MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Chris Pureka - Back in the Ring (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Pureka - Back In The Ring - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Als er een plaat dit jaar lang op de stapel heeft gelegen is het wel Back In The Ring van Chris Pureka.

Het is een plaat die eerst een hele tijd tussen de mannelijke singer-songwriters in het rootssegment heeft gelegen (door een combinatie van de voornaam en een wat androgyn uiterlijk) en die stapel krijgt bij mij aanzienlijk minder aandacht dan de vrouwelijke evenknie.

Chris Pureka hoort echter wel degelijk thuis tussen de vrouwelijke singer-songwriters en heeft een plaat gemaakt die alles heeft waar ik van houd in dit genre.

Zo beschikt de vanuit Portland, Oregon, opererende singer-songwriter over een heldere stem met een rauw randje en het is ook nog eens een stem vol mogelijkheden. Chris Pureka kan heel zacht fluisteren, maar ook vol uithalen en kan bovendien in meerdere genres uit de voeten. Ze legt bovendien zoveel emotie in haar stem dat haar songs iets met je doen, of je dat nu wilt of niet.

Back In The Ring hoort thuis in het hokje Amerikaanse rootsmuziek, maar bestrijkt binnen dit hokje een breed palet. Wanneer Chris Pureka kiest voor een behoorlijk traditioneel geluid doet Back In The Ring me wel wat denken aan de platen van Patty Griffin (toch een van de allergrootsten in het genre), maar Back In The Ring heeft ook het lichtvoetige en energieke van Dar Williams en het eigenzinnige van Ani DiFranco. Hier blijft het niet bij, want Back In The Ring is een plaat die steeds weer aan andere dingen doet denken, zonder dat je er precies de vinger op kunt leggen.

Dat heeft te maken met de veelzijdige stem van Chris Pureka, die overigens al meerdere jaren aan de weg timmert en inmiddels een bescheiden stapeltje platen op haar naam heeft staan, maar ook de instrumentatie op de plaat draagt bij aan het bijzondere karakter van de plaat.

Het is een instrumentatie die vaak ingetogen is en zo de stem van Chris Pureka alle ruimte geeft, maar het is ook een instrumentatie die opvalt door veel dynamiek en evenveel bijzondere accenten, waarbij vooral het prachtige en bijzonder veelkleurige gitaarspel en de stemmige strijkers indruk maken.

Back In The Ring heb ik hierboven al een veelzijdige rootsplaat genoemd, maar de mede door crowdfunding mogelijk gemaakte plaat, kleurt ook buiten de lijntjes van de rootsmuziek en flirt ook subtiel met pop.

Toen Back In The Ring dan eindelijk in de cd speler was verdwenen was ik door de prachtige stem van Chris Pureka al snel verliefd op deze bijzondere plaat, maar de muzikante die lange tijd vanuit Massachusetts opereerde maar nu heeft gekozen voor het bruisende Portland, heeft ook nog eens het patent op songs die zich iedere keer net wat meer opdringen.

Dat het helaas niet heel breed opgepakte Back In The Ring van Chris Pureka veel te mooi is om te laten liggen zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Chris Stamey - Euphoria (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Stamey - Euphoria - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Chris Stamey maakte in de late jaren 70 deel uit van de The Sneakers en in de vroege jaren 80 van The dB’s. Met name The dB’s is achteraf bezien een invloedrijke band, maar in de jaren 80 was er maar weinig aandacht voor de band die klassieke powerpop wist te verbinden met new wave.

Chris Stamey begon daarom in 1983 al aan een solocarrière en deze duurt tot op de dag van vandaag (kort onderbroken door een reünie van The dB’s die in 2012 overigens een prima plaat opleverde).

Het is een solocarrière die ik tot dusver volledig gemist heb, tot het onlangs verschenen Euphoria in de cd-speler verdween.

Met Euphoria heeft de Amerikaan een heerlijk tijdloze popplaat gemaakt. Het is een popplaat die samenvat wat Chris Stamey de afgelopen decennia heeft gedaan. De muziek op Euphoria doet denken aan de muziek van The dB’s, Big Star (met wie Stamey op de planken stond) en The Beatles, maar heeft ook volop raakvlakken met de radiovriendelijke Amerikaanse popmuziek die in de jaren 80 floreerde.

Euphoria van Chris Stamey vond ik in eerste instantie vooral een echte feelgood plaat. Een plaat vol heerlijk in het gehoor liggende en zonnige popliedjes die doen denken aan vervlogen tijden en het oor strelen. Popliedjes vol geweldige gitaarlijnen, vol warmbloedige blazers, vol refreinen om nooit meer te vergeten en vol melodieën die de zon doen schijnen.

Euphoria is zo’n plaat die je direct bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen en die keer op keer goed is voor een glimlach. Echt zo’n heerlijke niets aan de hand plaat, tot je je beseft dat Chris Stamey op verdomd knappe wijze meerdere decennia popmuziek aan elkaar smeedt op een plaat die geen zwak moment kent.

Chris Stamey opereert al heel lang in de betrekkelijke anonimiteit, maar laat op Euphoria horen dat hij een hele grote is. Erwin Zijleman

Chris Stapleton - From a Room, Vol 2 (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Stapleton - From A Room, Vol. 2 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse singer-songwriter Chris Stapleton schaarde zich met zijn debuut Traveller uit 2015 in één klap onder de smaakmakers binnen de hedendaagse countrymuziek.

Dat ging voor Chris Stapleton zeker niet vanzelf, want de Amerikaanse muzikant probeerde op dat moment al een jaar of 15 een bestaan op te bouwen in Nashville, Tennessee.

Eerder dit jaar keerde de oorspronkelijk uit Staffordsville, Kentucky, afkomstige singer-songwriter terug met From A Room, Vol. 1 en kwam Chris Stapleton bovendien met de belofte om in 2017 ook nog het tweede deel van de plaat uit te brengen.

Ik vond het eerste deel van From A Room een prima plaat, maar naarmate ik het album vaker beluisterde mistte ik toch de magie van Traveller. Die magie lijkt gelukkig terug op het tweede deel van From A Room.

De plaat werd gemaakt met dezelfde muzikanten, wederom nam topproducer Dave Cobb plaats achter de knoppen en ook op deel 2 van From A Room laat Chris Stapleton horen dat hij de klassiekers binnen de countrymuziek kent. Grotendeels hetzelfde recept dus, maar toch doet From a Room, Vol. 2 veel meer met me dan het eerste deel.

Direct in de openingstrack maakt Chris Stapleton samen met zijn vrouw Morgane Hayes-Stapleton indruk met een duet dat onder de huid kruipt en ook in de countrystamper die volgt klinkt de muzikant uit Nashville net wat gedrevener dan op zijn vorige album. In track 3 duiken voor de tweede keer de fraaie vocalen van vrouwlief Morgane op en daar kan ik niet genoeg van horen.

De grotere rol van Morgane Hayes-Stapleton is één van de redenen dat ik het tweede deel van From A Room hoger waardeer dan zijn voorganger, maar ook de instrumentatie is door het directe en net wat eenvoudigere geluid aansprekender en trefzekerder.

Ik weet nog dat ik eind 2015 compleet van mijn sokken werd geblazen door Traveller en dat gevoel is terug bij beluistering van From A Room, Vol. 2. Chris Stapleton laat op zijn nieuwe plaat horen dat hij binnen de countrymuziek een breed palet bestrijkt en dat hij al deze invloeden en invloeden uit omliggende genres als folk, blues, soul en Southern rock verwerkt in songs die net wat meer met je doen dan die van collega muzikanten.

Het helpt waarschijnlijk dat Chris Stapleton binnen de groep van nieuwe en jonge countrymuzikanten een relatief ouwe rot is (hij wordt volgend jaar 40), wat de songs van de Amerikaan voorziet van meer diepgang en doorleving dan bij de jongere garde gebruikelijk is.

De stem van zijn vrouw is inmiddels al meerdere keren geroemd, maar ook Chris Stapleton maakt op zijn nieuwe plaat indruk met rauwe en emotievolle vocalen, die de songs op de plaat stuk voor stuk naar grote hoogten tillen.

From A Room, Vol. 2 is zeker geen totaal andere plaat dan zijn voorganger, maar de instrumentatie, de zang en de songs op de nieuwe plaat doen meer met me dan deel 1 eerder dit jaar. Het tweede deel van From A Room schuurt daarom een stuk dichter tegen het briljante Traveller aan en onderstreept nogmaals dat Chris Stapleton binnen de hedendaagse countrymuziek één van de grootste talenten is. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Chris Stapleton - From a Room, Vol. 1 (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Stapleton - From A Room: Volume 1 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Chris Stapleton behoort tot de nieuwe lichting Amerikaanse countrysterren en moet binnen deze groep, samen met bijvoorbeeld Kacey Musgraves en Brandy Clark, worden gerekend tot de in artistiek opzicht meest interessante muzikanten.

Zijn twee jaar geleden verschenen debuut Traveller haalde uiteindelijk mijn jaarlijstje over 2015 en heeft de lat hoog gelegd voor de tweede plaat van de muzikant uit Nashville, Tennessee.

Deze tweede plaat komt in twee delen, waarvan het eerste deel nu is verschenen.

From A Room: Volume 1 werd geproduceerd door de momenteel veel gevraagde Dave Cobb (Jason Isbell, Sturgil Simpson, Mary Chapin Carpenter, Lori McKenna) en ligt voor een belangrijk deel in het verlengde van zijn zo bewierookte voorganger. Net als op Traveller maakt Chris Stapleton op zijn nieuwe plaat muziek die het goed zal doen op de Amerikaanse radiostations met een voorliefde voor country, maar die ook in de smaak zal vallen bij de liefhebbers van wat alternatievere countrymuziek.

Vergeleken met zijn debuut kiest Chris Stapleton op From A Room: Volume 1 voor een wat meer ingetogen en lomer geluid. Het is een geluid waarin wat meer flarden uit de countryrock en de bluesrock uit de jaren 70 zijn te horen, zo langzamerhand het visitekaartje van Dave Cobb.

De topproducer uit Nashville heeft in de meeste songs gekozen voor een betrekkelijk sobere instrumentatie en productie, waardoor de stem van Chris Stapleton alle ruimte krijgt. Het is een wijs besluit, want Chris Stapleton zingt, hier en daar bijgestaan door echtgenote Morgane, op From A Room: Volume 1 werkelijk de sterren van de hemel.

Ik ging er eerlijk gezegd van uit dat Chris Stapleton behoorde tot dezelfde generatie als de al eerder genoemde Kacey Musgraves, maar de Amerikaan nadert de veertig. Dat hoor je in zijn stem die veel souplesse, kracht, emotie en doorleving laat horen en die alle songs op de plaat dat beetje extra geeft dat nodig is om boven de concurrentie uit te stijgen.

Chris Stapleton kan uitstekend uit de voeten binnen het countrysegment, maar wanneer hij kiest voor heerlijk bluesy gitaarspel en dat doet hij op From A Room: Volume 1 veelvuldig, laat hij horen dat hij ook in dit genre kan excelleren.

From A Room: Volume 1 klinkt in vocaal en muzikaal opzicht geweldig, maar staat ook vol met songs van hoog niveau. Het is hiernaast een plaat om lekker bij weg te dromen.

Valt er dan helemaal niets aan te merken op de tweede plaat van Chris Stapleton? Ja, met negen songs in slechts 32 minuten is From A Room: Volume 1 aan de korte kant. Het is een minpuntje dat pas in december zal worden weggenomen, want dan verschijnt From A Room: Volume 2. Nu al een plaat om naar uit te kijken. Erwin Zijleman

Chris Stapleton - Higher (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Stapleton - Higher - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Chris Stapleton - Higher
Chris Stapleton geeft zijn songs op zijn vijfde album Higher een flinke soulinjectie, maar desondanks klinken de veelzijdige songs van de Amerikaanse muzikant vrijwel onmiddellijk vertrouwd

Chris Stapleton heeft de tijd genomen voor zijn vijfde album Higher, maar komt wel met bijna een uur nieuwe muziek op de proppen. Higher wijkt door de stem van Chris Stapleton, de achtergrondzang van zijn vrouw Morgane en de productie van Brent Cobb niet heel erg af van de vorige albums van de Amerikaanse muzikant, maar hij legt wel net wat andere accenten. Chris Stapleton klonk nog niet eerder zo soulvol en dat gaat hem verrassend goed af, maar ook de invloeden uit de blues en de country zijn gebleven. En zo combineert Chris Stapleton op Higher vertrouwde invloeden met wat nieuwe ingrediënten, waardoor ik Higher net wat hoger aansla dan de albums die na Traveller uit 2015 verschenen.

De carrière van de Amerikaanse muzikant Chris Stapleton verloopt vooralsnog wat grillig. Zijn debuutalbum Traveller uit 2015 werd door de critici geschaard onder de beste countryalbums van het betreffende jaar. Dat was volkomen terecht, want Traveller bestreek binnen de countrymuziek niet alleen een verrassend breed palet, maar stond bovendien vol met memorabele songs. Met Traveller verdiende de Amerikaanse muzikant in 2015 een plekje tussen de grote beloften in Nashville, maar sindsdien gaat hij nadrukkelijk zijn eigen weg.

Het in 2017 verschenen From A Room verscheen in twee delen en liet bovendien een nog veelzijdiger geluid horen, dat in veel tracks afstand nam van het moderne Nashville geluid en meer teruggreep op het verleden. De twee delen van From A Room werden net als Traveller geproduceerd door topproducer Dave Cobb, die nadrukkelijker zijn stempel drukte op het tweede en derde album van Chris Stapleton. Het zijn albums die ook ver buiten de grenzen van de country uit de voeten konden en ook liefhebbers van onder andere bluesrock en Southern rock aanspraken. Zelf was ik overigens vooral onder de indruk van de prachtige duetten met zijn vrouw Morgane Hayes-Stapleton, die met name op het tweede deel van From A Room een prominentere rol speelde.

Zowel Morgane Hayes-Stapleton als producer Brent Cobb keerden terug op het pas aan het eind van 2020 verschenen Starting Over, dat zowel qua invloeden als in muzikaal opzicht nog wat veelzijdiger was, zonder de sterke punten van de eerste drie albums uit het oog te verliezen. Inmiddels zijn we weer drie jaar verder en is eindelijk het vijfde album van Chris Stapleton verschenen.

Ook op Higher vertrouwt Chris Stapleton weer op de kwaliteiten van producer Brent Cobb en ook Morgane Hayes-Stapleton is gelukkig weer van de partij. Ook in andere opzichten is er niet veel veranderd. De ruwe en krachtige stem van de Amerikaanse muzikant bepaalt ook op Higher voor een belangrijk deel het geluid, dat nog steeds de van Brent Cobb bekende jaren 70 vibe heeft.

Higher klinkt bij vlagen heerlijk bluesy, maar Chris Stapleton is zijn liefde voor de countrymuziek ook zeker niet vergeten. Vergeleken met de vorige albums klinkt Higher wel een stuk soulvoller. Chris Stapleton heeft zijn nieuwe album een flinke soulinjectie gegeven en dat past verrassend goed bij zijn rauwe stem. Bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten schakelt de muzikant uit Lexington, Kentucky, dit keer bovendien wat makkelijker tussen traditioneel klinkende Amerikaanse rootsmuziek en de wat moderner klinkende countrymuziek die momenteel in Nashville wordt gemaakt, zonder zijn authentiek klinkende geluid te verliezen en zonder door te slaan richting pop.

Chris Stapleton vertrouwt sinds zijn inmiddels ruim acht jaar oude debuutalbum op een aantal vaste waarden, maar hij slaagt er ook in om steeds weer net wat anders te klinken. Higher bevalt me persoonlijk net wat beter dan Starting Over en From A Room. Enerzijds omdat ik de songs net wat sterker en veelzijdiger vind en anderzijds omdat de soulinjectie op het album de stemmen van Chris Stapleton en Morgane Hayes-Stapleton nog wat hoger optilt. En zo is Higher aan de ene kant precies wat je verwacht, maar aan de andere kant ook weer een verrassing. Erwin Zijleman

Chris Stapleton - Starting Over (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Stapleton - Starting Over - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Chris Stapleton - Starting Over
De afgelopen twee jaar was het stil rond Chris Stapleton, maar met Starting Over onderstreept de Amerikaanse muzikant nog eens de belofte van zijn eerste albums en verkent hij bovendien nieuwe wegen

Met zijn debuut Traveler leverde Chris Stapleton in 2015 een droomdebuut af, waarna de twee albums uit 2017 zijn talent bevestigden. Ook met het deze week verschenen Starting Over maakt Chris Stapleton weer indruk. Op zijn nieuwe album is de Amerikaanse muzikant weer wat minder stijlvast, maar ook de uitstapjes buiten de country zijn zeer de moeite waard. Bijgestaan door twee leden van Tom Petty’s Heartbreakers, zijn vaste band en zijn vrouw Morgane maakt Chris Stapleton ruim 50 minuten indruk met goede songs, geweldige muzikanten, een topproducer en vooral met zijn rauwe strot. Chris Stapleton is de belofte inmiddels al lang voorbij.

Chris Stapleton debuteerde in het voorjaar van 2015 met het uitstekende Traveler, waarmee de Amerikaanse muzikant zich schaarde onder de smaakmakers binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Twee jaar na zijn debuut leverde Chris Stapleton het uit twee delen bestaande From A Room af en bevestigde hij de belofte van zijn zo goed ontvangen debuut.

Sindsdien was Chris Stapleton actief op meerdere terreinen, maar tot een album kwam het helaas niet, tot deze week dan eindelijk de opvolger van From A Room verscheen. Ook Starting Over is weer geproduceerd door de meest gewilde producer in Nashville, Dave Cobb, maar het nieuwe album van Chris Stapleton is zeker geen herhaling van zetten.

Starting Over bevat twee songs van Guy Clark, een song van John Fogerty en elf songs van Chris Stapleton, deels geschreven met anderen, onder wie Mike Campbell, die we ook kennen als lid van The Heartbreakers, de band van de in 2017 overleden Tom Petty. Mike Campbell is niet het enige lid van The Heartbreakers dat is te horen op Starting Over, want ook Heartbreakers pianist en organist Benmont Tench is van de partij op het nieuwe album van Chris Stapleton.

Het is een album dat laat horen dat Chris Stapleton binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan en het is bovendien een album dat laat horen dat Chris Stapleton nog altijd thuis hoort bij de smaakmakers binnen het genre.

Chris Stapleton sloeg op zijn vorige albums een brug tussen rootsmuziek en met name countrymuziek uit het verleden en die uit het heden en dat doet hij ook weer op Starting Over. Het album bevat een aantal songs die herinneren aan de countrymuziek van een aantal decennia geleden, maar Chris Stapleton kan ook eigentijds klinken en kan bovendien makkelijk schakelen naar omliggende genres.

Zeker in de wat traditioneler aandoende countrysongs op het album wordt hij fraai bijgestaan door zijn vrouw Morgane Stapleton, die het perfecte tegenwicht vormt voor de rauwe strot van Chris Stapleton, wat hier en daar herinnert aan de fraaie duetten van Gram Parsons en Emmylou Harris.

Country en vooral wat traditioneel aandoende country speelt een voorname rol op Starting Over, maar Chris Stapleton kan ook uit de voeten met bluesy rock, met stevige rootsrock en countryrock of met meeslepende en soulvolle songs waarin zo nu en dan de strijkers stevig mogen aanzwellen.

Ook in muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig. Het snarenwerk van Chris Stapleton, Mike Campbell en producer Dave Cobb is prachtig en zeer veelzijdig, net als het orgel- en pianospel van meester toetsenist Benmont Tench. Een subtiel spelende ritmesectie en een af en toe opduikende pedal steel maken het over het algemeen vrij ingetogen geluid op Starting Over compleet. Het geluid is over het algemeen vrij ingetogen, maar Starting Over bevat ook een aantal wat stevigere en voller klinkende songs.

Chris Stapleton maakte zijn album voor de coronapandemie Europa en de Verenigde Staten trof, maar zeker wanneer de Amerikaanse muzikant maatschappelijke thema’s aan snijdt is Starting Over absoluut een album van deze tijd. Zelf heb ik een voorkeur voor de net wat meer country getinte songs op het album, maar de uitstapjes buiten de gebaande paden dwingen respect af en zijn in de meeste gevallen geslaagd. Alleen jammer dat hij niet aan de cover van het album is toegekomen. Erwin Zijleman

Chris Stapleton - Traveller (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chris Stapleton - Traveller - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse jaarlijstjes met de beste country platen bekijk ik altijd met interesse, maar ook met de nodige scepsis. In deze lijstjes domineert over het algemeen immers de aalgladde ‘contemporary country’ uit Nashville en dat is meestal niet de country waar ik gek op ben.

Ik begon daarom zonder hele hoge verwachtingen aan de beluistering van Traveller van Chris Stapleton, die dit jaar het best lijkt te scoren in deze country lijstjes, maar ook het label ‘contemporary country’ krijgt opgeplakt.

Dat label moeten we maar heel snel vergeten, want Chris Stapleton heeft met Traveller een fantastische plaat gemaakt, die bij liefhebbers van alle soorten country in de smaak zal vallen.

Traveller is om meerdere redenen een geweldige plaat. Om te beginnen is Chris Stapleton een uitstekende zanger. Hij beschikt over een veelzijdige stem die zowel rauw als gloedvol kan klinken. Het is een stem die het goed doet in de tracks die worden gedomineerd door invloeden uit de country, maar ook in de bluesy of meer soulvolle tracks op de plaat maakt Chris Stapleton diepe indruk met zijn vocalen, die overigens fraai worden gecontrasteerd door een al even mooie vrouwenstem.

Ook de instrumentatie op Traveller is een stuk aansprekender dan die op de meeste countryplaten die het goed doen in de Verenigde Staten. De muzikanten op de plaat beperken zich zeker niet tot een gepolijst Nashville country geluid, maar zijn ook niet vies van lekker stevig rockende tracks, van tracks met vooral invloeden uit de blues en van uiterst ingetogen tracks die dwars door de ziel snijden.

Chris Stapleton schrijft tenslotte ook nog eens songs die je direct een goed gevoel geven, maar het zijn ook songs die je heel vaak wilt horen de komende tijd en die iets met je doen. Ik kan me goed voorstellen dat de aanstekelijke songs het goed doen op de Amerikaanse radiostations, maar het zijn ook songs vol ruwe emotie en passie en het zijn songs die opvallen door subtiele uitstapjes buiten de gebaande paden.

Traveller van Chris Stapleton is zo’n plaat die je bij eerste beluistering al jaren lijkt te kennen, maar het is ook een plaat die langzaam steeds dierbaarder wordt. Ik ben het voor de afwisseling eens volledig eens met de samenstellers van de Amerikaanse country jaarlijstjes (die bovendien, net als ik, zeer onder de indruk waren van de laatste platen van Kacey Musgraves en Ashley Monroe). Topplaat. Erwin Zijleman

Chrissie Hynde - Standing in the Doorway (2021)

Alternatieve titel: Sings Bob Dylan

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chrissie Hynde - Standing In The Doorway (Chrissie Hynde Sings Bob Dylan) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Chrissie Hynde - Standing In The Doorway (Chrissie Hynde Sings Bob Dylan)
Pretenders zangeres Chrissie Hynde vertolkt met veel gevoel een aantal songs van Bob Dylan en doet dit, mede dankzij de fraaie instrumentatie en prima zang, op verrassend overtuigende wijze

Voor de een is het heiligschennis, voor de ander een experiment dat soms goed en soms slechts uitpakt. Ik heb het over het vertolken van songs van de allergrootsten uit de geschiedenis van de popmuziek, zoals in dit geval Bob Dylan. Ik ben altijd wel benieuwd hoe muzikanten het er van af brengen en was vorig jaar onder de indruk van de geweldige prestatie van de onbekende muzikante Emma Swift. Ook Chrissie Hynde weet wel raad met de songs van de oude meester en vertolkt ze met veel gevoel. Samen met Pretenders gitarist James Walbourne heeft ze het album stemmig ingekleurd, maar het zijn toch vooral de vocalen die van Standing In The Doorway een geslaagd album maken.

Eerder dit jaar verscheen Standing In The Doorway (ondertitel: Chrissie Hynde Sings Bob Dylan) van de Britse muzikante Chrissie Hynde en besloot ik om het album te laten liggen. Het feit dat Chrissie Hynde songs van Bob Dylan vertolkt speelde hierbij geen enkele rol. Ik vind het coveren van songs van grootheden uit de muziekgeschiedenis niet snel heiligschennis en een jaar geleden was ik nog heel enthousiast over Blonde On The Tracks van Emma Swift, dat uiteindelijk zelfs dicht tegen mijn jaarlijstje aan schuurde.

Ik heb ook niets tegen Chrissie Hynde, integendeel zelfs. Met de eerste drie albums van The Pretenders leverde ze drie onbetwiste klassiekers af en ook sindsdien tekende ze nog voor een aantal prima albums, zowel solo als met haar band. Ik verwachte op een of andere manier niets van dit album en dat veranderde eigenlijk pas toen Standing In The Doorway deze week, tot mijn grote verrassing, opdook in een aantal aansprekende Britse jaarlijstjes.

Ik heb het in de lente van dit jaar verschenen album vervolgens alsnog beluisterd en het is zeker niet bij één keer gebleven. Chrissie Hynde heeft Standing In The Doorway gemaakt met Pretenders gitarist James Walbourne, die het album heeft voorzien van een zeer smaakvol geluid. Het album werd overigens gemaakt in een periode van lockdowns, waardoor de twee elkaar niet troffen in de studio.

Het is een geluid dat wat mij betreft beter past bij de herfst en de winter dan bij de lente en de zomer, waardoor het achteraf bezien misschien niet zo erg is dat ik het album een tijd heb laten liggen. Het is een smaakvol geluid vol fraaie gitaarlijnen, maar het is ook een geluid dat zich niet overdreven opdringt, waardoor de stem van Chrissie Hynde centraal staat op het album.

Over de vocale kwaliteiten van Chrissie Hynde zijn de meningen verdeeld, wat overigens ook geldt voor die van de oude meester wiens songs ze vertolkt op dit album, maar ik ben altijd wel gecharmeerd van de sten van de Britse muzikante. Het is een stem die wat mij betreft goed past bij het oeuvre van Bob Dylan en die aan kracht wint door het gevoel waarmee Chrissie Hynde de songs van Bob Dylan vertolkt.

Ook op de selectie songs heb ik niets aan te merken. Standing In The Doorway bevat een aantal bekende en een aantal minder bekende Dylan songs, maar het zijn zeker niet de geijkte Dylan songs die voorbij komen op het album. De stem van Chrissie Hynde kleurt fraai bij de ingetogen en sfeervolle klanken op het album en wat mij betreft doet ze recht aan de songs van de oude meester.

Ik ben nog niet zo ver dat ik Standing In The Doorway opschrijf voor mijn jaarlijstje over 2021, maar het album is veel beter dan ik had verwacht en verdient absoluut een plekje op deze BLOG. Bob Dylan’s grootste fans zullen er ongetwijfeld wat van vinden (en ik vermoed niet veel goeds), maar persoonlijk vind ik dat Chrissie Hynde de prachtsongs op het album met veel respect vertolkt en wat mij betreft slaagt ze er ook nog in om iets van haarzelf in de songs te leggen.

Chrissie Hynde vierde onlangs haar zeventigste verjaardag en is dus maar toen jaar jonger dan Bob Dylan, wat me weer verrast. Met Standing In The Doorway laat ze horen dat ze nog wel even mee kan. Hopelijk ligt er daarom nog een mooi Pretenders album in het verschiet na dit zeer verdienstelijke album met Dylan covers. Erwin Zijleman

Chrissie Hynde - Stockholm (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chrissie Hynde - Stockholm - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Stockholm, de eerste echte soloplaat van voormalig Pretenders zangeres Chrissie Hynde, hoeft waarschijnlijk niet te rekenen op enthousiaste reacties van de critici (overigens ook het beroep van Chrissie Hynde voordat ze haar eigen muzikaliteit ontdekte).

Dat is op zich niet vreemd. Het is immers precies 30 jaar geleden dat Chrissie Hynde met The Pretenders de derde prachtplaat op rij afleverde en sinds The Pretenders (1980), The Pretenders II (1981) en Learning To Crawl (1984) valt de oogst nogal tegen, al vind ik persoonlijk dat het slotakkoord van de band, Breaking Up The Concrete uit 2008, nooit de waardering heeft gekregen die deze plaat wel degelijk verdiende.

In Nederland waren we ook al niet enthousiast over de plaat die Chrissie Hynde al weer vier jaar geleden maakte met haar ‘toyboy’ JP Jones en zijn band The Fairground Boys. Ik vond Fidelity! zelf verrassend goed, maar kreeg in Nederland helaas nauwelijks bijval (in de Verenigde Staten en Engeland kon de plaat overigens wel rekenen op positieve recensies).

Inmiddels zijn we weer vier jaar verder. Chrissie Hynde is inmiddels bijna 63 en levert dan eindelijk haar eerste echte soloplaat af. Op Stockholm is geen spoor meer te bekennen van JP Jones, maar dat betekent niet dat Chrissie Hynde er op haar nieuwe plaat alleen voor staat. Op Stockholm, de plek waar de plaat werd opgenomen, werd Chrissie Hynde immers bijgestaan door producer/muzikant Björn Yttling, bekend van Peter, Bjorn en John, maar inmiddels ook een gevestigde naam als producer (Shout Out Louds, Franz Ferdinand, Lykke Li).

Chrissie Hynde hield tot dusver de touwtjes graag in eigen handen, maar Stockholm draagt nadrukkelijk het stempel van Björn Yttling. Dat betekent dat de eerste soloplaat van Chrissie Hynde veel poppier is dan haar werk met The Pretenders, waardoor de plaat in eerste instantie vrij makkelijk vervliegt. Björn Yttling pakt op Stockholm flink uit met een productie die de muzikale erfenis van Phil Spector vermengt met het Zweedse gevoel voor perfecte popmuziek. Stockholm klinkt hierdoor groots en toegankelijk, maar ook wel een beetje glad.

In eerste instantie had ik gemende gevoelens over de plaat. Het is dat Chrissie Hynde beschikt over een uit duizenden herkenbare en wat mij betreft erg aantrekkelijk stem, maar verder was Stockholm in eerste instantie nauwelijks onderscheidend. Inmiddels, vele luisterbeurten verder, ben ik echter behoorlijk verslaafd geraakt aan Stockholm.

Ik ga niet beweren dat Stockholm een vernieuwende plaat is en ga zelfs niet beweren dat Stockholm in artistiek opzicht potten breekt, maar wat klinkt het allemaal lekker. De ene keer zonnig en uitbundig, de volgende keer wat steviger en rauwer, dan weer ingetogen en gloedvol.

Wat na één keer horen nog eenvoudig vervliegt, zit na een paar keer horen voorgoed in het hoofd. De stem van Chrissie Hynde speelt hierbij een voorname rol, maar Björn Yttling verdient minstens net zoveel krediet voor zijn bijna onweerstaanbaar lekker klinkende productie.

Ik zet Stockholm maar weer eens op en vind het wederom een geweldige plaat. Een plaat met geweldige songs en een perfecte uitvoering. Stockholm is voor mij de soundtrack van een mooie zomer. Het is ook een plaat die waarschijnlijk flink gekraakt zal worden door de critici, maar daarmee doe je de eerste soloplaat van Chrissie Hynde absoluut geen recht. Erwin Zijleman

Christian Kjellvander - About Love and Loving Again (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Christian Kjellvander - About Love And Loving Again - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Christian Kjellvander - About Love And Loving Again
Je hoeft niet langer te zoeken naar de soundtrack van de corona pandemie in de donkere seizoenen, want de Zweedse muzikant Christian Kjellvander heeft hem al gemaakt

Ik raakte na een veelbelovende start wat uitgekeken op de muziek van Christian Kjellvander, maar zijn nieuwe album komt aan als de spreekwoordelijke mokerslag. About Love And Loving Again is een aardedonker album vol geweldig gitaarwerk, dat wordt gedragen door de doorleefde strot van de Zweedse muzikant. Het is een album met muziek die zich vaak langzaam voortsleept, maar in de lange tracks op het album is ook voldoende tijd voor experiment en een enkele gitaaruitbarsting. About Love And Loving Again is een ruw en compromisloos album dat perfect past bij deze tijd en dat bij iedere keer horen mooier, indringender en indrukwekkender wordt.

De naam Christian Kjellvander roept bij mij vooral herinneringen op aan de eerste albums van de Zweedse muzikant, die stammen uit het eerste decennium van de huidige eeuw. Ik heb de muzikant uit het Zweedse Österåker vervolgens een tijd gevolgd, maar op een gegeven moment is hij wat uit beeld geraakt door een aantal albums die ik net wat minder interessant vond.

Met About Love And Loving Again heeft Christian Kjellvander mijn volledige aandacht weer te pakken, want wat is dit een mooi album. Christian Kjellvander maakte, zoals het een Scandinaviër betaamt, altijd al muziek die het vooral goed deed in de donkere seizoenen van het jaar en dat gaat ook zeker op voor zijn nieuwe album, dat uitstekend is te typeren met termen als donker, stemmig en melancholisch.

Christian Kjellvander maakt ook op About Love And Loving Again weer indruk met zijn wat donkere stemgeluid, dat in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Nick Cave en vooral Stuart Staples (Tindersticks). De Zweedse muzikant is hiernaast een uitstekend gitarist, wat hij nadrukkelijk laat horen op dit album.

Bijgestaan door drummer Per Nordmark en toetsenist Pelle Andersson laat Christian Kjellvander vaak een donker en wat ingetogen geluid horen op het album dat tijdens de lockdown werd opgenomen. Het is een broeierig geluid dat uitstekend past bij de sfeer op het album en dat de temperatuur vrijwel onmiddellijk op Scandinavische waarden brengt. Vergeleken met zijn vroege albums klinkt de stem van Christian Kjellvander wat donkerder en doorleefder, maar zijn voordracht is ook wat dwingender, waardoor de songs zich stuk voor stuk nadrukkelijk opdringen.

About Love And Loving Again is zeker geen album voor een mooie lentedag of een broeierige zomerdag, maar nu de avonden langer en kouder worden komt de muziek van Christian Kjellvander fraai tot zijn recht. De Zweedse muzikant koos nooit voor de makkelijkste weg en doet dat ook niet op zijn nieuwe album.

Net als je je volledig hebt ondergedompeld in de fraaie en stemmige klanken en je mee laat voeren door de indringende vocalen, kan de muziek van Christian Kjellvander zomaar ontsporen in gitaargeweld, om vervolgens in een paar noten tijd weer uit te komen bij klanken die net zo goed bloedmooi als spookachtig kunnen worden genoemd.

Ik was zoals gezegd wat uitgekeken op de muziek van Christian Kjellvander, maar About Love And Loving Again is een album dat je direct bij de eerste noten ruw vastgrijpt en pas weer los laat wanneer de laatste noten na ruim 47 minuten weg ebben. Dat Christian Kjellvander niet altijd kiest voor de makkelijkste weg blijkt overigens ook wel uit het feit dat het album slechts zeven songs bevat, waarvan er 5 bijna of ruim 7 minuten duren, wat de mogelijkheid biedt om flink te experimenteren.

En terwijl de regen tegen de ruiten klettert en de wind langs het huis giert wordt het nieuwe album van Christian Kjellvander alleen maar mooier en indringender. En het is niet eens zijn eerste album dit jaar, want het samen met de band Tonbruket en onder de naam Kjellvandertonbruket gemaakte Doom Country verscheen eerder dit jaar en is bijna net zo indrukwekkend. Een dubbele hernieuwde kennismaking dus met Christian Kjellvander en het is er een die ik best imponerend durf te noemen. Erwin Zijleman

Christian Lee Hutson - Beginners (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Christian Lee Hutson - Beginners - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Christian Lee Hutson - Beginners
Aan de hand van Phoebe Lee Bridgers levert de Amerikaanse singer-songwriter Christian Lee Hutson een veelkleurig debuut af, dat alleen maar mooier en aangenamer wordt

Christian Lee Hutson probeerde het tien jaar geleden al eens, maar destijds zonder succes. De kans op succes met het onlangs verschenen Beginners is een stuk groter, al is het maar omdat de muzikant uit Los Angeles niemand minder dan Phoebe Bridgers heeft weten te strikken als producer. Het levert een album op dat het hele spectrum tussen Paul Simon en Elliott Smith bestrijkt en dat zich weet te onderscheiden door een veelkleurige instrumentatie vol fraaie accenten en door songs vol weemoed. Zeker de wat rijker ingekleurde songs maken makkelijk indruk, maar ook in de uiterst sobere tracks op het album blijft Christian Lee Hutson makkelijk overeind.

Christian Lee Hutson is een protegee van Phoebe Bridgers, die het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant produceerde en bovendien een deel van de achtergrondzang voor haar rekening nam. De afgelopen twee jaar veranderde bijna alles dat Phoebe Bridgers aanraakte in goud. Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar Beginners van Christian Lee Hutson.

Beginners is overigens niet het debuut van de muzikant uit Los Angeles. Een jaar of tien geleden maakte hij al eens twee albums, die echter nergens meer te vinden zijn. Laten we het er dus maar op houden dat Beginners het officiële debuut is van de Californische muzikant.

Beginners opent met Atheist, een betrekkelijk ingetogen track, waarin de stem van Christian Lee Hutson wordt gecombineerd met fraai akoestisch fingerpicking gitaarspel. Het doet zowel qua instrumentatie, als qua sfeer en zang denken aan Elliott Smith. Het is mooi, maar er is meer nodig om ook maar enigszins in de schaduw van de betreurde singer-songwriter uit Portland, Oregon, te mogen staan.

Dat hebben Christian Lee Hutson en zijn producer Phoebe Bridgers goed begrepen, want de meeste songs op Beginners zijn rijker en avontuurlijker ingekleurd. Prachtig gearrangeerde strijkers domineren de instrumentatie in Talk, de tweede track op het album, waarin Christian Lee Hutson met zijn zang opeens meer lijkt op Paul Simon dan op Elliott Smith. Net als Phoebe Bridgers heeft de singer-songwriter uit Los Angeles een voorkeur voor wat weemoedige popliedjes en het zijn weemoedige popliedjes die van extra lading worden voorzien door de strijkers, die in vier van de tien tracks op het album een belangrijke rol spelen.

Ook Lose This Number, de derde track op het album wordt gedomineerd door een combinatie van vol klinkende akoestische gitaren en wonderschone strijkers, maar in deze track duiken ook voor het eerst de harmonieën van Phoebe Bridgers op, die het album weer van andere kleuren voorzien. Het fraaie Unforgivable profiteert ook van de zo herkenbare stem van Phoebe Bridgers en wordt verder ingekleurd met een stemmige trompet en fraai klinkende synths.

De bijzondere instrumentatie zorgt er voor dat Christian Lee Hutson zich wat mij betreft weet te onderscheiden van de 1001 andere mannelijke singer-songwriters die momenteel strijden om de aandacht van de muziekliefhebbers. Met zijn zang en songs is de muzikant uit Los Angeles net wat minder onderscheidend, al vind ik zang op het album absoluut aangenaam en houden zijn songs de aandacht makkelijk vast, ook als de vergelijking met Elliott Smith zich net wat te stevig opdringt.

Net als het wat in lijkt te zakken, voegt Christian Lee Hutson in Twin Soul, de zesde track op het album, wat meer pit toe met stevigere drums, steviger aangezette synths en wederom een fraaie trompet en slaagt hij er in om weer net wat anders te klinken. Nadat in Seven Lakes de zwaar aangezette strijkers zijn teruggekeerd slaagt de Amerikaanse muzikant er in Get The Old Band Back Together er nogmaals in om anders te klinken door te kiezen voor net wat steviger aangezette elektrische gitaren en een koortje, waarin naast Phoebe Bridgers ook onder andere Lucy Dacus act de présence geeft.

Het wordt nog eens herhaald in de slottrack Single For The Summer waarin na een sobere opening alles uit de kast wordt getrokken met koortjes en strijkers. Een mooi slotakkoord van een al met al een bijzonder fraai album. Erwin Zijleman

Christian Lee Hutson - Quitters (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Christian Lee Hutson - Quitters - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Christian Lee Hutson - Quitters
Na het uitstekende Beginners uit 2020, keert de Amerikaanse muzikant Christian Lee Hutson terug met het nog betere Quitters, waarop hij zich wederom verzekerd weet van de diensten van Phoebe Bridgers

Christian Lee Hutson deed op zijn debuutalbum afwisselend denken aan Elliott Smith en Paul Simon, maar de Amerikaanse muzikant liet ook veel van zichzelf horen op het door Phoebe Bridgers geproduceerde album. Deze week keert Christian Lee Hutson terug met Quitters, dat in alle opzichten groei laat horen. Naast Phoebe Bridgers schoof ook Conor Oberst aan voor de productie van een album dat nog interessanter is dan zijn voorganger. Het is nog altijd een album dat herinnert aan de muziek van Elliott Smith, maar het stempel van Christian Lee Hutson zelf is dit keer ook duidelijker. Het levert een mooi en melancholisch album op dat de Amerikaanse muzikant definitief op de kaart zet als talent.

Bijna twee jaar geleden verscheen Beginners, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant Christian Lee Hutson. Het is een naam die niet direct een belletje deed rinkelen, maar Beginners trok flink wat aandacht dankzij de productie van het album door niemand minder dan Phoebe Bridgers en de gastbijdragen van onder andere Lucy Dacus, Meg Duffy, Conor Oberst en wederom Phoebe Bridgers. Met Beginners manoeuvreerde Christian Lee Hutson zich ergens tussen Paul Simon en Elliott Smith in en maakte hij indruk met mooie en vaak flink melancholische popliedjes.

Deze week verscheen het tweede album van de muzikant uit Los Angeles en ook voor Quitters kon Christian Lee Hutson een beroep doen op Phoebe Bridgers. Quitters werd geproduceerd door Phoebe Bridgers en Conor Oberst, die het tweede album van Christian Lee Hutson hebben voorzien van een wat verzorgder geluid.

Het is een geluid dat ook dit keer vrijwel onmiddellijk associaties oproept met de muziek van Elliott Smith. Dat ligt voor een belangrijk deel aan de stem van Christian Lee Hutson en zijn manier van zingen, maar ook de klanken op het album en de enorme bak melancholie die over je uit wordt gestort dragen bij aan de gelijkenis met de muziek van Elliott Smith, die overigens vooral sterk is in de meest ingetogen songs op het album.

Op Beginners keek Christian Lee Hutson terug op zijn jeugd, maar Quitters speelt zich af in het heden en staat stil bij de worstelingen van jonge dertigers in de Verenigde Staten. Op zijn bandcamp pagina bedankt de Amerikaanse muzikant de Amerikaanse schrijver Scott McClanahan en zijn boek The Sarah Book voor alle inspiratie, maar Christian Lee Hutson is zelf ook goed met woorden en schrijft mooie teksten. Net als op Beginners laat de muzikant uit Los Angeles zich bijstaan door een aantal gastmuzikanten en duikt hier en daar de stem van Phoebe Bridgers op, wat de songs op Quitters voorziet van extra kleur.

Hier en daar schuurt Christian Lee Hutson heel dicht tegen de muzikale erfenis van Elliott Smith aan en wordt nog maar eens onderstreept hoe deze veel te vroeg overleden singer-songwriter wordt gemist. Ook de vergelijking met Paul Simon is op Quitters niet helemaal onzinnig, zeker niet wanneer Christian Lee Hutson net wat expressiever zingt en de instrumentatie wat rijker is en bijvoorbeeld wordt aangevuld met blazers, zoals in het zeer fraaie Age Difference. Vergeleken met Beginners doet Christian Lee Hutson wat meer uitstapjes buiten de gebaande paden, als in het veel elektronischer en experimenteler klinkende Creature Feature, en eigenlijk gaat alles hem goed af op zijn tweede album.

Hulp van gerenommeerde muzikanten als Phoebe Bridgers en Conor Oberst is natuurlijk mooi meegenomen, maar ik heb het idee dat Christian Lee Hutson het op eigen kracht ook makkelijk zou redden. Op Quitters overtuigt de Amerikaanse als zanger, gitarist, tekstschrijver en songwriter en zet hij nog wat extra stappen vergeleken met zijn terecht goed ontvangen debuutalbum. Beginners blijft een prachtig album, maar Quitters is op alle fronten net wat beter en bovendien constanter van kwaliteit. Na Quitters trek ik Either/Or of XO van Elliott Smith maar weer eens uit de kast, maar het tweede album van Christian Lee Hutson keert absoluut snel terug. Erwin Zijleman

Christina LaRocca - These Are My Whiskey Dreams​.​.​. (2019)

poster
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Christina LaRocca - These Are My Whiskey Dreams... - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Christina LaRocca - These Are My Whiskey Dreams...
Christina LaRocca imponeert op haar nieuwe album met een geweldige stem, maar maakt ook indruk met songs die een opvallend breed palet bestrijken

These Are My Whiskey Dreams... is mijn eerste kennismaking met de muziek van Christina LaRocca en het is een kennismaking die indruk heeft gemaakt. De Amerikaanse muzikante is voorzien van een rauwe strot vol soul, maar kan ook prachtig ingetogen zingen of juist stevig rocken. De singer-songwriter kreeg hulp van een aantal succesvolle producers, die haar wat meer de kant van de pop op duwen, maar ook binnen de rootsmuziek kan Christina LaRocca uitstekend uit de voeten. Het schiet misschien net wat te veel kanten op, maar de meeste tracks zijn van hoog niveau. Die wereldplaat van Christina LaRocca komt nog wel, maar ook dit album zou ik niet laten liggen.

Het aantal nieuwe releases binnen de Amerikaanse rootsmuziek is het hele jaar al zo groot dat ik onmogelijk alles dat ik binnen krijg kan beluisteren, al is het maar omdat er ook nog flink wat andere genres zijn die ik liefheb. De laatste weken is het net wat rustiger, waardoor ook de minder bekende singer-songwriters in het rootssegment een grotere kans hebben op aandacht.

De afgelopen week viel vooral These Are My Whiskey Dreams... van Christina LaRocca me op. De in New York geboren en opgegroeide singer-songwriter opereert al enkele jaren vanuit Los Angeles en bracht al een tweetal albums uit. Met het uitstekende These Are My Whiskey Dreams... moet ze in staat worden geacht om in bredere kring aandacht te trekken, want het album staat vol met aansprekende en lekker in het gehoor liggende songs.

In de openingstrack A Man Like You maakt Christina LaRocca direct duidelijk wat haar sterkste wapen is, want haar soulvolle strot knalt werkelijk uit de speakers. De stem van de Amerikaanse singer-songwriter met Italiaanse wortels is niet alleen soulvol, maar ook verrassend krachtig en rauw. Het is een stem waarmee ze je direct bij de strot grijpt en dit ook blijft doen.

Ook in muzikaal opzicht imponeert de muzikante uit Los Angeles. These Are My Whiskey Dreams... staat bol van de invloeden uit de soul, maar kan ook uit de voeten met blues, country en pop. Hier blijft het niet bij, want de soulvolle openingstrack slaat aan het eind om in een reggae deuntje. En zo verrast These Are My Whiskey Dreams... veel vaker.

Ik had nog nooit van Christina LaRocca gehoord, maar in de Los Angeles scene moet ze de afgelopen jaren indruk gemaakt hebben. Op haar album krijgt ze niet alleen gezelschap van een aantal uitstekende muzikanten, maar ook van een aantal producers die hun sporen in de muziek meer dan verdiend hebben. Zo gaven onder andere Andros Rodriguez (Pharrell, Justin Timberlake, Christina Aguilera) en Alex Arias (Cher, Santana, Joe Cocker) act de presence en dat hoor je.

These Are My Whiskey Dreams... is door de inzet van geweldige muzikanten en meerdere ervaren producers voorzien van een lekker afwisselend geluid. Het is een geluid dat varieert van moddervet en soulvol tot stemmig en ingetogen. Wanneer de instrumentatie flink wordt aangezet zingt Christina LaRocca de pannen van het dak, maar wanneer gas terug wordt genomen overtuigt ze net zo makkelijk met fraaie en emotievolle vocalen. De instrumentatie en productie zijn steeds perfect afgestemd op de krachtige stem van de singer-songwriter uit Los Angeles, wat de songs op het album een flink stuk optilt.

These Are My Whiskey Dreams... is bij vlagen een uitstekend rootsalbum, maar het is ook een album dat opzichtig flirt met hitgevoelige pop. Christina LaRocca doet dit wel op zeer smaakvolle wijze, waardoor de lichtvoetige songs met een sprankje zomer niet al te zeer uit de toon vallen, al is de zomerhit Smoke Marijuana wel een stuk zwakker dan de intense songs waarin Christina LaRocca de soul uit haar tenen laat komen.

Aan het eind van het album laat de Amerikaanse singer-songwriter ook nog eens horen dat ze met stevigere rock uit de voeten kan. Ook net wat minder geslaagd dan de meer roots georiënteerde songs op de rest van het album, maar de stem van Christina LaRocca kan het absoluut aan.

Wanneer ik luister naar These Are My Whiskey Dreams... weet ik zeker dat er nog veel meer in zit, maar ook dit album is al veel te goed om te laten liggen, al is het maar omdat een aantal songs goed zijn voor kippenvel. Erwin Zijleman

Christine and the Queens - Chaleur Humaine (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Christine And The Queens - Chaleur Humaine - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Christine And The Queens; het is in Frankrijk inmiddels al een tijdje een ware sensatie, maar nu moet dan ook Nederland gaan vallen voor charmes van de Franse zangeres.

De kans dat dit gaat lukken lijkt me levensgroot, want Christine And The Queens heeft met Chaleur Humaine een debuut afgeleverd dat met geen mogelijkheid is te weerstaan.

Achter Christine And The Queens gaat de uit Nantes afkomstige zangeres Héloïse Létissier schuil. Héloïse Létissier kreeg in haar jeugd ongetwijfeld de Franse popmuziek met de paplepel ingegoten, maar heeft de afgelopen jaren ook goed buiten de Franse landsgrenzen geluisterd. Het levert op Chaleur Humaine een even verrassende als sprankelende mix van stijlen op.

Het debuut van Christine And The Queens heeft het zwoele en verleidelijke van Franse popmuziek, heeft het aanstekelijke van de Amerikaanse popprinsessen en biedt ook nog eens alle ruimte aan elektronisch avontuur.

Héloïse Létissier laat zich niet beperken tot één stijl en beperkt zich evenmin tot één taal. Chaleur Humaine is deels Engelstalig en deels Franstalig (en vaak Engelstalig en Franstalig door elkaar), maar het grappige is dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt in welke taal Héloïse Létissier zingt. Chaleur Humaine is altijd even verleidelijk, waardoor de plaat altijd goed is voor lentekriebels en zonnestralen.

Chaleur Humaine is echter ook een plaat die je moet ontdekken. In eerste instantie heb je vooral oor voor de zwoele bovenlaag, maar al snel krijg je ook aandacht voor de hele bijzondere instrumentatie van de plaat. Waar Franse zangeressen zich bij voorkeur omgeven met klanken die aansluiten bij de rijke muzikale historie van het land of kiezen voor een vleugje bossa nova, heeft Héloïse Létissier op het debuut van Christine And The Queens gekozen voor een broeierig elektronisch geluid.

Het is een subtiel en avontuurlijk geluid, dat de songs van Christine And The Queens steeds weer een net wat andere kant op sleurt en ook nog eens prachtig kleurt bij de warme stem van Héloïse Létissier, die lieflijk kan fluisteren, maar ook opvallend doorleefd en soulvol kan zingen. Het is een geluid dat vaak fris en modern klinkt, maar ook zo nu en dan teruggrijpt op elektronische muziek van een aantal decennia geleden, waarbij Eurodisco, Kraftwerk en 80s synthpop aan elkaar worden geregen.

Wanneer je eenmaal bent verleid door de zwoele vocalen van Héloïse Létissier en betoverd door de avontuurlijke klanken op Chaleur Humaine, zijn er ook nog de songs op Chaleur Humaine. Iedereen die de onweerstaanbare single Christine kent weet dat Héloïse Létissier songs kan schrijven die na één keer horen voorgoed in je hoofd zitten, maar de Française is ook niet bang voor typisch Franse ballads, voor sprankelende zomerliedjes of juist voor songs die veel lastiger zijn te doorgronden.

Chaleur Humaine is inmiddels enkele weken een trouwe metgezel, maar nog steeds hoor ik nieuwe dingen op de plaat. Christine And The Queens werd in Frankrijk maanden geleden al op de juiste waarde geschat. Nu is het de beurt aan Nederland. Laat hem niet liggen, want met Chaleur Humaine wordt de zomer echt een stuk leuker. Erwin Zijleman

Christine and the Queens - Chris (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Christine And The Queens - Chris - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Christine And The Queens klinkt wat meer mainstream maar verleidt ook weer nadrukkelijk (vooral met de Franse versie van Chris)
Christine And The Queens was al wereldberoemd in Frankrijk toen het debuut van Héloïse Létissier ook in Nederland warm werd onthaald. Er is lang gewerkt aan de opvolger en die moet gaan zorgen voor wereldheerschappij. Ik geef de wat mainstream klinkende Engelse versie een goede kans, maar geef mij de Franse versie van de plaat maar. Op een of andere manier weet deze versie niet alleen veel meer te verleiden, maar sprankelt en prikkelt het ook veel meer. Lekkere plaat voor en fantastische nazomer.


Christine & The Queens was in Frankrijk al onthaald als een sensatie toen het alter ego van Héloïse Létissier in de lente van 2015 voor het eerst opdook in Nederland. Chaleur Humaine, het debuut van de uit Nantes afkomstige muzikante, bleek een hele goede en vooral volstrekt onweerstaanbare plaat.

Héloïse Létissier citeerde op haar debuut nadrukkelijk uit de archieven van de zwoele Franse popmuziek, maar bleek ook heel goed te hebben geluisterd naar de meest succesvolle popmuziek uit de Verenigde Staten en naar de elektronische popmuziek van de laatste decennia. Chaleur Humaine koppelde hierdoor Franse verleiding aan de aanstekelijkheid van de Amerikaanse popprinsessen en durfde ook nog eens buiten de lijntjes te kleuren met een avontuurlijk elektronisch geluid en teksten in zowel het Engels als het Frans.

Het debuut van Christine And The Queens kleurde de lente van 2015 bijzonder aangenaam in en deed absoluut uitzien naar meer. Voor dat meer heeft Héloïse Létissier de tijd genomen, want inmiddels zijn we ruim drie jaar verder. Christine And The Queens scoorde met haar debuut ver buiten de eigen landsgrenzen, maar voor de sterrenstatus zat dat Frans misschien toch wel wat in de weg. Het is pragmatisch opgelost, want de nieuwe plaat van de Franse muzikante komt zowel in een Engelse als in een Franse versie.

De platenmaatschappij gaat er van uit dat we in Nederland de Engelse versie het meest zullen waarderen, dus die krijgen we als eerste voorgeschoteld. Ik hoor op Chris zeker wat terug van het zo knappe debuut van Christine And The Queens, maar de plaat klinkt ook wel wat meer mainstream en citeert nadrukkelijker uit de Amerikaanse popmuziek dan uit de Franse. Vergeleken met de Amerikaanse popprinsessen klinkt Héloïse Létissier echter nog altijd een stuk avontuurlijker en het Franse accent zorgt nog altijd voor een zwoel tintje.

De Engelstalige songs op Chris luisteren lekker weg, maar zo onderscheidend als het debuut vind ik het niet meer. Het meest onderscheidend zijn wat mij betreft de zich wat langzamer voortslepende en wat broeierigere songs, waarin Christine And The Queens een net wat meer eigen geluid laat horen en ook nadrukkelijker het avontuur opzoekt en verrast met elektronische accenten die een brede kennis van de elektronische popmuziek verraden.

Na de Engelse versie heb ik uiteraard ook de Franse versie beluisterd en die bevalt me echt veel beter. Ik had niet verwacht dat taal zoveel verschil zou maken, maar op de Franse versie van Chris hoor ik veel meer van het briljante debuut van de Française, hoor ik meer avontuur en veel meer verleiding. Waar de Engelse versie wat gewoontjes klinkt, zorgt de Franse versie van Chris meteen voor zonnestralen en ben ik toch weer flink onder de indruk van Christine And The Queens. Laat die nazomer dus maar beginnen en heel lang duren. Erwin Zijleman

Christine and the Queens - PARANOÏA, ANGELS, TRUE LOVE (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Christine And The Queens - PARANOÏA, ANGELS, TRUE LOVE - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Christine And The Queens - PARANOÏA, ANGELS, TRUE LOVE
Het vorige album van Christine And The Queens kreeg schandalig weinig aandacht, maar de Franse muzikant revancheert zich met PARANOÏA, ANGELS, TRUE LOVE, dat absoluut een meesterwerk genoemd mag worden

Het vierde album van Christine And The Queens schotelt de nietsvermoedende luisteraar meer dan anderhalf uur muziek voor en het is muziek die alle kanten op kan en ook nog eens behoorlijk zwaar is aangezet. Toch is PARANOÏA, ANGELS, TRUE LOVE geen zware kost, want de Franse muzikant strooit op het nieuwe album met geweldige popsongs. Het zijn popsongs die het avontuur of zelfs het experiment niet schuwen, maar ondertussen klopt alles op dit fascinerende album. Het vorige meesterwerk van Christine And The Queens werd vorig jaar nauwelijks opgemerkt, maar het briljante PARANOÏA, ANGELS, TRUE LOVE verdient echt een veel beter lot.

Christine And The Queens, het alter ego van Héloïse Létissier, dook in 2014 op met het uitstekende Chaleur Humaine. Het album werd, met name door de geweldige single Christine, snel opgepikt door liefhebbers van zwoele Franse popmuziek, maar direct bij eerste beluistering van Chaleur Humaine was duidelijk dat Héloïse Létissier niet het zoveelste Franse zuchtmeisje was. Het debuutalbum van Christine And The Queens blonk uit door avontuurlijk ingekleurde elektronische popsongs, die de exceptionele songwriting skills van Héloïse Létissier bloot legden.

Nadat het debuutalbum van Christine And The Queens in 2015 in een Engelstalige versie was verschenen, dook Christine And The Queens in 2018 op met het zowel in een Engelstalige als een Franstalige versie uitgebrachte Chris. Héloïse Létissier ging inmiddels als Chris door het leven en gaf aan zichzelf man te voelen. Ook Chris was een geweldig popalbum, al sloeg ik het uiteindelijk net wat minder hoog aan dan het debuutalbum.

Voor het volgende album van Christine And The Queens moesten we wachten tot 2022 toen Redcar Les Adorables Étoiles verscheen. Het grotendeels Franstalige album, waarop Héloïse Létissier zichzelf presenteerde als Redcar, was een sensationeel goed album, dat om onduidelijke redenen nauwelijks werd opgepikt. Ik heb het album de afgelopen weken weer met enige regelmaat beluisterd en raakte steeds meer onder de indruk van de bonte mix aan stijlen, het fascinerende klankentapijt en de eindeloze experimenteerdrang van de Franse muzikant.

Héloïse Létissier noemt zich inmiddels Red en komt deze week met de opvolger van Redcar Les Adorables Étoiles. PARANOÏA, ANGELS, TRUE LOVE is weer een grotendeels Engelstalig album en bevat ruim anderhalf uur muziek. In drie van de twintig tracks op het album duikt Madonna op als gast, maar Christine And The Queens heeft de kroon van de voormalige Queen of Pop al lang overgenomen. PARANOÏA, ANGELS, TRUE LOVE is een ontstellend goed album en een ware masterclass in het maken van hoogstaande popmuziek.

Christine And The Queens kiest ook deze keer voor een bonte mix aan stijlen en heeft het grotendeels elektronische klankentapijt op het album verrijkt met heel veel avontuur. De ene keer vliegen de gitaren uit de bocht, de volgende keer klinkt een weemoedige piano, maar meestal vertrouwt de Franse muzikant op zwaar aangezette elektronica en broeierige beats.

Natuurlijk is ruim anderhalf uur muziek heel erg veel en misschien teveel, maar ik heb inmiddels toch al een aantal keren ademloos geluisterd naar de fascinerende roller coaster ride van Christine And The Queens. Zeker wanneer je het album als geheel beluisterd, grijpen de knappe songs van de Franse muzikant fraai in elkaar en ontvouwt zich een conceptalbum dat je steeds weer op het verkeerde been zet, maar dat je ook steeds meer betovert.

Het deels door de dood van zijn moeder geïnspireerde album is bij vlagen loodzwaar en aardedonker, maar het nieuwe album van Christine And The Queens is ook een album vol wonderschone popsongs vol zeggingskracht. Natuurlijk moet je van pop houden om te kunnen genieten van PARANOÏA, ANGELS, TRUE LOVE, maar als je van pop houdt krijg je met dit album een waar meesterwerk, of volgens The Guardian ‘a grief-stricken masterpiece’, in handen. Erwin Zijleman

Christine and the Queens - Redcar les adorables étoiles (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Christine And The Queens - Redcar Les Adorables Étoiles - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Christine And The Queens - Redcar Les Adorables Étoiles
Christine And The Queens kiest op Redcar Les Adorables Étoiles zeker niet voor de makkelijkste weg, maar het derde album van de Franse muzikant blijkt na enige gewenning een fascinerende luistertrip vol moois

Op basis van de eerste twee albums lag het voor de hand dat Christine And The Queens op het derde album een gooi zou doen richting wereldheerschappij in de pop, maar Redcar Les Adorables Étoiles is ander album geworden. De mainstream pop van de eerste twee albums heeft plaats gemaakt voor een veel complexer geluid. Het is een geluid waarin nog altijd plaats is voor zowel invloeden uit de Franse popmuziek als de elektronische mainstream popmuziek, maar de songs op Redcar Les Adorables Étoiles zijn een stuk complexer. Het volle geluid met een flinke batterij elektronica en meerdere lagen zang kost in eerste instantie wat energie, maar het is de investering meer dan waard.

Met het in 2014 verschenen Chaleur Humaine zette Héloïse Létissier zichzelf op de kaart als een van de grote talenten binnen de Franse popmuziek. Het duurde even voor de ster van Héloïse Létissier ook buiten Frankrijk begon te stralen, maar uiteindelijk viel ook de rest van Europa voor de charmes van Christine And The Queens.

Het geluid van Christine And The Queens werd geperfectioneerd op het in 2018 verschenen Chris, dat zowel in een Engelstalige als een Franstalige versie verscheen. Deze twee versies lieten goed horen hoe belangrijk taal is, want ik vond de Franstalige versie van Chris echt veel mooier dan de Engelstalige versie. Het is wat mij betreft dan ook goed nieuws dat Christine And The Queens op het vorige maand verschenen Redcar Les Adorables Étoiles weer voornamelijk kiest voor het Frans, met hier en daar wat kleine uitstapjes naar het Engels.

Héloïse Létissier gaat inmiddels als man door het leven en presenteert op Redcar Les Adorables Étoiles haar nieuwe alter ego Redcar. Voor de zang heeft dat vooralsnog geen gevolgen gehad, maar in muzikaal opzicht is Redcar Les Adorables Étoiles toch een duidelijk ander album dan zijn twee voorgangers, al zijn de ingrediënten nog voor een belangrijk deel gelijk.

Waar Chaleur Humaine en Chris zich makkelijk en vrijwel onmiddellijk opdrongen, vond ik het derde album van Christine And The Queens bij mijn eerste beluisteringen een lastig album. Ook op Redcar Les Adorables Étoiles staan een aantal potentiële hits, maar de Franse muzikant kiest veel vaker voor het experiment dan op de vorige twee albums.

Christine And The Queens maakt nog altijd muziek die voor een deel onmiskenbaar Frans is, maar ook dit keer wordt stevig geflirt met de elektronische popmuziek die buiten Frankrijk wordt gemaakt. De Franse invloeden op Redcar Les Adorables Étoiles sluiten voor een belangrijk deel aan op de moderne Franse popmuziek, maar in een aantal songs wordt ook nadrukkelijk terug gegrepen op het Franse chanson met hier en daar uitstapjes richting Noord-Afrika en het Midden Oosten. Hier tegenover staan invloeden uit de Amerikaanse popmuziek, met hier en daar uitstapjes richting synthpop.

Redcar Les Adorables Étoiles is ingekleurd met een flinke batterij elektronica en klinkt behoorlijk vol of zelfs overweldigend. De muziek van Christine And The Queens is op het nieuwe album ook net wat donkerder, al is er ook ruimte voor wat zonniger klinkende songs. Zeker bij de eerste beluisteringen is het wat zoeken naar de aanstekelijke popliedjes die zich na één keer horen in het hoofd nestelen.

Redcar Les Adorables Étoiles bevat vooral wat complexere en ook wat naar binnen gekeerde songs, die zeker in de wat langere tracks, ruimte opeisen voor het experiment. Christine And The Queens had een album kunnen maken waarmee internationaal succes verzekerd zou zijn, maar het siert de Franse muzikant dat is gekozen voor een veel complexer album. Ik moest er even aan wennen, maar inmiddels hoor ik de klasse op Redcar Les Adorables Étoiles en overtuigt de ene na de andere song op het album me moeiteloos. Het in één keer beluisteren van Redcar Les Adorables Étoiles is een energie slurpende exercitie, maar het levert ook een fascinerende luistertrip op, waarin uiteindelijk alles in elkaar grijpt. Erwin Zijleman

Christof van der Ven - You Were the Place (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Christof van der Ven - You Were The Place - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Christof van der Ven - You Were The Place
De Nederlandse muzikant Christof van der Ven levert een intiem en emotievol breakup album af, maar ook een album van een bijzondere schoonheid

Christof van der Ven liet Brabant een paar jaar geleden achter zich om zijn geluk te beproeven als muzikant in Ierland. Het heeft hem geen windeieren gelegd, want na een grote tour met Bear’s Den levert de Nederlandse muzikant nu een album af waarmee hij internationaal mee doet. You Were The Place staat vol met prachtig klinkende indie-folk, die zowel vol als uiterst sober kan klinken. Het past prachtig bij de bijzondere stem van Christof van der Ven, die op zijn nieuwe album een misgelopen liefdesrelatie van zich af zingt. You Were The Place komt door alle melancholie hard aan, maar verrast ook met songs vol fraaie accenten en diepgang.

Christof van der Ven verliet als jonge twintiger zijn Brabantse geboortedorp om zijn droom na te jagen. Hij vestigde zich in Ierland en probeerde zijn brood te verdienen als muzikant. Dat lukt tot nu toe heel aardig.

De tegenwoordig vanuit Londen opererende Christof van der Ven mocht als support-act mee met een aantal Ierse bands en schopte het uiteindelijk zelfs tot tourlid van de zeer succesvolle Ierse band Bear’s Den. Verder maakte de Nederlandse muzikant vorig jaar het warm onthaalde soloalbum Empty Handed en nu is er dan een tweede album.

Empty Handed kon mij vorig jaar nog niet volledig overtuigen, maar het deze week verschenen You Were The Place is een stuk beter. De Nederlandse muzikant maakt ook op zijn tweede album mooi verzorgde indie-folk, die hier en daar dicht tegen de muziek van het al eerder genoemde Bear’s Den schuurt, maar ook meer ingetogen of juist uitbundiger kan klinken.

In de meest uitbundige momenten maakt Christof van der Ven de muziek die Coldplay had kunnen maken als het na het eerste album had gekozen voor introspectie in plaats van het grote gebaar, maar You Were The Place bevat ook een aantal zeer intieme songs die juist weer herinneren aan onder andere Fleet Foxes en aan de eerste stapjes van Bon Iver in de muziek (stapjes die ik overigens meer kan waarderen dan zijn meest recente werk).

Bijgestaan door een aantal muzikale vrienden (onder wie leden van Bear’s Den en Matthew & The Atlas en de talentvolle multi-instrumentalist Emma Gatrill, die eerder dit jaar het album van Rozi Plain zo prachtig inkleurde) heeft Christof van der Ven een prachtig klinkend album opgenomen. Er is hoorbaar veel zorg besteed aan de arrangementen op en de productie van het album, de laatste van de hand van Marcus Hamblett (Villagers, Bear's Den), waardoor in alle songs veel moois is verstopt. You Were The Place klinkt hier en daar flink vol, maar het is ook een album dat ademt en intiem klinkt.

Ook in vocaal opzicht is het tweede album van Christof van der Ven een sterk album. De Nederlandse muzikant beschikt over een bijzondere stem en het is een stem vol gevoel en emotie. Bij beluistering van You Were The Place slaat zich een deken vol melancholie om je heen. Dat is ook niet zo gek, want Christof van der Ven schreef de songs voor zijn nieuwe album na het stuklopen van een prille maar intense liefdesrelatie. Het maakt van You Were The Place een echt breakup album en het is in dit hokje een hele mooie.

Het is bijzonder hoe warme, atmosferische en soms bijna sprookjesachtige klanken worden gecombineerd met zang vol pijn en teksten vol poëzie. Het voorziet het album van een bijzondere lading, zeker wanneer het tempo laag ligt en de instrumentatie relatief sober is gehouden, maar ook de grootser klinkende songs van Christof van der Ven kruipen makkelijk onder de huid. Het levert een album met internationale allure op, waarmee de Nederlandse muzikant bewijst dat hij een paar jaar geleden een verstandige keuze heeft gemaakt. Erwin Zijleman

Christone "Kingfish" Ingram - 662 (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Christone "Kingfish" Ingram - 662
Christone "Kingfish" Ingram speelde als tiener al de pannen van het dak, maar is met zijn tweede album uitgegroeid tot een van de smaakmakers binnen de hedendaagse bluesmuziek

Kingfish, het debuut van een pas twintig jaar oude muzikant uit Clarksdale, Mississippi, sloeg net iets meer dan twee jaar geleden in als een bom, maar kwam voor iedereen die de carrière van Christone "Kingfish" Ingram al een tijdje had gevolgd zeker niet als een verrassing. Op zijn tweede album laat de jonge bluesmuzikant horen dat het nog een stukje beter kan. Zowel de songs als de zang en het gitaarspel zijn op 662 nog wat beter dan op het zo imponerende debuut en bevat ook meer rustmomenten. Met name het gitaarspel is weergaloos en het is ook nog wat veelzijdiger dan op het debuut. Christone "Kingfish" Ingram blaast je vanaf de eerste noten van je sokken en imponeert vervolgens bijna een uur lang.

Christone "Kingfish" Ingram zag als ventje van negen of tien een documentaire over Muddy Waters, nam gitaarlessen en stond in zijn jonge tienerjaren al op het podium met een aantal bluesmuzikanten van naam en faam. Ruim voordat zijn debuutalbum Kingfish verscheen in de lente van 2019, werd hij al wonderkind, natuurtalent en supertalent genoemd, waardoor dit debuutalbum eigenlijk alleen maar tegen kon vallen.

Dat Kingfish niet tegenviel maar juist imponeerde zegt alles over het enorme talent van de muzikant uit Clarksdale, Mississippi. Christone "Kingfish" Ingram is inmiddels 22 en keert deze week terug met zijn tweede album. Het is een album waarvoor de lat hoog ligt, zeker nadat het debuut van de Amerikaanse bluesmuzikant de afgelopen twee jaar werd overladen met flink wat aansprekende prijzen.

662 is het netnummer van Clarksdale, Mississippi, dat nog altijd de thuisbasis is van Christone "Kingfish" Ingram en dat bovendien gezien kan worden als de bakermat van de Mississippi blues of Delta blues. Ook 662 werd weer gemaakt met producer Tom Hambridge, die net als op Kingfish ook bijdroeg aan de meeste songs op het album.

Van een muzikant die de Delta blues met de paplepel kreeg ingegoten en speelde met een aantal groten in het genre verwacht je geen hele grote koerswijzigingen en die hoor je dan ook niet op 662. Direct in de openingstrack vertelt Christone "Kingfish" Ingram nog eens zit hoe het met de geschiedenis van de Delta blues en direct vanaf de eerste noten speelt hij de pannen van het dak.

De jonge Amerikaanse bluesmuzikant laat zich op 662 bijstaan door een competent spelende band. De ritmesectie speelt degelijk maar ook erg goed, terwijl de pianist en organist hier en daar rake accenten toevoegt aan de muziek op 662. Uiteraard is het ook dit keer Christone "Kingfish" Ingram zelf die de show steelt. Het tweede album van de bluesmuzikant uit Mississippi staat vol met spetterend gitaarwerk en ook in vocaal opzicht maakt hij weer makkelijk indruk.

Christone "Kingfish" Ingram klonk op zijn debuut al als een gelouterde bluesmuzikant, maar op 662 klinkt hij nog net wat volwassener en beter. Voor verrassingen ben je ook dit keer aan het verkeerde adres, maar dit betekent zeker niet dat 662 een album van een one-trick-pony is of een fantasieloos vervolg op Kingfish. Christone "Kingfish" Ingram kent zijn klassiekers binnen de blues, maar sluit ook aan bij de rockmuziek die de afgelopen decennia is gemaakt met blues als basis.

De songs op 662 zijn beter en wat complexer dan die op het debuut, maar ook het gitaarwerk en de zang zijn nog net wat beter, zeker wanneer gas terug wordt genomen. De bluesmuzikant uit Clarksdale is inmiddels een uitstekend zanger, maar als gitarist maakt hij nog wat meer indruk. Het gitaarspel op 662 is veelkleuriger dan op het debuut en solo na solo vlijmscherp.

In muzikaal opzicht is het album net wat gevarieerder dan het debuut en ook meer ingetogen blues songs met een randje Robert Cray gaan Christone "Kingfish" Ingram inmiddels uitstekend af. 662 ontbrak deze week in de meeste releaselijsten, maar dit album behoort absoluut tot de grote releases van het moment. Verplichte kost voor blues liefhebbers, maar minstens net zo interessant voor muziekliefhebbers met een bredere smaak. Erwin Zijleman

Christone "Kingfish" Ingram - Kingfish (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Christone "Kingfish" Ingram - Kingfish - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Christone "Kingfish" Ingram - Kingfish
De piepjonge Christone "Kingfish" Ingram eert zijn muzikale helden en schaart zich met zijn debuut onder de beste blues muzikanten van het moment

Hoe vaak levert een muzikant van net 20 een doorleefd en gevarieerd blues album als Kingfish af? Niet heel vaak denk ik en daarom mag Christone "Kingfish" Ingram van mij best worden onthaald als sensatie. De Amerikaanse muzikant speelt de pannen van het dak, tovert de ene na de andere geweldige solo of riff uit zijn gitaar en is ook nog eens voorzien van een geweldige stem. En ondertussen gaat de muzikant uit Clarksdale, Mississippi, ook nog eens aan de haal met een breed assortiment aan blues varianten. Het levert een album op dat zich moeiteloos zal scharen tussen de beste blues albums van 2019.

Oude blues helden worden zo langzamerhand schaars, maar gelukkig zijn er ook nog jonge muzikanten met een voorliefde voor het genre. Christone "Kingfish" Ingram kon op zesjarige leeftijd uit de voeten op de drums, schakelde twee jaar later over op de bas, maar zijn leven veranderde pas echt toen hij op 9-jarige leeftijd de blues en de gitaar ontdekte via een documentaire over Muddy Waters.

Christone Ingram kreeg zijn eerste gitaar, zette direct reuzenstappen en stond toen hij 11 was voor het eerst op het podium bij zijn muzikale helden. De muzikant uit Clarksdale, Mississippi, is inmiddels 20 en klaar voor het echte werk.

De Amerikaanse muzikant leerde het vak in het Delta Blues Museum in Clarksdale, waar hij als tiener les kreeg van oude blues muzikanten als Bill "Howl-N-Madd" Perry (die hem de bijnaam Kingfish gaf) en Daddy Rich. Het volgende zetje in de rug kreeg hij van gitarist Eric Gales, die hem liet meespelen op zijn album Middle Of The Road en van Buddy Guy, die hem meerdere malen de hemel in prees. En nu is er dan het in Nashville opgenomen debuut Kingfish, dat werd geproduceerd door de gelouterde Tom Hambridge, die eerder werkte met onder andere Buddy Guy, Susan Tedeschi en George Thorogood.

Christone "Kingfish" Ingram is pas 20 jaar oud, maar klinkt op zijn debuut als een door de wol geverfde blues muzikant. Het album opent met lekkere stevige bluesrock en laat direct horen dat Christone "Kingfish" Ingram een getalenteerd zanger en een werkelijk geweldige gitarist is. Zijn stem klinkt doorleefder dan je van iemand van zijn leeftijd zou verwachten en past perfect bij de rauwe blues waarmee het album opent. Het is rauwe blues met meedogenloze riffs, hier en daar afgewisseld door vlammende solo’s.

Kingfish laat goed horen dat de jonge muzikant uit Clarksdale, Mississippi, het vak leerde van een stel ouwe rotten uit het genre. Kingfish staat vol met vlammende bluesrock, maar kan ook uit de voeten met doorleefde Chicago blues, broeierige Delta blues of met ingetogen akoestische blues, waardoor het debuut van de Amerikaan verrassend gevarieerd is.

Producer Tom Hambridge heeft een stel prima muzikanten verzameld rond Christone "Kingfish" Ingram, maar de pas 20-jarige muzikant eist met afstand de meeste aandacht op met geweldig gitaarwerk en zijn doorleefde strot. Desondanks verdient de band alle lof, want met name de ritmesectie en de pianist leveren geweldig werk af en stuwen de gitarist vervolgens naar grote hoogten.

Kingfish kent gastbijdragen van Buddy Guy en Keb’ Mo’, maar ook zonder hulp van de groten levert Christone "Kingfish" Ingram vakwerk af. Het doet me af en toe wel wat denken aan het vroege werk van Robert Cray, al klinkt Kingfish wel wat rauwer, en natuurlijk is het album schatplichtig aan alle grote blues muzikanten uit het verleden. Qua gitaarwerk is Stevie Ray Vaughan overigens ook nooit ver weg.

Door te schakelen tussen verschillende blues varianten, houdt het debuut van de muzikant uit Mississippi de aandacht makkelijk vast, waardoor de 12 songs en ruim 50 minuten voorbij vliegen. Christone "Kingfish" Ingram is pas 20 jaar, maar laat nu al horen dat de erfenis van de grote blues muzikanten die hem voor gingen bij hem in goede handen is. Goed nieuws dus voor de liefhebbers van het genre. Erwin Zijleman

Christopher Owens - Chrissybaby Forever (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Christopher Owens - Chrissybaby Forever - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Christopher Owens stond een paar jaar geleden nog aan het roer van de band Girls. De band maakte met Album uit 2009 en Father, Son, Holy Ghost uit 2011 twee geweldige platen, maar met het vertrek van voorman Christopher Owens viel helaas het doek voor de band.

Op basis van de geweldige platen van Girls leek de toekomst er zonnig uit te zien voor Christopher Owens, maar de eerste twee soloplaten van de Amerikaan vielen toch wat tegen.

Met het onlangs verschenen Chrissybaby Forever maakt Christopher Owen de belofte nu alsnog waar. De derde plaat van de Amerikaanse muzikant bevat immers louter volstrekt onweerstaanbare popliedjes.

Chrissybaby Forever bevat maar liefst 16 songs en ze zijn allemaal even lekker. Christopher Owens heeft een plaat gemaakt die klinkt als een omgevallen platenkast. De Amerikaan citeert soms nadrukkelijk uit de gitaarpop uit de jaren 60, maar schuift ook moeiteloos een aantal decennia op richting het heden (van The Beatles en The Velvet Underground naar Pulp en Girls en weer terug).

Chrissybaby Forever sluit aan op de platen van Girls, maar werkt de invloeden uit de jaren 50 en 60 nog net wat beter uit. Het levert een serie songs op waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Christopher Owens zoekt in deze songs de grens tussen kunst en kitsch op, maar schakelt ook makkelijk tussen honingzoete 50’s op en stekelige rommelpop. Het levert popmuziek met af en toe een knipoog op.

De plaat werd na verluid in een zeer korte periode op de band gesmeten. Dat hoor je af en toe wel in de wat rammelige instrumentatie, maar wat klinkt het op hetzelfde moment urgent.

De meeste songs zijn gebaseerd op zeer eenvoudige akkoordenschema’s, maar deze eenvoud pakt geweldig uit. Chrissybaby Forever is een perfecte popplaat van een soort die tegenwoordig niet meer wordt gemaakt. Christopher Owens maakt hem gelukkig wel en wat is het genieten. Jaarlijstjesplaat. Erwin Zijleman

Chromatics - Closer to Grey (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chromatics - Close To Grey - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Chromatics - Close To Grey
Chromatics keren terug na een aantal jaren stilte en de muziek van de band heeft nog niets van zijn glans en mysterie verloren

Chromatics maakte een aantal jaren muziek in de marge, maar leverde in 2012 opeens een jaarlijstjesplaat af. Het maken van een opvolger bleek een zware bevalling, maar eindelijk ligt er dan een echt nieuw album. Closer To Grey klinkt wat lichtvoetiger dan zijn voorganger en bevat meer invloeden uit de synthpop, maar ook op het nieuwe album van Chromatics kunnen de synths heerlijk mysterieus klinken, wat prachtig past bij de dromerige vocalen van de zangeres van de band. De Chromatics zijn terug en zijn het maken van bijzondere muziek en muziek van hoog niveau zeker nog niet verleerd.

De muziek van de Amerikaanse band Chromatics ontdekte ik pas toen het in het voorjaar van 2012 verschenen Kill For Love aan het einde van dat jaar opdook in flink wat jaarlijstjes.

Ik ging uit nieuwsgierigheid luisteren, maar werd onmiddellijk gegrepen door de Chromatics versie van Neil Young’s Into The Black. Ook de rest van Kill For Love was wat mij betreft van jaarlijstjesniveau, zeker wanneer de klanken van de Amerikaanse band me deden denken aan de muziek van The Cocteau Twins uit de jaren 80 en dat gebeurde nogal eens.

Sinds Kill For Love heb ik niets meer van Chromatics gehoord en dat lijkt ook wel te kloppen, want het onlangs verschenen Closer To Grey wordt gepresenteerd als de opvolger van het ruim zevenenhalf jaar oude Kill For Love. In de tussentijd maakte de band uit Portland, Oregon, nog wel een aantal EP’s en werd een album (Dear Tommy) aangekondigd maar terug getrokken (met het hele verhaal kan ik de complete recensie vullen), maar op Close To Grey gaat de band eindelijk verder waar het briljante Kill For Love ophield. Het gaf me overigens wel de tijd om de rest van het oeuvre van de band te ontdekken, want ook voor Kill To Love maakte Chromatics al een aantal interessante albums.

Net als Kill For Love opent ook Close To Grey met een cover. Het van Simon & Garfunkel bekende The Sound Of Silence krijgt een zwoele versie, waarin de even dromerige als onderkoelde zang van zangeres Ruth Radelet fraai wordt gecombineerd met de ijle klanken uit de koker van producer en multi-instrumentalist Johnny Jewel.

Chromatics stond op Kill For Love met minstens één been in de jaren 80 en doet dat ook op haar nieuwe album. Ook Close To Grey herinnert in haar meest zweverige momenten aan de muziek van The Cocteau Twins, maar de meeste songs op het nieuwe album van Chromatics klinken wat meer down to earth en flirten hevig met de synthpop uit de jaren 80. Zeker wanneer synthpop domineert in de muziek van Chromatics klinkt de band wat lichtvoetiger dan op de terecht zo bejubelde voorganger, maar de synthpop beats zijn zeker niet in alle tracks op Close To Grey te horen.

De muziek van Chromatics was te horen in het derde seizoen van Twin Peaks (waarin ik de muziek overigens beter vond dan het verhaal) en ook een aantal tracks op het nieuwe album van de band zou niet misstaan op een Twin Peaks soundtrack. Johnny Jewel tekent ook op Close To Grey voor prachtige elektronische klanken, die variëren van aanstekelijk tot bedwelmend, maar ik ben ook dit keer het meest gecharmeerd van de lome en dromerige zang van Ruth Radelet, die al het elektronische geweld contrasteert met fluisterzachte vocalen.

Close To Grey opent met een aardige cover, maar het bevat er nog een en die vind ik nog een stuk mooier. Wanneer Chromatics aan de haal gaat met On The Wall van The Jesus And Mary Chain herleven de hoogtijdagen van de roemruchte Schotse band, maar Chromatics doet ook haar eigen ding met de song van het wat miskende tweede album van The Jesus And Mary Chain. Gitaren spelen overigens zeker niet de hoofdrol op Close To Grey, maar de gruizige gitaren in On The Wall zijn prachtig en smaken naar meer.

Zeker wanneer Chromatics het tempo laag houdt maakt de band indruk met klanken die zo beeldend zijn als de op een filmposter lijkende cover art doet vermoeden. Goed dat de band terug is met dit uitstekende album, dat vooralsnog maar aan kracht blijft winnen. Erwin Zijleman

Chrysanths - Leave No Shadow (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Chrysanths - Leave No Shadow - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Chrysanths - Leave No Shadow
Emily Scott voert de Schotse band Modern Studies aan, maar heeft als Chrysanths ook een soloalbum gemaakt, waarin haar prachtige stem wordt gecombineerd met een weldadig bad van strijkers

Leave No Shadow is ook weer zo’n album dat ik bij toeval tegen kwam. Het doorspitten van allerlei jaarlijstjes is een flinke klus, maar het levert ieder jaar wel een aantal albums op die ik niet had willen missen. Het album van Chrysanths is er een van. Het soloproject van de Schotse muzikante Emily Scott is een zeer sfeervol geheel. Het is de verdienste van de ruim ingezette strijkers, maar ook de mooie stem van de muzikante uit Glasgow voorziet het album van een bijzondere sfeer. Het levert muziek op die moeilijk in een bepaald genre is te duwen, want Emily Scott combineert meerdere invloeden in een bijzonder eigen geluid, dat met name in de vroege ochtend en late avond wonderen doet.

Leave No Shadow van Chrysanths kwam ik tegen in een jaarlijstje met uitsluitend folkalbums. Of ik het album zelf als folk zou bestempelen waag ik naarmate ik het album vaker heb gehoord steeds meer te betwijfelen, maar ik ben wel blij dat ik het album heb ontdekt.

Chrysanths is een project van de Schotse muzikante Emily Scott, die haar werk op haar bandcamp pagina beschrijft als “the sad solo work of Emily Scott”. De muzikante uit Glasgow voert normaal gesproken de band Modern Studies aan, maar nam ook de tijd voor een soloalbum.

Het is een album waarop ze zelf tekent voor de songs, de zang, de productie en de strijkersarrangementen. Die laatste spelen een zeer dominante rol op het album. Het zijn behoorlijk zwaar aangezette arrangementen, die Leave No Shadow de kant van de chamber pop of zelfs de neoklassieke muziek op duwen. De strijkers worden smaakvol begeleid door bas en drums, waarna de piano de muziek van Emily Scott verder inkleurt.

Buiten de strijkers is het geluid op het debuutalbum van Chrysanths behoorlijk sober. Het album werd in een jaarlijstje zoals gezegd in het hokje folk geduwd en dat past wat mij betreft net zo goed als de hokjes chamber pop en neoklassiek. Voor het hokje jazz is ook nog wel wat te zeggen overigens en ook met tijdloze singer-songwriter muziek doe je Leave No Shadow van Chrysanths enigszins recht.

Door de strijkersarrangementen klinkt het album anders dan de meeste andere albums van het moment. Zeker wanneer de strijkers worden gecombineerd met jazzy klanken lijkt Leave No Shadow een album dat vele decennia oud is, maar de muziek van Emily Scott is ook vernieuwend.

Bij beluistering van het debuutalbum van Chrysanths moet ik heel vaak denken aan de muziek van Kate Bush. Dat is op zich best bijzonder, want de stem van Emily Scott lijkt niet echt op die van Kate Bush en Leave No Shadow lijkt ook in muzikaal opzicht op geen enkel album van het Britse icoon. Ik denk wel dat Kate Bush een album als het debuutalbum van Chrysanths had kunnen maken, zeker wanneer ze aan het begin van de jaren 80 niet de Fairlight synthesizer had ontdekt maar zich had omringd met strijkers.

Ik ben zeker niet altijd in de stemming voor de sfeervolle klanken op Leave No Shadow, maar zeker aan de randen van de dag doet het album soms wonderen. De muziek op het album klinkt echt prachtig en de stem van Emily Scott is minstens even mooi. De songs van Chrysanths liggen verder makkelijk in het gehoor, maar zijn ook fantasierijk, waardoor Leave No Shadow niet alleen een album is om bij te luieren, weg te dromen of juist langzaam te ontwaken.

De naam Modern Studies deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, maar in 2022 besprak ik een album van de Schotse band, dat minstens net zo intrigerend is als het album van het soloproject van de frontvrouw van de band, die ook destijds al indruk maakte met haar mooie stem.

Ik vind Leave No Shadow inmiddels nog wat minder een folkalbum dan toen ik begon met deze recensie, maar het debuut van Chrysanths is wat mij betreft een album waar je maar beter geen etiketten op kunt plakken. Emily Scott heeft een album gemaakt met een bijzonder eigen geluid dat net zo goed vernieuwend als volstrekt tijdloos klinkt. Ik vind het alleen maar mooier en knapper worden. Erwin Zijleman

Chuck Auerbach - Remember Me (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chuck Auerbach - Remember Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dan Auerbach werd dankzij The Black Keys een grote naam in de popmuziek en wordt inmiddels niet alleen bejubeld als muzikant, maar ook als producer. Chuck, de vader van Dan, is al decennia een zeer fanatiek muziekliefhebber en heeft de jonge Dan ongetwijfeld opgevoed met een dagelijkse portie blues en bovendien flink aangezet tot het maken van muziek.

Chuck is inmiddels de 65 gepasseerd en besloot dat het tijd werd om zijn oude dromen na te jagen, na een bestaan als hulpverlener, boswachter en antiquair. Het geeft geresulteerd in zijn debuut Remember Me; een plaat die overigens een paar jaar op de plank heeft gelegen.

Natuurlijk lift de oude Auerbach flink mee op de naam van zijn inmiddels beroemde zoon, die ook is te horen op dit debuut, maar hoe vaker ik het debuut van Chuck hoor, hoe lekkerder ik deze plaat vind.

Chuck Auerbach maakt op Remember Me heerlijk ingetogen muziek met vooral invloeden uit de blues. Het is muziek die in eerste instantie opvalt door wat breekbaar klinkende vocalen. Chuck Auerbach zingt op zijn debuut prachtig ingetogen en voegt veel gevoel en doorleving toe aan zijn vocalen. Een groot zanger is hij zeker niet, maar de stem van Auerbach senior is wel in staat om iets met je te doen.

De bijzondere stem van Chuck Auerbach wordt omgeven door fraaie klanken. Zoon Dan nam uiteraard de rol van producer op zich en heeft de kwetsbare stem van zijn vader omringd met mooie en subtiele klanken. In een aantal songs op Remember Me spelen bluesy gitaren de hoofdrol, maar Chuck Auerbach kan ook uit de voeten met sobere songs met een hoofdrol voor de piano.

Het levert een laid-back plaat op vol tijdloze popmuziek met een voorliefde voor ingetogen blues. Het is muziek die zich in eerste instantie niet erg opdringt, maar hoe vaker je de songs van Chuck Auerbach hoort, hoe dierbaarder ze worden.

Zoon Dan gaat het als muzikaal wonderkind als sinds zijn tienerjaren zeer voor de wind, maar vader Chuck heeft een zwaar leven achter de rug. Op Remember Me kijkt hij terug op dit leven en vertelt hij mooie verhalen. Het voorziet de songs op zijn debuut van diepgang.

Remember Me is in muzikaal opzicht geen hele opzienbarende plaat, maar gevoel en doorleving compenseren stevig voor het gebrek aan vernieuwing of ruwe randjes. Het debuut van Chuck Auerbach heeft iets dat de platen van bijvoorbeeld J.J. Cale ook hebben. Het klinkt allemaal heerlijk laid-back en ontspannen, maar op een of andere manier grijpt het je ook bij de strot.

We kennen natuurlijk de kinderen van beroemde muzikanten die zelf ook kiezen voor een carrière in de muziek, maar het kan dus ook andersom. Kinderen van beroemde muzikanten hebben het vaak moeilijk en dat zal voor de ouders van beroemde muzikanten niet anders zijn. Het debuut van Chuck Auerbach mag er echter zijn en smaakt naar meer. Chuck is pas 68, dus laten we hopen dat hij nog wat door kan groeien op zijn volgende platen, want aan talent is er geen gebrek. Erwin Zijleman

Chuck Cleaver - Send Aid (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chuck Cleaver - Send Aid - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Chuck Cleaver - Send Aid
Wussy voorman Chuck Cleaver maakt een prima soloalbum, dat wat meer rammelt dan de albums van zijn band, maar al snel net zo overtuigt en vermaakt

Wussy werd in 2005 dankzij haar debuut Funeral Dress in een klap een van mijn favoriete bands en die status bevestigde de band uit Cincinnati, Ohio, met haar laatste twee albums. Na het uitstekende Wussy album van vorig jaar is er nu het eerste soloalbum van voorman Chuck Cleaver. Het is een album dat wat meer rammelt dan de albums van zijn band en hierdoor wat opschuift richting lo-fi. De popliedjes van de Amerikaanse muzikant zijn flink korter dan die van zijn band, maar het zijn nog steeds geniale popliedjes, waarvan ik alleen maar heel blij kan worden. Send Aid duurt nog geen half uur, maar wat is er veel moois verstopt op het album. Het bevestigt de status van Chuck Cleaver als een van de betere songwriters van het moment.

Chuck Cleaver formeerde aan het eind van de jaren 80 in Cincinnati, Ohio, de band Ass Ponys. De band maakte uiteindelijk zes albums, waarvan de laatste, het in 2001 verschenen Lohio, met afstand de beste is. Lohio is een van de parels in mijn platenkast, maar het bleek helaas ook de zwanenzang van de band en een album dat ondanks zeer lovende recensies slechts in kleine kring werd opgepikt.

Chuck Cleaver formeerde na het uiteenvallen van Ass Ponys samen met Lisa Walker een nieuwe band, Wussy. Die band debuteerde in 2005 met instant klassieker Funeral Dress en dat is het album dat in het betreffende jaar mijn jaarlijstje aanvoerde. Op een of andere manier verloor ik Wussy hierna uit het oog, maar met prachtalbums als Forever Sounds uit 2016 en What Heaven Is Like uit 2018 wakkerde mijn liefde voor de band weer flink aan.

Deze week verscheen Send Aid, voor zover ik weet het eerste soloalbum van Wussy voorman Chuck Cleaver. Send Aid bevat 10 songs en voor deze 10 songs heeft Chuck Cleaver slechts 26 minuten nodig. Dat klinkt als lo-fi en dat is een hokje waarmee je het album zeker niet tekort doet.

Chuck Cleaver blinkt inmiddels al een aantal decennia uit als songwriter en ook op zijn eerste soloalbum komt de Amerikaanse muzikant weer op de proppen met een serie uitstekende songs. Het zijn songs die wat meer mogen rammelen en die wat minder nauwkeurig zijn uitgewerkt dan de songs van Wussy, maar dit geeft de songs op Send Aid ook een bepaalde charme.

Het eerste soloalbum van Chuck Cleaver had van mij best wat langer mogen duren, maar ik ben blij met de 26 minuten muziek op Send Aid. De lo-fi popliedjes op het album hebben niet veel tijd nodig om indruk te maken en weten stuk voor stuk te verassen met geniale refreinen en bijzondere accenten in de instrumentatie, waaronder zelfs een sitar.

Wat misschien nog wel het meest opvalt bij beluistering van het soloalbum van Chuck Cleaver is het spelplezier dat van het album af spat. De Amerikaanse muzikant had nog een aantal songs liggen die niet zo goed passen in het werk van zijn band, maar het zijn songs die hem hoorbaar dierbaar zijn. Send Aid is tien tracks lang rauw, eerlijk en recht voor zijn raap. En zoals de beste lo-fi bands geniale popliedjes van twee minuten kunnen maken, kan Chuck Cleaver dit ook.

De muziek van Wussy valt op door geweldig gitaarwerk en dit gitaarwerk hoor je ook op Send Aid, al mag Chuck Cleaver ook hier wat rauwer en losser te werk gaan dan gebruikelijk. Send Aid moet het verder hebben van bescheiden middelen, waaronder een aantal malen opduikende ritmebox, waardoor de songs op het album bijzonder klinken. Al met al komen er overigens toch flink wat instrumenten voorbij, dus sober klinkt het album zeker niet.

Ik heb Chuck Cleaver inmiddels ruim 25 jaar hoog zitten als singer-songwriter en zijn eerste soloalbum verandert hier niets aan. Integendeel. De charmante serie popliedjes op Send Aid gaat hier nog heel vaak uit de speakers komen en klinken steeds wat urgenter. Heerlijk album. Erwin Zijleman

Chuck E. Weiss - Red Beans and Weiss (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chuck E. Weiss - Red Beans And Weiss - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Chuck E. Weiss is een Amerikaanse cultfiguur, die misschien nog wel het bekendst is door de ode die singer-songwriter Rickie Lee Jones aan hem bracht in het uit 1979 stammende Chuck E.'s In Love, waarmee ze haar inmiddels tot een klassieker uitgegroeide debuut opende. Weiss was op dat moment vooral bekend als drummer. Hij speelde met grootheden als Lightnin' Hopkins, Willie Dixon, Muddy Waters en Dr. John, maar zijn ambities reikten verder.

Chuck E. Weiss debuteerde in 1981 als soloartiest, maar zijn debuut was weinig opzienbarend en deed niet veel. Pas in 1999 keerde hij terug met het wel redelijk succesvolle en ook verrassend goede Extremely Cool, dat hij vervolgens niet wist te benaderen op het in 2001 verschenen Old Souls & Wolf Tickets en het uit 2007 stammende 23rd & Stout.

Sindsdien stond Chuck E. Weiss met enige regelmaat op het podium, maar op een nieuwe plaat hebben we zeven jaar moeten wachten. Vorig jaar dook de Amerikaanse cultheld eindelijk weer eens de studio in, met het onlangs verschenen Red Beans & Weiss als resultaat.

Bij bestudering van het boekje bij de cd valt op dat zowel acteur Johnny Depp en vriend en medemuzikant Tom Waits worden genoemd als executive producer. Veel betekent dat waarschijnlijk niet (Depp heeft vooral als klankbord gefungeerd), maar het zorgt er wel voor dat de nieuwe plaat van Chuck E. Weiss, die hij feitelijk zelf produceerde, veel meer aandacht krijgt dan zijn twee voorgangers.

Sinds Extremely Cool zijn inmiddels 15 jaren verstreken, maar dat is nauwelijks te horen op Red Beans & Weiss. Chuck E. Weiss speelt nog altijd voor een belangrijk deel met de muzikanten die hem ook 15 jaar geleden omringden, onder wie drummer Don Heffington, pianist Michael Murphy en natuurlijk gitarist Tony Gilkyson (die ooit de geweldige band Lone Justice aanvoerde). Een bassist en twee saxofonisten completeren de prima band die Chuck E. Weiss bij staat op zijn zoveelste comeback plaat.

Net als op zijn vorige platen bestrijkt Chuck E. Weiss ook op Red Beans & Weiss weer een opvallend breed palet binnen de Amerikaanse rootsmuziek, met een voorkeur voor blues, jazz en alle muziek die de muziekscene van New Orleans inkleurt.

Weiss heeft een voorkeur voor lome songs waarin alle muzikanten de ruimte krijgen om te excelleren en waarin het begrip haast niet bestaat. Weiss is nooit een groot zanger geweest, maar zijn vaak bijna gesproken vocalen spreken op een of andere manier altijd tot de verbeelding, mede omdat de levenservaring en de authenticiteit er van af druipen.

Red Beans & Weiss bevat muziek die hoort bij de nacht; muziek die ver is verwijderd van de glitter & glamour maar veelvuldig de zelfkant van de samenleving opzoekt. Het is muziek zoals die door heel veel muzikanten wordt gemaakt, maar niet veel muzikanten zijn zo goed als de muzikanten waarmee Chuck E. Weiss zich kan omringen en vrijwel geen enkele muzikant heeft het charisma en de eigenzinnigheid van Chuck E. Weiss.

Meer dan eens dringt de vergelijking met de muziek van Tom Waits zich op, al is deze inmiddels ver verwijderd geraakt van de oorspronkelijk klinkende muziek op Red Beans & Weiss. Chuck E. Weiss zal voor velen bekend blijven als de muze van Rickie Lee Jones, maar inmiddels heeft hij toch ook een paar keer bewezen dat hij ook zelf wat kan, met Extremely Cool uit 1999 en Red Beans & Weiss als uitschieters. Erwin Zijleman

Chuck Prophet - Bobby Fuller Died for Your Sins (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chuck Prophet - Bobby Fuller Died For Your Sins - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse gitarist Chuck Prophet trad halverwege de jaren 80 toe tot de uit Tucson, Arizona, afkomstige band Green On Red.

De band stond altijd wat in de schaduw van Paisley Underground grootheid The Dream Syndicate, maar maakte een aantal zeer memorabele platen, die ook absoluut hebben bijgedragen aan het ontstaan van de alt-country een paar jaar later.

Chuck Prophet speelde uiteindelijk maar een paar jaar in Green On Red en begon aan het eind van de jaren 80 aan een solocarrière.

Deze solocarrière heeft inmiddels een dozijn platen opgeleverd, waarvan ik er een aantal mis, maar ook een aantal koester.

Sinds het uit 1997 stammende Homemade Blood, volgens velen de beste soloplaat van Chuck Prophet, is de Amerikaan verrassend constant en ook op zijn nieuwe plaat maakt de Amerikaanse singer-songwriter weer indruk.

Op Bobby Fuller Died For Your Sins vertelt Chuck Prophet zoals altijd mooie en indringende verhalen en verrast hij met songs waarin uiteenlopende invloeden aan elkaar worden gesmeed.

In tekstueel opzicht is het weer genieten met verhalen die variëren van het levensverhaal van de onder verdachte omstandigheden overleden 60s cultheld Bobby Fuller, een aanklacht tegen politiegeweld in de Verenigde Staten of een eerbetoon aan de grote muzikanten die 2017 niet gehaald hebben.

Bobby Fuller Died For Your Sins bevat flink wat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar citeert ook uit de archieven van de Paisley Underground, de indie-rock en rock ’n roll in meer algemene zin.

Chuck Prophet is zijn voorliefde voor de psychedelische muziek uit de jaren 70 nooit kwijt geraakt, maar laat zich tegenwoordig niet meer in een hokje duwen. In twee van de wat meer uitbundige songs op de plaat raakt hij even aan het grootse werk van Bruce Springsteen, maar vaker hoor ik raakvlakken met het cynisme van Elvis Costello, de rauwe doorleving van Lou Reed of de songwriting skills van Ray Davies (The Kinks). Een vleugje van de bravoure van Billy Idol en de toegankelijke popsongs van The Cars maken het af.

Chuck Prophet noemt zijn muziek zelf California Noir en dat vind ik zelf wel een mooie omschrijving. In de muziek van Chuck Prophet klinken immers altijd wel wat Californische zonnestralen door, maar op hetzelfde moment is er altijd zijn in vitriool gedoopte pen en zijn wat weemoedige stem.

Op Bobby Fuller Died For Your Sins komen 13 songs voorbij en ze zijn allemaal even goed. En ze worden allemaal steeds beter. Chuck Prophet maakt op zijn nieuwe plaat tijdloze muziek, maar het is muziek vol urgentie en vol avontuur. En uiteraard songs vol geweldig gitaarwerk.

Bij eerste beluistering vond ik het zoals altijd vooral heel aangenaam, maar inmiddels komt in iedere song op de plaat de pure klasse van Chuck Prophet boven drijven. Wereldberoemd gaat hij er niet mee worden, maar muziekliefhebbers met een rock ’n roll hart kunnen hier echt met geen mogelijkheid omheen. Erwin Zijleman

Chuck Prophet - The Land That Time Forgot (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chuck Prophet - The Land That Time Forgot - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Chuck Prophet - The Land That Time Forgot
Chuck Prophet draait inmiddels al een jaar of 40 mee, maar maakt nog altijd geweldige albums, die zich onderscheiden door geweldige songs en zijn zo herkenbare eigen geluid

Chuck Prophet krijgt lang niet altijd de waardering die hij verdient, maar wat heeft hij inmiddels een bijzonder oeuvre. Eerst met de band Green On Red en de afgelopen dertig jaar als solomuzikant. Ook de laatste jaren steekt de Amerikaanse muzikant in een geweldige vorm en die vorm heeft hij vast weten te houden op The Land That Time Forgot. Chuck Prophet bestrijkt binnen de roots en rock een breed palet, schrijft geweldige songs en vertolkt ze op herkenbare wijze. Het klinkt weer heel degelijk, maar ook op zijn nieuwe album zijn de songs van Chuck Prophet weer van hoge kwaliteit. Het dringt zich direct op, maar pas veel later hoor je hoe ontzettend goed het weer is.

De Amerikaanse muzikant Chuck Prophet bracht precies 30 jaar geleden zijn eerste soloalbum uit, maar had er op dat moment ook al tien jaar op zitten met zijn band Green On Red, die moet worden geschaard onder de smaakmakers van de American Underground (ook wel Paisley Underground genoemd).

De tegenwoordig vanuit het Californische San Francisco opererende muzikant heeft inmiddels een ruim dozijn soloalbums op zijn naam staan en ze zijn vrijwel allemaal goed. Toch ontbreken de albums van Chuck Prophet in flik wat goed gevulde platenkasten en ik moet direct toegeven dat ik ook lang niet alles van de Amerikaanse muzikant in huis heb.

Drie jaar geleden liet Chuck Prophet voor het laatst van zich horen en Bobby Fuller Died For Your Sins vind ik persoonlijk een van zijn beste albums. Het is een album dat stevige concurrentie krijgt van het deze week verschenen The Land That Time Forgot, want ook op zijn nieuwe album steekt Chuck Prophet weer in een uitstekende vorm.

The Land That Time Forgot is op hetzelfde moment een oerdegelijk album en die degelijkheid verklaart wat mij betreft dat de albums van de Californische muzikant niet al decennia in zeer brede kring worden geprezen. Nu kan oerdegelijk een synoniem zijn voor saai, maar in het geval van Chuck Prophet associeer ik het begrip toch vooral met kwaliteit.

Ook op The Land That Time Forgot wordt weer het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed getoverd. Het zijn popliedjes die je al jaren lijkt te kennen, zeker als je bekend bent met het oeuvre van Chuck Prophet. Ook op The Land That Time Forgot etaleert de Amerikaanse muzikant nadrukkelijk zijn talent als songwriter. Het zijn songs die altijd wel wat aan Bob Dylan of aan Bruce Springsteen doen denken, maar Chuck Prophet heeft ook een uit duizenden herkenbaar geluid.

Het is een geluid dat voor een belangrijk deel wordt bepaald door de stem van Chuck Prophet, die altijd wat nasaal en ook altijd wat melancholisch klinkt. Het is ook een stem die gevoel en doorleving toevoegt aan de songs van de muzikant uit San Francisco.

Chuck Prophet vertrouwt meestal op de drie-eenheid van bas, drums en gitaren, maar The Land That Time Forgot is wat rijker ingekleurd met bijdragen van onder andere orgels, keyboards, saxofoon en nog flink wat andere snareninstrumenten waaronder de pedal steel, dobro, mandoline en zelfs een sitar en zoals gewoonlijk tekent vrouwlief Stephanie Finch voor mooie extra vocalen.

Chuck Prophet heeft voor The Land That Time Forgot niet alleen een aantal aansprekende songs geschreven, maar vertelt ook dit keer mooie verhalen, waarvoor hij dit keer ook flink in de Amerikaanse geschiedenisboeken is gedoken.

Het levert een album op dat zich direct bij eerste beluistering genadeloos opdringt, als je tenminste vatbaar bent voor de tijdloze songs van de Amerikaanse muzikant, maar net als bijna alle andere albums van Chuck Prophet is ook The Land That Time Forgot er een die nog lang beter wordt.

Een ieder die het nieuwe album van Chuck Prophet ervaart als wat gewoontjes adviseer ik dan ook met klem om het nog een paar keer te proberen, want op een gegeven moment komt de kwaliteit van The Land That Time Forgot zeker boven drijven. Een van de betere albums van Chuck Prophet; het moet genoeg zeggen. Erwin Zijleman

Chvrches - Every Open Eye (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chvrches - Every Open Eye - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Synthpop volg ik zeker niet op de voet, maar zo af en toe duikt er in dit genre een plaat op die ik maar moeilijk kan weerstaan. The Bones Of What You Believe van het uit Glasgow afkomstige Chvrches was twee jaar geleden zo’n plaat.

Het Schotse trio citeerde op haar debuut nadrukkelijk uit de synthpop archieven van de jaren 80, maar slaagde er ook in om veel modernere invloeden in haar muziek te verwerken.

Omdat het dit op veel toegankelijkere en aanstekelijkere wijze deed dan soortgenoten als Grimes en Purity Ring, slaagde Chvrches er in om een breed publiek aan te spreken en werd het een graag geziene gast op de grote festivals.

Voor haar nieuwe plaat zocht Chvrches naar verluid inspiratie in de succesvolle producties van Quincy Jones uit de jaren 70 en 80. Ik hoor er persoonlijk niet zoveel van terug, maar duidelijk is wel dat Chvrches op haar tweede plaat nadrukkelijk kiest voor de pop.

Ook Every Open Eye bevat volop invloeden uit de jaren 80, maar over het algemeen genomen klinkt de nieuwe plaat van Chvrches moderner dan zijn voorganger. Zangeres Lauren Mayberry eist op de tweede plaat van Chvrches bovendien haar plekje in de spotlights op en maakt de synths ondergeschikt aan haar prima zang.

Het is allemaal wel even wennen en misschien ook wel erg poppy, maar na enige gewenning valt er veel op zijn plek. De instrumentatie, die in eerste instantie wat naar de achtergrond lijkt gedrongen, bestaat ook dit keer uit vele lagen en het zijn lagen vol verleiding en avontuur.

De ene keer zit je midden in de jaren 80, dan opeens bij de wat kitscherige pop uit de jaren 90, in de hedendaagse dance scene of bij de muziek van Scandinavische electropop prinsessen als Annie en Robyn en alles klinkt even lekker. Ik schaar Chvrches daarom ook deze keer onder mijn synthipop favorieten. Erwin Zijleman

Chvrches - Love Is Dead (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Chvrches - Love Is Dead - dekrentenuitdepop.blogspot.com


De Schotse band Chvrches maakte de afgelopen jaren twee platen vol met aanstekelijke maar ook avontuurlijke synthpop.

Synthpop is normaal gesproken geen genre waar ik heel warm voor loop, maar de elektronische popliedjes van Chvrches kon ik op een of andere manier zeer waarderen.

De geweldige vocalen van Lauren Mayberry speelden hierbij een grote rol en deze vocalen tillen ook de derde plaat van Chvrches boven het maaiveld uit.

Vergeleken met de vorige twee platen lijkt de band uit Glasgow op Love Is Dead wat opgeschoven richting pop en electropop, maar wanneer je wat beter luistert hoor je ook dit keer flink wat invloeden uit de synthpop en bovendien meer avontuur dan bij eerste of vluchtige beluistering opvalt.

Sterkste wapen van de band is ook dit keer zangeres Lauren Mayberry, die de concurrentie met menig popprinses makkelijk aan kan en ook dit keer indruk maakt met haar vocalen. Ook met de songs van Chvrches is dit keer helemaal niets mis. Love Is Dead staat vol met buitengewoon aanstekelijke popliedjes, die je na één keer horen voorgoed hebt opgeslagen in het geheugen. Een zwak voor pure pop is dit keer wel een voorwaarde om te kunnen genieten van de muziek van Chvrches, maar daar beschik ik absoluut over.

Nadat ik eenmaal was verleid door de goede popsongs en door de heerlijke stem van Lauren Mayberry, ben ik wat beter naar de muziek gaan luisteren en die steekt wederom knap in elkaar. Chvrches kiest op Love Is Dead voor een groots en meeslepend geluid, maar het is een geluid dat niet alleen makkelijk verleidt, maar dat ook opvalt door uitstapjes buiten de gebaande paden. Het zijn deze uitstapjes die de muziek van Chvrches interessant maken en er voor zorgen dat de Schotten veel interessanter klinken dan de meeste van hun soortgenoten.

De band uit Glasgow produceerde haar eerste twee albums zelf, maar liet zich dit keer adviseren door synthpop pionier Dave Stewart (Eurythmics) en huurde de gerenommeerde Greg Kurstin, die op zijn zeer imponerende cv moeiteloos schakelt tussen hitgevoelige pop en indie-rock, in als producer.

In eerste instantie vond ik de productie van Greg Kurstin wel erg vol en overweldigend, maar zeker wanneer je Love Is Dead van Chvrches met de koptelefoon beluistert, hoor je uit hoeveel lagen het geluid van Chvrches bestaat en hoeveel diepte er in zit. Dat hoor je vooral in de zich net wat langzamer voortslepende songs vol dynamiek, maar ook de electropop stampers op de plaat hebben meer te bieden dan bij vluchtige beluistering het geval blijkt.

Je moet zoals gezegd vatbaar zijn voor de toegankelijke pop op de nieuwe plaat van Chvrches, maar als je dit bent wordt Love Is Dead steeds aanstekelijker en verslavender. De route richting pop was op voorhand misschien niet de gewenste route die ik voor me zag voor Chvrches, maar na een paar keer horen ben ik om en geniet ik steeds meer van het bijzondere feestje dat de Schotten op hun nieuwe plaat bouwen. Erwin Zijleman