, zal de naam van Mumford & Sons regelmatig opduiken, of je dat nu wilt of niet, maar toch is de tweede plaat van de Ierse band een hele aangename plaat.

De muziek van The Young Folk is gelukkig een stuk minder gejaagd dan die van de Britse band (die de folk inmiddels vaarwel heeft gezegd) en is bovendien een stuk veelzijdiger. The Young Folk kan goed uit de voeten in de folk die het goed doet op de festivalweides, maar slaat ook bruggen naar de meerstemmige folk uit het verleden en de indie-rock van het moment.

First Sign Of Morning klinkt hierdoor wat minder braaf en ook wat minder eenvormig dan het debuut van de band en is een plaat die het absoluut verdient om gehoord te worden. Zeker wanneer The Young Folk zich buiten de gebaande paden van het debuut begeeft, stapelen de goede momenten zich in sneltreinvaart op.

In muzikaal opzicht steekt het allemaal behoorlijk goed in elkaar, voorman Anthony Furey is een uitstekend zanger en de songs van de band laten een mooi evenwicht horen tussen lekker in het gehoor liggende passages en momenten waarop het avontuur de boventoon voert.

First Sign Of Morning weet daarom makkelijk 11 tracks lang te boeien en is bovendien een plaat die door kan groeien. Het zal nog wel even duren voor The Young Folk zich kan ontworstelen aan de vergelijking met de populaire folkies van een paar jaar geleden, maar in kwalitatief en artistiek opzicht is de Ierse band deze folkies al lang voorbij. Erwin Zijleman

The Young Folk - The Little Battle (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: The Young Folk - The Little Battle - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Hoe lang kan een plaat op de stapel voor een recensie op deze BLOG blijven liggen? Heel lang blijkt maar weer, want The Little Battle van de Ierse band The Young Folk heb ik echt al maanden in huis.

Dat de plaat zo lang op de stapel is blijven liggen ligt overigens voor een deel aan de promotor van deze plaat, want deze wist me na het toesturen van de plaat te vertellen dat de band te zien zou zijn in het programma rond Nick en Simon.

Nu is dat programma een stuk beter te pruimen dan de muziek van het tweetal, maar een aanbeveling was het voor mij toch zeker niet. Steeds als ik de plaat van The Young Folk op de stapel zag liggen, zag ik ook direct de blozende gezichten van Nick en Simon voor me en lag het debuut van The Young Folk weer helemaal onderop. Niet terecht misschien, maar het was niet anders.

Op één van de eerste mooie lentedagen van 2015 veranderde dit dan eindelijk. Het was een goed gekozen moment, want het debuut van The Young Folk doet het uitstekend op een mooie lentedag.

The Young Folk is zoals gezegd een Ierse band, die in zanger-gitarist en songwriter Anthony Furey haar belangrijkste man heeft. Deze Anthony Furey kreeg de muziek met de paplepel ingegoten, want vaderlief George maakte deel uit van de fameuze band The Furey Brothers.

De paplepel uit huize Furey heeft zijn sporen nagelaten, want The Young Folk maakt muziek die voor een deel stevig verankerd is in de tradities van de Ierse folk. Aan de andere kant probeert The Young Folk ook een eigentijds tintje aan deze folk te geven en treedt het zowel qua instrumentarium als qua songstructuren met enige regelmaat buiten de gebaande paden van de traditionele Ierse folkmuziek.

De band schuurt hierbij met enige regelmaat tegen de muziek van een band als Mumford And Sons aan, al klinkt de muziek van The Young Folk wel wat authentieker en is deze muziek bovendien wat minder gericht op het imponeren van overvolle festivalweides. Naast Mumford And Sons hoor ik ook met enige regelmaat associaties met de muziek van Amerikaanse bands als Fleet Foxes, The Low Anthem en The Lumineers, waarmee ongeveer duidelijk zal zijn in welk hokje het debuut van The Young Folk past. Het vleugje Waterboys zet je vervolgens weer op het verkeerde been.

The Young Folk beschikt op haar debuut over een aantal sterke wapens. Een van de sterkste wapens is de stem van Anthony Furey. Het is een stem met een bijzonder geluid en het is bovendien een stem met een heel mooi rauw randjes, wat de muziek van The Young Folk een doorleefder karakter geeft dan je op basis van de leeftijd van de bandleden zou verwachten. Anthony Furey is zeker niet het enige lid van de band dat kan zingen, waardoor we met enige regelmaat ook nog eens worden getrakteerd op bijzonder fraaie harmonieën.

Ook in muzikaal opzicht heeft The Young Folk meer te bieden dan het zoveelste folkbandje. De band sluit deels aan op de tradities van de Ierse folkmuziek, bijvoorbeeld door het intensieve gebruik van de viool, maar kiest ook met enige regelmaat voor een moderner en meer gitaar georiënteerd geluid. The Young Folk klinkt hierdoor frisser en moderner dan de soortgenoten uit de Ierse historie, maar heeft in muzikaal opzicht meer te bieden dan een wel erg lichtvoetig bandje als Mumford & Sons.

Omdat The Young Folk ook nog eens op de proppen komt met een aantal prima songs, is The Little Battle een debuut dat meer aandacht verdient dan ik de plaat tot dusver heb gegeven. Het is een plaat die zowel in muzikaal, instrumentaal als artistiek opzicht veel te bieden heeft. Dat de plaat het ook nog eens uitstekend doet in het lentezonnetje is een bonus. Erwin Zijleman

Theia - Girl, in a Savage World (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Theia - Girl, In A Savage World - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Theia - Girl, In A Savage World
Theia is een Nieuw-Zeelandse muzikante met Maori wortels die in Los Angeles muziek maakt, wat een bijzondere mix van invloeden, ongrijpbare maar ook aanstekelijke songs en heel veel muzikale en vocale pracht oplevert

Toen ik Girl, In A Savage World van Theia een week geleden voor het eerst beluisterde wist ik niet wat ik hoorde en dat weet ik nog steeds niet precies. Girl, In A Savage World is absoluut een popalbum en bij vlagen een best toegankelijk popalbum, maar het is ook een popalbum met een volkomen uniek eigen geluid. Je hoort het in de muziek, die alle kanten op kan, maar je hoort het vooral in de zang, die het ene moment klinkt als 100% pop, maar het volgende moment als 0% pop. Girl, In A Savage World is volgestopt met bijzondere wendingen, muzikale hoogstandjes en vocale verwondering. Het is een album dat het je niet makkelijk maakt, maar waar je wel zomaar als een blok voor kunt vallen.

In Australië en Nieuw-Zeeland kan de zomer ieder moment beginnen en dat is meestal een moment waarop nog flink wat nieuwe albums verschijnen. De nieuwsbrief van de muziekwinkel Flying Out Records uit het Nieuw-Zeelandse Auckland, een van mijn belangrijke tipgevers, zat dan ook stampvol de afgelopen week.

Australië was goed voor de nieuwe albums van The Belair Lip Bombs en Stella Donnelly, terwijl Nieuw-Zeeland leverancier was van een aantal bijzondere popalbums. Een aantal van deze albums komt mogelijk nog terug in de komende weken, maar ik wil nu al stil staan bij het album dat me het meest opviel de afgelopen week.

Het gaat om Girl, In A Savage World van Theia en het is een album dat me maar blijft verrassen en verbazen. Theia is het alter ego van de in het Nieuw-Zeelandse Christchurch (Ōtautahi) geboren Em-Haley Walker, die Maori wortels heeft. Ze heeft inmiddels Los Angeles als thuisbasis, maar is ook haar Nieuw-Zeelandse en Maori wortels niet vergeten. Girl, In A Savage World laat hierdoor een bijzondere mix van invloeden en culturen horen, wat een fascinerend album oplevert.

Het debuutalbum van Theia is deels een popalbum zoals deze in Los Angeles wel meer worden gemaakt, maar Girl, In A Savage World klinkt minstens net zo vaak totaal anders dan de andere popalbums die in Los Angeles worden gemaakt. Het debuutalbum van Theia heeft het eigenzinnige dat de Nieuw-Zeelandse popmuziek van het moment kenmerkt, maar de Nieuw-Zeelandse muzikante verwerkt ook invloeden uit de Maori cultuur in haar teksten en in haar muziek.

Het levert bijzondere songs op, die het ene moment verrassend toegankelijk en aanstekelijk klinken, maar het volgende moment totaal anders klinken dan alles dat je gewend bent. Het zit hem deels in de muziek, waarvoor ook traditionele Maori instrumenten zijn ingezet, maar het zit hem vooral in de zang op Girl, In A Savage World.

Theia beschikt over een mooie stem die het goed doet in de toegankelijke popsongs op haar debuutalbum, maar als ze een stukje hoger zingt heb ik eerder associaties met Scandinavische of IJslandse ijsprinsessen dan met een popster uit Nieuw-Zeeland. Het knappe van Girl, In A Savage World is dat Theia bijna naadloos schakelt tussen haar muzikale werelden. Het ene moment hoor je een wereldhit in de dop, het volgende moment volstrekt ongrijpbare klanken.

In muzikaal en productioneel opzicht zit het allemaal razendknap en buitengewoon fascinerend in elkaar, maar de bijzondere zang zorgt er voor dat Girl, In A Savage World een popalbum is dat zijn gelijke niet kent in het aanbod van het moment. Ik blijf me verbazen over de zang, die nog wat ongrijpbaarder klinkt wanneer Theia in een Maori taal zingt, maar die niet alleen verbaast, maar ook betovert, want de Nieuw-Zeelandse muzikante beschikt over een prachtige stem, die ook zonder muziek makkelijk overeind blijft.

Ook in muzikaal opzicht is Girl, In A Savage World een album dat je blijft verrassen, tot het na 21 minuten opeens voorbij is. Dat is voor een album erg kort en misschien is het meer een minialbum, maar omdat er zo verschrikkelijk veel gebeurt op het album is 21 minuten ook wel genoeg. Girl, In A Savage World is bovendien een album dat je ook best twee keer na elkaar kunt beluisteren, want je blijft nieuwe dingen horen in de fascinerende muziek van Theia. Erwin Zijleman

Then Comes Silence - Machine (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Then Comes Silence - Machine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Then Comes Silence - Machine
Postpunk albums zijn er in overvloed en iets toevoegen aan alles dat er al is valt niet mee, maar de Zweedse band Then Comes Silence slaagt er wat mij betreft glansrijk in

Donkere tijden vragen om donkere muziek en de muziek van de Zweedse band Then Comes Silence is absoluut donker te noemen. Machine is een album dat in het hokje postpunk past en raakt net zoveel aan de muziek van bands als Editors en White Lies als aan die van iconen uit het verleden als The Mission en Killing Joke. Postpunk met een randje gothic en het nodige bombast, maar ook postpunk vol wonderschone gitaarlijnen en ijle synths. Melancholie is nooit ver weg op dit aardedonkere album, maar de Zweedse band maakt ook indruk met hele sterke songs die ook nog eens lang door groeien.

Het zijn momenteel donkere en onzekere tijden en onbewust heeft dat ook wat invloed op de muzieksmaak. Machine van de Zweedse band Then Comes Silence doet het momenteel verassend goed in de rotatielijst van Musicmeter.nl en ook mij bevalt het nieuwe album van de band uit Stockholm uitstekend.

Then Comes Silence bestaat al een jaar of tien en bracht de afgelopen jaren vier albums uit. Machine is het vijfde album van de band uit Stockholm en het is met een beetje fantasie de soundtrack van deze tijd.

Als ik een hokje moet bedenken waar de muziek van Then Comes Silence in moet worden gestopt, kom ik al snel uit bij het hokje postpunk. Machine is niet heel ver verwijderd van de albums van hedendaagse postpunk bands als Editors en White Lies, maar ik hoor ook de nodige echo’s uit het verre verleden, waarbij ik vooral uitkom bij bands als Killing Joke en The Mission.

De muziek van Then Comes Silence op Machine verdient niet direct de originaliteitsprijs. Donkere bassen, loodzware drums, stevige gitaarriffs, ijle synths en breed uitwaaiende gitaarlijnen worden gecombineerd met donkere vocalen vol melancholie. Het is allemaal eerder gedaan, maar overbodig is Machine van Then Comes Silence zeker niet. De Zweedse band verrast op haar vijfde albums immers met uitstekende songs.

Het zijn songs die keer op keer de spanning fraai opbouwen, maar het zijn ook songs die op een of andere manier aanstekelijk zijn. Het zijn songs die aardedonker en groots en meeslepend zijn, maar het zijn ook songs die binnen het hokje postpunk een breed palet bestrijken en hier en daar uit het hokje breken.

Incidenteel sijpelen wat invloeden uit de shoegaze door, maar Machine is ook niet vies van gothic of van 80s New Wave. Af en toe hoor je een vleugje Joy Division, maar over het algemeen dragen bands als The Mission, Sisters Of Mercy en Killing Joke toch het meest relevante vergelijkingsmateriaal aan.

Then Comes Silence maakt op Machine album vooral muziek die bestaat uit zwart en de nodige grijstinten. Geen muziek om vrolijk van te worden, al zijn het zeker niet alleen maar zwarte wolken die overdrijven. De band uit Stockholm maakt haar muziek net wat lichter door incidenteel vrouwenstemmen toe te laten en door af en toe te kiezen voor ruimtelijke klanken, maar de loodzware ritmesecties en aardedonkere gitaarakkoorden en bijkleurende vocalen zijn nooit ver weg.

Het is zoals gezegd muziek die al heel lang gemaakt wordt en ook al heel vaak gemaakt is, maar toch slaagt de Zweedse band er in om de aandacht vast te houden. Van de zang moet je houden, maar hij past wel uitstekend bij het genre, net als de ritmesectie op het album. Beiden variëren gelukkig ook wel wat op het album, waardoor de muziek van Then Comes Silence minder eenvormig klinkt dan die van de meeste soortgenoten. De meeste indruk maken wat mij betreft de twee gitaristen van de band, die de wat pompeuze songs van de Zweedse band steeds weer net wat anders inkleuren en driftig strooien met wonderschone gitaarlijnen.

Of het door de donkere tijden komt weet ik niet, maar Machine van Then Comes Silence is het eerste postpunk album in lange tijd dat me weet te boeien, ook bij herhaalde beluistering. In afwachting van zomerse tijden wellicht, maar dat zal de tijd leren. Erwin Zijleman

Theo Sieben - Delphinidin (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Theo Sieben - Delphinidin - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Nederlandse muzikant Theo Sieben oogstte in 2012 veel lof met zijn plaat Invite To Dance, maar het eerder deze maand verschenen Delphinidin is mijn eerste kennismaking met zijn muziek. Het is een kennismaking die naar veel meer smaakt.

Theo Sieben maakt op Delphinidin muziek die vooral is beïnvloed door de Amerikaanse blues, maar de van oorsprong uit de Peel afkomstige muzikant geeft hier wel een eigen draai aan.

Na een kort akoestisch intro verrast Delphinidin direct met de bijzondere titeltrack, waarin invloeden uit de blues worden gecombineerd met bijzondere blazers (waaronder een Franse hoorn) en dromerig aandoende koortjes.

Waar veel Nederlandse muzikanten er helaas niet in slagen om hun afkomst te verbergen, is de wijze waarop Theo Sieben zijn teksten voordraagt van internationale allure. Hetzelfde geldt voor zijn muziek.

Het is knap hoe een aantal songs op Delphinidin redelijk traditioneel opent, maar langzaam maar zeker wordt voorzien van ingrediënten die de muziek van Theo Sieben een eigen geluid geven. Het is even knap hoe Theo Sieben op Delphinidin met pure en doorleefde tracks kan aansluiten bij de bluesmuziek uit een heel ver verleden.

Bij beluistering van de plaat waan je jezelf meer dan eens op een veranda aan de oevers van de Mississippi, in een broeierige plattelandskerk, of in een club in één van de belangrijke straten van New Orleans (zeker wanner de trombone van Joost Belinfante aanschuift) en eigenlijk maar zelden in Amsterdam (de huidige woonplaats van Theo Sieben en ook de plek waar de plaat werd opgenomen).

De basis van de muziek van Theo Sieben wordt gevormd door zijn fraaie gitaarspel (op vintage bluesgitaren) en zijn doorleefde maar ook veelzijdige stem, maar ook de bijdragen van onder andere blazers, andere snareninstrumenten, orgel, percussie en een incidentele vrouwenstem dragen nadrukkelijk bij aan de bijzondere sfeer op Delphinidin.

Theo Sieben heeft een plaat gemaakt die ver is verwijderd van onze jachtige samenleving. Wanneer je je open stelt voor de mooie klanken en indringende songs op de plaat staat de tijd even stil en is er alle aandacht voor de schoonheid van het moment. Dat kunnen we in deze dagen vol heftig nieuws wel even gebruiken, maar Delphinidin van Theo Sieben is wat mij betreft ook een blijvertje. Erwin Zijleman

Therapy? - Troublegum (1994)

poster
Nu een fraaie reissue. Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Therapy? - Troublegum, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Noord-Ierse band Therapy? werd in 1989 geformeerd in Belfast en is tot op de dag van vandaag actief. Als ik aan Therapy? denk, denk ik eigenlijkmaar aan één ding: Troublegum. De vierde plaat van Therapy? verscheen precies twintig jaar geleden, was tien klassen beter dan zijn drie voorgangers en was ook tien klassen beter dan alle platen die de band nog zou maken (en dat waren er als ik goed heb geteld nog een stuk of tien). Troublegum sloeg twintig jaar geleden in als een bom en dat merken we twee decennia later nog steeds. Tot Troublegum was Therapy? een aardige live band, maar ook niet meer dan dat. Ook na Troublegum was Therapy? een aardige live band en niet veel meer dan dat, maar met Troublegum leverde de band een ware klassieker af. Veertien songs van twee tot hooguit vier minuten en veertien keer recht voor zijn raap. Troublegum bevatte de rauwe energie van de punk, maar Therapy? beheerste ook het kunstje van het maken van een perfecte rocksong. Later zou Therapy? complexere muziek gaan maken, maar op Troublegum regeerde de eenvoud. In jaren waarin de Amerikaanse grunge de rockmuziek domineerde leken de Britse bands geen antwoord te hebben op al het Amerikaanse gitaargeweld, maar de aanval van Therapy? was vlijmscherp en loeihard. In 1994 was Belfast niet bepaald de plek waar je op wilde groeien als puber en dat is te horen op Troublegum. De plaat loopt over van frustratie en emotie en is een trefzekere aanval op alles wat het leven in Belfast in de jaren 90 zo kleurloos en onzeker maakte. Ik heb lange tijd gedacht dat Troublegum niet veel meer was dan de juiste plaat op het juiste moment, maar na beluistering van de recent verschenen Deluxe Edition van Troublegum, kan ik concluderen dat het meesterwerk van Therapy? nog altijd staat als een huis. Deze Deluxe Edition is voorzien van heel veel bonusmateriaal, maar eigenlijk draait het ook na twintig jaar nog steeds om maar één ding: de veertien songs van Troublegum. Het is niet heel makkelijk om te beschrijven wat er zo goed is aan deze plaat. Therapy? klinkt op Troublegum nog niet als een hele ervaren band, de teksten zijn soms bijna puberaal en in muzikaal opzicht gaat het allemaal niet heel ver, maar op één of andere manier komt deze plaat aan als een mokerslag en als je eenmaal geraakt bent ben je helemaal verkocht. Dat was ik twintig jaar geleden bij mijn eerste kennismaking met Troublegum en dat was ik bij eerste beluistering van de luxe editie van de plaat een paar dagen geleden. Therapy? zou uiteindelijk flink wat invloed hebben op jonge Britse bands. En dan vooral vanwege het lef om de synths aan de kant te schrijven en weer muziek te maken die was geschoeid op de heilige drie-eenheid bas, gitaar en drums. Troublegum was een muzikaal statement dat een hele generatie heeft gevormd, net zoals Nirvana’s Nevermind dat drie jaar eerder had gedaan. Nevermind is de afgelopen jaren meerdere malen bejubeld als de belangrijkste en beste rockplaat van de jaren 90 of zelfs de afgelopen 25 jaar, maar Troublegum leek tot voor kort een vergeten plaat. Dat kan, nee dat moet, veranderen met de fraaie reissue die nu is verschenen. Nooit van Troublegum van Therapy? gehoord? Laat je verrassen, maar ik waarschuw je, deze plaat kan hard, nee keihard, aan komen. Heerlijk. Nog steeds. Erwin Zijleman

There's a Tuesday - Blush (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: There's A Tuesday - Blush - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: There's A Tuesday - Blush
Nieuw-Zeeland heeft een stevige reputatie wanneer het gaat om nagenoeg perfecte en zonnige popsongs en voegt met het debuutalbum van There’s A Tuesday uit Christchurch een volgende prachtplaat toe

Zonder de wekelijkse nieuwsbrief van Flying Out zou ik het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band There’s A Tuesday nooit hebben ontdekt en wat is het weer een geweldige tip van de muziekwinkel uit Auckland. There’s A Tuesday maakt op Blush indiepop, indierock en indiefolk en vindt de balans tussen sprankelende pop en intieme folk. In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal waanzinnig lekker en ook de songs van de band zijn uitstekend, maar het is vooral de stem van Minnie Robberds die goed is voor de ultieme verleiding en het kippenvel. Het levert een album op dat doet uitzien naar een geweldige zomer, maar ook goed is voor alle andere seizoenen.

De wekelijkse nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out had slechts drie korte zinnetjes over voor het vorige maand al verschenen debuutalbum van de band There’s A Tuesday, maar het was voor mij genoeg om te gaan luisteren naar Blush. Mijn conclusie was al snel dat Flying Out best wat superlatieven en uitroeptekens toe had mogen voegen aan de aanprijzing van het album, want There’s A Tuesday heeft wat mij betreft een geweldig debuutalbum afgeleverd.

Het is een album dat een zomerse zaterdag voorziet van nog net wat meer glans, maar het is ook een album dat veel langer mee gaat dan slechts één zomerdag in mei. Flying Out is in de uitgebreidere beschrijving van het album nog wat enthousiaster over het eerste album van There’s A Tuesday, maar de rest van de Nieuw-Zeelandse muziekpers doet er nog een schepje bovenop.

Blush wordt onder andere “wildly impressive” genoemd en iedereen is het er over eens dat There’s A Tuesday een enorme aanwinst is voor de muziekscene van Aotearoa (Nieuw-Zeeland). Ik kan me hier volledig in vinden, want ik ben echt diep onder de indruk van de muziek van de band uit Ōtautahi (Christchurch).

There’s A Tuesday doet op Blush eigenlijk alles goed. De Nieuw-Zeelandse band heeft elf zeer aansprekende songs geschreven en het zijn songs die je een goed gevoel geven, maar die je ook raken. There’s A Tuesday maakt op Blush vooral indiepop, indierock en indiefolk en kan in alle drie de genres uitstekend uit de voeten.

De ingetogen en wat folky klinkende songs moeten het hebben van de emotie, maar het album bevat ook een aantal zeer melodieuze en wat meer uptempo songs, die het humeur een geweldige boost geven. De wat aanstekelijker klinkende songs strooien flink met zonnestralen en overtuigen makkelijk, maar ook de wat meer introspectieve songs dringen zich heel snel op.

Het album werd geproduceerd door de mij onbekende Will McGillivray. Het is een producer met een nog niet heel omvangrijk CV, maar met Blush van There’s A Tuesday levert hij fraai werk af. De zang komt echt prachtig door de speakers, terwijl de muziek op het album continu warm en ruimtelijk klinkt. Het is muziek die op het eerste gehoor vooral aangenaam klinkt, maar ook vol zit met subtiele maar zeer waardevolle details.

Ik ben nog niet toe gekomen aan de zang, maar het is vooral de stem van zangeres Minnie Robberds, die van Blush zo’n imponerend debuutalbum maken. De Nieuw-Zeelandse muzikante beschikt over een hele mooie stem, maar het is ook een stem die in iedere song weer net iets anders kan klinken en die veel gevoel bevat.

Blush van There’s A Tuesday doet me bij vlagen denken aan het debuutalbum van boygenius, waarbij Minnie Robberds afwisselend Phoebe Bridgers, Julien Baker en Lucy Dacus is. Blush heeft ook wel wat van de allerbeste momenten van K’s Choice, maar de muziek van de band uit Christchurch heeft ook de lastig te definiëren maar absoluut aanwezige Nieuw-Zeelandse touch.

Blush opent fantastisch, maar elf songs later is duidelijk dat There’s A Tuesday het hoge niveau een album lang vasthoudt. Er komt de laatste tijd echt heel veel uitstekende rootsmuziek uit Nieuw-Zeeland, maar There’s A Tuesday laat horen dat het land ook nog altijd een voedingsbodem is voor perfecte popsongs. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker. Erwin Zijleman

Thin Lizzy - Live and Dangerous (1978)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thin Lizzy - Live And Dangerous (1978) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Thin Lizzy - Live And Dangerous (1978)
Iedere zichzelf respecterende hardrock band bracht in de jaren 70 een dubbel live-album uit, maar Live And Dangerous van de Ierse rockband Thin Lizzy is een van de allerbesten, zo niet de beste

Thin Lizzy presteerde in 1976 en 1977 op de toppen van haar kunnen en had de wereld aan haar voeten. Na een aantal inmiddels tot klassiekers uitgegroeide studioalbums was het uitbrengen van een dubbel live-album in 1978 een logische stap. Live And Dangerous was niet alleen dit logische live-album, maar groeide ook al snel uit tot het hoogtepunt in het oeuvre van de Ierse band. Het is bovendien een van de beste live-albums aller tijden. Het is het resultaat van het fraaie werk van producer Tony Visconti, die flink sleutelde aan de gemaakte opnamen, maar Thin Lizzy maakte ook indruk met een melodieus en toch ook soulvol geluid, dat flink afweek van het geluid van de gemiddelde hardrock band in de jaren 70. Een onbetwiste klassieker.

Deze week verschijnt een luxe reissue van Live And Dangerous, het eerste live-album van de Ierse rockband Thin Lizzy. Het was in 1978 mijn eerste kennismaking met de muziek van de band, nadat ik als 14-jarige de hardrock had ontdekt. Thin Lizzy klonk net wat anders dan de meeste andere bands in het genre en het geluid sprak me zo aan dat ik mijn destijds zeer bescheiden platenkast al snel vulde met alle andere albums van de band uit Dublin.

Ik luister er tegenwoordig eerlijk gezegd nauwelijks meer naar, maar ik heb altijd een zwak gehouden voor Live And Dangerous. Ik zal dan ook vast voor de bijl gaan wanneer de luxe editie van het album in de winkel ligt, al voegt de omvangrijke maar dure reissue wat mij betreft niet zo gek veel toe aan de originele versie. De luxe editie klinkt misschien net wat beter en bevat verder vooral extra live-materiaal, uit dezelfde periode en met nauwelijks afwijkende setlists. De originele versie van het album, die ook prima klinkt, blijft daarentegen een must voor iedere liefhebber van 70s hardrock.

Live And Dangerous verscheen in een periode waarin iedere zichzelf respecterende rockband een dubbel live-album uitbracht en Thin Lizzy maakte een van de allerbeste. Het is deels het resultaat van het werk van producer Tony Visconti, die nog wat sleutelde aan de ruwe opnamen, maar Thin Lizzy presteerde in 1976 en 1977 ook op de toppen van haar kunnen. Live And Dangerous werd deels in Londen, deels in Toronto en deels in Philadelphia opgenomen en werd gemaakt met de oerbezetting van de band met gitaristen Brian Robertson en Scott Gorham, drummer Brian Downey en natuurlijk bassist en zanger Phil Lynott.

Ik gaf eerder aan dat Thin Lizzy anders klonk dan de meeste andere hardrock bands van dat moment. Dat lag niet direct aan het spetterende gitaarwerk of aan of aan het solide drumwerk (uiteraard bevat Live And Dangerous een wat overbodige drumsolo, want zo hoorde het destijds), maar vooral aan de zang van Phil Lynott en aan de melodieuze baslijnen van zijn hand. De Ierse muzikant, die veel te jong overleed en zijn band meesleepte in zijn val, beschikte over een stem met meer soul dan gebruikelijk bij hardrockzangers en stuurde zijn band bovendien in de richting van net wat melodieuzere songs.

Het was een tijd geleden dat ik naar de vijf kwartier muziek van Live And Dangerous had geluisterd, maar de wat grijs gedraaide LP’s deden het nog prima, waarna het live-album van Thin Lizzy voor mij weer een feest van herkenning was. Veel 70s hardrock klinkt inmiddels wat gedateerd, maar dat geldt wat mij betreft niet voor het dubbele live-album van Thin Lizzy, de drumsolo uitgezonderd. Thin Lizzy overtuigt met heerlijk melodieuze hardrock met een hoofdrol voor het geweldige gitaarwerk van Scott Gorham en de uitstekende zang van Phil Lynott.

Thin Lizzy haalde aan het eind van de jaren 70 het toppunt van haar roem, maar hierna ging het snel mis. De band joeg er in een paar jaar minstens een handvol gitaristen doorheen, onder wie topkrachten als Gary Moore en Snowy White, en zag Phil Lynott lonken met een solocarrière, die sterk begon tot zijn door alcohol en drugs gesloopte lichaam het opgaf. Hiermee viel ook het doek voor Thin Lizzy, dat mede dankzij het geweldige live-album Live And Dangerous wordt geschaard onder de groten van de 70s hardrock. En terecht. Erwin Zijleman

This Is the Kit - Bashed Out (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: This Is The Kit - Bashed Out - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er komt momenteel zoveel uit dat platen van wat minder bekende muzikanten makkelijk onder kunnen sneeuwen. Ook mijn stapels met nog te recenseren platen zijn momenteel zo hoog dat een plaat van nieuw of onbekend talent makkelijk buiten de boot valt.

Dankzij een tip van een lezer van deze BLOG is dat gelukkig niet gebeurt met Bashed Out van This Is The Kit, want dit is inmiddels een plaat die ik koester als één van de ontdekkingen van dit voorjaar.

This Is The Kit is de band rond de Britse muzikante Kate Stables. Kate Stables timmert met This Is The Kit inmiddels al een aantal jaren aan de weg, maar tot dusver wisten de platen van de band (de voorlaatste stamt overigens uit 2010) me niet te bereiken.

Dat zou wel eens kunnen gaan veranderen met Bashed Out, want Kate Stables weet zich inmiddels verzekerd van de steun van een aantal grote namen. This Is The Kit mag inmiddels een aantal bekende BBC dj’s tot haar fans rekenen, wat ongetwijfeld zal zorgen voor de nodige airplay. Hiernaast hebben onder andere Elbow’s Guy Garvey en The National’s Aaron Dessner aangegeven zeer gecharmeerd te zijn van de muziek van This Is The Kit en ook dit is een duwtje in de rug van grote waarde.

De waardering van Aaron Dessner voor de muziek van This Is The Kit ging zelfs zo ver dat hij aanbood om Bashed Out te produceren, wat uiteindelijk ook is gebeurd. Het levert een prachtige plaat op, die veel meer aandacht verdient dan het tot dusver vooral genegeerde werk van This Is The Kit.

Op Bashed Out maakt This Is The Kit mooie ingetogen folkpop. De instrumentatie is over het algemeen sober en bestaat vaak uit een basis van akoestische gitaar of banjo, waarna subtiele accenten worden toegevoegd.

De hoofdrol is echter weggelegd voor de vaak fluisterzachte vocalen van Kate Stables. Bashed Out doet me, vooral vanwege deze vocalen, wel wat denken aan de muziek van Kathryn Williams, al heeft Aaron Dessner de muziek van This Is The Kit voorzien van een wat alternatiever en speelser klankentapijt.

Het is een atmosferisch klankentapijt waarin de stem van Kate Stables en de grotendeels akoestische begeleiding domineren, maar waarin ook ruimte is gereserveerd voor mooie voortkabbelende elektrische gitaarlijnen of dromerige elektronica.

De toevoegingen van Aaron Dessner blijken uiteindelijk van groot belang, want met name door deze toevoegingen slaagt This Is The Kit er op Bashed Out in om een brug te slaan tussen vrij traditionele Britse folk en wat alternatievere genres. This Is The Kit doet dit op zo’n fraaie wijze dat het de liefhebbers van traditionelere Britse folk niet tegen het hoofd stoot en de liefhebbers van indie-folk weet te interesseren.

Wat ik persoonlijk vooral knap vind, is dat iedere noot op Bashed Out functioneel lijkt. Kleine en uiterst subtiele accenten slagen er steeds weer in om de sfeer in de songs volledig om te laten slaan, wat zorgt voor een aangename onderhuidse spanning in de muziek van This Is The Kit.

Bashed Out is een plaat die direct aangenaam voortkabbelt op de achtergrond, maar de ware schoonheid van de plaat van This Is The Kit komt pas aan de oppervlakte wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. Dat heb ik inmiddels een groot aantal malen gedaan en ik ben ondertussen compleet verslingerd geraakt aan deze mooie en bijzondere plaat. Bashed Out van This Is The Kit is vooralsnog helaas een obscure parel, maar verdient absoluut een plekje in de spotlights. Erwin Zijleman

This Is the Kit - Careful of Your Keepers (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: This Is The Kit - Careful Of Your Keepers - dekrentenuitdepop.blogspot.com

This Is The Kit - Careful Of Your Keepers
Kate Stables maakte met This Is The Kit al een aantal geweldige albums, maar legt de lat wat mij betreft nog een stukje hoger met het fascinerende, avontuurlijke en wonderschone Careful Of Your Keepers

Sinds mijn ontdekking van de muziek van This Is The Kit een jaar of acht geleden, koester ik alle muziek van het project van de Britse muzikante Kate Stables. Deze week verscheen het zesde album van This Is The Kit en ook Careful Of Your Keepers is weer een geweldig album. De muziek van This Is The Kit laat zich niet of nauwelijks in een hokje duwen en de songs van Kate Stables zijn vaak complexer dan gemiddeld, maar desondanks dringt het album zich onmiddellijk op en streelt Careful Of Your Keepers van de eerste tot en met de laatste noot het oor. De instrumentatie is ook dit keer veelkleurig en wonderschoon, de productie van Gruff Rhys doeltreffend en de zang van Kate Stables bijzonder mooi. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker.

Careful Of Your Keepers is alweer het zesde album van This Is The Kit, het project van de Britse singer-songwriter Kate Stables. Vijftien jaren zijn verstreken sinds het debuutalbum Krulle Bol (!) uit 2008 en inmiddels ligt er een mooi stapeltje albums, waarvan het in 2015 verschenen en door Aaron Dessner geproduceerde Bashed Out vooralsnog mijn favoriete album is.

Kate Stables weet keer op keer interessante producers te strikken voor haar albums, want na John Parish (Krulle Bol, Moonshine Freeze), Jesse D Vernon (Wriggle Out The Restless), Aaron Dessner (Bashed Out) en Josh Kaufman (Off Off On), nam dit keer de van de band Super Furry Animals en als veelzijdig solomuzikant bekende Gruff Rhys plaats achter de knoppen.

Kate Stables staat er ook dit keer niet alleen voor, want ook op haar nieuwe album wordt ze weer bijgestaan door gitarist Neil Smith, drummer Jamie Whitby-Coles en bassiste Rozi Plain, die inmiddels ook als solomuzikante stevig aan de weg timmert. Multi-instrumentalist Jesse D Vernon tekende ook dit keer onder andere voor de fraaie blazersarrangementen, die een voorname rol spelen in de muziek van This Is The Kit.

Careful Of Your Keepers laat een inmiddels vertrouwd geluid horen, maar producer Gruff Rhys legt net iets andere accenten, waardoor het album toch weer net wat anders klinkt dan zijn voorgangers. Ook op Careful Of Your Keepers staat de mooie en karakteristieke stem van Kate Stables centraal, maar ook de klanken die om haar stem heen draaien zijn van een bijzondere schoonheid.

Ook dit is keer is gekozen voor een warm en organisch geluid, waarin prachtig gitaarwerk als eerste de aandacht trekt en fraaie accenten van onder andere blazers zijn toegevoegd. Het is een geluid dat wel wat doet denken aan dat op de vroege albums van Kathryn Williams of aan dat op het briljante What A Boost van Rozi Plain, maar het is ook het inmiddels zo herkenbare This Is The Kit geluid.

Kate Stables woont al vele jaren in Parijs, maar in muzikaal opzicht laat ze zich vooral beïnvloeden door Britse folk met hier en daar wat jazzy accenten, al doe je de muziek van de Britse muzikante met het noemen van hokjes altijd tekort. Dat geldt zeker voor het nieuwe album van This Is The Kit, want Kate Stables maakt dit keer veel subtiele uitstapjes richting omliggende genres.

De muzikanten die Kate Stables omringen spelen ook dit keer prachtig subtiel, waarbij de fraaie bijdragen van bas en drums niet onvermeld mogen blijven, al trekken de fraaie gitaarlijnen en de subtiele blazers de meeste aandacht. Careful Of Your Keepers klinkt vaak net wat soberder dan zijn voorganger, maar ook dit keer gebeurt er van alles in de muziek van This Is The Kit en blijf je, zeker bij beluistering met de koptelefoon, nieuwe dingen ontdekken.

De songs van Kate Stables klinken direct aangenaam, maar zitten bijzonder knap in elkaar. Dat geldt ook voor de instrumentatie, die je steeds weer weet te verrassen met bijzondere wendingen, nieuwe klanken en fraaie accenten. Ik moet de albums van This Is The Kit meestal een paar keer horen voordat ik er een goed oordeel over kan vellen, maar Careful Of Your Keepers vond ik direct bij eerste beluistering een prachtplaat en het is er een die vooralsnog alleen maar beter en interessanter wordt.

Kate Stables bouwt inmiddels vijftien jaar aan een uniek en werkelijk wonderschoon oeuvre en heeft met Careful Of Your Keepers wat mij betreft haar beste album tot dusver afgeleverd. De hoogste tijd dus dat haar bijzondere muziek ook in Nederland de aandacht trekt van een breed publiek. Erwin Zijleman

This Is the Kit - Moonshine Freeze (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: This Is The Kit - Moonshine Freeze - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

This Is The Kit is het alter ego van en/of de band rond de Britse muzikante Kate Sables.

De band debuteerde in 2008 met het door niemand minder dan John Parish (PJ Harvey) geproduceerde Krulle Bol (!) en werd een van de lievelingen van de Britse muziekpers met het in 2010 verschenen Wriggle Out The Restless.

Pas met het in 2015 verschenen en door The National voorman Aaron Dessner geproduceerde Bashed Out, trok This Is The Kit ook buiten de Britse landsgrenzen de aandacht en maakte ook ik kennis met de intieme muziek van de band rond Kate Sables.

Voor de vierde plaat van This Is The Kit keerde Kate Sables terug naar Bristol en nodigde ze John Parish uit voor de productie van de plaat. Moonshine Freeze is een logisch vervolg op de vorige platen van de Britse band en laat net als zijn voorgangers een intiem en avontuurlijk geluid horen.

Kate Sables kan ook dit keer uit de voeten in lieflijk aandoende folksongs die wel wat doen denken aan die van Kathryn Williams of aan de vroege platen van Cat Power, maar treedt ook graag buiten de gebaande paden met songs die wat rauwer klinken of die wat nadrukkelijker het experiment opzoeken.

In de wat rauwere songs begeeft This Is The Kit voorzichtig in het territorium van PJ Harvey, maar zeker in de net wat experimenteler aandoende songs creëert Kate Sables een bijzonder eigen muzikaal universum.

De meest ingetogen songs op de plaat moeten het doen met het fraaie banjospel en de bijzondere stem van Kate Sables, maar Moonshine Freeze bevat ook een aantal rijker ingekleurde songs met fraaie bijdragen van blazers of effectief gitaarspel van de producer van haar vorige plaat, Aaron Dessner.

Moonshine Freeze staat vol met songs die zich niet direct opdringen, maar die wel nieuwsgierig maken. De songs van Kate Sables strijken soms licht tegen de haren in, maar verrassen net zo makkelijk met wonderschone of zelfs bijna sprookjesachtige elementen. Folk vormt het belangrijkste bestanddeel van de muziek van This Is The Kit, maar wanneer de blazers aanzwellen verkent Moonshine Freeze ook nadrukkelijk invloeden uit de jazz.

Moonshine Freeze wordt hier en daar een moeilijke plaat genoemd, maar daar ben ik het niet mee eens, wat overigens niet betekent dat de vierde plaat van This Is The Kit een makkelijke plaat is. De meeste songs op Moonshine Freeze overtuigden me vrij makkelijk, maar pas na meerdere keren horen was ik pas echt onder de indruk van de nieuwe plaat van This Is The Kit.

Sindsdien wordt de plaat alleen maar beter en raak ik steeds meer onder de indruk van de subtiele instrumentatie vol mooie accenten, de fluisterzachte en bijzonder mooie stem van Kate Sables en van de songs die buiten de lijnen durven te kleuren, maar nergens verzanden in doelloos experiment.

Liefhebbers van avontuurlijk indie-folk vallen zich zeker geen buil aan Moonshine Freeze, maar stiekem hoop ik dat de vierde plaat van This Is The Kit wat breder wordt opgepakt, want ook liefhebbers van rootsmuziek kunnen zomaar genadeloos vallen voor de bijzondere muziek van Kate Sables en haar band. Erwin Zijleman

This Is the Kit - Off Off On (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: This Is The Kit - Off Off On - dekrentenuitdepop.blogspot.com

This Is The Kit - Off Off On
This Is The Kit, de band rond de Britse muzikante Kate Stables, maakt het je ook op Off Off On weer niet makkelijk, maar betovert ook met avontuurlijke en prachtig ingekleurde songs

This Is The Kit staat inmiddels zes albums garant voor kwaliteit en de laatste van het stel is wat mij betreft ook de mooiste. Wat ooit begon met redelijk sobere en ingetogen folk, is uitgegroeid tot een rijk en avontuurlijk geluid waarin ruimte is voor meerdere invloeden en voor volop avontuur. Off Off On is een album vol betoverend mooie klanken en het zijn klanken die prachtig kleuren bij de heldere stem van Kate Stables. Zeker bij eerste beluistering is Off Off On een behoorlijk complex album, maar iedere keer dat je er naar luistert valt er meer op zijn plek. Het nieuwe album van This Is The Kit is een flinke uitdaging, maar uiteindelijk word je rijkelijk beloond.

Onlangs verscheen een nieuw album van This Is The Kit, als ik goed geteld heb alweer het zesde album van het alter ego van en tegenwoordig de band rond de Britse muzikante Kate Stables, die tien jaar voor het eerst van zich liet horen met haar debuut Krulle Bol (!).

This Is The Kit debuteerde tien jaar geleden met behoorlijk sobere en ingetogen folk, maar in de loop der jaren is het geluid van de band rond Kate Stables steeds wat voller geworden, overigens zonder het predicaat folk onrecht aan te doen. Ook het onlangs verschenen Off Off On opent folky, waarbij zowel invloeden uit de traditionele Britse folk als invloeden uit de Keltische muziek worden verwerkt.

Ik moet altijd wennen aan de albums van This Is The Kit en dat was dit keer niet anders. Kate Stables zoekt immers altijd het avontuur en maakt bovendien albums die meerdere keren van kleur verschieten. Na de fraaie folky openingstrack vol onnavolgbaar akoestisch fingerpicking gitaarwerk, schuift This Is The Kit direct in de tweede track op richting een geluid dat neigt naar de indierock van Phoebe Bridgers en al haar volgelingen, al verliest Kate Stables de folk nooit helemaal uit het oog en keert de folk terug in de songs die volgen.

This Is The Kit probeert op alle tot dusver verschenen albums met minimale middelen een maximaal effect te sorteren en dat is ook weer het streven op Off Off On. Zeker in de meer folky songs op het album heeft Kate Stables genoeg aan het bijzonder smaakvolle akoestische gitaarspel en haar heldere stem, maar andere tracks worden voller ingekleurd met onder andere elektrische gitaren en blazers. Van overdaad is echter nergens sprake, wat een mooi open geluid oplevert waarin alle details hoorbaar zijn.

This Is The Kit werkt dit keer met producer Josh Kaufman, die Off Off On heeft voorzien van een bijzonder fraai geluid, dat varieert van sober en verstild tot vol en ruimtelijk. Ook de band van Kate Stables levert fraai werk. Niet alleen het gitaarwerk op het album is mooi en trefzeker, maar ook de ritmesectie levert fraai werk. In deze ritmesectie duikt bassiste Rozi Plain op, die ook tekent voor de achtergrondzang en die vorig jaar zelf nog een van de mooiste albums van 2019 afleverde.

Het nieuwe album van This Is The Kit is van een vergelijkbaar niveau, al maakt Kate Stables het je nooit echt makkelijk. De Britse krant The Independent omschreef Off Off On vorige week nog als “a masterclass in complex songwriting”. Het is geen gekke omschrijving, want de muziek van This Is The Kit schiet meerdere kanten op en bestaat bovendien uit vele lagen. Soms is het folky, soms jazzy, maar de band van Kate Stables kan ook uit de voeten met pop of juist avant-garde.

Het zorgt ervoor dat Off Off On in eerste instantie wat tegen de haren instrijkt, maar langzaam maar zeker steeds meer schoonheid prijs geeft. In muzikaal opzicht is het in alle opzichten smullen, maar ook de stem van Kate Stables is van een bijzondere schoonheid en is al even gevarieerd als de instrumentatie op het album.

Ik moest altijd al wat wennen aan de muziek van This Is The Kit en dit keer was de leercurve nog een stuk steiler dan in het verleden, maar iedere keer als ik naar Off Off On luister hoor ik nieuwe dingen en ben ik nog wat meer onder de indruk van het bijzondere muzikale universum van Kate Stables. Erwin Zijleman

Thisell - I (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thisell - I - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

n de zomer van 2010 besluit de Zweedse singer-songwriter Peter Thisell om met een aantal bevriende muzikanten een plaat op te nemen. De muzikanten strijken, samen met vrienden, kinderen en huisdieren, neer in een leeg schoolgebouw in Lur, in het bosrijke zuiden van Zweden.

Het is een prachtige zomer. Zweden is groener dan groen, de dagen zijn zonnig en lang, de avonden loom en broeierig. Het klinkt als een hele mooie vakantie, maar er wordt ook hard gewerkt door Peter Thisell en zijn muzikale vrienden. De songs voor de plaat krijgen stuk voor stuk vorm, worden geperfectioneerd en vervolgens live opgenomen in de tot een studio omgebouwde school.

Aan het einde van de zomer van 2010 is er uiteindelijk genoeg materiaal voor een plaat. Het is een mooi verhaal dat een minstens even mooi vervolg had verdiend, maar het loopt helaas anders. Geen enkele platenmaatschappij ziet brood in een plaat vol Zweedse Americana, waardoor het debuut van Thisell bijna vier jaar lang slechts in zeer kleine kring te krijgen is (sinds vorig jaar al wel op LP).

Sinds kort is I van Thisell gelukkig overal verkrijgbaar en kunnen we alsnog genieten van het moois dat in de zomer van 2010 werd opgenomen in Lur. En genieten is het. Het debuut van Thisell staat vol met lome en licht weemoedige Americana. Americana zoals deze in de Verenigde Staten al twee decennia wordt gemaakt, maar dan voorzien van een Zweeds tintje.

Bij beluistering van het debuut van Thisell hoor je goed dat de band rond Peter Thisell eindeloos heeft geëxperimenteerd met de instrumentatie en arrangementen voor de verschillende songs en deze steeds verder heeft geperfectioneerd. Alles klinkt even mooi en trefzeker, waardoor I van Thisell de concurrentie met vrijwel alle andere platen in het genre aan kan.

Persoonlijk ben ik misschien nog wel het meest te spreken over de bijzonder fraaie wijze waarop de viool (van Karin Wiberg) wordt ingezet in het geluid van Thisell, maar ook de rest van de instrumentatie (met toch ook een glansrol voor de accordeon van David Odlöw) is dik in orde.

Het levert een redelijk sober, maar buitengewoon stemmig en smaakvol geluid op, dat prachtig past bij de mooie en emotievolle stem van Peter Thisell (hier en daar hoor ik wat van Neil Young en van My Morning Jacket) en zijn songs die vooral invloeden uit de folk en (alt-)country laten horen. Het zijn ingetogen en vaak wat weemoedige songs, waarin zo heel af en toe de Zweedse voorkeur voor perfecte popliedjes opduikt. Het doet me meer dan eens denken aan de beste platen van The Jayhawks, al heeft Thisell met name door de prominent aanwezige viool en de opvallende zang een duidelijk eigen geluid.

Het is een geluid dat maar blijft groeien en bloeien. Het is ook een geluid dat het waarschijnlijk het best doet op een regenachtige zondagochtend, al hoor je toch ook wel wat van de Zweedse zomer van 2010 terug in de muziek van Thisell.

Wat mij betreft brengen Peter Thisell en zijn muzikale medestanders ook deze zomer weer door in de oude school in Lur. Op II wil ik echter geen vier jaar wachten; daarvoor is de muziek van Thisell echt veel te mooi en bijzonder. Erwin Zijleman

Thisell - II (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thisell - II - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

“In de zomer van 2010 besluit de Zweedse singer-songwriter Peter Thisell om met een aantal bevriende muzikanten een plaat op te nemen.

De muzikanten strijken, samen met vrienden, kinderen en huisdieren, neer in een leeg schoolgebouw in Lur, in het bosrijke zuiden van Zweden.

Het is een prachtige zomer. Zweden is groener dan groen, de dagen zijn zonnig en lang, de avonden loom en broeierig. Het klinkt als een hele mooie vakantie, maar er wordt ook hard gewerkt door Peter Thisell en zijn muzikale vrienden.

De songs voor de plaat krijgen stuk voor stuk vorm, worden geperfectioneerd en vervolgens live opgenomen in de tot een studio omgebouwde school. Aan het einde van de zomer van 2010 is er uiteindelijk genoeg materiaal voor een plaat en het is een prachtplaat”.

Met deze zinnen begon ik bijna tweeënhalf jaar geleden mijn recensie van I; het in de lente van 2014 dan eindelijk volop verkrijgbare debuut van Thisell. Kort geleden verscheen, bijna uit het niets, de tweede plaat van Thisell en ook II is een prachtige plaat.

Ook op de tweede plaat van Thisell grossieren Peter Thisell en zijn medemuzikanten in bijzonder stemmige Americana. Het is muziek die direct opvalt door de bijzondere klankkleuren. Thisell kiest ook op haar tweede plaat voor betrekkelijk ingetogen akoestische muziek, die vervolgens fraai wordt ingekleurd door melancholisch klinkende violen, voorzichtig tegendraadse gitaren, sfeervolle accordeon klanken en andere trefzekere accenten. Het kleurt prachtig bij de eveneens van melancholie overlopende stem van Peter Thisell, die zoveel emotie in zijn stem legt dat kippenvel niet uit kan blijven.

Net als het debuut van Thisell doet ook de tweede plaat van de band me af en toe denken aan Neil Young en My Morning Jacket, maar II heeft soms ook het sprookjesachtige van de muziek van Mercury Rev of verruilt de groene Zweedse zomer voor de koude en donkere Scandinavische winter. Tenslotte heeft de muziek van Thisell iets ongrijpbaars door subtiele invloeden uit stokoude folk, de psychedelica of zelfs de progrock.

Het debuut van de band vond ik in 2014 sensationeel goed. Dit keer is de verrassing natuurlijk wat minder groot, want II ligt duidelijk in het verlengde van zijn voorganger. Aan de andere kant heeft de muziek van Thisell zeker aan schoonheid en kracht gewonnen, waardoor het een plaat is die kan concurreren met het beste dat dit jaar is verschenen.

Het debuut van Thisell kreeg in 2014 veel te weinig aandacht, maar dat moet nu echt anders zijn. Je doet jezelf in elk geval flink tekort als je deze prachtplaat laat liggen. Erwin Zijleman