MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Booker T. & The M.G.'s - The Very Best Of (1994)

poster
4,5
Een leuk overzicht van het instrumentale werk dat deze huisband van Stax (Sam & Dave, Otis Redding, Eddie Floyd, Rufus Thomas) onder eigen vlag (en naam) maakte. Een unieke band, niet alleen vanwege hun nog altijd heerlijk vette en swingende sound, maar ook omdat het een raciaal gemixte band was, met twee zwarte muzikanten (Booker T. Jones op toetsen en Al Jackson jr op drums) en twee blanken (Steve Cropper op gitaar en –na Lewis Steinberg op de eerste vier nummers– Duck Dunn op bas), op dat moment en in die stad (Memphis) niet bijzonder gangbaar. Deze compilatie bevat 14 A-kantjes en 2 B-kantjes van de 25 singles die de band tussen 1962 en 1973 voor Volt/Stax opnam, inclusief hun drie Amerikaanse top-10-hits Green onions (#3 in 1962), Hang 'em high (#9 in 1968) en Time is tight (#6 in 1969, tevens de enige Nederlandse hit, #7 – is dat niet ook bij Radio Caroline een programma-tune geweest?). Om onduidelijke redenen net niet helemaal chronologisch geordend, maar verder qua annotatie (inclusief vier pagina's tekst) en sound uitstekend, zoals te verwachten valt wanneer het een Rhino-release betreft. Niet al te lang qua speelduur, maar misschien heeft de doorsnee fan er na drie kwartier ook wel weer genoeg van.

Boz Scaggs - Boz Scaggs (1969)

poster
2,0
Even vloeken in de kerk... Eerlijk is eerlijk, ik kan prima horen wat mijn voorgangers hier mooi aan zouden kunnen vinden: een lekker vette begeleiding die goed het midden houdt tussen gelikt en strak, een heerlijke sound en een aangenaam ontspannen sfeertje. Maar zelf hoor ik hier ook vrij onbenullige (en in het geval van Now you're gone zelfs onverdraaglijk vervelende) composities, een opdringerig achtergrondkoortje en een stem die, zoals de Engelsen het eufemistisch uitdrukken, "an acquired taste" is, en persoonlijk heb ik die smaak nog altijd niet verworven. En aangezien er ook bij de twee ambitieuze slotnummers geen vonk overslaat (nee, ook die solo's van Duane Allman en die blazersarrangementen krijgen mij niet opgewonden, en hoewel Sweet release op Van Morrison vooruit lijkt te lopen kan de laatste toch veel beter met die extatische jubel uit de voeten) vrees ik dat deze plaat gewoon niet mijn ding is.

Brainbox - Brainbox (1969)

poster
4,0
Nog steeds een indrukwekkende plaat waarvan vroeger zou zijn gezegd dat ie "on-Nederlands goed" is, en als om dat laatste te bewijzen hadden Akkerman en Van der Linden hierna dan ook even werkelijk een ook buiten Nederland voelbare impact. De eerste kant is koerst probleemloos richting de vijf sterren, met als enige bedenking dat het wel jammer is dat er maar één eigen compositie op staat, maar omdat het niveau van de covers zo hoog is en de variatie zo groot (rock, blues, folk) voel ik dat eigenlijk niet als probleem – zelfs een redelijk standaard bluesnummer als Baby what you want me to do krijgt hier toch een vrij definitieve bewerking. Prachtig werk ook van gastmuzikant Tom Barlage, wat is het toch jammer dat de fluit als solo-instrument met het voorbijgaan van de jaren 70 zo sterk aan belang heeft ingeboet.
        Kant 2 vind ik daarentegen veel minder sterk: Sinner's prayer blijft voor mij alleen maar drijven vanwege de (zoals overal) geweldige zang van Kaz Lux, en die zeventien minuten van Sea of delight zijn voor mij wat te veel van het goede. Je had in die tijd uiteraard wel meer van dat soort lange semi-jams, ik moet zelf aan Do what you like van Blind Faith en Answers? Questions! Questions? Answers! van Focus 3 denken, maar tussen de prachtige melodie van het begin en het einde dwaalt mijn aandacht toch te vaak af bij die weinig interessante solo's, zodat ik eigenlijk de flink ingekorte single-versie prefereer.
        Kortom, ik heb genoeg Esoteric-uitgaves om te weten dat de re-release uit 2011 ongetwijfeld superbe zal klinken, en met de bonustracks heb je bovendien ook nog de A- en B-kantjes van alle singles van de bezetting met Kaz Lux op één schijf (met uitzondering van hun laatste single Virgin / Mobilae, en de omissie van dat instrumentale B-kantje is wel een gemis), maar ik blijf het maar houden bij de To you-compilatie die ik lang daarvoor nog gewoon als CD in de winkel kon kopen toen hij nog "in print" was.

Brainbox - To You (1972)

poster
5,0
Zoals hierboven al gesteld bevat deze compilatie de hele debuutelpee plus de A- en B-kantjes van alle singles die de band in de bezetting met Kaz Lux maakte (hoewel Jan Akkerman en Pierre van der Linden op de latere nummers al niet meer meespelen), met de vermelding dat er van Sea of delight niet de 17 minuten lange albumversie maar enkel de 3 minuten lange singleversie op staat, en dat de chronologie op dit album ver te zoeken is. Omdat ik zelf niet dol ben op die lange versie van Sea of delight heb ik ook niet de behoefte gehad om de uitgebreide Esoteric-re-release van het debuutalbum te kopen, hetgeen ik ongetwijfeld wèl zou hebben gedaan als ik deze compilatie niet al had gehad, want wat hier op staat is van zeldzame klasse, met fantastisch gitaarspel, swingend drumwerk, een lekker stuwende bas en een unieke karakteristieke stem.
        Bizar dat geen van hun acht singles het tot de top-10 van onze nationale hitparade heeft kunnen schoppen (de debuutsingle Down man scoorde met een 13de plaats nog het beste), terwijl de groep ook ná het vertrek van Akkerman nog een paar uitstekende singles heeft gemaakt. Gelukkig is er altijd genoeg waardering gebleven om hun muziek in roulatie te houden, getuige het feit dat er op MusicMeter van deze bezetting (die dus maar één album heeft gemaakt) maar liefst zeven verschillende compilaties staan.
        De tracktijden hierboven zijn zo te zien rechtstreeks van de hoesinformatie overgenomen, maar die tijden verschillen zóveel van de echte tijden dat het album volgens mijn CD-speler geen 67:07 maar 70:30 duurt. En gelukkig staat hierboven ook de juiste titel van het éénnalaatste nummer, in tegenstelling tot het hoesje dat Mobilea vermeldt.

Brand New - The Devil and God Are Raging Inside Me (2006)

poster
3,5
In Amerika is dit kennelijk behoorlijk groot, want als ik op wikipedia kijk zie ik dat na hun onsuccesvolle debuut de vier daaropvolgende platen daar achtereenvolgens de plaatsen 63, 31, 5 en 1 van de albumcharts haalden. Zelf had ik hier nog nooit van gehoord totdat ik er door een vriend op geattendeerd werd, maar het rare is dat ik bij Millstone, Jesus en Not the sun onmiddellijk het idee had dat ik die nummers al (veel) vaker had gehoord. Ik kan nog steeds niet thuisbrengen waar dat het geval kan zijn geweest, maar ondertussen ben ik als nieuwkomer wel overtuigd geraakt van de kwaliteit van deze plaat. Tijdens het draaien komen de namen van een half dozijn andere bands ongevraagd bij me binnen (met name Nirvana vanwege de dynamiek, Linkin Park vanwege de schreeuw en Weezer vanwege de lekker volle sound), en de gewoonte om de rustige stukken zodanig te brengen dat de luisteraar gewoon kan gaan zitten wáchten op de emotionele explosies kan ik niet meer zo goed hebben, maar gelukkig staan er ook genoeg nummers op waarbij ze een andere structuur hanteren, en bovendien grossieren ze in sterke melodieën, altijd een pluspunt. Een sterke en warmbloedige plaat.

Brian Eno & David Byrne - My Life in the Bush of Ghosts (1981)

poster
3,5
Bizarre geluiden uit ver weg klinkende synthesizers, Daniel Lanois-achtige sfeergitaarpartijen, moeilijk identificeerbare percussie-instrumenten, vervormde stemmen, opnames van half hysterische inbellers of radio-predikanten, zangpartijen in een onbekende taal van zangers uit Oosterse toonstelsels, en dat alles gefilterd door de muzikale ontvankelijkheden van twee muzikanten die bereid zijn om alles te proberen – en op de één of andere manier levert deze bijna abstracte insteek toch muziek met een hoge draaibaarheidsfactor op. Ik kan hier beter naar luisteren dan naar Remain in light, dat bij mij nooit is ingedaald, hoewel zo halverwege de tweede plaatkant de koek wel een beetje op is. En ik ben er nog steeds niet aan gewend dat op mijn CD niet Qu'ran maar Very, very hungry op The Jezebel spirit volgt.

Brian Protheroe - Pick-Up (1975)

poster
4,5
Brian Protheroe (1944-) is een gewaardeerde Engelse acteur die actief is bij toneel, televisie en film, zij het zonder opvallende rollen in internationaal succesvolle hits of series. In de jaren 70 maakte hij echter ook een drietal serieuze popelpees, waarvan deze Pick-up de middelste en leukste is. De plaat bevat elf nummers, de ene helft door Protheroe in z'n eentje geschreven, de andere helft samen met Martin Duncan, inclusief diverse stukken uit hun musical-achtige projecten Kino Tata en Lotte's Elektrik Opera Film waar waar ze voor Protheroe's debuutalbum Pinball ook al uit putten. Naast de ritmesectie van bassist Brian Odgers en drummer Barry Morgan (beide top-sessie-muzikanten uit die jaren) speelt Protheroe zelf gitaar, piano en diverse andere aanverwante instrumenten, met incidentele hulp van percussionisten, andere instrumentalisten en zangers.
        Wat de zeer veelzijdige muziek zelf betreft, hoewel sommige tracks te omschrijven zijn als "gewone" klassieke pop met bizar randje zou ik voor de belangrijkste nummers toch de vergelijking met de Bonzo Dog Doo Dah Band, de tweede kant van Abbey Road en vooral 10cc ten tijde van Kevin Godley en Lol Creme willen maken : The good brand band (over een swingend schoonmakerscollectief) en Gertrude's garden hospital (over een excentrieke verzameling psychiatrische patiënten) hebben hun wortels in de Engelse music-hall, Scobo queen is een pastiche op de Amerikaanse jazz-age-swing, Chase chase chase is een soort blue-grass-versie van Rocky Raccoon, en het absolute opus-magnum Pick-up schakelt in de beste traditie van 10cc heen en weer tussen pop, operette, bossa-nova, jazz-age en vervreemdende tussenstemmetjes. Kortom, typische jaren-70-collage-pop waarin diverse muzikale stijlen opduiken, alles stevig verankerd in een sterk gevoel voor pakkende melodieën, verzorgde arrangementen en Protheroe's aangename stem, die soms nog beter tot z'n recht komt in "gewone" ballades als Running through the city (over zijn verblijf in Amerika) en het prachtige liefdesliedje Soft song. Wie tot hier heeft gelezen en alle verwijzingen naar andere bands en artiesten heeft kunnen plaatsen zal weten wat voor vlees hij hier in de kuip heeft.
        Eind jaren 70 kocht ik dit album vanwege de intrigerende hoes op tweedehands vinyl bij een vestiging van Elpee (wie kent die winkelketen nog?) in Den Haag, en in 1996 werd het door het Engelse Basta-label net als Protheroe's twee andere albums (Pinball uit 1974 en I/you uit 1976) op CD uitgebracht. Die uitgave heeft een prima geluid en bevat een fraai tekstboekje met keurige reproductie van de teksten en de credits, plus een kort tekstje waarin Protheroe vertelt over het ontstaan en de opnames van de plaat. Op de een of andere manier kan hij er zich daarin niet toe brengen om enig enthousiasme voor dit album aan de dag te leggen, misschien vanwege al dan niet gesimuleerde bescheidenheid, misschien omdat hij het niet over zijn hart kan verkrijgen om te bekennen dat deze muziek hem inmiddels eigenlijk niet veel meer doet; welke zijn beweegredenen ook mogen zijn, terecht is het niet, want Pick-up is nog altijd een uiterst onderhoudende plaat.

Bruno Mars - Doo-Wops & Hooligans (2010)

poster
3,5
Een soepele stem die zo zoet als honing is maar die waar nodig ook met een mooie melancholische snik voor de dag kan komen in pretentieloze popmuziek die nergens te lang doorgaat, it never outstays its welcome. Our first time doet me teveel aan de zeikerigheid van Michael Jackson denken, en de dubreggae van Liquor store blues doet mij persoonlijk niet veel, maar de rest varieert van vermakelijke tot ijzersterke top-40-popjuweeltjes, en als de héle top-40 van dit niveau was zou je mij niet horen klagen. (Beluisterd in de versie met 12 tracks, met als bonustracks het leuke romantische Somewhere in Brooklyn en de overbodige akoestische-piano-versie van Talking to the moon.)

Buddy Holly - From the Original Master Tapes (1985)

poster
5,0
Misschien inmiddels achterhaald door uitgebreidere compilaties, en wellicht staat niet alles erop (Blue days black nights, Peggy Sue got married, Crying waiting hoping), maar dit blijft toch een geweldige verzameling met een aangenaam en helder geluid. Verder geen informatie over muzikanten of opnamedata, en met producer Norman Petty nog altijd als medecomponist van veel nummers vermeld.
 

Buffalo Springfield - Retrospective (1969)

Alternatieve titel: The Best Of

poster
5,0
B.Robertson schreef:
Stilistisch is deze muziek niet voor één gat te vangen komt het op me over, een breed scala van stijlen.
Zo ervaar ik het ook. Stills levert zowel het politieke For what it's worth als het bijzonder Beatlesque / Byrdsy Go and say goodbye, bij Young waaiert het uit van folk (I am a child) via rock (Mr Soul, waar AllMusic "essentially Satisfaction turned inside out" in wil horen) tot popsuites als Broken arrow en Expecting to fly, en hoewel Furay bij dit geweld enigszins ondergesneeuwd raakt is zijn Kind woman toch ook fraai. Wat al deze onderling zo verschillende nummers en stijlen (en persoonlijkheden?) echter verbindt is een duidelijk gevoel van focus, van doelgerichtheid, van krachtige en (meestal) puntige composities. Ik ken dit album al heel lang, en hoewel ik het zeer waardeer heb ik nooit de behoefte gehad om de drie individuele albums van deze band te kopen, maar onderhand begin ik me toch af te vragen waaróm eigenlijk niet. (Misschien omdat ik er tegen op zie om me daarna ook nog eens in het Manassas- en solowerk van Stills te "moeten" gaan verdiepen? So much music, so little time...)
        Overigens, ik zou het misschien niet direct grappig noemen, maar dat ene couplet van Stills in For what it's worth zet de zaken toch wel op prachtige (en, ja, toch ook wel erg gràppige) wijze in (een ander) perspectief: "What a field day for the heat / A thousand people in the street / Singin' songs and a-carryin' signs / Mostly say 'Hooray for our side!' ".

Buffalo Tom - Let Me Come Over (1992)

poster
4,0
Klassiek voorbeeld van een plaat waarvan ik de kwaliteiten onderken zonder dat hij mij echt kan raken, net als bijvoorbeeld Ten en OK computer. Geen flauw idee hoe dat komt : ik begin er elke keer weer met heel veel zin aan ("goh, deze heb ik óók nog, prima plaat, waarom draai ik hem eigenlijk niet vaker?"), maar halverwege heb ik er eigenlijk al weer genoeg van. Misschien omdat het gitaargeluid en daarmee de hele sound wat te eenvorming klinkt, misschien omdat de zang wat te nadrukkelijk-intens over lijkt te willen komen, misschien omdat ik wat te vaak moet denken aan Dinosaur Jr (dat ten tijde van de release van Let me come over met afstand mijn favoriete band was). Maar al dat filosoferen over redenen is eerder het zoeken naar een stok om de hond mee te slaan: net als bikkel2 (19-2-2017) is dit gewoon niet mijn kopje thee, maar onderken ik wel de kwaliteit ervan, en bovendien heb ik diepe bewondering voor het feit dat letterlijk elk nummer een sterke melodie heeft – dit gezelschap telt geen echt zwakke broeders, en zelfs de minst pakkende nummers (Frozen lake en Saving grace) lijken de ontroering van het prachtige slotnummer alleen maar groter te maken.

Buzzcocks - A Different Kind of Tension (1979)

poster
4,0
De eerste helft van dit album lijkt nog een beetje op twee gedachten te hinken, met van Pete Shelley vier klassieke Buzzcocks-liedjes (pakkende melodietjes, lekker tempo, licht melancholische inslag) en van Steve Diggle drie wat experimentelere nummers. Maar dan volgt er vanuit Shelley opeens een ommezwaai, met eerst twee sombere overdenkingen, daarna een dwingend psychedelisch amalgaam van Big Brother-achtige voorschriften, en tenslotte een lange en al dan niet openhartige bekentenis die uitloopt op een steeds intensere hartekreet. Natuurlijk stonden er op de eerste twee platen al nummers die duidelijk het punk/powerpop-idioom overstegen (Sixteen, Moving away from the pulsebeat, E.S.P., Late for the train), maar zo ambitieus en zo indringend als hier klonken de Buzzcocks nog niet eerder. Hoe ver deze band had kunnen komen als ze niet een pauze van 14 jaar hadden ingelast is anybody's guess, maar A different kind of tension is in ieder geval een waardig afscheid dat helaas doet verlangen naar meer

Buzzcocks - Another Music in a Different Kitchen (1978)

poster
5,0
De perfecte mix van punk (of misschien eerder punky), licht melancholische powerpop en trancy rock, met geen enkel slecht nummer en een paar enorme bulldozers. Wat naast de melodische rijkdom, de slimme teksten en het spelplezier opvalt is het superbe geluid dat Martin Rushent aan deze plaat heeft meegegeven: de drums zijn swingend maar ook zwaar waar nodig (zoals op het slotnummer), de oe-oe-oe-koortjes zijn licht maar perfect (waardoor ik me tijdens Get on our own en I don't mind bijna bij Blondie waan), en het gitaargeluid op Sixteen, Autonomy en Moving away from the pulsebeat is bijna hardrock-achtig vet – de arrangementen zetten deze plaat misschien duidelijk aan het einde van de jaren 70, maar de totaalsound is tijdloos. Een waanzinnige plaat die in het begin niet meer dan een krachtige punkplaat lijkt te worden maar die me op het einde door diverse verschillende gevoelssferen en soundscapes heeft getrokken.

Buzzcocks - Love Bites (1978)

poster
3,0
Zeven maanden na Another music in a different kitchen laten de Buzzcocks zien dat die eerste plaat geen toevalstreffer was, en net zoals er op het debuut een paar onverwachte trancy nummers stonden zitten er hier ook weer wat verrassingen bij: een (prachtig) nummer geschreven en gezongen door Steve Diggle, een track met een steeds herhaalde (zeg maar doorzeurende) cirkelende gitaarlijn (E.S.P.), en maar liefst twéé instrumentals. Jammer genoeg zijn de "klassieke" Shelley-composities allemaal niet slecht maar ook nèt niet echt goed, alsof hij de beste nummers had gereserveerd voor het debuut maar er nog niet aan toe was gekomen om de voorraad aan te vullen. Moeilijk om de vinger er op te leggen, maar nummers als Just lust, Sixteen again en Nothing left doen me gewoon minder dan vergelijkbare nummers op Another music, alsof er net te veel haast achter zowel het schrijven als het opnemen zat. (Niet de schuld van de ritmesectie: de drums klinken constant alsof John Maher van zoveel mogelijk onderdelen van zijn kit gebruik probeert te maken, en Steve Garvey's basgitaar geeft overal een ijzersterke zware ondersteuning.)
        Boven alles uit torent natuurlijk het briljante Ever fallen in love (with someone you shouldn't've?). Ik kende het eerder van de Fine Young Cannibals en vond dat toen al een geweldig nummer, maar zoals Pete Shelley zèlf het zingt breekt het mijn hart. Ontroerend en onweerstaanbaar.

Buzzcocks - Parts 1-3 (1981)

poster
4,0
Een bundeling van de A- en B-kantjes van de drie laatste singles van de Buzzcocks uit 1980, de eerste twee geproduceerd door Martin Hannett, de derde door Martin Rushent. Geen van alle een commercieel succes, hoewel Strange thing toch al een blauwdruk lijkt te zijn van de sound waarmee The Cure en The Mighty Wah! niet veel later veel succes zouden hebben. Sowieso hoor ik hier een uitgebreider kleurenpalet met keyboards en zelfs een sax, maar zonder dat de typische Buzzcocks-identiteit verloren gaat, want de catchy melodieën en de drive blijven aanwezig, evenals de herkenbare zang van Shelley (en van Diggle op drie nummers – door zijn stem en voordracht moet ik onwillekeurig aan de Clash denken). Jammer dat ze er mee ophielden, want deze zes nummers tonen aan dat er nog een heleboel rek zat in hun muzikale mogelijkheden. (Inmiddels staat deze EP ook in z'n geheel op de geremasterde versie met 8 bonustracks van Singles going steady).

Buzzcocks - Singles Going Steady (1979)

poster
5,0
De A-kantjes van de acht singles die de Buzzcocks tussen 1977 en 1979 uitbrachten in chronologische volgorde, gevolgd door de acht B-kantjes in idem. Die eerste helft is misschien net iets sterker, maar het geheel staat als een monumentale verzameling perfecte singles op het snijvlak van powerpop en punk, met meer melancholie en minder agressie dan de hardcore-punkbands uit die tijd, maar ook met zóveel gevoel voor melodie en spelplezier dat deze muziek de afgelopen 45 jaar moeiteloos overleefd heeft. Ever fallen in love blijft eeuwig favoriet, maar drie overige nummers aanvinken is bijna onmogelijk. Leuk om te horen wat Shelley met de riff van Lipstick heeft gedaan (hoewel dat nummer natuurlijk niet de statuur van Shot by both sides heeft).
        De versie met acht bonustracks uit 2001 voegt de A- en B-kantjes van vier latere singles toe, zodat daarop nu alle Buzzcocks-singles verzameld zijn, met uitzondering van Moving away from the pulsebeat (promo zonder B-kant, te vinden als albumtrack op Another music in a different kitchen) en I believe (te vinden als albumtrack op A different kind of tension). Wie z'n oude exemplaar van Singles going steady niet wil inruilen voor de uitgebreide versie: de A- en B-kantjes van drie van die vier latere singles zijn ook verzameld op de postume EP Parts 1-3 uit 1981.

Buzzcocks - Spiral Scratch (1977)

poster
3,5
Vier nummers die al bekend waren (of dat nú althans zijn) van Time’s up, de verzameling demo’s uit oktober 1976, nu opnieuw opgenomen op 28 december 1976 onder leiding van Martin Hannett en uitgebracht op 29 januari 1977. Qua arrangement niet wezenlijk anders dan die eerdere versies, iets strakker en kaler met de bas wat meer naar achteren gemixt en op Time's up wat lekker bekkenwerk. Alleen op Friends of mine lijkt Hannett echt zijn stempel te hebben gedrukt, want daar komt na verloop van tijd in één kanaal een soort noise-effect van twee afwisselende tonen, iets dat je misschien pas via de koptelefoon hoort maar dat vermoedelijk wel een subliminale impact op de geluidsbeleving van de luisteraar heeft. (Hannett zou een paar jaar later natuurlijk een legendarische status verkrijgen dankzij zijn produktie van de twee Joy Division-platen.)
        Beroemd plaatje: vaak genoemd als het eerste DIY-product binnen de punkrevolutie, daarnaast de toentertijd enige officiële release van Howard Devoto met deze band, en last but not least een ijzersterke 10 minuten punk-powerpop die ook 45 jaar later nog staan als een huis.

Buzzcocks - Time's Up (1991)

poster
4,0
Elf demo's opgenomen op 18 oktober 1976 (kosten "about £45"), in 1978 verschenen als bootleg, in 1991 alsnog als officieel album uitgebracht. Door mij beluisterd in de keurige CD-release van Mute uit 2000, met in het boekje een interview met Howard Devoto uit 1977, een kort essay van Greil Marcus, en diverse foto’s en kranteknipsels, en op het schijfje zelf een 2 minuten lang filmpje van het allereerste optreden van de Buzzcocks in juli 1976 (dus nog met Devoto) als voorprogramma van de Sex Pistols. De huidige versie op Spotify met de rode hoes is een mij verder onbekende release van Domino uit 2017.
        Lekker felle en korte nummers, een soort blauwdruk voor de aanstormende punkgolf maar met tegelijkertijd de belofte van méér dankzij de scherpe teksten van Devoto en de hier al aanwezige "pop sensibilities" van Pete Shelley, die spoedig de enige kapitein op dit schip zou zijn. Negen eigen composities met tekst van Devoto en muziek van Shelley plus twee covers van de Troggs en Captain Beefheart, alles in hoog tempo uitgevoerd, nog een beetje rafelig en gehaast maar al vooruitwijzend naar wat deze band in de zeer nabije toekomst nog zou gaan brengen. Dat zou natuurlijk zijn zonder de karakteristieke zang van Devoto, hetgeen volgens sommigen (velen?) ongetwijfeld een ernstige (zo niet fatale) aderlating was maar waar ik zelf niet rouwig om ben, aangezien Devoto's enigszins monotone zang en zijn half pedante half blasé dictie mij gauw gaan tegenstaan. Desalniettemin is dit een ontzettend leuke en voor de ware fan onmisbare verzameling proto-punk-powerpop-pareltjes.
        Veel van deze nummers zien we later nog terug: Breakdown, Time’s up, Boredom en Friends of mine werden op 28 december 1976 onder leiding van Martin Hannett opnieuw opgenomen voor de debuut-EP Spiral scratch, Orgasm addict kwam post-Devoto als single uit (met “verrassend” weinig airplay), You tear me up, Love battery en de gitaar-“solo” van Boredom verschenen op het debuutalbum Another music from a different kitchen, en komt het ritme van I love you, you big dummy terug op Sixteen van datzelfde album?

Buzzcocks - Trade Test Transmissions (1993)

poster
3,5
Dertien jaar later gaan de Buzzcocks gewoon weer verder waar ze in 1980 waren opgehouden. Het voornaamste verschil is dat er wat meer Diggle te horen is, maar dat is geenszins problematisch omdat zijn composities misschien wat anders en "industriëler" klinken dan die van Shelley maar er wat mij betreft kwalitatief niet veel voor onder doen, en verder zijn het weer voornamelijk catchy punky powerpopsongs wat de klok slaat, met Shelley die nog steeds verbaasd is over alle complicaties die met de liefde verknoopt kunnen zijn en Diggle die Energy voelt en Alive tonight wil zijn. De ritmesectie bestaat inmiddels uit drummer Phil Barker (die stevig doorwerkt) en bassist Tony Barber (die regelmatig lekker riffend doorkomt), maar het is verder hélemaal de show van Shelley en Diggle, en die benaderen hun niveau van 1977-1980 hier vaak genoeg om de fan in mij tevreden te stellen.
        De oorspronkelijke versie van dit album bestond uit 15 nummers; bovenstaande CD-versie van Caroline Records / Castle Communications bevat 3 bonustracks, en een re-release uit 2004 (nu op Spotify) maakt daar een gulle 22 nummers van.