MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Akron/Family - Love Is Simple (2007)

poster
3,5
De heren zijn vlot door elk jaar met een nieuw album te komen (of was die vorige nu toch geen volwaardige cd?).
Dit album begint al fraai met het folky Love, Love, Love (everyone) maar het feestje gaat van start op Ed is a Portal. Dit is de folk-versie van Talking Heads lijkt het wel: uiteraard binnen 1 song veel wisselingen. Lekkere feestmuziek waar de vrolijkheid van afdruipt. Dit bevalt me zeer goed moet ik zeggen. Zeker op dagen waarop de luchten grauw zijn (zoals nu) terwijl het zonnig en blauw had moeten zijn........... dan vormen dit soort nummers het zonnetje dat schijnt vanuit de boxen.
Don't Be Afraid, You're Already Dead opent melancholieker. Het feestje is al snel weer over blijkt. Het is een slepend en traag folknummer wat een beetje neigt naar Neutral Milk Hotel. Niet geheel bijzonder, maar wel prima samenzang.
Bij I've Got Some Friends lijkt de geluidband op hol te slaan. Zelfs als de zang ingezet gaat worden lijkt het niet te kloppen. Al snel volgt dan ook een chaos aan tempo en geluid wat door de vele afwisselingen met normale zang en muziek goed binnen de perken blijft. Hierdoor krijg je een leuk nummer wat ik als een mengeling beschouw tussen Paul Simon's Graceland en Architecture in Helsinki.
Lake Song / New Ceremonial Music For Moms kent leuke (exotische) invloeden op muzikaal gebied en de achtergrondzang doet wat aan Sufjan Stevens denken. Uiteraard altijd gevaarlijk om met referentiekaders op de proppen te komen, maar het geeft een beetje een idee. Een spannend nummer.
There's So Many Colors valt ook op door de samenzang (ik krijg er soms een 'Polyphonic Spree happy joy joy' gevoel bij). Het is tevens het langste nummer van dit album. Het gaat een beetje alle kanten op, maar dat zijn we wel gewend van deze band.
Met voor geluid Crickets begint mag u zelf raden.... lijkt me nu niet zo moeilijk. Hier overheen is een lieflijk folk-liedje gedrapeerd.
Ook het folk-walsje Phenomena klinkt heel lieflijk en zoet. Maar ook hier worden op een gegeven moment genoeg instrumenten toegevoegd (waaronder een gitaarsolo en veel samenzang) waardoor dat lieflijke al snel naar de achtergrond gaat.
Pony's O.G is twee-en-een-halve minuut wederom een mooi en lieflijk nummer, maar dan wordt het opeens duister alsof er een ijzige, donkere lucht optrekt. En zodra deze weggetrokken is hebben we een compleet ander nummer. Wel weer met een hoop Sufjan Stevens-achtige samenzang.
Of All The Things is lekkere springerige dansfolk maar dan net even anders door het gebruik van de electrische gitaar. Maar ook hier gebeurt binnen 1 nummer weer heel veel, want het vliegt al snel weer een compleet andere kant op om vervolgens weer terug te keren naar de gitaar. Vermoeiend? Misschien wel, maar het houdt de boel wel levendig.
Love, Love, Love 2 keert aan het einde nog terug in reprise-vorm.
Het blijft een bijzonder bandje. Op de een of andere manier bevalt het werk dat ze afleveren weer bijzonder, maar het grijpt me ook weer niet naart de strot. Misschien dat dit nog gaat groeien, maar die ervaring had ik niet met de voorganger dus ik ga er vooralsnog niet van uit. Ik weet in elk geval wel dat dit een bijzonder album is waar het af en toe zeer prettig naar luisteren is. Overigens vind ik het freak-gehalte wat minder dan op de vorige, maar dat kan ook gewenning zijn, want het blijft een beetje freaky, dat wel. Dus toch freak-folk? Zo u wilt, ik blijf het een rare term vinden.

Alanis Morissette - Flavors of Entanglement (2008)

poster
3,0
Na Jagged Little Pill (wie kon in die tijd nu niet meebleren met Alanis?!) ben ik deze dame nog wel blijven volgen maar het deed me niet zo heel veel meer. Het vorige album So-Called Chaos ken ik zelfs niet eens.
Mede hierdoor had ik ook geen interesse in dit nieuwe album, maar dan opeens lees je recensies en hoor je dingen als wat Ray of Light voor Madonna was daar is dit Flavors of Entanglement voor Alanis. Tja, dan ben ik er opeens bij. Maar klopt het ook? Kan ik me er in vinden? Nou nee. Buiten dat er inderdaad wat flirts me electronica te horen zijn gaat de vergelijking verder mank en geef ik toe hier toch wel een beetje door misleid te zijn.
Hoe dan ook ben ik hierdoor weer teruggekomen bij Alanis en kan ik constateren dat ze best een leuk album heeft uitgebracht. De magie van het debuut weet ze wederom niet te evenaren laat staan overtreffen maar dat ze toch best een aantal leuke nummers laat horen hier wil ik zeker beamen. Hier en daar wat te geforceerd (het hier op de site populaire Citizen of the Planet bijvoorbeeld), maar dat zijn we eigenlijk al gewend.
Leuk, maar meer ook niet.

AlascA - Prospero (2015)

poster
3,5
Volendam? Geen fijn stempel voor een band als AlascA als je het mij vraagt (zullen ze zelf ongetwijfeld anders over denken). Maar zodra die naam valt denken we toch allemaal aan palingpop en dat is niet helemaal aan ons besteed toch?!

Maar dan hoef je alleen maar de eerste seconden van In Media Res te horen om te weten dat dit toch echt heel wat anders is: die trompet, die toch wel wat aparte zang.... heerlijk!

Nog leuker wordt het als Cult van start gaat (dames en heren als u dit toch zo leuk vindt luister dan ook eens naar de laatste twee albums van Frédérique Spigt). Dit swingt en klinkt behoorlijk internationaal. Volendam? Weten we het zeker?! Palingpop is het niet deze country/folk/pop.

En zo gaat het album voort. Het speelplezier druipt er vanaf en we mogen best trots zijn dat Nederland momenteel toch weer best wat goede muzikanten heeft die van zich laten horen.

Ik krijg hier overigens een beetje hetzelfde gevoel als bij Donkey Diesel (uit België), niet dat ze echt veel op elkaar lijken maar misschien eenzelfde soort energie.

Alaska in Winter - Dance Party in the Balkans (2007)

poster
4,5
Beirut-fans let op: deze is ook voor jullie!

Soms heb je het wel eens, van die momenten dat je de eerste tonen hoort van een nummer en dat er op onverklaarbare wijze een brok in je keel schiet, je kippenvel krijgt die gewoonweg niet meer te snoeien valt zo hoog en dat de rillingen over je rug lopen. Dit kan niet waar zijn, dit is mooi. Ken je die momenten? Ze zijn best spaarzaam maar nu was er weer zo'n moment. Het zijn van die seconden die je moet koesteren want het kan zijn dat het door blijft zetten en zo'n nummer een persoonlijke all-time favourite gaat worden of het was slechts een magisch momentje dat al snel weer zal gaan luwen. Geen idee hoe het zal aflopen maar het overkwam mij bij de eerste tonen van dit album.
De verantwoordelijke hiervoor heeft als titel Homeless and Hummingbirds en is afkomstig van ene Brandon Bethancourt, voor ons vanaf nu bekend als Alaska in Winter. Dit nummer ademt de sfeer van Beirut (niet zo heel vreemd want op de myspace pagina staat de oorspronkelijke versie samen met Beirut en Stefanie en die vind ik eigenlijk nog mooier). Een melancholiek sfeertje wat veroorzaakt wordt door de trompet en viool. Maar wat maakt het nu zo bijzonder? Welnu, er is een electronisch sausje overheen gegoten met drumcomputers die uit de jaren '80 lijken te komen. Zet dan nog eens de vocoder aan en er ontstaat een vervreemdende werking die op mij dus die impact heeft zoals beschreven.
Maar dan de rest natuurlijk: blijft dat magische sfeertje hangen ja of nee?
Your Red Dress (Wedding Story at Cemetry) leunt volledig op diezelfde vocoder en drumcomputer. Het heeft iets kneuterigs en tegelijkertijd ontstaat er weer een heel bijzonder en vooral aangenaam sfeertje. Hier is de trompet verantwoordelijk voor en die wordt bespeeld door Zach Condon ofwel Beirut. Je herkent het dan ook gelijk. Maar dit klinkt zo verdomde catchy dat ik er opgewonden door raak. Verdomme dit is nummer 2 waar ik heel wat mee kan: zou het dan echt? Gaat dit dan weer eens zo'n klapper worden? Ga ik weer lekker verliefd worden op een plaatje? Het ziet er wel naar uit zo.
The Beautiful Burial Flowers We Will Never See ademt een hoop balkan-melancholie uit (ook al komt Bethancourt uit het Amerikaanse Alburqueque). Van dit soort trieste klanken ga je zeker niet vrolijk worden, maar het weet wel een perfecte sfeer neer te zetten die je als je niet oppast helemaal inpakt waardoor je prompt verandert in de grootste sombermans en wie weet vloeit er nog een traantje ook.
Balkan Low Rider Anthem gooit er dan wat meer beat in waardoor de bui gelukkig niet doorzet ook al klinkt de viool weer spookachtig mooi en desolaat. Langzaam verschijnt er door het grauwe wolkendek een heel dun zonnestraaltje die ons wat hoop weet te geven en zelfs een heel klein beetje warmte.
Dan loopt het naadloos over in Lovely Lovely Love. Alsof Air het bed deelt met Daft Punk: dromerige, electronische geluiden, vocoder-zang en een schitterende opbouw. En dan die viool om de samensmelting warm toe te dekken met een zachte deken. Prachtig, prachtig toch weer. Ja, hierdoor verkeer ik snel in hemelse sferen daar is echt niet veel meer voor nodig.
Twenty Four Hours in Lake of Ice opent redelijk kil alsof je ook daadwerkelijk in dat ijskoude meer ligt. Korte piano-klanken die begeleid worden door koorachtige zang waar de drumcomputer dan aan toegevoegd wordt. Terwijl je langzaam verkleumt gaan je gedachten langzaam allerlei kanten op, er ontstaat berusting en een glimlach om je lippen is je deel.
Fijn dat er blijkbaar een reddende engel was die je uit het ijskoude water heeft weten te vissen want je mag gaan opwarmen bij een Dance Party in the Balkans. Verwacht geen wilde dansen, maar een beheerst feestje met zwoele klanken. Ukelele en trompet spelen een grote rol hierin.
Harmonijak weet wederom een perfect dromerige sfeer neer te zetten zoals de IJslandse boys van Sigur Rós dat ook zo goed kunnen. Veel meer dan wat samenzang (zonder echte woorden) en prachtige muzikale begeleiding is er niet voor nodig. Hoe triest kan muziek toch klinken maar hoe heerlijk voelt dat dan toch aan: nummers als deze bewijzen dat.
Op Staring at the Sun keert de vocoder weer terug. Voor velen zal dit ongetwijfeld het grote minpunt van dit album zijn: ik vrees dat menigeen dit zal gaan beoordelen als saai en vervelend. Ik vind het perfect bij deze muziek passen en het geeft het dat fraaie sfeertje mee. Natuurlijk doet die viool dat ook, maar het is de combinatie van dit alles wat het hem doet en wat voor mij de magie veroorzaakt, want dat is het: pure magie. Dit is de soundtrack van een stil en verlaten landschap. Alaska? Ja, zou kunnen daar Bethancourt gedurende de winter van 2004 in een blokhut te Alaska vertoefde met niet veel meer dan een laptop, keyboard en wat opname-intrumenten bij zich.
Horsey Horse heeft ook dat onderkoelde maar tegelijkertijd weten de koortjes je te ontdooien. Zweverige boel? Zeker, maar absoluut niet vervelend als je het mij vraagt. Ik las ergens dat dit album aan kracht had gewonnen als het als EP was uitgebracht. Daar kan ik inkomen maar ik deel die mening niet omdat ik er maar geen genoeg van kan krijgen. Ik wil zo lang mogelijk in dit hemelse sfeertje blijven hangen.
Rain on Every Weekend is het eerste nummer dat wat langer duurt (de meeste nummers tot nu toe blijven zo tussen de twee-en halve en drie minuten inhangen). Ook nu horen we piano, vocoder en drumcomputer met een vioolsolo er schitterend doorheen gewoven. Het is en blijft een vreemde mengeling deze electronica-beats met zweverige koortjes. Maar hierdoor klinkt het tegelijkertijd spannend en blijft het mij maar boeien.
In die blokhut waar Bethancourt vertoefde had hij ook literatuur meegenomen in de vorm van Dostoyevsky. De weerklank daarvan horen we terug op Don't Read Dostoyevsky. Een donker en onheilspellend klinkend stuk muziek. Zwaar aangezet op de piano weet Bethancourt een dreigende sfeer te creeëren met ver op de achtergrond de vocoder. Alsof er een zeer heftige sneeuwbui op komst is waar je je schrap voor moet gaan zetten.
Close Your Eyes We Are Blind is een beetje de uitsmijter van dit album en klinkt na het vorige nummer als een vreemde eend in de bijt. Dit komt door de duidelijke aanwezigheid van vriend Condon (Beirut). De jammerende zang van de man is zo enorm herkenbaar dat het een groot stempel op dit nummer drukt. Maar ach, mij zul je niet horen klagen over zo'n 'extraatje'.
Het was me de trip wel dit album en ik wil het graag nog heel vaak ondergaan en dan is dit nummer eigenlijk een zeer vriendelijke afsluiter om je een beetje uit een bepaalde trance te halen.
Zoals ik eerder al zei ben ik totaal overdonderd door dit album. Het komt vaker voor en de vraag is nu of deze sfeer blijvend gaat zijn of dat de tijd de euforie zal doen gaan temperen.
In elk geval moeten Beirut-liefhebbers dit album zeker gaan uitproberen en dan kan ik slechts hopen op eenzelfde soort enthousiasme. Overigens hoop ik ook dat niet alleen die Beirut-liefhebbers dit oppikken, maar dat ook de mensen dat doen die een overeenkomstige muzieksmaak met mij delen. Bij deze nodig ik jullie allen uit op dit 'dansfeest in de Balkan'.

Alaska in Winter - Holiday (2008)

poster
4,0
Ik weet nog goed dat ik het debuut-album per toeval ontdekte: niemand kende het, op musicmeter stond het ook nog niet dus toevoegen maar en ik was vervolgens jubelend:
aERodynamIC schreef:
Soms heb je het wel eens, van die momenten dat je de eerste tonen hoort van een nummer en dat er op onverklaarbare wijze een brok in je keel schiet, je kippenvel krijgt die gewoonweg niet meer te snoeien valt zo hoog en dat de rillingen over je rug lopen. Dit kan niet waar zijn, dit is mooi. Ken je die momenten? Ze zijn best spaarzaam maar nu was er weer zo'n moment. Het zijn van die seconden die je moet koesteren want het kan zijn dat het door blijft zetten en zo'n nummer een persoonlijke all-time favourite gaat worden of het was slechts een magisch momentje dat al snel weer zal gaan luwen. Geen idee hoe het zal aflopen maar het overkwam mij bij de eerste tonen van dit album

Het antwoord op die laatste open vraag kan ik nu wel beantwoorden: ja, dat album is een all-time favourite geworden en het behaalde vorig jaar een dikke top 10 notering in mijn lijst over 2007.
Niet zo vreemd dus dat ik geen seconde aarzelde om Alaska in Winter live te gaan zien in Rotown, Rotterdam (okee, er was wel een seconde aarzeling omdat Martin Visser over het live-optreden in Brussel eerder dit jaar niet zo enthousiast was). Doordat ik wist wat ik kon verwachten viel me dat optreden reuze mee: het was een intiem concert voor weinig aanwezigen en ik zal het niet snel vergeten doordat het een aparte manier van optreden was.
En dan zo snel al weer een nieuw album genaamd Holiday. De eerste berichten deden al vermoeden dat dit duidelijk een andere richting op zou gaan. Brendan Bethancourt woont inmiddels in Berlijn en die stad zou zijn nieuwe muziek hebben beinvloed. 'Oei' denk je dan, want ik was juist zo vreselijk verliefd op die klanken van dat eerste album. Met een beetje de bibbers in de muzikale oren ben ik dan ook begonnen aan Holiday dat eigenlijk helemaal niet zo verrassend opent met het wederom heerlijk zwelgende We Are Blind and Riding the Merry-Go-Round. Ja, wederom voert de vocoder de boventoon. Het is het handelsmerk van Alaska in Winter mogen we wel concluderen (of gewoon het markeren van gebrek aan zangkunst zo u wilt). Ik ben alvast blij met dit nummer, want die hebben we toch maar mooi in de pocket.
Berlin circuleert al langer op het net en werd volgens mij ook gespeeld tijdens de afgelopen tour in Nederland. Ondanks dat dit inderdaad meer uptempo is en daarom ook wat dansbaarder kan ik dit best wel waarderen. Het is een koerswijziging, maar ook weer niet een vervreemdende. Het heeft iets Daft Punks-achtig maar dan op zijn winters zullen we maar zeggen en dat pakt goed uit. Lekker stampertje: niet overdreven opwindend maar gewoon goed en dat mag best.
Speed Boat to Heaven begint dwarrelend maar juist door het vocoder-gebruik is het enorm herkenbaar Alaska in Winter. Minder betoverend, meer beat en toch zeer genietbaar. Het is een sprankelende compositie. Misschien kijk ik door een ietwat te gekleurde bril want op zich stelt het allemaal niet zo veel voor en zal Bethancourt er geen potten mee breken, maar mijn luidsprekers worden er aardig mee op de proef gesteld.
Hierna volgt het nummer Highlander dat een verdeling in Pt 1 en Pt 2 krijgt. Dat eerste deel komt rustig op gang en gaat na verloop van tijd steeds wat meer snelheid krijgen. Waarom er een tweede deel is ontgaat mij een beetje want het nummer gaat gewoon voort. Het heeft soms wat kneuterigs en dat geeft het in dit geval hoe raar het ook klinkt zijn meerwaarde.
Alleen de titel Knorrpromenade doet me al glimlachen. Die glimlach wordt alleen maar groter als ik de instrumentatie hoor. Loopt hij hier nu te tokkelen op een banjo? Ook hier heeft het nummer iets lieflijks, iets onbeholpens. Ik vind dit uiterst charmant. Van het sprookjesachtige dat ik hoorde op Dance Party in the Balkans blijft zo niet veel meer over maar des te meer 'lief mannetje pingelend op zijn electronica' (en nog leuker is dat zijn verschijning me nu zo makkelijk op het netvlies weet te verschijnen door het meegemaakte concert).
Ook Streetgang is weer in stukken gehakt. Drie deze keer. Misschien om het zo meer nummers op deze cd te doen laten lijken? Geen idee, en wat mij betreft wederom niet nodig. Het eerste gedeelte is lekker sloom en loom totdat er aan het einde een versnelling wordt ingezet. Ik vind dit genieten hoor.
Ook op Keep Your Boots Clean and Everything You Step On Is Dirt is de banjo te horen. Niet bepaald een instrument dat ik combineer met feestend Berlijn, dat toch een inspiratiebron geweest is voor dit album. Het is een midtempo nummer dat wat voortkabbelt en tot nu toe nog het minst weet te beklijven bij mij.
En dan het slot akkoord: Close Your Eyes [Remix]. Ehm?! Toch dat nummer van het debuut? Ja. En de vraag is of dat een zwaktebod is of een opvulmanier. Ik zeg beiden. Want laten we eerlijk zijn: ondanks dat het een prima nummer is, voegt een remix daarvan niet echt veel toe aan een nieuw album. Okee, het is gepimpt in de stijl van deze opvolger maar zet er dan een compleet nieuw nummer op. Een wat bedenkelijke zet als je het mij vraagt. Maar goed, misschien wilde Bethancourt de aandacht in de huidige vluchtige muziekwereld vast blijven houden en moest er gewoon snel een opvolger komen. Wat mij betreft horen we hierna gewoon meer van deze artiest: hij weet mij wel wat te bieden en ik heb hier wel degelijk van genoten. Okee, de betovering ontbrak en de verrassing is er nu ook wel van af, maar dat heeft mijn pret niet mogen drukken en hopelijk gaat dat voor meer mensen op alhoewel ik me kan voorstellen dat de afhakers zich hier zeker zullen gaan melden (niet te veel a.u.b.).

Alcest - Shelter (2014)

poster
4,5
Het is misschien wat kort door de bocht om Shelter af te doen als Sigur Rós op de shoegaze toer maar ja, dan moeten ze ook maar niet Neil Halstead op komen laten draven en in zee gaan met Birgir Jón Bigisson plus Amiina de strijkers voor hun partij laten nemen

Ik ken van Alcest alleen Les Voyages de L'Âme en daar is het metal-gehalte al niet zo hoog maar dat album vond ik toch behoorlijk saai.
Shelter doet het op dat vlak een stuk beter. Ik kom op dit album veel makkelijker in de dromerige sfeer die ze ons voorschotelen. Toch moet ik wel toegeven dat Opale veel tijd nodig had en dat ik dat nog steeds niet echt een enorm sterk nummer vind.

Ik mis de scherpe randjes die een band als Sigur Rós wel heeft alsmede de climax die die band goed in hun muziek weet te stoppen (ik haal ze erbij omdat ook dat een band is waar sfeer enorm belangrijk is). Wat ik dan wel weer een plus vind is het feit dat ze in het Frans zingen. Geeft het geheel toch net iets eigens.
Verder krijgt Shelter het voor elkaar om me een rustig gevoel te geven wat niet verward mag worden met saaiheid. Luisteren naar Shelter voelt echt goed aan en het is ook absoluut een geheel waar je de nummers niet los van elkaar moet beluisteren (vandaar ook mijn aanvankelijke moeite met Opale). De Franse taal versterkt die rust nog eens extra: de zang is al vrij bescheiden op dit album en de mooie golvende beweging van de Franse taal weet het alleen maar te verfraaien. Dat uitgerekend een Engelstalig nummer mijn favoriet blijkt te zijn op dit moment nemen we dan maar op de koop toe. Away is hemeltergend mooi!
Daarom moet de Sigur Rós vergelijking ook losgelaten worden omdat deze niet terecht is. Sferische band of niet, zelfde producer of niet......

Shelter creëert rust. Shelter lukt het me even te laten ontsnappen aan de waan van alle dag. Shelter is niet hip of stoer. Shelter is een album waarmee Alcest blijkbaar een gewaagde stap maakt waarmee ze oude liefhebbers ongetwijfeld van zich zullen vervreemden ('bah, saai') maar zeker ook nieuwe fans zullen winnen.

Misschien niet een overrompelend album maar wel eentje waar je je in kunt onderdompelen en door de perfecte lengte (best verrassend: niet al te lang) eentje die naar alle waarschijnlijkheid kan gaan uitgroeien tot iets heel moois. Mijn verwachting is dan ook dat de waardering zo maar kan gaan stijgen de komende tijd.

Alderson - Erinyes (2023)

poster
4,5
Nel Ponsaers is een bandlid van Stef Kamil Carlens en aangezien ik hem altijd op de voet volg is het niet vreemd om uit te komen bij haar alter ego Alderson.

Haar eerste album heet Erinyes en ademt een zwoele sfeer. Donkere muziek met een beetje film-noir sfeer.
Natuurlijk kennen we dit wel. Ik kom al snel uit bij artiesten als Beth Gibbons of zelfs PJ Harvey. En als je aan de mannen denkt kom je uit bij bijvoorbeeld Mark Lanegan of Nick Cave.
Misschien wat minder snel genoemd maar toch: ik denk ook aan Melanie De Biasio.

Alderson is een sprookje op muziek. Zeer geschikt voor deze donkere dagen. Het is fijn wegdromen op de klanken van Erinyes.

Mermaid is een juweeltje vanwege de instrumentatie. Hoogtepuntje voor mij.

Alexi Murdoch - Towards the Sun (2011)

poster
3,5
Thomzic schreef:
De beste man is een liedjesschrijver die vaak werd geassocieerd met Nick Drake.


Terecht als in ' net zo goed' daar valt over te twisten; dat het er verdomd veel op lijkt lijkt me overduidelijk en daar is niks mis mee. Er zijn zoveel artiesten die op elkaar lijken.
Ik heb er meer moeite mee dat hij bijvoorbeeld in één adem wordt genoemd met bijvoorbeeld William Fitzsimmons. Die vind ik toch totaal andere muziek maken en dat vind ik dan misleidend.
Nick Drake is gewoon een perfecte associatie. Moet je verder ook niet te moeilijk over doen en ik denk dat Drake-liefhebbers dit heus wel kunnen waarderen.

Toch geef ik dit niet de hoge waardering die Drake wel van mij krijgt. Ik merk toch dat één Nick Drake eigenlijk volstaat voor mij. Less is more gaat dan in meerdere opzichten op zeg maar.

Towards the Sun van Alexi Murdoch is een bescheiden, lieve plaat van een ongetwijfeld sympathieke zanger. Het staat vol prachtige liedjes en daar zal niemand zich een buil aan vallen.
Ik zal persoonlijk sneller naar Nick Drake grijpen terwijl ik die ook niet altijd op kan zetten.
Murdoch zal dus een beetje tweede viool moeten gaan spelen. Neemt niet weg dat hij hoe dan ook een mooi album heeft afgeleverd.
Even onthaasten in 2011 kan uitstekend hiermee.

Alice - Eri con Me (2022)

poster
4,5
Op 18 mei 2021 overleed Franco Battiato. Het was op de dag dat de eerste halve finale van het Songfestival in Rotterdam plaatsvond. Vier dagen later won Italië voor de tweede keer sinds ze voor de eerste keer deelnamen in 1956 (de eerste winst was in 1964).

Dat aantal had wat mij betreft hoger gemogen, maar in 1984 al helemaal. Franco zong met Alice I Treni di Tozeur; wat mij betreft nog altijd de beste inzending ooit op het festival. Het nummer werd gedeeld vijfde. Nog steeds snap ik daar niks van. Hoe dan ook scoorde het duo er een grote hit mee, een hit die we ook tegenkomen op Eri con Me (Jij was bij mij).

Op dit album 16 nummers van Battiato, gezongen door zijn muzikale soulmate Alice als eerbetoon aan deze Italiaanse grootheid. Nummers die in zijn eigen versie schitterend zijn en ook in de versie die Alice al eens eerder opnam.

Deze keer doet ze dit met de Italian Philharmonic Soloists, oftewel i Solisti Filarmonic Italiani die de nummers voorzien van een schitterende melancholieke sfeer, en de piano vertolkt hierin een absolute hoofdrol. Veel nummers zijn spaarzaam opgenomen waardoor de kalme stem van Alice goed tot haar recht komt.

Alice zal voor altijd verbonden blijven aan Franco Battiato en niemand anders dan zij kan daarom zo'n prachtig eerbetoon verzorgen.

Het leven is vergankelijk. We worden ouder en uiteindelijk gaan we allemaal dood. Eri Con Me giet het gevoel van vergankelijkheid in prachtige nummers die in dit andere jasje gewoon onsterfelijk blijven. Want deze nummers zijn voor de eeuwigheid. Dit is puur genieten. Dit is jezelf onderdompelen in muziek die je droevig weet te stemmen, maar welke tegelijkertijd troostend werkt en je even een pas op de plaats doet maken.

Tijdloze muziek moet gekoesterd worden. Dat kost mij bij deze 16 juwelen geen enkele moeite. Battiato krijgt het eerbetoon dat hij verdient: hij was bij ons allen.

Dank Alice om ons dit muzikale monument te schenken.

Alice - Gioielli Rubati (1985)

poster
5,0
Dat I Treni di Tozeur een all-time favourite van mij is, mag onderhand bekend zijn. Wat een prachtnummer is en blijft dat toch, mede door de zwoele zang van Alice en het wat lijzige van Battiato.

Op dit album horen we één van mijn favoriete Battiato nummers terug: Gli Uccelli en ook Le Aquile heb ik hoog zitten, of wat te denken van opener Prospettiva Nevski en Segnali Di Vita.

De violen zwengelen extra aan op dit album zoals we dat ook op I Treni Di Tozeur konden horen. Is het daarom misschien mijn favoriete album van Alice?! Wellicht.

Wanneer ik Gioielli Rubati hoor ben ik weer terug in die heerlijke Italiaanse steden, dorpjes en schitterende landschappen en door de ietwat verouderde arrangementen die echt bij de jaren '80 horen snuif ik ook nog een stukje van mijn tienerjaren op.

Heerlijk!

Alice in Chains - Black Gives Way to Blue (2009)

poster
3,5
Begin jaren '90 kocht ik de tweede cd van Alice in Chains (Dirt) naar aanleiding van de track Would? die stond op de filmsoundtrack behorende bij Singles.
Grunge was wat de klok sloeg en ik hield er wel van, en dan, eerlijk is eerlijk, voornamelijk van de grote namen die er ook echt toe deden in het genre.
Alice in Chains was er daar zeer zeker eentje van. Toch bleef het altijd bij dat ene album wat ik indertijd stuk gedraaid heb. De geschiedenis daarna wees uit dat het been there done that was. Dirt was genoeg en bleef nog steeds af en toe voorbij komen tot op de dag van vandaag.
De opvolger en het debuut ken ik dan ook niet en Black Gives Way to Blue trok ook totaal mijn aandacht niet. 'O, moeten die ook zo nodig weer' zal ongetwijfeld mijn mompelende reactie geweest zijn toen ik dit album in de toevoeglijst zag staan. En dat was het dan............

............ totdat ik dit nogal vaak in de updates voorbij zag komen. In eerste instantie trok het nog steeds niet echt mijn aandacht, maar eenmaal een keertje spiekend bij wat er nu gezegd werd viel het me op dat jullie, users die hierboven wat geschreven hebben, dat in de meeste gevallen behoorlijk lovend deden en ook de beoordelingen waren er naar.
Ach, waarom ook niet proberen dan was mijn volgende ongetwijfeld nog steeds mompelende reactie.
All Secrets Known klonk al snel uit de speakers en de twijfels sloegen toe. Heb ik dan toch te veel wijntjes op? Zit ik weer in 1992? Is het een droom? Dit is toch gewoon Layne Staley?
En de wake-up call liet natuurlijk niet lang op zich wachten want het sleepte na die opener lekker grungy door, alsof er geen 17 jaar tussen 1992 en 2009 zitten, maar toch wel degelijk met het volle besef dat het toch echt 2009 is en dat er in die tijd een hoop muziek mijn oren is binnengedrongen die weinig tot niets met grunge van doen hadden.
Misschien is het niet eerlijk om de sticker grunge er continue op te blijven plakken, maar zelfs als ik dat niet doe kom ik er toch niet helemaal onderuit dat het allemaal wat achterhaald klinkt. Ho, stop, wacht...... dat hoeft toch niet erg te zijn? Nee, en vervolgens bleven mijn gevoelens maar heen en weer slingeren. Was het nodig om deze band nieuw leven in te blazen nu de zanger al een tijd niet meer onder ons is, nu deze muziekstroming verre van hip is, nu....tja... je begrijpt het al; ik kwam er gewoon niet uit en dat is gek omdat je naar muziek moet luisteren en vervolgens concluderen of het goed is of niet. En dan is het opeens een stuk makkelijker geworden. Weg met de twijfels, lekker luisteren en concluderen dat dit gewoon een uitstekende rockplaat is. Want dat is het!

Alvvays - Alvvays (2014)

poster
3,5
Bloemen verwelken, scheepjes vergaan, charmante indiepop meiskes blijven altijd bestaan.

Alvvays staat er weer vol mee: rammelpop met daaroverheen zingend een meiske (ik weet haar naam al niet meer) dat er lieftallig, ongetwijfeld huppelend, bovenuit staat te zingen. Verwar haar niet met uw buurmeisje trouwens.
Onweerstaanbare pop/rock liedjes die me regelmatig aan Magnapop doen denken maar we kunnen hier ontelbare namen aan toevoegen.

Het klinkt fris en fruitig maar is dat natuurlijk niet echt. Om de zoveel tijd komen dit soort bandjes uit hun holen gekropen om zich in de volle zon te presenteren en eigenlijk is dat helemaal niet erg.
Trek een jurkje aan dames, doe bloemetjes in uw baard heren, lach en dans op de plezierige nummers van Alvvays.
Over een jaar weet u allen al niet meer wie dit ook al weer waren maar heeft u toch mooi een paar plezierige zomermomenten gehad met dit charmante indiepop plaatje.

Amanda Bergman - Docks (2016)

poster
4,0
Amanda Bergman stond eerder dit jaar op Motel Mozaïque, waar ze in de Paradijskerk een optreden gaf. Blijkbaar goed genoeg voor Rotown om haar in september uit te nodigen terug te komen naar Rotterdam zodat er opnieuw van haar muziek genoten kan worden.

Maar uiteraard kan dat ook gewoon door naar haar album Docks te luisteren. Hierop staan tien prachtige, sfeervolle popnummers met een flinke scheut folk. Zwaarmoedige muziek die misschien beter tot zijn recht komt tijdens druilerige herfstdagen of sombere winteravonden.

Toch vind ik dat dit album niet onopgemerkt mag blijven en durf ik te stellen dat het ook in de zomer genietbaar is. Want nummers waar strijkers, piano en gitaar een belangrijke rol spelen en je in een nostalgische bui brengen kunnen ten allen tijde beluisterd worden.

Een warme stem, smaakvolle arrangementen: meer is eigenlijk niet nodig. Een langzaam ondergaande zomerzon geeft soms prachtige beelden waar menigeen graag foto’s van maakt en waar een filter niet nodig is. Dat weet Bergman op muziek te zetten. Puur, ontroerend en rustgevend. Iets waar we in de zomer toch eigenlijk wel aan toe zijn: onthaasting. Even helemaal niets.

Docks is een album over relaties, niet bepaald verrassend wellicht, maar voor Amanda Bergman een bijzonder moment in haar leven en ze weet het over te brengen op ons luisteraars. Dat dit dan album nummer zoveel is over dit onderwerp maakt dan eigenlijk niet veel meer uit. Voor haar zelf is het een keerpunt in haar leven. Een keerpunt waar wij getuige van kunnen zijn.

Stel jezelf hiervoor open en er ontvouwt zich een mooi en tijdloos album, een album waar velen ongetwijfeld van zullen gaan genieten. Nu misschien nog een onbekende naam, maar hopelijk snel niet meer. Ze verdient het wel, deze Amanda Bergman uit Zweden.

LiveLikeTom.com

Amaseffer - Exodus: Slaves for Life (2008)

poster
4,0
Tijdens een pm-wisseling met fox_bert (waar hij de hoes niet helemaal goed had ingevoerd en of ik kon helpen dit te verbeteren) kwam ik terecht bij dit album. Inderdaad best een mooi hoesje dus dat moest gefixed worden.
O ja 'het was een geweldig album' kreeg ik als extra toevoeging. Maar daarbij viel ook de naam Tool en toen wist ik al dat dit dan niet aan mij besteed kon zijn. Progrock is ook niet mijn ding dus weinig reden om er verder eens wat mee te gaan stoeien.
Toch besloot ik om de myspace-pagina op te snorren en dat was genoeg aanleiding om het hele album te beluisteren. Want een mix van stijlen waarin ook wat etnische klanken te beluisteren zijn trok me toch wel.
Slaves for Life schijnt deel 1 te zijn van een trilogie die onder de naam Exodus valt. Een bijbelse link dus (oei: reden om alweer wat sceptischer te worden).
Toch weerhield het me niet om aan dit epische film-achtige avontuur te beginnen. De eerste tonen op Sorrow geven het gelijk al een mystiek sfeertje mee: je waant je direct in oosterse sferen met dank aan de filmische toonzetting.
Dit zet zich voort in het intro van Slaves for Life. Het lijkt wel of ik de film Gladiator ben vergeten af te zetten! Gelukkig wijzen de metal-gitaren me op het feit dat dit niet zo is. Mats Leven (ex-Yngwie Malmsteen) verzorgt de vocalen. En als ik dit dan zo hoor denk ik 'metal'? Dat valt toch wel mee eigenlijk? Okee, ik ben geen echte kenner, maar dit is wel heel erg toegankelijk en hier kunnen zelfs score-liefhebbers wel mee uit de voeten. Alsof je naar een film over Moses zit te kijken en eigenlijk vind ik dat wel een compliment want het wil wel zeggen dat ze de muziek erg levendig weten te houden met dank aan de mix van rock, score en etnische instrumentatie.
Birth of Deliverance gaat wederom als echte filmmuziek van start. Het neemt lekker de tijd door over de 10 minuten heen te gaan maar verveelt mij nergens.
Midian gaat sprookjesachtig van start en neemt de tijd door ruim 11 minuten te duren. Als je nu niet bent meegezogen in deze 'film' dan kun je beter maar afhaken, iets wat ik absoluut niet meer van plan ben want het boeit mij enorm en daar zijn de oosterse klanken de grootste veroorzaker van: het geeft de muziek net dat beetje meer waardoor ik dit zeer goed kan waarderen.
Dit nummer is behoorlijk avontuurlijk en gaat echt alle kanten op: als in een achtbaan slingert het je rond van schreeuwerige stukken met vette riffs naar uiterst lieflijke klanken.
Op Zipporah horen we allerlei geluiden met daaroverheen schitterende zang. Het is het meest oosterse nummer van allemaal, alsof Ofra Haza weer onder ons is. Een prachtig stukje muziek horen we hier.
Het bijbelse verhaal van The Burning Bush ken ik als niet-gelovige nog wel (er is toch wel iets blijven hangen van mijn katholieke opvoeding blijkt). Ik kan in herhalingen gaan vallen maar het nummer borduurt prima voort op alle vorige nummers. Misschien goed om te melden dat de prima gitaarsolo verzorgt wordt door Yuval Kramer.
Ook het verhaal rondom de Wooden Staff is bekend. Stevige gitaren domineren hier wat meer met daaroverheen een gitaarsolo. Vervolgens komen daar hebreeuwse (?), fluisterende vocalen doorheen en dit blijft het hele nummer een soort dans tussen deze partijen waar aan het eind nog een koortje wordt opgevoerd.
Return to Egypt is aanmerkelijk korter in lengte en vind ik hierdoor haast bijna een intermezzo, maar dan wel een uiterst mooie.
De Ten Plagues zijn in een aantal films al een aardig uitgangspunt geweest om daar een entertainend verhaal omheen te bouwen. Amaseffer doet het met muziek. Hier en daar mag het weer even lekker loos gaan.
Het laatste nummer van dit eerste deel van Amaseffers Exodus heet Land of the Dead. Ook dit nummer bevat weer de elementen die ik hiervoor heb beschreven en is daarmee een uitstekende afsluiter van een album waar ik eigenlijk door een foutje van user fox_bert op terecht ben gekomen.
Laat ik zeggen dat ik er enorm van genoten heb. Ik ben wel te porren voor deze pracht en praal. Het kan niet grootser wat mij betreft.
Voor mij zeker ook genoeg reden om dit aan te schaffen want dit verdient zeker een plaats in mijn cd-kast.
Meer dan een uur genieten van één groot avontuur: sluit je ogen en waan je middenin deze oosterse trip.
Ik zet in op een dikverdiende 4* met de verwachting dat hier snel wel eens een halfje bij zou kunnen gaan komen.

En dat hoesje? Inderdaad mooi net als de website van de band.

Amiina - Kurr (2007)

poster
2,0
Typisch een album waar ik best wel naar uitkeek. Maar helaas helaas: ik val er van in slaap.
Waar een Sigur Ros barst van de spanning daar is Amiina voor mij een enorm gezapige happening.
Het nadeel van dit album is dat het ook maar door dreutelt en reutelt. Nergens is er een moment dat ik even opveer, nergens is er een moment dat ik iets voel bij deze muziek.
Eigenlijk had ik hier kunnen volstaan met een hele rij gaap-smileys, maar die zal ik iedereen maar besparen.
Ik heb het een paar keer geprobeerd (op verschillende tijdstippen). Maar het mocht niet baten.....

Voor mij mogen de dames nog flink doorbreien. Als ze klaar zijn zijn grijze geitenwollen sokken misschien wel leuk voor ze als volgend brei-project.

Grootste tegenvaller dit jaar tot nu toe staat op naam van Amiina met dit album Kurr.

Amit Erez - Last Night When I Tried to Sleep I Felt the Ocean with My Fingertips (2009)

poster
3,5
Aviv Geffen, Boaz Mauda, Harel Skaat, Noa, Ivri Lider, Ofra Haza, Asaf Avidan & the Mojos, Amaseffer; het zijn allemaal artiesten die het in Israël goed doen en bij mij ook wel een potje kunnen breken.
Ik kan daar nu Amit Erez aan toevoegen.
Afgelopen juni werd dit nieuwe album van hem gereleased in Israël en vanaf vandaag is er een internationale release.
Zou hij kunnen aanslaan in het buitenland? Nederland zou toch moeten lukken alleen al om het feit dat hij een jaar in Rotterdam gestudeerd heeft
Okee, dat is geen reden. Laten we eerst maar eens voorzichtig gaan promoten en daar wil ik wel een handje bij helpen, want Erez heeft een mooi plaatje afgeleverd dat heerlijk, rustige folk-rock bevat.
Ik moet soms wat denken aan de etherische klanken van Jeff Buckley of Aqualung en ook Elliott Smith ligt op de loer. Niet zozeer dat de muziek daar nu gelijk op lijkt. Maar zijn stem heeft op momenten wel iets ijls en lichts en daarmee creëert hij een bepaalde sfeer die ik bij genoemde voorbeelden ook wel eens ervaar.
Het gitaarspel is van hetzelfde laken een pak: knap gespeeld allemaal.
Minpuntje zou kunnen zijn dat het allemaal wat braafjes over komt. Weinig uit de bocht vliegende fratsen, zang en muziek dik in orde. Het is misschien allemaal wat te netjes maar dat kan voor velen juist een verademing zijn. En het moet nogmaals gezegd: Amit Erez kan een heerlijk potje gitaar spelen, misschien ook de reden dat hij in de Israelische muziekscene hoog gewaardeerd wordt. In zijn eigen land doet hij het ook goed bij de muziekliefhebbers. Nu eens kijken of het daarbuiten ook gaat lukken.

Amos Lee - Mission Bell (2011)

poster
3,5
Ik weet nog goed toen ik het titelloze debuut op de site plaatste het nog even duurde eer andere users de artiest gingen oppikken. Even was ik bang dat Amos Lee geruisloos voorbij zou gaan.
Gelukkig gebeurde dat niet en Amos Lee kreeg een grote schare liefhebbers achter zich aan.
Het tweede album was weer net zo fijn, maar ik begon toen al te vrezen voor een Jack Jones-effect. Net als Lee prachtige, relaxte muziek, weliswaar van een ander kaliber maar wel eenzelfde vibe veroorzakend.
Toen het vorige album Last Days at the Lodge op uitkomen stond sprak ik mijn vrees daarvoor uit, maar was wel van plan er naar te luisteren. Als het goed is, waarom ook niet. Toch zag ik vandaag pas dat ik dat album dus nooit meer beluisterd heb.
Even overslaan dan maar en eerst maar eens luisteren naar zijn nieuwste worp. I.t.t. genoemde Jack Jones hoor ik heel lichtjes toch wel wat meer veelzijdigheid. Of het is misschien dat ik de muziek van Amos Lee uiteindelijk wat meer waardeer en begint de lome gitaar-surf-sound van Jackson me wat meer de keel uit te hangen en overleeft dit genre waarin Lee opereert het net even beter of het nu alweer hetzelfde klinkt of niet. Want ja, het is wel meer van hetzelfde dat Lee ons voorschotelt.
Blijkbaar was ik toch even vergeten hoe fijn zijn muziek toch is en heeft het gat dat het vorige album heeft veroorzaakt door het niet te beluisteren de boel misschien wel goed gedaan.

MarcoB schreef:
Geen grote veranderingen, af en toe is het wat donkerder

Dat hoor ik er niet echt aan af. Ik zou eerder zeggen: deze keer wat meer lichte country-invloeden.

Mission Bell is een pretentieloos album. Hou je van zijn vorige werk en zit je niet te wachten op nieuwe zijwegen dan is dit gewoon je ding. Ken je Amos Lee niet dan maakt het niet zoveel uit als je hier mee begint (alhoewel ik persoonlijk gewoon goede herinneringen heb aan het debuut).
Laidback, warme vocalen, passievolle muziek en altijd draaibaar. Misschien ook ietwat saai, veilig en makkelijk voor het grote publiek maar daar heb ik persoonlijk lak aan. Ik hoef geen ingewikkelde bliepjes en piepjes om maar vooral af te wijken van 'de massa'. Kwaliteit is kwaliteit en dat levert Lee af met zijn Mission Bell. Er is genoeg andere muziek die voor de spannende of opwindende afwisseling zorgt.
Persoonlijk vind ik de muziek van deze artiest vooral zomermuziek, dus misschien is het nu iets te vroeg voor dit album. Aan de andere kant is het ook wel fijn dat je hier alvast een warm zomergevoel bij krijgt; maakt het de koude winter toch nog wat draaglijker.

Amy LaVere - This World Is Not My Home (2006)

poster
4,0
Bij sommige albums op deze site maakte ik melding van het feit dat hoesjes er soms wel degelijk toe doen en je weten te verleiden tot het beluisteren van een album waarvan je nog nooit gehoord hebt (ook opgaand voor de artiest in kwestie).
This World Is Not My Home van Amy LaVere is er weer eens zo eentje. De hoes wist mijn aandacht te vangen. Natuurlijk lees ik dan wel even waar het over gaat en dat beviel me hier wel. Termen als 'a lazy, relaxed start', 'country-flavored girlish vocals', 'old-school country', 'alternative country' en 'folk' waren genoeg om het te gaan beluisteren en gelijk al bij opener Day Like Any val je met je neus in de muzikale boter. Het is een beetje rock met een zeer verleidelijke, haast geile saus er overheen. Dit is geen tuttig countrymeisje. Dit smaakt naar heel veel meer. Jimbo Mathus' gitaarwerk doet op dit nummer overigens ook veel goeds.
Die vocalen bevallen me wel, want ook Nightingale is een zwoel nummer en schuift wat dichter richting folk ondanks de duidelijke country-invloeden op de achtergrond.
Leaving valt wel in de categorie 'old-school country'. Ik ben daar normaliter niet zo'n fan van (Emmylou Harris kan wel een potje bij mij breken op dit gebied, maar veel verder kom ik niet). Maar verbazingwekkend vind ik dit nummer eigenlijk heel erg lekker en krijg ik er niet van die redneckbeelden bij. Ik denk dat dit komt door de zang van LaVere die me mateloos weet te boeien. Ze kreunt op een manier zonder dat het storend wordt en ze weet op de juiste plaatsen de juiste klemtoon te leggen.
Never Been Sadder is een fijn uptempo-nummer en geeft dit album wat extra pit mee iets wat Norah Jones soms wel eens zou kunnen gebruiken. Misschien raar om haar er bij te halen, maar op de een of andere manier moet ik daar toch wel vaak aan denken als ik dit album beluister terwijl ze toch echt niet op elkaar lijken. Wel denk ik dat Jones-liefhebbers dit zeker eens moeten gaan beluisteren. Dit nummer heeft zo'n heerlijk laidback stijltje waar je jezelf ook zo gemakkelijk door gaat voelen. Alsof het LaVere geen enkele moeite kost.
Of ze zelf een Innocent Girl is durf ik niet te zeggen, wel klinkt ze een beetje zo op dit nummer maar tegelijkertijd voel je gewoon dat ze je teast en tegelijkertijd uitermate in je macht heeft. Glimlachend wieg je mee en zou je maar wat graag willen zien hoe ze dit nummer helemaal voor jou alleen zingt. Wat een heerlijke stem heeft ze toch!
Take 'Em Or Leave 'Em is ook lastig te plaatsen: je hoort er van alles in en hier is het vooral een heel licht Spaans/Mexicaans tintje dat opvalt. Het is een vrolijk nummer dat je ook een een soortgelijke bui weet te brengen. Het mag dan nog zo druilerig zijn buiten, binnen is het warm en zonnig met dank aan dit nummer.
Last Night gaat weer iets duidelijker de countrykant op maar ook hier stoort me dat als niet-liefhebber totaal niet. Er zit voldoende variatie in om het genietbaar te houden en LaVere zit een beetje in de hoek zangeressen waar ik nogal verzot op ben zoals een Jill Barber of Martha Wainwright. Ik hoor het deze twee dames zo zingen.
Ook Set It Down zou zo op een cd van genoemde collega-zangeressen kunnen staan. Het ietwat hese stemgeluid is daar misschien wel de reden van.
This World Is Not My Home is een echte tearjerker en dus ook wat meer pure country. Toch heeft het ook hier net genoeg eigens om mij binnenboord te houden en er zelfs van te kunnen laten genieten. Knap gedaan als je dit voor elkaar krijgt want ik zal wel nooit een pure country-adept worden vrees ik.
Het album duurt helaas niet zo lang want met We Went Sailing zijn we alweer aangekomen bij het laatste nummer van deze cd. Het sluit goed aan bij het vorige nummer en krijgt dezelfde opmerking van mijn kant mee.

Ik moet zeggen dat vooral de eerste helft me enorm wist te overtuigen en de tweede helft heeft me nog steeds bij de les kunnen houden. Dat mag bijzonder heten gezien de stijl maar eerlijk is eerlijk: zoals iedereen al heeft kunnen lezen sluit Amy LaVere gewoon erg goed aan bij artiesten die ik toch al hoog had zitten. Ze zit iets meer in de countryhoek maar wel op een manier die mij totaal niet tegenstaat, integendeel. Ik vind dit een erg lekker album en het wordt tijd dat meer mensen haar gaan beluisteren: er is een groot publiek voor denk ik en dat heeft haar duidelijk nog niet gevonden gezien de nog niet gegeven stemmen of commentaren. Laat ik er dan maar een begin mee maken. Bij deze.

Amy Winehouse - At the BBC (2012)

poster
4,0
Zodra een grote artiest komt te overlijden kun je er op wachten dat de ene postume release de andere opvolgt. Daar kun je verschillend over denken. Of je walgt ervan en negeert al die releases of je bent groot fan en wilt elke zucht van je favoriet hebben.
Daartussen is dan nog de categorie waar ik mezelf toe reken: vis de interessante dingen er uit want soms kan er wel degelijk iets moois tussen zitten.
Vorig jaar kregen we 'hidden treasures' in de vorm van Lioness; een wat rommelig samengesteld album met allerlei interessante en minder interessante nummers en versies van bekende tracks.

De cd At the BBC die toegevoegd is aan de 3 dvd's komt een stuk evenwichtiger over doordat het allemaal om live opnames gaat. Amy is goed bij stem (nergens hoor je de zwalkende dronkenlap die we soms pijnlijk genoeg ook hoorden en zagen) en de begeleiding is heerlijk, of het nu om een kleine bezetting gaat of een groot blazersgezelschap.

Als ik deze opnames zo hoor vind ik het toch jammer dat ik haar nooit live heb mogen meemaken. Natuurlijk had ik haar dan willen zien en horen zoals hier en misschien is dat toch wel het trieste verhaal dat altijd aan deze zangeres zal blijven kleven. Je wist gewoonweg niet waar je aan toe was met haar (als ze dat zelf überhaupt al wist).
Hoe dan ook vind ik deze uitgave zeker een prima toevoeging, zelfs al gaat het toch meer om de dvd dan de cd in dit geval die maar een klein aandeel vormt in het geheel.

Amyl and the Sniffers - Cartoon Darkness (2024)

poster
4,0
Stout meisje laat haar tietjes zien op de hoes. Oh wacht, het moet wel verkocht worden: doen we er een blur overheen.

In de clip bij Jerkin' laten ze de blur weg, althans op hun eigen site, en dan krijgen we geslachtsdelen te zien. Giebel giebel doen we dan, wat stout.

Vooruit, even hier aan voorbij kijken aERo. The Irrepressibles konden er recentelijk ook wat van op dat vlak.

De muziek dus. Eerder dit jaar ging ik eindelijk weer eens voor de bijl op het vlak van wat raggende herrie in de vorm van SPRINTS. Ik ging de eerste weken van dit jaar goed op die plaat, maar het live optreden verpestte het een beetje. Het kwam allemaal nogal uitgeblust over en ik merk ook wel dat ik dit soort muziek nu wel ontgroeid ben.

Dat ervaar ik dus ook bij Cartoon Darkness. Schreeuwmeisje. Stout meisje. Het zal allemaal wel, maar onderhand geloof ik dit soort bandjes niet meer zo. Is verder niet erg. Zo af en toe nog eens een bak met herrie is best leuk en Amyl and the Sniffers (de Sniffers hahaha) zijn ook best leuk.

Voor af en toe.

Anaïs Mitchell - Hadestown (2010)

poster
4,0
't Is wat: is je eerste berichtje op last.fm als je net terugbent uit Parijs een tip van een user uit je vriendenlijstje aldaar.... Hadestown van Anaïs Mitchell.

En wat mag Hadestown dan wel niet zijn?

A folk opera based on the orpheus myth and set in an american depression era.

Nou, dat leek me wel wat, en de vermoeidheid van al het lopen nog in mijn benen zittend, begon ik aan dit folk opera avontuur.
Maar bij opener Wedding Song ging het toch echt even fout: alweer zo'n dame die op de Joanna Newsom 'ik kan zo lekker koeren en kirren toer' gaat. Pffff, het koste al wat tijd om aan Angus & Julia Stone (en dan vooral Julia) te wennen, en Joanna doet me pas wat sinds haar laatste album nu ze wat 'gewoner' is gaan zingen.
Maar zoals ik ook bij Julia Stone opmerkte doet Stone me denken aan Martha Wainwright die ik wel waardeer, en dat gevoel kwam ook sterk opzetten bij het vervolg van dit album. Nee, ik kende Anaïs Mitchell totaal niet en was dus ook niet bekend met haar stem.
Op Hadestown wordt ze regelmatig bijgestaan door gastvocalisten als Justin Vernon (Bon Iver) of Ani DiFranco en dat zorgt vaak voor mooie combinaties.
Ja, het was even bijkomen van de 'schrik' maar al snel kwam de waardering voor dit project dat nogal pretentieus in de oren klinkt maar wat in de praktijk wel meevalt omdat Hadestown gewoon een mooi folk-album is geworden met schitterende liedjes die wel overkomen bij mij.
Het zal ongetwijfeld nog wat verder moeten uitkristalliseren wil ik de echte schoonheid ervan kunnen doorgronden, maar die kans gaat het zeker krijgen. Eerst even de vermoeidheid en alle indrukken van een lang weekend laten verdwijnen en Hadestown zal dat een prominentere plaats gaan krijgen.

Fijne tip!

And Also the Trees - (Listen for) the Rag and Bone Man (2007)

poster
4,0
Soms moet je de spammers in je pm-box laten zien dat je hun tips opvolgt dus laat ik dat bij deze doen (hoi Janine ).

Qua naam deed deze band wel wat bellen rinkelen maar verder eigenlijk ook niet.
Vol frisse moed maakte ik vandaag dan ook een duik in het diepe.
Als op Domed al wat zware klanken (door de contrabas) worden tevoorschijn getoverd omlijst met luchtig dwarrelende bellen is dat voor mij reden om rechtop te gaan zitten en aandachtiger te luisteren. Daar doorheen prima rustgevend gitaarwerk doet ook al veel goed. Voeg daarbij de sprookjeachtige opbouw van het nummer en dan kan ik zeggen dat de toon gezet is. Het fundament ligt er in elk geval al. Prachtige song!
Dat sprookjesachtige gaat door op The Beautiful Silence, want beautiful is het zeker. De laatste sneeuwvlokjes dwarrelen nog rond terwijl de eerste knoppen aan de bomen al zichtbaar zijn. Heerlijk helder nummer dat me weet mee te voeren op een manier zoals ook Kate Bush dat wel eens doet, niet dat deze muziek daar ook maar enigszins op lijkt maar de ervaring is hetzelfde. Prachtige song nummer 2!
Twee ijzersterke nummers aan het begin schept natuurlijk nog meer verwachtigen en Rive Droite doet niet lastig en gaat gewoon door met mooi zijn. Wat een subtiele ritme-sectie met daaroverheen schitterend gitaarwerk. Sprookjes bestaan niet zegt men. Ik geloof dat nu niet meer.
Mary of the Woods lijkt aanvankelijk wat depressiever, maar halverwege slaat dat gevoel toch weer om. Ik denk dat de donkere stem daar wel een beetje debet aan is, maar met donkere stemmen heb ik gelukkig nooit enige moeite.
The Way the Land Lies klinkt als een zijdezachte zeebries die je het gevoel geeft dat de kleine dingen in het leven soms heel erg de moeite waard zijn. Het nummer klinkt klein en tegelijkertijd heel majestueus. Een groot contrast ja, maar dat vind ik voor de hele sfeer van dit album opgaan.
The Legend of Mucklow kent een mooi basgeluid. Ook hier krijg ik weer allerlei natuur-associaties waar ik niemand verder mee zal lastig vallen, maar deze muziek staat voor mij toch echt gelijk aan aarde en lucht.
Untitled lijkt een soort tussendoortje maar vormt een mooi verbindingsstuk naar Candace waar de cello prachtig werk aflevert. Hier wordt een mens rustig van en nergens kan ik zeggen dat het saai of vervelend begint te worden.
Als je de titel leest van Stay Away from the Accordion Girl verwacht je dat instrument ook te horen te krijgen. Niet dus. Wel horen we een fijn vervolg op al de voorgaande nummers. Dwarrelende klanken met een donkere ondertoon zorgen ook op dit nummer voor dat bijzondere contrast.
The Saracen's Head heeft iets spannends, alsof je midden in een film zit waarbij de rest van de wereld even is buitengesloten. De mandoline-achtige gitaar (ik neem aan dat dit geen echte mandoline is) geeft het nummer een bijzonder extraatje.
On This Day is wederom een verbindingsachtig nummer en vormt de aanloop naar A Man with a Drum wat door de bas en drums iets jazzy's heeft. Al snel komt het nummer in een rustig voortgaande cadans terecht wat wederom voor een rustgevend sfeertje zorgt zonder dat we in lounge-sferen belanden.
Als ik dan toch zo over die natuurassociaties praat is Under the Stars qua titel natuurlijk perfect voor dit album. Onder de sterrenhemel afsluiten op deze manier kan alleen maar goed zijn.
Na afloop staar ik nog even dromerig voor me uit en kost het even om uit trance te raken.
Het was een fijne trip die ik snel over wil doen.

And the Golden Choir - Breaking with Habits (2018)

poster
4,0
And the Golden Choir is eigenlijk Tobias Siebert. Hij wist me met zijn vorige album Another Half Life enorm te imponeren. Voeg daar zijn optreden in Rotterdam aan toe en deze alleskunner had een plekje in mijn muzikale hart veroverd.

Ik draai het album nog steeds wel eens en dat blijft genieten. Gek genoeg was ik verder niet meer met hem bezig en wist ik niet dat er een nieuw album aan zat te komen.
Breaking with Habits is de titel en het gouden randje op de hoes is wederom aanwezig net als een prominente foto van Tobias, deze keer met make-up. Ik zou bijna gaan denken aan Perfume Genius.

Op zich is dat laatste niet eens zo heel vreemd gedacht, los van hoe hij zich presenteert (Perfume Genius behoorlijk queer, van And the Golden Choir weet ik het niet). Muzikaal zijn er wat raakvlakken. Niet in stijl maar meer de benadering: het gevoel staat voorop en beide artiesten zijn niet bang om wat te experimenteren zonder daarin door te slaan.

Breaking with Habits blijkt naadloos aan te sluiten waar Another Half Life eindigde. Het is een avontuurlijk album met een warm geluid.
Het zou jammer zijn als ook dit album niet breed wordt opgepikt. Het verdient zeker meer!

Andrew Bird - Armchair Apocrypha (2007)

poster
4,0
De hoes is geweldig: zo zie ik ze graag, maar is dit ook een album waarop ik hetzelfde kan zeggen?
Ik zal eens een poging gaan wagen............

Fiery Crash opent de cd met de vreemde naam. Een rammelend gitaartje met daar doorheen de hemelse viool. Wat een prachtig contrast. Het nummer heeft een beetje Sufjan Stevens-achtige spanning in zich. Nu vind ik toch al dat Andrew Bird best vergeleken mag worden met die grootheid. Het is nu ook niet zo dat hij exact dezelfde muziek maakt (bij Sufjan bijvoorbeeld staat de banjo centraal, bij Bird de viool), maar het avontuur spat er bij beide heren vanaf.
En deze opener toont gelijk al aan dat Andrew Bird het simpelweg verdient om uit de schaduw te treden en dezelfde soort erkenning te krijgen als genoemde Sufjan Stevens.
Heerlijk nummer: we zijn op een goede manier binnen!
Imitosis heeft de bekende tokkelende vioolklanken zoals we die ook konden horen op de voorgangers. Het geeft deze muziek toch wel een bepaalde schwung. Lekker loom, vervreemdend en uitermate boeiend. Heerlijk ook de tempo-wisselingen. Alsof we op een of ander Zuid-Amerikaans feestje bij iemand thuis zijn beland.
Heretics klinkt met zijn gitaar-intro lekker indie. Maar dan volgt al heel snel die zwierige viool die hier wat Aziatisch klinkt. En dat is wat ik telkens weer zo waardeer. Bird verkent zijwegen zonder te vallen in al te veel gefreak of gepiel. Het blijft allemaal heel goed te volgen.
Op Dark Matter toont Bird dat hij het fluiten niet verleerd is. Mensen die niet bekend zijn met het werk van deze artiest zullen wel denken dat ik nu een grappige woordspeling maak, maar dat is niet het geval. Andrew Bird kan letterlijk erg goed fluiten en dat toonde hij op de vorige albums al aan. Hier laat hij ons horen dat hij het nog steeds kan. Een leukigheidje, maar voor mij geen echte noodzaak. Wel is het goed te horen dat Bird met dit nummer weer zoveel klasse toont.
Plasticities is ook opgebouwd rondom vioolgetokkel, aangekleed met af en toe wat rauw gitaargeluid. Die gitaar geeft het net dat nodige rauwe randje mee waardoor het totaal geen zoete boel gaat worden.
Het 7 minuten durende Armchairs is wat pittiger. Het trekt traag door en gaat rustig door naar het einde. Wat lastiger om in 1 keer te doorgronden en dit nummer zal zijn tijd nog wel even nodig hebben denk ik.
Simple X is wat kleiner. Het rammelt lekker en heeft door zijn electronica een wat vervreemdende sfeer (ik moet soms even aan The Avalanches denken). Dit soort nummers geven aan dat hij binnen het eigen genre ook nog steeds op zoek is. Het blijft één grote verkenningstocht.
The Supine start hemels, het is haast of je een klassieke cd hebt opgezet. Mooi, gedragen en plechtig. Helaas blijkt het een tussenstuk te zijn met zijn ene minuut.
Maakt niet uit, want Cataracts is zeker de moeite waard. Het klinkt wat zwaarder en straalt meer melancholie uit. De strijkers zijn hier zeker debet aan.
Scythian Empire krijgt een start met de piano in de hoofdrol. De zang komt hier mooi naar voren. Het heeft het fluwelen laagje dat b.v. een Jens Lekman ook heeft.
En dan weer die tokkelende violen. Het gaat nog steeds geen moment vervelen, zeker ook omdat de inkleuring hier weer totaal is. Ik noem Jens Lekman, maar Belle & Sebastian zou hier zeker ook niet misstaan.
Vogelgekwetter opent Spare-Ohs. En ja hoor daar is de fluitende Bird zelf ook weer aanwezig. Wederom een sterke song. Het gaat weer alle kanten op zonder het bekende rollercoaster-gevoel. We worden niet alle kanten op geschud en toch stuurt hij ons wel verschillende kanten op. Vogelgekwetter eindigt dit nummer ook weer.
Langzaam loopt het gekwetter over in Yawny at the Apocalypse. Ook hier een wat duistere strijkersbegeleiding met daaroverheen het glijdende vioolgeluid, waardoor het ook hier wat Aziatische trekjes krijgt. Geen zang deze keer. Een instrumentaal nummer (niet vreemd voor Andrew Bird overigens) sluit deze bijzondere cd af.
Voorganger Andrew Bird & the Mysterious Production of Eggs was één van mijn lievelings-cd's uit het jaar 2005. Dat album klonk wat vrolijker dan dit Armchair Apocrypha. Voor Weather Systems uit 2003 gaat exact hetzelfde verhaal op.
Je zou kunnen zeggen dat ik dit album dus een halfje lager moet plaatsen. Het zou daarmee op 4* komen. Toch moet ik zeggen dat dit album erg goed aanslaat bij mij en ik het wederom wonderschoon vind. Voeg daarbij de snufjes avontuur en eigengereidheid van deze bijzondere artiest en ik kom wederom uit op 4,5* waarmee dit jaar nu toch al aardig wat sterke albums heeft opgeleverd. En dat Andrew Bird op deze site net zo veel (positieve) belangstelling mag krijgen als Sufjan Stevens

Andrew Bird - Armchair Apocrypha (2007)

poster
4,0
De hoes is geweldig: zo zie ik ze graag, maar is dit ook een album waarop ik hetzelfde kan zeggen?
Ik zal eens een poging gaan wagen............

Fiery Crash opent de cd met de vreemde naam. Een rammelend gitaartje met daar doorheen de hemelse viool. Wat een prachtig contrast. Het nummer heeft een beetje Sufjan Stevens-achtige spanning in zich. Nu vind ik toch al dat Andrew Bird best vergeleken mag worden met die grootheid. Het is nu ook niet zo dat hij exact dezelfde muziek maakt (bij Sufjan bijvoorbeeld staat de banjo centraal, bij Bird de viool), maar het avontuur spat er bij beide heren vanaf.
En deze opener toont gelijk al aan dat Andrew Bird het simpelweg verdient om uit de schaduw te treden en dezelfde soort erkenning te krijgen als genoemde Sufjan Stevens.
Heerlijk nummer: we zijn op een goede manier binnen!
Imitosis heeft de bekende tokkelende vioolklanken zoals we die ook konden horen op de voorgangers. Het geeft deze muziek toch wel een bepaalde schwung. Lekker loom, vervreemdend en uitermate boeiend. Heerlijk ook de tempo-wisselingen. Alsof we op een of ander Zuid-Amerikaans feestje bij iemand thuis zijn beland.
Heretics klinkt met zijn gitaar-intro lekker indie. Maar dan volgt al heel snel die zwierige viool die hier wat Aziatisch klinkt. En dat is wat ik telkens weer zo waardeer. Bird verkent zijwegen zonder te vallen in al te veel gefreak of gepiel. Het blijft allemaal heel goed te volgen.
Op Dark Matter toont Bird dat hij het fluiten niet verleerd is. Mensen die niet bekend zijn met het werk van deze artiest zullen wel denken dat ik nu een grappige woordspeling maak, maar dat is niet het geval. Andrew Bird kan letterlijk erg goed fluiten en dat toonde hij op de vorige albums al aan. Hier laat hij ons horen dat hij het nog steeds kan. Een leukigheidje, maar voor mij geen echte noodzaak. Wel is het goed te horen dat Bird met dit nummer weer zoveel klasse toont.
Plasticities is ook opgebouwd rondom vioolgetokkel, aangekleed met af en toe wat rauw gitaargeluid. Die gitaar geeft het net dat nodige rauwe randje mee waardoor het totaal geen zoete boel gaat worden.
Het 7 minuten durende Armchairs is wat pittiger. Het trekt traag door en gaat rustig door naar het einde. Wat lastiger om in 1 keer te doorgronden en dit nummer zal zijn tijd nog wel even nodig hebben denk ik.
Simple X is wat kleiner. Het rammelt lekker en heeft door zijn electronica een wat vervreemdende sfeer (ik moet soms even aan The Avalanches denken). Dit soort nummers geven aan dat hij binnen het eigen genre ook nog steeds op zoek is. Het blijft één grote verkenningstocht.
The Supine start hemels, het is haast of je een klassieke cd hebt opgezet. Mooi, gedragen en plechtig. Helaas blijkt het een tussenstuk te zijn met zijn ene minuut.
Maakt niet uit, want Cataracts is zeker de moeite waard. Het klinkt wat zwaarder en straalt meer melancholie uit. De strijkers zijn hier zeker debet aan.
Scythian Empire krijgt een start met de piano in de hoofdrol. De zang komt hier mooi naar voren. Het heeft het fluwelen laagje dat b.v. een Jens Lekman ook heeft.
En dan weer die tokkelende violen. Het gaat nog steeds geen moment vervelen, zeker ook omdat de inkleuring hier weer totaal is. Ik noem Jens Lekman, maar Belle & Sebastian zou hier zeker ook niet misstaan.
Vogelgekwetter opent Spare-Ohs. En ja hoor daar is de fluitende Bird zelf ook weer aanwezig. Wederom een sterke song. Het gaat weer alle kanten op zonder het bekende rollercoaster-gevoel. We worden niet alle kanten op geschud en toch stuurt hij ons wel verschillende kanten op. Vogelgekwetter eindigt dit nummer ook weer.
Langzaam loopt het gekwetter over in Yawny at the Apocalypse. Ook hier een wat duistere strijkersbegeleiding met daaroverheen het glijdende vioolgeluid, waardoor het ook hier wat Aziatische trekjes krijgt. Geen zang deze keer. Een instrumentaal nummer (niet vreemd voor Andrew Bird overigens) sluit deze bijzondere cd af.
Voorganger Andrew Bird & the Mysterious Production of Eggs was één van mijn lievelings-cd's uit het jaar 2005. Dat album klonk wat vrolijker dan dit Armchair Apocrypha. Voor Weather Systems uit 2003 gaat exact hetzelfde verhaal op.
Je zou kunnen zeggen dat ik dit album dus een halfje lager moet plaatsen. Het zou daarmee op 4* komen. Toch moet ik zeggen dat dit album erg goed aanslaat bij mij en ik het wederom wonderschoon vind. Voeg daarbij de snufjes avontuur en eigengereidheid van deze bijzondere artiest en ik kom wederom uit op 4,5* waarmee dit jaar nu toch al aardig wat sterke albums heeft opgeleverd. En dat Andrew Bird op deze site net zo veel (positieve) belangstelling mag krijgen als Sufjan Stevens

Andrew Bird - Break It Yourself (2012)

poster
4,0
Laat ik beginnen te zeggen een groot liefhebber te zijn van Andrew Bird zowel live als op cd.
Toch was deze release nu eens niet eentje uit de categorie 'daar kijken we naar uit'.

En nu ik het gehoord heb kan ik ook wel doorgaan te zeggen dat ik gevoelsmatig een beetje klaar ben met Bird. Alle ingrediënten zijn weer volop aanwezig: de muzikale chefkok speelt lustig viool, roert in zijn pannetje en tovert mooie liedjes tevoorschijn en maakt het geheel net weer wat lekkerder door een laagje fluittonen er overheen te gooien.

Maar, ho, stop..... is dat het dan misschien dat me een beetje begint tegen te staan? Weet ik het onderhand wel? Of zijn het juist de nummers an sich die (nog) niet helemaal goed binnenkomen bij mij?
Bird werkt volgens bekend recept maar wist toch telkens weer een iets andere twist toe te voegen op al zijn albums en dat lijkt nu wat te ontbreken heb ik het gevoel. Hier en daar hoor ik een wat rammeliger rockgeluid dat me dan aan R.E.M. doet denken maar het is te weinig deze keer om dit album genoeg eigen smoel mee te geven. Let wel: eigen smoel binnen zijn eigen discografie want Andrew Bird is onderhand een genre op zich te noemen.

Waarom toch die lichte ergernis over de fluittoontjes? Waarom toch een beetje genoeg krijgen van het gezwier op zijn viool (terwijl ik zo'n groot fan ben van het instrument dat ik notabene zelf ook ooit bespeeld heb)?
Ik kan mijn vinger er maar niet op leggen. Het is absoluut weer een verzorgd album: goed gespeeld en gezongen maar zoals gezegd lijkt het er op dat mijn enthousiasme tanende is.
Het album duurt ook te lang en dat minpuntje zou ook wel eens mee kunnen wegen bij de beoordeling. Een beoordeling die overigens nog niet eens zo beroerd uitpakt want slecht is het allerminst en Bird blijft gewoon een originele artiest in het muziekwereldje.
Hopelijk wel eentje waar ik in de toekomst nog van hoop te gaan genieten en niet afhaken want dat ligt nu toch wel een beetje op de loer.

Andrew Bird - Noble Beast (2009)

poster
4,0
Alle ingrediënten zijn weer volop aanwezig: de aparte titels, het fluiten, de viool, de zwierige en vooral pakkende songs.
Andrew Bird heeft zijn draai duidelijk gevonden en is een vogel die zijn eigen lied zingt.
Op dit album lijkt er een soort rust neergedaald: er hoeft niet meer 'gescoord' te worden: de man heeft de erkenning die hij verdient al lang en breed gekregen. Gevoelsmatig is er wat gefreak en gepiel verdwenen en zijn daardoor wat 'volwassener' songs voor in de plaats gekomen met behoud van de kenmerkende stijl (het fluiten voorop).
Laat ik over het fluiten het volgende zeggen: nu weet ik het wel. Bird kan het goed, maar het begint me nu soms toch wat te irriteren. Het is een maniertje aan het worden en voor mij hoeft dat niet echt meer.
Doordat er een soort rust in de muziek is geslopen is er inderdaad zoals eerder vermeld wat meer eenheid ontstaan en is er dus een constante vibe. Ik zie het een beetje als de late Zita Swoon (niet muzikaal gezien, laat dat duidelijk zijn): minder apart misschien maar wel relaxter, plezieriger bijna. Ik weet zeker dat velen hierdoor juist een beetje zullen gaan afhaken. Toch zijn de stekeligheden niet geheel verdwenen: ze zijn wat beter verpakt en eerlijk gezegd vind ik het album daardoor juist een zeer aangename sfeer hebben gekregen; een dusdanige sfeer die er zelfs voor zorgt dat mijn lichte irritatie over het fluitwerk naar achteren wordt gedrongen.
Blijft over: schitterende nieuwe nummers van een artiest die ik al een tijdje met plezier volg en die ik door dit album ook zal blijven volgen.
Live was het een aparte ervaring om deze man aan het werk te zien (alhoewel hij wat vermoeid overkwam toen ik hem zag) en ik ben benieuwd hoe dat nu zal zijn, want ik hoop toch wel dat hij onze kant weer op gaat komen naar aanleiding van dit Noble Beast. Voer voor het jaarlijstje 2009 waar Mctijn al over spreekt is wel heel erg voorbarig maar dat dit zeer degelijk is en gewoon goed is voor mij een feit.
Kortom: een heerlijke opvolger van Armchair Apocrypha! En laten we Andrew Bird blijven koesteren want het is een bijzondere artiest.

Andrew Bird - Things Are Really Great Here, Sort Of… (2014)

poster
4,0
Een album van Andrew Bird is altijd iets om naar uit te kijken maar ik moet toegeven dat zijn muziek de weg naar mijn speler steeds minder vaak weet te vinden.

Bird heeft een nieuwe band gevormd genaamd Hands of Glory en daarmee levert hij zijn nieuwe album Things Are Really Great Here, Sort Of… af.
Een album waar de country/folk-invloeden duidelijk hoorbaar zijn in de arrangementen, instrumentatie inclusief samenzang. Niet zo verwonderlijk misschien want het gaat hier om een cover-album van de band The Handsome Family.
De Americana druipt er dus vanaf en dat zal niet voor iedereen even geschikt zijn. Toch pakt het allemaal goed uit: er hangt een warme gloed over dit album en er kruipt soul doorheen.

Ik ken de originelen niet dus kan niet vergelijken. Ik hoor een album waar Bird zijn viool laat spreken maar geen al te grote hoofdrol geeft (deze keer is dat zijn stem) en waar hij het gefluit redelijk achterwege laat.

Things Are Really Great Here, Sort Of… is een mooi album voor de fijnproevers. Je hoeft niet persé een Bird-liefhebber te zijn om dit goed te vinden. Het staat op zichzelf en het staat er behoorlijk solide.

Andy Allo - Superconductor (2012)

poster
3,5
Andy Allo is de laatste stoeipoes van Prince. Ze doet al een tijdje mee in zijn begeleidingsband en ze is daar vooral, eh, mooi

Op dit tweede album is de bemoeienis van Prince officieel te horen in de nummers Superconductor, The Calm en Long Gone.
Maar je hoort zijn invloed er flink bovenop liggen in de andere nummers: hij is executive producer en naar het schijnt speelt hij op elke track mee en dat is ook te horen (dus waar lennon het vandaan haalt dat hij er zich niet zo veel mee bemoeit is me een raadsel eerlijk gezegd).
Zo klinkt Nothing More wel heel erg als het Prince-nummer The Love We Make (en ook wel Pink Cashmere) en bij elk nummer denk je wel weer 'hey, dat komt me bekend voor' of 'dat is een bekend foefje van de kleine man'.
Toch is er ook wel nummer te horen dat niet die Prince-invloed heeft en dat is Story of You & I. Hier horen we Andy Allo in een klein gehouden akoestisch getint nummer zoals we die wel eens vaker voorgeschoteld kregen van haar.

Verder horen we Trombone Shorty en Maceo Parker en zijn The Hornheadz van de partij (die hoorden we ook op The Rainbow Children). Uiteraard spelen de NPG bandleden een grote rol op dit album.

Typisch gevalletje 'Prince protégée' zoals we die vooral in de jaren '80 veel hadden. Leuk maar niet wereldschokkend. Andy Allo klinkt prima maar is absoluut geen topmuzikante of zangeres.
Niet erg verder: het is best een aangenaam album en ik heb ze wel eens minder gehoord onder de Prince-vlag, daarbij vind ik dit album een stuk leuker dan haar vorige.

Angelo De Augustine - Tomb (2019)

poster
3,5
Ondanks dat ik Swim Inside the Moon niet helemaal goed trok was ik toch wel erg benieuwd naar het nieuwe album Tomb. Asthmatic Kitty Records is toch een label om niet te negeren en vergelijkingen met Sufjan Steven, Elliott Smith, Bon Iver of Nick Drake zijn aan mij wel besteed. Goed, de voorganger stelde me ondanks dat alles wat teleur, maar mijn gevoel zei ook dat de 'badkamer-opname' daar ook wel een rol in speelde.

In de herkansing dus met Tomb. Als Sufjan toch nog andere artiesten op dit label werk wil laten uitbrengen moet er toch iets zijn dat mij ook weet te triggeren, of is het toch die grote naam die te misleidend werkt?!

Duidelijk is dat de productie op Tomb beter is. Logisch zou je ook wel kunnen zeggen; daar was niet heel veel voor nodig. Opener Tomb zorgt ervoor dat ik niet afhaak. Het klinkt een stuk prettiger dan alles op Swim Inside the Moon en het tweede nummer All to the Wind klinkt veel frisser. Thomas Bartlett (Doveman) zal ongetwijfeld een grote rol hierin spelen. Hij zorgt voor een opener geluid en laat details beter tot zijn recht komen. Alsof verse lente-regendruppels op je neerkomen: verkwikkend.
Voor De Augustine zal het ongetwijfeld anders geweest zijn gezien zijn privé-omstandigheden die hij hier verpakt in twaalf liedjes. Liefdes die niet volledig konden opbloeien, zijn jeugd.... het is niet niks.

Al met al vind ik dit een hele stap voorwaarts. De zang vind ik nog steeds niet echt pakkend (waar Sufjan mij juist enorm weet in te pakken met zijn fluisterzang, daar gaat die van De Augustine me op langere termijn vervelen). En er staan nog wat niemendalletjes op zoals I Could Be Wrong, een nummer dat nergens heen lijkt te gaan en niet helemaal lekker loopt tussen de nummers eromheen (zoals Tide, dat aan het album Carrie & Lowell van Stevens doet denken, maar dat niveau ook net weer niet haalt). Ook klinkt het dan vrij lelijk tussen al het fraais.

Hierdoor is er toch enigszins sprake van een gemiste kans, want het zou een ongelooflijk mooi en sterk album kunnen zijn, alleen mist het toch net die ene sprankeling die voor dat beetje meer zorgt. Nu blijft het bij een prima album dat ik prettiger vind overkomen dan de vorige, maar waardoor ik nog steeds niet helemaal overtuigd ben. Maar wie weet heeft het wat meer tijd nodig en pakt het alsnog goed uit. Voor nu een prima voldoende, maar ook niet meer.

Angelo De Augustine - "You Needed Love, I Needed You (feat. Sufjan Stevens)" Live Version - YouTube