MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten BoyOnHeavenHill als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Black - Wonderful Life (1987)

poster
4,0
Eigenlijk vind ik alleen de laatste vier bonustracks wat minder, maar dan nog eerder omdat ze experimenteel en zoekend (en daardoor nog altijd redelijk interessant) zijn dan echt slecht, en I'm not afraid gaat wat te lang door, maar de overige nummers blijven voor mij steeds op een opmerkelijk hoog niveau. En wanneer het even saai dreigt te worden zit er wel een aardige solo of een boeiende wisseling van arrangement in.

Black Sabbath - Black Sabbath (1970)

poster
4,5
Een bijna perfecte kant 1, een kant 2 die wat minder van kwaliteit is door de flauwe maar toch ook weer niet echt slechte single (à la Black night) en de gitaarjams op het slotnummer van Iommi (die daar laat zien dat hij geen Jimmy Page is), maar toch zou ik dit album niet ánders wìllen hebben – de excessen en de experimenten en de eigenzinnigheid horen er allemaal bij. Loodzware maar heerlijk heldere gitaarriffs, een lenige bas, donkere teksten, een naargeestige zangstem, af en toe onvoorspelbare songstructuren (Sleeping village, Warning), sfeervolle ruimtelijke produktie, en een prachtige hoes om het àf te maken. Een plaat als een tank.

Black Sabbath - Master of Reality (1971)

poster
4,5
In zekere zin het beste van deze band in een goed half uur gedestilleerd, aangevuld met twee sfeertekeningetjes en een verrassend rustige (en verrassend mooie) ballade. Uiteraard gaat de meeste aandacht uit naar Iommi's loodzware en even simpele als effectieve riffs, maar zelf ben ik elke keer weer verrast door hoe zwaar Geezers bas klinkt en hoe perfect die als een boa glijdend over de junglebodem "onder" Iommi's gitaar doorkruipt (bijvoorbeeld tijdens/onder de gitaarsolo vanaf 2:17 op Lord of this world, heerlijk). Sowieso een ideale totaalsound met Ozzy helderder en beter zingend dan ooit.
        De online-recensie van AllMusic slaat de spijker op z'n kop: "Master of reality essentially created multiple metal subgenres all by itself, laying the sonic foundations for doom, stoner and sludge metal, all in the space of just over half an hour. [...] if a core of five songs seems slight for a classic album, it's also important to note that those five songs represent a nearly bottomless bag of tricks, many of which are still being imitated and explored decades later." Die loftuitingen en het historische belang van de invloed zeggen natuurlijk nog niets over de muzikale merites van dit album, maar ze maken wel duidelijk waarom deze plaat 50 jaar later nog niets van z'n aantrekkingskracht heeft verloren en zelfs misschien wel nog meer "leeft" dan toen.

Black Sabbath - Paranoid (1970)

poster
4,5
Ik kan me nog goed herinneren dat ik bijna moest láchen toen ik Iron man voor het eerst hoorde: de gitaar speelt een riff, de drums houden het bijbehorende ritme aan, de bas speelt met de gitaar mee, tjonge, de zang zal toch niet?... en ja hoor, de zang volgt precies dezelfde melodie als de gitaar. Zo simplistisch, hoe dúrven ze, hoe kunnen ze denken dat dit gepikt wordt?... Maar het wórdt gepikt, en wel omdat het zo goed werkt, omdat de geluidsmuur die zo wordt opgetrokken zo massief en zo indrukwekkend is. De tweede keer dat ik het beluisterde zat ik nog wel op mijn reactie te wachten, maar vanaf de derde keer draaide het alleen nog maar om de monster-riff, en ik vermeld het lachen hier alleen maar om aan te geven hoezeer het kan verkeren.
        Toegegeven, ik ken ook mensen die hier om zouden blíjven lachen (als ze al met deze muziek in contact zouden komen), om het simplisme van de melodieën, om de soms onhandige teksten, om de monotone zang, om de hoes waar ik eerder een motormuis met lichtzwaard in zie dan een moordlustige futuristische supersoldaat... Ach ja, muziek om cerebraal te worden ondergaan of met de bladmuziek in de hand te worden geanalyseerd is dit niet, wèl muziek om door meegesleept te worden, om je muzieksmaak door te laten kleuren, om helemaal in óp te gaan. Zelf val ik vooral voor die tegelijkertijd strakke en moddervette gitaarsound (die heerlijke riff met die opgetrokken noot op 2:43 van het slotnummer!) en om de bas die zulk zwaar tegenwicht biedt maar die tijdens de gitaarsolo's opeens gaat dánsen, maar ook als totaalplaatje is dit album een bewonderenswaardig gefocust geheel dat steeds donker blijft maar nergens de adem afsnijdt.
        Misschien een beetje vergezocht omdat het om twee zo enorm verschillende bands gaat, maar de ruimtelijke sfeer rondom de gitaarsolo in War pigs vanaf 6:34 doet mij altijd denken aan New dawn fades van Joy Division. (Toch is het niet ondenkbaar dat gitarist Bernard Sumner en producer Martin Hannett tijdens hun "vormende" jaren ook wel naar Black Sabbath hebben geluisterd.)

Black Sabbath - Sabbath Bloody Sabbath (1973)

poster
4,5
Ik verbaas me er elke keer weer over hoe goed deze plaat is. In plaats van afgeschreven te moeten worden als een one trick pony die niets anders meer kan verzinnen dan voortborduren op het principe van de definitieve monotone riff die met Sweet leaf toch eigenlijk al was gefinaliseerd, komt de band hier op de proppen met een uiterst gevarieerde en professionele plaat vol verschillende gitaar- en toetsengeluiden en -kleuren, zeer goed gezongen, met een ruimtelijke en volle sound, afwisselende composities, en functioneel gebruik van synths (nou ja, afgezien van die fliebertjes op Who are you dan) en zelfs strijkers. Het titelnummer gaat voor mij met het openingsnummer van het eerste album de strijd aan om het predikaat van het ultieme Black Sabbath-nummer, Sabbra cadabra bevat één van de meest effectieve wendingen ooit in een rocksong, en in het slotnummer horen we hoe je strijkers op natuurlijke en ongekunstelde wijze kunt inzetten zonder aan geloofwaardigheid te verliezen. Petje af, ook voor het fraaie artwork.

Black Sabbath - Vol. 4 (1972)

poster
4,0
Een ballade over een gebroken relatie, een heuse single, een experiment met geluidseffecten, een drumsolo met percussie erbij, een instrumentale ballade... afhankelijk van hoe je hier tegenaan kijkt zou je Vol 4 een onsamenhangend zootje of een interessant experimenteel album kunnen noemen. Persoonlijk heb ik geen enkele moeite met deze plaat, want hij bevat meer dan genoeg momenten waarop de klassieke benadering in volle glorie aanwezig is, en bovendien zijn de experimentele stukjes misschien niet allemaal even succesvol maar duren ze ook nergens te lang. Kortom, een sterke en afwisselende plaat waarop de band zich af en toe buiten z'n safety zone (of moet ik zeggen heksenkring?) waagt zonder dat de liefhebber van het eerste uur zich bekocht hoeft te voelen.

Blackberry Smoke - Find a Light (2018)

poster
4,0
"Find a light verrast niet maar bevredigt wel," zegt Stephen Thomas Erlewine van de All Music Guide, en zo is het maar net. De grote namen die bullet hierboven als voorbeelden noemt liggen voor de hand, maar ik moet soms ook denken aan Z.Z. Top, de Doobie Brothers (pré-Michael McDonald dan natuurlijk) en Tom Petty, en sowieso is de spirit van de seventies hier alomtegenwoordig, maar met zulke sterke nummers, zulke lekkere arrangementen en zo'n superbe sound lijkt me dat geen enkel probleem, om nog maar te zwijgen van het gegeven dat ik zelf nu eenmaal ook een kind van dat decennium ben, hoewel mij deze band door mijn 35 jaar jongere dochter werd aangereikt. Een heerlijke en behoorlijk consistente plaat kortom, met de vermelding dat de hoogtepunten voor mij toch vooral bij de zwaardere helft liggen; met name de opener, Best seat in the house en Till the wheels fall off zijn vrij onweerstaanbaar. En had ik het al over de hoge draaibaarheidsfactor gehad? (Nu overigens ook verkijgbaar in een Tour edition-CD met de complete Southern Ground sessions-EP erbij geperst, een niet te versmaden bonus die de speelduur optrekt naar bijna 79 minuten.)

Blackberry Smoke - The Southern Ground Sessions (2018)

poster
3,5
Een EP met akoestische versies van vijf nummers van Find a light, het meest recente album van deze band, plus een eveneens akoestische (en geweldige) cover van Tom Petty's You got lucky, alles opgenomen in de Southern Ground-studio in Nashville, met hulp van zangeres/violiste Amanda Shires op twee nummers en zanger/gitarist Oliver Wood op één nummer. Beste compliment voor deze versies is dat ze zelden aandoen als omgeturnde elektrische nummers (met uitzondering misschien van de gitaarsolo in The best seat in the house); alles klinkt warm en organisch, met zanger Charlie Starr in topvorm en een band die volkomen op z'n gemak is met deze arrangementen. Zeer de moeite waard. (Nu ook verkrijgbaar op de Tour edition-CD van Find a light, dus op de uitgebreide release van de CD-versie van dat album erbij geperst.)

Blackfield - Blackfield (2004)

poster
4,0
Mijn eerste kennismaking met Blackfield in de studio, na Live in NYC (2007/2009). Dat vond/vind ik een fraaie liveregistratie, dus ik was een beetje bang dat de "kalere" studioversies van die nummers daarna zouden tegenvallen, maar daar is gelukkig geen sprake van. Van Geffens solowerk ken ik helemaal niets, maar als ik dit met Wilsons projecten vergelijk kom ik inderdaad uit bij Porcupine Tree omstreeks de eeuwwisseling, zoals vele voorgangers hier reeds hebben opgemerkt. Wilson concentreert zich hier dus meer op puntige pop/rock-achtige ballades, die echter te veel dynamiek, duisterheid en scherpe instrumentatie bevatten om echt radiovriendelijk te kunnen worden genoemd. Misschien past het bij die beperking dat sommige nummers al beëindigd of weggedraaid worden nog voordat hun hele potentie benut lijkt te zijn, bijvoorbeeld Pain, Cloudy now en het krachtige Blackfield (en als ik de voorgaande berichten lees blijkt van dat laatste nummer dus inderdaad een twee minuten langere versie te bestaan), en evenzo zou je kunnen verwachten dat Wilson bij PT sommige van deze composities zou kunnen hebben gebruikt om eens even flink instrumentaal los te gaan, maar nergens wekt deze muziek de indruk dat het "gemankeerde" prog is, dus voor Wilson lijkt dit een serieuze uitwerking van een volwaardige andere kant van zijn muzikale persoonlijkheid te zijn. Behoorlijk indrukwekkend. (Mijn favorieten zijn trouwens de voorspelbare suspects Blackfield en Cloudy now, maar dat gebeurt met pijn in het hart, want The hole in me heeft zó'n geweldig refrein dat het eigenlijk ook wel een vinkje verdient, om van het slotnummer nog maar te zwijgen.)

Blackfield - Blackfield II (2007)

poster
4,5
Veel hiervan kende ik al via Blackfield live in NYC, maar ook zonder die "voorkennis" (en ook als ik nog nooit iets van Porcupine Tree, No-Man of Steven Wilson-solo had gehoord) zou ik hier meteen voor gevallen zijn. Misschien nog de beste manier om mijn gevoel bij dit album te omschrijven is om te zeggen dat sommige van deze nummers zó vanzelfsprekend klinken alsof ze er altijd al zijn geweest zonder daarbij afgezaagd te zijn geworden, alsof dit een plaat is die ik jaren geleden heb grijsgedraaid maar die nog altijd even meeslepend is wanneer hij weer eens van de plank komt. Met name het openingstrio en het slotduo zijn prachtig, en Once steekt sowieso overal bovenuit, met die perfecte tribal-drums, die fraaie zangharmonieën en die mooie combinatie van smaakvolle strijkers en zagende gitaar, een klein meesterwerk. Van Aviv Geffen ken ik buiten deze band helemaal niets; ik ben blij dat hij hier maar één nummer in z'n eentje zingt, want zijn zangstem staat mij even erg tegen als zijn uitspraak ("It's the end of the worlt"), maar ik ben nog veel blijer dat hij daarentegen bij de samenwerking voor dit album als componist niet voor Wilson onderdoet, want als hij de muziek verzorgde voor zeventig procent van een plaat als déze moet hij toch wel wat in zijn mars hebben. Superbe, sfeervolle, bijna "klassieke" pop met gelukkig ook een mooi donker randje als tegengif voor de troostende werking.

Blackfield - NYC (2009)

Alternatieve titel: Live in New York City

poster
4,5
Voor mij, zijnde een liefhebber van SW/PT maar geheel onbekend met zijn werk met Blackfield, is dit als eerste kennismaking toch wel een leuke binnenkomer die naar meer smaakt. Sterke compacte nummers met een mooi warm geluid, zoals ik ook meer houd van het latere werk van PT dan van hun soms wat stuurloze instrumentale work-outs op de vroegere albums. Wat déze plaat betreft moet ik wel zeggen dat na een eerste keer luisteren de stem van Geffen nog niet echt overtuigt.

Blackfield - V (2017)

poster
2,5
Zoals wel meer mensen hier begon ik aan dit album omdat dit weer meer een samenwerking was, en aangezien ik duidelijk meer affiniteit met Steven Wilson dan met Aviv Geffen heb hoopte ik hier weer iets van de magie van het vroege werk van dit duo terug te vinden. Helaas blijkt het leeuwendeel van de composities van de hand van Geffen te zijn, hetgeen betekent dat ik hier getrakteerd word op veel middelmatige en dus net niet bijzondere composities met af en toe tenenkrommende teksten ("No it's not a shame to be a family man", "Your dad was always away", "You losing grip on bleeding low", "How can I notice when a true love comes? How?"), en als die dan ook nog eens door hemzelf gezongen worden haak ik bijna meteen af, want ik ben steeds meer moeite gaan krijgen met die stem van een verongelijkte gothic-puber met afschuwelijk accent ("I've got to geau to the valley beleau"). Afijn, hierin blijk ik niet alleen te staan, en net als veel anderen luister ik hier vooral naar vanwege de stem van Steven Wilson.
        Toch een paar hoogtepunten: How was your ride? (best mooi), October (met een overdadige pianopartij van Mike Garson [!!!] en idem strijkers, maar prachtig gezongen) en Wilsons superbe slotnummer dat bijna alles wat voorafging in de schaduw zet. En ik moet bekennen dat ik niet per se dol ben op strijkers, maar op dít album halen ze de nummers toch af en toe behoorlijk op. (Ik ben er echter nog niet uit of dat nou aan de mooie strijkers ligt of de matige composities.)

Blind Faith - Blind Faith (1969)

poster
5,0
Stijn_Slayer schreef:
Zoals ik bij Traffic (en Steve's solowerk) al ervaarde begin ik nu juist dol op zijn stem te worden.

Hoewel ik wel (heel) wat jaartjes ouder dan Stijn ben en de muziek van zowel Winwood als Clapton ook al heel wat jaartjes langer ken (zij het voornamelijk van afstand), heb ik grappig genoeg hetzelfde: ik begin beiden nu pas te waarderen, zowel vanwege Blind Faith als vanwege het nu pas goed leren kennen van Traffic resp. Cream.

Eigenlijk is dit een prachtige plaat, sterke composities, hecht gemusiceer, een warm en organisch geluid (hetgeen mij ook zo aanspreekt in Traffic), geïnspireerde zang, ik kan er eigenlijk geen zwak moment op ontdekken... totdat in Do what you like de bassolo begint en de plaat voor mij volledig tot stilstand komt. Zonde, dat scheelt toch 10 van de 42 minuten. Dat ik het album desalniettemin van harte met vier-en-een-halve ster bedeel geeft wel aan hoe geweldig ik de rest vind.

Kees van Kooten in 1982 :

"Oh lieveling, één van de dingen
Die ik nooit voor je kan doen is zo mooi zingen
Dat mijn zang jou 't zelfde doet
Als die stem van Steve Winwood..."

Blood, Sweat & Tears - Greatest Hits (1972)

poster
4,5
Als ik mijn bericht hierboven lees vraag ik me toch een beetje af in welk lichaamsdeel mijn hoofd indertijd zat, want eigenlijk is dit een behoorlijke sterke compilatie met een lekker vet geluid (ook al is het dan een ongeremasterde CD van een LP uit 1972) en een zeer grote draaibaarheidsfactor. Denkelijk was dat commentaar een reactie op het enorme verschil tussen de echt fantastische stem van David Clayton-Thomas enerzijds en de dunne en matige stemmen van Al Kooper (op de twee nummers van het BS&T-albumdebuut) en Steve Katz (op Sometimes in Winter) anderzijds. Dat verschil blíjf ik horen (en blíjft me storen), maar muzikaal valt er toch wel heel veel te genieten op deze verzameling (hoewel ik op de een of andere manier een beetje moeite heb met de afsluiter – misschien voelt het wel een beetje raar als een groepje witte jongens zo'n klassiek zwart nummer aanpakken, terwijl de moraal van de tekst natuurlijk alle huidskleuren overstijgt, ik weet ook niet precies waarom deze versie bij mij schuurt).
        Overigens merkt de All Music-review van dit album op: "A later CD reissue of Blood, Sweat & Tears' greatest hits replaced each singles edit with the original full-length version." Als ik op Discogs de tracktijden van de oorspronkelijke vinylelpee vergelijk met die van mijn CD-versie (en van de tracklisting hierboven) scheelt dat inderdaad ruim zeven minuten (in het voordeel van de CD), zodat je op de LP-versie niet eens het "That wasn't too good"-einde van Spinning wheel hoort. En voor alle duidelijkheid, de lange versies zijn geen kunstmatige "extended versions" zoals je in de jaren 80 op 12"-versies van synthpop-singles kon vinden, maar gewoon de normale albumversies zonder een spoor van "opvulling".

Bløf - Boven (1999)

poster
4,0
De eerste studioplaat die ik van Bløf leerde kennen, en mijn bevindingen vallen eigenlijk grotendeels samen met die van diverse eerdere gebruikers : de paar latere platen die ik van deze band beluisterde klonken mij vaak eenvorminger en minder sterk in de oren, maar de nummers op Boven klinken nog altijd fris en open, met een lekker vol en hard geluid en uitstekende zang. Wat ik ook deel met eerdere gebruikers is echter het gevoel dat er wat te veel muziek op de plaat staat, want waar ik bij de eerste acht nummers slechts één zwakke broeder aantref, is de helft van de laatste acht matig tot flauw, en die mindere tweede helft van het album is toch een beetje een domper. 11 van de 16 zou tot 3½* moeten leiden, maar door het lekkere geluid en de zeggingskracht van de beste (up-tempo-)nummers is dit voor mij toch een typische 4*-plaat.
        Waar ik afwijk van eerdere gebruikers is dat ik Harder dan ik hebben kan duidelijk niet het beste nummer vind, want die eer is wat mij betreft voor het opzwepende titelnummer weggelegd. Extra vermelding verdient daarnaast Welkom thuis, waarvan de tekst een mooi verhaal over dankbaarheid om een verloren maar teruggekeerde zoon behelst, terwijl in contrast daarmee de gitaarpartij enorm agressief is en Pascal Jakobsen de tekst soms lijkt uit te spúgen, alsof er naast de opluchting en de vreugde ook een zekere mate van woede om het aangedane leed uit moet – een mooie extra laag.

Bløf - XXL (1998)

Alternatieve titel: Live met het Zeeuws Orkest

poster
4,0
Eigenlijk behoorlijk riskant : zulke toch al dramatische nummers voorzien van een zwaar aangezet orkestarrangement (associaties met Dan Fogelbergs Nether lands) – voor hetzelfde geld stort alles onder z'n eigen gewicht in elkaar. Dat dat niet gebeurt is een "tribute to" (hoe vertaal je zoiets? een eerbetoon aan?) de kracht van de composities, het raffinement van de arrangementen en de overtuiging waarmee de nummers door de band over het voetlicht worden gebracht. (Het zal wellicht ook wel helpen dat ik al deze nummers pas via dit mini-album heb leren kennen: misschien zou ik anders juist het verlies van de subtiliteiten van de studioversies betreuren.) Sfeervolle opnames, fraaie nummers, gloedvol gebracht, meer dan uitstekend gezongen, en kort genoeg om me naar meer te laten verlangen.

Blue Guitars - Waterwings (1994)

poster
4,0
Midden jaren negentig van een vriend op een cassettebandje gekregen, bij het verscheiden van mijn cassettedeck ook het bandje weggekieperd, toch jarenlang aan blijven denken, nu teruggevonden op een CD-marktje. "Vriendjes voor kleine momenten", beter dan mijn voorgangster kan ik het niet formuleren. Belangrijkste kwaliteit (naast natuurlijk het niveau van de composities) is de vriendelijke stem van Dick Dijkman, waardoor de hoogtepunten hiervan mij vaak doen denken aan nummers als Little arithmetics en Serpentine, van het tweede dEUS-album In a bar under the sea, door Tom Barman eveneens met zo'n intieme fluisterstem gezongen. Magnifieke plaat, met als favoriete nummers Quiet boy, Love my life (mooi samenspel tussen de solo- en de steelgitaar) en Happy accident, een werkelijk perfecte afsluiter.

Blue Öyster Cult - Agents of Fortune (1976)

poster
3,0
Ja, dat begint lekker stevig, maar als er in dat tweede nummer dan zo'n ergerlijk hamerpianootje te horen is wordt al spoedig duidelijk dat dit een bizarre mengelmoes gaat worden van donkere rockers (E.T.I., Tattoo vampire), creepy sfeerportretten ((Don't fear) The reaper, The revenge of Vera Gemini), verzorgde pop (Morning final dat precies klinkt als de Cars met Ric Ocasek achter de microfoon en Elliott Easton met een fraaie gitaarsolo, het met synthesizers volgepropte Tenderloin) en ballades (de afschuwelijke afsluiter, wel met een sympathieke tekst maar zó melodramatisch en beroerd gezongen dat ik er echt niet naar kan luisteren). Kortom, dit album klinkt alsof de mannen een "staalkaart van hun kunnen" wilden afleveren, wellicht ook met een oog op de albumlijsten en de hitparade, en zoals daarbij gepast is zijn de arrangementen, zang, solo's en produktie allemaal piekfijn verzorgd, maar omdat met name de tweede helft compositorisch niet overal even sterk is, is het resultaat niet alleen stilistisch gevarieerd maar ook kwalitatief nogal variabel. (In Amerika haalde dit album de 29ste plaats, niet direct sensationeel naar Hollandse begrippen, maar in dat grote land schijnbaar toch voldoende om de band definitief op de kaart te zetten.)
        Blijft over een handvol sterke tot ijzersterke nummers waar ik nog veel naar zal luisteren (met name Vera Gemini met die bijzondere combinatie van mysterieuze stemmen, subtiel gitaarwerk en prachtige string-synthesizer en/of orgel). O ja, er is geloof ik nog één nummer waar ik geen aandacht aan heb geschonken... ik ken het toch al heel lang, maar het lijkt wel alsof (Don't fear) The reaper elke keer dat ik het hoor nog een procent beter wordt. Oppassen dat ik de honderd draaibeurten niet haal... (Op het moment van schrijven heeft het volgens de statistieken bij dit album zelfs meer voorkeursstemmen dan alle overige nummers bij elkaar – dat krijgen zelfs Bohemian rhapsody en Stairway to Heaven bij hun respectieve albums niet voor elkaar, maar het zegt ook wel iets over de rèst van Agents of fortune.)

Blue Öyster Cult - Secret Treaties (1974)

poster
4,0
Hmm tja... de bezwaren die ik tegen voorganger Tyranny & mutation had (dat de eenvoudige rockers te matig waren en de gecompliceerdere nummers wel spannend maar te weinig in aantal) zijn hier toch wel geheel en al ondervangen. De paar rechttoe-rechtaan-nummers zijn rijker en slimmer gearrangeerd (zie de venijnige sologitaar op het openingsnummer en het "do-do-do" en de luchtgevecht-effecten op ME 262), en wanneer de band zich toelegt op wat minder eenduidige nummers resulteert dat vaak in mysterieuze en spannend gearrangeerde tracks, zoals bijvoorbeeld die elektrische piano (of is dat een orgeltje? in ieder geval bijzonder Doors-y) op Subhuman, de coda in drie-kwart van het sfeervolle Harvester of eyes (prima titel), het geweldige intro en idem outro van Flaming telepaths, en natuurlijk het fantastische slotnummer. Nog steeds zou ik wel wensen dat het geluid wat voller was (dat zou voor mij ook meer verklaren hoe je deze band als –in de woorden van Eric Bloom die andere mensen parafraseert– "a blueprint for a lot of metal" zou kunnen zien), en over de zang ben ik nog steeds niet enthousiast, maar met uitzondering van het nietszeggende Cagey cretins zijn zowel de composities als de arrangementen van deze plaat over de hele linie eigenlijk uitermate consistent en zéér intrigerend. (En Zagato, die hoesfoto verwijst terug naar de tekst van het vierde nummer, geschreven vanuit het perspectief van een Duitse piloot die Engelse vliegtuigen aanvalt.)

Blue Öyster Cult - Tyranny & Mutation (1973)

poster
2,5
De eerste keer dat ik dit draaide was ik behoorlijk onder de indruk, de tweede keer vroeg ik me af waar mijn enthousiasme van de eerste keer precies vandaan kwam, en alle daaropvolgende keren pendelde ik eigenlijk steeds tussen beide uitersten heen en weer. Meestal hoor ik een stevige up-tempo-rockband, een beetje in de richting van de Stones en de New York Dolls, maar dan met minder sterke nummers, een dunne sound, en zangers wier stemmen me koud laten of (in het geval van leadzanger Eric Bloom) me zelfs gauw gaan tegenstaan. Het klinkt als rock die evenveel met attitude als met muziek te maken heeft, maar de enorm lovende en pretentieuze recensie die de All Music Guide online aan dit album heeft gewijd ("screaming, methamphetamine-fueled rock & roll that was all about attitude, mystery, and a sense of nihilistic humor [...] the middle of rock's Bermuda triangle where BÖC marked the black cross of the intersection between New York's other reigning kings of mystery theater and absurd excess: the Velvet Underground and Kiss") wordt maar zelden waargemaakt. Niet de schuld van BÖC natuurlijk, die mannen stonden misschien ook met hun oren te klapperen toen ze die recensie lazen, maar ik blijf toch zitten met de vraag hoe deze band al vóór (Don't fear) The reaper zo'n reputatie kwam te hebben. Af en toe wordt het even wèl echt spannend, zoals op 7 screaming diz-busters wanneer na de titelregel een lekker gitaarloopje omhoog en weer omlaag krult en er daarna effectieve bijdragen van piano en orgel alsmede een mooi mysterieus einde komen. Daarnaast is Wings wetted down een mooie sfeervolle ballade, en het slotnummer is ontegenzeggelijk intrigerend, maar voor mij is de rest té gewoontjes om dit over de hele linie een echt goede plaat te kunnen noemen.

Blur - Parklife (1994)

poster
3,0
Deze plaat begint goed, maar na de eerste vier nummers vind ik hem wel erg wisselvallig worden. Bank holiday, The debt collector, Far out en London loves zijn gewoon saai en/of irritant, en Clover over Dover, Jubilee en Lot 105 wegwerpnummers. Er staan daarnaast dan ook wel drie absolute meesterwerken op (End of a century, To the end en This is a low, dat me soms aan de vroege Suede doet denken), maar zelfs de negen goede nummers halen samen absoluut niet het gemiddelde (en zeer hoge) niveau van The great escape. Kortom, persoonlijk heb ik nooit begrepen waarom Parklife zoveel hoger staat aangeschreven. Natuurlijk was dat het album waarmee het fenomeen Blur met een grote plons midden in de Britpopvijver terechtkwam, en het historische belang ervan is dan ook moeilijk te overschatten, maar los van de tijdgeest bekeken vind ik het zoals gezegd een zeer wisselvallige en daardoor matige plaat.

Blur - The Great Escape (1995)

poster
4,5
Perfecte popplaat, geen enkel zwak nummer (en dat heb ik maar zelden met albums) en met een bijzonder ontroerende afsluiter. (Wat lees ik nu op Wikipedia: Albarn himself stated in 2007, "I've made two bad records. The first record, which is awful, and The Great Escape, which was messy". Begrijp ik niets van: niks messy, juist allemaal zeer gefocuste nummers en kleurrijke arrangementen.)

Bob Dylan - Another Side of Bob Dylan (1964)

poster
3,0
Voor mij de minste van het akoestische eerste kwartet Dylan-platen, en ook één van de minst vaak gedraaide platen uit mijn hele Dylan-collectie. De redenen daarvoor zijn divers: de humoristische songs zijn niet bijzonder grappig, de tingel-tangel-piano van Black crow blues helpt niet echt, drie nummers hiervan kende ik al eerder via de uitstekende versies op de debuutelpee van de Byrds (maar daar kan Dylan natuurlijk niets aan doen), en Ballad in plain D is zowel te lang als onaangenaam persoonlijk (met Dylans put-down-songs heb ik in de loop der jaren wel wat meer moeite gekregen).
        Al met al leidt dit tot een lappendeken met op het eerste gezicht veel verleidelijke kleuren maar bij nadere beschouwing veel vale plekken. Neemt niet weg dat de hoogtepunten prachtig zijn: To Ramona is ontroerend, It ain't me babe is een sterke en ondubbelzinnige poging om afstand te nemen van het keurslijf waar anderen hem in willen persen, I don't believe you is een triest liefdesliedje vermomd als energieke proto-powerpop, en My back pages is een definitieve afrekening met het zwart-wit-denken en vooral de pretentie de waarheid in pacht te hebben: "Lies that life is black and white spoke from my skull, I dreamed", "Equality, I spoke the word as if a wedding vow", "Good and bad, I define these terms quite clear, no doubt, somehow" – enfin, er is hier al genoeg uit deze tekst geciteerd, en waar die prachtige melodische "val" aan het einde van de derde regel van elk couplet vandaan komt zou alleen Dylan zelf ons kunnen vertellen.
        Zoals gezegd zijn die hoogtepunten hier in de minderheid, waardoor dit naar mijn smaak één van Dylans mindere platen is, hoewel het tegelijkertijd een essentieel keerpunt in zijn ontwikkeling markeert. Gemengde gevoelens dus.

Bob Dylan - Blonde on Blonde (1966)

poster
5,0
Droombolus schreef:
'One of Us Must Know' en 'Memphis Blues Again' zouden zo maar tot de "vroegste tracks die het gehaald hebben" kunnen horen en dus op de staart van Highway 61 opgenomen kunnen zijn.
Wat dat laatste betreft, in 2019 bracht Daryl Sanders zijn boek That thin, wild mercury sound – Dylan, Nashville and the making of 'Blonde on blonde' uit, een nauwkeurig verslag van het opnameproces van dit album, gebaseerd op interviews met (of de memoires van) producer Bob Johnston, fotograaf Jerry Schatzberg, organist Al Kooper, gitarist Robbie Robertson en de Nashville-muzikanten, plus de geluidsbanden die nu ook te vinden zijn op de 6 CD's van The cutting edge – the bootleg series volume 12. En daaruit blijkt dat eigenlijk alleen One of us must know (sooner or later) uit de eerste opnamesessies in NYC in oktober 1965 en januari 1966 is overgebleven, terwijl de overige 13 nummers (dus inclusief Memphis blues again) werden opgenomen in Nashville in februari en maart 1966 (met op Kooper en Robertson na een totaal andere begeleidingsband met alleen maar "Nashville cats"). Uiterst leesbaar en zeer interessant voor Blonde on blonde-fanatici, ook al is Robert Zimmerman zelf niet geraadpleegd (of had hij, hetgeen waarschijnlijker is, totaal geen zin in het hele project).
        Die beroemde thin wild mercury sound waar Dylan naar streefde hoor ik vooral terug in de combinatie van messcherpe mondharmonica, springerige gitaar, heldere bekkens en bovenal Koopers alles omspoelende orgelpartijen, het "vloeibaarst" te horen op I want you, het meest intens op One of us must know (briljante pianopartij van Paul Griffin), het meest ambigu op Just like a woman en het swingendst op Memphis blues again en Absolutely sweet Marie. Dat zijn voor mij ook de hoogtepunten van dit, de beste plaat die ik ooit heb gehoord. Composities, teksten, zang, begeleiding en sound, ik heb nooit een artiest meegemaakt die met zijn muziek een veelomvattender leven creëerde dan Bob Dylan op Blonde on blonde. Als ik deze plaat draai word ik zijn wereld ingezogen en kom ik meteen in de sfeer die is opgeroepen door alle platen die ik van hem ken en alle boeken die ik over (en van) hem heb gelezen – al die kennis vormt als het ware een mij omsluitende wolk en een emotionele rijkdom die in mijn leven door maar heel weinig artiesten is benaderd (Lou Reed anno Berlin, de Doors, Astral weeks...).
        Beluisterd via de uitstekende CD-remaster uit 2003; de allereerste CD-versie vond ik ook absoluut niet verkeerd klinken, maar het feit dat op die CD de laatste vijf maten van Just like a woman om onverklaarbare redenen werden weggedraaid was niet alleen totaal overbodig (want de CD kwam amper aan de 72 minuten) maar ook een grove schande (want dat was toentertijd het mooiste nummer dat ik ooit had gehoord).

Bob Dylan - Blood on the Tracks (1975)

poster
3,5
Wanneer Dylan zal komen te overlijden (áls dat tenminste ooit gebeurt) is dit ongetwijfeld één van de vier of vijf albumtitels die zelfs in de kortste necrologie nog vermeld zullen worden. Ook in de MusicMeter-top-250 staat deze plaat afgetekend als zijn hoogste notering op 43, maar ik heb er zelf een behoorlijke haat/liefde-verhouding mee. Aan de ene kant staan daar zes nummers die voor mij behoren tot het beste dat hij ooit gemaakt heeft, van de complexe "tijdreis" van Tangled up in blue via de schrijnende kwetsbaarheid van If you see her, say hello en het apocalyptische Shelter from the storm tot de woede van Idiot wind, en dat zijn dan ook de nummers waar ik geen genoeg van krijg.
        In de overige vier nummers daarentegen kan ik maar heel weinig van waarde vinden: de manier waarop hij You're gonna make me lonesome when you go en Buckets of rain zingt doet me altijd denken aan [ highly private fixation alert ] een ouwe man die z'n kunstgebit niet in heeft, Meet me in the morning is een vervelende blues, en Rosemary, Lily and the Jack of Hearts is een negen minuten lange miskleun met een lelijk monofoon orgeltje, een baspatroon dat in Una paloma blanca niet zou misstaan, drums die constant in hetzelfde vervelende double-time-tempo lopen, een couplet waarvan de melodie op het einde steeds "dood" valt, en een tekst zonder pointe als een "shaggy dog story" waar niemand de schaar in heeft durven zetten.
        Ik kan er ook niet meer van maken. 60% prachtig en zeer intens (ook zónder acht te slaan op de mythische status die dit album als een soort kroniek van een echtscheiding-in-spe heeft verworven), 40% die me doen afvragen hoe deze plaat mèt die vier nummers aan voornoemde status is gekomen. Omdat die zes nummers zoveel gewicht in de schaal leggen komt mijn score wat hoger uit dan 6/10 oftewel 3*, maar die vier slechte nummers blijven enorme hordes; bij sommige platen zijn de goede nummers zó goed dat de mindere nummers vanzelf "meegaan" in de waardering, zodat ik soms zelfs vergeet dat ik die nummers ooit slechter vond dan de rest, maar bij Blood on the tracks is me dat ook na al die jaren niet gelukt. En dat ik het dus absoluut niet Dylans beste vind zal inmiddels wel duidelijk zijn.

Bob Dylan - Bob Dylan (1962)

poster
4,5
Niemand zal dit voor Dylans eerste meesterwerk aanzien, maar het is wel één van de platen die ik het meest draai uit mijn verzameling Bobbejana. De onopgesmukte eenvoud, het plezier in wat hij aan het doen is, de humor van bijvoorbeeld Talkin' New York, de algemene drive en de bedrieglijk kale begeleiding van zijn schijnbaar simpele maar o zo effectieve gitaarpatronen zijn op zich al genoeg, maar die stem waardoor Dylan op met name Man of constant sorrow en Song to Woody al bijna naast de luisteraar lijkt te zitten maakt hier voor mij niet een vingeroefening voor Freewheelin' van, maar gewoon een plaat die uitstekend op eigen benen kan staan (en die de tand des tijds misschien wel beter heeft doorstaan dan Dylan indertijd had kunnen bevroeden). Zoals Bruce Eder zegt in zijn uitstekende recensie op allmusic.com, "Bob Dylan's first album is a lot like the debut albums by the Beatles and the Rolling Stones – a sterling effort, outclassing most, if not all, of what came before it in the genre, but similarly eclipsed by the artist's own subsequent efforts." Dat het een vitale en van ideeën borrelende jong-twintiger is die hier zingt over zijn time of dyin' en dat hij fixin' to die is en of we zijn grave clean willen keepen is misschien bizar, maar Dylan brengt het zo oprecht en met zoveel overgave dat ik daar geen moeite mee heb, net zoals ik hem zijn incidentele ergerlijke tic om tijdens lang aangehouden noten even de hoogte in te gaan graag vergeef. "The very last thing that I'd want to do / Is to say I've been hittin' some hard travelin' too" – prachtige regels. Een plaat waarvoor ik smelt.

Bob Dylan - Bringing It All Back Home (1965)

Alternatieve titel: Subterranean Homesick Blues

poster
4,0
Tja, die eerste zeven van Bob Dylan... Bringing it all back home is niet de middelste daarvan, maar staat er wel centraal in wat betreft de overgang van akoestisch naar (grotendeels) elektrisch, en laat bovendien zien dat Dylans nummers zich net zo makkelijk lenen voor die elektrische arrangementen, waarbij wel aangetekend moet worden dat het juist de elektrische nummers zijn die zich het meest in een traditioneel idioom bewegen (zes van de zeven nummers op kant 1 zijn blues of leunen op de akkoordenschema's daarvan) terwijl Dylan zich op de akoestische tweede kant door geen songstructuur laat beperken. Tekstueel haalt hij weer van alles overhoop, en zoals zovelen hier blijf ik er na vele jaren en vele malen draaien nog steeds nieuwe dingen in horen – misschien zelfs dingen die Dylan er zelf nooit in gelegd heeft, maar dat hoort bij zijn soms apocalyptische visioenen (schijnbaar werd er bij zijn toernee met The Band in 1974, in de nadagen van Watergate, het hardst gejoeld bij de regel "Even the President of the United States sometimes must have to stand naked" – zie de versie op Before the flood vanaf 2:15).
        Niet mijn favoriete Dylanplaat uit deze periode, want ik prefereer het warme geluid van de twee platen die hierná komen, en bovendien vind ik de gitaar die op bijvoorbeeld Subterranean homesick blues en Maggie's farm wat fills speelt af en toe onaangenaam schel en lelijk. Maar de hoogtepunten zijn onnavolgbaar, met wat mij betreft als uitschieter Gates of Eden (qua melodie net zo dwingend en onder mijn huid kruipend als My back pages).
        Overigens wordt altijd aangenomen dat het Dylan zelf is die bij het begin van Bob Dylan's 115th dream in de lach schiet, en de raspende lach klinkt ook helemaal naar Dylan, maar in Bob Dylan album file & complete discography schrijft Brian Hinton: "It is [producer] Tom Wilson who cracks up at the beginning, and forces a second take. He's probably laughing because the band has failed to appear on cue." Verschillende bronnen op internet bevestigen dit.

Bob Dylan - Desire (1976)

poster
3,5
Het is eigenlijk geen wonder dat dit zo'n grote hit werd: sterke melodieën, toegankelijke teksten, een gevarieerd repertoire, Dylan zelf gefocust, de band met swing (op mijn 2003-remaster klinken met name de drums af en toe heerlijk fel), en met als blikvangers de zang van Emmylou Harris, de viool van Scarlet Rivera en het gedreven Hurricane. Allemaal niets mis mee, en ik heb bewondering voor de warmte en de kleur van het geheel, maar de dominante "scherpe" viool gaat mij op een gegeven moment tegenstaan, Isis heeft te weinig afwisseling voor z'n lengte, en Joey is niet alleen ein-de-loos lang en muzikaal saai maar bevat ook nog eens een op z'n minst dubieus te noemen ode aan een gangster. Het maakt van dit album een fascinerende maar onevenwichtige lappendeken waar ik niet onverdeeld enthousiast over kan zijn, ondanks diverse prachtige momenten en een zeldzaam ontroerende afsluiter.

Bob Dylan - Good as I Been to You (1992)

poster
4,0
Verrassend hoe weinig ik bij het draaien van deze plaat (en zijn opvolger) eigenlijk terugdenk aan Dylans eveneens geheel akoestische debuutplaat: hoewel ook daarop diverse traditionals staan klonk Dylan daar alsof hij met zijn "nieuwe" stem óver de muziek heen probeerde te reiken om zich de nummers eigen te maken en zo zijn eigen plek tussen al zijn grote voorbeelden te kunnen veroveren, terwijl hij zich er dertig jaar later mee tevreden stelt om al die nummers van vroeger gewoon door te geven aan wie er maar open voor staat, als wilde hij er voor zorgen dat de jongere generatie ze in ieder geval èrgens zou kunnen terugvinden.
       Waarom heb ik toch een voorkeur voor World gone wrong? Omdat dat een iets compacter album is, omdat de nummers daarop mij net iets meer aanspreken, omdat het voor mij puur gevoelsmatig een iets warmer album is, of omdat de nummers die Dylan daarvoor heeft uitgekozen soms wat mysterieuzer of ongrijpbaarder teksten hebben? Of gaat het om dingen die eigenlijk niets met de muziek op zichzelf te maken hebben, zoals het feit dat ik World gone wrong eerder leerde kennen dan z'n voorganger, of Dylans boeiende liner notes, of de hoes die nog lijkt te getuigen van een bepaalde moeite die moet zijn gedaan om die foto te verkrijgen terwijl ik die van Good as I been to you misschien wel de onaantrekkelijkste uit zijn hele carrière vind?

Bob Dylan - Greatest Hits (1967)

poster
5,0
Deze heb ik indertijd gekocht toen ik van een vriend wat Dylan had geleend en dacht: nou, met wat er op déze plaat staat kan ik wel toe, dan heb ik wel voldoende. Hoe ernaast kan een mens zitten? Overigens blijft dit een prima compilatie, in de zin dat hier louter hoogtepunten op staan (afgezien van al die andere bijna even verplichte hoogtepunten die er níét op staan), plus dat je inderdaad wel kunt zeggen: als je déze nummers al niets vindt, hou dan maar op. Of zijn er mensen die John Wesley Harding of Blood on the tracks of Time out of mind wèl goed vinden en Like a rolling stone en One of us must know niet? Ik kan het me niet voorstellen, maar wie weet... Hoe dan ook, als destillatie van de belangrijkste periode van de wat mij betreft grootste muzikant ooit kan ik toch niet om de maximale waardering heen :