MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Lola Kite - Lights (2011)

poster
3,5
Elk jaar komt er wel een leuk, fris plaatje uit eigen land en meestal zijn die wel te vinden op het Excelsior label.
Ik hoor soms een beetje R.E.M. oude stijl, maar dan in een hoger tempo en met wat meer bliepjes. In elk geval een hoop catchy vrolijkheid, en tegelijkertijd schuilt daar ook het gevaar: het is soms allemaal te zoet en kleverig waardoor het glazuur van je tanden springt: zeer verslavend en dan opeens is het op. Er staan veel van dat soort albums in mijn kast. Ik denk b.v. aan Mull Historical Society met het album Loss en zo zijn er nog wel wat. Een tijd lang krijg ik daar geen genoeg van en dan ben ik het opeens zat.
Het is natuurlijk afwachten of dat hier ook voor op zal gaan, maar ik vermoed zo van wel. Het is mij toch net ietwat te veel bubblegum en luchtigheid.
Neemt niet weg dat Lights voorlopig te boek staat als een alleraardigst album van eigen bodem en de komende weken zal ik er wel flink van kunnen gaan genieten. En daarna? Daarna komen er vast nog genoeg andere leuke albums van andere leuke artiesten

Lola Marsh - Shot Shot Cherry (2022)

poster
3,5
Op dit derde album wat meer pop gericht op een groter publiek (Run Run Baby zou een Kylie nummer kunnen zijn). De Lana del Rey associatie kan ik nu wat meer weglaten (alhoewel Satellite nog prima in die hoek past), daarvoor in de plaats moet ik nu veel meer denken aan een artiest als de Zweedse Léon.

Iets meer plastic, wat op zich niet negatief hoeft te zijn. Toch geef ik voor wat betreft dit duo iets meer de voorkeur aan de twee vorige albums.
Niet gek dat ik een nummer als Going Back tot de favorieten reken, want daarmee halen ze de sound van de vorige albums weer aan. Zo hoor ik ze graag.

Dit is een lekker luchtig tussendoortje op mijn muzikale menu en op dat vlak hou ik het dit jaar even bij de genoemde Léon, maar Shot Shot Cherry mag zeker ook meedraaien, want lekker is het zeker wel.

Lola Marsh - Someday Tomorrow Maybe (2020)

poster
4,0
Ah, een nieuwe uptempo Lana Del R... oh wacht. Dat zei ik bij het vorige album ook al.

Een zelfde stijl, ietsje minder donker, maar eigenlijk net zo lekker. Waar ik me bij het vorige album wel eens stoorde aan de zang, daar heb ik dat nu totaal niet.
Dit album is behoorlijk sterk over de gehele linie.

Hiermee is mijn eerst beluisterde album van 2020 een feit en het zou de voorbode kunnen zijn van een hoop moois dat nog gaat komen (veel favorieten komen met nieuwe albums).

Someday Tomorrow Maybe is in elk geval een mooi begin van een nieuw muziekjaar!

London Grammar - If You Wait (2013)

poster
4,5
If You Wait...... en dat wachten duurde lang......

Om de zoveel tijd verscheen er wel een nieuw nummer dat het wachten moeilijker maakte en het verlangen naar het debuut van London Grammar alleen maar groter.
Grootst verantwoordelijke daarvoor is Hannah Reid’s zang: wat een gouden strot heeft deze jonge zangeres toch. Een stem die mij kippenvel bezorgt en laat ik eerlijk toegeven dat ik dat bij zangeressen niet zo heel vaak heb.

Nummers als Hey Now, Wasting My Young Years, Metal & Dust en Strong kennen we inmiddels al wel en de grote liefhebbers hebben ongetwijfeld nog wat meer nummers gehoord die vrijgegeven werden.
Het maakte het wachten wat draaglijker maar zorgt eerlijk gezegd wel voor een wat aparte eerste luisterbeurt van het volledige album (op moment van schrijven de reguliere versie alhoewel enkele bonustracks ook niet onbekend zijn).

De verrassing is niet erg groot en daarbij geven de singles zeer duidelijk de koers van dit album aan: spaarzame instrumentatie met daar overheen de engelenzang van Reid.
Florence Welch wordt nog al eens genoemd en ook The xx is een naam die we vaak tegenkwamen en nog tegen zullen komen.
Namedropping is soms handig en soms niet terecht. Natuurlijk heeft ook London Grammar een eigen geluid maar om de sfeer aan te duiden is het echt zo raar niet als de genoemde namen voorbij komen.

Is het daarom niet al te origineel? Misschien niet nee. Het is vooral erg mooi.
Want toegeven: ergens blijft het album best keurig binnen de lijntjes en ik denk dan ook dat dit best een groot publiek zou kunnen bereiken, een publiek dat wellicht wat algemener met muziek omgaat dan de gemiddelde MusicMeter user.
Een nadeel voor sommigen zal ook zijn dat de nummers allemaal eenzelfde vibe hebben (maar dat was bij The xx ook zo).

Maakt dat allemaal wat uit? Niet voor mij. London Grammar is een band met potentie, heeft een zangeres met een dijk van een stem en weet prachtige sferen neer te zetten.
Juist het ontbreken van al te scherpe randen zorgt ervoor dat dit album makkelijk opgezet kan worden en ook op elk gewenst moment: rustig op de achtergrond of voluit waardoor het lekker zwelgen is.

Meer had ik niet nodig. London Grammar lost de verwachtingen in en levert daarmee een indrukwekkend debuut af.

London Grammar - Truth Is a Beautiful Thing (2017)

poster
4,5
London Grammar sloeg met hun debuut in als een bom. Niet alleen bij mij, maar bij heel veel muziekliefhebbers.
Live vond ik dat het net even aan dat kleine beetje extra ontbrak, maar qua album was dat dik in orde.

Zou dat een tweede keer weer gaan lukken? Elf nummers, vijftig minuten en als je voor de deluxe versie gaat zelfs bijna tachtig minuten. De singles lieten een rustige sfeer horen. Nu vind ik Strong van het debuut een prachtig nummer, maar trek ik een heel album vol met dat soort nummers?

Allemaal vragen die eindelijk beantwoord kunnen gaan worden. Het schitterende Rooting for You mag openen en kennen we al omdat het als single is uitgekomen en dat geldt ook voor Big Picture.
Een mooi, haast sereen begin met een traag tempo. Ingetogenheid troef.

Wild Eyed was voor mij de eerste test om te kijken of die traagheid doorgezet wordt. Ja dus. Heel mooi, maar het begint toch een beetje te knagen... het zal toch niet dat we dit het hele album gaan horen?!

Oh Woman Oh Man doet inderdaad weinig moeite om uit de traagheid te ontsnappen en klinkt zelfs een beetje gewoontjes.

Hell to the Liars: ongelooflijk mooi hoor, maar het hobbelt wel een beetje te veel voort zo. Everyone Else, Non Believer, Bones of Ribbon... u raadt het al.... London Grammar blijft in hetzelfde tempo hangen en komt er niet meer uit. Lieve kabbelende muziek (wel zeer smaakvol), hemelse zang; heel mooi allemaal, maar de variatie blijft uit.

Wat moet ik er nu van vinden? Ik was fan van Strong, het kan niet emotioneel genoeg voor mij. Maar een heel album lang is toch best wel een zit en dan treedt er verzadiging op, zie je door de bomen het bos niet meer na alweer zo'n nummer.
Het album had sowieso wat korter gekund (en ik heb het dan niet over de versie met bonustracks). De band klinkt volwassener, het heeft power op geheel eigen wijze, maar zelf had ik iets liever wat meer afwisseling willen horen.

Het kan alle kanten opgaan met Truth Is a Beautiful Thing: of het gaat enorm onder de huid kruipen en ontvouwt langzaam al z'n pracht en kracht, of de verveling gaat toeslaan, inclusief teleurstelling.
Mijn kennismaking met het album was toen de duisternis zich al had ingezet en dat lijkt me een geschikt tijdstip.

Truth Is a Beautiful Thing is zeker een prachtig album, maar ik ben benieuwd of ik deze mening blijf behouden, of dat ik toch tot de conclusie moet komen dat dit het niet haalt bij het debuut. Vooralsnog zeg ik van niet; het is dat ik wel val voor dit soort traagheid.

Lone Justice - Shelter (1986)

poster
4,0
Lone Justice opent dit album lekker met een Pat Benatar-achtig typisch jaren '80 rocknummer. Misschien wel een beetje de vrouwelijke tegenhanger van de jaren '80 Bruce Springsteen maar die is dan toch net even wat te hoog gegrepen denk ik zo. Hoe dan ook valt die link wel te maken omdat een aantal nummers op dit album met E Street Band member Steven Van Zandt zijn geschreven. Het titelnummer vind ik daar een zeer goed voorbeeld van.
Ik heb een enorm zwak voor het solo-werk van McKee maar het werk met Lone Justice gaat er ook prima in.

Clyde schreef:
Superplaat van een witte negerin.
Hier is Maria McKee nooit meer overheen gekomen.

Superplaat vind ik iets te groot uitgedrukt, witte negerin snap ik totaal niet (er zijn blanke zangeressen die dat stempel mogen krijgen van mij, maar Maria hoort daar niet bij) en haar solowerk is hier wat mij betreft dik overheen gegaan.
Ik vind dit album wel net een tikkie beter dan de voorganger.

Lone Justice - Viva Lone Justice (2024)

poster
3,0
Als groot Maria McKee liefhebber (en dus ook Lone Justice) keek ik wel uit naar het eerste nieuwe album in 40 jaar.

Is het echt nieuw? Is de band weer bij elkaar? Nee dus. Don Heffington leeft ook niet meer. Er waren nog tapes van het Maria McKee album You Gotta Sin To Get Saved en daar stonden nummers van haar met Don en Marvin Etzioni op die opgepoetst konden worden.

Maria wilde geen album onder haar eigen naam, dus er werden wat nieuwe gitaarlagen aangebracht en wat vocalen door Ryan Hedgecock, waardoor het eigenlijk Lone Justice werd.

Leuk natuurlijk, maar hoe pakt dat uit? Tja, misschien waren mijn verwachtingen te hooggespannen, want deze tien nummers klinken inderdaad als oude tapes die opgepoetst zijn en qua composities geloof ik het eigenlijk ook wel. Iets te veel country hillbilly en dat doet me gewoon niet zo veel.

Dit zou het leuk doen als zo'n extra toegevoegde cd aan een bestaand album bij een jubileumjaar of zo. Als los 'nieuw Lone Justice album in 40 jaar' geloof ik dit wel.

Helaas. Een krappe voldoende en ik bespaar me de gang naar de platenzaak hiervoor.

Loren Kramar - Glovemaker (2024)

poster
5,0
Wat als je Perfume Genius kruist met Sade? Dan krijg je Loren Krammar. Ik hoor er ook wel wat van Jeremiah LLoyd Harmon in, maar ja, die kent bijna niemand. Noem ik snel ook nog even Simply Red en Father John Misty (Kramar trad op als zijn voorprogramma).

Zo, dat is dan de binnenkomer. Misschien vang ik er nu wat aandacht mee, want aandacht verdient Loren Kramar dubbel en dwars. Want wat is Glovemaker een geweldig debuut geworden!

Elf schitterende, persoonlijke verhalen met een muzikale omlijsting om van te smullen. Kramar legt zijn hele ziel en zaligheid erin en dat zorgt voor een album met een ziel. Soul dus.
Als je als jong kind je barbiepoppen moet verstoppen voor je vader en je moeder je stiekem naar kunstrijden en dansles brengt dan vormt je dat ergens wel.

Die vorming levert het zwoele, excentrieke en toch aardse Glovemaker op. Je voelt alles wat hij zingt en Kramar brengt je in een waanzinnige bui waarin je alleen maar wilt dansen en zwieren, vooral op nummers als I'm a Slut.

Gay Angels is zeker een hoogtepunt. Dramatisch en pijnlijk tegelijk. 'No more pretending' zingt hij hier. Iedereen die zich kan verplaatsen in Loren Kramar kent dat gevoel vast wel.

Glovemaker is wat mij betreft een waanzinnig sterk debuut. Een debuut helemaal aan mij besteed en passend in mijn straatje. wie mij volgt weet nu wat hem of haar te doen staat

Loren Kramar - Living Legend (2025)

poster
4,5
Loren Kramar stal mijn muzikale hart vorig jaar met zijn debuutalbum Glovemaker die ik beloonde met 5*.
Live wist ie me ook te overtuigen met een kort maar krachtig optreden in de kleine zaal van Paradiso.

Nu, een jaar later is er een EP met Lana Del Rey covers. Kramar is een fan en hij behandelt de nummers met respect.

Vijf Del Rey nummers die hij prachtig ten gehore brengt. Niks meer of minder.

En ja, het blijven covers en daar valt altijd veel op aan te merken. Maar als het gebeurt zoals Kramar het hier doet dan kan ik er wel mee leven. Aangezien ik zijn zang enorm kan waarderen scheelt dat al een slok op de borrel uiteraard.

Of het wat is voor Lana Del Rey fans? Geen idee. Ik denk niet dat zij ooit van Loren Kramar gehoord hebben. Ik dus wel en ik kijk met smart uit naar een tweede album mocht dat er ooit komen. Voor nu doe ik het wel even met deze EP.

Prachtig!

Lost in the Trees - A Church That Fits Our Needs (2012)

poster
4,5
Dat er meestal mooie muziek voortkomt uit ellende blijkt meestal een feit. Het zal voor Ari Picker niet anders geweest zijn toen hij de nummers voor dit album schreef.
De dood van zijn moeder, die op de hoes staat afgebeeld, vormde het uitgangspunt. Een eerbetoon.
We hebben het artiesten vaker horen doen en hier resulteert het in A Church That Fits Our Needs.

Een album dat opent met Moment One, een onheilspellend intro van 50 seconden, de opmaat voor het nummer Neither Here Nor There. Het is de opbouw van een monument voor Ari's moeder: emotioneel en meeslepend. Dat Lost in the Trees niet vies is van zwierige melodieën konden we al ervaren op het vorige album maar het lijkt wel of er nu veel meer diepgang is. Prachtig ingenieus vervlochten tonen die ons meesleuren in het verdriet maar die gek genoeg ook hoop lijken mee te geven. “I wanted to give her a space, in the music, to be, and to become all the things she didn’t get a chance to be when she was alive,” aldus Picker. Het is hem zeker al bij deze opener gelukt om dat waar te maken.
Red klinkt wat luchtiger alsof we luisteren naar jaren '60 popnummers waar lievige meisjes de boventoon voerden. Maar dan onderschat je de tegendraadsheid die in dit nummer verstopt lijkt te zitten en die je moet gaan leren ontdekken na meerdere draaibeurten. Ondanks de op het eerste gehoor enorme brok luchtigheid hoor je ook iets verwrongens. Dat valt moeilijk uit te leggen; dat moet je zelf zo ervaren. Er hangt ook gespannenheid in de lucht en hierdoor is niets wat het lijkt.
Golden Eyelids ademt het barokke wat een band als Arcade Fire ook heeft. Het mag dan allemaal wel over de dood gaan maar het leven wordt ook gevierd, dat straalt dit nummer zeer zeker uit. Het is een prachtig gezongen nummer dat staat als een huis en dat elke draaibeurt weer weet te betoveren. Ari neemt je echt mee op reis in zijn wonderlijke muziekwereld. Het is een mysterie waar je elke draaibeurt een beetje van mag ontrafelen om er vervolgens achter te komen dat je dat nooit helemaal zal lukken. Wat een prachtmuziek levert het dan toch op.
Icy River opent met het geluid van een kraai en wat natuur(?) geluiden op de achtergrond om zich vervolgens te ontvouwen als een mooi door strijkers gedragen nummer. Voor Lost in the Trees-begrippen zou je het haast sober gaan noemen. Laat ik Emma Nadeau trouwens niet vergeten te noemen met haar achtergrondvocalen want die zijn absoluut belangrijk voor het geluid van dit gezelschap.
De nummers op dit album vloeien mooi in elkaar over. Tall Ceilings kent een fraaie opbouw waar de akoestische gitaar een subtiele rol in heeft maar waar de strijkers het voorzien van een donker geluid. Ondanks de massa die de muziek toch vormt is het nergens dichtgeplamuurd en dat vind ik de kracht van deze muziek. Het is orkestraal en toch intiem. Dit nummer kent wat bijzondere twists: zo na twee en een halve minuut krijgt het haast een jazzy sfeertje maar door het gebruik van de instrumenten kun je het geen jazz noemen. Toch krijgt het nummer er een bijzondere break door die ook niet meer verandert naar waar het mee begon.
Moment Two is een kort intermezzo dat haast bedoeld lijkt als meditatief rustpuntje.
This Dead Bird Is Beautiful is behoorlijk direct en komt dan ook indringend over. Dit ongetwijfeld doordat het nummer kalm begint zonder al te veel instrumenten waardoor de zang van Ari extra naar voren komt. Je voelt dat het nummer zal gaan groeien en dat laat toch nog wel even op zich wachten maar dan lijkt iedereen zich inderdaad volledig te geven zonder dat het bombast wordt. Een beetje huiveringwekkend is het wel: lekker!
De plaat blijft even hangen en Garden knalt er in. Het is weer van adembenemende schoonheid, nergens frivool terwijl de strijkers over elkaar heen buitelen, donker en toch heel licht. Ruim vier minuten vol tegenstrijdigheden die me soms ademloos achterlaten. En wat zingt Ari hier toch ongelooflijk mooi. Er komt maar geen einde aan alle schoonheid die op dit schijfje gebundeld is.
Villain (I'll Stick Around) opent met een geluidsopname waarin gevraagd wordt (door Ari's moeder?) 'Is There Anything You Need in Your Life? That You Don't Have? Can You Think of Anything?' waarna een antwoord volgt van een man die haast niet te verstaan is. Ari sluit er zijn treurnis op aan. Zonder echt klagerig te worden bouwt hij stug door aan het monument voor zijn moeder. De 'church that fits our needs'. Van alle nummers voelt dit het meest als een klaagzang aan. Het kruipt al snel onderhuids en doet dat met vrij minimale, haast onderkoelde middelen.
In An Artist's Song hoor ik wat van het geluid van de vorige cd terug, een geluid dat me toen ook al zo goed wist te pakken. Fijn om dat terug te horen. Het borduurt ook naadloos voort op de nummers die hiervoor staan. Dus ja: mooie zang, ja: akoestische setting, en ja: heerlijke strijkersarrangementen. Je moet er wel voor open kunnen staan; doe je dat niet dan heb je sowieso weinig te zoeken bij deze band. Ook op dit nummer weer bijzondere wendingen. Niet abrupt maar toch weer apart genoeg om het nummer boeiend te houden.
Vines vormt het slotakkoord. Een passend einde. Akoestisch en met een mijmerende toon. Weemoed en berusting klinken hier duidelijk in door. Mooier kan het niet zijn.

A Church That Fits Our Needs biedt van alles wat. Troost, hoop, reflectie, noem ze allemaal maar op. Het hoort ook bij een monument voor een overleden moeder. Een moeder die passend geëerd wordt door een zoon die met zijn band de meest schitterende muziek weet voort te brengen. Muziek die mij weet te raken op allerlei manieren.
Het is goed dat er nog steeds artiesten zijn die dat kunnen. Ari Picker is er eentje van.

Koesteren die man.......

Lost in the Trees - All Alone in an Empty House (2008)

poster
4,5
Als een charmante dame wandelt Lost in the Trees door folkland.
De strijkers geven het een chique, barok tintje mee waardoor deze cd zich net een beetje weet te onderscheiden van de stortvloed aan releases op dit gebied.
En die zang van Ari Picker? Het deed mij enorm denken aan die van Stuart Murdoch van Belle & Sebastian (maar dan net even helderder) en dan blijft dat Belle & Sebastian-randje gelijk helemaal als een zonnetje schijnen boven All Alone in an Empty House: het is een zelfde charme, een zelfde knuffeligheid en misschien zelfs kneuterigheid. Maar pas op: dit zit heel geraffineerd in elkaar en ik vind het knap om dat klassieke tintje zo nonchalant over te laten komen zonder dat het ook maar enigszins geforceerd over komt. Daarbij is het meer folkpop en ademt het iets luchtigs uit. Niks geen zwaarmoedige toestanden dus.
Van dit soort onverwachte kadootjes (bedankt thebestfreaks) kan een mens toch alleen maar blij worden!
Dit scoort voor nu een hele dikke 4 die nog best wel eens verder kan uitlopen naar boven. Laten we zeggen: 4,25*

Lost in the Trees - Past Life (2014)

poster
4,0
Toen ik opener Excos hoorde gingen mijn gedachten onwillekeurig uit naar The Irrepressibles. Misschien de ijle zang maar vooral het geflirt met electronica die nog steeds mag baden in een barok badje.
In dat geval is het niet geheel verwonderlijk dat ik die bands even met elkaar vergeleek. Dat verdwijnt al snel bij titelsong Past Life dat een stuk gewoner overkomt. De barokke sound met strijkers op de voorgrond is hier weg en we krijgen een poppy electronica geluid terug.

Het was even slikken bij deze twee binnenkomers. Was dit wat ik wilde horen? Nee, maar tegelijkertijd boeit het me wel degelijk. Sterker: ik krijg er een soort Wild Beasts gevoel bij, en dat is niet verkeerd.

De falsetto die Ari Picker laat horen op Lady in White brengt wederom warme Irrepressibles gevoelens bij me op vermengt met die van Wild Beasts.
En zo heeft Daunting Friend een heerlijk warme sound die me ergens een beetje aan het kabbelende van Madonna's Power of Goodbye doet denken en is Rites net zo'n warm bad.
Opeens merk ik dat ik de strijkers niet mis en het orkestrale mag zelfs weg blijven.

Op Wake keert het orkestrale geluid van de band wel terug maar dan op geheel andere wijze, ik zou bijna zeggen op Massive Attack-achtige wijze: dreigend, donker en toch helder gekleurd door de stem van Picker. Wat een nummer!
Glass Harp is lieflijker en dwarrelt vriendelijk in het rond maar tekstueel gezien is dat anders en je hoort ook muzikaal heel subtiel aardig wat venijn door subtiele toevoegingen van instrumenten die je net op dat moment niet verwacht. Tevens kent het, mede door die toevoegingen, een uiterst boeiende opbouw.

Sun en Night Walking bortduren mooi voort op dit alles: licht van toon en ergens toch ook weer niet door een continue dreigend gevoel en die barokke sound kun je toch echt definitief vergeten. Spannend is het zeker en wat zijn die hoge vrouwelijke vocalen in Night Walking toch prachtig.

Upstairs is een rustige afsluiter van dit album waar de vocalen van Picker alle ruimte krijgen. Een verrassend album mag ik wel stellen. Een album waar ik op voorhand sceptisch tegenover stond maar nu ik het zo in z'n geheel hoor echt helemaal perfect bij me binnenkomt.

Mis ik die barokke strijkers dan niet? Dat klassiek getinte geluid? Nee. Sterker: ik besef nu dat deze koerswijziging gewoon heel goed getimed is. Waar ik de laatste William Fitzsimmons wederom erg goed vind maar de sound onderhand door en door ken waardoor het me minder begint te raken daar weet Lost in the Trees dit nu juist te voorkomen. Wil ik barok dan grijp ik naar de voorgangers; dat is een 'Past Life'. Nu krijgen we dit album voorgeschoteld en het is van een enorme pracht.

Ik blijf liefhebber!

Lou Reed & Metallica - Lulu (2011)

poster
1,5
Lou Reed? Ik heb wat albums in huis en ik kan er soms goed naar luisteren (ook The Velvet Underground). Niet alles vind ik goed maar vooruit...
Metallica? Ik heb alle reguliere studio albums wel in de kast staan en ook S&M (geen fan wel een liefhebber).

Een supercombinatie zou je denken maar ook ik was nogal sceptisch over dit album. The View deed me alvast erg weinig: ik vond het maar een geforceerde combinatie.

Toch moet je oppassen om uit te gaan van slechts 1 nummer en ergens was ik dan ook behoorlijk benieuwd naar het gehele eindresultaat.
Het is nogal wat: nummers van ruim 11 minuten en eentje die zelfs de 19 haalt (Junior Dad).

Een behoorlijk lang avontuur dus, uitgesmeerd over 2 cd's waar het afwachten is of het ook aanslaat.
Een altijd wat murmelende zanger in combinatie met een metalband die de laatste jaren toch aardig wat kritiek over zich heen krijgt. Ik mag het wel dat ze schijt aan iedereen hebben en gewoon doen waar ze zin in hebben.

Toch hoor ik liever eigen werk van Reed of Metallica ook al kan ik ook niet alle werk van beide artiesten altijd even goed pruimen. Lulu bleek het namelijk niet helemaal te zijn voor mij helaas en dan druk ik me zacht uit.

Het start met Brandenburg Gate dat mij te rammelig is. The Velvet Underground in de herhaling maar nu met andere begeleiders? Geen idee maar echt overtuigen doet het me niet en James mag zijn mond verder wel houden wat mij betreft. Hoop geblaat, weinig wol.
Over The View hoefde ik niet lang na te denken want die tijd heb ik voldoende gehad om onderhand wel te concluderen dat ik het maar niks vind. Het matcht niet lekker en het lijkt wel of ieder te veel naar de eigen naveltjes aan het staren is zonder naar elkaar te kijken waardoor we twee werelden horen die maar niet willen verenigen.
Pumping Blood gaat 'artistiekerig' van start met strijkers waar de gitaren het al snel overnemen. Metallica zoals we ze kennen. Al snel horen we Reed er overheen, ehm, bibberen of zo. Wederom twee werelden die niet tot elkaar komen. Op den duur begint het echt een strontvervelend nummer te worden. Wat willen ze hier nu eigenlijk mee? Doen we maar wat? Geen richting? Beetje babbeldebabbel en raggerderag?
Mistress Dead gaat er al snel vol in: 'hah Metallica' maar dan weer Reed die begint te neuzelen. Het lijkt wel of ik me aan die maniertjes van hem meer dan ooit erger. Is dit de man met klassiekers als Berlin of Transformer op naam? Dit lijkt nergens op. Het gaat maar door en doet dat bijna 7 minuten lang. Uiterst vermoeiend kan ik wel zeggen.
Eigenlijk heb ik er al geen zin meer in, maar wie a zegt moet b zeggen en gewoon doorzetten. Dat doe ik door verder te gaan met Iced Honey, één van de twee 'kortere' nummers. Opeens lijken we een soort nummer te krijgen ondanks de praatzang van Reed. James Hetfield brult op de achtergrond weer even mee maar voegt daarmee niet echt iets toe. Helaas is dit wel een uiterst saai nummer waardoor ik hier ook al niet echt enthousiast over kan zijn.
Cheat on Me sluit disc 1 af en even twijfel ik of ik wel aan disc 2 wil gaan beginnen hierna. Maar goed; ruim 11 minuten te gaan eer ik echt die beslissing kan nemen. Wederom een lang uitgesponnen intro waarmee je je afvraagt waar het naar toe zal gaan (ook al weet je dat inmiddels al lang). En ja hoor: Reed babbelt na ruim 3 minuten weer en gaat maar weer door. Tergend, stroperig en dan mag Hetfield ook weer even brullen.

Zal ik het doen? Zal ik disc 2 ook nog beluisteren? Nou ja, vooruit dan maar.

Frustration heeft wel wat geks in zich maar is veel te rommelig om goed te overtuigen.
Wat moet ik met een spoken word achtig nummer als Little Dog dat maar voortkabbelt? Het zou spannend kunnen wezen door een soort country-achtige spooky vibe (beelden van een stoffige prairie liggen op de loer) maar het wordt gewoon niet spannend. Het neuzelt lekker door en door; stuurloos als een paard zonder zijn cowboy op die stoffige prairie. Niet bepaald mijn idee van boeiend.
Dragon is gewoon ronduit lelijk: de zang staat me tegen en wat de heren van Metallica hier staan te doen is mij niet duidelijk. Soundchecken misschien??? Gelijk bedenken ze na een kleine 3 minuten dat het geluid zo wel kan en komt er een groove; een groove die niet samengaat met de 'zang' van Reed in mijn oren. Besef dan dat het ruim 11 minuten duurt en u snapt dat het een lange zit is.
Junior Dad heeft dan weer wel een fijn intro dat me heel eventjes, niet lachen, aan Eddie Vedder deed denken. Reed klinkt opeens ook meer als zichzelf lijkt het wel. Het vloeit beter in elkaar over. Bijna 20 minuten en het lijkt er weliswaar op dat er een lekker nummer aan het einde van de horizon schittert. Jazeker, maar wel eentje met een grote kanttekening: 20 minuten is echt veel te veel! En een outro dat zoveel ruimte inneemt?! Is dat echt nodig???

Het lijkt me wel duidelijk: Lulu is een gedurfde samenwerking die wat mij betreft niet goed uit de verf komt of het is gewoon helemaal niks voor mij. Dit is niet een cd die ik met plezier ga opzetten en dat lijkt me wel de bedoeling.
Teleurgesteld? Neen want ik had geen verwachtingen. Dit was gewoon een probeersel voor mij. Ik wacht wel op een nieuw Metallica album hopende dat dat dan wel weer eens wat is.
Ik hoop dat de heren zich vermaakt hebben met het maken van deze cd en ik hoop van harte dat het toch een grote groep luisteraars wél weet te bereiken: aan mij is het te veel voorbij gegaan of ik heb het gewoon niet begrepen.....

Love - Da Capo (1966)

poster
4,0
Daar waar ik een lofzang schrijf over het magistrale album Forever Changes daar ben ik over Da Capo een stuk gereserveerder. Uiteraard herken ik veel trekjes die ik ook hoor in Forever Changes maar het is net allemaal een gradatie minder waardoor ik Da Capo geen meesterwerk vind maar gewoon een goed album i.t.t. de grote broer.
Ik heb soms ook het gevoel dat de korte nummers wat langer hadden gemogen en ja, een Revelation had dan weer ingekort mogen worden.
Al met al geen slecht album, met Seven & Seven Is als persoonlijke favoriet, maar het staat wat mij betreft veel te veel in de schaduw van dat ene album dat ik zo ongelooflijk waardeer: Forever Changes.

Love - Forever Changes (1967)

poster
5,0
Eind jaren '80: aERo had Jimi Hendrix ontdekt. En heel vaak als ik iets over Hendrix las werd ook wel de naam Love genoemd.
Deze band scheen een meesterwerk gemaakt te hebben in de vorm van Forever Changes.
Dus aERo vond dat hij daar maar eens achteraan moest gaan, want Hendrix beviel ook méér dan goed.
Het was LIEFDE op het eerste gezicht die mij voor altijd veranderde..........

Waarom dan? Hendrix leek een incidentele ontdekking, het leek er op dat het daar bij bleef voor wat betreft de wonderlijke eind-jaren-'60 albums. Love bleek de sleutel naar veel meer meesterwerkjes uit de tijd.
Terug naar Love dus met hun Forever Changes, want hoe sterk moet een album wel niet zijn als het al bijna 20 jaar tot je favoriete albums behoort. Ik heb daar nooit enige twijfel over gehad, al vanaf luisterbeurt nummer 1. Ik zag ook dat dit album gelijk op 5* werd gezet door mij; niks beginnetje met 4,5 om dan dat halfje later toe te voegen.
Hup, gelijk de volle mep. Wham Bam Thank U Ma'am....

Het album opent op gitaar: Alone Again Or. Al snel komt het avontuur in dit nummer. Wat is dit in hemelsnaam voor setting? Wat doen hier in godsnaam voor instrumenten mee? En hoe past dit allemaal zo mooi bij elkaar? Als dartele lammetjes duiken de tonen om elkaar heen. En help! Wat gebeurt er als die trompet ingezet gaat worden? Dan valt je mond toch open van pure verbazing zeker! Het zijn vooral die 7 strijkers in combinatie met de blazers die dit nummer dat bijzondere randje weten te geven. U zei Forever Changes? Inderdaad. Dat gebeurde na de eerst luisterbeurt.
Met A House Is Not A Motel gaat de wervelwind verder. Het gaat gelijk door waar het vorige nummer eindigde. Hier valt het drumwerk me al snel op. Het zijn uiteindelijk de gitaren die het nummer voor zich op weten te eisen. Dit door middel van een schitterend duel dat aangegaan wordt na 2.18 minuten.
Met AndMoreAgain keert de rust terug. Het heeft een akoestische setting gekregen waarin strijkers een wat zoet laagje toe brengen. Samen zorgen ze voor psychedelische en soms haast bizarre songstructuren en het feit dat Arthur Lee er soms net tegenaan zingt maakt het niet erger maar zorgt juist voor een extra dosis mysterieusheid. Meeslepend tot het einde aan toe...
The Daily Planet: Boudewijn de Groot moet ongetwijfeld vaak naar dit nummer geluisterd hebben. Ik herken veel van de gitaarpartijen in zijn werk terug. Het nummer zit vol wendingen die hier voor een aangename luistertrip zorgen. Ook hier buitelt alles en iedereen over elkaar heen zonder dat het chaotisch wordt. Ik vind het de grootste kracht van dit hele album.
Old Man heeft dezelfde melancholie zoals we die ook bij Nick Drake terug horen. Op dit nummer verzorgt Bryan MacLean de vocalen. De melodie schijnt geïnspireerd te zijn door de Lieutenant Kije Suite van de klassieke componist Prokofjef. Ik ken deze niet, dus kan ook niet beamen of het hier terug in is te horen. Wat ik wel hoor is een juweel van een nummer en dat volstaat.
The Red Telephone heeft weer zo'n mooi akoestisch gitaar-intro. De titel is ontleend aan de rode telefoon die daadwerkelijk in het huis van Arthur Lee te vinden was. Toch schijnt het niet de strekking van dit nummer te zijn. Het gaat eerder over het einde van de wereld. De strijkers zorgen dan ook voor een dramatisch tintje, ondanks de shalalala's die telkens gezongen worden. Het nummer eindigt met een soort van monoloog: 'We're All Normal And We Want Our Freedom'.
Het tempo wordt opgeschroefd op Maybe The People Would Be The Times Or Between Clark And Hilldale. Een wat dwingend en vooral psychedelisch nummer. De blazerspartijen maken dit nummer vooral tot wat het is: een ijzersterke popsong. Heerlijk!
Live And Let Live heeft een luchtige toon (iets wat voor veel nummers op Forever Changes wel opgaat: het klinkt niet vreselijk zwaar). Dit nummer herbergt ook weer alle pluspunten die op dit album maar te noemen zijn en dan vooral een mooi, akoestisch gitaarritme en lekkere electrische solo.
Op The Good Humor Man He Sees Everything Like This nemen de heren weer wat gas terug. Het intro heeft wat weg van die van The Red Telephone en oe wat is het toch mooi als die trompet inzet. De tokkelende violen geven dit nummers net wat extra's. En hoe mooi zitten alle tempo-wisselingen weer in elkaar. Aan het einde denk je even dat je cd-speler blijft haperen, maar gelukkig is dat niet het geval.
En zo komen we aan bij een persoonlijke favoriet, genaamd Bummer In The Summer. Ik blijf verzot op die prachtige manier van gitaarspelen op dit nummer. Ook dit nummer kan niet zonder gitaarbreak halverwege de song. Alsof engelen mee doen op dit nummer zo mooi klinkt die break. Wel kort maar krachtig, dat dan wel.
You Set The Scene eindigt dit meesterwerk. Het is tevens het langste nummer van dit album en misschien ook wel het meest avontuurlijke. Alles wat te horen was in de voorgaande nummers keert hier terug: de violen, de blazers, de akoestische gitaar, de tempo-wisselingen. Het kan mij niet lang genoeg duren. Maar helaas zwelt het aan tot een schitterende climax aan het einde en hiermee weet je dat ook hier echt een einde aan komt.

Het voordeel van muziek-albums is dat je het einde weer kunt terugdraaien door het gewoon nog eens op te zetten, en geloof me: dat heb ik die 20 jaar zeer vaak gedaan.
Des te verbazingwekkender is het dan misschien dat dit nooit is gaan vervelen. Hoe fijn is het ook te lezen dat mensen het ook blijven ontdekken, keer op keer.
Dit maakt Forever Changes dan ook een onbetwiste klassieker die we met zijn allen heerlijk mogen koesteren.
Want zeg nu eerlijk? Wie kan er nu niet verliefd worden op dit soort pracht en praal?

Lovebugs - The Highest Heights (2009)

poster
3,0
Dit jaar is er één land op het Eurovisie Songfestival dat mijn aandacht behoorlijk op zich gericht weet: Zwitserland.
Dit land durft het aan om een lekker britpop-achtig bandje dat populair in eigen land is te sturen.
De groep ontstond al in 1992 en heeft sindsdien negen hits gehad in de Zwitserse hitlijst. Het nummer Avalon, samen met Lene Marlin, stond 38 weken in de lijst. Driemaal stond al een album op de eerste plek.
Hopelijk weet het nummer door zijn afwijkendheid goed op te vallen en maakt het kans om zeer hoog te eindigen. In de polls doen ze het zo slecht nog niet (rond de 15e plaats) en dat mag je opmerkelijk noemen want de fans die hieraan meedoen zijn meestal niet van die types die gaan voor dit soort muziek.
Het zou mij dan ook niet verbazen dat ze hoog gaan scoren zoals het soortgelijke bandje Brainstorm uit Letland een paar jaar eerder ook al deed door een derde plaats te halen.
Genoeg over het festival en terug naar dit album dat van start gaat met een lang intro (Forever Gazing) gevolgd door het bewuste nummer dat Zwitserland gaat vertegenwoordigen genaamd The Highest Heights dat hier langer duurt dan de versie zoals die in Moskou ten gehore gebracht zal worden (het mag niet langer dan 3 minuten duren is al jaren een regel). Ik vind het een catchy nummer dat prima aansluit bij veel hedendaagse rockbandjes. Deze band giet er een popsausje overheen waardoor het voor velen goed te behappen is. Enige minpuntje, en dat gaat ook voor de rest van dit album op, is de wat zwakke zang van Adrian Sieber.
Voor mij begint het dan echt 'spannend' te worden met 21st Century Man want dat nummer moest bewijzen of ik meer van deze band zou pruimen en ik moet zeggen dat dit wel zo is. Catchy rock die nergens spannend te noemen valt maar wel degelijk in je hoofd weet te nestelen.
Zoals gezegd blijft het stemgeluid aan de matige kant en dat maakt Head X wel duidelijk. Het gitaargeluid heeft iets weg van een Coldplay of U2 (ook al is dit en gevaarlijk vergelijking). De sfeer is in elk geval een beetje hetzelfde. Het nummer an sich is wat flets totdat er zich tegen het einde een versnelling inzet (het doet dan aan The Killers denken).
Met How Can You Sleep? proberen de heren een soort U2-achtig nummer te presenteren (zeker de manier van zingen met de uithalen doet er aan denken).
Good Life is wat gas terug geven en heeft een akoestischer randje hierdoor is het wel een beetje een aanstekerballade.
Tumbling Down lijkt wat op de titelsong en heeft dezelfde drive die je ook hoort bij bands als eerder genoemde Killers of Editors (die overigens wel ietsje beter zijn).
Exit is ook vrij groots van opzet en Everything Kills Me daarentegen is weer een kleiner nummer met een electronica geluid.
Don't Stop Me Now is geen cover van het bekende Queen nummer. Ze mochten willen . Dit is toch wel één van de mindere nummers op dit album want het gaat een beetje ene oor in, andere uit.
Kitty's Empire borduurt weer verder op dezelfde drive en dan heb ik gelijk het euvel van dit album te pakken: The Highest Heights op de songfestival cd knalt er positief uit en doet dat op dit album ook alleen zit ik niet te wachten op The Highest Heights part 2, 3 etc. en dat gevoel heb ik soms net wat te veel en daarbij gaat de stem van Sieber me op den duur wat tegenstaan.
Daarmee is het zeker geen slechte plaat en blijf ik achter mijn favorieten van dit jaar staan, maar als zelfstandig bandje redden ze het niet voldoende bij mij om voor eeuwig te beklijven.
Leuk plaatje maar doet onder voor de grotere broertjes binnen het genre.

Low - I Could Live in Hope (1994)

poster
4,0
Mijn eerste kennismaking was het album Secret Name en daar schreef ik o.a. dat zanger Scott Matthew dat als een favoriet album beschouwde en daarmee was het dus een andere artiest die me bij Low deed uitkomen.
Ook schreef ik bij dat album:
Het is allemaal heel breekbaar en intens en de schoonheid druipt er van af: traag komt het op je af en moet je er voor zorgen dat je het opneemt. Als dat eenmaal goed lukt is Secret Name als een geweldig album te betitelen en ben ik benieuwd of dit een startsein voor mij is om dan ook maar de rest van Low op te gaan zoeken.

Ik kan als antwoord op die laatste opmerking zeggen dat I Could Live in Hope het eerste serieuze vervolg is op Secret Name en ik denk dat deze quote van mijzelf hier ook goed opgaat.
Typisch muziek waar je voor in de stemming moet zijn, maar zoals zo vaak in dat soort gevallen: als je dat bent dan is het ook bloedmooi! Wat dat aan gaat is dit album er ook weer zo eentje.
Zet ik het op de verkeerde momenten op dan is het een te traag en te lang album, maar is mijn timing perfect dan is het heerlijk wegdromen, een wollig gevoel in je hoofd krijgen, een beetje croggy zijn alsof je een paar zeer goede glazen rode wijn op hebt en vervolgens in een zaligmakende roes verkeren. Een perfecte muzikale drug zo u wilt.
Het is dan ook niet makkelijk om hoogtepunten aan te vinken want dit album is puur één geheel, het is een state of mind. Een droomtocht naar binnen om vervolgens na een uur pas weer in de werkelijkheid naar buiten terug te keren. Dit zijn geen losse nummers op één schijfje samengebracht; dit is één geheel. Een kunstwerkje? Ja, zoals zoveel muziek natuurlijk, maar dit mag daar zeker ook toe gerekend worden. Zeg dat maar tegen je vrienden en kennissen: I Could Live in Hope is een kunstwerkje!

Low - Secret Name (1999)

poster
4,0
Low ken ik eigenlijk maar heel beperkt. Ja, wel wat van gehoord en daar bleef het dan weer bij ook al is het een favoriet bandje van een aantal users hier op de site die ik qua smaak wel goed kan volgen.
Toch ben ik juist aan dit album begonnen doordat zanger Scott Matthew het beschouwt als zijnde zijn persoonlijke favoriet.
Een favoriete artiest van mij moest dus het beslissende duwtje geven en dat is niet slecht bevallen. Ik snap wel dat Matthew dit mooi vindt omdat zijn eigen muziek qua sfeer er goed bij aansluit.
Het is allemaal heel breekbaar en intens en de schoonheid druipt er van af: traag komt het op je af en moet je er voor zorgen dat je het opneemt. Als dat eenmaal goed lukt is Secret Name als een geweldig album te betitelen en ben ik benieuwd of dit een startsein voor mij is om dan ook maar de rest van Low op te gaan zoeken.

Low - The Invisible Way (2013)

poster
4,0
Low levert met The Invisible Way hun tiende album af: tien albums tergend langzame gitaarsongs van ongekende schoonheid.
Ondanks alle traagheid zijn er telkens duidelijke verschillen aan te tonen tussen al die albums onderling, zo ook op deze nieuwe die geproduceerd is door Wilco's Jeff Tweedy.

The Invisible Way klinkt in mijn oren allereerst behoorlijk toegankelijk voor zover die term van toepassing kan zijn op deze band.
Er zit een soort gospelrandje aan wat weer niet zo vreemd is als je de press-release leest waarin Alan Sparhawk zegt dat ze dit album wilden opnemen met Tweedy door zijn werk met Mavis Staples op haar album You Are Not Alone.
Het geeft de sound van Low een gloedvol laagje: heel warm en behaaglijk. On My Own kent wel een scherpe, rafelige gitaarlijn die dwars door het warme geluid heengaat wat een bijzonder effect geeft.

Een ander opvallend punt is dat Mimi Parker op 5 tracks de lead-vocals op zich neemt waardoor er een schitterend evenwicht ontstaat tussen haar engelenzang en de wat hese sound van Sparhawk (die ik heel erg vind lijken op die van Scott Matthew die op zijn beurt een enorm fan is van Low).
Parker heeft niet langer meer een 'bijrol' zullen we maar zeggen en ik vind dat absoluut een pluspunt.

The Invisible Way is en blijft traag zoals ook de voorgangers dat zijn en daar moet je van houden. Bij mij heeft het album heel vaak gedraaid tijdens de afgelopen feestdagen en vormde daarmee een perfecte soundtrack voor die periode.
Het zorgde er ook voor dat het album al goed is gaan doordringen bij mij waardoor ik nu in de fase terecht ben gekomen waarin ik allerlei kleine, fraaie dingen ontdek.
Je moet er dus wel de tijd voor nemen en dat is met deze vrije dagen geen enkel punt dus het had op geen beter tijdstip bij mij terecht kunnen komen.

Na Bettie Serveert de tweede 2013 release die ik beluisterd heb en zeker eentje die heel erg goed bevalt: prachtplaat!
Helaas nog even wachten eer ik hem op cd kan aanschaffen.

Low Island - If You Could Have It All Again (2021)

poster
4,0
Leuke nieuwe bandjes met een fris geluid. Het wordt steeds moeilijker ze te ontdekken. Te veel gehoord, te veel verwend en altijd is er wel een link naar een ander gezelschap.

Zou het met Low Island dan raak zijn? Welnee, ook hier hoor ik ingrediënten die ik elders hoor, maar heel erg is het niet in dit geval, want de mix van die ingrediënten is aangenaam, en de zang zoals ik het graag wil hebben (denk aan Wild Beasts: een beetje androgeen).

Wat in opener Hey Man enorm opvalt zijn de drumpartijen en dat gaat het hele album wel op. Tegendraads, vervreemdend en dat op een bedje van pop en elektronica, vermengd met die toch wat onzijdige zang.

Na dit nummer schiet het alle kanten op (ik moet soms een beetje aan LCD Soundsystem denken).

En dat is de kracht van dit debuut: het is springerig, fris en voelt vertrouwd. Je zit er gelijk in op een kalmerende manier maar je wordt tegelijkertijd alle kanten opgeduwd, wat voor een schurend randje zorgt.

Fris en nieuw debuut? Ja hoor, van mij mag het, want dat is If You Could Have It All Again van Low Island best wel een beetje.

Lowpines - In Silver Halides (2018)

poster
4,0
We Come Right als opener. Hoeveel sfeervoller wil je het nog hebben?! Ik moet dan gelijk denken aan het debuut van Engineers, die hadden dat toen ook.

Genoeg in elk geval om onmiddellijk mijn aandacht te krijgen, en aandacht krijgen ze, dit gezelschap uit Londen.

Lowpines is voornamelijk Oil Deakin die we hier horen op het debuut waar een aantal EP's aan vooraf gingen. Gitaar in combinatie met synthesizer tapijtklanken... dan denk ik ook aan Midlake en waarschijnlijk komt dat door de lichte Americana-invloeden die terug te horen zijn.

In Silver Halides is een sfeervol album waar de emotie goed aanwezig is zonder dat het pathos gaat worden. Het blijft binnen de lijnen zonder saai te worden. Het is wel weer eens tijd voor albums als deze. Degelijke nummers met een prachtige sfeer. Ik hou hier van!

Lucio Corsi - La Gente Che Sogna (2023)

poster
4,0
Mijn belangstelling voor Italiaanse muziek laaide jaren geleden op toen ik weer eens naar Italië op vakantie ging. De belangstelling bleef en in de jaren waar ik terug ging laaide het telkens weer extra op.
Meestal wilde ik dan de hit-albums van dat moment opzoeken en in het kielzog daarvan pikte ik vaak ook nog wat oudere albums mee.

Ook de Songfestival-inzendingen behoren bijna elk jaar weer tot mijn favoriete nummers en het San Remo festival is geweldig, nog ouderwets met orkest. Dit jaar won zanger Olly, maar hij bedankte voor de eer om in Bazel op te treden dit jaar waardoor de nummer twee het oppakte en dat is deze Lucio Corsi.
Een zeer fragiel ogende zanger met witte schmink; ik vond het even wennen, maar het nummer Volevo essere un duro is een prachtig liedje dat op mijn support kan rekenen. Tekstueel gezien ook ontroerend en ijzersterk en dat horen we op het festival niet vaak met alle ladada's.

Genoeg reden om op zoek te gaan naar zijn albums en Corsi heeft er een paar op naam waardoor ik begonnen ben met zijn laatste, de in 2023 verschenen La Gente Che Sogna.
Een album waar het Songfestival nummer zo op had gekund: folk-pop met regelmatig een scheutje glamrock. Alsof er een filter overheen is gegaan en je je in de eerste helft van de jaren '70 waant. Hij is ook wel eens support act voor The Who geweest in 2023, wat dus niet zo verwonderlijk is.

Kortom: een fijn album dat niet echt typisch Italiaans overkomt vanwege het glamrock randje en toch mede door de taal net even anders klinkt. Van mij mag Italië het wel weer winnen in Bazel, maar ik denk niet dat dat zal gaan gebeuren: of het wordt weer dik top 10 zoals zo vaak, of het wordt het minste succes voor het land in jaren.
Mij heeft het in elk geval nu al een artiest opgeleverd die ik in de gaten ga houden, want La Gente Che Sogna is absoluut de moeite waard.

Enige minpuntje van dit album is de lengte. Ben je lekker aan het genieten, is het al weer afgelopen.

Lucky Fonz III - A Family Like Yours (2009)

poster
4,0
Het is misschien even wennen om de 'zonnige kant' van Lucky Fonz te horen. Het mooie is dat de rustiger folkliedjes niet vergeten worden en juist hierdoor ontstaat er een prettige afwisseling in songs.
Ik snap best dat er mensen zullen zijn die de eerste twee albums verkiezen boven deze (wat? de liefhebbers van de eerste twee zullen schrikken!), want dit is wel heel erg een 'lente-gevoel' plaat geworden, maar mischien ben ik daar door het prachtige weer dit paasweekend wat gevoeliger voor want ik vind dit een heerlijk plaatje.
Een aantal nummers klinken lekker gejaagd (Asylum bijvoorbeeld) en dat geeft een heerlijke kick. En het is de combinatie tussen de hese zang en de muziek die het hier en daar een vervreemdende twist meegeeft.
Het zou mij niet verbazen als ik hier sneller naar grijp in de toekomst puur door de afwisseling. Sterker: ik vind dit eigenlijk veruit het leukste album van de drie!
Fijn dat we ook in Nederland uitstekend talent hebben: laten we er trots op zijn.
En mochten er nog mensen zijn die hun twijfels hebben over dit talent van eigen bodem dan denk ik dat Otto Wichers met dit album alle critici de monden snoert, want dit behoort duidelijk tot het betere werk van de laatste jaren dat uit eigen land komt.

Lucky Fonz III - Hoe Je Honing Maakt (2010)

poster
3,5
aERodynamIC schreef:
Een zeer vluchtige beluistering op de luisterpaal maakte me nog niet wild enthousiast.
Misschien wat meer tijd voor vrij maken dan want met name het vorige album beviel me wel.

Charmante cd is de term die me te binnen schiet nu ik er meer tijd aan besteed heb. Net als Roosbeef nogal uitgesproken muziek en teksten in eigen taal (ik snap op dat punt de vergelijking ook wel).
Niet zo 'gemaakt' als de Borsato's van deze wereld, niet zo pretentieus als de Blöfs, maar fris en zelfs een beetje aandoenlijk, wat niet wil zeggen dat het nu allemaal zo enorm goed is maar dat heeft dit album ook helemaal niet nodig denk ik.
Wat het wel nodig heeft zijn luisteraars die daar voor open kunnen staan en ik begrijp heel goed dat velen dat niet doen.
Zelf zal ik het ook niet elk moment van de dag op kunnen zetten, maar als ik de juiste match heb: stemming + tijdstip dan kan er achter het = teken 'lekker plaatje' gezet worden.
Goed gedaan hoor jochie.

Lynks - ABOMINATION (2024)

poster
4,0
Toen ik deze hoes voorbij zag komen dacht ik gelijk: Orville Peck. Een vergelijking die nergens over gaat natuurlijk (puur het masker), maar het schoot door me heen en ik was benieuwd wat het was.

En zoals zo vaak: ik zoek het niet uit, maar het gaat hier om queerpop van het hoogste niveau.

Net als Orville peck verbergt Lynx (he/she/they) zijn gezicht achter maskers en kleedt hij zich in de meest buitenissige creaties, wat het mysterieuze verhoogt. Na drie EP's is het nu tijd voor zijn debuut ABOMINATION (ja, dit is weer zo'n album waar alles in hoofdletters geschreven wordt, behalve zijn naam).

Het album laat qua teksten niets aan de verbeelding over: het is zo queer en gay als wat. Zo gaat het op Tennis Song over de liefde voor een hetero tenniscoach en op (What Did You Expect from) Sex with a Stranger staat het daten via apps centraal.
Afsluiter Flash in the Pan gaat over de angst om een eendagsvlieg te zijn, het is gelijk mijn favoriete nummer van ABOMINATION.

Lynks doet er dus allemaal niet moeilijk over en is een open boek op dit album. Buiten dat staan er onweerstaanbare nummers op die velen zouden moeten aanspreken. Ik denk dan aan liefhebbers van SOPHIE, Billie Eilish, Miss Kittin, Fisherspooner, My Robot Friend en het electroclash genre.