MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten WoNa als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

DeWolff - Thrust (2018)

poster
4,0
'IV' vond ik een enorm sterk album en dat niveau tikt DeWolff opnieuw aan met het nieuwe album Thrust, moeiteloos lijkt het wel. Waar de twee tussenliggende albums zeker niet onaardig waren, de eerste wellicht iets teveel onder de indruk van de Amerikaanse producer en de herwonnen vrijheid op de tweede iets te groot, vindt DeWolff op Thrust definitief de balans tussen de jam en de melodie. Live kan de band vertrekken naar een andere planeet met eindeloze soli die de sfeer steeds verder opzwepen. Thuis in de huiskamer hoef ik dat niet te herbeleven. Dan wil ik liedjes horen. In dat laatste wordt DeWolff steeds beter. Zingt Pablo ook steeds beter. Waar op de vroegste albums een song vooral een excuus was om te kunnen vertrekken, is er nu balans. Een ijzersterke song vol heerlijke licks en Hammond explosies, die alle ruimte biedt om live eens heerlijk loos te gaan op basis van die licks en Hammond exercities om daarna terug te keren naar een ijzersterke song.

Op Thrust laat DeWolff horen de voorbeelden langzaam achter zich te laten. Vrijwel het gehele oeuvre van The Black Crowes en The Faces laat de band achter zich en begint bands als Deep Purple, Uriah Heep, The Outlaws en de vroege Doobies in het zicht te krijgen. Met 10 jaar achter de rug mag dat ook. Het schrijven en uitwerken van een goede song mag geen mysterie meer zijn en dat is het ook niet. Met stukjes soul, ballads en blues erbij is de plaat zeer gevarieerd. Het beste album tot op heden? Ik ga 'IV' nog eens goed beluisteren binnenkort.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog:

WoNoBloG: Thrust. DeWolff - wonomagazine.blogspot.com

DeWolff - Wolffpack (2021)

poster
4,0
Interessant te lezen hoe dit album twee kanten opvalt. In het verleden, laten we zeggen rond 2013/4 vond ik DeWolff live stukken beter dan op plaat. Daar viel een jonge, enthousiaste band te horen die het echte songschrijven nog niet helemaal onder de knie had. Live wisten de heren er een enorm spektakel van te maken.

Voor mij is Wolffpack een teken dat een en ander meer in balans is. Een flink aantal van deze songs vind ik geweldig. Ze klinken niet alleen goed, de songs hebben koppen en staarten, de melodieën zijn sterker en de balans tussen de drie is regelmatig optimaal, zodat de orgelsound extra opvalt en dan weer de gitaar. Het album is een teken van hoe de band gegroeid is. Zeker als ik het afzet tegen een album als 'Grand Southern Electric'. Hier waren ze teveel onder de indruk van de "grote" Amerikaanse producer. Live werden de songs geweldig uitgevoerd. Nu weten ze zelf heel goed wat ze willen.

Het resultaat is een prachtig, gevarieerd album, waar classic rock samenkomt met soul en wat funk. Om over de samenzang niet te spreken. Er staan nogal wat lekkere koortjes op Wolffpack.

O.k., hierboven ietwat mopperende MM-collegae, inmiddels vindt mijn vriendin DeWolff ook leuk en wil mee naar een concert zodra we weer mogen. Ik zie dat als positief. "She's also a singer in a rock and roll band".

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Dexys Midnight Runners - Don't Stand Me Down (1985)

Alternatieve titel: Don't Stand Me Down - The Director's Cut

poster
3,0
Na twee absolute topalbums en een zwik prachtige, maar zeer obscure singles daar tussenin volgde dit album. Ik weet nog dat ik niet eens zin had om er naar te gaan luisteren. Waarom weet ik eigenlijk niet eens meer. Uiteindelijk stond de plaat bij V&D heel goedkoop en heb hem toch maar meegenomen. Na een halve draaibeurt verdween de plaat in mijn platenkast. Voor meer dan 30 jaar dus.

Diverse verhuispartijen, opslag en ander ongemak later trok ik gisteren blind een plaat uit de kast. Shit, dacht ik, nu moet ik hem ook draaien. Zo ben ik dan ook wel weer. Waar komen die enorme kraken vandaan in beide eerste nummers? De plaat is nooit gedraaid!

Tot mijn verbazing viel de muziek me eigenlijk mee en toch is ook duidelijk dat Kevin Rowland de weg totaal kwijt is. Wie zet er in godsnaam zoveel gebrabbel op een plaat en zoveel maar half geïnspireerd gefiedel? Vooral wie weet wat deze band wel kan (kon?) zal zich toch afvragen wat er in het brein van de man is gebeurd. Het lijkt er toch sterk op dat bepaalde verbindingen niet meer aangelegd waren of onbereikbaar geworden. Oververhitting door alle intensiviteit van de eerste jaren? Uiteindelijk komen er toch een aantal aardige en een enkel geslaagd nummer voorbij, maar onvoldoende om de plaat te redden.

Ineens valt me iets te binnen. Bij een aantal van de beste nummers van DMR staat de naam van 'Big' Jim Paterson bij als co-auteur. De trombonist speelde voor deze plaat een grote rol in de band. Zeker op 'Too-Rye-Ay'. Hoe dat hier zit weet ik niet, maar hij staat niet meer op de foto's. Misschien daar de verklaring. (Even snel naar Wikipedia en idd, Paterson toetert alleen hier een daar nog wat mee als sessiemuzikant.)

De eerste van DMR stond weer bijna bovenaan in mijn jaren 80 lijst. De tweede is er uit gekukeld dit jaar. Te weinig gespeeld. Daar moet maar weer eens verandering in komen. Deze, kansloos.

Dexys Midnight Runners - Searching for the Young Soul Rebels (1980)

poster
5,0
Frits Spits in de Avondspits bombardeerde 'Geno' tot tip van de week (hoe noemde hij die tip ook alweer? Iemand?) en de rest is geschiedenis. Jarenlang is dit mijn favoriete album geweest, zelfs boven Pink Floyd. De orde der dingen is alweer enige tijd hersteld, maar ik kan kan nog steeds tranen in mijn ogen krijgen van 'I Couldn't Help It If I tried'. Er staart nagenoeg geen zwakke broeder op dit album, waarin blue-eyed soul en een punk attitude samen komen en het image van hoge laarzen en capuchonnen.

Kevin Rowlands stem moet je inderdaad trekken, maar op dit album past het allemaal. Het geluid van der radiozenders aan het begin. Dat bestaat niet meer in dit digitale tijdperk, het gezoem en geruis van de ether is vervangen door bits and bites. Daarna vallen de heerlijke toeters in, die niet meer weggaan tot aan het einde, waar de tweede single 'There, There, My Dear staat. Een gedicht en bijna echte tranen alles mag hier en komt tot zijn recht. Over the top? Ja zeker, maar op zo'n mooie manier is dat door niemand meer gedaan in de afgelopen 38 jaar.

Er volgde nog een paar obscure singles, waarna er violen opdoken op 'Liars A To E'. Wat er daarna gebeurde is, opnieuw, geschiedenis. Inclusief dat geweldige concert voor de VARA in Brouwershaven met het nog niet doorgebroken, maar geweldig leuke Doe Maar in het voorprogramma. 'Smoorverliefd' was net op de radio te horen.

Die Nerven - Out (2015)

poster
3,5
Ontdekking van een nieuwe band. Altijd leuk als het aanslaat. Die Nerven presenteren op zich niets nieuws. Vele punky, alternatieve rock bands hebben met dit bijltje gehakt. Toch klinkt Out fris. Deels door de open productie van Max Rieger en Ralv Milberg, maar ook door de speelwijze van de band. Als trio moeten ze alle drie aan de bak, maar zelden zitten ze elkaar in de weg. Niemand hoeft te vechten voor zijn plaats. Er lijkt geen strijd te zijn binnen Die Nerven, waardoor zij alle drie een plek hebben en mogen schijnen. Er is een duidelijke balans, onderling, maar ook in de opbouw van het album.

Dat resulteert in een fraaie, gevarieerde set. Regelmatig merk ik dat mijn brein een signaal afgeeft en zich afvraagt wat er nu weer gebeurd. met andere woorden, ik ben vrijwel de gehele plaat er automatisch met mijn aandacht bij.

De stem van Julian Knoth past prefect bij deze muziek. Hij is het meest punky element van Die Nerven. Afstandelijk, boos, betrokken, schijt aan alles. Het zit er allemaal in en meer. Daaronder kan het rustig zijn en stormen. Zoals 'Jugend Ohne Geld' eindigt in een straatprotest, waar Die Nerven tot voorbij het achterste van hun tong gaan, tot het braaksel de monden uitspuit, op weg naar opluchting en beter voelen.

De plaat is anderhalf jaar uit. Als dat niet zo geweest was, had hij nu op de shortlist voor mijn favoriete platen van 2017 gestaan. Voor nu moet de band het doen met een eervolle vermelding hier en op WoNo Magazine.

Dieter van der Westen Band - Me and You (2018)

poster
3,5
Op een donkere dinsdagavond in Leiden speelde de Belgische band TMGS in de Q-Bus. Het betrof een dubble bill met de Dieter van der Westen Band. Na het prima optreden (van beide bands overigens) de cd gekocht.

Deze blijkt ook uiterst genoeglijk te zijn. De zacht kabbelende Americana met een licht duistere ondertoon die het album opent, 'Driving Home', zet de toon voor het eerste deel van het album. De hele band komt prima tot zijn recht in het brede geluid. Ieder instrument komt duidelijk voorbij en kleurt de nummers in. Dan is een viool iets meer leidend, dan een dobro of banjo. Daar overheen zingt Van der Westen met een stem die voorzien is van een heel prettig randje, waardoor je hem net even iets eerder gelooft. De samenzang met de bandleden maakt het plaatje helemaal af.

Precies op tijd kantelt Me And You iets. Een ruiger geluid vervangt de Americana. Vervolgens volgt het een meer dan een eeuw oude 'Jesse James' dat een blijk van herkenning teweeg brengt. Daarna verrast Van der Westen past echt. 'Take Me Higher' kan zelfs als een lichte vorm van Sly & the Family Stone genoemd worden. Bij vlagen doet het nummer mij in ieder geval er echt aan denken. Met het ook al stevigere 'Where I Belong' pietert Me and You alles behalve uit. Kortom, de verrassingen heeft de band echt tot op het einde bewaart en scoort daarmee ook nog eens. Me And You is een zeer deugdelijke album.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

DIIV - Frog in Boiling Water (2024)

poster
4,0
Een sterk album, maar alleen als je er naar wilt luisteren. In alle andere gevallen komt er een brei van geluid voorbij met fluisterzang die totaal niet op zal vallen. De oren echt open zetten wordt ruimhartig beloond, met allerlei geluiden, riffjes en melodieën die bij eerste beluistering niet tevoorschijn komen. Groeibriljant derhalve.

DIIV - Is the Is Are (2016)

poster
3,5
Als ik op het op Wikipedia geciteerde NME bericht moet afgaan, was deze plaat nogal een bevalling, een echte live to tell experience. In ieder geval lijkt de worsteling met het leven Zachary Cole Smith goed afgegaan want hij heeft een plaat afgeleverd die er mag zijn. Nog altijd is The Cure de eerste referentie waar ik aan denk als ik DIIV hoor, maar waar ik bij deze band altijd afhaakte, haal ik bij DIIV moeiteloos het zeer fraaie einde van Is The Is Are.

Het zijn de prachtige, gelaagde gitaren die het werk hier voor mij doen. Iedere laag nog lichter en kwikzilveriger dan de vorige. Het is dan ook in dit geluid en in de kwaliteit dat binnen een song de interessante melodieën over elkaar heen buitelen. Binnen sommige songs gebeurt soms zoveel, dat er telkens iets nieuws te ontdekken valt. Iets wat ik eerder niet hoorde.

De plaat is niet briljant, dat geef ik direct toe, maar wel ontzettend prettig om naar te luisteren. En groeit nog steeds, dus wie weet?

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Disco Inferno - In Debt (1992)

poster
3,0
Het label Rocket Girl heeft de plaat opnieuw uitgebracht op cd en vinyl. Voor mij is de titel over het hoofd gezien meesterwerk niet van toepassing. Maar ik ben dan ook geen fan van veruit het meeste uit de jaren 80 en als Disco Inferno iets doet hier, is het de jaren 80 nog eens dunnetjes over doen in de jaren 90.

De band geldt kennelijk als zeer invloedrijk omdat zij experimenteerde met elektronica op de primitieve samplers e.d. die toen beschikbaar waren. Iets wat nu veel meer gangbaar is. En die moderne bands verwijzen dan opeens naar deze obscure band als hun voorbeeld.

Wat ik hoor is toch vooral hier The Cure een beetje naspelen, daar Joy Division met dezelfde doodse stem. De nuclaire dreiging was toch echt weg in de jaren 90, maar dat mocht Disco Inferno (ook wel een rare naam) niet deren.

Wat mij zeker bevalt aan In Debt zijn de inventieve ritmes die een aantal nummers hebben. Dat leidt tot een aantal zeer levendige songs met doodse zang als 'Set Sails' en 'Freethought'. Dus niet alles is kommer en kwel, maar over het algemeen is het muziek die mij negatief raakt.

Samengevat, dit is een album waar mensen die in de jaren 80 genoten van doom and gloom zeker naar moeten luisteren. De rest adviseer ik als het dan toch echt moet naar 'All Night Long' en zo te luisteren. Dat is ook jaren 80 en beslist veiliger voor de gemoedsrust.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Distance, Light & Sky - Gold Coast (2018)

poster
4,5
De eerste keer luisterend naar Gold Coast bekroop me het gevoel dat ik later kwijtraakte: sentiment. Sentiment naar The Walkabouts. ik nam het Chris Eckman kwalijk dat hij met dit fantastische materiaal niet naar zijn oude bandmakkers was gestapt om het door hen tot leven te laten wekken. Dit was de plaat om samen te maken.

Het sentiment naar het verleden verdween meer en meer op het moment dat de plaat zich over het verleden heen schoof en een eigen leven ging leiden. Op het moment dat ik me in de achtergrond ging verdiepen. Op het moment dat ik hoorde hoe prachtig deze plaat is opgenomen, de ruimtelijkheid van de mix en hoe goed de drie muzikanten tot hun recht komen op Gold Coast. Bovendien bleek er al een plaat gemaakt te zijn in het verleden, 'Casting Nets', die ik niet ken.

Het eerste dat mij opviel aan Gold Coast was de beauty and the beast zang tussen Eckman en Chantal Acda. De zand en gravel stem van de eerste afgezet tegen het engelachtige stemgeluid van de tweede. Ja, dan komen Chris & Carla associaties nu eenmaal snel aan bod. Dat is het verleden. In het heden blijken deze twee de perfectie samen te benaderen. Het tweede was het enorm heldere geluid, waarin de snare drum van Thielemans soms enorm goed uitkomt (ja, een Terri Moeller associatie). Waar het album echt open bloeide, was tijdens het hierboven al enkele malen genoemde 'Slowed It To A Stop'. Dit is van een enorme schoonheid. Van een alles om mij heen verdwijnende intentie, die er voor zorgt dat de wereld stopt en er nog maar één ding overblijft: de samensmelting van mijn brein met de muziek van Distance, Light & Sky.

Met die sleutel in de hand, veroverde het album mijn hart, ziel en brein en laat zich noteren voor de top 10 van 2018 en misschien wel van het hele decennium. (Noteer even mee, als terzijde, in de afgelopen twee weken: TMGS, The LVE en Cari Cari. Absolute top albums!) Het is nu heel makkelijk om niet meer aan The Walkabouts te denken als ik Gold Coast op zet. Dit niveau had de band in zijn laatste circa 15 jaar niet meer aangetikt. De wisselwerking tussen de drie leden van Distance, Light & Sky is zeldzaam goed en groots. Samen met de inbreng van producer Phil Brown levert dit een topwerk op.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Django Django - Glowing in the Dark (2021)

poster
4,0
Bij de eerste twee luisterbeurten was ik niet overtuigd. Het klonk me allemaal net iets te bekend in de oren en ook ietwat vlakker dan voorheen. Omdat het Django Django is en hun tweede plaat er een paar jaar over deed voordat hij echt landde, heb ik nu maar direct doorgezet. En terecht.

Op Glowing In The Dark is het bekende Django 2x geluid te horen, maar wordt zeker het experiment niet geschuwd. Nog steeds is deze muziek een krachtige mix van prachtige popmelodieën verpakt in alternatieve pop, aparte ritmes en elektronische geluiden. Daarin is deze band een meester, omdat ze mij laten luisteren naar een soort muziek die ik zonder die popmelodie direct af zou zetten.

Op Glowing In The Dark komen Afrikaanse ritmes, oosterse melodieën, een akoestische gitaar, zelfs een klassieke mini suite voorbij en Charlotte Gainsbourg. Zij staat er om bekend om een plaat te maken met één andere artiest, Air (zeer geslaagd) en Beck (een stuk minder). De nieuwe combi lijkt mij 100% gevonden. 'Waking Up' is een topnummer. Daar zijn er meer van, maar het is nog iets te vroeg voor een definitiever oordeel.

Alles bij elkaar opgeteld verdween mijn initiële scepsis al snel. Ook de vierde plaat van Django Django mag er weer zijn en de kans op een hogere score is zeker aanwezig. Inmiddels vind ik het veel geprezen debuut, de zwakste plaat. Deze band maakt onmiskenbaar een goede ontwikkeling door, waarvan Glowing In The Dark het derde bewijs is.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Django Django - Marble Skies (2018)

poster
4,5
Het aanstekelijke enthousiasme op Marble Skies is zeer besmettelijk en dat terwijl de band zich, zeker ten opzichte van het geregeld over de top swingende 'Born Under Saturn', hier en daar inhoudt. Marble Skies brengt alles wat ik verwacht van deze band. Een perfecte combinatie van oud en modern en tussen pop en dansbaarheid.

Met de titelsong opent Marble Skies zoals ik verwacht en hoop. Minder uitbundig dan met 'Giant' een plaat terug, wat ik persoonlijk hun beste nummer vind. Wel met die swing die deze band zo onweerstaanbaar maakt. Dat laatste komt zeer geregeld terug op Marble Skies. Ouderwetse discogeluiden vermengen zich met uiterst moderne ritmes die op de een of andere ingenieuze manier de melodie van de nummers nooit in de weg zitten. Dat is voor mij het geheim van Django Django. Iets waar de band steeds beter in wordt en beter kan doseren.

Wat ik merk aan de paar keer dat ik plaat nu heb kunnen draaien, is dat mijn verhouding tot de plaat per beurt groeit. Telkens ontdekte ik weer nieuwe dingen, nog een geluid, nog een melodie. Bij 'Born Under Saturn' duurde het een paar jaar voordat ik de plaat volledig op waarde schatte. Het debuut meteen en deze zit daar prima tussenin.

Herhalingsoefening? Nou, misschien, maar wel op een geniale wijze, met heel erg prima nummers. Marble Skies is voor mij de eerste grote release van 2018.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

DMA's - Hills End (2016)

poster
3,0
Ik blijf op twee gedachten hinken bij Hills End. Van dit heb ik al te vaak gehoord tot lekkere plaat. Van wat een hoogtepunten naar wat een dips. Van wat een energie naar wat een zouteloosheid. Ja, ik heb het allemaal eerder gehoord, maar toch wel een aantal lekkere nummers. Het heeft dan ook even geduurd voordat ik doorpakte en aan een recensie toekwam.

Dat DMA's niet bijster origineel klinken, is voor een debuutalbum niet erg. De energie die in de eerste nummers zit, neemt dat bezwaar weg, evenals de wijze waarop een ballad als 'Delete' uitgroeit tot een sonische storm. Gewoon heel lekker gedaan. Verderop op Hills End staan dan wel een paar bijna draken van nummers. Een deel van het probleem komt mij voor als dat van een zanger die iets zingt waar zijn stem niet voor gemaakt lijkt te zijn.

Alles bij elkaar optellend, kom ik tot een half geslaagd album, met een plusje voor de heerlijke up tempo nummers. Alle tam tam vooraf is qua plaat niet geheel terecht. Live kan dat anders zijn. Dat kan ik niet beoordelen.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

DMA's - The Glow (2020)

poster
2,0
Dit is heel veelgeschreeuw en wel heel weinig wol. Ik had mijn twijfels bij Hill End en die worden volledig bevestigd. Het album begint lekker, met inderdaad Oasis en The Stone Roses invloeden keurig verwerkt tussen zang/melodie en het ritme. Daarna zakt het steeds verder weg, komen er elektronische dans invloeden bij die mij, in ieder geval hier, geheel niet aanspreken. Het komt nooit voorbij 'mama kijk mij dit eens goed nadoen en het net niet kunnen". Ik heb het idee naar een eindexamenoefening van een muziekschool te luisteren, waar zo goed mogelijk naspelen met eigen nummers de examenopdracht was. Nou dat is dan gelukt, maar verder zit er niets eigens in, een bloedeloos geheel.

De laatste tijd heb ik vaker last van dit soort bands. Zeker in het psychedelische rock segment. Het origineel is telkens heel veel beter, ook al zijn moderne bands technisch misschien veel beter onderlegd en de studio's onnoemelijk veel beter. Het gaat om het eigen materiaal en dat zakt vaak door het ijs. Gelukkig hoor ik ook nog steeds heel goede, nieuwe muziek. Daar valt The Glow niet onder. Dan zet ik liever de laatste van Liam nog even op. Die plaat heeft het wel.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Dogs Die in Hot Cars - Please Describe Yourself (2004)

poster
4,5
Gisteravond maar weer eens opgezet. Dat was lang geleden. De eerste songs kon ik allemaal meezingen, daarna werden herinneringen opgehaald. Wat bleek 'Celebrity Sanctum' is beter dan 'Lounger'. Correctie hierboven en de plaat wordt helemaal niet zwakker na nummer 6, 7. 'Paul Newman's Eyes' is een prachtig nummer en wat er nakomt is prima. Een halve * omhoog dus.

Wat me direct opviel, is hoe vrolijk het allemaal klinkt. Het springt, het jubelt, het leven wordt gevierd. Onbegrijpelijk eigenlijk dat ik hierna nooit meer iets van deze band heb vernomen en dat deze plaat niet breder is opgepakt, want in alles had het dit verdient. Erger is wellicht dat ik plaat zelf zeker 10 jaar niet heb gespeeld. Gewoon verdwenen in die enorme collectie en altijd met nieuwe dingen bezig. Gisteren was een mooie dag derhalve vanwege het spelen van deze plaat.

Donald Fagen - Morph the Cat (2006)

poster
4,0
Heeft Donald Fagen eigenlijk ooit een slechte plaat gemaakt? Kamakeriad viel mij, zoveel jaar na waarschijnlijk zijn beste soloplaat 'The Nightfly', zwaar tegen weet ik nog. Nu ik Morph The Cat weer eens uit de kast haalde, viel me op hoe lekker alles op deze plaat weer in elkaar steekt.

Ja, zo ongeveer vanaf 'The Royal Scam' van Steely Dan is het gerechtvaardigd om van een formule te spreken en is er niet echt sprake meer van ontwikkeling. Het punt dat door Donald Fagen (en Walter Becker) is bereikt, ligt echter zo hoog, dat "beter" een bijzonder star begrip wordt.

Morph The Cat onderstreept dit. Op zijn typische en ogenschijnlijk zeer eenvoudige manier tovert Fagen de ene na de andere fantastisch vloeiende song. met ineengrijpende, complexe melodieën uit zijn hoge hoed en presenteert ze aan ons luisteraars alsof ze op een namiddag in elkaar zijn gezet. In plaats van de jaren die het kostte om te slijpen, poetsen, verplaatsen en aanpassen die ongetwijfeld in Morph The Cat gestopt zijn. Heerlijke plaat.

Donald Fagen - The Nightfly (1982)

poster
5,0
Het is 1982 en ik koop mijn tweede jazz album en daar is het ook ongeveer bij gebleven. De andere is die totaal uit het niets komende, vierde LP van Joe Jackson uit 1981 , 'Jumping Jive'. The Nightfly is een absoluut meesterwerk. Een plaat die ik ook 37 jaar na dato nog steeds met heel veel plezier draai en eigenlijk minstens met net zoveel plezier als toen.

Natuurlijk de twee singles zijn de ontzettend goed, met 'New Frontier', met dat telkens voorwaarts oprukkende ritme voorop. Daarachter zit echter niet 'I.G.Y', maar 'The Nightfly', het titelnummer. Zoals alle nummers op deze plaat voorbij perfect uitgewerkt. Alles klopt op The Nightfly, nog meer dan ooit bij Steely Dan. Vergeleken bij de laatste plaat van de band (toen), 'Gaucho', is The Nightfly in alle opzichten beter. Songmateriaal, melodie, uitwerking, dit is perfectie. Ja, toegegeven, het is allemaal superglad, maar als het zo goed is gedaan, verstomt de kritiek, waar deze bij anderen aanzwelt.

Donald Fagen heeft zichzelf ook nooit meer overtroffen en ik kan me het writersblock dat hij tot een eind in de jaren 90 had dan ook levendig voorstellen. Waar moet je mee komen als alles gezegd en gedaan is en perfectie bereikt. Het heeft denk ik 10 jaar geduurd voordat hij tegen zichzelf kon toegeven dat hij niet beter kon dan The Nightfly en van zichzelf materiaal mocht uitbrengen dat minder was. Pas op zijn, tot heden laatste plaat, 'Sunken Condos', was die vrede met zichzelf zodanig dat de kwaliteit er niet meer onder leed.

Of het nu het op zich gezapige, maar o zo onderkoeld vrolijke, 'Ruby Baby' of zwoele 'Maxine' is of het opzwepende 'Green Flower Street' en 'Walking Between Raindrops', Donald Fagen raakt alles. Er is geen twijfel, bij hem en bij mij. Dit is de muziek zoals hij het bedoelde en het ligt voor de eeuwigheid vast. Zoals ik hier boven lees zonder mogelijkheden tot verdere perfectie. Dan is een project wel geslaagd te noemen. Daarom en vele andere redenen *****.

Donna Blue - Inbetween (2020)

poster
4,0
De schoonheid uit lang vervlogen dagen is wat Donna Blue nastreeft. Daarbij puttend uit Franse zuchtmeisjes muziek uit de yè-yè periode en de V.S. net voordat The Beatles doorbraken en vrijwel de gehele populaire muziek van die tijd wegvaagden.

Bakken galm en volmaakte onderkoeldheid spelen daarin een hoofdrol. "Zeeuws Meisje" moet zich volkomen op haar gemak voelen bij deze plaat: "Geen noot teveel hoor". Dat zorgt voor een atmosfeer en gemoedstoestand die in de muziek van de laatste jaren uniek is te noemen. Ik hoor in ieder geval niets wat hier op lijkt.

Donna Blue releast al bijna twee jaar digitale singles, die met een extra nummer worden verzameld op een, prachtig vormgegeven, EP. Die trend is, helaas, doorbroken met Inbetween. Er komt geen fysieke uitgave. Misschien omdat er later dit jaar, eindelijk, een LP aankomt? Het kan ook zijn dat dit beperkte format precies de juiste dosering is voor de muziek van Donna Blue.

Vooraf gegaan door de mooie singles 'Desert Lake' en 'Billy' geeft Inbetween drie nieuwe songs. Alle drie net anders en toch onmiskenbaar Donna Blue. Bij wijze van speken, zou ik de muziek van de band doof herkennen. Zo eigen, zo mooi en zo goed.

Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Donna Blue - Into the Realm of Love (2024)

poster
4,5
Over groei gesproken. Van Marlène Dietrich in een donker cabarethol in Berlijn tot slowsurf, Franse zuchtmeisjes, Nancy Sinatra, de bas van Serge Gainsbourg en Air en film soundtracks uit de jaren 60, dit alles en meer zit verweven in de nieuwe songs van Donna Blue. Ik had een goed album verwacht, maar ben meer met stomheid geslagen. Wat een mooi album.

Dot Dash - Proto Retro (2018)

poster
4,0
Een band van veteranen uit Washington DC dat zich toelegt op perfecte powerpop liedjes. Zelf refereren zij aan jaren 60 en 70 helden, maar ik hoor toch vooral invloeden van de jaren 90 crème de la crème. Weezer, Fountains of Wayne, dat spul. En dan misschien nog een tikkeltje beter. Inderdaad omdat via de powerpop van eind jaren 70 Big Star in beeld komt en dan uiteindelijk natuurlijk de melodische kracht van The Beatles.

Met die laatste band is Dot Dash niet te vergelijken. Daarvoor is haar muziek te een dimensionaal. Geen 'Yellow Submarine' of 'Blackbird' hier. Dat mis ik ook niet echt. Dot Dash is in staat om een album lang het ene na het andere perfecte popliedje op mij af te vuren en ze blijven allemaal hangen. Het heeft dan ook geen zin om er een apart uit te halen, al steken er een paar zeker boven uit.

In de jaren 90 kwam 'Whirligig' van The Caulfields uit. Een prachtig gitaar album dat ik nog steeds met veel plezier speel. Tot en met het 7e nummer. Daar gaat Proto Retro dus moeiteloos overheen. Het blijft boeiend en dat is zelfs meer dan 'Fountains of Wayne' kan inbrengen bij mij. (Weezer heb ik nooit meer dan een paar nummers echt goed gevonden.) Kortom, een enorm leuke verrassing die zo maar uit het niets mijn e-mail box in kwam gewaaid. De kleine dingen die het leven mede zo leuk maken.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Double Veterans - Space Age Voyeurism (2016)

poster
3,5
Een album dat heel weinig woorden nodig heeft. De muziek is volkomen eenduidig: 60s garagerock met een punkinslag in de zang, samengevat in een aantal prima songs die garant staan voor een heleboel uitbundigheid. Wie er bevattelijk voor is, komt met Space Age Voyeurism volledig aan zijn trekken. Double Veterans zijn het nette broertje van Ty Segall, maar het losgeslagen neefje van The Black Marble Selection. Liefhebbers van het 60s garagerock genre weten voldoende.

Het hele verhaaltje staat hier op WoNo Magazine.

Douglas Firs - Happy Pt. 2 (2024)

poster
3,5
Happy Pt. 2 is een album dat breed uitwaaiert. Ik hoor zelfs echo's van de Doris Day plaat en een Debbie Reynolds single die mijn moeder mee bracht toen ze vanuit Canada naar Nederland emigreerde in de jaren 50. Wat mij vooral opvalt, is dat Douglas Firs er alles aan heeft gedaan om de songs mooi te laten klinken. Van een verstilde folkachtige ballade tot aan een nummer waarin het de alternatieve rocktanden laat zien, het klopt gewoon allemaal. Soms is het weliswaar heel erg braaf, maar het blijft prachtig om naar te luisteren. De variatie zorgt voor het erbij houden van de aandacht. Zelfs als mijn glazuur vervaarlijk begint te kraken. Ik scoor het voor nu conservatief. Wie weet wat er nog kan gaan gebeuren.

Douglas Firs - Hinges of Luck (2017)

poster
3,0
Ik merk dat ik moeite heb met dit album. Er staan een aantal goede nummers op, maar ook een paar waarvan ik het idee heb dat er ergens een goed nummer in verstopt zit, maar dat mijn brein de sleutel niet heeft om ze bloot te leggen.

Gertjan van Hellemont stapt nog verder weg van zijn eerste plaat en zoekt het experiment op op zijn derde. Die eerste vond ik nogal goed. Een betere versie van Admiral Freebee. Dat experiment begint al met het 'Intro', iets dat wel meer platen vandaag de dag hebben: een non-descript stuk soundscape waar ik weinig lol aan beleef, behalve dat het kort is. Daarna knalt hij er stevig in met voor mij meteen het hoogtepunt van de plaat: 'The Both Of Us'.

Daarna gaat het gas er af en laat Van Hellemont horen waar hij een deel van de mosterd voor deze plaat vandaan heeft. Neil Young en David Crosby komen in de langzame stukken evident voorbij, maar hij schrikt er ook niet voor terug het geluid van de vroege synthesizer in ELPs 'Lucky Man' te laten horen.

Ook al ben ik persoonlijk verheugd als in de zevende song 'Hannah' het tempo, voor even, weer omhoog gaat, merk ik dat ik steeds meer moeite heb om mijn interesse bij Hinges Of Luck te houden. De songs worden experimenteler van aard en ik merk dat ik er weinig mee kan. Het raakt mij onvoldoende tot niet en dat is misschien wel erger dan iets vreselijk vinden. 'Huilen Is Voor Jou Te Laat' gaat toch de rest van mijn leven mee, deze songs beslist niet.

Douglas Firs is op zoek naar een eigen geluid. Dat valt te prijzen. Daarom een halve * voor de zoektocht en 2,5* voor de andere helft die mij zeker wel bevalt.

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Dream Wife - Dream Wife (2018)

poster
4,0
Dit is een van die plaatjes die bij eerste beluistering een mwah, dit heb ik eerder gehoord, reactie oplevert, maar vervolgens al snel volkomen overtuigt door de frisheid waarmee het gebracht wordt. De drie dames en een, in ieder geval voor mij anonieme drummer, spelen fris van de lever, zingen geregeld bijna extatisch en met een enthousiasme waarbij niet geraakt worden geen optie is.

Vraag me dan ook niet naar een favoriete song, want die heb ik niet. 'Dream Wife' is als geheel aantrekkelijk. Juist ook omdat de dames goed laveren tussen een aantal invloeden, die toch, net als bij het recentelijk door mij besproken album 'Songs Of Praise' van Shame, gezocht moeten worden in het (post)punk tijdperk. Dat wil zeggen qua spel en uitvoering. Het gaat dieper dan dat. Zelf noemen de dames Blondie als groot voorbeeld, maar dan meer 'Hanging On The Telephone' dan 'Heart Of Glass' zal ik maar zeggen.

De plaat kent een hoop boosheid en opwinding. Laat je daar echter niet door foppen. Dat alles is een vermomming om het diepe popgevoel dat in deze songs zit een beetje te maskeren. Deze dames kennen hun popklassiekers en zetten ze allemaal in. Dat levert een plaat op die gekenmerkt wordt door heel veel dynamiek. Meezingen is een verplichting en stilstaan onmogelijk. Kortom, Dream Wife komt met een heerlijk debuut en de tijd zal leren welke het leukst is, 'Songs Of Praise' of 'Dream Wife'?

Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.

Dream Wife - So When You Gonna... (2020)

poster
4,0
Dream Wife bracht begin 2018 haar eerste plaat uit, die mij redelijk goed beviel. Uiteindelijk begon hij mij toch een beetje te vervelen. Het klonk allemaal uiteindelijk teveel hetzelfde (met alles wat vooraf ging). De opener van de nieuwe plaat, 'Sports!', klonk mij zeker energiek in de oren, maar er gingen ook alarmbellen af. Daardoor luisterde ik de eerste sessie zeker niet goed genoeg.

Daarna viel mij al snel op hoe ge(s)laagd So When You Gonna ... ("kiss me", blijkt later in het album) is. De songs zijn uiterst gevarieerd en vaak ook zo opgebouwd. De zang laat zien dat zangeres Rakel vele stemmen heeft. Soms geslaagd, soms iets minder. Dat alles maakt dit album ook spannend om naar te luisteren. Het geeft niet alles zo maar prijs. Per luisterbeurt valt er weer een laagje te ontdekken.

De afsluitende ballade, de dames hebben er het zelfvertrouwen voor, werd daarom van "wat is dit raar voor deze band" juist de perfecte afsluiter. Het onderstreept de extremen op So When You Gonna ... op krachtige wijze en toont de groei aan die de bad in de afgelopen twee jaar heeft doorgemaakt. Toen rammelde de band vooral aangenaam. Nu niet meer. Hier wordt gespeeld, Op diverse manieren.

In mijn oren zet Dream Wife met het tweede album een enorme stap, vergelijkbaar met het nieuwe album van Hinds. Het is minder eendimensionaal en laat verschillende kanten van de band zien, die vrijwel allemaal zijn geslaagd. Een sterke voortzetting van een prille carrière.

Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.

Drive Like Maria - Creator, Preserver, Destroyer (2017)

poster
4,0
Zjoot schreef: Ongelooflijk dat deze band niet groter is. In Nederland en ver daarbuiten.


Daar ben ik het wel mee eens. Drive Like Maria maakt al drie platen lang uiterst interessante rockmuziek, waarbij ze een zijpad hier en daar niet schuwt.

De nieuwe trend om een album in drieën als EPs uit brengen, is ook door Drive Like Maria omarmt. Het idee is leuk, maar maakt de derde EP behoorlijk overbodig en ondergesneeuwd door het album. Het is een keuze, maar de plaat had ook een jaar eerder dus in de winkel kunnen liggen.

Nu hij er is, is er enkel ruimte voor tevredenheid. Met een aantal nummers raakt Drive Like Maria de perfectie van uiterst dicht bij aan. Ja, er blijven QOTSA referenties, maar tegelijkertijd is het zo eigen dat van beïnvloeding bijna geen sprake meer is en in sommige gevallen het voorbeeld is overtroffen. De riffs in het eerste nummer brengen me meteen waar de band me wil hebben: totaal afgestemd op rock.

Het album is gevarieerd, waarbij eigenlijk maar een keer de plank gemist wordt in mijn ogen. Dat is in de ballade 'When The Lights Go Down'. Het nummer begint nergens en gaat nergens naar toe. Verder zit ik op mijn stoel te stuiteren bij songs als 'Sonny' en vooral 'Tiny Terror'.

Prijsnummer is 'Saints'. Het doet me dekken aan de bluesrock van Free op hun eerste albums. Het nummer heeft het beste van deze twee werelden in zich verzameld. Heel erg lekker.

Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.

Dusty Springfield - Dusty in Memphis (1969)

poster
4,0
'Son Of A Preacher Man' is een van de nummers die ik mij uit mijn vroege, lagere schooltijd herinner als heel bijzonder. Lang bleef het het enige nummer van Dusty Springfield dat ik echt goed kende. Ergens in de jaren 00 liep ik tegen een afgeprijsde cd aan met het nummer er op. Op dat nummer na vond ik het maar helemaal niets. Wat een zoetsappigheid!

Inmiddels ben ik wel iets bijgedraaid. Het zal de leeftijd zijn. Het album zit gewoon heel goed in elkaar, ook al is het niet helemaal mijn muziek. Dat geeft in dit geval niets. Band en zangeres zijn overduidelijk in vorm. Wel ben ik het met sommigen hier boven eens dat haar stem het niet altijd helemaal haalt bij wat er eigenlijk verwacht wordt. Af en toe wordt het te iel en te afgeknepen. Het is een detail op het fraai gezongen geheel, dat wel.

En staat 'Breakfast In Bed' op deze plaat. Dus hier hebben UB40 en Chrissie Hynde het vandaan. Was me de eerste keer dat ik het draaide niets eens opgevallen. Misschien had ik de plaat al afgezet.

Blijft over dat ene nummer. Wat maakt het nu zoveel beter dan al het andere op deze plaat? Het is zoveel directer, daar begint het wel mee. Alles spettert veel meer. Dusty zingt hier met haar hart en ziel, zo komt het mij voor, waar veel andere nummers oefeningen in schoonzingen (en -spelen) zijn.

De conclusie. Een 3,5 voor het geheel en 10 sterren voor 'Son Of A Preacher Man'. Samen ****.

Dylan LeBlanc - Paupers Field (2010)

poster
3,5
Ik het album pas leren kennen in 2016, maar wat een heerlijke plaat. Op dit moment heb ik nog geen idee wat hij sindsdien gedaan heeft, maar dat is zeker iets wat ik binnenkort uit ga checken. Op zijn debuut plaat toont Dylan LeBlanc zich een enorm talent, dat zich het singer-songwriter idioom volledige eigen heeft gemaakt en er al een klein beetje van zichzelf aan toe weet te voegen. Paupers Field is een donkere plaat, waarin het glas immer, minstens, half leeg lijkt. Binnen dat donkere straalt LeBlanc als een waanzinnige. Of het talent inderdaad zo groot was, hoop ik binnenkort te ervaren.

Er staat iets meer over de plaat hier op mijn blog WoNo Magazine.