Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Bob Dylan - Highway 61 Revisited (1965)

5,0
1
geplaatst: 16 april 2021, 21:27 uur
De plaat waarop voor de elektrische Dylan alles samenkomt. Een tingel-tangel-piano die wordt geschraagd door het vette orgel van Al Kooper, een zware bas die de elektrische gitaar opstuwt, drums die op de achtergrond blijven maar zich niet laten wegdrukken, de mondharmonica die als een warm mes door de boter van de begeleiding gaat, en wanneer Dylan het juiste timbre voor het juiste nummer opzet is zijn stem gewoon een apart instrument – giftig in Like a rolling stone en Ballad of a thin man, pleitend voor zichzelf in It takes a lot to laugh en Queen Jane approximately, doodop in Just like a Tom Thumb's blues, geamuseerd de bizarre stoet in Desolation Row in ogenschouw nemend.
Twee vervelende nummers onderbreken de flow: Tombstone blues, bijna zonder melodie, met een goedkoop double-time-drumtempo en een scheurende elektrische gitaar die pijn aan mijn oren doet, en het titelnummer, ook met dat vervelende up-tempo-drumritme maar wel met een hilarische tekst (en let ook op het geestige rijmwoord in de vierde regel):
Oh, God said to Abraham, "Kill me a son."
Abe say, "Man, you must be puttin' me on!"
God say, "No", Abe say, "What? "
God say, "You can do what you want Abe, but
The next time you see me comin', you better run!"
Well, Abe said, "Where you want this killin' done?"
God said, "Out on Highway 61"
(volgens mij zingt hij trouwens per ongeluk "On out Highway 61")
Ik moet deze twee nummers even noemen om niet de indruk te wekken dat dit een vlekkeloze plaat is. Dat is het namelijk niet: het lijkt er haast op alsof Dylan in die tijd zijn eigen produktie niet kon bijhouden, hetgeen tot gevolg heeft dat zijn platen werkelijk bomvol staan van de cryptische teksten en muzikale experimenten die niet zozeer de grenzen van de folk-, blues- en rockgenres waar hij zich mee bezighield oprekten alswel een totaal nieuwe landkaart noodzakelijk maakten. Zijn titelloze debuutplaat verscheen op 19 maart 1962 en Blonde on blonde op 16 mei 1966, amper vier jaar en twee maanden maanden later. Dat deze absurde explosie van creativiteit niet voor iedereen is of dat niet alles even goed is spreekt bijna vanzelf, maar de rijkdom die deze jaren vertegenwoordigen is zó extreem, zó veelgelaagd en zó onuitputtelijk dat ik nog altijd geen artiest ken wiens zeven beste platen een ook maar énigszins vergelijkbare impact hebben (hoewel ik begrip kan hebben voor wie met de Beatles komt aandragen), en dit album is voor mij bijna de culminatie daarvan.
Twee vervelende nummers onderbreken de flow: Tombstone blues, bijna zonder melodie, met een goedkoop double-time-drumtempo en een scheurende elektrische gitaar die pijn aan mijn oren doet, en het titelnummer, ook met dat vervelende up-tempo-drumritme maar wel met een hilarische tekst (en let ook op het geestige rijmwoord in de vierde regel):
Oh, God said to Abraham, "Kill me a son."
Abe say, "Man, you must be puttin' me on!"
God say, "No", Abe say, "What? "
God say, "You can do what you want Abe, but
The next time you see me comin', you better run!"
Well, Abe said, "Where you want this killin' done?"
God said, "Out on Highway 61"
(volgens mij zingt hij trouwens per ongeluk "On out Highway 61")
Ik moet deze twee nummers even noemen om niet de indruk te wekken dat dit een vlekkeloze plaat is. Dat is het namelijk niet: het lijkt er haast op alsof Dylan in die tijd zijn eigen produktie niet kon bijhouden, hetgeen tot gevolg heeft dat zijn platen werkelijk bomvol staan van de cryptische teksten en muzikale experimenten die niet zozeer de grenzen van de folk-, blues- en rockgenres waar hij zich mee bezighield oprekten alswel een totaal nieuwe landkaart noodzakelijk maakten. Zijn titelloze debuutplaat verscheen op 19 maart 1962 en Blonde on blonde op 16 mei 1966, amper vier jaar en twee maanden maanden later. Dat deze absurde explosie van creativiteit niet voor iedereen is of dat niet alles even goed is spreekt bijna vanzelf, maar de rijkdom die deze jaren vertegenwoordigen is zó extreem, zó veelgelaagd en zó onuitputtelijk dat ik nog altijd geen artiest ken wiens zeven beste platen een ook maar énigszins vergelijkbare impact hebben (hoewel ik begrip kan hebben voor wie met de Beatles komt aandragen), en dit album is voor mij bijna de culminatie daarvan.
Bob Dylan - Infidels (1983)

5,0
1
geplaatst: 6 juli 2021, 10:46 uur
Deze plaat heb ik in 1983 in de vinylversie leren kennen, en eigenlijk heb ik hem altijd beschouwd als een viertal duo's, met op elke kant vier nummers die stuk voor stuk een pendant op de andere kant hebben. Om de enige twee slechte nummers maar meteen achter de rug te hebben, op kant 1 staat het vervelende en eigenlijk praktisch melodie-loze Neighborhood bully, en op kant 2 is Union sundown een vrij botte rocker die door de slidegitaar nog bijna enige klasse krijgt. Daarnaast beginnen beide plaatkanten met een lange en goed uitgewerkte song over een ongrijpbaar personage, enerzijds de Jokerman die deel aan het goede èn het dubieuze lijkt te hebben, anderzijds de Man of peace die enkel een wolf in schaapskleren is. Sweetheart like you en Don't fall apart on me tonight lijken allebei liefdesliedjes te zijn maar geven de verteller vooral de gelegenheid om het maatschappelijke canvas achter de aangesprokene in te kleuren, en License to kill en I and I zijn twee muzikaal ingetogen en bijna onderkoelde composities waarin Dylan prachtige psychologische portretten schildert, in License de ontwortelde moderne mens, in I and I zichzelf (een ik-personage, een verteller) die een wandeling maakt in de vroege morgen terwijl hij de afgelopen nacht en het komende leven overdenkt.
In 1983 was ik eigenlijk al helemaal van Dylan "af", gedeeltelijk omdat ik naar andere (contemporaine) muziek luisterde, gedeeltelijk omdat ik niet gediend was van zijn bekeringsmuziek. Toevallig kreeg ik dit album te leen (van iemand die helemaal niets met Dylan had, maar hij kon hem voor mij een avondje meenemen van de ECI-winkel waar hij werkte...), en al na één keer luisteren was ik weer helemaal óm. Muzikaal vond ik het sowieso een feest, met het gitaargeweld van Mark Knopfler en Mick Taylor, geen van beiden in het bezit van een sound waar ik speciaal warm voor loop maar allebei perfect bij de nummers van dit album passend, en natuurlijk die schijnbaar zo logge ritmesectie die toch de ideale ondergrond voor de ambiance van dit album vormt (hoewel je natuurlijk eigenlijk niet moet zeggen dat de arrangementen bij de nummers pássen, maar dat ze die juist vorm en leven en identiteit géven). Vooral op I and I werkt de totaalsound geweldig, met dat sublieme subtiele gitaarintro en later de drums die na elk refrein sober maar vastberaden door blijven lopen, als een soort uitbeelding van de passen die de ik-figuur zet terwijl hij nadenkt.
Maar ook Dylan zelf is in topvorm, met zijn gedreven voordracht van ouderwets krachtige en eerder beschouwelijke dan stichtelijke teksten vol citeerbare passages (dat eerste couplet van Man of peace, maar ook de gedetailleerde en uiterst beeldendenplotlijn van I and I). In feite bestrijkt hij hier voor mijn gevoel net zo'n breed scala aan gevoelens en stemmingen en inzichten als op zijn beste werk, maar uiteraard had hij in 1983 niet meer de revolutionaire impact die hij in de jaren 60 had (hetgeen hemzelf ongetwijfeld een zorg was), en de harde en heldere produktie waar sommigen hier moeite mee hebben past mijns inziens uitstekend bij de focus en de luciditeit die Dylan hier aan de dag legt. Twee vervelende nummers, één moralistische misser ("Man has invented his doom / First step was touching the moon"), verder zes nummers die variëren van sterk tot briljant, alles tesamen resulterend in een prachtige plaat die ik tot Dylans beste reken. En hoe vaak heb ik al niet die mysterieuze woman on my block door mijn hoofd horen spoken?
In 1983 was ik eigenlijk al helemaal van Dylan "af", gedeeltelijk omdat ik naar andere (contemporaine) muziek luisterde, gedeeltelijk omdat ik niet gediend was van zijn bekeringsmuziek. Toevallig kreeg ik dit album te leen (van iemand die helemaal niets met Dylan had, maar hij kon hem voor mij een avondje meenemen van de ECI-winkel waar hij werkte...), en al na één keer luisteren was ik weer helemaal óm. Muzikaal vond ik het sowieso een feest, met het gitaargeweld van Mark Knopfler en Mick Taylor, geen van beiden in het bezit van een sound waar ik speciaal warm voor loop maar allebei perfect bij de nummers van dit album passend, en natuurlijk die schijnbaar zo logge ritmesectie die toch de ideale ondergrond voor de ambiance van dit album vormt (hoewel je natuurlijk eigenlijk niet moet zeggen dat de arrangementen bij de nummers pássen, maar dat ze die juist vorm en leven en identiteit géven). Vooral op I and I werkt de totaalsound geweldig, met dat sublieme subtiele gitaarintro en later de drums die na elk refrein sober maar vastberaden door blijven lopen, als een soort uitbeelding van de passen die de ik-figuur zet terwijl hij nadenkt.
Maar ook Dylan zelf is in topvorm, met zijn gedreven voordracht van ouderwets krachtige en eerder beschouwelijke dan stichtelijke teksten vol citeerbare passages (dat eerste couplet van Man of peace, maar ook de gedetailleerde en uiterst beeldendenplotlijn van I and I). In feite bestrijkt hij hier voor mijn gevoel net zo'n breed scala aan gevoelens en stemmingen en inzichten als op zijn beste werk, maar uiteraard had hij in 1983 niet meer de revolutionaire impact die hij in de jaren 60 had (hetgeen hemzelf ongetwijfeld een zorg was), en de harde en heldere produktie waar sommigen hier moeite mee hebben past mijns inziens uitstekend bij de focus en de luciditeit die Dylan hier aan de dag legt. Twee vervelende nummers, één moralistische misser ("Man has invented his doom / First step was touching the moon"), verder zes nummers die variëren van sterk tot briljant, alles tesamen resulterend in een prachtige plaat die ik tot Dylans beste reken. En hoe vaak heb ik al niet die mysterieuze woman on my block door mijn hoofd horen spoken?
Bob Dylan - John Wesley Harding (1967)

4,5
3
geplaatst: 23 april 2021, 21:31 uur
Muzikaal bedrieglijk simpel, met bijna alle nummers in een idioom van drie coupletten-plus-harmonica-solo's, gezongen met een totaal anders gebruikte stem, en met als begeleiding bijna niets anders dan een gortdroge (maar niet verkeerde) ritmesectie. Tekstueel niet zozeer multi- alswel maxi-interpretabel, met allemaal verhaaltjes die ergens middenin de handeling beginnen zonder dat wordt uitgelegd wie of wat bijvoorbeeld de huisbaas, de zwerver en de immigrant zijn, gevolgd door een plot die steeds veel suggereert maar zelden iets expliciet uitlegt ("Nothing is revealed") en bovendien alweer afgelopen is voordat de luisteraar heeft kunnen bepalen waar het nummer precies over gaat of wat de moraal (if any) is.
Dat je veel mist c.q. wellicht veel niet kan waarderen wanneer je geen aandacht aan de teksten schenkt geldt voor veel van Dylans platen, maar misschien nooit méér dan bij dit album. Anthony Scaduto's vroege biografie benadrukt de religieuze parallellen, terwijl Tim Riley's Hard rain – a Dylan commentary het meer zoekt in de afstand die Dylan tussen zichzelf en zijn veeleisende publiek probeert te creëren, en ongetwijfeld zijn er nog diverse andere valide interpretaties te verzinnen. Ik probeer er zelf maar zo'n beetje omheen te laveren, want elke keer dat ik deze plaat beluister ontdek ik bij veel nummers weer een nieuwe invalshoek zonder dat ik ooit precies kan aangeven wat er zo fascinerend aan is – ook nu niet.
Dat je veel mist c.q. wellicht veel niet kan waarderen wanneer je geen aandacht aan de teksten schenkt geldt voor veel van Dylans platen, maar misschien nooit méér dan bij dit album. Anthony Scaduto's vroege biografie benadrukt de religieuze parallellen, terwijl Tim Riley's Hard rain – a Dylan commentary het meer zoekt in de afstand die Dylan tussen zichzelf en zijn veeleisende publiek probeert te creëren, en ongetwijfeld zijn er nog diverse andere valide interpretaties te verzinnen. Ik probeer er zelf maar zo'n beetje omheen te laveren, want elke keer dat ik deze plaat beluister ontdek ik bij veel nummers weer een nieuwe invalshoek zonder dat ik ooit precies kan aangeven wat er zo fascinerend aan is – ook nu niet.
Bob Dylan - Love and Theft (2001)

5,0
0
geplaatst: 17 januari 2013, 18:23 uur
Ik ben op zich behoorlijk dol op dat rijke en veelgelaagde geluid van de produkties van Daniel Lanois op bv. So van Peter Gabriel, de eerste soloplaat van Robbie Robertson, Yellow moon van de Neville Brothers en Wrecking ball van Emmylou Harris, om nog maar te zwijgen van zijn eigen platen (vooral de eerste twee vind ik nog altijd prachtig, qua muziek èn qua geluid). Maar waar ik Oh mercy wèl een geslaagde samenwerking tussen Dylan en Lanois vond, ben ik over Time out of mind nooit erg enthousiast geweest: die plaat klonk eigenlijk vooral overgeproduceerd, alsof sommige instrumenten er niet bij zaten omdat ze bij het nummer pasten maar vooral om authentiek te klinken, waardoor sommige stukken soms wel pastiches leken.
Ik ben dan ook heel blij met de soberder produktie van "Jack Frost", die Dylan op Modern times nog zou perfectioneren. Daarnaast is het songmateriaal hier soms ook van enorm hoog niveau; de eerste helft bevat nog wel een paar melige nummers, zoals de openingstrack (hoewel het bij de MuMe-gebruikers het op-één-na-favorietste nummer is) en Bye and bye (ik ben niet dol op dat soort flauwe jazz), maar daarna is bijna alles sterk: Lonesome day blues heeft een killer riff, High water een mooi vervreemdend mannenkoortje op de achtergrond, Po' boy heeft een prachtig melancholisch loopje achter de refreinregel en Sugar baby is een zeer ontroerende afsluiter – het is nog moeilijk om te beslissen wat buiten het mijns inziens onomstreden hoogtepunt Mississippi mijn ándere favoriete nummers zijn.
Geweldige plaat kortom, ik zou het een hoogtepunt in Dylans oeuvre noemen als daar niet de bijsmaak aan zat van "want voor de rest heeft ie niet zoveel goeds gemaakt".
Ik ben dan ook heel blij met de soberder produktie van "Jack Frost", die Dylan op Modern times nog zou perfectioneren. Daarnaast is het songmateriaal hier soms ook van enorm hoog niveau; de eerste helft bevat nog wel een paar melige nummers, zoals de openingstrack (hoewel het bij de MuMe-gebruikers het op-één-na-favorietste nummer is) en Bye and bye (ik ben niet dol op dat soort flauwe jazz), maar daarna is bijna alles sterk: Lonesome day blues heeft een killer riff, High water een mooi vervreemdend mannenkoortje op de achtergrond, Po' boy heeft een prachtig melancholisch loopje achter de refreinregel en Sugar baby is een zeer ontroerende afsluiter – het is nog moeilijk om te beslissen wat buiten het mijns inziens onomstreden hoogtepunt Mississippi mijn ándere favoriete nummers zijn.
Geweldige plaat kortom, ik zou het een hoogtepunt in Dylans oeuvre noemen als daar niet de bijsmaak aan zat van "want voor de rest heeft ie niet zoveel goeds gemaakt".
Bob Dylan - Modern Times (2006)

5,0
1
geplaatst: 18 februari 2015, 12:22 uur
Dit is de plaat waardoor ik eindelijk vrede kreeg met Dylans ouwemannenstem, en dat kwam doordat het songmateriaal in een aantal gevallen zo uitzonderlijk sterk is en de begeleiding zo soepel – zelfs een redelijk doorsnee bluesje als Thunder on the mountain krijgt in de handen van deze veteranen een heerlijke swing en drive.
Niet alles hier is van even hoog niveau: van dat jazzgitaartje in Spirit on the water word ik helemaal melig, Someday baby kneutert maar een beetje door en in Beyond the horizon blijf ik de hele tijd maar Red sails in the sunset horen. (Sowieso heeft het verschijnen van deze plaat nogal wat aanleiding gegeven tot beschuldigingen van plagiaat, maar die betrek ik niet in mijn waardering.)
Op de beste momenten echter behoort deze plaat wat mij betreft tot het indrukwekkendste dat Dylan heeft opgenomen: When the deal goes down is ontroerend, Workingman's blues is net zo fraai als Mississippi op Love and theft, en Nettie Moore is een prachtige ballade die melodisch zó sterk is dat de afwijkende maatsoort nauwelijks opvalt. Het absolute hoogtepunt van de plaat is voor mij echter Ain't talkin', een nummer uit mijn persoonlijke top-10 van Dylan-tracks en een verre achterneef van dat andere hoogtepunt van eenzaamheid What was it you wanted (eveneens uit mijn Dylan-top-10). Het duurt bijna negen minuten, en qua melodie en arrangement gebeurt er niet zo gek veel, maar door de subtiele gitaarloopjes, de onderkoelde begeleiding, de mooie melodie en de bezwerende voordracht kan het mij eigenlijk niet lang genoeg duren (hoewel mevrouw OnHeavenHill het jammer vindt dat Dylan er op het einde nog nèt even zo'n "groot" akkoord tegenaan moet gooien).
Inmiddels staat ook het album in mijn top-10 van Dylan-albums, en bovendien heeft het een prima springplank gevormd om de platen te ontdekken die ik heb gemist sinds ik Dylan ergens in de jaren 80 (tijdelijk) vaarwel heb gezegd. Mooi dat ik zo met name Love and theft en de twee platen met covers van folktraditionals heb mogen leren kennen, maar Modern times blijft voor mij toch zijn beste plaat sinds Oh mercy.
Niet alles hier is van even hoog niveau: van dat jazzgitaartje in Spirit on the water word ik helemaal melig, Someday baby kneutert maar een beetje door en in Beyond the horizon blijf ik de hele tijd maar Red sails in the sunset horen. (Sowieso heeft het verschijnen van deze plaat nogal wat aanleiding gegeven tot beschuldigingen van plagiaat, maar die betrek ik niet in mijn waardering.)
Op de beste momenten echter behoort deze plaat wat mij betreft tot het indrukwekkendste dat Dylan heeft opgenomen: When the deal goes down is ontroerend, Workingman's blues is net zo fraai als Mississippi op Love and theft, en Nettie Moore is een prachtige ballade die melodisch zó sterk is dat de afwijkende maatsoort nauwelijks opvalt. Het absolute hoogtepunt van de plaat is voor mij echter Ain't talkin', een nummer uit mijn persoonlijke top-10 van Dylan-tracks en een verre achterneef van dat andere hoogtepunt van eenzaamheid What was it you wanted (eveneens uit mijn Dylan-top-10). Het duurt bijna negen minuten, en qua melodie en arrangement gebeurt er niet zo gek veel, maar door de subtiele gitaarloopjes, de onderkoelde begeleiding, de mooie melodie en de bezwerende voordracht kan het mij eigenlijk niet lang genoeg duren (hoewel mevrouw OnHeavenHill het jammer vindt dat Dylan er op het einde nog nèt even zo'n "groot" akkoord tegenaan moet gooien).
Inmiddels staat ook het album in mijn top-10 van Dylan-albums, en bovendien heeft het een prima springplank gevormd om de platen te ontdekken die ik heb gemist sinds ik Dylan ergens in de jaren 80 (tijdelijk) vaarwel heb gezegd. Mooi dat ik zo met name Love and theft en de twee platen met covers van folktraditionals heb mogen leren kennen, maar Modern times blijft voor mij toch zijn beste plaat sinds Oh mercy.
Bob Dylan - Nashville Skyline (1969)

2,0
1
geplaatst: 14 mei 2021, 20:53 uur
Een wezenloze verzameling onbenullige nummers met anderhalf hoogtepunt (het prachtige Lady lady lay en het innemende Tonight I'll be staying here with you) en verder niets dan dertien-in-het-dozijn-wegwerpliedjes. Muzikaal is het best in orde vanwege de muzikanten (zie de solo's in Nashville skyline rag), en een enkele melodische vondst beklijft, maar dat valt allemaal in het niet bij de muzikaal flauwe en emotioneel armetierige rest van het materiaal, inclusief dat lullige duet aan het begin waar alle melancholie van het ontroerende origineel vakkundig uit is weggefilterd. Een ontspannen Dylan is net zo welkom als de vroegere intense Dylan, en ik ben zelfs bereid om zijn onherkenbare en vrij beroerd klinkende stem door de vingers te zien, maar het triviale repertoire schiet mij echt in het verkeerde keelgat. "Peggy Day stole my poor heart away, by Golly what more can I say?"
Bob Dylan - New Morning (1970)

3,5
0
geplaatst: 1 mei 2012, 13:15 uur
Als dit Dylans "huiselijk geluk"-plaat zou zijn (hetgeen je overigens door de grillige teksten bij sommige nummers zou kunnen betwijfelen) zou ik bijvoorbeeld Tupelo honey geslaagder noemen. Van New morning vind ik eigenlijk slechts de helft echt goed en interessant (nummers 1 t/m 4 en 7-8, dus eigenlijk de eerste delen van de oorspronkelijke vinylkanten), en varieert de rest tussen matig (One more weekend) en het vervelende (Winterlude).
Overigens is het geluid van de 2009-remaster wel beter, maar vind ik de mix nog altijd niet overal even aangenaam, waardoor wat de één los en spontaan noemt, als slordig en onafgewerkt zou kunnen worden ervaren door een ander. Het koortje in Day of the locusts bijvoorbeeld is zó ontzettend naar de achtergrond gemixt dat je je afvraagt waarom het überhaipt is opgenomen -- terwijl ik het zelf daar ook eigenlijk ontzettend misplaatst vind en het liever helemáál niet had willen horen.
Overigens is het geluid van de 2009-remaster wel beter, maar vind ik de mix nog altijd niet overal even aangenaam, waardoor wat de één los en spontaan noemt, als slordig en onafgewerkt zou kunnen worden ervaren door een ander. Het koortje in Day of the locusts bijvoorbeeld is zó ontzettend naar de achtergrond gemixt dat je je afvraagt waarom het überhaipt is opgenomen -- terwijl ik het zelf daar ook eigenlijk ontzettend misplaatst vind en het liever helemáál niet had willen horen.
Bob Dylan - Oh Mercy (1989)

4,0
1
geplaatst: 19 juli 2021, 17:07 uur
Ik herinner me nog hoe hoog in 1989 mijn verwachtingen waren toen Dylan bleek te hebben samengewerkt met de man door wiens productiewerk ik indertijd totaal overdonderd was dankzij Peter Gabriels So, het solodebuut van Robbie Robertson en natuurlijk Lanois' onvolprezen eigen debuut Acadie (plus later nog onder andere Wrecking ball van Emmylou Harris). Dat het resultaat desondanks voor mij net niet het niveau van Dylans beste werk haalt komt gedeeltelijk door een zekere overdrevenheid, een bepaalde nadrukkelijke plechtigheid die Ring them bells en Disease of conceit parten speelt, en gedeeltelijk door de lichtgewicht-composities Where teardrops fall en Everything is broken (zet bij dat laatste nummer John Fogerty achter de microfoon en je hebt een goede opvuller voor een gemiddelde CCR-plaat).
Daar staat tegenover dat ik hier ook een aantal uitzonderlijk sterke songs op aantref: het ondanks (of –cliché alert– dankzíj?) het gebruik van slechts één akkoord bijzonder spannende Political world, het duistere Man in the long black coat, het kwetsbare Most of the time (met een brug die de spanning nog eens extra opschroeft) en het uiterst openhartige What good am I? (vrij intens gecoverd door Tom Jones op Praise & blame). Hoogtepunt voor mij is echter What was it you wanted, in opzet schijnbaar heel simpel, maar met een perfecte begeleiding die een subtiele aanvulling vormt op Dylans eindeloze reeks vragen die evolueren van vrijblijvend tot existentieel met een tussenstop bij de Bijbel, een reeks die geen antwoorden krijgt (of geeft) maar uiteindelijk misschien een spiegel vormt voor de aangesprokene – of de luisteraar.
Dankzij dat geweldige nummer en de daaropvolgende ontroerende afsluiter kom ik uit op vier matige en zes sublieme nummers, hetgeen hier zoals gezegd voor mij niet een plaat uit de buitencategorie in Dylans catalogus van maakt, maar wel een zeer gewaardeerde, met bovendien een sound en een sfeer die het heel begrijpelijk maakt waarom Dylan zicht acht jaar later opnieuw tot Daniel Lanois wendde. Mede daarom toch een vrij essentiële plaat in Dylans oeuvre. (Overigens zal de echte Dylan-fan dit vermoedelijk al weten, maar omdat het in slechts één van de voorgaande 134 berichten ter sprake komt vermeld ik nog maar even dat dit één van de twee platen is waarvan de ontstaansgeschiedenis in Chronicles vol. 1 behoorlijk uitgebreid aan bod komt.)
Daar staat tegenover dat ik hier ook een aantal uitzonderlijk sterke songs op aantref: het ondanks (of –cliché alert– dankzíj?) het gebruik van slechts één akkoord bijzonder spannende Political world, het duistere Man in the long black coat, het kwetsbare Most of the time (met een brug die de spanning nog eens extra opschroeft) en het uiterst openhartige What good am I? (vrij intens gecoverd door Tom Jones op Praise & blame). Hoogtepunt voor mij is echter What was it you wanted, in opzet schijnbaar heel simpel, maar met een perfecte begeleiding die een subtiele aanvulling vormt op Dylans eindeloze reeks vragen die evolueren van vrijblijvend tot existentieel met een tussenstop bij de Bijbel, een reeks die geen antwoorden krijgt (of geeft) maar uiteindelijk misschien een spiegel vormt voor de aangesprokene – of de luisteraar.
Dankzij dat geweldige nummer en de daaropvolgende ontroerende afsluiter kom ik uit op vier matige en zes sublieme nummers, hetgeen hier zoals gezegd voor mij niet een plaat uit de buitencategorie in Dylans catalogus van maakt, maar wel een zeer gewaardeerde, met bovendien een sound en een sfeer die het heel begrijpelijk maakt waarom Dylan zicht acht jaar later opnieuw tot Daniel Lanois wendde. Mede daarom toch een vrij essentiële plaat in Dylans oeuvre. (Overigens zal de echte Dylan-fan dit vermoedelijk al weten, maar omdat het in slechts één van de voorgaande 134 berichten ter sprake komt vermeld ik nog maar even dat dit één van de twee platen is waarvan de ontstaansgeschiedenis in Chronicles vol. 1 behoorlijk uitgebreid aan bod komt.)
Bob Dylan - Pat Garrett & Billy the Kid (1973)

4,0
0
geplaatst: 18 december 2012, 12:40 uur
Natuurlijk absoluut geen belangrijke of essentiële Dylan, maar toch draai ik hem vaak vanwege het geluid dat zo heerlijk is zonder té warm te zijn, gewoon het prettige geluid van samenwerkende akoestische gitaren. En dat de soms wat rafelige muziek perfect past bij de stoffige beelden van Peckinpahs uitstekende film helpt natuurlijk ook. (Uiteraard moet je muziek los van de bijbehorende film kunnen beoordelen dan wel waarderen, maar ik kan er ook niets aan doen dat ik die film goed ken.) Jammer dat ik maar twee favoriete tracks mag opgeven, want naast het verplichte Main title theme (Billy) en het onvermijdelijke Knockin' on Heaven's door (nóg mooier door de herinnering aan de ontroerende filmscène waarbij het gebruikt wordt) is ook de Turkey chase erg leuk en bijzonder grappig.
Bob Dylan - Planet Waves (1974)

5,0
0
geplaatst: 25 april 2011, 12:30 uur
Ik moet bekennen dat ik dit altijd één van Dylans beste heb gevonden, van het niveau van de zeven klassieke platen van vóór zijn motorongeluk. Maar dat zal ook wel te maken hebben met de begeleiding van The Band (in mijn lijstje van favoriete artiesten staat Dylan op 1 en The Band op 2, say no more). De losheid en het speelplezier sluiten naadloos aan op zowel de vrolijkere als de serieuzere nummers, en Dylan klinkt hier bijzonder gedreven. Swingender dan You angel you, spanneder dan Dirge en aangrijpender dan Going going gone (die ene "slide-noot" van Robertson!) wordt het voor mij niet. En ik weet wel dat Desire en zeker Blood on the tracks een veel grotere reputatie hebben, maar stiekem luister ik toch veel liever naar déze plaat.
Leuk detail: wie goed luistert hoort tegen het einde van Wedding song de knopen van de manchetten van Dylans spijkerjasje tegen de klankkast van zijn gitaar tikken.
Leuk detail: wie goed luistert hoort tegen het einde van Wedding song de knopen van de manchetten van Dylans spijkerjasje tegen de klankkast van zijn gitaar tikken.
Bob Dylan - Rough and Rowdy Ways (2020)

4,5
3
geplaatst: 7 juli 2020, 17:39 uur
"heb je niets met die teksten, dan ligt de kleur van dit album dicht bij het grijze gebied. Laat je ze toe, dan ontpopt het album zich als een verhaal dat je graag nog eens tot je neemt. En nog eens. En de kleuren komen tot leven", zei Wandelaar op 23-6-2020. Dat leven is een soort sleutelwoord: Dylan is inmiddels een soort apart universum met een eigen bevolking, een eigen landschap en een eigen poëtica geworden, dichter bij Charley Patton dan bij de moderne (of vroegere) top-40, een wereld waarin zelfs een schijnbaar simpel liefdesliedje als I've made up my mind to give myself to you een epos met kosmische aspiraties wordt. Bedrieglijk eenvoudige melodieën, een kale structuur met veel coupletten, af en toe een refrein en slechts zelden een solo, een begeleiding die in alle bescheidenheid zorgt voor "de zachte watten van de muzikale omlijsting", en Dylan zorgvuldig fraserend en intonerend en bovendien beter bij stem dan sinds pak-'m-beet World gone wrong. Ja, het is een eigen universum, en wie daar niet "in" zit en geen affiniteit heeft met Dylans teksten en wat hij daarin allemaal overhoop haalt, die zal hier best een zware kluif aan hebben. Zelf hoor ik alleen maar een song and dance man op de toppen van zijn kunnen die op z'n 79ste nog even alles uit de kast haalt (en die ook nog eens behoorlijk grappig kan zijn: wie anders laat "Leon Russell" op "Saint John the Apostle" rijmen? Om nog maar te zwijgen van "Transparent woman in a transparent dress, suits you well, I must confess").
Bob Dylan - Street-Legal (1978)

4,0
0
geplaatst: 5 mei 2011, 21:12 uur
Enorme verschillen tussen de diverse waarderingen van dit album... net als bij mijzelf. Altijd enigszins een haat/liefde-verhouding gehad met dit album. Enerzijds een hekel aan dat dameskoortje en die storende blazers, en de mix is werkelijk abominabel, maar anderzijds staan er minstens een páár fenomenale nummers op en klinkt Dylan zo af en toe behoorlijk geïnspireerd.
Nu ben ik niet iemand die naar de winkel rent om de nieuwste remaster van een favoriet album te kopen, maar dit album kocht ik toevallig in de geremasterde versie uit 2001, en ik moet zeggen dat het bijna een nieuwe plaat voor me is geworden. Eindelijk klinkt alles helder, eindelijk komen de verschillende instrumenten uit het moeras van geluid tevoorschijn, en eindelijk klinken de arrangementen gewoon aangenaam.
En nu vallen de stukjes ook op hun plaats, en meer dan 30 jaar nadat ik deze plaat heb leren kennen ben ik er alsnog voor gevallen. Zelfs de nummers waarvan ik altijd heb gevonden dat ze het album totaal tot stilstand brachten (het oninteressante koppel True love tends to forget en We better talk this over) beginnen nu opeens te stromen en leiden het album tot zijn intense climax. Het koortje stoort niet meer (hoewel het nog steeds niet best klinkt), het blazersgeluid past beter binnen de arrangementen, en de kwaliteit van de nummers komt eindelijk tot uiting.
Al met al een zeer onderschatte plaat, misschien omdat hij zo extravagant klonk na de klassieke soberheid van Blood on the tracks en Desire, maar voor mij keurig aanschuivend in dat rijtje.
Twee opmerkingen nog. Het dalende loopje van Señor ("Can you tell me where we're headin' / Lincoln County Road or Armageddon") doet mij erg denken aan Dylans eigen Seven days (dat ik eerst kende via Joe Cockers versie op Sheffield steel uit 1982), en als ik op internet de akkoordenschema's vergelijk is dat geen toeval. En waarom er een foto van Alice Cooper op de achterkant van de hoes staat weet ik niet.
Nu ben ik niet iemand die naar de winkel rent om de nieuwste remaster van een favoriet album te kopen, maar dit album kocht ik toevallig in de geremasterde versie uit 2001, en ik moet zeggen dat het bijna een nieuwe plaat voor me is geworden. Eindelijk klinkt alles helder, eindelijk komen de verschillende instrumenten uit het moeras van geluid tevoorschijn, en eindelijk klinken de arrangementen gewoon aangenaam.
En nu vallen de stukjes ook op hun plaats, en meer dan 30 jaar nadat ik deze plaat heb leren kennen ben ik er alsnog voor gevallen. Zelfs de nummers waarvan ik altijd heb gevonden dat ze het album totaal tot stilstand brachten (het oninteressante koppel True love tends to forget en We better talk this over) beginnen nu opeens te stromen en leiden het album tot zijn intense climax. Het koortje stoort niet meer (hoewel het nog steeds niet best klinkt), het blazersgeluid past beter binnen de arrangementen, en de kwaliteit van de nummers komt eindelijk tot uiting.
Al met al een zeer onderschatte plaat, misschien omdat hij zo extravagant klonk na de klassieke soberheid van Blood on the tracks en Desire, maar voor mij keurig aanschuivend in dat rijtje.
Twee opmerkingen nog. Het dalende loopje van Señor ("Can you tell me where we're headin' / Lincoln County Road or Armageddon") doet mij erg denken aan Dylans eigen Seven days (dat ik eerst kende via Joe Cockers versie op Sheffield steel uit 1982), en als ik op internet de akkoordenschema's vergelijk is dat geen toeval. En waarom er een foto van Alice Cooper op de achterkant van de hoes staat weet ik niet.
Bob Dylan - The Bootleg Series, Vols. 1-3 (1991)
Alternatieve titel: Rare & Unreleased 1961-1991

5,0
1
geplaatst: 27 augustus 2021, 21:36 uur
Dit moet voor veel hardcore Dylanfans toch voelen alsof je als klein jongetje (of meisje) in een snoepwinkel rondloopt, met al die nummers die in de loop der tijd een soort mythische status hebben verworven omdat iedereen erover heeft gelezen maar niemand ze heeft gehoord. Als zodanig bijna 4 uur grotendeels onmisbare outtakes, demo's en alternatieve versies, die mij tegelijkertijd doen realiseren (en niet zonder flinke ergernis) dat er tussen alle bekende nummers op Biograph toch ook diverse rarities staan die naar mijn smaak eigenlijk op déze box thuishoren.
Maar goed, wat er dan wèl op staat is (op een enkele uitzondering na – Need a woman bijvoorbeeld) voor mij persoonlijk onbetaalbaar. Vooral de vroege akoestische nummers vormen een schatkist vol briljantjes en een essentiële aanvulling op die geweldige eerste platen. En hoeveel meer is er dan nog uit die periode? John Bauldie vertelt in het boekje bij de CD-box dat Dylan vanaf 1962 demo's van zijn nummers opnam voor de Witmark-muziekuitgeverij, zodat andere artiesten die nummers zouden kunnen uitvoeren. "When the Witmark contract ended three years later, they had published 237 Dylan compositions." Maar ook de derde CD bevat heel veel moois, vooral het ultiem swingende Seven days (mij eerder bekend van Joe Cockers Sheffield steel) en het afsluitende kwartet.
En dan te bedenken dat, volgens Brian Hinton, "The original idea, to tie in with Dylan's 50th birthday, was to release 10 separate CDs, one a month from March to December." Enfin, dat hebben ze met de vele latere Bootleg Series-uitgaves wel goedgemaakt. Déze box is verder voorbeeldig geannoteerd door John Bauldie op een paar schoonheidsfoutjes na (ontbrekende spaties in de teksten bij tracks 11 en 12, plus een typo bij track 22 – Woody Guthrie stierf niet in 1987 maar in 1967) en vormt een fascinerende reis door een carrière zonder weerga (die bovendien ook nog eens diverse onontgonnen rijkdommen blijkt te bezitten).
Maar goed, wat er dan wèl op staat is (op een enkele uitzondering na – Need a woman bijvoorbeeld) voor mij persoonlijk onbetaalbaar. Vooral de vroege akoestische nummers vormen een schatkist vol briljantjes en een essentiële aanvulling op die geweldige eerste platen. En hoeveel meer is er dan nog uit die periode? John Bauldie vertelt in het boekje bij de CD-box dat Dylan vanaf 1962 demo's van zijn nummers opnam voor de Witmark-muziekuitgeverij, zodat andere artiesten die nummers zouden kunnen uitvoeren. "When the Witmark contract ended three years later, they had published 237 Dylan compositions." Maar ook de derde CD bevat heel veel moois, vooral het ultiem swingende Seven days (mij eerder bekend van Joe Cockers Sheffield steel) en het afsluitende kwartet.
En dan te bedenken dat, volgens Brian Hinton, "The original idea, to tie in with Dylan's 50th birthday, was to release 10 separate CDs, one a month from March to December." Enfin, dat hebben ze met de vele latere Bootleg Series-uitgaves wel goedgemaakt. Déze box is verder voorbeeldig geannoteerd door John Bauldie op een paar schoonheidsfoutjes na (ontbrekende spaties in de teksten bij tracks 11 en 12, plus een typo bij track 22 – Woody Guthrie stierf niet in 1987 maar in 1967) en vormt een fascinerende reis door een carrière zonder weerga (die bovendien ook nog eens diverse onontgonnen rijkdommen blijkt te bezitten).
Bob Dylan - The Freewheelin' Bob Dylan (1963)

5,0
0
geplaatst: 19 maart 2021, 21:45 uur
Het is bijna niet voor te stellen welke impact deze plaat 50 jaar geleden moet hebben gehad, met z'n mix van liefdesliedjes, postapocalyptische toekomstvisioenen, humoristische monologen, persoonlijke ontboezemingen, surrealistische bokkesprongen, "protest songs" en vleugjes traditionele folk en blues, alles gebracht met die "voice that came from you and me" – ik stel me zo voor dat een groot deel van de op dat moment actieve muzikanten zich somber afvroeg hoe het in 's hemelsnaam mogelijk was dat dit groentje van de ene op de andere dag het hele peloton zo mijlenver achter zich had gelaten.
Wat die impact betreft, omdat ik nog amper was geboren toen dit album uitkwam heb ik die impact nooit meegemaakt, en omdat ik het album nu al zó lang ken heeft het evenmin meer de impact van de allereerste keer dat ik het hoorde, maar op gezette tijden komt het nog altijd hard binnen. Niet alles is even geweldig: Down the highway, Bob Dylan's blues en Honey just allow me one more chance zijn enigszins melige stoorzendertjes, en ik had liever een resonanter slotnummer dan I shall be free gehad, maar dat zijn slechts klachtjes in de marge. De onverslijtbare relevantie van Blowin' in the wind, de tederheid van Girl from the North country, de schokkende onverzoenlijkheid van Masters of war, de koortsdromen van A hard rain's gonna fall, de lyrische onderkoeldheid van Corrina Corrina en bovenal de schrijnende melancholie en het zo herkenbare schuldgevoel van Bob Dylan's dream, het snijdt allemaal dwars doorheen de afstand tussen hem en mij.
Wat die impact betreft, omdat ik nog amper was geboren toen dit album uitkwam heb ik die impact nooit meegemaakt, en omdat ik het album nu al zó lang ken heeft het evenmin meer de impact van de allereerste keer dat ik het hoorde, maar op gezette tijden komt het nog altijd hard binnen. Niet alles is even geweldig: Down the highway, Bob Dylan's blues en Honey just allow me one more chance zijn enigszins melige stoorzendertjes, en ik had liever een resonanter slotnummer dan I shall be free gehad, maar dat zijn slechts klachtjes in de marge. De onverslijtbare relevantie van Blowin' in the wind, de tederheid van Girl from the North country, de schokkende onverzoenlijkheid van Masters of war, de koortsdromen van A hard rain's gonna fall, de lyrische onderkoeldheid van Corrina Corrina en bovenal de schrijnende melancholie en het zo herkenbare schuldgevoel van Bob Dylan's dream, het snijdt allemaal dwars doorheen de afstand tussen hem en mij.
Bob Dylan - The Times They Are A-Changin' (1964)

5,0
2
geplaatst: 26 maart 2021, 22:43 uur
Dit was altijd al mijn favoriete akoestische Dylan-plaat, en als ik ooit een algemene Dylan-album-top-10 zou kunnen opstellen zou het ook daar heel hoog scoren. De absurdistische liedjes van Freewheelin' zijn hier afwezig, met in plaats daarvan giftige protestsongs, gitzwarte portretten van uitzichtloze situaties en intieme inkijkjes in persoonlijke relaties. Strak gitaarspel en soms lang uitgesponnen melodieën lijken Dylan een extra focus te geven, zodat hij in bijvoorbeeld North Country blues met een melodie op slechts twee akkoorden een maximaal effect sorteert, met dank natuurlijk aan de ontroerende tekst. De serieusheid van de insteek geeft aan dit album een gravitas waardoor zowel elk individueel nummer als het geheel extra hard binnenkomt, met op de briljante voorkant de nietsontziende kop van Tom Joad.
Altijd gedacht dat ik naast het onaantastbare North Country blues als mijn tweede persoonlijke favoriet The lonesome death of Hattie Carroll met z'n heartbreaking melodie van het refrein ("But you who...") zou kiezen, maar uiteindelijk scoort de desolate resonantie van One too many mornings toch hoger. "It's a restless hungry feeling that don't mean no one no good / When ev'rything I'm a-sayin' you can say it just as good / You're right from your side and I'm right from mine" – die regels blijken door Jim Esch van AllMusic gezien te worden als "the psychology of the lovers' breakup", maar ikzelf heb dit couplet altijd gezien als het ontmoedigende besef dat niemand ongelijk heeft, eerder een algemeen menselijk inzicht dan een particuliere amoureuze mijmering dus.
Het enige mindere moment vind ik het slotnummer, sterk genoeg qua tekst maar te haperend qua ritme en melodie; ergens las ik dat Dylan het ooit omschreef als het enige opvullertje van het album (iets in de trant van "dat schreef ik eigenlijk alleen maar om het album vol te krijgen"), maar waar (en óf) hij dat heeft gezegd kan ik helaas niet meer terugvinden. Voor de rest is dit Dylans meest compromisloze album, weliswaar zonder de sardonische humor van eerder (en later) werk, maar ook intens, oprecht en scherp als een mes.
Altijd gedacht dat ik naast het onaantastbare North Country blues als mijn tweede persoonlijke favoriet The lonesome death of Hattie Carroll met z'n heartbreaking melodie van het refrein ("But you who...") zou kiezen, maar uiteindelijk scoort de desolate resonantie van One too many mornings toch hoger. "It's a restless hungry feeling that don't mean no one no good / When ev'rything I'm a-sayin' you can say it just as good / You're right from your side and I'm right from mine" – die regels blijken door Jim Esch van AllMusic gezien te worden als "the psychology of the lovers' breakup", maar ikzelf heb dit couplet altijd gezien als het ontmoedigende besef dat niemand ongelijk heeft, eerder een algemeen menselijk inzicht dan een particuliere amoureuze mijmering dus.
Het enige mindere moment vind ik het slotnummer, sterk genoeg qua tekst maar te haperend qua ritme en melodie; ergens las ik dat Dylan het ooit omschreef als het enige opvullertje van het album (iets in de trant van "dat schreef ik eigenlijk alleen maar om het album vol te krijgen"), maar waar (en óf) hij dat heeft gezegd kan ik helaas niet meer terugvinden. Voor de rest is dit Dylans meest compromisloze album, weliswaar zonder de sardonische humor van eerder (en later) werk, maar ook intens, oprecht en scherp als een mes.
Bob Dylan - Time Out of Mind (1997)

4,0
5
geplaatst: 2 februari 2021, 22:44 uur
"Misschien is Time out of mind wel Dylans equivalent van het grote modernistische gedicht The waste land [van T.S. Eliot uit 1922], contemporaine wanhoop opgeroepen middels een heksenketel van beelden en echo's," schrijft Brian Hinton, en dat vind ik wel een goede manier om de indruk die dit album op mij maakt te beschrijven. Een bijna post-apocalyptische plaat met nummers die zijn gedrenkt in een "auditieve soep van onbehagen" waarbij zelfs de liefde niet altijd balsemend werkt. Dylan op z'n vrolijkst: "even if the flesh falls off of my face, I know someone will be there to care", "When you think that you've lost everything, you find out you can always lose a little more", "They tell me everything is gonna be all right, but I don’t know what 'all right' even means" en zo nog wat meer overdenkingen uit "the lonely graveyard of my mind". De vele Amerikaanse plaatsnamen maken er tegelijkertijd een soort verslag van een fysieke reis van, alsof Dylan zijn mistroostigheid weerspiegeld ziet in het Amerika van 1997, maar dat is misschien te vergezocht.
Ik leerde deze plaat kennen in een periode dat ik absoluut niet tegen Dylans raspende stem kon – waar was de expressiviteit en de jeugdige zeggingskracht van I want you en Tangled up in blue toch gebleven? Jaren later ontdekte ik zijn twee albums met traditionele folk- en bluescovers uit de eerste helft van de jaren 90, en sindsdien heb ik geen problemen meer met zijn stem, maar de arrangementen zijn een ander verhaal – het lijkt soms wel alsof Daniel Lanois een authentieke sfeer probeert te simuleren in plaats van die op organische wijze te laten ontstaan, waardoor bijvoorbeeld dat orgeltje op Love sick en Million miles en Cold irons bound eerder gekunsteld dan "naturel" aandoet (en dat terwijl ik Lanois' eigen platen en zijn produktiewerk voor onder andere Robbie Robertson, Emmylou Harris en Peter Gabriel zo prachtig vind). In combinatie met nummers die niet altijd even spannend zijn ('Till I fell in love with you) of die soms wat te lang doorgaan (het slotnummer) levert dat een plaat op die ik minder goed vind dan zijn enorme status als Dylans terugkeer na zeven jaren van compositorische droogte mij deed hopen, maar als een schets van verlatenheid waarvan het deprimerende gehalte wordt gecompenseerd door de intensiteit en de overduidelijke inspiratie overtuigt de plaat zéker.
Ik leerde deze plaat kennen in een periode dat ik absoluut niet tegen Dylans raspende stem kon – waar was de expressiviteit en de jeugdige zeggingskracht van I want you en Tangled up in blue toch gebleven? Jaren later ontdekte ik zijn twee albums met traditionele folk- en bluescovers uit de eerste helft van de jaren 90, en sindsdien heb ik geen problemen meer met zijn stem, maar de arrangementen zijn een ander verhaal – het lijkt soms wel alsof Daniel Lanois een authentieke sfeer probeert te simuleren in plaats van die op organische wijze te laten ontstaan, waardoor bijvoorbeeld dat orgeltje op Love sick en Million miles en Cold irons bound eerder gekunsteld dan "naturel" aandoet (en dat terwijl ik Lanois' eigen platen en zijn produktiewerk voor onder andere Robbie Robertson, Emmylou Harris en Peter Gabriel zo prachtig vind). In combinatie met nummers die niet altijd even spannend zijn ('Till I fell in love with you) of die soms wat te lang doorgaan (het slotnummer) levert dat een plaat op die ik minder goed vind dan zijn enorme status als Dylans terugkeer na zeven jaren van compositorische droogte mij deed hopen, maar als een schets van verlatenheid waarvan het deprimerende gehalte wordt gecompenseerd door de intensiteit en de overduidelijke inspiratie overtuigt de plaat zéker.
Bob Dylan - Together Through Life (2009)

3,5
0
geplaatst: 12 februari 2021, 21:40 uur
Iets teveel songs die saai zijn of niet beklijven, iets te weinig spannende arrangementen om dat bezwaar op te vangen. Wanneer het raak is is het meteen ook héél erg raak (de broeierige opener, het loodzware Forgetful heart, de killer-riff van Jolene), en de tegelijk warme en rafelige sound houdt de plaat te allen tijde beluisterbaar, maar de "Hawaïaanse" steel-gitaar en de Tex-Mex-accordeon behoren niet tot mijn favoriete instrumenten, en Dylans evidente enthousiasme vertaalt zich voor mij persoonlijk niet naar constant luisterplezier. Zo is dit wat mij betreft na Love and theft en Modern times toch een stapje terug, maar verder is het niet nodig om te vergelijken: op zichzelf is Together through life een aardige maar niet geweldige plaat met een paar ijzersterke hoogtepunten.
Bob Dylan - Under the Red Sky (1990)

3,5
0
geplaatst: 23 oktober 2013, 20:36 uur
Nooit de negatieve reacties hierop helemaal begrepen. Voor veel mensen kwam dit één jaar na de "wederopstanding" kennelijk als een afknapper, maar als hier dan misschien niet de hoogtepunten van Oh mercy op staan heeft deze plaat gelukkig ook niet de neiging tot melodrama van nummers als Ring them bells en Disease of conceit, en wat Fedde hierboven "een laatste poging van Dylan om nog met zijn tijd mee te komen" noemt vind ik zelf juist een prettige en kleurrijke sound vol slimme gitaarlijntjes en warme orgeltjes.
Eigenlijk ook stuk voor stuk leuke nummers, vooral op de eerste helft van het album, met ná de bizarre opener (melige tekst, aardig bluesje, nachtkaarseinde) een prachtig trio, en de twee laatste nummers eveneens ijzersterk voor een vrolijke nasmaak (begint Handy dandy niet met een knipoog naar Positively 4th Street? – sowieso doet de aanwezigheid van Al Kooper mij heel sterk aan Highway 61 revisited en Blonde on blonde denken). Opvallend ook hoeveel sterke "bruggen" er op deze plaat staan: Unbelievable, Born in time, 2 x 2, Cat's in the well – allemaal nummers met degelijke melodieën die door de afwisseling van een goed gevonden brug nog een stukje intenser worden.
Gewoon een prima plaat, met goede nummers, een warme produktie, sfeervolle arrangementen, vaak voor Dylans doen zeer goed en overtuigend gezongen, en met soms intrigerende en zelfs mysterieuze teksten. En o ja, uit Unbelievable: "It's unbelievable you can get this rich this quick" – een sterke regel, uitstekend in de melodie passend, om de één of andere reden al zolang ik hem ken steeds in mijn hoofd rondzingend, en sinds de gouden handdrukken voor de afzwaaiende bankdirecteuren van de afgelopen jaren actueler dan ooit.
Eigenlijk ook stuk voor stuk leuke nummers, vooral op de eerste helft van het album, met ná de bizarre opener (melige tekst, aardig bluesje, nachtkaarseinde) een prachtig trio, en de twee laatste nummers eveneens ijzersterk voor een vrolijke nasmaak (begint Handy dandy niet met een knipoog naar Positively 4th Street? – sowieso doet de aanwezigheid van Al Kooper mij heel sterk aan Highway 61 revisited en Blonde on blonde denken). Opvallend ook hoeveel sterke "bruggen" er op deze plaat staan: Unbelievable, Born in time, 2 x 2, Cat's in the well – allemaal nummers met degelijke melodieën die door de afwisseling van een goed gevonden brug nog een stukje intenser worden.
Gewoon een prima plaat, met goede nummers, een warme produktie, sfeervolle arrangementen, vaak voor Dylans doen zeer goed en overtuigend gezongen, en met soms intrigerende en zelfs mysterieuze teksten. En o ja, uit Unbelievable: "It's unbelievable you can get this rich this quick" – een sterke regel, uitstekend in de melodie passend, om de één of andere reden al zolang ik hem ken steeds in mijn hoofd rondzingend, en sinds de gouden handdrukken voor de afzwaaiende bankdirecteuren van de afgelopen jaren actueler dan ooit.
Fedde schreef:
Slordige inzetten zoals op het mompelend gezongen 10,000 Men verraden dat hij er met zijn hoofd niet helemaal bij was.
Brian Hinton in zijn Bob Dylan album file & complete discography: "The whoosh at the beginning is the sound of the multitrack firing up as [Don? David?] Was suddenly realizes that Dylan is composing a song then and there. And it was never revised or dubbed over from this one-and-only take."Slordige inzetten zoals op het mompelend gezongen 10,000 Men verraden dat hij er met zijn hoofd niet helemaal bij was.
Bob Dylan - World Gone Wrong (1993)

5,0
0
geplaatst: 13 februari 2014, 14:06 uur
Inderdaad een mooi album, en inderdaad nul en generlei: dit en voorganger Good as I been to you zijn Dylans eerbetonen aan de muziek die hem van jongsafaan tot nu heeft geïnspireerd (en tevens twee albums die het gat van zijn writer's block van tussen Under the red sky uit 1990 en Time out of mind uit 1997 hebben opgevuld).
Bob Dylan / The Band - Before the Flood (1974)

5,0
1
geplaatst: 11 februari 2013, 17:30 uur
Naast de mijn inziens terechte complimenten voor Dylan moet ik als liefhebber van The Band hier ook even kwijt dat ik dit hun beste live-registratie vind, beter dan Rock of ages en The last waltz : puur, strak, geen tierelantjes met blazers, gewoon rechttoe rechtaan en vol emotie. Met name hoe de oorspronkelijke kant 2 van de vinyl-dubbelelpee afsloot, met eerst The night they drove old Dixie down (geweldig gebruld door Levon Helm) en daarna Stage fright met een heerlijk swingend outro, is nog altijd onovertroffen. En dan dat tergende begin van All along the watchtower, dat als het eenmaal op stoom is gekomen door Robbie Robertson van een knetterende solo wordt voorzien... Eén van de beste en meest sfeervolle live-albums die ik ken.
Bob Dylan & The Band - The Basement Tapes (1975)

3,5
0
geplaatst: 6 mei 2021, 11:30 uur
Vroeger had ik bijna een hékel aan dit album vanwege de overdaad aan muzikaal en vooral tekstueel onbenullige nummers die het zicht op de wèl goede en mooie nummers van zowel Dylan als de Band-solo enigszins ontnamen, hetgeen voor mij in schril contrast stond met het belang dat binnen Dylans discografie in het bijzonder en de popmuziek in het algemeen aan deze verzameling wordt toegekend. Dat heeft ook wel wat te maken met Greil Marcus: in zijn boek Invisible republic vertelt hij hoe hij in en tussen en onder de nummers van deze sessies echo's hoort van het mythologische vroege Amerika zoals weerspiegeld in oude folkmuziek, sterke verhalen en anekdotes zonder pointe, maar die echo's kan ik zelf maar zelden bespeuren, hoezeer ik ook mijn best doe en hoezeer ik ook houd van èn Bob Dylan èn The Band èn het proberen om "aan te voelen" waar je zulke verbanden zou kunnen horen. (Dit alles los van het feit dat het warme geluid vol traditionele instrumenten van The Band sowieso wel altijd aan het verleden refereert.)
De laatste jaren heb ik me wat meer met dit dubbelalbum verzoend, dankzij het evidente spelplezier, de superbe ambachtelijkheid van de Bandleden en de toch wel èrg bijzondere hoogtepunten. En ook al hoor ik hier dan niet de echo's waar Marcus het over heeft, nummers als Tears of rage en This wheel's on fire –niet voor niets door Robertson gekozen als de afsluiters van beide elpees– hebben van zichzelf al genoeg Dylaneske magie om me mee te voeren naar een plek waarvan niemand behalve Dylan de sleutel heeft. (Dat gezegd hebbende moet ik bekennen dat ik van die nummers de covers van Gene Clark resp. Julie Driscoll, Brian Auger & The Trinity prefereer boven de versies op zowel The basement tapes als Music from Big Pink.)
Uiteindelijk wordt de impact van prachtige nummers als Katie's been gone, Too much of nothing en You ain't goin' nowhere té vaak ondermijnd door melige dingen als Lo and behold!, Apple suckling tree en Don't ya tell Henry om over de hele linie enthousiast te kunnen zijn over dit album, maar de beste nummers van zowel Dylan als The Band hier zijn meesterlijk, met een speciale vermelding voor het sublieme en sfeervolle orgelspel van Garth Hudson, dat vooral goed tot z'n recht komt op de heldere CD-transfer van 2009. Toch niet slecht voor liedjes die volgens de overlevering alleen maar zouden zijn bedoeld om gezellig samen onbezorgd wat muziek te maken.
De laatste jaren heb ik me wat meer met dit dubbelalbum verzoend, dankzij het evidente spelplezier, de superbe ambachtelijkheid van de Bandleden en de toch wel èrg bijzondere hoogtepunten. En ook al hoor ik hier dan niet de echo's waar Marcus het over heeft, nummers als Tears of rage en This wheel's on fire –niet voor niets door Robertson gekozen als de afsluiters van beide elpees– hebben van zichzelf al genoeg Dylaneske magie om me mee te voeren naar een plek waarvan niemand behalve Dylan de sleutel heeft. (Dat gezegd hebbende moet ik bekennen dat ik van die nummers de covers van Gene Clark resp. Julie Driscoll, Brian Auger & The Trinity prefereer boven de versies op zowel The basement tapes als Music from Big Pink.)
Uiteindelijk wordt de impact van prachtige nummers als Katie's been gone, Too much of nothing en You ain't goin' nowhere té vaak ondermijnd door melige dingen als Lo and behold!, Apple suckling tree en Don't ya tell Henry om over de hele linie enthousiast te kunnen zijn over dit album, maar de beste nummers van zowel Dylan als The Band hier zijn meesterlijk, met een speciale vermelding voor het sublieme en sfeervolle orgelspel van Garth Hudson, dat vooral goed tot z'n recht komt op de heldere CD-transfer van 2009. Toch niet slecht voor liedjes die volgens de overlevering alleen maar zouden zijn bedoeld om gezellig samen onbezorgd wat muziek te maken.
Bob Marley & The Wailers - Legend (1984)
Alternatieve titel: The Best Of

4,5
0
geplaatst: 5 juni 2022, 15:11 uur
Een plaat in twee binnen mijn collectie welbepaalde en eigenlijk vrij frequent voorkomend genres, namelijk de waarom draai ik dit niet vaker?- en waarom heb ik hier niet méér platen van?-genres. Beide vragen worden extra urgent wanneer een plaat begint met drie zulke geweldige nummers als hier, maar in de loop van het album komen dezelfde antwoorden als bij de vorige draaibeurten bovendrijven: omdat noch de arrangementen (orgeltje en gitaar steeds tegen de maat in, drums ingehouden) noch het tempo (alsof je de hele tijd in z'n 2 in de stad moet rijden) noch alles eromheen (het Rastafari-geloof, de ganja, "take it easy") mij liggen. Misschien ben ik gewoon teveel een witte kaaskop die houdt van een gitaar die af en toe in het rood gaat en een drumstel dat af en toe gaat wiebelen van de erin en erop gelegde energie, en daarvoor ben ik bij deze man niet aan het juiste adres. (Niet zíjn schuld natuurlijk.)
Allemaal niet veranderd sinds ik op de middelbare school eerst de prachtige single van No woman no cry aanschafte (mijn eerste kennismaking met Bob Marley) en daarna de Live-plaat waar dat nummer in een langere en zo mogelijk nog mooiere versie op stond – maar een maand later had ik de plaat al weer verkocht omdat ik een hele plaat met reggae niet trok. Er is sindsdien wel het één en ander in mijn smaak veranderd, maar reggae is nog steeds niet een favoriet genre. Dat gezegd hebbende is dit een geweldige verzameling met zo te zien alle hoogtepunten en de klassieke singles uit de latere periode, dus wie zoekt naar één plaat met daarop het "beste" van een man voor wie het woord charisma zo ongeveer is uitgevonden lijkt me hier aan het juiste adres. Mijn geremasterde CD uit 2002 heeft naast de normale 14 nummers Easy skanking en Punky reggae party als extra tracks, me dunkt dat in plaats daarvan beter bij de vroege Island-periode of bij een liveplaat had kunnen worden gewinkeld, maar soit.
Allemaal niet veranderd sinds ik op de middelbare school eerst de prachtige single van No woman no cry aanschafte (mijn eerste kennismaking met Bob Marley) en daarna de Live-plaat waar dat nummer in een langere en zo mogelijk nog mooiere versie op stond – maar een maand later had ik de plaat al weer verkocht omdat ik een hele plaat met reggae niet trok. Er is sindsdien wel het één en ander in mijn smaak veranderd, maar reggae is nog steeds niet een favoriet genre. Dat gezegd hebbende is dit een geweldige verzameling met zo te zien alle hoogtepunten en de klassieke singles uit de latere periode, dus wie zoekt naar één plaat met daarop het "beste" van een man voor wie het woord charisma zo ongeveer is uitgevonden lijkt me hier aan het juiste adres. Mijn geremasterde CD uit 2002 heeft naast de normale 14 nummers Easy skanking en Punky reggae party als extra tracks, me dunkt dat in plaats daarvan beter bij de vroege Island-periode of bij een liveplaat had kunnen worden gewinkeld, maar soit.
Bob Mould - Bob Mould (1996)

4,5
0
geplaatst: 30 december 2011, 23:32 uur
Aardig grapje: na het vijfde nummer (dus als het ware aan het einde van de eerste vinylkant) hoor je een naald uit de groef opstijgen, en na het tiende en laatste nummer (dus aan het einde van kant 2) hoor je hoe de naald in de uitloopgroef blijft hangen...
Prima Mould-soloplaat; ik heb weinig toe te voegen aan de voorgaande auteurs, behalve dan dat ik ook de nadruk wil vestigen op de prachtige poppy ballade Fort Knox, King Solomon met een rinkelende gitaar à la Sugars If I can't change your mind. Heerlijke en kwalitatief zeer consistente plaat.
Prima Mould-soloplaat; ik heb weinig toe te voegen aan de voorgaande auteurs, behalve dan dat ik ook de nadruk wil vestigen op de prachtige poppy ballade Fort Knox, King Solomon met een rinkelende gitaar à la Sugars If I can't change your mind. Heerlijke en kwalitatief zeer consistente plaat.
Booker T. & The M.G.'s - And Now! (1966)

3,5
1
geplaatst: 27 april 2017, 17:39 uur
Lekkere plaat met even simpele als warme arrangementen, met het Hammondorgel van Booker T. op de voorgrond en de gitaar van Steve Cropper die zich regelmatig naar voren dringt voor zijn knerpende solo's, plus natuurlijk die niet te onderschatten ritmesectie van Donald "Duck" Dunn en Al Jackson Jr die zo mooi "ademt". Ik ben er dol op, zeker met dat mooie geluid van de remasters, en de melige momenten (zoals een wel èrg onderkoeld Summertime en een versie van Sentimental journey die véél meer peper nodig heeft om de melige melodie en de Doris Day-associaties draaglijk te houden) neem ik graag voor lief wanneer er ook zulke soepele work-outs op staan als My sweet potato en One mint julep (dat wel wat èrg veel op Big train van Soul dressing lijkt, maar ja, dát leek weer op Green onions, wat maakt het ook uit).
Booker T. & The M.G.'s - Doin' Our Thing (1968)

3,5
0
geplaatst: 19 mei 2017, 17:38 uur
Ik sluit me van harte bij mijn voorganger vigil aan. Een goed uitgebalanceerde plaat zonder zwakke plekken en met twee ijzersterke afsluiters, en ook Ode to Billie Joe mag niet onvermeld blijven, knap hoe ze in hun instrumentale versie toch de creepiness van de tekst van Bobbie Gentry hebben weten te treffen. Het eerste album dat de band zelf produceerde, volgens mij zonder gereleasde single en ook duidelijk geen grote hit (nummer 176 in de Amerikaanse albumlijsten), maar wel één van hun leukste platen.
Booker T. & The M.G.'s - Green Onions (1962)

2,5
1
geplaatst: 13 april 2017, 22:24 uur
Verliefd geworden op het werk van deze huisband achter Sam & Dave, Otis Redding en Albert King ben ik nu bij hun albums zelf uitgekomen, maar de eerlijkheid gebiedt me te bekennen dat dit debuut toch nog wel wat scherpe of beter gezegd zachte randjes heeft. Wanneer het tempo omhoog gaat, Jones risico's neemt met zijn orgel en Cropper los mag gaan ontstaat al gauw die ruime, ademende sound waar ik bij bovenstaande artiesten voor gevallen ben, maar er staan hier ook een paar nummers op waarbij de groep gevaarlijk dicht tegen een cocktailcluborkestje (Rinky dink, Twist and shout) of een nachtclubjazzband aanzit. Met name de afschuwelijke versie van Stranger on the shore doet me denken aan die belegen Midnight slows-elpees uit de jaren 60 en 70 met Milt Buckner op orgel, Buddy Tate op sax en David Hamilton-achtige soft-focus-foto's van half blote dames op de hoes – geen fijne associaties om met déze band te krijgen. Het titelnummer klinkt nog altijd fris, en van Mo' onions en The one who really loves you word ik eveneens bijzonder vrolijk, maar voor de rest is dit een mixed bag. (Overigens speelt op dit album nog Lewie Steinberg op bas – de komst van Donald "Duck" Dunn ligt nog even in de toekomst.)
Booker T. & The M.G.'s - Hip Hug-Her (1967)

3,0
1
geplaatst: 10 mei 2017, 14:19 uur
Zoals hiervoor al gemeld door Osiris Apis (die daarmee de tot nog toe complete berichtgeving over dit album op MusicMeter voor zijn rekening nam, een klein schandaal) klinkt dit album af en toe wat luier en jazzier, bijvoorbeeld op Slim Jenkins' place en Pigmy, en bovendien komt het mij voor dat Steve Cropper hier wat minder op de voorgrond treedt, dus dan krijg je al gauw een wat meliger geluid, bijvoorbeeld op het Telstar-achtige More (waarvan het origineel schijnbaar de filmmuziek van de brute film Mondo cane was!) en op Get ready, oorspronkelijk natuurlijk een geweldig nummer van Rare Earth maar hier de enige echte misser vanwege dat laffe elektrische pianootje (sowieso is het natuurlijk een dubieuze beslissing om een nummer met zo'n sterke vocale hook in een instrumentale versie te brengen).
Gelukkig staan er ook diverse wèl gelukte tracks op, zoals het funky openingsnummer, het wèl lekker stevige Double or nothing en mijn persoonlijke favoriet Groovin', oorspronkelijk een Amerikaanse nummer-1-hit voor de Young Rascals en niet veel later #21 voor Booker T (en daarmee een grotere hit dan het titelnummer dat niet hoger dan de 37ste plaats kwam). Al met al een aardig album met zes eigen composities en vijf covers, niet hun beste plaat maar met voldoende hoogtepunten om hem voor de liefhebber toch de moeite waard te maken. En 60's-ig-er dan déze hoes zul je ze niet gauw vinden.
Overigens een grappig detail: het zevende nummer hierboven heette oorspronkelijk Slim Jenkins' joint, vernoemd naar de juke joints, min of meer illegale kroegen waar gedronken, gedanst en/of opium gebruikt kon worden, maar sinds een joint ook een sigaret met cannabis is gaan betekenen is de titel van dat nummer veranderd in Slim Jenkins' place. Niet overal: ik heb deze plaat in zo'n goedkoop Original album series-doosje met 5 CD's uit 2012, maar terwijl op dat doosje zelf en op het schijfje al de titel met place staat, heet het nummer op de kartonnen hoes van de aparte CD nog steeds Slim Jenkins' joint... Die gaat nog geld waard worden!
Gelukkig staan er ook diverse wèl gelukte tracks op, zoals het funky openingsnummer, het wèl lekker stevige Double or nothing en mijn persoonlijke favoriet Groovin', oorspronkelijk een Amerikaanse nummer-1-hit voor de Young Rascals en niet veel later #21 voor Booker T (en daarmee een grotere hit dan het titelnummer dat niet hoger dan de 37ste plaats kwam). Al met al een aardig album met zes eigen composities en vijf covers, niet hun beste plaat maar met voldoende hoogtepunten om hem voor de liefhebber toch de moeite waard te maken. En 60's-ig-er dan déze hoes zul je ze niet gauw vinden.
Overigens een grappig detail: het zevende nummer hierboven heette oorspronkelijk Slim Jenkins' joint, vernoemd naar de juke joints, min of meer illegale kroegen waar gedronken, gedanst en/of opium gebruikt kon worden, maar sinds een joint ook een sigaret met cannabis is gaan betekenen is de titel van dat nummer veranderd in Slim Jenkins' place. Niet overal: ik heb deze plaat in zo'n goedkoop Original album series-doosje met 5 CD's uit 2012, maar terwijl op dat doosje zelf en op het schijfje al de titel met place staat, heet het nummer op de kartonnen hoes van de aparte CD nog steeds Slim Jenkins' joint... Die gaat nog geld waard worden!

Booker T. & The M.G.'s - Melting Pot (1971)

4,5
0
geplaatst: 30 mei 2017, 17:43 uur
De plaat waarop de sound, de arrangementen en de muzikale kern van Booker T & the MG's volledig tot hun recht komen. Geheel in lijn met de tijdgeest nemen de mannen hier de tijd voor hun nummers, hetgeen overigens niet altijd bijzonder gelukkig uitpakt : zo voegen de laatste vier minuten van het titelnummer niet zo veel toe aan de singleversie, en wordt de tweede helft van dat andere 8-minuten-plus-nummer Kinda easy like ontsierd door een verschrikkelijk scattend dameskoortje dat mij doet denken aan die verschrikkelijke Anita Kerr Singers uit mijn verder toch zo geliefde ouderlijke huis. Enfin, het zijn slechts kleine smetjes op een verder heerlijke plaat, met als hoogtepunten de Creedence Clearwater Revival-invloeden op Chicken pox en Fuquawi (er zijn opnames van jamsessies van de acht heren), het onverwachte gebruik van een soepele akoestische gitaar en elegante strijkers op het slotnummer (jammer dat ik bij een bepaalde wending in de melodie daarvan steeds moet denken aan Mrs Robinson – BTMG had daar twee jaar eerder al een cover van opgenomen, en om de één of andere reden heb ik daar altijd een hekel aan gehad), en last but not least het titelnummer, dat ik sinds ik het anderhalf jaar geleden heb ontdekt al zeker honderd keer heb gedraaid – de allereerste gebruiker hier, de niet meer actieve tondeman, noemt dat "misschien wel [z]ijn favoriete instrumentale nummer allertijden", en wie ben ik om het daarmee oneens te zijn? Kortom, als geheel een dijk van een plaat, en mijn favoriete album uit het werk van deze unieke band.
Booker T. & The M.G.'s - Soul Dressing (1965)

3,5
1
geplaatst: 19 april 2017, 15:50 uur
BTMG's tweede plaat, ditmaal met elf originals en één cover, maar vooral ook met een iets minder zachtaardig geluid en iets meer gitaarsolo's die venijnig schuren. Af en toe lekker donker en funky, zoals op het sfeervolle Big train en het opwindende Jellybread, en dan hebben we natuurlijk nog het onderkoelde maar spannende titelnummer... En worden de aflopende gitaarakkoorden daarvan trouwens geciteerd aan het begin van Outrage ? Hoe dan ook, een kort maar krachtig album met de band in topvorm. Waanzinnige hoes ook.
Booker T. & The M.G.'s - Soul Limbo (1968)

4,0
0
geplaatst: 13 juni 2017, 09:46 uur
Zes jaar na hun debuutalbum en midden in het tijdperk van de psychedelica en de muzikale improvisaties hebben ook Booker T en zijn MG's hun vleugels uitgeslagen, en het gevolg is één van hun sterkste en meest afwisselende platen waarop ze enerzijds (naast drie eigen composities) diverse nummers met respectvolle covers geheel in hun waarde laten en anderzijds hun geluid steeds meer diversifiëren en soms ook stevig aanzetten.
Van niet alle covers zijn de originelen mij bekend, maar aan degenen die ik wèl kende voegen BTMG wel degelijk wat toe, zelfs aan het toch flink dampende Foxy lady. Grootste verrassing is echter de versie van Eleanor Rigby, in het origineel een weemoedige ballade over eenzaamheid, hier een donker en bijna spookachtig nummer met een onheilspellend hoofdinstrument dat ik niet helemaal thuis kan brengen – misschien is dat Booker T. op een vervormde clavinet, misschien Steve Cropper met een effectpedaal? Zo te horen toch een toetsinstrument, want Cropper speelt er gitaarloopjes en akkoorden overheen. Hoe dan ook, één van mijn favoriete Beatles-nummers krijgt hier een make-over die op een zeer verrassende wijze een bijna totaal nieuwe song oplevert (toen ik voor het eerst en met slechts een half oor naar dit album luisterde had ik de melodie zelfs niet herkend!).
Een andere sterke cover is die van Born under a bad sign, het titelnummer van Albert Kings beroemdste plaat uit 1967, maar geschreven door Booker T. Jones en William Bell, die het nummer allebei óók nog eens opnamen, Jones dus op dít album, Bell in 1969 en kortgeleden (2016) opnieuw. De bekendste versie zal echter wel die van Cream zijn (op Wheels of fire uit 1968).
Het vrolijke en zeer kleurrijke titelnummer was een redelijke hit (#17 USA, #10 Nederland), maar dé grote hit van deze plaat was Hang 'em high (USA #9), een compositie van Dominic Frontière voor de gelijknamige western uit 1968 van Ted Post met Clint Eastwood, hier met een lekkere orgelpartij, een wandelende bas en mooie spaghetti-fills van Cropper. Op deze plaat wordt het meteen gevolgd door een jazzy versie van Willow weep for me uit 1932, een mooi voorbeeld van hoe deze band moeiteloos van het ene genre naar het andere kan schakelen zonder een steek te laten vallen. Geen enkel zwak nummer, diverse zeer sterke uitschieters, 35 minuten kwaliteit: in z'n totaliteit een prima en bijzonder gevarieerde staalkaart van de muzikale vermogens van deze mannen.
Van niet alle covers zijn de originelen mij bekend, maar aan degenen die ik wèl kende voegen BTMG wel degelijk wat toe, zelfs aan het toch flink dampende Foxy lady. Grootste verrassing is echter de versie van Eleanor Rigby, in het origineel een weemoedige ballade over eenzaamheid, hier een donker en bijna spookachtig nummer met een onheilspellend hoofdinstrument dat ik niet helemaal thuis kan brengen – misschien is dat Booker T. op een vervormde clavinet, misschien Steve Cropper met een effectpedaal? Zo te horen toch een toetsinstrument, want Cropper speelt er gitaarloopjes en akkoorden overheen. Hoe dan ook, één van mijn favoriete Beatles-nummers krijgt hier een make-over die op een zeer verrassende wijze een bijna totaal nieuwe song oplevert (toen ik voor het eerst en met slechts een half oor naar dit album luisterde had ik de melodie zelfs niet herkend!).
Een andere sterke cover is die van Born under a bad sign, het titelnummer van Albert Kings beroemdste plaat uit 1967, maar geschreven door Booker T. Jones en William Bell, die het nummer allebei óók nog eens opnamen, Jones dus op dít album, Bell in 1969 en kortgeleden (2016) opnieuw. De bekendste versie zal echter wel die van Cream zijn (op Wheels of fire uit 1968).
Het vrolijke en zeer kleurrijke titelnummer was een redelijke hit (#17 USA, #10 Nederland), maar dé grote hit van deze plaat was Hang 'em high (USA #9), een compositie van Dominic Frontière voor de gelijknamige western uit 1968 van Ted Post met Clint Eastwood, hier met een lekkere orgelpartij, een wandelende bas en mooie spaghetti-fills van Cropper. Op deze plaat wordt het meteen gevolgd door een jazzy versie van Willow weep for me uit 1932, een mooi voorbeeld van hoe deze band moeiteloos van het ene genre naar het andere kan schakelen zonder een steek te laten vallen. Geen enkel zwak nummer, diverse zeer sterke uitschieters, 35 minuten kwaliteit: in z'n totaliteit een prima en bijzonder gevarieerde staalkaart van de muzikale vermogens van deze mannen.
