MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Thomas Dybdahl - Teenage Astronauts (2024)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thomas Dybdahl - Teenage Astronauts - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Thomas Dybdahl - Teenage Astronauts
Thomas Dybdahl kan goed uit de voeten met uiterst ingetogen singer-songwriter muziek, maar heeft zijn nieuwe album Teenage Astronauts voor de afwisseling voorzien van een rijk georkestreerd en beeldend geluid

Albums van Thomas Dybdahl schrijf ik de laatste jaren zeker niet als eerste op voor een plekje uit de krenten uit de pop, maar Teenage Astronauts bevalt me na de eerste aarzelingen steeds beter. De stem van de Noorse muzikant stoort me zo af en toe, maar op zijn nieuwe album is de zang meestal mooi. Het is zang die afwisselend wordt gecombineerd met een uiterst subtiel akoestisch geluid en een bijna bombastische orkestratie. De fraaie bijdragen van strijkers maken de muziek van Thomas Dybdahl nog wat melancholischer, maar zorgen ook voor veel dynamiek. Het levert een album op dat ik sinds de moeizame eerste stappen alleen maar mooier en interessanter vind worden.

In 2017 schreef ik op de krenten uit de pop dat ik een zeer moeizame relatie had met de muziek van de Noorse muzikant Thomas Dybdahl. Ik vond en vind twee van zijn vroege albums, One Day You'll Dance For Me, New York City uit 2004 en Science uit 2006, nog steeds prachtig, maar bij alle albums die volgden haakte ik snel af. Het in 2017 verschenen The Great Plains vond ik, vooral vanwege de experimenten met elektronica en hier en daar vervormde vocalen, een gewaagd en uiteindelijk ook best geslaagd album, maar sindsdien heb ik geen album van Thomas Dybdahl meer besproken op deze site.

Ook het deze week verschenen Teenage Astronauts wist me zeker niet direct te overtuigen, maar uiteindelijk ben ik toch gecharmeerd geraakt van het nieuwe album van de muzikant uit het zuidwesten van Noorwegen. Dat ik vaak wat moeite heb met de albums van Thomas Dybdahl heeft alles te maken met zijn stem, die ik soms heel mooi vind, maar die ik soms ook maar heel moeilijk kan verdragen. Zeker als de Noorse muzikant fluisterzacht zingt met een af en toe wat overslaande of zelfs gebroken stem vind ik de zang op Teenage Astronauts niet mooi of zelfs irritant, maar hier staan in vocaal opzicht veel mooiere passages tegenover en de laatste domineren gelukkig op het album, waarop de zang me uiteindelijk niet zo heel vaak stoort.

In muzikaal opzicht vind ik het album nog wat interessanter. De Noorse muzikant heeft voor zijn nieuwe album een uit de kluiten gewassen orkest ingehuurd, wat een rijk georkestreerd en bij vlagen bombastisch geluid oplevert. De bakken met strijkers worden in een aantal passages redelijk subtiel ingezet als begeleiding bij de akoestische gitaar en de karakteristieke stem van Thomas Dybdahl, maar mogen in een aantal andere passages flink los gaan.

In de meer ingetogen passages voegen de fraaie strijkersarrangementen wat extra melancholie toe aan de songs van de Noorse muzikant, terwijl ze in de uitbundigere passages goed zijn voor een breed uitwaaiend en filmisch geluid. Ik ben niet altijd gek op heel rijk georkestreerde albums, maar het past verrassend goed bij de stem van Thomas Dybdahl en bij zijn weemoedige songs. Het grote contrast tussen de ingetogen muziek van de singer-songwriter Thomas Dybdahl en de weids en bombastisch klinkende passages waarin het orkest domineert voorziet Teenage Astronauts van een bijzondere dynamiek, die er in ieder geval bij mij voor zorgt dat het nieuwe album van de muzikant uit Noorwegen de aandacht makkelijk vast houdt.

Zeker wanneer ik het nieuwe album van Thomas Dybdahl met de koptelefoon beluister ben ik onder de indruk van de prachtige strijkersarrangementen, die de met meerdere Grammy’s beloonde Vince Mendoza heeft bedacht voor het Stavanger Symphony Orchestra, maar ook de wijze waarop de bijdragen van het orkest worden gecombineerd met de warme akoestische klanken, de wat broeierige elektronische klanken en wat toegevoegde extra geluiden springt nadrukkelijk in het hoor. Teenage Astronauts werd dan ook geproduceerd door de legendarische Larry Klein, die een CV heeft om bang van te worden. Het levert een uitstekend album op, dat nog wat beter was geweest wanneer Thomas Dybdahl de passages met een krakerige fluisterstem helemaal achterwege had gelaten. Erwin Zijleman

Thomas Dybdahl - The Great Plains (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thomas Dybdahl - The Great Plains - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb tot dusver een moeizame relatie met de platen van de Noorse singer-songwriter Thomas Dybdahl.

One Day You'll Dance For Me, New York City uit 2004 en Science uit 2006 vond ik echt prachtig; zijn andere platen ken ik niet of vond ik een stuk minder goed.

Omdat de nieuwe plaat van de Noorse muzikant vooralsnog niet heel positief wordt ontvangen, wilde ik The Great Plains eigenlijk laten liggen, maar op de valreep heb ik toch maar even naar de plaat geluisterd.

In de openingstrack verrijkt Thomas Dybdahl zijn lome en ingetogen folky songs met subtiele elektronische accenten en met veel minder subtiele elektronisch vervormde vocalen. Het laatste is voor veel liefhebbers van zijn oudere werk reden om direct af te haken, maar ik kan het als experiment wel waarderen en vond het gebruik van vervormde stemmen vorig jaar bij Lambchop zelfs zeer geslaagd.

Bij Thomas Dybdahl bevalt het me net wat minder, maar de elektronische impulsen die hij heeft toegevoegd aan zijn akoestische folk maakten me daarentegen wel nieuwsgierig naar de rest van de plaat. Op de rest van de plaat horen we de vervormde stem van Thomas Dybdahl gelukkig niet al te vaak meer terug, maar de elektronische impulsen houden de hele plaat aan. Ik vind het persoonlijk een aanwinst voor de muziek van de Noor.

De vaak subtiel maar zo nu en dan ook breed uitwaaiende elektronica brengt de lome en ingetogen songs van Thomas Dybdahl tot leven en geeft de songs iets zwoels of juist iets ongrijpbaars.

Natuurlijk sluit Thomas Dybdahl met de toegevoegde elektronica aan bij een heel legioen folkzangers op zoek naar een breder publiek, maar waar ik de mix van warme akoestische folk en kille elektronica over het algemeen kunstmatig en minder geslaagd vind, pakt het op The Great Plains wat mij betreft goed uit, mede omdat Thomas Dybdahl er in slaagt om de elektronica af en toe warm of zelfs broeierig te laten klinken, zeker wanneer hij ook nog eens vrouwenstemmen toevoegt.

De songs van de Noorse muzikant zijn op The Great Plains iets toegankelijker en lichtvoetiger dan we van hem gewend zijn en sluiten hier en daar aan bij de elektronische pop uit de jaren 80, maar ook hier blijft Thomas Dybdahl wat mij betreft aan de goede kant van de streep. De songs op de zevende plaat van de Noor vermaken en sprankelen, maar doen ook altijd dingen die je net niet verwacht.

Ik lees tot dusver nog niet heel veel positiefs over The Great Plains van Thomas Dybdahl, maar ik vind het echt een hele goede plaat en het is ook nog eens een plaat die nog een flinke tijd beter wordt. Het is bovendien een heerlijke soundtrack voor de ontluikende lente. Erwin Zijleman

Thomas Feiner & Anywhen - The Opiates Revisited (2021)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thomas Feiner & Anywhen - The Opiates Revisited - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Thomas Feiner & Anywhen - The Opiates Revisited
De Zweedse muzikant Thomas Feiner maakte in 2001 een nauwelijks opgemerkt meesterwerk, schopte het in 2008 met dit album tot de cultstatus, maar is nu klaar voor alle lof die dit fraaie album verdient

In 2001 is de muziek van de Zweedse muzikant Thomas Feiner me volledig ontgaan en ook toen David Sylvian het album in 2008 oppikte en een nieuwe kans gaf, was ik niet bij de les. Dankzij een gouden tip heb ik de derde kans die The Opiates heeft gekregen wel opgemerkt en wat is het een indrukwekkende luisterervaring gebleken. Thomas Feiner maakt ruim een uur lang diepe indruk met stemmige muziek die varieert van uiterst ingetogen tot bijna bombastisch. De bijna neoklassieke inkleuring van veel songs op het album voorziet de muziek op The Opiates Revisited van een beeldend karakter, maar door de indringende zang van de Zweedse muzikant sta je ook steeds weer met beide benen op de grond. Indrukwekkend.

Een lezer van deze BLOG zette me een aantal dagen geleden op het spoor van The Opiates Revisited van Thomas Feiner & Anywhen. Het is een geweldige tip, want wat is dit een mooi en bijzonder album. Echt nieuw is het album overigens niet, want de Zweedse muzikant Thomas Feiner bracht The Opiates in 2001 al eens uit met zijn band Anywhen. Het album deed weinig tot niets, tot het in 2008 werd opgepikt door het album van David Sylvian, die zich over The Opiates ontfermde en het album opnieuw uitbracht als The Opiates Revised.

In 2008 schopte Thomas Feiner het met album tot de cultstatus, onder andere met een onwaarschijnlijk hoge score op het muziekplatform MusicMeter. Het is me destijds helaas ontgaan, maar gelukkig is er nu The Opiates Revisited, waarmee het album voor het eerst ook op vinyl en op de streaming media diensten beschikbaar is. The Opiates Revisited bevat alle songs van de twee eerdere versies van het album, twee nieuwe tracks en één remake. Het is goed voor dertien songs en ruim een uur muziek.

Het is muziek die het uitstekend zal doen bij de lage temperaturen die voor de komende weken worden voorspeld en het is bovendien muziek die troost biedt in deze donkere tijden. Thomas Feiner & Anywhen maken op The Opiates Revisited zeer stemmige muziek. Het is muziek die wordt gedomineerd door warme en organische klanken, waaraan hier en daar flink wat strijkers en blazers zijn toegevoegd. Het combineert prachtig met de veelzijdige stem van Thomas Feiner, die zowel in de hoge als de lage regionen uit de voeten kan en altijd wat weemoedig zingt, wat de muziek op The Opiates Revisited voorziet van nog wat extra melancholie.

De muziek van de Zweedse muzikant zal zeker in de smaak vallen bij liefhebbers van onder andere Nick Cave en Tindersticks, om twee namen te noemen, maar zeker ook bij een ieder die de muziek van David Sylvian hoog heeft zitten. De voormalig Japan zanger heeft The Opiates dertien jaar geleden niet voor niets omarmd, want The Opiates Revisited klinkt meer dan eens als een album dat David Sylvian zelf ook gemaakt zou kunnen hebben.

Thomas Feiner heeft de afgelopen decennia ook de nodige filmscores gemaakt en dat hoor je op The Opiates Revisited. Met name de wat neoklassiek aandoende songs op het album hebben een beeldend karakter en doen het ongetwijfeld uitstekend bij beelden van weidse landschappen.

Het knappe van The Opiates Revisited is dat het album alle kanten op kan. Het ene moment zwellen de strijkers en blazers bijna pompeus aan, maar Thomas Feiner kan zijn muziek ook heel klein houden of toch heel voorzichtig laten ontsporen. De sfeervolle klanken op het album brengen je makkelijk in een wat dromerige stemming, maar de indringende stem van de Zweedse muzikant voorziet de songs op The Opiates Revisited steeds weer van urgentie.

Ik kan me heel goed voorstellen dat er in 2008 in kleine kring flink wat ophef was over dit fascinerende album en ik ga er van uit dat deze ophef ook nu kan ontstaan, al is de timing van deze release natuurlijk ongelukkig. Zelf ben ik in ieder geval heel blij met dit album dat de avonden keer op keer prachtig inkleurt en dat iedere keer weer net wat meer indruk maakt. In kleine kring is al lang bekend dat Thomas Feiner twintig jaar geleden een meesterwerk heeft afgeleverd, maar dit album moet eigenlijk iedereen horen. Bij voorkeur nog voor 2021 er definitief op zit. Erwin Zijleman

Thomas Hine - Some Notion or Novelty (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thomas Hine - Some Notion Or Novelty - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Thomas Hine is een Amerikaanse singer-songwriter die inmiddels een aantal jaren platen maakt.

Aan de vorige platen ben ik eerlijk gezegd nooit toegekomen (ik heb er wel een aantal in huis zag ik), maar met het onlangs verschenen Some Notion Or Novelty wist de muzikant uit Golden, Colorado, wel mijn aandacht te trekken.

Dat was in eerste instantie vooral de verdienste van de openingstrack Before The Sun Rises, waarin de muziek van Thomas Hine onmiddellijk herinneringen oproept aan de muziek van Elliott Smith; nog altijd een van mijn persoonlijke favorieten.

Associaties met de muziek van Elliott Smith duiken nog enkele keren op bij beluistering van Some Notion Or Novelty, maar over het algemeen genomen begeeft Thomas Hine zich toch vooral op het terrein van de Amerikaanse rootsmuziek.

Het is een genre waarin de concurrentie moordend is, maar wat mij betreft laat Thomas Hine voldoende eigenzinnigheid horen om overeind te blijven in het enorme aanbod van het moment. Dat ligt deels aan de mooie instrumentatie op de plaat. Some Notion Or Novelty is een bijzonder ingetogen plaat, maar de subtiele instrumentatie op de plaat klinkt warmer en zeker ook veelzijdiger dan gebruikelijk, waardoor de nieuwe plaat van de muzikant uit Colorado zich makkelijker opdringt dan vergelijkbare platen in het genre.

Wat voor de instrumentatie op de plaat geldt, geldt eigenlijk ook voor de vocalen van Thomas Hine. De Amerikaan is voorzien van een bijzonder lekker in het gehoor liggend stemgeluid, dat net als de instrumentatie op de plaat voorzien is van de nodige warmte, en van extra emotie wordt voorzien door al even mooie vrouwenstemmen.

Het is voldoende om de aandacht te trekken en deze aandacht houdt Thomas Hine vervolgens vast met songs die niet alleen knap in elkaar steken, maar ook nog iets te vertellen hebben.

In eerste instantie keerde ik vooral terug naar de prachtige openingstrack die herinneringen aan een vergeten muzikant naar boven bracht, maar inmiddels zijn vrijwel alle songs op Some Notion Or Novelty me even dierbaar. Thomas Hine heeft een plaat gemaakt die makkelijk overtuigt met mooie, intieme rootsmuziek, maar de ware kracht van de songs van de Amerikaan ervaar je pas wanneer je de plaat veel vaker hebt gehoord. Dat hier sprake is van een enorme aanrader zal duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Throwing Muses - Sun Racket (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Throwing Muses - Sun Racket - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Throwing Muses - Sun Racket
Throwing Muses maakte bijna al haar albums in de jaren 90, maar op Sun Racket laat de band rond Kristin Hersh horen dat het er nog steeds toe doet en kan vernieuwen

Op Sun Racket duiken hier en daar flarden op van het oude Throwing Muses uit de jaren 90, maar de band rond Kristin Hersh verkent op haar eerste album in zeven jaar tijd ook nieuwe wegen. Sun Racket flirt hier en daar met de rauwe en stekelige gitaarsongs van weleer, maar experimenteert ook met een veel meer ingetogen geluid. Ik moest er wel even aan wennen, maar langzaam maar zeker raakte ik zeer gecharmeerd van het album dat ik inmiddels al maanden in huis heb. Kristin Hersh valt nog altijd op met haar unieke stemgeluid, maar ook de rest van het nieuwe Throwing Muses geluid is het ontdekken meer dan waard.

Ik noem de muziek van de Amerikaanse band Throwing Muses op deze BLOG met grote regelmaat als vergelijkingsmateriaal, want de band rond Kristin Hersh is de afgelopen decennia verrassend invloedrijk gebleken.

Throwing Muses werd al in de eerste helft van de jaren 80 geformeerd, maar de gloriejaren van de band lagen in de jaren 90, toen vrijwel alle albums van de band verschenen. Persoonlijk heb ik overigens een voorkeur voor de twee titelloze albums die de band in respectievelijk 1986 en 2003 uitbracht, maar ook alle tussenliggende albums uit de jaren 90 zijn uitstekend.

Throwing Muses keerde in 2013 al eens terug, maar het ambitieuze Purgatory/Paradise vond ik persoonlijk een stuk minder dan alles dat ik al van de band in de kast had staan. Nu is het misschien ook niet eerlijk om nieuw werk van een band te vergelijken met werk uit de hoogtijdagen die inmiddels meerdere decennia achter ons liggen, maar probeer het maar eens te voorkomen.

Deze week keert Throwing Muses terug met een nieuw album, Sun Racket. De band heeft uiteraard nog altijd een plekje ingeruimd voor Kristin Hersh, die met haar stem en gitaarwerk het geluid voor een belangrijk deel bepaald, maar ook bassist Bernard Georges en David Narcizo waren in de gloriejaren van de band al van de partij.

Als ik denk aan Throwing Muses denk ik aan buitengewoon stekelige gitaarsongs. Zowel het gitaarwerk van Kristin Hersh als haar uit duizenden herkenbare stem zochten de grenzen continu op in de muziek van de band, wat de muziek van Throwing Muses voor mij altijd onweerstaanbaar maakte. Kristin Hersh liet op haar soloalbums een wat meer ingetogen geluid horen en dat is een geluid dat ze mee heeft genomen naar het eerste Throwing Muses in zeven jaar tijd en pas het tweede sinds 2003.

Sun Racket opent nog vertrouwd met gruizige gitaarlijnen en de zo kenmerkende zang van Kristin Hersh. Niets veranderd was mijn eerste conclusie, maar dat is een conclusie die slechts opgaat voor een beperkt aantal songs op het nieuwe album. Sun Racket flirt hier en daar met het vertrouwde Throwing Muses geluid, maar neemt veel vaker dan in het verleden gas terug. Daar moest ik wel wat aan wennen, maar daar heb ik inmiddels alle tijd voor gehad, want na het ontvangen van de promo van Sun Racket werd de release van het album nog een paar keer uitgesteld vanwege de corona pandemie.

In deze periode heb ik leren houden van het nieuwe album van Throwing Muses. Het is een album dat je niet moet vergelijken met de beste albums van de band, al duiken hier en daar nog flarden van deze albums op. Op Sun Racket hoor je vooral een meer ingetogen kant van Throwing Muses. Het is een kant die opvalt door heldere gitaarlijnen, opvallend melodieuze songs, flirts met psychedelica en hier en daar zelfs flink wat zonnestralen, al werd het album gemaakt in een periode waarin het huwelijk van Kristin Hersh op de klippen liep.

Hier en daar klinkt Throwing Muses anno 2020 bijna lieflijk en lichtvoetig, maar wat gruizig gitaarwerk is nooit ver weg en verder is er natuurlijk altijd de ruwe en bijzondere stem van Kristin Hersh, die zo te horen nog steeds leeft op een ontbijt van kiezelstenen. Het is misschien even wennen, maar uiteindelijk bevalt dit nieuwe album van Throwing Muses me wel. Erwin Zijleman

Thunderbitch - Thunderbitch (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thunderbitch - Thunderbitch - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Zangeres Brittany Howard timmert momenteel stevig aan de weg met haar band Alabama Shakes. Het eerder dit jaar verschenen Sound & Color werd uitstekend ontvangen en levert de band inmiddels volle zalen op.

Op Sound & Color koos Alabama Shakes voor een wat subtieler geluid dan op haar debuut, waardoor er maar weinig ruimte overbleef voor het rauwere geluid dat de band in haar begindagen liet horen.

Liefhebbers van dit rauwere werk hoeven niet langer te treuren, want naast Alabama Shakes is er nu Thunderbitch.

Thunderbitch is een project van Brittany Howard en een aantal bevriende muzikanten en laat horen dat de zangeres kennelijk zelf ook behoefte had aan een uitlaatklep voor haar rauwere kant. En die heeft ze gevonden.

Het debuut van Thunderbitch is 32 minuten pure rock ’n roll zonder opsmuk. Het is een genre dat Brittany Howard op het lijf is geschreven. Het debuut van Thunderbitch maakt geen geheim van de liefde voor garagerock uit de 60s, maar citeert ook nadrukkelijk uit de archieven van The Rolling Stones.

De gitaren mogen piepen, kraken en gieren, waarna Brittany Howard als een bulldozer alles dat is blijven staan vermorzelt. Het debuut van Thunderbitch heeft het rauwe en smerige van de garagerock, de urgentie van The Rolling Stones, de sprankelende energie van Springsteen’s E-Street Band en het subtiel venijnige van The New York Dolls, om maar een aantal namen te noemen.

De band speelt lekker rauw en los, maar durft de gashendel ook af en toe los te laten. De songs zijn prima en Brittany Howard zingt alsof haar leven er van af hangt, waarbij ze heel wat gevestigde rockzangers degradeert tot koorknapen.

Ik was eerder dit jaar zeker onder de indruk van het nieuwe geluid van Alabama Shakes, maar deze rauwe, rammelende en energieke portie rock ’n roll had ik ook niet graag gemist. Zie het als een tussendoortje, maar het is ook een plaat die je compleet van je sokken blaast. In ieder geval voor even. Erwin Zijleman

Thurston Moore - By the Fire (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thurston Moore - By The Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Thurston Moore - By The Fire
Thurston Moore levert wederom een geweldig soloalbum af en het is er heen met flarden van behoorlijk toegankelijke rocksongs, maar vooral heel veel fenomenaal gitaarwerk

Sinds het uit elkaar vallen van Sonic Youth timmert Thurston Moore stevig aan de weg met soloalbums. Hij maakte een tweetal behoorlijk toegankelijke albums en een hele experimentele. By The Fire kan beide kanten op. Thurston Moore begint op zijn nieuwe album met enige regelmaat aan lekker in het gehoor liggende rocksongs, maar hij blijft natuurlijk ook een geweldig gitarist die het experiment niet schuwt. Met name de langere tracks op het bijna anderhalf uur durende album grossieren in fenomenaal gitaarwerk dat varieert van subtiel tot stevig. Het zorgt ervoor dat ook By The Fire weer een geweldig album is dat de aandacht verrassend makkelijk anderhalf uur vasthoudt.

Thurston Moore kennen we natuurlijk vooral van zijn band Sonic Youth, waarmee de Amerikaanse muzikant tussen 1982 en 2009 een enorme stapel geweldige albums maakte. In 2011 kwam er een einde aan het huwelijk tussen Thurston Moore en medebandlid Kim Gordon en viel helaas ook het doek voor Sonic Youth; een Rumours van de Amerikaanse noiserock band zat er helaas niet in.

Thurston Moore zat gelukkig niet bij de pakken neer, maar ging verder met het maken van soloalbums, waarvan hij er al een aantal op zijn naam had staan. Nu waren die soloalbums sinds het uitstekende Psychic Hearts uit 1995 vooral erg wisselvallig, maar het in 2014 uitgebrachte The Best Day bleek van een hoog niveau en herinnerde aan de beste dagen van Sonic Youth, iets wat overigens ook gold voor het in 2017 verschenen Rock N Roll Consciousness, dat nog wat toegankelijker was.

Vorig jaar kwam Thurston Moore op de proppen met Spirit Counsil en dit bleek veel zwaardere kost. Het instrumentale album bevatte slechts drie tracks, maar voor deze drie tracks had Thurston Moore maar liefst tweeënhalf uur de tijd nodig. Spirit Counsil is, als je er voor in de stemming bent, een interessant album, maar zelf prefereer ik toch de Thurston Moore songs met een kop en een staart.

Op het deze week verschenen By The Fire zijn deze songs met een kop en een staart weer te vinden. Ook dit keer neemt Thurston Moore ruim de tijd voor zijn muziek, want By The Fire duurt bijna anderhalf uur, terwijl de lengte van de negen tracks op het album varieert van bijna 5 tot bijna 17 minuten.

Thurston Moore wordt op By The Fire bijgestaan door voormalig My Bloody Valentine bassiste Deb Cooge, gitarist James Sedwards (Nought), de uit de hoek van de experimentele elektronica bekende Jon Leidecker en drummers Steve Shelley (Sonic Youth) en Jem Doulton. Zeker in de eerste tracks op het album laat Thurston Moore een opvallend toegankelijk geluid horen en By The Fire valt bovendien op door een hecht bandgeluid.

By The Fire opent met twee lekker in het gehoor liggende rocksongs vol geweldig gitaarwerk, maar ook aansprekende zang. Het is het gitaarwerk dat we van Thurston Moore kennen en het kleurt de eerste tracks van het album prachtig in en veelzijdig in. Het herinnert absoluut aan het werk van Sonic Youth, maar het sluit ook naadloos aan op de vorige soloalbums van Thurston Moore.

Zeker door het geweldige gitaarwerk zijn de songs van Thurston Moore veel interessanter dan doorsnee rocksongs en omdat de Amerikaanse muzikant de tijd neemt voor zijn songs valt er veel te genieten van dit gitaarwerk, dat werkelijk alle kanten opschiet en varieert van subtiele gitaarloopjes en angstaanjagend hoge gitaarmuren tot experimenteler werk.

Zeker in de langere tracks op het album verliest Thurston Moore de rocksong met een kop en een staart wel eens uit het oog, maar het fenomenale gitaarwerk houdt de aandacht moeiteloos vast en wanneer de gitaren zijn uitgeraasd weet Thurston Moore de wat toegankelijkere songstructuren vaak toch weer verrassend snel te vinden, waardoor By The Fire zich ondanks het experiment makkelijk opdringt.

Sonic Youth opereerde vaak binnen een vast stramien, maar op By The Fire gaat Thurston Moore helemaal los en sleept hij er een breed palet aan invloeden bij. Het slaat af en toe behoorlijk door richting experiment, maar het is experiment met muzikaal vuurwerk om je vingers bij af te likken. By The Fire vraagt nog wel wat tijd om alle geheimen te ontrafelen, maar dat Thurston Moore een geweldig album heeft afgeleverd is voor mij al lang zeker. Erwin Zijleman

Thurston Moore - The Best Day (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thurston Moore - The Best Day - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Een liefdesbreuk binnen een band zorgde in het verleden nog wel eens voor een artistieke impuls (Fleetwood Mac, Abba), maar in het geval van Sonic Youth lijkt de scheiding van leden van het eerste uur Thurston Moore en Kim Gordon direct ook het einde van de band te betekenen.

Nu was het heilige vuur eerlijk gezegd ook wel wat gedoofd bij de legendarische noiserock band, maar bij Sonic Youth wist je het maar nooit.

Datzelfde geldt eigenlijk voor de solocarrière van Thurston Moore. De Sonic Youth gitarist leverde met zijn tweede soloplaat, Psychic Hearts uit 1995, ooit eens een ware klassieker af, maar Thurston Moore maakte ook een enorme stapel buitengewoon vage en rommelige platen waarvan nauwelijks chocolade te maken was, al zat er zo heel af en toe een ruwe diamant tussen.

Ik was daarom wel nieuwsgierig naar de nieuwe soloplaat van Thurston Moore, maar had zeker geen overdreven hoge verwachtingen van The Best Day. The Best Day blijkt echter een verrassend sterke plaat, die zich kan meten met de beste soloplaten van Thurston Moore. Ik ga direct nog een stapje verder, want The Best Day haakt als je het mij vraagt qua niveau ook aan bij een aantal prima Sonic Youth platen en dan met name bij de platen die de band uit New York aan het eind van de jaren 80 en begin van de jaren 90 maakte.

Het is een onverwachte prestatie van Thurston Moore, die kennelijk creativiteit heeft gehaald uit zijn liefdesbreuk (wat natuurlijk ook niet nieuw is, al is The Best Day geen klassiek breakup album).

The Best Day bevat acht tracks en duurt uiteindelijk zo’n 50 minuten, wat betekent dat er een aantal lange tracks op de plaat staan (de langste duurt 11 minuten). Het zijn tracks die bestaan uit meerdere lagen.

In een aantal tracks komt Thurston Moore op de proppen met behoorlijk toegankelijke melodieën en refreinen en benadert hij de aanstekelijke rocksong, terwijl een aantal andere tracks zijn opgebouwd rond lome en psychedelische klankentapijten.

Het is maar een deel van het verhaal, want hiernaast is er natuurlijk altijd de laag met het unieke gitaarwerk van Thurston Moore. Alle tracks op de plaat bevatten ook een laag waarin steen voor steen een gitaarmuur wordt opgebouwd en vervolgens weer wordt afgebroken.

Dit kunnen de gruizige gitaarmuren zijn waarop Sonic Youth het patent had en heeft, maar ook buitengewoon inventieve gitaarmuren met verrassende loopjes of zelfs akoestische en psychedelisch aandoende gitaarmuurtjes. Sonic Youth drummer Steve Shelley slaat het geheel tenslotte op fraaie en trefzekere wijze aan elkaar.

Er zijn niet veel gitaristen die mijn aandacht lang vast kunnen houden met het bouwen van gitaarmuren, maar Thurston Moore slaagt er met speels gemak in, mede omdat hij zelfs in de lange tracks de rocksong met kop en staart niet vergeet.

The Best Day is al met al een even fascinerende als aangename plaat, die niet alleen kan worden gerekend tot de beste soloplaten van Thurston Moore, maar ook het leed rond het uit elkaar vallen van Sonic Youth weet te verzachten. Dat had ik in ieder geval niet verwacht. Erwin Zijleman

Thus Owls - Turning Rocks (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Thus Owls - Turning Rocks - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Thus Owls is een Canadees-Zweeds man-vrouw duo dat bestaat uit gitarist Simon Angell en zijn vrouw Erika Angell. Simon Angell speelde in het verleden gitaar bij Patrick Watson, terwijl Erika (achternaam onbekend) in Scandinavië aan de weg timmerde als zangeres. Het duo maakte al een tweetal behoorlijk experimentele platen (als Thus:Owls) maar daar kon ik niet zo heel veel mee. Ook met plaat nummer drie, het onlangs verschenen Turning Rocks, heb ik het lange tijd niet makkelijk gehad, al is de plaat een stuk toegankelijker dan de vorige twee platen van het Canadees-Zweedse duo. In de openingstrack van Turning Rocks klinkt Thus Owls nadrukkelijk als Kate Bush in haar meer experimentele dagen, terwijl ik in de tracks die volgden enige tijd associaties had met de muziek van Beach House. Dat is allebei al geen lichte kost, maar Thus Owls biedt me uiteindelijk nog minder houvast. Natuurlijk is Turning Rocks vergeleken met de vorige platen van de band een redelijk toegankelijke plaat. De nauwelijks te doorgronden jazzy invloeden uit het verleden hebben plaats gemaakt voor een vaak wat zwaar aangezet geluid, maar dit is een geluid dat nog altijd ver verwijderd is van de mainstream. Heel af en toe komt Thus Owls met een bijna toegankelijk popliedje op de proppen, maar de songs met net wat meer avontuur domineren en als het al toegankelijk is ligt een verrassende wending altijd op de loer. Ik geef eerlijk toe dat ik het in eerste instantie allemaal net wat teveel van het goede vond. Een te volle instrumentatie, net wat te zwaar aangezette vocalen en songs die me net wat te vaak op het verkeerde been zetten. Turning Rocks was, in ieder geval voor mij, een plaat waaraan je moet wennen. Waar ik het in eerste instantie teveel van alles vond, begin ik het bijzondere geluid van Thus Owls inmiddels te koesteren en geniet ik van de vele details. Op Turning Rocks kijkt Erika Angell terug op haar jeugd in Zweden, maar de plaat sluit toch meer aan op de fascinerende muziek scene van Montreal (waar de plaat werd opgenomen) dan op de muziek van de vele Zweedse ijsprinsessen die Erika Angell voor gingen. De instrumentatie op de plaat is zoals gezegd opvallend vol, maar zeker wanneer je de plaat met aandacht of lekker hard beluisterd zijn de vele lagen in de muziek van Thus Owls vrij makkelijk te ontrafelen en valt op hoe fraai het gitaarwerk is, hoe duister de elektronica wordt ingezet, hoe betoverend de antieke orgeltjes klinken en hoe indringend en veelzijdig Erika Angell zingt. Wat mij uiteindelijk vooral fascineert in de muziek van Thus Owls is enorme dynamiek in de muziek van het tweetal. Thus Owls kan binnen een paar seconden schakelen tussen zware bombast en bijna lome klanken en weer terug en doet dit op bijna organische wijze. Turning Rocks is absoluut een plaat die in eerste instantie energie vreet, maar wanneer de eerste helft van de puzzelstukjes op zijn plaats is gevallen geeft de plaat ook rust en energie. Voor de liefhebbers van de platen van Thus:Owls zal Turning Rocks even slikken zijn, maar liefhebbers van niet alledaagse muziek met een flinke dosis bombast hebben er zomaar een favoriete band bij. Mijn advies: wees geduldig met deze plaat. Ik had zelf flink wat luisterbeurten nodig om in de ban van Thus Owls te raken, maar inmiddels zou ik deze fascinerende en behoorlijk overweldigende plaat niet meer willen missen. Erwin Zijleman

Tift Merritt - Stitch of the World (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tift Merritt - Stitch Of The World - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Bramble Rose, het debuut van de Amerikaanse singer-songwriter Tift Merritt, is dit jaar al weer 15 jaar oud.

Het door de gelouterde Ethan Johns geproduceerde debuut leverde de jonge Tift Merritt direct de vergelijking op met grootheden in het genre als Emmylou Harris en Lucinda Williams, waardoor de singer-songwriter die werd geboren in Texas, maar opgroeide in North Carolina, onmiddellijk tot kroonprinses werd gekroond.

Het was ongetwijfeld goed gekomen als Tift Merritt direct was blijven voortborduren op het geluid van haar debuut, maar dat heeft ze niet gedaan.

Op het in 2004 verschenen Tambourine en het in 2008 uitgebrachte Another Country (beiden geproduceerd door de ervaren George Drakoulias) schoof Tift Merritt wat op richting soul en later ook pop, wat bij de liefhebbers van alt-country niet altijd in goede aarde viel. Ik vond het overigens geweldige platen en kon ook het door Tucker Martine geproduceerde, in 2010 verschenen en net wat lichtvoetiger klinkende See You On The Moon zeer waarderen.

Liefhebbers van alt-country sloten Tift Merritt weer in hun armen toen in 2012 het wederom door Tucker Martine geproduceerde Traveling Alone verscheen, waarop Tift Merritt terugkeerde naar haar alt-country roots.

We zijn inmiddels al weer vijf jaar verder en eindelijk is er weer een nieuwe plaat van Tift Merritt. Stitch Of The World is geproduceerd door Iron & Wine voorman Sam Beam en bevat bijdragen van topmuzikanten als gitarist Marc Ribot, drummer Jay Bellarose en pedal steel virtuoos Eric Heywood.

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, maar ook verrassend losjes en ingetogen. Stitch Of The World opent stevig, maar bevat voornamelijk meer ingetogen songs. Het zijn songs waarin Tift Merritt de perikelen rond haar echtscheiding bezingt, wat van Stitch Of The World een breakup plaat maakt.

Dat vraagt om wat extra emotie in de vocalen en daarvoor ben je bij Tift Merritt zeker aan het juiste adres. De Amerikaanse hoorde direct bij haar debuut al tot de betere zangeressen in het genre, maar gooit nu nog wat extra gevoel in haar songs. Het maakt van Stitch Of The World een indringende plaat.

Het is ook een opvallend intieme plaat, die voor een belangrijk deel wordt gedragen door de imponerende stem van Tift Merritt, maar ook de bijzonder fraaie accenten van de genoemde topmuzikanten (met een hoofdrol voor de wonderschone gitaarlijnen ban Marc Ribot) en de duetten met Sam Beam tillen de plaat zeker naar een hoger plan.

Hoewel ik alle platen die Tift Merritt sinds haar debuut heeft gemaakt zeer kon waarderen, was Bramble Rose voor mij toch altijd onaantastbaar. Tot nu dan, want met het emotionele en intieme Stitch Of The World heeft Tift Merritt wat mij betreft haar debuut overtroffen. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Tim Knol - Cut the Wire (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tim Knol - Cut The Wire - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Tim Knol was de afgelopen jaren onder andere actief met zijn powerpop band The Miseries, maar voor de laatste soloplaat van de Nederlandse singer-songwriter moesten we tot voor kort helemaal terug naar 2013.

In dat jaar verscheen immers Soldier On, dat niet alleen was gestoken in een prachtige, door The Freewheelin' Bob Dylan geïnspireerde hoes, maar dat ook een serie geweldige popsongs bevatte.

Die popsongs zijn ook weer te vinden op het vorige week verschenen Cut The Wire, maar Tim Knol legt de lat dit keer nog wat hoger dan vijf jaar geleden.

Ook op zijn nieuwe plaat werkt Tim Knol weer samen met zijn vaste kompaan Anne Soldaat, die in de jaren 90 met Daryll-Ann al liet horen hoe je popliedjes maakt waar je als luisteraar alleen maar zielsgelukkig van kunt worden. Het is een kunst die ook Tim Knol inmiddels tot in de perfectie beheerst.

De singer-songwriter uit Hoorn, die op jonge leeftijd als een held werd onthaald, heeft nooit een geheim gemaakt van zijn voorliefde voor Britse en Amerikaanse popmuziek uit de jaren 60 en 70 en doet dat ook op Cut The Wire niet. Ik ga de inspiratiebronnen van Tim Knol voor de afwisseling eens niet opnoemen, al is het maar omdat het er op zijn nieuwe plaat veel teveel zijn voor een redelijk compacte recensie.

Luister naar Cut The Wire en je hoort op het eerste gehoor een verzamelplaat met heel veel moois uit de 60s en 70s. Het is moois uit met name de Westcoast pop, de psychedelica en de countryrock, maar ook de Beatlesque melodieën die het eerdere werk van Tim Knol typeerden zijn nadrukkelijk aanwezig, terwijl Anne Soldaat ook nog wat invloeden uit het geweldige oeuvre van Daryll-Ann naar binnen heeft gefietst.

Binnen de genoemde genres heeft Tim Knol dit keer een voorkeur voor buitengewoon zonnige en lome klanken en melodieën die in de categorie ‘suikerzoet’ vallen. Samen met Anne Soldaat heeft Tim Knol zijn nieuwe plaat voorzien van een mooi verzorgd en lekker veelzijdig geluid vol prachtige details en het is een geluid dat zich om je heen slaat als een warme jas op een koude winterdag.

Cut The Wire moet het niet hebben van ruwe uithalen (al mag Anne Soldaat een enkele keer los gaan), maar streelt het oor vrijwel continu lieflijk. De geweldige melodieën en het zonnige karakter van de songs op de plaat maken van de nieuwe plaat van Tim Knol een ultieme feelgood plaat, wat nog eens wordt versterkt door de vele referenties naar het allerbeste uit de popmuziek uit de jaren 60 en 70 en de al even aangename en lome vocalen van de Nederlandse muzikant.

Het klinkt allemaal zo bekend en zo lekker dat je bijna zou vergeten om goed te luisteren. Cut The Wire is een plaat om heerlijk bij te luieren en weg te dromen, maar verdient ook zo nu en dan de nauwkeurigere beluistering. Dan hoor je hoe knap het allemaal in elkaar steekt en met hoeveel gevoel en liefde Cut The Wire is gemaakt.

Acht jaar geleden werd een nog piepjonge Tim Knol nog onthaald als grote belofte voor de toekomst, maar die belofte was Tim Knol vijf jaar geleden met Soldier On al voorbij. Met Cut The Wire zet de Nederlandse singer-songwriter een volgende stap en het is er een om te koesteren. Keer op keer. Erwin Zijleman

Tim Knol - Lightyears Better (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tim Knol - Lightyears Better - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tim Knol - Lightyears Better
Tim Knol vond zichzelf de afgelopen jaren opnieuw uit, maar in muzikaal opzicht is hij gelukkig dezelfde gebleven, wat goed is te horen op het met tijdloze en onweerstaanbare lekkere songs gevulde Lightyears Better

Tim Knol had altijd al het patent op bijzonder lekker klinkende popliedjes met invloeden uit de Amerikaanse rockmuziek en rootsmuziek, maar op zijn nieuwe album Lightyears Better heeft hij deze nog wat verder geperfectioneerd. Lightyears Better is direct vanaf de eerste noten een feest van herkenning en dat is knap met een serie gloednieuwe songs. De songs van Tim Knol dringen zich door het tijdloze karakter makkelijk op, maar in muzikaal opzicht zit het album knap in elkaar en het is ook nog eens een gevarieerd album, dat ruimte biedt aan invloeden van meerdere muzikale helden. Tim Knol deed de afgelopen jaren vooral andere dingen, maar Lightyears Better laat horen waar hij echt goed in is.

Het was voor mijn gevoel heel lang geleden dat ik naar muziek van Tim Knol had geluisterd. Dat gevoel bleek te kloppen, want zijn laatste reguliere soloalbum stamt uit de eerste maand van 2018. Het inmiddels vierenhalf jaar oude Cut The Wire vond ik echt een geweldig album, dat zijn al zo goede voorgangers overtrof.

De Nederlandse muzikant bracht sinds Cut The Wire vier albums uit met uiterst sobere versies van zijn oude songs, maar deze zijn me echt compleet ontgaan. Hiernaast maakte de muzikant uit Hoorn twee albums met de band Blue Grass Boogiemen, maar die deden me niet zoveel, bluegrass is niet echt mijn ding.

Deze week keert Tim Knol terug met Lightyears Better en direct vanaf de eerste noten is duidelijk dat de Nederlandse muzikant de geweldige vorm van Cut The Wire heeft weten te behouden. Tim Knol liet een paar jaar geleden de ongezonde levensstijl die bijna onlosmakelijk is verbonden met een bestaan als muzikant achter zich en vond zichzelf opnieuw uit. Het is allemaal terug te lezen in het boek Lichtjaren Beter en terug te horen op het album Lightyears Better.

Het is in meerdere opzichten een andere Tim Knol die terugkeert met Lightyears Better, maar gelukkig is de Nederlandse muzikant zichzelf gebleven wanneer het gaat om het maken van muziek. Op zijn nieuwe album strooit Tim Knol als vanouds met onweerstaanbaar lekkere popliedjes. Het zijn popliedjes die vooral zijn beïnvloed door de Amerikaanse popmuziek in het algemeen en de Amerikaanse rootsmuziek in het bijzonder.

Ook bij beluistering van Lightyears Better heb ik weer onmiddellijk associaties met Neil Young, Jeff Tweedy, Tom Petty en Bob Dylan, om maar eens vier namen te noemen, maar ik zou ook vijftig andere namen kunnen noemen. De songs van Tim Knol zijn tijdloos en het zijn van die songs die je bij eerste beluistering al jaren of zelfs decennia lijkt te kennen. Het zijn bovendien songs die zo onweerstaanbaar lekker klinken dat je na de drie kwartier van Lightyears Better alleen maar heel vrolijk kunt zijn.

Naast invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek hoor ik op het nieuwe album van Tim Knol ook wat meer invloeden uit de al even tijdloze singer-songwriter muziek uit de jaren 70, waarbij de Nederlandse muzikant flarden Paul McCartney, Harry Nilsson en Jeff Lynne laat horen.

Lightyears Better maakt onmiddellijk indruk met songs die je direct wilt koesteren, maar het album heeft meer te bieden. Tim Knol is op zijn nieuwe album verder gegroeid als zanger en heeft zijn songs bovendien gevarieerd en zeer smaakvol ingekleurd. De muzikant uit Hoorn maakt op Lightyears Better geen geheim van zijn muzikale helden, maar het zijn muzikale helden die in de meeste gevallen alleen maar kunnen dromen van het maken van een topalbum als het nieuwe album van Tim Knol.

De songs op het album klinken allemaal zo ontspannen en zo vanzelfsprekend dat het maken van een album als Lightyears Better een koud kunstje lijkt, maar dat is het natuurlijk niet. Tim Knol heeft niet alleen een bijzonder aangenaam, maar ook een bijzonder knap album gemaakt. Het zou mooi zijn als de Amerikaanse websites met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek het album oppikken, want zo goed als Lightyears Better horen ze het in eigen land echt niet al te vaak. Erwin Zijleman

Tim Knol - Long Live Your Friends (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tim Knol - Long Live Your Friends - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tim Knol - Long Live Your Friends
Tim Knol schudt de nagenoeg perfecte popliedjes ook dit keer uit zijn mouw en imponeert op Long Live Your Friends met melodieuze, zonnige en tijdloze popsongs die al snel onweerstaanbaar zijn

Het is een mooi rijtje albums dat Tim Knol inmiddels op zijn naam heeft staan en vooralsnog lijkt de Nederlandse muzikant alleen maar beter te worden. Het deze week verschenen Long Live Your Friends bevalt me immers nog net wat beter dan het uitstekende Lightyears Better van een jaar geleden. Vergeleken met dat album klinkt het nieuwe album van Tim Knol wat meer ontspannen en ook wat lichtvoetiger. Het is deels de verdienste van de mooie productie van het album, maar ook de muziek en de zang komen nog wat beter uit de verf en ook de songs van de Nederlandse muzikant zijn nog wat aansprekender. Tim Knol bewijst nog maar eens dat hij behoort tot het beste dat de Nederlandse popmuziek te bieden heeft.

De Nederlandse muzikant Tim Knol is pas 33 jaar oud, maar heeft zijn sporen binnen de (Nederlandse) popmuziek inmiddels ruimschoots verdiend. Het deze week verschenen Long Live Your Friends is al zijn zesde reguliere album, maar hiernaast was er interessant restmateriaal (The Lost And Found Tapes), was er het album van gelegenheidsband The Miseries en waren er de albums met Blue Grass Boogiemen. Van al deze albums sprong het vorig jaar verschenen Lightyears Better er voor mij net wat uit, waardoor ik met hooggespannen verwachtingen begon aan het deze week verschenen Long Live Your Friends.

Het album opent direct geweldig met het Beatlesque Brand New Day, dat laat horen dat Tim Knol de kunst van het schrijven van tijdloze popsongs zo langzamerhand tot in de perfectie beheerst. Long Live Your Friends staat vol met dit soort popsongs en het zijn popsongs waarvan ik alleen maar heel gelukkig kan worden.

Vergeleken met het uitstekende Lightyears Better hoor ik op het nieuwe album net wat meer invloeden van The Beatles, maar ook de vorig jaar vaak genoemde namen als die van Tom Petty en met name Wilco zijn nog altijd zeer relevant, zeker als Tim Knol wat dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan kruipt.

Tim Knol maakte zijn nieuwe album met producer Sam Verbeek, die tot dusver vooral in de hiphop scene actief was en onder andere werkte met Bob uit Zuid. Het is een opvallende keuze, maar het pakt uitstekend uit. Long Live Your Friends klinkt vergeleken met zijn voorganger wat losser en lichtvoetiger en is ook wat minder zwaar geproduceerd, wat een ontspannen klinkend album oplevert. Het is een album dat vooral opgewekt en zonnig klinkt, maar in zijn teksten schuwt Tim Knol de maatschappelijke en persoonlijke thema’s zeker niet.

De Nederlandse muzikant dook in de studio in met de ruwe schetsen van songs die hij op zijn telefoon had staan en ideeën die opborrelden tijdens lange wandelingen en die aanpak heeft gewerkt. Long Live Your Friends bevat een groot aantal direct memorabele popsongs, maar het zijn ook prachtig uitgevoerde songs.

De door gitaren gedomineerde instrumentatie is aan de ene kant tijdloos, maar Tim Knol voorziet zijn songs ook af en toe van onverwachte wendingen, bijvoorbeeld door de gitaren wat zwaarder aan te zetten of synths toe te voegen. Over het algemeen genomen is het nieuwe album van Tim Knol echter een oase van rust en ontspanning.

In muzikaal en productioneel opzicht vind ik Long Live Your Friends nog wat mooier dan Lightyears Better, maar ook de zang van Tim Knol springt er wat mij betreft meer uit. De Nederlandse muzikant zingt redelijk ingetogen en met veel gevoel en varieert bovendien met zijn stem, waardoor iedere song weer net wat anders klinkt. In vocaal opzicht valt overigens ook de hier en daar opduikende achtergrondzang van Tara Wilts op. Haar stem vloeit prachtig samen met de stem van Tim Knol en het is een combinatie van stemmen die wat mij betreft naar veel meer smaakt.

De zomer zal zo langzamerhand wat op zijn einde lopen, maar met dit uitstekende album van Tim Knol blijft de zon nog wel even schijnen en hopelijk niet alleen in Nederland, maar ook ver daarbuiten, want dit is een album met internationale allure. Erwin Zijleman

Tim Treffers - Never Trust a Man in a Fur Coat (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tim Treffers - Never Trust A Man In A Fur Coat - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Never Trust A Man in A Fur Coat; het is de opvallende titel van het debuut van de Nederlandse singer-songwriter Tim Treffers.

Deze Tim Treffers is op de cover van zijn debuut overigens zelf gehuld in een tuinbroek en mannen in tuinbroeken vertrouw ik net zo min of even zeer als mannen in bontjassen.

Genoeg geoordeeld over kledingstukken, want bij Tim Treffers gaat het natuurlijk om de muziek en die is in het geval van Tim Treffers uitstekend.

De singer-songwriter uit Utrecht is voor de afwisseling eens geen voormalig deelnemer van Giel Beelen’s de Beste singer-songwriter van Nederland. Dat is aan de ene kant wel eens goed, maar aan de andere kant ook jammer, want Tim Treffers laat op Never Trust A Man In A Fur Coat horen dat hij beschikt over het eigen en bovendien internationaal aansprekende geluid dat in de laatste edities van de Beste singer-songwriter van Nederland nog al eens ontbreekt.

Het is een eigen geluid dat nadrukkelijk teruggrijpt op de blue-eyed soul uit de jaren 70, maar vervolgens een geheel eigen draai geeft aan deze invloeden uit het verleden. Als ik nog even in het verleden blijf hangen, kan ik melden dat Never Trust A Man In A Fur Coat bij mij associaties oproept met de vroege platen van Robert Palmer en de platen van Boz Scaggs; geen vergelijkingsmateriaal om je als jonge singer-songwriter voor te schamen. Bij wat vaker luisteren is ook vergelijken met Steely Dan nauwelijks te voorkomen en ook dat is een groot compliment.

Tim Treffers maakt voor zijn bijzondere geluid dankbaar gebruik van heel veel ervaren krachten uit de Nederlandse muziekscene. Namen als die van Hans Vermeulen (Sandy Coast), Ruud Breuls (Metropole orkest), Eddie Conard (Pointer Sisters, Sting), Jeroen Bos (Bodine) en Dianne Marchal (Rainbow Train) was ik al heel lang niet meer tegen gekomen, maar de schat aan ervaring van deze ouwe rotten draagt nadrukkelijk bij aan het heerlijk authentiek klinkende 70s geluid op Never Trust A Man In A Fur Coat.

Tim Treffers heeft zich niet alleen gericht op de oude garde, maar heeft ook jonge en veelbelovende Nederlandse muzikanten aan zich weten te binden, onder wie Tim Vermeulen (zoon van Hans) en Eric van den Brink die de plaat produceerden.

De mix van blue-eyed soul, funk, jazz en heel veel pop is vaak zonnig en lichtvoetig, maar het debuut van Tim Treffers bevat ook een aantal meer ingetogen tracks, die voorzichtig herinneren aan de grote singer-songwriters uit de jaren 70 (denk aan Harry Nilsson). De jaren 70 blijven domineren wanneer Tim Treffers een vleugje reggae uit de hoge hoed tovert en 10cc naar de kroon steekt, maar Never Trust A Man In A Fur Coat klinkt ook minstens even eigentijds als de platen van bijvoorbeeld Wouter Hamel.

Zeker op de aangename zomerdagen van de laatste weken was het debuut van Tim Treffers een echte feel-good plaat, maar onder alle aangename klanken steekt het allemaal ook verassend goed in elkaar. Wie Giel Beelen uit de hoge hoed gaat toveren weet ik niet, maar of deze winnaar net zo goed is als Tim Treffers durf ik op voorhand al te betwijfelen. Erwin Zijleman

Tim Wheeler - Lost Domain (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tim Wheeler - Lost Domain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Dat persoonlijk leed een goede voedingsbodem kan zijn voor mooie en bijzondere muziek, is al heel lang bekend. Het bekendst zijn natuurlijk de vele breakup-platen met songs over op de klippen gelopen relaties, maar ook het verlies van een dierbare kan een muzikant inspireren tot een mooie en bijzondere plaat.

Een lezer van deze BLOG adviseerde me Lost Domain van Tim Wheeler en wat ben ik blij met deze tip.

De aanleiding voor de plaat was heel wat minder plezierig. Tim Wheeler verloor zijn vader George en verwerkt het verlies van zijn vader op zijn eerste soloplaat.

Tim Wheeler is bekend geworden als voorman van de Noord-Ierse band Ash. Ash dook in 1996 op met het briljante 1977 en wist deze plaat vervolgens helaas nooit meer te benaderen (maar dat is mijn mening). Met Lost Domain weet Tim Wheeler me wel weer te raken.

Hij doet dit met een plaat die niet eens zo heel ver is verwijderd van de muziek van Ash, maar desondanks toch heel anders klinkt. Lost Domain is een betrekkelijk ingetogen plaat, waarop Tim Wheeler beschrijft welk proces hij de afgelopen jaren heeft moeten doormaken. De plaat begint op het moment dat bij zijn vader Alzheimer wordt geconstateerd en beschrijft wat het slopen van het lichaam en de geest van een geliefde doet met de nabestaanden.

Tim Wheeler beschrijft dit proces vrijwel chronologisch en doet dit met ingetogen, maar toch ook vaak groots of zelfs episch klinkende songs. Het zijn songs die me meer dan eens doen denken aan het werk van Richard Ashcroft, maar ook de muziek van Divine Comedy of zelfs Prefab Sprout draagt zinvol vergelijkingsmateriaal aan.

Waar de muziek van Ash vooral gitaar georiënteerd is, staat op Lost Domain de piano centraal. Deze piano wordt bij vlagen omgeven door breed uitwaaiende synths en aanzwellende strijkers, maar Wheeler grijpt ook met enige regelmaat naar zijn gitaar.

Het thema van de plaat zou zich uitstekend lenen voor een zwaar melancholische en tot op het bot uitgeklede singer-songwriter plaat, maar dat is Lost Domain zeker niet. Lost Domain past in de categorie pop/rock en bevat verrassend toegankelijke songs.

Het leed is vooral verstopt in de teksten, waarin het hele ziekteproces van de vader van Tim Wheeler wordt beschreven. De diagnose, de vele ziekenhuisbezoeken, de frustratie, de verschijnselen van de ziekte, de achteruitgang, het overlijden, het afscheid nemen, het verwerken van het verlies en de gevolgen voor de relaties met anderen; het komt allemaal voorbij in de mooie songs van Tim Wheeler.

Het zijn toegankelijke en zoals gezegd vaak voorzichtig groots klinkende popsongs, maar de zware lading ontgaat de luisteraar zeker niet, al is het maar vanwege de emotievolle zang van Tim Wheeler.

Lost Domain is een plaat die me echt onmiddellijk te pakken had en het verbaast me dan ook dat de plaat in Nederland zo weinig aandacht heeft gekregen, zeker gezien de populariteit van Ash. Ash staat overigens al jaren op een laag pitje, maar Lost Domain laat horen dat we ons over de muzikale toekomst van Tim Wheeler absoluut geen zorgen hoeven te maken. Zijn solodebuut is, deels vanwege de trieste aanleiding, direct een hele mooie. Erwin Zijleman

Timber - The Family (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Timber - The Family - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Platen die in december worden uitgebracht worden meestal snel vergeten, maar dat geldt hopelijk niet voor het bescheiden meesterwerk van Timber

Will Stewart en Janet Simpson hadden wat tijd over en besloten om in Alabama een plaat op te nemen. Die plaat is het debuut van het gelegenheidsduo Timber en het is een prachtplaat. The Family klinkt als de combinatie van het beste van Cowboy Junkies en Mazzy Star en voegt hier vervolgens nog veel ander moois aan toe. The Family is een stemmige plaat vol fraaie gitaarlijnen en bedwelmende vocalen, maar het tweetal kleurt ook met enige regelmaat buiten de lijntjes en flirt hierbij afwisselend met Americana, rock en pop. Absoluut een plaat om te omarmen en steeds weer wat verliefder op te worden.

Het aantal nieuwe releases is in december heel beperkt, maar zo af en toe verschijnt er toch nog een plaat die veel te mooi is om over het hoofd te zien. The Family van Timber is absoluut zo’n plaat.

Timber is een gelegenheidsduo uit Birmingham, Alabama, dat bestaat uit Will Stewart en Janet Simpson. Will Stewart voerde tot voor kort vanuit Nashville, Tennessee, zijn band Willie and the Giant aan, terwijl Janet Simpson deel uit maakte van Delicate Cutters en momenteel toert met Wooden Wand. De twee vonden in Alabama een gaatje in het tourschema en namen als Timber een werkelijk wonderschone plaat op.

In de openingstrack van The Family neemt Will Stewart de lead vocalen voor zijn rekening, maar zorgt Janet Simpson al voor bedwelmende achtergrondzang. De muziek van Timber zoekt in de openingstrack de grenzen van de Americana op en overtuigt direct met fraaie gitaarlijnen, prima zang en een melodie die je bij blijft. De muziek van Timber is stemmig en donker, wat fraai kleurt bij het huidige jaargetijde, maar de muziek van het gelegenheidsduo is ook ruw en stekelig, waarmee Timber zich vrij makkelijk weet te onderscheiden van de concurrentie in het genre.

Ik heb zelf een zwak voor vrouwenstemmen en mijn enthousiasme over de muziek van Timber groeide dan ook flink toen Janet Simpson in de tweede track de lead vocalen overnam. Het zijn vocalen die prachtig kleuren bij het ingetogen instrumentarium op het debuut van Timber, waarin fraaie gitaarlijnen de hoofdrol spelen. Wanneer Janet Simpson zingt klinkt Timber als het perfecte huwelijk van Mazzy Star en Cowboy Junkies en dat zijn twee van mijn favoriete bands aller tijden.

Timber kleurt, nog meer dan deze twee bands, graag buiten de lijntjes en voorziet haar muziek van bijzondere accenten. Hier en daar klinkt de muziek van Timber fraai psychedelisch, maar het tweetal is ook niet vies van gruizige accenten die The Family weer richting The Velvet Underground duwen, al hoor ik de stemmen van Will Stewart en Janet Simpson liever dan die van Lou Reed en Nico.

Will Stewart en Janet Simpson nemen afwisselend de lead vocalen voor hun rekening en het zijn vocalen die alleen maar mooier worden, al is het maar omdat de muziek van Timber alleen maar indringender en bedwelmender wordt. The Family is hoorbaar gemaakt met bescheiden middelen, maar dat maakt de muziek van het tweetal alleen maar urgenter en intenser.

Ondanks de bescheiden middelen en een niet heel erg gevarieerde instrumentatie zijn de songs op The Family afwisselend, bijvoorbeeld omdat het duo in iedere songs weer een net wat andere weg in slaat en hierbij soms heel ver verwijderd raakt van het hokje Americana, waarin de plaat toch vooral geduwd zal worden. In de zich langzaam voortslepende songs hoor ik raakvlakken met Low, maar dit is nog lang niet het eindstation in de uitstapjes van Timber, dat ook zomaar kan klinken als een ruwe outtake van Fleetwood Mac in haar beste jaren.

Ik heb absoluut een voorkeur voor de songs waarin Janet Simpson het voortouw neemt, maar ook de songs waarin ze genoegen moet nemen met een rol op de achtergrond winnen aan kracht bij herhaalde beluistering. Ik heb The Family van Timber inmiddels een handvol keren gehoord en het is een plaat die me nu al dierbaar is. Het is een plaat die zomaar uit zou kunnen groeien tot een jaarlijstjesplaat, al maakt een release in december dit vrijwel onmogelijk. Alle reden dus om de plaat in 2019 nog een tweede kans te geven, want dit is een obscure parel die echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

Timber Timbre - Hot Dreams (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Timber Timbre - Hot Dreams - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Meerdere lezers van deze BLOG hebben me de afgelopen weken geadviseerd om eens naar Hot Dreams van Timber Timbre te luisteren. Op een of andere manier schoof deze tip steeds weer naar de onderste regionen van mijn todo lijst, maar een dag of wat geleden kwam de derde plaat van Timber Timbre dan eindelijk uit de speakers. Sindsdien ben ik flink onder de indruk van deze plaat, die het vooral goed doet op de vroege ochtend en aan het eind van de dag.

Timber Timbre is een project van de Canadese muzikant Taylor Kirk en Hot Dreams is al weer de derde plaat van de band. Op deze derde plaat maakt Timber Timbre ingetogen muziek met invloeden uit de folk-noir, soul en de filmmuziek.

Namen die vrijwel onmiddellijk bij me op kwamen bij beluistering van Hot Dreams zijn de namen van Richard Hawley en Tindersticks. Met name de muziek van de laatste band is ongetwijfeld een belangrijke inspiratiebron geweest voor Timber Timbre, al is de muziek van de Canadezen zwoeler en bij vlagen ook soulvoller en vind ik Taylor Kirk een betere zanger dan Stuart Staples die het er voor mij toch vaak net wat te dik oplegt.

Timber Timbre maakt hiernaast donkere en bijna sinistere muziek. Het is muziek die het goed zal doen in een willekeurige film van David Lynch, maar Timber Timbre schuift af en toe ook op in de richting van de spaghetti westerns van weleer en heeft ook alvast de soundtrack gemaakt voor een volgende film van Quentin Tarentino of de follow-up van Breaking Bad.

Nu we toch namen aan het noemen zijn mogen ook die van Nick Cave en Leonard Cohen niet ontbreken, want de songs van Timber Timbre zijn net zo intens als die van Cave of Cohen. Ik heb al heel wat namen genoemd om de muziek op Hot Dreams te duiden, maar hiermee ben ik er nog lang niet. Timber Timbre maakt op haar derde plaat immers ook 60s psychedelica (waarbij Taylor Kirk opeens klinkt als Roy Orbison), schuift op in de richting van het ingehouden bombast van The Righteous Brothers en verwerkt zo nu en dan ook bijna achteloos invloeden van recentere datum.

Hot Dreams is een buitengewoon stemmige plaat. De instrumentatie is iedere keer weer verrassend maar altijd wonderschoon, waarbij het niet zoveel uitmaakt of Timber Timbre deze instrumentatie terugbrengt tot de essentie of juist flink aankleedt met blazers en strijkers. Het is een instrumentatie die keer op keer prachtig kleurt bij de warme en donkere vocalen van Taylor Kirk, die de wat sinistere klanken op Hot Dreams voorziet van een dun laagje ijs.

Hot Dreams van Timber Timbre is een plaat waarop ontzettend veel te ontdekken valt, maar het is ook een plaat om lekker bij achterover te leunen, zeker wanneer de dag nog moet beginnen of langzaam tot een einde komt. Inderdaad een briljante plaat, precies zoals flink wat lezers van deze BLOG me de afgelopen weken al hadden gemeld. Erwin Zijleman

Timber Timbre - Sincerely, Future Pollution (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Timber Timbre - Sincerely, Future Pollution - dekrentenuitdepop.blogspot.nl


Het is al weer bijna drie jaar geleden dat ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Timber Timbre.

Het project van de Canadese muzikant Taylor Kirk verraste op het in 2014 verschenen Hot Dreams met voornamelijk ingetogen en uiterst stemmige muziek vol invloeden uit de folk-noir, soul en filmmuziek.

De vorige plaat van Timber Timbre riep bij mij associaties op met de muziek van Leonard Cohen, Nick Cave, Richard Hawley en vooral Tindersticks.

Ook bij beluistering van de nieuw plaat van Timber Timbre duiken deze namen op, maar Sincerely, Future Pollution klinkt duidelijk anders dan zijn voorganger.

Dat ligt vooral aan de instrumentatie, waarin veel meer gebruik wordt gemaakt van synths. De nieuwe plaat van Timber Timbre bevat zeker op het eerste gehoor meer invloeden uit de jaren 80, maar is ook absoluut beïnvloed door de platen die David Bowie in de tweede helft van de jaren 70 maakte.

De invloeden uit de muziek van David Bowie hoor je vooral wanneer Timber Timbre net iets meer experimenteert of kiest voor funky accenten. In de wat zoetere tracks met aanzwellende synths kruipt de band daarentegen dicht tegen Tindersticks aan, maar hoor ik ook nog steeds veel invloeden van Nick Cave (de vocalen), maar ook van Japan (de instrumentatie).

Het steviger inzetten van synths en het ophalen van inspiratie uit de jaren 80 biedt op het moment zeker geen garantie op positieve recensies. Integendeel zelfs. Persoonlijk ben ik echter zeer te spreken over Sincerely, Future Pollution.

Op haar nieuwe plaat borduurt Timber Timbre niet fantasieloos voort op de zo geslaagde vorige plaat, maar verkent het nieuwe terreinen. Het levert nog altijd bloedmooie en over het algemeen aardedonkere popliedjes op. In deze popliedjes zorgen de funky accenten voor een broeierige sfeer, terwijl de koele synths een flinke bak melancholie over de luisteraar uitstorten.

In eerste instantie had ik bij beluistering van Sincerely, Future Pollution een duidelijke voorkeur voor de songs die net wat stekeliger en eigenzinniger klinken en opvallen door vervreemdende synths en stevig uithalende of freakende gitaren (vol Bowie raakvlakken), maar uiteindelijk heb ik ook zeker een zwak voor de wat minder stekelige songs op de plaat.

Deze lijken bij eerste beluistering misschien aan de zoete kant, maar een duistere ondertoon is nooit ver weg. De songs van Timber Timbre zitten verder vol onderhuidse spanning en vallen op door uitstekende vocalen en een instrumentatie die je raakt, of je dat nu wilt of niet.

Ook Sincerely, Future Pollution zou weer een soundtrack bij een David Lynch film kunnen zijn, maar de nieuwe plaat van de Canadese band is net zo makkelijk de plaat die Roxy Music in de jaren 80 helaas niet heeft gemaakt of een plaat van Tindersticks voorzien van heel veel extra lading en urgentie.

Sincerely, Future Pollution roept tot mijn verbazing wat gemengde reacties op, want ik koesterde de plaat al bij de tweede beluistering. Sindsdien is Sincerely, Future Pollution alleen maar mooier, duisterder en indrukwekkender geworden.

De avonden zijn gelukkig nog donker en een lentestorm is zeker niet uit te sluiten. Perfecte omstandigheden voor de beluistering van deze buitengewoon intrigerende soundtrack van Timber Timbre, die wat mij betreft zijn al zo mooie voorganger op alle fronten overtreft. Erwin Zijleman

Tin Fingers - Rock Bottom Ballads (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tin Fingers - Rock Bottom Ballads - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tin Fingers - Rock Bottom Ballads
De Belgische band Tin Fingers imponeert op haar tweede album Rock Bottom Ballads met werkelijk prachtige muziek, emotievolle zang en avontuurlijke songs die je steeds weer nieuwe dingen laten horen

Voor de meeste jaarlijstjes zal Rock Bottom Ballads van Tin Fingers te laat komen, maar voor de geduldigere samenstellers van deze lijstjes heeft de band uit Antwerpen een fascinerend album afgeleverd. Het is een album met stemmige klanken van een bijzondere schoonheid. Met name het gitaarwerk op het tweede album van de Belgische band is prachtig, maar ook de ritmesectie trekt nadrukkelijk de aandacht. Dat doet de band ook met de bijzondere zang en misschien nog wel meer met de fascinerende songs, die een winteravond voorzien van de juiste soundtrack, maar die ook vol bijzondere wendingen zitten. Rock Bottom Ballads imponeert direct, maar wordt hierna alleen maar mooier.

Waar de muziekindustrie in de meeste landen inmiddels in een diepe winterslaap is terecht gekomen, wordt er bij onze zuiderburen nog opvallend veel mooie muziek uitgebracht in de laatste weken van het jaar. Vorige week was er het prachtige album van Alderson, dat ik schaar onder de betere singer-songwriter albums van het jaar, en in dezelfde week verscheen ook het nieuwe album van Tin Fingers, dat minstens even mooi is.

Tin Fingers is een band uit Antwerpen die in de zomer van 2021 debuteerde met het bij vlagen veelbelovende Groovebox Memories, maar dat nu een verpletterende indruk maakt met haar tweede album Rock Bottom Ballads. Waar het donker getinte debuutalbum van de Belgische band in de zomer van 2021 niet helemaal op het juiste moment kwam, komt het nog wat donkerder ingekleurde Rock Bottom Ballads precies op tijd. Het nieuwe album van Tin Fingers komt tot leven wanneer de zon onder is en het buiten guur, stormachtig en nat is.

Zeker wanneer Tin Fingers kiest voor betreffend ingetogen klanken met een subtiel en fantasierijk spelende ritmesectie, bijzonder fraaie ruimtelijke gitaarlijnen en stemmige pianoakkoorden maakt de band uit Antwerpen muziek voor de nacht. Het is muziek die opvalt door een bijzondere ingehouden spanning en door de opvallende stem van voorman Felix Machtelinckx, die met veel gevoel zingt.

De spanning op Rock Bottom Ballads is niet continu ingehouden, want hier en daar zijn de songs van Tin Fingers voorzien van subtiele uitbarstingen, die incidenteel worden ingekleurd met synths of steviger gitaarwerk. Vooral wanneer de muziek van Tin Fingers het tempo laag houdt en maximaal inzet op sfeervolle klanken is Rock Bottom Ballads van een bijzondere schoonheid. Die schoonheid wordt alleen maar versterkt door de uitstekende zang van Felix Machtelinckx en door de aaneenschakeling van tempowisselingen en bijzondere wendingen.

Met name door de zang heeft de muziek van Tin Fingers af en toe een hoog Radiohead gehalte, al ken ik geen Radiohead album dat klinkt als Rock Bottom Ballads. Ander relevant en veelgenoemd vergelijkingsmateriaal werd dichter bij huis gevonden, want ik hoor ook veel van stadgenoten dEUS in de muziek van Tin Fingers. Een aantal tracks heeft verder het desolate van Sparklehorse, maar over het algemeen genomen is Tin Fingers er wat mij betreft in geslaagd om een origineel geluid te creëren.

Het is een geluid met subtiele invloeden uit de folk en de jazz, maar uiteindelijk past het etiket indierock het best op de muziek van de Belgische band. Het is knap hoe de band de tijd neemt voor haar songs en in een aantal gevallen zelfs lijkt te improviseren en op hetzelfde moment de popsong nergens uit het oog verliest. Het is ook knap hoe de band verstilde passages binnen een paar noten tot uitbarsting te laten komen, om met net zoveel noten weer bij de verstilling terug te keren.

Dankzij de voornamelijk sfeervolle klanken en de karakteristieke zang is Rock Bottom Ballads een album dat makkelijk de aandacht trekt en ook makkelijk imponeert, maar het is ook een album waarop je nog lange tijd bijzondere dingen blijft ontdekken, met name in de echt prachtige instrumentatie. En zo levert België op de valreep in één week tijd nog even twee jaarlijstjesalbums af, want net als het debuutalbum van Alderson is ook het tweede album van Tin Fingers er wat mij betreft een voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman

Tina Dico - Whispers (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tina Dico - Whispers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Tina Dico is in haar vaderland Denemarken al heel wat jaren een grote ster, maar in Nederland is de singer-songwriter uit Aarhus helaas nog altijd een grote onbekende.

Zelf heb ik inmiddels een stuk of vier platen van Tina Dico in mijn bezit, maar het afgelopen decennium maakte ze een bescheiden stapel, in eigen land zeer gewaardeerde en behoorlijk succesvolle, platen.

Tina Dico leek op het vorig jaar in Nederland uitgebrachte en ook op deze BLOG besproken Where Do You Go to Disappear? nog te kiezen voor een behoorlijk toegankelijk popgeluid, maar slaat op het nu verschenen Whispers toch weer een hele andere weg in; een weg die ik overigens nog ken uit haar verlden.

Het is een weg die eerlijk gezegd toch wel wat beter past bij haar donkere en indringende stemgeluid en het is bovendien een weg die het wat eenvoudiger maakt om de aandacht te trekken van de serieuzere muziekliefhebber, die Where Do You Go to Disappear? helaas negeerde.

Met Whispers heeft Tina Dico een fluisterzachte singer-songwriter plaat gemaakt, waarmee de titel van de plaat een vlag blijkt die de lading uitstekend denkt. De stemmige songs van Tina Dico halen de donkere dagen alvast in huis met een instrumentatie die voornamelijk bestaat uit een akoestische gitaar en wat sfeervolle accenten en songs die voornamelijk donker zijn gekleurd.

Tina Dico is op Whispers niet langer een eigenzinnige popprinses, maar manifesteert zich als een ingetogen singer-songwriter die haar klassiekers kent. Dico is naar verluid een groot fan van Leonard Cohen en dat hoor je terug in haar songs en in haar persoonlijke teksten.

Whispers werd opgenomen op Ijsland met producer Helgi Jonsson achter de knoppen en heeft het donkere en atmosferische geluid dat je van een op Ijsland opgenomen plaat verwacht. Op Ijsland opgenomen platen zijn over het algemeen ook niet vies van sprookjesachtige klanken, maar hiervoor ben je bij Tina Dico (gelukkig) niet aan het juiste adres.

Tina Dico heeft de songs op Whispers teruggebracht tot de essentie. De Deense singer-songwriter is in nog geen jaar tijd van een eigenzinnige popprinses getransformeerd in een meisje met gitaar en wat maakt ze veel indruk. Whispers is een plaat zonder tierelantijntjes. De instrumentatie is zo sober mogelijk en de prachtig gezongen songs komen stuk voor stuk hard binnen.

De impact van de songs op Whispers worden voor een belangrijk deel bepaald door de bijzondere stem van Tina Dico. Het is een donkere en indringende stem, maar Tina Dico is ondanks haar Scandinavische wortels zeker geen ijskonijn en klinkt ook warm en gloedvol. De songs op Whispers zijn voor het overgrote deel donker en direct, maar klinken ook verrassend melodieus en stemmig.

De afgelopen jaren hoorde ik bij Tina Dico altijd wel het grote talent en de potentie, maar was er ook altijd wat twijfel over de uitvoering. Op Whispers neemt Tina Dico alle twijfel weg. In Denemarken is ze al een tijd een ster; de rest van de wereld kan, nee moet, nu gaan volgen. Erwin Zijleman

Tinariwen - Amadjar (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tinariwen - Amadjar - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tinariwen - Amadjar
Tinariwen neemt je mee naar een fascinerende sterrenhemel in de woestijn en bezweert en hypnotiseert zoals maar weinig andere bands dit kunnen

De muziek van Tinariwen kwam ooit als een donderslag bij heldere hemel, maar inmiddels zijn we wel gewend aan het bijzondere geluid van de Afrikaanse band en de soortgenoten die volgden. Desondanks blijft de muziek van Tinariwen compleet ongrijpbaar. Het grotendeels tijdens een reis door de woestijn opgenomen Amadjar klinkt was lomer, losser en traditioneler dan de laatste albums van de band en bezweert en hypnotiseert van de eerste tot en met de laatste noot. Het zich langzaam voortslepende geluid van de band sleept je moeiteloos mee naar een andere wereld, waarin het gitaarspel nog altijd van een bijzondere schoonheid is. Uitstekend album weer.

Het eerste dat opvalt bij het bekijken van het boekje bij het nieuwe album van Tinariwen, is dat de Afrikaanse band dit keer flink wat gastmuzikanten heeft uitgenodigd, onder wie Warren Ellis (The Bad Seeds), Cass McCombs en de van Sun O))) bekende Stephen O’Malley. Ik had daarom verwacht dat Amadjar wat Westerser, strakker en geproduceerder zou klinken dan de vorige albums van de band, maar het tegendeel blijkt het geval.

Tinariwen stond eind vorig jaar op een festival in het Marokkaanse deel van de Sahara en begon hierna aan de zware reis naar Nouakchott in Mauritanië.

De vooral uit leden van de Toeareg nomaden bestaande band maakte er een productieve reis van. Onderweg werden in eerste instantie vooral songs geschreven, maar uiteindelijk werd een groot deel van het nieuwe album van de band opgenomen tijdens sessies in de open lucht. Eenmaal aangekomen in Nouakchott werd het album verder afgemaakt en vervolgens in Tamanrasset, Algerije en in Parijs verder opgepoetst en voorzien van de bijdragen van de eerder genoemde gastmuzikanten.

De basis van Amadjar klinkt door de opnames in de woestijn lomer, losser en traditioneler dan Tinariwen de afgelopen jaren liet horen en herinnert aan de eerste albums van de band. Tinariwen wordt vaak verweten dat het op al haar albums hetzelfde klinkt, maar dat heeft vooral te maken met het feit dat de muziek zo verwijderd is van de Westerse popmuziek dat de nuances onze Westerse oren snel ontgaan. Ik vind het persoonlijk ook niet zo erg dat Tinariwen vasthoudt aan haar eigen geluid, want het is een geluid dat nog altijd een hypnotiserende of in ieder geval bezwerende uitwerking op me heeft. Bovendien klinkt Amadjar duidelijk anders dan zijn wat meer up-tempo voorganger.

De woestijn blues van de Malinese band wordt nog altijd gedragen door zich langzaam voortslepende klanken, door spannende ritmes, door wat monotoon aandoende zang en door geweldig gitaarwerk. Het is nog altijd gitaarwerk dat geïnspireerd lijkt door het gitaarwerk van flink wat psychedelische rockbands uit de jaren 60, maar op een of andere manier past het perfect bij de verder authentiek Afrikaans aandoende klanken.

Omdat het album deels onderweg en in de openlucht werd opgenomen heeft een groot deel van Amadjar wel wat van een eindeloze jamsessie onder de fascinerende sterrenhemel in de woestijn, waar later wat accenten aan zijn toegevoegd. De bijdragen van de gasten zijn gelukkig subtiel gebleven en sluiten goed aan bij het eigen geluid van Tinariwen. Zo voegt Stephen O’Malley hooguit wat extra dreiging toe aan de songs waarin hij meespeelt en gaat Tinariwen niet aan de haal met de drones van Sunn O))). Amadjar blijft hierdoor een album dat uit een andere tijd en een andere wereld lijkt te komen.

Laat Amadjar met stevig volume uit de speakers komen en je wordt deelgenoot van de fascinerende reis die Tinariwen eind vorig jaar maakte. Beluister het album met de koptelefoon en er ontgaat je geen noot van het wederom prachtige gitaarspel op de plaat. Tinariwen creëert ook op haar nieuwe album weer een uniek muzikaal universum en het is een universum waarin ik nog altijd bijzonder graag vertoef. Erwin Zijleman

Tinariwen - Amatssou (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tinariwen - Amatssou - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tinariwen - Amatssou
Tinariwen zette de ‘woestijnblues’ meer dan twintig jaar geleden op kaart en laat op het door Daniel Lanois geproduceerde Amatssou horen dat het nog altijd behoort tot het beste dat het genre te bieden heeft

Toen de Toeareg band Tinariwen aan het begin van dit millennium werd ontdekt door de Britse muziekpers, klonk het geluid van de band behoorlijk exotisch, maar inmiddels zijn we wel gewend aan het uit duizenden herkenbare geluid van Tinariwen. Ook op Amatssou domineren de bluesy gitaren, de hypnotiserende samenzang en de bezwerende ritmes, maar het album klinkt door toedoen van producer Daniel Lanois ook net wat anders dan zijn voorgangers. De Canadese muzikant en producer voegde op subtiele wijze invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek toe aan het geluid van Tinariwen, maar hield de fascinerende basis gelukkig in stand. Prachtig album weer.

De Malinese band Tinariwen werd aan het eind van de jaren 70 geformeerd in een Algerijns vluchtelingenkamp, waarin flink wat leden van de Toeareg stam hun heil hadden gezocht. De band timmerde twee decennia lang aan de weg in de landen rond de Sahel, tot de Britse muziekpers en met name het uitstekende muziektijdschrift Uncut de band oppikte en de zogenaamde ‘woestijnblues’ ook in Europa en de Verenigde Staten werd omarmd. Sindsdien staat de band garant voor albums vol prachtig gitaarwerk en vooral heel veel bezwering.

Het deze week verschenen Amatssou is het negende studioalbum van de band en de opvolger van het uit 2019 stammende Amadjar. Vorig jaar verscheen weliswaar het album Kel Tinariwen, maar dit was een reissue van het debuutalbum van de band, dat in 1992 uitsluitend op cassette werd uitgebracht en buiten het Afrikaanse continent niet werd opgepikt. Op Amadjar werkte Tinariwen met flink wat gastmuzikanten, maar het had nauwelijks invloed op het zo karakteristieke geluid van de band. Het is het geluid waarmee Tinariwen de woestijnblues op de kaart zette en het is een geluid dat nog altijd behoort tot het beste dat het genre te bieden heeft.

Ook op haar nieuwe album werkt Tinariwen samen met een aantal gastmuzikanten, onder wie countrymuzikanten Fats Kaplin en Wes Corbett. Het zijn twee namen die bij mij geen belletje deden rinkelen, maar dat ligt natuurlijk anders voor de naam van de producer van het album. Voor de productie van Amatssou wist Tinariwen immers niemand minder dan Daniel Lanois te strikken. De Canadese muzikant is de afgelopen decennia wat selectief in het aanpakken van productieklussen, maar deed in het verleden prachtige dingen voor onder andere Luscious Jackson, Peter Gabriel, U2 en Bob Dylan.

Tinariwen liet zich niet naar de studio van Daniel Lanois lokken, maar haalde de Canadese producer naar een mobiele studio in een nationaal park in Algerije. Daniel Lanois nam wat instrumenten mee die in de Amerikaanse rootsmuziek gemeengoed zijn, waaronder uiteraard de pedal steel en verder de banjo en de viool, wat zorgt voor een aantal bijzondere accenten. Ook op Amatssou is er echter op hoofdlijnen niet zoveel veranderd in de muziek van Tinariwen.

Ook op haar nieuwe album zet de Malinese band het heerlijk bluesy gitaarspel centraal en ook dit keer wordt het gecombineerd met bezwerende ritmes en hypnotiserende (samen)zang. De productie van Daniel Lanois heeft het geluid van Tinariwen absoluut verrijkt met bijzondere ingrediënten, maar de Canadese producer heeft het unieke karakter en de kracht van de muziek van Tinariwen intact gelaten.

Tinariwen heeft er de afgelopen twee decennia flink wat concurrenten bij gekregen, maar Amatssou laat horen dat de band nog altijd een klasse apart is. Direct vanaf de eerste noten sleept de Toeareg band je het Tassili N’Ajjer National Park in Algerije in en wordt je deelgenoot van de unieke klanken van de band. De eindeloze leegte van de woestijn en de bijna onwerkelijk mooie sterrenhemel verzin je er makkelijk bij. Over de rol van Daniel Lanois werd op voorhand nogal getwijfeld, maar de Canadese muzikant en producer tekent ook dit keer voor vakwerk. Tinariwen bestaat al meer dan veertig jaar, maar ook op Amatssou steekt de band weer in een geweldige vorm. Erwin Zijleman

Tinariwen - Elwan (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tinariwen - Elwan - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Toen de in een Libisch rebellenkamp geformeerde band Tinariwen ruim 15 jaar geleden voor het eerst opdook in West-Europa met het buitengewoon fascinerende The Radio Tisdas Sessions, klonk de als “woestijnrock” omschreven muziek van de uit leden van de Toeareg band stam bestaande band vooral bijzonder exotisch.

We zijn inmiddels een aantal prachtige platen verder en ik ben inmiddels wel gewend aan de muziek van de band, al blijft het natuurlijk zo dat Tinariwen voor mijn westerse oren deels opereert in een ander muzikaal universum.

De Toearegs zijn al eeuwen een nomadenstam, maar Tinariwen leek een paar jaar geleden een vaste uitvalsbasis te hebben gevonden in Mali, de bakermat van de Afrikaanse blues.

Door oprukkend Islamitisch extremisme in Mali en een hieruit resulterend verbod op de popmuziek van de duivel, leidt de band inmiddels al weer een aantal jaren een zwervend bestaan. Het fraaie en indringende Emmaar moest hierdoor een paar jaar geleden worden opgenomen in de Amerikaanse woestijn in plaats van de Afrikaanse woestijn, waar de wortels van de Toearegs liggen, en ook opvolger Elwan werd deels ver van eigen huis en haard opgenomen, wat heeft gezorgd voor wat extra melancholie in de muziek van de band.

Voor Elwan week Tinariwen uit naar Frankrijk, Marokko en de Verenigde Staten, waar wederom een aantal bekende gastmuzikanten aanschoven. Het opnemen van een plaat buiten de oorspronkelijke thuisbasis van de muziek van Tinariwen en gastbijdragen van onder andere Kurt Vile, Mark Lanegan en Matt Sweeney hebben overigens niet overdreven veel invloed gehad op het geluid van Tinariwen. Elwan ligt, net als voorganger Emmaar, in het verlengde van de platen waarmee Tinariwen ooit de oversteek vanuit Afrika waagde.

Ook op Elwan staat het geweldige, vooral door Mali blues beïnvloede gitaarspel centraal, waardoor het wederom smullen is voor liefhebbers van bluesy Afrikaans gitaarwerk. Dit gitaarspel wordt omringd door invloeden uit de 60s psychedelica en krijgt een uniek geluid door de invloeden uit de traditionele muziek van de Toearegs.

Deze invloeden, die bestaan uit repeterende patronen, een heerlijk laag tempo en zang zoals je die in de westerse muziek niet hoort, geven de muziek van Tinariwen ook op Elwar weer een indringend, bezwerend en soms bijna hypnotiserend karakter.

Elwar laat misschien niet veel nieuws horen, maar als je iets hebt met de muziek van Tinariwen, sleurt ook deze nieuwe plaat je weer makkelijk mee naar het bijzondere muzikale universum van de band.

Het is een universum waarin de ritmes zich trager voortslepen dan gebruikelijk en waarin herhaling een krachtig wapen blijkt. Het is ook een universum vol complexe gitaarakkoorden, die je meer dan eens op het verkeerde been zetten en je langzaam maar zeer zeker de wereld van Tinariwen in slepen.

Wanneer je niet bekend bent met de muziek van Tinariwen voelt het waarschijnlijk even oncomfortabel, maar iedereen die ook de vorige platen van de band heeft omarmd, verruilt de overvolle trein in het al even volle Nederland al weer snel voor de ruimte van de woestijn en de langzame tred van een kameel.

Ten tijde van The Radio Tisdas Sessions vond ik de muziek van Tinariwen vooral bijzonder en anders, maar inmiddels hoor ik wonderschone muziek vol bijzondere krachten. Op Elwan valt niet alleen heel veel te genieten, maar je bent ook even ergens anders. Bijzondere ervaring wederom. Erwin Zijleman

Tindersticks - Distractions (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tindersticks - Distractions - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tindersticks - Distractions
Tindersticks heeft een album afgeleverd dat hier en daar flink afwijkt van de vorige albums van de Britse band en dat het je niet altijd makkelijk maakt, maar uiteindelijk valt er veel op zijn plek

Toen ik Distractions voor het eerst beluisterde overheerste teleurstelling. Ik had gehoopt op een vintage Tindersticks album, maar kreeg nogal zware kost voorgeschoteld. Het is zware kost die niet op ieder moment tot zijn recht komt, maar neem de tijd voor dit album en stel je er voor open en de schoonheid van het album komt steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte. Die schoonheid hoor je in de bijna minimalistische, maar ook fraaie atmosferische klanken, in de zang en gesproken woord en in de songs die ruimhartig buiten de lijntjes van het vertrouwde Tindersticks geluid kleuren. Het siert de band dat het durft te veranderen en na enige gewenning is het toch weer mooi.

De Britse band Tindersticks heeft sinds haar titelloze debuut uit 1993 behoorlijk lang vastgehouden aan een beproefde formule, wat overigens niet betekent dat de albums van de band eenvormig zijn. Tindersticks zette wel vaker kleine stapjes op nieuwe albums, maar de stappen die worden gezet op het deze week verschenen Distractions zijn behoorlijk groot.

Je hoort het direct in de openingstrack, die 11 minuten lang enigszins tegen de haren instrijkt met een wat monotoon ritme, atmosferische klanken, hier en daar ontsporende passages en teksten die als een mantra worden herhaald. Bij eerste beluistering greep het me totaal niet en dan duren 11 minuten lang. Het verbaast me dan ook niet dat Distractions vooralsnog wat gemengde reacties oproept, maar oordeel vooral niet te snel en luister zeker verder.

In de tweede track zijn de klanken nog wat atmosferischer en is de zang c.q. het gesproken woord van Stuart Staples ingetogen en fluisterzacht. Omdat de instrumentatie dit keer bijna minimalistisch is lijkt er niet veel te gebeuren in de vijfenhalve minuut die track duurt, maar schijn bedriegt.

Ook in de derde track is de instrumentatie minimalistisch en zijn de klanken atmosferisch en vaak wat beklemmend, maar voor het eerst op Distractions hoor je het bekende Tindersticks geluid, dat zo fraai vorm kreeg op de flinke stapel albums die de band de afgelopen 18 jaar maakte, al wordt Stuart Staples in vocaal opzicht stevig bijgestaan door zangeres Gina Foster.

Dat de band met A Man Needs A Maid als Tindersticks klinkt is ook weer bijzonder, want de song is natuurlijk van Neil Young. Ook in Lady With The Braid, een song van Dory Previn, blijft Tindersticks in de buurt van haar zo karakteristieke geluid uit het verleden, al is de inkleuring ook dit keer uiterst subtiel.

Het album vervolgt met de derde van drie covers. You'll Have To Scream Louder van de postpunk band Television Personalities is een behoorlijk toegankelijke en zwoele track, die ook flink wat echo’s van het oude Tindersticks laat horen.

Het Franstalige Tue-Moi heeft genoeg aan piano en zang en eert het Franse chanson, voordat het album over gaat in de ruim negen minuten durende slottrack die opent met fluitende vogeltjes en langzaam op gang komt. Het is een volgende track met een bijna minimalistische inkleuring en voornamelijk gesproken tekst.

Zeker bij eerste beluistering is Distractions behoorlijk zware kost, zeker voor liefhebbers van het oudere werk van de Britse band. In de drie covers op het album klinkt Tindersticks nog redelijk als zichzelf, maar in de andere tracks verkent de band nadrukkelijk nieuwe wegen.

Inmiddels ben ik meer gewend aan het album en weet ik dat het aan kracht wint wanneer de zon onder is en wanneer je met volledige aandacht naar het album kunt luisteren. Dan hoor je hoe subtiel en smaakvol de instrumentatie is en met hoeveel gevoel Stuart Staples zingt.

Volgens de bandcamp pagina van de band is Distractions geen lockdown album, maar de sfeer van de bijzondere en soms ook wel beangstigende tijd waarin we leven weet de Britse band aardig te vangen. Welke plek Distractions uiteindelijk in zal nemen binnen het oeuvre van de band zal de tijd moeten leren, maar schrijf dit album zeker niet te vroeg af. Erwin Zijleman

Tindersticks - No Treasure but Hope (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tindersticks - No Treasure But Hope - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tindersticks - No Treasure But Hope
Tindersticks laat ook dit keer het gif in haar muziek achterwege, maar er blijkt veel bijzonders verstopt in de lome en stemmige klanken op het nieuwe album van de band

Tindersticks maakte in de jaren 90 een aantal geweldige platen, maar koos hierna voor schoonheid in plaats van avontuur. Het geldt ook weer voor het nieuwe album van de band. Er is niets mis mee, want de schoonheid komt je in de stemmige klanken op het album in bakken tegemoet, waarna Stuart Staples de verleiding compleet maakt met zijn unieke stem. No Treasure But Hope klinkt buitengewoon stemmig en sfeervol, maar blijkt ook een album waarop hier en daar veel moois is verstopt in de instrumentatie, waardoor het album snel groeit. Misschien niet zo goed als de beste albums van de band, maar in het aanbod van deze week springt het er zeker uit.

De Britse band Tindersticks leverde gedurende de jaren 90 een aantal geweldige albums af. Het waren albums met sfeervolle songs, stemmige klanken en de van melancholie overlopende zang van voorman Stuart Staples.

Wat de beste albums van Tindersticks zo bijzonder maakte, was dat de songs van de Britse band niet alleen mooi en donker waren, maar ook vaak iets duisters, prikkelends of tegendraads hadden.

Die bijzondere twist ontbrak wat mij betreft vaak in de albums die de band na de jaren 90 maakte. Door de mooie klanken en de bijzondere zang scoorde de band altijd wel een voldoende of zelfs een dikke voldoende, maar de pure magie bleef meestal uit.

Ook op het deze week verschenen No Treasure But Hope kleurt Tindersticks vooral binnen haar eigen lijntjes van de afgelopen twee decennia, maar het gebrek aan avontuur wordt wat mij betreft gecompenseerd door de schoonheid van de songs op het album.

No Treasure But Hope opent met zwaar aangezette pianoklanken, die fraai kleuren bij de even bijzondere als mooie stem van Stuart Staples. Wanneer de violen ook nog eens aanzwellen komt bombast binnen handbereik, maar Tindersticks blijft aan de goede kant van de streep. Na de wat zware openingstrack gooit de Britse band het over een andere boeg. De tweede track klinkt zwoel en jazzy en doet opeens verlangen naar zomeravonden, ook al stort Stuart Staples in zijn teksten en zijn zang weer het nodige leed voor ons uit.

Door alle melancholie die de voorman van de band toevoegt, ga je wel beter luisteren naar de rest en hoor je opeens hoe geweldig de drummer bezig is, hoe subtiel de gitaarloopjes zijn en hoe mooi de blazers en strijkers in elkaar grijpen.

Tindersticks klinkt op No Treasure But Hope wel vaker loom en zonnig, wat misschien te maken heeft met het feit dat Stuart Staples zich heeft gevestigd op het Griekse eiland Ithaka. Het geluid op het nieuwe album van Tindersticks beviel me onmiddellijk, maar hoe vaker ik naar No Treasure But Hope luister, hoe meer moois ik hoor. De band speelt prachtig subtiel met een hoofdrol voor de drummer van de band.

Zeker wanneer piano en strijkers worden ingezet en Stuart Staples nog wat melancholie aan zijn stem toevoegt is het wel heel stemmig, maar de band kan op haar nieuwe album ook heerlijk losjes musiceren en experimenteren met Mediterrane invloeden.

In de eerste dagen van Tindersticks was ik niet zo heel gek op de stem van Stuart Staples, maar op het nieuwe album van de band is iedere noot raak. Vooral de wat jazzy songs op het album zijn voor mij onweerstaanbaar, ook als de grenzen van zoet en honingzoet worden opgezocht.

Liefhebbers van muziek met wat meer gif zullen No Treasure But Hope waarschijnlijk een wat gezapige of zelfs saaie plaat vinden, maar het is ook een plaat die groeit wanneer je er wat dieper induikt. Wat meer gif zou overigens geen kwaad kunnen. Wanneer Tindersticks het tempo wat opvoert neemt ook de spanning in de muziek van de band toe en hoor ik volop aanknopingspunten voor het aanhaken van het avontuur dat de vroege albums van de band typeerde.

Het is een mooie opdracht voor het volgende album van de band, maar vooralsnog kan ik ook prima uit de voeten met de aangename warme deken die No Treasure But Hope om me heen slaat, zeker wanneer het een deken vol fraaie borduursels blijkt. Erwin Zijleman

Tindersticks - The Waiting Room (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tindersticks - The Waiting Room - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik was tot voor kort eerlijk gezegd toch een beetje uitgekeken op Tindersticks.

De band uit het Britse Nottingham heeft sinds haar debuut uit 1993 weliswaar geen slechte plaat gemaakt, maar de magie van Tindersticks, Tindersticks II en Curtains ontbrak toch wel wat op de laatste platen van de band.

Deze magie is terug op The Waiting Room. Het valt niet mee om uit te leggen waarom dit zo is. The Waiting Room wijkt immers niet heel erg af van de vorige platen van de band en klinkt ook niet heel anders dan de zo bewierookte klassiekers uit het verleden.

Tindersticks vertrouwt nog altijd om een lome en uiterst ingetogen en opvallend stemmige instrumentatie en vooral op de uit duizenden herkenbare stem van Stuart Staples.

Stuart Staples manifesteert zich ook op The Waiting Room weer als een crooner van formaat en ook in muzikaal opzicht maakt Tindersticks weer indruk. The Waiting Room is een plaat die begint te groeien wanneer de zon eenmaal onder is en verandert de woonkamer in een zwoele en donkere nachtclub.

Als er al iets anders is op The Waiting Room zijn het de impulsen uit de funk of zelfs de disco, die Tindersticks langzaam in de richting van Roxy Music manoeuvreren. Verwacht nu niet dat de muziek van Tindersticks opeens de voetjes van de vloer krijgt, want de wijze waarop Tindersticks invloeden uit andere genres en blazers in haar muziek toe laat loopt over van subtiliteit.

Ook The Waiting Room klinkt daarom weer als een typische Tindersticks plaat, maar op een of andere manier bevalt hij me beter dan zijn directe voorgangers. Dat gevoel groeit wanneer de al weer zes jaar geleden overleden Lhasa de Sela opduikt in het bijzonder mooie Hey Lucinda. Ook het duet met Savages zangeres Jehnny Beth weet overigens te verrassen en behoort ook tot de hoogtepunten op de plaat.

Met The Waiting Room heeft Tindersticks weer eens een plaat gemaakt die me na afloop niet aanzet tot het opzetten van een van de drie genoemde meesterwerken van weleer. Het zegt heel veel over de kwaliteit van deze nieuwe Tindersticks plaat. Erwin Zijleman

Tiny Habits - All for Something (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tiny Habits - All For Something - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tiny Habits - All For Something
Tiny Habits is een trio uit Boston dat op haar debuutalbum All For Something vermaakt met aansprekende songs en mooie klanken, maar imponeert met prachtige stemmen en werkelijk wonderschone harmonieën

Met name Amerikaanse recensenten komen mooie woorden tekort bij het beschrijven van de muziek en de belofte van het trio Tiny Habits. Dat is niet overdreven, want met All For Something hebben Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae een prachtig album gemaakt. Het is een album dat past in de hokjes (indie)folk en folk(pop) en dat opvalt door bijzonder aangenaam klinkende songs en een zeer smaakvolle instrumentatie. De meeste schoonheid in de muziek van Tiny Habits komt echter van de fraaie stemmen van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae, die stuk voor stuk prachtig solo zingen, maar goed zijn voor magie wanneer deze stemmen samenvloeien.

Tiny Habits is een trio uit Boston, Massachusetts, dat bestaat uit Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae. Vorig jaar verscheen hun eerste EP, trokken ze de aandacht met een fraaie cover van Fleetwood Mac’s Landslide en waren de drie de vaste support-act van Gracie Abrams, maar met het deze week verschenen All For Something eist Tiny Habits nadrukkelijk haar eigen plekje in de spotlights op.

Het uit twee vrouwen en één man bestaande drietal vertrouwt op het debuutalbum van Tiny Habits vooral op de zang. Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae beschikken alle drie over een mooie en karakteristieke stem, maar het zijn ook nog eens stemmen die prachtig samenvloeien in de bijzonder fraaie harmonieën op het album. Met deze harmonieën trok het drietal in haar beginjaren, toen Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae nog studeerden aan het prestigieuze Berklee College Of Music in Boston, al de aandacht van niemand minder dan David Crosby, die als geen ander weet hoe je de luisteraar kunt betoveren met harmonieën.

Wanneer de harmonieën domineren doet de muziek van Tiny Habits me vooral denken aan de meer ingetogen songs van boygenius en dat is wat mij betreft een groot compliment. Waar boygenius op haar albums vaak opschuift richting indierock, houdt Tiny Habits het op All For Something vooral bij (indie)folk en tijdloze popmuziek. Het drietal maakte zoals gezegd vorig jaar indruk met een bijzonder mooie versie van Fleetwood Mac’s Landslide, maar ook in de eigen songs van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae klinken meer dan eens invloeden van de legendarische Brits-Amerikaanse band door.

Tiny Habits komt op haar debuutalbum op de proppen met een serie buitengewoon lekker in het gehoor liggende popsongs en het zijn zowel popsongs met een hang naar het verleden als popsongs die goed aansluiten bij de indiefolk en indiepop die in het heden wordt gemaakt. In vocaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, want wat passen de stemmen van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae mooi bij elkaar en wat is ook de individuele zang op het album mooi. Het doet me naast de eerder genoemde namen ook wel wat denken aan het debuutalbum van Wilson Phillips, al klonk dat in muzikaal opzicht een stuk gepolijster.

De muziek op All For Something staat in dienst van de mooie stemmen van de drie Amerikaanse muzikanten, maar het is een zeer sfeervolle, subtiele en mooie instrumentatie, die bestaat uit een organische onderlaag met akoestische gitaar en piano en een dun en atmosferisch laagje synths. We hebben de laatste jaren zeker niet te klagen over albums waarop harmonieën worden ingezet als ultiem verleidingsmiddel, maar de harmonieën van Cinya Khan, Judah Mayowa en Maya Rae zijn van een niet vaak gehoorde schoonheid en ook met de muziek en met de songs weet het drietal uit Boston zich wat mij betreft makkelijk te onderscheiden.

Ik heb All For Something van Tiny Habits inmiddels flink wat keren gehoord en het is razendsnel uitgegroeid tot een album dat me zeer dierbaar is. Dat het drietal met name in de Amerikaanse media een grote toekomst wordt voorspeld verbaast me dan ook zeker niet en succes voor het drietal kan ik alleen maar toejuichen. Liefhebbers van indie(folk) met mooie stemmen weten inmiddels al lang wat ze te doen staat. Erwin Zijleman

Tiny Hazard - Greyland (2017)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tiny Hazard - Greyland - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

In de meeste gevallen hoef ik een plaat niet heel vaak te beluisteren om tot een redelijk afgewogen oordeel te komen, maar er zijn gelukkig ook van die platen waar ik maar geen grip op kan krijgen.

Greyland van Tiny Hazard is zo’n plaat.

Tiny Hazard is een band uit Brooklyn, New York, met zangeres Alena Spanger als boegbeeld.

Deze Alena Spanger is geschoold als operazangeres, maar gedraagt zich op het debuut van haar band als een klein kind in een snoepwinkel.

De soms bijna kinderlijke zang van Alena Spanger werpt bij eerste beluistering van Greyland behoorlijk hoge barrières op en ook de soms flink ontsporende muziek op de plaat maakt het de luisteraar niet altijd even makkelijk. Onder de wat kinderlijke zang en de vaak behoorlijk experimentele klanken zitten echter zo nu en dan prachtige popliedjes verstopt.

Tiny Hazard kan rusteloos of zelfs gejaagd klinken, maar wanneer de keyboards aanzwellen en de in haar slaapkamer opgenomen zang van Alena Spanger even niet alle kanten op schiet, bevat Greyland ook sprookjesachtige momenten.

Lang tot rust komen is er niet bij, want Tiny Hazard springt op haar debuut van de hak op de tak en wisselt bijna serene passages moeiteloos af met complete gekte en chaos. Het is lang niet altijd even goed wat Tiny Hazard laat horen en de band weet me ook lang niet altijd te raken, maar wanneer Alena Spanger haar demonen enigszins onder controle heeft, is Greyland een plaat van geweldige momenten.

De band uit Brooklyn maakt muziek die ik zeker niet dagelijks zou willen horen, maar na alle platen die keurig binnen de lijntjes kleuren, ben ik zo nu en dan ook toe aan het avontuur, de naïviteit en de charme van Tiny Hazard.

Wanneer je goed luistert naar de muziek van de band uit New York, hoor je ook wel wat echo’s uit het verleden. Het gitaarwerk op de plaat lijkt af en toe flink geïnspireerd door de frippertronics van Robert Fripp (onder andere te horen op de platen die King Crimson aan het begin van de jaren 80 maakte), de experimentele tracks zijn zeker beïnvloed door de muziek van Laurie Anderson, al heeft het af en toe ook wel wat van Tom Tom Club, terwijl in de zang van Alena Spanger flarden Björk, Tori Amos, Kate Bush en invloeden uit haar klassieke opleiding opduiken. Wanneer de elektronica aanzwelt is Tiny Hazard tenslotte ook niet zo gek ver verwijderd van bands als My Brightest Diamond en Bat For Lashes.

Het is bijzonder hoe Tiny Hazard vrijwel verstilde passages binnen een paar noten compleet kan laten ontsporen. Greyland klinkt bij deze ontsporingen erg chaotisch of zelfs krankzinnig, maar na enige gewenning valt er veel op zijn plaats.

Persoonlijk kan ik vooral genieten van de meer ingetogen songs waarin piano en elektronica prachtig samenvloeien met de bijzondere stem van Alena Spanger. Het zijn songs die zeker naar meer smaken, maar Greyland bevat ook een aantal tracks waarvan ik ook na meerdere keren horen nog vooral heel nerveus wordt.

Lastige plaat dus, maar als ik alle bijzondere fragmenten optel, kom ik toch tot een plaat die het waard is om ontdekt te worden, ook al kost dat voor de meesten van ons flink wat energie. Volgende keer een beetje meer schaven en Tiny Hazard maakt een plaat met nog veel meer potentie. Ik ga ze zeker in de gaten houden. Erwin Zijleman

Tiny Ruins - Ceremony (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tiny Ruins - Ceremony - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Tiny Ruins - Ceremony
Tiny Ruins uit Auckland laat op het zonnige, mooi ingekleurde en van prachtige vocalen voorziene Ceremony horen dat het zeer de moeite waard is om de Nieuw-Zeelandse popmuziek op de voet te volgen

Tiny Ruins, de band rond de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Hollie Fullbrook, leverde met Brightly Painted One uit 2014 en Olympic Girls uit 2019 twee uitstekende albums af, maar het deze week verschenen Ceremony vind ik nog wat beter. Het album werd gemaakt tijdens de corona lockdowns, maar het album klinkt desondanks warm en zonnig. Tiny Ruins schuift op Ceremony iets op richting Britse folk, wat uitstekend past bij de mooie en heldere stem van Hollie Fullbrook, maar de inkleuring van de songs is ook fraai en veelkleurig. Ceremony overtuigt vrij makkelijk, maar het is ook een album dat nog lange tijd beter wordt. Een volgende parel uit de Nieuw-Zeelandse muziekscene.

Het is ruim vier jaar stil geweest rond de Nieuw-Zeelandse band Tiny Ruins, die aan het begin van 2019, ook in Nederland, terecht flink wat aandacht trok met haar derde album Olympic Girls. De band, die ooit begon als een soloproject van singer-songwriter Hollie Fullbrook, maakte op Olympic Girls indruk met een aangenaam geluid vol zonnestralen en met sterke songs, waarin de mooie en heldere stem van de frontvrouw van de band nadrukkelijk de aandacht opeiste.

Hollie Fullbrook maakte aan het eind van 2019 in haar uppie een mooie akoestische versie van Olympic Girls en schreef ook de songs voor het deze week verschenen Ceremony in eerste instantie met een sobere uitvoering met akoestische gitaar en zang in gedachten. Daar is niet zoveel meer van te horen, want de songs op het album zijn ook dit keer prachtig ingekleurd door de band, die wederom flink strooit met zonnestralen. Ceremony is in alle opzichten een logisch vervolg op Olympic Girls en het is bovendien een album dat het uitstekend doet bij de warme zonnestralen die dan eindelijk hun intrede hebben gedaan.

Ik vergeleek de muziek van Tiny Ruins ruim vier jaar geleden met die van The Sundays en 10,000 Maniacs en met name de muziek van de laatste band draagt ook dit keer relevant vergelijkingsmateriaal aan, al is de vergelijking wat minder relevant dan vier jaar geleden. De muziek van de band uit Auckland bestond op Olympic Girls uit gelijke delen folk, dreampop en psychedelica, maar op Ceremony is de balans flink in de richting van de folk uitgeslagen.

Hollie Fullbrook heeft zich dit keer flink laten inspireren door de Britse folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 en dat is muziek die perfect past bij haar bijzonder mooie stem. De instrumentatie op Ceremony is soberder en stemmiger dan die op Olympic Girls en er is hierdoor ook nog eens meer ruimte voor de stem van Hollie Fullbrook. Dat laatste is een wijs besluit, want de Nieuw-Zeelandse zangeres zingt echt prachtig op het nieuwe album van haar band.

Zowel in de zang als in de instrumentatie laat Tiny Ruins dit keer iets meer invloeden uit de folk horen, maar zowel in muzikaal als in vocaal opzicht bestrijkt de Nieuw-Zeelandse band een veel breder palet. Zeker wanneer je de instrumentatie en de zanglijnen met veel aandacht beluistert en uitpluist, valt op hoeveel zorg er is besteed aan de mooie klanken op het album en met hoeveel gevoel en precisie Hollie Fullbrook zingt. Tiny Ruins heeft haar inspiratie dit keer gevonden in zowel de Britse als de Amerikaanse folk, maar het geluid van de band heeft ook iets typisch Nieuw-Zeelands, al is het lastig om te beschrijven wat dit precies is.

Ik was vier jaar geleden absoluut gecharmeerd van Olympic Girls, waarvan de recensie uiteindelijk een van de best gelezen recensies op de krenten uit de pop in 2019 was, maar ik vind Ceremony nog een stuk beter. Zeker wanneer je het album wat vaker gehoord hebt, dringen de songs op het album zich genadeloos op en lijken zowel de muziek als de zang op het album alleen maar mooier en veelkleuriger te worden.

Ik volg de Nieuw-Zeelandse popmuziek de afgelopen jaren op de voet, op zoek naar parels die niet onder doen voor die uit Europa en de Verenigde Staten. Ceremony van Tiny Ruins is zo’n parel en het is er een die vooralsnog misschien nog wel feller blinkt dan de albums uit de andere windstreken. Erwin Zijleman

Tiny Ruins - Olympic Girls (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Tiny Ruins - Olympic Girls - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Nieuw-Zeelandse band maakt prachtige, sprookjesachtige muziek, die de koude en donkere winteravonden op unieke wijze inkleurt

Tiny Ruins ken ik uit het verleden, maar met Olympic Girls is de band uit Auckland helemaal terug. De band verkeert op haar nieuwe plaat in grootse vorm en combineert bijzondere klanken uit een aantal genres tot een geluid dat zowel betovert als intrigeert. Wolken folk, dreampop en psychedelica vloeien op fraaie wijze samen en vormen de perfecte basis voor de prachtige vocalen van zangeres Hollie Fullbrook, die Olympic Girls van Tiny Ruins naar steeds grotere hoogten tilt. Echt een heerlijke plaat om bij weg te dromen, maar ook een plaat waarvan je geen enkele noot wilt missen.

Ik ben het laatste jaar opvallend veel goede platen uit Nieuw-Zeeland tegengekomen en heb er weer een te pakken. De uit Auckland afkomstige band Tiny Ruins was me nog vaag bekend, al is het wel een jaar of acht geleden dat ik voor het laatst iets hoorde van de band rond zangeres Hollie Fullbrook.

Olympic Girls, de eerste plaat van Tiny Ruins in een jaar of vijf, wordt op de website van het eveneens uit Auckland afkomstige Flying Out Records al een aantal weken aangeprezen als een release om naar uit te kijken en de hofleverancier van de betere Nieuw-Zeelandse popmuziek heeft ook dit keer niets te veel gezegd.

Binnen Tiny Ruins draait alles om zangeres Hollie Fullbrook. Haar bijzonder stem bepaalt voor een belangrijk deel het geluid van de Nieuw-Zeelandse band en het is een stem die mij binnen een paar luisterbeurten compleet heeft ingepakt; net zoals ze dat 8 jaar geleden ook al eens deed.

De muziek van Tiny Ruins op Olympic Girls is uiterst ingetogen en raakt vaak aan de folk. De mooie en bijzondere stem van Hollie Fullbrook lijkt gemaakt voor authentiek klinkende folk, maar Olympic Girls past maar ten dele in dit genre. Olympic Girls staat vol stemmige en voornamelijk ingetogen klanken. Het zijn akoestische klanken die leunen op een basis van de akoestische gitaar, maar de band uit Auckland kleurt haar geluid vervolgens zeer smaakvol in met allerlei subtiele accenten en hier en daar met flink wat elektronica, waarmee de paden van de folk worden verlaten.

De instrumentatie op Olympic Girls is mooi en vaak bijzonder, maar het is ook een instrumentatie die volledig in dienst staat van de prachtige zang van Hollie Fullbrook. De Nieuw-Zeelandse zangeres bestrijkt het spectrum tussen Harriet Wheeler van The Sundays en Natalie Merchant van 10,000 Maniacs. Beide bands zijn ook in muzikaal opzicht relevant vergelijkingsmateriaal. Tiny Ruins kan net zo zwoel verleiden als The Sundays, maar heeft ook het prikkelende van 10.000 Maniacs en raakt hier en daar ook nog eens voorzichtig aan Beach House, om nog maar eens een naam te noemen.

Het is aan de andere kant ook vergelijkingsmateriaal dat niet al te lang stand houdt, want het bijzondere geluid van Tiny Ruins durf ik best uniek te noemen. Olympic Girls is een plaat die bijzonder aangenaam voortkabbelt op de achtergrond. De sfeervolle klanken voeren je mee naar eindeloze landschappen van grote schoonheid, waarna de wonderschone zang van Hollie Fullbrook de muziek van Tiny Ruins voorziet van mythische proporties. De bijzondere songs op Olympic Girls verdienen het echter ook om tot in het kleinste detail te worden uitgeplozen.

In de instrumentatie gebeurt steeds weer iets anders en alles draagt even mooi bij aan het zo bijzondere resultaat. Tiny Ruins vermengt op Olympic Girls op bijzondere wijze invloeden uit de folk, de dreampop en de psychedelica en voegt er nog iets bijzonders aan toe. Ik luister inmiddels voor de zoveelste keer naar de bijzondere muziek van Tiny Ruins en raak steeds meer verslingerd aan het prachtige Olympic Girls, dat absoluut een geslaagde comeback genoemd mag worden. Erwin Zijleman