MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Men I Trust - Equus Caballus (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Men I Trust - Equus Caballus - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Men I Trust - Equus Caballus
De Canadese band Men I Trust leverde nog geen twee maanden geleden met Equus Asinus een uitstekend album af, maar gooit er deze week het minstens even goede en weer anders klinkende Equus Caballus tegenaan

Ik heb er met de Canadese band Men I Trust een favoriet bandje bij en het is er een die in korte tijd twee uitstekende albums heeft uitgebracht. Het zijn allebei albums die doen uitzien naar een eindeloze lente en zomer, maar het deze week verschenen Equus Caballus klinkt anders dan het twee maanden geleden verschenen album. De band uit Montreal heeft een fris klinkend indiepop album afgeleverd, dat bol staat van de invloeden, dat zowel aanstekelijk als avontuurlijk klinkt en dat nog wat verleidelijker wordt door de heerlijke zwoele stem van zangeres Emmanuelle Proulx, die de zon op Equus Caballus nog wat harder laat schijnen. Wat een leuke band en wat een leuke albums.

Een week of zes geleden besprak ik het album Equus Asinus van de Canadese band Men I Trust, mijn eerste kennismaking met de muziek van de band. De band uit Montreal klonk op dit album naar verluidt flink anders dan op haar vorige albums en het nieuwe geluid beviel me zeer.

Equus Asinus liet een wat dromerig geluid horen met vooral invloeden uit de folk en de dreampop en koos voor een lekker laag tempo, wat uitstekend paste bij de mooie en verleidelijke stem van zangeres Emmanuelle Proulx. Equus Asinus is voor mij nog altijd een heerlijke soundtrack voor zwoele lentedagen, maar ik lees op fora als MusicMeter dat zeker niet iedereen gecharmeerd was van het nieuwe geluid van Men I Trust.

Buiten de lelijke cover art was ik echter dik tevreden met het album, dat ik zeker niet kansloos acht voor mijn jaarlijstje. Tot mijn verbazing duikt Men I Trust nog geen twee maanden na het vorige album deze week alweer op met een nieuw album. Equus Caballus lijkt qua titel erg op zijn voorganger, wat alles te maken heeft met het feit dat Men I Trust heeft gewerkt aan een tweeluik, waarvan deze week het tweede deel is verschenen.

Het is kennelijk een tweeluik waarin de Canadese band meerdere kanten van zichzelf wil laten horen, want Equus Caballus klinkt duidelijk anders dan Equus Asinus. Equus Asinus is overigens de wetenschappelijke naam van de ezel, terwijl Equus Caballus de wetenschappelijke naam van het paard is. Op basis van de muziek op de albums kom ik er nog niet uit waarom het vorige album naar de ezel is vernoemd en het nieuwe album naar het paard, al is het wel duidelijk dat een ezel iets anders is dan een paard.

Vergeleken met het vorige album ligt het tempo op het nieuwe album van Men I Trust net wat hoger en hiernaast is de elektronica wat dominanter aanwezig en strooit de band met heerlijke gitaarloopjes. Gebleven is de heerlijke stem van Emmanuelle Proulx, die direct van de openingstrack meedogenloos verleidt met zwoele vocalen.

De muziek op Equus Asinus omschreef ik een week of zes geleden als een mix van dreampop en folk. Op Equus Caballus hoor ik misschien nog wel een vleugje dreampop, maar ik hoor toch vooral zwoele indiepop, waarin uiteenlopende invloeden uit het heden en verleden zijn verwerkt.

Het is pop die je af en toe mee terug neemt, bijvoorbeeld naar de muziek van Scritti Politti of naar zweverigere 80s pop, new wave of postpunk, maar het album bevat ook een aantal tracks die klinken alsof het Fleetwood Mac van halverwege de jaren 70 met een tijdmachine het heden in is geslingerd.

De zwoele zang van Emmanuelle Proulx is niet de enige overeenkomst tussen de twee albums van Men I Trust, want net als op Equus Asinus maakt de band uit Montreal ook op Equus Caballus muziek die het uitstekend doet in de lentezon, die met de muziek van de Canadese band door de oortjes nog wat prettiger aanvoelt.

Op de achtergrond kabbelt de muziek van de Canadese band bijzonder aangenaam voort, maar bij aandachtige beluistering, bij voorkeur met de koptelefoon, valt op dat de songs van Men I Trust ook op dit nieuwe album buitengewoon knap in elkaar zitten en ook absoluut zijn voorzien van scherpe randjes.

Een maand of twee geleden had ik nog nooit van Men I Trust gehoord en nu heb ik opeens twee albums die me dierbaar zijn en waartussen ik niet zomaar kan kiezen. De lente mag van mij eindeloos duren met deze twee heerlijke albums, die ook de zomer, de herfst en de winter ongetwijfeld glansrijk gaan doorstaan. Erwin Zijleman

Merce Lemon - Watch Me Drive Them Dogs Wild (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Merce Lemon - Watch Me Drive Them Dogs Wild - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Merce Lemon - Watch Me Drive Them Dogs Wild
Er verschenen dit jaar al meerdere wat ruwere en door gitaren gedomineerde Americana albums, maar Watch Me Drive Them Dogs Wild van de Amerikaanse singer-songwriter Merce Lemon steekt er wat mij betreft boven uit

Merce Lemon is een muzikante uit Pittsburgh die al even meedraait, maar met haar derde album een plekje in de spotlights opeist. Het is een album met door gitaren gedomineerde songs, die prima kunnen worden omschreven als Americana. Het gitaargeluid klinkt prachtig ruw en dat is de verdienste van topproducer Alex Farrar, wiens erelijst steeds indrukwekkender wordt. De stem van Merce Lemon past prachtig bij het afwisselend ingetogen en ruwe gitaargeluid op Watch Me Drive Them Dogs Wild, dat ook nog eens indruk maakt met flink wat uitstekende songs. Merce Lemon is nog niet heel bekend, maar na dit fraaie album moet haar een mooie toekomst in de muziek wachten.

Merce Lemon is voor mij een nieuwe naam, maar de muzikante uit Pittsburgh, Pennsylvania, heeft inmiddels drie albums op haar naam staan. Ik ga binnenkort eens naar haar eerste twee albums luisteren, maar voorlopig ben ik nog volledig in de ban van het deze week verschenen Watch Me Drive Them Dogs Wild, wat echt een verpletterend mooi album is.

Merce Lemon maakt op haar album muziek die in het hokje Americana past, maar het is Americana van het ruwe en gruizige soort. De Amerikaanse muzikante heeft de perfecte producer voor haar muziek gevonden, want Watch Me Drive Them Dogs Wild werd opgenomen in de studio van Alex Farrar in Asheville, North Carolina. De momenteel zeer gewilde producer maakte vorig jaar al jaarlijstjesalbums met Wednesday, Indigo De Souza en Squirrel Flower en is ook dit jaar aardig op dreef met uitstekende albums van Bnny, Horse Jumper Of Love en MJ Lenderman.

Ook op het nieuwe album van Merce Lemon is Alex Farrar weer uitstekend op dreef. Watch Me Drive Them Dogs Wild is voorzien van een ruimtelijk en bij vlagen lekker ruw en gruizig geluid. Het is een geluid dat in de openingstrack opvalt door een muur van violen en in de tweede track door prachtig en breed uitwaaiend pedal steel spel, maar ook in deze tracks zijn er de gitaren die een hoofdrol spelen op het album, hier en daar bijgestaan door de bojo, een kruising tussen een gitaar en een banjo.

Het geluid van Merce Lemon kan op haar derde album prachtig ontsporen in geweldige gitaarsolo’s, maar de songs op Watch Me Drive Them Dogs Wild hebben ook altijd hun ingetogen momenten. Het doet me af en toe wel wat denken aan het laatste en geweldige album van Waxahatchee, maar Merce Lemon houdt zich ook makkelijk staande met een eigen geluid.

Dat geluid wordt niet alleen bepaald door de met veel gitaren gevulde productie van Alex Farrar, maar ook door de mooie stem van Merce Lemon, die op haar derde album laat horen dat ze beschikt over stem die gemaakt is voor de wat ruwe Americana op Watch Me Drive Them Dogs Wild. De Amerikaanse muzikante beschikt over een wat zacht maar ook krachtig stemgeluid en het is een geluid dat me eigenlijk direct dierbaar was.

Door de gruizige muziek, de fantastische productie en de uitstekende zang was ik onmiddellijk verslaafd aan het nieuwe album van Merce Lemon, maar het is ook nog eens een album dat vol staat met uitstekende songs, die zich niet alleen makkelijk opdringen, maar vervolgens ook aangenaam blijven hangen. Het is bovendien een gevarieerd album, dat fraai profiteert van de dynamiek tussen de uiterst ingetogen passages en de wat ruwere gitaarpartijen in de songs van Merce Lemon.

In een recent interview geeft Merce Lemon aan dat Watch Me Drive Them Dogs Wild een album dat het best tot zijn recht komt wanneer je het beluistert tijdens een wandeling. Dat kan ik inmiddels beamen, want tijdens het wandeling is het ruimtelijke gitaargeluid op het album nog wat indrukwekkender en de zang van Merce Lemon nog wat mooier.

Met inmiddels drie albums op zak kan ik Merce Lemon onmogelijk een nieuwkomer noemen, maar op basis van het prachtige Watch Me Drive Them Dogs Wild schaar ik haar wel onder mijn grootste ontdekkingen van het muziekjaar 2024 en onder de grote talenten binnen de Americana van het moment. Erwin Zijleman

Mercelis - White Flemish Trash (2021)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mercelis - White Flemish Trash - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mercelis - White Flemish Trash
Zestien jaar na het vorige album keert de Vlaamse band Mercelis terug met het buitengewoon fascinerende White Flemish Trash, dat overloopt van avontuur, onderhuidse spanning en bezwering

Uitgerekend met Halloween maakte ik voor het eerst kennis met White Flemish Trash van de Belgische band Mercelis. Het is een band met een lang verleden, maar heel succesvol was Mercelis nog niet. Dat moet gaan veranderen met het nieuwe album, want wat is White Flemish Trash een mooi en bijzonder album. Mercelis schotelt je een fascinerende soundtrack van de nacht voor en het is een soundtrack vol muzikaal avontuur, onderhuidse spanning, wilde intensiteit en meedogenloze bezwering. Mercelis maakt muziek die je vrijwel onmiddellijk vastgrijpt en die pas weer los laat wanneer de laatste noten na 45 minuten wegsterven. Hierna koester je dit album voorgoed.

Achter Mercelis, dat deze week opduikt met het album White Flemish Trash, gaat de Vlaamse muzikant Jef Mercelis schuil. Jef Mercelis deed met zijn band Mercelis in 1992 mee aan de fameuze Belgische talentenjacht Humo’s Rock Rally, maar wist het podium niet te halen. Dat was achteraf bezien zeker geen schande, want ook Nemo, The Sideburns (de voorloper van Novastar, dat in 1996 Humo’s Rock Rally won) en zelfs dEUS vielen in 1992 niet in de prijzen (en dit in tegenstelling tot Charlie 45, The Beautiful Babies en Orgasmaddix, van wie we sindsdien niet heel veel meer hebben vernomen).

Mercelis trok wel de aandacht tijdens de meest aansprekende talentenjacht in België en debuteerde in 1996 met het fraaie The Hopes & Dreams Of A Drunk Punk, dat net als opvolger Western Union uit 2005 helaas nergens meer te vinden is en destijds veel te weinig aandacht kreeg.

Deze week keert Mercelis, vrijwel uit het niets, terug met White Flemish Trash en het is een terugkeer die best sensationeel genoemd mag worden. Samen met een aantal gelouterde Belgische muzikanten heeft Jef Mercelis een geweldig album afgeleverd, dat in niets lijkt op de andere albums die deze week, deze maand of dit jaar zijn verschenen.

Met White Flemish Trash borduurt Mercelis deels terug op de al lang vergeten vorige twee albums van de band en positioneert het zichzelf ergens tussen de muziek van dEUS in haar gloriejaren en het fantastische debuut van de Ierse muzikant Gavin Friday, Each Man Kills The Thing He Loves uit 1989, dat ik graag gebruik als graadmeter voor albums als White Flemish Trash van Mercelis.

Op White Flemish Trash hoor je het muzikale avontuur en de onderhuidse spanning die je ook bij dEUS zo vaak hoorde en het album heeft hiernaast het intense en doorleefde van het meesterwerk van Gavin Friday. Mercelis past met haar nieuwe album in het hokje rock, maar het is rock zoals je die niet al te vaak hoort. De Vlaamse band maakt op haar nieuwe album beeldende muziek die niet zou misstaan in wat duistere films, maar de muziek van Mercelis heeft ook een bezwerend karakter.

In de instrumentatie hoor je vooral veel gitaren en het zijn gitaren die alle kanten op schieten. White Flemish Trash staat vol met breed uitwaaiende gitaarwolken, maar de gitaren op het album kunnen ook gruizig klinken of juist subtiele akkoorden spelen. Het fraaie gitaarwerk op het album wordt omgeven door wolken van wat creepy synths, waarna de vaak geweldig spelende ritmesectie de boel aan elkaar mag breien.

Het nieuwe album van Mercelis is in muzikaal opzicht een rijk en fascinerend album, dat in iedere track weer een bijzondere sfeer en spanning weet op te roepen, maar de muziek past ook uitstekend bij de indringende zang van Jef Mercelis, die de associaties met Gavin Friday nog wat versterkt.

White Flemish Trash is een album dat snel een onuitwisbare indruk maakt, maar alle geheimen van de muziek van Mercelis ontdek je pas wanneer je het album vele keren hebt beluisterd. Ik beluister het album inmiddels voor de zoveelste keer en het wordt alleen maar mooier.

Het zit Mercelis tot dusver nog niet heel erg mee, maar het zou doodzonde zijn als White Flemish Trash, net als zijn twee voorgangers, snel in de vergetelheid raakt. België heeft een naam hoog te houden wanneer het gaat om broeierige en beeldende muziek vol avontuur en bezwering, maar met Mercelis hebben onze zuiderburen er absoluut weer een band bij waarop ze heel erg trots kunnen zijn. Erwin Zijleman

Mercury Rev - Bobbie Gentry's the Delta Sweete Revisited (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mercury Rev - Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mercury Rev en een legioen gastzangeressen van naam en faam eren op bijzondere en fraaie wijze het werk van legende Bobbie Gentry

Het lijkt een wat onlogische combinatie. De songs van countrylegende Bobbie Gentry en de sprookjesachtige klanken van de Amerikaanse band Mercury Rev. Het pakt, mede dankzij de bijdragen van een ruim dozijn zangeressen van naam en faam, echter prachtig uit. Mercury Rev kiest voor iets minder uitbundige klanken dan we van de band gewend zijn en smeedt voor iedere zangeres op de plaat het perfecte klankentapijt aan elkaar. De zangeressen hoeven vervolgens alleen nog maar te schitteren in de tijdloze prachtsongs van Bobbie Gentry en dat doen ze op imponerende wijze. Het levert een wonderschone plaat op, die het werk van Bobbie Gentry eert, maar ook weer tot leven brengt.

Nog geen twee maanden geleden maakt ik voor het eerst serieus kennis met de muziek van Bobbie Gentry. Haar meest succesvolle song, Ode To Billie Joe, kende ik in talloze uitvoeringen, maar de rest van het oeuvre van de countryzangeres, die na slechts een paar jaar wereldfaam de muziek de rug toekeerde, was mij onbekend.

De fraaie box-set The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters bracht hier verandering in en sindsdien ben ik geïntrigeerd door de muziek van Bobbie Gentry.

Het zorgt er voor dat Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited qua songs niet veel verrassingen bevat, maar verder is de nieuwe plaat van Mercury Rev een verrassingspakket vol moois.

De Amerikaanse band eert op Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited de songs van de zangeres die sinds de late jaren 70 koos voor een teruggetrokken bestaan in Los Angeles en doet dit op bijzonder fraaie wijze. Mercury Rev staat bekend om een vol en vaak wat sprookjesachtig geluid, maar in het verleden voegde de band uit New York ook met enige regelmaat invloeden uit de Americana toe aan haar muziek.

Op Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited zijn hier en daar flarden van het sprookjesachtige geluid van Mercury Rev, dat in het verleden wel eens Efteling pop werd genoemd, te horen, maar de band blijft dit keer wat dichter bij de Amerikaanse rootsmuziek, wat gezien de genres waarin Bobbie Gentry zich bewoog niet zo gek is.

Bij het eren van de songs van een van de vergeten grootheden uit de Amerikaanse popmuziek had Mercury Rev drie opties. Zanger Jonathan Donahue had zelf het voortouw kunnen nemen, de band had een poging kunnen doen om de inmiddels 76 jaar oude zangeres te strikken voor een comeback of er kon een beroep worden gedaan op een of meerdere gastzangeressen.

De eerste optie was onverstandig geweest, de tweede optie kansloos en daarom koos Mercury Rev voor optie 3. De band pakte hierbij flink uit, want voor de twaalf songs op Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited werden maar liefst dertien zangeressen uitgenodigd. Het zijn nogal verschillende zangeressen, die allemaal een eigen invulling geven aan de tijdloze songs van Bobbie Gentry.

Het zijn bovendien zangeressen van naam en faam, want wat te denken van Norah Jones, Hope Sandoval, Rachel Goswell, Laetitia Sadier, Margo Price, Susanne Sundfør, Vashti Bunyan (samen met Kaela Sinclair), Phoebe Bridgers, Marissa Nadler, Beth Orton en Lucinda Williams. Het is een imposant rijtje dat, toch wel wat verrassend, wordt aangevuld met onze eigen Carice van Houten, al maakte die een jaar of wat geleden natuurlijk een prima album.

Het zijn deels zangeressen uit de hoek van de Amerikaanse rootsmuziek en met name deze zangeressen kunnen vrij makkelijk uit de voeten met de songs van de levende legende uit het genre. Ook de zangeressen die normaal gesproken niet binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek opereren houden zich echter verrassend makkelijk staande en weten te verrassen met vaak dromerige klanken.

Iedere song op de plaat klinkt weer anders, maar Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited is twaalf songs lang genieten. Mercury Rev zorgt voor de klanken bij de geweldige vocalen van al deze topzangeressen en voorziet iedere stem van een prachtig passend klankentapijt. De ene keer wat meer ingetogen, de andere keer wat uitbundiger. De ene keer sober en organisch, de volgende keer toch weer flink uitpakkend met sprookjesachtige klanken.

Het leuke van Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited is dat geen enkele poging wordt gedaan om het werk van Bobbie Gentry nauwkeurig te reproduceren, waardoor het een buitengewoon interessant en bij vlagen bijzonder spannend eerbetoon is geworden.

De prachtige box-set The Girl From Chickasaw County: The Complete Capitol Masters koester is sinds ik hem in handen kreeg (wat helaas niet meevalt), maar ik zal de bijzondere versies op Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited van Mercury Rev er zeker met enige regelmaat naast leggen. Mooie plaat, prachtig eerbetoon. Erwin Zijleman

Mercury Rev - Deserter's Songs (1998)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mercury Rev - Deserter's Songs (1998) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mercury Rev - Deserter's Songs (1998)
De Amerikaanse band Mercury Rev gaat inmiddels vier decennia mee, maar maakte haar onbetwiste meesterwerk wat mij betreft met het sprookjesachtig mooie Deserter’s Songs uit 1998

In de tweede helft van de jaren 90 verschenen meerdere albums die het nieuwe etiket neo-psychedelica kregen opgeplakt. In 1998 werd het mooiste album in dit genre wat mij betreft gemaakt door Mercury Rev. Deserter’s Songs volgde op een meesterwerk van Spiritualized uit 1997 en ging vooraf aan het beste album van The Flaming Lips uit 1999. Mercury Rev betoverde op haar beste album met prachtige orkestraties en sprookjesachtige klanken, die de ene keer vorm kregen in breed uitwaaiende klankentapijten en de volgende keer in verrassend toegankelijke popsongs. De band uit New York wist bij mij lang niet altijd de juiste snaar te raken, maar op Deserter’s Songs valt echt alles op zijn plek.

De Amerikaanse band Mercury Rev bestaat inmiddels ruim 35 jaar en heeft twaalf studioalbums op haar naam staan. De afgelopen jaren is de band een flink stuk minder productief dan in haar beginjaren, waardoor de pauzes tussen de albums steeds langer worden. Het dit jaar verschenen Born Horses verscheen na een stilte van vijf jaar.

Ik besprak op de krenten uit de pop tot dusver slechts één album van de band uit New York. Het album Bobbie Gentry's The Delta Sweete Revisited uit 2019 kwam voor mij bijna zes jaar geleden precies op het juiste moment. Ik had via de prachtige box-set The Girl From Chickasaw County kennis gemaakt met het werk van Bobbie Gentry en ook de versies van haar songs die Mercury Rev, samen met flink wat aansprekende gastzangeressen, had gemaakt vond ik prachtig.

Over de andere albums die Mercury Rev tijdens het bestaan van de krenten uit de pop maakte was ik veel minder te spreken. Het vorig jaar verschenen Born Horses vind ik op zich wel een interessant en bij vlagen aardig album, maar ik mis de magie van een aantal van de vroegere albums van de Amerikaanse band.

Wanneer ik het oeuvre van Mercury Rev bekijk, zijn er twee albums die er voor mij uit springen: All Is Dream uit 2001 en vooral Deserter’s Songs uit 1998. Dat laatste album was ook mijn eerste kennismaking met het werk van de band. De eerste track die ik van het album hoorde is het sprookjesachtige Endlessly, dat niet zou misstaan als de muzikale omlijsting van een attractie in de Efteling.

Veel tracks op Deserter’s Songs op het album hebben een sprookjesachtig karakter. Dat is deels de verdienste van de rijke orkestraties, waarvoor de nodige strijkers en blazers werden ingeschakeld. Deze orkestraties worden op Deserter’s Songs gecombineerd met zweverige synths, waaronder de Mellotron, waarna de zingende zaag het muzikale palet van Mercury Rev nog wat verder vergroot.

De muziek op Deserter’s Songs doet hier en daar bijna klassiek aan, maar sluit ook aan bij de neo-psychedelica zoals die aan het eind van de jaren 90, onder andere door de band The Flaming Lips, werd gemaakt. Het leverde in 1998 een album vol muzikale verleiding op en bovendien een album waarbij het heerlijk dagdromen was.

De fraaie klanken contrasteren prachtig met de stem van Jonathan Donahue. Het is een stem die niet bij iedereen in de smaak valt (voor een ieder die het echt niet trekt is er ook een instrumentale versie van Deserter's Songs), maar ik vind de onvaste zang wel wat hebben. De zang zorgt er bovendien voor dat Deserter’s Songs af en toe wel wat aan Pink Floyd doet denken. De songs van Mercury rev hebben op Deserter's Songs ook wel iets Beatlesque overigens.

De bijzondere klanken werden in 1998 prachtig geproduceerd door de legendarische Dave Fridmann, die op vrijwel hetzelfde moment ook werkte aan The Soft Bulletin van The Flaming Lips, een album dat in 1999 nog net wat hoger scoorde in de jaarlijstjes dan Deserter’s Songs van Mercury Rev in 1998.

De muziek van Mercury Rev is bij mij de afgelopen 25 jaar wat uit beeld geraakt, maar na de herontdekking van Deserter’s Songs ben ik toch weer in de ban van dit bijzondere album. Het is een album dat je mierzoet of sprookjesachtig mooi vind en ik behoor ook ruim 26 jaar na de oorspronkelijke release nog altijd bij de tweede groep.

Mercury Rev zou het niveau van Deserter’s Songs helaas niet meer benaderen laat staan overtreffen, maar het blijft een interessante band, die ook voor Deserter’s Songs een aantal prima albums maakte, die ik pas deze week voor het eerst heb gehoord. Ik ga Born Horses er toch ook nog eens bij pakken. Erwin Zijleman

Mereba - The Breeze Grew a Fire (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
review on: De krenten uit de pop: Review: Mereba - The Breeze Grew A Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mereba - The Breeze Grew A Fire
De Amerikaanse muzikante Mereba heeft met The Breeze Grew A Fire een R&B album gemaakt dat aan de ene kant zwoel en verleidelijk klinkt, maar dat aan de andere kant bol staat van het muzikale avontuur

Iedere week verschijnen albums die in het hokje R&B passen. Het zijn albums die meestal redelijk netjes binnen de lijnen van het genre kleuren en die daarom wat mij betreft weinig toevoegen aan alles dat er al is. Mereba doet dat wel met haar tweede album The Breeze Grew A Fire, dat klinkt als een typisch R&B album, tot je er wat beter naar luistert. Mereba heeft een album gemaakt dat flink wat invloeden uit de R&B bevat, maar ze verwerkt ook invloeden uit andere genres en kiest bovendien voor muziek en vocalen die anders klinken dan gebruikelijk in het genre. Het levert een bijzonder lekker, maar ook een verrassend album op. Zo hoor ik R&B graag.

Ik ben zeer selectief wanneer het gaat om R&B, maar zo af en toe kom ik een album in het genre tegen dat ik heel erg goed vind. Het is best lang geleden dat ik een album van het kaliber van A Seat At The Table van Solange, om direct maar eens mijn favoriete R&B album te noemen, heb ontdekt, maar ik ben absoluut onder de indruk van het deze week verschenen The Breeze Grew A Fire van Mereba.

Mereba is het alter ego van de Amerikaanse muzikante Marian Mereba, die zowel Afrikaans-Amerikaanse als Ethiopische wortels heeft. Ze maakt al een tijdje deel uit van de zwarte muziekscene van Atlanta en scoorde een paar jaar geleden stevig met haar debuutalbum The Jungle Is The Only Way Out, dat ik overigens niet heb opgemerkt.

Het met de recente branden in Los Angeles in het achterhoofd opvallend getitelde The Breeze Grew A Fire is een persoonlijk album dat is verschenen op het kleine en wat alternatieve Secret Canadian label. Het nieuwe album van past zeker in het hokje R&B, maar het is zeker geen 13 in een dozijn R&B album.

Vergeleken met de meeste R&B albums van het moment is de muziek wat minder zwaar aangezet en dat geldt zeker voor de beats. De meeste songs op The Breeze Grew A Fire klinken loom en behoorlijk ingetogen. Het voorziet de songs van Mereba van een aangenaam dromerig karakter, maar de songs van de Amerikaanse muzikante zijn ook zeker aanstekelijk.

Mereba heeft haar nieuwe album gemaakt met multi-instrumentalist en producer Sam Hoffman, die het album heeft voorzien van een dromerig en zwoel, maar ook mooi en interessant geluid met veel bijzonder klinkende elektronica en spannende ritmes. Het is een geluid dat deels aansluit bij wat in de R&B gangbaar is, maar de songs van Mereba bevatten ook flink wat invloeden uit de (neo-)soul. Hiernaast doen de songs van de Amerikaanse muzikante soms subtiel psychedelisch aan en gooit ze er ook wat Afrobeat tegenaan. Wanneer een Ethiopisch snareninstrument opduikt eert ze bovendien haar wortels met weer totaal andere klanken.

Het tempo op The Breeze Grew A Fire ligt vooral laag, wat het dromerige karakter van de muziek van Mereba versterkt. Het wordt gecombineerd met de mooie stem van Mereba, die kan klinken als een typische R&B zangeres, maar die ook andere kanten op kan met haar stem. Ik hou echt helemaal niet van rap, maar de wijze waarop Mereba een tussenweg vindt tussen zang, rap en gesproken woord vind ik wel aansprekend.

The Breeze Grew A Fire is een album dat het best lekker doet op de achtergrond, maar het nieuwe album van Mereba wordt echt veel beter wanneer je er diep in duikt en met volledige aandacht luistert naar alle bijzondere ingrediënten die de Amerikaanse muzikante in haar muziek heeft verstopt.

De combinatie van een aantal bekende R&B ingrediënten en het nodige muzikale avontuur leverde in het verleden al een stapeltje R&B albums op dat ik koester en ook The Breeze Grew A Fire van Mereba is zo’n album. Het is een rijk album waarop ik ook na meerdere keren horen nog nieuwe dingen ontdek, maar het is ook een zwoel en verleidelijk album dat alvast een voorproefje geeft op de zomer. Het levert terecht flink wat positieve recensies op, maar dit album verdient nog veel meer aandacht. Erwin Zijleman

Meredith Lane - Greyhound (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meredith Lane - Greyhound - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Meredith Lane - Greyhound
Meredith Lane blijkt op Greyhound buitengewoon veelzijdig en trekt de aandacht met een mooie mix van Amerikaanse rootsmuziek, gruizige indierock en zonnige Californische popmuziek met een 70s vibe

Het is niet zo makkelijk om als startende muzikant op te vallen binnen het enorme aanbod aan Amerikaanse rootsmuziek van het moment, maar Meredith Lane doet het met haar tweede album Greyhound. Het is een album met een hang naar de jaren 70, zeker wanneer Meredith Lane raakt aan Stevie Nicks, maar het album klinkt ook eigentijds wanneer de muziek voorzichtig de grenzen met de indierock van het moment verkent. De muzikante uit Nashville maakt echter ook muziek die prima past binnen de grenzen van de Americana. Greyhound is hierdoor een album met voor elk wat wils, maar Meredith Lane heeft er ook absoluut een consistent geheel van gemaakt. Lekker album.

Het is nog altijd flink dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, waardoor prima albums de kans lopen om tussen wal en schip te vallen. Het zou zomaar kunnen gebeuren met Greyhound, het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter Meredith Lane. Het is een album dat nog niet is opgepikt door tijdschriften en websites met een warm hart voor Amerikaanse rootsmuziek en dat is jammer.

Met Greyhound, dat ik zelf bij kreeg voorgeschoteld door een goed werkend algoritme van Spotify, heeft de inmiddels vanuit Nashville, Tennessee, opererende Meredith Lane immers een uitstekend album afgeleverd. Het is een album dat liefhebbers van wat ruwere Amerikaanse rootsmuziek zeker zal aanspreken, maar ook liefhebbers van rockmuziek met een randje Americana vinden op Greyhound veel van hun gading en hier blijft het niet bij, want de Amerikaanse muzikante kan ook uit de voeten met een wat meer pop georiënteerd geluid.

Het tweede album van Meredith Lane opent lekker stevig met gruizig gitaarwerk en even rauwe als soulvolle zang. De Amerikaanse muzikante klinkt in de openingstrack anders dan de meeste andere muzikanten in het genre en blijft dit doen. In de tweede track worden de gruizige gitaren vervangen door een veel zonniger klinkend popgeluid, dat herinnert aan de Californische popmuziek van Fleetwood Mac. Deze associatie wordt versterkt door de stem van Meredith Lane, die in de tweede track wel wat heeft van Stevie Nicks.

Wanneer Greyhound wat opschuift richting pop en rock heeft de muziek van Meredith Lane een aangename 70s vibe, die niet alleen aan Stevie Nicks doet denken, maar ook aan Linda Rondstadt. Greyhound staat vol met flarden uit het verleden, maar het album klinkt geen moment gedateerd. Wanneer Meredith Lane de gitaren nog wat steviger aanzet zoekt ze de grens op tussen Americana en de indierock van dit moment en ook in het laatstgenoemde genre kan de muzikante uit Nashville prima uit de voeten. En zo klinkt Greyhound afwisselend als de nog betere soundtrack voor Daisy Jones & The Six, als een eigentijds indierock album, maar ook zeker als een uitstekend Amerikaans rootsalbum.

Bij eerste beluistering was ik vooral gecharmeerd van het lekker ruwe maar ook veelkleurige gitaarwerk op het album, maar vervolgens sprongen de uitstekende en lekker gevarieerde songs steeds meer in het oor. Inmiddels heb ik het tweede album van Meredith Lane flink wat keren beluisterd en ben ik ook steeds meer onder de indruk geraakt van haar stem, die hier ook nog een randje Chrissie Hynde laat horen.

Het is door het grote aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek niet zo heel makkelijk om je als beginnen muzikant te onderscheiden, maar Meredith Lane slaagt er in eerste instantie in dankzij haar veelzijdigheid en maakt vervolgens makkelijk indruk met haar stem, haar songs en het aangename geluid op Greyhound. Het is echt toeval dat ik Greyhound van Meredith Lane tegen kwam, maar op basis van dit album durf ik de Amerikaanse muzikante zeker te scharen onder de rootsmuzikanten die ik in de gaten ga houden vanaf nu. Hopelijk krijgt dit prima album ook op de gerenommeerde sites met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek snel wat meer aandacht. Erwin Zijleman

Meredith Lazowski - Other Way Home (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meredith Lazowski - Other Way Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Meredith Lazowski - Other Way Home
De Canadese muzikante Meredith Lazowski zit in een overvolle vijver, maar het zeer smaakvol ingekleurde en van prachtige vocalen voorziene Other Way Home weet zich wat mij betreft moeiteloos te onderscheiden

Je hebt soms van die albums die maar een paar noten nodig hebben om je te overtuigen. Het debuutalbum van de Canadese muzikante Meredith Lazowski is zo’n album. Het is een album dat zeer smaakvol is ingekleurd en prachtig is geproduceerd, waardoor het direct de aandacht trekt. De warme en wat lome klanken passen prachtig bij het zeer aangename en wat dromerige stemgeluid van Meredith Lazowski, die ook nog eens uitstekende songs schrijft. Het klinkt allemaal net wat anders dan de stapel albums die wekelijks uit Nashville komt, waardoor het onderscheidend vermogen van Other Way Home wat mij betreft groot is. Een van de mooiste rootsalbums van het moment.

Er verschijnen nog altijd iedere week stapels nieuwe albums die passen in het hokje Amerikaanse rootsmuziek. In dit hokje krijgen vrouwelijke singer-songwriters mijn bijzondere aandacht en zoek ik naar albums die zich op een of andere manier weten te onderscheiden van alles dat er al is en alles dat verder wordt uitgebracht op het moment.

Dat valt niet altijd mee, al is het maar omdat heel veel van deze albums binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek zoals die wordt gemaakt in Nashville blijven. Other Way Home van de Canadese muzikante Meredith Lazowski viel me wel direct op. Het debuutalbum van de muzikante uit Toronto valt op door een wat dromerig en laidback geluid, dat wordt gecombineerd met al even dromerige zang.

Meredith Lazowski groeide op in een muzikaal nest en schreef al op jonge leeftijd songs, maar ze koos uiteindelijk voor een carrière in de techindustrie. Uiteindelijk kroop het bloed echter waar het niet gaan kan en besloot de Canadese muzikante om toch een album te maken, met Other Way Home als fraai resultaat.

Als ze een album zou maken moest het ook goed zijn en daarom heeft Meredith Lazowski heel veel aandacht besteed aan haar debuutalbum en heeft ze zich bemoeid met alle details van de productie. Voor deze productie wist ze niemand minder dan Justin Rutledge te strikken. De Canadese muzikant schaarde ik een kleine twintig jaar geleden onder de grootste talenten binnen de rootsmuziek, maar hij is helaas wat uit beeld geraakt. Ten onrechte, want ook als producer levert hij vakwerk af.

Het debuut van Meredith Lazowski is voorzien van een prachtig geluid, dat het album direct iets onderscheidends geeft. Op Other Way Home is ieder detail in de instrumentatie hoorbaar, waardoor niets verloren gaat van de prachtige bijdragen van pedal steel, gitaren, piano, orgel, bas, drums, viool en accordeon.

Het debuutalbum van de Canadese muzikante is een van de mooist ingekleurde rootsalbums die ik de laatste tijd gehoord hebt, maar het is door het wat lage tempo en de lome klanken ook een bijzonder aangenaam klinkend album. De mooie klanken zijn opgenomen in mooie songs met vooral invloeden uit de country. Het zijn songs die door alle schoonheid makkelijk overtuigen, maar het zijn bovendien songs die met veel gevoel en precisie zijn geschreven, wat de kwaliteit van Other Way Home nog een stukje verder optilt.

Met prachtige klanken en mooie en interessante songs is Meredith Lazowski al een flink eind op weg naar een onderscheidend album, maar het beste moet nog komen. Dat is wat mij betreft haar stem. Het is een stem die is gemaakt voor de countrymuziek en die me heel af en toe aan Jewel doet denken. Het is echter ook een opvallend warme en aangenaam dromerige stem, die Other Way Home van een mooi rootsalbum omtovert in zo’n zeldzamer rootsalbum dat je na één keer horen dierbaar is, maar dat vervolgens zo verslavend blijkt dat het album maar blijft terug komen.

Other Way Home is een perfect album voor vroege ochtenden en late avonden, maar ook de rest van de dag is de verleiding van Meredith Lazowski nauwelijks of eigenlijk niet te weerstaan. Other Way Home is tussen de enorme stapels nieuwe releases van het moment vooralsnog helaas een wat anoniem album, maar het is echt een prachtalbum. Erwin Zijleman

Merritt Gibson - Eyes on Us (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Merritt Gibson - Eyes On Us - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Merritt Gibson is pas 19 jaar oud, maar schrijft inmiddels al een aantal jaren haar eigen songs. De in New York geboren, maar in Boston opgegroeide singer-songwriter, nam op haar 14e al een aantal demo’s op met de ervaren producer Michael Moss en brengt nu dan haar langverwachte debuut Eyes On Us uit.

De jonge singer-songwriter, die momenteel studeert (al lonkt het muzikantenbestaan) aan de University of Virginia in Charlottesville, Virginia, koos ervoor om dit debuut op te nemen in Nashville, Tennessee, waarbij de gelouterde Mitch Dane aanschoof als producer.

Het levert een plaat op waar de belofte werkelijk van af spat. Merritt Gibson is de middelbare schoolbanken misschien nog maar net ontgroeit, maar ze schrijft volwassen songs waarin haar eerste moeizame stappen op het liefdespad en de strubbelingen rond het volwassen worden goed van pas komen. Het zijn bovendien zeer aansprekende songs die na één keer horen makkelijk en voorgoed in het geheugen worden opgeslagen. Het zijn songs die vooral het etiket pop verdienen, al verwerkt Merritt Gibson ook zeker invloeden uit de rock en de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs.

De wat stevigere songs op de plaat doen wel wat denken aan de muziek die aan het begin van het millennium werd gemaakt door destijds ook piepjonge muzikanten als Avril Lavigne en Michelle Branch, terwijl de songs die vooral invloeden uit de pop verwerken in de buurt komen van die van zangeressen als Lorde en Birdy, die ook de twintig nog niet hadden bereikt toen ze doorbraken naar een groot publiek. Wanneer Merritt Gibson wat dichter bij de in Nashville zo populaire country in de buurt blijft, ontkomt ze uiteraard niet aan de vergelijking met de jonge Taylor Swift.

Het knappe van Merritt Gibson is dat ze op haar zo verrassend sterke debuut op alle genoemde terreinen uitstekend uit de voeten kan en bovendien songs schrijft waarin de grenzen tussen rock, pop en roots vervagen.

De songs van de jonge Amerikaanse singer-songwriter liggen stuk voor stuk lekker in het gehoor en dit wordt nog eens versterkt door het bijzonder aangename geluid dat producer Mitch Dane in elkaar heeft gesleuteld. Het is een geluid dat ik maar moeilijk kan weerstaan en dat volstrekt onweerstaanbaar wordt door de geweldige stem van Merritt Gibson.

Ze beschikt over een verrassend volwassen klinkend en opvallend veelkleurig stemgeluid, dat het eigenzinnige van Lorde combineert met de emotie van Birdy en de Zuidelijke twang en soul van de betere countryzangeressen uit Nashville. Het is een stem die de aanstekelijke songs op de plaat voorziet van een eigen en eigenzinnig geluid en er bovendien songs van maakt die iets met je doen.

Rootspuristen gaan nog niet zo veel horen in de muziek van Merritt Gibson (die op haar volgende platen echter alle kanten op kan), maar iedereen die, net als ik, een enorm zwak heeft voor pop met een hoofdletter P en bij voorkeur pop die ook nog eens verrijkt is met invloeden uit de rock en roots, hoort op het moment niet veel betere songs dan de 12 pareltjes van Merritt Gibson.

De jonge Amerikaanse brengt Eyes On Us nog uit in betrekkelijke anonimiteit, maar als deze talentvolle dame het komende jaar niet heel groot gaat worden weet ik het echt niet meer. Er komt deze week echt verschrikkelijk veel uit, maar het debuut van dit piepjonge talent is echt een van de betere platen en met al die perfecte popsongs die je na één keer horen echt niet meer gaat vergeten zeker de lekkerste. Droomdebuut. Erwin Zijleman

Meshell Ndegeocello - Ventriloquism (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meshell Ndegeocello - Ventriloquism - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Meshell Ndegeocello was jaren lang bassist in de band van David Bowie, maar de muzikante die ooit in Duitsland onder de naam Michelle Lynn Johnson werd geboren als kind van een Amerikaanse militair (en saxofonist), heeft inmiddels ook een respectabele stapel platen op haar naam staan.

Deze platen heeft ze gemaakt onder de naam Meshell Ndegeocello, waarvan de achternaam in het Swahili staat voor “free as a bird”.

Ik moet toegeven dat ik de laatste twee decennia maar heel weinig heb geluisterd naar de platen van de Amerikaanse muzikante. Bitter uit 1999 vind ik nog altijd een prachtige plaat, terwijl ik Cookie: The Anthropological Mixtape vooral als (voormalig) antropoloog interessant vond. Hierna heb ik een hooguit een enkele plaat van Meshell Ndegeocello vluchtig beluisterd.

Ook het onlangs verschenen Ventriloquism wilde ik in eerste instantie niet uitvoerig beluisteren. Meshell Ndegeocello covert op haar nieuwe plaat immers songs die ze in de jaren 80 en 90 als tiener koesterde en het betreft songs die voor een groot deel in het hokje R&B passen en dat zijn niet de songs die ik in de jaren 80 en 90 koesterde.

Ik was echter wel benieuwd wat Meshell Ndegeocello kan met een song van Prince en nadat ik haar versie van Sometimes It Snows In April had beluisterd, was ik zo onder de indruk dat ik ook de rest van het album wilde beluisteren, waarna Ventriloquism me zeker niet heeft teleurgesteld.

Meshell Ndegeocello’s versie van een van de mooiste en meest indringende songs van Prince is het onbetwiste hoogtepunt op Ventriloquism, maar ook haar versies van songs van 80s en 90s helden Lisa Lisa & Cult Jam, Tina Turner, Janet Jackson, TLC en Sade mogen er zijn.

Het helpt hierbij dat Meshell Ndegeocello haar favoriete songs van destijds op geheel eigen wijze heeft geïnterpreteerd. In de uptempo songs op de plaat wordt gekozen voor een avontuurlijk instrumentarium dat de fantasie flink meer prikkelt dan de originelen in het verleden deden. Meshell Ndegeocello experimenteert hierin zowel met complexe en stuwende ritmes als met lome en bezwerende klanken, maar kan ook een singer-songwriter twist geven aan R&B hits van weleer (luister maar eens naar de prachtige versie van Waterfalls van TLC) of de song omtoveren naar een psychedelisch en bezwerend hoogstandje.

Het zijn vaak wat broeierige klanken die passen bij de wat zwoel aandoende songs op de plaat, maar het steekt allemaal zo knap in elkaar dat de songs op Ventriloquism niet alleen aangenaam maar ook spannend klinken.

Hetzelfde geldt voor de vocalen op de plaat. Meshell Ndegeocello beschikt over een warm en soulvol stemgeluid, dat vooral zwoel en fluisterzacht heerlijk voortkabbelt, maar dat je ook diep kan raken, bijvoorbeeld wanneer de Amerikaanse muzikante zich waagt aan Sometimes It Snows In April van Prince, waarin ze verrassend makkelijk overeind blijft en diepe indruk maakt.

Die indruk maakt Meshell Ndegeocello op vrijwel de hele plaat, want ze slaagt er in om een aantal niemendalletjes uit het verleden om te toveren in songs die iets met je doen en die bovendien nog heel lang door blijven groeien.

Ventriloquism is een met veel liefde en aandacht gemaakte plaat, die steeds weer nieuwe dingen laat horen en die steeds net wat beter en interessanter wordt. Ik denk niet dat ik de afgelopen 15 jaar naar een plaat van Meshell Ndegeocello heb geluisterd, maar Ventriloquism laat horen dat dit waarschijnlijk niet terecht is geweest. Ventriloquism ademt immers klasse van de eerste tot de laatste noot, wat extra bijzonder is wanneer je het grootste deel van de originelen die ten grondslag liggen aan de plaat nog eens beluistert. Erwin Zijleman

Meskerem Mees - Julius (2021)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meskerem Mees - Julius - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Meskerem Mees - Julius
De in Ethiopië geboren, maar in België opgegroeide, Meskerem Mees maakt op haar debuutalbum Julius diepe indruk met zeer sobere en intieme maar ook wonderschone folksongs

Meskerem Mees geldt bij onze Zuiderburen inmiddels al een aantal jaren als een groot talent en dat maakt ze meer dan waar op haar debuutalbum Julius. Het is een nogal sober ingekleurd folkalbum, waarop alle aandacht uitgaat naar de mooie stem van de Belgische muzikante. Het is een stem die gemaakt is voor zachte folksongs en daar zijn er heel wat van te vinden op Julius, maar Meskerem Mees laat op haar debuut horen dat ze ook andere kanten op kan. Het levert een debuutalbum op dat zich langzaam maar zeer zeker opdringt en dat vervolgens alleen maar mooier en indrukwekkender wordt. Het is mijn eerste kennismaking met Meskerem Mees en die smaakt naar veel en veel meer.

Niet zo heel lang geleden bracht het Belgische Gent ons het debuutalbum van de in Thailand geboren Wanthanee. Het is een album met intieme folksongs, die me misschien net niet helemaal wisten te overtuigen, maar Wanthanee ga ik zeker in de gaten houden de komende jaren.

Ook Meskerem Mees komt uit Gent, maar ook haar wieg stond niet in België. De in Ethiopië geboren Meskerem Mees groeide wel op in België en timmert daar inmiddels al een aantal jaren aan de weg als muzikante, met het winnen van Humo’s Rock Rally in 2020 als meest aansprekende wapenfeit.

Onlangs verscheen haar debuutalbum Julius en dat is een opvallend debuutalbum geworden. Vergeleken met de ingetogen folksongs van Wanthanee zijn die van stadgenote Meskerem Mees nog een stuk intiemer. Op haar debuutalbum begeleidt de jonge Belgische muzikante zichzelf op de akoestische gitaar en betovert ze de luisteraar met haar zachte en heldere stem.

Persoonlijk heb ik een voorkeur voor net wat voller ingekleurde albums, maar de combinatie van de akoestische gitaar en de mooie stem van Meskerem Mees is prachtig en geeft de bijzondere stem van de Belgische muzikante alle ruimte om te schitteren. Julius vertrouwt overigens niet uitsluitend op de akoestische gitaar van Meskerem Mees, want zo nu en dan worden fraaie en trefzekere accenten toegevoegd door de cello van Febe Lazou en nog incidenteler door de piano, een fluit of door natuurgeluiden.

Ook wanneer extra details worden toegevoegd aan het geluid, blijft de muziek van de Belgische singer-songwriter ingetogen en zeer intiem. Dat vraagt wat van de zang op het album en van de songs en beiden zijn dik in orde. Meskerem Mees beschikt over een mooie stem, die gemaakt lijkt voor zachte en lieflijke folk, maar ze kan ook wat feller klinken, wat haar songs voorziet van urgentie. Hier en daar zijn de vocalen in meerdere lagen opgenomen, wat ook wat dynamiek toevoegt aan de songs.

Het zijn songs die vooral in het hokje folk passen en die, ondanks het sobere instrumentarium, voldoende afwisselend klinken. Ik vind Meskerem Mees persoonlijk het sterkst in de meest intieme en ingetogen songs op het album, maar de net wat meer uptempo songs voorzien Julius wel van de broodnodige dynamiek en variatie.

Ik heb zoals gezegd zelf een voorkeur voor net wat voller ingekleurde albums en dat is vooral omdat ik albums als het debuut van Meskerem Mees over het algemeen snel saai vind worden. Over het algemeen, want ook bij herhaalde beluistering van Julius blijft het album me betoveren en vind ik zowel de stem van Meskerem Mees als de instrumentatie en de songs alleen maar beter worden.

Meskerem Mees maakt het soort folk waar Laura Marling een aantal jaren geleden mee opdook, maar ze klinkt minder Brits en daardoor eigenzinniger. Het is moedig om met minimale middelen een debuutalbum als dit op te nemen, maar het prachtig opgenomen en uiterst subtiel ingekleurde Julius is zo’n intiem folkalbum dat zich genadeloos opdringt.

In België weten ze inmiddels een paar jaar dat Meskerem Mees bulkt van het talent, maar in Nederland ben ik haar naam nog niet vaak tegen gekomen. Hoogste tijd dat dit gaat veranderen, want Julius van Meskerem Mees is een fraai en trefzeker debuutalbum, waar we in Nederland best een beetje jaloers op mogen zijn. Erwin Zijleman

Mess Esque - Jay Marie, Comfort Me (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mess Esque - Jay Marie, Comfort Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mess Esque - Jay Marie, Comfort Me
Helen Franzmann en Mick Turner maken het de luisteraar ook op Jay Marie, Comfort Me weer niet makkelijk, maar ook het tweede album van Mess Esque is een album dat bol staat van de muzikaliteit en avontuur

Het debuutalbum van Mess Esque deed me een paar jaar geleden denken aan Crowsdell en Mazzy Star, maar Helen Franzmann en Mick Turner lieten vooral een eigen geluid horen. Dat doen ze ook weer op Jay Marie, Comfort Me, dat de aandacht trekt met behoorlijk experimentele maar ook aangenaam dromerige songs. Het zijn songs waarin het gitaarwerk direct in positieve zin opvalt en ook de percussie is fantastisch. Aan de stem van Helen Franzmann moet je even wennen, maar na gewenning is de zang op Jay Marie, Comfort Me echt prachtig. Jay Marie, Comfort Me van Mess Esque is best een lastig album, tot het moment dat echt alles op zijn plek valt.

Aan het eind van 2021 besprak ik het titelloze debuutalbum van het Australische duo Mess Esque. Mijn recensie stond vol met tegenstellingen als “Mess Esque heeft een bijzonder album gemaakt dat je eindeloos wilt koesteren of dat je keer op keer de gordijnen in jaagt” of “het Australische duo Mess Esque levert een bijzonder avontuurlijk debuutalbum af, dat in eerste instantie maar heel weinig houvast biedt, maar dat tot grote hoogten stijgt wanneer alles op zijn plek valt”.

Ook ik moest in 2021 enorm wennen aan de muziek van Helen Franzmann en Mick Turner, maar uiteindelijk vond ik het debuutalbum van de twee niet alleen bijzonder intrigerend maar ook heel erg mooi. Het album deed me af en toe denken aan het echt briljante Dreamette, het debuutalbum van Crowsdell, de band van Shannon Wright, een album dat helaas nog altijd niet is te beluisteren op de streaming media platforms.

De muziek van Helen Franzmann, die ook bekend is van de band McKisko, en Mick Turner, die nog veel bekender is van de band Dirty Three, deed ook wel wat denken aan Mazzy Star, maar dan wel een wat experimentelere versie van Mazzy Star, overigens een van mijn favoriete bands aller tijden. Het is prachtig vergelijkingsmateriaal.

Mess Esque keert deze week terug met Jay Marie, Comfort Me en gaat deels verder waar het duo aan het eind van 2021 was geëindigd. Ook het tweede album van Mess Esque is weer geen lichte kost. Zeker als je niet gewend bent aan de muziek van het Australische tweetal en hun bandgenoten bieden de songs op Jay Marie, Comfort Me in eerste instantie weinig houvast.

De geweldige gitaarlijnen van Mick Turner en de bijzondere zang van Helen Franzmann lijken vooral hun eigen ding te doen en ook de keyboards en drums lijken zich weinig aan te trekken van de andere klanken op het album. Op hetzelfde moment klinkt de muziek van Mess Esque heerlijk dromerig en wanneer je wat dieper wegzinkt in de muziek van het Australische duo lijkt alles toch opeens weer te kloppen.

Ook bij beluistering van Jay Marie, Comfort Me moet ik, voornamelijk vanwege het gitaarwerk, vaak denken aan dat helaas zo miskende debuutalbum van Crowsdell, terwijl de dromerige en soms bijna gesproken zang van Helen Franzmann associaties oproept met Mazzy Star’s Hope Sandoval.

Jay Marie, Comfort Me van Mess Esque is een album dat je makkelijk opzij schuift bij snelle beluistering, maar dat steeds mooier wordt wanneer je er dieper induikt. Het gitaarwerk op het album is echt geweldig en ook de drummer speelt fantastisch op het album. De muziek van Mess Esque is vaak loom en dromerig, maar kan ook ruw en stevig klinken.

Beide uitersten passen uitstekend bij de zang van Helen Franzmann die absoluut haar eigen stijl heeft, maar die mij in ieder geval direct wist in te pakken. In de songs op Jay Marie, Comfort Me wordt af en toe flink het experiment opgezocht en verliest Mess Esque de toegankelijke popsong soms echt volledig uit het oog, maar het is knap hoe deze popsong soms ook weer binnen een paar noten kan worden gevonden.

Ik geef eerlijk toe dat ik de afgelopen jaren niet heel vaak meer aan Mess Esque heb gedacht en ook Jay Marie, Comfort Me is een album dat niet altijd binnen zal komen, maar als je in de stemming bent voor de muziek van Mess Esque is het echt een prachtalbum. Erwin Zijleman

Mess Esque - Mess Esque (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mess Esque - Mess Esque - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mess Esque - Mess Esque
Het Australische duo Mess Esque levert een bijzonder avontuurlijk debuutalbum af, dat in eerste instantie maar weinig houvast biedt, maar dat tot grote hoogten stijgt wanneer alles op zijn plek valt

Helen Franzmann (McKisko) en Mick Turner (Dirty Three) zijn samen Mess Esque en hebben een debuutalbum afgeleverd dat het je niet makkelijk maakt, maar dat enige gewenning steeds mooier wordt. De gitaarlijnen van Mick Turner zijn wonderschoon, maar ook de rest van de instrumentatie houdt je continu op het puntje van je stoel. De bijzondere zang van Helen Franzman draait zich continu vast en weer los in het unieke klankentapijt en heeft al snel een bijna hypnotiserende uitwerking. Mess Esque heeft een bijzonder album gemaakt dat je eindeloos wilt koesteren of dat je keer op keer de gordijnen in jaagt. Ik kies absoluut voor het eerste.

Mess Esque is een Australisch duo dat bestaat uit zangeres Helen Franzmann, die ook muziek maakt als McKisko, en Mick Turner, die samen met Jim White en Warren Ellis de roemruchte Australische band Dirty Three vormde. Direct vanaf de eerste noten van het titelloze debuut van Mess Esque is duidelijk dat Helen Franzmann en Mick Turner niet van plan zijn om het de luisteraar heel makkelijk te maken.

Openingstrack Wake Up To Yesterday opent met een jazzy ritmesectie, waarna een orgeltje wat onduidelijk invalt. Wanneer Mick Turner een mooie gitaarlijn inzet, duikt ook de stem van Helen Franzmann op, die zich in eerste instantie beperkt tot het gesproken woord, maar wanneer de gitaarlijnen wat steviger worden aangezet, meerdere zanglijnen tegelijk uit de speakers laat komen.

De openingstrack van het debuut van Mess Esque zet je in een kleine zes minuten talloze keren op het verkeerde been en bij de eerste keren horen wist ik nog niet of ik het nu mooi moest vinden of niet, al intrigeerde het me direct vanaf de eerste noten hopeloos. Het doet in eerste instantie wel wat denken aan Dreamette, het geweldige debuut van Crowsdell, de band van Shannon Wright en dat is wat mij betreft een mooie aanbeveling.

De muziek van Mess Esque is, zeker in de openingstrack, behoorlijk experimenteel, al is het maar omdat het lijkt of Helen Franzmann en Mick Turner vooral hun eigen ding aan het doen zijn. Ook in het bijna acht minuten durende Sweetspot draaien de bijzondere vocalen en de fraaie gitaarlijnen prachtig om elkaar heen, maar het klinkt wat lomer en minder experimenteel dan in de openingstrack.

Helen Franzmann schakelt ook dit keer tussen gesproken woord en dromerige vocalen, terwijl Mick Turner de ruimte vult met even mooie als bijzondere gitaarlijnen. De ritmesectie speelt wederom jazzy, terwijl dit keer blazers en keyboards zorgen voor subtiele accenten. Ook in de tweede track van het debuut van Mess Esque verschiet de muziek van het Amerikaanse tweetal meerdere keren van kleur, maar waar bij eerste beluistering van de openingstrack bij mij de verbazing nog overheerste, werd ik in de tweede track vooral betoverd.

Het titelloze debuut van Mess Esque bevat bijna veertig minuten muziek, waarin zes intrigerende tracks voorbij komen. Het was voor mij absoluut even wennen, maar na gewenning is het album al snel een fascinerende luistertrip, die weliswaar meerdere kanten op schiet, maar op een of andere manier ook een ontspannende of zelfs rustgevende uitwerking heeft.

In muzikaal opzicht is het debuut van het Australische tweetal een spannend album vol geweldig gitaarwerk en subtiele accenten, maar ook de zang van Helen Franzmann voegt flink wat avontuur toe aan de muziek van Mess Esque. Zeker bij eerste beluistering had ik af en toe het idee dat de Australische zangeres maar wat deed of op een of andere manier ernstig beneveld was bij het inzingen van het album, maar op een gegeven moment valt alles op zijn plek en versterken de zang en de muziek op het album elkaar op bijzondere wijze.

Mess Esque maakt op haar fascinerende debuutalbum muziek die niet direct lijkt op iets dat ik al ken, al hoor ik naast het vleugje Crowsdell hier en daar ook wel wat van Mazzy Star, al is het ver weg en niet meer dan een zweempje. Soms klinkt het opeens verrassend toegankelijk, maar een verrassende wending is nooit ver weg. Voor mij met afstand het meest verrassende nieuwe album van deze week en het is nog lang niet uitgegroeid. Erwin Zijleman

Messidor - When Things Go Missing (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Messidor - When Things Go Missing - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Messidor - When Things Go Missing
Het debuutalbum van de Belgische band Messidor staat vol met buitengewoon aangename en wat broeierig klinkende popsongs, maar het zijn ook popsongs waarin ontzettend veel moois is verstopt

When Thing Go Missing, het debuutalbum van de uit Brussel afkomstige band Messidor, heeft niet veel tijd nodig om te overtuigen. Het album bevat een aantal toegankelijke en zeer sfeervolle songs. Het zijn songs die prachtig zijn ingekleurd met subtiele ritmes en fraaie gitaarlijnen en ook de zang van singer-songwriter Ward Daenen voelt direct aangenaam aan. Het debuut van Messidor is ook een album vol geheimen, die een voor een aan de oppervlakte komen. Die geheimen zijn verstopt in de avontuurlijke instrumentatie en de vaak complexe songstructuren. Het levert een uitstekend debuutalbum op, dat Messidor dit jaar zeker op de kaart gaat zetten als een van de grote beloften van de Belgische popmuziek.

When Things Go Missing van Messidor staat deze week vermeld op de lijst met nieuwe albums en behoort daarom tot de eerste releases van 2023. Het is deze week nog een lijst van zeer beperkte omvang, waardoor het album onmiddellijk mijn aandacht trok. Dat is maar goed ook, want het debuutalbum van Messidor is een album dat ik na de eerste keer horen al niet meer wilde missen en dat sindsdien alleen maar mooier is geworden.

Messidor is een Belgische band rond singer-songwriter Ward Daenen en multi-instrumentalisten Maarten Moesen en Bert Hornikx, die hun sporen in de Belgische popmuziek ruimschoots verdiend hebben. De naam van de band verwijst overigens niet naar de voetballer die onlangs wereldkampioen werd, maar naar de straat waar het idee voor dit album ontstond, de Messidorlaan in Brussel, die zijn naam weer ontleende aan de tiende maand van de Franse republikeinse kalender. In deze kalender stond de maand Messidor bekend als de oogstmaand en ook voor de Belgische band is het de hoogste tijd om te oogsten.

De band heeft lang gewerkt aan haar debuutalbum, de basis voor het album werd al in 2021 gelegd, en dat hoor je aan alles. Op de website van de band worden Bon Iver, The Blue Nile en onze eigen trots The Nits genoemd als de belangrijke inspiratiebronnen voor de muziek van Messidor. Het zijn inspiratiebronnen die met enige fantasie wel terug zijn te horen, net als invloeden van alle bands die de Belgische popmuziek de afgelopen decennia zo interessant maakten, maar Messidor heeft op haar debuutalbum ook een duidelijk eigen geluid.

When Things Go Missing van Messidor is voorzien van een bijzonder subtiel en zeer sfeervol en warm geluid, waarin subtiele ritmes en bijzonder fraaie gitaarlijnen de meeste aandacht opeisen. Het is een geluid dat op het eerste gehoor het best past bij de avond en de nacht, zeker wanneer de muziek van Messidor is voorzien van jazzy accenten. Het album heeft op hetzelfde moment een laid-back jaren 70 sfeertje.

Met Maarten Moesen en Bert Hornikx, van oorsprong allebei drummer, beschikt de band over twee gelouterde muzikanten, die met veel souplesse spelen en het avontuur niet schuwen. De warme deken van de sfeervolle klanken past fraai bij de zang van Ward Daenen, die vooral zacht zingt, wat de nachtelijke sfeer in de muziek van Messidor nog wat verder versterkt. Heel af en toe hoor ik wat van Thom Yorke in de stem van Ward Daenen, waarna Messidor wat opschuift richting Radiohead, maar dit zijn slechts zeer incidentele uitstapjes.

De songs van Messidor liggen lekker in het gehoor en hebben een tijdloos karakter, maar het zijn vrijwel zonder uitzondering complexe songs, waarin veel moois is verstopt en waarin op subtiele wijze invloeden uit flink wat decennia popmuziek zijn verwerkt. De Belgische popmuziek uit de jaren 90 biedt veel aanknopingspunten, maar Messidor blijft hier niet in hangen en kan er ook opeens 70s harmonieën tegenaan gooien.

Zowel in muzikaal, vocaal als compositorisch oogpunt haalt de Belgische band op When Things Go Missing een niveau dat slechts op weinig debuutalbums wordt gehaald. Het is ook nog eens een album dat de tijd moet krijgen om te groeien, want in de knap in elkaar stekende songs op het debuutalbum van Messidor duiken steeds weer nieuwe verrassingen op. Of het verstandig is om zo vroeg in het nieuwe jaar een album uit te brengen is de vraag, al is het op het moment redelijk makkelijk om op te vallen met nieuwe muziek. En opvallen doet Messidor zeker met dit over de gehele linie wonderschone debuutalbum. Erwin Zijleman

Metric - Formentera (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Metric - Formentera - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Metric - Formentera
De Canadese band Metric opent haar nieuwe album sensationeel met een ruim tien minuten durende mokerslag, maar houdt het hoge niveau hierna moeiteloos vast op haar beste album tot dusver

Ik heb in het verleden vaak albums van de Canadese band Metric gemist, maar uiteindelijk pak ik de muziek van de band rond Emily Haines altijd op. Dit keer was ik gelukkig direct bij de les, want het deze week verschenen Formentera is een ijzersterk album. Dat hoor je direct in de sensationele openingstrack, maar ook op de rest van het album steekt de Canadese band in een uitstekende vorm. Metric laat zich nog altijd inspireren door de new wave van weleer, maar geeft absoluut een eigentijdse invulling aan de inspiratie uit het verleden. Het levert een soms groots en soms experimenteel geluid op, waarin gitaren en synths in evenwicht zijn en de stem van Emily Haines de kers op de taart is.

De Canadese band Metric keert deze week terug met de opvolger van het alweer bijna vier jaar oude Art Of Doubt, dat van het hoge niveau was dat we de afgelopen twintig jaar van de band gewend zijn. De band rond Emily Haines levert met Formentera haar achtste album af en het is een album dat laat horen dat Metric haar creatieve piek nog niet had bereikt. Formentera is immers een geweldig album, dat wat mij betreft boven zijn voorgangers uitsteekt.

Het album opent met een ware mokerslag. De ruim tien minuten durende openingstrack Doomscroller laat een dwarsdoorsnede van het volledige oeuvre van de band horen en imponeert van de eerste tot en met de laatste noot. Doomscroller opent met synthpop, sleurt je vervolgens richting dansvloer met imposante beats, heeft fraaie piano intermezzo’s met atmosferische synths en slaat aan het eind van de track ook nog eens om in een heuse en voorzichtig gruizige gitaarsong. Het levert een instant klassieker op van het soort dat tegenwoordig niet meer wordt gemaakt.

In muzikaal opzicht grijpt de openingstrack je bij de strot, maar ook de geweldige zang van Emily Haines zorgt er voor dat het nieuwe album van de Canadese band direct een onuitwisbare indruk maakt. Het nadeel van de briljante openingstrack is natuurlijk dat de resterende 35 minuten van het album alleen maar tegen kunnen vallen, maar Metric houdt gelukkig een behoorlijk hoog niveau vast.

Op Formentera laat de band zich, zoals gewoonlijk, beïnvloeden door de new wave zoals die zich vanaf de late jaren 70 ontwikkelde, maar Metric blijft zeker niet steken in de invloeden uit een inmiddels ver verleden. Ook Formentera klinkt weer zo fris en eigentijds als we inmiddels van Metric verwachten.

In de fascinerende openingstrack spelen de gitaren zeker niet de hoofdrol, maar op de rest van het album blinkt de band weer uit met uitstekend gitaarwerk, dat zowel onweerstaanbaar lekkere gitaarloopjes als bescheiden maar trefzekere gitaarmuren oplevert. Het is gitaarwerk dat wordt gecombineerd met hier en daar stevig aangezette synths en natuurlijk met de zo herkenbare zang van Emily Haines, die Metric nog altijd voorziet van een bijzonder eigen geluid.

Metric schuwt op Formentera de groots en meeslepende songs niet en solliciteert naar een opengevallen plekje op de festivalweides deze zomer, maar de band kiest hier en daar ook voor meer ingetogen songs en stopt altijd voldoende avontuur in haar songs, waardoor Formentera de fantasie makkelijk blijft prikkelen.

Het nieuwe album van Metric speelt een gewonnen wedstrijd na de magistrale openingstrack, maar ook de andere songs op het album zijn sinds de eerste beluistering tot leven gekomen, waardoor ik Formentera best de voorlopige kroon op het werk van de Canadese band durf te noemen.

Metric heeft helaas nog altijd een redelijk bescheiden status, maar luister naar het nieuwe album van de band en de kans lijkt me groot dat Emily Haines en haar medemuzikanten je genadeloos inpakken, mits je natuurlijk houdt van vooral door new wave beïnvloede songs met een hoofdrol voor zowel gitaren als keyboards.

Old World Underground, Where Are You Now?, het debuut van de band, viert volgend jaar al haar twintigste verjaardag, maar het is nooit te laat om een wereldband als Metric te omarmen, al is het maar omdat Emily Haines en haar medemuzikanten op Formentera in topvorm verkeren. Erwin Zijleman

Metric - Pagans in Vegas (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Metric - Pagans In Vegas - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Canadese band Metric begon ooit als een gitaarbandje dat met name in indie-kringen veel muziekliefhebbers aan zich wist te binden.

Het is nauwelijks te geloven wanneer je de nieuwe plaat van de band rond boegbeeld Emily Haines hoort.

Gitaren zijn op Pagans In Vegas immers nauwelijks te horen en het geluid van Metric zit dichter tegen pure pop dan tegen indie aan.

Metric voorziet haar geluid dit keer vooral van elektronica en bestrijkt hierbij een breed en veelkleurig palet. Pagans In Vegas van Metric klinkt hierdoor op het eerste gehoor misschien als een schaamteloos toegankelijke en aanstekelijke popplaat, maar de in eigen land bijzonder populaire band heeft ook veel moois verstopt in haar muziek.

Het elektronische geluid op de plaat raakt af en toe dat aan de synthbands uit de 90s (en vooral aan Depeche Mode), maar heeft ook het pompeuze van de synthpop uit de jaren 80 of het kitscherige van de met disco verrijkte elektronische popmuziek uit de jaren 70. Hier blijft het niet bij, want in een aantal tracks doet de bijzondere elektronische instrumentatie aan Kraftwerk denken en dat is genoeg om mij op het puntje van mijn stoel te krijgen.

Zeker wanneer Emily Haines de songs voorziet van suikerzoete vocalen zal de liefhebber van de platen die de band een jaar of zes geleden nog maakte zich afvragen wat er mis is gegaan met Metric, maar voor liefhebbers van aanstekelijke maar ook licht eigenwijze elektronische popmuziek valt er op Pagans In Vegas toch flink wat te genieten.

Zeker in de wat minder pop georiënteerde tracks maakt Metric op Pagans In Vegas bezwerende muziek, die nog lang aan kracht blijft winnen. Ik heb in het verleden Metric platen gehoord die makkelijker overtuigden, maar ik sluit niet uit dat deze bij vlagen bijzonder fascinerende en bij vlagen zeer aangename plaat uiteindelijk langer blijft hangen. Erwin Zijleman

Metronomy - Love Letters (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Metronomy - Love Letters - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er zijn altijd al Britse bands geweest die in eigen land de hemel in werden geprezen, maar buiten het Verenigd Koninkrijk geen poot aan de grond kregen. Soms braken deze bands na vele jaren alsnog door (denk aan The Jam), maar er zijn er ook zat die in Nederland altijd (te) onbekend zijn gebleven (The Divine Comedy) of lang niet de waardering kregen die ze zo verdienden (Squeeze, XTC). Metronomy behoort in Engeland al enkele jaren tot de gevestigde namen. Met haar vorige plaat, The English Riviera, stond de band in 2011 hoog in menig jaarlijstje, maar de plaat deed in Nederland vrijwel niets. Ook opvolger Love Letters, dat inmiddels een aantal weken in de winkel ligt, krijgt in Nederland tot dusver veel minder aandacht dan in Engeland, waar de plaat is onthaald als een waar meesterwerk. Na alle lof in Engeland heb ik The English Riviera uiteindelijk wel in huis gehaald, maar het kwartje wilde bij mij maar niet vallen. Hetzelfde probleem had ik ook lange tijd met Love Letters. Metronomy maakt muziek die lastig is te classificeren en ook lastig is te doorgronden. De plaat opent met een ouderwets klinkende ritmebox en vocalen die rechtstreeks vanuit de jaren 80 lijken te komen. Net als je te maken denkt te hebben met het zoveelste op 80s synthpop gestoelde bandje, verrast Metronomy met soulvolle impulsen en heerlijke falset vocalen. Love Letters is een plaat die bol staat van de invloeden. De muziek van Metronomy klinkt hierdoor steeds heel even bekend, maar vervolgens wordt je toch steeds weer hopeloos op het verkeerde been gezet. De ritmebox uit de openingstrack krijgt uiteindelijk gezelschap van akoestische gitaren en elektrisch gitaarwerk dat herinnert aan Pink Floyd’s David Gilmour, waarmee de associatie met 80s synthpop in vier minuten muziek zowel dominant aanwezig als volstrekt belachelijk is. Wat voor de openingsrack geldt, geldt voor de meeste songs op de plaat. Metronomy doet qua eigenzinnigheid af en toe denken aan XTC, maar het schaamt zich ook niet voor onweerstaanbaar aanstekelijke popliedjes met een Motown injectie. Hierdoor hoor je uiteindelijk de meest uiteenlopende namen terug op Love Letters. Van Devo tot The Human League. Van David Bowie tot The Buggles. En heel veel van de onlangs op deze BLOG nog bejubelde Rupert Hine. Van California in de 60s tot Londen in de 80s en 90s. En zo kan ik nog heel lang door gaan. Metronomy lijkt werkelijk op van alles, maar tegelijkertijd ook op helemaal niets. De band krijgt dit voor elkaar door op geheel eigen wijze elektronische en organische instrumenten met elkaar te vermengen en door aanstekelijke refreinen te combineren met nauwelijks te doorgronden intermezzo’s. Love Letters van Metronomy is een plaat om heerlijk bij weg te dromen, maar het is ook een plaat die je steeds weer voor nieuwe raadsels stelt. Het ene moment hoor je warmbloedige gitaarklanken, het volgende moment ijskoude synths uit vervlogen tijden. De zang is het ene moment kil en emotieloos, het volgende moment warm en funky. Love Letters is een vat vol tegenstrijdigheden en als je het mij vraagt een vat vol moois. Het duurt even tot je tot die conclusie komt, maar vervolgens heb je Metronomy stevig omarmd. Heel stevig zelfs. Erwin Zijleman

Mevrouw Tamara - In Je Hoofd (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mevrouw Tamara - In Je Hoofd - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mevrouw Tamara - In Je Hoofd
Mevrouw Tamara duikt in de flink volle vijver van de jonge vrouwelijke singer-songwriters die in het Nederlands zingen, maar houdt zich makkelijk staande met een mooi en avontuurlijk album

Natuurlijk is het niet handig om een paar dagen voor kerst een nieuw album uit te brengen, al is de concurrentie van andere nieuwe albums momenteel gering of zelfs afwezig. In Je Hoofd van Mevrouw Tamara duikt bovendien in lang niet alle releaselijsten op, maar het is een mooi en bijzonder album dat echt alle aandacht verdient. In Je Hoofd valt in eerste instantie vooral op door de bijzondere zang van Tamara van Esch, die steeds net wat teveel woorden in een zin lijkt te willen proppen, maar ook in muzikaal opzicht steekt het album razend knap in elkaar. Reden genoeg om Mevrouw Tamara te scharen onder de smaakmakers in het genre.

Bij de naam Mevrouw Tamara heb ik direct associaties met een Indonesische toko, maar het is ook het alter ego van de Nederlandse singer-songwriter Tamara van Esch.

Mevrouw Tamara deed een paar jaar geleden mee aan het allereerste seizoen van het tv-programma De beste singer-songwriter van Nederland, dat overigens verrassend veel talent heeft voortgebracht, en zag uiteindelijk Douwe Bob er met de overwinning vandoor gaan.

Ook voor Mevrouw Tamara was het tv-programma een goede springplank, want haar debuut Zo Lang Mogelijk uit 2015 trok redelijk wat aandacht en werd goed ontvangen. Deze week verscheen het tweede album van het alter ego van Tamara van Esch, In Je Hoofd.

Mevrouw Tamara kiest ook op haar tweede album weer voor Nederlandstalige popliedjes en die omarm ik, ondanks het overboord zetten van flink wat vooroordelen, nog altijd minder makkelijk dan Engelstalige popsongs. Toch wist In Je Hoofd me vrij snel en makkelijk te overtuigen. In Je Hoofd is een in muzikaal opzicht spannend album, dat continu de grenzen opzoekt tussen indie-pop en folky luisterliedjes. Veel songs op het album zijn relatief sober ingekleurd, waardoor de zang van Tamara van Esch centraal staat.

De Nederlandse singer-songwriter zingt op bijzondere wijze en is hierdoor niet makkelijk in een hokje te duwen. Soms hoor ik wat van Eefje de Visser, maar ook Maaike Ouboter, Iris Penning, AAPNOOTMIES, Rita Zipora, Aafke Romeijn en zeker ook Roosbeef dienen relevant vergelijkingsmateriaal aan, maar op hetzelfde moment heeft de Utrechtse singer-songwriter een bijzonder eigen geluid.

Ik kan me voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd zal zijn van de zang van Tamara van Esch, maar ik vind het persoonlijk erg mooi. De Nederlandse singer-songwriter schrijft mooie en poëtische teksten die vaak wat te lang lijken om in de songs geperst te worden, maar dit lukt uiteindelijk wel, wat een bijzonder effect geeft. De bijzondere zang maakt van In Je Hoofd een speciaal album, maar ook de instrumentatie op het tweede album van Mevrouw Tamara is van een bijzondere schoonheid.

In Je Hoofd is vaak relatief sober ingekleurd met akoestische gitaar of piano, maar zeker als je met volle aandacht naar het album luistert, hoor je hoe mooi en bijzonder de instrumentatie is. In Je Hoofd is fraai ingekleurd met onder andere keyboards, strijkers en blazers, die het album van Mevrouw Tamara voorzien van veel onderscheidend vermogen en die bovendien flink wat dynamiek toevoegen aan het album. De instrumentatie is bovendien verrassend veelzijdig, waardoor alle songs van Mevrouw Tamara net wat anders klinken.

In Je Hoofd van Mevrouw Tamara heeft net als de albums van Eefje de Visser iets dromerigs en verleidelijks, maar het album heeft nog veel meer te bieden. In Je Hoofd is een ruw en puur album, maar het is ook een avontuurlijk album en een album dat je lang blijft verrassen. Het is verder een album dat mooie en indringende persoonlijke verhalen vertelt en dat doet op bijzondere wijze.

Een paar dagen voor kerst een album uitbrengen is natuurlijk vrij hopeloos qua timing, maar In Je Hoofd van Mevrouw Tamara is absoluut te mooi en te bijzonder om over het hoofd gezien te worden. Als het helpt moeten we het album maar zien als een van de eerste bijzondere releases van 2020. Ik ben zelf in ieder geval heel blij met deze wonderschone en intense eindejaarsverrassing. Erwin Zijleman

MG - MG (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MG (Martin Gore) - MG - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

MG staat voor Martin Gore en Martin Gore kennen we natuurlijk van Depeche Mode. Binnen Depeche Mode is Martin Gore vooral verantwoordelijk voor de net wat melodieuzere vocalen, heeft hij een groot deel van de tijd een gitaar in zijn handen en staat zijn naam achter een deel van de wat meer pop georiënteerde songs van de band.

Van Martin Gore had ik daarom geen experimentele instrumentale elektronische plaat verwacht, maar hij heeft hem wel gemaakt. MG is zeker geen makkelijke plaat geworden en als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat het even heeft geduurd voor ik er chocolade van kon maken, maar inmiddels ben ik toch wel onder de indruk van MG.

MG is zoals gezegd een instrumentale plaat en een volledig elektronische plaat. Daarmee kun je nog alle kanten op, maar Martin Gore heeft gekozen voor een behoorlijk experimenteel klankentapijt, dat zowel filmisch als futuristisch aan doet. MG strijkt hierbij af en toe flink tegen de haren in en biedt maar weinig aanknopingspunten, maar het is ook een plaat waarbij uiteindelijk veel op zijn plaats valt.

MG bestaat deels uit industriële klanken, deels uit atmosferische geluidstapijten en deels uit wat meer melodieuze klanken. Elk van deze drie soorten klanken voert telkens de boventoon en bepaalt of je luistert naar een voortdenderende machine, naar bedwelmende klanken of naar melodieuze popmuziek. Dat is niet altijd even makkelijk, maar zeker wanneer je je open stelt voor de bijzondere muziek op MG valt er veel te genieten op deze soloplaat van Martin Gore.

Bij beluistering van MG moet je de associaties met Depeche Mode volledig loslaten. Martin Gore creëert op MG zijn eigen muzikale universum en het is een universum dat de fantasie volledig moet kunnen prikkelen om een positieve werking te kunnen hebben.

MG doet af en toe denken aan de muziek van Kraftwerk. Ook dat is geen muziek die ik altijd kan verdragen, maar het is muziek die je in een bepaalde gemoedstoestand kan brengen, waarna opeens wel alles op zijn plaats valt. Martin Gore krijgt dat ook voor elkaar met MG. Er zijn momenten waarop ik de muziek op MG maar nauwelijks kan verdragen, maar er zijn minstens even vaak momenten waarop ik de ruwe schoonheid van MG ervaar en de muziek van Martin Gore goed is voor fascinerende beelden.

Het ene moment hoor je nog flarden onsamenhangende elektronica, het volgende moment worden al deze flarden aan elkaar gesmeed tot een buitengewoon fascinerende luistertrip. Naarmate je MG vaker hoort bestaat de plaat steeds minder vaak uit als los zand aan elkaar hangende flarden en hoor en zie je steeds vaker een consistent muzikaal landschap dat fascineert, intrigeert en betovert.

Wanneer je niet van elektronische muziek houdt acht ik de kans niet zo groot dat het kwartje gaat vallen, maar iedereen die, net als ik, zo nu en dan kan genieten van elektronische muziek, krijgt met MG een bijzondere plaat in handen.

Martin Gore heeft Depeche Mode de afgelopen decennia getransformeerd van een eenvoudig synth-pop bandje in een veelzijdige rockband. Het Depeche Mode geluid had hij ook kunnen etaleren op deze soloplaat, maar het siert Martin Gore dat hij op deze soloplaat heeft gekozen voor een wat tegendraads geluid dat deels teruggrijpt op de eerste stapjes van Depeche Mode, maar uiteindelijk natuurlijk vooral vooruit kijkt. Het levert een bijzonder fascinerende plaat van een bijzondere vaak wat ongrijpbare schoonheid op. Erwin Zijleman

Mia Doi Todd - Floresta (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mia Doi Todd - Floresta - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Los Angeles afkomstige singer-songwriter Mia Doi Todd had ik een tijd lang heel hoog zitten, maar de laatste jaren wisten haar platen me helaas niet meer te bereiken. Vooral door het simpele feit dat ze in Europa niet werden uitgebracht en/of gepromoot.

Haar nieuwe plaat, Floresta, bereikte me min of meer per toeval en is voor mij de opvolger van het uit 2005 stammende Manzanita; een plaat die in 2005 nota bene mijn jaarlijstje wist te halen.

Mia Doi Todd maakte na Manzanita nog een viertal platen voor een klein label, maar Europa wisten ze helaas niet te bereiken. Ook Floresta zal in Europa waarschijnlijk geen potten gaan breken en dat is jammer. Heel jammer zelfs, want Floresta is een hele sterke plaat, die het niveau van het miskende Manzanita weet te benaderen of zelfs weet te overtreffen.

Mia Doi Todd heeft zich haar hele carrière al laten beïnvloeden door de muziek van Joni Mitchell, maar sleepte hier vervolgens de nodige invloeden bij, waaronder flink wat exotische invloeden. Deze exotische invloeden staan centraal op Floresta. Een paar jaar geleden toerde Mia Doi Todd door Brazilië en raakte ze onder de indruk van de Braziliaanse muziek. Ze besloot daarom om haar nieuwe plaat in Brazilië op te nemen met een Braziliaanse producer en Braziliaanse muzikanten. Uiteraard leerde ze zichzelf ook het Portugees aan.

Het levert een plaat op die de rijke muzikale tradities van Brazilië eert, maar ook ruimte biedt aan de eigen stijl van Mia Doi Todd. Op Floresta domineren traditionele Braziliaanse genres, waarvan ik persoonlijk alleen de bossa nova en samba (her)ken. Het zijn genres die uitstekend pas bij de mooie heldere stem van Mia Doi Todd, die op deze plaat flink wat Braziliaanse zangeressen van naam en faam naar de kroon steekt.

De mooie zang van Mia Doi Todd bepaalde altijd al voor een belangrijk deel de kwaliteit van haar muziek en doet dat ook weer op Floresta. Ook ik muzikaal opzicht is Floresta echter een boeiende en mooie plaat. Mia Doi Todd laat zich op haar nieuwe plaat bijstaan door een flink aantal geweldige muzikanten die een zwoel en authentiek geluid neerzetten, waarin echter ook ruimte is voor het experiment waarin Mia Doi Todd zo goed gedijt.

Floresta is uiteindelijk natuurlijk een atypische plaat in het oeuvre van Mia Doi Todd en niet de best mogelijke kennismaking met haar werk, maar voor liefhebbers van traditionele Braziliaanse muziek met een flinke dosis bossa nova en samba valt er op Floresta heel veel te genieten.

Liefhebbers van de meer folky singer-songwriter Mia Doi Todd adviseer ik om Manzanita op te duiken. Dat heb ik zelf weer eens gedaan en de plaat heeft me na al die jaren zeker niet teleurgesteld. Hetzelfde geldt eigenlijk voor Floresta, dat kan concurreren met de beste platen die ik de laatste jaren uit Brazilië heb gehaald. Dat is voor een import Braziliaan als Mia Doi Todd een prestatie van enorm formaat. Floresta is bovendien ook nog eens een plaat die de zon nog even lekker laat schijnen, ook al is het inmiddels al oktober. Erwin Zijleman

Mica Paris - Gospel (2020)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mica Paris - Gospel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mica Paris - Gospel
Mica Paris scoorde een bescheiden hitje in de jaren 80, maar pakt nu uit met een overtuigend album, waarop zeer uiteenlopende songs in het keurslijf van de gospel blijken te passen

Mica Paris maakt al een aantal decennia muziek, maar trok vorig jaar nadrukkelijk de aandacht met een BBC tv-serie waarin ze op zoek ging naar haar gospel roots. Het levert nu een sfeervol album op, waarop de Britse muzikante een aantal eigen songs, een aantal soul- en gospel klassiekers en een aantal bekende songs van anderen door de gospelmolen haalt. Het klinkt , mede door de inzet van een gospelkoor, allemaal bijzonder sfeervol, maar de meeste indruk maakt toch de rauwe en soulvolle strot van Mica Paris. Een heerlijke “guilty pleasure” voor de donkere dagen, maar Gospel van Mica Paris overstijgt dit predicaat ook met grote regelmaat.

Bij de naam Mica Paris moest ik heel diep graven in het geheugen. Graven tot diep in de jaren 80, waarin de Britse zangeres een bescheiden hitje had met My One Temptation. Zo’n typisch jaren 80 hitje dat verder weinig om het lijf had, maar wel lekker klonk.

Ik ging er van uit dat Mica Paris na de jaren 80 in de archiefdoos met eendagsvliegen was terecht gekomen, maar de Britse zangeres is altijd muziek blijven maken, zij het met lange tussenpozen. Aan het begin van de jaren 90 werd ze zelfs nog even op sleeptouw genomen door Prince, maar ook dat maakte Mica Paris niet wereldberoemd.

Deze week verscheen een nieuw album van Mica Paris, Gospel. Het is een album dat zich bij mij direct genadeloos opdrong als “guilty pleasure”, maar daarvoor is Mica Paris toch wat te goed. Gospel volgt op een zeer populaire serie van de BBC, waarin Mica Paris op zoek ging naar de gospelmuziek waarmee ze opgroeide.

Gospel bevat een aantal eigen songs, een aantal gospel- en soulklassiekers en een aantal covers, waaronder (Something Inside) So Strong van Labri Sifre, I Still Haven’t Found What I’m Looking For van U2, Human van Rag'N'Bone Man en I Want To Know What Love Is van Foreigner. Mica Paris laat zich begeleiden door een subtiel spelende band, waarvan de pianist de meeste aandacht trekt en door een uit de kluiten gewassen gospelkoor.

Op de zoveelste versie van songs als Oh Happy Day, Amazing Grace en A Change Is Gonna Come zat ik op voorhand niet te wachten en ook van de hierboven genoemde covers had ik op voorhand niet veel verwacht, maar Gospel slaat zich op een koude avond als een warme deken om je heen. De band speelt uitstekend, het gospelkoor is geweldig op dreef, maar het is vooral Mica Paris die de aandacht trekt.

De weinig opvallende eendagsvlieg uit de jaren 80 is getransformeerd in een geweldige soulzangeres. Zet bij beluistering van Gospel het volume niet te hoog, want Mica Paris heeft een stem die de ramen uit de kozijnen kan blazen. Het is een stem vol soul en doorleving die zich genadeloos opdringt en direct respect afdwingt.

Gospel doet zeker geen poging om de gospelmuziek terug te brengen tot de essentie. Mica Paris heeft een groots klinkend album gemaakt dat af en toe heel stevig uitpakt, maar echt over the top is het niet vaak. Daarvoor zingt Mica Paris te goed en legt ze teveel gevoel in haar zang. Ook de covers van songs die normaal gesproken niet in de hokjes gospel of soul thuis horen pakken geweldig uit.

In muzikaal opzicht blijft Mica Paris dicht bij de originelen, maar Bono of Mica Paris is toch een flink verschil. Ik heb volgens mij wel eens eerder een gospelversie van I Still Haven’t Found What I’m Looking For gehoord en hetzelfde geld voor I Want To Know What Love Is, maar de versies van Mica doen zeker niet onder voor deze versies, wederom vooral door haar soulvolle strot en het prima koor dat haar bijstaat.

De producer van de plaat heeft driftig gestreken met de polijstkwast, maar echt glad wordt het nergens. Daarvoor klinkt de stem van Mica Paris toch net wat te rauw en doorleefd. Gospel is in de wintermaanden voor vrijwel iedereen een geschikte “guilty pleasure”, maar iemand die zo kan zingen als Mica Paris verdient wat mij betreft toch meer dan dat. Geslaagd album wat mij betreft. Erwin Zijleman

MICH - Chair (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: MICH - Chair - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: MICH - Chair
De Nederlandse band MICH maakte al drie uitstekende albums met verrassend zonnige postpunk en heeft deze bijzondere combinatie nog wat verder geperfectioneerd op het nog wat betere Chair

De Amsterdamse band MICH groeide de afgelopen jaren uit tot een van de leukste Nederlandse bands van het moment en bevestigt deze status met haar vierde album Chair. Het is een album dat in het verlengde ligt van de vorige albums van de band. Ook op Chair verwerkt MICH uiteenlopende invloeden, maar invloeden uit de postpunk staan centraal. Dat zijn invloeden die het normaal gesproken goed doen in de herfst en winter, maar de songs van MICH zijn gemaakt voor de lente en de zomer. Het zijn heerlijk melodieuze songs die direct een goed gevoel geven, maar die ook knap in elkaar zitten. Eigenlijk alles klopt op Chair van MICH, nu alleen de zorgeloze lente en zomer nog.

Een voor de afwisseling eens origineel persbericht bracht aan het begin van 2017 het titelloze debuutalbum van de Amsterdamse band MICH onder mijn aandacht. Niet alleen het persbericht was origineel, want ook het album van de band klonk anders dan de andere albums van dat moment. MICH liet zich op haar debuutalbum inspireren door een flinke bak aan genres, waaronder dreampop, synthpop, shoegaze, Krautrock en vooral postpunk, maar combineerde al deze invloeden in een bijzonder geluid, dat fris en avontuurlijk maar ook verrassend aanstekelijk klonk.

Zo klonk de Amsterdamse band ook op het in de zomer van 2020 verschenen No. Het is een album dat me in de eerste coronazomer minder aansprak dan het debuutalbum van de band, maar als ik er nu naar luister begrijp ik niet waarom dat zo was. Ik was wel weer enthousiast over het aan het eind van 2022 verschenen Nuts. Het is een album waarop invloeden uit de postpunk zich nog wat nadrukkelijker lieten gelden en waarop de rol van zangeres Sofie Winterson wat groter was dan op het album ervoor. Nu klinkt postpunk meestal behoorlijk donker en deprimerend, maar de postpunk van MICH zat vol zonnestralen en klonk af en toe ook als Belle And Sebastian met een postpunk injectie.

Met Chair levert de Amsterdamse band deze week haar vierde album af, dat toepasselijk opent met de track Album Number Four. Excelsior Recordings, het platenlabel van de band, heeft wederom een geestig persbericht getypt, dat als volgt opent: “Op 4 april verschijnt de nieuwe MICH. Een album met meer van hetzelfde. Natte sneeuw in de lente. Regen bij de picknick, een dood lammetje in de weide. U begrijpt: MICH heeft de lente in de bol.”

Het is een hele aardige typering van het album, want Chair klinkt inderdaad niet heel anders dan de vorige drie albums van de band en slaagt er wederom in om donkere postpunk verrassend lichtvoetig te laten klinken. Ook Chair is weer een album vol dwarse gitaarloopjes van Piet Parra, waar de stemmen van Bastiaan Bosma en Sofie Winterson fraai omheen draaien. Het geluid van de band wordt gestructureerd door een ritmesectie die weet hoe postpunk moet klinken, waarna nog een prachtig laagje keyboards is toegevoegd.

Chair is deels meer van hetzelfde, maar de stem van Sofie Winterson klinkt nog wat mooier, de songs van de band zijn nog wat onweerstaanbaarder en zowel in muzikaal als productioneel opzicht klinkt alles net wat beter dan op het vorige album. Chair is een album vol echo’s uit het verleden, maar waar die echo’s uit met name de postpunk vooral donkere beelden op het netvlies toverden, zijn de nieuwe songs van MICH goed voor heel veel zonnestralen en een brede glimlach.

Chair van MICH duurt op een paar seconden na een half uur, maar in die kleine dertig minuten is de Amsterdamse band goed voor maar liefst vijftien popsongs. Het zijn popsongs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden en dat kan ik niet zeggen van veel albums waarop invloeden uit de postpunk een belangrijke rol spelen. MICH laat op Chair ook nog eens horen dat het steeds beter wordt, waardoor het vierde album van de Nederlandse band wat mij betreft ook het beste album van MICH is. Laat de zomer maar komen, de perfecte soundtrack ligt klaar. Erwin Zijleman

MICH - MICH (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MICH - MICH - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Persberichten over nieuwe releases zitten over het algemeen zo vol met clichés en voorbarige superlatieven dat ik ze vrijwel altijd na vluchtige bestudering bij het oud papier stop.

Het persbericht bij het titelloze debuut van de Amsterdamse band MICH intrigeerde me echter hopeloos.

“MICH (spreek uit: [mɪx]) is een muzikaal studioproject uit Amsterdam. Ondanks de misantropische aard van haar muziek prefereert de band zowel onderling als naar de buitenwereld te communiceren via de 'laughing bursting with tears'-smiley. Een goed antwoord op vrijwel iedere vraag. Muzikaal refereert MICH aan diverse bekende en onbekende shoegaze, wave en Krautrock acts die hun voor gingen”.

Het zal aan mij liggen, maar ik begrijp er niets van. Op hetzelfde moment maakten deze paar zinnen me wel nieuwsgierig naar de muziek van de band die onderdak heeft gevonden bij het prachtige Excelsior label.

Bij eerste beluistering van het debuut van MICH ([mɪx]) dus) is direct duidelijk dat de muziek van MICH vol echo’s uit het verleden zit, iets wat ook al wel bleek uit de enige begrijpelijke zin in het persbericht.

De muziek van MICH haalt de mosterd inderdaad bij pioniers uit de shoegaze, new wave en Krautrock, maar persoonlijk hoor ik, mede dankzij de heerlijke donkere baslijnen, toch vooral invloeden uit de postpunk.

Het debuut van MICH duurt maar 26 minuten, maar in die 26 minuten komen twaalf songs voorbij. Het zijn twaalf songs waarin flarden Joy Division, The Cure en Talking Heads door de gehaktmolen zijn gehaald en vervolgens op smaak zijn gebracht met een vleugje dreampop (denk aan de gitaarlijnen van Lush), een snufje synthpop, een klein beetje shoegaze en wat Krautrock voor de eigenzinnige twist.

MICH maakt popliedjes die bol staan van de invloeden, waardoor het debuut van de Amsterdammers makkelijk landt. Op hetzelfde moment doet MICH bijzondere dingen met alle invloeden uit het verleden. De songs van de band klinken aangenaam en aanstekelijk, maar strijken ook tegen de haren in, prikkelen de fantasie en laten je meer dan eens toch weer vertwijfeld achter.

Pasta Bolognese is bekend, net als een broodje of een appel, maar een broodje pasta Bolognese met appel is toch even wennen. MICH serveert op haar debuut meerdere broodjes pasta Bolognese met appel en na even wennen smaakt het prima.

Luister oppervlakkig naar het debuut van MICH en het is een feest van herkenning vol herinneringen aan tijden waarin de popmuziek gitzwart maar de wereld veelkleurig was. Luister wat beter en je hoort een band die voor de afwisseling eens met een frisse blik citeert uit het rijke verleden. Excelsior is de laatste jaren lang niet altijd goed voor memorabele debuten, maar dit debuut van MICH is er wat mij betreft weer een. Erwin Zijleman

MICH - Nuts (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MICH - Nuts - dekrentenuitdepop.blogspot.com

MICH - Nuts
Na een sprankelend debuut en een wat mij betreft licht tegenvallend tweede album, keert de Amsterdamse band MICH terug met een wat lichtvoetiger album, dat nog altijd bol staat van invloeden uit het verleden

Ik heb absoluut een zwak voor postpunk, al is het wel jammer dat je er altijd zo depressief van wordt. De Nederlandse band MICH laat horen dat het ook anders kan. Nuts, het derde album van de band uit Amsterdam, bevat flink wat invloeden uit de postpunk, maar het is desondanks een album waar je alleen maar heel vrolijk van kan worden. De ritmesectie sleurt ook Nuts de donkere postpunk in, maar de gitaarloopjes klinken al een stuk opgewekter, waarna de zang van Sofie Winterson en Bastiaan Bosma definitief alle donkere wolken verdrijft. MICH jaagt er in sneltreinvaart twaalf pareltjes doorheen. Bijzonder lekker album van deze Nederlandse band.

Aan het begin van 2017 verscheen het titelloze debuut van de Nederlandse band MICH. Het was een album dat mijn aandacht trok via een heerlijk onbegrijpelijk persbericht, maar dat me uiteindelijk overtuigde met een serie even aanstekelijke als eigenzinnige songs met invloeden uit vooral de postpunk. Het debuutalbum van MICH riep bij mij associaties op met de muziek van Joy Division, The Cure en Talking Heads, aangevuld met wat dreampop, synthpop, shoegaze en Krautrock.

De in 2020 verschenen opvolger No vond ik net wat minder dan het debuutalbum en voegde wat mij betreft ook te weinig toe aan dit debuut, al had MICH met haar tweede album ook gewoon pech in een week met heel veel nieuwe releases. De Amsterdamse band heeft haar derde album op een gunstiger moment uitgebracht, want Nuts is een van de weinige echt interessante nieuwe releases deze week.

Ook op Nuts borduurt MICH voort op haar debuutalbum, maar waar het tweede album me wat tegenviel, klonk album nummer drie direct bij eerste beluistering bijzonder lekker. Vergeleken met het debuutalbum is de rol van Sofie Winterson wat gegroeid, waardoor de zang wat mij betreft aansprekender is dan op het debuut.

In muzikaal opzicht ligt Nuts in het verlengde van het debuutalbum, maar MICH legt wel wat andere accenten. Met name de bassen en de drums grijpen nog altijd terug op de postpunk uit de vroege jaren 80 en ook invloeden uit de new wave uit deze periode zijn nog duidelijk hoorbaar. De muziek van de Nederlandse band klinkt op Nuts wel wat lichtvoetiger en is ook niet vies van pop.

Zeker de meest aanstekelijke tracks op het album hebben, mede door de combinatie van een mannen- en een vrouwenstem, wel wat van Belle & Sebastian, maar het is wel Belle & Sebastian dat is ondergedompeld in een postpunk bad. Invloeden uit de postpunk voorzien de muziek van donkere tinten, maar de meeste songs van de band klinken ook heerlijk opgewekt. Het is een kunstje dat The Cure ook altijd goed heeft beheerst, maar bij de songs van MICH is de glimlach nog net wat breder.

Als ik Nuts vergelijk met het alweer bijna zes jaar oude debuutalbum valt op dat de nieuwe songs in muzikaal opzicht een stuk beter en vooral ook verzorgder klinken. De ritmesectie speelt heerlijk donker en strak, de synths klinken subtiel maar ook ruimtelijk en de gitaarloopjes zijn stuk voor stuk om van te smullen. Ook in vocaal opzicht is Nuts een stuk beter dan het debuutalbum van MICH en omdat ook de songs aansprekender zijn, is wat mij betreft de conclusie gerechtvaardigd dat MICH met Nuts haar beste album tot dusver heeft gemaakt.

Er zijn natuurlijk veel meer bands die citeren uit de genres en het tijdperk dat centraal staat op Nuts en er zijn ook veel meer bands die dezelfde inspiratiebronnen hebben als MICH, maar toch hoor ik maar zelden een album als Nuts. In nog geen half uur jaagt de Amsterdamse band er een dozijn songs doorheen en ze zijn allemaal even leuk. In een week waarin er nauwelijks iets fatsoenlijks is verschenen loopt MICH het risico dat alle aandacht is verslapt, maar daar is het aanstekelijke Nuts echt veel te goed en veel te leuk voor. Absoluut een Nederlandse band om heel trots op te zijn, want dit moet Pitchfork toch ook fantastisch vinden? Erwin Zijleman

Michael Chapman - 50 (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Chapman - 50 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb het voor de zekerheid maar even gecontroleerd, maar in mijn platenkast stond tot voor kort echt geen enkele plaat van de Britse folk legende Michael Chapman.

Ik kende de Britse muzikant uiteraard wel van naam (en faam), maar was tot voor kort niet in aanraking gekomen met zijn platen.

Zijn nieuwe plaat 50 werd vorige maand echter zo bejubeld in de betere Britse muziektijdschriften dat ik toch maar ben begonnen aan mijn eerste plaat van de muzikant die in 1969 debuteerde met het inmiddels tot klassieker bestempelde Rainmaker.

Met 50 viert de Britse muzikant, die precies vandaag 76 wordt, zijn 50-jarige jubileum in de muziek en op de plaat komen, naast een beperkt aantal nieuwe songs, vooral songs uit zijn omvangrijke oeuvre voorbij. Dat suggereert misschien dat Michael Chapman op zijn nieuwe plaat terugkijkt op een bewogen leven, maar op 50 kijkt de Brit vooral vooruit.

De muziek die Michael Chapman de afgelopen decennia heeft gemaakt, wordt inmiddels omarmd door een jonge generatie muzikanten, onder wie gitarist Steve Gunn. Deze Steve Gunn produceerde 50 en voorziet de plaat bovendien van fraaie elektrische gitaarlijnen.

Deze gitaarlijnen vormen een belangrijk deel van de versiersels op een plaat die wordt gedomineerd door het bijzondere akoestische gitaarspel van Michael Chapman en zijn prachtig doorleefde stem.

Michael Chapman is net als tijdgenoten als Bert Jansch en John Fahey een begenadigd gitarist, die laat horen dat er flink wat verschillende klankkleuren uit een akoestische gitaar zijn te toveren.

De stembanden van de Brits zijn inmiddels flink aangetast door de tand des tijd, maar Michael Chapman klinkt op 50 nog strijdvaardig. Af en toe doet het wat denken aan de vocalen op de platen die Johnny Cash in zijn laatste jaren maakte, maar de Brit klinkt ook zo nu en dan op David Bowie (op een leeftijd die Bowie helaas niet mocht bereiken).

In muzikaal opzicht laat 50 flink wat invloeden uit de psychedelische folk uit een ver verleden horen, maar zeker als Steve Gunn zijn elektrische gitaar laat ronken, bevat 50 ook echo’s uit de muziek van Neil Young en de al eerder genoemde David Bowie, of klinkt de plaat gewoon verrassend eigentijds.

Ik heb na de eerste beluisteringen van 50 er ook maar wat oudere platen van Michael Chapman bij gepakt, maar zijn nieuwe plaat klinkt toch duidelijk anders. Het is knap dat een muzikant op de leeftijd van Michael Chapman nog een plaat aflevert die duidelijk open staat voor nieuwe invloeden.

Het is nog knapper dat het een plaat is die over de hele linie urgent klinkt en tot dusver alleen maar beter wordt. Terecht de hemel in geprezen dus in de Britse muziekpers; een plek waar Michael Chapman zelf overigens nog wel even weg mag blijven, want 50 smaakt vooral naar veel meer. Erwin Zijleman

Michael Head & The Red Elastic Band - Adiós Señor Pussycat (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Head & The Red Elastic Band - Adiós Señor Pussycat - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Britse muzikant Michael Head is bij het grote publiek misschien niet heel bekend, maar hij heeft een werkelijk prachtig oeuvre op zijn naam staan.

Het is een oeuvre dat door verkeerde keuzes en een heleboel pech helaas wat tussen wal en schip is gevallen, maar het is nooit te laat voor eerherstel.

Michael Head formeerde in 1981 de band Pale Fountains en maakte met deze band twee platen. Het zijn platen die destijds niet heel breed werden opgepikt, maar zeker achteraf bezien moeten worden beschouwd als invloedrijk.

Na het uiteenvallen van de Pale Fountains gaf Michael Head zich, mede door het overlijden van zijn beste vriend, over aan zijn heroïneverslaving, tot hij aan het eind van de jaren 80, samen met zijn broer John, de band Shack formeerde en de studio in dook voor het debuut van de band.

Dat debuut maakte de hooggespannen verwachtingen misschien niet helemaal waar, maar smaakte wel naar meer. Dat meer verscheen helaas pas jaren later, omdat de opnamen van de tweede plaat kwijt raakten na een brand in de studio en pas een jaar later werden teruggevonden op een moment dat het doek voor Shack eigenlijk al was gevallen.

Het uiteindelijk in 1995 verschenen Waterfront blijft een vergeten klassieker. Michael Head maakte op dat moment al muziek met zijn nieuwe band The Strands en nam een geweldige plaat op (The Magical World Of The Strands) die ook pas jaren later zou verschijnen. Aan het eind van de jaren 90 keerde Shack terug met het geweldige H.M.S. Fable, dat in 2003 en 2006 gevolgd zou worden door nog twee uitstekende, maar helaas nauwelijks opgemerkte platen van Shack.

Nadat het doek voor Shack definitief was gevallen voegde Michael Head nog een alcoholverslaving toe aan zijn heroïneverslaving, maar een paar jaar geleden dook de Brit gelukkig weer op met een nieuwe band, The Red Elastic Band. Van Michael Head & The Red Elastic Band verscheen een aantal weken geleden Adiós Señor Pussycat en wat is het een heerlijke plaat.

Michael Head heeft met de platen die hij de afgelopen decennia heeft gemaakt al lang bewezen dat hij een geweldig songwriter is, maar Adiós Señor Pussycat doet er nog een schepje bovenop. Michael Head en zijn nieuwe band serveren in een kleine drie kwartier dertien volstrekt tijdloze popliedjes en het zijn popliedjes zoals alleen de allerbesten ze kunnen schrijven.

Ondanks een leven lang vol (inmiddels afgezworen) verslavingen is Michael Head nog verrassend goed bij stem en voorziet hij zijn zo mooie songs van wat extra melancholie en doorleving. Adiós Señor Pussycat klinkt als de plaat die zowel Paul Weller als Morrissey graag nog eens zouden willen maken, maar het is Michael Head die hem heeft gemaakt.

Adiós Señor Pussycat is een heerlijke gitaarplaat vol met songs die je al decennia lijkt te kennen, maar het zijn ook songs die je bij iedere luisterbeurt weer net wat vrolijker maken en niet alleen herinneren aan de grote Britse singer-songwriters uit de jaren 70 en 80, maar ook aan de hoogtijdagen van de Australische band The Go-Betweens, om nog maar eens een naam te noemen.

Als fan van Shack en de eerdere soloplaat van Michael Head werd ik onmiddellijk gegrepen door de heerlijke songs op Adiós Señor Pussycat, maar de plaat groeit en groeit maar door. In een tijd waarin songwriters van het kaliber van Michael Head zeldzaam zijn, vult de Brit niet alleen een enorme leegte, maar voegt hij bovendien een zeer memorabele plaat toe aan zijn prachtige maar helaas bij velen onbekende oeuvre. Dat Adiós Señor Pussycat een veel beter lot verdient zal duidelijk zijn. Indrukwekkende plaat van een vergeten grootheid. Erwin Zijleman

Michael Head & The Red Elastic Band - Dear Scott (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Head & The Red Elastic Band - Dear Scott - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Michael Head & The Red Elastic Band - Dear Scott
De Britse muzikant Michael Head behoort inmiddels al enkele decennia tot de beste Britse songwriters en dat hij dit kunstje nog niet verleerd is laat hij horen op het wederom prachtige Dear Scott

Het lukte niet met Pale Fountains en ook de albums van Shack kregen, ondanks geweldige recensies, niet de brede steun die de Britse muzikant Michael Head zo verdient. De muzikant uit Liverpool is het afgelopen decennium niet meer zo heel productief, maar als hij een album maakt is het goed. Het deze week verschenen Dear Scott staat vol met popsongs die je na één keer horen niet meer wilt missen. Het zijn popsongs met flarden uit het verleden van Michael Head en flarden van een aantal smaakmakers uit de jaren 80. Het zijn ook popsongs vol zonnestralen, die hier en daar een vleugje nostalgie bevatten, maar ook fris en eigentijds klinken. Michael Head blijft een held.

De naam Michael Head zal niet bij iedere muziekliefhebber een belletje doen rinkelen en dat is ook niet zo gek, want op een of andere manier kreeg zijn muziek nooit de waardering die deze muziek al enkele decennia verdient. Michael Head draait al mee sinds de jaren 80 en behoort in kleine kring tot de muzikale (cult)helden, maar het grote succes bleef altijd uit.

Halverwege de jaren 80 voerde hij de band Pale Fountains aan, die de belofte nooit waarmaakte en na twee albums uit elkaar viel. Michael Head formeerde hierna de band Shack, die tussen 1988 en 2006 zowaar nog kwam tot vijf albums (bij vijf platenmaatschappijen). Het zijn albums die Michael Head hadden moeten scharen onder de smaakmakers van de Britpop, maar geen van de albums van Shack was echt succesvol, waardoor ze niet verder kwamen dan de status van cultklassieker.

Michael Head maakte in 1998 ook nog een briljant folky en psychedelisch soloalbum met zijn band The Strands (The Magical World Of The Strands), maar ook dit album werd nauwelijks opgemerkt. Een jaar of vijf geleden maakte de Britse muzikant met zijn nieuwe band The Red Elastic Band het ook weer prachtige Adiós Señor Pussycat, maar ook hiermee zal hij weinig nieuwe zieltjes hebben gewonnen.

Michael Head en zijn band keren deze week terug met Dear Scott en ik heb de hoop opgegeven dat de Britse muzikant met zijn nieuwe album de wereld gaat veranderen, al is het maar omdat het album in de meeste releaselijsten genoegen moet nemen met een zeer bescheiden plek of zelfs volledig ontbreekt. Het is doodzonde, want ook op Dear Scott laat Michael Head weer horen dat hij behoort tot de beste Britse songwriters aller tijden.

Michael Head zette zijn eerste stappen in de muziek in de jaren 80 en invloeden uit dit decennium spelen nog altijd een zeer voorname rol in zijn muziek. Ook op Dear Scott tovert de Britse muzikant weer het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed. Het zijn popliedjes die herinneren aan bands als The Smiths, Prefab Sprout, Aztec Camera, The Style Council en Lloyd Cole & The Commotions, maar ze herinneren natuurlijk ook aan al het moois dat Michael Head heeft gemaakt met Shack.

Het zijn voornamelijk invloeden uit de Britse popmuziek die zijn te horen op Dear Scott, maar de muziek van Michael Head doet me ook altijd wel wat denken aan de Australische band The Go-Betweens, een volgende vergelijking die iedere muziekliefhebber heel nieuwsgierig zou moeten maken naar Dear Scott van Michael Head & The Red Elastic Band, dat hier en daar overigens ook is voorzien van een vleugje Amerikaanse Westcoast pop.

Dear Scott staat vol met popliedjes die zich onmiddellijk opdringen en ook onmiddellijk aangenaam verleiden en vermaken. Het zijn popliedjes met het soort gitaarloopjes dat Johnny Marr speelde in zijn beste dagen, maar de popsongs van Michael Head klinken door aangename koortjes en strijkers en blazers ook altijd verrassend zonnig en zorgeloos.

Het zijn vooral invloeden uit het verleden die doorklinken op het nieuwe album van Michael Head, maar het zijn popliedjes die ook in 2022 fris klinken, wat ook de verdienste is van de briljante productie van groot Michael Head fan Bill Ryder-Jones. Er moest lang gewacht worden op nieuw materiaal van de zwaar onderschatte Britse muzikant, maar ik heb er weer twaalf favoriete Michael Head songs bij. Erwin Zijleman

Michael Head & The Red Elastic Band - Loophole (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Head & The Red Elastic Band - Loophole - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Michael Head & The Red Elastic Band - Loophole
Michael Head is misschien niet zo heel bekend, maar behoort absoluut tot de grote songwriters uit de Britse muziekgeschiedenis, wat hij ook weer laat horen op het met The Red Elastic Band gemaakte Loophole

Dear Scott van Michael Head & The Red Elastic Band werd twee jaar geleden terecht overladen met positieve recensies en dook bovendien op in menig aansprekend jaarlijstje. Het was het zoveelste uitstekende album van de Britse muzikant, die desondanks onbekend is gebleven bij het grote publiek. Het deze week verschenen Loophole gaat daar waarschijnlijk geen verandering in brengen, maar ook op zijn nieuwe album zijn Michael Head en The Red Elastic Band in topvorm. Loophole staat vol met geweldige popsongs. Het zijn popsongs die flarden van een aantal decennia Britse popmuziek laten horen, maar Michael Head geeft ook altijd een bijzondere twist aan zijn songs. Unieke muzikant.

Voor een glansrijke carrière in de popmuziek moet je niet alleen beschikken over het nodige talent, maar moet je ook een beetje geluk hebben. Met het talent zit het bij Michael Head wel goed, maar aan geluk heeft het de Britse muzikant vaak ontbroken, al was dat ook deels zijn eigen schuld. De naam Michael Head zal daarom bij het grote publiek helaas geen belletje doen rinkelen, maar dat hij behoort tot de grootheden binnen de Britse popmuziek valt op basis van zijn indrukwekkende oeuvre niet te ontkennen.

Michael Head maakte in de jaren 80 deel uit van de Britse band The Pale Fountains. Het is een band die met een beetje meer geluk was uitgegroeid tot een van de allergrootste bands uit de jaren 80, maar het liep, mede door de drugsverslaving van Michael Head, anders. Vervolgens maakte de Britse muzikant vanaf het eind van de jaren 80 albums met zijn band Shack, waar ook zijn broer John deel van uitmaakte.

Het leverde in een periode van een kleine twintig jaar vijf uitstekende albums op, waarvan zeker de laatste vier wat mij betreft hadden moeten uitgroeien tot klassiekers. In de tussentijd maakte Michael Head ook nog een uitstekend album met zijn band The Strands, maar geen van de albums van de Britse muzikant werd door een groot publiek op de juiste waarde geschat.

Een volgende verslaving, aan alcohol dit keer, wierp de Britse muzikant weer ver terug, maar in 2017 dook Michael Head, samen met zijn band The Red Elastic Band, op met het wederom uitstekende Adiós Señor Pussycat. Het album deed, zoals zoveel albums van Michael Head, niet heel veel en dat had wederom niets te maken met de kwaliteit van het album, want Michael verkeerde bij zijn terugkeer in een grootse vorm.

De erkenning kwam dan eindelijk in 2022 met het album Dear Scott, dat werd bejubeld door de critici, maar dat ook in wat bredere kring de aandacht trok, al heeft ook dit album Michael Head niet wereldberoemd gemaakt. De opvolger van Dear Scott heeft gelukkig niet heel lang op zich laten wachten, want deze week is het wederom samen met The Red Elastic Band gemaakte Loophole verschenen.

Loophole ligt in het verlengde van het terecht zo geprezen Dear Scott en werd net als zijn voorganger geproduceerd door Bill Ryder-Jones. Ook dit keer komt Michael Head op de proppen met een album dat zich laat beschrijven als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast.

Het is een platenkast die goed is gevuld met alles dat de Britse popmuziek de afgelopen decennia leuk maakte, al gaat de voorkeur dit keer uit naar de melodieuze gitaarpop uit de jaren 80 en de psychedelica uit de twee decennia die hier aan vooraf gingen. Michael Head beperkt zich wat betreft invloeden niet helemaal tot het Verenigd Koninkrijk, want ook de briljante popsongs van de Australische band The Go-Betweens klinken nadrukkelijk door op Loophole.

Iedereen die het oeuvre van Michael Head koestert zal ook weer in zijn of haar nopjes zijn met Loophole, dat niet onder doet voor de andere albums van de muzikant uit Liverpool aan dat ook weer iets toevoegt aan zijn unieke oeuvre. Aan de ene kant hoop je dat Michael Head na al die decennia ploeteren nog een keer wereldberoemd wordt met zijn geweldige songs, maar aan de andere kant heeft het ook wel wat om de pareltjes van deze cultmuzikant slechts in kleine kring te delen en te koesteren. Dear Scott haalde twee jaar geleden terecht flink wat jaarlijstjes en Loophole is zeker niet minder. Ga dat horen! Erwin Zijleman

Michael Kiwanuka - Kiwanuka (2019)

poster
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Kiwanuka - Kiwanuka - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Michael Kiwanuka - Kiwanuka
Michael Kiwanuka gaat samen met Danger Mouse verder waar het geweldige Love & Hate drie jaar geleden ophield maar vergeet niet om een volgende stap te zetten

Ik ben normaal gesproken niet zo gek op het woord luistertrip, maar Kiwanuka van Michael Kiwanuka is er zeker een. De Britse muzikant laat zich op zijn nieuwe album nadrukkelijk beïnvloeden door de soul en psychedelica uit de jaren 60 en 70, maar slaat ook een brug naar het heden. Waar Love & Hate zich liet beluisteren als een vergeten klassieker uit de 60s en 70s soul, is Kiwanuka een eigentijdse soulklassieker vol invloeden uit het verleden. Het een van de meest aansprekende producties van Danger Mouse tot dusver, waardoor je maar nieuwe dingen blijft ontdekken bij beluistering van dit fascinerende album, maar ook in vocaal opzicht is het smullen.

Michael Kiwanuka debuteerde in het voorjaar van 2012 met het aangenaam klinkende Home Again. De Britse singer-songwriter met Ugandese roots leverde samen met de van de band The Bees bekende producer Paul Butler een heerlijk zwoel soulalbum af, dat het vooral later op de avond goed deed.

Home Again was een erg lekker album, maar heel bijzonder vond ik het album uiteindelijk niet. Michael Kiwanuka kleurde op zijn debuut wel erg netjes binnen de lijntjes, waardoor het album uiteindelijk niet zoveel toevoegde aan alles dat er al was.

Het in de zomer van 2016 verschenen Love & Hate klonk flink anders. Naast Paul Butler was dit keer ook Danger Mouse ingeschakeld voor de productie, wat een zeer opwindend album opleverde. Op zijn tweede album verruilde Michael Kiwanuka de zwoele en lome soul voor de kleine uurtjes voor een psychedelisch soulgeluid dat je onmiddellijk de jaren 70 in sleepte en deed denken aan de grote albums van Marvin Gaye, Isaac Hayes en vooral Curtis Mayfield. In muzikaal en productioneel opzicht was Love & Hate een grootste plaat, maar ook in vocaal opzicht en qua songs zette Michael Kiwanuka op zijn tweede album grote stappen.

Ruim drie jaar later is ook album nummer drie verschenen. Kiwanuka zet minder grote stappen dan zijn voorganger, want het derde album van de Britse soulzanger borduurt nadrukkelijk voort op zijn terecht bejubelde voorganger. Ook voor Kiwanuka werd een beroep gedaan op de productionele vaardigheden van Danger Mouse en die heeft een waar kunststukje afgeleverd.

Het nieuwe album van Michael Kiwanuka is volgestopt met instrumenten en geluiden en heeft vaak een beeldend karakter. De indrukwekkende productie van Danger Mouse sleurt je direct vanaf de eerste noten de jaren 60 en 70 in. Het werk van Curtis Mayfield blijkt ook dit keer een belangrijke inspiratiebron, maar Michael Kiwanuka drukt ook zelf zijn stempel op zijn nieuwe album, dat niet voor niets Kiwanuka heeft. Het geluid op het nieuwe album van de Britse soulzanger is rijk, veelkleurig en indrukwekkend, maar ook de zang van Michael Kiwanuka springt er dit keer in zeer positieve zin uit.

Kiwanuka put stevig uit de archieven van de 60s en 70s soul, maar is ook voorzien van een stevige psychedelische injectie en flirt bovendien met rock en filmmuziek. Het maakt van het derde album van Michael Kiwanuka een fascinerende luistertrip waarin steeds weer nieuwe dingen opduiken.

De Britse kwaliteitskrant The Guardian positioneert Kiwanuka ergens tussen Marvin Gaye’s What’s Going On en Primal Scream’s Screamadelica. Invloeden van het legendarische album van Marvin Gaye hoor ik duidelijker dan invloeden van Prima Scream, maar Kiwanuka put zeker niet alleen uit de archieven van de jaren 60 en 70. Michael Kiwanuka incorporeert immers ook invloeden uit de hedendaagse soulmuziek in zijn geluid, waardoor Kiwanuka iets toevoegt aan de klassiekers van Marvin Gaye en de al eerder genoemde Curtis Mayfield.

Zeker wanneer Danger Mouse alle registers open trekt klinkt Kiwanuka hier en daar eclectisch, maar het album heeft ook een aantal fraaie rustmomenten, waarin alles draait om de geweldige zang van de Britse muzikant. Kiwanuka maakt na een paar keer horen diepe indruk, maar ik heb het idee dat dit album nog heel lang door gaat groeien en de zo indrukwekkende jaarlijstjesplaat Love & Hate van drie jaar geleden uiteindelijk makkelijk gaat overtreffen. Erwin Zijleman

Michael Kiwanuka - Love & Hate (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Kiwanuka - Love & Hate - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Love & Hate van Michael Kiwanuka werd een maand of twee geleden al bejubeld in de Britse muziektijdschriften, maar om onduidelijke redenen heeft de plaat nu pas een Nederlandse release gekregen.

Geen handig moment zo midden in de komkommertijd, maar het betekent wel dat de plaat geen enkele last heeft van concurrenten.

Love & Hate heb ik mede daarom onmiddellijk opgepikt, waar het debuut van de Britse muzikant met Ugandese wortels mij vier jaar geleden eerlijk gezegd echt volledig ontgaan is.

Naar dat debuut moet ik maar eens snel gaan luisteren, want Love & Hate vind ik het meesterwerk dat de Britse muziektijdschriften er twee maanden geleden al van maakten.

Michael Kiwanuka slaagt er op zijn tweede plaat in om een geluid neer te zetten dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, maar veel urgenter klinkt dan de meeste andere platen die het etiket retro opgeplakt krijgen.

Producers Paul Butler en Danger Mouse hebben Love & Hate voorzien van een bijzonder geluid vol invloeden. Het is een geluid vol strijkers en blazers, vol prachtige koortjes, maar ook vol prachtig gitaarwerk, dat intiem kan verleiden maar ook stevig uit kan pakken.

Het past allemaal prachtig bij de stem van Michael Kiwanuka, die over veel soul beschikt en klinkt als de grote soulzangers uit de jaren 70. Als iemand mij had verteld dat Love & Hate een vergeten meesterwerk uit de vroege jaren 70 is, had ik het direct geloofd, al hoor je bij net wat aandachtigere beluistering ook wel wat accenten uit het heden.

Waar veel hedendaagse soulzangers zich focussen op een bepaald geluid heeft het verleden, slaagt Michael Kiwanuka er op Love & Hate in om het brede spectrum van grote 70s soulzangers als Marvin Gaye en Curtis Mayfield te benaderen.

Het is een spectrum dat in eerste instantie wat rommelig overkomt en dat rommelige karakter wordt versterkt door de productie die aanhaakt bij de psychedelica uit de jaren 60 en zorgt voor een nogal zompig geluid. Het is ver verwijderd van glasheldere geluid dat tegenwoordig al met zeer bescheiden middelen kan worden verkregen, maar persoonlijk vind ik dat Love & Hate een belangrijk deel van zijn kracht ontleent aan het bijzondere geluid.

Natuurlijk kan Love & Hate niet zomaar tippen aan een klassieker als What’s Going On, maar de competitie met al die andere jonge soulzangers van het moment kan Michael Kiwanuka met speels gemak aan. Bijzondere plaat van een groot talent. Erwin Zijleman