MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten aERodynamIC als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Arcade Fire - Neon Bible (2007)

poster
4,5
Daar is ie dan, die o zo bekende tweede. En wat vind aERo er nu van?
Het grappige is dat die vraag niet zo snel gesteld had kunnen worden bij het debuut Funeral. Die had aardig wat tijd nodig om goed tot me door te dringen. De stem van Win Butler vond ik maar niks (laten we het over Régine Chassagne maar niet hebben) en het duurde dan ook even voor ik daar goed mee uit de voeten kon.
Bij dit Neon Bible ligt dat gelijk al heel anders: The Arcade Fire hoeft niet meer door dat gewenningsproces heen en daarnaast zijn een aantal nummers al stap voor stap tot ons gekomen. Leve internet, leve de slimheid van de marketingmachine, want gelooft u nu echt dat dat allemaal 'per ongeluk' ging?
De spanning werd er in elk geval niet minder door. En dan is ie daar dus. Nog niet helemaal in het handje en de speler, maar toch........

Black Mirror is geen onbekende meer. Een zeer sterke opener die mij erg goed smaakt. Absoluut te vergelijken met het betere werk van dat formidabele debuut. Die heerlijke drive, die wat maniakale zang waar ik nu niet meer aan hoef te wennen en lekkere rock gelardeerd met allerlei ronddwarrelende geluiden en instrumenten. Bombastisch mogen we het zeker ook noemen.
Keep The Car Running opent al lekker met de strijkers (alsof het orkest nog net aan het stemmen is) en dan dat pompende ritme. Kort, puntig en vooral erg poppy. En uiteraard ook weer de uithalen van Win Butler. Hier en daar weer extra toeters, bellen en handgeklap en het feest is compleet.
Titelnummer Neon Bible start wat rustiger en blijft dat ook. Een lieflijk nummer waar de zang nu eens ingehouden is. Bevalt me goed, alleen heeft het 1 nadeel: het duurt simpelweg te kort.
Maar ach, dan komt dat grootse orgel van Intervention. Hallelujah prijs de heer. Niet voor het komende kabinet, maar wel voor deze pracht van een song. Hoe vaak ik het al gehoord heb weet ik niet, maar vervelen doet het me zeker niet. Een heel dik 5* nummer. Potjandosie (vloeken is nu helemaal uit den boze) wat een band is het toch. Hiermee toont The Arcade Fire toch echt wel aan tot de crème de la crème van dit moment te behoren.
Black Waves / Bad Vibrations was ook al eerder te horen en dat is er dan weer eentje waar ik de ene keer heel enthousiast over kan zijn en het volgende moment een beetje mijn schouders over ophaal. Ik merk wel dat het de laatste tijd steeds beter gaat tussen dit nummer en mij, dus het komt wel goed.
Ocean of Noise start onheilspellend met donderslagen en blijkt al snel en loom sfeertje te hebben. Na een lekkere onweersbui heb je dat ook wel eens: de wereld komt weer even bij van de bui. Het geeft zo'n fris gevoel en we moeten weer even ontwaken. Zo voelt dit nummer ook aan. Het Sufjan Stevens achtige eind geeft het nummer een aparte schwung.
Hierna het pittige, up-tempo The Well And The Lighthouse. Wederom een hoogtepunt van dit album. En ook hier weer van die heerlijke wendingen. Wat een avontuur en wat een pracht en praal.
(Antichrist Television Blues) deed me heel snel aan de band The Hidden Cameras denken. Dat jachtige, dat uitbundige en lichte gevoel. Alsof de bubbels van de champagne naar je hoofd stijgen en je spontaan een rondedansje doen maken.
Als je hier niet vrolijk van kunt worden weet ik het ook niet meer.
Op Windowsill is de zang weer wat ingehouden. Ook muzikaal, maar ja het is en blijft The Arcade Fire en na 3 minuten gooien we de beuk er toch weer in door het lekker dicht te plamuren en er een hoop bombast aan toe te voegen. Ik heb het al bij meerdere albums gezegd: ik ben niet vies van kitsch en bombast, dus ook dit is dan weer smullen voor mij.
Alsof er een zoetsappige Disney-film gaat starten, zo is het intro van No Cars Go, maar vrees niet, het blijkt wederom een pakkende popsong te zijn volgens bekend recept. Alsof ze het zo uit hun mouw schudden. Wederom een nummer dat al wat langer bekend is. Geweldig nummer ook (maar ja dat zijn ze allemaal).
My Body Is a Cage sluit dit album aanvankelijk wat donkerder af, maar horen we daar op de achtergrond niet dat orgel uit Intervention? Jazeker, en datzelfde orgel krijgt al snel alle ruimte. Wilt u allen de kerk verlaten? De mis is ten einde.
Hoe krijgen ze het voor elkaar....

Is het beter dan Funeral? Kan het Funeral evenaren?
Laten we Funeral even begraven (graven we het later wel op), laten we genieten van Neon Bible. Want er is veel te ontdekken.
Ik ben allesbehalve teleurgesteld, sterker: dit zou wel eens 5* kunnen gaan worden (op niet eens zo lange termijn).
Ongelooflijke sterke plaat. En wat ben ik blij met releases als deze. Het jaar is nog geen maand oud en nu al is mijn top 10 al vele malen beter dan die uit 2006.

Arcade Fire - Pink Elephant (2025)

poster
4,0
Een nieuwe Arcade Fire: ergens kijk ik er niet meer zo naar uit en ergens toch ook weer wel.

Waarschijnlijk omdat ik inmiddels ook wel weet dat, net als zoveel andere grote namen die ik hoog heb zitten, de verrassing er niet meer zo is, er sprake is van verzadiging en het raakt gewoon wat minder. Dat is op zich niet erg.

En hoe zou de lijn zich gaan voortzetten? Vijf glitters voor Funeral, een halfje minder voor Neon Bible, The Suburbs en Refklektor, vier voor Everything Now en WE.

De singles van Pink Elephant heb ik een beetje langs me heen laten gaan om zo alle nummers van van het album in één keer tot me te nemen.

De instrumentale opener Open Your Heart or Die Trying begint vrij onheilspellend en dat belooft toch wel wat.

Maar dan kakt het in bij titelnummer Pink Elephant. Een beetje lusteloos gedreutel. Alsof Win hier een Neil Young-achtig nummer wil laten horen. Maar als ik dat wil horen zoek ik wel een album van ome Neil zelf op.

Op Year of the Snake krijgt Régine Chassagne weer een rol van betekenis. Gevoelsmatig doet me dit aan de latere Pixies denken. Net als bij die band horen we een best prima nummer, maar de term prima hanteren we niet graag bij Arcade Fire. Toch?! Het kabbelt een beetje voort. Het vuur is duidelijk een beetje smeulend geworden.

Door met Circle of Trust dan. Muzikaal heeft het wel wat, maar qua zang is het allemaal wat vlakjes en ineens vind ik het geluid op dit album gewoon ook niet zo mooi. Ik weet niet zo goed waar dat 'em nu in zit. Aardig nummer, maar echt wild word ik er vooralsnog niet van. Het gaat maar door en vlamt niet echt.

Alien Nation is het eerste nummer waarvan ik denk ' ja dit heeft wel iets'. Maar ergens is het ook wel een beetje een chaotisch nummer. Chaos is iets wat Arcade Fire juist zo goed uitvoert, maar hier pakt het dan toch weer niet zo lekker uit als voorheen.

Geruisloos gaat het over in Beyond Salvation, waar het onheilspellende van de opener weer opdoemt. Het ruimteschip dat op vertrekken staat. Maar ja, een interlude.... dus logisch dat het daar op voortborduurt.

Ride Or Die is een eenvoudig liedje, maar Win is geen ster-zanger en hier irriteert zijn geknepen zang me een beetje waardoor ik het niet als mooi ervaar en dat had het misschien wel kunnen zijn.

I Love Her Shadow lijkt ineens wel een beetje meer te gaan doen dan smeulen: hier wakkert het vlammetje wat hoger op. Hè, hè het lukt blijkbaar toch nog om een wat interessanter nummer te toveren, maar het is nog steeds geen hoogtepunt zoals ze er op de voorgangers wel tussen zaten. Het is het leukste nummer van dit album en dat zegt eigenlijk al genoeg.

She Cries Diamond Rain is wederom een interlude en dan besef je ineens dat er dus maar zeven nummers op staan als we deze twee tussenstukjes en het intro niet meerekenen.

Afsluiter Stuck in My Head is qua titel wat wrang, want dat is nu niet wat dit album bij me doet en ik verwacht ook niet dat het dat gaat doen in de toekomst. Alles gaat aan me voorbij zonder echt te blijven hangen. Ik mis de haakjes. Dit nummer ploegt ook weer voort, klinkt rommelig en je zou bijna gaan zeggen dat het goed is dat we het einde naderen.

Eigenlijk is de hoes van het album best symbolisch: een triest olifantje met een vlammetje dat eigenlijk wel aan het doven is. Soms gaat dat zo. Pink Elephant is niet slecht, maar doet me ook niet zoveel meer als het oudere werk van de band. En die dalende lijn? Ehm ja, voor mij de minste Arcade Fire tot nu toe. Dit gaat er niet eentje voor de eindlijstjes worden. Het is niet anders. En dan ben ik met 3,5* denk ik best mild.

Arcade Fire - The Suburbs (2010)

poster
4,5
Oh, wat moest ik wennen aan het debuut en oh, wat kwam dat uiteindelijk allemaal goed.
Eenmaal live gezien wist ik dat Arcade Fire eigenlijk niet meer kapot kon.
Neon Bible werd door menigeen als een wat minder album beschouwd, maar niet door mij. Zo'n hemels nummer als Intervention... wow.
En nu dan The Suburbs. Een album met acht verschillende hoesjes; dus kiezen maar (of dat doen de internetshopjes tegenwoordig wel voor je: een nadeel).

Heel erg uitkijken deed ik niet naar dit album, maar de opgeklopte spanning op internet onder de liefhebbers deed mij wel in z'n greep krijgen de laatste dagen: lek of geen lek?!
Door een domme fout van de platenmaatschappij in Nederland is het album dan toch een week eerder te beluisteren. Niet het vroege stadium van Neon Bible, maar toch.

The Suburbs is een alleraardigste opener die vrij snel in je hoofd blijft zitten. Niet wereldschokkend, maar eigenlijk verwacht ik dat ook niet eens. Als het maar catchy is en dat is deze titeltrack wel degelijk.
Het nummer loopt naadloos over in Ready to Start en het gezelschap zet er gelijk een versnelling in. Wat me opeens opvalt is dat de stem van Win Butler wat toegankelijker overkomt (of is dat mijn gewenning daar aan?). Ik hou wel van dit gedreven tempo en dat enigszins opzwepende. Het nummer klopt ook gewoon: nergens te veel toeters of bellen maar uitermate puntig en dat is Arcade Fire zoals ik ze graag hoor. Now I'm ready to start zingt Butler. Nou ik ook: kom maar op met de komende 14 nummers!
Modern Man wordt ook net even op een andere manier gezongen lijkt het wel. Heel in de verte krijg ik zelfs wat Neil Young flitsen door mijn hoofd dansen en dat komt niet alleen door de zang. De hele compositie straalt het een beetje uit. Een heerlijk, helder gitaarnummer. Het barokke dat deze band ook heeft is hier niet echt terug te horen en het maakt niet uit want het is gewoon goed.
Barok? Rococo heeft er al een lekkere titel voor. Dwarrelend en overgoten met een akoestische gitaarsaus gaat het voort. Ro-co-co-co-co-co-co. Golvend en deinend alsof er een baby in slaap moet worden gewiegd, ondertussen wel een soort dreigende spanning opbouwend zonder dat je het in eerste instantie in de gaten hebt.
Ha, eindelijk, daar fliederen en fladderen de strijkers weer als een dolleman achterna gezeten door de gitaren, en omlijst door de zang van Régine Chassagne die voor het eerst een grotere rol krijgt qua zang. Twee minuut twee en vijftig: kort maar krachtig en heerlijk.
City with No Children klinkt enigszins rammelig door de gitaar en het handjeklap, maar die bas en die achtergrondzang geeft het iets zweverigs mee waardoor er een mooie combinatie ontstaat die een gelukzalig gevoel weet mee te geven.
Half Light kent twee delen (althans lijkt dat zo als je de titels bekijkt): Half Light I en Half Light II (No Celebration). Te beginnen met nummer I: Regina krijgt weer de hoofdrol op dit ietwat voortkabbelende nummer. Het tempo ligt wat lager, maar dit soort momenten hoorden we op de vorige albums ook en dat maakt het album goed in evenwicht. Nummer II, No Celebration, is wat mij betreft wel een soort van feestje. De samenzang is schitterend en er is een soort disco-achtig geluid verwerkt in de ritmesectie terwijl het verre van disco te noemen valt. Op mij werkte dit nummer hypnotiserend en laten we dat maar als zeer positief opvatten!
Na dit vreugdedansje in mijn woonkamer volgt het lieflijk klinkende Suburban War maar die titel belooft uiteraard weinig liefs tekstueel gezien. Na drie en een halve minuut wordt de sfeer wat grimmiger en stuwen ze het tempo omhoog op de manier zoals alleen zij dat zo goed doen.
Toen ik Month of May een tijd terug voor het eerst hoorde zonk de moed me enigszins in de schoenen: als dit de nieuwe richting zou worden vond ik er weinig lol meer aan. Natuurlijk is het een lekkere rocksong met een hoog adrenaline-gehalte, maar dat hebben meer bands en die doen het misschien nog wel viezer en ruiger.
Nu ik het weer terug hoor in z'n complete setting blijkt de puzzel opeens te kloppen en moet ik een neiging onderdrukken om woest heen en weer te pogoen. Ach ja, dat deed ik twintig jaar terug. Nu moet ik me maar even beheersen en gewoon rustig terug gaan zitten in mijn stoel om Wasted Hours te beluisteren. Hier keert het Neil Young-gevoel weer terug. Na alle onschuldige, haast puberachtige wildheid van daarnet horen we nu een volwassen geluid dat ze niet misstaat.
Deep Blue zet dit geluid enigszins voort met iets meer dat eigen zwierige geluid als herkenningspunt. Opvallend in dit nummer vind ik de synths die soms redelijk een boventoon voeren. Toch blijven de gitaren hier met hun ronkerige geluid domineren. Neil Young? Ja, toch krijg ik die associatie alweer. En misschien nog wel vreemder: ik moet ineens heel erg denken aan Elliott Smith!
We Used to Wait is een term die voor heel veel fans opging. Zelden heb ik de laatste tijd zoveel opwinding gevoeld bij de volgelingen als bij dit album (alleen al op last.fm werd de hijgerige toon groter en groter en hielden mensen het niet meer eer dit album te beluisteren was). Het nummer zelf ademt een soort jaren '70 vibe uit waar ik nog niet helemaal mijn vinger op kan leggen, laat staan zeggen of ik dit nu waardeer of niet alhoewel het nummer gaandeweg toch wel meer en meer kracht wint.
En wederom gaan we over naar een titel die in twee delen ingedeeld lijkt te zijn. Sprawl I (Flatland) opent helder en ingetogen. Melancholie ten top maar goed gedaan (want niet klef).
Sprawl II (Mountains Beyond Mountains) is van een heel andere aard: het damesduo Baccara had dit nummer ook opgenomen kunnen hebben. Haast jaren '70-achtige ietwat foute discopop maar o zo lekker met dank aan Regina die hier met Abba-esque begeleiding toch een o zo fijn nummertje van maakt dat waarschijnlijk niet bij iedereen in de smaak zal vallen.
Zoals het album begon met het nummer The Suburbs zo eindigt het met The Suburbs (continued) dat haast acapella is met slecht minimale synth-toevoeging. Een soort toetje zullen we maar zeggen.

Laat ik eerlijk zijn: ik kreeg sterk het vermoeden dat dit album wel eens op een teleurstelling zou uitlopen voor mij, maar het blijkt dat Arcade Fire het wederom flikt om met een album te komen dat mij zeer goed bevalt. Nee, er is nu geen gewenning meer nodig. Het groeialbum dat Funeral was zal dit niet worden zoals ook Neon Bible dat al niet meer was.
The Suburbs laat een band in topvorm horen die hiermee aantoont tot de hedendaagse eredivisie te behoren.

Arcesia - Reachin' (1972)

poster
4,0
Soms krijg ik wel eens een tip in mijn pm box (wie niet?). Vaak zijn ze afkomstig van users die mijn smaak goed kunnen inschatten en die ik blind kan vertrouwen met hun tips die dan in de meeste gevallen ook goed uitpakken.
Vandaag was er eentje afkomstig van user philtuper. Een echte verrassing dus.

Zelf noemde hij het een verrassend album door de psychedelische fuzz gitaren en 'rare basloopjes'. Okay, dacht ik toen maar 'melodramatische zang die deed denken aan Daughn Gibson (o ja, daar kwam ik de naam philtuper tegen) en Scott Walker' deden de interesse flink groeien.
Voeg daarbij de biografie van de beste man (Johnny Arcessi) en je kunt wel stellen dat dit album iets bijzonders moest zijn. Geboren in 1917 en overleden in 1983, oorspronkelijk crooner in a big band.

Arcessi hervond zichzelf dus op latere leeftijd d.m.v. het uitbrengen van dit album en liet zich begeleiden door een band met psychedelische inslag.
Hierdoor is het resultaat inderdaad vergelijkbaar met het werk van Scott Walker wat mij betreft en kunnen we gerust stellen dat we hier te maken hebben met een verloren pareltje.

Je moet tegen de zang kunnen maar voor iemand die groot liefhebber is van Scott Walker, Antony en uit de voeten kan met een band als Pavlov's Dog is dat een niet al te groot probleem.

Een beetje vreemd, maar wel lekker.

Architecture in Helsinki - Places Like This (2007)

poster
3,0
Het vorige album van Architecture in Helsinki maakte mij vrolijk. Het was een chaotische bende en het kon me niet deren.
Vol verwachting begon ik een tijd geleden aan de opvolger:

Red Turned White is al onmiskenbaar Architecture in Helsinki. Het waait alle kanten op en de zang neigt vaak naar kinderlijk. Op de vorige cd had ik daar geen moeite mee, maar ik merkte dat het hier soms wat ging storen, maar ach de muziek is dik in orde dus dan maakt het niet uit.
Pompompompom over naar Heart It Races. Hier neigt de zang naar infantiel. Was dat op die voorganger ook zo? Het nummer is uiterst melig, ook muzikaal gezien. Wat mijn betreft net even té melig.
Hold Music is wederom lekker huppelend. De zomer komt er aan en we zijn allen heel blij. Je moet er voor in de stemming zijn en dan werkt dit uitstekend. Wat dit nummer betreft verschilt het dus per draaibeurt hoe ik er tegenaan kijk. In elk geval vind ik dit dan weer best leuk. Het neigt wat naar Talking Heads.
Feather In A Baseball Cap heeft een wat simpele deun die wel degelijk slim in elkaar steekt. Het is iets minder volgepropt en klinkt daardoor wat spannender.
Underwater is dat ook. Een aparte ondertoon (de zang lijkt soms wat Afrikaans) en het klinkt lekker broeierig.
Op Like It Ar Not keert het kinderlijke weer terug en gelijk ook de irritatie bij mij. Ik kan me op dit soort momenten simpelweg niet voorstellen dat ik daar voorheen geen last van had.
Vrolijk? Zeker, maar het slaat wat door.
Debbie vind ik ook iets te veel categorie 'meligheid troef'. Het zit prima in elkaar, maar ik kan vooral de zang wat minder verdragen.
Lazy (Lazy) is weer wat meer Talking Heads, maar halverwege ontmoeten ze Man Man........... zoiets. Leuk nummer, waar ik niet veel op aan te merken heb (ja de zang blijft bedenkelijk).
Nothing's Wrong komt wat chaotisch over maar heeft wel degelijk structuur op de een of andere manier. Goed volgepropt maar nergens storend.
The Same Old Innocence vind ik een lekkere afsluiter. De beat is goed en het nummer daardoor pakkend.

Jammer dat er blijkbaar opeens wat irritaties over met name de (achtergrond-) zang is ontstaan bij mij, want daar had ik bij de vorige cd geen last van.
De nummers zijn nog steeds van prima kwaliteit en onmiskenbaar Architecture in Helsinki.
Leuk plaatje maar van de vorige genoot ik meer: 1 punt lager en daarmee dus 3*. Maar een glimlach wisten ze me toch wel weer te bezorgen....

Archive - Controlling Crowds Part IV (2009)

poster
4,0
Dit is een lastig album om te beoordelen.

Zelf had ik nog nooit van Archive gehoord en door het enthousiasme op deze site ben ik het album Controlling Crowds gaan kopen.
Bij Part IV loopt het natuurlijk allemaal anders: ik ben bekend met Controlling Crowds, ik weet dat het een album is dat tijd nodig had maar dat me tijdens mijn vlucht naar New York afgelopen zomer heel erg fijn bezig hield (totdat de batterij van mijn iPod het exact na dat album opgaf en ik verder geen muziek meer had die vlucht).
Ik ben bij dat album blij dat de zang wat afgewisseld wordt en met de rap heb ik niet zulke problemen.
Kortom: de beluistering hiervan is van een geheel andere orde. De oortjes zijn wat beter getraind op Archive.
Toch vind ik het moeilijk beoordelen zoals ik dit stukje al opende. Het lijkt op het eerste gehoor allemaal nét een tandje minder dan wat ik al kende, maar 100% zeker ben ik daar niet van (ook het gevoel bij iets is soms moeilijk uit te drukken en zelfs daar kun je niet altijd zeker van zijn). Het onderlinge verschil is heel erg miniem en om dat in sterren uit te drukken valt dan niet mee; zoals iedereen ziet heb ik het op moment van schrijven een halfje lager beoordeeld dan Controlling Crowds wat misschien iets aan de lage kant is omdat ik het liever op 3,75* gezet had. Toch wil ik verschil uitdrukken in mijn beoordeling tussen de twee albums, je kunt ze nu eenmaal niet los van elkaar horen. Dus dan maar afronden naar beneden i.p.v. naar boven. Het kan immers altijd nog aangepast worden op termijn.
Hoe dan ook is het eigenlijk een prima aanvulling op wat we al kenden van Controlling Crowds: het is een verrijking, zeker geen vullertjes die nog zijn blijven liggen mocht dat het idee zijn van luisteraars. Het precieze verhaal achter deze manier van uitbrengen is me niet helemaal duidelijk want daar heb ik me niet in verdiept, maar er zal ongetwijfeld een fan zijn die dat haarfijn kan uitleggen hier

Ik verwacht niet dat het eenieders favoriet gaat worden, maar ik heb een behoorlijk zwak voor het Radiohead/Rufus Wainwright-achtige To the End (ja dames en heren: dat zijn toch echt de namen die bij mij opkomen en de verklaring voor het feit dat ik dat zo'n mooi nummer vind).

Archive - Londinium (1996)

poster
4,0
VanDeGriend schreef:
Lees hierboven dat dit de beste triphop plaat ever zou moeten zijn. Dat is zeker niet het geval.

Hier kun je tot in den treure over blijven twisten natuurlijk. Feit is dat het een album is dat indertijd niet echt is opgepikt (zeker ook niet door mij).
Zelf zie ik Mezzanine van Massive Attack en Dummy van Portishead er het liefst met deze titel van doorgaan, maar again: over smaak valt niet te twisten, laat staan het toekennen van geuzentitels.
Ik ken de twee Controlling Crowds albums en dat was voor mij de kennismaking met Archive.
Logisch dat je dan terug de tijd in gaat en dan het debuut beluistert. Nee dus. Zo ging het in dit geval niet.
Ik werd gewezen op Royah Arab (zus van Leila Arab) en haar bijdrage aan het nummer Nothing Else. Dat beviel me wel en gek genoeg viel het Archive-kwartje met enige vertraging: verdomd, dit is Archive van Controlling Crowds.
Beluistering van Londinium zorgt ervoor dat het Archive-sfeertje snel terugkomt, wat dat aan gaat hebben ze een vrij herkenbare sound, een sound die mij wel weet te pakken. Niet op verpletterende wijze als eerder door mij genoemde albums (ik mis het duistere van Mezzanine en het broeierige van Dummy), maar het maakt meer dan voldoende indruk en het is fijn om zo af en toe weer eens triphop op te zetten, een genre dat ik een lange tijd zeer veel gedraaid heb en dat ineens naar de achtergrond verdween. Archive zorgt er voor dat het weer even in de spotlights komt te staan.

Archive - Restriction (2015)

poster
4,0
Wat is Feel It al een aparte opener: het zuigt je als het ware dit album in. Wat meer rammelrock dan we gewend zijn maar wel weer die dreigende sfeer. Heerlijk!

Restriction blijkt weer een spannend album dat me heel soms een beetje doet denken aan !!!.

Het gaat als een wilde stuiterbal in het rond en misschien is juist dat een beetje te veel van het goede: ze willen te veel lijkt het wel maar hoe ze ons daarmee willen raken blijkt een beetje naar de achtergrond geschoven. Te bedacht wellicht?
Ik mis het betoverende dat ze in zich hebben maar toch weet dit me wel degelijk, ondanks mijn puntje van kritiek, te pakken alleen doen ze dit nu op andere wijze.

Het tempo is moordend en dat doet dit album zeker goed: één groot, kolkend avontuur met rustige momenten en opzwepende hoogtepunten. Dreigend, donker, licht en luchtig. Het komt allemaal voorbij.

Arctic Monkeys - Favourite Worst Nightmare (2007)

poster
3,0
Hoe 'eerlijk' is het om het nieuwe album van Arctic Monkeys te beluisteren als je het debuut eigenlijk maar een teleurstelling vond waarbij je niet begreep wat iedereen hier nu zo in hoorde.
Ach ja, denk je dan, het overkomt me andersom ook: Franz Ferdinand vond ik helemaal super en ook daar begrepen veel mensen de fuzz niet.
Maar als ik het debuut dan maar zo zo vond en het gevoel heb dat dit eveneens tegen gaat vallen waarom dan toch luisteren?
Misschien omdat ik de single Brianstorm niet eens zo heel erg slecht vind? Misschien omdat ik de tweede Kaiser Chiefs ook nog wel mee vond vallen terwijl velen het tegendeel beweren. Misschien omdat ik gewoon hoop op een leuk gitaarplaatje die ik als een van de weinigen misschien wel leuker ga vinden dan het debuut? Want reken maar dat dit tweede album door veel debuut-liefhebbers afgeschreven gaat worden. Misschien is het dus mijn eigenwijsheid.
Zoals gezegd vind ik Brianstorm niet eens zo beroerd: tja een storm in een glas water, niet uitzonderlijk maar op zich wel lekker.
Teddy Picker biedt ook weinig nieuws, maar is gewoon vrolijke gitaarbandjes pop/rock. Natuurlijk hebben we daar al genoeg van en ja ik heb er soms ook mijn buik van vol, maar dit is zo verkeerd nog niet.
D Is For Dangerous valt ook best mee. Echt afwijken van het debuut doen ze overigens niet, althans ik hoor niet zo veel verschil.
Balaclava is een retestrak nummer met een hoog adrenaline-gehalte. Op zijn tijd wat vermoeiend, maar het valt wel op.
Flourescent Adolescent is niet hemelbestormend maar klinkt redelijk luchtig en geeft een heerlijk lente-gevoel (zou dat het zijn waardoor ik nog niet afhaak?).
Op Only Ones Who Know gooien de heren het tempo omlaag. Hier zullen veel wenkbrauwen gefronst gaan worden bij de fans denk ik, maar als broodnodige afwisseling vind ik het een slimme zet om nummers als deze er tussen te zetten, want hierdoor is het weer vrolijk verder gaan op Do Me A Favour. Niet veel mis mee en ik heb het gevoel dat ze hier toch wat andere wegen proberen te bewandelen hoe voorzichtig ook.
This House Is A Circus heeft weer het drukke, nerveuze gehalte dat de band soms kenmerkt. Nadeel bij het vorige album vond ik dat de cd na verloop van tijd begon in te zakken. Hier valt dat nog mee en ik denk dat de voorgaande nummers daarvoor zorgen.
If You Were There, Beware kent wat leuke wendingen waardoor het leuk blijft naar dit nummer te luisteren. Heel spannend vind ik het allemaal niet, maar dat hoeft ook niet altijd.
The Bad Thing klinkt redelijk cheesy. Maar daar is op zich niks verkeerds aan. Dit soort nummers moet je gewoon niet de hele dag willen horen en dan is er niks aan de hand: op zijn tijd is dit gewoon erg lekker. Je humeur klaart er in elk geval van op.
Old Yellow Bricks begint daarentegen wel wat te vermoeien, een oude klacht (debuut) die dus weer terugkeert. 'Nu weet ik het wel weer'. Maar bedenk dan wel dat we al bij het voorlaatste nummer zitten...
Ook 505 gaat een tandje lager en komt pas na 2 en een halve minuut weer tot leven. Niet heel opvallend, maar zeker niet beroerd.

(Voorlopige) conclusie: dit album was een paar draaibeurten zeer goed te doen, maar dat was het debuut ook. Het debuut werd ik na verloop van tijd zat, dat hing te veel op de ijzersterke nummers en had te veel nummers de me niet veel deden. Dit album lijkt over de hele linie iets constanter. De heren zijn gegroeid in hun werk en dat pleit voor ze.
Toch zullen veel mensen het minder vinden (verwacht ik althans) en dat is begrijpelijk: de hype heeft zijn werk gedaan. Het heeft mensen zeer enthousiast gemaakt en het heeft aan de andere kant ook veel kapot gemaakt denk ik. Zo'n tweede zal dus extra kritisch beluisterd gaan worden.
Het is mij meegevallen allemaal ook al zal ik nooit een groot liefhebber gaan worden.
Laat ik voorzichtig inzetten op hetzelfde aantal sterren als het debuut die volgens mij ooit begon met 4* en is afgezakt naar 3*. Misschien gaat deze tweede wel de tegenovergestelde weg bewandelen
Maar dan zal ik het wel nog regelmatig moeten gaan beluisteren en of dat ook gaat gebeuren? Zo af en toe verwacht ik wel, maar regelmatig? De tijd zal het leren.

Arctic Monkeys - Humbug (2009)

poster
3,5
Toen Whatever People Say I Am, That's What I'm Not op uitkomen stond was de hype rondom deze band al enorm groot en vond ik dat ik er niet onderuit kon om het album te beluisteren, wat zeg ik, blind te kopen bij verschijnen. Aanvankelijk vond ik het allemaal best aardig, niet wereldschokkend, maar leuk, zoals zo veel bandjes leuk zijn. Na redelijk korte tijd begon de klad er al snel in te komen en bleek het album een teleurstelling. Ik hoorde er de genialiteit niet in die bijna alle critici en ook zeer veel muziekliefhebbers er wel in hoorden.
Bij Favourite Worst Nightmare was ik dan ook behoorlijk op mijn hoede maar het was het nummer Brianstorm die er voor zorgde dat ik ook aan hun tweede begon met helaas weer dezelfde conclusie; mij deden deze apen blijkbaar niks en dan moet je het verder ook maar gaan laten in de toekomst.
Laat ik nu wel gecharmeerd zijn van The Last Shadow Puppets en ik zal er dan maar gelijk bij vermelden dat die cd de reden is om dan toch maar aan de derde Arctic Monkeys te beginnen.
Uiteraard is de sound gelijk herkenbaar en eerlijk is eerlijk: helemaal gillend gek zal ik er wel nooit van worden maar op de een of andere manier klinkt het nu allemaal wat volwassener en donkerder, ik zou haast zeggen wat origineler (wat niet echt het geval is want ze borduren voort op de voorgangers). Alsof die 'eigen sound' nu ook echt meer eigen klinkt, maar dat zal wel te maken hebben dat dit alweer hun derde is, en doordat ze nu wat meer de diepte in durven te gaan. Natuurlijk zal de leeftijd en ervaring in de muziekwereld nu een zeer grote rol spelen. Humbug komt wat bedachter over bij tijd en wijlen en dat levert het gevaar op gekunsteld te worden maar ze blijven daar net voldoende uit de buurt om de ergernis daarover weg te houden. Ik denk dat veel mensen dit album wat minder zullen vinden omdat het jeugdige enthousiasme van de voorgangers hier wat lijkt te ontbreken, maar daarvoor in de plaats blijven critici als ikzelf toch nog even aanwezig in de buurt van Arctic Monkeys die met Humbug nog steeds niet dat album afleveren waar ze mij volledig mee overtuigen, maar die er wel voor zorgt dat ik nu iets makkelijker naar ze kan luisteren. Voor mijn gevoel is dit momenteel dan ook mijn 'favoriet van de drie' maar voordat ik die conclusie echt definitief zal kunnen maken zal er nog even wat tijd overheen moeten gaan.
En wat mij betreft komt er ook snel weer een nieuwe van The Last Shadow Puppets

Arctic Monkeys - Suck It and See (2011)

poster
3,5
Of het echt wat gaat worden tussen mij en Arctic Monkeys valt of staat met Suck It and See.
Bij debuut Whatever People Say I Am, That's What I'm Not ben ik gewoon meegegaan in de hype. Ik kocht dat album zonder me er vooraf echt in te verdiepen en het viel me gewoon tegen. Nog steeds wel een cd die ik niet echt vaak uit de kast trek om te draaien.
Favourite Worst Nightmare: zelfde laken een pak, en eigenlijk had ik het daar bij moeten laten. Heb ik niet gedaan waardoor Humbug nog een kans kreeg, en verdomd, dat viel net even ietsje beter.
Voor The Last Shadow Puppets heb ik wel een enorm zwak dus vooruit dan maar. Suck It and See mag er gewoon nog bij horen.
Groot is mijn verbazing als ik opener She's Thunderstorms hoor. Dit heeft een beetje een Morrissey-echo in zich en laat dat nu net één van mijn favoriete artiesten zijn. Fijn beginnetje zo kan ik wel zeggen en opeens heb ik er voor het eerst echt zin in met die dekselse apen. Zouden ze het dan toch flikken? Ga ik dit net zo leuk vinden als The Last Shadow Puppets?

Wat me opvalt is dat de toon nogal luchtig is. Een bandje als The Coral schiet nogal eens door mijn hoofd en dat is in mijn geval niet bepaald vervelend want daar heb ik dus wel een enorm zwak voor.
Het moet gezegd worden dat juist door het luchtige karakter van dit album (iets wat ik ook bij The Last Shadow Puppets ervaar) ik dit best een fijn plaatje vind.
Een groot fan zal ik wel nooit worden, maar Suck It and See heeft in elk geval een prima uitwerking op mij: het geeft nog meer zin in zon en zomer en weet voldoende te boeien door ook weer niet al te licht en luchtig te zijn omdat het met zijn soms wat ruigere randjes de boel goed in evenwicht houdt. In elk geval leuker dan die eerste twee en daar zal ik wel behoorlijk alleen in staan denk ik zo.

Arjuna Oakes - While I'm Distracted (2025)

poster
4,5
Arjuna Oakes, afkomstig uit Nieuw-Zeeland, werkzaam in Londen, heeft al wat EP's gemaakt. Volgens hem waren die nodig om uit te zoeken wat wel en niet werkte om zo aan een debuut album te beginnen, en dat is er nu in de vorm van While I'm Distracted.

Mijn eerste gedachte was: José James. Dat is niet heel vreemd omdat ook Arjuna soul met jazz vermengt, maar hij gaat soms een stapje verder door elektronische elementen toe te voegen (en dan krijg ik een soort gevoel dat ik ook bij het Franse duo Air heb).

Het album is een zoektocht naar kwetsbaarheid in een harde wereld en behandelt thema's als zoeken naar je identiteit, depressie, verlies van onschuld en hoop. Thema's die uiteraard wel vaker aan bod komen bij artiesten.

Wat ik vooral fijn vind aan dit album is de heerlijke flow die telkens scherpe randjes krijgt om het allemaal wat spannender te maken. Jazz, soul r&b, electronica...... het komt allemaal voorbij.

Een zeer aangename verrassing wat mij betreft en hier is zeker meer publiek voor te vinden.
Voer voor liefhebbers van José James (de soul-jazz fusie), D'Angelo (de neo-soul grooves en organische ritmes), RY X (de dromerige, sferische productie en gevoelige vocalen), Bon Iver (de elektronische lagen en het gevoel van eenzaamheid / introspectie), Air (de sfeervolle, trage grooves), Maxwell (de neo-soul connectie) en in mindere mate Prince.

While I'm Distracted | Arjuna Oakes - arjunaoakes.bandcamp.com

Arman Méliès - Les Tortures Volontaires (2006)

poster
4,0
Arman Méliès deed bij mij geen bellen rinkelen. Altijd leuk als je dus lekker blanco af kunt gaan op een tip en als ze van muziekobsessie komen ben ik altijd een stuk alerter.

Om te beginnen de dEUS associatie die Conrad heeft: die begrijp ik wel. We hebben het dan over de periode ten tijde van The Ideal Crash; de ietwat dromerige kant van de band.

Veel nummers komen zijdezacht binnen: beheerst gezongen, muzikaal rustig voortkabbelend zonder het woord saai in de mond te nemen. Muziek die je zachtjes streelt en kietelt.
Maar alles heel mooi opgebouwd en ongelooflijk fraai gemusiceerd.

Dan krijg je er als extra ook mooi artwork bij en dan kan een muziekliefhebber alleen maar tevreden zijn. Want tevreden met deze tip ben ik zeker. De 'dikke 5' waar Conrad het over heeft hoor ik zeker in The Ideal Crash van dEUS en niet in Les Tortures Volontaires van Arman Méliès, maar er zit zeker potentie in om er in de toekomst nog een halfje aan toe te voegen. Dit is typisch zo'n album waar je waarschijnlijk steeds meer in gaat horen bij meerdere draaibeurten. De vraag is dan alleen: blijft het overeind in het enorme aanbod muziek dat we telkens over ons heen gestort krijgen. Het is immers ook al weer een album uit 2006.

Art Garfunkel - Angel Clare (1973)

poster
3,0
Dit cover-album doet me af en toe een beetje denken aan Cat Stevens, maar dan wat zoetsappiger (en op zich kan Stevens daar op z'n tijd ook wat van).
Ik kwam bij dit album terecht door het nummer All I Know. Dit nummer draaide in de slotaflevering van Nip/Tuck serie 2.
Een aflevering met een cliffhanger van jewelste en het nummer was er goed bij gekozen. Daarbij vind ik het ook een mooie tearjerker.
Hier thuis ontstond toen een discussie over wie dit nu zong. Ik wist het niet zeker, mijn partner zweerde bij hoog en laag dat het Simon & Garfunkel was en dat het op Bridge over Troubled Water stond, en als ik iets zeker wist was het dat het daar niet op stond.
Een beetje googelen op de wiki van Nip/Tuck gaf een perfect overzicht van alle liedjes per aflevering en vervolgens duurde het niet lang meer eer ik bij dit album uitkwam.
Ach, het is Simon & Garfunkel-light, wat niet zo verwonderlijk is. Een paar mooie liedjes en vooral ook aardig wat niet zo spectaculaire nummers. Lief, leuk en vooral wel aardig. Verder dan dat kan ik niet komen.
Als ik dan het berichtje van Ad Brouwers lees kan ik me voorstellen dat dit wat emoties oproept: deze muziek leent zich er wel voor om je eens even helemaal triest te voelen. Hoe zoet ook, ik kan me indenken dat enkele nummers in moeilijke situaties wat traantjes kunnen doen vloeien.

Artificial Pleasure - The Bitter End (2018)

poster
3,5
Het leuke aan (Netflix-) series kijken is dat je er soms ook wel eens muziek door leert kennen.

Élite is er zo eentje. Tijdens een scene op een feest werd er een nummer gedraaid waarbij ik me gelijk afvroeg welk jaren '80 bandje dit nu was. Ik kon het niet gelijk thuisbrengen, terwijl ik het ergens wel herkende.

Dan is het met de moderne technieken van tegenwoordig niet moeilijk om heel snel te achterhalen wie het nu is. Telefoon even in de lucht houden en het antwoord kwam al snel binnen: I'll Make It Worth Your While van de band Artificial Pleasure.

Nooit van gehoord, maar ik moest wel drie keer kijken of het jaartal echt klopte: 2018! Niks jaren '80 bandje.

Een debuutalbum van vier heren uit Londen. Hipper dan hip, strak in het pak (of gestoken in een kek leren jasje), haartjes strak achterover inclusief hippe snor (de baard is immers passé).
Beetje Bowie invloeden hier en daar, snufje Kraftwerk, dansbaar toefje Talking Heads, likje Ultravox en we hebben Artificial Pleasure.

Zelfs het artwork zou zo uit de 80's kunnen komen.

Stijlvol met rauwe randjes. Ongetwijfeld in staat een jonger publiek kennis te laten maken met oude muziek, gestoken in een modern jasje. We hebben het zo vaak meegemaakt, en we gaan het nog vaak doen.
Blijkbaar is het ze niet gelukt om er bij een groot publiek goed mee aan te slaan, want dit album is al een aardige tijd uit, en nu pas krijgt het z'n eerste stem op deze site.

Interessant debuut toch wel en opmerkelijk dat het hier nog niet opgemerkt is: op MusicMeter hebben ze doorgaans wel een zwak voor dit soort bandjes. Toch?! Al is het alleen al voor het onweerstaanbare Wound Up Tight.

Asaf Avidan - Anagnorisis (2020)

poster
4,5
Ik moet terug naar 2009 waar mijn kennismaking met Asaf Avidan & the Mojos plaatsvond. Het was liefde op het eerste gezicht en de liefde is gebleven. Ik werd een groot promoter van de man en dat sloeg best goed aan. De eerste keer live (nog met de Mojos) was een moment om nooit te vergeten tussen alle Israëli's in Paradiso. Ik besef gelijk weer hoe zeer ik live-optredens van artiesten als Asaf mis.

Ook zonder Mojos wist Asaf me telkens weer te boeien. Zijn stemgeluid verwondert me niet meer, maar hij weet me telkens opnieuw te verrassen met originele nummers. Niet te pretentieus, met een laagje spanning en toch makkelijk in het gehoor liggend.

De singles Lost Horse, Earth Odyssey, 900 Days en titeltrack Anagnorisis lieten horen dat het ook deze keer weer die kant op zou kunnen gaan. De vraag was dus vooral: houdt hij dat een heel album vol?

De verrassing met de Mojos albums sloeg om in enorme bewondering bij zijn eerste solo-album Different Pulses. Of dat ooit nog geëvenaard gaat worden valt te bezien. Gold Shadow zat een halfje lager en The Study of Falling daar weer een halfje onder (toch nog steeds goed voor 4*).

Hoe lekker The Study of Falling ook was, de klad kwam er een beetje in. Niet vreemd, want dat gebeurt bij bijna al mijn grote favorieten.

Anagnorisis is een literaire term waar Aristoteles voor verantwoordelijk is. Oeps, klinkt pretentieus, maar dat is het niet. Het album klinkt vrij nuchter eerlijk gezegd. Het betoveren lukt ook behoorlijk goed.

Al bij Earth Odyssey besefte ik: dit album prikkelt nu al meer, zijn stem vermoeit me nu wat minder dan op de voorganger. Het klinkt fris en afwisselend. Ik ervaar zelfs een beetje een gospel-feel over dit album.
Neem Earth Odyssey, dat komt uit zijn tenen, klinkt warm en de koortjes geven dat een meezing-meeklap gevoel. Je wilt toch spontaan Hallelujah gaan roepen hier!

Maar het is niet alleen dat. Anagnorisis klinkt heel divers en toch organisch. Avidan nam een pauze van het touren, trok zich terug op een locatie in Italië en genoot van de rust. Muzikaal luisterde hij veel naar Thom Yorke, The Fugees, David Bowie, old school jazz, Kanye West en Billie Eilish (Rock of Lazarus doet me dan ook een beetje aan de laatste denken).

Bij afsluiter I See Her, Don't Be Afraid en No Words krijg ik sterke Dez Mona-vibes, ook al zo'n favoriet bandje van mij.

Het album is kort en bondig en daarmee wint het aan kracht. Er staan echt een paar enorme pareltjes op. Hiermee zit Avidan wat mij betreft weer in een stijgende lijn naar boven.

Wat een geweldige artiest is het toch ook.

Asaf Avidan - Avidan in a Box (2012)

Alternatieve titel: Live Acoustic Recordings

poster
4,0
Wat gebeurt er als je Asaf Avidan na een half jaar solo akoestisch touren 48 uur in een gehuurde kamer zet en zijn kunsten laat opnemen?

Dan krijg je het intieme Avidan in a Box. Om hem niet te vervelen laat je wat vrienden overkomen en zonder vooraf te repeteren of voor te bereiden rollen daar dan 19 nummers uit met hier en daar wat hulp van bevriende muzikanten.
Asaf en muziek zijn één. Rauw, teder en zeer intens alsof je zelf één van die vrienden bent.

Asaf staat bekend om zijn rauwe bluesy stem die doet denken aan Janis Joplin. Op Avidan in a Box komt alles extra puur over. Geen poespas achteraf: gelijk op de band slingeren en uitbrengen.
En ook dan kan hij nog net zo maniakaal overkomen (bijvoorbeeld in het geweldige Subconscious Overly Familiar Blues met trompet als toevoeging).
Verder zijn het absoluut versies die de originelen aanvullen omdat hij ze soms een andere benadering geeft.
Zo'n remix waardoor hij dan opeens doorbreekt naar een groter publiek is allemaal leuk en aardig. Hier hoor je het echte werk.
Helaas één nadeel: dit album is alleen digitaal te koop.

Prachtige muzikant. Mojo love!

Avidan in a Box // Live Acoustic Recordings | Asaf Avidan - asafavidanmusic.bandcamp.com

Asaf Avidan - Different Pulses (2012)

poster
5,0
Drie jaar geleden maakte ik kennis met Asaf Avidan & the Mojos. Hun album Poor Boy / Lucky Man was net uitgekomen en ik was er in één klap verliefd op. Een nieuwe artiest werd aan mijn rijtje enorme favorieten toegevoegd, artiesten waar mijn hart net even sneller van en voor klopt.
The Reckoning bleek eveneens favoriet en ik was een jaar later (2010) maar wat gelukkig met een verplaatsing van datum van hun optreden in Paradiso. De oorspronkelijke avond was onmogelijk voor mij en ineens kon ik toch gaan en wat voor een optreden was het.
User archangel9 en ik kwamen allebei verdwaasd naar buiten van hetgeen we gezien en vooral gehoord hadden. Temidden van een zaal vol Israëlieten waren we getuige van een gedreven band waarvan voorman Asaf uiteraard de show stal met zijn stem die veel weg heeft van Janis Joplin alleen schreeuwt hij nog vaker de longen uit zijn iele lijf.

Later dat jaar verscheen het korte album Through the Gale. Hierop verdwenen de smerige blues en folk invloeden wat meer naar de achtergrond en bleek het een conceptalbum met wat donkerder composities en dat niet alleen; het bleek de zwanenzang van de begeleidingsband The Mojos. No more Mojolove. Ieder ging zijn eigen weg.
Zo ging bassist Ran Nir op de solo tour waarvan het resultaat Tales of a Drunken Man eerder dit jaar het levenslicht zag.

Leuk natuurlijk maar alle ogen en oren waren toch vooral gericht op waar Asaf mee zou komen.
Single en tevens titeltrack Different Pulses liet een nieuw en fris geluid horen. Het leek erop dat Asaf nieuwe richtingen op wilde gaan en daar zijn Mojos niet voor nodig had. Het nummer werd hier op de site opgepikt in het topic Maak kennis met... 2012 en kreeg een behoorlijk goede waardering en nog beter: mensen gingen naar de albums van Asaf Avidan & the Mojos luisteren.
Dat laatste gebeurde ook ineens in half Europa waar ene DJ Wankelmut een remix voor zijn eigen lol maakte van het nummer Reckoning Song dat voor het gemak werd omgetoverd tot One Day / Reckoning Song. Het werd een groot succes op Soundcloud en na wat twisten met de platenmaatschappij kreeg het nummer groen licht om officieel uitgebracht te worden met alle gevolgen van dien. Het nummer werd dé zomerhit van 2012 en stond of staat nummer 1 in landen als Oostenrijk, Duitsland, Zwitserland Nederland en België. Ook in Zweden, Frankrijk en Luxemburg werd het nummer opgepikt en ongetwijfeld zullen meer landen volgen.
Ergens ietwat zuur als juist zo'n remix ervoor moet zorgen dat je naamsbekendheid krijgt maar aan de andere kant wel zo plezierig want ik schreef bij het album The Reckoning in 2009 al:
aERodynamIC schreef:
Hier is iemand aan het werk die dus veel in zijn mars heeft. Ik ben heel erg benieuwd waar dit naartoe zal leiden (of zou zijn israelische afkomst beperkend werken zoals we dat vaker zien bij artiesten die niet uit de UK of VS komen?!).

Het antwoord weten we nu. Zijn afkomst werkte inderdaad beperkend maar DJ Wankelmut zorgde ervoor dat Asaf nu meer naamsbekendheid geniet waardoor hij toch meer fans om zich heen weet te verzamelen.

Hopelijk weten die fans zijn eerste echte solo-album (in 2006 verscheen de EP Now That You're Leaving) nu ook te vinden.
Op moment van schrijven ben ik nog steeds in afwachting van de cd (hopelijk met handtekening van Asaf himself) maar dankzij user en mede-liefhebber joramhoogink die qua smaak niet ver van mij vandaan zit zowel met albums als concerten kan ik het dan toch al beluisteren en waar ik al stiekem op hoopte lijkt waarheid te gaan worden: Different Pulses is een ijzersterk album die je heel snel in een ijzeren greep weet te houden.

De start is al geweldig met single Different Pulses. Hierop hoor je dat Asaf een nieuwe koers vaart, een koers die al was ingezet op het laatste album met The Mojos: donker, broeierig en vooral spannend met het subtiele trompetje halverwege het nummer.
Weg rauwe blues maar graag een warm welkom voor de vernieuwde sound: zuigend en zompend kruipt dit nummer langzaam onder je huid om er nooit meer vandaan te gaan. We horen een artiest die niet stil blijft staan.
Setting Scalpels Free is al net zo zompig als de titeltrack en ademt zweterige gospel. Als je nog niet ingepakt bent door de opener dan gebeurt dat nu wel. Qua sfeer doet het me een beetje denken aan Soulsavers. Mochten zij Mark Lanegan of David Gahan niet meer bereid zien om mee te werken aan een nieuw album dan lijkt me Asaf Avidan een bijzondere keuze. Succes verzekerd! En misschien heeft Quentin Tarantino nog wel een lekker nummer nodig voor een soundtrack bij één van zijn films. Mag ik hem dit nummer dan aanraden?!
Love It Or Leave It is iets lichter van klankkleur en is de meest recente single. Akoestische gitaar en handjeklap geven dit nummer de folk inslag zoals we die ook konden horen op Poor Boy / Lucky Man. Toch komt het gospelgevoel ook op deze track terug. Uiterst meezingbaar, meeslepend en catchy.
Opvallend is dat Asaf zijn stem redelijk onder controle houdt. Iets wat hij het hele album wel doet. Het 'krijsgehalte' is niet hoog. Enigszins jammer misschien maar het past ook niet goed in de sfeer en daarbij is en blijft die stem uiterst markant.
Cyclamen is de tweede single en borduurt voort op het nummer Different Pulses. Ook dit nummer is zo ongelooflijk sterk: het verenigt veel dingen in een song die het voor mij goed maken: de zang hoef ik niet meer te noemen, het catchy ritme, de gospel broeierigheid (ja het is een rode draad), de instrumenten die als puzzelstukjes perfect samenvallen. Alles klopt en als klap op de vuurpijl het ietwat dreinerige 'la la la' koortje die me doet denken aan de gekte van de band Man Man.
En dan komt mijn persoonlijke hoogtepunt van deze nieuwe cd genaamd 613. Dit exotisch klinkende nummer zweept me op, betovert me en brengt me in hogere sferen. Wat een vakmanschap horen we hier en het knappe van alles is dat het nergens vervalt in pretentieus geneuzel. 613 weet z'n popgehalte te behouden waardoor heel veel mensen hier gelukkig van kunnen worden. Ik weet het zeker. De nieuwe koers van Asaf laat zich hier het beste horen en ik vind het geweldig. Mojos? Welke Mojos?
Thumbtacks in My Marrow klinkt weer wat donkerder. Elk moment denk je dat iemand als Mark Lanegan gaat zingen maar dan horen we weer dat kenmerkende stemgeluid van Asaf en weet je dat we weer wat moois voorgeschoteld krijgen.
Mooi is het zeker, triest klinkend ook. De electronica is een welkome en subtiele toevoeging aan de nieuwe sound. Thumbtacks in My Marrow ontvouwt zich als een desolaat nummer dat hier en daar stekelig klinkt om het uiterst spannend te houden. Vernieuwend is het misschien niet maar ik vind de combinatie met subtiel gespeelde gitaar en de in de verte klinkende trompet bloedstollend.
Dat geluid zet hij voort op Conspiratory Vision of Gomorrah. Dreigende klanken in de vorm van electronica en allerlei andere geluiden waarvan de trompetsolo de meeste indruk maakt en er een lichte Ennio Morricone sfeer aan geeft. Twin Peaks is ook niet ver weg trouwens. En dan dat koortje.... heerlijk!
Ineens valt me ook op dat dit hele album erg filmisch klinkt en daar is dit nummer een duidelijk voorbeeld van. Maar wat is dit een ongelooflijk lekker nummer. Dit raakt mij behoorlijk. Daar zijn dus geen woorden voor zoals we dan plegen te zeggen. Gewoon zelf luisteren dus.
A Gun & a Choice opent op piano met rollende drums en blazers (die wederom niet op de voorgrond gemixed zijn). Het ontvouwt zich tot een soort van wiegelied dat zich meer en meer opbouwt zonder een uiteindelijk symfonisch hoogtepunt te krijgen terwijl je toch continue het gevoel krijgt dat het dat gaat worden. Kwestie van op tijd stoppen; een truukje dat Sigur Rós (andere helden van mij) ook zo goed beheerst.
Turn heeft ook een heel klein beetje dat country / Ennio Morricone gevoel in zich. Stoer en kwetsbaar tegelijk. Precies waar Asaf Avidan voor staat als je hem ziet optreden. Op het eerste gehoor een tussendoortje, een minder opvallende broeder op dit album maar vergis je niet. Dit is uiterst subtiel opgebouwd waardoor het ongetwijfeld snel onder je huid zal kruipen. Vooral bijzonder als je het met je koptelefoon beluistert.
Sirenenzang vormt het intro van The Disciple. Het feest lijkt langzaam ten einde te komen. Nog maar weinig gasten zijn aanwezig op het feestje en maken het niet al te bewust meer mee. Zo komt het op mij over. Je voelt het einde gewoon naderen en het geeft je een ietwat onaangenaam gevoel. En die stem.... die stem blijft gewoon overheersen. Oppermachtig!
Is This It? is de perfecte vraag die gesteld kan worden na de drie kwartier die dit album duurt. Het is een droevig klinkend einde van een uiterst avontuurlijk album dat me vanaf de eerste tot de laatste seconde wist te boeien.

Soms heb je van die albums waarvan je van tevoren al weet dat het wel eens die zeldzame klapper kan gaan worden waar je soms zo naar verlangt. Zo'n zeldzaam vijf sterren album.
Een album dat inslaat als een bom en je vervolgens niet loslaat.
Different Pulses is daar dus in geslaagd. Asaf Avidan heeft zichzelf overtroffen door zijn durf.
Vergeet die Wankelmut Remix nu maar, dat was leuk voor de zomer en die loopt nu langzaam ten einde.
Different Pulses is een perfecte herfstplaat; ietwat treurig nemen we afscheid van alle moois dat geweest is maar doet dat op een manier die zelf alle schoonheid overstijgt zoals de herfst dat straks ook gaat doen met al zijn kleurenpracht en mistige momenten.

Ik verwelkom Different Pulses met alle liefde in mijn rijtje favoriete albums die allen vijf fonkelende sterren hebben mogen ontvangen.

En voor degenen die dit een veel te lang stuk vinden: so be it. Noem het mijn enthousiasme dat de overhand nam

Asaf Avidan - Gold Shadow (2015)

poster
4,5
Toen ik in oktober 2009 de tip kreeg dat Asaf Avidan wel wat voor mij zou zijn (ik luisterde in die tijd veel naar artiesten uit Israël) kon ik achteraf niet meer dan dat beamen, maar het ging verder: Asaf werd in een zeer rap tempo één van mijn favoriete artiesten van de laatste paar jaar.

Hij is het nog steeds.

Niet vreemd dat ik reikhalzend uitkeek naar de opvolger van zijn album Different Pulses. Zijn optredens en albums met de Mojos waren te gek. Wat een band was dat, wat een albums zijn dat. Maar de Mojos zijn al een tijd niet meer en met Different Pulses sloeg Asaf een andere richting in. Een richting die me zeer goed beviel.
En wat inmiddels al te horen was van de opvolger beviel me net zo goed. Het was nog een beetje de vraag wat de andere 6 nummer zouden doen met me.

Opener Over My Head kennen we nu wel. De eerste single was in eerste instantie toch even wennen voor mij. Dit was wel heel erg luchtig en het meezing gehalte hoog. Niks mis mee, maar het was toch even slikken. Dat gevoel raakte ik gelukkig al heel snel kwijt. Misschien niet behorend tot het allerbeste dat hij geschreven heeft, pakkend is het wel en de repeatknop is veelvuldig gebruikt de afgelopen weken. En die stem he....... ik blijf er toch van houden.

Met Ode to My Thalamus konden we eerder deze week kennismaken. Wat een geweldig spannend nummer is dat. Het past ook op Different Pulses. Wat dat aan gaat heeft hij die sound zeker niet vaarwel gezegd. Ik hoor hier een hoop soul in en dat is dan toch weer wel een andere categorie waar Asaf zich mee is gaan bemoeien maar dan op geheel eigen wijze (zijn kracht!). Is het heel raar als ik aan Amy Winehouse moet denken bij dit nummer? De passie, de ronkende soul sound, de koortjes en die lekker rauwe stem. Dit swingt en dit maakt je verliefd.

The Jail That Sets You Free, ook al eerder te horen deze week, wist me gelijk al bij eerste beluistering te pakken. Ook dit is swingende pop (met dank aan de synths). Zijn muziek lijkt luchtiger en luchtiger te worden maar het knappe is dat het op dusdanige wijze verpakt is dat je je toch door wat stekeligheden heen moet werken en dat maakt Asaf op dit moment tot één van de meeste interessante artiesten binnen het populaire genre wat mij betreft . De rauwe blues is verder weg dan ooit, maar Asaf lijkt zijn sound gevonden te hebben.

Het nummer dat na Over My Head bekend werd gemaakt draagt de naam Little Parcels of an Endless Time. Wederom zo'n nummer dat heel snel boeit en verslavend werkt. Een rijk palet aan geluid, de kenmerkende zang er bovenuit en we hebben goud in handen. Tegendraads, prikkelend maar nergens pretentieus of provocerend. Nummers als deze werken masserend. Dit is genieten voor muziekliefhebbers.

My Tunnels Are Long and Dark These Days opent alsof er een Bond-film van start zal gaan. Slepend. Shirley Bassey? Een beetje, maar ik denk veel meer aan een favoriet Belgisch bandje: Dez Mona. Zanger Gregory Frateur weet ook regelmatig zo'n stemmetje op te zetten met een vergelijkbaar donkere sound.
Het is het zoete orkest dat hier voor dat Bond sfeertje zorgt. Majestueus, gracieus zo u wilt.... het is wederom een kleine zijweg die hij hier verkent met nog altijd die eigen aangelegde nieuwe hoofdweg goed in vizier houdend.

En dan titelnummer Gold Shadow. Een nummer dat bij eerste beluistering al keihard binnenkwam en dat gisteren met alle nare gebeurtenissen in de wereld (Frankrijk in de schijnwerpers nu even voorop) nog net even harder wist te raken. Nee, tekstueel heeft het er niets mee te maken natuurlijk. Maar er zit een snijdende pijn in dit nummer dat mij tot op het bot raakt. Ik noemde Dez Mona al en hier voel ik dat nog sterker. Ook die band heeft mij ooit tijdens een concert zo diep weten te raken. Alles klopt hier. Ademloos kan ik hier naar blijven luisteren. Goddomme wat is dit toch mooi!!!

Let's Just Call It Fate komt eigenlijk te snel als de laatste tonen wegsterven van de titelsong. Maar elk nummer dat van start moet gaan na zo'n intiem nummer heeft het zwaar.
Het gaat om een midtempo nummer dat vrij gemoedelijk klinkt. Een prima keuze dus op dit moment binnen het album. Een lieflijk koortje doet de rest. Vrij eenvoudig, maar perfect om even op adem te komen. Een schakelmomentje.

These Words You Want to Hear doet me tijdens het kinderlijke intro een beetje denken aan The Tiger Lillies, een wat obscuur cabaretesque muziekgezelschap uit het Verenigd Koninkrijk, zelfs de manier van zingen komt enigszins in de buurt. Asaf doet het wat luchtiger en vooral minder obsceen, want daar zijn The Tiger Lillies zeker niet vies van.
Het nummer brengt de vrolijke uitgelaten sfeer wat terug maar lijkt de soul inslag weer achterwege te hebben gelaten.

A Part of This zoekt de randen van het cabaret ook op. Denk aan kleine, oude theaters waar lang vergeten artiesten al jaren hun zelfde kunstje vertonen. Het heeft iets triests, maar weet tegelijkertijd ook een glimlach op je gezicht te toveren. Kitsch? Misschien wel een beetje, maar als groot Marc Almond fan zeg ik daar absoluut geen nee tegen.

Bang Bang is geen cover van het overbekende nummer (My baby shot me down) maar mag van mij zeker net zo bekend gaan worden. Hier een blues/country invloed, maar dan niet op de rauwe manier zoals we die kennen van de albums met de Mojos. Frédérique Spigt moet maar eens goed naar dit nummer gaan luisteren: misschien kan ze er ooit eens een goede cover van maken, kijkend naar wat voor albums ze recentelijk afleverde.
Asaf kiest hier voor een helder geluid terwijl hij het wel degelijk een donkere sound had kunnen geven. De samples die te horen zijn zorgen voor een vreemde twist waardoor dit één van de meest spannende nummers van dit album genoemd mag worden.

Op The Labyrinth Song lijkt Asaf een beetje de sfeer te willen benaderen van dat ene bekende nummer One Day (Reckoning Song) genaamd. Het verhaal rondom dat nummer mag inmiddels wel bekend zijn. Hij schijnt geen fan van de remix te zijn maar het heeft hem wel veel bekendheid opgeleverd dus dan maar vastzitten aan een grote hit. Als dat nieuwe fans oplevert hoef je niet te mopperen en het is duidelijk gebleken dat hij daarna nog veel beter werk heeft afgeleverd.
The Labyrinth Song is minder toegankelijk (want geen echte meezinger) maar qua sfeer wijkt het in mijn oren niet zo heel veel af van die hit. Het is vrij ingetogen, wat dit album met al zijn invloeden tot een bonte toverbal maakt.

Fair Haired Traveller doet het ook rustig aan met een kristalhelder gitaargeluid. Ik hoor een echo Wonderful World in deze lieflijke albumafsluiter.

Ben ik een tevreden mens? Ja, meer dan dat. Ben ik een fanboy? Ongetwijfeld (dus neem mijn enthousiasme wel mee na het lezen van mijn bevindingen: het is door een gekleurde bril). Is dat erg? Ik kon na Different Pulses niet verwachten dat hij het kunstje nog eens zo flikken, maar hij doet het wel degelijk: whambam in 1 keer die volle mep. Gewoon, omdat dat kan. Gewoon, omdat ik weer helemaal verliefd ben op geweldige muziek. Dus is het erg? Ach, dat mogen anderen nu gaan uitmaken.

Asaf Avidan - The Study on Falling (2017)

poster
4,0
Acht jaar geleden alweer leerde ik de muziek van Asaf Avidan & the Mojos kennen in het kader 'kom, laat ik eens wat muziek uit Israël ontdekken'. Ik was onmiddellijk verslaafd aan zijn muziek. Die rauwe, aan Janis Joplin denkende, stem, die heerlijke nummers, de oerkreten die regelrecht uit zijn hart leken te komen.

Ik zag hem live aan het werk toen in Nederland nog nauwelijks iemand van hem en zijn band gehoord had. De zaal stond vol met Israëliërs, dat wel. Live wist hij het helemaal waar te maken.

Het duurde tot die ene remix waar hij een hit mee wist te scoren. Nou ja, hij niet, maar degene die de mix maakte (Wankelmut). Zelf had hij er geen invloed op, vond het ook niet veel geloof ik, maar plukte er wel de vruchten van want zijn naam was ineens een heel stuk bekender en dat merkte ik dan ook bij de concerten die daarop volgden. Een hoop gebabbel en gebral in het publiek en pas bij die ene 'hit' veerde iedereen op en was het feest compleet. Jammer, maar zo gaat dat.

Inmiddels zijn we aangekomen bij het derde Mojos-loze album. Een album waar ik zoals elke keer weer naar uitkeek, maar ook voor het eerst minder hooggespannen verwachtingen bij had. Heel simpel: hij wist zich elk album weer een beetje opnieuw uit te vinden en toch zijn karakteristieke geluid te behouden. Different Pulses beschouw ik nog steeds als een enorm hoogtepunt, één van mijn favoriete platen ooit. Op Gold Shadow was ik gelijk verliefd maar besefte wel op een soort keerpunt te staan en nu The Study on Falling uit is kan ik voor mezelf concluderen dat het voorgevoel klopte.

The Study on Falling is een prachtplaat, absoluut. Zijn stem blijft herkenbaar uit duizenden en daar zit nu ook een beetje het probleem. Ik ken het onderhand te goed, het verrast natuurlijk al lang niet meer. Maar ook de nummers weten iets minder te betoveren. Het is allemaal wat minder fel, wat meer bluesy en folk. Dat had ie altijd al in zijn muziek gestopt, maar op dit album lijkt het allemaal wat aardser, wat gewoner, wat tammer wellicht. Dat is niet heel erg, maar daardoor blijven mijn emoties ook wat minder uitbundig dan voorheen.

Het is iets dat bij bijna alle grote muziekhelden een keer gaat gebeuren. Bij de één wat sneller dan bij de ander. Asaf heeft het nog een aardig tijd vol weten te houden op zeer hoog niveau.

The Study on Falling is verder op de bekende weg die Asaf bewandelt. Het verrast niet meer en kietelt ook een stuk minder. Zijn stemgeluid blijft geweldig, maar vind ik nu soms wat vermoeiend. Ik weet het onderhand wel.
Het is een sfeervol album geworden, vrij puur en dat moet mensen kunnen aanspreken. Ik blijf nog steeds groot liefhebber en kan zeer goed uit de voeten met dit album, maar de enorme euforie van voorheen heeft een beetje plaats moeten maken voor een welgemeend: 'fijn dat ie weer een prima plaat aflevert'. Daar zit toch enig verschil in zullen we maar zeggen.

Gewoon lekker..... ook niks mis mee.

Asaf Avidan - Unfurl (2025)

poster
4,5
Asaf Avidan heb ik hoog zitten. Ooit leren kennen in de tijd dat ik ontdekte dat er veel goede muziek uit Israël komt.

Toen in Nederland nog niet bekend. Dat bleek ook toen ik naar zijn optreden met de Mojos in de kleine zaal van Paradiso was gegaan. Weinig Nederlands gesproken in het publiek, des te meer Hebreeuws. Live een geweldenaar en ik was fan.

En fan ben ik gebleven....

Inmiddels aardig wat albums verder is er nu het vrij korte Unfurl waar Avidan weer geheel nieuwe richtingen opgaat.
We horen een groots orkest, folk, jazz, rock en zelfs hip-hop (een rappende Avidan in het openingsnummer I Don't Know When, I Don't Know How, I Don't Know Why bijvoorbeeld.

De nadruk ligt toch voornamelijk op het filmische. Films uit lang vervlogen tijden. Groezelige, rokerige nachtclubs.... dat sfeertje. En dan ben je bij mij wel aan het juiste adres. En het theatrale is hier nog meer aanwezig dan ooit tevoren.

Ik moet wel even wennen aan een 'rappende' Avidan die her en der opduikt (laten we het snelle praatzang noemen, want dat is het meer), maar de grootse composities vol pracht en praal zijn voor mij echt smullen. Mensen die Avidan niet kennen zullen misschien ook aan zijn zang moeten wennen want die is en blijft opvallend, maar dat is voor mij geen enkel probleem, nooit geweest ook.

Unfurl is kort maar krachtig qua duur, maar groots en orkestraal qua geluid. In niets meer vergelijkbaar met zijn oude Mojos albums. Daarmee laat Asaf Avidan zien dat hij kan blijven verrassen en dat hij zich blijft ontwikkelen als muzikant en het nog boeiend weet te houden ook.

Niet voor iedereen weggelegd, zelfs niet voor iedere Avidan-fan.

Asaf Avidan & the Mojos - Poor Boy / Lucky Man (2009)

poster
4,5
Van dit album zijn twee covers te verkrijgen: eentje met Poor Man en eentje met Lucky Man. En op de achterkant van de cd-cover komt dit terug in track 2 (de titeltrack past zich aan aan de hoes). Merkwaardig is het wel.
Voor zover de zakelijke info

Last.fm-maatje (zo noem je ze daar toch?!) Lowlander kwam met deze tip. Een Youtube clipje die ik slechts enkele seconden zag was voldoende om dit blind uit te proberen.
Ik heb een zwak voor muziek uit Israel en dan vooral in het hebreeuws dus het was een lichte teleurstellig dat het hier om een engelstalig album betreft.
Bij de eerste tonen van Brickman ben ik er eens lekker voor gaan zitten: een lieflijk melodietje trok mijn aandacht totdat de zang ingezet werd. Vertwijfeld ging ik eens wat dingen controleren. Klopte dit wel? Is dit geen vrouw die zingt? Asaf Avidan is toch een jonge kerel? Hier hoor ik een oude soulzangeres of zo.
Ik moest gelijk denken aan de band Pavlov's Dog waar ik de zanger verdacht van het inademen van helium. Asaf Avidan zou zich er zomaar ook schuldig aan gemaakt kunnen hebben alleen in iets mindere mate dan David Surkamp van Pavlov's Dog.
Op de tweede track Poor Boy / Lucky Man (tja, afhankelijk van welke hoes je in handen hebt) overheerst de cello op zeer aangename wijze en krijgt het een folky/bluesy sfeer waar de stem wonderwel mooi in past. Blind Melon begon opeens bij me op te borrelen.
Got It Right ademt een Woodstock sfeertje uit: hippies weet je wel en laat ik dan gelijk Janis Joplin er maar bij trekken. Qua sfeer doet het er niet voor onder en ook de stem van Asaf toont aan dit aan te kunnen. Die man kan er een hoop mee.
Ik denk dat ik deze band er best eer mee aan doe als ik zeg dat My Favorite Clown me terug doet mijmeren naar de oude folkalbums van Joni Mitchell. Niet dat dit er nu zo op lijkt maar qua sfeer drijf ik langzaam terug de tijd in en kom ik in die hoek uit. De sfeer van het nummer is uiterst aangenaam: tokkelende gitaren, rustgevende cello en het aparte stemgeluid stoort eigenlijk helemaal niet; het breekt de boel een beetje. De diamant wordt als het ware wat ruwer en daardoor fascinerender.
Op Small Change Girl zet Avidan zijn helium-Janis Joplin geluid weer goed aan maar dat boeit me inmiddels al lang niet meer: het gebodene is goed: meeslepende late-night muziek geschikt voor een rokerige bar maar zeker ook voor mijn huiskamer op klaarlichte dag. Zou het komen door die heerlijke pianoklanken die halverwege een solo mogen weggeven gevolgd door mondharmonica beiden in een innige dans met de cello?!
Het nachtclub gevoel gaan we pas goed voelen aan het begin The Ghost of a Thousand Little Lies. En dan komt Janis Joplin het podium op, krijst de longen uit haar lijf en zet het hem op het rocken. Wat een twist. Wow! Als Avidan de demonen nu niet uit zijn fragiele lijf heeft weten te zingen dan weet ik het ook niet meer.... het moest haast wel, want alsof er niks aan de hand is gaat het nummer op broeierige wijze gewoon weer verder om vervolgens met een fris outro te eindigen. En dat allemaal in één nummer!
Dan gooit Asaf Avidan het over een andere boeg. Laten we trouwens The Mojos niet vergeten want ik denk dat hun aandeel groot is; Wasting My Time is een lekkere rockstamper waar een band als Wolfmother ook wel raad mee had geweten. Op Jet Plane blijven de vonken er nog even afspatten want ook dit nummer rockt lekker door.
Ze hebben er zin in want Little Stallion is ook ongecompliceerde rock and roll. Het grappige is dat ondanks de verschillende stijlen alles toch één geheel weet te blijven. Wie had kunnen denken bij dit soort rocknummers uit te komen als je de opener Brickman hoort met al z'n franje. Hier schreeuwen we het gewoon lekker uit.
Alsof ze zelf beseffen dat dit genoeg is qua rock wordt er op Your Anchor weer wat gas teruggenomen. Het is een rustig nummer maar door de vocalen heeft het toch iets onrustigs. Niet dat dat erg is, maar het wel termen als 'lieflijk liedje' te vermijden hierdoor.
Het kabbelt heerlijk door en door de opdringerige manier van zingen blijf je toch aandachtig luisteren.
Losing Hand doet me toch weer wat terugdenken aan de band Blind Melon: een aangenaam, ietwat onopvallend nummer dat toch aan kracht wint door de stortvloed aan rock die we halverwege het album konden ervaren. Ook hier moet de stem van Avidan het soms aardig verduren lijkt het wel. En dan opeens blijk je het mis te hebben: na 3 minuten ontspoort het nummer heel even in een wervelwind aan gitaren om vervolgens wederom net te doen of er niets aan de hand is. Een truukje dat we eerder al gehoord hebben op deze cd en daardoor misschien iets minder verrassend, maar apart blijft het wel.
Bij Painting on the Past dacht ik toch echt even bij het intro dat er Staying Alive gezongen zou worden (u kent de Bee Gees discostamper vast wel). Die groove.... ik ben toch niet gek zeker?! Hoe dan ook werkt het wel want het geeft het nummer iets broeierigs mee. Halverwege krijg ik zelfs even een western-gevoel alsof je eenzaam ronddoolt over de prairie.
Out in the Cold is een ietwat triestigs liedje en die oude zangeres doemde onvermijdelijk weer op. Maar wat een bezwerend nummer is dit zich: het zuigt je langzaam op en weet je 3,41 minuten lang tot op het bot te boeien (misschien door die lonkende zeemeermin die op de achtergrond mee mag sirenen).
My Latest Sin is het slotstuk dat heel klein begint. Alsof we niet een uur lang zijn getrakteerd op van alles en nog wat. Heel relaxed, haast eenzaam, gaat het nummer van start. De samenzang geeft het een extra tintje mee. Die 9 minuten zijn zoals wel vaker misleidend want dit nummer duurt 4 minuten en ja hoor dan is het even wachten voor een 'geheime bonustrack' die eigenlijk net zo voortkabbelt.

Het moge duidelijk zijn dat dit een zeer verrassende schijf is. Het voldoet niet aan mijn voorkeuren qua Israelische muziek (alleen al vanwege het engels) maar dat boeit geenszins. Ik was verrast over de veelzijdigheid en ok, nog een keer, die zang.
Kun je je daar overheen zetten dan is dit toch echt wel een zeer bijzonder album. In Israel al sinds september op de markt en internationaal ergens in november. Ik zou het niet voorbij laten gaan!

Asaf Avidan & the Mojos - The Reckoning (2008)

poster
4,5
Het niet chronologisch beluisteren van albums kan alle kanten uit werken: scenario 1 is ontdekken hoe het zover is gekomen dat dat ene favoriete ceedeetje juist zo geweldig is; wat was de weg er naar toe, wat is de geschiedenis. Scenario 2 kan minder uitpakken; eerdere albums kunnen tegenvallen omdat een band of artiest niet gegroeid is. Het derde scenario is er eentje die samenvalt met de eerste en dat is er achter komen dat het nog mooier en beter kan wat haast onmogelijk leek.
Laat ik zeggen dat dit album een beetje in de eerste categorie valt.
Asaf Avidan & The Mojos is me pas vandaag getipt en omdat het tweede album erg bijzonder bleek te zijn was de doorgaande lijn, het beluisteren van hun debuut, niet zo vreemd.
Doordat ik niet voldoende vertrouwd ben met beide albums sta ik er daardoor wel vrij afstandelijk tegenover. Ik kan tot de conclusie komen dat dit album een prima opmaat is voor hun laatste album Poor Boy / Lucky Man. Het is meer directere bluesy/ rock dan op het album hierna (waar ook meer folk-elementen in terug te horen zijn). Minder fratsen en frutsels. Ik kan me voorstellen dat de liefhebbers dan ook wat meer voor dit album gaan. Zelf hou ik wel van een portie avontuur dus gaat de voorkeur uit naar nummertje twee.
Wat ook op dit debuut opvalt is de stem van zanger Asaf Avidan: een kruising tussen Janis Joplin, Blind Melon zanger Shannon Hoon en Robert Plant. Toch merk ik ook hier dat er vooruitgang zit in die stem. Hier durt hij al veel uit de kast te trekken, maar op het vervolg van dit album giert hij soms echt scheurend uit de bocht. Het is misschien even wennen maar daarna is het echt puur genieten.
Het bevalt me prima dat dit album wat directer is waardoor ik ook weer anders naar het vervolg kan luisteren. Hier is iemand aan het werk dus veel in zijn mars heeft. Ik ben heel erg benieuwd waar dit naartoe zal leiden (of zou zijn israelische afkomst beperkend werken zoals we dat vaker zien bij artiesten die niet uit de UK of VS komen?!).

Asaf Avidan & the Mojos - Through the Gale (2010)

poster
4,0
Is het nu een volwaardige opvolger van The Reckoning en Poor Boy / Lucky Man? Of moeten we dit als een tussendoortje zien. Een EP welhaast? De tijdsduur leert ons in elk geval dat het hier een behoorlijk kort album van nog net geen half uur betreft.
Wat we ook weten is dat het hier om een concept album gaat. Altijd tricky business en wat moet zo'n heerlijk bluesrock bandje als Asaf Avidan & the Mojos daar nu mee?
Hoe meer ik over het album te weten kwam hoe onrustiger ik werd, want dit was wel het bandje dat mij vorig jaar enorm in zijn greep wist te krijgen met dank aan de pakkende songs en vooral de rauwe stem van Asaf zelf die werkelijk alle kanten op kon gaan; alsof Janis Joplin weer tot leven was gekomen.

Op Through the Gale lijkt die stem meer in dienst te staan van de muziek, de trip die het album moet voorstellen. Het eist minder de hoofdrol op, een rol die me afgelopen juni in de kleine zaal van Paradiso meer dan goed beviel (wat een power!).
Ondanks dat het meer in dienst van de muziek staat, een instrument kun je het haast wel noemen, valt hij uiteraard nog steeds enorm op in dit ' verhaal' over kapitein Casus en zijn matrozen. Een verhaal dat goed vertaald is naar muziek: je voelt het ruisen van de oceaan, de stormen, de kracht van de mannen op zee, en al de nummers zijn perfect samengesmeed tot één geheel.
Hiermee is het wel een lastiger album geworden dan de voorgangers, waar de band behoorlijk veel indruk heeft achtergelaten wereldwijd. Debuut The Reckoning is niet eens zo lang geleden in Europa uitgebracht (vandaar ook hun optreden in Amsterdam) en het lijkt er op dat ze gehoord worden. Dan toch met het creatieve Through the Gale op de proppen komen is een dapper besluit in de hedendaagse muziek. Het toont aan dat ze lef hebben en zich nergens wat van aantrekken en dat waardeer ik enorm.

Through the Gale is een avontuurlijk album waar het volop genieten is. Niet geschikt als kennismaking met de band. Daarvoor verwijs ik graag naar de vorige twee, maar voor de liefhebbers ongetwijfeld wederom een sterk staaltje muziek vol energie en levenslust.
Misschien wat ontoegankelijker of duisterder, maar absoluut de moeite waard.
Asaf Avidan & the Mojos overtuigden me vorig jaar met hun twee albums, ze veroverden me definitief met hun echt waanzinnig sterke optreden een half jaar geleden en ze laten zien dat ze lef hebben , moed tonen door met een conceptalbum te komen waar het misschien lastiger zoeken is naar individuele hoogtepunten maar waar ik als luisteraar dan ook maar moet aantonen mee te willen gaan in een avontuur waar alle nummers samen een geheel vormen zoals ook Asafs stem één geheel vormt met zijn Mojos.
Tussendoortje? Welnee: schitterend nieuw werk van dit gezelschap uit Israel met slechts één groot minpunt: het duurt gewoon te kort. Gelukkig hebben we daar de repeatknop voor.
Dit bandje ga ik voorlopig zeker niet uit het oog verliezen!

Asobi Seksu - Fluorescence (2011)

poster
3,5
Als je ziet dat er mensen zijn die al albums hebben gehoord die verschijnen in het nieuwe jaar 2011, en als je dat zelf normaliter ook al hebt gedaan de voorgaande jaren rond deze tijd, dan kan ik natuurlijk niet achterblijven
De keuze is voor mij vooralsnog vrij dun maar de omschrijving van Fluorescence sprak me wel aan dus heeft het de eer gekregen de eerste te zijn.

Van Asobi Seksu had ik nog nooit gehoord, terwijl ze toch al aardig wat albums heeft gemaakt. Ik wist ook niet zo goed wat ik er nu van moest verwachten.
Fluorescence blijkt een soort allegaartje te zijn van ijle, haast Cocteau Twins-achtige, vocalen (noem het dreampop) gemengd met een mengsel van rock, shoegaze en pop.
Een gevaarlijke combinatie omdat het chaotisch kan overkomen en er eenheid kan ontbreken.
Ik moet zeggen dat Seksu er in geslaagd is dit te voorkomen en heeft gezorgd voor een alleraardigst, behoorlijk catchy album die qua opgewektheid niet onderdoet voor bijvoorbeeld een Marina & the Diamonds die ik afgelopen jaar erg graag mocht horen. Seksu is wat steviger en gebruikt wat andere stijlen in haar muziek maar ik kan er net zo vrolijk van worden.

Een meesterwerk is het dan weer niet en ik betwijfel of dit album over een jaar nog regelmatig gedraaid zal worden, maar de verrassingen hoeven de wereld nog niet uit te zijn dus het is even afwachten. Het blijkt in elk geval dat die neurotische drang van mij om niet achter te blijven bij de anderen die al wat van 2011 gesnoept hebben een leuke kennismaking heeft opgeleverd.

Au Revoir Simone - The Bird of Music (2007)

poster
2,5
Het debuut Verses of Comfort, Assurance & Salvation is vorig jaar volledig aan me voorbij gegaan. Voor mij is er dus (nog) geen sprake van au revoir maar van bonjour Simone.
En zal dat bonjour vaker voor gaan komen? Wie weet. Leest u maar even mee (en niet stiekem naar het einde scrollen nu).

Drie lieflijke dames ontmoeten op luchtige tonen in een alleraardigst popliedje zorgt er misschien voor sommigen voor zich The Lucky One te noemen. Ik voel me dat nog niet direct. Het nummer zorgt er wel voor dat ik nieuwsgierig ben naar het vervolg, maar de dames imponeren vooralsnog niet echt.
Sad Song klinkt opgewekter dan je op grond van de titel zou vermoeden. Het heeft iets 'amateuristisch' wat het aan de ene kant charme meegeeft, maar aan de andere kant wekt het bij mij ook enige irritatie op. Echt spannend wil het voor mij ook niet worden, terwijl het nummer die ruimte wel biedt.
Fallen Snow heeft een hoog schattige meisjes gehalte. Zeker, het is een leuk popliedje, maar de zang klinkt dermate vlak en flauw in mijn oren dat ik nog steeds niet heel erg onder de indruk ben. Toch is er genoeg dat het boeiend weet te houden waardoor ik bij de les blijf en niet afhaak.
I Couldn't Sleep straalt weer dat amateuristische uit. Ik krijg telkens beelden van de film Me and You and Everyone We Know op mijn netvlies. Nu vond ik dat een uitstekende film, maar vind ik dit ook uitstekende muziek? Ik weet het gewoon niet echt. Ook meerdere draaibeurten helpen me niet echt op weg om dat te bepalen.
A Violent Yet Flammable World vaart dezelfde koers. Ietwat simpel aandoende synths geven het nummer wel zijn charme, maar zijn wel een beetje op het randje.
De dromerige meisjeszang maakt het geheel verder af.
Don't See The Sorrow weet het ook redelijk simpel te houden. Hierdoor blijft het een klein liedje dat nergens echt spannend wil worden maar wat wel een 'ah wat lief' opmerking weet te ontlokken.
Dark Halls gooit het tempo wat omhoog en zorgt voor een wat springerig sfeertje. Ook al lijkt het er niet op; ik moest onwillekeurig aan Magnapop denken, die droegen ook dat ietwat naïeve in zich. Verder niet een opzienbarend nummer, ondanks de tempoverhoging.
Night Majestic gaat nog even door in het wat hogere tempo. Het zorgt ervoor dat we niet langzaam gapend onder zeil raken. Vrolijk, geinig, grappig, maar verder doet het me nog steeds niet erg veel.
Op Stars begint het een beetje te jeuken bij mij. De zang gaat me wat tegenstaan en ook de instrumentatie vind ik nu wel mooi geweest zo. Next!
Lark is er ook eentje van 'ach wel aardig maar laat me koud'.
The Way To There doet me dan afvragen: the way to where? Het einde van deze cd dus. Opmerkelijk dat de afsluiter me dan toch nog even lichtelijk doet opveren omdat dit me dan weer een beetje beter weet aan te spreken. Het is net even avontuurlijker (tussen grote aanhalingstekens dat dan weer wel).
Dit album is typisch zo'n geval van: we kunnen het wel en hopen dat in de toekomst ooit te laten horen.
In dat geval zal er in die toekomst dus wederom bonjour Simone gezegd moeten worden. Laat ik het anders zeggen: ik bonjour dit album waarschijnlijk vrij snel in een hoekje en zal het zeer waarschijnlijk niet snel meer terug weten te vinden.

Au Revoir Simone.... het gaat jullie goed, jullie redden het verder wel zonder mij.

Audio Bullys - Higher Than the Eiffel (2010)

poster
3,5
Moet je nog wel aan een album beginnen als het debuut wel aansloeg (alhoewel de houdbaarheid toch wel wat afneemt) en de tweede gewoonweg niet beviel?!
Ja en nee. Ik kon de verleiding niet weerstaan hopende op een meevallertje dus laat maar komen die Eiffel was mijn gedachte.
Al op Drums (On With The Story) hoor je de bekende Audio Bullys saus maar nu een beetje op de manier zoals ook Chemical Brothers op met name hun laatste albums lieten horen. Het opmerkelijke is ook dat het nummer voornamelijk instrumentaal is.
Eigenlijk best een verrassende opener.
Only Man heeft ook wel wat verfrissends: het lijkt wel of de heren hun geluid wat opgepimpt en eigentijdser gemaakt hebben met enig behoud van eigen stijl. Ja, dit bevalt me al weer een stuk beter dan het gebodene op hun vorige album
Bij het horen van Daisy Chains kan de conclusie al voorzichtig getrokken worden dat er gesleuteld is aan de sound en dat dit niet eens zo verkeerd uitpakt. En dit blijft zo de rest van het album waar hier en daar een paar leuke tracks tussen zitten (Shotgun).
Mijn enige bezwaar is wat ik ook bij de voorgangers heb: de 'zang' is te lijzig waardoor het op den duur wat gaat tegenstaan. Toch moet ik het ze nageven dat dit op deze derde een heel stuk verbeterd is en dat ik het een fris album vind geworden die heel wat beter aan te horen is dan de vorige.
Ja, dit krijgt nog wel een vervolg qua draaibeurten want het is plezierig luisterbaar.

Audra - Audra (2000)

poster
4,0
Laat ik eens beginnen met een 'strafbaar feit' namelijk het openbaren van een pm:

Lin schreef:
wees wel een beetje mild voor mn nieuwste stokpaardje hè


Ja Lin, je vroeg er om en je zult je antwoord krijgen. Wat de gevolgen daarvan zijn zullen we dan wel weer zien.

Nou, Audra..... nog nooit van gehoord maar zodra de eerste klanken tot mij komen voel ik me al een beetje thuis (je wist het gewoon he!). De donkere stem die ik graag hoor in mannelijke vocalen en een beetje jaren '80 feel om de boel af te maken. Die jaren '80 feel haal ik vooral uit het sprankelende gitaarwerk en daar ben ik blij mee, want hierdoor heeft het ook niet te veel 'doom-saus' meegekregen en heeft het lucht. Heerlijk. In All Our Androgyny is dus een prima binnenkomer.
Venus is meer gothic en doet me denken aan b.v. The Mission of Sisters of Mercy. Niet zozeer qua geluid dat ik hier wat gruiziger vind klinken, maar puur het sfeertje. Misschien wat makkelijk en kort door de bocht: so be it, het is niet negatief zullen we maar zeggen. Lekker om wat afwisseling te horen van hard naar zacht zonder echt uit de bocht te vliegen.
Don't Whisper My Name in the Dark komt gelijk al wat melodieuzer over door de electronische toevoegingen. Dit gebeurt heel subtiel en hierdoor gaat het niet vervelen, want de eerlijkheid gebiedt me wel te zeggen dat ik in dit nummer de zang wat monotoon begin te vinden en iets te koel.
Spiked with Black and Rum maakt korte metten met het vorige nummer door de rauwheid die ervan afspat. Rollende drums en ruig gitaarwerk zijn de verantwoordelijken hiervoor. De (monotone) zang weet het nummer toch met beide benen op de grond te houden.
Hey, The Cure mag ook wat invloed hebben en doet dat op What Your Eyes Had Seen. Asjemenou, de mannen gaan een beetje swingen. Maar let wel op: we moeten cool blijven dus qua zang moeten we de sfeer wel door blijven zetten natuurlijk. Hierdoor krijg je een apart effect wat de muziek juist beter doet uitkomen. Er klinkt dreiging in door terwijl het op het eerste gehoor redelijk poppy lijkt over te komen en dat is natuurlijk lekker: een beetje dreiging doet opvallen. Lekker nummer!
You're So Pretty opent sterk vind ik. Is het heel raar als ik zeg dat dit sfeertje me doet denken aan Jeff Buckley? Zodra de zang er bij komt is dat gevoel weg, maar het viel me behoorlijk op. Ik kan slechtere complimenten bedenken, want dit is een schitterend en vooral ingetogen nummer dat zijn schoonheid per draaibeurt een klein beetje prijsgeeft. Geboeid blijf ik telkens weer op zoek naar iets meer en ze bedienen me op mijn wenken. Apart is ook de omslag halverwege het nummer op de akoestische gitaar.
Rollende drums verrijken het intro van In Hollywood Tonight (for Rozz Williams). Al eerder had ik het over wat lucht in een nummer en hier is dat ook met dank aan de drums. Ik vind dat wel aangenaam want hierdoor worden de nummers niet topzwaar (ze zijn al zwaar en ernstig genoeg zullen we maar zeggen). Toch is dit wel weer een nummer dat een beetje aan me voorbij gaat.
Dan Flowers. Dit is donkere muziek zoals favorieten als Tindersticks en Devastations die ook maken. Daarbij is het genoeg 'eigen' om de boel uiterst interessant te houden voor mij. Even was ik bang dat je met een vleermuizenact zou komen toen je me tipte Lin (waar ik ook niet vies van ben), maar wat meestal wel in de categorie 3,5 belandt en deze keer hoopte ik op net eens wat anders. Gelukt: dit zijn de betere nummers die ik graag hoor.
De bas krijgt een hoofdrol in 2 Girls in 1 Dress. Lekker gitaarspel: onderkoeld maar zeker niet saai. En opeens denk ik aan die opmerkingen over Lou Reed. Op dit nummers snap ik voor het eerst wat daar mee bedoeld wordt. Het lijkt er totaal niet op, maar het zit wel een beetje in diezelfde hoek. De muziek is alleen te afwijkend van die van Lou Reed waardoor het misschien wat gezocht lijkt, maar beluister dit nummer en je snapt het net als ik ook wel.
Nervous: Reptile71 zegt dat je ze tekort doet door dit weg te zetten als wave / gothic. Ten dele waar vind ik. Het deel waardoor ik in deze opmerking absoluut mee ga heeft te maken met die kleine toevoegingen die ik meestal een beetje mis bij doorsnee wave of gothic (whatever that may be, want deze stroming is wel erg vaag en breed natuurlijk). Ik vind dit een beetje Jesus & Mary Chain neigingen hebben en ook die band heeft zoveel extra's in zich om zich niet in te laten delen in dat hokje.
Cupid heeft een lichte klankkleur: alsof er licht gloort aan het einde van de tunnel. Nog even en ik ga dit gewoon een 'lief liedje' noemen. Maar aan het eind straffen de korte en vooral felle gitaarerupties dat af: 'wat nou lief?'
The Dancing Images sluit waardig en vooral in sfeer af. Geen rare fratsen aan het einde dus. Toch moet ik ook hier eerlijk toegeven dat dit nummer nog iets te veel ene oor in andere oor uit is. Op zich niet zo heel erg want hierdoor kan ik wat makkelijker de eindbalans opmaken: een paar kleine uitschieters in de vorm van een Flowers, You're So Pretty of What Your Eyes Had Seen en een paar kleine momenten van monotoonheid die er voor zorgen even niet bij de les te blijven. Maar verder zo ongelooflijk constant dat ik niet kan spreken over een wel aardig middenmotertje en ook niet over de klapper van het jaar. Of Lin me mild gaat vinden met een beoordeling van 4* zullen we gauw genoeg weten hier.
Ben ik de komende dagen niet online dan vrees ik het ergste, dan is de kleur rondom mijn ogen misschien wel net zo donker als de muziek van Audra

Audra - Going to the Theatre (2002)

poster
4,0
Audra gaat gewoon lekker verder vanaf hun debuut: dat laten ze al horen op opener Midnight Moon Swing die lekker gruizig tekeer gaat en zich schaart bij de Sisters en Missions van deze wereld.
There Are No Snakes in Heaven wijkt niet echt af van het gebodene op het debuut. Donker en duister zijn en blijven de sleutelwoorden.
Going to the Theatre is de eerste uitschieter: een prachtig akoestisch getint nummer dat voelt als thuiskomen om vervolgens in een warm bad te stappen. Geweldig nummer dat nog heel wat draaibeurten gaat krijgen van mij. Inmiddels begin ik er gewoon verliefd op te worden: hartverwarmend en bloedstollend mooi als je het mij vraagt.
All Ghosts Spend Their Time Alone is eigenlijk een monotone trip die je op de een of andere manier wel in z'n greep weet te krijgen naarmate het nummer vordert. Het is de electronica die dit nummer net even dat extraatje geeft en deze opmerking gaat ook op voor veel nummers op het debuut dus ze weten dat niveau goed vast te houden.
In a Dark Room... sluit wat beter aan bij het openingsnummer: vleermuizenrock optima forma en toch iets eigens weten te behouden. Prima gedaan dus, alleen niet wereldschokkend of vernieuwend.
Face Go Red gaat traag voort en vind ik dan weer niet echt pakkend. Het wordt een beetje log op deze manier.
Gelukkig slaat dit op A Walk in the Woods om en rocken we lekker door. Hadden ze dit eind jaren '90 in mijn favoriete danstent gedraaid dan had dit niet misstaan tussen favorieten als Temple of Love van de Sisters of N.W.O van Ministry (laat ik eens wat nummers noemen waar ik graag op danste).
Op het debuut viel de band op door er af en toe wat luchtigheid in te bouwen. Dat waren vaak de akoestisch getinte nummers en hier is dat ook weer het geval in de vorm van Fearless "Peaches". Ik merk wel dat ik deze nummers toch eigenlijk het mooist vind. Misschien omdat ze altijd goed aan te horen zijn en je voor de andere nummers in the mood moet zijn. Tweede grote favoriet!
Marilyn Manson had het ook kunnen doen: Cabaret Fortune Teller heeft er wel wat van weg. Nee, niet gruwen nu vleermuismensjes. Naast Manson noem ik wederom met alle liefde Sisters of Mercy. En zal ik er dan nog wat bij vermelden? Dit is grote favoriet nummer 3. Heerlijk die electronica en ongelooflijk dansbaar. Daar kunnen die huis-meisjes en jongentjes nog eens wat van leren
Don't End This Time eindigt akoestisch en dromerig. Langzaam wegglijden met je hoofd onder water en al het vuil van je afspoelend: een heerlijk gevoel en daarmee ook een prima afsluiting van wederom een goed album van Audra.
Minder dan het debuut? Heel even dacht ik hetzelfde, maar naarmate het album vorderde ging ik ernstig twijfelen om vervolgens nu de cd ten einde is mezelf hardop de vraag te stellen of ik deze misschien zelfs wel niet beter vind!

Autoheart - I Can Build a Fire (2016)

poster
4,0
Autoheart viel drie jaar geleden op met hun video Moscow van hun debuut Punch. Het was een hart onder de riem voor de LGTB gemeenschap in Rusland. En die ondersteuning zijn ze blijven geven. Wij ondersteunen dit soort bands graag en brengen ze met liefde onder je aandacht. En omdat de muziek geweldig is, hopen we dat ze wat breder opgepikt gaan worden. Tot op heden is dat nog niet echt gebeurd, ondanks de toegankelijke muziek die ze maken.

Zelf hoopte de band op een soort Giorgio Moroder meets John Carpenter, maar het werd meer Erasure meets ABBA met een scheutje Never Ending Story van Limahl, wat zij beschouwen als misschien wel het beste nummer uit de jaren ’80.

Twee nummers gingen het album al voor (Possibility en Oxford Blood), en die deden dit al vermoeden. Dit is net als op het debuut ongecompliceerde pop met een fijne jaren ’80 popsaus.

De stem van zanger Jody Gadsen doet mij ook aan Erasure denken. De muziek ligt er dicht bij in de buurt.

Buiten dat deze band heerlijke pop maakt, zijn ze ook uiterst sympathiek door hun maatschappij kritische houding in het voordeel van de LGTB gemeenschap. Ik juich dit altijd toe, en al helemaal als het niet al te opdringerig wordt. En dat is niet het geval, waardoor ik denk dat dit trio zeker best wel eens een groter publiek zou kunnen en mogen bereiken.

Misschien draag ik er nu een steentje aan bij. In elk geval hoop ik dat ze ooit eens naar Nederland komen voor wat optredens, want dat lijkt me wel een feestje te kunnen gaan worden.

Autoheart I Can Build a Fire. Het tweede album van dit trio vol fijne pop. - liveliketom.com