Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Mary Margaret O'Hara - Miss America (1988)

5,0
0
geplaatst: 23 oktober 2022, 20:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mary Margaret O'Hara - Miss America (1988) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mary Margaret O'Hara - Miss America (1988)
Miss America van de Canadese singer-songwriter Mary Margaret O’Hara is inmiddels een vergeten cultklassieker, maar het album uit 1988 grijpt je nog altijd op meedogenloze wijze bij de strot
De Canadese muzikante Mary Margaret O’Hara maakte eigenlijk maar één echt album, maar het is een album dat de popmuziek heeft veranderd. Miss America was zijn tijd in 1988 heel ver vooruit en is tot op de dag van vandaag een blauwdruk voor albums van vrouwelijke singer-songwriters die hun songs met veel gevoel en expressie vertolken. Miss America liet in 1988 een bijzondere mix van invloeden horen, maar het waren vooral de emotievolle stem van de Canadese muzikante en de ruwe ingrediënten in haar muziek die het album zo bijzonder maakten. Een echte opvolger heeft Miss America helaas nooit gekregen, maar het enige album van Mary Margaret O’Hara mag en moet inmiddels wel een klassieker worden genoemd.
Mijn muzikale voorliefde voor vrouwelijke singer-songwriters houdt inmiddels al heel wat jaren aan, maar er zijn absoluut tijden geweest waarin ik niet of nauwelijks naar vrouwelijke muzikanten luisterde. Wanneer dat precies is veranderd weet ik niet, maar Miss America van Mary Margaret O’Hara heeft absoluut bijgedragen aan mijn huidige liefde voor vrouwelijke singer-songwriters.
Het debuutalbum van de Canadese muzikante verscheen in 1988, maar groeide met name in de jaren 90 uit tot een heus cultalbum. Miss America dankte deze status aan het feit dat de hordes vrouwelijke singer-songwriters die in de jaren 90 opdoken vrijwel zonder uitzondering het debuutalbum van Mary Margaret O’Hara noemden als belangrijkste inspiratiebron. Het feit dat Mary Margaret O’Hara na haar sensationele debuutalbum niet veel meer van zich heeft laten horen versterkte de cultstatus van en het mysterie rond het album.
De muzikante uit Toronto timmerde voor de release van Miss America al enkele jaren aan de weg in de lokale muziekscene en nam de meeste songs voor het album al in 1984 op. Toen het debuutalbum van Mary Margaret O’Hara in 1988 dan eindelijk verscheen, buitelden muziekjournalisten over elkaar heen met superlatieven, wat overigens niet zorgde voor sensationele verkoopcijfers.
Mary Margaret O’Hara dook na 1988 nog incidenteel op als gastmuzikant en op een tweetal tribute albums, maar een echte opvolger van Miss America zou er nooit komen, al maakte de Canadese muzikante in 2002 nog wel een jazzy filmsoundtrack. Miss America is inmiddels een obscuur en helaas door velen vergeten album.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik zelf ook al heel veel jaren niet meer naar het album had geluisterd, maar direct bij eerste beluistering kwam het weer aan als de spreekwoordelijke mokerslag. Met Miss America was Mary Margaret O’Hara haar tijd heel ver vooruit. De Canadese muzikante put op haar debuutalbum uit de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek, maar schuwt ook uitstapjes richting pop en rock niet.
Miss America is in muzikaal opzicht een veelzijdig en vaak lekker ruw album, maar Mary Margaret O’Hara maakte een onuitwisbare indruk met haar stem en voordracht. De muzikante uit Toronto beschikt over een stem waar je van moet houden, maar als je er van houdt snijdt de zang van Mary Margaret O’Hara dwars door de ziel. De Canadese muzikante doet er vervolgens nog een schepje bovenop door haar songs met veel passie en emotie te vertolken.
De karakteristieke zang voorziet de songs van de Canadese muzikante van een bijna beangstigende intensiteit, die bijna vijfendertig jaar na de release nog niets van zijn kracht en urgentie heeft verloren. Het is vooral de zang van Mary Margaret O’Hara die van Miss America zo’n bijzonder album maakt, maar ook de subtiele instrumentatie en de sterke songs dragen stevig bij aan de magie van het album. Ik hou normaal gesproken niet zo van de vocale acrobatiek waaraan Mary Margaret O’Hara zich ook schuldig maakt op haar debuutalbum, maar op Miss America komt iedere noot uit de keel van de Canadese muzikante echt keihard aan.
Miss America was in 1988 een volkomen uniek album, maar inmiddels zijn er veel meer albums die klinken als de cultklassieker uit het verre verleden. De impact van het album is, in ieder geval voor mij, echter nog altijd vele malen groter dan die van vergelijkbare albums. Miss America behoort wat mij betreft tot de kroonjuwelen van de (vrouwelijke) popmuziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mary Margaret O'Hara - Miss America (1988) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mary Margaret O'Hara - Miss America (1988)
Miss America van de Canadese singer-songwriter Mary Margaret O’Hara is inmiddels een vergeten cultklassieker, maar het album uit 1988 grijpt je nog altijd op meedogenloze wijze bij de strot
De Canadese muzikante Mary Margaret O’Hara maakte eigenlijk maar één echt album, maar het is een album dat de popmuziek heeft veranderd. Miss America was zijn tijd in 1988 heel ver vooruit en is tot op de dag van vandaag een blauwdruk voor albums van vrouwelijke singer-songwriters die hun songs met veel gevoel en expressie vertolken. Miss America liet in 1988 een bijzondere mix van invloeden horen, maar het waren vooral de emotievolle stem van de Canadese muzikante en de ruwe ingrediënten in haar muziek die het album zo bijzonder maakten. Een echte opvolger heeft Miss America helaas nooit gekregen, maar het enige album van Mary Margaret O’Hara mag en moet inmiddels wel een klassieker worden genoemd.
Mijn muzikale voorliefde voor vrouwelijke singer-songwriters houdt inmiddels al heel wat jaren aan, maar er zijn absoluut tijden geweest waarin ik niet of nauwelijks naar vrouwelijke muzikanten luisterde. Wanneer dat precies is veranderd weet ik niet, maar Miss America van Mary Margaret O’Hara heeft absoluut bijgedragen aan mijn huidige liefde voor vrouwelijke singer-songwriters.
Het debuutalbum van de Canadese muzikante verscheen in 1988, maar groeide met name in de jaren 90 uit tot een heus cultalbum. Miss America dankte deze status aan het feit dat de hordes vrouwelijke singer-songwriters die in de jaren 90 opdoken vrijwel zonder uitzondering het debuutalbum van Mary Margaret O’Hara noemden als belangrijkste inspiratiebron. Het feit dat Mary Margaret O’Hara na haar sensationele debuutalbum niet veel meer van zich heeft laten horen versterkte de cultstatus van en het mysterie rond het album.
De muzikante uit Toronto timmerde voor de release van Miss America al enkele jaren aan de weg in de lokale muziekscene en nam de meeste songs voor het album al in 1984 op. Toen het debuutalbum van Mary Margaret O’Hara in 1988 dan eindelijk verscheen, buitelden muziekjournalisten over elkaar heen met superlatieven, wat overigens niet zorgde voor sensationele verkoopcijfers.
Mary Margaret O’Hara dook na 1988 nog incidenteel op als gastmuzikant en op een tweetal tribute albums, maar een echte opvolger van Miss America zou er nooit komen, al maakte de Canadese muzikante in 2002 nog wel een jazzy filmsoundtrack. Miss America is inmiddels een obscuur en helaas door velen vergeten album.
Ik moet eerlijk toegeven dat ik zelf ook al heel veel jaren niet meer naar het album had geluisterd, maar direct bij eerste beluistering kwam het weer aan als de spreekwoordelijke mokerslag. Met Miss America was Mary Margaret O’Hara haar tijd heel ver vooruit. De Canadese muzikante put op haar debuutalbum uit de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek, maar schuwt ook uitstapjes richting pop en rock niet.
Miss America is in muzikaal opzicht een veelzijdig en vaak lekker ruw album, maar Mary Margaret O’Hara maakte een onuitwisbare indruk met haar stem en voordracht. De muzikante uit Toronto beschikt over een stem waar je van moet houden, maar als je er van houdt snijdt de zang van Mary Margaret O’Hara dwars door de ziel. De Canadese muzikante doet er vervolgens nog een schepje bovenop door haar songs met veel passie en emotie te vertolken.
De karakteristieke zang voorziet de songs van de Canadese muzikante van een bijna beangstigende intensiteit, die bijna vijfendertig jaar na de release nog niets van zijn kracht en urgentie heeft verloren. Het is vooral de zang van Mary Margaret O’Hara die van Miss America zo’n bijzonder album maakt, maar ook de subtiele instrumentatie en de sterke songs dragen stevig bij aan de magie van het album. Ik hou normaal gesproken niet zo van de vocale acrobatiek waaraan Mary Margaret O’Hara zich ook schuldig maakt op haar debuutalbum, maar op Miss America komt iedere noot uit de keel van de Canadese muzikante echt keihard aan.
Miss America was in 1988 een volkomen uniek album, maar inmiddels zijn er veel meer albums die klinken als de cultklassieker uit het verre verleden. De impact van het album is, in ieder geval voor mij, echter nog altijd vele malen groter dan die van vergelijkbare albums. Miss America behoort wat mij betreft tot de kroonjuwelen van de (vrouwelijke) popmuziek. Erwin Zijleman
Mary Timony - Untame the Tiger (2024)

4,0
0
geplaatst: 1 maart 2024, 16:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mary Timony - Untame The Tiger - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mary Timony - Untame The Tiger
Met Untame The Tiger brengt de Amerikaanse muzikante Mary Timony eindelijk weer eens een soloalbum uit en het is een album dat zich kan meten met de geweldige albums die ze in het verleden uitbracht
Mary Timony was de afgelopen jaren vooral actief met haar band Ex Hex, maar hiervoor maakte ze een aantal hele goede soloalbums en timmerde ze aan de weg met haar band Helium. De Amerikaanse muzikante ging de afgelopen jaren door een paar diepe dalen, die de inspiratie vormden voor haar eerste soloalbum in 17 jaar tijd. Untame The Tiger is een heel erg goed album geworden, dat deels in het verlengde ligt van haar vorige albums, maar ook invloeden uit de psychedelische rock en de folkrock verwerkt. Het levert een rockalbum zonder poespas op en het is een heel goed rockalbum. De naam Mary Timony zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar check dit album absoluut.
Mary Timony is vooral bekend van de Amerikaanse band Helium, die in de jaren 90 van zich deed spreken met drie uitstekende albums waarop stevige indierock werd verrijkt met een vleugje progrock. Na het uit elkaar vallen van Helium begon Mary Timony aan een solocarrière, die met Mountains uit 2000, The Golden Dove uit 2002 en Ex Hex uit 2005 drie hele goede albums opleverde. Het zijn albums waarop Mary Timony verder ging waar Helium was opgehouden, maar de Amerikaanse muzikante sleepte er nog flink wat invloeden bij, wat ongrijpbare maar ook fascinerende muziek opleverde.
In 2007 verscheen nog het door mij niet opgemerkte The Shapes We Make, maar hierna kwam de solocarrière van Mary Timony voorlopig tot stilstand. Sindsdien maakte ze nog twee albums met haar band Ex Hex, die zich wat meer op garagerock, powerpop en indierock richtte, maar met het deze week verschenen Untame The Tiger blaast Mary Timony haar solocarrière nieuw leven in.
Het album volgt op een zware periode waarin Mary Timony niet alleen haar beide ouders verloor, maar bovendien een lange relatie op de klippen zag lopen. Het heeft in muzikaal opzicht het beste naar boven gebracht bij Mary Timony, want Untame The Tiger is een uitstekend album. Het is een album waarop Mary Timony excelleert als zangers, gitarist en songwriter en waarop ze het niveau van haar vroegere werk op zijn minst evenaart.
Untame The Tiger is in eerste instantie een gitaaralbum, want het elektrische gitaarspel van Mary Timony staat centraal in alle songs op het album. De Amerikaanse muzikante leunt op haar nieuwe album stevig tegen de indierock aan, maar ook invloeden uit de folkrock en psychedelische rock hebben hun weg gevonden naar de nieuwe songs van Mary Timony en zeker wanneer de keyboards tijdelijk de gitaren verdringen hoor je heel af en toe ook nog het vleugje progrock, dat zo’n opvallende rol speelde in het geluid van Helium.
De songs op Untame The Tiger hebben iets ruws, zowel door het gitaarwerk als door de zang, maar het zijn op hetzelfde moment heerlijk melodieuze songs. En tijdloze songs, want het nieuwe album van Mary Timony had niet misstaan in een van de decennia die achter ons liggen.
De meeste songs op het album zijn songs zonder poespas en hebben genoeg aan de basis van bas, gitaar en drums. Funfact is dat de drums in de meeste gevallen werden bespeeld door Dave Mattacks, die in een heel ver verleden achter de drumkit zat bij de Britse folkrockers van Fairport Convention. De relatief eenvoudige basis geeft het album iets puurs en eerlijks en dat draagt bij aan kwaliteit en urgentie van de songs op Untame The Tiger.
Gezien alle recente gebeurtenissen in het persoonlijke leven van Mary Timony is het niet zo gek dat het vijfde soloalbum van de Amerikaanse muzikante een album met flink wat melancholie is geworden, maar het is zeker geen somber klinkend album. Het is knap hoe Mary Timony iedere keer weer andere invloeden verwerkt in haar songs, die het ene moment stevig zijn verankerd in de indierock van de jaren 90, maar ook een psychedelisch jaren 60 gevoel of een jaren 70 folky sfeer kunnen hebben.
Ik had echt al een hele tijd niet meer naar de muziek van Mary Timony geluisterd, maar was gezien de ervaringen uit het geleden direct nieuwsgierig naar het nieuwe album, dat me echt geen moment heeft teleurgesteld. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mary Timony - Untame The Tiger - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mary Timony - Untame The Tiger
Met Untame The Tiger brengt de Amerikaanse muzikante Mary Timony eindelijk weer eens een soloalbum uit en het is een album dat zich kan meten met de geweldige albums die ze in het verleden uitbracht
Mary Timony was de afgelopen jaren vooral actief met haar band Ex Hex, maar hiervoor maakte ze een aantal hele goede soloalbums en timmerde ze aan de weg met haar band Helium. De Amerikaanse muzikante ging de afgelopen jaren door een paar diepe dalen, die de inspiratie vormden voor haar eerste soloalbum in 17 jaar tijd. Untame The Tiger is een heel erg goed album geworden, dat deels in het verlengde ligt van haar vorige albums, maar ook invloeden uit de psychedelische rock en de folkrock verwerkt. Het levert een rockalbum zonder poespas op en het is een heel goed rockalbum. De naam Mary Timony zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar check dit album absoluut.
Mary Timony is vooral bekend van de Amerikaanse band Helium, die in de jaren 90 van zich deed spreken met drie uitstekende albums waarop stevige indierock werd verrijkt met een vleugje progrock. Na het uit elkaar vallen van Helium begon Mary Timony aan een solocarrière, die met Mountains uit 2000, The Golden Dove uit 2002 en Ex Hex uit 2005 drie hele goede albums opleverde. Het zijn albums waarop Mary Timony verder ging waar Helium was opgehouden, maar de Amerikaanse muzikante sleepte er nog flink wat invloeden bij, wat ongrijpbare maar ook fascinerende muziek opleverde.
In 2007 verscheen nog het door mij niet opgemerkte The Shapes We Make, maar hierna kwam de solocarrière van Mary Timony voorlopig tot stilstand. Sindsdien maakte ze nog twee albums met haar band Ex Hex, die zich wat meer op garagerock, powerpop en indierock richtte, maar met het deze week verschenen Untame The Tiger blaast Mary Timony haar solocarrière nieuw leven in.
Het album volgt op een zware periode waarin Mary Timony niet alleen haar beide ouders verloor, maar bovendien een lange relatie op de klippen zag lopen. Het heeft in muzikaal opzicht het beste naar boven gebracht bij Mary Timony, want Untame The Tiger is een uitstekend album. Het is een album waarop Mary Timony excelleert als zangers, gitarist en songwriter en waarop ze het niveau van haar vroegere werk op zijn minst evenaart.
Untame The Tiger is in eerste instantie een gitaaralbum, want het elektrische gitaarspel van Mary Timony staat centraal in alle songs op het album. De Amerikaanse muzikante leunt op haar nieuwe album stevig tegen de indierock aan, maar ook invloeden uit de folkrock en psychedelische rock hebben hun weg gevonden naar de nieuwe songs van Mary Timony en zeker wanneer de keyboards tijdelijk de gitaren verdringen hoor je heel af en toe ook nog het vleugje progrock, dat zo’n opvallende rol speelde in het geluid van Helium.
De songs op Untame The Tiger hebben iets ruws, zowel door het gitaarwerk als door de zang, maar het zijn op hetzelfde moment heerlijk melodieuze songs. En tijdloze songs, want het nieuwe album van Mary Timony had niet misstaan in een van de decennia die achter ons liggen.
De meeste songs op het album zijn songs zonder poespas en hebben genoeg aan de basis van bas, gitaar en drums. Funfact is dat de drums in de meeste gevallen werden bespeeld door Dave Mattacks, die in een heel ver verleden achter de drumkit zat bij de Britse folkrockers van Fairport Convention. De relatief eenvoudige basis geeft het album iets puurs en eerlijks en dat draagt bij aan kwaliteit en urgentie van de songs op Untame The Tiger.
Gezien alle recente gebeurtenissen in het persoonlijke leven van Mary Timony is het niet zo gek dat het vijfde soloalbum van de Amerikaanse muzikante een album met flink wat melancholie is geworden, maar het is zeker geen somber klinkend album. Het is knap hoe Mary Timony iedere keer weer andere invloeden verwerkt in haar songs, die het ene moment stevig zijn verankerd in de indierock van de jaren 90, maar ook een psychedelisch jaren 60 gevoel of een jaren 70 folky sfeer kunnen hebben.
Ik had echt al een hele tijd niet meer naar de muziek van Mary Timony geluisterd, maar was gezien de ervaringen uit het geleden direct nieuwsgierig naar het nieuwe album, dat me echt geen moment heeft teleurgesteld. Erwin Zijleman
Matia Bazar - Melanchólia (1985)

4,0
2
geplaatst: 30 oktober 2022, 19:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Matia Bazar - Melanchólia (1985) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matia Bazar - Melanchólia (1985)
De Italiaanse band Matia Bazar verrijkte de zomer van 1985 met bijzonder sterke songs, een mooi vol geluid met veel elektronica, flink wat Mediterrane zonnestralen en vooral met geweldige zang
Matia Bazar had in 1985 al een bescheiden hitje op haar naam staan, maar met het prachtige Melanchólia voegde de band uit Genua kleur toe aan de vaak wat donker getinte popmuziek uit de jaren 80 en kreeg het ook Nederland aan de voeten. Melanchólia is een echt jaren 80 album, maar het is er wel een met een Italiaans tintje. Het album klinkt na al die jaren nog verrassend fris en onderscheidend, wat deels de verdienste is van de Italiaanse invloeden die de band heeft verwerkt in haar muziek, maar wat toch vooral op het conto kan worden geschreven van Antonella Ruggiero, die op Melanchólia de sterren van de hemel zingt. Lang niet gehoord, maar wat is het nog goed.
Italiaanse popmuziek speelde halverwege de jaren 80 geen rol van betekenis in mijn leven, maar in 1985 was er opeens Melanchólia van de Italiaanse band Matia Bazar. De dansvloer werd op dat moment, in ieder geval in mijn kringen, gedomineerd door donkere en zelfs wat deprimerende postpunk en new wave, maar alle donkere klanken werden aangenaam onderbroken door het verrassend opgewekte Ti Sento, de single waarmee Matia Bazar voet aan de grond kreeg in Nederland, al had het met een paar jaar eerder verschenen Vacanze Romane ook al een bescheiden hitje gescoord.
Ik kocht (andere opties waren er destijds niet) Melanchólia destijds alleen vanwege de aanstekelijke single, maar het album viel me zeker niet tegen en ook op het podium bleek Matia Bazar een uitstekende band. De band uit Genua bestond op dat moment ook al een jaar of vijftien, want Matia Bazar werd helemaal aan het begin van de jaren 70 geformeerd als progrock band (!).
Op Melanchólia omarmde de band de elektronica uit de jaren 80 en creëerde het een geluid dat vrij makkelijk aansluiting vond bij de andere elektronische popmuziek van dat moment, al bleef Matia Bazar natuurlijk ook een vreemde eend in de bijt, al is het maar vanwege de Italiaanse teksten. Ik was Matia Bazar eerlijk gezegd al lang weer vergeten, maar toen ik de LP pas in de platenkast tegenkwam, kwamen de goede herinneringen snel weer naar boven.
Melanchólia is, zeker door het gebruik van heel veel elektronica, een typisch jaren 80 album, maar het is een album dat de tand des tijds veel beter heeft doorstaan dan veel andere albums uit de jaren 80. Het heeft deels te maken met het feit dat Matia Bazar met dit album weliswaar aansluiting zocht bij de West-Europese popmuziek van dat moment, maar haar Italiaanse wortels zeker niet verloochende.
De band koos niet alleen voor de Italiaanse taal, maar verwerkte op Melanchólia ook absoluut Mediterrane invloeden, waardoor het album een stuk minder kil klinkt dan de meeste synthpop bands uit de jaren 80. Matia Bazar voegde nog wat extra warmte toe door ook organische klanken aan haar geluid toe te voegen, waaronder blazers, strijkers, een incidentele accordeon en geweldige bassen. Het voorzag het album van een wat zwoele en zomerse sfeer en die sfeer heeft het album 37 jaar na dato nog steeds.
Matia Bazar wist zich niet alleen in muzikaal opzicht te onderscheiden van de concurrentie uit West-Europa, want het sterkste wapen van de band heb ik nog niet eens genoemd. De band beschikte destijds met Antonella Ruggiero over een werkelijk fantastische zangeres, die Melanchólia heel ver boven het maaiveld uit tilde, iets wat de band overigens ook deed met knappe songs.
Toen ik het album een paar weken geleden weer eens uit de kast trok had ik vooral herinneringen aan Ti Sento, maar al snel bleken zo ongeveer alle songs op het album in het geheugen gegrift. Verder dan drie albums van Matia Bazar, alle drie albums uit de jaren 80, ben ik nooit gekomen, want zeker na het vertrek van Antonella Ruggiero in 1989 werd het snel minder met de Italiaanse band, die overigens nog steeds bestaat. De afgelopen dagen kunnen we genieten van bijna zomerse temperaturen, waarbij het inmiddels flink oude album van Matia Bazar het werkelijk uitstekend doet. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Matia Bazar - Melanchólia (1985) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matia Bazar - Melanchólia (1985)
De Italiaanse band Matia Bazar verrijkte de zomer van 1985 met bijzonder sterke songs, een mooi vol geluid met veel elektronica, flink wat Mediterrane zonnestralen en vooral met geweldige zang
Matia Bazar had in 1985 al een bescheiden hitje op haar naam staan, maar met het prachtige Melanchólia voegde de band uit Genua kleur toe aan de vaak wat donker getinte popmuziek uit de jaren 80 en kreeg het ook Nederland aan de voeten. Melanchólia is een echt jaren 80 album, maar het is er wel een met een Italiaans tintje. Het album klinkt na al die jaren nog verrassend fris en onderscheidend, wat deels de verdienste is van de Italiaanse invloeden die de band heeft verwerkt in haar muziek, maar wat toch vooral op het conto kan worden geschreven van Antonella Ruggiero, die op Melanchólia de sterren van de hemel zingt. Lang niet gehoord, maar wat is het nog goed.
Italiaanse popmuziek speelde halverwege de jaren 80 geen rol van betekenis in mijn leven, maar in 1985 was er opeens Melanchólia van de Italiaanse band Matia Bazar. De dansvloer werd op dat moment, in ieder geval in mijn kringen, gedomineerd door donkere en zelfs wat deprimerende postpunk en new wave, maar alle donkere klanken werden aangenaam onderbroken door het verrassend opgewekte Ti Sento, de single waarmee Matia Bazar voet aan de grond kreeg in Nederland, al had het met een paar jaar eerder verschenen Vacanze Romane ook al een bescheiden hitje gescoord.
Ik kocht (andere opties waren er destijds niet) Melanchólia destijds alleen vanwege de aanstekelijke single, maar het album viel me zeker niet tegen en ook op het podium bleek Matia Bazar een uitstekende band. De band uit Genua bestond op dat moment ook al een jaar of vijftien, want Matia Bazar werd helemaal aan het begin van de jaren 70 geformeerd als progrock band (!).
Op Melanchólia omarmde de band de elektronica uit de jaren 80 en creëerde het een geluid dat vrij makkelijk aansluiting vond bij de andere elektronische popmuziek van dat moment, al bleef Matia Bazar natuurlijk ook een vreemde eend in de bijt, al is het maar vanwege de Italiaanse teksten. Ik was Matia Bazar eerlijk gezegd al lang weer vergeten, maar toen ik de LP pas in de platenkast tegenkwam, kwamen de goede herinneringen snel weer naar boven.
Melanchólia is, zeker door het gebruik van heel veel elektronica, een typisch jaren 80 album, maar het is een album dat de tand des tijds veel beter heeft doorstaan dan veel andere albums uit de jaren 80. Het heeft deels te maken met het feit dat Matia Bazar met dit album weliswaar aansluiting zocht bij de West-Europese popmuziek van dat moment, maar haar Italiaanse wortels zeker niet verloochende.
De band koos niet alleen voor de Italiaanse taal, maar verwerkte op Melanchólia ook absoluut Mediterrane invloeden, waardoor het album een stuk minder kil klinkt dan de meeste synthpop bands uit de jaren 80. Matia Bazar voegde nog wat extra warmte toe door ook organische klanken aan haar geluid toe te voegen, waaronder blazers, strijkers, een incidentele accordeon en geweldige bassen. Het voorzag het album van een wat zwoele en zomerse sfeer en die sfeer heeft het album 37 jaar na dato nog steeds.
Matia Bazar wist zich niet alleen in muzikaal opzicht te onderscheiden van de concurrentie uit West-Europa, want het sterkste wapen van de band heb ik nog niet eens genoemd. De band beschikte destijds met Antonella Ruggiero over een werkelijk fantastische zangeres, die Melanchólia heel ver boven het maaiveld uit tilde, iets wat de band overigens ook deed met knappe songs.
Toen ik het album een paar weken geleden weer eens uit de kast trok had ik vooral herinneringen aan Ti Sento, maar al snel bleken zo ongeveer alle songs op het album in het geheugen gegrift. Verder dan drie albums van Matia Bazar, alle drie albums uit de jaren 80, ben ik nooit gekomen, want zeker na het vertrek van Antonella Ruggiero in 1989 werd het snel minder met de Italiaanse band, die overigens nog steeds bestaat. De afgelopen dagen kunnen we genieten van bijna zomerse temperaturen, waarbij het inmiddels flink oude album van Matia Bazar het werkelijk uitstekend doet. Erwin Zijleman
Matilda Mann - Roxwell (2025)

4,0
1
geplaatst: 5 maart 2025, 20:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Matilda Mann - Roxwell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Matilda Mann - Roxwell
De Britse muzikante Matilda Mann zit met haar debuutalbum Roxwell in de werkelijk overvolle vijver van de indiepop van het moment, maar dit persoonlijke en zeer aangename album zou ik er zeker uit vissen
Matilda Mann doet op Roxwell af en toe precies wat je verwacht van een muzikante met het label indiepop, maar de jonge Britse muzikante laat op haar debuutalbum horen dat ze ook allerlei andere kanten op kan. Het levert een veelzijdig album op dat makkelijk overtuigt met invloeden uit verschillende genres, een warm en aangenaam geluid, de mooie fluisterstem van de Britse muzikante en haar persoonlijke teksten waarin het volwassen worden centraal staan. Ik raak af en toe ook wel eens uitgekeken op al die jonge vrouwelijke muzikanten in de indiepop van het moment, maar Matilda Mann laat horen dat er nog altijd ruimte is voor net wat anders klinkende albums in het zo volle genre.
Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik ook Roxwell van Matilda Mann tegen. Het is een naam die ik niet eerder was tegen gekomen, maar bij hele snelle beluistering sprak haar muziek mij zeker aan. De naam Matilda Mann klinkt Duits, maar ze is geboren en getogen in Londen en heeft de Britse nationaliteit.
De Britse muziekpers heeft de jonge Britse muzikante, die afstudeerde aan de fameuze BRIT School, de afgelopen jaren jaar al meerdere malen toegevoegd aan de muzikanten die we in de gaten moeten houden en dat begrijp ik wel. Met Roxwell (vernoemd naar het deel van Londen waarin ze opgroeide) heeft Matilda Mann immers een zeer aansprekend indiepop album afgeleverd, dat volgt op een aantal al even aansprekende EP’s.
Het is een indiepop album dat in een aantal opzichten naadloos aansluit bij de betere indiepop albums die de afgelopen jaren met name in de Verenigde Staten zijn gemaakt. Zo heeft Matilda Mann een persoonlijk album gemaakt dat in tekstueel opzicht kan worden gezien als een ‘coming of age album’, wat redelijk gebruikelijk is in het genre. Ook de vooral fluisterzachte zang is binnen de indiepop van het moment behoorlijk gangbaar en ook het incidenteel opschuiven richting indiefolk en indierock heb ik vaker gehoord.
Toch weet de Britse muzikante zich ook zeker te onderscheiden van de bulk van de albums in het genre. Om te beginnen heeft Matilda Mann voor haar debuutalbum een aantal zeer aansprekende songs geschreven. Het zijn indie popsongs die zich heel makkelijk opdringen en die eigenlijk direct bijzonder aangenaam klinken, maar de songs van Matilda Mann zitten ook knap in elkaar, zijn verrassend gevarieerd en prikkelen ook zeker de fantasie.
De Britse muzikante schakelde een drietal mij onbekende producers in voor haar eerste album en die hebben Roxwell voorzien van een lekker vol en aansprekend geluid. Matilda Mann zingt vooral fluisterzacht, maar ze doet dit op fraaie wijze. De zang op Roxwell kan zwoel en verleidelijk klinken, maar de zang klinkt ook puur en oprecht, mede door de persoonlijke teksten.
De grootste kracht van het debuutalbum van Matilda Mann schuilt wat mij betreft in de grote veelzijdigheid van het album. Matilda Mann maakt soms typische en wat Amerikaans aandoende indiepop, maar ze kan ook folky klinken of juist opschuiven richting de dansvloer met soulvolle tracks met vleugjes triphop en R&B. Het zorgt er voor dat de uitersten op Roxwell redelijk ver uit elkaar liggen en Matilda Mann steeds weer raakt aan net wat andere indiepop grootheden, maar het debuutalbum van de Britse muzikante klinkt, met name door de zang, ook voldoende consistent.
Matilda Mann heeft de pech dat ze opereert in een genre waarin het al jaren enorm dringen is en waarin wekelijks meerdere interessante albums verschijnen, maar met Roxwell heeft ze een album gemaakt dat ik persoonlijk beter vind dan het gemiddelde album in het genre.
Ik hoop daarom dat ik haar met deze recensie een zetje in de rug kan geven, al werkt het maken van een aansprekend filmpje op TikTok waarschijnlijk veel beter. Ik denk dat de TikTok bubble de songs van de jonge Britse muzikante wel zal weten te waarderen, maar ook liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters buiten deze bubble moeten dit album zeker eens checken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Matilda Mann - Roxwell - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Matilda Mann - Roxwell
De Britse muzikante Matilda Mann zit met haar debuutalbum Roxwell in de werkelijk overvolle vijver van de indiepop van het moment, maar dit persoonlijke en zeer aangename album zou ik er zeker uit vissen
Matilda Mann doet op Roxwell af en toe precies wat je verwacht van een muzikante met het label indiepop, maar de jonge Britse muzikante laat op haar debuutalbum horen dat ze ook allerlei andere kanten op kan. Het levert een veelzijdig album op dat makkelijk overtuigt met invloeden uit verschillende genres, een warm en aangenaam geluid, de mooie fluisterstem van de Britse muzikante en haar persoonlijke teksten waarin het volwassen worden centraal staan. Ik raak af en toe ook wel eens uitgekeken op al die jonge vrouwelijke muzikanten in de indiepop van het moment, maar Matilda Mann laat horen dat er nog altijd ruimte is voor net wat anders klinkende albums in het zo volle genre.
Tussen de nieuwe albums van deze week kwam ik ook Roxwell van Matilda Mann tegen. Het is een naam die ik niet eerder was tegen gekomen, maar bij hele snelle beluistering sprak haar muziek mij zeker aan. De naam Matilda Mann klinkt Duits, maar ze is geboren en getogen in Londen en heeft de Britse nationaliteit.
De Britse muziekpers heeft de jonge Britse muzikante, die afstudeerde aan de fameuze BRIT School, de afgelopen jaren jaar al meerdere malen toegevoegd aan de muzikanten die we in de gaten moeten houden en dat begrijp ik wel. Met Roxwell (vernoemd naar het deel van Londen waarin ze opgroeide) heeft Matilda Mann immers een zeer aansprekend indiepop album afgeleverd, dat volgt op een aantal al even aansprekende EP’s.
Het is een indiepop album dat in een aantal opzichten naadloos aansluit bij de betere indiepop albums die de afgelopen jaren met name in de Verenigde Staten zijn gemaakt. Zo heeft Matilda Mann een persoonlijk album gemaakt dat in tekstueel opzicht kan worden gezien als een ‘coming of age album’, wat redelijk gebruikelijk is in het genre. Ook de vooral fluisterzachte zang is binnen de indiepop van het moment behoorlijk gangbaar en ook het incidenteel opschuiven richting indiefolk en indierock heb ik vaker gehoord.
Toch weet de Britse muzikante zich ook zeker te onderscheiden van de bulk van de albums in het genre. Om te beginnen heeft Matilda Mann voor haar debuutalbum een aantal zeer aansprekende songs geschreven. Het zijn indie popsongs die zich heel makkelijk opdringen en die eigenlijk direct bijzonder aangenaam klinken, maar de songs van Matilda Mann zitten ook knap in elkaar, zijn verrassend gevarieerd en prikkelen ook zeker de fantasie.
De Britse muzikante schakelde een drietal mij onbekende producers in voor haar eerste album en die hebben Roxwell voorzien van een lekker vol en aansprekend geluid. Matilda Mann zingt vooral fluisterzacht, maar ze doet dit op fraaie wijze. De zang op Roxwell kan zwoel en verleidelijk klinken, maar de zang klinkt ook puur en oprecht, mede door de persoonlijke teksten.
De grootste kracht van het debuutalbum van Matilda Mann schuilt wat mij betreft in de grote veelzijdigheid van het album. Matilda Mann maakt soms typische en wat Amerikaans aandoende indiepop, maar ze kan ook folky klinken of juist opschuiven richting de dansvloer met soulvolle tracks met vleugjes triphop en R&B. Het zorgt er voor dat de uitersten op Roxwell redelijk ver uit elkaar liggen en Matilda Mann steeds weer raakt aan net wat andere indiepop grootheden, maar het debuutalbum van de Britse muzikante klinkt, met name door de zang, ook voldoende consistent.
Matilda Mann heeft de pech dat ze opereert in een genre waarin het al jaren enorm dringen is en waarin wekelijks meerdere interessante albums verschijnen, maar met Roxwell heeft ze een album gemaakt dat ik persoonlijk beter vind dan het gemiddelde album in het genre.
Ik hoop daarom dat ik haar met deze recensie een zetje in de rug kan geven, al werkt het maken van een aansprekend filmpje op TikTok waarschijnlijk veel beter. Ik denk dat de TikTok bubble de songs van de jonge Britse muzikante wel zal weten te waarderen, maar ook liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters buiten deze bubble moeten dit album zeker eens checken. Erwin Zijleman
Matt Andersen - Halfway Home by Morning (2019)

4,0
2
geplaatst: 29 maart 2019, 17:26 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Matt Andersen - Halfway Home By Morning - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Andersen - Halfway Home By Morning
Ervaren Canadese muzikant imponeert al heel wat jaren op het podium, maar ook dit album is van een bijzonder hoog niveau
Matt Andersen heeft een geweldige reputatie als live-muzikant, maar zijn albums ken ik eerlijk gezegd niet zo goed. Als ze net zo goed zijn als zijn nieuwe album heb ik heel wat gemist, want Halfway Home By Morning is een heerlijk album met vooral invloeden uit de blues, soul en rootsrock. De band is uitstekend, Matt Andersen is een geweldig gitarist en schrijft uitstekende songs en is ook nog eens voorzien van een rauwe en soulvolle strot. De zwoele soul en blues doen het uitstekend op de achtergrond, maar luister net wat beter en je hoort hoe goed deze Canadese muzikant is. Topalbum.
De Canadese muzikant Matt Andersen staat minstens 200 keer per jaar op het podium en houdt dit inmiddels al bijna 20 jaar vol. Het heeft hem zowel in Canada en de VS als in Europa een live-reputatie opgeleverd om bang van te worden, maar zijn albums trekken vooralsnog minder aandacht.
Daar heb ik me zelf ook schuldig aan gemaakt, want tot voor kort had ik geen enkel album van de Canadees in de kast staan. Hoe zijn nieuwe album zich verhoudt tot zijn voorgangers kan ik dan ook niet zeggen, maar dat Halfway Home By Morning een uitstekend album is, is voor mij zeker.
Matt Andersen maakt op het podium een mix van blues, soul en rootsrock en dat doet hij ook op zijn nieuwe plaat. De Canadees heeft een prima band om zich heen verzameld en laat zich begeleiden door een aantal heerlijk soulvolle achtergrondzangeressen. Het levert een lekker vol geluid op met fraai orgelspel en hier en daar moddervette blazers, maar er is gelukkig nog alle ruimte voor het gitaarspel en de stem van Matt Andersen.
De Canadese muzikant is een overtuigend bluesgitarist, die niet eindeloos soleert, maar heerlijke bluesy licks speelt. Hij is ook nog eens voorzien van een opvallend rauwe en doorleefde strot en het is een strot vol soul. Bij eerste beluistering van Halfway Home By Morning had ik vooral associaties met de muziek van Robert Cray en die heb ik heel hoog zitten. Ook bij Matt Andersen gaan de songs voor het gitaarwerk en net als Robert Cray kan Matt Andersen niet alleen rauw en doorleefd, maar ook heerlijk soepel zingen.
De criticus zal beweren dat er niet veel nieuws is te horen op Halfway Home By Morning. Dat is op zich waar. Matt Andersen kleurt op zijn nieuwe plaat vooral binnen de lijntjes van de soulvolle en bluesy rootsrock, maar dat doen er wel meer in dit genre. Het gaat om de details en die zijn prachtig.
Zo is het gitaarspel van de Canadese muzikant van een bijzonder hoog niveau. Matt Andersen verliest zich maar zelden in langere solo’s, maar schept er net zoveel genoegen in om slechts een paar noten te spelen, maar wel noten die dwars door de ziel snijden. Datzelfde doet hij met zijn stem. Matt Andersen beschikt over een bijzonder krachtige soulstem, maar hij doseert deze op Halfway Home By The Morning op grootse wijze.
Zeker wanneer de emotie het wint van de kracht, is de zang van Matt Andersen van een bijzondere schoonheid en ontroert hij bijzonder makkelijk. Als dan ook nog eens Amy Helm opduikt voor een bijzonder fraai duet, speelt Matt Andersen een gewonnen wedstrijd. Halfway Home By Morning is dan pas drie tracks oud, maar ook de tien tracks die volgen zijn wonderschoon.
De laid back tracks slepen je het diepe Zuiden van de Verenigde Staten in en ontroeren, zeker wanneer de Canadees in de uiterst ingetogen slottrack zijn overleden oom eert met een song die garant staat voor heel veel kippenvel. Prachtmuzikant. Prachtalbum. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Matt Andersen - Halfway Home By Morning - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Andersen - Halfway Home By Morning
Ervaren Canadese muzikant imponeert al heel wat jaren op het podium, maar ook dit album is van een bijzonder hoog niveau
Matt Andersen heeft een geweldige reputatie als live-muzikant, maar zijn albums ken ik eerlijk gezegd niet zo goed. Als ze net zo goed zijn als zijn nieuwe album heb ik heel wat gemist, want Halfway Home By Morning is een heerlijk album met vooral invloeden uit de blues, soul en rootsrock. De band is uitstekend, Matt Andersen is een geweldig gitarist en schrijft uitstekende songs en is ook nog eens voorzien van een rauwe en soulvolle strot. De zwoele soul en blues doen het uitstekend op de achtergrond, maar luister net wat beter en je hoort hoe goed deze Canadese muzikant is. Topalbum.
De Canadese muzikant Matt Andersen staat minstens 200 keer per jaar op het podium en houdt dit inmiddels al bijna 20 jaar vol. Het heeft hem zowel in Canada en de VS als in Europa een live-reputatie opgeleverd om bang van te worden, maar zijn albums trekken vooralsnog minder aandacht.
Daar heb ik me zelf ook schuldig aan gemaakt, want tot voor kort had ik geen enkel album van de Canadees in de kast staan. Hoe zijn nieuwe album zich verhoudt tot zijn voorgangers kan ik dan ook niet zeggen, maar dat Halfway Home By Morning een uitstekend album is, is voor mij zeker.
Matt Andersen maakt op het podium een mix van blues, soul en rootsrock en dat doet hij ook op zijn nieuwe plaat. De Canadees heeft een prima band om zich heen verzameld en laat zich begeleiden door een aantal heerlijk soulvolle achtergrondzangeressen. Het levert een lekker vol geluid op met fraai orgelspel en hier en daar moddervette blazers, maar er is gelukkig nog alle ruimte voor het gitaarspel en de stem van Matt Andersen.
De Canadese muzikant is een overtuigend bluesgitarist, die niet eindeloos soleert, maar heerlijke bluesy licks speelt. Hij is ook nog eens voorzien van een opvallend rauwe en doorleefde strot en het is een strot vol soul. Bij eerste beluistering van Halfway Home By Morning had ik vooral associaties met de muziek van Robert Cray en die heb ik heel hoog zitten. Ook bij Matt Andersen gaan de songs voor het gitaarwerk en net als Robert Cray kan Matt Andersen niet alleen rauw en doorleefd, maar ook heerlijk soepel zingen.
De criticus zal beweren dat er niet veel nieuws is te horen op Halfway Home By Morning. Dat is op zich waar. Matt Andersen kleurt op zijn nieuwe plaat vooral binnen de lijntjes van de soulvolle en bluesy rootsrock, maar dat doen er wel meer in dit genre. Het gaat om de details en die zijn prachtig.
Zo is het gitaarspel van de Canadese muzikant van een bijzonder hoog niveau. Matt Andersen verliest zich maar zelden in langere solo’s, maar schept er net zoveel genoegen in om slechts een paar noten te spelen, maar wel noten die dwars door de ziel snijden. Datzelfde doet hij met zijn stem. Matt Andersen beschikt over een bijzonder krachtige soulstem, maar hij doseert deze op Halfway Home By The Morning op grootse wijze.
Zeker wanneer de emotie het wint van de kracht, is de zang van Matt Andersen van een bijzondere schoonheid en ontroert hij bijzonder makkelijk. Als dan ook nog eens Amy Helm opduikt voor een bijzonder fraai duet, speelt Matt Andersen een gewonnen wedstrijd. Halfway Home By Morning is dan pas drie tracks oud, maar ook de tien tracks die volgen zijn wonderschoon.
De laid back tracks slepen je het diepe Zuiden van de Verenigde Staten in en ontroeren, zeker wanneer de Canadees in de uiterst ingetogen slottrack zijn overleden oom eert met een song die garant staat voor heel veel kippenvel. Prachtmuzikant. Prachtalbum. Erwin Zijleman
Matt Andersen - The Big Bottle of Joy (2023)
Alternatieve titel: Matt Andersen and the Big Bottle of Joy

4,0
0
geplaatst: 13 maart 2023, 15:10 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Matt Andersen - The Big Bottle Of Joy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Andersen - The Big Bottle Of Joy
Matt Andersen en zijn band weten op The Big Bottle Of Joy de ruwe energie van hun live optredens perfect te vangen en serveren een heerlijke portie blues, soul en gospel met de geweldige zang als kers op de taart
Ik ken zeker niet alle albums van de Canadese muzikant Matt Andersen, maar alles dat ik tot dusver van hem gehoord heb is heel goed. Ook het deze week verschenen The Big Bottle Of Joy is een uitstekend album. Matt Andersen is een groot zanger met een heerlijk soulvolle strot, maar hij wordt ook nog eens bijgestaan door een band die 50 minuten lang de pannen van het dak speelt en door drie achtergrondzangeressen die nog flink wat extra power toevoegen. De mix van blues, soul en gospel klinkt heerlijk authentiek en klinkt bovendien alsof Matt Andersen en zijn band voor je neus op het podium staan. Ik was Matt Andersen weer even uit het oog verloren, maar dit is echt heel goed.
De Canadese muzikant Matt Andersen is een podiumdier met ook dit jaar een zeer goed gevulde agenda met optredens, maar hij heeft de afgelopen vijftien jaar ook een respectabel aantal albums uitgebracht. Ik ben zelf niet heel bekend met het oeuvre van Matt Andersen, want ik besprak op de krenten uit de pop tot voor kort alleen het in 2019 verschenen Halfway Home By Morning.
Dat is een album waarop de Canadese muzikant en zijn band wat mij betreft indruk maakten met een authentiek klinkend geluid met vooral invloeden uit de blues en soul, met prachtig gitaarspel en met een heerlijk rauwe strot vol gevoel. Het is muziek die het op het podium geweldig doet, maar ik vond Halfway Home By Morning ook een erg sterk album.
Desondanks verloor ik Matt Andersen al snel weer uit het oog, tot een paar weken geleden zijn nieuwe album The Big Bottle Of Joy op de mat plofte. Tussen Halfway Home By Morning en The Big Bottle Of Joy verscheen vorig jaar het album House To House en dat is een album dat ik niet had mogen missen. Het is een album waarop Matt Andersen de stroom heeft uitgeschakeld en alleen met een akoestische gitaar is te horen. Dat vraagt wat meer van zijn zang en die komt op het album op fraaie wijze uit de tenen.
Op The Big Bottle Of Joy pakt Matt Andersen weer uit zoals hij deed op Halfway Home By Morning en doet hij er zelfs nog een flinke schep bovenop. Direct vanaf de eerste noten gaan de gitaren er lekker stevig in, speelt de ritmesectie lekker vet, vullen de piano en het orgel op fantastische wijze alle gaten, zingt Matt Andersen de sterren van de hemel en wordt zijn stem nog wat verder opgetild door de achtergrondzang van de zussen Reeny, Haliey en Micah Smith.
The Big Bottle Of Joy is een studioalbum, maar heeft de ruwe energie van een live optreden, wat me zeker nieuwsgierig maakt naar de verrichtingen op het podium van Matt Andersen, die de komende maanden echter helaas alleen in Canada en de Verenigde Staten is te zien. Gelukkig is The Big Bottle Of Joy een goed alternatief, want de energie spat werkelijk uit de speakers en door de heldere productie lijkt het alsof Matt Andersen en zijn band bij je in de woonkamer staan.
De muziek van de Canadese muzikant zit nog altijd vol invloeden uit de blues en de soul, maar ook invloeden uit de gospel hebben hun weg gevonden naar de muziek van Matt Andersen, die in muzikaal opzicht zijn vaderland verruilt voor het diepe zuiden van de Verenigde Staten. In muzikaal, maar zeker ook in vocaal opzicht, doet het hier en daar flink denken aan de muziek van Robert Cray, die echter stevig aan de bak moet om het niveau van Matt Andersen en zijn band te halen. Een enkele keer hoor ik ook wel wat van Joe Cocker trouwens, maar de stem van Matt Andersen is warmer en aangenamer.
The Big Battle Of Joy is een album dat in muzikaal opzicht vooral put uit het verleden van de blues(rock) en soul, maar wat wordt er met veel energie, passie en plezier muziek gemaakt door Matt Andersen en zijn uitstekende band met een hoofdrol voor de twee geweldige toetsenisten, al doet de rest er nauwelijks voor onder. Ik ben zeker niet altijd in de stemming voor de energiebom van 50 minuten die Matt Andersen uit de speakers laat komen, maar als ik er voor in de stemming ben is The Big Bottle Of Joy van Matt Andersen echt 50 minuten lang genieten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Matt Andersen - The Big Bottle Of Joy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Andersen - The Big Bottle Of Joy
Matt Andersen en zijn band weten op The Big Bottle Of Joy de ruwe energie van hun live optredens perfect te vangen en serveren een heerlijke portie blues, soul en gospel met de geweldige zang als kers op de taart
Ik ken zeker niet alle albums van de Canadese muzikant Matt Andersen, maar alles dat ik tot dusver van hem gehoord heb is heel goed. Ook het deze week verschenen The Big Bottle Of Joy is een uitstekend album. Matt Andersen is een groot zanger met een heerlijk soulvolle strot, maar hij wordt ook nog eens bijgestaan door een band die 50 minuten lang de pannen van het dak speelt en door drie achtergrondzangeressen die nog flink wat extra power toevoegen. De mix van blues, soul en gospel klinkt heerlijk authentiek en klinkt bovendien alsof Matt Andersen en zijn band voor je neus op het podium staan. Ik was Matt Andersen weer even uit het oog verloren, maar dit is echt heel goed.
De Canadese muzikant Matt Andersen is een podiumdier met ook dit jaar een zeer goed gevulde agenda met optredens, maar hij heeft de afgelopen vijftien jaar ook een respectabel aantal albums uitgebracht. Ik ben zelf niet heel bekend met het oeuvre van Matt Andersen, want ik besprak op de krenten uit de pop tot voor kort alleen het in 2019 verschenen Halfway Home By Morning.
Dat is een album waarop de Canadese muzikant en zijn band wat mij betreft indruk maakten met een authentiek klinkend geluid met vooral invloeden uit de blues en soul, met prachtig gitaarspel en met een heerlijk rauwe strot vol gevoel. Het is muziek die het op het podium geweldig doet, maar ik vond Halfway Home By Morning ook een erg sterk album.
Desondanks verloor ik Matt Andersen al snel weer uit het oog, tot een paar weken geleden zijn nieuwe album The Big Bottle Of Joy op de mat plofte. Tussen Halfway Home By Morning en The Big Bottle Of Joy verscheen vorig jaar het album House To House en dat is een album dat ik niet had mogen missen. Het is een album waarop Matt Andersen de stroom heeft uitgeschakeld en alleen met een akoestische gitaar is te horen. Dat vraagt wat meer van zijn zang en die komt op het album op fraaie wijze uit de tenen.
Op The Big Bottle Of Joy pakt Matt Andersen weer uit zoals hij deed op Halfway Home By Morning en doet hij er zelfs nog een flinke schep bovenop. Direct vanaf de eerste noten gaan de gitaren er lekker stevig in, speelt de ritmesectie lekker vet, vullen de piano en het orgel op fantastische wijze alle gaten, zingt Matt Andersen de sterren van de hemel en wordt zijn stem nog wat verder opgetild door de achtergrondzang van de zussen Reeny, Haliey en Micah Smith.
The Big Bottle Of Joy is een studioalbum, maar heeft de ruwe energie van een live optreden, wat me zeker nieuwsgierig maakt naar de verrichtingen op het podium van Matt Andersen, die de komende maanden echter helaas alleen in Canada en de Verenigde Staten is te zien. Gelukkig is The Big Bottle Of Joy een goed alternatief, want de energie spat werkelijk uit de speakers en door de heldere productie lijkt het alsof Matt Andersen en zijn band bij je in de woonkamer staan.
De muziek van de Canadese muzikant zit nog altijd vol invloeden uit de blues en de soul, maar ook invloeden uit de gospel hebben hun weg gevonden naar de muziek van Matt Andersen, die in muzikaal opzicht zijn vaderland verruilt voor het diepe zuiden van de Verenigde Staten. In muzikaal, maar zeker ook in vocaal opzicht, doet het hier en daar flink denken aan de muziek van Robert Cray, die echter stevig aan de bak moet om het niveau van Matt Andersen en zijn band te halen. Een enkele keer hoor ik ook wel wat van Joe Cocker trouwens, maar de stem van Matt Andersen is warmer en aangenamer.
The Big Battle Of Joy is een album dat in muzikaal opzicht vooral put uit het verleden van de blues(rock) en soul, maar wat wordt er met veel energie, passie en plezier muziek gemaakt door Matt Andersen en zijn uitstekende band met een hoofdrol voor de twee geweldige toetsenisten, al doet de rest er nauwelijks voor onder. Ik ben zeker niet altijd in de stemming voor de energiebom van 50 minuten die Matt Andersen uit de speakers laat komen, maar als ik er voor in de stemming ben is The Big Bottle Of Joy van Matt Andersen echt 50 minuten lang genieten. Erwin Zijleman
Matt Berninger - Serpentine Prison (2020)

4,0
2
geplaatst: 18 oktober 2020, 10:42 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Matt Berninger - Serpentine Prison - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Berninger - Serpentine Prison
Het regent momenteel fraaie herfstplaten en ook The National voorman Matt Berninger draagt een bijzonder fraaie soundtrack vol stemmige klanken aan, die perfect past bij het seizoen
Matt Berninger kennen we natuurlijk van The National, de band die de afgelopen twintig jaar driftig strooide met uitstekende albums. Met zijn eerste soloalbum laat de Amerikaanse muzikant een andere kant van zichzelf horen. Serpentine Prison is een stemmig maar buitengewoon fraai ingekleurd singer-songwriter album, waarop Matt Berninger de zware thema’s en een flinke dosis melancholie niet schuwt. Het past allemaal prachtig bij de kille en donkere avonden van het moment en bij de bijzondere tijd waarin we momenteel leven. Serpentine Prison is niet de eerste, maar wel een van de mooiste soundtracks van de herfst van 2020.
De Amerikaanse muzikant Matt Berninger stond in 1999, samen met onder andere Aaron Dessner, aan de basis van The National. De band uit Brooklyn, New York, staat sindsdien garant voor geweldige albums, met het vorig jaar verschenen I Am Easy To Find als voorlopig laatste wapenfeit. The National collega Aaron Dessner profileerde zich sindsdien nadrukkelijk als producer (Taylor Swift, Hannah Georgas, The Lone Bellow), wat Matt Berninger ruimte gaf voor het opnemen van een eerste soloalbum.
Dat soloalbum is deze week verschenen en Serpentine Prison is wat mij betreft een erg mooi album geworden. Matt Berninger dacht oorspronkelijk aan een album met covers, maar uiteindelijk schreef hij de ene na de andere eigen song en werden de covers uiteindelijk allemaal verdreven.
Matt Berninger maakte Serpentine Prison samen met producer, muzikant en legende Booker T. Jones en deed bovendien een beroep op een aantal gastmuzikanten, onder wie Brent Knopf (met wie hij een paar jaar geleden een album maakte als El VY), The National bassist Scott Devendorf, David Bowie bassist Gail Ann Dorsey en Andrew Bird.
Matt Berninger schuwt in de teksten op het album de sombere thema’s niet en staat stil bij isolatie, echtscheiding en depressies. Het zijn thema’s die passen bij zijn stem, die nu eenmaal minder geschikt is voor zonnige popliedjes. Ook de inkleuring van de songs op Serpentine Prison sluit aan bij de soms behoorlijk donkere thematiek.
Het is overigens een bijzonder fraaie inkleuring, die niet alleen donker maar ook wat broeierig aan doet en wel wat doet denken aan een aantal albums van Robbie Robertson en aan de producties van Daniel Lanois. Het is een instrumentatie die bestaat uit meerdere lagen, maar het geluid zit ook vol ruimte en is nooit te zwaar.
Serpentine Prison is een album dat is gemaakt voor de avonduren, want met name als de zon onder is komen de fraaie klanken op het album fraai tot leven. Met name het gitaarwerk op het album is prachtig, maar ook de ruimtelijke klanken van met name piano, orgels (uiteraard van de oude meester Booker T. zelf) en keyboards dragen nadrukkelijk bij aan het zeer sfeervolle en vakkundig geproduceerde geluid op het eerste soloalbum van Matt Berninger.
Het zijn klanken die uitstekend passen bij zijn aangenaam donkere stemgeluid, dat weer uitstekend past bij de songs op het album, die voldoende ver verwijderd blijven van de muziek van The National en allemaal in het hokje singer-songwriter passen. Serpentine Prison is niet zonder meer geschikt voor fans van The National, maar liefhebbers van singer-songwriters met een voorliefde voor stemmige klanken en flink wat melancholie kunnen waarschijnlijk goed uit de voeten met dit album.
Ik ben zelf niet per se een groot liefhebber van de stem van Matt Berninger, maar de zang op Serpentine Prison zit me echt nergens in de weg en bevalt me meestal zelfs erg goed. Het geldt nog in veel sterkere mate voor de instrumentatie op en productie van het album. Het is een rijke en veelkleurige instrumentatie die de kille herfstavonden van het moment steeds mooier inkleurt en de tweede lockdown een stuk draaglijker maakt. Ik was het afgelopen jaar zeer te spreken over de producties van Aaron Dessner, maar ook het soloalbum van zijn collega Matt Berninger mag er absoluut zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Matt Berninger - Serpentine Prison - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Berninger - Serpentine Prison
Het regent momenteel fraaie herfstplaten en ook The National voorman Matt Berninger draagt een bijzonder fraaie soundtrack vol stemmige klanken aan, die perfect past bij het seizoen
Matt Berninger kennen we natuurlijk van The National, de band die de afgelopen twintig jaar driftig strooide met uitstekende albums. Met zijn eerste soloalbum laat de Amerikaanse muzikant een andere kant van zichzelf horen. Serpentine Prison is een stemmig maar buitengewoon fraai ingekleurd singer-songwriter album, waarop Matt Berninger de zware thema’s en een flinke dosis melancholie niet schuwt. Het past allemaal prachtig bij de kille en donkere avonden van het moment en bij de bijzondere tijd waarin we momenteel leven. Serpentine Prison is niet de eerste, maar wel een van de mooiste soundtracks van de herfst van 2020.
De Amerikaanse muzikant Matt Berninger stond in 1999, samen met onder andere Aaron Dessner, aan de basis van The National. De band uit Brooklyn, New York, staat sindsdien garant voor geweldige albums, met het vorig jaar verschenen I Am Easy To Find als voorlopig laatste wapenfeit. The National collega Aaron Dessner profileerde zich sindsdien nadrukkelijk als producer (Taylor Swift, Hannah Georgas, The Lone Bellow), wat Matt Berninger ruimte gaf voor het opnemen van een eerste soloalbum.
Dat soloalbum is deze week verschenen en Serpentine Prison is wat mij betreft een erg mooi album geworden. Matt Berninger dacht oorspronkelijk aan een album met covers, maar uiteindelijk schreef hij de ene na de andere eigen song en werden de covers uiteindelijk allemaal verdreven.
Matt Berninger maakte Serpentine Prison samen met producer, muzikant en legende Booker T. Jones en deed bovendien een beroep op een aantal gastmuzikanten, onder wie Brent Knopf (met wie hij een paar jaar geleden een album maakte als El VY), The National bassist Scott Devendorf, David Bowie bassist Gail Ann Dorsey en Andrew Bird.
Matt Berninger schuwt in de teksten op het album de sombere thema’s niet en staat stil bij isolatie, echtscheiding en depressies. Het zijn thema’s die passen bij zijn stem, die nu eenmaal minder geschikt is voor zonnige popliedjes. Ook de inkleuring van de songs op Serpentine Prison sluit aan bij de soms behoorlijk donkere thematiek.
Het is overigens een bijzonder fraaie inkleuring, die niet alleen donker maar ook wat broeierig aan doet en wel wat doet denken aan een aantal albums van Robbie Robertson en aan de producties van Daniel Lanois. Het is een instrumentatie die bestaat uit meerdere lagen, maar het geluid zit ook vol ruimte en is nooit te zwaar.
Serpentine Prison is een album dat is gemaakt voor de avonduren, want met name als de zon onder is komen de fraaie klanken op het album fraai tot leven. Met name het gitaarwerk op het album is prachtig, maar ook de ruimtelijke klanken van met name piano, orgels (uiteraard van de oude meester Booker T. zelf) en keyboards dragen nadrukkelijk bij aan het zeer sfeervolle en vakkundig geproduceerde geluid op het eerste soloalbum van Matt Berninger.
Het zijn klanken die uitstekend passen bij zijn aangenaam donkere stemgeluid, dat weer uitstekend past bij de songs op het album, die voldoende ver verwijderd blijven van de muziek van The National en allemaal in het hokje singer-songwriter passen. Serpentine Prison is niet zonder meer geschikt voor fans van The National, maar liefhebbers van singer-songwriters met een voorliefde voor stemmige klanken en flink wat melancholie kunnen waarschijnlijk goed uit de voeten met dit album.
Ik ben zelf niet per se een groot liefhebber van de stem van Matt Berninger, maar de zang op Serpentine Prison zit me echt nergens in de weg en bevalt me meestal zelfs erg goed. Het geldt nog in veel sterkere mate voor de instrumentatie op en productie van het album. Het is een rijke en veelkleurige instrumentatie die de kille herfstavonden van het moment steeds mooier inkleurt en de tweede lockdown een stuk draaglijker maakt. Ik was het afgelopen jaar zeer te spreken over de producties van Aaron Dessner, maar ook het soloalbum van zijn collega Matt Berninger mag er absoluut zijn. Erwin Zijleman
Matt Costa - Santa Rosa Fangs (2018)

4,5
1
geplaatst: 24 mei 2018, 07:00 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Matt Costa - Santa Rosa Fangs - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben inmiddels al flink wat jaren heel enthousiast over de platen van de Amerikaanse singer-songwriter Matt Costa.
De in Californië geboren en getogen muzikant koos lange tijd voor zijn eerste liefde, het skateboard, maar toen een ongeval een professioneel bestaan als skateboarder onmogelijk maakte, koos Matt Costa voor de muziek.
Een platencontract bij het label van Jack Johnson hielp de Amerikaanse muzikant in het zadel, waarna hij in 2006 zeer verdienstelijk debuteerde met Songs We Sing.
Op zijn debuut liet Matt Costa een voorliefde horen voor met name 60s folk en 70s singer-songwriter pop, maar andere invloeden waren nooit ver weg en uiteraard strooide Matt Costa driftig met Californische zonnestralen.
Het is een lijn die fraai werd doorgetrokken op Unfamiliar Faces uit 2007, Mobile Chateau uit 2010 en Matt Costa uit 2013, waarna het helaas stil werd rond de Amerikaanse singer-songwriter. Matt Costa maakte twee jaar geleden nog wel een nauwelijks opgemerkte filmsoundtrack, maar is vijf jaar na zijn titelloze plaat eindelijk terug met een nieuw album.
Santa Rosa Fangs is een conceptplaat over een Californische vrouw en haar broers, maar de plaat is ook te beluisteren als een lofzang op The Golden State of als een terugblik op het leven van Matt Costa tot dusver.
Ook op Santa Rosa Fangs haalt Matt Costa de mosterd weer vooral in het verre verleden en met name in de jaren 60 en 70, maar de Amerikaanse muzikant heeft zo langzamerhand ook een duidelijk eigen geluid gecreëerd, waarin uiteenlopende invloeden aan elkaar worden gesmeed.
Het levert ook dit keer een werkelijk geweldige serie popliedjes op. Laat Santa Rosa Fangs uit de speakers komen en de zonnestralen vliegen je onmiddellijk om de oren. De zonnige en tijdloze popsongs van Matt Costa zijn niet alleen volstrekt onweerstaanbaar, maar zitten ook razend knap in elkaar en zijn zeker niet van het type die het ene oor in gaan en het andere weer uit, hoe aangenaam dat ook kan zijn.
Matt Costa schudt de tijdloze en hopeloos verslavende popliedjes misschien bijna achteloos uit de mouw, maar ondertussen is over ieder detail nagedacht en citeert de Amerikaan net zo makkelijk uit de catalogus van The Byrds en The Beach Boys als uit die van Oasis en Elliott Smith en vermengt hij ook nog even John Lennon met World Party.
Het geluid op Santa Rosa Fangs is net wat meer rechttoe rechtaan dan het geluid op de directe voorganger, maar zit vol spitsvondigheden. Matt Costa is nog altijd een kind van het zonnige en lome Californië, maar op zijn nieuwe plaat klinkt hij ook net zo scherp en stekelig als de pioniers van de Amerikaanse new wave uit New York.
Na één keer horen was ik al weer hopeloos verliefd op de onweerstaanbare maar ook knappe popliedjes van Matt Costa, maar net als de vorige platen van de Amerikaan wordt ook Santa Rosa Fangs alleen maar beter en beter. Matt Costa maakte al een paar platen die je op ieder moment uit de kast kan trekken en waarvan je altijd blij wordt. Santa Rosa Fangs is ook weer een en het is wat mij betreft de beste van het stel. Met afstand zelfs. Jaarlijstjesplaat dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Matt Costa - Santa Rosa Fangs - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben inmiddels al flink wat jaren heel enthousiast over de platen van de Amerikaanse singer-songwriter Matt Costa.
De in Californië geboren en getogen muzikant koos lange tijd voor zijn eerste liefde, het skateboard, maar toen een ongeval een professioneel bestaan als skateboarder onmogelijk maakte, koos Matt Costa voor de muziek.
Een platencontract bij het label van Jack Johnson hielp de Amerikaanse muzikant in het zadel, waarna hij in 2006 zeer verdienstelijk debuteerde met Songs We Sing.
Op zijn debuut liet Matt Costa een voorliefde horen voor met name 60s folk en 70s singer-songwriter pop, maar andere invloeden waren nooit ver weg en uiteraard strooide Matt Costa driftig met Californische zonnestralen.
Het is een lijn die fraai werd doorgetrokken op Unfamiliar Faces uit 2007, Mobile Chateau uit 2010 en Matt Costa uit 2013, waarna het helaas stil werd rond de Amerikaanse singer-songwriter. Matt Costa maakte twee jaar geleden nog wel een nauwelijks opgemerkte filmsoundtrack, maar is vijf jaar na zijn titelloze plaat eindelijk terug met een nieuw album.
Santa Rosa Fangs is een conceptplaat over een Californische vrouw en haar broers, maar de plaat is ook te beluisteren als een lofzang op The Golden State of als een terugblik op het leven van Matt Costa tot dusver.
Ook op Santa Rosa Fangs haalt Matt Costa de mosterd weer vooral in het verre verleden en met name in de jaren 60 en 70, maar de Amerikaanse muzikant heeft zo langzamerhand ook een duidelijk eigen geluid gecreëerd, waarin uiteenlopende invloeden aan elkaar worden gesmeed.
Het levert ook dit keer een werkelijk geweldige serie popliedjes op. Laat Santa Rosa Fangs uit de speakers komen en de zonnestralen vliegen je onmiddellijk om de oren. De zonnige en tijdloze popsongs van Matt Costa zijn niet alleen volstrekt onweerstaanbaar, maar zitten ook razend knap in elkaar en zijn zeker niet van het type die het ene oor in gaan en het andere weer uit, hoe aangenaam dat ook kan zijn.
Matt Costa schudt de tijdloze en hopeloos verslavende popliedjes misschien bijna achteloos uit de mouw, maar ondertussen is over ieder detail nagedacht en citeert de Amerikaan net zo makkelijk uit de catalogus van The Byrds en The Beach Boys als uit die van Oasis en Elliott Smith en vermengt hij ook nog even John Lennon met World Party.
Het geluid op Santa Rosa Fangs is net wat meer rechttoe rechtaan dan het geluid op de directe voorganger, maar zit vol spitsvondigheden. Matt Costa is nog altijd een kind van het zonnige en lome Californië, maar op zijn nieuwe plaat klinkt hij ook net zo scherp en stekelig als de pioniers van de Amerikaanse new wave uit New York.
Na één keer horen was ik al weer hopeloos verliefd op de onweerstaanbare maar ook knappe popliedjes van Matt Costa, maar net als de vorige platen van de Amerikaan wordt ook Santa Rosa Fangs alleen maar beter en beter. Matt Costa maakte al een paar platen die je op ieder moment uit de kast kan trekken en waarvan je altijd blij wordt. Santa Rosa Fangs is ook weer een en het is wat mij betreft de beste van het stel. Met afstand zelfs. Jaarlijstjesplaat dus. Erwin Zijleman
Matt Costa - Yellow Coat (2020)

4,5
0
geplaatst: 12 september 2020, 11:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Matt Costa - Yellow Coat - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Costa - Yellow Coat
De Amerikaanse muzikant Matt Costa grossiert op zijn nieuwe album Yellow Coat in kwalitatief hoogstaande maar ook volstrekt tijdloze popliedjes, wat een ultiem feelgood album oplevert
Ik heb Matt Costa inmiddels al vijftien jaar hoog zitten, maar het lijkt er op dat zijn nieuwe albums iedere keer weer net wat beter zijn. Het geldt ook weer voor Yellow Coat dat vanaf de eerste noten een echt feelgood album is vol tijdloze popmuziek. Het is ook een album vol buitengewoon knap in elkaar stekende en prachtig gearrangeerde popliedjes. Duw een met smaak gevulde platenkast om, hussel alles door elkaar en je krijgt Yellow Coat van Matt Costa, die zichzelf weer weet te overtreffen en die direct vanaf de eerste beluistering met kracht aan de deur van mijn jaarlijstje rammelt. Wat een heerlijk album weer van de muzikant uit Los Angeles.
Ik heb inmiddels al een kleine vijftien jaar een enorm zwak voor de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Matt Costa. De muzikant uit het Californische Los Angeles dook in 2005 op in het kielzog en op het label van Jack Johnson en leek direct verzekerd van een minstens even blinkende carrière als die van zijn platenbaas. Daar is het misschien niet van gekomen, maar Matt Costa heeft inmiddels een oeuvre op zijn naam staan dat ik persoonlijker een stuk indrukwekkender vind dan dat van Jack Johnson.
Na Songs We Sing (2006), Unfamiliar Faces (2007), Mobile Chateau (2010), Matt Costa (2013) en Santa Rosa Fangs (2018) is ook het deze week verschenen Yellow Coat weer een prachtig album. Matt Costa is op al zijn albums een meester in het schrijven en vertolken van prachtige en volstrekt tijdloze popliedjes. Het zijn albums die stuk voor stuk zijn te karakteriseren als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een platenkast die opvalt door een uitstekende smaak.
Ieder album van Matt Costa wist me direct bij eerste beluistering te overtuigen en was me vervolgens ook direct dierbaar. Het is met Yellow Coat niet anders. Ook op zijn zesde album stapt Matt Costa met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en maakt hij indruk met popliedjes waarvoor de allergrootsten zich niet zouden schamen.
Matt Costa laat zich ook op Yellow Coat weer door van alles en nog wat beïnvloeden. De Amerikaanse muzikant gaat ook dit keer ver terug in de tijd, want een aantal songs op het album ademt nadrukkelijk de sfeer van de jaren 50. De muzikant uit Los Angeles blijft echter zeker niet steken in de jaren 50 en overbrugt ook op zijn nieuwe album weer makkelijk een kloof van zeven decennia, waarbij ook de jaren 60 en 70 overigens flink wat inspiratie aandragen. Het levert een album op dat vaak nostalgisch klinkt, maar Matt Costa maakt ook popmuziek van nu.
Voor liefhebbers van mooie arrangementen, een volle productie en een veelkleurige instrumentatie is het ook dit keer weer smullen, want Matt Costa en producer Alex Newport (Death Cab For Cutie, City And Colour, At The Drive-In) pakken ook dit keer flink uit met een rijk ingekleurd geluid, wat overigens niet betekent dat Matt Costa zijn songs niet klein en ingetogen kan houden. Het zijn echter alle fraaie tierelantijntjes die de muziek van Matt Costa extra aangenaam maken.
Luister naar Yellow Coat van Matt Costa en je hoort een singer-songwriter die zijn klassiekers kent, maar die zelf ook overloopt van talent. Ik koester zoals gezegd alle albums van Matt Costa, maar de Amerikaanse muzikant doet er op Yellow Coat op alle fronten nog een schepje bovenop en verrast niet alleen met een prachtig vol geluid en tijdloze songs, maar ook met een uitstekende stem, die de songs op Yellow Coat voorziet van een eigen geluid.
Yellow Coat haalt het beste uit een heleboel decennia popmuziek en verpakt dit alles in popliedjes die je na één keer horen niet meer wilt vergeten en die steeds maar weer blijven verbazen door de torenhoge kwaliteit. Omdat Yellow Coat ook nog eens vol groeibriljanten staat, zou het me niet verbazen als ook dit album weer opduikt in mijn jaarlijstje, maar het zou me ook niet verbazen als veel meer muziekliefhebbers smelten voor dit uitstekende album vol tijdloze popmuziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Matt Costa - Yellow Coat - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Costa - Yellow Coat
De Amerikaanse muzikant Matt Costa grossiert op zijn nieuwe album Yellow Coat in kwalitatief hoogstaande maar ook volstrekt tijdloze popliedjes, wat een ultiem feelgood album oplevert
Ik heb Matt Costa inmiddels al vijftien jaar hoog zitten, maar het lijkt er op dat zijn nieuwe albums iedere keer weer net wat beter zijn. Het geldt ook weer voor Yellow Coat dat vanaf de eerste noten een echt feelgood album is vol tijdloze popmuziek. Het is ook een album vol buitengewoon knap in elkaar stekende en prachtig gearrangeerde popliedjes. Duw een met smaak gevulde platenkast om, hussel alles door elkaar en je krijgt Yellow Coat van Matt Costa, die zichzelf weer weet te overtreffen en die direct vanaf de eerste beluistering met kracht aan de deur van mijn jaarlijstje rammelt. Wat een heerlijk album weer van de muzikant uit Los Angeles.
Ik heb inmiddels al een kleine vijftien jaar een enorm zwak voor de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Matt Costa. De muzikant uit het Californische Los Angeles dook in 2005 op in het kielzog en op het label van Jack Johnson en leek direct verzekerd van een minstens even blinkende carrière als die van zijn platenbaas. Daar is het misschien niet van gekomen, maar Matt Costa heeft inmiddels een oeuvre op zijn naam staan dat ik persoonlijker een stuk indrukwekkender vind dan dat van Jack Johnson.
Na Songs We Sing (2006), Unfamiliar Faces (2007), Mobile Chateau (2010), Matt Costa (2013) en Santa Rosa Fangs (2018) is ook het deze week verschenen Yellow Coat weer een prachtig album. Matt Costa is op al zijn albums een meester in het schrijven en vertolken van prachtige en volstrekt tijdloze popliedjes. Het zijn albums die stuk voor stuk zijn te karakteriseren als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is een platenkast die opvalt door een uitstekende smaak.
Ieder album van Matt Costa wist me direct bij eerste beluistering te overtuigen en was me vervolgens ook direct dierbaar. Het is met Yellow Coat niet anders. Ook op zijn zesde album stapt Matt Costa met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis van de popmuziek en maakt hij indruk met popliedjes waarvoor de allergrootsten zich niet zouden schamen.
Matt Costa laat zich ook op Yellow Coat weer door van alles en nog wat beïnvloeden. De Amerikaanse muzikant gaat ook dit keer ver terug in de tijd, want een aantal songs op het album ademt nadrukkelijk de sfeer van de jaren 50. De muzikant uit Los Angeles blijft echter zeker niet steken in de jaren 50 en overbrugt ook op zijn nieuwe album weer makkelijk een kloof van zeven decennia, waarbij ook de jaren 60 en 70 overigens flink wat inspiratie aandragen. Het levert een album op dat vaak nostalgisch klinkt, maar Matt Costa maakt ook popmuziek van nu.
Voor liefhebbers van mooie arrangementen, een volle productie en een veelkleurige instrumentatie is het ook dit keer weer smullen, want Matt Costa en producer Alex Newport (Death Cab For Cutie, City And Colour, At The Drive-In) pakken ook dit keer flink uit met een rijk ingekleurd geluid, wat overigens niet betekent dat Matt Costa zijn songs niet klein en ingetogen kan houden. Het zijn echter alle fraaie tierelantijntjes die de muziek van Matt Costa extra aangenaam maken.
Luister naar Yellow Coat van Matt Costa en je hoort een singer-songwriter die zijn klassiekers kent, maar die zelf ook overloopt van talent. Ik koester zoals gezegd alle albums van Matt Costa, maar de Amerikaanse muzikant doet er op Yellow Coat op alle fronten nog een schepje bovenop en verrast niet alleen met een prachtig vol geluid en tijdloze songs, maar ook met een uitstekende stem, die de songs op Yellow Coat voorziet van een eigen geluid.
Yellow Coat haalt het beste uit een heleboel decennia popmuziek en verpakt dit alles in popliedjes die je na één keer horen niet meer wilt vergeten en die steeds maar weer blijven verbazen door de torenhoge kwaliteit. Omdat Yellow Coat ook nog eens vol groeibriljanten staat, zou het me niet verbazen als ook dit album weer opduikt in mijn jaarlijstje, maar het zou me ook niet verbazen als veel meer muziekliefhebbers smelten voor dit uitstekende album vol tijdloze popmuziek. Erwin Zijleman
Matt Elliott - Farewell to All We Know (2020)

4,5
3
geplaatst: 3 april 2020, 15:29 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Matt Elliott - Farewell To All We Know - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Elliott - Farewell To All We Know
Als de soundtrack van dit moment gemaakt zou moeten worden, zou hij waarschijnlijk klinken als Farewell To All We Know van Matt Elliott
De Britse muzikant Matt Elliott maakt al heel lang muziek en de muziek die ik ken is nogal donker getint. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Farewell To All We Know, dat zich laat beluisteren als de soundtrack van de bijzondere tijd waarin we momenteel leven. Matt Elliott heeft een album gemaakt vol stemmige klanken van strijkers, piano en vooral akoestische gitaar en het zijn klanken die fraai kleuren bij zijn fluisterzachte en vaak bijna gesproken zang, die, of je het nu wilt of niet, aan Leonard Cohen doet denken. Het levert een prachtige metgezel in deze donkere en angstige tijden op.
De Britse muzikant Matt Elliott draait al heel wat jaren mee in de muziek. In eerste instantie in illustere bands als Flying Saucer Attack, AMP en Movietone en vanaf de tweede helft van de jaren 90 als zijn alter ego The Third Eye Foundation. Vanaf het begin van het huidige millennium maakt Matt Elliott muziek onder zijn eigen naam en ook dat heeft inmiddels een stapeltje albums opgeleverd.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik de bands waarin Matt Elliott speelde niet ken en ook de muziek van The Third Eye Foundation ben ik volgens mij nooit tegengekomen. Zijn solowerk ken ik wel, zij het in beperkte mate. Ik was zo’n 15 jaar geleden zeer onder de indruk van Drinking Songs uit 2004 en opvolger Failing Songs uit 2006. Twee behoorlijk donkere albums met een vaak ingetogen, maar soms ook uitbundigere instrumentatie en naast veel ruimte voor melancholie ook ruimte voor drama.
Sindsdien ben ik de Britse en tegenwoordig vanuit Frankrijk opererende muzikant uit het oog verloren, totdat deze week Farewell To All We Know verscheen. Het is een titel die de wereld van het moment beschrijft en het album opent met bijpassende klanken. In de openingstrack horen we fraai maar ook wat weemoedig klinkend akoestisch gitaarspel en hiermee draagt Matt Elliott direct bij aan de soundtrack van het moment. De weemoedige klanken worden subtiel verder ingekleurd, maar de openingstrack moet het doen zonder zang.
Ook de tweede track op het album beperkt zich ruim twee minuten lang tot prachtig maar ook wat weemoedig akoestisch gitaarspel met hier en daar fraaie accenten van de piano, maar uiteindelijk valt de stem van Matt Elliott in. Met zijn zich langzaam voortslepende, fluisterzachte en bijna gesproken zang doet Matt Elliott wel wat aan Leonard Cohen denken aan, maar gelukkig heeft de Britse muzikant ook een duidelijk eigen geluid.
Wanneer de laatste noten van de tweede track na ruim 6 minuten wegsterven, is wel duidelijk dat Matt Elliott geen vrolijk album heeft gemaakt, maar dat zou ook misplaatst zijn op een album dat de huidige tijd probeert te schetsen. Net als op zijn werk van 15 jaar geleden heeft de Brit een voorkeur voor stemmige en wat donkere klanken, maar zo nu en dan voert hij het tempo op en zoekt hij het experiment.
Het levert een album op waarvoor je zeker in de stemming moet zijn, maar als je er voor in de stemming bent is Farewell To All We Know een album van een bijzondere schoonheid en intensiteit. Ik ken meer albums als het nieuwe album van Matt Elliott, maar de Britse muzikant baart continu opzien met een prachtige instrumentatie, waarin de akoestische gitaar steeds centraal staat, maar waarin ook strijkers en piano opduiken.
Het past allemaal prachtig bij de breekbare maar bijzonder fraaie vocalen van de Britse muzikant. Je moet als muzikant niet vergeleken willen worden met Leonard Cohen, maar Matt Elliott ontsnapt er niet aan. Zijn zang doet af en toe denken aan die van de oude meester, maar ook de opbouw van de songs en de instrumentatie van deze songs herinnert meer dan eens aan het werk van de Canadese singer-songwriter (luister maar eens naar The Day After That). Het zou me meestal in de weg zitten, maar bij beluistering van Farewell To All We Know zit het me niet in de weg.
Matt Elliott heeft de soundtrack van deze tijd gemaakt. Niet iets om vrolijk van te worden, al bieden de mooie klanken ook zeker troost in deze bijzondere dagen, net als de afsluitende song: The Worst Is Over. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Matt Elliott - Farewell To All We Know - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Elliott - Farewell To All We Know
Als de soundtrack van dit moment gemaakt zou moeten worden, zou hij waarschijnlijk klinken als Farewell To All We Know van Matt Elliott
De Britse muzikant Matt Elliott maakt al heel lang muziek en de muziek die ik ken is nogal donker getint. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Farewell To All We Know, dat zich laat beluisteren als de soundtrack van de bijzondere tijd waarin we momenteel leven. Matt Elliott heeft een album gemaakt vol stemmige klanken van strijkers, piano en vooral akoestische gitaar en het zijn klanken die fraai kleuren bij zijn fluisterzachte en vaak bijna gesproken zang, die, of je het nu wilt of niet, aan Leonard Cohen doet denken. Het levert een prachtige metgezel in deze donkere en angstige tijden op.
De Britse muzikant Matt Elliott draait al heel wat jaren mee in de muziek. In eerste instantie in illustere bands als Flying Saucer Attack, AMP en Movietone en vanaf de tweede helft van de jaren 90 als zijn alter ego The Third Eye Foundation. Vanaf het begin van het huidige millennium maakt Matt Elliott muziek onder zijn eigen naam en ook dat heeft inmiddels een stapeltje albums opgeleverd.
Ik moet eerlijk bekennen dat ik de bands waarin Matt Elliott speelde niet ken en ook de muziek van The Third Eye Foundation ben ik volgens mij nooit tegengekomen. Zijn solowerk ken ik wel, zij het in beperkte mate. Ik was zo’n 15 jaar geleden zeer onder de indruk van Drinking Songs uit 2004 en opvolger Failing Songs uit 2006. Twee behoorlijk donkere albums met een vaak ingetogen, maar soms ook uitbundigere instrumentatie en naast veel ruimte voor melancholie ook ruimte voor drama.
Sindsdien ben ik de Britse en tegenwoordig vanuit Frankrijk opererende muzikant uit het oog verloren, totdat deze week Farewell To All We Know verscheen. Het is een titel die de wereld van het moment beschrijft en het album opent met bijpassende klanken. In de openingstrack horen we fraai maar ook wat weemoedig klinkend akoestisch gitaarspel en hiermee draagt Matt Elliott direct bij aan de soundtrack van het moment. De weemoedige klanken worden subtiel verder ingekleurd, maar de openingstrack moet het doen zonder zang.
Ook de tweede track op het album beperkt zich ruim twee minuten lang tot prachtig maar ook wat weemoedig akoestisch gitaarspel met hier en daar fraaie accenten van de piano, maar uiteindelijk valt de stem van Matt Elliott in. Met zijn zich langzaam voortslepende, fluisterzachte en bijna gesproken zang doet Matt Elliott wel wat aan Leonard Cohen denken aan, maar gelukkig heeft de Britse muzikant ook een duidelijk eigen geluid.
Wanneer de laatste noten van de tweede track na ruim 6 minuten wegsterven, is wel duidelijk dat Matt Elliott geen vrolijk album heeft gemaakt, maar dat zou ook misplaatst zijn op een album dat de huidige tijd probeert te schetsen. Net als op zijn werk van 15 jaar geleden heeft de Brit een voorkeur voor stemmige en wat donkere klanken, maar zo nu en dan voert hij het tempo op en zoekt hij het experiment.
Het levert een album op waarvoor je zeker in de stemming moet zijn, maar als je er voor in de stemming bent is Farewell To All We Know een album van een bijzondere schoonheid en intensiteit. Ik ken meer albums als het nieuwe album van Matt Elliott, maar de Britse muzikant baart continu opzien met een prachtige instrumentatie, waarin de akoestische gitaar steeds centraal staat, maar waarin ook strijkers en piano opduiken.
Het past allemaal prachtig bij de breekbare maar bijzonder fraaie vocalen van de Britse muzikant. Je moet als muzikant niet vergeleken willen worden met Leonard Cohen, maar Matt Elliott ontsnapt er niet aan. Zijn zang doet af en toe denken aan die van de oude meester, maar ook de opbouw van de songs en de instrumentatie van deze songs herinnert meer dan eens aan het werk van de Canadese singer-songwriter (luister maar eens naar The Day After That). Het zou me meestal in de weg zitten, maar bij beluistering van Farewell To All We Know zit het me niet in de weg.
Matt Elliott heeft de soundtrack van deze tijd gemaakt. Niet iets om vrolijk van te worden, al bieden de mooie klanken ook zeker troost in deze bijzondere dagen, net als de afsluitende song: The Worst Is Over. Erwin Zijleman
Matt Elliott - The End of Days (2023)

4,0
2
geplaatst: 4 april 2023, 17:28 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Matt Elliott - The End Of Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Elliott - The End Of Days
Matt Elliott heeft nooit zonnige albums gemaakt en ook het zeer stemmig, maar ook bijzonder mooi ingekleurde The End Of Days is weer een aardedonker album, dat perfect past in het huidige wereldbeeld
Ik ben niet altijd in de stemming voor de weemoedige muziek van de Britse muzikant Matt Elliott, maar dat hij bijzonder mooie albums maakt valt lastig te ontkennen. Ook van het deze week verschenen The End Of Days ga je weer niet vrolijk worden, maar het nieuwe album van Matt Elliott is weer prachtig. In de lange tracks op het album wordt ruim de tijd genomen voor de instrumentatie, waarin piano en klassieke gitaar worden gecombineerd met blazers. Het past prachtig bij de donkere stem van Matt Elliott, die hier en daar doet denken aan Leonard Cohen. The End Of Days is een soundtrack voor donkere dagen, maar het is ook een bijzonder mooi en sfeervol album.
Matt Elliott bracht in het voorjaar van 2020, helemaal aan het begin van de coronapandemie, het indringende en aardedonkere album Farewell To All We Know uit. Het is een album dat ik typeerde als de soundtrack van dat moment en het was zeker niet de eerste keer dat de Britse muzikant een album voor donkere tijden maakte. Vanaf de tweede helft van de jaren 90 maakt Matt Elliott beklemmende albums onder de naam The Third Eye Foundation en sinds het begin van dit millennium ook onder zijn eigen naam.
Ik vind met name de soloalbums van Matt Elliott erg mooi, waarbij mijn voorkeur uitgaat naar The Mess We Made uit 2003, de trilogie Drinking Songs, Failing Songs en Howling Songs, die verscheen tussen 2005 en 2008, en het verrassend sterke Farewell To All We Know. Deze week verscheen weer een nieuw album van de Britse muzikant en omdat de wereld helaas niet veel mooier is geworden sinds 2020 heeft Matt Elliott er weer een behoorlijk donker album van gemaakt.
Het album heeft de titel The End Of Days mee gekregen en dan weet je wel hoe laat het is. Het is een album dat slechts zes songs bevat, maar met een speelduur van ruim 45 minuten is het zeker geen kort album. De tegenwoordig in Frankrijk woonachtige muzikant werkt ook op zijn nieuwe album samen met producer en multi-instrumentalist David Chalmin, die het album heeft voorzien van een bijzonder geluid, waarin de instrumenten vaak belangrijker zijn dan de zang.
De vaak lange en incidenteel zeer lange songs (het album bevat een song van bijna tien en een song van ruim twaalf minuten) zijn zeer stemmig ingekleurd met piano en klassieke gitaar, maar incidenteel zijn ook blazers toegevoegd. Met name de songs die worden gedomineerd door klassiek gitaarspel en wat weemoedige pianoklanken doen wel wat denken aan de muziek van Leonard Cohen.
Ook de stem van Matt Elliott doet hier en daar wel wat aan Leonard Cohen denken, zeker wanneer hij zijn teksten meer voordraagt dan zingt, maar het is wel een jonge Leonard Cohen. Het is misschien geen muziek om vrolijk van te worden, maar de donkere en stemmige songs van Matt Elliott zijn ook heel mooi en beschikken over het vermogen om je diep te raken, wanneer je eenmaal in de stemming bent voor de muziek van de Britse muzikant tenminste.
Ook wanneer piano en gitaar domineren doet de muziek van Matt Elliott op The End Of Days af en toe wat Zuid-Europees of Oost-Europees aan, maar je hoort dit vooral wanneer de blazers worden toegevoegd. Deze blazers maken de muziek van Matt Elliott nog wat weemoediger, maar voorzien de songs op The End Of Days ook van accenten uit de jazz en de klezmer muziek. Het zorgt er voor dat Matt Elliott iets opschuift in de richting van de geniale Gavin Friday, al heeft deze inmiddels al heel lang geen album meer gemaakt dat in de buurt komt bij The End Of Days van Matt Elliott.
Zeker in combinatie met het wereldnieuws van het moment is het nieuwe album van de Britse muzikant geen album om vrolijk van te worden, maar wanneer je in de stemming bent voor dit soort muziek is The End Of Days een van de hoogtepunten in het muzikale aanbod van deze week. Matt Elliott kleurt de kleine uurtjes donker maar smaakvol in op de achtergrond, maar ik vind The End Of Days persoonlijk nog veel mooier wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Matt Elliott - The End Of Days - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matt Elliott - The End Of Days
Matt Elliott heeft nooit zonnige albums gemaakt en ook het zeer stemmig, maar ook bijzonder mooi ingekleurde The End Of Days is weer een aardedonker album, dat perfect past in het huidige wereldbeeld
Ik ben niet altijd in de stemming voor de weemoedige muziek van de Britse muzikant Matt Elliott, maar dat hij bijzonder mooie albums maakt valt lastig te ontkennen. Ook van het deze week verschenen The End Of Days ga je weer niet vrolijk worden, maar het nieuwe album van Matt Elliott is weer prachtig. In de lange tracks op het album wordt ruim de tijd genomen voor de instrumentatie, waarin piano en klassieke gitaar worden gecombineerd met blazers. Het past prachtig bij de donkere stem van Matt Elliott, die hier en daar doet denken aan Leonard Cohen. The End Of Days is een soundtrack voor donkere dagen, maar het is ook een bijzonder mooi en sfeervol album.
Matt Elliott bracht in het voorjaar van 2020, helemaal aan het begin van de coronapandemie, het indringende en aardedonkere album Farewell To All We Know uit. Het is een album dat ik typeerde als de soundtrack van dat moment en het was zeker niet de eerste keer dat de Britse muzikant een album voor donkere tijden maakte. Vanaf de tweede helft van de jaren 90 maakt Matt Elliott beklemmende albums onder de naam The Third Eye Foundation en sinds het begin van dit millennium ook onder zijn eigen naam.
Ik vind met name de soloalbums van Matt Elliott erg mooi, waarbij mijn voorkeur uitgaat naar The Mess We Made uit 2003, de trilogie Drinking Songs, Failing Songs en Howling Songs, die verscheen tussen 2005 en 2008, en het verrassend sterke Farewell To All We Know. Deze week verscheen weer een nieuw album van de Britse muzikant en omdat de wereld helaas niet veel mooier is geworden sinds 2020 heeft Matt Elliott er weer een behoorlijk donker album van gemaakt.
Het album heeft de titel The End Of Days mee gekregen en dan weet je wel hoe laat het is. Het is een album dat slechts zes songs bevat, maar met een speelduur van ruim 45 minuten is het zeker geen kort album. De tegenwoordig in Frankrijk woonachtige muzikant werkt ook op zijn nieuwe album samen met producer en multi-instrumentalist David Chalmin, die het album heeft voorzien van een bijzonder geluid, waarin de instrumenten vaak belangrijker zijn dan de zang.
De vaak lange en incidenteel zeer lange songs (het album bevat een song van bijna tien en een song van ruim twaalf minuten) zijn zeer stemmig ingekleurd met piano en klassieke gitaar, maar incidenteel zijn ook blazers toegevoegd. Met name de songs die worden gedomineerd door klassiek gitaarspel en wat weemoedige pianoklanken doen wel wat denken aan de muziek van Leonard Cohen.
Ook de stem van Matt Elliott doet hier en daar wel wat aan Leonard Cohen denken, zeker wanneer hij zijn teksten meer voordraagt dan zingt, maar het is wel een jonge Leonard Cohen. Het is misschien geen muziek om vrolijk van te worden, maar de donkere en stemmige songs van Matt Elliott zijn ook heel mooi en beschikken over het vermogen om je diep te raken, wanneer je eenmaal in de stemming bent voor de muziek van de Britse muzikant tenminste.
Ook wanneer piano en gitaar domineren doet de muziek van Matt Elliott op The End Of Days af en toe wat Zuid-Europees of Oost-Europees aan, maar je hoort dit vooral wanneer de blazers worden toegevoegd. Deze blazers maken de muziek van Matt Elliott nog wat weemoediger, maar voorzien de songs op The End Of Days ook van accenten uit de jazz en de klezmer muziek. Het zorgt er voor dat Matt Elliott iets opschuift in de richting van de geniale Gavin Friday, al heeft deze inmiddels al heel lang geen album meer gemaakt dat in de buurt komt bij The End Of Days van Matt Elliott.
Zeker in combinatie met het wereldnieuws van het moment is het nieuwe album van de Britse muzikant geen album om vrolijk van te worden, maar wanneer je in de stemming bent voor dit soort muziek is The End Of Days een van de hoogtepunten in het muzikale aanbod van deze week. Matt Elliott kleurt de kleine uurtjes donker maar smaakvol in op de achtergrond, maar ik vind The End Of Days persoonlijk nog veel mooier wanneer je het album met de koptelefoon beluistert. Erwin Zijleman
Matt Sweeney & Bonnie 'Prince' Billy - Superwolves (2021)

4,0
0
geplaatst: 2 mei 2021, 10:47 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Matt Sweeney & Bonnie 'Prince' Billy - Superwolves - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ik ben lang niet altijd gek op de muziek van Will Oldham, maar de herhaalde samenwerking tussen zijn alter ego Bonnie 'Prince' Billy en gitarist Matt Sweeney pakt echt geweldig uit
Van alle platen die Will Oldham tot dusver maakte vond ik het album dat hij als Bonnie 'Prince' Billy maakte met Faun Fables zangeres Dawn McCarthy vooralsnog de beste, al is dat vloeken in de kerk. De tweede samenwerking met gitarist Matt Sweeney vind ik uiteindelijk nog net wat beter. Superwolves staat vol geweldig gitaarspel, kan binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten en kleurt ook buiten de lijntjes van het genre. Matt Sweeney levert zoals gezegd een topprestatie, maar ook de vocalen van Bonnie 'Prince' Billy en de uitstekende songs die de twee hebben gepend mogen er zijn. Het levert een uitstekend rootsalbum op, maar Superwolves is ook veel meer dan dat.
De krenten uit de pop: Matt Sweeney & Bonnie 'Prince' Billy - Superwolves - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Ik ben lang niet altijd gek op de muziek van Will Oldham, maar de herhaalde samenwerking tussen zijn alter ego Bonnie 'Prince' Billy en gitarist Matt Sweeney pakt echt geweldig uit
Van alle platen die Will Oldham tot dusver maakte vond ik het album dat hij als Bonnie 'Prince' Billy maakte met Faun Fables zangeres Dawn McCarthy vooralsnog de beste, al is dat vloeken in de kerk. De tweede samenwerking met gitarist Matt Sweeney vind ik uiteindelijk nog net wat beter. Superwolves staat vol geweldig gitaarspel, kan binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten en kleurt ook buiten de lijntjes van het genre. Matt Sweeney levert zoals gezegd een topprestatie, maar ook de vocalen van Bonnie 'Prince' Billy en de uitstekende songs die de twee hebben gepend mogen er zijn. Het levert een uitstekend rootsalbum op, maar Superwolves is ook veel meer dan dat.
Matthew E. White - Fresh Blood (2015)

4,0
0
geplaatst: 10 maart 2015, 15:13 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Matthew E. White - Fresh Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Big Inner, het debuut van de Amerikaanse muzikant Matthew E. White, bleek ruim twee jaar geleden een vat vol tegenstrijdigheden.
De Amerikaan zag er met zijn lange haar en lange baard niet uit als een soulzanger, maar klonk wel zo. Big Inner bevatte echter geen standaard soulmuziek, maar avontuurlijke soulmuziek vol verrassende wendingen en dubbele bodems. De lange tracks op Big Inner refereerden nadrukkelijk naar de laid back soulmuziek uit de vroege jaren 70, maar stonden ook bol van uitstapjes naar uiteenlopende genres, waaronder jazz, New Orleans rhythm & blues, pop, psychedelica en zelfs een vleugje Tropicalia.
De zeer uitbundige blazers- en strijkersarrangementen gaven de plaat een nog net wat unieker geluid. Ik beschreef het ruim twee jaar geleden als een exotische cocktail die bestond uit gelijke delen Allen Toussaint, Dr. John, Bill Withers, Curtis Mayfield en Randy Newman en daar kan ik nog steeds achter staan.
Matthew E. White dook eerder dit jaar op als producer van het debuut van Natalie Prass, dat hij voorzag van een al even uitbundig geluid met mogelijk nog rijkere strijkers en blazers. Ik ging er daarom van uit dat Matthew E. White op zijn tweede plaat uit hetzelfde vaatje zou tappen als op zijn debuut, maar Fresh Blood klinkt toch net wat anders dan zijn voorganger.
Ook op zijn tweede plaat maakt Matthew E. White muziek die aansluit bij de soulmuziek uit de vroege jaren 70, maar vergeleken met Big Inner is Fresh Blood net wat minder experimenteel. De tracks zijn wat korter, de refreinen en melodieën zijn wat aanstekelijker en de blazers en strijkers zijn dit keer wat minder dominant aanwezig.
Het bevalt me eerlijk gezegd wel. Fresh Blood klinkt als een zwoele soulplaat die zo lijkt weggelopen uit het begin van de jaren 70, maar ook de andere popmuziek uit deze periode heeft zijn sporen nagelaten op de tweede plaat van Matthew E. White. Fresh Blood flirt af en toe met lekker in het gehoor liggende popmuziek, maar Matthew E. White laat zich nooit verleiden tot niemendalletjes.
Luister met de koptelefoon of met veel aandacht naar Fresh Blood en je hoort een plaat die imponeert door prachtige arrangementen. Matthew E. White greep op zijn debuut nog erg makkelijk naar bijna pompeuze strijkers en blazers, maar zet dit keer een rijk en veelkleurig palet aan klanken in. Ook popliedjes die je strelen als de eerste lentedag blijken kunststukjes vol verrassende wendingen.
Nog meer dan op Big Inner maakt Matthew E. White muziek die nadrukkelijk herinnert aan de jaren 70, maar in diezelfde jaren 70 echt niet werd gemaakt. Flesh Blood vermaakt 10 tracks lang buitengewoon aangenaam, maar intrigeert hiernaast op een manier waarop maar weinig platen intrigeren.
Fresh Blood komt inmiddels voor de zoveelste keer voorbij, maar nog steeds hoor ik nieuwe dingen. Het zijn dingen die alleen maar meer tot leven komen nu de temperaturen buiten aan lente doen denken. Laten we hopen op een prachtige lente en een broeierige zomer. Matthew E. White heeft de perfecte soundtrack alvast gemaakt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Matthew E. White - Fresh Blood - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Big Inner, het debuut van de Amerikaanse muzikant Matthew E. White, bleek ruim twee jaar geleden een vat vol tegenstrijdigheden.
De Amerikaan zag er met zijn lange haar en lange baard niet uit als een soulzanger, maar klonk wel zo. Big Inner bevatte echter geen standaard soulmuziek, maar avontuurlijke soulmuziek vol verrassende wendingen en dubbele bodems. De lange tracks op Big Inner refereerden nadrukkelijk naar de laid back soulmuziek uit de vroege jaren 70, maar stonden ook bol van uitstapjes naar uiteenlopende genres, waaronder jazz, New Orleans rhythm & blues, pop, psychedelica en zelfs een vleugje Tropicalia.
De zeer uitbundige blazers- en strijkersarrangementen gaven de plaat een nog net wat unieker geluid. Ik beschreef het ruim twee jaar geleden als een exotische cocktail die bestond uit gelijke delen Allen Toussaint, Dr. John, Bill Withers, Curtis Mayfield en Randy Newman en daar kan ik nog steeds achter staan.
Matthew E. White dook eerder dit jaar op als producer van het debuut van Natalie Prass, dat hij voorzag van een al even uitbundig geluid met mogelijk nog rijkere strijkers en blazers. Ik ging er daarom van uit dat Matthew E. White op zijn tweede plaat uit hetzelfde vaatje zou tappen als op zijn debuut, maar Fresh Blood klinkt toch net wat anders dan zijn voorganger.
Ook op zijn tweede plaat maakt Matthew E. White muziek die aansluit bij de soulmuziek uit de vroege jaren 70, maar vergeleken met Big Inner is Fresh Blood net wat minder experimenteel. De tracks zijn wat korter, de refreinen en melodieën zijn wat aanstekelijker en de blazers en strijkers zijn dit keer wat minder dominant aanwezig.
Het bevalt me eerlijk gezegd wel. Fresh Blood klinkt als een zwoele soulplaat die zo lijkt weggelopen uit het begin van de jaren 70, maar ook de andere popmuziek uit deze periode heeft zijn sporen nagelaten op de tweede plaat van Matthew E. White. Fresh Blood flirt af en toe met lekker in het gehoor liggende popmuziek, maar Matthew E. White laat zich nooit verleiden tot niemendalletjes.
Luister met de koptelefoon of met veel aandacht naar Fresh Blood en je hoort een plaat die imponeert door prachtige arrangementen. Matthew E. White greep op zijn debuut nog erg makkelijk naar bijna pompeuze strijkers en blazers, maar zet dit keer een rijk en veelkleurig palet aan klanken in. Ook popliedjes die je strelen als de eerste lentedag blijken kunststukjes vol verrassende wendingen.
Nog meer dan op Big Inner maakt Matthew E. White muziek die nadrukkelijk herinnert aan de jaren 70, maar in diezelfde jaren 70 echt niet werd gemaakt. Flesh Blood vermaakt 10 tracks lang buitengewoon aangenaam, maar intrigeert hiernaast op een manier waarop maar weinig platen intrigeren.
Fresh Blood komt inmiddels voor de zoveelste keer voorbij, maar nog steeds hoor ik nieuwe dingen. Het zijn dingen die alleen maar meer tot leven komen nu de temperaturen buiten aan lente doen denken. Laten we hopen op een prachtige lente en een broeierige zomer. Matthew E. White heeft de perfecte soundtrack alvast gemaakt. Erwin Zijleman
Matthew Sweet - Catspaw (2021)

4,0
0
geplaatst: 22 januari 2021, 11:58 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Matthew Sweet - Catspaw - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matthew Sweet - Catspaw
Matthew Sweet maakte zijn beste albums in de eerste helft van de jaren 90, maar het deze week verschenen en wat stevigere Catspaw laat horen dat de Amerikaanse muzikant het zeker niet verleerd is
Girlfriend van Matthew Sweet trek ik nog met enige regelmaat uit de kast, maar van de albums die de Amerikaanse muzikant in het huidige millennium maakte, ken ik er niet al te veel. Het deze week verschenen Catspaw bevalt me echter zeer. Matthew Sweet kiest op zijn vijftiende album voor een wat steviger geluid waaronder nog altijd prima popliedjes zijn verstopt. Hier en daar hoor je flarden van de Matthew Sweet uit het verleden, maar Catspaw klinkt over de hele linie toch vooral anders en dat siert de man. En net als op zijn albums van lang geleden schrijft hij nog altijd popliedjes die makkelijk verleiden en even makkelijk blijven hangen.
De naam Matthew Sweet wordt op deze BLOG nog wel een aantal keren genoemd, maar albums van de Amerikaanse muzikant waren tot vandaag niet te vinden op de krenten uit de pop. Dat is best gek, want ik heb de muzikant uit Lincoln, Nebraska, absoluut hoog zitten.
Dat heeft Matthew Sweet wel te danken aan albums die hij in de eerste helft van de jaren 90 maakte, met Girlfriend uit 1991 en 100% Fun uit 1995 als uitschieters of in ieder geval mijn persoonlijke favorieten.
Ik moet wel toegeven dat ik de albums van Matthew Sweet de afgelopen 15 jaar niet meer heel serieus heb gevolgd, buiten de drie albums met covers die hij opnam met Susanna Hoffs. Die albums deden het prima als "guilty pleasure", maar echt onderscheidend vond ik ze uiteindelijk niet.
Omdat het aanbod deze eerste weken van het jaar nog betrekkelijk dun is, kon ik Matthew Sweet’s nieuwe album niet laten liggen. Ik ben ook blij dat het niet is blijven liggen, want Catspaw bevalt me wel. Matthew Sweet verruilde een paar jaar geleden Los Angeles voor zijn geboortegrond in Nebraska en dat heeft hem kennelijk goed gedaan.
Iedereen die het vroege werk van de Amerikaanse muzikant kent, weet dat Matthew Sweet destijds het patent had op volstrekt onweerstaanbare popliedjes en dit patent blijkt nog niet verlopen.
Catspaw is een stuk rauwer dan de albums die ik van Matthew Sweet ken en staat vol lekker stevige rocksongs. Het zijn gelukkig wel rocksongs waarin de muzikant uit Nebraska zijn gaven als songwriter uitvoerig etaleert. Ondanks het veel stevigere geluid zijn het nog altijd zonnige en opgewekte popliedjes die driftig strooien met memorabele melodieën en refreinen die direct in je hoofd blijven hangen.
In muzikaal opzicht doet het me natuurlijk denken aan Matthew Sweet, maar ook aan bands als R.E.M. en Big Star, niet de minste bands. Wanneer de gitaren net wat langer mogen janken, hoor ik ook nog wat van Neil Young en Crazy Horse en ook dat zijn invloeden waar je mij niet over zult horen klagen.
De songs op Catspaw zijn misschien niet allemaal de 24 karaat popsongs waar Matthew Sweet in zijn beste dagen mee strooide, maar de Amerikaanse muzikant houdt op zijn 15e album een heel behoorlijk niveau vast en weet te verrassen met het wat stevigere geluid.
De oude Matthew Sweet is in muzikaal opzicht overigens niet helemaal verdwenen, want ook de songs op Catspaw worden hier en daar verrijkt met de heerlijke koortjes die we kennen van zijn oudere werk en ook de zonnestralen zijn op dit net wat donkerder klinkende album nooit ver weg.
Omdat Catspaw ook in vocaal opzicht een prima album is, kan ik alleen maar concluderen dat Matthew Sweet een prima album heeft afgeleverd, waarop de muzikant een flink deel van de glorie van zijn oudere albums heeft hervonden.
Het is een enorme verrassing, al werd die wel wat minder groot toen ik de albums die ik heb laten liggen nog even beluisterde, want ook die hebben zeker hun momenten. Catspaw vind ik vergeleken met de andere recente albums echter een stuk beter en is een album dat van de eerste tot de laatste noot Matthew Sweet waardig is.
Ik zal niet de enige zijn die de muzikant uit Nebraska al had afgeschreven, maar dat blijkt na beluistering van het uitstekende Catspaw op zijn minst voorbarig. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Matthew Sweet - Catspaw - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Matthew Sweet - Catspaw
Matthew Sweet maakte zijn beste albums in de eerste helft van de jaren 90, maar het deze week verschenen en wat stevigere Catspaw laat horen dat de Amerikaanse muzikant het zeker niet verleerd is
Girlfriend van Matthew Sweet trek ik nog met enige regelmaat uit de kast, maar van de albums die de Amerikaanse muzikant in het huidige millennium maakte, ken ik er niet al te veel. Het deze week verschenen Catspaw bevalt me echter zeer. Matthew Sweet kiest op zijn vijftiende album voor een wat steviger geluid waaronder nog altijd prima popliedjes zijn verstopt. Hier en daar hoor je flarden van de Matthew Sweet uit het verleden, maar Catspaw klinkt over de hele linie toch vooral anders en dat siert de man. En net als op zijn albums van lang geleden schrijft hij nog altijd popliedjes die makkelijk verleiden en even makkelijk blijven hangen.
De naam Matthew Sweet wordt op deze BLOG nog wel een aantal keren genoemd, maar albums van de Amerikaanse muzikant waren tot vandaag niet te vinden op de krenten uit de pop. Dat is best gek, want ik heb de muzikant uit Lincoln, Nebraska, absoluut hoog zitten.
Dat heeft Matthew Sweet wel te danken aan albums die hij in de eerste helft van de jaren 90 maakte, met Girlfriend uit 1991 en 100% Fun uit 1995 als uitschieters of in ieder geval mijn persoonlijke favorieten.
Ik moet wel toegeven dat ik de albums van Matthew Sweet de afgelopen 15 jaar niet meer heel serieus heb gevolgd, buiten de drie albums met covers die hij opnam met Susanna Hoffs. Die albums deden het prima als "guilty pleasure", maar echt onderscheidend vond ik ze uiteindelijk niet.
Omdat het aanbod deze eerste weken van het jaar nog betrekkelijk dun is, kon ik Matthew Sweet’s nieuwe album niet laten liggen. Ik ben ook blij dat het niet is blijven liggen, want Catspaw bevalt me wel. Matthew Sweet verruilde een paar jaar geleden Los Angeles voor zijn geboortegrond in Nebraska en dat heeft hem kennelijk goed gedaan.
Iedereen die het vroege werk van de Amerikaanse muzikant kent, weet dat Matthew Sweet destijds het patent had op volstrekt onweerstaanbare popliedjes en dit patent blijkt nog niet verlopen.
Catspaw is een stuk rauwer dan de albums die ik van Matthew Sweet ken en staat vol lekker stevige rocksongs. Het zijn gelukkig wel rocksongs waarin de muzikant uit Nebraska zijn gaven als songwriter uitvoerig etaleert. Ondanks het veel stevigere geluid zijn het nog altijd zonnige en opgewekte popliedjes die driftig strooien met memorabele melodieën en refreinen die direct in je hoofd blijven hangen.
In muzikaal opzicht doet het me natuurlijk denken aan Matthew Sweet, maar ook aan bands als R.E.M. en Big Star, niet de minste bands. Wanneer de gitaren net wat langer mogen janken, hoor ik ook nog wat van Neil Young en Crazy Horse en ook dat zijn invloeden waar je mij niet over zult horen klagen.
De songs op Catspaw zijn misschien niet allemaal de 24 karaat popsongs waar Matthew Sweet in zijn beste dagen mee strooide, maar de Amerikaanse muzikant houdt op zijn 15e album een heel behoorlijk niveau vast en weet te verrassen met het wat stevigere geluid.
De oude Matthew Sweet is in muzikaal opzicht overigens niet helemaal verdwenen, want ook de songs op Catspaw worden hier en daar verrijkt met de heerlijke koortjes die we kennen van zijn oudere werk en ook de zonnestralen zijn op dit net wat donkerder klinkende album nooit ver weg.
Omdat Catspaw ook in vocaal opzicht een prima album is, kan ik alleen maar concluderen dat Matthew Sweet een prima album heeft afgeleverd, waarop de muzikant een flink deel van de glorie van zijn oudere albums heeft hervonden.
Het is een enorme verrassing, al werd die wel wat minder groot toen ik de albums die ik heb laten liggen nog even beluisterde, want ook die hebben zeker hun momenten. Catspaw vind ik vergeleken met de andere recente albums echter een stuk beter en is een album dat van de eerste tot de laatste noot Matthew Sweet waardig is.
Ik zal niet de enige zijn die de muzikant uit Nebraska al had afgeschreven, maar dat blijkt na beluistering van het uitstekende Catspaw op zijn minst voorbarig. Erwin Zijleman
Mattiel - Georgia Gothic (2022)

4,0
0
geplaatst: 21 maart 2022, 17:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mattiel - Georgia Gothic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mattiel - Georgia Gothic
Mattiel is op Georgia Gothic uitgegroeid tot een duo, dat verrast met een flink voller en ook veelzijdiger geluid, maar ook met betere zang, overtuigendere songs en een prachtig klinkende productie
Mattiel sleepte er op het in 2019 verschenen Satis Factory al invloeden uit meerdere genres bij, maar vergeleken met het nieuwe geluid van de band op Georgia Gothic, was het een redelijk eenvormig album. Op album nummer drie haalt het duo uit Atlanta, Georgia, alles uit de kast. Er wordt een rijk instrumentarium ingezet, maar Georgia Gothic biedt ook plaats aan invloeden uit zeer uiteenlopende genres. Georgia Gothic is een album dat track na track verrast, maar het is ook een album dat makkelijk overtuigt met een prachtig klinkend geluid, sterke songs en de krachtige zang van Mattiel Brown, die het beste van Siouxsie Sioux, Patti Smith en PJ Harvey verenigt.
Ik was in de zomer van 2019 zeer gecharmeerd van Satis Factory, het tweede album van Mattiel. Mattiel was in eerste instantie vooral een soloproject van de Amerikaanse muzikante Mattiel Brown, maar inmiddels is het een gelijkwaardig duo dat naast Mattiel Brown bestaat uit Jonah Swilley. De twee namen het derde album van Mattiel grotendeels samen op, waarbij Jonah Swilley tekende voor de meeste instrumenten en de productie en Mattiel Brown voor de teksten en de zang. Een beperkt aantal gastmuzikanten tekenen voor extra gitaren en blazers, terwijl de befaamde producer John Congleton de puntjes op de i zette van de productie en de mix.
Mattiel klonk op Satis Factory meer dan eens als The White Stripes met een zangeres, maar op het deze week verschenen Georgia Gothic kiezen Mattiel Brown en Jonah Swilley voor een duidelijk voller en veelzijdiger geluid. Het duo uit Atlanta, Georgia, klinkt ook in een aantal tracks op Georgia Gothic als The White Stripes in hun beste dagen, maar het album schuift ook richting pop, 60’s rock ’n roll, Siouxsie & The Banshees achtige postpunk of zelfs dub en hiphop.
Het is een bonte lappendeken die Mattiel laat horen op album nummer drie, maar het gaat zeker niet ten koste van de kwaliteit van het album, integendeel. Satis Factory klonk na verloop van tijd wel wat eenvormig, maar op Georgia Gothic is er in iedere track weer wat nieuws te horen, overigens zonder dat dit al te veel ten koste gaan van de consistentie. Waar Mattiel op haar vorige album voor een belangrijk deel vertrouwde op gitaar, bas en drums, laat het derde album van het Amerikaanse tweetal een rijk en veelkleurig geluid horen, waarin ook elektronica een belangrijke rol speelt en hier en daar ook nog blazers opduiken.
Mattiel klonk op Satis Factory in muzikaal opzicht als The White Stripes, maar in vocaal opzicht was de vergelijking met PJ Harvey een stuk relevanter. De naam van PJ Harvey duikt ook bij beluistering van Georgia Gothic een aantal keren op, maar associaties met de muziek van de Britse muzikante duiken minder veelvuldig op dan bij het vorige album.
Georgia Gothic klinkt niet alleen voller en veelzijdiger dan Satis Factory, maar het album klinkt ook veel beter, wat ongetwijfeld deels de verdienste is van John Congleton, een van de meest gevraagde producers van de afgelopen twee decennia. Ook de zang van Mattiel Brown vind ik beter dan op het vorige album. Georgia Gothic is een album dat urgentie uitstraalt wanneer de muzikante uit Atlanta zingt. Haar krachtige stem deed het goed in de ruwe gitaarsongs op Satis Factory, maar komt in het veelzijdige en volle geluid op Georgia Gothic alleen maar beter tot zijn recht.
Mattiel Brown en Jonah Swilley hebben zich op hun nieuwe album naar verluidt laten beïnvloeden door alle muziek die in hun thuisstaat Georgia is en wordt gemaakt en hierbij kan het alle kanten op. Georgia heeft volgens mij geen rijke traditie wanneer het gaat om punk en new wave, maar de muziek die in de jaren 70 in New York werd gemaakt door onder andere Patti Smith heeft ook absoluut zijn sporen nagelaten op het derde album van Mattiel. Het is misschien even wennen aan het nieuwe geluid van het Amerikaanse duo, maar al snel valt alles op zijn plek en vind ik Georgia Gothic nog een flink stuk beter dan het prima Satis Factory. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mattiel - Georgia Gothic - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mattiel - Georgia Gothic
Mattiel is op Georgia Gothic uitgegroeid tot een duo, dat verrast met een flink voller en ook veelzijdiger geluid, maar ook met betere zang, overtuigendere songs en een prachtig klinkende productie
Mattiel sleepte er op het in 2019 verschenen Satis Factory al invloeden uit meerdere genres bij, maar vergeleken met het nieuwe geluid van de band op Georgia Gothic, was het een redelijk eenvormig album. Op album nummer drie haalt het duo uit Atlanta, Georgia, alles uit de kast. Er wordt een rijk instrumentarium ingezet, maar Georgia Gothic biedt ook plaats aan invloeden uit zeer uiteenlopende genres. Georgia Gothic is een album dat track na track verrast, maar het is ook een album dat makkelijk overtuigt met een prachtig klinkend geluid, sterke songs en de krachtige zang van Mattiel Brown, die het beste van Siouxsie Sioux, Patti Smith en PJ Harvey verenigt.
Ik was in de zomer van 2019 zeer gecharmeerd van Satis Factory, het tweede album van Mattiel. Mattiel was in eerste instantie vooral een soloproject van de Amerikaanse muzikante Mattiel Brown, maar inmiddels is het een gelijkwaardig duo dat naast Mattiel Brown bestaat uit Jonah Swilley. De twee namen het derde album van Mattiel grotendeels samen op, waarbij Jonah Swilley tekende voor de meeste instrumenten en de productie en Mattiel Brown voor de teksten en de zang. Een beperkt aantal gastmuzikanten tekenen voor extra gitaren en blazers, terwijl de befaamde producer John Congleton de puntjes op de i zette van de productie en de mix.
Mattiel klonk op Satis Factory meer dan eens als The White Stripes met een zangeres, maar op het deze week verschenen Georgia Gothic kiezen Mattiel Brown en Jonah Swilley voor een duidelijk voller en veelzijdiger geluid. Het duo uit Atlanta, Georgia, klinkt ook in een aantal tracks op Georgia Gothic als The White Stripes in hun beste dagen, maar het album schuift ook richting pop, 60’s rock ’n roll, Siouxsie & The Banshees achtige postpunk of zelfs dub en hiphop.
Het is een bonte lappendeken die Mattiel laat horen op album nummer drie, maar het gaat zeker niet ten koste van de kwaliteit van het album, integendeel. Satis Factory klonk na verloop van tijd wel wat eenvormig, maar op Georgia Gothic is er in iedere track weer wat nieuws te horen, overigens zonder dat dit al te veel ten koste gaan van de consistentie. Waar Mattiel op haar vorige album voor een belangrijk deel vertrouwde op gitaar, bas en drums, laat het derde album van het Amerikaanse tweetal een rijk en veelkleurig geluid horen, waarin ook elektronica een belangrijke rol speelt en hier en daar ook nog blazers opduiken.
Mattiel klonk op Satis Factory in muzikaal opzicht als The White Stripes, maar in vocaal opzicht was de vergelijking met PJ Harvey een stuk relevanter. De naam van PJ Harvey duikt ook bij beluistering van Georgia Gothic een aantal keren op, maar associaties met de muziek van de Britse muzikante duiken minder veelvuldig op dan bij het vorige album.
Georgia Gothic klinkt niet alleen voller en veelzijdiger dan Satis Factory, maar het album klinkt ook veel beter, wat ongetwijfeld deels de verdienste is van John Congleton, een van de meest gevraagde producers van de afgelopen twee decennia. Ook de zang van Mattiel Brown vind ik beter dan op het vorige album. Georgia Gothic is een album dat urgentie uitstraalt wanneer de muzikante uit Atlanta zingt. Haar krachtige stem deed het goed in de ruwe gitaarsongs op Satis Factory, maar komt in het veelzijdige en volle geluid op Georgia Gothic alleen maar beter tot zijn recht.
Mattiel Brown en Jonah Swilley hebben zich op hun nieuwe album naar verluidt laten beïnvloeden door alle muziek die in hun thuisstaat Georgia is en wordt gemaakt en hierbij kan het alle kanten op. Georgia heeft volgens mij geen rijke traditie wanneer het gaat om punk en new wave, maar de muziek die in de jaren 70 in New York werd gemaakt door onder andere Patti Smith heeft ook absoluut zijn sporen nagelaten op het derde album van Mattiel. Het is misschien even wennen aan het nieuwe geluid van het Amerikaanse duo, maar al snel valt alles op zijn plek en vind ik Georgia Gothic nog een flink stuk beter dan het prima Satis Factory. Erwin Zijleman
Mattiel - Satis Factory (2019)

4,0
0
geplaatst: 21 juni 2019, 16:39 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mattiel - Satis Factory - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mattiel - Satis Factory
Mattiel maakt op Satis Factory indruk met een veelzijdig geluid en energieke en goudeerlijke songs die steeds weer een verrassende greep uit de archieven van de popmuziek doen
Het tweede album van Mattiel is zo’n album dat je bij net wat te vluchtige beluistering te makkelijk aan de kant legt. Daar ga je spijt van krijgen, want de rauwe energie van het debuut van de band uit Atlanta grijpt je op een gegeven moment bij de strot en laat dan niet meer los. Satis Factory raast langs genres, schiet door de tijd en laat continu steken vallen, maar maakt ook indruk met ruwe energie en songs die toch steeds weer de juiste snaar weten te raken. Alle reden om stiekem een beetje verliefd te worden op Mattiel.
Ondanks mijn duidelijke voorliefde voor vrouwelijke singer-songwriters, word ik momenteel wat moedeloos van het enorme aanbod in het genre en moet ik helaas ook constateren dat de eenvormigheid zo langzamerhand wat toeslaat.
Gelukkig zijn er ook nog albums als het tweede album van Mattiel. Mattiel (Brown) groeide op op het platteland van Georgia, waar ze haar tijd verdeelde tussen gitaarspelen en paardrijden. Uiteindelijk zocht ze haar geluk in de grote stad en belandde ze in Atlanta, Georgia. Na 12 ambachten en 13 ongelukken koos ze voor de muziek, wat twee jaar geleden haar debuutalbum opleverde. Dat debuutalbum leverde haar nog niet veel roem op, maar dat moet allemaal gaan veranderen met het deze week verschenen tweede album Satis Factory.
Mattiel heeft haar achternaam niet voor niets weggelaten, want Satis Factory is meer een bandalbum dan een soloalbum. Mattiel schrijft zelf haar teksten en bepaalt met haar stem voor een belangrijk deel het geluid op Satis Factory, maar de bijdragen van haar twee vaste kompanen Randy Michael en Jonah Swilley mogen niet worden onderschat, al is het maar omdat ze tekenen voor flink wat instrumenten, een deel van de songwriting en voor de productie van het album.
Het is een album dat meerdere kanten op schiet. Mattiel opent rauw en bluesy en laat direct horen dat ze over een bijzondere stem beschikt. Het is een stem die het gevecht aan gaat met de bijzondere gitaarriffs en een wat retro geluid. Dat is een geluid dat je vaker hoort op Satis Factory, maar op een of andere manier slaagt Mattiel er in om steeds net wat anders te klinken.
Haar zang klinkt de ene keer duister, de andere keer rauw, waarbij het niet zoveel uit maakt of Mattiel de inspiratie vindt in oude blues, doorleefde soul of in wat rammelende garagerock. De criticus zal beweren dat Mattiel met enige regelmaat een noot mist of uit de bocht vliegt, maar persoonlijk vind ik dit de charme van het debuut van de zangeres c.q. band uit Atlanta.
Mattiel klinkt vaak als The White Stripes met een zangeres en dat klinkt verrassend lekker. Bluesy gitaarlijnen spelen een belangrijke rol op Satis Factory, maar Mattiel kan ook uit de voeten met flink wat andere genres. Het ene moment klinkt ze als een exponent van de girl pop uit de jaren 50, maar in een paar tracks kan het zomaar opschuiven richting Blondie, PJ Harvey, Nico en nog veel en veel meer.
Het rammelt hier en daar aan alle kanten en het is ook echt niet allemaal even goed, maar het is wel goudeerlijk, energiek en zo recht voor zijn raap dat dit album je pakt, of je dat nu wilt of niet. Natuurlijk hoor ik dat het nog veel beter kan, want als Mattiel het niveau van haar beste tracks vast weet te houden is deze eigenzinnige dame goed voor een album dat je compleet van je sokken blaast. Satis Factory overtuigt wat mij betreft in het merendeel van de tracks en verrast met een aantal popsongs die ik voorlopig niet uit mijn hoofd kan krijgen. Wat is het toch fijn dat er muzikanten als Mattiel Brown zijn. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mattiel - Satis Factory - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mattiel - Satis Factory
Mattiel maakt op Satis Factory indruk met een veelzijdig geluid en energieke en goudeerlijke songs die steeds weer een verrassende greep uit de archieven van de popmuziek doen
Het tweede album van Mattiel is zo’n album dat je bij net wat te vluchtige beluistering te makkelijk aan de kant legt. Daar ga je spijt van krijgen, want de rauwe energie van het debuut van de band uit Atlanta grijpt je op een gegeven moment bij de strot en laat dan niet meer los. Satis Factory raast langs genres, schiet door de tijd en laat continu steken vallen, maar maakt ook indruk met ruwe energie en songs die toch steeds weer de juiste snaar weten te raken. Alle reden om stiekem een beetje verliefd te worden op Mattiel.
Ondanks mijn duidelijke voorliefde voor vrouwelijke singer-songwriters, word ik momenteel wat moedeloos van het enorme aanbod in het genre en moet ik helaas ook constateren dat de eenvormigheid zo langzamerhand wat toeslaat.
Gelukkig zijn er ook nog albums als het tweede album van Mattiel. Mattiel (Brown) groeide op op het platteland van Georgia, waar ze haar tijd verdeelde tussen gitaarspelen en paardrijden. Uiteindelijk zocht ze haar geluk in de grote stad en belandde ze in Atlanta, Georgia. Na 12 ambachten en 13 ongelukken koos ze voor de muziek, wat twee jaar geleden haar debuutalbum opleverde. Dat debuutalbum leverde haar nog niet veel roem op, maar dat moet allemaal gaan veranderen met het deze week verschenen tweede album Satis Factory.
Mattiel heeft haar achternaam niet voor niets weggelaten, want Satis Factory is meer een bandalbum dan een soloalbum. Mattiel schrijft zelf haar teksten en bepaalt met haar stem voor een belangrijk deel het geluid op Satis Factory, maar de bijdragen van haar twee vaste kompanen Randy Michael en Jonah Swilley mogen niet worden onderschat, al is het maar omdat ze tekenen voor flink wat instrumenten, een deel van de songwriting en voor de productie van het album.
Het is een album dat meerdere kanten op schiet. Mattiel opent rauw en bluesy en laat direct horen dat ze over een bijzondere stem beschikt. Het is een stem die het gevecht aan gaat met de bijzondere gitaarriffs en een wat retro geluid. Dat is een geluid dat je vaker hoort op Satis Factory, maar op een of andere manier slaagt Mattiel er in om steeds net wat anders te klinken.
Haar zang klinkt de ene keer duister, de andere keer rauw, waarbij het niet zoveel uit maakt of Mattiel de inspiratie vindt in oude blues, doorleefde soul of in wat rammelende garagerock. De criticus zal beweren dat Mattiel met enige regelmaat een noot mist of uit de bocht vliegt, maar persoonlijk vind ik dit de charme van het debuut van de zangeres c.q. band uit Atlanta.
Mattiel klinkt vaak als The White Stripes met een zangeres en dat klinkt verrassend lekker. Bluesy gitaarlijnen spelen een belangrijke rol op Satis Factory, maar Mattiel kan ook uit de voeten met flink wat andere genres. Het ene moment klinkt ze als een exponent van de girl pop uit de jaren 50, maar in een paar tracks kan het zomaar opschuiven richting Blondie, PJ Harvey, Nico en nog veel en veel meer.
Het rammelt hier en daar aan alle kanten en het is ook echt niet allemaal even goed, maar het is wel goudeerlijk, energiek en zo recht voor zijn raap dat dit album je pakt, of je dat nu wilt of niet. Natuurlijk hoor ik dat het nog veel beter kan, want als Mattiel het niveau van haar beste tracks vast weet te houden is deze eigenzinnige dame goed voor een album dat je compleet van je sokken blaast. Satis Factory overtuigt wat mij betreft in het merendeel van de tracks en verrast met een aantal popsongs die ik voorlopig niet uit mijn hoofd kan krijgen. Wat is het toch fijn dat er muzikanten als Mattiel Brown zijn. Erwin Zijleman
Mavis Staples - Sad and Beautiful World (2025)

4,5
1
geplaatst: 6 december 2025, 12:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mavis Staples - Sad And Beautiful World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mavis Staples - Sad And Beautiful World
Van de grote soulzangeressen uit het verleden zijn er inmiddels niet veel meer over, maar de inmiddels 86 jaar oude Mavis Staples heeft met Sad And Beautiful World een album voor de jaarlijstjes gemaakt
Mavis Staples stond al op haar tiende op het podium en is inmiddels dus al meer dan 75 jaar actief in de muziek. Het heeft een flinke stapel albums opgeleverd met The Staples Singers en als solomuzikant en het is een stapel die de afgelopen vijftien jaar is aangevuld met veel moois. Het vorige maand verschenen Sad And Beautiful World is misschien wel het mooiste recente album van de Amerikaanse zangeres. Dat is ook niet zo gek met een geweldige producer, een waslijst aan topmuzikanten en een prachtige selectie songs, maar Mavis Staples moest alles nog wel even inzingen. Dat doet de soulzangeres op leeftijd op prachtige wijze. Voor de uithalen ben je bij Mavis Staples inmiddels aan het verkeerde adres, maar wat heeft ze nog veel soul.
Mavis Staples vierde afgelopen zomer haar 86e verjaardag, maar gooide er vorige maand toch nog maar een album tegenaan. Sad And Beautiful World is de opvolger van het inmiddels zes jaar oude We Get By, dat ik destijds erg mooi vond. Mavis Staples, die vele decennia geleden al aan de weg timmerde met The Staple Singers, was toen ze haar vorige album uitbracht pas 79, maar inmiddels gaan de jaren tellen voor de Amerikaanse zangeres.
Ik heb Sad And Beautiful World vorige maand wel beluisterd, maar het album pakte me of een of andere manier niet. Ik vraag me echt af wat er met mijn oren aan de hand was of dat ik wel het goede album heb beluisterd, want toen ik Sad And Beautiful World naar aanleiding van de notering in meerdere jaarlijstjes deze week nogmaals beluisterde vond ik het album direct verpletterend mooi.
Mavis Staples is inmiddels misschien 86 jaar, maar haar stem is nog altijd prachtig. Natuurlijk heeft ze niet meer de power die ze in haar jonge jaren had, maar haar stem klinkt zeker niet versleten. Waar de meeste tachtigers piepen en kraken en hun teksten meer voordragen dan zingen, zingt Mavis Staples nog altijd fantastisch. Haar stem klinkt fraai doorleefd, maar er zit ook nog altijd veel soul in de stem van de Amerikaanse zangeres.
Meer dan de sterren van hemel zingen hoeft ze op haar nieuwe album niet, want al het andere is op Sad And Beautiful World in goede handen van topkrachten. Mavis Staples heeft een serie geweldige songs geselecteerd voor haar nieuwe album, waaronder songs van oude helden als Tom Waits, Leonard Cohen, Curtis Mayfield, maar ook helden van recentere datum als Gillian Welch, Kevin Morby en Allison Russell.
De meest opvallende track is wat mij betreft het titelnummer van het album, dat werd geschreven door Mark Linkous, de vijftien jaar geleden overleden voorman van Sparklehorse. Mavis Staples maakt er een indringende soulsong van en dat doet ze met alle songs op het album. De stem van de Amerikaanse muzikante is inmiddels behoorlijk laag geworden, maar raakt keer op keer een gevoelige snaar.
Met de zang van Mavis Staples zit het wel goed op het album en hetzelfde geldt voor de songs, maar ook in productioneel en muzikaal opzicht is Sad And Beautiful World een geweldig album. De productie van meesterproducer Brad Cook klinkt tijdloos, maar klinkt ook warm en past bovendien perfect bij de soulstem van Mavis Staples. Het laat nog maar eens horen dat hij een van de meest talentvolle producers van het moment is.
Ik denk dat er geen muzikant is die zou weigeren om op een door Brad Cook geproduceerd album van Mavis Staples te spelen en dat verklaart de zeer indrukkende lijst muzikanten die is te horen op het album. Met muzikanten als Buddy Guy, Derek Trucks, MJ Lenderman en Spencer Tweedy en gastvocalisten als Tré Burt, Sam Beam, Patterson Hood, Nathaniel Rateliff, Kara Jackson en Bonnie Raitt kan een album alleen maar fantastisch klinken en dat doet Sad And Beautiful World dan ook.
Mavis Staples heeft in de nadagen van haar carrière een serie uitstekende albums gemaakt en Sad And Beautiful World zou zomaar de mooiste van het stel kunnen zijn. Gezien het niveau van het album hoop ik dat het niet het laatste album van Mavis Staples is, want de meeste jonge soulzangeressen van het moment verbleken bij hetgeen dat Mavis Staples op haar 86e laat horen. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Mavis Staples - Sad And Beautiful World - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mavis Staples - Sad And Beautiful World
Van de grote soulzangeressen uit het verleden zijn er inmiddels niet veel meer over, maar de inmiddels 86 jaar oude Mavis Staples heeft met Sad And Beautiful World een album voor de jaarlijstjes gemaakt
Mavis Staples stond al op haar tiende op het podium en is inmiddels dus al meer dan 75 jaar actief in de muziek. Het heeft een flinke stapel albums opgeleverd met The Staples Singers en als solomuzikant en het is een stapel die de afgelopen vijftien jaar is aangevuld met veel moois. Het vorige maand verschenen Sad And Beautiful World is misschien wel het mooiste recente album van de Amerikaanse zangeres. Dat is ook niet zo gek met een geweldige producer, een waslijst aan topmuzikanten en een prachtige selectie songs, maar Mavis Staples moest alles nog wel even inzingen. Dat doet de soulzangeres op leeftijd op prachtige wijze. Voor de uithalen ben je bij Mavis Staples inmiddels aan het verkeerde adres, maar wat heeft ze nog veel soul.
Mavis Staples vierde afgelopen zomer haar 86e verjaardag, maar gooide er vorige maand toch nog maar een album tegenaan. Sad And Beautiful World is de opvolger van het inmiddels zes jaar oude We Get By, dat ik destijds erg mooi vond. Mavis Staples, die vele decennia geleden al aan de weg timmerde met The Staple Singers, was toen ze haar vorige album uitbracht pas 79, maar inmiddels gaan de jaren tellen voor de Amerikaanse zangeres.
Ik heb Sad And Beautiful World vorige maand wel beluisterd, maar het album pakte me of een of andere manier niet. Ik vraag me echt af wat er met mijn oren aan de hand was of dat ik wel het goede album heb beluisterd, want toen ik Sad And Beautiful World naar aanleiding van de notering in meerdere jaarlijstjes deze week nogmaals beluisterde vond ik het album direct verpletterend mooi.
Mavis Staples is inmiddels misschien 86 jaar, maar haar stem is nog altijd prachtig. Natuurlijk heeft ze niet meer de power die ze in haar jonge jaren had, maar haar stem klinkt zeker niet versleten. Waar de meeste tachtigers piepen en kraken en hun teksten meer voordragen dan zingen, zingt Mavis Staples nog altijd fantastisch. Haar stem klinkt fraai doorleefd, maar er zit ook nog altijd veel soul in de stem van de Amerikaanse zangeres.
Meer dan de sterren van hemel zingen hoeft ze op haar nieuwe album niet, want al het andere is op Sad And Beautiful World in goede handen van topkrachten. Mavis Staples heeft een serie geweldige songs geselecteerd voor haar nieuwe album, waaronder songs van oude helden als Tom Waits, Leonard Cohen, Curtis Mayfield, maar ook helden van recentere datum als Gillian Welch, Kevin Morby en Allison Russell.
De meest opvallende track is wat mij betreft het titelnummer van het album, dat werd geschreven door Mark Linkous, de vijftien jaar geleden overleden voorman van Sparklehorse. Mavis Staples maakt er een indringende soulsong van en dat doet ze met alle songs op het album. De stem van de Amerikaanse muzikante is inmiddels behoorlijk laag geworden, maar raakt keer op keer een gevoelige snaar.
Met de zang van Mavis Staples zit het wel goed op het album en hetzelfde geldt voor de songs, maar ook in productioneel en muzikaal opzicht is Sad And Beautiful World een geweldig album. De productie van meesterproducer Brad Cook klinkt tijdloos, maar klinkt ook warm en past bovendien perfect bij de soulstem van Mavis Staples. Het laat nog maar eens horen dat hij een van de meest talentvolle producers van het moment is.
Ik denk dat er geen muzikant is die zou weigeren om op een door Brad Cook geproduceerd album van Mavis Staples te spelen en dat verklaart de zeer indrukkende lijst muzikanten die is te horen op het album. Met muzikanten als Buddy Guy, Derek Trucks, MJ Lenderman en Spencer Tweedy en gastvocalisten als Tré Burt, Sam Beam, Patterson Hood, Nathaniel Rateliff, Kara Jackson en Bonnie Raitt kan een album alleen maar fantastisch klinken en dat doet Sad And Beautiful World dan ook.
Mavis Staples heeft in de nadagen van haar carrière een serie uitstekende albums gemaakt en Sad And Beautiful World zou zomaar de mooiste van het stel kunnen zijn. Gezien het niveau van het album hoop ik dat het niet het laatste album van Mavis Staples is, want de meeste jonge soulzangeressen van het moment verbleken bij hetgeen dat Mavis Staples op haar 86e laat horen. Erwin Zijleman
Mavis Staples - We Get By (2019)

4,5
0
geplaatst: 31 mei 2019, 17:46 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mavis Staples - We Get By - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mavis Staples - We Get By
Mavis Staples wordt deze zomer 80, maar laat op haar nieuwe album horen dat ze nog altijd met de allerbesten mee kan
Mavis Staples heeft er de afgelopen jaren zin in en verrijkt haar toch al zo indrukwekkende oeuvre met een aantal geweldige albums. Ook het met producer Ben Harper gemaakte We Get By is er weer een. Ben Harper heeft We Get By voorzien van een betrekkelijk sober en rauw geluid vol fantastisch gitaarwerk, waarna Mavis Staples het af mag maken met vocaal vuurwerk. Dat gaat haar uiteraard niet zo makkelijk meer af als in haar jonge jaren, maar door goed te doseren en met wat vocale ondersteuning, staat de soulzangeres op leeftijd toch weer garant voor kippenvel. Er verschijnen momenteel flink wat soul albums, maar deze moeten allemaal buigen voor We Get By van Mavis Staples.
Mavis Staples hoopt deze zomer haar tachtigste verjaardag te vieren en heeft inmiddels een lang muzikaal leven achter zich.
Ze groeide op in een muzikale familie en sloot al op jonge leeftijd aan bij de band die haar vader en moeder hadden geformeerd. Met The Staple Singers maakte Mavis Staples een ontzagwekkend aantal albums en ook het solowerk van de in Chicago geboren zangeres is inmiddels flink uitgedijd.
Mavis debuteerde in 1969 met een titelloos album en heeft inmiddels meer dan 15 albums op haar naam staan. De Amerikaanse zangeres is inmiddels flink op leeftijd, maar verkeert de afgelopen jaren in een uitstekende vorm, wat een aantal uitstekende albums heeft opgeleverd.
Dat was deels de verdienste van de producers die Mavis Staples wist te strikken, want zowel Ry Cooder als Jeff Tweedy, die zelfs drie albums met haar maakte, inspireerden de legendarische soul- en gospelzangeres tot grootse daden. Voor haar nieuwe album wist Mavis Staples niemand minder dan Ben Harper te strikken en ook dit blijkt een uitstekende keuze.
Ben Harper schreef mee aan een aantal songs op We Get By en zingt mee in een van de songs, maar uiteraard zet hij Mavis Staples in de spotlights. Dat de jaren beginnen te tellen voor Mavis Staples beginnen te tellen hoor je in haar zang. De krachtige uithalen uit het verleden zijn grotendeels verdwenen en Mavis Staples doseert haar vocalen tegenwoordig op zorgvuldige wijze.
Persoonlijk vind ik de zang van de soul en gospel legende alleen maar mooier geworden. Na alle jonge soulzangeressen van het moment, die vrijwel uitsluitend voluit zingen, is de gedoseerde en doorleefde zang van Mavis Staples een verademing. De bijna 80 jaar oude zangeres heeft nog altijd meer soul en gospel in haar kleine teen dan de meeste popprinsessen in hun hele lijf en ze weet haar tenen ook nog makkelijk te bereiken.
Het levert een album vol prachtig doorleefde zang op, maar de zang van Mavis Staples is zeker niet het enige sterke wapen van We Get By. Ben Harper laat Mavis Staples begeleiden door een relatief klein aantal muzikanten, maar het zijn wel geweldige muzikanten.
We Get By valt op door een betrekkelijk sober en opvallend rauw geluid, waarin met name de gitarist mag schitteren met veelkleurig en bijzonder trefzeker gitaarwerk. Het is een rauw geluid dat de soul en gospel en enkele omliggende genres verkent en het is een geluid dat volledig in dienst staat van de zang van Mavis Staples, die zich overigens ook prachtig laat begeleiden door een aantal achtergrondzangers en zangeressen.
De Amerikaanse zangeres vult alle ruimte niet volledig op, wat We Get By een mooi open geluid geeft. Het levert een soulplaat op van een niveau dat maar weinig soulzangeressen van het moment gegeven is. Jeff Tweedy deed mooie dingen met Mavis Staples, maar ook de samenwerking met Ben Harper levert een geweldig album op en het is een samenwerking die naar veel meer smaakt. Mavis Staples is absoluut een levende legende binnen de soul en gospel, maar met We Get By doet ze nog steeds met de allerbesten mee, wat op zijn minst een prestatie van formaat is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mavis Staples - We Get By - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mavis Staples - We Get By
Mavis Staples wordt deze zomer 80, maar laat op haar nieuwe album horen dat ze nog altijd met de allerbesten mee kan
Mavis Staples heeft er de afgelopen jaren zin in en verrijkt haar toch al zo indrukwekkende oeuvre met een aantal geweldige albums. Ook het met producer Ben Harper gemaakte We Get By is er weer een. Ben Harper heeft We Get By voorzien van een betrekkelijk sober en rauw geluid vol fantastisch gitaarwerk, waarna Mavis Staples het af mag maken met vocaal vuurwerk. Dat gaat haar uiteraard niet zo makkelijk meer af als in haar jonge jaren, maar door goed te doseren en met wat vocale ondersteuning, staat de soulzangeres op leeftijd toch weer garant voor kippenvel. Er verschijnen momenteel flink wat soul albums, maar deze moeten allemaal buigen voor We Get By van Mavis Staples.
Mavis Staples hoopt deze zomer haar tachtigste verjaardag te vieren en heeft inmiddels een lang muzikaal leven achter zich.
Ze groeide op in een muzikale familie en sloot al op jonge leeftijd aan bij de band die haar vader en moeder hadden geformeerd. Met The Staple Singers maakte Mavis Staples een ontzagwekkend aantal albums en ook het solowerk van de in Chicago geboren zangeres is inmiddels flink uitgedijd.
Mavis debuteerde in 1969 met een titelloos album en heeft inmiddels meer dan 15 albums op haar naam staan. De Amerikaanse zangeres is inmiddels flink op leeftijd, maar verkeert de afgelopen jaren in een uitstekende vorm, wat een aantal uitstekende albums heeft opgeleverd.
Dat was deels de verdienste van de producers die Mavis Staples wist te strikken, want zowel Ry Cooder als Jeff Tweedy, die zelfs drie albums met haar maakte, inspireerden de legendarische soul- en gospelzangeres tot grootse daden. Voor haar nieuwe album wist Mavis Staples niemand minder dan Ben Harper te strikken en ook dit blijkt een uitstekende keuze.
Ben Harper schreef mee aan een aantal songs op We Get By en zingt mee in een van de songs, maar uiteraard zet hij Mavis Staples in de spotlights. Dat de jaren beginnen te tellen voor Mavis Staples beginnen te tellen hoor je in haar zang. De krachtige uithalen uit het verleden zijn grotendeels verdwenen en Mavis Staples doseert haar vocalen tegenwoordig op zorgvuldige wijze.
Persoonlijk vind ik de zang van de soul en gospel legende alleen maar mooier geworden. Na alle jonge soulzangeressen van het moment, die vrijwel uitsluitend voluit zingen, is de gedoseerde en doorleefde zang van Mavis Staples een verademing. De bijna 80 jaar oude zangeres heeft nog altijd meer soul en gospel in haar kleine teen dan de meeste popprinsessen in hun hele lijf en ze weet haar tenen ook nog makkelijk te bereiken.
Het levert een album vol prachtig doorleefde zang op, maar de zang van Mavis Staples is zeker niet het enige sterke wapen van We Get By. Ben Harper laat Mavis Staples begeleiden door een relatief klein aantal muzikanten, maar het zijn wel geweldige muzikanten.
We Get By valt op door een betrekkelijk sober en opvallend rauw geluid, waarin met name de gitarist mag schitteren met veelkleurig en bijzonder trefzeker gitaarwerk. Het is een rauw geluid dat de soul en gospel en enkele omliggende genres verkent en het is een geluid dat volledig in dienst staat van de zang van Mavis Staples, die zich overigens ook prachtig laat begeleiden door een aantal achtergrondzangers en zangeressen.
De Amerikaanse zangeres vult alle ruimte niet volledig op, wat We Get By een mooi open geluid geeft. Het levert een soulplaat op van een niveau dat maar weinig soulzangeressen van het moment gegeven is. Jeff Tweedy deed mooie dingen met Mavis Staples, maar ook de samenwerking met Ben Harper levert een geweldig album op en het is een samenwerking die naar veel meer smaakt. Mavis Staples is absoluut een levende legende binnen de soul en gospel, maar met We Get By doet ze nog steeds met de allerbesten mee, wat op zijn minst een prestatie van formaat is. Erwin Zijleman
Maya de Vitry - The Only Moment (2024)

4,5
0
geplaatst: 19 juli 2024, 00:06 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maya de Vitry - The Only Moment - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maya de Vitry - The Only Moment
De Amerikaanse singer-songwriter Maya de Vitry maakte in 2022 met Violet Light een bijzonder fraai en tijdloos singer-songwriter album en doet dat nu nog eens met het minstens even mooie The Only Moment
Voor liefhebbers van tijdloze singer-songwriter albums valt er momenteel volop te kiezen, waardoor er helaas veel albums in het genre tussen wal en schip vallen. Het zou zonde zijn als dit zou gebeuren met het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Maya de Vitry, want The Only Moment is net als zijn voorganger een bijzonder mooi album. De muzikante uit Nashville heeft ook haar nieuwe album prachtig ingekleurd en schakelt hierbij makkelijk tussen genres. De smaakvolle klanken passen uitstekend bij de mooie en warme stem van Maya de Vitry, die ook dit keer makkelijk overtuigt met haar smaakvolle en gevarieerde songs. Echt veel te mooi om te laten liggen dit album.
Violet Light was helemaal aan het begin van 2022 mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Maya de Vitry. Het derde album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, werd gemaakt tijdens de coronapandemie, waardoor de muzikanten die waren te horen op het album hun bijdragen via het Internet aanleverden. Maya de Vitry koos voor iedere track op Violet Light de juiste muzikanten uit, maar ondanks het grote aantal muzikanten dat bijdroeg aan het album klonk het verrassend consistent.
Violet Light van Maya de Vitry liet zich beluisteren als een tijdloos singer-songwriter album en het was ook nog eens een goed en veelzijdig singer-songwriter album. Niet zo gek dus dat ik het deze week verschenen nieuwe album van de Amerikaanse muzikante zo ongeveer als eerste opschreef voor een plekje op de krenten uit de pop. Daar heb ik zeker geen spijt van gekregen, want ook The Only Moment is weer een uitstekend album.
Nu de coronapandemie achter ons ligt kon Maya de Vitry haar nieuwe muziek weer gewoon in de studio opnemen, waarin ze gezelschap kreeg van slechts een handvol muzikanten. Maya de Vitry had dit keer zelf een flinke vinger in de pap, want ze produceerde The Only Moment zelf en nam bovendien een substantieel deel van de instrumentatie voor haar rekening. Hiernaast tekende de Amerikaanse muzikante voor de warme en gevoelige vocalen op het album en schreef ze de songs op het album, een enkele keer bijgestaan door vrouwelijke collega’s als Phoebe Hunt en Caitlin Canty.
Ondanks het feit dat Maya de Vitry dit keer werkte met een vaste band is ook The Only Moment een gevarieerd klinkend album. De muzikante uit Nashville heeft ook dit keer een tijdloos klinkend singer-songwriter album gemaakt en het is er een waarop uiteenlopende invloeden worden verwerkt, maar waarop folk en jazz het meest in het oor springen op de hielen gezeten door soul, country en pop.
Direct bij eerste beluistering van het album valt op hoe warm of zelfs gloedvol het nieuwe album van Maya de Vitry klinkt. De meeste songs op het album hebben een redelijk laag tempo en de muziek is in de meeste songs redelijk ingetogen, maar wat wordt er mooi gespeeld op het album, met vaak een hoofdrol voor prachtig en veelkleurig gitaarspel.
Door het tijdloze karakter van de muziek op The Only Moment en de zeer smaakvolle arrangementen slaat het album zich direct als een warme deken om je heen en dit aangename gevoel wordt verder versterkt door de zang van Maya de Vitry die beschikt over een karakteristieke maar ook warme stem. De Amerikaanse muzikante zingt bovendien met veel gevoel en precisie, wat uitstekend past bij de mooie en verzorgde klanken op het album.
The Only Moment van Maya de Vitry klinkt meer dan eens als een singer-songwriter album uit een ver verleden, maar ook in het heden overtuigen de sterke en bijzonder mooi uitgevoerde songs van Maya de Vitry makkelijk. The Only Moment van Maya de Vitry is helaas geen album dat gaat worden overladen met aandacht de komende weken, maar het is absoluut een album dat kwaliteit ademt en dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van tijdloze singer-songwriter muziek en een mooie vrouwenstem. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maya de Vitry - The Only Moment - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maya de Vitry - The Only Moment
De Amerikaanse singer-songwriter Maya de Vitry maakte in 2022 met Violet Light een bijzonder fraai en tijdloos singer-songwriter album en doet dat nu nog eens met het minstens even mooie The Only Moment
Voor liefhebbers van tijdloze singer-songwriter albums valt er momenteel volop te kiezen, waardoor er helaas veel albums in het genre tussen wal en schip vallen. Het zou zonde zijn als dit zou gebeuren met het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter Maya de Vitry, want The Only Moment is net als zijn voorganger een bijzonder mooi album. De muzikante uit Nashville heeft ook haar nieuwe album prachtig ingekleurd en schakelt hierbij makkelijk tussen genres. De smaakvolle klanken passen uitstekend bij de mooie en warme stem van Maya de Vitry, die ook dit keer makkelijk overtuigt met haar smaakvolle en gevarieerde songs. Echt veel te mooi om te laten liggen dit album.
Violet Light was helemaal aan het begin van 2022 mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Maya de Vitry. Het derde album van de muzikante uit Nashville, Tennessee, werd gemaakt tijdens de coronapandemie, waardoor de muzikanten die waren te horen op het album hun bijdragen via het Internet aanleverden. Maya de Vitry koos voor iedere track op Violet Light de juiste muzikanten uit, maar ondanks het grote aantal muzikanten dat bijdroeg aan het album klonk het verrassend consistent.
Violet Light van Maya de Vitry liet zich beluisteren als een tijdloos singer-songwriter album en het was ook nog eens een goed en veelzijdig singer-songwriter album. Niet zo gek dus dat ik het deze week verschenen nieuwe album van de Amerikaanse muzikante zo ongeveer als eerste opschreef voor een plekje op de krenten uit de pop. Daar heb ik zeker geen spijt van gekregen, want ook The Only Moment is weer een uitstekend album.
Nu de coronapandemie achter ons ligt kon Maya de Vitry haar nieuwe muziek weer gewoon in de studio opnemen, waarin ze gezelschap kreeg van slechts een handvol muzikanten. Maya de Vitry had dit keer zelf een flinke vinger in de pap, want ze produceerde The Only Moment zelf en nam bovendien een substantieel deel van de instrumentatie voor haar rekening. Hiernaast tekende de Amerikaanse muzikante voor de warme en gevoelige vocalen op het album en schreef ze de songs op het album, een enkele keer bijgestaan door vrouwelijke collega’s als Phoebe Hunt en Caitlin Canty.
Ondanks het feit dat Maya de Vitry dit keer werkte met een vaste band is ook The Only Moment een gevarieerd klinkend album. De muzikante uit Nashville heeft ook dit keer een tijdloos klinkend singer-songwriter album gemaakt en het is er een waarop uiteenlopende invloeden worden verwerkt, maar waarop folk en jazz het meest in het oor springen op de hielen gezeten door soul, country en pop.
Direct bij eerste beluistering van het album valt op hoe warm of zelfs gloedvol het nieuwe album van Maya de Vitry klinkt. De meeste songs op het album hebben een redelijk laag tempo en de muziek is in de meeste songs redelijk ingetogen, maar wat wordt er mooi gespeeld op het album, met vaak een hoofdrol voor prachtig en veelkleurig gitaarspel.
Door het tijdloze karakter van de muziek op The Only Moment en de zeer smaakvolle arrangementen slaat het album zich direct als een warme deken om je heen en dit aangename gevoel wordt verder versterkt door de zang van Maya de Vitry die beschikt over een karakteristieke maar ook warme stem. De Amerikaanse muzikante zingt bovendien met veel gevoel en precisie, wat uitstekend past bij de mooie en verzorgde klanken op het album.
The Only Moment van Maya de Vitry klinkt meer dan eens als een singer-songwriter album uit een ver verleden, maar ook in het heden overtuigen de sterke en bijzonder mooi uitgevoerde songs van Maya de Vitry makkelijk. The Only Moment van Maya de Vitry is helaas geen album dat gaat worden overladen met aandacht de komende weken, maar het is absoluut een album dat kwaliteit ademt en dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van tijdloze singer-songwriter muziek en een mooie vrouwenstem. Erwin Zijleman
Maya de Vitry - Violet Light (2022)

4,0
1
geplaatst: 3 februari 2022, 16:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maya De Vitry - Violet Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maya De Vitry - Violet Light
Tot een paar weken geleden had ik nog nooit naar de muziek van de Amerikaanse muzikante Maya De Vitry geluisterd, maar haar deze week verschenen album is me in de afgelopen weken zeer dierbaar geworden
“Each track on the album features a unique band”, aldus de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante Maya De Vitry. Het leek me geen aanbeveling, maar Violet Light klinkt verrassend consistent en over de hele linie prachtig. De instrumentatie op het album is warm en zeer smaakvol en dat zijn kwalificaties die ook zeker van toepassing zijn op de zang van Maya De Vitry, die imponeert met haar mooie stem. Violet Light klinkt vaak als een volstrekt tijdloos singer-songwriter album, maar hier en daar slaat de balans door richting Amerikaanse rootsmuziek. Door de sfeervolle klanken en zang verleidt dit album makkelijk, maar het groeit ook nog een tijd door.
Ik ben de naam Maya De Vitry in het verleden wel eens tegen gekomen, maar ik had volgens mij nog niet eerder naar haar muziek geluisterd. Haar deze week verschenen derde album Violet Light is daarom mijn eerste kennismaking met de muziek van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, en het is een bijzonder aangename kennismaking geworden.
De Amerikaanse muzikante beschikt over een zeer aangename en ook erg mooie stem en heeft haar nieuwe album ook nog eens voorzien van een mooi en sfeervol geluid. Dat geluid kwam op bijzondere wijze tot stand want Violet Light werd opgenomen met een enorme waslijst aan muzikanten, die vanuit meerdere studio’s bijdroegen aan het album.
Maya De Vitry koos voor iedere track op het album de muzikanten uit en deze speelden hun bijdragen al dan niet van afstand in. Dat fysiek samenkomen in de studio lang niet altijd nodig is, is de afgelopen twee jaar wel vaker bewezen, maar het kiezen voor steeds een andere band voor verschillende tracks op een album is niet zonder risico. Met zoveel verschillende muzikanten wordt het geluid op een op deze wijze gemaakt album al snel een bonte lappendeken, maar Violet Light van Maya De Vitry klinkt verrassend consistent.
In iedere track nemen weer andere instrumenten en muzikanten het voortouw, maar omdat de sfeer van de tracks niet wezenlijk verandert en de stem van Maya De Vitry centraal staat, komt de consistentie van het album niet in gevaar. Het levert overigens wel flink wat muzikale hoogstandjes op, al spelen de muzikanten op het album vooral ingehouden.
De sfeer op het derde album van Maya De Vitry is de sfeer van een tijdloos singer-songwriter album, al kan de muzikante uit Nashville hier en daar ook flink opschuiven richting de Amerikaanse rootsmuziek, wat een gevarieerd album maar zoals gezegd ook consistent klinken oplevert.
Maya De Vitry tekent op haar nieuwe album niet alleen voor hele mooie vocalen, maar ook voor andere akoestische en elektrische gitaren, banjo, viool en kazoo. Het legioen muzikanten dat haar bij staat op dit album voegen onder andere mandoline, bas, drums, orgel, keyboards, blazers, strijkers en een pedal steel toe aan het warme geluid op het album. Verder dragen meerdere zangeressen, onder wie Maya’s zussen Monica en Nina De Vitry achtergrondvocalen bij.
Het levert een zeer smaakvol geluid op, dat ondanks het grote aantal instrumenten dat is ingezet betrekkelijk ingetogen klinkt en heel veel ruimte open laat voor de prachtige stem van de muzikante uit Nashville. Violet Light van Maya De Vitry is een tijdloos album, dat moeiteloos een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden, maar dat ook niet misstaat in het heden.
Het is bovendien een album dat kwaliteit ademt. Die kwaliteit hoor je in de bijzonder fraaie klanken, in de mooie warme productie van Ethan Jodziewicz en Maya De Vitry, in de geweldige en soms uit de tenen komende zang van de Amerikaanse muzikante en in de uitstekende songs op het album.
Direct bij eerste beluistering was ik elf songs en ruim een half uur (waarom worden er momenteel toch zoveel wat mij betreft net wat te korte albums uitgebracht?) onder de indruk van de muziek van de singer-songwriter die mij tot dusver nog niet was opgevallen, maar sindsdien grijp ik met enige regelmaat naar dit prachtige album, vooral wanneer de zon onder is buiten regen en wind de dienst uitmaken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maya De Vitry - Violet Light - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maya De Vitry - Violet Light
Tot een paar weken geleden had ik nog nooit naar de muziek van de Amerikaanse muzikante Maya De Vitry geluisterd, maar haar deze week verschenen album is me in de afgelopen weken zeer dierbaar geworden
“Each track on the album features a unique band”, aldus de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante Maya De Vitry. Het leek me geen aanbeveling, maar Violet Light klinkt verrassend consistent en over de hele linie prachtig. De instrumentatie op het album is warm en zeer smaakvol en dat zijn kwalificaties die ook zeker van toepassing zijn op de zang van Maya De Vitry, die imponeert met haar mooie stem. Violet Light klinkt vaak als een volstrekt tijdloos singer-songwriter album, maar hier en daar slaat de balans door richting Amerikaanse rootsmuziek. Door de sfeervolle klanken en zang verleidt dit album makkelijk, maar het groeit ook nog een tijd door.
Ik ben de naam Maya De Vitry in het verleden wel eens tegen gekomen, maar ik had volgens mij nog niet eerder naar haar muziek geluisterd. Haar deze week verschenen derde album Violet Light is daarom mijn eerste kennismaking met de muziek van de singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, en het is een bijzonder aangename kennismaking geworden.
De Amerikaanse muzikante beschikt over een zeer aangename en ook erg mooie stem en heeft haar nieuwe album ook nog eens voorzien van een mooi en sfeervol geluid. Dat geluid kwam op bijzondere wijze tot stand want Violet Light werd opgenomen met een enorme waslijst aan muzikanten, die vanuit meerdere studio’s bijdroegen aan het album.
Maya De Vitry koos voor iedere track op het album de muzikanten uit en deze speelden hun bijdragen al dan niet van afstand in. Dat fysiek samenkomen in de studio lang niet altijd nodig is, is de afgelopen twee jaar wel vaker bewezen, maar het kiezen voor steeds een andere band voor verschillende tracks op een album is niet zonder risico. Met zoveel verschillende muzikanten wordt het geluid op een op deze wijze gemaakt album al snel een bonte lappendeken, maar Violet Light van Maya De Vitry klinkt verrassend consistent.
In iedere track nemen weer andere instrumenten en muzikanten het voortouw, maar omdat de sfeer van de tracks niet wezenlijk verandert en de stem van Maya De Vitry centraal staat, komt de consistentie van het album niet in gevaar. Het levert overigens wel flink wat muzikale hoogstandjes op, al spelen de muzikanten op het album vooral ingehouden.
De sfeer op het derde album van Maya De Vitry is de sfeer van een tijdloos singer-songwriter album, al kan de muzikante uit Nashville hier en daar ook flink opschuiven richting de Amerikaanse rootsmuziek, wat een gevarieerd album maar zoals gezegd ook consistent klinken oplevert.
Maya De Vitry tekent op haar nieuwe album niet alleen voor hele mooie vocalen, maar ook voor andere akoestische en elektrische gitaren, banjo, viool en kazoo. Het legioen muzikanten dat haar bij staat op dit album voegen onder andere mandoline, bas, drums, orgel, keyboards, blazers, strijkers en een pedal steel toe aan het warme geluid op het album. Verder dragen meerdere zangeressen, onder wie Maya’s zussen Monica en Nina De Vitry achtergrondvocalen bij.
Het levert een zeer smaakvol geluid op, dat ondanks het grote aantal instrumenten dat is ingezet betrekkelijk ingetogen klinkt en heel veel ruimte open laat voor de prachtige stem van de muzikante uit Nashville. Violet Light van Maya De Vitry is een tijdloos album, dat moeiteloos een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden, maar dat ook niet misstaat in het heden.
Het is bovendien een album dat kwaliteit ademt. Die kwaliteit hoor je in de bijzonder fraaie klanken, in de mooie warme productie van Ethan Jodziewicz en Maya De Vitry, in de geweldige en soms uit de tenen komende zang van de Amerikaanse muzikante en in de uitstekende songs op het album.
Direct bij eerste beluistering was ik elf songs en ruim een half uur (waarom worden er momenteel toch zoveel wat mij betreft net wat te korte albums uitgebracht?) onder de indruk van de muziek van de singer-songwriter die mij tot dusver nog niet was opgevallen, maar sindsdien grijp ik met enige regelmaat naar dit prachtige album, vooral wanneer de zon onder is buiten regen en wind de dienst uitmaken. Erwin Zijleman
Maya Delilah - The Long Way Round (2025)

4,5
0
geplaatst: 30 maart 2025, 09:38 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Maya Delilah - The Long Way Round - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maya Delilah - The Long Way Round
De jonge Britse muzikante Maya Delilah laat op haar debuutalbum The Long Way Round horen dat ze bulkt van het talent en maakt indruk als zangeres en als gitarist op een bijzonder smaakvol en gevarieerd album
Maya Delilah uit Londen beschikt over een stem die je heerlijk kan bedwelmen. Het is een warme stem met veel soul en jazz, waardoor de jonge Britse muzikante inmiddels is vergeleken met een aantal grote zangeressen. Maya Delilah kan niet alleen geweldig zingen, maar maakt op haar debuutalbum ook indruk als gitarist, zeker wanneer ze melodieuze solo’s uit haar gitaar tovert. The Long Way Round staat ook nog eens vol met uitstekende songs en het zijn songs die zich makkelijk over de grenzen van meerdere genres bewegen. Alle reden voor met name de Britse muziekpers om Maya Delilah een supertalent te noemen, wat ik na beluistering van haar debuutalbum zeker niet overdreven vind.
De Britse muzikante Maya Delilah, een voormalig leerling van de inmiddels fameuze BRIT school, die deze week debuteert met het album The Long Way Round, heeft het perfecte album gemaakt voor een mooie lentezondag. Het is een album met lome en soulvolle klanken en een stem die de ruimte vult met warmte. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam en het wordt meer dan aangenaam wanneer Maya Delilah ook nog bijzonder fraai gitaarwerk toevoegt aan haar songs.
De pas 24 jaar oude muzikante uit Londen wordt inmiddels al een tijdje geprezen als zangeres, als songwriter en als gitarist en laat op haar debuutalbum horen dat dit niet overdreven is. The Long Way Round is verschenen op het prestigieuze Blue Note label, dat niet over één nacht ijs gaat en dat met Maya Delilah een supertalent heeft binnengehaald.
De Britse muzikante wordt meer dan eens vergeleken met Norah Jones en dat is een vergelijking die ik begrijp. Net als Norah Jones beschikt Maya Delilah over een bijzonder mooi en warm stemgeluid en ook de stem van de Britse muzikante gedijt uitstekend in songs met vooral invloeden uit de soul en de jazz. Invloeden uit de jazz spelen op The Long Way Round overigens een meer bescheiden rol dan op een aantal van de albums van Norah Jones, want invloeden uit de soul, de R&B en de pop domineren op het album.
The Long Way Round klinkt voor een belangrijk deel vertrouwd, tot Maya Delilah interessante gitaarakkoorden en gitaarsolo’s toevoegt aan haar songs en de Eric Clapton in zichzelf naar boven haalt. Met name de solo’s verwacht je niet in de muziek van Maya Delilah, maar op een of andere manier past het prachtig. Echt ontsporen doet het overigens nergens, waardoor het debuutalbum van de Britse muzikante vooral een loom en wat zwoel karakter houdt.
Daar is niets mis mee en zeker niet wanneer de songs zo smaakvol zijn als die op The Long Way Round. Er wordt met veel smaak en gevoel gespeeld op het album, waarvoor gelouterde muzikanten en producers werden ingeschakeld. De muzikanten die zijn te horen op het album zijn van hoog niveau en ook de zang van Maya Delilah is zeer smaakvol.
Ze beschikt over een stem die vooral wanneer de Britse muzikante wat zachter zingt vol schoonheid en verleidingskracht zit, maar het is ook een stem die in uiteenlopende genres uit de voeten kan en zowel soulvol, jazzy, folky, bluesy als funky kan klinken. Wanneer invloeden uit de funk worden toegevoegd klinkt Maya Delilah opeens als een protegé van Prince, overigens een van haar muzikale helden, maar zelf hoor ik haar toch liefst in de wat broeierige songs met vooral invloeden uit de soul, blues en de jazz, die domineren op het album. Maya Delilah zingt in deze songs niet alleen heel erg mooi, maar zingt bovendien met veel precisie en gevoel.
De jonge Britse muzikante schakelt bijna achteloos tussen genres, wat een uiterst veelzijdig album oplevert. Het is een album dat het zoals gezegd uitstekend doet een mooie zondag in de lente, maar The Long Way Round doet ook later op de avond wonderen en lijkt me een album voor alle seizoenen. Maya Delilah is op meerdere plekken genoemd als een van de muzikanten die we in de gaten moeten houden in 2025 en na beluistering van haar uitstekende debuutalbum begrijp ik dat helemaal. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Maya Delilah - The Long Way Round - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Maya Delilah - The Long Way Round
De jonge Britse muzikante Maya Delilah laat op haar debuutalbum The Long Way Round horen dat ze bulkt van het talent en maakt indruk als zangeres en als gitarist op een bijzonder smaakvol en gevarieerd album
Maya Delilah uit Londen beschikt over een stem die je heerlijk kan bedwelmen. Het is een warme stem met veel soul en jazz, waardoor de jonge Britse muzikante inmiddels is vergeleken met een aantal grote zangeressen. Maya Delilah kan niet alleen geweldig zingen, maar maakt op haar debuutalbum ook indruk als gitarist, zeker wanneer ze melodieuze solo’s uit haar gitaar tovert. The Long Way Round staat ook nog eens vol met uitstekende songs en het zijn songs die zich makkelijk over de grenzen van meerdere genres bewegen. Alle reden voor met name de Britse muziekpers om Maya Delilah een supertalent te noemen, wat ik na beluistering van haar debuutalbum zeker niet overdreven vind.
De Britse muzikante Maya Delilah, een voormalig leerling van de inmiddels fameuze BRIT school, die deze week debuteert met het album The Long Way Round, heeft het perfecte album gemaakt voor een mooie lentezondag. Het is een album met lome en soulvolle klanken en een stem die de ruimte vult met warmte. Het klinkt allemaal bijzonder aangenaam en het wordt meer dan aangenaam wanneer Maya Delilah ook nog bijzonder fraai gitaarwerk toevoegt aan haar songs.
De pas 24 jaar oude muzikante uit Londen wordt inmiddels al een tijdje geprezen als zangeres, als songwriter en als gitarist en laat op haar debuutalbum horen dat dit niet overdreven is. The Long Way Round is verschenen op het prestigieuze Blue Note label, dat niet over één nacht ijs gaat en dat met Maya Delilah een supertalent heeft binnengehaald.
De Britse muzikante wordt meer dan eens vergeleken met Norah Jones en dat is een vergelijking die ik begrijp. Net als Norah Jones beschikt Maya Delilah over een bijzonder mooi en warm stemgeluid en ook de stem van de Britse muzikante gedijt uitstekend in songs met vooral invloeden uit de soul en de jazz. Invloeden uit de jazz spelen op The Long Way Round overigens een meer bescheiden rol dan op een aantal van de albums van Norah Jones, want invloeden uit de soul, de R&B en de pop domineren op het album.
The Long Way Round klinkt voor een belangrijk deel vertrouwd, tot Maya Delilah interessante gitaarakkoorden en gitaarsolo’s toevoegt aan haar songs en de Eric Clapton in zichzelf naar boven haalt. Met name de solo’s verwacht je niet in de muziek van Maya Delilah, maar op een of andere manier past het prachtig. Echt ontsporen doet het overigens nergens, waardoor het debuutalbum van de Britse muzikante vooral een loom en wat zwoel karakter houdt.
Daar is niets mis mee en zeker niet wanneer de songs zo smaakvol zijn als die op The Long Way Round. Er wordt met veel smaak en gevoel gespeeld op het album, waarvoor gelouterde muzikanten en producers werden ingeschakeld. De muzikanten die zijn te horen op het album zijn van hoog niveau en ook de zang van Maya Delilah is zeer smaakvol.
Ze beschikt over een stem die vooral wanneer de Britse muzikante wat zachter zingt vol schoonheid en verleidingskracht zit, maar het is ook een stem die in uiteenlopende genres uit de voeten kan en zowel soulvol, jazzy, folky, bluesy als funky kan klinken. Wanneer invloeden uit de funk worden toegevoegd klinkt Maya Delilah opeens als een protegé van Prince, overigens een van haar muzikale helden, maar zelf hoor ik haar toch liefst in de wat broeierige songs met vooral invloeden uit de soul, blues en de jazz, die domineren op het album. Maya Delilah zingt in deze songs niet alleen heel erg mooi, maar zingt bovendien met veel precisie en gevoel.
De jonge Britse muzikante schakelt bijna achteloos tussen genres, wat een uiterst veelzijdig album oplevert. Het is een album dat het zoals gezegd uitstekend doet een mooie zondag in de lente, maar The Long Way Round doet ook later op de avond wonderen en lijkt me een album voor alle seizoenen. Maya Delilah is op meerdere plekken genoemd als een van de muzikanten die we in de gaten moeten houden in 2025 en na beluistering van haar uitstekende debuutalbum begrijp ik dat helemaal. Erwin Zijleman
Maya Hawke - Blush (2020)

4,0
1
geplaatst: 6 september 2020, 11:06 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maya Hawke - Blush - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maya Hawke - Blush
Blush van Maya Hawke sneeuwde een paar weken geleden wat onder in het release geweld, maar is een bijzonder fraai en folky debuutalbum, dat echt alle aandacht verdient
Maya Hawke is pas 22, maar timmerde al aan de weg als model en actrice en beproeft nu haar geluk in de muziek. Blush heeft nog niet heel veel aandacht gekregen, maar is een verrassend sterk album. Maya Hawke onderscheidt zich met een rootsy geluid dat zowel invloeden uit de Laurel Canyon folk als uit de Amerikaanse rootsmuziek van het moment bevat. Samen met producer en muzikant Jesse Harris heeft Maya Hawke een smaakvol en warmbloedig geluid in elkaar gesleuteld en het is een geluid dat uitstekend past bij haar stem, die verrassend veelzijdig en volwassen klinkt. Het levert een debuutalbum op dat absoluut de aandacht verdient.
De Amerikaanse singer-songwriter Maya Hawke heeft de pech dat ze haar debuutalbum Blush een paar weken geleden uitbracht op misschien wel de drukste releasedag van 2020 tot dusver. Het was een dag waarop de aandacht vooral uitging naar een aantal gevestigde namen, waardoor debuterende muzikanten makkelijk buiten de boot vielen. Als debuterend muzikant heeft Maya Hawke het sowieso niet makkelijk als dochter van topacteurs Ethan Hawke en Uma Thurman, want waar een kruiwagen in de meeste sectoren handig of zelfs noodzakelijk is, worden beginnende muzikanten met beroemde ouders vaak met de nodige argwaan bekeken.
Maya Hawke probeerde het overigens eerst als model en vervolgens als actrice en was onder andere te zien in de succesvolle Netflix serie Stranger Things en in Quentin Tarantino's Once Upon A Time In Hollywood, maar ze schrijft ook al sinds haar kinderjaren songs. Met Blush zet Maya Hawke haar eerste stappen in de muziek en het levert een verrassend sterk debuutalbum op, dat bij mij in eerste instantie overigens ook op de stapel was beland.
We struikelen momenteel bijna over jonge vrouwelijke muzikanten in met name de pop en indie-rock, maar gelukkig kiest Maya Hawke voor een andere weg. Op Blush werkt de singer-songwriter uit New York samen met muzikant en producer Jesse Harris, die we onder andere kennen van Norah Jones. Diezelfde Norah Jones schuift overigens ook nog aan voor een track aan op Blush en verder zijn er bijdragen van leden van Okkervil River en van haar twee jongere zussen, die hier en daar de achtergrondzang verzorgen.
Blush beweegt zich zoals gezegd niet in de pop of indie-rock, maar laat een geluid vol invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek horen. De meeste songs op Blush klinken folky, met hier en daar een uitstapje richting jazz of country. Het is niet altijd folk van deze tijd, want Blush roept in meerdere tracks herinneringen op aan de Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70.
Norah Jones duikt op in de achtste van de twaalf tracks op Blush, maar direct bij de eerste noten van het album deed de muziek van Maya Hawke me al aan Norah Jones denken. Het zal deels de invloed van Jesse Harris zijn, maar ook de stem van Maya Hawke heeft wel wat van die van Norah Jones.
Maya Hawke is pas 22, maar haar stem klinkt ouder. Het is een warme en zuivere stem met een fraai rauw randje, maar het is ook een stem vol gevoel, wat uitstekend past bij de rootssongs die de jonge singer-songwriter op New York vertolkt op haar debuut. Het is een stem die bovendien uitstekend gedijt in het sfeervolle en soms licht broeierige geluid op Blush.
Het doet me zoals gezegd wel wat aan Norah Jones denken, maar ik hoor ook raakvlakken met Faye Webster, die vorig jaar indruk maakte met een debuut dat aangenaam maar ook bijzonder klonk. Het zijn woorden die ook van toepassing zijn op het debuut van Maya Hawke. Blush klinkt twaalf songs bijzonder aangenaam en vaak volstrekt tijdloos, maar het is ook een album dat zich weet te onderscheiden binnen het aanbod van het moment.
Dat aanbod was in de week dat Blush verscheen wel erg groot, maar Blush van Maya Hawke is echt veel te mooi en bijzonder om over het hoofd te worden gezien. Voor mij zeker een van de memorabele debuten van 2020. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maya Hawke - Blush - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maya Hawke - Blush
Blush van Maya Hawke sneeuwde een paar weken geleden wat onder in het release geweld, maar is een bijzonder fraai en folky debuutalbum, dat echt alle aandacht verdient
Maya Hawke is pas 22, maar timmerde al aan de weg als model en actrice en beproeft nu haar geluk in de muziek. Blush heeft nog niet heel veel aandacht gekregen, maar is een verrassend sterk album. Maya Hawke onderscheidt zich met een rootsy geluid dat zowel invloeden uit de Laurel Canyon folk als uit de Amerikaanse rootsmuziek van het moment bevat. Samen met producer en muzikant Jesse Harris heeft Maya Hawke een smaakvol en warmbloedig geluid in elkaar gesleuteld en het is een geluid dat uitstekend past bij haar stem, die verrassend veelzijdig en volwassen klinkt. Het levert een debuutalbum op dat absoluut de aandacht verdient.
De Amerikaanse singer-songwriter Maya Hawke heeft de pech dat ze haar debuutalbum Blush een paar weken geleden uitbracht op misschien wel de drukste releasedag van 2020 tot dusver. Het was een dag waarop de aandacht vooral uitging naar een aantal gevestigde namen, waardoor debuterende muzikanten makkelijk buiten de boot vielen. Als debuterend muzikant heeft Maya Hawke het sowieso niet makkelijk als dochter van topacteurs Ethan Hawke en Uma Thurman, want waar een kruiwagen in de meeste sectoren handig of zelfs noodzakelijk is, worden beginnende muzikanten met beroemde ouders vaak met de nodige argwaan bekeken.
Maya Hawke probeerde het overigens eerst als model en vervolgens als actrice en was onder andere te zien in de succesvolle Netflix serie Stranger Things en in Quentin Tarantino's Once Upon A Time In Hollywood, maar ze schrijft ook al sinds haar kinderjaren songs. Met Blush zet Maya Hawke haar eerste stappen in de muziek en het levert een verrassend sterk debuutalbum op, dat bij mij in eerste instantie overigens ook op de stapel was beland.
We struikelen momenteel bijna over jonge vrouwelijke muzikanten in met name de pop en indie-rock, maar gelukkig kiest Maya Hawke voor een andere weg. Op Blush werkt de singer-songwriter uit New York samen met muzikant en producer Jesse Harris, die we onder andere kennen van Norah Jones. Diezelfde Norah Jones schuift overigens ook nog aan voor een track aan op Blush en verder zijn er bijdragen van leden van Okkervil River en van haar twee jongere zussen, die hier en daar de achtergrondzang verzorgen.
Blush beweegt zich zoals gezegd niet in de pop of indie-rock, maar laat een geluid vol invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek horen. De meeste songs op Blush klinken folky, met hier en daar een uitstapje richting jazz of country. Het is niet altijd folk van deze tijd, want Blush roept in meerdere tracks herinneringen op aan de Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70.
Norah Jones duikt op in de achtste van de twaalf tracks op Blush, maar direct bij de eerste noten van het album deed de muziek van Maya Hawke me al aan Norah Jones denken. Het zal deels de invloed van Jesse Harris zijn, maar ook de stem van Maya Hawke heeft wel wat van die van Norah Jones.
Maya Hawke is pas 22, maar haar stem klinkt ouder. Het is een warme en zuivere stem met een fraai rauw randje, maar het is ook een stem vol gevoel, wat uitstekend past bij de rootssongs die de jonge singer-songwriter op New York vertolkt op haar debuut. Het is een stem die bovendien uitstekend gedijt in het sfeervolle en soms licht broeierige geluid op Blush.
Het doet me zoals gezegd wel wat aan Norah Jones denken, maar ik hoor ook raakvlakken met Faye Webster, die vorig jaar indruk maakte met een debuut dat aangenaam maar ook bijzonder klonk. Het zijn woorden die ook van toepassing zijn op het debuut van Maya Hawke. Blush klinkt twaalf songs bijzonder aangenaam en vaak volstrekt tijdloos, maar het is ook een album dat zich weet te onderscheiden binnen het aanbod van het moment.
Dat aanbod was in de week dat Blush verscheen wel erg groot, maar Blush van Maya Hawke is echt veel te mooi en bijzonder om over het hoofd te worden gezien. Voor mij zeker een van de memorabele debuten van 2020. Erwin Zijleman
Maya Hawke - Chaos Angel (2024)

4,0
0
geplaatst: 6 juni 2024, 18:24 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maya Hawke - Chaos Angel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maya Hawke - Chaos Angel
Maya Hawke wordt vanwege haar verleden als model en actrice en door haar beroemde ouders nog niet heel erg serieus genomen, maar de muzikante uit New York heeft met Chaos Angel wederom een uitstekend album afgeleverd
Ik had wel wat met de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante Maya Hawke, maar de recensies van deze album waren nogal zuinig. Ik ben benieuwd of dat gaat veranderen met het deze week verschenen Chaos Angel, want op haar derde album maakt Maya Hawke nogmaals duidelijk dat ze zeer getalenteerd is. Chaos Angel bevat vooral zachte en intieme folksongs, die met een paar tenen in het verleden staan, maar die ook zijn verankerd in de indiefolk en indiepop van het moment. Het zijn lekker in het gehoor liggende en fantasierijk ingekleurde songs, waarin de mooie stem van Maya Hawke goed tot zijn recht komt. Ik lees er vooralsnog weinig over, maar dit is echt een goed album.
Ik was in 2020 en 2022 zeer gecharmeerd van de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante Maya Hawke. Het zijn albums die door de gerenommeerde muziekpers met de nodige scepsis en reserves werden ontvangen, wat waarschijnlijk alles te maken heeft met het feit dat Maya Hawke ook als model en actrice aan de weg heeft getimmerd en ook nog eens het kind is van zeer beroemde ouders (actrice Uma Thurman en acteur Ethan Hawke).
Ik kende haar alleen vaag van de Netflix serie Stranger Things, waardoor ik onbevooroordeeld kon luisteren naar Blush en opvolger MOSS. Het zijn albums waarop een voorliefde voor Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70 hoorbaar is, maar met name op haar tweede album gaf Maya Hawke ook een voorzichtig eigentijdse draai aan haar wat mij betreft zeer aansprekende songs.
In mijn beleving zijn beide albums helaas wat ondergesneeuwd, maar zowel Blush als MOSS hadden een veel beter lot verdiend. Met dat ondersneeuwen valt het misschien ook wel weer mee, want er is naar verluidt een parallel universum waar Maya Hawke wel een ster is. Op TikTok schijnt ze inmiddels tientallen miljoenen volgers te hebben en dat biedt hoop voor het deze week verschenen Chaos Angel. Ook het nieuwe album van Maya Hawke is hier en daar voorzien van wat eigentijdser klinkende accenten, maar Maya Hawke is zeker niet gezwicht voor het maken van dertien in een dozijn pop voor het TikTok publiek.
Op haar debuutalbum werkte de Amerikaanse muzikante samen met de van Norah Jones bekende Jesse Harris, maar op MOSS koos ze voor de vooral van Joan As Policewoman bekende multi-instrumentalist en producer Benjamin Lazar Davis, die ook op Chaos Angel tekent voor de productie. Maya Hawke werkt bovendien samen met bevriende muzikanten als Will Graefe en Christian Lee Hutson, die ook al op het vorige album van de partij waren.
In grote lijnen trekt Chaos Angel de lijn van de vorige twee albums door, wat betekent dat de meeste songs intieme folksongs zijn en dat Maya Hawke over het algemeen fluisterzacht zingt. Nu struikel je momenteel bijna over de fluisterzacht zingende zangeressen, maar de stem van Maya Hawke heeft ook een klein ruw randje, waardoor ik haar stem karakteristieker vind dan de meeste andere fluisterstemmen van het moment. De stem van Maya Hawke past bovendien perfect bij de ingetogen folksongs op het album.
Het zijn nog altijd folksongs met echo’s van de Laurel Canyon folk van lang geleden, maar Chaos Angel sluit ook aan bij de indiescene van het moment. Chaos Angel is een vooral ingetogen ingekleurd album, maar het fraaie en soms ruwe gitaarwerk op het album geeft de songs van Maya Hawke iets bijzonders. Dat bijzondere hoorde ik ook al op de eerste twee albums van de muzikante uit New York, maar Chaos Angel is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht beter dan zijn twee voorgangers en bevat bovendien aansprekendere en wat eigenzinnigere songs.
Maya Hawke draagt de ballast van haar vorige carrières en die van twee wereldberoemde ouders met zich mee, maar objectief bezien heeft ze met Chaos Angel een uitstekend album afgeleverd, dat wat mij betreft mee kan met de betere recent verschenen indiealbums van jonge vrouwelijke muzikanten. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maya Hawke - Chaos Angel - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maya Hawke - Chaos Angel
Maya Hawke wordt vanwege haar verleden als model en actrice en door haar beroemde ouders nog niet heel erg serieus genomen, maar de muzikante uit New York heeft met Chaos Angel wederom een uitstekend album afgeleverd
Ik had wel wat met de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante Maya Hawke, maar de recensies van deze album waren nogal zuinig. Ik ben benieuwd of dat gaat veranderen met het deze week verschenen Chaos Angel, want op haar derde album maakt Maya Hawke nogmaals duidelijk dat ze zeer getalenteerd is. Chaos Angel bevat vooral zachte en intieme folksongs, die met een paar tenen in het verleden staan, maar die ook zijn verankerd in de indiefolk en indiepop van het moment. Het zijn lekker in het gehoor liggende en fantasierijk ingekleurde songs, waarin de mooie stem van Maya Hawke goed tot zijn recht komt. Ik lees er vooralsnog weinig over, maar dit is echt een goed album.
Ik was in 2020 en 2022 zeer gecharmeerd van de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante Maya Hawke. Het zijn albums die door de gerenommeerde muziekpers met de nodige scepsis en reserves werden ontvangen, wat waarschijnlijk alles te maken heeft met het feit dat Maya Hawke ook als model en actrice aan de weg heeft getimmerd en ook nog eens het kind is van zeer beroemde ouders (actrice Uma Thurman en acteur Ethan Hawke).
Ik kende haar alleen vaag van de Netflix serie Stranger Things, waardoor ik onbevooroordeeld kon luisteren naar Blush en opvolger MOSS. Het zijn albums waarop een voorliefde voor Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70 hoorbaar is, maar met name op haar tweede album gaf Maya Hawke ook een voorzichtig eigentijdse draai aan haar wat mij betreft zeer aansprekende songs.
In mijn beleving zijn beide albums helaas wat ondergesneeuwd, maar zowel Blush als MOSS hadden een veel beter lot verdiend. Met dat ondersneeuwen valt het misschien ook wel weer mee, want er is naar verluidt een parallel universum waar Maya Hawke wel een ster is. Op TikTok schijnt ze inmiddels tientallen miljoenen volgers te hebben en dat biedt hoop voor het deze week verschenen Chaos Angel. Ook het nieuwe album van Maya Hawke is hier en daar voorzien van wat eigentijdser klinkende accenten, maar Maya Hawke is zeker niet gezwicht voor het maken van dertien in een dozijn pop voor het TikTok publiek.
Op haar debuutalbum werkte de Amerikaanse muzikante samen met de van Norah Jones bekende Jesse Harris, maar op MOSS koos ze voor de vooral van Joan As Policewoman bekende multi-instrumentalist en producer Benjamin Lazar Davis, die ook op Chaos Angel tekent voor de productie. Maya Hawke werkt bovendien samen met bevriende muzikanten als Will Graefe en Christian Lee Hutson, die ook al op het vorige album van de partij waren.
In grote lijnen trekt Chaos Angel de lijn van de vorige twee albums door, wat betekent dat de meeste songs intieme folksongs zijn en dat Maya Hawke over het algemeen fluisterzacht zingt. Nu struikel je momenteel bijna over de fluisterzacht zingende zangeressen, maar de stem van Maya Hawke heeft ook een klein ruw randje, waardoor ik haar stem karakteristieker vind dan de meeste andere fluisterstemmen van het moment. De stem van Maya Hawke past bovendien perfect bij de ingetogen folksongs op het album.
Het zijn nog altijd folksongs met echo’s van de Laurel Canyon folk van lang geleden, maar Chaos Angel sluit ook aan bij de indiescene van het moment. Chaos Angel is een vooral ingetogen ingekleurd album, maar het fraaie en soms ruwe gitaarwerk op het album geeft de songs van Maya Hawke iets bijzonders. Dat bijzondere hoorde ik ook al op de eerste twee albums van de muzikante uit New York, maar Chaos Angel is zowel in muzikaal als in vocaal opzicht beter dan zijn twee voorgangers en bevat bovendien aansprekendere en wat eigenzinnigere songs.
Maya Hawke draagt de ballast van haar vorige carrières en die van twee wereldberoemde ouders met zich mee, maar objectief bezien heeft ze met Chaos Angel een uitstekend album afgeleverd, dat wat mij betreft mee kan met de betere recent verschenen indiealbums van jonge vrouwelijke muzikanten. Erwin Zijleman
Maya Hawke - MOSS (2022)

4,0
2
geplaatst: 26 september 2022, 16:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Maya Hawke - MOSS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maya Hawke - MOSS
Succesvolle actrices die ook nog eens muziek willen maken staan bij de critici direct met 3-0 achter, maar Maya Hawke laat ook op haar tweede album horen dat ze ook als muzikante zeer talentvol is
Ook ik bekeek het debuutalbum van Maya Hawke in de zomer van 2020 met enige scepsis, maar de succesvolle actrice, het voormalige model en het kind van twee beroemde ouders, bleek een prachtig debuutalbum gemaakt te hebben. Op dit debuutalbum liet de jonge Amerikaanse muzikante zich stevig beïnvloeden door de Laurel Canyon folk uit het verleden en door de jazzy pop van Norah Jones, waarmee producer Jessie Harris uitstekend uit de voeten kon. Op het deze week verschenen MOSS kiest de muzikante uit New York hier en daar voor een net wat moderner geluid, maar de liefde voor de Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70 is ze zeker niet kwijt. Mooi album weer.
Blush, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter en actrice Maya Hawke, die ook nog een carrière als fotomodel achter zich heeft, sneeuwde in de zomer van 2020, helaas echt volledig onder. Het is doodzonde, want het samen met producer Jessie Harris (Norah Jones) gemaakte Blush was een verrassend sterk album, waarop de jonge muzikante uit New York vooral invloeden uit de Laurel Canyon folk verwerkte en hier en daar jazzy accenten toevoegde. De songs van Maya Hawke deden meer dan eens denken aan de muziek van Norah Jones, die in één van de tracks op het album zelf opdook.
Actrices en modellen die een carrière in de muziek ambiëren hebben de schijn meestal flink tegen en Maya Hawk is ook nog eens de dochter van bekende ouders (Ethan Hawke en Uma Thurman), wat meestal ook niet helpt. De jonge muzikante en succesvolle actrice, die onder andere is te zien in de Netflix hit Stranger Things, verdient het echter om op haar muzikale kwaliteiten te worden beoordeeld en die vielen op Blush zeker niet tegen.
Maya Hawke duikt deze week op met haar tweede album, dat wederom niet in de spotlights staat, al heeft ze alvast een mooi cijfer binnen van het kritische Pitchfork. Ook op MOSS maakt de jonge muzikante uit New York weer indruk met mooie folky songs, die betrekkelijk sober zijn ingekleurd en alle ruimte bieden aan haar mooie en karakteristieke stem, die wat zachter klinkt dan op haar debuutalbum en hier en daar gezelschap krijgt van een mannenstem.
Maya Hawke heeft wederom een uitstekende producer gekozen in de persoon van Benjamin Lazar Davis, die niet alleen lid is van de bands Okkervil River en Cuddle Magic, maar ook werkte met Joan As Policewoman. Maya Hawke deed hiernaast een beroep op Phoebe Bridgers protegee Christian Lee Hutson en op Jonathan Low, die werkte met Taylor Swift.
Vergeleken met haar debuutalbum Blush klinkt MOSS wat eigentijdser, al zijn nog steeds flink wat invloeden uit het verleden hoorbaar. Het is aan de ene kant jammer dat invloeden uit de Laurel Canyon folk wat aan terrein hebben verloren, maar aan de andere kant zijn er genoeg albums die hier op voortborduren en bovendien komen aan het eind van het album nog wat traditioneler klinkende songs voorbij.
Maya Hawke heeft op MOSS gewerkt aan een meer eigen en bovendien wat eigentijdser geluid en ze is hierin uitstekend geslaagd. Ik was op Blush al zeer gecharmeerd van de zang van de Amerikaanse muzikante, maar op MOSS maakt de stem van Maya Hawke nog veel meer indruk, al is het maar omdat ze het subtiele rauwe randje op haar stembanden zeer smaakvol inzet.
Ook in muzikaal en productioneel opzicht vind ik het tweede album van de New Yorkse muzikante een stuk interessanter dan de meeste andere albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie en MOSS is in deze opzichten ook net wat interessanter dan het debuutalbum. MOSS is een album dat vooral vanwege de stem van Maya Hawke betrekkelijk makkelijk verleidt, maar het is ook een album waarop veel te ontdekken valt.
In mijn recensie van Blush noemde ik het album een van de memorabele debuten van 2020. Ik ben het album zelf vervolgens te snel weer vergeten, maar was bij beluistering deze week verrast hoe goed het album is. Het deze week verschenen MOSS vind ik nog mooier en interessanter dan het helaas over het hoofd geziene debuut van Maya Hawke. Het moet genoeg zeggen over de kwaliteit van het album. Van mij mag Maya Hawke vol kiezen voor de muziek. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Maya Hawke - MOSS - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Maya Hawke - MOSS
Succesvolle actrices die ook nog eens muziek willen maken staan bij de critici direct met 3-0 achter, maar Maya Hawke laat ook op haar tweede album horen dat ze ook als muzikante zeer talentvol is
Ook ik bekeek het debuutalbum van Maya Hawke in de zomer van 2020 met enige scepsis, maar de succesvolle actrice, het voormalige model en het kind van twee beroemde ouders, bleek een prachtig debuutalbum gemaakt te hebben. Op dit debuutalbum liet de jonge Amerikaanse muzikante zich stevig beïnvloeden door de Laurel Canyon folk uit het verleden en door de jazzy pop van Norah Jones, waarmee producer Jessie Harris uitstekend uit de voeten kon. Op het deze week verschenen MOSS kiest de muzikante uit New York hier en daar voor een net wat moderner geluid, maar de liefde voor de Laurel Canyon folk uit de jaren 60 en 70 is ze zeker niet kwijt. Mooi album weer.
Blush, het debuutalbum van de Amerikaanse singer-songwriter en actrice Maya Hawke, die ook nog een carrière als fotomodel achter zich heeft, sneeuwde in de zomer van 2020, helaas echt volledig onder. Het is doodzonde, want het samen met producer Jessie Harris (Norah Jones) gemaakte Blush was een verrassend sterk album, waarop de jonge muzikante uit New York vooral invloeden uit de Laurel Canyon folk verwerkte en hier en daar jazzy accenten toevoegde. De songs van Maya Hawke deden meer dan eens denken aan de muziek van Norah Jones, die in één van de tracks op het album zelf opdook.
Actrices en modellen die een carrière in de muziek ambiëren hebben de schijn meestal flink tegen en Maya Hawk is ook nog eens de dochter van bekende ouders (Ethan Hawke en Uma Thurman), wat meestal ook niet helpt. De jonge muzikante en succesvolle actrice, die onder andere is te zien in de Netflix hit Stranger Things, verdient het echter om op haar muzikale kwaliteiten te worden beoordeeld en die vielen op Blush zeker niet tegen.
Maya Hawke duikt deze week op met haar tweede album, dat wederom niet in de spotlights staat, al heeft ze alvast een mooi cijfer binnen van het kritische Pitchfork. Ook op MOSS maakt de jonge muzikante uit New York weer indruk met mooie folky songs, die betrekkelijk sober zijn ingekleurd en alle ruimte bieden aan haar mooie en karakteristieke stem, die wat zachter klinkt dan op haar debuutalbum en hier en daar gezelschap krijgt van een mannenstem.
Maya Hawke heeft wederom een uitstekende producer gekozen in de persoon van Benjamin Lazar Davis, die niet alleen lid is van de bands Okkervil River en Cuddle Magic, maar ook werkte met Joan As Policewoman. Maya Hawke deed hiernaast een beroep op Phoebe Bridgers protegee Christian Lee Hutson en op Jonathan Low, die werkte met Taylor Swift.
Vergeleken met haar debuutalbum Blush klinkt MOSS wat eigentijdser, al zijn nog steeds flink wat invloeden uit het verleden hoorbaar. Het is aan de ene kant jammer dat invloeden uit de Laurel Canyon folk wat aan terrein hebben verloren, maar aan de andere kant zijn er genoeg albums die hier op voortborduren en bovendien komen aan het eind van het album nog wat traditioneler klinkende songs voorbij.
Maya Hawke heeft op MOSS gewerkt aan een meer eigen en bovendien wat eigentijdser geluid en ze is hierin uitstekend geslaagd. Ik was op Blush al zeer gecharmeerd van de zang van de Amerikaanse muzikante, maar op MOSS maakt de stem van Maya Hawke nog veel meer indruk, al is het maar omdat ze het subtiele rauwe randje op haar stembanden zeer smaakvol inzet.
Ook in muzikaal en productioneel opzicht vind ik het tweede album van de New Yorkse muzikante een stuk interessanter dan de meeste andere albums van jonge vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indie en MOSS is in deze opzichten ook net wat interessanter dan het debuutalbum. MOSS is een album dat vooral vanwege de stem van Maya Hawke betrekkelijk makkelijk verleidt, maar het is ook een album waarop veel te ontdekken valt.
In mijn recensie van Blush noemde ik het album een van de memorabele debuten van 2020. Ik ben het album zelf vervolgens te snel weer vergeten, maar was bij beluistering deze week verrast hoe goed het album is. Het deze week verschenen MOSS vind ik nog mooier en interessanter dan het helaas over het hoofd geziene debuut van Maya Hawke. Het moet genoeg zeggen over de kwaliteit van het album. Van mij mag Maya Hawke vol kiezen voor de muziek. Erwin Zijleman
Mazzy Star - Among My Swan (1996)

5,0
0
geplaatst: 20 augustus 2023, 19:48 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mazzy Star - Among My Swan (1996) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mazzy Star - Among My Swan (1996)
Mazzy Star maakte helaas slechts vier albums, maar het zijn wel albums van een bijzonder hoog niveau, met het behoorlijk ingetogen en zich in een laag tempo voortslepende Among My Swan als persoonlijke favoriet
Among My Swan is het derde album van de Amerikaanse band Mazzy Star en volgens de critici het minste album van de band rond David Roback en Hope Sandoval. Persoonlijk vind ik het echter het beste album, want juist in de zich wat langzamer voortslepende en wat meer ingetogen en folky tracks is Mazzy Star wat mij betreft op haar best. Among My Swan is een album vol prachtig gitaarwerk en een album vol fraai ingekleurde songs, maar het is de buitengewoon zwoele en verleidelijke stem van Hope Sandoval die het album het unieke en uit duizenden herkenbare Mazzy Star geluid geeft. De band maakte helaas maar vier albums, maar wel vier zeer memorabele albums, waaronder het benevelende Among My Swan.
Ik noem de Amerikaanse band Mazzy Star op de krenten uit de pop met enige regelmaat een van mijn favoriete bands aller tijden. Dat kreeg de band uit Santa Monica, California, voor elkaar met slechts vier albums, die ik stuk voor stuk koester.
Mazzy Star ontstond aan het eind van de jaren 80 toen zangeres Hope Sandoval, deel uit ging maken van de cultband Opal, de band van de Amerikaanse muzikant David Roback. Opal werd al snel Mazzy Star en in 1990 debuteerde de band met het prachtige She Hangs Brightly, dat zeer positief werd ontvangen door met name de alternatieve muziekpers.
Het debuutalbum van Mazzy Star werd in 1993 gevolgd door So Tonight That I Might See en in 1996 door Among My Swan, waarna het lang stil werd rond de Amerikaanse band. Mazzy Star keerde pas in 2013 terug met Seasons Of Your Day, maar de band zou helaas bleven steken op vier studioalbums. In 2020 overleed David Roback waarmee definitief het doek viel voor Mazzy Star.
Alle vier de albums van Mazzy Star zijn me zeer dierbaar. So Tonight That I Might See wordt over het algemeen gezien als het meesterwerk van Mazzy Star, maar mijn lievelingsalbum van de band is het in 1996 verschenen Among My Swan. Among My Swan is het meest ingetogen album van Mazzy Star en ook het album met het laagste tempo. De meningen over het album zijn verdeeld, maar zelf vind ik dat de combinatie van invloeden uit de folk en psychedelica, het fraaie gitaarspel van David Roback en de zwoele vocalen van Hope Sandoval op Among My Swan het mooist en meest indringend samen komen. \
Among My Swan opent prachtig met Disappear dat alle ingrediënten van het Mazzy Star geluid bevat. Disappear heeft een laag gruizige gitaren, er zijn de wat psychedelische en bluesy gitaarakkoorden, de ritmesectie speelt in een benevelend laag tempo, de belletjes vliegen je om de oren en natuurlijk is er de zo verleidelijke stem van Hope Sandoval, die je langzaam in slaap sust, maar die je ook buitengewoon zwoel toefluistert. Het is vier minuten pure pracht, maar het is ook slechts de opmaat naar nog veel meer moois.
Among My Swan gaat verder met Flowers In December, een volgende Mazzy Star parel met akoestische gitaren, viool en mondharmonica en natuurlijk de onweerstaanbare stem van Hope Sandoval. Among My Swan is volgens velen het zwakste album van Mazzy Star, maar daar begrijp ik niets van. Het album mist misschien de dynamiek die op het debuutalbum het best te horen was, maar de songs op het derde album van Mazzy Star zijn stuk voor stuk wonderschoon.
De ingetogen en zich vooral langzaam voortslepende klanken voorzien het album van een heerlijk dromerige sfeer, het gitaarwerk is echt prachtig en juist in de wat soberder ingekleurde en vooral folky klinkende songs zingt Hope Sandoval de sterren van de hemel. Among My Swan is een album waarop de hoogtepunten elkaar in rap tempo opvolgen, want iedere song heeft wel wat bijzonders, al zijn de details vaak subtiel. Among My Swan staat bekend als een wat slaperig album, maar in flink wat songs kunnen de gitaren behoorlijk los gaat en ook de ritmesectie tekent hier en daar voor voldoende dynamiek.
Het blijft doodzonde dat Mazzy Star is blijven steken op vier albums en ook van het soloproject van Hope Sandoval (Hope Sandoval & The Warm Inventions) hoeven we waarschijnlijk niet heel veel meer te verwachten dan de drie albums die tot dusver zijn verschenen, maar de vier geweldige albums van de band neemt gelukkig niemand ons meer af. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mazzy Star - Among My Swan (1996) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mazzy Star - Among My Swan (1996)
Mazzy Star maakte helaas slechts vier albums, maar het zijn wel albums van een bijzonder hoog niveau, met het behoorlijk ingetogen en zich in een laag tempo voortslepende Among My Swan als persoonlijke favoriet
Among My Swan is het derde album van de Amerikaanse band Mazzy Star en volgens de critici het minste album van de band rond David Roback en Hope Sandoval. Persoonlijk vind ik het echter het beste album, want juist in de zich wat langzamer voortslepende en wat meer ingetogen en folky tracks is Mazzy Star wat mij betreft op haar best. Among My Swan is een album vol prachtig gitaarwerk en een album vol fraai ingekleurde songs, maar het is de buitengewoon zwoele en verleidelijke stem van Hope Sandoval die het album het unieke en uit duizenden herkenbare Mazzy Star geluid geeft. De band maakte helaas maar vier albums, maar wel vier zeer memorabele albums, waaronder het benevelende Among My Swan.
Ik noem de Amerikaanse band Mazzy Star op de krenten uit de pop met enige regelmaat een van mijn favoriete bands aller tijden. Dat kreeg de band uit Santa Monica, California, voor elkaar met slechts vier albums, die ik stuk voor stuk koester.
Mazzy Star ontstond aan het eind van de jaren 80 toen zangeres Hope Sandoval, deel uit ging maken van de cultband Opal, de band van de Amerikaanse muzikant David Roback. Opal werd al snel Mazzy Star en in 1990 debuteerde de band met het prachtige She Hangs Brightly, dat zeer positief werd ontvangen door met name de alternatieve muziekpers.
Het debuutalbum van Mazzy Star werd in 1993 gevolgd door So Tonight That I Might See en in 1996 door Among My Swan, waarna het lang stil werd rond de Amerikaanse band. Mazzy Star keerde pas in 2013 terug met Seasons Of Your Day, maar de band zou helaas bleven steken op vier studioalbums. In 2020 overleed David Roback waarmee definitief het doek viel voor Mazzy Star.
Alle vier de albums van Mazzy Star zijn me zeer dierbaar. So Tonight That I Might See wordt over het algemeen gezien als het meesterwerk van Mazzy Star, maar mijn lievelingsalbum van de band is het in 1996 verschenen Among My Swan. Among My Swan is het meest ingetogen album van Mazzy Star en ook het album met het laagste tempo. De meningen over het album zijn verdeeld, maar zelf vind ik dat de combinatie van invloeden uit de folk en psychedelica, het fraaie gitaarspel van David Roback en de zwoele vocalen van Hope Sandoval op Among My Swan het mooist en meest indringend samen komen. \
Among My Swan opent prachtig met Disappear dat alle ingrediënten van het Mazzy Star geluid bevat. Disappear heeft een laag gruizige gitaren, er zijn de wat psychedelische en bluesy gitaarakkoorden, de ritmesectie speelt in een benevelend laag tempo, de belletjes vliegen je om de oren en natuurlijk is er de zo verleidelijke stem van Hope Sandoval, die je langzaam in slaap sust, maar die je ook buitengewoon zwoel toefluistert. Het is vier minuten pure pracht, maar het is ook slechts de opmaat naar nog veel meer moois.
Among My Swan gaat verder met Flowers In December, een volgende Mazzy Star parel met akoestische gitaren, viool en mondharmonica en natuurlijk de onweerstaanbare stem van Hope Sandoval. Among My Swan is volgens velen het zwakste album van Mazzy Star, maar daar begrijp ik niets van. Het album mist misschien de dynamiek die op het debuutalbum het best te horen was, maar de songs op het derde album van Mazzy Star zijn stuk voor stuk wonderschoon.
De ingetogen en zich vooral langzaam voortslepende klanken voorzien het album van een heerlijk dromerige sfeer, het gitaarwerk is echt prachtig en juist in de wat soberder ingekleurde en vooral folky klinkende songs zingt Hope Sandoval de sterren van de hemel. Among My Swan is een album waarop de hoogtepunten elkaar in rap tempo opvolgen, want iedere song heeft wel wat bijzonders, al zijn de details vaak subtiel. Among My Swan staat bekend als een wat slaperig album, maar in flink wat songs kunnen de gitaren behoorlijk los gaat en ook de ritmesectie tekent hier en daar voor voldoende dynamiek.
Het blijft doodzonde dat Mazzy Star is blijven steken op vier albums en ook van het soloproject van Hope Sandoval (Hope Sandoval & The Warm Inventions) hoeven we waarschijnlijk niet heel veel meer te verwachten dan de drie albums die tot dusver zijn verschenen, maar de vier geweldige albums van de band neemt gelukkig niemand ons meer af. Erwin Zijleman
Mdou Moctar - Afrique Victime (2021)

4,0
1
geplaatst: 23 mei 2021, 10:03 uur
Volledige recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mdou Moctar - Afrique Victime - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Afrikaanse muzikant Mdou Moctar vindt aansluiting bij de smaakmakers binnen de “woestijnblues” met een meeslepend en bezwerend album dat ook nog eens uitblinkt door geweldig gitaarwerk
De muziek van de uit Niger afkomstige Mdou Moctar was me tot dusver ontgaan, maar het deze week verschenen Afrique Victime is echt een geweldig album. Het is een album vol met de woestijnblues zoals die ook door een band als Tinariwen wordt gemaakt. Het is muziek vol verwijzingen naar de muzikale tradities van de Tuareg en het is muziek vol geweldige spanningsbogen en bijna hypnotiserende passages. Bij woestijnblues hoort geweldig gitaarwerk en daar weet Mdou Moctar wel raad mee, want hij strooit met geweldige akkoorden en fenomenale solo’s. Liefhebbers van het genre hebben er met Afrique Victime van Mdou Moctar een topalbum bij.
De krenten uit de pop: Mdou Moctar - Afrique Victime - dekrentenuitdepop.blogspot.com
De Afrikaanse muzikant Mdou Moctar vindt aansluiting bij de smaakmakers binnen de “woestijnblues” met een meeslepend en bezwerend album dat ook nog eens uitblinkt door geweldig gitaarwerk
De muziek van de uit Niger afkomstige Mdou Moctar was me tot dusver ontgaan, maar het deze week verschenen Afrique Victime is echt een geweldig album. Het is een album vol met de woestijnblues zoals die ook door een band als Tinariwen wordt gemaakt. Het is muziek vol verwijzingen naar de muzikale tradities van de Tuareg en het is muziek vol geweldige spanningsbogen en bijna hypnotiserende passages. Bij woestijnblues hoort geweldig gitaarwerk en daar weet Mdou Moctar wel raad mee, want hij strooit met geweldige akkoorden en fenomenale solo’s. Liefhebbers van het genre hebben er met Afrique Victime van Mdou Moctar een topalbum bij.
Mdou Moctar - Funeral for Justice (2024)

4,0
0
geplaatst: 3 januari 2025, 22:03 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mdou Moctar - Funeral For Justice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mdou Moctar - Funeral For Justice
Mdou Moctar heeft met zijn album Funeral For Justice heel veel aansprekende jaarlijstjes gehaald en dat is alleen al vanwege het behoorlijk stevige gitaarwerk op het album volkomen terecht
Ik had in 2024 wat minder met woestijnblues dan in de jaren er voor en dat was de belangrijkste reden dat ik Funeral For Justice van Mdou Moctar heb laten liggen. Nadat ik het album zag opduiken in nogal wat jaarlijstjes heb ik het nog een keer opnieuw geprobeerd met het album van de muzikant uit Niger en dit keer viel het kwartje wel. Funeral For Justice is een album dat past in het hokje woestijnblues, maar het is wel woestijnblues van het stevige soort. Het gitaarwerk op het album had niet misstaan op een gemiddeld hardrock album, maar het is ook geweldig gitaarwerk dat het album van Mdou Moctar voorziet van heel veel kracht en energie.
In heel veel jaarlijstjes kom ik het album Funeral For Justice van Mdou Moctar tegen. Het is een album dat ik ook meerdere keren heb overwogen, maar ik gaf telkens de voorkeur aan andere albums. Het is op zich bijzonder, want ik was in 2021 wel heel enthousiast over Afrique Victime, het vorige album van de muzikant uit Niger. Het is een album dat ik roemde vanwege de hoge spanningsbogen en vooral vanwege het werkelijk geweldige gitaarwerk, dat de woestijnblues van Mdou Moctar net dat beetje extra gaf om op te vallen.
Ook Funeral For Justice maakt makkelijk indruk met het wervelende gitaarwerk van de muzikant uit Niger, dus aan de kwaliteit van het album heeft het niet gelegen. Ik was misschien wel wat uitgekeken op het genre, dat de afgelopen jaren flink is uitgedijd en ook wel wat gelijkvormig begon te klinken. De liefde voor de woestijnblues werd vorige week echter weer aangewakkerd door het album van Aziza Brahim, waarna ik toch ook weer ben gaan luisteren naar het laatste album van Mdou Moctar, dat overigens over een kleine twee maanden alweer een opvolger krijgt met Tears Of Injustice, dat alternatieve versies van de songs op het Funeral For Justice bevat.
Eerst echter aandacht voor Funeral For Justice, dat afgelopen voorjaar werd bedolven onder de uiterst positieve recensies. De critici waren het album vorige maand nog niet vergeten, waardoor Mdou Moctar een vaste gast was in heel veel jaarlijstjes. In de herkansing begrijp ik dat wel, want Funeral For Justice is een album met heel veel energie.
Die energie komt in eerste instantie vooral van het gitaarwerk, dat behoorlijk stevig is. Als je de muzikant uit Niger te keer hoort gaan in de openingstrack van zijn album zou ik de muziek van Mdou Moctar eerder woestijnhardrock dan woestijnblues noemen. Voor het gitaarwerk in de openingstrack zou menig hardrockgitarist uit de jaren 70 zich niet geschaamd hebben en dat geldt voor het overgrote deel van het gitaarwerk op Funeral For Justice dat heerlijk uit de bocht vliegt.
Omdat ook het bas en drumwerk stevig is aangezet komt er een ongelooflijke hoeveelheid power uit de speakers. Dat Mdou Moctar uit Niger komt hoor je eigenlijk vooral in de zang, die het album toch weer de Sahara in sleurt. Wanneer het gitaarwerk wat meer ingetogen is en de ritmes wat bezwerender kruipt Mdou Moctar weer wat dichter tegen de woestijnblues aan zoals die vijfentwintig jaar geleden werd geïntroduceerd door Tinariwen, maar door de veel stevigere songs heeft Funeral For Justice ruim voldoende onderscheidend vermogen.
Ik vond woestijnblues altijd muziek voor de zomer, maar het nieuwe album van Mdou Moctar biedt ook flink wat tegenwicht aan de grauwe, stormachtige en regenachtige dagen van het moment, waardoor er even ruimte is om te fantaseren over hoge temperaturen en broeierige momenten.
Omdat de meeste instrumenten op Funeral For Justice behoorlijk zwaar zijn aangezet en ook de zang op het album vooral intens is, kan de muziek van Mdou Moctar overkomen als een ondoordringbare muur van geluid, maar ik hoor ook wel degelijk de nuance op het album. Die nuance gaan we nog beter horen op Tears Of Injustice dat unplugged versies van de songs op Funeral For Justice laat horen. Ik ben heel benieuwd. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Mdou Moctar - Funeral For Justice - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mdou Moctar - Funeral For Justice
Mdou Moctar heeft met zijn album Funeral For Justice heel veel aansprekende jaarlijstjes gehaald en dat is alleen al vanwege het behoorlijk stevige gitaarwerk op het album volkomen terecht
Ik had in 2024 wat minder met woestijnblues dan in de jaren er voor en dat was de belangrijkste reden dat ik Funeral For Justice van Mdou Moctar heb laten liggen. Nadat ik het album zag opduiken in nogal wat jaarlijstjes heb ik het nog een keer opnieuw geprobeerd met het album van de muzikant uit Niger en dit keer viel het kwartje wel. Funeral For Justice is een album dat past in het hokje woestijnblues, maar het is wel woestijnblues van het stevige soort. Het gitaarwerk op het album had niet misstaan op een gemiddeld hardrock album, maar het is ook geweldig gitaarwerk dat het album van Mdou Moctar voorziet van heel veel kracht en energie.
In heel veel jaarlijstjes kom ik het album Funeral For Justice van Mdou Moctar tegen. Het is een album dat ik ook meerdere keren heb overwogen, maar ik gaf telkens de voorkeur aan andere albums. Het is op zich bijzonder, want ik was in 2021 wel heel enthousiast over Afrique Victime, het vorige album van de muzikant uit Niger. Het is een album dat ik roemde vanwege de hoge spanningsbogen en vooral vanwege het werkelijk geweldige gitaarwerk, dat de woestijnblues van Mdou Moctar net dat beetje extra gaf om op te vallen.
Ook Funeral For Justice maakt makkelijk indruk met het wervelende gitaarwerk van de muzikant uit Niger, dus aan de kwaliteit van het album heeft het niet gelegen. Ik was misschien wel wat uitgekeken op het genre, dat de afgelopen jaren flink is uitgedijd en ook wel wat gelijkvormig begon te klinken. De liefde voor de woestijnblues werd vorige week echter weer aangewakkerd door het album van Aziza Brahim, waarna ik toch ook weer ben gaan luisteren naar het laatste album van Mdou Moctar, dat overigens over een kleine twee maanden alweer een opvolger krijgt met Tears Of Injustice, dat alternatieve versies van de songs op het Funeral For Justice bevat.
Eerst echter aandacht voor Funeral For Justice, dat afgelopen voorjaar werd bedolven onder de uiterst positieve recensies. De critici waren het album vorige maand nog niet vergeten, waardoor Mdou Moctar een vaste gast was in heel veel jaarlijstjes. In de herkansing begrijp ik dat wel, want Funeral For Justice is een album met heel veel energie.
Die energie komt in eerste instantie vooral van het gitaarwerk, dat behoorlijk stevig is. Als je de muzikant uit Niger te keer hoort gaan in de openingstrack van zijn album zou ik de muziek van Mdou Moctar eerder woestijnhardrock dan woestijnblues noemen. Voor het gitaarwerk in de openingstrack zou menig hardrockgitarist uit de jaren 70 zich niet geschaamd hebben en dat geldt voor het overgrote deel van het gitaarwerk op Funeral For Justice dat heerlijk uit de bocht vliegt.
Omdat ook het bas en drumwerk stevig is aangezet komt er een ongelooflijke hoeveelheid power uit de speakers. Dat Mdou Moctar uit Niger komt hoor je eigenlijk vooral in de zang, die het album toch weer de Sahara in sleurt. Wanneer het gitaarwerk wat meer ingetogen is en de ritmes wat bezwerender kruipt Mdou Moctar weer wat dichter tegen de woestijnblues aan zoals die vijfentwintig jaar geleden werd geïntroduceerd door Tinariwen, maar door de veel stevigere songs heeft Funeral For Justice ruim voldoende onderscheidend vermogen.
Ik vond woestijnblues altijd muziek voor de zomer, maar het nieuwe album van Mdou Moctar biedt ook flink wat tegenwicht aan de grauwe, stormachtige en regenachtige dagen van het moment, waardoor er even ruimte is om te fantaseren over hoge temperaturen en broeierige momenten.
Omdat de meeste instrumenten op Funeral For Justice behoorlijk zwaar zijn aangezet en ook de zang op het album vooral intens is, kan de muziek van Mdou Moctar overkomen als een ondoordringbare muur van geluid, maar ik hoor ook wel degelijk de nuance op het album. Die nuance gaan we nog beter horen op Tears Of Injustice dat unplugged versies van de songs op Funeral For Justice laat horen. Ik ben heel benieuwd. Erwin Zijleman
Meadowlake - Wait for Me (2020)

4,5
3
geplaatst: 4 december 2020, 17:11 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meadowlake - Wait For Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Meadowlake - Wait For Me
De Groningse band Meadowlake wilde haar tweede album eigenlijk in de zomer uitbrengen, maar komt nu met een werkelijk wonderschone soundtrack voor koude en donkere winteravonden
Het debuut van Meadowlake was ruim twee jaar geleden een aangename verrassing, maar het onlangs verschenen Wait For Me is nog veel mooier. Ook dit keer grossiert de Groningse band in prachtige klanken, in lome en dromerige songs, maar ook in songs die de fantasie prikkelen. Geweldig gitaarwerk vloeit steeds prachtig samen met stemmige synths en met zachte stemmen die al even mooi in elkaar over vloeien. De ritmesectie voegt wat avontuur toe en houdt het tweede album van Meadowlake spannend. De Groningse band is gegroeid en laat zich niet meer zo makkelijk in een hokje duwen of vergelijken. Het levert een album op dat in brede kring gehoord moet worden.
Een paar weken geleden verscheen het tweede album van de uit Groningen afkomstige band Meadowlake. Het album is helaas nog niet op Spotify te beluisteren, maar toen eerder deze week de release op vinyl werd aangekondigd vond ik het toch echt de hoogste tijd om stil te staan bij Wait For Me, het tweede album van de band.
Meadowlake maakte bijna tweeënhalf jaar geleden op haar titelloze debuutalbum diepe indruk met invloeden uit zowel de dreampop als de shoegaze en boven alles met wonderschone klanken. Die wonderschone klanken komen ook bij beluistering van Wait For Me vrijwel onmiddellijk uit de speakers.
Meadowlake nam haar tweede album op in een Frans landhuis en dacht aan een release in de zomer, maar de coronapandemie gooide roet in het eten. Diezelfde pandemie zette ook een streep door de albumpresentatie in november, maar wat mij betreft heeft Meadowlake het juiste moment gekozen voor de release van haar tweede album. Wait For Me is immers een album dat ik zeker niet associeer met zonnestralen en warmte, maar juist met de donkere en koude dagen van het moment.
Op Wait For Me borduurt Meadowlake voort op het geluid van het debuut, maar het klinkt allemaal nog wat mooier en dromeriger, wat deels de verdienste is van de prachtige productie van Minco Eggersman. Direct in de openingstrack benevelt Wait For Me je met atmosferische klanken, wonderschone gitaarlijnen, speelse ritmes en zachte en dromerige mannen en vrouwen vocalen.
Het is een openingstrack die je direct overtuigt van de kwaliteiten van Meadowlake en vervolgens wil je alleen maar wegdromen bij het fraaie geluid van de band. Ondertussen is het zaak om goed te blijven luisteren, want wat gebeurt er veel moois in de muziek van de Nederlandse band.
Het gitaarwerk is geweldig, maar ook de keyboards en diepe bassen tillen het geluid van Meadowlake tot grote hoogten op, terwijl het speelse drumwerk absoluut een eervolle vermelding verdient. Meadowlake sluit nog steeds aan bij genres als dreampop, shoegaze en slowcore, maar heeft toch ook een duidelijk eigen geluid dat invloeden uit meerdere genres heeft verwerkt in een wonderschoon geheel dat vooral klinkt als Meadowlake.
Wait For Me is een album waar de scherpe kantjes voor een belangrijk deel van af zijn gevijld, maar het tweede album van Meadowlake vervalt ondanks het dromerige karakter en de mooie klanken nooit in gezapigheid. Daarvoor is de muziek van de band te mooi en toch ook te spannend. In de meest ingetogen tracks heb ik hier en daar voorzichtige associaties met de muziek van The Dream Academy, wiens debuut ik jarenlang gekoesterd heb, maar dat klonk nog wel flink wat zoeter en bovendien kan Meadowlake het tempo ook opvoeren en wat ruwer klinken, met hier en daar een vleugje postpunk of andere invloeden uit de 80s.
Door het inventieve drumwerk houdt Meadowlake er ondanks het lage tempo de vaart in en trekken tien songs uiteindelijk net wat te snel aan je voorbij. Te snel, omdat er zoveel gebeurt in de muziek van Meadowlake dat je Wait For Me absoluut meerdere keren moet beluisteren voor alles op zijn plek valt. Het debuut van Meadowlake ontdekte ik ruim twee jaar geleden net wat te laat, maar het bijzonder fraaie Wait For Me gaat hier nog vele winteravonden op bijzonder mooie wijze inkleuren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Meadowlake - Wait For Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Meadowlake - Wait For Me
De Groningse band Meadowlake wilde haar tweede album eigenlijk in de zomer uitbrengen, maar komt nu met een werkelijk wonderschone soundtrack voor koude en donkere winteravonden
Het debuut van Meadowlake was ruim twee jaar geleden een aangename verrassing, maar het onlangs verschenen Wait For Me is nog veel mooier. Ook dit keer grossiert de Groningse band in prachtige klanken, in lome en dromerige songs, maar ook in songs die de fantasie prikkelen. Geweldig gitaarwerk vloeit steeds prachtig samen met stemmige synths en met zachte stemmen die al even mooi in elkaar over vloeien. De ritmesectie voegt wat avontuur toe en houdt het tweede album van Meadowlake spannend. De Groningse band is gegroeid en laat zich niet meer zo makkelijk in een hokje duwen of vergelijken. Het levert een album op dat in brede kring gehoord moet worden.
Een paar weken geleden verscheen het tweede album van de uit Groningen afkomstige band Meadowlake. Het album is helaas nog niet op Spotify te beluisteren, maar toen eerder deze week de release op vinyl werd aangekondigd vond ik het toch echt de hoogste tijd om stil te staan bij Wait For Me, het tweede album van de band.
Meadowlake maakte bijna tweeënhalf jaar geleden op haar titelloze debuutalbum diepe indruk met invloeden uit zowel de dreampop als de shoegaze en boven alles met wonderschone klanken. Die wonderschone klanken komen ook bij beluistering van Wait For Me vrijwel onmiddellijk uit de speakers.
Meadowlake nam haar tweede album op in een Frans landhuis en dacht aan een release in de zomer, maar de coronapandemie gooide roet in het eten. Diezelfde pandemie zette ook een streep door de albumpresentatie in november, maar wat mij betreft heeft Meadowlake het juiste moment gekozen voor de release van haar tweede album. Wait For Me is immers een album dat ik zeker niet associeer met zonnestralen en warmte, maar juist met de donkere en koude dagen van het moment.
Op Wait For Me borduurt Meadowlake voort op het geluid van het debuut, maar het klinkt allemaal nog wat mooier en dromeriger, wat deels de verdienste is van de prachtige productie van Minco Eggersman. Direct in de openingstrack benevelt Wait For Me je met atmosferische klanken, wonderschone gitaarlijnen, speelse ritmes en zachte en dromerige mannen en vrouwen vocalen.
Het is een openingstrack die je direct overtuigt van de kwaliteiten van Meadowlake en vervolgens wil je alleen maar wegdromen bij het fraaie geluid van de band. Ondertussen is het zaak om goed te blijven luisteren, want wat gebeurt er veel moois in de muziek van de Nederlandse band.
Het gitaarwerk is geweldig, maar ook de keyboards en diepe bassen tillen het geluid van Meadowlake tot grote hoogten op, terwijl het speelse drumwerk absoluut een eervolle vermelding verdient. Meadowlake sluit nog steeds aan bij genres als dreampop, shoegaze en slowcore, maar heeft toch ook een duidelijk eigen geluid dat invloeden uit meerdere genres heeft verwerkt in een wonderschoon geheel dat vooral klinkt als Meadowlake.
Wait For Me is een album waar de scherpe kantjes voor een belangrijk deel van af zijn gevijld, maar het tweede album van Meadowlake vervalt ondanks het dromerige karakter en de mooie klanken nooit in gezapigheid. Daarvoor is de muziek van de band te mooi en toch ook te spannend. In de meest ingetogen tracks heb ik hier en daar voorzichtige associaties met de muziek van The Dream Academy, wiens debuut ik jarenlang gekoesterd heb, maar dat klonk nog wel flink wat zoeter en bovendien kan Meadowlake het tempo ook opvoeren en wat ruwer klinken, met hier en daar een vleugje postpunk of andere invloeden uit de 80s.
Door het inventieve drumwerk houdt Meadowlake er ondanks het lage tempo de vaart in en trekken tien songs uiteindelijk net wat te snel aan je voorbij. Te snel, omdat er zoveel gebeurt in de muziek van Meadowlake dat je Wait For Me absoluut meerdere keren moet beluisteren voor alles op zijn plek valt. Het debuut van Meadowlake ontdekte ik ruim twee jaar geleden net wat te laat, maar het bijzonder fraaie Wait For Me gaat hier nog vele winteravonden op bijzonder mooie wijze inkleuren. Erwin Zijleman
Meadowlake - where the mountain meets the sea (2024)

4,5
0
geplaatst: 23 september 2024, 15:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meadowlake - where the mountain meets the sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Meadowlake - where the mountain meets the sea
De Nederlandse band Meadowlake liet al eerder horen dat het prachtige albums kan maken, maar op het werkelijk wonderschone where the mountain meets the sea ligt de lat nog een flink stuk hoger
Als je een album kunt opnemen in de studio van Big Thief gitarist Buck Meek is dat een kans die je niet mag laten liggen en als je er dan toch bent kun je maar het beste direct een prachtalbum maken. Het is precies wat de Groningse band Meadowlake heeft gedaan. Met where the mountain meets the sea heeft de band een album van een hier en daar ongekende schoonheid gemaakt. Die schoonheid zit in het fascinerende gitaarspel en in de dromerige zang, maar zit ook zeker in de bijzondere sfeer en spanning die de band heeft gecreëerd op het prachtige where the mountain meets the sea. Het zat Meadowlake in het verleden niet altijd mee, maar dit album mag echt niemand missen.
De Groningse band Meadowlake debuteerde in de herfst van 2018 met een mooi titelloos album. Op dit album vermengde de band op zeer fraaie wijze invloeden uit onder andere de shoegaze, dreampop, indierock en slowcore in een bijzonder sfeervol en meer dan eens dromerig geluid.
Het is een geluid dat verder werd vervolmaakt op het in de winter van 2020 voor het eerst verschenen Wait For Me. Het tijdens de coronapandemie uitgebrachte album was pas in de zomer van 2021 fysiek verkrijgbaar en is helaas niet te vinden op de streaming media platforms, waardoor het album niet de aandacht kreeg die het verdiende.
Ik was Meadowlake eerlijk gezegd al lang weer vergeten, tot het derde album van de Groningse band een paar weken geleden op de mat plofte. Ik was bij eerste beluistering direct diep onder de indruk van where the mountain meets the sea, maar inmiddels schaar ik het album onder de allermooiste albums van 2024.
Ik ben niet de enige die onder de indruk is van de Groningse band, want Meadowlake kon haar derde album opnemen in de Californische studio van Big Thief gitarist Buck Meek en zijn (Nederlandse) partner en folkmuzikante Germaine Dunes (het alter ego van Germaine van der Sanden). De twee stelden overigens niet alleen hun studio ter beschikking van de Groningse band, maar droegen ook bij aan het album.
Meadowlake is op where the mountain meets the sea uitgedund tot een trio, dat bestaat uit gitarist en zanger Jarno Olijve, bassiste en zangeres Gertine Veenstra en drummer Tjeerd Bennink. Door de wat smallere bezetting klinkt het derde album van Meadowlake wat minder vol dan zijn twee voorgangers, maar het is wat mij betreft een heel mooi voorbeeld van “less is more”.
De muziek op where the mountain meets the sea wordt vooral gevuld door de gitaren van Jarno Olijve. Deze gitaren klinken soms stevig en gruizig, maar op het nieuwe album van Meadowlake domineren de bijzondere en opvallend mooie gitaarakkoorden, die de ene keer melodieus en de andere keer tegendraads of repeterend zijn. De gitaren worden gecombineerd met de inventief spelende ritmesectie, die het tempo hier en daar wat opvoert en zorgt voor een bijzondere dynamiek in het geluid van de band.
Die dynamiek wordt versterkt door de bijzondere onderhuidse spanning die wordt opgebouwd in de songs op het album. Echt tot uitbarsting komt het nooit en de meeste songs op where the mountain meets the sea zijn zelfs behoorlijk ingetogen, maar toch slaagt Meadowlake er in om keer op keer een bijzondere spanning op te bouwen in haar songs.
De zang van Jarno Olijve is ook dit keer vooral zacht, wat de muziek van Meadowlake voorziet van een dromerig karakter. De dromerige sfeer op het album wordt nog wat verder versterkt door de fluisterzachte zang van Gertine Veenstra, die met subtiele bijdragen een maximaal effect sorteert en de zang van Jarno Olijve werkelijk prachtig ondersteunt.
Door de beperkte studiotijd nam Meadowlake haar nieuwe album live op in de studio, wat de intensiteit en de intimiteit van de songs op where the mountain meets the sea heeft versterkt. Het is allemaal prachtig vastgelegd door de zeer ervaren Philip Weinrobe (Indigo Sparke, Adrianne Lenker, Tomberlin, Florist), die tekende voor de mix.
Het nieuwe album van Meadowlake bevat tien songs en de een is nog mooier en indringender dan de ander en iedere keer als ik naar dit album luister maakt het nog wat meer indruk en stijg het album nog wat verder door in mijn voorlopig nog virtuele jaarlijstje.
Meadowlake maakte al twee uitstekende albums, maar met where the mountain meets the sea heeft de Groningse band een waar kunststukje met internationale allure afgeleverd. Laten we hopen dat de band dit keer wel het podium krijgt dat het al jaren verdient. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Meadowlake - where the mountain meets the sea - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Meadowlake - where the mountain meets the sea
De Nederlandse band Meadowlake liet al eerder horen dat het prachtige albums kan maken, maar op het werkelijk wonderschone where the mountain meets the sea ligt de lat nog een flink stuk hoger
Als je een album kunt opnemen in de studio van Big Thief gitarist Buck Meek is dat een kans die je niet mag laten liggen en als je er dan toch bent kun je maar het beste direct een prachtalbum maken. Het is precies wat de Groningse band Meadowlake heeft gedaan. Met where the mountain meets the sea heeft de band een album van een hier en daar ongekende schoonheid gemaakt. Die schoonheid zit in het fascinerende gitaarspel en in de dromerige zang, maar zit ook zeker in de bijzondere sfeer en spanning die de band heeft gecreëerd op het prachtige where the mountain meets the sea. Het zat Meadowlake in het verleden niet altijd mee, maar dit album mag echt niemand missen.
De Groningse band Meadowlake debuteerde in de herfst van 2018 met een mooi titelloos album. Op dit album vermengde de band op zeer fraaie wijze invloeden uit onder andere de shoegaze, dreampop, indierock en slowcore in een bijzonder sfeervol en meer dan eens dromerig geluid.
Het is een geluid dat verder werd vervolmaakt op het in de winter van 2020 voor het eerst verschenen Wait For Me. Het tijdens de coronapandemie uitgebrachte album was pas in de zomer van 2021 fysiek verkrijgbaar en is helaas niet te vinden op de streaming media platforms, waardoor het album niet de aandacht kreeg die het verdiende.
Ik was Meadowlake eerlijk gezegd al lang weer vergeten, tot het derde album van de Groningse band een paar weken geleden op de mat plofte. Ik was bij eerste beluistering direct diep onder de indruk van where the mountain meets the sea, maar inmiddels schaar ik het album onder de allermooiste albums van 2024.
Ik ben niet de enige die onder de indruk is van de Groningse band, want Meadowlake kon haar derde album opnemen in de Californische studio van Big Thief gitarist Buck Meek en zijn (Nederlandse) partner en folkmuzikante Germaine Dunes (het alter ego van Germaine van der Sanden). De twee stelden overigens niet alleen hun studio ter beschikking van de Groningse band, maar droegen ook bij aan het album.
Meadowlake is op where the mountain meets the sea uitgedund tot een trio, dat bestaat uit gitarist en zanger Jarno Olijve, bassiste en zangeres Gertine Veenstra en drummer Tjeerd Bennink. Door de wat smallere bezetting klinkt het derde album van Meadowlake wat minder vol dan zijn twee voorgangers, maar het is wat mij betreft een heel mooi voorbeeld van “less is more”.
De muziek op where the mountain meets the sea wordt vooral gevuld door de gitaren van Jarno Olijve. Deze gitaren klinken soms stevig en gruizig, maar op het nieuwe album van Meadowlake domineren de bijzondere en opvallend mooie gitaarakkoorden, die de ene keer melodieus en de andere keer tegendraads of repeterend zijn. De gitaren worden gecombineerd met de inventief spelende ritmesectie, die het tempo hier en daar wat opvoert en zorgt voor een bijzondere dynamiek in het geluid van de band.
Die dynamiek wordt versterkt door de bijzondere onderhuidse spanning die wordt opgebouwd in de songs op het album. Echt tot uitbarsting komt het nooit en de meeste songs op where the mountain meets the sea zijn zelfs behoorlijk ingetogen, maar toch slaagt Meadowlake er in om keer op keer een bijzondere spanning op te bouwen in haar songs.
De zang van Jarno Olijve is ook dit keer vooral zacht, wat de muziek van Meadowlake voorziet van een dromerig karakter. De dromerige sfeer op het album wordt nog wat verder versterkt door de fluisterzachte zang van Gertine Veenstra, die met subtiele bijdragen een maximaal effect sorteert en de zang van Jarno Olijve werkelijk prachtig ondersteunt.
Door de beperkte studiotijd nam Meadowlake haar nieuwe album live op in de studio, wat de intensiteit en de intimiteit van de songs op where the mountain meets the sea heeft versterkt. Het is allemaal prachtig vastgelegd door de zeer ervaren Philip Weinrobe (Indigo Sparke, Adrianne Lenker, Tomberlin, Florist), die tekende voor de mix.
Het nieuwe album van Meadowlake bevat tien songs en de een is nog mooier en indringender dan de ander en iedere keer als ik naar dit album luister maakt het nog wat meer indruk en stijg het album nog wat verder door in mijn voorlopig nog virtuele jaarlijstje.
Meadowlake maakte al twee uitstekende albums, maar met where the mountain meets the sea heeft de Groningse band een waar kunststukje met internationale allure afgeleverd. Laten we hopen dat de band dit keer wel het podium krijgt dat het al jaren verdient. Erwin Zijleman
Meat Loaf - Bat Out of Hell (1977)

5,0
1
geplaatst: 19 november 2023, 20:44 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meat Loaf - Bat Out Of Hell (1977) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Meat Loaf - Bat Out Of Hell (1977)
Bat Out Of Hell van Meat Loaf was in 1977, het jaar van de punk, het bestverkochte album, deed alles wat de punk zo verafschuwde, maar staat meer dan 45 jaar na de oorspronkelijke release nog altijd als een huis
De single Paradise By The Dashboard Light maakte van Meat Loaf een wereldster, maar zijn debuutalbum Bat Out Of Hell heeft veel meer te bieden dan de zo succesvolle single. Bat Out Of Hell is dankzij de songs en arrangementen van Jim Steinman en de productie van Todd Rundgren een zwaar aangezet of zelfs pompeus album, maar het is ook een geweldig rockalbum, waarop ik pas veel later de vele invloeden van Bruce Springsteen en zijn E-Street Band hoorde. Het is bijzonder dat juist dit album in het jaar van de punk zo succesvol was, maar iedereen die Meat Loaf’s Bat Out Of Hell destijds afschilderde als een achterhaalde rockdinosaurus moet zeker nog eens naar het album luisteren.
1977 is in de geschiedenisboeken van de popmuziek terecht gekomen als het jaar van de punk. Het is een jaar waarin de popmuziek een aantal grote veranderingen doormaakte die tot op de dag van vandaag invloed hebben.
Het belang van de punk is overigens niet terug te zien in de lijst met de meest verkochte albums van het betreffende jaar. De inmiddels legendarische debuutalbums van The Sex Pistols en The Clash bungelen in de lagere regionen van deze lijst met ongeveer 1 miljoen verkochte albums. Het is nog altijd een respectabel aantal, maar ver verwijderd van Rumours van Fleetwood Mac en de soundtrack van Saturday Night Fever, die in tientallen miljoenen over de toonbank gingen.
Het album dat de lijst over 1977 aanvoert met 43 miljoen verkochte albums, is een album dat alles heeft waar de punk zich zo tegen afzette. Het gaat om Bat Out Of Hell van Meat Loaf. Het is een album dat zijn status voor een belangrijk deel dankt aan de ruim acht minuten durende single Paradise By The Dashboard Light, maar ook een aantal andere tracks op het album groeide uit tot klassieker.
Zelf had ik in 1977 als dertienjarige niet zo heel veel met de opkomende punk en luisterde ik vooral naar pompeuze hardrock en nog pompeuzere symfonische rock. Bat Out Of Hell ging er daarom in als koek, want het best verkochte album van 1977 is pompeus in de overtreffende trap.
Marvin Lee Aday formeerde Meat Loaf al aan het eind van de jaren 60 en trok genoeg aandacht om een plek in de musical Hair te krijgen. Samen met Hair collega Stoney maakte hij een album als Stoney & Meat Loaf, maar het echte succes kwam toen hij bij een andere musical Jim Steinman tegen het lijf liep. Steinman werkte aan een rockopera en vond in Meat Loaf de juiste kompaan, wat uiteindelijk resulteerde in Bat Out Of Hell.
De combinatie van de pompeuze songs en arrangementen van Jim Steinman, de krachtige stem van Marvin Lee Aday en de fantastische productie van Todd Rundgren leverden een album op dat in 1977 zorgde voor een muzikale aardverschuiving. Wanneer je met de oren van nu naar Bat Out Of Hell luistert, hoor je overigens goed waar Jim Steinman zijn inspiratie vond.
In muzikaal opzicht is Bat Out Of Hell zeer stevig geïnspireerd door de muziek van Springsteen’s E-Street Band (fun fact: zowel E-Street pianist Roy Bittan als drummer Max Weinberg zijn op het album te horen). Ook in tekstueel opzicht leunt Bat Out Of Hell op de verhalen van Bruce Springsteen, maar Jim Steinman deed er in muzikaal en tekstueel opzicht een flinke schep bovenop. Marvin Lee Aday deed dit, samen met zangeres Ellen Foley, in vocaal opzicht, waarna Todd Rundgren het af maakte met de productie, die ook ruim 45 jaar later nog fantastisch klinkt.
Natuurlijk is het album hier en daar compleet over de top, maar Bat Out Of Hell bevat ook een serie geweldige songs en wat worden ze gloedvol uitgevoerd. Wanneer ik nu kijk naar de albums uit 1977, waardeer ik ook zeker de punkalbums die ik destijds niet kon waarderen zeer, maar ook Bat Out Of Hell heeft nog een bijzonder plekje in mijn hart.
Marvin Lee Aday en Jim Steinman maakten ook nog het redelijk geslaagde Bat Out Of Hell II en het minder interessante Bat Out Of Hell III en Meat Loaf maakte ook nog flink wat albums zonder Jim Steinman, maar het album uit 1977 blijft toch ongeëvenaard. Ook een ieder die het album in 1977 haatte of alleen Paradise By The Dashboard Light kent zou er eens naar moeten luisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Meat Loaf - Bat Out Of Hell (1977) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Meat Loaf - Bat Out Of Hell (1977)
Bat Out Of Hell van Meat Loaf was in 1977, het jaar van de punk, het bestverkochte album, deed alles wat de punk zo verafschuwde, maar staat meer dan 45 jaar na de oorspronkelijke release nog altijd als een huis
De single Paradise By The Dashboard Light maakte van Meat Loaf een wereldster, maar zijn debuutalbum Bat Out Of Hell heeft veel meer te bieden dan de zo succesvolle single. Bat Out Of Hell is dankzij de songs en arrangementen van Jim Steinman en de productie van Todd Rundgren een zwaar aangezet of zelfs pompeus album, maar het is ook een geweldig rockalbum, waarop ik pas veel later de vele invloeden van Bruce Springsteen en zijn E-Street Band hoorde. Het is bijzonder dat juist dit album in het jaar van de punk zo succesvol was, maar iedereen die Meat Loaf’s Bat Out Of Hell destijds afschilderde als een achterhaalde rockdinosaurus moet zeker nog eens naar het album luisteren.
1977 is in de geschiedenisboeken van de popmuziek terecht gekomen als het jaar van de punk. Het is een jaar waarin de popmuziek een aantal grote veranderingen doormaakte die tot op de dag van vandaag invloed hebben.
Het belang van de punk is overigens niet terug te zien in de lijst met de meest verkochte albums van het betreffende jaar. De inmiddels legendarische debuutalbums van The Sex Pistols en The Clash bungelen in de lagere regionen van deze lijst met ongeveer 1 miljoen verkochte albums. Het is nog altijd een respectabel aantal, maar ver verwijderd van Rumours van Fleetwood Mac en de soundtrack van Saturday Night Fever, die in tientallen miljoenen over de toonbank gingen.
Het album dat de lijst over 1977 aanvoert met 43 miljoen verkochte albums, is een album dat alles heeft waar de punk zich zo tegen afzette. Het gaat om Bat Out Of Hell van Meat Loaf. Het is een album dat zijn status voor een belangrijk deel dankt aan de ruim acht minuten durende single Paradise By The Dashboard Light, maar ook een aantal andere tracks op het album groeide uit tot klassieker.
Zelf had ik in 1977 als dertienjarige niet zo heel veel met de opkomende punk en luisterde ik vooral naar pompeuze hardrock en nog pompeuzere symfonische rock. Bat Out Of Hell ging er daarom in als koek, want het best verkochte album van 1977 is pompeus in de overtreffende trap.
Marvin Lee Aday formeerde Meat Loaf al aan het eind van de jaren 60 en trok genoeg aandacht om een plek in de musical Hair te krijgen. Samen met Hair collega Stoney maakte hij een album als Stoney & Meat Loaf, maar het echte succes kwam toen hij bij een andere musical Jim Steinman tegen het lijf liep. Steinman werkte aan een rockopera en vond in Meat Loaf de juiste kompaan, wat uiteindelijk resulteerde in Bat Out Of Hell.
De combinatie van de pompeuze songs en arrangementen van Jim Steinman, de krachtige stem van Marvin Lee Aday en de fantastische productie van Todd Rundgren leverden een album op dat in 1977 zorgde voor een muzikale aardverschuiving. Wanneer je met de oren van nu naar Bat Out Of Hell luistert, hoor je overigens goed waar Jim Steinman zijn inspiratie vond.
In muzikaal opzicht is Bat Out Of Hell zeer stevig geïnspireerd door de muziek van Springsteen’s E-Street Band (fun fact: zowel E-Street pianist Roy Bittan als drummer Max Weinberg zijn op het album te horen). Ook in tekstueel opzicht leunt Bat Out Of Hell op de verhalen van Bruce Springsteen, maar Jim Steinman deed er in muzikaal en tekstueel opzicht een flinke schep bovenop. Marvin Lee Aday deed dit, samen met zangeres Ellen Foley, in vocaal opzicht, waarna Todd Rundgren het af maakte met de productie, die ook ruim 45 jaar later nog fantastisch klinkt.
Natuurlijk is het album hier en daar compleet over de top, maar Bat Out Of Hell bevat ook een serie geweldige songs en wat worden ze gloedvol uitgevoerd. Wanneer ik nu kijk naar de albums uit 1977, waardeer ik ook zeker de punkalbums die ik destijds niet kon waarderen zeer, maar ook Bat Out Of Hell heeft nog een bijzonder plekje in mijn hart.
Marvin Lee Aday en Jim Steinman maakten ook nog het redelijk geslaagde Bat Out Of Hell II en het minder interessante Bat Out Of Hell III en Meat Loaf maakte ook nog flink wat albums zonder Jim Steinman, maar het album uit 1977 blijft toch ongeëvenaard. Ook een ieder die het album in 1977 haatte of alleen Paradise By The Dashboard Light kent zou er eens naar moeten luisteren. Erwin Zijleman
