Hier kun je zien welke berichten WoNa als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Mister and Mississippi - Mister and Mississippi (2013)

3,5
1
geplaatst: 22 juni 2017, 12:00 uur
De LP stond recentelijk zeer prettig geprijsd, dus mijn MP3 versie eens omgeruild voor het echte werk. Dat betekende ook dat ik voor het eerst sinds jaren weer eens serieus ben gaan luisteren. Het gevoel dat ik toen had, is volkomen overeind gebleven. Een uitermate sympathieke debuut plaat van een band die hoorbaar potentie heeft.
Mister & Mississippi hengelt succesvol in een overvolle vijver qua invloeden en weet daar deels met eigen ideeën vandaan te lopen. Het aantal invloeden is hierboven al uitgebreid beschreven. Ik noem het altijd de bandwagon van Mumford and Sons.
Wat mij nog steeds aan het album bevalt, is dat de band zeer overtuigend een aantal sferen weet neer te zetten, met tempowisselingen in de muziek. Daarnaast dat de toch wat vreemde line up goed werkt. De leadzangwisseling tussen man en vrouw, die later veel meer is losgelaten, werkt ook heel goed hier.
Als ik bedenk dat de band eigenlijk een soort afstudeeropdracht is, kan gesteld worden dat M&M glansrijk geslaagd is. De samenwerking is overtuigend en er is een bandgeluid gemaakt dat met veel (inter)nationale bands kan concurreren, vrij moeiteloos zelfs.
Voor wie wil weten wat ik er in 2013 na de release van vond kan hier terecht op WoNo Magazine. Teruglezend was ik toen misschien wel meer onder de indruk dan nu. Wie weet nog een halve * erbij binnenkort?
Mister & Mississippi hengelt succesvol in een overvolle vijver qua invloeden en weet daar deels met eigen ideeën vandaan te lopen. Het aantal invloeden is hierboven al uitgebreid beschreven. Ik noem het altijd de bandwagon van Mumford and Sons.
Wat mij nog steeds aan het album bevalt, is dat de band zeer overtuigend een aantal sferen weet neer te zetten, met tempowisselingen in de muziek. Daarnaast dat de toch wat vreemde line up goed werkt. De leadzangwisseling tussen man en vrouw, die later veel meer is losgelaten, werkt ook heel goed hier.
Als ik bedenk dat de band eigenlijk een soort afstudeeropdracht is, kan gesteld worden dat M&M glansrijk geslaagd is. De samenwerking is overtuigend en er is een bandgeluid gemaakt dat met veel (inter)nationale bands kan concurreren, vrij moeiteloos zelfs.
Voor wie wil weten wat ik er in 2013 na de release van vond kan hier terecht op WoNo Magazine. Teruglezend was ik toen misschien wel meer onder de indruk dan nu. Wie weet nog een halve * erbij binnenkort?
Mitch Rivers - Restless Soul, Heartless City (2018)

3,5
0
geplaatst: 8 december 2018, 10:23 uur
Een plaat die iets te lang op de plank is blijven liggen, maar wel met regelmaat gespeeld werd. Net te onopvallend kwam de muziek voorbij, maar de plaat bleek uiteindelijk een geval van de lange adem. De liedjes spookten steeds vaker door mijn hoofd heen.
Op dit album laat Mitch Rivers een aantal stijlen bij elkaar komen en op uiterst succesvolle wijze. Popmelodieën vervloeien met luide rockgitaren, soulvolle vocalen met country. Het levert een aantal songs op die zo in het rijtje van meest interessante, nieuwe songs uit Nederland kunnen worden bijgeschreven. Opnieuw een teken dat popmuziek in ons land op een hoog niveau bedreven wordt.
De rol van producer Pablo van der Poel lijkt in de invulling van de songs groot. Waar de oorsprong, Rivers met zijn gitaar in de huiskamer, van songs regelmatig doorklinkt, zijn ze daarna prachtig aangekleed. Als het echt naakt gaat, dan komt de muziek dicht tegen wat City and Colour doet op een album als 'If I Should Go Before You'. Dit geldt ook voor de hoogte van de stem. Rivers is niet bang de hoogte op te zoeken om meer nadruk te leggen. Dat is slechts het beginpunt. Zoals bijvoorbeeld in 'Days And Nights' ontploft vervolgens de lead gitaar volkomen. Voor puristen wellicht een schok, ik vind het prachtig.
Deze explosies creëren prachtige contrasten op dit album. Voor mij een van de sterkere punten. Tel daar de prettige stem van Mitch Rivers en zijn talent om uiterst prettig in het oor liggende songs te kunnen schrijven op en ik heb een heel lekker album.
Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Op dit album laat Mitch Rivers een aantal stijlen bij elkaar komen en op uiterst succesvolle wijze. Popmelodieën vervloeien met luide rockgitaren, soulvolle vocalen met country. Het levert een aantal songs op die zo in het rijtje van meest interessante, nieuwe songs uit Nederland kunnen worden bijgeschreven. Opnieuw een teken dat popmuziek in ons land op een hoog niveau bedreven wordt.
De rol van producer Pablo van der Poel lijkt in de invulling van de songs groot. Waar de oorsprong, Rivers met zijn gitaar in de huiskamer, van songs regelmatig doorklinkt, zijn ze daarna prachtig aangekleed. Als het echt naakt gaat, dan komt de muziek dicht tegen wat City and Colour doet op een album als 'If I Should Go Before You'. Dit geldt ook voor de hoogte van de stem. Rivers is niet bang de hoogte op te zoeken om meer nadruk te leggen. Dat is slechts het beginpunt. Zoals bijvoorbeeld in 'Days And Nights' ontploft vervolgens de lead gitaar volkomen. Voor puristen wellicht een schok, ik vind het prachtig.
Deze explosies creëren prachtige contrasten op dit album. Voor mij een van de sterkere punten. Tel daar de prettige stem van Mitch Rivers en zijn talent om uiterst prettig in het oor liggende songs te kunnen schrijven op en ik heb een heel lekker album.
Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
MJ Lenderman - Manning Fireworks (2024)

3,5
0
geplaatst: 25 september 2024, 10:04 uur
Een absoluut meesterwerk heb ik al gelezen. Nee, daar kom ik niet op uit. Het klinkt allemaal erg bekend en komt ergens uit tussen Neil Youngs 'On The Beach' en 'American Stars 'n' Bars'. Ik heb een paar keer serieus naar het album geluisterd en hoor de kwaliteit en de lekkere losheid waarmee wordt gemusiceerd, maar echt pakken doet het me niet. Dus ga ik niet naar de platenzaak voor Manning Fireworks. Ik heb genoeg gewoon albums in dit genre om er nog een aan toe te voegen die het predicaat heel aardig niet overstijgt.
Modern Studies - Swell to Great (2016)

4,0
0
geplaatst: 26 oktober 2017, 10:22 uur
De plaat krijgt een wereldwijde re-release via Fire Records en kwam daarom in mijn digitale mailbox terecht. Als snel bleek me dat op deze plaat een aantal interessante ontwikkelingen plaatsvonden. Het verhaal is dat een 19e eeuws Victoriaans kerkharmonium in het bezit kwam van een van de leden van Modern Studies, die daarmee aan de slag ging en er omheen een plaat componeerde. Een mooi verhaal, maar dat is beslist maar een derde van het verhaal.
Het eerste deel van het verhaal is de klassieke, Engelse folk die zich terug vindt rondom de puriteinse kerkklanken van het orgel. Dit deel van de plaat is zeer serieus, donker en ontdaan van alle zichtbare emoties. Een volledige plaat met dit geluid zou zo loodzwaar zijn geweest, dat ik er niet doorheen was gekomen.
Naast de zeer serieuze -en zuinige- kant van het harmonium, staat dat Modern Studies een aantal folk popsongs maakt die onder alle omstandigheden indruk maken. Een vrolijkere kant dan de puriteinse, calvinistische folk die er ook Swell To Great staat. Het contrast is immens, maar ook groots. Het maakt dat het album een grootsheid krijgt en echt indruk maakt.
Het derde element is dat het album experimentele soundscapes bevat, waar de basis echter een song betreft, waaronder alles vandaan is gestript en geluiden voor zijn teruggekeerd. Ik hoor dit soort muziek regelmatig in het radioprogramma Kairos op Concertzender, maar dan zonder de song en dan is het moeilijker om een houvast te vinden.
Deze elementen samen maken dat mijn hoofd ook wel eens groeit tijdens de beluistering van Swell To Great, een van de geluidsopties op het voornoemde harmonium. Er valt zoveel te genieten en te verbazen.
Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.
Het eerste deel van het verhaal is de klassieke, Engelse folk die zich terug vindt rondom de puriteinse kerkklanken van het orgel. Dit deel van de plaat is zeer serieus, donker en ontdaan van alle zichtbare emoties. Een volledige plaat met dit geluid zou zo loodzwaar zijn geweest, dat ik er niet doorheen was gekomen.
Naast de zeer serieuze -en zuinige- kant van het harmonium, staat dat Modern Studies een aantal folk popsongs maakt die onder alle omstandigheden indruk maken. Een vrolijkere kant dan de puriteinse, calvinistische folk die er ook Swell To Great staat. Het contrast is immens, maar ook groots. Het maakt dat het album een grootsheid krijgt en echt indruk maakt.
Het derde element is dat het album experimentele soundscapes bevat, waar de basis echter een song betreft, waaronder alles vandaan is gestript en geluiden voor zijn teruggekeerd. Ik hoor dit soort muziek regelmatig in het radioprogramma Kairos op Concertzender, maar dan zonder de song en dan is het moeilijker om een houvast te vinden.
Deze elementen samen maken dat mijn hoofd ook wel eens groeit tijdens de beluistering van Swell To Great, een van de geluidsopties op het voornoemde harmonium. Er valt zoveel te genieten en te verbazen.
Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.
Modern Studies - The Weight of the Sun (2020)

4,0
1
geplaatst: 8 mei 2020, 10:04 uur
Ik heb dit al eerder over deze band geschreven, maar het is zo typerend. Bij de eerste beluistering is mijn indruk altijd te luisteren naar de muzikale belichaming van de Britse stiff upper lip. Het is zo stijf, serieus, formeel en zelfs afstandelijk. Dan heb ik het in de eerste plaats over het zingen van Rob St. John en Emily Scott. Iedere emotie lijkt te moeten uitgebannen. Het beeld in mijn hoofd dat zich opdrong, was Theresa May die een Afrikaans dansje doet. Net zoals bij het voorgaande album 'Welcome Strangers', klopt dit beeld niet. Althans voor wie echt gaat luisteren.
Vanaf dat moment dringen de details zich op die er voor zorgen dat er zoveel te genieten valt. De basis van dit album en zelfs de band is een voorliefde voor Engelse folk. De inspiratiebronnen zijn bands die in de tweede helft van de jaren 60 en begin jaren 70 populair waren. Daaronder weet de band bepaalde pop- en rockelementen toe te voegen die er voor zorgen dat het album ook stevig kan klinken. De ritmesectie Harvey-Smilley kan zeker van leer trekken. Een elektrische gitaar kan het dan eenvoudig afmaken.
In de harmony vocalen zitten soms frivoliteiten verstopt die verbazen. Dat komt omdat de vrijwel volledige samenzang van Scott en St. John zo sonoor is. Zo extreem serieus. Dat zet vanzelfsprekend de toon, maar is toch slechts het halve verhaal. Die andere helft komt pas te voorschijn voor wie het album serieus neemt en gaat beluisteren. Vanaf dat moment presenteert zich de ene na de andere verrassing, met als gevolg dat er zich alweer een plaat heeft opgedrongen voor mijn eindejaarslijstje. Het begint zelfs al wat druk te worden daar.
Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Vanaf dat moment dringen de details zich op die er voor zorgen dat er zoveel te genieten valt. De basis van dit album en zelfs de band is een voorliefde voor Engelse folk. De inspiratiebronnen zijn bands die in de tweede helft van de jaren 60 en begin jaren 70 populair waren. Daaronder weet de band bepaalde pop- en rockelementen toe te voegen die er voor zorgen dat het album ook stevig kan klinken. De ritmesectie Harvey-Smilley kan zeker van leer trekken. Een elektrische gitaar kan het dan eenvoudig afmaken.
In de harmony vocalen zitten soms frivoliteiten verstopt die verbazen. Dat komt omdat de vrijwel volledige samenzang van Scott en St. John zo sonoor is. Zo extreem serieus. Dat zet vanzelfsprekend de toon, maar is toch slechts het halve verhaal. Die andere helft komt pas te voorschijn voor wie het album serieus neemt en gaat beluisteren. Vanaf dat moment presenteert zich de ene na de andere verrassing, met als gevolg dat er zich alweer een plaat heeft opgedrongen voor mijn eindejaarslijstje. Het begint zelfs al wat druk te worden daar.
Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Modern Studies - Welcome Strangers (2018)

4,0
0
geplaatst: 7 december 2018, 12:18 uur
Verrassende tweede. De sfeer wijkt nogal af van de eerste plaat, die harmonium gedreven was. Er komt op Welcome Strangers een bescheiden rockkant van de band naar boven, die wonderwel werkt. De wat omfloerste zang is gebleven, de band is meer een band dan een project dat muziek invult is mijn indruk. Als geheel is de plaat ook beter, juist omdat Modern Studies niet meer aan een kader vastzit. De invulling van de muziek is weidser, de melodieën rijker.
Naar mijn mening is dit wel typische Engelse muziek. De stiff upper lip is het hoofdinstrument op het album. Alles is niet alleen serieus, zelfs de tongue in cheek is ver te zoeken. En toch raken de meeste nummers mij onmiddellijk. Dat wonderlijke dat muziek kan doen met een mens. Luister naar een nummer als 'Young Sun' en hoor hoe de emoties proberen door dat afstandelijke masker heen te breken. Of in 'Mud And Flame'. Ik kan me voorstellen dat na het inspelen de muzikanten elkaar in verwondering aankeken en zich afvroegen waar hun stijve bovenlip naar toe was vertrokken. Ondanks zichzelf gevangen in emoties, door middel van de muziek, niet de stemmen.
De stemmen van Emily Scott and Rob St. John vermengen zich prachtig, zoals die van Nancy & Lee dat deden of Kylie & Nick, maar dan op zijn Engels. Het is in de muziek dat Modern Studies echt tot leven komt. Hoor maar wat er af en toe gebeurt als de nummers zich ontvouwen met 'Mud And Flame' opnieuw als voorbeeld.
Het eindigt ook nog eens prachtig met 'Phosphene Dream'. Tegen die tijd is allang duidelijk dat ik met een bijzonder album van doen heb.
Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloGg.
Naar mijn mening is dit wel typische Engelse muziek. De stiff upper lip is het hoofdinstrument op het album. Alles is niet alleen serieus, zelfs de tongue in cheek is ver te zoeken. En toch raken de meeste nummers mij onmiddellijk. Dat wonderlijke dat muziek kan doen met een mens. Luister naar een nummer als 'Young Sun' en hoor hoe de emoties proberen door dat afstandelijke masker heen te breken. Of in 'Mud And Flame'. Ik kan me voorstellen dat na het inspelen de muzikanten elkaar in verwondering aankeken en zich afvroegen waar hun stijve bovenlip naar toe was vertrokken. Ondanks zichzelf gevangen in emoties, door middel van de muziek, niet de stemmen.
De stemmen van Emily Scott and Rob St. John vermengen zich prachtig, zoals die van Nancy & Lee dat deden of Kylie & Nick, maar dan op zijn Engels. Het is in de muziek dat Modern Studies echt tot leven komt. Hoor maar wat er af en toe gebeurt als de nummers zich ontvouwen met 'Mud And Flame' opnieuw als voorbeeld.
Het eindigt ook nog eens prachtig met 'Phosphene Dream'. Tegen die tijd is allang duidelijk dat ik met een bijzonder album van doen heb.
Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloGg.
Moon Moon Moon - Help! Help! (2017)

4,0
0
geplaatst: 24 juni 2017, 11:19 uur
Dit is echt een plaat die dwingt tot luisteren, een muzikaal avontuur. Het mag dan thuis bij Mark Lohmann in elkaar zijn geknutseld, dat betekent niet dat de muziek niet enorm gelaagd is. Er valt zoveel aan Help! Help! te ontdekken. Liefhebbers van Sparklehorse en dan vooral het debuut album 'VivaDixie ..' etc. en van Bright Eyes en dan meer precies de stem van Conor Oberst. komen aan hun trekken. Ook zij die van experimentele pop houden en niet bang zijn voor een laagje gruis, vervormingen en geluiden die onder, over of dwars door de, diep in de basis jongen-met-een-gitaar-of-piano-liedjes gelegd worden, worden volledig op hun wenken bediend op Help! Help!. Het is allemaal een onderdeel van het avontuur waarop Moon Moon Moon mij genomen heeft.
Er zijn dan ook nummers die uitermate lekker en vlot lopen, met een solostuk dat direct in het hoofd zit en nummers die nauwelijks te doorgronden zijn. Donker, duister en zonder bodem of vangnet. Als luisteraar hang je nog met twee vingers aan een steile wand en je voelt het gruis langs je gezicht vallen. Om even later in het volle zonlicht op een nieuwe top te staan.
Help! Help! is het soort plaat dat een groter publiek per direct verdient, maar wellicht niet gaat krijgen. Daarvoor is het nog te obscuur. Uit eerste hand heb ik gehoord dat live Moon Moon Moon ook indrukwekkend is. Dat hoop ik nog een keer te gaan meemaken. Inmiddels is er al een nieuw album, 'Oohohoo'. Dat is nog leuker.
Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.
Er zijn dan ook nummers die uitermate lekker en vlot lopen, met een solostuk dat direct in het hoofd zit en nummers die nauwelijks te doorgronden zijn. Donker, duister en zonder bodem of vangnet. Als luisteraar hang je nog met twee vingers aan een steile wand en je voelt het gruis langs je gezicht vallen. Om even later in het volle zonlicht op een nieuwe top te staan.
Help! Help! is het soort plaat dat een groter publiek per direct verdient, maar wellicht niet gaat krijgen. Daarvoor is het nog te obscuur. Uit eerste hand heb ik gehoord dat live Moon Moon Moon ook indrukwekkend is. Dat hoop ik nog een keer te gaan meemaken. Inmiddels is er al een nieuw album, 'Oohohoo'. Dat is nog leuker.
Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.
Moon Moon Moon - Silly Symphonies (2022)

3,5
0
geplaatst: 16 mei 2022, 09:47 uur
Van slaapkamer lo-fi, als daar nog sprake van kan zijn in het internet tijdperk, naar fraai georkestreerde muziek in de beste Disney traditie. Moon Moon Moon laat een andere kant van zichzelf zien. Soms schimmeren de slaapkamer liedjes nog door het nieuwe werk heen, maar alles is naar een ander niveau gebracht. Qua songwriting, qua arrangeren en qua opnemen. Het resultaat is een plaat waar het sprookjesachtige op de voorgrond mag treden en schoonheid prevaleert. samen met Adriaan Pels heeft Mark Lohman een enorme stap gezet en die betaalt zich uit op Silly Symphonies.
MOOON - III (2024)

3,5
0
geplaatst: 28 maart 2024, 09:50 uur
In mijn recensie op WoNoBlog vergelijk ik de heren van Mooon met paleontologen. De bouwstenen uit een bekende song worden "opgegraven" en hersteld zoals de paleontoloog dino's in elkaar zet. Achteraf was het beter geweest, de vergelijking te maken met een video artiest die van het skelet een weergave, een beeld bouwt.
Zo lijkt Mooon te werk gegaan te zijn op iii. Bekende elementen nemen uit bestaand werk, de molenwiek akkoorden van Pete Townsend, de gitaarpartij uit 'Gloria', etc., etc., om daar, zeer succesvol iets nieuws mee te bouwen. Smaakvol en met grote liefde.
Een eigen smoel is daardoor ver te bekennen, zou je zeggen Ducoz, maar je kunt ook de hoes als symbool zien voor het eigen smoel. Veel van de voorbeelden uit de periode 1965-69 verdwijnen langzaam van de aarde. Staat de hoes daar dan symbool voor of komt de nieuwe generatie uit de mist van de tijd naar voren om, eigen smoel en al, het stokje over te nemen?
Prima plaat overigens.
Zo lijkt Mooon te werk gegaan te zijn op iii. Bekende elementen nemen uit bestaand werk, de molenwiek akkoorden van Pete Townsend, de gitaarpartij uit 'Gloria', etc., etc., om daar, zeer succesvol iets nieuws mee te bouwen. Smaakvol en met grote liefde.
Een eigen smoel is daardoor ver te bekennen, zou je zeggen Ducoz, maar je kunt ook de hoes als symbool zien voor het eigen smoel. Veel van de voorbeelden uit de periode 1965-69 verdwijnen langzaam van de aarde. Staat de hoes daar dan symbool voor of komt de nieuwe generatie uit de mist van de tijd naar voren om, eigen smoel en al, het stokje over te nemen?
Prima plaat overigens.
MOOON - MOOON's Brew (2017)

4,0
0
geplaatst: 11 oktober 2017, 11:08 uur
En weer een bandje van hartstikke jonge gastjes die muziek spelen uit de tijd van hun (groot)ouders en wat is ook deze plaat weer lekker. Dat zegt iets over mijn basissmaak. Die is nu eenmaal zich begonnen te vormen met te luisteren naar Radio Veronica in de tweede helft van de jaren 60, terwijl er met Lego en andere dingen werd gespeeld op de vloer van de woonkamer.
Wat opvalt aan Mooon's Brew is dat vrijwel ieder nummer een ander sub-genre van de rockmuziek van circa 1966-1970 in het licht zet. Deze variëteit kan de plaat laten doodslaan door een gebrek aan richting. Mooon zorgt er voor dat juist dat niet gebeurt. Ieder nummer verhoogt de feestvreugde nog net iets meer.
Dus kan het zijn dat de Nederbeat van Q65 en The Outsiders gezelschap krijgt van een typische Cream psychedelic blues outing en van een surfrock nummer, waar even later een typische U.S. garagerocker voorbij komt. Er klinkt heel veel enthousiasme, maar vooral ook kwaliteit door de songs heen.
Ja, het komt allemaal uit Aarle-Rixtel, maar wie heeft gezegd dat goede bands uit de Randstad moeten komen? Dit drietal, twee broers en een neef, laten horen hoe het kan en hoe diversiteit kan leiden tot een prachtig geheel. Een heerlijk plaatje.
Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.
Wat opvalt aan Mooon's Brew is dat vrijwel ieder nummer een ander sub-genre van de rockmuziek van circa 1966-1970 in het licht zet. Deze variëteit kan de plaat laten doodslaan door een gebrek aan richting. Mooon zorgt er voor dat juist dat niet gebeurt. Ieder nummer verhoogt de feestvreugde nog net iets meer.
Dus kan het zijn dat de Nederbeat van Q65 en The Outsiders gezelschap krijgt van een typische Cream psychedelic blues outing en van een surfrock nummer, waar even later een typische U.S. garagerocker voorbij komt. Er klinkt heel veel enthousiasme, maar vooral ook kwaliteit door de songs heen.
Ja, het komt allemaal uit Aarle-Rixtel, maar wie heeft gezegd dat goede bands uit de Randstad moeten komen? Dit drietal, twee broers en een neef, laten horen hoe het kan en hoe diversiteit kan leiden tot een prachtig geheel. Een heerlijk plaatje.
Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.
Morrissey and Marshall - We Rise (2017)

3,0
0
geplaatst: 18 oktober 2017, 22:04 uur
Twee Ieren die naar Londen emigreren om een muziekcarrière op te starten. Tot zover redelijk succesvol, want met We Rise produceren de twee hun tweede album. Een plaat waar een stevige dosis entousiasme van af druipt. Dat start meteen met het eerste en veruit het beste nummer, 'Cold November Sunrise'. Het knalt en spettert aan alle kanten, waarbij het nummer af en toe totaal de bocht uit dreigt te vliegen. Dat gebeurt maar net niet.
Zelfs noemt het duo The Beatles, The Byrds en The Kinks als hun grote voorbeelden. Zelf hoor ik toch meer, de meest harde kant van Crowded House ('Chocolate Cake' bijvoorbeeld), dan The Beatles. Morrissey en Marshall zingen tegen de klippen op zoals de Finn broeders, die niet voor elkaar onder willen doen. Of Tom Petty in plaats van The Byrds. Laat ik het er op houden dat het duo ook graag veel harmonieën verzint en veelal melodieuze muziek maakt.
We Rise is een album voor mensen die houden van duo's die bijna alles samen zingen, zoals in Nederland tot voor kort Acda & De Munnik. Als in de eerste twee nummers ook nog een zangeres mee doet die tot in de stratosfeer tracht te zingen zo hoog, wordt het bijna te veel van het goede.
We Rise kent niet alleen maar goede nummers. Er zitten een paar zwakkere broeders tussen en vooral als een echte ballad wordt ingezet, is het voor mij duidelijk waar de kracht van Morrissey en Marshall niet ligt.
Het enthousiasme van het duo vergoedt veel. We Rise is een plaat die is zoals de zon op een dag in het najaar zoals op de dag dat ik dit schrijf. De sfeer is zo positief dat alle grijze wolken zo uit je brein verdwijnen. Een echte nazomerplaat dus,
Je kunt het hele verhaal hier lezen op WoNoBlog.
Zelfs noemt het duo The Beatles, The Byrds en The Kinks als hun grote voorbeelden. Zelf hoor ik toch meer, de meest harde kant van Crowded House ('Chocolate Cake' bijvoorbeeld), dan The Beatles. Morrissey en Marshall zingen tegen de klippen op zoals de Finn broeders, die niet voor elkaar onder willen doen. Of Tom Petty in plaats van The Byrds. Laat ik het er op houden dat het duo ook graag veel harmonieën verzint en veelal melodieuze muziek maakt.
We Rise is een album voor mensen die houden van duo's die bijna alles samen zingen, zoals in Nederland tot voor kort Acda & De Munnik. Als in de eerste twee nummers ook nog een zangeres mee doet die tot in de stratosfeer tracht te zingen zo hoog, wordt het bijna te veel van het goede.
We Rise kent niet alleen maar goede nummers. Er zitten een paar zwakkere broeders tussen en vooral als een echte ballad wordt ingezet, is het voor mij duidelijk waar de kracht van Morrissey en Marshall niet ligt.
Het enthousiasme van het duo vergoedt veel. We Rise is een plaat die is zoals de zon op een dag in het najaar zoals op de dag dat ik dit schrijf. De sfeer is zo positief dat alle grijze wolken zo uit je brein verdwijnen. Een echte nazomerplaat dus,
Je kunt het hele verhaal hier lezen op WoNoBlog.
Moss - Strike (2017)

4,0
0
geplaatst: 17 februari 2017, 12:24 uur
Sloeg de Moss vermoeidheid toe? Dat idee had ik wel na de eerste twee luisterbeurten van Strike. Omdat ik niet meteen opgeef, uiteindelijk heb ik al een paar prima platen van de band in de kast staan en omdat ik al een tijdje kaartjes voor een concert in april in huis heb (met Amber Arcades), heb ik toch even doorgezet. Als snel bleek dat ik last had van mijn-nieuwe-plaat-van-een-mij-bekende-band-syndroom: die vallen vaak tegen ten opzichte van alles wat er voor zit. Meestal komt het goed, maar soms ook echt niet, omdat het niet goed genoeg is.
Strike wel. Hoe meer ik luisterde, hoe meer ik ontdekte. Hoe meer de urgentie zich aandiende en hoe meer ideeën die in de nummers verstopt zaten zich openbaarden. Kortom, een meer dan prima plaat. Variaties in de opbouw van nummers zorgen voor een andere sfeer en langzaam opgebouwde explosies van een song, waarin alles en iedereen voluit gas geeft. Tot aan de titelsong die zo klein blijft, dat er bijna sprake is van een non-song. Volledig sfeer en geen melodie.
'We Both Know The Rest Is Noise', toevallig gisteren aangenaam geprijsd op vinyl gekocht, vond ik, na enige gewenning al het beste album van Moss, het zou zo maar kunnen dat Strike daar nog eens overheen gaat. Daarmee is het een gedroomde opvolger en kan ik niet wachten om dit live te gaan zien. Nog twee maanden geduld.
Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.
Strike wel. Hoe meer ik luisterde, hoe meer ik ontdekte. Hoe meer de urgentie zich aandiende en hoe meer ideeën die in de nummers verstopt zaten zich openbaarden. Kortom, een meer dan prima plaat. Variaties in de opbouw van nummers zorgen voor een andere sfeer en langzaam opgebouwde explosies van een song, waarin alles en iedereen voluit gas geeft. Tot aan de titelsong die zo klein blijft, dat er bijna sprake is van een non-song. Volledig sfeer en geen melodie.
'We Both Know The Rest Is Noise', toevallig gisteren aangenaam geprijsd op vinyl gekocht, vond ik, na enige gewenning al het beste album van Moss, het zou zo maar kunnen dat Strike daar nog eens overheen gaat. Daarmee is het een gedroomde opvolger en kan ik niet wachten om dit live te gaan zien. Nog twee maanden geduld.
Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.
Motorpsycho - Ancient Astronauts (2022)

4,0
0
geplaatst: 20 augustus 2022, 18:50 uur
Opnieuw een album van Motorpsycho dat overtuigt. Bij de tweede beluistering durfde ik die conclusie wel te trekken. Wel moest ik heel vaak denken aan een album dat ik rond 1977 bij een vriend hoorde, 'In Search Of Ancient Gods' van een obscure band genaamd Absolute Elsewhere. (Ik kocht hem zelf in 1978.) Muziek naar aanleiding van de boeken van Erich von Däniken, die schreef over astronauten in de Andes en andere kosmische zaken. De muzikale uitwerking is zeker anders, de sfeer en intentie en dan zeker van de 22 minuten lange song met de onmogelijke titel komt goed overeen. Ik ben benieuwd of anderen die parallel ook trekken. De nummers waarin de band er lekker op uit trekt en de spierballen laat rollen, mogen er overigens ook zijn. Het brengt Ancient Astronauts fraai in balans.
Motorpsycho - Kingdom of Oblivion (2021)

4,5
1
geplaatst: 16 april 2021, 09:15 uur
Zoals de laatste jaren gewoonlijk, brengt ook Kingdom of Oblivion een enorme overdosis aan muzikale informatie. Dat maakt het ook vrijwel onmogelijk om een echt afgewogen oordeel te vellen over de plaat. Het is ook geen plaat die ik even opzet als mijn vriendin ook in de huiskamer zit of als ik andere dingen moet doen. Privé en afgezonderd, dat zijn Motorpsycho momenten.
De eerste indruk is monumentaal, overdonderend om vervolgens in elkaar te donderen en die andere kant van de band groots uit te lichten, de West Coast jazzy pop kant. De bass van Saether klnkt af en toe als die van Jack Cassidy op het lange, trippy, hippy stuk op 'After Bathing At Baxter's'.
Mijn tweede indruk is dat de trilogie qua hoesart duidelijk voorbij is. De kunst op deze, hoe raar ook, mag er zeker zijn overigens. Muzikaal is de breuk op het eerste gehoor minimaal. Opnieuw klinkt de band super gemotiveerd en geïnspireerd en lijkt alles wel uit een idee gehaald te zijn wat er in zit. Ook de jonge hond in de band, Tomas Järmyr, jaagt vanachter zijn drums de twee veteranen weer op tot dat zij grote hoogten bereiken. Ik kan me maar niet aan de indruk onttrekken dat hij hetzelfde heeft gedaan voor Motorpsycho als dat Joppe Molenaar heeft gedaan voor Bettie Serveert: peper in de reet gestopt, ook bij zichzelf en gaan.
De tijd zal leren hoe goed Kingdom of Oblivion echt is, maar de eerste kennismaking smaakt naar heel veel meer.
Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
De eerste indruk is monumentaal, overdonderend om vervolgens in elkaar te donderen en die andere kant van de band groots uit te lichten, de West Coast jazzy pop kant. De bass van Saether klnkt af en toe als die van Jack Cassidy op het lange, trippy, hippy stuk op 'After Bathing At Baxter's'.
Mijn tweede indruk is dat de trilogie qua hoesart duidelijk voorbij is. De kunst op deze, hoe raar ook, mag er zeker zijn overigens. Muzikaal is de breuk op het eerste gehoor minimaal. Opnieuw klinkt de band super gemotiveerd en geïnspireerd en lijkt alles wel uit een idee gehaald te zijn wat er in zit. Ook de jonge hond in de band, Tomas Järmyr, jaagt vanachter zijn drums de twee veteranen weer op tot dat zij grote hoogten bereiken. Ik kan me maar niet aan de indruk onttrekken dat hij hetzelfde heeft gedaan voor Motorpsycho als dat Joppe Molenaar heeft gedaan voor Bettie Serveert: peper in de reet gestopt, ook bij zichzelf en gaan.
De tijd zal leren hoe goed Kingdom of Oblivion echt is, maar de eerste kennismaking smaakt naar heel veel meer.
Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Motorpsycho - The All Is One (2020)

4,5
1
geplaatst: 28 augustus 2020, 10:15 uur
The All Is One is een klap om de oren, een stomp in het gezicht, een storm die over raast, maar zit ook vol rustpunten en reflectie. Als de band los gaat, dan is het wel te vergelijken met tegen een muur aanrennen. Kortom, deze plaat maakt, wederom een diepe indruk.
Natuurlijk is het vrijwel onmogelijk om nu al een definitief oordeel te vestigen. Daarvoor zijn meer luisterbeurten nodig en van een betere kwaliteit dan de MP3s die ik heb kunnen beluisteren vooraf. Dat gaat ook beslist gebeuren, want dat ik deze plaat ga aanschaffen, staat wel vast.
Door het artwork legt de band zelf al dik de nadruk op de (losse) eenheid die 'The Tower', 'The Crucible' en The All Is One vormen. De muziek doet dat ook. Eigenlijk had ik genoeg Motorpsycho gehoord vanaf ongeveer 2010. 'Here Be Monsters' staat ook nog, weinig gedraaid, in huis. Vanaf 'The Tower' veranderde dat. Die kwaliteit is doorgetrokken naar deze nieuwe.
Ik heb het gevoel dat de komst van Tomas Järmyr voor Motorpsycho hetzelfde effect heeft gehad als de komst van Joppe Molenaar bij Bettie Serveert: beide bands hebben een nieuwe kracht gevonden. Järmyr en Molenaar zijn beesten van drummers, waar overheen krachtiger gespeeld moet worden, inventiever, geïnspireerder.
Dit alles is ook hoorbaar op The All Is One. Tegelijkertijd durf ik dit werk een moderne symfonie te noemen, Er is weliswaar geen terugkerend thema, maar als geheel? Zeker. De krachtige stukken, de Westcoast pop stukken, het inhouden om weer los te kunnen gaan. Het zit er allemaal in.
Motorpsycho bestaat ruim 30 jaar. Voor mijn gevoel zweeft de band, opnieuw, rond de hoogste toppen van haar kracht en inspiratie. Hoe lang is dat vol te houden?
Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Natuurlijk is het vrijwel onmogelijk om nu al een definitief oordeel te vestigen. Daarvoor zijn meer luisterbeurten nodig en van een betere kwaliteit dan de MP3s die ik heb kunnen beluisteren vooraf. Dat gaat ook beslist gebeuren, want dat ik deze plaat ga aanschaffen, staat wel vast.
Door het artwork legt de band zelf al dik de nadruk op de (losse) eenheid die 'The Tower', 'The Crucible' en The All Is One vormen. De muziek doet dat ook. Eigenlijk had ik genoeg Motorpsycho gehoord vanaf ongeveer 2010. 'Here Be Monsters' staat ook nog, weinig gedraaid, in huis. Vanaf 'The Tower' veranderde dat. Die kwaliteit is doorgetrokken naar deze nieuwe.
Ik heb het gevoel dat de komst van Tomas Järmyr voor Motorpsycho hetzelfde effect heeft gehad als de komst van Joppe Molenaar bij Bettie Serveert: beide bands hebben een nieuwe kracht gevonden. Järmyr en Molenaar zijn beesten van drummers, waar overheen krachtiger gespeeld moet worden, inventiever, geïnspireerder.
Dit alles is ook hoorbaar op The All Is One. Tegelijkertijd durf ik dit werk een moderne symfonie te noemen, Er is weliswaar geen terugkerend thema, maar als geheel? Zeker. De krachtige stukken, de Westcoast pop stukken, het inhouden om weer los te kunnen gaan. Het zit er allemaal in.
Motorpsycho bestaat ruim 30 jaar. Voor mijn gevoel zweeft de band, opnieuw, rond de hoogste toppen van haar kracht en inspiratie. Hoe lang is dat vol te houden?
Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Motorpsycho - The Crucible (2019)

4,5
2
geplaatst: 14 februari 2019, 12:03 uur
Wat een enorme dijk van een plaat is dit. Drie lange stukken, met veel variaties, tempowisselingen, mood changes, freaky stuff, perfect pop en bijna metal. Er zit zoveel in deze plaat, dat ik af en toe een oor of wat te kort kom.
Motorpsycho laat zien dat een band die 30 jaar actief is nog steeds tot grote hoogten kan stijgen. Ik beweer niet dat de band zich nog vernieuwt, maar wel dat de bereidheid om een muzikaal basis idee helemaal binnenste buiten te keren nog steeds aanwezig is. Met als gevolg een drietal zeer gevarieerde en gelaagde composities.
De twee op kant een zijn wat dat betreft het vergaanst. Het 20 minuten langs titelnummer is dan iets meer standaard Motorpsycho. Daarom op dit moment ****, maar ik sluit een kleine verhoging niet uit. Deze plaat gaat z.s.m. op vinyl aangeschaft worden. De momenten waarop ik hem kan spelen zal ik moeten uitkiezen, want hier in huis ga ik daar verder niemand een plezier mee doen. Dat is wel zeker.
Wat mij in sommige passages opvalt, is dat ik elementen van Earth & Fire terug hoor. Recentelijk heb ik 'Songs Of The Marching Children' en 'Atlantis' tweede hands gekocht. Dan valt op hoe bekend sommige passages op The Crucible klinken qua geluid en wendes in passages. Toeval? MIsschien wel, wie zal het zeggen. Dat geldt overigens ook voor het geluid van Soup op hun album 'Remedies'. Beide bands komen uit Trondheim, dus misschien een bewuste tip of the hat naar een prachtig album?
Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Motorpsycho laat zien dat een band die 30 jaar actief is nog steeds tot grote hoogten kan stijgen. Ik beweer niet dat de band zich nog vernieuwt, maar wel dat de bereidheid om een muzikaal basis idee helemaal binnenste buiten te keren nog steeds aanwezig is. Met als gevolg een drietal zeer gevarieerde en gelaagde composities.
De twee op kant een zijn wat dat betreft het vergaanst. Het 20 minuten langs titelnummer is dan iets meer standaard Motorpsycho. Daarom op dit moment ****, maar ik sluit een kleine verhoging niet uit. Deze plaat gaat z.s.m. op vinyl aangeschaft worden. De momenten waarop ik hem kan spelen zal ik moeten uitkiezen, want hier in huis ga ik daar verder niemand een plezier mee doen. Dat is wel zeker.
Wat mij in sommige passages opvalt, is dat ik elementen van Earth & Fire terug hoor. Recentelijk heb ik 'Songs Of The Marching Children' en 'Atlantis' tweede hands gekocht. Dan valt op hoe bekend sommige passages op The Crucible klinken qua geluid en wendes in passages. Toeval? MIsschien wel, wie zal het zeggen. Dat geldt overigens ook voor het geluid van Soup op hun album 'Remedies'. Beide bands komen uit Trondheim, dus misschien een bewuste tip of the hat naar een prachtig album?
Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Motorpsycho - The Tower (2017)

4,5
1
geplaatst: 1 december 2017, 09:28 uur
Na 'Remedies' van Soup een tweede prog plaat uit Noorwegen die dwars door alle lagen van mijn conventies heen knalt en uitermate goed landt op wat daarachter ligt. Met The Tower doet Motorpsycho in mijn ogen eigenlijk alles goed.
Er zijn spannende vergezichten die de band tot in de details uitwerkt in uitgesponnen nummers die werkelijk geen seconde gaan vervelen. Er zijn intermezzo's die lucht geven aan de zwaarte die delen van de plaat kent. De melodieën zijn goed, harmonisch prima uitgewerkt en heerlijk om te volgen van stap naar stap, inclusief de verrassende wendingen.
Motorpsycho en ik gaan terug tot een recensie van 'Let Them Eat Cake', die er spannend uitzag, maar bij beluistering in de platenzaak, zo ging dat toen, remember?, ontzettend tegenviel. Niet veel later gebeurde hetzelfde met 'Phanerothyme' met het verschil dat die cd mee naar huis ging. Dat ging ongeveer door tot en met 2010, waarna mijn aandacht voor de band wegviel. Teveel van hetzelfde of niet spannend genoeg meer. Terug in de tijd gaan heb ik met Motorpsycho echter nooit gedaan. Met 'Here Be Monsters' kwam ik terug aan boord en met The Tower is de band weer hecht geworden.
Wat mij aantrok bij de eerste beluistering van The Tower, is de enorme energie die in het album zit. De band gaat er, ook na een kleine 30 jaar, volledig voor. Er wordt niets terug gehouden. Dit resulteert in een muzikaal standbeeld van epische proporties. Ja, het kan ook overweldigend zijn en beslist niet voor alle momenten van de dag.
In de momenten waar het gas er even af mag, laat Motorpsycho die andere kant van zichzelf zien, de band die het leuk vindt om Westcoast rock van de late jaren 60 en vroege jaren 70 te spelen en te zingen als CSN(&Y). Momenten die de feestvreugde nog wat verhogen.
Neem daarbij nog een paar persoonlijke associaties die het album bij mij opriep, Boudewijn de Groots The Tower (van 'In Your Life') en de uiterst onwaarschijnlijk verbanden tussen The Tower en het lo-fi Franse album 'Dreameater' van Garciaphone en het is duidelijk dat The Tower nagenoeg volledig is geslaagd. Om van te genieten met mate, maar je hebt wel het beste in zijn soort dat verkrijgbaar is in handen.
Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.
Er zijn spannende vergezichten die de band tot in de details uitwerkt in uitgesponnen nummers die werkelijk geen seconde gaan vervelen. Er zijn intermezzo's die lucht geven aan de zwaarte die delen van de plaat kent. De melodieën zijn goed, harmonisch prima uitgewerkt en heerlijk om te volgen van stap naar stap, inclusief de verrassende wendingen.
Motorpsycho en ik gaan terug tot een recensie van 'Let Them Eat Cake', die er spannend uitzag, maar bij beluistering in de platenzaak, zo ging dat toen, remember?, ontzettend tegenviel. Niet veel later gebeurde hetzelfde met 'Phanerothyme' met het verschil dat die cd mee naar huis ging. Dat ging ongeveer door tot en met 2010, waarna mijn aandacht voor de band wegviel. Teveel van hetzelfde of niet spannend genoeg meer. Terug in de tijd gaan heb ik met Motorpsycho echter nooit gedaan. Met 'Here Be Monsters' kwam ik terug aan boord en met The Tower is de band weer hecht geworden.
Wat mij aantrok bij de eerste beluistering van The Tower, is de enorme energie die in het album zit. De band gaat er, ook na een kleine 30 jaar, volledig voor. Er wordt niets terug gehouden. Dit resulteert in een muzikaal standbeeld van epische proporties. Ja, het kan ook overweldigend zijn en beslist niet voor alle momenten van de dag.
In de momenten waar het gas er even af mag, laat Motorpsycho die andere kant van zichzelf zien, de band die het leuk vindt om Westcoast rock van de late jaren 60 en vroege jaren 70 te spelen en te zingen als CSN(&Y). Momenten die de feestvreugde nog wat verhogen.
Neem daarbij nog een paar persoonlijke associaties die het album bij mij opriep, Boudewijn de Groots The Tower (van 'In Your Life') en de uiterst onwaarschijnlijk verbanden tussen The Tower en het lo-fi Franse album 'Dreameater' van Garciaphone en het is duidelijk dat The Tower nagenoeg volledig is geslaagd. Om van te genieten met mate, maar je hebt wel het beste in zijn soort dat verkrijgbaar is in handen.
Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.
Mountain Bike - Too Sorry for Any Sorrow (2017)

4,0
0
geplaatst: 20 maart 2017, 11:52 uur
Ik ben nooit een Blur fan geweest. In de jaren 90 zat ik stevig in het Oasis kamp. Blur klonk en klinkt me eigenlijk nog steeds net te gemaakt in de oren. Een verrassing is het dan wel om een Belgische band, om precies te zijn Brussel, Blur muziek te horen maken, die me direct helemaal bevalt.
Mountain Bike schijnt hier voor een garagerock bandje geweest te zijn en die aanpak is eigenlijk redelijk goed nog te horen. De gitaar speelt een grote rol op Too Sorry For Any Sorrow en die trekt mij direct de muziek in. Daarnaast zijn er een aantal gouden melodieën te vinden op de cd.
Het verhaaltje om deze plaat heen is niet compleet zonder de zanger te vermelden. Hij heeft die heerlijke punk sneer in zijn stem liggen. Die sneer die iedereen afserveert alsof er geen morgen is en geen afrekeningen. De sneer van pubers. Hij doseert precies voldoende om het album heel spannend te maken.
Daaronder gebeurt precies waar de songs om vragen. Elementair met op de juiste momenten accenten die de songs versterken. Want dat zijn het. Van die pareltjes die ieder voor zich schitteren en op zichzelf sterk genoeg zijn om bestaansrecht te hebben. Erg lekker en relevant. Prima plaat dus.
Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.
Mountain Bike schijnt hier voor een garagerock bandje geweest te zijn en die aanpak is eigenlijk redelijk goed nog te horen. De gitaar speelt een grote rol op Too Sorry For Any Sorrow en die trekt mij direct de muziek in. Daarnaast zijn er een aantal gouden melodieën te vinden op de cd.
Het verhaaltje om deze plaat heen is niet compleet zonder de zanger te vermelden. Hij heeft die heerlijke punk sneer in zijn stem liggen. Die sneer die iedereen afserveert alsof er geen morgen is en geen afrekeningen. De sneer van pubers. Hij doseert precies voldoende om het album heel spannend te maken.
Daaronder gebeurt precies waar de songs om vragen. Elementair met op de juiste momenten accenten die de songs versterken. Want dat zijn het. Van die pareltjes die ieder voor zich schitteren en op zichzelf sterk genoeg zijn om bestaansrecht te hebben. Erg lekker en relevant. Prima plaat dus.
Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.
Mousey - My Friends (2022)

3,5
0
geplaatst: 8 april 2022, 09:06 uur
Begonnen met een voorzichtige 3,5, maar ik sluit niet uit dat het meer kan worden. My Friends is een prachtig gevarieerde plaat en Mousey blinkt in ieder "genre" uit. Ze laat alles van zichzelf zien en dat is een heleboel. Aanrader.
Mozes & The Firstborn - Dadcore (2019)

4,0
1
geplaatst: 11 februari 2019, 10:24 uur
Leuk zo'n album waarvan ik in eerste instantie dacht 'dit heb ik allemaal al een keer eerder gehoord' (en veel beter dacht ik er achter), in de tweede ronde eigenlijk helemaal raak blijkt te zijn. Ja, Mozes and the Firstborn is flink beïnvloed door jaren 90 alternative rock uit de V.S., met Weezer voorop in de rij, maar op Dadcore laten ze horen dat ze deze bands moeiteloos benaderen en net zo makkelijk over heen springen waar het de output in de laatste jaren betreft.
Dadcore heeft een aantal nummers op de plaat die gewoon kloppen, waar niets geforceerds aan te vinden valt. Van die oorwurmen die in je kruipen en niet meer loslaten. En dat is precies wat je als band die een gezonde dozes pop in hun rock mixt, wilt bereiken.
Met Dadcore toont Mozes and the Firstborn aan een paar flinke stappen te hebben gezet in de afgelopen jaren. De band is gegroeid, is volwassener geworden in hun songwriting zonder dat dit ten koste is gegaan van de lol in hun nummers, maken en spelen. De meligheid van de tussen stukjes die D A D C O R E spellen, doet een beetje Zappiaans aan, iets wat het album extra charme meegeeft.
De opmerking "rock is iets dat mijn vader speelt", die in de bio staat bij Dadcore is, wel aardig. Ik denk dat dit zonder meer opgaat vandaag de dag, maar aan de andere kant sta ik vaak verbaasd van wat jongeren in mijn omgeving blijken te kennen en soms ook beluisteren. Dat gaat alle kanten op, dus ook rock. Er is hoop en bandjes zijn er nog volop vandaag de dag.
Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBlog:
WoNoBloG: Dadcore. Mozes and the Firstborn - wonomagazine.blogspot.com
Dadcore heeft een aantal nummers op de plaat die gewoon kloppen, waar niets geforceerds aan te vinden valt. Van die oorwurmen die in je kruipen en niet meer loslaten. En dat is precies wat je als band die een gezonde dozes pop in hun rock mixt, wilt bereiken.
Met Dadcore toont Mozes and the Firstborn aan een paar flinke stappen te hebben gezet in de afgelopen jaren. De band is gegroeid, is volwassener geworden in hun songwriting zonder dat dit ten koste is gegaan van de lol in hun nummers, maken en spelen. De meligheid van de tussen stukjes die D A D C O R E spellen, doet een beetje Zappiaans aan, iets wat het album extra charme meegeeft.
De opmerking "rock is iets dat mijn vader speelt", die in de bio staat bij Dadcore is, wel aardig. Ik denk dat dit zonder meer opgaat vandaag de dag, maar aan de andere kant sta ik vaak verbaasd van wat jongeren in mijn omgeving blijken te kennen en soms ook beluisteren. Dat gaat alle kanten op, dus ook rock. Er is hoop en bandjes zijn er nog volop vandaag de dag.
Dit is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBlog:
WoNoBloG: Dadcore. Mozes and the Firstborn - wonomagazine.blogspot.com
Mt. Mountain - Centre (2021)

3,5
0
geplaatst: 5 maart 2021, 09:19 uur
Centre is van het soort psychedelische rock dat in sommige nummers het woord rock bijna niet meer verdient. Psychedelische ballads is bijna meer op zijn plaats. Een lome bezwering die past bij Australische hitte, zoiets.
Tot voor kort had ik nog nooit muziek van een band uit Perth in het westen van Australië gehoord. Het nieuwe album van The Psychedelic Porn Crumpets ging Centre maar net voor. (Later checkend voor de zekerheid kwam ik ook Pond tegen met een album uit 2013. Er is dus zeker een psychedelic rock scene in Perth.)
Centre heeft voor mij twee gezichten. De ene als ik de plaat gewoon op zet. Dan gebeurt er na het geweldige 'Tassel', zeven minuten repetitieve bezwering, steeds minder en wordt het een beetje saai zelfs. Het andere gezicht is heel anders. Als ik echt in Centre opga, dan gebeurt er iets in mijn brein. Dat wordt in een soort trance gebracht, waarbinnen de songs op het album prima gedijen. De saaie stem, zoals wel vaker monotoon bij dit soort bands, blijkt precies de juiste te zijn. Iets anders kan niet, want dat zou de ban breken. De klanktapijten ondersteunen de gemoedstoestand.
Mr. Mountain is voor mij een nieuwe band, net als die andere Perth band. Beide zijn echter al een aantal albums bezig. Of met Centre progressie wordt geboekt, kan ik niet beoordelen. Wel ben ik blij dat Centre op mijn pad is gekomen. Binnenkort is de cd in huis en ga ik er eens echt helemaal voor zitten met koptelefoon op en al. Ik ben benieuwd of het dan een halfje meer mag zijn.
Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Tot voor kort had ik nog nooit muziek van een band uit Perth in het westen van Australië gehoord. Het nieuwe album van The Psychedelic Porn Crumpets ging Centre maar net voor. (Later checkend voor de zekerheid kwam ik ook Pond tegen met een album uit 2013. Er is dus zeker een psychedelic rock scene in Perth.)
Centre heeft voor mij twee gezichten. De ene als ik de plaat gewoon op zet. Dan gebeurt er na het geweldige 'Tassel', zeven minuten repetitieve bezwering, steeds minder en wordt het een beetje saai zelfs. Het andere gezicht is heel anders. Als ik echt in Centre opga, dan gebeurt er iets in mijn brein. Dat wordt in een soort trance gebracht, waarbinnen de songs op het album prima gedijen. De saaie stem, zoals wel vaker monotoon bij dit soort bands, blijkt precies de juiste te zijn. Iets anders kan niet, want dat zou de ban breken. De klanktapijten ondersteunen de gemoedstoestand.
Mr. Mountain is voor mij een nieuwe band, net als die andere Perth band. Beide zijn echter al een aantal albums bezig. Of met Centre progressie wordt geboekt, kan ik niet beoordelen. Wel ben ik blij dat Centre op mijn pad is gekomen. Binnenkort is de cd in huis en ga ik er eens echt helemaal voor zitten met koptelefoon op en al. Ik ben benieuwd of het dan een halfje meer mag zijn.
Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Muck and The Mires - Take Me Back to Planet Earth (2020)

4,0
0
geplaatst: 27 september 2020, 10:50 uur
Als je kijkt hoe de band er uit ziet en hoe de muziek op het eerste gehoor overkomt, is het makkelijk om Muck and the Mires weg te zetten als een anachronisme of een pastiche van dingen die lang voorbij zijn. Dat doet echter geen recht aan een aantal kenmerken van de band.
Naast het feit dat de manier waarop Take Me Back To Planet Earth klinkt niet mogelijk was voor garage rockers uit 1966, is het niet moeilijk om te horen hoeveel aandacht er uit gegaan is naar de details op de plaat. De arrangementen zitten heel goed in elkaar. De leden van deze band zijn zeer waarschijnlijk veel betere muzikanten dan hun voorbeelden ooit waren of pas later werden.
De teksten zijn wel met hun tijd meegegaan. Dat maakt de titel van een aantal nummers al duidelijk. Wat zou iemand uit 1966 voor een gedachten hebben gehad bij en Zoom break up ? Iets met hard roepen uit het open raam van een auto die in volle vaart voorbij rijdt?
Het geluid op deze plaat is heerlijk, de songs zijn gevarieerd genoeg om zes nummers lang heerlijk mee te surfen op de geluidsgolven en zeker vier daarvan steken goed uit boven het gemiddelde dat dagelijks uit lijkt te komen in het jaren 60 garage rock segment. Dus, nee, er is niets nieuws onder de zon als je naar genre kijkt. Wat de nieuwe songs betreft ligt wel er een heerlijke, opzwepende nieuwe plaat.
Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Naast het feit dat de manier waarop Take Me Back To Planet Earth klinkt niet mogelijk was voor garage rockers uit 1966, is het niet moeilijk om te horen hoeveel aandacht er uit gegaan is naar de details op de plaat. De arrangementen zitten heel goed in elkaar. De leden van deze band zijn zeer waarschijnlijk veel betere muzikanten dan hun voorbeelden ooit waren of pas later werden.
De teksten zijn wel met hun tijd meegegaan. Dat maakt de titel van een aantal nummers al duidelijk. Wat zou iemand uit 1966 voor een gedachten hebben gehad bij en Zoom break up ? Iets met hard roepen uit het open raam van een auto die in volle vaart voorbij rijdt?
Het geluid op deze plaat is heerlijk, de songs zijn gevarieerd genoeg om zes nummers lang heerlijk mee te surfen op de geluidsgolven en zeker vier daarvan steken goed uit boven het gemiddelde dat dagelijks uit lijkt te komen in het jaren 60 garage rock segment. Dus, nee, er is niets nieuws onder de zon als je naar genre kijkt. Wat de nieuwe songs betreft ligt wel er een heerlijke, opzwepende nieuwe plaat.
Het bovenstaande is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Muse - Simulation Theory (2018)

5,0
0
geplaatst: 27 november 2018, 09:21 uur
Hoe langer een band bestaat, hoe moeilijker om een nieuw album geaccepteerd te krijgen bij de fans. Live komt men voor de favorieten van weleer, zodat een nieuw album meer een excuus wordt om iedereen weer te laten zwelgen in nostalgie op steeds grotere velden en stadions, zoals Muse inmiddels voor elkaar heeft gekregen. Zelf ga ik komende zomer voor het eerst naar een Muse concert, net over de grens in Keulen. Het is er gewoon nooit van gekomen.
Vlak voor de kerst in 1999 kocht ik mijn eerste Muse album en heb ze allemaal sindsdien in een of andere vorm. Balans is een belangrijk woord waar het Muse en ondergetekende betreft. Die was niet altijd aanwezig. Too much of a good thing, maar soms ook te weinig. Ik was dan ook heel blij met 'Drones', al sloeg ook daar de overkill uiteindelijk wel toe. Een hele Muse plaat in een zit uitspelen, is derhalve niet vanzelfsprekend.
Enter Simulation Theory. Ik heb zelfs de extended cd versie gekocht en speel hem moeiteloos uit. Wat Muse op deze plaat voor elkaar krijgt, is het leveren van een perfecte balans op plaat. Inventieve stukken muziek wisselt men af met stevig beukwerk, gierende gitaren en synthesizers, vol beukende bas en drums, maar ook prachtige subtiele stukken.
Verrassend is 'Dig Down'. Muse goes George Michael. Dit is in het refrein gewoon 'Freedom! 90'. Ik ben geen Michael fan, maar dit is toevallig mijn favoriete nummer, dus zit dat deel wel goed. 'Dig Down' is in mijn ogen een van de lekkerste nummers van deze plaat. Het groovet, het heeft een stevige onderhuidse spanning en het popelement dat Muse altijd in zich draagt, komt prachtig uit.
Hiertegenover staan spannende nummers als opener 'Algorithm' en de harde dansinvloeden in wat tegelijkertijd de hardste rockers zijn. Zo vloeit veel samen op Simulation Theory, een aanbod dat mij van begin tot einde volledig boeit. Simulation Theory is volledig in balans en streelt de diverse uithoeken van mijn muzieksmaak op perfecte wijze. Tel bij dit alles nog de prima in vorm zijnde stem van Mattew Bellamy op. Kortom, het beste Muse album tot op heden, dat zeker niet de allerbeste Muse nummers herbergt. Welke zich daarbij gaan scharen, gaat de tijd uitwijzen.
Deze bijdrage is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Vlak voor de kerst in 1999 kocht ik mijn eerste Muse album en heb ze allemaal sindsdien in een of andere vorm. Balans is een belangrijk woord waar het Muse en ondergetekende betreft. Die was niet altijd aanwezig. Too much of a good thing, maar soms ook te weinig. Ik was dan ook heel blij met 'Drones', al sloeg ook daar de overkill uiteindelijk wel toe. Een hele Muse plaat in een zit uitspelen, is derhalve niet vanzelfsprekend.
Enter Simulation Theory. Ik heb zelfs de extended cd versie gekocht en speel hem moeiteloos uit. Wat Muse op deze plaat voor elkaar krijgt, is het leveren van een perfecte balans op plaat. Inventieve stukken muziek wisselt men af met stevig beukwerk, gierende gitaren en synthesizers, vol beukende bas en drums, maar ook prachtige subtiele stukken.
Verrassend is 'Dig Down'. Muse goes George Michael. Dit is in het refrein gewoon 'Freedom! 90'. Ik ben geen Michael fan, maar dit is toevallig mijn favoriete nummer, dus zit dat deel wel goed. 'Dig Down' is in mijn ogen een van de lekkerste nummers van deze plaat. Het groovet, het heeft een stevige onderhuidse spanning en het popelement dat Muse altijd in zich draagt, komt prachtig uit.
Hiertegenover staan spannende nummers als opener 'Algorithm' en de harde dansinvloeden in wat tegelijkertijd de hardste rockers zijn. Zo vloeit veel samen op Simulation Theory, een aanbod dat mij van begin tot einde volledig boeit. Simulation Theory is volledig in balans en streelt de diverse uithoeken van mijn muzieksmaak op perfecte wijze. Tel bij dit alles nog de prima in vorm zijnde stem van Mattew Bellamy op. Kortom, het beste Muse album tot op heden, dat zeker niet de allerbeste Muse nummers herbergt. Welke zich daarbij gaan scharen, gaat de tijd uitwijzen.
Deze bijdrage is een bewerking van een Engelstalige post op WoNoBloG.
Mutemath - Play Dead (2017)

3,0
0
geplaatst: 16 september 2017, 10:24 uur
Mijn kennismaking met Mutemath verliep niet in een directe lijn. Na de eerste beluistering dacht ik wel klaar te zijn met de beluistering van Play Death. Iemand zei me "Jammer dat het (nog) niet bij je landt". Dat woordje "nog" maakte dat ik nog eens ging luisteren. Inderdaad, de eerste drie nummers vond ik opnieuw best prima en daarna begon die disco weer. Omdat ik iets meer aandacht bleef schenken aan de muziek die daarop volgde, kwam ik daar ditmaal wel doorheen en opende het album zich langzaam voor me.
Ook na xmaal luisteren blijft het een op en neer gaan, maar doorgaans valt het zonder meer positief uit en is er ruimte voor groei.
De indruk die Play Death wekt, is dar de band zichzelf geen enkele restrictie heeft opgelegd of dat de bandleden het zo oneens waren over de richting die bepaalde songs op moesten, dat uiteindelijk een individueel lid de vrije hand kreeg. (De drummer is ook opgestapt na de release, begrijp ik.) Hoe het zij, soms zit ik te genieten, soms mezelf te ergeren, maar het is onmogelijk te zeggen dat het album me onberoerd laat. Dat is een enorme stap voorwaarts ten opzichte van de eerste luisterbeurt en wie weet waar het nog naar toe gaat.
In algemene zin merk ik dat het woord disco de laatste weken geregeld valt in mijn recensies. Er lijkt een sterke opleving van het genre gaande te zijn in de alternatieve rockscene.
Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.
Ook na xmaal luisteren blijft het een op en neer gaan, maar doorgaans valt het zonder meer positief uit en is er ruimte voor groei.
De indruk die Play Death wekt, is dar de band zichzelf geen enkele restrictie heeft opgelegd of dat de bandleden het zo oneens waren over de richting die bepaalde songs op moesten, dat uiteindelijk een individueel lid de vrije hand kreeg. (De drummer is ook opgestapt na de release, begrijp ik.) Hoe het zij, soms zit ik te genieten, soms mezelf te ergeren, maar het is onmogelijk te zeggen dat het album me onberoerd laat. Dat is een enorme stap voorwaarts ten opzichte van de eerste luisterbeurt en wie weet waar het nog naar toe gaat.
In algemene zin merk ik dat het woord disco de laatste weken geregeld valt in mijn recensies. Er lijkt een sterke opleving van het genre gaande te zijn in de alternatieve rockscene.
Het hele verhaal staat hier op WoNoBlog.
My Baby - Prehistoric Rhythm (2017)

4,0
0
geplaatst: 17 maart 2017, 11:41 uur
Mijn kennismaking met My Baby tot op heden verliep via de recensies van erwinz. De platen overtuigden mij niet helemaal, hoe enthousiast Erwin ook klonk. Mijn kennismaking live verliep al een stuk beter. Ondanks het redelijk vroege tijdstip speelde My Baby behoorlijk het zeildoek van het podium in Haarlem tijdens Bevrijdingsfestival vorig jaar. Die lijn wordt doorgetrokken op Prehistoric Rhythms. Dat laatste moeten we met een berg zout nemen, want er is niets primitiefs aan de beats die My Baby uit een drumstel, maar vooral uit kastjes trekt. Mijn reactie op die beats appelleren ongetwijfeld aan het oergevoel van vroege stammen die ritmes produceerden door op stukken hout, botten en stenen te slaan om elkaar zo al dansend rond een kampvuur in trance te brengen.
Als ik één woord moet gebruiken is het opwindend. Dat is wat er in een flink aantal nummers aan de hand is. Blues(rock) wordt vermengd met harde beats tot een explosieve mix. Tegelijkertijd is My Baby in staat om het tempo en het standje opgewonden er af te halen en dan komt er een ander beest tevoorschijn. Dan blijkt zangeres Cato van Dijck "echt" te kunnen zingen, met veel gevoel en delicatesse. Dit geeft Prehistoric Rhythm een meerwaarde, waardoor ik een halve * hoger uitkom.
Ik weet niet of ik dit album heel vaak zal spelen. Daar is het vaak, als in de omstandigheden, te druk voor. Feit is dat het album bijzonder goed geland is bij me. Een ding weet ik wel echt zeker. Live gaat My Baby het kunstje om haar publiek succesvol te bespelen nog beter voor elkaar krijgen met dit rock dance monster met veel dynamiek. Catch and release indeed.
Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.
Als ik één woord moet gebruiken is het opwindend. Dat is wat er in een flink aantal nummers aan de hand is. Blues(rock) wordt vermengd met harde beats tot een explosieve mix. Tegelijkertijd is My Baby in staat om het tempo en het standje opgewonden er af te halen en dan komt er een ander beest tevoorschijn. Dan blijkt zangeres Cato van Dijck "echt" te kunnen zingen, met veel gevoel en delicatesse. Dit geeft Prehistoric Rhythm een meerwaarde, waardoor ik een halve * hoger uitkom.
Ik weet niet of ik dit album heel vaak zal spelen. Daar is het vaak, als in de omstandigheden, te druk voor. Feit is dat het album bijzonder goed geland is bij me. Een ding weet ik wel echt zeker. Live gaat My Baby het kunstje om haar publiek succesvol te bespelen nog beter voor elkaar krijgen met dit rock dance monster met veel dynamiek. Catch and release indeed.
Het hele verhaal staat hier op WoNo Magazine.
