Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Michael Kiwanuka - Small Changes (2024)

4,0
5
geplaatst: 23 november 2024, 10:49 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Kiwanuka - Small Changes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Michael Kiwanuka - Small Changes
Michael Kiwanuka laat de psychedelica deels los op het wat meer ingetogen en wederom prachtig geproduceerde Small Changes, waarop de Britse muzikant nog maar eens laat horen wat een geweldige zanger hij is
Ik heb de eerste drie albums van de Britse muzikant Michael Kiwanuka allemaal hoog zitten en keek dan ook met hoge verwachtingen uit naar Small Changes, dat bijna vijf jaar na het geweldige Kiwanuka is verschenen. Het vierde album van Michael Kiwanuka klinkt deels bekend, maar het is ook een ander album dan zijn voorgangers. Het geluid is wat meer laidback en minder dynamisch, maar het is een geluid dat warm en zeer sfeervol aanvoelt. Het past prachtig bij de soulstem van Michael Kiwanuka, die misschien wel beter tot zijn recht komt in de meer ingetogen songs op Small Changes. En zo krijgt het muziekjaar 2024 er op de valreep nog een zeer memorabel soulalbum bij.
Michael Kiwanuka haalde met de albums Love & Hate uit 2016 en Kiwanuka uit 2019 mijn jaarlijstjes en met het laatste album zelfs de top 10 van mijn lijstje. De Britse muzikant deed dit met albums die je onmiddellijk mee terug namen naar een aantal grote soulalbums uit de jaren 60 en 70 en herinnerden aan de beste albums van bijvoorbeeld Marvin Gaye en Curtis Mayfield.
Beide albums werden prachtig geproduceerd door Danger Mouse en Inflo, de man achter het project Sault, die wel raad wisten met het soulgeluid van Michael Kiwanuka. Op Kiwanuka verwerkte Michael Kiwanuka ook nog eens flink wat invloeden uit de psychedelica, wat zijn soulgeluid alleen maar opwindender maakte. Home Again, het debuutalbum van de Britse muzikant vond ik in 2010 nog wat minder enerverend, maar inmiddels vind ik ook het net wat meer binnen de lijntjes kleurende geluid op dit album echt prachtig en de soulstem van de Britse muzikant weergaloos.
Net iets meer dan vijf jaar na Kiwanuka keert Michael Kiwanuka deze week terug met zijn vierde album Small Changes. Op zijn nieuwe album continueert de Britse muzikant de zo succesvolle samenwerking met Danger Mouse en Info en dat blijkt wederom een wijs besluit. Ook Small Changes is een album dat klinkt als een soulklassieker uit een ver verleden, maar op zijn vierde album klinkt Michael Kiwanuka anders dan op zijn vorige twee albums en keert hij deels terug naar het geluid van zijn debuutalbum.
De invloeden uit de psychedelica, die met name de songs op Kiwanuka zo opwindend maakten, zijn grotendeels verdwenen op het nieuwe album. Op Small Changes domineren de meer ingetogen songs en het zijn songs die warm zijn ingekleurd met vooral organische klanken. Ik vind het persoonlijk een erg mooi geluid, dat ook nog eens prachtig is gevangen in de wederom geweldige productie van Danger Mouse en Inflo.
In muzikaal opzicht valt er veel te genieten. Dit begint al bij de ritmesectie die zorgt voor mooie baslijnen (van Pino Paladino) en fraai drumwerk. Het wordt aangevuld met vaak prachtig gitaarwerk, dat de ruimte op bijzondere wijze vult, zeker wanneer wordt gekozen voor sfeervolle solo’s met één keer een David Gilmour vibe. Piano, orgels en synths vullen het geluid op Small Changes verder in, waarna met enige regelmaat ook nog eens flink wat prachtig gearrangeerde strijkers worden ingezet.
Small Changes roept misschien associaties op met net wat andere soulalbums uit de jaren 60 en 70, maar het zijn nog altijd mooie soulalbums, waarvan ik zeker de albums van Bill Withers wil noemen. Ook op het nieuwe album zijn overigens nog altijd echo's van de muziek van Curtis Mayfield en Marvin Gaye te horen.
De warme deken van de instrumentatie op Small Changes, die soms ook wat jazzy aan doet, wordt gecombineerd met de geweldige zang van Michael Kiwanuka, die nog maar eens laat horen dat hij behoort tot de beste soulzangers van het moment. Al even mooie koortjes maken het geluid op Small Changes compleet.
Vergeleken met het geweldige Kiwanuka uit 2019 is Small Changes niet alleen een meer ingetogen album, maar ook een meer naar binnen gekeerd album. Michael Kiwanuka richt zich minder op de boze buitenwereld, maar meer op zichzelf, wat een intiem en persoonlijk album oplevert. Het is een album dat het echt geweldig doet tijdens de koude avonden van het moment en de gevoelstemperatuur met flink wat graden laat stijgen. Wederom een geweldig album van de Britse muzikant dus. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Michael Kiwanuka - Small Changes - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Michael Kiwanuka - Small Changes
Michael Kiwanuka laat de psychedelica deels los op het wat meer ingetogen en wederom prachtig geproduceerde Small Changes, waarop de Britse muzikant nog maar eens laat horen wat een geweldige zanger hij is
Ik heb de eerste drie albums van de Britse muzikant Michael Kiwanuka allemaal hoog zitten en keek dan ook met hoge verwachtingen uit naar Small Changes, dat bijna vijf jaar na het geweldige Kiwanuka is verschenen. Het vierde album van Michael Kiwanuka klinkt deels bekend, maar het is ook een ander album dan zijn voorgangers. Het geluid is wat meer laidback en minder dynamisch, maar het is een geluid dat warm en zeer sfeervol aanvoelt. Het past prachtig bij de soulstem van Michael Kiwanuka, die misschien wel beter tot zijn recht komt in de meer ingetogen songs op Small Changes. En zo krijgt het muziekjaar 2024 er op de valreep nog een zeer memorabel soulalbum bij.
Michael Kiwanuka haalde met de albums Love & Hate uit 2016 en Kiwanuka uit 2019 mijn jaarlijstjes en met het laatste album zelfs de top 10 van mijn lijstje. De Britse muzikant deed dit met albums die je onmiddellijk mee terug namen naar een aantal grote soulalbums uit de jaren 60 en 70 en herinnerden aan de beste albums van bijvoorbeeld Marvin Gaye en Curtis Mayfield.
Beide albums werden prachtig geproduceerd door Danger Mouse en Inflo, de man achter het project Sault, die wel raad wisten met het soulgeluid van Michael Kiwanuka. Op Kiwanuka verwerkte Michael Kiwanuka ook nog eens flink wat invloeden uit de psychedelica, wat zijn soulgeluid alleen maar opwindender maakte. Home Again, het debuutalbum van de Britse muzikant vond ik in 2010 nog wat minder enerverend, maar inmiddels vind ik ook het net wat meer binnen de lijntjes kleurende geluid op dit album echt prachtig en de soulstem van de Britse muzikant weergaloos.
Net iets meer dan vijf jaar na Kiwanuka keert Michael Kiwanuka deze week terug met zijn vierde album Small Changes. Op zijn nieuwe album continueert de Britse muzikant de zo succesvolle samenwerking met Danger Mouse en Info en dat blijkt wederom een wijs besluit. Ook Small Changes is een album dat klinkt als een soulklassieker uit een ver verleden, maar op zijn vierde album klinkt Michael Kiwanuka anders dan op zijn vorige twee albums en keert hij deels terug naar het geluid van zijn debuutalbum.
De invloeden uit de psychedelica, die met name de songs op Kiwanuka zo opwindend maakten, zijn grotendeels verdwenen op het nieuwe album. Op Small Changes domineren de meer ingetogen songs en het zijn songs die warm zijn ingekleurd met vooral organische klanken. Ik vind het persoonlijk een erg mooi geluid, dat ook nog eens prachtig is gevangen in de wederom geweldige productie van Danger Mouse en Inflo.
In muzikaal opzicht valt er veel te genieten. Dit begint al bij de ritmesectie die zorgt voor mooie baslijnen (van Pino Paladino) en fraai drumwerk. Het wordt aangevuld met vaak prachtig gitaarwerk, dat de ruimte op bijzondere wijze vult, zeker wanneer wordt gekozen voor sfeervolle solo’s met één keer een David Gilmour vibe. Piano, orgels en synths vullen het geluid op Small Changes verder in, waarna met enige regelmaat ook nog eens flink wat prachtig gearrangeerde strijkers worden ingezet.
Small Changes roept misschien associaties op met net wat andere soulalbums uit de jaren 60 en 70, maar het zijn nog altijd mooie soulalbums, waarvan ik zeker de albums van Bill Withers wil noemen. Ook op het nieuwe album zijn overigens nog altijd echo's van de muziek van Curtis Mayfield en Marvin Gaye te horen.
De warme deken van de instrumentatie op Small Changes, die soms ook wat jazzy aan doet, wordt gecombineerd met de geweldige zang van Michael Kiwanuka, die nog maar eens laat horen dat hij behoort tot de beste soulzangers van het moment. Al even mooie koortjes maken het geluid op Small Changes compleet.
Vergeleken met het geweldige Kiwanuka uit 2019 is Small Changes niet alleen een meer ingetogen album, maar ook een meer naar binnen gekeerd album. Michael Kiwanuka richt zich minder op de boze buitenwereld, maar meer op zichzelf, wat een intiem en persoonlijk album oplevert. Het is een album dat het echt geweldig doet tijdens de koude avonden van het moment en de gevoelstemperatuur met flink wat graden laat stijgen. Wederom een geweldig album van de Britse muzikant dus. Erwin Zijleman
Michaela Anne - Desert Dove (2019)

4,0
3
geplaatst: 28 september 2019, 10:06 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michaela Anne - Desert Dove - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Michaela Anne - Desert Dove
Michaela Anne maakte tot dusver nog niet heel veel indruk, maar schaart zich met het gloedvol klinkende Desert Dove onder de smaakmakers binnen de country(pop) van het moment
Ik ben er van overtuigd dat een goede productie wonderen kan doen en wordt gesterkt in mijn mening door het nieuwe album van Michaela Anne. De singer-songwriter uit Nashville klonk tot dusver getalenteerd maar ook wat kleurloos, maar fleurt helemaal op in het rijke geluid op haar nieuwe album. Desert Dove is voorzien van veelkleurig gitaarwerk en een bak met strijkers, wat een stemmig en beeldend geluid oplevert. Het is een geluid waarin Michaela Anne mag schitteren met haar mooie en emotievolle stem en dat doet de singer-songwriter uit Nashville op bijzonder overtuigende wijze.
Michaela Anne is een singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, die tot dusver op mij nog niet al te veel indruk heeft gemaakt. Op haar vorige albums hoor je absoluut dat Michaela Anne talent heeft. Ze beschikt over een mooie stem die gemaakt is voor countrymuziek en honky-tonk en schrijft prima songs, maar erg onderscheidend waren de vorige albums van Michaela Anne zeker niet.
Op het deze week verschenen Desert Dove pakt de singer-songwriter uit Nashville het net wat anders aan en dat levert wat mij betreft wel een album op dat er uit springt.
De rol van producers wordt nog wel eens onderschat, maar Desert Dove laat maar weer eens horen hoe belangrijk de rol van een producer kan zijn. Michaela Anne’s nieuwe album werd geproduceerd door muzikant Sam Outlaw (bekend van zijn prachtalbums Angeleno en Tenderheart) en Kelly Winrich (vooral bekend als lid van de band Delta Spirit), die Desert Dove hebben voorzien van een rijk ingekleurd geluid.
Het is een geluid vol strijkers en dromerige gitaren, dat AllMusic.com inspireerde tot de volgende uitspraak: “If Angelo Badalamenti and Chris Isaak teamed up to produce a country album, it might sound something like Desert Dove”. Dat is misschien wat overdreven, maar het nieuwe album van Michaela Anne klinkt absoluut anders dan de meeste andere country(pop) albums die momenteel in Nashville worden gemaakt. Dat betekent overigens niet dat Michaela Anne zelf heel nadrukkelijk buiten de lijntjes van de country kleurt. De Amerikaanse singer-songwriter schrijft nog altijd wat weemoedige countrysongs en zingt ze vol gevoel en met een voorzichtige snik.
Met een sobere inkleuring zou ook Desert Dove waarschijnlijk weer goed maar niet heel onderscheidend zijn, maar de fraaie productie van het album zorgt er voor dat Michaela Anne dit keer wel boven het maaiveld uitsteekt. Het mooie, heldere en zo nu en dan atmosferische gitaarwerk op het album kleurt prachtig bij de mooie stem van de singer-songwriter uit Nashville, terwijl de zo nu en dan stevig aanzwellende strijkers de melancholie in de songs nog wat verder benadrukken.
Desert Dove herinnert hier en daar aan de grote countryzangeressen uit de jaren 70 (hier en daar hoor ik een vleugje Emmylou Harris) en is ook niet heel ver verwijderd van de succesvolle countrypop van het moment, maar het klinkt toch allemaal net wat anders. De bijzondere instrumentatie en productie geven het album een wijds en beeldend geluid, maar door de fraaie zang van Michaela Anne klinkt Desert Dove ook intiem.
De concurrentie in het genre is momenteel moordend, waardoor het album de strijd aan moet gaan met stapels andere albums, maar hoe vaker ik naar het nieuwe album van Michaela Anne luister, hoe meer ik het idee krijg dat de singer-songwriter uit Nashville een album heeft gemaakt dat er uit springt. Desert Dove is vaak een vrij ingetogen en zich langzaam voortslepend album, maar de gitaren mogen af en toe ook steviger te werk gaan, wat zorgt voor meer dynamiek dan gebruikelijk in het genre.
Michaela Anne speelde de afgelopen jaren een vrij anonieme rol in de rijke muziekscene van Nashville, maar kruipt op het prachtig klinkende Desert Dove uit haar schulp en verdient echt alle aandacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Michaela Anne - Desert Dove - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Michaela Anne - Desert Dove
Michaela Anne maakte tot dusver nog niet heel veel indruk, maar schaart zich met het gloedvol klinkende Desert Dove onder de smaakmakers binnen de country(pop) van het moment
Ik ben er van overtuigd dat een goede productie wonderen kan doen en wordt gesterkt in mijn mening door het nieuwe album van Michaela Anne. De singer-songwriter uit Nashville klonk tot dusver getalenteerd maar ook wat kleurloos, maar fleurt helemaal op in het rijke geluid op haar nieuwe album. Desert Dove is voorzien van veelkleurig gitaarwerk en een bak met strijkers, wat een stemmig en beeldend geluid oplevert. Het is een geluid waarin Michaela Anne mag schitteren met haar mooie en emotievolle stem en dat doet de singer-songwriter uit Nashville op bijzonder overtuigende wijze.
Michaela Anne is een singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, die tot dusver op mij nog niet al te veel indruk heeft gemaakt. Op haar vorige albums hoor je absoluut dat Michaela Anne talent heeft. Ze beschikt over een mooie stem die gemaakt is voor countrymuziek en honky-tonk en schrijft prima songs, maar erg onderscheidend waren de vorige albums van Michaela Anne zeker niet.
Op het deze week verschenen Desert Dove pakt de singer-songwriter uit Nashville het net wat anders aan en dat levert wat mij betreft wel een album op dat er uit springt.
De rol van producers wordt nog wel eens onderschat, maar Desert Dove laat maar weer eens horen hoe belangrijk de rol van een producer kan zijn. Michaela Anne’s nieuwe album werd geproduceerd door muzikant Sam Outlaw (bekend van zijn prachtalbums Angeleno en Tenderheart) en Kelly Winrich (vooral bekend als lid van de band Delta Spirit), die Desert Dove hebben voorzien van een rijk ingekleurd geluid.
Het is een geluid vol strijkers en dromerige gitaren, dat AllMusic.com inspireerde tot de volgende uitspraak: “If Angelo Badalamenti and Chris Isaak teamed up to produce a country album, it might sound something like Desert Dove”. Dat is misschien wat overdreven, maar het nieuwe album van Michaela Anne klinkt absoluut anders dan de meeste andere country(pop) albums die momenteel in Nashville worden gemaakt. Dat betekent overigens niet dat Michaela Anne zelf heel nadrukkelijk buiten de lijntjes van de country kleurt. De Amerikaanse singer-songwriter schrijft nog altijd wat weemoedige countrysongs en zingt ze vol gevoel en met een voorzichtige snik.
Met een sobere inkleuring zou ook Desert Dove waarschijnlijk weer goed maar niet heel onderscheidend zijn, maar de fraaie productie van het album zorgt er voor dat Michaela Anne dit keer wel boven het maaiveld uitsteekt. Het mooie, heldere en zo nu en dan atmosferische gitaarwerk op het album kleurt prachtig bij de mooie stem van de singer-songwriter uit Nashville, terwijl de zo nu en dan stevig aanzwellende strijkers de melancholie in de songs nog wat verder benadrukken.
Desert Dove herinnert hier en daar aan de grote countryzangeressen uit de jaren 70 (hier en daar hoor ik een vleugje Emmylou Harris) en is ook niet heel ver verwijderd van de succesvolle countrypop van het moment, maar het klinkt toch allemaal net wat anders. De bijzondere instrumentatie en productie geven het album een wijds en beeldend geluid, maar door de fraaie zang van Michaela Anne klinkt Desert Dove ook intiem.
De concurrentie in het genre is momenteel moordend, waardoor het album de strijd aan moet gaan met stapels andere albums, maar hoe vaker ik naar het nieuwe album van Michaela Anne luister, hoe meer ik het idee krijg dat de singer-songwriter uit Nashville een album heeft gemaakt dat er uit springt. Desert Dove is vaak een vrij ingetogen en zich langzaam voortslepend album, maar de gitaren mogen af en toe ook steviger te werk gaan, wat zorgt voor meer dynamiek dan gebruikelijk in het genre.
Michaela Anne speelde de afgelopen jaren een vrij anonieme rol in de rijke muziekscene van Nashville, maar kruipt op het prachtig klinkende Desert Dove uit haar schulp en verdient echt alle aandacht. Erwin Zijleman
Michaela Anne - Oh to Be That Free (2022)

4,0
0
geplaatst: 12 juni 2022, 10:44 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michaela Anne - Oh To Be That Free - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Michaela Anne - Oh To Be That Free
De Amerikaanse muzikante Michaela Anne trok terecht flink wat aandacht met het prachtige Desert Dove en ook het net wat meer naar countrypop neigende Oh To Be That Free is weer een prima album
Je moet het maar durven. Michaela Anne leverde mede dankzij de prachtige productie van twee gelouterde krachten in 2019 met Desert Dove een geweldig album af, maar produceert haar nieuwe album gewoon zelf, samen met haar partner. Oh To Be That Free klinkt wat anders dan zijn voorganger, maar op de productie heb ik niets aan te merken. Ook het nieuwe album van Michaela Anne is voorzien van een mooi verzorgd geluid, dat misschien net wat meer tegen de countrypop aan schuurt dan zijn voorganger. De songs zijn ook dit keer sterk, maar het is vooral de prachtige zang van de muzikante uit Nashville die Oh To Be That Free ruim boven de middelmaat uit tilt.
De Amerikaanse muzikante Michaela Anne bracht in 2014 en 2016 twee degelijke maar wat mij betreft zeker niet opzienbarende country(pop) albums uit, voor ze in 2019 de aandacht trok met het uitstekende Desert Dove. Dat Desert Dove de aandacht trok van flink wat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek was voor een belangrijk deel de verdienste van de fraaie productie van Sam Outlaw en Kelly Winrich (Delta Spirit), die het album voorzagen van een mooi vol en wat mij betreft onderscheidend geluid. Het was een geluid dat de songs van Michaela Anne flink optilde en dat haar kwaliteiten als zangeres en songwriter nog eens extra onderstreepte.
De muzikante uit Nashville, Tennessee, deed voor haar nieuwe album Oh To Be That Free geen beroep op de producers van haar vorige album of op een andere producer van naam en faam, maar produceerde het album zelf, samen met haar partner Aaron Shafer-Haiss, die vooral bekend is als drummer en in die hoedanigheid ook was te horen op de eerste twee albums van Michaela Anne. Het is een enorme gok, zeker omdat Desert Dove zoveel baat had bij het werk van ervaren producers.
Het pakt gelukkig goed uit. Michaela Anne heeft de kunst van het produceren kennelijk goed afgekeken, want Oh To Be That Free klinkt mooi verzorgd. Waar Desert Dove wat opschoof richting Amerikaanse rootsmuziek, kruipt het nieuwe album van Michaela Anne juist weer wat meer tegen de countrypop aan, maar gelukkig blijft het album altijd aan de goede kant van de streep, waardoor het een brede groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek aan moet kunnen spreken.
Oh To Be That Free volgt op een voor de Amerikaanse muzikante zware periode. De tour die volgde op Desert Dove werd afgebroken door de coronapandemie en hiernaast was er de nodige persoonlijke misère, maar gelukkig waren er ook positieve ervaringen als het moederschap. Het heeft allemaal zijn sporen nagelaten op Oh To Be That Free, dat over het algemeen optimistisch klinkt.
Michaela Anne en Aaron Shafer-Haiss hebben het album lekker vol ingekleurd, maar het klinkt gelukkig nergens overdadig, al moet je wel houden van hier en daar stevig aangezette strijkers. Het doet me af en toe wel wat denken aan de eerste albums van Kacey Musgraves, al zit de muziek van Michaela Anne dichter tegen de country dan tegen de countrypop aan. Verder is de vergelijking met Kacey Musgraves er wat mij betreft een waar Michaela Anne trots op mag zijn.
Oh To Be That Free klinkt wat minder veelzijdig en ook wel wat braver dan zijn voorganger, maar ik kan zelf prima uit de voeten met dit album. Michaela Anne schrijft lekker in het gehoor liggende maar ook aansprekende songs en ze is bovendien een uitstekende zangeres. Ze beschikt niet alleen over een stem die gemaakt is voor de countrymuziek, maar vertolkt haar songs ook met veel gevoel, waardoor de songs op Oh To Be That Free zich makkelijk opdringen.
Ik had ook deze week weer flink wat nieuwe rootsalbums liggen en het was zeker geen gelopen koers dat Michaela Anne de selectie zou doorstaan. Dat was in eerste instantie ook niet het geval, maar Oh To Be That Free is een album dat je het beste meerdere keren kunt beluisteren voor het geven van een definitief oordeel. Het was uiteindelijk de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante die me over de streep trok, maar ook al het andere is op Oh To Be That Free dik in orde. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Michaela Anne - Oh To Be That Free - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Michaela Anne - Oh To Be That Free
De Amerikaanse muzikante Michaela Anne trok terecht flink wat aandacht met het prachtige Desert Dove en ook het net wat meer naar countrypop neigende Oh To Be That Free is weer een prima album
Je moet het maar durven. Michaela Anne leverde mede dankzij de prachtige productie van twee gelouterde krachten in 2019 met Desert Dove een geweldig album af, maar produceert haar nieuwe album gewoon zelf, samen met haar partner. Oh To Be That Free klinkt wat anders dan zijn voorganger, maar op de productie heb ik niets aan te merken. Ook het nieuwe album van Michaela Anne is voorzien van een mooi verzorgd geluid, dat misschien net wat meer tegen de countrypop aan schuurt dan zijn voorganger. De songs zijn ook dit keer sterk, maar het is vooral de prachtige zang van de muzikante uit Nashville die Oh To Be That Free ruim boven de middelmaat uit tilt.
De Amerikaanse muzikante Michaela Anne bracht in 2014 en 2016 twee degelijke maar wat mij betreft zeker niet opzienbarende country(pop) albums uit, voor ze in 2019 de aandacht trok met het uitstekende Desert Dove. Dat Desert Dove de aandacht trok van flink wat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek was voor een belangrijk deel de verdienste van de fraaie productie van Sam Outlaw en Kelly Winrich (Delta Spirit), die het album voorzagen van een mooi vol en wat mij betreft onderscheidend geluid. Het was een geluid dat de songs van Michaela Anne flink optilde en dat haar kwaliteiten als zangeres en songwriter nog eens extra onderstreepte.
De muzikante uit Nashville, Tennessee, deed voor haar nieuwe album Oh To Be That Free geen beroep op de producers van haar vorige album of op een andere producer van naam en faam, maar produceerde het album zelf, samen met haar partner Aaron Shafer-Haiss, die vooral bekend is als drummer en in die hoedanigheid ook was te horen op de eerste twee albums van Michaela Anne. Het is een enorme gok, zeker omdat Desert Dove zoveel baat had bij het werk van ervaren producers.
Het pakt gelukkig goed uit. Michaela Anne heeft de kunst van het produceren kennelijk goed afgekeken, want Oh To Be That Free klinkt mooi verzorgd. Waar Desert Dove wat opschoof richting Amerikaanse rootsmuziek, kruipt het nieuwe album van Michaela Anne juist weer wat meer tegen de countrypop aan, maar gelukkig blijft het album altijd aan de goede kant van de streep, waardoor het een brede groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek aan moet kunnen spreken.
Oh To Be That Free volgt op een voor de Amerikaanse muzikante zware periode. De tour die volgde op Desert Dove werd afgebroken door de coronapandemie en hiernaast was er de nodige persoonlijke misère, maar gelukkig waren er ook positieve ervaringen als het moederschap. Het heeft allemaal zijn sporen nagelaten op Oh To Be That Free, dat over het algemeen optimistisch klinkt.
Michaela Anne en Aaron Shafer-Haiss hebben het album lekker vol ingekleurd, maar het klinkt gelukkig nergens overdadig, al moet je wel houden van hier en daar stevig aangezette strijkers. Het doet me af en toe wel wat denken aan de eerste albums van Kacey Musgraves, al zit de muziek van Michaela Anne dichter tegen de country dan tegen de countrypop aan. Verder is de vergelijking met Kacey Musgraves er wat mij betreft een waar Michaela Anne trots op mag zijn.
Oh To Be That Free klinkt wat minder veelzijdig en ook wel wat braver dan zijn voorganger, maar ik kan zelf prima uit de voeten met dit album. Michaela Anne schrijft lekker in het gehoor liggende maar ook aansprekende songs en ze is bovendien een uitstekende zangeres. Ze beschikt niet alleen over een stem die gemaakt is voor de countrymuziek, maar vertolkt haar songs ook met veel gevoel, waardoor de songs op Oh To Be That Free zich makkelijk opdringen.
Ik had ook deze week weer flink wat nieuwe rootsalbums liggen en het was zeker geen gelopen koers dat Michaela Anne de selectie zou doorstaan. Dat was in eerste instantie ook niet het geval, maar Oh To Be That Free is een album dat je het beste meerdere keren kunt beluisteren voor het geven van een definitief oordeel. Het was uiteindelijk de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante die me over de streep trok, maar ook al het andere is op Oh To Be That Free dik in orde. Erwin Zijleman
Michelle Lewis - All That's Left (2018)

4,0
0
geplaatst: 22 oktober 2018, 16:05 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michelle Lewis - All That's Left - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Na vier jaar stilte imponeert Michelle Lewis weer met fraai ingekleurde en prachtig gezongen songs vol melancholie
Michelle Lewis maakte vier jaar geleden heel veel indruk met haar tweede plaat, maar vervolgens bleef het helaas lang stil. De Amerikaanse singer-songwriter is nu gelukkig terug met een nieuwe plaat en maakt wederom indruk. All That’s Left staat vol met bijzonder fraai ingekleurde songs, die vervolgens zijn voorzien van de wonderschone vocalen van Michelle Lewis. Het zijn songs die niet bang zijn voor een flinke dosis melancholie, waardoor All That’s Left vooral donker is gekleurd en hierdoor uitstekend past in de jaargetijden die er aan komen. Het is een genre waarin het momenteel dringen is, maar Michelle Lewis steekt er flink bovenuit.
Michelle Lewis is een vrij gangbare naam in Engelssprekende landen, waardoor ik vier jaar geleden wat in verwarring werd gebracht toen Spotify The Parts Of Us That Still Remain van Michelle Lewis presenteerde als de opvolger van Little Leviathan uit 1998; een plaat die ik schaar onder de obscure en helaas vergeten parels uit de jaren 90.
De Michelle Lewis van Little Leviathan wordt nog steeds verward met de Michelle Lewis die deze week All That’s Left uitbracht, maar maakt tegenwoordig vooral muziek voor kinderfilms, onder andere voor Disney.
All That’s Left is dus wel degelijk de opvolger van The Parts Of Us That Still Remain, waarmee de in Boston, Massachussetts, geboren, maar tegenwoordig vanuit het Californische Los Angeles opererende Michelle Lewis vier jaar geleden flink wat indruk maakte. Dat doet ze ook weer met All That’s Left, dat vol staat met prachtige songs, die vaak worden gedomineerd door melancholie.
Het zijn songs waar vooral het labeltje folk op wordt geplakt, maar persoonlijk schaar ik Michelle Lewis liever onder het kopje singer-songwriter of het kopje folkpop. Het is een singer-songwriter met een voorliefde voor wat trieste songs en ook All That’s Left staat er vol mee. De dood en verbroken relaties spelen een belangrijke rol op de nieuwe plaat van Michelle Lewis, al is er ook wel ruimte voor wat zonnigere songs op de plaat.
Iedereen die Michelle Lewis niet kent moet misschien beginnen met haar versie van Springsteen’s Dancing In The Dark, dat halverwege de plaat is te vinden. Michelle Lewis vertolkt de Springsteen klassieker in een flink lager tempo en verruilt de grootse klanken van de E-Street Band voor een warm akoestisch geluid, dat langzaam maar zeker steeds voller klinkt door het toevoegen van extra lagen. Er zijn vele versies van Dancing In The Dark, maar deze van Michelle Lewis bevalt me het best, deels door de prachtige instrumentatie, maar toch vooral door de wonderschone stem van de Amerikaanse singer-songwriter.
Het is een heldere maar ook warme stem, die de songs op All That’s Left een flink stuk omhoog tilt. Het is een stem die lekker in het gehoor ligt, maar het is ook een stem die de songs op de plaat voorziet van veel gevoel en emotie. De nieuwe plaat van Michelle Lewis doet daarom meer met me dan de gemiddelde plaat in het genre, waarbij het zeker helpt dat de stem van Michelle Lewis af en toe wel wat heeft van die van Dar Williams, die een stapeltje platen heeft gemaakt dat ik hoog heb zitten.
De warme en volle instrumentatie, die de versie van Dancing In The Dark zo aangenaam maakt, speelt ook op de rest van de plaat een belangrijke rol. Het is een instrumentatie die is volgestopt met instrumenten en fraaie accenten, maar het is ook een instrumentatie die nergens overdadig klinkt en de mooie stem van Michelle Lewis alle ruimte geeft. Het zorgt er voor dat ook de nieuwe plaat van Michelle Lewis zich makkelijk opdringt en ik verwacht dat de plaat ook nog wel even doorgroeit, net als zijn voorganger dat vier jaar geleden zo indrukwekkend deed. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Michelle Lewis - All That's Left - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Na vier jaar stilte imponeert Michelle Lewis weer met fraai ingekleurde en prachtig gezongen songs vol melancholie
Michelle Lewis maakte vier jaar geleden heel veel indruk met haar tweede plaat, maar vervolgens bleef het helaas lang stil. De Amerikaanse singer-songwriter is nu gelukkig terug met een nieuwe plaat en maakt wederom indruk. All That’s Left staat vol met bijzonder fraai ingekleurde songs, die vervolgens zijn voorzien van de wonderschone vocalen van Michelle Lewis. Het zijn songs die niet bang zijn voor een flinke dosis melancholie, waardoor All That’s Left vooral donker is gekleurd en hierdoor uitstekend past in de jaargetijden die er aan komen. Het is een genre waarin het momenteel dringen is, maar Michelle Lewis steekt er flink bovenuit.
Michelle Lewis is een vrij gangbare naam in Engelssprekende landen, waardoor ik vier jaar geleden wat in verwarring werd gebracht toen Spotify The Parts Of Us That Still Remain van Michelle Lewis presenteerde als de opvolger van Little Leviathan uit 1998; een plaat die ik schaar onder de obscure en helaas vergeten parels uit de jaren 90.
De Michelle Lewis van Little Leviathan wordt nog steeds verward met de Michelle Lewis die deze week All That’s Left uitbracht, maar maakt tegenwoordig vooral muziek voor kinderfilms, onder andere voor Disney.
All That’s Left is dus wel degelijk de opvolger van The Parts Of Us That Still Remain, waarmee de in Boston, Massachussetts, geboren, maar tegenwoordig vanuit het Californische Los Angeles opererende Michelle Lewis vier jaar geleden flink wat indruk maakte. Dat doet ze ook weer met All That’s Left, dat vol staat met prachtige songs, die vaak worden gedomineerd door melancholie.
Het zijn songs waar vooral het labeltje folk op wordt geplakt, maar persoonlijk schaar ik Michelle Lewis liever onder het kopje singer-songwriter of het kopje folkpop. Het is een singer-songwriter met een voorliefde voor wat trieste songs en ook All That’s Left staat er vol mee. De dood en verbroken relaties spelen een belangrijke rol op de nieuwe plaat van Michelle Lewis, al is er ook wel ruimte voor wat zonnigere songs op de plaat.
Iedereen die Michelle Lewis niet kent moet misschien beginnen met haar versie van Springsteen’s Dancing In The Dark, dat halverwege de plaat is te vinden. Michelle Lewis vertolkt de Springsteen klassieker in een flink lager tempo en verruilt de grootse klanken van de E-Street Band voor een warm akoestisch geluid, dat langzaam maar zeker steeds voller klinkt door het toevoegen van extra lagen. Er zijn vele versies van Dancing In The Dark, maar deze van Michelle Lewis bevalt me het best, deels door de prachtige instrumentatie, maar toch vooral door de wonderschone stem van de Amerikaanse singer-songwriter.
Het is een heldere maar ook warme stem, die de songs op All That’s Left een flink stuk omhoog tilt. Het is een stem die lekker in het gehoor ligt, maar het is ook een stem die de songs op de plaat voorziet van veel gevoel en emotie. De nieuwe plaat van Michelle Lewis doet daarom meer met me dan de gemiddelde plaat in het genre, waarbij het zeker helpt dat de stem van Michelle Lewis af en toe wel wat heeft van die van Dar Williams, die een stapeltje platen heeft gemaakt dat ik hoog heb zitten.
De warme en volle instrumentatie, die de versie van Dancing In The Dark zo aangenaam maakt, speelt ook op de rest van de plaat een belangrijke rol. Het is een instrumentatie die is volgestopt met instrumenten en fraaie accenten, maar het is ook een instrumentatie die nergens overdadig klinkt en de mooie stem van Michelle Lewis alle ruimte geeft. Het zorgt er voor dat ook de nieuwe plaat van Michelle Lewis zich makkelijk opdringt en ik verwacht dat de plaat ook nog wel even doorgroeit, net als zijn voorganger dat vier jaar geleden zo indrukwekkend deed. Erwin Zijleman
Michelle Lewis - The Parts of Us That Still Remain (2014)

4,0
0
geplaatst: 7 december 2014, 12:12 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michelle Lewis - The Parts Of Us That Still Remain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Michelle Lewis zal wel wat vaker voor komen en dus moeten we Spotify maar vergeven dat ze het inmiddels (ook door mij) vergeten meesterwerk Little Leviathan uit 1998 hebben toegekend aan de Michelle Lewis die nu opduikt met The Parts Of Us That Still Remain.
Elk nadeel heeft zijn voordeel, wat in dit geval betekende dat mijn interesse door de ongewenste persoonsverwisseling direct was gewekt (want ik heb Little Leviathan van die andere Michelle Lewis ooit intens gekoesterd).
De muziek deed de rest, want Michelle Lewis maakt op haar tweede plaat muziek die me vooral aan Jewel doet denken en dat is toch nog steeds een van mijn persoonlijke favorieten (al wordt ze door haar recente platen steeds meer een ‘guilty pleasure’).
Michelle Lewis genoot haar opleiding aan het roemruchte Berklee College of Music in Boston, dat inmiddels heel wat beroemde muzikanten in haar archieven kan terugvinden (variërend van Quincy Jones, Donald Fagen en Diana Krall tot Gillian Welch, Aimee Manne en Paula Cole). Of Michelle Lewis ooit ook tot het beroemde erfgoed van de Berklee College of Music gaat behoren zal de tijd moet leren, maar ze heeft zeker haar kwaliteiten.
Die waren al te horen op de platen die ze de afgelopen jaren in eigen beheer uitbracht, maar The Parts Of Us That Still Remain is nog net wat beter. Het is zoals gezegd muziek die wel wat aan die van (een jonge) Jewel doet denken, wat betekent dat The Parts Of Us That Still Remain vol staat met aangenaam klinkende luisterliedjes met vooral invloeden uit de country en met name de folk.
Het zijn luisterliedjes die mooie verhalen vertellen, die opvallen door een smaakvolle en doeltreffende instrumentatie en die uiteindelijk bijzonder fraai ingekleurd worden door de mooie stem van Michelle Lewis.
Net als Jewel beschikt Michelle Lewis over een stem die warm en meisjesachtig klinkt, maar waarin ook altijd een rauw randje is verstopt. Het is voor mij een verleiding die nauwelijks is te weerstaan, waardoor ik de laatste weken keer op keer greep naar The Parts Of Us That Still Remain.
Het heeft ertoe geleid dat ik de nieuwe plaat van Michelle Lewis nog veel beter vind dan een paar weken geleden. The Parts Of Us That Still Remain is op het eerste gehoor misschien een plaat die het vooral moet hebben van lekker in het gehoor liggende en heerlijk lome popliedjes met een beetje roots, maar naarmate je deze vaak wat melancholische popliedjes vaker hoort beginnen ze te groeien en geven ze steeds meer geheimen en diepgang prijs.
The Parts Of Us That Still Remain van Michelle Lewis schaart zich daarom op de valreep alsnog onder de rootsverrassingen van 2014. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Michelle Lewis - The Parts Of Us That Still Remain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
De naam Michelle Lewis zal wel wat vaker voor komen en dus moeten we Spotify maar vergeven dat ze het inmiddels (ook door mij) vergeten meesterwerk Little Leviathan uit 1998 hebben toegekend aan de Michelle Lewis die nu opduikt met The Parts Of Us That Still Remain.
Elk nadeel heeft zijn voordeel, wat in dit geval betekende dat mijn interesse door de ongewenste persoonsverwisseling direct was gewekt (want ik heb Little Leviathan van die andere Michelle Lewis ooit intens gekoesterd).
De muziek deed de rest, want Michelle Lewis maakt op haar tweede plaat muziek die me vooral aan Jewel doet denken en dat is toch nog steeds een van mijn persoonlijke favorieten (al wordt ze door haar recente platen steeds meer een ‘guilty pleasure’).
Michelle Lewis genoot haar opleiding aan het roemruchte Berklee College of Music in Boston, dat inmiddels heel wat beroemde muzikanten in haar archieven kan terugvinden (variërend van Quincy Jones, Donald Fagen en Diana Krall tot Gillian Welch, Aimee Manne en Paula Cole). Of Michelle Lewis ooit ook tot het beroemde erfgoed van de Berklee College of Music gaat behoren zal de tijd moet leren, maar ze heeft zeker haar kwaliteiten.
Die waren al te horen op de platen die ze de afgelopen jaren in eigen beheer uitbracht, maar The Parts Of Us That Still Remain is nog net wat beter. Het is zoals gezegd muziek die wel wat aan die van (een jonge) Jewel doet denken, wat betekent dat The Parts Of Us That Still Remain vol staat met aangenaam klinkende luisterliedjes met vooral invloeden uit de country en met name de folk.
Het zijn luisterliedjes die mooie verhalen vertellen, die opvallen door een smaakvolle en doeltreffende instrumentatie en die uiteindelijk bijzonder fraai ingekleurd worden door de mooie stem van Michelle Lewis.
Net als Jewel beschikt Michelle Lewis over een stem die warm en meisjesachtig klinkt, maar waarin ook altijd een rauw randje is verstopt. Het is voor mij een verleiding die nauwelijks is te weerstaan, waardoor ik de laatste weken keer op keer greep naar The Parts Of Us That Still Remain.
Het heeft ertoe geleid dat ik de nieuwe plaat van Michelle Lewis nog veel beter vind dan een paar weken geleden. The Parts Of Us That Still Remain is op het eerste gehoor misschien een plaat die het vooral moet hebben van lekker in het gehoor liggende en heerlijk lome popliedjes met een beetje roots, maar naarmate je deze vaak wat melancholische popliedjes vaker hoort beginnen ze te groeien en geven ze steeds meer geheimen en diepgang prijs.
The Parts Of Us That Still Remain van Michelle Lewis schaart zich daarom op de valreep alsnog onder de rootsverrassingen van 2014. Erwin Zijleman
Michelle Rivers - Chasing Somewhere (2022)

4,0
1
geplaatst: 14 juli 2022, 16:42 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michelle Rivers - Chasing Somewhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Michelle Rivers - Chasing Somewhere
De Amerikaanse singer-songwriter Michelle Rivers verruilde Nashville een paar jaar geleden voor de Rocky Mountains, maar Nashville klinkt nog stevig door op haar bijzonder sterke tweede album
Zelfs in de zomermaanden is het nog dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar het nieuwe album van de mij tot voor kort onbekende Michelle Rivers weet zich eenvoudig te onderscheiden. De Amerikaanse muzikante kreeg de Amerikaanse rootsmuziek thuis met de paplepel ingegoten, maar desondanks duurde het een tijd voor ze haar plek gevonden had. Bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten maakt Michelle Rivers nu indruk met haar tweede album, dat niet alleen opvalt door een prachtig authentiek klinkend rootsgeluid, maar ook door aansprekende songs en vooral door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante uit Montana.
De naam Michelle Rivers kwam me op een of andere manier bekend voor, net als de cover van haar debuutalbum Breathing On Embers, maar ik ben er toch vrij zeker van dat ik haar in 2016 verschenen debuutalbum nooit heb beluisterd. Haar deze week verschenen tweede album Chasing Somewhere is daarom wat mij betreft mijn eerste kennismaking met de muziek van Michelle Rivers en het is een kennismaking die naar meer smaakt.
Michelle Rivers werd geboren in Leipers Fork, Tennessee, op een steenworp afstand van Nashville, waar ze de muziek met de paplepel kreeg ingegoten van haar vader die niet alleen songwriter en multi-instrumentalist was, maar ook een studio runde. Na haar tienerjaren in Austin, Texas, te hebben doorgebracht, waar ze gitaar leerde spelen, koos de Amerikaanse muzikante voor een studie in Nashville, waar haar liefde voor een bestaan als muzikant langzaam maar zeker werd aangewakkerd, al kwam dit bestaan er niet zonder slag of stoot.
Michelle Rivers woont inmiddels in een uithoek van de staat Montana, midden in de woeste natuur van de Rocky Mountains. De Amerikaanse muzikante heeft Nashville misschien verlaten, maar Nashville heeft Michelle Rivers niet verlaten. Chasing Somewhere ademt immers in alle tracks de countrymuziek zoals die in Nashville al decennia wordt gemaakt. Het is een album dat niet heel veel op heeft met de countrypop van de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek, want Michelle Rivers maakt vooral traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek met voornamelijk invloeden uit de country en de folk.
Michelle Rivers woont misschien in een uithoek van de Verenigde Staten, maar wist een aantal topmuzikanten te strikken voor haar tweede album, onder wie de van Emmylou Harris bekende Al Perkins, die ook op Chasing Somewhere de show steelt met zijn steelguitar. Ook de andere muzikanten hebben prachtig bijgedragen aan het tweede album van Michelle Rivers, dat geweldig klinkt en een geluid bevat dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek.
Dat geldt ook voor de stem van de singer-songwriter uit Montana, want Michelle Rivers beschikt over een stem die gemaakt is voor de genres waarbinnen ze beweegt. Chasing Somewhere klinkt daarom onmiddellijk vertrouwd, maar zeker wanneer je het album wat vaker beluistert, hoor je hoe knap het zowel muzikaal als vocaal in elkaar steekt.
Michelle Rivers schrijft bovendien aansprekende songs. Het zijn songs die over het algemeen binnen de lijntjes van de wat traditioneler aandoende Amerikaanse rootsmuziek kleuren, maar Chasing Somewhere is een redelijk gevarieerd album, waardoor je makkelijk de hele speelduur bij de les blijft.
Zeker binnen de Amerikaanse rootsmuziek is het momenteel dringen met een bijna onophoudende stroom aan nieuwe releases, maar het tweede album van Michelle Rivers sprong er niet alleen deze week uit bij mij, maar houdt zich ook staande binnen het beste dat dit jaar in het genre is verschenen. Het is verdienste van de geweldige muzikanten die op het album zijn te horen, maar het is vooral de verdienste van Michelle Rivers die haar songs op gloedvolle en zeer overtuigende wijze vertolkt. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Michelle Rivers - Chasing Somewhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Michelle Rivers - Chasing Somewhere
De Amerikaanse singer-songwriter Michelle Rivers verruilde Nashville een paar jaar geleden voor de Rocky Mountains, maar Nashville klinkt nog stevig door op haar bijzonder sterke tweede album
Zelfs in de zomermaanden is het nog dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar het nieuwe album van de mij tot voor kort onbekende Michelle Rivers weet zich eenvoudig te onderscheiden. De Amerikaanse muzikante kreeg de Amerikaanse rootsmuziek thuis met de paplepel ingegoten, maar desondanks duurde het een tijd voor ze haar plek gevonden had. Bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten maakt Michelle Rivers nu indruk met haar tweede album, dat niet alleen opvalt door een prachtig authentiek klinkend rootsgeluid, maar ook door aansprekende songs en vooral door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante uit Montana.
De naam Michelle Rivers kwam me op een of andere manier bekend voor, net als de cover van haar debuutalbum Breathing On Embers, maar ik ben er toch vrij zeker van dat ik haar in 2016 verschenen debuutalbum nooit heb beluisterd. Haar deze week verschenen tweede album Chasing Somewhere is daarom wat mij betreft mijn eerste kennismaking met de muziek van Michelle Rivers en het is een kennismaking die naar meer smaakt.
Michelle Rivers werd geboren in Leipers Fork, Tennessee, op een steenworp afstand van Nashville, waar ze de muziek met de paplepel kreeg ingegoten van haar vader die niet alleen songwriter en multi-instrumentalist was, maar ook een studio runde. Na haar tienerjaren in Austin, Texas, te hebben doorgebracht, waar ze gitaar leerde spelen, koos de Amerikaanse muzikante voor een studie in Nashville, waar haar liefde voor een bestaan als muzikant langzaam maar zeker werd aangewakkerd, al kwam dit bestaan er niet zonder slag of stoot.
Michelle Rivers woont inmiddels in een uithoek van de staat Montana, midden in de woeste natuur van de Rocky Mountains. De Amerikaanse muzikante heeft Nashville misschien verlaten, maar Nashville heeft Michelle Rivers niet verlaten. Chasing Somewhere ademt immers in alle tracks de countrymuziek zoals die in Nashville al decennia wordt gemaakt. Het is een album dat niet heel veel op heeft met de countrypop van de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek, want Michelle Rivers maakt vooral traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek met voornamelijk invloeden uit de country en de folk.
Michelle Rivers woont misschien in een uithoek van de Verenigde Staten, maar wist een aantal topmuzikanten te strikken voor haar tweede album, onder wie de van Emmylou Harris bekende Al Perkins, die ook op Chasing Somewhere de show steelt met zijn steelguitar. Ook de andere muzikanten hebben prachtig bijgedragen aan het tweede album van Michelle Rivers, dat geweldig klinkt en een geluid bevat dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek.
Dat geldt ook voor de stem van de singer-songwriter uit Montana, want Michelle Rivers beschikt over een stem die gemaakt is voor de genres waarbinnen ze beweegt. Chasing Somewhere klinkt daarom onmiddellijk vertrouwd, maar zeker wanneer je het album wat vaker beluistert, hoor je hoe knap het zowel muzikaal als vocaal in elkaar steekt.
Michelle Rivers schrijft bovendien aansprekende songs. Het zijn songs die over het algemeen binnen de lijntjes van de wat traditioneler aandoende Amerikaanse rootsmuziek kleuren, maar Chasing Somewhere is een redelijk gevarieerd album, waardoor je makkelijk de hele speelduur bij de les blijft.
Zeker binnen de Amerikaanse rootsmuziek is het momenteel dringen met een bijna onophoudende stroom aan nieuwe releases, maar het tweede album van Michelle Rivers sprong er niet alleen deze week uit bij mij, maar houdt zich ook staande binnen het beste dat dit jaar in het genre is verschenen. Het is verdienste van de geweldige muzikanten die op het album zijn te horen, maar het is vooral de verdienste van Michelle Rivers die haar songs op gloedvolle en zeer overtuigende wijze vertolkt. Erwin Zijleman
Michi - Dirty Talk (2025)

4,0
0
geplaatst: 4 januari, 11:09 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Michi - Dirty Talk - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Michi - Dirty Talk
Michi debuteerde in 2025 fraai met een zwoel en verleidelijk album waarop ze invloeden uit de hedendaagse R&B en invloeden uit de soulmuziek van lang geleden combineert in een loom en broeierig geluid dat naar veel meer smaakt
Ik hou normaal gesproken niet zo van het soort R&B dat Michi maakt, maar op een of andere manier vind ik haar debuutalbum Dirty Talk een bijzonder lekker album. Het is een album dat de inspiratie vooral zoekt in de R&B van de jaren 90 tot en met nu, maar ook invloeden uit de soul hebben hun weg gevonden naar het album en hier blijft het niet bij. Dirty Talk verdrijft de winterse temperaturen van het moment met speels gemak en slaat zich als een warme deken om je heen. Het klinkt allemaal behoorlijk gepolijst, maar zowel in muzikaal opzicht als met haar stem weet Michi wat mij betreft makkelijk te overtuigen. Niet zo gek dus dat het album opduikt in meerdere R&B jaarlijstjes.
Ik ben momenteel zeer gecharmeerd van Cover Girl van Lady Wray, dat ik uit het R&B jaarlijstje van de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com haalde. Uit datzelfde lijstje komt Dirty Talk van Michi, dat al even lekker klinkt en dat er minstens even goed in slaagt om de gure winterdagen en winteravonden van het moment te verwarmen.
Dirty Talk is het debuutalbum van Michi, het alter ego van de vanuit Los Angeles opererende Michelle Guerrero. Het debuutalbum van Michi heeft absoluut raakvlakken met het meest recente album van Lady Wray. Op beide albums worden invloeden uit de soulmuziek zoals die in de jaren 70 werd gemaakt vermengd met invloeden uit de R&B van het moment.
Waar Lady Wray haar meest recente album een flinke gospelinjectie gaf, zoekt Michi het meer in de zwoele en verleidelijke klanken. De loom spelende ritmesectie duwt Dirty Talk flink de kant van de R&B van het moment op, maar het eerste album van Michi klinkt net zo makkelijk als een vintage soulalbum, zeker wanneer strijkers worden ingezet.
Michi werkte voor een aantal van haar vroege singles met de onder andere van Miley Cyrus en Caroline Polachek bekende Jacob Munk, maar Dirty Talk werd geproduceerd door Blake Rhein en Paul Cherry, die Michi weg hebben getrokken van de pop en in de richting van de R&B en retro-soul hebben geduwd.
De songs van Michi klinken soms als songs die al enkele decennia oud zijn, maar ook geregeld als songs van het moment, met hier tussenin uitstapjes richting de R&B en pop uit de jaren 90. Hier blijft het niet bij, want Michi maakt op haar debuutalbum ook nog een uitstapje richting Braziliaanse bossa nova, wat nog wat zonniger klinkt dan de andere songs op het album, en is ook niet bang voor een jazzy song.
Het doet het allemaal fantastisch bij de temperaturen van het moment, want Dirty Talk van Michi zorgt voor de zomer in je kop en verwarmt de ruimte tot broeierige proporties. Blake Rhein en Paul Cherry hebben het album voorzien van een warm en zeer smaakvol geluid en het is een geluid waarin de soepele stem van Michi uitstekend gedijt.
De zang van de Amerikaanse muzikante zit dichter tegen de R&B dan tegen de soul aan, maar het is zang die wat mij betreft bijzonder aangenaam klinkt. De stem van Michi komt het best tot zijn recht in de wat dromerige songs met zwoele en broeierige klanken dan dat zijn de klanken die domineren op Dirty Talk. Ik moet zelf wel in de stemming zijn voor de muziek van Michi, want het klinkt ook makkelijk te zoet en te gepolijst, maar op het juiste moment is de muzikante uit Los Angeles keer op keer goed voor zoete en wat mij betreft ultieme verleiding.
Binnen de R&B heb ik normaal gesproken een voorkeur voor albums die de grenzen van het genre en het avontuur opzoeken. Dat doet Michi niet, want Dirty Talk kleurt vooral binnen de lijntjes, maar desondanks kan ik het album op het moment maar moeilijk weerstaan.
Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op het debuutalbum van Michi en dat is het feit dat Dirty Talk nog geen half uur duurt. Na dat half uur ben je nog lang niet toe aan het ontsnappen aan de verleidelijke klanken van de Amerikaanse muzikante en kun je niet veel anders doen dan het album nogmaals op zetten. Gelukkig is het dan nog even lekker. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Michi - Dirty Talk - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Michi - Dirty Talk
Michi debuteerde in 2025 fraai met een zwoel en verleidelijk album waarop ze invloeden uit de hedendaagse R&B en invloeden uit de soulmuziek van lang geleden combineert in een loom en broeierig geluid dat naar veel meer smaakt
Ik hou normaal gesproken niet zo van het soort R&B dat Michi maakt, maar op een of andere manier vind ik haar debuutalbum Dirty Talk een bijzonder lekker album. Het is een album dat de inspiratie vooral zoekt in de R&B van de jaren 90 tot en met nu, maar ook invloeden uit de soul hebben hun weg gevonden naar het album en hier blijft het niet bij. Dirty Talk verdrijft de winterse temperaturen van het moment met speels gemak en slaat zich als een warme deken om je heen. Het klinkt allemaal behoorlijk gepolijst, maar zowel in muzikaal opzicht als met haar stem weet Michi wat mij betreft makkelijk te overtuigen. Niet zo gek dus dat het album opduikt in meerdere R&B jaarlijstjes.
Ik ben momenteel zeer gecharmeerd van Cover Girl van Lady Wray, dat ik uit het R&B jaarlijstje van de Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com haalde. Uit datzelfde lijstje komt Dirty Talk van Michi, dat al even lekker klinkt en dat er minstens even goed in slaagt om de gure winterdagen en winteravonden van het moment te verwarmen.
Dirty Talk is het debuutalbum van Michi, het alter ego van de vanuit Los Angeles opererende Michelle Guerrero. Het debuutalbum van Michi heeft absoluut raakvlakken met het meest recente album van Lady Wray. Op beide albums worden invloeden uit de soulmuziek zoals die in de jaren 70 werd gemaakt vermengd met invloeden uit de R&B van het moment.
Waar Lady Wray haar meest recente album een flinke gospelinjectie gaf, zoekt Michi het meer in de zwoele en verleidelijke klanken. De loom spelende ritmesectie duwt Dirty Talk flink de kant van de R&B van het moment op, maar het eerste album van Michi klinkt net zo makkelijk als een vintage soulalbum, zeker wanneer strijkers worden ingezet.
Michi werkte voor een aantal van haar vroege singles met de onder andere van Miley Cyrus en Caroline Polachek bekende Jacob Munk, maar Dirty Talk werd geproduceerd door Blake Rhein en Paul Cherry, die Michi weg hebben getrokken van de pop en in de richting van de R&B en retro-soul hebben geduwd.
De songs van Michi klinken soms als songs die al enkele decennia oud zijn, maar ook geregeld als songs van het moment, met hier tussenin uitstapjes richting de R&B en pop uit de jaren 90. Hier blijft het niet bij, want Michi maakt op haar debuutalbum ook nog een uitstapje richting Braziliaanse bossa nova, wat nog wat zonniger klinkt dan de andere songs op het album, en is ook niet bang voor een jazzy song.
Het doet het allemaal fantastisch bij de temperaturen van het moment, want Dirty Talk van Michi zorgt voor de zomer in je kop en verwarmt de ruimte tot broeierige proporties. Blake Rhein en Paul Cherry hebben het album voorzien van een warm en zeer smaakvol geluid en het is een geluid waarin de soepele stem van Michi uitstekend gedijt.
De zang van de Amerikaanse muzikante zit dichter tegen de R&B dan tegen de soul aan, maar het is zang die wat mij betreft bijzonder aangenaam klinkt. De stem van Michi komt het best tot zijn recht in de wat dromerige songs met zwoele en broeierige klanken dan dat zijn de klanken die domineren op Dirty Talk. Ik moet zelf wel in de stemming zijn voor de muziek van Michi, want het klinkt ook makkelijk te zoet en te gepolijst, maar op het juiste moment is de muzikante uit Los Angeles keer op keer goed voor zoete en wat mij betreft ultieme verleiding.
Binnen de R&B heb ik normaal gesproken een voorkeur voor albums die de grenzen van het genre en het avontuur opzoeken. Dat doet Michi niet, want Dirty Talk kleurt vooral binnen de lijntjes, maar desondanks kan ik het album op het moment maar moeilijk weerstaan.
Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op het debuutalbum van Michi en dat is het feit dat Dirty Talk nog geen half uur duurt. Na dat half uur ben je nog lang niet toe aan het ontsnappen aan de verleidelijke klanken van de Amerikaanse muzikante en kun je niet veel anders doen dan het album nogmaals op zetten. Gelukkig is het dan nog even lekker. Erwin Zijleman
Mick Flannery - Mick Flannery (2019)

4,0
0
geplaatst: 10 juli 2019, 18:12 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mick Flannery - Mick Flannery - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mick Flannery - Mick Flannery
Mick Flannery haalt de emotie en de melancholie in zijn zang hier en daar uit zijn tenen, maar overtuigt ook met een serie uitstekende popsongs die nog lang doorgroeien
Mick Flannery timmert al een tijdje aan de weg, maar zijn titelloze nieuwe album is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Ierse singer-songwriter. Het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, want het nieuwe album van Mick Flannery is een uitstekend album. Het is een album dat niet alleen uitblinkt door bijzonder intense en emotievolle zang, maar het is ook een album met een zeer smaakvolle instrumentatie en een album dat op knappe wijze een brug slaat tussen roots en pop. Geen idee waarom ik zijn vorige albums gemist heb, maar vanaf nu hou ik de Ierse muzikant nauwlettend in de gaten.
Mannelijke singer-songwriters trekken op een of andere manier veel minder makkelijk mijn aandacht dan hun vrouwelijke collega’s. Het verklaart mogelijk waarom ik tot voor kort nog nooit naar de muziek van de Ierse muzikant Mick Flannery had geluisterd en zijn deze week verschenen titelloze album daarom aanzag voor een debuut.
Een debuut is het zeker niet, want de in het Ierse Blarney geboren singer-songwriter timmert inmiddels al een kleine 15 jaar aan de weg. Ik heb het op een of andere manier gemist, maar het nieuwe album van de Ierse singer-songwriter trok onmiddellijk mijn aandacht.
De openingstrack van zijn nieuwe album opent met een eenvoudig akkoord van de akoestische gitaar, waarna Mick Flannery laat horen wat zijn sterkste wapen is. De zang waarmee de Ierse muzikant invalt komt direct uit de tenen en loopt over van melancholie. Het is zang die bij mij direct hard binnen kwam, waardoor Mick Flannery binnen enkele minuten een gewonnen wedstrijd speelde.
Na de eerste vocale uithalen zwelt ook de instrumentatie in de openingstrack aan met flink wat strijkers en donkere elektronica. Het deed me op een of andere manier direct aan David Gray denken, al is de zang van deze veel bekendere Ierse muzikant een stuk meer ingetogen.
Mick Flannery houdt het hoge niveau van de openingstrack vervolgens vrij makkelijk vast. De Ierse muzikant vertrouwt hierbij voor een belangrijk deel op zijn geweldige stem, maar overtuigt ook in muzikaal opzicht door steeds wat andere invloeden te verwerken. Hij schuift hierbij vaak op richting de Amerikaanse rootsmuziek en durft bijvoorbeeld ook prachtig soulvol te klinken, wat in de instrumentatie fraai wordt ondersteund door blazers.
De bijzonder fraaie klanken op het titelloze album van de Ierse muzikant kleuren steeds prachtig bij de emotievolle zang, die ook nog eens wordt gekenmerkt door een enorme intensiteit. In de meest ingetogen momenten doet het me wel wat denken aan de intensiteit die Jeff Buckley wist te creëren met zijn stem, maar vergeleken met Jeff Buckley is de zang van Mick Flannery een stuk uitbundiger.
Het nieuwe album van Mick Flannery werd deels in Ierland en deels in Los Angeles opgenomen, waarbij de Ier werkte met twee producers. Het verklaart mogelijk waarom een deel van de songs op het album wat dichter tegen de pop aan schuren, al blijft het album wat mij betreft in alle elf de songs aan de juiste kant van de streep.
Ik vind het album persoonlijk het mooist wanneer de zang van Mick Flannery redelijk ingetogen opent, waarna de strijkers aan mogen zwellen en de Ier vocaal mag uithalen wanneer de emotie niet meer binnen te houden is. Met name in deze tracks hoor ik flink wat van David Gray in de muziek van Mick Flannery en dat is wat mij betreft een pre.
Als ik luister naar het nieuwe album van Mick Flannery begrijp ik niet dat de Ier nog altijd relatief onbekend is, want de Ier maakt gehakt van de collega’s die er wel in slagen om een miljoenenpubliek aan zich te binden. Het is misschien maar goed ook, want juist de meer introspectieve en minder hitgevoelige songs waarin Mick Flannery zijn hart over ons uitstart zijn van een grote schoonheid. Erg mooi album van deze Ierse muzikant. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mick Flannery - Mick Flannery - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mick Flannery - Mick Flannery
Mick Flannery haalt de emotie en de melancholie in zijn zang hier en daar uit zijn tenen, maar overtuigt ook met een serie uitstekende popsongs die nog lang doorgroeien
Mick Flannery timmert al een tijdje aan de weg, maar zijn titelloze nieuwe album is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Ierse singer-songwriter. Het is een kennismaking die naar veel meer smaakt, want het nieuwe album van Mick Flannery is een uitstekend album. Het is een album dat niet alleen uitblinkt door bijzonder intense en emotievolle zang, maar het is ook een album met een zeer smaakvolle instrumentatie en een album dat op knappe wijze een brug slaat tussen roots en pop. Geen idee waarom ik zijn vorige albums gemist heb, maar vanaf nu hou ik de Ierse muzikant nauwlettend in de gaten.
Mannelijke singer-songwriters trekken op een of andere manier veel minder makkelijk mijn aandacht dan hun vrouwelijke collega’s. Het verklaart mogelijk waarom ik tot voor kort nog nooit naar de muziek van de Ierse muzikant Mick Flannery had geluisterd en zijn deze week verschenen titelloze album daarom aanzag voor een debuut.
Een debuut is het zeker niet, want de in het Ierse Blarney geboren singer-songwriter timmert inmiddels al een kleine 15 jaar aan de weg. Ik heb het op een of andere manier gemist, maar het nieuwe album van de Ierse singer-songwriter trok onmiddellijk mijn aandacht.
De openingstrack van zijn nieuwe album opent met een eenvoudig akkoord van de akoestische gitaar, waarna Mick Flannery laat horen wat zijn sterkste wapen is. De zang waarmee de Ierse muzikant invalt komt direct uit de tenen en loopt over van melancholie. Het is zang die bij mij direct hard binnen kwam, waardoor Mick Flannery binnen enkele minuten een gewonnen wedstrijd speelde.
Na de eerste vocale uithalen zwelt ook de instrumentatie in de openingstrack aan met flink wat strijkers en donkere elektronica. Het deed me op een of andere manier direct aan David Gray denken, al is de zang van deze veel bekendere Ierse muzikant een stuk meer ingetogen.
Mick Flannery houdt het hoge niveau van de openingstrack vervolgens vrij makkelijk vast. De Ierse muzikant vertrouwt hierbij voor een belangrijk deel op zijn geweldige stem, maar overtuigt ook in muzikaal opzicht door steeds wat andere invloeden te verwerken. Hij schuift hierbij vaak op richting de Amerikaanse rootsmuziek en durft bijvoorbeeld ook prachtig soulvol te klinken, wat in de instrumentatie fraai wordt ondersteund door blazers.
De bijzonder fraaie klanken op het titelloze album van de Ierse muzikant kleuren steeds prachtig bij de emotievolle zang, die ook nog eens wordt gekenmerkt door een enorme intensiteit. In de meest ingetogen momenten doet het me wel wat denken aan de intensiteit die Jeff Buckley wist te creëren met zijn stem, maar vergeleken met Jeff Buckley is de zang van Mick Flannery een stuk uitbundiger.
Het nieuwe album van Mick Flannery werd deels in Ierland en deels in Los Angeles opgenomen, waarbij de Ier werkte met twee producers. Het verklaart mogelijk waarom een deel van de songs op het album wat dichter tegen de pop aan schuren, al blijft het album wat mij betreft in alle elf de songs aan de juiste kant van de streep.
Ik vind het album persoonlijk het mooist wanneer de zang van Mick Flannery redelijk ingetogen opent, waarna de strijkers aan mogen zwellen en de Ier vocaal mag uithalen wanneer de emotie niet meer binnen te houden is. Met name in deze tracks hoor ik flink wat van David Gray in de muziek van Mick Flannery en dat is wat mij betreft een pre.
Als ik luister naar het nieuwe album van Mick Flannery begrijp ik niet dat de Ier nog altijd relatief onbekend is, want de Ier maakt gehakt van de collega’s die er wel in slagen om een miljoenenpubliek aan zich te binden. Het is misschien maar goed ook, want juist de meer introspectieve en minder hitgevoelige songs waarin Mick Flannery zijn hart over ons uitstart zijn van een grote schoonheid. Erg mooi album van deze Ierse muzikant. Erwin Zijleman
Mick Flannery & Susan O'Neill - In the Game (2021)

4,5
3
geplaatst: 14 januari 2022, 16:47 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mick Flannery & Susan O'Neil - In The Game - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mick Flannery & Susan O'Neil - In The Game
De Ierse muzikanten Mick Flannery en Susan O’Neil staan op het vorig jaar verschenen In The Game garant voor kippenvel dankzij zeer smaakvolle klanken en vooral dankzij heel veel vocaal vuurwerk
Ik heb geen idee waarom ik dit album vorig jaar heb laten liggen, want direct bij eerste beluistering was ik diep onder de indruk van In The Game van Mick Flannery en Susan O’Neil. De twee Ierse muzikanten maken indruk met een zeer smaakvolle instrumentatie en met een veelheid aan genres, maar imponeren met twee geweldige stemmen, die ook nog eens prachtig bij elkaar blijken te passen. In The Game bevat natuurlijk invloeden uit de Ierse muziek, maar invloeden uit de soulvolle Americana domineren op een album dat zelfs de koudste en donkerste winteravond prachtig weet te verwarmen. Een weergaloos album, dat ik zelf helaas net wat te laat heb ontdekt.
Vandaag brandt het muziekjaar 2022 definitief los en dus kijk ik voor één van de laatste keren of misschien zelfs wel voor de allerlaatste keer terug op het muziekjaar 2021. Ik doe dit met een album dat in flink wat jaarlijstjes opdook een paar weken geleden en dat eigenlijk ook niet had misstaan in mijn jaarlijstje.
Ik heb het over In The Game van Nick Flannery & Susan O’Neil, dat om onduidelijke redenen aan mijn aandacht is ontsnapt een paar maanden geleden. Het zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met een idioot groot aantal releases in de betreffende week, maar voor een album van de schoonheid van In The Game zijn geen geldige excuses te bedenken.
Nu let ik bij de muziek van de Ierse muzikant Mick Flannery wel vaker niet goed op, want alleen zijn in 2019 verschenen titelloze album, zijn zesde album, wist een plekje op deze BLOG te veroveren. De muziek van de eveneens Ierse Susan O’Neil kwam nog helemaal niet aan bod op deze site, al maakte zij voor zover ik kan zien slechts één album onder de naam SON.
De combinatie van de talenten van de twee Ierse muzikanten is er een die in de categorie 1+1=3 valt. Zowel Mick Flannery als Susan O’Neil beschikt over een behoorlijk expressieve stem. De stem van Susan O’Neil beschikt ook nog eens over een heerlijk ruw randje, terwijl Mick Flannery beschikt over een stem waar je de melancholie in bakken af kunt scheppen.
Ierse muzikanten blijven over het algemeen dicht bij de roots van hun vaderland en ook In The Game bevat hier en daar wat invloeden uit de Ierse muziek. Het deels in Cork en deels in Los Angeles opgenomen album blijft echter zeker niet hangen in de Ierse folk en verwerkt veel meer invloeden uit de Americana.
In The Game is voorzien van een behoorlijk toegankelijk en aangenaam warm geluid. Het is een vooral organisch geluid zonder al te veel opsmuk, dat verder is versierd met hier en daar flink wat strijkers en ook nog wat blazers. Zeker de wat Americana getinte songs op het album vallen makkelijk in de smaak. De bluesy en soulvolle klanken doen het heerlijk op een donkere winteravond, waarop de smaakvolle instrumentatie waarschijnlijk het best tot zijn recht komt. Zeker in de soulvolle tracks is het gitaarwerk prachtig en hoewel ik lang niet altijd een liefhebber ben van strijkers, klinken de aanzwellende violen op In The Game prachtig.
In muzikaal opzicht overtuigt In The Game makkelijk, maar het zijn de stemmen van de twee Ierse muzikanten die verantwoordelijk zijn voor het enorm hoge niveau van het album. Mick Flannery en Susan O’Neil nemen afwisselend het voortouw in de vocalen en tekenen natuurlijk ook voor prachtige duetten. De zang op het album loopt over van passie en emotie en doet het het best wanneer er ook nog flink wat melancholie bij komt kijken. Het kleurt allemaal prachtig bij de aangename en toegankelijke instrumentatie, die de stemmen van de twee alle ruimte geeft.
Ik liet het album zoals gezegd liggen een paar maanden geleden, maar direct bij eerste beluistering van In The Game was het album goed voor kippenvel en dat gevoel is niet meer verdwenen. Mick Flannery en Susan O’Neil tillen elkaar ruim 50 minuten lang naar grote hoogten, waarbij het niet uitmaakt welk genre domineert. Dat zijn er overigens flink wat, want naast Ierse muziek, folk, country, blues en soul, is zelfs een gospel uitbarsting de twee niet teveel. Wat een album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mick Flannery & Susan O'Neil - In The Game - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mick Flannery & Susan O'Neil - In The Game
De Ierse muzikanten Mick Flannery en Susan O’Neil staan op het vorig jaar verschenen In The Game garant voor kippenvel dankzij zeer smaakvolle klanken en vooral dankzij heel veel vocaal vuurwerk
Ik heb geen idee waarom ik dit album vorig jaar heb laten liggen, want direct bij eerste beluistering was ik diep onder de indruk van In The Game van Mick Flannery en Susan O’Neil. De twee Ierse muzikanten maken indruk met een zeer smaakvolle instrumentatie en met een veelheid aan genres, maar imponeren met twee geweldige stemmen, die ook nog eens prachtig bij elkaar blijken te passen. In The Game bevat natuurlijk invloeden uit de Ierse muziek, maar invloeden uit de soulvolle Americana domineren op een album dat zelfs de koudste en donkerste winteravond prachtig weet te verwarmen. Een weergaloos album, dat ik zelf helaas net wat te laat heb ontdekt.
Vandaag brandt het muziekjaar 2022 definitief los en dus kijk ik voor één van de laatste keren of misschien zelfs wel voor de allerlaatste keer terug op het muziekjaar 2021. Ik doe dit met een album dat in flink wat jaarlijstjes opdook een paar weken geleden en dat eigenlijk ook niet had misstaan in mijn jaarlijstje.
Ik heb het over In The Game van Nick Flannery & Susan O’Neil, dat om onduidelijke redenen aan mijn aandacht is ontsnapt een paar maanden geleden. Het zal ongetwijfeld te maken hebben gehad met een idioot groot aantal releases in de betreffende week, maar voor een album van de schoonheid van In The Game zijn geen geldige excuses te bedenken.
Nu let ik bij de muziek van de Ierse muzikant Mick Flannery wel vaker niet goed op, want alleen zijn in 2019 verschenen titelloze album, zijn zesde album, wist een plekje op deze BLOG te veroveren. De muziek van de eveneens Ierse Susan O’Neil kwam nog helemaal niet aan bod op deze site, al maakte zij voor zover ik kan zien slechts één album onder de naam SON.
De combinatie van de talenten van de twee Ierse muzikanten is er een die in de categorie 1+1=3 valt. Zowel Mick Flannery als Susan O’Neil beschikt over een behoorlijk expressieve stem. De stem van Susan O’Neil beschikt ook nog eens over een heerlijk ruw randje, terwijl Mick Flannery beschikt over een stem waar je de melancholie in bakken af kunt scheppen.
Ierse muzikanten blijven over het algemeen dicht bij de roots van hun vaderland en ook In The Game bevat hier en daar wat invloeden uit de Ierse muziek. Het deels in Cork en deels in Los Angeles opgenomen album blijft echter zeker niet hangen in de Ierse folk en verwerkt veel meer invloeden uit de Americana.
In The Game is voorzien van een behoorlijk toegankelijk en aangenaam warm geluid. Het is een vooral organisch geluid zonder al te veel opsmuk, dat verder is versierd met hier en daar flink wat strijkers en ook nog wat blazers. Zeker de wat Americana getinte songs op het album vallen makkelijk in de smaak. De bluesy en soulvolle klanken doen het heerlijk op een donkere winteravond, waarop de smaakvolle instrumentatie waarschijnlijk het best tot zijn recht komt. Zeker in de soulvolle tracks is het gitaarwerk prachtig en hoewel ik lang niet altijd een liefhebber ben van strijkers, klinken de aanzwellende violen op In The Game prachtig.
In muzikaal opzicht overtuigt In The Game makkelijk, maar het zijn de stemmen van de twee Ierse muzikanten die verantwoordelijk zijn voor het enorm hoge niveau van het album. Mick Flannery en Susan O’Neil nemen afwisselend het voortouw in de vocalen en tekenen natuurlijk ook voor prachtige duetten. De zang op het album loopt over van passie en emotie en doet het het best wanneer er ook nog flink wat melancholie bij komt kijken. Het kleurt allemaal prachtig bij de aangename en toegankelijke instrumentatie, die de stemmen van de twee alle ruimte geeft.
Ik liet het album zoals gezegd liggen een paar maanden geleden, maar direct bij eerste beluistering van In The Game was het album goed voor kippenvel en dat gevoel is niet meer verdwenen. Mick Flannery en Susan O’Neil tillen elkaar ruim 50 minuten lang naar grote hoogten, waarbij het niet uitmaakt welk genre domineert. Dat zijn er overigens flink wat, want naast Ierse muziek, folk, country, blues en soul, is zelfs een gospel uitbarsting de twee niet teveel. Wat een album. Erwin Zijleman
Micke Bjorklof & Blue Strip - Colors of Jealousy (2023)

4,0
0
geplaatst: 28 juni 2023, 10:17 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Micke Bjorklof & Blue Strip - Colors Of Jealousy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Micke Bjorklof & Blue Strip - Colors Of Jealousy
De Finse muzikant Micke Bjorklof en zijn band Blue Strip laten op Colors Of Jealousy horen dat ze al heel wat jaren aan de weg timmeren en inmiddels weten hoe een uitstekend blues(rock) album moet klinken
Direct wanneer de eerste noten van Colors Of Jealousy van Micke Bjorklof & Blue Strip uit de speakers komen maken de Finse muzikanten indruk met een authentiek blues(rock) geluid. Het is een geluid dat opvalt door geweldig gitaarwerk, maar ook de andere muzikanten van Blue Strip kunnen er wat van. Micke Bjorklof is ook nog eens een uitstekend zanger, die hier en daar wat aan Robert Cray doet denken. Colors Of Jealousy maakt makkelijk indruk met rauwe bluesy tracks, maar het is ook een veelzijdig album, waarop zeker ook gas terug wordt genomen. Ik ben niet heel erg thuis in het genre, maar hoor wel dat deze Finse muzikant en zijn band uitstekend op dreef zijn op dit heerlijke album.
Ik volg de ontwikkelingen binnen de bluesmuziek niet heel nauwgezet en het is daarom misschien niet zo gek dat ik nog nooit van Micke Bjorklof & Blue Strip had gehoord. Op de foto op de cover van het onlangs verschenen Colors Of Jealousy zie je dat deze Micke Bjorklof al een tijdje geen jonge hond meer is, maar het verbaasde me toch wel toen ik las dat de Finse muzikant en zijn band al een jaartje of dertig aan de weg timmeren. Dat hoor je overigens direct wanneer je het nieuwe album beluistert, want Micke Bjorklof en zijn band klinken op hun nieuwe album als een goed geoliede machine.
Colors Of Jealousy opent met een lekkere stevige bluesrock song, die klinkt alsof de wieg van Micke Bjorklof niet in Finland, maar in het diepe zuiden van de Verenigde Staten heeft gestaan. De openingstrack van het album doet me denken aan Robert Cray en dat is een van de weinige bluesmuzikanten die ik wel volg. Naast Robert Cray hoor ik ook wel wat van ZZ Top en ook die schaar ik onder mijn persoonlijke favorieten, waardoor ik direct gecharmeerd was van het nieuwe album van Micke Bjorklof & Blue Strip.
Micke Bjorklof en Blue Strip pakken lekker uit met een vet bluesgeluid, waarin gitarist Lefty Leppanen volop de gelegenheid krijgt om te soleren, waarbij hij wordt begeleid door een zeer solide spelende ritmesectie. Het is direct smullen voor liefhebbers van blues(rock) met lekker veel stevig gitaarwerk, maar Colors Of Jealousy maakt ook in vocaal opzicht makkelijk indruk. Micke Bjorklof zingt met veel maar niet teveel bravoure en beschikt over een stem vol soul. Het is een stem die me met grote regelmaat doet denken aan die van Robert Cray en dat vind ik een van de betere stemmen in het genre, voor zover ik dat ken.
De Finse muzikant en zijn band hadden van mij een album vol met de bluesrock stampers waarmee het album opent mogen maken, maar Colors Of Jealousy laat horen dat Micke Bjorklof & Blue Strip binnen de blues op een breed terrein uit de voeten kunnen. De Finse muzikanten maakten een paar jaar geleden een akoestisch album, maar ook het vooral elektronisch ingekleurde Colors Of Jealousy kan opschuiven richting veel meer ingetogen klinkende songs. Het ene moment scheuren de gitaren, de mondharmonica en het Hammond orgel er op los, maar Micke Bjorklof en zijn band kunnen ook flink gas terug nemen. Wanneer ze dat doen past de stem van de Finse muzikant zich moeiteloos aan en tovert Lefty Leppanen opeens de mooiste noten uit de snaren van zijn gitaar.
Ik luister zoals gezegd niet heel vaak naar blues(rock) albums, waardoor ik ze vaak wat eenvormig vind klinken, maar dat gaat zeker niet op voor dit album, dat meerdere keren van kleur verschiet en steeds weer een net wat andere kant van het genre belicht. Ik vind veel albums in het genre niet alleen eenvormig, maar ook wat weinig vernieuwend. Ook Colors Of Jealousy is geen album dat de bluesmuziek volledig opnieuw uitvindt, maar het klinkt allemaal zo goed dat ik me daar niet heel druk om maak.
Het moet vast een feest zijn om deze Finse ouwe rotten op het podium aan het werk te zien, maar ook als Colors Of Jealousy thuis door de speakers komt maken Micke Bjorklof & Blue Strip makkelijk indruk. De fans van het eerste uur weten dit al lang, maar ik weet zeker dat er veel meer muziekliefhebbers kunnen vallen voor dit uitstekende blues(rock) album, waar heel wat Amerikaanse muzikanten jaloers naar zullen luisteren. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Micke Bjorklof & Blue Strip - Colors Of Jealousy - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Micke Bjorklof & Blue Strip - Colors Of Jealousy
De Finse muzikant Micke Bjorklof en zijn band Blue Strip laten op Colors Of Jealousy horen dat ze al heel wat jaren aan de weg timmeren en inmiddels weten hoe een uitstekend blues(rock) album moet klinken
Direct wanneer de eerste noten van Colors Of Jealousy van Micke Bjorklof & Blue Strip uit de speakers komen maken de Finse muzikanten indruk met een authentiek blues(rock) geluid. Het is een geluid dat opvalt door geweldig gitaarwerk, maar ook de andere muzikanten van Blue Strip kunnen er wat van. Micke Bjorklof is ook nog eens een uitstekend zanger, die hier en daar wat aan Robert Cray doet denken. Colors Of Jealousy maakt makkelijk indruk met rauwe bluesy tracks, maar het is ook een veelzijdig album, waarop zeker ook gas terug wordt genomen. Ik ben niet heel erg thuis in het genre, maar hoor wel dat deze Finse muzikant en zijn band uitstekend op dreef zijn op dit heerlijke album.
Ik volg de ontwikkelingen binnen de bluesmuziek niet heel nauwgezet en het is daarom misschien niet zo gek dat ik nog nooit van Micke Bjorklof & Blue Strip had gehoord. Op de foto op de cover van het onlangs verschenen Colors Of Jealousy zie je dat deze Micke Bjorklof al een tijdje geen jonge hond meer is, maar het verbaasde me toch wel toen ik las dat de Finse muzikant en zijn band al een jaartje of dertig aan de weg timmeren. Dat hoor je overigens direct wanneer je het nieuwe album beluistert, want Micke Bjorklof en zijn band klinken op hun nieuwe album als een goed geoliede machine.
Colors Of Jealousy opent met een lekkere stevige bluesrock song, die klinkt alsof de wieg van Micke Bjorklof niet in Finland, maar in het diepe zuiden van de Verenigde Staten heeft gestaan. De openingstrack van het album doet me denken aan Robert Cray en dat is een van de weinige bluesmuzikanten die ik wel volg. Naast Robert Cray hoor ik ook wel wat van ZZ Top en ook die schaar ik onder mijn persoonlijke favorieten, waardoor ik direct gecharmeerd was van het nieuwe album van Micke Bjorklof & Blue Strip.
Micke Bjorklof en Blue Strip pakken lekker uit met een vet bluesgeluid, waarin gitarist Lefty Leppanen volop de gelegenheid krijgt om te soleren, waarbij hij wordt begeleid door een zeer solide spelende ritmesectie. Het is direct smullen voor liefhebbers van blues(rock) met lekker veel stevig gitaarwerk, maar Colors Of Jealousy maakt ook in vocaal opzicht makkelijk indruk. Micke Bjorklof zingt met veel maar niet teveel bravoure en beschikt over een stem vol soul. Het is een stem die me met grote regelmaat doet denken aan die van Robert Cray en dat vind ik een van de betere stemmen in het genre, voor zover ik dat ken.
De Finse muzikant en zijn band hadden van mij een album vol met de bluesrock stampers waarmee het album opent mogen maken, maar Colors Of Jealousy laat horen dat Micke Bjorklof & Blue Strip binnen de blues op een breed terrein uit de voeten kunnen. De Finse muzikanten maakten een paar jaar geleden een akoestisch album, maar ook het vooral elektronisch ingekleurde Colors Of Jealousy kan opschuiven richting veel meer ingetogen klinkende songs. Het ene moment scheuren de gitaren, de mondharmonica en het Hammond orgel er op los, maar Micke Bjorklof en zijn band kunnen ook flink gas terug nemen. Wanneer ze dat doen past de stem van de Finse muzikant zich moeiteloos aan en tovert Lefty Leppanen opeens de mooiste noten uit de snaren van zijn gitaar.
Ik luister zoals gezegd niet heel vaak naar blues(rock) albums, waardoor ik ze vaak wat eenvormig vind klinken, maar dat gaat zeker niet op voor dit album, dat meerdere keren van kleur verschiet en steeds weer een net wat andere kant van het genre belicht. Ik vind veel albums in het genre niet alleen eenvormig, maar ook wat weinig vernieuwend. Ook Colors Of Jealousy is geen album dat de bluesmuziek volledig opnieuw uitvindt, maar het klinkt allemaal zo goed dat ik me daar niet heel druk om maak.
Het moet vast een feest zijn om deze Finse ouwe rotten op het podium aan het werk te zien, maar ook als Colors Of Jealousy thuis door de speakers komt maken Micke Bjorklof & Blue Strip makkelijk indruk. De fans van het eerste uur weten dit al lang, maar ik weet zeker dat er veel meer muziekliefhebbers kunnen vallen voor dit uitstekende blues(rock) album, waar heel wat Amerikaanse muzikanten jaloers naar zullen luisteren. Erwin Zijleman
Mickey Guyton - House on Fire (2024)

4,0
0
geplaatst: 1 oktober 2024, 15:30 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mickey Guyton - House On Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mickey Guyton - House On Fire
Mickey Guyton debuteerde drie jaar geleden zeer succesvol en brengt nu een prima tweede album uit, dat laat horen dat Beyoncé echt niet de enige zwarte muzikante is die uit de voeten kan met countrymuziek
Ik heb een enorm zwak voor goed gemaakte countrypop, maar dan bij voorkeur wel countrypop waarin invloeden uit de country het winnen van invloeden uit de pop. Dat is het geval in een aantal songs op House On Fire van Mickey Guyton, maar in veel songs op het album slaat de balans wat door richting pop met een flinke dosis soul. Mickey Guyton schaarde zich een paar jaar geleden onder de groten binnen de countrypop en consolideert deze positie met het knap gemaakte House On Fire. Het is misschien een wat glad en naar mainstream neigend album, maar Mickey Guyton is een uitstekende zangeres en verstopt stiekem toch wat country in haar soulvolle popsongs.
Toen Beyoncé eerder dit jaar het album Cowboy Carter uitbracht werd in de media met grote regelmaat benadrukt dat het volkomen uniek was dat een zwarte zangeres countrymuziek maakte. Dat is echt grote onzin. Zwarte muzikanten en countrymuziek gaan al vele decennia goed samen en ook zwarte muzikanten van naam en faam maakten in het verleden countryalbums, onder wie bijvoorbeeld Tina Turner.
De geschiedenis van zwarte muzikanten in de countrymuziek is prachtig vastgelegd in het zeer lezenswaardige boek My Black Country van Alice Randall, maar ook iedereen die naar de country hitlijsten van de afgelopen jaren kijkt kan zien dat Beyoncé echt niet de enige zwarte muzikante is die succesvol is met countrymuziek. Zo was het in 2021 verschenen debuutalbum Remember By Name van Mickey Guyton zeer succesvol en dit album was naar mijn mening meer country dan Cowboy Carter van Beyoncé, waar ik ook maanden na de release overigens nog niet veel in hoor.
Mickey Guyton heeft deze week haar tweede album uitgebracht en ook op House On Fire verwerkt de van oorsprong Texaanse muzikante flink wat invloeden uit de countrymuziek. Het is een album dat het moet doen met een fractie van de aandacht die Beyoncé eerder dit jaar kreeg bij de release van haar countryalbum. Nu is Mickey Guyton natuurlijk geen Beyoncé, maar voor een muzikante die meerdere Grammy’s kreeg voor haar debuutalbum, vind ik de aandacht voor House On Fire vooralsnog opvallend mager. Ik heb dan ook maar weinig informatie over het album, maar heb natuurlijk wel de muziek.
House On Fire is een album dat niet direct in de smaak zal vallen bij liefhebbers van traditionele countrymuziek. Mickey Guyton maakt op House On Fire countrypop met een kleine letter c en een hoofdletter P. Invloeden uit de country spelen een rol in vrijwel alle songs op het album, maar invloeden uit de soul, de R&B en de pop spelen meestal een minstens even belangrijke rol in de songs van de muzikante uit Nashville.
De songs met slechts een minimale hoeveelheid invloeden uit de countrymuziek spreken mij persoonlijk wat minder aan, al zijn het songs die niet hebben te klagen over aanstekelijke refreinen en soulvolle klanken. Het zijn bovendien songs die laten horen dat Mickey Guyton een uitstekende zangeres is met flink wat soul in haar stem.
Wanneer invloeden uit de countrymuziek een belangrijkere rol spelen in de songs op House On Fire is het een album dat veel beter aansluit op het soort countrypop waar ik een zwak voor heb. Er staan flink wat van dit soort songs op House On Fire, dat alles bij elkaar genomen absoluut een countrypop album mag worden genoemd.
Ondanks de voorlopig schamele hoeveelheid aandacht voor het album kan het haast niet anders dat Mickey Guyton ook met haar tweede album hoge ogen gaat gooien in de Verenigde Staten. Haar kansen in Europa schat ik net wat lager in. House On Fire is zonder enige twijfel een goed gemaakt album van een uitstekende zangeres, maar het zal voor Europese liefhebbers van countrymuziek in het algemeen of countrypop in het bijzonder waarschijnlijk wat teveel mainstream klinken. Dat was drie jaar geleden overigens ook mijn mening over het debuutalbum van Mickey Guyton en dat album ben ik uiteindelijk toch zeer gaan waarderen. Reden genoeg om ook House On Fire niet te vroeg af te schrijven. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mickey Guyton - House On Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mickey Guyton - House On Fire
Mickey Guyton debuteerde drie jaar geleden zeer succesvol en brengt nu een prima tweede album uit, dat laat horen dat Beyoncé echt niet de enige zwarte muzikante is die uit de voeten kan met countrymuziek
Ik heb een enorm zwak voor goed gemaakte countrypop, maar dan bij voorkeur wel countrypop waarin invloeden uit de country het winnen van invloeden uit de pop. Dat is het geval in een aantal songs op House On Fire van Mickey Guyton, maar in veel songs op het album slaat de balans wat door richting pop met een flinke dosis soul. Mickey Guyton schaarde zich een paar jaar geleden onder de groten binnen de countrypop en consolideert deze positie met het knap gemaakte House On Fire. Het is misschien een wat glad en naar mainstream neigend album, maar Mickey Guyton is een uitstekende zangeres en verstopt stiekem toch wat country in haar soulvolle popsongs.
Toen Beyoncé eerder dit jaar het album Cowboy Carter uitbracht werd in de media met grote regelmaat benadrukt dat het volkomen uniek was dat een zwarte zangeres countrymuziek maakte. Dat is echt grote onzin. Zwarte muzikanten en countrymuziek gaan al vele decennia goed samen en ook zwarte muzikanten van naam en faam maakten in het verleden countryalbums, onder wie bijvoorbeeld Tina Turner.
De geschiedenis van zwarte muzikanten in de countrymuziek is prachtig vastgelegd in het zeer lezenswaardige boek My Black Country van Alice Randall, maar ook iedereen die naar de country hitlijsten van de afgelopen jaren kijkt kan zien dat Beyoncé echt niet de enige zwarte muzikante is die succesvol is met countrymuziek. Zo was het in 2021 verschenen debuutalbum Remember By Name van Mickey Guyton zeer succesvol en dit album was naar mijn mening meer country dan Cowboy Carter van Beyoncé, waar ik ook maanden na de release overigens nog niet veel in hoor.
Mickey Guyton heeft deze week haar tweede album uitgebracht en ook op House On Fire verwerkt de van oorsprong Texaanse muzikante flink wat invloeden uit de countrymuziek. Het is een album dat het moet doen met een fractie van de aandacht die Beyoncé eerder dit jaar kreeg bij de release van haar countryalbum. Nu is Mickey Guyton natuurlijk geen Beyoncé, maar voor een muzikante die meerdere Grammy’s kreeg voor haar debuutalbum, vind ik de aandacht voor House On Fire vooralsnog opvallend mager. Ik heb dan ook maar weinig informatie over het album, maar heb natuurlijk wel de muziek.
House On Fire is een album dat niet direct in de smaak zal vallen bij liefhebbers van traditionele countrymuziek. Mickey Guyton maakt op House On Fire countrypop met een kleine letter c en een hoofdletter P. Invloeden uit de country spelen een rol in vrijwel alle songs op het album, maar invloeden uit de soul, de R&B en de pop spelen meestal een minstens even belangrijke rol in de songs van de muzikante uit Nashville.
De songs met slechts een minimale hoeveelheid invloeden uit de countrymuziek spreken mij persoonlijk wat minder aan, al zijn het songs die niet hebben te klagen over aanstekelijke refreinen en soulvolle klanken. Het zijn bovendien songs die laten horen dat Mickey Guyton een uitstekende zangeres is met flink wat soul in haar stem.
Wanneer invloeden uit de countrymuziek een belangrijkere rol spelen in de songs op House On Fire is het een album dat veel beter aansluit op het soort countrypop waar ik een zwak voor heb. Er staan flink wat van dit soort songs op House On Fire, dat alles bij elkaar genomen absoluut een countrypop album mag worden genoemd.
Ondanks de voorlopig schamele hoeveelheid aandacht voor het album kan het haast niet anders dat Mickey Guyton ook met haar tweede album hoge ogen gaat gooien in de Verenigde Staten. Haar kansen in Europa schat ik net wat lager in. House On Fire is zonder enige twijfel een goed gemaakt album van een uitstekende zangeres, maar het zal voor Europese liefhebbers van countrymuziek in het algemeen of countrypop in het bijzonder waarschijnlijk wat teveel mainstream klinken. Dat was drie jaar geleden overigens ook mijn mening over het debuutalbum van Mickey Guyton en dat album ben ik uiteindelijk toch zeer gaan waarderen. Reden genoeg om ook House On Fire niet te vroeg af te schrijven. Erwin Zijleman
Mickey Guyton - Remember Her Name (2021)

3,5
0
geplaatst: 29 december 2021, 11:05 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mickey Guyton - Remember Her Name - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mickey Guyton - Remember Her Name
Mickey Guyton maakt het soort Nashville countrypop dat we hier in Nederland over het algemeen niet lusten, maar haar debuutalbum staat bol van de belofte, al is het maar vanwege de geweldige zang
Het debuutalbum van Mickey Guyton dook de afgelopen weken op in een aantal Amerikaanse jaarlijstjes, maar heeft in Europa nauwelijks aandacht gekregen. Dat begrijp ik aan de ene kant wel, maar aan de andere kant niet. Remember Her Name is voorzien van een aalgladde Nashville productie, maar deze ademt wat mij betreft ook kwaliteit. Bovendien is Mickey Guyton een geweldige zangeres, die haar country voorziet van flink wat soul. Ik moest zelf wel even wennen aan het wat overgeproduceerde Nashville geluid, maar ik hoor toch ook steeds meer mooie dingen op het debuutalbum van een van de grootste talenten uit de hoofdstad van de country(pop).
Remember Her Name van Mickey Guyton werd eerder deze week op een Amerikaanse website aangeprezen als hét countrypop album van 2021 voor iedereen die de soul, de ballen en de goede popsongs heeft gemist op het dit jaar verschenen album van Kacey Musgraves. Ik was bij mijn eerste beluisteringen nog gematigd positief over star-crossed, al is het maar omdat ik Kacey Musgraves tot mijn persoonlijke favorieten reken, maar bij het opmaken van mijn jaarlijstje moest ik toch toegeven dat ik inderdaad heel veel mis op het laatste album van de Amerikaanse muzikante.
Met de soul, de ballen en de goede popsongs zit het inderdaad helemaal goed op het debuutalbum van Mickey Guyton, maar het heeft natuurlijk helemaal niets te maken met Kacey Musgraves, die totaal andere muziek maakt en bovendien beschikt over een totaal andere stem. Kacey Musgraves is bovendien niet afgeschreven omdat ze één minder goed album heeft gemaakt. Ik ga Remember Her Name dan ook niet vergelijken met welk album van Kacey Musgraves dan ook, maar beoordeel het debuut van Mickey Guyton op de kwaliteiten van de Texaanse muzikante, die momenteel furore maakt in Nashville.
Mickey Guyton sleepte het afgelopen jaar een aantal gerenommeerde countryprijzen in de wacht, maar Remember Her Name past zeker niet alleen maar in het hokje country. Mickey Guyton luisterde als jong meisje niet naar countrypop, maar naar zangeressen als Beyonce en Whitney Houston. Dat is goed te horen op haar debuutalbum, dat met name in de zang, flink wat soul laat horen.
Remember Her Name is echter niet voor niets overladen met country awards. Veel van de soulvolle songs op het album zijn voorzien van een flinke countrypop injectie, waarna de muziek van Mickey Guyton ook nog eens werd overgoten met een flinke laag pop.
De van oorsprong Texaanse muzikante werd jaren geleden al eens uitgeroepen tot een van de grootste talenten in Nashville, waardoor het niet zo gek is dat kosten nog moeite zijn gespaard om van Remember Her Name een succes te maken. Het album werd gemaakt met een respectabele lijst gastmuzikanten, een flink aantal gerenommeerde songwriters, waarna ook nog eens een flink blik producers werd opengetrokken.
Het is allemaal goed te horen op Remember Her Name, dat lekker vol klinkt, vol staat met songs vol hitpotentie en dat ook nog eens is voorzien van een gelikte productie. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het allemaal wel erg glad vind en bovendien wat teveel Nashville countrypop, maar ik hoor ook het talent van Mickey Guyton, die meeschreef aan een serie uitstekende songs en die boven alles een geweldige zangeres is.
Remember Her Name laat horen dat zwarte zangeressen met een soulvolle strot absoluut wat te zoeken hebben in de wel erg witte countrypop scene van Nashville, want in het genre springt het debuut van Mickey Guyton er flink uit dit jaar.
Ik heb van alles aan te merken op Remember Her Name en zou Mickey Guyton graag eens aan het werk horen met andere producers, maar ondertussen doet Remember Her Name veel meer met mij dan het album van Kacey Musgraves waar ik zo lang en met zulke hoge verwachtingen naar uit had gekeken. Ik vind zeker niet alles goed op het debuutalbum van Mickey Guyton, maar de belofte spat er van af. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mickey Guyton - Remember Her Name - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mickey Guyton - Remember Her Name
Mickey Guyton maakt het soort Nashville countrypop dat we hier in Nederland over het algemeen niet lusten, maar haar debuutalbum staat bol van de belofte, al is het maar vanwege de geweldige zang
Het debuutalbum van Mickey Guyton dook de afgelopen weken op in een aantal Amerikaanse jaarlijstjes, maar heeft in Europa nauwelijks aandacht gekregen. Dat begrijp ik aan de ene kant wel, maar aan de andere kant niet. Remember Her Name is voorzien van een aalgladde Nashville productie, maar deze ademt wat mij betreft ook kwaliteit. Bovendien is Mickey Guyton een geweldige zangeres, die haar country voorziet van flink wat soul. Ik moest zelf wel even wennen aan het wat overgeproduceerde Nashville geluid, maar ik hoor toch ook steeds meer mooie dingen op het debuutalbum van een van de grootste talenten uit de hoofdstad van de country(pop).
Remember Her Name van Mickey Guyton werd eerder deze week op een Amerikaanse website aangeprezen als hét countrypop album van 2021 voor iedereen die de soul, de ballen en de goede popsongs heeft gemist op het dit jaar verschenen album van Kacey Musgraves. Ik was bij mijn eerste beluisteringen nog gematigd positief over star-crossed, al is het maar omdat ik Kacey Musgraves tot mijn persoonlijke favorieten reken, maar bij het opmaken van mijn jaarlijstje moest ik toch toegeven dat ik inderdaad heel veel mis op het laatste album van de Amerikaanse muzikante.
Met de soul, de ballen en de goede popsongs zit het inderdaad helemaal goed op het debuutalbum van Mickey Guyton, maar het heeft natuurlijk helemaal niets te maken met Kacey Musgraves, die totaal andere muziek maakt en bovendien beschikt over een totaal andere stem. Kacey Musgraves is bovendien niet afgeschreven omdat ze één minder goed album heeft gemaakt. Ik ga Remember Her Name dan ook niet vergelijken met welk album van Kacey Musgraves dan ook, maar beoordeel het debuut van Mickey Guyton op de kwaliteiten van de Texaanse muzikante, die momenteel furore maakt in Nashville.
Mickey Guyton sleepte het afgelopen jaar een aantal gerenommeerde countryprijzen in de wacht, maar Remember Her Name past zeker niet alleen maar in het hokje country. Mickey Guyton luisterde als jong meisje niet naar countrypop, maar naar zangeressen als Beyonce en Whitney Houston. Dat is goed te horen op haar debuutalbum, dat met name in de zang, flink wat soul laat horen.
Remember Her Name is echter niet voor niets overladen met country awards. Veel van de soulvolle songs op het album zijn voorzien van een flinke countrypop injectie, waarna de muziek van Mickey Guyton ook nog eens werd overgoten met een flinke laag pop.
De van oorsprong Texaanse muzikante werd jaren geleden al eens uitgeroepen tot een van de grootste talenten in Nashville, waardoor het niet zo gek is dat kosten nog moeite zijn gespaard om van Remember Her Name een succes te maken. Het album werd gemaakt met een respectabele lijst gastmuzikanten, een flink aantal gerenommeerde songwriters, waarna ook nog eens een flink blik producers werd opengetrokken.
Het is allemaal goed te horen op Remember Her Name, dat lekker vol klinkt, vol staat met songs vol hitpotentie en dat ook nog eens is voorzien van een gelikte productie. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het allemaal wel erg glad vind en bovendien wat teveel Nashville countrypop, maar ik hoor ook het talent van Mickey Guyton, die meeschreef aan een serie uitstekende songs en die boven alles een geweldige zangeres is.
Remember Her Name laat horen dat zwarte zangeressen met een soulvolle strot absoluut wat te zoeken hebben in de wel erg witte countrypop scene van Nashville, want in het genre springt het debuut van Mickey Guyton er flink uit dit jaar.
Ik heb van alles aan te merken op Remember Her Name en zou Mickey Guyton graag eens aan het werk horen met andere producers, maar ondertussen doet Remember Her Name veel meer met mij dan het album van Kacey Musgraves waar ik zo lang en met zulke hoge verwachtingen naar uit had gekeken. Ik vind zeker niet alles goed op het debuutalbum van Mickey Guyton, maar de belofte spat er van af. Erwin Zijleman
Mickey Newbury - Looks Like Rain (1969)

4,5
2
geplaatst: 2 november 2025, 20:07 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mickey Newbury - Looks Like Rain (1969) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mickey Newbury - Looks Like Rain (1969)
Mickey Newbury heeft zeker niet dezelfde status als een aantal andere grote singer-songwriters die opdoken in de jaren 60 en 70, maar de Amerikaanse muzikant maakte een aantal albums die absoluut moeten worden gezien als klassiekers
Lezers van Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut komen de naam Mickey Newbury misschien nog wel eens tegen, maar verder is de in 2002 overleden singer-songwriter een wat vergeten muzikant. Dat is jammer, want hij maakte een stapeltje uitstekende albums en ook een aantal fantastische albums. In de laatste categorie vind ik Looks Like Rain uit 1969 het meest indrukwekkende album. Het is een album dat uitstekend past in de singer-songwriter traditie van de late jaren 60 en vroege jaren 70 en dat inmiddels misschien ietwat gedateerd klinkt, maar stel je open voor de unieke songs en de prachtige stem van Mickey Newbury en je hoort een album van een bijzondere intensiteit en schoonheid.
Zoek op het Internet naar lijstjes met namen van vergeten en bij voorkeur ook ondergewaardeerde singer-songwriters en de kans is groot dat je de naam van Mickey Newbury tegen komt. Ik ontdekte de Amerikaanse singer-songwriter zelf pas een jaar of vijftien geleden, toen een fraai boxje met een aantal van zijn vroege albums verscheen. Sindsdien heb ik een zwak voor het werk van Mickey Newbury, die overigens in 2002 op slechts 62-jarige leeftijd overleed.
Mickey Newbury vestigde zich aan het begin van de jaren 60 in Nashville, Tennessee, en timmerde in eerste instantie vooral aan de weg als songwriter voor anderen. Na het schrijven van een aantal grote hits kreeg hij ook zelf een platencontract aangeboden. Zijn carrière als singer-songwriter leek vervolgens snel te stranden, want zijn in 1968 verschenen debuutalbum flopte.
Met name aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 maakte de Amerikaanse muzikant echter een aantal geweldige albums, waarvan er inmiddels een aantal worden erkend als klassieker. Als ik moet kiezen voor de beste albums van Mickey Newbury kom ik uit bij Looks Like Rain uit 1969, Frisco Mabel Joy uit 1971 en Heaven Help The Child uit 1973.
De overige albums die hij maakte gedurende de jaren 70 zijn veel minder bekend, maar ook dit zijn albums van een behoorlijk hoog niveau. In de jaren 80 en het grootste deel van de jaren 90 was het vooral stil rond Mickey Newbury, maar in de laatste jaren voor zijn dood maakte de Amerikaanse muzikant nog mooie muziek, al springen de hierboven genoemde drie albums er wat mij betreft uit.
Als ik moet kiezen tussen Looks Like Rain, Frisco Mabel Joy en Heaven Help The Child kies ik voor het eerste album. Het is een album van een soort dat tegenwoordig niet meer wordt gemaakt, maar iedere keer als ik naar het album uit 1969 luister doet het wat met me. De muziek van Mickey Newbury wordt vaak ingedeeld bij de countrymuziek, maar ik hoor op Looks Like Rain misschien wel meer invloeden uit de folk.
Ik noemde het hierboven een album van een soort dat niet meer gemaakt wordt en dat ligt aan een aantal dingen. Looks Like Rain is om te beginnen een zeer sober album. De akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikant staan centraal en krijgen slechts gezelschap van af en toe een koortje met vrouwenstemmen en hier en daar bijdragen van een mondharmonica. Het enige versiersel dat verder is te horen op het album zijn de geluidsopnamen van regenbuien, die het melancholische karakter van Looks Like Rain versterken.
Het album bevat veder een aantal lange songs en het zijn songs die zich niet houden aan de conventies van de toegankelijke popsong. De openingstrack lijkt uit flarden van meerdere songs te bestaan en dat geldt voor meer songs op het album. Het zijn songs waarin Mickey Newbury mooie en indringende verhalen vertelt en hier neemt hij de tijd voor.
Ik hoor wel wat raakvlakken met tijdgenoten als Townes van Zandt, Bob Dylan en Elvis Presley, maar Mickey Newbury heet op Looks Like Rain ook een perfect eigen geluid, zeker als de Amerikaanse muzikant ook nog wat noten fluit in zijn songs. Over het belangrijkste heb ik het nog niet eens gehad, want ik vind Mickey Newbury ook een geweldige zanger met een zeer karakteristiek stemgeluid.
Een album als Looks Like Rain is absoluut een album uit een andere tijd, maar ik blijf het prachtig vinden. Mickey Newbury staat op heel veel lijstjes met vergeten en ondergewaardeerde singer-songwriters en met name dat laatste is terecht, want de Amerikaanse muzikant is een grootheid. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Mickey Newbury - Looks Like Rain (1969) - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mickey Newbury - Looks Like Rain (1969)
Mickey Newbury heeft zeker niet dezelfde status als een aantal andere grote singer-songwriters die opdoken in de jaren 60 en 70, maar de Amerikaanse muzikant maakte een aantal albums die absoluut moeten worden gezien als klassiekers
Lezers van Britse muziektijdschriften als Mojo en Uncut komen de naam Mickey Newbury misschien nog wel eens tegen, maar verder is de in 2002 overleden singer-songwriter een wat vergeten muzikant. Dat is jammer, want hij maakte een stapeltje uitstekende albums en ook een aantal fantastische albums. In de laatste categorie vind ik Looks Like Rain uit 1969 het meest indrukwekkende album. Het is een album dat uitstekend past in de singer-songwriter traditie van de late jaren 60 en vroege jaren 70 en dat inmiddels misschien ietwat gedateerd klinkt, maar stel je open voor de unieke songs en de prachtige stem van Mickey Newbury en je hoort een album van een bijzondere intensiteit en schoonheid.
Zoek op het Internet naar lijstjes met namen van vergeten en bij voorkeur ook ondergewaardeerde singer-songwriters en de kans is groot dat je de naam van Mickey Newbury tegen komt. Ik ontdekte de Amerikaanse singer-songwriter zelf pas een jaar of vijftien geleden, toen een fraai boxje met een aantal van zijn vroege albums verscheen. Sindsdien heb ik een zwak voor het werk van Mickey Newbury, die overigens in 2002 op slechts 62-jarige leeftijd overleed.
Mickey Newbury vestigde zich aan het begin van de jaren 60 in Nashville, Tennessee, en timmerde in eerste instantie vooral aan de weg als songwriter voor anderen. Na het schrijven van een aantal grote hits kreeg hij ook zelf een platencontract aangeboden. Zijn carrière als singer-songwriter leek vervolgens snel te stranden, want zijn in 1968 verschenen debuutalbum flopte.
Met name aan het eind van de jaren 60 en het begin van de jaren 70 maakte de Amerikaanse muzikant echter een aantal geweldige albums, waarvan er inmiddels een aantal worden erkend als klassieker. Als ik moet kiezen voor de beste albums van Mickey Newbury kom ik uit bij Looks Like Rain uit 1969, Frisco Mabel Joy uit 1971 en Heaven Help The Child uit 1973.
De overige albums die hij maakte gedurende de jaren 70 zijn veel minder bekend, maar ook dit zijn albums van een behoorlijk hoog niveau. In de jaren 80 en het grootste deel van de jaren 90 was het vooral stil rond Mickey Newbury, maar in de laatste jaren voor zijn dood maakte de Amerikaanse muzikant nog mooie muziek, al springen de hierboven genoemde drie albums er wat mij betreft uit.
Als ik moet kiezen tussen Looks Like Rain, Frisco Mabel Joy en Heaven Help The Child kies ik voor het eerste album. Het is een album van een soort dat tegenwoordig niet meer wordt gemaakt, maar iedere keer als ik naar het album uit 1969 luister doet het wat met me. De muziek van Mickey Newbury wordt vaak ingedeeld bij de countrymuziek, maar ik hoor op Looks Like Rain misschien wel meer invloeden uit de folk.
Ik noemde het hierboven een album van een soort dat niet meer gemaakt wordt en dat ligt aan een aantal dingen. Looks Like Rain is om te beginnen een zeer sober album. De akoestische gitaar en de stem van de Amerikaanse muzikant staan centraal en krijgen slechts gezelschap van af en toe een koortje met vrouwenstemmen en hier en daar bijdragen van een mondharmonica. Het enige versiersel dat verder is te horen op het album zijn de geluidsopnamen van regenbuien, die het melancholische karakter van Looks Like Rain versterken.
Het album bevat veder een aantal lange songs en het zijn songs die zich niet houden aan de conventies van de toegankelijke popsong. De openingstrack lijkt uit flarden van meerdere songs te bestaan en dat geldt voor meer songs op het album. Het zijn songs waarin Mickey Newbury mooie en indringende verhalen vertelt en hier neemt hij de tijd voor.
Ik hoor wel wat raakvlakken met tijdgenoten als Townes van Zandt, Bob Dylan en Elvis Presley, maar Mickey Newbury heet op Looks Like Rain ook een perfect eigen geluid, zeker als de Amerikaanse muzikant ook nog wat noten fluit in zijn songs. Over het belangrijkste heb ik het nog niet eens gehad, want ik vind Mickey Newbury ook een geweldige zanger met een zeer karakteristiek stemgeluid.
Een album als Looks Like Rain is absoluut een album uit een andere tijd, maar ik blijf het prachtig vinden. Mickey Newbury staat op heel veel lijstjes met vergeten en ondergewaardeerde singer-songwriters en met name dat laatste is terecht, want de Amerikaanse muzikant is een grootheid. Erwin Zijleman
Middle Kids - Today We're the Greatest (2021)

3,5
1
geplaatst: 25 maart 2021, 12:40 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Middle Kids - Today We're The Greatest - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Middle Kids - Today We're The Greatest
Middle Kids debuteerde op zijn minst aardig, maar zet nu een flinke stap met het tweede album dat volwassener klinkt en ook buiten de pure pop muziekliefhebbers aan moet kunnen spreken
Today We’re The Greatest van de Australische band Middle Kids is een album dat eigenlijk direct lekker klinkt, maar waarvan je je ook direct afvraagt of het meer is dan gewoon lekker. Dat is een lastige vraag, maar Middle Kids beschikt over een aantal sterke wapens. Zo is frontvrouw Hannah Joy een uitstekend zangeres, zijn de popsongs op het nieuwe album van de Australische band smaakvol en veelzijdig ingekleurd en staat het album ook nog eens vol met lekker in het gehoor liggende popliedjes die zeker niet in de categorie dertien in een dozijn popliedjes vallen. Het debuut van de band vond ik niet bijzonder genoeg, maar dit tweede album is echt prima.
Lost Friends, het debuut van de Australische band Middle Kids, werd bijna drie jaar geleden warm onthaald. Daar viel niet veel op af te dingen, want het debuut van de band uit Sydney bevatte een aantal geweldige songs met hier en daar wat flarden uit de jaren 80 en 90. Tegenover die geweldige songs stonden wat mij betreft echter ook wat mindere songs, waardoor ik Lost Friends uiteindelijk toch niet bijzonder genoeg vond.
Deze week verscheen het tweede album van de Australische band, Today We’re The Greatest. Middle Kids klinkt op haar tweede album inderdaad als een grote band, iets dat de band op haar debuut ook al deed, maar dan met wat minder overtuiging. Op Today We’re The Greatest hoor ik wat minder flarden uit het verleden en ook een wat subtieler geluid, al is het ook nog altijd een geluid waarmee de band in de toekomst festivalweides moet kunnen vullen.
Het is een geluid dat hier en daar wordt omschreven als “middle of the road”, maar de (indie)pop en (indie)rock van Middle Kids blijft wat mij betreft toch aan de goede kant van de streep. Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van frontvrouw Hannah Joy, die ook op het tweede album van de Australische band weer overtuigt als zangeres. maar ook de songs van Middle Kids en het geluid van de band springen er wat mij betreft in positieve zin uit.
Today We’re The Greatest opent met een song die akoestische gitaren als basis heeft, waarna elektronica moet zorgen voor een wat grootser, maar nog altijd redelijk ingetogen geluid. Het is een geluid dat aansluit bij veel pop en rock van het moment, maar ik vind de muziek van de Australische band net wat interessanter. Het onderscheidend vermogen is wat minder groot wanneer de band overstapt op een wat voller en bombastischer geluid, maar dat geluid is op het nieuwe album in de minderheid.
In haar muziek weet Middle Kids te verrassen met opvallende bijdragen van onder andere blazers, strijkers en een banjo, waardoor de songs steeds weer net wat anders klinken. Hiernaast slaagt de Australische band er steeds weer in om de grootse passages af te wisselen met meer ingetogen momenten, die wat mij betreft vaak net wat spannender en memorabeler zijn, zeker als de band kiest voor songs met bijna folky passages.
Ik begrijp dat er critici zijn die de band uit Sydney als “middle of the road” bestempelen, want er zijn veel bands als Middle Kids. Die bands vind ik echter zonder uitzondering minder leuk dan de Australische band, die weliswaar grossiert in aanstekelijke popliedjes, maar die ook haar best heeft gedaan om deze popliedjes op avontuurlijke en gevarieerde wijze in te kleuren en die bovendien beschikt over een bovengemiddeld goede zangeres.
Waar ik het debuut van de band na een paar keer wel had gehoord is Today We’re The Greatest een album dat toch iedere keer weer terug komt. Je moet waarschijnlijk een zwak hebben voor pop om echt van dit album te kunnen genieten, maar als je van pop houdt is er op het nieuwe album van Middle Kids veel moois te horen. Hoe lang en hoe vaak ik naar dit album blijf luisteren zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog vind ik Today We’re The Greatest iedere keer weer leuk en vaak zelfs een stukje leuker dan de vorige keer dat ik het album hoorde. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Middle Kids - Today We're The Greatest - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Middle Kids - Today We're The Greatest
Middle Kids debuteerde op zijn minst aardig, maar zet nu een flinke stap met het tweede album dat volwassener klinkt en ook buiten de pure pop muziekliefhebbers aan moet kunnen spreken
Today We’re The Greatest van de Australische band Middle Kids is een album dat eigenlijk direct lekker klinkt, maar waarvan je je ook direct afvraagt of het meer is dan gewoon lekker. Dat is een lastige vraag, maar Middle Kids beschikt over een aantal sterke wapens. Zo is frontvrouw Hannah Joy een uitstekend zangeres, zijn de popsongs op het nieuwe album van de Australische band smaakvol en veelzijdig ingekleurd en staat het album ook nog eens vol met lekker in het gehoor liggende popliedjes die zeker niet in de categorie dertien in een dozijn popliedjes vallen. Het debuut van de band vond ik niet bijzonder genoeg, maar dit tweede album is echt prima.
Lost Friends, het debuut van de Australische band Middle Kids, werd bijna drie jaar geleden warm onthaald. Daar viel niet veel op af te dingen, want het debuut van de band uit Sydney bevatte een aantal geweldige songs met hier en daar wat flarden uit de jaren 80 en 90. Tegenover die geweldige songs stonden wat mij betreft echter ook wat mindere songs, waardoor ik Lost Friends uiteindelijk toch niet bijzonder genoeg vond.
Deze week verscheen het tweede album van de Australische band, Today We’re The Greatest. Middle Kids klinkt op haar tweede album inderdaad als een grote band, iets dat de band op haar debuut ook al deed, maar dan met wat minder overtuiging. Op Today We’re The Greatest hoor ik wat minder flarden uit het verleden en ook een wat subtieler geluid, al is het ook nog altijd een geluid waarmee de band in de toekomst festivalweides moet kunnen vullen.
Het is een geluid dat hier en daar wordt omschreven als “middle of the road”, maar de (indie)pop en (indie)rock van Middle Kids blijft wat mij betreft toch aan de goede kant van de streep. Dat is voor een belangrijk deel de verdienste van frontvrouw Hannah Joy, die ook op het tweede album van de Australische band weer overtuigt als zangeres. maar ook de songs van Middle Kids en het geluid van de band springen er wat mij betreft in positieve zin uit.
Today We’re The Greatest opent met een song die akoestische gitaren als basis heeft, waarna elektronica moet zorgen voor een wat grootser, maar nog altijd redelijk ingetogen geluid. Het is een geluid dat aansluit bij veel pop en rock van het moment, maar ik vind de muziek van de Australische band net wat interessanter. Het onderscheidend vermogen is wat minder groot wanneer de band overstapt op een wat voller en bombastischer geluid, maar dat geluid is op het nieuwe album in de minderheid.
In haar muziek weet Middle Kids te verrassen met opvallende bijdragen van onder andere blazers, strijkers en een banjo, waardoor de songs steeds weer net wat anders klinken. Hiernaast slaagt de Australische band er steeds weer in om de grootse passages af te wisselen met meer ingetogen momenten, die wat mij betreft vaak net wat spannender en memorabeler zijn, zeker als de band kiest voor songs met bijna folky passages.
Ik begrijp dat er critici zijn die de band uit Sydney als “middle of the road” bestempelen, want er zijn veel bands als Middle Kids. Die bands vind ik echter zonder uitzondering minder leuk dan de Australische band, die weliswaar grossiert in aanstekelijke popliedjes, maar die ook haar best heeft gedaan om deze popliedjes op avontuurlijke en gevarieerde wijze in te kleuren en die bovendien beschikt over een bovengemiddeld goede zangeres.
Waar ik het debuut van de band na een paar keer wel had gehoord is Today We’re The Greatest een album dat toch iedere keer weer terug komt. Je moet waarschijnlijk een zwak hebben voor pop om echt van dit album te kunnen genieten, maar als je van pop houdt is er op het nieuwe album van Middle Kids veel moois te horen. Hoe lang en hoe vaak ik naar dit album blijf luisteren zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog vind ik Today We’re The Greatest iedere keer weer leuk en vaak zelfs een stukje leuker dan de vorige keer dat ik het album hoorde. Erwin Zijleman
Midlake - A Bridge to Far (2025)

4,0
0
geplaatst: 14 november 2025, 15:19 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Midlake - A Bridge To Far - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Midlake - A Bridge To Far
De Amerikaanse band Midlake neemt de tijd voor haar albums, maar heeft ook met het zo uit de jaren 60 of 70 weggelopen A Bridge To Far weer een bijzonder mooi album afgeleverd, dat niet onder doet voor zijn voorgangers
Een jaar of tien geleden gaf ik geen cent meer voor de toekomst van de Amerikaanse band Midlake, maar het in 2022 verschenen comeback album bleek van een bijzonder hoog niveau. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen A Bridge To Far, het zesde album van de band in ruim twintig jaar tijd. Ook op haar nieuwe album vindt Midlake de inspiratie vooral in het verre verleden, maar de band doet er vervolgens prachtige dingen mee. Het klinkt allemaal zo aangenaam en bedwelmend mooi dat je bijna vergeet te luisteren hoe goed het allemaal is. A Bridge To Far is wat minder opzienbarend dan het terecht bejubelde vorige album, maar kan zomaar het Midlake album worden dat ik het meest liefheb.
De Amerikaanse band Midlake heeft inmiddels een handvol prachtige albums op haar naam staan. Bamnan And Slivercork, het in 2004 verschenen debuutalbum van de band, trok misschien nog niet heel veel aandacht, maar met The Trials of Van Occupanther uit 2006 was het raak. Het album werd overladen met zeer positieve recensies en was uiteindelijk van de partij in flink wat jaarlijstjes. Daar valt niets op af te dingen, want de mix van Laurel Canyon folk, folkrock, softrock klinkt ook bijna twintig jaar later nog altijd fantastisch.
Met The Trials of Van Occupanther maakte de band uit Denton, Texas, ook een album dat lastig te overtreffen was. The Courage of Others uit 2010 en Antiphon uit 2013 waren prima albums, maar ze hikten ook wat tegen het geweldige debuutalbum aan. Na het album uit 2013 was het lang stil rond Midlake, dat haar voorman had zien vertrekken, maar in het voorjaar van 2022 keerde de band terug met het geweldige For The Sake Of Bethel Woods.
Het door geweldenaar John Congleton geproduceerde album vond ik persoonlijk beter dan het debuutalbum dat zo lang onaantastbaar leek en drieënhalf jaar later vind ik dat nog steeds. Net als alle andere albums van Midlake was For The Sake Of Bethel Woods een album dat ook in de jaren 60 of 70 gemaakt had kunnen worden, maar wat klonken de songs op het album fantastisch.
Met For The Sake Of Bethel Woods lag de lat voor Midlake nog wat hoger dan hij al lag met The Trials of Van Occupanther, wat de opgave voor het deze week verschenen A Bridge To Far wel erg groot maakt. Het nieuwe album van de Texaanse band is een wat minder ambitieus album dan zijn voorganger, maar Midlake heeft wederom een fraai album afgeleverd.
Ook A Bridge To Far is weer een album dat je binnen een paar seconden een aantal decennia mee terug neemt in de tijd. Het is een album dat ook in de jaren 60 of 70 gemaakt had kunnen zijn en dat goed aansluit op de muziek die Midlake ook al op haar doorbraakalbum The Trials of Van Occupanther maakte.
Het is wat mij betreft wel een wat slecht getimed album, want bij beluistering van A Bridge To Far heb ik visioenen van lange en broeierige zomeravonden. Het nieuwe album van Midlake is hierdoor niet echt een herfstalbum, al kun je natuurlijk wel heerlijk fantaseren over eindeloze zomeravonden bij beluistering van het nieuwe album van de band uit Texas.
Net als bij het vorige album wist Midlake wederom een prima producer te strikken, want ook by Sam Evian (Hannah Cohen, Big Thief, Cass McCombs) heeft vakwerk geleverd. Ook als liefhebber van vrouwenstemmen word ik overigens bediend, want A Bridge To Far bevat gastbijdragen van Madison Cunningham en Hannah Cohen.
A Bridge To Far is wat mij betreft minder spannend dan voorganger For The Sake Of Bethel Woods, maar ik vind het nieuwe album van Midlake zeker niet minder mooi. Het is een knappe prestatie van een band die na het vertrek van haar voorman dood en begraven leek, maar zich op een geweldige manier heeft herpakt. Net als een aantal van zijn voorgangers klinkt A Bridge To Far van Midlake als een vergeten klassieker uit de jaren 60 of 70 en die maak je niet zomaar. Echt een album om bij tot rust te komen, maar vergeet in de tussentijd niet om goed te luisteren naar al het moois. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Midlake - A Bridge To Far - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Midlake - A Bridge To Far
De Amerikaanse band Midlake neemt de tijd voor haar albums, maar heeft ook met het zo uit de jaren 60 of 70 weggelopen A Bridge To Far weer een bijzonder mooi album afgeleverd, dat niet onder doet voor zijn voorgangers
Een jaar of tien geleden gaf ik geen cent meer voor de toekomst van de Amerikaanse band Midlake, maar het in 2022 verschenen comeback album bleek van een bijzonder hoog niveau. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen A Bridge To Far, het zesde album van de band in ruim twintig jaar tijd. Ook op haar nieuwe album vindt Midlake de inspiratie vooral in het verre verleden, maar de band doet er vervolgens prachtige dingen mee. Het klinkt allemaal zo aangenaam en bedwelmend mooi dat je bijna vergeet te luisteren hoe goed het allemaal is. A Bridge To Far is wat minder opzienbarend dan het terecht bejubelde vorige album, maar kan zomaar het Midlake album worden dat ik het meest liefheb.
De Amerikaanse band Midlake heeft inmiddels een handvol prachtige albums op haar naam staan. Bamnan And Slivercork, het in 2004 verschenen debuutalbum van de band, trok misschien nog niet heel veel aandacht, maar met The Trials of Van Occupanther uit 2006 was het raak. Het album werd overladen met zeer positieve recensies en was uiteindelijk van de partij in flink wat jaarlijstjes. Daar valt niets op af te dingen, want de mix van Laurel Canyon folk, folkrock, softrock klinkt ook bijna twintig jaar later nog altijd fantastisch.
Met The Trials of Van Occupanther maakte de band uit Denton, Texas, ook een album dat lastig te overtreffen was. The Courage of Others uit 2010 en Antiphon uit 2013 waren prima albums, maar ze hikten ook wat tegen het geweldige debuutalbum aan. Na het album uit 2013 was het lang stil rond Midlake, dat haar voorman had zien vertrekken, maar in het voorjaar van 2022 keerde de band terug met het geweldige For The Sake Of Bethel Woods.
Het door geweldenaar John Congleton geproduceerde album vond ik persoonlijk beter dan het debuutalbum dat zo lang onaantastbaar leek en drieënhalf jaar later vind ik dat nog steeds. Net als alle andere albums van Midlake was For The Sake Of Bethel Woods een album dat ook in de jaren 60 of 70 gemaakt had kunnen worden, maar wat klonken de songs op het album fantastisch.
Met For The Sake Of Bethel Woods lag de lat voor Midlake nog wat hoger dan hij al lag met The Trials of Van Occupanther, wat de opgave voor het deze week verschenen A Bridge To Far wel erg groot maakt. Het nieuwe album van de Texaanse band is een wat minder ambitieus album dan zijn voorganger, maar Midlake heeft wederom een fraai album afgeleverd.
Ook A Bridge To Far is weer een album dat je binnen een paar seconden een aantal decennia mee terug neemt in de tijd. Het is een album dat ook in de jaren 60 of 70 gemaakt had kunnen zijn en dat goed aansluit op de muziek die Midlake ook al op haar doorbraakalbum The Trials of Van Occupanther maakte.
Het is wat mij betreft wel een wat slecht getimed album, want bij beluistering van A Bridge To Far heb ik visioenen van lange en broeierige zomeravonden. Het nieuwe album van Midlake is hierdoor niet echt een herfstalbum, al kun je natuurlijk wel heerlijk fantaseren over eindeloze zomeravonden bij beluistering van het nieuwe album van de band uit Texas.
Net als bij het vorige album wist Midlake wederom een prima producer te strikken, want ook by Sam Evian (Hannah Cohen, Big Thief, Cass McCombs) heeft vakwerk geleverd. Ook als liefhebber van vrouwenstemmen word ik overigens bediend, want A Bridge To Far bevat gastbijdragen van Madison Cunningham en Hannah Cohen.
A Bridge To Far is wat mij betreft minder spannend dan voorganger For The Sake Of Bethel Woods, maar ik vind het nieuwe album van Midlake zeker niet minder mooi. Het is een knappe prestatie van een band die na het vertrek van haar voorman dood en begraven leek, maar zich op een geweldige manier heeft herpakt. Net als een aantal van zijn voorgangers klinkt A Bridge To Far van Midlake als een vergeten klassieker uit de jaren 60 of 70 en die maak je niet zomaar. Echt een album om bij tot rust te komen, maar vergeet in de tussentijd niet om goed te luisteren naar al het moois. Erwin Zijleman
Midlake - For the Sake of Bethel Woods (2022)

4,0
0
geplaatst: 19 maart 2022, 10:32 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Midlake - For The Sake Of Bethel Woods - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Midlake - For The Sake Of Bethel Woods
Het is heel lang stil geweest rond de Amerikaanse band Midlake, maar de band uit Denton, Texas, keert deze week terug met een fascinerend nieuw album vol invloeden, dat groeit en groeit en groeit
Het is een mooi stapeltje albums dat de Amerikaanse band Midlake inmiddels op haar naam heeft staan. Het zijn albums waarop steeds weer net wat andere invloeden centraal staan, waardoor Midlake op ieder album anders klinkt, zonder de albums uit het verleden te verloochenen. Ook op het deze week verschenen For The Sake Of Bethel Woods horen we een aantal bekende invloeden, als invloeden uit de progrock en de psychedelica en hoewel Midlake absoluut voortborduurt op haar vorige albums, klinkt het nieuwe album toch weer anders. For The Sake Of Bethel Woods is een album dat ook decennia geleden gemaakt had kunnen worden, maar het is ook een spannend album dat alleen maar beter wordt.
De Amerikaanse band Midlake leek in 2012 ten dode opgeschreven toen voorman Tim Smith de band verliet. De band uit Denton, Texas, herpakte zich in 2013 echter knap met het prima Antiphon, waarop invloeden uit de Britse folk, 60s psychedelica en een beetje progrock en spacerock hand in hand gingen.
De wederopstanding van de band was helaas van korte duur, want de afgelopen achtenhalf jaar was het vrijwel stil rond Midlake. Gitarist Eric Pulido werkte aan een aantal andere projecten, waaronder de supergroep BNQT, die vooralsnog maar tot één album kwam en ook de andere leden van de band waren niet bezig met Midlake.
Naar verluidt vroeg de in 2018 overleden vader van toetsenist en fluitist Jesse Chandler zijn zoon in een droom om Midlake weer bij elkaar te brengen, met het deze week verschenen For The Sake Of Bethel Woods als resultaat. Het is een mooi verhaal, dat de vader van Jesse Chandler ook nog een plekje op de cover van het nieuwe album van Midlake heeft opgeleverd.
Op deze cover zien we vader Chandler als bezoeker van het fameuze Woodstock festival in 1969. Het is, samen met de titel van het album, zeker niet de enige verwijzing naar een ver verleden, want ook in muzikaal opzicht zijn de verwijzingen naar het verre verleden talrijk. Midlake kon op haar vorige albums uit de voeten met psychedelica, soft-rock, folk en progrock en al deze invloeden hebben ook hun weg gevonden naar For The Sake Of Bethel Woods, dat het grootste deel van de tijd klinkt als een album dat ook in de jaren 60 of 70 gemaakt had kunnen worden en dat ook nog uitstapjes richting spacerock, jazz(rock), Westcoast pop en funk bevat.
De band werd dit keer bijgestaan door topproducer John Congleton, die de afgelopen twee decennia werkte met alles en iedereen en al vaker liet horen dat hij authentiek klinkende albums als het nieuwe album van Midlake af kan leveren. Midlake is na het vertrek van Tim Smith absoluut een andere band geworden, maar ik hoor op For The Sake Of Bethel Woods ook absoluut flarden van de eerste drie albums van de band, Bamnan And Slivercork (2004), The Trials Of Van Occupanther (2006) en The Courage Of Others (2010).
Het nieuwe album van Midlake klinkt hiernaast als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is er een vol verrassingen. Op haar nieuwe album put Midlake uit nogal wat genres, wat hier en daar verrassende echo’s uit het verleden oplevert. For The Sake Of Bethel Woods is zeker geen typisch progrock album, maar ik heb de afgelopen decennia geen ander album gehoord dat me zo vaak doet denken aan de muziek van de inmiddels vrijwel vergeten Britse symfonische rockband Camel.
Het nieuwe album van Midlake is geen album dat je onmiddellijk omver blaast, of laat ik voor mezelf spreken, het is geen album dat mij direct omver blies. Zeker bij eerste beluistering vond ik het album aangenaam en bijzonder klinken, maar kabbelde het ook wel wat voort. Dat is na een aantal keren horen compleet veranderd, want wat is For The Sake Of Bethel Woods een prachtig album, waarop de spanning steeds weer prachtig wordt opgebouwd en waarop steeds weer nieuwe en bijzondere dingen te horen zijn.
Het is een album dat ik in de dagen dat ik een zwak had voor symfonische rock prachtig zou hebben gevonden, maar dat me ook decennia later steeds steviger vastgrijpt en dat, als je goed luistert, er ook nog eens in slaagt om invloeden uit een ver verleden te combineren met zeer eigentijdse invloeden. Midlake was door menigeen afgeschreven, maar keert terug met een prachtalbum waarmee de band absoluut verder kan. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Midlake - For The Sake Of Bethel Woods - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Midlake - For The Sake Of Bethel Woods
Het is heel lang stil geweest rond de Amerikaanse band Midlake, maar de band uit Denton, Texas, keert deze week terug met een fascinerend nieuw album vol invloeden, dat groeit en groeit en groeit
Het is een mooi stapeltje albums dat de Amerikaanse band Midlake inmiddels op haar naam heeft staan. Het zijn albums waarop steeds weer net wat andere invloeden centraal staan, waardoor Midlake op ieder album anders klinkt, zonder de albums uit het verleden te verloochenen. Ook op het deze week verschenen For The Sake Of Bethel Woods horen we een aantal bekende invloeden, als invloeden uit de progrock en de psychedelica en hoewel Midlake absoluut voortborduurt op haar vorige albums, klinkt het nieuwe album toch weer anders. For The Sake Of Bethel Woods is een album dat ook decennia geleden gemaakt had kunnen worden, maar het is ook een spannend album dat alleen maar beter wordt.
De Amerikaanse band Midlake leek in 2012 ten dode opgeschreven toen voorman Tim Smith de band verliet. De band uit Denton, Texas, herpakte zich in 2013 echter knap met het prima Antiphon, waarop invloeden uit de Britse folk, 60s psychedelica en een beetje progrock en spacerock hand in hand gingen.
De wederopstanding van de band was helaas van korte duur, want de afgelopen achtenhalf jaar was het vrijwel stil rond Midlake. Gitarist Eric Pulido werkte aan een aantal andere projecten, waaronder de supergroep BNQT, die vooralsnog maar tot één album kwam en ook de andere leden van de band waren niet bezig met Midlake.
Naar verluidt vroeg de in 2018 overleden vader van toetsenist en fluitist Jesse Chandler zijn zoon in een droom om Midlake weer bij elkaar te brengen, met het deze week verschenen For The Sake Of Bethel Woods als resultaat. Het is een mooi verhaal, dat de vader van Jesse Chandler ook nog een plekje op de cover van het nieuwe album van Midlake heeft opgeleverd.
Op deze cover zien we vader Chandler als bezoeker van het fameuze Woodstock festival in 1969. Het is, samen met de titel van het album, zeker niet de enige verwijzing naar een ver verleden, want ook in muzikaal opzicht zijn de verwijzingen naar het verre verleden talrijk. Midlake kon op haar vorige albums uit de voeten met psychedelica, soft-rock, folk en progrock en al deze invloeden hebben ook hun weg gevonden naar For The Sake Of Bethel Woods, dat het grootste deel van de tijd klinkt als een album dat ook in de jaren 60 of 70 gemaakt had kunnen worden en dat ook nog uitstapjes richting spacerock, jazz(rock), Westcoast pop en funk bevat.
De band werd dit keer bijgestaan door topproducer John Congleton, die de afgelopen twee decennia werkte met alles en iedereen en al vaker liet horen dat hij authentiek klinkende albums als het nieuwe album van Midlake af kan leveren. Midlake is na het vertrek van Tim Smith absoluut een andere band geworden, maar ik hoor op For The Sake Of Bethel Woods ook absoluut flarden van de eerste drie albums van de band, Bamnan And Slivercork (2004), The Trials Of Van Occupanther (2006) en The Courage Of Others (2010).
Het nieuwe album van Midlake klinkt hiernaast als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast en het is er een vol verrassingen. Op haar nieuwe album put Midlake uit nogal wat genres, wat hier en daar verrassende echo’s uit het verleden oplevert. For The Sake Of Bethel Woods is zeker geen typisch progrock album, maar ik heb de afgelopen decennia geen ander album gehoord dat me zo vaak doet denken aan de muziek van de inmiddels vrijwel vergeten Britse symfonische rockband Camel.
Het nieuwe album van Midlake is geen album dat je onmiddellijk omver blaast, of laat ik voor mezelf spreken, het is geen album dat mij direct omver blies. Zeker bij eerste beluistering vond ik het album aangenaam en bijzonder klinken, maar kabbelde het ook wel wat voort. Dat is na een aantal keren horen compleet veranderd, want wat is For The Sake Of Bethel Woods een prachtig album, waarop de spanning steeds weer prachtig wordt opgebouwd en waarop steeds weer nieuwe en bijzondere dingen te horen zijn.
Het is een album dat ik in de dagen dat ik een zwak had voor symfonische rock prachtig zou hebben gevonden, maar dat me ook decennia later steeds steviger vastgrijpt en dat, als je goed luistert, er ook nog eens in slaagt om invloeden uit een ver verleden te combineren met zeer eigentijdse invloeden. Midlake was door menigeen afgeschreven, maar keert terug met een prachtalbum waarmee de band absoluut verder kan. Erwin Zijleman
Midnight Oil - Resist (2022)

4,0
0
geplaatst: 18 maart 2022, 15:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Midnight Oil - RESIST - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Midnight Oil - RESIST
De Australische band Midnight Oil keert terug en neemt direct ook weer afscheid met het weergaloze en gedreven RESIST dat overloopt van inspiratie en vol staat met memorabele rocksongs
Buiten die ene single die iedereen kent, was ik totaal onbekend met het werk van de Australische band Midnight Oil. Ik had dan ook geen behoefte om te luisteren naar hun nieuwe album RESIST dat onlangs verscheen, maar zoals zo vaak blijken vooroordelen geen goede raadgever wanneer het gaat om muziek. RESIST is namelijk een geweldig album, dat sinds mijn eerste beluistering alleen maar beter is geworden. Het is naar verluidt de zwanenzang van de Australische band, maar Midnight Oil maakt zeker geen uitgebluste indruk. Direct vanaf de eerste noten klinkt RESIST geïnspireerd en volgen de memorabele songs elkaar in rap tempo pop. Een zeer aangename verrassing.
De Australische band Midnight Oil heeft, als ik het goed heb geteld, dertien studioalbums en drie live-albums op haar naam staan. De band maakte haar meeste albums in de jaren 80 en 90, maar ook in de late jaren 70 en in de eerste jaren van het huidige millennium bracht de band uit Sydney muziek uit. Na 2002 werd het een tijd stil rond de band omdat voorman Peter Garrett koos voor een politieke carrière, maar sinds enkele jaren is Midnight Oil weer actief, wat eind vorige maand een gloednieuw album opleverde, RESIST.
Het is een album dat ik niet direct oppikte, want ik had tot voor kort helemaal niets met de muziek van de Australische band. Dat was overigens nergens op gebaseerd, want tot voor kort kende ik slechts één track van de band, de hit Beds Are Burning uit 1987. Op zich best een catchy song, maar ik ergerde me aan de zang en aan het misschien net wat te politiek correcte imago van de band.
Dat dit politiek correcte imago van Beds Are Burning geen gimmick was, is inmiddels wel duidelijk. Midnight Oil is gedurende haar bestaan altijd een geëngageerde band gebleven en de betrokkenheid van Peter Garrett bij de zaak van de Aboriginals stond ook tijdens zijn politieke carrière centraal.
Midnight Oil bestaat inmiddels ruim 45 jaar en vindt het zo langzamerhand welletjes. Het eind vorige maand verschenen RESIST is waarschijnlijk het slotakkoord van de Australische band en het is een waardig slotakkoord. Ik had zoals gezegd geen aanleiding om het nieuwe album van Midnight Oil te bespreken, maar in de week van de release werd ik al bestookt met aanmoedigende woorden van fans van de band en de afgelopen week kwam daar nog eens een zeer vurig pleidooi bij.
Ik ben daarom toch maar eens gaan luisteren en RESIST heeft me absoluut verrast. Ondanks het feit dat ik tot dusver echt maar één track van de band had gehoord, voelde RESIST vrijwel onmiddellijk vertrouwd. In de meeste songs op het nieuwe album van Midnight Oil herken ik het geluid van Beds Are Burning, al is Peter Garrett gelukkig wel anders en ook nog eens veel beter gaan zingen.
In muzikaal opzicht staat het als een huis, wat ook niet zo gek is voor een band die zo lang bestaat. De gitaristen van de band spelen de sterren van de hemel, de ritmesectie is fantastisch en de bijdragen van keyboards voegen altijd iets toe aan het geluid van de band. RESIST klonk direct bij eerste beluistering zeer aangenaam, maar ook veel meer dan alleen aangenaam.
Midnight Oil klinkt op RESIST buitengewoon gedreven en geïnspireerd en strooit driftig met songs die vrijwel onmiddellijk memorabel zijn. Het zijn voornamelijk redelijk rechttoe rechtaan rocksongs, maar het zijn ook rocksongs die alles goed doen. Midnight Oil kan hiernaast uit de voeten met al even aanstekelijke popsongs met hier en daar een Beatlesque randje. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, de zang van Peter Garrett klinkt veel beter dan in het verleden en ook in productioneel opzicht is RESIST een kunststukje, zeker wanneer je het volle geluid uitpluist via de koptelefoon.
Midnight Oil is zoals gezegd altijd een geëngageerde band geweest en dat is niet anders op RESIST, dat de actuele politieke en maatschappelijke thema’s niet schuwt, maar juist vol vuur vertolkt. Ik moet me misschien nog eens gaan verdiepen in de rest van het oeuvre van Midnight Oil, maar voorlopig ben ik nog lang niet klaar met RESIST, dat sinds de eerste beluistering alleen maar sterker is geworden. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Midnight Oil - RESIST - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Midnight Oil - RESIST
De Australische band Midnight Oil keert terug en neemt direct ook weer afscheid met het weergaloze en gedreven RESIST dat overloopt van inspiratie en vol staat met memorabele rocksongs
Buiten die ene single die iedereen kent, was ik totaal onbekend met het werk van de Australische band Midnight Oil. Ik had dan ook geen behoefte om te luisteren naar hun nieuwe album RESIST dat onlangs verscheen, maar zoals zo vaak blijken vooroordelen geen goede raadgever wanneer het gaat om muziek. RESIST is namelijk een geweldig album, dat sinds mijn eerste beluistering alleen maar beter is geworden. Het is naar verluidt de zwanenzang van de Australische band, maar Midnight Oil maakt zeker geen uitgebluste indruk. Direct vanaf de eerste noten klinkt RESIST geïnspireerd en volgen de memorabele songs elkaar in rap tempo pop. Een zeer aangename verrassing.
De Australische band Midnight Oil heeft, als ik het goed heb geteld, dertien studioalbums en drie live-albums op haar naam staan. De band maakte haar meeste albums in de jaren 80 en 90, maar ook in de late jaren 70 en in de eerste jaren van het huidige millennium bracht de band uit Sydney muziek uit. Na 2002 werd het een tijd stil rond de band omdat voorman Peter Garrett koos voor een politieke carrière, maar sinds enkele jaren is Midnight Oil weer actief, wat eind vorige maand een gloednieuw album opleverde, RESIST.
Het is een album dat ik niet direct oppikte, want ik had tot voor kort helemaal niets met de muziek van de Australische band. Dat was overigens nergens op gebaseerd, want tot voor kort kende ik slechts één track van de band, de hit Beds Are Burning uit 1987. Op zich best een catchy song, maar ik ergerde me aan de zang en aan het misschien net wat te politiek correcte imago van de band.
Dat dit politiek correcte imago van Beds Are Burning geen gimmick was, is inmiddels wel duidelijk. Midnight Oil is gedurende haar bestaan altijd een geëngageerde band gebleven en de betrokkenheid van Peter Garrett bij de zaak van de Aboriginals stond ook tijdens zijn politieke carrière centraal.
Midnight Oil bestaat inmiddels ruim 45 jaar en vindt het zo langzamerhand welletjes. Het eind vorige maand verschenen RESIST is waarschijnlijk het slotakkoord van de Australische band en het is een waardig slotakkoord. Ik had zoals gezegd geen aanleiding om het nieuwe album van Midnight Oil te bespreken, maar in de week van de release werd ik al bestookt met aanmoedigende woorden van fans van de band en de afgelopen week kwam daar nog eens een zeer vurig pleidooi bij.
Ik ben daarom toch maar eens gaan luisteren en RESIST heeft me absoluut verrast. Ondanks het feit dat ik tot dusver echt maar één track van de band had gehoord, voelde RESIST vrijwel onmiddellijk vertrouwd. In de meeste songs op het nieuwe album van Midnight Oil herken ik het geluid van Beds Are Burning, al is Peter Garrett gelukkig wel anders en ook nog eens veel beter gaan zingen.
In muzikaal opzicht staat het als een huis, wat ook niet zo gek is voor een band die zo lang bestaat. De gitaristen van de band spelen de sterren van de hemel, de ritmesectie is fantastisch en de bijdragen van keyboards voegen altijd iets toe aan het geluid van de band. RESIST klonk direct bij eerste beluistering zeer aangenaam, maar ook veel meer dan alleen aangenaam.
Midnight Oil klinkt op RESIST buitengewoon gedreven en geïnspireerd en strooit driftig met songs die vrijwel onmiddellijk memorabel zijn. Het zijn voornamelijk redelijk rechttoe rechtaan rocksongs, maar het zijn ook rocksongs die alles goed doen. Midnight Oil kan hiernaast uit de voeten met al even aanstekelijke popsongs met hier en daar een Beatlesque randje. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal geweldig, de zang van Peter Garrett klinkt veel beter dan in het verleden en ook in productioneel opzicht is RESIST een kunststukje, zeker wanneer je het volle geluid uitpluist via de koptelefoon.
Midnight Oil is zoals gezegd altijd een geëngageerde band geweest en dat is niet anders op RESIST, dat de actuele politieke en maatschappelijke thema’s niet schuwt, maar juist vol vuur vertolkt. Ik moet me misschien nog eens gaan verdiepen in de rest van het oeuvre van Midnight Oil, maar voorlopig ben ik nog lang niet klaar met RESIST, dat sinds de eerste beluistering alleen maar sterker is geworden. Erwin Zijleman
Midnight Sister - Painting the Roses (2021)

4,0
1
geplaatst: 19 januari 2021, 18:14 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Midnight Sister - Painting The Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Midnight Sister - Painting The Roses
Midnight Sister stort een fascinerende hoeveelheid invloeden over je heen en maakt het je niet altijd makkelijk, maar op hetzelfde moment is Painting The Roses een wonderschone luistertrip
Painting The Roses van Midnight Sister is een album waarmee je bijna drie kwartier kunt ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Het duo uit Los Angeles is goed voor dromerige en vaak beeldende klanken die makkelijk betoveren, maar hiermee is het verhaal van het tweede album van Midnight Sister nog lang niet verteld. Painting The Roses staat immers ook bol van de invloeden en de verrassende wendingen en stuurt steeds weer een net wat andere kant op. Van dromerig en filmisch tot bijna theatraal of tot muziek die de invloeden uit de 70s funk en disco niet schuwt. Het levert een album op dat zich niet in een hokje laat duwen en je keer op keer in positieve zin verrast.
Midnight Sister is een duo uit Los Angeles dat bestaat uit de klassiek opgeleide muzikant Ari Balouzian en kunstenaar en filmmaker Juliana Giraffe. De twee debuteerden in de herfst van 2017 in de pop met Saturn Over Sunset, dat ik op zich wel interessant vond, maar uiteindelijk toch niet goed genoeg vond om door mij een krent uit de pop genoemd te worden.
Het deze week verschenen Painting The Roses vind ik een flink stuk beter. Het duo uit Los Angeles heeft op haar tweede album een eigen geluid gevonden en het is een eigen geluid dat zowel vermaakt als intrigeert.
Bij oppervlakkige beluistering hoor je vooral heerlijk dromerige songs die hier en daar kunnen ontaarden in beeldende klanken die het goed zouden doen bij een film. Dat laatste is gezien de achtergrond van de twee leden van Midnight Sister niet verbazingwekkend en zeker wanneer op Painting The Roses wordt gekozen voor stevig aangezette blazers- of strijkersarrangementen of vocale uitspattingen hoor je ook de klassieke achtergrond van Ari Balouzian duidelijk terug.
Midnight Sister verleidt zoals gezegd met enige regelmaat met mooie en dromerige klanken, maar het duo uit Los Angeles is niet van plan om het je de hele speelduur makkelijk te maken. Juliana Giraffe is om te beginnen zeker geen doorsnee zangeres. Hier en daar kan ze mooi en fluisterzacht zingen, maar ze schuwt ook het net wat experimentelere werk niet en drukt dan nadrukkelijk haar stempel op de muziek van Midnight Sister met expressieve of zelfs wat theatrale vocalen.
Ook in muzikaal opzicht laat Painting The Roses zich lang niet altijd makkelijk in een hokje duwen. Filmmuziek (terug tot de eerste versie van Wizard of Oz) is een al eerder genoemd ingrediënt in de muziek van Midnight Sister, maar het duo flirt ook opzichtig met 70s en 80s disco en funk (denk aan Tom Tom Club), met 50s girlpop, 40s jazz en 30s theater en filmmuziek. Hier blijft het zeker niet bij, want bij iedere beluistering van het album duiken er weer nieuwe lagen en invloeden op en schakelt het duo als een kameleon tussen zeer uiteenlopende genres en tijdperken.
Het gekke is dat ik bijna zeker weet dat ik een heel album van Midnight Sister niet zou kunnen uitzitten als het duo een one-trick-pony zou zijn, maar door de grote diversiteit en een hoog van de hak op de tak karakter is Painting The Roses een album geworden dat je langzaam maar zeker helemaal wilt doorgronden.
Het is een album vol wonderschone arrangementen die je niet alleen betoveren maar ook blijven intrigeren, waarna de zang van Juliana Giraffe het af mag maken. De Amerikaanse zangeres luisterde tijdens haar jeugd naar verluidt alleen naar disco en naar David Bowie en ook invloeden van laatstgenoemde sijpelen met enige regelmaat door op Painting The Roses.
In muzikaal en productioneel opzicht zit het allemaal fantastisch in elkaar, maar ook de songs van het duo uit Los Angeles zijn dik in orde. Het zijn songs die in veel gevallen de rijke tradities van de popmuziek uit Los Angeles eren, maar die zich zo nu en dan ook ver buiten de Amerikaanse landsgrenzen durven te bewegen.
De verleiding van Midnight Sister is zwoel en meedogenloos, maar de muziek van het Amerikaanse duo schuurt ook en verlegt bovendien continu de grenzen. Zeker niet het makkelijkste album dat deze week is verschenen en bovendien een album dat lastig is te duiden, maar ik heb zomaar het idee dat de bodem van de schatkist die Painting The Roses is nog lang niet in zicht is. Wat een bijzonder album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Midnight Sister - Painting The Roses - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Midnight Sister - Painting The Roses
Midnight Sister stort een fascinerende hoeveelheid invloeden over je heen en maakt het je niet altijd makkelijk, maar op hetzelfde moment is Painting The Roses een wonderschone luistertrip
Painting The Roses van Midnight Sister is een album waarmee je bijna drie kwartier kunt ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Het duo uit Los Angeles is goed voor dromerige en vaak beeldende klanken die makkelijk betoveren, maar hiermee is het verhaal van het tweede album van Midnight Sister nog lang niet verteld. Painting The Roses staat immers ook bol van de invloeden en de verrassende wendingen en stuurt steeds weer een net wat andere kant op. Van dromerig en filmisch tot bijna theatraal of tot muziek die de invloeden uit de 70s funk en disco niet schuwt. Het levert een album op dat zich niet in een hokje laat duwen en je keer op keer in positieve zin verrast.
Midnight Sister is een duo uit Los Angeles dat bestaat uit de klassiek opgeleide muzikant Ari Balouzian en kunstenaar en filmmaker Juliana Giraffe. De twee debuteerden in de herfst van 2017 in de pop met Saturn Over Sunset, dat ik op zich wel interessant vond, maar uiteindelijk toch niet goed genoeg vond om door mij een krent uit de pop genoemd te worden.
Het deze week verschenen Painting The Roses vind ik een flink stuk beter. Het duo uit Los Angeles heeft op haar tweede album een eigen geluid gevonden en het is een eigen geluid dat zowel vermaakt als intrigeert.
Bij oppervlakkige beluistering hoor je vooral heerlijk dromerige songs die hier en daar kunnen ontaarden in beeldende klanken die het goed zouden doen bij een film. Dat laatste is gezien de achtergrond van de twee leden van Midnight Sister niet verbazingwekkend en zeker wanneer op Painting The Roses wordt gekozen voor stevig aangezette blazers- of strijkersarrangementen of vocale uitspattingen hoor je ook de klassieke achtergrond van Ari Balouzian duidelijk terug.
Midnight Sister verleidt zoals gezegd met enige regelmaat met mooie en dromerige klanken, maar het duo uit Los Angeles is niet van plan om het je de hele speelduur makkelijk te maken. Juliana Giraffe is om te beginnen zeker geen doorsnee zangeres. Hier en daar kan ze mooi en fluisterzacht zingen, maar ze schuwt ook het net wat experimentelere werk niet en drukt dan nadrukkelijk haar stempel op de muziek van Midnight Sister met expressieve of zelfs wat theatrale vocalen.
Ook in muzikaal opzicht laat Painting The Roses zich lang niet altijd makkelijk in een hokje duwen. Filmmuziek (terug tot de eerste versie van Wizard of Oz) is een al eerder genoemd ingrediënt in de muziek van Midnight Sister, maar het duo flirt ook opzichtig met 70s en 80s disco en funk (denk aan Tom Tom Club), met 50s girlpop, 40s jazz en 30s theater en filmmuziek. Hier blijft het zeker niet bij, want bij iedere beluistering van het album duiken er weer nieuwe lagen en invloeden op en schakelt het duo als een kameleon tussen zeer uiteenlopende genres en tijdperken.
Het gekke is dat ik bijna zeker weet dat ik een heel album van Midnight Sister niet zou kunnen uitzitten als het duo een one-trick-pony zou zijn, maar door de grote diversiteit en een hoog van de hak op de tak karakter is Painting The Roses een album geworden dat je langzaam maar zeker helemaal wilt doorgronden.
Het is een album vol wonderschone arrangementen die je niet alleen betoveren maar ook blijven intrigeren, waarna de zang van Juliana Giraffe het af mag maken. De Amerikaanse zangeres luisterde tijdens haar jeugd naar verluidt alleen naar disco en naar David Bowie en ook invloeden van laatstgenoemde sijpelen met enige regelmaat door op Painting The Roses.
In muzikaal en productioneel opzicht zit het allemaal fantastisch in elkaar, maar ook de songs van het duo uit Los Angeles zijn dik in orde. Het zijn songs die in veel gevallen de rijke tradities van de popmuziek uit Los Angeles eren, maar die zich zo nu en dan ook ver buiten de Amerikaanse landsgrenzen durven te bewegen.
De verleiding van Midnight Sister is zwoel en meedogenloos, maar de muziek van het Amerikaanse duo schuurt ook en verlegt bovendien continu de grenzen. Zeker niet het makkelijkste album dat deze week is verschenen en bovendien een album dat lastig is te duiden, maar ik heb zomaar het idee dat de bodem van de schatkist die Painting The Roses is nog lang niet in zicht is. Wat een bijzonder album. Erwin Zijleman
Mikaela Davis - And Southern Star (2023)

4,5
0
geplaatst: 8 augustus 2023, 16:46 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mikaela Davis - And Southern Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mikaela Davis - And Southern Star
Mikaela Davis imponeerde vijf jaar geleden met een verrassend veelkleurig popalbum, maar het vooral door countryrock beïnvloede en bijzonder sfeervol klinkende And Southern Star is nog een stuk overtuigender
Mikaela Davis is van het meisje dat met haar harp coverversies van songs van Elliott Smith de wereld in stuurde uitgegroeid tot een bijzonder getalenteerde muzikante. Na het uitstekende debuutalbum Delivery uit 2018 keren Mikaela Davis en haar band deze week terug met het prachtige And Southern Star. De bonte mix van invloeden op het debuutalbum heeft plaats gemaakt voor een tijdloos countryrock geluid, dat vervolgens is voorzien van het unieke stempel van Mikaela Davis. Dat stempel wordt deels bepaald door het geluid van haar harp, maar ook het subtiele snufje pop maakt van And Southern Star een bijzonder klinkend album. En wat een aangenaam klinkend album.
De Amerikaanse muzikante Mikaela Davis koos op hele jonge leeftijd voor de harp als muziekinstrument, maar hield ook intens van popmuziek en bleek bovendien een talent te hebben voor het schrijven van popsongs. Nu is de harp binnen de popmuziek zeker niet het meest populaire instrument (een door Andreas Vollenweider veroorzaakte opleving in de jaren 80 en 90 daargelaten), maar het hield Mikaela Davis niet tegen om haar door harp begeleide versies van popsongs van anderen op YouTube te zetten.
Op het videokanaal zijn deze filmpjes nog te vinden en zien we een piepjonge Mikaela Davis onder andere een ontroerend mooie versie van Elliott Smith’s Twilight vertolken, die laat horen dat ze niet alleen geweldig uit de voeten kan op de harp, maar ook beschikt over een hele mooie stem. Dat de Amerikaanse muzikante zelf ook prima popsongs kon schrijven liet ze horen op haar in de zomer van 2018 verschenen debuutalbum Delivery.
Delivery blonk niet alleen uit door een serie uitstekende popsongs, met een hoofdrol of een bijrol voor de harp, maar Mikaela Davis liet bovendien horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kon en bovendien in staat was om te citeren uit een aantal decennia popmuziek. Delivery was een verrassend sterk en charmant popalbum, dat ook nog eens flink werd opgetild door de feilloze productie van topproducer John Congleton (St. Vincent, Angel Olsen, Regina Spektor en David Byrne).
Het is na Delivery behoorlijk lang stil geweest rond Mikaela Davis, maar deze week keert de Amerikaanse muzikante terug met haar tweede album And Southern Star. Mikaela Davis, die eerder dit jaar haar 31e verjaardag vierde, heeft Rochester, New York, inmiddels verruild voor het een kleine 400 kilometer verderop gelegen Catskill en laat ook op And Southern Star een nieuwe start horen.
Het tweede album van Mikaela Davis werd opgenomen met haar vaste band en dat liep allemaal zo lekker dat werd besloten om het nieuwe album zelf te produceren. Dat is nogal een gok na een album dat werd gemaakt met een van de beste producers van het moment, maar het pakt verrassend goed uit. Op And Southern Star kiezen Mikaela Davis en haar band voor de eenvoud en de uniformiteit. Er wordt dit keer geen poging gedaan om de complete geschiedenis van de popmuziek te omarmen, want op haar nieuwe album kiest Mikaela Davis vooral voor de Amerikaanse rootsmuziek met een voorkeur voor 70s countryrock.
De jonge Amerikaanse muzikante doet geen poging om het countryrock geluid uit het geleden te reproduceren, want er is ook altijd een zwoel randje pop en psychedelica en verder is uiteraard de in het genre atypische harp toegevoegd aan het geluid. Het past allemaal prachtig bij elkaar, want And Southern Star is direct bij eerste beluistering een album vol zoete verleiding en het is een album dat alleen maar mooier, leuker en interessanter wordt.
Er wordt echt prachtig gespeeld op And Southern Star en ook de stem van Mikaela Davis is mooier dan op haar debuutalbum, dat achteraf bezien wel wat meer aandacht had verwacht. Ook de songs van de muzikante uit Catskill hebben aan kracht gewonnen en de productie is zo mooi en trefzeker dat ik geen moment heb verlangd naar de hand van John Congleton die op het debuutalbum van Mikaela Davis zo prominent aanwezig was. Mikaela Davis bulkt van het talent, dat is zeker. Indrukwekkend album. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mikaela Davis - And Southern Star - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mikaela Davis - And Southern Star
Mikaela Davis imponeerde vijf jaar geleden met een verrassend veelkleurig popalbum, maar het vooral door countryrock beïnvloede en bijzonder sfeervol klinkende And Southern Star is nog een stuk overtuigender
Mikaela Davis is van het meisje dat met haar harp coverversies van songs van Elliott Smith de wereld in stuurde uitgegroeid tot een bijzonder getalenteerde muzikante. Na het uitstekende debuutalbum Delivery uit 2018 keren Mikaela Davis en haar band deze week terug met het prachtige And Southern Star. De bonte mix van invloeden op het debuutalbum heeft plaats gemaakt voor een tijdloos countryrock geluid, dat vervolgens is voorzien van het unieke stempel van Mikaela Davis. Dat stempel wordt deels bepaald door het geluid van haar harp, maar ook het subtiele snufje pop maakt van And Southern Star een bijzonder klinkend album. En wat een aangenaam klinkend album.
De Amerikaanse muzikante Mikaela Davis koos op hele jonge leeftijd voor de harp als muziekinstrument, maar hield ook intens van popmuziek en bleek bovendien een talent te hebben voor het schrijven van popsongs. Nu is de harp binnen de popmuziek zeker niet het meest populaire instrument (een door Andreas Vollenweider veroorzaakte opleving in de jaren 80 en 90 daargelaten), maar het hield Mikaela Davis niet tegen om haar door harp begeleide versies van popsongs van anderen op YouTube te zetten.
Op het videokanaal zijn deze filmpjes nog te vinden en zien we een piepjonge Mikaela Davis onder andere een ontroerend mooie versie van Elliott Smith’s Twilight vertolken, die laat horen dat ze niet alleen geweldig uit de voeten kan op de harp, maar ook beschikt over een hele mooie stem. Dat de Amerikaanse muzikante zelf ook prima popsongs kon schrijven liet ze horen op haar in de zomer van 2018 verschenen debuutalbum Delivery.
Delivery blonk niet alleen uit door een serie uitstekende popsongs, met een hoofdrol of een bijrol voor de harp, maar Mikaela Davis liet bovendien horen dat ze in meerdere genres uit de voeten kon en bovendien in staat was om te citeren uit een aantal decennia popmuziek. Delivery was een verrassend sterk en charmant popalbum, dat ook nog eens flink werd opgetild door de feilloze productie van topproducer John Congleton (St. Vincent, Angel Olsen, Regina Spektor en David Byrne).
Het is na Delivery behoorlijk lang stil geweest rond Mikaela Davis, maar deze week keert de Amerikaanse muzikante terug met haar tweede album And Southern Star. Mikaela Davis, die eerder dit jaar haar 31e verjaardag vierde, heeft Rochester, New York, inmiddels verruild voor het een kleine 400 kilometer verderop gelegen Catskill en laat ook op And Southern Star een nieuwe start horen.
Het tweede album van Mikaela Davis werd opgenomen met haar vaste band en dat liep allemaal zo lekker dat werd besloten om het nieuwe album zelf te produceren. Dat is nogal een gok na een album dat werd gemaakt met een van de beste producers van het moment, maar het pakt verrassend goed uit. Op And Southern Star kiezen Mikaela Davis en haar band voor de eenvoud en de uniformiteit. Er wordt dit keer geen poging gedaan om de complete geschiedenis van de popmuziek te omarmen, want op haar nieuwe album kiest Mikaela Davis vooral voor de Amerikaanse rootsmuziek met een voorkeur voor 70s countryrock.
De jonge Amerikaanse muzikante doet geen poging om het countryrock geluid uit het geleden te reproduceren, want er is ook altijd een zwoel randje pop en psychedelica en verder is uiteraard de in het genre atypische harp toegevoegd aan het geluid. Het past allemaal prachtig bij elkaar, want And Southern Star is direct bij eerste beluistering een album vol zoete verleiding en het is een album dat alleen maar mooier, leuker en interessanter wordt.
Er wordt echt prachtig gespeeld op And Southern Star en ook de stem van Mikaela Davis is mooier dan op haar debuutalbum, dat achteraf bezien wel wat meer aandacht had verwacht. Ook de songs van de muzikante uit Catskill hebben aan kracht gewonnen en de productie is zo mooi en trefzeker dat ik geen moment heb verlangd naar de hand van John Congleton die op het debuutalbum van Mikaela Davis zo prominent aanwezig was. Mikaela Davis bulkt van het talent, dat is zeker. Indrukwekkend album. Erwin Zijleman
Mikaela Davis - Delivery (2018)

4,0
1
geplaatst: 25 juli 2018, 16:07 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mikaela Davis - Delivery - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mikaela Davis begon op jonge leeftijd met het bespelen van de harp, maar combineerde haar liefde voor dit instrument en de klassieke muziek met het schrijven van haar eigen songs.
Op YouTube zijn een aantal filmpjes te vinden waarop de jonge singer-songwriter uit Rochester, New York, met haar harp songs van onder andere Elliott Smith vertolkt (absoluut een aanrader trouwens), maar op haar debuut speelt het instrument in eerste instantie geen rol van betekenis.
De openingstrack van Delivery laat een broeierig geluid horen waarin de gitaren soms stevig en gruizig zijn en de klanken van de piano opvallend zwaar zijn aangezet. Het is een openingstrack die naar meer smaakt, al is het maar omdat Mikaela Davis is voorzien van een bijzonder en wat mij betreft aangenaam stemgeluid.
Mikaela Davis smeedt op haar debuut op verrassende wijze meerdere invloeden aan elkaar en schakelt soepel tussen folk, pop, rock en funk. Ook wanneer in de derde track de harp voor het eerst dominant opduikt, weet de Amerikaanse singer-songwriter haar bijzondere geluid te behouden door de serene klanken van de harp af te wisselen met gruizige gitaren.
Op Delivery werkt de jonge singer-songwriter met de ritmesectie van haar eigen band en wordt ze in twee tracks bijgestaan door The Staves, die zorgen voor fraaie harmonieën. Het levert een bijzonder klinkend geluid op, dat op subtiele wijze laveert tussen de sound van de jaren 70 en de eigentijdse popmuziek. Het is een geluid dat haar eigenzinnigheid voor een deel ontleend aan de niet heel erg gangbare harp, die gelukkig niet al te zoetsappig klinkt, maar ook de bijzondere productie draagt nadrukkelijk bij aan het fraaie eindresultaat.
Je hoort onmiddellijk dat er een producer van naam en faam heeft plaatsgenomen achter de knoppen en dit blijkt de onder andere van St. Vincent, Angel Olsen en David Byrne bekende John Congleton. De Amerikaanse topproducer heeft het debuut van Mikaela Davis voorzien van een geluid waarin ze alle kanten op kan.
Een aantal tracks op de plaat passen met enige fantasie in het hokje rootsmuziek, maar ook de hokjes pop en rock moeten voor het debuut van Mikaele Davis worden geopend. Ik kan me voorstellen dat haar meisjesachtige stem gemengde reacties zal oproepen, maar persoonlijk ben ik zeer gecharmeerd van de vocalen op Delivery. Het zijn vocalen die aan kracht winnen wanneer je de plaat vaker hoort en die het debuut van Mikaela Davis, net als het instrumentarium op de plaat en de productie van de plaat, voorzien van meerdere kleuren.
Het valt niet mee om de muziek van Mikaela Davis te vergelijken met de muziek van anderen (ik hoor misschien nog wel het meest van Til Tuesday; de eerste band van Aimee Mann en hiernaast wat van Natalie Prass) en het is nog lastiger om de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter in een hokje te duwen, maar ook dit draagt alleen maar bij aan de charme van dit debuut.
Een plaat midden in de zomer uitbrengen is vanuit strategisch oogpunt waarschijnlijk niet heel handig, maar het debuut van Mikaela Davis verdient het absoluut om te worden opgepikt. Mijn heeft ze in ieder geval te pakken. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mikaela Davis - Delivery - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mikaela Davis begon op jonge leeftijd met het bespelen van de harp, maar combineerde haar liefde voor dit instrument en de klassieke muziek met het schrijven van haar eigen songs.
Op YouTube zijn een aantal filmpjes te vinden waarop de jonge singer-songwriter uit Rochester, New York, met haar harp songs van onder andere Elliott Smith vertolkt (absoluut een aanrader trouwens), maar op haar debuut speelt het instrument in eerste instantie geen rol van betekenis.
De openingstrack van Delivery laat een broeierig geluid horen waarin de gitaren soms stevig en gruizig zijn en de klanken van de piano opvallend zwaar zijn aangezet. Het is een openingstrack die naar meer smaakt, al is het maar omdat Mikaela Davis is voorzien van een bijzonder en wat mij betreft aangenaam stemgeluid.
Mikaela Davis smeedt op haar debuut op verrassende wijze meerdere invloeden aan elkaar en schakelt soepel tussen folk, pop, rock en funk. Ook wanneer in de derde track de harp voor het eerst dominant opduikt, weet de Amerikaanse singer-songwriter haar bijzondere geluid te behouden door de serene klanken van de harp af te wisselen met gruizige gitaren.
Op Delivery werkt de jonge singer-songwriter met de ritmesectie van haar eigen band en wordt ze in twee tracks bijgestaan door The Staves, die zorgen voor fraaie harmonieën. Het levert een bijzonder klinkend geluid op, dat op subtiele wijze laveert tussen de sound van de jaren 70 en de eigentijdse popmuziek. Het is een geluid dat haar eigenzinnigheid voor een deel ontleend aan de niet heel erg gangbare harp, die gelukkig niet al te zoetsappig klinkt, maar ook de bijzondere productie draagt nadrukkelijk bij aan het fraaie eindresultaat.
Je hoort onmiddellijk dat er een producer van naam en faam heeft plaatsgenomen achter de knoppen en dit blijkt de onder andere van St. Vincent, Angel Olsen en David Byrne bekende John Congleton. De Amerikaanse topproducer heeft het debuut van Mikaela Davis voorzien van een geluid waarin ze alle kanten op kan.
Een aantal tracks op de plaat passen met enige fantasie in het hokje rootsmuziek, maar ook de hokjes pop en rock moeten voor het debuut van Mikaele Davis worden geopend. Ik kan me voorstellen dat haar meisjesachtige stem gemengde reacties zal oproepen, maar persoonlijk ben ik zeer gecharmeerd van de vocalen op Delivery. Het zijn vocalen die aan kracht winnen wanneer je de plaat vaker hoort en die het debuut van Mikaela Davis, net als het instrumentarium op de plaat en de productie van de plaat, voorzien van meerdere kleuren.
Het valt niet mee om de muziek van Mikaela Davis te vergelijken met de muziek van anderen (ik hoor misschien nog wel het meest van Til Tuesday; de eerste band van Aimee Mann en hiernaast wat van Natalie Prass) en het is nog lastiger om de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter in een hokje te duwen, maar ook dit draagt alleen maar bij aan de charme van dit debuut.
Een plaat midden in de zomer uitbrengen is vanuit strategisch oogpunt waarschijnlijk niet heel handig, maar het debuut van Mikaela Davis verdient het absoluut om te worden opgepikt. Mijn heeft ze in ieder geval te pakken. Erwin Zijleman
Mikal Cronin - Seeker (2019)

4,0
1
geplaatst: 1 november 2019, 20:11 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mikal Cronin - Seeker - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mikal Cronin - Seeker
Mikal Cronin keert terug na een periode vol misère en een writer’s block met een album dat zich fraai heeft laten inspireren door The Beatles’ White Album
Mikal Cronin kan al een aantal jaren rekenen op superlatieven van de critici, maar persoonlijk was ik niet zo onder de indruk van zijn muziek. Seeker, dat volgt op een zware periode en een stilte van vier jaar, is een stuk beter. Het is een album dat klinkt als een omgevallen platenkast en het is een platenkast waarin vooral het psychedelische werk van The Beatles prominent vertegenwoordigd is. Seeker is een album dat uitnodigt tot het noemen van namen uit het verleden, maar het is ook een eigentijds klinkend album vol uitstekende songs, waarmee Mikal Cronin mij in ieder geval heeft overtuigd.
Ik heb tot dusver een wat moeizame relatie met de muziek van de Amerikaanse muzikant Mikal Cronin. Zijn officiële debuut uit 2011, dat wereldwijd de hemel in werd geprezen, maakte op mij niet zo heel veel indruk, maar de twee jaar later verschenen opvolger MCII vond ik wel weer aardig.
Het in 2015 verschenen MCIII kon me vervolgens weer niet bekoren en ik had daarom geen duidelijke verwachtingen met betrekking tot het na een stilte van vier jaar verschenen Seeker. Seeker beviel me echter direct bij eerste beluistering heel goed en is sinds die eerste beluistering alleen maar beter geworden.
Seeker volgt op een periode van persoonlijke misère, liefdesverdriet en een langdurige writer’s block. Mikal Cronin was de afgelopen jaren vooral actief als producer, maar dook eind vorig jaar toch weer de studio in.
Seeker klinkt vergeleken met zijn voorgangers een stuk melodieuzer en dat bevalt me wel. De muziek van de Amerikaanse muzikant wilde de afgelopen jaren nog wel eens ruw ontsporen, maar neemt op Seeker afscheid van invloeden uit de garagerock.
De muziek van Mikal Cronin laat zich op Seeker beluisteren als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast. Het is een met smaak gevulde platenkast, waarin klassiekers uit het verleden een belangrijke plaats in nemen. Seeker opent lekker vol en psychedelisch en bovendien met een vleugje Paul McCartney. Het is de eerste van meerdere grote namen die voorbij komen bij beluistering van het nieuwe album van de muzikant uit Los Angeles en het is wat mij betreft de naam die het vaakst voorbij komt.
Mikal Cronin heeft zich naar verluidt laten beïnvloeden door The White Album van The Beatles, wat verklaart dat Seeker vaak Beatlesque en psychedelisch klinkt. Naast Paul McCartney komen ook de andere leden van de Fab Four voorbij, maar als het gitaarwerk net wat zompiger en gruiziger klinkt hoor ik ook wat van Neil Young. Hier blijft het niet bij, want de omgevallen platenkast van Mikal Cronin citeert nadrukkelijk uit de klassiekers van met name de vroege jaren 70, al hoor ik hier en daar ook wat van onder andere Tom Petty en Ben Folds Five.
Het knappe is dat de muziek van de singer-songwriter uit Los Angeles meer dan eens herinnert aan grote platen uit een ver verleden, maar nergens als overbodige retro klinkt. Mikal Cronin verwerkt alle invloeden uit de omgevallen platenkast in eigentijds klinkende songs, die aansprekender zijn dan de songs die de Amerikaanse muzikant tot dusver maakte.
Het is misschien fijn associëren bij Seeker, maar het is ook een album vol uitstekende songs, die vol gevoel worden vertolkt. Mikal Cronin viel me tot dusver niet zo op als zanger, maar de zang op zijn nieuwe album is uitstekend, ook wanneer de instrumentatie zich beperkt tot een piano.
Ook de instrumentatie op Seeker is zeer smaakvol en bovendien zeer gevarieerd. Het ene moment klinkt het klankenpalet van Mikal Cronin rijk en psychedelisch, het volgende moment zeer sober. Zeker de psychedelisch aandoende songs op het album verleiden verrassend makkelijk en blijven lekker hangen, iets wat bij mij tot dusver niet zo goed lukte bij beluistering van de muziek van Mikal Cronin. Niet iedereen zal het met me eens zijn, maar zelf vind ik Seeker het meest geslaagde van de muzikant uit Los Angeles tot dusver. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mikal Cronin - Seeker - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mikal Cronin - Seeker
Mikal Cronin keert terug na een periode vol misère en een writer’s block met een album dat zich fraai heeft laten inspireren door The Beatles’ White Album
Mikal Cronin kan al een aantal jaren rekenen op superlatieven van de critici, maar persoonlijk was ik niet zo onder de indruk van zijn muziek. Seeker, dat volgt op een zware periode en een stilte van vier jaar, is een stuk beter. Het is een album dat klinkt als een omgevallen platenkast en het is een platenkast waarin vooral het psychedelische werk van The Beatles prominent vertegenwoordigd is. Seeker is een album dat uitnodigt tot het noemen van namen uit het verleden, maar het is ook een eigentijds klinkend album vol uitstekende songs, waarmee Mikal Cronin mij in ieder geval heeft overtuigd.
Ik heb tot dusver een wat moeizame relatie met de muziek van de Amerikaanse muzikant Mikal Cronin. Zijn officiële debuut uit 2011, dat wereldwijd de hemel in werd geprezen, maakte op mij niet zo heel veel indruk, maar de twee jaar later verschenen opvolger MCII vond ik wel weer aardig.
Het in 2015 verschenen MCIII kon me vervolgens weer niet bekoren en ik had daarom geen duidelijke verwachtingen met betrekking tot het na een stilte van vier jaar verschenen Seeker. Seeker beviel me echter direct bij eerste beluistering heel goed en is sinds die eerste beluistering alleen maar beter geworden.
Seeker volgt op een periode van persoonlijke misère, liefdesverdriet en een langdurige writer’s block. Mikal Cronin was de afgelopen jaren vooral actief als producer, maar dook eind vorig jaar toch weer de studio in.
Seeker klinkt vergeleken met zijn voorgangers een stuk melodieuzer en dat bevalt me wel. De muziek van de Amerikaanse muzikant wilde de afgelopen jaren nog wel eens ruw ontsporen, maar neemt op Seeker afscheid van invloeden uit de garagerock.
De muziek van Mikal Cronin laat zich op Seeker beluisteren als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast. Het is een met smaak gevulde platenkast, waarin klassiekers uit het verleden een belangrijke plaats in nemen. Seeker opent lekker vol en psychedelisch en bovendien met een vleugje Paul McCartney. Het is de eerste van meerdere grote namen die voorbij komen bij beluistering van het nieuwe album van de muzikant uit Los Angeles en het is wat mij betreft de naam die het vaakst voorbij komt.
Mikal Cronin heeft zich naar verluidt laten beïnvloeden door The White Album van The Beatles, wat verklaart dat Seeker vaak Beatlesque en psychedelisch klinkt. Naast Paul McCartney komen ook de andere leden van de Fab Four voorbij, maar als het gitaarwerk net wat zompiger en gruiziger klinkt hoor ik ook wat van Neil Young. Hier blijft het niet bij, want de omgevallen platenkast van Mikal Cronin citeert nadrukkelijk uit de klassiekers van met name de vroege jaren 70, al hoor ik hier en daar ook wat van onder andere Tom Petty en Ben Folds Five.
Het knappe is dat de muziek van de singer-songwriter uit Los Angeles meer dan eens herinnert aan grote platen uit een ver verleden, maar nergens als overbodige retro klinkt. Mikal Cronin verwerkt alle invloeden uit de omgevallen platenkast in eigentijds klinkende songs, die aansprekender zijn dan de songs die de Amerikaanse muzikant tot dusver maakte.
Het is misschien fijn associëren bij Seeker, maar het is ook een album vol uitstekende songs, die vol gevoel worden vertolkt. Mikal Cronin viel me tot dusver niet zo op als zanger, maar de zang op zijn nieuwe album is uitstekend, ook wanneer de instrumentatie zich beperkt tot een piano.
Ook de instrumentatie op Seeker is zeer smaakvol en bovendien zeer gevarieerd. Het ene moment klinkt het klankenpalet van Mikal Cronin rijk en psychedelisch, het volgende moment zeer sober. Zeker de psychedelisch aandoende songs op het album verleiden verrassend makkelijk en blijven lekker hangen, iets wat bij mij tot dusver niet zo goed lukte bij beluistering van de muziek van Mikal Cronin. Niet iedereen zal het met me eens zijn, maar zelf vind ik Seeker het meest geslaagde van de muzikant uit Los Angeles tot dusver. Erwin Zijleman
Mike Polizze - Around Sound (2025)

4,0
0
geplaatst: 16 juli 2025, 13:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mike Polizze - Around Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mike Polizze - Around Sound
Mike Polizze heeft een verleden in de indierock, grunge en powerpop, maar maakt solo hele andere muziek, die ook op het deze week verschenen Around Sound weer van een opvallend hoog niveau blijkt
Vijf jaar geleden kreeg de Amerikaanse muzikant Mike Polizze een aantal jubelrecensies. Ik was zelf ook heel positief over zijn eerste soloalbum Long Lost Solace Find, maar het album deed volgens mij niet heel veel. Ook het deze week verschenen Around Sound staat niet heel prominent in de spotlights, maar de muzikant uit Philadelphia heeft wederom vakwerk afgeleverd. Centraal op Around Sound staat het geweldige gitaarwerk van Mike Polizze, die ook alle andere instrumenten heeft bespeeld. Het geeft zijn songs soms een licht psychedelische jaren 70 vibe, maar Around Sound kan meerdere kanten op en blijkt steeds knapper in elkaar te steken.
De Amerikaanse muzikant Mike Polizze formeerde in 2009 de band Purling Hiss. De band uit Philadelphia kwam tussen 2009 en 2023 tot een aardig stapeltje albums, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit naar de muziek van de band had geluisterd. Dat heb ik inmiddels wel gedaan en de albums van Purling Hiss hebben zeker hun momenten, al kwam de band misschien wel wat laat met hun stevig door 90s indierock en 90s grunge geïnspireerde muziek.
Reden om naar de muziek van Purling Hiss te luisteren was het deze week verschenen soloalbum van Mike Polizze, dat me werd aangeraden door een aantal aansprekende Amerikaanse muziekwebsites. Het is een aanbeveling waar ik me inmiddels volledig in kan vinden, want Around Sound van Mike Polizze is een interessant album vol groeipotentie.
Het blijkt overigens niet mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikant, want in de zomer van 2020 besprak ik zijn eerste soloalbum. Long Lost Solace Find werd destijds de hemel in geprezen door het Britse muziektijdschrift Uncut en het gerenommeerde tijdschrift had het wat mij betreft bij het juiste eind. Mike Polizze maakte het eerste album onder zijn eigen naam met collega muzikant Kurt Vile en leverde een bescheiden en hierdoor vrijwel volledig over het hoofd gezien meesterwerk af.
Long Lost Solace Find klonk deels retro en deels eigentijds, maakte makkelijk indruk met aansprekende songs en prima zang en liet ook nog eens weergaloos gitaarwerk horen. Dat deels elektrische en deels akoestische gitaarwerk speelt ook weer een hoofdrol op het deze week verschenen Around Sound.
Mike Polizze deed ook voor zijn tweede soloalbum een beroep op de van The War On Drugs bekende geluidstechnicus Jeff Zeigler, waardoor ook Around Sound fantastisch klinkt. Maatje Kurt Vile had dit keer geen tijd voor een bijdrage, maar beveelt het album wel nadrukkelijk aan op de bandcamp pagina van Mike Polizze.
En terecht, want de muzikant uit Philadelphia levert dit keer in zijn eentje knap werk. Dat hoor je in eerste instantie vooral in het gitaarwerk dat van een bijzonder hoog niveau is, maar ook de rest van de instrumentatie is dik in orde en hetzelfde geldt voor de zang van Mike Polizze.
De Amerikaanse muzikant maakt nog altijd muziek die met één been in het verleden en met één been in het heden staat. De songs op Around Sound klinken soms voorzichtig psychedelisch, hebben vaak een jaren 70 gevoel, maar zijn ook vrijwel altijd tijdloos. Door het knappe fingerpicking gitaarwerk hebben de songs op Around Sound iets bezwerends en dat effect wordt sterker wanneer je het hele album achter elkaar beluistert.
Omdat Mike Polizze alle instrumenten zelf heeft bespeeld heeft het album iets sobers, maar luister net wat beter en je hoort dat alle subtiele accenten fraai samenvloeien tot een smaakvol geluid. Het is een geluid waaraan lang is gesleuteld, want Mike Polizze nam de songs voor zijn nieuwe album gedurende een periode van twee jaar op. Dat hoor je ook wel, want hoe vaker je naar Around Sound luistert, hoe meer knappe details je opvallen in de songs van de muzikant uit Philadelphia.
Around Sound is het tweede knappe soloalbum van Mike Polizze, die inmiddels bekend is bij de Amerikaanse en de Britse muziekmedia, maar in Nederland nog wel een zetje in de rug kan gebruiken. Doe je voordeel met dit bescheiden zetje, je krijgt er een mooi en bijzonder album voor terug. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Mike Polizze - Around Sound - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mike Polizze - Around Sound
Mike Polizze heeft een verleden in de indierock, grunge en powerpop, maar maakt solo hele andere muziek, die ook op het deze week verschenen Around Sound weer van een opvallend hoog niveau blijkt
Vijf jaar geleden kreeg de Amerikaanse muzikant Mike Polizze een aantal jubelrecensies. Ik was zelf ook heel positief over zijn eerste soloalbum Long Lost Solace Find, maar het album deed volgens mij niet heel veel. Ook het deze week verschenen Around Sound staat niet heel prominent in de spotlights, maar de muzikant uit Philadelphia heeft wederom vakwerk afgeleverd. Centraal op Around Sound staat het geweldige gitaarwerk van Mike Polizze, die ook alle andere instrumenten heeft bespeeld. Het geeft zijn songs soms een licht psychedelische jaren 70 vibe, maar Around Sound kan meerdere kanten op en blijkt steeds knapper in elkaar te steken.
De Amerikaanse muzikant Mike Polizze formeerde in 2009 de band Purling Hiss. De band uit Philadelphia kwam tussen 2009 en 2023 tot een aardig stapeltje albums, maar ik kan me niet herinneren dat ik ooit naar de muziek van de band had geluisterd. Dat heb ik inmiddels wel gedaan en de albums van Purling Hiss hebben zeker hun momenten, al kwam de band misschien wel wat laat met hun stevig door 90s indierock en 90s grunge geïnspireerde muziek.
Reden om naar de muziek van Purling Hiss te luisteren was het deze week verschenen soloalbum van Mike Polizze, dat me werd aangeraden door een aantal aansprekende Amerikaanse muziekwebsites. Het is een aanbeveling waar ik me inmiddels volledig in kan vinden, want Around Sound van Mike Polizze is een interessant album vol groeipotentie.
Het blijkt overigens niet mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse muzikant, want in de zomer van 2020 besprak ik zijn eerste soloalbum. Long Lost Solace Find werd destijds de hemel in geprezen door het Britse muziektijdschrift Uncut en het gerenommeerde tijdschrift had het wat mij betreft bij het juiste eind. Mike Polizze maakte het eerste album onder zijn eigen naam met collega muzikant Kurt Vile en leverde een bescheiden en hierdoor vrijwel volledig over het hoofd gezien meesterwerk af.
Long Lost Solace Find klonk deels retro en deels eigentijds, maakte makkelijk indruk met aansprekende songs en prima zang en liet ook nog eens weergaloos gitaarwerk horen. Dat deels elektrische en deels akoestische gitaarwerk speelt ook weer een hoofdrol op het deze week verschenen Around Sound.
Mike Polizze deed ook voor zijn tweede soloalbum een beroep op de van The War On Drugs bekende geluidstechnicus Jeff Zeigler, waardoor ook Around Sound fantastisch klinkt. Maatje Kurt Vile had dit keer geen tijd voor een bijdrage, maar beveelt het album wel nadrukkelijk aan op de bandcamp pagina van Mike Polizze.
En terecht, want de muzikant uit Philadelphia levert dit keer in zijn eentje knap werk. Dat hoor je in eerste instantie vooral in het gitaarwerk dat van een bijzonder hoog niveau is, maar ook de rest van de instrumentatie is dik in orde en hetzelfde geldt voor de zang van Mike Polizze.
De Amerikaanse muzikant maakt nog altijd muziek die met één been in het verleden en met één been in het heden staat. De songs op Around Sound klinken soms voorzichtig psychedelisch, hebben vaak een jaren 70 gevoel, maar zijn ook vrijwel altijd tijdloos. Door het knappe fingerpicking gitaarwerk hebben de songs op Around Sound iets bezwerends en dat effect wordt sterker wanneer je het hele album achter elkaar beluistert.
Omdat Mike Polizze alle instrumenten zelf heeft bespeeld heeft het album iets sobers, maar luister net wat beter en je hoort dat alle subtiele accenten fraai samenvloeien tot een smaakvol geluid. Het is een geluid waaraan lang is gesleuteld, want Mike Polizze nam de songs voor zijn nieuwe album gedurende een periode van twee jaar op. Dat hoor je ook wel, want hoe vaker je naar Around Sound luistert, hoe meer knappe details je opvallen in de songs van de muzikant uit Philadelphia.
Around Sound is het tweede knappe soloalbum van Mike Polizze, die inmiddels bekend is bij de Amerikaanse en de Britse muziekmedia, maar in Nederland nog wel een zetje in de rug kan gebruiken. Doe je voordeel met dit bescheiden zetje, je krijgt er een mooi en bijzonder album voor terug. Erwin Zijleman
Mike Polizze - Long Lost Solace Find (2020)

4,5
1
geplaatst: 1 augustus 2020, 10:31 uur
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mike Polizze - Long Lost Solace Find - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mike Polizze - Long Lost Solace Find
Mike Polizze laat de gruizige rock van zijn bands, met hulp van stadgenoot Kurt Vile, achter zich op zijn eerste soloalbum, dat direct overtuigt maar vervolgens alleen maar beter wordt
Long Lost Solace Find van Mike Polizze verovert je onmiddellijk op een broeierige zomeravond, maar blijkt vervolgens een album met meerdere gezichten. Soms herinnert het album aan vervlogen tijden, maar minstens net zo vaak klinkt het eigentijds. Soms lijkt het heerlijk losjes gespeeld, maar het gitaarwerk is ondertussen om je vingers bij af te likken. Vriend Kurt Vile speelt mee en helpt uiteindelijk een flinke concurrent in het zadel. Long Lost Solace Find is een heerlijk ontspannen album met folky songs, maar het is ook een album dat je iedere keer weer nieuw dingen laat horen. Midden in de zomer verschijnt een debuut dat er zeer toe doet.
De promo cd van Long Lost Solace Find van Mike Polizze heb ik al een groot aantal weken in huis, maar de wat eenvoudig aandoende cover maakte me tot voor kort niet direct nieuwsgierig naar de muziek op het album (het oog wil immers ook wat).
Mijn interesse voor het album werd eerder deze week wel gewekt door het feit dat het album van de Amerikaanse muzikant het album van de maand is in het september (!) nummer van het gerenommeerde Britse muziektijdschrift Uncut, waardoor ik toch nog vlak voor de release van het album kennis kon maken met het debuutalbum van Mike Polizze.
Het is een album dat gemaakt lijkt voor de zomerse dagen die we dit jaar met enige regelmaat voorgeschoteld krijgen. De muziek van Mike Polizze is loom, dromerig en het grotendeels akoestische geluid op Long Lost Solace Find is absoluut te omschrijven als warmbloedig of zonnig.
Long Lost Solace Find is het eerste soloalbum van Mike Polizze, die de afgelopen jaren aan de weg timmerde met zijn bands Birds Of Maya en Purling Hiss. Waar deze bands vooral stevige en vaak wat gruizige rockmuziek maakten, is de muziek op het soloalbum van Mike Polizze te omschrijven als melodieus en folky.
Het deed me bij eerste beluistering wel wat aan de muziek van Kurt Vile denken en dat is niet alleen een vriend van Mike Polizze, maar hij is ook te horen op diens debuutalbum. De twee bevriende muzikanten bespeelden zelf alle instrumenten die zijn te horen op het album, dat werd opgenomen door de van The War On Drugs bekende opnametechnicus Jeff Ziegler.
Akoestische en elektrische gitaren domineren het geluid op het album, maar er duiken ook onder andere orgels, een dobro, een harmonica en zelfs een trompet op. Long Lost Solace Find werd opgenomen in Philadelphia, Pennsylvania, ook de thuisbasis van zowel Mike Polizze als Kurt Vile, maar het album klinkt alsof het ergens in een schuur op het platteland werd opgenomen en dat is absoluut positief bedoeld.
De muziek van Mike Polizze straalt op een of andere manier rust uit, waardoor het album het uitstekend doet op de broeierige zomeravond waarop ik deze recensie type. Je hoort goed dat Mike Polizze en Kurt Vile het album nagenoeg live opnamen, maar de wat losse sfeer op het album komt de kwaliteit alleen maar ten goede.
Het akoestische fingerpicking gitaarspel op het album is ondertussen bijzonder fraai en ook de lome zang van Mike Polizze bevalt me zeer. Long Lost Solace Find is een album dat nadrukkelijk associaties oproept met folk, folkrock en nog wat andere muziek uit het verleden, maar het sluit ook naadloos aan op de muziek van muzikanten uit het heden als Steve Gunn en natuurlijk Kurt Vile. Het album van de muzikant uit Philadelphia klinkt soms bijna retro, maar het volgende moment is het toch weer muziek die alleen in het heden kan zijn gemaakt.
Uncut heeft het album zoals gezegd uitgeroepen tot het album van de maand in haar onlangs verschenen nieuwe editie en daar kan ik me volledig in vinden. Het solodebuut van Mike Polizze is immers niet alleen een album dat een broeierige zomeravond voorziet van de juiste soundtrack, maar het is ook een album dat iedere keer dat je het hoort weer net wat beter is. Het uitdrukking “don’t judge a book by its cover” blijkt maar weer eens waar. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Mike Polizze - Long Lost Solace Find - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Mike Polizze - Long Lost Solace Find
Mike Polizze laat de gruizige rock van zijn bands, met hulp van stadgenoot Kurt Vile, achter zich op zijn eerste soloalbum, dat direct overtuigt maar vervolgens alleen maar beter wordt
Long Lost Solace Find van Mike Polizze verovert je onmiddellijk op een broeierige zomeravond, maar blijkt vervolgens een album met meerdere gezichten. Soms herinnert het album aan vervlogen tijden, maar minstens net zo vaak klinkt het eigentijds. Soms lijkt het heerlijk losjes gespeeld, maar het gitaarwerk is ondertussen om je vingers bij af te likken. Vriend Kurt Vile speelt mee en helpt uiteindelijk een flinke concurrent in het zadel. Long Lost Solace Find is een heerlijk ontspannen album met folky songs, maar het is ook een album dat je iedere keer weer nieuw dingen laat horen. Midden in de zomer verschijnt een debuut dat er zeer toe doet.
De promo cd van Long Lost Solace Find van Mike Polizze heb ik al een groot aantal weken in huis, maar de wat eenvoudig aandoende cover maakte me tot voor kort niet direct nieuwsgierig naar de muziek op het album (het oog wil immers ook wat).
Mijn interesse voor het album werd eerder deze week wel gewekt door het feit dat het album van de Amerikaanse muzikant het album van de maand is in het september (!) nummer van het gerenommeerde Britse muziektijdschrift Uncut, waardoor ik toch nog vlak voor de release van het album kennis kon maken met het debuutalbum van Mike Polizze.
Het is een album dat gemaakt lijkt voor de zomerse dagen die we dit jaar met enige regelmaat voorgeschoteld krijgen. De muziek van Mike Polizze is loom, dromerig en het grotendeels akoestische geluid op Long Lost Solace Find is absoluut te omschrijven als warmbloedig of zonnig.
Long Lost Solace Find is het eerste soloalbum van Mike Polizze, die de afgelopen jaren aan de weg timmerde met zijn bands Birds Of Maya en Purling Hiss. Waar deze bands vooral stevige en vaak wat gruizige rockmuziek maakten, is de muziek op het soloalbum van Mike Polizze te omschrijven als melodieus en folky.
Het deed me bij eerste beluistering wel wat aan de muziek van Kurt Vile denken en dat is niet alleen een vriend van Mike Polizze, maar hij is ook te horen op diens debuutalbum. De twee bevriende muzikanten bespeelden zelf alle instrumenten die zijn te horen op het album, dat werd opgenomen door de van The War On Drugs bekende opnametechnicus Jeff Ziegler.
Akoestische en elektrische gitaren domineren het geluid op het album, maar er duiken ook onder andere orgels, een dobro, een harmonica en zelfs een trompet op. Long Lost Solace Find werd opgenomen in Philadelphia, Pennsylvania, ook de thuisbasis van zowel Mike Polizze als Kurt Vile, maar het album klinkt alsof het ergens in een schuur op het platteland werd opgenomen en dat is absoluut positief bedoeld.
De muziek van Mike Polizze straalt op een of andere manier rust uit, waardoor het album het uitstekend doet op de broeierige zomeravond waarop ik deze recensie type. Je hoort goed dat Mike Polizze en Kurt Vile het album nagenoeg live opnamen, maar de wat losse sfeer op het album komt de kwaliteit alleen maar ten goede.
Het akoestische fingerpicking gitaarspel op het album is ondertussen bijzonder fraai en ook de lome zang van Mike Polizze bevalt me zeer. Long Lost Solace Find is een album dat nadrukkelijk associaties oproept met folk, folkrock en nog wat andere muziek uit het verleden, maar het sluit ook naadloos aan op de muziek van muzikanten uit het heden als Steve Gunn en natuurlijk Kurt Vile. Het album van de muzikant uit Philadelphia klinkt soms bijna retro, maar het volgende moment is het toch weer muziek die alleen in het heden kan zijn gemaakt.
Uncut heeft het album zoals gezegd uitgeroepen tot het album van de maand in haar onlangs verschenen nieuwe editie en daar kan ik me volledig in vinden. Het solodebuut van Mike Polizze is immers niet alleen een album dat een broeierige zomeravond voorziet van de juiste soundtrack, maar het is ook een album dat iedere keer dat je het hoort weer net wat beter is. Het uitdrukking “don’t judge a book by its cover” blijkt maar weer eens waar. Erwin Zijleman
Miki Berenyi Trio - Tripla (2025)

4,5
0
geplaatst: 9 april 2025, 16:08 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Miki Berenyi Trio - Tripla - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Miki Berenyi Trio - Tripla
In 1996 viel helaas het doek voor de Britse band Lush, maar Miki Berenyi, een van de frontvrouwen van de band, laat het geluid van de band herleven, maar wel in een fraai gemoderniseerde vorm
Ik had het album van Miki Berenyi Trio niet zien aankomen en had al helemaal niet zien aankomen dat Tripla een album zou zijn dat de drie albums van Lush uit de jaren 90 naar de kroon zou steken. Mike Berenyi begint op Tripla bij het geluid van haar roemruchte band, maar heeft de dreampop van Lush vervolgens volledig gemoderniseerd. De zang van Miki Berenyi klinkt nog hetzelfde, maar in muzikaal opzicht is het geluid verfrist en verrijkt met invloeden uit andere genres. Het wordt allemaal gecombineerd in veelkleurige songs die behoren tot het beste dat Miki Berenyi heeft gemaakt. Het levert een fraai en eigentijds album met een aangenaam nostalgisch tintje op.
Miki Berenyi voerde samen met Emma Anderson de Britse band Lush aan. De band maakte tussen 1992 en 1996 drie albums (Spooky, Split en Lovelife) die wat mij betreft moeten worden gerekend tot de kroonjuwelen van de dreampop. De mix van dreampop, shoegaze en perfecte pop kreeg ondanks de hoge kwaliteit van de albums van Lush helaas nooit de waardering van de critici die de band wat mij betreft verdiende en ook het grote publiek liet de band helaas links liggen.
De zelfmoord van drummer Chris Acland in 1996 gaf Lush de nekslag en deze kwam de band niet meer te boven. Het werd vervolgens stil rond Miki Berenyi en deze stilte werd pas in 2015 doorbroken toen Lush besloot om weer bij elkaar te komen voor een aantal optredens. Het leverde een tour en in 2016 een prima EP (Blind Spot) op, maar hier bleef het helaas bij.
Miki Berenyi dook vervolgens op in de band Piroshka, die deels voortborduurde op het geluid van Lush, maar ook een wat experimenteler geluid liet horen. Piroshka bleef steken op twee prima albums, waardoor het oeuvre van Miki Berenyi, absoluut een van mijn muzikale helden, bleef steken slechts op een handvol albums.
De Britse muzikante leverde een paar jaar geleden de indringende autobiografie Fingers Crossed: How Music Saved Me from Success af en duikt deze week gelukkig weer op met nieuwe muziek. Tripla, het eerste album van Miki Berenyi trio wordt vooralsnog niet overladen met aandacht, maar dat zegt niets over de kwaliteit van het album.
Miki Berenyi Trio bestaat naast Miki Berenyi zelf uit Kevin ‘Moose’ McKillop, die ook deel uitmaakt van Piroshka, en Oliver Cherer. Heel veel tijd voor hooggespannen verwachtingen was er niet, want het debuutalbum van Miki Berenyi Trio kwam voor mij ook wat uit de lucht vallen.
Het blijkt een enorm aangename verrassing, want bijna dertig jaar na het laatste album van Lush vindt Miki Berenyi het geluid van de band opnieuw uit. Het zorgt er voor dat Miki Berenyi Trio meer dan eens klinkt als Lush, maar dan wel Lush uit 2025 in plaats van Lush uit de jaren 90.
Dat Miki Berenyi Trio klinkt als Lush uit het verleden heeft alles te maken met de uit duizenden herkenbare stem van de Britse muzikante. Wat wel opvallend is dat de stem van Miki Berenyi nog net zo mooi of zelfs mooier klinkt dan bijna dertig jaar geleden. Ook in de muziek hoor je af en toe echo’s van de albums die Lush in de jaren 90 maakte, bijvoorbeeld in de aan de dreampop van weleer herinnerende gitaarlijnen, maar Miki Berenyi heeft het geluid van weleer ook grondig gerenoveerd.
Dat hoor je bijvoorbeeld in de elektronica, die je de ene keer de dansvloer op sleurt en de volgende keer benevelt met prachtige soundscapes of toch weer alles heeft wat de dreampop zo verleidelijk maakte. Alles op Tripla klinkt even fris en eigentijds, wat van het debuutalbum van Miki Berenyi Trio een bijzonder album maakt.
Het is een album waar je vanwege de flarden van het Lush geluid uit het verleden makkelijk het etiket dreampop op plakt, maar Miki Berenyi en haar twee bandgenoten maken op Tripla ook muziek die zich continu ontworstelt aan het hokje dreampop. Tripla bevat immers niet alleen invloeden uit de dreampop, maar laat ook psychedelica, prog, synthpop, Kraftwerk, dance, shoegaze en wat eigenlijk niet horen. We hebben Miki Berenyi de afgelopen decennia vaak moeten missen, maar met Tripla levert ze misschien wel haar beste werk tot dusver af. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Miki Berenyi Trio - Tripla - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Miki Berenyi Trio - Tripla
In 1996 viel helaas het doek voor de Britse band Lush, maar Miki Berenyi, een van de frontvrouwen van de band, laat het geluid van de band herleven, maar wel in een fraai gemoderniseerde vorm
Ik had het album van Miki Berenyi Trio niet zien aankomen en had al helemaal niet zien aankomen dat Tripla een album zou zijn dat de drie albums van Lush uit de jaren 90 naar de kroon zou steken. Mike Berenyi begint op Tripla bij het geluid van haar roemruchte band, maar heeft de dreampop van Lush vervolgens volledig gemoderniseerd. De zang van Miki Berenyi klinkt nog hetzelfde, maar in muzikaal opzicht is het geluid verfrist en verrijkt met invloeden uit andere genres. Het wordt allemaal gecombineerd in veelkleurige songs die behoren tot het beste dat Miki Berenyi heeft gemaakt. Het levert een fraai en eigentijds album met een aangenaam nostalgisch tintje op.
Miki Berenyi voerde samen met Emma Anderson de Britse band Lush aan. De band maakte tussen 1992 en 1996 drie albums (Spooky, Split en Lovelife) die wat mij betreft moeten worden gerekend tot de kroonjuwelen van de dreampop. De mix van dreampop, shoegaze en perfecte pop kreeg ondanks de hoge kwaliteit van de albums van Lush helaas nooit de waardering van de critici die de band wat mij betreft verdiende en ook het grote publiek liet de band helaas links liggen.
De zelfmoord van drummer Chris Acland in 1996 gaf Lush de nekslag en deze kwam de band niet meer te boven. Het werd vervolgens stil rond Miki Berenyi en deze stilte werd pas in 2015 doorbroken toen Lush besloot om weer bij elkaar te komen voor een aantal optredens. Het leverde een tour en in 2016 een prima EP (Blind Spot) op, maar hier bleef het helaas bij.
Miki Berenyi dook vervolgens op in de band Piroshka, die deels voortborduurde op het geluid van Lush, maar ook een wat experimenteler geluid liet horen. Piroshka bleef steken op twee prima albums, waardoor het oeuvre van Miki Berenyi, absoluut een van mijn muzikale helden, bleef steken slechts op een handvol albums.
De Britse muzikante leverde een paar jaar geleden de indringende autobiografie Fingers Crossed: How Music Saved Me from Success af en duikt deze week gelukkig weer op met nieuwe muziek. Tripla, het eerste album van Miki Berenyi trio wordt vooralsnog niet overladen met aandacht, maar dat zegt niets over de kwaliteit van het album.
Miki Berenyi Trio bestaat naast Miki Berenyi zelf uit Kevin ‘Moose’ McKillop, die ook deel uitmaakt van Piroshka, en Oliver Cherer. Heel veel tijd voor hooggespannen verwachtingen was er niet, want het debuutalbum van Miki Berenyi Trio kwam voor mij ook wat uit de lucht vallen.
Het blijkt een enorm aangename verrassing, want bijna dertig jaar na het laatste album van Lush vindt Miki Berenyi het geluid van de band opnieuw uit. Het zorgt er voor dat Miki Berenyi Trio meer dan eens klinkt als Lush, maar dan wel Lush uit 2025 in plaats van Lush uit de jaren 90.
Dat Miki Berenyi Trio klinkt als Lush uit het verleden heeft alles te maken met de uit duizenden herkenbare stem van de Britse muzikante. Wat wel opvallend is dat de stem van Miki Berenyi nog net zo mooi of zelfs mooier klinkt dan bijna dertig jaar geleden. Ook in de muziek hoor je af en toe echo’s van de albums die Lush in de jaren 90 maakte, bijvoorbeeld in de aan de dreampop van weleer herinnerende gitaarlijnen, maar Miki Berenyi heeft het geluid van weleer ook grondig gerenoveerd.
Dat hoor je bijvoorbeeld in de elektronica, die je de ene keer de dansvloer op sleurt en de volgende keer benevelt met prachtige soundscapes of toch weer alles heeft wat de dreampop zo verleidelijk maakte. Alles op Tripla klinkt even fris en eigentijds, wat van het debuutalbum van Miki Berenyi Trio een bijzonder album maakt.
Het is een album waar je vanwege de flarden van het Lush geluid uit het verleden makkelijk het etiket dreampop op plakt, maar Miki Berenyi en haar twee bandgenoten maken op Tripla ook muziek die zich continu ontworstelt aan het hokje dreampop. Tripla bevat immers niet alleen invloeden uit de dreampop, maar laat ook psychedelica, prog, synthpop, Kraftwerk, dance, shoegaze en wat eigenlijk niet horen. We hebben Miki Berenyi de afgelopen decennia vaak moeten missen, maar met Tripla levert ze misschien wel haar beste werk tot dusver af. Erwin Zijleman
Mild Orange - The//Glow (2025)

3,5
0
geplaatst: 22 augustus 2025, 17:27 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mild Orange - The//Glow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mild Orange - The//Glow
The//Glow van Mild Orange wordt hier en daar aangeprezen als het nieuwe album van een inmiddels zeer populaire band, wat ik niet herken, maar ik hoor zeker de potentie op het nieuwe album van de Nieuw-Zeelanders
The//Glow van de van oorsprong Nieuw-Zeelandse band Mild Orange is een album dat zich makkelijk opdringt. De songs van de band zijn melodieus, hebben een aangenaam zweverig karakter en zijn voorzien van een laagje aansprekende melancholie. In muzikaal opzicht zit het allemaal knap in elkaar en alles klinkt verzorgd, wat ook geldt voor de zang. De songs van de band bevatten niet alleen prima ingrediënten, maar liggen ook makkelijk in het gehoord. Mild Orange draait al even mee en dat hoor je op het inmiddels al vierde album, dat een ervaren band laat horen. In mijn bubbel lees ik nagenoeg niets over de Nieuw-Zeelandse band, maar Mild Orange kan wel wat.
Het deze week verschenen The//Glow is zo te zien al het vierde album van de Nieuw-Zeelandse band Mild Orange. Het is volgens mij de eerste keer dat ik de naam van de band tegen kom, maar de inmiddels naar het Verenigd Koninkrijk uitgeweken band schijnt inmiddels behoorlijk populair te zijn en deze populariteit strekt zich volgens het persbericht bij het album uit over alle continenten.
Het speelt zich allemaal buiten mijn bubbel af en ook buiten de bubbels van AllMusic.com, Musicmeter.nl en de lokale platenzaken, die allemaal niet thuis geven wanneer het gaat om The//Glow van Mild Orange. Ik neem het persbericht, dat op meerdere plekken wordt na gepapegaaid daarom maar met een flinke korrel zout, maar ondertussen was ik al wel aan het luisteren naar het vierde album van de oorspronkelijk in het Nieuw-Zeelandse Dunedin opgerichte band.
Wanneer ik luister naar The//Glow kan ik me wel voorstellen dat Mild Orange met veel succes aan de weg timmert, want de band maakt muziek die een breed publiek moet kunnen aanspreken. Ik kreeg het album zelf op het netvlies door de nieuwsbrief van Flying Out, die meestal garant staat voor mooie volzinnen, maar dit keer helaas ook niet verder komt dan citaten uit het persbericht als “Mild Orange have mastered making music for the nostalgic”, wat ooit werd opgetekend door het Amerikaanse Billboard.
Nostalgisch is inderdaad een eerste aanknopingspunt bij beluistering van The//Glow, want ik heb meer dan eens associaties met muziek waar ik in de jaren 80 naar luisterde. Uit de jaren 80 hoor ik melodieuze popsongs, een mooie combinatie van gitaren en synths, wat onderkoelde vocalen en zeker ook een flinke hoeveelheid melancholie. Mild Orange is echter niet blijven steken in de jaren 80, want de band sleept er nog wat andere invloeden bij op haar nieuwe album en maakt bovendien muziek die ook aansluit bij de muziek van het moment.
De klankentapijten op The//Glow zijn van het atmosferische soort en het zijn klankentapijten die breed uitwaaien. Naast 80s pop hoor ik ook wolkjes psychedelica en af en toe ook een subtiel vleugje country. Het kabbelt af en toe aangenaam dromerig voort, maar af en toe klinkt het net wat steviger, maar nog altijd aangenaam melodieus. Hetzelfde hoor je in de zang, die soms wat onderkoeld klinkt, maar ook wat expressiever kan zijn.
Op de uitvoering van de songs op The//Glow heb ik niets aan te merken en ook de productie van het album is fraai. Ook de songs zelf zijn dik in orde, zeker omdat Mild Orange niet vertrouwd op één trucje. Er waren en er zijn wel meer bands als Mild Orange, maar de band combineert invloeden uit de Britse en Amerikaanse popmuziek met een vleugje Nieuw-Zeelandse zonneschijn en net wat extra melancholie.
Hoe het echt zit met de populariteit van Mild Orange kan ik niet goed achterhalen, maar dat de wereld aan de voeten van de band ligt lijkt toch wat overdreven. De band kan misschien wel mooie stappen zetten met The//Glow, want het is in alle opzichten een sterk album en bovendien een album dat in brede kring tot enthousiasme moet kunnen leiden. Ik vind het vierde album van de van oorsprong Nieuw-Zeelandse band zelf een aangename verrassing en dat ondanks het feit dat de muziek op The//Glow niet helemaal mijn muziek is. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Mild Orange - The//Glow - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Mild Orange - The//Glow
The//Glow van Mild Orange wordt hier en daar aangeprezen als het nieuwe album van een inmiddels zeer populaire band, wat ik niet herken, maar ik hoor zeker de potentie op het nieuwe album van de Nieuw-Zeelanders
The//Glow van de van oorsprong Nieuw-Zeelandse band Mild Orange is een album dat zich makkelijk opdringt. De songs van de band zijn melodieus, hebben een aangenaam zweverig karakter en zijn voorzien van een laagje aansprekende melancholie. In muzikaal opzicht zit het allemaal knap in elkaar en alles klinkt verzorgd, wat ook geldt voor de zang. De songs van de band bevatten niet alleen prima ingrediënten, maar liggen ook makkelijk in het gehoord. Mild Orange draait al even mee en dat hoor je op het inmiddels al vierde album, dat een ervaren band laat horen. In mijn bubbel lees ik nagenoeg niets over de Nieuw-Zeelandse band, maar Mild Orange kan wel wat.
Het deze week verschenen The//Glow is zo te zien al het vierde album van de Nieuw-Zeelandse band Mild Orange. Het is volgens mij de eerste keer dat ik de naam van de band tegen kom, maar de inmiddels naar het Verenigd Koninkrijk uitgeweken band schijnt inmiddels behoorlijk populair te zijn en deze populariteit strekt zich volgens het persbericht bij het album uit over alle continenten.
Het speelt zich allemaal buiten mijn bubbel af en ook buiten de bubbels van AllMusic.com, Musicmeter.nl en de lokale platenzaken, die allemaal niet thuis geven wanneer het gaat om The//Glow van Mild Orange. Ik neem het persbericht, dat op meerdere plekken wordt na gepapegaaid daarom maar met een flinke korrel zout, maar ondertussen was ik al wel aan het luisteren naar het vierde album van de oorspronkelijk in het Nieuw-Zeelandse Dunedin opgerichte band.
Wanneer ik luister naar The//Glow kan ik me wel voorstellen dat Mild Orange met veel succes aan de weg timmert, want de band maakt muziek die een breed publiek moet kunnen aanspreken. Ik kreeg het album zelf op het netvlies door de nieuwsbrief van Flying Out, die meestal garant staat voor mooie volzinnen, maar dit keer helaas ook niet verder komt dan citaten uit het persbericht als “Mild Orange have mastered making music for the nostalgic”, wat ooit werd opgetekend door het Amerikaanse Billboard.
Nostalgisch is inderdaad een eerste aanknopingspunt bij beluistering van The//Glow, want ik heb meer dan eens associaties met muziek waar ik in de jaren 80 naar luisterde. Uit de jaren 80 hoor ik melodieuze popsongs, een mooie combinatie van gitaren en synths, wat onderkoelde vocalen en zeker ook een flinke hoeveelheid melancholie. Mild Orange is echter niet blijven steken in de jaren 80, want de band sleept er nog wat andere invloeden bij op haar nieuwe album en maakt bovendien muziek die ook aansluit bij de muziek van het moment.
De klankentapijten op The//Glow zijn van het atmosferische soort en het zijn klankentapijten die breed uitwaaien. Naast 80s pop hoor ik ook wolkjes psychedelica en af en toe ook een subtiel vleugje country. Het kabbelt af en toe aangenaam dromerig voort, maar af en toe klinkt het net wat steviger, maar nog altijd aangenaam melodieus. Hetzelfde hoor je in de zang, die soms wat onderkoeld klinkt, maar ook wat expressiever kan zijn.
Op de uitvoering van de songs op The//Glow heb ik niets aan te merken en ook de productie van het album is fraai. Ook de songs zelf zijn dik in orde, zeker omdat Mild Orange niet vertrouwd op één trucje. Er waren en er zijn wel meer bands als Mild Orange, maar de band combineert invloeden uit de Britse en Amerikaanse popmuziek met een vleugje Nieuw-Zeelandse zonneschijn en net wat extra melancholie.
Hoe het echt zit met de populariteit van Mild Orange kan ik niet goed achterhalen, maar dat de wereld aan de voeten van de band ligt lijkt toch wat overdreven. De band kan misschien wel mooie stappen zetten met The//Glow, want het is in alle opzichten een sterk album en bovendien een album dat in brede kring tot enthousiasme moet kunnen leiden. Ik vind het vierde album van de van oorsprong Nieuw-Zeelandse band zelf een aangename verrassing en dat ondanks het feit dat de muziek op The//Glow niet helemaal mijn muziek is. Erwin Zijleman
Miles Miller - Solid Gold (2023)

4,0
1
geplaatst: 13 juli 2023, 15:25 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Miles Miller - Solid Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Miles Miller - Solid Gold
De jonge Amerikaanse muzikant Miles Miller begon ooit als drummer, maar laat op het door niemand minder dan Sturgill Simpson geproduceerde Solid Gold horen dat hij ook een getalenteerd zanger en songwriter is
De website van het voormalige papieren en nu online muziektijdschrift No Depression was een paar dagen geleden zeer positief over het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant Miles Miller. Ik lees nog niet veel over Solid Gold, maar No Depression heeft het bij het juiste eind. Het door Sturgill Simpson geproduceerde debuutalbum van Miles Miller is een tijdloos klinkend rootsalbum met vooral invloeden uit de countryrock en een zeer aangename jaren 70 vibe. Miles Miller begon ooit als drummer, maar het is een uitstekende zanger, die ook nog verdienstelijk gitaar speelt en bovendien aansprekende songs schrijft. Op basis van Solid Gold voorspel ik hem een mooie muzikale toekomst.
De Amerikaanse muzikant Miles Miller dook op jonge leeftijd op met YouTube filmpjes waarin hij drumpartijen naspeelde, een zeer populaire bezigheid op het videoplatform. De muzikant uit Versailles, Kentucky, deed dat echter zo goed dat hij werd opgemerkt door Nashville producer Dave Cobb, die hem in contact bracht met muzikant Sturgill Simpson, die hem vervolgens een plek achter de drumkit aanbood. Miles Miller bleek veel meer te kunnen en is de band van Sturgill Simpson inmiddels wel ontgroeid. Diezelfde Sturgill Simpson produceerde het deze week verschenen debuutalbum van Miles Miller, waarop de jonge Amerikaanse muzikant laat horen dat hij kan worden geschaard onder de grote talenten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van dit moment.
Solid Gold, het debuutalbum van Miles Miller, is zo aan het begin van de zomervakantie misschien niet op het meest gelukkige moment uitgebracht, al moet ik zeggen dat het album het uitstekend doet bij de zomerse temperaturen van het moment. Zoals je kunt verwachten van een drummer, is het drumwerk op Solid Gold zeer verzorgd, maar de Amerikaanse muzikant trekt meer aandacht met geweldig gitaarwerk en met een bijzonder aangename stem. Grappig detail is dat Miles Miller veel vaker gitaar ging spelen en ging zingen toen hij vanwege de coronapandemie minder vaak als drummer aan de slag kon.
Sturgill Simpson is zelf niet vies van een jaren 70 sausje over zijn muziek en dat is een sausje dat ook in zijn producties vaak terugkeert. Ook Solid Gold van Miles Miller is een album dat af en toe zo lijkt weggelopen uit de jaren 70 en dan met name uit het zonnige California. Miles Miller is nog jong, maar hij kent zijn klassiekers. Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant is flink beïnvloed door de countryrock uit de jaren 70, maar Solid Gold put ook uit omliggende genres.
In muzikaal opzicht kleurt het debuutalbum van Miles Miller redelijk netjes binnen de lijntjes, maar het gitaarwerk is verrassend sterk en bovendien klinken de songs van de Amerikaanse muzikant niet alleen aangenaam maar ook tijdloos. Sturgill Simpson heeft bovendien een aantal uitstekende muzikanten naar zijn studio gehaald, waardoor de tijdloze klanken hier en daar wonderschoon zijn.
Niet alleen in muzikaal opzicht, maar ook in vocaal opzicht lijkt het debuutalbum van Miles Miller zo weggelopen uit de jaren 70. Het is vreemd om dat te zeggen over een stem, maar de zang van Miles Miller doet denken aan de Amerikaanse rootsmuziek van een aantal decennia geleden, wat deels te maken heeft met zijn geluid, maar ook zeker met de laidback manier van zingen. Ik had verwacht dat met name de Amerikaanse muziekpers flink zou uitpakken over het debuutalbum van Miles Miller, maar vooralsnog blijft het redelijk stil, wat ongetwijfeld met de timing van de release te maken heeft.
Vanwege mijn enorme voorkeur voor vrouwenstemmen, moeten mannen, ook binnen de Amerikaanse rootsmuziek, wat beter hun best doen, maar Miles Miller maakt op mij onmiddellijk indruk als zanger en als songwriter. De Amerikaanse muzikant zingt immers niet alleen bijzonder aangenaam, maar heeft ook een serie songs geschreven die direct bij eerste beluistering bekend in de oren klinken, maar ook na vele keren horen nog buitengewoon lekker zijn. Fraai debuut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Miles Miller - Solid Gold - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Miles Miller - Solid Gold
De jonge Amerikaanse muzikant Miles Miller begon ooit als drummer, maar laat op het door niemand minder dan Sturgill Simpson geproduceerde Solid Gold horen dat hij ook een getalenteerd zanger en songwriter is
De website van het voormalige papieren en nu online muziektijdschrift No Depression was een paar dagen geleden zeer positief over het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant Miles Miller. Ik lees nog niet veel over Solid Gold, maar No Depression heeft het bij het juiste eind. Het door Sturgill Simpson geproduceerde debuutalbum van Miles Miller is een tijdloos klinkend rootsalbum met vooral invloeden uit de countryrock en een zeer aangename jaren 70 vibe. Miles Miller begon ooit als drummer, maar het is een uitstekende zanger, die ook nog verdienstelijk gitaar speelt en bovendien aansprekende songs schrijft. Op basis van Solid Gold voorspel ik hem een mooie muzikale toekomst.
De Amerikaanse muzikant Miles Miller dook op jonge leeftijd op met YouTube filmpjes waarin hij drumpartijen naspeelde, een zeer populaire bezigheid op het videoplatform. De muzikant uit Versailles, Kentucky, deed dat echter zo goed dat hij werd opgemerkt door Nashville producer Dave Cobb, die hem in contact bracht met muzikant Sturgill Simpson, die hem vervolgens een plek achter de drumkit aanbood. Miles Miller bleek veel meer te kunnen en is de band van Sturgill Simpson inmiddels wel ontgroeid. Diezelfde Sturgill Simpson produceerde het deze week verschenen debuutalbum van Miles Miller, waarop de jonge Amerikaanse muzikant laat horen dat hij kan worden geschaard onder de grote talenten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van dit moment.
Solid Gold, het debuutalbum van Miles Miller, is zo aan het begin van de zomervakantie misschien niet op het meest gelukkige moment uitgebracht, al moet ik zeggen dat het album het uitstekend doet bij de zomerse temperaturen van het moment. Zoals je kunt verwachten van een drummer, is het drumwerk op Solid Gold zeer verzorgd, maar de Amerikaanse muzikant trekt meer aandacht met geweldig gitaarwerk en met een bijzonder aangename stem. Grappig detail is dat Miles Miller veel vaker gitaar ging spelen en ging zingen toen hij vanwege de coronapandemie minder vaak als drummer aan de slag kon.
Sturgill Simpson is zelf niet vies van een jaren 70 sausje over zijn muziek en dat is een sausje dat ook in zijn producties vaak terugkeert. Ook Solid Gold van Miles Miller is een album dat af en toe zo lijkt weggelopen uit de jaren 70 en dan met name uit het zonnige California. Miles Miller is nog jong, maar hij kent zijn klassiekers. Het debuutalbum van de Amerikaanse muzikant is flink beïnvloed door de countryrock uit de jaren 70, maar Solid Gold put ook uit omliggende genres.
In muzikaal opzicht kleurt het debuutalbum van Miles Miller redelijk netjes binnen de lijntjes, maar het gitaarwerk is verrassend sterk en bovendien klinken de songs van de Amerikaanse muzikant niet alleen aangenaam maar ook tijdloos. Sturgill Simpson heeft bovendien een aantal uitstekende muzikanten naar zijn studio gehaald, waardoor de tijdloze klanken hier en daar wonderschoon zijn.
Niet alleen in muzikaal opzicht, maar ook in vocaal opzicht lijkt het debuutalbum van Miles Miller zo weggelopen uit de jaren 70. Het is vreemd om dat te zeggen over een stem, maar de zang van Miles Miller doet denken aan de Amerikaanse rootsmuziek van een aantal decennia geleden, wat deels te maken heeft met zijn geluid, maar ook zeker met de laidback manier van zingen. Ik had verwacht dat met name de Amerikaanse muziekpers flink zou uitpakken over het debuutalbum van Miles Miller, maar vooralsnog blijft het redelijk stil, wat ongetwijfeld met de timing van de release te maken heeft.
Vanwege mijn enorme voorkeur voor vrouwenstemmen, moeten mannen, ook binnen de Amerikaanse rootsmuziek, wat beter hun best doen, maar Miles Miller maakt op mij onmiddellijk indruk als zanger en als songwriter. De Amerikaanse muzikant zingt immers niet alleen bijzonder aangenaam, maar heeft ook een serie songs geschreven die direct bij eerste beluistering bekend in de oren klinken, maar ook na vele keren horen nog buitengewoon lekker zijn. Fraai debuut. Erwin Zijleman
Miley Cyrus - Endless Summer Vacation (2023)

3,5
0
geplaatst: 17 maart 2023, 20:00 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Miley Cyrus - Endless Summer Vacation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Miley Cyrus - Endless Summer Vacation
Miley Cyrus levert met Endless Summer Vacation een prima album af, dat doet verlangen naar, ja precies, een eindeloze zomer, maar ik heb het idee dat er met wat scherpere keuzes veel meer in had gezeten
Ik kom op YouTube wel eens filmpjes van Miley Cyrus tegen die laten horen hoe goed ze kan zijn. Op een of andere manier komt het er op haar albums wat mij betreft nooit helemaal uit. Het geldt ook weer voor Endless Summer Vacation, dat een prima album is met een aantal hele sterke songs, een aantal aangename songs en vooral hele goede zang. Miley Cyrus kan echter ook op haar nieuwe album weer niet kiezen en doet daarom alles dat ze leuk vindt en kan. Een blik producers voorziet iedere track van het juiste geluid met een bonte lappendeken als resultaat. Het luistert lekker weg en doet verlangen naar een lange en zorgeloze zomer, maar op het wereldalbum dat er echt in zit bij Miley Cyrus moeten we nog even wachten.
Een paar maanden geleden besprak ik The Hardest Part van Noah Cyrus en concludeerde ik dat Noah met haar debuutalbum in muzikaal opzicht direct een stuk interessanter is dan haar oudere en veel bekendere zus Miley. Nu vind ik The Hardest Part nog steeds een geweldig album, maar misschien deed ik Miley Cyrus vorig jaar wel wat te kort met mijn niet onderbouwde bewering.
Miley Cyrus had natuurlijk een valse start door haar carrière te starten als hoofdpersoon in de vooral voor jonge tienermeisjes bedoelde TV-serie Hannah Montana. In deze serie speelde de jonge Cyrus telg, die de muziek met de paplepel kreeg ingegoten door haar vader en countrymuzikant Billy Ray Cyrus, een jonge popster en maakte ze de muziek die je van een tienerpopster verwacht.
Nu was er wel direct vanaf het begin een groot verschil tussen Miley Cyrus en de meeste andere tienersteren, want Miley kan zingen. En hoe. Helaas vond ik de albums van Miley Cyrus tot dusver moeilijk te peilen en vooral wisselvallig. De ene keer maakte ze kauwgomballenpop, de volgende keer countrypop, dan weer naar R&B en hip-hop neigende muziek of dertien in een dozijn pop. En dan was er ook nog eens het krankzinnige Miley Cyrus & Her Dead Petz, waarop ze samenwerkte met The Flaming Lips en weer helemaal de andere kant op ging, wat overigens wel een grappig album opleverde.
Ondertussen duiken er op YouTube af en toe geweldige covers of interessante samenwerkingen met hele grote muzikanten op, die laten zien dat Miley het echt wel kan. Zou het er dan eindelijk uit komen op het deze week verschenen Endless Summer Vacation? Ik heb het album inmiddels meerdere keren gehoord en ben er nog niet helemaal uit.
Ook op haar nieuwe album laat Miley Cyrus weer horen dat ze een uitstekende zangeres is. De Amerikaanse muzikante beschikt over een krachtige stem met een lekker rauw randje en raakt de noten die ze moet raken. In vocaal opzicht heb ik dus niets te klagen, maar voor een topalbum is meer nodig.
Kosten nog moeite zijn gespaard om van Endless Summer Vacation een mooi klinkend album te maken. De lijst met muzikanten die zijn te horen op het album is lang en de lijst met producers die bijdroegen aan het album is zo mogelijk nog langer. Het levert een album op dat klinkt als een goed gemaakt popalbum en zeker in de beste songs op het album kruipt Miley Cyrus richting Taylor Swift, die de lat voor de concurrentie hoog heeft gelegd.
De keuze voor veel muzikanten, producers en songwriters maakt ook van Endless Summer Vacation weer een wat wispelturig album. Miley Cyrus maakt ook op haar nieuwe album weer weinig keuzes en eet van alle walletjes die ze tegen komt. Ik vind Endless Summer Vacation wel het meest geslaagde album van Miley Cyrus tot dusver, maar met zo’n stem en talent moet er meer in zitten denk ik.
Mijn tip aan Miley Cyrus: kies voor het volgende album niet een heel blik producers, maar kies er één, met Aaron Dessner of Jack Antonoff als hele interessante opties. Kies verder voor een beperkt aantal genres en bij voorkeur voor één genre, met indiefolk, indiepop en countrypop als mijn persoonlijke voorkeuren. Nogmaals, Endless Summer Vacation is zeker niet slecht, maar bij Miley Cyrus zit er echt veel meer in dan een hele ruime voldoende. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Miley Cyrus - Endless Summer Vacation - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Miley Cyrus - Endless Summer Vacation
Miley Cyrus levert met Endless Summer Vacation een prima album af, dat doet verlangen naar, ja precies, een eindeloze zomer, maar ik heb het idee dat er met wat scherpere keuzes veel meer in had gezeten
Ik kom op YouTube wel eens filmpjes van Miley Cyrus tegen die laten horen hoe goed ze kan zijn. Op een of andere manier komt het er op haar albums wat mij betreft nooit helemaal uit. Het geldt ook weer voor Endless Summer Vacation, dat een prima album is met een aantal hele sterke songs, een aantal aangename songs en vooral hele goede zang. Miley Cyrus kan echter ook op haar nieuwe album weer niet kiezen en doet daarom alles dat ze leuk vindt en kan. Een blik producers voorziet iedere track van het juiste geluid met een bonte lappendeken als resultaat. Het luistert lekker weg en doet verlangen naar een lange en zorgeloze zomer, maar op het wereldalbum dat er echt in zit bij Miley Cyrus moeten we nog even wachten.
Een paar maanden geleden besprak ik The Hardest Part van Noah Cyrus en concludeerde ik dat Noah met haar debuutalbum in muzikaal opzicht direct een stuk interessanter is dan haar oudere en veel bekendere zus Miley. Nu vind ik The Hardest Part nog steeds een geweldig album, maar misschien deed ik Miley Cyrus vorig jaar wel wat te kort met mijn niet onderbouwde bewering.
Miley Cyrus had natuurlijk een valse start door haar carrière te starten als hoofdpersoon in de vooral voor jonge tienermeisjes bedoelde TV-serie Hannah Montana. In deze serie speelde de jonge Cyrus telg, die de muziek met de paplepel kreeg ingegoten door haar vader en countrymuzikant Billy Ray Cyrus, een jonge popster en maakte ze de muziek die je van een tienerpopster verwacht.
Nu was er wel direct vanaf het begin een groot verschil tussen Miley Cyrus en de meeste andere tienersteren, want Miley kan zingen. En hoe. Helaas vond ik de albums van Miley Cyrus tot dusver moeilijk te peilen en vooral wisselvallig. De ene keer maakte ze kauwgomballenpop, de volgende keer countrypop, dan weer naar R&B en hip-hop neigende muziek of dertien in een dozijn pop. En dan was er ook nog eens het krankzinnige Miley Cyrus & Her Dead Petz, waarop ze samenwerkte met The Flaming Lips en weer helemaal de andere kant op ging, wat overigens wel een grappig album opleverde.
Ondertussen duiken er op YouTube af en toe geweldige covers of interessante samenwerkingen met hele grote muzikanten op, die laten zien dat Miley het echt wel kan. Zou het er dan eindelijk uit komen op het deze week verschenen Endless Summer Vacation? Ik heb het album inmiddels meerdere keren gehoord en ben er nog niet helemaal uit.
Ook op haar nieuwe album laat Miley Cyrus weer horen dat ze een uitstekende zangeres is. De Amerikaanse muzikante beschikt over een krachtige stem met een lekker rauw randje en raakt de noten die ze moet raken. In vocaal opzicht heb ik dus niets te klagen, maar voor een topalbum is meer nodig.
Kosten nog moeite zijn gespaard om van Endless Summer Vacation een mooi klinkend album te maken. De lijst met muzikanten die zijn te horen op het album is lang en de lijst met producers die bijdroegen aan het album is zo mogelijk nog langer. Het levert een album op dat klinkt als een goed gemaakt popalbum en zeker in de beste songs op het album kruipt Miley Cyrus richting Taylor Swift, die de lat voor de concurrentie hoog heeft gelegd.
De keuze voor veel muzikanten, producers en songwriters maakt ook van Endless Summer Vacation weer een wat wispelturig album. Miley Cyrus maakt ook op haar nieuwe album weer weinig keuzes en eet van alle walletjes die ze tegen komt. Ik vind Endless Summer Vacation wel het meest geslaagde album van Miley Cyrus tot dusver, maar met zo’n stem en talent moet er meer in zitten denk ik.
Mijn tip aan Miley Cyrus: kies voor het volgende album niet een heel blik producers, maar kies er één, met Aaron Dessner of Jack Antonoff als hele interessante opties. Kies verder voor een beperkt aantal genres en bij voorkeur voor één genre, met indiefolk, indiepop en countrypop als mijn persoonlijke voorkeuren. Nogmaals, Endless Summer Vacation is zeker niet slecht, maar bij Miley Cyrus zit er echt veel meer in dan een hele ruime voldoende. Erwin Zijleman
Miley Cyrus - Miley Cyrus & Her Dead Petz (2015)

3,0
0
geplaatst: 16 september 2015, 21:34 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Miley Cyrus & Her Dead Petz - Miley Cyrus & Her Dead Petz - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben tot dusver absoluut geen fan van de muziek van Miley Cyrus, maar heb wel enig respect voor de wijze waarop deze gevallen popprinses haar eigen weg probeert te gaan en hierbij geen enkel heilig huisje ontziet.
Deze eigen weg beperkte zich tot dusver overigens tot haar levenswandel en podiumpresentatie, want op haar platen kleurde Miley Cyrus tot dusver toch vooral keurig binnen de lijntjes.
Dat doet ze niet op het onlangs uit het niets gelanceerde en via Soundcloud gratis beschikbaar gestelde Miley Cyrus & Her Dead Petz.
Op haar nieuwe plaat werkt Miley Cyrus samen met Wayne Coyne, die met zijn band The Flaming Lips de laatste jaren vooral nogal zwaar op de maag liggende platen maakt. Miley Cyrus & Her Dead Petz zal voor de fans van Miley Cyrus waarschijnlijk heel zwaar op de maag liggen, maar ik vind het persoonlijk wel een boeiende plaat. Het is een boeiende maar krankzinnige plaat, want Miley Cyrus raakt aan de hand van Wayne Coyne af en toe flink van het pad.
Dankzij de invloed van Wayne Coyne bevat Miley Cyrus & Her Dead Petz uiteraard een flinke dosis psychedelica, die Miley Cyrus vervolgens combineert met de elektronische popmuziek waarin zij zich tot dusver comfortabel voelde. Hier en daar ontspoort de plaat flink, maar het 23 songs bestaande Miley Cyrus & Her Dead Petz bevat ook flink wat redelijk toegankelijke ballads en popsongs met een kop en een staart.
Bij beluistering van de plaat valt op dat de niet echt gezonde levensstijl van Miley Cyrus nadrukkelijk neerslaat op haar stembanden. Zingen kon ze altijd wel, maar op haar nieuwe plaat kraakt en piept Miley Cyrus veelvuldig. Het past op een of andere manier wel bij de bij vlagen vervreemdende klanken en absurde teksten, al is Miley Cyrus & Her Dead Petz niet zo chaotisch en fragmentarisch als hier en daar wordt gesuggereerd.
Miley Cyrus laat op haar nieuwe plaat horen dat ze muziek kan maken die er toe doet. Dat belooft wat voor de toekomst, want een aantal tracks op deze opzienbarende plaat smaakt zeker naar meer. Dat de rest kant noch wal raakt vergeef ik haar maar even. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Miley Cyrus & Her Dead Petz - Miley Cyrus & Her Dead Petz - dekrentenuitdepop.blogspot.nl
Ik ben tot dusver absoluut geen fan van de muziek van Miley Cyrus, maar heb wel enig respect voor de wijze waarop deze gevallen popprinses haar eigen weg probeert te gaan en hierbij geen enkel heilig huisje ontziet.
Deze eigen weg beperkte zich tot dusver overigens tot haar levenswandel en podiumpresentatie, want op haar platen kleurde Miley Cyrus tot dusver toch vooral keurig binnen de lijntjes.
Dat doet ze niet op het onlangs uit het niets gelanceerde en via Soundcloud gratis beschikbaar gestelde Miley Cyrus & Her Dead Petz.
Op haar nieuwe plaat werkt Miley Cyrus samen met Wayne Coyne, die met zijn band The Flaming Lips de laatste jaren vooral nogal zwaar op de maag liggende platen maakt. Miley Cyrus & Her Dead Petz zal voor de fans van Miley Cyrus waarschijnlijk heel zwaar op de maag liggen, maar ik vind het persoonlijk wel een boeiende plaat. Het is een boeiende maar krankzinnige plaat, want Miley Cyrus raakt aan de hand van Wayne Coyne af en toe flink van het pad.
Dankzij de invloed van Wayne Coyne bevat Miley Cyrus & Her Dead Petz uiteraard een flinke dosis psychedelica, die Miley Cyrus vervolgens combineert met de elektronische popmuziek waarin zij zich tot dusver comfortabel voelde. Hier en daar ontspoort de plaat flink, maar het 23 songs bestaande Miley Cyrus & Her Dead Petz bevat ook flink wat redelijk toegankelijke ballads en popsongs met een kop en een staart.
Bij beluistering van de plaat valt op dat de niet echt gezonde levensstijl van Miley Cyrus nadrukkelijk neerslaat op haar stembanden. Zingen kon ze altijd wel, maar op haar nieuwe plaat kraakt en piept Miley Cyrus veelvuldig. Het past op een of andere manier wel bij de bij vlagen vervreemdende klanken en absurde teksten, al is Miley Cyrus & Her Dead Petz niet zo chaotisch en fragmentarisch als hier en daar wordt gesuggereerd.
Miley Cyrus laat op haar nieuwe plaat horen dat ze muziek kan maken die er toe doet. Dat belooft wat voor de toekomst, want een aantal tracks op deze opzienbarende plaat smaakt zeker naar meer. Dat de rest kant noch wal raakt vergeef ik haar maar even. Erwin Zijleman
Milly Tabak & The Miltones - Honest Woman (2020)

4,0
0
geplaatst: 13 augustus 2020, 16:21 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Milly Tabak & The Miltones - Honest Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Milly Tabak & The Miltones - Honest Woman
Wat je van ver haalt is echt niet altijd lekkerder, maar het tweede album van de Nieuw-Zeelandse Milly Tabak en haar band The Miltones is zeker niet te versmaden
Americana met vooral invloeden uit de blues en soul en een randje pop en rock, een hecht spelende band met onder andere een prima gitarist, tijdloos klinkende songs die bijzonder aangenaam blijven hangen en dan ook nog eens een uitstekende zangeres, die wel wat aan Stevie Nicks doet denken, maar dan met een rauw randje. Honest Woman van Milly Tabak en haar band The Miltones heeft echt heel veel te bieden en kan de concurrentie met soortgenoten uit de Verenigde Staten makkelijk aan. Het debuut van Milly Tabak werd in Nieuw-Zeeland warm ontvangen, dit tweede album verdient wereldwijd een warm welkom.
Milly Tabak is een uit Auckland, Nieuw-Zeeland, afkomstige singer-songwriter, die samen met haar band The Miltones deze week haar tweede album afleverde.
Een Nieuw-Zeelandse muziekcriticus omschrijft de muziek van Milly Tabak fraai als “Stevie Nicks on Janis Joplin’s drugs”. Het is grappig, want ik moest bij de eerste noten van de zang op Honest Woman inderdaad direct aan Stevie Nicks denken, maar het is wel Stevie Nicks met hier en daar een rauw randje.
Het is niet alleen de stem van Milly Tabak die aan Stevie Nicks doet denken, want hoewel de Nieuw-Zeelandse muzikante in muzikaal opzicht uit een net wat ander vaatje tapt dan haar Amerikaanse voorbeeld, staat Honest Woman vol met songs waarmee ook Stevie Nicks uitstekend uit de voeten zou kunnen.
De muziek van Milly Tabak past in veel gevallen in het hokje Americana. Honest Woman verwerkt invloeden uit met name de blues en de soul en vermengt deze invloeden met flik wat pop en rock. Het levert een aangenaam album op, dat eigenlijk in alle opzichten indruk maakt. Milly Tabak en haar band The Miltones oogstten twee jaar geleden al veel lof in Nieuw-Zeeland, maar het nieuwe album verdient het om ook buiten de Nieuw-Zeelandse landsgrenzen te worden opgepikt.
De stem van Milly Tabak is wat mij betreft het sterkste wapen dat wordt ingezet op Honest Woman. De singer-songwriter uit Auckland beschikt, ondanks de gelijkenis met de stem van Stevie Nicks, over een bijzonder stemgeluid. Het is een stemgeluid dat zwoel en verleidelijk kan klinken, maar ook rauw en direct. Het tilt de songs op Honest Woman een flink stuk op. Met die songs is overigens ook helemaal niets mis. Alle songs op Honest Woman liggen bijzonder lekker in het gehoor en dringen zich makkelijk op.
En dan hebben we ook The Miltones nog. De band van Milly Tabak zet een bijzonder aangenaam rootsgeluid neer met vooral impulsen uit de blues en de soul. Het is een tijdloos klinkend geluid met fraaie bluesy gitaarlicks, soulvolle gitaarlijnen, prachtig klinkende orgeltjes en een gloedvol spelende ritmesectie.
Honest Woman neemt je met grote regelmaat mee terug naar de jaren 70 en klinkt dan als een bluesy versie van Fleetwood Mac (wat zomaar had gekund als de band niet volledig was gezwicht voor de pop), maar Milly Tabak kan ook uit de voeten als een gedreven souldiva. Ondanks de flarden jaren 70 die opduiken in het geluid van Milly Tabak en The Miltones is Honest Woman ook een eigentijds klinkend album, zeker wanneer net wat meer pop wordt toegevoegd aan het geluid.
Ondanks het feit dat afstanden tegenwoordig snel kunnen worden overbrugd, is Nieuw-Zeeland nog altijd heel ver weg. Milly Tabak en haar band zullen daarom minder snel de aandacht trekken dan haar Amerikaanse soortgenoten, maar de Nieuw-Zeelandse muzikante kan haar concurrenten makkelijk aan.
Zeker als er op Honest Woman gas wordt teruggenomen en de spanning langzaam wordt opgebouwd zijn zowel de instrumentatie als de vocalen prachtig en spat het talent van Milly Tabak uit de speakers. Alle reden dus om eens te luisteren naar de muziek van Milly Tabak en The Miltones. Niet alles dat je van ver haalt is lekker, maar Honest Woman is het absoluut. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Milly Tabak & The Miltones - Honest Woman - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Milly Tabak & The Miltones - Honest Woman
Wat je van ver haalt is echt niet altijd lekkerder, maar het tweede album van de Nieuw-Zeelandse Milly Tabak en haar band The Miltones is zeker niet te versmaden
Americana met vooral invloeden uit de blues en soul en een randje pop en rock, een hecht spelende band met onder andere een prima gitarist, tijdloos klinkende songs die bijzonder aangenaam blijven hangen en dan ook nog eens een uitstekende zangeres, die wel wat aan Stevie Nicks doet denken, maar dan met een rauw randje. Honest Woman van Milly Tabak en haar band The Miltones heeft echt heel veel te bieden en kan de concurrentie met soortgenoten uit de Verenigde Staten makkelijk aan. Het debuut van Milly Tabak werd in Nieuw-Zeeland warm ontvangen, dit tweede album verdient wereldwijd een warm welkom.
Milly Tabak is een uit Auckland, Nieuw-Zeeland, afkomstige singer-songwriter, die samen met haar band The Miltones deze week haar tweede album afleverde.
Een Nieuw-Zeelandse muziekcriticus omschrijft de muziek van Milly Tabak fraai als “Stevie Nicks on Janis Joplin’s drugs”. Het is grappig, want ik moest bij de eerste noten van de zang op Honest Woman inderdaad direct aan Stevie Nicks denken, maar het is wel Stevie Nicks met hier en daar een rauw randje.
Het is niet alleen de stem van Milly Tabak die aan Stevie Nicks doet denken, want hoewel de Nieuw-Zeelandse muzikante in muzikaal opzicht uit een net wat ander vaatje tapt dan haar Amerikaanse voorbeeld, staat Honest Woman vol met songs waarmee ook Stevie Nicks uitstekend uit de voeten zou kunnen.
De muziek van Milly Tabak past in veel gevallen in het hokje Americana. Honest Woman verwerkt invloeden uit met name de blues en de soul en vermengt deze invloeden met flik wat pop en rock. Het levert een aangenaam album op, dat eigenlijk in alle opzichten indruk maakt. Milly Tabak en haar band The Miltones oogstten twee jaar geleden al veel lof in Nieuw-Zeeland, maar het nieuwe album verdient het om ook buiten de Nieuw-Zeelandse landsgrenzen te worden opgepikt.
De stem van Milly Tabak is wat mij betreft het sterkste wapen dat wordt ingezet op Honest Woman. De singer-songwriter uit Auckland beschikt, ondanks de gelijkenis met de stem van Stevie Nicks, over een bijzonder stemgeluid. Het is een stemgeluid dat zwoel en verleidelijk kan klinken, maar ook rauw en direct. Het tilt de songs op Honest Woman een flink stuk op. Met die songs is overigens ook helemaal niets mis. Alle songs op Honest Woman liggen bijzonder lekker in het gehoor en dringen zich makkelijk op.
En dan hebben we ook The Miltones nog. De band van Milly Tabak zet een bijzonder aangenaam rootsgeluid neer met vooral impulsen uit de blues en de soul. Het is een tijdloos klinkend geluid met fraaie bluesy gitaarlicks, soulvolle gitaarlijnen, prachtig klinkende orgeltjes en een gloedvol spelende ritmesectie.
Honest Woman neemt je met grote regelmaat mee terug naar de jaren 70 en klinkt dan als een bluesy versie van Fleetwood Mac (wat zomaar had gekund als de band niet volledig was gezwicht voor de pop), maar Milly Tabak kan ook uit de voeten als een gedreven souldiva. Ondanks de flarden jaren 70 die opduiken in het geluid van Milly Tabak en The Miltones is Honest Woman ook een eigentijds klinkend album, zeker wanneer net wat meer pop wordt toegevoegd aan het geluid.
Ondanks het feit dat afstanden tegenwoordig snel kunnen worden overbrugd, is Nieuw-Zeeland nog altijd heel ver weg. Milly Tabak en haar band zullen daarom minder snel de aandacht trekken dan haar Amerikaanse soortgenoten, maar de Nieuw-Zeelandse muzikante kan haar concurrenten makkelijk aan.
Zeker als er op Honest Woman gas wordt teruggenomen en de spanning langzaam wordt opgebouwd zijn zowel de instrumentatie als de vocalen prachtig en spat het talent van Milly Tabak uit de speakers. Alle reden dus om eens te luisteren naar de muziek van Milly Tabak en The Miltones. Niet alles dat je van ver haalt is lekker, maar Honest Woman is het absoluut. Erwin Zijleman
Min Taka - I Think We Should Just Move in Together (2025)

4,5
0
geplaatst: 11 juli 2025, 13:11 uur
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Min Taka - I Think We Should Just Move In Together - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Min Taka - I Think We Should Just Move In Together
De Turkse muzikante Min Taka imponeert met de deze week verschenen EP I Think We Should Just Move In Together en laat horen dat ze hier en daar niet voor niets een nieuwe popsensatie wordt genoemd
I Think We Should Just Move In Together van de Turkse muzikante Min Taka duurt nog geen twintig minuten, maar maakt zes songs en ruim 19 minuten lang indruk. De Turkse muzikante, die al een tijdje vanuit Rotterdam opereert, past met haar muziek binnen het hokje indiepop, maar verkent binnen dit hokje nadrukkelijk de grenzen. In een aantal tracks schuift ze wat op richting door elektronica gedomineerde muziek met hints naar de dansvloer, maar de EP bevat ook een aantal zwoele en zomerse tracks en tracks waarmee ze zich onder de smaakmakers van de indiepop schaart. I Think We Should Just Move In Together is mijn eerste kennismaking met Min Taka, maar dit smaakt echt naar veel en veel meer.
EP’s laat ik meestal links liggen vanwege het enorme aanbod aan volwaardige albums, maar zo af en toe kom ik een EP tegen waar ik echt niet omheen kan. Het overkwam me deze week met I Think We Should Just Move In Together van Min Taka. Het is een naam die ik nog niet eerder was tegen gekomen, maar na beluistering van de deze week verschenen EP durf ik Min Taka best een grote belofte voor de toekomst te noemen en deze belofte maakt ze al voor een belangrijk deel waar op I Think We Should Just Move In Together.
Min Taka is een project van de in Istanbul geboren Yasemin Koyuncu, die op haar achttiende naar Nederland kwam om te studeren aan het prestigieuze CODARTS en sindsdien Rotterdam als thuisbasis heeft. Ik had de naam Min Taka zoals gezegd nog niet eerder gehoord, maar dat ligt vooral aan mij, want de naam van het project van de Turkse muzikante zingt inmiddels al een jaar of twee nadrukkelijk rond.
Twee jaar geleden bracht ze al een EP (Partiyi Durdurun!) uit met in het Turks gezongen songs, die hier en daar terecht werd geprezen. Het is een EP die ik inmiddels heb beluisterd en die ook al laat horen dat Min Taka een groot talent is. Door het Turks klinkt het misschien net wat minder toegankelijk dan Engelstalige popmuziek, maar net als Naaz, die af en toe in het Koerdisch zingt, weet Min Taka de taalkloof makkelijk te overbruggen met prachtige songs die zich makkelijk opdringen.
Het Turks voegt zelfs iets bijzonders toe aan de songs op de twee jaar geleden verschenen EP, maar met I Think We Should Just Move In Together vergroot Min Taka wat mij betreft haar kans op succes. Op haar nieuwe EP kiest de Rotterdamse muzikante alleen voor het Engels en dan wordt toch net wat makkelijker opgepikt. Op I Think We Should Just Move In Together laat de Turkse muzikante bovendien horen dat ze verder gegroeid is.
Op het Internet wordt Min Taka hier en daar al een nieuwe popsensatie genoemd en daar is wat voor te zeggen. Op haar nieuwe EP laat de Rotterdamse muzikante immers niet alleen horen dat ze interessante songs schrijft, maar het zijn ook verrassend veelzijdige songs. I Think We Should Just Move In Together is een EP met zes tracks een kleine twintig minuten muziek, maar in die twintig minuten laat Min Taka goed horen hoe getalenteerd ze is.
De muziek van de Turkse muzikante past in het hokje indiepop, maar flirt ook met de dansvloer en subtiel met indierock. De songs op I Think We Should Just Move In Together hebben soms een zwoel en zomers en licht exotisch tintje, maar kunnen ook killer en elektronischer klinken. De EP van Min Taka duurt misschien maar twintig minuten, maar in die twintig minuten gebeurt er echt van alles en komt de ene na de andere memorabele song voorbij.
In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal aanstekelijk maar ook spannend, maar de Rotterdamse muzikante maakt ook indruk met haar zang en met haar knap opgebouwde songs, waarin hier en daar samples zijn verwerkt. Het loopt allemaal over van de belofte, maar met deze EP is Min Taka de belofte ook al deels voorbij. Hoogste tijd dat de Pitchfork’s van deze wereld lucht krijgen van de muziek van Min Taka, want I Think We Should Just Move In Together verdient ook buiten Nederland alle aandacht. Erwin Zijleman
De krenten uit de pop: Review: Min Taka - I Think We Should Just Move In Together - dekrentenuitdepop.blogspot.com
Review: Min Taka - I Think We Should Just Move In Together
De Turkse muzikante Min Taka imponeert met de deze week verschenen EP I Think We Should Just Move In Together en laat horen dat ze hier en daar niet voor niets een nieuwe popsensatie wordt genoemd
I Think We Should Just Move In Together van de Turkse muzikante Min Taka duurt nog geen twintig minuten, maar maakt zes songs en ruim 19 minuten lang indruk. De Turkse muzikante, die al een tijdje vanuit Rotterdam opereert, past met haar muziek binnen het hokje indiepop, maar verkent binnen dit hokje nadrukkelijk de grenzen. In een aantal tracks schuift ze wat op richting door elektronica gedomineerde muziek met hints naar de dansvloer, maar de EP bevat ook een aantal zwoele en zomerse tracks en tracks waarmee ze zich onder de smaakmakers van de indiepop schaart. I Think We Should Just Move In Together is mijn eerste kennismaking met Min Taka, maar dit smaakt echt naar veel en veel meer.
EP’s laat ik meestal links liggen vanwege het enorme aanbod aan volwaardige albums, maar zo af en toe kom ik een EP tegen waar ik echt niet omheen kan. Het overkwam me deze week met I Think We Should Just Move In Together van Min Taka. Het is een naam die ik nog niet eerder was tegen gekomen, maar na beluistering van de deze week verschenen EP durf ik Min Taka best een grote belofte voor de toekomst te noemen en deze belofte maakt ze al voor een belangrijk deel waar op I Think We Should Just Move In Together.
Min Taka is een project van de in Istanbul geboren Yasemin Koyuncu, die op haar achttiende naar Nederland kwam om te studeren aan het prestigieuze CODARTS en sindsdien Rotterdam als thuisbasis heeft. Ik had de naam Min Taka zoals gezegd nog niet eerder gehoord, maar dat ligt vooral aan mij, want de naam van het project van de Turkse muzikante zingt inmiddels al een jaar of twee nadrukkelijk rond.
Twee jaar geleden bracht ze al een EP (Partiyi Durdurun!) uit met in het Turks gezongen songs, die hier en daar terecht werd geprezen. Het is een EP die ik inmiddels heb beluisterd en die ook al laat horen dat Min Taka een groot talent is. Door het Turks klinkt het misschien net wat minder toegankelijk dan Engelstalige popmuziek, maar net als Naaz, die af en toe in het Koerdisch zingt, weet Min Taka de taalkloof makkelijk te overbruggen met prachtige songs die zich makkelijk opdringen.
Het Turks voegt zelfs iets bijzonders toe aan de songs op de twee jaar geleden verschenen EP, maar met I Think We Should Just Move In Together vergroot Min Taka wat mij betreft haar kans op succes. Op haar nieuwe EP kiest de Rotterdamse muzikante alleen voor het Engels en dan wordt toch net wat makkelijker opgepikt. Op I Think We Should Just Move In Together laat de Turkse muzikante bovendien horen dat ze verder gegroeid is.
Op het Internet wordt Min Taka hier en daar al een nieuwe popsensatie genoemd en daar is wat voor te zeggen. Op haar nieuwe EP laat de Rotterdamse muzikante immers niet alleen horen dat ze interessante songs schrijft, maar het zijn ook verrassend veelzijdige songs. I Think We Should Just Move In Together is een EP met zes tracks een kleine twintig minuten muziek, maar in die twintig minuten laat Min Taka goed horen hoe getalenteerd ze is.
De muziek van de Turkse muzikante past in het hokje indiepop, maar flirt ook met de dansvloer en subtiel met indierock. De songs op I Think We Should Just Move In Together hebben soms een zwoel en zomers en licht exotisch tintje, maar kunnen ook killer en elektronischer klinken. De EP van Min Taka duurt misschien maar twintig minuten, maar in die twintig minuten gebeurt er echt van alles en komt de ene na de andere memorabele song voorbij.
In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal aanstekelijk maar ook spannend, maar de Rotterdamse muzikante maakt ook indruk met haar zang en met haar knap opgebouwde songs, waarin hier en daar samples zijn verwerkt. Het loopt allemaal over van de belofte, maar met deze EP is Min Taka de belofte ook al deels voorbij. Hoogste tijd dat de Pitchfork’s van deze wereld lucht krijgen van de muziek van Min Taka, want I Think We Should Just Move In Together verdient ook buiten Nederland alle aandacht. Erwin Zijleman
