MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Meg Baird - Don't Weigh Down the Light (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meg Baird - Don't Weigh Down The Light - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Meg Baird wordt nog altijd vooral geassocieerd met de psych-folk beweging van een jaar of tien geleden. Het is een associatie die haar zo langzamerhand behoorlijk in de weg zit, want sinds de aandacht voor psych-folk fors is afgenomen, is ook de interesse voor het werk van Meg Baird helaas tot een minimum gereduceerd. Hierdoor wordt er niet heel druk gedaan over het onlangs verschenen Don't Weigh Down The Light en dat is jammer.

Meg Baird schitterde ooit in het zeer geprezen Espers (toch één van de smaakmakers van de psych-folk), maar ook de twee soloplaten die ze uitbracht waren van een zeer hoog niveau (Dear Companion haalde in 2007 zelfs mijn jaarlijstje). Dat hoge niveau haalt ze ook weer op haar nieuwe plaat, die ze overigens samen met gitarist Charles Saufle maakte.

Meg Baird bespeelde dit keer zelf de meeste instrumenten, schreef alle songs en bepaalt met haar fraaie vocalen uiteraard voor een belangrijk deel het geluid van Don't Weigh Down The Light. Het is een geluid dat inmiddels herkenbaar is.

Op de nieuwe plaat van Meg Baird domineert authentiek klinkende en voornamelijk akoestische folk. Hier en daar duiken wat extra instrumenten op en hier en daar voegt Meg Baird psychedelische accenten toen aan haar muziek, maar meestal kiest ze voor uiterst ingetogen folksongs die je mee terug nemen naar de Britse folk uit de jaren 70.

Don't Weigh Down The Light is zo ingetogen en gebruikt bovendien zo vaak hetzelfde recept dat de variatie wel wat ontbreekt op de nieuwe plaat van Meg Baird. Persoonlijk vind ik dat niet zo erg, al duurde het even voor ik dat door had. Bovendien is de plaat gevarieerder dan op het eerste oor het geval lijkt.

De songs van Meg Baird moeten het niet hebben van hun toegankelijkheid en zijn vooral in staat om een prachtige, bijna serene en rustgevende sfeer neer te zetten. Don't Weigh Down The Light laat zich beluisteren als een serie uiterst ingetogen en vrijwel zonder uitzondering wonderschone folksongs, maar het is net zo goed en bijna hypnotiserende luistertrip die ruim drie kwartier duurt en drie kwartier de aandacht weet vast te houden.

Ik geef eerlijk toe dat het mij in eerste instantie net wat te eentonig was, maar nadat ik de plaat een keer met de koptelefoon had beluisterd was ik om. De instrumentatie op Don't Weigh Down The Light blijkt uiterst subtiel, maar ook veelzijdiger dan je op het eerste gehoor zult vermoeden, waarbij met name het gitaarwerk indruk maakt. Dat gitaarwerk is als basis vaak akoestisch, maar het elektrische gitaarwerk dat wordt gebruikt om de songs van Meg Baird subtiel in te kleuren is een stuk indrukwekkender. Ook in vocaal opzicht is de plaat overigens een stuk gevarieerder dan je op het eerste gehoor zult vermoeden, zeker wanneer Meg Baird de folk tijdelijk verruild voor klanken die herinneren aan de fameuze Cocteau Twins.

Don't Weigh Down The Light van Meg Baird is voor mij zeker geen plaat voor alle momenten, maar er zijn steeds meer momenten waarop Meg Baird me weet te betoveren en veroveren met haar intense, maar ook knap in elkaar stekende folksongs. Don't Weigh Down The Light is een bijzonder mooie plaat van een singer-songwriter die vanwege de ondergang van de psych-folk al door menigeen is afgeschreven, maar nu minstens net zo goed of zelfs beter is dan in de jaren dat ze wel in brede kring werd bejubeld. Erwin Zijleman

Meg Baird - Furling (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meg Baird - Furling - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Meg Baird - Furling
Na een paar jaar stilte keert de Amerikaanse muzikante Meg Baird terug met een werkelijk prachtig folkalbum, dat in muzikaal opzicht veel indruk maakt, maar dat in vocaal opzicht imponeert

Furling van Meg Baird opent met een lange instrumentale track, die mooi is, maar waarin de unieke stem van de Amerikaanse muzikante gemist wordt. Deze stem schittert gelukkig wel op de rest van het album. Furling is een mooi ingekleurd folkalbum, dat uiteenlopende invloeden uit het genre verwerkt. Meg Baird neemt je meer dan eens mee terug naar het verre verleden, maar Furling is op andere momenten ook niet ver verwijderd van indiefolk albums van het moment, al blijft de stem van de Amerikaanse muzikante er een die herinnert aan de groten uit het verleden. Meg Baird is misschien wat in de vergetelheid geraakt, maar met dit album zet ze zichzelf weer nadrukkelijk op de kaart.

Het is best lang stil geweest rond de Amerikaanse muzikante Meg Baird. Haar tot voor kort laatste wapenfeit was immers het eind 2018 uitgebrachte Ghost Forests, dat ze samen maakte met de eveneens Amerikaanse muzikante Mary Lattimore. Het is niet het meest toegankelijke en zeker ook niet het meest representatieve album in het oeuvre van Meg Baird, die met Dear Companion (2007), Seasons On Earth (2011) en Don't Weigh Down The Light (2015) drie prachtige albums afleverde.

Het zijn albums waarop Meg Baird zich een veelzijdig folkie toonde door afwisselend invloeden uit de Laurel Canyon folk, traditionele Britse en Amerikaanse folk en indiefolk te verwerken, terwijl ook invloeden uit de psych-folk nooit ver weg waren. Dat laatste is niet zo gek, want Meg Baird maakte een aantal jaren deel uit van de band Espers, die in het eerste decennium van dit millennium drie uitstekende psych-folk albums afleverde, en de Amerikaanse muzikante maakte bovendien deel uit van de psychedelische supergroep Heron Oblivion.

Deze week keert Meg Baird terug met haar vierde soloalbum, Furling. Het is een album dat wat atypisch opent met een ruim zes minuten durende instrumentale track. Het is een track met sprookjesachtige klanken en een wat psychedelisch aandoende sfeer, waaraan Meg Baird in vocaal opzicht slechts wat klanken op de achtergrond toevoegt. Het is een mooi begin van het album, maar het is niet direct een openingstrack die ik van Meg Baird had verwacht.

Dat verandert in de tweede track, waarin haar bijzondere stem wel weer de hoofdrol opeist. Het is een stem die herinnert aan de groten uit de Amerikaanse en Britse folk, wat wordt versterkt door het feit dat de Amerikaanse muzikante ook in muzikaal opzicht open staat voor invloeden uit een ver verleden. Meg Baird is een uitstekend gitarist, maar op Furling is de piano minstens even belangrijk, terwijl ook de bijdragen van de mellotron met enige regelmaat in het oor springen. De muzikante uit San Francisco heeft de songs op haar nieuwe album bijzonder mooi ingekleurd, waardoor de sprookjesachtige openingstrack uiteindelijk niet eens uit de toon valt.

De fraaie klanken op Furling kleuren prachtig bij de karakteristieke stem van de Amerikaanse muzikante, die echt niet onder doet voor die van roemruchte folkies uit het verleden en die wat mij betreft nog meer indruk maakt dan op de vorige albums van Meg Baird. Furling doet het uitstekend op de achtergrond en is dan een album waarbij het heerlijk ontspannen of zelfs wegdromen is, maar de songs op het album verdienen het om met volledige aandacht te worden beluisterd en worden dan alleen maar mooier.

Furling werd gemaakt met een zeer beperkt aantal muzikanten, want Meg Baird deed vrijwel alles zelf, maar het geluid op het album klinkt rijk en zit vol fascinerende details. Het doet af en toe wel wat denken aan de muziek van Beth Orton, die er net als Meg Baird in slaagt om invloeden uit de folkmuziek van weleer op trefzekere wijze het heden in te slepen. Zeker wanneer de songs wat voller en psychedelischer zijn ingekleurd hoor ik bovendien af en toe een vleugje Mazzy Star en ook dat is nooit verkeerd. Het is heel lang stil geweest rond Meg Baird, maar met Furling schaart de Californische muzikante zich wat mij betreft weer onder de toonaangevende folkies van het moment. Erwin Zijleman

Mega Bog - End of Everything (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mega Bog - End Of Everything - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mega Bog - End Of Everything
Bij Mega Bog weet je nooit waar je aan toe bent en dat is niet anders op het deze week verschenen End Of Everything, waarop het jazzy geluid van het vorige album is verruild voor wolken synths

Ook het nieuwe album van Mega Bog heb ik weer meerdere keren moeten beluisteren voor ik het op de juiste waarde kon schatten. In eerste instantie vond ik het jammer dat End Of Everything in vrijwel niets lijkt op voorganger Life, And Another, maar dat het bij Mega Bog alle kanten op kan laat ze inmiddels al zeven albums lang horen. Op End Of Everything domineren de synths, maar een ieder die denkt dat Mega Bog nu aanstekelijke synthpop deuntjes maakt komt bedrogen uit. Het nieuwe album van het alter ego van Erin Birgy is een album waarop je steeds weer nieuwe dingen hoort en dat alleen maar beter wordt. Makkelijk maakt de Amerikaanse muzikante het je geen moment, maar dat is zo af en toe precies wat je wilt.

Ik kon jarenlang niet zo goed uit de voeten met de muziek van Mega Bog, maar met het in 2021 verschenen Life, And Another wist het alter ego van de Amerikaanse muzikante Erin Birgy me opeens wel te overtuigen. Het was een album dat je constant op het verkeerde been zette, maar de songs van de muzikante uit Seattle, Washington, hadden iets en schoten af en toe met heel veel overtuiging in de roos.

Wanneer we de twee in eigen beheer uitgegeven albums mee tellen, is het nu verschenen End Of Everything al het zevende album van Mega Bog en het is er wederom een die je een paar keer moet horen voor er ook maar iets op zijn plek valt. Erin Birgy combineerde op haar vorige album de meest uiteenlopende stijlen met een voorkeur voor wat jazzy en vooral organische klanken. Ook End Of Everything is niet erg stijlvast, maar in muzikaal opzicht tapt het album uit een totaal ander vaatje dan zijn voorganger.

Voor haar nieuwe album heeft Erin Birgy in eerste instantie alleen de piano en wat synths uit de kast getrokken, terwijl ze haar songs in het verleden altijd schreef met de gitaar in haar hand. Het levert een album met een vooral elektronisch geluid op, waardoor de muziek van de tegenwoordig vanuit Los Angeles opererende muzikante hier en daar wordt beschreven als synthpop. End Of Everything bevat absoluut invloeden uit de synthpop, zeker wanneer Erin Birgy kiest voor zwaar aangezette akkoorden, maar liefhebbers van toegankelijke synthpop zijn bij de Amerikaanse muzikante aan het verkeerde adres.

End Of Everything is met acht tracks en net iets meer dan een half uur muziek een betrekkelijk kort album en het is, zeker vergeleken met de vorige albums van Mega Bog, een redelijk consistent klinkend album, al is dat in het geval van de Amerikaanse muzikante een relatief begrip. Ook het zevende album van Mega Bog is immers een album dat met enige regelmaat van de hak op de tak springt, een album vol verrassingen en een album dat af en toe flink tegen de haren in strijkt.

Dat laatste doet Erin Birgy zeker met haar stem, die alle kanten op kan en die niet bij iedereen in de smaak zal vallen. Ik ben zelf wel te spreken over de zang, want deze voorziet de songs van Mega Bog van een eigen gezicht. Erin Birgy nam het album op terwijl California werd geteisterd door zware bosbranden, waardoor klimaatverandering uiteindelijk het centrale thema op het album is geworden, al is de Amerikaanse muzikante ook de gewelddadige ontmoeting met een indringer in haar huis niet vergeten.

Net als op haar vorige album werkte Erin Birgy op End Of Everything samen met Big Thief’s James Krivchenia als co-producer, maar beide albums lijken nauwelijks op elkaar. Persoonlijk vind ik het nieuwe album van Mega Bog het mooist wanneer je het met de koptelefoon beluistert. Dan hoor je dat er onder de hier en daar stevig aangezette wolken synths nog andere instrumenten zijn verstopt en hoor je bovendien hoe knap de songs op het album in elkaar zitten.

Mega Bog schotelt ons ook dit keer geen lichte kost voor, want wat gebeurt er veel op dit album. Het is een album dat me misschien net wat sneller overtuigde dan zijn voorganger, maar de muziek van Mega Bog blijft het mooist wanneer je haar songs de tijd geeft om te rijpen en te groeien. Erwin Zijleman

Mega Bog - Life, and Another (2021)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mega Bog - Life, And Another - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mega Bog - Life, And Another
Mega Bog maakt het je op Life, And Another zeker niet makkelijk, maar op een gegeven moment valt alles op zijn plek en ontvouwt zicht een wonderschoon en fascinerend muzikaal landschap

Ik heb het eerder geprobeerd met de muziek van Mega Bog, maar steeds klikte het onvoldoende. Dat leek dit keer niet anders, maar Life, And Another is een album dat langzaam maar zeker onder de huid kruipt en zich ontwikkelt van een album dat misschien wel wat teveel kanten op schiet tot een bescheiden meesterwerk. Voor deze transformatie heeft het album van Mega Bog veel tijd nodig, wat energie kost, maar alle energie die je in dit album steekt betaalt zich dubbel terug. Wat het ene moment van de hak op de tak springt vloeit het volgende moment organisch in elkaar over en wat op het ene moment net mis lijkt is het volgende moment een schot in de roos. Wat een fascinerend album.

Het is Mega Bog met haar vorige drie albums niet gelukt om me te overtuigen van haar kwaliteiten. Het zijn albums die stuk voor stuk werden onthaald met superlatieven, waardoor ik het meerdere keren heb geprobeerd met de muziek van Mega Bog, maar het bleef me keer op keer wat te wisselvallig.

Mega Bog is overigens het alter ego van de uit Seattle, Washington, afkomstige singer-songwriter en multi-instrumentalist Erin Birgy en deze week verscheen het vierde officiële album van haar hand (Erin Birgy maakte er naar verluidt ook nog twee in eigen beheer). De vorige albums van de Amerikaanse muzikante schoten alle kanten op en dat is op haar vierde album niet anders.

Life, And Another werd opgenomen in een aantal studio’s, met meerdere gastmuzikanten en met Big Thief’s James Krivchenia als co-producer. Erin Birgy is volgens mij in de Verenigde Staten gebleven voor haar nieuwe album, maar de openingstrack neemt je mee naar de Copacobana, waar zwoele bossanova klanken klinken. Het voegt weer veen nieuwe dimensie toe aan het geluid van Mega Bog en in de tweede track komt er direct weer een bij.

In deze tweede track klinkt Erin Birgy afwisselend als een volgende muze van Serge Gainsbourg in de jaren 70 of als het net wat vrolijkere zusje van Nico. Life, And Another stopt hierna zeker niet met het van de hak op de tak springen, al worden de volgende tracks op het album gedomineerd door jazzy klanken.

Het is echter zeker geen standaard jazz die Mega Bog maakt, want een uitstapje richting pop, rock of psychedelica is nooit ver weg en verder is Erin Birgy met haar op het eerste gehoor wat onvaste en expressieve zang zeker geen standaard jazzzangeres, ook al doen de ritmesectie en de saxofonist nog zo hun best om haar in het keurslijf van het genre te duwen.

Mega Bog keert vaker terug naar wat Frans aandoende pop, waar overigens geen woord Frans aan te pas komt, en met verdere uitstapjes richting onder andere chamber pop en folk, maar Life, And Another is geen moment vast te pinnen.

Ik moet direct toegeven dat ik mijn op de drie vorige albums van Mega Bog gebaseerde mening over haar muziek na eerste beluistering van haar nieuwe album niet per se wilde wijzigen. De muziek van Mega Bog is nog altijd ongrijpbaar, maar dit keer is het wat mij betreft muziek die tijd vraagt.

Zeker wanneer de Amerikaanse muzikante kiest voor wat dromerige klanken en atmosferische soundscapes betovert de muziek van Mega Bog makkelijker dan in het verleden en wanneer je wat vaker luistert naar het album valt er steeds meer op zijn plek. Lichte kost is Life, And Another zeker niet, al is het ook niet zo makkelijk om uit te leggen wat er nu precies minder toegankelijk is aan de muziek van het project van Erin Birgy.

Het is knap hoe makkelijk Mega Bog schakelt tussen zeer uiteenlopende genres en bijna onverenigbare invloeden combineert in haar muziek, die ook nog eens klinkt als een op hol geslagen tijdmachine. Bij de eerste keer horen vond ik het niks, maar nu, vele luisterbeurten verder, is bijna alles dat Erin Birgy en haar medemuzikanten doen op Life, And Another raak. Zeker bij beluistering met de koptelefoon openbaart zich een fascinerend muzikaal landschap, waarin je maar nieuwe dingen blijft horen en betovering nooit ver weg is. Bijzonder. Erwin Zijleman

Megan Moroney - Am I Okay? (2024)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Megan Moroney - Am I Okay? - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Megan Moroney - Am I Okay?
Megan Moroney legde de lat vorig jaar bijzonder hoog met haar uitstekende debuutalbum Lucky, maar met Am I Okay? laat de muzikante uit Nashville horen dat dit album zeker geen toevalstreffer was

Met Lucky maakte Megan Moroney vorig jaar een fantastisch countrypop album, wat haar in de Verenigde Staten terecht een ster heeft gemaakt. De rest van de wereld niet zich maar overtuigen door het deze week verschenen Am I Okay?, want het tweede album van Megan Moroney is nog beter dan het al zo indrukwekkende debuutalbum. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal nog wat mooier, al is het maar omdat Megan Moroney de country nog wat steviger heeft omarmd, maar ook de zang van de Amerikaanse muzikante is nog wat mooier dan op haar debuutalbum. Lucky wist ook nog eens te verleiden met een serie onweerstaanbaar lekkere songs en deze zijn ook te vinden op Am I Okay?. Voor iedereen die het nog niet wist, Megan Moroney is de smaakmaker van de countrypop van het moment.

Op 5 mei 2023 verscheen Lucky, het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Megan Moroney. Vijf dagen later recenseerde ik het album en was ik behoorlijk enthousiast over het eerste album van de muzikante uit Georgia, die een paar jaar geleden haar geluk zocht in Nashville. Het is sindsdien hard gegaan met Megan Moroney en daar valt niets op af te dingen.

Ik kon bij het typen van mijn recensie van Lucky nog niet vermoeden hoe dierbaar het album me uiteindelijk zou worden. Lucky vind ik met afstand het beste countrypop album van 2023 en haalde uiteindelijk de top 5 van mijn jaarlijstje. Megan Moroney is nog druk bezig met de Lucky tour, die haar in september ook naar Nederland brengt, maar een paar dagen geleden werd uit het niets haar tweede album aangekondigd, dat ook vrijwel onmiddellijk is verschenen.

Am I Okay? bevat veertien nieuwe tracks van de muzikante uit Nashville en het zijn veertien tracks die gaan bepalen of Megan Moroney de belofte van Lucky inmiddels is ontstegen. Op Lucky waren invloeden uit de country en de pop voor mij perfect in balans, wat betekende dat invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek domineerden, maar een laagje pop nooit ontbrak. Op Am I Okay? heeft Megan Moroney deze balans gelukkig behouden.

Ook het tweede album van de muzikante uit Nashville is een album met veel country, misschien nog wel net wat meer dan op Lucky, en een beetje pop. Qua geluid ligt Am I Okay? in het verlengde van het terecht zo goed ontvangen Lucky. Ook op haar tweede album vertrouwt Megan Moroney op de productie van Kristian Bush, die het album heeft voorzien van het van Lucky bekende warme geluid, waarin snareninstrumenten domineren en waarin ook invloeden uit de rootsrock een plekje hebben gekregen.

Het wordt ook dit keer gecombineerd met de prachtige stem van Megan Moroney die naast heel veel country ook een bijzonder aangenaam ruw randje in haar stem heeft. De Amerikaanse muzikante tekent ook dit keer voor persoonlijke teksten, waarin de hobbelige weg van de liefde centraal staat en de nodige verkeerde mannen voorbij komen. Het is misschien wat clichématig, maar het past perfect bij de countrypop die Megan Moroney maakt.

Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante ontleende een deel van zijn kracht aan de mooie rootsklanken en aan de fantastische stem van Megan Moroney, maar wist zich ook zeker te onderscheiden door een serie fantastische songs. Het zijn songs die me inmiddels stuk voor stuk zeer dierbaar zijn, wat van het tweede album van Megan Moroney ook wel een lastig album maakt.

Ik begon daarom misschien wel met onrealistisch hoge verwachtingen aan Am I Okay?, maar het tweede album van Megan Moroney was eigenlijk onmiddellijk het warme bad dat Lucky in het voorjaar van 2023 was. In muzikaal opzicht is Am I Okay? nog net wat beter dan het debuutalbum door net wat extra twang en ook de stem van Megan Moroney is in het afgelopen jaar nog wat extra mooi gerijpt.

De songs op het tweede album van de muzikante uit Nashville zijn door te schakelen tussen wat stevigere songs en een aantal ingetogen ballads nog wat veelzijdiger dan die op het debuutalbum en een zwakke song ben ik nog niet tegengekomen. Lucky schaar ik inmiddels onder de beste countrypop albums ooit gemaakt en met Am I Okay? heeft het album er een serieuze kandidaat bij, maar ook liefhebbers van country zonder pop kunnen met het tweede album van Megan Moroney vast uit de voeten. Mijn verwachtingen waren misschien onrealistisch hoog, maar met Am I Okay? maakt Megan Moroney ze nog waar ook. Pff, wat hou ik van dit album. Erwin Zijleman

Megan Moroney - Lucky (2023)

poster
5,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Megan Moroney - Lucky - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Megan Moroney - Lucky
Het is flink dringen binnen de Nashville countrypop, maar Megan Moroney heeft een album gemaakt dat er in muzikaal en vocaal opzicht makkelijk uitspringt en dat bovendien vol staat met geweldige songs

Ik hou absoluut van countrypop, maar ben zeker niet gecharmeerd van alle albums die in het genre verschijnen. Lucky, het debuutalbum van de jonge Amerikaanse muzikante Megan Moroney, wist me wel onmiddellijk te overtuigen. De singer-songwriter uit Nashville voegt niet al te veel pop toe aan haar countrymuziek en kan zowel uit de voeten met ingetogen als met stevigere songs, die altijd worden ingekleurd met fraai snarenwerk. Ze beschikt bovendien over een aangename stem, maar Lucky valt vooral op door een serie geweldige songs. Het zijn songs die lekker in het gehoor liggen, maar het zijn ook songs die je na een paar keer horen dierbaar zijn. Een grote belofte voor de toekomst deze Megan Moroney.

Een snelle blik op de cover van Lucky van Megan Moroney maakt direct duidelijk wat je moet verwachten van het album. Alles op deze cover ademt immers Nashville countrypop en dat is ook precies wat je krijgt. Het is een genre dat door flink wat muziekliefhebbers wordt veracht of zelfs gehaat, maar ik hou er persoonlijk wel van, zeker als het gaat om de goed gemaakte countrypop. Voor deze goed gemaakte countrypop ben je bij Megan Moroney absoluut aan het juiste adres.

Megan Moroney werd in 1997 in Georgia geboren, maar zocht een paar jaar geleden haar geluk in Nashville. Na een zeer goed ontvangen EP duikt de Amerikaanse muzikante deze week op met haar debuutalbum Lucky en dat is wat mij betreft een uitstekend countrypop album. Op haar debuutalbum werkt de jonge singer-songwriter samen met producer Kristian Bush, die in Nashville ook stevig aan de weg timmert met het duo Sugarland. Kristian Bush heeft Lucky van Megan Moroney voorzien van een warm en veelkleurig geluid.

Het is een geluid dat niet helemaal vrij is van invloeden uit de pop, maar Megan Moroney blijft op haar debuutalbum dicht bij het authentieke countrygeluid dat in Nashville momenteel gemaakt wordt, zeker wanneer ze kiest voor wat stevigere of juist voor meer ingetogen songs. Het geluid op Lucky wordt gedomineerd door snareninstrumenten en deze hoeven niet alleen maar binnen de lijntjes te kleuren, wat zeker in de wat stevigere songs fraai gitaarwerk oplevert. Het album klinkt door de subtiele popinjectie wat mij betreft een stuk aangenamer dan Nashville countrypop albums die wat meer afstand nemen van de traditionelere country.

Het debuutalbum van Megan Moroney verleidt in muzikaal en productioneel opzicht vrij makkelijk, zeker wanneer het geluid weids en broeierig klinkt, maar de muzikante uit Nashville heeft meer te bieden. Ik vind de zang op Lucky erg sterk, mede omdat Megan Moroney meer gevoel in haar zang legt dan gebruikelijk is in het genre en een subtiel maar aangenaam rauw randje op haar stembanden heeft.

Ook over de songs op het album ben ik zeer te spreken. Het zijn songs waarin de clichés uit het genre zowel in muzikaal als in tekstueel opzicht niet worden vermeden, maar de songs van Megan Moroney klinken ook fris en authentiek. In de teksten komen uiteraard de nodige foute mannen en gebroken harten voorbij, maar de Amerikaanse muzikante kan ook met humor en scherp uit de hoek komen (I sleep on my side and you sleep with everyone).

Lucky doet af en toe wel wat denken aan de countrypop albums van Taylor Swift of aan de albums waarmee Shania Twain in de jaren 90 het genre veranderde en dat is vergelijkingsmateriaal waar een jonge muzikante als Megan Moroney zich niet voor hoeft te schamen. Vergeleken met de meeste van haar leeftijdsgenoten klinkt ze een stuk volwassener en getalenteerder, zeker wanneer het gaat om de kwaliteit van de songs.

Lucky is een album dat zich direct bij eerste beluistering zeer aangenaam opdringt, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord ben ik behoorlijk onder de indruk van de veelzijdigheid en de kwaliteit van de songs van Megan Moroney en spreekt ook de zang op het album steeds meer op de verbeelding. Hetzelfde geldt voor het zeer smaakvolle countrypop geluid op het album, dat in dit genre wat mij betreft moet worden gerekend tot de hoogtepunten van het muziekjaar 2023. Erwin Zijleman

Mei Semones - Animaru (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mei Semones - Animaru - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mei Semones - Animaru
Het ene moment hoor je zwoele bossa nova, het volgende moment complexe jazz of een vleugje rock, wat er voor zorgt dat het debuutalbum van Mei Semones een even aangenaam als interessant album is

AllMusic.com tipte me het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante Mei Semones. Op basis van de omschrijving kon ik me geen voorstelling maken van haar muziek, maar Animaru blijkt al heel snel een interessant album. Het is een album dat loom en lichtvoetig kan klinken, maar het is ook een album dat complex en voorzichtig tegendraads kan klinken. Mei Semones verwerkt op haar debuutalbum uiteenlopende invloeden en het zijn invloeden die niet vaak worden gecombineerd. Hetzelfde geldt voor de combinatie van de Engelse en de Japanse taal, die Animaru nog wat eigenzinniger maakt. Haar debuutalbum zet Mei Semones op de kaart als een muzikante om in de gaten te houden.

De afgelopen week besprak ik vooral albums van bands en muzikanten die ik al minstens enkele jaren ken, maar tussen de nieuwe albums van deze week zat gelukkig ook één verrassing. Animaru is mijn eerste kennismaking met de muziek van Mei Semones en dat is niet zo gek, want het is het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante.

Ik kwam op het spoor van Animaru door de selectie van de muziekwebsite AllMusic.com, die Mei Semones als volgt omschreef: “Brooklyn-based singer/songwriter who blends sophisticated indie pop with jazz, bossa nova, and mathrock”. Dat klinkt behoorlijk intrigerend, maar de muziek op het debuutalbum van Mei Semones is nog wat intrigerender.

Ik vind mathrock altijd een wat vage term en een nog vager genre, maar ik hoor zeker rockinvloeden op het album. Invloeden uit de jazz en bossa nova zijn nog wat dominanter aanwezig en folk mag wat mij betreft ook best worden genoemd als belangrijk bestanddeel van de muziek van Mei Semones. Hiermee zijn we er nog niet.

Animaru opent met inventief jazzy gitaarspel, waarna invloeden uit de bossa nova de song overnemen, hier en daar onderbroken door wat stevigere gitaren en bijzondere strijkersarrangementen. Het klinkt direct zomers en aangenaam, maar je hoort ook direct dat Mei Semones niet vies is van behoorlijk complexe muziek.

Het is muziek die een geschoold muzikante verraadt. Dat blijkt ook te kloppen, want de muzikante uit Brooklyn, New York, studeerde aan het prestigieuze Berklee College of Music in Boston, waar jazzgitaar haar specialisatie was. Dat is goed te horen, want het akoestische gitaarspel op Animura klinkt niet alleen prachtig, maar is af en toe ook behoorlijk onnavolgbaar, zeker wanneer de songs van Mei Semones de kant van de jazz opgaan. Hetzelfde geldt overigens voor het weergaloze baswerk op het album.

De muziek op Animaru doet bijzondere dingen met je. Het ene moment is het muziek die uitnodigt tot het opzoeken van een plekje in de zon om even lekker te ontspannen, maar het volgende moment wil je de soms behoorlijk complexe muziek op het album volledig uitpluizen en zit je op het puntje van de stoel. Animaru is in muzikaal opzicht soms een vat vol tegenstrijdigheden, maar net zo makkelijk een album dat het oor aangenaam streelt.

De Amerikaanse muzikante doet hetzelfde met haar stem, die zwoel kan verleiden in de door bossa nova gedomineerde tracks, maar die ook meer tegen de haren in kan strijken in de wat complexere songs. Mei Semones zingt op haar debuutalbum overigens deels in het Engels en deels in het Japans, waarbij opvalt dat het Japans net zo goed past bij bossa nova als het Portugees.

Animaru is waarschijnlijk geen album dat je in één keer verovert, bij mij gebeurde dat in ieder geval niet. Ik moest zelf wennen aan de bijzondere mix van genres en ook zeker aan de stem van de Amerikaanse muzikante, maar eenmaal gewend aan het eigenzinnige geluid en de bijzondere zang op het album, begon Animaru van Mei Semones aan te groeien en deze groei is nog niet gestopt.

Het is nog wel lastig om te bepalen voor wie dit album nu precies interessant is, want Animaru is geen bossa nova album, het is ook geen jazzalbum en ik zou het zeker geen pop- of rockalbum noemen. Het debuutalbum van Mei Semones is van alles een beetje en dat klinkt verrassend lekker. Zeker eens beluisteren dus. Erwin Zijleman

Meiko - Dear You (2014)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meiko - Dear You - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Meiko zal bij de meeste Nederlandse muziekliefhebbers waarschijnlijk slechts associaties oproepen met een Japanse geisha of met een figuur uit de Japanse manga strips, maar voor mij is het inmiddels al meer dan vijf jaar een veelbelovende en zeer getalenteerde Amerikaanse singer-songwriter.

De oorspronkelijk uit het zuidelijke Georgia afkomstige Meiko opereert inmiddels al heel wat jaren vanuit Californië, maar heeft gelukkig haar heerlijk zuidelijke tongval meegenomen. Meiko klonk daarom op haar eerste twee platen als een broeierige en verleidelijke variant op Suzanne Vega, wat met name op haar titelloze debuut uit 2008 geweldig uitpakte.

De plaat had flink wat tijd nodig om aandacht te trekken, waardoor de eveneens uitstekende opvolger The Bright Side tot 2012 op zich liet wachten. Inmiddels zijn we weer twee jaar verder en ligt de derde plaat van Meiko in de winkel (in de VS dan, want in Nederland zal je de plaat standaard waarschijnlijk niet snel tegen komen).

Op Dear You werkt Meiko, net als op voorganger The Bright Side, met producer Jimmy Messer (vooral bekend van Kelly Clarkson, maar ook van de zwaar onderschatte Bic Runga), maar desondanks is Dear You een hele andere plaat geworden dan zijn voorganger.

Meiko maakte op haar vorige plaat vrijwel uitsluitend veelkleurige, net wat voller gearrangeerde, maar vooral zeer zonnige folkpop, die goed aansloot op de muziek op haar debuut, maar kiest nu voor een donkerder en elektronischer geluid. Dat is even wennen, vooral omdat in eerste instantie niet alleen de muziek op Dear You donker en onderkoeld klinkt, maar ook de stem van Meiko lijkt ontdaan van de zwoele verleiding die de vorige twee platen van de Amerikaanse zo aangenaam of zelfs onweerstaanbaar maakte.

Het is uiteindelijk vooral een kwestie van wennen, want inmiddels ben ik ook verslingerd geraakt aan de derde worp van Meiko. Dear You kiest niet alleen voor een ander geluid, maar neemt ook grotendeels afstand van de zonnige folkpop van zijn twee voorgangers. Op Dear You sluit Meiko vooral aan bij de electropop en nog meer bij de betere triphop.

De Amerikaanse sluit hier en daar naadloos aan bij de muziek van Lamb, of laat zich beluisteren als een Amerikaanse (lees: toegankelijke) variant op Portishead. Dat is veel minder mijn muziek dan de Californische folkpop van weleer, maar uiteindelijk heeft Dear You iets intrigerends en bezwerends. Meiko klinkt wat minder zwoel en zuidelijk dan op haar vorige twee platen, maar weet ook dit keer te verleiden en te bedwelmen met dromerige en verleidelijke klanken.

Aan de ene kant is het jammer dat Meiko de folkpop op Dear You voor een groot deel vaarwel heeft gezegd (halverwege de plaat kom je nog twee mooie folksongs tegen), maar aan de andere kant laat ze horen dat ze geen ‘one trick pony’ is. Dat laatste doet ze op bijzonder overtuigende wijze, want het donkere en meer elektronische geluid past Meiko als een warme jas.

Ook met deze plaat zie ik Meiko, ondanks de toegankelijke en soms zelfs hitgevoelige klanken, nog niet direct doorbreken in Nederland en hou ik haar als het moet lekker voor mezelf als Californische verrassing. Deze smaakt ook na drie platen nog steeds naar meer. Erwin Zijleman

Meimuna - C'est Demain Que Je Meurs (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meimuna - c'est demain que je meurs - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Meimuna - c'est demain que je meurs
Er komt de laatste tijd gelukkig weer wat meer interessante muziek uit Frankrijk, maar het mooiste Franstalige album van dit moment komt wat mij betreft uit Zwitserland en is gemaakt door Meimuna

Google Translate kan niet echt chocola maken van de tekst op de bandcamp pagina van de Zwitserse muzikante Meimuna, maar gelukkig spreekt haar muziek voor zich. Op haar debuutalbum c'est demain que je meurs maakt Meimuna indruk met de bijzonder mooie muziek, die ingetogen is maar ook is verrijkt met talloze fraaie accenten. Het is muziek die het album van de Zwitserse muzikante voorziet van een bijzondere sfeer en in veel tracks van een beeldend karakter. Het past allemaal prachtig bij de uitzonderlijk mooie stem van Cyrielle Formaz, de vrouw achter Meimuna, die al net zo’n betoverend effect heeft als de muziek op het album. Echt heel mooi dit.

Franstalige popmuziek komt natuurlijk niet alleen uit Frankrijk. Op de krenten uit de pop besprak ik de afgelopen jaren ook uitstekende Franstalige albums uit onder andere België, Canada en Nederland. Een Franstalig album uit Zwitserland kwam ik nog niet heel vaak tegen, ik besprak bijna tien jaar geleden een album van Stéphanie Blanchoud, maar de Zwitserse muzikante Meimuna zet de Franstalige muziek uit haar vaderland op de kaart met het prachtige c'est demain que je meurs.

Het is het debuutalbum van Meimuna, wat het alter ego is van Cyrielle Formaz, die al wel een aantal EP’s uitbracht. Op c'est demain que je meurs werkt de Zwitserse muzikante samen met de Nederlands-Zwitserse singer-songwriter en componist Ella van der Woude, die mede tekende voor de productie. Het levert een prachtig klinkend album op, dat zowel in muzikaal als vocaal opzicht uitblinkt.

Meimuna heeft haar debuutalbum voorzien van een zeer sfeervol en ingetogen geluid. Het is een geluid vol subtiele details, want ondanks de sobere klanken op het album werkte een waslijst aan muzikanten mee aan het album. Je hoort het vooral wanneer je c'est demain que je meurs met de koptelefoon beluistert en steeds weer wordt verrast door de subtiele accenten van allerlei instrumenten.

In de basis hoor je echter vooral akoestische klanken, die een aantal songs van Meimuna een folky karakter geven. Wanneer vervolgens blazers en strijkers worden ingezet krijgen de songs van de Zwitserse muzikante echter ook een neoklassiek karakter. Co-producer Ella van der Woude heeft een achtergrond in de filmmuziek en ook dat hoor je in de muziek op c'est demain que je meurs, die het ook goed zou doen in het ultieme seizoen van Twin Peaks.

In muzikaal opzicht is het debuutalbum van Meimuna een prachtig album, maar de stem van de Zwitserse muzikante vind ik nog wat mooier. Het is een hoge en heldere stem, die de fraai ingekleurde songs iets mystieks geeft. Meimuna zingt zacht en ingehouden, wat van c'est demain que je meurs ook een rustgevend album maakt, dat met name wat later op de avond wonderen verricht.

Ik kan nog niet heel veel vinden over het bijna een maand geleden verschenen album, maar hoe vaker ik naar dit album luister, hoe indrukwekkender ik het vind. Ruim een half uur lang houdt Meimuna je aan de speakers of koptelefoon gekluisterd met ingetogen songs die allemaal een vergelijkbare sfeer hebben, maar ook allemaal net iets anders klinken. Het zijn songs die ver weg blijven van de Franstalige popmuziek van het moment en dat is voor de afwisseling wel zo interessant.

Het debuutalbum van Meimuna is een album waarbij het door het lage tempo, de sfeervolle klanken en de mooie zang, heerlijk ontspannen is, maar het is ook een album dat nog mooier wordt wanneer je het volledig probeert te doorgronden. Met oog voor details is het album van Meimuna nog veel mooier en het wordt bij vaker horen alleen maar beter.

Ik ga vanwege de beperkte hoeveelheid informatie over het album volledig af op de muziek en die is echt prachtig. Er duikt de laatste tijd gelukkig weer wat meer interessante Franstalige muziek op en natuurlijk vooral uit Frankrijk zelf. Zwitserland laat via het prachtige debuutalbum van Meimuna echter horen dat het ook mee doet en zeker niet onder doet voor de beste albums die dit jaar in Frankrijk zijn uitgebracht. Erwin Zijleman

Meis - Zwart/Wit (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meis - Zwart/Wit - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Meis - Zwart/Wit
Aysha de Groot maakt als Meis diepe indruk met haar indringende debuutalbum Zwart/Wit, waarop zeer persoonlijke teksten worden gecombineerd met mooie en gevoelige zang en fraaie en avontuurlijke klanken

Meis komt uit een muzikale familie, maar haar debuutalbum Zwart/Wit maakt niet alleen indruk door haar muzikaliteit. De Nederlandse muzikante doet op haar eerste album verslag van een zeer ingrijpende persoonlijke gebeurtenis en doet dit met zoveel gevoel dat luisteren naar de teksten bijna pijn doet. Meis combineert deze heftige teksten met fluisterzachte zang, die prachtig past bij de fascinerende klanken op het album. Zwart/Wit is soms vol en soms bijna minimalistisch ingekleurd met vooral elektronica en houdt je elf songs lang op het puntje van je stoel. Het is dringen in het kielzog van Eefje de Visser, maar Meis houdt zich op het prachtige Zwart/Wit heel makkelijk staande.

Nederlandstalige popmuziek gaat nooit echt mijn ding worden vrees ik, maar de heftige weerstand die ik in het verleden vaak voelde is inmiddels gelukkig wel verdwenen. Mijn reserves ten opzichte van popmuziek in de eigen taal zijn er echter nog steeds en dat is waarschijnlijk de reden dat ik het eerder deze maand verschenen Zwart/Wit van Meis niet direct in de week van de release heb opgepikt. Ik ben heel blij dat ik het album uiteindelijk wel heb beluisterd, want het debuutalbum van Meis is een bijzonder indrukwekkend en verpletterend mooi album.

Dat het zo’n indrukwekkend album is heeft voor een belangrijk deel te maken met de zware thematiek op Zwart/Wit. Meis is het alter ego van Aysha Meis de Groot, die met Boudewijn de Groot een beroemde grootvader heeft en die zijn muzikale genen mee kreeg. De Nederlandse muzikante kreeg echter ook te maken met minder wenselijke genen, die er voor zorgden dat haar oma en haar moeder op jonge leeftijd overleden aan een erfelijke vorm van maagkanker. Meis moest op jonge leeftijd het besluit nemen om haar maag preventief te laten verwijderen, wat niet alleen zorgde voor een flink litteken op haar buik, maar ook voor een enorme kras op haar ziel.

Het hele proces staat centraal op Zwart/Wit waarin Meis de luisteraar deelgenoot maakt van de lastige keuzes, de forse gevolgen en vooral ook van de vele persoonlijke twijfels. Het levert een zeer persoonlijk album op, dat respect afdwingt voor de persoon Meis. Dat afdwingen van respect doet Meis ook met de songs op haar album, die stuk voor stuk opvallen door schoonheid, intimiteit en avontuur.

Meis speelt in de band van Eefje de Visser en dat hoor je. De muziek van Eefje de Visser is absoluut een inspiratiebron geweest voor Zwart/Wit. Nu hoor ik veel vaker invloeden van Eefje de Visser voorbij komen en dat is ook niet zo gek, want ze behoort tot het beste dat de Nederlandse popmuziek te bieden heeft. Bij Meis slaan de invloeden van Eefje de Visser echter nergens te ver door, waardoor Zwart/Wit een duidelijk eigen identiteit heeft.

Het debuutalbum van Meis is in muzikaal opzicht een fascinerend album. Meis kleurt haar songs vooral met elektronica in, maar op de achtergrond hoor je in een aantal songs ook meer organische klanken van onder andere gitaren en blazers. Door te variëren met klanken klinkt Zwart/Wit niet eenvormig, wat in dit genre vaak anders is. Met name wanneer Meis kiest voor bijna minimalistische elektronica aangevuld met ritmes is haar geluid niet alleen avontuurlijk, maar ook bijzonder mooi. Wanneer de elektronica niet alleen minimalistisch is maar ook schuurt passen de klanken perfect bij de persoonlijke teksten van de Nederlandse muzikante, die alle heftige gevoelens heeft laten neerdalen in prachtige teksten.

Het zijn teksten die Meis op fraaie wijze voordraagt. Ze beschikt over een fluisterzachte stem die flink wat gevoel meegeeft aan de heftige woorden en die song na song de juiste snaar weet te raken. In de vooral elektronisch ingekleurde Nederlandstalige popmuziek is de autotune de laatste jaren een ware plaag, maar Meis doet het gelukkig zonder en overtuigt makkelijk met haar stem.

Elf songs staan er op Zwart/Wit en ze zijn me inmiddels allemaal dierbaar. Het zijn songs die steeds weer net een andere kant op buigen, wat het debuutalbum van Meis veelzijdig en nog wat indrukwekkender maakt. Zwart/Wit is in alle opzichten een wonderschoon en indringend album. Ik ben er echt ven stil van. Erwin Zijleman

Mel Parsons - Glass Heart (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mel Parsons - Glass Heart - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Wat je van heel ver haalt is lang niet altijd lekker(der), maar Glass Heart van Mel Parsons is een plaat om te koesteren

Mel Parsons is een ster in Nieuw-Zeeland, maar nu is het tijd voor de rest van de wereld. Op het door topproducer Mitchell Froom geproduceerde Glass Heart overtuigt Mel Parsons met bijzonder fraai ingekleurde songs, maar vooral met prachtige vocalen. Glass Heart is een plaat met songs die de kille avond verwarmen en die een regenachtige ochtend voorzien van vreugde. De fraaie instrumentatie vol prachtige gitaarlijnen en speelse drums en de warme en krachtige stem van Mel Parsons vloeien steeds prachtig samen en tillen uiteindelijk iedere song op de plaat naar grote hoogten. Prachtig.

Hoewel fysieke afstanden er in de popmuziek nauwelijks meer toe doen, dringt muziek uit Nieuw-Zeeland nog steeds minder makkelijk door in Nederland dan muziek uit wat minder afgelegen oorden.

Sinds ik me heb geabonneerd op de nieuwsbrief van Flying Out (https://flyingout.co.nz), een in het Nieuw-Zeelandse Auckland gevestigde online muziekwinkel en distributeur van onafhankelijke muzikanten en labels, ben ik echter volledig op de hoogte van alles dat aan de andere kant van de wereld wordt uitgebracht.

Flying Out zette me dit jaar op het spoor van onder andere The Beths, Jenny Mitchell, Alae, The Chills, Julia Deans en Holly Arrowsmith, wat een stapeltje uitstekende platen heeft opgeleverd. Het is een stapeltje dat deze week werd aangevuld met Glass Heart van Mel Parsons.

Het is een naam die me niet direct iets zei, maar Glass Heart blijkt al de vierde plaat van de singer-songwriter uit Canterbury. Voorganger Drylands uit 2015 deed het met name in Nieuw-Zeeland heel erg goed, waardoor Mel Parsons wat meer middelen in kon zetten voor haar nieuwe plaat.

De opnames voor Glass Heart begonnen in het Nieuw-Zeelandse Lyttelton, maar het grootste deel van de plaat werd opgenomen in Los Angeles. In Los Angeles kon Mel Parsons beschikken over de diensten van topproducer Mitchell Froom (Suzanne Vega, Crowded House, American Music Club, Ron Sexsmith, Maria McKee en nog veel meer), die nadrukkelijk zijn stempel drukt op de vierde plaat van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter.

Mitchell Froom heeft Glass Heart voorzien van een warm, sfeervol en wat donker getint geluid, dat zich onmiddellijk als een warme deken om je heen slaat. Het is een geluid dat bijzonder fraai is ingekleurd door alle topmuzikanten die Mitchell Froom uitnodigde in zijn studio in Los Angeles.

Glass Heart klinkt warm, sfeervol en donker, maar ook direct tijdloos. Hier en daar hoor je een flinke dosis Fleetwood Mac, maar Mel Parsons kan ook opschuiven richting Amerikaanse rootsmuziek of richting de stemmige folkpop van onder andere Sarah McLachlan of Paula Cole.

De instrumentatie op Glass Heart klinkt direct bijzonder aangenaam, maar verdient het ook om uitgeplozen te worden, waarna vooral de bijzonder fraaie gitaarlijnen van gitarist Adam Levy (onder andere bekend van Norah Jones) en het geweldige drumwerk van Ted Poor (ik ken hem van Andrew Bird) tot grote hoogten stijgen. Het voorziet de mooie en bijzonder aangenaam in het gehoor liggende songs van Mel Parsons van bijzondere accenten, waardoor Glass Heart me net wat meer overtuigt dan vergelijkbare platen in dit genre.

Mel Parsons overtuigt echter niet alleen met haar uitstekende keuze voor Mitchell Froom en met haar zo aangenaam klinkende songs. De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter beschikt ook nog eens over een geweldige stem. Het is een stem die warm en krachtig klinkt, maar die ook prachtig gas terug kan nemen of kan ontroeren. Het verandert Glass Heart van een goede in een hele goede plaat.

Mel Parsons overtuigde me vrijwel onmiddellijk, maar na een aantal weken vind ik Glass Heart nog veel beter en is het een zeer trouwe metgezel op regenachtige avonden geworden. Er kwam dit jaar al heel veel moois uit Nieuw-Zeeland en ook Glass Heart van Mel Parsons is er weer een die we hier niet mogen missen. Erwin Zijleman

Mel Parsons - Sabotage (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mel Parsons - Sabotage - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mel Parsons - Sabotage
De Nieuw-Zeelandse muzikante Mel Parsons maakte flink wat indruk met haar vorige twee albums, waarop ze imponeerde als zangeres, en doet dat ook weer op het wat korte maar bijzonder mooie Sabotage

Mel Parsons timmert in Nieuw-Zeeland al heel wat jaren met succes aan de weg, maar in de rest van de wereld wil het helaas nog niet zo lukken, al kreeg met name het in 2018 verschenen Glass Heart ook hier best wat aandacht. Mel Parsons keerde een tijdje geleden terug met Sabotage, dat wederom laat horen dat ze zeer getalenteerd is. Ze kiest dit keer voor een wat meer ingetogen geluid, dat prima past bij de persoonlijke songs op het album. Het klinkt allemaal prachtig, maar het is vooral de stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante die van Sabotage zo’n bijzonder album maakt. Het is nog geen half uur muziek, maar het is wederom heel goed.

De afgelopen jaren besprak ik twee albums van de Nieuw-Zeelandse muzikante Mel Parsons. In 2018 was er het door de legendarische Mitchell Froom geproduceerde Glass Heart, dat me uiteraard werd aangeraden door de nieuwsbrief van de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out Records, die er voor heeft gezorgd dat ik de afgelopen jaren stapels geweldige albums uit Nieuw-Zeeland heb besproken.

Mel Parsons had op dat moment al drie in eigen land zeer succesvolle albums op haar naam staan, maar leek met het in alle opzichten uitstekende Glass Heart klaar voor een succesvolle internationale carrière. Glass Heart was in muzikaal en productioneel opzicht een hoogstaand album vol uitstekende songs, maar ik was persoonlijk het meest onder de indruk van de geweldige stem van Mel Parsons. Dat de Nieuw-Zeelandse muzikante met Glass Heart niet internationaal doorbrak verbaast me daarom tot op de dag van vandaag.

Het hielp vervolgens niet dat Mel Parsons pas vier jaar later de opvolger van Glass Heart uitbracht, maar ook met het uitstekende Slow Burn maakte de muzikante uit Christchurch alleen maar indruk, ook al kon ze door de coronapandemie dit keer geen gebruik maken van de topproducer en topmuzikanten die haar vorige album zoveel flair en kleur gaven.

Ruim twee maanden geleden liet Mel Parsons weer van zich horen met de release van Sabotage. Het is een release die ik echt heel lang heb laten liggen en eigenlijk alleen omdat het met acht songs en een speelduur van bijna 29 minuten meer een mini-album dan een volwaardig album is. Ik vind Sabotage nog steeds aan de korte kant, maar het nieuwe album van Mel Parsons is wel 29 minuten heel erg goed en verdient daarom alle aandacht.

Mel Parsons maakte het album samen met de Nieuw-Zeelandse muzikant en producer Josh Logan, die ook Slow Burn produceerde. Sabotage klinkt wel wat anders dan het vorige album van Mel Parsons. De songs op Sabotage zijn wat soberder en ook wat donkerder ingekleurd met een hoofdrol voor gitaren. Het wat meer ingetogen en ook wat melancholischere geluid past wat mij betreft uitstekend bij de stem van Mel Parsons, die ook wat meer ingehouden zingt dan op de vorige albums.

De stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante tilde de vorige twee albums van Mel Parsons flink op en ook op Sabotage vind ik de zang echt prachtig. Mel Parsons beschikt over een opvallend warme en soulvolle stem en het is een stem die van alles doet met de songs op het album. Wanneer harmonieën worden toegevoegd aan de songs heeft Sabotage een aangename jaren 70 vibe, maar de songs van de muzikante uit Christchurch klinken met een mix van folk en Americana ook zeker eigentijds.

Het blijft jammer dat Mel Parsons dit keer met nog geen half uur muziek op de proppen komt, maar in kwalitatief opzicht zijn de persoonlijke songs op Sabotage misschien nog wel beter dan die op Glass Heart en Slow Burn. Ik geef direct toe dat ik me in eerste instantie vooral door de beperkte kwantiteit liet leiden, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk ook om de kwaliteit en die is ook op Sabotage weer heel hoog. In Nieuw-Zeeland weten ze het al jaren, maar er moet ook in de rest van de wereld een moment komen dat we niet meer om het talent van Mel Parsons heen kunnen. Erwin Zijleman

Mel Parsons - Slow Burn (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mel Parsons - Slow Burn - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mel Parsons - Slow Burn
Wat je van ver haalt is echt niet altijd lekkerder, maar in het singer-songwriter aanbod van deze week springt de Nieuw-Zeelandse muzikante Mel Parsons er wat mij betreft uit met haar nieuwe album Slow Burn

Mel Parsons uit het Nieuw-Zeelandse Lyttelton maakte bijna vier jaar geleden indruk met het door niemand minder dan Mitchell Froom geproduceerde Glass Heart, dat een zeer aangename metgezel bleek op zo ongeveer alle momenten van de dag en in alle seizoenen. Het geldt ook weer voor het noodgedwongen met uitsluitend Nieuw-Zeelandse muzikanten gemaakte Slow Burn. Mel Parsons kleurt ook op haar nieuwe album niet nadrukkelijk buiten de lijntjes, maar haar tijdloze songs ademen kwaliteit. Slow Burn klinkt prachtig, staat vol met prachtige vocalen en maakt indruk met een serie ijzersterke en met veel gevoel vertolkte songs. Weer een prima album van Mel Parsons.

Het actief volgen van de Nieuw-Zeelandse popmuziek zette me niet alleen op het spoor van The Beths, die deze week een geweldig nieuw album hebben uitgebracht, maar bracht me ook in aanraking met de muziek van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Mel Parsons, die ook deze week weer van zich laat horen.

Mel Parsons leverde in 2018 het ijzersterke Glass Heart af, overigens al haar vierde album. De muzikante uit het Nieuw-Zeelandse Lyttelton nam Glass Heart voor een belangrijk deel op in Los Angeles, waar niemand minder dan Mitchell Froom (Crowded House, Suzanne Vega, Paul McCartney en vele anderen) tekende voor de productie. Glass Heart was goed genoeg om een heel breed publiek aan te spreken, maar helaas is Mel Parsons nog altijd relatief onbekend.

Door de coronapandemie moest de Nieuw-Zeelandse muzikante haar nieuwe album dicht bij huis in Christchurch opnemen en kon ze geen beroep doen op de topmuzikanten die op haar vorige album waren te horen en evenmin op een producer van het kaliber van Mitchell Froom. Het heeft geen gevolgen gehad voor de kwaliteit van de muziek van Mel Parsons, want ook Slow Burn is een uitstekend album.

Net als op Glass Heart kan de Nieuw-Zeelandse muzikante op Slow Burn uit de voeten met meerdere genres. Het nieuwe album van Mel Parsons bevat tijdloze popmuziek, aangename folkpop en authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek en alles klinkt even aangenaam en goed.

Mel Parsons werkt op Slow Burn samen met de Nieuw-Zeelandse producer Josh Logan, die het album niet alleen zeer smaakvol heeft geproduceerd, maar bovendien een belangrijk deel van de instrumentatie voor zijn rekening heeft genomen. Het is een instrumentatie zonder al te veel opsmuk. Buiten de degelijk spelende ritmesectie zijn op het album vooral gitaren en piano te horen, waardoor Slow Burn wat meer neigt naar pop en folkpop dan naar Amerikaanse rootsmuziek.

Het nieuwe album van Mel Parsons is voorzien van een mooi helder en open geluid, dat veel ruimte open laat voor de vocalen, die op Glass Heart misschien nog wel het meest overtuigden. Ook op Slow Burn maakt Mel Parsons makkelijk indruk als zangeres. De Nieuw-Zeelandse muzikante beschikt over een mooie en warme stem en het is ook nog eens een stem met een aangenaam ruw randje. Mel Parsons vertolkt haar persoonlijke teksten bovendien met veel gevoel, waardoor haar nieuwe album makkelijk indruk maakt.

Slow Burn is door de relatief eenvoudige maar zeer sfeervolle instrumentatie, de trefzekere productie, de mooie zang en de tijdloze songs bovendien een album dat op veel momenten goed tot zijn recht komt, waardoor ik Slow Burn verrassend vaak uit de speakers laat komen. In de seizoenen die er aan komen past het album mogelijk nog beter.

Het is al een flinke tijd dringen in het genre waarin Mel Parsons zich beweegt, maar de Nieuw-Zeelandse muzikante doet zeker niet onder voor haar Amerikaanse, Canadese en Britse soortgenoten en troeft een aantal van hem af deze week met het uitstekende Slow Burn, dat het verdient om ook aan deze kant van de wereld opgemerkt te worden, net als zoveel andere uitstekende muziek uit Nieuw-Zeeland, dat beschikt over een opvallende en kwalitatief hoogstaande muziekcultuur. Erwin Zijleman

Melanie De Biasio - Blackened Cities (2016)

poster
4,5
Recensie pop de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Melanie De Biasio - Blackened Cities - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Compleet overdonderd was ik tweeënhalf jaar geleden door No Deal van Melanie de Biasio en eigenlijk ben ik dat nog steeds. De zeven songs op de plaat van de zangeres uit het Belgische Charleroi sneden dwars door de ziel en imponeerden door een buitengewoon fascinerende instrumentatie en een indringende en emotievolle stem die herinnerde aan de allergrootste.

Smoorverliefd was en ben ik op de broeierige instrumentatie vol invloeden uit de jazz, maar ook volop accenten uit de psychedelica en de triphop. Smoorverliefd was en ben ik op de stem van Melanie de Biasio, die het beste van Beth Gibbons, Shirley Bassey, Nina Simone en Billie Holiday lijkt te verenigen.

Ik keek daarom al een hele tijd uit naar de opvolger van No Deal, maar toen deze er eenmaal was werd ik in eerste instantie flink op het verkeerde been gezet. Blackened Cities duurt immers maar 25 minuten en bestaat uit slechts één track. Het is een track die niet zo makkelijk verleidt als de prachtsongs op No Deal, zeker als je er niet voldoende tijd voor neemt.

Bij mij kwam de plaat eigenlijk pas goed aan toen ik hem met een goede koptelefoon beluisterde. Sindsdien van ik van Blackened Cities gaan houden en inmiddels koester ik de plaat als een bescheiden meesterwerk.

De nieuwe plaat van Melanie De Biasio duurt misschien maar 25 minuten, maar in die 25 minuten gebeurt er verschrikkelijk veel. Bij beluistering van No Deal viel al op dat Melanie De Biasio ondanks haar fantastische stem heel veel ruimte geeft aan de muzikanten die haar omringen. Dat doet ze in nog veel sterkere mate op Blackened Cities, dat het verval van de oude industriesteden (als haar thuisbasis Charleroi) als thema heeft.

Het grootste deel van Blackened Cities moet het doen zonder vocalen. De plaat opent ingetogen met een donker en broeierig geluid. Wanneer omgevingsgeluiden van de stad opduiken komt ook de stem van Melanie De Biasio voor het eerst naar boven en is kippenvel gegarandeerd. De bijna pastorale zang gaat langzaam over in een jazzy middenstuk waarin volop geëxperimenteerd mag worden en een hele bijzondere sfeer wordt gecreëerd.

Net als op No Deal worden organische klanken op bijzondere wijze gecombineerd met elektronische klanken, maar het resultaat is totaal anders. Melanie De Biasio kon dit keer een beroep doen op topmuzikanten en dat hoor je. Het is prachtig hoe de spanning wordt opgebouwd in de lange track en met name de percussie is weergaloos.

Melanie De Biasio voegt af en toe vocalen toe, maar als dat niet nodig mag de band los gaan. 25 minuten zit je op het puntje van je stoel en wordt meerdere keren naar een climax toegewerkt. Het is prachtig hoe Blackened Cities na iedere climax weer tot leven komt en zijn weg vervolgt door de donkere stad. Zeker als je je ogen dicht doet is Blackened Cities een beeldende plaat, die steeds weer andere dingen laat zien.

Melanie De Biasio heeft zeker niet voor de makkelijkste weg gekozen en heeft een zeker in eerste instantie lastig te doorgronden plaat gemaakt. Neem echter de tijd voor deze plaat en hij groeit en groeit en groeit. Tot onmetelijke hoogten durf ik inmiddels wel te zeggen. Petje af voor deze bijzondere Belgische zangeres en deze buitengewoon fascinerende en indrukwekkende plaat. Erwin Zijleman

Melanie De Biasio - Il Viaggio (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Melanie De Biasio - Il Viaggio - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Melanie De Biasio - Il Viaggio
De Belgische muzikante Melanie De Biasio imponeerde met haar vorige albums en doet dat ook weer met het totaal anders klinkende Il Viaggio, dat goed is voor een even mooie als fascinerende luistertrip van 82 minuten

Melanie De Biasio klinkt op al haar tot dusver verschenen albums weer anders, maar haar nieuwe album Il Viaggio is echt totaal niet te vergelijken met zijn voorgangers. Weg zijn de invloeden uit de jazz, weg is ook de aardse sfeer van No Deal en Lilies. Il Viaggio staat vol met mooie en vaak wat zweverige soundscapes, wat een fraai en beeldend album oplevert. Het is een album dat in muzikaal opzicht steeds weer andere wegen in slaat en dat doet Melanie De Biasio ook met haar stem, die anders klinkt dan op haar vorige albums, maar die wederom indruk maakt. Il Viaggio is zeker geen makkelijk album, maar neem er de tijd voor en er ontvouwt zich een volgende meesterwerk van deze bijzondere muzikante uit Charleroi.

De Belgische muzikante Melanie De Biasio debuteerde in 2007 met A Stomach Is Burning. Het met stemmige maar ook avontuurlijke jazz gevulde album liet horen dat de muzikante uit Charleroi een geweldige zangeres is, maar het album maakte nog niet de diepe indruk die opvolger No Deal in 2014 zou maken.

No Deal, dat overigens al in 2013 voor het eerst verscheen, zou uitgroeien tot een van de allermooiste albums van 2014 dankzij een bijzondere fascinerende instrumentatie en vooral dankzij een indringende stem, die vanaf de eerste tot en met de laatste noot diepe indruk maakte. Met flarden Beth Gibbons, Shirley Bassey, Nina Simone en Billie Holiday zorgde Melanie De Biasio zeven tracks lang voor kippenvel en dat doet No Deal nog steeds.

In 2016 volgde het uit één lange en vooral instrumentale track bestaande Blackened Cities, dat lastiger bleek te verteren, maar bij vlagen fascinerend mooi was. Op het in 2017 verschenen Lilies keerde Melanie De Biasio terug naar het geluid van No Deal, al hadden invloeden uit de jazz wel wat aan terrein verloren. Het album deed echter niet onder voor het jaarlijstjesalbum uit 2014.

Na bijna zes jaar stilte keert Melanie De Biasio deze week terug met Il Viaggio. Het is in meerdere opzichten een zeer ambitieus album geworden. Het begint al bij de speelduur van 1 uur en 22 minuten, waarbij opvalt dat de laatste twee tracks respectievelijk 20 en 18 minuten nodig hebben. Het is een lange zit, maar je hoeft je echt geen moment te vervelen. Ook in thematisch opzicht is Il Viaggio een ambitieus album. Il Viaggio, wat ‘de reis’ betekent vertelt het verhaal van haar grootouders, die Italië verlieten voor een beter bestaan in België.

In muzikaal opzicht is het nieuwe album van Melanie De Biasio echt mijlenver verwijderd van zijn voorgangers. Invloeden uit de jazz zijn vrijwel volledig verdwenen uit de muziek van de Belgische muzikante en hebben plaats gemaakt voor neoklassieke passages en vooral voor even donkere als bedwelmende soundscapes, al is er ook ruimte voor uiterst ingetogen songs, die zijn ingekleurd met sobere klanken en hier en daar wat natuurgeluiden.

Il Viaggio doet me in muzikaal opzicht meer dan eens denken aan de muziek van The Cocteau Twins, maar dan zonder de stem van Elizabeth Fraser. Il Viaggio staat vol met prachtige klanken, maar Melanie De Biasio kiest nergens voor de makkelijkste weg, waardoor er verschrikkelijk veel te ontdekken valt op haar nieuwe album, waarop steeds meer op zijn plek valt.

Ook op Il Viaggio maakt de muzikante uit Charleroi indruk als zangeres, maar de zang, deels in het Engels en deels in het Italiaans, is maar voor een deel te vergelijken met de zang op No Deal en Lilies. De Belgische muzikante zingt in een aantal songs meer ingetogen en gebruikt haar stem in een aantal andere tracks juist meer als instrument. In beide gevallen hoor je een groot zangeres.

Il Viaggio is een album dat meer tijd vraagt dan No Deal en Lilies en het is een album dat alleen tot zijn recht komt wanneer je er met volledige aandacht naar luistert. Met de ogen dicht en een koptelefoon op de oren neemt Melanie De Biasio je mee op haar reis van de woeste natuur van de Italiaanse Abruzzen tot de grauwe industriestad Charleroi. Het is een reis langs muzikale uitersten, want Il Viaggio kan zowel verstild als ruw klinken en varieert van toegankelijk tot behoorlijk experimenteel.

Zeker de laatste twee tracks op het album zijn ver verwijderd van de standaard popsong en moeten het nog wat meer hebben van de beeldende kracht van de nieuwe muziek van Melanie De Biasio. Het pakt ook hier prachtig uit. Il Viaggio voldeed na No Deal en Lilies echt geen moment aan mijn verwachtingen, maar hoe vaker ik naar dit bijzonder intrigerende album luister, hoe mooier het wordt. Erwin Zijleman

Melanie De Biasio - Lilies (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
Review on: De krenten uit de pop: Melanie de Biasio - Lilies - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Belgisch-Italiaanse Melanie de Biasio debuteerde al in 2007, maar brak pas aan het begin van 2014 door met het verpletterend mooie No Deal; haar tweede plaat.

No Deal klonk als een organische en jazzy versie van Portishead, als een moderne versie van Nina Simone of Billie Holiday, of als alles hier tussenin.

De plaat groeide uiteindelijk uit tot de mooiste platen van 2014 en behoort wat mij betreft ook tot de mooiste platen van het decennium.

Op het vorig jaar verschenen Blackened Cities moesten we het doen met een 25 minuten durende, grotendeels instrumentale track vol jazzy vuurwerk, maar wederom wist de zangeres uit Charleroi te imponeren.

Lilies is de echte opvolger van No Deal en het is een andere plaat geworden dan Blackened Cities vorig jaar deed vermoeden. Melanie de Biasio heeft voor Lilies geen beroep gedaan op de topmuzikanten die Blackened Cities vorig jaar vulden met zoveel muzikaal vuurwerk, maar kiest voor een relatief sober geluid. Noem het back to basics, al doe je het bij vlagen bijzonder imposante geluid op Lilies daarmee wel wat te kort.

Melanie de Biasio sloot zich voor haar tweede plaat op in een kleine kamer zonder daglicht en kwam er uit met een serie bijzondere songs. De plaat opent met een filmische track die herinnert aan Portishead, de eerste plaat van Goldfrapp en de filmmuziek van Shirley Bassey, maar natuurlijk is er ook weer de fascinerende stem die No Deal naar zulke grote hoogten tilde ruim drieënhalf jaar geleden. Het is een stem die onmiddellijk onder de huid kruipt en zowel aangenaam kietelt als ruw schuurt.

Een beperkt aantal tracks op Lilies is voorzien van een relatief vol klinkend elektronisch geluid, maar de plaat bevat ook tracks die genoeg hebben aan piano, een klein beetje elektronica en vooral de stem van Melanie de Biasio.

Het is zang die ook dit keer garant staat voor kippenvel, want wat zingt Melanie de Biasio mooi en wat heeft haar stem een impact. Dat hoor je misschien nog wel het beste in de sober ingekleurde songs op de plaat, maar ook de wat steviger aangezette en vaak wat beeldende songs ontlenen het grootste deel van hun kracht aan de fascinerende zang van de zangeres uit Charleroi.

No Deal was een plaat die je zeer nadrukkelijk bij de strot greep en vervolgens niet van los laten wilde weten. Het is een omschrijving die nog veel nadrukkelijker op gaat voor het vaak bezwerend klinkende Lilies.

Melanie de Biasio heeft een plaat gemaakt die in muzikaal opzicht betovert, verbaast en intrigeert en die in vocaal opzicht een mokerslag uitdeelt. Het is een plaat die is geworteld in de jazz, maar nog meer dan No Deal slaat Lilies bruggen naar omliggende genres. Het levert een plaat op die bol staat van de spanning, die goed is voor broeierige warmte en koude rillingen en die eigenlijk van de eerste tot de laatste noot een onuitwisbare indruk maakt.

Na het briljante No Deal lag de lat wel erg hoog voor Melanie de Biasio, maar omdat de zangeres uit Wallonië niet heeft gekozen voor hetzelfde recept, gaat Lilies er uiteindelijk redelijk makkelijk overheen. Lilies is een intense plaat die van alles met je doet en die uiteindelijk van een bijzondere of zelfs unieke schoonheid blijkt. Het was misschien een gok om voor Lilies te kiezen voor een betrekkelijk sober geluid (zeker na de EP van vorig jaar), maar wat pakt het prachtig uit Erwin Zijleman

Melenas - Ahora (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Melenas - Ahora - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Melenas - Ahora
Melenas leverde in 2020 een jaarlijstjesalbum af met Dias Raros en overtreft dit album met het fantastische Ahora, waarop de muziek van de band uit Pamplona een fascinerende elektronische injectie heeft gekregen

Strakke drums, mooie gitaarloopjes, diepe bassen en prima zang en koortjes bepalen voor een deel het geluid van de Spaanse band Melenas, maar het zijn op Ahora vooral de impulsen van elektronica die de aandacht trekken. Een vleugje Kraftwerk voorziet het geluid van de Spaanse band van een zeer eigenzinnig tintje, maar het pakt fantastisch uit. Melenas was op haar vorige album al van jaarlijstjesniveau, maar de band uit Pamplona doet er op Ahora nog een schepje bovenop. Ahora heeft alles dat Dias Raros in 2020 zo onweerstaanbaar maakte, maar klinkt nog wat eigenzinniger en nog wat overtuigender. De Spaanse rockmuziek floreert de afgelopen jaren, maar deze band steekt er flink bovenuit.

De Spaanse band Melenas dook in de eerste maanden van de coronapandemie op met het geweldige Dias Raros, dat uiteindelijk zelfs de top 10 van mijn jaarlijstje over 2020 zou halen. De vier vrouwen uit Pamplona deden dit met een fascinerende mix van met name postpunk en new wave, die door het veelkleurige gitaarwerk, het bijzondere gebruik van elektronica en de Spaanstalige teksten flink anders klonk dan al het andere dat in het betreffende jaar verscheen.

Dankzij de albums van onder andere Hinds, Mourn en LISASINSON floreert de door vrouwen gemaakte Spaanse rockmuziek als nooit tevoren, maar Dias Raros van Melenas stak er tot dusver wel wat bovenuit. Het album krijgt vanaf deze week echter stevige concurrentie van Ahora, het nieuwe album van Melenas. Oihana, Leire, María en Lauri gaan op het nieuwe album van Melenas verder waar Dias Raros drieënhalf jaar geleden ophield, maar hebben hun geluid op fascinerende wijze verrijkt.

Ook op Ahora maakt de band uit Pamplona muziek die zich vooral heeft laten beïnvloeden door postpunk en new wave uit de late jaren 70 en vroege jaren 80, maar de vier vrouwen maken dit keer ook geen geheim voor hun bewondering van Kraftwerk. Vergeleken met het vorige album hebben de keyboards flink aan terrein gewonnen en het zijn keyboards die afwisselend klinken als de analoge synths van de pioniers van de elektronische popmuziek en het Farfisa orgel dat in de jaren 60 zo populair was in de garagerock en de psychedelische muziek.

De batterij keyboards wordt ook dit keer gecombineerd met strakke drums, diepe bassen en heerlijk gitaarwerk, dat vergeleken met het vorige album een stapje terug heeft moeten doen, maar zeker niet helemaal is verdreven uit het geluid van Melenas. De combinatie van invloeden uit de new wave en de postpunk en de hier en daar door Kraftwerk beïnvloede elektronica is een bijzondere combinatie, maar het pakt geweldig uit.

De songs van Melenas zijn nog wat aanstekelijker dan op het vorige album van de Spaanse band, maar ze klinken ook spannender, waardoor Ahora direct vanaf de eerste noten intrigeert. Hierna is de verleiding van het album al snel meedogenloos, wat nog eens wordt versterkt door de aangename zang en de mooie koortjes op het album. Door de bijzondere klanken en de Spaanstalige teksten klinkt het anders dan je gewend bent, maar ook als je geen woord verstaat van de songs van Melenas komen de songs van de vier vrouwen uit Pamplona makkelijk binnen.

Omdat Dias Raros in 2020 zo hoog scoorde in mijn jaarlijstje kwam het album ook de afgelopen drie jaar nog met enige regelmaat voorbij en is het een album dat me inmiddels zeer dierbaar is, maar desondanks vond ik Ahora vrijwel onmiddellijk beter. Melenas kreeg de afgelopen jaren in eigen land te maken met serieuze concurrentie, maar met Ahora kan de band de nationale en internationale concurrentie met gemak aan.

Alle songs op het nieuwe album van Melenas strelen intens het oor, maar ze prikkelen minstens net zo hevig de fantasie. Toetseniste María gaat flink los op haar keyboards, maar van overdaad is geen sprake, al is het maar omdat haar drie bandgenoten een stapje terug doen wanneer dat nodig is. Melenas is nog niet heel bekend helaas, maar Ahora is echt in alle opzichten een jaarlijstjesalbum en bovendien een van de meest aansprekende van het muziekjaar tot dusver. Erwin Zijleman

Melenas - Días Raros (2020)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Melenas - Dias Raros - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Melenas - Dias Raros
Het Spaanse Melenas levert een fantastisch album op dat in muzikaal en vocaal opzicht staat als een huis, maar dat ook continu verrast met songs die je een hele zomer lang wilt koesteren

Melenas is een band uit het Spaanse Pamplona en werd onlangs ingelijfd door een Amerikaans label. Dat label heeft er kijk op, want Dias Raros is een uitstekend album. De vier vrouwen uit Pamplona maken op hun nieuwe album indruk met geweldige gitaarpartijen en synths en een geweldig spelende ritmesectie. Ook in vocaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend en dan zijn er ook nog eens de aanstekelijke songs die zich nergens in een hokje laten duwen en zich door van alles en nog wat hebben laten beïnvloeden en ook nog eens geen geheim maken van de Spaanse wortels van de band. Echt een hele aangename verrassing dit album.

Een paar weken geleden zou het nieuwe album van de Spaanse band Hinds verschijnen. De vier vrouwen uit Madrid zaten vanwege de corona lockdown echter muurvast in de Spaanse hoofdstad en kozen er voor om hun nieuwe album even uit te stellen (tot begin juni is vooralsnog het plan). Jammer, want ik had de promo cd al een tijdje in huis en was onder de indruk.

Gelukkig blijkt Hinds een Spaanse soortgenoot te hebben en die zag het wel zitten om in deze bijzondere tijd een nieuw album uit te brengen. Het is een uitstekend album dat zomaar kan uitgroeien tot de alternatieve soundtrack van deze zomer en tot de grote verrassingen van het moment.

Melenas bestaat net als Hinds uit vier vrouwen, maar in muzikaal opzichte tapt de band toch uit een net wat ander vaatje. Zo kiezen de dames uit Pamplona voor Spaanstalige songs en leunen ze wat zwaarder op elektronica dan de dames van Hinds. Dias Raros, wat iets betekent als rare dagen, werd opgenomen toen de leden van de band min of meer opgesloten zaten in Pamplona, maar de muziek van de band mag nu, zeker na het tekenen bij een Amerikaans platenlabel, de hele wereld over.

Het nieuwe album van Melenas klinkt bij oppervlakkige beluistering als een aangenaam rammelplaatje, maar als je wat beter luistert hoor je dat het allemaal ongelooflijk knap in elkaar zit en dat er vier prima muzikanten aan het werk zijn. Melenas beschikt in de personen van Leire en Lauri over een ritmesectie die zowel strak als avontuurlijk kan spelen en steeds weer zorgt voor mooie tempowisselingen, maar het zijn vooral het gitaarwerk en de synths die diepe indruk maken.

Het gitaarwerk van Oihana schiet op Dias Raros alle kanten op, maar is altijd van hoog niveau. Melenas heeft soms een zwak voor jangle pop en beheerst dat genre tot in de perfectie, maar ook als de band opschuift richting dreampop, new wave of postpunk valt het gitaarwerk op het album in positieve zin op en strooit de gitariste van de band niet alleen met prachtige gitaarloopjes maar ook met lekker rauwe riffs of donkere gitaarwolken.

Wat voor het gitaarwerk geldt, geldt ook voor de synths op het album. Wanneer de gitaren domineren kleuren de synths van Maria de achtergrond fraai in, maar ze zijn het mooist als wolken synths naar de voorgrond komen drijven. De bijdragen van synths zijn al net zo veelkleurig als het gitaarwerk op het album en zorgen ervoor dat Dias Raros de ruimte prachtig vult.

Ook op de zang op het album is helemaal niets aan te merken. Melenas heeft gekozen voor Spaanstalige muziek, maar zo klinkt het eigenlijk niet, al is het maar omdat het heerlijk loom en dromerig klinkt. Oihana, de zangeres van de band heeft een aangename stem die zich makkelijk staande houdt tussen het geweld van de gitaren en de synths en die hier en daar gezelschap krijgt van de stemmen van de andere leden van de band in mooie koortjes en wonderschone harmonieën.

Dias Raros van Melenas is niet van plan om zich in een hokje te laten duwen en verwerkt flink wat invloeden in een bijzonder eigen geluid. Iedere song voegt weer wat andere accenten toe aan de muziek van de band, die niet alleen fris maar ook tijdloos klinkt. Dias Raros staat vol met popliedjes om hopeloos verliefd op te worden, want wat zit er veel moois en onweerstaanbaars verstopt in de muziek van de Spaanse band en bij veelvuldige beluistering wordt het alleen maar indrukwekkender. Erwin Zijleman

Melissa Carper - Ramblin' Soul (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Melissa Carper - Ramblin' Soul - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Melissa Carper - Ramblin' Soul
Het is even wennen aan de bijzondere stem van Melissa Carper en aan haar traditionele geluid, maar als Ramblin’ Soul je eenmaal te pakken heeft, wordt het langzaam maar zeker een fantastisch album

De Amerikaanse singer-songwriter Melissa Carper trok vorig jaar de aandacht met Daddy’s Country Gold, dat in rootskringen uitstekend werd ontvangen. Ook het een week of drie geleden Ramblin’ Soul krijgt zeer lovende recensies, maar zelf moest ik erg wennen aan het nogal traditionele geluid op het album en vooral aan de bijzondere stem van Melissa Carper. Die stem zat me bij eerste beluisteringen flink in de weg, maar inmiddels vind ik de zang het geheime wapen van de Amerikaanse muzikante. Het is een stem die uitstekend gedijt binnen de mix van traditionele jazz, soul, blues en vooral country. Ik had het een paar weken geleden niet verwacht, maar Ramblin’ Soul is een prachtalbum.

Ramblin’ Soul van Melissa Carper wordt inmiddels al een aantal weken uitvoerig bejubeld door flink wat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek en staat hoog in de lijstjes waarin het genre domineert, net zoals dat in 2021 gebeurde met haar vorige album Daddy's Country Gold. Het vorige album van Melissa Carper heb ik uiteindelijk laten liggen. Enerzijds omdat ik maar niet kon wennen aan de bijzondere stem van de Amerikaanse muzikante en anderzijds omdat ik haar muziek wel erg traditioneel vond.

Mijn eerste ervaringen met Ramblin’ Soul waren volledig vergelijkbaar. Melissa Carper beschikt over een zeer karakteristieke en zeker op het eerste gehoor wat schelle stem en maakt Amerikaanse rootsmuziek zoals die ook flink wat decennia geleden al werd gemaakt. Het is Amerikaanse rootsmuziek met invloeden uit de jazz, soul en rhythm & blues, maar invloeden uit de country domineren.

Ik ging er eigenlijk van uit dat Ramblin’ Soul, net als Daddy's Country Gold, na mijn eerste ervaringen definitief op de stapel zou verdwijnen, maar opeens had het album me toch te pakken. Melissa Carper beschikt nog altijd over een hele bijzondere stem, maar als je bent gevallen voor dit album strijkt deze stem opeens niet meer tegen de haren in, maar hoor je flarden van groten uit de hierboven genoemde genres.

Ramblin’ Soul is net als zijn voorganger een behoorlijk traditioneel klinkend album, maar wat klinkt het opeens lekker. Het album werd opgenomen in de roemruchte studio The Bomb Shelter in Nashville, Tennessee, waar eigenaar Andrija Tokic aanschoof als een van de producers. Deze Andrija Tokic kennen we onder andere van Alabama Shakes , Hurray For The Riff Raff, The Deslondes, Margo Price en Ian Noe en ook voor Melissa Carper levert de Amerikaanse producer vakwerk af.

Andrija Tokic deelt de credits, net als op Daddy’s Country Gold met de wat minder bekende Dennis Crouch en ook dit keer tekenen de twee voor een geluid dat net zo goed zestig jaar oud had kunnen zijn, waarbij de analoge apparatuur in The Bomb Shelter vast goed van pas kwam. Bij mijn eerste pogingen met de muziek van Melissa Carper had ik slechts korte fragmenten beluisterd, maar de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter komt pas goed tot zijn recht wanneer je je volledig onderdompelt in de gloedvolle klanken en even de tijd neemt om te wennen aan de zang.

Melissa Carper is een bijzondere zangeres, maar ze schrijft ook uitstekende songs en vertolkt hiernaast nog een song van Brennen Leigh en een van Odetta. Ramblin’ Soul klonk zeker in eerste instantie vooral traditioneel, maar inmiddels hoor ik ook een stel geweldige muzikanten, die het perfecte geluid voor de unieke stem van Melissa Carper creëren en laten horen dat de stokoude invloeden nog steeds werken.

Zeker op de late avond verricht het nieuwe album van Melissa Carper makkelijk wonderen. Sluit je ogen en de tijdloze klanken nemen je mee naar de oevers van de Mississippi en naar een tijd waarin de wereld voor je gevoel nog een stuk minder snel ronddraaide. Het gekke is dat ik me inmiddels totaal niet meer voor kan stellen dat dit prachtige en bijzonder sfeervolle album me in eerste instantie zo tegen stond. Iedereen die, net als ik, bij eerste beluistering wat moeite heeft met de stem van Melissa Carper, adviseer ik dan ook nadrukkelijk om even vol te houden. Erwin Zijleman.

Melody Gardot - Currency of Man (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Melody Gardot - Currency Of Man - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse zangeres Melody Gardot heeft, ondanks drie werkelijk fantastische platen, nog altijd niet dezelfde status als soortgenoten als Norah Jones en Madeleine Peyroux.

Dat heeft waarschijnlijk deels te maken met de eigenzinnigheid van de zangeres uit New York, want steeds als je denkt te weten in welke genres Melody Gardot opereert, slaat ze weer nieuwe wegen in.

Na de blues, soul, jazz en pop van haar debuut Worrisome Heart uit 2006, dat Melody Gardot overigens maakte na een zwaar verkeersongeluk dat haar tot op de dag van vandaag beperkt, ging opvolger en voorlopig meesterwerk My One And Only Thrill uit 2009 meer de kant van de jazz op, terwijl het in 2012 verschenen The Absence juist volop invloeden uit de wereldmuziek (en met name Franse en Zuid Amerikaanse muziek) verwerkte.

Voor het onlangs verschenen Currency Of Man keerde Melody Gardot terug naar producer Larry Klein, die ooit Joni Mitchell produceerde en ook achter de knoppen zat bij de opnames van My One And Only Thrill; volgens velen de beste Melody Gardot plaat tot dusver.

Toch klinkt Currency Of Man weer flink anders dan de vorige platen van Melody Gardot en zijn er eigenlijk maar twee constanten; de hoge kwaliteit van de platen van de Amerikaanse zangeres en haar geweldige stem. Met het predicaat zangeres doe ik Melody Gardot overigens wel wat te kort, want de Amerikaanse schrijft zelf al haar songs.

Op Currency Of Man zijn de invloeden uit de wereldmuziek, die op The Absence nog zo belangrijk waren, weer grotendeels verdwenen. Producer Larry Klein trommelde voor Currency Of Man flink wat gelouterde sessiemuzikanten op en heeft uiteindelijk gezorgd voor een prachtige klinkende plaat. Het is een plaat waarop invloeden uit de jazz weer iets aan terrein hebben gewonnen, maar op Currency Of Man domineren uiteindelijk de invloeden uit de soul.

Het is vooral laid-back soul, die me persoonlijk meer dan eens doet denken aan de muziek van Bill Withers, maar Melody Gardot gaat op haar nieuwe plaat ook aan de haal met invloeden uit de funk, rhythm & blues, jazz en zelfs gospel.

Currency Of Man valt op door een bijzonder ingetogen, maar ook bijzonder smaakvolle instrumentatie. De vaak wat lome songs zijn voorzien van mooie trage gitaarlijnen, een zwoele ritmesectie, waarna prachtige gearrangeerde blazers en strijkers het geheel compleet mogen maken.

Het is razend knap hoe de muzikanten op de plaat zo subtiel en ingehouden kunnen spelen en het is minstens even knap hoe topproducer Larry Klein al deze subtiele en ingehouden klanken aan elkaar heeft gesmeed tot een buitengewoon smaakvol maar ook heerlijk broeierig geheel.

De prachtige en subtiele klanken op Currency Of Man smeken om een zangeres van wereldklasse en dat is Melody Gardot. De Amerikaanse omarmt de lome en intieme instrumentatie en voorziet deze van ingehouden, broeierige en heerlijk lome en dromerige vocalen. Het herinnert aan de grote zangeressen uit vervlogen tijden, waardoor Currency Of Man direct een diepe indruk maakt en vervolgens steeds meer gaat imponeren.

Met Currency Of Man heeft Melody Gardot haar beste plaat tot dusver gemaakt. Hoogste tijd dus om deze unieke zangeres in brede kring te omarmen. Ik verheug me nu al op lome zomerdagen, broeierige avonden en luie ochtenden met Currency Of Man van Melody Gardot. Dat zouden meer muziekliefhebbers moeten doen. Erwin Zijleman

Melody's Echo Chamber - Bon Voyage (2018)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Melody's Echo Chamber - Bon Voyage - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Melody’s Echo Chamber is een Franse band die is geformeerd rond de Parijse muzikante Melody Prochet. Deze Melody Prochet speelde een jaar of zeven geleden met haar vorige band My Bees Garden in het voorprogramma van Tame Impala en Kevin Parker, de voorman van de Australische neo-psychedelica band, was zo onder de indruk van de Française, dat hij haar stimuleerde een nieuwe band te beginnen.

Kevin Parker had vervolgens flink wat invloed op het in de herfst van 2012 verschenen titelloze debuut van de Franse band, dat vervolgens flink werd bewierookt door de critici en terecht.

De dreampop met Franse tinten van Melody’s Echo Chamber smaakte naar veel meer, maar sinds de release van het debuut is het helaas lang stil geweest rond de band. Melody Prochet werd eerst getroffen door een ernstige writer’s block en vervolgens door een nog veel ernstiger ongeval. Inmiddels is ze gelukkig volledig hersteld en heeft ze ook haar inspiratie weer hervonden. Deze inspiratie heeft Bon Voyage, het tweede album van Melody’s Echo Chamber opgeleverd.

Over de nieuwe plaat van de Parijse band heb ik een beetje slecht nieuws en heel veel goed nieuws te melden. Het slechte nieuws is dat het lange wachten uiteindelijk slechts 7 tracks en 33 minuten muziek oplevert. Het goede nieuws is dat er in die 7 tracks en 33 minuten ongelooflijk veel moois en ongelooflijk veel verrassends is te horen.

Het debuut van Melody’s Echo Chamber was bijna zes jaar geleden een veelzijdige maar over het algemeen genomen redelijk toegankelijke plaat, waarop invloeden uit de dreampop werden gecombineerd met een beetje psychedelica, een Frans tintje en wat raakvlakken met de invloedrijke band Stereolab.

Tussen het debuut en de tweede plaat van de band van Melody Prochet zit een lange periode van zes jaar, maar in muzikaal opzicht zitten er lichtjaren tussen beide platen. Op Bon Voyage haalt Melody’s Echo Chamber de mosterd vooral bij de psychedelica uit de jaren 60, maar de tweede plaat van de Parijse band is zeker niet de zoveelste plaat die de psychedelica uit deze periode laat herleven.

Melody Prochet voegt 1001 invloeden aan de psychedelische klanken toe en put hierbij net zo makkelijk uit Franse filmmuziek uit de jaren 70 als uit de Braziliaanse bossanova uit deze periode. Hier blijft het niet bij, want de Franse band voegt, onder aanvoering van haar frontvrouw, ook nog wat Franse zuchtmeisjes zwoelheid toe aan het geluid van de band en verrijkt dit al zo volle en veelzijdige geluid verder met invloeden uit de jazzrock en met moderne elektronische muziek. Ook hiermee zijn we er nog niet, want hier en daar zijn ook gruizige of bluesy gitaren en invloeden uit het Midden Oosten te horen en incidenteel slaat ook nog de gekte kort toe.

Het levert een plaat op die je van de ene in de andere verbazing doet vallen, maar het is ook een plaat die imponeert en die je steeds dieper meevoert in het unieke muzikale universum van Melody’s Echo Chamber, waarin Melody Prochet zich niet alleen bedient van het Engels en het Frans, maar ook van het Zweeds.

Er gebeurt in het ruime half uur dat Bon Voyage duurt zoveel dat het je soms duizelt, maar als je gevoelig bent voor de bijzondere verleiding van de Franse band is deze verleiding genadeloos. Ik luister inmiddels voor de zoveelste keer naar Bon Voyage en hoewel ik nog steeds naar houvast zoek, ben ik ook volledig verslaafd aan deze fascinerende plaat die je alle kanten op slingert maar steeds weet te verleiden met prachtige klanken, zwoele zang en songs die de fantasie maar eindeloos blijven prikkelen. Dat de tweede plaat van Melody’s Echo Chamber het lange wachten meer dan waard was zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Melody's Echo Chamber - Emotional Eternal (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Melody's Echo Chamber - Emotional Eternal - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Melody's Echo Chamber - Emotional Eternal
Melody’s Echo Chamber verrast ook op haar derde album met een uit vele lagen bestaand geluid, dat je dit keer vooral mee terug neemt naar de psychedelische muziek van Serge Gainsbourg

Melody’s Echo Chamber neemt de tijd voor haar muziek, maar ook het derde album van de band uit Parijs is weer prachtig. Het is misschien even wennen aan het volle geluid en aan de stem van zangeres Melody Prochet, maar zeker bij beluistering met de koptelefoon is Emotional Eternal een fascinerende luistertrip vol bijzondere details. Melody’s Echo Chamber verwerkt ook dit keer invloeden uit de dreampop, maar de band vindt haar inspiratie vooral in de psychedelica van lang geleden en schuurt hier en daar tegen de Franse psychedelische muziek uit de jaren 60 en 70 aan. Serge Gainsbourg had wel wat gekund met deze band. Derde prachtalbum op rij.

Ik besluit mijn recensies zo nu en dan met de opmerking dat het besproken album pas goed tot zijn recht komt wanneer je het met volledige aandacht en bij voorkeur met een goede koptelefoon beluistert. Ik begin er mijn recensie met het nieuwe album van de Franse band Melody’s Echo Chamber mee, want bij beluistering van Emotional Eternal is het een wereld van verschil.

Bij eerste beluistering door de speakers en laag volume klonk het album voor mij als een wollige brei van lagen geluid, waarop de hoge en zoete vocalen van de frontvrouw dicht tegen irritatie aan schuurden. Bij beluistering van de koptelefoon hoorde ik een zorgvuldig uit vele lagen opgebouwd geluid en klonk de stem van zangeres Melody Prochet me als muziek in de oren.

Emotional Eternal is het derde album van de Franse band en volgt op het titelloze en door Tame Impala’s Kevin Parker geproduceerde debuutalbum uit 2012 en opvolger Bon Voyage uit 2018. Na het debuutalbum moest Melody Prochet herstellen van een writer’s block en de gevolgen van een ernstig ongeval, maar sinds Bon Voyage zijn ook alweer bijna vier jaren verstreken, waarin de Française nog steeds te maken had met de gevolgen van het ongeluk en ze bovendien moeder werd.

In muzikaal opzicht heeft de tijd ook niet stil gestaan, want het derde album van de Franse band borduurt niet alleen voort op zijn voorganger, maar klinkt ook echt anders. Op Emotional Eternal kiest Melody’s Echo Chamber voor een behoorlijk vol geluid, dat wordt gecombineerd bij de hoge en soms zwoele vocalen van Melody Prochet. Ook Emotional Eternal klinkt bij oppervlakkige beluistering als een wat minder onderkoelde versie van Beach House, maar het derde album van de band uit Parijs is zeker geen dreampop album.

De muziek van de band lijkt soms een muur of een brei van geluid, maar luister net wat beter en je hoort flink wat lagen instrumentatie vol prachtige details. Keyboards spelen een belangrijke rol in het geluid van de band, maar het gitaarwerk op Emotional Eternal is prachtig en ook de ritmesectie verdient een pluim. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de hoge stem van Melody Prochet, maar als je vatbaar ben voor de zoete verleiding van haar stem, speelt Emotional Eternal al heel snel een gewonnen wedstrijd.

Ik noemde het derde album van Melody’s Echo Chamber hierboven geen dreampop album, maar wat is het dan wel? Ik hoor hier en daar wel wat invloeden uit de dreampop en bovendien subtiele invloeden uit de wereldmuziek en hier en daar wat flarden uit de Franse filmmuziek, maar ik zou het album uiteindelijk toch in het hokje psychedelica stoppen, al is ook dat een vlag die de lading maar ten dele dekt.

Het is de psychedelica zoals die in de late jaren 60 en vroege jaren 70 in Parijs werd gemaakt door Serge Gainsbourg, die ongetwijfeld een enorm zwak zou hebben gehad voor Melody Prochet. Het nieuwe album van Melody’s Echo Chamber klinkt met enige regelmaat als een album dat door Serge Gainsbourg is geproduceerd en neemt je mee terug naar het Parijs van de jaren 60 en 70. Vervolgens slingert Melody’s Echo Chamber je heen en weer tussen verleden en heden met een album dat misschien wat overweldigend klinkt, maar het uiteindelijk juist van de fraaie details moet hebben. Erwin Zijleman

Melody's Echo Chamber - Unclouded (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Melody's Echo Chamber - Unclouded - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Melody's Echo Chamber - Unclouded
De Franse band Melody’s Echo Chamber overtuigt ook op haar nieuwe album Unclouded weer met psychedelische klanken die herinneren aan de muziek die Serge Gainsbourg in een inmiddels ver verleden maakte

Iedere keer als ik luister naar Unclouded van Melody’s Echo Chamber ben ik even vergeten dat het buiten guur en donker is. De band rond boegbeeld Melody Prochet maakte op haar vorige albums al zoete en verleidelijke muziek, maar doet er op Unclouded nog een schepje bovenop. De heerlijke gitaarloopjes die we kennen van de band worden gecombineerd met zweverige elektronica, stemmige strijkers en een stevige aangezette ritmesectie, die de muziek van de band voorziet van jazzy impulsen. Hier boven op komt de buitengewoon verleidelijke stem van Melody Prochet, wiens stem de muziek van Melody’s Echo Chamber voorziet van een onweerstaanbaar lekkere zweverigheid.

Melody’s Echo Chamber ontstond in 2012 nadat de Franse muzikante Melody Prochet met haar band Bee’s Garden in het voorprogramma had gestaan van de Australische band Tame Impala. Tame Impala voorman Kevin Parket ontfermde zich over de Franse muzikante en had een flinke vinger in de pap op het in 2012 verschenen titelloze debuutalbum van Melody’s Echo Chamber. Sindsdien heb ik wel wat met de muziek van de Franse band, die deze week met Unclouded haar vierde album heeft uitgebracht (het vorig jaar verschenen Unfolded tel ik vanwege de speelduur van slechts 20 minuten niet mee als album).

De Franse band maakte op haar debuutalbum muziek die was te omschrijven als psychedelische dreampop, met onder andere Lush en Beach House als vergelijkingsmateriaal. Het tweede album liet door een ongeval van Melody Prochet lang op zich wachten, maar het in 2018 verschenen Bon Voyage overtrof wat mij betreft het debuutalbum met een spannend en veelkleurig geluid.

Op het in 2022 verschenen Emotional Eternal klonk Melody’s Echo Chamber weer net wat anders en liet het zich ondanks de grotendeels Engelstalige songs duidelijker beïnvloeden door de Franse popmuziek uit het verleden, met het fantastische oeuvre van Serge Gainsbourg voorop.

De band uit Parijs voegt met Unclouded nog een half uur prachtige muziek toe aan haar oeuvre en het is wederom muziek die net wat anders klinkt dan we van de band gewend zijn. Ik vind een album van een half uur persoonlijk aan de korte kant, maar het is tegenwoordig zeker geen uitzondering meer en bovendien is Unclouded wel een half uur bijzonder mooi.

In de openingstrack The House That Doesn’t Exist hoor je direct weer de invloeden van Serge Gainsbourg, die op het vorige album ook al opdoken. Ik denk dat de Franse grootheid het nieuwe album van Melody’s Echo Chamber zeker had kunnen waarderen en Melody Prochet graag als muze had gehad.

Als ik het nieuwe album van Melody’s Echo Chamber vergelijk met de drie vorige albums hoor ik absoluut raakvlakken, maar Unclouded klinkt wel wat zoeter en verleidelijker dan zijn voorgangers. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal net wat minder ruw, wat je vooral hoort in de gitaarlijnen, en zijn hier en daar strijkers toegevoegd.

De muziek van de Franse band is nog altijd psychedelisch en af en toe hoor ik ook wel wat invloeden uit de dreampop, maar de muziek op Unclouded is ook eigenzinnig. Wat vooral opvalt zijn de wat springerige en stevig aangezette ritmes in een deel van de songs. Het geeft de songs van Melody’s Echo Chamber een jazzy touch, die ook weer herinnert aan de muziek die Serge Gainsbourg in de jaren 60 en 70 maakte.

In de muziek wordt al flink met stroop gesmeerd met fraaie gitaarloopjes en sfeervolle strijkers, maar Melody Prochet doet er nog een schepje bovenop met werkelijk honingzoete zang. Het had net wat zoeter en verleidelijker geklonken wanneer ze alleen in het Frans had gezongen, maar goed. Het neigt nu af en toe al naar net wat te zoete klanken, maar wat doet het ook lekker op de donkere en grauwe dagen van het moment. Op de achtergrond kabbelt Unclouded bijzonder aangenaam voort, maar het is ook een album dat tot leven komt wanneer je het met de koptelefoon beluistert. Wat is dit toch een leuke band. Erwin Zijleman

Men I Trust - Equus Asinus (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Men I Trust - Equus Asinus - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Men I Trust - Equus Asinus
De Canadese band Men I Trust heeft met haar nieuwe album Equus Asinus een zwoel, dromerig en verleidelijk album gemaakt dat zomaar de soundtrack kan worden van hele mooie en zorgeloze lentedagen

Men I Trust uit Montreal heeft al een aantal albums op haar naam staan, maar slaat op het deze week verschenen Equus Asinus een wat andere weg in. Het tempo ligt wat lager en de muziek van de Canadese band klinkt ook wat minder elektronisch. Invloeden uit de folk en de dreampop hebben aan terrein gewonnen en wat lome en dromerige klanken domineren. Het past uitstekend bij de stem van zangeres Emma Proulx, die het verleidelijke karakter van de muziek van Men I Trust nog wat verder versterkt. Ik had nog niet eerder geluisterd naar muziek van Men I Trust, maar Equus Asinus klinkt heerlijk, zeker in de aangename lentezon van het moment.

Op basis van de covert art zou ik Equus Asinus (de wetenschappelijke naam van de ezel) van Men I Trust zeker niet geselecteerd hebben voor een plekje op de krenten uit de pop, maar als de Amerikaanse muziekwebsite Paste enthousiast is over een album, moet ik toch op zijn minst even luisteren.

Het is sowieso niet de week van de mooie cover art, want ik heb deze week maar weinig covers gezien die ik ingelijst aan de muur zou willen hebben en een heleboel waar ik absoluut niet tegenaan zou willen kijken. Het is stiekem ook wel een voordeel van muziek luisteren via de streaming media platforms en toen ik het album via Spotify beluisterde beviel het me wel. Op datzelfde Spotify zag ik trouwens een kleine handvol albums van Men I Trust, een naam die bij mij echt geen belletje deed rinkelen.

Het heeft er vast mee te maken dat de andere albums van Men I Trust een stuk elektronischer en een stuk meer uptempo klinken dan het deze week verschenen Equus Asinus en zelfs in het hokje electropop worden geduwd. Dat is een hokje waarin het nieuwe album van Men I Trust zeker niet thuis hoort. In welk hokje het album wel thuis hoort is niet zo makkelijk te zeggen. De muziek van Men I Trust bevat hier en daar invloeden uit de dreampop, maar ook invloeden uit de zwoele softpop en de folk hebben hun weg gevonden naar het geluid van de band.

Men I Trust is overigens een drietal uit het Canadese Montreal dat bestaat uit Jessy Caron, Dragos Chiriac en Emmanuelle "Emma" Proulx. Ik heb de vorige albums van de band ook beluisterd en die klinken bij vlagen best aangenaam, maar het deze week verschenen nieuwe album van de band bevalt me een flink stuk beter. Het is voor een belangrijk deel de verdienste van de stem van Emma Proulx, die zacht en verleidelijk zingt. Het voorziet de muziek van Men I Trust van iets aangenaam zacht en lieflijks, wat het uitstekend doet in de inmiddels losgebarsten lente.

Nu zijn er momenteel wel heel veel zangeressen die zacht en lieflijk zingen, maar de stem van Emma Proulx is mooier dan gemiddeld en deed mij onmiddellijk smelten. De zang is een van de belangrijkste sterke punten van Equus Asinus, maar er valt absoluut meer te genieten op het album. In muzikaal opzicht maakt de Canadese band makkelijk indruk met dromerige klanken, die de stem van Emma Proulx nog net wat mooier uit laten komen.

Het zijn deels organische en deels elektronische klanken, maar het combineert allemaal prachtig. Het veelkleurige geluid van de synths valt op, maar ik heb ook wel wat met de mooie en zeer trefzekere baslijnen in de songs van Men I Trust. Het heeft af en toe een randje dreampop, maar Men I Trust laat zich door meerdere genres beïnvloeden en vermengt al deze invloeden in een bijzonder mooi geluid.

Het is een geluid dat ook wel wat Frans aandoet en een aantal decennia geleden zomaar door Serge Gainsbourg geproduceerd had kunnen zijn. Serge Gainsbourg had overigens ook wel raad geweten met de stem van Emma Proulx, zeker als ze in de track Girl (2025) uiteindelijk kiest voor het Frans, dat haar stem nog wat zwoeler en verleidelijker maakt. Equus Asinus van Men I Trust komt nog wat beter tot zijn recht wanneer je op een mooie lentedag in het gras gaat liggen met dit album door de koptelefoon. De wereld ziet er vervolgens opeens een flink stuk mooier uit. Erwin Zijleman

Men I Trust - Equus Caballus (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Men I Trust - Equus Caballus - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Men I Trust - Equus Caballus
De Canadese band Men I Trust leverde nog geen twee maanden geleden met Equus Asinus een uitstekend album af, maar gooit er deze week het minstens even goede en weer anders klinkende Equus Caballus tegenaan

Ik heb er met de Canadese band Men I Trust een favoriet bandje bij en het is er een die in korte tijd twee uitstekende albums heeft uitgebracht. Het zijn allebei albums die doen uitzien naar een eindeloze lente en zomer, maar het deze week verschenen Equus Caballus klinkt anders dan het twee maanden geleden verschenen album. De band uit Montreal heeft een fris klinkend indiepop album afgeleverd, dat bol staat van de invloeden, dat zowel aanstekelijk als avontuurlijk klinkt en dat nog wat verleidelijker wordt door de heerlijke zwoele stem van zangeres Emmanuelle Proulx, die de zon op Equus Caballus nog wat harder laat schijnen. Wat een leuke band en wat een leuke albums.

Een week of zes geleden besprak ik het album Equus Asinus van de Canadese band Men I Trust, mijn eerste kennismaking met de muziek van de band. De band uit Montreal klonk op dit album naar verluidt flink anders dan op haar vorige albums en het nieuwe geluid beviel me zeer.

Equus Asinus liet een wat dromerig geluid horen met vooral invloeden uit de folk en de dreampop en koos voor een lekker laag tempo, wat uitstekend paste bij de mooie en verleidelijke stem van zangeres Emmanuelle Proulx. Equus Asinus is voor mij nog altijd een heerlijke soundtrack voor zwoele lentedagen, maar ik lees op fora als MusicMeter dat zeker niet iedereen gecharmeerd was van het nieuwe geluid van Men I Trust.

Buiten de lelijke cover art was ik echter dik tevreden met het album, dat ik zeker niet kansloos acht voor mijn jaarlijstje. Tot mijn verbazing duikt Men I Trust nog geen twee maanden na het vorige album deze week alweer op met een nieuw album. Equus Caballus lijkt qua titel erg op zijn voorganger, wat alles te maken heeft met het feit dat Men I Trust heeft gewerkt aan een tweeluik, waarvan deze week het tweede deel is verschenen.

Het is kennelijk een tweeluik waarin de Canadese band meerdere kanten van zichzelf wil laten horen, want Equus Caballus klinkt duidelijk anders dan Equus Asinus. Equus Asinus is overigens de wetenschappelijke naam van de ezel, terwijl Equus Caballus de wetenschappelijke naam van het paard is. Op basis van de muziek op de albums kom ik er nog niet uit waarom het vorige album naar de ezel is vernoemd en het nieuwe album naar het paard, al is het wel duidelijk dat een ezel iets anders is dan een paard.

Vergeleken met het vorige album ligt het tempo op het nieuwe album van Men I Trust net wat hoger en hiernaast is de elektronica wat dominanter aanwezig en strooit de band met heerlijke gitaarloopjes. Gebleven is de heerlijke stem van Emmanuelle Proulx, die direct van de openingstrack meedogenloos verleidt met zwoele vocalen.

De muziek op Equus Asinus omschreef ik een week of zes geleden als een mix van dreampop en folk. Op Equus Caballus hoor ik misschien nog wel een vleugje dreampop, maar ik hoor toch vooral zwoele indiepop, waarin uiteenlopende invloeden uit het heden en verleden zijn verwerkt.

Het is pop die je af en toe mee terug neemt, bijvoorbeeld naar de muziek van Scritti Politti of naar zweverigere 80s pop, new wave of postpunk, maar het album bevat ook een aantal tracks die klinken alsof het Fleetwood Mac van halverwege de jaren 70 met een tijdmachine het heden in is geslingerd.

De zwoele zang van Emmanuelle Proulx is niet de enige overeenkomst tussen de twee albums van Men I Trust, want net als op Equus Asinus maakt de band uit Montreal ook op Equus Caballus muziek die het uitstekend doet in de lentezon, die met de muziek van de Canadese band door de oortjes nog wat prettiger aanvoelt.

Op de achtergrond kabbelt de muziek van de Canadese band bijzonder aangenaam voort, maar bij aandachtige beluistering, bij voorkeur met de koptelefoon, valt op dat de songs van Men I Trust ook op dit nieuwe album buitengewoon knap in elkaar zitten en ook absoluut zijn voorzien van scherpe randjes.

Een maand of twee geleden had ik nog nooit van Men I Trust gehoord en nu heb ik opeens twee albums die me dierbaar zijn en waartussen ik niet zomaar kan kiezen. De lente mag van mij eindeloos duren met deze twee heerlijke albums, die ook de zomer, de herfst en de winter ongetwijfeld glansrijk gaan doorstaan. Erwin Zijleman

Merce Lemon - Watch Me Drive Them Dogs Wild (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Merce Lemon - Watch Me Drive Them Dogs Wild - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Merce Lemon - Watch Me Drive Them Dogs Wild
Er verschenen dit jaar al meerdere wat ruwere en door gitaren gedomineerde Americana albums, maar Watch Me Drive Them Dogs Wild van de Amerikaanse singer-songwriter Merce Lemon steekt er wat mij betreft boven uit

Merce Lemon is een muzikante uit Pittsburgh die al even meedraait, maar met haar derde album een plekje in de spotlights opeist. Het is een album met door gitaren gedomineerde songs, die prima kunnen worden omschreven als Americana. Het gitaargeluid klinkt prachtig ruw en dat is de verdienste van topproducer Alex Farrar, wiens erelijst steeds indrukwekkender wordt. De stem van Merce Lemon past prachtig bij het afwisselend ingetogen en ruwe gitaargeluid op Watch Me Drive Them Dogs Wild, dat ook nog eens indruk maakt met flink wat uitstekende songs. Merce Lemon is nog niet heel bekend, maar na dit fraaie album moet haar een mooie toekomst in de muziek wachten.

Merce Lemon is voor mij een nieuwe naam, maar de muzikante uit Pittsburgh, Pennsylvania, heeft inmiddels drie albums op haar naam staan. Ik ga binnenkort eens naar haar eerste twee albums luisteren, maar voorlopig ben ik nog volledig in de ban van het deze week verschenen Watch Me Drive Them Dogs Wild, wat echt een verpletterend mooi album is.

Merce Lemon maakt op haar album muziek die in het hokje Americana past, maar het is Americana van het ruwe en gruizige soort. De Amerikaanse muzikante heeft de perfecte producer voor haar muziek gevonden, want Watch Me Drive Them Dogs Wild werd opgenomen in de studio van Alex Farrar in Asheville, North Carolina. De momenteel zeer gewilde producer maakte vorig jaar al jaarlijstjesalbums met Wednesday, Indigo De Souza en Squirrel Flower en is ook dit jaar aardig op dreef met uitstekende albums van Bnny, Horse Jumper Of Love en MJ Lenderman.

Ook op het nieuwe album van Merce Lemon is Alex Farrar weer uitstekend op dreef. Watch Me Drive Them Dogs Wild is voorzien van een ruimtelijk en bij vlagen lekker ruw en gruizig geluid. Het is een geluid dat in de openingstrack opvalt door een muur van violen en in de tweede track door prachtig en breed uitwaaiend pedal steel spel, maar ook in deze tracks zijn er de gitaren die een hoofdrol spelen op het album, hier en daar bijgestaan door de bojo, een kruising tussen een gitaar en een banjo.

Het geluid van Merce Lemon kan op haar derde album prachtig ontsporen in geweldige gitaarsolo’s, maar de songs op Watch Me Drive Them Dogs Wild hebben ook altijd hun ingetogen momenten. Het doet me af en toe wel wat denken aan het laatste en geweldige album van Waxahatchee, maar Merce Lemon houdt zich ook makkelijk staande met een eigen geluid.

Dat geluid wordt niet alleen bepaald door de met veel gitaren gevulde productie van Alex Farrar, maar ook door de mooie stem van Merce Lemon, die op haar derde album laat horen dat ze beschikt over stem die gemaakt is voor de wat ruwe Americana op Watch Me Drive Them Dogs Wild. De Amerikaanse muzikante beschikt over een wat zacht maar ook krachtig stemgeluid en het is een geluid dat me eigenlijk direct dierbaar was.

Door de gruizige muziek, de fantastische productie en de uitstekende zang was ik onmiddellijk verslaafd aan het nieuwe album van Merce Lemon, maar het is ook nog eens een album dat vol staat met uitstekende songs, die zich niet alleen makkelijk opdringen, maar vervolgens ook aangenaam blijven hangen. Het is bovendien een gevarieerd album, dat fraai profiteert van de dynamiek tussen de uiterst ingetogen passages en de wat ruwere gitaarpartijen in de songs van Merce Lemon.

In een recent interview geeft Merce Lemon aan dat Watch Me Drive Them Dogs Wild een album dat het best tot zijn recht komt wanneer je het beluistert tijdens een wandeling. Dat kan ik inmiddels beamen, want tijdens het wandeling is het ruimtelijke gitaargeluid op het album nog wat indrukwekkender en de zang van Merce Lemon nog wat mooier.

Met inmiddels drie albums op zak kan ik Merce Lemon onmogelijk een nieuwkomer noemen, maar op basis van het prachtige Watch Me Drive Them Dogs Wild schaar ik haar wel onder mijn grootste ontdekkingen van het muziekjaar 2024 en onder de grote talenten binnen de Americana van het moment. Erwin Zijleman

Mercelis - White Flemish Trash (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mercelis - White Flemish Trash - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mercelis - White Flemish Trash
Zestien jaar na het vorige album keert de Vlaamse band Mercelis terug met het buitengewoon fascinerende White Flemish Trash, dat overloopt van avontuur, onderhuidse spanning en bezwering

Uitgerekend met Halloween maakte ik voor het eerst kennis met White Flemish Trash van de Belgische band Mercelis. Het is een band met een lang verleden, maar heel succesvol was Mercelis nog niet. Dat moet gaan veranderen met het nieuwe album, want wat is White Flemish Trash een mooi en bijzonder album. Mercelis schotelt je een fascinerende soundtrack van de nacht voor en het is een soundtrack vol muzikaal avontuur, onderhuidse spanning, wilde intensiteit en meedogenloze bezwering. Mercelis maakt muziek die je vrijwel onmiddellijk vastgrijpt en die pas weer los laat wanneer de laatste noten na 45 minuten wegsterven. Hierna koester je dit album voorgoed.

Achter Mercelis, dat deze week opduikt met het album White Flemish Trash, gaat de Vlaamse muzikant Jef Mercelis schuil. Jef Mercelis deed met zijn band Mercelis in 1992 mee aan de fameuze Belgische talentenjacht Humo’s Rock Rally, maar wist het podium niet te halen. Dat was achteraf bezien zeker geen schande, want ook Nemo, The Sideburns (de voorloper van Novastar, dat in 1996 Humo’s Rock Rally won) en zelfs dEUS vielen in 1992 niet in de prijzen (en dit in tegenstelling tot Charlie 45, The Beautiful Babies en Orgasmaddix, van wie we sindsdien niet heel veel meer hebben vernomen).

Mercelis trok wel de aandacht tijdens de meest aansprekende talentenjacht in België en debuteerde in 1996 met het fraaie The Hopes & Dreams Of A Drunk Punk, dat net als opvolger Western Union uit 2005 helaas nergens meer te vinden is en destijds veel te weinig aandacht kreeg.

Deze week keert Mercelis, vrijwel uit het niets, terug met White Flemish Trash en het is een terugkeer die best sensationeel genoemd mag worden. Samen met een aantal gelouterde Belgische muzikanten heeft Jef Mercelis een geweldig album afgeleverd, dat in niets lijkt op de andere albums die deze week, deze maand of dit jaar zijn verschenen.

Met White Flemish Trash borduurt Mercelis deels terug op de al lang vergeten vorige twee albums van de band en positioneert het zichzelf ergens tussen de muziek van dEUS in haar gloriejaren en het fantastische debuut van de Ierse muzikant Gavin Friday, Each Man Kills The Thing He Loves uit 1989, dat ik graag gebruik als graadmeter voor albums als White Flemish Trash van Mercelis.

Op White Flemish Trash hoor je het muzikale avontuur en de onderhuidse spanning die je ook bij dEUS zo vaak hoorde en het album heeft hiernaast het intense en doorleefde van het meesterwerk van Gavin Friday. Mercelis past met haar nieuwe album in het hokje rock, maar het is rock zoals je die niet al te vaak hoort. De Vlaamse band maakt op haar nieuwe album beeldende muziek die niet zou misstaan in wat duistere films, maar de muziek van Mercelis heeft ook een bezwerend karakter.

In de instrumentatie hoor je vooral veel gitaren en het zijn gitaren die alle kanten op schieten. White Flemish Trash staat vol met breed uitwaaiende gitaarwolken, maar de gitaren op het album kunnen ook gruizig klinken of juist subtiele akkoorden spelen. Het fraaie gitaarwerk op het album wordt omgeven door wolken van wat creepy synths, waarna de vaak geweldig spelende ritmesectie de boel aan elkaar mag breien.

Het nieuwe album van Mercelis is in muzikaal opzicht een rijk en fascinerend album, dat in iedere track weer een bijzondere sfeer en spanning weet op te roepen, maar de muziek past ook uitstekend bij de indringende zang van Jef Mercelis, die de associaties met Gavin Friday nog wat versterkt.

White Flemish Trash is een album dat snel een onuitwisbare indruk maakt, maar alle geheimen van de muziek van Mercelis ontdek je pas wanneer je het album vele keren hebt beluisterd. Ik beluister het album inmiddels voor de zoveelste keer en het wordt alleen maar mooier.

Het zit Mercelis tot dusver nog niet heel erg mee, maar het zou doodzonde zijn als White Flemish Trash, net als zijn twee voorgangers, snel in de vergetelheid raakt. België heeft een naam hoog te houden wanneer het gaat om broeierige en beeldende muziek vol avontuur en bezwering, maar met Mercelis hebben onze zuiderburen er absoluut weer een band bij waarop ze heel erg trots kunnen zijn. Erwin Zijleman

Mercury Rev - Bobbie Gentry's the Delta Sweete Revisited (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mercury Rev - Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mercury Rev en een legioen gastzangeressen van naam en faam eren op bijzondere en fraaie wijze het werk van legende Bobbie Gentry

Het lijkt een wat onlogische combinatie. De songs van countrylegende Bobbie Gentry en de sprookjesachtige klanken van de Amerikaanse band Mercury Rev. Het pakt, mede dankzij de bijdragen van een ruim dozijn zangeressen van naam en faam, echter prachtig uit. Mercury Rev kiest voor iets minder uitbundige klanken dan we van de band gewend zijn en smeedt voor iedere zangeres op de plaat het perfecte klankentapijt aan elkaar. De zangeressen hoeven vervolgens alleen nog maar te schitteren in de tijdloze prachtsongs van Bobbie Gentry en dat doen ze op imponerende wijze. Het levert een wonderschone plaat op, die het werk van Bobbie Gentry eert, maar ook weer tot leven brengt.

Nog geen twee maanden geleden maakt ik voor het eerst serieus kennis met de muziek van Bobbie Gentry. Haar meest succesvolle song, Ode To Billie Joe, kende ik in talloze uitvoeringen, maar de rest van het oeuvre van de countryzangeres, die na slechts een paar jaar wereldfaam de muziek de rug toekeerde, was mij onbekend.

De fraaie box-set The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters bracht hier verandering in en sindsdien ben ik geïntrigeerd door de muziek van Bobbie Gentry.

Het zorgt er voor dat Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited qua songs niet veel verrassingen bevat, maar verder is de nieuwe plaat van Mercury Rev een verrassingspakket vol moois.

De Amerikaanse band eert op Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited de songs van de zangeres die sinds de late jaren 70 koos voor een teruggetrokken bestaan in Los Angeles en doet dit op bijzonder fraaie wijze. Mercury Rev staat bekend om een vol en vaak wat sprookjesachtig geluid, maar in het verleden voegde de band uit New York ook met enige regelmaat invloeden uit de Americana toe aan haar muziek.

Op Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited zijn hier en daar flarden van het sprookjesachtige geluid van Mercury Rev, dat in het verleden wel eens Efteling pop werd genoemd, te horen, maar de band blijft dit keer wat dichter bij de Amerikaanse rootsmuziek, wat gezien de genres waarin Bobbie Gentry zich bewoog niet zo gek is.

Bij het eren van de songs van een van de vergeten grootheden uit de Amerikaanse popmuziek had Mercury Rev drie opties. Zanger Jonathan Donahue had zelf het voortouw kunnen nemen, de band had een poging kunnen doen om de inmiddels 76 jaar oude zangeres te strikken voor een comeback of er kon een beroep worden gedaan op een of meerdere gastzangeressen.

De eerste optie was onverstandig geweest, de tweede optie kansloos en daarom koos Mercury Rev voor optie 3. De band pakte hierbij flink uit, want voor de twaalf songs op Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited werden maar liefst dertien zangeressen uitgenodigd. Het zijn nogal verschillende zangeressen, die allemaal een eigen invulling geven aan de tijdloze songs van Bobbie Gentry.

Het zijn bovendien zangeressen van naam en faam, want wat te denken van Norah Jones, Hope Sandoval, Rachel Goswell, Laetitia Sadier, Margo Price, Susanne Sundfør, Vashti Bunyan (samen met Kaela Sinclair), Phoebe Bridgers, Marissa Nadler, Beth Orton en Lucinda Williams. Het is een imposant rijtje dat, toch wel wat verrassend, wordt aangevuld met onze eigen Carice van Houten, al maakte die een jaar of wat geleden natuurlijk een prima album.

Het zijn deels zangeressen uit de hoek van de Amerikaanse rootsmuziek en met name deze zangeressen kunnen vrij makkelijk uit de voeten met de songs van de levende legende uit het genre. Ook de zangeressen die normaal gesproken niet binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek opereren houden zich echter verrassend makkelijk staande en weten te verrassen met vaak dromerige klanken.

Iedere song op de plaat klinkt weer anders, maar Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited is twaalf songs lang genieten. Mercury Rev zorgt voor de klanken bij de geweldige vocalen van al deze topzangeressen en voorziet iedere stem van een prachtig passend klankentapijt. De ene keer wat meer ingetogen, de andere keer wat uitbundiger. De ene keer sober en organisch, de volgende keer toch weer flink uitpakkend met sprookjesachtige klanken.

Het leuke van Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited is dat geen enkele poging wordt gedaan om het werk van Bobbie Gentry nauwkeurig te reproduceren, waardoor het een buitengewoon interessant en bij vlagen bijzonder spannend eerbetoon is geworden.

De prachtige box-set The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters koester is sinds ik hem in handen kreeg (wat helaas niet meevalt), maar ik zal de bijzondere versies op Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited van Mercury Rev er zeker met enige regelmaat naast leggen. Mooie plaat, prachtig eerbetoon. Erwin Zijleman

Mercury Rev - Deserter's Songs (1998)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mercury Rev - Deserter's Songs (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mercury Rev - Deserter's Songs (1998)
De Amerikaanse band Mercury Rev gaat inmiddels vier decennia mee, maar maakte haar onbetwiste meesterwerk wat mij betreft met het sprookjesachtig mooie Deserter’s Songs uit 1998

In de tweede helft van de jaren 90 verschenen meerdere albums die het nieuwe etiket neo-psychedelica kregen opgeplakt. In 1998 werd het mooiste album in dit genre wat mij betreft gemaakt door Mercury Rev. Deserter’s Songs volgde op een meesterwerk van Spiritualized uit 1997 en ging vooraf aan het beste album van The Flaming Lips uit 1999. Mercury Rev betoverde op haar beste album met prachtige orkestraties en sprookjesachtige klanken, die de ene keer vorm kregen in breed uitwaaiende klankentapijten en de volgende keer in verrassend toegankelijke popsongs. De band uit New York wist bij mij lang niet altijd de juiste snaar te raken, maar op Deserter’s Songs valt echt alles op zijn plek.

De Amerikaanse band Mercury Rev bestaat inmiddels ruim 35 jaar en heeft twaalf studioalbums op haar naam staan. De afgelopen jaren is de band een flink stuk minder productief dan in haar beginjaren, waardoor de pauzes tussen de albums steeds langer worden. Het dit jaar verschenen Born Horses verscheen na een stilte van vijf jaar.

Ik besprak op de krenten uit de pop tot dusver slechts één album van de band uit New York. Het album Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited uit 2019 kwam voor mij bijna zes jaar geleden precies op het juiste moment. Ik had via de prachtige box-set The Girl From Chickasaw County kennis gemaakt met het werk van Bobbie Gentry en ook de versies van haar songs die Mercury Rev, samen met flink wat aansprekende gastzangeressen, had gemaakt vond ik prachtig.

Over de andere albums die Mercury Rev tijdens het bestaan van de krenten uit de pop maakte was ik veel minder te spreken. Het vorig jaar verschenen Born Horses vind ik op zich wel een interessant en bij vlagen aardig album, maar ik mis de magie van een aantal van de vroegere albums van de Amerikaanse band.

Wanneer ik het oeuvre van Mercury Rev bekijk, zijn er twee albums die er voor mij uit springen: All Is Dream uit 2001 en vooral Deserter’s Songs uit 1998. Dat laatste album was ook mijn eerste kennismaking met het werk van de band. De eerste track die ik van het album hoorde is het sprookjesachtige Endlessly, dat niet zou misstaan als de muzikale omlijsting van een attractie in de Efteling.

Veel tracks op Deserter’s Songs op het album hebben een sprookjesachtig karakter. Dat is deels de verdienste van de rijke orkestraties, waarvoor de nodige strijkers en blazers werden ingeschakeld. Deze orkestraties worden op Deserter’s Songs gecombineerd met zweverige synths, waaronder de Mellotron, waarna de zingende zaag het muzikale palet van Mercury Rev nog wat verder vergroot.

De muziek op Deserter’s Songs doet hier en daar bijna klassiek aan, maar sluit ook aan bij de neo-psychedelica zoals die aan het eind van de jaren 90, onder andere door de band The Flaming Lips, werd gemaakt. Het leverde in 1998 een album vol muzikale verleiding op en bovendien een album waarbij het heerlijk dagdromen was.

De fraaie klanken contrasteren prachtig met de stem van Jonathan Donahue. Het is een stem die niet bij iedereen in de smaak valt (voor een ieder die het echt niet trekt is er ook een instrumentale versie van Deserter's Songs), maar ik vind de onvaste zang wel wat hebben. De zang zorgt er bovendien voor dat Deserter’s Songs af en toe wel wat aan Pink Floyd doet denken. De songs van Mercury rev hebben op Deserter's Songs ook wel iets Beatlesque overigens.

De bijzondere klanken werden in 1998 prachtig geproduceerd door de legendarische Dave Fridmann, die op vrijwel hetzelfde moment ook werkte aan The Soft Bulletin van The Flaming Lips, een album dat in 1999 nog net wat hoger scoorde in de jaarlijstjes dan Deserter’s Songs van Mercury Rev in 1998.

De muziek van Mercury Rev is bij mij de afgelopen 25 jaar wat uit beeld geraakt, maar na de herontdekking van Deserter’s Songs ben ik toch weer in de ban van dit bijzondere album. Het is een album dat je mierzoet of sprookjesachtig mooi vind en ik behoor ook ruim 26 jaar na de oorspronkelijke release nog altijd bij de tweede groep.

Mercury Rev zou het niveau van Deserter’s Songs helaas niet meer benaderen laat staan overtreffen, maar het blijft een interessante band, die ook voor Deserter’s Songs een aantal prima albums maakte, die ik pas deze week voor het eerst heb gehoord. Ik ga Born Horses er toch ook nog eens bij pakken. Erwin Zijleman

Mereba - The Breeze Grew a Fire (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Review: Mereba - The Breeze Grew A Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mereba - The Breeze Grew A Fire
De Amerikaanse muzikante Mereba heeft met The Breeze Grew A Fire een R&B album gemaakt dat aan de ene kant zwoel en verleidelijk klinkt, maar dat aan de andere kant bol staat van het muzikale avontuur

Iedere week verschijnen albums die in het hokje R&B passen. Het zijn albums die meestal redelijk netjes binnen de lijnen van het genre kleuren en die daarom wat mij betreft weinig toevoegen aan alles dat er al is. Mereba doet dat wel met haar tweede album The Breeze Grew A Fire, dat klinkt als een typisch R&B album, tot je er wat beter naar luistert. Mereba heeft een album gemaakt dat flink wat invloeden uit de R&B bevat, maar ze verwerkt ook invloeden uit andere genres en kiest bovendien voor muziek en vocalen die anders klinken dan gebruikelijk in het genre. Het levert een bijzonder lekker, maar ook een verrassend album op. Zo hoor ik R&B graag.

Ik ben zeer selectief wanneer het gaat om R&B, maar zo af en toe kom ik een album in het genre tegen dat ik heel erg goed vind. Het is best lang geleden dat ik een album van het kaliber van A Seat At The Table van Solange, om direct maar eens mijn favoriete R&B album te noemen, heb ontdekt, maar ik ben absoluut onder de indruk van het deze week verschenen The Breeze Grew A Fire van Mereba.

Mereba is het alter ego van de Amerikaanse muzikante Marian Mereba, die zowel Afrikaans-Amerikaanse als Ethiopische wortels heeft. Ze maakt al een tijdje deel uit van de zwarte muziekscene van Atlanta en scoorde een paar jaar geleden stevig met haar debuutalbum The Jungle Is The Only Way Out, dat ik overigens niet heb opgemerkt.

Het met de recente branden in Los Angeles in het achterhoofd opvallend getitelde The Breeze Grew A Fire is een persoonlijk album dat is verschenen op het kleine en wat alternatieve Secret Canadian label. Het nieuwe album van past zeker in het hokje R&B, maar het is zeker geen 13 in een dozijn R&B album.

Vergeleken met de meeste R&B albums van het moment is de muziek wat minder zwaar aangezet en dat geldt zeker voor de beats. De meeste songs op The Breeze Grew A Fire klinken loom en behoorlijk ingetogen. Het voorziet de songs van Mereba van een aangenaam dromerig karakter, maar de songs van de Amerikaanse muzikante zijn ook zeker aanstekelijk.

Mereba heeft haar nieuwe album gemaakt met multi-instrumentalist en producer Sam Hoffman, die het album heeft voorzien van een dromerig en zwoel, maar ook mooi en interessant geluid met veel bijzonder klinkende elektronica en spannende ritmes. Het is een geluid dat deels aansluit bij wat in de R&B gangbaar is, maar de songs van Mereba bevatten ook flink wat invloeden uit de (neo-)soul. Hiernaast doen de songs van de Amerikaanse muzikante soms subtiel psychedelisch aan en gooit ze er ook wat Afrobeat tegenaan. Wanneer een Ethiopisch snareninstrument opduikt eert ze bovendien haar wortels met weer totaal andere klanken.

Het tempo op The Breeze Grew A Fire ligt vooral laag, wat het dromerige karakter van de muziek van Mereba versterkt. Het wordt gecombineerd met de mooie stem van Mereba, die kan klinken als een typische R&B zangeres, maar die ook andere kanten op kan met haar stem. Ik hou echt helemaal niet van rap, maar de wijze waarop Mereba een tussenweg vindt tussen zang, rap en gesproken woord vind ik wel aansprekend.

The Breeze Grew A Fire is een album dat het best lekker doet op de achtergrond, maar het nieuwe album van Mereba wordt echt veel beter wanneer je er diep in duikt en met volledige aandacht luistert naar alle bijzondere ingrediënten die de Amerikaanse muzikante in haar muziek heeft verstopt.

De combinatie van een aantal bekende R&B ingrediënten en het nodige muzikale avontuur leverde in het verleden al een stapeltje R&B albums op dat ik koester en ook The Breeze Grew A Fire van Mereba is zo’n album. Het is een rijk album waarop ik ook na meerdere keren horen nog nieuwe dingen ontdek, maar het is ook een zwoel en verleidelijk album dat alvast een voorproefje geeft op de zomer. Het levert terecht flink wat positieve recensies op, maar dit album verdient nog veel meer aandacht. Erwin Zijleman