MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten deric raven als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bob Dylan - Street-Legal (1978)

poster
3,5
Ik heb nooit veel met Bob Dylan gehad, zijn bekendere nummers vind ik meestal in de uitvoering van andere artiesten beter, waardoor ik natuurlijk wel de erkenning begrijp van de kwaliteit daarvan.
Als zanger hoorde ik bij de groep die hem vond klinken als een valse oude kraai.
Echter dankzij het dreigende faillissement van Free Record Shop lagen de albums daar wel heel erg scherp geprijst, waardoor ik uiteindelijk langzaam aan besloot om toch wat meer albums van Dylan te proberen.
Desire sprong er positief uit; mede dankzij de prachtige bijdrage van violist Scarlet Rivera in zijn beste song Hurricane.
Deze periode beviel mij wel; Blood On The Tracks volgde, en omdat deze ook goed in elkaar zat, kocht ik laatst ook nog Street – Legal.
Deze wordt onterecht een stuk minder gewaardeerd, voor mij is dit misschien wel zijn beste album.
Opener Changing of the Guards laat een Bob Dylan horen die verrassend goed bij stem is.
Natuurlijk is voor mij ook de eerste naam die opkomt Bruce Springsteen, maar vreemd genoeg moet ik ook aan Redemption Song van Bob Marley denken, nog meer dan aan Bruce Springsteen zelfs.
Bruce Springsteens invloed vind ik vooral hoorbaar bij de saxofoonpartij op het eind.
Bob Marley en Bruce Springsteen zijn de protestzangers van een nieuwe generatie; oudgediende Dylan bewijst hier dat zijn plek daar nog steeds tussen hoort.
Natuurlijk gaat Street – Legal meer over zijn persoonlijke leed vanwege zijn scheiding met Sara Lownds, maar ondanks de nodige tekstuele sneren naar haar toe, klinkt Street – Legal alles behalve wrang.
De country en folk invloeden die The Rolling Stones in Exile on Main St. verwerkten hoor je tevens terug, en natuurlijk moet ik het geluid van The Band vermelden.
Puristen zullen het wel niet geheel met mij eens zijn, maar ik hoor een Amerikaans klinkend geheel, waarbij men als wederzijds respect elkaars sterke kanten benutten.
Natuurlijk zijn The Stones van oorsprong Brits, maar na het overlijden van Brian Jones krijg je toch een meer Amerikaans getint geluid.
Feit is dat The Stones altijd naar Dylan hebben opgekeken, met Street – Legal lijkt het alsof de grote meester een gebaar terug wil maken.
Voor mij is dit zijn meest geslaagde creatieve periode.
Dus als ik iemand tref die net zoals ik voorheen over Dylan denkt; die oude vals zingende kraai, dan raad ik hem de trilogie Desire, Blood On The Tracks en Street – Legal aan, waarschijnlijk dat hierdoor de scherpe kantjes van zijn oordeel verzachten.

Bob Dylan - Time Out of Mind (1997)

poster
3,5
Ik zal nooit een groot liefhebber van Bob Dylan worden, voor mij blijft hij de kaal geplukte kip met de gouden eieren.
Geweldige composities, die ik het liefste door anderen gebracht zie worden.
Vreemd genoeg doet de geleefde stem van Johnny Cash mij wel veel, maar bij Dylan heb ik dat gevoel niet.
Natuurlijk is zijn positie binnen de ontwikkeling van de popmuziek van zeer groot belang, zonder hem zou het muzikale landschap er totaal anders uit hebben gezien.
De switch tussen folk en pop is nu ook goed hoorbaar bij bands als The Walkabouts en 16 Horsepower.
De voornaamste reden dat ik aan dit album begin is de productionele bijdrage van Daniel Lanois.
Als je na gaat wat hij in de jaren 80 heeft betekend voor artiesten als Robbie Robertson, U2 en Peter Gabriel, is de volgende stap om mij meer te verdiepen in Time Out Of Mind.
En inderdaad, ook hier is hij sfeer bepalend geweest.
Bij Lanois heb ik altijd het idee dat hij zich vereerd voelt om met zijn grote helden samen te werken, een kans om volledig te benutten.
En als die mogelijkheid zich voor doet, dan ben je gek om niet het hoogst haalbare resultaat te bewerkstellen.
Dankzij Lanois een vernieuwde positieve kennismaking met Bob Dylan voor mij.
Misschien is dit wel de geschikte ingang voor het oudere werk.
Bij een artiest als Johnny Cash werkte dat namelijk ook zo.
Dankzij American Recordings naar Folsom Prison Blues.

Bob Moses - Desire (2020)

poster
4,0
Als twee jonge scholieren in Vancouver aan de praat raken over muziek ontstaat een opbloeiende vriendschap. De interesse ligt vooral op het vlak van de grunge en zonnige niks aan de hand punk. De gedeelde voorliefde voor minimalistische elektro vormt het startpunt voor Bob Moses. Het is 2015 als het Canadese electropop duo de danswereld opschud met hun donkere jazzy deephouse swingende Days Gone By met daarop de veelgeprezen danceklassieker Tearing Me Up. Heerlijk nachtclub duister met daaroverheen de twijfelende one night stand teksten en het onbegrip waarmee deze maneater het hulpeloze slachtoffer achterlaat.

Een treffende debuutplaat die voorafgegaan wordt door het in datzelfde jaar verschenen All In All, een compilatie die hun eerdere uitgebrachte drie EP’s bevat. Met het stukken zoetere eighties new wave gerichte Battle Lines graven Tom Howie en Jimmy Vallance nog dieper in het synthpop verleden, wat wisselende reacties oproept. Ondanks de prachtige toevoeging van rockgitaar wordt deze stukken milder ontvangen. Een reden om zich uitgebreid te verdiepen in een geslaagd vervolg om niet in de vergetelheid te verdwijnen.

Het uitgangspunt van de EP Desire is het klassieke verhaal van Icarus die zijn leven opoffert als hij naar de zon vliegt. Thema’s als verlangen, hoogmoed en zelfvertrouwen vormen hierin de eigenschappelijke basis. De flamboyante lichtelijk excentrieke diskjockey ZHU verzorgt in het titelstuk Desire een op zijn lijf geschreven bijrol. Het verlangen kan nu in 2020 veel breder opgepakt worden. Door het gemis van live events en grootschalige dancefestivals is de behoefte groter dan ooit.

Het is indrukwekkend hoe dit vanuit New York opererende tweetal boven op een radiotoren in Topanga een verbazend sterke publiekloze live set neerzet, welke ze vorige maand onder de naam Falling into Focus uitbrengen. Het isolerende contactarme gevoel van het Corona tijdperk overstijgt de eenzame hoogte waarop Bob Moses als ware godenzonen op de nietige aarde neerkijken. Dichter bij de zon kunnen ze fysiek onderhand niet komen. De moeite waard om terug te kijken en een goede reden om alsnog stil te staan bij het reeds in augustus verschenen Desire.

De zelfvernietigende werking van een energie slopende liefdesrelatie wordt emotioneel gevangen in de verstillende pianoklanken van Love We Found. Een heerlijk trippend intro met passerende baslijnen die vervolgens door de ritmische mokerhamer vakkundig de grond in geslagen worden. Er zit een licht industrieel tintje aan, in het vervolg mogen ze dat gerust wat verder uitbouwen om de teksten net meer kracht te geven.

De schuldbelijdenis van het echoënde The Blame is zelfs nog vragend wanhopiger, en laat de meest kwetsbare kant van de kant zien. Het sluit aan bij de deprimerende tienerromantiek van opgesloten eighties wavers, welke als een weggestopte Rapunzel op zolderkamertjes wegkwijnen in hun onoverzienbare puberverdriet. Bob Moses heeft zich waarschijnlijk nooit beseft hoe dicht ze hiermee bij de huidige maatschappelijke lockdown komen. Ook nu proberen jongeren te overleven en ondernemen risicovolle geheime ontmoetingen om aansluiting te vinden bij gelijkgezinde leeftijdsgenoten.

Met het rustige dreamhouse einde wordt een hoopvollere toekomst ingeluid, om vervolgens ravend over te gaan in het titelstuk Desire. Een prachtig huwelijk tussen het tweetal waarbij ZHU uitgenodigd wordt om meer spanning in de verzadigde relatie toe te voegen. Een zoektocht naar vrijheid die nogmaals de hedendaagse situatie benadrukt.

Herhalende mantra zinnen van Hold Me Up kondigen het hoopvolle vervagende diepgaande Outlier aan. Mooi hoe hier het licht centraal staat. Zonnestralen die de hallucinerende in trance rakende deephouse opwarmen om vervolgens tot bezinning te komen bij de engelachtige zang van het naar een climax toewerkende postpunk van Ordinary Day. Hierbij wordt bewust gekozen om het hoogtepunt te laten verzanden in broeierige hedendaagse lome zomerklanken. Er is hoop op een dansbare toekomst.

Bob Moses - Desire | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Bobby Oroza - This Love (2019)

poster
3,0
Er is helemaal niks mis met gelikte soul. Vaak wordt zo’n album uit de kast gehaald als men veel plezier in de slaapkamer wil beleven. Goed hard gedraaid, zodat de buren de dag erna wel flink klagen, maar dan gelukkig alleen maar over de muziek. Soul had zijn hoogtijdagen in de jaren zeventig, het krijgt nog een periode van her-erkenning in de jaren tachtig, en verdwijnt vervolgens steeds meer naar de achtergrond. En dan is er nu vanuit Helsinki opeens Bobby Oroza. Deze Finse artiest is verantwoordelijk voor het verrassende debuut This Love. Welke voornamelijk gezien kan worden als zijn voorliefde voor de grote artiesten die er in het verleden succesvol weten te scoren met hun klassiekers. De swing is aanwezig, maar tot het minimum terug gebracht. Hierdoor is er vooral ruimte vrij gekomen voor de sensualiteit.

Met zijn intellectuele ogende looks en iets wat gladde uiterlijk lijkt alles in zijn voordeel te werken. Staande achter een grote aardbol maakt hij zijn doel al kenbaar; de wereld veroveren. Je moet ook iets van arrogantie uitstralen, wil je rol als verbale ladykiller overtuigend over komen. Ondanks dat het dus erg smooth gepresenteerd wordt, staat er wel een klasse product. Het is allemaal perfect tot in de puntjes getimed. Door de vintage seventies orkestratie maakt hij zeker indruk. Met gemak wordt er in intro’s tevens een basis gelegd voor een vette raptrack. Toch gaat de voorkeur uit naar de meer swingende songs met opzwepend slagwerk. Zijn bekwaamheid om zelf veel te arrangeren en uit te werken is een prachtig gegeven, zeker in het verleidende orgelspel.

Wel mis je een stuk variatie, zeker bij de drums van grote naam Jukka Sarapää vervalt deze regelmatig in hetzelfde ritme. Met zijn achtergrond en bagage had hij er meer uit moeten halen. Nu komt het niet veel verder dan bekende hiphop breaks. De van oorsprong Reggae artiest Seppo Salmi weet dit echter recht te zetten met zijn gitaarakkoorden, die stevig de blues oproepen, maar ook kinky funky kunnen klinken. De bekende saxofonist Jimi Tenor is afwezig met zijn geblaas, maar laten horen dat hij een prachtig staaltje vintage gefluit kan neerzetten. De zichzelf toegeëigende titel van Soul King past absoluut bij de coole basloopjes van Sami Kantelinen.

Muzikaal is het dus allemaal dik in orde, zijn zang is ver bovengemiddeld, maar net wat zeurderiger. Hierbij blijft hij toch in de schaduw staan van zijn talrijke grote voorbeelden. In de vocalen moet er diepere rust en zelfverzekerdheid uitgestraald worden. Als lustopwekkend middel voldoet This Love meer dan genoeg. Als je alleen oog hebt voor je partner en een romantische avond dan kan deze prima gedraaid worden. Wil je een bredere analyse, dan is het niet zo bijzonder.

Bobby Oroza - This Love | Soul / Hiphop | Written in Music - writteninmusic.com

Boeckner - Boeckner! (2024)

poster
4,0
Na het verschijnen van de laatste Wolf Parade plaat Thin Mind sluit Dan Boeckner zich min of meer genoodzaakt bij Arcade Fire aan. Dit gezelschap moet de vrijgekomen plaats van Will Butler opvullen en omdat Dan Boeckner daar met zijn jaren tachtig new wave geluid de meest geschikte kandidaat voor is, valt het oog op deze veelzijdige artiest. Wolf Parade belandt tijdelijk voor een afkoelingsperiode in de koelkast en als zijn maatje Spencer Krug de aandacht op zijn oude vriendenproject Sunset Rubdown richt is het niet vreemd dat ook Dan Boeckner de vleugels uitslaat en zijn zinnen op zijn eerste soloplaat zet.

Zorgt Spencer Krug bij Wolf Parade voornamelijk voor de keyboardpartijen, hier waagt Dan Boeckner zich aan het toetsenwerk. Hij verliest zichzelf in het tekstueel heftige Lose Space Age Love Song liefdesdrama waar de synthpop deze tekortkoming neutraliseert. Maar misschien geeft hij toenmalige Handsome Furs partner in crime Alexei Perry nog een forse trap na. De sound is net een tikkeltje minder gabber minded, en mist de overstuurde uitspattingen. Verder haalt hij met deze openingstrack niet alleen relationele misstanden op, maar memoreert ook het geluid aan die persoonlijke heftige periode. Vervreemd in zijn spiegellabyrint zoekt Dan Boeckner naar de juiste doorgang om zijn leven, welke uit ingewikkelde keuzes bestaat, te vervolgen. Die eighties vibe krijgt navolging in het vluchtige trompetterende olifantengeschal van de saxofonist die zich uitbundig uitleeft.

Ook de aansluitende Ghost in the Mirror vervaging werkt zich door deze paranoia en pijnlijke herinneringen heen. De zanger distantieert zich van de uiteenspattende dromen en beseft dat het nog jaren duurt voordat de wereld zich herstelt. Het Yin Yang effect tussen een realistische denkwijze en hoopvol naar de toekomst kijken. Dan Boeckner legt vooral de zwaarte op de weegschaal, de positieve uitvoering hecht zich aan zijn licht neurotische wankelende voordracht. Een heerlijke vroeg jaren tachtig punkrocker waarmee hij zich geslaagd in het vaarwater van Elvis Costello waagt. Dan Boeckner gaat de confrontatie niet aan, en kiest ook bij Wrong voor de veilige middenweg. Door zijn wereld te verkleinen blijft deze overzichtelijk. Logisch dus dat hij zich met de nostalgische zekerheid uit zijn jeugd bewapend.

Nadat hij de persoonlijke omstandigheden via het hart gelucht heeft en op die kwijtschelding van zijn problemen aast, richt hij zich op de maatschappelijke omstandigheden van de wereld. Dan Boeckner verlangt naar de Don’t Worry Baby onbezorgdheid. Elke dag is een feestje, een spannende ontdekkingstocht. We overleven de veranderingen en bouwen een nieuwe geschiedenis op. Dead Tourists in vergaande Polaroid ansichtkaarten vastgelegd. Zelfs het verleden vervaagd en verliest hierbij kleur en zeggingskracht. De krachtige emotionele beeldende gitaarlijnen domineren en drukken de keyboard in een dienende rol op de achtergrond terug.

Hij gebruikt het elektronische toetseninstrument wel om de Return to Life kilte te verantwoorden. Ook daar herplaatst hij de jaren tachtig klimaatproblematiek in het heden. Ontwaken in een neergaande spiraal, zonder begin en zonder einde, zonder zekerheid en zonder toekomstperspectief. We doorlopen de leegte van de steden en vullen deze in gedachte tot een rijkelijk Euphoria. We plukken de sterren uit de hemel om het paradijs te verwarmen, te verlichten. Met het profetische Holy Is the Night benadrukt hij nogmaals dat we voorzichtig met dit heiligdom moeten omgaan en geeft hij een optimistische twist aan het geheel. Vanwege het persoonlijke karakter is de rol van Dan Boeckner in paradepaardje Wolf Parade hier bij Boeckner! niet relevant, het is zijn relaas, zijn worsteling en stiekem hoop je op meer misstanden die zijn leven kruizen. Een fraaie retro sound, en dat uitroepteken staat precies op de juiste plek, Boeckner! verdient meer aandacht.

Boeckner - Boeckner! | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Bombay Bicycle Club - Everything Else Has Gone Wrong (2020)

poster
3,5
Door het heerlijke voorjaarsgevoel wat Everything Else Has Gone Wrong oproept, krijg je in eerste instantie de indruk dat Bombay Bicycle Club de nieuwe plaat net een paar maanden te vroeg lanceert. Echter voor de band zelf is dit uiteraard het meest geschikte moment. Hoe passend is het om na een stilte van vijf jaar juist in januari jezelf met voltooid materiaal aan het publiek te openbaren. Een nieuwe start, een nieuwe lente.

Op eerder werk dreigden de Londenaren in hun enthousiasme ten onder te gaan in een dicht gemetseld bombastische geluid. Al is dit wel kenmerkend en typerend voor de band. Het heeft de drukte en opgewondenheid van een veel biedende Oosterse bazaar, waarbij de zintuigen overprikkeld raken door alle vele indrukken om je heen.

Get Up trapt af met een swingende inleiding. Alsof de band beland is in een rokerige jazzclub uit de jaren twintig, waar al dansend volop van het leven genoten wordt. Met buikdans ritmes wordt daar het kenmerkende stukje typerende Bombay Bicycle Club aan toegevoegd. Nog steeds worden je hersenen overladen met een breed scala aan ideeën, al wordt hier de dosering passend in gangbaarheid afgeremd. Helaas komt deze geslaagde combinatie verder niet meer terug.

Er is veel meer ruimte voor postpunk gitaren en baspartijen die het gejaagde van de snellere beats in de juiste banen leiden. Die retro jaren tachtig basis domineert op een prettige manier. Het commerciële aspect hoor je terug in de springerige discotracks. De indierockers willen als Twenty Four Hour Party People de dansvloer veroveren en de tijden van The Haçienda nachtclub herbeleven. Daar slagen ze op wonderbaarlijke wijze treffend in.

Toch krijg ik nog steeds de indruk dat de band aan een sprintwedstrijd is begonnen. Als ze de lengte van 42 minuten hadden uitgebreid naar ruim drie kwartier, had het net wat meer lucht gekregen. Nog steeds is het net zo flitsend als passerende neonreclame in een bruisende metropool, het tempo zit nog aan de hoge kant waardoor het lastiger is om volledig te genieten. Bij het dromerige titelstuk Everything Else Has Gone Wrong lijken ze wel het evenwicht te bewaken, al groeit ook dit uit tot een standje teveel.

Er gebeurd zoveel op de plaat, waardoor de tracks verzwolgen worden door goed bedoelde vrolijkheid. Heel gewaagd om de softe folky inslag in te ruilen voor die van energieke elektro hippies, toch komt het nog steeds niet in de buurt van persoonlijk hoogtepunt Flaws waarbij er een mooi intiem klein sfeertje werd neer gezet. Het is wachten tot het afsluitende Racing Stripes waar het besef van bezinning wel de overhand neemt.

De afwezigheid van vijf jaar heeft niet geleid tot verrassende nieuwe invalshoeken, maar stagneert bij het geluid van voorganger So Long, See You Tomorrow. Dat er nu gekozen is voor meer balans heeft wel tot gevolg dat dit avontuurlijke meer naar de achtergrond is verdwenen, daarvoor krijg je wel een portie aan gedoseerde frisheid voor terug. Geen verkeerde plaat, het is allemaal niet baanbrekend, wel lekker in het gehoor liggend.

Bombay Bicycle Club - Everything Else Has Gone Wrong | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Bon Iver - 22, A Million (2016)

poster
2,5
Ik kan hier helemaal niks mee.
Is dit hippe muziek voor hipsters die proberen om hip te zijn?
Mijn kinderen vroegen al of deze cd een misdruk was?
Nee, dit is Spotify.
Gelukkig maar, anders moet je het bonnetje goed bewaren, papa.

Bon Iver - For Emma, Forever Ago (2007)

poster
4,0
Je besluit om met vrienden van vroeger nog eenmaal op vakantie te gaan.
Grootste plannen om het verleden te herbeleven.
Kratten bier ingeslagen.
Met volle moed vertrek je naar een van de geliefde Waddeneilanden.
Helaas voldoet de weervoorspelling niet aan de verwachtte doelstellingen.
Vanwege temperatuursdalingen ben je genoodzaakt om in een afgedankte legertent te vertoeven.
Van buiten uit probeert de regen een weg naar binnen te vinden.
Als een gevulde waterballon op het punt van knappen komt het zeil sneller dichterbij.
Gelukkig heeft er iemand nog een versleten gitaar bij zich.
Gehuld in warme fleece trui proberen we er nog wat van te maken.
Proost op deze mislukte zomer.
Op sommige momenten heb je ze gewoon nodig.
Albums die je verder helpen op troosteloze avonden.
De sobere stemming ademt tevens een gevoel van gezelligheid uit.
Gelijkgezinden vreemden die geborgenheid zoeken bij een stervend kampvuur.
Een collectief geheel.
For Emma, Forever Ago.
Als Eddie Vedder geen tijd had gehad, dan had dit perfect kunnen volstaan als soundtrack voor Into The Wild.
Vanwege de uitstraling van puurheid en eenvoud.
Stiekem zit dit een stuk genialer in elkaar.

Bon Iver - SABLE, fABLE (2025)

poster
4,0
Hoe bijzonder is het dat de man achter de twee mooiste folk albums van deze eeuw een drastisch besluit neemt en een totaal andere koers inslaat. Meesterwerken als het schitterende For Emma Forever Ago en Bon Iver, Bon Iver herdefiniëren de folk en vormen de nieuwste maatstaven voor dit begrip. Met deze twee klassiekers op zijn naam verrast Justin Vernon de buitenwereld door met elektronica te stoeien, wat vervolgens het bijna cryptische 22, A Million oplevert. Verknipt met een veelvoud aan vocoders, die zijn stem behoorlijk door de mangel halen. Het is voor de luisteraar behoorlijk wennen, maar uiteindelijk omarmen ze deze gewaagde koerswijziging en wordt opvolger i,i al net zo gemakkelijker getolereerd.

Er is geen weg terug en het Bon Iver verhaal is verteld, uitgeschreven. Justin Vernon richt zich vooral op het met Aaron Dessner van The National opgestarte Big Red Machine en dat is verder prima. We koesteren de Bon Iver platen en leggen ons erbij neer dat het schijnbaar hier bij blijft. Totdat er in de vorm van de SABLE EP in de herfst van 2024 een muzikaal epiloog verschijnt. Vooral een track als S p e y s i d e maakt zoveel indruk dat Justin Vernon besluit om dat nawoord tot een nieuw hoofdstuk te transformeren. Er wordt reikhalzend naar SABLE, fABLE uitgekeken, misschien wel de meest verrassende release van dit jaar.

S p e y s i d e is old school Bon Iver. In gedachte bevinden we ons weer in die jachthut van zijn vader te Wisconsin, totaal afgesloten van de buitenwereld. Daar bestrijdt hij in de winter zijn depressies door het therapeutisch van zich af te schrijven. Het sobere S p e y s i d e bezit dezelfde ontroerende wisselwerking. Het is een emotionele verslaglegging over hoe hij alle winst verspeeld heeft, een zoektocht welke hem terug naar die kern brengt. Geschreven op het moment dat hij naar de drank teruggrijpt, en dit vervolgens met een rottig schuldgevoel met zijn vrienden deelt. Justin Vernon is niet herboren, maar bevindt zich op exact datzelfde nulpunt waar het ooit mee begon.

De jaren tellen mee en de dromerige zachtheid is vervangen door een verbeten volwassen ernst. Daar zit het grote verschil met de eersteling. Daar zat het verdriet vooral in de beladen uithalen. S p e y s i d e is dus een verbitterende terugblik op jaren van strijd welke hem zeker ook de nodige geluksmomenten oplevert. Het net zo fraaie Things Behind Things Behind Things verwoord de angst om te veranderen, de angst om jezelf kwijt te raken. Het is de schaduwsong van een schim die de grip op zijn gastheer verliest. Juist door die gewaagde elektronische aanpak vervreemd Justin Vernon van zichzelf, en raakt hij in een heftige identiteitscrisis. Samen met Awards Season luiden ze de weg terug in. Het positief gestemde Awards Season voltooit de SABLE EP en accepteert de gemaakte misstappen. Na spijt volgt troost, na troost volgen nieuwe kansen.

Het is meer dan logisch dat fABLE een andere fase ingaat. fABLE staat gelijk aan het fantaseren en kan je als een non-fictie hoofdstuk beschouwen. Zo kijkt Justin Vernon tegen de toekomst aan, en met het Short Story proloog begint hij die eerste bladzijde. Short Story is sprankelend hemels, tenminste als er een hemel bestaat, dan opent deze nu zijn poorten. Toch loert in het duistere einde het gevaar toe en nodigt dit zodanig uit om dit muzikale boek verder te lezen. De Everything Is Peaceful Love gospelsoul is verraderlijk misleidend. De elektronica dringt zich als een vergeten vriend opnieuw op. Het is vertrouwd, en toch heeft het iets vijandigs. Offert Justin Vernon het SABLE voorwerk op door zich aan een pact met de duivel te vergrijpen? Door de slide gitaar raak je in deze ontregelde ontdekkingstocht behoorlijk in de war. Daar zit de magie welke het verschil maakt, de navelstreng die de track aan het verleden verbindt. Maar is het wel magie, of hebben we met een bedriegende goocheltruc te maken.

Niets is wat het lijkt, het zijn allemaal illusies, maar het is wel prettig gezichtsbedrog. Het ritmische extraverte Walk Home maakt weer gebruik van schizofrene stemvervormers. In dit geval versterken ze het zielvolle weerwoord. Ga naar buiten, omarm de wereld en maak deze eigen. Het met gastmuzikanten Jenn Wasner (Flock of Dimes) en Dijon Duenas opgenomen Day One is het sleutelnummer tussen hiphop en gospel. Het is een indirect vervolg op zijn interesse voor religiewetenschappen, het bewijs dat geloof en muziek onmiskenbaar aan elkaar verbonden zijn. Het zwoele met kopstem gezongen From is de verleiding in het onaardse paradijs met de liefde als grote spelbreker.

In de slaapkamer I’ll Be There R&B funkromance spreekt Justin Vernon nog steeds vanuit het hart, maar laat hij deze voornamelijk door vleselijke lichamelijke lusten leiden. Gelukkig ontstaat er in het If Only I Could Wait duet met Danielle Haim van HAIM een scheur in die liefde. Ik gun het Justin Vernon wel, maar het levert in zijn geval veel kleverige zoetigheid op. Het met dubklanken ingeleide If Only I Could Wait is prachtig. Ook hier die eigenzinnige aanpak van Bon Iver, waar de twee stemmen ver verwijderd van elkaar op een ander level beginnen en ze op het einde elkaar alsnog treffen.

There’s a Rhythmn, de hartslag van een track, de hartslag die de liefde verbind. De Americana verdringt de soul en eist zijn aandeel op. Het instrumentale Au Revoir laat je in een dromerige gemoedsroes wegzweven. SABLE zou met gemak de volle mep van vijf sterren verdienen, fABLE stelt mij toch wat teleur en trekt het gemiddelde flink naar beneden. Het is eigenlijk zonde dat het niet bij die SABLE EP gebleven is.

Bon Iver - SABLE, fABLE | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Bon Jovi - Slippery When Wet (1986)

poster
3,5
Ik was 13 jaar, en daar was opeens Bon Jovi.

Had ik net zo’n dun lelijk vlechtje in mijn nek, moest ik gaan sparen voor een grote bos haren en tevens een goede kapper om krullen te laten zetten.
Live in de studio bij CountDown. Jon Bon Jovi met zijn versleten spijkerjas en zijn lange gebreide das. Bon Jovi was stoer en presenteerde zich een stuk beter dan Europe, die op dat moment ook populair was. Alleen kon je blijkbaar in Zweden alleen maar een permanentje laten zetten bij een dameskapper.

Slippery When Wet was een openbaring voor mij. Op de achterkant van de hoes stonden “Girls” in te kleine badpakken, en wat heb ik genoten van You Give Love A Bad Name en Living On A Prayer waar John Bon Jovi in de clip aan een koord de zaal rond vloog.
Ik wist het zeker; ik werd hardrocker.

Mijn eerste Engelse lessen gebruikte ik om Wanted Dead Or Alive te vertalen. En wat was ik trots om tegen mijn mede klasgenoten te vertellen dat het nummer niet echt over een Cowboy ging.
Nee, het ging over een motorrijder met op zijn rug een gitaar.
Nog steeds een geweldige song trouwens, en wat heb ik dit album veel gedraaid.

P.S. Die bos met krullen is er nooit gekomen; toen ik mijn haar eindelijk wat langer had, wilde ik het net als Robert Smith van The Cure; dat was mijn nieuwe held.

Bonnie "Prince" Billy - The Purple Bird (2025)

poster
4,5
Het is de kunst van een muzikant om je direct bij het eerste albumnummer te raken, in te pakken, te ontroeren. Dat lukt Will Oldham dus met het warm gedragen Turned to Dust (Rolling On) zodanig zelfs dat mijn gedachtes naar de onlangs overleden Garth Hudson afdwalen. Door de harmonieuze samenzang met Adam Chaffins en Brit Taylor moet ik direct aan The Band denken. Op het onder zijn alter ego Bonnie “Prince” Billy uitgebrachte The Purple Bird verkeert de singer-songwriter weer in bloedvorm en bewijst hij dat het hem lukt om die erfenis van de Canadees-Amerikaanse band te verzilveren, en vergeet je bijna dat hij met I See a Darkness zelf een onovertroffen meesterwerk op zijn naam heeft staan. Zo indrukwekkend zelfs dat Johnny Cash in zijn nadagen zich zelfs aan het prachtige duistere titelstuk waagt. Tijdens dat opnameproces ontmoet de meezingende Will Oldham ook producer David Ferguson.

We zijn ondertussen ruim vijfentwintig jaar verder. Will Oldham is alweer een aantal jaren gelukkig getrouwd en geniet van het vaderschap. De vriendschap met David Ferguson heeft zich zo hecht ontwikkelt dat deze ook op zijn bruiloft optreedt. Hij heeft de One of These Days (I’m Gonna Spend the Whole Night with You) liefde van dichtbij meegemaakt, al bleef de slaapkamerdeur voor hem gelukkig gesloten. Op de Blueberry Jam single uit 2018 na leidt het echter niet tot een heuse samenwerking, al is dit een voorzichtig voorproefje van waar ze op The Purple Bird toe in staat zijn. Moeten we voorzichtig concluderen dat dit zijn beste plaat sinds I See a Darkness is. De tijd zal het uitwijzen, al durf ik gerust te beweren dat hij wel bangelijk dicht bij dat niveau komt.

Waar ligt dit dan aan? De belangrijkste factor is toch wel dat Will Oldham en David Ferguson elkaar feilloos aanvoelen en door en door kennen. Dan hoef je niks meer uit te leggen en kan je gewoon in de studio aan de slag gaan. Nou ja, gewoon…. Ze leggen de lat wel heel hoog om een memorabel geheel af te leveren. Iets waar ze zodanig trots op zijn, een plaat welke zonder dwang tot stand komt, en waarmee ze hun vriendschap niet in de weegschaal leggen. The Purple Bird is het gemoedelijke eindresultaat, welke dus die eerder aangegeven warmte bezit.

Turned to Dust (Rolling On) komt volgens het Will Oldham en David Ferguson tweetal met de hulp van God in Nashville tot stand. In de praktijk valt dit anders uit en is het vooral Matt Combs die met zijn strijkersarrangement voor zoveel voldoening zorgt. Met de aanwezigheid van violist Stuart Duncan, gitarist Russ Pahl, mandolinist Pat McLaughlin, bassist Steve Mackey en drummer Fred Eltringham beschikken ze over een topteam aan muzikanten. Ook het volwassen filosofische met kopstem gezongen en door gospelgrootheid Twinkie Clark geschreven Is My Living in Vain? haalt zijn inspiratie uit die hogere macht.

Verwacht echter geen optimistisch geheel. Nog altijd beïnvloedt de duistere kant van het leven de teksten van Bonnie “Prince” Billy. London May staat bij het moment stil dat de dood zich van de liefde scheidt. De reële angst dat er maar een van de geliefdes overblijft, de laatste nacht voor veel grijze dagen. Het psychedelische Sometimes It’s Hard to Breathe, een beklemmend gevoel wat iedereen wel kent, maar waar je liever niet over wil praten. In de swingende Tonight with the Dogs I’m Sleeping kroeg country song staat zijn terugkerende verslavingsdrang op de voorgrond. Drinken om het verdriet weg te spoelen, stoned worden om de realiteit te vertroebelen. Toch zit er genoeg ironie in om de zwaarte te verzachten. Het is tevens de reden dat hij het melancholische Boise, Idaho ontvlucht, enkel om zich niet meer aan dit soort verlokkingen bloot te stellen.

Het politiek correcte Guns Are for Cowards is een flinke sneer naar het beleid van Donald Trump, een voorstander van een versoepelde wapenwetgeving. Will Oldham maakt er een satirische dijen kletsende hoempapa wals klucht van. John Anderson is een countrylegende in de Verenigde Staten, maar hier in Nederland relatief onbekend. Bijzonder dat hij juist als troefkaart in de folk van het tegen de stroming inzwemmende Downstream wordt ingezet. We bewonen de Amerikaanse Droom van de originele bewoners en net als bij de ontdekking van de Verenigde Staten maatstaven we deze tot ons eigen ideaalbeeld. Timothy O’Brien houdt de bluegrass tradities in ere en werkt zich al tokkelend op zijn mandoline door de evangelische Our Home arbeiderssong heen.

The Water’s Fine en New Water halen juist de mooie zorgeloze jeugdherinneringen naar boven. Het leven is prachtig en er ligt nog een oneindigende toekomst in het verschiet. Een mooie gedachte welke je zeker ook naar The Purple Bird kan vertalen. Nu Will Oldham en David Ferguson zo in deze productierijke flow verkeren is het geen verkeerde gedachte om hun krachten te blijven bundelen. Een wachttijd van vijfentwintig jaar zit er niet meer in, The Purple Bird vraagt om een snel vervolg.

Bonnie "Prince" Billy - The Purple Bird | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Bonnie Prince Billy - I Have Made a Place (2019)

poster
4,0
Heeft de veelzijdige Will Oldham zich tegenwoordig bekeerd tot de country? Zijn kalende hoofd zit diep verborgen in een te grote cowboyhoed. Uiteraard was zijn rootsmuziek altijd al te linken aan deze stroming, maar lijkt hij er nu definitief voor gevallen te zijn. Is er dan geen plek meer voor onverdraagbare hartzeer en prachtig ingetogen klagend zangwerk? Zijn alter ego Bonnie ‘Prince’ Billy heeft al zijn zwaarmoedigheid van zich afgeschud, en wil eerder zelfs vrolijk uit de hoek komen.

Op I Made A Place is eindelijk weer ruimte voor eigen composities. Het is natuurlijk een mooi gegeven dat hij de laatste jaren de waardering voor andere gelijk gezinde artiesten laat zien. Dit door gehele albums te coveren of door zijn medewerking te verlenen op platen van bevriende muzikanten. Sterker nog, hij plaats zichzelf steeds verder op de achtergrond, en wekte de indruk dat hij het wel goed vind zo.

Als muziekliefhebber ben je al dik tevreden met zijn prachtige Palace platen die hij in een grijs verleden gemaakt heeft. Nadat hij met I See a Darkness de definitieve kroon op zijn werk heeft gezet, kan hij niks meer fout doen. Soepel gaat hij door met het afleveren van hoog gewaardeerde albums, al komt hij nergens meer in de buurt van dit magnum opus. Ook nu lukt het hem niet, al kan I Made A Place wel als aardige opvolger van het korte laatste meesterwerkje Bonnie ‘Prince’ Billy beschouwd worden, ondertussen alweer zes jaar oud.

Het is een typische huisje, boompje, beestje plaat geworden, maar dan wel een die getuigd van grote kracht. Geen luie in de schommelstoel ingespeeld geheel, al roept hij regelmatig wel dat relaxte gevoel op. Zo zou het gezien kunnen worden als voorbereidende fase van het aankomende vaderschap. Oldham openbaart zich als family man. En wie wil niet zijn nog ongeboren dochter kennis laten maken met goede muziek. Veilig diep geborgen in vrouwlief Elsa Hansen was ze stille getuige van het opnameproces.

New Memory Box is een gloednieuwe traditional in wording. De viool en het fingerpicking tokkelwerk op de banjo lijken zo uit de countrystad Louisville te komen, van ver voor de commerciële uitbuiting. Het onbevangen plattelandsleven lacht je toe. Mooi vormgegeven met prachtige toepasselijke koortjes. Oldham heeft een schitterende warme stem waarbij gelukkig de kenmerkende snik van het genre ontbreekt. Het uptempo The Devil’s Throat ligt qua benadering en speelplezier in het verlengde hiervan. Al willen de instrumenten ook de straatvoertaal van de blue-eyed soul oproepen. Het ligt allemaal zo dicht bij elkaar, ze komen dan ook allemaal vanuit hetzelfde hart voort.

De weemoedige dromerige ondertoon van het treurig Dream Awhile geeft het een eerlijke kijk op de jaren zeventig. Het alsmaar terugkerende gefluit op I Made A Place zorgt voor passend evenwicht en een nostalgische tendens. Bonnie ‘Prince’ Billy is nog altijd die adembenemende verhalenverteller, al stopt hij vocaal steeds minder emotionele geladenheid in zijn songs. Dat laat hij nu aan de instrumentatie over. Waarschijnlijk is het daardoor dat het vaak te gewoontjes overkomt. Met gemak te herplaatsen tussen de vergeelde door nicotine aangetaste albumhoezen uit je vaders platenkast, welke in verregaande staat van ontbinding op zolder wegkwijnen.

Ach, het is allemaal weer even prachtig. Hiermee voldoet hij weer aan de immens hoge verwachtingen. Helemaal niks op aan te merken. Als de naald van de draaitafel I Made A Place liefkozend beroert heeft, dan wil je hem vervolgens koesteren, en voorzichtig terug plaatsen tussen de verzameling van zijn werken. Echter de volgende keer zal de wijsvinger deze schaamteloos passeren om verder op zoek te gaan naar I See a Darkness.

Bonnie Prince Billy - I Made A Place | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Bonny Light Horseman - Bonny Light Horseman (2020)

poster
3,5
Eric D. Johnson hielp ons afgelopen jaar de zomer door met de warme popplaat Gold Past Life van Fruit Bats. Nu zet hij zijn zinnen op de laatste maanden van deze vlakke winter. Hoe groot kan het contrast zijn. Bonny Light Horseman is een samenwerkingsverband met de folk zangeres Anaïs Mitchell en muzikale duizendpoot Josh Kaufman. Die laatste is vooral achter de schermen actief als toevoegende gitarist bij tig van bevriende indie folk collega’s. Ook nu is hij vooral in begeleidende en producerende rol te horen, en richt men de aandacht voornamelijk op het mooie stemgeluid van Anaïs Mitchell en de heldere zang van Eric D. Johnson.

Bonny Light Horseman is een mooi project geworden waarbij de artiesten tot in de puntjes laten horen waartoe ze in staan zijn. Het zit zelfs zo erg tegen de perfectie aan dat het te koste lijkt te gaan van het daadwerkelijke genot wat je onder de muzikanten graag terug hoort. Doordat je weet waar de artiesten toe in staat zijn, mis je een stukje puurheid en geloofwaardigheid. Het heeft echter wel nog genoeg eigenheid om te kunnen spreken van een waardig debuut.

Met het ingetogen titelstuk Bonny Light Horseman mag Anaïs Mitchell al direct binnen de uitgezette lijntjes haar vocale intensiviteit toepassen. Heerlijk hoe ze daarbij zelfs haar kleurrijke stem ook net buiten die sfeervolle schetsen laat gelden. Hierdoor heeft het net die eigen spontaniteit, en komt het een stuk eerlijker over. Heel even is daar de ruimte voor die bepalende saxofoon van Michael Lewis, om het vervolgens weer naar haar toe te trekken.

Omdat de basis drie-eenheid het gitaarspel zo goed beheerst verloopt de overgang naar Deep In Love erg soepel. Ook hierbij wordt daar vanuit de track opgebouwd. De microfoon wordt door geschoven naar Eric D. Johnson, waarna de zangeres hem op de achtergrond ondersteund. The Roving laat wat meer variatie toe, en wil met de stoffige drumpartijen en meer sprankelende akkoorden de helderheid in de stem van Anaïs Mitchell beter tot haar recht laten komen.

Toch is het net wat te vaak risicoloos en tegen het druilerige aan. Ook de country in Jane Jane wil ondanks de ritmische versnelling allemaal net te clean overkomen. Dat Eric D. Johnson in staat is om pakkende popliedjes te maken is bekend, maar zijn geschoolde achtergrond levert wel een te stabiele prettig voort wiegende song af.

De uitdaging hoor je veel sterker terug in het prachtige Blackwaterside, waar de twee hoofdzangers elkaar tot een bijna onevenaarbare hoogte opdrijven. Geweldig hoe het hier vocaal allemaal als een puzzel in elkaar valt. Dit zijn de momenten waarbij de magie alle mindere momenten doet vergeten.

Het dromerige ruis loze intro van Magpie’s Nest wil de hele song terugkeren, en ondanks de ontspannen ritmesectie wil het maar niet tot bloei komen. Die armoede wordt verder weg gemoffeld in prima eenzijdige gitaarpartijen. De climax waartoe gewerkt wordt eindigt in een terug getrokken fade out. Eric D. Johnson is ook een tikkeltje te voorzichtig met de mondharmonica in Lowlands, hij had hem best wel mogen laten huilen, of juist liefkozend beminnend aan het werk laten zetten.

Ook het hierop aansluitende Mountain Rain staat duidelijk op een zoutloos dieet. Over de samenzang in Bright Morning Stars is krampachtig teveel nagedacht. Dan maar weer de aandacht richten op Anaïs Mitchell, die overduidelijk de beste zangkwaliteiten bezit. Ze mag 10,000 Miles dragen, en laat ook Eric D. Johnson zijn partijen inzingen, netjes volgens het regel na regel uitgewerkte kladpapiertje.

Er is helemaal niks verkeerds op te merken aan Bonny Light Horseman. Geen schoonheidsfoutjes of andere kleine misstappen, waardoor het sterieler overkomt als de gemiddelde operatiekamer in een ziekenhuis. Iets meer gedurfdheid zou een interessantere plaat opleveren.

Bonny Light Horseman - Bonny Light Horseman | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Bonny Light Horseman - Keep Me on Your Mind/See You Free (2024)

poster
4,0
Met voorzichtig gematigd enthousiasme pak ik de eerste gelijknamige Bonny Light Horseman plaat op. Door het gemis aan gedurfdheid stel ik mij niet geheel voor de verstillende liedjes open, dat kan ik vooral mijzelf verwijten; achteraf gezien is het zonde dat mijn verwachtingen bij het drietal anders zijn dan de opzet van het Bonny Light Horseman supertrio. Het Bonny Light Horseman project is niet vergelijkbaar met de Fruit Bats of The Shins platen van Eric D. Johnson. Samen met muzikale duizendpoot Josh Kaufman begeleidt hij de folkzangeres Anaïs Mitchell, die op de derde Keep Me on Your Mind/See You Free studioplaat overduidelijk de rol van frontvrouw opeist en waar Eric D. Johnson zijn tikkeltje overdreven op Bob Dylan lijkende stemgeluid bewust aan de toonhoogtes van Anaïs Mitchell aanpast.

De groei is al op het tweede druilerige Rolling Golden Holy album hoorbaar. Daar verschuift de folk al meer naar een country sound, en komt de veelzijdigheid van het trio nog meer tot zijn recht. Om het traditionele oergevoel te versterken vertrekt het drietal naar Ierland. Een nieuwe plaat verwoordt dus schijnbaar een andere ontginbare fase. De anonimiteit in het meest Zuidelijke puntje van Ierland werkt zeker in het voordeel. Nu zijn ze slechts bezoekers die zich met het traditionele verleden voeden, en muzikaal in plaatselijke cafés de aansluiting opzoeken. Hier heerst het amicale bijna familiare gevoel van gelijkwaardigheid, waar iedereen aansluit en op muzikaal vlak een bijdrage levert.

In de verstillende Keep Me on Your Mind heimwee openingstrack plaatst de zangeres zich sterk op de voorgrond en komen de zinnen over een waardig tijdelijk afscheid hard confronterend binnen. Heftig, omdat het hier schijnbaar een bewuste keuze is om een vriendschap tijdelijk onderkoeld in de ijskast te zetten, al blijft de achterdeur altijd geopend. Bij Lover Take It Easy speelt dan wantrouwen tevens een grote rol, maak geen verkeerde keuzes en blijf trouw aan die innerlijke intensiteit. Ook I Know You Know en het ontrouwe vrijheid genietende Hare and Hound getokkel versterken dat beangstigende onderbuikgevoel. Het mag duidelijk zijn dat Anaïs Mitchell hier het begeleidingstweetal overstijgt en vooral haar eigen verhaal vertelt. Misschien is dat zelfs wel de hele opzet van dit proces. Toch loopt het zeker niet parallel en vanzelf, in de Waiting and Waiting country overheerst de druk om te presteren.

Al snel voelt de oude doorleefde pub in Ballydehob als een tweede thuis aan. Vanaf I Know You Know plaatsen ze de herinneringen uit het verleden in een breder observerend context en maken ze het zichzelf stukken gemakkelijker. De gemeende Old Dutch gospel handelt over het loskoppelen van dat schuldgevoel, elkaar iets gunnen, hoe moeilijk dat ook is. Anaïs Mitchell is een volwassen vrouw die in When I Was Younger haar moederschap gebruikt om op haar leven terug te blikken. Een waardig gerespecteerd excuus om die pijn enigszins te verlichten. De kroegpiano sluit zich als partner bij het gezelschap aan en ook drummer JT Bates, bassist Cameron Ralston en geluidstechnicus Bella Blasko laten meer van zich horen. Ze geven samen met het scheurende gitaargesoleer van Josh Kaufman, de noodkreet van Anaïs Mitchell een jazzy triphop twist aan het geheel, een meerwaarde die hier erg fraai uitvalt.

In het gedeeltelijk van Nina Simone geleende Rock The Cradle neemt haar maatje Eric D. Johnson die rol als ouder van Anaïs Mitchell over, de basis blijft exact hetzelfde. Singing to the Mandolin houdt het familiegevoel in ere, mooi hoe al snel die gelukkige waarde het van de twijfel overneemt. Vanaf de toegankelijke The Clover single-kandidaat richt het trio zich overduidelijk op de toekomst. Boze dromen en geesten uit het verleden vervagen, de benauwende druk op de schouder transformeert tot een vriendschappelijk schouderklopje.

Het intieme bewust klein gehouden zachte Into The O zen middelpunt benadrukt nogmaals dat je mooie momenten niet tot het hiernamaals kan bewaren, maar juist in het heden moet koesteren. Soms is het gemakkelijker om gewoon in een lied te verdwalen, zonder een uitweg te zoeken. Don’t Know Why You Move Me bevestigt nogmaals dat dit ook mag. Met lichte evangelische verwijzingen eist Speak to Me Muse de hervonden romantiek terug. Jezelf herontdekken en daaraan toegeven. Zo prachtig kan de verloren gewaande liefde zijn.

Na de ontspannen Think of the Royalties, Lads sfeer ontstaat er ruimte voor de Americana verwijzingen in het aan haar ouders gerichte Tumblin Down. Hoe het prille liefdeszaadje ontkiemt en de tegenslagen overwint. De opnames lopen ten einde, I Wanna Be Where You Are verlangt naar het vertrouwde. Verrijkt door nieuwe ervaringen keert de rust terug. Over the Pass is een bevredigende terugblik. Er zijn bergen beklommen, de duisternis overwonnen, het gemis getrotseerd om Keep Me on Your Mind/See You Free te voltooien.

Bij dat gevoel van thuiskomen passen gedempte saxofoon partijen. Het avondduister hunkert naar het bevrijdende ochtendlicht. Toch is het vooral Eric D. Johnson die zijn oprechte soulziel in Your Arms (All the Time) legt en je hiermee diep in het hart raakt. See You Free, het is oké, het is prima zo, al hebben we die geweldige grungerock solo uitspattingen van Josh Kaufman wel gemist, hier maakt hij veel goed. Bonny Light Horseman functioneert het beste buiten de comfortzone, al wijken ze wel naar New York uit om de plaat af te ronden. Ik ben in ieder geval overtuigd en geloof nu in de band, Keep Me on Your Mind/See You Free is een heel sterke plaat.

Bonny Light Horseman - Keep Me on Your Mind/See You Free | Roots | Written in Music - writteninmusic.com

Boogie Beasts - Love Me Some (2021)

poster
3,5
De duistere periode dat bluesartiesten hun ziel aan de duivel verkopen ligt al lang achter ons. Als The White Stripes en The Black Keys rond de eeuwwisseling succesvol de rol van new school bluesmuzikanten opeisen, trekken ze de aandacht van jonge muziekliefhebbers en overtuigen zelfs de oudere puristen. Bluesrock is hot, jamsessies worden publiekelijk bijgewoond en levert interessante interacties op. Zo ook in het Belgische bluescafé De Blauwe Kater te Leuven, waar tien jaar geleden een viertal geroutineerde muzikanten elkaar treffen. Boogie Beasts is al snel een feit.

Ze vinden hun weg binnen het bluescircuit en brengen in 2015 het stevige Come And Get Me op de markt. Een mooie opmars naar het twee jaar geleden verschenen traditionelere Deep. De bluesharp staat hier wat minder prominent op de voorgrond, waardoor de stevige gitaarriffs en psychedelische swamprock meer tot zijn recht komt. Boogie Beast verkeert in bloedvorm, en het is dan ook een aderlating als zanger Mathias Dalle na een bewogen jaar eind 2019 aankondigt dat hij de band gaat verlaten. Gelukkig vinden ze snel een waardige vervanger en schuift Boogie Beasts Patrick Louis als vocalist naar voren.

Er volgen in 2020 twee singletracks. Mine All Mine is nog wat standaard, maar de donkere nachtclub song Howl klinkt al veelbelovend overtuigend. Een groot aandeel hierin vervult de wereldberoemde Amerikaanse garagerock producer Jim Diamond. Zijn gestoei met de sound krijgt een meer dan aangenaam vervolg als begin dit jaar het sexy met verleidelijke subtiele vrouwenzang opgeleukte Bring It On uitkomt. Patrick Louis is helemaal ingeburgerd en trekt de song volledig naar zich toe. Boogie Beast staat op datzelfde kruispunt als waar de vernieuwende woestijnrockers van ZZ Top in de jaren tachtig linksaf sloegen en een lift kregen van de plaatselijke discokoning.

Het catchy dansbare Favorite Scene verschijnt begin zomer, een paar maanden voor de aankondiging van het relaxte Love Me Some, de derde studioplaat van Boogie Beast. De afwisseling zet zich door in de met jaren zeventig T. Rex glamrock invloeden verrijkte Get Away, het stevige eighties gitaarwerk in A Girl Like You en de cross-over dancefunk van Like a Snake. Er wordt weer ouderwets hard geblazen in het intro van The One, een typerende Jim Diamond track, maar dan gegoten in een onverwoestbaar gepantserd Boogie Beasts maliënkolder.

De kerkelijke Blues Brothers soul van I Don’t Care doopt het herboren gezelschap onder in opzwepende gospel. Op diezelfde lijn ligt de swinging motown van In Your Hands welke ruw onderbroken wordt door een zwaar hallucinerend psychedelisch tussengedeelte. Het verslavend trippende Run You Down is het begin van een energie boost die gedoseerd volgens doktersafschrift zijn vervolg krijgt in het slidegitaargeweld en op de staart trappende mondharmonica van moerasstamper Get Me Out of Here. Boogie Beasts is in deze barre tijden de aanstekelijke gangmaker op het geïmproviseerde Love Me Some feestje.

Boogie Beasts - Love Me Some | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Borka Balogh - Borka Balogh (2019)

poster
4,0
We mogen er trots op zijn om een heerlijk stukje Hongaars cultureel erfgoed in bezit te hebben. Nee, ik heb het niet over een abstract kunstwerk of een stijlvol stilleven op doek. Borka Balogh heeft haar moederland verlaten en zich al een tijdje gevestigd in Amsterdam. Ondanks dat de nummers allemaal in het Engels gezongen worden, verraad de tongval wel haar roots. Het is triest dat zo’n groot talent door middel van crowdfunding haar debuutalbum gefinancierd krijgt. Anderzijds is dit voor artiesten vaak wel de beste mogelijkheid om zich aan het publiek te presenteren. Terecht dat ze voldaan de tracks op haar plaat presenteert als tien prachtige bloemen. Vergeten donker hardnekkig onkruid, welke net zoveel bestaansrecht hebben als de netjes gekochte aankopen.

Elk gewas staat symbool voor een emotie of een gevoel. De wanhopige paardenbloem, wachtend om uiteen geblazen te worden, een depressieve plantje met geknakte stengel, het vreemde geval met haar verschillende uitlopen, en ga zo maar door. Mooi dat ze zich op deze manier identificeert met de nummers, voor mij is het een doordachte bloemlezing die je meeneemt naar verschillende stromingen die van invloed zijn geweest op het geslaagde resultaat. Borka beschouwt het zelf als een donkere beleving, maar daarmee doet ze zichzelf tekort. Het is juist een veelkleurige doorzichtig transparant geheel geworden.

Dromerige hemelse postpunk van Gone wordt ondersteund door een klassiek vleugje krautrock. De folky traditionele zang van Balogh krijgt nog hulp van rockend gitaarwerk en door dreunende percussie. Door haar aangehaalde zwartgalligheid laat van zich horen op het melancholische Nostalgia. Met klagende treurzang weet ze een indrukwekkend beklemmend gevoel op te roepen. Mooi dat ze zich zo breekbaar en kwetsbaar opstelt. Hoe gewaagd is het om direct al je troefkaarten op tafel te leggen. Beter dan dit zal het niet worden, neemt niet weg dat het een zeer geslaagd debuut te noemen is.

Dat ze zich onderverdeeld in de singer-songwriter hoek hoor je terug in het verhalende wijze karakter van de rest van haar titelloze eersteling. Minimale akoestische akkoorden worden met gemak afgewisseld met krachtig gitaarwerk. Sombere elektronica krijgt evenwicht door statische pianotoetsen. Verdwaald in opgekropte emoties dwingt ze je af om mee te gaan in haar verlangen naar het afgesloten verleden. Heimwee is het kernwoord welke steeds maar zich in mijn gedachte opdringt.

Vol passie en overgave wordt over haar grootvader gezongen in het spookachtige Grandpa’s Song. Het gemis van zijn harde levenservaringen als een eenzame uitstervende klaproos die langzaamaan vervaagd. Ook in Hollow vraagt ze veel van haar openheid en laat ze haar zang met hoge tonen domineren.

Borka Balogh is talenvol genoeg, en verdient het niet om te bedelen voor een bijdrage om een volgende plaat te bekostigen. Hopelijk wordt er door een platenmaatschappij haar die kans gegund om met productieve steun en vertrouwen daar in het vervolg mee aan de slag te gaan. De liefde die ze in haar muziek legt betaald zich wel terug.

Borka Balogh - Borka Balogh | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Boston - Boston (1976)

poster
3,5
More Than A Feeling van Boston was zo’n nummer die elk jaar terug te vinden was in Veronica’s Top 100 Allertijden op Goede Vrijdag.
Maar als kind uit de jaren 70 groeide ik op met The Cure, Simple Minds en U2.
Terwijl mijn vader de radio harder zette, was dit voor mij een moment om de eerder opgenomen nummers terug te luisteren.
Eigenlijk best zonde, want het debuut van Boston rockte flink, en zou zo tussen Slippery When Wet van Bon Jovi en The Final Countdown van Europe passen.
1976 was gewoon net te vroeg; twee jaar later zou Van Halen genadeloos toeslaan met hun debuut.
Brad Delp had niet de uitstraling van David Lee Roth, Tom Scholz niet die van Eddie Van Halen.
Geen make-up net als KISS, geen schoolpakjes als AC/DC.
Net teveel symfonische invloeden om stevig door te pakken, maar More Than A Feeling bleef verder wel een lekker nummer.
Laatst hoorde ik Don’t Look Back op de radio, en het geluid was wel heel herkenbaar; de koortjes zijn net wat minder dan bij More Than A Feeling, maar muzikaal is het misschien nog sterker.
Amanda was de hit rond de tijd dat Europe doorbrak, en heeft wat raakvlakken met Carrie, maar ook met Keep On Loving You van REO Speedwagon, net iets te zoet.
Maar het leek mij zinvol om bij het begin te beginnen.
Waarschijnlijk wel een goede keuze, want dit rockt allemaal heerlijk.
En dan lees je dat de zanger Brad Delp in 2007 zelfmoord pleegt, door een opgewekte Koolstofmonoxidevergiftiging door houtskoolovens.
Hoe vreemd is het om dan nu naar Smokin’ te luisteren, met halverwege dat pastorale orgeltje.
Aan zijn shirt zat een briefje met de woorden; Mr. Brad Delp. 'J'ai une âme solitaire'. I am a lonely soul.
Nooit iets van mij gekregen van dit dramatisch einde, blijkbaar was deze eenzame ziel echt door velen al vergeten.

Boudewijn de Groot - Hoe Sterk Is de Eenzame Fietser (1973)

poster
3,5
Na veel vrije seks in de jaren zestig, en het genieten van alle vrijheid die deze tijd te bieden heeft komt het keerpunt.
Je kunt natuurlijk neuken tot je er bij neer valt, maar uiteindelijk komt de zwangerschap, met als gevolg de kinderen.
Ook deze babyboomers zullen zich uiteindelijk voortplanten, en de kijk op het leven zal totaal veranderen.
En dan zit je met die kleine op de fiets, niet meer tegen de wind in, maar mee gaand met de stroming.
Een nieuwe start, waarbij de tijd zonder zoon of dochter zo ver weg lijkt te zijn.
Wat je voorheen als sleur ervaarde, en waar tegen je je verzette, wordt het nieuwe uitgangspunt.
Voorheen moest je hard lachen om de keuzes van je ouders, nu zal je voorzichtig glimlachen bij de gedachtes hier aan.
Voor velen wordt dit gezien als het comeback album van Boudewijn De Groot, maar ik zie het meer als een nieuwe start.
Gewenning en het besef van huisje, boompje beestje, en vervolgens een meer gevoelig, en minder pittig persoonlijkheid tot uiting geven.
Meer rust en regelmaat, en dat straalt Hoe Sterk Is de Eenzame Fietser ook uit.
Ja, ik ben ook vader.
En het ouderschap is het mooiste wat er is.

Boy Harsher - Careful (2019)

poster
4,0
Het uit Northampton afkomstige synthesizer duo Boy Harsher weet te integreren met grimmige retro electropop. Achter dit project verschuilen zich zangeres Jae Matthews en producer Augustus Muller. Goed geproduceerde coldwave welke zich met gemak kan meten met de meer duistere New Wave uit de jaren tachtig. Met hun licht provocerende clips spelen ze in op de donkere kant van het bestaan. Het gotische sfeertje wordt nogmaals benadrukt in de honger naar bloed, zoals in video van Fate. Het nachtleven lijkt hierbij centraal te staan. De erotisch androgeen klinkende Jae neemt als dominerende meesteres de rol als frontvrouw erg serieus met aan haar zijde op het podium de muzikale partner Augustus als slaafse volgeling. Een sterk verbond die na hun debuut Yr Body Is Nothing nu hun tweede album Careful aflevert.

Weinig licht en heel veel leer. Clubmuziek voor nachtbrakers. Keep Driving introduceert je in een gemaakte unheimische schemergebied tussen realiteit en fantasie. Het alter ego staat hierbij centraal, niet de verslofte ware ik. Met op de achtergrond de ruis van passerend verkeer. Koortsig de grenzen opzoeken om het gelukmakend gevoel te krijgen. Sex, drugs en zelfvernietiging. Welkom in de verrotte wereld van Boy Harsher. Wees voorzichtig, je bent gewaarschuwd. Wantrouw de aantrekkingskracht van de hypnotiserende zang, gedirigeerd door keyboardklanken. Face The Fire heeft die klinische lompe beat; de dansbaarheid en overlevingsdrang van gevorderde navelstaarders. Ruimtes gevuld met nevelige kunstmatige mist van voor het rookverbod. Heerlijke adult darkwave disco.

Net als in de jaren tachtig leven we nu in een tijdperk gevuld met angst en onzekerheid. Probeerde men voorheen te verbroederen, tegenwoordig wordt er vooral voor zichzelf gekozen, met eenzaamheid als gevolg. Dat is het wezenlijke verschil. Boy Harsher vlucht weg in de postpunk en de daaruit volgende darkwave. De deprimerende sound krijgt impulsen van de Electric Body Music in Come Closer en Trevor Horn-achtige bigbeat samplers die LA laten ademen. De synths zijn bepalend in de klankkleur zoals in het loodzware Crush en titelstuk Careful waar mee wordt afgesloten. Om het allemaal sterker over te laten komen wordt de nodige dramatiek, geschreeuw en theatrale sound aan het geheel toe gevoegd. Zolang de ijzige sfeer maar rond het vriespunt blijft.

Boy Harsher - Careful | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Boy Harsher - The Runner (2022)

poster
4,0
Met het rond Halloween 2019 uitgezonden American Horror Story: 1984 brengt de griezelserie een ode aan de bloederige slasher movies uit de jaren tachtig. De lugubere vintage elektronische darkwave van het in Northampton gevestigde duo Boy Harsher haakt met minialbum The Runner op dezelfde inspirerende periode in en koppelt een ware speelfilm aan hun sinistere soundtrack. The Runner is beslist geen vervangingsmiddel voor een hardloop app, tenzij je de behoefte hebt om op het eind van de avond keihard van start te gaan.

Jae Matthews en Augustus Muller ontmoeten elkaar op de artistieke Savannah Film Academy, beide een opleiding volgende. Dit uitgebreide project is dus een meer dan logisch vervolg op het drie jaar eerder verschenen Carefull waarop ze de aandacht tussen duistere synthpop en beklemmende videoclips al passend verdelen. De korte uitgewerkte verhaallijnen duiken dieper in op het geestelijke spanningssyndroom, de erotische clubscene en de donkere zelfkant van de uitgewerkte personages.

De aan Multiple Sclerose leidende Jae Matthews zit gevangen in haar eigen lijf. Hierdoor komt de laatste kernzin Just Let Me Be Free van het opende Tower zo confronterend hard binnen. Verdoofd door de verlatingsangst van het vervreemde lichaam worstelt ze zich door het innerlijke wegvretende The Ride Home heen. De door ziekte getroffen zangeres liquideert het pijnlijke heden door in het druggy Escape het verzachtende verleden toe te laten.

Cooper B. Handy transformeert zichzelf in Autonomy tot de androgyne Lucy en wandelt via een stiekem geopende achterdeur de duistere nachtclubwereld van Boy Harsher binnen. Het vluchtige contact leidt tot een vruchtbare partnerruil, de ondergeschikte Jae Matthews verdwijnt onzichtbaar in de muurschaduwen, en ziet toe hoe Augustus Muller publiekelijk met Lucy vreemdgaat. De surrogaat afstandige positie van de in zwart meesteres latex verhullende Mariana Saldaña heeft een minder bedreigend effect. De strenge robotsound van Machina krijgt een dansvirus opwekkende retro Italo Disco booster geïnjecteerd om die menselijke trekjes te elimineren.

Zonder de weggefilterde dansbaarheid blijft er de zwaarte van nachtduistere kilheid over, perfect lenende voor de doodse cineastische schemersfeer. Dreigende machinale hartslagen ontsnappen uit het claustrofobische voorprogrammeerwerk van de in drama opbouwende synthesizerklanken en afstompende drumbeats. Augustus Muller controleert en reproduceert die intieme zielsdemonen welke de uitvlucht voortzetten in het luchtiger ademende Give Me a Reason. Het futuristische instrumentale Untitled (Piano) maakt zich klaar voor het volgende level. Het berustende eindoordeel volgt in I Understand. We luisteren naar The Runner, de soundtrack van een machteloos tegen haarzelf strijdende Jae Matthews. De finishlijn als bevredigende doelstelling.

If You Wanna Break Free
All You Gotta Do Is Tell Me
And I Will Understand

When I Met You
I Thought You Were The Only One
But Now I Understand

If You Wanna Run Away
That’s All You Gotta Say
And I Will Understand

Boy Harsher - The Runner | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Bret McKenzie - Songs Without Jokes (2022)

poster
3,5
Hoort humor wel in muziek thuis? Die vraag is al vaker gesteld, en laat ik daar aarzelend ja op antwoorden. Het moet natuurlijk niet te plat en te flauw worden. Het Nieuw-Zeelandse Flight of the Conchords komieken duo Jemaine Clement en Bret McKenzie zijn vooral in het thuisland heel succesvol met hun u vraagt, wij draaien imitatie principes. Stemtovenaars die van klinische koude synthpop probleemloos de overstap naar recht toe, recht aan straatrap maken. Bret McKenzie is tevens succesvol als acteur en speelt een rol als elf in de The Lord Of The Rings trilogie. Zijn hart ligt toch bij de muziek en met Songs Without Jokes maakt hij dan eindelijk zijn solodebuut. Het muziekverleden is een groot paradijselijk warenhuis en Bret McKenzie kan het niet laten om shoplifting alles bij elkaar te jatten.

Songs Without Jokes, geen grappen, maar juist die ironische singer-songwriter kant. De broodwinnende chemie die hij samen met Jemaine Clement bezit is teruggebracht naar een swingend uptempo feel good plaat. En toch bezit Songs Without Jokes genoeg eigenheid, genoeg ernst en genoeg inzicht tot die kenmerkende tragikomische kijk op het leven. Natuurlijk is die showmaster houding hier nog steeds aanwezig. De grote entertainer, klein geluk groots een vermakelijk erepodium gevend in het Las Vegas cabaret van A Little Tune.

De white soul begrafenisstoetblazers van het geïmproviseerde New Orleans treurorkest brengen de gestorven aarde in This World naar zijn laatste rustplaats toe. Jazzy, luchtig croonend bezit het tekstueel dezelfde diepgang als de Italodisco klassieker Vamos a la playa van Righeira, de stranden staan in brand, de luchten zijn vervuild, maar wij feesten rustig door alsof er niks aan de hand is. That’s Life!

If You Wanna Go is een juichende break up song, de opluchting als men besluit om niet langer de schijn op te houden en uit elkaar te gaan. Geen ellende, er is eerder sprake van vreugde en bevrijding. Geen dramatiek, de scheidingspapieren diplomatiek ondertekenen, handtekening daaronder en dan is het klaar. Waar zijn die gevatte sfeermakers gebleven? Nou, hier is er weer eentje! Heerlijke zelfspot in anti liefdesliedjes. Romances horen thuis in vrouwenfilmavonden, doktersromannetjes, maar niet in de gemiddelde mannenwereld.

Bret McKenzie is de swingende stiekeme danser in de Dave’s Place discosong en de eenzame nachtclub pianist van Here for You die zijn spiegelbeeld in de betraande ruiten toezingt. Losers die hun 15 minutes of fame nog niet kunnen verzilveren, That’s L.A. en met onbegrijpelijke argusogen de nagejaagde dromen in America Goodbye ontvluchten, de Crazy Times observator. Toch heeft dat Americana virus vat op Tomorrow Today gekregen.

Het is beter om op te branden dan te vervagen in zacht Up In Smoke sentiment. Een openhartige poging om die serieuze grenzen te betreden. Maar de pijn zit veel dieper, het zijn de vernietigende bosbranden die de zwartgekleurde omlijsting van dit schetsbeeld verzorgen. De pijn van een land, waar de natuur en de optimistische regenboog strijders het gevecht tegen de mensheid aangaan. Er zit heel veel Nieuw-Zeeland in Songs Without Jokes, maar ook meer dan genoeg maatschappelijke wereldvisie en overige deelbare problematiek.

Bret McKenzie - Songs Without Jokes | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Bria - Cuntry Covers Vol. 2 (2023)

poster
4,0
Vooroordelen, we hebben het er maar druk mee. Onbewust speelt het ook bij mij in mijn achterhoofd mee, waardoor ik Cuntry Covers Vol. 2 eventjes links laat liggen. Heb ik wel zin in een country plaat? Als blijkt dat zangeres Bria Salmena samen met haar FRIGS bandmaatjes de begeleidingsband van Orville Peck vormt, wordt mijn interesse getriggerd. Deze masked singer verwerkt een hoeveelheid aan gedateerde eighties new wave in zijn sound, en het moet raar lopen als je deze invloed op de tweede Cuntry Covers EP niet terug hoort. Bria staat daar niet alleen voor, FRIGS gitarist Duncan Hay Jennings verruimd zijn speelveld en draagt de verantwoording voor de multi instrumentale invulling.

Met het duistere Where Have All the Cowboys Gone? zet Paula Cole zichzelf definitief op de kaart, zeker als deze ook nog als titelsong voor de Dawson’s Creek tienerdramaserie gebruikt wordt. De Cuntry Covers versie is een mooie hedendaagse hommage. Net zo filmisch, net zo donker, maar toch een tikkeltje anders. De dromerige synthesizers herplaatsen zich in het postpunk tijdperk, al zijn het vooral de tranen huilende saxofoonkreten die dit treffend accentueren.

De hier relatief onbekende Mary Margaret O’Hara meet zich met de beste folk pop zangeressen. Haar hart is ook door de soul en jazz geraakt, en ondanks dat ze als enkel wapenfeit de ver weggestopte Miss America klassieker op haar naam heeft staan, memoreert Bria naar dit vergeten talent. When You Know Why You’re Happy vervangt de overheersende staande bas door een herhalende pulserende drummachine, vintage gitaarlijnen en weer die dynamiek van het eerder aangehaalde koperen blaasinstrument. Bria duikt vocaal licht zwalkend de laagtes in, en mengt daar doorleefde volwassen dieptes tussen.

Met het feministische Don’t Come Home A-Drinkin’ (With Lovin’ on Your Mind) verzet de goedlachse Loretta Lynn zich tegen haar drankzuchtige oversekste partner. Bria verpakt deze in een zwierige powerpopgirl song, waarbij ze de tekstuele ernst er net te gemakkelijk van afschudt. By the Time I Get to Phoenix is een van de meest gecoverde nummers aller tijden. De gedragen pianoversie van Jimmy Webb is de eerste liefde, Glen Campbell voegt dromerige jaren zeventig nostalgie toe, Isaac Hayes bewerkt het tot een lange verhalende soul klassieker, maar het is de slepende croonende Nick Cave duisternis die bij Bria het inspirerende filmische effect oproept. Een verlatingsangst triestheid, waar ze een licht verbitterende hese snik aan toevoegt.

In alles draagt Gillian Welch met I Dream a Highway, al schrijf ik bijna onbewust I Dream a Lost Highway op, de verbeten treurende erfenis van de grunge generatie uit, in de nasleep van de jaren negentig verwerkt ze deze in een ingetogen lang Americana werkstuk. Bria legt er een druilerige Twin Peaks zwaarte op, waarmee ze zich precies in dat tijdsbeeld plaatst. Ondanks haar totaal andere benadering evenaart ze wel die deprimerende voordracht. Soms is het verstandig om je niet aan zo’n geweldige tragiek te wagen, soms pakt dit echter perfect uit. Het zwaarmoedige folky See You Later, I’m Gone mist dan wel de mondharmonica treurnis van Robert Lester Folsom, daarvoor krijgt Bria de steelgitaar en het nors krakende verbale stemgeluid van Duncan Hay Jennings cadeau.

Cuntry Covers Vol. 2 staat ver van de traditionele country af, Bria kiest juist voor de grijze grensgevallen. Het nodigt in ieder geval uit om de toch al niet misselijke originele versies van deze vergeten buitenbeentjes op te zoeken. Ondanks de voortreffelijke songkeuze siert het haar als ze aansluitend op de titel ironie in het vervolg enkel voor vrouwelijke uitvoerders kiest, dat maakt het geheel nog krachtiger.

Bria - Cuntry Covers Vol. 2 | Pop | Written in Music - writteninmusic.com

Bright Eyes - Down in the Weeds, Where the World Once Was (2020)

poster
4,0
Het is 2011 als Bright Eyes besluit om een tijdelijke adempauze in te lassen. Conor Oberst blijft zeer productief, en brengt onder zijn eigen naam verschillende soloplaten uit. Gitarist Mike Mogis is op Ruminations aanwezig, maar verbreed zijn werkveld door als gastartiest zijn bijdrages te leveren bij verschillende bevriende bands. Ook Nate Walcott vervult zijn rol als pianist op platen van frontman Conor Oberst (One of My Kind en Upside Down Mountain) en richt zich vervolgens voornamelijk op filmscores met hier en daar een uitstapje bij gevestigde namen als Beck en U2.

Als Conor Obest met Phoebe Bridgers in 2019 het prachtige tweestemmige geslaagde samenwerkingsverband Better Oblivion Community Center uitbrengt lijkt het er ondertussen op dat Bright Eyes definitief passé is. Een mooie voedzame periode welke een negental volwaardige albums heeft opgeleverd. Dan komt in januari 2020 opeens via Instagram het bericht naar buiten dat er later dat jaar een nieuwe Bright Eyes plaat te verwachten valt. Een aangename verrassing waar vrijwel niemand op gerekend heeft.

Down in the Weeds, Where the World Once is geen logisch vervolg op The People’s Key, en dat is eigenlijk ook wel prima zo. Ondanks dat die plaat nog wel degelijk vol staat met lekkere stevige gejaagde indiesongs, en waarbij de beladen pianoballad Ladder Song zelfs tot hun beste werk gerekend mag worden, is hier de rek er echt wel uit. Helaas geen Phoebe Bridgers op Down in the Weeds, Where the World Once, maar wel bijdrages van de door Conor Oberst ontdekte singer-songwriter Miwi La Lupa, voormalige gastvocalist Andy LeMaster, en de veelzijdige zangeressen Susan Sanchez en Jesca Hoop.

Bij de overige namen springen vooral die van Macey Taylor, het voormalige bandlid van de Conor Oberst And The Mystic Valley Band en Flea eruit. Die laatste is door Nate Walcott geïntroduceerd, een vruchtbare werkrelatie die overgehouden is van het als pianist meetouren met Red Hot Chili Peppers. Als dan vervolgens ook nog de van Queens Of The Stone Age afkomstige hakmachine Jon Theodore achter het drumstel plaatst neemt, kan er eigenlijk niks meer fout gaan.

Pageturners Rag bouwt zich op rondom flarden gesprekscollages waarbij er geput wordt uit privé opnames waar ook zijn Mexicaans sprekende ex-vrouw Corina Figueroa Escamilla en moeder Nancy Oberst een rol in vervullen. De sfeer is charleston jazzy gedreven door jaren vijftig blazers en rokerig kroegpianospel.

Dat beeld wordt vastgehouden in het vergeelde fotoalbum nummer Just Once in the World. Het is overduidelijk een verslag van het dramatische zwarte dagboek van de zanger, die juist zijn oude maatjes nodig heeft om het verleden een plek te geven. Want een ding mag duidelijk zijn, Bright Eyes speelt daar een gigantische grote rol in. Het is een mooi gegeven dat er nieuw leven in de band gepompt wordt, maar het is in principe voornamelijk een persoonlijke verwerkingsalbum van Conor Oberst.

Dance and Sing dwaalt ergens tussen een high school musical en een seventies rockopera in, en roept direct die nostalgische drang naar het verleden op. Een gelukkige tijd zonder corona (welke indirect wel terugkomt in het heerlijk rockende Calais to Dover), met een gelukkig huwelijk en voor het vroegtijdige overlijden van Conors broer Matt Oberst. Het strijkorkest zorgt voor de denkbeeldige vintage papieren slingers die met elke feestelijke gelegenheid vanuit een muffe doos op zolder tevoorschijn getoverd worden.

De lichte synthpop akkoorden en helder gelikt gitaarspel maken van Mariana Trench een eighties new wave track, waarbij die hang naar de zorgeloze kinderjaren van Matt en Conor centraal staan. Ondanks dat het tekstueel over de kapitalistische uitbuiting van de natuur gaat, zit er ook genoeg jeugdige idealistische rebellie in verborgen. De grootse aanpak camoufleert het verdriet, maar neemt de pijn niet weg.

Het aangetaste geweten van de frontman vind zijn vorm als oude gebroken man in het naargeestige One and Done, waarbij de treurnis ingekapseld wordt door schreeuwerige bombast in de hulpeloze vocale uithalen die in echo’s dreigen te verdrinken. Datzelfde geweten komt terug als de geestverschijning van Matt Oberst in Tilt-A-Whirl waar de hunkerende broederliefde voor Matt Oberst en zijn dagelijkse gemis zeer sterk op de voorgrond treden.

Dat zijn relatie met Corina Figueroa Escamilla een op springen staande blok dynamiet was blijkt wel uit de vreselijke verwensingen in Pan and Broom en de relationele onderhuidse stiltes in Stairwell Song welke met verbitterende blazers en ingehouden pianospel zijn vorm krijgt. Dat de volgende stap zich richt op het aangaan van nieuwe relaties, puur om de eenzaamheid te ontvluchten en het kluizenaarsbestaan te vermijden komt hard binnen op Persona Non Grata.

Een vogelvrij verklaring, een schietschijf, maar dus ook een wanhopige gelukszoeker die zijn verdriet letterlijk verdrinkt, dan wel verdringt in het prairiesong duet To Death’s Heart (In Three Parts), waar Jesca Hoop de vrouwelijke kant toelicht. Het afsluitende sentimentele, kwijlende Comet Song is typisch Amerikaans, met de kracht van God komt alles wel weer goed. Och ja, we nemen het met een korreltje zout erbij maar voor lief, het feelgood waardig afronden hoort er ook wel bij.

Bright Eyes klinkt op Down in the Weeds, Where the World Once oud, uitgeblust en afgeleefd, maar zeker niet inspiratieloos. Het gospelkoor in Forced Convalescence heeft zelfs iets hoopgevends. Of dit daadwerkelijk een nieuw hoofdstuk van de band is daar blijf ik maar over twijfelen. Het voelt nog steeds meer als een zware soloplaat van Conor Oberst, die voor hem een therapeutische werking heeft. Misschien moet ik dit beeld maar gewoon loslaten, het is een fijne vervolgstap welke niet geëtiketteerd of gedefinieerd dient te worden.

Bright Eyes - Down in the Weeds, Where the World Once Was | Rock | Written in Music - writteninmusic.com

Bright Eyes - Five Dice, All Threes (2024)

poster
4,0
Je mag van een wonder spreken dat Conor Oberst na een stilte van bijna tien jaar in 2020 een nieuwe Bright Eyes plaat uitbrengt. Down in the Weeds, Where the World Once Was is een traumatische verwerkingsalbum van een labiel persoon, waarbij echt, maar dan ook echt alles fout loopt. Toch ontbreekt de nodige zelfspot en logica niet waardoor het toch een fijne luisterervaring is. De genialiteit zit hem nou niet direct aan de oppervlakte, maar in de diepte is deze wel degelijk aanwezig. Als ik een kleine maand geleden voor de eerste keer naar het verknipte Five Dice, All Threes mag luisteren, schrik ik wel. Hier is heel veel gaande, en het voelt niet goed aan.

De afgelopen weken gebruikt Conor Oberst om via live optredens het nieuwe materiaal te promoten. Door zijn suïcidale uitspraken, slechte stem en dito stemming, het pijnlijke gegeven dat hij de teksten amper weet te herinneren, kom je tot de conclusie dat zijn eerder ingezette neergaande spiraal flink in de knoop is geraakt. De enige uitweg is dat hij soms al na een tweetal gespeelde nummers het podium verlaat. De aandacht gaat op dit moment vooral naar Jane’s Addiction frontman Perry Farrell uit, Conor Oberst schetst een net zo hulpeloos triest verhaal.

Het leven is letterlijk een kansspel, Conor Oberst raakt verslaafd aan dit kansspel en zet veel te hoog in. Five Dice, All Threes is het maximale haalbare, de gulle middenweg. Five Dice, All Threes is doordrenkt met gesproken veldopnames, die deze warrige toestand flink versterken. Het is zo triest om op te merken dat de kracht juist in de zwakte zit. Hoe kwetsbaarder de overdracht, hoe meer Conor Oberst je weet te raken. De tekstschrijver blijft in het verleden hangen, waardoor dit verleden ook zijn toekomst vormt. Alleen kom je dan op het punt terecht of dit vooral uit medeleven is of dat de impact van de woorden zo treffend worden weergegeven. Hier kan ik als buitenstaander geen zinnig antwoord op geven.

En dan heb je vrienden nodig die je steunen. In het geval van Conor Oberst zijn dat Mike Mogis en Nate Walcott, de overige kernleden van Bright Eyes. Dit is het basisteam waarmee hij na doorbraakalbum I’m Wide Awake, It’s Morning mee aan de slag gaat, het geraamte om zijn lege ziel. Het Five Dice intro opent met schizofreen radiozender geroezemoes. Eventjes op de juiste zender instellen. Het geeft de zoekende sfeer perfect weer. In de gespeelde vrolijkheid van Bells and Whistles kruipt de zanger in het personage van een neurotische rockartiest. Voor hem hoeft al die aandacht niet. Verwacht na afloop van een concert geen enthousiaste signeersessies, hier geeft hij overduidelijk aan dat men hem vooral met rust moet laten.

Maar goed, je hebt wel een nieuwe plaat te presenteren, daar kan zelfs Conor Oberst niet omheen. Muzikaal niks mis mee, Bells and Whistles is heerlijke aanstekelijke indiefolk met opbeurende kroegpiano toetsen, verfrissend semi tokkelend gitaarspel en een hoop gefluit om de afwezigheid van een refrein te camoufleren. Het is een beklimming, de hoofdpersoon van de El Capitan countryrock zal nooit de top van de berg bereiken. Dan is de dood de enige uitweg. Conor Oberst brengt het vrij nuchter, met de nodige humor, waardoor het een tragikomische wending krijgt.

Dat lot van de kunstenaar versterkt zich in het aan de Nederlandse performance entertainer Bas Jan Ader, welke levensloop een mythisch vervolg krijgt als hij in een zeilbootje op de Atlantische Oceaan verdwijnt. In Tiny Suicides schets Conor Oberst pogingen om het bestaan te ontvluchten. Een soort van melodramatische 50 Ways To Leave Your Lover, maar dan de 50 Ways To Leave Your Life musical variant en overtuigende slidegitaar akkoorden. Door huilende afrondende veldopnames die door merg en been gaan, geeft hij het verlies van een nabestaande weer, welke in onwetendheid achterblijft.

In het mysterieuze met discobeats gevoede All Threes gevecht is Cat Power de soulvolle gastperformer, die als coach met de nodige peptalk er een overwinnaarstwist aan geeft. Trots als verliezer de ring verlaten, een knock-out naar de triomfantelijke tegenstander. Dan gebeurt het onmogelijke, beroepspunker Alex Orange Drink geeft met zijn stel je niet aan attitude een onverwachte twist aan het uptempo Rainbow Overpass. Deze vriend van de band motiveert Bright Eyes om die ideeën verder uit te werken en levert zelf tevens een groot schrijversdeel aan. Het is net die energieboost welke Five Dice, All Threes nodig heeft, de redder in nood.

Hate veegt de vloer aan met het geloof, Conor Oberst spreekt zich overduidelijk tegen deze scheve machtsverhoudingen uit, waar iets moois misbruikt wordt om iets lelijks op te roepen. Het is tevens een protestsong tegen het protest, het kwaad als oppermacht. Real Feel 105°, overleven tussen de verlokkingen van Los Angeles, de zoveelste vluchtkaart van het kansspel. Spun Out zoekt het randje op en bevredigt de destructieve euforische drang om er letterlijk overheen te stappen. Trains Still Run on Time probeert de normalisatie te ontwrichten. Trains Still Run on Time verkoopt de Amerikaanse Droom aan Disney, welke er een onrealistische familiefilm van maakt.

En dan sluit beroepspessimist Matt Berninger van The National ook nog aan, die bij The Time I Have Left de al wankelende Conor Oberst in zijn onbegrip steunt. Je hebt er weinig aan, de halflege wijnglazen zullen nooit halfvol gevuld zijn. Het levert wel een empathisch samenspel op. Tin Soldier Boy is een ode aan Hollywood, waaraan je elk onlogisch verhaal kan verkopen. Op papier is Five Dice, All Threes de beste Bright Eyes plaat sinds I’m Wide Awake, It’s Morning. In de praktijk voelt het dus niet goed aan.

Bright Eyes - Five Dice, All Threes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Brijean - Feelings (2021)

poster
3,0
De dance beminnende muziekliefhebber verkeert in rouwstemming als Daft Punk in de laatste week van februari in een heftige videoclip aankondigt dat ze er definitief mee gaan stoppen. Die verlaten woestijnachtige achtergrond die ze daarvoor gebruikten zou zo het thuisdecor kunnen zijn voor het Californische vintage dance duo Brijean. Een paar dagen later verschijnt namelijk hun eerste volwaardige studioplaat Feelings. De opvolger van de veelbelovende EP Walkie Talkie uit 2019 die toevallig net dezelfde titel draagt als de derde Air plaat.

Net als de baanbrekende Franse dancepioniers grijpen ze terug naar het retro geluid. Al zitten ze niet alleen in die zwoele seventies softpop hoek waarbij de zoetsappige Kodak filmcamera scores voor het verweerbare randje zorgen. Ze sluiten meer aan bij de flitsende tachtig discosound met de fel gekleurde Californische O’Neill surfers lifestyle look.

Zeg maar het Miami Vice tijdperk van coke en snelle auto’s, kleurige colberts en gifgroene cocktails. Kortom, het ultieme vakantiegevoel van feestende jongeren. Een beetje het Club Tropicana strandtenten sfeertje, een beetje die Latijns Amerikaanse sensualiteit en vooral heel veel Ibiza afterparty cooling down. Te veelzijdig voor de plaatselijke discotheek, en te dansbaar voor bij de barbecue op het verhitte zand.

Feelings past zo in het tijdperk dat de bassisten nog coole hippe jonge gasten waren, die de funky taste aan de gelikte tracks toevoegen. De Zuid Amerikaanse beats krijgen van Brijean een ware clubbehandeling metamorfose, waardoor de nummers geschikter gemaakt worden voor grotere dance events. De naamdrager Brijean Murphy verzorgt buiten de opzwepende percussie tevens de zwoele in jazz ondergedompelde soulvolle zangpartijen terwijl de geschoolde Doug Stuart zich meer richt op die aangename fundamentele omlijsting.

Heerlijke niks aan de hand muziek, met speelse elektronische dagdroomgeluidjes. Vreugdevol verpakt in een beeldende fata morgana met wuivende palmbomen die uitnodigend aan de horizon verschijnen om de hypnotiserende bezoeker het clubpaleis Hotel California binnen te lokken.

Zorgeloos en ontspannen, zoals een goed gerijpte zomer hoort te zijn. Wegzwevend van alle drukte en verplichtingen. Met beide voeten dobberend in het water in een tijdperk dat men nog nooit van de smartphone gehoord had, en je nog niet het idee had dat je altijd bereikbaar moet zijn. Die risicoloze vervlakking zorgt er wel voor dat er erg veel druk op de brommende basakkoorden en Bossanova ritmes gelegd wordt.

Eigenlijk jammer dus dat die muzikale kwaliteiten hierdoor een beetje ondersneeuwt raken in die oase van rust. Een warme schetstekening van een aangenaam zonnig landschap, ingekleurd door goedkope vrijwel inkt loze viltstiften.

Brijean - Feelings | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Brocker Way - Wild Wild Country (2018)

poster
3,5
Een soundtrack kan een serie of film breken of juist maken. Netflix is hoofdleverancier op het gebied van video streaming on demand, en investeert al geruime tijd in eigen producties. Wild Wild Country is hiervan een voorbeeld. Deze documentaire gaat over de opkomst en ondergang van het Bhagwanisme. Eigenlijk moet je dit zien als een soort van familieproject van de uit Los Angeles komende gebroeders Way; Maclain en Chapman zijn verantwoordelijk voor het script en uitvoering, terwijl Brocker zich bezig kan houden met de muziek. Hij heeft hierin al meer ervaring, en is tevens componist van meerdere projecten die hij samen met Chapman heeft gemaakt, zoals ook The Battered Bastards of Baseball.

Ondanks de luchtige Bhagwan kleuren oranje en rood, is het album meer een donker paars geheel geworden; veel duisterder dan de vrolijke tinten, en wel goed passend bij het verhaal, want ondanks de luchtige uitstraling, was het een sekte achtige organisatie, die zich ook bezig hield met criminele activiteiten. Dus geen hippie achtig geheel, maar meer diepgang in deze geheel instrumentale soundtrack.

Een titel als Guillotine zegt eigenlijk al genoeg, zonder geestelijk leider Bhagwan is de gemeenschap onthoofd, en valt deze al snel uiteen. Een ervaring welke in het verleden al vaker pijnlijk duidelijk was als een sekteleider zich in het nauw gedreven voelt, en rare fratsen uithaalt om zich veilig te stellen, met ook voorbeelden van massale zelfdoding tot gevolg. Hier is dat niet het geval, maar de openende track benadrukt het dreigende, verkeerde onderbuik gevoel goed met de opbouwende cello’s. Een deprimerend zwaar stuk, wel erg mooi, maar je voelt dat er wat gaande is. Gevolgd door het luchtiger Fashionable Leather Shoes, maar ook hier heerst het onverwachte, onvoorspelbare. Come Home sluit hier op aan, en gaat langzaam de andere kant op, door de toevoeging van piano. Bij Life For Myself is die piano de katalysator, de cello de brandstof. Meer evenwicht in Those Of Us Who Were There, maar zoals op de hele plaat, blijft de spanning en dreiging wel aanwezig, het is wachten tot wanneer deze zich weer openbaart.

The New Man klinkt anders dan wat we tot nu toe gehoord hebben; de hartslag van het geheel. Na het aansluitend stuk bij High Dessert krijg je een onverwachte rol voor de Spaanse gitaar, weer een zacht instrument, om vervolgens hard toe te slaan. Hierdoor werkt het veel effectiever. Er zit zelfs een swing in het geheel. Het veelzijdigste stuk tot nu toe van de plaat. Het gaat vervolgens meer de elektronische kant op bij Be Grateful For This Beautiful Home, waar de geluidseffecten overheersen. Church And State gaat dan weer terug naar de basis, de rust staat centraal hier. An Adventure Of My Life wijkt met zijn lengte al veel al van de overige nummers; terwijl de rest rond de 2 minuten zit, duurt deze ruim 6 minuten. Het is een samenvattend geheel van wat we tot nu toe gehoord hebben.

Spies In Overalls is de meest toegankelijke track van de plaat, wat vooral komt door het lekkere ritme. The Takeover begint dromerig, maar gaat verder als een nachtmerrie, maar wat wil je anders bij zo’n titel. Chosen People, thematisch en muzikaal een vervolg op The New Man. Daar komt het kloppende hart weer naar boven, met het nerveuse benauwend beklemmend gevoel, bijna tot een traumatische ervaring toewerkend. Bij It Was A Town blijf je verdoofd achter, en volgt een langzame opbouw naar de sfeervolle afsluiting, met de aangename pianoklanken. Het einde The Burning Ghats klinkt onverwachts weer een stuk harder, maar wel heerlijk, een mooie climax.

Wild Wild Country laat zich goed als een geheel beluisteren. De tracks sluiten goed op elkaar aan, waardoor je niet verwacht dat deze als losse composities gebruikt worden in de serie. De dreiging wordt perfect vorm gegeven door de juiste afwisseling tussen cello en piano in het eerste gedeelte. Na het meer elektronische tussenstuk gaat het weer terug naar de basis.

Brocker Way - Wild Wild Country | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com

Broken Bells - Into the Blue (2022)

poster
3,5
In 2006 scoort Gnarls Barkley met de hedendaagse soulklassieker Crazy een wereldhit. En ondanks dat CeeLo Green met zijn diepbruine soulstem de track volledig naar zich toetrekt, is het Brian Joseph Burton alias Danger Mouse die als producer het geraamte voor deze weergaloze dancetrack neerzet. Zijn kwaliteiten worden al eerder door Damon Albarn opgemerkt, en er voor zijn Gorillaz project gretig gebruik van maakt. Vervolgens komt het bluesrock duo The Black Keys in beeld, verzilvert Adele mede door zijn toedoen haar stemkwaliteiten op 25 en legt hij de basis voor de seventies emosoul van zijn persoonlijke ontdekking Michael Kiwanuka vast, misschien wel de warmste stem van de laatste jaren.

Geen wonder dus dat zijn bejubelde sideproject Broken Bells voor een sabbatical stilte van acht jaar lang op een zijspoor terecht komt. Ondanks dat James Mercer van The Shins weer hemels uitpakt, voelt Into The Blue niet als een opvolger van het in 2014 verschenen eighties After The Disco elektropopplaat maar meer als het torenhoge artistieke ijkpunt waarop Danger Mouse tegenwoordig als producer ego functioneert. Broken Bells herschrijft de muziekgeschiedenis alsof de band er altijd al bij is geweest, trapt af bij de geniale songstructuren liedjes van The Beatles en Jeff Lynne en speelt leentjebuur bij de grootst opgezette Burt Bacharach blaasorkestarrangementen. Danger Mouse herdoopt zich als hervonden gelovige onder in zijn voorliefde voor de soul, heel veel soul zelfs.

Danger Mouse offert volgeling James Mercer op, en plaatst deze in een kronende Messias voorgangerrol, waarbij de producer goddelijk strak aan de touwtjes van zijn marionet blijft trekken. Het Into The Blue titelstuk is het startpunt van de bewandelde kruistocht. Onder zijn toeschouwers bevinden zich Dan Auerbach en Patrick Carney, de verraden Black Keys apostelen die vanaf de zijlijn toekijken hoe hun gestolen identieke sound gerecycled en geherformuleerd wordt. De stapvoetse bedevaart naar het onaardse sterrenstelsel. Out Of The Dark, Into The Blue, verlichtende gospel in down to earth bluesrock begeleiding. Voortslepend, traag balancerend in een ongekend universum van hemelse schoonheid.

Ook op de progrock badende We’re Not in Orbit Yet… overstijgt de vocaal in bloedvorm verkerende The Shins frontman met zijn voordracht zichzelf, al zijn het de intergalactische koortjes en de uitgestippelde basakkoorden die net voor die extra doorzichtige dimensie zorgen. James Mercer lijkt het allemaal prima te vinden, zolang hij er maar zijn tot de verbeelding sprekende getalenteerde solerende gitaarspel aan mag toevoegen. Kampvuur solide in het strak gehouden Invisible Exit, magisch uitgerekt in de naar Pink Floyd memorerende passages in de gedateerde Love on the Run leefkuil sentiment.

Into The Blue is gewaagd, gevarieerd en gedurfd. Naast de duizelingwekkende mix van spacende soul, seventies psychedelica, pure kaalgeplukte folk, olievuile bluesrock is er ook ruimte voor maagdelijke zoetigheid en een tandglazuur verstevigende nepglans. Dat Brian Joseph Burton weldegelijk sterfelijk is, bewijst hij met het misplaatste new wave One Night uitstapje. Toch wel een draak van een nummer tussen de overige vredelievende sprookjesfiguren tracks. Wat hem beweegt om bij de uitgekristalliseerde museumpronkstukken een non-food-discount winkelketen wangedrocht te etaleren blijft voor mij een vraag. Ook het psychedelisch trippende Saturdays voelt wat goedkoop scorend mat en inspiratieloos aan.

Broken Bells revancheert zich aardig met de Forgotten Boys triphop ruis, al heeft het niet die spannende onderhuidse zeggingskracht welke de Bristol scene jaren geleden uitzette. Vreemd genoeg leidt de fretloze bas van The Chase wel tot deze avontuurlijke omslag. Het is de nostalgische bezieling waarmee Danger Mouse vertrouwd naar het meesterlijke producerswerk van de Michael Kiwanuka platen teruggrijpt waarmee hij hier het verschil maakt. Zijn eigen beladen aanpak, zijn vetgedrukte keurmerkstempel en nog misschien wel het belangrijkste, zijn eigen bezielende warmte. Het veilige Fade Away borduurt op deze formule voort maar mist net die veelbesproken zeggingskracht. Into The Blue heeft een te groot grijs gebied om volledig te overtuigen.

Broken Bells - Into the Blue | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

Bronski Beat - The Age of Consent (1984)

poster
4,0
Ik heb toch wel vrij lang moeite gehad met de stem van Jimmy Sommerville.
Vergeleek ze in het begin ook teveel met Soft Cell, en daarbij zal onbewust de bijdrage van Marc Almond aan I Feel Love hebben mee gespeeld.
Marc Almond was met Soft Cell wat stoerder; ook het uiterlijk vertoon met tattoos en leren kleding speelden natuurlijk mee.
Soft Cell was smerig, ergens vanuit een lugubere club in een naar pis stinkend steegje.
Acceptatie gezocht door provoceren.
Bronski Beat was gevoeliger; vechtend met de geaardheid, angst voor provoceren.
Beide zetten ze hetzelfde standpunt neer, ieder op zijn eigen manier.
Ik ging dan meer voor de invalshoek van Soft Cell.
Nu, jaren later, hoor ik juist meer in Bronski Beat de klaagzang terug die ik ook bij Yazoo hoorde.
Alleen ging Alison Moyet qua stem meer de diepte in, en Sommerville juist meer de hoogte.
Dat beide stemmen mooi samen kunnen gaan, hoorden we later bij The Communards met Don’t Leave Me This Way; Sarah Jane Morris heeft een stem die vergelijkbaar is met Alison Moyet.
Muzikaal hebben de klanken van Yazoo ( maar nog meer Moyet solo) en Bronski Beat vaak een lekker relaxed Jazzy sfeertje; heerlijk om na te luisteren.
En die stem van Sommerville?
Misschien stoorde ik mij wel voornamelijk aan het feit dat ik nog nooit eerder een soortgelijke zang gehoord had; The Bee Gees komen enigszins in de richting.
Ik stoor mij er echter al lang niet meer aan.

BRONSON - BRONSON (2020)

poster
3,5
Nadat het uit Washington afkomstige dance georiënteerde duo Harrison Mills en Clayton Knight in 2012 onder de schuilnaam Odesza de wereld wakker schudde met hun futuristische grootschalige droomsound op het overdonderende Summer’s Gone gaat het heel erg snel. Vanaf het radiovriendelijke In Return staan artiesten trappelend in de rij om hun medewerking te verlenen aan de zeer relaxte dansbare albums waarmee ze het clubcircuit veroveren.

De interesse wordt tevens gewekt bij de Australische deephouse producer Golden Features, die Falls van A Moment Apart onder handen neemt en er een geslaagde remix van maakt. Voor de buitenwereld lijkt het erop dat dit een eenmalige samenwerking betreft, maar achter de schermen wordt er vanaf 2018 in alle stilte gewerkt aan Bronson.

Bronson is de overtreffende trap van het commerciële geluid van Odesza waar ze het publiek kennis mee hebben laten maken. Foundation vindt zijn oorsprong in de psychedelische jaren zeventig progressieve rocksound van Pink Floyd. Steeds harder nemen de oorverdovende beats het over om uiteindelijk het prehistorische muziekmonster te verzwelgen.

Ondanks de duistere sfeer zitten de eerstvolgende tracks nog duidelijk in het verlengde van Odesza. Gastzangeres Laura Bettinson van popband Ultraísta voegt een heerlijke hittegolf toe aan Heart Attack. Ook Gallant weet met zijn hitgevoelige zang een eigen gouden randje aan de single Know Me toe te voegen.

Het aardedonkere Bline gaat al een stukje dieper de duisternis in, maar het is wachten tot dat halverwege die donkere technowolken het in Vaults definitief overnemen. Dit sleutelnummer vormt als eerste single de poort naar het meer industriële vervolg.

En dan wordt het pas echt interessant. Je stapt de futuristische Stargate binnen en beland in een paralelwereld die bewoond wordt door roestende percussie die zo van de schroothoop lijken te komen, omlijst door in een ver stadium gemuteerde zangpartijen.

Tense is beangstigend en slopend, heftige bestuurde beats vallen als ruimteschepen in een vintage Atari computerspel je gehoor aan. Heerlijke tegendraadse toekomstgerichte orgelpartijen geven dit drie minuten durend schouwspel nog meer kracht.

Heel eventjes zijn daar die eighties new wave discobal glinsteringen in het rustgevende Call Out, om vervolgens definitief verzwolgen te worden door het langzaam vernietigende huilende synth explosies in Contact. Het loeizware Keep Moving wordt onder genot van de dreigende vocalen getransformeerd tot een nachtelijke clubklassieker, die zeker in de latere nineties goed zou scoren.

Dit alles in dienst staande voor het overweldigende eindspel in het universele Dawn waar Orlando Tobias Edward Higginbottom als zijn alter-ego Totally Enormous Extinct Dinosaurs geïntroduceerd wordt en Bronson weer down to earth belandt. Hiermee is de cirkel rond en zitten we weer dichtbij de sound waarmee de plaat begint.

Bronson is een geslaagde samenwerking tussen Odesza en Golden Features, welke vooral tijdens het tweede gedeelte van de plaat zeer boeiende resultaten oplevert. De rest sluit net iets wat teveel aan bij het bekende geluid van Odesza.

BRONSON - BRONSON | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com

Bruce Soord - All This Will Be Yours (2019)

poster
4,0
De muziekwereld is er eentje die bol staat vol pretentieuze verlokkingen en aantrekkelijke aanbiedingen om het solo pad te bewandelen. Waarbij veel frontzangers de mist in gaan door hun ego flink op te schroeven met een halfslachtige soloplaat, lukt het Bruce Soord simpelweg eenvoudig genoeg om het constante niveau vast te houden. De belevingswereld die hij opgezet heeft met zijn collega’s van The Pineapple Thief is vrijwel niet meer terug te horen. Deze progrockers nieuwe lichting gaan onverstoorbaar door met het creëren van mooie platen, waartussen Soord de vrijgekomen ruimte invult met verrassende sterke samenwerkingsverbanden als de heftige electronoise van Wisdom Of Crowds en zijn eenmansprojecten. Hij vermijdt hiermee de uitgezette lijn die is uitgestippeld is met het groeipareltje Magnolia.

Het is allemaal weer wat kaler van opzet dan zijn pop gerichte debuutalbum welke passend zijn naam als titel draagt. Met minder dominant aanwezige instrumentatie wordt er een totaal andere sfeer opgeroepen. Met het etiket luistermuziek laat hij de muziekliefhebber kennis maken met zijn eigen nachtelijke droomwereld. All This Will Be Yours is er eentje voor de late uurtjes, waarbij alle invloeden van buitenaf tot een minimum terug gebracht zijn. Beschouw zijn eerste plaat maar gerust als voorstudie voor het resultaat dat hij nu voorschotelt.

Wel wordt er de nodige elektronica ingezet om zijn folky singer-songwritergeluid een hedendaags karakter mee te geven. De overgangen verlopen hierdoor net een stuk vlekkelozer, waardoor het zich gemakkelijk als een geheel laat luisteren. Sterker nog, het mag zelfs gezien worden als een verbreding van het bandgeluid van The Pineapple Tree, maar dan zonder de complexe uitspattingen. Door zijn gevoeligheid openbaarlijk bloot te stellen, stelt hij zijn positie als clubmuzikant veilig. Hiermee kan hij op gemak een uitgebreide stedentrip ondernemen, waarbij hij als veredelde troubadour zijn geld bijverdient in de kleinere concertzalen.

Er zit een goede ingecalculeerde opbouw in, waarbij de basis sober en minimalistisch is. The Secret I Know wordt ingekleurd met stemmig akoestisch herhalend gitaarspel om hier met vervolgens fragmentarische samplers pulserende tegendruk aan te geven. Er hangt een aangename prettige dreiging overheen, die aast om op het juiste moment een opening te vinden om daadwerkelijk toe te slaan. Met muzikale speldenprikjes wordt je getriggerd, en stap voor stap verder meegenomen in het intrigerend samenspel.

Hoe wonderbaarlijk is het dat voor dit prachtige gegeven slechts een iemand verantwoordelijk is. De veelzijdigheid van Soord komt hier prominent naar voren, en worden niet ondersneeuwd door de overige vier sterspelers van The Pineapple Thief. Die persoonlijkheid hoor je erg sterk terug, zeker in de intieme opgebouwde passages. Wil in het eerste gedeelte vooral het heldere gitaarspel veel indruk maken, later is dat de verrassende switch naar het net zo mooie toetsenwerk. Die omschakeling is het beste hoorbaar in het sleutelnummer All This Will Be Yours, waar na het geweldige intro de beats invallen om het vervolgens met een ruig rockende slidegitaar sound af te ronden.

De dreampop ondergaat een indrukwekkende metamorfose en ontwikkelt zich tot een meer duistere coldwave variant. Hiermee zoekt hij enigszins aansluiting op het Wisdom Of Crowds gebeuren, al is nu de kracht meer ondergeschikt aan de schoonheid. De donkere uithoeken van zijn kunnen worden al bezocht in de futuristische ontdekkingsreis van You Hear the Voices, maar komen volledig tot ontplooiing in het volgroeide Cut the Flowers. Hier zijn de invloeden van deze gemuteerde synthpop benadering het beste hoorbaar. Nog meer dan bij The Pineapple Thief laat Bruce Soord zijn Duitse roots weerklinken, waar dit genre en verwanten nog bijna net zo groot is als in zijn hoogtijdagen. Een prachtige schemerlampplaat!

Bruce Soord - All This Will Be Yours | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com