Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Charlie Marie - Ramble On (2021)

4,5
1
geplaatst: 12 mei 2021, 17:24 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Charlie Marie - Ramble On - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Charlie Marie levert met Ramble On een geweldig countryalbum af, dat herinnert aan de country uit de jaren 70, maar dat ook absoluut eigentijds klinkt en uit de speakers knalt
Charlie Marie is een singer-songwriter uit Nashville, Tennessee (en oorspronkelijk uit Providence, Rhode Island), die deze week haar debuutalbum heeft uitgebracht, maar klinkt of ze al decennia meedraait in de country scene. Ramble On laat zich voor de afwisseling eens niet inspireren door de hitgevoelige countrypop van het moment, maar maakt de country zoals die enkele decennia geleden werd gemaakt, maar dan wel met een hedendaagse dosis bravoure. De band speelt de pannen van het dak, de songs verleiden stuk voor stuk meedogenloos, de teksten zitten vol humor en dubbele bodems en Charlie Marie zingt ook nog eens de sterren van de hemel met haar doorleefde strot. De country heeft er een nieuwe held bij.
De krenten uit de pop: Charlie Marie - Ramble On - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Charlie Marie levert met Ramble On een geweldig countryalbum af, dat herinnert aan de country uit de jaren 70, maar dat ook absoluut eigentijds klinkt en uit de speakers knalt
Charlie Marie is een singer-songwriter uit Nashville, Tennessee (en oorspronkelijk uit Providence, Rhode Island), die deze week haar debuutalbum heeft uitgebracht, maar klinkt of ze al decennia meedraait in de country scene. Ramble On laat zich voor de afwisseling eens niet inspireren door de hitgevoelige countrypop van het moment, maar maakt de country zoals die enkele decennia geleden werd gemaakt, maar dan wel met een hedendaagse dosis bravoure. De band speelt de pannen van het dak, de songs verleiden stuk voor stuk meedogenloos, de teksten zitten vol humor en dubbele bodems en Charlie Marie zingt ook nog eens de sterren van de hemel met haar doorleefde strot. De country heeft er een nieuwe held bij.
Charlie Worsham - Beginning of Things (2017)

4,0
0
geplaatst: 16 mei 2017, 09:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Charlie Worsham - Beginning Of Things - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Charlie Worsham werd in 1985 geboren in Jackson, Mississippi, en kreeg de muziek met de paplepel ingegoten.
De jonge Charlie kon op 10-jarige leeftijd al zo goed uit de voeten op de banjo, dat hij als tiener op het podium mocht staan bij een aantal oude bluegrass helden.
Charlie Worsham had echter andere ambities dan naam maken als banjo virtuoos en vestigde zich op jonge leeftijd in Nashville om er als singer-songwriter aan de slag te gaan.
Zijn songwriting skills verbeterde hij aan de prestigieuze Berklee School of Music in Boston, waarna hij terugkeerde naar Nashville en een platencontract tekende.
Op zijn vier jaar geleden verschenen debuut Rubberband kwam het talent van Charlie Worsham er nog niet helemaal uit, maar op het deze week verschenen Beginning Of Things valt alles op zijn plek. De plaat opent met 14 seconden zeer traditioneel klinkende country, maar schiet vervolgens meerdere kanten op.
De muziek van Charlie Worsham is een stuk steviger dan die van de gemiddelde singer-songwriter uit Nashville en bevat naast invloeden uit de country relatief veel invloeden uit de blues, jazz en soul.
De Amerikaanse muzikant excelleerde op jonge leeftijd op de banjo, maar kan tegenwoordig op een heel arsenaal aan snareninstrumenten uit de voeten. Op Beginning Of Things komt van alles voorbij, maar Charlie Worsham maakt vooral indruk als gitarist. Hij kan heerlijk bluesy soleren, maar ook soulvol ondersteunen of uitpakken met muzikale hoogstandjes die je in de rootsmuziek wel vaker hoort.
De songs van de Amerikaan liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar steken in veel gevallen behoorlijk complex in elkaar. Dit ligt deels aan de veelheid van invloeden die Charlie Worsham in zijn muziek verwerkt, maar ook het muzikale vuurwerk zorgt er voor dat de tweede plaat van Charlie Worsham je keer op keer op het verkeerde been zet.
Beginning Of Things van Charlie Worsham wordt in de Verenigde Staten met lovende kritieken ontvangen en dat begrijp ik wel. De soulvolle en met flink wat blazers ingekleurde songs zijn bijzonder aangenaam en hebben zelfs enige hitpotentie, maar hiertegenover staan ook flink wat songs die in de smaak zullen vallen bij muziekliefhebbers (en critici) die houden van wat avontuurlijkere rootsmuziek of muzikaal vuurwerk.
De platenmaatschappij verwacht kennelijk flink wat van Charlie Worsham, want voor de tweede plaat van de Amerikaan werden meerdere topproducers en flink wat muzikanten opgetrommeld. Het zorgt voor een plaat die geweldig klinkt, waarbij het niet zoveel uit maakt in welk genre Charlie Worsham zich beweegt.
In muzikaal opzicht is het smullen, maar ook in vocaal opzicht maakt de Amerikaan makkelijk indruk. Charlie Worsham beschikt over een aangename stem met veel soul, die ondanks zijn leeftijd (Worsham is begin 30) ook al wel wat doorleving laat horen.
In Nederland is het nog redelijk stil rond Beginning Of Things van Charlie Worsham, maar deze plaat is ook voor Nederlandse liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zeker interessant. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Charlie Worsham - Beginning Of Things - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Charlie Worsham werd in 1985 geboren in Jackson, Mississippi, en kreeg de muziek met de paplepel ingegoten.
De jonge Charlie kon op 10-jarige leeftijd al zo goed uit de voeten op de banjo, dat hij als tiener op het podium mocht staan bij een aantal oude bluegrass helden.
Charlie Worsham had echter andere ambities dan naam maken als banjo virtuoos en vestigde zich op jonge leeftijd in Nashville om er als singer-songwriter aan de slag te gaan.
Zijn songwriting skills verbeterde hij aan de prestigieuze Berklee School of Music in Boston, waarna hij terugkeerde naar Nashville en een platencontract tekende.
Op zijn vier jaar geleden verschenen debuut Rubberband kwam het talent van Charlie Worsham er nog niet helemaal uit, maar op het deze week verschenen Beginning Of Things valt alles op zijn plek. De plaat opent met 14 seconden zeer traditioneel klinkende country, maar schiet vervolgens meerdere kanten op.
De muziek van Charlie Worsham is een stuk steviger dan die van de gemiddelde singer-songwriter uit Nashville en bevat naast invloeden uit de country relatief veel invloeden uit de blues, jazz en soul.
De Amerikaanse muzikant excelleerde op jonge leeftijd op de banjo, maar kan tegenwoordig op een heel arsenaal aan snareninstrumenten uit de voeten. Op Beginning Of Things komt van alles voorbij, maar Charlie Worsham maakt vooral indruk als gitarist. Hij kan heerlijk bluesy soleren, maar ook soulvol ondersteunen of uitpakken met muzikale hoogstandjes die je in de rootsmuziek wel vaker hoort.
De songs van de Amerikaan liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar steken in veel gevallen behoorlijk complex in elkaar. Dit ligt deels aan de veelheid van invloeden die Charlie Worsham in zijn muziek verwerkt, maar ook het muzikale vuurwerk zorgt er voor dat de tweede plaat van Charlie Worsham je keer op keer op het verkeerde been zet.
Beginning Of Things van Charlie Worsham wordt in de Verenigde Staten met lovende kritieken ontvangen en dat begrijp ik wel. De soulvolle en met flink wat blazers ingekleurde songs zijn bijzonder aangenaam en hebben zelfs enige hitpotentie, maar hiertegenover staan ook flink wat songs die in de smaak zullen vallen bij muziekliefhebbers (en critici) die houden van wat avontuurlijkere rootsmuziek of muzikaal vuurwerk.
De platenmaatschappij verwacht kennelijk flink wat van Charlie Worsham, want voor de tweede plaat van de Amerikaan werden meerdere topproducers en flink wat muzikanten opgetrommeld. Het zorgt voor een plaat die geweldig klinkt, waarbij het niet zoveel uit maakt in welk genre Charlie Worsham zich beweegt.
In muzikaal opzicht is het smullen, maar ook in vocaal opzicht maakt de Amerikaan makkelijk indruk. Charlie Worsham beschikt over een aangename stem met veel soul, die ondanks zijn leeftijd (Worsham is begin 30) ook al wel wat doorleving laat horen.
In Nederland is het nog redelijk stil rond Beginning Of Things van Charlie Worsham, maar deze plaat is ook voor Nederlandse liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zeker interessant. Erwin Zijleman
CHARLOT - Lost Like Alice (2024)

4,0
2
geplaatst: 3 december 2024, 21:01 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: CHARLOT - Lost Like Alice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: CHARLOT - Lost Like Alice
Lotte Mulder heeft met haar project CHARLOT een geweldig album gemaakt, dat in muzikaal opzicht betovert, in vocaal opzicht imponeert en zowel met de songs als met de teksten hopeloos intrigeert
Lost Like Alice van CHARLOT had ik bijna laten liggen, maar wat zou dat zonde zijn geweest. Het project van de Nederlandse muzikante Lotte Mulder heeft immers een bijzonder album gemaakt. Het is een album dat in muzikaal opzicht steeds van kleur verschiet en varieert tussen uiterst ingetogen songs, sprookjesachtige klanken en stevig aangezette beats. De muziek op Lost Like Alice is prachtig, maar de zang van Lotte Mulder vind ik nog wat mooier. Het komt allemaal samen in avontuurlijke songs, die lekker in het gehoor liggen maar ook altijd verrassen. De persoonlijke verhalen, soms gevat in afwisselend poëtische en ongrijpbare teksten, dragen nog wat extra bij aan de magie van dit uitstekende album. CHARLOT, absoluut onthouden die naam.
Eind oktober verscheen Lost Like Alice, het debuutalbum van CHARLOT. Op basis van een stukje dat ik op het Internet tegen kwam over het album concludeerde ik dat het waarschijnlijk niets voor mij was, waarna ik het album direct vergat. Omdat de spoeling deze week wat dun is wanneer het gaat om nieuwe albums greep ik naar wat releases van de afgelopen weken en kwam het debuutalbum van CHARLOT toch weer voorbij.
CHARLOT is overigens een project van de Nederlandse muzikante Lotte Mulder, die na een aantal singles debuteert. Op basis van de eerder genoemde informatie op het Internet verwachte ik wat eendimensionale elektronische popmuziek met door autotune vervormde vocalen. Lost Like Alice laat echter een totaal ander geluid horen.
Het project van Lotte Mulder maakt op haar album inderdaad met grote regelmaat gebruik van elektronica, maar eendimensionaal klinkt deze elektronica zeker niet. De Nederlandse muzikante beperkt zich ook zeker niet tot elektronica, want een aantal songs op haar debuutalbum heeft genoeg aan de piano, wat stemmige of bijna sprookjesachtige tracks oplevert.
Wanneer de Nederlandse muzikante grijpt naar de elektronica kan het meerdere kanten op. In een aantal tracks hoor je vooral atmosferische klankentapijten, maar Lost Like Alice bevat ook een aantal tracks met stevige beats. In muzikaal opzicht is Lost Like Alice soms niet eens zo ver verwijderd van het meesterwerk van Zaho de Sagazan (La symphonie des éclairs) al heeft CHARLOT niets met het Franse chanson. Ik ben niet altijd gek op vooral met elektronica ingekleurde albums, maar het geluid van CHARLOT is mooi en fantasierijk.
Lost Like Alice heeft zich overigens laten inspireren door het boek Alice's Adventures In Wonderland van Lewis Carroll, wat weer een pseudoniem is van de Engelse wiskundige Charles Lutwidge Dodgson. Het is een boek dat bij verschijnen een modern sprookje werd genoemd. CHARLOT heeft van Lost Like Alice een nog wat moderner sprookje gemaakt, dat met grote regelmaat verwijst naar het eigen leven van Lotte Mulder. Het verdient overigens aanbeveling om de teksten op het album goed te bestuderen, want deze zijn al even fantasierijk en onnavolgbaar als de muziek op het album.
Zeker wanneer CHARLOT kiest voor bijna klassieke arrangementen raakt haar muziek aan die van Agnes Obel, maar Lost Like Alice sluit ook aan bij een aantal van de beste popalbums die dit jaar zijn verschenen, waarvan ik zeker het laatste album van Billie Eilish wil noemen, al laat dit album zich maar af en toe vergelijken met het album van CHARLOT.
In muzikaal opzicht voldeed het album totaal niet aan mijn lage verwachtingen en ook in vocaal opzicht maakte CHARLOT al snel gehakt van mijn verwachtingen. Lotte Mulder is een bijzondere zangeres, die met haar stem net zo veelzijdig is als met alle klanken op het album. Lost Like Alice bevat een aantal sprookjesachtige passages met engelachtige zang, maar ook als popzangeres kan Lotte Mulder uitstekend uit de voeten.
Ik laat me bij Nederlandse muzikanten nog wel eens leiden door vooroordelen, zeker als deze op het Internet gevoed worden, en daar moet ik echt mee stoppen, want Lost Like Alice is een sensationeel goed album dat ik niet graag zou hebben gemist. CHARLOT wordt hier en daar in één adem genoemd met Froukje en S10, maar de Engelstalige songs op Lost Like Alice hebben veel meer kans op internationale aandacht. Die aandacht moet de Nederlandse muzikante ook echt gaan krijgen, want Lost Like Alice is een album met internationale allure. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: CHARLOT - Lost Like Alice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: CHARLOT - Lost Like Alice
Lotte Mulder heeft met haar project CHARLOT een geweldig album gemaakt, dat in muzikaal opzicht betovert, in vocaal opzicht imponeert en zowel met de songs als met de teksten hopeloos intrigeert
Lost Like Alice van CHARLOT had ik bijna laten liggen, maar wat zou dat zonde zijn geweest. Het project van de Nederlandse muzikante Lotte Mulder heeft immers een bijzonder album gemaakt. Het is een album dat in muzikaal opzicht steeds van kleur verschiet en varieert tussen uiterst ingetogen songs, sprookjesachtige klanken en stevig aangezette beats. De muziek op Lost Like Alice is prachtig, maar de zang van Lotte Mulder vind ik nog wat mooier. Het komt allemaal samen in avontuurlijke songs, die lekker in het gehoor liggen maar ook altijd verrassen. De persoonlijke verhalen, soms gevat in afwisselend poëtische en ongrijpbare teksten, dragen nog wat extra bij aan de magie van dit uitstekende album. CHARLOT, absoluut onthouden die naam.
Eind oktober verscheen Lost Like Alice, het debuutalbum van CHARLOT. Op basis van een stukje dat ik op het Internet tegen kwam over het album concludeerde ik dat het waarschijnlijk niets voor mij was, waarna ik het album direct vergat. Omdat de spoeling deze week wat dun is wanneer het gaat om nieuwe albums greep ik naar wat releases van de afgelopen weken en kwam het debuutalbum van CHARLOT toch weer voorbij.
CHARLOT is overigens een project van de Nederlandse muzikante Lotte Mulder, die na een aantal singles debuteert. Op basis van de eerder genoemde informatie op het Internet verwachte ik wat eendimensionale elektronische popmuziek met door autotune vervormde vocalen. Lost Like Alice laat echter een totaal ander geluid horen.
Het project van Lotte Mulder maakt op haar album inderdaad met grote regelmaat gebruik van elektronica, maar eendimensionaal klinkt deze elektronica zeker niet. De Nederlandse muzikante beperkt zich ook zeker niet tot elektronica, want een aantal songs op haar debuutalbum heeft genoeg aan de piano, wat stemmige of bijna sprookjesachtige tracks oplevert.
Wanneer de Nederlandse muzikante grijpt naar de elektronica kan het meerdere kanten op. In een aantal tracks hoor je vooral atmosferische klankentapijten, maar Lost Like Alice bevat ook een aantal tracks met stevige beats. In muzikaal opzicht is Lost Like Alice soms niet eens zo ver verwijderd van het meesterwerk van Zaho de Sagazan (La symphonie des éclairs) al heeft CHARLOT niets met het Franse chanson. Ik ben niet altijd gek op vooral met elektronica ingekleurde albums, maar het geluid van CHARLOT is mooi en fantasierijk.
Lost Like Alice heeft zich overigens laten inspireren door het boek Alice's Adventures In Wonderland van Lewis Carroll, wat weer een pseudoniem is van de Engelse wiskundige Charles Lutwidge Dodgson. Het is een boek dat bij verschijnen een modern sprookje werd genoemd. CHARLOT heeft van Lost Like Alice een nog wat moderner sprookje gemaakt, dat met grote regelmaat verwijst naar het eigen leven van Lotte Mulder. Het verdient overigens aanbeveling om de teksten op het album goed te bestuderen, want deze zijn al even fantasierijk en onnavolgbaar als de muziek op het album.
Zeker wanneer CHARLOT kiest voor bijna klassieke arrangementen raakt haar muziek aan die van Agnes Obel, maar Lost Like Alice sluit ook aan bij een aantal van de beste popalbums die dit jaar zijn verschenen, waarvan ik zeker het laatste album van Billie Eilish wil noemen, al laat dit album zich maar af en toe vergelijken met het album van CHARLOT.
In muzikaal opzicht voldeed het album totaal niet aan mijn lage verwachtingen en ook in vocaal opzicht maakte CHARLOT al snel gehakt van mijn verwachtingen. Lotte Mulder is een bijzondere zangeres, die met haar stem net zo veelzijdig is als met alle klanken op het album. Lost Like Alice bevat een aantal sprookjesachtige passages met engelachtige zang, maar ook als popzangeres kan Lotte Mulder uitstekend uit de voeten.
Ik laat me bij Nederlandse muzikanten nog wel eens leiden door vooroordelen, zeker als deze op het Internet gevoed worden, en daar moet ik echt mee stoppen, want Lost Like Alice is een sensationeel goed album dat ik niet graag zou hebben gemist. CHARLOT wordt hier en daar in één adem genoemd met Froukje en S10, maar de Engelstalige songs op Lost Like Alice hebben veel meer kans op internationale aandacht. Die aandacht moet de Nederlandse muzikante ook echt gaan krijgen, want Lost Like Alice is een album met internationale allure. Erwin Zijleman
Charlotte Cornfield - Could Have Done Anything (2023)

4,0
0
geplaatst: 13 mei 2023, 10:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Charlotte Cornfield - Could Have Done Anything - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Charlotte Cornfield - Could Have Done Anything
Charlotte Cornfield maakte eind 2021 indruk met het uitstekende High In The Minusses en overtreft dit album met het nog wat betere en wat meer roots georiënteerde Could Have Done Anything
Het aanbod van nieuwe albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters blijft onverminderd groot, waardoor het lastig is om op te vallen. Charlotte Cornfield slaagde hier in met haar vorige album en doet dit nog wat nadrukkelijker met het deze week verschenen Could Have Done Anything. Het samen met producer Josh Kaufman gemaakte album klinkt wat minder gruizig dan zijn voorganger maar invloeden uit de indierock zijn zeker niet vergeten op het wat richting Amerikaanse rootsmuziek opgeschoven album. Het is een album dat, net als zijn voorganger, soms associaties oproept met de muziek van Big Thief, maar Charlotte Cornfield heeft ook een bijzonder eigen geluid, dat naar veel meer smaakt.
De Canadese muzikante Charlotte Cornfield trok aan het eind van 2021 mijn aandacht met het indringende Highs In The Minusses, dat toch wel enigszins tot mijn verbazing al het vierde album bleek van de muzikante uit Toronto. Ik bestempelde het album direct tot jaarlijstjesmateriaal, wat ik een maand later helaas alweer was vergeten, maar toen ik het album deze week nog eens beluisterde was ik verrast door de enorm hoge kwaliteit van het album. Ik heb de eerste drie albums van Charlotte Cornfield inmiddels ook beluisterd, maar High In The Minusses steekt er wat mij betreft met kop en schouders bovenuit.
Op haar vierde album maakte Charlotte Cornfield melodieuze maar ook gruizige muziek, die niet ver was verwijderd van de muziek die de Amerikaanse Big Thief op dat moment maakte. High In The Minusses krijgt deze week met Could Have Done Anything een opvolger en ook het nieuwe album van de Canadese muzikante mag er weer zijn. Could Have Done Anything ligt deels in het verlengde van de uitstekende voorganger, maar borduurt zeker niet fantasieloos voort op dit album. Charlotte Cornfield schuift op haar nieuwe album wat op richting singer-songwriter pop en Amerikaanse rootsmuziek, maar ook Could Have Done Anything heeft zijn stevigere en gruizige momenten.
Bij beluistering van haar vorige album had ik met grote regelmaat associaties met de muziek van Big Thief en dat is een naam die ook bij beluistering van het vijfde album van Charlotte Cornfield meer dan eens op komt. Dat heeft deels te maken met de muziek op het album, die op fraaie wijze invloeden uit de indierock en de Amerikaanse rootsmuziek combineert, maar het heeft vooral te maken met de stem van Charlotte Cornfield die meer dan eens doet denken aan die van Big Thief zangeres Adrianne Lenker.
Dat laatste zal lang niet iedereen een aanbeveling vinden, maar ik hou persoonlijk wel van het onvaste randje in haar stem. Ook de zang van Charlotte Cornfield is hier en daar wat onvast, maar het zit me niet in de weg. Integendeel zelfs, want de zang van de Canadese muzikante is een van haar sterkste wapens en voorziet haar songs van emotie en urgentie.
Charlotte Cornfield wist ook dit keer een producer van naam en faam te strikken, want na de van The Arcade Fire bekende Howard Bilerman, tekent dit keer Josh Kaufman (The Hold Steady, Cassandra Jenkins, Bonny Light Horseman) voor de productie. Charlotte Cornfield en Josh Kaufman namen met zijn tweeën ook alle instrumenten voor hun rekening en hebben het album voorzien van een mooi en veelkleurig geluid.
Could Have Done Anything is vergeleken met zijn voorganger zoals gezegd wat opgeschoven richting Amerikaanse rootsmuziek en wat meer ingetogen songs, maar de muziek van de Canadese muzikante klinkt nog steeds aangenaam ruw. De singer-songwriter uit Toronto heeft ook dit keer zeer persoonlijke songs geschreven, waardoor haar nieuwe album bovendien een intens en indringend album is.
Could Have Done Anything is misschien niet de enorme verrassing die High In The Minusses eind 2021 was, maar objectief beschouwd vind ik het nieuwe album van Charlotte Cornfield in muzikaal, vocaal, productioneel en compositorisch opzicht net wat beter dan zijn voorganger. Charlotte Cornfield is nog onbekend bij een breed publiek, maar dit publiek moet ze met dit uitstekende nieuwe album zeker kunnen bereiken en aanspreken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Charlotte Cornfield - Could Have Done Anything - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Charlotte Cornfield - Could Have Done Anything
Charlotte Cornfield maakte eind 2021 indruk met het uitstekende High In The Minusses en overtreft dit album met het nog wat betere en wat meer roots georiënteerde Could Have Done Anything
Het aanbod van nieuwe albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters blijft onverminderd groot, waardoor het lastig is om op te vallen. Charlotte Cornfield slaagde hier in met haar vorige album en doet dit nog wat nadrukkelijker met het deze week verschenen Could Have Done Anything. Het samen met producer Josh Kaufman gemaakte album klinkt wat minder gruizig dan zijn voorganger maar invloeden uit de indierock zijn zeker niet vergeten op het wat richting Amerikaanse rootsmuziek opgeschoven album. Het is een album dat, net als zijn voorganger, soms associaties oproept met de muziek van Big Thief, maar Charlotte Cornfield heeft ook een bijzonder eigen geluid, dat naar veel meer smaakt.
De Canadese muzikante Charlotte Cornfield trok aan het eind van 2021 mijn aandacht met het indringende Highs In The Minusses, dat toch wel enigszins tot mijn verbazing al het vierde album bleek van de muzikante uit Toronto. Ik bestempelde het album direct tot jaarlijstjesmateriaal, wat ik een maand later helaas alweer was vergeten, maar toen ik het album deze week nog eens beluisterde was ik verrast door de enorm hoge kwaliteit van het album. Ik heb de eerste drie albums van Charlotte Cornfield inmiddels ook beluisterd, maar High In The Minusses steekt er wat mij betreft met kop en schouders bovenuit.
Op haar vierde album maakte Charlotte Cornfield melodieuze maar ook gruizige muziek, die niet ver was verwijderd van de muziek die de Amerikaanse Big Thief op dat moment maakte. High In The Minusses krijgt deze week met Could Have Done Anything een opvolger en ook het nieuwe album van de Canadese muzikante mag er weer zijn. Could Have Done Anything ligt deels in het verlengde van de uitstekende voorganger, maar borduurt zeker niet fantasieloos voort op dit album. Charlotte Cornfield schuift op haar nieuwe album wat op richting singer-songwriter pop en Amerikaanse rootsmuziek, maar ook Could Have Done Anything heeft zijn stevigere en gruizige momenten.
Bij beluistering van haar vorige album had ik met grote regelmaat associaties met de muziek van Big Thief en dat is een naam die ook bij beluistering van het vijfde album van Charlotte Cornfield meer dan eens op komt. Dat heeft deels te maken met de muziek op het album, die op fraaie wijze invloeden uit de indierock en de Amerikaanse rootsmuziek combineert, maar het heeft vooral te maken met de stem van Charlotte Cornfield die meer dan eens doet denken aan die van Big Thief zangeres Adrianne Lenker.
Dat laatste zal lang niet iedereen een aanbeveling vinden, maar ik hou persoonlijk wel van het onvaste randje in haar stem. Ook de zang van Charlotte Cornfield is hier en daar wat onvast, maar het zit me niet in de weg. Integendeel zelfs, want de zang van de Canadese muzikante is een van haar sterkste wapens en voorziet haar songs van emotie en urgentie.
Charlotte Cornfield wist ook dit keer een producer van naam en faam te strikken, want na de van The Arcade Fire bekende Howard Bilerman, tekent dit keer Josh Kaufman (The Hold Steady, Cassandra Jenkins, Bonny Light Horseman) voor de productie. Charlotte Cornfield en Josh Kaufman namen met zijn tweeën ook alle instrumenten voor hun rekening en hebben het album voorzien van een mooi en veelkleurig geluid.
Could Have Done Anything is vergeleken met zijn voorganger zoals gezegd wat opgeschoven richting Amerikaanse rootsmuziek en wat meer ingetogen songs, maar de muziek van de Canadese muzikante klinkt nog steeds aangenaam ruw. De singer-songwriter uit Toronto heeft ook dit keer zeer persoonlijke songs geschreven, waardoor haar nieuwe album bovendien een intens en indringend album is.
Could Have Done Anything is misschien niet de enorme verrassing die High In The Minusses eind 2021 was, maar objectief beschouwd vind ik het nieuwe album van Charlotte Cornfield in muzikaal, vocaal, productioneel en compositorisch opzicht net wat beter dan zijn voorganger. Charlotte Cornfield is nog onbekend bij een breed publiek, maar dit publiek moet ze met dit uitstekende nieuwe album zeker kunnen bereiken en aanspreken. Erwin Zijleman
Charlotte Cornfield - Highs in the Minuses (2021)

4,0
0
geplaatst: 3 november 2021, 14:52 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Charlotte Cornfield - Highs In The Minusses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Charlotte Cornfield - Highs In The Minusses
De Canadese muzikante Charlotte Cornfield heeft met Highs In The Minuses een ruw en gruizig, maar ook puur en oprecht album gemaakt, dat je langzaam maar zeker stevig bij de strot grijpt
Het is misschien even wennen aan de bijzondere stem van Charlotte Cornfield en haar aparte manier van zingen, maar al snel dringt de muziek van de Canadese muzikante zich net zo dwingend op als de ruwe en intense muziek van Big Thief, die nooit heel ver verwijderd is. Highs In The Minuses is een album zonder opsmuk dat met veel energie werd opgenomen. Het levert een intens album op dat, na enige gewenning, beter en beter wordt en steeds nadrukkelijker laat horen dat Charlotte Cornfield een eigenzinnig talent is, dat voor de afwisseling wel eens iets toevoegt aan alle jonge vrouwelijke singer-songwriters die er al zijn. Jaarlijstjesmateriaal.
Bij mijn eerste selectie uit de stapel nieuwe releases van een week, geef ik de vrouwelijke singer-songwriters tot dusver standaard het voordeel van de twijfel. Ik twijfel zo langzamerhand wel of ik daar mee door moet gaan, want het zijn er zo langzamerhand wel heel erg veel. Tussen het aanbod van deze week hoorde ik bovendien heel veel albums die echt niets toevoegen aan alles dat er al is of in kwalitatief opzicht niet heel bijzonder zijn, maar Charlotte Cornfield trok met Highs In The Minuses wel mijn aandacht.
Het is volgens mij de eerste keer dat ik de naam Charlotte Cornfield tegen kwam, maar Highs In The Minuses is toch al het vierde album van de Canadese muzikante, die met haar vorige album onder andere de aansprekende Amerikaanse muzieksite Pitchfork inspireerde tot een zeer lovende recensie. Die andere albums ga ik later nog wel eens beluisteren, want vooralsnog ben ik zeer geïntrigeerd door het laatste album van de muzikante uit Toronto.
Net als zoveel andere muzikanten had Charlotte Cornfield aan het begin van 2020 een goed gevulde agenda met optredens, maar de coronapandemie gooide roet in het eten. Charlotte Cornfield sloot zich thuis in Toronto en werkte in alle rust aan nieuwe songs, die direct ook terugkeken op de jaren waarin ze opgroeide tot de volwassene die ze inmiddels is.
Toen de ruwe schetsen van de songs af waren, toog ze naar de studio van de van The Arcade Fire bekende Howard Bilerman in Montreal, waar ze onder andere gezelschap kreeg van drummer Liam O’Neill (Suuns), bassiste Alexandra Levy (AKA Ada Lea) en zangeres Amy Millan (Stars).
Highs In The Minuses werd in slechts vijf dagen nagenoeg live opgenomen en dat hoor je. Het album heeft een bijzondere en wat ruwe energie en dat is een energie die perfect past bij de muziek van Charlotte Cornfield.
De Canadese muzikant beschikt over een bijzonder stemgeluid en zingt ook op een bijzondere manier. De zang op het album heeft het nasale van Smashing Pumpkins voorman Billy Corgan, maar Charlotte Cornfield doet me in vocaal opzicht vooral denken aan Big Thief zangeres Adrianne Lenker.
De associaties met Big Thief gaan overigens verder dan de zang op het album, want ook de muziek en de songs van Charlotte Cornfield doen me meer dan eens denken aan de muziek van de Amerikaanse band, zeker wanneer de gitaren lekker ruw klinken en Charlotte Cornfield op ingetogen wijze de nodige melancholie over je uitstort, zoals in het bloedstollende 21. Highs In The Minuses bevat overigens ook een aantal meer piano georiënteerd songs.
Ik geef eerlijk toe dat ik bij eerste beluistering wel wat moest wennen aan de bijzondere zang van de muzikante uit Toronto, maar inmiddels ben ik behoorlijk verslaafd geraakt aan het vierde album van Charlotte Cornfield. Het is een album zonder enige opsmuk en het is bovendien een album dat niet krampachtig probeert aan te sluiten bij de succesvollere vrouwelijke singer-songwriters van het moment (en van dat soort albums ben ik er de afgelopen weken erg veel tegen gekomen).
Highs In The Minuses is een ruw en wat rafelig album, maar het is ook een puur en eerlijk album, waarop Charlotte Cornfield je op fraaie en indringende wijze deelgenoot maakt van haar leven. Bij de eerste noten wilde ik het album terzijde schuiven, maar wat ben ik blij dat ik dat niet heb gedaan. Ik schrijf hem op voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Charlotte Cornfield - Highs In The Minusses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Charlotte Cornfield - Highs In The Minusses
De Canadese muzikante Charlotte Cornfield heeft met Highs In The Minuses een ruw en gruizig, maar ook puur en oprecht album gemaakt, dat je langzaam maar zeker stevig bij de strot grijpt
Het is misschien even wennen aan de bijzondere stem van Charlotte Cornfield en haar aparte manier van zingen, maar al snel dringt de muziek van de Canadese muzikante zich net zo dwingend op als de ruwe en intense muziek van Big Thief, die nooit heel ver verwijderd is. Highs In The Minuses is een album zonder opsmuk dat met veel energie werd opgenomen. Het levert een intens album op dat, na enige gewenning, beter en beter wordt en steeds nadrukkelijker laat horen dat Charlotte Cornfield een eigenzinnig talent is, dat voor de afwisseling wel eens iets toevoegt aan alle jonge vrouwelijke singer-songwriters die er al zijn. Jaarlijstjesmateriaal.
Bij mijn eerste selectie uit de stapel nieuwe releases van een week, geef ik de vrouwelijke singer-songwriters tot dusver standaard het voordeel van de twijfel. Ik twijfel zo langzamerhand wel of ik daar mee door moet gaan, want het zijn er zo langzamerhand wel heel erg veel. Tussen het aanbod van deze week hoorde ik bovendien heel veel albums die echt niets toevoegen aan alles dat er al is of in kwalitatief opzicht niet heel bijzonder zijn, maar Charlotte Cornfield trok met Highs In The Minuses wel mijn aandacht.
Het is volgens mij de eerste keer dat ik de naam Charlotte Cornfield tegen kwam, maar Highs In The Minuses is toch al het vierde album van de Canadese muzikante, die met haar vorige album onder andere de aansprekende Amerikaanse muzieksite Pitchfork inspireerde tot een zeer lovende recensie. Die andere albums ga ik later nog wel eens beluisteren, want vooralsnog ben ik zeer geïntrigeerd door het laatste album van de muzikante uit Toronto.
Net als zoveel andere muzikanten had Charlotte Cornfield aan het begin van 2020 een goed gevulde agenda met optredens, maar de coronapandemie gooide roet in het eten. Charlotte Cornfield sloot zich thuis in Toronto en werkte in alle rust aan nieuwe songs, die direct ook terugkeken op de jaren waarin ze opgroeide tot de volwassene die ze inmiddels is.
Toen de ruwe schetsen van de songs af waren, toog ze naar de studio van de van The Arcade Fire bekende Howard Bilerman in Montreal, waar ze onder andere gezelschap kreeg van drummer Liam O’Neill (Suuns), bassiste Alexandra Levy (AKA Ada Lea) en zangeres Amy Millan (Stars).
Highs In The Minuses werd in slechts vijf dagen nagenoeg live opgenomen en dat hoor je. Het album heeft een bijzondere en wat ruwe energie en dat is een energie die perfect past bij de muziek van Charlotte Cornfield.
De Canadese muzikant beschikt over een bijzonder stemgeluid en zingt ook op een bijzondere manier. De zang op het album heeft het nasale van Smashing Pumpkins voorman Billy Corgan, maar Charlotte Cornfield doet me in vocaal opzicht vooral denken aan Big Thief zangeres Adrianne Lenker.
De associaties met Big Thief gaan overigens verder dan de zang op het album, want ook de muziek en de songs van Charlotte Cornfield doen me meer dan eens denken aan de muziek van de Amerikaanse band, zeker wanneer de gitaren lekker ruw klinken en Charlotte Cornfield op ingetogen wijze de nodige melancholie over je uitstort, zoals in het bloedstollende 21. Highs In The Minuses bevat overigens ook een aantal meer piano georiënteerd songs.
Ik geef eerlijk toe dat ik bij eerste beluistering wel wat moest wennen aan de bijzondere zang van de muzikante uit Toronto, maar inmiddels ben ik behoorlijk verslaafd geraakt aan het vierde album van Charlotte Cornfield. Het is een album zonder enige opsmuk en het is bovendien een album dat niet krampachtig probeert aan te sluiten bij de succesvollere vrouwelijke singer-songwriters van het moment (en van dat soort albums ben ik er de afgelopen weken erg veel tegen gekomen).
Highs In The Minuses is een ruw en wat rafelig album, maar het is ook een puur en eerlijk album, waarop Charlotte Cornfield je op fraaie en indringende wijze deelgenoot maakt van haar leven. Bij de eerste noten wilde ik het album terzijde schuiven, maar wat ben ik blij dat ik dat niet heb gedaan. Ik schrijf hem op voor mijn jaarlijstje. Erwin Zijleman
Chastity Belt - I Used to Spend So Much Time Alone (2017)

4,5
2
geplaatst: 5 juni 2017, 10:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chastity Belt - I Used To Spend So Much Time Alone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Twee jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse band Chastity Belt.
Time To Go Home, de tweede plaat van de uit vier vrouwen bestaande band uit Walla Walla, Washington, maakte in eerste instantie niet eens zoveel indruk, maar naarmate ik de plaat vaker hoorde, raakte ik steeds meer verknocht aan de zowel door dreampop als door noiserock beïnvloede muziek van Chastity Belt.
Op de nieuwe plaat nemen de vier vrouwen van Chastity Belt flink gas terug, waardoor de vergelijking met Sleater Kinney en andere bands uit de Riot Grrrl beweging wat minder vaak zal opduiken dan bij beluistering van de vorige plaat van de band. Invloeden uit de dreampop zijn daarentegen nog wel in ruime mate te horen op I Used To Spend So Much Time Alone en krijgen gezelschap van invloeden uit de postpunk en de indie-rock.
Op haar vorige plaat maakte Chastity Belt flink wat indruk met het mooie gitaarwerk en dit is ook op I Used To Spend So Much Time Alone dik in orde. Het is gitaarwerk dat breed uit kan waaien, maar ook kan betoveren met bijna minimalistische miniatuurtjes of juist heerlijk gruizig van leer kan trekken. Over de wat onderkoelde vocalen van frontvrouw Julia Shapiro was ik bij mijn eerste kennismaking met de muziek van Chastity Belt minder te spreken, maar inmiddels kan ik de flarden 70s en 80s doom in haar stem zeer waarderen.
Chastity Belt vertrouwde op haar eerste twee platen vooral op de wat stekeligere rocksongs. I Used To Spend So Much Time Alone klinkt ook nog wel eens rauw en stekelig, maar in de meeste gevallen kiest het viertal uit Walla Walla (het ziet er helaas niet zo fascinerend uit als het klinkt) voor bezwerende klanken die het beste van Lush en Siouxsie & The Banshees vermengen.
Dat is een kunstje momenteel veel vaker gehoord wordt, maar Chastity Belt maakt op I Used To Spend So Much Time Alone ook indruk met geweldige songs. De rauwe songs die vrijwel onmiddellijk hun punt maken, zijn vervangen door songs die zich langzaam maar genadeloos opdringen.
Het knappe van de nieuwe plaat van Chastity Belt is dat het muziek maakt die direct bekend in de oren klinkt, maar uiteindelijk blijkt opgebouwd uit componenten die in het verleden niet op deze wijze verenigd werden. Het bijzondere fraaie gitaarwerk op de plaat slaat de bruggen tussen de verschillende genres en tussen de wat stevigere songs en de opvallend lome songs. Het is gitaarwerk dat me bij herhaalde beluistering van de plaat ook meer dan eens doet denken aan dat op de platen van Mazzy Star en een grotere compliment kan ik een band niet maken.
I Used To Spend So Much Time Alone overtuigt door het prachtige geluid wat makkelijker dan zijn voorganger, maar beschikt over dezelfde groeipotentie als deze voorganger, waardoor zeker de langzamere songs op de plaat uiteindelijk hoog reiken.
Chastity Belt krijgt in Nederland nog niet heel veel aandacht met haar muziek, maar heeft met I Used To Spend So Much Time Alone een prachtplaat afgeleverd. Een prachtplaat die alleen maar mooier en mooier wordt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chastity Belt - I Used To Spend So Much Time Alone - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Twee jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met de muziek van de Amerikaanse band Chastity Belt.
Time To Go Home, de tweede plaat van de uit vier vrouwen bestaande band uit Walla Walla, Washington, maakte in eerste instantie niet eens zoveel indruk, maar naarmate ik de plaat vaker hoorde, raakte ik steeds meer verknocht aan de zowel door dreampop als door noiserock beïnvloede muziek van Chastity Belt.
Op de nieuwe plaat nemen de vier vrouwen van Chastity Belt flink gas terug, waardoor de vergelijking met Sleater Kinney en andere bands uit de Riot Grrrl beweging wat minder vaak zal opduiken dan bij beluistering van de vorige plaat van de band. Invloeden uit de dreampop zijn daarentegen nog wel in ruime mate te horen op I Used To Spend So Much Time Alone en krijgen gezelschap van invloeden uit de postpunk en de indie-rock.
Op haar vorige plaat maakte Chastity Belt flink wat indruk met het mooie gitaarwerk en dit is ook op I Used To Spend So Much Time Alone dik in orde. Het is gitaarwerk dat breed uit kan waaien, maar ook kan betoveren met bijna minimalistische miniatuurtjes of juist heerlijk gruizig van leer kan trekken. Over de wat onderkoelde vocalen van frontvrouw Julia Shapiro was ik bij mijn eerste kennismaking met de muziek van Chastity Belt minder te spreken, maar inmiddels kan ik de flarden 70s en 80s doom in haar stem zeer waarderen.
Chastity Belt vertrouwde op haar eerste twee platen vooral op de wat stekeligere rocksongs. I Used To Spend So Much Time Alone klinkt ook nog wel eens rauw en stekelig, maar in de meeste gevallen kiest het viertal uit Walla Walla (het ziet er helaas niet zo fascinerend uit als het klinkt) voor bezwerende klanken die het beste van Lush en Siouxsie & The Banshees vermengen.
Dat is een kunstje momenteel veel vaker gehoord wordt, maar Chastity Belt maakt op I Used To Spend So Much Time Alone ook indruk met geweldige songs. De rauwe songs die vrijwel onmiddellijk hun punt maken, zijn vervangen door songs die zich langzaam maar genadeloos opdringen.
Het knappe van de nieuwe plaat van Chastity Belt is dat het muziek maakt die direct bekend in de oren klinkt, maar uiteindelijk blijkt opgebouwd uit componenten die in het verleden niet op deze wijze verenigd werden. Het bijzondere fraaie gitaarwerk op de plaat slaat de bruggen tussen de verschillende genres en tussen de wat stevigere songs en de opvallend lome songs. Het is gitaarwerk dat me bij herhaalde beluistering van de plaat ook meer dan eens doet denken aan dat op de platen van Mazzy Star en een grotere compliment kan ik een band niet maken.
I Used To Spend So Much Time Alone overtuigt door het prachtige geluid wat makkelijker dan zijn voorganger, maar beschikt over dezelfde groeipotentie als deze voorganger, waardoor zeker de langzamere songs op de plaat uiteindelijk hoog reiken.
Chastity Belt krijgt in Nederland nog niet heel veel aandacht met haar muziek, maar heeft met I Used To Spend So Much Time Alone een prachtplaat afgeleverd. Een prachtplaat die alleen maar mooier en mooier wordt. Erwin Zijleman
Chastity Belt - Live Laugh Love (2024)

4,0
0
geplaatst: 5 april 2024, 12:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chastity Belt - Live Laugh Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chastity Belt - Live Laugh Love
Chastity Belt deed het door de soloalbums van Julia Shapiro en de coronapandemie een tijdje rustig aan, maar hervindt de goede vorm op het wat meer ingetogen en heerlijk melodieuze Live Laugh Love
Chastity Belt begon ruim tien jaar geleden als een behoorlijk ruwe band, maar daar is niet veel meer van te horen op het deze week verschenen Live Laugh Love. De invloeden uit de noiserock zijn grotendeels verdwenen uit het geluid van de band en hebben plaatsgemaakt voor een lome en vooral ingetogen mix van dreampop en indierock. Het is een geluid dat mij persoonlijk wel aanspreekt. Het fraaie gitaarwerk van Julia Shapiro en Lydia Lund komt beter tot zijn recht en dat geldt ook voor de zang van Julia Shapiro. Live Laugh Love is verder gevuld met heerlijk melodieuze en wat dromerige songs. Het is andere koek dan op de vroege albums van de Amerikaanse band, maar ik vind het heerlijk.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van de Amerikaanse band Chastity Belt. Op No Regerts (geen typo) uit 2013, Time To Go Home uit 2015 en I Used To Spend So Much Time Alone uit 2017 vermaakten Julia Shapiro, Annie Truscott, Gretchen Grimm en Lydia Lund met een mix van indierock, noiserock en dreampop. De muziek van Chastity Belt werd meer dan eens vergeleken met de muziek van Sleater-Kinney en dat was wat mij betreft een vergelijking waar de band die werd opgericht in Walla Walla, Washington, trots op mocht zijn.
Datzelfde Sleater-Kinney nam in 2019 de afslag richting pop en hoewel Chastity Belt op haar in 2019 verschenen titelloze album koos voor een wat minder stevig geluid, bleef de inmiddels vanuit Seattle opererende band wat mij betreft aan de goede kant van de streep, al was dat een mening die niet door alle fans van het eerste uur werd gedeeld.
Vervolgens maakte zangeres Julia Shapiro twee uitstekende soloalbums, waarop met name invloeden uit de shoegaze en dreampop domineerden. Het zijn albums die ik zelf misschien nog wel beter vond dan de albums van Chastity Belt (vooral Zorked uit 2021 is prachtig), waardoor ik met toch wel hooggespannen verwachtingen begon aan het nieuwe album van de band.
Het deze week verschenen Live Laugh Love ligt in het verlengde van het alweer bijna vijf jaar oude vorige album en laat vergeleken met dit album een nog wat minder ruw geluid horen. De conclusie is dan ook gerechtvaardigd dat Julia Shapiro, Annie Truscott, Gretchen Grimm en Lydia Lund hun wilde haren inmiddels kwijt zijn. Of dat erg is hangt vooral af van de persoonlijke smaak. Liefhebbers van het ruigere, stekeligere en compromisloze werk van Chastity Belt vinden op Live Laugh Love waarschijnlijk niet veel van hun gading, terwijl liefhebbers van het melodieuzere en meer ingetogen werk van de Amerikaanse band waarschijnlijk goed uit de voeten kunnen met het nieuwe album.
Zelf behoor ik kennelijk tot de laatste categorie, want het nieuwe album van Chastity Belt bevalt me echt uitstekend. Ik heb altijd wel wat met de wat nonchalante of zelfs onderkoelde zang van Julia Shapiro en ook haar gitaarwerk is op het nieuwe album van Chastity Belt van hoog niveau. Het is gitaarwerk dat fraai overwaait in dat van Lydia Lund, waarna Annie Truscott en Gretchen Grimm laten horen dat ze een zeer degelijke ritmesectie zijn.
Ik kan me best voorstellen dat een deel van de liefhebbers van het vroege werk van Chastity Belt het nieuwe album wat gezapig vindt, maar zelf heb ik wel wat met de lome en melodieuze songs op het album. Chastity Belt begon ooit als studentenbandje en dat klinkt nu eenmaal anders dan een bandje van een stel dertigers die al even meedraaien in de muziekindustrie.
Chastity Belt heeft, mede door de coronapandemie, lang kunnen werken aan het nieuwe album, wat ook ongetwijfeld heeft gezorgd voor minder scherpe randjes en ruwe kantjes. Ik vind het persoonlijk allemaal geen probleem. Integendeel zelfs, want Live Laugh Love vind ik zelf het meest aansprekende Chastity Belt album tot dusver. In muzikaal opzicht zit het allemaal knapper in elkaar dan in het verleden, de zang is echt prima en de songs geven mij stuk voor stuk een goed gevoel. Ik ben er blij mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chastity Belt - Live Laugh Love - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chastity Belt - Live Laugh Love
Chastity Belt deed het door de soloalbums van Julia Shapiro en de coronapandemie een tijdje rustig aan, maar hervindt de goede vorm op het wat meer ingetogen en heerlijk melodieuze Live Laugh Love
Chastity Belt begon ruim tien jaar geleden als een behoorlijk ruwe band, maar daar is niet veel meer van te horen op het deze week verschenen Live Laugh Love. De invloeden uit de noiserock zijn grotendeels verdwenen uit het geluid van de band en hebben plaatsgemaakt voor een lome en vooral ingetogen mix van dreampop en indierock. Het is een geluid dat mij persoonlijk wel aanspreekt. Het fraaie gitaarwerk van Julia Shapiro en Lydia Lund komt beter tot zijn recht en dat geldt ook voor de zang van Julia Shapiro. Live Laugh Love is verder gevuld met heerlijk melodieuze en wat dromerige songs. Het is andere koek dan op de vroege albums van de Amerikaanse band, maar ik vind het heerlijk.
Ik heb tot dusver wel wat met de muziek van de Amerikaanse band Chastity Belt. Op No Regerts (geen typo) uit 2013, Time To Go Home uit 2015 en I Used To Spend So Much Time Alone uit 2017 vermaakten Julia Shapiro, Annie Truscott, Gretchen Grimm en Lydia Lund met een mix van indierock, noiserock en dreampop. De muziek van Chastity Belt werd meer dan eens vergeleken met de muziek van Sleater-Kinney en dat was wat mij betreft een vergelijking waar de band die werd opgericht in Walla Walla, Washington, trots op mocht zijn.
Datzelfde Sleater-Kinney nam in 2019 de afslag richting pop en hoewel Chastity Belt op haar in 2019 verschenen titelloze album koos voor een wat minder stevig geluid, bleef de inmiddels vanuit Seattle opererende band wat mij betreft aan de goede kant van de streep, al was dat een mening die niet door alle fans van het eerste uur werd gedeeld.
Vervolgens maakte zangeres Julia Shapiro twee uitstekende soloalbums, waarop met name invloeden uit de shoegaze en dreampop domineerden. Het zijn albums die ik zelf misschien nog wel beter vond dan de albums van Chastity Belt (vooral Zorked uit 2021 is prachtig), waardoor ik met toch wel hooggespannen verwachtingen begon aan het nieuwe album van de band.
Het deze week verschenen Live Laugh Love ligt in het verlengde van het alweer bijna vijf jaar oude vorige album en laat vergeleken met dit album een nog wat minder ruw geluid horen. De conclusie is dan ook gerechtvaardigd dat Julia Shapiro, Annie Truscott, Gretchen Grimm en Lydia Lund hun wilde haren inmiddels kwijt zijn. Of dat erg is hangt vooral af van de persoonlijke smaak. Liefhebbers van het ruigere, stekeligere en compromisloze werk van Chastity Belt vinden op Live Laugh Love waarschijnlijk niet veel van hun gading, terwijl liefhebbers van het melodieuzere en meer ingetogen werk van de Amerikaanse band waarschijnlijk goed uit de voeten kunnen met het nieuwe album.
Zelf behoor ik kennelijk tot de laatste categorie, want het nieuwe album van Chastity Belt bevalt me echt uitstekend. Ik heb altijd wel wat met de wat nonchalante of zelfs onderkoelde zang van Julia Shapiro en ook haar gitaarwerk is op het nieuwe album van Chastity Belt van hoog niveau. Het is gitaarwerk dat fraai overwaait in dat van Lydia Lund, waarna Annie Truscott en Gretchen Grimm laten horen dat ze een zeer degelijke ritmesectie zijn.
Ik kan me best voorstellen dat een deel van de liefhebbers van het vroege werk van Chastity Belt het nieuwe album wat gezapig vindt, maar zelf heb ik wel wat met de lome en melodieuze songs op het album. Chastity Belt begon ooit als studentenbandje en dat klinkt nu eenmaal anders dan een bandje van een stel dertigers die al even meedraaien in de muziekindustrie.
Chastity Belt heeft, mede door de coronapandemie, lang kunnen werken aan het nieuwe album, wat ook ongetwijfeld heeft gezorgd voor minder scherpe randjes en ruwe kantjes. Ik vind het persoonlijk allemaal geen probleem. Integendeel zelfs, want Live Laugh Love vind ik zelf het meest aansprekende Chastity Belt album tot dusver. In muzikaal opzicht zit het allemaal knapper in elkaar dan in het verleden, de zang is echt prima en de songs geven mij stuk voor stuk een goed gevoel. Ik ben er blij mee. Erwin Zijleman
Chastity Belt - Time to Go Home (2015)

4,5
0
geplaatst: 14 mei 2015, 12:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chastity Belt - Time To Go Home - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het uit vier vrouwen bestaande Chastity Belt debuteerde twee jaar geleden met het in kleine kring geprezen No Regerts (geen typefout), maar trekt nu in veel bredere kring aandacht met haar tweede plaat Time To Go Home.
De band uit Washington trok met haar tweede plaat mijn aandacht omdat Time To Go Home inmiddels al meerdere malen wordt vergeleken met het werk van Sleater-Kinney en dat is een band die ik heel hoog heb zitten.
In de openingstrack hoor ik overigens nog niet zoveel terug van de muziek van Sleater-Kinney. In deze openingstrack combineert Chastity Belt atmosferische klanken die zo lijken weggelopen uit de hoogtijdagen van de dreampop (denk vooral aan Lush) met vocalen die me afwisselend doen denken aan Patti Smith, Beach House en Throwing Muses.
Ook in de meeste tracks die volgen domineren invloeden uit de dreampop van weleer, al hoor ik uiteindelijk ook wel het rauwe en soms net wat onvaste van Sleater-Kinney. De invloeden uit de dreampop zorgen voor even knappe als verleidelijke gitaarlijnen en nemen je zo mee terug naar de hoogtijdagen van het genre, al wijken de vocalen af van de in de dreampop zeer gebruikelijke engelachtige zang.
Het prachtige en soms bijna hypnotiserende gitaarwerk op Time To Go Home beperkt zich overigens zeker niet tot invloeden uit de dreampop, maar flirt ook nadrukkelijk met de noiserock van een band als Sonic Youth, wat Time To Go Home meerwaarde geeft boven alle platen die binnen de dreampop revival verschijnen. Dat de band uit Washington nog meer kan, laat het horen wanneer het een buitengewoon rauwe punky track uit de hoge hoed tovert of zichzelf verliest in een dromerige en psychedelische track.
De vocalen op Time To Go Home kon ik in eerste instantie minder waarderen. Julia Shapiro, de zangeres en frontvrouw van Chastity Belt zingt op het eerste gehoor wel erg onderkoeld en zelfs wat ongeïnteresseerd, maar uiteindelijk valt er ook wanneer het de vocalen betreft veel op zijn plek. De onderkoelde en wat onvaste zang geeft de muziek van het viertal uit Washington een bijzondere en rauwe energie en bovendien blijkt de zang op Time To Go Home bij herhaalde beluistering ook veel broeieriger dan ik op het eerste gehoor had gemerkt en maakt desinteresse plaats voor passie en emotie.
Time To Go Home van Chastity Belt is een plaat die zich maar langzaam opdringt, maar wanneer je gevoelig bent voor de betoverende muziek van Amerikaanse band, is het een plaat die nog heel lang door kan groeien en uiteindelijk behoorlijk onmisbaar kan worden.
Ik ben zelf inmiddels compleet verslingerd aan de in Nederland helaas nog wat genegeerde tweede plaat van Chastity Belt en het einde van de groei van Time To Go Home is nog lang niet in zicht. Hele leuke plaat van een band die het verdient om ook in Nederland te worden omarmd door een breed publiek. Ik ben in ieder geval helemaal om. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chastity Belt - Time To Go Home - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het uit vier vrouwen bestaande Chastity Belt debuteerde twee jaar geleden met het in kleine kring geprezen No Regerts (geen typefout), maar trekt nu in veel bredere kring aandacht met haar tweede plaat Time To Go Home.
De band uit Washington trok met haar tweede plaat mijn aandacht omdat Time To Go Home inmiddels al meerdere malen wordt vergeleken met het werk van Sleater-Kinney en dat is een band die ik heel hoog heb zitten.
In de openingstrack hoor ik overigens nog niet zoveel terug van de muziek van Sleater-Kinney. In deze openingstrack combineert Chastity Belt atmosferische klanken die zo lijken weggelopen uit de hoogtijdagen van de dreampop (denk vooral aan Lush) met vocalen die me afwisselend doen denken aan Patti Smith, Beach House en Throwing Muses.
Ook in de meeste tracks die volgen domineren invloeden uit de dreampop van weleer, al hoor ik uiteindelijk ook wel het rauwe en soms net wat onvaste van Sleater-Kinney. De invloeden uit de dreampop zorgen voor even knappe als verleidelijke gitaarlijnen en nemen je zo mee terug naar de hoogtijdagen van het genre, al wijken de vocalen af van de in de dreampop zeer gebruikelijke engelachtige zang.
Het prachtige en soms bijna hypnotiserende gitaarwerk op Time To Go Home beperkt zich overigens zeker niet tot invloeden uit de dreampop, maar flirt ook nadrukkelijk met de noiserock van een band als Sonic Youth, wat Time To Go Home meerwaarde geeft boven alle platen die binnen de dreampop revival verschijnen. Dat de band uit Washington nog meer kan, laat het horen wanneer het een buitengewoon rauwe punky track uit de hoge hoed tovert of zichzelf verliest in een dromerige en psychedelische track.
De vocalen op Time To Go Home kon ik in eerste instantie minder waarderen. Julia Shapiro, de zangeres en frontvrouw van Chastity Belt zingt op het eerste gehoor wel erg onderkoeld en zelfs wat ongeïnteresseerd, maar uiteindelijk valt er ook wanneer het de vocalen betreft veel op zijn plek. De onderkoelde en wat onvaste zang geeft de muziek van het viertal uit Washington een bijzondere en rauwe energie en bovendien blijkt de zang op Time To Go Home bij herhaalde beluistering ook veel broeieriger dan ik op het eerste gehoor had gemerkt en maakt desinteresse plaats voor passie en emotie.
Time To Go Home van Chastity Belt is een plaat die zich maar langzaam opdringt, maar wanneer je gevoelig bent voor de betoverende muziek van Amerikaanse band, is het een plaat die nog heel lang door kan groeien en uiteindelijk behoorlijk onmisbaar kan worden.
Ik ben zelf inmiddels compleet verslingerd aan de in Nederland helaas nog wat genegeerde tweede plaat van Chastity Belt en het einde van de groei van Time To Go Home is nog lang niet in zicht. Hele leuke plaat van een band die het verdient om ook in Nederland te worden omarmd door een breed publiek. Ik ben in ieder geval helemaal om. Erwin Zijleman
Chastity Brown - Silhouette of Sirens (2017)

4,5
0
geplaatst: 27 juni 2017, 17:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chastity Brown - Silhouette Of Sirens - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Chastity Brown werd geboren en groeide op in Union City, Tennessee, maar kreeg als muzikante voet aan de grond vanuit Minneapolis, Minnesota, waar ze naar toe trok om haar zware jeugd achter zich te laten.
Haar nieuwe plaat Silhouette Of Sirens is inmiddels ruim een maand uit en moet het doen met relatief bescheiden aandacht, maar alle recensies die ik heb gelezen zijn zeer positief. Dat is ook wel begrijpelijk, want Chastity Brown heeft een uitstekende plaat gemaakt.
Het is een plaat die wordt gedragen door haar heerlijk rauwe en soulvolle strot, maar ook de songs van de Amerikaanse singer-songwriter zijn van een bijzonder hoog niveau.
Chastity Brown is op haar plaat de Amerikaanse rootsmuziek trouw met flink wat invloeden uit de folk, blues, soul, gospel en jazz, maar voegt ook voldoende invloeden uit de pop en rock toe om een breed publiek aan te kunnen spreken.
Silhouette Of Sirens staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende songs en zeker de uptempo songs aan het begin van de plaat dringen zich opvallend makkelijk op. Het zijn songs met gitaarwerk dat wat bluesy aan doet en dat uitstekend past bij de krachtige stem van Chastity Brown, die veel passie en soul laat horen, maar ook rauw en doorleefd klinkt.
De muziek die Chastity Brown op haar nieuwe plaat maakt, laat zich niet zo makkelijk vergelijken met de muziek van anderen. De liefhebber van pure Amerikaanse rootsmuziek zal het misschien net wat teveel pop en rock vinden (zeker in de openingstracks), terwijl de liefhebber van pop en rock teveel invloeden uit de rootsmuziek hoort (zeker na de openingstracks).
Silhouette Of Sirens is hierdoor een plaat die makkelijk tussen wal en schip valt, maar daarvoor is deze plaat echt veel te goed. Chastity Brown heeft een aantal uitstekende muzikanten om zich heen verzameld, zingt met enorm veel gevoel en heeft haar plaat ook nog eens bijzonder knap geproduceerd.
Het is bijzonder hoe Chastity Brown je in de wat meer ingetogen songs mee neemt naar een veranda in Tennessee en imponeert met rauwe gospel en blues, maar in de wat stevigere songs net zo makkelijk muziek maakt die herinnert aan Amerikaanse radiostations tijdens eindeloze ritten over de Amerikaanse snelwegen.
Zeker in de wat meer ingetogen tracks wordt bijzonder subtiel gemusiceerd en zijn met name de gitaarlijnen en het pianospel weergaloos, terwijl ook het knappe gebruik van strijkers opvalt. In alle tracks zingt Chastity Brown de sterren van de hemel en maakt de singer-songwriter uit Minneapolis diepe indruk.
Het zorgt voor steeds meer kippenvel, zeker als Chastity Brown in de slottrack de longen uit haar lijf zingt en de emotie uit haar tenen haalt. Het is een fraai slot van een plaat die misschien niet alle waardering en aandacht krijgt, maar wel degelijk behoort tot de beste releases van de afgelopen maand. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chastity Brown - Silhouette Of Sirens - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Chastity Brown werd geboren en groeide op in Union City, Tennessee, maar kreeg als muzikante voet aan de grond vanuit Minneapolis, Minnesota, waar ze naar toe trok om haar zware jeugd achter zich te laten.
Haar nieuwe plaat Silhouette Of Sirens is inmiddels ruim een maand uit en moet het doen met relatief bescheiden aandacht, maar alle recensies die ik heb gelezen zijn zeer positief. Dat is ook wel begrijpelijk, want Chastity Brown heeft een uitstekende plaat gemaakt.
Het is een plaat die wordt gedragen door haar heerlijk rauwe en soulvolle strot, maar ook de songs van de Amerikaanse singer-songwriter zijn van een bijzonder hoog niveau.
Chastity Brown is op haar plaat de Amerikaanse rootsmuziek trouw met flink wat invloeden uit de folk, blues, soul, gospel en jazz, maar voegt ook voldoende invloeden uit de pop en rock toe om een breed publiek aan te kunnen spreken.
Silhouette Of Sirens staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende songs en zeker de uptempo songs aan het begin van de plaat dringen zich opvallend makkelijk op. Het zijn songs met gitaarwerk dat wat bluesy aan doet en dat uitstekend past bij de krachtige stem van Chastity Brown, die veel passie en soul laat horen, maar ook rauw en doorleefd klinkt.
De muziek die Chastity Brown op haar nieuwe plaat maakt, laat zich niet zo makkelijk vergelijken met de muziek van anderen. De liefhebber van pure Amerikaanse rootsmuziek zal het misschien net wat teveel pop en rock vinden (zeker in de openingstracks), terwijl de liefhebber van pop en rock teveel invloeden uit de rootsmuziek hoort (zeker na de openingstracks).
Silhouette Of Sirens is hierdoor een plaat die makkelijk tussen wal en schip valt, maar daarvoor is deze plaat echt veel te goed. Chastity Brown heeft een aantal uitstekende muzikanten om zich heen verzameld, zingt met enorm veel gevoel en heeft haar plaat ook nog eens bijzonder knap geproduceerd.
Het is bijzonder hoe Chastity Brown je in de wat meer ingetogen songs mee neemt naar een veranda in Tennessee en imponeert met rauwe gospel en blues, maar in de wat stevigere songs net zo makkelijk muziek maakt die herinnert aan Amerikaanse radiostations tijdens eindeloze ritten over de Amerikaanse snelwegen.
Zeker in de wat meer ingetogen tracks wordt bijzonder subtiel gemusiceerd en zijn met name de gitaarlijnen en het pianospel weergaloos, terwijl ook het knappe gebruik van strijkers opvalt. In alle tracks zingt Chastity Brown de sterren van de hemel en maakt de singer-songwriter uit Minneapolis diepe indruk.
Het zorgt voor steeds meer kippenvel, zeker als Chastity Brown in de slottrack de longen uit haar lijf zingt en de emotie uit haar tenen haalt. Het is een fraai slot van een plaat die misschien niet alle waardering en aandacht krijgt, maar wel degelijk behoort tot de beste releases van de afgelopen maand. Erwin Zijleman
Cheap Trick - Bang, Zoom, Crazy... Hello (2016)

4,0
0
geplaatst: 22 april 2016, 15:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cheap Trick - Bang, Zoom, Crazy... Hello - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij Cheap Trick kan ik echt maar aan één ding denken en dat is natuurlijk aan het memorabele live-album At Budokan uit 1979.
Mede dankzij hordes krijsende Japanse meisjes schaarde de band uit Rockford, Illinois, zich aan het eind van de jaren 70 onder de smaakmakers van de 70s hardrock, maar wist het ook het pop minnende publiek te veroveren.
Het succes van At Budokan wist de band natuurlijk nooit meer te evenaren of zelfs te benaderen, maar Cheap Trick is tot op de dag van vandaag actief gebleven en brengt met enige regelmaat een nieuwe plaat uit.
Het heeft de band inmiddels een plekje in de Rock ’n Roll Hall Of Fame opgeleverd en daar valt weinig op af te dingen, al zijn de platen die de band sinds de late jaren 70 heeft gemaakt lang niet allemaal de moeite waard.
Zeven jaar na het behoorlijk sterke The Latest is Cheap Trick terug met een nieuwe plaat: Bang, Zoom, Crazy... Hello. De band opereert nog altijd voor een belangrijk deel in de originele samenstelling (alleen drummer Bun E. Carlos is inmiddels met pensioen) en ondanks het feit dat het nieuwe album wordt uitgebracht op een label dat vooral countryplaten uitbrengt, is Cheap Trick de 70s hardrock trouw gebleven.
Luister naar Bang, Zoom, Crazy... Hello en je waant je weer in de hoogtijdagen van Cheap Trick. Dat betekent dat de gitaren lekker mogen scheuren, maar het betekent ook dat het ene na het andere memorabele refrein voorbij komt.
Ook Cheap Trick is niet vies van een gitaarsolo op zijn tijd, maar de popsong staat bij de band altijd centraal. Ook Bang, Zoom, Crazy... Hello staat daarom weer vol met Beatlesque melodieën en refreinen, maar Cheap Trick heeft ook een geweldige hardrockplaat gemaakt.
Hier en daar flirt de band wat met invloeden uit de jaren 80 en 90, maar op het overgrote deel van de plaat staan de 70s centraal en doet Cheap Trick waar het inmiddels al meer dan 40 jaar goed in is.
Nieuwe zieltjes gaat de band er niet mee winnen denk ik, maar een ieder die op de tienerkamer luchtgitaar heeft gespeeld voor duizenden gillende Japanse meisjes, zal Bang, Zoom, Crazy... Hello ervaren als een heerlijke trip naar een ver verleden. Zeker als je hem wat vaker hoort blijkt bovendien dat het allemaal bijzonder knap in elkaar steekt. Topplaat dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cheap Trick - Bang, Zoom, Crazy... Hello - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Bij Cheap Trick kan ik echt maar aan één ding denken en dat is natuurlijk aan het memorabele live-album At Budokan uit 1979.
Mede dankzij hordes krijsende Japanse meisjes schaarde de band uit Rockford, Illinois, zich aan het eind van de jaren 70 onder de smaakmakers van de 70s hardrock, maar wist het ook het pop minnende publiek te veroveren.
Het succes van At Budokan wist de band natuurlijk nooit meer te evenaren of zelfs te benaderen, maar Cheap Trick is tot op de dag van vandaag actief gebleven en brengt met enige regelmaat een nieuwe plaat uit.
Het heeft de band inmiddels een plekje in de Rock ’n Roll Hall Of Fame opgeleverd en daar valt weinig op af te dingen, al zijn de platen die de band sinds de late jaren 70 heeft gemaakt lang niet allemaal de moeite waard.
Zeven jaar na het behoorlijk sterke The Latest is Cheap Trick terug met een nieuwe plaat: Bang, Zoom, Crazy... Hello. De band opereert nog altijd voor een belangrijk deel in de originele samenstelling (alleen drummer Bun E. Carlos is inmiddels met pensioen) en ondanks het feit dat het nieuwe album wordt uitgebracht op een label dat vooral countryplaten uitbrengt, is Cheap Trick de 70s hardrock trouw gebleven.
Luister naar Bang, Zoom, Crazy... Hello en je waant je weer in de hoogtijdagen van Cheap Trick. Dat betekent dat de gitaren lekker mogen scheuren, maar het betekent ook dat het ene na het andere memorabele refrein voorbij komt.
Ook Cheap Trick is niet vies van een gitaarsolo op zijn tijd, maar de popsong staat bij de band altijd centraal. Ook Bang, Zoom, Crazy... Hello staat daarom weer vol met Beatlesque melodieën en refreinen, maar Cheap Trick heeft ook een geweldige hardrockplaat gemaakt.
Hier en daar flirt de band wat met invloeden uit de jaren 80 en 90, maar op het overgrote deel van de plaat staan de 70s centraal en doet Cheap Trick waar het inmiddels al meer dan 40 jaar goed in is.
Nieuwe zieltjes gaat de band er niet mee winnen denk ik, maar een ieder die op de tienerkamer luchtgitaar heeft gespeeld voor duizenden gillende Japanse meisjes, zal Bang, Zoom, Crazy... Hello ervaren als een heerlijke trip naar een ver verleden. Zeker als je hem wat vaker hoort blijkt bovendien dat het allemaal bijzonder knap in elkaar steekt. Topplaat dus. Erwin Zijleman
Cheap Trick - In Another World (2021)

1
geplaatst: 12 april 2021, 15:29 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cheap Trick - In Another World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De meeste grote rockbands uit de jaren 70 zijn al lang met pensioen, maar de Amerikaanse band Cheap Trick verkeert nog altijd in een blakende vorm en levert weer een geweldig album af
Wanneer I Want You To Want Me opduikt in een top zoveel wordt de Amerikaanse band Cheap Trick nog wel eens een eendagsvlieg genoemd, maar dat is de band zeker niet. Tot op de dag van vandaag levert de band immers geweldige albums af en ook het deze week verschenen In Another World is weer een uitstekend album. Het is een album vol met grootse rocksongs, uiteraard volgestopt met geweldige riffs en gitaarsolo’s. Cheap Trick heeft hiernaast ook nog altijd het patent op tijdloze en direct memorabele songs, die de invloeden uit zowel de Britse als de Amerikaanse rockmuziek halen. Dat de band dit al ruim 45 jaar doet verdient eindeloos respect.
De krenten uit de pop: Cheap Trick - In Another World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De meeste grote rockbands uit de jaren 70 zijn al lang met pensioen, maar de Amerikaanse band Cheap Trick verkeert nog altijd in een blakende vorm en levert weer een geweldig album af
Wanneer I Want You To Want Me opduikt in een top zoveel wordt de Amerikaanse band Cheap Trick nog wel eens een eendagsvlieg genoemd, maar dat is de band zeker niet. Tot op de dag van vandaag levert de band immers geweldige albums af en ook het deze week verschenen In Another World is weer een uitstekend album. Het is een album vol met grootse rocksongs, uiteraard volgestopt met geweldige riffs en gitaarsolo’s. Cheap Trick heeft hiernaast ook nog altijd het patent op tijdloze en direct memorabele songs, die de invloeden uit zowel de Britse als de Amerikaanse rockmuziek halen. Dat de band dit al ruim 45 jaar doet verdient eindeloos respect.
Cheap Trick - We're All Alright! (2017)

4,0
1
geplaatst: 16 juni 2017, 14:35 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cheap Trick - We're All Allright! - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Cheap Trick begon vorig jaar aan haar tweede jeugd met het uitstekende Bang, Zoom, Crazy... Hello, dat nog maar eens liet horen dat de band uit Philadelphia veel meer is dan een one-hit-wonder uit de late jaren 70 (muziekliefhebbers met een recenter bouwjaar checken I Want You To Want Me van de memorabele live-plaat At Budakan uit 1979).
Iets meer dan een jaar na de zo geslaagde comeback plaat is Cheap Trick al weer terug en ook We're All Alright! mag er weer zijn.
Cheap Trick kreeg een paar jaar geleden volkomen terecht een plekje in de Rock ’n Roll Hall Of Fame en dat heeft de band vleugels gegeven. De cover van de nieuwe plaat van de band bevat deels foto’s uit de oude doos, maar alle songs zijn gelukkig gloednieuw.
Heel veel invloed op het geluid van de band heeft het overigens niet gehad, want ook op We’re All Allright! borduurt Cheap Trick nadrukkelijk voort op het geluid waarmee de band in de tweede helft van de jaren 70 zo succesvol was.
Het is een geluid dat zich nadrukkelijk heeft laten inspireren door de grote Britse bands uit de jaren 60, waarbij ik veel meer van The Who en The Kinks hoor dan van The Beatles of The Stones. Het geluid van Cheap Trick staat hiernaast met minstens één been in 70s hardrock en heeft ook wat meegekregen uit de punk die floreerde toen Cheap Trick doorbrak. Cheap Trick heeft aan al deze Britse invloeden ook nog wat invloeden uit de Amerikaanse rockmuziek toegevoegd en combineert al deze invloeden in tijdloos klinkende rocksongs.
Natuurlijk is het zo dat je in plaats van We're All Alright! net zo makkelijk een Cheap Trick plaat uit de tweede helft van de jaren 70 kunt opzetten, maar wat klinkt het allemaal weer lekker. Cheap Trick grossiert op haar nieuwe plaat in rocksongs vol aansprekende melodieën en aanstekelijke refreinen en combineert dit met een lekker zwaar aangezette ritmesectie, prima zang en natuurlijk heel veel fantastisch gitaarwerk.
Gitarist Rick Nielsen kent zijn klassiekers een strooit driftig met geweldige solo’s en heerlijke riffs, maar ook de rest van de band (alleen drummer van het eerste uur Bun E. Carlos is inmiddels met pensioen en vervangen door de zoon van Rick Nielsen, Daxx) heeft er op We're All Alright! hoorbaar zin in.
De eerdere bewering dat Cheap Trick voor een zeer groot deel leunt op het eigen verleden wordt gelogenstraft in een aantal tracks waarin wordt gekozen voor een net wat meer ingetogen geluid, maar vintage Cheap Trick is gelukkig nooit ver weg.
Net als Bang, Zoom, Crazy... Hello vorig jaar, is ook We're All Alright! direct bij eerste beluistering een ultieme feel-good plaat vol onweerstaanbare rocksongs, maar We're All Alright! is ook de groeiplaat die zijn voorganger eveneens was.
Er zijn momenteel verrassend weinig jonge honden die het soort rockmuziek maken waar Cheap Trick zo goed in is. Dat is aan de ene kant jammer, maar zo lang de oude meesters uit Philadelphia het kunstje nog zo goed beheersen als op We're All Alright! hoeven we er niet al te lang over te treuren. De tweede jeugd van Cheap Trick mag van mij nog wel even duren, want van platen als We're All Alright! kan ik echt geen genoeg krijgen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cheap Trick - We're All Allright! - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Cheap Trick begon vorig jaar aan haar tweede jeugd met het uitstekende Bang, Zoom, Crazy... Hello, dat nog maar eens liet horen dat de band uit Philadelphia veel meer is dan een one-hit-wonder uit de late jaren 70 (muziekliefhebbers met een recenter bouwjaar checken I Want You To Want Me van de memorabele live-plaat At Budakan uit 1979).
Iets meer dan een jaar na de zo geslaagde comeback plaat is Cheap Trick al weer terug en ook We're All Alright! mag er weer zijn.
Cheap Trick kreeg een paar jaar geleden volkomen terecht een plekje in de Rock ’n Roll Hall Of Fame en dat heeft de band vleugels gegeven. De cover van de nieuwe plaat van de band bevat deels foto’s uit de oude doos, maar alle songs zijn gelukkig gloednieuw.
Heel veel invloed op het geluid van de band heeft het overigens niet gehad, want ook op We’re All Allright! borduurt Cheap Trick nadrukkelijk voort op het geluid waarmee de band in de tweede helft van de jaren 70 zo succesvol was.
Het is een geluid dat zich nadrukkelijk heeft laten inspireren door de grote Britse bands uit de jaren 60, waarbij ik veel meer van The Who en The Kinks hoor dan van The Beatles of The Stones. Het geluid van Cheap Trick staat hiernaast met minstens één been in 70s hardrock en heeft ook wat meegekregen uit de punk die floreerde toen Cheap Trick doorbrak. Cheap Trick heeft aan al deze Britse invloeden ook nog wat invloeden uit de Amerikaanse rockmuziek toegevoegd en combineert al deze invloeden in tijdloos klinkende rocksongs.
Natuurlijk is het zo dat je in plaats van We're All Alright! net zo makkelijk een Cheap Trick plaat uit de tweede helft van de jaren 70 kunt opzetten, maar wat klinkt het allemaal weer lekker. Cheap Trick grossiert op haar nieuwe plaat in rocksongs vol aansprekende melodieën en aanstekelijke refreinen en combineert dit met een lekker zwaar aangezette ritmesectie, prima zang en natuurlijk heel veel fantastisch gitaarwerk.
Gitarist Rick Nielsen kent zijn klassiekers een strooit driftig met geweldige solo’s en heerlijke riffs, maar ook de rest van de band (alleen drummer van het eerste uur Bun E. Carlos is inmiddels met pensioen en vervangen door de zoon van Rick Nielsen, Daxx) heeft er op We're All Alright! hoorbaar zin in.
De eerdere bewering dat Cheap Trick voor een zeer groot deel leunt op het eigen verleden wordt gelogenstraft in een aantal tracks waarin wordt gekozen voor een net wat meer ingetogen geluid, maar vintage Cheap Trick is gelukkig nooit ver weg.
Net als Bang, Zoom, Crazy... Hello vorig jaar, is ook We're All Alright! direct bij eerste beluistering een ultieme feel-good plaat vol onweerstaanbare rocksongs, maar We're All Alright! is ook de groeiplaat die zijn voorganger eveneens was.
Er zijn momenteel verrassend weinig jonge honden die het soort rockmuziek maken waar Cheap Trick zo goed in is. Dat is aan de ene kant jammer, maar zo lang de oude meesters uit Philadelphia het kunstje nog zo goed beheersen als op We're All Alright! hoeven we er niet al te lang over te treuren. De tweede jeugd van Cheap Trick mag van mij nog wel even duren, want van platen als We're All Alright! kan ik echt geen genoeg krijgen. Erwin Zijleman
Cheatahs - Mythologies (2015)

4,5
0
geplaatst: 29 december 2015, 12:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Cheatahs - Mythologies - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het titelloze debuut van de uit Londen afkomstige band Cheatahs wist me vorig jaar net niet voldoende te overtuigen voor een plekje op mijn BLOG.
De door shoegaze en indie-rock beïnvloede muziek van de band klonk weliswaar bijzonder lekker, maar wist zich wat mij betreft niet voldoende te onderscheiden van alles dat er al was. En er zijn nogal wat bands die zich door de shoegaze van weleer laten beïnvloeden.
Het eind dit jaar verschenen Mythologies bevalt me een stuk beter. Cheatahs laat zich ook op haar tweede plaat nadrukkelijk beïnvloeden door muziek uit de hoogtijdagen van het shoegaze genre, maar werkt op hetzelfde moment ook aan een meer eigen geluid.
Het is een geluid dat opvalt door lekker veel zweverige passages, die prachtig passen in het gruizige shoegaze geluid. Het klinkt nog steeds bekend in de oren, maar waar ik de muziek van Cheatahs vorig jaar nog meer van hetzelfde vond, maakt de band met haar tweede plaat indruk.
Mythologies is sterk geïnspireerd door de platen van roemruchte bands als My Bloody Valentine, Ride en Swervedriver, maar laat ook voldoende uitstapjes buiten de gebaande paden van de shoegaze horen.
Zo flirt Cheatahs meer dan eens met elektronica en psychedelica en verwerkt het ook invloeden uit onder andere de Krautrock in haar muziek. Mythologies is hierdoor een plaat die aan de ene kant lekker weg luistert en herinnert aan de hoogtijdagen van het zo mooie genre, maar het is aan de andere kant ook een spannende plaat die steeds andere dingen laat horen en die soms flink experimenteert.
Bij eerste beluistering was ik vooral onder de indruk van het heerlijke shoegaze geluid op de plaat, maar hoe vaker ik Mythologies hoor hoe meer ik word gegrepen door alle bijzondere invloeden die de band uit Londen verwerkt op deze plaat.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe rijk de tweede plaat van Cheatahs klinkt en hoeveel bijzonders er in de muziek van de band zit. Ik begrijp er dan ook niets van dat de tweede plaat van Cheatahs na het zo bejubelde debuut voornamelijk is genegeerd. Mythologies haalde vrijwel geen enkel jaarlijstje, maar deze knappe plaat had daarin zeker niet misstaan. Ook niet in dat van mij. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Cheatahs - Mythologies - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het titelloze debuut van de uit Londen afkomstige band Cheatahs wist me vorig jaar net niet voldoende te overtuigen voor een plekje op mijn BLOG.
De door shoegaze en indie-rock beïnvloede muziek van de band klonk weliswaar bijzonder lekker, maar wist zich wat mij betreft niet voldoende te onderscheiden van alles dat er al was. En er zijn nogal wat bands die zich door de shoegaze van weleer laten beïnvloeden.
Het eind dit jaar verschenen Mythologies bevalt me een stuk beter. Cheatahs laat zich ook op haar tweede plaat nadrukkelijk beïnvloeden door muziek uit de hoogtijdagen van het shoegaze genre, maar werkt op hetzelfde moment ook aan een meer eigen geluid.
Het is een geluid dat opvalt door lekker veel zweverige passages, die prachtig passen in het gruizige shoegaze geluid. Het klinkt nog steeds bekend in de oren, maar waar ik de muziek van Cheatahs vorig jaar nog meer van hetzelfde vond, maakt de band met haar tweede plaat indruk.
Mythologies is sterk geïnspireerd door de platen van roemruchte bands als My Bloody Valentine, Ride en Swervedriver, maar laat ook voldoende uitstapjes buiten de gebaande paden van de shoegaze horen.
Zo flirt Cheatahs meer dan eens met elektronica en psychedelica en verwerkt het ook invloeden uit onder andere de Krautrock in haar muziek. Mythologies is hierdoor een plaat die aan de ene kant lekker weg luistert en herinnert aan de hoogtijdagen van het zo mooie genre, maar het is aan de andere kant ook een spannende plaat die steeds andere dingen laat horen en die soms flink experimenteert.
Bij eerste beluistering was ik vooral onder de indruk van het heerlijke shoegaze geluid op de plaat, maar hoe vaker ik Mythologies hoor hoe meer ik word gegrepen door alle bijzondere invloeden die de band uit Londen verwerkt op deze plaat.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe rijk de tweede plaat van Cheatahs klinkt en hoeveel bijzonders er in de muziek van de band zit. Ik begrijp er dan ook niets van dat de tweede plaat van Cheatahs na het zo bejubelde debuut voornamelijk is genegeerd. Mythologies haalde vrijwel geen enkel jaarlijstje, maar deze knappe plaat had daarin zeker niet misstaan. Ook niet in dat van mij. Erwin Zijleman
Chelsea Wolfe - Abyss (2015)

4,5
0
geplaatst: 28 augustus 2015, 16:50 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chelsea Wolfe - Abyss - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Liefhebbers van lichtvoetige of zelfs zonnige popsongs kunnen direct stoppen met lezen, want voor dit soort popsongs ben je bij Chelsea Wolfe niet aan het juiste adres.
De muzikante uit Los Angeles maakte in het verleden al een aantal aardedonkere platen, maar dat het nog veel donkerder en duisterder kan laat ze horen op haar nieuwe plaat Abyss.
Wat direct opvalt bij beluistering van de nieuwe plaat van Chelsea Wolfe is de bij vlagen loodzware instrumentatie. Gitaarriffs die zo lijken weggelopen uit de (doom)-metal bepalen op het eerste gehoor het geluid op Abyss.
Toch is Abyss zeker geen (doom)-metal plaat. Chelsea Wolfe speelt met de rauwe riffs en zet ze gedoseerd in in een geluidstapijt dat zich langzaam voortsleept en ook ruimte biedt aan atmosferische en elektronische klanken.
Het past allemaal prachtig bij de mooie en bijzondere stem van de Amerikaanse, die zich steeds aanpast aan de klanken die haar omringen, waardoor Abyss binnen een paar seconden zowel lieflijk, sprookjesachtig, bezwerend en dreigend kan klinken; een kwaliteit die Chelsea Wolfe deelt met onder andere Siouxsie Sioux en vooral PJ Harvey.
Met de bijzondere instrumentatie onderscheidt Chelsea Wolfe zich al van haar concurrenten, maar dit doet ze ook nog eens met haar songs. Abyss is zeker geen makkelijke plaat, maar wanneer je eenmaal gewend bent geraakt aan de donkere wolken die zich samen pakken boven de speakers, valt er op de nieuwe plaat van Chelsea Wolfe veel moois te ontdekken.
Abyss is een plaat vol spanning en dynamiek. Alle songs op de plaat slepen zich voort van uitbarsting naar uitbarsting, maar vrijwel altijd komen ze als een verrassing. Abyss is een plaat waarvoor je je open moet stellen, maar als je dit hebt gedaan grijpt de plaat je genadeloos bij de strot. Abyss is dan een plaat vol avontuur, vol passie, vol onderhuidse spanning en vol emotie. De instrumentatie is er vervolgens een die je laag voor laag wilt ontrafelen, terwijl de prachtige stem van Chelsea Wolfe zorgt voor emotie en diepte.
Liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters zullen ongetwijfeld een voorkeur hebben voor de fraaie akoestische plaat die Chelsea Wolfe een paar jaar geleden maakte (Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs uit 2012), maar ook Abyss verdient absoluut een kans. Ik durf het inmiddels al voorzichtig een wereldplaat te noemen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chelsea Wolfe - Abyss - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Liefhebbers van lichtvoetige of zelfs zonnige popsongs kunnen direct stoppen met lezen, want voor dit soort popsongs ben je bij Chelsea Wolfe niet aan het juiste adres.
De muzikante uit Los Angeles maakte in het verleden al een aantal aardedonkere platen, maar dat het nog veel donkerder en duisterder kan laat ze horen op haar nieuwe plaat Abyss.
Wat direct opvalt bij beluistering van de nieuwe plaat van Chelsea Wolfe is de bij vlagen loodzware instrumentatie. Gitaarriffs die zo lijken weggelopen uit de (doom)-metal bepalen op het eerste gehoor het geluid op Abyss.
Toch is Abyss zeker geen (doom)-metal plaat. Chelsea Wolfe speelt met de rauwe riffs en zet ze gedoseerd in in een geluidstapijt dat zich langzaam voortsleept en ook ruimte biedt aan atmosferische en elektronische klanken.
Het past allemaal prachtig bij de mooie en bijzondere stem van de Amerikaanse, die zich steeds aanpast aan de klanken die haar omringen, waardoor Abyss binnen een paar seconden zowel lieflijk, sprookjesachtig, bezwerend en dreigend kan klinken; een kwaliteit die Chelsea Wolfe deelt met onder andere Siouxsie Sioux en vooral PJ Harvey.
Met de bijzondere instrumentatie onderscheidt Chelsea Wolfe zich al van haar concurrenten, maar dit doet ze ook nog eens met haar songs. Abyss is zeker geen makkelijke plaat, maar wanneer je eenmaal gewend bent geraakt aan de donkere wolken die zich samen pakken boven de speakers, valt er op de nieuwe plaat van Chelsea Wolfe veel moois te ontdekken.
Abyss is een plaat vol spanning en dynamiek. Alle songs op de plaat slepen zich voort van uitbarsting naar uitbarsting, maar vrijwel altijd komen ze als een verrassing. Abyss is een plaat waarvoor je je open moet stellen, maar als je dit hebt gedaan grijpt de plaat je genadeloos bij de strot. Abyss is dan een plaat vol avontuur, vol passie, vol onderhuidse spanning en vol emotie. De instrumentatie is er vervolgens een die je laag voor laag wilt ontrafelen, terwijl de prachtige stem van Chelsea Wolfe zorgt voor emotie en diepte.
Liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters zullen ongetwijfeld een voorkeur hebben voor de fraaie akoestische plaat die Chelsea Wolfe een paar jaar geleden maakte (Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs uit 2012), maar ook Abyss verdient absoluut een kans. Ik durf het inmiddels al voorzichtig een wereldplaat te noemen. Erwin Zijleman
Chelsea Wolfe - Birth of Violence (2019)

4,0
0
geplaatst: 17 september 2019, 14:37 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chelsea Wolfe - Birth Of Violence - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chelsea Wolfe - Birth Of Violence
Chelsea Wolfe verruilt de gitaarmuren van haar vorige album voor meer ingetogen klanken en betovert met een even sprookjesachtig als donker en dreigend geluid
Het is binnenkort weer het seizoen voor albums waarop voornamelijk donkere wolken over drijven en dus is het goed nieuws dat Chelsea Wolfe opduikt met een nieuw album. Haar vorige album vond ik wel erg donker en zwaar, maar Birth Of Violence laat een ander geluid horen. De basis van dit geluid is akoestisch, maar door de lagen die er op zijn gestapeld klinkt ook dit album weer zo donker als je van Chelsea Wolfe mag verwachten. Het levert een album op waarop betoverend mooie klanken worden afgewisseld met duistere en dreigende passages, maar steeds is er de prachtige stem van Chelsea Wolfe die alles met elkaar verbindt. Het levert een fascinerende en bloedstollend mooie luistertrip op.
De dagen worden momenteel in rap tempo korter en het kan niet lang meer duren tot de temperatuur daalt tot winterse waarden. Het zijn van die dagen waarop de muziek van Chelsea Wolfe over het algemeen uitstekend tot zijn recht komt.
Ik ontdekte de singer-songwriter uit Los Angeles alweer acht jaar geleden toen het opvallende Apokalypsis verscheen. Op het album waarmee Chelsea Wolfe doorbrak domineerden aardedonkere en vaak overweldigende klanken, maar onder deze klanken bleken bij vlagen wonderschone songs verstopt.
Die wonderschone songs kwamen onmiddellijk aan de oppervlakte toen een jaar later Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs verscheen. Op dit veel soberder en akoestisch ingekleurde album was de sfeer nog altijd zeer onheilspellend, maar de schoonheid van de muziek van Chelsea Wolfe was veel beter hoorbaar. Pain Is Beauty uit 2013 en vooral Abyss uit 2015 lieten vervolgens een weer wat zwaarder aangezet geluid horen, maar de betovering bleef.
Diezelfde betovering bleef bij mij uit bij beluistering van het twee jaar geleden verschenen Hiss Spun. Op dit album liet Chelsea Wolfe zich begeleiden door hoge en vervormde gitaarmuren en koos ze bovendien voor een nog donkerder geluid. Het was me allemaal net wat te zwaar en te donker. Het is voor mij dan ook goed nieuws dat Chelsea Wolfe de gruizige gitaren en invloeden uit de metal weer grotendeels heeft afgezworen op het deze week verschenen Birth Of Violence, dat vast niet geheel toevallig op vrijdag de 13e verscheen.
Op haar nieuwe album kiest Chelsea Wolfe voor een meer ingetogen geluid. Akoestische gitaren vormen de basis voor de meeste songs op het album, maar iedereen die nu denkt dat Chelsea Wolfe een ingetogen en authentiek folk album heeft gemaakt moet vooral verder lezen. De basis van akoestische gitaren wordt met grote regelmaat uitgebouwd met dreigende strijkers, donkere syths en dreigende drums. Het geluid is niet zo zwaar als op Hiss Spun, maar het is nog altijd een geluid dat kan worden getypeerd als donker of zelfs als aardedonker.
Op het vorige album verzoop de stem van Chelsea Wolfe nog wat in de zwaar aangezette gitaarmuren, maar op Birth Of Violence eist de muzikante uit Los Angeles nadrukkelijk de hoofdrol op met haar stem, die beter klinkt dan op haar vorige albums en die het hele album lang indruk maakt.
Birth Of Violence is een album dat het daglicht nauwelijks kan verdragen, maar de songs van Chelsea Wolfe worden zeker niet alleen gedomineerd door donkere wolken. Voordat donkere wolken over drijven zijn meer dan eens sprookjesachtige klanken te horen en is de melancholie even verdwenen, maar het album staat ook vol met gitzwarte en beklemmende passages van een bijzondere schoonheid.
Chelsea Wolfe hield met Abyss mijn aandacht minder makkelijk vast dan voorheen en Hiss Spun kon me maar heel kort boeien. Het is gelukkig anders met Birth Of Violence, dat zich laat beluisteren als een intrigerende luistertrip, die je ruim 40 minuten in een wurggreep houdt.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon heeft de prachtige stem van Chelsea Wolf een bezwerende werking en is de dynamiek en de dreiging in het bijzondere instrumentarium nadrukkelijk voelbaar. Verder hoor je dat Chelsea Wolfe dit keer een serie geweldige songs heeft geschreven, die ook zonder het zwaar aangezette geluid moeiteloos overeind zouden blijven. Het levert een bijzonder fascinerend album op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chelsea Wolfe - Birth Of Violence - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chelsea Wolfe - Birth Of Violence
Chelsea Wolfe verruilt de gitaarmuren van haar vorige album voor meer ingetogen klanken en betovert met een even sprookjesachtig als donker en dreigend geluid
Het is binnenkort weer het seizoen voor albums waarop voornamelijk donkere wolken over drijven en dus is het goed nieuws dat Chelsea Wolfe opduikt met een nieuw album. Haar vorige album vond ik wel erg donker en zwaar, maar Birth Of Violence laat een ander geluid horen. De basis van dit geluid is akoestisch, maar door de lagen die er op zijn gestapeld klinkt ook dit album weer zo donker als je van Chelsea Wolfe mag verwachten. Het levert een album op waarop betoverend mooie klanken worden afgewisseld met duistere en dreigende passages, maar steeds is er de prachtige stem van Chelsea Wolfe die alles met elkaar verbindt. Het levert een fascinerende en bloedstollend mooie luistertrip op.
De dagen worden momenteel in rap tempo korter en het kan niet lang meer duren tot de temperatuur daalt tot winterse waarden. Het zijn van die dagen waarop de muziek van Chelsea Wolfe over het algemeen uitstekend tot zijn recht komt.
Ik ontdekte de singer-songwriter uit Los Angeles alweer acht jaar geleden toen het opvallende Apokalypsis verscheen. Op het album waarmee Chelsea Wolfe doorbrak domineerden aardedonkere en vaak overweldigende klanken, maar onder deze klanken bleken bij vlagen wonderschone songs verstopt.
Die wonderschone songs kwamen onmiddellijk aan de oppervlakte toen een jaar later Unknown Rooms: A Collection of Acoustic Songs verscheen. Op dit veel soberder en akoestisch ingekleurde album was de sfeer nog altijd zeer onheilspellend, maar de schoonheid van de muziek van Chelsea Wolfe was veel beter hoorbaar. Pain Is Beauty uit 2013 en vooral Abyss uit 2015 lieten vervolgens een weer wat zwaarder aangezet geluid horen, maar de betovering bleef.
Diezelfde betovering bleef bij mij uit bij beluistering van het twee jaar geleden verschenen Hiss Spun. Op dit album liet Chelsea Wolfe zich begeleiden door hoge en vervormde gitaarmuren en koos ze bovendien voor een nog donkerder geluid. Het was me allemaal net wat te zwaar en te donker. Het is voor mij dan ook goed nieuws dat Chelsea Wolfe de gruizige gitaren en invloeden uit de metal weer grotendeels heeft afgezworen op het deze week verschenen Birth Of Violence, dat vast niet geheel toevallig op vrijdag de 13e verscheen.
Op haar nieuwe album kiest Chelsea Wolfe voor een meer ingetogen geluid. Akoestische gitaren vormen de basis voor de meeste songs op het album, maar iedereen die nu denkt dat Chelsea Wolfe een ingetogen en authentiek folk album heeft gemaakt moet vooral verder lezen. De basis van akoestische gitaren wordt met grote regelmaat uitgebouwd met dreigende strijkers, donkere syths en dreigende drums. Het geluid is niet zo zwaar als op Hiss Spun, maar het is nog altijd een geluid dat kan worden getypeerd als donker of zelfs als aardedonker.
Op het vorige album verzoop de stem van Chelsea Wolfe nog wat in de zwaar aangezette gitaarmuren, maar op Birth Of Violence eist de muzikante uit Los Angeles nadrukkelijk de hoofdrol op met haar stem, die beter klinkt dan op haar vorige albums en die het hele album lang indruk maakt.
Birth Of Violence is een album dat het daglicht nauwelijks kan verdragen, maar de songs van Chelsea Wolfe worden zeker niet alleen gedomineerd door donkere wolken. Voordat donkere wolken over drijven zijn meer dan eens sprookjesachtige klanken te horen en is de melancholie even verdwenen, maar het album staat ook vol met gitzwarte en beklemmende passages van een bijzondere schoonheid.
Chelsea Wolfe hield met Abyss mijn aandacht minder makkelijk vast dan voorheen en Hiss Spun kon me maar heel kort boeien. Het is gelukkig anders met Birth Of Violence, dat zich laat beluisteren als een intrigerende luistertrip, die je ruim 40 minuten in een wurggreep houdt.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon heeft de prachtige stem van Chelsea Wolf een bezwerende werking en is de dynamiek en de dreiging in het bijzondere instrumentarium nadrukkelijk voelbaar. Verder hoor je dat Chelsea Wolfe dit keer een serie geweldige songs heeft geschreven, die ook zonder het zwaar aangezette geluid moeiteloos overeind zouden blijven. Het levert een bijzonder fascinerend album op. Erwin Zijleman
Chelsea Wolfe - She Reaches Out to She Reaches Out to She (2024)

4,0
1
geplaatst: 13 februari 2024, 17:33 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chelsea Wolfe - She Reaches Out To She Reaches Out To She - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chelsea Wolfe - She Reaches Out To She Reaches Out To She
Chelsea Wolfe vat zo ongeveer haar hele oeuvre samen op het fascinerende She Reaches Out To She Reaches Out To She, dat aardedonkere en verwoestende klanken combineert met intense schoonheid
Op haar vorige album Birth Of Violence leek Chelsea Wolfe te kiezen voor een meer ingetogen geluid, maar op She Reaches Out To She Reaches Out To She is het gitaargeweld terug. Het wordt gecombineerd met bijzondere ritmes en donker gekleurde elektronica. Chelsea Wolfe maakt geen muziek voor een mooie lentedag, maar als je open staat voor de donkere klanken valt er heel veel te genieten op She Reaches Out To She Reaches Out To She, dat zich kan meten met het allerbeste werk van de Amerikaanse muzikante en dat bijzonder fraai is geproduceerd door TV On The Radio’s Dave Sitek.
De Amerikaanse muzikante Chelsea Wolfe verruilde op haar vorige album, het inmiddels al bijna vierenhalf jaar oude Birth Of Violence, de loodzware klanken van zijn voorgangers met een verrassend ingetogen en bij vlagen folky geluid. Het was een nog altijd behoorlijk donker en bij vlagen zelfs aardedonker geluid, maar het gitaargeweld deed absoluut een stapje terug op het album.
Het was zeker niet de eerste keer dat Chelsea Wolfe wist te verrassen met haar muziek, want haar oeuvre is tot dusver een fascinerende roller coaster ride. Alle reden dus om met hoge verwachtingen uit te kijken naar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante en dat album is deze week verschenen. De afgelopen jaren rekende Chelsea Wolfe af met een aantal hardnekkige verslavingen, waardoor She Reaches Out To She Reaches Out To She kan worden gezien als een nieuwe start, in ieder geval in het persoonlijk leven van de Californische muzikante.
She Reaches Out To She Reaches Out To She is het zevende reguliere album van Chelsea Wolfe, maar met een wat andere telling kan het net zo goed haar negende album zijn. Voor She Reaches Out To She Reaches Out To She zocht Chelsea Wolf de samenwerking met de van TV On The Radio bekende Dave Sitek, die fantastisch werk heeft afgeleverd. De muziek van Chelsea Wolfe verschoot op haar vorige album telkens van kleur, maar op She Reaches Out To She Reaches Out To She komt alles samen. Gooi alle albums van de Amerikaanse muzikante in een blender en je krijgt ongeveer wat je hoort op het nieuwe album.
She Reaches Out To She Reaches Out To She opent met elektronica en afwisselend triphop en industrial ritmes. Het is ook dit keer muziek die het daglicht maar lastig kan verdragen, want er trekken vrijwel onmiddellijk gitzwarte wolken over wanneer de muziek van Chelsea Wolfe uit de speakers komt. De hoge gitaarmuren die we kennen van een aantal vorige albums van de Californische muzikante keren direct in de openingstrack terug en maken de muziek nog wat donker en dreigender. Het contrasteert ook dit keer prachtig met de fluisterzachte stem van Chelsea Wolfe, die alleen maar mooier gaat zingen. De gitaarmuren keren met grote regelmaat terug op het album, net als de bijzondere ritmes. Dave Sitek heeft het al zo overweldigende geluid van Chelsae Wolfe vervolgens dichtgesmeerd met flink wat elektronica, maar het wordt nergens een brei, wat een compliment is voor de producer.
She Reaches Out To She Reaches Out To She klinkt een flink stuk zwaarder dan het ingetogen Birth Of Violence, al heeft ook het nieuwe album zijn rustpunten. Naast de al eerder genoemde invloeden sluit Chelsea Wolfe ook dit keer zeker aan bij de gothrock, maar haar muziek is te divers om in een of twee hokjes te duwen. Beluistering van de muziek van Chelsea Wolfe was in het verleden vaak een behoorlijk heftige bezigheid en dat is ook dit keer het geval, al is er ook veel schoonheid verstopt tussen al die overweldigende en donkere klanken.
De lat lag al hoog voor Chelsea Wolfe maar met het fascinerende en veelzijdige She Reaches Out To She Reaches Out To She weet ze zich wat mij betreft weer te verbeteren. Chelsea Wolfe mocht overigens ook zelf inspiratiebronnen aandragen voor dit album en kwam met de volgende tien songs, wat alles zegt over de diversiteit op het album: “Depeche Mode's Waiting For The Night, The Smashing Pumpkins's Daphne Descends, Björk's Bachelorette, Madonna's Frozen, Nine Inch Nails's The Hand That Feeds, Massive Attack's Teardrop, Low's Rome (Always In The Dark), Radiohead's Where I End And You Begin, TV On The Radio's Staring At The Sun, and Lhasa de Sela's Anywhere On This Road". Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chelsea Wolfe - She Reaches Out To She Reaches Out To She - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chelsea Wolfe - She Reaches Out To She Reaches Out To She
Chelsea Wolfe vat zo ongeveer haar hele oeuvre samen op het fascinerende She Reaches Out To She Reaches Out To She, dat aardedonkere en verwoestende klanken combineert met intense schoonheid
Op haar vorige album Birth Of Violence leek Chelsea Wolfe te kiezen voor een meer ingetogen geluid, maar op She Reaches Out To She Reaches Out To She is het gitaargeweld terug. Het wordt gecombineerd met bijzondere ritmes en donker gekleurde elektronica. Chelsea Wolfe maakt geen muziek voor een mooie lentedag, maar als je open staat voor de donkere klanken valt er heel veel te genieten op She Reaches Out To She Reaches Out To She, dat zich kan meten met het allerbeste werk van de Amerikaanse muzikante en dat bijzonder fraai is geproduceerd door TV On The Radio’s Dave Sitek.
De Amerikaanse muzikante Chelsea Wolfe verruilde op haar vorige album, het inmiddels al bijna vierenhalf jaar oude Birth Of Violence, de loodzware klanken van zijn voorgangers met een verrassend ingetogen en bij vlagen folky geluid. Het was een nog altijd behoorlijk donker en bij vlagen zelfs aardedonker geluid, maar het gitaargeweld deed absoluut een stapje terug op het album.
Het was zeker niet de eerste keer dat Chelsea Wolfe wist te verrassen met haar muziek, want haar oeuvre is tot dusver een fascinerende roller coaster ride. Alle reden dus om met hoge verwachtingen uit te kijken naar het nieuwe album van de Amerikaanse muzikante en dat album is deze week verschenen. De afgelopen jaren rekende Chelsea Wolfe af met een aantal hardnekkige verslavingen, waardoor She Reaches Out To She Reaches Out To She kan worden gezien als een nieuwe start, in ieder geval in het persoonlijk leven van de Californische muzikante.
She Reaches Out To She Reaches Out To She is het zevende reguliere album van Chelsea Wolfe, maar met een wat andere telling kan het net zo goed haar negende album zijn. Voor She Reaches Out To She Reaches Out To She zocht Chelsea Wolf de samenwerking met de van TV On The Radio bekende Dave Sitek, die fantastisch werk heeft afgeleverd. De muziek van Chelsea Wolfe verschoot op haar vorige album telkens van kleur, maar op She Reaches Out To She Reaches Out To She komt alles samen. Gooi alle albums van de Amerikaanse muzikante in een blender en je krijgt ongeveer wat je hoort op het nieuwe album.
She Reaches Out To She Reaches Out To She opent met elektronica en afwisselend triphop en industrial ritmes. Het is ook dit keer muziek die het daglicht maar lastig kan verdragen, want er trekken vrijwel onmiddellijk gitzwarte wolken over wanneer de muziek van Chelsea Wolfe uit de speakers komt. De hoge gitaarmuren die we kennen van een aantal vorige albums van de Californische muzikante keren direct in de openingstrack terug en maken de muziek nog wat donker en dreigender. Het contrasteert ook dit keer prachtig met de fluisterzachte stem van Chelsea Wolfe, die alleen maar mooier gaat zingen. De gitaarmuren keren met grote regelmaat terug op het album, net als de bijzondere ritmes. Dave Sitek heeft het al zo overweldigende geluid van Chelsae Wolfe vervolgens dichtgesmeerd met flink wat elektronica, maar het wordt nergens een brei, wat een compliment is voor de producer.
She Reaches Out To She Reaches Out To She klinkt een flink stuk zwaarder dan het ingetogen Birth Of Violence, al heeft ook het nieuwe album zijn rustpunten. Naast de al eerder genoemde invloeden sluit Chelsea Wolfe ook dit keer zeker aan bij de gothrock, maar haar muziek is te divers om in een of twee hokjes te duwen. Beluistering van de muziek van Chelsea Wolfe was in het verleden vaak een behoorlijk heftige bezigheid en dat is ook dit keer het geval, al is er ook veel schoonheid verstopt tussen al die overweldigende en donkere klanken.
De lat lag al hoog voor Chelsea Wolfe maar met het fascinerende en veelzijdige She Reaches Out To She Reaches Out To She weet ze zich wat mij betreft weer te verbeteren. Chelsea Wolfe mocht overigens ook zelf inspiratiebronnen aandragen voor dit album en kwam met de volgende tien songs, wat alles zegt over de diversiteit op het album: “Depeche Mode's Waiting For The Night, The Smashing Pumpkins's Daphne Descends, Björk's Bachelorette, Madonna's Frozen, Nine Inch Nails's The Hand That Feeds, Massive Attack's Teardrop, Low's Rome (Always In The Dark), Radiohead's Where I End And You Begin, TV On The Radio's Staring At The Sun, and Lhasa de Sela's Anywhere On This Road". Erwin Zijleman
Childish Gambino - Awaken, My Love! (2016)

4,0
2
geplaatst: 7 december 2016, 17:26 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Childish Gambino - "Awaken, My Love!" - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Op de platen van Childish Gambino wordt tot dusver het etiket rap geplakt en hoewel ik regelmatig mijn best doe met in brede kring geprezen rap platen, kan ik met dit genre nog steeds niet uit de voeten.
Ik had "Awaken, My Love!" dus bijna terzijde geschoven, maar door alle heftige reacties die deze plaat oproept ben ik er toch naar gaan luisteren.
De nieuwe plaat van het alter ego van Donald Glover wordt momenteel zowel verguisd als bejubeld, waarbij de uitersten fanatiek worden opgezocht. De een krijgt er hoofdpijn van en vindt het echt helemaal niks, de ander vindt het van de eerste tot de laatste noot fantastisch en komt superlatieven tekort. Ik schaar mezelf inmiddels onder de laatste groep.
Op "Awaken, My Love!" heeft Childish Gambino de rap, in ieder geval tijdelijk, vaarwel gezegd en eert hij de funk. Het is de funk van Prince, het is de funk van Rick James, het is de funk van Sly & The Family Stone, maar het is vooral de psychedelische en zompige funk van bands als Funkadelic en Parliament; geesteskinderen van George Clinton, die in de vroege jaren 70 vanuit Detroit een ander gezicht gaf aan de funk.
Het levert een eclectische plaat op, die zeker in eerste instantie wat overweldigend overkomt. Zeker bij beluistering met de koptelefoon openbaart zich echter een fantastische luistertrip, die niet alleen rijkelijk citeert uit de funk, maar ook aansluit bij 70s soul (denk aan de meesterwerken van Marvin Gaye) en bovendien de invloeden uit het heden en met name uit de neo-soul niet vergeet (met af een toe een stiekem uitstapje richting de hiphop).
Het is een luistertrip die alle kanten op kan schieten. In een aantal tracks scheuren de gitaren en lijkt het er even op of Jimi Hendrix is opgestaan, in een aantal andere tracks zweeft de muziek juist alle kanten op en is er volop ruimte voor experiment, maar Childish Gambino is op "Awaken, My Love!" ook niet vies van aalgladde soul zoals die in de 80s werd gemaakt (Sexual Healing in het kwadraat).
Op het grootste deel van de plaat blijft Donald Glover echter aan de goede kant van de streep en is het genieten van een prachtig eerbetoon aan funkheld George Clinton, waarbij al die andere funkhelden meteen worden meegenomen en Prince waarschijnlijk zeer tevreden toekijkt, al zal hij er van balen dat hij deze plaat niet meer heeft kunnen maken.
"Awaken, My Love!" is door het van de hak op de tak springende karakter zeker niet geschikt voor iedereen, maar een ieder die zin heeft in een dampende porties 70s funk vol avontuur en passie, hoorde het dit jaar niet vaak beter dan op deze fascinerende plaat van Childish Gambino. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Childish Gambino - "Awaken, My Love!" - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Op de platen van Childish Gambino wordt tot dusver het etiket rap geplakt en hoewel ik regelmatig mijn best doe met in brede kring geprezen rap platen, kan ik met dit genre nog steeds niet uit de voeten.
Ik had "Awaken, My Love!" dus bijna terzijde geschoven, maar door alle heftige reacties die deze plaat oproept ben ik er toch naar gaan luisteren.
De nieuwe plaat van het alter ego van Donald Glover wordt momenteel zowel verguisd als bejubeld, waarbij de uitersten fanatiek worden opgezocht. De een krijgt er hoofdpijn van en vindt het echt helemaal niks, de ander vindt het van de eerste tot de laatste noot fantastisch en komt superlatieven tekort. Ik schaar mezelf inmiddels onder de laatste groep.
Op "Awaken, My Love!" heeft Childish Gambino de rap, in ieder geval tijdelijk, vaarwel gezegd en eert hij de funk. Het is de funk van Prince, het is de funk van Rick James, het is de funk van Sly & The Family Stone, maar het is vooral de psychedelische en zompige funk van bands als Funkadelic en Parliament; geesteskinderen van George Clinton, die in de vroege jaren 70 vanuit Detroit een ander gezicht gaf aan de funk.
Het levert een eclectische plaat op, die zeker in eerste instantie wat overweldigend overkomt. Zeker bij beluistering met de koptelefoon openbaart zich echter een fantastische luistertrip, die niet alleen rijkelijk citeert uit de funk, maar ook aansluit bij 70s soul (denk aan de meesterwerken van Marvin Gaye) en bovendien de invloeden uit het heden en met name uit de neo-soul niet vergeet (met af een toe een stiekem uitstapje richting de hiphop).
Het is een luistertrip die alle kanten op kan schieten. In een aantal tracks scheuren de gitaren en lijkt het er even op of Jimi Hendrix is opgestaan, in een aantal andere tracks zweeft de muziek juist alle kanten op en is er volop ruimte voor experiment, maar Childish Gambino is op "Awaken, My Love!" ook niet vies van aalgladde soul zoals die in de 80s werd gemaakt (Sexual Healing in het kwadraat).
Op het grootste deel van de plaat blijft Donald Glover echter aan de goede kant van de streep en is het genieten van een prachtig eerbetoon aan funkheld George Clinton, waarbij al die andere funkhelden meteen worden meegenomen en Prince waarschijnlijk zeer tevreden toekijkt, al zal hij er van balen dat hij deze plaat niet meer heeft kunnen maken.
"Awaken, My Love!" is door het van de hak op de tak springende karakter zeker niet geschikt voor iedereen, maar een ieder die zin heeft in een dampende porties 70s funk vol avontuur en passie, hoorde het dit jaar niet vaak beter dan op deze fascinerende plaat van Childish Gambino. Erwin Zijleman
Chinup - Shine Bright Like a Diamond (2017)

4,0
0
geplaatst: 31 maart 2017, 08:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chinup - Shine Bright Like A Diamond - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het fraai verpakte Shine Bright Like A Diamond van de Amsterdamse band Chinup ligt inmiddels een maand op de geduldige stapel met platen die in aanmerking komen voor een plekje op de krenten uit de pop.
Dat is lang, want het aanbod is momenteel zo groot dat de platen op deze stapel momenteel vrijwel wekelijks volledig worden ververst.
Shine Bright Like A Diamond van Chinup blijft echter steeds liggen omdat ik iets heb met deze plaat, al wist ik lange tijd niet precies wat.
In eerste instantie klonken alle echo’s uit de jaren 80 en 90 op deze plaat vooral aardig of aangenaam, maar had ik niet het idee dat de tweede plaat van de Amsterdammers een blijvertje zou zijn. Toen de afgelopen week het lentezonnetje begon te schijnen, begon Shine Bright Like A Diamond te groeien en dat doet de plaat nog steeds.
Chinup laat zich op haar tweede plaat nadrukkelijk beïnvloeden door lo-fi bands als Pavement en Guided By Voices, maar Shine Bright Like A Diamond laat ook flarden van The Feelies, Violent Femmes, Buffalo Tom, The Strokes, Franz Ferdinand, Red Hot Chili Peppers en alle leuke Excelsior bandjes uit de jaren 90 horen, terwijl uit de jaren 70 invloeden van Television opduiken.
Met de genoemde lo-fi bands deelt Chinup het vermogen om buiten de lijntjes te kleuren en lekker te rammelen, maar de Amsterdamse band sluit ook aan bij de stekelige maar desondanks bijzonder aangename songs van vrijwel alle andere genoemde bands.
Op het eerste gehoor merk je vooral dat Shine Bright Like A Diamond in muzikaal opzicht lekker rammelt en in de vocalen vaak wat onvast klinkt, maar naarmate je de plaat vaker hoort valt er van alles op zijn plaats.
Net als de betere lo-fi bands heeft Chinup genoeg aan een half uurtje, maar in het half uurtje van Shine Bright Like A Diamond komen gelukkig geen 30 songs voorbij, maar slechts 11. He zijn songs waarin steeds meer mooie en leuks te horen is.
De ene keer hoor je een trefzeker koortje, de volgende keer een prachtig gitaarloopje, dan weer een honingzoete melodie of een onweerstaanbaar refrein. Shine Bright Like A Diamond is een plaat vol invloeden die associaties oproept met veel meer namen dan hierboven genoemd, maar de songs van Chinup vallen ook op door een eigenzinnig geluid.
Het is een geluid dat soms stekelig is, maar net zo makkelijk bijzonder melodieus. Het is een geluid dat aangenaam kan voortkabbelen in de lentezon, maar de muziek van Chinup kan ook heerlijk ontsporen.
Weken wist ik niet zo goed wat ik met deze plaat aan moest, maar nu de zon steeds uitbundiger gaat schijnen wordt Shine Bright Like A Diamond steeds moeilijker te weerstaan.
Ik denk zelf inmiddels dat een Amerikaanse of Britse band met een plaat als deze goed zou zijn voor een mooie recensie op Pitchfork en zijn soortgenoten. Chinup moet het doen met heel wat minder aandacht, maar de tweede plaat van de Amsterdammers verdient echt veel en veel meer. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chinup - Shine Bright Like A Diamond - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Het fraai verpakte Shine Bright Like A Diamond van de Amsterdamse band Chinup ligt inmiddels een maand op de geduldige stapel met platen die in aanmerking komen voor een plekje op de krenten uit de pop.
Dat is lang, want het aanbod is momenteel zo groot dat de platen op deze stapel momenteel vrijwel wekelijks volledig worden ververst.
Shine Bright Like A Diamond van Chinup blijft echter steeds liggen omdat ik iets heb met deze plaat, al wist ik lange tijd niet precies wat.
In eerste instantie klonken alle echo’s uit de jaren 80 en 90 op deze plaat vooral aardig of aangenaam, maar had ik niet het idee dat de tweede plaat van de Amsterdammers een blijvertje zou zijn. Toen de afgelopen week het lentezonnetje begon te schijnen, begon Shine Bright Like A Diamond te groeien en dat doet de plaat nog steeds.
Chinup laat zich op haar tweede plaat nadrukkelijk beïnvloeden door lo-fi bands als Pavement en Guided By Voices, maar Shine Bright Like A Diamond laat ook flarden van The Feelies, Violent Femmes, Buffalo Tom, The Strokes, Franz Ferdinand, Red Hot Chili Peppers en alle leuke Excelsior bandjes uit de jaren 90 horen, terwijl uit de jaren 70 invloeden van Television opduiken.
Met de genoemde lo-fi bands deelt Chinup het vermogen om buiten de lijntjes te kleuren en lekker te rammelen, maar de Amsterdamse band sluit ook aan bij de stekelige maar desondanks bijzonder aangename songs van vrijwel alle andere genoemde bands.
Op het eerste gehoor merk je vooral dat Shine Bright Like A Diamond in muzikaal opzicht lekker rammelt en in de vocalen vaak wat onvast klinkt, maar naarmate je de plaat vaker hoort valt er van alles op zijn plaats.
Net als de betere lo-fi bands heeft Chinup genoeg aan een half uurtje, maar in het half uurtje van Shine Bright Like A Diamond komen gelukkig geen 30 songs voorbij, maar slechts 11. He zijn songs waarin steeds meer mooie en leuks te horen is.
De ene keer hoor je een trefzeker koortje, de volgende keer een prachtig gitaarloopje, dan weer een honingzoete melodie of een onweerstaanbaar refrein. Shine Bright Like A Diamond is een plaat vol invloeden die associaties oproept met veel meer namen dan hierboven genoemd, maar de songs van Chinup vallen ook op door een eigenzinnig geluid.
Het is een geluid dat soms stekelig is, maar net zo makkelijk bijzonder melodieus. Het is een geluid dat aangenaam kan voortkabbelen in de lentezon, maar de muziek van Chinup kan ook heerlijk ontsporen.
Weken wist ik niet zo goed wat ik met deze plaat aan moest, maar nu de zon steeds uitbundiger gaat schijnen wordt Shine Bright Like A Diamond steeds moeilijker te weerstaan.
Ik denk zelf inmiddels dat een Amerikaanse of Britse band met een plaat als deze goed zou zijn voor een mooie recensie op Pitchfork en zijn soortgenoten. Chinup moet het doen met heel wat minder aandacht, maar de tweede plaat van de Amsterdammers verdient echt veel en veel meer. Erwin Zijleman
Chip Taylor - Little Brothers (2016)

4,5
0
geplaatst: 19 juli 2016, 12:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chip Taylor - I'll Carry For You / Little Brothers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Chip Taylor maakt al sinds het begin van de jaren 70 platen en heeft inmiddels een aardige stapel platen op zijn naam staan.
Het is een stapel waarvan ik er hooguit een handvol in de kast heb staan, waaronder de platen die Chip Taylor maakte met Carrie Rodriguez (van wie ik wel bijna alle platen in huis heb), maar de platen die ik van hem heb zijn erg goed.
Chip Taylor werd 76 jaar geleden als James Wesley Voight geboren in New York. Zijn vader was een professioneel golfer en de Voight familie telt verder flink wat acteurs. In beide disciplines kon James Wesley zich niet meten met de besten, waarna hij zijn heil zocht in het schrijven van songs.
Dat doet hij als Chip Taylor sinds het eind van de jaren 50 en niet zonder succes. Chip Taylor schreef in eerste instantie vooral songs voor anderen en heeft met Wild Thing en Angel Of The Morning in ieder geval twee klassiekers op zijn naam staan.
De afgelopen jaren is Chip Taylor behoorlijk productief en onlangs bracht hij zelfs twee platen tegelijk uit. I’ll Carry For You en Little Brothers blijken verrassend sterke platen en het zijn wat mij betreft platen die behoren tot het beste dat de afgelopen tijd in het genre is verschenen.
Chip Taylor maakt op zijn twee nieuwe platen vooral fluisterzachte songs. Het zijn songs die het moeten doen met een bijzonder ingetogen instrumentatie en de vaak wat breekbare stem van Chip Taylor, die soms gezelschap krijgt van mooie vrouwenstemmen (waaronder de prachtstem van Shaye Zadravec; een van de vele jonge protegees van Chip Taylor).
Zowel I’ll Carry For You en Little Brothers doen qua sfeer en songs wel wat denken aan de platen die Johnny Cash in zijn laatste levensjaren maakte, al zijn alle songs op de platen van Chip Taylor gloednieuw en zelf geschreven.
Chip Taylor is de afgelopen jaren niet alleen productief in de studio, maar staat ook veel op het podium, wat een inspiratiebron is geweest voor veel mooie of indringende verhalen. I’ll Carry For You en Little Brothers zijn zoals gezegd geen platen vol muzikale hoogstandjes, maar de uiterst sobere instrumentatie op de platen is wel bijzonder smaakvol en uiterst trefzeker en blijft ook overeind wanneer Chip Taylor de vocalen in een aantal tracks achterwege laat. De sobere instrumentatie past prachtig bij de stem van Chip Taylor, die flink weet te ontroeren met zijn mooie verhalen en zijn emotievolle stem.
Als ik moet kiezen voor een van de twee platen kies ik op dit moment voor I’ll Carry For You, maar kiezen is gelukkig niet nodig en bovendien ontlopen de platen elkaar qua niveau niet. Chip Taylor maakt indruk met zijn enorme productiviteit, maar de twee platen die hij onlangs heeft uitgebracht zijn ook nog eens wonderschoon. Een must voor iedere liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chip Taylor - I'll Carry For You / Little Brothers - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse singer-songwriter Chip Taylor maakt al sinds het begin van de jaren 70 platen en heeft inmiddels een aardige stapel platen op zijn naam staan.
Het is een stapel waarvan ik er hooguit een handvol in de kast heb staan, waaronder de platen die Chip Taylor maakte met Carrie Rodriguez (van wie ik wel bijna alle platen in huis heb), maar de platen die ik van hem heb zijn erg goed.
Chip Taylor werd 76 jaar geleden als James Wesley Voight geboren in New York. Zijn vader was een professioneel golfer en de Voight familie telt verder flink wat acteurs. In beide disciplines kon James Wesley zich niet meten met de besten, waarna hij zijn heil zocht in het schrijven van songs.
Dat doet hij als Chip Taylor sinds het eind van de jaren 50 en niet zonder succes. Chip Taylor schreef in eerste instantie vooral songs voor anderen en heeft met Wild Thing en Angel Of The Morning in ieder geval twee klassiekers op zijn naam staan.
De afgelopen jaren is Chip Taylor behoorlijk productief en onlangs bracht hij zelfs twee platen tegelijk uit. I’ll Carry For You en Little Brothers blijken verrassend sterke platen en het zijn wat mij betreft platen die behoren tot het beste dat de afgelopen tijd in het genre is verschenen.
Chip Taylor maakt op zijn twee nieuwe platen vooral fluisterzachte songs. Het zijn songs die het moeten doen met een bijzonder ingetogen instrumentatie en de vaak wat breekbare stem van Chip Taylor, die soms gezelschap krijgt van mooie vrouwenstemmen (waaronder de prachtstem van Shaye Zadravec; een van de vele jonge protegees van Chip Taylor).
Zowel I’ll Carry For You en Little Brothers doen qua sfeer en songs wel wat denken aan de platen die Johnny Cash in zijn laatste levensjaren maakte, al zijn alle songs op de platen van Chip Taylor gloednieuw en zelf geschreven.
Chip Taylor is de afgelopen jaren niet alleen productief in de studio, maar staat ook veel op het podium, wat een inspiratiebron is geweest voor veel mooie of indringende verhalen. I’ll Carry For You en Little Brothers zijn zoals gezegd geen platen vol muzikale hoogstandjes, maar de uiterst sobere instrumentatie op de platen is wel bijzonder smaakvol en uiterst trefzeker en blijft ook overeind wanneer Chip Taylor de vocalen in een aantal tracks achterwege laat. De sobere instrumentatie past prachtig bij de stem van Chip Taylor, die flink weet te ontroeren met zijn mooie verhalen en zijn emotievolle stem.
Als ik moet kiezen voor een van de twee platen kies ik op dit moment voor I’ll Carry For You, maar kiezen is gelukkig niet nodig en bovendien ontlopen de platen elkaar qua niveau niet. Chip Taylor maakt indruk met zijn enorme productiviteit, maar de twee platen die hij onlangs heeft uitgebracht zijn ook nog eens wonderschoon. Een must voor iedere liefhebber van Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman
Chloe Foy - Complete Fool (2025)

4,0
0
geplaatst: 16 juni 2025, 17:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Chloe Foy - Complete Fool - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Chloe Foy - Complete Fool
Na haar zeer fraaie debuutalbum Where Shall We Begin maakt de Britse singer-songwriter Chloe Foy ook op haar tweede album Complete Fool weer indruk met haar eigenzinnige variant van Britse folk
Where Shall We Begin, het debuutalbum van Chloe Foy, kreeg vier jaar geleden minder aandacht dan het album verdiende. Ook Complete Fool, het deze week verschenen tweede album van de Britse muzikante staat nog niet in de schijnwerpers, maar dat moet echt gaan veranderen. Ook het tweede album van Chloe Foy ademt immers kwaliteit. Dat hoor je in de knappe productie van het album en in de mooie en veelzijdige muziek, maar je hoort het vooral in de bijzondere songs op Complete Fool en in de echt prachtige stem van Chloe Foy. De Britse muzikante maakt met haar mix van folk en een beetje pop muziek in een genre waarin de concurrentie moordend is, maar Chloe Foy is echt heel goed.
Bij de naam Chloe Foy moest ik diep graven in het geheugen. Dat is ook niet zo gek, want haar debuutalbum Where Shall We Begin is deze maand precies vier jaar oud en dat is in de muziek best lang, zeker met het enorme aanbod van de afgelopen jaren. Sindsdien heb ik niet zo veel meer gehoord van de Britse muzikante, waardoor ik haar naam eerlijk gezegd bijna vergeten was. Gelukkig zat haar naam nog wel ergens in het geheugen, want ik was vier jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuutalbum van de muzikante uit het Britse Gloucestershire en had haar nieuwe album daarom niet graag gemist.
Op haar debuutalbum begon Chloe Foy bij de Britse folk uit het verleden, maar gaf ze ook een eigen draai aan de invloeden uit dit genre. Where Shall We Begin was het debuutalbum van de Britse muzikante, maar het klonk door de hoge kwaliteit van de songs, de muziek en de zang wat mij betreft geen moment als een debuutalbum.
Ik heb Where Shall We Begin er voor de release van Complete Fool nog eens bij gepakt en begon daarom met best hoge verwachtingen aan het nieuwe album van Chloe Foy. Het is een album dat eigenlijk vrijwel onmiddellijk laat horen dat de Britse muzikante deze hoge verwachtingen makkelijk aan kan. Ook op haar tweede album maakt Chloe Foy muziek die is te karakteriseren als Britse folk, maar ze laat zich zeker niet in het strakke keurslijf van het genre persen.
Het debuutalbum werd getekend door de dood van haar vader, wat zorgde voor nogal melancholische songs. Op Complete Fool klinkt de muziek van Chloe Foy wat opgewekter, zonder dat dit ten koste is gegaan van de intensiteit van haar songs. Net als op haar debuutalbum valt bij beluistering van Complete Fool op dat Chloe Foy een getalenteerd songwriter is. Haar songs klinken direct aangenaam, maar het zijn ook songs waarin van alles gebeurt, waardoor het album nog lang aan kracht wint.
Net als het debuutalbum klinkt ook het tweede album van de Britse muzikante in muzikaal opzicht bijzonder mooi. Chloe Foy kiest op Complete Fool voor een wat voller geluid, met hier en daar flink wat strijkers, maar ze varieert ook flink met de klanken op het album, waardoor Complete Fool nog wat diverser klinkt dan zijn voorganger. Het is een geluid dat bestaat uit meerdere lagen, die de muziek voorzien van veel diepte en detail. Het is allemaal fraai geproduceerd door Harry Fausing Smith, met wie Chloe Foy intensief samenwerkt op het album.
De songs en de muziek op Complete Fool zijn prachtig, maar de stem van de Britse muzikante vind ik nog net wat mooier. Chloe Foy beschikt over een heldere stem, die het goed doet in de folky songs op het album, maar ze zingt ook met veel precisie en veel gevoel, waardoor de zang op het album in alle tracks raak is.
De Britse muzikante heeft tien nieuwe songs geschreven, die samen goed zijn voor ruim een half uur muziek. Van mij had Complete Fool best wat langer mogen duren, al is het maar omdat het album geen zwak moment kent. Een aantal Britse muzieksites met een voorkeur voor Britse folk en Amerikaanse rootsmuziek is inmiddels zeer enthousiast over het tweede album van Chloe Foy, maar net als haar debuutalbum verdient ook het bijzonder mooie Complete Fool veel meer aandacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Chloe Foy - Complete Fool - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Chloe Foy - Complete Fool
Na haar zeer fraaie debuutalbum Where Shall We Begin maakt de Britse singer-songwriter Chloe Foy ook op haar tweede album Complete Fool weer indruk met haar eigenzinnige variant van Britse folk
Where Shall We Begin, het debuutalbum van Chloe Foy, kreeg vier jaar geleden minder aandacht dan het album verdiende. Ook Complete Fool, het deze week verschenen tweede album van de Britse muzikante staat nog niet in de schijnwerpers, maar dat moet echt gaan veranderen. Ook het tweede album van Chloe Foy ademt immers kwaliteit. Dat hoor je in de knappe productie van het album en in de mooie en veelzijdige muziek, maar je hoort het vooral in de bijzondere songs op Complete Fool en in de echt prachtige stem van Chloe Foy. De Britse muzikante maakt met haar mix van folk en een beetje pop muziek in een genre waarin de concurrentie moordend is, maar Chloe Foy is echt heel goed.
Bij de naam Chloe Foy moest ik diep graven in het geheugen. Dat is ook niet zo gek, want haar debuutalbum Where Shall We Begin is deze maand precies vier jaar oud en dat is in de muziek best lang, zeker met het enorme aanbod van de afgelopen jaren. Sindsdien heb ik niet zo veel meer gehoord van de Britse muzikante, waardoor ik haar naam eerlijk gezegd bijna vergeten was. Gelukkig zat haar naam nog wel ergens in het geheugen, want ik was vier jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het debuutalbum van de muzikante uit het Britse Gloucestershire en had haar nieuwe album daarom niet graag gemist.
Op haar debuutalbum begon Chloe Foy bij de Britse folk uit het verleden, maar gaf ze ook een eigen draai aan de invloeden uit dit genre. Where Shall We Begin was het debuutalbum van de Britse muzikante, maar het klonk door de hoge kwaliteit van de songs, de muziek en de zang wat mij betreft geen moment als een debuutalbum.
Ik heb Where Shall We Begin er voor de release van Complete Fool nog eens bij gepakt en begon daarom met best hoge verwachtingen aan het nieuwe album van Chloe Foy. Het is een album dat eigenlijk vrijwel onmiddellijk laat horen dat de Britse muzikante deze hoge verwachtingen makkelijk aan kan. Ook op haar tweede album maakt Chloe Foy muziek die is te karakteriseren als Britse folk, maar ze laat zich zeker niet in het strakke keurslijf van het genre persen.
Het debuutalbum werd getekend door de dood van haar vader, wat zorgde voor nogal melancholische songs. Op Complete Fool klinkt de muziek van Chloe Foy wat opgewekter, zonder dat dit ten koste is gegaan van de intensiteit van haar songs. Net als op haar debuutalbum valt bij beluistering van Complete Fool op dat Chloe Foy een getalenteerd songwriter is. Haar songs klinken direct aangenaam, maar het zijn ook songs waarin van alles gebeurt, waardoor het album nog lang aan kracht wint.
Net als het debuutalbum klinkt ook het tweede album van de Britse muzikante in muzikaal opzicht bijzonder mooi. Chloe Foy kiest op Complete Fool voor een wat voller geluid, met hier en daar flink wat strijkers, maar ze varieert ook flink met de klanken op het album, waardoor Complete Fool nog wat diverser klinkt dan zijn voorganger. Het is een geluid dat bestaat uit meerdere lagen, die de muziek voorzien van veel diepte en detail. Het is allemaal fraai geproduceerd door Harry Fausing Smith, met wie Chloe Foy intensief samenwerkt op het album.
De songs en de muziek op Complete Fool zijn prachtig, maar de stem van de Britse muzikante vind ik nog net wat mooier. Chloe Foy beschikt over een heldere stem, die het goed doet in de folky songs op het album, maar ze zingt ook met veel precisie en veel gevoel, waardoor de zang op het album in alle tracks raak is.
De Britse muzikante heeft tien nieuwe songs geschreven, die samen goed zijn voor ruim een half uur muziek. Van mij had Complete Fool best wat langer mogen duren, al is het maar omdat het album geen zwak moment kent. Een aantal Britse muzieksites met een voorkeur voor Britse folk en Amerikaanse rootsmuziek is inmiddels zeer enthousiast over het tweede album van Chloe Foy, maar net als haar debuutalbum verdient ook het bijzonder mooie Complete Fool veel meer aandacht. Erwin Zijleman
Chloe Foy - Where Shall We Begin (2021)

4,5
0
geplaatst: 13 juni 2021, 10:18 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chloe Foy - Where Shall We Begin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chloe Foy - Where Shall We Begin
Chloe Foy is een nog vrij onbekende Britse singer-songwriter, die met Where Shall We Begin een debuutalbum aflevert dat tien songs en veertig minuten lang in alle opzichten imponeert
Ik begon zonder verwachtingen aan het debuutalbum van de Britse muzikante Chloe Foy, maar wat is Where Shall We Begin een fascinerend album. Chloe Foy debuteert met een album dat hier en daar teruggrijpt op de Britse folk van weleer, maar ook een geheel eigen draai geeft aan de invloeden uit het verleden. De instrumentatie op het album is rijk en veelkleurig en keer op keer van een bijzondere schoonheid. De stem van de Britse muzikante is minstens even mooi en kan aansluiten bij de grote Britse folkies, maar kan ook eigentijds en lichtvoetig klinken. In muzikaal en vocaal opzicht is het smullen, maar ook de persoonlijke songs van Chloe Foy zijn van een bijzonder hoog niveau. Het levert een prachtdebuut op en het wordt echt alleen maar mooier.
Tussen de nieuwe releases van deze week vond ik Where Shall We Begin van Chloe Foy. Het is een naam die bij mij geen belletje deed rinkelen, wat ook niet zo gek is want Where Shall We Begin is een debuutalbum. Na beluistering van de eerste track van het album was ik echter direct overtuigd van de kwaliteiten van Chloe Foy en haar debuutalbum wordt hierna alleen maar mooier en indrukwekkender.
Chloe Foy is een Britse singer-songwriter uit Gloucestershire die al een tijd muziek maakt, maar nog niet verder kwam dan twee EP's. Where Shall We Begin is haar debuutalbum en het is een album dat ze samen maakte met multi-instrumentalist en producer Harry Fausing Smith, die het album samen met Chloe Foy produceerde.
Het predicaat multi-instrumentalist is niet alleen van toepassing op Harry Fausing Smith, maar ook op Chloe Foy zelf. De Britse muzikante tekent voor bijdragen van piano, orgel, cello, synths, harmonium, harmonica en akoestische en elektrische gitaren, terwijl Harry Fausing Smith naast akoestische en elektrische gitaren nog bas, viool, klarinet piano en synths toevoegt. Het was nog niet voldoende voor de inkleuring van het album, dat ook nog bijdragen van violen, drums, slide gitaar en harp bevat.
Gezien alle instrumenten die zijn te horen op het album, zal het niemand verbazen dat Where Shall We Begin bij vlagen behoorlijk vol klinkt, maar door de prachtige productie is nergens sprake van overdaad. Het album kent overigens ook flink wat meer ingetogen passages. Het zijn passages die worden opgevuld met de mooie en heldere stem van Chloe Foy, die af en toe laat horen dat ze uitstekend uit de voeten kan als Britse folkie. Voor een traditioneel Brits folkalbum is Where Shall We Begin echter veel te rijk ingekleurd, zeker wanneer een heel arsenaal aan instrumenten wordt ingezet.
Het knappe is dat de Britse singer-songwriter en haar medemuzikanten binnen een paar noten kunnen schakelen tussen een heel vol geluid en bijna ingetogen klanken en hiermee tussen lekker in het gehoor liggende eigentijdse popsongs en intiemer en traditioneler klinkende folksongs. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je overigens goed dat ook de wat meer ingetogen passages op het album behoorlijk vol en zeer smaakvol zijn ingekleurd.
Chloe Foy heeft zich op haar debuutalbum absoluut laten beïnvloeden door de Britse folk van een aantal decennia geleden, maar ze verwerkt deze invloeden in een bijzonder klinkend eigen geluid dat meerdere kanten op schiet. De instrumentatie op het album is keer op keer wonderschoon, maar de stem van de muzikante uit Gloucestershire vind ik nog veel mooier. Het is bovendien een stem die de zeer persoonlijke teksten op het album, onder andere over haar vader die de strijd met depressies verloor, met veel gevoel vertolkt.
In muzikaal opzicht gaat het debuutalbum van Chloe Foy alle kanten op, maar ook in vocaal opzicht blijkt de Britse muzikante zeer veelzijdig. Ze kan zoals gezegd uit de voeten met breekbare en intieme folksongs en met steviger aangezette popsongs, maar wanneer het album wat donkerder kleurt maakt de Britse muzikante ook indruk met bezwerende vocalen die haar muziek voorzien van een bijzondere lading.
Where Shall We Begin is zoals gezegd een debuutalbum, maar het klinkt geen moment als een debuut, want alles op dit album klopt. Chloe Foy creëert een fascinerend eigen geluid dat opvalt door schoonheid en diversiteit en dat nog wat extra wordt opgetild door haar geweldige vocalen en sterke songs. Hoe vaker ik er naar luister, hoe indrukwekkender het wordt. Droomdebuut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chloe Foy - Where Shall We Begin - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chloe Foy - Where Shall We Begin
Chloe Foy is een nog vrij onbekende Britse singer-songwriter, die met Where Shall We Begin een debuutalbum aflevert dat tien songs en veertig minuten lang in alle opzichten imponeert
Ik begon zonder verwachtingen aan het debuutalbum van de Britse muzikante Chloe Foy, maar wat is Where Shall We Begin een fascinerend album. Chloe Foy debuteert met een album dat hier en daar teruggrijpt op de Britse folk van weleer, maar ook een geheel eigen draai geeft aan de invloeden uit het verleden. De instrumentatie op het album is rijk en veelkleurig en keer op keer van een bijzondere schoonheid. De stem van de Britse muzikante is minstens even mooi en kan aansluiten bij de grote Britse folkies, maar kan ook eigentijds en lichtvoetig klinken. In muzikaal en vocaal opzicht is het smullen, maar ook de persoonlijke songs van Chloe Foy zijn van een bijzonder hoog niveau. Het levert een prachtdebuut op en het wordt echt alleen maar mooier.
Tussen de nieuwe releases van deze week vond ik Where Shall We Begin van Chloe Foy. Het is een naam die bij mij geen belletje deed rinkelen, wat ook niet zo gek is want Where Shall We Begin is een debuutalbum. Na beluistering van de eerste track van het album was ik echter direct overtuigd van de kwaliteiten van Chloe Foy en haar debuutalbum wordt hierna alleen maar mooier en indrukwekkender.
Chloe Foy is een Britse singer-songwriter uit Gloucestershire die al een tijd muziek maakt, maar nog niet verder kwam dan twee EP's. Where Shall We Begin is haar debuutalbum en het is een album dat ze samen maakte met multi-instrumentalist en producer Harry Fausing Smith, die het album samen met Chloe Foy produceerde.
Het predicaat multi-instrumentalist is niet alleen van toepassing op Harry Fausing Smith, maar ook op Chloe Foy zelf. De Britse muzikante tekent voor bijdragen van piano, orgel, cello, synths, harmonium, harmonica en akoestische en elektrische gitaren, terwijl Harry Fausing Smith naast akoestische en elektrische gitaren nog bas, viool, klarinet piano en synths toevoegt. Het was nog niet voldoende voor de inkleuring van het album, dat ook nog bijdragen van violen, drums, slide gitaar en harp bevat.
Gezien alle instrumenten die zijn te horen op het album, zal het niemand verbazen dat Where Shall We Begin bij vlagen behoorlijk vol klinkt, maar door de prachtige productie is nergens sprake van overdaad. Het album kent overigens ook flink wat meer ingetogen passages. Het zijn passages die worden opgevuld met de mooie en heldere stem van Chloe Foy, die af en toe laat horen dat ze uitstekend uit de voeten kan als Britse folkie. Voor een traditioneel Brits folkalbum is Where Shall We Begin echter veel te rijk ingekleurd, zeker wanneer een heel arsenaal aan instrumenten wordt ingezet.
Het knappe is dat de Britse singer-songwriter en haar medemuzikanten binnen een paar noten kunnen schakelen tussen een heel vol geluid en bijna ingetogen klanken en hiermee tussen lekker in het gehoor liggende eigentijdse popsongs en intiemer en traditioneler klinkende folksongs. Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je overigens goed dat ook de wat meer ingetogen passages op het album behoorlijk vol en zeer smaakvol zijn ingekleurd.
Chloe Foy heeft zich op haar debuutalbum absoluut laten beïnvloeden door de Britse folk van een aantal decennia geleden, maar ze verwerkt deze invloeden in een bijzonder klinkend eigen geluid dat meerdere kanten op schiet. De instrumentatie op het album is keer op keer wonderschoon, maar de stem van de muzikante uit Gloucestershire vind ik nog veel mooier. Het is bovendien een stem die de zeer persoonlijke teksten op het album, onder andere over haar vader die de strijd met depressies verloor, met veel gevoel vertolkt.
In muzikaal opzicht gaat het debuutalbum van Chloe Foy alle kanten op, maar ook in vocaal opzicht blijkt de Britse muzikante zeer veelzijdig. Ze kan zoals gezegd uit de voeten met breekbare en intieme folksongs en met steviger aangezette popsongs, maar wanneer het album wat donkerder kleurt maakt de Britse muzikante ook indruk met bezwerende vocalen die haar muziek voorzien van een bijzondere lading.
Where Shall We Begin is zoals gezegd een debuutalbum, maar het klinkt geen moment als een debuut, want alles op dit album klopt. Chloe Foy creëert een fascinerend eigen geluid dat opvalt door schoonheid en diversiteit en dat nog wat extra wordt opgetild door haar geweldige vocalen en sterke songs. Hoe vaker ik er naar luister, hoe indrukwekkender het wordt. Droomdebuut. Erwin Zijleman
Chloe Gallardo - Defamator (2023)

4,0
1
geplaatst: 19 mei 2023, 16:40 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chloe Gallardo - Defamator - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chloe Gallardo - Defamator
Chloe Gallardo uit Los Angeles vist met haar debuutalbum vol donkere en soms gruizige indiepop in een werkelijk overvolle vijver, maar Defamator blijkt al snel een mooi en interessant album
Het lijken op het eerste gehoor bekende ingrediënten die de Amerikaanse muzikante Chloe Gallardo verwerkt op haar debuutalbum Defamator, maar de songs van de singer-songwriter uit Los Angeles groeien in een razend tempo. Het zijn donker getinte songs met fluisterzachte vocalen, wat een beproefd recept is, maar de songs op Defamator kunnen snel schakelen tussen bijna lieflijk en flink gruizig. De songs zijn stuk voor stuk prachtig ingekleurd, maar zijn ook voorzien van flink wat dynamiek en eigenzinnigheid. Het is een album dat in het enorme aanbod van het moment makkelijk aan de kant wordt geschoven, maar hiermee doe je Chloe Gallardo en jezelf echt flink te kort.
Bij mijn eerste beluistering van Defamator van Chloe Gallardo vond ik het debuutalbum van de muzikante uit Los Angeles, California, vooral meer van hetzelfde. Ik heb een ongelooflijk zwak voor vrouwelijke singer-songwriters en ga vrijwel altijd voor de bijl wanneer ik word getrakteerd op wat donkere en melancholische indiepop en indierock, met bij voorkeur fluisterzachte zang. Chloe Gallardo biedt het allemaal op haar debuutalbum, maar moet met dit debuutalbum ook concurreren met stapels andere albums, want wat zijn er op het moment veel jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorkeur voor indie, een niet altijd even zonnige kijk op het leven en een dromerige stem die genadeloos verleidt.
Ik had er ongelooflijk veel spijt van gekregen als ik het debuutalbum van Chloe Gallardo had laten liggen, want nu ik het album flink wat keren heb beluisterd, vind ik Defamator zeker niet meer van hetzelfde. De popliedjes van de muzikante uit Los Angeles zitten immers vol verrassingen en bovendien zijn het popliedjes die in alle opzichten kwaliteit ademen. En ze worden bij iedere keer horen beter en interessanter.
Chloe Gallardo heeft haar songs bijzonder mooi ingekleurd met een wat donker geluid, maar het is ook een geluid waarin altijd wel een verrassend element opduikt. Het is de ene keer een voorzichtig ontsporende gitaar of een gitaarmuurtje, de andere keer bijzonder klinkende elektronica en zo is er in iedere track wel iets dat de aandacht trekt. Het is ook nog eens een wonderschoon geluid, want Chloe Gallardo heeft een voorkeur voor zich langzaam voortslepende songs met een lome en dromerige sfeer en betoverend mooie klanken.
Zeker wanneer de zon onder is, vult Defamator de ruimte met fraaie en ruimtelijke klanken. Het zijn klanken waarin de aangename stem van Chloe Gallardo zich zeer thuis voelt. De Amerikaanse muzikante zingt, net als zoveel van haar collega’s, dromerig en fluisterzacht, maar zo mooi als op dit album hoor ik het lang niet altijd. Het is een stem die aan kracht wint door de emotie die hier en daar hoorbaar en voelbaar is.
Defamator doet meer dan eens denken aan de albums van Phoebe Bridgers, de ongekroonde koningin van het genre. Dat is een vergelijking die als een molensteen om de nek hangt van flink wat jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar Chloe Gallardo heeft voldoende eigenzinnige ingrediënten aan haar muziek toegevoegd om te ontsnappen aan een te sterke vergelijking met de muziek van Phoebe Bridgers.
Chloe Gallardo beschrijft haar muziek zelf als ‘dark shoegaze bedroom indie pop’. Invloeden uit de shoegaze hoor ik maar een enkele keer heel duidelijk, maar donker en intiem is de muziek van de muzikante uit Los Angeles absoluut. De donkere tinten beperken zich overigens niet tot de muziek, want ook de teksten bekijken het leven zeker niet door een roze bril. Meerdere songs op het album gaan over verlies en bedrog in de liefde, wat van Defamator een echt breakup album maakt.
Chloe Gallardo kleurt zeker aan het begin van het album redelijk netjes binnen de lijntjes van de donkere indiepop, maar wanneer ze haar songs voorziet van meer dynamiek en scherpe randjes, wordt Defamator nog veel interessanter en hoor ik songs die de jonge Amerikaanse muzikanten moeten scharen onder de beloften in het genre. Het is een genre waarin het momenteel echt overvol is, maar het debuutalbum van Chloe Gallardo is echt te mooi om onder te sneeuwen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chloe Gallardo - Defamator - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chloe Gallardo - Defamator
Chloe Gallardo uit Los Angeles vist met haar debuutalbum vol donkere en soms gruizige indiepop in een werkelijk overvolle vijver, maar Defamator blijkt al snel een mooi en interessant album
Het lijken op het eerste gehoor bekende ingrediënten die de Amerikaanse muzikante Chloe Gallardo verwerkt op haar debuutalbum Defamator, maar de songs van de singer-songwriter uit Los Angeles groeien in een razend tempo. Het zijn donker getinte songs met fluisterzachte vocalen, wat een beproefd recept is, maar de songs op Defamator kunnen snel schakelen tussen bijna lieflijk en flink gruizig. De songs zijn stuk voor stuk prachtig ingekleurd, maar zijn ook voorzien van flink wat dynamiek en eigenzinnigheid. Het is een album dat in het enorme aanbod van het moment makkelijk aan de kant wordt geschoven, maar hiermee doe je Chloe Gallardo en jezelf echt flink te kort.
Bij mijn eerste beluistering van Defamator van Chloe Gallardo vond ik het debuutalbum van de muzikante uit Los Angeles, California, vooral meer van hetzelfde. Ik heb een ongelooflijk zwak voor vrouwelijke singer-songwriters en ga vrijwel altijd voor de bijl wanneer ik word getrakteerd op wat donkere en melancholische indiepop en indierock, met bij voorkeur fluisterzachte zang. Chloe Gallardo biedt het allemaal op haar debuutalbum, maar moet met dit debuutalbum ook concurreren met stapels andere albums, want wat zijn er op het moment veel jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorkeur voor indie, een niet altijd even zonnige kijk op het leven en een dromerige stem die genadeloos verleidt.
Ik had er ongelooflijk veel spijt van gekregen als ik het debuutalbum van Chloe Gallardo had laten liggen, want nu ik het album flink wat keren heb beluisterd, vind ik Defamator zeker niet meer van hetzelfde. De popliedjes van de muzikante uit Los Angeles zitten immers vol verrassingen en bovendien zijn het popliedjes die in alle opzichten kwaliteit ademen. En ze worden bij iedere keer horen beter en interessanter.
Chloe Gallardo heeft haar songs bijzonder mooi ingekleurd met een wat donker geluid, maar het is ook een geluid waarin altijd wel een verrassend element opduikt. Het is de ene keer een voorzichtig ontsporende gitaar of een gitaarmuurtje, de andere keer bijzonder klinkende elektronica en zo is er in iedere track wel iets dat de aandacht trekt. Het is ook nog eens een wonderschoon geluid, want Chloe Gallardo heeft een voorkeur voor zich langzaam voortslepende songs met een lome en dromerige sfeer en betoverend mooie klanken.
Zeker wanneer de zon onder is, vult Defamator de ruimte met fraaie en ruimtelijke klanken. Het zijn klanken waarin de aangename stem van Chloe Gallardo zich zeer thuis voelt. De Amerikaanse muzikante zingt, net als zoveel van haar collega’s, dromerig en fluisterzacht, maar zo mooi als op dit album hoor ik het lang niet altijd. Het is een stem die aan kracht wint door de emotie die hier en daar hoorbaar en voelbaar is.
Defamator doet meer dan eens denken aan de albums van Phoebe Bridgers, de ongekroonde koningin van het genre. Dat is een vergelijking die als een molensteen om de nek hangt van flink wat jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar Chloe Gallardo heeft voldoende eigenzinnige ingrediënten aan haar muziek toegevoegd om te ontsnappen aan een te sterke vergelijking met de muziek van Phoebe Bridgers.
Chloe Gallardo beschrijft haar muziek zelf als ‘dark shoegaze bedroom indie pop’. Invloeden uit de shoegaze hoor ik maar een enkele keer heel duidelijk, maar donker en intiem is de muziek van de muzikante uit Los Angeles absoluut. De donkere tinten beperken zich overigens niet tot de muziek, want ook de teksten bekijken het leven zeker niet door een roze bril. Meerdere songs op het album gaan over verlies en bedrog in de liefde, wat van Defamator een echt breakup album maakt.
Chloe Gallardo kleurt zeker aan het begin van het album redelijk netjes binnen de lijntjes van de donkere indiepop, maar wanneer ze haar songs voorziet van meer dynamiek en scherpe randjes, wordt Defamator nog veel interessanter en hoor ik songs die de jonge Amerikaanse muzikanten moeten scharen onder de beloften in het genre. Het is een genre waarin het momenteel echt overvol is, maar het debuutalbum van Chloe Gallardo is echt te mooi om onder te sneeuwen. Erwin Zijleman
Chocolate Genius - Black Music (1998)

4,5
0
geplaatst: 19 mei 2024, 19:52 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chocolate Genius - Black Music (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chocolate Genius - Black Music (1998)
Chocolate Genius, een project van de Amerikaanse muzikant Marc Anthony Thompson, debuteerde in 1998 met het prachtige album Black Music, dat ten onrechte heel snel in de vergetelheid raakte
Ik krijg bijna dagelijks interessante muziektips, maar niet vaak van een muzikante van het kaliber van Arooj Aftab, die in een interview hoog opgaf over de muziek van Chocolate Genius. Ook de Amerikaanse muziekpers was in 1998 heel erg enthousiast over Chocolate Genius. Het debuutalbum Black Music werd overladen met positieve recensies, maar het album deed helaas heel weinig. Het is doodzonde, want Black Music is inderdaad een verbluffend goed album. Het is een album dat invloeden uit uiteenlopende genres verwerkt, strooit met aansprekende songs en ook in muzikaal en vocaal opzicht nog eens razend knap in elkaar zit. Ik had nog nooit van Chocolate Genius gehoord, maar Black Music is een topalbum.
Vorige week interviewde ik de Pakistaanse muzikante Arooj Aftab, die onder andere vertelde dat ze heel erg trots is dat de door haar als een legende bestempelde Chocolate Genius is te horen op haar nieuwe album. Arooj Aftab gaf zo hoog op over deze Chocolate Genius, dat ik nieuwsgierig begon te worden naar de muzikant wiens naam ik volgens mij nog niet eerder had gehoord.
Chocolate Genius, later Chocolate Genius Inc., is een project van de Amerikaanse muzikant Marc Anthony Thompson, die in de jaren 80 twee albums onder zijn eigen naam uitbracht en tussen 1998 en 2016 muziek uitbracht onder de naam Chocolate Genius (Inc.). In 2006 maakte de Amerikaanse muzikant bovendien deel uit van de band waarmee Bruce Springsteen zijn album The Seeger Sessions naar het podium bracht.
De albums van Chocolate Genius zijn me nooit opgevallen en als ik mijn online informatiebronnen moet geloven is vooral het in 2001 verschenen Godmusic zeer de moeite waard. Omdat dit album niet is te vinden op de streaming media diensten ben ik gaan luisteren naar het album dat hierna het hoogst wordt beoordeeld en dat is het debuutalbum Black Music uit 1998.
Ik had geen idee wat ik moest verwachten toen ik het album voor het eerst afspeelde, maar gezien de achtergrond van de andere gastmuzikanten die zijn te horen op het nieuwe album van Arooj Aftab verwachte ik een jazzalbum. Dat is Black Music zeker niet, al zijn er absoluut invloeden uit de jazz te horen op het album. Chocolate Genius verwerkt op zijn debuutalbum echter ook invloeden uit de folk, R&B, gospel, blues en soul en gaat hiernaast aan de haal met invloeden uit de pop en rock.
Ik lees op het Internet dat Black Music in 1998 werd vergeleken met de muziek van Prince en Jeff Buckley. Dat hoor ik er allebei niet direct in, al heeft Black Music wel de veelzijdigheid van de albums van Prince en de urgentie van het debuutalbum van Jeff Buckley. Black Music laat zich echter ook beluisteren als een tijdloos singer-songwriter, zonder direct duidelijk relevant vergelijkingsmateriaal aan te kunnen dragen.
Black Music, dat werd gemaakt met een aantal bevriende muzikanten uit de New Yorkse muziekscene, onder wie stergitarist Marc Ribot, is een album dat direct vanaf de openingstrack een hoog niveau aantikt en dat een album lang vast weet te houden. Het album klinkt in muzikaal opzicht echt prachtig en ook de stem van Marc Anthony Thompson dringt zich eigenlijk direct op.
De grootste kracht van het album schuilt echter in de songs, die stuk voor stuk bijzonder aansprekend zijn. Het zijn songs die zich niet makkelijk in een hokje laten duwen, maar desondanks is Black Music zo’n album dat je direct bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen. Sinds de eerste kennismaking heb ik flink wat keren naar het album geluisterd en ik vind het eigenlijk alleen maar beter worden.
Black Music van Chocolate Genius kreeg in eerste instantie goede kritieken, maar het album raakte al snel in de vergetelheid. The New Yorker schreef er twee jaar geleden een mooi verhaal over en kon maar lastig begrijpen dat het nooit wat was geworden met Black Music, dat alles in zich had om uit te groeien tot een klassieker. Daar kan ik me volledig bij aansluiten, want wat is het een goed album. Grappig hoe een interview met een artiest van nu een vergeten parel van meer dan 25 jaar geleden aan de oppervlakte kan brengen, maar ik ben er echt heel blij mee. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chocolate Genius - Black Music (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chocolate Genius - Black Music (1998)
Chocolate Genius, een project van de Amerikaanse muzikant Marc Anthony Thompson, debuteerde in 1998 met het prachtige album Black Music, dat ten onrechte heel snel in de vergetelheid raakte
Ik krijg bijna dagelijks interessante muziektips, maar niet vaak van een muzikante van het kaliber van Arooj Aftab, die in een interview hoog opgaf over de muziek van Chocolate Genius. Ook de Amerikaanse muziekpers was in 1998 heel erg enthousiast over Chocolate Genius. Het debuutalbum Black Music werd overladen met positieve recensies, maar het album deed helaas heel weinig. Het is doodzonde, want Black Music is inderdaad een verbluffend goed album. Het is een album dat invloeden uit uiteenlopende genres verwerkt, strooit met aansprekende songs en ook in muzikaal en vocaal opzicht nog eens razend knap in elkaar zit. Ik had nog nooit van Chocolate Genius gehoord, maar Black Music is een topalbum.
Vorige week interviewde ik de Pakistaanse muzikante Arooj Aftab, die onder andere vertelde dat ze heel erg trots is dat de door haar als een legende bestempelde Chocolate Genius is te horen op haar nieuwe album. Arooj Aftab gaf zo hoog op over deze Chocolate Genius, dat ik nieuwsgierig begon te worden naar de muzikant wiens naam ik volgens mij nog niet eerder had gehoord.
Chocolate Genius, later Chocolate Genius Inc., is een project van de Amerikaanse muzikant Marc Anthony Thompson, die in de jaren 80 twee albums onder zijn eigen naam uitbracht en tussen 1998 en 2016 muziek uitbracht onder de naam Chocolate Genius (Inc.). In 2006 maakte de Amerikaanse muzikant bovendien deel uit van de band waarmee Bruce Springsteen zijn album The Seeger Sessions naar het podium bracht.
De albums van Chocolate Genius zijn me nooit opgevallen en als ik mijn online informatiebronnen moet geloven is vooral het in 2001 verschenen Godmusic zeer de moeite waard. Omdat dit album niet is te vinden op de streaming media diensten ben ik gaan luisteren naar het album dat hierna het hoogst wordt beoordeeld en dat is het debuutalbum Black Music uit 1998.
Ik had geen idee wat ik moest verwachten toen ik het album voor het eerst afspeelde, maar gezien de achtergrond van de andere gastmuzikanten die zijn te horen op het nieuwe album van Arooj Aftab verwachte ik een jazzalbum. Dat is Black Music zeker niet, al zijn er absoluut invloeden uit de jazz te horen op het album. Chocolate Genius verwerkt op zijn debuutalbum echter ook invloeden uit de folk, R&B, gospel, blues en soul en gaat hiernaast aan de haal met invloeden uit de pop en rock.
Ik lees op het Internet dat Black Music in 1998 werd vergeleken met de muziek van Prince en Jeff Buckley. Dat hoor ik er allebei niet direct in, al heeft Black Music wel de veelzijdigheid van de albums van Prince en de urgentie van het debuutalbum van Jeff Buckley. Black Music laat zich echter ook beluisteren als een tijdloos singer-songwriter, zonder direct duidelijk relevant vergelijkingsmateriaal aan te kunnen dragen.
Black Music, dat werd gemaakt met een aantal bevriende muzikanten uit de New Yorkse muziekscene, onder wie stergitarist Marc Ribot, is een album dat direct vanaf de openingstrack een hoog niveau aantikt en dat een album lang vast weet te houden. Het album klinkt in muzikaal opzicht echt prachtig en ook de stem van Marc Anthony Thompson dringt zich eigenlijk direct op.
De grootste kracht van het album schuilt echter in de songs, die stuk voor stuk bijzonder aansprekend zijn. Het zijn songs die zich niet makkelijk in een hokje laten duwen, maar desondanks is Black Music zo’n album dat je direct bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen. Sinds de eerste kennismaking heb ik flink wat keren naar het album geluisterd en ik vind het eigenlijk alleen maar beter worden.
Black Music van Chocolate Genius kreeg in eerste instantie goede kritieken, maar het album raakte al snel in de vergetelheid. The New Yorker schreef er twee jaar geleden een mooi verhaal over en kon maar lastig begrijpen dat het nooit wat was geworden met Black Music, dat alles in zich had om uit te groeien tot een klassieker. Daar kan ik me volledig bij aansluiten, want wat is het een goed album. Grappig hoe een interview met een artiest van nu een vergeten parel van meer dan 25 jaar geleden aan de oppervlakte kan brengen, maar ik ben er echt heel blij mee. Erwin Zijleman
Chris Bell - I Am the Cosmos (1992)

4,5
1
geplaatst: 9 maart 2015, 15:09 uur
Nieuwe Deluxe Edition
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Bell - I Am The Cosmos, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Chris Bell werd slechts 27 jaar en is één van de minder bekende leden van de 27 Club; een trieste lijst met muzikanten die op hun 27e overleden (met Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrison, Kurt Cobain en Amy Winehouse als bekendste leden).
In die 27 jaar maakte Chris Bell gelukkig wel muziek die er toe deed. Chris Bell liep op de middelbare school Alex Chilton al tegen het lijf, maar het duurde even voor ze samen een legendarische band zouden vormen. Chilton beproefde zijn geluk eerst in The Box Tops, maar in 1971 werd in Memphis, Tennessee, Big Star opgericht.
Big Star bestond slechts vier jaar en maakte in die vier jaar drie platen, maar zou een onuitwisbare indruk maken en enorm veel invloed hebben op de popmuziek in de decennia die volgden. De platen van de band mogen als je het mij vraagt in geen enkele platenkast ontbreken.
Chris Bell verliet Big Star al ruim voor het doek viel voor de band. Het spelen van de tweede viool achter de charismatische Alex Chilton beviel hem niet, waarna hij besloot om solo verder te gaan. Zijn solocarrière kwam echter niet van de grond, waarna Chris Bell besloot de popmuziek vaarwel te zeggen. Hij accepteerde een management positie in de fast food keten die in het bezit was van zijn familie (Taco Bell?) en leek verloren voor de popmuziek.
Een paar jaar later kroop het bloed toch waar het niet gaan kon. Chris Bell dook de studio in en stond sporadisch weer op het podium. Tot een echte comeback zou het helaas niet komen. Op 27 december 1978 trapte Chris Bell het gaspedaal van zijn auto net wat te diep in en werden een stuurfout en een boom hem fataal.
De demo’s die hij in jaren ervoor had opgenomen kwamen op de plank terecht en bleven hier tot aan het begin van de jaren 90 liggen. Pas in 1992 verschenen de verzamelde demo’s van Chris Bell onder de naam I Am The Cosmos. De plaat werd uiteraard warm ontvangen door de trouwe Big Star fans, maar verdween vervolgens in de anonimiteit.
Onlangs verscheen een bijzonder fraaie luxe editie van de plaat. De luxe editie van I Am The Cosmos van Chris Bell bevat maar liefst 27 tracks en zet Chris Bell dan eindelijk op de kaart als de grote muzikant die hij tijdens zijn leven maar niet kon worden.
I Am The Cosmos laat horen dat Chris Bell een geweldig songwriter was. Zijn werk heeft uiteraard raakvlakken met dat van Big Star, al is de muziek van Chris Bell over het algemeen wel wat energieker en rauwer. Het is muziek die urgentie uitstraalt en die, direct bij eerste beluistering, memorabel klinkt.
I Am The Cosmos laat zich beluisteren als een grote plaat uit de jaren 70 en doet objectief bezien niet onder voor de inmiddels erkende grote platen uit deze periode. Omdat het voor een belangrijk deel gaat om demo’s, klinkt I Am The Cosmos rauw en ongepolijst en is niet alles even goed uitgewerkt, maar op één op andere manier komt dit de songs van Chris Bell ten goede.
I Am The Cosmos bevat twee schijven vol ruwe diamanten die je zelf mag slijpen. Het zijn vooral energieke rocktracks, maar incidenteel blijkt Chris Bell ook goed voor een hartverscheurende ballad, waarin eenmaal ook vriend Alex Chilton opduikt.
I Am The Cosmos was tot dusver niet veel meer dan een voetnoot in de geschiedenis van de popmuziek, maar na beluistering van de luxe editie van de plaat durf ik wel te beweren dat de enige soloplaat van Chris Bell veel meer is dan dat. I Am The Cosmos is een plaat die zonder dat fatale auto ongeluk in 1978 waarschijnlijk al lang een klassieker was geweest. Veel te mooi om te laten liggen dus. Erwin Zijleman
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Bell - I Am The Cosmos, Deluxe Edition - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Chris Bell werd slechts 27 jaar en is één van de minder bekende leden van de 27 Club; een trieste lijst met muzikanten die op hun 27e overleden (met Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrison, Kurt Cobain en Amy Winehouse als bekendste leden).
In die 27 jaar maakte Chris Bell gelukkig wel muziek die er toe deed. Chris Bell liep op de middelbare school Alex Chilton al tegen het lijf, maar het duurde even voor ze samen een legendarische band zouden vormen. Chilton beproefde zijn geluk eerst in The Box Tops, maar in 1971 werd in Memphis, Tennessee, Big Star opgericht.
Big Star bestond slechts vier jaar en maakte in die vier jaar drie platen, maar zou een onuitwisbare indruk maken en enorm veel invloed hebben op de popmuziek in de decennia die volgden. De platen van de band mogen als je het mij vraagt in geen enkele platenkast ontbreken.
Chris Bell verliet Big Star al ruim voor het doek viel voor de band. Het spelen van de tweede viool achter de charismatische Alex Chilton beviel hem niet, waarna hij besloot om solo verder te gaan. Zijn solocarrière kwam echter niet van de grond, waarna Chris Bell besloot de popmuziek vaarwel te zeggen. Hij accepteerde een management positie in de fast food keten die in het bezit was van zijn familie (Taco Bell?) en leek verloren voor de popmuziek.
Een paar jaar later kroop het bloed toch waar het niet gaan kon. Chris Bell dook de studio in en stond sporadisch weer op het podium. Tot een echte comeback zou het helaas niet komen. Op 27 december 1978 trapte Chris Bell het gaspedaal van zijn auto net wat te diep in en werden een stuurfout en een boom hem fataal.
De demo’s die hij in jaren ervoor had opgenomen kwamen op de plank terecht en bleven hier tot aan het begin van de jaren 90 liggen. Pas in 1992 verschenen de verzamelde demo’s van Chris Bell onder de naam I Am The Cosmos. De plaat werd uiteraard warm ontvangen door de trouwe Big Star fans, maar verdween vervolgens in de anonimiteit.
Onlangs verscheen een bijzonder fraaie luxe editie van de plaat. De luxe editie van I Am The Cosmos van Chris Bell bevat maar liefst 27 tracks en zet Chris Bell dan eindelijk op de kaart als de grote muzikant die hij tijdens zijn leven maar niet kon worden.
I Am The Cosmos laat horen dat Chris Bell een geweldig songwriter was. Zijn werk heeft uiteraard raakvlakken met dat van Big Star, al is de muziek van Chris Bell over het algemeen wel wat energieker en rauwer. Het is muziek die urgentie uitstraalt en die, direct bij eerste beluistering, memorabel klinkt.
I Am The Cosmos laat zich beluisteren als een grote plaat uit de jaren 70 en doet objectief bezien niet onder voor de inmiddels erkende grote platen uit deze periode. Omdat het voor een belangrijk deel gaat om demo’s, klinkt I Am The Cosmos rauw en ongepolijst en is niet alles even goed uitgewerkt, maar op één op andere manier komt dit de songs van Chris Bell ten goede.
I Am The Cosmos bevat twee schijven vol ruwe diamanten die je zelf mag slijpen. Het zijn vooral energieke rocktracks, maar incidenteel blijkt Chris Bell ook goed voor een hartverscheurende ballad, waarin eenmaal ook vriend Alex Chilton opduikt.
I Am The Cosmos was tot dusver niet veel meer dan een voetnoot in de geschiedenis van de popmuziek, maar na beluistering van de luxe editie van de plaat durf ik wel te beweren dat de enige soloplaat van Chris Bell veel meer is dan dat. I Am The Cosmos is een plaat die zonder dat fatale auto ongeluk in 1978 waarschijnlijk al lang een klassieker was geweest. Veel te mooi om te laten liggen dus. Erwin Zijleman
Chris Bell - Looking Forward: The Roots of Big Star (2017)

4,0
0
geplaatst: 15 juli 2017, 08:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Bell - Looking Forward: The Roots Of Big Star - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Chris Bell is, zoals je dat in het Engels zo mooi kunt zeggen, "one of the unsung heroes of pop music". De Amerikaan stond in het roemruchte Big Star misschien wat in de schaduw van Alex Chilton, maar liet op zijn postuum uitgebrachte debuut I Am The Cosmos (uitvoerig besproken op deze BLOG: De krenten uit de pop - dekrentenuitdepop.blogspot.nl horen dat hij was gezegend met heel veel muzikaal talent.
Chris Bell overleed op slechts 27-jarige leeftijd aan de gevolgen van een auto ongeluk en trok zich gedurende zijn korte leven ook nog eens een tijd gedesillusioneerd terug uit de popmuziek, waardoor zijn solo oeuvre van de jaren na Big Star helaas zeer beperkt van omvang is.
Dat Chris Bell ook voor Big Star al muziek maakte die er toe deed, is te horen op Looking Forward: The Roots Of Big Star. De onlangs verschenen verzamelaar bevat bijna 70 minuten muziek en laat horen waar Chris Bell in de jaren voor Big Star mee bezig was. Chris Bell speelde in deze jaren in de bands Icewater, Rock City en The Wallabys en dat zijn bands waarvan de meeste muziekliefhebbers waarschijnlijk nog nooit gehoord hebben (ik in ieder geval niet).
Looking Forward: The Roots Of Big Star bevat songs die tussen 1969 en 1971 werden gemaakt door een piepjonge Chris Bell; in 1969 was hij pas 18 jaar oud. De songs op Looking Forward: The Roots Of Big Star zijn natuurlijk niet allemaal even goed, maar laten wel horen aan wie Big Star de melodieuze en vaak wat Beatlesque songs had te danken.
De verzamelaar met het eerste werk van Chris Bell bevat flink wat songs waarvoor Big Star en The Beatles zich niet hadden hoeven schamen, maar bevat minstens evenveel ruwe diamanten, die nog wat slijpwerk vereisen. Voor het beste werk van Chris Bell moet je bij Big Star en I Am The Cosmos zijn, maar ook Looking Forward: The Roots Of Big Star is van hoog niveau.
Er waren aan het eind van de jaren 60 niet heel veel jonge muzikanten die de memorabele songs zo makkelijk schreven als Chris Bell. Bij een aantal songs op de plaat komt de genialiteit onmiddellijk aan de oppervlakte, maar er zijn ook flink wat songs die nog even moeten groeien.
Wanneer je Looking Forward: The Roots Of Big Star vaker beluistert hoor je niet alleen steeds meer uitstekende songs, maar hoor je bovendien hoe veelzijdig Chris Bell was, zeker wanneer hij opschuift richting psychedelica.
Het gaat misschien wat te ver om de vroege songs van Chris Bell als vergeten klassiekers te bestempelen, maar demo’s van potentiële klassiekers zijn het absoluut.
Hoe vaker ik naar Looking Forward: The Roots Of Big Star luister, hoe meer ik geniet van de tijdloze popliedjes van de jonge Chris Bell. Meer dan een voetnoot in de geschiedenis van de popmuziek is deze plaat niet, maar Looking Forward: The Roots Of Big Star overtreft ondanks zijn ruwe vorm vrij makkelijk de meeste nieuwe releases van dit moment. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chris Bell - Looking Forward: The Roots Of Big Star - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Chris Bell is, zoals je dat in het Engels zo mooi kunt zeggen, "one of the unsung heroes of pop music". De Amerikaan stond in het roemruchte Big Star misschien wat in de schaduw van Alex Chilton, maar liet op zijn postuum uitgebrachte debuut I Am The Cosmos (uitvoerig besproken op deze BLOG: De krenten uit de pop - dekrentenuitdepop.blogspot.nl horen dat hij was gezegend met heel veel muzikaal talent.
Chris Bell overleed op slechts 27-jarige leeftijd aan de gevolgen van een auto ongeluk en trok zich gedurende zijn korte leven ook nog eens een tijd gedesillusioneerd terug uit de popmuziek, waardoor zijn solo oeuvre van de jaren na Big Star helaas zeer beperkt van omvang is.
Dat Chris Bell ook voor Big Star al muziek maakte die er toe deed, is te horen op Looking Forward: The Roots Of Big Star. De onlangs verschenen verzamelaar bevat bijna 70 minuten muziek en laat horen waar Chris Bell in de jaren voor Big Star mee bezig was. Chris Bell speelde in deze jaren in de bands Icewater, Rock City en The Wallabys en dat zijn bands waarvan de meeste muziekliefhebbers waarschijnlijk nog nooit gehoord hebben (ik in ieder geval niet).
Looking Forward: The Roots Of Big Star bevat songs die tussen 1969 en 1971 werden gemaakt door een piepjonge Chris Bell; in 1969 was hij pas 18 jaar oud. De songs op Looking Forward: The Roots Of Big Star zijn natuurlijk niet allemaal even goed, maar laten wel horen aan wie Big Star de melodieuze en vaak wat Beatlesque songs had te danken.
De verzamelaar met het eerste werk van Chris Bell bevat flink wat songs waarvoor Big Star en The Beatles zich niet hadden hoeven schamen, maar bevat minstens evenveel ruwe diamanten, die nog wat slijpwerk vereisen. Voor het beste werk van Chris Bell moet je bij Big Star en I Am The Cosmos zijn, maar ook Looking Forward: The Roots Of Big Star is van hoog niveau.
Er waren aan het eind van de jaren 60 niet heel veel jonge muzikanten die de memorabele songs zo makkelijk schreven als Chris Bell. Bij een aantal songs op de plaat komt de genialiteit onmiddellijk aan de oppervlakte, maar er zijn ook flink wat songs die nog even moeten groeien.
Wanneer je Looking Forward: The Roots Of Big Star vaker beluistert hoor je niet alleen steeds meer uitstekende songs, maar hoor je bovendien hoe veelzijdig Chris Bell was, zeker wanneer hij opschuift richting psychedelica.
Het gaat misschien wat te ver om de vroege songs van Chris Bell als vergeten klassiekers te bestempelen, maar demo’s van potentiële klassiekers zijn het absoluut.
Hoe vaker ik naar Looking Forward: The Roots Of Big Star luister, hoe meer ik geniet van de tijdloze popliedjes van de jonge Chris Bell. Meer dan een voetnoot in de geschiedenis van de popmuziek is deze plaat niet, maar Looking Forward: The Roots Of Big Star overtreft ondanks zijn ruwe vorm vrij makkelijk de meeste nieuwe releases van dit moment. Erwin Zijleman
Chris Eckman - The Land We Knew the Best (2025)

4,5
4
geplaatst: 25 januari 2025, 13:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Chris Eckman - The Land We Knew The Best - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Chris Eckman - The Land We Knew The Best
De Amerikaanse muzikant Chris Eckman heeft al een stapel betoverend mooie albums op zijn naam staan, maar met het zeer sfeervolle en wonderschone The Land We Knew The Best voegt hij nog een ware parel toe
Er is een hele generatie die de muziek van de Amerikaanse band The Walkabouts niet kent, maar als je begint aan het oeuvre van de band heb je er een stapel klassiekers bij. Hier is het niet bij gebleven voor de voorman van de band, want het oeuvre van Chris Eckman is door projecten en soloalbums nog een stuk omvangrijker. Met The Land We Knew The Best voegt de Amerikaanse muzikant vanuit zijn nieuwe thuisbasis Ljubljana nog een zeer indrukwekkend hoofdstuk toe aan zijn catalogus. Het is een buitengewoon sfeervol albums dat zowel in vocaal als muzikaal opzicht het oor streelt, maar het is ook een album vol prachtige songs. Bijzonder indrukwekkend.
Chris Eckman is vooral bekend als voorman van de Amerikaanse band The Walkabouts. De Amerikaanse band maakte tussen de tweede helft van de jaren 80 en het eerste decennium van deze eeuw een stapel prachtige albums. Met name Scavenger (1991), New West Motel (1993), Satisfied Mind (1993), Setting The Woods On Fire (1994), Devil's Road (1996), Nighttown (1997), Trail Of Stars (1999), Train Leaves At Eight (2000), Ended Up A Stranger (2002), Acetylene (2005) en Travels In The Dustland (2011) zijn prachtige albums die behoren tot de parels in mijn platenkast.
De Amerikaanse muzikant maakte hiernaast met zijn vaste The Walkabouts kompaan Carla Torgerson een aantal albums als Chris & Carla en maakte na het uiteenvallen van The Walkabouts samen met Chantal Acda en Eric Thielemans twee wonderschone albums onder de naam Distance, Light & Sky. Chris Eckman zocht na het uit elkaar vallen van zijn band zijn geluk in het Sloveense Ljubljana en maakte inmiddels een aantal soloalbums.
Deze bleven helaas vaak wat onderbelicht, maar het in 2021 verschenen Where The Spirit Rests werd gelukkig wel breder opgepikt. Het was volkomen terecht, want het is een prachtig album met zeer stemmige en zwaar melancholische songs. De release midden in de warme zomer van 2021 was misschien niet heel gelukkig, al was het wel een zomer waarover de grauwsluier van de coronapandemie hing.
Het deze week verschenen The Land We Knew The Best is beter getimed, want de muziek op het album vloeit prachtig samen met de wat donkere en sombere dagen van het moment. Chris Eckman is inmiddels 64 jaar oud en is de wilde haren van The Walkabouts inmiddels wel kwijt. The Land We Knew The Best rockt een enkele keer voorzichtig, maar het is toch vooral een album met ingehouden en stemmige songs. Dat is wat mij betreft geen probleem, want het is een stijl die de Amerikaanse muzikant uitstekend beheerst.
The Land We Knew The Best is gemaakt met een flink aantal Sloveense muzikanten, maar ook de eveneens vanuit Ljubljana opererende muzikant en producer Alastair McNeill speelt een voorname rol op het album. Het nieuwe album van Chris Eckman valt in eerste instantie op door de zang. De Amerikaanse muzikant heeft inmiddels het nodige gruis op zijn stembanden en manoeuvreert zich ergens tussen Leonard Cohen en Johnny Cash op leeftijd is. De doorleefde strot van Chris Eckman voorziet de songs op het album van gevoel en doorleving, wat wordt versterkt door de zeer sfeervolle muziek op het album.
The Land We Knew The Best is een album vol schitterend gitaarwerk, maar ook de bijdragen van de contrabas en de drums zijn van een bijzondere schoonheid. Het wordt allemaal nog wat mooier wanneer cello, viool, pedal steel, harp en saxofoon worden ingezet, maar ondanks de veelheid aan instrumenten klinkt het geluid op The Land We Knew The Best sober en ruimtelijk.
Ook de hier en daar toegevoegde vrouwenstemmen verdienen overigens een eervolle vermelding en het is een wapen dat Chris Eckman wat mij betreft nog vaker had in mogen zetten. Chris Eckman heeft ook nog eens acht prachtige en wat langere songs geschreven voor het album en het zijn songs die alleen maar mooier worden wanneer je ze vaker hoort. Het muziekjaar 2025 is nog heel pril, maar dit album ga ik aan het eind van het jaar zeker niet vergeten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Chris Eckman - The Land We Knew The Best - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Chris Eckman - The Land We Knew The Best
De Amerikaanse muzikant Chris Eckman heeft al een stapel betoverend mooie albums op zijn naam staan, maar met het zeer sfeervolle en wonderschone The Land We Knew The Best voegt hij nog een ware parel toe
Er is een hele generatie die de muziek van de Amerikaanse band The Walkabouts niet kent, maar als je begint aan het oeuvre van de band heb je er een stapel klassiekers bij. Hier is het niet bij gebleven voor de voorman van de band, want het oeuvre van Chris Eckman is door projecten en soloalbums nog een stuk omvangrijker. Met The Land We Knew The Best voegt de Amerikaanse muzikant vanuit zijn nieuwe thuisbasis Ljubljana nog een zeer indrukwekkend hoofdstuk toe aan zijn catalogus. Het is een buitengewoon sfeervol albums dat zowel in vocaal als muzikaal opzicht het oor streelt, maar het is ook een album vol prachtige songs. Bijzonder indrukwekkend.
Chris Eckman is vooral bekend als voorman van de Amerikaanse band The Walkabouts. De Amerikaanse band maakte tussen de tweede helft van de jaren 80 en het eerste decennium van deze eeuw een stapel prachtige albums. Met name Scavenger (1991), New West Motel (1993), Satisfied Mind (1993), Setting The Woods On Fire (1994), Devil's Road (1996), Nighttown (1997), Trail Of Stars (1999), Train Leaves At Eight (2000), Ended Up A Stranger (2002), Acetylene (2005) en Travels In The Dustland (2011) zijn prachtige albums die behoren tot de parels in mijn platenkast.
De Amerikaanse muzikant maakte hiernaast met zijn vaste The Walkabouts kompaan Carla Torgerson een aantal albums als Chris & Carla en maakte na het uiteenvallen van The Walkabouts samen met Chantal Acda en Eric Thielemans twee wonderschone albums onder de naam Distance, Light & Sky. Chris Eckman zocht na het uit elkaar vallen van zijn band zijn geluk in het Sloveense Ljubljana en maakte inmiddels een aantal soloalbums.
Deze bleven helaas vaak wat onderbelicht, maar het in 2021 verschenen Where The Spirit Rests werd gelukkig wel breder opgepikt. Het was volkomen terecht, want het is een prachtig album met zeer stemmige en zwaar melancholische songs. De release midden in de warme zomer van 2021 was misschien niet heel gelukkig, al was het wel een zomer waarover de grauwsluier van de coronapandemie hing.
Het deze week verschenen The Land We Knew The Best is beter getimed, want de muziek op het album vloeit prachtig samen met de wat donkere en sombere dagen van het moment. Chris Eckman is inmiddels 64 jaar oud en is de wilde haren van The Walkabouts inmiddels wel kwijt. The Land We Knew The Best rockt een enkele keer voorzichtig, maar het is toch vooral een album met ingehouden en stemmige songs. Dat is wat mij betreft geen probleem, want het is een stijl die de Amerikaanse muzikant uitstekend beheerst.
The Land We Knew The Best is gemaakt met een flink aantal Sloveense muzikanten, maar ook de eveneens vanuit Ljubljana opererende muzikant en producer Alastair McNeill speelt een voorname rol op het album. Het nieuwe album van Chris Eckman valt in eerste instantie op door de zang. De Amerikaanse muzikant heeft inmiddels het nodige gruis op zijn stembanden en manoeuvreert zich ergens tussen Leonard Cohen en Johnny Cash op leeftijd is. De doorleefde strot van Chris Eckman voorziet de songs op het album van gevoel en doorleving, wat wordt versterkt door de zeer sfeervolle muziek op het album.
The Land We Knew The Best is een album vol schitterend gitaarwerk, maar ook de bijdragen van de contrabas en de drums zijn van een bijzondere schoonheid. Het wordt allemaal nog wat mooier wanneer cello, viool, pedal steel, harp en saxofoon worden ingezet, maar ondanks de veelheid aan instrumenten klinkt het geluid op The Land We Knew The Best sober en ruimtelijk.
Ook de hier en daar toegevoegde vrouwenstemmen verdienen overigens een eervolle vermelding en het is een wapen dat Chris Eckman wat mij betreft nog vaker had in mogen zetten. Chris Eckman heeft ook nog eens acht prachtige en wat langere songs geschreven voor het album en het zijn songs die alleen maar mooier worden wanneer je ze vaker hoort. Het muziekjaar 2025 is nog heel pril, maar dit album ga ik aan het eind van het jaar zeker niet vergeten. Erwin Zijleman
Chris Eckman - Where the Spirit Rests (2021)

4,5
2
geplaatst: 6 juni 2021, 10:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Eckman - Where The Spirit Rests - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chris Eckman - Where The Spirit Rests
Chris Eckman voegt na lange tijd weer eens een soloalbum toe aan zijn oeuvre en het is er een van de torenhoge kwaliteit die we inmiddels gewend zijn van de Amerikaanse muzikant
Bij Chris Eckman denk ik in eerste instantie aan de prachtige albums van The Walkabouts, maar eigenlijk is alles waar de Amerikaanse muzikant zijn naam aan heeft verbonden van hoog niveau. Voor het laatste soloalbum van Chris Eckman moesten we tot voor kort ver terug in de tijd, maar nu is er Where The Spirit Rests. Het tijdens de Sloveense lockdown opgenomen album valt op door de sterke songs van Chris Eckman en zijn doorleefde vocalen, maar let ook zeker op de donkere, melancholische maar ook wonderschone instrumentatie, die het album voorziet van een bijzondere sfeer. Het is zeven songs en bijna vijfenveertig minuten lang prachtig, precies zoals je van Chris Eckman verwacht.
De Amerikaanse muzikant Chris Eckman maakte een flinke stapel geweldige albums met zijn band The Walkabouts, maar het laatste album van die band is inmiddels al weer tien jaar oud. Chris Eckman maakte hiernaast een aantal soloalbums en was bovendien de drijvende kracht achter een aantal gelegenheidsbands, waarvan Distance, Light & Sky, waarvan ook Chantal Acda deel uit maakte, de meest recente is.
Het is een flinke tijd geleden dat Chris Eckman, die inmiddels al flink wat jaren vanuit het Sloveense Ljubljana opereert, de tijd nam voor een soloalbum, maar de Sloveense lockdown inspireerde hem tot Where The Spirit Rests, dat in een kasteel in de buurt van Ljubljana werd opgenomen.
Where The Spirit Rests werd opgenomen met een selecte groep uitstekende muzikanten. Chris Eckman werd in het Sloveense kasteel bijgestaan door producer en multi-instrumentalist Alastair McNeill, die tekende voor piano, synths en elektrische gitaren, door pedal steel spelers Chuck Johnson en Jon Hyde, (elektrisch) violiste Catherine Graindorge en door het orgel en de piano van de van Green On Red bekende Chris Cacavas. Chris Eckman kreeg verder gezelschap van een Sloveense ritmesectie en nam zelf de akoestische gitaren en uiteraard de vocalen voor zijn rekening.
De Amerikaanse muzikant staat al sinds de tweede helft van de jaren 80 garant voor kwaliteit en ook Where The Spirit Rests is een wonderschoon album. Dat is deels de verdienste van de inmiddels lekker rauwe strot van Chris Eckman, die zijn songs vol gevoel en doorleving vertolkt. De Amerikaan is nog altijd een uitstekend zanger en het laagje gruis op zijn stembanden heeft zijn stem vooral goed gedaan.
Alleen met de zang weet Where The Spirit Rests zich al te onderscheiden van de meeste andere albums van het moment, maar Chris Eckman en zijn medemuzikanten hebben het album ook nog eens werkelijk prachtig ingekleurd. Akoestische gitaren en de mooie en emotievolle stem van Chris Eckman vormen de basis van het geluid op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant, maar op de achtergrond wordt keer op keer een prachtig klankentapijt opgebouwd met elektrische gitaren, met piano en synths, met violen en met de pedal steel.
Het is een klankentapijt dat meestal wat donker en melancholisch aan doet, maar het is ook een klankentapijt van een bijzondere schoonheid en een klankentapijt dat de muziek van Chris Eckman voorziet van een bijzondere sfeer. Het is de desolate sfeer van de lockdown, maar het is ook een sfeer die de doorleefde vocalen op het album voorziet van wat extra lading.
Heel veel gevarieerd wordt er niet op Where The Spirit Rests, dat vooral lange tracks bevat. De wat donkere en weemoedige sfeer houdt het hele album aan, maar vervelen doet het geen moment. Integendeel zelfs, want de kracht van de prachtige instrumentatie op het album neemt alleen maar toe en steeds weer wordt de spanning prachtig opgebouwd.
Het is zoals gezegd even geleden dat Chris Eckman de tijd nam voor een soloalbum, maar Where The Spirit Rests is een voltreffer. Het is een album waarvoor de allergrootsten zich niet zouden schamen, maar het is ook een album dat voldoet aan de hoge eisen die Chris Eckman zichzelf oplegt. Het is geen album dat het goed doet in felle zonnestralen, maar als de zon eenmaal onder is groeit het nieuwe album van Chris Eckman moeiteloos uit tot een van de hoogtepunten van de eerste helft van het muziekjaar 2021. Prachtig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chris Eckman - Where The Spirit Rests - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chris Eckman - Where The Spirit Rests
Chris Eckman voegt na lange tijd weer eens een soloalbum toe aan zijn oeuvre en het is er een van de torenhoge kwaliteit die we inmiddels gewend zijn van de Amerikaanse muzikant
Bij Chris Eckman denk ik in eerste instantie aan de prachtige albums van The Walkabouts, maar eigenlijk is alles waar de Amerikaanse muzikant zijn naam aan heeft verbonden van hoog niveau. Voor het laatste soloalbum van Chris Eckman moesten we tot voor kort ver terug in de tijd, maar nu is er Where The Spirit Rests. Het tijdens de Sloveense lockdown opgenomen album valt op door de sterke songs van Chris Eckman en zijn doorleefde vocalen, maar let ook zeker op de donkere, melancholische maar ook wonderschone instrumentatie, die het album voorziet van een bijzondere sfeer. Het is zeven songs en bijna vijfenveertig minuten lang prachtig, precies zoals je van Chris Eckman verwacht.
De Amerikaanse muzikant Chris Eckman maakte een flinke stapel geweldige albums met zijn band The Walkabouts, maar het laatste album van die band is inmiddels al weer tien jaar oud. Chris Eckman maakte hiernaast een aantal soloalbums en was bovendien de drijvende kracht achter een aantal gelegenheidsbands, waarvan Distance, Light & Sky, waarvan ook Chantal Acda deel uit maakte, de meest recente is.
Het is een flinke tijd geleden dat Chris Eckman, die inmiddels al flink wat jaren vanuit het Sloveense Ljubljana opereert, de tijd nam voor een soloalbum, maar de Sloveense lockdown inspireerde hem tot Where The Spirit Rests, dat in een kasteel in de buurt van Ljubljana werd opgenomen.
Where The Spirit Rests werd opgenomen met een selecte groep uitstekende muzikanten. Chris Eckman werd in het Sloveense kasteel bijgestaan door producer en multi-instrumentalist Alastair McNeill, die tekende voor piano, synths en elektrische gitaren, door pedal steel spelers Chuck Johnson en Jon Hyde, (elektrisch) violiste Catherine Graindorge en door het orgel en de piano van de van Green On Red bekende Chris Cacavas. Chris Eckman kreeg verder gezelschap van een Sloveense ritmesectie en nam zelf de akoestische gitaren en uiteraard de vocalen voor zijn rekening.
De Amerikaanse muzikant staat al sinds de tweede helft van de jaren 80 garant voor kwaliteit en ook Where The Spirit Rests is een wonderschoon album. Dat is deels de verdienste van de inmiddels lekker rauwe strot van Chris Eckman, die zijn songs vol gevoel en doorleving vertolkt. De Amerikaan is nog altijd een uitstekend zanger en het laagje gruis op zijn stembanden heeft zijn stem vooral goed gedaan.
Alleen met de zang weet Where The Spirit Rests zich al te onderscheiden van de meeste andere albums van het moment, maar Chris Eckman en zijn medemuzikanten hebben het album ook nog eens werkelijk prachtig ingekleurd. Akoestische gitaren en de mooie en emotievolle stem van Chris Eckman vormen de basis van het geluid op het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant, maar op de achtergrond wordt keer op keer een prachtig klankentapijt opgebouwd met elektrische gitaren, met piano en synths, met violen en met de pedal steel.
Het is een klankentapijt dat meestal wat donker en melancholisch aan doet, maar het is ook een klankentapijt van een bijzondere schoonheid en een klankentapijt dat de muziek van Chris Eckman voorziet van een bijzondere sfeer. Het is de desolate sfeer van de lockdown, maar het is ook een sfeer die de doorleefde vocalen op het album voorziet van wat extra lading.
Heel veel gevarieerd wordt er niet op Where The Spirit Rests, dat vooral lange tracks bevat. De wat donkere en weemoedige sfeer houdt het hele album aan, maar vervelen doet het geen moment. Integendeel zelfs, want de kracht van de prachtige instrumentatie op het album neemt alleen maar toe en steeds weer wordt de spanning prachtig opgebouwd.
Het is zoals gezegd even geleden dat Chris Eckman de tijd nam voor een soloalbum, maar Where The Spirit Rests is een voltreffer. Het is een album waarvoor de allergrootsten zich niet zouden schamen, maar het is ook een album dat voldoet aan de hoge eisen die Chris Eckman zichzelf oplegt. Het is geen album dat het goed doet in felle zonnestralen, maar als de zon eenmaal onder is groeit het nieuwe album van Chris Eckman moeiteloos uit tot een van de hoogtepunten van de eerste helft van het muziekjaar 2021. Prachtig. Erwin Zijleman
Chris Forsyth - Evolution Here We Come (2022)

4,0
0
geplaatst: 4 september 2022, 10:51 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Forsyth - Evolution Here We Come - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chris Forsyth - Evolution Here We Come
Gitaarwonder Chris Forsyth staat ook op Evolution Here We Come weer garant voor spectaculair en wonderschoon gitaarwerk, dat is verpakt in lange en instrumentale maar ook verrassend toegankelijke songs
Chris Forsyth duikt met enige regelmaat op in jaarlijstjes, maar is bij het grote publiek nog niet erg bekend. Zijn muziek krijgt vaak het label avant garde opgeplakt, maar de Amerikaanse muzikante laat zich vaker beïnvloeden door rockmuziek in alle soorten en maten. Echt makkelijk maakt Chris Forsyth het je niet met voornamelijk instrumentale en vaak lange tracks, maar iedere muziekliefhebber die zich openstelt voor avontuurlijke muziek met een hoofdrol voor dynamisch, veelkleurig en virtuoos gitaarspel, krijgt ook met Evolution Here We Come van Chris Forsyth weer een indrukwekkend en fascinerend mooi album in handen. Het is absoluut even wennen, maar ach wat wordt het vervolgens mooi.
Solar Motel van Chris Forsyth haalde ik helemaal aan het eind van 2013 uit een aantal aansprekende jaarlijstjes. Het album stond niet voor niets in deze jaarlijstjes, want Solar Motel bleek een buitengewoon fascinerend album. Instrumentale albums met een beperkt aantal lange tracks maken het de luisteraar meestal niet makkelijk en dat deed ook dit album niet, maar het etiket avant garde vond ik toch niet helemaal passend.
Chris Forsyth liet zich op Solar Motel beïnvloeden door psychedelica en progrock, maar ook door Americana en swamprock, wat een veelkleurig album opleverde. De muziek van de Amerikaanse muzikant stond bol van de invloeden en imponeerde met fantastisch gitaarwerk. Het is gitaarwerk dat hier thuis bijna iedereen, inclusief de kat, de gordijnen injoeg, maar ik vond het prachtig.
Chris Forsyth maakte vervolgens een aantal albums met The Solar Motel Band, waarvan ik The Rarity Of Experience uit 2016 en Dreaming In The Non-Dream uit 2017 oppikte. Het zijn albums die misschien net wat toegankelijker waren dan Solar Motel, maar het gitaarwerk van Chris Forsyth was ook op deze albums van een buitenaardse schoonheid.
De muzikant uit Philadelphia, Pennsylvania, keerde vorige week terug met het weer alleen onder zijn eigen naam uitgebrachte Evolution Here We Come. Het is een album dat ik, net als zijn voorgangers, een tijdje op me in heb laten moeten werken, maar inmiddels ben ik volledig overtuigd van de schoonheid van het nieuwe album van Chris Forsyth.
De Amerikaanse muzikante maakte zijn nieuwe album met een aantal gelouterde muzikanten, die nog wat gitaren en bas en drums toevoegen aan alle gitaarcapriolen van Chris Forsyth. Extra gastmuzikanten voegen nog een hele batterij keyboards, pedal en lap steel en fluit toe aan het volle geluid op het album, terwijl in één van de tracks ook zang en achtergrondvocalen zijn te horen, wat overigens direct een vrij rechttoe rechtaan gitaarsong oplevert.
De songs op het album zijn dit keer wat compacter en variëren in lengte van vier tot ruim 14 minuten, maar het album laat zich ook beluisteren als één lange luistertrip. De muziek van Chris Forsyth is ook op zijn nieuwe album weer zeker niet alledaags, maar ik vind ook Evolution Here We Come zeker niet ontoegankelijk. De muzikant uit Philadelphia laat zich ook dit keer beïnvloeden door een heel assortiment aan rockvarianten, wat een serie songs vol dynamiek oplevert.
De muziek van Chris Forsyth is echter ook zeer melodieus en het gitaarwerk is ook deze keer van een bijzondere schoonheid. De wolken elektronica voegen een bijzondere dimensie toe aan al het gitaargeweld. Als liefhebber van popsongs met een kop en een staart is het wel even wennen, maar als je eenmaal uit de voeten kunt met de bijzondere muziek van Chris Forsyth, is Evolution Here We Come een album waarop je bijna eindeloos nieuwe dingen blijft horen en waarop ook met enige regelmaat flarden uit de rijke historie van de rockmuziek opduiken.
Evolution Here We Come zal, net als zijn voorgangers, waarschijnlijk slechts in zeer kleine kring aandacht trekken, maar muziekliefhebbers die niet bang zijn voor muziek die zich wat buiten de vaste kaders beweegt, moeten dit fascinerende en kwalitatief hoogstaande album zeker eens proberen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chris Forsyth - Evolution Here We Come - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Chris Forsyth - Evolution Here We Come
Gitaarwonder Chris Forsyth staat ook op Evolution Here We Come weer garant voor spectaculair en wonderschoon gitaarwerk, dat is verpakt in lange en instrumentale maar ook verrassend toegankelijke songs
Chris Forsyth duikt met enige regelmaat op in jaarlijstjes, maar is bij het grote publiek nog niet erg bekend. Zijn muziek krijgt vaak het label avant garde opgeplakt, maar de Amerikaanse muzikante laat zich vaker beïnvloeden door rockmuziek in alle soorten en maten. Echt makkelijk maakt Chris Forsyth het je niet met voornamelijk instrumentale en vaak lange tracks, maar iedere muziekliefhebber die zich openstelt voor avontuurlijke muziek met een hoofdrol voor dynamisch, veelkleurig en virtuoos gitaarspel, krijgt ook met Evolution Here We Come van Chris Forsyth weer een indrukwekkend en fascinerend mooi album in handen. Het is absoluut even wennen, maar ach wat wordt het vervolgens mooi.
Solar Motel van Chris Forsyth haalde ik helemaal aan het eind van 2013 uit een aantal aansprekende jaarlijstjes. Het album stond niet voor niets in deze jaarlijstjes, want Solar Motel bleek een buitengewoon fascinerend album. Instrumentale albums met een beperkt aantal lange tracks maken het de luisteraar meestal niet makkelijk en dat deed ook dit album niet, maar het etiket avant garde vond ik toch niet helemaal passend.
Chris Forsyth liet zich op Solar Motel beïnvloeden door psychedelica en progrock, maar ook door Americana en swamprock, wat een veelkleurig album opleverde. De muziek van de Amerikaanse muzikant stond bol van de invloeden en imponeerde met fantastisch gitaarwerk. Het is gitaarwerk dat hier thuis bijna iedereen, inclusief de kat, de gordijnen injoeg, maar ik vond het prachtig.
Chris Forsyth maakte vervolgens een aantal albums met The Solar Motel Band, waarvan ik The Rarity Of Experience uit 2016 en Dreaming In The Non-Dream uit 2017 oppikte. Het zijn albums die misschien net wat toegankelijker waren dan Solar Motel, maar het gitaarwerk van Chris Forsyth was ook op deze albums van een buitenaardse schoonheid.
De muzikant uit Philadelphia, Pennsylvania, keerde vorige week terug met het weer alleen onder zijn eigen naam uitgebrachte Evolution Here We Come. Het is een album dat ik, net als zijn voorgangers, een tijdje op me in heb laten moeten werken, maar inmiddels ben ik volledig overtuigd van de schoonheid van het nieuwe album van Chris Forsyth.
De Amerikaanse muzikante maakte zijn nieuwe album met een aantal gelouterde muzikanten, die nog wat gitaren en bas en drums toevoegen aan alle gitaarcapriolen van Chris Forsyth. Extra gastmuzikanten voegen nog een hele batterij keyboards, pedal en lap steel en fluit toe aan het volle geluid op het album, terwijl in één van de tracks ook zang en achtergrondvocalen zijn te horen, wat overigens direct een vrij rechttoe rechtaan gitaarsong oplevert.
De songs op het album zijn dit keer wat compacter en variëren in lengte van vier tot ruim 14 minuten, maar het album laat zich ook beluisteren als één lange luistertrip. De muziek van Chris Forsyth is ook op zijn nieuwe album weer zeker niet alledaags, maar ik vind ook Evolution Here We Come zeker niet ontoegankelijk. De muzikant uit Philadelphia laat zich ook dit keer beïnvloeden door een heel assortiment aan rockvarianten, wat een serie songs vol dynamiek oplevert.
De muziek van Chris Forsyth is echter ook zeer melodieus en het gitaarwerk is ook deze keer van een bijzondere schoonheid. De wolken elektronica voegen een bijzondere dimensie toe aan al het gitaargeweld. Als liefhebber van popsongs met een kop en een staart is het wel even wennen, maar als je eenmaal uit de voeten kunt met de bijzondere muziek van Chris Forsyth, is Evolution Here We Come een album waarop je bijna eindeloos nieuwe dingen blijft horen en waarop ook met enige regelmaat flarden uit de rijke historie van de rockmuziek opduiken.
Evolution Here We Come zal, net als zijn voorgangers, waarschijnlijk slechts in zeer kleine kring aandacht trekken, maar muziekliefhebbers die niet bang zijn voor muziek die zich wat buiten de vaste kaders beweegt, moeten dit fascinerende en kwalitatief hoogstaande album zeker eens proberen. Erwin Zijleman
Chris Forsyth & The Solar Motel Band - Dreaming in the Non-Dream (2017)

4,0
0
geplaatst: 8 september 2017, 07:39 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Forsyth & The Solar Motel Band - Dreaming In The Non-Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse muzikant Chris Forsyth brengt inmiddels vijftien jaar platen onder zijn eigen naam uit, na hiervoor deel uit te hebben gemaakt van een aantal bands uit de experimentele muziekscene van Brooklyn.
Het zijn platen die het helaas moeten doen met bescheiden aandacht, maar sinds een jaar of vier ben ik persoonlijk zeer gecharmeerd van de platen die de Amerikaanse gitarist samen met zijn Solar Motel Band maakt.
Het sterke The Rarity Of Experience dat iets meer dan een jaar geleden verscheen, wordt nu gevolgd door Dreaming In The Non-Dream, dat ik na een handvol luisterbeurten nog wat mooier vindt. Dat is bijzonder, want Chris Forsyth en zijn band maken muziek die je wat vaker moet horen voor je de muziek op de juiste waarde kunt schatten.
Ook Dreaming In The Non-Dream bestaat weer uit een aantal lange en grotendeels instrumentale tracks. Het zijn er dit keer vier, die samen goed zijn voor ruim 36 minuten muziek, waarvan het merendeel in de twee songs van elf en bijna zestien minuten is gepropt.
Chris Forsyth heeft een verleden in de avant garde, maar de muziek die hij tegenwoordig maakt is zeker niet ontoegankelijk. In de wat langere tracks citeert de Amerikaanse gitarist nadrukkelijk uit de geschiedenis van de rockmuziek en komt van alles voorbij. Op Dreaming In The Non-Dream hoor ik heel veel uit het vroege werk van Roxy Music (zeker wanneer een saxofoon wordt ingezet) en Van der Graaff Generator, veel van Pink Floyd, het nodige van Hawkwind, maar ook flarden Pere Ubu om maar eens wat namen te noemen.
De instrumentale track waarmee de plaat opent is heerlijk psychedelisch en maakt indruk met verbluffend mooi gitaarwerk dat steeds van kleur en intensiteit verandert. Het is knap hoe Chris Forsyth en zijn band de aandacht elf minuten lang moeiteloos vast houden en je na die elf minuten nog steeds doen verlangen naar meer.
In de tweede track voegt de Amerikaan vocalen toe aan zijn muziek en klinkt Dreaming In The Non-Dream direct wat meer rechttoe rechtaan. Ondanks wederom prachtig gitaarwerk is het voor mij de zwakste track op de plaat.
De derde track is vervolgens het prijsnummer. Bijna 16 minuten lang betoveren Chris Forsyth en de Solar Motel Band de speakers en komt er alleen maar intrigerende en vrijwel altijd wonderschone muziek uit. Het is ook dit keer het fenomenale gitaarspel van Chris Forsyth dat de meeste aandacht trekt, maar ook de zeer goed ingespeelde band (de plaat werd tijdens een tour opgenomen) maakt indruk.
Instrumentale muziek wordt vaak als saai bestempeld, maar de wijze waarop Chris Forsyth en zijn band de spanning opbouwen is even mooi als fascinerend. Waar de track met vocalen de aandacht afleidt van het bij vlagen onnavolgbare gitaarspel, komt dit in de langere tracks uitstekend tot zijn recht en is het bijna 16 minuten lang genieten.
Na de 16 minuten vuurwerk van de derde track zijn er helaas nog maar twee minuten over en ook deze twee minuten zijn gevuld met prachtige gitaarlijnen. Het zijn gitaarlijnen die langzaam wegsterven en je vervolgens doen verlangen naar meer.
Daarvoor kun je uiteraard een van de vorige platen van de Amerikaan uit de kast trekken, maar een bijkomend voordeel van grotendeels instrumentale muziek is dat je iedere keer weer nieuwe dingen hoort en de plaat dus moeiteloos nog een keer kunt opzetten. Ik blijf het doen, want ook de nieuwe van Chris Forsyth is weer wonderschoon. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chris Forsyth & The Solar Motel Band - Dreaming In The Non-Dream - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Amerikaanse muzikant Chris Forsyth brengt inmiddels vijftien jaar platen onder zijn eigen naam uit, na hiervoor deel uit te hebben gemaakt van een aantal bands uit de experimentele muziekscene van Brooklyn.
Het zijn platen die het helaas moeten doen met bescheiden aandacht, maar sinds een jaar of vier ben ik persoonlijk zeer gecharmeerd van de platen die de Amerikaanse gitarist samen met zijn Solar Motel Band maakt.
Het sterke The Rarity Of Experience dat iets meer dan een jaar geleden verscheen, wordt nu gevolgd door Dreaming In The Non-Dream, dat ik na een handvol luisterbeurten nog wat mooier vindt. Dat is bijzonder, want Chris Forsyth en zijn band maken muziek die je wat vaker moet horen voor je de muziek op de juiste waarde kunt schatten.
Ook Dreaming In The Non-Dream bestaat weer uit een aantal lange en grotendeels instrumentale tracks. Het zijn er dit keer vier, die samen goed zijn voor ruim 36 minuten muziek, waarvan het merendeel in de twee songs van elf en bijna zestien minuten is gepropt.
Chris Forsyth heeft een verleden in de avant garde, maar de muziek die hij tegenwoordig maakt is zeker niet ontoegankelijk. In de wat langere tracks citeert de Amerikaanse gitarist nadrukkelijk uit de geschiedenis van de rockmuziek en komt van alles voorbij. Op Dreaming In The Non-Dream hoor ik heel veel uit het vroege werk van Roxy Music (zeker wanneer een saxofoon wordt ingezet) en Van der Graaff Generator, veel van Pink Floyd, het nodige van Hawkwind, maar ook flarden Pere Ubu om maar eens wat namen te noemen.
De instrumentale track waarmee de plaat opent is heerlijk psychedelisch en maakt indruk met verbluffend mooi gitaarwerk dat steeds van kleur en intensiteit verandert. Het is knap hoe Chris Forsyth en zijn band de aandacht elf minuten lang moeiteloos vast houden en je na die elf minuten nog steeds doen verlangen naar meer.
In de tweede track voegt de Amerikaan vocalen toe aan zijn muziek en klinkt Dreaming In The Non-Dream direct wat meer rechttoe rechtaan. Ondanks wederom prachtig gitaarwerk is het voor mij de zwakste track op de plaat.
De derde track is vervolgens het prijsnummer. Bijna 16 minuten lang betoveren Chris Forsyth en de Solar Motel Band de speakers en komt er alleen maar intrigerende en vrijwel altijd wonderschone muziek uit. Het is ook dit keer het fenomenale gitaarspel van Chris Forsyth dat de meeste aandacht trekt, maar ook de zeer goed ingespeelde band (de plaat werd tijdens een tour opgenomen) maakt indruk.
Instrumentale muziek wordt vaak als saai bestempeld, maar de wijze waarop Chris Forsyth en zijn band de spanning opbouwen is even mooi als fascinerend. Waar de track met vocalen de aandacht afleidt van het bij vlagen onnavolgbare gitaarspel, komt dit in de langere tracks uitstekend tot zijn recht en is het bijna 16 minuten lang genieten.
Na de 16 minuten vuurwerk van de derde track zijn er helaas nog maar twee minuten over en ook deze twee minuten zijn gevuld met prachtige gitaarlijnen. Het zijn gitaarlijnen die langzaam wegsterven en je vervolgens doen verlangen naar meer.
Daarvoor kun je uiteraard een van de vorige platen van de Amerikaan uit de kast trekken, maar een bijkomend voordeel van grotendeels instrumentale muziek is dat je iedere keer weer nieuwe dingen hoort en de plaat dus moeiteloos nog een keer kunt opzetten. Ik blijf het doen, want ook de nieuwe van Chris Forsyth is weer wonderschoon. Erwin Zijleman
Chris Forsyth & The Solar Motel Band - The Rarity of Experience (2016)

4,0
0
geplaatst: 13 april 2016, 18:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Forsyth & The Solar Motel Band - The Rarity Of Experience - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Volgens de Britse en de Amerikaanse critici maakte de Amerikaanse gitarist Chris Forsyth in 2013 met Solar Motel een heuse jaarlijstjesplaat, maar in Nederland kreeg de plaat helaas nauwelijks aandacht (ook de recensie op deze BLOG werd nauwelijks bekeken).
De band die Chris Forsyth bijstond op Solar Motel heet inmiddels The Solar Motel Band en is te horen op het ruim 70 minuten durende The Rarity Of Experience.
Ook deze plaat krijgt weer veelvuldig het etiket avant garde opgeplakt en dat zal veel muziekliefhebbers op het verkeerde been zetten.
De muziek van Chris Forsyth & The Solar Motel Band past in het hokje avant garde omdat de muziek van de band zeker niet alledaags is, maar The Rarity Of Experience is uiteindelijk meer een geweldige rockplaat dan een plaat vol moeilijkdoenerij.
Chris Forsyth en zijn hecht spelende band leven zich op The Rarity Of Experience uit in een aantal kortere en een aantal behoorlijk lange tracks (van meer dan 8 minuten). Met name de wat langere tracks ontaarden in jamsessies vol muzikaal vuurwerk, maar Chris Forsyth en zijn band maken ook behoorlijk toegankelijke rockmuziek.
In de tracks met vocalen hoor ik veel invloeden uit de New Yorkse new wave van de late jaren 70, terwijl de lange jamsessies herinneringen oproepen aan alles tussen de psychedelica en de muziek van The Grateful Dead uit de jaren 60 tot de prog-rock uit de jaren 70.
Chris Forsyth beschikt over een geweldige band, maar de meeste aandacht wordt toch getrokken door zijn fantastische gitaarspel. Het is gitaarspel dat alle kanten op kan schieten, waardoor The Rarity Of Experience een zeer gevarieerde plaat is.
Het is het soort plaat dat heel makkelijk kan verzanden in muziek die het ene oor in en het andere uit gaat, maar zo ver laten Chris Forsyth en zijn band het niet komen. The Rarity Of Experience is een plaat vol buitengewoon fascinerende muziek, maar het is ook een ode aan de rockmuziek uit de jaren 60 en 70.
Het knappe van de muziek van Chris Forsyth is dat hij de muziek uit het verleden verrijkt met invloeden uit de post-rock en heel veel eigen experiment. The Rarity Of Experience is uiteindelijk een plaat die je noot voor noot wilt begrijpen, maar het is ook een plaat om je helemaal in te verliezen, waarbij de prachtig opgebouwde spanning je keer op keer blijft verbazen. Echt veel te mooi en bijzonder om te negeren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Chris Forsyth & The Solar Motel Band - The Rarity Of Experience - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Volgens de Britse en de Amerikaanse critici maakte de Amerikaanse gitarist Chris Forsyth in 2013 met Solar Motel een heuse jaarlijstjesplaat, maar in Nederland kreeg de plaat helaas nauwelijks aandacht (ook de recensie op deze BLOG werd nauwelijks bekeken).
De band die Chris Forsyth bijstond op Solar Motel heet inmiddels The Solar Motel Band en is te horen op het ruim 70 minuten durende The Rarity Of Experience.
Ook deze plaat krijgt weer veelvuldig het etiket avant garde opgeplakt en dat zal veel muziekliefhebbers op het verkeerde been zetten.
De muziek van Chris Forsyth & The Solar Motel Band past in het hokje avant garde omdat de muziek van de band zeker niet alledaags is, maar The Rarity Of Experience is uiteindelijk meer een geweldige rockplaat dan een plaat vol moeilijkdoenerij.
Chris Forsyth en zijn hecht spelende band leven zich op The Rarity Of Experience uit in een aantal kortere en een aantal behoorlijk lange tracks (van meer dan 8 minuten). Met name de wat langere tracks ontaarden in jamsessies vol muzikaal vuurwerk, maar Chris Forsyth en zijn band maken ook behoorlijk toegankelijke rockmuziek.
In de tracks met vocalen hoor ik veel invloeden uit de New Yorkse new wave van de late jaren 70, terwijl de lange jamsessies herinneringen oproepen aan alles tussen de psychedelica en de muziek van The Grateful Dead uit de jaren 60 tot de prog-rock uit de jaren 70.
Chris Forsyth beschikt over een geweldige band, maar de meeste aandacht wordt toch getrokken door zijn fantastische gitaarspel. Het is gitaarspel dat alle kanten op kan schieten, waardoor The Rarity Of Experience een zeer gevarieerde plaat is.
Het is het soort plaat dat heel makkelijk kan verzanden in muziek die het ene oor in en het andere uit gaat, maar zo ver laten Chris Forsyth en zijn band het niet komen. The Rarity Of Experience is een plaat vol buitengewoon fascinerende muziek, maar het is ook een ode aan de rockmuziek uit de jaren 60 en 70.
Het knappe van de muziek van Chris Forsyth is dat hij de muziek uit het verleden verrijkt met invloeden uit de post-rock en heel veel eigen experiment. The Rarity Of Experience is uiteindelijk een plaat die je noot voor noot wilt begrijpen, maar het is ook een plaat om je helemaal in te verliezen, waarbij de prachtig opgebouwde spanning je keer op keer blijft verbazen. Echt veel te mooi en bijzonder om te negeren. Erwin Zijleman
