Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Margo Price - Strays II (2023)

4,0
0
geplaatst: 7 november 2023, 16:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margo Price - Strays II - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Price - Strays II
Strays II voegt negen tracks toe aan het eerder dit jaar verschenen Strays van Margo Price, maar dit zijn zeker geen restjes, maar negen tracks die van Strays een nog veel mooier en indrukwekkender album maken
Het is een prachtig rijtje albums dat de Amerikaanse muzikante Margo Price inmiddels op haar naam heeft staan. Het zijn albums met countrymuziek uit de jaren 70 als rode draad, maar de muzikante uit Nashville heeft er op haar albums steeds meer invloeden bij gepakt. Op het samen met har band en producer Jonathan Wilson in California opgenomen Strays bewees Margo Price dat het nog eens stuk veelzijdiger kon en ook de extra tracks van Strays II laten horen dat het muzikale universum van Margo Price steeds groter wordt. Strays II is zeker geen verzameling restjes, want de negen extra tracks doen niet onder voor de tien eerdere tracks en maken van Strays een nog wat indrukwekkender album.
Na het verschijnen van haar indrukwekkende autobiografie Maybe We'll Make It een jaar geleden, bracht de Amerikaanse singer-songwriter Margo Price begin dit jaar haar vierde album Strays uit. De bijzonder hobbelige weg naar succes in Nashville, die Margo Price zo indrukwekkend beschrijft in haar autobiografie, ligt inmiddels achter haar, want met Strays bevestigde de Amerikaanse muzikante haar status als een van de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.
Een paar weken geleden verscheen Strays II en vanwege het enorme aanbod van dat moment besloot ik dat ik deze verzameling ‘restjes’ wel even kon laten liggen. Strays II kon echter rekenen op zeer positieve recensies, waardoor ik het album er toch bij heb gepakt. Het is een verstandig besluit, want Strays II is veel meer dan een verzameling restjes. Op de streaming media diensten begint Strays II met de tien tracks van het eerder dit jaar verschenen Strays, waarna negen extra tracks volgen.
Strays werd naar verluidt geïnspireerd door een zes dagen durende ‘magic mushroom trip’ van Margo Price en haar echtgenoot en muzikant Jeremy Ivey, waarna ze de studio van producer Jonathan Wilson in de Californische Topanga Canyon in doken. De negen tracks van Strays II komen uit dezelfde opnamesessies en verrijken het album tot een ruim 80 minuten durende luistertrip.
Margo Price maakte met haar debuutalbum Midwest Farmer’s Daughter uit 2016 een van de beste countryalbums van dit millennium, maar sloeg vervolgens haar vleugels uit met een veelzijdiger geluid. Dat geluid kwam tot bloei onder de vleugels van producer Jonathan Wilson, die Strays voorzag van een kosmisch en psychedelisch countrygeluid, waarin ook ruimte was voor invloeden uit de pop en de rock en met name de pop en de rock die in de jaren 70 in en rond Los Angeles werd gemaakt.
Strays II laat vergelijkbare invloeden horen als zijn voorganger en laat horen dat Margo Price op een breed terrein uit de voeten kan. Het ene moment omarmt ze de country uit het verleden, maar het volgende moment verrast ze met een 70s poptrack die niet had misstaan op het inmiddels bijna vergeten Nightout van Ellen Foley of op Rumours van Fleetwood Mac, om er ook een erkende klassieker bij te pakken.
Hoe groot de rol van de ‘magic mushrooms’ was weet ik niet, maar na beluistering van Strays II is duidelijk dat Margo Price, Jeremy Ivey en de rest van haar band over inspiratie niet te klagen hadden in de studio van Jonathan Wilson, die het allemaal prachtig wist vast te leggen. De extra tracks op Strays II doen zeker niet onder voor de tracks die op de eerste versie van het album waren te vinden en zijn ook minstens net zo verslavend.
Strays zorgde in de eerste maand van het jaar al voor drie kwartier tijdloze popmuziek van een hoog niveau en Strays II voegt nog 35 minuten genieten toe. De productie van Jonathan Wilson en het veelzijdige geluid op het album zijn in deze recensie al enkele malen geroemd, maar de zang van Margo Price is misschien nog wel mooier. Iedereen die haar autobiografie heeft gelezen weet dat het zomaar mis had kunnen gaan met de muzikante uit Nashville, maar Strays II laat nog maar eens horen dat we heel blij moeten zijn dat het uiteindelijk allemaal goed kwam. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margo Price - Strays II - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Price - Strays II
Strays II voegt negen tracks toe aan het eerder dit jaar verschenen Strays van Margo Price, maar dit zijn zeker geen restjes, maar negen tracks die van Strays een nog veel mooier en indrukwekkender album maken
Het is een prachtig rijtje albums dat de Amerikaanse muzikante Margo Price inmiddels op haar naam heeft staan. Het zijn albums met countrymuziek uit de jaren 70 als rode draad, maar de muzikante uit Nashville heeft er op haar albums steeds meer invloeden bij gepakt. Op het samen met har band en producer Jonathan Wilson in California opgenomen Strays bewees Margo Price dat het nog eens stuk veelzijdiger kon en ook de extra tracks van Strays II laten horen dat het muzikale universum van Margo Price steeds groter wordt. Strays II is zeker geen verzameling restjes, want de negen extra tracks doen niet onder voor de tien eerdere tracks en maken van Strays een nog wat indrukwekkender album.
Na het verschijnen van haar indrukwekkende autobiografie Maybe We'll Make It een jaar geleden, bracht de Amerikaanse singer-songwriter Margo Price begin dit jaar haar vierde album Strays uit. De bijzonder hobbelige weg naar succes in Nashville, die Margo Price zo indrukwekkend beschrijft in haar autobiografie, ligt inmiddels achter haar, want met Strays bevestigde de Amerikaanse muzikante haar status als een van de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment.
Een paar weken geleden verscheen Strays II en vanwege het enorme aanbod van dat moment besloot ik dat ik deze verzameling ‘restjes’ wel even kon laten liggen. Strays II kon echter rekenen op zeer positieve recensies, waardoor ik het album er toch bij heb gepakt. Het is een verstandig besluit, want Strays II is veel meer dan een verzameling restjes. Op de streaming media diensten begint Strays II met de tien tracks van het eerder dit jaar verschenen Strays, waarna negen extra tracks volgen.
Strays werd naar verluidt geïnspireerd door een zes dagen durende ‘magic mushroom trip’ van Margo Price en haar echtgenoot en muzikant Jeremy Ivey, waarna ze de studio van producer Jonathan Wilson in de Californische Topanga Canyon in doken. De negen tracks van Strays II komen uit dezelfde opnamesessies en verrijken het album tot een ruim 80 minuten durende luistertrip.
Margo Price maakte met haar debuutalbum Midwest Farmer’s Daughter uit 2016 een van de beste countryalbums van dit millennium, maar sloeg vervolgens haar vleugels uit met een veelzijdiger geluid. Dat geluid kwam tot bloei onder de vleugels van producer Jonathan Wilson, die Strays voorzag van een kosmisch en psychedelisch countrygeluid, waarin ook ruimte was voor invloeden uit de pop en de rock en met name de pop en de rock die in de jaren 70 in en rond Los Angeles werd gemaakt.
Strays II laat vergelijkbare invloeden horen als zijn voorganger en laat horen dat Margo Price op een breed terrein uit de voeten kan. Het ene moment omarmt ze de country uit het verleden, maar het volgende moment verrast ze met een 70s poptrack die niet had misstaan op het inmiddels bijna vergeten Nightout van Ellen Foley of op Rumours van Fleetwood Mac, om er ook een erkende klassieker bij te pakken.
Hoe groot de rol van de ‘magic mushrooms’ was weet ik niet, maar na beluistering van Strays II is duidelijk dat Margo Price, Jeremy Ivey en de rest van haar band over inspiratie niet te klagen hadden in de studio van Jonathan Wilson, die het allemaal prachtig wist vast te leggen. De extra tracks op Strays II doen zeker niet onder voor de tracks die op de eerste versie van het album waren te vinden en zijn ook minstens net zo verslavend.
Strays zorgde in de eerste maand van het jaar al voor drie kwartier tijdloze popmuziek van een hoog niveau en Strays II voegt nog 35 minuten genieten toe. De productie van Jonathan Wilson en het veelzijdige geluid op het album zijn in deze recensie al enkele malen geroemd, maar de zang van Margo Price is misschien nog wel mooier. Iedereen die haar autobiografie heeft gelezen weet dat het zomaar mis had kunnen gaan met de muzikante uit Nashville, maar Strays II laat nog maar eens horen dat we heel blij moeten zijn dat het uiteindelijk allemaal goed kwam. Erwin Zijleman
Margo Price - That's How Rumors Get Started (2020)

4,0
0
geplaatst: 12 juli 2020, 10:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margo Price - That's How Rumors Get Started - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Het derde album van Margo Price kwam er niet zonder slag of stoot, maar imponeert toch weer makkelijk met een geluid dat wat afstapt van de 70s country en een stem die je meedogenloos bij de strot grijpt
Margo Price werd na de release van haar debuut vereenzelvigd met de traditionele country uit de jaren 70, maar zocht op haar tweede album de grenzen al op. Dat doet ze nog wat nadrukkelijker op haar derde album, waarop de country uit de jaren 70 een flinke stap terug heeft moeten doen. Pop en rock hebben juist aan terrein gewonnen en zijn door producer Sturgill Simpson hier en daar van een 80s country randje voorzien. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal lekker, de songs zijn aansprekend en Margo Price is nog altijd voorzien van een stem die keihard binnenkomt. De volgende keer mag ze best weer een traditioneel countryalbum maken, maar ook That’s How Rumors Get Started is uitstekend.
De Amerikaanse singer-songwriter Margo Price werd een paar jaar geleden in het zadel geholpen door Jack White (The White Stripes), die haar een platencontract gaf en haar solodebuut Midwest Farmer’s Daughter uit 2016 produceerde. Margo Price zocht op dat moment, samen met haar man Jeremy Ivey, al een aantal jaren haar geluk in Nashville, maar kreeg met Midwest Farmer’s Daughter de erkenning die ze al een tijdje verdiende, na een aantal jaren vol persoonlijke misère aan de zelfkant van de samenleving.
Op haar debuut liet de singer-songwriter uit Nashville zich nadrukkelijk inspireren door de wat traditionelere countrymuziek uit de jaren 70 van bijvoorbeeld Tammy Wynnette en Loretta Lynn, maar vond ze ook aansluiting bij de hedendaagse countrymuziek. Het in 2017 verschenen en samen met haar man Jeremy Ivey geproduceerde All American Made bevestigde de belofte van het debuut van Margo Price. Het album liet een nog wat veelzijdiger geluid horen en klonk bovendien fantastisch door de bijdragen van een aantal geweldige muzikanten.
Waar de eerste twee albums van Margo Price elkaar snel opvolgden, hebben we relatief lang moeten wachten op album nummer drie. That’s How Rumors Get Started werd in eerste instantie opgehouden door het moederschap, maar liep door een postnatale depressie, een verwoestende tornado en de corona pandemie nog wat meer vertraging op. Het album is deze week dan eindelijk verschenen en bevestigt wat mij betreft het talent van Margo Price, al slaat ze wel duidelijk andere wegen in.
De muzikante uit Nashville vertrouwde dit keer op de diensten van een producer van naam en faam in het rootssegment, want That’s How Rumors Get Started werd geproduceerd door niemand minder dan Sturgill Simpson, die ook topmuzikanten als pianist Benmont Tench, gitarist Matt Sweeney en bassist Pino Palladino naar de studio haalde. De keuze voor Sturgill Simpson was een paar jaar geleden nog een veilige keuze geweest, maar de producer en muzikant uit Nashville koos op zijn laatste eigen album voor een geluid vol invloeden uit de 80s en hier en daar zelfs een hoofdrol voor synths. Met name de 80s invloeden duiken ook op het nieuwe album van Margo Price een enkele keer op.
That’s How Rumors Get Started is wat minder sterk geworteld in de traditionele country uit de jaren 70, maar schuift vaak op richting het volgende decennium, waarin invloeden uit de traditionele country en radiovriendelijke rockmuziek een monsterverbond sloten en de pedal steel verboden terrein was. Loretta Lynn heeft hier en daar plaatsgemaakt voor Stevie Nicks of zelfs Ellen Foley en het pakt verrassend goed uit.
Het levert een aantal songs op waarin in muzikaal en vocaal opzicht flink wordt uitgepakt, maar Margo Price is de country zeker niet helemaal vergeten. That’s How Rumors Get Started kiest vergeleken met zijn voorgangers voor een nog wat grootser en veelzijdiger geluid, maar de fantastische stem van Margo Price is gebleven, net als haar vermogen om, samen met manlief Jeremy Ivey, geweldige songs vol mooie verhalen te schrijven.
Ik hoor Margo Price zelf nog altijd het liefst in de country tearjerkers, die overigens ook op het album te vinden zijn, maar ook haar uitstapjes richting een wat meer soulvol geluid, richting de rockmuziek die je op de grote Amerikaanse radiostations hoorde in de jaren 80 of richting de pop en rock van Fleetwood Mac en frontvrouw Stevie Nicks zijn absoluut geslaagd. Prima album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margo Price - That's How Rumors Get Started - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Het derde album van Margo Price kwam er niet zonder slag of stoot, maar imponeert toch weer makkelijk met een geluid dat wat afstapt van de 70s country en een stem die je meedogenloos bij de strot grijpt
Margo Price werd na de release van haar debuut vereenzelvigd met de traditionele country uit de jaren 70, maar zocht op haar tweede album de grenzen al op. Dat doet ze nog wat nadrukkelijker op haar derde album, waarop de country uit de jaren 70 een flinke stap terug heeft moeten doen. Pop en rock hebben juist aan terrein gewonnen en zijn door producer Sturgill Simpson hier en daar van een 80s country randje voorzien. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal lekker, de songs zijn aansprekend en Margo Price is nog altijd voorzien van een stem die keihard binnenkomt. De volgende keer mag ze best weer een traditioneel countryalbum maken, maar ook That’s How Rumors Get Started is uitstekend.
De Amerikaanse singer-songwriter Margo Price werd een paar jaar geleden in het zadel geholpen door Jack White (The White Stripes), die haar een platencontract gaf en haar solodebuut Midwest Farmer’s Daughter uit 2016 produceerde. Margo Price zocht op dat moment, samen met haar man Jeremy Ivey, al een aantal jaren haar geluk in Nashville, maar kreeg met Midwest Farmer’s Daughter de erkenning die ze al een tijdje verdiende, na een aantal jaren vol persoonlijke misère aan de zelfkant van de samenleving.
Op haar debuut liet de singer-songwriter uit Nashville zich nadrukkelijk inspireren door de wat traditionelere countrymuziek uit de jaren 70 van bijvoorbeeld Tammy Wynnette en Loretta Lynn, maar vond ze ook aansluiting bij de hedendaagse countrymuziek. Het in 2017 verschenen en samen met haar man Jeremy Ivey geproduceerde All American Made bevestigde de belofte van het debuut van Margo Price. Het album liet een nog wat veelzijdiger geluid horen en klonk bovendien fantastisch door de bijdragen van een aantal geweldige muzikanten.
Waar de eerste twee albums van Margo Price elkaar snel opvolgden, hebben we relatief lang moeten wachten op album nummer drie. That’s How Rumors Get Started werd in eerste instantie opgehouden door het moederschap, maar liep door een postnatale depressie, een verwoestende tornado en de corona pandemie nog wat meer vertraging op. Het album is deze week dan eindelijk verschenen en bevestigt wat mij betreft het talent van Margo Price, al slaat ze wel duidelijk andere wegen in.
De muzikante uit Nashville vertrouwde dit keer op de diensten van een producer van naam en faam in het rootssegment, want That’s How Rumors Get Started werd geproduceerd door niemand minder dan Sturgill Simpson, die ook topmuzikanten als pianist Benmont Tench, gitarist Matt Sweeney en bassist Pino Palladino naar de studio haalde. De keuze voor Sturgill Simpson was een paar jaar geleden nog een veilige keuze geweest, maar de producer en muzikant uit Nashville koos op zijn laatste eigen album voor een geluid vol invloeden uit de 80s en hier en daar zelfs een hoofdrol voor synths. Met name de 80s invloeden duiken ook op het nieuwe album van Margo Price een enkele keer op.
That’s How Rumors Get Started is wat minder sterk geworteld in de traditionele country uit de jaren 70, maar schuift vaak op richting het volgende decennium, waarin invloeden uit de traditionele country en radiovriendelijke rockmuziek een monsterverbond sloten en de pedal steel verboden terrein was. Loretta Lynn heeft hier en daar plaatsgemaakt voor Stevie Nicks of zelfs Ellen Foley en het pakt verrassend goed uit.
Het levert een aantal songs op waarin in muzikaal en vocaal opzicht flink wordt uitgepakt, maar Margo Price is de country zeker niet helemaal vergeten. That’s How Rumors Get Started kiest vergeleken met zijn voorgangers voor een nog wat grootser en veelzijdiger geluid, maar de fantastische stem van Margo Price is gebleven, net als haar vermogen om, samen met manlief Jeremy Ivey, geweldige songs vol mooie verhalen te schrijven.
Ik hoor Margo Price zelf nog altijd het liefst in de country tearjerkers, die overigens ook op het album te vinden zijn, maar ook haar uitstapjes richting een wat meer soulvol geluid, richting de rockmuziek die je op de grote Amerikaanse radiostations hoorde in de jaren 80 of richting de pop en rock van Fleetwood Mac en frontvrouw Stevie Nicks zijn absoluut geslaagd. Prima album. Erwin Zijleman
Margo Timmins - The Ty Tyrfu Sessions (2021)

3,5
0
geplaatst: 1 maart 2021, 16:49 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Margo Timmins - The Ty Tyrfu Sessions - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Timmins - The Ty Tyrfu Sessions
Cowboy Junkies zangeres Margo Timmins vertolkt op The Ty Tyrfu Sessions uitsluitend songs van anderen en doet dat op wonderschone wijze, met uiteraard haar prachtstem in de hoofdrol
The Ty Tyrfu Sessions wordt hier en daar het lockdown album van Margo Timmins genoemd, maar het album werd ruim tien jaar geleden al eens uitgebracht (met een licht afwijkende tracklist). De sfeer van de lockdown weet de Canadese zangeres echter uitstekend te vangen met haar bijzonder mooie stem en de sobere maar sfeervolle klanken op het album. De keuze van de songs is niet heel origineel, maar het zijn wel songs die wat vragen van degene die het aandurft om ze te vertolken. Margo Timmins durft het aan en slaagt er keer op keer glansrijk in om er Margo Timmins songs van te maken. Het is misschien een tussendoortje, maar wel een wonderschoon tussendoortje.
Margo Timmins maakt inmiddels ruim 35 jaar deel uit van de Canadese band Cowboy Junkies en heeft met haar band een flinke stapel geweldige albums op haar naam staan, waaronder een aantal die ik schaar onder mijn favoriete albums aller tijden.
Deze week verscheen een soloalbum van de Canadese zangeres, The Ty Tyrfu Sessions. Het is niet het corona lockdown album van Margo Timmins, want een album met grotendeels dezelfde tracklist verscheen in 2009 al eens als The Ty Tyrfu Sessions, Volume 1.
Voor The Ty Tyrfu Sessions zocht de Canadese muzikante, in een tijd waarin we corona nog associeerden met Mexicaans bier of met de zon, de samenwerking met Jeff Bird, die als multi-instrumentalist heeft bijgedragen aan flink wat albums van Cowboy Junkies.
Voor The Ty Tyrfu Sessions hoefde Jeff Bird niet al teveel uit de kast te halen, want de meeste songs op het eerste soloalbum van Margo Timmins zijn behoorlijk sober ingekleurd met akoestische gitaar of piano en hier en daar wat basloopjes.
Dat is een verstandige keuze, want de fluisterzachte stem van de Canadese muzikante gedijt het best wanneer de instrumentatie niet al te uitbundig is (ik herinner me nog dat tijdens het eerste Paradiso concert van de band de bar dicht moet omdat de rinkelende glazen de zang dreigden te overstemmen).
Op The Ty Tyrfu Sessions vertolkt Margo Timmins een aantal van haar favoriete songs. Dat zijn behoorlijk bekende songs, waardoor we op The Ty Tyrfu Sessions geen obscure pareltjes tegenkomen.
Het soloalbum van Margo Timmins bevat songs van Bob Dylan (3x, waarvan 1x met George Harrison), Bruce Springsteen, Cat Stevens, The Beatles, Joni Mitchell, Bruce Cockburn, Richard & Linda Thompson en Lucinda Williams en het zijn deels songs die je wel vaker tegenkomt op albums die zijn gevuld met covers.
Ik ben lang niet altijd gek op dit soort albums, maar voor Margo Timmins, die absoluut behoort tot mijn favoriete zangeressen, maak ik graag een uitzondering. The Ty Tyrfu Sessions onderscheidt zich niet direct met de instrumentatie, die sober maar doeltreffend is, maar wel met de zang, die weer wonderschoon is.
Margo Timmins zingt ook op dit soloalbum weer fluisterzacht, maar ook met veel gevoel. Door de mooie zang slaagt ze er in om toch weer iets toe te voegen aan deels behoorlijk uitgemolken songs. Zo krijgt Things We Said Today van The Beatles een zwoele en jazzy vertolking en het is zeker niet de enige song op het album die voor een net wat andere invalshoek kiest, meestal door de instrumentatie een stuk soberder te maken en het tempo wat te verlagen.
The Ty Tyrfu Sessions, Volume 1 is me in 2009 niet opgevallen, maar het deze week verschenen The Ty Tyrfu Sessions vind ik erg mooi. Het is een album dat al heel lang op de plank lag en dus niets te maken heeft met de corona pandemie die ons inmiddels een jaar in de weg zit, maar qua sfeer misstaat het soloalbum van Margo Timmins niet tussen alle echte lockdown albums.
The Ty Tyrfu Sessions doet uitzien naar een volgend album van Cowboy Junkies, maar voldoet vooralsnog ook prima als alternatief voor een nieuw album van de Canadese band. Zeker in de kleine uurtjes is het album van een bijzondere schoonheid en blijft Margo Timmins het oor maar strelen met haar prachtige stem. Geweldig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Margo Timmins - The Ty Tyrfu Sessions - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Margo Timmins - The Ty Tyrfu Sessions
Cowboy Junkies zangeres Margo Timmins vertolkt op The Ty Tyrfu Sessions uitsluitend songs van anderen en doet dat op wonderschone wijze, met uiteraard haar prachtstem in de hoofdrol
The Ty Tyrfu Sessions wordt hier en daar het lockdown album van Margo Timmins genoemd, maar het album werd ruim tien jaar geleden al eens uitgebracht (met een licht afwijkende tracklist). De sfeer van de lockdown weet de Canadese zangeres echter uitstekend te vangen met haar bijzonder mooie stem en de sobere maar sfeervolle klanken op het album. De keuze van de songs is niet heel origineel, maar het zijn wel songs die wat vragen van degene die het aandurft om ze te vertolken. Margo Timmins durft het aan en slaagt er keer op keer glansrijk in om er Margo Timmins songs van te maken. Het is misschien een tussendoortje, maar wel een wonderschoon tussendoortje.
Margo Timmins maakt inmiddels ruim 35 jaar deel uit van de Canadese band Cowboy Junkies en heeft met haar band een flinke stapel geweldige albums op haar naam staan, waaronder een aantal die ik schaar onder mijn favoriete albums aller tijden.
Deze week verscheen een soloalbum van de Canadese zangeres, The Ty Tyrfu Sessions. Het is niet het corona lockdown album van Margo Timmins, want een album met grotendeels dezelfde tracklist verscheen in 2009 al eens als The Ty Tyrfu Sessions, Volume 1.
Voor The Ty Tyrfu Sessions zocht de Canadese muzikante, in een tijd waarin we corona nog associeerden met Mexicaans bier of met de zon, de samenwerking met Jeff Bird, die als multi-instrumentalist heeft bijgedragen aan flink wat albums van Cowboy Junkies.
Voor The Ty Tyrfu Sessions hoefde Jeff Bird niet al teveel uit de kast te halen, want de meeste songs op het eerste soloalbum van Margo Timmins zijn behoorlijk sober ingekleurd met akoestische gitaar of piano en hier en daar wat basloopjes.
Dat is een verstandige keuze, want de fluisterzachte stem van de Canadese muzikante gedijt het best wanneer de instrumentatie niet al te uitbundig is (ik herinner me nog dat tijdens het eerste Paradiso concert van de band de bar dicht moet omdat de rinkelende glazen de zang dreigden te overstemmen).
Op The Ty Tyrfu Sessions vertolkt Margo Timmins een aantal van haar favoriete songs. Dat zijn behoorlijk bekende songs, waardoor we op The Ty Tyrfu Sessions geen obscure pareltjes tegenkomen.
Het soloalbum van Margo Timmins bevat songs van Bob Dylan (3x, waarvan 1x met George Harrison), Bruce Springsteen, Cat Stevens, The Beatles, Joni Mitchell, Bruce Cockburn, Richard & Linda Thompson en Lucinda Williams en het zijn deels songs die je wel vaker tegenkomt op albums die zijn gevuld met covers.
Ik ben lang niet altijd gek op dit soort albums, maar voor Margo Timmins, die absoluut behoort tot mijn favoriete zangeressen, maak ik graag een uitzondering. The Ty Tyrfu Sessions onderscheidt zich niet direct met de instrumentatie, die sober maar doeltreffend is, maar wel met de zang, die weer wonderschoon is.
Margo Timmins zingt ook op dit soloalbum weer fluisterzacht, maar ook met veel gevoel. Door de mooie zang slaagt ze er in om toch weer iets toe te voegen aan deels behoorlijk uitgemolken songs. Zo krijgt Things We Said Today van The Beatles een zwoele en jazzy vertolking en het is zeker niet de enige song op het album die voor een net wat andere invalshoek kiest, meestal door de instrumentatie een stuk soberder te maken en het tempo wat te verlagen.
The Ty Tyrfu Sessions, Volume 1 is me in 2009 niet opgevallen, maar het deze week verschenen The Ty Tyrfu Sessions vind ik erg mooi. Het is een album dat al heel lang op de plank lag en dus niets te maken heeft met de corona pandemie die ons inmiddels een jaar in de weg zit, maar qua sfeer misstaat het soloalbum van Margo Timmins niet tussen alle echte lockdown albums.
The Ty Tyrfu Sessions doet uitzien naar een volgend album van Cowboy Junkies, maar voldoet vooralsnog ook prima als alternatief voor een nieuw album van de Canadese band. Zeker in de kleine uurtjes is het album van een bijzondere schoonheid en blijft Margo Timmins het oor maar strelen met haar prachtige stem. Geweldig. Erwin Zijleman
Maria BC - Hyaline (2022)

4,0
1
geplaatst: 7 augustus 2022, 13:54 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
Hyaline | maria bc - mariabc.bandcamp.com
Maria BC - Hyaline
Maria BC debuteert met een album vol afwisselend donkere en sprookjesachtige klanken, bijzonder gitaarspel, beeldende songs en een klassiek geschoolde stem die nog wat mysterie toevoegt aan dit bijzondere album
Hyaline van de Amerikaanse muzikante Maria BC is wat ondergesneeuwd door het enorme aanbod van de afgelopen maanden, maar het is een album dat echt alle aandacht verdient. In eerste instantie door de klassiek geschoolde stem van Maria BC, die het beste van Liz Harris (Grouper), Elizabeth Fraser (Cocteau Twins) en Kate Bush verenigt, maar ook door de even mooie als spannende klanken op het album en de prachtig opgebouwde songs, die hun geheimen maar langzaam prijs geven. Hyaline is een filmisch album dat de fantasie maximaal prikkelt en dat je meeneemt naar surrealistische landschappen. Neem er de tijd voor, maar vervolgens is het echt betoverend mooi.
In een beperkt aantal halfjaarlijstjes duikt Hyaline van Maria BC op. Het is een album dat ik eerder dit jaar hooguit vluchtig heb beluisterd, maar dat toen geen onuitwisbare indruk maakte. Dat is ook niet zo gek, want het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant is een album dat totaal niet tot zijn recht komt bij beluistering van slechts wat korte fragmenten. Naar aanleiding van meerdere aanprijzingen heb ik flink de tijd genomen voor het eerste album van Maria BC en inmiddels schaar ook ik het album onder de hoogtepunten van het eerste halfjaar van 2022.
Maria BC, die zichzelf ziet als een non-binair persoon, is een klassiek geschoold mezzosopraan, die werd geboren in Ohio en via Brooklyn, New York, in Oakland, California is terecht gekomen. Het nog in Brooklyn opgenomen Hyaline is een album waarop de geschoolde stem van Maria BC een belangrijke rol speelt. Het is een stem die prachtig klinkt en zich zo soepel door het muzikale landschap op Hyaline beweegt dat de zang hier en daar klinkt als een extra instrument.
De stem van Maria BC heeft het zachte en zwaar melancholische van een collega muzikant als Grouper, die relevant vergelijkingsmateriaal aandraagt, maar Hyaline doet me ook met grote regelmaat denken aan de zang van Kate Bush, die momenteel volkomen terecht weer in het middelpunt van de belangstelling staat. Net als Kate Bush doet Maria BC in vocaal opzicht continu dingen die je niet verwacht, wat eigenzinnig klinkende songs oplevert. Het zijn songs die in de meeste atmosferische momenten overigens ook wel wat doen denken aan die van de Britse band Cocteau Twins, wat het al bijzonder smaakvolle vergelijkingsmateriaal completeert.
De bijzondere stem van Maria BC wordt op Hyaline omgeven met vaak wat donker aandoende klanken, maar het zijn klanken waarin veel moois te ontdekken valt. Het zijn klanken die zowel gruizig en bezwerend als betoverend mooi kunnen zijn, wat een album vol fraaie spanningsbogen en dynamiek oplevert, maar ook een album met bijna hypnotiserende kracht. Het zijn klanken waarin het bijzonder fraaie en veelkleurige gitaarspel van Maria BC een belangrijke rol speelt, waarna samples nog wat mysterie toevoegen aan het album en het album bovendien nog wat meer de kant van Grouper op duwen.
Zeker wanneer de muzikale inkleuring op Hyaline betrekkelijk sober is, eist de bijzondere stem van Maria BC de hoofdrol op en creëert de Amerikaanse muzikant een bijzonder muzikaal universum vol atmosferische en beeldende klanken. Hyaline kan zo nu en dan folky klinken, maar ook invloeden uit de ambient en invloeden uit de post-rock hebben hun weg gevonden naar het debuutalbum van Maria BC, dat grotendeels met haar telefoon werd opgenomen, maar desondanks prachtig klinkt.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon ontdek je steeds weer nieuwe wendingen in de bijzondere muziek van Maria BC, die een album heeft gemaakt dat het predicaat luistertrip absoluut verdient. Alleen al de combinatie van de prachtige stem en de trefzekere gitaarlijnen maken van Hyaline een geweldig album, maar de vervreemdende samples en de sprookjesachtige klanken op de achtergrond tillen Hyaline nog wat verder op. Helaas door velen over het hoofd gezien, maar wat is dit een prachtig album. Erwin Zijleman
Hyaline | maria bc - mariabc.bandcamp.com
Maria BC - Hyaline
Maria BC debuteert met een album vol afwisselend donkere en sprookjesachtige klanken, bijzonder gitaarspel, beeldende songs en een klassiek geschoolde stem die nog wat mysterie toevoegt aan dit bijzondere album
Hyaline van de Amerikaanse muzikante Maria BC is wat ondergesneeuwd door het enorme aanbod van de afgelopen maanden, maar het is een album dat echt alle aandacht verdient. In eerste instantie door de klassiek geschoolde stem van Maria BC, die het beste van Liz Harris (Grouper), Elizabeth Fraser (Cocteau Twins) en Kate Bush verenigt, maar ook door de even mooie als spannende klanken op het album en de prachtig opgebouwde songs, die hun geheimen maar langzaam prijs geven. Hyaline is een filmisch album dat de fantasie maximaal prikkelt en dat je meeneemt naar surrealistische landschappen. Neem er de tijd voor, maar vervolgens is het echt betoverend mooi.
In een beperkt aantal halfjaarlijstjes duikt Hyaline van Maria BC op. Het is een album dat ik eerder dit jaar hooguit vluchtig heb beluisterd, maar dat toen geen onuitwisbare indruk maakte. Dat is ook niet zo gek, want het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant is een album dat totaal niet tot zijn recht komt bij beluistering van slechts wat korte fragmenten. Naar aanleiding van meerdere aanprijzingen heb ik flink de tijd genomen voor het eerste album van Maria BC en inmiddels schaar ook ik het album onder de hoogtepunten van het eerste halfjaar van 2022.
Maria BC, die zichzelf ziet als een non-binair persoon, is een klassiek geschoold mezzosopraan, die werd geboren in Ohio en via Brooklyn, New York, in Oakland, California is terecht gekomen. Het nog in Brooklyn opgenomen Hyaline is een album waarop de geschoolde stem van Maria BC een belangrijke rol speelt. Het is een stem die prachtig klinkt en zich zo soepel door het muzikale landschap op Hyaline beweegt dat de zang hier en daar klinkt als een extra instrument.
De stem van Maria BC heeft het zachte en zwaar melancholische van een collega muzikant als Grouper, die relevant vergelijkingsmateriaal aandraagt, maar Hyaline doet me ook met grote regelmaat denken aan de zang van Kate Bush, die momenteel volkomen terecht weer in het middelpunt van de belangstelling staat. Net als Kate Bush doet Maria BC in vocaal opzicht continu dingen die je niet verwacht, wat eigenzinnig klinkende songs oplevert. Het zijn songs die in de meeste atmosferische momenten overigens ook wel wat doen denken aan die van de Britse band Cocteau Twins, wat het al bijzonder smaakvolle vergelijkingsmateriaal completeert.
De bijzondere stem van Maria BC wordt op Hyaline omgeven met vaak wat donker aandoende klanken, maar het zijn klanken waarin veel moois te ontdekken valt. Het zijn klanken die zowel gruizig en bezwerend als betoverend mooi kunnen zijn, wat een album vol fraaie spanningsbogen en dynamiek oplevert, maar ook een album met bijna hypnotiserende kracht. Het zijn klanken waarin het bijzonder fraaie en veelkleurige gitaarspel van Maria BC een belangrijke rol speelt, waarna samples nog wat mysterie toevoegen aan het album en het album bovendien nog wat meer de kant van Grouper op duwen.
Zeker wanneer de muzikale inkleuring op Hyaline betrekkelijk sober is, eist de bijzondere stem van Maria BC de hoofdrol op en creëert de Amerikaanse muzikant een bijzonder muzikaal universum vol atmosferische en beeldende klanken. Hyaline kan zo nu en dan folky klinken, maar ook invloeden uit de ambient en invloeden uit de post-rock hebben hun weg gevonden naar het debuutalbum van Maria BC, dat grotendeels met haar telefoon werd opgenomen, maar desondanks prachtig klinkt.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon ontdek je steeds weer nieuwe wendingen in de bijzondere muziek van Maria BC, die een album heeft gemaakt dat het predicaat luistertrip absoluut verdient. Alleen al de combinatie van de prachtige stem en de trefzekere gitaarlijnen maken van Hyaline een geweldig album, maar de vervreemdende samples en de sprookjesachtige klanken op de achtergrond tillen Hyaline nog wat verder op. Helaas door velen over het hoofd gezien, maar wat is dit een prachtig album. Erwin Zijleman
Maria BC - Spike Field (2023)

4,0
0
geplaatst: 25 oktober 2023, 18:16 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maria BC - Spike Field - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maria BC - Spike Field
Maria BC heeft met Spike Field niet alleen een conceptalbum gemaakt over een bijzonder project, maar betovert ook met bedwelmende klanken, verrassende wendingen en fluisterzachte vocalen
Met Hyaline leverde de Amerikaanse muzikant Maria BC vorig jaar een fascinerend album af, dat uiteindelijk hoog scoorde bij de critici. Ook het deze week verschenen Spike Field is een bijzonder album, al is het maar vanwege de thematiek. De nadruk ligt dit keer op ingetogen klanken en zachte vocalen, waardoor het album wat minder dynamisch is dan zijn voorganger. Bijzonder mooie klankentapijten trekken langzaam over en versterken de zachte zang van Maria BC, die sprookjesachtig kan klinken, maar ook de nodige melancholie in de muziek op Spike Field heeft gestopt. Het is een album waar je de tijd voor moet nemen, maar die wordt dubbel en dwars terugbetaald.
Het in het voorjaar van 2022 verschenen Hyaline van Maria BC trok in eerste instantie nauwelijks aandacht, maar dook vervolgens op in verrassend veel halfjaarlijstjes. Dat het album niet direct aansloeg vond ik overigens niet zo gek, want Hyaline was een lastig te doorgronden album, waarop bijzondere klankentapijten werden gecombineerd met de al even bijzondere stem van Maria BC, een klassiek geschoold mezzosopraan, die zichzelf ziet als een non-binair persoon. Het met een telefoon opgenomen maar desondanks prachtig klinkende Hyaline deed me afwisselend denken aan Grouper, Kate Bush en Cocteau Twins, wat op zijn minst bijzonder vergelijkingsmateriaal is.
Maria BC keert anderhalf jaar na het debuutalbum terug met Spike Field en ook dit is een album dat je meerdere keren moet horen om er een goed oordeel over te kunnen vormen. Het is een conceptalbum over het Spike Field in de woestijn van New Mexico, waar gepoogd is om toekomstige bezoekers van de aarde te waarschuwen voor het nucleair afval dat daar ligt opgeslagen. Dat gebeurt niet alleen in meerdere talen, maar omdat de waarschuwing duizenden jaren mee moet gaan en mogelijk pas na het uitsterven van onze beschaving wordt bezocht, ook met een bijzondere formatie van stekels die in het landschap zijn geplaatst. Het is een bijzonder project, dat nu door Maria BC van een soundtrack is voorzien.
De Amerikaanse muzikant nam Spike Field op in het huis van vrienden, waarin in eerste instantie alleen een oude en wat gammele of zelfs valse piano was te vinden. De hier en daar opduikende klanken van de piano werden vervolgens verrijkt met subtiele elektronica, akoestische gitaren en met de bijzondere stem van Maria BC. Spike Field is minstens net zo ongrijpbaar als voorganger Hyaline, maar het is ook een wat ander album geworden.
De zang van Maria BC is op Spike Field een stuk minder expressief en vooral fluisterzacht en ook de muziek op het album is subtieler en minder dynamisch dan op Hyaline. Hyaline kon hier en daar nog wel eens ontsporen in ruwere passages, maar op Spike Field domineren de ingetogen en dromerige klanken. Het heeft af en toe nog wel wat van Cocteau Twins en Grouper, maar Kate Bush hoor ik dit keer minder terug.
Spike Field is aan de ene kant wat toegankelijker dan voorganger Hyaline, maar is door het wat eenvormige en subtiele karakter ook een album dat de aandacht makkelijk los laat. Zeker bij oppervlakkige beluistering op de achtergrond blijft er weinig hangen van het nieuwe album van Maria BC, dat pas goed tot zijn recht komt wanneer je het met een goede koptelefoon beluistert. De Amerikaanse muzikant heeft ook Spike Field opgenomen met bescheiden middelen, maar dat is nauwelijks te horen, want ook dit album klinkt bijzonder mooi.
Maria BC leverde vorig jaar een album af dat in eerste instantie als zware kost werd bestempeld, maar dat uiteindelijk flink wat aandacht wist te trekken. Ook Spike Field is een album dat deze aandacht verdient, want de songs van Maria BC zijn wederom van een bijzondere schoonheid, die bijvoorbeeld liefhebbers van indiefolk en ambient folk aan moet kunnen spreken en waarbij het uiteindelijk ook heerlijk wegdromen is, al duurt het even voor je dat door hebt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maria BC - Spike Field - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maria BC - Spike Field
Maria BC heeft met Spike Field niet alleen een conceptalbum gemaakt over een bijzonder project, maar betovert ook met bedwelmende klanken, verrassende wendingen en fluisterzachte vocalen
Met Hyaline leverde de Amerikaanse muzikant Maria BC vorig jaar een fascinerend album af, dat uiteindelijk hoog scoorde bij de critici. Ook het deze week verschenen Spike Field is een bijzonder album, al is het maar vanwege de thematiek. De nadruk ligt dit keer op ingetogen klanken en zachte vocalen, waardoor het album wat minder dynamisch is dan zijn voorganger. Bijzonder mooie klankentapijten trekken langzaam over en versterken de zachte zang van Maria BC, die sprookjesachtig kan klinken, maar ook de nodige melancholie in de muziek op Spike Field heeft gestopt. Het is een album waar je de tijd voor moet nemen, maar die wordt dubbel en dwars terugbetaald.
Het in het voorjaar van 2022 verschenen Hyaline van Maria BC trok in eerste instantie nauwelijks aandacht, maar dook vervolgens op in verrassend veel halfjaarlijstjes. Dat het album niet direct aansloeg vond ik overigens niet zo gek, want Hyaline was een lastig te doorgronden album, waarop bijzondere klankentapijten werden gecombineerd met de al even bijzondere stem van Maria BC, een klassiek geschoold mezzosopraan, die zichzelf ziet als een non-binair persoon. Het met een telefoon opgenomen maar desondanks prachtig klinkende Hyaline deed me afwisselend denken aan Grouper, Kate Bush en Cocteau Twins, wat op zijn minst bijzonder vergelijkingsmateriaal is.
Maria BC keert anderhalf jaar na het debuutalbum terug met Spike Field en ook dit is een album dat je meerdere keren moet horen om er een goed oordeel over te kunnen vormen. Het is een conceptalbum over het Spike Field in de woestijn van New Mexico, waar gepoogd is om toekomstige bezoekers van de aarde te waarschuwen voor het nucleair afval dat daar ligt opgeslagen. Dat gebeurt niet alleen in meerdere talen, maar omdat de waarschuwing duizenden jaren mee moet gaan en mogelijk pas na het uitsterven van onze beschaving wordt bezocht, ook met een bijzondere formatie van stekels die in het landschap zijn geplaatst. Het is een bijzonder project, dat nu door Maria BC van een soundtrack is voorzien.
De Amerikaanse muzikant nam Spike Field op in het huis van vrienden, waarin in eerste instantie alleen een oude en wat gammele of zelfs valse piano was te vinden. De hier en daar opduikende klanken van de piano werden vervolgens verrijkt met subtiele elektronica, akoestische gitaren en met de bijzondere stem van Maria BC. Spike Field is minstens net zo ongrijpbaar als voorganger Hyaline, maar het is ook een wat ander album geworden.
De zang van Maria BC is op Spike Field een stuk minder expressief en vooral fluisterzacht en ook de muziek op het album is subtieler en minder dynamisch dan op Hyaline. Hyaline kon hier en daar nog wel eens ontsporen in ruwere passages, maar op Spike Field domineren de ingetogen en dromerige klanken. Het heeft af en toe nog wel wat van Cocteau Twins en Grouper, maar Kate Bush hoor ik dit keer minder terug.
Spike Field is aan de ene kant wat toegankelijker dan voorganger Hyaline, maar is door het wat eenvormige en subtiele karakter ook een album dat de aandacht makkelijk los laat. Zeker bij oppervlakkige beluistering op de achtergrond blijft er weinig hangen van het nieuwe album van Maria BC, dat pas goed tot zijn recht komt wanneer je het met een goede koptelefoon beluistert. De Amerikaanse muzikant heeft ook Spike Field opgenomen met bescheiden middelen, maar dat is nauwelijks te horen, want ook dit album klinkt bijzonder mooi.
Maria BC leverde vorig jaar een album af dat in eerste instantie als zware kost werd bestempeld, maar dat uiteindelijk flink wat aandacht wist te trekken. Ook Spike Field is een album dat deze aandacht verdient, want de songs van Maria BC zijn wederom van een bijzondere schoonheid, die bijvoorbeeld liefhebbers van indiefolk en ambient folk aan moet kunnen spreken en waarbij het uiteindelijk ook heerlijk wegdromen is, al duurt het even voor je dat door hebt. Erwin Zijleman
Maria McKee - La Vita Nuova (2020)

4,5
3
geplaatst: 14 maart 2020, 12:16 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maria McKee - La Vita Nuova - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maria McKee - La Vita Nuova
Maria McKee was lange tijd een mooie herinnering uit een ver verleden, maar keert nu terug met een zwaar aangezet en zeer persoonlijk album dat steeds meer indruk maakt
Het voelt nog als de dag van gisteren dat een jonge Maria McKee de geweldige band Lone Justice aanvoerde, maar het is inmiddels echt 35 jaar geleden. Na een aantal prima soloalbums, waaronder de klassieker You Gotta Sin To Get Saved, werd het na 2007 stil rond de Amerikaanse zangeres, maar opeens is ze terug. Terug met een zwaar aangezet album vol pathos en drama, waarin zowel in instrumentaal als in vocaal opzicht zeer stevig wordt uitgepakt. Het zal voor velen wat teveel van het goede zijn, maar ik word weer genadeloos ingepakt door Maria McKee, net als in 1985 met het debuut van Lone Justice.
In 1985 verscheen het titelloze debuut van de Amerikaanse band Lone Justice. De band met het jonge boegbeeld Maria McKee maakte diepe indruk met een album dat achteraf bezien in het hokje alt-country paste voordat het genre aan het begin van de jaren 90 officieel werd geboren.
Lone Justice werd zeer warm onthaald, maar toen het tweede album van de band een jaar later verscheen was het doek eigenlijk al gevallen. Maria McKee begon aan een solocarrière en debuteerde in 1989 met een titelloos album dat toch een beetje tegenviel, onder andere omdat producer Mitchell Froom wel erg veel polijst had gebruikt.
Een jaar later scoorde de Amerikaanse zangeres overigens wel een wereldhit met het van een filmsoundtrack afkomstige Show Me Heaven, maar persoonlijk vond ik het in 1993 verschenen You Gotta Sin To Get Saved veel indrukwekkender. Het album mag wat mij betreft worden gerekend tot de kroonjuwelen van de alt-country en legde de lat oog voor de albums die zouden volgen.
Maria McKee zou tussen 1996 en 2007 nog vier studioalbums en twee live-albums afleveren. Wat mij betreft allemaal niet zo goed als You Gotta Sin To Get Saved, maar stuk voor stuk de moeite waard. De afgelopen 13 jaar dook de naam van Maria McKee helaas nauwelijks meer op, maar een maand of drie geleden was er dan eindelijk de aankondiging van een nieuw album, dat deze week is verschenen.
La Vita Nuova is zeker geen lichte kost. Maria McKee keert terug met een album dat ruim een uur muziek bevat en het is muziek die behoorlijk binnen komt. La Vita Nuova is een album waarop de piano een belangrijke rol speelt en de pianoklanken zijn nogal zwaar aangezet. Het wordt allemaal nog wat zwaarder door de inzet van flink wat strijkers en blazers en zeker ook door de zang van Maria McKee.
De Amerikaanse singer-songwriter, die tegenwoordig in Londen woont, kon in haar jonge jaren al flink uitpakken met haar stem, maar de hoeveelheid drama is op La Vita Nuova flink opgevoerd. Ik kan me daarom goed voorstellen dat lang niet iedereen gecharmeerd zal zijn van het nieuwe album van Maria McKee, maar ik vond het direct bij eerste beluistering prachtig en bij herhaalde beluistering is het alleen maar indrukwekkender geworden.
La Vita Nuova is een album dat gemaakt had kunnen worden door Scott Walker, door David Bowie of door Jacques Brel in hun meest dramavolle dagen, maar dat je niet snel zult associëren met andere zangeressen (misschien met Nina Simone). De grote hoeveelheid drama en pathos past echter wel bij de krachtige stem van Maria McKee, die de afgelopen decennia zeker niet aan kracht heeft verloren. Zeker bij de eerste kennismaking met het album raast La Vita Nuova met orkaankracht over je heen, maar hoe vaker je naar het album luistert hoe meer emotie en dynamiek je hoort.
De zeer traditioneel opgevoede Maria McKee ontdekte past de laatste jaren haar seksualiteit en heeft van La Vita Nuova een persoonlijk album gemaakt dat strijdt voor de rechten van de LGBTQ (of LHBTI of LHBTIQAPC) gemeenschap. Heel af en toe geeft de Amerikaanse singer-songwriter wel heel veel gas en wordt het drama ook mij even teveel, maar wanneer even gas terug wordt genomen, bijvoorbeeld door de piano even te verruilen voor de akoestische gitaar, heeft ze me direct weer te pakken met een indrukwekkend en intens album. Na 13 jaar afwezigheid had ik niet meer gerekend op een comeback van Maria McKee, maar wat ben ik blij dat ze terug is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maria McKee - La Vita Nuova - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maria McKee - La Vita Nuova
Maria McKee was lange tijd een mooie herinnering uit een ver verleden, maar keert nu terug met een zwaar aangezet en zeer persoonlijk album dat steeds meer indruk maakt
Het voelt nog als de dag van gisteren dat een jonge Maria McKee de geweldige band Lone Justice aanvoerde, maar het is inmiddels echt 35 jaar geleden. Na een aantal prima soloalbums, waaronder de klassieker You Gotta Sin To Get Saved, werd het na 2007 stil rond de Amerikaanse zangeres, maar opeens is ze terug. Terug met een zwaar aangezet album vol pathos en drama, waarin zowel in instrumentaal als in vocaal opzicht zeer stevig wordt uitgepakt. Het zal voor velen wat teveel van het goede zijn, maar ik word weer genadeloos ingepakt door Maria McKee, net als in 1985 met het debuut van Lone Justice.
In 1985 verscheen het titelloze debuut van de Amerikaanse band Lone Justice. De band met het jonge boegbeeld Maria McKee maakte diepe indruk met een album dat achteraf bezien in het hokje alt-country paste voordat het genre aan het begin van de jaren 90 officieel werd geboren.
Lone Justice werd zeer warm onthaald, maar toen het tweede album van de band een jaar later verscheen was het doek eigenlijk al gevallen. Maria McKee begon aan een solocarrière en debuteerde in 1989 met een titelloos album dat toch een beetje tegenviel, onder andere omdat producer Mitchell Froom wel erg veel polijst had gebruikt.
Een jaar later scoorde de Amerikaanse zangeres overigens wel een wereldhit met het van een filmsoundtrack afkomstige Show Me Heaven, maar persoonlijk vond ik het in 1993 verschenen You Gotta Sin To Get Saved veel indrukwekkender. Het album mag wat mij betreft worden gerekend tot de kroonjuwelen van de alt-country en legde de lat oog voor de albums die zouden volgen.
Maria McKee zou tussen 1996 en 2007 nog vier studioalbums en twee live-albums afleveren. Wat mij betreft allemaal niet zo goed als You Gotta Sin To Get Saved, maar stuk voor stuk de moeite waard. De afgelopen 13 jaar dook de naam van Maria McKee helaas nauwelijks meer op, maar een maand of drie geleden was er dan eindelijk de aankondiging van een nieuw album, dat deze week is verschenen.
La Vita Nuova is zeker geen lichte kost. Maria McKee keert terug met een album dat ruim een uur muziek bevat en het is muziek die behoorlijk binnen komt. La Vita Nuova is een album waarop de piano een belangrijke rol speelt en de pianoklanken zijn nogal zwaar aangezet. Het wordt allemaal nog wat zwaarder door de inzet van flink wat strijkers en blazers en zeker ook door de zang van Maria McKee.
De Amerikaanse singer-songwriter, die tegenwoordig in Londen woont, kon in haar jonge jaren al flink uitpakken met haar stem, maar de hoeveelheid drama is op La Vita Nuova flink opgevoerd. Ik kan me daarom goed voorstellen dat lang niet iedereen gecharmeerd zal zijn van het nieuwe album van Maria McKee, maar ik vond het direct bij eerste beluistering prachtig en bij herhaalde beluistering is het alleen maar indrukwekkender geworden.
La Vita Nuova is een album dat gemaakt had kunnen worden door Scott Walker, door David Bowie of door Jacques Brel in hun meest dramavolle dagen, maar dat je niet snel zult associëren met andere zangeressen (misschien met Nina Simone). De grote hoeveelheid drama en pathos past echter wel bij de krachtige stem van Maria McKee, die de afgelopen decennia zeker niet aan kracht heeft verloren. Zeker bij de eerste kennismaking met het album raast La Vita Nuova met orkaankracht over je heen, maar hoe vaker je naar het album luistert hoe meer emotie en dynamiek je hoort.
De zeer traditioneel opgevoede Maria McKee ontdekte past de laatste jaren haar seksualiteit en heeft van La Vita Nuova een persoonlijk album gemaakt dat strijdt voor de rechten van de LGBTQ (of LHBTI of LHBTIQAPC) gemeenschap. Heel af en toe geeft de Amerikaanse singer-songwriter wel heel veel gas en wordt het drama ook mij even teveel, maar wanneer even gas terug wordt genomen, bijvoorbeeld door de piano even te verruilen voor de akoestische gitaar, heeft ze me direct weer te pakken met een indrukwekkend en intens album. Na 13 jaar afwezigheid had ik niet meer gerekend op een comeback van Maria McKee, maar wat ben ik blij dat ze terug is. Erwin Zijleman
Maria McKee - You Gotta Sin to Get Saved (1993)

4,5
1
geplaatst: 29 januari 2023, 21:18 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maria McKee - You Gotta Sin To Get Saved (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maria McKee - You Gotta Sin To Get Saved (1993)
Maria McKee had met haar band Lone Justice en als solomuzikant een wereldster moeten worden, maar het liep helaas anders en dat ondanks een wereldalbum als You Gotta Sin To Get Saved uit 1993
Halverwege de jaren 80 zette platenmaatschappij Geffen haar geld op de band Lone Justice. Dat leek een logische beslissing, want de band beschikte met Maria McKee over een exceptioneel goede zangeres en leek ook in muzikaal opzicht de juiste band op het juiste moment. Het liep allemaal anders. Lone Justice gaf er al na twee albums de brui aan en ook de solocarrière van Maria McKee kwam, ondanks de wereldhit Show Me Heaven, nooit echt van de grond. Aan de kwaliteit van haar albums lag het niet, want de Amerikaanse muzikante maakte na haar zwaar tegenvallende debuut alleen maar goede albums met het geweldige rootsalbum You Gotta Sin To Get Saved als uitschieter.
Maria McKee wist al op hele jonge leeftijd dat ze een carrière in de muziek ambieerde en stond naar verluidt al als driejarige op het podium. Haar halfbroer Bryan MacLean speelde in de legendarische band Love, was te horen op de klassieker Forever Changes en was na Arthur Lee de belangrijkste man in de Amerikaanse band. Maria McKee trad in haar tienerjaren vaak op met haar halfbroer en formeerde op haar achttiende samen met Ryan Hedgecock de band Lone Justice.
De platenmaatschappij van de band deed er alles aan om Lone Justice heel groot te maken, maar ondanks de getalenteerde muzikanten in de band, de geweldige stem van Maria McKee en een prima debuutalbum, maakte Lone Justice de belofte nooit waar. Na een matig tweede album viel het doek voor de band, waarna Maria McKee begon aan een solocarrière.
De verwachtingen waren torenhoog, maar de geschiedenis van Lone Justice leek zich te herhalen. Ondanks al haar talent viel het titelloze solodebuut van Maria McKee uit 1989, mede dankzij de totaal niet passende productie van de normaal gesproken getalenteerde Mitchell Froom, vies tegen.
Een jaar later was Maria McKee wel succesvol met de song die ze bijdroeg aan de succesvolle film Days of Thunder met Tom Cruise. Show Me Heaven spekte de bankrekening van Maria McKee, die moeiteloos een carrière als popzangeres had kunnen starten. Gelukkig koos Maria McKee niet voor de hitgevoelige pop, maar voor in artistiek opzicht veel interessantere wegen.
De belofte van Lone Justice werd in 1993 volledig waargemaakt op het tweede soloalbum van Maria McKee, You Gotta Sin To Get Saved. De Amerikaanse muzikante zou na dit album nog vijf albums maken, waarvan de vooralsnog laatste in 2020 verscheen. Het zijn allemaal uitstekende en heerlijk eigenzinnige albums, maar You Gotta Sin To Get Saved vind ik met afstand het beste album van Maria McKee.
Het is ook het album waarop de Amerikaanse muzikante het dichts bij de door countryrock geïnspireerde muziek van Lone Justice blijft. Op haar tweede soloalbum werkte Maria McKee met producer George Drakoulias, die ook de eerste twee albums van The Jayhawks produceerde. Op You Gotta Sin To Get Saved vertolkt Maria McKee een aantal songs van anderen, waaronder songs van Van Morrison, Carole Kind en The Jayhawks, maar ook een groot aantal eigen songs.
Invloeden uit de countryrock spelen een voorname rol op het album, waaraan werd bijgedragen door een enorme lijst met topmuzikanten. In muzikaal opzicht is You Gotta Sin To Get Saved een ijzersterk album en ook de songs op het album zijn van hoog niveau, maar het album wordt toch vooral gedragen door de fantastische stem van Maria McKee, die de sterren van de hemel zingt. Het is een stem die gemaakt is voor de met flink wat invloeden uit de country geïnjecteerde muziek op het album en die meer dan eens goed is voor kippenvel.
You Gotta Sin To Get Saved is in alle opzichten een album dat had moeten uitgroeien tot een klassieker, maar het album deed niet heel veel en in ieder geval veel te weinig. Het was heel wat jaren geleden dat ik naar de muziek van Maria McKee had geluisterd, maar na het herontdekken van de muziek van Lone Justice kwam ik al weer snel uit op het fantastische You Gotta Sin To Get Saved, dat nog net zo imponeert als dertig jaar geleden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maria McKee - You Gotta Sin To Get Saved (1993) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maria McKee - You Gotta Sin To Get Saved (1993)
Maria McKee had met haar band Lone Justice en als solomuzikant een wereldster moeten worden, maar het liep helaas anders en dat ondanks een wereldalbum als You Gotta Sin To Get Saved uit 1993
Halverwege de jaren 80 zette platenmaatschappij Geffen haar geld op de band Lone Justice. Dat leek een logische beslissing, want de band beschikte met Maria McKee over een exceptioneel goede zangeres en leek ook in muzikaal opzicht de juiste band op het juiste moment. Het liep allemaal anders. Lone Justice gaf er al na twee albums de brui aan en ook de solocarrière van Maria McKee kwam, ondanks de wereldhit Show Me Heaven, nooit echt van de grond. Aan de kwaliteit van haar albums lag het niet, want de Amerikaanse muzikante maakte na haar zwaar tegenvallende debuut alleen maar goede albums met het geweldige rootsalbum You Gotta Sin To Get Saved als uitschieter.
Maria McKee wist al op hele jonge leeftijd dat ze een carrière in de muziek ambieerde en stond naar verluidt al als driejarige op het podium. Haar halfbroer Bryan MacLean speelde in de legendarische band Love, was te horen op de klassieker Forever Changes en was na Arthur Lee de belangrijkste man in de Amerikaanse band. Maria McKee trad in haar tienerjaren vaak op met haar halfbroer en formeerde op haar achttiende samen met Ryan Hedgecock de band Lone Justice.
De platenmaatschappij van de band deed er alles aan om Lone Justice heel groot te maken, maar ondanks de getalenteerde muzikanten in de band, de geweldige stem van Maria McKee en een prima debuutalbum, maakte Lone Justice de belofte nooit waar. Na een matig tweede album viel het doek voor de band, waarna Maria McKee begon aan een solocarrière.
De verwachtingen waren torenhoog, maar de geschiedenis van Lone Justice leek zich te herhalen. Ondanks al haar talent viel het titelloze solodebuut van Maria McKee uit 1989, mede dankzij de totaal niet passende productie van de normaal gesproken getalenteerde Mitchell Froom, vies tegen.
Een jaar later was Maria McKee wel succesvol met de song die ze bijdroeg aan de succesvolle film Days of Thunder met Tom Cruise. Show Me Heaven spekte de bankrekening van Maria McKee, die moeiteloos een carrière als popzangeres had kunnen starten. Gelukkig koos Maria McKee niet voor de hitgevoelige pop, maar voor in artistiek opzicht veel interessantere wegen.
De belofte van Lone Justice werd in 1993 volledig waargemaakt op het tweede soloalbum van Maria McKee, You Gotta Sin To Get Saved. De Amerikaanse muzikante zou na dit album nog vijf albums maken, waarvan de vooralsnog laatste in 2020 verscheen. Het zijn allemaal uitstekende en heerlijk eigenzinnige albums, maar You Gotta Sin To Get Saved vind ik met afstand het beste album van Maria McKee.
Het is ook het album waarop de Amerikaanse muzikante het dichts bij de door countryrock geïnspireerde muziek van Lone Justice blijft. Op haar tweede soloalbum werkte Maria McKee met producer George Drakoulias, die ook de eerste twee albums van The Jayhawks produceerde. Op You Gotta Sin To Get Saved vertolkt Maria McKee een aantal songs van anderen, waaronder songs van Van Morrison, Carole Kind en The Jayhawks, maar ook een groot aantal eigen songs.
Invloeden uit de countryrock spelen een voorname rol op het album, waaraan werd bijgedragen door een enorme lijst met topmuzikanten. In muzikaal opzicht is You Gotta Sin To Get Saved een ijzersterk album en ook de songs op het album zijn van hoog niveau, maar het album wordt toch vooral gedragen door de fantastische stem van Maria McKee, die de sterren van de hemel zingt. Het is een stem die gemaakt is voor de met flink wat invloeden uit de country geïnjecteerde muziek op het album en die meer dan eens goed is voor kippenvel.
You Gotta Sin To Get Saved is in alle opzichten een album dat had moeten uitgroeien tot een klassieker, maar het album deed niet heel veel en in ieder geval veel te weinig. Het was heel wat jaren geleden dat ik naar de muziek van Maria McKee had geluisterd, maar na het herontdekken van de muziek van Lone Justice kwam ik al weer snel uit op het fantastische You Gotta Sin To Get Saved, dat nog net zo imponeert als dertig jaar geleden. Erwin Zijleman
Maria Rodés - Lo Que Me Pasa (2025)

4,0
0
geplaatst: 5 december 2025, 14:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maria Rodés - Lo Que Me Pasa - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maria Rodés - Lo Que Me Pasa
ROSALÍA trekt momenteel wereldwijd de aandacht met haar album LUX, maar er wordt meer mooie en interessante muziek gemaakt in Spanje, zoals het zeer aangename, maar ook absoluut interessante Lo Que Me Pasa van Maria Rodés
Lo Que Me Pasa van Maria Rodés zou ik normaal gesproken nooit hebben beluisterd, maar het album werd me vanuit drie verschillende hoeken aangeraden. Ik was direct vatbaar voor de warme sfeer op het album en voor de zeer toegankelijke songs van de Spaanse muzikante, maar Maria Rodés heeft veel meer te bieden dan zonnige of zoete verleiding. Lo Que Me Pasa is een veelzijdig album met veel invloeden uit de Spaanse muziek, maar ook invloeden van buiten de Spaanse landsgrenzen hebben hun weg gevonden naar het album. De songs van Maria Rodés zijn toegankelijk, maar ook interessant. De zeer aangename stem van de Spaanse muzikante doet de rest.
Ik heb de afgelopen weken heel vaak naar de recent verschenen albums van ROSALÍA en Juana Molina geluisterd en dat zorgt er voor dat de algoritmes van de verschillende muziekdiensten en muziekwebsites me opeens opvallend veel Spaanstalige albums aanraden.
Nu bevinden de albums van ROSALÍA en Juana Molina zich al enigszins buiten mijn muzikale comfort zone en dat geldt in nog veel sterkere mate voor de andere Spaanstalige albums die me de laatste tijd worden geadviseerd. Dat geldt op zich ook wel voor Lo Que Me Pasa van Maria Rodés, maar op een of andere manier ben ik verslingerd geraakt aan dit album.
Maria Rodés komt net als ROSALÍA uit Barcelona. Ze heeft al een stapeltje albums op haar naam staan en maakte voor ze begon aan haar solocarrière deel uit van een Spaanse folkband. Maria Rodés is dus zeker geen nieuwkomer, maar ik kan niet goed inschatten hoe populair ze in Spanje is, al weet ik zeker dat ze nog niet dezelfde status heeft als haar stadgenote ROSALÍA, die momenteel de hele wereld aan haar voeten heeft liggen.
Dat ligt voor Maria Rodés waarschijnlijk nog niet direct binnen bereik, maar dat de Spaanse muzikante ook buiten de landsgrenzen aandacht verdient is wat mij betreft zeker. Lo Que Me Pasa van Maria Rodés is immers een interessant en ook nog eens zeer aangenaam album.
Dat aangename zit hem in het warme karakter van de songs van de Spaanse muzikante. Laat Lo Que Me Pasa uit de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt met minstens enkele graden en in de meeste gevallen tot zomerse temperaturen. Vitamine D moet momenteel vooral uit een potje komen, maar volgens mij helpt het album van Maria Rodés ook. De Spaanse taal zorgt al voor extra zonnestralen, maat ook de vaak wat broeierige muziek op het album draagt bij aan de warmte en het gelukzalige gevoel dat Lo Que Me Pasa uitstraalt.
Een album uit Barcelona ontsnapt momenteel niet aan de vergelijking met ROSALÍA, maar Maria Rodés heeft zeker geen LUX gemaakt. In een van de tracks op haar nieuwe album zet ze wat meer strijkers en klassiek aandoende arrangementen in en is het laatste album van ROSALÍA in de buurt, maar over het algemeen genomen is Lo Que Me Pasa een popalbum.
Het is echter zeker geen doorsnee Spaans popalbum, want Maria Rodés laat op haar nieuwe album flink wat variatie horen. In een aantal songs schuurt ze dicht tegen de wat traditionelere Spaanse muziek aan, maar andere songs hebben een meer folky karakter of flirten met elektronische popmuziek en een vleugje R&B. Op het eind van het album gooit de muzikante uit Barcelona er ook nog een flinke dosis invloeden uit de Braziliaanse muziek bij, wat Lo Que Me Pasa nog wat veelzijdiger maakt.
Het nieuwe album van Maria Rodés klinkt veertien songs lang bijzonder aangenaam, maar er valt ook veel bijzonders te ontdekken in haar songs. Onder de zonnestralen zitten vaak bijzondere arrangementen en fraaie accenten verstopt en dan is er ook nog eens de vaak wat zachte maar ook warm klinkende stem van Maria Rodés, die de verleiding van haar nieuwe album compleet maakt. Ook de komende weken krijg ik vast handige algoritmes langs die me Spaanstalige muziek aanraden, maar een album van het hoge niveau van Lo Que Me Pasa van Maria Rodés verwacht ik niet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Maria Rodés - Lo Que Me Pasa - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maria Rodés - Lo Que Me Pasa
ROSALÍA trekt momenteel wereldwijd de aandacht met haar album LUX, maar er wordt meer mooie en interessante muziek gemaakt in Spanje, zoals het zeer aangename, maar ook absoluut interessante Lo Que Me Pasa van Maria Rodés
Lo Que Me Pasa van Maria Rodés zou ik normaal gesproken nooit hebben beluisterd, maar het album werd me vanuit drie verschillende hoeken aangeraden. Ik was direct vatbaar voor de warme sfeer op het album en voor de zeer toegankelijke songs van de Spaanse muzikante, maar Maria Rodés heeft veel meer te bieden dan zonnige of zoete verleiding. Lo Que Me Pasa is een veelzijdig album met veel invloeden uit de Spaanse muziek, maar ook invloeden van buiten de Spaanse landsgrenzen hebben hun weg gevonden naar het album. De songs van Maria Rodés zijn toegankelijk, maar ook interessant. De zeer aangename stem van de Spaanse muzikante doet de rest.
Ik heb de afgelopen weken heel vaak naar de recent verschenen albums van ROSALÍA en Juana Molina geluisterd en dat zorgt er voor dat de algoritmes van de verschillende muziekdiensten en muziekwebsites me opeens opvallend veel Spaanstalige albums aanraden.
Nu bevinden de albums van ROSALÍA en Juana Molina zich al enigszins buiten mijn muzikale comfort zone en dat geldt in nog veel sterkere mate voor de andere Spaanstalige albums die me de laatste tijd worden geadviseerd. Dat geldt op zich ook wel voor Lo Que Me Pasa van Maria Rodés, maar op een of andere manier ben ik verslingerd geraakt aan dit album.
Maria Rodés komt net als ROSALÍA uit Barcelona. Ze heeft al een stapeltje albums op haar naam staan en maakte voor ze begon aan haar solocarrière deel uit van een Spaanse folkband. Maria Rodés is dus zeker geen nieuwkomer, maar ik kan niet goed inschatten hoe populair ze in Spanje is, al weet ik zeker dat ze nog niet dezelfde status heeft als haar stadgenote ROSALÍA, die momenteel de hele wereld aan haar voeten heeft liggen.
Dat ligt voor Maria Rodés waarschijnlijk nog niet direct binnen bereik, maar dat de Spaanse muzikante ook buiten de landsgrenzen aandacht verdient is wat mij betreft zeker. Lo Que Me Pasa van Maria Rodés is immers een interessant en ook nog eens zeer aangenaam album.
Dat aangename zit hem in het warme karakter van de songs van de Spaanse muzikante. Laat Lo Que Me Pasa uit de speakers komen en de gevoelstemperatuur stijgt met minstens enkele graden en in de meeste gevallen tot zomerse temperaturen. Vitamine D moet momenteel vooral uit een potje komen, maar volgens mij helpt het album van Maria Rodés ook. De Spaanse taal zorgt al voor extra zonnestralen, maat ook de vaak wat broeierige muziek op het album draagt bij aan de warmte en het gelukzalige gevoel dat Lo Que Me Pasa uitstraalt.
Een album uit Barcelona ontsnapt momenteel niet aan de vergelijking met ROSALÍA, maar Maria Rodés heeft zeker geen LUX gemaakt. In een van de tracks op haar nieuwe album zet ze wat meer strijkers en klassiek aandoende arrangementen in en is het laatste album van ROSALÍA in de buurt, maar over het algemeen genomen is Lo Que Me Pasa een popalbum.
Het is echter zeker geen doorsnee Spaans popalbum, want Maria Rodés laat op haar nieuwe album flink wat variatie horen. In een aantal songs schuurt ze dicht tegen de wat traditionelere Spaanse muziek aan, maar andere songs hebben een meer folky karakter of flirten met elektronische popmuziek en een vleugje R&B. Op het eind van het album gooit de muzikante uit Barcelona er ook nog een flinke dosis invloeden uit de Braziliaanse muziek bij, wat Lo Que Me Pasa nog wat veelzijdiger maakt.
Het nieuwe album van Maria Rodés klinkt veertien songs lang bijzonder aangenaam, maar er valt ook veel bijzonders te ontdekken in haar songs. Onder de zonnestralen zitten vaak bijzondere arrangementen en fraaie accenten verstopt en dan is er ook nog eens de vaak wat zachte maar ook warm klinkende stem van Maria Rodés, die de verleiding van haar nieuwe album compleet maakt. Ook de komende weken krijg ik vast handige algoritmes langs die me Spaanstalige muziek aanraden, maar een album van het hoge niveau van Lo Que Me Pasa van Maria Rodés verwacht ik niet. Erwin Zijleman
Maria Rodés Y La Estrella De David - Contigo (2021)

0
geplaatst: 5 januari 2022, 21:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maria Rodés Y La Estrella De David - Contigo - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maria Rodés Y La Estrella De David - Contigo
Maria Rodés Y La Estrella De David hebben een onvervalst countryalbum gemaakt, maar geven ook stiekem een bijzondere Spaanse twist aan alle invloeden uit het diepe zuiden van de VS
Contigo van Maria Rodés Y La Estrella De David ben ik het afgelopen jaar wel eens tegen gekomen in een release overzicht en misschien heb ik er zelfs wel even naar geluisterd, maar dit is een album dat net iets meer tijd vraagt. In muzikaal opzicht is Contigo een wat traditioneel aandoend countryalbum met hier en daar een vleugje bluegrass, maar Maria Rodés en David Rodríguez komen niet uit Nashville, maar uit Madrid. Door de taal en de bijzondere stemmen van de twee is Contigo opeens geen traditioneel countryalbum meer, maar mooi is het zeker. De tijdloze klanken overtuigen makkelijk, maar door de zang lijkt het geen moment op de countryalbums die je al in de kast heb staan.
Een lezer van deze BLOG stuurt me inmiddels al enkele jaren twee jaarlijstjes. In het ene jaarlijstje staat wereldmuziek centraal, terwijl het andere jaarlijstje wat breder van opzet is. In het laatste lijstje domineert de Amerikaanse rootsmuziek, maar deze kan nog altijd uit alle delen van de wereld komen. Maria Rodés en David Rodríguez komen uit Spanje, maar hebben als Maria Rodés Y La Estrella De David een onvervalst countryalbum afgeleverd.
Contigo klinkt in muzikaal opzicht als een album dat in het Zuiden van de Verenigde Staten is gemaakt, maar in vocaal opzicht klinkt het totaal anders. Dat ligt deels aan het gebruik van het Spaans, maar ook de stemmen van de twee Spaanse muzikanten klinken net wat anders dan we in het genre gewend zijn. Het bevalt me overigens uitstekend, want Maria Rodés en David Rodríguez slagen er song na song in om elkaars stemmen te versterken en slagen er bovendien in om Amerikaanse rootsmuziek te maken die anders klinkt dan alles dat we al hebben.
Dat de twee zo goed uit de voeten kunnen met traditionele Amerikaanse rootsmuziek is best bijzonder. Maria Rodés is in eigen land vooral bekend als vertolkster van traditionele Spaanse folksongs, terwijl David Rodríguez in de Spaanse indiescene opereert. Contigo klinkt echter als een album dat in Nashville is gemaakt met een stel ouwe rotten, maar dat is niet het geval. Desondanks klinkt de countrymuziek op het album zeer oorspronkelijk.
Ik ben lang niet altijd gek op de vrij traditionele country die op het album domineert, maar de muziek op Contigo krijgt een bijzondere en frisse impuls door de Spaanstalige teksten en door de prachtige stem van met name Maria Rodés, waardoor Nashville steeds weer een klein stukje opschuift richting Mexico. Ik heb niet veel informatie over de muzikanten die op het album zijn te horen, maar ik hoor in ieder geval een paar snarenwonders, die hier en daar spelen alsof hun leven er van af hangt.
Ondanks de voorliefde voor betrekkelijk traditionele country met hier en daar een vleugje bluegrass, kleuren de twee Spaanse muzikanten ook wel wat buiten de lijntjes van deze genres. Zeker in de met wat strijkers ingekleurde songs klinkt de muziek van Maria Rodés en David Rodríguez opeens een stuk zonniger (en Spaanser) en zingt Maria Rodés verleidelijker, al is de melancholie ook nooit ver weg.
Het klinkt minstens even aangenaam als de meer country getinte songs op het album, die ook makkelijk overtuigen en dit ook blijven doen. Contigo is wanneer het tegen de traditionele country aan schuurt een album dat je in muzikaal opzicht vooral in Nashville zou plaatsen, maar wanneer blazers worden ingezet is ook de country zoals bijvoorbeeld Calexico die maakte in de woestijn van Arizona niet ver weg.
De bijzondere mix van invloeden, de traditionele instrumentatie, de Spaanstalige teksten en de fraai bij elkaar kleurende stemmen van Maria Rodés en David Rodríguez leveren alles bij elkaar een album op dat aan de ene kant fraai nostalgisch klinkt, maar dat aan de andere kant steeds weer wegen in slaat die je niet had verwacht. Op voorhand kon ik me weinig voorstellen bij een traditioneel Amerikaans rootsalbum met een Spaans tintje en dat zal niet alleen voor mij gelden. Ga dus vooral luisteren naar dit bijzondere album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maria Rodés Y La Estrella De David - Contigo - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maria Rodés Y La Estrella De David - Contigo
Maria Rodés Y La Estrella De David hebben een onvervalst countryalbum gemaakt, maar geven ook stiekem een bijzondere Spaanse twist aan alle invloeden uit het diepe zuiden van de VS
Contigo van Maria Rodés Y La Estrella De David ben ik het afgelopen jaar wel eens tegen gekomen in een release overzicht en misschien heb ik er zelfs wel even naar geluisterd, maar dit is een album dat net iets meer tijd vraagt. In muzikaal opzicht is Contigo een wat traditioneel aandoend countryalbum met hier en daar een vleugje bluegrass, maar Maria Rodés en David Rodríguez komen niet uit Nashville, maar uit Madrid. Door de taal en de bijzondere stemmen van de twee is Contigo opeens geen traditioneel countryalbum meer, maar mooi is het zeker. De tijdloze klanken overtuigen makkelijk, maar door de zang lijkt het geen moment op de countryalbums die je al in de kast heb staan.
Een lezer van deze BLOG stuurt me inmiddels al enkele jaren twee jaarlijstjes. In het ene jaarlijstje staat wereldmuziek centraal, terwijl het andere jaarlijstje wat breder van opzet is. In het laatste lijstje domineert de Amerikaanse rootsmuziek, maar deze kan nog altijd uit alle delen van de wereld komen. Maria Rodés en David Rodríguez komen uit Spanje, maar hebben als Maria Rodés Y La Estrella De David een onvervalst countryalbum afgeleverd.
Contigo klinkt in muzikaal opzicht als een album dat in het Zuiden van de Verenigde Staten is gemaakt, maar in vocaal opzicht klinkt het totaal anders. Dat ligt deels aan het gebruik van het Spaans, maar ook de stemmen van de twee Spaanse muzikanten klinken net wat anders dan we in het genre gewend zijn. Het bevalt me overigens uitstekend, want Maria Rodés en David Rodríguez slagen er song na song in om elkaars stemmen te versterken en slagen er bovendien in om Amerikaanse rootsmuziek te maken die anders klinkt dan alles dat we al hebben.
Dat de twee zo goed uit de voeten kunnen met traditionele Amerikaanse rootsmuziek is best bijzonder. Maria Rodés is in eigen land vooral bekend als vertolkster van traditionele Spaanse folksongs, terwijl David Rodríguez in de Spaanse indiescene opereert. Contigo klinkt echter als een album dat in Nashville is gemaakt met een stel ouwe rotten, maar dat is niet het geval. Desondanks klinkt de countrymuziek op het album zeer oorspronkelijk.
Ik ben lang niet altijd gek op de vrij traditionele country die op het album domineert, maar de muziek op Contigo krijgt een bijzondere en frisse impuls door de Spaanstalige teksten en door de prachtige stem van met name Maria Rodés, waardoor Nashville steeds weer een klein stukje opschuift richting Mexico. Ik heb niet veel informatie over de muzikanten die op het album zijn te horen, maar ik hoor in ieder geval een paar snarenwonders, die hier en daar spelen alsof hun leven er van af hangt.
Ondanks de voorliefde voor betrekkelijk traditionele country met hier en daar een vleugje bluegrass, kleuren de twee Spaanse muzikanten ook wel wat buiten de lijntjes van deze genres. Zeker in de met wat strijkers ingekleurde songs klinkt de muziek van Maria Rodés en David Rodríguez opeens een stuk zonniger (en Spaanser) en zingt Maria Rodés verleidelijker, al is de melancholie ook nooit ver weg.
Het klinkt minstens even aangenaam als de meer country getinte songs op het album, die ook makkelijk overtuigen en dit ook blijven doen. Contigo is wanneer het tegen de traditionele country aan schuurt een album dat je in muzikaal opzicht vooral in Nashville zou plaatsen, maar wanneer blazers worden ingezet is ook de country zoals bijvoorbeeld Calexico die maakte in de woestijn van Arizona niet ver weg.
De bijzondere mix van invloeden, de traditionele instrumentatie, de Spaanstalige teksten en de fraai bij elkaar kleurende stemmen van Maria Rodés en David Rodríguez leveren alles bij elkaar een album op dat aan de ene kant fraai nostalgisch klinkt, maar dat aan de andere kant steeds weer wegen in slaat die je niet had verwacht. Op voorhand kon ik me weinig voorstellen bij een traditioneel Amerikaans rootsalbum met een Spaans tintje en dat zal niet alleen voor mij gelden. Ga dus vooral luisteren naar dit bijzondere album. Erwin Zijleman
Maria Somerville - Luster (2025)

4,5
1
geplaatst: 26 april 2025, 11:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maria Somerville - Luster - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maria Somerville - Luster
De Ierse muzikante Maria Somerville combineert op Luster ambient achtige klanken met invloeden uit de postpunk en de shoegaze en voegt vervolgens prachtige zang toe, wat een album van een bijzondere schoonheid oplevert
Maria Somerville maakte iets meer dan zes jaar geleden een mini-album en keert deze week terug met Luster, dat een stuk beter is. Om te beginnen klinkt het album een stuk mooier, maar het spreekt ook in muzikaal opzicht meer aan. De Ierse muzikante is nog altijd niet vies van ambient achtige klanken, maar deze worden nu gecombineerd met invloeden uit de postpunk, dreampop en shoegaze. Luster heeft af en toe een jaren 80 en 90 vibe, maar de muziek van Maria Somerville klinkt ook origineel en eigentijds. Haar stem verzoop zes jaar geleden nog wat in de mix, maar is van een bijzondere schoonheid op het prachtige Luster dat bij iedere beluistering weer een beetje mooier is.
De Ierse muzikante Maria Somerville debuteerde ruim zes jaar geleden met het op zich fascinerende (mini-)album All My People. Ik zeg op zich fascinerend, want uiteindelijk was de combinatie van ambient klanken en folky popsongs me net wat te zweverig en vond ik bovendien de wat zompige mix van het album niet mooi. All My People krijgt deze week een vervolg met Luster, wat gezien kan worden als het volwaardige debuutalbum van Maria Somerville.
Het album opent met fluitende vogeltjes en wat zweverige en sprookjesachtige klanken, die twee minuten aanhouden. Hierna begint het album wat mij betreft echt met het prachtige Projections, dat de toon zet voor de rest van het album. Het is een track die wat zweverige klanken combineert met donkere ondertonen, wat een bijzondere spanning oplevert. Het doet wel wat denken aan de muziek van Cocteau Twins uit de jaren 80 en 90, maar het heeft ook wel wat van de aardedonkere muziek van Grouper om maar eens twee namen te noemen.
Op All My People was de stem van Maria Somerville onderdeel van een wat zompig geluid, maar op Luster komt haar stem gelukkig glashelder uit de speakers. De Ierse muzikante beschikt over een zachte maar bijzonder mooie stem, die prachtig kleurt bij de wat zweverige klanken op het album.
Ook op Luster verwerkt Maria Somerville invloeden uit de ambient, maar waar deze All My People domineerden, hoor ik op Luster ook flink wat invloeden uit de postpunk, de dreampop en de shoegaze. De zwaar aangezette baslijnen en de benevelende gitaarlijnen passen prachtig bij de atmosferische klinkende wolken van synths en doen het ook uitstekend in combinatie met de wat onderkoelde zang van Maria Somerville.
De Ierse muzikante koos voor het opnemen van haar album voor het Ierse platteland waarop ze opgroeide en dat hoor je in de muziek die wijds klinkt. Het is prachtige en zeer sfeervolle muziek, waarbij het heerlijk ontspannen is en ook de prachtige stem van Maria Somerville nodig uit tot ontspannen.
Op hetzelfde moment is de Ierse muzikante op Luster goed voor fraaie spanningsbogen. Het ene moment hoor je fluitende vogels en kabbelende beekjes, het volgende moment zweef je hoog boven het ruwe Ierse platteland om vervolgens te worden overspoeld door wonderschone gitaarlijnen.
Het kabbelt allemaal bijzonder aangenaam voort op de achtergrond, maar Luster komt wat mij betreft pas echt tot leven wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en bijna veertig minuten lang ondergaat. Dan pas valt op uit hoeveel lagen de muziek op het album bestaat en hoeveel prachtige details Maria Somerville en haar medemuzikanten hebben toegevoegd aan de songs op Luster, die veel spannender zijn dan je bij oppervlakkige beluistering kunt vermoeden. Ook de zang van de Ierse muzikante komt nog beter tot zijn recht bij beluistering met de koptelefoon en heeft dan een bijna hypnotiserende uitwerking.
Op het mini-album van Maria Somerville was ik zes jaar geleden snel uitgekeken, maar sinds de eerste beluistering van haar nieuwe album is Luster alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Je moet tegen een beetje zweverigheid kunnen, maar als je dit kunt is Luster een wonderschone en buitengewoon fascinerende luistertrip vol mysterie. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Maria Somerville - Luster - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maria Somerville - Luster
De Ierse muzikante Maria Somerville combineert op Luster ambient achtige klanken met invloeden uit de postpunk en de shoegaze en voegt vervolgens prachtige zang toe, wat een album van een bijzondere schoonheid oplevert
Maria Somerville maakte iets meer dan zes jaar geleden een mini-album en keert deze week terug met Luster, dat een stuk beter is. Om te beginnen klinkt het album een stuk mooier, maar het spreekt ook in muzikaal opzicht meer aan. De Ierse muzikante is nog altijd niet vies van ambient achtige klanken, maar deze worden nu gecombineerd met invloeden uit de postpunk, dreampop en shoegaze. Luster heeft af en toe een jaren 80 en 90 vibe, maar de muziek van Maria Somerville klinkt ook origineel en eigentijds. Haar stem verzoop zes jaar geleden nog wat in de mix, maar is van een bijzondere schoonheid op het prachtige Luster dat bij iedere beluistering weer een beetje mooier is.
De Ierse muzikante Maria Somerville debuteerde ruim zes jaar geleden met het op zich fascinerende (mini-)album All My People. Ik zeg op zich fascinerend, want uiteindelijk was de combinatie van ambient klanken en folky popsongs me net wat te zweverig en vond ik bovendien de wat zompige mix van het album niet mooi. All My People krijgt deze week een vervolg met Luster, wat gezien kan worden als het volwaardige debuutalbum van Maria Somerville.
Het album opent met fluitende vogeltjes en wat zweverige en sprookjesachtige klanken, die twee minuten aanhouden. Hierna begint het album wat mij betreft echt met het prachtige Projections, dat de toon zet voor de rest van het album. Het is een track die wat zweverige klanken combineert met donkere ondertonen, wat een bijzondere spanning oplevert. Het doet wel wat denken aan de muziek van Cocteau Twins uit de jaren 80 en 90, maar het heeft ook wel wat van de aardedonkere muziek van Grouper om maar eens twee namen te noemen.
Op All My People was de stem van Maria Somerville onderdeel van een wat zompig geluid, maar op Luster komt haar stem gelukkig glashelder uit de speakers. De Ierse muzikante beschikt over een zachte maar bijzonder mooie stem, die prachtig kleurt bij de wat zweverige klanken op het album.
Ook op Luster verwerkt Maria Somerville invloeden uit de ambient, maar waar deze All My People domineerden, hoor ik op Luster ook flink wat invloeden uit de postpunk, de dreampop en de shoegaze. De zwaar aangezette baslijnen en de benevelende gitaarlijnen passen prachtig bij de atmosferische klinkende wolken van synths en doen het ook uitstekend in combinatie met de wat onderkoelde zang van Maria Somerville.
De Ierse muzikante koos voor het opnemen van haar album voor het Ierse platteland waarop ze opgroeide en dat hoor je in de muziek die wijds klinkt. Het is prachtige en zeer sfeervolle muziek, waarbij het heerlijk ontspannen is en ook de prachtige stem van Maria Somerville nodig uit tot ontspannen.
Op hetzelfde moment is de Ierse muzikante op Luster goed voor fraaie spanningsbogen. Het ene moment hoor je fluitende vogels en kabbelende beekjes, het volgende moment zweef je hoog boven het ruwe Ierse platteland om vervolgens te worden overspoeld door wonderschone gitaarlijnen.
Het kabbelt allemaal bijzonder aangenaam voort op de achtergrond, maar Luster komt wat mij betreft pas echt tot leven wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en bijna veertig minuten lang ondergaat. Dan pas valt op uit hoeveel lagen de muziek op het album bestaat en hoeveel prachtige details Maria Somerville en haar medemuzikanten hebben toegevoegd aan de songs op Luster, die veel spannender zijn dan je bij oppervlakkige beluistering kunt vermoeden. Ook de zang van de Ierse muzikante komt nog beter tot zijn recht bij beluistering met de koptelefoon en heeft dan een bijna hypnotiserende uitwerking.
Op het mini-album van Maria Somerville was ik zes jaar geleden snel uitgekeken, maar sinds de eerste beluistering van haar nieuwe album is Luster alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Je moet tegen een beetje zweverigheid kunnen, maar als je dit kunt is Luster een wonderschone en buitengewoon fascinerende luistertrip vol mysterie. Erwin Zijleman
Maria Taylor - In the Next Life (2016)

4,5
1
geplaatst: 11 december 2016, 09:23 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maria Taylor - In The Next Life - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb inmiddels al geruime tijd een enorm zwak voor de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Maria Taylor.
Het begon een jaar of vijftien geleden met de dromerige dreampop platen van Azure Ray; een duo dat de muzikante uit Birmingham, Alabama, vormde met Orenda Fink en het kreeg een vervolg met alle interessante projecten uit de Omaha scene (waarin Maria Taylor als protegé van Conor Oberst onder andere schitterde in Now It’s Overhead).
In 2005 begon Maria Taylor aan een solocarrière en dat levert nu in de vorm van In The Next Life al weer een zesde plaat op. En het is voor de zesde keer een hele goede plaat.
Op haar soloplaten, die verschijnen naast de platen van het in 2010 heropgerichte Azure Ray, is Maria Taylor langzaam maar heel zeker opgeschoven van het indie segment naar de volstrekt tijdloze popmuziek en deze domineert dan ook op In The Next Life.
De nieuwe soloplaat van Maria Taylor staat vol met popliedjes die je al decennia lijkt te kennen en het zijn popliedjes die aanvoelen als hele mooie herinneringen. Maria Taylor laat zich ook op In The Next Life weer volop inspireren door popmuziek uit de jaren 60 en 70, maar is ook niet vergeten dat ze afkomstig is uit een scene waarin het buiten de gebaande paden treden tot kunst werd verheven. En als ze het al vergeet, brengt Conor Oberst, die een fraai duet bijdraagt aan deze plaat, haar wel weer bij de les.
Op In The Next Life domineren echter de tijdloze popliedjes en het zijn popliedjes die niet alleen herinneren aan muziek uit een ver verleden, maar ook aan de mooie zomerdagen van niet eens zo heel lang geleden.
Maria Taylor heeft een mooie warme stem en het is een stem die perfect past bij de zonnige en tijdloze klanken op In The Next Life. De nieuwe plaat van Maria Taylor is door de warme en zwoele klanken een ultieme feelgood plaat, maar de popliedjes van de tegenwoordig vanuit Los Angeles opererende singer-songwriter winnen ook dit keer nog lang aan kracht en diepgang, waardoor In The Next Life zich, net als al zijn voorgangers, steeds meer opdringt en het predicaat groeiplaat meer dan verdient.
Het zijn de stem van Maria Taylor en haar goede gevoel voor tijdloze en gloedvolle popliedjes die ook dit keer de meeste aandacht trekken, maar ook de fraaie instrumentatie op de plaat (voornamelijk akoestisch met hele mooie strijkersarrangementen) draagt zeker bij aan het luisterplezier.
Ik heb zoals gezegd al heel lang een zwak voor de muziek van Maria Taylor, maar mijn liefde voor haar platen wordt alleen maar groter. In The Next Life is er wat mij betreft zelfs een voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maria Taylor - In The Next Life - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik heb inmiddels al geruime tijd een enorm zwak voor de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Maria Taylor.
Het begon een jaar of vijftien geleden met de dromerige dreampop platen van Azure Ray; een duo dat de muzikante uit Birmingham, Alabama, vormde met Orenda Fink en het kreeg een vervolg met alle interessante projecten uit de Omaha scene (waarin Maria Taylor als protegé van Conor Oberst onder andere schitterde in Now It’s Overhead).
In 2005 begon Maria Taylor aan een solocarrière en dat levert nu in de vorm van In The Next Life al weer een zesde plaat op. En het is voor de zesde keer een hele goede plaat.
Op haar soloplaten, die verschijnen naast de platen van het in 2010 heropgerichte Azure Ray, is Maria Taylor langzaam maar heel zeker opgeschoven van het indie segment naar de volstrekt tijdloze popmuziek en deze domineert dan ook op In The Next Life.
De nieuwe soloplaat van Maria Taylor staat vol met popliedjes die je al decennia lijkt te kennen en het zijn popliedjes die aanvoelen als hele mooie herinneringen. Maria Taylor laat zich ook op In The Next Life weer volop inspireren door popmuziek uit de jaren 60 en 70, maar is ook niet vergeten dat ze afkomstig is uit een scene waarin het buiten de gebaande paden treden tot kunst werd verheven. En als ze het al vergeet, brengt Conor Oberst, die een fraai duet bijdraagt aan deze plaat, haar wel weer bij de les.
Op In The Next Life domineren echter de tijdloze popliedjes en het zijn popliedjes die niet alleen herinneren aan muziek uit een ver verleden, maar ook aan de mooie zomerdagen van niet eens zo heel lang geleden.
Maria Taylor heeft een mooie warme stem en het is een stem die perfect past bij de zonnige en tijdloze klanken op In The Next Life. De nieuwe plaat van Maria Taylor is door de warme en zwoele klanken een ultieme feelgood plaat, maar de popliedjes van de tegenwoordig vanuit Los Angeles opererende singer-songwriter winnen ook dit keer nog lang aan kracht en diepgang, waardoor In The Next Life zich, net als al zijn voorgangers, steeds meer opdringt en het predicaat groeiplaat meer dan verdient.
Het zijn de stem van Maria Taylor en haar goede gevoel voor tijdloze en gloedvolle popliedjes die ook dit keer de meeste aandacht trekken, maar ook de fraaie instrumentatie op de plaat (voornamelijk akoestisch met hele mooie strijkersarrangementen) draagt zeker bij aan het luisterplezier.
Ik heb zoals gezegd al heel lang een zwak voor de muziek van Maria Taylor, maar mijn liefde voor haar platen wordt alleen maar groter. In The Next Life is er wat mij betreft zelfs een voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman
Maria Taylor - Maria Taylor (2019)

4,0
1
geplaatst: 7 december 2019, 17:00 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maria Taylor - Maria Taylor - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maria Taylor - Maria Taylor
Maria Taylor opereert de laatste jaren wat in de anonimiteit, maar maakt nog altijd hele mooie en tijdloze singer-songwriter albums
Maria Taylor timmerde een jaar of 15 geleden stevig aan de weg op meerdere fronten, maar de laatste jaren trekken haar albums steeds minder aandacht. Het is zonde, want de singer-songwriter uit Los Angeles maakt nog altijd prima albums. Ook haar nieuwe album is weer een tijdloos singer-songwriter album en het is een album met zowel een nostalgisch als een eigentijds tintje. Zeker voor de liefhebbers van de muziek van Maria Taylor is ook haar nieuwe album er weer een die zich als een warme deken om je heen slaat en die steeds net iets meer verrast met mooie zang, een fraaie instrumentatie en degelijke maar ook uitstekende songs.
Het is de laatste jaren wat stil rond Maria Taylor, terwijl haar carrière aan het begin van het millennium zo veelbelovend begon.
De Amerikaanse singer-songwriter maakte samen met haar vaste metgezel Orenda Fink deel uit van bands als Little Red Rocket en Now It’s Overhead, maar de twee trokken pas echt de aandacht met hun gezamenlijke project Azure Ray, dat tussen 2001 en 2012 goed was voor een aantal jaarlijstjesplaten.
Ook de solocarrière van Maria Taylor, die al begon tijdens de hoogtijdagen van Azure Ray, had een vliegende start met albums als 11:11 (2005), Lynn Teeter Flower (2007) en LadyLuck (2009), maar toen het doek viel voor Azure Ray, was ook de solocarrière van Maria Taylor al lang niet meer zo succesvol als in haar beginjaren.
De afgelopen jaren brengt ze zo af en toe eens een album uit en het zijn albums die helaas steeds minder aandacht trekken. Het onlangs verschenen titelloze nieuwe album van de Amerikaanse muzikante dook zelfs niet meer op in de door mij geraadpleegde en over het algemeen uitputtende releaselijsten, maar gelukkig wees iemand me op het nieuwe album van de singer-songwriter uit Los Angeles.
Het nieuwe album van Maria Taylor staat nog niet op haar bandcamp pagina, maar is inmiddels wel te beluisteren via de streaming media diensten. Het is, net als zijn direct voorgangers, geen album waarmee Maria Taylor de wereld gaat veroveren of potten gaat breken, maar iedereen die een zwak heeft voor haar muziek, zal ook het nieuwe album weer als een bijzonder aangenaam album ervaren. Ik heb absoluut een zwak voor de muziek van Maria Taylor en liet me dan ook makkelijk overtuigen door haar nieuwe songs. Het titelloze album van Maria Taylor laat zich beluisteren als een tijdloos singer-songwriter album met een hang naar de jaren 70.
In de openingstrack verleidt Maria Taylor makkelijk met zwoele vocalen en een prachtig ingekleurd popliedje. Het doet wel wat denken aan de muziek die ze maakte op haar eerste soloalbums en het combineert invloeden uit de jaren 70 met een eigentijds elektronisch tintje. In de track die volgt wordt een disco gitaartje ingezet om wat extra warmte toe te voegen aan de muziek en zo is er altijd wel iets dat je enthousiast doet opveren bij beluistering van dit album.
De criticus zal beweren dat Maria Taylor niet veel bijzonders doet op haar nieuwe album en vooral binnen de lijntjes van de lekker in het gehoor liggende pop kleurt. Dat is misschien zo, maar als ik het album uit de speakers laat komen stijgt de gevoelstemperatuur direct met een paar graden en dat is best bijzonder.
Maria Taylor vermaakt bijzonder aangenaam met 10 songs en het zijn songs die er wat mij betreft zowel in muzikaal als vocaal niveau uitspringen als bijzonder smaakvol en die bovendien voldoende gevarieerd zijn. Doordat het album werd opgenomen in haar woonkamer, is het bovendien een album met een intieme sfeer.
Het nieuwe album van Maria Taylor doet niet onder voor de albums die ze aan het begin van haar solocarrière maakte, maar trekt alleen wat minder aandacht. Dat is zonde, want Maria Taylor is nog net zo getalenteerd als in het begin van het millennium en hoe vaker je naar dit album luistert, hoe beter je dat hoort. Liefhebbers van tijdloze singer-songwriter muziek vallen zich echt geen moment een buil aan dit even aangename als goede album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maria Taylor - Maria Taylor - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maria Taylor - Maria Taylor
Maria Taylor opereert de laatste jaren wat in de anonimiteit, maar maakt nog altijd hele mooie en tijdloze singer-songwriter albums
Maria Taylor timmerde een jaar of 15 geleden stevig aan de weg op meerdere fronten, maar de laatste jaren trekken haar albums steeds minder aandacht. Het is zonde, want de singer-songwriter uit Los Angeles maakt nog altijd prima albums. Ook haar nieuwe album is weer een tijdloos singer-songwriter album en het is een album met zowel een nostalgisch als een eigentijds tintje. Zeker voor de liefhebbers van de muziek van Maria Taylor is ook haar nieuwe album er weer een die zich als een warme deken om je heen slaat en die steeds net iets meer verrast met mooie zang, een fraaie instrumentatie en degelijke maar ook uitstekende songs.
Het is de laatste jaren wat stil rond Maria Taylor, terwijl haar carrière aan het begin van het millennium zo veelbelovend begon.
De Amerikaanse singer-songwriter maakte samen met haar vaste metgezel Orenda Fink deel uit van bands als Little Red Rocket en Now It’s Overhead, maar de twee trokken pas echt de aandacht met hun gezamenlijke project Azure Ray, dat tussen 2001 en 2012 goed was voor een aantal jaarlijstjesplaten.
Ook de solocarrière van Maria Taylor, die al begon tijdens de hoogtijdagen van Azure Ray, had een vliegende start met albums als 11:11 (2005), Lynn Teeter Flower (2007) en LadyLuck (2009), maar toen het doek viel voor Azure Ray, was ook de solocarrière van Maria Taylor al lang niet meer zo succesvol als in haar beginjaren.
De afgelopen jaren brengt ze zo af en toe eens een album uit en het zijn albums die helaas steeds minder aandacht trekken. Het onlangs verschenen titelloze nieuwe album van de Amerikaanse muzikante dook zelfs niet meer op in de door mij geraadpleegde en over het algemeen uitputtende releaselijsten, maar gelukkig wees iemand me op het nieuwe album van de singer-songwriter uit Los Angeles.
Het nieuwe album van Maria Taylor staat nog niet op haar bandcamp pagina, maar is inmiddels wel te beluisteren via de streaming media diensten. Het is, net als zijn direct voorgangers, geen album waarmee Maria Taylor de wereld gaat veroveren of potten gaat breken, maar iedereen die een zwak heeft voor haar muziek, zal ook het nieuwe album weer als een bijzonder aangenaam album ervaren. Ik heb absoluut een zwak voor de muziek van Maria Taylor en liet me dan ook makkelijk overtuigen door haar nieuwe songs. Het titelloze album van Maria Taylor laat zich beluisteren als een tijdloos singer-songwriter album met een hang naar de jaren 70.
In de openingstrack verleidt Maria Taylor makkelijk met zwoele vocalen en een prachtig ingekleurd popliedje. Het doet wel wat denken aan de muziek die ze maakte op haar eerste soloalbums en het combineert invloeden uit de jaren 70 met een eigentijds elektronisch tintje. In de track die volgt wordt een disco gitaartje ingezet om wat extra warmte toe te voegen aan de muziek en zo is er altijd wel iets dat je enthousiast doet opveren bij beluistering van dit album.
De criticus zal beweren dat Maria Taylor niet veel bijzonders doet op haar nieuwe album en vooral binnen de lijntjes van de lekker in het gehoor liggende pop kleurt. Dat is misschien zo, maar als ik het album uit de speakers laat komen stijgt de gevoelstemperatuur direct met een paar graden en dat is best bijzonder.
Maria Taylor vermaakt bijzonder aangenaam met 10 songs en het zijn songs die er wat mij betreft zowel in muzikaal als vocaal niveau uitspringen als bijzonder smaakvol en die bovendien voldoende gevarieerd zijn. Doordat het album werd opgenomen in haar woonkamer, is het bovendien een album met een intieme sfeer.
Het nieuwe album van Maria Taylor doet niet onder voor de albums die ze aan het begin van haar solocarrière maakte, maar trekt alleen wat minder aandacht. Dat is zonde, want Maria Taylor is nog net zo getalenteerd als in het begin van het millennium en hoe vaker je naar dit album luistert, hoe beter je dat hoort. Liefhebbers van tijdloze singer-songwriter muziek vallen zich echt geen moment een buil aan dit even aangename als goede album. Erwin Zijleman
Mariam The Believer - Breathing Techniques (2024)

4,0
0
geplaatst: 9 oktober 2024, 12:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mariam The Believer - Breathing Techniques - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mariam The Believer - Breathing Techniques
De Zweedse muzikante Mariam Wallentin heeft als Mariam The Believer een op het eerste gehoor behoorlijk experimenteel en ongrijpbaar album gemaakt, dat echter steeds mooier en fascinerender wordt
Uiterst sobere klanken, bijzondere zang in een wat laag tempo en songs die zich met geen mogelijkheid in het keurslijf van de toegankelijke popsongs laten persen. Het zijn de belangrijkste ingrediënten van Breathing Techniques van de Zweedse muzikante Mariam Wallentin, oftewel Mariam The Believer. Het is misschien even wennen aan het tempo en aan de complexe songstructuren, maar eenmaal gewend valt er veel te genieten. Mariam Wallentin is een uitstekende zangeres, de muziek op Breathing Techniques is subtiel maar wonderschoon en de songs komen na enige gewenning steeds fraaier en fascinerender tot leven. Bijzonder album dit.
Breathing Techniques is het derde album van Mariam The Believer, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van de Zweedse muzikante Mariam Wallentin. Althans, dat dacht ik, tot ik las dat de Zweedse muzikante in het verleden deel uit maakte of maakt van het Zweedse duo Wildbirds & Peacedrums. Van de muziek van dat duo kon ik lange tijd geen chocola maken, maar de voorlopige zwanenzang van het tweetal, het in 2014 verschenen Rhythm, wist me wel te overtuigen.
Mariam Wallentin is met name in jazzkringen een zeer gerespecteerd muzikante, die het afgelopen decennium opdook op meerdere albums, ook ver buiten de grenzen van de jazz. Het deze week verschenen Breathing Techniques wordt vergeleken met de muziek van onder andere Alice Coltrane, Meredith Monk en Stina Nordenstam, wat al suggereert dat het derde album van Mariam The Believer geen lichte kost is.
Dat is het bij eerste beluistering ook zeker niet. Breathing Techniques bevat acht songs, waarvan het merendeel boven de vijf minuten klokt. Het zijn songs waarin de muziek vaak sober is en wat experimenteel aan doet en dat geldt ook voor de zang van Marian Wallentin. Zowel de muziek als de zang zijn overigens wel erg mooi en passen goed bij de meestal complex aandoende songs.
Mariam Wallentin beschikt over een mooie en warme stem en het is een stem met een flink bereik. Het is een stem die makkelijk overeind blijft in een uiterst sober of zelfs minimalistisch ingekleurd muzikale landschap. Het is een stem die, mede door het lage tempo van de songs op het album, in eerste instantie misschien wat tegen de haren instrijkt, maar die na enige gewenning alleen maar indruk maakt.
Dat geldt ook voor de muziek op Breathing Techniques. Mariam The Believer heeft in een aantal tracks op het album genoeg aan sobere en wat donker klinkende pianoakkoorden, die worden gecombineerd met bijzondere ritmes, die al even spaarzaam worden ingezet. Naast een hoofdrol voor de piano en percussie zijn er op Breathing Techniques spaarzame maar bijzonder mooie en trefzekere bijdragen te horen van de harp, strijkers en elektronica, wat de songs voorziet van sprookjesachtige accenten.
Het tempo in de songs ligt zoals gezegd laag, waardoor Breathing Techniques een meditatief of zelfs bezwerend karakter heeft. Het zijn songs waarin zowel de zang als de muziek zoals gezegd mooi maar ook bijzonder zijn en dat is een omschrijving die ook opgaat voor de songs zelf. Mariam The Believer beweegt zich op Breathing Techniques ver buiten de conventies van de popsong met een kop en een staart, waardoor het album, zeker bij eerste beluistering, lastig te doorgronden is.
Hier en daar wordt, voor muziekliefhebbers die minder goed thuis zijn in de experimentele jazz, de vergelijking met Kid A van Radiohead of Spirit Of Eden van Talk Talk gemaakt en ook dat zijn inderdaad albums die pas goed tot zijn recht komen wanneer je de wens om conventionele popsongs te horen hebt opgegeven.
Nu ik Breathing Techniques van Mariam The Believer meerdere keren heb gehoord, kan ik me overigens niet meer voorstellen dat ik zo geworsteld heb met het album, want inmiddels hoor ik alleen maar de bijzondere schoonheid van de zang, de muziek en de songs op dit fascinerende album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mariam The Believer - Breathing Techniques - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mariam The Believer - Breathing Techniques
De Zweedse muzikante Mariam Wallentin heeft als Mariam The Believer een op het eerste gehoor behoorlijk experimenteel en ongrijpbaar album gemaakt, dat echter steeds mooier en fascinerender wordt
Uiterst sobere klanken, bijzondere zang in een wat laag tempo en songs die zich met geen mogelijkheid in het keurslijf van de toegankelijke popsongs laten persen. Het zijn de belangrijkste ingrediënten van Breathing Techniques van de Zweedse muzikante Mariam Wallentin, oftewel Mariam The Believer. Het is misschien even wennen aan het tempo en aan de complexe songstructuren, maar eenmaal gewend valt er veel te genieten. Mariam Wallentin is een uitstekende zangeres, de muziek op Breathing Techniques is subtiel maar wonderschoon en de songs komen na enige gewenning steeds fraaier en fascinerender tot leven. Bijzonder album dit.
Breathing Techniques is het derde album van Mariam The Believer, maar mijn eerste kennismaking met de muziek van de Zweedse muzikante Mariam Wallentin. Althans, dat dacht ik, tot ik las dat de Zweedse muzikante in het verleden deel uit maakte of maakt van het Zweedse duo Wildbirds & Peacedrums. Van de muziek van dat duo kon ik lange tijd geen chocola maken, maar de voorlopige zwanenzang van het tweetal, het in 2014 verschenen Rhythm, wist me wel te overtuigen.
Mariam Wallentin is met name in jazzkringen een zeer gerespecteerd muzikante, die het afgelopen decennium opdook op meerdere albums, ook ver buiten de grenzen van de jazz. Het deze week verschenen Breathing Techniques wordt vergeleken met de muziek van onder andere Alice Coltrane, Meredith Monk en Stina Nordenstam, wat al suggereert dat het derde album van Mariam The Believer geen lichte kost is.
Dat is het bij eerste beluistering ook zeker niet. Breathing Techniques bevat acht songs, waarvan het merendeel boven de vijf minuten klokt. Het zijn songs waarin de muziek vaak sober is en wat experimenteel aan doet en dat geldt ook voor de zang van Marian Wallentin. Zowel de muziek als de zang zijn overigens wel erg mooi en passen goed bij de meestal complex aandoende songs.
Mariam Wallentin beschikt over een mooie en warme stem en het is een stem met een flink bereik. Het is een stem die makkelijk overeind blijft in een uiterst sober of zelfs minimalistisch ingekleurd muzikale landschap. Het is een stem die, mede door het lage tempo van de songs op het album, in eerste instantie misschien wat tegen de haren instrijkt, maar die na enige gewenning alleen maar indruk maakt.
Dat geldt ook voor de muziek op Breathing Techniques. Mariam The Believer heeft in een aantal tracks op het album genoeg aan sobere en wat donker klinkende pianoakkoorden, die worden gecombineerd met bijzondere ritmes, die al even spaarzaam worden ingezet. Naast een hoofdrol voor de piano en percussie zijn er op Breathing Techniques spaarzame maar bijzonder mooie en trefzekere bijdragen te horen van de harp, strijkers en elektronica, wat de songs voorziet van sprookjesachtige accenten.
Het tempo in de songs ligt zoals gezegd laag, waardoor Breathing Techniques een meditatief of zelfs bezwerend karakter heeft. Het zijn songs waarin zowel de zang als de muziek zoals gezegd mooi maar ook bijzonder zijn en dat is een omschrijving die ook opgaat voor de songs zelf. Mariam The Believer beweegt zich op Breathing Techniques ver buiten de conventies van de popsong met een kop en een staart, waardoor het album, zeker bij eerste beluistering, lastig te doorgronden is.
Hier en daar wordt, voor muziekliefhebbers die minder goed thuis zijn in de experimentele jazz, de vergelijking met Kid A van Radiohead of Spirit Of Eden van Talk Talk gemaakt en ook dat zijn inderdaad albums die pas goed tot zijn recht komen wanneer je de wens om conventionele popsongs te horen hebt opgegeven.
Nu ik Breathing Techniques van Mariam The Believer meerdere keren heb gehoord, kan ik me overigens niet meer voorstellen dat ik zo geworsteld heb met het album, want inmiddels hoor ik alleen maar de bijzondere schoonheid van de zang, de muziek en de songs op dit fascinerende album. Erwin Zijleman
Marianne Faithfull - Broken English (1979)

5,0
5
geplaatst: 5 februari 2023, 21:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marianne Faithfull - Broken English (1979) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marianne Faithfull - Broken English (1979)
Marianne Faithfull leefde in de jaren 70 in de goot, maar herpakte zichzelf op het geweldige Broken English, waarop frisse elektronische klanken worden gecombineerd met de zwaar doorleefde strot van de Britse muzikante
Marianne Faithfull was in de jaren 60 een fris ogende tienerster met de stem van een engeltje, maar van beiden was helemaal niets over toen ze in 1979 opdook met Broken English. Een zwaar en heftig leven had zijn tol geëist en dat hoorde je goed in de bijna gesloopte stem van de Britse muzikante, die de dertig nog maar net gepasseerd was. De doorleefde stem van Marianne Faithfull werd op Broken English gecombineerd met invloeden uit de New Wave en eigentijds klinkende elektronica en dat pakte prachtig uit. Broken English was in 1979 een sensationeel album en dat is het nog steeds. Het doet af en toe bijna pijn om naar de zang te luisteren, maar het is ook goed voor heel veel kippenvel.
Marianne Faithfull debuteerde in de lente van 1965, nog geen twintig jaar oud, en trok onder andere de aandacht met haar versie van een song die werd geschreven door Mick Jagger en Keith Richards van The Rolling Stones, As Tears Go By. Omgeven door flink wat strijkers horen we een mooie heldere stem, die Marianne Faithfull zomaar had kunnen scharen onder de meest getalenteerde folkzangeressen van dat moment. Marianne Faithfull maakte heel veel muziek gedurende de jaren 60 en vroege jaren 70, waaronder een folkalbum, maar moet ook een ongelooflijk wild en/of zwaar leven hebben geleid.
Toen ze in 1979, na een afwezigheid van een aantal jaren, terugkeerde met het album Broken English, was de heldere stem van As Tears Go By verdwenen en verruild voor een doorleefde, doorgerookte en af en toe gebroken stem. Ik dacht destijds dat Marianne Faithfull al behoorlijk op leeftijd was toen ze Broken English maakte, maar toen het album aan het begin van 1979 verscheen was ze echt pas 32 jaar oud.
Marianne Faithfull greep de frisse energie van de punkbeweging aan om een totaal ander album te maken dan we van haar gewend waren. Broken English is vooral een rockalbum met impulsen uit de new wave van dat moment, waardoor het album in 1979 fris en eigentijds klonk. De Britse muzikante zou vanaf 1987 het ene na het andere uitstekende album afleveren en is tot op de dag van vandaag een hele interessante muzikante, maar in 1979 stelde haar carrière weinig meer voor. In het oeuvre van Marianne Faithfull staat Broken English wat alleen, zeker in de tijd, maar ik vind het nog altijd een fantastisch album en bovendien het beste album van de Britse zangeres.
Broken English werd geproduceerd door Mark Miller Mundy, die Broken English voorzag van een fris en eigenzinnig geluid. Op het album zijn flink wat muzikanten te horen, van wie gitarist Barry Reynolds en toetsenist Steve Winwood (!) de bekendsten zijn. Broken English flirt met de new wave van dat moment, maar verwerkt ook invloeden uit andere genres op het album, waaronder blues en reggae.
Bij de release van Broken English was nog niet bekend uit welk dal Marianne Faithfull kwam, maar inmiddels weten we dat ze een aantal jaren vol geweld en misbruik, heroïneverslavingen, anorexia en dakloosheid achter de rug had, wat verklaard waarom haar stem er zo slecht aan toe is op het album. De stem van Marianne Faithfull piept en kraakt op het album en valt hier en daar helemaal weg, wat nauwelijks is te rijmen met haar leeftijd van dat moment. Haar vocale zwakte is echter ook het sterkste wapen van Broken English.
De songs op het album klinken stuk voor stuk rauw en doorleefd en snijden dwars door de ziel. Prijsnummer is wat mij betreft The Ballad Of Lucy Jordan. De song was ooit een niemendalletje van Dr. Hook & The Medicine Show, maar Marianne Faithfull maakt er een prachtsong van. Het is deels de verdienste van de fraaie bijdragen van synths die de song dragen, maar het kippenvel wordt veroorzaakt door de stem van de Britse muzikante, die me ook na honderden keren horen diep raakt. Ik was in 1979 niet zo bezig met het soort muziek dat Marianne Faithfull maakte, maar ik vond het een uniek album en dat vind ik nog steeds. Marianne Faithfull heeft veel mooie muziek gemaakt, maar op Broken English valt alles op zijn plek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marianne Faithfull - Broken English (1979) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marianne Faithfull - Broken English (1979)
Marianne Faithfull leefde in de jaren 70 in de goot, maar herpakte zichzelf op het geweldige Broken English, waarop frisse elektronische klanken worden gecombineerd met de zwaar doorleefde strot van de Britse muzikante
Marianne Faithfull was in de jaren 60 een fris ogende tienerster met de stem van een engeltje, maar van beiden was helemaal niets over toen ze in 1979 opdook met Broken English. Een zwaar en heftig leven had zijn tol geëist en dat hoorde je goed in de bijna gesloopte stem van de Britse muzikante, die de dertig nog maar net gepasseerd was. De doorleefde stem van Marianne Faithfull werd op Broken English gecombineerd met invloeden uit de New Wave en eigentijds klinkende elektronica en dat pakte prachtig uit. Broken English was in 1979 een sensationeel album en dat is het nog steeds. Het doet af en toe bijna pijn om naar de zang te luisteren, maar het is ook goed voor heel veel kippenvel.
Marianne Faithfull debuteerde in de lente van 1965, nog geen twintig jaar oud, en trok onder andere de aandacht met haar versie van een song die werd geschreven door Mick Jagger en Keith Richards van The Rolling Stones, As Tears Go By. Omgeven door flink wat strijkers horen we een mooie heldere stem, die Marianne Faithfull zomaar had kunnen scharen onder de meest getalenteerde folkzangeressen van dat moment. Marianne Faithfull maakte heel veel muziek gedurende de jaren 60 en vroege jaren 70, waaronder een folkalbum, maar moet ook een ongelooflijk wild en/of zwaar leven hebben geleid.
Toen ze in 1979, na een afwezigheid van een aantal jaren, terugkeerde met het album Broken English, was de heldere stem van As Tears Go By verdwenen en verruild voor een doorleefde, doorgerookte en af en toe gebroken stem. Ik dacht destijds dat Marianne Faithfull al behoorlijk op leeftijd was toen ze Broken English maakte, maar toen het album aan het begin van 1979 verscheen was ze echt pas 32 jaar oud.
Marianne Faithfull greep de frisse energie van de punkbeweging aan om een totaal ander album te maken dan we van haar gewend waren. Broken English is vooral een rockalbum met impulsen uit de new wave van dat moment, waardoor het album in 1979 fris en eigentijds klonk. De Britse muzikante zou vanaf 1987 het ene na het andere uitstekende album afleveren en is tot op de dag van vandaag een hele interessante muzikante, maar in 1979 stelde haar carrière weinig meer voor. In het oeuvre van Marianne Faithfull staat Broken English wat alleen, zeker in de tijd, maar ik vind het nog altijd een fantastisch album en bovendien het beste album van de Britse zangeres.
Broken English werd geproduceerd door Mark Miller Mundy, die Broken English voorzag van een fris en eigenzinnig geluid. Op het album zijn flink wat muzikanten te horen, van wie gitarist Barry Reynolds en toetsenist Steve Winwood (!) de bekendsten zijn. Broken English flirt met de new wave van dat moment, maar verwerkt ook invloeden uit andere genres op het album, waaronder blues en reggae.
Bij de release van Broken English was nog niet bekend uit welk dal Marianne Faithfull kwam, maar inmiddels weten we dat ze een aantal jaren vol geweld en misbruik, heroïneverslavingen, anorexia en dakloosheid achter de rug had, wat verklaard waarom haar stem er zo slecht aan toe is op het album. De stem van Marianne Faithfull piept en kraakt op het album en valt hier en daar helemaal weg, wat nauwelijks is te rijmen met haar leeftijd van dat moment. Haar vocale zwakte is echter ook het sterkste wapen van Broken English.
De songs op het album klinken stuk voor stuk rauw en doorleefd en snijden dwars door de ziel. Prijsnummer is wat mij betreft The Ballad Of Lucy Jordan. De song was ooit een niemendalletje van Dr. Hook & The Medicine Show, maar Marianne Faithfull maakt er een prachtsong van. Het is deels de verdienste van de fraaie bijdragen van synths die de song dragen, maar het kippenvel wordt veroorzaakt door de stem van de Britse muzikante, die me ook na honderden keren horen diep raakt. Ik was in 1979 niet zo bezig met het soort muziek dat Marianne Faithfull maakte, maar ik vond het een uniek album en dat vind ik nog steeds. Marianne Faithfull heeft veel mooie muziek gemaakt, maar op Broken English valt alles op zijn plek. Erwin Zijleman
Marianne Faithfull - Give My Love to London (2014)

4,5
0
geplaatst: 4 oktober 2014, 10:36 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marianne Faithfull - Give My Love To London - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Marianne Faithfull scoorde in 1964 als fris jong meisje een flinke hit met de Jagger/Richards compositie As Tears Go By.
Het zou nog 15 jaar duren voor ik voor het eerst kennis zou maken met het werk van Marianne Faithfull. In 1979 was Marianne Faithfull pas 33 jaar oud, maar haar stem klonk oud en versleten. Op de een of andere manier gaf de rauwe, onvaste en soms wat haperende stem van Marianne Faithfull haar muziek echter een bijzondere lading, waardoor Broken English (dat overigens eerder dit jaar een bijzonder fraaie reissue kreeg) uitgroeide tot een erkend meesterwerk.
Het zou 18 jaar duren voordat Broken English een waardige opvolger kreeg (het bijna even indrukwekkende Strange Weather), maar sindsdien levert Marianne Faithfull met enige regelmaat platen van hoog niveau af.
De laatste was voor mijn gevoel het in 2008 verschenen Easy Come Easy Go, maar kennelijk heb ik drie jaar geleden het met covers gevulde Horses And High Heels gemist.
Give My Love To London is hoe dan ook de eerste plaat met eigen werk van Marianne Faithfull in zes jaar tijd en het is wederom een hele mooie. Marianne Faithfull is inmiddels bijna 68 jaar oud, maar sinds Broken English zijn haar stembanden gelukkig niet al teveel meer versleten. In vocaal opzicht is Give My Love To London daarom niet heel ver verwijderd van de al weer 35 jaar oude klassieker en ook in muzikaal opzicht blijkt Marianne Faithfull nog jong van geest.
Voor Give My Love To London deed Marianne Faithfull een beroep op flink wat muzikanten van naam en faam. Zo schreven Roger Waters, Nick Cave, Anna Calvi, Steve Earle en Tom McRae mee aan de songs op de plaat en zijn onder andere Brian Eno, Portishead’s Adrian Utley, Warren Ellis (The Bad Seeds) en Ed Harcourt als muzikant te horen. Ook de keuze voor producer Rob Ellis en de mix van Flood zijn veilige keuzes, maar toch is Give My Love To London zeker geen veilige plaat.
Marianne Faithfull imponeert op haar nieuwe plaat met doorleefde folky songs die worden vertolkt zoals alleen Marianne Faithfull dit kan, maar Give My Love To London bevat ook een aantal stekelige of zelfs rauw klinkende songs die flink tegen de haren instrijken, bijvoorbeeld door de scherpe viool uithalen van Warren Ellis en het gruizige gitaarspel. Het zijn tracks die herinneren aan de jonge jaren van Roxy Music, maar ook associaties oproepen met de muziek van The Velvet Underground en de Britse folk van weleer.
Ook voor Give My Love To London geldt weer dat je moet houden van de zang van Marianne Faithfull. Haar stem klinkt ook op Give My Love To London weer rauw, doorleefd, rokerig en onvast, maar draagt op hetzelfde moment stevig bij aan de intensiteit van haar bijzondere songs, zeker wanneer de Britse diva haar emoties laat spreken en de woorden van haar mooie teksten gepassioneerd aanvalt.
Meer dan eens dwingt de vergelijking met de laatste plaat van Leonard Cohen zich op. In vocaal opzicht valt er absoluut wat op aan te merken, maar waarom zou je je hier druk om maken wanneer ieder woord dat uit de speakers komt keihard aankomt. Het is dan ook geen toeval dat Marianne Faithfull op deze plaat aan de haal gaat met Cohen’s Going Home en de song aanpakt zoals tot voor kort alleen de oude meester zelf dit kon.
Marianne Faithfull mag inmiddels een respectabele leeftijd hebben bereikt, maar gaat op Give My London tekeer als een jonge hond. Wat een mooie, eigenzinnige, doorleefde en gedurfde plaat van deze unieke zangeres. Ik schrijf hem op voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marianne Faithfull - Give My Love To London - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Marianne Faithfull scoorde in 1964 als fris jong meisje een flinke hit met de Jagger/Richards compositie As Tears Go By.
Het zou nog 15 jaar duren voor ik voor het eerst kennis zou maken met het werk van Marianne Faithfull. In 1979 was Marianne Faithfull pas 33 jaar oud, maar haar stem klonk oud en versleten. Op de een of andere manier gaf de rauwe, onvaste en soms wat haperende stem van Marianne Faithfull haar muziek echter een bijzondere lading, waardoor Broken English (dat overigens eerder dit jaar een bijzonder fraaie reissue kreeg) uitgroeide tot een erkend meesterwerk.
Het zou 18 jaar duren voordat Broken English een waardige opvolger kreeg (het bijna even indrukwekkende Strange Weather), maar sindsdien levert Marianne Faithfull met enige regelmaat platen van hoog niveau af.
De laatste was voor mijn gevoel het in 2008 verschenen Easy Come Easy Go, maar kennelijk heb ik drie jaar geleden het met covers gevulde Horses And High Heels gemist.
Give My Love To London is hoe dan ook de eerste plaat met eigen werk van Marianne Faithfull in zes jaar tijd en het is wederom een hele mooie. Marianne Faithfull is inmiddels bijna 68 jaar oud, maar sinds Broken English zijn haar stembanden gelukkig niet al teveel meer versleten. In vocaal opzicht is Give My Love To London daarom niet heel ver verwijderd van de al weer 35 jaar oude klassieker en ook in muzikaal opzicht blijkt Marianne Faithfull nog jong van geest.
Voor Give My Love To London deed Marianne Faithfull een beroep op flink wat muzikanten van naam en faam. Zo schreven Roger Waters, Nick Cave, Anna Calvi, Steve Earle en Tom McRae mee aan de songs op de plaat en zijn onder andere Brian Eno, Portishead’s Adrian Utley, Warren Ellis (The Bad Seeds) en Ed Harcourt als muzikant te horen. Ook de keuze voor producer Rob Ellis en de mix van Flood zijn veilige keuzes, maar toch is Give My Love To London zeker geen veilige plaat.
Marianne Faithfull imponeert op haar nieuwe plaat met doorleefde folky songs die worden vertolkt zoals alleen Marianne Faithfull dit kan, maar Give My Love To London bevat ook een aantal stekelige of zelfs rauw klinkende songs die flink tegen de haren instrijken, bijvoorbeeld door de scherpe viool uithalen van Warren Ellis en het gruizige gitaarspel. Het zijn tracks die herinneren aan de jonge jaren van Roxy Music, maar ook associaties oproepen met de muziek van The Velvet Underground en de Britse folk van weleer.
Ook voor Give My Love To London geldt weer dat je moet houden van de zang van Marianne Faithfull. Haar stem klinkt ook op Give My Love To London weer rauw, doorleefd, rokerig en onvast, maar draagt op hetzelfde moment stevig bij aan de intensiteit van haar bijzondere songs, zeker wanneer de Britse diva haar emoties laat spreken en de woorden van haar mooie teksten gepassioneerd aanvalt.
Meer dan eens dwingt de vergelijking met de laatste plaat van Leonard Cohen zich op. In vocaal opzicht valt er absoluut wat op aan te merken, maar waarom zou je je hier druk om maken wanneer ieder woord dat uit de speakers komt keihard aankomt. Het is dan ook geen toeval dat Marianne Faithfull op deze plaat aan de haal gaat met Cohen’s Going Home en de song aanpakt zoals tot voor kort alleen de oude meester zelf dit kon.
Marianne Faithfull mag inmiddels een respectabele leeftijd hebben bereikt, maar gaat op Give My London tekeer als een jonge hond. Wat een mooie, eigenzinnige, doorleefde en gedurfde plaat van deze unieke zangeres. Ik schrijf hem op voor de jaarlijstjes. Erwin Zijleman
Marianne Faithfull - Negative Capability (2018)

4,5
1
geplaatst: 3 november 2018, 10:23 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marianne Faithfull - Negative Capability - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marianne Faithfull maakt op haar oude dag een van haar beste en meest indrukwekkende platen
The Ballad Of Lucy Jordan was ooit mijn eerste kennismaking met de muziek van Marianne Faithfull. De Britse zangeres was pas 32, maar haar stembanden piepten en kraakten, wat haar muziek een bijzondere lading gaf. De stembanden van Marianne Faithfull kraken inmiddels nog wat meer en haar stem is nog wat donkerder geworden, maar het maakt haar muziek alleen maar stemmiger en indringender. Negative Capability is een donkere maar zeer sfeervolle plaat, waarop Marianne Faithfull de zware thema’s niet schuwt. De instrumentatie is prachtig en past perfect bij het unieke en ontroerende stemgeluid van deze unieke zangeres.
Van Marianne Faithfull verscheen deze week een nieuwe plaat, maar vorige week werden we al getrakteerd op de mooie verzamelaar Come And Stay With Me: The UK 45s 1964-1969 (helaas nog niet te vinden op de streaming media diensten).
Deze verzamelaar met alle singles die ze in de eerste vijf jaar van haar carrière uitbracht, opent met Marianne Faithfull’s allereerste single As Tears Go By (geschreven door Mick Jagger en Keith Richards). Het is een single die opvalt door een rijke instrumentatie, maar vooral door de heldere, meisjesachtige en wat plechtig klinkende vocalen van een piepjonge Marianne Faithfull.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse zangeres stamt uit 1979, toen ze het fantastische Broken English uitbracht. In mijn beleving was Marianne Faithfull destijds al aardig op leeftijd, want er zat destijds al meer gruis op haar stembanden dan bij de gemiddelde mijnwerker. Marianne Faithfull was op het moment van de release van Broken English echter pas 32 en was gesloopt door vijftien jaar drank en drugs in de entourage van The Rolling Stones.
Inmiddels zijn we bijna 40 jaar verder. Marianne Faithfull viert in de laatste dagen van 2018 haar 72e verjaardag en komt op haar 71e met een nieuwe plaat. De Britse zangeres heeft flink wat dalen gekend tijdens haar lange carrière, maar Before The Poison uit 2005, Easy Come Easy Go uit 2008 en met name Give My Love To London uit 2014 vond ik geweldige platen.
Op haar nieuwe plaat, Negative Capability, poseert Marianne Faithfull met een wandelstok. De jaren tellen inmiddels voor de Britse zangeres, en dat hoor je in haar zang en lees je in haar teksten. Haar stembanden kraken inmiddels nog wat meer en haar stem is inmiddels bijna net zo donker als die van Nico, maar met name de manier van zingen verraadt de leeftijd van Marianne Faithfull. Het is zang die vaak de kant van voordragen op gaat, net als Leonard Cohen dat op zijn laatste platen deed. Het zit mij nergens in de weg, integendeel zelfs.
De nieuwe songs van Marianne Faithfull, die in de meeste gevallen gaan over vergankelijkheid, eenzaamheid, de dood en het leed in de wereld (met een indrukwekkende song over de terroristische aanslagen in Parijs), kunnen wat mij betreft de concurrentie aan met haar beste songs. Ze vallen ook niet uit de toon bij haar debuut single As Tears Go By en het prachtige Witches’ Song van Broken English, waarvan fraaie nieuwe versies zijn gemaakt of bij Dylan’s prachtsong It’s All Over Now, Baby Blue, dat op Negative Capability een Marianne Faithfull song wordt.
Op haar nieuwe plaat werkt de Britse zangeres wederom samen met producer Rob Ellis en hiernaast zijn er bijdragen van onder andere Nick Cave (die de meeste songs op de plaat prachtig zou kunnen vertolken), Ed Harcourt, Mark Lanegan en The Bad Seeds muzikant Warren Ellis, die met zijn viool zorgt voor prachtige en weemoedige klanken. De instrumentatie is sober maar prachtig en vult de ruimte met herfstachtige klanken, die met name later op de avond uitstekend tot zijn recht komen, maar soms ook een wat spooky karakter hebben.
Het past prachtig bij de wat krakende vocalen, die mij steeds intenser weten te raken dankzij alle emotie en doorleving die Marianne Faithfull in haar stem legt. Diep onder de indruk was ik na de eerste beluistering van Negative Capability en de plaat wordt echt alleen maar mooier en indrukwekkender. De muzikale erfenis van de Britse zangeres was al zeer indrukwekkend, maar wordt met deze nieuwe plaat nog wat imposanter. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marianne Faithfull - Negative Capability - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marianne Faithfull maakt op haar oude dag een van haar beste en meest indrukwekkende platen
The Ballad Of Lucy Jordan was ooit mijn eerste kennismaking met de muziek van Marianne Faithfull. De Britse zangeres was pas 32, maar haar stembanden piepten en kraakten, wat haar muziek een bijzondere lading gaf. De stembanden van Marianne Faithfull kraken inmiddels nog wat meer en haar stem is nog wat donkerder geworden, maar het maakt haar muziek alleen maar stemmiger en indringender. Negative Capability is een donkere maar zeer sfeervolle plaat, waarop Marianne Faithfull de zware thema’s niet schuwt. De instrumentatie is prachtig en past perfect bij het unieke en ontroerende stemgeluid van deze unieke zangeres.
Van Marianne Faithfull verscheen deze week een nieuwe plaat, maar vorige week werden we al getrakteerd op de mooie verzamelaar Come And Stay With Me: The UK 45s 1964-1969 (helaas nog niet te vinden op de streaming media diensten).
Deze verzamelaar met alle singles die ze in de eerste vijf jaar van haar carrière uitbracht, opent met Marianne Faithfull’s allereerste single As Tears Go By (geschreven door Mick Jagger en Keith Richards). Het is een single die opvalt door een rijke instrumentatie, maar vooral door de heldere, meisjesachtige en wat plechtig klinkende vocalen van een piepjonge Marianne Faithfull.
Mijn eerste kennismaking met de muziek van de Britse zangeres stamt uit 1979, toen ze het fantastische Broken English uitbracht. In mijn beleving was Marianne Faithfull destijds al aardig op leeftijd, want er zat destijds al meer gruis op haar stembanden dan bij de gemiddelde mijnwerker. Marianne Faithfull was op het moment van de release van Broken English echter pas 32 en was gesloopt door vijftien jaar drank en drugs in de entourage van The Rolling Stones.
Inmiddels zijn we bijna 40 jaar verder. Marianne Faithfull viert in de laatste dagen van 2018 haar 72e verjaardag en komt op haar 71e met een nieuwe plaat. De Britse zangeres heeft flink wat dalen gekend tijdens haar lange carrière, maar Before The Poison uit 2005, Easy Come Easy Go uit 2008 en met name Give My Love To London uit 2014 vond ik geweldige platen.
Op haar nieuwe plaat, Negative Capability, poseert Marianne Faithfull met een wandelstok. De jaren tellen inmiddels voor de Britse zangeres, en dat hoor je in haar zang en lees je in haar teksten. Haar stembanden kraken inmiddels nog wat meer en haar stem is inmiddels bijna net zo donker als die van Nico, maar met name de manier van zingen verraadt de leeftijd van Marianne Faithfull. Het is zang die vaak de kant van voordragen op gaat, net als Leonard Cohen dat op zijn laatste platen deed. Het zit mij nergens in de weg, integendeel zelfs.
De nieuwe songs van Marianne Faithfull, die in de meeste gevallen gaan over vergankelijkheid, eenzaamheid, de dood en het leed in de wereld (met een indrukwekkende song over de terroristische aanslagen in Parijs), kunnen wat mij betreft de concurrentie aan met haar beste songs. Ze vallen ook niet uit de toon bij haar debuut single As Tears Go By en het prachtige Witches’ Song van Broken English, waarvan fraaie nieuwe versies zijn gemaakt of bij Dylan’s prachtsong It’s All Over Now, Baby Blue, dat op Negative Capability een Marianne Faithfull song wordt.
Op haar nieuwe plaat werkt de Britse zangeres wederom samen met producer Rob Ellis en hiernaast zijn er bijdragen van onder andere Nick Cave (die de meeste songs op de plaat prachtig zou kunnen vertolken), Ed Harcourt, Mark Lanegan en The Bad Seeds muzikant Warren Ellis, die met zijn viool zorgt voor prachtige en weemoedige klanken. De instrumentatie is sober maar prachtig en vult de ruimte met herfstachtige klanken, die met name later op de avond uitstekend tot zijn recht komen, maar soms ook een wat spooky karakter hebben.
Het past prachtig bij de wat krakende vocalen, die mij steeds intenser weten te raken dankzij alle emotie en doorleving die Marianne Faithfull in haar stem legt. Diep onder de indruk was ik na de eerste beluistering van Negative Capability en de plaat wordt echt alleen maar mooier en indrukwekkender. De muzikale erfenis van de Britse zangeres was al zeer indrukwekkend, maar wordt met deze nieuwe plaat nog wat imposanter. Erwin Zijleman
Mariecke Borger - Bright Sky (2020)

4,5
0
geplaatst: 7 maart 2020, 10:52 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mariecke Borger - Bright Sky - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mariecke Borger - Bright Sky
We moesten er zeven lange jaren op wachten, maar Bright Sky overtreft het debuut van Mariecke Borger en maakt diepe indruk met sterke songs, een zeer fraaie instrumentatie en een prachtige stem
Alweer zeven jaar geleden was ik diep onder de indruk van het debuut van de jonge Nederlandse singer-songwriter Mariecke Borger. Met haar debuut kon Mariecke Borger concurreren met de besten in het genre, maar desondanks was ze er niet van overtuigd dat het maken van muziek haar roeping was. Na zeven lange jaren is de singer-songwriter uit Kampen terug met een nieuw album en het is een album dat nog veel indrukwekkender is dan het terecht zo bewierookte debuut. De songs zijn beter, de instrumentatie is nog wat trefzekerder en Mariecke Borger is nog mooier gaan zingen. Ik moet nog stapels albums beluisteren deze week, maar dit is de mooiste, dat weet ik zeker.
Mariecke Borger debuteerde in het vroege voorjaar van 2013 met het werkelijk prachtige Through My Eyes. Ik omschreef het debuut van de jonge Nederlandse singer-songwriter destijds als “een intiem, ontroerend, betoverend, sprankelend, authentiek en vooral wonderschoon album” en daar was geen woord van gelogen.
Het debuut van Mariecke Borger maakte indruk met sterke songs vol invloeden uit de folk en de country, met een verrassend fraaie instrumentatie en vooral met de prachtige stem van de Nederlandse singer-songwriter. Met Through My Eyes maakte Mariecke Borger één van de mooiste rootsalbums van 2013 en gaf ze niet alleen de nationale, maar ook de internationale concurrentie het nakijken.
Sindsdien was er het verlangen naar een tweede album van Mariecke Borger, maar de singer-songwriter uit Kampen heeft ons geduld aardig op de proef gesteld. Liefhebbers van rootsmuziek waren misschien onmiddellijk overtuigd van de levensbestemming van Mariecke Borger, maar zelf dacht ze er anders over. Mariecke hield de muziek na het verschijnen van haar debuut lange tijd voor zichzelf, speelde incidenteel met een aantal andere muzikanten en stichtte samen met haar man en collega muzikant Floris de Vries een gezin.
Op haar Instagram pagina deelde ze de afgelopen jaren vooral foto’s waarin haar gezinsleven centraal stond, maar gelukkig is nu ook weer het moment gekomen waarop Mariecke Borger haar muziek met ons wil delen. Haar debuut Through My Eyes nam ze ruim zeven jaar geleden op in haar ouderlijk huis in Ermelo en opvolger Bright Sky nam ze thuis op in Kampen.
Mariecke Borger deed dit met haar echtgenoot Floris de Vries, die de meeste instrumenten die op het album te horen zijn voor zijn rekening nam en het album mede produceerde. Naast een ritmesectie en een violist werd verder een beroep gedaan op de getalenteerde Bertolf Lentink, die de songs van Mariecke Borger verder versiert met onder andere dobro en pedal steel.
Hoewel er zeven lange jaren zitten tussen Through My Eyes en Bright Sky lopen beide albums bijna naadloos in elkaar over. Ook op haar nieuwe album maakt Mariecke Borger indruk met songs die onmiddellijk een onuitwisbare indruk maken. De songs op het album zijn zonder uitzondering ingetogen en vallen op door de prachtige instrumentatie en natuurlijk door de wonderschone vocalen van Mariecke Borger.
Het levert een album op dat grossiert in oorstrelende klanken, waarna de prachtige zang van Mariecke Borger je haar muzikale wereld in sleept. Bright Sky bevat acht songs en duurt slechts 27 minuten, maar in die 27 minuten komt muziek van een bijzondere subtiliteit, intimiteit en schoonheid voorbij. Bright Sky ligt zoals gezegd in het verlengde van het debuut van Mariecke Borger, maar ondanks haar lange afwezigheid uit de muziek laat het nieuwe album van de singer-songwriter uit Kampen een flinke groei horen.
De acht songs op Bright Sky zijn stuk voor stuk songs om te koesteren en zijn songs die in het genre hun gelijke nog niet kennen dit jaar. Er komt deze week echt idioot veel uit, maar het prachtige tweede album van Mariecke Borger mag geen enkele liefhebber van rootsmuziek laten liggen. Ik hoop niet dat we op het derde album van Mariecke Borger net zo lang moeten wachten als op Bright Sky, maar als dat zo is hebben we nu in ieder geval twee prachtalbums liggen om het wachten mee te verzachten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mariecke Borger - Bright Sky - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mariecke Borger - Bright Sky
We moesten er zeven lange jaren op wachten, maar Bright Sky overtreft het debuut van Mariecke Borger en maakt diepe indruk met sterke songs, een zeer fraaie instrumentatie en een prachtige stem
Alweer zeven jaar geleden was ik diep onder de indruk van het debuut van de jonge Nederlandse singer-songwriter Mariecke Borger. Met haar debuut kon Mariecke Borger concurreren met de besten in het genre, maar desondanks was ze er niet van overtuigd dat het maken van muziek haar roeping was. Na zeven lange jaren is de singer-songwriter uit Kampen terug met een nieuw album en het is een album dat nog veel indrukwekkender is dan het terecht zo bewierookte debuut. De songs zijn beter, de instrumentatie is nog wat trefzekerder en Mariecke Borger is nog mooier gaan zingen. Ik moet nog stapels albums beluisteren deze week, maar dit is de mooiste, dat weet ik zeker.
Mariecke Borger debuteerde in het vroege voorjaar van 2013 met het werkelijk prachtige Through My Eyes. Ik omschreef het debuut van de jonge Nederlandse singer-songwriter destijds als “een intiem, ontroerend, betoverend, sprankelend, authentiek en vooral wonderschoon album” en daar was geen woord van gelogen.
Het debuut van Mariecke Borger maakte indruk met sterke songs vol invloeden uit de folk en de country, met een verrassend fraaie instrumentatie en vooral met de prachtige stem van de Nederlandse singer-songwriter. Met Through My Eyes maakte Mariecke Borger één van de mooiste rootsalbums van 2013 en gaf ze niet alleen de nationale, maar ook de internationale concurrentie het nakijken.
Sindsdien was er het verlangen naar een tweede album van Mariecke Borger, maar de singer-songwriter uit Kampen heeft ons geduld aardig op de proef gesteld. Liefhebbers van rootsmuziek waren misschien onmiddellijk overtuigd van de levensbestemming van Mariecke Borger, maar zelf dacht ze er anders over. Mariecke hield de muziek na het verschijnen van haar debuut lange tijd voor zichzelf, speelde incidenteel met een aantal andere muzikanten en stichtte samen met haar man en collega muzikant Floris de Vries een gezin.
Op haar Instagram pagina deelde ze de afgelopen jaren vooral foto’s waarin haar gezinsleven centraal stond, maar gelukkig is nu ook weer het moment gekomen waarop Mariecke Borger haar muziek met ons wil delen. Haar debuut Through My Eyes nam ze ruim zeven jaar geleden op in haar ouderlijk huis in Ermelo en opvolger Bright Sky nam ze thuis op in Kampen.
Mariecke Borger deed dit met haar echtgenoot Floris de Vries, die de meeste instrumenten die op het album te horen zijn voor zijn rekening nam en het album mede produceerde. Naast een ritmesectie en een violist werd verder een beroep gedaan op de getalenteerde Bertolf Lentink, die de songs van Mariecke Borger verder versiert met onder andere dobro en pedal steel.
Hoewel er zeven lange jaren zitten tussen Through My Eyes en Bright Sky lopen beide albums bijna naadloos in elkaar over. Ook op haar nieuwe album maakt Mariecke Borger indruk met songs die onmiddellijk een onuitwisbare indruk maken. De songs op het album zijn zonder uitzondering ingetogen en vallen op door de prachtige instrumentatie en natuurlijk door de wonderschone vocalen van Mariecke Borger.
Het levert een album op dat grossiert in oorstrelende klanken, waarna de prachtige zang van Mariecke Borger je haar muzikale wereld in sleept. Bright Sky bevat acht songs en duurt slechts 27 minuten, maar in die 27 minuten komt muziek van een bijzondere subtiliteit, intimiteit en schoonheid voorbij. Bright Sky ligt zoals gezegd in het verlengde van het debuut van Mariecke Borger, maar ondanks haar lange afwezigheid uit de muziek laat het nieuwe album van de singer-songwriter uit Kampen een flinke groei horen.
De acht songs op Bright Sky zijn stuk voor stuk songs om te koesteren en zijn songs die in het genre hun gelijke nog niet kennen dit jaar. Er komt deze week echt idioot veel uit, maar het prachtige tweede album van Mariecke Borger mag geen enkele liefhebber van rootsmuziek laten liggen. Ik hoop niet dat we op het derde album van Mariecke Borger net zo lang moeten wachten als op Bright Sky, maar als dat zo is hebben we nu in ieder geval twee prachtalbums liggen om het wachten mee te verzachten. Erwin Zijleman
Mariee Sioux - Grief in Exile (2019)

4,0
1
geplaatst: 8 juni 2019, 10:34 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mariee Sioux - Grief In Exile - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mariee Sioux - Grief In Exile
Mariee Sioux maakt het je lang niet altijd makkelijk, maar neem de tijd voor dit album en er komt steeds meer schoonheid aan de oppervlakte
Ik heb Mariee Sioux inmiddels al heel wat jaren hoog zitten, maar toch moet ik altijd weer wennen aan haar albums. Ook haar nieuwe album klinkt soms als een traditioneel folk album en soms als een alternatief folk album, maar het is ook een album dat durft te experimenteren, waardoor je toch opeens aan Kate Bush moet denken. Het maakt de songs van de Amerikaanse muzikante niet altijd even makkelijk, maar het zorgt er wel voor dat het songs zijn die je nieuwsgierig maken en die je wilt doorgronden. Als dat eenmaal gebeurd is kun je alleen maar concluderen dat Mariee Sioux wederom een razend knap album heeft gemaakt.
Mariee Sioux dook een jaar of vijftien geleden op in het kielzog van andere alternatieve folkies, onder wie Joanna Newsom, die net als Mariee Sioux opgroeide in Nevada City, California. Met haar debuut sloot Mariee Sioux aan bij folk uit vervlogen tijden en bij de alternatieve folk van dat moment, maar de singer-songwriter liet ook een bijzonder eigen geluid horen.
Het is een geluid dat deels werd bepaald door de afkomst van Mariee Sioux, die werd geboren uit een vader met Hongaars en Pools bloed en een moeder met Spaanse en Mexicaanse genen en wortels die teruggaan naar de Indianen. Met name invloeden uit de inheemse Amerikaanse cultuur kregen naast alle folk een plek in de muziek van Mariee Sioux, maar ondanks het bijzondere eigen geluid trok de singer-songwriter uit Nevada City helaas minder aandacht dan haar soortgenoten. Mariee Sioux is tot dusver ook niet al te productief. Grief In Exile is pas het vierde album van de singer-songwriter, die Nevada City inmiddels heeft verruild voor de Californische kust, en volgt op het alweer zeven jaar oude Gift For The End.
Ik ben tot dusver zeer gecharmeerd van de albums van Mariee Sioux, maar bij eerste beluistering van Grief In Exile was ook direct weer duidelijk dat ze het de luisteraar niet altijd makkelijk maakt. Mariee Sioux is voorzien van een vrij hoge stem, die nadrukkelijk op de voorgrond treedt. Het is een stem die bestaat uit twee delen van de grote Britse folkzangeressen uit de jaren 70 en één deel Kate Bush. Het is een stem waar je van moeten houden, maar na enige gewenning vond ik het weer prachtig.
Mariee Sioux maakt het de luisteraar met haar zang niet altijd even makkelijk, maar ook haar songs zijn anders dan die van de meeste andere folkies en alternatieve folkies. Het zijn songs die steeds net wat anders doen dan je verwacht en die bovendien wat zweverig aandoen, zeker als je de muziek van Mariee Sioux nog niet kent. De Amerikaanse singer-songwriter doet met haar stem zoals gezegd af en toe denken aan Kate Bush en ook in de songs hoor ik wel wat terug van de Britse grootheid.
Grief In Exile is aan de andere kant diep geworteld in de folk. De instrumentatie is ingetogen en volledig akoestisch. Hier en daar duiken wat bijzondere en absoluut fraaie accenten op, onder andere van een mandoline en strijkers, maar de meeste versiersels komen toch van de stem van Mariee Sioux. Op haar vorige albums ging de Californische singer-songwriter nogal eens aan de haal met invloeden uit de muziek van de Amerikaanse en Mexicaanse Indianen, maar op Grief In Exile ontbreken deze invloeden vrijwel volledig.
Grief In Exile is vooral een folk album, maar het is wel een folk album dat anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre. Ondanks mijn zwak voor de muziek van Mariee Sioux moest ik er wel weer even aan wennen, maar hoe vaker ik haar nieuwe album hoor, hoe mooier en bijzonderder het wordt. Grief In Exile van Mariee Sioux is verplichte kost voor folk liefhebbers die niet bang zijn voor een beetje experiment, maar ook fans van Kate Bush zouden de muziek van Mariee Sioux als zijuitstapje best interessant kunnen vinden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mariee Sioux - Grief In Exile - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mariee Sioux - Grief In Exile
Mariee Sioux maakt het je lang niet altijd makkelijk, maar neem de tijd voor dit album en er komt steeds meer schoonheid aan de oppervlakte
Ik heb Mariee Sioux inmiddels al heel wat jaren hoog zitten, maar toch moet ik altijd weer wennen aan haar albums. Ook haar nieuwe album klinkt soms als een traditioneel folk album en soms als een alternatief folk album, maar het is ook een album dat durft te experimenteren, waardoor je toch opeens aan Kate Bush moet denken. Het maakt de songs van de Amerikaanse muzikante niet altijd even makkelijk, maar het zorgt er wel voor dat het songs zijn die je nieuwsgierig maken en die je wilt doorgronden. Als dat eenmaal gebeurd is kun je alleen maar concluderen dat Mariee Sioux wederom een razend knap album heeft gemaakt.
Mariee Sioux dook een jaar of vijftien geleden op in het kielzog van andere alternatieve folkies, onder wie Joanna Newsom, die net als Mariee Sioux opgroeide in Nevada City, California. Met haar debuut sloot Mariee Sioux aan bij folk uit vervlogen tijden en bij de alternatieve folk van dat moment, maar de singer-songwriter liet ook een bijzonder eigen geluid horen.
Het is een geluid dat deels werd bepaald door de afkomst van Mariee Sioux, die werd geboren uit een vader met Hongaars en Pools bloed en een moeder met Spaanse en Mexicaanse genen en wortels die teruggaan naar de Indianen. Met name invloeden uit de inheemse Amerikaanse cultuur kregen naast alle folk een plek in de muziek van Mariee Sioux, maar ondanks het bijzondere eigen geluid trok de singer-songwriter uit Nevada City helaas minder aandacht dan haar soortgenoten. Mariee Sioux is tot dusver ook niet al te productief. Grief In Exile is pas het vierde album van de singer-songwriter, die Nevada City inmiddels heeft verruild voor de Californische kust, en volgt op het alweer zeven jaar oude Gift For The End.
Ik ben tot dusver zeer gecharmeerd van de albums van Mariee Sioux, maar bij eerste beluistering van Grief In Exile was ook direct weer duidelijk dat ze het de luisteraar niet altijd makkelijk maakt. Mariee Sioux is voorzien van een vrij hoge stem, die nadrukkelijk op de voorgrond treedt. Het is een stem die bestaat uit twee delen van de grote Britse folkzangeressen uit de jaren 70 en één deel Kate Bush. Het is een stem waar je van moeten houden, maar na enige gewenning vond ik het weer prachtig.
Mariee Sioux maakt het de luisteraar met haar zang niet altijd even makkelijk, maar ook haar songs zijn anders dan die van de meeste andere folkies en alternatieve folkies. Het zijn songs die steeds net wat anders doen dan je verwacht en die bovendien wat zweverig aandoen, zeker als je de muziek van Mariee Sioux nog niet kent. De Amerikaanse singer-songwriter doet met haar stem zoals gezegd af en toe denken aan Kate Bush en ook in de songs hoor ik wel wat terug van de Britse grootheid.
Grief In Exile is aan de andere kant diep geworteld in de folk. De instrumentatie is ingetogen en volledig akoestisch. Hier en daar duiken wat bijzondere en absoluut fraaie accenten op, onder andere van een mandoline en strijkers, maar de meeste versiersels komen toch van de stem van Mariee Sioux. Op haar vorige albums ging de Californische singer-songwriter nogal eens aan de haal met invloeden uit de muziek van de Amerikaanse en Mexicaanse Indianen, maar op Grief In Exile ontbreken deze invloeden vrijwel volledig.
Grief In Exile is vooral een folk album, maar het is wel een folk album dat anders klinkt dan de meeste andere albums in het genre. Ondanks mijn zwak voor de muziek van Mariee Sioux moest ik er wel weer even aan wennen, maar hoe vaker ik haar nieuwe album hoor, hoe mooier en bijzonderder het wordt. Grief In Exile van Mariee Sioux is verplichte kost voor folk liefhebbers die niet bang zijn voor een beetje experiment, maar ook fans van Kate Bush zouden de muziek van Mariee Sioux als zijuitstapje best interessant kunnen vinden. Erwin Zijleman
Mariel Buckley - Everywhere I Used to Be (2022)

4,0
0
geplaatst: 18 augustus 2022, 15:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mariel Buckley - Everywhere I Used To Be - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mariel Buckley - Everywhere I Used To Be
De Canadese muzikante Mariel Buckley levert met het uitstekende en prachtig klinkende Everywhere I Used To Be een album af dat hoge ogen gaat gooien bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek
Mariel Buckley trok vier jaar geleden vooral in de eigen regionen aandacht met haar debuutalbum, maar het deze week verschenen Everywhere I Used To Be verdient ook hier alle aandacht. De muzikante uit Calgary is een uitstekende zangeres en kan binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten. Everywhere I Used To Be klinkt soms traditioneel, maar is ook niet vies van groots klinkende pop en rock met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. De sterke songs van de Canadese muzikante zijn bijzonder fraai ingekleurd en het zijn bovendien van die songs die je al na één keer horen wilt koesteren. Sterk album.
Bij de achternaam Buckley zijn de oren nog altijd direct gespitst, maar Mariel Buckley, die deze week opduikt met het album Everywhere I Used To Be, is geen familie van Tim en Jeff. De muzikante uit het Canadese Calgary is de jongere zus van de mij onbekende T. Buckley en is geen echte nieuwkomer. In 2018 verscheen immers haar debuutalbum Driving In The Dark, dat met name in haar vaderland en in de Verenigde Staten positief werd ontvangen en onder andere werd aangeprezen door k.d. lang.
Everywhere I Used To Be is mijn eerste kennismaking met de muziek van Mariel Buckley, die me vrij makkelijk wist te overtuigen van haar kwaliteiten. Het door Marcus Paquin (The Weather Station, Sarah Harmer, Julia Jacklin) geproduceerde Everywhere I Used To Be is een uitstekend album, dat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zeer zal aanspreken.
Marcus Paquin heeft het tweede album van Mariel Buckley voorzien van een gloedvol en zeer smaakvol geluid, waarin de snareninstrumenten overheersen en de pedal steel natuurlijk niet ontbreekt. Het is een geluid dat soms wat traditioneel aandoet, maar het tweede album van Mariel Buckley voelt zich ook thuis in hokjes als Americana en alt-country en flirt hier en daar bovendien stevig met het soort pop en rock dat uitnodigt tot lange roadtrips.
Het zijn genres waarbinnen het momenteel dringen is, maar Everywhere I Used To Be van Mariel Buckley heeft gelukkig veel meer te bieden dan een mooi verzorgd en aangenaam warm geluid. De muzikante uit Calgary schrijft lekker in het gehoor liggende songs, maar het zijn ook songs waarin ze persoonlijke verhalen vertelt. Everywhere I Used To Be bevat een aantal songs die je aangenaam verwarmen, maar de Canadese singer-songwriter is ook niet vies van de nodige melancholie.
Samen met Marcus Paquin en een aantal uitstekende muzikanten heeft de Canadese muzikante een veelzijdig album gemaakt, waarop steeds net wat andere invalshoeken worden gekozen en ook steeds andere accenten worden gelegd, zonder dat dit ten koste gaat van de consistentie van het album. Mariel Buckley kleurt hier en daar keurig binnen de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, maar zowel in een aantal zich uiterst langzaam voortslepende songs vol fraaie wolken pedal steel als in aanstekelijke popsongs met een flinke dosis rootsmuziek zoekt ze subtiel het avontuur, bijvoorbeeld door onverwachte elektronica toe te voegen.
Met name in de zich langzaam voortslepende songs excelleert de muzikante uit Calgary als zangeres. Mariel Buckley beschikt over een warme en krachtige stem, maar het is ook een stem die de persoonlijke songs op het album met veel gevoel kan vertolken. Mariel Buckley heeft naar eigen zeggen een album voor losers en underdogs gemaakt, maar ook muziekliefhebbers die zichzelf niet onder een van deze categorieën scharen zullen aangenaam verrast zijn door het tweede album van Mariel Buckley, die met veel overtuiging de ene na de andere song aan haar zegekar bindt.
Het is zoals gezegd dringen in de genres waarbinnen de Canadese muzikante zich beweegt, maar het sterke Everywhere I Used To Be is wat mij betreft een album dat er uitspringt in het enorme aanbod van het moment, waardoor Mariel Buckley de verwachtingen die haar achternaam direct opriep uiteindelijk waarmaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mariel Buckley - Everywhere I Used To Be - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mariel Buckley - Everywhere I Used To Be
De Canadese muzikante Mariel Buckley levert met het uitstekende en prachtig klinkende Everywhere I Used To Be een album af dat hoge ogen gaat gooien bij liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek
Mariel Buckley trok vier jaar geleden vooral in de eigen regionen aandacht met haar debuutalbum, maar het deze week verschenen Everywhere I Used To Be verdient ook hier alle aandacht. De muzikante uit Calgary is een uitstekende zangeres en kan binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten. Everywhere I Used To Be klinkt soms traditioneel, maar is ook niet vies van groots klinkende pop en rock met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. De sterke songs van de Canadese muzikante zijn bijzonder fraai ingekleurd en het zijn bovendien van die songs die je al na één keer horen wilt koesteren. Sterk album.
Bij de achternaam Buckley zijn de oren nog altijd direct gespitst, maar Mariel Buckley, die deze week opduikt met het album Everywhere I Used To Be, is geen familie van Tim en Jeff. De muzikante uit het Canadese Calgary is de jongere zus van de mij onbekende T. Buckley en is geen echte nieuwkomer. In 2018 verscheen immers haar debuutalbum Driving In The Dark, dat met name in haar vaderland en in de Verenigde Staten positief werd ontvangen en onder andere werd aangeprezen door k.d. lang.
Everywhere I Used To Be is mijn eerste kennismaking met de muziek van Mariel Buckley, die me vrij makkelijk wist te overtuigen van haar kwaliteiten. Het door Marcus Paquin (The Weather Station, Sarah Harmer, Julia Jacklin) geproduceerde Everywhere I Used To Be is een uitstekend album, dat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek zeer zal aanspreken.
Marcus Paquin heeft het tweede album van Mariel Buckley voorzien van een gloedvol en zeer smaakvol geluid, waarin de snareninstrumenten overheersen en de pedal steel natuurlijk niet ontbreekt. Het is een geluid dat soms wat traditioneel aandoet, maar het tweede album van Mariel Buckley voelt zich ook thuis in hokjes als Americana en alt-country en flirt hier en daar bovendien stevig met het soort pop en rock dat uitnodigt tot lange roadtrips.
Het zijn genres waarbinnen het momenteel dringen is, maar Everywhere I Used To Be van Mariel Buckley heeft gelukkig veel meer te bieden dan een mooi verzorgd en aangenaam warm geluid. De muzikante uit Calgary schrijft lekker in het gehoor liggende songs, maar het zijn ook songs waarin ze persoonlijke verhalen vertelt. Everywhere I Used To Be bevat een aantal songs die je aangenaam verwarmen, maar de Canadese singer-songwriter is ook niet vies van de nodige melancholie.
Samen met Marcus Paquin en een aantal uitstekende muzikanten heeft de Canadese muzikante een veelzijdig album gemaakt, waarop steeds net wat andere invalshoeken worden gekozen en ook steeds andere accenten worden gelegd, zonder dat dit ten koste gaat van de consistentie van het album. Mariel Buckley kleurt hier en daar keurig binnen de lijntjes van de Amerikaanse rootsmuziek, maar zowel in een aantal zich uiterst langzaam voortslepende songs vol fraaie wolken pedal steel als in aanstekelijke popsongs met een flinke dosis rootsmuziek zoekt ze subtiel het avontuur, bijvoorbeeld door onverwachte elektronica toe te voegen.
Met name in de zich langzaam voortslepende songs excelleert de muzikante uit Calgary als zangeres. Mariel Buckley beschikt over een warme en krachtige stem, maar het is ook een stem die de persoonlijke songs op het album met veel gevoel kan vertolken. Mariel Buckley heeft naar eigen zeggen een album voor losers en underdogs gemaakt, maar ook muziekliefhebbers die zichzelf niet onder een van deze categorieën scharen zullen aangenaam verrast zijn door het tweede album van Mariel Buckley, die met veel overtuiging de ene na de andere song aan haar zegekar bindt.
Het is zoals gezegd dringen in de genres waarbinnen de Canadese muzikante zich beweegt, maar het sterke Everywhere I Used To Be is wat mij betreft een album dat er uitspringt in het enorme aanbod van het moment, waardoor Mariel Buckley de verwachtingen die haar achternaam direct opriep uiteindelijk waarmaakt. Erwin Zijleman
Mariel Buckley - Strange Trip Ahead (2025)

4,0
0
geplaatst: 24 oktober 2025, 17:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mariel Buckley - Strange Trip Ahead - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mariel Buckley - Strange Trip Ahead
Mariel Buckley heeft een achternaam die direct in het oog springt, maar ze heeft ook in muzikaal en vocaal opzicht veel te bieden op haar nieuwe album Strange Trip Ahead, dat Amerikaanse rootsmuziek vermengt met een vleugje pop
De Canadese muzikante Mariel Buckley trok drie jaar geleden de aandacht met het uitstekende Everywhere I Used To Be, dat achteraf bezien moet worden gerekend tot de betere rootsalbums van 2022, en doet dat deze week opnieuw met het minstens even goede Strange Trip Ahead, dat zowel liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek als liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek met een vleugje pop zeer zal aanspreken. Strange Trip Ahead staat vol met aansprekende songs en het zijn songs die, mede dankzij de pedal steel, smaakvol zijn ingekleurd. Net als drie jaar geleden is de mooie en zeer aangename stem van Mariel Buckley de kers op de taart.
Bij de achternaam Buckley denk ik in eerste instantie aan Jeff en aan Tim en hierna aan Allie Crow en Jessie. De naam Mariel Buckley deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, maar toch was ik in de zomer van 2022 zeer enthousiast over Everywhere I Used To Be, het tweede album van de muzikante uit Calgary. Het is een album dat ik eerlijk gezegd alweer was vergeten, maar toen ik het deze week beluisterde was ik direct weer onder de indruk van het in 2022 terecht geprezen album van Mariel Buckley.
Die indruk maakte de Canadese muzikante met lekker in het gehoor liggende songs en een aansprekende stem, maar ook de zeer smaakvolle en trefzekere productie van Marcus Paquin (The Weather Station, Sarah Harmer, Julia Jacklin) veranderde een degelijk rootsalbum in een uitstekend rootsalbum.
Gezien het enorme aantal nieuwe albums dat de afgelopen week is verschenen had ik het nieuwe album van Mariel Buckley zomaar over het hoofd kunnen zien, maar gelukkig is dat niet gebeurd. Ook met Strange Trip Ahead heeft de muzikante uit Calgary immers een album afgeleverd dat ik niet graag had willen missen.
Voor haar derde album verruilde Mariel Buckley haar thuisbasis in Canada tijdelijk voor Nashville, Tennessee, waar ze samen werkte met producer en filmmaker Jarrad Kritzstein, die vooral werkt onder de naam Jarrad K. Ik ben de naam van de Amerikaanse producer nog niet eerder tegengekomen en als ik zoek op zijn naam kom ik buiten het laatste album van Ruston Kelly, ook geen albums tegen die ik ken, maar Strange Trip Ahead is fraai geproduceerd.
Net als zijn voorganger heeft het nieuwe album van Mariel Buckley een lekker ontspannen geluid. Het is een geluid dat vooral door de ingezette instrumenten kan worden omschreven als Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook zeker een geluid dat flirt met zonnige pop zoals die in de jaren 70 in California werd gemaakt. Zeker wanneer de pedal steel opduikt hoor je echter vooral Amerikaanse rootsmuziek in de songs van Mariel Buckley en het is Amerikaanse rootsmuziek die zich makkelijk opdringt.
Het is de verdienste van de aangename muziek op het album en de fraaie productie van Jarrad K, maar ook de stem van Mariel Buckley draagt bij aan het hoge niveau van het album. Het is een stem die het goed doet in de door country en folk beïnvloede songs op het album, maar ook de zang op Strange Trip Ahead herinnert aan Californische pop uit vervlogen tijden, waarbij de stem van Mariel Buckley meer lijkt op die van Christine McVie dan op die van Stevie Nicks.
Het is in muzikaal, productioneel en vocaal opzicht allemaal dik in orde, maar de kracht van Strange Trip Ahead schuilt ook zeker in de songs op het album. Het zijn songs met een tijdloos karakter en het zijn bovendien songs die zich makkelijk opdringen. Strange Trip is wat mij betreft het mooist wanneer de stem van Mariel Buckley samenvloeit met de pedal steel van Ryan Funk, die ook tekent voor prima gitaarwerk, en dat gebeurt met grote regelmaat op het album.
Mariel Buckley speelde bij mij direct bij eerste beluistering van haar nieuwe album een gewonnen wedstrijd, maar Strange Trip Ahead is ook nog eens een album dat zeker niet minder wordt wanneer je het vaker hoort. Ik was Mariel Buckley na haar tweede album helemaal vergeten, maar dankzij het uitstekende nieuwe album is haar naam vanaf nu in het geheugen gegrift. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Mariel Buckley - Strange Trip Ahead - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mariel Buckley - Strange Trip Ahead
Mariel Buckley heeft een achternaam die direct in het oog springt, maar ze heeft ook in muzikaal en vocaal opzicht veel te bieden op haar nieuwe album Strange Trip Ahead, dat Amerikaanse rootsmuziek vermengt met een vleugje pop
De Canadese muzikante Mariel Buckley trok drie jaar geleden de aandacht met het uitstekende Everywhere I Used To Be, dat achteraf bezien moet worden gerekend tot de betere rootsalbums van 2022, en doet dat deze week opnieuw met het minstens even goede Strange Trip Ahead, dat zowel liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek als liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek met een vleugje pop zeer zal aanspreken. Strange Trip Ahead staat vol met aansprekende songs en het zijn songs die, mede dankzij de pedal steel, smaakvol zijn ingekleurd. Net als drie jaar geleden is de mooie en zeer aangename stem van Mariel Buckley de kers op de taart.
Bij de achternaam Buckley denk ik in eerste instantie aan Jeff en aan Tim en hierna aan Allie Crow en Jessie. De naam Mariel Buckley deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, maar toch was ik in de zomer van 2022 zeer enthousiast over Everywhere I Used To Be, het tweede album van de muzikante uit Calgary. Het is een album dat ik eerlijk gezegd alweer was vergeten, maar toen ik het deze week beluisterde was ik direct weer onder de indruk van het in 2022 terecht geprezen album van Mariel Buckley.
Die indruk maakte de Canadese muzikante met lekker in het gehoor liggende songs en een aansprekende stem, maar ook de zeer smaakvolle en trefzekere productie van Marcus Paquin (The Weather Station, Sarah Harmer, Julia Jacklin) veranderde een degelijk rootsalbum in een uitstekend rootsalbum.
Gezien het enorme aantal nieuwe albums dat de afgelopen week is verschenen had ik het nieuwe album van Mariel Buckley zomaar over het hoofd kunnen zien, maar gelukkig is dat niet gebeurd. Ook met Strange Trip Ahead heeft de muzikante uit Calgary immers een album afgeleverd dat ik niet graag had willen missen.
Voor haar derde album verruilde Mariel Buckley haar thuisbasis in Canada tijdelijk voor Nashville, Tennessee, waar ze samen werkte met producer en filmmaker Jarrad Kritzstein, die vooral werkt onder de naam Jarrad K. Ik ben de naam van de Amerikaanse producer nog niet eerder tegengekomen en als ik zoek op zijn naam kom ik buiten het laatste album van Ruston Kelly, ook geen albums tegen die ik ken, maar Strange Trip Ahead is fraai geproduceerd.
Net als zijn voorganger heeft het nieuwe album van Mariel Buckley een lekker ontspannen geluid. Het is een geluid dat vooral door de ingezette instrumenten kan worden omschreven als Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook zeker een geluid dat flirt met zonnige pop zoals die in de jaren 70 in California werd gemaakt. Zeker wanneer de pedal steel opduikt hoor je echter vooral Amerikaanse rootsmuziek in de songs van Mariel Buckley en het is Amerikaanse rootsmuziek die zich makkelijk opdringt.
Het is de verdienste van de aangename muziek op het album en de fraaie productie van Jarrad K, maar ook de stem van Mariel Buckley draagt bij aan het hoge niveau van het album. Het is een stem die het goed doet in de door country en folk beïnvloede songs op het album, maar ook de zang op Strange Trip Ahead herinnert aan Californische pop uit vervlogen tijden, waarbij de stem van Mariel Buckley meer lijkt op die van Christine McVie dan op die van Stevie Nicks.
Het is in muzikaal, productioneel en vocaal opzicht allemaal dik in orde, maar de kracht van Strange Trip Ahead schuilt ook zeker in de songs op het album. Het zijn songs met een tijdloos karakter en het zijn bovendien songs die zich makkelijk opdringen. Strange Trip is wat mij betreft het mooist wanneer de stem van Mariel Buckley samenvloeit met de pedal steel van Ryan Funk, die ook tekent voor prima gitaarwerk, en dat gebeurt met grote regelmaat op het album.
Mariel Buckley speelde bij mij direct bij eerste beluistering van haar nieuwe album een gewonnen wedstrijd, maar Strange Trip Ahead is ook nog eens een album dat zeker niet minder wordt wanneer je het vaker hoort. Ik was Mariel Buckley na haar tweede album helemaal vergeten, maar dankzij het uitstekende nieuwe album is haar naam vanaf nu in het geheugen gegrift. Erwin Zijleman
Marika Hackman - Any Human Friend (2019)

4,0
0
geplaatst: 17 augustus 2019, 10:38 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marika Hackman - Any Human Friend - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marika Hackman - Any Human Friend
Het is weer even wennen aan het nieuwe album van Marika Hackman, maar uiteindelijk vliegen de briljante popliedjes je om de oren
Marika Hackman leek ooit in de voetsporen te treden van een beroemde soortgenoot als Laura Marling, maar blijkt toch veel meer dan de zoveelste folky. Haar nieuwe album bevat een aantal lome en dromerige songs, maar ook flink wat uptempo popliedjes. Het zijn popliedjes die in een aantal gevallen als rauw of in ieder geval als stekelig zijn te typeren. Bij eerste beluistering van Any Human Friend viel bij mij nog zeker niet alles op zijn plek, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter het wordt. De popliedjes van de Britse singer-songwriter zitten knap in elkaar en zijn voorzien van een bijzondere instrumentatie. De mooie en veelzijdige stem van de Britse muzikante doet vervolgens de rest. Wederom een groeibriljant van Marika Hackman.
Ik heb tot dusver wel wat met de albums van de Britse singer-songwriter Marika Hackman. De jonge Britse muzikante kan uitstekend uit de voeten met ingetogen en folky songs, maar schuwt ook uitstapjes richting pop zeker niet.
Marika Hackman heeft zich voor de cover van haar nieuwe album Any Human Friend laten fotograferen in een weinig charmante outfit en pose, maar in muzikaal opzicht maakt ze wederom behoorlijk wat indruk.
Any Human Friend opent met een lome en ingetogen folky song. Het is het soort song waarin de singer-songwriter nog grossierde op haar uitstekende debuut We Slept At Last uit 2015, maar net als op opvolger I’m Not Your Man slaat ze op Any Human Friend vooral andere wegen in.
De fraaie openingstrack wordt gevolgd door het van zeer expliciete teksten voorziene The One, waarin Marika Hackman flirt met new wave. De meeste songs op haar nieuwe album zijn wat voller ingekleurd, waarbij zowel keyboards als gitaren worden ingezet. Zeker wanneer Marika Hackman haar songs voorziet van een rauw of lekker stekelig geluid, maakt ze makkelijk indruk met popliedjes die lekker in het gehoor liggen, maar die ook urgentie uitstralen.
Voor liefhebbers van de folky Marika Hackman is het waarschijnlijk even wennen, maar voor liefhebbers van eigenzinnige indiepop en indierock heeft Any Human Friend veel te bieden. Het siert Marika Hackman dat ze precies doet waar ze zelf zin in heeft. Met wat meer folky songs en een cover waarop ze dromerig in de lens staart had Any Human Friend waarschijnlijk een groter publiek kunnen bereiken, maar dromerige folkies zijn er wat mij betreft al genoeg.
Any Human Friend staat vol wonderschone popliedjes. Zeker wanneer de instrumentatie ingetogen de vocalen fluisterzacht zijn, is het makkelijk wegdromen bij het nieuwe album van de Britse singer-songwriter, maar Marika Hackman kan ook rauw en eigenzinnig klinken en opschuiven richting muziek die me af en toe wel wat aan die van PJ Harvey in haar wat meer folk georiënteerde periode doet denken.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon is het genieten van de bijzondere instrumentatie op het album, die vaak uit meerdere lagen bestaat en net zo makkelijk sprookjesachtig als rauw is. Bij herhaalde beluistering valt niet alleen de bijzondere instrumentatie van Any Human Friend steeds meer op, maar groeien ook de songs van Marika Hackman.
Ondanks de volle instrumentatie zijn het songs zonder al te veel opsmuk. Het zijn songs waarin Marika Hackman wederom imponeert als zangeres en laat horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan.
De eerste twee albums van Marika Hackman kregen wat mij betreft minder aandacht die ze verdienden en ik vrees dat ook Any Human Friend het zal moeten doen met bescheiden aandacht. Steek echter wat energie in dit album en vrijwel alle songs op het nieuwe album van Marika Hackman groeien stevig door. Ik was bij eerste beluisteringen eerlijk gezegd ook niet volledig overtuigd, maar inmiddels hoor ik een serie ijzersterkte en tijdloze popliedjes, waarin de talenten van Marika Hackman steeds genadelozer aan de oppervlakte komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marika Hackman - Any Human Friend - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marika Hackman - Any Human Friend
Het is weer even wennen aan het nieuwe album van Marika Hackman, maar uiteindelijk vliegen de briljante popliedjes je om de oren
Marika Hackman leek ooit in de voetsporen te treden van een beroemde soortgenoot als Laura Marling, maar blijkt toch veel meer dan de zoveelste folky. Haar nieuwe album bevat een aantal lome en dromerige songs, maar ook flink wat uptempo popliedjes. Het zijn popliedjes die in een aantal gevallen als rauw of in ieder geval als stekelig zijn te typeren. Bij eerste beluistering van Any Human Friend viel bij mij nog zeker niet alles op zijn plek, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe beter het wordt. De popliedjes van de Britse singer-songwriter zitten knap in elkaar en zijn voorzien van een bijzondere instrumentatie. De mooie en veelzijdige stem van de Britse muzikante doet vervolgens de rest. Wederom een groeibriljant van Marika Hackman.
Ik heb tot dusver wel wat met de albums van de Britse singer-songwriter Marika Hackman. De jonge Britse muzikante kan uitstekend uit de voeten met ingetogen en folky songs, maar schuwt ook uitstapjes richting pop zeker niet.
Marika Hackman heeft zich voor de cover van haar nieuwe album Any Human Friend laten fotograferen in een weinig charmante outfit en pose, maar in muzikaal opzicht maakt ze wederom behoorlijk wat indruk.
Any Human Friend opent met een lome en ingetogen folky song. Het is het soort song waarin de singer-songwriter nog grossierde op haar uitstekende debuut We Slept At Last uit 2015, maar net als op opvolger I’m Not Your Man slaat ze op Any Human Friend vooral andere wegen in.
De fraaie openingstrack wordt gevolgd door het van zeer expliciete teksten voorziene The One, waarin Marika Hackman flirt met new wave. De meeste songs op haar nieuwe album zijn wat voller ingekleurd, waarbij zowel keyboards als gitaren worden ingezet. Zeker wanneer Marika Hackman haar songs voorziet van een rauw of lekker stekelig geluid, maakt ze makkelijk indruk met popliedjes die lekker in het gehoor liggen, maar die ook urgentie uitstralen.
Voor liefhebbers van de folky Marika Hackman is het waarschijnlijk even wennen, maar voor liefhebbers van eigenzinnige indiepop en indierock heeft Any Human Friend veel te bieden. Het siert Marika Hackman dat ze precies doet waar ze zelf zin in heeft. Met wat meer folky songs en een cover waarop ze dromerig in de lens staart had Any Human Friend waarschijnlijk een groter publiek kunnen bereiken, maar dromerige folkies zijn er wat mij betreft al genoeg.
Any Human Friend staat vol wonderschone popliedjes. Zeker wanneer de instrumentatie ingetogen de vocalen fluisterzacht zijn, is het makkelijk wegdromen bij het nieuwe album van de Britse singer-songwriter, maar Marika Hackman kan ook rauw en eigenzinnig klinken en opschuiven richting muziek die me af en toe wel wat aan die van PJ Harvey in haar wat meer folk georiënteerde periode doet denken.
Zeker bij beluistering met de koptelefoon is het genieten van de bijzondere instrumentatie op het album, die vaak uit meerdere lagen bestaat en net zo makkelijk sprookjesachtig als rauw is. Bij herhaalde beluistering valt niet alleen de bijzondere instrumentatie van Any Human Friend steeds meer op, maar groeien ook de songs van Marika Hackman.
Ondanks de volle instrumentatie zijn het songs zonder al te veel opsmuk. Het zijn songs waarin Marika Hackman wederom imponeert als zangeres en laat horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kan.
De eerste twee albums van Marika Hackman kregen wat mij betreft minder aandacht die ze verdienden en ik vrees dat ook Any Human Friend het zal moeten doen met bescheiden aandacht. Steek echter wat energie in dit album en vrijwel alle songs op het nieuwe album van Marika Hackman groeien stevig door. Ik was bij eerste beluisteringen eerlijk gezegd ook niet volledig overtuigd, maar inmiddels hoor ik een serie ijzersterkte en tijdloze popliedjes, waarin de talenten van Marika Hackman steeds genadelozer aan de oppervlakte komen. Erwin Zijleman
Marika Hackman - Big Sigh (2024)

4,5
0
geplaatst: 13 januari 2024, 10:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marika Hackman - Big Sigh - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marika Hackman - Big Sigh
Marika Hackman staat inmiddels tien jaar garant voor uitstekende albums en ook op het deze week verschenen en weer flink anders klinkende Big Sigh laat de Britse muzikante weer horen dat ze bulkt van het talent
Ruim drie jaar na het overigens uitstekende tussendoortje met covers (Covers) is Marika Hackman terug met een nieuw album. Ook Bigh Sigh is weer een album vol zeer persoonlijke songs, een album vol melancholie en een album waarop de mooie stem van de Britse muzikante centraal staat, maar in muzikaal opzicht slaat Marika Hackman wederom nieuwe wegen in. De songs op Big Sigh zijn in een aantal gevallen voorzien van rijke arrangementen en schuiven ook wat oprichting indierock en indiepop, maar Marika Hackman is de folk ook niet helemaal vergeten. Big Sigh staat vol met eigenzinnige en fantasierijke maar ook zeer aansprekende songs, die nog maar eens laten horen dat Marika Hackman een veel groter publiek verdient.
Ik heb inmiddels al enkele jaren een flink zwak voor de muziek van Marika Hackman. De Britse singer-songwriter dook in 2013 voor het eerst op met het zeer fraaie en slechts in kleine kring opgemerkte mini-album That Iron Taste. Het is een mini-album dat door mooie folky songs, een prachtige stem, persoonlijke teksten en songs vol eigenzinnige wendingen overliep van de belofte.
Die belofte maakte Marika Hackman helemaal waar met haar debuutalbum We Slept At Last uit 2015. Het is net als That Iron Taste een album met vooral door Britse folk beïnvloede songs, maar ook We Slept At Last is een stuk eigenzinniger dan het gemiddelde album in het genre, al is het maar door de impulsen van elektronica en de persoonlijke teksten, waarin Marika Hackman op eigenzinnige wijze de nodige demonen te lijf gaat.
Marika Hackman werd vervolgens op sleeptouw genomen door de op dat moment behoorlijk populaire Laura Marling, met wie ze in muzikaal en vocaal opzicht zeker verwant was. Het debuutalbum van Marika Hackman werd in 2017 gevolgd door het wat voller ingekleurde I’m Not Your Man, dat ook opzichtig flirtte met pop en rock, maar dat net als zijn voorganger vooral de aandacht trok met de mooie stem van de Britse muzikante en haar persoonlijke songs.
Het in 2019 verschenen Any Human Friend lag in het verlengde van de eerste twee albums, maar de songs van Marika Hackman, die dit keer in het teken van een breakup stonden, werden alleen maar knapper. De afgelopen vijf jaar moesten we het doen met het wat donker getinte Covers, waarop de muzikante uit Londen uitsluitend songs van anderen vertolkte, wat ze overigens op prachtige en wederom eigenzinnige wijze deed.
Deze week keert Marika Hackman terug met Big Sigh en dat is een album waar ik met enorm hoge verwachtingen naar uit keek. De Britse muzikante stelt me ook dit keer niet teleur, want net als alle vorige albums is ook Big Sigh een album van een zeer hoog niveau. Marika Hackman is op haar albums steeds verder verwijderd geraakt van de traditionele Britse folk en ook Big Sigh is zeker geen folkalbum.
De meeste songs op het album zijn behoorlijk vol ingekleurd en voorzien van een opvallende productie waarvoor Marika Hackman Charlie Andrew (Alt-J, Wolf Alice) en Sam Petts-Davies (Thom Yorke, Warpaint) rekruteerde. Big Sigh is, meer dan zijn voorgangers, een indierock en indiepop album, al hoor je ook de folky achtergrond van Marika Hackman nog wel en staat in de meeste songs de piano aan de basis.
Ondanks het veel vollere en ook wat steviger aangezette geluid op Big Sigh staat de stem van Marika Hackman nog altijd centraal en die stem is nog altijd prachtig. Het is een stem die aan diepte en doorleving heeft gewonnen, want goed van pas komt in de zeer persoonlijke en vaak ook behoorlijk melancholische teksten van de Britse singer-songwriter, die van haar hart geen moordkuil maakt en geen enkel thema uit de weg gaat.
Bij eerste beluistering van Big Sigh verlangde ik nog wel even terug naar de ingetogen en folky songs van Marika Hackman, maar ook op haar nieuwe album neemt ze af en toe gas terug, terwijl de voller ingekleurde songs opvallen door een veelheid aan kleuren en dimensies. Big Sigh is prachtig gearrangeerd met hier en daar flink wat blazers en strijkers of nog meer elektronica, maar de muziek en de zang zijn altijd in balans. In muzikaal opzicht is Big Sigh een spannend album dat steeds weer een net wat andere kant op gaat dan je verwacht.
Het is moedig dat Marika Hackman, die overigens buiten de strijkers en de blazers tekende voor alle instrumenten op het album, iedere keer weer andere wegen in slaat, maar ondanks het feit dat Big Sigh weer anders klinkt dan de andere albums van de Britse muzikante, is het een typisch Marika Hackman album geworden en wederom een heel goed Marika Hackman albun. Ik ben dan ook nog steeds een groot fan van de Britse muzikante en Big Sigh groeit ook nog wel even door. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marika Hackman - Big Sigh - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marika Hackman - Big Sigh
Marika Hackman staat inmiddels tien jaar garant voor uitstekende albums en ook op het deze week verschenen en weer flink anders klinkende Big Sigh laat de Britse muzikante weer horen dat ze bulkt van het talent
Ruim drie jaar na het overigens uitstekende tussendoortje met covers (Covers) is Marika Hackman terug met een nieuw album. Ook Bigh Sigh is weer een album vol zeer persoonlijke songs, een album vol melancholie en een album waarop de mooie stem van de Britse muzikante centraal staat, maar in muzikaal opzicht slaat Marika Hackman wederom nieuwe wegen in. De songs op Big Sigh zijn in een aantal gevallen voorzien van rijke arrangementen en schuiven ook wat oprichting indierock en indiepop, maar Marika Hackman is de folk ook niet helemaal vergeten. Big Sigh staat vol met eigenzinnige en fantasierijke maar ook zeer aansprekende songs, die nog maar eens laten horen dat Marika Hackman een veel groter publiek verdient.
Ik heb inmiddels al enkele jaren een flink zwak voor de muziek van Marika Hackman. De Britse singer-songwriter dook in 2013 voor het eerst op met het zeer fraaie en slechts in kleine kring opgemerkte mini-album That Iron Taste. Het is een mini-album dat door mooie folky songs, een prachtige stem, persoonlijke teksten en songs vol eigenzinnige wendingen overliep van de belofte.
Die belofte maakte Marika Hackman helemaal waar met haar debuutalbum We Slept At Last uit 2015. Het is net als That Iron Taste een album met vooral door Britse folk beïnvloede songs, maar ook We Slept At Last is een stuk eigenzinniger dan het gemiddelde album in het genre, al is het maar door de impulsen van elektronica en de persoonlijke teksten, waarin Marika Hackman op eigenzinnige wijze de nodige demonen te lijf gaat.
Marika Hackman werd vervolgens op sleeptouw genomen door de op dat moment behoorlijk populaire Laura Marling, met wie ze in muzikaal en vocaal opzicht zeker verwant was. Het debuutalbum van Marika Hackman werd in 2017 gevolgd door het wat voller ingekleurde I’m Not Your Man, dat ook opzichtig flirtte met pop en rock, maar dat net als zijn voorganger vooral de aandacht trok met de mooie stem van de Britse muzikante en haar persoonlijke songs.
Het in 2019 verschenen Any Human Friend lag in het verlengde van de eerste twee albums, maar de songs van Marika Hackman, die dit keer in het teken van een breakup stonden, werden alleen maar knapper. De afgelopen vijf jaar moesten we het doen met het wat donker getinte Covers, waarop de muzikante uit Londen uitsluitend songs van anderen vertolkte, wat ze overigens op prachtige en wederom eigenzinnige wijze deed.
Deze week keert Marika Hackman terug met Big Sigh en dat is een album waar ik met enorm hoge verwachtingen naar uit keek. De Britse muzikante stelt me ook dit keer niet teleur, want net als alle vorige albums is ook Big Sigh een album van een zeer hoog niveau. Marika Hackman is op haar albums steeds verder verwijderd geraakt van de traditionele Britse folk en ook Big Sigh is zeker geen folkalbum.
De meeste songs op het album zijn behoorlijk vol ingekleurd en voorzien van een opvallende productie waarvoor Marika Hackman Charlie Andrew (Alt-J, Wolf Alice) en Sam Petts-Davies (Thom Yorke, Warpaint) rekruteerde. Big Sigh is, meer dan zijn voorgangers, een indierock en indiepop album, al hoor je ook de folky achtergrond van Marika Hackman nog wel en staat in de meeste songs de piano aan de basis.
Ondanks het veel vollere en ook wat steviger aangezette geluid op Big Sigh staat de stem van Marika Hackman nog altijd centraal en die stem is nog altijd prachtig. Het is een stem die aan diepte en doorleving heeft gewonnen, want goed van pas komt in de zeer persoonlijke en vaak ook behoorlijk melancholische teksten van de Britse singer-songwriter, die van haar hart geen moordkuil maakt en geen enkel thema uit de weg gaat.
Bij eerste beluistering van Big Sigh verlangde ik nog wel even terug naar de ingetogen en folky songs van Marika Hackman, maar ook op haar nieuwe album neemt ze af en toe gas terug, terwijl de voller ingekleurde songs opvallen door een veelheid aan kleuren en dimensies. Big Sigh is prachtig gearrangeerd met hier en daar flink wat blazers en strijkers of nog meer elektronica, maar de muziek en de zang zijn altijd in balans. In muzikaal opzicht is Big Sigh een spannend album dat steeds weer een net wat andere kant op gaat dan je verwacht.
Het is moedig dat Marika Hackman, die overigens buiten de strijkers en de blazers tekende voor alle instrumenten op het album, iedere keer weer andere wegen in slaat, maar ondanks het feit dat Big Sigh weer anders klinkt dan de andere albums van de Britse muzikante, is het een typisch Marika Hackman album geworden en wederom een heel goed Marika Hackman albun. Ik ben dan ook nog steeds een groot fan van de Britse muzikante en Big Sigh groeit ook nog wel even door. Erwin Zijleman
Marika Hackman - Covers (2020)

4,0
1
geplaatst: 19 november 2020, 16:41 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marika Hackman - Covers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marika Hackman - Covers
Marika Hackman laat al een paar jaar horen dat ze een groot talent is en dat doet de Britse muzikante ook weer op dit buitengewoon fraaie tussendoortje gevuld met covers
Marika Hackman ontwikkelde de afgelopen jaren een herkenbaar geluid dat soms ingetogen en folky klonk, maar soms ook uitbundig en poppy. Dat eigen geluid hoor je ook weer op Covers, waarop de Britse muzikante songs van anderen vertolkt en hier haar eigen songs van maakt. De selectie van de songs is zeer smaakvol, de instrumentatie met wederom een hoofdrol voor elektronica is fraai en ook dit keer maakt Marika Hackman indruk met haar mooie stem en haar eigenzinnige vertolkingen van de songs van anderen. Als echt lockdown album klinkt het wat minder opgewekt dan haar vorige album, maar dat maakt Covers alleen maar geschikter voor de winteravonden die er aan komen.
Marika Hackman debuteerde ruim zeven jaar geleden met Free Covers. De EP gevuld met uitsluitend songs van anderen, waaronder Nirvana’s Lithium als meest opvallende track, liet een veelbelovende folkie horen die zich geen beperkingen op wilde laten leggen. Dat veranderde niet toen de Britse muzikante in 2015 debuteerde met het uitstekende We Slept At Last.
De naam van Marika Hackman werd destijds in één adem genoemd met die van Laura Marling, met wie Marika Hackman in de voorgaande jaren uitgebreid had getourd. De vergelijking met Laura Marling was deels terecht, maar bij beluistering van We Slept At Last moest je toch ook concluderen dat Marika Hackman een stuk nadrukkelijker buiten de lijntjes van de folk kleurde dan haar landgenote, onder andere door stevig gebruik te maken van elektronica.
Na We Slept At Last volgde het in 2017 verschenen I’m Your Man, dat een stuk uitbundiger klonk en hier en daar stevig flirtte met pop en rock. Het is een lijn die werd doorgetrokken op het vorig jaar verschenen en wederom uitstekende Any Human Friend, dat Marika Hackman nadrukkelijk op de kaart zette als groot talent.
Na een drietal albums en een aantal EP’s is Marika Hackman toe aan een tussendoortje en dat verscheen deze week. Net als op haar eerste EP is het deze week verschenen Covers volledig gevuld met songs van anderen. De cirkel is hiermee rond voor Marika Hackman, maar wanneer je de EP uit 2013 en het album uit 2020 met elkaar vergelijkt hoor je ook dat de Britse muzikante enorm is gegroeid.
Covers werd gemaakt tijdens de Britse lockdown en dat hoor je. Vergeleken met de vorige albums klinkt Covers een stuk minder uitbundig. Marika Hackman kiest dit keer voor een meer ingetogen geluid, maar het is wel een buitengewoon smaakvol geluid, waarin organische en elektronische klanken fraai samenvloeien. Het herinnert meer dan eens aan het geluid op We Slept At Last.
Marika Hackman liet met haar allereerste EP al zien dat ze een uitstekende en ook lekker eigenzinnige muzieksmaak heeft. Ook Covers bevat een opvallende selectie songs van anderen, waarbij Marika Hackman gelukkig niet kiest voor de gebaande paden. Met Songs van onder andere Radiohead, Air, Grimes, Sharon Van Etten, Elliott Smith en Beyoncé pikt Marika Hackman er wat grotere namen uit, maar met songs van onder andere The Shins, MUNA, Edith Frost en Alvvays komen ook songs van net wat minder muzikanten aan bod.
Vergeleken met het vorige album van de Britse muzikante klinkt Covers wat somberder en donkerder, wat uitstekend past bij het seizoen en bij de bijzondere tijd waarin we leven. Hier en daar duikt de folkie Marika Hackman weer op, maar ook op Covers is elektronica een trouwe metgezel van de Britse muzikante.
Marika Hackman blijft de ene keer wat dichter bij de originele versie dan de andere keer, maar in de meeste gevallen weet ze er toch Marika Hackman songs van te maken, wat altijd knap is. Tussendoortje of niet, Covers is het vierde Marika Hackman album op rij dat me uitstekend bevalt. De Britse muzikante opereert in een overvol genre, maar slaagt er toch keer op keer in om zich te onderscheiden, al is het maar met haar mooie stem. Dat doet Marika Hackman ook weer met Covers, dat hier de komende weken vaak op de platenspeler te vinden zal zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marika Hackman - Covers - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marika Hackman - Covers
Marika Hackman laat al een paar jaar horen dat ze een groot talent is en dat doet de Britse muzikante ook weer op dit buitengewoon fraaie tussendoortje gevuld met covers
Marika Hackman ontwikkelde de afgelopen jaren een herkenbaar geluid dat soms ingetogen en folky klonk, maar soms ook uitbundig en poppy. Dat eigen geluid hoor je ook weer op Covers, waarop de Britse muzikante songs van anderen vertolkt en hier haar eigen songs van maakt. De selectie van de songs is zeer smaakvol, de instrumentatie met wederom een hoofdrol voor elektronica is fraai en ook dit keer maakt Marika Hackman indruk met haar mooie stem en haar eigenzinnige vertolkingen van de songs van anderen. Als echt lockdown album klinkt het wat minder opgewekt dan haar vorige album, maar dat maakt Covers alleen maar geschikter voor de winteravonden die er aan komen.
Marika Hackman debuteerde ruim zeven jaar geleden met Free Covers. De EP gevuld met uitsluitend songs van anderen, waaronder Nirvana’s Lithium als meest opvallende track, liet een veelbelovende folkie horen die zich geen beperkingen op wilde laten leggen. Dat veranderde niet toen de Britse muzikante in 2015 debuteerde met het uitstekende We Slept At Last.
De naam van Marika Hackman werd destijds in één adem genoemd met die van Laura Marling, met wie Marika Hackman in de voorgaande jaren uitgebreid had getourd. De vergelijking met Laura Marling was deels terecht, maar bij beluistering van We Slept At Last moest je toch ook concluderen dat Marika Hackman een stuk nadrukkelijker buiten de lijntjes van de folk kleurde dan haar landgenote, onder andere door stevig gebruik te maken van elektronica.
Na We Slept At Last volgde het in 2017 verschenen I’m Your Man, dat een stuk uitbundiger klonk en hier en daar stevig flirtte met pop en rock. Het is een lijn die werd doorgetrokken op het vorig jaar verschenen en wederom uitstekende Any Human Friend, dat Marika Hackman nadrukkelijk op de kaart zette als groot talent.
Na een drietal albums en een aantal EP’s is Marika Hackman toe aan een tussendoortje en dat verscheen deze week. Net als op haar eerste EP is het deze week verschenen Covers volledig gevuld met songs van anderen. De cirkel is hiermee rond voor Marika Hackman, maar wanneer je de EP uit 2013 en het album uit 2020 met elkaar vergelijkt hoor je ook dat de Britse muzikante enorm is gegroeid.
Covers werd gemaakt tijdens de Britse lockdown en dat hoor je. Vergeleken met de vorige albums klinkt Covers een stuk minder uitbundig. Marika Hackman kiest dit keer voor een meer ingetogen geluid, maar het is wel een buitengewoon smaakvol geluid, waarin organische en elektronische klanken fraai samenvloeien. Het herinnert meer dan eens aan het geluid op We Slept At Last.
Marika Hackman liet met haar allereerste EP al zien dat ze een uitstekende en ook lekker eigenzinnige muzieksmaak heeft. Ook Covers bevat een opvallende selectie songs van anderen, waarbij Marika Hackman gelukkig niet kiest voor de gebaande paden. Met Songs van onder andere Radiohead, Air, Grimes, Sharon Van Etten, Elliott Smith en Beyoncé pikt Marika Hackman er wat grotere namen uit, maar met songs van onder andere The Shins, MUNA, Edith Frost en Alvvays komen ook songs van net wat minder muzikanten aan bod.
Vergeleken met het vorige album van de Britse muzikante klinkt Covers wat somberder en donkerder, wat uitstekend past bij het seizoen en bij de bijzondere tijd waarin we leven. Hier en daar duikt de folkie Marika Hackman weer op, maar ook op Covers is elektronica een trouwe metgezel van de Britse muzikante.
Marika Hackman blijft de ene keer wat dichter bij de originele versie dan de andere keer, maar in de meeste gevallen weet ze er toch Marika Hackman songs van te maken, wat altijd knap is. Tussendoortje of niet, Covers is het vierde Marika Hackman album op rij dat me uitstekend bevalt. De Britse muzikante opereert in een overvol genre, maar slaagt er toch keer op keer in om zich te onderscheiden, al is het maar met haar mooie stem. Dat doet Marika Hackman ook weer met Covers, dat hier de komende weken vaak op de platenspeler te vinden zal zijn. Erwin Zijleman
Marika Hackman - I'm Not Your Man (2017)

4,0
0
geplaatst: 2 juni 2017, 15:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marika Hackman - I'm Not Your Man - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse singer-songwriter Marika Hackman leverde iets meer dan twee jaar geleden, na een aantal veelbelovende EP’s, een verrassend sterk debuut af.
We Slept At Last overtuigde met mooie en intieme folksongs en een al even mooie en soepele stem. Marika Hackman maakte uiteindelijk echter misschien nog wel meer indruk met zeker niet alledaagse songstructuren en een instrumentatie waarin experimenteel aandoende elektronica een belangrijke rol speelde.
Voor haar, op het legendarische Sub Pop label verschenen, tweede plaat, heeft de Britse singer-songwriter gekozen voor een duidelijk ander geluid, al zijn de bijzondere instrumentatie, de mooie stem en de niet alledaagse songstructuren gelukkig gebleven.
Op I’m Not Your Man kiest Marika Hackman voor een bij vlagen wat steviger aangezet en ook voller geluid. Zeker de songs waarin de gitaren wat steviger mogen rocken klinken net wat toegankelijker of zelfs lichtvoetiger dan we van Marika Hackman gewend zijn, maar schijn bedriegt.
Ook op haar tweede plaat maakt de singer-songwriter uit Selborne, Devon, immers muziek die de fantasie prikkelt en met grote regelmaat kiest voor uitstapjes buiten de gebaande paden.
Ook I’m Not Your Man bevat een aantal intieme en ingetogen songs, maar over het algemeen genomen heeft de plaat, meer dan zijn voorganger, een wat dynamischer bandgeluid. Dat is ook niet zo gek, want op de tweede plaat van Marika Hackman is een belangrijke rol weggelegd voor de uit Londen afkomstige en geheel uit vrouwen bestaande band The Big Moon.
The Big Moon voorziet I’m Not Your Man van een voller gitaargeluid en hier en daar van warmbloedige koortjes (die doen denken aan The Bangles in hun beste jaren). Het is een gitaargeluid dat met enige regelmaat is beïnvloed door de dreampop, maar The Big Moon heeft ook zeker goed geluisterd naar de hemelse gitaarloopjes van Johnny Marr, het wat gruizige gitaargeluid uit de grunge of de donkere klanken van de postpunk.
I’m Not Your Man is niet zo’n bezwerende plaat als zijn zo intieme voorganger, maar laat veel meer diepgang horen dan je bij eerste beluistering zult vermoeden.
In muzikaal opzicht heeft Marika Hackman een plaat gemaakt die je langzaam verovert, maar in vocaal opzicht speelt ze vanaf de eerste noten een gewonnen wedstrijd. De mooie stem van de Britse kan zwoel en aangenaam fluisteren, maar kan ook stevig uithalen (waarbij ze raakt aan PJ Harvey) of verleiden met onweerstaanbare refreinen en melodieën.
Iedereen die, net als ik, enorm onder de indruk was van het prachtige We Slept At Last, zal zeker even moeten wennen aan het uitbundigere I’m Not Your Man, maar uiteindelijk overtuigt ook de tweede plaat van Marika Hackman betrekkelijk eenvoudig. Hierna begint de plaat pas echt te groeien, waardoor de tweede plaat van de jonge Britse singer-songwriter me uiteindelijk net zo dierbaar is als het zo mooie en overtuigende debuut van twee jaar geleden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marika Hackman - I'm Not Your Man - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse singer-songwriter Marika Hackman leverde iets meer dan twee jaar geleden, na een aantal veelbelovende EP’s, een verrassend sterk debuut af.
We Slept At Last overtuigde met mooie en intieme folksongs en een al even mooie en soepele stem. Marika Hackman maakte uiteindelijk echter misschien nog wel meer indruk met zeker niet alledaagse songstructuren en een instrumentatie waarin experimenteel aandoende elektronica een belangrijke rol speelde.
Voor haar, op het legendarische Sub Pop label verschenen, tweede plaat, heeft de Britse singer-songwriter gekozen voor een duidelijk ander geluid, al zijn de bijzondere instrumentatie, de mooie stem en de niet alledaagse songstructuren gelukkig gebleven.
Op I’m Not Your Man kiest Marika Hackman voor een bij vlagen wat steviger aangezet en ook voller geluid. Zeker de songs waarin de gitaren wat steviger mogen rocken klinken net wat toegankelijker of zelfs lichtvoetiger dan we van Marika Hackman gewend zijn, maar schijn bedriegt.
Ook op haar tweede plaat maakt de singer-songwriter uit Selborne, Devon, immers muziek die de fantasie prikkelt en met grote regelmaat kiest voor uitstapjes buiten de gebaande paden.
Ook I’m Not Your Man bevat een aantal intieme en ingetogen songs, maar over het algemeen genomen heeft de plaat, meer dan zijn voorganger, een wat dynamischer bandgeluid. Dat is ook niet zo gek, want op de tweede plaat van Marika Hackman is een belangrijke rol weggelegd voor de uit Londen afkomstige en geheel uit vrouwen bestaande band The Big Moon.
The Big Moon voorziet I’m Not Your Man van een voller gitaargeluid en hier en daar van warmbloedige koortjes (die doen denken aan The Bangles in hun beste jaren). Het is een gitaargeluid dat met enige regelmaat is beïnvloed door de dreampop, maar The Big Moon heeft ook zeker goed geluisterd naar de hemelse gitaarloopjes van Johnny Marr, het wat gruizige gitaargeluid uit de grunge of de donkere klanken van de postpunk.
I’m Not Your Man is niet zo’n bezwerende plaat als zijn zo intieme voorganger, maar laat veel meer diepgang horen dan je bij eerste beluistering zult vermoeden.
In muzikaal opzicht heeft Marika Hackman een plaat gemaakt die je langzaam verovert, maar in vocaal opzicht speelt ze vanaf de eerste noten een gewonnen wedstrijd. De mooie stem van de Britse kan zwoel en aangenaam fluisteren, maar kan ook stevig uithalen (waarbij ze raakt aan PJ Harvey) of verleiden met onweerstaanbare refreinen en melodieën.
Iedereen die, net als ik, enorm onder de indruk was van het prachtige We Slept At Last, zal zeker even moeten wennen aan het uitbundigere I’m Not Your Man, maar uiteindelijk overtuigt ook de tweede plaat van Marika Hackman betrekkelijk eenvoudig. Hierna begint de plaat pas echt te groeien, waardoor de tweede plaat van de jonge Britse singer-songwriter me uiteindelijk net zo dierbaar is als het zo mooie en overtuigende debuut van twee jaar geleden. Erwin Zijleman
Marika Hackman - We Slept at Last (2015)

4,5
0
geplaatst: 18 februari 2015, 14:37 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marika Hackman - We Slept At Last - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse singer-songwriter Marika Hackman is inmiddels al enkele jaren een grote belofte voor de toekomst. Dat is een predicaat waaraan je pas kunt ontsnappen wanneer je een volwaardig debuut hebt uitgebracht en op dat volwaardige debuut van Marika Hackman hebben we lang moeten wachten.
Nu was ik door een aantal verrassend sterke EP’s wel heel nieuwsgierig geworden naar het debuut van Marika Hackman en het valt me zeker niet tegen.
We Slept At Last opent zeer ambitieus met een lastig te doorgronden song, waarin naar hartenlust wordt geëxperimenteerd met elektronica. Ook in de tracks die volgen kiest Marika Hackman eigenlijk nooit voor de makkelijkste weg en hierdoor weet ze zich te onderscheiden van de moordende concurrentie in het genre.
Marika Hackman maakt op We Slept At Last mooie folksongs, maar ze klinken bijna nooit als de folksongs van haar soortgenoten. Een akoestische gitaar en een mooie heldere stem vormen de basis van de meeste songs op We Slept At Last, maar deze songs worden vervolgens ingekleurd met bijzonder klinkende elektronica en voorzien van songstructuren die je niet zomaar bedenkt.
Wanneer je luistert naar de akoestische gitaar en het warme stemgeluid van Marika Hackman hoor je vrij goed welke plaat de Britse singer-songwriter ook had kunnen maken, maar ik ben blij dat ze We Slept At Last heeft gemaakt. De mooie elektronische accenten en de vele bijzondere wendingen in de songs van Marika Hackman zorgen er voor dat een redelijk alledaagse folkplaat een hele fascinerende folkplaat is geworden.
Ik merk dat ik We Slept At Last inmiddels op twee manieren kan beluisteren. Het debuut van Marika Hackman is af en toe een plaat met heerlijk lome folkliedjes waarbij het lekker wegdromen is, maar minstens net zo vaak is We Slept At Last een plaat waarvan je alle geheimen, en dat zijn er veel, wilt ontrafelen. Met name bij die laatste luisterbeurten valt alles op zijn plaats. Zeker in combinatie met het voor het genre wat eigenzinnige klankentapijt komt de mooie stem van Marika Hackman uitstekend tot zijn recht en zeker wanneer de songs niet alledaags zijn prikkelen ze de fantasie optimaal.
De instrumentatie op de plaat blijft me verrassen. De elektronica kan bijna vervreemdend werken, maar Marika Hackman schuwt ook rauw gitaarwerk niet, wat in combinatie met de elektronica prachtig uitpakt. En net als je denkt dat Marika Hackman geen traditioneel aandoende Britse folk kan maken, pakt ze de blokfluit en de viool erbij en slaagt ze ook hier glansrijk in.
We Slept At Last is niet alleen een bedwelmende plaat, het is ook een donkere plaat vol melancholie. Laat je meeslepen door We Slept At Last en een wat weemoedig gevoel maakt zich van je meester, al is er altijd de prachtige stem van Marika Hackman voor de gewenste troost.
Marika Hackman is zoals gezegd al een aantal jaren een grote belofte voor de toekomst, maar met dit buitengewoon fraaie debuut is ze de belofte absoluut voorbij en schaart ze zich naast haar vriendin Laura Marling onder de parels van de hedendaagse Britse folk. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marika Hackman - We Slept At Last - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De Britse singer-songwriter Marika Hackman is inmiddels al enkele jaren een grote belofte voor de toekomst. Dat is een predicaat waaraan je pas kunt ontsnappen wanneer je een volwaardig debuut hebt uitgebracht en op dat volwaardige debuut van Marika Hackman hebben we lang moeten wachten.
Nu was ik door een aantal verrassend sterke EP’s wel heel nieuwsgierig geworden naar het debuut van Marika Hackman en het valt me zeker niet tegen.
We Slept At Last opent zeer ambitieus met een lastig te doorgronden song, waarin naar hartenlust wordt geëxperimenteerd met elektronica. Ook in de tracks die volgen kiest Marika Hackman eigenlijk nooit voor de makkelijkste weg en hierdoor weet ze zich te onderscheiden van de moordende concurrentie in het genre.
Marika Hackman maakt op We Slept At Last mooie folksongs, maar ze klinken bijna nooit als de folksongs van haar soortgenoten. Een akoestische gitaar en een mooie heldere stem vormen de basis van de meeste songs op We Slept At Last, maar deze songs worden vervolgens ingekleurd met bijzonder klinkende elektronica en voorzien van songstructuren die je niet zomaar bedenkt.
Wanneer je luistert naar de akoestische gitaar en het warme stemgeluid van Marika Hackman hoor je vrij goed welke plaat de Britse singer-songwriter ook had kunnen maken, maar ik ben blij dat ze We Slept At Last heeft gemaakt. De mooie elektronische accenten en de vele bijzondere wendingen in de songs van Marika Hackman zorgen er voor dat een redelijk alledaagse folkplaat een hele fascinerende folkplaat is geworden.
Ik merk dat ik We Slept At Last inmiddels op twee manieren kan beluisteren. Het debuut van Marika Hackman is af en toe een plaat met heerlijk lome folkliedjes waarbij het lekker wegdromen is, maar minstens net zo vaak is We Slept At Last een plaat waarvan je alle geheimen, en dat zijn er veel, wilt ontrafelen. Met name bij die laatste luisterbeurten valt alles op zijn plaats. Zeker in combinatie met het voor het genre wat eigenzinnige klankentapijt komt de mooie stem van Marika Hackman uitstekend tot zijn recht en zeker wanneer de songs niet alledaags zijn prikkelen ze de fantasie optimaal.
De instrumentatie op de plaat blijft me verrassen. De elektronica kan bijna vervreemdend werken, maar Marika Hackman schuwt ook rauw gitaarwerk niet, wat in combinatie met de elektronica prachtig uitpakt. En net als je denkt dat Marika Hackman geen traditioneel aandoende Britse folk kan maken, pakt ze de blokfluit en de viool erbij en slaagt ze ook hier glansrijk in.
We Slept At Last is niet alleen een bedwelmende plaat, het is ook een donkere plaat vol melancholie. Laat je meeslepen door We Slept At Last en een wat weemoedig gevoel maakt zich van je meester, al is er altijd de prachtige stem van Marika Hackman voor de gewenste troost.
Marika Hackman is zoals gezegd al een aantal jaren een grote belofte voor de toekomst, maar met dit buitengewoon fraaie debuut is ze de belofte absoluut voorbij en schaart ze zich naast haar vriendin Laura Marling onder de parels van de hedendaagse Britse folk. Erwin Zijleman
Marike Jager - The Silent Song (2014)

4,0
0
geplaatst: 14 april 2014, 15:41 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marike Jager - The Silent Song - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Marike Jager. Ik weet nog dat ik al weer bijna acht jaar geleden diep onder de indruk was van haar debuut The Beauty Around. Het was zo’n vrouwelijke singer-songwriter plaat waar ik onmiddellijk verliefd op werd en die ik vervolgens jaren heb gekoesterd. Pas in 2011 kwam ik terug bij Marike Jager. Ik was in eerste instantie best te spreken over Here Comes The Night, maar uiteindelijk mistte ik op de wat voller klinkende plaat toch de magie van The Beauty Around. Haar nieuwe plaat The Silent Song bleef mede hierdoor vrij lang op de stapel liggen, maar dankzij 1 minuut in De Wereld Draait Door kwam de plaat hier toch nog van af. Gelukkig maar. Met The Silent Song heeft Marike Jager immers een prachtige ingetogen plaat gemaakt. Waar op Here Comes The Night werd geflirt met een grootser klinkend geluid, keert Marike Jager op The Silent Song terug naar de basis. Die basis vond Marike Jager in een aftands schuurtje in haar tuin, waarin ze zich terug trok om inspiratie op te doen en waarin The Silent Song ook werd opgenomen. Op haar nieuwe plaat horen we de stem van Marike Jager vooral in combinatie met haar akoestische gitaar (en hier en daar wat piano). The Silent Song klinkt hierdoor als een klassieke singer-songwriter plaat. Daar verschijnen er maandelijks tientallen van, maar Marike Jager weet zich te onderscheiden door het bijzonder hoge niveau van haar songs. Het zijn songs die zich als een warme deken om je heen slaan, maar het zijn ook songs die zich niet laten voorspellen en steeds weer andere wegen in lijken te slaan. De ene keer folky, de volgende keer voorzichtig jazzy en altijd loom en sfeervol. Op The Silent Song opereert Marike Jager vooral in haar uppie of laat ze zich op piano bijstaan door Henk Jan Heuvelink, die The Silent Song heeft voorzien van een totaal ander geluid dan zijn voor een groter publiek bedoelde voorganger. Het is een geluid waarin de subtiliteit overheerst. Iedere pianoaanslag of iedere aanraking van een snaar van de akoestische gitaar doet er toe en hetzelfde geldt voor de fraai gedoseerde vocalen van Marike Jager. Het levert een serie prachtige songs op die aanvoelen als ruwe diamanten. Het zijn songs die de volledige aandacht vragen, maar voor deze aandacht word je uiteindelijk rijkelijk beloond. The Silent Song is een buitengewoon moedige plaat. Het is een plaat die de meeste succesvolle vrouwelijke singer-songwriters waarschijnlijk niet durven te maken. Geen lichte kost, maar de impact is in nagenoeg alle songs maximaal. The Silent Song doet me af en toe wel wat denken aan de laatste plaat van Laura Marling, al vind ik de aanpak van Marike Jager nog moediger en compromislozer dan die van haar Britse collega. Bij eerste beluistering was ik alleen direct om bij het geweldige duet met één van mijn muzikale helden (Ron Sexsmith), maar inmiddels zijn alle andere songs op de plaat gevolgd. Marike Jager heeft met The Silent Song een gewaagde maar ook geweldige plaat afgeleverd. Het is een plaat vol tijdloze popliedjes die maar blijven verrassen en die alleen maar beter worden. Ik had eigenlijk niet verwacht dat Marike Jager The Beauty Around nog eens zou overtreffen, maar ondanks mijn enorme liefde voor deze plaat kan ik alleen maar concluderen dat The Silent Song beter is. Het is alleen jammer dat ik dit door een minuutje DWDD moest ontdekken. Bij de volgende release van Marike Jager let ik weer beter op. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marike Jager - The Silent Song - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Marike Jager. Ik weet nog dat ik al weer bijna acht jaar geleden diep onder de indruk was van haar debuut The Beauty Around. Het was zo’n vrouwelijke singer-songwriter plaat waar ik onmiddellijk verliefd op werd en die ik vervolgens jaren heb gekoesterd. Pas in 2011 kwam ik terug bij Marike Jager. Ik was in eerste instantie best te spreken over Here Comes The Night, maar uiteindelijk mistte ik op de wat voller klinkende plaat toch de magie van The Beauty Around. Haar nieuwe plaat The Silent Song bleef mede hierdoor vrij lang op de stapel liggen, maar dankzij 1 minuut in De Wereld Draait Door kwam de plaat hier toch nog van af. Gelukkig maar. Met The Silent Song heeft Marike Jager immers een prachtige ingetogen plaat gemaakt. Waar op Here Comes The Night werd geflirt met een grootser klinkend geluid, keert Marike Jager op The Silent Song terug naar de basis. Die basis vond Marike Jager in een aftands schuurtje in haar tuin, waarin ze zich terug trok om inspiratie op te doen en waarin The Silent Song ook werd opgenomen. Op haar nieuwe plaat horen we de stem van Marike Jager vooral in combinatie met haar akoestische gitaar (en hier en daar wat piano). The Silent Song klinkt hierdoor als een klassieke singer-songwriter plaat. Daar verschijnen er maandelijks tientallen van, maar Marike Jager weet zich te onderscheiden door het bijzonder hoge niveau van haar songs. Het zijn songs die zich als een warme deken om je heen slaan, maar het zijn ook songs die zich niet laten voorspellen en steeds weer andere wegen in lijken te slaan. De ene keer folky, de volgende keer voorzichtig jazzy en altijd loom en sfeervol. Op The Silent Song opereert Marike Jager vooral in haar uppie of laat ze zich op piano bijstaan door Henk Jan Heuvelink, die The Silent Song heeft voorzien van een totaal ander geluid dan zijn voor een groter publiek bedoelde voorganger. Het is een geluid waarin de subtiliteit overheerst. Iedere pianoaanslag of iedere aanraking van een snaar van de akoestische gitaar doet er toe en hetzelfde geldt voor de fraai gedoseerde vocalen van Marike Jager. Het levert een serie prachtige songs op die aanvoelen als ruwe diamanten. Het zijn songs die de volledige aandacht vragen, maar voor deze aandacht word je uiteindelijk rijkelijk beloond. The Silent Song is een buitengewoon moedige plaat. Het is een plaat die de meeste succesvolle vrouwelijke singer-songwriters waarschijnlijk niet durven te maken. Geen lichte kost, maar de impact is in nagenoeg alle songs maximaal. The Silent Song doet me af en toe wel wat denken aan de laatste plaat van Laura Marling, al vind ik de aanpak van Marike Jager nog moediger en compromislozer dan die van haar Britse collega. Bij eerste beluistering was ik alleen direct om bij het geweldige duet met één van mijn muzikale helden (Ron Sexsmith), maar inmiddels zijn alle andere songs op de plaat gevolgd. Marike Jager heeft met The Silent Song een gewaagde maar ook geweldige plaat afgeleverd. Het is een plaat vol tijdloze popliedjes die maar blijven verrassen en die alleen maar beter worden. Ik had eigenlijk niet verwacht dat Marike Jager The Beauty Around nog eens zou overtreffen, maar ondanks mijn enorme liefde voor deze plaat kan ik alleen maar concluderen dat The Silent Song beter is. Het is alleen jammer dat ik dit door een minuutje DWDD moest ontdekken. Bij de volgende release van Marike Jager let ik weer beter op. Erwin Zijleman
Marina Allen - Centrifics (2022)

4,5
2
geplaatst: 21 september 2022, 15:29 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marina Allen - Centrifics - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marina Allen - Centrifics
De Amerikaanse muzikante Marina Allen overtuigt op haar debuutalbum Centrifics met mooi ingekleurde songs vol echo’s uit het verre verleden en imponeert met haar prachtige en veelzijdige stem
Met haar vorig jaar verschenen mini-album Candlepower zorgde Marina Allen uit Los Angeles op zijn minst voor hooggespannen verwachtingen. Die maakt ze meer dan waar op haar officiële debuutalbum Centrifics, waarop de Amerikaanse muzikante laat horen dat ze nog veel beter kan. Centrifics laat zich stevig beïnvloeden door de folk en singer-songwriter muziek die vele decennia geleden werd gemaakt in de omgeving van Los Angeles en San Francisco, maar Marina Allen verwerkt ook eigentijdse invloeden in haar bijzondere songs. Het zijn songs die het oor strelen met mooie en subtiele klanken, maar het is vooral de geweldige zang die het album naar grote hoogten tilt.
De Amerikaanse singer-songwriter Marina Allen debuteerde vorig jaar zeer veelbelovend met het mini-album Candlepower, dat je bijna negentien minuten lang mee terug nam naar vervlogen tijden. Marina Allen komt uit Los Angeles en liet zich op haar mini-album zowel inspireren door de Laurel Canyon scene van de late jaren 60 en vroege jaren 70 als door de meer psychedelische folk uit San Francisco uit dezelfde periode.
De zeven tracks van Candlepower krijgen deze week gezelschap van de tien tracks op het debuutalbum van Marine Allen, dat ruim een half uur muziek bevat. Ook op Centrifics laat de Amerikaanse muzikante zich vooral beïnvloeden door muziek uit een ver verleden, waarbij ook dit keer de invloeden uit de Californische folk en singer-songwriter muziek centraal staan.
Centrifics is hierdoor een album dat associaties oproept met flink wat grote folkzangeressen en singer-songwriters uit een ver verleden, onder wie Karen Dalton, Carole King, Judee Sill, Laura Nyro en Joni Mitchell, maar de muziek van Marina Allen heeft ook raakvlakken met eigenzinnige vrouwelijke muzikanten uit het heden als Joanna Newsom en Fiona Apple. Het noemen van namen heeft overigens niet al te veel zin, want ondanks het feit dat Centrifics associaties oproept met vele muzikanten uit het verleden, klinkt Marina Allen op Centrifics vooral als zichzelf.
Centrifics verschijnt maar net een jaar na Candlepower, maar het debuutalbum van Marina Allen laat wat mij betreft flinke groei horen. Ik vind de zang van Marina Allen, die ook een randje Karen Carpenter laat horen, nog mooier dan op het mini-album en ook de kwaliteit van de songs ligt nog een stuk hoger dan op het terecht geprezen mini-album.
Op Centrifics imponeert Marina Allen als zangeres. De Amerikaanse muzikante beschikt over een zeer karakteristiek en veelkleurig stemgeluid, dat zich makkelijk aanpast aan de songs, die variëren van folky tot jazzy. Het is een stem met veel dynamiek en souplesse, maar Marina Allen vertolkt haar songs ook met veel gevoel. Marina Allen varieert flink met haar stem, maar alles dat ze doet op Centrifics is prachtig.
De instrumentatie op Centrifics staat volledig in dienst van de mooie en bijzondere stem van de singer-songwriter uit Los Angeles. Het is een instrumentatie die naadloos kan aansluiten bij de muziek die lang geleden in de Laurel Canyon werd gemaakt, maar Centrifics bevat ook lome en jazzy klanken en klinkt ondanks alle nostalgie ook met enige regelmaat verrassend eigentijds. Het album is gevarieerd en tijdloos ingekleurd, met hier en daar een fraaie rol voor blazers, en zeer doeltreffend en al even tijdloos geproduceerd door Chris Cohen.
De melodieuze songs van Marina Allen liggen makkelijk in het gehoor, waardoor Centrifics zich snel opdringt, maar het zijn ook songs vol mooie details, die vooral bij aandachtige beluistering aan de oppervlakte komen. Het mini-album van Marina Allen werd vorig jaar in kleine kring bejubeld, maar Centrifics verdient wat mij betreft een breder publiek. Marina Allen moet concurreren met een heel legioen aan soortgenoten, maar haar debuutalbum laat horen dat ze bulkt van het talent en dat ze absoluut iets toevoegt aan alle invloeden uit het verleden die zo’n prominente rol spelen op Centrifics. Bijzonder mooi album dit. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marina Allen - Centrifics - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marina Allen - Centrifics
De Amerikaanse muzikante Marina Allen overtuigt op haar debuutalbum Centrifics met mooi ingekleurde songs vol echo’s uit het verre verleden en imponeert met haar prachtige en veelzijdige stem
Met haar vorig jaar verschenen mini-album Candlepower zorgde Marina Allen uit Los Angeles op zijn minst voor hooggespannen verwachtingen. Die maakt ze meer dan waar op haar officiële debuutalbum Centrifics, waarop de Amerikaanse muzikante laat horen dat ze nog veel beter kan. Centrifics laat zich stevig beïnvloeden door de folk en singer-songwriter muziek die vele decennia geleden werd gemaakt in de omgeving van Los Angeles en San Francisco, maar Marina Allen verwerkt ook eigentijdse invloeden in haar bijzondere songs. Het zijn songs die het oor strelen met mooie en subtiele klanken, maar het is vooral de geweldige zang die het album naar grote hoogten tilt.
De Amerikaanse singer-songwriter Marina Allen debuteerde vorig jaar zeer veelbelovend met het mini-album Candlepower, dat je bijna negentien minuten lang mee terug nam naar vervlogen tijden. Marina Allen komt uit Los Angeles en liet zich op haar mini-album zowel inspireren door de Laurel Canyon scene van de late jaren 60 en vroege jaren 70 als door de meer psychedelische folk uit San Francisco uit dezelfde periode.
De zeven tracks van Candlepower krijgen deze week gezelschap van de tien tracks op het debuutalbum van Marine Allen, dat ruim een half uur muziek bevat. Ook op Centrifics laat de Amerikaanse muzikante zich vooral beïnvloeden door muziek uit een ver verleden, waarbij ook dit keer de invloeden uit de Californische folk en singer-songwriter muziek centraal staan.
Centrifics is hierdoor een album dat associaties oproept met flink wat grote folkzangeressen en singer-songwriters uit een ver verleden, onder wie Karen Dalton, Carole King, Judee Sill, Laura Nyro en Joni Mitchell, maar de muziek van Marina Allen heeft ook raakvlakken met eigenzinnige vrouwelijke muzikanten uit het heden als Joanna Newsom en Fiona Apple. Het noemen van namen heeft overigens niet al te veel zin, want ondanks het feit dat Centrifics associaties oproept met vele muzikanten uit het verleden, klinkt Marina Allen op Centrifics vooral als zichzelf.
Centrifics verschijnt maar net een jaar na Candlepower, maar het debuutalbum van Marina Allen laat wat mij betreft flinke groei horen. Ik vind de zang van Marina Allen, die ook een randje Karen Carpenter laat horen, nog mooier dan op het mini-album en ook de kwaliteit van de songs ligt nog een stuk hoger dan op het terecht geprezen mini-album.
Op Centrifics imponeert Marina Allen als zangeres. De Amerikaanse muzikante beschikt over een zeer karakteristiek en veelkleurig stemgeluid, dat zich makkelijk aanpast aan de songs, die variëren van folky tot jazzy. Het is een stem met veel dynamiek en souplesse, maar Marina Allen vertolkt haar songs ook met veel gevoel. Marina Allen varieert flink met haar stem, maar alles dat ze doet op Centrifics is prachtig.
De instrumentatie op Centrifics staat volledig in dienst van de mooie en bijzondere stem van de singer-songwriter uit Los Angeles. Het is een instrumentatie die naadloos kan aansluiten bij de muziek die lang geleden in de Laurel Canyon werd gemaakt, maar Centrifics bevat ook lome en jazzy klanken en klinkt ondanks alle nostalgie ook met enige regelmaat verrassend eigentijds. Het album is gevarieerd en tijdloos ingekleurd, met hier en daar een fraaie rol voor blazers, en zeer doeltreffend en al even tijdloos geproduceerd door Chris Cohen.
De melodieuze songs van Marina Allen liggen makkelijk in het gehoor, waardoor Centrifics zich snel opdringt, maar het zijn ook songs vol mooie details, die vooral bij aandachtige beluistering aan de oppervlakte komen. Het mini-album van Marina Allen werd vorig jaar in kleine kring bejubeld, maar Centrifics verdient wat mij betreft een breder publiek. Marina Allen moet concurreren met een heel legioen aan soortgenoten, maar haar debuutalbum laat horen dat ze bulkt van het talent en dat ze absoluut iets toevoegt aan alle invloeden uit het verleden die zo’n prominente rol spelen op Centrifics. Bijzonder mooi album dit. Erwin Zijleman
Marina Allen - Eight Pointed Star (2024)

4,0
0
geplaatst: 9 juni 2024, 08:55 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marina Allen - Eight Pointed Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marina Allen - Eight Pointed Star
Marina Allen borduurt op haar tweede album voort op haar zo goede debuutalbum, maar kiest ook voor net wat minder complexe songs en voegt bovendien een zeer aangename country vibe toe aan haar songs
Ik weet nog goed dat Marina Allen voor het eerst opdook met het fraaie mini-album Candlepower. We zijn inmiddels drie jaar verder en toe aan het tweede volwaardige album van de Amerikaanse muzikante. Net als haar debuutalbum is ook Eight Pointed Star een album dat in muzikaal opzicht dieper graaft dan de meeste andere singer-songwriters albums van het moment en dat wat complexere songs bevat. Het zorgt ervoor dat er van alles valt te ontdekken in de songs van Marina Allen, die dit keer niet alleen invloeden uit de folk en jazz verwerkt, maar ook een vleugje country heeft toegevoegd aan haar album, dat net als zijn voorganger de aandacht trekt met prachtige zang.
Het in de lente van 2021 verschenen Candlepower duurde nog geen twintig minuten, maar in de zeven tracks op het mini-album maakte de Amerikaanse muzikante Marina Allen, die ook in de band Sylvie speelt, wat mij betreft een onuitwisbare indruk. Dat deed de singer-songwriter uit Los Angeles door flink wat invloeden uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 te verwerken, waarbij ze zich zowel liet inspireren door de Laurel Canyon folk als door de tijdloze singer-songwriter pop en de psychedelische folk uit deze periode.
Candlepower viel op door behoorlijk complexe songs, door de veelkleurige en avontuurlijke instrumentatie en door de mooie maar ook bijzondere zang van Marina Allen, die anders klonk dan de meeste andere vrouwelijke singer-songwriters van dat moment. Dat deed ze ook op haar in de herfst van 2022 verschenen debuutalbum Centrifics, dat het bijzondere geluid van Candlepower perfectioneerde en invloeden uit de jazz toevoegde aan haar al zo bijzondere geluid.
De muziek op Centrifics was nog wat tijdlozer, de songs waren nog wat complexer en de zang op het album, die me met enige regelmaat aan Karen Carpenter herinnerde, was nog wat mooier. Het gekke is dat ik bij eerste beluisteringen van het album zo onder de indruk was van de muziek van Marina Allen dat een plek in mijn jaarlijstje een zekerheid leek, maar uiteindelijk ben ik Centrifics toch verrassend snel vergeten.
Dat is jammer, heel jammer zelfs, want toen ik het album vorige week weer eens beluisterde was ik eigenlijk direct weer diep onder de indruk van de songs van Marina Allen. De reden om weer eens naar haar muziek te luisteren was de release van het tweede album van de muzikante uit Los Angeles. Het deze week verschenen Eight Pointed Star is met een speelduur van 32 minuten wat aan de korte kant, maar ook dit keer maakt Marina Allen makkelijk indruk met haar bijzondere songs.
Voor de productie deed ze ook dit keer een beroep op muzikant en producer Chris Cohen (Ohmme, Weyes Blood, Amber Arcades, Le Ren), maar Eight Pointed Star klinkt duidelijk anders dan voorganger Centrifics. Ook het nieuwe album van Marina Allen is voorzien van een hele mooie en veelkleurige instrumentatie en ook de zang van de Amerikaanse muzikante is weer prachtig. Dat Eight Pointed Star anders klinkt dan het debuutalbum van Marina Allen en het mini-album dat er aan vooraf ging heeft vooral te maken met de songs, die wat minder complex en ook minder jazzy zijn dan in het verleden.
Het zijn songs die in een aantal gevallen een subtiele country injectie hebben gekregen door bijdragen van de pedal steel, maar invloeden uit de folk spelen nog altijd de belangrijkste rol op het album, dat gevarieerder is dan het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante en dat ik ook wat eigentijdser vind klinken. Door het minder complexe karakter dringen de songs van Marina Allen zich wat mij betreft wat makkelijker op, maar het zijn nog altijd songs die de fantasie uitvoerig prikkelen, al kan er ook zomaar een verrassend aanstekelijke popsong met een vleugje rock opduiken.
Net als voorganger Centrifics is ook Eight Pointed Star echt veel te mooi om in de vergetelheid te raken de komende maanden. Ik ga er zelf daarom alles aan doen om dit bijzonder mooie album voor de afwisseling eens niet te vergeten, al is het maar omdat de songs van Marina Allen ook over flink wat groeipotentie beschikken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marina Allen - Eight Pointed Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marina Allen - Eight Pointed Star
Marina Allen borduurt op haar tweede album voort op haar zo goede debuutalbum, maar kiest ook voor net wat minder complexe songs en voegt bovendien een zeer aangename country vibe toe aan haar songs
Ik weet nog goed dat Marina Allen voor het eerst opdook met het fraaie mini-album Candlepower. We zijn inmiddels drie jaar verder en toe aan het tweede volwaardige album van de Amerikaanse muzikante. Net als haar debuutalbum is ook Eight Pointed Star een album dat in muzikaal opzicht dieper graaft dan de meeste andere singer-songwriters albums van het moment en dat wat complexere songs bevat. Het zorgt ervoor dat er van alles valt te ontdekken in de songs van Marina Allen, die dit keer niet alleen invloeden uit de folk en jazz verwerkt, maar ook een vleugje country heeft toegevoegd aan haar album, dat net als zijn voorganger de aandacht trekt met prachtige zang.
Het in de lente van 2021 verschenen Candlepower duurde nog geen twintig minuten, maar in de zeven tracks op het mini-album maakte de Amerikaanse muzikante Marina Allen, die ook in de band Sylvie speelt, wat mij betreft een onuitwisbare indruk. Dat deed de singer-songwriter uit Los Angeles door flink wat invloeden uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 te verwerken, waarbij ze zich zowel liet inspireren door de Laurel Canyon folk als door de tijdloze singer-songwriter pop en de psychedelische folk uit deze periode.
Candlepower viel op door behoorlijk complexe songs, door de veelkleurige en avontuurlijke instrumentatie en door de mooie maar ook bijzondere zang van Marina Allen, die anders klonk dan de meeste andere vrouwelijke singer-songwriters van dat moment. Dat deed ze ook op haar in de herfst van 2022 verschenen debuutalbum Centrifics, dat het bijzondere geluid van Candlepower perfectioneerde en invloeden uit de jazz toevoegde aan haar al zo bijzondere geluid.
De muziek op Centrifics was nog wat tijdlozer, de songs waren nog wat complexer en de zang op het album, die me met enige regelmaat aan Karen Carpenter herinnerde, was nog wat mooier. Het gekke is dat ik bij eerste beluisteringen van het album zo onder de indruk was van de muziek van Marina Allen dat een plek in mijn jaarlijstje een zekerheid leek, maar uiteindelijk ben ik Centrifics toch verrassend snel vergeten.
Dat is jammer, heel jammer zelfs, want toen ik het album vorige week weer eens beluisterde was ik eigenlijk direct weer diep onder de indruk van de songs van Marina Allen. De reden om weer eens naar haar muziek te luisteren was de release van het tweede album van de muzikante uit Los Angeles. Het deze week verschenen Eight Pointed Star is met een speelduur van 32 minuten wat aan de korte kant, maar ook dit keer maakt Marina Allen makkelijk indruk met haar bijzondere songs.
Voor de productie deed ze ook dit keer een beroep op muzikant en producer Chris Cohen (Ohmme, Weyes Blood, Amber Arcades, Le Ren), maar Eight Pointed Star klinkt duidelijk anders dan voorganger Centrifics. Ook het nieuwe album van Marina Allen is voorzien van een hele mooie en veelkleurige instrumentatie en ook de zang van de Amerikaanse muzikante is weer prachtig. Dat Eight Pointed Star anders klinkt dan het debuutalbum van Marina Allen en het mini-album dat er aan vooraf ging heeft vooral te maken met de songs, die wat minder complex en ook minder jazzy zijn dan in het verleden.
Het zijn songs die in een aantal gevallen een subtiele country injectie hebben gekregen door bijdragen van de pedal steel, maar invloeden uit de folk spelen nog altijd de belangrijkste rol op het album, dat gevarieerder is dan het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante en dat ik ook wat eigentijdser vind klinken. Door het minder complexe karakter dringen de songs van Marina Allen zich wat mij betreft wat makkelijker op, maar het zijn nog altijd songs die de fantasie uitvoerig prikkelen, al kan er ook zomaar een verrassend aanstekelijke popsong met een vleugje rock opduiken.
Net als voorganger Centrifics is ook Eight Pointed Star echt veel te mooi om in de vergetelheid te raken de komende maanden. Ik ga er zelf daarom alles aan doen om dit bijzonder mooie album voor de afwisseling eens niet te vergeten, al is het maar omdat de songs van Marina Allen ook over flink wat groeipotentie beschikken. Erwin Zijleman
Marine Girls - Beach Party (1981)

0
geplaatst: 24 september 2023, 20:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marine Girls - Beach Party (1981) / Lazy Ways (1983) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marine Girls - Beach Party (1981) / Lazy Ways (1983)
Marine Girls werd achteraf bekend als de eerste band van Everything But The Girl zangeres Tracey Thorn, maar de twee albums die het Britse trio aan het begin van de jaren 80 maakte zijn absoluut interessant
Drie schoolvriendinnen begonnen aan het begin van de jaren 80 een bandje. De muziek van het bandje deed niet heel veel, maar de muziek van Marine Girls was de start van de carrière van Tracey Thorn. Met de kennis van nu zijn de wat rammelende albums van Marine Girls behoorlijk invloedrijk en ook veel beter dan destijds werd erkend. De uiterst sober ingekleurde songs van Marine Girls hebben iets eigenzinnigs, maar het drietal schreef ook flink wat songs die snel memorabel blijken. Bij de start van Marine Girls had Tracey Thorn haar stem nog nauwelijks ontdekt, maar ze zou snel na het uit elkaar vallen van de band worden geschaard onder de mooiere stemmen uit de popmuziek. En terecht.
Marine Girls werd in 1980 geformeerd in het Britse Hertfordshire en viel in 1983 alweer uit elkaar. Tijdens het bestaan van de band deed de muziek van Marine Girls niet zo heel veel, maar achteraf bezien zijn de twee albums die de band maakte absoluut interessant. Marine Girls bestond uit drie schoolvriendinnen, onder wie de zussen Gina en Jane Fox. Gina werd uiteindelijk vervangen door haar jongere zus Alice, die een deel van de zang voor haar rekening nam, terwijl Jane de bas bespeelde.
De zussen Fox werden bijgestaan door ene Tracy Thorn, die zich in eerste instantie beperkte tot de gitaar, maar die uiteindelijk bleek te beschikken over een bijzondere stem. Tracey Thorn formeerde na het uit elkaar vallen van Marine Girls samen met Ben Watt de band Everything But The Girl, die tot op de huidige dag met veel succes aan de weg timmert.
Marine Girls viel me in de vroege jaren 80 niet echt op, maar na het lezen van de autobiografie van Tracey Thorn ging ik op zoek naar de muziek van de band, die inmiddels ook beschikbaar is via de streaming media platforms. Tracey Thorn noemt in haar autobiografie de muziek van The Raincoats en Young Marble Giants als belangrijke inspiratiebronnen en invloeden van beide bands zijn duidelijk herkenbaar op de twee albums van Marine Girls.
Beach Party uit 1981 en Lazy Ways uit 1983 liggen in muzikaal opzicht in elkaars verlengde, maar op het tweede album van het drietal komen de songs net wat beter uit de verf, wat ook de verdienste is van de productie van Stuart Moxham, die met zijn band Young Marble Giants een van de vergeten meesterwerken van de jaren 80 maakte.
De muziek van Young Marble Giants in het algemeen en de minimalistische basloopjes van Stuart’s broer Phil in het bijzonder klinkt nadrukkelijk door in de songs van Marine Girls, die uiterst sober zijn ingekleurd met eenvoudige akoestische gitaarakkoorden, postpunk achtige basloopjes en wat elementaire percussie. Het is muziek die aan alle kanten rammelt, maar dat geeft de songs van Marine Girls een bijzondere charme.
De twee albums van Marine Girls hadden aan het begin van de jaren 80 een beter lot verdient, maar ze zijn uiteindelijk best invloedrijk geweest. Zeker wanneer Alice Fox en Tracey Thorn de vocalen delen hoor je songs die absoluut invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het nog alternatieve geluid uit de jonge jaren van Bananarama, terwijl de songs waarin Tracey Thorn in vocaal opzicht het voortouw nemen veel laten horen van het geluid waarmee Everything But The Girl een paar jaar later zo succesvol zou zijn.
De songs van Marine Girls klinken op Beach Party en Lazy Ways behoorlijk eenvoudig en lo-fi, maar hoe vaker ik naar de songs van het Britse drietal luister, hoe dierbaarder ze me worden. Ik hou van de ruwe charme van de songs op het debuutalbum van het drietal, maar ook de met net wat meer zorg gemaakte songs op het tweede en laatste album van Marine Girls spreken zeer tot de verbeelding.
Met de oren van nu is het lastig te begrijpen dat de albums van het Britse drietal slechts in kleine kring werden opgepikt aan het begin van de jaren 80, maar het is nooit te laat om de muziek van Marine Girls op de juiste waarde te schatten. Ik luister relatief vaak naar Everything But The Girl, maar ook Beach Party en Lazy Ways van Marine Girls gaan vanaf nu nog vaak voorbij komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marine Girls - Beach Party (1981) / Lazy Ways (1983) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marine Girls - Beach Party (1981) / Lazy Ways (1983)
Marine Girls werd achteraf bekend als de eerste band van Everything But The Girl zangeres Tracey Thorn, maar de twee albums die het Britse trio aan het begin van de jaren 80 maakte zijn absoluut interessant
Drie schoolvriendinnen begonnen aan het begin van de jaren 80 een bandje. De muziek van het bandje deed niet heel veel, maar de muziek van Marine Girls was de start van de carrière van Tracey Thorn. Met de kennis van nu zijn de wat rammelende albums van Marine Girls behoorlijk invloedrijk en ook veel beter dan destijds werd erkend. De uiterst sober ingekleurde songs van Marine Girls hebben iets eigenzinnigs, maar het drietal schreef ook flink wat songs die snel memorabel blijken. Bij de start van Marine Girls had Tracey Thorn haar stem nog nauwelijks ontdekt, maar ze zou snel na het uit elkaar vallen van de band worden geschaard onder de mooiere stemmen uit de popmuziek. En terecht.
Marine Girls werd in 1980 geformeerd in het Britse Hertfordshire en viel in 1983 alweer uit elkaar. Tijdens het bestaan van de band deed de muziek van Marine Girls niet zo heel veel, maar achteraf bezien zijn de twee albums die de band maakte absoluut interessant. Marine Girls bestond uit drie schoolvriendinnen, onder wie de zussen Gina en Jane Fox. Gina werd uiteindelijk vervangen door haar jongere zus Alice, die een deel van de zang voor haar rekening nam, terwijl Jane de bas bespeelde.
De zussen Fox werden bijgestaan door ene Tracy Thorn, die zich in eerste instantie beperkte tot de gitaar, maar die uiteindelijk bleek te beschikken over een bijzondere stem. Tracey Thorn formeerde na het uit elkaar vallen van Marine Girls samen met Ben Watt de band Everything But The Girl, die tot op de huidige dag met veel succes aan de weg timmert.
Marine Girls viel me in de vroege jaren 80 niet echt op, maar na het lezen van de autobiografie van Tracey Thorn ging ik op zoek naar de muziek van de band, die inmiddels ook beschikbaar is via de streaming media platforms. Tracey Thorn noemt in haar autobiografie de muziek van The Raincoats en Young Marble Giants als belangrijke inspiratiebronnen en invloeden van beide bands zijn duidelijk herkenbaar op de twee albums van Marine Girls.
Beach Party uit 1981 en Lazy Ways uit 1983 liggen in muzikaal opzicht in elkaars verlengde, maar op het tweede album van het drietal komen de songs net wat beter uit de verf, wat ook de verdienste is van de productie van Stuart Moxham, die met zijn band Young Marble Giants een van de vergeten meesterwerken van de jaren 80 maakte.
De muziek van Young Marble Giants in het algemeen en de minimalistische basloopjes van Stuart’s broer Phil in het bijzonder klinkt nadrukkelijk door in de songs van Marine Girls, die uiterst sober zijn ingekleurd met eenvoudige akoestische gitaarakkoorden, postpunk achtige basloopjes en wat elementaire percussie. Het is muziek die aan alle kanten rammelt, maar dat geeft de songs van Marine Girls een bijzondere charme.
De twee albums van Marine Girls hadden aan het begin van de jaren 80 een beter lot verdient, maar ze zijn uiteindelijk best invloedrijk geweest. Zeker wanneer Alice Fox en Tracey Thorn de vocalen delen hoor je songs die absoluut invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het nog alternatieve geluid uit de jonge jaren van Bananarama, terwijl de songs waarin Tracey Thorn in vocaal opzicht het voortouw nemen veel laten horen van het geluid waarmee Everything But The Girl een paar jaar later zo succesvol zou zijn.
De songs van Marine Girls klinken op Beach Party en Lazy Ways behoorlijk eenvoudig en lo-fi, maar hoe vaker ik naar de songs van het Britse drietal luister, hoe dierbaarder ze me worden. Ik hou van de ruwe charme van de songs op het debuutalbum van het drietal, maar ook de met net wat meer zorg gemaakte songs op het tweede en laatste album van Marine Girls spreken zeer tot de verbeelding.
Met de oren van nu is het lastig te begrijpen dat de albums van het Britse drietal slechts in kleine kring werden opgepikt aan het begin van de jaren 80, maar het is nooit te laat om de muziek van Marine Girls op de juiste waarde te schatten. Ik luister relatief vaak naar Everything But The Girl, maar ook Beach Party en Lazy Ways van Marine Girls gaan vanaf nu nog vaak voorbij komen. Erwin Zijleman
Marine Girls - Lazy Ways (1983)

4,5
0
geplaatst: 24 september 2023, 20:45 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Marine Girls - Beach Party (1981) / Lazy Ways (1983) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marine Girls - Beach Party (1981) / Lazy Ways (1983)
Marine Girls werd achteraf bekend als de eerste band van Everything But The Girl zangeres Tracey Thorn, maar de twee albums die het Britse trio aan het begin van de jaren 80 maakte zijn absoluut interessant
Drie schoolvriendinnen begonnen aan het begin van de jaren 80 een bandje. De muziek van het bandje deed niet heel veel, maar de muziek van Marine Girls was de start van de carrière van Tracey Thorn. Met de kennis van nu zijn de wat rammelende albums van Marine Girls behoorlijk invloedrijk en ook veel beter dan destijds werd erkend. De uiterst sober ingekleurde songs van Marine Girls hebben iets eigenzinnigs, maar het drietal schreef ook flink wat songs die snel memorabel blijken. Bij de start van Marine Girls had Tracey Thorn haar stem nog nauwelijks ontdekt, maar ze zou snel na het uit elkaar vallen van de band worden geschaard onder de mooiere stemmen uit de popmuziek. En terecht.
Marine Girls werd in 1980 geformeerd in het Britse Hertfordshire en viel in 1983 alweer uit elkaar. Tijdens het bestaan van de band deed de muziek van Marine Girls niet zo heel veel, maar achteraf bezien zijn de twee albums die de band maakte absoluut interessant. Marine Girls bestond uit drie schoolvriendinnen, onder wie de zussen Gina en Jane Fox. Gina werd uiteindelijk vervangen door haar jongere zus Alice, die een deel van de zang voor haar rekening nam, terwijl Jane de bas bespeelde.
De zussen Fox werden bijgestaan door ene Tracy Thorn, die zich in eerste instantie beperkte tot de gitaar, maar die uiteindelijk bleek te beschikken over een bijzondere stem. Tracey Thorn formeerde na het uit elkaar vallen van Marine Girls samen met Ben Watt de band Everything But The Girl, die tot op de huidige dag met veel succes aan de weg timmert.
Marine Girls viel me in de vroege jaren 80 niet echt op, maar na het lezen van de autobiografie van Tracey Thorn ging ik op zoek naar de muziek van de band, die inmiddels ook beschikbaar is via de streaming media platforms. Tracey Thorn noemt in haar autobiografie de muziek van The Raincoats en Young Marble Giants als belangrijke inspiratiebronnen en invloeden van beide bands zijn duidelijk herkenbaar op de twee albums van Marine Girls.
Beach Party uit 1981 en Lazy Ways uit 1983 liggen in muzikaal opzicht in elkaars verlengde, maar op het tweede album van het drietal komen de songs net wat beter uit de verf, wat ook de verdienste is van de productie van Stuart Moxham, die met zijn band Young Marble Giants een van de vergeten meesterwerken van de jaren 80 maakte.
De muziek van Young Marble Giants in het algemeen en de minimalistische basloopjes van Stuart’s broer Phil in het bijzonder klinkt nadrukkelijk door in de songs van Marine Girls, die uiterst sober zijn ingekleurd met eenvoudige akoestische gitaarakkoorden, postpunk achtige basloopjes en wat elementaire percussie. Het is muziek die aan alle kanten rammelt, maar dat geeft de songs van Marine Girls een bijzondere charme.
De twee albums van Marine Girls hadden aan het begin van de jaren 80 een beter lot verdient, maar ze zijn uiteindelijk best invloedrijk geweest. Zeker wanneer Alice Fox en Tracey Thorn de vocalen delen hoor je songs die absoluut invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het nog alternatieve geluid uit de jonge jaren van Bananarama, terwijl de songs waarin Tracey Thorn in vocaal opzicht het voortouw nemen veel laten horen van het geluid waarmee Everything But The Girl een paar jaar later zo succesvol zou zijn.
De songs van Marine Girls klinken op Beach Party en Lazy Ways behoorlijk eenvoudig en lo-fi, maar hoe vaker ik naar de songs van het Britse drietal luister, hoe dierbaarder ze me worden. Ik hou van de ruwe charme van de songs op het debuutalbum van het drietal, maar ook de met net wat meer zorg gemaakte songs op het tweede en laatste album van Marine Girls spreken zeer tot de verbeelding.
Met de oren van nu is het lastig te begrijpen dat de albums van het Britse drietal slechts in kleine kring werden opgepikt aan het begin van de jaren 80, maar het is nooit te laat om de muziek van Marine Girls op de juiste waarde te schatten. Ik luister relatief vaak naar Everything But The Girl, maar ook Beach Party en Lazy Ways van Marine Girls gaan vanaf nu nog vaak voorbij komen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Marine Girls - Beach Party (1981) / Lazy Ways (1983) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Marine Girls - Beach Party (1981) / Lazy Ways (1983)
Marine Girls werd achteraf bekend als de eerste band van Everything But The Girl zangeres Tracey Thorn, maar de twee albums die het Britse trio aan het begin van de jaren 80 maakte zijn absoluut interessant
Drie schoolvriendinnen begonnen aan het begin van de jaren 80 een bandje. De muziek van het bandje deed niet heel veel, maar de muziek van Marine Girls was de start van de carrière van Tracey Thorn. Met de kennis van nu zijn de wat rammelende albums van Marine Girls behoorlijk invloedrijk en ook veel beter dan destijds werd erkend. De uiterst sober ingekleurde songs van Marine Girls hebben iets eigenzinnigs, maar het drietal schreef ook flink wat songs die snel memorabel blijken. Bij de start van Marine Girls had Tracey Thorn haar stem nog nauwelijks ontdekt, maar ze zou snel na het uit elkaar vallen van de band worden geschaard onder de mooiere stemmen uit de popmuziek. En terecht.
Marine Girls werd in 1980 geformeerd in het Britse Hertfordshire en viel in 1983 alweer uit elkaar. Tijdens het bestaan van de band deed de muziek van Marine Girls niet zo heel veel, maar achteraf bezien zijn de twee albums die de band maakte absoluut interessant. Marine Girls bestond uit drie schoolvriendinnen, onder wie de zussen Gina en Jane Fox. Gina werd uiteindelijk vervangen door haar jongere zus Alice, die een deel van de zang voor haar rekening nam, terwijl Jane de bas bespeelde.
De zussen Fox werden bijgestaan door ene Tracy Thorn, die zich in eerste instantie beperkte tot de gitaar, maar die uiteindelijk bleek te beschikken over een bijzondere stem. Tracey Thorn formeerde na het uit elkaar vallen van Marine Girls samen met Ben Watt de band Everything But The Girl, die tot op de huidige dag met veel succes aan de weg timmert.
Marine Girls viel me in de vroege jaren 80 niet echt op, maar na het lezen van de autobiografie van Tracey Thorn ging ik op zoek naar de muziek van de band, die inmiddels ook beschikbaar is via de streaming media platforms. Tracey Thorn noemt in haar autobiografie de muziek van The Raincoats en Young Marble Giants als belangrijke inspiratiebronnen en invloeden van beide bands zijn duidelijk herkenbaar op de twee albums van Marine Girls.
Beach Party uit 1981 en Lazy Ways uit 1983 liggen in muzikaal opzicht in elkaars verlengde, maar op het tweede album van het drietal komen de songs net wat beter uit de verf, wat ook de verdienste is van de productie van Stuart Moxham, die met zijn band Young Marble Giants een van de vergeten meesterwerken van de jaren 80 maakte.
De muziek van Young Marble Giants in het algemeen en de minimalistische basloopjes van Stuart’s broer Phil in het bijzonder klinkt nadrukkelijk door in de songs van Marine Girls, die uiterst sober zijn ingekleurd met eenvoudige akoestische gitaarakkoorden, postpunk achtige basloopjes en wat elementaire percussie. Het is muziek die aan alle kanten rammelt, maar dat geeft de songs van Marine Girls een bijzondere charme.
De twee albums van Marine Girls hadden aan het begin van de jaren 80 een beter lot verdient, maar ze zijn uiteindelijk best invloedrijk geweest. Zeker wanneer Alice Fox en Tracey Thorn de vocalen delen hoor je songs die absoluut invloed hebben gehad op de ontwikkeling van het nog alternatieve geluid uit de jonge jaren van Bananarama, terwijl de songs waarin Tracey Thorn in vocaal opzicht het voortouw nemen veel laten horen van het geluid waarmee Everything But The Girl een paar jaar later zo succesvol zou zijn.
De songs van Marine Girls klinken op Beach Party en Lazy Ways behoorlijk eenvoudig en lo-fi, maar hoe vaker ik naar de songs van het Britse drietal luister, hoe dierbaarder ze me worden. Ik hou van de ruwe charme van de songs op het debuutalbum van het drietal, maar ook de met net wat meer zorg gemaakte songs op het tweede en laatste album van Marine Girls spreken zeer tot de verbeelding.
Met de oren van nu is het lastig te begrijpen dat de albums van het Britse drietal slechts in kleine kring werden opgepikt aan het begin van de jaren 80, maar het is nooit te laat om de muziek van Marine Girls op de juiste waarde te schatten. Ik luister relatief vaak naar Everything But The Girl, maar ook Beach Party en Lazy Ways van Marine Girls gaan vanaf nu nog vaak voorbij komen. Erwin Zijleman
