MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Meredith Lane - Greyhound (2023)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meredith Lane - Greyhound - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Meredith Lane - Greyhound
Meredith Lane blijkt op Greyhound buitengewoon veelzijdig en trekt de aandacht met een mooie mix van Amerikaanse rootsmuziek, gruizige indierock en zonnige Californische popmuziek met een 70s vibe

Het is niet zo makkelijk om als startende muzikant op te vallen binnen het enorme aanbod aan Amerikaanse rootsmuziek van het moment, maar Meredith Lane doet het met haar tweede album Greyhound. Het is een album met een hang naar de jaren 70, zeker wanneer Meredith Lane raakt aan Stevie Nicks, maar het album klinkt ook eigentijds wanneer de muziek voorzichtig de grenzen met de indierock van het moment verkent. De muzikante uit Nashville maakt echter ook muziek die prima past binnen de grenzen van de Americana. Greyhound is hierdoor een album met voor elk wat wils, maar Meredith Lane heeft er ook absoluut een consistent geheel van gemaakt. Lekker album.

Het is nog altijd flink dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, waardoor prima albums de kans lopen om tussen wal en schip te vallen. Het zou zomaar kunnen gebeuren met Greyhound, het tweede album van de Amerikaanse singer-songwriter Meredith Lane. Het is een album dat nog niet is opgepikt door tijdschriften en websites met een warm hart voor Amerikaanse rootsmuziek en dat is jammer.

Met Greyhound, dat ik zelf bij kreeg voorgeschoteld door een goed werkend algoritme van Spotify, heeft de inmiddels vanuit Nashville, Tennessee, opererende Meredith Lane immers een uitstekend album afgeleverd. Het is een album dat liefhebbers van wat ruwere Amerikaanse rootsmuziek zeker zal aanspreken, maar ook liefhebbers van rockmuziek met een randje Americana vinden op Greyhound veel van hun gading en hier blijft het niet bij, want de Amerikaanse muzikante kan ook uit de voeten met een wat meer pop georiënteerd geluid.

Het tweede album van Meredith Lane opent lekker stevig met gruizig gitaarwerk en even rauwe als soulvolle zang. De Amerikaanse muzikante klinkt in de openingstrack anders dan de meeste andere muzikanten in het genre en blijft dit doen. In de tweede track worden de gruizige gitaren vervangen door een veel zonniger klinkend popgeluid, dat herinnert aan de Californische popmuziek van Fleetwood Mac. Deze associatie wordt versterkt door de stem van Meredith Lane, die in de tweede track wel wat heeft van Stevie Nicks.

Wanneer Greyhound wat opschuift richting pop en rock heeft de muziek van Meredith Lane een aangename 70s vibe, die niet alleen aan Stevie Nicks doet denken, maar ook aan Linda Rondstadt. Greyhound staat vol met flarden uit het verleden, maar het album klinkt geen moment gedateerd. Wanneer Meredith Lane de gitaren nog wat steviger aanzet zoekt ze de grens op tussen Americana en de indierock van dit moment en ook in het laatstgenoemde genre kan de muzikante uit Nashville prima uit de voeten. En zo klinkt Greyhound afwisselend als de nog betere soundtrack voor Daisy Jones & The Six, als een eigentijds indierock album, maar ook zeker als een uitstekend Amerikaans rootsalbum.

Bij eerste beluistering was ik vooral gecharmeerd van het lekker ruwe maar ook veelkleurige gitaarwerk op het album, maar vervolgens sprongen de uitstekende en lekker gevarieerde songs steeds meer in het oor. Inmiddels heb ik het tweede album van Meredith Lane flink wat keren beluisterd en ben ik ook steeds meer onder de indruk geraakt van haar stem, die hier ook nog een randje Chrissie Hynde laat horen.

Het is door het grote aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek niet zo heel makkelijk om je als beginnen muzikant te onderscheiden, maar Meredith Lane slaagt er in eerste instantie in dankzij haar veelzijdigheid en maakt vervolgens makkelijk indruk met haar stem, haar songs en het aangename geluid op Greyhound. Het is echt toeval dat ik Greyhound van Meredith Lane tegen kwam, maar op basis van dit album durf ik de Amerikaanse muzikante zeker te scharen onder de rootsmuzikanten die ik in de gaten ga houden vanaf nu. Hopelijk krijgt dit prima album ook op de gerenommeerde sites met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek snel wat meer aandacht. Erwin Zijleman

Meredith Lazowski - Other Way Home (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meredith Lazowski - Other Way Home - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Meredith Lazowski - Other Way Home
De Canadese muzikante Meredith Lazowski zit in een overvolle vijver, maar het zeer smaakvol ingekleurde en van prachtige vocalen voorziene Other Way Home weet zich wat mij betreft moeiteloos te onderscheiden

Je hebt soms van die albums die maar een paar noten nodig hebben om je te overtuigen. Het debuutalbum van de Canadese muzikante Meredith Lazowski is zo’n album. Het is een album dat zeer smaakvol is ingekleurd en prachtig is geproduceerd, waardoor het direct de aandacht trekt. De warme en wat lome klanken passen prachtig bij het zeer aangename en wat dromerige stemgeluid van Meredith Lazowski, die ook nog eens uitstekende songs schrijft. Het klinkt allemaal net wat anders dan de stapel albums die wekelijks uit Nashville komt, waardoor het onderscheidend vermogen van Other Way Home wat mij betreft groot is. Een van de mooiste rootsalbums van het moment.

Er verschijnen nog altijd iedere week stapels nieuwe albums die passen in het hokje Amerikaanse rootsmuziek. In dit hokje krijgen vrouwelijke singer-songwriters mijn bijzondere aandacht en zoek ik naar albums die zich op een of andere manier weten te onderscheiden van alles dat er al is en alles dat verder wordt uitgebracht op het moment.

Dat valt niet altijd mee, al is het maar omdat heel veel van deze albums binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek zoals die wordt gemaakt in Nashville blijven. Other Way Home van de Canadese muzikante Meredith Lazowski viel me wel direct op. Het debuutalbum van de muzikante uit Toronto valt op door een wat dromerig en laidback geluid, dat wordt gecombineerd met al even dromerige zang.

Meredith Lazowski groeide op in een muzikaal nest en schreef al op jonge leeftijd songs, maar ze koos uiteindelijk voor een carrière in de techindustrie. Uiteindelijk kroop het bloed echter waar het niet gaan kan en besloot de Canadese muzikante om toch een album te maken, met Other Way Home als fraai resultaat.

Als ze een album zou maken moest het ook goed zijn en daarom heeft Meredith Lazowski heel veel aandacht besteed aan haar debuutalbum en heeft ze zich bemoeid met alle details van de productie. Voor deze productie wist ze niemand minder dan Justin Rutledge te strikken. De Canadese muzikant schaarde ik een kleine twintig jaar geleden onder de grootste talenten binnen de rootsmuziek, maar hij is helaas wat uit beeld geraakt. Ten onrechte, want ook als producer levert hij vakwerk af.

Het debuut van Meredith Lazowski is voorzien van een prachtig geluid, dat het album direct iets onderscheidends geeft. Op Other Way Home is ieder detail in de instrumentatie hoorbaar, waardoor niets verloren gaat van de prachtige bijdragen van pedal steel, gitaren, piano, orgel, bas, drums, viool en accordeon.

Het debuutalbum van de Canadese muzikante is een van de mooist ingekleurde rootsalbums die ik de laatste tijd gehoord hebt, maar het is door het wat lage tempo en de lome klanken ook een bijzonder aangenaam klinkend album. De mooie klanken zijn opgenomen in mooie songs met vooral invloeden uit de country. Het zijn songs die door alle schoonheid makkelijk overtuigen, maar het zijn bovendien songs die met veel gevoel en precisie zijn geschreven, wat de kwaliteit van Other Way Home nog een stukje verder optilt.

Met prachtige klanken en mooie en interessante songs is Meredith Lazowski al een flink eind op weg naar een onderscheidend album, maar het beste moet nog komen. Dat is wat mij betreft haar stem. Het is een stem die is gemaakt voor de countrymuziek en die me heel af en toe aan Jewel doet denken. Het is echter ook een opvallend warme en aangenaam dromerige stem, die Other Way Home van een mooi rootsalbum omtovert in zo’n zeldzamer rootsalbum dat je na één keer horen dierbaar is, maar dat vervolgens zo verslavend blijkt dat het album maar blijft terug komen.

Other Way Home is een perfect album voor vroege ochtenden en late avonden, maar ook de rest van de dag is de verleiding van Meredith Lazowski nauwelijks of eigenlijk niet te weerstaan. Other Way Home is tussen de enorme stapels nieuwe releases van het moment vooralsnog helaas een wat anoniem album, maar het is echt een prachtalbum. Erwin Zijleman

Merritt Gibson - Eyes on Us (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Merritt Gibson - Eyes On Us - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Merritt Gibson is pas 19 jaar oud, maar schrijft inmiddels al een aantal jaren haar eigen songs. De in New York geboren, maar in Boston opgegroeide singer-songwriter, nam op haar 14e al een aantal demo’s op met de ervaren producer Michael Moss en brengt nu dan haar langverwachte debuut Eyes On Us uit.

De jonge singer-songwriter, die momenteel studeert (al lonkt het muzikantenbestaan) aan de University of Virginia in Charlottesville, Virginia, koos ervoor om dit debuut op te nemen in Nashville, Tennessee, waarbij de gelouterde Mitch Dane aanschoof als producer.

Het levert een plaat op waar de belofte werkelijk van af spat. Merritt Gibson is de middelbare schoolbanken misschien nog maar net ontgroeit, maar ze schrijft volwassen songs waarin haar eerste moeizame stappen op het liefdespad en de strubbelingen rond het volwassen worden goed van pas komen. Het zijn bovendien zeer aansprekende songs die na één keer horen makkelijk en voorgoed in het geheugen worden opgeslagen. Het zijn songs die vooral het etiket pop verdienen, al verwerkt Merritt Gibson ook zeker invloeden uit de rock en de Amerikaanse rootsmuziek in haar songs.

De wat stevigere songs op de plaat doen wel wat denken aan de muziek die aan het begin van het millennium werd gemaakt door destijds ook piepjonge muzikanten als Avril Lavigne en Michelle Branch, terwijl de songs die vooral invloeden uit de pop verwerken in de buurt komen van die van zangeressen als Lorde en Birdy, die ook de twintig nog niet hadden bereikt toen ze doorbraken naar een groot publiek. Wanneer Merritt Gibson wat dichter bij de in Nashville zo populaire country in de buurt blijft, ontkomt ze uiteraard niet aan de vergelijking met de jonge Taylor Swift.

Het knappe van Merritt Gibson is dat ze op haar zo verrassend sterke debuut op alle genoemde terreinen uitstekend uit de voeten kan en bovendien songs schrijft waarin de grenzen tussen rock, pop en roots vervagen.

De songs van de jonge Amerikaanse singer-songwriter liggen stuk voor stuk lekker in het gehoor en dit wordt nog eens versterkt door het bijzonder aangename geluid dat producer Mitch Dane in elkaar heeft gesleuteld. Het is een geluid dat ik maar moeilijk kan weerstaan en dat volstrekt onweerstaanbaar wordt door de geweldige stem van Merritt Gibson.

Ze beschikt over een verrassend volwassen klinkend en opvallend veelkleurig stemgeluid, dat het eigenzinnige van Lorde combineert met de emotie van Birdy en de Zuidelijke twang en soul van de betere countryzangeressen uit Nashville. Het is een stem die de aanstekelijke songs op de plaat voorziet van een eigen en eigenzinnig geluid en er bovendien songs van maakt die iets met je doen.

Rootspuristen gaan nog niet zo veel horen in de muziek van Merritt Gibson (die op haar volgende platen echter alle kanten op kan), maar iedereen die, net als ik, een enorm zwak heeft voor pop met een hoofdletter P en bij voorkeur pop die ook nog eens verrijkt is met invloeden uit de rock en roots, hoort op het moment niet veel betere songs dan de 12 pareltjes van Merritt Gibson.

De jonge Amerikaanse brengt Eyes On Us nog uit in betrekkelijke anonimiteit, maar als deze talentvolle dame het komende jaar niet heel groot gaat worden weet ik het echt niet meer. Er komt deze week echt verschrikkelijk veel uit, maar het debuut van dit piepjonge talent is echt een van de betere platen en met al die perfecte popsongs die je na één keer horen echt niet meer gaat vergeten zeker de lekkerste. Droomdebuut. Erwin Zijleman

Meshell Ndegeocello - Ventriloquism (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meshell Ndegeocello - Ventriloquism - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Meshell Ndegeocello was jaren lang bassist in de band van David Bowie, maar de muzikante die ooit in Duitsland onder de naam Michelle Lynn Johnson werd geboren als kind van een Amerikaanse militair (en saxofonist), heeft inmiddels ook een respectabele stapel platen op haar naam staan.

Deze platen heeft ze gemaakt onder de naam Meshell Ndegeocello, waarvan de achternaam in het Swahili staat voor “free as a bird”.

Ik moet toegeven dat ik de laatste twee decennia maar heel weinig heb geluisterd naar de platen van de Amerikaanse muzikante. Bitter uit 1999 vind ik nog altijd een prachtige plaat, terwijl ik Cookie: The Anthropological Mixtape vooral als (voormalig) antropoloog interessant vond. Hierna heb ik een hooguit een enkele plaat van Meshell Ndegeocello vluchtig beluisterd.

Ook het onlangs verschenen Ventriloquism wilde ik in eerste instantie niet uitvoerig beluisteren. Meshell Ndegeocello covert op haar nieuwe plaat immers songs die ze in de jaren 80 en 90 als tiener koesterde en het betreft songs die voor een groot deel in het hokje R&B passen en dat zijn niet de songs die ik in de jaren 80 en 90 koesterde.

Ik was echter wel benieuwd wat Meshell Ndegeocello kan met een song van Prince en nadat ik haar versie van Sometimes It Snows In April had beluisterd, was ik zo onder de indruk dat ik ook de rest van het album wilde beluisteren, waarna Ventriloquism me zeker niet heeft teleurgesteld.

Meshell Ndegeocello’s versie van een van de mooiste en meest indringende songs van Prince is het onbetwiste hoogtepunt op Ventriloquism, maar ook haar versies van songs van 80s en 90s helden Lisa Lisa & Cult Jam, Tina Turner, Janet Jackson, TLC en Sade mogen er zijn.

Het helpt hierbij dat Meshell Ndegeocello haar favoriete songs van destijds op geheel eigen wijze heeft geïnterpreteerd. In de uptempo songs op de plaat wordt gekozen voor een avontuurlijk instrumentarium dat de fantasie flink meer prikkelt dan de originelen in het verleden deden. Meshell Ndegeocello experimenteert hierin zowel met complexe en stuwende ritmes als met lome en bezwerende klanken, maar kan ook een singer-songwriter twist geven aan R&B hits van weleer (luister maar eens naar de prachtige versie van Waterfalls van TLC) of de song omtoveren naar een psychedelisch en bezwerend hoogstandje.

Het zijn vaak wat broeierige klanken die passen bij de wat zwoel aandoende songs op de plaat, maar het steekt allemaal zo knap in elkaar dat de songs op Ventriloquism niet alleen aangenaam maar ook spannend klinken.

Hetzelfde geldt voor de vocalen op de plaat. Meshell Ndegeocello beschikt over een warm en soulvol stemgeluid, dat vooral zwoel en fluisterzacht heerlijk voortkabbelt, maar dat je ook diep kan raken, bijvoorbeeld wanneer de Amerikaanse muzikante zich waagt aan Sometimes It Snows In April van Prince, waarin ze verrassend makkelijk overeind blijft en diepe indruk maakt.

Die indruk maakt Meshell Ndegeocello op vrijwel de hele plaat, want ze slaagt er in om een aantal niemendalletjes uit het verleden om te toveren in songs die iets met je doen en die bovendien nog heel lang door blijven groeien.

Ventriloquism is een met veel liefde en aandacht gemaakte plaat, die steeds weer nieuwe dingen laat horen en die steeds net wat beter en interessanter wordt. Ik denk niet dat ik de afgelopen 15 jaar naar een plaat van Meshell Ndegeocello heb geluisterd, maar Ventriloquism laat horen dat dit waarschijnlijk niet terecht is geweest. Ventriloquism ademt immers klasse van de eerste tot de laatste noot, wat extra bijzonder is wanneer je het grootste deel van de originelen die ten grondslag liggen aan de plaat nog eens beluistert. Erwin Zijleman

Meskerem Mees - Julius (2021)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Meskerem Mees - Julius - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Meskerem Mees - Julius
De in Ethiopië geboren, maar in België opgegroeide, Meskerem Mees maakt op haar debuutalbum Julius diepe indruk met zeer sobere en intieme maar ook wonderschone folksongs

Meskerem Mees geldt bij onze Zuiderburen inmiddels al een aantal jaren als een groot talent en dat maakt ze meer dan waar op haar debuutalbum Julius. Het is een nogal sober ingekleurd folkalbum, waarop alle aandacht uitgaat naar de mooie stem van de Belgische muzikante. Het is een stem die gemaakt is voor zachte folksongs en daar zijn er heel wat van te vinden op Julius, maar Meskerem Mees laat op haar debuut horen dat ze ook andere kanten op kan. Het levert een debuutalbum op dat zich langzaam maar zeer zeker opdringt en dat vervolgens alleen maar mooier en indrukwekkender wordt. Het is mijn eerste kennismaking met Meskerem Mees en die smaakt naar veel en veel meer.

Niet zo heel lang geleden bracht het Belgische Gent ons het debuutalbum van de in Thailand geboren Wanthanee. Het is een album met intieme folksongs, die me misschien net niet helemaal wisten te overtuigen, maar Wanthanee ga ik zeker in de gaten houden de komende jaren.

Ook Meskerem Mees komt uit Gent, maar ook haar wieg stond niet in België. De in Ethiopië geboren Meskerem Mees groeide wel op in België en timmert daar inmiddels al een aantal jaren aan de weg als muzikante, met het winnen van Humo’s Rock Rally in 2020 als meest aansprekende wapenfeit.

Onlangs verscheen haar debuutalbum Julius en dat is een opvallend debuutalbum geworden. Vergeleken met de ingetogen folksongs van Wanthanee zijn die van stadgenote Meskerem Mees nog een stuk intiemer. Op haar debuutalbum begeleidt de jonge Belgische muzikante zichzelf op de akoestische gitaar en betovert ze de luisteraar met haar zachte en heldere stem.

Persoonlijk heb ik een voorkeur voor net wat voller ingekleurde albums, maar de combinatie van de akoestische gitaar en de mooie stem van Meskerem Mees is prachtig en geeft de bijzondere stem van de Belgische muzikante alle ruimte om te schitteren. Julius vertrouwt overigens niet uitsluitend op de akoestische gitaar van Meskerem Mees, want zo nu en dan worden fraaie en trefzekere accenten toegevoegd door de cello van Febe Lazou en nog incidenteler door de piano, een fluit of door natuurgeluiden.

Ook wanneer extra details worden toegevoegd aan het geluid, blijft de muziek van de Belgische singer-songwriter ingetogen en zeer intiem. Dat vraagt wat van de zang op het album en van de songs en beiden zijn dik in orde. Meskerem Mees beschikt over een mooie stem, die gemaakt lijkt voor zachte en lieflijke folk, maar ze kan ook wat feller klinken, wat haar songs voorziet van urgentie. Hier en daar zijn de vocalen in meerdere lagen opgenomen, wat ook wat dynamiek toevoegt aan de songs.

Het zijn songs die vooral in het hokje folk passen en die, ondanks het sobere instrumentarium, voldoende afwisselend klinken. Ik vind Meskerem Mees persoonlijk het sterkst in de meest intieme en ingetogen songs op het album, maar de net wat meer uptempo songs voorzien Julius wel van de broodnodige dynamiek en variatie.

Ik heb zoals gezegd zelf een voorkeur voor net wat voller ingekleurde albums en dat is vooral omdat ik albums als het debuut van Meskerem Mees over het algemeen snel saai vind worden. Over het algemeen, want ook bij herhaalde beluistering van Julius blijft het album me betoveren en vind ik zowel de stem van Meskerem Mees als de instrumentatie en de songs alleen maar beter worden.

Meskerem Mees maakt het soort folk waar Laura Marling een aantal jaren geleden mee opdook, maar ze klinkt minder Brits en daardoor eigenzinniger. Het is moedig om met minimale middelen een debuutalbum als dit op te nemen, maar het prachtig opgenomen en uiterst subtiel ingekleurde Julius is zo’n intiem folkalbum dat zich genadeloos opdringt.

In België weten ze inmiddels een paar jaar dat Meskerem Mees bulkt van het talent, maar in Nederland ben ik haar naam nog niet vaak tegen gekomen. Hoogste tijd dat dit gaat veranderen, want Julius van Meskerem Mees is een fraai en trefzeker debuutalbum, waar we in Nederland best een beetje jaloers op mogen zijn. Erwin Zijleman

Mess Esque - Jay Marie, Comfort Me (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Mess Esque - Jay Marie, Comfort Me - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Mess Esque - Jay Marie, Comfort Me
Helen Franzmann en Mick Turner maken het de luisteraar ook op Jay Marie, Comfort Me weer niet makkelijk, maar ook het tweede album van Mess Esque is een album dat bol staat van de muzikaliteit en avontuur

Het debuutalbum van Mess Esque deed me een paar jaar geleden denken aan Crowsdell en Mazzy Star, maar Helen Franzmann en Mick Turner lieten vooral een eigen geluid horen. Dat doen ze ook weer op Jay Marie, Comfort Me, dat de aandacht trekt met behoorlijk experimentele maar ook aangenaam dromerige songs. Het zijn songs waarin het gitaarwerk direct in positieve zin opvalt en ook de percussie is fantastisch. Aan de stem van Helen Franzmann moet je even wennen, maar na gewenning is de zang op Jay Marie, Comfort Me echt prachtig. Jay Marie, Comfort Me van Mess Esque is best een lastig album, tot het moment dat echt alles op zijn plek valt.

Aan het eind van 2021 besprak ik het titelloze debuutalbum van het Australische duo Mess Esque. Mijn recensie stond vol met tegenstellingen als “Mess Esque heeft een bijzonder album gemaakt dat je eindeloos wilt koesteren of dat je keer op keer de gordijnen in jaagt” of “het Australische duo Mess Esque levert een bijzonder avontuurlijk debuutalbum af, dat in eerste instantie maar heel weinig houvast biedt, maar dat tot grote hoogten stijgt wanneer alles op zijn plek valt”.

Ook ik moest in 2021 enorm wennen aan de muziek van Helen Franzmann en Mick Turner, maar uiteindelijk vond ik het debuutalbum van de twee niet alleen bijzonder intrigerend maar ook heel erg mooi. Het album deed me af en toe denken aan het echt briljante Dreamette, het debuutalbum van Crowsdell, de band van Shannon Wright, een album dat helaas nog altijd niet is te beluisteren op de streaming media platforms.

De muziek van Helen Franzmann, die ook bekend is van de band McKisko, en Mick Turner, die nog veel bekender is van de band Dirty Three, deed ook wel wat denken aan Mazzy Star, maar dan wel een wat experimentelere versie van Mazzy Star, overigens een van mijn favoriete bands aller tijden. Het is prachtig vergelijkingsmateriaal.

Mess Esque keert deze week terug met Jay Marie, Comfort Me en gaat deels verder waar het duo aan het eind van 2021 was geëindigd. Ook het tweede album van Mess Esque is weer geen lichte kost. Zeker als je niet gewend bent aan de muziek van het Australische tweetal en hun bandgenoten bieden de songs op Jay Marie, Comfort Me in eerste instantie weinig houvast.

De geweldige gitaarlijnen van Mick Turner en de bijzondere zang van Helen Franzmann lijken vooral hun eigen ding te doen en ook de keyboards en drums lijken zich weinig aan te trekken van de andere klanken op het album. Op hetzelfde moment klinkt de muziek van Mess Esque heerlijk dromerig en wanneer je wat dieper wegzinkt in de muziek van het Australische duo lijkt alles toch opeens weer te kloppen.

Ook bij beluistering van Jay Marie, Comfort Me moet ik, voornamelijk vanwege het gitaarwerk, vaak denken aan dat helaas zo miskende debuutalbum van Crowsdell, terwijl de dromerige en soms bijna gesproken zang van Helen Franzmann associaties oproept met Mazzy Star’s Hope Sandoval.

Jay Marie, Comfort Me van Mess Esque is een album dat je makkelijk opzij schuift bij snelle beluistering, maar dat steeds mooier wordt wanneer je er dieper induikt. Het gitaarwerk op het album is echt geweldig en ook de drummer speelt fantastisch op het album. De muziek van Mess Esque is vaak loom en dromerig, maar kan ook ruw en stevig klinken.

Beide uitersten passen uitstekend bij de zang van Helen Franzmann die absoluut haar eigen stijl heeft, maar die mij in ieder geval direct wist in te pakken. In de songs op Jay Marie, Comfort Me wordt af en toe flink het experiment opgezocht en verliest Mess Esque de toegankelijke popsong soms echt volledig uit het oog, maar het is knap hoe deze popsong soms ook weer binnen een paar noten kan worden gevonden.

Ik geef eerlijk toe dat ik de afgelopen jaren niet heel vaak meer aan Mess Esque heb gedacht en ook Jay Marie, Comfort Me is een album dat niet altijd binnen zal komen, maar als je in de stemming bent voor de muziek van Mess Esque is het echt een prachtalbum. Erwin Zijleman

Mess Esque - Mess Esque (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mess Esque - Mess Esque - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mess Esque - Mess Esque
Het Australische duo Mess Esque levert een bijzonder avontuurlijk debuutalbum af, dat in eerste instantie maar weinig houvast biedt, maar dat tot grote hoogten stijgt wanneer alles op zijn plek valt

Helen Franzmann (McKisko) en Mick Turner (Dirty Three) zijn samen Mess Esque en hebben een debuutalbum afgeleverd dat het je niet makkelijk maakt, maar dat enige gewenning steeds mooier wordt. De gitaarlijnen van Mick Turner zijn wonderschoon, maar ook de rest van de instrumentatie houdt je continu op het puntje van je stoel. De bijzondere zang van Helen Franzman draait zich continu vast en weer los in het unieke klankentapijt en heeft al snel een bijna hypnotiserende uitwerking. Mess Esque heeft een bijzonder album gemaakt dat je eindeloos wilt koesteren of dat je keer op keer de gordijnen in jaagt. Ik kies absoluut voor het eerste.

Mess Esque is een Australisch duo dat bestaat uit zangeres Helen Franzmann, die ook muziek maakt als McKisko, en Mick Turner, die samen met Jim White en Warren Ellis de roemruchte Australische band Dirty Three vormde. Direct vanaf de eerste noten van het titelloze debuut van Mess Esque is duidelijk dat Helen Franzmann en Mick Turner niet van plan zijn om het de luisteraar heel makkelijk te maken.

Openingstrack Wake Up To Yesterday opent met een jazzy ritmesectie, waarna een orgeltje wat onduidelijk invalt. Wanneer Mick Turner een mooie gitaarlijn inzet, duikt ook de stem van Helen Franzmann op, die zich in eerste instantie beperkt tot het gesproken woord, maar wanneer de gitaarlijnen wat steviger worden aangezet, meerdere zanglijnen tegelijk uit de speakers laat komen.

De openingstrack van het debuut van Mess Esque zet je in een kleine zes minuten talloze keren op het verkeerde been en bij de eerste keren horen wist ik nog niet of ik het nu mooi moest vinden of niet, al intrigeerde het me direct vanaf de eerste noten hopeloos. Het doet in eerste instantie wel wat denken aan Dreamette, het geweldige debuut van Crowsdell, de band van Shannon Wright en dat is wat mij betreft een mooie aanbeveling.

De muziek van Mess Esque is, zeker in de openingstrack, behoorlijk experimenteel, al is het maar omdat het lijkt of Helen Franzmann en Mick Turner vooral hun eigen ding aan het doen zijn. Ook in het bijna acht minuten durende Sweetspot draaien de bijzondere vocalen en de fraaie gitaarlijnen prachtig om elkaar heen, maar het klinkt wat lomer en minder experimenteel dan in de openingstrack.

Helen Franzmann schakelt ook dit keer tussen gesproken woord en dromerige vocalen, terwijl Mick Turner de ruimte vult met even mooie als bijzondere gitaarlijnen. De ritmesectie speelt wederom jazzy, terwijl dit keer blazers en keyboards zorgen voor subtiele accenten. Ook in de tweede track van het debuut van Mess Esque verschiet de muziek van het Amerikaanse tweetal meerdere keren van kleur, maar waar bij eerste beluistering van de openingstrack bij mij de verbazing nog overheerste, werd ik in de tweede track vooral betoverd.

Het titelloze debuut van Mess Esque bevat bijna veertig minuten muziek, waarin zes intrigerende tracks voorbij komen. Het was voor mij absoluut even wennen, maar na gewenning is het album al snel een fascinerende luistertrip, die weliswaar meerdere kanten op schiet, maar op een of andere manier ook een ontspannende of zelfs rustgevende uitwerking heeft.

In muzikaal opzicht is het debuut van het Australische tweetal een spannend album vol geweldig gitaarwerk en subtiele accenten, maar ook de zang van Helen Franzmann voegt flink wat avontuur toe aan de muziek van Mess Esque. Zeker bij eerste beluistering had ik af en toe het idee dat de Australische zangeres maar wat deed of op een of andere manier ernstig beneveld was bij het inzingen van het album, maar op een gegeven moment valt alles op zijn plek en versterken de zang en de muziek op het album elkaar op bijzondere wijze.

Mess Esque maakt op haar fascinerende debuutalbum muziek die niet direct lijkt op iets dat ik al ken, al hoor ik naast het vleugje Crowsdell hier en daar ook wel wat van Mazzy Star, al is het ver weg en niet meer dan een zweempje. Soms klinkt het opeens verrassend toegankelijk, maar een verrassende wending is nooit ver weg. Voor mij met afstand het meest verrassende nieuwe album van deze week en het is nog lang niet uitgegroeid. Erwin Zijleman

Messidor - When Things Go Missing (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Messidor - When Things Go Missing - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Messidor - When Things Go Missing
Het debuutalbum van de Belgische band Messidor staat vol met buitengewoon aangename en wat broeierig klinkende popsongs, maar het zijn ook popsongs waarin ontzettend veel moois is verstopt

When Thing Go Missing, het debuutalbum van de uit Brussel afkomstige band Messidor, heeft niet veel tijd nodig om te overtuigen. Het album bevat een aantal toegankelijke en zeer sfeervolle songs. Het zijn songs die prachtig zijn ingekleurd met subtiele ritmes en fraaie gitaarlijnen en ook de zang van singer-songwriter Ward Daenen voelt direct aangenaam aan. Het debuut van Messidor is ook een album vol geheimen, die een voor een aan de oppervlakte komen. Die geheimen zijn verstopt in de avontuurlijke instrumentatie en de vaak complexe songstructuren. Het levert een uitstekend debuutalbum op, dat Messidor dit jaar zeker op de kaart gaat zetten als een van de grote beloften van de Belgische popmuziek.

When Things Go Missing van Messidor staat deze week vermeld op de lijst met nieuwe albums en behoort daarom tot de eerste releases van 2023. Het is deze week nog een lijst van zeer beperkte omvang, waardoor het album onmiddellijk mijn aandacht trok. Dat is maar goed ook, want het debuutalbum van Messidor is een album dat ik na de eerste keer horen al niet meer wilde missen en dat sindsdien alleen maar mooier is geworden.

Messidor is een Belgische band rond singer-songwriter Ward Daenen en multi-instrumentalisten Maarten Moesen en Bert Hornikx, die hun sporen in de Belgische popmuziek ruimschoots verdiend hebben. De naam van de band verwijst overigens niet naar de voetballer die onlangs wereldkampioen werd, maar naar de straat waar het idee voor dit album ontstond, de Messidorlaan in Brussel, die zijn naam weer ontleende aan de tiende maand van de Franse republikeinse kalender. In deze kalender stond de maand Messidor bekend als de oogstmaand en ook voor de Belgische band is het de hoogste tijd om te oogsten.

De band heeft lang gewerkt aan haar debuutalbum, de basis voor het album werd al in 2021 gelegd, en dat hoor je aan alles. Op de website van de band worden Bon Iver, The Blue Nile en onze eigen trots The Nits genoemd als de belangrijke inspiratiebronnen voor de muziek van Messidor. Het zijn inspiratiebronnen die met enige fantasie wel terug zijn te horen, net als invloeden van alle bands die de Belgische popmuziek de afgelopen decennia zo interessant maakten, maar Messidor heeft op haar debuutalbum ook een duidelijk eigen geluid.

When Things Go Missing van Messidor is voorzien van een bijzonder subtiel en zeer sfeervol en warm geluid, waarin subtiele ritmes en bijzonder fraaie gitaarlijnen de meeste aandacht opeisen. Het is een geluid dat op het eerste gehoor het best past bij de avond en de nacht, zeker wanneer de muziek van Messidor is voorzien van jazzy accenten. Het album heeft op hetzelfde moment een laid-back jaren 70 sfeertje.

Met Maarten Moesen en Bert Hornikx, van oorsprong allebei drummer, beschikt de band over twee gelouterde muzikanten, die met veel souplesse spelen en het avontuur niet schuwen. De warme deken van de sfeervolle klanken past fraai bij de zang van Ward Daenen, die vooral zacht zingt, wat de nachtelijke sfeer in de muziek van Messidor nog wat verder versterkt. Heel af en toe hoor ik wat van Thom Yorke in de stem van Ward Daenen, waarna Messidor wat opschuift richting Radiohead, maar dit zijn slechts zeer incidentele uitstapjes.

De songs van Messidor liggen lekker in het gehoor en hebben een tijdloos karakter, maar het zijn vrijwel zonder uitzondering complexe songs, waarin veel moois is verstopt en waarin op subtiele wijze invloeden uit flink wat decennia popmuziek zijn verwerkt. De Belgische popmuziek uit de jaren 90 biedt veel aanknopingspunten, maar Messidor blijft hier niet in hangen en kan er ook opeens 70s harmonieën tegenaan gooien.

Zowel in muzikaal, vocaal als compositorisch oogpunt haalt de Belgische band op When Things Go Missing een niveau dat slechts op weinig debuutalbums wordt gehaald. Het is ook nog eens een album dat de tijd moet krijgen om te groeien, want in de knap in elkaar stekende songs op het debuutalbum van Messidor duiken steeds weer nieuwe verrassingen op. Of het verstandig is om zo vroeg in het nieuwe jaar een album uit te brengen is de vraag, al is het op het moment redelijk makkelijk om op te vallen met nieuwe muziek. En opvallen doet Messidor zeker met dit over de gehele linie wonderschone debuutalbum. Erwin Zijleman

Metric - Formentera (2022)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Metric - Formentera - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Metric - Formentera
De Canadese band Metric opent haar nieuwe album sensationeel met een ruim tien minuten durende mokerslag, maar houdt het hoge niveau hierna moeiteloos vast op haar beste album tot dusver

Ik heb in het verleden vaak albums van de Canadese band Metric gemist, maar uiteindelijk pak ik de muziek van de band rond Emily Haines altijd op. Dit keer was ik gelukkig direct bij de les, want het deze week verschenen Formentera is een ijzersterk album. Dat hoor je direct in de sensationele openingstrack, maar ook op de rest van het album steekt de Canadese band in een uitstekende vorm. Metric laat zich nog altijd inspireren door de new wave van weleer, maar geeft absoluut een eigentijdse invulling aan de inspiratie uit het verleden. Het levert een soms groots en soms experimenteel geluid op, waarin gitaren en synths in evenwicht zijn en de stem van Emily Haines de kers op de taart is.

De Canadese band Metric keert deze week terug met de opvolger van het alweer bijna vier jaar oude Art Of Doubt, dat van het hoge niveau was dat we de afgelopen twintig jaar van de band gewend zijn. De band rond Emily Haines levert met Formentera haar achtste album af en het is een album dat laat horen dat Metric haar creatieve piek nog niet had bereikt. Formentera is immers een geweldig album, dat wat mij betreft boven zijn voorgangers uitsteekt.

Het album opent met een ware mokerslag. De ruim tien minuten durende openingstrack Doomscroller laat een dwarsdoorsnede van het volledige oeuvre van de band horen en imponeert van de eerste tot en met de laatste noot. Doomscroller opent met synthpop, sleurt je vervolgens richting dansvloer met imposante beats, heeft fraaie piano intermezzo’s met atmosferische synths en slaat aan het eind van de track ook nog eens om in een heuse en voorzichtig gruizige gitaarsong. Het levert een instant klassieker op van het soort dat tegenwoordig niet meer wordt gemaakt.

In muzikaal opzicht grijpt de openingstrack je bij de strot, maar ook de geweldige zang van Emily Haines zorgt er voor dat het nieuwe album van de Canadese band direct een onuitwisbare indruk maakt. Het nadeel van de briljante openingstrack is natuurlijk dat de resterende 35 minuten van het album alleen maar tegen kunnen vallen, maar Metric houdt gelukkig een behoorlijk hoog niveau vast.

Op Formentera laat de band zich, zoals gewoonlijk, beïnvloeden door de new wave zoals die zich vanaf de late jaren 70 ontwikkelde, maar Metric blijft zeker niet steken in de invloeden uit een inmiddels ver verleden. Ook Formentera klinkt weer zo fris en eigentijds als we inmiddels van Metric verwachten.

In de fascinerende openingstrack spelen de gitaren zeker niet de hoofdrol, maar op de rest van het album blinkt de band weer uit met uitstekend gitaarwerk, dat zowel onweerstaanbaar lekkere gitaarloopjes als bescheiden maar trefzekere gitaarmuren oplevert. Het is gitaarwerk dat wordt gecombineerd met hier en daar stevig aangezette synths en natuurlijk met de zo herkenbare zang van Emily Haines, die Metric nog altijd voorziet van een bijzonder eigen geluid.

Metric schuwt op Formentera de groots en meeslepende songs niet en solliciteert naar een opengevallen plekje op de festivalweides deze zomer, maar de band kiest hier en daar ook voor meer ingetogen songs en stopt altijd voldoende avontuur in haar songs, waardoor Formentera de fantasie makkelijk blijft prikkelen.

Het nieuwe album van Metric speelt een gewonnen wedstrijd na de magistrale openingstrack, maar ook de andere songs op het album zijn sinds de eerste beluistering tot leven gekomen, waardoor ik Formentera best de voorlopige kroon op het werk van de Canadese band durf te noemen.

Metric heeft helaas nog altijd een redelijk bescheiden status, maar luister naar het nieuwe album van de band en de kans lijkt me groot dat Emily Haines en haar medemuzikanten je genadeloos inpakken, mits je natuurlijk houdt van vooral door new wave beïnvloede songs met een hoofdrol voor zowel gitaren als keyboards.

Old World Underground, Where Are You Now?, het debuut van de band, viert volgend jaar al haar twintigste verjaardag, maar het is nooit te laat om een wereldband als Metric te omarmen, al is het maar omdat Emily Haines en haar medemuzikanten op Formentera in topvorm verkeren. Erwin Zijleman

Metric - Pagans in Vegas (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Metric - Pagans In Vegas - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Canadese band Metric begon ooit als een gitaarbandje dat met name in indie-kringen veel muziekliefhebbers aan zich wist te binden.

Het is nauwelijks te geloven wanneer je de nieuwe plaat van de band rond boegbeeld Emily Haines hoort.

Gitaren zijn op Pagans In Vegas immers nauwelijks te horen en het geluid van Metric zit dichter tegen pure pop dan tegen indie aan.

Metric voorziet haar geluid dit keer vooral van elektronica en bestrijkt hierbij een breed en veelkleurig palet. Pagans In Vegas van Metric klinkt hierdoor op het eerste gehoor misschien als een schaamteloos toegankelijke en aanstekelijke popplaat, maar de in eigen land bijzonder populaire band heeft ook veel moois verstopt in haar muziek.

Het elektronische geluid op de plaat raakt af en toe dat aan de synthbands uit de 90s (en vooral aan Depeche Mode), maar heeft ook het pompeuze van de synthpop uit de jaren 80 of het kitscherige van de met disco verrijkte elektronische popmuziek uit de jaren 70. Hier blijft het niet bij, want in een aantal tracks doet de bijzondere elektronische instrumentatie aan Kraftwerk denken en dat is genoeg om mij op het puntje van mijn stoel te krijgen.

Zeker wanneer Emily Haines de songs voorziet van suikerzoete vocalen zal de liefhebber van de platen die de band een jaar of zes geleden nog maakte zich afvragen wat er mis is gegaan met Metric, maar voor liefhebbers van aanstekelijke maar ook licht eigenwijze elektronische popmuziek valt er op Pagans In Vegas toch flink wat te genieten.

Zeker in de wat minder pop georiënteerde tracks maakt Metric op Pagans In Vegas bezwerende muziek, die nog lang aan kracht blijft winnen. Ik heb in het verleden Metric platen gehoord die makkelijker overtuigden, maar ik sluit niet uit dat deze bij vlagen bijzonder fascinerende en bij vlagen zeer aangename plaat uiteindelijk langer blijft hangen. Erwin Zijleman

Metronomy - Love Letters (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Metronomy - Love Letters - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Er zijn altijd al Britse bands geweest die in eigen land de hemel in werden geprezen, maar buiten het Verenigd Koninkrijk geen poot aan de grond kregen. Soms braken deze bands na vele jaren alsnog door (denk aan The Jam), maar er zijn er ook zat die in Nederland altijd (te) onbekend zijn gebleven (The Divine Comedy) of lang niet de waardering kregen die ze zo verdienden (Squeeze, XTC). Metronomy behoort in Engeland al enkele jaren tot de gevestigde namen. Met haar vorige plaat, The English Riviera, stond de band in 2011 hoog in menig jaarlijstje, maar de plaat deed in Nederland vrijwel niets. Ook opvolger Love Letters, dat inmiddels een aantal weken in de winkel ligt, krijgt in Nederland tot dusver veel minder aandacht dan in Engeland, waar de plaat is onthaald als een waar meesterwerk. Na alle lof in Engeland heb ik The English Riviera uiteindelijk wel in huis gehaald, maar het kwartje wilde bij mij maar niet vallen. Hetzelfde probleem had ik ook lange tijd met Love Letters. Metronomy maakt muziek die lastig is te classificeren en ook lastig is te doorgronden. De plaat opent met een ouderwets klinkende ritmebox en vocalen die rechtstreeks vanuit de jaren 80 lijken te komen. Net als je te maken denkt te hebben met het zoveelste op 80s synthpop gestoelde bandje, verrast Metronomy met soulvolle impulsen en heerlijke falset vocalen. Love Letters is een plaat die bol staat van de invloeden. De muziek van Metronomy klinkt hierdoor steeds heel even bekend, maar vervolgens wordt je toch steeds weer hopeloos op het verkeerde been gezet. De ritmebox uit de openingstrack krijgt uiteindelijk gezelschap van akoestische gitaren en elektrisch gitaarwerk dat herinnert aan Pink Floyd’s David Gilmour, waarmee de associatie met 80s synthpop in vier minuten muziek zowel dominant aanwezig als volstrekt belachelijk is. Wat voor de openingsrack geldt, geldt voor de meeste songs op de plaat. Metronomy doet qua eigenzinnigheid af en toe denken aan XTC, maar het schaamt zich ook niet voor onweerstaanbaar aanstekelijke popliedjes met een Motown injectie. Hierdoor hoor je uiteindelijk de meest uiteenlopende namen terug op Love Letters. Van Devo tot The Human League. Van David Bowie tot The Buggles. En heel veel van de onlangs op deze BLOG nog bejubelde Rupert Hine. Van California in de 60s tot Londen in de 80s en 90s. En zo kan ik nog heel lang door gaan. Metronomy lijkt werkelijk op van alles, maar tegelijkertijd ook op helemaal niets. De band krijgt dit voor elkaar door op geheel eigen wijze elektronische en organische instrumenten met elkaar te vermengen en door aanstekelijke refreinen te combineren met nauwelijks te doorgronden intermezzo’s. Love Letters van Metronomy is een plaat om heerlijk bij weg te dromen, maar het is ook een plaat die je steeds weer voor nieuwe raadsels stelt. Het ene moment hoor je warmbloedige gitaarklanken, het volgende moment ijskoude synths uit vervlogen tijden. De zang is het ene moment kil en emotieloos, het volgende moment warm en funky. Love Letters is een vat vol tegenstrijdigheden en als je het mij vraagt een vat vol moois. Het duurt even tot je tot die conclusie komt, maar vervolgens heb je Metronomy stevig omarmd. Heel stevig zelfs. Erwin Zijleman

Mevrouw Tamara - In Je Hoofd (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mevrouw Tamara - In Je Hoofd - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mevrouw Tamara - In Je Hoofd
Mevrouw Tamara duikt in de flink volle vijver van de jonge vrouwelijke singer-songwriters die in het Nederlands zingen, maar houdt zich makkelijk staande met een mooi en avontuurlijk album

Natuurlijk is het niet handig om een paar dagen voor kerst een nieuw album uit te brengen, al is de concurrentie van andere nieuwe albums momenteel gering of zelfs afwezig. In Je Hoofd van Mevrouw Tamara duikt bovendien in lang niet alle releaselijsten op, maar het is een mooi en bijzonder album dat echt alle aandacht verdient. In Je Hoofd valt in eerste instantie vooral op door de bijzondere zang van Tamara van Esch, die steeds net wat teveel woorden in een zin lijkt te willen proppen, maar ook in muzikaal opzicht steekt het album razend knap in elkaar. Reden genoeg om Mevrouw Tamara te scharen onder de smaakmakers in het genre.

Bij de naam Mevrouw Tamara heb ik direct associaties met een Indonesische toko, maar het is ook het alter ego van de Nederlandse singer-songwriter Tamara van Esch.

Mevrouw Tamara deed een paar jaar geleden mee aan het allereerste seizoen van het tv-programma De beste singer-songwriter van Nederland, dat overigens verrassend veel talent heeft voortgebracht, en zag uiteindelijk Douwe Bob er met de overwinning vandoor gaan.

Ook voor Mevrouw Tamara was het tv-programma een goede springplank, want haar debuut Zo Lang Mogelijk uit 2015 trok redelijk wat aandacht en werd goed ontvangen. Deze week verscheen het tweede album van het alter ego van Tamara van Esch, In Je Hoofd.

Mevrouw Tamara kiest ook op haar tweede album weer voor Nederlandstalige popliedjes en die omarm ik, ondanks het overboord zetten van flink wat vooroordelen, nog altijd minder makkelijk dan Engelstalige popsongs. Toch wist In Je Hoofd me vrij snel en makkelijk te overtuigen. In Je Hoofd is een in muzikaal opzicht spannend album, dat continu de grenzen opzoekt tussen indie-pop en folky luisterliedjes. Veel songs op het album zijn relatief sober ingekleurd, waardoor de zang van Tamara van Esch centraal staat.

De Nederlandse singer-songwriter zingt op bijzondere wijze en is hierdoor niet makkelijk in een hokje te duwen. Soms hoor ik wat van Eefje de Visser, maar ook Maaike Ouboter, Iris Penning, AAPNOOTMIES, Rita Zipora, Aafke Romeijn en zeker ook Roosbeef dienen relevant vergelijkingsmateriaal aan, maar op hetzelfde moment heeft de Utrechtse singer-songwriter een bijzonder eigen geluid.

Ik kan me voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd zal zijn van de zang van Tamara van Esch, maar ik vind het persoonlijk erg mooi. De Nederlandse singer-songwriter schrijft mooie en poëtische teksten die vaak wat te lang lijken om in de songs geperst te worden, maar dit lukt uiteindelijk wel, wat een bijzonder effect geeft. De bijzondere zang maakt van In Je Hoofd een speciaal album, maar ook de instrumentatie op het tweede album van Mevrouw Tamara is van een bijzondere schoonheid.

In Je Hoofd is vaak relatief sober ingekleurd met akoestische gitaar of piano, maar zeker als je met volle aandacht naar het album luistert, hoor je hoe mooi en bijzonder de instrumentatie is. In Je Hoofd is fraai ingekleurd met onder andere keyboards, strijkers en blazers, die het album van Mevrouw Tamara voorzien van veel onderscheidend vermogen en die bovendien flink wat dynamiek toevoegen aan het album. De instrumentatie is bovendien verrassend veelzijdig, waardoor alle songs van Mevrouw Tamara net wat anders klinken.

In Je Hoofd van Mevrouw Tamara heeft net als de albums van Eefje de Visser iets dromerigs en verleidelijks, maar het album heeft nog veel meer te bieden. In Je Hoofd is een ruw en puur album, maar het is ook een avontuurlijk album en een album dat je lang blijft verrassen. Het is verder een album dat mooie en indringende persoonlijke verhalen vertelt en dat doet op bijzondere wijze.

Een paar dagen voor kerst een album uitbrengen is natuurlijk vrij hopeloos qua timing, maar In Je Hoofd van Mevrouw Tamara is absoluut te mooi en te bijzonder om over het hoofd gezien te worden. Als het helpt moeten we het album maar zien als een van de eerste bijzondere releases van 2020. Ik ben zelf in ieder geval heel blij met deze wonderschone en intense eindejaarsverrassing. Erwin Zijleman

MG - MG (2015)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MG (Martin Gore) - MG - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

MG staat voor Martin Gore en Martin Gore kennen we natuurlijk van Depeche Mode. Binnen Depeche Mode is Martin Gore vooral verantwoordelijk voor de net wat melodieuzere vocalen, heeft hij een groot deel van de tijd een gitaar in zijn handen en staat zijn naam achter een deel van de wat meer pop georiënteerde songs van de band.

Van Martin Gore had ik daarom geen experimentele instrumentale elektronische plaat verwacht, maar hij heeft hem wel gemaakt. MG is zeker geen makkelijke plaat geworden en als ik eerlijk ben moet ik toegeven dat het even heeft geduurd voor ik er chocolade van kon maken, maar inmiddels ben ik toch wel onder de indruk van MG.

MG is zoals gezegd een instrumentale plaat en een volledig elektronische plaat. Daarmee kun je nog alle kanten op, maar Martin Gore heeft gekozen voor een behoorlijk experimenteel klankentapijt, dat zowel filmisch als futuristisch aan doet. MG strijkt hierbij af en toe flink tegen de haren in en biedt maar weinig aanknopingspunten, maar het is ook een plaat waarbij uiteindelijk veel op zijn plaats valt.

MG bestaat deels uit industriële klanken, deels uit atmosferische geluidstapijten en deels uit wat meer melodieuze klanken. Elk van deze drie soorten klanken voert telkens de boventoon en bepaalt of je luistert naar een voortdenderende machine, naar bedwelmende klanken of naar melodieuze popmuziek. Dat is niet altijd even makkelijk, maar zeker wanneer je je open stelt voor de bijzondere muziek op MG valt er veel te genieten op deze soloplaat van Martin Gore.

Bij beluistering van MG moet je de associaties met Depeche Mode volledig loslaten. Martin Gore creëert op MG zijn eigen muzikale universum en het is een universum dat de fantasie volledig moet kunnen prikkelen om een positieve werking te kunnen hebben.

MG doet af en toe denken aan de muziek van Kraftwerk. Ook dat is geen muziek die ik altijd kan verdragen, maar het is muziek die je in een bepaalde gemoedstoestand kan brengen, waarna opeens wel alles op zijn plaats valt. Martin Gore krijgt dat ook voor elkaar met MG. Er zijn momenten waarop ik de muziek op MG maar nauwelijks kan verdragen, maar er zijn minstens even vaak momenten waarop ik de ruwe schoonheid van MG ervaar en de muziek van Martin Gore goed is voor fascinerende beelden.

Het ene moment hoor je nog flarden onsamenhangende elektronica, het volgende moment worden al deze flarden aan elkaar gesmeed tot een buitengewoon fascinerende luistertrip. Naarmate je MG vaker hoort bestaat de plaat steeds minder vaak uit als los zand aan elkaar hangende flarden en hoor en zie je steeds vaker een consistent muzikaal landschap dat fascineert, intrigeert en betovert.

Wanneer je niet van elektronische muziek houdt acht ik de kans niet zo groot dat het kwartje gaat vallen, maar iedereen die, net als ik, zo nu en dan kan genieten van elektronische muziek, krijgt met MG een bijzondere plaat in handen.

Martin Gore heeft Depeche Mode de afgelopen decennia getransformeerd van een eenvoudig synth-pop bandje in een veelzijdige rockband. Het Depeche Mode geluid had hij ook kunnen etaleren op deze soloplaat, maar het siert Martin Gore dat hij op deze soloplaat heeft gekozen voor een wat tegendraads geluid dat deels teruggrijpt op de eerste stapjes van Depeche Mode, maar uiteindelijk natuurlijk vooral vooruit kijkt. Het levert een bijzonder fascinerende plaat van een bijzondere vaak wat ongrijpbare schoonheid op. Erwin Zijleman

Mia Doi Todd - Floresta (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mia Doi Todd - Floresta - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De uit Los Angeles afkomstige singer-songwriter Mia Doi Todd had ik een tijd lang heel hoog zitten, maar de laatste jaren wisten haar platen me helaas niet meer te bereiken. Vooral door het simpele feit dat ze in Europa niet werden uitgebracht en/of gepromoot.

Haar nieuwe plaat, Floresta, bereikte me min of meer per toeval en is voor mij de opvolger van het uit 2005 stammende Manzanita; een plaat die in 2005 nota bene mijn jaarlijstje wist te halen.

Mia Doi Todd maakte na Manzanita nog een viertal platen voor een klein label, maar Europa wisten ze helaas niet te bereiken. Ook Floresta zal in Europa waarschijnlijk geen potten gaan breken en dat is jammer. Heel jammer zelfs, want Floresta is een hele sterke plaat, die het niveau van het miskende Manzanita weet te benaderen of zelfs weet te overtreffen.

Mia Doi Todd heeft zich haar hele carrière al laten beïnvloeden door de muziek van Joni Mitchell, maar sleepte hier vervolgens de nodige invloeden bij, waaronder flink wat exotische invloeden. Deze exotische invloeden staan centraal op Floresta. Een paar jaar geleden toerde Mia Doi Todd door Brazilië en raakte ze onder de indruk van de Braziliaanse muziek. Ze besloot daarom om haar nieuwe plaat in Brazilië op te nemen met een Braziliaanse producer en Braziliaanse muzikanten. Uiteraard leerde ze zichzelf ook het Portugees aan.

Het levert een plaat op die de rijke muzikale tradities van Brazilië eert, maar ook ruimte biedt aan de eigen stijl van Mia Doi Todd. Op Floresta domineren traditionele Braziliaanse genres, waarvan ik persoonlijk alleen de bossa nova en samba (her)ken. Het zijn genres die uitstekend pas bij de mooie heldere stem van Mia Doi Todd, die op deze plaat flink wat Braziliaanse zangeressen van naam en faam naar de kroon steekt.

De mooie zang van Mia Doi Todd bepaalde altijd al voor een belangrijk deel de kwaliteit van haar muziek en doet dat ook weer op Floresta. Ook ik muzikaal opzicht is Floresta echter een boeiende en mooie plaat. Mia Doi Todd laat zich op haar nieuwe plaat bijstaan door een flink aantal geweldige muzikanten die een zwoel en authentiek geluid neerzetten, waarin echter ook ruimte is voor het experiment waarin Mia Doi Todd zo goed gedijt.

Floresta is uiteindelijk natuurlijk een atypische plaat in het oeuvre van Mia Doi Todd en niet de best mogelijke kennismaking met haar werk, maar voor liefhebbers van traditionele Braziliaanse muziek met een flinke dosis bossa nova en samba valt er op Floresta heel veel te genieten.

Liefhebbers van de meer folky singer-songwriter Mia Doi Todd adviseer ik om Manzanita op te duiken. Dat heb ik zelf weer eens gedaan en de plaat heeft me na al die jaren zeker niet teleurgesteld. Hetzelfde geldt eigenlijk voor Floresta, dat kan concurreren met de beste platen die ik de laatste jaren uit Brazilië heb gehaald. Dat is voor een import Braziliaan als Mia Doi Todd een prestatie van enorm formaat. Floresta is bovendien ook nog eens een plaat die de zon nog even lekker laat schijnen, ook al is het inmiddels al oktober. Erwin Zijleman

Mica Paris - Gospel (2020)

poster
3,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Mica Paris - Gospel - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Mica Paris - Gospel
Mica Paris scoorde een bescheiden hitje in de jaren 80, maar pakt nu uit met een overtuigend album, waarop zeer uiteenlopende songs in het keurslijf van de gospel blijken te passen

Mica Paris maakt al een aantal decennia muziek, maar trok vorig jaar nadrukkelijk de aandacht met een BBC tv-serie waarin ze op zoek ging naar haar gospel roots. Het levert nu een sfeervol album op, waarop de Britse muzikante een aantal eigen songs, een aantal soul- en gospel klassiekers en een aantal bekende songs van anderen door de gospelmolen haalt. Het klinkt , mede door de inzet van een gospelkoor, allemaal bijzonder sfeervol, maar de meeste indruk maakt toch de rauwe en soulvolle strot van Mica Paris. Een heerlijke “guilty pleasure” voor de donkere dagen, maar Gospel van Mica Paris overstijgt dit predicaat ook met grote regelmaat.

Bij de naam Mica Paris moest ik heel diep graven in het geheugen. Graven tot diep in de jaren 80, waarin de Britse zangeres een bescheiden hitje had met My One Temptation. Zo’n typisch jaren 80 hitje dat verder weinig om het lijf had, maar wel lekker klonk.

Ik ging er van uit dat Mica Paris na de jaren 80 in de archiefdoos met eendagsvliegen was terecht gekomen, maar de Britse zangeres is altijd muziek blijven maken, zij het met lange tussenpozen. Aan het begin van de jaren 90 werd ze zelfs nog even op sleeptouw genomen door Prince, maar ook dat maakte Mica Paris niet wereldberoemd.

Deze week verscheen een nieuw album van Mica Paris, Gospel. Het is een album dat zich bij mij direct genadeloos opdrong als “guilty pleasure”, maar daarvoor is Mica Paris toch wat te goed. Gospel volgt op een zeer populaire serie van de BBC, waarin Mica Paris op zoek ging naar de gospelmuziek waarmee ze opgroeide.

Gospel bevat een aantal eigen songs, een aantal gospel- en soulklassiekers en een aantal covers, waaronder (Something Inside) So Strong van Labri Sifre, I Still Haven’t Found What I’m Looking For van U2, Human van Rag'N'Bone Man en I Want To Know What Love Is van Foreigner. Mica Paris laat zich begeleiden door een subtiel spelende band, waarvan de pianist de meeste aandacht trekt en door een uit de kluiten gewassen gospelkoor.

Op de zoveelste versie van songs als Oh Happy Day, Amazing Grace en A Change Is Gonna Come zat ik op voorhand niet te wachten en ook van de hierboven genoemde covers had ik op voorhand niet veel verwacht, maar Gospel slaat zich op een koude avond als een warme deken om je heen. De band speelt uitstekend, het gospelkoor is geweldig op dreef, maar het is vooral Mica Paris die de aandacht trekt.

De weinig opvallende eendagsvlieg uit de jaren 80 is getransformeerd in een geweldige soulzangeres. Zet bij beluistering van Gospel het volume niet te hoog, want Mica Paris heeft een stem die de ramen uit de kozijnen kan blazen. Het is een stem vol soul en doorleving die zich genadeloos opdringt en direct respect afdwingt.

Gospel doet zeker geen poging om de gospelmuziek terug te brengen tot de essentie. Mica Paris heeft een groots klinkend album gemaakt dat af en toe heel stevig uitpakt, maar echt over the top is het niet vaak. Daarvoor zingt Mica Paris te goed en legt ze teveel gevoel in haar zang. Ook de covers van songs die normaal gesproken niet in de hokjes gospel of soul thuis horen pakken geweldig uit.

In muzikaal opzicht blijft Mica Paris dicht bij de originelen, maar Bono of Mica Paris is toch een flink verschil. Ik heb volgens mij wel eens eerder een gospelversie van I Still Haven’t Found What I’m Looking For gehoord en hetzelfde geld voor I Want To Know What Love Is, maar de versies van Mica doen zeker niet onder voor deze versies, wederom vooral door haar soulvolle strot en het prima koor dat haar bijstaat.

De producer van de plaat heeft driftig gestreken met de polijstkwast, maar echt glad wordt het nergens. Daarvoor klinkt de stem van Mica Paris toch net wat te rauw en doorleefd. Gospel is in de wintermaanden voor vrijwel iedereen een geschikte “guilty pleasure”, maar iemand die zo kan zingen als Mica Paris verdient wat mij betreft toch meer dan dat. Geslaagd album wat mij betreft. Erwin Zijleman

MICH - Chair (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: MICH - Chair - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: MICH - Chair
De Nederlandse band MICH maakte al drie uitstekende albums met verrassend zonnige postpunk en heeft deze bijzondere combinatie nog wat verder geperfectioneerd op het nog wat betere Chair

De Amsterdamse band MICH groeide de afgelopen jaren uit tot een van de leukste Nederlandse bands van het moment en bevestigt deze status met haar vierde album Chair. Het is een album dat in het verlengde ligt van de vorige albums van de band. Ook op Chair verwerkt MICH uiteenlopende invloeden, maar invloeden uit de postpunk staan centraal. Dat zijn invloeden die het normaal gesproken goed doen in de herfst en winter, maar de songs van MICH zijn gemaakt voor de lente en de zomer. Het zijn heerlijk melodieuze songs die direct een goed gevoel geven, maar die ook knap in elkaar zitten. Eigenlijk alles klopt op Chair van MICH, nu alleen de zorgeloze lente en zomer nog.

Een voor de afwisseling eens origineel persbericht bracht aan het begin van 2017 het titelloze debuutalbum van de Amsterdamse band MICH onder mijn aandacht. Niet alleen het persbericht was origineel, want ook het album van de band klonk anders dan de andere albums van dat moment. MICH liet zich op haar debuutalbum inspireren door een flinke bak aan genres, waaronder dreampop, synthpop, shoegaze, Krautrock en vooral postpunk, maar combineerde al deze invloeden in een bijzonder geluid, dat fris en avontuurlijk maar ook verrassend aanstekelijk klonk.

Zo klonk de Amsterdamse band ook op het in de zomer van 2020 verschenen No. Het is een album dat me in de eerste coronazomer minder aansprak dan het debuutalbum van de band, maar als ik er nu naar luister begrijp ik niet waarom dat zo was. Ik was wel weer enthousiast over het aan het eind van 2022 verschenen Nuts. Het is een album waarop invloeden uit de postpunk zich nog wat nadrukkelijker lieten gelden en waarop de rol van zangeres Sofie Winterson wat groter was dan op het album ervoor. Nu klinkt postpunk meestal behoorlijk donker en deprimerend, maar de postpunk van MICH zat vol zonnestralen en klonk af en toe ook als Belle And Sebastian met een postpunk injectie.

Met Chair levert de Amsterdamse band deze week haar vierde album af, dat toepasselijk opent met de track Album Number Four. Excelsior Recordings, het platenlabel van de band, heeft wederom een geestig persbericht getypt, dat als volgt opent: “Op 4 april verschijnt de nieuwe MICH. Een album met meer van hetzelfde. Natte sneeuw in de lente. Regen bij de picknick, een dood lammetje in de weide. U begrijpt: MICH heeft de lente in de bol.”

Het is een hele aardige typering van het album, want Chair klinkt inderdaad niet heel anders dan de vorige drie albums van de band en slaagt er wederom in om donkere postpunk verrassend lichtvoetig te laten klinken. Ook Chair is weer een album vol dwarse gitaarloopjes van Piet Parra, waar de stemmen van Bastiaan Bosma en Sofie Winterson fraai omheen draaien. Het geluid van de band wordt gestructureerd door een ritmesectie die weet hoe postpunk moet klinken, waarna nog een prachtig laagje keyboards is toegevoegd.

Chair is deels meer van hetzelfde, maar de stem van Sofie Winterson klinkt nog wat mooier, de songs van de band zijn nog wat onweerstaanbaarder en zowel in muzikaal als productioneel opzicht klinkt alles net wat beter dan op het vorige album. Chair is een album vol echo’s uit het verleden, maar waar die echo’s uit met name de postpunk vooral donkere beelden op het netvlies toverden, zijn de nieuwe songs van MICH goed voor heel veel zonnestralen en een brede glimlach.

Chair van MICH duurt op een paar seconden na een half uur, maar in die kleine dertig minuten is de Amsterdamse band goed voor maar liefst vijftien popsongs. Het zijn popsongs waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden en dat kan ik niet zeggen van veel albums waarop invloeden uit de postpunk een belangrijke rol spelen. MICH laat op Chair ook nog eens horen dat het steeds beter wordt, waardoor het vierde album van de Nederlandse band wat mij betreft ook het beste album van MICH is. Laat de zomer maar komen, de perfecte soundtrack ligt klaar. Erwin Zijleman

MICH - MICH (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MICH - MICH - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Persberichten over nieuwe releases zitten over het algemeen zo vol met clichés en voorbarige superlatieven dat ik ze vrijwel altijd na vluchtige bestudering bij het oud papier stop.

Het persbericht bij het titelloze debuut van de Amsterdamse band MICH intrigeerde me echter hopeloos.

“MICH (spreek uit: [mɪx]) is een muzikaal studioproject uit Amsterdam. Ondanks de misantropische aard van haar muziek prefereert de band zowel onderling als naar de buitenwereld te communiceren via de 'laughing bursting with tears'-smiley. Een goed antwoord op vrijwel iedere vraag. Muzikaal refereert MICH aan diverse bekende en onbekende shoegaze, wave en Krautrock acts die hun voor gingen”.

Het zal aan mij liggen, maar ik begrijp er niets van. Op hetzelfde moment maakten deze paar zinnen me wel nieuwsgierig naar de muziek van de band die onderdak heeft gevonden bij het prachtige Excelsior label.

Bij eerste beluistering van het debuut van MICH ([mɪx]) dus) is direct duidelijk dat de muziek van MICH vol echo’s uit het verleden zit, iets wat ook al wel bleek uit de enige begrijpelijke zin in het persbericht.

De muziek van MICH haalt de mosterd inderdaad bij pioniers uit de shoegaze, new wave en Krautrock, maar persoonlijk hoor ik, mede dankzij de heerlijke donkere baslijnen, toch vooral invloeden uit de postpunk.

Het debuut van MICH duurt maar 26 minuten, maar in die 26 minuten komen twaalf songs voorbij. Het zijn twaalf songs waarin flarden Joy Division, The Cure en Talking Heads door de gehaktmolen zijn gehaald en vervolgens op smaak zijn gebracht met een vleugje dreampop (denk aan de gitaarlijnen van Lush), een snufje synthpop, een klein beetje shoegaze en wat Krautrock voor de eigenzinnige twist.

MICH maakt popliedjes die bol staan van de invloeden, waardoor het debuut van de Amsterdammers makkelijk landt. Op hetzelfde moment doet MICH bijzondere dingen met alle invloeden uit het verleden. De songs van de band klinken aangenaam en aanstekelijk, maar strijken ook tegen de haren in, prikkelen de fantasie en laten je meer dan eens toch weer vertwijfeld achter.

Pasta Bolognese is bekend, net als een broodje of een appel, maar een broodje pasta Bolognese met appel is toch even wennen. MICH serveert op haar debuut meerdere broodjes pasta Bolognese met appel en na even wennen smaakt het prima.

Luister oppervlakkig naar het debuut van MICH en het is een feest van herkenning vol herinneringen aan tijden waarin de popmuziek gitzwart maar de wereld veelkleurig was. Luister wat beter en je hoort een band die voor de afwisseling eens met een frisse blik citeert uit het rijke verleden. Excelsior is de laatste jaren lang niet altijd goed voor memorabele debuten, maar dit debuut van MICH is er wat mij betreft weer een. Erwin Zijleman

MICH - Nuts (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: MICH - Nuts - dekrentenuitdepop.blogspot.com

MICH - Nuts
Na een sprankelend debuut en een wat mij betreft licht tegenvallend tweede album, keert de Amsterdamse band MICH terug met een wat lichtvoetiger album, dat nog altijd bol staat van invloeden uit het verleden

Ik heb absoluut een zwak voor postpunk, al is het wel jammer dat je er altijd zo depressief van wordt. De Nederlandse band MICH laat horen dat het ook anders kan. Nuts, het derde album van de band uit Amsterdam, bevat flink wat invloeden uit de postpunk, maar het is desondanks een album waar je alleen maar heel vrolijk van kan worden. De ritmesectie sleurt ook Nuts de donkere postpunk in, maar de gitaarloopjes klinken al een stuk opgewekter, waarna de zang van Sofie Winterson en Bastiaan Bosma definitief alle donkere wolken verdrijft. MICH jaagt er in sneltreinvaart twaalf pareltjes doorheen. Bijzonder lekker album van deze Nederlandse band.

Aan het begin van 2017 verscheen het titelloze debuut van de Nederlandse band MICH. Het was een album dat mijn aandacht trok via een heerlijk onbegrijpelijk persbericht, maar dat me uiteindelijk overtuigde met een serie even aanstekelijke als eigenzinnige songs met invloeden uit vooral de postpunk. Het debuutalbum van MICH riep bij mij associaties op met de muziek van Joy Division, The Cure en Talking Heads, aangevuld met wat dreampop, synthpop, shoegaze en Krautrock.

De in 2020 verschenen opvolger No vond ik net wat minder dan het debuutalbum en voegde wat mij betreft ook te weinig toe aan dit debuut, al had MICH met haar tweede album ook gewoon pech in een week met heel veel nieuwe releases. De Amsterdamse band heeft haar derde album op een gunstiger moment uitgebracht, want Nuts is een van de weinige echt interessante nieuwe releases deze week.

Ook op Nuts borduurt MICH voort op haar debuutalbum, maar waar het tweede album me wat tegenviel, klonk album nummer drie direct bij eerste beluistering bijzonder lekker. Vergeleken met het debuutalbum is de rol van Sofie Winterson wat gegroeid, waardoor de zang wat mij betreft aansprekender is dan op het debuut.

In muzikaal opzicht ligt Nuts in het verlengde van het debuutalbum, maar MICH legt wel wat andere accenten. Met name de bassen en de drums grijpen nog altijd terug op de postpunk uit de vroege jaren 80 en ook invloeden uit de new wave uit deze periode zijn nog duidelijk hoorbaar. De muziek van de Nederlandse band klinkt op Nuts wel wat lichtvoetiger en is ook niet vies van pop.

Zeker de meest aanstekelijke tracks op het album hebben, mede door de combinatie van een mannen- en een vrouwenstem, wel wat van Belle & Sebastian, maar het is wel Belle & Sebastian dat is ondergedompeld in een postpunk bad. Invloeden uit de postpunk voorzien de muziek van donkere tinten, maar de meeste songs van de band klinken ook heerlijk opgewekt. Het is een kunstje dat The Cure ook altijd goed heeft beheerst, maar bij de songs van MICH is de glimlach nog net wat breder.

Als ik Nuts vergelijk met het alweer bijna zes jaar oude debuutalbum valt op dat de nieuwe songs in muzikaal opzicht een stuk beter en vooral ook verzorgder klinken. De ritmesectie speelt heerlijk donker en strak, de synths klinken subtiel maar ook ruimtelijk en de gitaarloopjes zijn stuk voor stuk om van te smullen. Ook in vocaal opzicht is Nuts een stuk beter dan het debuutalbum van MICH en omdat ook de songs aansprekender zijn, is wat mij betreft de conclusie gerechtvaardigd dat MICH met Nuts haar beste album tot dusver heeft gemaakt.

Er zijn natuurlijk veel meer bands die citeren uit de genres en het tijdperk dat centraal staat op Nuts en er zijn ook veel meer bands die dezelfde inspiratiebronnen hebben als MICH, maar toch hoor ik maar zelden een album als Nuts. In nog geen half uur jaagt de Amsterdamse band er een dozijn songs doorheen en ze zijn allemaal even leuk. In een week waarin er nauwelijks iets fatsoenlijks is verschenen loopt MICH het risico dat alle aandacht is verslapt, maar daar is het aanstekelijke Nuts echt veel te goed en veel te leuk voor. Absoluut een Nederlandse band om heel trots op te zijn, want dit moet Pitchfork toch ook fantastisch vinden? Erwin Zijleman

Michael Chapman - 50 (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Chapman - 50 - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Ik heb het voor de zekerheid maar even gecontroleerd, maar in mijn platenkast stond tot voor kort echt geen enkele plaat van de Britse folk legende Michael Chapman.

Ik kende de Britse muzikant uiteraard wel van naam (en faam), maar was tot voor kort niet in aanraking gekomen met zijn platen.

Zijn nieuwe plaat 50 werd vorige maand echter zo bejubeld in de betere Britse muziektijdschriften dat ik toch maar ben begonnen aan mijn eerste plaat van de muzikant die in 1969 debuteerde met het inmiddels tot klassieker bestempelde Rainmaker.

Met 50 viert de Britse muzikant, die precies vandaag 76 wordt, zijn 50-jarige jubileum in de muziek en op de plaat komen, naast een beperkt aantal nieuwe songs, vooral songs uit zijn omvangrijke oeuvre voorbij. Dat suggereert misschien dat Michael Chapman op zijn nieuwe plaat terugkijkt op een bewogen leven, maar op 50 kijkt de Brit vooral vooruit.

De muziek die Michael Chapman de afgelopen decennia heeft gemaakt, wordt inmiddels omarmd door een jonge generatie muzikanten, onder wie gitarist Steve Gunn. Deze Steve Gunn produceerde 50 en voorziet de plaat bovendien van fraaie elektrische gitaarlijnen.

Deze gitaarlijnen vormen een belangrijk deel van de versiersels op een plaat die wordt gedomineerd door het bijzondere akoestische gitaarspel van Michael Chapman en zijn prachtig doorleefde stem.

Michael Chapman is net als tijdgenoten als Bert Jansch en John Fahey een begenadigd gitarist, die laat horen dat er flink wat verschillende klankkleuren uit een akoestische gitaar zijn te toveren.

De stembanden van de Brits zijn inmiddels flink aangetast door de tand des tijd, maar Michael Chapman klinkt op 50 nog strijdvaardig. Af en toe doet het wat denken aan de vocalen op de platen die Johnny Cash in zijn laatste jaren maakte, maar de Brit klinkt ook zo nu en dan op David Bowie (op een leeftijd die Bowie helaas niet mocht bereiken).

In muzikaal opzicht laat 50 flink wat invloeden uit de psychedelische folk uit een ver verleden horen, maar zeker als Steve Gunn zijn elektrische gitaar laat ronken, bevat 50 ook echo’s uit de muziek van Neil Young en de al eerder genoemde David Bowie, of klinkt de plaat gewoon verrassend eigentijds.

Ik heb na de eerste beluisteringen van 50 er ook maar wat oudere platen van Michael Chapman bij gepakt, maar zijn nieuwe plaat klinkt toch duidelijk anders. Het is knap dat een muzikant op de leeftijd van Michael Chapman nog een plaat aflevert die duidelijk open staat voor nieuwe invloeden.

Het is nog knapper dat het een plaat is die over de hele linie urgent klinkt en tot dusver alleen maar beter wordt. Terecht de hemel in geprezen dus in de Britse muziekpers; een plek waar Michael Chapman zelf overigens nog wel even weg mag blijven, want 50 smaakt vooral naar veel meer. Erwin Zijleman

Michael Head & The Red Elastic Band - Adiós Señor Pussycat (2017)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Head & The Red Elastic Band - Adiós Señor Pussycat - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Britse muzikant Michael Head is bij het grote publiek misschien niet heel bekend, maar hij heeft een werkelijk prachtig oeuvre op zijn naam staan.

Het is een oeuvre dat door verkeerde keuzes en een heleboel pech helaas wat tussen wal en schip is gevallen, maar het is nooit te laat voor eerherstel.

Michael Head formeerde in 1981 de band Pale Fountains en maakte met deze band twee platen. Het zijn platen die destijds niet heel breed werden opgepikt, maar zeker achteraf bezien moeten worden beschouwd als invloedrijk.

Na het uiteenvallen van de Pale Fountains gaf Michael Head zich, mede door het overlijden van zijn beste vriend, over aan zijn heroïneverslaving, tot hij aan het eind van de jaren 80, samen met zijn broer John, de band Shack formeerde en de studio in dook voor het debuut van de band.

Dat debuut maakte de hooggespannen verwachtingen misschien niet helemaal waar, maar smaakte wel naar meer. Dat meer verscheen helaas pas jaren later, omdat de opnamen van de tweede plaat kwijt raakten na een brand in de studio en pas een jaar later werden teruggevonden op een moment dat het doek voor Shack eigenlijk al was gevallen.

Het uiteindelijk in 1995 verschenen Waterfront blijft een vergeten klassieker. Michael Head maakte op dat moment al muziek met zijn nieuwe band The Strands en nam een geweldige plaat op (The Magical World Of The Strands) die ook pas jaren later zou verschijnen. Aan het eind van de jaren 90 keerde Shack terug met het geweldige H.M.S. Fable, dat in 2003 en 2006 gevolgd zou worden door nog twee uitstekende, maar helaas nauwelijks opgemerkte platen van Shack.

Nadat het doek voor Shack definitief was gevallen voegde Michael Head nog een alcoholverslaving toe aan zijn heroïneverslaving, maar een paar jaar geleden dook de Brit gelukkig weer op met een nieuwe band, The Red Elastic Band. Van Michael Head & The Red Elastic Band verscheen een aantal weken geleden Adiós Señor Pussycat en wat is het een heerlijke plaat.

Michael Head heeft met de platen die hij de afgelopen decennia heeft gemaakt al lang bewezen dat hij een geweldig songwriter is, maar Adiós Señor Pussycat doet er nog een schepje bovenop. Michael Head en zijn nieuwe band serveren in een kleine drie kwartier dertien volstrekt tijdloze popliedjes en het zijn popliedjes zoals alleen de allerbesten ze kunnen schrijven.

Ondanks een leven lang vol (inmiddels afgezworen) verslavingen is Michael Head nog verrassend goed bij stem en voorziet hij zijn zo mooie songs van wat extra melancholie en doorleving. Adiós Señor Pussycat klinkt als de plaat die zowel Paul Weller als Morrissey graag nog eens zouden willen maken, maar het is Michael Head die hem heeft gemaakt.

Adiós Señor Pussycat is een heerlijke gitaarplaat vol met songs die je al decennia lijkt te kennen, maar het zijn ook songs die je bij iedere luisterbeurt weer net wat vrolijker maken en niet alleen herinneren aan de grote Britse singer-songwriters uit de jaren 70 en 80, maar ook aan de hoogtijdagen van de Australische band The Go-Betweens, om nog maar eens een naam te noemen.

Als fan van Shack en de eerdere soloplaat van Michael Head werd ik onmiddellijk gegrepen door de heerlijke songs op Adiós Señor Pussycat, maar de plaat groeit en groeit maar door. In een tijd waarin songwriters van het kaliber van Michael Head zeldzaam zijn, vult de Brit niet alleen een enorme leegte, maar voegt hij bovendien een zeer memorabele plaat toe aan zijn prachtige maar helaas bij velen onbekende oeuvre. Dat Adiós Señor Pussycat een veel beter lot verdient zal duidelijk zijn. Indrukwekkende plaat van een vergeten grootheid. Erwin Zijleman

Michael Head & The Red Elastic Band - Dear Scott (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Head & The Red Elastic Band - Dear Scott - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Michael Head & The Red Elastic Band - Dear Scott
De Britse muzikant Michael Head behoort inmiddels al enkele decennia tot de beste Britse songwriters en dat hij dit kunstje nog niet verleerd is laat hij horen op het wederom prachtige Dear Scott

Het lukte niet met Pale Fountains en ook de albums van Shack kregen, ondanks geweldige recensies, niet de brede steun die de Britse muzikant Michael Head zo verdient. De muzikant uit Liverpool is het afgelopen decennium niet meer zo heel productief, maar als hij een album maakt is het goed. Het deze week verschenen Dear Scott staat vol met popsongs die je na één keer horen niet meer wilt missen. Het zijn popsongs met flarden uit het verleden van Michael Head en flarden van een aantal smaakmakers uit de jaren 80. Het zijn ook popsongs vol zonnestralen, die hier en daar een vleugje nostalgie bevatten, maar ook fris en eigentijds klinken. Michael Head blijft een held.

De naam Michael Head zal niet bij iedere muziekliefhebber een belletje doen rinkelen en dat is ook niet zo gek, want op een of andere manier kreeg zijn muziek nooit de waardering die deze muziek al enkele decennia verdient. Michael Head draait al mee sinds de jaren 80 en behoort in kleine kring tot de muzikale (cult)helden, maar het grote succes bleef altijd uit.

Halverwege de jaren 80 voerde hij de band Pale Fountains aan, die de belofte nooit waarmaakte en na twee albums uit elkaar viel. Michael Head formeerde hierna de band Shack, die tussen 1988 en 2006 zowaar nog kwam tot vijf albums (bij vijf platenmaatschappijen). Het zijn albums die Michael Head hadden moeten scharen onder de smaakmakers van de Britpop, maar geen van de albums van Shack was echt succesvol, waardoor ze niet verder kwamen dan de status van cultklassieker.

Michael Head maakte in 1998 ook nog een briljant folky en psychedelisch soloalbum met zijn band The Strands (The Magical World Of The Strands), maar ook dit album werd nauwelijks opgemerkt. Een jaar of vijf geleden maakte de Britse muzikant met zijn nieuwe band The Red Elastic Band het ook weer prachtige Adiós Señor Pussycat, maar ook hiermee zal hij weinig nieuwe zieltjes hebben gewonnen.

Michael Head en zijn band keren deze week terug met Dear Scott en ik heb de hoop opgegeven dat de Britse muzikant met zijn nieuwe album de wereld gaat veranderen, al is het maar omdat het album in de meeste releaselijsten genoegen moet nemen met een zeer bescheiden plek of zelfs volledig ontbreekt. Het is doodzonde, want ook op Dear Scott laat Michael Head weer horen dat hij behoort tot de beste Britse songwriters aller tijden.

Michael Head zette zijn eerste stappen in de muziek in de jaren 80 en invloeden uit dit decennium spelen nog altijd een zeer voorname rol in zijn muziek. Ook op Dear Scott tovert de Britse muzikant weer het ene na het andere memorabele popliedje uit de hoge hoed. Het zijn popliedjes die herinneren aan bands als The Smiths, Prefab Sprout, Aztec Camera, The Style Council en Lloyd Cole & The Commotions, maar ze herinneren natuurlijk ook aan al het moois dat Michael Head heeft gemaakt met Shack.

Het zijn voornamelijk invloeden uit de Britse popmuziek die zijn te horen op Dear Scott, maar de muziek van Michael Head doet me ook altijd wel wat denken aan de Australische band The Go-Betweens, een volgende vergelijking die iedere muziekliefhebber heel nieuwsgierig zou moeten maken naar Dear Scott van Michael Head & The Red Elastic Band, dat hier en daar overigens ook is voorzien van een vleugje Amerikaanse Westcoast pop.

Dear Scott staat vol met popliedjes die zich onmiddellijk opdringen en ook onmiddellijk aangenaam verleiden en vermaken. Het zijn popliedjes met het soort gitaarloopjes dat Johnny Marr speelde in zijn beste dagen, maar de popsongs van Michael Head klinken door aangename koortjes en strijkers en blazers ook altijd verrassend zonnig en zorgeloos.

Het zijn vooral invloeden uit het verleden die doorklinken op het nieuwe album van Michael Head, maar het zijn popliedjes die ook in 2022 fris klinken, wat ook de verdienste is van de briljante productie van groot Michael Head fan Bill Ryder-Jones. Er moest lang gewacht worden op nieuw materiaal van de zwaar onderschatte Britse muzikant, maar ik heb er weer twaalf favoriete Michael Head songs bij. Erwin Zijleman

Michael Head & The Red Elastic Band - Loophole (2024)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Head & The Red Elastic Band - Loophole - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Michael Head & The Red Elastic Band - Loophole
Michael Head is misschien niet zo heel bekend, maar behoort absoluut tot de grote songwriters uit de Britse muziekgeschiedenis, wat hij ook weer laat horen op het met The Red Elastic Band gemaakte Loophole

Dear Scott van Michael Head & The Red Elastic Band werd twee jaar geleden terecht overladen met positieve recensies en dook bovendien op in menig aansprekend jaarlijstje. Het was het zoveelste uitstekende album van de Britse muzikant, die desondanks onbekend is gebleven bij het grote publiek. Het deze week verschenen Loophole gaat daar waarschijnlijk geen verandering in brengen, maar ook op zijn nieuwe album zijn Michael Head en The Red Elastic Band in topvorm. Loophole staat vol met geweldige popsongs. Het zijn popsongs die flarden van een aantal decennia Britse popmuziek laten horen, maar Michael Head geeft ook altijd een bijzondere twist aan zijn songs. Unieke muzikant.

Voor een glansrijke carrière in de popmuziek moet je niet alleen beschikken over het nodige talent, maar moet je ook een beetje geluk hebben. Met het talent zit het bij Michael Head wel goed, maar aan geluk heeft het de Britse muzikant vaak ontbroken, al was dat ook deels zijn eigen schuld. De naam Michael Head zal daarom bij het grote publiek helaas geen belletje doen rinkelen, maar dat hij behoort tot de grootheden binnen de Britse popmuziek valt op basis van zijn indrukwekkende oeuvre niet te ontkennen.

Michael Head maakte in de jaren 80 deel uit van de Britse band The Pale Fountains. Het is een band die met een beetje meer geluk was uitgegroeid tot een van de allergrootste bands uit de jaren 80, maar het liep, mede door de drugsverslaving van Michael Head, anders. Vervolgens maakte de Britse muzikant vanaf het eind van de jaren 80 albums met zijn band Shack, waar ook zijn broer John deel van uitmaakte.

Het leverde in een periode van een kleine twintig jaar vijf uitstekende albums op, waarvan zeker de laatste vier wat mij betreft hadden moeten uitgroeien tot klassiekers. In de tussentijd maakte Michael Head ook nog een uitstekend album met zijn band The Strands, maar geen van de albums van de Britse muzikant werd door een groot publiek op de juiste waarde geschat.

Een volgende verslaving, aan alcohol dit keer, wierp de Britse muzikant weer ver terug, maar in 2017 dook Michael Head, samen met zijn band The Red Elastic Band, op met het wederom uitstekende Adiós Señor Pussycat. Het album deed, zoals zoveel albums van Michael Head, niet heel veel en dat had wederom niets te maken met de kwaliteit van het album, want Michael verkeerde bij zijn terugkeer in een grootse vorm.

De erkenning kwam dan eindelijk in 2022 met het album Dear Scott, dat werd bejubeld door de critici, maar dat ook in wat bredere kring de aandacht trok, al heeft ook dit album Michael Head niet wereldberoemd gemaakt. De opvolger van Dear Scott heeft gelukkig niet heel lang op zich laten wachten, want deze week is het wederom samen met The Red Elastic Band gemaakte Loophole verschenen.

Loophole ligt in het verlengde van het terecht zo geprezen Dear Scott en werd net als zijn voorganger geproduceerd door Bill Ryder-Jones. Ook dit keer komt Michael Head op de proppen met een album dat zich laat beschrijven als de spreekwoordelijke omgevallen platenkast.

Het is een platenkast die goed is gevuld met alles dat de Britse popmuziek de afgelopen decennia leuk maakte, al gaat de voorkeur dit keer uit naar de melodieuze gitaarpop uit de jaren 80 en de psychedelica uit de twee decennia die hier aan vooraf gingen. Michael Head beperkt zich wat betreft invloeden niet helemaal tot het Verenigd Koninkrijk, want ook de briljante popsongs van de Australische band The Go-Betweens klinken nadrukkelijk door op Loophole.

Iedereen die het oeuvre van Michael Head koestert zal ook weer in zijn of haar nopjes zijn met Loophole, dat niet onder doet voor de andere albums van de muzikant uit Liverpool aan dat ook weer iets toevoegt aan zijn unieke oeuvre. Aan de ene kant hoop je dat Michael Head na al die decennia ploeteren nog een keer wereldberoemd wordt met zijn geweldige songs, maar aan de andere kant heeft het ook wel wat om de pareltjes van deze cultmuzikant slechts in kleine kring te delen en te koesteren. Dear Scott haalde twee jaar geleden terecht flink wat jaarlijstjes en Loophole is zeker niet minder. Ga dat horen! Erwin Zijleman

Michael Kiwanuka - Kiwanuka (2019)

poster
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Kiwanuka - Kiwanuka - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Michael Kiwanuka - Kiwanuka
Michael Kiwanuka gaat samen met Danger Mouse verder waar het geweldige Love & Hate drie jaar geleden ophield maar vergeet niet om een volgende stap te zetten

Ik ben normaal gesproken niet zo gek op het woord luistertrip, maar Kiwanuka van Michael Kiwanuka is er zeker een. De Britse muzikant laat zich op zijn nieuwe album nadrukkelijk beïnvloeden door de soul en psychedelica uit de jaren 60 en 70, maar slaat ook een brug naar het heden. Waar Love & Hate zich liet beluisteren als een vergeten klassieker uit de 60s en 70s soul, is Kiwanuka een eigentijdse soulklassieker vol invloeden uit het verleden. Het een van de meest aansprekende producties van Danger Mouse tot dusver, waardoor je maar nieuwe dingen blijft ontdekken bij beluistering van dit fascinerende album, maar ook in vocaal opzicht is het smullen.

Michael Kiwanuka debuteerde in het voorjaar van 2012 met het aangenaam klinkende Home Again. De Britse singer-songwriter met Ugandese roots leverde samen met de van de band The Bees bekende producer Paul Butler een heerlijk zwoel soulalbum af, dat het vooral later op de avond goed deed.

Home Again was een erg lekker album, maar heel bijzonder vond ik het album uiteindelijk niet. Michael Kiwanuka kleurde op zijn debuut wel erg netjes binnen de lijntjes, waardoor het album uiteindelijk niet zoveel toevoegde aan alles dat er al was.

Het in de zomer van 2016 verschenen Love & Hate klonk flink anders. Naast Paul Butler was dit keer ook Danger Mouse ingeschakeld voor de productie, wat een zeer opwindend album opleverde. Op zijn tweede album verruilde Michael Kiwanuka de zwoele en lome soul voor de kleine uurtjes voor een psychedelisch soulgeluid dat je onmiddellijk de jaren 70 in sleepte en deed denken aan de grote albums van Marvin Gaye, Isaac Hayes en vooral Curtis Mayfield. In muzikaal en productioneel opzicht was Love & Hate een grootste plaat, maar ook in vocaal opzicht en qua songs zette Michael Kiwanuka op zijn tweede album grote stappen.

Ruim drie jaar later is ook album nummer drie verschenen. Kiwanuka zet minder grote stappen dan zijn voorganger, want het derde album van de Britse soulzanger borduurt nadrukkelijk voort op zijn terecht bejubelde voorganger. Ook voor Kiwanuka werd een beroep gedaan op de productionele vaardigheden van Danger Mouse en die heeft een waar kunststukje afgeleverd.

Het nieuwe album van Michael Kiwanuka is volgestopt met instrumenten en geluiden en heeft vaak een beeldend karakter. De indrukwekkende productie van Danger Mouse sleurt je direct vanaf de eerste noten de jaren 60 en 70 in. Het werk van Curtis Mayfield blijkt ook dit keer een belangrijke inspiratiebron, maar Michael Kiwanuka drukt ook zelf zijn stempel op zijn nieuwe album, dat niet voor niets Kiwanuka heeft. Het geluid op het nieuwe album van de Britse soulzanger is rijk, veelkleurig en indrukwekkend, maar ook de zang van Michael Kiwanuka springt er dit keer in zeer positieve zin uit.

Kiwanuka put stevig uit de archieven van de 60s en 70s soul, maar is ook voorzien van een stevige psychedelische injectie en flirt bovendien met rock en filmmuziek. Het maakt van het derde album van Michael Kiwanuka een fascinerende luistertrip waarin steeds weer nieuwe dingen opduiken.

De Britse kwaliteitskrant The Guardian positioneert Kiwanuka ergens tussen Marvin Gaye’s What’s Going On en Primal Scream’s Screamadelica. Invloeden van het legendarische album van Marvin Gaye hoor ik duidelijker dan invloeden van Prima Scream, maar Kiwanuka put zeker niet alleen uit de archieven van de jaren 60 en 70. Michael Kiwanuka incorporeert immers ook invloeden uit de hedendaagse soulmuziek in zijn geluid, waardoor Kiwanuka iets toevoegt aan de klassiekers van Marvin Gaye en de al eerder genoemde Curtis Mayfield.

Zeker wanneer Danger Mouse alle registers open trekt klinkt Kiwanuka hier en daar eclectisch, maar het album heeft ook een aantal fraaie rustmomenten, waarin alles draait om de geweldige zang van de Britse muzikant. Kiwanuka maakt na een paar keer horen diepe indruk, maar ik heb het idee dat dit album nog heel lang door gaat groeien en de zo indrukwekkende jaarlijstjesplaat Love & Hate van drie jaar geleden uiteindelijk makkelijk gaat overtreffen. Erwin Zijleman

Michael Kiwanuka - Love & Hate (2016)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Kiwanuka - Love & Hate - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Love & Hate van Michael Kiwanuka werd een maand of twee geleden al bejubeld in de Britse muziektijdschriften, maar om onduidelijke redenen heeft de plaat nu pas een Nederlandse release gekregen.

Geen handig moment zo midden in de komkommertijd, maar het betekent wel dat de plaat geen enkele last heeft van concurrenten.

Love & Hate heb ik mede daarom onmiddellijk opgepikt, waar het debuut van de Britse muzikant met Ugandese wortels mij vier jaar geleden eerlijk gezegd echt volledig ontgaan is.

Naar dat debuut moet ik maar eens snel gaan luisteren, want Love & Hate vind ik het meesterwerk dat de Britse muziektijdschriften er twee maanden geleden al van maakten.

Michael Kiwanuka slaagt er op zijn tweede plaat in om een geluid neer te zetten dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, maar veel urgenter klinkt dan de meeste andere platen die het etiket retro opgeplakt krijgen.

Producers Paul Butler en Danger Mouse hebben Love & Hate voorzien van een bijzonder geluid vol invloeden. Het is een geluid vol strijkers en blazers, vol prachtige koortjes, maar ook vol prachtig gitaarwerk, dat intiem kan verleiden maar ook stevig uit kan pakken.

Het past allemaal prachtig bij de stem van Michael Kiwanuka, die over veel soul beschikt en klinkt als de grote soulzangers uit de jaren 70. Als iemand mij had verteld dat Love & Hate een vergeten meesterwerk uit de vroege jaren 70 is, had ik het direct geloofd, al hoor je bij net wat aandachtigere beluistering ook wel wat accenten uit het heden.

Waar veel hedendaagse soulzangers zich focussen op een bepaald geluid heeft het verleden, slaagt Michael Kiwanuka er op Love & Hate in om het brede spectrum van grote 70s soulzangers als Marvin Gaye en Curtis Mayfield te benaderen.

Het is een spectrum dat in eerste instantie wat rommelig overkomt en dat rommelige karakter wordt versterkt door de productie die aanhaakt bij de psychedelica uit de jaren 60 en zorgt voor een nogal zompig geluid. Het is ver verwijderd van glasheldere geluid dat tegenwoordig al met zeer bescheiden middelen kan worden verkregen, maar persoonlijk vind ik dat Love & Hate een belangrijk deel van zijn kracht ontleent aan het bijzondere geluid.

Natuurlijk kan Love & Hate niet zomaar tippen aan een klassieker als What’s Going On, maar de competitie met al die andere jonge soulzangers van het moment kan Michael Kiwanuka met speels gemak aan. Bijzondere plaat van een groot talent. Erwin Zijleman

Michael Kiwanuka - Small Changes (2024)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michael Kiwanuka - Small Changes - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Michael Kiwanuka - Small Changes
Michael Kiwanuka laat de psychedelica deels los op het wat meer ingetogen en wederom prachtig geproduceerde Small Changes, waarop de Britse muzikant nog maar eens laat horen wat een geweldige zanger hij is

Ik heb de eerste drie albums van de Britse muzikant Michael Kiwanuka allemaal hoog zitten en keek dan ook met hoge verwachtingen uit naar Small Changes, dat bijna vijf jaar na het geweldige Kiwanuka is verschenen. Het vierde album van Michael Kiwanuka klinkt deels bekend, maar het is ook een ander album dan zijn voorgangers. Het geluid is wat meer laidback en minder dynamisch, maar het is een geluid dat warm en zeer sfeervol aanvoelt. Het past prachtig bij de soulstem van Michael Kiwanuka, die misschien wel beter tot zijn recht komt in de meer ingetogen songs op Small Changes. En zo krijgt het muziekjaar 2024 er op de valreep nog een zeer memorabel soulalbum bij.

Michael Kiwanuka haalde met de albums Love & Hate uit 2016 en Kiwanuka uit 2019 mijn jaarlijstjes en met het laatste album zelfs de top 10 van mijn lijstje. De Britse muzikant deed dit met albums die je onmiddellijk mee terug namen naar een aantal grote soulalbums uit de jaren 60 en 70 en herinnerden aan de beste albums van bijvoorbeeld Marvin Gaye en Curtis Mayfield.

Beide albums werden prachtig geproduceerd door Danger Mouse en Inflo, de man achter het project Sault, die wel raad wisten met het soulgeluid van Michael Kiwanuka. Op Kiwanuka verwerkte Michael Kiwanuka ook nog eens flink wat invloeden uit de psychedelica, wat zijn soulgeluid alleen maar opwindender maakte. Home Again, het debuutalbum van de Britse muzikant vond ik in 2010 nog wat minder enerverend, maar inmiddels vind ik ook het net wat meer binnen de lijntjes kleurende geluid op dit album echt prachtig en de soulstem van de Britse muzikant weergaloos.

Net iets meer dan vijf jaar na Kiwanuka keert Michael Kiwanuka deze week terug met zijn vierde album Small Changes. Op zijn nieuwe album continueert de Britse muzikant de zo succesvolle samenwerking met Danger Mouse en Info en dat blijkt wederom een wijs besluit. Ook Small Changes is een album dat klinkt als een soulklassieker uit een ver verleden, maar op zijn vierde album klinkt Michael Kiwanuka anders dan op zijn vorige twee albums en keert hij deels terug naar het geluid van zijn debuutalbum.

De invloeden uit de psychedelica, die met name de songs op Kiwanuka zo opwindend maakten, zijn grotendeels verdwenen op het nieuwe album. Op Small Changes domineren de meer ingetogen songs en het zijn songs die warm zijn ingekleurd met vooral organische klanken. Ik vind het persoonlijk een erg mooi geluid, dat ook nog eens prachtig is gevangen in de wederom geweldige productie van Danger Mouse en Inflo.

In muzikaal opzicht valt er veel te genieten. Dit begint al bij de ritmesectie die zorgt voor mooie baslijnen (van Pino Paladino) en fraai drumwerk. Het wordt aangevuld met vaak prachtig gitaarwerk, dat de ruimte op bijzondere wijze vult, zeker wanneer wordt gekozen voor sfeervolle solo’s met één keer een David Gilmour vibe. Piano, orgels en synths vullen het geluid op Small Changes verder in, waarna met enige regelmaat ook nog eens flink wat prachtig gearrangeerde strijkers worden ingezet.

Small Changes roept misschien associaties op met net wat andere soulalbums uit de jaren 60 en 70, maar het zijn nog altijd mooie soulalbums, waarvan ik zeker de albums van Bill Withers wil noemen. Ook op het nieuwe album zijn overigens nog altijd echo's van de muziek van Curtis Mayfield en Marvin Gaye te horen.

De warme deken van de instrumentatie op Small Changes, die soms ook wat jazzy aan doet, wordt gecombineerd met de geweldige zang van Michael Kiwanuka, die nog maar eens laat horen dat hij behoort tot de beste soulzangers van het moment. Al even mooie koortjes maken het geluid op Small Changes compleet.

Vergeleken met het geweldige Kiwanuka uit 2019 is Small Changes niet alleen een meer ingetogen album, maar ook een meer naar binnen gekeerd album. Michael Kiwanuka richt zich minder op de boze buitenwereld, maar meer op zichzelf, wat een intiem en persoonlijk album oplevert. Het is een album dat het echt geweldig doet tijdens de koude avonden van het moment en de gevoelstemperatuur met flink wat graden laat stijgen. Wederom een geweldig album van de Britse muzikant dus. Erwin Zijleman

Michaela Anne - Desert Dove (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michaela Anne - Desert Dove - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Michaela Anne - Desert Dove
Michaela Anne maakte tot dusver nog niet heel veel indruk, maar schaart zich met het gloedvol klinkende Desert Dove onder de smaakmakers binnen de country(pop) van het moment

Ik ben er van overtuigd dat een goede productie wonderen kan doen en wordt gesterkt in mijn mening door het nieuwe album van Michaela Anne. De singer-songwriter uit Nashville klonk tot dusver getalenteerd maar ook wat kleurloos, maar fleurt helemaal op in het rijke geluid op haar nieuwe album. Desert Dove is voorzien van veelkleurig gitaarwerk en een bak met strijkers, wat een stemmig en beeldend geluid oplevert. Het is een geluid waarin Michaela Anne mag schitteren met haar mooie en emotievolle stem en dat doet de singer-songwriter uit Nashville op bijzonder overtuigende wijze.

Michaela Anne is een singer-songwriter uit Nashville, Tennessee, die tot dusver op mij nog niet al te veel indruk heeft gemaakt. Op haar vorige albums hoor je absoluut dat Michaela Anne talent heeft. Ze beschikt over een mooie stem die gemaakt is voor countrymuziek en honky-tonk en schrijft prima songs, maar erg onderscheidend waren de vorige albums van Michaela Anne zeker niet.

Op het deze week verschenen Desert Dove pakt de singer-songwriter uit Nashville het net wat anders aan en dat levert wat mij betreft wel een album op dat er uit springt.

De rol van producers wordt nog wel eens onderschat, maar Desert Dove laat maar weer eens horen hoe belangrijk de rol van een producer kan zijn. Michaela Anne’s nieuwe album werd geproduceerd door muzikant Sam Outlaw (bekend van zijn prachtalbums Angeleno en Tenderheart) en Kelly Winrich (vooral bekend als lid van de band Delta Spirit), die Desert Dove hebben voorzien van een rijk ingekleurd geluid.

Het is een geluid vol strijkers en dromerige gitaren, dat AllMusic.com inspireerde tot de volgende uitspraak: “If Angelo Badalamenti and Chris Isaak teamed up to produce a country album, it might sound something like Desert Dove”. Dat is misschien wat overdreven, maar het nieuwe album van Michaela Anne klinkt absoluut anders dan de meeste andere country(pop) albums die momenteel in Nashville worden gemaakt. Dat betekent overigens niet dat Michaela Anne zelf heel nadrukkelijk buiten de lijntjes van de country kleurt. De Amerikaanse singer-songwriter schrijft nog altijd wat weemoedige countrysongs en zingt ze vol gevoel en met een voorzichtige snik.

Met een sobere inkleuring zou ook Desert Dove waarschijnlijk weer goed maar niet heel onderscheidend zijn, maar de fraaie productie van het album zorgt er voor dat Michaela Anne dit keer wel boven het maaiveld uitsteekt. Het mooie, heldere en zo nu en dan atmosferische gitaarwerk op het album kleurt prachtig bij de mooie stem van de singer-songwriter uit Nashville, terwijl de zo nu en dan stevig aanzwellende strijkers de melancholie in de songs nog wat verder benadrukken.

Desert Dove herinnert hier en daar aan de grote countryzangeressen uit de jaren 70 (hier en daar hoor ik een vleugje Emmylou Harris) en is ook niet heel ver verwijderd van de succesvolle countrypop van het moment, maar het klinkt toch allemaal net wat anders. De bijzondere instrumentatie en productie geven het album een wijds en beeldend geluid, maar door de fraaie zang van Michaela Anne klinkt Desert Dove ook intiem.

De concurrentie in het genre is momenteel moordend, waardoor het album de strijd aan moet gaan met stapels andere albums, maar hoe vaker ik naar het nieuwe album van Michaela Anne luister, hoe meer ik het idee krijg dat de singer-songwriter uit Nashville een album heeft gemaakt dat er uit springt. Desert Dove is vaak een vrij ingetogen en zich langzaam voortslepend album, maar de gitaren mogen af en toe ook steviger te werk gaan, wat zorgt voor meer dynamiek dan gebruikelijk in het genre.

Michaela Anne speelde de afgelopen jaren een vrij anonieme rol in de rijke muziekscene van Nashville, maar kruipt op het prachtig klinkende Desert Dove uit haar schulp en verdient echt alle aandacht. Erwin Zijleman

Michaela Anne - Oh to Be That Free (2022)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michaela Anne - Oh To Be That Free - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Michaela Anne - Oh To Be That Free
De Amerikaanse muzikante Michaela Anne trok terecht flink wat aandacht met het prachtige Desert Dove en ook het net wat meer naar countrypop neigende Oh To Be That Free is weer een prima album

Je moet het maar durven. Michaela Anne leverde mede dankzij de prachtige productie van twee gelouterde krachten in 2019 met Desert Dove een geweldig album af, maar produceert haar nieuwe album gewoon zelf, samen met haar partner. Oh To Be That Free klinkt wat anders dan zijn voorganger, maar op de productie heb ik niets aan te merken. Ook het nieuwe album van Michaela Anne is voorzien van een mooi verzorgd geluid, dat misschien net wat meer tegen de countrypop aan schuurt dan zijn voorganger. De songs zijn ook dit keer sterk, maar het is vooral de prachtige zang van de muzikante uit Nashville die Oh To Be That Free ruim boven de middelmaat uit tilt.

De Amerikaanse muzikante Michaela Anne bracht in 2014 en 2016 twee degelijke maar wat mij betreft zeker niet opzienbarende country(pop) albums uit, voor ze in 2019 de aandacht trok met het uitstekende Desert Dove. Dat Desert Dove de aandacht trok van flink wat liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek was voor een belangrijk deel de verdienste van de fraaie productie van Sam Outlaw en Kelly Winrich (Delta Spirit), die het album voorzagen van een mooi vol en wat mij betreft onderscheidend geluid. Het was een geluid dat de songs van Michaela Anne flink optilde en dat haar kwaliteiten als zangeres en songwriter nog eens extra onderstreepte.

De muzikante uit Nashville, Tennessee, deed voor haar nieuwe album Oh To Be That Free geen beroep op de producers van haar vorige album of op een andere producer van naam en faam, maar produceerde het album zelf, samen met haar partner Aaron Shafer-Haiss, die vooral bekend is als drummer en in die hoedanigheid ook was te horen op de eerste twee albums van Michaela Anne. Het is een enorme gok, zeker omdat Desert Dove zoveel baat had bij het werk van ervaren producers.

Het pakt gelukkig goed uit. Michaela Anne heeft de kunst van het produceren kennelijk goed afgekeken, want Oh To Be That Free klinkt mooi verzorgd. Waar Desert Dove wat opschoof richting Amerikaanse rootsmuziek, kruipt het nieuwe album van Michaela Anne juist weer wat meer tegen de countrypop aan, maar gelukkig blijft het album altijd aan de goede kant van de streep, waardoor het een brede groep liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek aan moet kunnen spreken.

Oh To Be That Free volgt op een voor de Amerikaanse muzikante zware periode. De tour die volgde op Desert Dove werd afgebroken door de coronapandemie en hiernaast was er de nodige persoonlijke misère, maar gelukkig waren er ook positieve ervaringen als het moederschap. Het heeft allemaal zijn sporen nagelaten op Oh To Be That Free, dat over het algemeen optimistisch klinkt.

Michaela Anne en Aaron Shafer-Haiss hebben het album lekker vol ingekleurd, maar het klinkt gelukkig nergens overdadig, al moet je wel houden van hier en daar stevig aangezette strijkers. Het doet me af en toe wel wat denken aan de eerste albums van Kacey Musgraves, al zit de muziek van Michaela Anne dichter tegen de country dan tegen de countrypop aan. Verder is de vergelijking met Kacey Musgraves er wat mij betreft een waar Michaela Anne trots op mag zijn.

Oh To Be That Free klinkt wat minder veelzijdig en ook wel wat braver dan zijn voorganger, maar ik kan zelf prima uit de voeten met dit album. Michaela Anne schrijft lekker in het gehoor liggende maar ook aansprekende songs en ze is bovendien een uitstekende zangeres. Ze beschikt niet alleen over een stem die gemaakt is voor de countrymuziek, maar vertolkt haar songs ook met veel gevoel, waardoor de songs op Oh To Be That Free zich makkelijk opdringen.

Ik had ook deze week weer flink wat nieuwe rootsalbums liggen en het was zeker geen gelopen koers dat Michaela Anne de selectie zou doorstaan. Dat was in eerste instantie ook niet het geval, maar Oh To Be That Free is een album dat je het beste meerdere keren kunt beluisteren voor het geven van een definitief oordeel. Het was uiteindelijk de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante die me over de streep trok, maar ook al het andere is op Oh To Be That Free dik in orde. Erwin Zijleman

Michelle Lewis - All That's Left (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michelle Lewis - All That's Left - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Na vier jaar stilte imponeert Michelle Lewis weer met fraai ingekleurde en prachtig gezongen songs vol melancholie
Michelle Lewis maakte vier jaar geleden heel veel indruk met haar tweede plaat, maar vervolgens bleef het helaas lang stil. De Amerikaanse singer-songwriter is nu gelukkig terug met een nieuwe plaat en maakt wederom indruk. All That’s Left staat vol met bijzonder fraai ingekleurde songs, die vervolgens zijn voorzien van de wonderschone vocalen van Michelle Lewis. Het zijn songs die niet bang zijn voor een flinke dosis melancholie, waardoor All That’s Left vooral donker is gekleurd en hierdoor uitstekend past in de jaargetijden die er aan komen. Het is een genre waarin het momenteel dringen is, maar Michelle Lewis steekt er flink bovenuit.



Michelle Lewis is een vrij gangbare naam in Engelssprekende landen, waardoor ik vier jaar geleden wat in verwarring werd gebracht toen Spotify The Parts Of Us That Still Remain van Michelle Lewis presenteerde als de opvolger van Little Leviathan uit 1998; een plaat die ik schaar onder de obscure en helaas vergeten parels uit de jaren 90.

De Michelle Lewis van Little Leviathan wordt nog steeds verward met de Michelle Lewis die deze week All That’s Left uitbracht, maar maakt tegenwoordig vooral muziek voor kinderfilms, onder andere voor Disney.

All That’s Left is dus wel degelijk de opvolger van The Parts Of Us That Still Remain, waarmee de in Boston, Massachussetts, geboren, maar tegenwoordig vanuit het Californische Los Angeles opererende Michelle Lewis vier jaar geleden flink wat indruk maakte. Dat doet ze ook weer met All That’s Left, dat vol staat met prachtige songs, die vaak worden gedomineerd door melancholie.

Het zijn songs waar vooral het labeltje folk op wordt geplakt, maar persoonlijk schaar ik Michelle Lewis liever onder het kopje singer-songwriter of het kopje folkpop. Het is een singer-songwriter met een voorliefde voor wat trieste songs en ook All That’s Left staat er vol mee. De dood en verbroken relaties spelen een belangrijke rol op de nieuwe plaat van Michelle Lewis, al is er ook wel ruimte voor wat zonnigere songs op de plaat.

Iedereen die Michelle Lewis niet kent moet misschien beginnen met haar versie van Springsteen’s Dancing In The Dark, dat halverwege de plaat is te vinden. Michelle Lewis vertolkt de Springsteen klassieker in een flink lager tempo en verruilt de grootse klanken van de E-Street Band voor een warm akoestisch geluid, dat langzaam maar zeker steeds voller klinkt door het toevoegen van extra lagen. Er zijn vele versies van Dancing In The Dark, maar deze van Michelle Lewis bevalt me het best, deels door de prachtige instrumentatie, maar toch vooral door de wonderschone stem van de Amerikaanse singer-songwriter.

Het is een heldere maar ook warme stem, die de songs op All That’s Left een flink stuk omhoog tilt. Het is een stem die lekker in het gehoor ligt, maar het is ook een stem die de songs op de plaat voorziet van veel gevoel en emotie. De nieuwe plaat van Michelle Lewis doet daarom meer met me dan de gemiddelde plaat in het genre, waarbij het zeker helpt dat de stem van Michelle Lewis af en toe wel wat heeft van die van Dar Williams, die een stapeltje platen heeft gemaakt dat ik hoog heb zitten.

De warme en volle instrumentatie, die de versie van Dancing In The Dark zo aangenaam maakt, speelt ook op de rest van de plaat een belangrijke rol. Het is een instrumentatie die is volgestopt met instrumenten en fraaie accenten, maar het is ook een instrumentatie die nergens overdadig klinkt en de mooie stem van Michelle Lewis alle ruimte geeft. Het zorgt er voor dat ook de nieuwe plaat van Michelle Lewis zich makkelijk opdringt en ik verwacht dat de plaat ook nog wel even doorgroeit, net als zijn voorganger dat vier jaar geleden zo indrukwekkend deed. Erwin Zijleman

Michelle Lewis - The Parts of Us That Still Remain (2014)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michelle Lewis - The Parts Of Us That Still Remain - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De naam Michelle Lewis zal wel wat vaker voor komen en dus moeten we Spotify maar vergeven dat ze het inmiddels (ook door mij) vergeten meesterwerk Little Leviathan uit 1998 hebben toegekend aan de Michelle Lewis die nu opduikt met The Parts Of Us That Still Remain.

Elk nadeel heeft zijn voordeel, wat in dit geval betekende dat mijn interesse door de ongewenste persoonsverwisseling direct was gewekt (want ik heb Little Leviathan van die andere Michelle Lewis ooit intens gekoesterd).

De muziek deed de rest, want Michelle Lewis maakt op haar tweede plaat muziek die me vooral aan Jewel doet denken en dat is toch nog steeds een van mijn persoonlijke favorieten (al wordt ze door haar recente platen steeds meer een ‘guilty pleasure’).

Michelle Lewis genoot haar opleiding aan het roemruchte Berklee College of Music in Boston, dat inmiddels heel wat beroemde muzikanten in haar archieven kan terugvinden (variërend van Quincy Jones, Donald Fagen en Diana Krall tot Gillian Welch, Aimee Manne en Paula Cole). Of Michelle Lewis ooit ook tot het beroemde erfgoed van de Berklee College of Music gaat behoren zal de tijd moet leren, maar ze heeft zeker haar kwaliteiten.

Die waren al te horen op de platen die ze de afgelopen jaren in eigen beheer uitbracht, maar The Parts Of Us That Still Remain is nog net wat beter. Het is zoals gezegd muziek die wel wat aan die van (een jonge) Jewel doet denken, wat betekent dat The Parts Of Us That Still Remain vol staat met aangenaam klinkende luisterliedjes met vooral invloeden uit de country en met name de folk.

Het zijn luisterliedjes die mooie verhalen vertellen, die opvallen door een smaakvolle en doeltreffende instrumentatie en die uiteindelijk bijzonder fraai ingekleurd worden door de mooie stem van Michelle Lewis.

Net als Jewel beschikt Michelle Lewis over een stem die warm en meisjesachtig klinkt, maar waarin ook altijd een rauw randje is verstopt. Het is voor mij een verleiding die nauwelijks is te weerstaan, waardoor ik de laatste weken keer op keer greep naar The Parts Of Us That Still Remain.

Het heeft ertoe geleid dat ik de nieuwe plaat van Michelle Lewis nog veel beter vind dan een paar weken geleden. The Parts Of Us That Still Remain is op het eerste gehoor misschien een plaat die het vooral moet hebben van lekker in het gehoor liggende en heerlijk lome popliedjes met een beetje roots, maar naarmate je deze vaak wat melancholische popliedjes vaker hoort beginnen ze te groeien en geven ze steeds meer geheimen en diepgang prijs.

The Parts Of Us That Still Remain van Michelle Lewis schaart zich daarom op de valreep alsnog onder de rootsverrassingen van 2014. Erwin Zijleman

Michelle Rivers - Chasing Somewhere (2022)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Michelle Rivers - Chasing Somewhere - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Michelle Rivers - Chasing Somewhere
De Amerikaanse singer-songwriter Michelle Rivers verruilde Nashville een paar jaar geleden voor de Rocky Mountains, maar Nashville klinkt nog stevig door op haar bijzonder sterke tweede album

Zelfs in de zomermaanden is het nog dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar het nieuwe album van de mij tot voor kort onbekende Michelle Rivers weet zich eenvoudig te onderscheiden. De Amerikaanse muzikante kreeg de Amerikaanse rootsmuziek thuis met de paplepel ingegoten, maar desondanks duurde het een tijd voor ze haar plek gevonden had. Bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten maakt Michelle Rivers nu indruk met haar tweede album, dat niet alleen opvalt door een prachtig authentiek klinkend rootsgeluid, maar ook door aansprekende songs en vooral door de prachtige stem van de Amerikaanse muzikante uit Montana.

De naam Michelle Rivers kwam me op een of andere manier bekend voor, net als de cover van haar debuutalbum Breathing On Embers, maar ik ben er toch vrij zeker van dat ik haar in 2016 verschenen debuutalbum nooit heb beluisterd. Haar deze week verschenen tweede album Chasing Somewhere is daarom wat mij betreft mijn eerste kennismaking met de muziek van Michelle Rivers en het is een kennismaking die naar meer smaakt.

Michelle Rivers werd geboren in Leipers Fork, Tennessee, op een steenworp afstand van Nashville, waar ze de muziek met de paplepel kreeg ingegoten van haar vader die niet alleen songwriter en multi-instrumentalist was, maar ook een studio runde. Na haar tienerjaren in Austin, Texas, te hebben doorgebracht, waar ze gitaar leerde spelen, koos de Amerikaanse muzikante voor een studie in Nashville, waar haar liefde voor een bestaan als muzikant langzaam maar zeker werd aangewakkerd, al kwam dit bestaan er niet zonder slag of stoot.

Michelle Rivers woont inmiddels in een uithoek van de staat Montana, midden in de woeste natuur van de Rocky Mountains. De Amerikaanse muzikante heeft Nashville misschien verlaten, maar Nashville heeft Michelle Rivers niet verlaten. Chasing Somewhere ademt immers in alle tracks de countrymuziek zoals die in Nashville al decennia wordt gemaakt. Het is een album dat niet heel veel op heeft met de countrypop van de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek, want Michelle Rivers maakt vooral traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek met voornamelijk invloeden uit de country en de folk.

Michelle Rivers woont misschien in een uithoek van de Verenigde Staten, maar wist een aantal topmuzikanten te strikken voor haar tweede album, onder wie de van Emmylou Harris bekende Al Perkins, die ook op Chasing Somewhere de show steelt met zijn steelguitar. Ook de andere muzikanten hebben prachtig bijgedragen aan het tweede album van Michelle Rivers, dat geweldig klinkt en een geluid bevat dat zeer in de smaak zal vallen bij liefhebbers van wat traditionelere Amerikaanse rootsmuziek.

Dat geldt ook voor de stem van de singer-songwriter uit Montana, want Michelle Rivers beschikt over een stem die gemaakt is voor de genres waarbinnen ze beweegt. Chasing Somewhere klinkt daarom onmiddellijk vertrouwd, maar zeker wanneer je het album wat vaker beluistert, hoor je hoe knap het zowel muzikaal als vocaal in elkaar steekt.

Michelle Rivers schrijft bovendien aansprekende songs. Het zijn songs die over het algemeen binnen de lijntjes van de wat traditioneler aandoende Amerikaanse rootsmuziek kleuren, maar Chasing Somewhere is een redelijk gevarieerd album, waardoor je makkelijk de hele speelduur bij de les blijft.

Zeker binnen de Amerikaanse rootsmuziek is het momenteel dringen met een bijna onophoudende stroom aan nieuwe releases, maar het tweede album van Michelle Rivers sprong er niet alleen deze week uit bij mij, maar houdt zich ook staande binnen het beste dat dit jaar in het genre is verschenen. Het is verdienste van de geweldige muzikanten die op het album zijn te horen, maar het is vooral de verdienste van Michelle Rivers die haar songs op gloedvolle en zeer overtuigende wijze vertolkt. Erwin Zijleman