MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Goat Girl - Below the Waste (2024)

poster
4,5
Met hun aardedonkere in grunge doorweekte postpunk sound eist Goat Girl een plekje in de alternatieve rockscene op. On All Fours is nog vooral het verhaal van de met drugsverslaving worstelende frontvrouw Lottie Pendlebury en de aan de ziekte van Hodgkin lijdende gitarist Ellie Rose Davies, die mede daardoor in een vroeg stadium afhaakt. Helaas heeft de band nog steeds genoeg gespreksstof en staat op Below the Waste tussen de regels door de non-acceptatie van de seksuele lesbische geaardheid van drummer Rosy Jones op de voorgrond. In 2024 hoort dit geen issue meer te zijn, al het voorwerk dat halverwege de jaren tachtig is verricht, is tegenwoordig tot een horizontale flatline genivelleerd. Na de hectiek is er op Below the Waste vooral ruimte voor rust en overzicht.

Met regenboog oorlogskleuren stappen we de wereld van Below the Waste binnen. Producer John Murphy weet als geen ander hoe hij de spanning bij Black Midi en Lankum moet oproepen en als mede Lankum sideproject ØXN bandlid, proeft hij zelf nog op de werkvloer aan het succes. Toch kiest hij ervoor om zich bij Goat Girl niet tot die zwaarmoedige diepgang te verleiden, maar vooral die intuïtieve vrouwelijke schoonheid te volgen. Alleen op het folky met rondzwermende strijkers geïllustreerde Pretty Faces psychedelica en het georkestreerde Perhaps drukt hij zijn stempel door. Ook in het space funkende Jump Sludge noise krijgt hij vrij spel, eigenlijk mag zijn hand nog wel wat meer zichtbaar zijn.

Uit de noise gronden van Reprise ontwikkelt zich een vers goedaardig zaadje, al zorgt het wolkendek voor een zwarte in veiligheid schuilende schaduw, waardoor de rest van Below the Waste amper het zonlicht aanschouwt. Heel veel is er dus niet veranderd. Het is de kunst van producer John Murphy om zich dienend onderschikkend op te stellen. De overstuurde Ride Around kinderritmes zijn overtuigend zijn handelswaar, het overkoepelende Goat Girl drietal trekt hard aan de marionettentouwtjes. John Murphy is slechts de bijrijder op de intense roadtrip. Hij mag de route mee uitstippelen, maar is verder vooral van de uitvoerende chauffeurs afhankelijk.

Het damestrio wisselt elkaar af. Bij het dromerige Words Fell Out zet bassist Holly Mullineaux de hoofdlijnen uit, in het mystieke Play It Down duelleert ze met het gedempte drumwerk van Rosy Jones. Play It Down heeft het ruwe futuristische van het klinische cyberpunk geluid. De in house dub gedrenkte anarchistisch hysterische Tcnc cold turkey breekt alle grenzen open. Er komen de nodige primal screams vrij, een bevrijdende song met een veelvoud aan ontploffende energiebommen en een van zich afbijtende blaffende tirade. Where’s Ur opent in een filmische suspense spanning. Een aankondiging voor de afstraffende breakbeats en de jammerende klaagzang van een in zichzelf gekeerde Lottie Pendlebury.

Prelude leidt slechts Tonight in. John Murphy benut het sprankje aan vrijheid en vult die leegte met gearrangeerde folk subtiliteit in. In de waanzin ontvluchtende Motorway synthpop neemt claxonnerend toetsenwerk het over. Er wordt niet met risico in de hoogste versnelling afgetrapt. Het is de loomheid van een vrijdagmiddag file, echter wel met dat kenmerkende rusteloosheidsgevoel en het machteloze ongeduld. De S.M.O.G mist vervaagt in de pianoballad klanken van het aan The XX memorerende Take It Away. Het kost Lottie Pendlebury net zoveel moeite om de pracht in haar stem te openbaren als om gefrustreerd kwaadaardig tekeer te gaan.

Sleep Talk is A Forest van The Cure in een harmonica tenue. Rechtstreeks van de straat geplukt, leeggeplunderd door zwervers en buitenlui en als kaal offer aan de onderkant van de maatschappij uitgespuwd en levenloos achter gelaten. De demonische samenzang voegt er een occulte twist aan toe, de stemmen in het woud geven antwoord en versterken zich in de Wasting leegte. Hoe koud en onbegrepen kunnen ruim zes minuten aanvoelen? Hoe innemend mag een saxofoon zich uiten? Goat Girl maakt het verschil in de gemeende zachtheid en typerende vrouwelijke krijsende uitbarstingen.

Goat Girl - Below the Waste | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Goat Girl - On All Fours (2021)

poster
4,0
Het Londense indiepop gezelschap Goat Girl klinkt op hun gelijknamige eersteling Goat Girl nog als een stelletje junks die in een verslavingskliniek aan de hand van speltherapie zichzelf terug moeten vinden. De vertraagde slacker songs ademen verveling uit, maar dan wel met een behoorlijk hoog middelvinger in de lucht gehalte. Het viertal dames zijn een stelletje power vrouwen volgens het riot grrrl principe, onvoorspelbaar en bedreigend. Hierdoor worden ze al snel in de feministische hoek geplaatst, terwijl ze in principe gewoon hedendaagse rock and roll spelen, met daarin invloeden verwerkt die afkomstig zijn uit de country, rockabilly, postpunk en grunge.

Dat laatste komt sterk naar voren in de zang van Lottie Penlebury waarbij je de indruk krijgt dat Courtney Love is herrezen, en door het veelzijdige gebruik van echoënde backing vocals lijkt het net alsof ze met een nieuwe hedendaagse reïncarnatie van Hole aan de slag is gegaan. Een veelbelovend maar ook wel wat stuurloze plaat die nu opgevolgd wordt door het stukken meer gestructureerde On All Fours. Het viertal is afgekickt van hun druggy sound, en heeft de stabiliteit gevonden en komt met een frisse opvolger.

Holly Mullineaux heeft ondertussen de in 2019 opgestapte bassist Naima Redina-Bock vervangen om bij het viertal door haar donkere postpunk achtige partijen meer overtuigende kracht in de sound te stoppen. Dat drummer Rosy Jones veel sterker de kant van de avontuurlijke percussie opzoekt werkt hierbij zeker ook in het voordeel. Dat dit tweetal elkaar gevonden heeft hoor je wel terug in de reggaeklanken van het gelikte Jazz (In the Supermarket). Ook gitarist en mede vocalist Ellie Rose Davies is zich zeker meer down to earth gaan presenteren wat zeker te maken heeft met de heftige persoonlijke situatie waarin ze tijdens het afrondingsproces van On All Fours in verkeerd. Getroffen door de ziekte van Hodgkin sleept ze zichzelf door het vermoeiende slopende coronajaar 2020 heen.

De albumhoes laat een vredig luilekkerland zien; Welcome To The Pleasuredome. Als je de plaat openklapt is dit beeld verandert in de hel, met veel bloed, verderf en de aanblik van de dood. Als dan ook nog eens wordt afgetrapt met Pest, weten we in wat voor een wereld we terecht zijn gekomen. Rauwe Britpop riffjes en futuristische synths gooien de deuren open en gunnen je een blik in het zwaar aangetaste leven van Ellie Rose Davies, die de zachte achtergrondvocalen gebruikt om haarzelf staande te houden. Een confronterende track die de ernst van het bestaan aangeeft. COVID-19 is niet de meest hoofdzakelijke plaag die haar teistert, maar wel eentje die haar gezondheid ernstig verzwakt. Een handvol aan pillen die in het verleden bij het feesten een prettig gevoel opriepen zijn vervangen door noodgedwongen pillen die als medicijnen nu de strijd aangaan met de woekerende kankercellen.

Het gitaargeweld staat niet meer op de voorgrond, maar wordt tevens afgewisseld door warme eighties elektronica die prachtig aansluiten bij de kenmerkende samenzang welke ook al op het debuut aanwezig was. Gelukkig is dit element behouden gebleven, want het voegt zoveel extra’s toe, zeker op de positieve uitschieter Once Again, waar die harmonieën door de bas van Holly Mullineaux tot een absoluut hoogtepunt gedreven worden, iets wat ze later nogmaals dunnetjes overdoen in They Bite On You. Het accent is hier dus zoals ik al eerder aangaf verlegd naar de jaren tachtig. De blazers in P.T.S.TEA verwijzen naar de white soul welke toen steeds vaker een prominente rol opeisten in de charts.

Toch zegt dit nog bar weinig, want ik het daarop volgende Sad Cowboy gooien ze er met gemak een flinke dosis aan mellow house doorheen. The Crack is puur, donkere seventies straatvechters punk uit de The Clash stal met het wantrouwen van het heden. De funky discopunk die in Closing In naar dezelfde periode memoreert, ligt weer meer in de lijn van Blondie, het gezelschap rondom Debbie Harry. Ook de dromerige synthesizers in Bang gaan terug naar de invloedrijke jaren zeventig.

On All Fours is te positief om van een verwerkingsplaat te spreken. Het geeft meer de onderlinge versterkte band tussen de vrouwelijke muzikanten aan, een aangenaam zustergevoel van vier krachtvrouwen die bewijzen dat ze zich fier overeind houden in een wereld gevuld met persoonlijk leed en maatschappelijke vragen waar voorlopig nog geen passend antwoord op te vinden is.
Goat Girl - On All Fours | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

God Damn - God Damn (2020)

poster
3,0
Het uit Wolverhampton afkomstige God Damn produceert als trio een vuilnisbak gevuld aan teringherrie waar de gemiddelde rockband jaloers op zal zijn. De allesverwoestende wervelwind kondigt gezamenlijk met de volumewijzer code rood aan. Een onvoorspelbare verkeerschaos in het hart van de studio waar de blikschade zich voornamelijk richt op het gehoor.

Gewapend met hard metaal veroorzaken ze een kettingbotsing van geluidsgeweld waarbij ze stuurloos met regelmaat de snelheidsbegrenzers overschrijden. Provocerend plaatsen ze op de albumhoes van God Damn het duivelse Petruskruis gebroederlijk naast het Christelijke Latijnse kruis. Als een religieus Yin Yang teken wordt de link gelegd naar goed en kwaad.

De zuur bijtende dreiging van het zwaarder aangezette werk op de vorige drie albums is een heel stuk terug gedrongen waardoor het allemaal net een tikkeltje toegankelijker is geworden. Nog steeds klinkt Thom Edward als een gekwelde stadscowboy, al onderneemt hij tegenwoordig ook serieuze pogingen om zich als ware vocalist te gedragen. De agressieve grunge baspartijen in Dreamers worden afgewisseld door de passionele emozang van Edwards die er zelfs nog een paar crooner lines tussen stopt.

Het radiovriendelijke High Frequency Words en het daarop aansluitende Hi Ho Zero gaan zelfs nog een stapje verder. Er is ruimte voor de harmonieuze samenzang met James Brown (what’s in a name?), wat wel ten koste gaat van de geloofwaardigheid van de band. Met het indrukwekkende krullend permanent van drummer Ash Weaver passen ze dan ook muzikaal gezien meer tussen de jaren tachtig hairbands. Een verschuiving waarbij de nadruk op dat specifieke tijdsbeeld wordt gelegd. De seventies getinte glamrock van Whip Goes the Crack wil daar prima op aansluiten.

Gelukkig hebben ze het nog steeds niet verleerd. Bovenal overheerst de explosieve TNT mentaliteit waarmee het te korte lontje van God Damn ontstoken is. De oerschreeuw van Thom Edward wil als een wild gevangen beest ontsnappen in de uitloop van We Are One. Gevolgd door de strak functionerende Ash Weaver die zich als een geoliede vleesverwerkersmachine in de ronde slaat op het korte Palm of Sand.

Het wil vervolgens behoorlijk instorten in een paar kunstmatige anabole spierballenrock tracks om uiteindelijk pas bij het laatste nummer doeltreffend wraak te nemen. Alle ingehouden woede en frustraties worden therapeutisch verwerkt in het maar doorzagende Satellite Prongs. Totaal ontremd gaat het drietal los in een epische smeekbede die zelfs na het eindsignaal nog minutenlang blijft nadreunen. De instrumenten zijn tot bloedens toe kapot gespeeld, waardoor het logisch is dat er vervolgens geen song meer uit te persen valt.

God Damn - God Damn | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Goddess - Goddess (2025)

poster
4,0
Ondanks het feit dat het Britse Savages nooit officieel is opgeheven, blijft een vervolg op Adore Life uit 2016 uit. Jammer, want dit postpunk gezelschap rond boegbeeld Jehnny Beth wordt terecht met stijlicoon Siouxsie Sioux vergeleken. De zangeres redt zich prima alleen, en versterkt haar positie door een aantal sleuteltracks voor de Peaky Blinders reeks af te leveren. Bassiste Ayse Hassan wed op meerdere paarden. Gitariste Gemma Thompson richt zich op haar alter ego Bashan. Het bleef alleen angstig stil rondom drummer Fay Milton. Daar brengt ze nu verandering in.

Milton is geen zangeres en bij het Goddess project ontwikkelt ze zich vooral als arrangeur. Ze schakelt de hulp van bevriende vocalisten in, wat over het algemeen verbazend goede eindresultaten oplevert. Shingai Shoniwa kent ze van de indie soulpunk band Noisettes en mag hier met Little Dark aftrappen. Een heerlijke duistere verknipte elektro doom track met de nodige ritmische freejazz uitspattingen.

Een indrukwekkende opener, die een prachtig vervolg krijgt met het door Ex:Re (Elena Tonra van Daughter) gedragen Shadows. Zacht als de nacht, onheilspellend als het donker. Delilah Holliday verdient haar sporen in het postgrunge vrouwentrio Skinny Girl Diet, en timmert al een aantal jaren solo aan de weg. Animal is haar op het lijf geschreven. Sensuele uitdagende rap met een hoog girlband gehalte.

De excentrieke Salvia, het alias van de Belgisch-Oekraïense postpunkzangeres Nicole Selivan brengt de gekte in de Fuckboy elektronoise. Podiumdier Isabel Muñoz-Newsome is een alleskunner, die net zo gemakkelijk van theater naar pop switcht. Haar Pumarosa verleden ligt al een hele tijd achter zich. Klinkt ze daar nog als een jeugdige Jehnny Beth, op Bad Child heeft ze een volwassen doorleefd geluid, al is dat kind in haar zeker niet verdwenen.

Fay Milton biedt ook beginnend talent kansen en laat Shadow Stevie in de pianoballad Golden stralen. Geweldig hoe de onervaren songsmit Fay Milton hier een ontroerend strijkers einde aan koppelt, en Shadow Stevie naar een hoger folkpop level tilt. Harriet Rock is net als Shadow Stevie een relatief onbekende naam, al zit er zoveel emotionele passie en oudheid in het afsluitende 22nd Century. Ze geeft een eigen draai aan de door Nina Simone bekend gemaakte Exuma cover. Shadow Stevie is een artiest die er hopelijk in de nabije toekomst wel komt.

Bess Atwell heeft folkroots en dat hoor je absoluut op het dromerig gedragen nachtstuk Darling Boulevard terug. Het is de kunst van elkaar beter maken, zeker als je al zo’n prachtige stem bezit en Fay Milton daar de juiste sfeer bij componeert. Het Diamond Dust slaapliedje gaat nog een stapje verder. Izzy Bee Phillips van Black Honey geeft er een bubblegum twist aan. Verslavend mooi, en in positieve zin rustig slaapwekkend.

Dan ontwaak je in de Bounce nachtmerrie met een op dreef zijnde Jamaicaanse Grove. Een strijder die voor gelijke geëmancipeerde rechten vecht en dit vooral in het harde stemgeluid uitdraagt. Goddes is zoveel meer dan de eerste plaat van Fay Milton. Het is een eerbetoon aan de vrouw, het meest goddelijke wezen op aarde. Stoer feminisme, zacht moederlijk en liefdevol, het komt hier allemaal samen.

Goddess - Goddess | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Godley + Creme - Ismism (1981)

poster
3,0
Godley & Creme kende ik van An Englishman in New York, wat ik altijd een vage song heb gevonden, en ook de clip heeft iets beangstigend, wat ze later op dit gebied deden voor zichzelf en andere artiesten was een stuk boeiender.
Voor mij zijn het de leden van 10cc, die de band na het geniale I’m Not In Love de band de rug toe keerden, omdat ze verlangden naar meer artistieke vrijheid.
Hier klinken ze een stuk toegankelijker dan bij 10cc; blijft zonde dat ze daar weg zijn gegaan; is trouwens een mooie documentaire over gemaakt, waar The Original Soundtrack centraal staat.
Eigenlijk een paar jaar geleden verrast door het zeer aangename Under My Thumb; waarvan ik dus niet wist dat deze van Godley & Creme was.
Bij Snack Attack moet ik aan het werk van Flash and the Pan denken, eigenlijk zelfs net zo toegankelijk, al zit het allemaal beter in elkaar als wat ik in eerste instantie dacht.
Het heeft een lekkere flow, die zelfs nu nog goed zou kunnen.
Under My Thumb; al eerder aangehaald, past perfect in deze tijd, muzikaal gezien zijn er raakvlakken met Soft Cell, The Human League en Depeche Mode.
Eigenlijk een pareltje uit deze tijd die je nooit meer hoort, beter als het vervelende An Englishman in New York, die je wel nog steeds hoort; gelukkig ook steeds minder.
Ja, ik ben een liefhebber van de radio vriendelijke New Wave, en kan Under My Thumb iedereen aanraden.
Joey’s Camel is wat experimenteler, en heeft het tegendraadse van Talking Heads, maar ook de funk van Shriekback is hoorbaar.
The Problem heeft ook een Psycho Killer achtig begin, waarbij deze sound een herhalende hypnotiserende werking heeft.
De overgang naar het Foxtrot, of is het Charleston? achtige Ready for Ralph is leuk gemaakt, en het swingt ook heerlijk, zonder dat het echt heel toegankelijk gaat klinken.
Ik hou wel van de Soul van Wedding Bells, dit is de sound die The Housemartins / The Beautiful South later ook min of meer gebruiken.
Ook vind ik het ook wel een knipoog naar de eerste 10cc hits Rubber Bullets en Donna, het geluid heeft iets mierzoets en glads.
Lonnie heeft dat ook wel, maar de zang heeft wat van het donkere Barry White, en nog heerlijker Isaac Hayes (Shaft) in zich.
Sale of the Century is gewoon een heel fout kerstliedje, maar dan met een andere misschien nog wel foutere tekst.
Afsluiter The Party heeft ook iets Talking Heads achtigs, maar dan meer het side project Tom Tom Club, op een spastische manier bijna dansbaar.
Een behoorlijk goede plaat, al vraag ik mij nog steeds af of het allemaal als parodie bedoelt is, of dat je dit serieus moet nemen.
Rare jongens, die Engelse heertjes.

Godspeed You! Black Emperor - F♯A♯∞ (1997)

poster
3,5
Vreemde belevenis dit album.
Apart hoe het lukt om juist leegte te verwoorden.
Woorden die extra zeggenschap hebben; als een afscheidsbrief.
Wat volgt is de beantwoording van een verstild landschap.
Ik ervaar het alsof de mensheid vervaagd is.
Uitgestorven, of gewoon afwezig.
Ergens hoor je een trein treuren.
Geen passagiers om te vervoeren, waardoor hij er eenzaam vandoor gaat.
Geluiden als een herstellende aarde.
Jarenlang geregeerd door het kapitalisme, welke een poging ondernam tot totale destructie.
Nu huilt de wind.
Het decor van de filmset van Once Upon A Time in the West.
Als een spookstad achter gelaten, nadat het meesterwerk is voltooid.
Het rinkelende glas in de kartonnen saloons.
Als enige gast Jack Nicholson, die verdwaald in het The Shining hotel als geestverschijning de verkeerde deur heeft gekozen.
En dan heb je nog maar alleen The Dead Flag Blues gehoord.

Vervolgens komt er een mindere overgang in East Hastings.
Alsof een Mexicaanse immigrant iets onverstaanbaars roept naar zijn Schotse buurman.
Minder sterk als de geslaagde opener.
Hier wordt ik niet mee gesleurd in een verhaal.
Natuurlijk is de opbouw vervolgens prachtig, dat kan ik niet ontkennen.
Steeds dreigender, maar het wil mij minder pakken.
Pas na tien minuten wordt ik mee gesleurd.
Misschien is dat wel de opzet geweest.
Heb ik de gehele tijd zitten turen naar het verkeerde uitzicht, om mij plotseling te laten aanranden door een orkaan die mij van achteren benaderd.
Daar zal ik een tweede luisterbeurt niet meer intrappen.
Echo’s van passerende slachtoffers; veelal metaal, soms iets dierlijks.
Een kakofonie van geluiden, versmolten tot een geheel.

Het derde stuk Providence lijkt te beginnen als een zoektocht naar overlevenden.
Iets van een legerhelikopter met een communicerende piloot.
Weer het gevoel van leegte, welke zo sterk aanwezig was bij het eerste stuk.
Dezelfde treurnis, dezelfde vervaging.
De cirkel is weer rond, al is het totaalbeeld geheel veranderd.
SOS bliepjes als laatste redmiddel.
Vervolgens een doodsstrijd.
Angst voor de eenzaamheid.
Angst voor de aasgieren die de lucht doen veranderen in een boze onweerslucht.
Zwart als de engel des doods.
Onduidelijke zinnen als een terugblik op het bestaan.
Dan de oneindige leegte.
Het tussenstuk van Providence is weer prachtig, en doet mij denken aan de samenwerking van The Ex met Tom Cora, hoorbaar op het album Scrabbling at the Lock.
De afsluiting is die van de aarde, welke zich als een oester sluit, en de overblijfselen van het slachtoffer als een zanderige zachte draaikolk mee de diepte in neemt.
Het einde doet mij denken aan wat Swans op hun laatste twee albums ( The Seer en To Be Kind) laat horen.

Het prestatiestuk F♯A♯∞ is een belevenis, al denk ik dat deze mij vooral een eerste luisterbeurt zal pakken.
Natuurlijk hoor je elke keer nieuwe vindingen terug, daar ben ik van overtuigd, maar het effect zal waarschijnlijk minder zijn.
Meer de ervaring van een goede film, die je ook niet een tweede keer kijkt; omdat je de afloop al weet.
Live zal het echter zeker een belevenis zijn.

Godspeed You! Black Emperor - G_d's Pee AT STATE'S END! (2021)

poster
4,5
Terwijl de wereld zijn wonden likt, strooit Godspeed You! Black Emperor er juist een flinke hoeveelheid aan zout in. De Apocalyps, het doemscenario waarna de band al memoreert in het verbitterende statement wat GY!BE via de volledig te belezen visie op de bandcamp pagina naar buiten brengt. De kromme verhouding tussen burger en politie, het hedendaagse imperialisme, de fatale pandemie. Genoeg redenen om zich na het vier jaar oude Luciferian Towers opnieuw op te sluiten met een breed scala aan instrumenten om hun Save Our Souls boodschap te verkondigen. Red niet de aarde, maar beperk de schade. De postrock anarchisten van Godspeed You! Black Emperor zijn niet zozeer terug van weggeweest, ze ontwaken uit de tijdelijke slaapstand omdat er behoefte aan is, juist nu.

De schijnbare rust in de zomermaanden wordt ruw verstoord als de tweede golf aan besmettingen zich in de herfst van 2020 aandient en de mensheid overspoeld met nog een grotere dosis aan verwoestende ellende. De band schrijft hun eigen soundtrack voor deze beroerde tijd. Ze verwoorden op typerende Godspeed You! Black Emperor wijze de grootschalige gevolgen hiervan en benadrukken dat we ons nog midden in deze zwarte periode bevinden. De pracht van oorverdovende noise en de vernietigende werking van sereniteit komen ook hier weer treffend samen in G_d’s Pee AT STATE’S END! De verwachting is dat we hier te maken hebben met een loeizware brok aan deprimerende teringherrie, waar amper doorheen te komen is. Het tegendeel is het geval, sterker nog, de Canadezen hebben mij nog nooit eerder zo duidelijk overtuigd.

A Military Alphabet (Five Eyes All Blind) [4521.0kHz 6730.0kHz 4109.09kHz] / Job’s Lament / First of the Last Glaciers / Where We Break How We Shine [ROCKETS FOR MARY] wil chaotisch opstarten, met een hoop ruis en kakofonische rumoerige bijgeluiden. De schoten op de achtergrond roepen een onprettig beangstigend gevoel op en komen totaal onverwachts op het einde nogmaals terug. Als de zoemende vredigheid overschakelt naar luid opspelende rockgitaren die krachtig neerslaan en je niet meer loslaten, wordt je gepakt door dit eerste hoogtepunt. Het veelzeggende moment dat uit de verdorde resten een prachtige nieuwe bloem tot bloei komt. Er is zoveel aandacht besteed aan deze veerkrachtige suspensie welke op de achtergrond opgevuld worden met stemmige new wave synthesizers. Een mooi contrast weer, welke direct al de luchtigheid laat spelen met het zwaarmoedige toekomstbeeld. De postrock zoekt verschuiling bij typerende jaren zeventig symfonische rock en krijgt een aangenaam vervolg in een stormvloed aan logge drumpartijen en rondcirkelende elektrische zaaggitaren, die al hypnotiserend naar een trance opwekkend geheel toewerken.

Het dromerige in beweging zijnde Fire at Static Valley drijft heerlijk weg op die voorbij waaiende onweersgolven waarbij ook zeker de nadruk op het sfeervolle gitaarspel wordt gelegd. De ijzigheid die uit het instrument getoverd wordt legt ook weer die link naar het onzekere tijdsbeeld uit de jaren tachtig. De eenzaamheid en stilte die onderbroken wordt door de pulserende hartslagen die het drum tandem Aidan Girt en Timothy Herzog hieraan toevoegen.

Er wordt in “Government Came” (9980.0kHz 3617.1kHz 4521.0 kHz) / Cliffs Gaze / Cliffs’ Gaze at Empty Waters’ Rise / ASHES TO SEA or NEARER TO THEE weer aangenaam teruggegrepen naar die seventies symfonische rock, welke een verbredend effect op de postrock hebben. De track is ouderwets opgebouwd rondom verlichtende drones volgens het Godspeed You! Black Emperor aantekeningenboek principe. Vermorzelende basakkoorden geven de dreigende ondergang aan, waarna verbitterend gitaarspel en de huilende viool van Sophie Trudeau de beschamende treurnis van 2021 uitstralen. Ook hier volgen de donderslagen die keihard de boel nog wat extra ontwrichten. De brandende wereld die in vurige roodgloeiende glans overschakelt naar verkoold somber zwartwit in het prachtige epische eindstuk waarbij het klokkenspel de dag des oordeels aankondigt.

Our Side Has to Win (For D.H.) schroeit op gepijnigde wijze de zichtbare littekens dicht door er die kenmerkende oorverdovende geluidsbrij op los te laten welke er als een beschermende aura er een solderend laagje omheen verbind. Een formulering waarbij de nadruk op de schilderachtige schoonheid gelegd wordt, maar welke ingelijst wordt met een diepzwart rouwrandje. Godspeed You! Black Emperor slaat genadeloos toe, het kolossale monster heerst als een onoverwinnelijk paard van Troje met het veelvoud aan slagvaardige muzikanten.

Godspeed You! Black Emperor - G_d's Pee AT STATE'S END! | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Gold Panda - The Work (2022)

poster
3,0
Waar ligt de grens tussen ambient new age en electronic dancebeats? Hoe stimuleert een producer van mindfulness muziek zichzelf om zijn eigen positivisme en negativisme een passende plek in zijn muziekstukken te geven? Moet je zelf niet door een berg aan teleurstellingen worstelen om vervolgens abstracte zelfhulp melodieën te reproduceren? Die kern moet toch ergens zijn oorsprong hebben? Onbeantwoorde opdringende vragen waarop ik niet zozeer een antwoord verwacht, maar die hier wel mijn gedachtegang kruizen. The Work is niet zozeer een uitgedokterd werkstuk of een vormloze mechanische zon, The Work is een studieobject, maar biedt tevens financiële onafhankelijkheid. The Work is werk, tenminste wel voor de Britse elektronische wonderkind Derwin Dicker.

Onder zijn alias Gold Panda brengt hij naar een stilte van zes jaar zijn vierde plaat uit. Die stilte is er niet voor niks geweest, die stilte ontstaat er als zijn gezinssituatie compleet verandert. Het vaderschap biedt behalve zoveel moois ook zoveel twijfel. Alle zekerheden veranderen in onzekerheden, al het opgebouwde stabiliteitscredit wankelt. Het verantwoordelijkheidsgevoel beantwoordt zich in stress, spanningen en depressies. Therapeutisch tot jezelf komen, en vanuit die leegte op ontdekkingstocht gaan. De clubhouse en junglerave invloeden zijn veelal zorgvuldig geëlimineerd, waardoor het net nog wat puurder en soberder aanvoelt. Het zijn vooral die voorliefde voor Japan en zijn universitaire Oriëntale en Afrikaanse studie die hier de overhand hebben. Misschien moeten we het eens afleren om de muzikale oorsprong tot het westen te beperken, en juist vanuit de beginselen van de reinigende meditatie te werk gaan, en die liggen dus niet in het overspannen overhaaste rijke kapitalisme, maar meer richting de voedende navel van de aarde.

Swimmer staat met zijn krakende ruis gelijk aan het verleden. Het exotisch gekletter trekt je die onzichtbare diepte in. Het kristalheldere The Dream maakt je daadwerkelijk een deelgenoot van het proces. Proestend en stotend houdt Gold Panda amper zijn hoofd boven water. De fragmentarische verkniptheid probeert zijn leven te stabiliseren. Hypnotiserende herhalingstechnieken laten hem hulpeloos kopje ondergaan. The Corner begrijpt net als Moby’s Play het belang van onze muziekgeschiedenis. Je hebt die oudheid nodig om iets nieuws te creëren, en daarmee doen deze twee grootheden in principe hetzelfde als hoe de rockgeneratie jaren geleden de blues een dominante plek in de sound toekenden. Alleen is het daar vanzelfsprekend, en wordt het hier veelal als goedkoop vermaak beschouwd. Op diezelfde wijze introduceert Gold Panda de jazz in het Oosters filmische The Want.

Met de dansbare technodisco stamper I’ve Felt Better (Than I Do Now) benadrukt Gold Panda zijn veelzeggende clubhouse verleden. Een aangenaam uitstapje waarmee hij de hedendaagse luchtige relationele overlevingskansen in zoveel geluk en welvarendheid stopt en eenvoudig die duistere bestaansschimmen tot de achtergrond verdringt. Staat het dreigende Plastic Future nou voor de overstromende plastic oceaansoep of juist voor de nietszeggende hersenloze toekomst? In iedere geval genoeg stof om over na te denken. Dierlijke hulpbehoevende noodkreten uit de diepte mengen zich in een stollende gekleurde breismurrie en laten de track tegen de geluidsgolven wegebben.

New Days of the new age, de tederheid van levendige pianoklanken in een overstuur folk schema, waaraan zelfs synthesizers zich wagen. Gold Panda zoekt de oplossingen in de I Spiral weerspiegeling van het jaren tachtig milieuproblematiek vraagstuk, maar eigenlijk wil hij vooral zijn nageslacht geborgenheid en zekerheid bieden. Pas als hij dit alles los kan laten, ontstaat er ruimte voor dat veelzeggende experiment. Arima verfijnt zich en geeft The Work ademhaling en hartslag. Chrome voegt het veelvoud aan knisperende Japanse delicatesse lagen toe, en het berustende Joni’s Room maakt het net wat humaner en persoonlijk eerlijker. Voor de buitenstaander is het een bijzondere ruwe elektroplaat, voor Derwin Dicker een stapje dichterbij zijn prille jonge evenbeeld.

Gold Panda - The Work | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Golden Earring - Contraband (1976)

poster
4,0
Bombay is uiteraard een vette knipoog naar India, waar Barry Hay geboren is.
Muzikaal gezien moet ik vooral door het exotische ritme en het zomers klinkende gitaarspel denken aan Graceland van Paul Simon, al is dit veel stoerder.
Eigenlijk jammer dat ze die lijn niet verder door trekken op het verder prima Contraband.
Eelco Gellink als extra gitarist, en dat hoor je wel terug.
Zouden ze net als The Stones met twee gitaristen willen werken om een meer Rock & Roll geluid te creëren?
Net als Robert Jan Stips op Switch drukt hij hier wel een stempel op het geluid, en ook hier gaat dat wel ten koste van het kenmerkende van de Earring.
Gastmuzikant Bertus Borgers op saxofoon speelt in dienst van de band, en is daardoor een meerwaarde, minder een ego die mede de sound wil bepalen.
Hay, Gerritsen, Kooymans en Zuiderwijk zijn de kern, de eenheid, de sterke ijzeren ketting, en daar past geen gesoldeerd stukje metaal tussen, ondanks de kwaliteiten van genoemde goede muzikanten Stips en Gellink.
Gelukkig zien ze dat later zelf ook in.
Het einde van Con Man lijkt trouwens wel heel sterk op Both Ends Burning van Roxy Music, welke een jaar eerder verscheen.

Golden Earring - Cut (1982)

poster
4,0
Golden Earring was de eerste band waar ik als kind fan van ben geweest.
Na de Kinderen Voor Kinderen periode zaten mijn mede negenjarige klasgenoten in hun Doe Maar fase.
Ik snapte daar dus niks aan.
Wat was er dan zo stoer aan Doe Maar.
Ze konden helemaal niet dansen, en die Hennie Vrienten deed zo raar met zijn stem.
En het Nederlandstalige zingen klinkt zo dom.
Barry Hay was veel ruiger, en die kon zelfs in het Engels zingen.
Ik hoorde bij Toppop Twilight Zone van Golden Earring, en dat was pas echte muziek.
Die gasten hadden mooie zonnebrillen en een clip met pistolen en mooie meisjes.
Ook de opvolger The Devil Made Me Do It, maakte veel indruk.
Geen benul waar over gezongen werd.

Mijn vader vond het ook cool; hij had zelfs een paar elpees van Golden Earring, en ook daar stonden mooie nummers op.
Rader Love en She Flies On Strange Wings.
Maar ik wilde liever de plaat met die door geschoten kaart.
Dat album heette ook nog Cut, en dat betekende iets heel erg vies.
Al wist ik natuurlijk nog niet wat.
Dus samen met mijn vader naar de plaatselijke platenboer.
Daar mijn eerste echte album gekocht, met tevens een paar buttons voor op mijn spijkerjas.

Cut viel niet tegen; het album is letterlijk grijs gedraaid.
De versie van Twilight Zone
duurde maar liefst 8 minuten, en dit was niet eens een remix.
Er werd echt een stuk toe gevoegd aan het nummer.
Alleen dat gedoe om die naald telkens op de juiste groef te krijgen.
Eeuwig die laatste tonen van Lost And Found.
Ik snapte maar niet waarom hier op de b-kant niet mee geopend werd.
De a-kant deed dat wel met het beste nummer van die zijde.
Nog steeds blijf ik de langere versie beter vinden.
Mooi gitaarwerk, en die herhalende baspartijen toewerkend naar een climax.
Al klinken de drumpartijen nu wel erg blikkerig.
Terwijl Cesar Zuiderwijk live laat horen tot de betere drummers te horen.

En de rest van Cut?
Het is behoorlijk gericht op de Amerikaanse markt.
Twee aardige zangers, waarbij George Kooymans een mindere uitspraak heeft.
Muzikaal een prima op elkaar ingespeelde band.
Voor mij klinkt het nu allemaal vrij toegankelijk, maar ik kan me nog goed een voorstelling van maken dat dit vroeger een grote impact op mij had als bijna tienjarig jochie.
Maar dat had Grease op mij een paar jaar eerder ook.
Toen was John Travolta de stoerste man ter wereld.

Golden Earring - Golden Earring (1970)

Alternatieve titel: The Wall of Dolls

poster
4,0
Barry Hay deed in zijn biografie wat minder over zijn dwarsfluit spel, zal wel niet Rock & Roll genoeg zijn, maar het is een verfrissende aanvulling bij het rockende geluid.
Muziek uit mijn ouders jeugd, denkend aan de verfilming van Turks Fruit van Jan Wolkers.
Hier staat Nederland voor, wij hadden geen Woodstock nodig om het vrije gevoel uit te stralen, hier is dat altijd meer aanwezig geweest dan in de Verenigde Staten.
Daar werd er voor gestreden, hier kwam je het letterlijk op straat tegen.
The Wall Of Dolls is een huwelijk tussen hippies en rockers, fietsend over De Wallen met een joint in de mond, niet omdat het hier kan, maar gewoon omdat het de gewoonste zaak van de wereld was.
Geen plastic nep Barbies, maar gemaakt van klei.
Puurder waarschijnlijk.
Begrijpelijk dat ze zich steeds meer op Amerika gingen richten, meer volk zou een grotere afzetmarkt kunnen betekenen.
Maar nog meer dan Seven Tears ademt deze plaat het Hollandse gevoel uit, ik heb steeds meer het gevoel dat die dwarsfluit daar een grote rol in speelt.
Dan kun je denken, Jethro Tull deed het ook, en die komen uit de UK.
Die klinken net wat minder stoer, en moet ik altijd aan Catweasel en Robin Hood denken.
En Focus dan?
Maar die vermengden meer klassieke elementen in hun rockmuziek.
Misschien heeft dat typische Nederlandse er wel voor gezorgd dat ze internationaal gezien ondanks de hits nooit definitief door braken.
Jammer, maar een mooie eigen sound tot resultaat.

Golden Earring - Moontan (1973)

poster
4,0
Eind jaren 60, begin jaren 70 hadden ze het regelmatig over het volgende fenomeen.
Supergroep.
Je stopt een groep ras muzikanten bij elkaar, laat ze samen jammen, en kijkt wat daar uit voort komt.
Er daar ligt voor mij juist het probleem.
The Jimi Hendrix Experience, Focus, Cream en Blind Faith zijn duidelijke voorbeelden.
Alleen live willen ze allen laten zien wat ze in huis hebben, en krijg je een soort van freak show, waarbij uiteindelijk de structuur van de songs ver te zoeken is.
De een vind dit geweldig, de ander kan er weinig mee.
Meestal hoor ik bij die laatste groep.
Vanwege de ego’s vallen deze bands vaak snel uit elkaar.
Voor mij zijn er echt wel supergroepen, bands waarbij de balans zeker aanwezig is, en er sprake is van echte nummers doordat men elkaar perfect aanvoelt.
Queen, Led Zeppelin, Fleetwood Mac (in vrijwel elke samenstelling) en Pink Floyd, hebben die kracht.
Bands die durven te ontwikkelen, zonder dat de kwaliteit verloren gaat.
In Nederland heb je een duidelijk, vaak onderschat voorbeeld.
Golden Earring.

Radar Love werd niet voor niks internationaal een grote hit; nog steeds een klassieker.
Het heavy gitaarspel van George Kooymans, de locomotief achter de drums Cesar Zuiderwijk, het stuwende bas spel van Rinus Gerritsen, en de klasse zang van Barry Hay.
Live kan het in alle variaties gespeeld worden, en hier past een drumsolo weer wel tussen.
Zelfs jaren later staat het nog als een huis.
Versterkt of unplugged.
Alles komt telkens weer mooi samen, en blijft hij als song prima staande naast een Gimme Shelter, Child In Time en Whole Lotta Love.
Vervolgens werd gekozen voor een toevoeging van muzikanten als Eelco Gelling en Robert Jan Stips.
Toch bleek dat ondanks hun talenten dat ze niet pasten tussen de sterke basis van Golden Earring.

Moontan, met de Roxy Music achtige hoes.
Opent al prachtig met Candy’s Going Bad.
Wat heeft het intro veel weg van het latere Rockin' in the Free World van Neil Young.
Op de zang na zou het zelfs bijna een Pearl Jam lied kunnen zijn.
Nirvana noemde al Shocking Blue als voorbeeld, zou Moontan ook in de platenkast van verschillende grunge bandjes hebben gestaan?
Misschien is de Hollandse invloed groter dan verwacht in het heersende jaren 90 gitaargeweld.

Are You Receiving Me heeft nog dat psychedelische intro uit de tijd van Eight Miles High, The Wall of Dolls en Seven Tears.
Geweldig hoe die saxofoon er bij komt, maar nog gaver is de overgang naar de bas van Gerritsen.
Dit is niet zo maar een jamsessie, volgens mij is er echt wel over elke noot na gedacht, zo komt het wel op mij over.
De opbouw doet mij ook denken aan The End van The Doors.
Zou deze in plaats van Radar Love als single worden uitgebracht, dan zou die waarschijnlijk bijna net zo succesvol worden.
Goed dat er niet werd gekozen, om hiervan alsnog een single te maken, dan zou je twee nummers achter elkaar hebben, die wel heel veel vergelijkingen met elkaar hebben.

Het intro van Suzy Lunacy (Mental Rock) lijkt op het latere Don’t Stop van Fleetwood Mac; helaas is het begin echter het sterkste van het hele geheel, vervolgens dat Waterloo achtige gebeuren (ABBA) hoeft voor mij niet zo nodig.
Ach, glamrock rules, zullen we maar zeggen.

Just Like Vince Taylor zou prima op Exile on Main St. passen.
De invloeden van The Rolling Stones zijn hoorbaar, en Golden Earring komt er prima mee weg, al heb ik niet het enthousiasme wat veel Earring liefhebbers wel hebben.
Voor mij samen met Suzy Lunacy (Mental Rock) de minste van Moontan.

Afsluiter The Vanilla Queen maakt alles weer goed.
Mooie opbouw, met weer een prachtig tussengedeelte van George Kooymans.
Akoestisch, en vervolgens uitgalmend in versterkt spel.
Het Whole Lotta Love achtige gedeelte inclusief echo’s hadden ze echter wel weg mogen laten.
Dat Alan Parsons einde waarbij het lijkt dat er een heel orkest zit, komt zeer goed uit de verf.

Na She Flies On Strange Wings en hun bewerking van Eight Miles High laten ze op dit album duidelijk horen, prima uit de voeten te kunnen met langere stukken.
Later zullen ze het nogmaals doen op Cut, want de studioversie van Twilight Zone is uiteraard beter dan de ingekorte single.

Golden Earring - Prisoner of the Night (1980)

Alternatieve titel: Long Blond Animal

poster
3,5
Een recht toe recht aan plaat, nog wel gericht op de Amerikaanse markt, maar dat vond ik zelfs met Cut en N.E.W.S. nog het geval.
Wat steviger rockend allemaal.
Vergelijkbaar met het werk van Herman Brood in deze periode.
Long Blond Animal is op en top Barry Hay is zijn rol van vrouwen versierende frontman, nog veel meer dan When The Lady Smiles, en die rol is hem hoe dan ook op het lijf geschreven.
Niet de meest knappe man, maar dat hij een grote aantrekkingskracht op de vrouwtjes heeft, geloof ik gelijk.
Het tempo zit er goed in, geen tijd om tot rust te komen, en het swingt van alle kanten.
Ik hou er wel van, maar ik kan mij goed voorstellen dat men het wat eenzijdig vind klinken.
Het titelnummer is wat trager en dreigender, hoor deze nu voor het eerst; wel lekker hoor!
Toch zijn de teksten soms niet zo sterk, net als de zang, maar muzikaal wel prima, maar opvolger Cut bracht ze terecht weer terug op de voorgrond.

Golden Earring - Seven Tears (1971)

poster
4,0
Mijn eerste lp van Golden Earring was Cut; helemaal geweldig, met die lange versie van Twilight Zone.
Bleek dat mijn vader ook verschillende albums had, namelijk On the Double, Eight Miles High, The Wall of Dolls en Seven Tears.
Die eerste kreeg ik van hem, van de overige moest ik dan wel afblijven.
Dat was de enige met Sieb Warner als drummer, op de overige albums was die rol voor Cesar Zuiderwijk.
Tussen de platen stond ook Livin' Blues - Hell’s Session, waar hij ook op drumde; zei mij toen niks, maar de hoes kwam mij bekend voor.
Waarschijnlijk is mijn vader de Earring gaan waarderen door Zuiderwijk, en had hij weinig met Warner.
Van On the Double draaide ik voornamelijk Just a Little Bit of Peace in My Heart, maar echt vaak draaien deed ik hem niet, eigenlijk was ik dik tevreden met Cut.
Later vrijwel alles uit mijn vaders platenkast gedraaid, maar van zijn Golden Earring platen bleef ik af; waarschijnlijk zou hij er geen moeite mee hebben gehad, zo voorzichtig was ik wel, maar ik hield mij aan de afspraak die ik als 10 jarig jochie had gemaakt; niet aan zijn elpees van Golden Earring komen.

Golden Earring van de klassieker Radar Love.
Eigenlijk paste Radar Love helemaal niet echt tussen de klassiekers; Child In Time van Deep Purple, Shine On Crazy Diamond van Pink Floyd en ook Stairway To Heaven van Led Zeppelin hadden veel symfonische invloeden, Radar Love is gewoon meer Rock & Roll.
Als er een plaat van Golden Earring duidelijk tussen deze nummers past, dan is het wel She Flies On Strange Wings.
George Kooymans die net als Robert Plant en Ian Gillan die hoge tonen goed kan halen; het kenmerkende orgeltje van Deep Purple en Pink Floyd zit er in, net als de stuwende bas van laatstgenoemde; begeleid door een meesterlijke drummer.
Als gitarist is Kooymans, zeker bij dit nummer niet minder dan Page en Gilmour, aangevuld met een verrassende bigband achtige saxofoon van Bertus Borgers; en dus niet Barry Hay; zoals in de clip; die wel met zijn kenmerkende stem de boel aan elkaar lult.

Is de rest van Seven Tears; want op dat album staat dit nummer, ook zo goed?
Ja, eigenlijk wel, net zoals bij eerder genoemde bands is er een goede afwisseling tussen rustige stukken zoals Silver Ships en Hope, met hier wel Hay als dwarsfluit speler en meer rockende stukken als het Led Zepelin; oldschool Queen achtige The Road Swallowed Her Name en You're Better Off Free, waar ik in het gitaargedeeltes van beide nummers de hedendaagse band Dewollf in terug hoor; fijn dat die hun Nederlandse klassiekers wel kennen, en blijkbaar wel van hun ouders de kans kregen om dit album te luisteren.
Oké This Is the Other Side of Life is wat vreemder en afwijkender, neigt zelfs soms iets wat naar Bowie en The Beatles, maar ook zeker niet minder.
Waarom staat een plaat als deze dan niet in de bekende lijstjes?
Waarschijnlijk te onbekend bij een groter publiek en het nadeel dat het een Hollands product betreft; internationaal gezien stelt ons kikkerlandje bar weinig voor.
Nu ben ik wel benieuwd of Eight Miles High en The Wall of Dolls ook van mij deze status toebedeeld zullen krijgen, want Seven Tears heeft mij aangenaam verrast, al steekt She Flies On Strange Wings er wel duidelijk boven uit.

Golden Earring - Switch (1975)

poster
3,5
Veel meer richting hardrock en op de Verenigde Staten gericht, inclusief Herman Brood achtig koortje al gelijk in Intro: Plus Minus Absurdio.
De Earring was hier dus eerder in.
Love Is a Rodeo heeft opvallend veel gelijkenissen met Higher Ground van Stevie Wonder.
Zeker, de nodige Soul en Funk invloeden zijn hoorbaar.
Of dit vooral door Robert Jan Stips komt, weet ik niet, maar misschien is dat wel het geval.
Iets ander geluid als voorheen, en het leverde niet het gehoopte succes en doorbraak op.
Is dit dan een mindere Earring plaat?
Nee, wel duidelijk een stuk swingender dan wat we van ze gewend waren.
Het rockende van Radar Love hoor je uiteraard ook terug, zou dom zijn om de sound van je hitsingle te negeren, of zou het juist een goede zet zijn geweest?
(Kill Me) Ce Soir wijkt af van de rest, een duister, zwaar nummer, met de tragiek in opbouw en tekst, wel het beste wat er op Switch staat.
Ik zou er niet van staan te kijken als deze voor de basis is gebruikt bij latere songs als Twilight Zone en Clear Night, Moonlight.
Tons of Time vind ik het minste, een zwak The Doors (Alabama Song (Whisky Bar)) achtig probeersel.
Wel hoor je hier toevallig weer wel de basis van Stips latere werk bij The Nits in terug.
Voor mijn gevoel meer een Stips nummer, dan een Golden Earring nummer.

Golden Earring - The Hole (1986)

poster
3,0
Na het onverwachte succes van Cut(Twilight Zone) en N.E.W.S ( When The Lady Smiles) kwam The Hole.
Letterlijk en figuurlijk het zwarte gat.
Het succes was weer voorbij, ik denk dat men geen behoefte had in het swingende They Dance.
Het deed net wat gedateerd en oubollig aan, maar ook ik begrijp niet waarom het donkere Quiet Eyes niet wist te scoren.
Volgens mij verscheen de single in vier varianten, elke met het hoofd van een ander bandlid, ik had die met Rinus op de voorkant.
Prima clip van Anton Corbijn, die blijkbaar de nodige centen heeft gekost.
Maar ik denk dat de combinatie Dick Maas en Golden Earring beter beviel.
En om eerlijk te zijn, Maas was mede verantwoordelijk voor het terugkerende succes; hoe er ook over zijn clips werd gesproken; spraak barend waren ze zeker, of het nou positief of negatief was.
Ik vind dat de muziek ook niet heel sterk over komt; het lijken wel aan elkaar geplakte stukken van ouder werk, zeker bij een Fatal Flowers achtig nummer als Save the Best for Later.
Why Do I zou later wel zijn waardering krijgen, de unplugged versie op The Naked Truth sloeg veel beter aan.
Terecht trouwens, want dit is echt wel een van de betere Golden Earring nummers, vooral het baswerk van Rinus steekt er ver boven uit; op de rest van de plaat lijkt hij wel onzichtbaar.
Het zou een betere afsluiter zijn dan het zwakkere Shout in the Dark.
Love In Motion is wel weer bar slecht; bijna Stock, Aitken & Waterman achtig.
Aan de productie ligt het niet; het vette geluid past wel bij Golden Earring; The Rolling Stones gebruikten het in deze periode ook; leg Have a Heart maar eens langs One Hit (To the Body) van Dirty Work; ook uit 1986, al werd die plaat ook niet echt goed gewaardeerd.
Al hoor je wel dat de producer een achtergrond als drummer heeft, net als Phil Collins legt hij die sound terug in zijn werk; duidelijk voorbeelden zijn Jane Jane en het begin en einde van Jump and Run.

Goldmund - The Time It Takes (2020)

poster
3,5
Als de wereld begin dit jaar tot stilstand komt, pakt de natuur die mogelijkheid aan om de bloedende wonden te helen. Er is meer rood en geel te ontdekken langs de kant van de weg, en de bossen lijken groener dan ooit tevoren. De lente kondigt nog steeds het nieuwe leven aan, een proces welke zich niks aantrekt van de corona stilte die wordt afgedwongen. Stilte die ook terug te horen is op het indrukwekkende The Time It Takes van Goldmund.

Goldmund is de instrumentale uitlaatklep van de geschoolde pianist Keith Kenniff, die samen met zijn vrouw Hollie enige naamsbekendheid opbouwt met het dromerige indie synthpop gezelschap Mint Julep. 2020 vraagt simpelweg om de berustende klanken van Goldmund, een soundtrack waarbij stil gestaan wordt bij de mooie spiegelzijde die deze moordende tijd met zich meebrengt. Een rouwproces waarvan niemand nog weet wanneer er een einde aan het leed komt. Het verlies van een weggegeven pandemie jaar. Een onwaarschijnlijk droomscenario van een onvoorspelbare wereld welke waarheid is geworden.

De aarde ontwaakt in het retro klassieke ambient werkstuk Day In Day Out om in ruststand de vermoeide piano te laten ademen. Meesterlijk hoe hier in een paar minuten tijd zoveel verlichtende schoonheid zich openbaart om de sprankeling in het leven terug te brengen. Een aankondiging welke later zijn bevestiging krijgt in het dwarrelende momentopname For a Time. The Time It Takes is een seizoenenplaat, Die aftrapt in de hoopvolle lente, een vervolg krijgt in de leegte van de hete zomer, de onstuimige herfst opzoekt, om uiteindelijk bevroren de winter in de kille koude ogen aan te staren. Alleen een piano lijkt in staat om als instrument dit vorm te geven.

De accenten liggen in het stampende houten pedalen van een harmonium die tegendraads het ritme verzorgt in Of No Other en als roeispanen The End over licht golvende sfeerklanken begeleid, de blikken nagalm in Abandon en het filmische karakter van het onaardse bevrijdende Pavane. Toewijdende karakterschetsen die al druppelend hun weg naar buiten vinden. De onderhuidse spanning van For Old Times en Rivulet is het dreigende onweer, welke het moment afwacht om daadwerkelijk toe te slaan. Een tornado die op de achtergrond van The One Who Stands By al gevaarlijk met traporgel gekreun rondcirkelt.

Het zwaar duistere industriële The Valley in Between laat de meer donkere kant van dit genie zien. Met de gedachte dat er naar een geruststellend einde wordt toegewerkt, laat juist Goldmund ons kennis maken met de stervende oerkreten van de aarde, om uiteindelijk te verdwijnen in het grote oneindige zwarte gat zonder het voorspelbare licht aan het einde van de tunnel.

Goldmund - The Time It Takes | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Goodbye, Kings - The Cliché of Falling Leaves (2022)

poster
4,0
Er zijn genoeg muzikanten die zich aan een seizoenalbum wagen, maar om nu de vier jaargetijden in een enkele plaat onder te brengen is een lastige opgave. De Italiaanse componist Antonio Vivaldi legt de lat al 300 jaar geleden gigantisch hoog met het culturele erfgoed van Le Quattro Stagioni, onovertroffen, tijdloos en uniek. Het zal wel in het Italiaanse bloed zitten, de Milaanse progrockers van Goodbye, Kings komen er op hun meesterlijk opgezette vierde album The Cliché of Falling Leaves verrassend sterk mee weg. Een gedurfd concept, waar niet iedereen zich aan kan wagen of aan mag wagen. Instrumentaal, met klassieke invloeden maar met tevens een prominente hoofdrol voor de breed georkestreerde jazzblazers die er een hedendaagse postpunktwist aan geven. Alsof Black Country, New Road sluwe plannen smeedt om A Silver Mt. Zion te reanimeren.

Voor mij begint het ook allemaal bij de herfst, het meest onvoorspelbare, onstuimige seizoen. Het verval en de afbraak, de verbleking van de natuur, het langzaam afsterven en de guurheid. Ook The Cliché of Falling Leaves heeft de vallende blaadjes als beginsel, een jaarlijks terugkomend natuurlijk ritueel, de start en de afsluiting. De cyclus is rond, afgerond, een vicieuze terugkerende cirkel. Onaantastbaar, niet te doorbreken, krachtig als een kettingslot. Zo groot qua opzet zelfs dat er een scherm vullende conceptfilm en gepassioneerde dansers voor nodig zijn om die intensiteit vorm te geven. Ik beperk mij tot het The Cliché of Falling Leaves vinyl, welke voor mij meer dan genoeg overtuigingskracht bezit, en omdat ik zelf die bijzondere totaalbeleving nooit beleefd heb.

De diepdonkere ziel wordt in Part I – Autumn opengescheurd, ruw ontleed en gehavend teruggeplaatst. De schoonheid van de verrotte kern. Naakt en kwetsbaar, zonder beschermende schillen, gepeld en gepijnigd. Onheilspellend, de treurnis der blazers verwoestend weggevaagd door een karrespoor aan egaliserende ambient velden. Zeurend, huilend en in een dichte geluidsmist gehuld. De hardheid van de herfst zoekt verkoeling onder een schuilende piano. De kalmte, de rust, de aarzeling. Een veelvoud aan zwart-witte toetsen die de stilte verdrijven. Davide Boselli roept vanuit zijn basgitaar de meest onheilspellende wezens op om de ritmische freejazz strijd van drummer Stefano Grasso aan te vechten. Part II – Winter, de duisternis, de leegte in dikke verstikkende muzikale sneeuwstormlagen, dekkend opstapelend. Verstrooide elektronica, overspannen klokwijzers welke de tijd een uur terug laten draaien.

Part III – Spring viert niet het nieuwe leven, het zijn juist die ingecalculeerde kansberekeningen. Welk flora en fauna is aan de dood ontsnapt, wie ontwaakt, en wie heeft die eeuwige rust gevonden. Davide Romagnoli pakt zijn momenten, een rockballad zonder zang, zonder geweten, maar wel met zijn prachtige akoestische gitaarspel. Het zuiverende licht ontdooit de zware gemoedstoestand, de vreugde van het overleven. Part IV – Summer is zeker niet bevrijdend.

Strak gespannen slidegitaarsnaren, bloedlink door een dreigende Riccardo Balzarin bespeeld. Postpunk zwartgalligheid, industrial gewelddadigheden, Oosterse psychedelica en verbrandende akkoorden. Verstoorde harmonieën op het breekpunt balancerend om daar snoeihard overheen te tuimelen. Part V – Autumn… Again, de terugkeer van de herfst, nog vernietigender, nog kaler, nog minimalistischer en nog eenzamer. Goodbye, Kings een jaar wijzer, een jaar ouder, zichzelf overstijgend.

Goodbye, Kings - The Cliché of Falling Leaves | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Goose - Endless (2022)

poster
4,5
Dit is de beste plaat die wij ooit gemaakt hebben! Eigenlijk is dit de standaard uitdrukking die een band maakt als ze een nieuw album op de markt brengen. Maar in het geval van Goose zou dit schijnbaar wel kunnen kloppen. Oké, het catchy Bring It On is een prachtig debuut om mee te openen. Lekker springerig, dansbaar en vooral jeugdig. Ondertussen zijn we ruim 15 jaar verder, het popklimaat is veranderd, en uiteraard doet Goose hier vrolijk aan mee.

De jaren tachtig waren altijd al aanwezig, maar nooit zo retro als op Endless. Zelfvertrouwen, daar draait het om, twijfel is de onderliggende boodschap. Onderschat jezelf niet, offer, incasseer en ga vooral dat gevecht aan om beter te worden. Groeistuipen van een band in wording, het verleden overwonnen. Triomfantelijk maken we kennis met een herziende new wave swing. Minder postpunk dan de tijdsgenoten, het accent ligt overduidelijk op de dansbaarheid en houdbaarheidskwaliteitsdatum.

Endless dus, zo tijdloos als die vervloekte unieke eighties sound, waar iedereen zo’n gruwelijke hekel aan heeft, en alweer jarenlang prominent in rewindstatus aanwezig is. Onzin dus, wanneer is daar dan eindelijk die erkenning, wanneer zijn de puristen overtuigd van het feit dat vroeger echt alles beter was. Oh nee, ik formuleer het verkeerd, Goose is juist nu beter. Hoe meer vintage synthesizers in het geluid, hoe pakkender het eindresultaat. Kun je het nog allemaal een beetje volgen? Nee? Lastig toch? Goose heeft een voortreffelijke eerlijke plaat afgeleverd, de zelfkritische houding leggen ze in het titelstuk Endless kwetsbaar op tafel. We overstijgen onszelf, de top van ons kunnen hebben we nog niet bereikt. We Are Endless, We Could Be Better. Zo, dat moest er even uit. Bedankt Goose voor dit persoonlijke triggermoment.

Eerlijk en kwetsbaar dus, laten we het daar voor het gemak maar op houden. Change, soms is er een langere pauze nodig om verdere daadkrachtige stappen te zetten. New wave wordt vaak als te deprimerend navelstarend weggezet, maar dit tijdsbeeld laat wel die innerlijke emoties zien. Geen psychedelisch gemurmel of heldhaftig krachtvoer. Het breekpunt benoemen, de zwaarte, de onrust, de pijn. Eigenlijk alles wat tegenwoordig ook speelt, maar dan zonder die egocentrische isolatie. Change is dromerig, de woorden zijn juist realistisch sterk. En als die gitaren dan toch toeslaan, doen ze dat op het juiste krachtige noise moment. Hierdoor is het stukken duisterder en grimmiger dan die klassieke synthpop bandjes. Dus Endless is geen gemakkelijk te scoren new wave plaat? Endless is absoluut geen gemakkelijk te scoren new wave plaat.

Nou, nu we dat weten mag het geflirt met die heerlijke harde dancebreaks beginnen. Fear Of Letting Go is het mooie samenspel tussen geluidssamplers, elektronica en echte instrumenten. Bert Libeert slaat er op los alsof zijn leven er van af hangt, en overtroeft hiermee die kille drumcomputerbeats. Levendige ademende muziek, gespeeld door levende artiesten en niet door voorgeprogrammeerde robots. Shadowplay, nachtelijk intiem vermaak. Slopend meeslepend, met die vraag beantwoordende achtergrondvocalen. Lege straten, eenzame feestgangers, zichzelf vermakend met ronddansende muurschaduwen. Het huiselijke schimmenspel van een silent disco, zonder danspartner met de zwijgzame eenzaamheid als enige metgezel.

Opzwepend marcheert World Party voorbij. Een openbare uitnodiging tot gelijkwaardigheid. Uiteindelijk verlangt toch iedereen naar die onbeperkte vrijheid. Vrij om mensen te ontmoeten, vrij om te dansen, vrij om te feesten. En waar zijn dan die woorden om dit gevoel weer te geven? Om toch maar even Depeche Mode te citeren; Words Are Very Unnecessary, They Can Only Do Harm. De opstand begint bij die woordloze innerlijke vrede. Zo waar en herkenbaar allemaal. Wegrennen voor de problematiek is zo nutteloos en gemakkelijk. Run Away, maar waarvoor precies? Voor jezelf? Hoe krijg je dan die controle weer terug? Herpakken, dan rennen we samen de toekomst tegenmoet, het verleden achterlatend.

Geduld loont, Make That Sound, disconnect die stroeve grijsmistige atmosfeer. Laat jezelf horen, desnoods met lawaaierige potten en pannen. Goose is hierin wel een tikkeltje voorzichtig, wat luidruchtiger had zeker gemogen. Och, die ontembare scheurende gitaar maakt heel veel goed. Dat soort onvrede overheerst ook op One, geen samensmelting van een gelijkwaardig zielen verhaal, de wantrouwende haat tegen een oneerlijke omgeving centraliseert deze albumtrack. Therapeutische primal scream openbaart zich in het heerlijk opbouwende Rock. Een sfeervol samenspel tussen zachte zang, die genoemde oerschreeuw, hulpeloze industrial noise, hypnotiserende dancetrance en die nagenoeg klassieke begeleiding. Het is bijna cliché te noemen, maar op het einde breken de wolken kapot en laten ze verwarmende zonnestralen door.

De perfecte basis voor de We Are Vibe sensualiteit. Het is zowat verboden liefde erotiek. Mickael Karkousse klinkt oud en volleert, en schuurt gevaarlijk vaderlijk tegen de jeugdige geluidscollages aan. Vluchtige duizelende versnellende interrupties geven die onderhuids spanningen weer om vervolgens badend in onschuld die eindstreep te behalen. Gemakkelijk scoren? Zeker niet! Endless is ouderwetse pop, luchtig maar ook heavy confronterend. De beste Goose plaat? Wie ben ik om dat te beoordelen, waarschijnlijk zegt mijn bevlogenheid meer dan genoeg.

Goose - Endless | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Gorillaz - Gorillaz (2001)

poster
3,5
Eigenlijk gaan Gorillaz verder waar The Clash op hield.
Wereldmuziek met een punk achtergrond waar ruimte is voor een mix tussen Hip-Hop, Reggae en met een Western sfeertje.
De latere samenwerking met Paul Simonon in The Good, the Bad & the Queen geeft ook wel aan dat Damon Albarn een bewonderaar van deze band is.
Later zou er meer Hip-Hop en Soul in hun muziek komen.
Ik vraag mij af of het karakter 2D een vette knipoog is naar Ian Brown van The Stone Roses, vermengt met Liam Gallagher van Oasis.
Ik kan mij goed voorstellen dat dit qua opzet eigenlijk een eenmalig project is, maar door het grote succes er meer albums volgden.
Albarn kon in het begin doen en laten wat hij wilde, maar toen Gorillaz eenmaal hun herkenbare sound hadden ontwikkeld, werd hij weer beperkt.
Soms vraag ik mij af of hij echt wel de rol als populaire superster wilde vervullen, of liever anoniem muziek wil maken.
Eigenlijk heb ik dat ook wel bij de overige leden van Blur.
Gorillaz is vergelijkbaar met New Order en Public Image Ltd.
Voorbeelden van artiesten die (gedeeltelijk) onder een andere naam een goede doorstart maken.
Wel heb ik nog een vraagje?
Is Clint Eastwood een ode aan de (western) acteur of aan de Reggae zanger (Clint Eastwood & General Saint), bekend van hun hitsingle Stop That Train?

Gorillaz - Song Machine, Season One: Strange Timez (2020)

poster
4,0
Toen bij Damon Albarn de Blur vermoeidheid optrad, en de frontman meer dan genoeg had van die continue strijd om bovenaan de hitlijsten te belanden, zocht hij voldoening bij het opgezette hobbyproject Gorillaz, welke uit zou groeien tot dezelfde gewaardeerde klasse als Blur. Na het nog genietbare Plastic Beach volgde al snel de razendsnelle achtbaan naar beneden die met The Fall werd ingezet. The Now Now stagneert de neergaande spiraal, maar wil nog niet de weg naar boven inzetten.

Heeft Damon Albarn nu ook last van dezelfde vermoeidheidsverschijnselen die min of meer de ondergang van Blur betekenden? Met de laatste overtuigende The Good, The Bad & The Queen plaat Merry Land laat hij nogmaals horen dat er geen einde in zicht is wat betreft zijn creativiteit, maar misschien is het Gorillaz verhaal ondertussen wel een keer afgesloten.

Gorillaz teert allang niet meer op de animatiefiguren 2D, Noodle, Murdoc Niccals en Russel Hobbs maar moeten het vooral hebben van de talrijke gastartiesten, die onderhand de richting van de band lijken te bepalen. Het uitgekiende signatuur raakt hierdoor verder op de achtergrond. Sterker nog, Gorillaz karakteriseert zichzelf steeds meer in de rol van begeleidingsband, en legt daarmee de identificerende eigenheid op de weegschaal. Of is dit een geniale schaakmatzet van de alsmaar vooruitdenkende Damon Albarn, waarachter al een plan schuilt voor een veelzeggend nieuw project.

De bloedarmoede bij Song Machine: Strange Timez ligt vooral bij Robert Smith, die clichématig flarden teksten van A Forest, A Strange Day en Lullaby aan elkaar knoopt in een warboel van een verstrikt spinnenweb. Met het weefgerei van de pianoklanken van Caterpillar pakt Damon Albarn de frontman van The Cure machteloos als een cocon in met zijn eigen creatie. Peter Hook staat daarentegen zelf wel garant voor de kenmerkende New Order hooks in Aries die het weemoedige postpunkgevoel oproepen, en alleen al door deze heldendaad plaatst hij zichzelf een voetstuk hoger.

Ook Beck heeft hierin geen sturing nodig. Zijn experimentele funkuitstapjes sluiten perfect aan bij de gedachtegang van de oppergorilla, waardoor The Valley of the Pagans zich ontwikkelt tot een treffende kant en klaar song. Wat is het fijn om op The Lost Chord de warme hoge soulstem van Leee John weer eens te horen. Wie zou in het discotijdperk geloven dat de Imagination zanger ooit nog gekoppeld zou worden aan de symfonische rock samplers van Pink Floyds Shine On You Crazy Diamond.

Nu Elton John vanwege Corona zijn afscheidsconcertenreeks noodgedwongen stop heeft gezet, mag hij nog eenmalig schitteren op The Pink Phantom, al is in de afzwakkende scherpte van zijn zang duidelijk hoorbaar waarom hij een punt achter zijn carrière zet. Het heeft nu iets ontroerends, de ingehouden tranen geven de emoties nog meer diepgang. Een laatste aanblik van de moegestreden leeuwenkoning die zijn rijk contractueel overhandigt aan de jongere apenbende.

Heel even denk je dat Gorillaz in de voetsporen treed van Daft Punk door een ware discoplaat te maken. Met een overdaad aan retro eighties clubsongs vergeet je bijna dat Gorillaz hun roots in de hiphop hebben. Met de heerlijke West Coast achtige gangsta-funk productie van Pac-Man, het radiovriendelijke Dead Butterflies en de door dreampop omgeven ska-jungle van de arbeidershymne Désolé wordt hier gelukkig nog aan terug gememoreerd. Damon Albarn blijft de ceremoniemeester op zijn eigen feestje en is met Song Machine, Season One: Strange Timez weer helemaal terug na het moeizame The Now Now.

Gorillaz - Song Machine, Season One: Strange Timez | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Gorky - Gorky (1992)

poster
3,5
De kracht van het debuut van Gorky is volgens mij grotendeels gebaseerd op het verslag van iemands leven.
Een paar hoogtepunten, maar vooral ook dieptepunten.
Waar we liever niet aan herinnerd willen worden.
Privézaken die we liever ver weg stoppen.
Maar ook vragen waarop geen antwoord gegeven kan worden.
We maakten kennis met Luc de Vos; een persoon die meteen al zijn kwetsbaarheid aan de wereld laat zien.
En gelijk omarmen we deze jongen.
Drinken een biertje met hem in de kroeg, wetend dat hij geen geld op zak heeft.
Het geeft niet, dan maar een extra rondje, zodat je langer van zijn verhalen kunt genieten.
Voor iedereen herkenbaar, maar eigenlijk wil niemand met zichzelf geconfronteerd worden.
Dan maar middernacht eenzaam naar huis lopen, huilend naar de maan.
Luc was een held en loser in een.

Gotye - Making Mirrors (2011)

poster
3,5
Waarschijnlijk is Gotye de laatste eendagsvlieg geweest, nu het tijdperk van hitlijsten langzaam aan steeds meer passe lijken te worden.
Natuurlijk wist Pharrell Williams nog flink te scoren, solo en met Daft Punk, maar dat is een blijvertje.
Gotye heeft met zijn andere project The Basics een nieuw album uit, maar die blijkt nergens op te vallen.
De sterstatus wist hij maar kort te behouden.
Misschien heeft het vooral met Making Mirrors te maken.
Dit album springt alle kanten uit, van wat experimenteler, naar Soul, en dan weer terug naar pop.
Ondanks dat Making Mirrors prima weg luistert, en Eyes Wide Open ook nog regelmatig op de radio voorbij komt, zal Gotye altijd de artiest zijn van Somebody That I Used to Know.
Toen ik dat voor de eerste keer hoorde, dacht ik dat dit een door mij niet opgepakt pareltje was van Sting, ergens uit de jaren 80.
Het heeft een tijdje geduurd voordat het besef door drong dat dit vrij nieuw was.
Heerlijk die samenzang met Kimbra, en dan hoe die bas er vervolgens erg vet in komt.
Nog steeds gaat de radio harder als deze voorbij komt, Making Mirrors pak ik nog maar sporadisch uit de kast.

Grace Cummings - Storm Queen (2022)

poster
4,0
Het beeld van de jeugdige fris ogende Grace Cummings komt niet overeen met haar zware doorleefde gedragen vocalen. De geest van de folky blues vertellingen heeft zich binnengedrongen in de ziel van dit uit Melbourne afkomstige talent en sporen aan hartleed en ander pijnlijk zeer achter gelaten. Bewapend met snikkende oerschreeuw maakt ze de nodige indruk op de drie jaar geleden verschenen eersteling Refuge Cove. Bij opvolger Storm Queen zoekt Grace Cummings tevergeefs naar antwoorden waar ze de hulp van bovennatuurlijke religieuze krachten inschakelt, al ontkent de singer-songwriter dat het geloof een grote rol in haar leven vervuld.

Laten we stellen dat ze teleurgesteld haar zoektocht naar het hemelse heeft opgegeven, toch blijft dat hopeloze verlangen wel in het hees gezongen Heaven aanwezig. Komt de mooiste gospel niet uit frustrerende tegenslagen voort die de levensvragen op Bijbelse wijze een zinvolle invulling geven. Met volle overgave vraagt ze het onbereikbare goddelijke sterrenstelsel om haar kwelgeesten van hun aardse bestaan te bevrijden, want daar op paradijselijke hoogte komen ze meer tot het recht. In de wereld van Grace Cummings is geen ruimte voor dit jammerende onderhuidse verdriet.

Grace Cummings kiest ervoor om in de bloei van haar leven de lente van haar bestaan voor de kilte van de winter op te offeren, die zichzelf in bevriezende schaduwen verhult en het licht als een laatste ademtocht met zich meedraagt. De eenzame reis die als een uitgestippelde Up In Flames wandeltocht het eeuwige vuur uiteindelijk laat doven. Het zware Storm Queen wordt evenwichtiger als treurende strijkers juist de vocale kracht van Grace Cummings openbaren in het stevig gegronde Freak.

Het soepele Here Is The Rose heeft iets traditioneels, en belichaamt de eerder uitgezette stappen van haar veelzeggende beroemde voorgangers. De wereld opent haar ogen in Raglan en het hierop aansluitende Two Little Birds. Als vroeg ontwakende nieuwsgierige dieren voegen zich steeds meer stemmige instrumentalisten bij de ontdooiende zangeres. Toch werkt het geheel toe naar het mineurstemmige titelstuk Storm Queen, waar de klagende baritonsaxofoon de guurheid verstild en laat verzinken in de verleidelijke roep naar verdoemenis. Gitzwart als een gesaboteerde jankende windhoorn die haar vredelievende slachtoffers bedwelmd in serene hypnose.

Het zijn allemaal prachtige dromerige duistere juweeltjes, schitterend in het avondlicht van het grijze schemergebied tussen leven en dood, wanhoop en berusting. Bij Always New Days Always vraagt ze aan de nacht om haar de volgende morgen weer een mooie nieuwe dag te schenken. De onschuld van een slaapliedje met dat angstige gevoel om niet meer te ontwaken. Prachtige engelenzang vergezelt haar op de afgelegde regenboogtreden naar het hoger gelegen paradijs. De weg die uiteindelijk in het bevrijdende tegen de fado dramatiek aanleunende Fly a Kite het voltooide eindpunt bereikt.

Grace Cummings - Storm Queen | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Graham Van Pelt - Time Travel (2018)

poster
3,5
Graham Van Pelt is geen Nederlander, al zou het met zo’n naam best mogelijk kunnen zijn. Deze Canadees uit Montreal heeft de nodige ervaring opgebouwd in de van oorsprong indie rockband Miracle Fortress. Deze psychedelische band heeft de oorsprong in het jaren 60 geluid, al klinkt op hun tweede album Was I the Wave al duidelijk meer dansinvloeden door. Dit vormt ook de basis voor het solo project Time Travel. Beschouw het als een geschiedenisles in de dansmuziek. Laat dat het uitgangspunt zijn van deze plaat.

New Friends begint aarzelend en rustig, maar al snel wordt het tempo opgevoerd. Prima mellow zang die bij het ambient sfeertje past. En zo belanden we met de tijdmachine in de een of andere after party in een club in Londen halverwege de jaren 90. Iedereen is aardig, door de nodige drugs een gemaakte wereld vol met nieuwe eendagsvrienden. Al floating in space vallen we binnen in een ander feestje, waar de tribal percussion uitnodigt tot dansen. Door de donkere baselines weet je dat je weer een kleine stap verder terug bent gegaan in Release Yourself. Meer variatie in de zang, welke nog wat eighties vibes in zich mee draagt. Het zeer ritmische Saving Grace heeft dezelfde werking als Reggae, minder opgefokt en de bas houdt je hier staande, bijna stonede muziek, met iets van een wekker tegen het einde. De stap naar dub is dan gemakkelijk gemaakt, en volgt ook in Out Of This World. De keyboardklanken en tevens zang lijken ook beinvloed te zijn door de synthpop uit de jaren 80. Mooi hoe die robotgeluiden het als de Cylons uit Battlestar Galactica proberen te domineren.

Vanishing Point voegt weinig toe, maar stuitert wel lekker om je heen. Gelukkig krijgt de bas hier hulp van lekkere weirde geluidjes, en een drum die als een op hol geslagen antieke typemachine er doorheen ratelt. Meer variatie in het titelnummer Time Travel, al blijft het wel een mix tussen zang die gericht is op de New Wave met beats van tien jaar later. De warmte in de donkere stem sluit zich wel aan, en is minder kil dan wat veel acts uit het Koude Oorlog tijdperk produceren. Graham Van Pelt heeft natuurlijk de nodige ervaring opgedaan in Miracle Fortress, en die veelzijdigheid hoor je vooral in de zang terug. Een stuk minder klinisch dan veel hedendaagse elektronica acts. One Thing gaat meer down to earth, gevoeliger door de begeleidende keyboard, die hier een ondergeschikte rol in het geheel heeft in de sterk gezongen track. Zo klonken de op meer inhoud gerichte postpunkbandjes jaren geleden ook. Absoluut het hoogtepunt van dit album, zeker door de mooie gevarieerde loop naar het einde toe. Heb je hierna nog een Mountainside nodig? Toch wel, het is met de rustige sfeer wel degelijk een afsluiter, het ultieme eindpunt.

Time Travel geeft vooral inzicht in de dance uit de jaren 90, gecombineerd met de synthesizer sound uit de periode die hieraan vooraf ging. Verwacht je uitstapjes richting disco en harde funk, dan word je teleurgesteld. De naam is niet helemaal juist gekozen. Nu spring je niet de hele tijd heen en weer, maar is er genoeg tegenwicht.

Graham Van Pelt - Time Travel | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Gram Parsons - GP (1973)

poster
3,5
Gram Parsons was blijkbaar goed bevriend met Keith Richards, en zijn invloed moet ook groot zijn geweest op het album Exile on Main St.
De aftakeling van Parsons tijdens dit opnameproces, met indirect later zijn dood tot gevolg deed Richards blijkbaar meer dan die van Brian Jones.
Dan wordt het voor mij ook tijd om mij in Gram Parsons te verdiepen, maar mij doet het verder weinig; hoor er ook geen Stones in terug.
Voor mij is dit standaard country, ik mis het dreigende van Johnny Cash, en het western sfeertje van Eagles.
Ook zogenaamde nazaten als Wilco en Ryan Adams hoor ik niet terug.
De link tussen stoere rocker Richards en farmer Parsons kan ik niet leggen, en dat farmer bedoel ik niet verkeerd.
Voor mij heeft het leven en de uitvoering van Cash veel meer raakvlakken met Richards.
Ik kan als postpunk liefhebber ook goed bevriend zijn met iemand die wekelijks los gaat op techno party’s, maar het verbond tussen The Stones en Parsons hoor ik niet.
Mijn muziek is het niet, al is er ook voor mij meer dan genoeg country en Americana die ik wel kan waarderen.
Misschien komt het gevoel ooit nog, bij Neil Young heeft het ook jaren geduurd.
Gram Parsons was blijkbaar goed bevriend met Keith Richards, en zijn invloed moet ook groot zijn geweest op het album Exile on Main St.
De aftakeling van Parsons tijdens dit opnameproces, met indirect later zijn dood tot gevolg deed Richards blijkbaar meer dan die van Brian Jones.
Dan wordt het voor mij ook tijd om mij in Gram Parsons te verdiepen, maar mij doet het verder weinig; hoor er ook geen Stones in terug.
Voor mij is dit standaard country, ik mis het dreigende van Johnny Cash, en het western sfeertje van Eagles.
Ook zogenaamde nazaten als Wilco en Ryan Adams hoor ik niet terug.
De link tussen stoere rocker Richards en farmer Parsons kan ik niet leggen, en dat farmer bedoel ik niet verkeerd.
Voor mij heeft het leven en de uitvoering van Cash veel meer raakvlakken met Richards.
Ik kan als postpunk liefhebber ook goed bevriend zijn met iemand die wekelijks los gaat op techno party’s, maar het verbond tussen The Stones en Parsons hoor ik niet.
Mijn muziek is het niet, al is er ook voor mij meer dan genoeg country en Americana die ik wel kan waarderen.
Misschien komt het gevoel ooit nog, bij Neil Young heeft het ook jaren geduurd.
P.S. bij de stem van Parsons moet ik net te vaak aan Nico Dijkshoorn denken, prima schrijver, maar dat zingen moet hij achterwege laten, al zal hij een week lang goed slapen als hij hoort dat zijn naam genoemd wordt bij een recensie van Gram Parsons.

Grandaddy - Sumday: The Cassette Demos (2023)

poster
3,5
Het voelt in 2004 al niet goed meer. Grandaddy continueert het succes met het op The Beatles en The Alan Parsons Project leunende gepolijste Sumday en daarna is het voor Jason Lytle wel klaar. Beter zal het nooit worden en het wat afgeraffelde Just Like the Fambly Cat voelt dan ook als een verplichte vingeroefening aan. De band heeft dan al besloten dat er geen vervolg komt en dat ieder zijn eigen weg gaat. Jason Lytle brengt een tweetal volwaardige soloplaten uit en trouwt met zijn jeugdvriendin. Dat huwelijk houdt niet lang stand. Vijf jaar later schrijft hij het verdriet van zich af, duikt met zijn voormalige collega’s de studio in en de Grandaddy doorstart is een feit.

Het prachtige goed ontvangen persoonlijke Last Place is eigenlijk de gehoopte waardige Sumday opvolger. De gedragen bandspirit is weer aanwezig en levert een geïnspireerd resultaat op. De droom om samen het podium te delen spat uiteen als Grandaddy amper twee maanden later met een ander groot verdriet geconfronteerd wordt. Bassist Kevin Garcia overlijdt plotseling ten gevolge van een beroerte, en ondanks dat de indierockband verschillende pogingen onderneemt om een doorstart te maken, kunnen ze het verlies niet plaatsen en levert het geen nieuwe platen meer op. Toch werkt het gezelschap stilletjes tijdens de lockdown aan een pianoversie om het twintig jarige bestaan van The Sophtware Slump te vieren, en nu gaat dus alle aandacht naar Sumday uit. Het romantische cassette idee, het met beperkte middelen muziek op tape zetten en kleinschalig onder de vriendengroep verspreiden.

Ik deel het enthousiasme van Jason Lytle niet helemaal. Voor de singer-songwriter is Sumday de perfectionering van het Grandaddy geluid. Zelf heb ik meer met dat simpele experimentele geklooi van het lofi Under the Western Freeway debuut, wat de vreemde elektronische gitaarnoise A.M. 180 novelty hit oplevert, en het net zo brutale maar oh zo duistere zorgvuldig in lagen dichtgemetselde The Sophtware Slump opvolger. Maar goed, iedereen heeft zijn favorieten. Sumday: The Cassette Demos valt een beetje samen met de aankondiging dat Jason Lytle een nieuwe Grandaddy plaat in de afrondende fase heeft klaar staan. Allemaal doordacht dus, en een prima marketing verkooptruc om de aandacht op Grandaddy te richten. Toch ben ik benieuwd hoe de rimpelige in zweet gewerkte tracks zonder de gladgestreken botoxbehandeling klinken.

Grappig dat juist die uitgewerkte Now It’s On versie dat gestoorde piano intro heeft, en ze met het geklik juist fragmentarische cameramomenten oproepen. Een geintje waarvan op de demoversie nog geen sprake van is. Ik krijg direct een antwoord op de vraag of de tegendraadse drummende tempoverschillen van Aaron Burtch ingeslopen foutjes zijn, of dat het daadwerkelijk de bedoeling is om hiermee de boel te ontregelen. Nou dat laatste is dus weldegelijk het geval. Toch gaat mijn voorkeur verder weldegelijk naar die pure stevig rockende rauwheid uit, met het koekblikken getrommel en waarbij de gitaar heerlijk het stof uit de versterker wegblaast. Now It’s On neemt afscheid van het verleden, en laat een herboren Grandaddy 2.0 horen, niet alleen muzikaal, maar ook zeker tekstueel.

Het uitgebluste in zichzelf verkerende I’m on Standby krijgt uiteindelijk een sobere spacende injectie, met langgerekte gitaaruithalen welke als demo nog aangenaam akoestisch primitief klinken. The Go in the Go-For-It blijkt oorspronkelijk een teder gespeelde pianoballade te zijn. Zonde dat ze hier van afwijken, en dit opstartpunt vergrabbelen. Grandaddy filtert de emotionele diepgang eruit, elimineert de kracht en maakt er een vlakke song van. Hoe ironisch is een zin als The Songs Cut Out Well That’s When I’d Had Enough dan, als ze zelf een nummer om zeep helpt. Bij de anti materialistische The Group Who Couldn’t Say supersterrensong schrapen ze het grunge randje en de futuristische krautrock er helaas vanaf, waardoor ze het grijs stilleven beeldend inkleuren en ze The Group Who Couldn’t Say het traag dragende effect ontnemen.

Bij heimweesong Lost on Yer Merry Way bewonenen ze de donkere hemellucht juist met schitterende sterren. Daar mis je iets in de sombere setting welke ze vervolgens helemaal rechttrekken. El Caminos in the West heeft dezelfde thematische Englishman in New York betekenis, je als een vreemdeling nergens thuis voelen. Het eindresultaat behoudt de ruwheid, maar voegt er wel een kindvriendelijke vertrouwelijk slaapliedje twist aan toe. Zo kan je een nachtmerrie ook ontkrachten. In de Yeah Is What We Had demo hoor je de opzet van het uiteindelijke licht psychedelisch symfonische Sumday doorheen. Waarschijnlijk doet deze als sleuteltrack dienst. Het trieste Passed out in a Datsun liefdesdrama is de werktitel van Saddest Vacant Lot in All the World waar het piano idee in tegenstelling tot The Go in the Go-For-It intact blijft en zo wel de plaat haalt. Het speels elektronisch Stray Dog and the Chocolate Shake toetsenwerk wijkt amper van het origineel af en memoreert glimlachend aan A.M. 180, al is het nu net een tikkeltje zoutloos te flauw.

In de OK with My Decay dinsdagochtend depressie van het afkickende junkiebestaan versmelt de cold turkey verwarring in het verdovende overwinnende verlangen om high te worden. Mooi om die twee versies naast elkaar te plaatsen. Het dromerige The Warming Sun staat bij de verlatingsangst van een dreigende scheiding stil. Verschillende pianodramatiek, waarbij het uiteindelijke resultaat net wat gemeend oprechter, serieuzer en filmischer van opzet is. Ze draven hierin wel erg door, dat mag gerust wat minder en kaler. De theatrale voorverpakte The Final Push to the Sum zelfreflectie popoperasong is in principe ook al kant en klaar, en hoeft alleen in de soundmagnetron nog ontdooit en verwarmd te worden. Sumday: The Cassette Demos geeft net wat extra inzicht in het opnameproces, maar is niet meer dan het zoethoudertje. Voor mij is de aangekondigde plaat veel interessanter.

Grandaddy - Sumday: The Cassette Demos | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Grandbrothers - All the Unknown (2021)

poster
4,0
Voor lange tijd was het een ongeschreven regel dat men organische klassieke instrumenten zoveel mogelijk uit het zicht van de elektronica hield. Het was bijna onacceptabele heiligschennis om je in te laten met de moderne technieken, omdat deze de ziel uit een muziekstuk zouden halen. Tegenwoordig is het zo ingeburgerd en veelal een verrijking van het geluid, en levert het prachtige eindresultaten op. De driedimensionale benadering voegt meerdere dieptes en lagen toe, die voorheen voor de buitenwereld verborgen bleven.

Op All the Unknown laat Grandbrothers de mediterende helende werking van voorganger Open meer los om nieuwe invalshoeken een ruimdenkende kans te geven om zich te bemoeien met het eindgeluid. De sacrale stilte wordt opgeofferd voor een breder op de elektronica gerichte beleving waarbij de geprogrammeerde soundscapes van Lukas Vogel het geschoolde toetsenspel van jazzpianist Erol Sarp steeds verder naar de achtergrond toe dwingt.

Elektromechanische hamers worden aangestuurd door software en ontleden en hergroeperen hierdoor de mogelijkheden van de piano. Een complexe constructie welke op papier veel weg heeft van de eerste antieke computers, maar als dit apparatuur een soortgelijke evolutieproces te wachten staat, levert het genoeg groeipotentie op. De verfijnende vernieuwende aanpak verbreed hiermee nog sterker het spanningswerkveld van dit in Düsseldorf gevormde experimentele Turks-Duits/Zwitserse duo.

All the Unknown is universeel van karakter en het positivisme laat zich minimaal sturen door de verstikkende natuurverschijnselen die op dit moment de wereld domineren. Het staat ver boven de klimaat wanorde, heersende virussen en milieuproblematiek. Het gaat uit van de drang om dit alles te overleven en er versterkt en krachtig uit te komen. Juist die zintuigelijke schoonheid die de aarde oproept staat hierbij centraal. Het samengaan van oude conservatieve klanken met jeugdige vernieuwingsdrift wat een harmonieus eindresultaat oplevert.

De aarde begeeft zich niet in de afstotende winter van het bestaan, maar juist in de onbekende prille revolutionaire lente van het zuurstofrijke opwaarts stromende Four Rivers. Het stormende Howth laat het verleden in een wervelende verregende klankenkoorts achter om zich op een veelbelovende toekomst te richten. Met een symfonische onderlaag gaat What We See over in ritmisch modern neoklassiek toetsenwerk. Shorelines gaat nog een stap verder en is zelfs speels funky te noemen.

Auberge begeeft zich op het productionele jaren tachtig vlak van ambient goeroe Brian Eno waarbij sferische synths de uiteindelijke richting bepalen. Het mysterieuze Umeboshi introduceert het ontdekkende All the Unknown. Een waar slagveld van indringende uitgebalanceerde donkere postpunk tonen die zich staande houden tegen de geschooldheid van de gedreven Erol Sarp.

De frisheid van het plezierig componeren overheerst en geeft het een opruimende indruk mee. Natuurlijk is Grandbrothers realistisch en ontstaat er ook ruimte voor de meer dreigende onweerswolk Black Frost en aarddonkere futuristische new wave klanken van Unrest welke uiteindelijk overwonnen worden en in de luwte na mogen sudderen.

Grandbrothers - All the Unknown | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Grant Lee Buffalo - Fuzzy (1993)

poster
4,0
The Shining Hour klinkt Brits, terwijl in de VS de ene na de andere gitaarband succes boekt, gaat Grant Lee Buffalo meer de kant op van Levellers en Waterboys, op het laatst lijkt het alsof er een pianoklep wordt dicht gegooid.
Totaal anders dan het overbekende Fuzzy.
Die hoor je wel meer terug in Jupiter and Teardrop, al is de muzikale begeleiding een stuk harder.
Eigenlijk moet ik bij het album Fuzzy steeds meer aan Grace van Jeff Buckley denken; ook uit dezelfde periode, en net zo breekbaar.
Maar Fuzzy is een jaar ouder.
Dezelfde breekbaarheid en de soul van The Afghan Whigs; Gentlemen komt ook uit 1993.
Alleen wordt Fuzzy nooit genoemd in de lijstjes.
Het nummer Fuzzy heeft veel weg van het solowerk van John Lennon, al vind ik het mooier dan alle klassiekers die hij op zijn naam heeft staan.
De mix tussen hard en ingetogen blijft het verdere album prima in balans.
Deze hoort thuis in de Top 250.

Grateful Dead - American Beauty (1970)

poster
3,0
Ik had iets vaags en psychedelisch verwacht, zeer experimenteels.
Meer in de lijn van The Doors en Velvet Underground.
Dit zou de groep zijn van de ultieme jamsessies.
Waarschijnlijk omdat deze band een reputatie had als groot drugsgebruikers en Jerry Garcia gezien werd als een soort van cult figuur.
Grateful Dead werd vaak genoemd samen met een Jefferson Airplane, maar daar proef ik meer het eind jaren 60 gevoel terug; LSD en Vietnam.
Jongeren die zich gaan verzetten tegen de burgerlijkheid.
Dit zit gewoon een beetje tussen Tom Petty en The Eagles in qua sound.
Ook niet te vergelijken met Crosby, Stills, Nash & Young - Déjà Vu of de eerste albums van The Band.
Eigenlijk een stuk truttiger dan ik had verwacht.