MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten erwinz als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Robert Cray & Hi Rhythm - Robert Cray & Hi Rhythm (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robert Cray & Hi Rhythm Section - Robert Cray & Hi Rhythm - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Robert Cray maakt al sinds de jaren 70 muziek en vierde zijn grootste successen in de tweede helft van de jaren 80, toen zijn meest succesvolle albums Strong Persuader (1986) en Don't Be Afraid Of The Dark (1988) verschenen.

In de jaren 90 maakte de bluesmuzikant uit Columbus, Georgia, een aantal net wat mindere platen, maar sinds Take Your Shoes Off uit 1999 steekt Robert Cray weer in een blakende vorm.

Op Take Your Shoes Off werkte Robert Cray voor het eerst samen met producer Steve Jordan en dit bleek ook op het in 2014 verschenen In My Soul een zeer geslaagde combinatie.

Steve Jordan zat ook op het in Memphis opgenomen Robert Cray & Hi Rhythm achter de knoppen, maar was niet de meest opvallende gast in de studio. Op zijn nieuwe plaat laat Robert Cray zich immers bijstaan door een aantal leden van de roemruchte Hi Rhythm Section, die in jaren 80 onder leiding van producer Willie Mitchell waren te horen op heel wat belangrijke soulplaten, waaronder platen van legendarische muzikanten Al Green, Ann Peebles en Otis Clay.

De combinatie van Robert Cray, producer Steve Jordan en de ouwe rotten uit van de Hi Rhythm Section uit Memphis werkt uitstekend. Op Robert Cray & Hi Rhythm laat Robert Cray, die dit jaar zijn 64e verjaardag hoopt te vieren, een wat minder gepolijst geluid horen dan we van hem gewend zijn. Op zijn nieuwe plaat laat de Amerikaan bovendien een lekker soulvol geluid horen, al is er natuurlijk ook altijd ruimte voor zijn bluesy gitaarspel.

Mooi gitaarwerk staat uiteraard centraal op Robert Cray & Hi Rhythm, want wat kan Robert Cray nog altijd geweldig spelen. Ook op zijn nieuwe plaat is iedere noot weer raak en zijn zowel het ondersteunende spel als de solo’s prachtig. Als vervolgens ook Tony Joe White nog wat riedeltjes meespeelt is het feest voor liefhebbers van het betere gitaarwerk compleet. In de rest van de instrumentatie valt vooral het weergaloze orgelspel van Charles Hodges op.

Voor de songs doet Robert Cray ook dit keer deels een beroep op de songwriting skills van anderen, onder wie Bill Withers en de al eerder genoemde Tony Joe White die twee songs aandraagt. Alle songs worden uiteindelijk voorzien van het uit duizenden herkenbare Robert Cray geluid, dat bestaat uit zijn bijzondere gitaarspel en zijn heerlijk soulvolle stem. Het is een stem die nauwelijks aan slijtage onderhevig lijkt en nog net zo soepel klinkt als op de platen die Robert Cray in de jaren 80 een ster maakten.

Ik was Robert Cray zoals gezegd lange tijd wat uit het oog verloren, maar de platen die hij de laatste jaren heeft gemaakt vind ik geweldig. Van deze platen vind ik Robert Cray & Hi Rhythm de beste. De Hi Rhythm Section uit Memphis geeft Robert Cray immers een zetje richting 70s soul en dat past uitstekend bij zijn stem en zijn gitaarspel.

Het succes van Strong Persuader en Don't Be Afraid Of The Dark gaat Robert Cray & Hi Rhythm natuurlijk niet evenaren, maar iedereen die denkt dat de platen van Robert Cray er niet meer zo toe doen moet zeker eens luisteren naar deze uitstekende nieuwe plaat van de gelukkig nog jonge bluesveteraan, die als soulzanger minstens net zo goed uit de voeten kan. Erwin Zijleman

Robert Cray Band - That's What I Heard (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robert Cray Band - That's What I Heard - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Robert Cray Band - That's What I Heard
Robert Cray vierde zijn grootste successen misschien in de jaren 80, maar zijn beste albums maakt de Amerikaanse muzikant in het recente verleden en het heden

Met Right Next Door kreeg Robert Cray in de jaren 80 zijn wereldhit, maar een eendagsvlieg is het zeker niet. De Amerikaanse muzikant heeft inmiddels een enorme stapel albums op zijn naam staan en de albums die hij de laatste jaren maakte met producer Steve Jordan zijn wat mij betreft de beste van het stel. Ook op That's What I Heard maakt Robert Cray indruk met een mix van blues en heel veel soul en imponeert hij als zanger en als gitarist. That's What I Heard is vooral een laidback album en in de lome mix van soul en blues voelt de Amerikaanse muzikant zich als een vis in het water. Weer een topalbum.

Noem de naam Robert Cray en vrijwel iedereen zal direct denken aan het album Strong Persuader uit 1986 en de hiervan afkomstige single Right Next Door. Ook ik kende de Amerikaanse muzikant overigens lange tijd vooral van het betreffende album en het wat mij betreft nog betere Bad Influence uit 1983.

Na de succesvolle albums uit de jaren 80, die Robert Cray uiteindelijk een plekje in de Blues Hall Of Fame opleverden (in 2011), verloor ik de bluesmuzikant vrijwel volledig uit het oog, tot in 1999 het uitstekende Take Your Shoes Off verscheen. Het samen met producer Steve Jordan gemaakte Take Your Shoes Off schat ik veel hoger in dan de in commercieel opzicht veel succesvollere albums van Robert Cray uit de jaren 80, maar het album verkocht beduidend minder.

Het is een album dat er de afgelopen tien jaar een aantal stevigere concurrenten heeft bijgekregen. Robert Cray dook in 2012 op het met het verassend sterke Nothin But Love, maar de grootse vorm vond hij op het in 2014 verschenen In My Soul en op het in 2017 uitgebrachte Robert Cray & Hi Rhythm.

Laatstgenoemde twee albums werden, net als Take Your Shoes Off, geproduceerd door Steve Jordan en de combinatie Robert Cray en Steve Jordan is er een die wat mij betreft uitstekend werkt. Het is een combinatie die de blues van Robert Cray wat meer de kant van de soul heeft opgetrokken en dat is een genre dat hem uitstekend ligt. De Amerikaanse muzikant beschikt immers over een prachtig soulvolle stem, die met enige regelmaat herinnert aan de grote soulzangers uit de jaren 60 en 70, met Sam Cooke als het meest relevante vergelijkingsmateriaal.

In My Soul en Robert Cray & Hi Rhythm zijn helaas wat onderschatte albums en ook met zijn nieuwe album zal Robert Cray het succes van Strong Persuader waarschijnlijk niet gaan evenaren. Ook op That's What I Heard werkt Robert Cray weer samen met Steve Jordan en ook dit keer is het een samenwerking die uitstekend werkt. That's What I Heard is net als zijn directe voorgangers een album waarop de Amerikaanse muzikant de blues uit zijn jongere jaren vermengt met invloeden uit de soul.

Net als op deze voorgangers heeft Robert Cray zich weten te omringen met topmuzikanten, onder wie Steve Jordan, die het album niet alleen produceerde, maar ook plaatsnam achter de drumkit. That's What I Heard bevat flink wat lome en laidback soultracks en met name in deze tracks hoor je goed hoe mooi en soulvol de stem van Robert Cray is. De muzikant uit Oregon treedt ook dit keer in de voetsporen van de grote soulzangers uit het verleden en overtuigt bijzonder makkelijk.

Dat doet hij niet alleen met zijn stem, maar natuurlijk ook met zijn gitaarspel, dat heerlijk bluesy kan klinken, maar ook buiten de lijntjes van de blues durft te kleuren. That's What I Heard is een voornamelijk ingetogen en subtiel album en het gitaarspel is vaak even ingetogen en subtiel. Het is gitaarspel dat nadrukkelijk de handtekening van Robert Cray bevat, maar ik vind het veel mooier en trefzekerder dan het wat stevigere gitaarwerk uit de jaren 80.

Robert Cray heeft de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels bereikt en heeft de veertig dienstjaren er inmiddels ruimschoots opzitten, maar ook op That's What I Heard klinkt de Amerikaanse muzikant weer bijzonder geïnspireerd. Mooi album. Erwin Zijleman

Robert Ellis - Robert Ellis (2016)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robert Ellis - Robert Ellis - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De Amerikaanse singer-songwriter Robert Ellis trok misschien niet veel aandacht met zijn in 2009 in eigen beheer uitgebrachte debuut The Great Rearranger, maar met het in 2011 verschenen Photographs en het uit 2014 stammende The Lights From The Chemical Plant stond de op dat moment vanuit Nashville opererende Texaan terecht in de spotlights.

Door deze twee jaarlijstjes platen waren mijn verwachtingen met betrekking tot de nieuwe plaat van de Amerikaan hooggespannen en gelukkig stelt Robert Ellis wederom niet teleur.

De titelloze nieuwe plaat van de Amerikaan volgt op een donkere periode waarin zijn huwelijk op de klippen liep en is hierdoor een echte breakup plaat geworden. Voor zijn nieuwe plaat keerde Robert Ellis terug naar zijn thuisbasis Houston, Texas, waar met een aantal prima (gast)muzikanten een buitengewoon knappe plaat werd opgenomen.

Robert Ellis maakte op Photographs nog muziek met vooral invloeden uit de folk en country, maar schoof op The Lights From The Chemical Plant op richting de singer-songwriter muziek zoals die in de jaren 70 werd gemaakt. Op zijn nieuwe plaat wordt deze lijn doorgetrokken en worden nog wat extra invloeden toegevoegd aan het al zo veelzijdige geluid van Robert Ellis, maar ook rootsinvloeden hebben weer wat aan terrein gewonnen.

Bij beluistering van The Lights From The Chemical Plant had ik vooral associaties met de muziek van Paul Simon en dat is een naam die ook bij beluistering van de nieuwe plaat met enige regelmaat opduikt. De titelloze plaat van Robert Ellis doet hiernaast meer dan eens denken aan de platen van Randy Newman, raakt aan de platen van de grote singer-songwriters die Houston heeft voortgebracht (Townes van Zandt, Mickey Newbury, Guy Clark en Rodney Crowell), maar flirt ook nadrukkelijk met invloeden uit de jazz.

Het levert een mooie en veelzijdige plaat op, die zijn kracht niet alleen ontleent aan een prachtige instrumentatie (van uiterst sober tot vol en groots met flink wat strijkers), mooie vocalen en uitstekende songs, maar vooral indruk maakt door alle emotie die doorklinkt in de van liefdesleed doordrenkte songs van Robert Ellis.

Iedereen die de vorige twee platen van Robert Ellis koestert, weet dat de muziek van de Amerikaan nog heel lang aan kracht blijft winnen. Zijn nieuwe plaat is me in korte tijd heel dierbaar geworden en heeft al imposante groei laten horen, maar nog steeds weet de plaat me bij iedere luisterbeurt te verrassen. Een imposant werkstuk van een man die absoluut moet worden gerekend tot de beste singer-songwriters van het moment. Erwin Zijleman

Robert Ellis - Texas Piano Man (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robert Ellis - Texas Piano Man - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Robert Ellis - Texas Piano Man
Robert Ellis laat de gitaar dit keer in de koffer en profileert zich op zijn nieuwe plaat als maker van volstrekt tijdloze en onweerstaanbaar aangename pianopop

Robert Ellis dook ooit op als countrymuzikant, maar schoof de laatste jaren al flink wat op in andere richtingen. Op Texas Piano Man kiest hij vol voor de piano en komt hij op de proppen met de tijdloze pianopop zoals die in de jaren 70 werd gemaakt door Elton John en talloze soortgenoten. Het is misschien even wennen, maar ik was direct overtuigd van de nieuwe weg die de Texaanse muzikant is ingeslagen. Texas Piano Man staat vol met popliedjes die je al jaren lijkt te kennen en het is het soort popliedjes dat momenteel veel te weinig wordt gemaakt. Niet iedereen lijkt enthousiast over deze plaat, maar voor mij voelt hij als een warm bad.

Altijd handig als de vlag de lading dekt. Robert Ellis komt uit Houston, Texas, en omarmt op zijn nieuwe plaat nadrukkelijk de piano. Texas Piano Man is dus de titel van zijn nieuwe plaat en dat past meer dan uitstekend.

Het is een nieuwe plaat die wat gemengde reacties oproept en dat begrijp ik eerlijk gezegd wel. Texas Piano Man is, zeker op het eerste gehoor, redelijk ver verwijderd van de vorige platen van de Amerikaanse muzikant en zeker van zijn eerste platen.

Op Texas Piano Man schuift Robert Ellis op richting Harry Nilsson, Billy Joel, Randy Newman, Elton John en noem alle pianomannen maar op. Van recentere datum schuiven Ben Folds, Rufus Wainwright en Father John Misty aan en uit het verleden worden nog wat Beatlesque (en 1occ achtige) melodieën en wat koortjes die herinneren aan The Eagles aangedragen.

Het heeft weinig tot niets meer te maken met de country waarmee Robert Ellis ooit opdook en ook het gitaarwerk dat ooit zijn handelsmerk leek te worden is op Texas Piano Man vrijwel volledig verdwenen.

Ik kan me daarom voorstellen dat een deel van de fans van het eerste uur niet uit de voeten kan met de nieuwe plaat van Robert Ellis, maar ik vind Texas Piano Man direct vanaf mijn eerste beluistering heerlijk en eigenlijk wordt het alleen maar lekkerder. Nu ben ik dan ook een groot liefhebbers van pianomannen, heb ik een zwak voor vrijwel alle platen van bovengenoemde pioniers van het genre en koester ik vrijwel alles van Harry Nilsson en een heel groot deel van het oudere werk van Elton John.

Robert Ellis grossiert op Texas Piano Man in tijdloze popliedjes, maar heeft een voorkeur voor de muziek die in de jaren 70 werd gemaakt. De piano komt heerlijk uit de speakers, de songs zijn stuk voor stuk van het soort dat je na een keer horen niet meer gaat vergeten en de stem van de Texaanse muzikant blijkt zeer geschikt voor dit soort muziek.

Zeker wanneer Robert Ellis nog wat jazzy accenten toevoegt aan zijn muziek schuift hij moeiteloos op richting de zwoele verleiding van bijvoorbeeld Steely Dan, maar de meeste tracks sluiten het best aan op de songs van de grote singer-songwriters uit de jaren 70, die, net als Robert Ellis, een voorkeur hadden voor de piano.

Robert Ellis maakte me in het verleden niet altijd makkelijk, maar Texas Piano Man voelt van de eerste tot de laatste noot als een warm bad en klinkt onmiddellijk als een plaat die je al jaren lijkt te kennen. De criticus zal beweren dat het allemaal eerder is gedaan. Dat valt niet te ontkennen, maar hetzelfde kan gezegd worden over heel veel andere muziek.

Ik vind persoonlijk dat platen als Texas Piano Man tegenwoordig veel te weinig worden gemaakt en ben dan ook heel blij met de tijdloze popliedjes van Robert Ellis. Persoonlijk vind ik overigens dat de Amerikaanse muzikant deze ook op zijn vorige platen maakte, dus laten we de verschillen met zijn vorige platen ook niet uitvergroten. Het is een fraai oeuvre dat Robert Ellis aan het samenstellen is en deze laatste misstaat zeker niet. Erwin Zijleman

Robert Forster - Inferno (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robert Forster - Inferno - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Robert Forster - Inferno
Voormalig voorman van The Go-Betweens eert meer dan ooit tevoren het geweldige werk van deze Australische band en stijgt boven zichzelf uit

De Australische band The Go-Betweens maakte een bovengemiddeld aantal klassiekers, maar ontbreekt helaas in de meeste muziekcollecties. Robert Forster eerde vorig jaar zijn te vroeg overleden bandgenoot Grant McLennan in een prachtig boek en eert nu het werk van zijn band. Inferno is een lome en zwoele plaat die de sfeer van een snikhete zomer in Berlijn vangt. Het is ook een plaat die vol staat met de zonnige en perfecte, maar ook eigenzinnige popliedjes waarop The Go-Betweens sinds het begin van de jaren 80 het patent hebben. Volkomen terecht overladen met superlatieven in de recensies die tot dusver zijn verschenen.

Robert Forster schreef vorig jaar een werkelijk prachtig en bijzonder ontroerend boek (Grant & I: Inside And Outside The Go-Betweens), waarin hij terugkeek op de muziek die hij gedurende de jaren 80 en in het eerste decennium van de 21e eeuw maakte met de in 2006 overleden Grant McLennan.

Robert Forster en Grant McLennan vormden de spil van de Australische band en schreven samen de songs van de band (waardoor ze wel de Australische Lennon en McCartney werden genoemd). De band uit Brisbane maakte uiteindelijk zo’n tien platen, waarvan minstens de helft het predicaat meesterwerk verdient. Het zijn platen die helaas lang niet allemaal zijn te beluisteren via de streaming media diensten, maar het zijn ook platen die in geen enkele collectie mogen ontbreken.

Zowel Grant McLennan als Robert Forster maakten in de jaren 90 (een decennium waarin The Go-Betweens niet actief waren) soloplaten. Het zijn soloplaten die in kleine kring werden geprezen, maar die helaas nog minder aandacht trokken dan het werk van hun band. Na het trieste overlijden van Grant McLennan blies Robert Forster zijn solocarrière nieuw leven in, wat in 2008 het indrukwekkende The Evangelist opleverde. Pas in 2015 keerde de Australische muzikant terug met het al even indrukwekkende Songs To Play en een jaar na het zo indrukwekkende boek over zijn jongere jaren met Grant McLennan is Robert Forster terug met een nieuwe plaat, Inferno.

De titel van de plaat verwijst naar de verzengende hitte van de zomer in Brisbane, maar toen Robert Forster vorig jaar zomer in Berlijn neerstreek voor het opnemen van zijn nieuwe plaat, werden ook daar tropische temperaturen gemeten. Het is hoorbaar.

Inferno volgt zoals gezegd op een periode waarin Robert Forster terugkeek op de muziek die hij maakte met The Go-Betweens (hij schreef niet alleen een boek, maar stelde ook een fraaie compilatie samen) en ook dat is te horen op Inferno. De nieuwe plaat van Robert Forster bevat een aantal nagenoeg perfecte popliedjes, die niet zouden hebben misstaan op de beste platen van de Australische band, maar de band bevat ook de donkere accenten die we kennen van de vorige soloplaten van Robert Forster. Het is een inmiddels uit duizenden herkenbaar, maar ook nog altijd volkomen uniek geluid.

Inferno klinkt vaak zwoel, loom en broeierig, wat vast te maken zal hebben met de extreme temperaturen in Berlijn afgelopen zomer, maar wat klinken de songs van Robert Forster ook weer urgent. In zijn stem hoor je dat Robert Forster de zestig inmiddels gepasseerd is, maar zijn songs sprankelen nog net zoals die van The Go-Betweens in hun jonge jaren en persoonlijk vind ik zijn zang alleen maar beter geworden.

Inferno staat vol met volstrekt tijdloze popliedjes die nadrukkelijk citeren uit de catalogus van The Go-Betweens, maar ik hoor ook altijd wat van Lou Reed in de songs van de Australische muzikant, wat zeker ook te maken heeft met de manier van zingen en met de teksten die prachtige sfeerschetsen bevatten. Het zijn niet alleen tijdloze popliedjes, maar ook popliedjes van een niveau dat maar weinig songwriters halen.

Ik kreeg Inferno van Robert Forster al een paar weken geleden in handen en heb de plaat inmiddels heel vaak beluisterd. Ik was direct onder de indruk van de nieuwe plaat van Robert Forster, maar inmiddels zijn vrijwel alle songs op de plaat me zeer dierbaar. Op Inferno raakt Robert Forster meer dan eens aan het torenhoge niveau van The Go-Betweens en overtreft hij zijn vorige, ook al uitstekende soloplaten. De naam Robert Forster zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar deze plaat moet je echt horen. Erwin Zijleman

Robert Forster - Songs to Play (2015)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robert Forster - Songs To Play - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Robert Forster maakte minstens een handvol onbetwiste meesterwerken met The Go-Betweens, maar ook solo heeft de Australische muzikant inmiddels een respectabel oeuvre opgebouwd.

Het is een helaas vrij onbekend oeuvre, want de vier soloplaten die Robert Forster in de jaren 90 maakte kregen niet veel aandacht. Het in 2008 verschenen The Evangelist kreeg dit gelukkig wel, en terecht.

Zeven jaar na deze prachtplaat is Robert Forster eindelijk terug. Na het donkere, over het algemeen stemmige en door het overlijden van mede Go-Between Grant Mclennan getekende The Evangelist, klinkt Songs To Play relatief zonnig.

Het lijkt af en toe wel of The Go-Betweens zijn herrezen en dat is goed nieuws. Heel goed nieuws zelfs. Robert Forster verrast op Songs To Play met popliedjes die je na één keer horen nooit meer wilt vergeten, maar het zijn ook popliedjes vol emotie en vol verrassende wendingen.

Flarden van The Go-Betweens duiken zoals gezegd nadrukkelijk op, maar Songs To Play grijpt ook terug op de muziek van The Velvet Underground en het solowerk van Lou Reed. Ik hoor verder persoonlijk ook veel van Roxy Music, zeker in de instrumentatie, die varieert van gloedvol tot stekelig.

Songs To Play is een tijdloze plaat vol popsongs die ook in de jaren 70 gemaakt hadden kunnen zijn en destijds de concurrentie met de groten der aarde aan hadden gekund. Op de onlangs uitgebrachte, maar in Nederland helaas moeilijk verkrijgbare, Go-Betweens box is goed te horen hoe goed het werk van deze Australische band was. Songs To Play van Robert Forster ligt in het verlengde van dit werk en doet er niet voor onder.

Het is een intieme plaat vol met prachtsongs. Het is een plaat die doet verlangen naar muziek van weleer, maar het is ook een plaat die vooruit kijkt en in het heden hoort bij het beste dat is verschenen.

Songs To Play is bovendien een plaat die alleen maar beter en onweerstaanbaarder wordt. ‘Songs that creep up and throttle you from behind’ volgens The Guardian en zo is het maar net. Prachtplaat! Erwin Zijleman

Robert Forster - Strawberries (2025)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Robert Forster - Strawberries - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Robert Forster - Strawberries
Robert Forster moet het al een kleine twintig jaar doen zonder zijn The Go-Betweens kompaan Grant McLennan, maar ook op het deze week verschenen Strawberries laat hij weer horen wat een bijzondere songwriter hij is

Robert Forster kennen we natuurlijk van de legendarische Australische band The Go-Betweens, maar de Australische muzikant heeft inmiddels ook een respectabel stapeltje soloalbums op zijn naam staan. Zijn nieuwe album Strawberries nam hij op in Zweden, waar hij samenwerkte met producer en muzikant Peter Morén (Peter Bjorn and John). Er wordt losjes gemusiceerd op het album, dat in alle opzichten een typisch Robert Forster album is. De Australiër is een geweldig songwriter en verhalenverteller en heeft een karakteristiek stemgeluid. Het is een stemgeluid dat associaties oproept met de songs van The Go-Betweens, die niet vaak genoeg in herinnering kunnen worden gebracht.

De Australische band The Go-Betweens maakte in de jaren 80 een stapeltje geweldige albums, die stuk voor stuk zijn gevuld met (nagenoeg) perfecte popsongs. Het zijn songs van de hand van Grant McLennan en Robert Forster, die vanwege hun vaardigheden als songwriters wel de Australische Lennon en McCartney werden genoemd. Dat is misschien wat teveel eer, maar de songs van de twee zijn absoluut van een bijzonder hoog niveau.

De band keerde aan het begin van het huidige millennium nog een keer terug voor een aantal prima albums (The Friends Of Rachel Worth uit 2000 is misschien wel mijn favoriete album van de band), maar het doek voor de The Go-Betweens viel helaas definitief in 2006, toen Grant McLennan op slechts 48-jarige leeftijd overleed. Sindsdien moeten we het doen met de soloalbums van Robert Forster, maar de Australische muzikant heeft ons tot dusver zeker niet teleurgesteld.

Met The Evangelist (2008), Songs To Play (2015), Inferno (2019) en The Candle And The Flame (2023) maakte Robert Forster vier uitstekende albums, waar deze week zijn nieuwe album Strawberries aan wordt toegevoegd. Ook voor een zeer veelvuldig geprezen singer-songwriter als Robert Forster valt het helaas niet mee om het hoofd boven te water te houden als muzikant. Gelukkig was er de hulp van Peter Morén van de Zweedse band Peter Bjorn and John, die de Australische muzikant zijn studio aanbood en bovendien de rol van producer op zich nam.

Strawberries werd grotendeels live opgenomen met een aantal Zweedse muzikanten, die een geluid neerzetten dat goed past bij de stem en de songs van Robert Forster. De songs van The Go-Betweens werden vaak voorzien van het predicaat bitterzoet en dat is een etiket dat ook goed past op de songs van Robert Forster, al klinkt de Australische muzikant op zijn nieuwe album ook verrassend opgewekt en stopt hij de nodige humor in zijn geweldige teksten.

Strawberries werd gemaakt met relatief bescheiden middelen, maar het album klinkt wat mij betreft bijzonder lekker. Veel songs op het album hebben een lekker rechttoe rechtaan gitaargeluid, met hier en daar wat uithalen van de saxofoon, maar Robert Forster kan ook uit de voeten met een song die vooral door de piano wordt ingekleurd.

De vrouw van de Australische muzikant tekent een aantal keren voor de achtergrondvocalen en voor de tweede stem in de opgewekte titelsong van het album en ook Peter Morén staat Robert Forster, die uitstekend bij stem, is een aantal keren vocaal bij. Door de stem van Robert Forster herinnert ook Strawberries weer veelvuldig aan de albums van The Go-Betweens, wat mooie herinneringen oproept.

Ook de songs op het album dragen bij aan de associaties met het werk van de roemruchte Australische band, want Robert Forster is het schrijven van geweldige songs en beeldende verhalen (check het briljante Breakfast On The Train maar eens) nog altijd niet verleerd. Strawberries bevat acht typische Robert Forster songs, waaronder drie wat langere songs, waardoor het album ruim 36 minuten muziek bevat.

Door de muziek die Robert Forster maakte met The Go-Betweens kan de Australische muzikant altijd op mijn aandacht rekenen, maar dat is de laatste jaren zeker geen straf. Ook met Strawberries heeft Robert Forster weer een album gemaakt dat gekoesterd moet worden door liefhebbers van eigenzinnige songwriters met een goed gevoel voor perfecte popsongs en memorabele verhalen. Erwin Zijleman

Robert Forster - The Candle and the Flame (2023)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robert Forster - The Candle And The Flame - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Robert Forster - The Candle And The Flame
Robert Forster heeft de tijd genomen voor zijn achtste soloalbum, maar maakt ook dit keer indruk met zwaar melancholische en bitterzoete songs vol echo’s van zijn roemruchte band The Go-Betweens

Luister naar de soloalbums van Robert Forster en je wordt onmiddellijk herinnerd aan de muziek van de band The Go-Betweens, waarvan de Australische muzikant samen met zijn kompaan Grant McLennan de basis vormde. Het is niet anders op het deze week verschenen The Candle And The Flame, dat deels in het teken staat van de ziekte van zijn vrouw. Met name door het herkenbare stemgeluid van Robert Forster, maar ook door het gitaargeluid, de productie en natuurlijk de songs, zijn de associaties met de muziek van The Go-Betweens niet te onderdrukken, maar het solowerk van de Australische muzikant voegt ook zeker wat toe aan het oeuvre van de legendarische Australische band. Prima album weer.

Het nieuwe album van de Australische muzikant Robert Forster is deze week nogal zuur onthaald door een deel van de Nederlandse muziekpers, terwijl de Britse muziekpers juist driftig strooide met superlatieven. Zelf heb ik de Australische muzikant inmiddels al flink wat decennia heel hoog zitten, waardoor ik toch weer met hoge verwachtingen begon aan zijn nieuwe album.

Samen met Grant McLennan vormde Robert Forster vanaf het eind van de jaren 70 de basis van de Australische band The Go-Betweens, die tussen 1981 en de dood van Grant McLennan in 2006 een stapeltje prachtige albums afleverde. Het zijn albums die helaas lang niet allemaal zijn te vinden bij de streaming media diensten, terwijl de Australische band de status van cultband inmiddels al lang is ontstegen of ontstegen zou moeten zijn.

Robert Forster maakte gedurende de jaren 90, toen The Go-Betweens niet actief waren, een viertal prima soloalbums en hervatte zijn solocarrière in 2008 met het indringende The Evangelist, dat niet onder deed voor het beste werk van The Go-Betweens. Sindsdien neemt de Australische muzikant de tijd voor zijn muziek. Na Songs To Play uit 2015 en Inferno uit 2019 verscheen deze week The Candle And The Flame, dat voor een deel in het teken staat van de ernstige ziekte van zijn vrouw en muzikale partner Karin Bäumler.

Het is dan ook niet zo gek dat het nieuwe album van Robert Forster af en toe wat donker is gekleurd, al was ook de muziek van The Go-Betweens over het algemeen minimaal bitterzoet. Robert Forster heeft bovendien wel donkerdere albums gemaakt, zoals het aardedonkere The Evangelist dat hij maakte na de dood van Grant McLennan, en schreef de meeste songs op het album bovendien voordat zijn vrouw ziek werd.

The Candle And The Flame is wat mij betreft een typisch Robert Forster album en ik vind het persoonlijk een erg sterk album. De Australische muzikant schrijft nog altijd uit duizenden herkenbare popsongs, die onmiddellijk herinneren aan de muziek van The Go-Betweens. Dat ligt voor een belangrijk deel, maar zeker niet alleen, aan zijn karakteristieke stemgeluid, dat ook op The Candle And The Flame weer zorgt voor een bijzonder geluid. Ook het gitaargeluid op en de productie van het album dragen bij aan het zo herkenbare Robert Forster geluid, dat nog altijd inspiratie haalt uit de hoogtijdagen van The Go-Betweens, maar dat langzaam maar zeker ook wat is opgeschoven richting Amerikaanse rootsmuziek.

Door ziekte van zijn vrouw is The Candle And The Flame over een langere periode, deels binnen het eigen gezin en verder met een beperkt aantal muzikanten opgenomen. Ondanks haar ziekte droeg Karin Bäumler bij aan het album en ook de zoon van Robert Forster, Louis Forster, ook bekend van de geweldige band The Goon Sax, is van de partij en laat horen dat hij de muzikale genen van zijn vader heeft gekregen.

The Candle And The Flame bevat negen songs, waarvan een aantal het onweerstaanbare heeft van de songs van The Go-Betweens. De resterende songs vragen misschien net iets meer tijd, maar recensies die beweren dat Robert Forster het schrijven van goede songs is verleerd, slaan de plank wat mij betreft echt volledig mis. Robert Forster draait inmiddels flink wat jaren mee in de popmuziek, maar maakt nog altijd albums die er toe doen en die bovendien ver boven de middelmaat uitstijgen. Erwin Zijleman

Robert Palmer - Double Fun (1978)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robert Palmer - Double Fun (1978) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Robert Palmer - Double Fun (1978)
Robert Palmer is al twintig jaar niet meer onder ons, maar zijn beste albums, waaronder het met zwoele blue-eyed soul gevulde Double Fun, mogen zeker niet vergeten worden, al is het maar vanwege de geweldige zang

Bij leven heb ik Robert Palmer nooit zo serieus genomen. De Britse muzikant maakte een aantal lekkere albums voor de late avond, maar meer dan dat vond ik het niet. Inmiddels weet ik het veelzijdige oeuvre van Robert Palmer wel op de juiste waarde te schatten, waarbij mijn voorkeur uitgaat naar zijn albums uit de jaren 70, waarin hij vooral blue-eyed soul maakte. Double Fun uit 1978 is van deze albums de bekendste en ook een van de beste, al vind ik persoonlijk het ook door Robert Palmer zelf verguisde Pressure Drop uit 1975 beter. Double Fun klinkt 45 jaar na de oorspronkelijke release nog verrassend fris en aangenaam, zeker later op de avond.

De Britse muzikant Robert Palmer werd slechts 54 jaar oud, maar heeft gelukkig een imposant oeuvre nagelaten. Met name tussen 1974 en 1985 maakte Robert Palmer een serie uitstekende albums, waarvan Sneakin' Sally Through The Alley uit 1974, Pressure Drop uit 1975, Double Fun uit 1978, Secrets uit 1979, Clues uit 1980 en Riptide uit 1985 wat mij betreft de besten zijn.

Als ik mijn favoriete Robert Palmer album moet kiezen, kies ik waarschijnlijk voor Pressure Drop uit 1975, maar daar dacht de Britse muzikant zelf heel anders over. De songs van het album doken niet of nauwelijks op in zijn live-sets en momenteel is Pressure Drop het enige Robert Palmer album dat niet is te vinden op de streaming media diensten. Ik kies daarom deze keer voor Double Fun uit 1978, dat nauwelijks onder doet voor het miskende Pressure Drop.

Double Fun is het album waarop de hits Every Kinda People en Best Of Both Worlds zijn te vinden en het is bovendien een album waarop het jaren 70 geluid van de Britse muzikant floreert. Het verbaasde me overigens wel enigszins dat de wieg van Robert Palmer in Engeland stond, want zijn muziek klonk maar zelden Brits. Dat geldt zeker voor Double Fun dat een Amerikaans geluid laat horen.

Dat is ook niet zo gek want het album werd opgenomen in New York en gemaakt met Amerikaanse muzikanten, onder wie een aantal gelouterde krachten. Bovendien laat Double Fun zich voornamelijk beïnvloeden door de muziek die halverwege de jaren 70 in de Verenigde Staten werd gemaakt. Op Double Fun laat Robert Palmer zich beïnvloeden door de soul, rhythm & blues en funk uit de jaren 70, maar hij pikt ook een graantje mee van de op dat moment razend populaire disco.

Het klonk in 1978 bijzonder lekker en dat doet het eigenlijk nog steeds. Double Fun is een heerlijk album voor een regenachtige zaterdagavond, maar ook op een broeierige zomeravond verricht het album nog altijd makkelijk wonderen. Double Fun is niet zo ver verwijderd van flink wat andere blue-eyed soulalbums die in deze periode werden gemaakt, maar ik sla Robert Palmer toch een stuk hoger aan.

De Britse muzikant produceerde het album, schreef de meeste songs en droeg ook bij aan de instrumentatie. Robert Palmer is en blijft echter boven alles een groot zanger. Met zijn soulvolle strot geeft hij inhoud aan de aangenaam klinkende songs op het album, waardoor Double Fun klassen beter is dan de meeste andere blue-eyed soulalbums van dat moment.

Robert Palmer is een muzikant die ik de afgelopen decennia echt compleet uit het oog was verloren, maar de afgelopen weken heb ik zijn albums herontdekt en komen de hierboven genoemde hoogtepunten uit zijn oeuvre weer met enige regelmaat voorbij (gelukkig heb ik het vinyl van Pressure Drop ondanks de wat smakeloze hoes nooit weg gedaan).

Ook Double Fun is gestoken in een hoes die de tand des tijds niet goed heeft doorstaan, maar dat geldt gelukkig niet voor de muziek op het album, die laat horen dat Robert Palmer op zijn beste albums echt heel erg goed was. De Britse muzikant is uiteindelijk vooral bekend geworden door zijn grote hits uit de jaren 80, maar als ik moet kiezen, kies ik toch voor de zwoele en aangenaam broeierige soul van onder andere Double Fun. Erwin Zijleman

Robert Plant - Carry Fire (2017)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robert Plant - Carry Fire - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Robert Plant viert volgend jaar zijn zeventigste verjaardag, maar is als muzikant gelukkig nog altijd zeer actief.

Dat zag er in de tweede helft van de jaren 70 heel anders uit. Zijn band Led Zeppelin had vanaf 1969 de hardrock op de kaart gezet en vervolgens verrijkt met allerlei invloeden, maar na de revolutie van de punk in 1977 werd de band opeens geschaard onder de rockdinosaurussen die bij voorkeur een kopje kleiner moesten worden gemaakt.

Led Zeppelin hield het nog vol tot de dood van drummer John Bonham, in 1979 maar was op dat moment al geen schim meer van zichzelf.

Robert Plant begon aan het begin van de jaren 80, toen de punk storm weer was gaan liggen, voortvarend aan zijn solocarrière, maar na twee sterke platen (Pictures at Eleven uit 1982 en The Principle Of Moments uit 1983) zakte het flink in en maakte Robert Plant pas weer een echt goede plaat toen hij halverwege de jaren 90 werd herenigd met Led Zeppelin gitarist Jimmy Page.

Sinds het begin van het nieuwe millennium maakt Robert Plant weer soloplaten en verkeert hij wat mij betreft in topvorm. Het heeft een stapeltje hele goede platen opgeleverd met Band Of Joy uit 2010 als mijn persoonlijke favoriet en het samen met Alison Krauss gemaakte Raising Sand uit 2007 als de kers op de taart.

Het deze week verschenen Carry Fire is de opvolger van het uit 2014 stammende lullaby and... The Ceaseless Roar en werd voor een belangrijk deel gemaakt met dezelfde muzikanten, die ook dit keer zijn verenigd onder de naam The Sensational Space Shifters. Ook in muzikaal opzicht ligt Carry Fire in het verlengde van zijn voorganger, maar ik vind het persoonlijk een betere plaat.

Op Carry Fire eert Robert Plant nadrukkelijk zijn eigen muzikale erfenis. De plaat heeft flink wat raakvlakken met het meer folk georiënteerde werk van Led Zeppelin en sluit ook meer dan eens aan op de flirts met wereldmuziek op de platen die hij samen met Jimmy Page maakte en op zijn recente soloplaten.

Robert Plant eert zijn verleden op geheel eigen wijze en weet dat hij niet meer de jonge god uit de jaren 70 is. In vocaal opzicht is Carry Fire daarom meer ingetogen dan we van het grootste deel van het oeuvre van Robert Plant gewend zijn, maar de Brit beschikt nog steeds over een bijzonder en uit duizenden herkenbaar stemgeluid, ook al zit er inmiddels een flinke laag gruis en kwetsbaarheid op de stembanden.

Carry Fire is een plaat vol haakjes naar een rijk muzikaal verleden, maar Robert Plant blijft ook nieuwe stappen zetten, waardoor hij nog altijd muziek maakt die intrigeert en inspireert en er daarom zeer toe doet.

Bij beluistering van de nieuwe plaat van de Britse grootheid hoor ik zoals gezegd flink wat raakvlakken met de folky kant van Led Zeppelin, maar de roemruchte band klonk nooit zo als op Carry Fire. Robert Plant en zijn band maken op Carry Fire vrij makkelijk indruk met lekker in het gehoor liggende en vaak tijdloze folk- en rocksongs, maar wanneer je de plaat vaker beluistert, hoor je pas goed hoe knap het allemaal in elkaar steekt en hoe Robert Plant en zijn band meerdere invloeden aan elkaar weten te smeden tot een bijzonder geluid.

Dan pas hoor je alle bijzondere muzikale accenten, de bezwerende ritmes en de bijzondere sfeer op de plaat en hoor je bovendien hoe mooi en gevoelig Robert Plant zingt op zijn nieuwe plaat. Carry Fire bevat een aantal heerlijke rocksongs met een hoofdrol voor de gitaren, maar ook flink wat meer breekbare songs vol bezwering en mysterie. Het zorgt voor een plaat die behoort tot het betere werk van Robert Plant en dat mag best een prestatie van formaat worden genoemd, als is het maar vanwege zijn leeftijd en zijn enorme staat van dienst. Erwin Zijleman

Robert Plant - Saving Grace (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Robert Plant with Suzi Dian - Saving Grace - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Robert Plant with Suzi Dian - Saving Grace
Voormalig Led Zeppelin zanger Robert Plant slaat als solomuzikant steeds weer andere wegen in en maakt ook met het deze week verschenen en echt opvallend mooie Saving Grace weer behoorlijk wat indruk

Toen Led Zeppelin in 1980 uit elkaar viel werd vooral veel verwacht van de solocarrière van gitarist Jimmy Page, maar die van zanger Robert Plant bleek echter een stuk succesvoller. Het oeuvre van Robert Plant is inmiddels flink uitgedijd en het is een oeuvre dat wat betreft genres een zeer breed terrein bestrijkt. De Britse muzikant heeft zich voor zijn nieuwe album omringd met een aantal geweldige muzikanten en zangeres Suzi Dian. Het was de afgelopen maanden al op het podium te zien, maar de muzikale en vocale hoogstandjes zijn nu ook te horen op Saving Grace, dat nog een fantastisch album toevoegt aan het bijzondere oeuvre van de voormalige Led Zeppelin zanger.

In 1980 overleed Led Zeppelin drummer John Bonham en viel direct het doek voor een van de meest legendarische rockbands aller tijden. Het is inmiddels 45 jaar geleden en in die 45 jaar heeft met name zanger Robert Plant laten horen dat er leven is na Led Zeppelin. De solocarrière van Robert Plant duurt inmiddels een stuk langer dan die van zijn voormalige band en het is een carrière die absoluut opvallend en indrukwekkend mag worden genoemd.

De Britse zanger maakte eerst een aantal albums die naadloos aansloten bij de rockmuziek die in de jaren 80 werd gemaakt, ging vervolgens samen met Led Zeppelin gitarist Jimmy Page op zoek naar de wortels van Led Zeppelin in de folk en de blues, werkte hierna zeer succesvol samen met bluegrass zangeres Alison Krauss om tenslotte weer een aantal interessante soloalbums te maken. In de tussentijd waren er ook nog een aantal andere interessante projecten, waarvan het uitstapje met The Honeydrippers het bekendst is.

Eerder dit jaar was Robert Plant samen met zangeres Suzi Dian en een aantal geweldige andere muzikanten te zien op de podia in Europa en deze week is een nieuw album van de Britse muzikant verschenen. De naam van Robert Plant staat het grootst vermeld op de cover van Saving Grace, maar ook de naam van Suzi Dian heeft terecht een plekje gekregen.

Iedereen die Robert Plant eerder dit jaar op het podium aan het werk zag, weet wat je ongeveer kunt verwachten op Saving Grace, al zijn de op het podium gespeelde versies van Led Zeppelin songs achterwege gelaten. Het nieuwe album van Robert Plant bevat wel een aantal folk- en bluessongs en traditionals en songs van onder andere Low, The Low Anthem en Sarah Siskind.

Ook op zijn nieuwe album maakt Robert Plant geen geheim van zijn liefde voor traditionele Amerikaanse rootsmuziek en Britse folk. Het is een liefde die op fraaie wijze wordt geuit met een geweldig spelende band, waarin met name de snarenwonders opvallen. In muzikaal opzicht is Saving Grace niet alleen een mooi, maar ook een spannend album.

De muzikanten op het album laten zich enerzijds beïnvloeden door traditionele folk, blues en gospel, maar voorzien de muziek op Saving Grace ook van een wat mystiek en bezwerend karakter. Het snarenwerk op het album is om je vingers bij af te likken, maar het is ook muziek vol bijzondere wendingen en fraaie spanningsbogen.

Robert Plant is inmiddels een totaal andere zanger dan hij was bij Led Zeppelin, wat gezien de vele decennia die zijn verstreken ook niet zo gek is, maar de Britse muzikant is nog verrassend goed bij stem. Hij heeft bovendien in Suzi Dian de perfecte metgezel gevonden. Net als de stem van Alison Krauss past ook de stem van Suzi Dian uitstekend bij die van Robert Plant, waardoor er naast muzikaal vuurwerk ook flink wat vocaal vuurwerk is te horen op Saving Grace.

Het komt samen in een opvallende selectie songs, die uit verschillende genres komen. Het maakt niet zoveel uit voor het geluid op Saving Grace, want Robert Plant, Suzi Dian en de uitstekende andere muzikanten die zijn te horen op het album, maken hun eigen songs van de songs op Saving Grace. De zeer realistisch uitziende aankondiging van een afscheidstournee van Led Zeppelin in 2026 bleek helaas nepnieuws, maar het nieuwe album van Robert Plant maakt veel goed. Erwin Zijleman

Robert Plant | Alison Krauss - Raise the Roof (2021)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robert Plant & Alison Krauss - Raise The Roof - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Robert Plant & Alison Krauss - Raise The Roof
Alison Krauss en Robert Plant gaan op Raise The Roof verder waar klassieker Raising Sand veertien jaar geleden ophield, maar er zit nog geen sleet op de muzikale chemie tussen de twee

Waar Raising Sand, de eerste samenwerking tussen Alison Krauss en Robert Plant, veertien jaar geleden een daverende verrassing was, is het deze week verschenen Raise The Roof eerder meer van hetzelfde. Meer van hetzelfde, maar wel net zo goed of misschien zelfs wel beter. Een topproducer, geweldige muzikanten, een smaakvolle selectie covers, maar vooral twee totaal verschillende stemmen, die uitstekend bij elkaar blijken te passen en die elkaar steeds weer naar grote hoogten tillen. Raise The Roof is wat donkerder en broeieriger dan zijn voorganger en hierdoor net wat bezwerender dan de inmiddels tot een klassieker uitgegroeide voorganger. Prachtplaat, wederom.

Precies veertien jaar geleden doken Alison Krauss en Robert Plant op met het album Raising Sand. De combinatie van de doorleefde strot van de voormalige zanger van Led Zeppelin en het engelachtige keeltje van de meest succesvolle bluegrass zangeres van dat moment, was op voorhand een onwaarschijnlijke combinatie, maar wat pakte het prachtig uit. Op Raising Sand bleken de stemmen van de twee prachtig bij elkaar te kleuren en deden de geweldige productie van T-Bone Burnett en de fraaie bijdragen van topmuzikanten als Jay Bellerose, Dennis Crouch, Marc Ribot en Greg Leisz de rest.

Alison Krauss en Robert Plant vertolkten, buiten een song van Led Zeppelin, op Raising Sand uitsluitend songs van anderen en maakten er op knappe wijze hun eigen songs van. Na Raising Sand, dat terecht hoog stond genoteerd in heel wat aansprekende jaarlijstjes, gingen de twee weer elk hun eigen weg en bouwde met name Robert Plant verder aan een indrukwekkend solo oeuvre.

Er wordt al vele jaren gesproken over een hernieuwde samenwerking tussen Alison Krauss en Robert Plant en deze week is het dan eindelijk zo ver. Hoewel er een kloof van maar liefst veertien jaar tussen de twee albums zit, gaat Raise The Roof bijna naadloos verder waar Raising Sand in 2007 ophield.

Ook voor hun nieuwe album deden Alison Krauss en Robert Plant een beroep op topproducer T-Bone Burnett en ook de muzikanten zijn deels dezelfde als veertien jaar geleden, want ook dit keer horen we onder andere de prachtige gitaarlijnen van Marc Ribot, het uitstekende baswerk van Dennis Crouch en het inventieve drumwerk van Jay Bellerose.

Raise The Roof is een logisch vervolg op het uitvoerig geprezen Raising Sand, maar is natuurlijk niet de sensationele verrassing die de eerste samenwerking tussen de twee muzikanten wel was. Desondanks valt er ook op Raise The Roof meer dan genoeg te genieten en is ook het tweede album van Alison Krauss en Robert Plant een topalbum.

De stemmen van Alison Krauss en Robert Plant, die nog wat meer ingetogen is gaan zingen en nauwelijks meer herinnert aan de zanger van de grootste rockband aller tijden, passen nog altijd prachtig bij elkaar en staan meer dan eens garant voor kippenvel, zeker wanneer Alison Krauss op de voorgrond treedt.

De productie van T-Bone Burnett is, zoals altijd, feilloos en klinkt misschien net wat donkerder en broeieriger dan die op het vorige album. Ook dit keer spelen er weer topmuzikanten mee op het album en dat hoor je, zeker in het fantastische gitaarwerk (waarvoor dit keer ook Bill Frisell tekent), het vaak gecompliceerde drumwerk en de hier en daar opduikende pedal steel.

Aan subtiel vocaal en muzikaal spierballenvertoon is er ook dit keer geen gebrek, maar ook met de songs is dit keer niets mis. Alison Krauss en Robert Plant kozen ook dit keer voornamelijk voor het uitvoeren van songs van anderen (het album bevat één song van Robert Plant) en de selectie van covers is smaakvol, al is het maar omdat Alison Krauss en Robert Plant diep in de geschiedenis van de Britse en de Amerikaanse muziek duiken en zowel kiezen voor klassiekers als voor obscure parels, waar ze vervolgens hun eigen songs van maken.

Natuurlijk maakt Raise The Roof niet die onuitwisbare indruk die Raising Sand in 2007 door alle verrassing maakte, maar nu ik het album een paar keer heb beluisterd, durf ik wel te zeggen dat de albums in kwalitatief opzicht niet voor elkaar onder doen en misschien vind ik het nieuwe album nog wel wat beter dan die onaantastbare klassieker uit 2007.

Zeker de wat meer uptempo songs op het album slepen je makkelijk mee in de muzikale wereld van Alison Krauss en Robert Plant, maar ook als de twee vooral moeten vertrouwen op hun vocale capaciteiten maken ze makkelijk indruk. Raise The Roof is al met al een zeer waardig opvolger van Raising Sand en dat is na al die jaren een hele knappe prestatie. Erwin Zijleman

Robert Vincent - In This Town You're Owned (2020)

poster
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robert Vincent - In This Town You're Owned - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Robert Vincent - In This Town You're Owned
De vijver met rootsalbums zit momenteel werkelijk overvol, maar het fraaie nieuwe album van de Britse muzikant Robert Vincent zou ik er zeker uitvissen

Een mooie instrumentatie, een warmbloedige productie, goede en aanstekelijke songs, een veelheid aan invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en ook nog eens een uitstekende stem. Het zijn de basisingrediënten van In This Town You’re Owned van de Britse singer-songwriter Robert Vincent. Aan de hand van de gerenommeerde producer Ethan Johns zet de muzikant uit Liverpool op zijn derde album grote stappen en levert hij een album op dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek alle kanten op schiet en stiekem ook nog een beetje van thuisbasis Liverpool meepikt. Luisteren en je bent verkocht.

Robert Vincent is een Britse singer-songwriter, die met In This Town You’re Owned zijn derde album heeft uitgebracht. De eerste twee ken ik niet, maar het nieuwe album van de Britse muzikant vond ik direct bij eerste beluistering geweldig.

De titeltrack waarmee het nieuwe album opent, trekt direct de aandacht met de uitstekende stem van Robert Vincent, maar het is ook een aanstekelijke song, die ook nog eens prachtig is ingekleurd, met fraaie vioolklanken als kers op de taart.

Wat voor de openingstrack geldt, geldt ook voor de rest van het album. Robert Vincent toont zich op In This Town You’re Owned een uitstekend zanger en een getalenteerd songwriter, die tekent voor songs die lekker in het gehoor liggen, maar die ook opvallen door muzikaal vakmanschap.

Robert Vincent is zoals gezegd Brits, maar op zijn nieuwe album klinkt hij vooral Amerikaans. In This Town You’re Owned maakt de Britse singer-songwriter Amerikaanse rootsmuziek in de breedste zin van het woord. Folk domineert op het album, maar Robert Vincent maakt ook uitstapjes richting omliggende genres en heeft hier en daar een zwak voor oude rock ’n roll.

In This Town You’re Owned is niet alleen een prachtig klinkend album, maar het is ook een verrassend veelzijdig album. Het ene moment tekent de Britse muzikant voor een uptempo rock ’n roll songs, om vervolgens moeiteloos over te stappen op een zich langzaam voortslepende en soulvolle ballad. De instrumentatie is keer op keer zeer trefzeker en kleurt bovendien prachtig bij de stem van Robert Vincent, die steeds weer indruk maakt als zanger, ook als hij zich laat bijstaan door meerdere achtergrondvocalisten.

De Britse muzikant kan zoals gezegd in meerdere uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit de voeten en staat steeds weer garant voor tijdloze klanken en een emotievolle voordracht. De warmbloedige klanken op het album verraden de hand van een ervaren producer. Dat klopt, want de muzikant uit Liverpool wist niemand minder dan Ethan Johns te strikken voor de productie van zijn nieuwe album. De gelouterde producer (zoon van de legendarische Glyn Johns, die werkte met de groten der aarde) weet zelf heel goed hoe een tijdloos rootsalbum moet klinken, maar heeft ook een indrukwekkend CV, waarop de namen van onder andere Ryan Adams, Paul McCartney, Ray LaMontagne en Laura Marling prijken.

Ook Robert Vincent profiteert nadrukkelijk van de vaardigheden van Ethan Johns en heeft op zijn nieuwe album een, naar verluidt vrijwel live opgenomen, geluid dat aanvoelt als een warm bad. Het is een warm bad waarin de bijzonder mooie en ook karakteristieke stem van de muzikant uit Liverpool uitstekend gedijt.

In This Town You’re Owned is een rootsalbum dat direct aangenaam aanvoelt, maar de songs van Robert Vincent worden beter als je ze een paar keer hebt gehoord. Het is de afgelopen jaren dringen in dit genre, maar Robert Vincent kan de concurrentie met zijn Britse en Amerikaanse soortgenoten aan dankzij een betere stem, betere songs en een prachtige instrumentatie en productie. In This Town You’re Owned is pas mijn eerste kennismaking met de muziek van Robert Vincent, maar het is een kennismaking die naar veel en veel meer smaakt. Erwin Zijleman

Robert Wyatt - Rock Bottom (1974)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Robert Wyatt - Rock Bottom (1974) - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Robert Wyatt - Rock Bottom (1974)
De Britse muzikant en voormalig Soft Machine drummer Robert Wyatt kwam in 1973 in een rolstoel terecht na een ongeval, maar zat niet bij de pakken neer en maakte het lastig te doorgronden maar ook mooie Rock Bottom

Toen ik Rock Bottom heel lang geleden voor de eerste keer hoorde kon ik er echt niets mee. Dat is heel lang zo gebleven, maar uiteindelijk is het kwartje toch nog gevallen. Robert Wyatt maakte het album na een zwaar ongeval, dat op Rock Bottom deels wordt verwerkt. Het album bevat invloeden uit de Canterbury scene, progrock, jazzrock, psychedelica en avant-garde en verwerkt al deze invloeden in een bijzonder geluid dat soms ontroerend mooi is, maar ook behoorlijk experimenteel kan zijn. Het tweede soloalbum van Robert Wyatt is zeker geen makkelijk album, maar neem er de tijd voor en de bijzondere schoonheid komt langzaam maar zeker aan de oppervlakte.

Er is een tijd geweest dat ik gek was op progrock, of symfonische rock zoals het toen werd genoemd. Het is een jeugdliefde, of jeugdzonde, waar ik veel tijd in heb gestoken, want toen ik alle grote albums in het genre had beluisterd, ging ik op zoek naar albums die raakten aan het genre. Dat deed ik in het pre-Internet tijdperk allemaal met behulp van OOR’s popencyclopedie en een Brits boekwerk waarvan ik de naam ben vergeten.

Een van de albums die ik op deze manier ontdekte was Rock Bottom van de Britse muzikant Robert Wyatt. Het is een album dat ik naar verluidt blind kon kopen en dat deed ik dan ook. Het album verdween echter al snel in de kast, want ik kon er ondanks een aantal pogingen geen chocola van maken. Ik kwam het album een paar weken geleden weer tegen in een lijstje met de beste albums van 1974 en was nieuwsgierig of ik nu wel uit de voeten zou kunnen met het meesterwerk van Robert Wyatt.

Robert Wyatt werd overigens bekend als drummer van de Britse band Soft Machine, maar begon aan het begin van de jaren 70 aan een solocarrière. Na de release van zijn eerste soloalbum viel hij tijdens een feestje uit een raam en sindsdien zit de Britse muzikant in een rolstoel. Drummen zat er niet echt meer in, maar dat hij nog steeds bijzondere muziek kon maken, liet hij horen op Rock Bottom.

Ik kon er inmiddels heel wat jaren geleden zoals gezegd echt niet mee uit de voeten, maar inmiddels hoor ik de schoonheid van het album, al gaat dat nog altijd niet vanzelf. Rock Bottom bevat zes lange tracks en werd geproduceerd door Pink Floyd drummer Nick Mason. Robert Wyatt haalde ook een aantal muzikale vrienden naar de Britse studio’s waar het album werd opgenomen, onder wie Richard Sinclair, Mike Oldfield en Fred Frith.

Als ik nu luister naar Rock Bottom hoor ik waarom het album halverwege de jaren 70 werd gelinkt aan symfonische rock, want hier en daar hoor je duidelijke overeenkomsten met de wat complexere progrock. Het is zeker niet het enige genre dat ik hoor op het album. Rock Bottom werd misschien nog wel steviger beïnvloed door muziek uit de Canterbury scene en bevat bovendien invloeden uit de psychedelica, de avant-garde en de jazzrock, zeker wanneer blazers worden toegevoegd.

Rock Bottom is bij vlagen een wonderschoon album met betoverend mooie klanken en bezwerende zang van Robert Wyatt. Het doet dan af en toe wel wat denken aan de muziek die Peter Gabriel maakte op zijn eerste soloalbum, maar Rock Bottom heeft ook een andere kant. De lange tracks op het album bieden ook flink wat ruimte aan het experiment en aan lange passages waarin het vooral om de textuur gaat en de standaard popsong heel ver uit het oog is verloren.

Ik vond het in eerste instantie oneerbiedig gezegd vooral een hoop gepiel, maar Rock Bottom komt beter tot zijn recht wanneer je de aandacht volledig op het album richt en de muziek van Robert Wyatt met enig geduld beluistert. Ik begrijp inmiddels volledig waarom ik lang geleden niets kon met het album, maar ik begrijp inmiddels ook waarom het album in 1974 kon rekenen op zeer positieve recensies en nog altijd wordt gezien als een meesterwerk of in ieder geval als een cultalbum. Het is bovendien een album dat meer dan 50 jaar na de release door de critici nog steeds hoog zou worden gewaardeerd, als het nu zou worden uitgebracht, wat op zijn minst bijzonder is. Erwin Zijleman

Robin Borneman - Folklore I (2015)

Alternatieve titel: The Waving Days

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robin Borneman - Folkore I: The Waving Days - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Robin Borneman is een Nederlandse singer-songwriter, die een paar jaar geleden in kleine kring aandacht trok met zijn debuut Home.

Opvolger Folklore is een buitengewoon ambitieuze, maar ook buitengewoon indrukwekkende plaat geworden. De nu verschenen plaat is het eerste deel van een trilogie die de komende jaren vorm moet gaan krijgen.

De muziek van Robin Borneman is folky, aardedonker en zeer verhalend, waardoor Folklore I: The Waving Days zich laat beluisteren als een spannend boek.

In muzikaal opzicht heeft de muziek van Robin Borneman raakvlakken met de muziek van 16 Horsepower, Gavin Friday, Johnny Cash en vooral Nick Cave. Robin Borneman draagt zijn teksten zo af en toe bijna voor en doet dat op zulke indringende wijze dat je alleen maar verdwaald kunt en wilt raken in het donkere bos dat Folklore is.

In muzikaal opzicht schakelt de plaat tussen ingetogen en beklemmende passages en wat meer uptempo stukken, waarbij een veelzijdig maar trefzeker instrumentarium wordt ingezet, dat de plaat af en toe ook voorziet van een dromerige of zelfs licht psychedelische sfeer.

Robin Borneman past zijn vocalen hier perfect op aan, zodat hij het ene moment even dromerig klinkt als Nick Drake, het volgende moment uitbarst als Nick Cave en Tom Waits dit kunnen doen, maar ook kan ontroeren zoals Gavin Friday dat zo goed kon op zijn memorabele debuut. Robin Borneman kan hierbij niet alleen prachtig voordragen, maar heeft ook een mooie zangstem, wat de plaat voorziet van veel variatie en dynamiek.

Het levert een plaat op die direct boeit vanwege het verhalende en indringende karakter, maar die ook nog lang aan schoonheid blijft winnen. Op het eerste gehoor klinkt Folklore misschien wat pretentieus en soms theatraal, maar uiteindelijk pakt de plaat je vooral in door zijn intensiteit en schoonheid. Bijzondere plaat. Laat deel 2 en 3 ook maar komen. Erwin Zijleman

Robin Kester - Dark Sky Reserve (2025)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Robin Kester - Dark Sky Reserve - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Robin Kester - Dark Sky Reserve
Met Honeycomb Shades leverde Robin Kester in 2023 een prachtig album met internationale allure af, maar met het deze week verschenen Dark Sky Reserve laat de Nederlandse muzikante horen dat de lat nog veel hoger kan

Direct bij eerste beluistering van het nieuwe album van Robin Kester weet je dat je naar een heel bijzonder album aan het luisteren bent. De Nederlandse muzikante heeft ook haar nieuwe album weer voorzien van een geluid dat bestaat uit vele lagen waarin van alles gebeurt. Ook als Dark Sky Reserve voor de zoveelste keer voorbij komt word je nog verrast door al het moois en bijzonders dat voorbij komt. De avontuurlijke instrumentatie van het album wordt gecombineerd met de bijzonder mooie stem van Robin Kester en alles komt samen in aansprekende popsongs, die lekker in het gehoor liggen, maar je ook steeds weer weten te verbazen. Jaarlijstjesmateriaal, dat is zeker, en niet alleen in Nederland.

Het is indrukwekkend hoeveel groei de Nederlandse muzikante Robin Kester in slechts een paar jaar tijd heeft laten horen. Het mini-album This Is Not A Democracy was precies vijf jaar geleden mijn eerste kennismaking met haar muziek en het was er een die veel indruk maakte.

Op het mini-album maakt Robin Kester fantasievol ingekleurde en vooral dromerige popsongs, waarin ze een flink aantal invloeden verwerkt en die opvallen door haar bijzonder mooie stem. Ik vergeleek This Is Not A Democracy met het werk van Kate Bush en dat is vergelijkingsmateriaal dat ik maar zeer zelden noem.

Het mini-album werd aan het begin van 2023 gevolgd door het officiële debuutalbum van de Rotterdamse muzikante en Honeycomb Shades bleek nog een stuk beter dan zijn voorganger uit 2020. Ook Honeycomb Shades maakte Robin Kester samen met Marien Dorleijn, bekend van de band Moss, en met zijn tweeën voorzagen ze het album van een prachtig geluid.

Het is een gelaagd geluid waarin zowel organische als elektronische klanken een rol spelen en waarin zowel invloeden uit de jaren 80 en 90 als invloeden uit het heden zijn te horen. Het past wederom prachtig bij de zang van Robin Kester, die nog wat meer indruk maakt als zangeres.

Na de uitstekende EP Patch van vorig jaar is deze week het uitstekende tweede volwaardige album van de Nederlandse muzikante verschenen. Dark Sky Reserve laat direct vanaf de openingstrack het inmiddels bekende Robin Kester geluid horen, maar het klinkt allemaal weer net wat mooier en beter en toch ook net wat anders dan op haar vorige album.

Voor de productie deed Robin Kester dit keer een beroep op de Britse producer Ali Chant, die eerder werkte met onder andere King Hannah, PJ Harvey, Katy J Pearson en Aldous Harding. Dark Sky Reserve ligt deels in het verlengde van Honeycomb Shades en This Is Not A Democracy. Ook op het nieuwe album worden organische en elektronische klanken op fraaie wijze gecombineerd en ook dit keer hoor je op zijn minst flarden uit de popmuziek van de jaren 80 en 90.

Ook de stem van Robin Kester is inmiddels bekend, al vind ik de zang op Dark Sky Reserve weer net wat mooier en indringender. Het geluid is nog altijd dromerig, maar ook wat directer en ook voorzien van net wat andere accenten, waaronder bijdragen van blazers, strijkers en echt heerlijke basloopjes. Het klinkt nog altijd onmiskenbaar als Robin Kester, maar de Rotterdamse muzikant heeft haar muziek ook verder verrijkt met invloeden uit de jaren 70 en hier en daar wat Franse pop, waaronder zeker de muziek van Air.

De concurrentie in het genre waarin Robin Kester opereert is momenteel moordend, maar Dark Sky Reserve klinkt echt anders dan de meeste andere albums van het moment. De muziek van Robin Kester was altijd al rijk en gelaagd, maar op haar nieuwe album duiken nog veel meer mooie verrassingen op en ook de haar stem is zeker onderscheidend.

Dark Sky Reserve had van mij veel langer mogen duren dan ruim een half uur, maar in het ruime half uur dat het album duurt zit je op het puntje van je stoel. Het is dan ook niet zo gek dat Robin Kester met haar nieuwe album ook internationaal opduikt in lijstjes met nieuwe albums, maar het is nog even wachten op een jubelrecensie van bijvoorbeeld Pitchfork, dat toch ook alleen maar concluderen dat Robin Kester een prachtalbum heeft afgeleverd. Erwin Zijleman

Robin Kester - Honeycomb Shades (2023)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robin Kester - Honeycomb Shades - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Robin Kester - Honeycomb Shades
De Nederlandse muzikante Robin Kester levert met Honeycomb Shades een bijzonder mooi en in kwalitatief opzicht hoogstaand debuutalbum af, dat de torenhoge verwachtingen moeiteloos overtreft

Het is een tijd stil geweest rond Robin Kester, maar met de release van haar debuutalbum Honeycomb Shades is de Nederlandse muzikante helemaal terug. Na het uitstekende mini-album This Is Not A Democracy uit 2020 lag de lat hoog, maar Honeycomb Shades is nog veel beter. Dat hoor je vooral in de aansprekendere en bijzonder knap in elkaar zittende songs, maar ook in vocaal, muzikaal en productioneel opzicht heeft Robin Kester flinke stappen gezet. Honeycomb Shades betovert elf songs lang met prachtige arrangementen, hoge spanningsbogen en muzikaal avontuur en laat horen dat Robin Kester in Nederland, maar ook daarbuiten, met de besten mee kan.

De Nederlandse muzikante Robin Kester brengt deze week met Honeycomb Shades dan eindelijk haar eerste album uit. De muzikante uit Rotterdam debuteerde in 2018 veelbelovend met de EP Peel The Skin, die op zijn minst een bijzondere stem en eigenzinnige songs liet horen. Vervolgens verscheen in 2023 het mini-album This Is Not A Democracy, dat Robin Kester samen met Moss-voorman Marien Dorleijn maakte. De zeven songs op This Is Not A Democracy maakten indruk met bijzondere arrangementen en uiteenlopende invloeden, maar ook in vocaal opzicht was Robin Kester de belofte inmiddels ver voorbij.

Op het deze week verschenen Honeycomb Shades laat de Nederlandse muzikante horen dat ze nog veel beter kan dan op het terecht veelvuldig geprezen mini-album uit 2020. Ook Honeycomb Shades maakte ze samen met Marien Dorleijn, die over een eigen studio beschikt, waardoor er alle tijd was om de songs op het album te vervolmaken en dat hoor je terug in de kwaliteit van de songs.

Het debuutalbum van Robin Kester bevat een aantal ingrediënten die we kennen van Peel The Skin en This Is Not A Democracy. De Rotterdamse muzikante beschikt over een mooie en karakteristieke stem, laat zich niet makkelijk in een hokje duwen en heeft een goed gevoel voor bijzondere arrangementen. De stem van Robin Kester en de fraaie arrangementen op het album krijgen een flinke boost door het mooie geluid op het album, wat deels de verdienste is van de topkrachten die werden aangetrokken voor de mix en het masteren van het album.

De arrangementen klinken niet alleen een stuk beter dan die op This Is Not A Democracy, maar bestaan ook uit meer lagen, waarin organische en elektronische klanken op elkaar worden gestapeld. Robin Kester werd ooit onthaald als folky, maar dat etiket is ze al lang ontgroeid. Honeycomb Shades staat vol met bijzonder aangenaam klinkende popliedjes vol invloeden en vol verrassende ingrediënten, waaronder voorzichtig ontsporende gitaren en wolken zweverige synths.

Het doet me af en toe wel wat denken aan de muziek van Weyes Blood, maar nog veel meer aan de muziek die Tessa Rose Jackson maakt als Someone, bijvoorbeeld op het eerder dit jaar verschenen prachtalbum Owls. Owls is voor mij een van de onbetwiste hoogtepunten van het nog prille muziekjaar 2023 en krijgt nu gezelschap van Honeycomb Shades van Robin Kester.

Net als Tessa Rose Jackson slaagt Robin Kester er op haar debuutalbum in om te grossieren in 24 karaat popsongs. Het zijn popsongs met hier en daar flarden uit de jaren 80 en 90, maar de songs van de muzikante uit Rotterdam klinken ook absoluut eigentijds. Honeycomb Shades blinkt uit door de zeer fraaie arrangementen, maar ook de dynamiek in de songs en de wijze waarop Robin Kester haar songs opbouwt dwingen respect af.

Het debuutalbum van Robin Kester imponeert elf songs lang in vocaal, muzikaal en productioneel opzicht, maar is ook nog eens een persoonlijk album, waarop de Rotterdamse muzikante terugkijkt naar ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden en zichzelf niet ontziet. Elf songs lang sleept Robin Kester er van alles bij en slaagt ze er in om steeds weer net wat anders te klinken, maar alles op haar debuutalbum is even mooi en indrukwekkend.

Door de coronapandemie en de lange wachtrijen voor de vinylperserijen hebben we behoorlijk lang moeten wachten op Honeycomb Shades, maar de inmiddels tot bijna onrealistische hoogten gestegen verwachtingen worden moeiteloos overtroffen met dit prachtige album. Erwin Zijleman

Robin Kester - This Is Not a Democracy (2020)

poster
4,0
We moeten het voorlopig doen met een mini-album van Robin Kester, maar het is wel een hele mooie, die van de Nederlandse muzikante een hele grote belofte voor de toekomst maakt

This Is Not A Democracy van de Nederlandse singer-songwriter Robin Kester bevat 22 minuten muziek en het zijn 22 minuten van een bijzondere schoonheid. Het zijn 22 minuten waarin de instrumentatie altijd bijzonder is. Soms domineren de gitaren, soms overheersen de synths, soms klinkt het psychedelisch, soms is het folky, maar het is altijd spannend. De mooie stem van Robin Kester past prima bij de vaak dromerige klanken en tilt de tweede release van de Nederlandse muzikante nog wat verder op. This Is Not A Democracy laat een eigen geluid horen en het is een geluid dat zeer nieuwsgierig maakt naar de volgende muzikale verrichtingen van Robin Kester.

Er komt op het moment zoveel uit dat ik me noodgedwongen beperk tot volledige albums en EP’s of mini-albums al bij voorbaat terzijde schuif. Dat er vandaag toch een mini-album opduikt is dan ook best bijzonder en het heeft alles te maken met de kwaliteit van de muziek op dit album Het is muziek van de Nederlandse singer-songwriter Robin Kester, die twee jaar geleden met Peel The Skin ook al een prima EP afleverde en nu met This Is Not A Democracy haar oeuvre meer dan verdubbelt.

This Is Not A Democracy bevat zeven songs en heeft een speelduur van 22 minuten, wat voor een mini-album een heel behoorlijke speelduur is. De Nederlandse singer-songwriter maakte haar nieuwe muziek samen met de van Moss bekende Marien Dorleijn, die over een eigen studio beschikt. De twee hebben een mooi en bijzonder geluid in elkaar geknutseld.

Het is een geluid dat opvalt door zweverige en wat ouderwets klinkende synths, soms diepe bassen en heerlijk gitaarwerk. Het is een geluid dat vaak wat psychedelisch en nostalgisch (denk vooral aan de jaren 70) aan doet en dat past weer prachtig bij de dromerige stem van Robin Kester.

Die heldere en dromerige stem is een constante op This Is Not A Democracy en dat geldt ook voor de bijzondere sfeer op het album, maar verder kan het meerdere kanten op. De fraaie openingstrack wordt gedragen door zweverige synths en heeft een bijna bezwerende uitwerking, maar in de track die volgt domineren de gitaren en laat Robin Kester horen dat ze ook met dromerige folky songs uit de voeten kan.

In alle songs op This Is Not A Democracy speelt de instrumentatie een voorname rol. Gitaren draaien prachtig tegen elkaar in, worden verder omhoog getild door een fraaie blazerspartij of worden langzaam maar zeker verdrongen door de bijzonder klinkende synths op het album, die je vaak mee terug nemen naar elektronische muziek van een aantal decennia geleden, maar die ook opeens verrassend eigentijds kunnen klinken.

Met de bijzondere instrumentatie op haar mini-album slaagt Robin Kester er in om een bijzonder muzikaal universum te creëren en met dit universum onderscheidt ze zich makkelijk van haar talloze soortgenoten, want aan jonge vrouwelijke singer-songwriters is er momenteel nationaal en internationaal zeker geen gebrek.

This Is Not A Democracy klinkt vaak sprookjesachtig en dromerig, maar wanneer de elektronica wat donkerder van tint is, kan de muziek van de Nederlandse singer-songwriter ook dreigend of zelfs beklemmend klinken. Het zorgt er voor dat This Is Not A Democracy je steeds weer weet te verrassen en hoe vaker ik naar de muziek van Robin Kester luister, hoe mooier het allemaal wordt, ook omdat de stem van Nederlandse muzikante minstens net zo betovert als de fraaie instrumentatie.

Het is een stem die het eigen gezicht van This Is Not A Democracy nog wat meer vorm geeft. Af en toe heeft het wel wat van Kate Bush, zonder dat het op de muziek van de Britse muzikante lijkt, wat moet worden beschouwd als een enorm compliment aan Robin Kester. Het zijn misschien maar 22 minuten, maar het zijn 22 minuten van een hele bijzondere schoonheid. This Is Not A Democracy doet absoluut uitzien naar een volwaardig album van de Nederlandse muzikante, maar dit prachtige mini-album zou ik ook zeker niet laten liggen. Erwin Zijleman

Robyn - Honey (2018)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robyn - Honey - dekrentenuitdepop.blogspot.com

In eerste instantie omarmd als ‘guilty pleasure’ maar ik hoor toch steeds meer diepgang in de elektronische popliedjes van Robyn

Robyn had ik een jaar of 13 geleden hoog zitten, maar toen ik een maand of twee geleden voor het eerst naar Honey luisterde viel het me toch wat tegen. Weinig nieuws onder de zon, al klonk het allemaal wel weer bijzonder lekker. Leuk om bij af te wassen maar verder? Honey is echter een groeiplaat die steeds meer moois laat horen. Met name in de onderlagen zit veel moois verstopt en uiteindelijk graaft Robyn zowel muzikaal als tekstueel een stuk dieper dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Hier en daar hoog genoteerd in jaarlijstjes. Ik begin langzaam maar zeker te begrijpen waarom.

Ook ik had in 2018 mijn ‘guilty pleasures’ op muziekgebied en misschien wel de meest beluisterde van het stel is Honey van Robyn.

Honey is zeker geen plaat waarop je nieuwe dingen hoort. Alles dat Robyn op haar nieuwe plaat doet heeft ze al eerder gedaan en vaak nog beter ook. Zo lijkt de openingstrack van Honey als twee druppels water op With Every Heartbeat van haar titelloze doorbraakplaat uit 2005 en ook in instrumentaal en productioneel opzicht lijkt er op Honey niet veel veranderd sinds deze doorbraakplaat en het in 2010 in twee delen verschenen Body Talk.

Ook op Honey domineren de kil klinkende synths die in de jaren 80 en 90 gemeengoed waren en net als op haar vorige platen combineert de Zweedse zangeres wolken synths met bijzondere ritmes. Wat me op de vorige platen van Robyn aansprak was dat de Zweedse zangeres haar elektronische geluid niet helemaal vol propte met elektronische klanken, maar haar muziek ook liet ademen. Dit doet Robyn ook weer op Honey en net als op haar vorige platen manifesteert de muzikante uit Stockholm zich als een prima zangeres, die zowel in pop, elektronica als R&B prima uit de voeten kan.

Het zorgde er een maand of twee geleden voor dat ik Honey van Robyn uit de speakers liet komen als ‘feelgood’ plaat en als ‘guilty pleasure’. Leuke muziek om bij af te wassen (als de machine dat niet overgenomen zou hebben), maar verder niet heel opzienbarend.

Ik ben pas de afgelopen week serieuzer naar Honey van Robin gaan luisteren. Belangrijkste reden hiervoor was het feit dat de plaat, tot mijn grote verrassing, opdook in flink wat jaarlijstjes en bovendien las ik een mooi artikel over de achtergrond van de lange periode van stilte sinds Body Talk.

Robyn kreeg de afgelopen jaren te maken met tegenslagen. Ze verloor een van haar beste vrienden door een slopende ziekte en zag haar relatie op de klippen lopen. Het zijn gebeurtenissen die hun sporen hebben nagelaten op Honey, dat misschien opgewekt klinkt, maar ook een plaat vol melancholie en een plaat over verlies is.

Toen ik beter ging luisteren naar Honey, werd me steeds duidelijker hoe knap de plaat in elkaar zit. In de uitbundige laag die uit de speakers komt lijkt misschien niet zoveel veranderd in de muziek van de Zweedse muzikante, maar in de onderlagen gebeurt er van alles. De ene keer flirt Robyn met 80s new wave, de volgende keer met 70s disco, dan weer met onderkoelde elektronica, die de groten uit de elektronische popmuziek eert.

Honey valt in eerste instantie op door een aantal groots klinkende elektronische popliedjes, maar het blijkt uiteindelijk een behoorlijk subtiele plaat, waarop invloeden uit een aantal decennia popmuziek via verschillende lagen in elkaar overvloeien.

Heel goed luisteren naar Honey van Robyn heeft er bij mij voor gezorgd dat een wat oppervlakkig en niet erg vernieuwend klinkende ‘guilty pleasure’ is getransformeerd in een plaat vol diepgang die steeds weer nieuwe dingen laat horen en die ondanks de kille klanken verrassend warm en emotioneel klinkt. En iedere keer dat ik hem hoor ben ik weer net wat meer onder de indruk. Erwin Zijleman

Robyn Ludwick - This Tall to Ride (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Robyn Ludwick - This Tall To Ride - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Robyn Ludwick ken ik van haar in 2005 in eigen beheer uitgebrachte debuut en de drie jaar later verschenen opvolger.

Op haar debuut For So Long maakte de singer-songwriter uit Texas direct een onuitwisbare indruk. Robyn Ludwick was destijds begin 30, net moeder en had geen makkelijk leven op het Texaanse platteland. Het zorgde voor een doorleefde rootsplaat vol indringende persoonlijke verhalen.

De uit een zeer muzikale familie afkomstige singer-songwriter maakte minstens evenveel indruk met het in 2008 verschenen Too Much Desire, dat haar had moeten scharen onder de smaakmakers van de Amerikaanse rootsmuziek.

De afgelopen negen jaar hoorde ik eigenlijk niets van Robyn Ludwick, sinds ze een week of wat geleden haar nieuwe plaat aankondigde in de mailbox. This Tall To Ride is inmiddels verschenen en ook dit is weer een prachtplaat.

Robyn Ludwick maakt nog steeds alt-country waarin de gitaren af en toe mogen uithalen, waarin de verhalen vooral de donkere zijde van het leven belichten en waarin de singer-songwriter uit Texas imponeert met emotievolle en doorleefde vocalen.

Denk aan de platen van Lucinda Williams, het rauwere werk van Allison Moorer, de prachtplaten van Patti Griffin en de platen van Rosanne Cash, om maar eens een aantal namen te noemen. Met het noemen van namen doe je Robyn Ludwick overigens tekort, want de Amerikaanse singer-songwriter maakt ook op haar nieuwe plaat weer diepe indruk met ijzersterke songs, een indringend en broeierig geluid en een stem waarvan je alleen maar kunt houden.

Ook This Tall To Ride is weer een donkere plaat, waarop onderwerpen als liefde, seks, drank en drugs centraal staat. Het maakt de songs van Robyn Ludwick een stuk rauwer dan die van frisse, jonge en momenteel razend populaire countryzangeressen als Kacey Musgraves en al haar soortgenoten. De populariteit van deze jonge countryzangeressen uit Nashville zal Robyn Ludwick niet snel evenaren, maar in kwalitatief opzicht kan This Tall To Ride de competitie makkelijk aan.

De songs van Robyn Ludwick dringen zich ook dit keer genadeloos op en snijden door de donkere teksten en de doorleefde zang meerdere keren door de ziel. Net als bijvoorbeeld Amanda Pearcy maakt Robyn Ludwick muziek die iets met je doet, of je dat nu wilt of niet.

Ook in muzikaal opzicht valt er op This Tall To Ride heel veel te genieten. Robyn Ludwick heeft een aantal prima muzikanten verzameld, die zorgen voor een rauw en broeierig geluid, waarin de gitaren de hoofdrol spelen en meer dan eens zorgen voor gitaarpartijen van een enorme schoonheid.

Ik was Robyn Ludwick eerlijk gezegd wat uit het oog verloren na haar tweede plaat, maar direct bij de eerste noten van haar nieuwe plaat was ik verkocht. This Tall To Ride is sindsdien alleen maar veel beter geworden en behoort absoluut tot de beste rootsplaten die 2017 tot dusver heeft opgeleverd. Erwin Zijleman

Rocket - R Is for Rocket (2025)

poster
3,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Review: Rocket - R Is For Rocket - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Review: Rocket - R Is For Rocket
De Amerikaanse band Rocket kon met name in de Verenigde Staten rekenen op verrassend positieve recensies voor haar debuutalbum R Is For Rocket en daar kan ik me na een paar keer horen eigenlijk wel in vinden

Rocket is een band uit Los Angeles, die bestaat uit een aantal jeugdvrienden. Op het debuutalbum van de band maken deze jeugdvrienden geen geheim van hun muzikale helden, die vooral uit de jaren 90 lijken te komen. R Is For Rocket klinkt hierdoor op een of andere manier bekend in de oren, maar Rocket doet absoluut meer dan het reproduceren van de muziek van de muzikale helden van de band. R Is For Rocket is een gevarieerd en knap gemaakt album, dat misschien geen muzikale aardverschuiving gaat veroorzaken, maar dat zich wel makkelijk opdringt en dan stiekem steeds wat beter wordt. Het debuut van Rocket is vooral in de VS opgepikt, maar verdiend ook hier aandacht.

R Is For Rocket is het debuutalbum van de Amerikaanse band Rocket. Het is een album dat opduikt in flink wat lijstjes met de memorabele debuutalbums van 2025 en door deze lijstjes trok het album ook mijn aandacht. Door de omschrijvingen van het album dacht ik eigenlijk te maken hebben met nogal mainstream rockmuziek, maar dat is een etiket dat wat mij betreft niet helemaal past op de muziek van Rocket.

De band uit Los Angeles beschikt om te beginnen over een zangeres, wat de band natuurlijk niet onderscheidt van alle rockbands van het moment, maar het voorziet de muziek van Rocket wat mij betreft wel van een geluid dat anders klinkt dan het gemiddelde rockgeluid. De band heeft er bovendien voor gekozen om alles in eigen hand te houden, wat er voor zorgt dat Rocket precies doet waar het zelf zin in heeft en zich niet in een keurslijf laat persen.

Gitarist Desi Scaglione heeft het debuutalbum van zijn band vakkundig geproduceerd en heeft R Is For Rocket voorzien van een mooie en dynamische productie, wat knap is. In het geluid van Rocket spelen gitaren een belangrijke rol, maar de ruimte die is open gelaten wordt fraai gevuld met synths, terwijl ook de ritmesectie het geluid van Rocket op degelijke maar ook fantasierijke wijze vult. Het gitaarwerk is ook nog eens verrassend veelzijdig, waardoor het geluid van de Amerikaanse band zeker niet eenvormig klinkt. Met bassiste en zangeres Alithea Tuttle beschikt Rocket ook nog eens over een aansprekend boegbeeld en een prima zangeres.

De leden van Rocket zijn jeugdvrienden en hebben waarschijnlijk samen heel veel van hun favoriete albums beluisterd. Een aantal van deze albums klinkt door op het debuutalbum van de band uit Los Angeles. Wanneer je luistert naar R Is For Rocket wordt snel duidelijk dat The Smashing Pumpkins zeker behoren tot de favoriete bands van de leden van Rocket.

Invloeden van de band rond Billy Corgan zijn vooral te horen in het gitaarwerk op het debuutalbum van Rocket, maar ook de dynamiek in de songs en de soms wat bombastische spanningsbogen herinneren aan het werk van The Smashing Pumpkins. De stem van Alithea Tuttle klinkt wel wat aangenamer dan die van Billy Corgan en ook de songs van Rocket zijn wat toegankelijker dan die van The Smashing Pumpkins.

Rocket heeft zich ook zeker laten beïnvloeden door indierock uit de jaren 90 en vooral de indierock die werd gemaakt door bands met een zangeres, maar hier blijft het niet bij. Ook invloeden uit de shoegaze hebben immers hun weg gevonden naar R Is For Rocket, dat ook verrassend makkelijk aansluiting vindt bij de indierock van het moment.

Ik luister eigenlijk nauwelijks naar dit soort rockmuziek, maar het debuutalbum van Rocket wist mijn aandacht eigenlijk direct vast te houden en doet dit nog steeds. Ik kan me voorstellen dat liefhebbers van dit soort rockmuziek het album van Rocket wat minder interessant vinden, want echt iets nieuws doet de band niet, maar ik heb wel wat met dit album.

Het is een album dat ook wel wat heeft van de wat mij betreft beste rockband uit de jaren 90, Sunny Day Real Estate, en dat is een compliment dat ik maar zelden uit. En zeker als Rocket zich wat verder buiten de gebaande paden beweegt hoor je dat de band uit Los Angeles nog wel even door kan groeien ook. Erwin Zijleman

Rocketship - Thanks to You (2019)

poster
4,5
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rocketship - Thanks To You - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rocketship - Thanks To You
Rocketship is bekend als cultband uit de jaren 90 maar keert nu terug met een vat vol tegenstrijdigheden en een schatkist vol moois en bijzonders

De Amerikaanse band Rocketship was in 1996 de tijd ver vooruit. Rocketship had een shoegaze en dreampop klassieker kunnen maken, maar sleepte er zoveel bij dat er niet veel meer in zat dan een cultplaat. De band bracht in eigen beheer al wat meer muziek uit, maar keert nu officieel terug met het bijzonder fraaie Thanks To You. De band uit Portland, Oregon, verwerkt op haar nieuwe album zoveel invloeden dat het je soms duizelt, maar levert ondertussen ook het ene na het andere memorabele popliedje af. Rocketship laat zich nog steeds niet in een hokje duwen, maar levert een album af dat flink wat muziekliefhebbers aan moet kunnen spreken.

De Amerikaanse band Rocketship werd al aan het begin van de jaren 90 opgericht door singer-songwriter en gitarist Dustin Reske. De muzikant uit Sacramento, California, verzamelde een aantal muzikanten om zich heen en begon met het opnemen van het debuut van zijn band.

Dit debuut verscheen uiteindelijk in 1996 en groeide uit tot een cultklassieker. A Certain Smile, A Certain Sadness verraste en verbaasde met een mix van shoegaze, dreampop, noisepop, indiepop, 60s pop en nog veel meer. A Certain Smile, A Certain Sadness was een album dat had moeten worden omarmd binnen de shoegaze en dreampop revival van dat moment en in brede kring hierbuiten, maar hiervoor was het debuut van Rocketship kennelijk toch te atypisch.

De band viel door een gebrek aan aandacht al snel uit elkaar en ook Dustin Reske verdween uit beeld, tot hij eerder dit decennium weer muziek begon te maken, die hij in eigen beheer via bandcamp uitbracht, wat nog twee albums en een verzamelaar met restmateriaal opleverde. Drieëntwintig jaar na het zo bijzondere maar helaas grotendeels genegeerde debuut, keert Rocketship terug met een tweede officieel uitgebracht album, Thanks To You.

Op Thanks To You werkt Dustin Reske samen met zangeres Ellen Osborn en gaat hij in grote lijnen verder waar hij in 1996 ophield. Under Streetlights Shadows, de openingstrack van het album, sluit naadloos aan op de hoogtijdagen van de shoegaze en met name de dreampop, maar een ieder die denkt dat Rocketship zich definitief heeft bekeerd tot deze genres juicht te vroeg.

Ook op Thanks To You blijkt de muziek van de inmiddels vanuit Portland, Oregon, opererende band ongrijpbaar en niet in een hokje te duwen. Rocketship maakt nog altijd muziek met een vleugje shoegaze en dreampop, maar betovert ook met suikerzoete indiepop, noisepop, psychedelica, postpunk, progrock, synthpop, Krautrock, funk, disco en nog veel meer. Thanks To You is hierdoor niet alleen een vat vol tegenstrijdigheden, maar ook een schatkist vol verrassingen.

De band verleidt meedogenloos met suikerzoete melodieën, maar stelt het incasseringsvermogen van de luisteraar ook af en toe flink op de proef door van de hak op de tak te springen. Toegankelijke popliedjes worden versierd met tegendraadse elektronica of opeens stevig aangezette gitaren, wat een uniek geluid oplevert. Het is een geluid dat steeds weer net wat anders klinkt, maar het is vrijwel altijd een geluid dat zowel vermaakt als intrigeert.

De hoge en heldere stem van Ellen Osborn past perfect bij de bijzondere instrumentatie die zich door van alles en nog wat laat beïnvloeden en ieder moment de bocht uit kan vliegen, maar ook de warmere stem van Dustin Reske zorgt hier en daar voor mooie momenten.

Rocketship maakt het je op Thanks To You lang niet altijd makkelijk, maar op hetzelfde moment blijken veel songs op het album na enige gewenning onweerstaanbaar. Rocketship schiet op haar nieuwe album met de lichtsnelheid door genres en door de tijd en levert een album af dat steeds weer nieuwe dingen laat horen. “Psychedelic, sugary, blissed-out, orgasmic, pop music” noemt het label van de band het en dat is precies wat het is. In 1996 was de tijd nog niet rijp voor de unieke muziek van Rocketship, maar in 2019 moeten we hier toch raad mee weten. Ik in ieder geval wel. Erwin Zijleman

Rod Stewart - Another Country (2015)

poster
4,0
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rod Stewart - Another Country - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Tot voor kort was Unplugged … And Seated uit 1993 de meest recente Rod Stewart plaat die ik in de kast heb staan.

Het wat mij betreft niet zo heel geslaagde live-album heeft in deze platenkast gezelschap van drie klassiekers uit de jaren 70 en één plaat uit de jaren 80.

Het is een zeer magere oogst voor een muzikant die tot de groten in de popmuziek moet worden gerekend en een enorme stapel platen op zijn naam heeft staan.

De afgelopen 15 jaar hield Rod Stewart zich vooral bezig met het vertolken van songs uit The Great American Songbook (wat maar liefst 6 platen opleverde), maakte hij een plaat met rock klassiekers en een met soul klassiekers, bracht hij een kerstalbum uit en leverde hij tenslotte één plaat met nieuw materiaal af.

Deze laatste plaat, Time uit 2013, had ik volgens flink wat lezers van deze BLOG niet mogen missen en mede hierdoor heb ik de man’s nieuwe plaat direct opgepikt.

Ik vind het niet zo heel makkelijk om iets zinnigs op te schrijven over Another Country. De nieuwe plaat van Rod Stewart laat zich beluisteren als een verzameling van zijn hits uit vervlogen tijden, slaat de plank af en toe flink mis en bevat een aantal prima momenten.

Het grootste deel van de plaat is in artistiek opzicht niet zo boeiend en flirt met pop, Keltische muziek en en incidenteel vleugje reggae, maar Rod Stewart schotelt de luisteraar ook een aantal prima rocksongs en een aantal wat meer ingetogen songs voor.

In muzikaal en productioneel opzicht klinkt het allemaal prima en de vocalen op de plaat zijn zelfs uitstekend. Rod Stewart is de meeste van zijn leeftijdgenoten in vocaal opzicht ver voor en klinkt nog steeds als de Rod Stewart die in mijn platenkast wel vertegenwoordigd is.

Met zo’n stem moet Rod Stewart natuurlijk een veel betere plaat kunnen maken dan Another Country, maar ik moet toch ook toegeven dat de nieuwe plaat van de Brit hartstikke lekker klinkt en stiekem steeds maar weer in de cd speler verdwijnt. Ik hou het er voorlopig maar even op dat het een ‘guilty pleasure’ is. Een hele aangename. Erwin Zijleman

Roddy Frame - Seven Dials (2014)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roddy Frame - Seven Dials - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Roddy Frame gaf de jaren 80 kleur met zijn band Aztec Camera. De band uit Glasgow maakte met High Land, Hard Rain (1983) en Knife (1984) twee klassiekers, die tot op de dag van vandaag relevant en urgent klinken en samen met het debuut van Lloyd Cole & The Commotions behoren tot de smaakmakers van het decennium.

Aztec Camera zou tussen 1987 en 1995 nog vier platen maken, maar hiervan benaderde eigenlijk alleen Stray uit 1990 het niveau van de twee illustere voorgangers. Sinds het eind van de jaren 90 maakt Roddy Frame soloplaten (al was hij ook binnen Aztec Camera de enige muzikant die er echt toe deed); helaas met grote tussenpozen. Van North Star (1998), Surf (2002) en Western Skies (2006) heb ik vooral Surf heel erg hoog zitten, maar alle drie zijn ze van het hoge niveau dat we inmiddels van Roddy Frame mogen verwachten.

Het geldt ook weer voor het onlangs verschenen Seven Dials. Waar Roddy Frame in zijn Aztec Camera tijd niet vies was van lichtvoetige popliedjes, maakt hij op zijn soloplaten tot dusver vooral singer-songwriter muziek die herinnert aan de groten uit de jaren 70, met Paul McCartney voorop.

Het na een stilte van maar liefst acht jaar verschenen Seven Dials opent uiterst sober, maar kiest in de tweede track voor een voller geluid, dat de zonnige klanken van Aztec Camera naar de Amerikaanse West Coast haalt. In de tracks die volgen schakelt Roddy Frame constant tussen sobere folksongs en wat uitbundigere popliedjes, al overheersen de wat meer ingetogen songs. Roddy Frame doet in deze songs nog steeds denken aan Paul McCartney in grootse vorm, maar ook de vergelijking met Elvis Costello dringt zich meerdere malen op.

Seven Dials klinkt op het eerste gehoor niet als een plaat die veel opzien zal baren. De popliedjes van Roddy Frame zijn op het eerste gehoor degelijk en aangenaam, maar niet erg vernieuwend of bijzonder. Zoals zo vaak bij Roddy Frame komt de echte erkenning pas na een paar luisterbeurten. Dan blijkt dat de popliedjes op Seven Dials met geen mogelijkheid uit je hoofd zijn te krijgen en dan blijkt ook dat alle namen die opdoken bij eerste beluistering van Seven Dials plaats hebben gemaakt voor slechts één naam: Roddy Frame.

Na herhaalde beluistering blijkt niet alleen hoe onweerstaanbaar de popliedjes van Roddy Frame zijn, maar ook hoe veelzijdig ze zijn. De meer ingetogen songs op de plaat lijken misschien in eerste instantie eenvoudige folksongs, maar wat heeft Roddy Frame er weer veel in verstopt. Deels in de subtiele instrumentatie, deels in zijn bijzondere manier van zingen en deels in de songstructuren die veel complexer zijn dan je bij eerste beluistering zult vermoeden.

Ik had zoals gezegd vooral Surf uit 2002 hoog zitten, maar Seven Dials kan de concurrentie met deze plaat aan, al is het maar omdat Roddy Frame eigenlijk alleen maar beter gaat zingen.

Een week of wat geleden bejubelde ik de songwriting skills van een nog jonge Roddy Frame bij mijn bespreking van de reissue van Aztec Camera’s High Land, Hard Rain. Het 31 jaar later verschenen Seven Dials laat horen dat Roddy Frame zich sindsdien nog veel verder heeft ontwikkeld. Het levert een plaat op van een zeldzame klasse. Het is een plaat die ik al een tijdje koester en dat gaat voorlopig niet meer veranderen. Erwin Zijleman

Rodney Crowell - Close Ties (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rodney Crowell - Close Ties - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Rodney Crowell werd in 1950 geboren in Houston, Texas, en verliet deze stad op zijn 22e om als muzikant zijn brood te gaan verdienen in de muziekhoofdstad van de country; Nashville, Tennessee.

In Nashville raakte Rodney Crowell bevriend met gelouterde muzikanten als Townes Van Zandt en Guy Clark, die hem hielpen bij het van de grond krijgen van zijn carrière als muzikant.

Inmiddels mag Rodney Crowell zich zelf rekenen tot deze gelouterde muzikanten, maar van slijtage is nog geen enkele sprake. Integendeel zelfs.

De Texaan maakte in 2001 met The Houston Kid één van zijn allerbeste platen en is ook de afgelopen 16 jaar uitstekende platen blijven maken. Ook op Close Ties verkeert Rodney Crowell weer in uitstekende vorm.

De Texaan kiest dit keer voor een behoorlijk ingetogen plaat en een grotendeels akoestische instrumentatie. Het kleurt fraai bij zijn bijzondere, uit duizenden herkenbare en nog altijd uitstekende stem. Het is een stem die zich subtiel beweegt door de rootssongs op Close Ties, maar het is ook een stem waarin je volop emotie en doorleving hoort.

Close Ties is door de meer ingetogen aankleding een warme en intieme plaat en dat is het ook door de teksten waarin Rodney Crowell een mooi maar niet altijd makkelijk leven als muzikant bezingt.

Rodney Crowell moet met Close Ties concurreren met stapels andere rootsplaten, maar dat gaat de Texaan makkelijk af. In vocaal opzicht is Rodney Crowell zijn meeste collega’s makkelijk de baas en ook door de mooie productie en fraaie instrumentatie weet Close Ties zich vrij makkelijk te onderscheiden.

De instrumentatie is zoals gezegd redelijk ingetogen en voornamelijk akoestisch, maar het is ook een opvallend stemmige en smaakvolle instrumentatie, waarin heel af en toe ruimte is voor mooie accenten (van onder andere een prachtig weemoedig klinkende mondharmonica of subtiel maar trefzeker snarenspel). De productie van de plaat is wat mij betreft een kunststukje.

Over het algemeen staat de instrumentatie echter volledig in dienst van de zang van Rodney Crowell. Dat is een wijs besluit, want de zang van de Texaan komt nog altijd flink aan en is misschien nog wel mooier als ex-vrouw Rosanne Cash, John Paul White (The Civil Wars) en Sheryl Crow aanhaken voor wat vocale assistentie. Ook qua songs maakt Close Ties overigens gehakt van de concurrentie, maar ook zonder deze sterke songs zou Close Ties makkelijk overeind zijn gebleven.

Close Ties is geen plaat die erg zijn best doet om zich op te dringen of te vernieuwen, maar laat de nieuwe van Rodney Crowell uit de speakers komen en je bent na een paar tracks verkocht.

Rodney Crowell maakte zoals gezegd ook de afgelopen twee decennia hele mooie platen en Close Ties hoort daar zeker bij. Persoonlijk vind ik de nieuwe Rodney Crowell net wat sterker dan zijn voorgangers en is het fenomenale maar niet goed vergelijkbare The Houston Kid zelfs aardig in de buurt.

Zijn muzikale helden van weleer zijn helaas niet meer onder ons, maar Rodney Crowell kan nog wel even mee en doet ook met Close Ties weer mee met de besten. Erwin Zijleman

Rodney DeCroo - Old Tenement Man (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rodney DeCroo - Old Tenement Man - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

De vanuit Canada opererende singer-songwriter Rodney DeCroo had al een aantal platen op zijn naam staan toen hij in 2010 het uit twee cd’s bestaande Queen Mary Trash uitbracht.

Het was mijn eerste kennismaking met de muziek van de zoon van een Vietnam veteraan die de Verenigde Staten achter zich wilde laten en geluk zocht in Canada en het was een eerste kennismaking die ik niet snel zal vergeten.

Queen Mary Trash bleek na enige gewenning immers een waar meesterwerk dat behoorde tot de meest verrassende en de beste platen van het betreffende jaar. Ook het vijf jaar later verschenen Campfires On The Moon bleek een voltreffer en bevestigde voor mij dat Rodney DeCroo een uniek talent is.

Onlangs verscheen de opvolger van Campfires On The Moon en ook Old Tenement Man blijkt weer een buitengewoon fascinerende plaat. Direct in de openingstrack hoor je dat de singer-songwriter uit Vancouver zijn grenzen wederom heeft verlegd.

Rodney DeCroo kiest dit keer voor verrassend stevig gitaarwerk en een wat psychedelisch aandoend geluid. Het geeft zijn muziek iets rauws en dat past op een of andere manier prima bij zijn bijzondere stem, die in de wat meer ingetogen rootssongs op zijn vorige platen niet bij iedereen in goede aarde viel.

Rodney DeCroo zal technisch geen groot zanger zijn, maar mij wist hij op de vorige twee platen genadeloos te raken. Dat doet hij ook weer met Old Tenement Man met een stem die soms wat tegen de haren instrijkt, maar ook heel veel urgentie en emotie uitstraalt. Op zijn vorige platen hoorde ik af en toe wat van Bob Dylan, maar mede dankzij het donkere en behoorlijk rauwe geluid op de nieuwe plaat, hoor ik dit keer vooral iets van Lou Reed. Het is een voor de hand liggende associatie, zeker wanneer in Lou Reed On The Radio de naam van de helaas niet meer levende legende opduikt.

Old Tenement Man is door het behoorlijk stevige gitaarwerk en de puntige riffs een energieke plaat en ook dat past prima bij de stem van Rodney DeCroo die zich als een vis in het water lijkt te voelen in het ruigere jasje dat hij heeft gekozen voor zijn nieuwe plaat.

Zeker wanneer wat meer invloeden uit de psychedelica worden toegevoegd aan de songs doet het gitaarwerk af en toe denken aan dat van Neil Young, maar Old Tenement Man bevat af en toe ook heerlijk rechttoe rechtaan gitaarwerk dat in het genre waarin de Amerikaanse Canadees opereert nogal ongebruikelijk is.

In muzikaal en vocaal opzicht zit het wat mij betreft wel snor op Old Tenement Man, maar aan de songs moest ik dit keer iets langer wennen. Het wat stevigere jasje past Rodney DeCroo weliswaar uitstekend, maar levert bij eerste beluistering wat minder indringende songs op dan we van hem gewend zijn. Het is gelukkig maar een kwestie van tijd, want de songs op Old Tenement Man groeien snel, zeker wanneer je oor hebt voor de prachtige verhalen die Rodney DeCroo op zijn nieuwe plaat vertelt.

En zo is ook Old Tenement Man weer een fascinerende groeiplaat van een muzikant die lak heeft aan de conventies van de Amerikaanse rootsmuziek en precies doet waar hij zelf zin in heeft. Fascinerende muzikant, fascinerende plaat. Erwin Zijleman

Rodrigo Leão & Scott Matthew - Life Is Long (2016)

poster
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rodrigo Leão & Scott Matthew - Life Is Long - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Scott Matthew is een Australische singer-songwriter, die inmiddels al geruime tijd vanuit New York opereert.

De afgelopen acht jaar leverde hij een aantal gitzwarte maar ook wonderschone platen af, waarvan met name There Is An Ocean That Divides And With My Longing I Can Charge It With A Voltage That's So Violent To Cross It Could Mean Death (!) uit 2009 en Gallantry's Favorite Son uit 2011 redelijk wat aandacht trokken.

Die aandacht trok Scott Matthew vooral met zijn fascinerende stem, waarin naast David Bowie ook Marc Almond, Gavin Friday, Antony Hegarty en Morrissey doorklonken.

Het is een stem die ook centraal staat en schittert op het samen met de Portugese muzikant Rodrigo Leão gemaakte Life Is Long.

Rodrigo Leão was een van de drijvende krachten achter het Portugese ensemble Madredeus en werkte de afgelopen jaren samen met onder andere Beth Gibbons, Neil Hannon (Divine Comedy) en Stuart Staples.

De Portugees tekent op Life Is Long voor een aantal prachtige composities en arrangementen die vaak wat klassiek aandoen en fraaie beelden op het netvlies toveren. De muziek van Rodrigo Leão werkte uitstekend met de stemmen van Beth Gibbons, Neil Hannon en Stuart Staples en het werkt misschien nog wel beter met de prachtstem van Scott Matthew.

De wat sombere composities van Rodrigo Leão smeken immers om een zanger die de emotie uit zijn tenen haalt, maar ook vocaal tegenwicht kan geven aan de wonderschone klanken op de plaat. Scott Matthew slaagt hier uitstekend in en zorgt 13 songs en 44 minuten lang voor kippenvel.

De Australiër deed met zijn emotievolle vocalen altijd al wat denken aan David Bowie, maar in het soms prachtige en soms aardedonkere muziekjaar 2016 klinkt Life Is Long soms bijna als een eerbetoon aan de legendarische muzikant die ons in de eerste 10 dagen van het jaar verblijdde met een meesterwerk en vervolgens in verdriet stortte met zijn onverwachte maar stiekem ook aangekondigde dood.

Waar op de soloplaten van Scott Matthew de donkere tinten soms wat te vaak omslaan naar gitzwart, beweegt Life Is Long zich vooral tussen grijstinten, waardoor de schoonheid van de zang van Scott Matthew nog beter tot zijn recht komt.

De samenwerking tussen Scott Matthew en Rodrigo Leão zal het waarschijnlijk moeten doen met bescheiden aandacht, maar dit is zo’n plaat waarvan de schoonheid eigenlijk vanaf de daken moet worden geschreeuwd. Dat doe ik dan maar bij deze: PRACHTPLAAT !! Erwin Zijleman

Rodrigo y Gabriela - Mettavolution (2019)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Rodrigo Y Gabriela - Mettavolution - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Rodrigo Y Gabriela - Mettavolution
Rodrigo Y Gabriela betoveren met fenomenaal gitaarspel, een karrevracht aan invloeden en een wonderschone versie van Pink Floyd’s Echoes uit 1971

De instrumentale muziek van Rodrigo Y Gabriela maakte op mij nog geen onuitwisbare indruk. Het muzikale talent van het tweetal was overduidelijk, maar het pakte me niet. Het na een stilte van vijf jaar verschenen Mettavolution pakte me onmiddellijk. Op het nieuwe album van het Mexicaanse tweetal valt alles op zijn plek. Muzikale hoogstandjes volgen elkaar in hoog tempo op en worden steeds weer gecombineerd met andere invloeden. Het is muziek met een bezwerend karakter die langzaam maar zeker bezit van je neemt. Alles komt uiteindelijk samen in de weergaloze versie van Pink Floyd’s Echoes, die alle twijfel definitief wegneemt.

Ik werd tot dusver nog niet erg gegrepen door de muziek van het Mexicaanse duo Rodrigo Y Gabriela. Rodrigo Sanchez en Gabriela Quintero zijn zonder enige twijfel geweldige muzikanten, die de meeste gitaristen al na een paar akkoorden het nakijken geven, maar het tweetal uit Mexico City wist mijn aandacht vooralsnog niet lang vast te houden.

Na het lezen van een aantal zeer positieve recensies besloot ik het nieuwe album van het Mexicaanse duo echter toch weer een kans te geven, waarbij de Pink Floyd cover op het album me over de streep trok.

Rodrigo Y Gabriela lieten de afgelopen vijf jaar niet heel veel van zich horen, maar keren nu terug met Mettavolution. Ondanks mijn matige ervaringen met de vorige albums van het tweetal wist Mettavolution we direct te boeien. Het akoestische gitaarspel van het Mexicaanse duo is nog altijd stevig geinspireerd door de traditionele flamenco, maar sleept er op Mettavolution van alles bij. De muziek van Rodrigo Y Gabriela klinkt in de meeste tracks opzwepend, vaak psychedelisch en ook verrassend funky.

De percussie op het album voorziet het fenomenale gitaarspel van Rodrigo Sanchez en Gabriela Quintero van veel energie, terwijl de bezwerende klanken van de twee akoestische gitaren de muziek op Mettavolution voorzien van hypnotiserende gaven. Het vloeit allemaal prachtig samen met de invloeden uit de traditionele Spaande en Mexicaanse muziek, die ook dominant aanwezig is in het bijzondere geluid van Rodrigo Y Gabriela.

Zoals gezegd verveelde de instrumentale tracks van het tweetal me in het verleden snel, maar Mettavolution houdt de aandacht moeiteloos vast. In de meer ingetogen tracks eren Rodrigo en Gabriela de muzikale tradities van hun vaderland, maar wanneer het tempo wat wordt opgevoerd, klinkt Mettavolution opeens verrassend funky, wat ongetwijfeld de verdienste is van de funky gitaarloopjes, die wel wat doen denken aan het baanbrekende gitaarwerk, waarmee Nile Rodgers in de jaren 70 de disco van Chic op de kaart zette.

Ik geef direct toe dat ik lang niet altijd in de stemming ben voor dit soort instrumentale muziek, maar Mettavolution heeft iets dat ook de eerste twee albums van Andreas Vollenweider hadden (Prince gebruikte deze albums niet voor niets als de muziek voor het begin van zijn memorabele live-optredens in de jaren 80).

Rodrigo Sanchez en Gabriela Quintero bouwen de spanning op de eerste zes tracks van dit in Los Angeles opgenomen album prachtig op. Het gitaarspel van de twee is werkelijk onnavolgbaar en het aantal invloeden verrassend groot, maar toch is Mettavolution een album om heerlijk bij achterover te leunen. Mettavolution is in dat geval goed voor een fascinerende luistertrip, maar het is ook een album waarvan je alle geheimen wilt ontrafelen en dat zijn er heel wat.

Na de eerste zes tracks was ik behoorlijk onder de indruk van het energieke en betoverende geluid van Rodrigo Y Gabriela, maar het toetje moest toen nog komen. Dit toetje is een maar liefst 19 minuten durende bewerking van Pink Floyd’s Echoes (Pink Floyd had er in 1971 op Meddle overigens ruim 23 minuten voor nodig). Het is een versie die totaal anders klinkt dan het origineel, al is het maar vanwege de vele invloeden uit de flamenco muziek, maar het blijft Echoes van Pink Floyd. Echoes is een fraai toetje na de zes nieuwe tracks van Rodrigo Y Gabriela, maar het is ook de kers op de taart. Het duo uit Mexico City kon me de afgelopen 15 jaar niet heel erg boeien, maar dit album is prachtig, van de eerste tot de laatste noot. Erwin Zijleman

Roger Eno and Brian Eno - Mixing Colours (2020)

poster
4,0
recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roger Eno and Brian Eno - Mixing Colours - dekrentenuitdepop.blogspot.com

Roger Eno and Brian Eno - Mixing Colours
Brian en Roger Eno maken de soundtrack van deze tijd met zich langzaam voortslepende en vaak wat weemoedige klanken, die perfect passen bij een moment van bezinning

De broers Brian en Roger Eno tekenen samen voor stapels albums die in het hokje ambient kunnen worden geduwd, maar bundelen nu de krachten op het fraaie Mixing Colours. Het is een album dat zich vijf kwartier lang in een uiterst langzaam tempo voortsleept en dat nergens uit de band springt met meer dan zeer subtiele klanken van piano en/of elektronica. Muziek voor de totale onthaasting en ontspanning, maar ook muziek voor bezinning en muziek die de fantasie meer prikkelt dan je bij oppervlakkige beluistering zult vermoeden. Luister met volledige aandacht en de broers Eno maken je vijf kwartier deelgenoot van een mooie en beeldende muzikale reis.

Ik ben op zich geen heel groot liefhebber van ambient, al is het vaak wel geschikte muziek voor een moment van bezinning. In deze krankzinnige tijden is een moment van bezinning zo nu en dan wel op zijn plek en dat kan prachtig met het album dat de broers Brian en Roger Eno deze week hebben afgeleverd.

Zeker de naam van Brian Eno behoeft waarschijnlijk geen verdere toelichting. De Britse muzikant maakte deel uit van de eerste bezetting van Roxy Music, liet zich als producer gelden voor onder andere U2, Talking Heads en David Bowie, maakte een baanbrekend album met Talking Heads voorman David Byrne (My Life In The Bush Of Ghosts) en leverde een flinke stapel albums af die de basis vormen voor het Ambient genre.

Broer Roger Eno is een stuk minder bekend, maar ook hij heeft met een aantal fraaie albums bijgedragen aan het genre dat zijn broer min of meer heeft uitgevonden. De twee broers bundelden al vaker de krachten, maar deden dat voor zover ik weet nog niet eerder op een album. Dat hebben de Britse broers wel gedaan op het deze week verschenen Mixing Colours, waarvan de eerste tracks al in 2005 werden bedacht.

Mixing Colours is een uiterst ingetogen album vol subtiele klanken. Dit kunnen pianoklanken zijn, maar ook spaarzame bijdragen van elektronica en vaak allebei. Mixing Colours is een album dat in de smaak zal vallen bij liefhebbers van ambient (al zijn de hokjes New Age en neoklassiek mijns inziens net zo treffend), maar dat in eerste instantie wat vraagt van muziekliefhebbers met een voorkeur voor wat dynamischere muziek.

Mixing Colour is een album waarvan je heel onrustig kunt worden, maar het is ook een album dat kan zorgen voor totale ontspanning, het is maar net hoe je naar het album luistert. Het is een album dat je rustig kunt laten voortkabbelen op de achtergrond, al vervliegt dan veel van de schoonheid van de muziek van Brian en Roger Eno. Mixing Colours heeft het meeste effect wanneer je er met volledige aandacht naar luistert en je niet wordt afgeleid door andere geluiden (alleen fluitende vogeltjes of de ruisende wind zijn toegestaan).

Bij volledige aandacht word je makkelijk meegesleept door de ingetogen en sfeervolle klanken, die zich in een zeer langzaam tempo voortslepen. Op het eerste gehoor lijkt er misschien niet heel veel spannends te gebeuren in de subtiele en zich deels herhalende klanken op Mixing Colours, maar wanneer je je eenmaal hebt overgegeven aan het vijf kwartier durende album gebeurt er van alles.

Brian en Roger Eno hebben een beeldend album gemaakt, dat het uitstekend kan doen in een film, maar je kunt er ook je eigen beelden bij verzinnen (naar verluidt maken de broers zelf ook nog beelden beschikbaar via het Internet). Mixing Colours is onbedoeld ook de soundtrack van deze tijd. De klanken van de piano en de elektronica van de broers Eno klinken vaak wat somber en weemoedig, al duiken voorzichtig ook optimisme en warmte met enige regelmaat op.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik meestal niet het geduld heb voor albums als Mixing Colours, maar sinds ik het album een keer vijf kwartier de volledige aandacht heb gegeven, hoor ik van alles in de muziek van Brian en Roger Eno en wordt het album mooier en mooier. Zeker in deze bijzondere tijden. Erwin Zijleman

Roger Waters - Is This the Life We Really Want? (2017)

poster
4,5
Recensie op de krenten uit de pop:
De krenten uit de pop: Roger Waters - Is This The Life We Really Want? - dekrentenuitdepop.blogspot.nl

Roger Waters maakte zijn eerste soloplaat in 1970. Music From The Body kocht ik ooit voor een stevige prijs, maar het bleek helaas een draak van een plaat.

Het in 1984 verschenen The Pros And Cons of Hitch Hiking, dat nauw aansloot op de laatste twee platen die Roger Waters met Pink Floyd maakte (The Wall uit 1979 en The Final Cut uit 1983), was veel beter (mede dankzij een glansrol van Eric Clapton), waardoor ik sindsdien uitkijk naar de solomuziek van de eigenzinnige Brit.

De solocarrière van Roger Waters is helaas wel wat wisselvallig en bovendien grijpt de Britse muzikant wel erg vaak terug op zijn meesterwerk The Wall uit 1979, waarvan inmiddels meerdere versies zijn gemaakt, maar de eerste blijft de beste. Het nu verschenen Is This The Life We Really Want? is hierdoor feitelijk de opvolger van het inmiddels 25 (!) jaar oude Amused To Death, dat me overigens zeer beviel.

Roger Waters viert dit jaar zijn 74e verjaardag en dat is een leeftijd waarop muzikale vernieuwing over het algemeen niet meer te verwachten is. Is This The Life We Really Want? borduurt dan ook nadrukkelijk voort op de laatste twee platen die hij maakte met Pink Floyd en op The Pros And Cons of Hitch Hiking.

De nieuwe plaat van Roger Waters grijpt overigens ook nog veel verder terug, onder andere door flarden van Welcome To The Machine van Wish You Were Here uit 1975 te verwerken en door aan te sluiten bij het nog oudere psychedelische werk van de band.

Ook op Is This The Life We Really Want? wisselt Roger Waters ingetogen muziek af met flink wat samples (variërend van een uitspraak van Trump tot de tikkende klok die op The Pros And Cons of Hitch Hiking centraal stond) en is er uiteraard zo nu en dan een flinke uitbarsting. In deze uitbarstingen vergt Roger Waters het uiterste van zijn stembanden, wat niet altijd een genoegen is, maar aan de andere kant ook precies is wat je verwacht van de Brit.

Net als op al zijn andere soloplaten en de laatste platen met Pink Floyd, vecht Roger Waters op Is This The Life We Really Want? weer met grote regelmaat met zijn eigen demonen, maar waar op The Final Cut Margaret Thatcher het stevig moest ontgelden, pakt Roger Waters op zijn nieuwe plaat de huidige wereldorde aan. En dat doet hij met opvallend veel passie, mede omdat de huidige tijd niet zoveel anders lijkt dan de jaren waarin Thatcher Engeland afbrak.

Iedereen die op zoek is naar vernieuwing, is op Is This The Life We Really Want? aan het verkeerde adres, maar liefhebbers van de uit duizenden herkenbare muziek die Roger Waters sinds het einde van de jaren 70 maakt, vinden op de nieuwe plaat van de voormalige Pink Floyd voorman toch weer veel moois.

De van Radiohead en Paul McCartney bekende Nigel Godrich heeft Is This The Life We Really Want? voorzien van een prachtige productie die uit de speakers knalt. Met name de synths op de plaat klinken beter dan ooit tevoren op een plaat van Roger Waters, maar ook het gitaarwerk is ondanks het ontbreken van meestergitaristen als David Gilmour of Eric Clapton zeer de moeite waard. Zoals gebruikelijk maken flink wat strijkers en vrouwenstemmen het geluid van Roger Waters compleet.

Is This The Life We Really Want? van Roger Waters is 54 minuten genieten van een bekend en uit duizenden herkenbaar geluid, maar bouwt ook de spanning zo prachtig op dat je op het puntje van de stoel zit. De critici zitten lang niet allemaal meer te wachten op de muziek van de 73-jarige Brit, maar wat mij betreft kan Roger Waters het nog steeds. Erwin Zijleman