MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Dead Famous People - Harry (2020)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dead Famous People - Harry - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dead Famous People - Harry
Dead Famous People uit Nieuw-Zeeland kwam nooit tot het maken van een debuutalbum, maar bijna 35 jaar na de oprichting is er dan toch het driftig met zonnestralen strooiende Harry

Harry van Dead Famous People is een album dat bijna 35 jaar geleden gemaakt had moeten worden, maar het kwam er niet van. Frontvrouw Dons Savage heeft de band na al die jaren opnieuw leven ingeblazen en levert alsnog het zo vurig door John Peel gewenste debuutalbum af. Harry staat vol met zonnige popsongs met een hoofdrol voor fraaie gitaren en flink wat invloeden uit de jaren 80 en de drie decennia die er aan vooraf gingen. Niet iedereen zal vatbaar zijn voor de verleiding van Dead Famous People, maar iedereen die dit wel is gaat genadeloos voor de bijl voor het bijzonder aanstekelijke en heerlijk zonnige Harry.

Nieuwe releases uit Nieuw-Zeeland kunnen altijd rekenen op mijn onvoorwaardelijke aandacht. Wat je van ver haalt is echt niet altijd lekkerder, maar over het algemeen weten ze in Nieuw-Zeeland wel hoe je aanstekelijke popliedjes met een stevige bite maakt. Deze week stuitte ik op Harry van Dead Famous People.

Het is het officiële debuut van de band uit het Nieuw-Zeelandse Auckland, waardoor ik er van uit ging dat het een stel jonge honden uit de muziekhoofdstad van het land betreft. Het verhaal achter Dead Famous People is echter bijzonder. De band rond muzikante Dons Savage werd halverwege de jaren 80 al opgericht en direct omarmd door de Nieuw-Zeelandse muziekscene en door de Britse radiomaker John Peel, wiens fijne neus voor talent helemaal tot het andere eind van de wereld reikte, wat in het pre-Internet tijdperk een prestatie van formaat was.

John Peel nodigde de band uiteraard uit voor een van de naar hem vernoemde sessies en ook de rest van de muziekwereld was snel overtuigd van de genialiteit van Dons Savage. Nu is het soms lastig werken met een genie en om onduidelijke redenen ging het ook mis met Dead Famous People, dat al wel naar Londen was verhuisd om de wereld te veroveren.

Dead Famous People ging roemloos ten onder voordat een volwaardig album was opgenomen en alleen dankzij het Britse Fire Records kunnen we nu genieten van de wederopstanding van Dead Famous People en haar frontvrouw Dons Savage. Bij eerste beluistering van Harry ging ik er overigens van uit dat Dons Savage een man was, maar het is wel degelijk een vrouw.

Er zijn inmiddels bijna 35 jaren verstreken sinds de nooit voltooide doorbraak van Dead Famous People, maar de band doet op Harry alsof het gisteren gebeurd is en of Dons Savage alleen even weg is geweest om haar zoon (Harry) groot te brengen. Harry heeft een hoog jaren 80 gehalte en kijkt eerder terug naar de jaren 50, 60 en 70 dan vooruit naar de jaren 90 tot nu.

De band strooit driftig met onweerstaanbare gitaarlijntjes die zo lijken weggelopen uit de jaren 80 (en die absoluut geïnspireerd zijn door het gitaarwerk van Johnny Marr) en voegt hier opvallende vocalen, flink wat nostalgie en een beetje drama aan toe.

Boven alles maakt Dead Famous People op Harry popliedjes waarvan de zon onmiddellijk gaat schijnen. Enige liefde voor popmuziek uit de jaren 80 helpt absoluut bij het omarmen van Dead Famous People, want al het moois uit het decennium komt voorbij op het officiële debuut van de band, waarop zowel de instrumentatie als de zang behoorlijk stevig zijn aangezet.

Ik vind persoonlijk dat lang niet alle muziek uit de jaren 80 de tand des tijds goed heeft doorstaan, maar Harry van Dead Famous People bevalt me uitstekend, mogelijk omdat de band haar inspiratie ook vindt in de voorliggende decennia en af en toe ook stevig citeert uit het oeuvre van Brian Wilson.

Harry telt tien songs en duurt 33 minuten. Het zijn 33 minuten die ik met een grote glimlach heb doorgebracht en ook steeds weer doorbreng, ook al is het me soms net wat te bombastisch en soms ook wel wat eenvormig. Het bijna 35 jaar geleden al erkende talent van Dons Savage geeft alle songs op dit album echter net dat beetje extra en maakt van Harry een debuut dat alle aandacht verdient, al is het maar als guilty pleasure voor het ophalen van herinneringen aan de mooie jaren 80. Erwin Zijleman

Dead Gowns - It's Summer, I Love You, and I'm Surrounded by Snow (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dead Gowns - It's Summer, I Love You, And I'm Surrounded By Snow - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dead Gowns - It's Summer, I Love You, And I'm Surrounded By Snow
Het is dringen in de indierock van het moment, maar de Amerikaanse muzikante Genevieve Beaudoin heeft als Dead Gowns een album gemaakt waar liefhebbers van dit genre echt niet omheen kunnen

It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow had zomaar aan mijn aandacht kunnen ontsnappen, maar hiermee had ik dan wel een van de beste albums van deze week gemist. Dead Gowns, het alter ego van de uit Maine afkomstige muzikante Genevieve Beaudoin, heeft een album afgeleverd met invloeden uit de folk en de country, maar invloeden uit de indierock domineren op het album. Het gitaarwerk op It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow is van uitstekende kwaliteit, maar het is vooral de mooie en emotievolle stem van Genevieve Beaudoin die het debuutalbum van Dead Gowns zo mooi en indrukwekkend maakt. Wat een droomdebuut.

Het was de afgelopen week wederom de Amerikaanse muziekwebsite Paste die me een gouden tip opleverde. Dat deed de website zeker niet voor de eerste keer en zoals zo vaak betrof het een album dat door de meeste andere muziekwebsites helemaal niet werd opgemerkt. Ik was de naam Dead Gowns wel in een aantal releaselijsten tegengekomen, maar op basis van de naam verwachte ik eerder een metalband dan een vrouwelijke singer-songwriter.

Dead Gowns is echter wel degelijk het alter ego van een vrouwelijke singer-songwriter en om precies te zijn dat van de uit Portland, Maine, afkomstige Genevieve Beaudoin. De Amerikaanse muzikante nam haar debuutalbum met de bijzondere titel It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow tussen 2020 en 2023 op. Dat deed ze vooral in slaapkamers, gymzalen en kerken, want geld voor een professionele studio was er niet.

Met It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow laat Genevieve Beaudoin horen dat je tegenwoordig ook met bescheiden middelen een prima klinkend album kan maken, want ik heb niets aan te merken op het geluid op het debuutalbum van Dead Gowns. Het eerste album van de muzikante uit Maine opent met de akoestische gitaar en de stem van Genevieve Beaudoin, maar halverwege de track wordt de folk verruild voor de indierock en klinkt de muziek van Dead Gowns opeens een stuk voller en steviger.

It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow werd gemaakt met een aantal muzikanten, die met bijdragen van met name gitaar, bas en drums en af en toe de pedal steel, de songs van Dead Gowns meerdere kanten op duwen. Gemene deler op het album is de indierock en het is indierock die lekker stevig, maar ook voldoende melodieus klinkt.

Genevieve Beaudoin laat in de eerste noten van het album en in een aantal vooral ingetogen songs op It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow horen dat ze indruk kan maken als folkie, maar ook de wat steviger aangezette zang in de wat meer rock georiënteerde songs op het album spreekt zeer tot de verbeelding. De zang op het debuutalbum van Dead Gowns is uitstekend, maar het is door alle emotie die de Amerikaanse muzikante in haar stem stopt ook zang die iets met je doet.

It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow sluit aan op de indierock zoals die momenteel wordt gemaakt, maar door de grote dynamiek in de songs, door het zeer fraaie gitaarwerk, door al het gevoel dat Genevieve Beaudoin in haar songs stopt en zeker ook door het lage tempo en de vaak bijzondere sfeer op het album, klinkt het debuutalbum van Dead Gowns anders dan de meeste albums in het genre.

Ik werd eigenlijk direct geraakt door de prachtige stem van Genevieve Beaudoin en door de fraaie klanken op het album, maar na It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow een paar keer gehoord te hebben ben ik nog veel meer onder de indruk van de muziek van Dead Gowns en met name van de zang van de Amerikaanse muzikante.

Het album sneeuwde op de meeste muzieksites helaas volledig onder de afgelopen dagen, maar Paste wist It’s Summer, I Love You, And I’m Surrounded By Snow van Dead Gowns gelukkig op de juiste waarde te schatten. Gelukkig, want dit uitstekende en intense album had ik niet graag gemist. Erwin Zijleman

Deafheaven - Infinite Granite (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Deafheaven - Infinite Granite - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Deafheaven - Infinite Granite
Deafheaven kiest op haar nieuwe album Infinite Granite voor een flink ander geluid, dat zeker in de smaak zal vallen bij liefhebbers van dromerige 80s rock met hier en daar een 90s twist

Deafheaven kende ik tot voor kort eigenlijk alleen van het in 2013 verschenen Sunbather, dat aan het einde van dat jaar verrassend de lijst van Metacritic.com aanvoerde. Dat album was behoorlijk stevig en bevatte nogal wat invloeden uit de metal, maar ook invloeden uit de 90s rock en post-rock. Op het deze week verschenen Infinite Granite gooit de Amerikaanse band het over een andere boeg. Deafheaven klinkt hier en daar als een 80s band met dromerige en melodieuze rock, al duiken invloeden uit de jaren 90 op wanneer even het gas er op gaat. Het is even wennen, maar de songs op het album zijn geweldig, waardoor het nieuwe geluid van de band me uiteindelijk zeer bevalt, bijna een uur lang.

In de eerste dagen van 2014 pikte ik via de jaarlijst van Metacritic.com het album Sunbather van de Amerikaanse band Deafheaven op, dat deze jaarlijst tot mijn verbazing aanvoerde. Sunbather bleek een album dat zich, mede dankzij de uiteenlopende metal hoekjes waarin het album werd geduwd, mijlenver buiten mijn comfort zone bevond, maar op een of andere manier ontwikkelde ik een zwak voor de muziek van Deafheaven, dat niet alleen verschillende soorten metal, maar ook invloeden uit de shoegaze, noiserock en post-rock verwerkte in haar muziek en dat een meester bleek in het afwisselen van torenhoge gitaarmuren met subtiele passages.

Ondanks de liefde voor Sunbather is het in de jaren erna niets meer geworden tussen Deafheaven en mij, al bracht de band wel wat albums uit. Deze week verscheen er weer een, Infinite Granite. Bij oneindig graniet had ik direct associaties met de gitaarmuren van Sunbather, maar Deafheaven klinkt op haar nieuwe album flink anders dan op het album uit 2013. Infinite Granite klinkt zelfs zo anders, dat het in eerste instantie lastig te geloven is dat het om dezelfde band gaat.

Het album opent met heldere gitaarlijnen, een aanstekelijke melodie en verzorgd klinkende en wat lome zang. Het is muziek die door meerdere bandjes uit de jaren 80 zou kunnen zijn gemaakt, tot hier en daar een gitaarmuurtje wordt opgebouwd en ook invloeden uit de dreampop, shoegaze en indierock uit de jaren 90 opduiken.

Het zal even schrikken zijn voor de fans van het met zware metalen gevulde geluid van de band, maar het is na een paar keer horen toch meer mijn kopje thee dan het loodzware Sunbather, dat ik overigens nog altijd een fascinerend album vind.

Ik hou wel van de rockmuziek die in de 80s werd gemaakt en ik weet inmiddels zeker dat Infinite Granite van Deafheaven destijds mijn favoriete album zou zijn geweest, al is het maar vanwege de scherpe randjes die in de jaren 80 meestal ontbraken.

Zeker wanneer de gitaren voorzichtig mogen ontsporen, hoor ik nog wel wat van het fascinerende geluid van Sunbather, maar over het algemeen genomen beperkt Deafheaven zich op Infinite Granite tot wat dromerige rockliedjes vol mooie melodieën.

Wanneer je de muziek op het album ontrafelt hoor je nog altijd fantastisch gitaarwerk en is het wat mij betreft niet zo erg dat al het gruis van Sunbather ontbreekt. Ook de zang op het album bevalt me wel, want het is vooral deze zang die de songs op het album een 80s feel geeft.

Waar ik me bij de eerste luisterbeurten vooral concentreerde op de wereld van verschil met Sunbather, richt ik me inmiddels vooral op het nieuwe album. Het is een album dat de ruimte vult met een lekker dromerig geluid, maar Infinite Granite is ook een album dat vol staat met geweldige songs, die zich niet alleen makkelijk opdringen, maar die ook eindeloos doorgroeien.

Het klinkt allemaal zo lekker dat je bijna vergeet te luisteren hoe knap het allemaal in elkaar zit. De zang is heerlijk, maar het zijn vooral de gitaren en de geweldig spelende ritmesectie die er voor zorgen dat Infinite Granite een steeds beter album wordt.

Net overigens als je denkt in de jaren 80 te zijn beland doet de Amerikaanse band er zo nu en dan een schepje bovenop met wat extra gitaargeweld of met bezwerende keyboards. Het is aan de ene kant jammer, want de dromerige songs hebben absoluut wat, maar juist wanneer Deafheaven wat steviger aanzet en aan het eind nog even helemaal los gaat, hoor je ook weer de genialiteit van Sunbather. Bijzondere band, prachtig album. Erwin Zijleman

Dean & Britta & Sonic Boom - A Peace of Us (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dean & Britta & Sonic Boom - A Peace Of Us - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dean & Britta & Sonic Boom - A Peace Of Us
Kerstalbums die ik vaker dan één keer beluister zijn voor mij schaars, maar kerstalbums die ik maar blijf beluisteren, als het prachtige A Peace Of Us van Dean & Britta & Sonic Boom zijn uitermate zeldzaam

Dean & Britta zijn na het uit elkaar vallen van Luna helaas niet overdreven productief, maar vorige maand doken ze op met een heus kerstalbum, dat ze maakten met de van Spacemen 3 bekende Sonic Boom. Het is een uitstekend album geworden, dat in een aantal songs misschien direct gelinkt is aan het kerstfeest, maar dat ook een aantal songs bevat die je 12 maanden per jaar kunt koesteren. Het heeft, zoals altijd bij Dean & Britta, een bijzonder aangename en wat psychedelisch aandoende jaren 60 vibe. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal mooi, maar ook de stemmen van Dean Wareham, Sonic Boom en vooral Britta Phillips weten meedogenloos te verleiden.

De oorspronkelijk in Nieuw-Zeeland geboren Dean Wareham stond aan de basis van de invloedrijke slowcore band Galaxie 500, die tussen 1988 en 1990 drie geweldige albums afleverde. Na het uit elkaar vallen van Galaxie 500 formeerde hij de indierock band Luna, die tot tien albums zou komen. Toen Luna rond de eeuwwisseling zonder bassist kwam te zitten, solliciteerde de Amerikaanse muzikante Britta Phillips met succes op de vrijgekomen positie.

Toen Luna er de brui aan gaf, besloten Dean Wareham en Britta Phillips, inmiddels een stel, verder te gaan als Dean & Britta. Het leverde tot dusver een bescheiden stapeltje albums op, waarvan ik met name de eerste twee, L'Avventura (2003) en Back Numbers (2007), de moeite waard vond. Onlangs keerden Dean & Britta, samen met de van Spaceman 3 bekende Sonic Boom (geboren als Peter Kember), terug met het kerstalbum A Peace Of Us.

Dat het een kerstalbum is viel mij pas op toen in de derde track voor het eerst het woord ‘christmas’ voorbij kwam. In de eerste track klinkt het samenwerkingsverband tussen de Nieuw-Zeelandse, Amerikaanse en Britse muzikanten als Mazzy Star met een zanger, waarna in de tweede track de stemmen van Dean & Britta worden gecombineerd met een flinke bak elektronica. In de derde track is het dan echt kerst, maar het is wel kerst van een tijdje geleden.

De muziek van Dean & Britta heeft tot dusver vaak een jaren 60 vibe en dat is op A Peace Of Us niet anders. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal heerlijk nostalgisch met psychedelisch aandoende gitaarlijnen, ouderwets klinkende synths en het unieke geluid van de omnichord. Het combineert ook dit keer prachtig met de stemmen van Dean Wareham en Britta Phillips, die elkaar prachtig aanvullen. Het levert een kerstalbum op dat anders klinkt dan alle andere kerstalbums die ik ken.

A Peace Of Us klinkt niet alleen anders dan de andere kerstalbums van het moment en uit het verleden, maar is ook een stuk mooier. Het gitaarwerk op het album is echt schitterend, zeker wanneer de gitaarakkoorden fraai in elkaar draaien, en ik heb bovendien een enorm zwak voor de stem van Dean Wareham, die het nostalgische tintje in zijn songs nog wat verder uitvergroot. De stem van Britta Phillips vind ik nog een stuk onweerstaanbaarder en smeert ook op A Peace Of Us weer genadeloos met stroop.

Zeker de songs die niet direct het kerstfeest als thema hebben voegen een aantal zeer memorabele songs toe aan het oeuvre van Dean & Britta, maar ook de songs waarin je niet ontsnapt aan het thema gaan er heerlijk in dankzij de geweldige zang, het fraaie gitaarwerk, de stuwende baslijnen en de nostalgisch klinkende synths en de omnichord van Sonic Boom. De Duitstalige versie van Stille Nacht had van mij niet gehoeven, al is het wel direct de ultieme versie van deze oubollige kerstklassieker.

Qua sfeer doet A Peace Of Us van Dean Wareham, Britta Phillips en Sonic Boom wel wat denken aan het legendarische kerstalbum van Phil Spector, maar uiteraard is de productie van het album van Dean & Britta en Sonic Boom een stuk bescheidener dan die van de legendarische producer, die de weg volledige kwijt raakte in de nadagen van zijn carrière. Ik hoop dat Dean Wareham, Britta Phillips en Sonic Boom elkaar nog vaker opzoeken in de toekomst, want dat zou wel eens een album op kunnen leveren dat nog veel mooier is dan dit prima kerstalbum. Erwin Zijleman

Dean Johnson - Nothing for Me, Please (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dean Johnson - Nothing For Me, Please - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dean Johnson - Nothing For Me, Please
Dean Johnson timmert al vele jaren aan de weg in de muziekscene van Seattle, maar tot een debuutalbum kwam het nog niet, tot de release van het uitstekende Nothing For Me, Please deze week

Op latere leeftijd debuteren met een geweldig album komt niet al te vaak voor en als het gebeurt moet je als muzikant het geluk hebben dat de critici en de muziekliefhebbers opletten. Nothing For Me, Please van de Amerikaanse muzikant Dean Johnson krijgt nog niet heel veel aandacht, maar één artikel was genoeg om mij nieuwsgierig te maken naar het album. Het debuutalbum van de muzikant uit Seattle heeft mij vervolgens zeker niet teleurgesteld. Dean Johnson klinkt als een tijdloze singer-songwriter die bijzonder aansprekende songs schrijft. De Amerikaanse muzikant beschikt ook nog eens over een bijzondere stem die van een prima album een uitstekend album maakt. Aanrader!

Ook de afgelopen week verschenen er weer heel veel albums van tot voor kort voor mij onbekende singer-songwriters en ook de afgelopen week pikte ik er weer vooral albums van vrouwelijke singer-songwriters uit. De enige uitzondering was het debuutalbum van een Amerikaanse cultmuzikant, die na heel veel jaren dan eindelijk zijn debuutalbum heeft uitgebracht.

Dean Johnson is een singer-songwriter uit Seattle, Washington, die al minstens twintig jaar meedraait in de rijke muziekscene van de stad. Hij speelde in een aantal voor mij onbekende bands, waarvan The Sons Of Rainier de bekendste schijnt te zijn, maar Dean Johnson heeft ook een solorepertoire, dat tot voor kort alleen was te horen op een aantal kleine podia in de stad, die in de jaren 90 uitgroeide tot de hoofdstad van de grunge.

Dean Johnson nam zijn debuutalbum Nothing For Me, Please met zeer beperkte middelen live op en had hier slechts vier dagen voor nodig. De opnames van de Amerikaanse muzikant stammen overigens al uit de zomer van 2018, wat illustreert dat zijn debuutalbum er niet zomaar is gekomen.

Nu zijn er heel veel singer-songwriters in het segment waarin Dean Johnson opereert, maar direct bij eerste beluistering van Nothing For Me, Please werd ik gegrepen door dit album. Dean Johnson beschikt allereerst over een bijzondere stem, die er voor zorgt dat zijn debuutalbum veel meer met me doet dan de meeste andere albums van mannelijke singer-songwriters die ik recent heb beluisterd.

Het is een wat hoge stem, met hier en daar een vleugje Roy Orbison, en het is een stem waar je emotie in bakken van af kunt scheppen. Direct vanaf de eerste noten van Nothing For Me, Please grijpt Dean Johnson je bij de strot met zijn emotievolle zang, om pas na negen songs en een kleine dertig minuten later weer los te laten.

De stem van Dean Johnson is wat mij betreft zijn sterkste wapen, maar de muzikant uit Seattle schrijft ook sterke en tijdloos klinkende songs. In muzikaal opzicht treedt Nothing For Me, Please in de voetsporen van grote singer-songwriters als Townes van Zandt en John Prine, maar het debuutalbum van Dean Johnson klinkt zeker niet gedateerd. De songs van de Amerikaanse muzikant doen we ook wel wat denken aan het vroege werk van Ryan Adams, zowel in vocaal als in muzikaal opzicht.

In muzikaal opzicht klinkt Nothing For Me, Please redelijk sober en rechttoe rechtaan, precies wat je verwacht bij een album dat binnen een paar dagen en live werd opgenomen. De instrumentatie bestaat vooral uit akoestische gitaar en een ritmesectie, maar dit past uitstekend bij het genre waarin Dean Johnson opereert. De relatief sobere instrumentatie geeft de bijzondere stem van de muzikant uit Seattle bovendien alle ruimte. Dean Johnson weet niet alleen op te vallen met zijn karakteristieke stem, maar ook met zijn persoonlijke en emotievolle songs, die niet alleen authentiek en tijdloos klinken, maar ook bijzonder makkelijk blijven hangen.

Het heeft Dean Johnson de nodige tijd gekost om een debuutalbum te maken, maar Nothing For Me, Please is een album waarmee hij wat mij betreft opvalt binnen het enorme aanbod van het moment. Het is een album dat vooralsnog weinig aandacht krijgt, maar dat moet echt snel gaan veranderen, want albums als Nothing For Me, Please hoor ik maar weinig. Erwin Zijleman

Dean Owens - Sinner's Shrine (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dean Owens - Sinner's Shrine - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dean Owens - Sinner's Shrine
De samenwerking tussen de Schotse singer-songwriter Dean Owens en de twee voormannen van de Amerikaanse band Calexico levert een bijzonder klinkend album op dat makkelijk overtuigt

Ik had echt nog nooit van de Schotse muzikant Dean Owens gehoord, maar het deze week verschenen Sinner’s Shrine is een pareltje. Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van de Schotse muzikant zelf, die prima songs schrijft en ze met veel gevoel vertolkt. Het is ook de verdienste van de samenwerking met Joey Burns en John Convertino van de Amerikaanse band Calexico, die het album op bijzondere wijze inkleuren. Calexico houdt de deur op haar laatste albums zelf wat dicht voor Mexicaanse invloeden, maar op Sinner’s Shrine van Dean Owens staat de deur wagenwijd open. Je waant je af en toe op de set van een spaghetti western en dat voelt in deze stormachtige dagen best lekker.

Tussen de nieuwe releases van deze week kwam ik Sinner’s Shrine van Dean Owens tegen. Het is een naam die mij geen belletje deed rinkelen, waardoor ik even uit ging van een debuutalbum, maar ik kwam er al heel snel achter dat ik kennelijk een blinde vlek heb voor de Schotse muzikant. Dean Owens is immers zeker geen debutant. Hij maakte een aantal albums met Schotse countryrock band The Felsons en heeft inmiddels tien (!) soloalbums op zijn naam staan, waarvan er drie in eigen beheer zijn uitgebracht.

De Schotse muzikant verhuisde een jaar of vijftien geleden al eens naar Nashville, waar hij een aantal prima albums maakte. Een jaar of drie geleden toog hij naar Tuscon, Arizona, waar hij de samenwerking zocht met een aantal leden van de Amerikaanse band Calexico. Het leverde een serie van drie EP’s op, die de gezamenlijke titel The Desert Trilogy mee hebben gekregen. Ik heb het allemaal gemist, maar gelukkig kan ik de schade inhalen met het prachtige Sinner’s Shrine, dat al in 2020 en eveneens in Tucson, Arizona, werd opgenomen.

In de studio in Tucson kreeg Dean Owens gezelschap van de twee voormannen van Calexico, Joey Burns en John Convertino, en werd de basis gelegd voor een prachtig klinkend album dat de Schotse wortels van Dean Owens verbindt met de Mariachi trompetten uit de woestijn van Arizona. Door de toevoeging van de Mexicaans aandoende trompetten en strijkers en een hier en daar opduikende pedal steel neemt Sinner’s Shrine je zo nu en dan mee naar de set van een ouderwetse spaghetti western, maar Dean Owens is ook nog altijd een Schotse troubadour, die zijn songs met veel gevoel vertolkt.

Het zijn twee werelden die samenkomen op Sinner’s Shrine en dat pakt perfect uit. In muzikaal klinkt het fantastisch, zeker wanneer de muziek op het album zo weids en beeldend mogelijk is. De combinatie van redelijk intieme en folky songs en de breed uitwaaiende instrumentatie is een bijzondere en het is er bovendien een die faliekant had kunnen mislukken, maar op Sinner’s Shrine is 1+1 minstens 3.

De Schotse muzikant en de leden van Calexico voelen elkaar op het nieuwe soloalbum van Dean Owens perfect aan, waardoor de songs op het album overlopen van de muzikale chemie. Zeker door de Mexicaanse invloeden in de muziek op het album, klinkt Sinner’s Shrine op het eerste gehoor vooral zomers, maar in de tekst komt ook de nodige melancholie voorbij en wordt de maatschappij hier en daar flink kritisch bekeken

Calexico bleef in muzikaal opzicht de afgelopen jaren vooral binnen de Amerikaanse landsgrenzen, maar Dean Owens sleurt Joey Burns en John Convertino met enige regelmaat de Mexicaanse grens over, bijvoorbeeld in het fraaie duet met uit Guatemala afkomstige zangeres Gaby Moreno. Ook Grant-Lee Phillips schuift aan voor een mooi duet, maar ondanks de prominente gastbijdragen is Sinner’s Shrine toch vooral een Dean Owens album.

Ik schaam me wel een beetje dat ik de muziek van de Schot zo lang heb genegeerd, want ook mijn lijfbladen hebben regelmatig over hem geschreven, maar nadat ik wat in zijn oeuvre ben gedoken, kan ik wel concluderen dat ik op het hoogtepunt ben ingestapt. Sinner’s Shrine is een uitstekend singer-songwriter album met een zeer aangename en bijzondere zuidelijke touch. Erwin Zijleman

Dean Wareham - Dean Wareham (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dean Wareham - Dean Wareham - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Dean Wareham werd geboren in Nieuw Zeeland, maar verhuisde op jonge leeftijd naar de Verenigde Staten, waar hij in 1987 de band Galaxie 500 oprichtte. Galaxie 500 zou uiteindelijk grote invloed hebben op de ontwikkeling van genres als slowcore en dreampop, maar is helaas de grote afwezige in menig goed gevulde platenkast. Ook de volgende band van Dean Wareham, Luna, was altijd goed voor juichende recensies, maar kreeg in brede kring nooit de erkenning die het zo verdiende. Nadat ook het doek was gevallen voor Luna, bleef Dean Wareham over met Luna bassiste Britta Phillips. In eerste instantie als geliefden, maar later ook als het duo Dean & Britta, dat een viertal bijzonder mooie platen afleverde en hierop voortborduurde op de gloriejaren van Lee Hazlewood en Nancy Sinatra en natuurlijk op de muziek van Galaxie 500 en Luna. 27 jaar na het oprichten van Galaxie 500 komt Dean Wareham met zijn eerste soloplaat op de proppen. Het is een soloplaat die geen titel heeft meegekregen en die inmiddels al weer een aantal weken in de winkel ligt. Tot dusver krijgt de plaat niet veel aandacht, maar dat zal Dean Wareham zo langzamerhand wel gewend zijn. Het is voor de zoveelste keer doodzonde, want de eerste soloplaat van Dean Wareham is een bijzonder mooie plaat. Het is een plaat die zich laat beluisteren als een samenvatting van alles dat Dean Wareham de afgelopen drie decennia op muzikaal gebied heeft gedaan. Het solodebuut van Dean Wareham verwijst naar de dromerige en zich langzaam voortslepende muziek van Galaxie 500, heeft de prachtige gitaarlijnen van de muziek van Luna en bevat ook flink wat raakvlakken met de stemmige platen die Wareham samen met Britta Phillips maakte. De eerste soloplaat van Dean Wareham staat vol met popliedjes die je na één keer horen dierbaar zijn. De ene keer zonnig en dromerig, de volgende keer melancholisch en stemmig. Het zijn twee kanten van Dean Wareham die de muziek van zijn vorige bands bepaalden en ook op zijn solodebuut grote invloed hebben. Het zijn ook twee kanten die ik allebei zeer kan waarderen. Is het solodebuut van Dean Wareham een foutloze plaat? Nee, dat niet. De track die wel erg aan New Order doet denken (Holding Patterns), inclusief bijna valse zang, slaat de plank flink mis en zo zijn er nog wel twee tracks die ik net wat minder vind dan de rest, maar het resterende zestal songs is als je het mij vraagt bovengemiddeld goed en levert de kwaliteit die we inmiddels van Dean Wareham mogen verwachten. Het is grappig dat na 27 jaar nog altijd volop invloeden van The Velvet Underground zijn te horen in de muziek van Dean Wareham, maar Dean Wareham heeft er inmiddels een heel muzikaal universum omheen gebouwd. Zijn eerste soloplaat is een bijzonder knappe plaat. Verplichte kost voor een ieder die de man al bijna 30 jaar hoog heeft zitten en mogelijk de start van een lange en rijke muzikale ontdekkingsreis voor een ieder die de vorige levens van Dean Wareham (nog) niet kent. Erwin Zijleman

Dean Wareham - I Have Nothing to Say to the Mayor of L.A. (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dean Wareham - I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A. - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Dean Wareham - I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A.
Dean Wareham kennen we van legendarische bands als Galaxie 500 en Luna, maar dat hij het ook solo kan laat hij horen op het geweldige I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A., dat 40 minuten imponeert

Het aanbod aan nieuwe releases is op het moment zo groot dat je makkelijk een goed album over het hoofd ziet, maar de naam Dean Wareham zie ik gelukkig niet zomaar over het hoofd. De van oorsprong Nieuw-Zeelandse muzikant heeft met zijn bands Galaxie 500 en Luna flink wat klassiekers op zijn naam staan en die maakte hij ook met zijn echtgenote Britta Phillips als Britta & Dean. Met I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A. levert Dean Wareham een geweldig soloalbum af. Het is een album met songs die decennia oud hadden kunnen zijn, maar ook in het nu imponeren, al is het maar door de doorleefde zang en het schitterende gitaarwerk. Geweldig dat hij terug is.

De van oorsprong Nieuw-Zeelandse muzikant Dean Wareham was de drijvende kracht achter de roemruchte Amerikaanse bands Galaxie 500 en Luna en vormde samen met ex-Luna lid en echtgenote Britta Phillips ook nog eens het duo Dean & Britta. Dean Wareham tekent hiermee voor een kleine twintig bijzonder fraaie albums in mijn platenkast, want nagenoeg alles waaraan hij zijn naam heeft verbonden is van hoog niveau. Het geldt ook voor zijn twee soloalbums uit 2013 en 2014, al is de laatste inmiddels al weer zeven jaar oud.

Deze week keert Dean Wareham terug met een nieuw soloalbum en het is een geweldig album geworden. Op I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A. horen we Dean Wareham in absolute topvorm en bewijst hij nog maar eens wat een geweldig songwriter hij is. I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A. biedt alle ruimte aan de singer-songwriter in Dean Wareham en dat is een kant die ik minder goed van hem ken dan de rockmuzikant.

Het levert een tijdloos album op, dat bij mij in eerste instantie vooral associaties opriep met de muziek van de Australische band The Go-Betweens, waarmee de lat voor I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A. meteen ontiegelijk hoog ligt. Een andere associatie die opkomt bij beluistering van het album is het latere werk van Lou Reed en ook dat is vergelijkingsmateriaal waarmee je thuis kunt komen. Wanneer het album wat psychedelischer klinkt hoor ik ook nog wel wat van The Velvet Underground, maar uiteraard heeft Dean Wareham zelf ook een aansprekend muzikaal verleden om uit te putten.

Dean Wareham werkt op zijn nieuwe album wederom samen met producer Jason Quever, die we kennen van zijn band Papercuts, maar ook als producer van Beach House, Cass McCombs en dus Dean Wareham. Deze Jason Quever heeft het nieuwe album van de voormalig voorman van Galaxie 500 en Luna prachtig geproduceerd. De Nieuw-Zeelandse muzikant, die inmiddels al heel veel jaren in de Verenigde Staten woont, heeft een tijdloos klinkend gitaaralbum gemaakt dat prachtig is opgenomen.

In het gitaarwerk hoor je met enige regelmaat een echo uit het roemruchte verleden van Dean Wareham en die echo’s hoor je uiteraard ook in zijn stem, die inmiddels prachtig doorleefd klinkt en op bijzonder fraaie wijze het van Scott Walker bekende Duchess covert.

Als echtgenote Britta Phillips (die ook flink wat instrumenten bespeelt op het album) achtergrondvocalen toevoegt, hoor ik ook wel wat van de albums van Dean & Britta, maar over het algemeen genomen horen we op I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A. toch weer een net wat andere kant van Dean Wareham.

I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A. is een album dat met enige fantasie ook een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden en dan waarschijnlijk in New York, waar Dean Wareham een groot deel van zijn leven als muzikant woonde, maar het album klinkt geen moment gedateerd.

Ik was direct bij eerste beluistering onder de indruk van het nieuwe werk van Dean Wareham, maar zijn nieuwe soloalbum is ook een album dat nog heel lang veel beter wordt. Het gitaarwerk is geweldig, de zang is karakteristiek en de songs zijn van het niveau dat maar weinig songwriters gegeven is. Dean Wareham is nooit echt weg geweest, maar dit album voelt aan als een glorieuze comeback. Erwin Zijleman

Dean Wareham - That’s the Price of Loving Me (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dean Wareham - That’s The Price Of Loving Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dean Wareham - That’s The Price Of Loving Me
Dean Wareham heeft inmiddels een indrukwekkend stapeltje albums op zijn naam staan en ook op zijn nieuwe soloalbum That’s The Price Of Loving Me laat de voormalig voorman van Galaxie 500 en Luna weer horen hoe goed hij is

Muziek van Dean Wareham is altijd iets om naar uit te kijken. Dat was al zo in de jaren 80 en 90 toen hij muziek maakte met zijn bands Galaxie 500 en Luna en dat was ook zo in het huidige millennium waarin hij soloalbums en albums met zijn partner Britta Phillips opnam. In 2021 maakte Dean Wareham flink wat indruk met het geweldige I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A. en dat doet hij ook weer op het deze week verschenen That’s The Price Of Loving Me. Het is een album waarop flarden uit het rijke muzikale verleden van Dean Wareham zijn te horen, maar het is ook een album dat er in 2025 volop toe doet. Dean Wareham draait al sinds de jaren 80 mee, maar maakt nog altijd geweldige albums.

De in Nieuw-Zeeland geboren maar in de Verenigde Staten opgegroeide muzikant Dean Wareham heeft inmiddels een imposante stapel albums op zijn naam staan. Hij maakte drie geweldige albums met zijn band Galaxie 500 en vervolgens een flinke stapel met de band Luna. Hiernaast maakte hij samen met Luna bandlid en echtgenote Britta Phillips onder de naam Dean & Britta een handvol albums, waaronder vorig jaar nog een prima kerstalbum.

Dean Wareham maakte ook een stapel soloalbums, waarvan ik vooral het in 2021 verschenen I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A. erg goed vind. Deze week is de opvolger van dit album verschenen en ook het nieuwe soloalbum van Dean Wareham is weer een uitstekend album.

Het is een album waarop Dean Wareham samenwerkt met de legendarische muzikant en producer Kramer. Dat is voor Dean Wareham zeker geen onbekende, want Kramer was ook van de partij op de legendarische albums van Galaxie 500 uit de late jaren 80 en het begin van de jaren 90. Hiernaast is ook vaste kompaan Britta Phillips van de partij, waarna een beperkt aantal muzikanten de compacte band die is te horen op That’s The Price Of Loving Me compleet maakt.

Door de compacte bandsetting , de productie van Kramer en zeker ook door het fraaie gitaarwerk doet het nieuwe soloalbum van Dean Wareham meer dan eens denken aan de bands waarvan de muzikant uit Los Angeles in het verleden uitmaakte. Hier en daar hoor je flarden Galaxie 500, dan weer flarden Luna, maar That’s the Price of Loving Me klinkt ook als een Dean Wareham album.

De songs op het album hebben zowel een gruizig als een dromerig of wat psychedelisch randje, en dat is precies wat we kennen uit het verleden, maar mede door het prachtige cellospel van Gabe Noel in een aantal tracks klinkt het album ook zeer sfeervol. Dean Wareham liet in 2021 op I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A. nog horen dat hij nog altijd een geweldig songwriter is en dat hoor je ook weer op That’s The Price Of Loving Me. Het album bevat een aantal wat nostalgisch en melancholisch aandoende songs en dat zijn de songs waarin ik Dean Wareham op zijn best vind.

That’s The Price Of Loving Me werd in slechts zes dagen opgenomen in Los Angeles, waardoor het album is voorzien van een spontaan en niet al te gepolijst klinkend geluid, maar Kramer heeft het album ook voorzien van een mooi en wat galmend geluid, dat ook weer herinnert aan de muziek die Dean Wareham in het verleden maakte. Het is een geluid dat uitstekend past bij de stem bij de van oorsprong Nieuw-Zeelandse muzikant. Ik hoor nog niet al teveel slijtage op de stembanden van Dean Wareham, waardoor ook That’s The Price Of Loving Me weer heerlijk dromerig kan klinken.

Toen in 2021 I Have Nothing To Say To The Mayor Of L.A. verscheen vond ik dat echt een enorme verrassing. Door dat album had ik behoorlijk hoge verwachtingen met betrekking tot de nieuwe muziek van Dean Wareham. Die verwachtingen werden een paar maanden geleden al waargemaakt met het uitstekende kerstalbum van Dean & Britta, maar That’s The Price Of Loving Me is nog een stuk beter. Er zijn niet veel muzikanten die vijf decennia lang muziek maken die er toe doet, maar Dean Wareham is er absoluut een van. Erwin Zijleman

deary - Aurelia (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: deary - Aurelia - dekrentenuitdepop.blogspot.com

deary - Aurelia
Rebecca ‘Dottie’ Cockram en Ben Easton van het Britse duo deary maken geen geheim van hun muzikale helden uit het verleden, maar wat zijn de songs op hun mini-album van een bijzondere schoonheid en kracht

Luister naar Aurelia van het Britse duo deary en je hoort flarden van de hoogtepunten van de shoegaze, slowcore en vooral dreampop uit de jaren 90. De leden van het Britse duo hebben zich nadrukkelijk laten inspireren door de muziek van The Cocteau Twins, maar ze hebben er ook hun eigen ding van gemaakt. Rebecca ‘Dottie’ Cockram en Ben Easton overtuigen op Aurelia met prachtige klanken en nog mooiere zang en maken beeldende muziek die de fantasie uitvoerig prikkelt maar waarop het ook heerlijk wegdromen is. Het is jammer dat Aurelia slechts een mini-album is, maar het is er een die doet uitzien naar nog veel meer muziek van Rebecca ‘Dottie’ Cockram en Ben Easton.

Het is deze week veel minder druk met nieuwe releases dan in de afgelopen weken of zelfs maanden, waardoor ik wat minder streng hoef te zijn met de regel dat ik op de krenten uit de pop alleen volwaardige albums bespreek en mini-albums en zeker EP’s laat liggen. Dat komt goed uit, want een van de mooiste releases van deze week bevat slechts zes tracks en heeft een speelduur van net iets meer dan 25 minuten (alleen bij aanschaf van de cd-versie krijg je nog drie extra tracks).

Alle reden dus om Aurelia van deary (geen hoofdletter) een mini-album te noemen, maar wat is het een mooi mini-album. deary is een duo uit Londen dat bestaat uit Rebecca ‘Dottie’ Cockram en Ben Easton. Het duo maakt op Aurelia muziek die is te omschrijven als dreampop en het is het soort dreampop dat in de jaren 90 in grote hoeveelheden werd gemaakt. De muziek van deary zal bij liefhebbers van het genre, en daar reken ik mezelf zeker toe, dan ook direct bekend in de oren klinken.

Nu wordt er momenteel heel veel muziek gemaakt die zich laat beïnvloeden door de dreampop uit de jaren 90, maar ik hoor maar zelden muziek die wat mij betreft niet onder doet voor de dreampop uit de hoogtijdagen van het genre. Het debuut mini-album van deary is een uitzondering, want direct bij eerste beluistering was ik bijzonder enthousiast over Aurelia.

Rebecca ‘Dottie’ Cockram en Ben Easton vonden elkaar ooit in een gedeelde liefde voor de muziek van The Cocteau Twins en van die liefde maken ze op Aurelia geen geheim. Echo’s van de muziek van de roemruchte Britse band klinken nadrukkelijk door in de muziek van deary, maar als ik naar de muziek van het Britse duo luister denk ik dat The Cocteau Twins niet de enige muzikale liefde van Rebecca ‘Dottie’ Cockram en Ben Easton was.

Ik hoor namelijk ook wel wat van My Bloody Valentine op Aurelia en hier en daar ook wat van Slowdive, waarmee we de smaakmakers van de shoegaze en de slowcore ook direct te pakken hebben. En als in de laatste track Portishead achtige ritmes opduiken kunnen we een van de smaakmakers van de triphop toevoegen. Invloeden uit de dreampop domineren echter op het mini-album van deary, wat betekent dat we vooral te maken hebben met melodieuze en ruimtelijke gitaarlijnen, atmosferische drums, diepe bassen, staccato drums en engelachtige vocalen.

Rebecca ‘Dottie’ Cockram heeft goed geluisterd naar haar grote voorbeeld Elizabeth Frazer, maar waar de meeste dreampop zangeressen van deze tijd zich stukbijten op het voorbeeld uit de jaren 90 blijft de zangeres van deary vrij makkelijk overeind met keer op keer betoverend mooie zang, die net zo bezwerend kan klinken als die van Elizabeth Frazer en ook net zo mooi kan wegdrijven op de ijle klanken.

Bij het beluisteren van albums die zich hebben laten inspireren door de dreampop, shoegaze en slowcore uit het verleden begin ik meestal na een paar tracks te verlangen naar de klassiekers uit de jaren 90, maar bij beluistering van Aurelia van deary heb ik dat niet. Integendeel zelfs, want ik had graag gehad dat dit album twee keer zo lang had geduurd. Maar snel werken aan een volwaardig debuutalbum dus, maar het voorproefje dat deary afgeeft met Aurelia is wat mij betreft bijzonder indrukwekkend en bloedmooi. Erwin Zijleman

Death and Vanilla - Are You a Dreamer? (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Death And Vanilla - Are You A Dreamer? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Death And Vanilla - Are You A Dreamer?
Death And Vanilla levert een album vol avontuur en betovering af, dat maar blijft intrigeren en dat steeds weer andere wegen in slaat, zonder ook maar een moment te verslappen

De muziek van de Zweedse band Death And Vanilla overtuigde me tot dusver maar ten dele, maar het nieuwe album van de band is een voltreffer. De elektronica op het nieuwe album van de band uit Malmö klinkt net wat donkerder en subtieler en vloeit prachtig samen met wonderschone gitaarlijnen, fraai drumwerk en de benevelende vocalen van Marleen Nilsson. Are You A Dreamer? zet je steeds weer op het verkeerde been, maar tovert ook de mooiste beelden op het netvlies. Het levert een fascinerende luistertrip op die lak heeft aan genres en de inspiratie vaak vindt in een ver verleden. Prachtplaat. Punt.

Ik probeer het al een paar jaar met de albums (tot dusver twee reguliere albums en twee filmsoundtracks) van de Zweedse band Death And Vanilla, maar op een of andere manier weet de band uit Malmö mijn aandacht na een zeer veelbelovende start niet vast te houden.

Death And Vanilla maakt inmiddels al een aantal jaren dromerige elektronische popmuziek, die in eerste instantie vooral schatplichtig was aan bands als Stereolab en Broadcast, maar de Zweedse band heeft ook nooit een geheim gemaakt van haar liefde voor dreampop.

Daar ben ik normaal gesproken niet vies van, maar na een paar keer horen kabbelde het me allemaal net wat te makkelijk voort of bood de muziek van de Zweden me juist net te weinig houvast, waardoor de lome en dromerige klanken van Death And Vanilla het ene oor in en het andere oor weer uit gingen.

Het is allemaal anders bij beluistering van het derde reguliere album van de band. Are You A Dreamer? opent wonderschoon met prachtig subtiele gitaarlijnen, de onderkoelde en dromerige zang van Marleen Nilsson en wat meer ingetogen en net wat donkerder klinkende elektronica. De openingstrack van het derde album van de Zweedse band doet me wel wat denken aan het debuut van Portishead, maar het is wel Portishead met een bijzondere twist.

Marleen en Anders Nilsson kregen dit keer in de studio gezelschap van drummer Måns Wikenmo, die zorgt voor een net wat aardser en organischer geluid. Het is een geluid waarin invloeden uit de dreampop aan terrein hebben gewonnen, maar Death And Vanilla laat zich niet vergelijken met de 1001 bands die een slaatje proberen te slaan uit de dreampop revival, die inmiddels al flink wat jaren aanhoudt.

Are You A Dreamer? is een behoorlijk ingetogen album waarop zoete en sprookjesachtige elektronische klanken worden afgewisseld met donkerdere en bij vlagen ongrijpbare elektronische klanken. Het vloeit prachtig samen met de mooie gitaarlijnen en het prima drumwerk op het album, waarna alles samensmelt door de onderkoelde zang van Marleen Nilsson.

Death And Vanilla overtuigt op Are You A Dreamer? met bijzondere klanken, die aan de ene kant makkelijk verleiden, maar die aan de andere kant het experiment niet schuwen. Af en toe doet het me wel wat denken aan de muziek van Beach House, maar de songs van Death And Vanilla schieten makkelijk andere kanten op en hebben meer sterke wapens dan bezwering en verleiding.

Het is muziek die zeker in het verlengde ligt van de muziek op de vorige albums van de band, maar waar de muziek van de band uit Malmö me in het verleden snel ging vervelen of onvoldoende houvast bood, zijn de acht songs op Are You A Dreamer? allemaal even sterk. Het zijn vaak wat langere songs (5 van de 8 songs klokken boven de vijf minuten) die de tijd nemen voor het opbouwen van de spanning en het inslaan van andere wegen.

Het is knap hoe het Zweedse trio steeds weer andere invloeden aan weet te boren. Van elektronica naar dreampop, van zoete en barokke pop naar psychedelica en ook de invloeden uit de filmmuziek zijn nooit ver weg. Death And Vanilla maakte al twee echte soundstracks, maar ook Are You A Dreamer? is een album dat goed is voor fraaie beelden en dat zou niet misstaan als soundtrack bij een bij voorkeur Franse film.

De Zweedse band sleept er niet alleen allerlei invloeden bij, maar schiet ook door de tijd. Het ene moment ben je in het heden, het volgende moment in de hoogtijdagen van de dreampop, maar Are You A Dreamer? heeft ook een duidelijke 70s feel. De vorige albums wisten mijn aandacht maar moeilijk vast te houden, maar het nieuwe album van Death And Vanilla heeft me nu al een tijdje in een wurggreep en denkt voorlopig niet aan loslaten. Erwin Zijleman

Death and Vanilla - Flicker (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Death And Vanilla - Flicker - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Death And Vanilla - Flicker
De Zweedse band Death And Vanilla maakte al een aantal uitstekende albums, maar legt de lat nog wat hoger op het nog wat mooiere en ook net wat avontuurlijkere Flicker, dat de aandacht van een groot publiek verdient

De muziek van de uit Malmö afkomstige band Death And Vanilla trekt nog niet heel veel aandacht en dat is jammer. Op haar vorige albums wist de band zich makkelijk te onderscheiden van al die bands die fantasieloos voortborduren op de dreampop uit de jaren 90 en dat doet Death And Vanilla nog wat nadrukkelijker op het deze week verschenen Flicker. Flicker bevat absoluut ingrediënten uit de dreampop, waaronder mooie gitaarlijnen, atmosferische synths en fluisterzachte vocalen, maar de Zweedse band kiest ook voor het experiment en creëert een bijzondere sfeer. Het levert een bezwerend album op, dat bij iedere luisterbeurt mooier en fascinerender klinkt.

De Zweedse band Death And Vanilla bracht haar debuutalbum uit in 2012, maar mijn eerste kennismaking met de band uit Malmö stamt uit 2019, toen Are You A Dreamer? verscheen. Op haar derde album maakte Death And Vanilla wat mij betreft indruk met lome en dromerige popsongs, waarin subtiele gitaarlijnen, zweverige elektronica en de fluisterzachte stem van Marleen Nilsson elkaar op fraaie wijze wisten te versterken in een geluid dat in het hokje dreampop werd geduwd, maar dit genre op vele manieren ontsteeg.

Ik werd in 2019 overigens niet direct betoverd door de muziek van Death And Vanilla, maar toen ik eenmaal was gevallen voor de charmes van Are You A Dreamer? werd het een trouwe metgezel, die met name in kleine uurtjes wonderen kon verrichten. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het nieuwe album van de band, dat deze week is verschenen.

Flicker ligt gelukkig in het verlengde van zijn voorganger, maar Death And Vanilla heeft ook op subtiele wijze gesleuteld aan haar geluid. Ook Flicker trekt direct de aandacht met de zachte zang van Marleen Nilsson en ook de inmiddels van de band bekende subtiele gitaarakkoorden en atmosferische synths zijn van de partij. Nieuw is de wat grotere rol voor baslijnen en ritmes, die het tempo van de muziek van de Zweedse band iets hebben opgevoerd.

De opvoering van het tempo is in de meeste gevallen zeer subtiel, maar het voorziet de songs op Flicker toch van een net wat andere en vaak wat donkerdere sfeer dan de songs op het vorige album. Net als bij mijn eerste beluistering van Are You A Dreamer? vond ik ook Flicker op het eerste gehoor wat eenvormig, zeker als je het album op de achtergrond laat voortkabbelen, maar wanneer je het album met volledige aandacht en bij voorkeur met de koptelefoon beluistert, heeft ook het nieuwe album van Death And Vanilla een bijna hypnotiserende werking.

Met haar vorige album paste de band met enige fantasie nog wel in het hokje dreampop, maar op Flicker worden de grenzen van het genre nog veelvuldiger opgezocht. Death And Vanilla klinkt op haar vierde reguliere album (de band maakte ook nog twee soundtracks) psychedelischer dan in het verleden en laat ook duidelijker haar zwak voor zwoele filmmuziek horen. Zeker wanneer de elektronica wat tegendraadser klinkt hoor je dit keer ook een vleugje Krautrock of zelfs een beetje progrock, waardoor Flicker gevarieerder en dynamischer klinkt dan de vorige albums van de Zweedse band, al moeten de verschillen met deze albums zeker niet worden overdreven.

Flicker klinkt bij vlagen ook zeker wat lichtvoetiger dan de vorige albums van de band, maar dit is niet ten koste gegaan van de kwaliteit van de songs van de band, die ook op het nieuwe album weer hoog is. Door het voorzichtig opvoeren van het tempo, maar zeker ook door de wat experimenteler klinkende elektronica bevalt Flicker me uiteindelijk nog net wat beter dan het uitstekende Are You A Dreamer?, wat gezien het niveau van dat album een prestatie van formaat mag worden genoemd. Dat Death And Vanilla veel meer aandacht verdient voor haar bijzondere muziek dan de Zweedse band tot dusver krijgt zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Death Valley Girls - Under the Spell of Joy (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Death Valley Girls - Under The Spell Of Joy - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Death Valley Girls - Under The Spell Of Joy
De Amerikaanse band Death Valley Girls kan uit de voeten met gruizige garagerock, maar trekt op The Spell Of Joy ook een fascinerend vat vol tegenstrijdigheden en bezweringen open

Ik was tot dusver niet zo onder de indruk van de albums van Death Valley Girls, maar Under The Spell Of Joy heeft me enorm verrast. Zeker op de eerste helft van het album trekt de band uit Los Angeles alles uit de kast en worden onder andere garagerock, psychedelica, postpunk, lo-fi en naar verluidt ook nog wat Ethiopische funk aan elkaar gesmeed in songs vol bezwering. Het doet aan van alles denken, maar op hetzelfde moment aan helemaal niets. De tweede helft van het album is wat minder experimenteel, maar scoort ook nog altijd een dikke voldoende, waardoor de totaalscore voor het nieuwe album van Death Valley Girls flink positief uitvalt.

De uit Los Angeles afkomstige band Death Valley Girls bestaat al een jaar of zeven en is met het deze week verschenen Under The Spell Of Joy alweer toe aan haar vierde album. De vorige drie heb ik niet of slechts vluchtig beluisterd en het enige dat ik me herinner is dat de muziek van de band nogal deprimerend klonk. Ook Under The Spell Of Joy is zeker geen zonnig album, maar het is zeker niet zo donker als de vorige albums van de band.

Death Valley Girls geeft op haar bandcamp pagina aan dat het nieuwe album van de band vooral is beïnvloed door Ethiopische funk, maar ik hoor persoonlijk een heel arsenaal aan genres en invloeden. Death Valley Girls is zeker niet vies van garagerock en punk, maar ook invloeden uit de postpunk en psychedelica klinken door in de muziek van de band uit Los Angeles en dat is nog maar het topje van de ijsberg.

De donkere klanken worden iets verlicht door de stuwende ritmes, waarna een schurende saxofoon het album toch weer de duisternis in trekt. Death Valley Girls houdt echter wel van uitersten. Rauwe en donkere klanken worden gecombineerd met vrij lichtvoetige refreinen en zang en zelfs een kinderkoor, waardoor Death Valley Girls klinkt als geen enkele andere band.

Het roept associaties op met van alles en nog wat, maar het schiet ook alle kanten op. “A Stooges’ Funhouse-meets-Willy Wonka’s chocolate factory roller coaster ride” las ik ergens als omschrijving en zo kan ik er nog heel wat bedenken. Bij eerste beluistering van Under The Spell Of Joy schreef ik de volgende namen op: Siouxsie & The Banshees, The Slits, The Go-Go’s, The Cramps, Vivivan Girls, La Luz, The Velvet Undergound en Bikini Kill. Het is een lijstje dat bij herhaalde beluistering overeind is gebleven, maar ik kan er nog vele namen aan toevoegen als het moet.

Death Valley Girls heeft een album gemaakt dat wel even moet landen, maar uiteindelijk hoor ik toch vooral veel moois op het album. Het gitaarwerk is fraai, de saxofoon lekker tegendraads, de ritmes donker en stuwend, de elektronica duister en de zang even rauw als toegankelijk.

Zeker op de eerste helft van de plaat kiest Death Valley Girls voor een duidelijk andere lijn dan op haar eerdere albums en maakt het indruk met songs die zijn voorzien van een bijna hypnotiserende kracht. Die kracht schuilt deels in de zang, maar nog veel meer in de instrumentatie, die zich laat beluisteren als een eigentijdse variant op Phil Spector’s Wall Of Sound uit de jaren 50 en 60. Het komt, zeker op het eerste gehoor wat chaotisch over, maar wanneer je de verschillende lagen uit elkaar trekt, blijken ze stuk voor stuk van een bijzondere schoonheid en ga ik met name de ritmesectie en de saxofonist steeds meer waarderen.

Het is knap hoe Death Valley Girls soms verrassend lichtvoetig of lo-fi kan klinken, om zichzelf niet veel later te verliezen in jams vol verrassende wendingen. Met name de eerste helft van het album intrigeert hopeloos, maar is zeker geen lichte kost. Die lichtere kost serveert Death Valley Girls op de tweede helft van het album dat meer rechttoe rechtaan klinkt en is te omschrijven als “The Go-Go’s na een paar jaar in de goot”. Het is een stuk minder spannend dan de eerste helft van het album, maar het klinkt absoluut lekker genoeg om de aandacht vast te houden, zeker als er nog wat gitaarsolo’s en wat smerig klinkende koortjes en orgeltjes uitgegooid worden. Al met al een zeer aangename verrassing dit album. Erwin Zijleman

Deep Purple - Made in Japan (1972)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Deep Purple - Made In Japan (1972) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Deep Purple - Made In Japan (1972)
De jaren 70 hebben een indrukwekkend stapeltje memorabele of zelfs mythische live-albums van rockbands opgeleverd en Made In Japan van de Britse band Deep Purple is er daar absoluut een van

Ik heb Deep Purple maar één keer live gezien en dat was in de nadagen van de band (ik denk ergens begin jaren 90). Dat was op zich prima, maar het is niet te vergelijken met het geluid dat de band op Made In Japan uit 1972 laat horen. Op dit live-album speelt de band op de toppen van haar kunnen en in de ultieme bezetting en wat is het goed. Made In Japan is zo’n zeldzaam live-album dat je het gevoel gaf dat je er bij was op die zomeravonden in Japan. Het album knalt uit de speakers en wat is de tracklist geweldig. Deep Purple had binnen de hardrock een duidelijk eigen geluid en dat geluid klonk maar zelden zo goed als op Made In Japan, dat behoort bij de beste live-albums ooit gemaakt.

Er verschijnt af en toe nog wel eens een live-album, maar het live-album heeft al lang niet meer de mythische status die het in de jaren 70 had. Dat is ook niet zo gek, want tegenwoordig kun je in de meeste gevallen direct na thuiskomst het bezochte concert nog een keer herbeleven op YouTube, terwijl je in de jaren 70 vaak vele jaren moest wachten op de release van een officieel live-album. De YouTube opnamen van nu zijn enigszins te vergelijken met de bootlegs van toen, al moest je voor een bootleg wel flink wat meer moeite doen, langer wachten en bovendien diep in de buidel tasten.

Met name de symfonische rock bands en de hardrock bands uit de jaren 70 maakten een aantal live-albums die niet onder deden of zelfs beter waren dan de studioalbums van deze bands en een aantal van deze albums werd uiteindelijk geschaard onder de klassiekers uit de geschiedenis van de rockmuziek. Made In Japan van Deep Purple uit 1972 is zo’n album. Het is niet het eerste live-album van de band, want dat is het in 1969 verschenen Concerto For Group And Orchestra, maar het is wel het beste live-album van Deep Purple, dat er uiteindelijk een flinke stapel maakte. Made in Japan behoort bovendien bij het selecte groepje legendarische live-albums.

De Britse band verkeerde aan het begin van de jaren 70 in topvorm en had voorafgaand aan Made In Japan met Deep Purple In Rock (1970), Fireball (1972) en Machine Head (1972) drie zeer memorabele studioalbums afgeleverd. De bezetting van de band met zanger Ian Gillan, bassist Roger Glover, drummer Ian Paice, gitarist Ritchie Blackmore en organist Jon Lord moet bovendien gezien worden als de ultieme Deep Purple bezetting. Op 15, 16 en 17 augustus 1972 stond Deep Purple in deze bezetting twee avonden in Osaka en één avond in Tokyo op het podium, wat uiteindelijk genoeg materiaal opleverde voor een legendarisch album.

Het originele album bevat slechts zeven tracks, maar heeft een speelduur van ruim 75 minuten. Met lange versies van Highway Star, Child In Time, Smoke On The Water, Strange Kind Of Woman, Lazy en Space Truckin' heeft het album een fantastische tracklist, met een wat overbodige drumsolo van 9 minuten als minpunt, maar dat hoorde er toen nou eenmaal bij (niet alles was vroeger beter).

De ritmesectie speelt fascinerend strak, Ian Gillan zingt met geweldige uithalen de veters uit zijn schoenen en ook uit de gitaren van Ritchie Blackmore en de orgels van John Lord komt continu stoom of rook. Deep Purple had van alle hardrockbands uit de jaren 70, met name dankzij de orgels van John Lord, een uniek geluid en dat geluid kwam live nog net wat beter uit de verf.

De originele mix van het album uit 1972 staat nog steeds als een huis en weet het live-gevoel echt perfect te vangen, maar bij beluistering van de remix uit 2013 ging er ook wel een wereld voor me open zo af en toe. Het blijft lastig kiezen tussen alle versies en mixen, maar gelukkig heb je ze op Spotify allemaal en kun je nog flink wat tracks toevoegen aan de originele tracklist.

In de jaren 70 ging overigens het gerucht dat in Child Of Time een pistoolschot is te horen. Dat gerucht bleef destijds makkelijk rondzingen en droeg bij aan de mythische status van het album, maar dankzij het Internet weet ik na al die jaren dan eindelijk dat de knal gewoon uit het orgel van John Lord kwam, wat een stuk minder spannend is.

Ik ben tegenwoordig nauwelijks meer in live-albums geïnteresseerd, maar ik grijp nog vaak naar een live-album uit de jaren 70. Ik heb een flink stapeltje geweldige live-albums uit dit decennium, maar Made in Japan van Deep Purple is absoluut een van de beste, zo niet de allerbeste. Erwin Zijleman

Deep Purple - Whoosh! (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Deep Purple - Whoosh! - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Deep Purple - Whoosh!
Wie verwacht er van Deep Purple nog een album dat er toe doet? Ik zeker niet, maar Whoosh! is echt een heerlijk album vol echo’s uit het verleden en verrassend sterke songs

Ik moest er even in komen, maar als de meedogenloze gitaarriffs van Steve Morse uit de speakers knallen, het orgel van Don Airey ronkt, de door Roger Glover en Ian Paice gevormde ritmesectie het geluid opstuwt en de stembanden van Ian Gillan opeens 50 jaar jonger klinken dan ze zijn, is de magie van de eerste helft van de jaren 70 terug. Deep Purple teert meer dan 50 jaar na de oprichting echter zeker niet alleen op het verleden, maar durft ook stappen te zetten in de uitstekende songs op het nieuwe album. Een oude jeugdliefde keert terug en blijkt bijna net zo mooi en onweerstaanbaar als 45 jaar geleden. Het kan normaal gesproken niet, maar Deep Purple flikt het.

Ik heb het voor de zekerheid maar even opgezocht, maar het meest recente Deep Purple dat ik in de kast heb staan was tot voor kort Burn uit 1974. Na dit album viel de band voor een belangrijk deel uit elkaar en de nieuwe bezetting wist de oude glorie niet in ere te herstellen.

De band heeft sindsdien in uiteenlopende samenstellingen een flink aantal albums gemaakt, maar ik heb ze allemaal laten liggen. Het geldt ook voor de twee studioalbums die de band de afgelopen tien jaar maakte, al maakten de lovende recensies me in 2013 Now What?!) en 2017 (InFinite) wel wat nieuwsgierig. Deze nieuwsgierigheid was niet meer te bedwingen nadat ik de eerste recensies van Whoosh! had gelezen.

Van de band die in 1968 werd geformeerd is alleen drummer Ian Paice nog over, maar uit de bezetting die in de eerste helft van de jaren 70 wereldberoemd werd, zijn ook bassist Roger Glover en zanger Ian Gillan nog over, waardoor de huidige bezetting alle recht heeft om de naam Deep Purple te dragen.

Op Whoosh! moet de band het uiteraard doen zonder de in 2012 overleden toetsenist John Lord en ook zonder stergitarist Ritchie Blackmore, die de band halverwege de jaren 90 definitief de rug toekeerde, maar met gitarist Steve Morse en toetsenist Don Airey heeft de band prima vervangers in huis gehaald en het zijn vervangers die inmiddels al flink wat jaren Deep Purple op hun CV hebben staan.

Over ervaring heeft Deep Purple anno 20202 dus niet te klagen, maar moeten we van zestigers en zeventigers nog een album verwachten dat de magie van weleer ook maar enigszins kan benaderen? Voor beluistering van Whoosh! was ik geneigd om deze vraag negatief te beantwoorden, maar het nieuwe album van Deep Purple heeft me zeer aangenaam verrast.

Whoosh! opent wat symfonischer dan ik me de band herinner, maar ook de gitaarriff in de openingstrack is geweldig en de zang van Ian Gillan valt me zeker niet tegen. De flirts met progrock geven de band een net wat ander geluid, al hoor je de bluesy hardrock nog terug in het gitaarwerk. Het oude geluid van de band komt vanaf de tweede track wat nadrukkelijker aan de oppervlakte. Enerzijds vanwege het geweldige gitaarwerk en de zang vol bravoure, maar ook vanwege het voor Deep Purple zo karakteristieke orgel.

Dat de leden van de band hun muzikale kunsten niet verleerd zijn is op zich niet verbazingwekkend, maar dat de songs zo goed zijn is dat wel. Deep Purple staat op Whoosh! met minstens één been in het verleden, maar de band heeft haar geluid samen met topproducer Bob Ezrin ook flink opgepoetst, zodat je geen moment het idee hebt dat je naar een aantal heren op leeftijd die mijmeren over het verleden aan het luisteren bent. Dat Deep Purple een jeugdliefde was helpt absoluut bij het genieten van het nieuwe album van de band, maar ik ben vast niet de enige die de band ooit bewonderde maar de afgelopen decennia totaal heb genegeerd.

Zeker in de songs met meedogenloze gitaarriffs, een ronkend orgel en de verrassend lenige stembanden van Ian Gillan teert Deep Purple deels op oude glorie, maar de band verkent op Whoosh! ook zeker nieuwe richtingen, waaronder uitstapjes richting progrock of juist richting wat lichtvoetigere songs. Ik moest er absoluut even in komen, maar sindsdien wordt het nieuwe album van Deep Purple alleen maar leuker en verslavender. Erwin Zijlema

Deerhunter - Fading Frontier (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Deerhunter - Fading Frontier - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Mijn relatie met de muziek van de Amerikaanse band Deerhunter is tot dusver geen gelukkige relatie.

Met een aantal van de vroegere platen van de band heb ik het meerdere keren geprobeerd, maar het kwartje wilde uiteindelijk nooit vallen.

Halycon Digest uit 2010 vond ik wel mooi, maar raakte uiteindelijk ook weer snel uit zicht, terwijl het twee jaar geleden verschenen en behoorlijk rauwe Monomania nooit echt in zicht kwam.

Ik begon daarom met enige tegenzin aan de nieuwe plaat van de band, maar Fading Frontier heeft me enorm verrast.

Deerhunter maakte tot dusver vooral muziek die bij mij tegen de haren in streek, maar Fading Frontier doet het tegenovergestelde. De nieuwe plaat van Deerhunter staat vol met buitengewoon melodieuze popliedjes die direct een aangenaam gevoel geven.

Elektronica heeft aan terrein gewonnen in de muziek van Deerhunter, maar wordt gelukkig subtiel ingezet. Fading Frontier is een lekker dromerige plaat, maar het is ook een plaat die de fantasie eindeloos prikkelt. Waar ik bij Halycon Digest vrij snel weer afhaakte, is Fading Frontier een plaat die groeit en blijft groeien.

Deerhunter maakt op haar nieuwe plaat tijdloze muziek vol invloeden, maar de mix van al deze invloeden levert een geluid op dat ik niet zomaar kan vergelijken met de muziek van anderen. Het is een geluid dat kriskras door de tijd zweeft en uit elke periode iets leuks meepikt.

Het is knap hoe Deerhunter opvallend zweverige klankentapijten kan combineren met rechttoe rechtaan popliedjes. Het is knap hoe de band lekker in het gehoor liggende popliedjes kan maken die stiekem toch vol verrassende wendingen blijken te zitten. Eigenlijk mankeert er maar één ding aan deze nieuwe plaat van Deerhunter; na 36 minuten ben ik nog lang niet voldaan. Erwin Zijleman

Deerhunter - Why Hasn't Everything Already Disappeared? (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Deerhunter - Why Hasn't Everything Already Disappeared? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Deerhunter maakt haar beste plaat tot dusver en overtuigt met popliedjes die soms schaamteloos toegankelijk klinken maar ook continu de fantasie prikkelen
Ik was tot voor kort geen groot Deerhunter fan, maar de platen van de band uit Athens, Georgia, kunnen wel altijd op mijn aandacht rekenen. Deerhunter schoof een paar jaar geleden al wat op richting toegankelijkere en meer elektronische popsongs en het trekt deze lijn op fascinerende wijze door. Why Hasn't Everything Already Disappeared? is een plaat vol popsongs die het oor genadeloos strelen, maar het is ook een vat vol tegenstrijdigheden, dat steeds net iets anders doet dan je had verwacht. Muziek van Deerhunter vond ik tot dusver aangenaam, maar het vervloog ook snel. Dat is dit keer anders, want wat blijft deze plaat lekker hangen.

Ik heb inmiddels al een jaar of 15 een moeizame relatie met de muziek van de Amerikaanse band Deerhunter. Bij vlagen vind ik het prachtig, maar ik vind de muziek van de band uit Atlanta, Georgia, minstens even vaak te ongrijpbaar of juist te toegankelijk.


Met name Halcyon Digest uit 2013 en Fading Frontier uit 2015 vond ik prima platen en ik heb ze dan ook geprezen op deze BLOG, maar het zijn ook platen waar ik sinds het schrijven van de recensies niet of nauwelijks meer naar heb geluisterd.

Op Fading Frontier bewoog de Amerikaanse band zich langzaam maar zeker richting toegankelijke en lekker in het gehoor liggende, maar ook in artistiek opzicht interessante popliedjes. Het is een lijn die op overtuigende wijze wordt doorgetrokken op het deze week verschenen Why Hasn't Everything Already Disappeared?, dat ik na een paar keer horen heb beluisterd als de beste Deerhunter plaat tot dusver.

Op Fading Frontier werd het geluid van Deerhunter al met meer elektronica ingekleurd dan ik van de band gewend was en deze lijn is nog een flink stuk doorgetrokken op de nieuwe plaat van de Amerikaanse band. Veel songs op Why Hasn't Everything Already Disappeared? Worden gedomineerd door synths en zelfs al ik blazers, strijkers en gitaren hoor vraag ik me af of ze niet uit een doosje komen. Het is me verder om het even, want het geluid op Why Hasn't Everything Already Disappeared? is ondanks alle elektronica warm en gloedvol.

De nieuwe plaat van Deerhunter werd opgenomen in Marfa, Texas, waar, toch wel wat verrassend, de Britse singer-songwriter Cate LeBon aanschoof als producer. Cate LeBon heeft stiekem wat Britse invloeden in de muziek van Deerhunter gefietst, want bij beluistering van de nieuwe plaat van de Amerikanen had ik onder andere associaties met de muziek van The Blue Nile, Prefab Sprout, China Crisis en The Lotus Eaters.

Wanneer deze associaties opduiken maakt Deerhunter muziek die zich heeft laten beïnvloeden door de zoete popmuziek uit de jaren 80, maar op Why Hasn't Everything Already Disappeared? hoor ik nog veel meer.

Het ene moment neemt Deerhunter je mee terug naar de tijdloze popmuziek uit de jaren 90, het volgende moment is de band vaandeldrager van de hedendaagse indie-pop. De ene keer hoor ik invloeden uit het vroege werk van Roxy Music of uit de avontuurlijke muziek van Peter Gabriel, het volgende moment zijn de songs van Deerhunter zo schaamteloos aanstekelijk dat ook bands als Snow Patrol en Coldplay er mee zouden scoren, maar ook invloeden uit de elektronische popmuziek van de late jaren 70 duiken met enige regelmaat op.

Het is knap hoe Deerhunter de balans weet te bewaren tussen bijna hitgevoelige popmuziek en popmuziek die de fantasie prikkelt. Het zorgt ervoor dat de band zich waarschijnlijk niet zal scharen onder de allergrootsten, maar het zorgt er ook voor dat Deerhunter ook voor de serieuzere en avontuurlijkere muziekliefhebber interessant blijft.

Why Hasn't Everything Already Disappeared? is een plaat die ook een paar jaar geleden gemaakt had kunnen worden door The Arcade Fire of een jaar of twintig geleden door Pulp, maar het is ook een plaat die het unieke stempel van Deerhunter draagt. Het is een stempel dat me tot dusver lang niet altijd weet te overtuigen, maar op de nieuwe plaat van de band zijn de songs onweerstaanbaarder en graven ze op hetzelfde moment dieper, bijvoorbeeld in de teksten, die met verbazing kijken naar de wereld waarin we leven. Ik ben voor het eerst echt helemaal om. Erwin Zijleman

DEHD - Blue Skies (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: DEHD - Blue Skies - dekrentenuitdepop.blogspot.com

DEHD - Blue Skies
De Amerikaanse band DEHD stijgt op haar vierde album tot grote hoogten en komt op de proppen met dertien frisse en avontuurlijke, maar ook onweerstaanbaar lekkere en hopeloos verslavende popsongs

DEHD uit Chicago maakte op mij geen onuitwisbare indruk met haar eerste drie albums, maar op Blue Skies verandert alles dat het drietal aanraakt in goud. Het soms bijna minimalistische geluid van de band stapt met zevenmijlslaarzen door de tijd en combineert meerdere genres in puntige maar o zo lekkere popsongs. Vergeleken met de vorige albums van de band bevat Blue Skies wat melodieuzere en wat minder stekeligere songs, maar de muziek van DEHD klinkt nog altijd heerlijk eigenzinnig. In net iets meer dan een half uur komen maar liefst dertien songs voorbij en de een is nog beter dan de ander. Ik hoorde tot dusver niet zoveel in DEHD, maar Blue Skies is een wereldplaat!

Blue Skies is het vierde reguliere album van de Amerikaanse band DEHD (volgens de band zelf geschreven met hoofdletters). De vorige drie albums van de band uit Chicago ben ik allemaal wel eens tegengekomen, maar een onuitwisbare indruk hebben ze niet gemaakt. Het in 2020 verschenen Flower Of Devotion vond ik aardig, maar zeker niet meer dan dat en voorgangers Water uit 2019 en DEHD uit 2016 maakten nog wat minder indruk.

Het contrast met het deze week Blue Skies is levensgroot, want het vierde album van de Amerikaanse band vind ik 32 minuten en 34 seconden lang geweldig. In die 32 minuten en 34 seconden komen maar liefst dertien songs voorbij en het zijn stuk voor stuk songs om eindeloos te koesteren.

DEHD is een trio dat bestaat uit Emily Kempf, Jason Balla en Eric McGrady. De drie autodidact muzikanten verdeelden hun tijd de afgelopen jaren over meerdere bands, maar momenteel ligt de focus bij DEHD. En terecht, want het drietal uit Chicago heeft de afgelopen jaren een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt.

In muzikaal opzicht klinkt Blue Skies een stuk beter dan zijn voorgangers en ook de zang op het vierde album van de band is een stuk aansprekender dan op de vorige albums. Je bent bij DEHD nog steeds niet aan het juiste adres voor muzikale of vocale hoogstandjes, maar de band klinkt op Blue Skies strak, terwijl het zelf geproduceerde geluid mooi helder uit de speakers komt.

Het is een geluid dat zich grotendeels beperkt tot de drie-eenheid gitaar, bas en drums, waarna nog wat synths zijn toegevoegd. De ritmesectie is in veel van de tracks beïnvloed door de postpunk met diepe bassen en strakke ritmes, terwijl de soms van een surfinjectie voorziene gitaren vooral ruimtelijk klinken en de toegevoegde keyboards atmosferisch. Het is een relatief eenvoudig of beter gezegd minimalistisch geluid, maar DEHD bereikt met relatief eenvoudige middelen een maximaal effect.

De zang wordt verdeeld tussen Emily Kempf en Jason Balla, waarbij mijn persoonlijke voorkeur uitgaat naar eerstgenoemde, maar ook als laatstgenoemde zingt en zeker als de twee de vocalen delen klinkt de zang op het vierde album van DEDH bijzonder aangenaam en energiek.

Vergeleken met de vorige drie albums heeft het drietal stappen gezet wanneer het gaat om de muziek en de zang, maar de meeste progressie zit in de songs. Blue Skies bevat zoals gezegd dertien songs en het zijn dertien songs waarvan ik alleen maar zielsgelukkig kan worden. De songs op het nieuwe album van DEDH zijn hopeloos aanstekelijk, maar ze prikkelen bovendien genadeloos de fantasie.

Bands als DEHD klinken vaak wat eenvormig, maar ook hier heeft de band uit Chicago totaal geen last van. Ondanks het feit dat het aantal ingrediënten beperkt is, is Blue Skies een verrassend veelzijdig album, dat je steeds weer net een andere kant op slingert, maar dat geen moment verslapt. Blue Skies is een wat persoonlijker album, wat verder bijdraagt aan de kracht en urgentie van de songs op het album.

Gezien de vorige album van de band uit Chicago had ik geen wonderen verwacht van DEHD, maar Blue Skies is een album vol wonderen. Hoe vaker ik naar het album luister, hoe aanstekelijker en verslavender de songs op het album worden en hoe meer ik onder de indruk raak van het bijzondere geluid van de band, die op fraaie wijze van alles aan elkaar smeedt. Fantastisch album. Erwin Zijleman

DEHD - Poetry (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Dehd - Poetry - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Dehd - Poetry
Dehd uit Chicago trok in 2022 flink wat aandacht met haar uitstekende vierde album Blue Skies, maar het in de lente van 2024 verschenen Poetry doet echt niet onder voor de zo uitvoerig geprezen voorganger

Het is maar een enkel jaarlijstje waarin de afgelopen weken Poetry van Dehd opdook. Het vijfde album van de Amerikaanse band stond wat minder in de schijnwerpers dan album nummer vier, maar het doet er zeker niet voor onder. Integendeel, want de songs op Poetry zijn nog wat aanstekelijker en zitten ook nog net wat knapper in elkaar. Dehd maakt ook op Poetry wat nostalgisch aandoende songs met een vleugje surf en garagerock, maar de songs van de band uit Chicago staan ook met minstens één been in het heden. Laat Poetry uit de speakers komen en de zonnestralen vliegen je om de oren. Het is een heerlijke traktatie na meerdere werken zonder zon.

De eerste drie albums van de Amerikaanse band Dehd vond ik niet zo heel bijzonder, maar het in de zomer van 2022 uitgebrachte vierde album Blue Skies beviel me echt uitstekend. De band uit Chicago, Illinois, vermaakte op dit album met melodieuze en verrassend veelkleurige popsongs, die zich stuk voor stuk genadeloos opdrongen en vervolgens alleen maar leuker en verslavender werden.

Gezien mijn liefde voor Blue Skies is het best bijzonder dat ik het de afgelopen lente verschenen Poetry niet eens heb opgemerkt, terwijl het album wel degelijk is opgepikt door de nationale en internationale muziekmedia. Gelukkig dook het album de afgelopen weken ook op in een aantal jaarlijstjes, al werd Poetry gemiddeld genomen minder geroemd dan zijn voorganger.

Waar dat aan ligt begrijp ik eerlijk gezegd niet, want de popsongs van Emily Kempf, Jason Balla en Eric McGrady op Poetry zijn zeker niet minder dan die op Blue Skies en wat mij betreft zelfs beter. Het zijn nog altijd zeer aanstekelijke popsongs, die genoeg hebben aan de drie-eenheid gitaar, bas en drums. De songs van Dehd kinken daarom ook dit keer redelijk eenvoudig, al zou ik niet weten welke toevoeging de songs op het album echt zou verrijken.

Het drietal uit Chicago moet het niet hebben van muzikale hoogstandjes, maar ook Poetry klinkt weer bijzonder lekker. De muziek van Dehd doet ook op het vijfde album wat nostalgisch aan. De elementaire gitaarlijnen en de stuwende ritmesectie geven de songs van de Amerikaanse band af en toe een jaren 60 gevoel en dat wordt versterkt door de zang, zeker wanneer koortjes worden ingezet. Het heeft af en toe wat van de surfrock uit dit decennium, maar Poetry moet ook weer niet te makkelijk in een hokje worden geduwd. De songs van Dehd zijn immers ook songs van deze tijd, al klinkt de meeste indierock van het moment flink anders.

Het is knap hoe Dehd ook op Poetry weer het ene na het andere onweerstaanbaar lekkere popliedje uit de hoge hoed tovert en er bovendien voor zorgt dat ze allemaal net wat anders klinken. Naast invloeden uit de surfrock citeert Dehd wat mij betreft ook uit de archieven van de garagerock en ik hoor ook nog wel wat postpunk en shoegaze in de songs op Poetry.

Het lijkt allemaal zo makkelijk wat Dehd doet, maar als je wat beter luistert hoor je dat ook op het nieuwe album weer alles klopt en dat de songs ingenieuzer in elkaar zitten dan bij vluchtige beluistering het geval lijkt. De mooie baslijnen en het functionele drumwerk vloeien prachtig samen met de keer op keer prachtige gitaarlijnen. De muziek past prachtig bij de zang, die soms fraai meerstemmig is, en alle onderdelen zijn gevangen in de zeer trefzekere productie van Ziyad Asrar (Whitney).

Zeker als de stemmen van Emily Kempf, Jason Balla worden gecombineerd zorgt de muziek van Dehd, in ieder geval bij mij, voor een gelukzalig gevoel, dat nog sterker is dan de euforie die het vorige album van het drietal uit Chicago in 2022 opriep. Ik begrijp er dan ook niets van dat ik Poetry vorig jaar niet heb opgemerkt.

Zo aan het einde van het jaar is het af en toe wel weer eens lekker om een zomers klinkend album op te zetten en veel aangenamer dan Poetry van Dehd ben ik ze het afgelopen jaar echt niet tegen gekomen. Wat is Dehd toch een leuke band. Ga dat horen. Erwin Zijleman

Delbert McClinton & Self-Made Men - Prick of the Litter (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Delbert McClinton & The Self-Made Men - Prick Of The Litter - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Delbert McClinton hoopt aan het eind van dit jaar zijn 77e verjaardag te vieren, maar van een plekje achter de geraniums wil de Texaanse muzikant voorlopig nog niet weten.

De man die al sinds het eind van de jaren 50 actief is in de muziek en aan het begin van de jaren 70 zijn debuut uitbracht, heeft inmiddels een enorme stapel muziek uitgebracht en heeft gespeeld met de groten der aarde.

Er zijn er niet veel meer die kunnen zeggen dat ze met blues helden als Howlin' Wolf, Sonny Boy Williamson en Bobby Bland op het podium hebben gestaan, maar Delbert McClinton deed het.

Naar verluid leerde hij een jonge John Lennon aan het begin van de jaren 60 hoe de mondharmonica moet worden bespeeld, maar de Texaan schreef ook songs voor collega’s die hem in aanzien snel voorbij streefden, onder wie Emmylou Harris. Van al de platen die Delbert McClinton heeft gemaakt, heb ik er niet al teveel in huis (hooguit drie), maar zijn nieuwe plaat heb ik direct bij eerste beluistering omarmd.

Op Prick Of The Litter schotelen Delbert McClinton en zijn soepel spelende band The Self-Made Men de luisteraar een heerlijke mix van blues, jazz, soul en rock voor. Muziekliefhebbers die op zoek zijn naar vernieuwing kunnen deze plaat maar het best laten liggen, maar muziekliefhebbers met een zwak voor subliem gespeelde muziek met invloeden uit de bovengenoemde genres en een voorkeur voor muzikale tradities, krijgen met Prick Of The Litter een heerlijke plaat in handen.

Delbert McClinton mag inmiddels 76 zijn, maar heeft een stem die verrassend soepel klinkt. Natuurlijk zit er inmiddels wel wat gruis op de stembanden van de Texaan, maar dat maakt zijn stem eigenlijk alleen maar mooier. Het is een stem die zich soepel beweegt tussen genres en meerdere kanten op kan, waardoor zowel ingetogen jazzy songs als wat stevigere bluesy songs zich al even soepel om de stem van Delbert McClinton heen bewegen.

In deze songs is de bijdrage van The Self-Made Men van een bijna even groot belang. De band die bestaat uit ouwe rotten speelt zo makkelijk en veelzijdig als Delbert McClinton zingt, wat van Prick Of The Litter een heerlijk ontspannen plaat maakt.

Zeker aan het einde van de dag is de muziek van Delbert McClinton een oase van rust, maar vergeet niet om te luisteren naar de geweldige en geïnspireerde wijze waarop Delbert McClinton en zijn band muziek maken. Let op het geweldige orgeltje, de stuwende blazers, het prachtige gitaarspel en de fantastische stem van Delbert McClinton.

Het afgelopen jaar is vaak gesproken over muzikanten op leeftijd die hun laatste kunstje afleveren, maar deze Delbert McClinton klinkt op zijn 76e nog als een jonge god. Heerlijke plaat. Erwin Zijleman

Deleyaman - The Sudbury Inn (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Deleyaman - The Sudbury Inn - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Deleyaman - The Sudbury Inn
Ik had nog niet eerder van de Amerikaans-Franse band Deleyaman gehoord, maar The Sudbury Inn, het negende (!) album van de band, valt op door een heel bijzonder, gevarieerd en erg mooi geluid

De Normandische band Deleyaman maakt muziek die zich niet makkelijk laat omschrijven. De band haalt er inspiratie soms uit de Middeleeuwen en soms uit de postpunk, maar veel vaker uit de folk uit de jaren 60 en 70. De band klinkt soms Brits en soms Amerikaans, maar ook Franse en met name Armeense invloeden hebben hun weg gevonden naar de bijzondere songs van Deleyaman, die verder worden opgetild door de mooie zang van Aret Madilian en Beatrice Valantin. Ik ken niet veel andere albums als The Sudbury Inn, de vorige acht albums van Deleyaman moet ik nog beluisteren, maar het album bevalt me echt steeds beter. Fascinerend album van een bijzondere band.

Ik heb het idee dat ik de ontwikkelingen binnen de popmuziek redelijk goed bijhoud, maar desondanks heb ik de eerste acht (!) albums van de Amerikaans-Franse band Deleyaman compleet gemist. Het deze week verschenen The Sudbury Inn is immers al het negende studioalbum van de band, die ruim twintig jaar geleden werd geformeerd door de Amerikaanse muzikant Aret Madilian, die overigens Griekse en Armeense wortels heeft, en de Franse muzikante Beatrice Valantin.

De twee werken op hun albums met flink wat gastmuzikanten en ook voor The Sudbury Inn schoof een ruime handvol muzikanten aan. Ik heb nog niet naar de vorige albums van Deleyaman geluisterd, maar The Sudbury Inn is een bijzonder klinkend album. De muziek van de band uit Normandië deed me in eerste instantie vooral denken aan de muziek die bijvoorbeeld Cat Stevens en Leonard Cohen maakten aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70, maar het album doet ook af en toe denken aan de muziek die Leonard Cohen maakte in de laatste jaren van zijn leven, bijvoorbeeld door de rijke instrumentatie.

De muziek van Deleyaman is echter niet zo makkelijk in een hokje te duwen. Wanneer het tempo wat omhoog gaat en diepe basloopjes opduiken hoor ik net zo makkelijk een vleugje postpunk in de muziek van de Amerikaans-Franse band, maar door de inzet van flink wat verschillende blazers klinkt de muziek van Deleyaman ook jazzy en hoor je ook nog wel wat invloeden uit de Normandische folkmuziek en de muziek uit verdere oorden, bijvoorbeeld wanneer de Armeense duduk een voorname rol speelt.

De muziek van Deleyaman is vooral ingetogen en ook de zang van Aret Madilian en Beatrice Valantin, die elkaar afwisselen, is ingetogen van aard. Zeker wanneer het tempo laag ligt en de klanken van blazers vooral subtiel zijn, doet de sfeer van het album me wel wat denken aan het latere werk van Talk Talk, maar ook dit is een vergelijking die slechts incidenteel op gaat.

The Sudbury Inn is een album vol mooie en wat lome luisterliedjes, maar de songs van de Normandische band zijn ook songs vol bijzondere accenten wendingen, waardoor het album nog lange tijd groeit. De band van Aret Madilian en Beatrice Valantin maakt het je in muzikaal opzicht niet altijd makkelijk, maar ook in tekstueel opzicht is de band niet van de straat. De band heeft zich laten inspireren door stokoude gedichten, wat de songs van Deleyaman nog een stukje verder optilt.

Het betekent overigens niet dat de muziek van de band ontoegankelijk is, want op een luie zomeravond klinkt The Sudbury Inn als de perfecte soundtrack, zeker wanneer Beatrice Valantin wat Franse woordjes prevelt en de blazers de ruimte krijgen om wat te improviseren. De muziek van Deleyaman heeft iets melancholisch, maar The Sudbury Inn is zeker geen somber album.

Het is een album dat haar muzikale invloeden zo nu en dan uit een heel ver verleden haalt en dan heb ik het over eeuwen geleden. Daar ben ik meestal niet zo gek op, maar op The Sudbury Inn zit het me geen moment in de weg. Ik moest wel even wennen aan de bijzondere muziek van Deleyaman, maar inmiddels ben ik zeer gecharmeerd van dit bijzondere album dat vooralsnog alleen maar mooier en stemmiger wordt. Erwin Zijleman

Delta Spirit - What Is There (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Delta Spirit - What is There - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Delta Spirit - What is There
Delta Spirit put rijkelijk uit de archieven van de pop en de rock, maar de aanstekelijke en fraai ingekleurde songs van de band lijken tegelijkertijd op alles en nog wat en helemaal niets

Delta Spirit maakte het afgelopen decennium op mij nog geen onuitwisbare indruk, maar doet dat nu wel met het geweldige What Is There. De band uit San Diego is al lang geen rootsband meer, maar gaat aan de haal met invloeden uit decennia pop en rock en vergeet ook niet om eigentijds te klinken. De band bestaat uit geweldige muzikanten, waardoor alles even mooi en aangenaam klinkt, maar Delta Spirit maakt toch de meeste indruk met songs die je direct vrolijk maken en die je vanaf de eerste beluistering al jaren denkt te kennen. Delta Spirit maakt op What Is There tijdloze popmuziek en het is popmuziek van een bijzonder hoog niveau. Voor mij onweerstaanbaar en dit album wordt alleen maar leuker.

De Amerikaanse band Delta Spirit is absoluut een bijzondere band. De band uit het Californische San Diego dook een jaar of 13 geleden op als rootsband, maar schoof in de loop der jaren op naar rock en pop, waaraan op het in 2014 verschenen Into The Wide ook nog een flinke hoeveelheid elektronica werd toegevoegd. Voor verrassing ben je bij Delta Spirit inmiddels al heel wat jaren aan het juiste adres, maar echt imponeren deed de band wat mij betreft nog niet.

Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen van het nieuwe album van de band, als ik goed heb geteld het vijfde album, maar What is There werd de afgelopen weken vooraf gegaan door flink wat hele positieve verhalen, waardoor ik toch nieuwsgierig werd naar de nieuwe verrichtingen van de band. Van die positieve verhalen blijkt niets gelogen, want wat is het nieuwe album van Delta Spirit een lekker album.

Invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek spelen inmiddels nauwelijks een rol van betekenis meer in het werk van de band, want What is There past toch vooral in de hokjes pop en rock. Delta Spirit bestaat al een tijdje en dat hoor je, want zo hecht als op haar nieuwe album klonk de band uit San Diego nog niet. What Is There laat ook horen dat Delta Spirit bestaat uit een aantal gelouterde muzikanten en dat de band bovendien beschikt over twee uitstekende zangers, wat er voor zorgt dat je steeds weer op het puntje van je stoel zit.

Ook het produceren van een album kan je inmiddels met een gerust hart aan de band overlaten, want What Is There lijkt de hand van een topproducer te verraden. Om alles ook nog eens goed te laten klinken werd de gelouterde technicus Tchad Blake ingehuurd voor de finishing touch. Het heeft absoluut effect gehad, want What is There klinkt werkelijk prachtig.

Het is bij eerste beluistering misschien duidelijk in welke hokjes je het vijfde album van Delta Spirit moet stoppen, maar de muziek van de band laat zich veel lastiger vergelijken met die van anderen. Het lijkt wel of de Amerikaanse band steeds een andere greep doet uit de archieven van de pop en rock en alles wat Delta Spirit aanraakt verandert in goud.

Op het Internet zijn inmiddels al een aantal recensies verschenen en in alle recensies worden andere namen genoemd. Ik vind ze geen van allen treffend, maar kan niets beter bedenken (The Cars, The Stills, The National en 10cc was mijn eerste gok, maar deze mag direct weer vergeten worden), wat de conclusie rechtvaardigt dat Delta Spirit alle inspiratie uit de rijke historie van de pop en rock heeft samengesmeed tot een eigen geluid, dat overigens ook absoluut eigentijds klinkt.

Het is een geluid dat de kant van de pop op kan gaan, maar dat ook steviger kan rocken en, net als je het echt niet meer verwacht, duiken toch ook nog wat rootsinvloeden op. In muzikaal opzicht is het smullen, vooral van het gitaarwerk, maar ook de gevarieerde zang op het album is van hoog niveau, net als de bijzonder lekker klinkende koortjes.

Het sterkste wapen van Delta Spirit op What Is There zijn echter de geweldige songs. Het zijn van die songs die je bij de eerste keer horen al jaren lijkt te kennen en het zijn bovendien songs die zorgen voor een brede glimlach, die de hele speelduur van het album aan houdt. Een serie geweldige popsongs derhalve en het zijn popsongs die met veel fantasie en gevoel zijn ingekleurd, wat het nieuwe album van Delta Spirit nog wat meer glans geeft. Bij Delta Spirit overheerste bij mij tot voor kort de twijfel, maar die heeft inmiddels plaatsgemaakt voor diepe bewondering. Erwin Zijlema

Denitia - Sunset Drive (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Denitia - Sunset Drive - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Denitia - Sunset Drive
De Amerikaanse muzikante Denitia is via meerdere omzwervingen terecht gekomen bij de countrymuziek, die ze op Sunset Drive op fraaie en aangename wijze combineert met invloeden uit een aantal andere genres

Bij beluistering van Sunset Drive van Denitia moet ik af en toe denken aan een van mijn favoriete albums van de afgelopen jaren. Het zegt wat mij betreft genoeg over de kwaliteit van het album, waarop Denitia vooral invloeden uit de countrymuziek omarmt. De countrymuziek van Denitia kan verrassend traditioneel klinken, maar is ook niet vies van countrypop of country met een subtiele R&B twist. Het klinkt allemaal prachtig en Denitia beschikt ook nog eens over een stem die het uitstekend doet in de genres die ze op Sunset Drive bestrijkt. Ik lees er helaas nog veel te weinig over, maar dit album is echt een topalbum, zoals ze bij het in de VS populaire tv-station CMT inmiddels al wel weten.

Volgens het invloedrijke Amerikaanse tv-station Country Music Television, meestal afgekort tot CMT, is Denitia een van de grote beloften van de countrymuziek van dit moment, waardoor ze werd geschaard onder CMT’s 2024 Next Women of Country. Het is een volgende bijzondere wending in de carrière van de Amerikaanse muzikante Denitia Odigie.

De muzikante die werd geboren in Texas, maar jarenlang vanuit new York opereerde, heeft inmiddels een ruime handvol albums op haar naam staan. Ze maakte muziek onder haar volledige naam, bracht albums uit als lid van het duo Denitia & Sene, maar gebruikt inmiddels al enkele jaren alleen haar voornaam.

Ik ben de muziek van Denitia tot voor kort nooit tegengekomen, maar heb de albums die ze in verschillende gedaanten heeft gemaakt inmiddels allemaal beluisterd. De meeste muziek die Denitia tot dusver heeft gemaakt is te omschrijven als pop met invloeden uit de soul en R&B. Het is niet helemaal mijn ding, maar de albums die Denitia in het verleden heeft gemaakt hebben wel iets en laten horen dat de Amerikaanse muzikante beschikt over het nodige talent.

Dat talent is in nog veel sterkere mate te horen op het begin deze maand verschenen Sunset Drive. Het is de opvolger van het in 2022 uitgebrachte Highways, waarop de inmiddels in Nashville, Tennessee, woonachtige Denitia voor het eerst koos voor het verwerken voor flink wat invloeden uit de country en de folk in haar songs. Highways is mij in 2022 niet opgevallen, maar het is een mooi rootsalbum, waarop vooral de zang van Denitia indruk maakt.

Die zang vind ik nog veel indrukwekkender op Sunset Drive, waarop de Amerikaanse muzikante inderdaad laat horen dat ze behoort bij de nieuwe talenten binnen de countrymuziek van het moment. Op Sunset Drive omarmt Denitia de countrymuziek nog net wat hartstochtelijker dan op haar vorige album. Dat hoor je in de muziek, waarin de pedal steel een voorname rol speelt, maar je hoort het ook in de zang, die een duidelijke countryvibe heeft.

Sunset Drive is een album dat af en toe herinnert aan countryalbums uit het verleden, maar Denitia sluit op haar nieuwe album ook makkelijk aan bij de countrypop van het moment. De Amerikaanse muzikante maakte haar nieuwe album samen met multi-instrumentalist Brad Allen Williams, die tekende voor de muziek op het album en samen met Denitia de productie van Sunset Drive voor zijn rekening nam.

Het is een naam die ik nog niet eerder ben tegengekomen, maar Sunset Drive klinkt zowel in muzikaal als in productioneel opzicht prachtig. Het doet me qua sfeer en geluid af en toe wel wat denken aan het briljante Golden Hour van Kacey Musgraves, een van mijn favoriete albums aller tijden, maar Denitia is ook haar verleden in de soul en R&B niet helemaal vergeten, waardoor Sunset Drive een bijzonder klinkend album is geworden, dat ook nog eens vol staat met aansprekende en lekker in het gehoor liggende songs.

Het is een album dat in eerste instantie helaas wat is ondergesneeuwd in het enorme aanbod van de afgelopen weken, maar door de hoge kwaliteit moet Sunset Drive van Denitia absoluut boven komen drijven, zeker nu ze zich gesteund weet door het invloedrijke CMT. Denitia schakelde de afgelopen 15 jaar meerdere malen tussen genres en stijlen, maar met Sunset Drive heeft ze wat mij betreft haar ultieme geluid gevonden. Erwin Zijleman

Dent May - Across the Multiverse (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Dent May - Across The Multiverse - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse singer-songwriter Dent May debuteerde een jaar of acht geleden met The Good Feeling Music Of Dent May & His Magnificent Ukulele waarop hij verraste met een aantal ruwe diamanten en uiteraard met een hoofdrol voor de ukelele.

Op het in 2012 verschenen Do Things werden deze ruwe diamanten verrijkt met invloeden uit de elektronische dansmuziek, maar ruw bleven ze.

Op het in Nederland helaas nauwelijks opgemerkte Warm Blanket uit 2013 viel opeens alles op zijn plaats. De muzikant uit Mississippi, die in Los Angeles een nieuwe uitvalsbasis heeft gevonden, grossierde opeens in volstrekt onweerstaanbare en al even tijdloze popliedjes, die de eigenzinnigheid van Jonathan Richman en de melancholie van Stephen Merritt (Magnetic Fields) combineerde met het gevoel voor tijdloze popliedjes van Harry Nillson, Paul McCartney, Todd Rundgren, Ron Sexsmith en David Bowie.

Natuurlijk kon Dent May met zijn derde plaat nog niet in de schaduw staan van de allergrootsten, maar Warm Blanket was absoluut goed voor een brede glimlach en stond wat mij betreft bol van de potentie.

Met zijn vierde plaat Across The Multiverse zet Dent May een volgende stap. Ook op zijn nieuwe plaat verrast de Amerikaan weer met een serie popliedjes die na één keer horen in je hoofd zitten en het zijn net als op de vorige plaat van de Amerikaanse muzikant popliedjes die een groot talent voor het schrijven van perfecte popsongs verraden.

Alle hierboven genoemde namen komen ook op Across The Multiverse voorbij, maar dit keer hoor ik net wat meer van The Beach Boys, Prefab Sprout, Elvis Costello en zeker ook 10cc; eveneens vergelijkingsmateriaal waar je je als muzikant niet voor hoeft te schamen.

Ook dit keer haalt Dent May zijn inspiratie voornamelijk uit de jaren 70 en heeft hij een voorliefde voor popliedjes met zonnige melodieën en vol aanstekelijke hooks. Across The Multiverse is bovendien voorzien van een warm en broeierig geluid vol zwoele geluidstapijten en heerlijk funky gitaren (met een beetje Prince en een beetje Daft Punk), wat de feestvreugde alleen maar verder vergroot.

Dent May strooit op zijn nieuwe plaat zo driftig met onweerstaanbare popliedjes, dat je bij vluchtige beluistering niet door hebt hoe goed ze zijn. Across The Multiverse is een plaat vol grappige accenten en tierelantijntjes, maar alles is even functioneel. Zeker als je de plaat wat vaker hoort, hoe je hoe knap Dent May zijn songs heeft gearrangeerd en hoor je dat Brian Wilson en Van Dyke Parks voor meerdere songs op de plaat een belangrijk voorbeeld moeten zijn geweest.

Je moet een zwak hebben voor tijdloze popliedjes met een 70s feel om van Across The Multiverse van Dent May te houden, maar als je een zwak hebt voor dit soort popmuziek is dit direct ook een plaat om te koesteren. Hier en daar zoekt Dent May de grens tussen kunst en kitsch nadrukkelijk op (zeker wanneer hij in de voetsporen treedt van The Alan Parsons Project), maar de plaat blijft wat mij betreft in alle songs aan de goede kant van de streep en betovert met tijdloze popliedjes van een niveau dat ik niet al te vaak tegen kom.

Dent May zal in Nederland waarschijnlijk niet veel aandacht krijgen met Across The Multiverse, maar deze plaat verdient echt een veel beter lot. Erwin Zijleman

Depeche Mode - Memento Mori (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Depeche Mode - Memento Mori - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Depeche Mode - Memento Mori
Depeche Mode keert na een aantal zware jaren terug met Memento Mori, dat dankzij de werkelijk prachtige inkleuring en de persoonlijke en beladen songs niet onder doet voor het beste werk van de band

Depeche Mode behoort absoluut tot de beste live-bands van het moment, maar wat mag je nog verwachten van een nieuw studioalbum van een band die inmiddels meer dan veertig jaar mee gaat en de afgelopen zes jaar geen album uitbracht? Best veel kennelijk, want Memento Mori is een verrassend sterk album, dat al snel niet zo gek veel onder blijkt te doen voor het beste werk van de band. De coronapandemie en met name het overlijden van bandlid Andy Fletcher kleuren het album aardedonker, maar dit past perfect bij de songs van Depeche Mode. De synths op het album klinken prachtig, de zang is uitstekend en de songs zijn stuk voor stuk van een hoog niveau. Echt een zeer aangename verrassing dit nieuwe Depeche Mode album.

De Britse band Depeche Mode bestaat inmiddels al meer dan veertig jaar en heeft in die ruime veertig jaar een zeer imposant oeuvre opgebouwd, dat tot voor kort bestond uit veertien studioalbums. Ik geef eerlijk toe dat ik dit in 1981 bij beluistering van het nog door Vince Clarke gedomineerde Speak & Spell niet had verwacht van een op dat moment redelijk doorsnee synthpop bandje, maar Depeche Mode bleek al snel van vele markten thuis en groeide uit tot een allround rockband.

Het afgelopen decennium timmerde de Britse band vooral aan de weg op het podium en verschenen van alle albums van Depeche Mode versies met 12” remixes van de bekendste songs van de band. Spirit uit de lente van 2017 was daarom tot voor kort het laatste studioalbum van de band, maar deze week is het vijftiende studioalbum van Depeche Mode verschenen, Memento Mori.

Er werd in het verleden, zeker in Nederland, vaak wat neerbuigend gedaan over de muziek van Depeche Mode, maar wanneer ik het oeuvre van de band bekijk, kan ik alleen maar constateren dat de Britse band al sinds de vroege jaren 80 een behoorlijk hoog niveau weet vast te houden op de meeste van haar albums en ook op de zwakste albums zeker niet door het ijs zakt.

Ondanks de geweldige live-reputatie van Depeche Mode is het altijd maar de vraag waar een band die al meer dan veertig jaar bestaat na zes jaar stilte nog mee komt. De meeste generatiegenoten van de band bestaan al lang niet meer of leveren draken van albums af (beluister de nieuwe U2 maar eens), maar na Memento Mori meerdere keren gehoord te hebben, durf ik wel te concluderen dat Depeche Mode op haar vijftiende album juist de lijn naar boven weer heeft gevonden. Memento Mori is nog beter dan Spirit uit 2017 en doet wat mij betreft niet onder voor het beste werk van de band.

Zoals de titel al doet vermoeden is Memento Mori (gedenk te sterven) geen vrolijk album geworden. De Britse band bekeek het leven op haar meeste albums sowieso niet door een roze bril, maar de coronapandemie en met name de onverwachte dood van lid van het eerste uur Andy Fletcher hebben er stevig ingehakt. Dave Gahan en Martin Gore, de overgebleven leden van de band, staan uitvoerig stil bij het overlijden van hun vriend en medebandlid, wat heeft geresulteerd in een behoorlijk donker album.

Depeche Mode is al heel lang geen synthpop band meer, maar elektronica speelt nog altijd een zeer voorname rol in de muziek van de band en domineert in vrijwel alle songs op het nieuwe album. De elektronica op Memento Mori klinkt echt prachtig en is hier en daar stevig schatplichtig aan de eerste stappen in het genre die werden gezet door de pioniers, van wie in ieder geval Kraftwerk moet worden genoemd. De wolken elektronica passen prachtig bij de stem van Dave Gahan, die sinds de eerste stappen van Depeche Mode alleen maar beter is gaan zingen.

Memento Mori wordt nog wat verder opgestuwd door de aansprekende songs op het album, die extra lading krijgen door alle ellende uit het recente verleden. Het zijn songs die me direct aanspraken, maar ze worden echt alleen maar beter en memorabeler. De meeste bands die in de jaren 80 aan de weg timmerden liggen al lang op apegapen of zijn geen schim meer van zichzelf, maar Depeche Mode kan ook met Memento Mori nog met de besten mee, wat een prestatie van formaat is. Erwin Zijleman

Depeche Mode - Spirit (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Depeche Mode - Spirit - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Op deze BLOG is tot dusver nog geen enkele plaat van Depeche Mode besproken, maar de band wordt wel een keer of dertig aangehaald als belangrijke inspiratiebron of vergelijkingsmateriaal.

Met de twee Depeche Mode platen die tijdens het bestaan van deze BLOG zijn verschenen (Sounds Of The Universe uit 2009 en Delta Machine uit 2013) had ik echter niet zo heel veel, maar alles dat de band tussen 1981 en 1993 maakte heb ik hoog zitten. Heel hoog zelfs.

Speak & Spell, A Broken Frame, Construction Time Again, Some Great Reward, Black Celebration, Music For The Masses, Violator en Songs Of Faith And Devotion zijn allemaal platen waarmee de Britse band zich wist te onderscheiden van de concurrentie. Eerst door buiten de lijntjes van de elektronische muziek uit de jaren 80 te kleuren en later door deze elektronische muziek juist te verrijken met gitaren en andere invloeden uit de rockmuziek.

Depeche Mode ontwikkelde zich sindsdien tot een van de betere live bands (waar in haar eerste jaren alles met de automatische piloot werd gedaan), maar de studioplaten deden me veel minder. Ik had dan ook geen hoge verwachtingen bij de eerste beluistering van Spirit, maar wat is het een overtuigende plaat geworden.

Depeche Mode kijkt op Spirit naar de wereld en ziet dat het niet goed is. Trump, Brexit, de opkomst van populisme, de gelatenheid waarmee jongeren de wereld bekijken; het zijn maar een paar van de zaken waar Depeche Mode op Spirit stevig naar uithaalt. Het geeft de muziek van de band kracht en urgentie.

In muzikaal opzicht heeft de band op haar nieuwe plaat een evenwicht gevonden tussen de synthpop waarmee het ooit groot werd, de donkere rockmuziek waarmee het uit het synthpop hokje brak en de zwaar aangezette industriële klanken van de laatste platen. Invloeden uit de hedendaagse elektronische dansmuziek verrijken het geluid van Depeche Mode nog wat meer.

Producer James Ford (Simian Mobile Disco, Arctic Monkeys, Florence & The Machine) heeft Spirit voorzien van een machtig geluid waarin de ritmes vaak zwaar zijn aangezet, de synths luchtig mogen rondzweven en af en toe een vervormde gitaar opduikt. Op dit machtige geluid gedijen de opvallend sterke vocalen van Dave Gahan en Martin Gore uitstekend.

Op Spirit serveert Depeche Mode zeker geen eenheidsworst. In iedere track imponeert de fraaie instrumentatie en hoewel Spirit er af en toe stevig inhakt, zijn er ook ruim voldoende rustpunten op de plaat te vinden en bevat de plaat verder flink wat passages waarin stevig geëxperimenteerd wordt.

In muzikaal opzicht wist Depeche Mode ook op haar vorige platen wel te overtuigen, maar de songs op deze platen vond ik niet zo aansprekend als in het verleden. Op Spirit zijn de songs weer van hoog niveau. Dat heeft voor een deel te maken met de urgentie die spreekt uit de politieke stellingname, maar Depeche Mode vindt op Spirit ook een fraai evenwicht tussen aanstekelijke songs en songs vol avontuur.

Depeche Mode bestaat inmiddels al ruim 37 jaar, wat het frisse Spirit alleen maar extra glans geeft. Deze glans leek de afgelopen jaren op de plaat wat verdwenen, maar Spirit glimt en blinkt en komt ook nog eens verassend stevig binnen. Erwin Zijleman

Deradoorian - Find the Sun (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Deradoorian - Find The Sun - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Deradoorian - Find The Sun
Deradoorian maakt het je ook dit keer niet makkelijk met een album dat bezweert en betovert, maar dat af en toe ook stevig experimenteert of aardedonkere wolken over laat drijven

Angel Deradoorian debuteerde vijf jaar geleden met een album dat de fantasie stevig prikkelde maar je ook weinig vaste grond onder de voeten bood. Vergeleken met dat album is Find The Sun redelijk toegankelijk al is dat in het geval van Deradoorian een zeer relatief begrip. Find The Sun is vaak psychedelisch, soms folky en soms compleet ongrijpbaar. De muziek is soms zweverig en soms aards en dat geldt ook voor de karakteristieke zang van Angel Deradoorian. Find The Sun is een album waarop heel veel te ontdekken valt, maar je moet er wel voor open willen staan. Ik wil dat en heb daar vooralsnog geen spijt van gekregen.

Angel Deradoorian droeg op eigenzinnige wijze bij aan albums van onder andere Dirty Projectors, Flying Lotus en Avey Tare, voor ze in 2015 begin aan een solocarrière. De start van deze solocarrière was minstens even eigenzinnig, want het vijf jaar geleden onder de naam Deradoorian uitgebrachte The Expanding Flower Planet, was een volstrekt ongrijpbaar album. Het was een album dat zoveel kanten op schoot en zoveel invloeden verwerkte dat je het spoor keer op keer volledig bijster was, tot het kwartje na vele pogingen dan eindelijk viel.

Toen in 2017 het tweede album van Deradoorian verscheen was ik kennelijk nog niet klaar met het zo fascinerende debuut, want Eternal Recurrence is me nooit opgevallen. Find The Sun, het derde album van (Angel) Deradoorian heb ik al wel een tijd op het netvlies staan, want het album werd dit jaar al een paar keer aangekondigd, maar steeds weer uitgesteld. Deze week is Find The Sun dan eindelijk verschenen en na het fascinerende The Expanding Flower Planet verwachte ik geen lichte kost. Dat krijg je ook niet op Find The Sun, al lijkt het album wel wat toegankelijker dan het debuut van Deradoorian.

Toegankelijk is echter een relatief begrip, want ook Find The Sun is een album waarop het in eerste instantie zoeken is naar houvast. Find The Sun opent dromerig en psychedelisch. Deradoorian smeedt in de eerste tracks op het album zweverige en aardse klanken aan elkaar en combineert dat met de wat zweverige zang van Angel Deradoorian. Het doet me meer dan eens denken aan de psychedelica uit de jaren 60 en 70, al heeft de muziek ook een wat donkere ondertoon die weer wat meer bij muziek van recentere datum past. Deradoorian kan echter net zo goed uit de voeten met invloeden uit de Krautrock en voegt stiekem nog veel meer toe.

Waar het debuut van Deradoorian alle kanten op schoot en bij voorkeur ook nog op hetzelfde moment, heeft Find The Sun een betrekkelijk consistent geluid. Het is een wat ingetogen geluid, waarin alleen de drummer het tempo opvoert, maar de rest van de instrumenten en de zang vooral dromerig klinken. Het klinkt zoals gezegd niet heel ontoegankelijk, maar echt makkelijk maakt Deradoorian het je ook niet.

Waar je bij haar debuut het idee had dat je naar tien songs tegelijk aan het luisteren was, hebben de songs op Find The Sun in de meeste gevallen een kop en een staart, met hier tussenin met enige regelmaat een langgerekt lijf. Zeker de eerste paar songs op het album zijn bezwerend en behoorlijk donker, waardoor het album de titel van het album geen recht doet, maar wanneer de zang van Angel Deradoorian wat helderder klinkt en ook de instrumentatie wat minder zwaar is aangezet, breekt na een aantal tracks voorzichtig de zon door op het nieuwe album van Deradoorian.

Psychedelica wordt hier en daar verrijkt met folk en dat klinkt een stuk minder zwaar dan de openingstracks, maar het kan zomaar omslaan in experiment. Net als The Expanding Flower Planet is ook Find The Sun een album dat het je meestal niet makkelijk maakt, maar dit keer was ik toch na een paar keer horen gewend aan het bijzondere geluid van de Amerikaanse muzikante. Het is een geluid dat nog lang nieuwe dingen laat horen, waardoor ik nog lang niet klaar ben met de muziek van Deradoorian. Find The Sun is zeker niet geschikt voor alle momenten, maar zo op zijn tijd valt er veel moois te ontdekken op dit bijzondere album. Erwin Zijleman

Deradoorian - Ready for Heaven (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Deradoorian - Ready For Heaven - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Deradoorian - Ready For Heaven
De Amerikaanse muzikante Angel Deradoorian maakt met haar project Deradoorian niet de makkelijkste muziek, maar met het bij vlagen verrassend toegankelijke Ready For Heaven overtuigt ze toch weer makkelijk

De albums van Deradoorian moet ik altijd even op me laten inwerken en dat was deze keer niet anders. Ook op Ready For Heaven zoekt de Amerikaanse muzikante Angel Deradoorian weer het avontuur en bovendien klinkt ze weer flink anders dan op haar vorige albums. Op het nieuwe album hoor ik flink wat invloeden uit de new wave van de late jaren 70 en vroege jaren 80, maar ik hoor ook invloeden uit de dub en de funk. Het levert een bij vlagen zeer aanstekelijk klinkend album op, maar Deradoorian zoekt ook het avontuur op en kan diep graven, iets dat ze ook in tekstueel opzicht doet. Het is net wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar toch heb ik wel weer wat met dit album.

Angel Deradoorian was in het verleden onder andere te horen op albums van de Amerikaanse band Dirty Projectors en Flying Lotus, maar bracht tien jaar geleden met The Expanding Flower Planet haar eerste soloalbum uit onder de naam Deradoorian. Het is een album dat ik talloze keren opzij heb gelegd en er toch weer bij heb gepakt, want Deradoorian maakt niet de makkelijkste muziek maar wel intrigerende muziek.

Toen ik me eenmaal had opengesteld voor de bijzondere muziek van de Amerikaanse muzikante begon ik het album al snel te waarderen, al blijft het een album waar ik lang niet altijd voor in de stemming ben. Het was eigenlijk niet anders met het in 2020 verschenen Find The Sun. Het was een totaal ander album dan zijn voorganger met vooral donkere en wat psychedelische klanken en zeker op het eerste gehoor weinig houvast, maar het was wederom een album dat veel te bieden had.

Twee weken geleden verscheen een nieuw album van de Amerikaanse muzikante en wederom maakte Angel Deradoorian het me niet makkelijk. Het betekent niet dat Ready For Heaven een ontoegankelijk album is, want ontoegankelijk is de muziek van Deradoorian zeker niet. Ready For Heaven is wel weer een eigenzinnig album, zoals we dat inmiddels van de Amerikaanse muzikante verwachten.

Je hoort het direct in de openingstrack waarin zwaar aangezette baslijnen worden gecombineerd met tegendraadse gitaarlijnen en de stem van Angel Deradoorian. Het doet direct denken aan de new wave uit de jaren 80, zonder er direct namen op te kunnen plakken, en ook invloeden uit de dub en de funk hebben hun weg gevonden naar de muziek van Deradoorian.

Het klinkt in muzikaal opzicht zeker niet alledaags en soms wat tegendraads en ook de manier van zingen van Angel Deradoorian is bijzonder, maar haar nieuwe album bevat absoluut songs met een kop en een staart en het zijn aangename songs. Net als de vorige keren moest ik er aan wennen en liet ik het album in eerste instantie even liggen, maar Ready For Heaven overtuigde me sneller en makkelijker dan de vorige albums van Deradoorian die ik heb opgepikt.

Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Talking Heads, al klinkt de stem van Angel Deradoorian natuurlijk flink anders van die van David Byrne. The Slits is ook relevant vergelijkingsmateriaal, net als The Au Pairs en zo kan ik meer namen uit de late jaren 70 en vroege jaren 80 noemen, tot en met de muziek van Grace Jones uit de vroege jaren 80 aan toe.

Aan de andere kant is Deradoorian zeker niet blijven steken in het verleden en klinkt ook Ready For Heaven weer avontuurlijk en eigentijds. Het knappe van het album is dat het een album is met een consistent geluid en een consistente sfeer, maar dat de songs van Deradoorian steeds weer net wat anders klinken. Dat doet de Amerikaanse muzikante door steeds net wat andere geluiden, instrumenten en accenten toe te voegen aan haar songs en ook te variëren met invloeden.

Ready For Heaven is soms licht en dansbaar, soms donker en psychedelisch en soms sfeervol en melancholisch. Een aantal songs op het album zijn verrassend toegankelijk, maar Angel Deradoorian gaat het experiment ook niet uit de weg. Ik ben lang niet altijd in de stemming voor Ready For Heaven, maar op zijn tijd is het een uitstekend album. Erwin Zijleman

Deradoorian - The Expanding Flower Planet (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Deradoorian - The Expanding Flower Planet - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Angel Deradoorian was de afgelopen jaren te horen op platen van onder andere Dirty Projectors, Slasher Flicks en Flying Lotus, maar maakte eerder dit jaar als Deradoorian haar eerste soloplaat.

The Expanding Flower Planet is een krankzinnige maar ook buitengewoon fascinerende plaat geworden.

Deradoorian gaat op haar eerste soloplaat aan de haal met invloeden uit de wereldmuziek, complexe ritmes en volop bijzondere geluiden. Het levert een fascinerend muzikaal landschap op waarin werkelijk van alles gebeurt en waarin je constant op het verkeerde been wordt gezet.

Angel Deradoorian voorziet de bijzondere klanken en tegendraadse ritmes van overtuigende en over het algemeen makkelijk in het gehoor liggende vocalen, wat zorgt voor een bijzonder contrast. Dat contrast is overigens ook in de vocalen zelf te vinden, want de mooi verzorgde vocalen worden heel incidenteel afgewisseld met ruwe kreten of ontsporende koortjes.

The Expanding Flower Planet is zeker geen alledaagse plaat, maar heel ontoegankelijk is de muziek van Deradoorian ook weer niet. De Amerikaanse muzikante met Armeense roots begint meer dan eens aan een popliedje met een kop en een staart, maar slaat vervolgens zoveel wegen in dat je het spoor wel eens bijster bent. Heel vervelend is dat niet, want er is heel veel moois te horen op The Expanding Flower Planet.

Het afwisselend organisch en elektronisch klinkende geluid op de plaat is lang niet altijd terug te brengen tot benoembare instrumenten, wat het magische effect van deze plaat nog eens versterkt.

In alle wegen die Deradoorian in slaat komt ze de nodige invloeden tegen. De invloeden uit de wereldmuziek heb ik al benoemd, maar The Expanding Flower Planet citeert ook net zo makkelijk uit de Krautrock, de klassieke muziek of de hedendaagse indie-rock of avant garde.

Het debuut van Deradoorian klinkt uiteindelijk totaal anders dan elke andere plaat die je dit jaar hebt gehoord en dat is een groot goed. Heel lang wist ik niet of ik het nu mooi moest vinden of niet, maar bijzonder was het vanaf de eerste luisterbeurt. Nu enkele puzzelstukjes op hun plek zijn gevallen hoor ik ook de schoonheid van de plaat. Die kan nog wel eens flink gaan groeien, want ook na talloze keren horen liggen de meeste puzzelstukjes nog los. Erwin Zijleman

Derek Senn - How Could a Man (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Derek Senn - How Could A Man - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Derek Senn - How Could A Man
De Californische singer-songwriter Derek Senn imponeert met een serie ijzersterke songs die zich niet zomaar in een hokje laten duwen maar stuk voor stuk gekoesterd mogen worden

Zonder een tip van een lezer van deze BLOG had ik waarschijnlijk nooit gehoord van de Amerikaanse muzikant Derek Senn. Het zou doodzonde zijn geweest, want met How Could A Man heeft de in Nederland volslagen onbekende singer-songwriter een prachtplaat afgeleverd. Derek Senn imponeert op How Could A Man met fraaie rootssongs, maar verrast evenzeer met volstrekt tijdloze rockssongs. In muzikaal opzicht klinkt het prachtig, de zang is prima, de songs dringen zich genadeloos op en Derek Senn vertelt ook nog eens prachtige verhalen. Na één keer horen was ik verslaafd aan dit album, maar How Could A Man wordt bij iedere luisterbeurt beter en beter. Wat een aangename verrassing.


Een lezer van deze BLOG wees me een paar dagen geleden op How Could A Man van de Amerikaanse singer-songwriter Derek Senn. Het bleek een gouden tip, want direct bij de eerste keer horen was ik al diep onder de indruk van het album van de Amerikaanse muzikant en sindsdien is How Could A Man van Derek Senn alleen maar mooier en indrukwekkender geworden.

How Could A Man is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Californische singer-songwriter, maar het blijkt zeker niet het eerste album van de muzikant uit San Luis Obispo, dat op de kaart tussen San Francisco en Los Angeles is te vinden.

Derek Senn had in zijn tienerjaren nog geen muzikale ambities en leerde op latere leeftijd gitaar spelen. In eerste instantie maakte hij thuis opgenomen albums die vooral aftrek vonden onder familie en vrienden, maar de laatste jaren had Derek Senn wel de beschikking over een professionele studio en hiervan heeft hij optimaal geprofiteerd. Na twee, overigens ook uitstekende, albums die werden geproduceerd door John Vanderslice, werkte de Californische muzikant dit keer samen met producer Damon Castillo en levert hij zijn sterkste album af.

How Could A Man is een prachtig klinkend album en het is bovendien een volstrekt tijdloos klinkend album. Het is een album dat ik in eerste instantie in het hokje rootsmuziek heb geduwd, maar een aantal tracks op het album passen net zo makkelijk in het hokje pop of rock. In de meer akoestisch georiënteerde rootssongs maakt Derek Senn indruk met mooi gitaarspel en een bijzondere stem voldoorleving, maar ook in deze songs wordt het geluid van de Amerikaan verrijkt met flink wat instrumenten, waaronder fraai klinkende orgels. Wanneer Derek Senn opschuift richting een wat steviger geluid wordt rootsmuziek snel verruild voor rock, maar op een of andere manier slaagt de Amerikaanse muzikant er in om de intimiteit van zijn songs te behouden.

Derek Senn maakt muziek die 1001 associaties oproept, maar omdat How Could A Man meerdere kanten op schiet (ik hoor net zo makkelijk wat van Lou Reed als van Pink Floyd), houdt geen enkele associatie het hele album stand. In muzikaal opzicht klinkt How Could A Man prachtig, met een hoofdrol voor het steeds weer wonderschone gitaarspel, maar ook in vocaal opzicht maakt Derek Senn de nodige indruk, met een warme stem die puur en oprecht klinkt.

Het is echter de kwaliteit van de songs die van How Could A Man zo’n sterk album maakt. Derek Senn schrijft songs die zich makkelijk opdringen en die vervolgens ook nog eens lekker blijven hangen. Zeker wanneer de Amerikaanse muzikant de rootsmuziek verlaat voor pop en rock hoor ik meer dan eens wat van de genialiteit van Paul McCartney of van de geweldige popsongs van The Go-Betweens en dat is vergelijkingsmateriaal dat ik niet al te vaak uit de kast trek.

How Could A Man sleept zich al snel van hoogtepunt naar hoogtepunt en hoe vaker ik naar het album luister hoe dierbaarder het nieuwe album van Derek Senn me wordt. De songs op How Could A Man overtuigden me stuk voor stuk makkelijk, maar inmiddels zijn het songs die ik intens wil koesteren. Voor mij een van de grote verrassingen van het muziekjaar 2019. Erwin Zijleman