MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten Kaaasgaaf als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Tame Impala - Deadbeat (2025)

poster
4,5
Na drie weken met dit album te hebben geleefd, durf ik het eindelijk aan er een mening over te vormen. Nou ja, in die drie weken heb ik heus wel wat meningen gevormd, maar het is lang geleden dat ik zo sterk bij een album merkte hoe zo'n mening constant aan verandering onderhevig kan zijn. Een spannend proces vind ik dat wel. Aanvankelijk vond ik het een nogal platte en stuurloze plaat, die in de verste verte niet in de schaduw zou kunnen staan van de eerste drie Tame-albums en misschien ook niet van The Slow Rush. Maar het blijkt - om dat smerige woord maar weer eens van stal te halen - een enorme Groeierd te zijn.

Voor het eerst maak ik zo'n groeiproces niet alleen mee, maar met een kritische mede-luisteraar: mijn veertienjarige dochter. Deze zomer op vakantie luisterden we samen naar End Of Summer en waren daar wildenthousiast over. Over de twee singles die volgden was zij aanzienlijk positiever dan ik (al hielp het vast ook dat haar idool Djo in een van de clips meespeelt). Ik vond het maar slappe liedjes, maar inmiddels hebben ze zich ook wel in mijn hoofd genesteld op een prettige manier. Over het album als geheel was zij aanvankelijk dan weer een stuk vernietigender dan ik, een nummer als Oblivion vond ze maar verschrikkelijk klinken. En zo bleven we toch maar steeds over deze muziek in gesprek.

We zetten de plaat vaak op bij het ontbijt, het is fijne muziek om mee wakker te worden (als we de tijd hebben om wakker te worden, niet als we vroeg op school of werk moeten zijn). Steeds vaker hoor ik haar melodieën ervan neuriën, vanmorgen nog Oblivion. De conclusie die we inmiddels delen is dat dit vooral heel erg een opzichzelfstaande plaat is. Alleen daarom al is het veel meer een waardige toevoeging aan het Tame-oeuvre dan The Slow Rush dat was. In de loop der jaren ben ik die plaat steeds meer gaan waarderen, maar toch blijft het grotendeels een wat makkelijk aftreksel van het magistrale Currents. En Deadbeat is echt weer een nieuwe stap.

Het 'stuurloze' waar ik me eerst aan ergerde, vind ik inmiddels juist het sterke element van Deadbeat. Sommige nummers lijken niet echt een bepaalde kant op te gaan, maar krijgen daardoor iets ongrijpbaars en hypnotiserends. Ik merk dat ik daarom ook lichtelijk de voorkeur blijf geven aan de meer techno-geïnspireerde tracks dan aan de poppy liedjes op deze plaat, al smaakt inmiddels elke track mij wel en vind ik vooral het geheel uitstekend werken. Het is een echte luistertrip, veelzijdig maar coherent.

Het intrigerende van Tame Impala was altijd dat het een eenmansproject was dat klonk als een band. Natuurlijk werden de platen steeds elektronischer en minder gitaargedreven, maar voor het eerst durft Kevin hier onbeschaamd te klinken als de studio-eenling die hij altijd al was. Het psychedelische randje is er helemaal vanaf, het schijnbare mysterie ook, en dat geeft deze plaat ergens iets behoorlijk radicaals. Zijn teksten lijken ook veel nadrukkelijker op de voorgrond te staan dan voorheen, ook daaraan moest ik best wennen (Kevin is geen groot poëet, maar wil wel duidelijk dingen kwijt). Door de herkenbaarheid van zijn stem (vaak zo'n prachtig weemoedig contrast met de opzwepende klanken) en de kracht van zijn melodieën, wordt het ieder geval nooit inwisselbaar. Dit is daarmee niet zomaar wat nieuwe muziek waar hij aan heeft zitten fröbelen, het is een daadwerkelijke en verrijkende toevoeging aan het Tame Impala-universum.

Volgend jaar gaan m'n dochter en ik het live meemaken - we visten net naast het Ziggo-net, dus we wijken uit naar Antwerpen - en zien inmiddels net zozeer uit naar alles van dit album als naar de vele (semi-)klassiekers die Kevin al op zijn naam heeft staan. Tot die tijd blijft Deadbeat binnen het Tame Impala-universum een sterrenstelsel om vele ochtenden lang nieuwe flonkerdingen in te blijven ontdekken.

Tame Impala - InnerSpeaker (2010)

poster
5,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

Tapedag - Plaza Oneindig (2021)

poster
4,0
Nog geen enkel bericht hier? Dit is wonderlijk fijne wegdroomsupermarktmuzak (deels geïnspireerd op halfvergane tapes van Amerikaanse K-Mart-warenhuizen), kunstige kitsch uit het veelzijdige brein van Keez 'Lola Kite / High The Moon' Groenteman. Die titeltjes alleen al...

The Antlers - Burst Apart (2011)

poster
4,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik vandaag dit album besproken, beluister het hier.

The Antlers - Hospice (2009)

poster
4,0
De liedjes van de New Yorkse band The Antlers gaan over kanker, abortus en ziekenhuisbedden. Niet bepaald onderwerpen om uitzinnig vrolijk van te worden, maar dat hoeft natuurlijk ook niet altijd. Het album Hospice - een autobiografische conceptplaat over een terminaal-zieke geliefde - werd begin dit jaar in eigen beheer uitgebracht. Onlangs verscheen het opnieuw, maar nu bij een platenmaatschappij en ook nog eens helemaal ge-remasterd. De oude versie ken ik niet, dus ik kan het daar niet mee vergelijken. Maar Hospice zoals het nu in de winkel ligt heeft een indrukwekkend meeslepend filmisch geluid, een sound die artistieke slow motion-beelden voorbij laat komen en die de band zelf zeer treffend 'widescreen' noemt. Bands als Talk Talk, Mogwai en Sigur Rós hebben duidelijk ter inspiratie gediend voor deze postrock-ambient (beklemmende verstildheid die gestaag naar climaxen toewerkt), maar ook de orkestrale indiepop van Bell Orchestre en Arcade Fire hoor ik in de epische melancholie van dit album terug. Opvallend genoeg is deze muziek toch eerder klein dan groot te noemen. Dat heeft alles te maken met de zang van Peter Silberman, die klinkt alsof hij in een benauwend kamertje opgesloten zit. In menig recensie van Hospice wordt zijn stem vergeleken met die van Jeff Buckley, maar hij doet me eerder denken aan Antony Hegarty. Gedistingeerd in plaats van ontladend dus, bijna pijnlijk ingehouden. Soms zou ik willen dat Silberman zich iets meer liet gaan; meer waanzin toe zou laten in zijn verdriet. Nu blijft het allemaal wat afstandelijk naar mijn smaak. Gelukkig zitten er in de muziek zelf genoeg doeltreffend gedoseerde ontladingen om het allemaal enigszins dragelijk te houden. En dat deze band ook nog eens knappe troostrijke popsongs kan schrijven wordt wel bewezen met een liedje als Bear. Maar over het algemeen is Hospice een lastige plaat, een plaat die wringt. Ik blijf hem opzetten, omdat hij me niet loslaat.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

The Beach Boys - The Smile Sessions (2011)

Alternatieve titel: Smile

poster
5,0
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik deze week dit album besproken, beluister het hier.

The Beatles - Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band (1967)

poster
5,0
Grote verschillen tussen de mono- en stereo-remaster van dit album. In stereo klinkt-ie overweldigender, maar in mono spiegedelischer. Vergelijk maar de She's Leaving Home en Lucy In The Sky van beide versies. Vind het lastig te bepalen welke me meer aanspreekt. Ben opgegroeid met de stereo-LP van mijn moeder, dus de stereo-remaster klinkt ook 'logischer' voor mij. Daar ben ik mee vergroeid geraakt. Maar mijn vriendin had het omgekeerd; haar vader had de Lp in mono dus zij vond de stereo-remaster maar 'raar'. Apart om met deze bezigheid (het vergelijken van verschillende versies van dezelfde muziek) zo'n album opnieuw te herontdekken. Sgt. Pepper's is voor mij pure nostalgie: mijn moeder draaide het heel erg vaak terwijl ze aan het strijken was en ik op de grond aan het spelen. Van sommige nummers kreeg ik nachtmerries (Mr. Kite, A Day In The Life). Later ontdekte ik Revolver en dat vond ik een veel stoerdere plaat. Weer later de rest van de Beatles-catalogus (m'n moeder had ze allemaal, al draaide ze dus alleen deze) en steeds meer moest ik toegeven dat het album dat ik het beste kende toch eigenlijk ook de minste was. Na een periode van Pepper-bashing, ben ik dankzij de remasters weer aan het terugkomen op deze plaat. Ja, er staan veel 'tuttige' liedjes op en het klinkt allemaal wel érg gepolijst. Met dat laatste is deze plaat natuurlijk ook zo enorm invloedrijk geweest. Maar de songs zijn eigenlijk allemaal fantastisch. Harrison heeft betere India-nummers geschreven (The Inner Light vind ik zijn beste), maar Within You, Without You hóórt voor mij gewoon bij deze plaat. When I'm Sixty-Four is koddig en daar moet je maar net voor in de stemming zijn, maar het is zeker charmant. Van Lucy vond ik het vroeger altijd zo stom dat na zo'n mooi geestverruimend couplet zo'n stom hoempapa-refrein komt, inmiddels vind ik dat juist heel erg sterk. Het titelnummer is natuurlijk waanzinnig, maar de reprise is nóg beter. Getting Better is pop-perfectie en With A Little Help hartverwarmend. She's Leaving Home is grandioos sentimenteel en dat bedoel ik de meest lovende zin! Fixing A Hole is eigenlijk melancholischer, maar dan subtiel. Wat kan die McCartney dat toch goed zeg! Mr. Kite is een doodeng feestnummer, compleet bizar. Over Lovely Rita heb ik hier wat negatieve dingen gelezen. Hoe kan dat nou weer? Übercool nummer, lekker up-beat, geile tekst, prachtig jazzy einde! Good Morning x2 is natuurlijk een groot fuck you-nummer, wat is die John toch een punk-zanger! En A Day In The Life is natuurlijk het mooiste liedje ooit. Nu heb ik in een beetje vreemde volgorde alle nummers besproken, maar wat zou het. Deze muziek verdient een 4.5, maar ik geeft het een 5 want het is Sgt. Pepper's. Excuses voor het gebrek aan alinea's in dit rommelige bericht, maar je kan niet alles hebben.

The Bird and the Bee - Ray Guns Are Not Just the Future (2009)

poster
4,0
herman schreef:
Kun je ook gewoon hier plaatsen, nu is het ordinaire reclame...

Ja, daar heb je eigenlijk wel gelijk in, is het ook.
Ik plaats op deze site vaker links naar muziek-besprekingen op mijn blog, maar als jullie dat liever niet hebben zal ik daar natuurlijk mee ophouden. Daarvoor is musicmeter me teveel waard.

Daarom copy-paste van mijn blog:

Van sommige platen weet ik nog precies waar ik was toen ik ze voor het eerst hoorde. 'The Bird & The Bee', het debuutalbum uit 2007 van de gelijknamige band, stond een nacht lang op repeat toen ik bij een goede vriend whisky aan het drinken was op zijn zolderkamer. Ik stond versteld van de aanstekelijkheid van de liedjes en de rijkheid van hun geluid en wilde de tien songs steeds weer opnieuw horen, ze bezorgden me een verliefd gevoel. Nog steeds is 'The Bird & The Bee' een plaat die ik met zeer veel plezier uit de kast haal. Sexy, sfeervol, tijdloos.

The Bird & The Bee is een duo. De mooie Inara George ('bird') zingt de liedjes met haar lieve meisjesstem en Greg Kurstin ('bee') schrijft de muziek, speelt alles in en doet de productie. Ze komen uit Los Angeles en delen een voorliefde voor jazz en electro. Zelf hoor ik bij het duo ook een grote invloed van Phil Spector en Brian Wilson.

Op hun nieuwe plaat, met de intrigerende titel 'Ray Guns Are Not Just the Future', zijn de jaren zestig prominenter aanwezig dan op het debuut. Die hoes alleen al is natuurlijk hartstikke groovy! En 'Witch' zou zo het openingsnummer van een James Bond-film kunnen zijn. 'Diamond Dave' is zo stijlvol sensueel als maar zijn kan. 'Ray Gun' is zwoele liftmuziek. 'My Love' is subtiel psychedelisch en overrompelend magisch. Tegelijk zit de plaat ook vol aanstekelijke bliepjes en beats en is op momenten hartstikke dansbaar. Een nummer als 'Love Letter To Japan' zou bijvoorbeeld zeker niet misstaan in een hippe DJ-set.

Op zich niets dan lof dus voor deze tweede plaat van The Bird & The Bee. Toch is-ie als geheel zeker niet zo sterk als het debuut. Daarvoor gaat de muziek soms net teveel kanten op. Zo is een cabaratesk nummer als 'You're A Cold' op zichzelf hartstikke leuk, maar haalt wel de vaart en de samenhang uit het album. Ook opmerkelijk is dat er twee tracks op staan die maar liefst twee jaar geleden al op een EP verschenen en daarmee wel erg makkelijke opvulling lijken te zijn.

Dat ik nu al niet meer weet waar ik 'Ray Guns Are Not Just the Future' voor het eerst hoorde is op zich al veelzeggend. Toch is dit een plaat waar ik voorlopig nog niet op uitgeluisterd ben en die ik de komende tijd met veel plezier zal blijven draaien!

The Black Keys - Ohio Players (2024)

poster
3,5
Voor mij is deze band, na hun eerste paar ontwapenend gave platen, altijd een beetje hit-and-miss geweest. Op de beste momenten wisten ze nog steeds als geen ander soulvolle bluespop met een eigen randje te brengen, op de mindere momenten klonk het allemaal nogal... 'belegen' is denk ik het juiste woord. Ik had niet bepaald het gevoel dat deze plaat die tendens doorbeken zou, al was het maar vanwege de afschuwelijke hoes, en vanwege de samenwerkingen die doorgaans toch ook een veeg teken zijn om ideeënloosheid te verhullen. Maar tot mijn blijde verrassing hoor ik in een groot aantal nummers terug - met name op de tweede helft - wat dit duo ooit zo sterk maakte. Dat hebben ze dus teruggevonden, niet dat ze het ooit volledig kwijt zijn geraakt, maar het komt op mij toch weer een stuk frisser over dan op de vorige paar platen het geval was. Ook onderscheidt dit album zich heel duidelijk binnen het oeuvre door de relatief grote veelzijdigheid, mede met dank aan die samenwerkingen juist. Slimme zet dus al met al, en ook al resulteert dat nou ook weer niet in een constant verrassende plaat zonder mindere momenten, het is wel gewoon een behoorlijk fijn albumpje met een lekkere sound, uiterst geschikt om mee door de zon te wandelen bijvoorbeeld (dus wat dat betreft ook mooi getimed), die bovendien benieuwd maakt waar deze hervonden nieuwe creativiteit in de toekomst verder toe zal mogen leiden.

The Brian Jonestown Massacre - Aufheben (2012)

poster
3,5
Toch wel een zeer aangename verrassing, die nieuwe BJM. Niet dat je van Anton anno 2012 nog een vlekkeloos meesterwerk mag verwachten zoals hij ze jarenlang aan de lopende band uit z'n mouw schudde, daarvoor heeft hij zich tegenwoordig toch net wat lichtjaren te diep in zijn beschimmelde pathetisch-narcistische junkenego ingegraven, maar in tegenstelling tot de vorige twee zelfgenoegzame misbaksels van albi klinkt 'Aufheben' (voor de verandering ook eens een titel die niet al te flauw wil zijn) zowaar als weer eens ietsje meer dan een stapeltje masturberende demo's opgenomen vanuit een voorbijrazend vliegtuig. Weliswaar nog wat geneuzel hier en daar, maar niet per se onaangename geneuzel, wie openstaat voor hypnose komt ieder geval niet bedrogen uit, maar onverwachter zijn die paar momenten die wel iets weg hebben van - hoe heetten die dingen ook alweer - o ja, 'liedjes'. Er is dus al met al nog hoop voor de mensheid, zowaar.

The Brian Jonestown Massacre - Fire Doesn't Grow on Trees (2022)

poster
3,5
Prima plaatje dit, maar toch enigszins teleurstellend na de 70 (dezelfde-dag-geschreven-en-opgenomen) nummers die anton vorig jaar op youtube uitbracht. Daar zaten veel spannendere en weirdere dingen tussen, hopelijk vinden die nog hun plek op volgende albums en zal blijken dat dit slechts een degelijk voorproefje was.

The Brian Jonestown Massacre - Revelation (2014)

poster
4,0
Hoe dan ook, verrassend sterk album dit! Zo'n beetje alles wat deze band uitbracht in de periode 1993 - 2003 is niet minder dan geniaal, maar de laatste drie albums klonken - een enkel cool nummertje daargelaten - als het gemasturbeer van een verveelde ex-junk. Verwachtte hier meer van hetzelfde, maar goddank blijkt er iets terug te zijn van het dwingende, smerige en hypnotiserende van vroeger. En het is bovendien een plaat die per draaibeurt meer lijkt te kloppen, de wat vagere stukken vallen dan steeds meer op hun plaats. Heb nu nog meer zin dan ik al had om ze volgende maand, voor het eerst in jaren, weer eens live te zien.

The Brian Jonestown Massacre - The Future Is Your Past (2023)

poster
4,5
Ik begrijp bovenstaande reactie wel, maar ben het er toch niet mee eens. Dezer dagen mag Anton dan weinig meer verrassen, hij doet mij toch wel opveren met dit sterkste album in jaren; ik denk toch wel het meest consistente BJM-album sinds de 'gouden periode' '93-'03. Niet dat wat de afgelopen jaren verscheen slecht was, wat mij betreft was hij al - na een periode van gefröbel, overigens ook nooit slecht - een tijdje bezig aan een opwaartse lijn. En van zijn project om aan het begin van de coronaperiode enkele maanden lang elke dag een nummer te schrijven, op te nemen (soms met een extra muzikant, vaak ook alleen) en met een filmisch filmpje op YouTube te kwakken, zal hij voorlopig nog wel de vruchten blijven plukken. Een aantal van deze 'nieuwe' nummers herken ik wel van toen, hij heeft er volgens mij weinig meer aan hoeven te doen, ze klonken namelijk meteen al behoorlijk 'af'. Hij mag dit dan allemaal zo uit zijn mouwen schudden en het BJM-universum na drie decennia weinig meer laten verrassen, er valt nog volop van alles te ontdekken en het wordt bovendien met opperste overtuiging gebracht. Dat hoor je verder toch ook nauwelijks meer, de meeste retro-rock (vreselijk woord, maar goed: schaamteloos teruggrijpend op vervlogen tijden) gaat gepaard met (semi-)ironische distantie dan wel bravig epigonisme. BJM blijft ménens: dreigend en dromerig tegelijk, een onweerstaanbare en unieke combinatie. Voor de zoveelste keer aan dat duizelingwekkende oeuvre een toevoeging om U tegen te zeggen. Als dit zout is dan is het Himalayazout van de bovenste plank!

The Cure - Songs of a Lost World (2024)

poster
4,0
Ik weet niet zo goed wat er nog over deze plaat te zeggen valt, na vol verwondering door deze pagina's heen gescrolld te hebben. 'Een gedrocht' of 'hun beste plaat ooit', de meningen zijn wel echt van uitersten. Opvallend ook dat er zoveel kritiek is op de sound. Die vind ik juist wel sterk, dat benauwend dichtgeplamuurde lijkt me toch nogal intentioneel. Intens verstikkend, dat is overduidelijk waar Smith de knoppen op ingesteld wilde hebben. Waar ik me wel aan stoor is dat foeilelijke gitaargeluid van die Gabrels, weerhoudt mij ervan helemaal hierin op te kunnen gaan. En ik mis de melodieuze contrasten, de weemoedige adempauzes, die hun klassiekers naar een hoger plan wisten te tillen, al vind ik het ook wel sterk dat dit album zo compromisloos hermetisch is, daarmee staat het echt op zichzelf. Bovendien is Smiths stem zo meeslepend als altijd. In mijn oren verre van een perfecte plaat dit, maar zonder meer een indrukwekkende toevoeging aan een mythisch oeuvre.

The Decemberists - The Hazards of Love (2009)

poster
2,5
Ik leerde The Decemberists vier jaar geleden kennen toen ze het album 'Picaresque' uitbrachten. Een mooi lyrisch folky popalbum, dat mij wel wat aan het R.E.M. van begin jaren tachtig deed denken. Met terugwerkende kracht maakte ik kennis met hun voorgaande albums, 'Castaways and Cutouts' en 'Her Majesty' en de EP's '5 Songs' en 'The Tain'. Ik vond het allemaal even mooi. Het kwintet uit Portland, onder aanvoering van singer/songwriter Colin Meloy, maakte een soort vaudeville-achtige piratenliederen met instrumenten als accordeon en melodica, afgewisseld met pure indie-popliedjes. De nasale stem van Meloy deed denken aan Jeff Mangum van Neutral Milk Hotel, maar dan beschaafder. En de teksten waren epische vertellingen waar je makkelijk in kon verdwalen.

Toen ik dat jaar de band live in Paradiso zag realiseerde ik me echter dat dit geen muziek is die ik volledig in mijn hart kan sluiten, daarvoor is het toch allemaal net iets te doordacht-theatraal. Soms misschien meer kleinkunst dan rock&roll. Toch bleef het een band die mij wist te intrigeren. Dat veranderde met 'The Crane Wife' uit 2006. Een conceptueel album dat opzichtig flirtte met progrock uit de jaren zeventig. Met uitzondering van Pink Floyd, Soft Machine en Mike Oldfield heb ik weinig met dat soort muziek. Yes, Genesis, King Crimson, Jethro Tull, ik kan er wel respect voor opbrengen en vind het allemaal reuze knap, maar het boeit me gewoon niet zo. Misschien zou ik er meer naar moeten luisteren en verandert mijn mening dan. Maar geef mij maar de basale rebellie van punk die de doodsteek voor deze kantklos-jazz betekende. Het probleem is echter niet zozeer dat The Decemberists dit soort invloeden in hun muziek is gaan verwerken, wel dat ze het op zo'n volledig onovertuigende en geforceerde wijze doen. De combinatie van folky indie-pop en symfonische rock is zeer ongebruikelijk en daarom origineel te noemen, maar het resultaat is niet minder dan tenenkrommend.

Hun nieuwste album heet 'The Hazards of Love' en is een heuse 'rock-opera'. Het verhaal gaat over een zwanger meisje (gezongen door Becky Stark uit de band Lavender Diamond), een boosaardige 'koningin van het woud' (door Shara Worden van My Brightest Diamond) en een man die van vorm kan veranderen (Meloy zelf). Zoals eigenlijk altijd het geval is bij zogenaamde rock-opera's slaat het verhaal helemaal nergens op en lijkt op een stoned avondje op papier te zijn gekrabbeld. Muzikaal gezien maak je je er ergens ook wel erg makkelijk vanaf met zo'n concept-plaat. Het gebrek aan goede liedjes kan altijd verantwoord worden door te verwijzen naar het samenhangende concept, de context waarin de verschillende tracks altijd als één geheel bekeken moeten worden en waarin het beoordelen van individuele songs not-done is. En melodieën mogen tot vervelends toe terugkeren, dat zijn immers de 'thema's' van het verhaal. The Hazards of Love bezit een paar mooie melodieën, maar die zijn lang niet goed genoeg om zo uitgekauwd te mogen worden. De muziek is het vervelendst wanneer het wil gaan 'rocken', alsof het stotterende sukkeltje van het schoolplein een Black Sabbath-shirt is gaan dragen om nieuwe vrienden te krijgen.

The Hazards of Love is zonder enige twijfel de meest irritante plaat die ik dit jaar gehoord heb. Het is allemaal zo vreselijk pretentieus, maar gaat echt helemaal nergens over. Een zeepbel van slechte ideeën en onoprechte vernieuwingdrang. Het meest pijnlijke is nog wel dat ik met terugwerkende kracht de oude muziek van The Decemberists die ik wél mooi vond nu ook niet meer serieus kan nemen. Van dit gezelschap krijg ik gewoon een vieze smaak in mijn mond.


Bron: http://kasblog.punt.nl/

The Electric Soft Parade - Holes in the Wall (2001)

poster
4,0
Nog geen berichten hier?! Ongelooflijk plezierig album dit, steeds plagerig balancerend tussen onweerstaanbaar catchy en koppig onnavolgbaar. Het is eigenlijk het enige album dat ik van ze ken en ben hem na lange tijd weer eens het draaien, roept veel herinneringen op. Wordt wel eens tijd dat ik de rest van hun werk ga beluisteren.

The Electric Soft Parade - Idiots (2013)

poster
4,0
Intrigerend bandje blijft dit toch. Aan de ene kant schrijven ze liedjes die onweerstaanbaar catchy zijn, en bij vlagen al dan niet knipogend naar corny neigen, maar tegelijk weten ze met regelmaat hun nummers van bizarre twists te voorzien waaruit een enorme ambitie en ideeënrijkdom spreekt. Op dit album staan de liedjes meer dan ooit centraal, en zijn de twists dus dungezaaider. Maar eigenlijk is dat juist wel sterk voor een keer, de songs steken zo goed in elkaar dat ze geen gekkigheid nodig hebben. Onder de bitterzoetzonnige popsongs blijft de ambitieuze gekte toch altijd wel doorklinken.

The Flaming Lips - Embryonic (2009)

poster
5,0
The Flaming Lips is zoiets waar ze bij Jiskefet over zouden zeggen: 'Raaaarrrrrr!' Zo bracht de band uit Oklahoma in 1997 een project uit genaamd Zaireeka, bestaande uit vier cd's met op elk verschillende stukken muziek, die je allevier tegelijk aan moest zetten in dezelfde ruimte. Dan zou je de muziek horen zoals het bedoeld was, in 'octavio'. Ik heb het album nooit gehoord, omdat ik geen drie vrienden zo gek kan krijgen hun stereo-installaties mee te nemen naar mijn huis om dit experiment uit te kunnen voeren (bij deze dus een subtiele oproep aan eenieder die dit leest). Het idee achter Zaireeka is dat de muziek elke keer anders klinkt, omdat het onmogelijk is vier installaties compleet synchroon te laten lopen. Het concept was gebaseerd op een compositie die Flaming Lips-voorman Wayne Coyne schreef voor veertig cassettebandjes voor autoradio's. De compositie werd 'uitgevoerd' op een parkeerplaats, waar veertig automobilisten tegelijk op 'play' moesten drukken. Al deze waanzin en nog veel veel meer moois kan worden gevolgd in The Fearless Freaks, een prachtige documentaire uit 2005 die The Flaming Lips vanaf het begin van hun bestaan volgt. In deze documentaire is ook te zien hoe Wayne Coyne tussen alle bedrijven door al jarenlang bezig is met het realiseren van zijn ultieme droom: het maken van een science fiction-film. Hij doet dit in z'n achtertuin en gebruikt vuilnis die hij overal vandaan haalt als decorstukken. De film is vorig jaar eindelijk uitgekomen en heet Christmas On Mars. Ik ga hem vanavond bekijken, dus wellicht dat ik er binnenkort nog iets over schrijf.

Maar laten we niet vergeten dat The Flaming Lips toch op de eerste plaats een band is. En mocht door het voorafgaande de indruk zijn ontstaan dat deze band wel voornamelijk conceptuele piep-piep-knor zal maken, wil ik toch graag benadrukken dat 'The Lips' juist geweldige liedjes kunnen schrijven. Liedjes vol psychedelische gekkigheid weliswaar, maar ook vol hemelbestormende melodieën. The Soft Bulletin, het album waar de band na bijna twee decennia in 1999 definitief mee doorbrak, is eerder Disney dan Fluxus. De schaamteloos valse zang van Coyne is weliswaar een hoogst merkwaardig ingrediënt in het geheel, (evenals zijn teksten over depressieve superhelden en verliefde wetenschappers) maar de met pompeuze strijkers en softe electronica overladen muziek is juist ontwapenend lief en puur en heel erg kindvriendelijk. De concerten van The Flaming Lips werden rond deze tijd een totaalervaring waarbij je op confetti, ballonnen en dansers in dierenpakken werd getrakteerd. Een bizarre drugstrip waarvoor je niets ingenomen hoefde te hebben. Coyne is een maniakale positivo op het podium, maar door zijn relativerende humor en innemende uitstraling krijg je er nooit een nare bijsmaak van. Ik heb The Flaming Lips vier keer gezien en ook al was het elke keer precies hetzelfde, steeds weer werd ik er dolgelukkig van.

Na The Soft Bulletin volgden nog twee albums in min of meer dezelfde stijl: het concept-album Yoshimi Battles The Pink Robots (2002) en de gevarieerde liedjes-plaat At War With The Mystics (2006). Eigenlijk had ik niet verwacht dat deze muzikanten ooit nog van hun kenmerkende stijl af zouden stappen en daarom is hun nieuwste creatie, getiteld Embryonic, voor mij dé grootste verrassing van 2009. Een verrassing die alleen vergeleken zou kunnen worden met Third, het album waar Portishead vorig jaar na tien jaar afwezigheid mee aan kwam zetten en die in niets klonk als wat we eerder van die band gehoord hadden. Net als Third is Embryonic een compromisloos experimenteel en duister album, machinaal-trippy ook. The Flips hebben hun ballonnen en confetti aan de kant geschoven, om plaats te maken voor eng verroest ijzer en giftige padden.

Dat wil niet zeggen dat het nergens meer als The Flaming Lips klinkt. Maar het grijpt eerder terug naar de albums van vóór The Soft Bulletin, die ook vaak meer 'freaky' dan 'flower-power' waren. Ook heeft de band duidelijk veel geluisterd naar heftige jaren zestig-psychedelica (13th Floor Elevators, The Pink Floyd), de krautrock van Can en de shoegaze van The Jesus & Mary Chain.

Het is bijna niet te geloven dat Coyne en zijn mannen al jaren van de drugs af zijn, wanneer je naar tracks als het eng-noisy Aquarius Sabotage en het Meddle-achtige Powerless luistert. Ik heb toch op z'n minst wel een 'softdrugssigaret' (om maar eens een groots schrijver te quoten) nodig om deze muziek volledig te kunnen bevatten, in zoverre dit althans te bevatten valt. Daar komt nog bij dat Embryonic uit maar liefst achttien tracks bestaat en officieel een dubbel-album is, al zouden beide helften nét op een cd'tje passen. Het is goed dat dit massieve gerecht in twee porties is opgedeeld. Zeker met songtitels als Sagittarius Silver Announcement en Virgo Self-Esteem Broadcast kan je hoofd er namelijk snel van gaan tollen.

En toch valt er nog steeds genoeg te lachen met The Flaming Lips. Zo zijn er de melige dierengeluiden in I Can Be a Frog, een duet tussen Coyne en Yeah Yeah Yeahs-zangeres Karen O. En de 'cell phone-interference' halfverwege The Sparrow Looks Up at the Machine blijft elke keer verwarren ('word ik nu gebeld?'). Embryonic is niet een album waar je snel op uitgeluisterd raakt. Het is een werkstuk waar je de tijd voor moet nemen. Maar als je je overgeeft aan deze krankzinnigheid, openbaart zich een schoonheid die zeker niet minder 'puur' te noemen is dan die van bijvoorbeeld The Soft Bulletin. Experimenteel-puur-om-het-experimentele wordt het gewoon nooit, daarvoor blijven The Flaming Lips té melodieus en vooral té bezield. Maar iets 'gevaarlijks' heeft ontegenzeglijk bezit van deze band genomen en dat klinkt bijzonder opwindend! Feesten kan altijd nog.


Bron: http://kasblog.punt.nl/

The Horrors - Skying (2011)

poster
4,5
In mijn wekelijkse radio-rubriek 'De Keuze van Kas' op AmsterdamFM heb ik gisteren dit album besproken samen met het album van Cat's Eyes, beluister het hier.

The Libertines - All Quiet on the Eastern Esplanade (2024)

poster
4,0
Ik moet bekennen dat ik altijd een wat minder groot fan was van deze band dan ik wilde, en heb nooit helemaal de vinger erop kunnen leggen waar 'm dat in zat. Ik hoorde toch altijd meer dan genoeg ingrediënten die mij zouden moeten aanspreken, maar afgezien van een nummertje hier en daar kregen de heren Doherty en Barât mij maar nooit écht in hun greep. Geen idee waarom dat bij deze plaat zo totaal anders blijkt, maar ditmaal merk ik dat ik van begin tot eind met een enorm plezier hiernaar luister en er geen genoeg van krijgen. Echt hele sterke songs, poëtisch en swingend, met een groots gevoel gezongen en bijzonder smaakvol gearrangeerd, vrij ouderwets maar nooit oubollig. Om maar eens dat gore woord van stal te halen, best wel: tijdloos. Nu dat verdraaide kwartje dan eindelijk gevallen is, zal ik hun oude werk ook weer eens een kans geven, maar voorlopig ben ik hier niet op uitgeluisterd.

The Love Language - Ruby Red (2013)

poster
4,0
Heel fijn albumpje dit! Eigenlijk net als alle vorige platen van de band, alhoewel ze nu op momenten een stuk ambitieuzer en grootser klinken, schurend tegen bands als Arcade Fire en Elbow. Maar tegelijk klinkt het eigenzinnig genoeg om op zichzelf te staan. Mijn enige kritiek op deze plaat is de productie. Door de koptelefoon klinkt het opvallend 'vlak', gelukkig komt het prima over door de speakers in mijn woonkamer.

The National - First Two Pages of Frankenstein (2023)

poster
3,0
Laat ik maar hopen dat deze plaat nog zal gaan groeien. Dan zal ik hem alleen wel vaker moeten draaien, en daar heb ik nou niet bepaald veel zin in. Ik vond de eerste drie luisterbeurten al behoorlijk lastig om door te komen. Niet zozeer omdat het vervelend klinkt, deze plaat luistert prima weg. Iets té prima zou ik willen zeggen, het is haast muzikaal behang. Pijnlijk magertjes voor een band die zich ooit zo ongenadig in m'n ziel wist vast te bijten. Op z'n best grijpt de band hier schaamteloos terug op eerder werk (zoals Tropic Morning News dat haast één-op-één Afraid of Everyone is). Hun vorige album vond ik ook een aanfluiting, maar daar probeerden ze tenminste nog iets nieuws. Natuurlijk staan er wel een paar mooie nummers op deze plaat, het blijft The National. Maar van die band mag je toch echt véél meer verwachten. Het is veelzeggend dat de gastartiesten voor de zeldzame lichtpuntjes zorgen. En ik snap dat Matt veel met depressies te kampen heeft gehad, maar moet hij nou werkelijk op elke track hier zo futloos klinken? Alsof hij aan de beademing ligt. Zijn manier van zingen kende voorheen een stuk meer afwisseling, zijn teksten overigens ook, het hield me allemaal zoveel meer in de greep. Nu klinkt het als wat gekrabbel in een halfslaap, of alsof hij ChatGPT opdracht heeft gegeven in zijn stijl aan de slag te gaan. En dan is de muziek zo klinisch, a-dynamisch, juist op momenten dat het spanning lijkt op te willen bouwen akelig saai. Nou ja, ik klink misschien wel erg negatief, maar deze band heeft zoveel voor mij betekent, en ik had gehoopt dat de vorige plaat slecht een tijdelijk dipje zou blijken. Maar als ze dan vervolgens hiermee terugkomen, vrees ik dat er gewoon niet zoveel meer in het vat zit. Nou ja, ik blijf het de komende tijd toch maar stug draaien, wie weet wie weet...

The National - High Violet (2010)

poster
4,5
In ons huidige muziekklimaat komt het maar al te vaak voor dat goede rockbandjes met hun debuut door pers en publiek de hemel in worden gehypet, om bij hun tweede plaat alweer te worden afgeschreven. Het is godvergeten moeilijk muzikaal te rijpen als je onder druk staat van verwachtingen. Gelukkig zijn er nog bands die de kans krijgen een natuurlijke groei door te maken en daarmee tot kwaliteit te komen die beklijft. The National is zo'n band. Dit vijftal debuteerde negen jaar geleden in de luwte van de luwte, brak pas in 2007 met hun vierde langspeler Boxer door naar een wat groter publiek (mede dankzij Obama, die de single 'Fake Empire' gebruikte voor zijn campagne) en met hun nieuwste album High Violet lijkt het er zowaar op dat deze band best wel eens in de categorie van een R.E.M. of een Radiohead kan eindigen. Het zou volledig terecht zijn, want The National maakt liederen van een hemelbestormende schoonheid. [Lees verder op: kasblog]

Deze recensie van mij is ook gepubliceerd op webzine Hard//Hoofd, vandaar dat ik 'm niet in z'n geheel copy-paste (zoals ik vroeger altijd deed met mijn recensies op MuMe).

Om dan maar nog even met een stukje exclusieve tekst te eindigen:

Of dit de beste plaat van het jaar is weet ik niet, maar hoe dan ook de meest verslavende.

4.5/5, maar als ik heel eerlijk ben alleen omdat ik nog een beetje kritisch wil overkomen.

Beste nummer: elke draaibeurt weer een andere en elke track is al minstens 1 keer favoriet geweest. Op dit moment: Lemonworld.

The National - Laugh Track (2023)

poster
4,5
Dit album een 'bijzondere verrassing' noemen, voelt voor mij als een enorm understatement. Ik had namelijk al min of meer mentaal afscheid genomen van deze band, die ik sinds mijn kennismaking ten tijde van Cherry Tree EP tot en met het prikkelende zevende album Sleep Well Beast een zeer warm hart toedroeg. Maar de laatste twee platen vond ik maar een frustrerende aangelegenheid. I Am Easy To Find telde weliswaar een handjevol prachtliedjes, maar de rest bestond uit vermoeiende experimenten waarop de band zeer krampachtig niet als zichzelf wilde klinken. En het eerder dit jaar verschenen First Two Pages Of Frankenstein vond ik eigenlijk nog pijnlijker, omdat The National daar juist wél heel erg als zichzelf klonk, maar dan op een hele bloedeloze manier alsof het door AI gemaakt werd.

Maar toen verschenen de twee singles, waarop de band mij weer helemaal meenam naar broeierige dieptes en adembenemende hoogtes. De band klonk als zichzelf, zoals alleen The National kan klinken, maar dan zonder zichzelf te herhalen. Ook als die twee nummers een eenzame oprisping van kwaliteit zouden blijken, was daarmee de bittere smaak al een klein beetje weggespoeld. Echter, als ze zulke kwaliteit weer eens een plaat lang zouden weten vast te houden, dan zou ik in een ademteug deze band weer volledig in mijn hart kunnen sluiten. Ik durfde het bijna niet te hopen, maar dit album maakt die stiekeme hoop dubbel en dwars waar.

Werkelijk álles aan dit album is zoveel beter dan de voorganger, van teksten en opbouw tot arrangementen en productie, dat ik begin te vermoeden dat ze met dit tweeluik een of ander sociaal experiment op ons hebben willen uitvoeren. Het contrast zal hoe dan ook wel intentioneel zijn, mooi verbeeld ook in de twee hoezen. Uit interviews begreep ik wel dat Matt op Frankenstein zijn slopende depressies en writersblock wilde verklanken, hij klonk daarop ook vlak als aan de prozac, murmelend op het comateuze af. Misschien dat de AI-associatie niet zo ver gezocht was, hij moest op een automatische piloot draaien om ergens doorheen te kunnen breken. Deze lachband klinkt alsof dit plotselinge vervolg de clou is die nog moest vallen. Hierop klinkt Matt opeens weer als een mensch, vol weemoedige warmte en emotionele kracht. Hij zingt weer echt. En hij zingt zinnen die inslaan als emotionele bommetjes, stuk voor stuk voor stuk.

Zelfs Weird Goodbyes, een liedje dat ik wel mooi vond maar ook een beetje aan me voorbij ging, raakt me als een mokerslag. Is dit een andere versie, of klinkt het in mijn beleving alleen maar voller omdat het in de context van deze plaat zoveel meer tot z'n recht komt dan als los nummer? De instrumentaties van Space Invader en Smoke Detector klinken alsof de spannende experimenten van Sleep Well Beast eindelijk echte vruchten hebben afgeworpen, en met een nummer als Hornets bewijst deze band weer eens de spirituele opvolger van R.E.M. te zijn.

De balans op deze plaat tussen licht en donker, zwaarmoedig en troostrijk, grillig en aanstekelijk, is ook echt ideaal, de opbouw zo meeslepend. Ik wil hier nog veel meer woorden aan wijden, maar het gevoel dat ik deze plaat nog maar net ken en steeds beter mag leren kennen, er steeds meer emoties bij en gedachtes over zal vormen, dat het een plek zal blijken om naar terug te blijven keren - en dat allemaal van die band die ik eigenlijk al 'afgeschreven' had! - zorgt voor een dankbare grijns die elk verder geouwehoer voorlopig tot zwijgen mag brengen.

The New Pornographers - Continue as a Guest (2023)

poster
4,0
Ben altijd wel een liefhebber geweest van dit collectief, maar om de een of andere reden heb ik nooit een album van begin tot eind briljant gevonden. Ik hoor de vakkundigheid altijd wel, maar het wordt me ook gauw wat too much ofzo. Deze plaat echter begint steeds verslavendere vormen aan te nemen. De liedjes zijn goed zoals altijd, maar deze sound spreekt me veel meer aan. Het is echt een fijn geheel.

The Pains of Being Pure at Heart - The Pains of Being Pure at Heart (2009)

poster
4,0
The Pains Of Being Pure At Heart, gadverdamme wat een verschrikkelijke bandnaam zeg. Dat verzin je toch niet? Je verwacht er qua muziek ook niets anders bij dan puberale emo voor verwende kleuters. Echter, dit blijkt een hartstikke leuk bandje te zijn! Het titelloze debuutalbum van deze band uit New York staat vol frisse indiepop met shoegaze-invloeden. Een soort My Bloody Valentine-light met Belle & Sebastian-achtige vocalen. En melodieën die soms aan The Smiths en The Cure doen denken. Niets wat we niet eerder gehoord hebben dus, maar dit klinkt wel bijzonder smakelijk!

Bron: http://kasblog.punt.nl/

The Saxophones - No Time for Poetry (2025)

poster
4,0
Ik houd erg van artiesten die steeds weer nieuwe muzikale wegen verkennen, waarvan je nooit precies weet wat je verwachten mag. Maar ik houd toch ook wel erg van artiesten waarvan je precies weet wat je mag verwachten, omdat hun gehele oeuvre erop gericht is een bepaalde sound te perfectioneren. In de laatste categorie valt overduidelijk het echtpaar Alison Alderdice en Alexi Erenkov, oftewel The Saxophones. Vanaf hun debuutalbum brengen zij hun totaal oorspronkelijke onderkoelde zwoelheid met snufjes jazz, lounge en softpop, die je bijzonder sfeervol zou kunnen noemen ware het niet dat Alexi's onvaste neuzelstem (die vaak klinkt alsof hij zelf niet doorheeft dat hij aan het zingen is) graag de sfeer komt bederven. Of nou ja, bederven klinkt wel erg heftig, 'ontwrichten' is wellicht gepaster. Of toch nog iets lichter: 'doorbreken'. Ja, hij doorbreekt de sfeer, maar maakt het tegelijk mysterieuzer. Zijn teksten, even nuchter als ongrijpbaar, dragen bij aan dat mysterie. Al die onwaarschijnlijke elementen geven de muziek van The Saxophones een bepaalde spanning waardoor je er nooit volledig in achterover kan leunen, hoe zeer de muziek zelf zich daar ook voor lijkt te lenen. Het is een fascinerend universum dat het duo nog albums lang verder zou kunnen uitdiepen, en op de eerste helft van deze plaat doen ze dat dan ook. Op de tweede helft worden er dan toch zowaar nog wat nieuwe wegen betreden, de band klinkt iets vreemder en duisterder dan we gewend zijn. Opeens lijkt een band als Timber Timbre niet zo heel ver weg, en dringt er politiek in de teksten door. Het maakt van No Time For Poetry enigszins een buitenbeentje binnen hun oeuvre tot dusverre, waar de hoes al op leek te duiden. Het maakt bijzonder nieuwsgierig naar welke wegen zij in de toekomst nog meer zullen gaan verkennen. Toch blijft dit allemaal wel relatief, want The Saxophones klinken hier grotendeels toch vooral heel erg als The Saxophones, en dat is maar goed ook, want ze doen dat als geen ander.

The Saxophones - To Be a Cloud (2023)

poster
4,5
Godsgruwelijk mooi plaatje dit, ik word er helemaal warm van! Deze band klinkt traditioneel maar is origineel, klinkt vertrouwd maar is mysterieus, en word per album alleen maar beter. Lekker kort ook, ik blijf het maar draaien.

The Secret Love Parade - The Secret Love Parade (2009)

poster
5,0
De liedjes van The Secret Love Parade zijn niet indrukwekkend, overrompelend of onontkoombaar, de kracht van deze liedjes zit hem nu juist in hun schijnbare vluchtigheid. Bij het beluisteren van dit album komen de meest wonderschone melodieën als een soort terzijdes voorbij zweven, alsof je steeds weer door een lentebriesje of een mistflarde gekust wordt. Deze muziek is van een schoonheid die je graag met een vlindernet zou willen vangen, maar die je steeds nét ontsnapt. Misschien komt het wel doordat de creatieve eigenzinnigheid van deze twee dames geheel vanzelfsprekend tot hen lijkt te komen en daarmee ook tot ons. The Secret Love Parade maakt muziek die nergens moeilijk wil klinken, maar toch behoorlijk origineel genoemd mag worden. Er zit een luchtige speelsheid in deze plaat, maar ook een dromerige melancholie. De teksten blijven altijd klein en persoonlijk en zijn vaak ook behoorlijk tragikomisch te noemen, zoals in The Bachelor: ''At home I turned on the tv, but nothing really spoke to me. I went unto the internet, just checked my mail and went to bed. Everything is quite unclear, it just seems really empty here. Should I go out and pay to dance? And hide my heart in fake romance? Walking on the streets alone, I feel like Sylvester Stallone.'' Tja, wie kent dat gevoel nou niet? Het is het gevoel dat je in popliedjes verwoord wilt horen, waar popmuziek eigenlijk over zou moeten gaan: verveling, seks, spleen, het verlies van de jeugd. Te vaak kiezen artiesten te grootse metaforen voor deze kleine persoonlijke beslommeringen die nou eenmaal bij het leven horen en ook niet meer zijn dan dat, maar ook zeker niet minder. Popmuziek verliest haar betekenis wanneer ze te groot wil zijn, ze verwordt dan tot louter sensatie. The Secret Love Parade staat in de prachtige traditie van bands die op puur authentieke wijze het leven in al zijn kleuren en grijstinten proberen te vangen, zoals Big Star, The Smiths en Belle & Sebastian. Maar The Secret Love Parade klinkt niet als een van deze bands. De melodieën en vocalen doen mij eerder denken aan die van cult-artieste Vashti Bunyan, die eind jaren zestig en begin jaren zeventig prachtige psychedelische folk-pop maakte en een paar jaar geleden een bijzondere comeback-plaat afleverde. Maar ik heb Aino en Janna er weleens naar gevraagd en zij hadden nooit van Bunyan gehoord, dus van enige invloed kan hier geen sprake zijn. Zelf noemen zij Nick Drake en Bon Iver als invloeden, maar die hoor ik dan eigenlijk weer nauwelijks terug in hun muziek. Ook vind ik niet dat deze band in verband kan worden gebracht met het freakfolk of folktronica-genre. De folky popliedjes worden weliswaar spaarzaam maar effectief ingekleurd door drumcomputer, sampler of synthesizer, maar die versterken juist de eerder genoemde vanzelfsprekend klinkende dromerigheid en vliegen nergens moedwillig surrealistisch uit de bocht. The Secret Love Parade klinkt niet modern of ouderwets, maar wel fris en tijdloos. Het is die band die je altijd al dacht te kennen, maar die nu ook daadwerkelijk blijkt te bestaan.

Bron: http://kasblog.punt.nl/

The Smashing Pumpkins - Aghori Mhori Mei (2024)

poster
3,5
De keutels van Corgan, ik blijf ze met milde fascinatie volgen als onschuldige auto-ongelukken. De hoop dat hij ooit nog met iets op de proppen zal komen dat in de schaduw mag staan van zijn ‘gouden periode’ (die exact samenvalt met de oorspronkelijke pumpkins-incarnatie, ik ben zo iemand die Adore en de Machina’s daar ook zéker toe rekent) is inmiddels al ellendig lang geleden vervlogen en daarmee doet het ook niet meer zo’n pijn. Stiekem hoopte ik zelfs dat er op dit nieuwe album iets net zo lachwekkends zou staan als Hooray! op de vorige, zodat deze zelfgedwongen luisterbeurt tenminste nog iets op zou wekken. Maar nee, nergens wordt dit album zo ridicuul als ook maar wat van de voorgaande rits pumpins-platen, hoewel ook nergens zo briljant en onderscheidend als op hun klassiekers. Het speelt allemaal redelijk op save wat we hier horen, maar grotendeels toch ook ouderwets lekker. En het is ergens best verfrissend dat Corgan zich voor die kwalificatie van ‘ouderwets lekker’ nou eens niet te goed lijkt te voelen. Hoe we dit album moeten beoordelen heeft alles met verwachtingsmanagement te maken. Op basis van wat je in 2024 van Corgan zou verwachten is dit album (ik weiger die titel uit te typen) niet minder dan ‘fenomenaal’ te noemen, op basis van een vergelijking met wat hij ooit met de wereld deelde ‘redelijk ondermaats’, en ten slotte min of meer objectief bekeken ‘gewoon een prima plaatje’. Grootste mankement van dit werk is dat verreweg het sterkte nummer de opener is, die had echt zo op Gish kunnen staan (en voegt in die zin dus niet al teveel toe, maar toch maar toch). Echt leuk ook voor Jimmy dat-ie eindelijk weer eens echt mag knallen! Dat was toch ook wel heel raar van die laatste Pumpkins-releases, dat de oude bezetting (op die ‘ene’ na dan) met het nodige tromgeroffel eindelijk weer bij elkaar was en dat ze nagenoeg niet te horen bleken. Hoe dan ook, Edin zet wat mij betreft de verwachtingen toch net te hoog in waardoor wat volgt toch een beetje als een plumpudding in elkaar zakt, met alleen hier en daar nog wat korte oplevingen. Maar deze pompoenenplumpudding bevat aanzienlijk meer smaak dan Corgan ons decennia lang heeft willen serveren. Benieuwd of dit de opmaat vormt naar meer smakelijks, of dat dit slechts een kortstondige knieval naar de fans betreft, maar laten we er maar met nederige dankbaarheid voorzichtig van smikkelen.