MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Kaaasgaaf als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

The Smashing Pumpkins - Cyr (2020)

poster
2,0
Het treurigst vind ik nog wel om te lezen dat dit naar zijn eigen zeggen Billy's poging is een 'eigentijdse plaat' te maken. In welk universum leeft die man? Hij doet hoogstens eigentijdse bands na die bands nadoen die bands nadoen die veertig jaar geleden vooruitstrevend waren. Maar in zekere zin spreekt me dit toch meer aan dan alle voorgaande Pumpkins-platen sinds hun zogenaamde heroprichting. Die waren gewoon enorm niksig en obligaat. Deze is zo slecht, dat het weer interessant wordt.

The Smile - A Light for Attracting Attention (2022)

poster
5,0
Toen op 21 mei vorig jaar werd aangekondigd dat die avond een nieuw project van Jonny Greenwood en Thom Yorke zou debuteren als onderdeel van een pandemieproof streamingevent van Glastonbury, kocht ik uiteraard meteen een kaartje. Sinds mijn dertiende volg ik deze heren immers in alles wat ze doen. En dit riep toch wel een hoop nieuwsgierigheid op: het zou de eerste keer zijn dat deze twee genieën buiten hun ‘moederschip’ de handen ineen zouden slaan. Ik ging ervan uit dat het wel een hoogst experimenteel, elektronisch of orkestraal gebeuren zou blijken. Of wellicht heel jazzy, al was het maar vanwege het derde bandlid: jazzdrummer Tom Skinner, afkomstig uit het mij toentertijd slechts vagelijk bekende Sons Of Kemet. Ik zat er helemaal klaar voor, maar de avond duurde lang. De rest van het Glastonbury-programma boeide mij niet zo, met uitzondering van een andere grote held: Damon Albarn, die nummers ten gehore bracht van zijn prachtige solo-album dat later dat jaar zou verschijnen. Er waren ook de nodige technische problemen, de stream viel regelmatig uit de lucht. Ik was zenuwachtig of het tijdig gefixt zou zijn. Af en toe schakelden we om de tijd te doden maar over naar het Songfestival, want dat was er ook nog eens die avond. Hoe dan ook: toen The Smile begon aan hun korte set, zat ik er gelukkig helemaal klaar voor en werkte alles naar behoren (hoewel ik later begreep dat dit voor veel kijkers niet het geval was, ik had dus blijkbaar geluk gehad). 



En hoe The Smile bleek te klinken was toch eigenlijk wel het láátste dat ik had verwacht. Dit side-project (toen nog onduidelijk of we het als een volwaardige band moesten beschouwen, wie weet bleek het een eenmalig iets te zijn) rockte zowaar dat het een aard had. Nu is het een wijdverspreide misvatting dat Jonny en Thom sinds Kid A hun gitaren volledig zouden hebben ingeruild voor abstracte electronica, mensen die dat beweren hebben blijkbaar nooit een 2+2=5, Bodysnatchers, Jigsaw of Burn The Witch gehoord. Maar de energie van dit Smile-optreden was rauwer en punkiër dan je van deze doordachte vijftigers zou verwachten. Heel in de verte riep het bij vlagen wel Radiohead in z’n begindagen op, maar als zo lang op elkaar ingespeeld vijftal zou een poging daarop terug te grijpen vast al snel gekunsteld aandoen. Terwijl in zo’n kleinere bezetting, zonder bovendien de juk van die Heilige Naam, en met de toegevoegde energie van een andersoortige muzikant, het aanzienlijk eenvoudiger zal zijn geweest zulke zogenaamde onbevangenheid op te roepen. Bovendien hoorde ik ook enige invloeden die niet (mathrock) of nauwelijks (Afropop) bij Radiohead naar voren zijn gekomen. Al met al kon ik de veelgehoorde reactie, dat The Smile wel het einde van Radiohead zou betekenen, niet zo goed plaatsen. Ook dat een van de gespeelde nummers een oud Radiohead-nummer is dat nooit op plaat verscheen, vond ik op zich een weinig belangwekkend teken. Immers, Thom heeft vaker nummers tussen zijn vele projecten laten switchen.



Op enkele Instragram-videos van repetities en Thoms solo-uitvoering op een festival van Free In The Knowledge (zowaar een kampvuurachtig nummer) na, zou het meer dan een half jaar duren voor we weer een teken van The Smile mochten vernemen. Dat was in januari van dit jaar, met de heerlijk sardonisch getitelde single You Will Never Work In Television Again. Dit nummer versterkte de vermoedens dat The Smile als behoorlijk opzichzelfstaand bandje beschouwd mag worden. De enige Radiohead-associatie die het ieder geval bij mij opriep was buitenbeentje Bangers + Mash van de In Rainbows-bonusdisc en Thom’s manier van zingen deed zowaar een piepklein beetje Pablo Honey-achtig aan. Maar de bevreemdende geluidenbrei (horen we daar een fluit?) in de bridge, toonde tegelijk dat ook als deze muzikanten voor zoiets simpel mogelijks lijken te gaan, er nog altijd wel iets uitdagends mee wordt gesmokkeld. Over een album kregen we nog niets te horen, wel de aankondiging voor een drietal nieuwe streamingconcerts (live vanuit Londen) later die maand. Het zou interessant zijn om te zien in hoeverre dit project (of: deze band, mochten we nu toch al wel voorzichtig zeggen) zich in de tussentijd verder ontwikkeld had.

 De sfeer van deze concerten was behoorlijk anders dan die van het Glastonbury-optreden. Minder rauw, meer gedetailleerd. Wonderlijk dat slechts drie muzikanten zo’n weids geluid neer kunnen zetten, al bespeelde eeuwig wonderkind Jonny regelmatig twee instrumenten tegelijk (hem met z’n ene hand piano en met z’n andere harp zien spelen, in mijn pyjama vanaf de eerste rij die mijn bankstel was, is een belevenis die me wel altijd bij zal blijven). En de nummers die we nog niet kenden (of half kenden, zoals een tweede onuitgebracht Radiohead-oudje) waren minder basaal rockend, eerder spacey bezwerend. Je zou het moeilijk anders kunnen omschrijven dan… Radiohead-esque. Voor het eerst diende zich bij mij nu ook de gedachte aan of The Smile dat andere bandje zo niet een beetje overbodig zou maken. Zeker met oudgediende Nigel Godrich achter de knoppen, waardoor het in de studio vast alleen nog maar gelaagder zou worden.



Er zouden maar liefst nog een vijftal singles volgen, die ik elk van mezelf niet vaker dan twee keer mocht beluisteren. Een paar jaar geleden zou ik waarschijnlijk wel geprobeerd hebben al die voorproefjes krampachtig te negeren, daar ik als verstokt albumfanaat weinig op vind wegen tegen de sensatie dat een plaat waar ik zo naar uitzie bij een eerste beluistering nog zo nieuw mogelijk is. Maar ach, tegenwoordig maak ik het mezelf toch net iets minder moeilijk. De singles bevestigden ieder geval mijn vermoeden dat The Smile niet zozeer een totaal andere kant van Thom en Jonny laat zien, maar een logische voortzetting is van hun dertigjaarlange samenwerking. The Smile lijkt net iets losser en luchtiger, funkiër misschien wel, te klinken dan Radiohead doorgaans doet, wat hem niet zozeer zit in de nummers zelf (waarvan het merendeel in andere vorm ook prima op een Radiohead-plaat zouden passen), maar eerder het samenspel van zo’n kleinere bezetting (met regelmatige toevoeging van blazers en strijkers, die natuurlijk bij Radiohead ook een steeds prominentere plek hebben gekregen, en die voor Jonny met zijn vele soundtracks en klassieke composities inmiddels even kenmerkend zijn als zijn gitaarspel). Bovendien lieten deze vijf nummers horen, dat dit wel eens het meest veelzijdige Radiohead-gerelateerde album sinds Hail To The Thief zou kunnen blijken (en naar nu blijkt ook hun langste). 

En dan kwam er eindelijk de aankondiging van concerten en... Het Album.

Dat album is er nu dan eindelijk, en het bijzonder is dat hoewel mijn anticipatie ziekelijke vormpjes begon aan te nemen, het nog vele malen beter blijkt dan ik me had kunnen indenken. Ook al kende ik een groot deel van de nummers al, klinken ze toch nieuw. Zoals op elk Radiohead-album sinds The Bends (en bij elke plaat verder geperfectioneerd) lijkt er zo ontzettend bizar goed nagedacht over de volgorde, waardoor elke track een gewicht krijgt door het contrast met het nummer ervoor. Een cliché van jewelste, maar de som is zoveel meer dan de delen. En ook al bevat elke track grotendeels herkenbare elementen van wat Thom en Jonny zowel binnen als buiten Radiohead in al hun veelzijdigheid hebben gedaan, staat deze plaat toch volledig op zichzelf. Elk nummer heeft weer andere elementen om je mee te slepen en te hypnotiseren. Het is alsof je bij elke track een nieuwe kamer binnenstapt van een kasteel om in rond te blijven dwalen. Tovenaars zijn het.

Veel mensen zijn van mening dat A Moon Shaped Pool Radioheads zwanenzang zal blijken te zijn en dat The Smile een teken is dat dat vermoeden bevestigt. Ik denk dat Radiohead nog niet is uitgespeeld en juist een projecten zoals dit ervoor zorgt dat de band zo lang kan blijven voortbestaan. Zonder The Eraser geloof ik niet dat In Rainbows er was gekomen, zonder de soundtracks van Jonny geen A Moon Shaped Pool. Het gaat er niet alleen om dat Radiohead, als band die nooit stil kan staan, injecties nodig heeft van zulke buitenechtelijke experimenten. Experimenten die zo goed werken juist omdat ze de loden last van die heilige bandnaam niet hoeven te dragen. Het verrassende van dit experiment is dat het voornamelijk een experiment met conventies betreft: wellicht te speels, te direct en op momenten te ongeremd mooi voor een volgend Radiohead-album. Maar tegelijk vol van die typische betoverende Radiohead-gelaagdheid. Het mooiste buitenechtelijke kindje denkbaar.

Ik heb sterk het vermoeden dat Jonny de initiatiefnemer en stuwende kracht is van deze band. Niet alleen omdat hij nu steeds het woord voert in alle updates (normaal doet Thom dat), maar ook omdat ik hem een tijd terug in een interview zichzelf zag beschrijven als de minst perfectionistische van Radiohead, de meest ongeduldige. Hij zei dat hij liever had gehad dat Radiohead veel vaker muziek uitbracht, die dan maar ietsje minder ‘goed’ is. Misschien is dat dan wel de belangrijkste reden achter The Smile, dat Jonny nou eens zijn zin heeft doorgezet, om dit tot verfrissend resultaat te laten leiden.

Dat ik deze helden van mij - die ik acht keer in steeds grotere zalen heb gezien - binnenkort in het voor hen zo intieme Paradiso zal meemaken, kan ik nauwelijks bevatten. Ik ben benieuwd of ze alleen nummers van deze prachtige plaat gaan spelen, of meer verrassingen in petto hebben. Bijzonder zal het hoe dan ook worden. Tot die tijd zal ik A Light… vast steeds dieper in mijn hart sluiten, en er vermoedelijk ook daarna niet op uitgeluisterd raken. Het is wellicht nog een beetje vroeg voor dit soort uitspraken, maar ik heb toch wel sterk het gevoel dat dit het zoveelste iconische werk van deze heren is dat een zalig onderdeel van mijn leven uit zal blijven maken, iets om te allen tijde naar terug te kunnen keren.

The Smile - Cutouts (2024)

poster
5,0
Ergens hierboven sprak ik al de verwachting uit dat dit derde Smile-album niet alleen hun laatste maar ook hun beste werk zal blijken. Of dat eerste het geval is, zal de tijd moeten uitwijzen. Dat het tweede klopt ben ik zeker wel geneigd te zeggen, al is het wellicht nog veel te vroeg voor zulke uitspraken, met dit album amper een dag uit. Voor mij vormt het ieder geval vanaf het eerste gehoor een prachtige synthese van de eerste twee Smile-albums. ALFAA was heerlijk verslavend, maar (waarschijnlijk door Nigels aanwezigheid, en een paar meegebrachte Radiohead-restjes) net iets teveel 'Radiohead light'. Terwijl The Smile vanaf het allereerste begin live had laten horen echt een zeer onderscheidende dynamiek te hebben, een opzichzelfstaand beestje te zijn. Op WOE kwam dit veel krachtiger naar voren. Als geheel een sterker geheel ook dan ALFAA, al draaide ik hem wel een stuk minder. Daarvoor had het teveel een specifieke sfeer waarvoor ik maar net in de stemming moest zijn, geen album om zomaar op te zetten (wat ook juist als aanbeveling gezien kan worden). Cutouts combineert het eigenzinnige en onderscheidende van WOE met het verslavende contrastrijke van ALFAA, de lucht die die plaat ook te bieden had. Daarnaast hebben ze een paar van hun meest magnifieke nummers (waarvan sommigen al gespeeld vanaf hun allereerste optredens) tot dit vermeende slotstuk bewaard. In elk nummers leidt een onweerstaanbare melodie je zoveel onverwachte kanten op, terwijl het toch nergens in gefreak ontaardt, alles 'klopt' helemaal op een manier die nooit te verzinnen zou zijn (maar dit drietal zomaar uit de mouwen lijkt te schudden) en zal, daar durf ik de klok wel op gelijk te zetten, steeds meer uitgroeien tot muziek die zich met het leven gaat verweven (zoals twee van deze heren al een decennium of drie bij mij flikken). Waanzinnig ook weer hoe de paar eerder uitgebrachte nummers (die ik met moeite elk niet meer dan twee keer los beluisterd had) zoveel rijker klinken in de albumcontext. Dat viel te verwachten, is bijna altijd zo, maar toch, wát een verschil. De opbouw van zo'n plaat vol contrasten - van spooky naar funky, van ijzingwekkend naar warmbloedig, van bevreemdend naar ontroerend; en altijd als een rode draad het samenspel dat wonderlijk genoeg steeds zo complex en simpel ineen kan zijn - blijft een delicate toverkunst die deze heren dan ook als geen ander verstaan.

The Smile - Europe: Live Recordings 2022 (2023)

poster
4,5
Eindelijk aan toegekomen om hier eens goed voor te gaan zitten. The Same is voor mij het hoogtepunt van deze EP, roept nog veel meer dan de albumversie een dreigend Hail To The Thief-sfeertje op. Het afwijkende einde van Waving a White Flag is te gek, wat een fijne drumstijl heeft die Tom toch ook. FeelingPulledApartByHorses gaat me net iets te lang door, en ik kan er niks aan doen, hoeveel incarnaties dit nummer inmiddels ook heeft gekend ik blijf het papapapa-refrein van het 'origineel' missen. De rest klinkt allemaal als een klok, inderdaad betere vinyl-persing ook dan het album. Wel intrigerend toch dat Jonny en Thom nu de behoefte voelen om met The Smile zoveel live-stuff uit te brengen, terwijl met dat andere bandje van ze het in al die decennia bij slechts één live-EP gebleven is.

The Smile - The Smile at Montreux Jazz Festival, July 2022 (2022)

poster
4,0
Op zich wel een tof live-albumpje, maar jammer dat het enige nieuwe nummer dat wél in de YouTube-registratie zit (het haast misselijkmakend episch opbouwende Bending Hectic) hier ontbreekt. Waarschijnlijk omdat ze dat willen bewaren voor het volgende studio-album, waarvan ik echt denk dat het niet lang op zich zal laten wachten. Opmerkelijk toch wel dat deze heren altijd liever voor een bescheiden impressie/selectie kiezen, dan een een volwaardig live-album dat echt recht doet aan hun concerten, zie ook Radiohead - I Might Be Wrong (2001) - MusicMeter.nl" target="_blank">deze. Maar ach, in deze tijden van hoogwaardige bootlegs en youtube-registraties maakt het ook eigenlijk weinig uit. Het Glastonbury-optreden blijf ik toch wel het krachtigst vinden, al speelde het verrassingselement toen natuurlijk ook wel een grote rol. Ik hoop dat ze dat op een dag nog officieel uitbrengen. En ik zie ook wel erg uit naar het Tiny Desk Concert!

The Smile - Wall of Eyes (2024)

poster
4,5
yorkethom schreef:
Maakt mij benieuwd wat een mogelijk derde luik kan brengen. Dingen die nog op de plank liggen, zoals Colours Fly, Just Eyes And Mouth en People On Balconies klinken allen veel lichtvoetiger.
People On Balconies staat hier wel op, onder de titel Friend Of A Friend (live wisselde het steeds van naam). Maar inderdaad, nog genoeg in het vat voor een prachtige derde.

The Strokes - Angles (2011)

poster
2,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

The WAEVE - City Lights (2024)

poster
4,5
Blur-comebackplaat The Ballad Of Darren was natuurlijk een alleraardigst albumpje, maar toch zéker niet het beste werk dat Graham Coxon vorig jaar afleverde. Die eer ging naar het debuut van The Waeve, het project dat hij vormt met zijn geliefde Rose Elinor Dougall (ooit van stijlvolle girlgroup The Pipettes, daarna als soloartiest met dromerige synthpopplaten). Dougalls sprookjesachtige zang vormt een prikkelend contrast met Coxons druilerige neuzelstem. En Coxon staat natuurlijk bekend als een waanzinnig gitarist, maar speelt op deze plaat minstens zoveel saxofoon en nog een arsenaal aan andere instrumenten. Maar bovendien zijn de Waeve-nummers spannend weerbarstig, gelaagd en toch zo ongelooflijk catchy. Tijdens het maken van hun debuut maakte het duo ook nog eens een kind, en ging daarna met baby en oppas op tour. Ik zag ze live in een halfleeg Bitterzoet, de avond nadat hij met 'dat andere bandje' in een uitverkochte Ziggo Dome stond. Bijzonder contrast moet dat wel zijn voor de beste man. Dat er nog geen anderhalf jaar later alweer een nieuwe plaat wordt uitgebracht, had ik absoluut niet verwacht. Iets met het ijzer smeden als het heet is, denk ik zo. En dat-ie dan ook nog eens een stukje beter blijkt dan dat al zo briljante debuut, is toch wel een uitkomst om luidkeels van te jubelen. Er staat weliswaar weinig verrassends op dit vervolg: alle elementen van het debuut zijn hier tot in de finesses geperfectioneerd. Van de Scary Monsters-achtige overstuurde rockers tot de koortsdromerige nachtclubjazz, van de broeierige orkestrale stukken tot haast middeleeuwse semi-progressieve folk en punky uitbarstingen. En James Ford - de dekselse tovenaar die tegenwoordig zo'n beetje geen enkel geniaal album niet produceert - zat ook nu weer achter de knoppen om van deze onwaarschijnlijke trip vol tegenstrijdigheden weer een hemels klinkend geheel te brouwen. City Lights onderstreept dat The Waeve meer is dan een projectje, maar een echte band voor de eeuwigheid. Zeer nieuwsgierig naar wat dit nog meer allemaal voort mag brengen.

The WAEVE - The WAEVE (2023)

poster
4,5
Oei oei oei, dit valt bepaald niet tegen zeg! In aanloop naar dit album zowel de soloplaten van Dougall als haar liefje Coxon weer eens herontdekt, maar deze som is zoveel vreemder en meeslepender dan de delen, als een lome nachtrit die zo nu en dan de bocht mag uitvliegen om dan weer de beheerste route door het donker op te pakken. Hier zal ik voorlopig vast niet op uitgeluisterd raken!

The Walkmen - Heaven (2012)

poster
4,5
Geen enkele band kan zo fijn meer van hetzelfde brengen als The Walkmen! Ze hebben dan ook een heerlijke sound waar ze wat mij betreft eeuwig op door mogen variëren. Het is het geluid van de zomerse ochtendzon die op een houten zoldervloer bedekt met stofbollen straalt. Of dat is althans de associatie die ik altijd bij dit zalige geluid heb, al krijg ik er ook zin van om over verlaten landweggetjes te dansen. Naakt, of juist in een heel mooi pak. Dit is gewoon hun zesde meesterwerk op rij (het Pussycats-project tel ik even niet mee, snap ook niet waarom dat hier bij de reguliere albums staat), maar misschien vind ik dit album wel de 'rijkste' van allemaal, het meest gevarieerd en gebalanceerd, zo'n plaat waarvan elke track een potentiele vriend is die je de komende tijd steeds beter wil leren kennen en waar je eigenlijk nooit genoeg van krijgt (of dat is althans wat je in je prille vriendschaps-verliefdheid gelooft). Ik zou eigenlijk de volle 5 willen geven, na de eerste paar luisterbeurten is mijn extase daarvoor wel groot genoeg, maar ik begin voorzichtig met een 4, dan kan dat altijd nog wel bijgesteld worden.

The Walkmen - Lisbon (2010)

poster
5,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

The War on Drugs - Slave Ambient (2011)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik gisteren dit album besproken, beluister het hier.

The Weeknd - House of Balloons (2011)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

The xx - xx (2009)

poster
3,5
Een paar dagen geleden besprak ik hier een nieuwe Zweedse band genaamd 'jj' (met kleine letters) en dan is het nu opeens tijd voor het Britse 'The xx' (waarvan beide x'en met kleine letters). Hun debuutalbum heet XX (inderdaad, nu opeens weer met grote letters en zonder 'The' ervoor). Laat ik even vooropstellen dat ik helemaal niet zo van dit soort bandnamen houd. Liever heb ik dat een aantal muzikanten na veel gebrainstorm besluit zich 'The Cocksucking Friedrich Atmosphere' te noemen, zodat voor elke holle pretentie tenminste zo eerlijk mogelijk wordt uitgekomen. Vind ik sympathieker. Bands met namen als !!!, ¿@? en The etH, hebben naar mijn smaak iets te lang nagedacht over hoe hip en stijlvol die naam wel niet op het hoesje van hun cd zal staan. Lekker minimalistisch, lekker strak. En iedereen weet dan ook meteen dat de muziek wel übercool zal klinken.

Zoals u ziet is het artwork van XX inderdaad gedenkwaardig semi-nonchalant simpel. Hoe lang zou daarover vergaderd zijn? Het past ieder geval hélemaal bij de muziek, die zo 2009 is als de jaren tachtig maar kunnen klinken. Staccato gitaartjes, ijle synths, diep-zeurende bas, cool drumcomputertje, rare sampletjes, schattig-bozige meisjeszang, laconiek-onvaste jongentjeszang. En allemaal uiterst, daar is het woord weer, 'minimalistisch'. Haast dreigend traag ook, nergens barst het ook maar een beetje los. En natúúrlijk teksten over relatie-problematiek, verpakt in vertederende poesiealbum-metaforen. Ik wil dit zó graag ruk vinden! Waarom? Omdat ik zo onderhand wel genoeg heb van dat leentjebuur bij Cure & Consorten en behoefte heb aan iets 'echt nieuws'. Die hele jaren tachtig-revival lijkt gewoon nooit meer op te houden. De Nieuwe Hippigheid komt al met al mijn strot uit. En dan ook weer altijd die oh-zo-leuk-uitgekozen-covers, in dit geval Aaliyah's Hot Like Fire en 'lekker foute klassieker' Teardrops van Womack & Womack op de bonusdisc.

Toch ontkom ik er niet aan XX een heel erg fijne plaat te vinden. Daarvoor zijn de liedjes simpelweg te sterk, zoals het melancholische Infinity (dat zowaar ergens wel een beetje aan Chris Isaak's Wicked Game doet denken), het spannende Crystalised, het semi-zwoele Shelter en het speelse VCR. Eigenlijk staan er alleen maar goede liedjes op deze plaat. Maar het zijn niet alleen de afzonderlijke songs die ervoor zorgen dat ik me toch weer gewonnen moet geven. Ik blijf toch ook gewoon ontzettend veel houden van deze sfeer, van dit geluid. Het onderkoeld-seksuele, modieus-miserabele. Ontkennen zou gelijk staan aan zelfverloochening. Dan bén ik maar die irritante hipster die ik zo verfoei. XX? YesYes!


Bron: http://kasblog.punt.nl/

Timber Timbre - Lovage (2023)

poster
4,5
Ach, wat ben ik blij dat deze band (tenminste, ik beschouwde het altijd als band maar kom er nu achter dat het feitelijk een eenmansproject betreft) terug is. Ik haakte in bij het broeierige Hot Dreams, was stukken positiever dan menigeen over opvolger Sincerely, Future Pollution, en sloot alle eerdere platen diep in mijn hart. En ik zag ze live in de Tolhuistuin, heerlijk manisch optreden was. Maar goed, nu eindelijk eens nieuw werk dus. Dat klinkt op het eerste gehoor misleidend vertrouwd, sardonisch spookachtig ontspannend zoals alleen Timber Timbre dat kan. En toch is het wel weer een ander soort plaat dan ze eerder hebben afgeleverd. Plagerig kort en dreigend zoet, met een grotesk middenstuk dat me elke keer weer met een grote grijns weet op te zadelen. Als een romantisch ritje door een spookhuis, dat je achteraf nooit bevatten kan en daarom steeds opnieuw wil maken.

Tindersticks - Soft Tissue (2024)

poster
4,0
Er bestaan een paar bands die zo lang als ik mij kan herinneren in het mentale vakje 'echt wat voor mij' zitten. Ik blijf elke nieuwe plaat trouw proberen en hoor dan steeds opnieuw alle kwaliteiten, maar op de een of andere valt dat verdomde kwartje toch maar nét niet. Tindersticks is een van die bands, maar bij hun vorige album Distractions veranderde er wat voor mij. Opeens hadden Stuart Staples en de zijnen mij wél helemaal in hun filmisch doorrookte greep. Het was wel een wat afwijkend album, met hier en daar elektronische elementen, misschien dat dat mij wat 'op weg' hielp (zoals dat bij Arab Strap, een andere band uit datzelfde vakje, ook zo werkte). Opvolger Soft Tissue klinkt als een veel klassieker Tindersticks-album, maar als een kwartje nog verder kan vallen dan het al gevallen was, dan is dat hier voor mij zeer zeker het geval. Wat een wonderschoon en meeslepend luisterwerkje is dit zeg, om heel diep in weg te zakken. Er is steeds afstand en nabijheid in elk geluidje, in elke frase, het is allemaal griezelig doordacht, een sterk afgebakende film om al luisterend doorheen te dwalen. Regelmatig moet ik denken aan mijn grote held Bowie in zijn meer desolate periodes, maar dan zonder diens dramatische ontladingen en veel sterker de tergende dreiging van het drama dat constant om de hoek kan kijken. Heerlijk dat ik Tindersticks dan eindelijk volledig kan verplaatsen van een mentaal vakje naar de krochten van mijn hart.

Tom Waits - Bad as Me (2011)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik gisteren dit album besproken, beluister het hier.

Toro y Moi - Underneath the Pine (2011)

poster
4,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik afgelopen donderdag dit album besproken, beluister het hier.

TV on the Radio - Nine Types of Light (2011)

poster
4,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

Ty Segall - Sleeper (2013)

poster
4,0
Bedwelmend mooie plaat dit! Hoorde op Segalls eerdere werk tussen het gitaargeweld al zo nu en dan de geesten van Barrett en Lennon rondwaren, fijn dat die kant van hem nu eens een plaat lang op de voorgrond komt te staan. Ook omdat ik Segall altijd wel kon waarderen, maar voor het eerst volledig door hem geraakt word. Doet me op momenten ook wel denken aan Thank God For Mental Illness van The Brian Jonestown Massacre en One Foot In The Grave van Beck, weirde kampvuurplaten waar ik enorm van houd. Ben het met West eens dat er binnen deze sound best veel variatie zit. She Don't Care is mijn voorlopige favoriet, dat nummer is van een schoonheid die pijn doet.